Detailhandelsnota
|
|
|
- Renske Louisa de Valk
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 gemeente Schiedam cluster Stedelijke Ontwikkeling afdeling Ruimtelijk Gebruik Postbus EA Schiedam Stadskantoor Stadserf DZ Schiedam T W Detailhandelsnota
2 1
3 0 Samenvatting Detailhandel is van groot belang voor de economie, leefbaarheid en identiteit van Schiedam. Trends in de detailhandel en ontwikkelingen in Schiedam vragen om een goede onderlinge afstemming tussen de verschillende winkelgebieden. De gemeente Schiedam heeft DTNP gevraagd een detailhandelsnota op te stellen voor de periode met als centrale vraag hoe de gemeente kan zorgen voor een goed functionerend detailhandelsapparaat. Schiedamse detailhandelsstructuur Schiedam heeft circa inwoners die de beschikking hebben over zo n m 2 wvo aan winkels, verdeeld over 450 verkooppunten. De binnenstad is het grootste winkelgebied maar functioneert momenteel matig. Dit komt enerzijds door grote concurrentie in de regio en anderzijds door het beperkte en kleinschalige (recreatieve) aanbod en de afwezigheid van veel landelijke filiaalbedrijven. Wel is een gevarieerd horeca- en cultureel aanbod aanwezig en heeft de binnenstad een aantrekkelijke historische uitstraling. Toch gaan veel Schiedammers nu voor een dagje winkelen naar andere centra. De winkelstructuur op buurt- en wijkniveau is op enkele plekken te kleinschalig en fijnmazig. Naast grotere wijkcentra zijn er veel buurtcentra en winkelstrips. De verdeling over de wijken is scheef. Met name in West en Oost is het aanbod kleinschalig en versnipperd. Schiedam heeft geen grootschalige perifere detailhandelsconcentratie. Wel zijn enkele grote aanbieders aanwezig op bedrijventerreinen (elektronica, bouwmarkten). Trends en ontwikkelingen In de detailhandel zijn diverse trends gaande die ook gevolgen hebben voor de Schiedamse winkelstructuur, met name schaalvergroting van winkels en winkelgebieden. Daarnaast spelen diverse lokale ontwikkelingen in het aanbod. Er zijn plannen voor realisatie van het Urban Entertainment Center Schieveste met winkels in multimedia en herontwikkeling van het wijkcentrum Hof van Spaland. In deze visie streven we naar een goede onderlinge samenhang tussen (ontwikkelingen in) de winkelgebieden in Schiedam. Ambities voor de binnenstad De gemeente heeft de ambitie om de positie van de binnenstad als hét winkelgebied voor Schiedam te versterken. Hierbij is het van belang om een substantieel winkelprogramma toe te voegen. Hiervoor bestaan in principe voldoende marktpotenties. Goede afstemming met ontwikkelingen elders (Hof van Spaland, Schieveste) is dan wel noodzakelijk. Door in de binnenstad in één keer een groot samen-hangend winkelprogramma in het middensegment te realiseren, met voldoende courante units die aantrekkelijk zijn voor filialen, kan het imago van de binnenstad verbeterd worden. Een sterk aanbod aan recreatieve filialen leidt tot een forse toename van bezoekers (hogere lokale binding) en daarmee kan het functioneren als motor voor specialistischer en kleinschaliger aanbod in straten als de Broersveld en Hoogstraat. Belangrijk uitgangspunt is dat de nieuwe units op een strategische locatie gerealiseerd worden waardoor de hele 2
4 binnenstad versterkt wordt en overige winkels kunnen profiteren. Een extraverte uitstraling en een goede aantakking op de bestaande structuur zijn belangrijk. Als het aanbod niet substantieel uitgebreid wordt, zal de detailhandelspositie van de binnenstad afzwakken met mogelijk op termijn een functie als stadsdeelcentrum met de nadruk op boodschappen doen en makkelijke aankopen. Voor de Hoogstraat en Broersveld wordt het dan nog moeilijker om tot een goede invulling met publieksfuncties te komen. Interesse voor private investeringen zal beperkt zijn. De druk op (co)financiering door de overheid neemt toe. Thematische ontwikkeling van Schieveste De detailhandel in het Urban Entertainment Center Schieveste heeft een meerwaarde voor de stad indien het complementair is aan de binnenstad. Hiervoor is een thematische ontwikkeling gewenst. Gekozen is voor het thema multimedia. De ontwikkeling hiervan staat echter onder druk. Om de gewenste positie van de binnenstad niet te ondermijnen is het van belang dat Schieveste niet ingevuld zal worden met andere (recreatieve) branches. Als dit wel gebeurt zijn er nauwelijks mogelijkheden voor versterking van de binnenstad. Vitale voorzieningen in elke wijk De gemeente streeft naar een zo compleet mogelijk dagelijks aanbod op een zo kort mogelijke afstand van de woning. Een eigentijds supermarktaanbod is voor moderne en complete wijkcentra een belangrijke publiekstrekker. Hiervoor is wel voldoende draagvlak in de wijk noodzakelijk (± inwoners). Er zijn niet voldoende marktpotenties voor substantiële uitbreiding van het dagelijkse aanbod. Wel is schaalvergroting en concentratie in winkelgebieden gewenst: Hof van Spaland (noord): versterking van positie als groot wijkwinkelcentrum door uitbreiding van het (dagelijks) aanbod, zonder dat de positie van de binnenstad wordt ondermijnd; Mgr. Nolenslaan (nieuwland): behoud van positie als klein wijkwinkelcentrum met schaalvergroting van supermarkten; De Gorzen (zuid): behoud positie als klein wijkwinkelcentrum met schaalvergroting supermarkt; Rubensplein e.o. (west): opwaardering tot buurtwinkelcentrum door toevoeging van een eigentijdse supermarkt; Woudhoek, Malmö, Contrabas (noord): behoud positie als buurtwinkelcentrum; Dieselstraat (oost): behoud solitaire supermarkt, mogelijk schaalvergroting en verplaatsing. Concentratie van perifere detailhandel Er is geen aanleiding om het aanbod in de periferie uit te breiden. Concentratie van winkels in volumineuze branches op het bedrijventerrein s-graveland (waar het grootste deel is gevestigd) is gewenst. Hierdoor kunnen de winkels van elkaars nabijheid profiteren en worden de eventuele negatieve effecten (verkeersaantrekkende werking, milieunormen) voor het bedrijventerrein beperkt. 3
5 1 Inleiding Aanleiding Detailhandel is van groot belang voor de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in de stad. Dat geldt zowel voor de binnenstad als voor de wijken. Het economisch klimaat wordt voor een groot deel bepaald door winkelvoorzieningen en bovendien dragen ze bij aan de ruimtelijke structuur, identiteit en aantrekkelijkheid van Schiedam. In Schiedam zijn diverse detailhandelsontwikkelingen gaande. Met name voor de Binnenstad, voor nieuwe mogelijkheden op Schieveste en voor de Hof van Spaland is veel aandacht. Daarnaast zijn er in de detailhandel allerlei trends gaande zoals schaalvergroting en branchevervaging. Het onderlinge afstemming van de winkelgebieden en geplande ontwikkelingen is essentieel om een sterk apparaat te bouwen. Het maken van keuzes is noodzakelijk om te komen tot een evenwichtige en duurzame voorzieningenstructuur voor de consument waarin de markt met vertrouwen durft te investeren. Vraagstelling De gemeente Schiedam heeft Droogh Trommelen en Partners (DTNP) gevraagd een detailhandelsnota op te stellen voor met als centrale vraag hoe de gemeente kan zorgen voor een goed functionerend detailhandelsapparaat. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: Hoe kan de huidige aanbodstructuur van Schiedam (kwantitatief en kwalitatief) worden beoordeeld? Welke trends en ontwikkelingen doen zich voor in de detailhandel en in Schiedam aan zowel vraag- als aanbodzijde? Wat is de gewenste winkelstructuur in Schiedam en wat is de haalbare en gewenste positie (functie) van afzonderlijke winkelgebieden? Wat zijn, rekening houdend met deze gewenste positie, de sterke en zwakke punten en kansen en bedreigingen in de afzonderlijke winkelgebieden van Schiedam? Welke acties zijn in de verschillende winkelgebieden noodzakelijk en gewenst in relatie tot de gewenste positie in de winkelstructuur? Welk beleidskader is gewenst om de beoogde winkelstructuur te realiseren en hoe dienen individuele plannen te worden getoetst? Proces Tijdens de totstandkoming van deze detailhandelsnota voor de gemeente Schiedam heeft terugkoppeling plaatsgevonden met de begeleidingscommissie (bijlage 1) en de klankbordcommissie bestaande uit (een afvaardiging van) ondernemers. Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de huidige situatie. We maken een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van het winkelaanbod in de gemeente en in de specifieke winkelgebieden. In hoofdstuk 3 komen relevante trends in de detailhandel, overheidsbeleid 4
6 en ontwikkelingen in vraag en aanbod aan de orde. In hoofdstuk 4 komen we tot een toekomstige detailhandelsvisie voor de gehele gemeente en voor de verschillende winkelgebieden van Schiedam. Dit werken we verder uit in gewenste acties en een beleidskader. 5
7 2 Analyse huidige situatie 2.1 Ligging en kenmerken Schiedam is een stedelijke gemeente in de provincie Zuid-Holland en heeft circa inwoners* (kaart 1). Het is onderdeel van een sterk verstedelijkt gebied, ingeklemd tussen Vlaardingen (± inwoners) en Rotterdam (± inwoners). Schiedam maakt deel uit van de stadsregio Rotterdam (± 1,2 mln. inwoners). Schiedam ligt aan de rijkswegen A4 en A20 en nabij de A13 en is daardoor goed bereikbaar. Daarnaast heeft Schiedam een directe spoorverbinding met Rotterdam en Delft. Ook is de gemeente aangesloten op het metro- en tramnetwerk van Rotterdam. De gemeente bestaat ruimtelijk-functioneel uit twee delen door de ligging van de rijksweg A20, de spoorlijn Rotterdam-Vlaardingen en een groenstrook (kaart 2). Het zuidelijke deel is Oud-Schiedam en bestaat uit de wijken Nieuwland, West, Centrum, Zuid en Oost en heeft in totaal circa inwoners*. In Schiedam-Noord, bestaande uit de wijken Groenoord, Woudhoek, Spaland Sveaparken en Kethel Bijdorp, wonen circa mensen. Het aantal niet-westerse allochtone inwoners in Schiedam is relatief hoog (24%) in vergelijking met het gemiddelde in Nederland (11%). Allochtone bewoners zijn vooral geconcentreerd in de wijk Nieuwland. Circa 50% van de bevolking is van niet-westerse afkomst (CBS, 2009). Schiedam kenmerkt zich door een zeer hoge bevolkingsdichtheid. Met bijna inwoners per km² staat de gemeente in Nederland op de zevende plaats. De stad is vooral bekend om haar historische binnenstad met de grachten, oude korenmolens en diverse musea als het Stedelijk Museum en Jenevermuseum. 2.2 Winkelaanbod Totaal winkeloppervlak Het winkelaanbod in de gemeente Schiedam bestaat uit ruim m² winkelvloeroppervlak (wvo), verdeeld over circa 450 winkels* (bijlage 4). Dit aanbod bestaat voor bijna eenderde deel uit boodschappenwinkels (voedings- en genotmiddelen en frequent benodigde non-food), voor eenderde uit modisch- en overig recreatief aanbod en eenderde uit aanbieders in gerichte non-food (woninginrichting en doe-het-zelf) (brancheindeling in bijlage 2). De totale omvang van het winkelaanbod in Schiedam is fors kleiner dan gemiddeld in kernen met een vergelijkbaar inwoneraantal (± m² wvo) (figuur 1). Het gaat met name om relatief gering aanbod in recreatieve branches en gerichte non-food. Voor een deel is dit te verklaren door de nabijheid van sterk 6
8 concurrerend aanbod in de omgeving (Alexandrium, binnenstad Rotterdam). Echter, ook in vergelijking met enkele referentiecentra met een vergelijkbaar inwoneraantal en ligging ten opzichte van een centrum van hogere orde (Amstelveen, Vlaardingen, Alphen aan de Rijn, Spijkenisse) is het aanbod in Schiedam met name in recreatieve branches relatief klein (figuur 1). Gemiddelde winkelomvang De gemiddelde omvang van een winkel in Schiedam is circa 160 m 2 wvo. In kernen met een vergelijkbaar inwonertal is dit circa 280 m² wvo. De winkels in Schiedam zijn dus relatief klein en dat geldt voor winkels in elke branche (figuur 2). Koopstromen Uit onderzoek* in 2004 kwam naar voren dat 89% van alle bestedingen van Schiedammers in de dagelijkse sector terecht kwam in het eigen winkelapparaat. Gemiddeld in referentiekernen (vergelijkbaar inwonertal en ligging ten opzichte van een grotere kern) is dat 92%**. In de niet-dagelijkse sector was de binding in heel Schiedam 56%. Dit is iets lager dan gemiddeld in referentiekernen (61%). 2.3 Winkelstructuur De winkelstructuur in Schiedam is fijnmazig en heeft een hiërarchische opbouw met de binnenstad als belangrijkste winkelgebied, drie wijkwinkelcentra, diverse buurtwinkelcentra en enkele winkelstrips (typologie winkelgebieden in bijlage 3). Daarnaast is verspreide bewinkeling aanwezig (figuur 3, kaart 3). Binnenstad Van het totale winkelaanbod in de gemeente is bijna 40% in de binnenstad van Schiedam gevestigd. In totaal is hier circa m² wvo aanwezig. Het aanbod bestaat uit zowel boodschappen- als recreatieve en doelgericht bezochte winkels. Wijkvoorzieningen Hof van Spaland is het tweede winkelgebied is de gemeente. Met circa m 2 wvo heeft het een positie als wijkwinkelcentrum met een compleet pakket aan dagelijkse winkels, maar ook enig modisch recreatief aanbod. Mgr. Nolenslaan (4.400 m² wvo) en de Gorzen (3.900 m² wvo) hebben een positie als klein wijkwinkelcentrum. In Schiedam zijn 5 buurtwinkelcentra gevestigd (Contrabas, Woudhoek, Malmö, Borodinlaan, s-gravelandseweg). Deze bestaan alle uit een supermarkt en beperkt overig dagelijks aanbod. De omvang van de buurtcentra ligt tussen de en m² wvo. Ook zijn drie winkelstrips (St. Lidiunastraat, Parkweg en Rubensplein) aanwezig. Het aanbod bestaat uit uiteenlopende kleinschalige winkels met een totale omvang tussen de 500 en 900 m 2 wvo. In deze winkelstrips is geen supermarkt gevestigd. Verspreide bewinkeling 7
9 Circa 28% van het winkelaanbod is verspreid gelegen (± m 2 wvo). Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde in kernen met een gelijk inwonertal (26%). Naast enkele supermarkten (NMS, Coopcompact, Lidl) en kleinschalig aanbod (vooral in Oost) gaat het om de twee elektronicazaken IT S en Prijstopper op bedrijventerrein s-gravenland. Daarnaast zijn drie bouwmarkten aanwezig (Gamma (2x), Karwei) en enig aanbod in woninginrichting. Er is geen concentratie van perifere detailhandel. 2.4 Binnenstad Totaal winkeloppervlak De binnenstad van Schiedam heeft circa m² wvo (± 200 verkooppunten). Dit is beperkt in vergelijking met centra van kernen met een vergelijkbaar inwonertal (± m 2 wvo) (figuur 4, bijlage 4). Dit heeft vooral te maken met de nabijheid van Rotterdam en Vlaardingen. Echter, ook referentiecentra met eenzelfde ligging hebben meer aanbod. Het beperkte aanbod in de Schiedamse binnenstad komt vooral tot uitdrukking in het kleine recreatieve aanbod (kleding, schoenen, sport, spel, boeken, cd s, warenhuis, elektronica). Overige functies Naast winkels zijn er diverse dienstverlenende bedrijven als kappers, bankfilialen en uitzendbureaus etc. De horeca bestaat uit zo n 70 bedrijven en zorgt samen met culturele voorzieningen als musea, kunstgaleries, theater en de historische uitstraling voor een bijzonder en aantrekkelijk toeristisch aanbod. Filialisering De filialisering in de binnenstad van Schiedam is laag. Circa 20% van het aantal winkels is een landelijk filiaalbedrijf. In centra met een vergelijkbaar inwonertal is dat circa 34%. De aanwezige filialen zijn voor een groot deel gevestigd in de geplande winkelprojecten Nieuwe Passage en ABC-locatie. In oude historische winkelstraten zijn weinig filialen aanwezig en staan (vooral in de Hoogstraat en Broersvest) tientallen panden leeg. Gemiddelde winkelomvang De gemiddelde winkelomvang is relatief klein (figuur 5). Behalve in gerichte non-food zijn in alle branches winkels gemiddeld kleiner dan in centra van kernen met een gelijk inwonertal. Ondanks twee eigentijdse supermarkten (Albert Heijn m 2 wvo, Bas v/d Heijden ± m 2 wvo) is dit met name in voedings- en genotmiddelen het geval. Daarnaast zijn veel recreatieve winkels kleinschalig. Trekkers als HEMA (± m² wvo), H&M (± 950 m² wvo) en C&A (± 560 m² wvo) hebben een kleinere winkel dan gemiddeld in Nederland. De kleinschaligheid heeft vooral te maken met de aanwezigheid van veel historische panden. Dit geeft de binnenstad een aantrekkelijke stedenbouwkundige uitstraling. Winkelunits in de Hoogstraat en Broersvest zijn daardoor ook vaak ongeschikt voor (grote) filialen. Positie in de regio Schiedam ligt in een verstedelijkt gebied met enkele grote steden in de omgeving. Op nog geen 10 kilometer ligt de binnenstad van Rotterdam met zo n m 2 wvo in vooral 8
10 recreatieve branches. Iets verderop ligt Alexandrium (± m 2 wvo) met naast een stadsdeelcentrum vooral woninginrichting en grootschalig recreatief aanbod (PDV-GDV locatie). In het westen ligt het centrum van Vlaardingen met m 2 wvo. Op grotere afstand in het noorden ligt de binnenstad van Delft met ruim m 2 wvo. Al deze centra hebben meer winkelaanbod dan de binnenstad van Schiedam. Daarmee speelt Schiedam in de regionale hiërarchie van recreatieve centra een ondergeschikte rol (figuur 6). Koopstromen In het Omnibusonderzoek uit 2004 bleek dat de binnenstad 34% van alle Schiedamse bestedingen in de niet-dagelijkse sector aan zich wist te binden. In centra van kernen met een vergelijkbaar inwonertal en ligging ten opzichte van centrum van hogere orde is dat 55%. Veel Schiedammers winkelen dus relatief vaak in concurrerende centra. 2.5 Wijkvoorzieningen Naast de binnenstad zijn er in Schiedam diverse winkelvoorzieningen op wijk- en buurtniveau aanwezig. De omvang van het winkelaanbod in de Schiedamse wijken varieert. Schiedam-Noord Het grootste winkelgebied in Schiedam-Noord (± inwoners) is Hof van Spaland (± m 2 wvo) met een verzorgingsfunctie als boodschappencentrum voor heel Noord. Hof van Spaland is centraal in Noord gelegen, is goed bereikbaar met auto en openbaar vervoer, heeft voldoende parkeergelegenheid en een compleet dagelijks aanbod. Belangrijkste publiekstrekkers zijn Albert Heijn (± m 2 wvo) en Plus (± m 2 wvo) en enkele subtrekkers (drogist Dessing, Kruidvat, Marskramer). Ook is relatief veel mode aanwezig, met name formules in het midden- en lagere segment zoals Vögele, Hans Textiel, Schoenenreus en Shoeby. Verder zijn er in Noord vier kleinere winkelcentra aanwezig met vooral een buurtverzorgende functie, bestaande uit een supermarkt en enkele overige dagelijkse winkels. De Contrabas (± m² wvo) is onlangs opgeleverd en bestaat uit supermarkt Bas van der Heijden (± m 2 wvo), drogist Kruidvat en een slager, slijter, bloemen en gemakshop. Winkelcentrum Woudhoek (± m² wvo) is niet goed zichtbaar en de autobereikbaarheid is matig. Belangrijkste winkel is supermarkt Plus (± m 2 wvo) met daarnaast nog enkele verszaken, een drogist en bloemenwinkel. Malmö is een nieuw winkelcentrum en bestaat uit supermarkt Coop (± 900 m 2 wvo), een bakker en rijwielhandel. Een aantal units staan leeg. Aan de Borodinlaan (± 850 m 2 wvo) is de enige discountsupermarkt in Noord gevestigd (Aldi van ± 600 m 2 wvo) en enkele verszaken, gemaksshop en een rijwielhandel. Nieuwland 9
11 De winkelstructuur in de wijk Nieuwland (± inwoners) bestaat uit wijkwinkelcentrum Mgr. Nolenslaan, buurtwinkelcentrum s-gravelandseweg en de Parkweg. De Nolenslaan (± m² wvo) heeft een belangrijke verzorgingsfunctie voor heel Nieuwland. Belangrijkste trekkers zijn supermarkten Plus en Lidl (beiden ± 850 m 2 wvo). Daarnaast is een compleet overig (dagelijks) aanbod aanwezig, bestaande uit diverse (allochtone) verszaken, een drogist, een textielsuper (Zeeman) en Action. Het winkelcentrum heeft een aaneengesloten maar langgerekte structuur, een aantrekkelijke openbare ruimte en goede parkeermogelijkheden. Op korte afstand van de Nolenslaan, aan de doorgaande weg Burg. van Haarenlaan, ligt supermarkt NMS (± m 2 wvo) met een assortiment dat voor een deel uit bestaat uit Hollandse A-merken en voor een deel uit etnisch assortiment. Aan de s-gravelandseweg ligt een buurtwinkelcentrum. Door de aanwezigheid van discountsupermarkt Aldi (± 700 m² wvo) heeft dit winkelcentrum voor een deel ook een buurtoverstijgende functie. Daarnaast bevinden zich enkele verszaken en enig aanbod in de gerichte non-food. Aan de Parkweg ligt een winkelstrip waar enkele (allochtone) verszaken en overige kleinschalige voorzieningen gevestigd zijn. West In de wijk West (± inwoners) is geen volwaardig winkelcentrum aanwezig. De winkelstructuur bestaat uit de winkelstrips Rubensplein (± 520 m² wvo) en St. Lidiunastraat (± 550 m² wvo) waar uiteenlopende kleinschalige winkels gevestigd zijn. Daarnaast is net buiten Rubensplein een erg kleine Coopcompact (± 180 m² wvo) aanwezig. Zuid In Schiedam Zuid (± inwoners) ligt wijkwinkelcentrum De Gorzen (± m² wvo) met een compleet aanbod aan dagelijkse en semi-dagelijkse winkels. Publiekstrekker is Albert Heijn (± m² wvo). Andere grote winkel is warenhuis B.T. Service (± 840 m² wvo). Oost In de wijk Oost ( inwoners) bevindt zich geen samenhangend winkelgebied. Wel zijn er veel verspreid gelegen winkels aanwezig (± 25). De totale omvang van het winkelaanbod is m² wvo. De winkels liggen voornamelijk aan de Lorentzlaan, Van Swindensingel en Professor Kamerlingh Onneslaan. Discountsupermarkt Lidl aan de Dieselstraat (nabij Lorentzlaan) heeft een omvang van circa 560 m² wvo en is de grootste aanbieder in de wijk. Daarnaast zijn er verschillende versspeciaalzaken te vinden. Bas van der Heijden (± 800 m 2 wvo), net over de grens in Rotterdam, heeft ook een functie voor inwoners in Schiedam-Oost. De winkels in Oost hebben tevens een verzorgende functie voor inwoners uit Rotterdam. 10
12 2.6 Conclusie In Schiedam is m 2 wvo aan winkels gevestigd. Het aanbod is vooral in recreatieve branches beperkt. De binnenstad heeft een zwakke positie. Dit komt aan de ene kant door concurrentie in de regio. Aan de andere kant door het beperkte en kleinschalige aanbod en de afwezigheid van veel aantrekkelijke filialen dat voor een deel het gevolg is van de vele kleine units. Wel heeft de binnenstad een gevarieerd aanbod toeristische voorzieningen (horeca en cultuur) en een aantrekkelijke historische uitstraling. De historiciteit is echter matig zichtbaar. De wijkwinkelstructuur is kleinschalig en fijnmazig. Naast enkele grotere wijkcentra zijn er veel buurtcentra en winkelstrips. De verdeling van voorzieningen over de wijken is wat scheef. In West en Oost is het dagelijkse aanbod beperkt. Schiedam heeft geen perifere detailhandelsconcentratie. Wel zijn op bedrijventerreinen enkele grootschalige aanbieders (elektronica, bouwmarkten) gevestigd. 11
13 3 Ontwikkelingen en beleid 3.1 Trends in de detailhandel Bezoekmotief Bij winkelbezoek hangt het gedrag van de consument vooral samen met het bezoekmotief. Globaal kunnen we een onderscheid maken tussen boodschappen doen, recreatief winkelen en gerichte aankopen*. De drie typen kennen een eigen ruimtelijke patroon: Boodschappen: de efficiënte aankoop van voedings- en genotmiddelen en frequente nonfood (o.a. drogist, bloemen) staat centraal. Assortiment en gemak (reistijd, parkeren) spelen een belangrijke rol. Dit winkelgedrag is vluchtig en vindt hoogfrequent plaats, in de omgeving van de woning (wijkcentra). De kwaliteit van de supermarkt zijn bepalend voor de trekkracht van een boodschappencentrum; Recreatief winkelen: het gaat om de aankoop van keuzegevoelige artikelen (mode, cd s, boeken etc.). Het rondkijken en ontspannen is net zo belangrijk of zelfs belangrijker dan de aankoop. De attractiviteit van een recreatief winkelgebied wordt primair bepaald door het modeaanbod en landelijke trekkers. Veel bijzondere speciaalzaken, sfeer, aantrekkelijke horeca en een goede bereikbaarheid vergroten de attractiviteit. Naarmate consumenten de aankoop (en niet het rondkijken of ontspannen) meer centraal stellen is efficiëntie belangrijker: optimale bereikbaarheid en een compleet assortiment in een compacte opzet; Doelgerichte aankopen: de aankoop van artikelen in woninginrichting, doe-het-zelf en tuincentra. Het winkelgedrag varieert per branche. In woninginrichting staat de aankoop van keuzegevoelige artikelen centraal. Consumenten oriënteren zich uitgebreid en zijn bereid grote afstanden af te leggen om het aanbod in meer winkels te vergelijken. Doehet-zelfartikelen zijn veelal niet keuzegevoelig. Het vergelijken van producten vindt beperkt plaats. Een goede bereikbaarheid en verkrijgbaarheid zijn belangrijk. Het winkelgedrag in tuincentra wordt enerzijds gekenmerkt door gemak en efficiëntie en anderzijds door vermaak en beleving. Specialisering in winkelgebieden Steeds vaker specialiseren winkelgebieden zich naar bezoekmotief en bezoeken consumenten voor specifieke motieven andere gebieden. Zo ligt de nadruk in buurt- en wijkcentra op boodschappen doen, in binnensteden op recreatief winkelen en in de periferie op gerichte aankopen. Winkelgebieden die in staat zijn voor een bepaald bezoekmotief een voldoende sterk aanbod te bieden, blijken in de praktijk succesvol. Sommige centra zijn in staat in te spelen op meerdere bezoekmotieven. In dat geval wordt per bezoekmotief een groot aanbod (kritische massa) geboden in een passende setting, vaak in deelgebieden (grote stadsdeelcentra en stadscentra met een kernwinkelgebied, aanloopstraten en randzones). Uitbreiding en schaalvergroting winkelstructuur De Nederlandse voorzieningenstructuur is relatief fijnmazig en heeft een hiërarchische opbouw bestaande uit o.a. buurtcentra, wijkwinkelcentra en grote binnensteden. Deze traditionele voorzieningenstructuur is in de afgelopen decennia aangevuld met nieuwe winkelgebieden zoals themacentra (o.a. Factory Outlet Centre Rosada, Gardenz Geleen), winkelclusters op trafficlocaties (AH to go op treinstations, tankshops) en grootschalige 12
14 detailhandelsvestigingen (o.a. Amsterdam ArenABoulevard, Megastores Den Haag). Als gevolg hiervan en als gevolg van de voortdurende schaalvergroting in de reguliere winkelgebieden is het winkelvloeroppervlak in Nederland in de afgelopen 25 jaar verdubbeld en heeft het nu een omvang van ruim 25 miljoen m² (figuur 8). Figuur 7 Groei winkelvloeroppervlak Door de groei van het winkelvloeroppervlak zijn keuzemogelijkheden voor consumenten aanzienlijk toegenomen. In beginsel is de consument gericht op het meest nabij gelegen winkelgebied dat in zijn behoefte kan voorzien, maar door de toenemende mobiliteit speelt afstand steeds minder vaak een rol. Voor kleinschalige winkelclusters is het steeds moeilijker om aan de toenemende eisen van de moderne consument te voldoen. Die verwacht een compleet aanbod en keuze, of het nu gaat om levensmiddelen, mode of meubelen. De noodzakelijke massa (m² wvo) voor een winkelgebied neemt dan ook toe en daarmee weer het benodigde aantal consumenten. Op deze wijze vindt geleidelijk schaalvergroting plaats in de voorzieningenstructuur. Het gevolg is dat buurtcentra langzaam maar zeker verdwijnen. Dit proces staat dikwijls op gespannen voet met de (maatschappelijke en beleidsmatige) wens voor winkels in de woonomgeving. Deze dragen immers bij aan de aantrekkelijkheid van een woonbuurt en zijn vooral belangrijk voor niet mobiele inwoners (o.a. ouderen). Deze groep is echter onvoldoende groot om een compleet dagelijks winkelaanbod op buurtniveau in stand te houden. Hetzelfde zien we bij binnensteden en woonboulevards, waar grote centra het winnen van kleinere. Schaalvergroting in alle branches Het gemiddelde winkelvloeroppervlak van winkels is de laatste jaren fors toegenomen. Een volwaardige servicesupermarkt heeft tegenwoordig een minimale omvang van à m² wvo. Bij nieuwe vestigingen wordt door enkele supermarktorganisaties een minimale maat van m² wvo gehanteerd (bijv. Jumbo). Voor de komende jaren verwachten we een verdere afname van kleinschalige supermarkten (< 700 m² ) en een toename van het aantal grootschalige supermarkten (> m²). Per saldo neemt het aantal supermarkten af (figuur 8). Figuur 8 Schaalvergroting supermarktbranche* 13
15 Veel gemeenten zijn terughoudend bij initiatieven voor nieuwe grootschalige supermarkten, vanwege de effecten op de bestaande winkelstructuur. In kledingwinkels wisselen collecties elkaar steeds sneller af om consumenten voortdurend te prikkelen en te verleiden tot aankopen. Samen met de sterke concurrentie op prijs en assortiment zorgt dit ervoor dat ook in de modebranche het aantal grootschalige winkels toeneemt. Naast traditionele grootschalige aanbieders zoals C&A en Peek & Cloppenburg vestigen zich nieuwe grootschalige (buitenlandse) modische winkelformules met een brede doelgroep zoals The Sting (gemiddeld 800 m² wvo) en Zara (gemiddeld m² wvo). De nieuwste vestigingen van H&M in Nederland, in bijvoorbeeld het Mosae Forum in Maastricht of het Piazza Center in Eindhoven, hebben een omvang van à m² wvo. Ook in andere branches zoals bruin- en witgoed/elektronica en sport en spel vindt schaalvergroting plaats. Het gemiddeld oppervlak van elektronicawinkel MediaMarkt bedraagt m² wvo. Intersport heeft in de grote binnensteden een gemiddeld oppervlak van ± m² wvo. Beide winkelformules richten zich op recreatief winkelend publiek en hebben weinig meer te maken met de traditionele bruin- en witgoed of sportzaak. Door hun brede en diepe assortiment creëren zij hun eigen vraag en bezoekersstroom*. Omdat ze veel bezoekers trekken hebben winkelformules als MediaMarkt en Intersport een grote toegevoegde waarde in recreatieve centra. Zij kunnen fungeren als belangrijke trekkers. We zien echter ook dat dit soort grootschalige winkels zich steeds vaker op solitaire locaties in de periferie wil vestigen. Deze locaties zijn doorgaans goedkoper en beter bereikbaar en omdat deze formules hun eigen bezoekersstroom creëren en niet afhankelijk zijn van de trekkracht van andere winkels, kunnen ze ook prima functioneren. Supermarkt is trekker in boodschappencentra De kwaliteit en omvang van de supermarkt zijn sterk bepalend voor de trekkracht van een boodschappencentrum. In de afgelopen jaren is het aandeel van de supermarkt in de totale bestedingen aan voedings- en genotmiddelen sterk toegenomen ten koste van (vers)speciaalzaken. Schaalvergroting en meer aandacht voor vers (relatief hoge marges) in supermarkten zijn hiervan de oorzaak. In 2005 kwam nog slechts 10% van de bestedingen aan aardappelen, verse groenten en vers fruit terecht in de groentewinkel. Bakkers scoorden een marktaandeel van ± 30% en slagers ± 20%*. Het stijgende marktaandeel van supermarkten zorgt ervoor dat speciaalzaken het moeilijker krijgen. Tegelijkertijd zorgen supermarkten in een winkelcentrum voor een grote bezoekersstroom. Uit onderzoek** blijkt dat ⅓ deel van de bezoekers aan supermarkten in buurt- en wijkcentra ook één of meer van de nabijgelegen verszaken bezoekt. Dit percentage varieert nauwelijks met de omvang van de supermarkt. Speciaalzaken kunnen daarom meer bezoekers verwachten indien zij nabij een sterk supermarktaanbod gelegen zijn. Populariteit van winkelen via internet groeit 14
16 De omzet van Nederlandse internetwinkels stijgt jaarlijks. Succesvolle aanbieders zijn bestaande winkel- en postorderbedrijven die hun activiteiten uitbreiden via internet (Mexx, Wehkamp, Kijkshop) en nieuwe bedrijven als bol.com. Bijna de helft van de Nederlandse winkelketens heeft inmiddels een webwinkel. Bijna 60% van de totale online bestedingen betreft de verkoop van diensten (vliegtickets, verzekeringen, films, etc.). De overige 40% van de omzet komt uit de verkoop van fysieke producten via internet. In 2008 bedroegen de totale bestedingen aan non-food producten via internet 2,2 mld. Dit is 4,5% van de totale bestedingen aan non-food in de detailhandel. In 2002 was dat nog 1%. Figuur 9 Aandeel van totale bestedingen aan non-food via internet* De fijnmazige voorzieningenstructuur in Nederland draagt ertoe bij dat het kopen via internet waarschijnlijk minder belangrijk zal blijven dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. In sommige branches (cd, makelaardij, bank, reisbureau) is de invloed van internet toch sterk merkbaar. Vooralsnog gaan marktpartijen ervan uit dat het aandeel van internet als aankoopkanaal beperkt blijft en dat het geen substantiële invloed heeft op de winkelstructuur als geheel. Branchevervaging in de periferie neemt toe In veel sectoren binnen de detailhandel treden verschijnselen van branchevervaging of - vervreemding op: het aangeboden assortiment is anders dan gebruikelijk in de oorspronkelijke branchegroep. Zo zijn er drogisterijen die ook speelgoed verkopen en supermarkten waar ook computers worden verkocht. In normale winkelgebieden leidt dit niet tot (planologisch-juridische) problemen, omdat de branchering niet in het bestemmingsplan kan worden opgenomen. Op locaties buiten de reguliere winkelconcentraties is detailhandel veelal specifiek bestemd of via een vrijstelling geregeld (bijv. bouwmarkt op een bedrijventerrein). Geconstateerd kan worden dat bedrijven, die vanwege de omvang van de artikelen buiten de reguliere winkelgebieden mogen vestigen, in toenemende mate branchevreemde artikelen verkopen. Zo zijn er bouwmarkten die ook speelgoed aanbieden en tuincentra die huishoudelijke artikelen verkopen. Om te voorkomen dat structuur-verstorende effecten ontstaan voor reguliere winkelgebieden is handhaving noodzakelijk. Steeds ruimere openingstijden Voor winkels gelden in principe flexibele openingstijden. Maandag t/m zaterdag tussen 6 en 22 uur mag een winkel open zijn. Voor zondagopenstelling en speciale openingstijden is een vergunning nodig. Vaak maken winkeliersverenigingen afspraken over gezamenlijke 15
17 openingstijden (bv. van 10 tot 18 uur). De drukte in een winkel hangt veelal af van de drukte bij de buren. Steeds vaker zien we dat met name grote winkels langer open blijven. Denk aan supermarkten, bouwmarkten maar ook een winkel als Mediamarkt is vaak s avonds open. Deze winkels hebben autonome trekkracht, worden (deels) doelgericht bezocht en zijn daardoor nauwelijks afhankelijk van andere winkels. 3.2 Overheidsbeleid Rijksbeleid: Nota Ruimte In 2005 is de Nota Ruimte vastgesteld door de Tweede Kamer en in 2006 door de Eerste Kamer. Hierin zijn het locatiebeleid uit de Vierde Nota (ABC-locatiebeleid) en het locatiebeleid voor perifere en grootschalige detailhandel (PDV/GDV-beleid) vervangen door één integraal locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen. Doelstelling is om elk bedrijf een goede vestigingsplaats te bieden zodat een optimale bijdrage wordt geleverd aan de kracht van steden en dorpen*. Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor een voldoende en gevarieerd op de vraag afgestemd aanbod van locaties voor bedrijven en voorzieningen. Provincies concretiseren het integrale locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen in het provinciale ruimtelijke en verkeers- en vervoersbeleid. Uitgangspunt is dat nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel niet ten koste mogen gaan van de bestaande detailhandelsstructuur in wijkwinkelcentra en binnensteden. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om in bestemmingsplannen een aparte bestemming op te nemen voor perifere detailhandel. Verder dienen provincies te reguleren dat: bedrijven en voorzieningen die vanwege veiligheid, hinder of een verkeersaantrekkende werking niet inpasbaar zijn in woonbebouwing, ruimte wordt geboden op daarvoor te bestemmen (bedrijven)terreinen; nieuwe en bestaande bedrijven en voorzieningen met omvangrijke goederenstromen en/of een omvangrijke verkeersaantrekkende werking en/of arbeids- en bezoekersintensieve functies, ruimte wordt geboden op locaties met een goede aansluiting op (bij voorkeur verschillende vormen van) verkeers- en vervoersverbindingen; nieuwe en bestaande bedrijven en voorzieningen met arbeids- en/of bezoekersintensieve functie ruimte wordt geboden op locaties in de nabijheid van openbaar vervoersknooppunten en met een goede aansluiting op (bestaande) verkeers- en vervoersverbindingen. IPO-richtlijnen De provincies hebben in het Interprovinciaal Overleg (IPO) gezamenlijk richtlijnen opgesteld met betrekking tot branchebeperkingen voor perifere detailhandel*. Het gaat om een minimumpakket aan richtlijnen, een strenger beleid door individuele provincies is mogelijk: 16
18 IPO geeft prioriteit aan de positie van de bestaande winkelgebieden. Ruimte voor veranderingen wordt geboden onder voorwaarde dat de bestaande structuur niet duurzaam wordt aangetast; Vernieuwing of uitbreiding vindt bij voorkeur plaats binnen of onmiddellijk grenzend aan bestaande winkelgebieden; Vestiging van detailhandel in het buitengebied (weidewinkels) is niet toegestaan; Grootschalige winkelvoorzieningen worden bij voorkeur geaccommodeerd op binnenstedelijke locaties; Detailhandel voor niet-frequente doelgerichte aankopen is alleen op perifere locaties toegestaan als deze moeilijk inpasbaar is in bestaande winkelgebieden vanwege de volumineuze aard, brand- en explosiegevaar en dagelijkse bevoorrading; Thematische ontwikkelingen zijn alleen dan toegestaan als er geen ruimte is aangrenzend aan bestaande centra en als het thema specifiek aan de perifere locatie is gebonden; Grootschalige detailhandel met een bovenlokale verzorgingsfunctie sluit bij voorkeur aan op bestaande detailhandelsconcentraties en dient goed bereikbaar te zijn met openbaar vervoer en auto. Clusters van grootschalige detailhandel (eventueel in combinatie met leisure) kunnen alleen worden geconcentreerd in stedelijke netwerken nabij knooppunten met een bovenregionale functie; Onderzoek moet aantonen dat de ontwikkeling van (een cluster van) grootschalige detailhandel geen ontwrichting van de bestaande detailhandelsstructuur tot gevolg heeft. Deze IPO-richtlijnen zijn geaccordeerd door het kabinet*. De nieuwe Wro De nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) is op 1 juli 2008 in werking getreden. De invoering van de nieuwe Wro brengt een aantal belangrijke veranderingen met zich mee voor de wijze waarop plannen van overheden tot stand komen en gewijzigd worden. Zo worden bijvoorbeeld de planologische kernbeslissing (Rijk), het streekplan (provincie) en het structuurplan (gemeente) vervangen door structuurvisies. Met de nieuwe Wro zijn gemeenten verplicht om voor het hele grondgebied actuele bestemmingsplannen op te stellen. Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien kan, in plaats van een bestemmingsplan, een beheersverordening worden opgesteld. De nieuwe Wro staat branchering in bestemmingsplannen toe. Gemeenten hebben de mogelijkheid om, ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, in een bestemmingsplan eisen te stellen ten aanzien van de vestiging van bepaalde branches van detailhandel. Met de beperking van bijvoorbeeld de vestiging van grote supermarkten aan de rand van de stad kunnen gemeenten ongewenste ontwikkelingen voor de bestaande detailhandelsstructuur voorkomen of tegengaan. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de branchebeperkingen moeten worden gemotiveerd vanuit overwegingen van ruimtelijke kwaliteit en niet mogen worden gegrond op argumenten van concurrentiebeperking. Provinciale detailhandelsvisie Zuid-Holland 17
19 In 2007 heeft de provincie Zuid-Holland nieuw beleid opgesteld voor de detailhandel in de provincie*. Hierin is aangegeven dat de provincie streeft naar het zoveel mogelijk versterken van de bestaande structuur van grotere centra. Voor Schiedam zijn de volgende uitgangspunten relevant: het centrum van Schiedam heeft een kwalitatieve impuls nodig; de ontwikkeling van Schieveste sluit in principe aan op het beleid, maar mag niet ten koste gaan van de regionale functie van centra in de stadsregio Rotterdam; in de stadsregio Rotterdam is geen behoefte aan een nieuwe GDV-locatie. Voor detailhandel op perifere locaties wordt in principe vastgehouden aan het traditionele PDV-beleid. Perifere detailhandel buiten PDV-locaties dient aanvullend te zijn op de bestaande structuur en geen ontwrichtende werking te hebben. Structuurvisie Stadsregio Rotterdam De stadsregio Rotterdam heeft in 2002 een beleidsdocument opgesteld voor de detailhandel*, waarin het volgende is opgenomen: detailhandel moet worden gehuisvest op de huidige, daartoe aangewezen locaties; grootschalige detailhandel is toegestaan op de daartoe aangewezen plekken in het oude PDV/GDV-beleid. Een nieuw cluster wordt niet nodig geacht; een urban entertainment centrum kan toegevoegde waarde hebben voor de stadsregio, mits het bij een centraal stedelijk knooppunt wordt gelokaliseerd; er zijn hier en daar teveel wijk- en buurtcentra. Gemeentes dienen onderzoek te doen naar hun buurt- en wijkcentra, met het doel gezonde centra over te houden. Gemeentelijk beleid De binnenstad staat al jaren hoog op de politieke agenda. In 2000 heeft Seinpost een visie gemaakt voor de binnenstad op basis waarvan het bestemmingsplan Binnenstad 2003 is vastgesteld. Hierin zijn vier deelgebieden aangewezen: kernwinkelgebied (Nieuwe Passage e.o., Koemarkt, Broersveld, ABC-locatie): winkel- en horecafunctie; gemengd gebied (Hoogstraat, Broersvest): winkels, horeca, overige bedrijven; themagebied (Hoogstraat, Korte Dam, Dam, Korenbeurs): specialisatie in het thema woninginrichting en design; overgangsgebied: (Lange Kerkstraat, Grote Markt): toeristische functies. In de onlangs vastgestelde Stadsvisie 2030 wordt de ontwikkeling van de binnenstad omschreven als de grootste stedelijke opgave en wordt veel waarde gehecht aan een vitale wijkeconomie. In het volgende hoofdstuk gaan we nader in op gemeentelijke ambities. 3.3 Ontwikkelingen vraag en aanbod Winkelprojecten Schiedam heeft de ambitie te komen tot een Urban Entertainment Center. De locatie Schieveste geeft uitstekende kansen voor zo n centrum, en vergroot de aantrekkingskracht van Schiedam in de regio. Naast de beschreven ontwikkeling van de Binnenstad zijn er plannen voor herontwikkeling van Hof van Spaland en Bachplein. Het winkelaanbod zal worden uitgebreid. De omvang en invulling zijn nog niet bepaald 18
20 In Rotterdam wordt gewerkt aan realisatie van Vierhavensstrip waar ruimte is gereserveerd voor detailhandel in sport en spel en een Albert Heijn XL. In de Stuurgroep REO zijn afsprqaken gemaakt dat een AH XL hier niet kan worden gevestigd. Ook de binnenstad van Rotterdam verder versterkt, onder andere door realisatie van de tweede koopgoot. Bevolkingsomvang Volgens prognoses van de gemeente Schiedam zal de bevolking in de gemeente de komende jaren stijgen van tot circa inwoners in Daarna zal het aantal inwoners naar verwachting weer licht afnemen. De toename tot 2015 wordt vooral veroorzaakt door groei in de wijk Nieuwland (figuur 10). Dit heeft te maken met de bouw van enkele honderden eengezinswoningen. De sloop van verouderde woningen is inmiddels afgerond. Deze nieuwbouw zal naar verwachting bewoond worden door jonge (allochtone) gezinnen met een relatief hoge gezinsgrootte. In mindere mate zal ook in Groenoord en Centrum de bevolking groeien (figuur 10). In andere wijken gaat de bevolking stabiliseren of licht afnemen. Als gevolg van diverse nieuwbouw- en herstructureringsprojecten zal het opleidingsniveau en gemiddelde inkomen in de gemeente naar verwachting stijgen. 19
21 4 Detailhandelsvisie 4.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken hebben we een inventarisatie en analyse gemaakt van de huidige situatie. We zijn ingegaan op de detailhandelsstructuur van Schiedam en omgeving en relevante ontwikkelingen in vraag en aanbod. In dit hoofdstuk komt de toekomstig haalbare en gewenste detailhandelsstructuur voor de gemeente Schiedam aan de bod. We gaan allereerst in op gemeentelijke ambities en koppelen daaraan enkele belangrijke uitgangspunten voor het goed functioneren van winkels en winkelgebieden (4.2). Vervolgens geven we onze visie op de na te streven winkelstructuur. We gaan in op de positie van de binnenstad (4.3), ontwikkeling van Schieveste (4.4) en de wijkvoorzieningen (4.5).Daarin gaan we in op acties die noodzakelijk zijn in relatie tot deze gewenste positie per winkelgebied. Tot slot komen we tot een beleidskader waarmee plannen getoetst kunnen worden (4.6). 4.2 Ambities en uitgangspunten De volgende, in eerdere nota s geformuleerde opgaven en ambities zijn relevant voor de toekomst van de detailhandel in Schiedam: behoud van zoveel mogelijk koopkracht in de eigen kern; versterking van de wijkeconomie en vitale dagelijkse voorzieningen in elke wijk; versterking van de binnenstad en het tegengaan van leegstand; ontwikkeling van Schieveste als hoogwaardige stedelijke centrumlocatie; herontwikkeling van Hof van Spaland en het Bachplein. In het kader van deze ambities bestaan twee belangrijke vraagstukken die in deze detailhandelsvisie aan de orde komen: de wens tot versterking van de verzorgingspositie van de binnenstad in relatie tot marktontwikkelingen, de mogelijke komst van een Urban Entertainment Center Schieveste en winkelcentrum Hof van Spaland. Ten behoeve van een gezonde ontwikkeling van deze drie winkellocaties is een goede afstemming van cruciaal belang, met als doel te komen tot complementaire en sterke winkelgebieden; de wens tot een fijnmazige wijkwinkelstructuur dicht bij bewoners kan op gespannen voet staan met de noodzakelijke schaalvergroting van winkelvoorzieningen. Er dient gezocht te worden naar een goede balans tussen de nabijheid en vitaliteit van winkelvoorzieningen. Om de geformuleerde ambities voor de verschillende winkelgebieden te realiseren zijn enkele uitgangspunten van belang 20
22 Om de binnenstad te versterken en ter versterking van de lokale en regionale aantrekkingskracht te, is allereerst uitbreiding van het winkelaanbod noodzakelijk. Ondanks het historische karakter van de binnenstad heeft het momenteel nauwelijks aantrekkingskracht op consumenten uit de regio. Substantiële toevoeging van modisch en overig recreatief aanbod in grotere winkeleenheden is hierbij van groot belang. Een dergelijke uitbreiding van het aanbod is noodzakelijk voor de positie van de binnenstad als recreatief centrum voor heel Schiedam en omgeving. Het aanbod uitbreiden is tevens noodzakelijk om de interesse van particuliere investeerders te behouden. De druk op (co)financiering in de historische straten door de overheid zal waarschijnlijk blijven. Het UEC Schieveste is bedoeld als een aan de binnenstad complementauire ontwikkeling. Dit betekent dat Schieveste zich thematisch zal moeten ontwikkelen. De beoogde herontwikkeling van Hof van Spaland dragen bij aan het behoud van de positie van Schiedam Noord als groot wijkwinkelcentrum. Het winkelaanbod zal in de toekomst gericht moeten blijven op het doen van dagelijkse boodschappen en gemakkelijke overige aankopen. Voor de wijkwinkelstructuur is het van belang dat de consument op korte afstand in de woonomgeving een eigentijds en compleet winkelaanbod aantreft voor de dagelijkse aankopen. Hierbij gaan wij uit van levensvatbare winkelcentra op wijkniveau met eigentijdse supermarkten als publiekstrekker. Voor volumineuze detailhandel (bouwmarkten, woninginrichting, tuincentra) gaan we uit van concentratie op het bedrijventerrein. Er is geen aanleiding om het aanbod aan volumineuze detailhandel substantieel te laten toenemen. Samenvattend hanteren we voor de toekomstige detailhandelsstructuur van Scheidam de volgende uitgangspunten: versterken van de binnenstad als belangrijkste recreatief winkelgebied door forse uitbreiding van het aanbod; thematisch ontwikkelen van (een deel van) Schieveste versterken van Hof van Spaland als groot wijkwinkelcentrum voor Schiedam-Noord met een aanvullend aanbod in non-food; realiseren van levensvatbare winkelcentra op wijkniveau met een eigentijdse supermarkt als basis; Volumineuze detailhandel clusteren op bedrijventerrein s-gravenland; Buiten de genoemde centra en locaties geen nieuwe winkelontwikkelingen toestaan. 4.3 Versterking binnenstad De gemeente heeft de nadrukkelijke ambitie om de binnenstad in de komende jaren te versterken en in eerste instantie aantrekkelijker te maken voor de Schiedamse bevolking, inwoners uit de regio en (toeristische) bezoekers.. Veel Schiedammers gaan nu voor een dagje winkelen naar andere centra en slaan de binnenstad over. De ambitie is om hier verandering in te brengen en de positie van de binnenstad als hét winkelgebied voor geheel 21
23 Schiedam te versterken. Daarnaast kan ingezet worden op het aantrekken van consumenten uit de regio. De historische kwaliteiten in de binnenstad zijn hierbij een belangrijk aspect dat in concurrerende centra (Rotterdam, Vlaardingen) nauwelijks aanwezig is. Om deze positie te realiseren is het van belang dat het winkelaanbod voldoende aantrekkingskracht heeft. Hiervoor is voldoende kritische massa nodig, met name in de modische en overig recreatieve branches. Tevens is de aanwezigheid van landelijke filiaalbedrijven noodzakelijk. Alleen dan is het voor een recreatief winkelgebied gericht op Schiedam en omgeving om de noodzakelijke bezoekersstromen op gang te brengen. Momenteel is te weinig modisch en overig recreatief aanbod aanwezig en zijn winkels vaak te klein. Daarbij ontbreekt het vooral aan enkele landelijke filiaalbedrijven die de aantrekkingskracht van de binnenstad als geheel vergroten en dus van groot belang zijn voor specialistisch en kleinschalig aanbod. De historische straten van Schiedam worden gekenmerkt door kleinschalige leegstaande winkelpanden. Door het ontbreken van veel landelijke filiaalbedrijven blijven ook hier potentiële vestigers weg. Veel van deze bedrijven willen landelijk bekende buren, omdat deze samen trekkracht ontwikkelen. Voor flinke uitbreiding van het recreatieve winkelaanbod in de Schiedamse binnenstad zijn in principe voldoende distributieve marktpotenties (zie bijlage 5). In onze optiek is het voor de binnenstad van levensbelang om een substantieel winkelprogramma toe te voegen. Mede op basis van indicatieve berekeningen is uitbreiding met zo n m 2 mogelijk en gewenst, inclusief bestaande uitbreidingsplannen. De uitbreiding van het aantal bruikbare vierkante meters is noodzakelijk en gewenst en tevens economisch te onderbouwen. Door in één keer een groot samenhangend winkelprogramma in het middensegment in de markt te zetten met voldoende courante winkelunits die aantrekkelijk zijn voor recreatieve filiaal-bedrijven, kan het imago van de binnenstad aanmerkelijk worden verbeterd. Dit zal leiden tot een forse toename van de bezoekersaantallen waarvan ook het kleinschalige aanbod in de Hoogstraat en Broersveld kan profiteren. Een sterk aanbod aan landelijke recreatieve filiaalbedrijven in het middensegment kan functioneren als motor voor het specialistischer en kleinschaliger aanbod dat meer in de luwte ligt van de binnenstad. Filialen veroorzaken zogenaamde spin-offeffecten waarvan overige winkels en de binnenstad als geheel van profiteren. Nader onderzoek naar de fysieke mogelijkheden voor uitbreiding van het aanbod is noodzakelijk. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de nieuwe winkelunits op een strategische locatie gerealiseerd worden zodat de binnenstad als geheel wordt versterkt en overige winkels ervan kunnen profiteren. Een goede aantakking op de bestaande winkelstructuur en een extraverte uitstraling is van groot belang (ligging van voordeuren aan de straat). Enkele goede voorbeelden zijn De Parade in Bergen op Zoom, Statenplein in Dordrecht en het Musiskwartier in Arnhem. Bij forse uitbreiding van aanbod met voornamelijk filialen is veel aandacht besteed aan de structuurversterking van de binnenstad als geheel. Als het aanbod in de Schiedamse binnenstad niet substantieel versterkt wordt, zal de positie van de binnenstad als belangrijkste winkelgebied voor Schiedam langzaam maar zeker afzwakken. Mogelijk zal het primair verzorgingsgebied op termijn enkel nog bestaan uit 22
24 Schiedam ten zuiden van het spoor. In die situatie krijgt de binnenstad een functie als stadsdeelcentrum, met de nadruk op boodschappen doen en makkelijke aankopen. Voor de Hoogstraat en de Broersvest wordt het dan nog moeilijker om tot een goede invulling met winkels en overige publieksgerichte functies te komen. De interesse voor investeringen vanuit de markt zullen beperkt zijn. Opwaardering zal dan vooral met gemeenschapsgelden gefinancierd moeten worden. Op termijn is functiewijziging van deze straten in onze optiek de enige optie. 4.4 Thematische ontwikkeling Schieveste De voor Schieveste nagestreefde thematische ontwikkeling zal binnen de infrastuctuur van Schiedam een aparte positie innemen. De gedachte is dat door de ontwikkeling van grootschalige en gespecialiseerde aanbieders binnen dit thema, Schieveste een aantrekkingskracht kan hebben op een zeer grote regio. Hiermee zal het voor een groot deel complementair zijn aan de positie van de binnenstad en aan de binnenstad aantrekkingskracht toevoegen Vitale wijkvoorzieningen Het winkelaanbod op wijkniveau is vooral gericht op het doen van dagelijkse aankopen. Uitgangspunt hierbij is een zo compleet mogelijk dagelijks winkelaanbod op een zo kort mogelijke afstand van de woning. Voor de toekomst gaan we zoveel mogelijk uit van moderne wijkwinkelcentra die bestaan uit een compleet en eigentijds dagelijks winkelaanbod. De basis van een compleet dagelijks aanbod wordt gevormd door een sterk aanbod voor voedings- en genotmiddelen. Eigentijdse supermarkten zijn hierbij de belangrijkste publiekstrekkers waarvan het overige winkelaanbod in het winkelcentrum kan profiteren. Om hieraan in een stedelijk gebied te kunnen voldoen, is doorgaans een primair verzorgingsgebied nodig van circa inwoners. Daarnaast zijn een compacte en overzichtelijke opzet, een goede bereikbaarheid, voldoende parkeerplaatsen en een verzorgde uitstraling belangrijke randvoorwaarden. Uit de distributieve berekening van het haalbare winkelaanbod voor de hele gemeente Schiedam (zie bijlage 5) blijkt dat er ondanks een groei van het aantal inwoners, nauwelijks uitbreidingsruimte voor winkelaanbod in voedings- en genotmiddelen aanwezig is. Op enkele plekken is de wijkvoorzieningenstructuur echter te kleinschalig en verspreid gelegen (solitaire supermarkten). Ondanks de beperkte uitbreidingsruimte, is in een aantal delen van Schiedam daarom modernisering van de dagelijkse winkelstructuur gewenst. Schiedam-Noord 23
25 Schiedam Noord wordt fysiek van de overige delen van de stad gescheiden door de A20 en het spoor en vormt daarmee een relatief gesloten verzorgingsgebied. In dit gebied wonen in totaal circa mensen en dit zal in de toekomst nauwelijks veranderen. Bij gemeente, eigenaren, ondernemers en woningbouwcorporatie bestaat de ambitie om het wijkwinkelcentrum Hof van Spaland verder te versterken, in combinatie met een ontwikkeling op het Bachplein. Uit een uitgebreide analyse van de mogelijkheden voor het Hof van Spaland blijkt dat het winkelcentrum haar positie als groot wijkwinkelcentrum voor Noord verder kan versterken*. Hiervoor is een evenwichtiger supermarktaanbod gewenst. Dit betekent (beperkte) schaalvergroting van bestaande supermarkten en mogelijk toevoeging van een elders in Schiedam gelegen (discount)-supermarkt. Het aanbod kan verder aangevuld worden in vooral overig recreatieve branches (o.a. klein warenhuis, elektronica, sport en spel). Hof van Spaland kan daardoor uitgroeien tot van m 2 tot à m² wvo. Daarmee blijft het primaire verzorgingsgebied bestaan uit Schiedam-Noord. De buurtwinkelcentra Contrabas en Woudhoek in Noord kunnen hun huidige positie behouden. Het nieuwe winkelcentrum Malmö in Sveaparken is te groot van opzet en staat voor een deel leeg. Gedeeltelijk kan aan een invulling met andere voorzieningen worden gedacht. Nieuwland Nieuwland heeft momenteel inwoners. Dit zal de komende jaren naar verwachting stijgen tot ruim inwoners. Het belangrijkste winkelgebied is het wijkwinkelcentrum aan de Mgr. Nolenslaan. Het aanbod is compleet en sluit goed aan op de (allochtone) bewoners van de wijk, er zijn voldoende parkeervoorzieningen en onlangs is de openbare ruimte heringericht. Ook in de toekomst zal dit het belangrijkste winkelgebied van Nieuwland zijn. Het winkelcentrum kan verder versterkt worden door schaalvergroting van de bestaande supermarkten. Daarnaast kan de verbinding tussen de winkels aan de Nolenslaan en de supermarkt NMS verbeterd worden. Hierdoor zal het winkelcentrum als geheel nog aantrekkelijker worden. Supermarkt NMS is een eigentijdse supermarkt die zich zowel op allochtone- als autochtone consumenten richt. Het buurtwinkelcentrum aan de s-gravelandseweg verliest langzaam haar functie als winkelgebied. Naast discounter Aldi is nauwelijks overig winkelaanbod aanwezig en er is veel leegstand. Verdere afbouw van de detailhandelsfunctie in dit gebied is gewenst. De dagelijkse voorzieningen aan de Parkweg zijn erg kleinschalig en het ontbreekt er aan een sterke publiekstrekker in de vorm van een supermarkt. De Parkweg draagt als winkelgebied nauwelijks bij aan de totale winkelstructuur in Nieuwland. De kracht van de Parkweg zit in de verbindende factor met de binnenstad. De winkels op de Parkweg zorgen voor een natuurlijke en gezellige overgang naa de binnenstad. West Voor een wijk met ruim inwoners is het winkelaanbod in West erg mager. Het aanbod aan het Rubensplein en Lidiunastraat is beperkt en de enige supermarkt in de wijk is 24
26 solitair gelegen en niet groter dan 200 m 2 wvo. Vestiging van een nieuwe supermarkt in West is gewenst. Zuid De wijk Zuid bestaat uit circa inwoners. De bewoners hebben de beschikking over een compleet wijkwinkelcentrum met een servicesupermarkt. Voor behoud van de positie van dit winkelcentrum zijn ook in de toekomst goede mogelijkheden. Oost In Oost wonen ook in de toekomst circa mensen. De bewoners hebben de beschikking over twee supermarkten, waarvan een in de eigen wijk (Lidl) en een net over de gemeentegrens in Rotterdam (Bas vd Heijden). Daarnaast is behoorlijk wat kleinschalige verspreid gelegen winkels in de wijk aanwezig. Ook zijn de inwoners van Oost voor een groot deel gericht op supermarkten in de binnenstad. De centrumsupermarkten profiteren van deze toevloeiing en ontlenen hier voor een deel hun bestaansrecht aan. Voor de toekomst is behoud van de bestaande structuur in Oost gewenst. Er is een supermarkt aanwezig die (voor een deel) functioneert als buurtvoorziening. 4.6 Clustering perifere detailhandel Het huidige aanbod in volumineuze detailhandel in de periferie bestaat uit drie bouwmarkten en (kleine) woninginrichtingszaken. Dit aanbod is relatief beperkt en niet geclusterd. Vanwege het grote aanbod in de omgeving (o.a. Alexandrium III, Ikea Delft) is geen aanleiding om dit aanbod substantieel uit te breiden. Wel is concentratie van winkels in volumineuze branches (bouwmarkten, woninginrichting, tuincentra) gewenst. Voor de hand ligt om concentratie na te streven op bedrijventerrein s-gravenland waar momenteel het grootste deel is van het aanbod is gevestigd. Hierdoor kunnen de winkels meer van elkaars nabijheid profiteren en worden de eventuele negatieve effecten als forse toename van het verkeer en strengere milieunormen voor overige bedrijven op het bedrijventerrein beperkt. 4.7 Beleidskader In tabel 2 is het voorgaande kort samengevat. Voor elk winkelgebied is de gewenste positie en daarbijhorende acties aangegeven. De acties dienen in een vervolgfase uitgewerkt te worden in verschillende uitvoeringsprogramma s. In deze laatste paragraaf gaan we in op het beleidskader waarmee initiatieven kunnen worden getoetst en vertaling kan plaats vinden naar structuurvisies, gebiedsvisies en bestemmingsplannen die in de toekomst worden opgesteld. De voorliggende detailhandelsnota voorziet in het ruimtelijk ontwikkelingskader voor de detailhandel in de gemeente Schiedam. 25
27 Detailhandel en goede ruimtelijke ordening Het ruimtelijk detailhandelsbeleid is met de vaststelling van de Nota Ruimte in 2005 nadrukkelijker bij de gemeentelijke overheid komen liggen. Gemeenten dienen, binnen de randvoorwaarden zoals vastgesteld door het Rijk en de Provincie, een eigen ruimtelijk detailhandelsbeleid te formuleren. Om een succesvol ruimtelijk detailhandelsbeleid te kunnen voeren is het van belang dat de visie wordt vertaald in bestemmingsplannen. In het bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en voorschriften structureel bepaald waar wel en waar geen detailhandel is toegestaan. Het bestemmingsplan (en handhaving hiervan) is het meest krachtige instrument dat de gemeente tot haar beschikking heeft om ruimtelijk beleid te kunnen voeren. In jurisprudentie over bestemmingsplannen is de afgelopen jaren een groot aantal uitspraken gedaan over wat wel en wat niet vastgelegd mag worden. Planvoorschriften in het bestemmingsplan mogen in principe slechts om dringende redenen het meest doelmatige gebruik beperken. Deze dringende redenen dienen een planologisch karakter te hebben. Met andere woorden: ze moeten ruimtelijk relevant zijn. Bovendien moeten ze vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening overtuigend worden gemotiveerd. In het verleden zijn planvoorschriften die het mogelijk maken om de vestiging van detailhandel op perifere locaties te beperken tot volumineuze detailhandel of detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen ruimtelijk relevant gebleken. De aard en omvang van de gevoerde artikelen is een houdbaar en ruimtelijke criterium. Dit maakt het mogelijk om bijvoorbeeld een bouwmarkt door middel van een vrijstelling of een eigen bestemming op een bedrijventerrein te vestigen. Voor reguliere winkels zoals sport- en multimedia-winkels of supermarkten is het moeilijk om ruimtelijk relevante criteria te vinden, die vestiging op perifere locaties buiten reguliere winkelgebieden rechtvaardigen. Het ruimtelijk relevante onderscheid met bijvoorbeeld een warenhuis of een modewinkel in het hoofdwinkelgebied is niet evident. Detailhandelsstructuur De gemeente Schiedam staat detailhandel alleen toe in nader in bestemmingsplannen af te bakenen winkelgebieden die aansluiten bij de gewenste detailhandelsstructuur (zie tabel 2). Nieuwe winkelontwikkelingen worden afhankelijk van de aard en de omvang van het initiatief zoveel mogelijk ingepast in deze winkelgebieden: Hoofdwinkelgebied (binnenstad): alle vormen van detailhandel toestaan, geen oppervlakteof branchebeperkingen. Groot wijkwinkelcentrum (Hof van Spaland): detailhandel met een groot wijkverzorgend karakter. Als richtlijn kan worden gehanteerd dat er twee of drie elkaar in marktsegment aanvullende supermarkten aanwezig zijn, aangevuld met verszaken, winkels in de branche frequent benodigde non-food en winkels in recreatieve branches die een frequent boodschappenkarakter hebben. De omvang van een servicesupermarkt is maximaal m² wvo. Klein wijkwinkelcentrum (De Gorzen, Mgr. Nolenslaan): detailhandel met een wijkverzorgend karakter. Als richtlijn kan worden gehanteerd dat er één of twee elkaar in marktsegment aanvullende supermarkten aanwezig zijn, aangevuld met enkele 26
28 verszaken, winkels in frequent benodigde non-food en beperkte overig aanbod. De omvang van de servicesupermarkt is circa tot m² wvo. Grotere supermarkten hebben een sterk wijkoverstijgende functie en zijn daarom niet gewenst. Buurtwinkelcentrum (Contrabas, Malmö, Woudhoek, Rubensplein e.o.): detailhandel met een buurtverzorgend karakter. Als richtlijn kan worden gehanteerd dat er een moderne servicesupermarkt aanwezig is, aangevuld met enkele aanvullende (vers)-zaken. De servicesupermarkt heeft een omvang van circa tot m² wvo. Een grotere supermarkt heeft een buurtoverstijgende functie en is daarom ongewenst. Substantiële uitbreiding van het winkelaanbod is niet passend bij de functie van dit buurtwinkelcentrum. Solitaire supermarkt (Dieselstraat): detailhandel met een wijkverzorgend karakter. De omvang van de supermarkt is circa m² wvo. Toetsingskader nieuwe ontwikkelingen Het voeren van ruimtelijk detailhandelsbeleid is zinvol indien nieuwe winkelontwikkelingen zorgvuldig worden getoetst. Onderstaand toetsingskader bepaalt hoe nieuwe initiatieven getoetst kunnen worden aan de gewenste detailhandelsstructuur. Bij toetsing van elk initiatief kan de gemeente de volgende stappen doorlopen: 1. Past het initiatief bij de verzorgingsfunctie van het betreffende winkelgebied? De verzorgingsfunctie van het initiatief wordt vastgesteld. Deze dient overeen te komen met de verzorgingsfunctie van het betreffende winkelgebied. Indien de verzorgingsfunctie van het initiatief de verzorgingsfunctie van het betreffende winkelgebied overstijgt, is het initiatief niet passend. Gezocht kan worden naar een winkelgebied met een verzorgingsfunctie die wel aansluit op die van het initiatief. 2. Past het initiatief binnen de branchebeperkingen van het betreffende winkelgebied? In deze visie wordt uitgegaan van inpassing van nieuwe winkelontwikkelingen in het centrum van Schiedam. Voor het centrum gelden geen branchebeperkingen. Winkels in de PDV-branches kunnen zich vestigen op het bedrijventerrein s-gravenland. Winkels in het thema multimedia hebben mogelijkheden in het Urban Entertainment Center Schieveste. 3. Past het initiatief op de beoogde locatie? Gewenste initiatieven worden, indien zij op grond van bovenstaande stappen worden toegestaan, beoordeeld op de mate waarin zij inpasbaar zijn. Hierbij wordt gekeken naar de fysieke ruimte en parkeercapaciteit op de beoogde locatie en de bereikbaarheid van de beoogde locatie. Handhaving Het voeren van ruimtelijk detailhandelsbeleid is vooral zinvol indien het vastgestelde beleid ook wordt gehandhaafd. Bij het nader detailleren van branches, assortimenten, schaalgrootte of een ander criterium in afwijking van de algemene bestemming detailhandel, moet worden bedacht dat bestemmingsplannen handhaafbaar moeten zijn. Een te strikte bestemmingsregeling is, afgezien van de juridische houdbaarheid en praktische handhaafbaarheid, snel verouderd en gaat voorbij aan de dynamiek in de detailhandel. Het biedt geen ruimte voor nieuwe of veranderende winkelconcepten. In het bestemmingsplan moet daarom een goed evenwicht worden gevonden tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. 27
29 28
30 Bijlage 1 Begeleidingscommissie De heer J. van Doggenaar De heer F. Griffioen Mevrouw D. Harthoorn Gemeente Schiedam Mevrouw L. van IJzendoorn De heer J. Kamps De heer R. Weber De heer M. Westland HBD Kamer van Koophandel De heer P. Smits Mevrouw M. den Teuling Mevrouw S. Vogelaar Droogh Trommelen en Partners (DTNP) De heer K. Trommelen De heer J. Vlek 29
31 Bijlage 2 Branche-indeling detailhandel Branchegroep Branche Voedings- en genotmiddelen Frequent benodigde non-food Modisch recreatief Overig recreatief Gerichte non-food Overige detailhandel Voedings- en genotmiddelen (o.a. supermarkt, versspeciaalzaak, slijter, tabak en lectuur) Persoonlijke verzorging Huishoudelijke- en cadeauartikelen Bloemen, planten, dierbenodigdheden Kleding en modeaccessoires Schoenen en lederwaren Optiek, juwelier, antiek Sport en spel Hobby Boeken, lectuur, cd, kantoorartikelen Warenhuis Bruin- en witgoed Fietsen en autoaccessoires Woninginrichting (o.a. meubelen, keukens, sanitair, vloerbedekking) Doe-het-zelf Tuincentra Overige detailhandel (o.a. tweedehandsartikelen, souvenirs, partijgoederen) 30
32 Bijlage 3 Typologie winkelgebieden Winkelgebied Primair verzorgingsgebi ed Winkelaanbod (m 2 wvo) Aantal verkooppunten Hoofdwinkelgebie d Kern á á 300 Wijkwinkelcentru m groot Wijkwinkelcentru m klein Buurtwinkelcentru m Wijk á á 50 (twee supermarkten) Wijk á á 25 (één supermarkt) Buurt á á 10 (één supermarkt) Winkelstrip Buurt 500 á á 10 (geen supermarkt) 31
33 Bijlage 4 Winkelaanbod Schiedam (m 2 wvo) Schieda m Kernen met vergelijkbaar inwonertal Voedings- en genotmiddelen Frequent benodigde non-food persoonlijke verzorging huishoudelijke en cadeauartikelen bloemen, planten, dierbenodigdheden Modisch recreatief kleding en modeaccessoires schoenen en lederwaren Overig recreatief optiek, juwelier, antiek, kunst sport en spel hobby-artikelen boeken, lectuur, cd s, kantoorartikelen warenhuis bruin- en witgoed fietsen en autoaccessoires Gerichte non-food woninginrichting doe-het-zelfartikelen tuincentra en tuinartikelen Overige detailhandel TOTAAL Centrum Schieda m Centra van kernen met vergelijkbaar inwonertal Voedings- en genotmiddelen
34 Frequent benodigde non-food persoonlijke verzorging huishoudelijke en cadeauartikelen bloemen, planten, dierbenodigdheden Modisch recreatief kleding en modeaccessoires schoenen en lederwaren Overig recreatief optiek, juwelier, antiek, kunst sport en spel hobby-artikelen boeken, lectuur, cd s, kantoorartikelen warenhuis bruin- en witgoed fietsen en autoaccessoires Gerichte non-food woninginrichting doe-het-zelfartikelen tuincentra en tuinartikelen Overige detailhandel TOTAAL
35 Bijlage 5 Indicatieve berekening marktpotenties Distributie planologisch onderzoek (dpo) In vroegere dpo s werd het haalbare winkelaanbod vaak nauwkeurig berekend. Door grote onderlinge verschillen in typen winkelgebieden, branches en winkels moeten dergelijke berekeningen genuanceerd worden beoordeeld. De haalbaarheid van winkels wordt veel meer bepaald door de potentiële functie en kwaliteit van het winkelgebied. Niettemin kan een kwantitatieve analyse van vraag en aanbod een indicatie geven van overbewinkeling of uitbreidingspotenties. Variabelen Bij deze kwantitatieve analyse gaat het om de verhouding tussen vraag en aanbod. De vraagzijde wordt bepaald door de landelijk gemiddelde omzet in winkels per hoofd van de bevolking, de omvang van het verzorgingsgebied (aantal inwoners), de mate waarin het omzetpotentieel terecht komt in het betreffende winkelgebied (koopkrachtbinding) en de mate waarin omzet van elders toevloeit (koopkrachttoevloeiing). Aan de aanbodzijde spelen de omvang (m² winkelvloeroppervlak) en benodigde omzet per m² wvo (vloerproductiviteit) een rol. Verzorgingsgebied Bij de berekening van de distributieve mogelijkheden in de gemeente Schiedam gaan wij uit van een primair verzorgingsgebied bestaande uit de hele kern. Volgens prognoses van de gemeente zal het aantal inwoners in de hele gemeente de komende jaren licht toenemen, tot inwoners in 2015*. Gemiddelde omzet per inwoner In veel distributieplanologische berekeningen wordt uitgegaan van de bestedingen per branche. DTNP kiest ervoor te rekenen met winkels als eenheden, omdat we in de distributieplanologie de uitbreidingsruimte van winkelmeters berekenen. We maken onderscheid tussen winkels in voedings- en genotmiddelen (VGM) en winkels in duurzame en overige goederen (excl. tuincentra, doe-het-zelfzaken en woninginrichtingszaken) (DOG). Winkels in voedings- en genotmiddelen bestaan uit supermarkten en versspeciaalzaken. Winkels in duurzame en overige goederen bestaan uit winkels in frequent benodigde non-food (o.a. drogisterij, huishoudelijke artikelen), modisch recreatief (o.a. kleding, lederwaren), overig recreatief (o.a. boeken, juwelier, warenhuis) en overige detail-handel (o.a. tweedehands). In de methodiek van DTNP wordt de aankoop van pannen (branche huishoudelijke artikelen) bij een supermarkt gerekend tot een besteding in winkels in voedings- en genotmiddelen en de aankoop van een Hemaworst (branche voedings- en genotmiddelen) tot een besteding in winkels in duurzame en overige goederen. Daarnaast wordt doorgaans in distributieve berekeningen uitgegaan van gemiddelde toonbankbestedingen per hoofd van de bevolking. Wij gaan uit van de landelijk gemiddelde omzet per hoofd van de bevolking omdat hierover recente gegevens beschikbaar zijn. Het 34
36 verschil is dat bij de gemiddelde omzet per hoofd van de bevolking niet alleen bestedingen van consumenten zijn meegenomen maar ook bestedingen van bedrijven. In Nederland is de totale omzet van winkels in 2007 circa 81,5 mld (exclusief BTW). Dit betekent een gemiddelde omzet per hoofd van de bevolking van Hiervan wordt omgezet in winkels voor voedings- en genotmiddelen en in winkels voor duurzame en overige goederen (zonder tuincentra, doe-het-zelfwinkels en winkels in woninginrichting)*. Wanneer het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner in het verzorgingsgebied afwijkt van het Nederlands gemiddelde is het gewenst de gemiddelde omzetcijfers per hoofd aan te passen. Voor voedings- en genotmiddelen is het gebruikelijk het omzetcijfer per hoofd aan te passen met een correctie van ¼ van het percentage dat het inkomen lager of hoger is dan het Nederlands gemiddelde. Voor duurzame en overige goederen is het gebruikelijk een correctie door te voeren van ½ van het percentage dat het inkomen lager of hoger is dan het gemiddelde. Omdat het gemiddeld besteedbaar inkomen in de kern Schiedam 2% onder het landelijk gemiddelde ligt (CBS, 2009), gaan we uit van iets lagere omzetcijfers per inwoner. Voor voedings- en genotmiddelen gaan wij uit van ( (¼ x 2% x 1.891)). Voor duurzame en overige goederen gaan we uit van ( (½ x 2% x 2.276)). Koopkrachtbinding en -toevloeiing Niet alle bestedingen van inwoners in Schiedam komen terecht in het eigen winkelapparaat. Het aandeel van de totale bestedingen van inwoners uit Schiedam dat terechtkomt in de eigen winkels noemen we de koopkrachtbinding. In 2004 is ook door de gemeente Schiedam een kooporiëntatieonderzoek uitgevoerd*. De koopkrachtbinding is voor de dagelijkse sector vastgesteld op 89%. Inmiddels zijn er twee buurtcentra bijgekomen (Contrabas, Malmö) waardoor de binding naar verwachting wat hoger zal zijn. In vergelijkbare centra (kernen met vergelijkbaar inwonertal en afstand tot een grotere stad) ligt de koopkrachtbinding in de dagelijkse sector tussen 90 en 95%**. Wij gaan voor winkels in voedings- en genotmiddelen ook uit van deze bindingscijfers. In de niet-dagelijkse sector was de koopkrachtbinding in %. Gemiddeld ligt dit op circa 61%. Voor Schiedam achten wij, uitgaande van versterking van het winkelaanbod in de binnenstad, een binding haalbaar in winkels in duurzame en overige goederen (ex. doe-hetzelf, woninginrichting, tuincentra) van 55 tot maximaal 60%. Behalve bestedingen van inwoners van de kern Schiedam (primair verzorgingsgebied) ontvangen de winkels in Schiedam ook bestedingen van inwoners van buiten deze gebieden. Om dit te bepalen zijn geen onderzoeken beschikbaar. In de dagelijkse sector is de gemiddelde toevloeiing circa 12% en in de niet-dagelijkse sector 32%. Wij gaan hier uit van een koopkrachttoevloeiing in winkels in voedings- en genotmiddelen van 10 tot 15% en in winkels in duurzame en overige goederen van 25 á 30%, uitgaande van versterking van de binnenstad. Gemiddelde omzet per m 2 35
37 In Nederland bedraagt de gemiddelde omzet per m² (uit de verkoop aan consumenten en bedrijven) in winkels voor voedings- en genotmiddelen circa 6.760,- (excl. BTW). In winkels in duurzame en overige goederen (zonder tuincentra, doe-het-zelfwinkels en winkels in woninginrichting) bedraagt de gemiddelde omzet per m² circa 3.320,- (excl. BTW)*. Voor Schiedam gaan wij uit van dezelfde omzetcijfers. Indicatie distributieve mogelijkheden Op basis van bovenstaande cijfers wordt een indicatieve berekening gemaakt van de distributieve mogelijkheden voor Schiedam in Hieruit komt naar voren dat er nauwelijks uitbreidingsruimte aanwezig is voor winkels in voedings- en genotmiddelen. Voor winkels in duurzame en overige goederen (excl. woninginrichting, doe-het-zelf, tuincentra) is een toekomstige uitbreidingsruimte aanwezig van circa tot maximaal m 2 wvo. Indicatie distributieve mogelijkheden winkels VGM in Schiedam in 2015 Inwoners primair verzorgingsgebied (kern) Omzet/inwoner (excl. BTW) Koopkrachtbinding 90 à 95% Koopkrachttoevloeiing 10 à 15% Totale potentiële omzet (excl. BTW) 144 à 161 mln Omzet/m 2 (excl. BTW) Potentieel winkelaanbod m² wvo à Aanwezig winkelaanbod m² wvo Uitbreiding winkelaanbod m² wvo 0 à 550 Indicatie distributieve mogelijkheden winkels DOG in Schiedam in 2015 Inwoners primair verzorgingsgebied (kern) Omzet/inwoner (excl. BTW) Koopkrachtbinding 55 à 60% Koopkrachttoevloeiing 25 à 30% Totale potentiële omzet (excl. BTW) 126 à 148 mln Omzet/m 2 (excl. BTW) Potentieel winkelaanbod m² wvo à Aanwezig winkelaanbod m² wvo
38 Uitbreiding winkelaanbod m² wvo à
39 Bijlage 6 Begrippenlijst Branche Een groep van bedrijven die wordt gekenmerkt door één bepaalde (dominante) assortimentsgroep (bijv. schoenenwinkel) of door een veel voorkomende combinatie van assortimentsgroepen (bijv. warenhuis). Bouwmarkt Een winkel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlak van minimaal m² waarop het volledige assortiment van bouw- en doe-het-zelfproducten aan zowel vakman als particulier wordt aangeboden op basis van zelfbediening. Bronpunt Verzamelplaats van consumenten van waaruit zij het bezoek aan een winkelconcentratiegebied beginnen (bijv. parkeergarage, busstation). Brutovloeroppervlak (bvo) De totale ruimte van een winkel bestaande uit winkelvloeroppervlak en niet voor consumenten toegankelijke ruimten (opslag, kantine, etc.). Het winkelvloeroppervlak bedraagt, afhankelijk van de branche, circa 70 à 80% van het brutovloeroppervlak. Dagelijkse artikelen Artikelen in de branches voedings- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging. Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit alsmede anders dan voor verbruik ter plaatse. Doe-het-zelf Een winkel in de doe-het-zelfbranche voert een assortiment dat gericht is op gebruik door particuliere consumenten voor werkzaamheden in, aan en om het huis. We onderscheiden bouwmarkten, breedpakketwinkels, ijzerwarenwinkels en verf-/behangspecialisten. Dienstverlening (publieksgericht commercieel) Een bedrijf met uitsluitend of in hoofdzaak een dienstverlenende of verzorgende taak. Onder dienstverlening verstaan wij administratieve/financiële dienstverlening (bijv. assurantiekantoor, bank etc.), publieksgerichte dienstverlening (bijv. stomerij, reisbureau) en ambachtelijke dienstverlening (bijv. schoenmaker, kapper etc.) Duurzame ontwrichting Er is sprake van duurzame ontwrichting van de aanbodstructuur als een initiatief leidt tot een voor de consument onaanvaardbare afname van het in het verzorgingsgebied aanwezige aanbod en van de variatie in het aanbod in de desbetreffende branche. 38
40 Filiaalbedrijf/grootwinkelbedrijf Detailhandelsonderneming met 7 of meer eigen winkels. Franchising Contractuele samenwerking tussen formule-eigenaar (franchisegever) en de huurder van de formule (franchisenemer), waarbij de franchisenemer de winkelformule van de franchisegever voert voor eigen rekening en risico, tegen vergoeding en volgens voorwaarden van de franchisegever. Frictieleegstand De financiële leegstand tussen twee verhuurperioden die maximaal één jaar beloopt. Grootschalige detailhandel Een winkel met een omvang van min m² winkelvloeroppervlak. Horecabedrijf Een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd. Koopkrachtbinding Het aandeel (%) van de totale bestedingen van inwoners dat wordt gedaan in het winkelapparaat in het eigen verzorgingsgebied, noemen we de koopkrachtbinding. Koopkrachttoevloeiing Het deel van de omzet dat van buiten het primaire verzorgingsgebied komt, ofwel het aandeel vreemde koopkracht. Leisure Commerciële en niet-commerciële vrijetijdsvoorzieningen (bijv. restaurant, museum, winkel, ijsbaan, bioscoop, theater etc.) Marktaandeel Aandeel van de betreffende onderneming(en) in de consumptieve bestedingen aan artikelen/artikelgroepen, uitgedrukt in procenten. Marktsegment Op basis van samenstelling van het assortiment en prijsstelling van de artikelen kunnen commerciële bedrijven ingedeeld worden in verschillende marktsegmenten (discount, exclusief etc.) Niet-dagelijkse artikelen Alle artikelen, met uitzondering van artikelen in de branches voedings- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging. Perifere detailhandel Detailhandel gevestigd buiten de reguliere winkelconcentraties, maar binnen bestaand of te ontwikkelen stedelijk gebied (bijv. op een bedrijventerrein). 39
41 Toonbankbesteding Consumentenbestedingen in winkels, hiertoe behoren niet de bestedingen aan artikelen die via postorderbedrijven en internet worden aangekocht. Verkooppunt (vkp) Een detailhandelsvestiging met winkelpersoneel en een eigen kassa. Verkoopvloeroppervlak (vvo) Gelijk aan winkelvloeroppervlak (wvo). Vloerproductiviteit De gemiddelde omzet per m² winkelvloeroppervlak. Deze varieert per type winkelgebied, branche en winkelformule. Volumineuze detailhandel Detailhandel in auto s, boten, caravans en tenten, grove bouwmaterialen, keukens, badkamers en sanitair evenals bouwmarkten en detailhandel in woninginrichting waaronder meubels. Deze detailhandel heeft vanwege de omvang en de aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig voor de uitstalling. Hierdoor is vestiging binnen reguliere winkelconcentratiegebieden in veel gevallen moeilijk. Warenhuis Een winkel waarin tenminste zes van de volgende artikelgroepen worden aangeboden: voedings- en genotmiddelen, kleding/textiel, meubelen/woninginrichting, verlichting, huishoudelijke artikelen, consumentenelektronica, doe-het-zelfartikelen, educatie- en vrijetijdsartikelen. De artikelgroep kleding/textiel is altijd aanwezig. De afzonderlijke artikelgroepen nemen tussen de 5% en 50% van het winkelvloeroppervlak in beslag. Winkel Ieder voor het publiek vrij toegankelijk pand dat bedoeld is voor de verkoop van artikelen aan particulieren en dat een winkelvloeroppervlak van minimaal 10 m² heeft. Winkelgebied Een geografisch geheel waarbinnen minimaal 5 winkels zijn gevestigd, eventueel in samenhang met andere consumentverzorgende functies (horeca, dienstverlening etc.). Winkelondersteunende horeca Een horecabedrijf is winkelondersteunend wanneer het bedrijf voor wat betreft ligging ondersteunend is aan, en voor wat betreft openingstijden in het algemeen vergelijkbaar is met detailhandelsvestigingen. De bedrijfsactiviteit van winkelondersteunende horeca bestaat uit het verstrekken van in hoofdzaak kleinere maaltijden, lunch, koffie/thee en overige dranken. Winkelvloeroppervlak (wvo) De voor het publiek toegankelijke winkelruimte ten behoeve van detailhandel, inclusief zichtbare ruimten zoals bijvoorbeeld etalages en de ruimte achter toonbanken en kassa s. Het winkelvloeroppervlak bedraagt, afhankelijk van de branche, circa 70 à 80% van het brutovloeroppervlak. 40
42 Woninginrichting De woninginrichtingsbranche wordt gevormd door winkels met een assortiment dat gericht is op gebruik door particuliere consumenten voor de inrichting van het huis. In de woninginrichtingsbranche onderscheiden we meubelspeciaalzaken, slaapkamerspeciaalzaken, woningtextielzaken, verlichtingszaken, gemengde zaken, tegelhandel, keukenspeciaalzaken, kurk- en parketzaken, badkamer- en sanitairzaken en zonweringszaken. 41
2 Trends en ontwikkelingen
2 Trends en ontwikkelingen 2.1 Landelijke ontwikkelingen Bij winkelbezoek hangt het gedrag van de consument vooral samen met het bezoekmotief. Globaal kunnen we een onderscheid maken tussen boodschappen
Begeleidingscommissie
Bijlage 1 Begeleidingscommissie Bijlage 2 Begrippenlijst mevrouw D. Bogers mevrouw E. Lambooy mevrouw S.N. MinkemaWedzinga de heer J.S. Nota de heer A. van Wanroij Gemeente Soest KvK Gooi en Eemland Gemeente
Gebiedskoers Detailhandel Overschie. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Burgemeester Baumannlaan 4 2.2 Abtsweg 4 2.3 Park Zestienhoven
Detailhandelsstructuur Veenendaal Nu en in de toekomst
Detailhandelsstructuur Veenendaal Nu en in de toekomst Inleiding De gemeente Veenendaal heeft een sterk kernwinkelgebied, vier buurtwinkelcentra en twee woonboulevards. Veenendaal wil de positie van de
Gebiedskoers Detailhandel Hoek van Holland. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Centrum 4 2.2 Verspreide bewinkeling 5 3 Koers detailhandelsstructuur
Groesbeek DPO Plan Dorpsstraat Groesbeek Opdrachtgever: Gemeente Groesbeek Projectnummer: 896.1109 Datum: 2 december 2009 DPO plan Dorpsstraat DROOGH TROMMELEN EN PARTNERS Voorstadslaan 254 6542 TG Nijmegen
Actualisering PDV/GDVbeleid. FoodValley. Raadsinformatiebijeenkosmt. 23 november Guido Scheerder
Actualisering PDV/GDVbeleid FoodValley Raadsinformatiebijeenkosmt 23 november 2016 Guido Scheerder 2 Inhoud presentatie Doel actueel PDV / GDV beleid Projectaanpak Definities Actuele aanbodstructuur Vraag
voeren. Vraagstelling duurzame in het m² wvo een
datum: : 30-3-2015 projectnummer: 1554.0215 Verkenning haalbaarheid en effecten bouwmarkt Voorschotenn Aanleiding Onlangs hebben marktpartijen hun interesse kenbaar gemaakt voor realisatie van een moderne
Distributieplanologisch onderzoek supermarkten Reuver
Distributieplanologisch onderzoek supermarkten Reuver Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Beesel De heer T. van Loon Projectteam DTNP: De heer W. Frielink Projectnummer: 1145.0212 Datum: 21 juni 2012
PDV/GDV cluster Eijsden (Gronsveld)
PDV/GDV cluster Eijsden (Gronsveld) Effecten op winkelgebieden in omgeving Opdrachtgever: Wyckerveste Adviseurs BV. Rotterdam, 4 november 2010 Over Ecorys Met ons werk willen we een zinvolle bijdrage leveren
Quick scan haalbaarheid en effecten discountsupermarkt Mook
Quick scan haalbaarheid en effecten discountsupermarkt Mook datum: 2-2-2015 projectnummer: 1515.1114 Aanleiding Eerder dit jaar heeft de ontwikkelcombinatie Progres Real Estate B.V. & JAVO Vastgoed een
Gebiedskoers Detailhandel Noord. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 erboulevard (Zwartjanstraat en molenstraat) 4 2.2 Zwaanshalsgebied
Hillegersberg - Schiebroek
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Hillegersberg - Schiebroek Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in Hillegersberg-Schiebroek 4 2.1 Bergse Dorpsstraat
Gebiedskoers Detailhandel Hoogvliet. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Winkelcentrum - Binnenban 4 2.2 In de Fuik 5 2.3 Lengweg 5 2.4
Samenvatting Eindhoven Regionaal koopstromenonderzoek SRE. Samenwerkingsverband Regio Eindhoven
Samenvatting Eindhoven Regionaal koopstromenonderzoek SRE Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Samenvatting Eindhoven Regionaal koopstromenonderzoek SRE Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Rapportnummer:
Eelde-Paterswolde. Functie en positie Eelde-Centrum
Eelde-Paterswolde Functie en positie Eelde-Centrum Eelde-Paterswolde Opdrachtgever: Gemeente Tynaarlo Projectnummer: 855.0509 Datum: 28 oktober 2009 Functie en positie Eelde-Centrum DROOGH TROMMELEN EN
Omvang en invulling winkelcentrum Schuytgraaf Arnhem
Omvang en invulling winkelcentrum Schuytgraaf Arnhem Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Arnhem Mevrouw K.M. Molenaar De heer B.A. de Ruiter Projectteam DTNP: De heer J. Vlek Projectnummer: 1120.0112
MARKTRUIMTE EN EFFECTEN UITBREIDING DEKAMARKT ORDENPLEIN Stec Groep aan Dreef Beheer. Stec Groep B.V. Guido Scheerder Januari 2011
MARKTRUIMTE EN EFFECTEN UITBREIDING DEKAMARKT ORDENPLEIN Stec Groep B.V. Guido Scheerder Januari 2011 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1 1.1 Uw situatie en vragen 1 1.2 Onze aanpak 1 1.3 Leeswijzer 1 2. ADVIES
Gebiedskoers Detailhandel Rozenburg. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Centrum Raadhuisplein 5 2.2 Emmastraat 5 2.3 Verspreide bewinkeling
Detailhandelsvisie Katwijk
Detailhandelsvisie Katwijk Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Katwijk de heer R. van der Poel Projectteam DTNP: de heer D.J. Droogh de heer W. Frielink Projectnummer: 1114.1211 Datum: 15 mei 2012
Analyses detailhandelsvisie. 10 september 2015 Stefan van Aarle
Analyses detailhandelsvisie 10 september 2015 Stefan van Aarle BRO Sinds 1962 Programma Ontwerp Ordenen Regionale en lokale Visies: samenwerking tot ontwikkelplan Supermarkten, PDV / GDV, internethandel,
Den Haag Scheveningen. Mogelijkheden en effecten supermarkt Badhuisweg
Den Haag Scheveningen Mogelijkheden en effecten supermarkt Badhuisweg Den Haag Scheveningen Mogelijkheden en effecten supermarkt Badhuisweg Opdrachtgever: gemeente Den Haag Projectnummer: 894.1109 Datum:
snel dan voorzien. In de komende jaren zal, afhankelijk van de (woning)marktontwikkeling/
2 Wonen De gemeente telt zo n 36.000 inwoners, waarvan het overgrote deel in de twee kernen Hellendoorn en Nijverdal woont. De woningvoorraad telde in 2013 zo n 14.000 woningen (exclusief recreatiewoningen).
Alles blijft Anders. Het winkellandschap 2003-2011-2020. Gerard Zandbergen CEO Locatus
Alles blijft Anders Het winkellandschap 2003-2011-2020 Gerard Zandbergen CEO Locatus Enkele begrippen Dagelijks aankopen Winkels / Detailhandel Mode & Luxe Wel oppervlak: Vrije Tijd WVO = In en om het
Quickscan centrum IJmuiden
Quickscan centrum IJmuiden Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Velsen de heer M. Tureay Projectteam DTNP: de heer D.J. Droogh mevrouw L. Dicou Projectnummer: 1149.0312 Datum: 23 april 2012 Droogh
Notitie Definitie perifere detailhandel
Notitie Definitie perifere detailhandel Gemeente Apeldoorn Eenheid Ruimtelijke Leefomgeving Mei 2013 2 Inleiding In februari 2010 is door de gemeenteraad het nieuwe beleidskader voor perifere en grootschalige
Actieplan binnenstad Maassluis
Actieplan binnenstad Maassluis 1 Inleiding De dynamiek in de detailhandel is bijzonder groot en kent vele trends en ontwikkelingen. Een aantal trends is al jaren zichtbaar, zoals schaalvergroting. Andere
Noordoost-Brabant, Agri Food capital Regionale detailhandelsfoto Felix Wigman 19 februari 2014
Noordoost-Brabant, Agri Food capital Regionale detailhandelsfoto Felix Wigman 19 februari 2014 204X00472 Opzet presentatie 1. Aanpak en resultaten regionale detailhandelsfoto 2. Algemene trends en ontwikkelingen
Alkmaar. Visie dagelijkse winkelvoorzieningen. Opdrachtgever: Gemeente Alkmaar Projectnummer: 438.0304 Datum: 5-10-2004
Alkmaar Visie dagelijkse winkelvoorzieningen Opdrachtgever: Gemeente Alkmaar Projectnummer: 438.0304 Datum: 5-10-2004 Droogh Trommelen Broekhuis bv Voorstadslaan 254 6542 TG Nijmegen tel. (024) 379 20
Gebiedskoers Detailhandel Prins Alexander. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Alexandrium 4 2.2 Binnenhof 5 2.3 Hesseplaats 5 2.4 Lage Land
Oosterhout, visie boodschappenstructuur. Presentatie gemeenteraad, 6 december 2016 Aiko Mein
Oosterhout, visie boodschappenstructuur Presentatie gemeenteraad, 6 december 2016 Aiko Mein Achtergrond Detailhandel sterk in beweging Opkomst e-commerce Dalende bestedingen Omvallende ketens Leegstand
Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2018 Toelichting, 24 april super
Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2018 Toelichting, 24 april 2018 super 2/28 Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2018 24 april 2018 Inhoud Samenvatting 4 Positieve ontwikkelingen in de Brabantse
ONTWERPBESTEMMINGSPLAN. Herziening Schutboom 8 en Bergstraat 28 Gemeente Boekel. NieuwBlauw Stedenbouw en landschap
ONTWERPBESTEMMINGSPLAN Herziening Schutboom 8 en Bergstraat 28 Gemeente Boekel NieuwBlauw Stedenbouw en landschap NieuwBlauw Stedenbouw en landschap Team: ir Sander Klein Obbink ing. Ingmar Bisschop MUrb
GEMEENTEBLAD. Nr. 71764. Beleidsnotitie Detailhandel 2014. 5 augustus 2015. Officiële uitgave van gemeente Wijchen.
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Wijchen. Nr. 71764 5 augustus 2015 Beleidsnotitie Detailhandel 2014 Detailhandelstructuur en supermarktbeleid Wijchen, vastgesteld 9 juli 2015 1. Aanleiding
RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Convenant Regionale Detailhandelsafspraken. Aan de raad,
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 14 december 2017 17-105 Onderwerp Convenant Regionale Aan de raad, Onderwerp Convenant Regionale Gevraagde beslissing 1. Het Convenant Regionale vast te stellen. Grondslag
Perspectief Kerkelanden. 1 Inleiding. 2 Actuele situatie. 2.1 Actueel winkelaanbod Hilversum. Blauwhoed Vastgoed. Actueel DPO.
Blauwhoed Vastgoed Perspectief Kerkelanden Actueel DPO Datum 28 juni 2006 BLH006/Sdg/0004 Kenmerk 1 Inleiding Voor Kerkelanden worden plannen ontwikkeld die voorzien in een renovatie en upgrading van dit
Factsheets. Profielen gemeentes van Utrecht
Factsheets Profielen gemeentes van Utrecht Leeswijzer Profielen gemeentes van Utrecht Per gemeente van de provincie Utrecht is een profiel gemaakt. Dit profiel is weergegeven op basis van vier pagina s.
Supermarktstructuurvisie Gemeente Vlissingen
Supermarktstructuurvisie Gemeente Vlissingen Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20 83 E [email protected] W www.dtnp.nl Opdrachtgever:
Gemeente Haren Actualisatie Distributie planologisch onderzoek
Gemeente Haren Actualisatie Distributie planologisch onderzoek Broekhuis Rijs Advisering 1 Gemeente Haren Actualisatie Distributie planologisch onderzoek Opdrachtgever: Gemeente Haren Projectnummer: 1116.335
MEMO CENTRUMPLAN REUSEL ADVIES RUIMTELIJK- FUNCTIONELE CONSTELLATIE SUPERMARKTEN
MEMO CENTRUMPLAN REUSEL ADVIES RUIMTELIJK- FUNCTIONELE CONSTELLATIE SUPERMARKTEN 13 OKTOBER 2017 Status: Definitief Datum: 13 oktober 2017 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Silodam 1E 1013
Bouwstenen detailhandelsnota Venray
Bouwstenen detailhandelsnota Venray Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Venray de heer D. Vervoort Contactpersoon DTNP: mevrouw L. Dicou Projectnummer: 1078.0911 Datum: 26 april 2012 Inhoudsopgave
Heerhugowaard Stad van kansen
Raadsvergadering Heerhugowaard Stad van kansen Besluit: Voorsteinummer: (2x3 CLo l) OSL( Agendanr. : 7 Voorstelnr. : RB2011054 Onderwerp : Vaststelling detailhandelsvisie Regio Alkmaar Aan de Raad, Heerhugowaard,
5 MAART 2015 ACTUALISATIE DPO NIET- DAGELIJKSE SECTOR HEERENVEEN BROEKHUIS RIJS ADVISERING
B i j l a g e 3 : A c t u a l i s a t i e D P O, m a a r t 2 0 1 5 5 MAART 2015 ACTUALISATIE DPO NIET- DAGELIJKSE SECTOR HEERENVEEN BROEKHUIS RIJS ADVISERING 1. Inleiding De gemeente Heerenveen is de afgelopen
Geldermalsen. Visievorming op het winkellandschap. Gerard Zandbergen Locatus
Geldermalsen Visievorming op het winkellandschap Gerard Zandbergen Locatus Locatus Congres 2011 6 BIG RETAIL TRENDS Schaalvergroting en Ketenvorming Clustering Internet Vergrijzing Crisis Leegstand? Winkels
Bijlage 4. Haalbaarheidsonderzoek. gemeente Bergen 11 januari 2011
Bijlage 4 Haalbaarheidsonderzoek w i n k e l p r o g r a m m a P l e i n gemeente Bergen 11 januari 211 Haalbaarheidsonderzoek winkelprogramma Plein gemeente Bergen (NH) Opdrachtgever: Contactpersoon:
Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2017 Toelichting, 23 mei super
Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2017 Toelichting, 23 mei 2017 super 2/24 Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2017 23 mei 2017 Inhoud Samenvatting 5 Positieve ontwikkelingen in de Brabantse
Bijlage 2: afwegingskader locatiekeuze supermarkt
Bijlage 2: afwegingskader locatiekeuze supermarkt In deze bijlage is het afwegingskader opgenomen voor de locatiekeuze van de supermarkt in Geertruidenberg. De locaties Venestraat en Schonckplein zijn
Quickscan beoordeling inpassing discountsupermarkt Mook
Quickscan beoordeling inpassing discountsupermarkt Mook datum: 1-12-2015 projectnummer: 1639.0915 Aanleiding Vorig jaar heeft de ontwikkelcombinatie Progres Real Estate B.V. en JAVO Vastgoed een plan gepresenteerd
Westwijk - Amstelveen. Winkelen, Wonen & Parkeren
Westwijk - Amstelveen Winkelen, Wonen & Parkeren Westijk Amstelveen WINKELS 2 Inhoudsopgave 3 Amstelveen... 4 De Wijk... 7 Het Winkelcentrum... 8 Het Plan... 11 Winkelinformatie... 12 Impressies... 14
BEHOEFTE AAN BEOOGDE SUPERMARKT
BEHOEFTE AAN BEOOGDE SUPERMARKT Aldi is enige discounter in het Bildt De Aldi speelt een specifieke rol vervult binnen het koopgedrag van consumenten. Bij discounters doen consumenten vooral aanvullende
Analyse marktruimte supermarkten Nistelrode
Analyse marktruimte supermarkten Nistelrode Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20 83 E [email protected] W www.dtnp.nl Opdrachtgever:
Amersfoort. Euterpeplein. ruimtelijk-economisch onderzoek 04-07-2013 081530.17896.00
Amersfoort Euterpeplein ruimtelijk-economisch onderzoek identificatie planstatus projectnummer: datum: 081530.17896.00 04-07-2013 projectleider: opdrachtgever: drs. G. Welten Hoorne Vastgoed R.008/04 gecertificeerd
winkelcentra kennen de wijk
P. 210 Slimme Bas Buvelot winkelcentra kennen de wijk P. 211 Veel naoorlogse wijken in Nederland worden momenteel vernieuwd omdat de woningvoorraad niet meer aansluit bij de woonwensen van de hedendaagse
Leegstand detailhandel: oorzaken en wat doen we ermee? Peter ter Hark Lectoraat Fontys Hogescholen Vastgoed en Makelaardij 22 april 2015
Leegstand detailhandel: oorzaken en wat doen we ermee? Peter ter Hark Lectoraat Fontys Hogescholen Vastgoed en Makelaardij 22 april 2015 Onderwerpen: Wat is er gebeurd de afgelopen jaren? Wat gaat er gebeuren
Actualisatie Centrumvisie Rhenen
Actualisatie Centrumvisie Rhenen Vanavond: naar een actuele visie Visie 2009, stand 2016 Trends en middelgrote centrumgebieden Marktruimte Actualisatie van de visie In gesprek over het vervolg, hoe realiseren
Structuurvisie Detailhandel 2013-2023, ontwerp partiële herziening 2015 (NL.IMRO.0984.STV15001-on01)
Structuurvisie Detailhandel 2013-2023, ontwerp partiële herziening 2015 (NL.IMRO.0984.STV15001-on01) Inleiding Voor u ligt de eerste ontwerp partiële herziening van de Structuurvisie Detailhandel gemeente
13.30u Wijzigingen winkeltijdenwet Karel Trommelen 14.00u Belangen betrokken partijen Jasper Vlek
Alle dagen (k)open? Masterclass winkeltijden en koopzondagen Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Hotel New York Rotterdam, Villa Sonsbeek Arnhem 21 en 23 mei 2013 Programma 13.30u Wijzigingen winkeltijdenwet
Beverwijk. Detailhandelsstructuurvisie
Beverwijk Detailhandelsstructuurvisie Beverwijk Gemeente Beverwijk Projectnummer: 677.0807 Datum: 19 oktober 2009 Detailhandelsstructuurvisie Inhoudsopgave 0 Samenvatting 1 1 Inleiding 3 2 Analyse huidige
Zijdelwaard Uithoorn. Winkelen Wonen Verblijven
Zijdelwaard Uithoorn Winkelen Wonen Verblijven Uithoorn is een aantrekkelijke, landelijke woongemeente. Direct gelegen aan de Amstel en onderdeel van het Groene Hart, maar toch ook op een steenworpafstand
Distributieve analyse en effectenstudie verplaatsing en uitbreiding Aldi Driebergen
Distributieve analyse en effectenstudie verplaatsing en uitbreiding Aldi Driebergen Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20
Gemeente Assen Oplegnotitie Detailhandel Assen Kwaliteit en beleving centraal!
Gemeente Assen 23-09-2011 Oplegnotitie Detailhandel Assen Kwaliteit en beleving centraal! Inleiding In de periode van 1997 tot en met 2010 is in de gemeente Assen de detailhandelsmonitor uitgevoerd om
CONCEPT advies. Onderwerp: Overwegingen bij toestaan verplaatsing Vomar naar bedrijventerrein (039700.17302.00)
CONCEPT advies Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 Fax: 010-4121039 E-mail: [email protected] Onderwerp: Overwegingen bij toestaan verplaatsing Vomar naar bedrijventerrein (039700.17302.00)
Inhoudelijke reactie op rapport Detailhandels- en horecavisie Boxtel (BRO, 26 september 2014)
Inhoudelijke reactie op rapport Detailhandels- en horecavisie Boxtel (BRO, 26 september 2014) 10 december 2014 Memo Status: Memo Datum: 10 december 2014 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Silodam
Winkelen in het Internettijdperk
Winkelen in het Internettijdperk De (ruimtelijke) gevolgen van internet winkelen dr. Jesse Weltevreden, Hoofd Onderzoek BOVAG 1 Inhoud Winkelgebieden in Nederland Internet winkelen in Nederland E-shoppers:
Facetbestemmingsplan Supermarktlocaties V O O R O N T W E R P
Facetbestemmingsplan Supermarktlocaties V O O R O N T W E R P Facetbestemmingsplan Supermarktlocaties V O O R O N T W E R P Inhoud Toelichting Regels Verbeelding 15 juli 2013 Projectnummer 253.00.02.86.00
Buren, Effecten vestiging bloemenwinkel op bedrijventerrein. Gemeente Buren
Buren, Effecten vestiging bloemenwinkel op bedrijventerrein Gemeente Buren Buren, Effecten vestiging bloemenwinkel op bedrijventerrein Gemeente Buren Rapportnummer: 203X01109.079482_2 Datum: 13 maart
Detailhandelsvisie Katwijk
Detailhandelsvisie Katwijk Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Katwijk de heer R. van der Poel Projectteam DTNP: de heer D.J. Droogh de heer W. Frielink Projectnummer: 1114.1211 Datum: 12 juli 2012
Beleidsnota 4.2 Bedrijven en werklocaties, onderdeel Retail
Beleidsnota 4.2 Bedrijven en werklocaties, onderdeel Retail Inleiding Deze nota bevat de beleidsuitgangspunten voor retail in de gemeente Peel en Maas. Daarnaast wordt in de nota ingegaan hoe de uitgangspunten
Haalbaar programma buurtgebonden voorzieningen Lammenschanspark Leiden
Haalbaar programma buurtgebonden voorzieningen Lammenschanspark Leiden Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20 83 E [email protected]
Detailhandel op bedrijventerreinen. Notitie. pagina 1 van 8
Notitie Detailhandel op bedrijventerreinen pagina 1 van 8 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Detailhandel concentreert zich van oudsher in de centra van dorpen en steden. In de Gemeente Nijkerk is dit niet anders.
De strijd om de harde A1
De strijd om de harde A1 Ontwikkelingen in het A1-winkelgebied november 2014 www.dtz.nl Duidelijk. DTZ Zadelhoff De strijd om de harde A1 In de populairste winkelstraten in Nederland is een strijd gaande
Fact sheet. Winkelaanbod in Amsterdam tussen 1996 en 2003
Fact sheet nummer 2 augustus 24 Winkelaanbod in Amsterdam tussen 1996 en 23 In 22 had Amsterdam ruim 5.5 winkels. Hoewel sinds 1996 het winkelareaal in vierkante meters met 16% toenam, daalde het aantal
Herijking Nota Detailhandel Eindhoven. Marco Karssemakers Economie & Cultuur
Herijking Nota Detailhandel Eindhoven Marco Karssemakers Economie & Cultuur Tot zover.. Nieuwe foto stand van zaken detailhandel Eindhoven door extern bureau Gesprekken met marktpartijen Bijeenkomst met
Bestemmingsplan Supermarkt Gouden Leeuw Venray en omgevingsvergunning. Eindrapport zienswijzen
17 september 2014 Bestemmingsplan Supermarkt Gouden Leeuw Venray en omgevingsvergunning Eindrapport zienswijzen Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray Inhoud 1 Inleiding 6 2 Zienswijzen bestemmingsplan
Ruimtelijk-economische onderbouwing Goossens Tweewielers Velp
Ruimtelijk-economische onderbouwing Goossens Tweewielers te Velp In opdracht van: Goossens Tweewielers Velp Apeldoorn, 9 juli 2012 Copyright MKB Reva 2012 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd
Wijdemeren. Detailhandelsstructuurvisie
Wijdemeren Detailhandelsstructuurvisie Wijdemeren Opdrachtgever: gemeente Wijdemeren Projectnummer: 617.1106 Datum: 4 mei 2007 Detailhandelsstructuurvisie Droogh Trommelen en Partners Voorstadslaan 254
Voorstellen. Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek 22 april 2015. Aanleiding en doel. Proces Afsprakenkader. Toename leegstand.
Voorstellen Rik Eijkelkamp DTNP (Droogh Trommelen en Partners) Ellis Koenders Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek 22 april 2015 EZ gemeente Aalten Proces Afsprakenkader Voorbereid door PoHo DE
WINSCHOTER WERELDBAZAR PAPIERBAAN 80
Geen bedreiging voor koopcentrum Winschoten Nieuw bloed voor de Winschoter bloedsomloop WINSCHOTER WERELDBAZAR PAPIERBAAN 80 WINSCHOTER WERELDBAZAR Overdekte markt 550 units inpandig van 30, 40 en 50m2
Van centrummanagement naar winkelmanagement
Gemeente LIEDEKERKE Toelichting op 9 juni 2011 Waarom is dit onderzoek nodig? Gemeentelijk handelsapparaat zit in een negatieve tendens. Het gemeentebestuur wenst op basis van het RUP Kerngebied delen
Zuidlaren. Toelichting op distributieve berekeningen. Broekhuis Rijs Advisering. Juli Broekhuis Rijs Advisering
Zuidlaren Toelichting op distributieve berekeningen Juli 2013 Hieronder geven we in chronologische volgorde een overzicht van hoe de verschillende uitkomsten tot stand komen en zijn gekomen, en welke aannames
Kiezen of delen. Beleid op maat voor perifere detailhandel
Kiezen of delen Beleid op maat voor perifere detailhandel Dialoog Waar houden we in ons overvolle land de winkellocaties aantrekkelijk? Die vraagt intrigeert velen. En dat is terecht. De beperkt beschikbare
Winkelleegstand: dilemma of kans?
Winkelleegstand: dilemma of kans? Enkele landelijke trends en ontwikkelingen 1. Schaalvergroting (food) en schaalverkleining (modisch) 2. Branchevervaging 3. Toenemende problematiek PDV clusters 4. Filialisering
: Gemeente Hellevoetsluis : Royal HaskoningDHV : Dhr. A. van Rossum, Tuincentrum Groenrijk Aralia
HaskoningDHV Nederland B.V. Logo Ruimtelijke onderbouwing Aan Van Kopie Dossier Project Betreft : Gemeente Hellevoetsluis : Royal HaskoningDHV : Dhr. A. van Rossum, Tuincentrum Groenrijk Aralia : B6475-01-001
Afsprakenkader Detailhandelsontwikkelingen REGIONALE DETAILHANDELSFOTO
Afsprakenkader Detailhandelsontwikkelingen REGIONALE DETAILHANDELSFOTO 1. Inleiding De provincie Noord-Brabant heeft in januari 2013 een symposium georganiseerd over de ontwikkelingen in de detailhandelssector.
Distributieplanologisch onderzoek ontwikkeling Plus Abcoude
Distributieplanologisch onderzoek ontwikkeling Plus Abcoude De haalbaarheid van detailhandelsontwikkeling in een kern is doorgaans gebaseerd op distributieplanologisch onderzoek (DPO). Specifiek voor de
Onderzoek kooporiëntatie Waar winkelen Schiedammers?
Onderzoek kooporiëntatie Waar winkelen Schiedammers? Foto: Jan van der Ploeg Kenniscentrum MVS december 2015 K o o p o r i ë n t a t i e 2 0 1 5 P a g i n a 2 Inleiding In november 2015 heeft het Kenniscentrum
De binnenstad in 2020. Binnenstadsdebat Nijmegen 25 juni 2012 Felix Wigman Directeur BRO
De binnenstad in 2020 Binnenstadsdebat Nijmegen 25 juni 2012 Felix Wigman Directeur BRO Trends & Ontwikkelingen Consument Mobiel Goed geïnformeerd (internet) Kritisch, hoge verwachtingen Zoekt beleving,
Detailhandelsvisie Oldenzaal
Detailhandelsvisie Oldenzaal Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Oldenzaal Mevrouw A.M. van Oss Projectteam DTNP: De heer D.J. Droogh Mevrouw L. Dicou Projectnummer: 1150.0412 Datum raadsbesluit:
Huurmogelijkheden winkelcentrum Kooiplein te Leiden
Huurmogelijkheden winkelcentrum Kooiplein te Leiden PLAnUItLeG Het PLeIn Het centraal in Leiden-Noord gelegen winkelcentrum Kooiplein wordt uitgebreid tot ca. 7.000 m 2. Het nieuwe winkelcentrum Kooiplein
Distributie-planologisch onderzoek Supermarktbranche Händelstraat te Utrecht
Distributie-planologisch onderzoek Supermarktbranche Händelstraat te Utrecht In opdracht van: Aveco de Bondt April 2010 MKB Reva Stationsstraat 80 postbus 10090 7301 GB Apeldoorn T 055 578 72 51 E [email protected]
Uden. wijkwinkelvoorziening Uden-Zuid. ruimtelijk-economisch onderzoek
Uden wijkwinkelvoorziening Uden-Zuid ruimtelijk-economisch onderzoek identificatie planstatus projectnummer: datum: 085600.18534.00 06-06-2014 projectleider: drs. G. Welten opdrachtgever: gemeente Uden
Welkom! Gemeente Purmerend Visie op de boodschappenstructuur. Werkatelier 1
Welkom! Gemeente Purmerend Visie op de boodschappenstructuur Werkatelier 1 Stelling 1 Een supermarkt in het centrum van Purmerend voorziet in een consumentenbehoefte en is ook goed voor de positie van
