MECHANICAII FLUIDO 55

Vergelijkbare documenten
tentamen stromingsleer (wb1225), Faculteit 3mE, TU Delft, 28 juni 2011, u

Het tentamen levert maximaal 30 punten op, waarvan de verdeling hieronder is aangegeven.

4. Maak een tekening:

De hoogte tijd grafiek is ook gegeven. d. Bepaal met deze grafiek de grootste snelheid van de vuurpijl.

Tentamen Mechanica ( )

Oefeningen Smering : toepassing van de Navier-Stokes vergelijkingen

Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg

Vraag (1a): Bepaal de resulterende kracht van de hydrostatische drukken op de rechthoekige plaat AB (grootte, richting, zin en aangrijpingspunt).

NATUURKUNDE. Figuur 1

Phydrostatisch = gh (6)

TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen

Wet van Bernoulli. 1 Druk in stilstaande vloeistoffen en gassen 2 Druk in stromende vloeistoffen en gassen 3 Wet van Bernoulli

Uitwerking tentamen Stroming 15 juli 2005

Tentamen Warmte-overdracht

RBEID 16/5/2011. Een rond voorwerp met een massa van 3,5 kg hangt stil aan twee touwtjes (zie bijlage figuur 2).

Aventuri met Bernoulli De wet van Bernoulli toegepast

Case SSV Deel 2: PM3

Het tentamen levert maximaal 30 punten op, waarvan de verdeling hieronder is aangegeven.

toelatingsexamen-geneeskunde.be

Dit tentamen bestaat uit vier opgaven. Iedere opgave bestaat uit meerdere onderdelen. Ieder onderdeel is zes punten waard.

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURKUNDE GROEP TRANSPORTFYSICA

Uitwerking tentamen Stroming 24 juni 2005

Examen mechanica: oefeningen

VAK: Mechanica - Sterkteleer HWTK

De olie uit opgave 1 komt terecht in een tank met een inhoud van liter. Hoe lang duurt het voordat de tank volledig met olie is gevuld?

- KLAS 5. a) Bereken de hellingshoek met de horizontaal. (2p) Heb je bij a) geen antwoord gevonden, reken dan verder met een hellingshoek van 15.

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 4

Statica en Sterkteleer: Voorkennis:

Botsingen. N.G. Schultheiss

Auteur(s): H. Faber Titel: Reactie op: Het klappende van de schaats Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers:

Examen Januari OEF 1 Hydrostatica (4 pt, apart dubbelblad) Scharniert rond C, er heerst atmosfeerdruk.

Naam : F. Outloos Nummer : 1302

Buiging van een belaste balk

Het berekenen van de componenten: Gebruik maken van sinus, cosinus, tangens en/of de stelling van Pythagoras. Zie: Rekenen met vectoren.

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2014 theorietoets deel 1

Thermodynamica. Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss

. Vermeld je naam op elke pagina.

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT DER TECHNISCHE NATUURKUNDE GROEP TRANSPORTFYSICA

Kracht en beweging (Mechanics Baseline Test)

jaar: 1989 nummer: 25

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

Theorie windmodellen 15.1

Tentamen Fysica in de Fysiologie (8N070) deel AB herkansing, blad 1/5

Juli blauw Fysica Vraag 1

S3 Oefeningen Krachtenleer Hoofdstuk II II-3. II-3 Grafisch: 1cm. II-3 Analytisch. Sinusregel: R F 1

Fysica. Een lichtstraal gaat van middenstof A via middenstof B naar middenstof C. De stralengang van de lichtstraal is aangegeven in de figuur.

IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 29 juni Nummer vragenreeks: 1

Naam:... Studentnr:...

ATWOOD Blok A en blok B zijn verbonden door een koord dat over een katrol hangt. Er is geen wrijving in de katrol. Het stelsel gaat bewegen.

Auteur(s): Harry Oonk Titel: In de afdaling Jaargang: 10 Jaartal: 1992 Nummer: 2 Oorspronkelijke paginanummers: 67-76

Tentamen Natuurkunde I Herkansing uur uur donderdag 7 juli 2005 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs

Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Schuiven van een voertuig in een bocht met positieve verkanting

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2018 theorietoets deel 1

Statica & Sterkteleer 1. Statica en Sterkteleer: Voorkennis:

Kleine Mechanica van de Schaatsslag

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2016 theorietoets deel 1

Tentamen Inleiding Warmte en Stroming (4B260)

T G6202. Info: auteur: Examencommissie Toelatingsexamen Arts en Tandarts, bron: Juli 2015, id: 11941

In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 10 cm en h3 = 15 cm.

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN en UITWERKINGEN.doc 1/16

Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1

Naam:... Studentnummer:...

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Theory Dutch (Netherlands) Lees eerst de algemene instructies uit de aparte enveloppe voordat je begint met deze opgave.

Tentamen Natuurkunde 1A uur uur vrijdag 14 januari 2011 docent drs.j.b. Vrijdaghs

Q l = 24ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 24ste Vlaamse Fysica Olympiade 1

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT WERKTUIGBOUWKUNDE DIVISIE COMPUTATIONAL AND EXPERIMENTAL MECHANICS

wiskunde B pilot vwo 2017-II

OF (vermits y = dy. dx ) P (x, y) dy + Q(x, y) dx = 0

XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË THEORIE-TOETS

Juli geel Fysica Vraag 1

Examen H1B0 Toegepaste Mechanica 1

SAMENSTELLEN EN ONTBINDEN VAN SNIJDENDE KRACHTEN OPGAVEN

Paragraaf 14.1 : Vergelijkingen in de meetkunde

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Biomedische Technologie, groep Cardiovasculaire Biomechanica

( ) ( ) en vloeistof met dichtheid = 891 kg/m 3 stroomt door een ronde uis met een bocht met diameters

Domeinspecifieke probleemoplosstrategieën

SO energie, arbeid, snelheid Versie a. Natuurkunde, 4M. Formules: v t = v 0 + a * t s = v gem * t W = F * s E Z = m * g * h F = m * a

Naam: Klas: Repetitie versnellen en vertragen 1 t/m 6 HAVO

1ste ronde van de 19de Vlaamse Fysica Olympiade 1. = kx. = mgh. E k F A. l A. ρ water = 1, kg/m 3 ( θ = 4 C ) c water = 4, J/(kg.

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 21 juni uur

De parabool en de cirkel raken elkaar in de oorsprong; bepaal ook de coördinaten van de overige snijpunten A 1 en A 2.

Bergtrein. Figuur 2 staat ook op de uitwerkbijlage. a. Bepaal de afstand die de trein op t = 20 s heeft afgelegd.

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni TIJD: uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

je kunt T ook uitrekenen via 33 omwentelingen in 60 s betekent 1 omwenteling in 60/33 s.

Basic Creative Engineering Skills

Krachten (4VWO)

Inleiding tot de dynamica van atmosferen Krachten

Verrassende uitkomsten in stromingen

Tentamen Warmte-overdracht

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS APRIL :00 12:45 uur

CURSUS ATELIERONDERSTEUNING WISKUNDE/WETENSCHAPPEN 5 INHOUD

Tentamen Warmte-overdracht

Naam:... Studentnummer:...

Transcriptie:

MECHANICAII FLUIDO 55 Figuur (3.4): De atmosferische druk hoeft niet in rekening te worden gebracht aangezien ze in alle richtingen werkt. Opmerking 3: In sommige gevallen dient met een controlevolume te beschouwen dat beweegt met een zekere snelheid, bijvoorbeeld wanneer krachten moeten worden onderzocht op bewegende objecten. In die situaties dient men de snelheid v in vergelijkingen 3.9 en 3.10 te vervangen door de relatieve snelheid v r ten opzichte van het controlevolume (zie figuur 3.5). Controlevolume Controlevolume v straal v c v r = v straal - v c (a) absoluut referentiekader (a) relatief referentiekader Figuur (3.5): (a) Stilstaand controlevolume. (b) Bewegend controlevolume: om de kracht op de wagen te berekenen dient de snelheid van de wagen (controlevolume) in mindering te worden gebracht. Voorbeeldoefening: Krachten in een taps bochtstuk Water stroomt met een massadebiet van 14 kg/s in een hellend (30 ) en taps bochtstuk om vervolgens in de atmosfeer terecht te komen. De dwarsdoorsnede van het bochtstuk is 113 cm² aan de inlaat en 7 cm² aan de uitlaat. Het hoogteverschil tussen de zwaartepunten van de in- en uitlaten bedraagt 30 cm. Het gewicht van het bochtstuk en het water erin wordt verwaarloosbaar verondersteld. Bepaal (a) de druk in het midden van de inlaat en (b) de nodige kracht om het bochtstuk op zijn plaats te houden. F Rz z x p atm 2 mv 2 1 F Rx p 1 mv 1 30 30 cm Oplossing: Een gebogen buisstuk stuwt water naar omhoog. De druk aan de inlaat en de kracht om het bochtstuk te verankeren worden gevraagd. Veronderstellingen: (1) De stroming is stationair. (2) De wrijvingskrachten zijn verwaarloosbaar. (3) Het gewicht van het bochtstuk en het water zijn verwaarloosbaar. (4) Het water komt in de atmosfeer terecht, de overdruk is daar nul (p 2 = 0).

MECHANICAII FLUIDO 56 Eigenschappen: De dichtheid van water bedraagt 1000 kg/m³. Uitwerking: (a) Het bochtstuk is het controlevolume (zie bovenstaande figuur). De in- en uitlaat worden aangeduid met 1 en 2. De x- en z-coördinaten zijn eveneens aangeduid. De continuïteitsvergelijking voor dit stationaire systeem met één inlaat en één uitlaat resulteert in: m 1 m 2 m 14 kg/ s Aangezien m A v kunnen we de snelheden aan de in- en uitlaat schrijven als m 14 kg / s v1 1, 24 m/ s A1 (1000 kg/ m³)(0, 0113 m²) m 14 kg / s v 20, 0 m/ s A (1000 kg/ m³)(7 10 m²) 2 4 2 De vergelijking van Bernoulli laat ons toe om de druk aan de inlaat te schatten (opmerking: verder in de cursus zien we hoe we de wrijvingsverliezen langsheen de wanden in rekening kunnen brengen). Het zwaartepunt van de inlaat wordt als referentieniveau gekozen (z 1 = 0). Wetende dat p 2 = p atm levert de vergelijking van Bernoulli langs een stroomlijn door het midden van het bochtstuk de waarden voor p 1 (overdruk): 2 2 p1 v1 p2 v2 z z g 2 g g 2 g 1 2 2 2 v2 v1 p1 p2 g ( z2 z1) 2 g (20 m/ s)² (1, 24 m/ s)² 1kN p 1 patm (1000 kg/ m³)(9, 81 m/ s²) 0, 3 0 2 9, 81 m/ s² 1000 kg m/ s² p 202,2 kn / m² 202,2 kpa 1 (b) De impulsvergelijking voor een stationaire eendimensionale stroming is F m v m v uit in We noemen de x- en de z-component van de verankeringskracht van het bochtstuk F Rx en F Rz respectievelijk en veronderstellen voorlopig dat ze in de positieve richting werken. De vergelijkingen in de x- en z-richting worden

MECHANICAII FLUIDO 57 FRx p A m v cos m v F m v sin Rz 1 1 2 1 2 Wanneer we dit oplossen naar F Rx en F Rz en de gegeven waarden invullen, krijgen we: F m ( v cos v ) pa Rx 2 1 1 1 1N (14 kg / s) [(20 cos 30 1,24) m / s] (202200 N / m²)(0, 0113 m²) 1 kg m / s² 225 2285 2060 N 1N F Rz m v2 sin (14 kg/ s) (20 sin 30 m/ s) 140 N 1 kg m / s² Het negatieve resultaat voor F Rx geeft aan dat de veronderstelde zin verkeerd is, en dat deze kracht in de negatieve x-richting werkt. Bespreking: De werkelijke druk in punt 1 zal hoger liggen dan de berekende omwille van wrijvingsverliezen en andere onomkeerbare verliezen in het bochtstuk.

MECHANICAII FLUIDO 58 Voorbeeldoefening: Waterstraal op een stilstaande plaat Water met een massadebiet van 10 kg/s ondervindt een versnelling in een spuitkop en raakt vervolgens een stilstaande plaat met een snelheid van 20 m/s. Daardoor spat het water in alle richtingen in het vlak van de plaat. Bepaal de kracht die op de plaat moet uitgeoefend worden om er voor te zorgen dat de plaat niet horizontaal kan bewegen. p atm mv 1 1 in F R z x v 2 uit Oplossing: Een waterstraal raakt loodrecht een stilstaande plaat. De kracht nodig om de plaat vast te houden wordt gevraagd. Veronderstellingen: (1) De stroming is stationair en eendimensionaal. (2) Het water verdeelt zich homogeen in alle richtingen, maar enkel in het vlak van de plaat. (3) De waterstraal is blootgesteld aan de atmosfeerdruk. De druk van de waterstraal en het wegspattende water is daardoor gelijk aan de atmosfeerdruk. (4) De verticale krachten en momenten worden niet in acht genomen omdat ze geen effect hebben op de horizontale reactiekracht. Uitwerking: Het controlevolume wordt zodanig geschetst dat het de volledige plaat omvat en de waterstraal en het bevestigingsmechanisme van de plaat doorsnijdt. De impulsvergelijking van de stationaire eendimensionale stroming wordt gegeven door: F m v m v uit in In de x-richting wordt deze uitdrukking omgevormd tot (rekening houdende met v 1,x = v 1 en v 2,x = 0) FR m v1 Substitutie met de opgegeven waarden levert: 1N F R m v1 (10 kg/ s) (20 m/ s) 200 N 1 kg m / s² Er wordt dus een kracht van 200 N uitgeoefend op de plaat, d.i. tevens de kracht die het bevestigingsmechanisme moeten kunnen weerstaan opdat de plaat niet zal bewegen.

~ ~ ~ -=EfJ)~ \J -;::~CC> ~~ \-\ ==- \.2-~ ~ ~ -- ~~..e ' Ar

~~~ ~~~ ~ ~C0 \j u.tk = ~!t.. "0 ~ ( \\' :1 - b.3- ~ 9. '.0 ~ \ ~ 'IC: \ \ f S x Q.'& ~ ~ }(. l-~,,\0 ~ \C) ~ IT\\ ::= ~~.to.j -\\ - - ~ == 0> \ S ~ \(!) I.<) ~. 'b \ ~\J ::= ~~'" J - ~I'. t.. ~, 'I t \ ~ -T - -\" -I- y~ ;::.",~ ""'!>~,.s _ "'~Qt) '"

'UXNLQGRRUVQHGH%