2 Trends en ontwikkelingen 2.1 Landelijke ontwikkelingen Bij winkelbezoek hangt het gedrag van de consument vooral samen met het bezoekmotief. Globaal kunnen we een onderscheid maken tussen boodschappen doen, recreatief winkelen en het doen van gerichte aankopen. De drie typen kennen elk hun eigen ruimtelijk patroon. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van enkele veelvoorkomende begrippen. Boodschappen doen Bij boodschappen doen staat de aankoop van voedings- en genotmiddelen en frequent benodigde non-food (o.a. drogist, bloemen) centraal. Verkrijgbaarheid (compleet assortiment), gemak (reistijd, comfort, openingstijden) en bereikbaarheid spelen een belangrijke rol. Dit type winkelgedrag vindt frequent plaats, overwegend in de omgeving van de woning (buurt- en dorpscentra). De kwaliteit en omvang van de supermarkt (meer dan 70% marktaandeel) zijn sterk bepalend voor de trekkracht van een boodschappencentrum. Recreatief winkelen Bij recreatief winkelen is de actie zelf (rondkijken, ontspannen) vaak belangrijker dan de aankoop. De attractiviteit van een recreatief winkelgebied wordt primair bepaald door de omvang van het modische aanbod en de aanwezigheid van landelijk bekende trekkers (V&D, Hema, H&M, etc.). De attractiviteit wordt verder vergroot door kleine speciaalzaken, een aantrekkelijk verblijfsklimaat (inrichting openbare ruimte) en andere voorzieningen, zoals (dag)horeca. Gerichte aankopen Bij gerichte aankopen gaat het enerzijds om (dure) artikelen waar men gericht naar op zoek gaat, zoals meubelen en auto s. Voor dit type aankopen prefereert de consument een clustering van meerdere aanbieders (bijv. woonboulevard). Anderzijds zijn er de gerichte aankopen die niet keuze- gevoelig zijn (doehet-zelf, tuinartikelen). Combinatiebezoek met andere winkels vindt nauwelijks plaats. Belangrijker zijn een goede vindbaarheid, zichtbaarheid en bereikbaarheid. Voorzieningenstructuur De Nederlandse voorzieningenstructuur is relatief fijnmazig. In beginsel is de consument gericht op het meest nabij gelegen winkelgebied dat in zijn behoefte voorziet. Door de toenemende mobiliteit speelt afstand echter steeds minder een rol bij de keuze van een winkelcentrum. De belangrijkste factor bij de keuze voor een centrum is vervolgens de kwaliteit en de kwantiteit van het aanbod. In de afweging tussen vergelijkbare centra met voldoende aanbod gaan ook andere factoren zoals bereikbaarheid, parkeren, inrichting van de openbare ruimte en sfeer een doorslaggevende rol spelen. Door toenemende individualisering kunnen we steeds minder spreken van de consument. Een grotere verscheidenheid aan culturen, leefstijlen en huishoudentypen leidt tot een sterke toename van het aantal doelgroepen. Ook binnen een groep of zelfs van één consument wordt het gedrag meer fragmentarisch. Zo kan één consument een grote supermarkt bezoeken voor de wekelijkse boodschappen, een kleinere supermarkt voor boodschappen tussendoor en de 4 Droogh Trommelen Broekhuis
discountsupermarkt voor een beperkt aantal Schaalvergroting op winkelniveau goedkope artikelen. Ook op het niveau van de winkel vindt dit proces plaats: enkele jaren geleden was een Boodschappen doen in winkelcentrum Overhees Schaalvergroting in de structuur supermarkt van 600 à 800 m² voldoende Voor kleinschalige voorzieningen is het steeds groot, tegenwoordig heeft een volwaardige moeilijker om aan de toenemende eisen van supermarkt al gauw het dubbele oppervlak de consument te voldoen. Die verwacht een nodig. Voor de komende jaren wordt een compleet aanbod en keuze, of het nu gaat om verdere afname verwacht van kleinschalige levensmiddelen, mode of meubelen. De servicesupermarkten (< 900 m² wvo). Het noodzakelijke massa (aantal m² wvo) voor een aantal servicesupermarkten groter dan 900 winkelgebied neemt dan ook toe, evenals het m² wvo zal naar verwachting groeien. Per benodigde aantal consumenten. Zo vindt saldo neemt het aantal supermarkten af. geleidelijk schaalvergroting plaats in de voorzieningenstructuur. Het gevolg is dat buurtcentra verdwijnen en binnensteden en grote wijk- en themacentra opkomen. Amersfoort: recreatief winkelen in de binnenstad Winkels dragen in veel gevallen bij aan de aantrekkelijkheid van een buurt. Het is echter zeer de vraag of bij het ontbreken van winkels de leefbaarheid in het geding is. Figuur 1 Ontwikkeling van het aantal servicesupermarkten naar omvang 8000 < 150 m ² 150-900 m ² 900-2.000 m ² > 2.000 m ² 6000 4000 2000 Tegenwoordig beschikken de meeste huishoudens over een auto en ook ouderen blijven steeds langer mobiel. In veel gevallen wordt een groter aanbod in een verderop 0 1980 1990 2000 2010 Distrifood 02, bew. Droogh Trommelen Broekhuis gelegen centrum verkozen boven een kleine supermarkt. Doelgerichte aankopen, woonboulevard Soesterberg Droogh Trommelen Broekhuis 5
Verdringingsmarkt De schaalvergroting van supermarkten leidt tot een afnemend aantal vestigingen. In deze verdringingsmarkt is sinds eind 2003 een prijzenoorlog gestart. Onder invloed van discountformules als Aldi en Lidl en de landelijke expansie van formules als Jumbo en Dirk van den Broek, zijn gevestigde supermarktorganisaties gedwongen hun prijzen substantieel te verlagen. Met overwegend even hoge kosten als voorheen resulteert dit in beduidend lagere bedrijfsresultaten. Niet alleen individuele supermarkten, maar ook hele organisaties staan hierdoor onder druk. Onze verwachting is dat de komende jaren veel (vooral kleinere) supermarktvestigingen zullen sluiten. Megasupermarkten Sinds enige jaren proberen grootschalige formules (> 3.000 m²) een positie te verwerven in de structuur van (grotere) gemeenten in Nederland. Het aantal grootschalige supermarkten is nog beperkt (figuur 1). In veel gevallen betreft het reeds lang geleden gevestigde winkels (o.a. Miro, Maxis) of vergrote supermarkten in wijk- en stadsdeelcentra. Veel gemeenten zijn terughoudend bij initiatieven voor nieuwe grootschalige supermarkten, vanwege effecten op de bestaande winkelstructuur. Speciaalzaken Met het jaarlijks toenemende marktaandeel van supermarkten, neemt de rol van de dagelijkse speciaalzaken af. Zo heeft de groentewinkel nog slechts een marktaandeel van ± 15%, terwijl bakkers en slagers 25 à 30% scoren. Schaalvergroting en meer aandacht voor vers (relatief hoge marges) bij supermarkten leidt naar verwachting tot verdere sanering van (vers)speciaalzaken. Meer succesvol is de drogisterijbranche. De toenemende welvaart en vergrijzing leiden tot een sterke groei van deze branche. Het aantal winkels en de gemiddelde omvang groeit snel, waarbij winkels van 500 m² wvo of meer geen uitzondering meer zijn. Grootschalige winkels In de detailhandel zien we steeds meer grootschalige winkels (± 1.500 m² wvo of groter). Formules als MediaMarkt en Intersport richten zich op recreatief winkelend publiek (leisure) en hebben weinig meer te maken met de traditionele bruin- en witgoedwinkel of sportzaak. Door het uitgebreide assortiment van de grootschalige winkels creëren ze hun eigen vraag en kunnen ze zowel in traditionele winkelgebieden als in perifere themacentra functioneren. Vanwege de vele bezoekers hebben deze formules in recreatieve centra een grote toegevoegde waarde en kunnen daar fungeren als de nieuwe anchorstores (trekkers van de winkelgebieden). Branchevervaging In veel sectoren binnen de detailhandel treden verschijnselen van branchevervaging op: het aangeboden assortiment is anders dan gebruikelijk in de oorspronkelijke branchegroep. Zo zijn er drogisterijen die ook speelgoed verkopen en supermarkten waar ook computers worden verkocht. In normale winkelgebieden leidt dit niet tot (planologischjuridische) problemen, omdat de branchering niet in het bestemmingsplan kan worden opgenomen. Op perifere locaties is detailhandel veelal specifiek bestemd of via een vrijstelling geregeld. 6 Droogh Trommelen Broekhuis
Megasupermarkten >3.000 m² winkelvloeroppervlak Geconstateerd kan worden dat bedrijven, die winkel- en postorderbedrijven die hun zich vanwege de aard en omvang van de activiteiten uitbreiden via internet (Ahold, artikelen (volumineus) op een perifere locatie Wehkamp, Neckermann). De fijnmazige mogen vestigen (PDV-beleid), in toenemende winkelstructuur in Nederland draagt ertoe bij mate branchevreemde artikelen verkopen. Zo dat het kopen via internet waarschijnlijk zijn er bouwmarkten die ook speelgoed minder belangrijk zal blijven dan bijvoorbeeld aanbieden en tuincentra die huishoudelijke in de Verenigde Staten. Toch is in sommige artikelen verkopen. Om te voorkomen dat branches (cd-winkels, makelaars, oneerlijke concurrentie ontstaat met branches reisbureaus) de invloed van internet al sterk die volgens de huidige regelgeving in normale merkbaar. Vooralsnog gaan marktpartijen er winkelgebieden gevestigd dienen te zijn, is echter vanuit dat het aandeel van internet als handhaving noodzakelijk. aankoopkanaal beperkt blijft en dat het geen invloed heeft op de winkelstructuur als geheel. Trafficlocaties Versspeciaalzaken: marktaandeel neemt af Bestaande aanbieders krijgen te maken met In de supermarktbranche wordt reeds een nieuwe concurrenten buiten de traditionele aantal jaren geëxperimenteerd met kopen via winkelcentra. Een ontwikkeling is de opkomst internet. Het blijkt nog altijd moeilijk het brede van winkels op trafficlocaties (benzinestations, assortiment van een supermarkt, waaronder NS-stations). De winkels zijn in de regel klein verse en gekoelde producten, heelhuids, op en bieden een beperkt aanbod gemaks- tijd en tegen concurrerende prijzen thuis te artikelen (voedings- en genotmiddelen, bezorgen. Ahold (albert.nl) is de enige lectuur, etc.). De invloed op de winkelstructuur substantiële aanbieder, maar heeft nog altijd als geheel is beperkt. geen landelijke dekking. Niettemin kan internet op langere termijn in kleinere Kleine aankopen op traffic-locaties Droogh Trommelen Broekhuis Internet verzorgingsgebieden (kleine kernen, maar ook Na een stormachtige opkomst hebben veel kleine buurten of wijken) een interessant internetwinkels de beginfase niet overleefd. verkoopkanaal worden. Succesvolle aanbieders zijn vaak bestaande 7
2.2 Overheidsbeleid Rijksbeleid Op 17 mei 2005 is de Nota Ruimte vastgesteld door de Tweede Kamer. In de Nota Ruimte zijn het locatiebeleid uit de Vierde Nota ( ABClocatiebeleid ) en het locatiebeleid voor perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen (PDV/GDV-beleid) vervangen door één integraal locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen. Het doel van het nieuwe locatiebeleid is een goede plaats voor ieder bedrijf te bieden zodat een optimale bijdrage wordt geleverd aan de kracht van steden en dorpen. De invulling van het locatiebeleid wordt gedecentraliseerd naar provincies en WGRplusregio s. De provincies en, voorzover het om binnenregionale vraagstukken gaat, de WGR-plusregio s dienen in hun eigen ruimtelijke, verkeers- en vervoerbeleid het integrale locatiebeleid te concretiseren. Uitgangspunt hierbij is dat nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel niet ten koste mogen gaan van de bestaande detailhandelsstructuur in wijkwinkelcentra en binnensteden. Verder dienen provincies en WGR-plusregio s te reguleren dat bedrijven en voorzieningen die vanwege veiligheid, hinder en verkeersaantrekkende werking niet inpasbaar zijn in woonbebouwing, ruimte wordt geboden op daarvoor te bestemmen (bedrijven)terreinen. Ook dienen nieuwe en bestaande bedrijven en voorzieningen met omvangrijke goederenstromen en/of een omvangrijke verkeersaantrekkende werking en/of arbeids- en bezoekersintensieve functies, ruimte te worden geboden op locaties met een goede aansluiting op (bij voorkeur verschillende vormen) verkeers- en vervoersverbindingen. Gemeenten hebben de mogelijkheid om in hun bestemmingsplan een aparte bestemming op te nemen voor perifere detailhandel. Provincies stellen gezamenlijk richtlijnen op met betrekking tot de branchebeperkingen voor perifere detailhandel. Deze richtlijnen worden vervolgens door het kabinet geaccordeerd. Opgemerkt moet worden dat de werking van het PDV/GDV-beleid met de Nota Ruimte niet ineens is opgeheven. Het maakt immers onderdeel uit van het nog vigerende ruimtelijke beleid op gemeentelijk en provinciaal niveau. Gemeenten en provincies kunnen bij het vaststellen van nieuw beleid hun ruimtelijke detailhandelsbeleid wijzigen. Provinciaal beleid In de Provinciale Visie Detailhandel (januari 2003) van de provincie Utrecht worden de beleidsuitgangspunten voor verschillende winkelgebiedstypen beschreven. De beleidsuitgangspunten uit deze Provinciale Visie zijn overgenomen in het streekplan dat in december 2004 is vastgesteld. Voor recreatieve centra wordt prioriteit gegeven aan behoud en versterken van de positie. Ontwikkelingen die de positie van recreatieve centra kunnen ondermijnen moeten worden tegengegaan. Op wijkniveau, en voorzover haalbaar op buurtniveau, moet worden gestreefd naar een volwaardig en compleet voorzieningenaanbod. Grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.500 m² bvo per winkel) moeten zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande winkelconcentraties. Bovendien moeten ze goed bereikbaar zijn (auto én OV). Een cluster van grootschalige detailhandel mag geen ontwrichting van de detailhandelsstructuur tot gevolg hebben. Een dergelijk cluster grenst bij 8 Droogh Trommelen Broekhuis
voorkeur aan centra met een bovenregionale natuurlijk proces van winkelspreiding heeft functie en moet qua functie complementair plaatsgevonden. zijn aan de bestaande winkelgebieden. Op Plankaart Streekplan Utrecht perifere locaties wordt alleen detailhandel De gemeente Soest heeft voor de komende toegestaan die vanwege de specifieke 15 jaar een aantal woningbouwprojecten ruimtelijke eisen moeilijk inpasbaar is in gepland waardoor het inwoneraantal groeit. In bestaand winkelgebied. (o.a. tuincentra, de kern Soest worden op verschillende bouwmarkten, woninginrichting waaronder inbreidingslocaties verspreid over de kern in meubels). totaal ongeveer 900 woningen gebouwd. In Soesterberg worden 600 woningen gebouwd De solitaire ontwikkeling van een perifeer waarvan 400 op een uitbreidingslocatie ten regionaal winkelcentrum is niet wenselijk. noordoosten van de huidige kern en 200 Vestiging van megasupers is (onder verspreid over inbreidingslocaties. De voorwaarden) slechts mogelijk in of gemeente Soest staat verder positief aansluitend aan stadsdeelcentra. tegenover de ontwikkeling van 400 woningen op het terrein van zorginstelling Abrona in de Grootschalige winkels: aansluiten bij bestaand aanbod Gemeentelijk beleid gemeente Zeist. Dit nieuwbouwproject ligt De gemeente Soest heeft in het verleden tegen de gemeentegrens tussen Soest en gekozen voor een tweepolenbeleid waardoor Zeist aan de westkant van Soesterberg. zich in Soest twee hoofdwinkelcentra hebben Recente uitbreiding van winkelaanbod in Soest Zuid Droogh Trommelen Broekhuis ontwikkeld. Het beleid was gericht op De gemeente Soest werkt aan de actualisatie gelijkwaardigheid van beide polen. In de van de hoofdwegenstructuur in de kern Soest. gemeentelijke Structuurvisie van Soest (1992) Onderdelen van het beleid zijn verbetering is geconcludeerd dat het winkelaanbod als van het verblijfsklimaat en optimalisering van geheel niet voldeed en is het idee van de de doorstroming in de Van Weedestraat, een tweepoligheid losgelaten. Vervolgens is betere benutting van de Koningsweg (N221) er vanuit de gemeente geen nieuw en verbetering van de verkeers- detailhandelsbeleid vastgesteld waardoor een afwikkeling in de Soesterbergsestraat. 9