Beverwijk. Detailhandelsstructuurvisie
|
|
|
- Greta van der Meer
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beverwijk Detailhandelsstructuurvisie
2 Beverwijk Gemeente Beverwijk Projectnummer: Datum: 19 oktober 2009 Detailhandelsstructuurvisie
3 Inhoudsopgave 0 Samenvatting 1 1 Inleiding 3 2 Analyse huidige situatie Ligging en kenmerken Omvang en spreiding detailhandel Centrum Beverwijk Woonboulevard Marlocenter Wijk- en dorpswinkelcentra 17 3 Ontwikkelingen en beleid Trends in de detailhandel Overheidsbeleid Ontwikkelingen Beverwijk 27 4 Visie op toekomstige detailhandelsstructuur Uitgangspunten Marktmogelijkheden Centrum Beverwijk Woonboulevard Beverwijk Marlocenter Wijk- en dorpswinkelcentra Beverwijkse Bazaar Overig winkelaanbod 43 5 Beleid Planologisch beleidskader Gemeentelijk maatregelenpakket 46 Bijlage 1 Gebruikte literatuur 50 Bijlage 2 Begrippenlijst 51 Bijlage 3 Branche-indeling detailhandel 54 Bijlage 4 Winkelaanbod in Beverwijk 55 Bijlage 5 Indicatie haalbaar aanbod per sector 56 Bijlage 6 Beleid Marloterrein 59 Collegenota (Bedrijvencentrum Spoorsingel) 59 Retailnota gemeente Beverwijk - Ecorys Bijlage 7 Warenmarkt 61
4 0 Samenvatting Doelstelling De gemeente Beverwijk heeft DTNP gevraagd een detailhandelsstructuurvisie voor Beverwijk op te stellen met als doelstellingen: het behouden en versterken van de positie van Beverwijk als winkelstad voor Beverwijk en de regio; het in onderlinge samenhang bepalen en uitbouwen van de gewenste positie van de verschillende winkelconcentraties; het optimaal ruimte bieden aan en sturen van nieuwe detailhandelsontwikkelingen, passen bij de beoogde positie van de verschillende winkelconcentraties. Analyse huidige situatie Beverwijk beschikt over een zeer ruim winkelaanbod, zowel in dagelijkse, recreatieve als doelgericht bezochte branches. Het centrum (Breestraat en omgeving) is het belangrijkste recreatieve winkelgebied van Beverwijk en de regio. Het uitgebreide en gevarieerde winkelaanbod is gevestigd in een compacte, overzichtelijke structuur. In omvang is de Woonboulevard het grootste winkelgebied van Beverwijk. Het aanbod bestaat vooral uit aanbieders in de woonbranche, in het midden en lagere marktsegment. De Woonboulevard kenmerkt zich door een onsamenhangende structuur met een weinig attractieve uitstraling. Het goed bereikbare Marlocenter bestaat uit enkele grote aanbieders, die min of meer solitair functioneren. De grootste trekkers zijn de supermarkten voor dagelijkse boodschappen en de bouwmarkten voor doelgerichte aankopen. Verspreid over de rest van Beverwijk bevinden zich enkele aankoopplaatsen voor dagelijkse aankopen. De winkelcentra Wijkerbaan en Plantage bieden een redelijk compleet dagelijks aanbod, zij het van beperkte omvang. Daarnaast zijn in de woonwijken nog twee solitaire supermarkten gevestigd. In Wijk aan Zee is een kleine dorpssupermarkt en een beperkt overig winkelaanbod gevestigd. Op de Beverwijkse Bazaar is een zeer groot aanbod onder de noemer recreatieve markten gevestigd. De Bazaar heeft een grote bovenregionale verzorgingsfunctie. Advies toekomstige winkelstructuur Voor de toekomstig gewenste winkelstructuur voor Beverwijk wordt geadviseerd: het centrum versterken als belangrijkste recreatieve winkelgebied; op wijkniveau levensvatbare winkelcentra voor dagelijkse boodschappen realiseren; versterken woonboulevard door clusteren en profi leren van thema woninginrichting; het Marlocenter behouden als locatie voor winkels met volumineuze artikelen. Centrum versterken als recreatief winkelgebied Het centrum van Beverwijk kan zich in de toekomst verder profi leren als belangrijkste recreatieve winkelgebied voor Beverwijk en omliggende gemeenten. De omvang van het recreatieve winkelaanbod is reeds zeer groot en wordt nog uitgebreid met de ontwikkeling van het Meerplein. Het is daarnaast gewenst in het centrum een sterk dagelijks winkelaanbod te behouden, met supermarkten als publiekstrekkers. De huidige compacte en lineaire opzet van het centrum vormt het uitgangspunt voor de toekomstige structuur. Bij voorkeur wordt het kernwinkelgebied niet verder uitgerekt en worden nieuwe winkelinitiatieven zoveel mogelijk ingepast in of 1
5 direct aansluitend aan het hoofdwinkelgebied. De herontwikkeling van het Meerplein biedt kansen voor schaalvergroting en uitbreiding van het winkelaanbod. Een modernisering van winkelcentrum Beverhof is gewenst. Compact en samenhangend woonthemacentrum De grote omvang (kritische massa) van de Woonboulevard aan de Parallelweg biedt voldoende kansen om in de toekomst een functie te vervullen als regionale woonboulevard. Hiertoe is een verbetering van de ruimtelijke structuur en de uitstraling van dit winkelgebied noodzakelijk. Er moet gestreefd worden naar een compacte structuur met meer samenhang tussen de verschillende aanbieders. Ook een herinrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld door het creëren van een woonplein met een attractief verblijfsgebied, draagt bij aan de samenhang in het gebied. Om het concept te versterken en bovendien de gewenste positie van het centrum van Beverwijk niet te ondermijnen, is het gewenst hoofdzakelijk winkels in de woonbranche toe te staan. Dagelijks aanbod concentreren in een beperkt aantal wijkwinkelcentra De moderne consument is voor dagelijkse boodschappen gericht op het dichtstbijzijnde winkelcentrum, dat in zijn behoeften voorziet. Voor Beverwijk gaan we, naast een sterk dagelijkse aanbod in het centrum, uit van twee complete wijkwinkelcentra, Wijkerbaan en Plantage. Bij voorkeur zijn in beide centra twee eigentijdse supermarkten in elkaar aanvullende marktsegmenten gevestigd. Met twee sterke supermarkten als trekkers wordt de basis gelegd voor een compleet overig dagelijks aanbod (speciaalzaken). De twee solitair gelegen supermarkten (Vomar en Dekamarkt) en de supermarkten in het Marlocenter liggen op korte afstand van het centrum en de wijkwinkelcentra. Dit kan op termijn de mogelijkheden voor behoud en versterking van dagelijks aanbod in het centrum en de wijkcentra beperken. In het centrum en in de wijkwinkelcentra hebben de supermarkten een grotere toegevoegde waarde (publiekstrekkers). Zo mogelijk wordt aan de Plantage daarom (weer) een tweede supermarkt toegevoegd (bij voorbeeld door verplaatsing van een solitaire supermarkt). Marlocenter: kansen voor volumineuze artikelen Het Marlocenter is ook in de toekomstige winkelstructuur met name geschikt voor detailhandel in volumineuze artikelen, zoals bedoeld en omschreven in het rijksbeleid inzake perifere detailhandel. Daarnaast is het tevens een locatie voor winkels, die gerichte aankopen aanbieden en zich niet kunnen vestigen in het centrum, bijvoorbeeld vanwege de omvang. Het is niet wenselijk medewerking te verlenen aan de vestiging van winkels die vallen onder het recreatief winkelwezen (het zogenaamde funshoppen). Het Marlocenter is immers bedoeld voor het winkelwezen dat valt onder runshoppen en gericht aankopen waarbij het centrumgebied is aangewezen voor funshoppen. In de lijn van een brief vanuit het college aan de vertegenwoordiger van het Marlocenter, verstuurd op d.d. 24 augustus 1995 zijn op het Marlocenter ook indoor-recreatieve voorzieningen toelaatbaar tot een oppervlakte van 500 m² per activiteit. Tot slot zal de gemeente in het verlengde van eerdere afspraken te allen tijde een open oog dienen te houden voor hervestiging van detailhandel met een recreatief karakter op het Marlocenter, indien dit noodzakelijk is om het voorzieningenniveau van Beverwijk in stand te houden. Op kaart 6 op pagina 43 is de toekomstig gewenste winkelstructuur van Beverwijk samengevat. 2
6 1 Inleiding Aanleiding Detailhandel is een van de belangrijke dragers van de lokale economie en draagt sterk bij aan het imago en de attractiviteit van de gemeente. De aantrekkingskracht van grotere binnensteden (Haarlem, Alkmaar, Amsterdam) en thematische centra (ArenA, Cruquius) leidt ertoe dat een regionale positie van Beverwijk niet vanzelfsprekend is. Ontwikkelingen in de detailhandelssector (zoals schaalvergroting, branchevervaging) en in en rond Beverwijk (onder meer Meerplein, Woonboulevard, Bazaar) vragen om een offensief en integraal detailhandelsbeleid. Doel en onderzoeksvragen De gemeente Beverwijk heeft DTNP gevraagd een detailhandelsstructuurvisie op te stellen met als doelstellingen: het behouden en versterken van de positie van Beverwijk als winkelstad voor Beverwijk en de regio; het in onderlinge samenhang bepalen en uitbouwen van de gewenste positie van de verschillende winkelconcentraties; het optimaal ruimte bieden aan en sturen van nieuwe detailhandelsontwikkelingen, passend bij de beoogde positie van de verschillende winkelconcentraties. In dit rapport worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Hoe ziet de huidige winkelstructuur van Beverwijk eruit (kwalitatief, kwantitatief)? 2. Welke ontwikkelingen doen zich voor bij consument en detailhandel? 3. Welke ontwikkelingen doen zich voor aan de vraag- en aanbodzijde in Beverwijk en de regio? 4. Hoe ziet de toekomstig gewenste detailhandelsstructuur eruit en wat betekent dit voor de omvang en functie van elk winkelgebied? 5. Wat zijn, uitgaande van deze functie, sterke en zwakke punten en kansen en bedreigingen per winkelgebied? 6. Welke acties zijn in de verschillende winkelgebieden noodzakelijk en gewenst? 7. Welk beleidskader is gewenst om de beoogde winkelstructuur te realiseren? 8. Welke middelen zijn verder beschikbaar om genoemde doelstellingen te bereiken? Proces Het onderzoek is in de eerste helft van 2008 afgerond. Er is een bijeenkomst gehouden met vertegenwoordigers van de binnenstad, de Woonboulevard, het Marlocenter en de Beverwijkse Bazaar en een bijeenkomst met het College van B&W. Verder is gesproken met de ontwikkelaar van het Meerplein. Na behandeling in het College is het advies besproken in de raadscommissies INFO en RES. Deze hebben gevraagd om aspecten in de visie verder te verduidelijken en met name ten aanzien van het Marlocenter de voorstellen opnieuw te bezien in het licht van eerder beleid. Op 11 juni 2009 zijn deze aandachtspunten en aanvullingen besproken in een expertmeeting met de raadsleden. Naar aanleiding van een amendement van de raad d.d. 4 februari 2010 is de adviesrapportage van DTNP op enkele punten gewijzigd. Een en ander heeft geresulteerd in de voor u liggende rapportage. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige winkelstructuur, gevolgd door ontwikkelingen en relevant beleid (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 3
7 bevat ons advies voor de toekomstige winkelstructuur en in hoofdstuk 5 gaan we in op het beleidskader en de beschikbare middelen. Bij het naleven van de detailhandelsstructuurvisie geldt dat er met betrekking tot het versterken van de detailhandel initiatieve kunnen komen. Bij het opstellen van de visie is niet ingezoomd op alle mogelijke initiatieven die in de toekomst ingediend kunnen worden. Als dergelijke initiatieven worden ingediend zal door de gemeente Beverwijk met een open vizier worden gekeken waarbij de visie niet als dogma maar als gewenst eindbeeld moet worden gezien. Op deze manier kan de gemeente Beverwijk optimaal kansen benutten die zich mogelijk binnen de detailhandel aandienen. De visie betreft derhalve geen dogma als het gaat om het beperken van initiatieven voor bijvoorbeeld solitaire detailhandel. 4
8 2 Analyse huidige situatie 2.1 Ligging en kenmerken De gemeente Beverwijk ligt in Noord-Holland en wordt ontsloten via de A22 en A9. De gemeente bestaat uit de kernen Beverwijk (± inwoners) en Wijk aan Zee (± inwoners) (CBS, 2008)*. Beverwijk vormt met Heemskerk en Velsen Noord één stedelijk gebied. Het centrum van Beverwijk is in dit gebied het grootste winkelcentrum voor recreatieve branches, gevolgd door het centrum van Heemskerk. In Heemskerk liggen de wijkwinkelcentra Europaplein en De Citadel niet ver van de gemeentegrens met Beverwijk, waardoor ze naar verwachting ook een functie vervullen voor inwoners uit een deel van Beverwijk. Omgekeerd bezoeken inwoners uit * Dit onderzoek is medio 2008 afgerond. Sindsdien zijn inwonertallen iets gewijzigd. Deze ontwikkeling was in 2008 voorzien en hierop is in de visie (2015) geanticipeerd. Het winkelaanbod (spreiding, m²) is op hoofdlijnen gelijk gebleven. Er is geen aanleiding bij deze herziening (oktober 2009) de gebruikte cijfers, tabellen, grafi eken en observaties uit 2008 te wijzigen. 5
9 Figuur 1 Winkelaanbod in het centrum van Beverwijk en in centra in de regio (in m² wvo) Heemskerk ook de winkelgebieden in Beverwijk (onder andere Marlocenter). Grotere kernen in de directe omgeving van Beverwijk zijn IJmuiden, Assendelft, Krommenie, Wormerveer, Uitgeest en Castricum. De centra van deze kernen hebben een minder uitgebreid (recreatief) winkelaanbod dan het centrum van Beverwijk (fi guur 1, bron: Locatus 2007/2008)*. Beverwijk ligt tussen de steden Haarlem, Alkmaar en Zaandam. De centra van deze steden zijn aanzienlijk groter dan dat van Beverwijk en vervullen een functie als regionale recreatieve winkelgebieden. Ook Amsterdam, met onder meer de binnenstad en Villa ArenA als belangrijke winkelgebieden, ligt op korte afstand. Voor woninginrichting zijn Overstad in Alkmaar en Cruquius in Hoofddorp belangrijke regionale centra. Bron: Locatus (november 2007) en Locatus Verkenner (april 2008); bewerking Droogh Trommelen en Partners * De oppervlaktematen in deze rapportage zijn m² winkelvloeroppervlak. Het gaat hierbij om detailhandel (winkels), dus exclusief horeca, diensten, etc. Het gaat om voor de klant toegankelijke/zichtbare winkelruimte. Het wvo is dus exclusief opslag, personeelsruimtes, gangen, technische ruimtes, etc. Indien men ook deze ruimtes meetelt, spreekt men van bedrijfsvloeroppervlak (bvo). 6
10 2.2 Omvang en spreiding detailhandel Divers aanbod aan winkels, horeca en diensten In de gemeente Beverwijk (Beverwijk en Wijk aan Zee) is in totaal bijna m² winkelvloeroppervlak (wvo) aanwezig, verspreid over circa 370 verkooppunten. Dit is exclusief het aanbod op de Beverwijkse Bazaar. Het overgrote deel hiervan ligt in de kern Beverwijk, verspreid over een aantal grote en kleinere winkelcentra en verspreid gelegen winkels. In Wijk aan Zee zijn slechts enkele winkels gevestigd. Naast dit winkelaanbod bevinden zich in de gemeente Beverwijk ruim 150 horecagelegenheden en circa 140 dienstverlenende bedrijven (zoals kapper, banken en uitzendbureaus). Een groot deel hiervan is gevestigd in het centrum van Beverwijk. Daarnaast bevinden zich in Wijk aan Zee relatief veel horecagelegenheden. kramen, winkels en horeca gevestigd. Het aanbod is uitgebreid en bestaat uit zowel food als non-food branches. De Bazaar bestaat uit verschillende onderdelen, zoals de Zwarte Markt, de Computermarkt, de Grand Bazaar, China Town, een Factory Outlet en de Oosterse Markt. De Bazaar is geopend tijdens weekenden. De meest recente uitbreiding van de Bazaar is de Chinese Markt.* Uit onderzoek blijkt dat de Bazaar circa bezoekers per weekend trekt**. Deze bezoekers komen uit een zeer grote regio (en ruim eenderde van buiten de provincie Noord- Holland) en hebben een lange verblijfsduur (gemiddeld drie uur per dag). De Bazaar kan beschouwd worden als een autonome attractie met een bovenregionale functie. Kern Beverwijk heeft zeer ruim winkelaanbod Het winkelaanbod in de kern Beverwijk heeft een omvang van circa m² wvo (exclusief Bazaar). Dit is bijna twee keer Beverwijkse Bazaar is alleen in weekend geopend In Wijk aan Zee ruim aanbod horeca Recreatieve markten op de Bazaar Naast winkels, horeca en dienstverlening is in Beverwijk op de Beverwijkse Bazaar circa m² brutovloeroppervlak (bvo) aan * KuiperCompagnons (2008), Bestemmingsplan Recreatieve markten Beverwijkse Bazaar ** Strabo B.V. (2000), Passantenonderzoek Beverwijkse Bazaar Divers aanbod in centrum: winkels, horeca, diensten 7
11 zoveel als het aanbod in kernen van gelijke omvang (± m² wvo). Zeer ruim aanbod voedings- en genotmiddelen Ook woonbranche is in Beverwijk relatief groot Figuur 2 Winkelaanbod in de kern Beverwijk en in kernen van gelijke omvang (in m² wvo) In alle branchegroepen is het aanbod in Beverwijk groter dan gemiddeld in kernen van gelijke omvang (circa inwoners). Opvallend is het zeer ruime aanbod in de branches woninginrichting, doe-het-zelf en voedings- en genotmiddelen. Ook in de recreatieve branches, kleding, schoenen, optiek/antiek, warenhuis en bruin- en witgoed is in Beverwijk een ruim aanbod aanwezig. Slechts in enkele branches is het aanbod in Beverwijk kleiner dan gemiddeld in kernen van deze omvang. Dit geldt voor de branches bloemen, planten en dierbenodigdheden, tuincentra en enkele recreatieve branches (onder andere sport en spel). Een toelichting van de in dit hoofdstuk gebruikte indeling van branches en branchegroepen is terug te vinden in bijlage 3. Bijlage 4 geeft een gedetailleerd overzicht van de omvang van het winkelaanbod in Beverwijk per branche. Bron: Locatus (november 2007) en Locatus Verkenner (april 2008); bewerking Droogh Trommelen en Partners 8
12 Figuur 3 en kaart 2 geven een overzicht van de spreiding van het winkelaanbod in Beverwijk. De winkelgebieden onderscheiden zich van elkaar door verschil in omvang en branchering van het winkelaanbod. Dit leidt ertoe dat de winkelgebieden complementair zijn: zij hebben elk een ander bezoekmotief en andere bezoekfrequentie en verzorgingsfunctie. In de volgende paragrafen gaan we nader in op de kwalitatieve beoordeling van de afzonderlijke winkelgebieden. Figuur 3 Winkelaanbod per winkelgebied in Beverwijk (in m² wvo) Recreatief winkelaanbod vooral in het centrum Het centrum van Beverwijk is het belangrijkste winkelgebied voor recreatief winkelen. Vrijwel alle winkels in modisch en overig recreatieve branches zijn gevestigd in het centrum. Slechts enkele winkels in recreatieve branches zijn gevestigd buiten het centrum, waarvan multimediawinkel BCC op de woonboulevard (verplaatst vanuit het centrum) de grootste is. Woonboulevard en Marlocenter voor volumineuze artikelen De branchegroep doelgerichte non-food wordt gevormd door winkels in volumineuze artikelen (de branches woninginrichting, doe- Bron: Locatus (november 2007); bewerking Droogh Trommelen en Partners 9
13 het-zelf en tuincentra). De meeste winkels in de branche woninginrichting in Beverwijk zijn gevestigd op de woonboulevard. In het Marlocenter zijn twee grote bouwmarkten (waarvan één met tuincentrum) gevestigd. Dagelijks winkelaanbod verspreid over de kern Onder winkelaanbod voor dagelijkse boodschappen verstaan we winkels in de branchegroepen voedings- en genotmiddelen en frequent benodigde non-food (drogist, bloemen/planten/dierbenodigdheden, huishoudelijke artikelen). Supermarkten zijn hierbij de belangrijkste trekkers. In Beverwijk is het Marlocenter met twee supermarkten een belangrijke aankoopplaats voor dagelijkse boodschappen. Ook in het centrum is een uitgebreid dagelijks winkel-aanbod aanwezig. De twee buurtwinkelcentra (Wijkerbaan en Plantage) zijn volledig gericht op de dagelijkse boodschappen. Daarnaast zijn er nog enkele verspreid gelegen, solitaire supermarkten. Het winkelaanbod in Wijk aan Zee is van beperkte omvang. De kleine supermarkt is de belangrijkste aanbieder. Daarnaast zijn er enkele overige winkels voor dagelijkse aankopen gevestigd. Er is geen sprake van een compact, compleet dorpscentrum. 10
14 2.3 Centrum Beverwijk Het centrum van Beverwijk wordt gevormd door de Beverhof, Breestraat, Begijnenstraat, Meerstraat, Koningsstraat, Baanstraat, Zeestraat en alle tussenliggende straten en stegen. Zeer ruim en gevarieerd winkelaanbod Het winkelaanbod in het centrum van Beverwijk heeft een omvang van bijna m² wvo, verspreid over ruim 200 winkels. Dit is ruim groter dan het winkelaanbod in centra van kernen van gelijke omvang (± m² wvo). Als we het centrum van Beverwijk beschouwen als het hoofdwinkelgebied van het stedelijk gebied Beverwijk-Heemskerk (circa inwoners) is het aanbod iets kleiner dan in centra van kernen van gelijke omvang. Dit verschil wordt met name bepaald door een kleiner aanbod in recreatieve branches. Gevarieerd recreatief winkelaanbod in centrum Diverse winkels voor dagelijkse aankopen aanwezig Figuur 4 Winkelaanbod in centrum Beverwijk en in centra van kernen van gelijke omvang (in m² wvo) De gemiddelde omvang per winkel in het centrum van Beverwijk is met 170 m² wvo iets kleiner dan het gemiddelde in centra van kernen van 30 tot inwoners (187 m² wvo). In het centrum zijn slechts 6 winkelunits Bron: Locatus (november 2007) en Locatus Verkenner april 2008); bewerking Droogh Trommelen en Partners 11
15 groter dan m² wvo aanwezig. Daarnaast zijn er in het centrum circa 70 horecabedrijven en ruim 80 dienstverlenende instanties gevestigd. In kaart 3 is de ruimtelijke spreiding van het aanbod in het centrum aangegeven (situatie november 2007). Het centrum van Beverwijk heeft in de eerste plaats een functie als recreatief winkelgebied. Het aanbod in recreatieve branches in het centrum van Beverwijk is relatief groot in vergelijking met centra van kernen van gelijke omvang. Dit geldt met name voor de branches kleding, schoenen, optiek/antiek en warenhuis. Belangrijkste trekkers zijn V&D, Hema en C&A en H&M (sinds voorjaar 2008). Naast een functie voor recreatief winkelen heeft het centrum ook een belangrijke functie als aankoopplaats voor dagelijkse artikelen, met onder meer de supermarkten Albert Heijn in de Beverhof en Aldi aan de rand van het centrum. Opvallend is het relatief grote aanbod in de branches drogisterij- en huishoudelijke artikelen. Op woensdag wordt in de Breestraat de warenmarkt gehouden met zowel food als non-food (± 60 kooplieden). Door de centrale 12
16 opstelling van de markt (twee lange rijen met gezicht naar de winkels) is de relatie met de winkels zeer goed. In bijlage 7 gaan we nader in op de warenmarkt. Overzichtelijke lineaire structuur centrum Het kernwinkelgebied wordt gevormd door de Breestraat, met de Beverhof als belangrijke pool aan de noordoostzijde. De lineaire structuur van het centrum zorgt voor een overzichtelijke opzet. De Breestraat is aan beide zijden sterk verwinkeld. De afstand tussen beide winkelwanden is groot. Hierdoor en door de matige oversteekbaarheid van de straat wordt de Breestraat bezocht als een winkelrondje (ene zijde heen, andere zijde terug). Ook de Begijnenstraat maakt onderdeel uit van het kernwinkelgebied. Richting het station krijgt de Breestraat meer het karakter van een aanloopstraat, met grotere afwisseling in branches en functies. Ook de Zeestraat heeft een functie als aanloopgebied met een gemengde invulling. Er heeft besluitvorming plaatsgevonden over de herontwikkeling van het Meerplein met onder meer winkels en een parkeergarage. Uitstraling verschilt per deelgebied De Breestraat heeft een verzorgde inrichting van de openbare ruimte (zowel bestrating als straatmeubilair). De fysiek afgebakende rijloper heeft een barrièrewerking tussen beide winkelwanden. De grote ruimte tussen de gevels (breed profi el) in combinatie met de geringe verkeersfunctie maakt het winkelgebied op rustige uren erg stil. De meeste panden aan de Breestraat zijn van voldoende kwaliteit en uitstraling. De Beverhof heeft een introverte en gedateerde uitstraling. De kwaliteit van panden en openbare ruimte op en rond het Meerplein is slecht en verouderd. Goed bereikbaar, parkeren geconcentreerd Het centrum van Beverwijk ligt decentraal, in het zuiden van de kern. De bereikbaarheid per auto is echter goed, zowel vanuit Beverwijk als vanuit de regio. Het station (trein en bus) ligt op loopafstand van het winkelgebied. De parkeergelegenheden zijn vrijwel volledig geconcentreerd aan de zuidzijde van het winkelgebied. De grootste parkeerterreinen zijn gelegen bij de Beverhof en op het Meerplein. In het centrum geldt een betaald parkeerregime. Warenhuizen zijn publiekstrekkers Beverhof is onderdeel van kernwinkelgebied Begijnenstraat met kleinschalige winkels 13
17 Inrichtingselementen Breestraat werken als barrière Lineaire structuur met gevarieerd winkelaanbod Directe relatie tussen warenmarkt en winkels Verzorgde inrichting openbare ruimte Sterke en zwakke punten centrum Beverwijk Omvang en branchering + Uitgebreid aanbod, zowel in recreatieve als dagelijkse branches Trekkerbeeld + + Diverse grote trekkers aanwezig (V&D, Hema, C&A, AH) Met komst H&M is nieuwe modische trekker toegevoegd Routing/opzet + Overzichtelijke, lineaire structuur Uitstraling + ± - Verzorgde inrichting Barrièrewerking inrichtingselementen Uitstraling Beverhof verouderd Ligging - Decentraal in de kern Bereikbaarheid + Goede bereikbaarheid, zowel vanuit Beverwijk als de regio Parkeren + - Groot parkeerterrein bij Beverhof en Meerplein In overige delen van het centrum beperkte parkeergelegenheden Meerplein is belangrijke parkeerlocatie Parkeerterrein bij Beverhof 14
18 2.4 Woonboulevard De Woonboulevard Beverwijk ligt aan de Parallelweg en heeft een omvang van circa m² wvo, verspreid over 35 verkooppunten. De gemiddelde omvang per winkel bedraagt daarmee ruim m² wvo. Het winkelaanbod wordt vrijwel geheel gevormd door aanbieders in de branche woninginrichting, met uitzondering van BCC (bruin- en witgoed, multimedia) en Tegel Tuinmeubelen (tuinartikelen). De meeste winkels bevinden zich in het midden en lagere marktsegment. Grote aanbieders zijn onder andere Stoutenbeek, Kosmos Wonen, Piet Klerkx en GAAF. De woonwinkels liggen verspreid over een grote afstand aan een doorgaande weg, waardoor geen sprake is van een samenhangend winkelgebied. De opzet en uitstraling van de woonboulevard is verouderd. Sterke en zwakke punten Woonboulevard Omvang en branchering + Zeer groot aanbod in woninginrichting Trekkerbeeld ± Vooral trekkers in midden en lagere segment, weinig onderscheid t.o.v. regio Routing/opzet - Weinig samenhang tussen winkels, grote spreiding Uitstraling - Weinig attractief, verouderd Ligging ± Decentraal in de kern, centraal in de regio Bereikbaarheid + Goed door ligging nabij afslag snelweg, toegang tot Beverwijk Parkeren - Beperkte capaciteit, losse terreintjes Grote aanbieders, verspreid over langgerekt gebied BCC valt niet onder woninginrichtingsbranche Vooral winkels in midden en lagere segment 15
19 Twee bouwmarkten voor doelgerichte aankopen Dekamarkt is grootste supermarkt van Beverwijk Weinig samenhang tussen de winkels 2.5 Marlocenter Het Marlocenter ligt in het zuiden van Beverwijk en wordt ontsloten door de Spoorsingel. Het winkelaanbod heeft een omvang van bijna m² wvo, verspreid over 12 verkooppunten (gemiddelde omvang per winkel: ± m² wvo). Het winkelaanbod in het Marlocenter bestaat uit enkele grote aanbieders met verschillende bezoekmotieven. De twee supermarkten zijn gericht op de dagelijkse boodschappen, terwijl de bouwmarkten doelgericht worden bezocht. De winkels in het Marlocenter functioneren min of meer solitair. De winkels liggen op een terrein met een eenduidige en verzorgde inrichting. De stedenbouwkundige opzet van het gebied en de kwaliteit van de panden is verzorgd en functioneel. Tussen de winkels zijn diverse parkeergelegenheden waar gratis kan worden geparkeerd. De fysieke samenhang tussen de winkels is beperkt door een relatief grote afstand en het ontbreken van overzicht over het totale aanbod. Sterke en zwakke punten Marlocenter Omvang en branchering - Omvang in oppervlak groot, per bezoekmotief echter slechts een beperkt aantal winkels Trekkerbeeld + Grote supermarkten en bouwmarkten Routing/opzet - + Weinig samenhang tussen de winkels Functionele opzet voor doelgericht winkelbezoek (parkeren voor de deur) Uitstraling + Verzorgde uitstraling openbare ruimte en panden Ligging ± Decentraal in de kern Bereikbaarheid + Goede bereikbaarheid vanuit Beverwijk en Heemskerk Parkeren + Gratis parkeren voor de deur 16
20 2.6 Wijk- en dorpswinkelcentra In het noordelijk deel van Beverwijk zijn de winkelcentra Wijkerbaan en Plantage gevestigd. Daarnaast zijn in dit deel van de kern twee solitaire supermarkten aanwezig (Dekamarkt en Vomar). Beide supermarkten hebben een eigentijdse maat (ruim m² wvo). Dekamarkt (Hilbersplein) heeft een eigentijdse uitstraling met voldoende parkeren voor en onder de winkel. De uitstraling van de Vomar (Schouwenaarsstraat) is matig (laag investeringsniveau) en de parkeercapaciteit is beperkt. Beide supermarkten liggen enigszins verscholen (niet aan doorgaande route). Sterke en zwakke punten Wijkerbaan Omvang en branchering + - Compleet dagelijks winkelaanbod Meeste winkels zijn te klein Trekkerbeeld + - Twee supermarkten in elkaar aanvullende marktsegmenten Omvang supermarkten te klein Routing/opzet - Introverte opzet Uitstraling - Sterk verouderd Ligging + Aan doorgaande weg Bereikbaarheid + Goed Parkeren + Rondom winkelcentrum voldoende plaatsen Winkelcentrum Wijkerbaan wordt herontwikkeld Winkelcentrum Wijkerbaan Wijkerbaan ligt in het noordoosten van Beverwijk nabij de kruising van de Plesmanweg en de Laan der Nederlanden. Het winkelcentrum heeft een omvang van circa m² wvo, verspreid over 25 verkooppunten. Belangrijkste trekkers zijn de supermarkten Albert Heijn en Aldi. Voor dit verouderde winkelcentrum zijn concrete herontwikkelingsplannen opgesteld, waarbij het aanbod wordt uitgebreid en de uitstraling van het winkelcentrum wordt verbeterd. Winkelcentrum Plantage De Plantage ligt in het westen van de kern Beverwijk. Dit winkelcentrum heeft een omvang van bijna m² wvo, verspreid over 20 verkooppunten. Supermarkt Vomar is de belangrijkste trekker. In tegenstelling tot de Wijkerbaan, ontbreekt (inmiddels) een tweede supermarkt als trekker. Het overige dagelijkse aanbod is vrij compleet. Wel zijn veel winkels aan de kleine kant. Het winkelcentrum heeft een overzichtelijke lineaire opzet met parkeren voor de deur. Het aantal plaatsten is beperkt. Albert Heijn is belangrijkste trekker in Wijkerbaan Plantage heeft compleet dagelijks aanbod 17
21 Plantage: lineaire structuur, omvang aanbod beperkt Slechts enkele winkels in Wijk aan Zee gevestigd Spar is belangrijkste aanbieder in Wijk aan Zee Sterke en zwakke punten Plantage Omvang en branchering ± - Vrijwel compleet dagelijks winkelaanbod Veel winkels zijn te klein Trekkerbeeld ± 1 supermarkt, omvang voldoende, tweede supermarkt ontbreekt Routing/opzet + Overzichtelijke, lineaire structuur Uitstraling ± Voldoende, zicht op winkels door luifels matig Ligging + In woonwijk Bereikbaarheid ± Voldoende Parkeren ± Direct voor winkels, beperkte capaciteit Wijk aan Zee In de kleine kern Wijk aan Zee is een beperkt winkelaanbod aanwezig, voornamelijk gericht op dagelijkse aankopen voor de eigen inwoners en voor toeristen. De kleine dorpssupermarkt heeft een eigentijdse uitstraling en ligt gunstig aan de hoofdweg door het dorp. De overige winkels en de meeste horecagelegenheden zijn vooral gevestigd in de Voorstraat en aan het Julianaplein. Sterke en zwakke punten Wijk aan Zee Omvang en branchering ± + Beperkt en incompleet winkelaanbod Zeer groot horecaaanbod Trekkerbeeld + Dorpssupermarkt passend bij verzorgingsfunctie Routing/opzet - Geen samenhangend winkelgebied, supermarkt ligt solitair Uitstraling + Supermarkt heeft eigentijdse uitstraling, uitstraling winkels en horeca Julianaplein voldoende Ligging + Supermarkt aan doorgaande weg, overig aanbod nabij strand Bereikbaarheid + Goed Parkeren + Direct voor de winkels 18
22 3 Ontwikkelingen en beleid 3.1 Trends in de detailhandel Bezoekmotieven Bij winkelbezoek hangt het gedrag van de consument vooral samen met het bezoekmotief. Onder meer in de recente studie Winkelen in Megaland * wordt een onderscheid gemaakt tussen boodschappen doen (run), recreatief winkelen (fun) en het doen van gerichte aankopen. De drie typen kennen elk hun ruimtelijk patroon. Bij boodschappen doen staat de aankoop van voedings- en genotmiddelen en frequent benodigde non-food (o.a. drogist, bloemen) centraal. Verkrijgbaarheid (compleet assortiment), gemak (reistijd, comfort, openingstijden) en bereikbaarheid spelen een belangrijke rol. Dit type winkelgedrag vindt frequent plaats, overwegend in de omgeving van de woning (buurt- en dorpscentra). De kwaliteit en omvang van de supermarkt zijn sterk bepalend voor de trekkracht van een boodschappencentrum. Bij recreatief winkelen gaat het om de aankoop van keuzegevoelige artikelen (mode, boeken, CD s, sportartikelen, etc.). Veelal is de actie zelf (rondkijken, ontspannen) belangrijker dan de aankoop. De attractiviteit van een recreatief winkelgebied wordt primair bepaald door de omvang van het modisch recreatieve aanbod en de aanwezigheid van landelijk bekende trekkers (V&D, Hema, H&M, etc.). Een ruim aanbod verrassende speciaalzaken, horeca en een aantrekkelijke sfeer vergroten de attractiviteit. Naarmate de aankoop zelf meer centraal staat (op zoek naar schoenen, MP3-speler of tennisracket) is effi ciëntie als kwaliteit belangrijker: optimale bereikbaarheid en een compleet assortiment in een zo compact mogelijke opzet. Recreatief winkelen of funshoppen is een van de meest favoriete vrijetijdsbestedingen van Nederlanders*. Bij gerichte aankopen gaat het enerzijds om artikelen die niet keuzegevoelig zijn (doe-hetzelf, tuinartikelen). Combinatiebezoek met andere winkels vindt nauwelijks plaats. Belangrijker zijn een goede vindbaarheid, zichtbaarheid en bereikbaarheid. Anderzijds gaat het om duurdere en laagfrequent gekochte artikelen, zoals meubelen en auto s. Hiervoor is men bereid relatief grote afstanden af te leggen om een clustering van meerdere aanbieders te bereiken (bijv. woonboulevard). Winkelgedrag en locatie Veel winkels worden vanuit meer dan één bezoekmotief bezocht. Toch specialiseren veel winkels en winkelgebieden zich primair op één type winkelgedrag. Zo ligt de nadruk in buurt- en wijkcentra op boodschappen doen, in binnensteden op recreatief winkelen en op perifere locaties op gerichte aankopen. Bij elk bezoekmotief is de consument gericht op het meest nabij gelegen winkelgebied dat in zijn behoefte voorziet. Naarmate de frequentie van de aankoop toeneemt, doet de consument de aankoop in de regel dichter bij huis. * Ruimtelijk Planbureau (2006), Winkelen in Megaland * CVTO (2006), Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2005/2006 Een dergelijke samenhang is er ook te zien met de bezoekersintensiteit van de winkels. 19
23 Boodschappen: gemak en efficiëntie Recreatief winkelen: kijken en vergelijken Doelgerichte aankopen: goede bereikbaarheid Zo zijn bouwmarkten, woninginrichtingwinkels en tuincentra bezoekersextensief (minder dan 1 bezoeker per m² per week). Branches als mode, huishoudelijke artikelen, sportartikelen, speelgoed en warenhuizen hebben tussen de 2 en 5 bezoekers per m² per week, terwijl dit bij dagelijkse branches ruim boven de 5 ligt*. Voorzieningenstructuur De Nederlandse voorzieningenstructuur is relatief fi jnmazig. In beginsel is de consument gericht op het meest nabij gelegen winkelgebied dat in zijn behoefte voorziet. Door de toenemende mobiliteit speelt afstand echter steeds minder vaak een rol bij de keuze voor een winkelcentrum. Kwantiteit en kwaliteit van het winkelaanbod zijn voor de consument de belangrijkste factoren die bepalen welk winkelcentrum ze bezoeken. In de afweging tussen centra met een vergelijkbaar winkelaanbod spelen factoren zoals bereikbaarheid, parkeren, inrichting van de openbare ruimte en sfeer een doorslaggevende rol in de keuze voor een bepaald winkelcentrum. * HBD/Stienstra (2003) Door toenemende individualisering kunnen we steeds minder spreken van de consument. Een grotere verscheidenheid aan culturen, leefstijlen en huishoudentypen leidt tot een sterke toename van het aantal doelgroepen. Ook binnen een doelgroep of zelfs van één consument wordt het gedrag meer fragmentarisch. Zo kan het zijn dat een consument een grote supermarkt bezoekt voor de wekelijkse boodschappen, een kleinere supermarkt voor boodschappen tussendoor en de discountsupermarkt voor een beperkt aantal goedkope artikelen. Schaalvergroting in de structuur Door de toegenomen mobiliteit krijgt de consument meer mogelijkheden bij het kiezen van een winkelgebied. Voor kleinschalige voorzieningen is het steeds moeilijker om aan de toenemende eisen van de consument te voldoen. Die verwacht een compleet aanbod en keuze, of het nu gaat om levensmiddelen, mode of meubelen. De noodzakelijke massa (aantal m² wvo) voor een winkelgebied neemt dan ook toe en daarmee weer het benodigde aantal consumenten. Op deze wijze vindt geleidelijk schaalvergroting plaats in de voorzieningenstructuur. Het gevolg is dat 20
24 kleine buurtcentra verdwijnen en binnensteden en grote wijk- en themacentra opkomen. Dit proces staat dikwijls op gespannen voet met de (maatschappelijke en beleidsmatige) wens voor winkels in de woonomgeving. Deze dragen immers bij aan de aantrekkelijkheid van een woonbuurt en zijn vooral belangrijk voor niet mobiele inwoners (o.a. ouderen). Deze groep is echter onvoldoende groot om een compleet dagelijks winkelaanbod op buurtniveau in stand te houden. Hetzelfde zien we bij binnensteden en woonboulevards, waar grote centra het winnen van kleinere. verwachting groeien. Per saldo neemt het aantal supermarkten af (zie fi guur 5)*. Sinds enige jaren proberen grootschalige supermarktformules (> m²) een positie te verwerven in de structuur van (grotere) gemeenten in Nederland. Het aantal grootschalige supermarkten is nog beperkt. In veel gevallen betreft het reeds lang geleden gevestigde winkels (o.a. Miro, Maxis) of vergrote supermarkten in wijk- en stadsdeelcentra. Veel gemeenten zijn terughoudend bij initiatieven voor nieuwe grootschalige supermarkten, vanwege de effecten op de bestaande winkelstructuur. Fig. 5 Ontwikkeling supermarkten naar omvang Schaalvergroting op winkelniveau Ook op het niveau van de winkel vindt schaalvergroting plaats. Tegenwoordig heeft een volwaardige servicesupermarkt al gauw een minimale omvang van m² wvo. Voor de toekomst moet rekening worden gehouden met een nog grotere omvang (1.200 m² wvo of meer). Voor de komende jaren wordt een verdere afname verwacht van kleinschalige supermarkten (< 700 m² ). Het aantal grote supermarkten (> m²) zal naar Supermarkt steeds belangrijker De kwaliteit en omvang van de supermarkt zijn sterk bepalend voor de trekkracht van een boodschappencentrum. Het aandeel van de supermarkt in de totale bestedingen is sterk toegenomen ten koste van speciaalzaken. Inmiddels hebben supermarkten voor aankopen in winkels in voedings- en genotmiddelen circa 85% marktaandeel**. * AC Nielsen (2006), Ontwikkeling aantal servicesupermarkten naar omvang ** HBD (2007), Bestedingen en marktaandelen 2006 Schaalvergroting op winkelniveau: megasupermarkt Grootschalige winkels zijn trekkers in winkelcentra 21
25 Schaalvergroting vindt plaats in alle branches Gebruik van de verdieping biedt extra winkelruimte Branches lopen steeds meer in elkaar over Het stijgende marktaandeel van supermarkten zorgt ervoor dat speciaalzaken het moeilijker krijgen. Tegelijkertijd zorgen supermarkten in een winkelcentrum voor een grote bezoekersstroom. Uit onderzoek* blijkt dat ⅓ deel van de bezoekers aan supermarkten in buurt- en wijkcentra ook één of meer van de nabijgelegen speciaalzaken bezoekt. Dit percentage varieert niet of nauwelijks met de omvang van de supermarkt. Speciaalzaken kunnen daarom meer bezoekers verwachten indien zij nabij een sterk supermarktaanbod gelegen zijn. Grootschalige winkels als trekker Ook in de recreatieve en gericht bezochte branches zien we steeds meer grootschalige winkels. Van oudsher zijn algemene warenhuizen als V&D en Hema en grote modezaken als C&A en H&M belangrijke trekkers voor recreatieve winkelgebieden. Dergelijke algemene formules staan in toenemende mate onder druk (V&D). Niettemin blijven innoverende warenhuizen (Hema) en modeformules (H&M, Sting) belangrijke trekkers. * G.F.B. Stinstra/ DTNP (2005), Compleet anders?! Daarnaast ontwikkelen oude branches als bruin- en witgoed, sport en kamperen zich tot aantrekkelijke thematische warenhuizen met een groot modisch-recreatief assortiment. Zo kunnen grote winkels als MediaMarkt, Beversport en Intersport een grote regionale trekkracht en bezoekersintensiteit hebben en daarmee een grote toegevoegde waarde hebben voor recreatieve winkelgebieden. Grootschalige winkelformules als MediaMarkt, BCC, Intersport, Toys-XL, Bristol en Kruidvat kunnen zowel in binnensteden als op perifere locaties functioneren. Op perifere locaties is het aantal bezoekers veel kleiner dan op centrumlocaties, maar de gemiddelde besteding per klant ligt er hoger. Dit komt omdat er op centrumlocaties relatief veel kijkende bezoekers binnenlopen, terwijl bezoekers op perifere locaties doelgericht komen kopen. Per saldo ligt het omzetniveau op beide locaties even hoog. Eigen onderzoek naar bezoekers van verschillende winkelformules in recreatieve winkelcentra geeft aan dat formules als MediaMarkt vaak net zo belangrijk zijn als V&D, terwijl formules als Perry of Intersport 22
26 net zoveel bezoekers trekken als bijvoorbeeld C&A. Door de vele bezoekers hebben deze formules in recreatieve centra een grote toegevoegde waarde en kunnen daar fungeren als de nieuwe anchorstores (trekkers van de winkelgebieden). Branchevervaging In veel sectoren binnen de detailhandel treden verschijnselen van branchevervaging op: het aangeboden assortiment is anders dan gebruikelijk in de oorspronkelijke branchegroep. Zo zijn er drogisterijen die ook speelgoed verkopen en supermarkten waar ook computers worden verkocht. In normale winkelgebieden leidt dit niet tot (planologischjuridische) problemen, omdat de branchering niet in het bestemmingsplan kan worden opgenomen. Op perifere locaties is detailhandel veelal specifi ek bestemd of via een vrijstelling geregeld. Geconstateerd kan worden dat bedrijven, die zich vanwege de aard en omvang van de artikelen (volumineus) op een perifere locatie mogen vestigen (PDV-beleid), in toenemende mate branchevreemde artikelen verkopen. Zo zijn er bouwmarkten die ook speelgoed aanbieden en tuincentra die huishoudelijke artikelen verkopen. Om te voorkomen dat structuurverstorende effecten ontstaan voor reguliere winkelgebieden, is handhaving noodzakelijk. Opkomst van winkels op trafficlocaties Bestaande aanbieders krijgen te maken met nieuwe concurrenten buiten de traditionele winkelcentra. Een ontwikkeling is de opkomst van winkels op traffi clocaties (benzinestations, NS-stations). De winkels zijn in de regel klein en bieden een beperkt aanbod gemaksartikelen (voedings- en genotmiddelen, lectuur, etc.). De invloed op de winkelstructuur als geheel is beperkt. Winkelen via internet De omzet van Nederlandse internetwinkels stijgt jaarlijks. Succesvolle aanbieders zijn vaak bestaande winkel- en postorderbedrijven die hun activiteiten uitbreiden via internet (Mexx, Wehkamp, Kijkshop). Bijna de helft van de Nederlandse winkelketens heeft inmiddels een webwinkel. De fi jnmazige voorzieningenstructuur in Nederland draagt ertoe bij dat het kopen via internet waarschijnlijk minder belangrijk zal blijven dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. In sommige branches (cd-winkels, makelaars, banken, reisbureaus) is de invloed van internet toch sterk merkbaar. In 2007 heeft 55% van de Nederlanders een of meerdere keren een product of dienst gekocht via internet. De omzet in de online thuiswinkelmarkt bedroeg in 2007 ± 3,8 miljard. Dit is een groei van ± 35% ten opzichte van Bijna 60% van de totale online bestedingen betreft de verkoop van diensten (vliegtickets, verzekeringen, fi lms, etc.). De overige 40% van de omzet komt uit de verkoop van fysieke producten via internet*. Dit komt overeen met een bedrag van 1,6 miljard (± 98 per hoofd van de bevolking). Hier staat tegenover dat de bestedingen in winkels per hoofd van de bevolking (toonbankbestedingen) circa 4.900,- per jaar bedragen. Vooralsnog gaan marktpartijen ervan uit dat het aandeel van internet als aankoopkanaal beperkt blijft en dat het geen substantiële invloed heeft op de winkelstructuur als geheel. In de supermarktbranche wordt al een aantal * Thuiswinkel.org (2007), Thuiswinkel Markt Monitor 23
27 Branchevervaging onder meer in bouwmarkten Ook in drogisterijen meer branchevreemde artikelen Invloed internet onder meer bij banken, reisbureaus jaren geëxperimenteerd met kopen via internet. Ahold (albert.nl) is op dit moment de enige substantiële aanbieder. De omzet van Albert.nl stijgt jaarlijks fors, maar draagt slechts in zeer beperkte mate (± 1%) bij aan de totale omzet van Albert Heijn. 3.2 Overheidsbeleid Het huidige (2009) ruimtelijke beleidskader voor detailhandel van het rijk en provincie is als volgt samen te vatten: Nota Ruimte (2005) In de Nota Ruimte* is het beleid voor perifere detailhandelsvestigingen (PDV) en grootschalige detailhandelsvestigingen (GDV) vervangen door het integrale locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen: doelstelling van het locatiebeleid is: ieder bedrijf een goede vestigingsplaats zodat een optimale bijdrage wordt geleverd aan de kracht van steden en dorpen; provincies concretiseren locatiebeleid in het provinciale beleid. Uitgangspunt is dat * Ministeries van VROM, LNV, VenW en EZ (2005), Nota Ruimte nieuwe locaties voor detailhandel niet ten koste mogen gaan van de bestaande detailhandelsstructuur in wijkwinkelcentra en binnensteden. IPO-richtlijnen (2006) De provincies hebben in het Interprovinciaal Overleg (IPO) (minimale) richtlijnen opgesteld met betrekking tot branche-beperkingen voor perifere detailhandel*. De IPO-richtlijnen zijn in 2006 geaccordeerd door het kabinet**: de positie van bestaande winkelgebieden heeft prioriteit. Ruimte voor veranderingen wordt geboden onder voorwaarde dat de bestaande voorzieningenstructuur niet duurzaam wordt aangetast; vernieuwing of uitbreiding vindt bij voorkeur plaats binnen of onmiddellijk grenzend aan bestaande winkelgebieden; vestiging van detailhandel in het buitengebied (weidewinkels) is niet toegestaan; grootschalige winkelvoorzieningen worden bij voorkeur geaccommodeerd op binnenstedelijke locaties; * Interprovinciaal overleg (23 februari 2006), Perifere detailhandel; ** Min. VROM en EZ (10 november 2006), Kabinetsreactie IPO richtlijnen perifere detailhandel 24
28 detailhandel voor niet-frequente doelgerichte aankopen is alleen op perifere locaties toegestaan als deze moeilijk inpasbaar is in bestaande winkelgebieden vanwege de volumineuze aard, brand- en explosiegevaar en bevoorrading; thematische ontwikkelingen zijn alleen dan toegestaan als er geen ruimte is aangrenzend aan bestaande centra en als het thema specifi ek aan de perifere locatie is gebonden; grootschalige detailhandel met een bovenlokale verzorgingsfunctie sluit bij voorkeur aan op bestaande detailhandelsconcentraties en dient goed bereikbaar te zijn met openbaar vervoer en auto. clusters van grootschalige detailhandel (eventueel in combinatie met leisure) kunnen alleen worden geconcentreerd in stedelijke netwerken nabij knooppunten met een bovenregionale functie; onderzoek moet aantonen dat de ontwikkeling van (een cluster van) grootschalige detailhandel geen ontwrichting van de bestaande detailhandelsstructuur tot gevolg heeft. De nieuwe Wro (2008) De nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) is op 1 juli 2008 in werking getreden. De invoering van de nieuwe Wro betekent: gemeenten zijn verplicht om voor het hele grondgebied actuele bestemmingsplannen op te stellen; branchering in bestemmingsplannen is toegestaan; de branchebeperkingen moeten worden gemotiveerd vanuit overwegingen van ruimtelijke kwaliteit en mogen niet enkel en alleen worden gegrond op argumenten van concurrentiebeperking. AMvB Ruimte (2010) Met de Wro heeft de Nota Ruimte de status van structuurvisie gekregen. Conform de Wro dient deze een realisatieparagraaf te hebben. De Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid voorziet hierin. Het kabinet benoemt hierin ruim 30 nationale ruimtelijke belangen. Sommige werken dwingend door tot op lokaal niveau en worden kaderstellend via de AMvB Ruimte. Deze wordt naar verwachting in 2010 vastgesteld. Naar verwachting: staat in de AMvB Ruimte bundeling van bebouwing en een zorgvuldig gebruik van de ruimte centraal; dienen provincies bij verordening regels te stellen ten aanzien van bestemmingsplannen met als doel dat nieuwe locaties voor detailhandel niet ten koste gaan van de bestaande detailhandelsstructuur. Ook worden regels voor branchebeperkingen voor perifere detailhandel opgenomen; zullen de IPO-richtlijnen een belangrijke basis blijven vormen voor de provinciale verordeningen. Locatiebeleid Noord-Holland (2005) De provincie Noord-Holland heeft in 2005 haar provinciale locatiebeleid vastgesteld*. Zowel de kleine als de grootschalige ontwikkelingen moeten in stedelijk gebied worden gevestigd (binnen de rode contouren). Voor perifere en grootschalige detailhandel geldt bovendien dat het zich dient te vestigen op locaties die multimodaal ontsloten worden. * Provincie Noord-Holland (2005), Een goede plek voor ieder bedrijf 25
29 Prioriteit bij bestaande winkelgebieden Regionale afstemming bij nieuwe ontwikkelingen Nieuwe perifere en grootschalige ontwikkelingen dienen de bestaande regionale aanbodstructuur te versterken of te vernieuwen. Clustering met leisure is mogelijk Het IPO legt prioriteit bij bestaande winkelgebieden. Detailhandelsbeleid Noord-Holland (2009) Op 9 februari 2009 heeft provinciale staten het Detailhandels- en leisurebeleid Noord- Holland vastgesteld*. Samengevat zijn de belangrijkste elementen daarin: Nieuwe detailhandelsontwikkelingen mogen niet leiden tot ernstige verstoring en duurzame ontwrichting van de bestaande winkelstructuur in de regio; De ontwikkeling van de bestaande hoofdwinkelgebieden heeft prioriteit; Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen kwaliteit en onderscheidend vermogen van winkelgebieden. Kwaliteitsaspecten moeten goed worden meegewogen; Ontwikkelingen groter dan m 2 buiten bestaande winkelcentra en groter dan m 2 binnen bestaande centra behoeven regionale afstemming; De regionale afstemming vindt plaats in regionale adviescommissies. De plannen moeten voorzien zijn van een goede onderbouwing. Regio s moeten beschikken over een regionale visie op detailhandel. Solitaire winkels zijn ongewenst, met name in winkelcategorieën doelgericht en recreatief, uitgezonderd tuincentra. Het clusteren van voorzieningen het leidend principe. De ontwikkeling van weidewinkels (grootschalige solitaire winkels in landelijk gebied) is uitgesloten. Voor detailhandel op bedrijventerreinen blijven de uitgangspunten van het locatiebeleid Een goede plek voor ieder bedrijf onverminderd van toepassing. Het gaat in alle gevallen om detailhandel die niet of moeilijk inpasbaar is in reguliere winkelgebieden. Actuele bestemmingsplannen voor hele grondgebied * Provincie Noord-Holland (2009) Detailhandels- en leisurebeleid Noord-Holland 26
30 3.3 Ontwikkelingen Beverwijk Winkels en overige voorzieningen De gemeente Beverwijk zet in op versterking van de regiofunctie. In het programma Beverwijk Vitale Stad zijn negen projecten gebundeld om deze ambitie te verwezenlijken. In het kader van deze detailhandelsstructuurvisie zijn met name de projecten in en rond het centrum (Meerplein, stationsgebied) en de herontwikkeling van winkelcentrum Wijkerbaan relevant. Op het Meerplein wordt door marktpartijen een nieuw project gerealiseerd met ruim 100 woningen, een parkeergarage met 800 plaatsen voor bezoekers en commerciële ruimte (detailhandel, horeca). Het commerciële programma heeft een omvang van circa m² bvo, verdeeld over een supermarkt (2.500 m²), overige winkels (± m²) en horeca (± 750 m²). De Meerstraat wordt een nieuwe winkelstraat, die via de Raadhuisstraat, Nieuwstraat en Bloksteeg wordt verbonden met de Breestraat. Bij de Agathakerk komt een nieuw plein waar ruimte is voor horeca en terrassen. Grenzend aan het kernwinkelgebied wordt het gebied rondom het station herontwikkeld. Hier worden onder meer het nieuwe stadhuis, zorgfuncties, de school van Heliomare, een hotel en een parkeergarage gebouwd. Voor winkelcentrum Wijkerbaan is een herstructureringsplan opgesteld. Het winkelcentrum wordt vernieuwd en uitgebreid in combinatie met woningbouw en realisatie van een wijkzorgcentrum. Op het huidige Kennedyplein wordt een nieuwe supermarkt gerealiseerd (1.650 m²). Daarnaast worden de bestaande winkels naar voren of naar achteren vergroot (totaal m² uitbreiding). Bedrijventerrein De Pijp ligt rondom de gelijknamige haven van Beverwijk en wordt de komende jaren sterk verbeterd. De Oostelijke Doorverbinding verbetert de toegankelijkheid van het gebied en de verkeersdoorstroming in Beverwijk in zijn geheel. Het opknappen van de Kanaalweg zorgt voor een aantrekkelijke entree voor het hele bedrijventerrein. Met de ondernemers van de Woonboulevard wordt een toekomstvisie ontwikkeld zodat de boulevard een belangrijke voorziening blijft voor de regio. De Beverwijkse Bazaar mag uitbreiden tot maximaal m² bvo (fase 1). Na voltooiing van fase 1 en na aanleg van de Verlegde Ringvaartweg is verruiming van het bvo mogelijk tot m². Functies zijn toegestaan, indien ze passen binnen de centrale bestemming recreatieve markten (KuiperCompagnons, 2008). Lichte groei van het aantal inwoners De gemeente Beverwijk telt op dit moment bijna inwoners, waarvan er bijna in de kern Beverwijk wonen en circa in Wijk aan Zee. Het inwonertal in de gemeente Beverwijk gaat tot 2015 licht groeien naar * Belangrijkste woningbouwprojecten in Beverwijk zijn de nieuwbouwwijk Broekpolder, de ontwikkelingslocaties Stationsgebied en Meerplein en de stedelijke vernieuwing rondom Wijkerbaan en in de buurten De Plantage, Kuenenplein, Meerestein en Prinsenhof.** * CBS (2008), Statline Databank ** Bureau DE LIJN en MUST stedebouw (januari 2008), Structuurvisie 2010+, conceptversie 27
31 Centrum versterkt door ontwikkeling Meerplein Uitbreiding aanbod bij herontwikkeling Wijkerbaan Nieuwbouw in Broekpolder 4 Visie op toekomstige detailhandelsstructuur 4.1 Uitgangspunten Bij het bepalen van de toekomstige winkelstructuur moet rekening worden gehouden met zowel ontwikkelingen aan de vraagzijde (groei van het inwonertal) als ontwikkelingen aan de aanbodzijde (zowel in Beverwijk als in omliggende gemeenten). Doel van deze visie (blz. 3) is het versterken van Beverwijk als winkelstad voor Beverwijk en de regio, het onderling positioneren van verschillende winkelconcentraties en ruimte bieden en sturen van nieuwe ontwikkelingen. In 2003 is de regiofunctie van de binnenstad, de Woonboulevard en de Bazaar gemeten*. In de binnenstad kwam 42% van de bezoekers van buiten Beverwijk (m.n. Heemskerk en Velsen). Op de woonboulevard was dat 58% (m.n. Heemskerk, Velsen, Zaanstad, Haarlem en Amsterdam). De Beverwijkse Bazaar had * Ecorys (2003) Retailnota gemeente Beverwijk 70% bezoekers van buiten de gemeente. Zij komen uit een groot deel van Nederland. Met het Meerplein heeft de gemeente ingezet op de ambitie de binnenstad te versterken. In de Bazaar, Wijkerbaan en de Woonboulevard is gekozen voor uitbreiding en/of verbetering. Om de (regionale) groeipotenties optimaal te kunnen benutten, is afstemming tussen centra essentieel: heldere keuzes in het gemeentelijke beleid dragen bij aan het investeringsklimaat voor marktpartijen (eigenaren, winkeliers). Profi lering van centra en een gepaste schaarste in de beschikbare uitbreidingslocaties biedt de economische basis dat het investeringen kunnen worden terugverdiend. Dit is vooral van belang om herstructureringen in verouderde of nieuwe (deel)gebieden van de grond te krijgen (o.a. Meerplein, Woonboulevard, Wijkerbaan, etc.). Op deze wijze draagt ruimtelijke sturing van de markt bij aan een hoogwaardig niveau van voorzieningen voor de (regionale) consument. Centrum versterken als recreatief winkelgebied Op relatief korte afstand van Beverwijk ligt een aantal grote recreatieve winkelgebieden met een grote regionaal verzorgende functie 28
32 (Haarlem, Alkmaar, Amsterdam). Het centrum van Beverwijk heeft daarom vooral een functie als recreatief winkelgebied voor de kern Beverwijk en de regio (met name Heemskerk, Velsen). Een versterking van het centrum van Beverwijk is noodzakelijk om te kunnen blijven concurreren met de grotere centra in de regio. In het reeds vastgestelde gemeentelijke beleid is gekozen voor de herontwikkeling van het Meerplein ter versterking van het centrum van Beverwijk. De ontwikkeling van het Meerplein kan niet los gezien worden van de benodigde herontwikkeling van de Beverhof (Bloksteeg). Om deze ambitie (met relatief hoge ontwikkelkosten en risico s) ook mogelijk te maken, is het van belang ook in de toekomst kritisch te blijven op de ontwikkelingsmogelijkheden voor uitbreiding van winkels op (goedkopere, sneller realiseerbare) locaties buiten de binnenstad (PDV). Levensvatbare boodschappencentra in de wijken Om voor recreatief winkelen een regiopositie te kunnen behouden is het gewenst dit type aanbod zoveel mogelijk te concentreren in het centrum van Beverwijk. Aanvullend is het gewenst dat inwoners in hun woonomgeving kunnen beschikken over eigentijdse dagelijkse boodschappencentra van voldoende omvang, met sterke supermarkten als publiekstrekkers. Alleen met deze trekkracht (klantenstroom) is er op termijn een basis aanwezig voor (vers-) speciaalzaken. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging: voldoende winkels in de nabijheid van de woonomgeving, maar ook clustering van dagelijks aanbod in een beperkt aantal centra met voldoende kritische massa. Volumineus winkelaanbod specifiek bestemmen Voor behoud en versterking van het centrum en de wijkwinkelcentra is het noodzaklijk om zorgvuldig om te (blijven) gaan met nieuwe winkelvoorzieningen buiten deze centra. Tot op heden is daarom terughoudend omgegaan met de ontwikkelingsinitiatieven voor reguliere detailhandel in de periferie, het Marlocenter, de Woonboulevard en de Bazaar.* Niet alle winkels zijn echter inpasbaar in het centrum of in de wijkwinkelcentra. Vanwege de benodigde omvang en het doelgerichte winkelbezoek is uitzondering voor aanbod in volumineuze artikelen mogelijk. Zo kan het * o.a. Collegebesluit bedrijvencentrum Spoorsingel (1995); Ecorys (2003) Retailnota gemeente Beverwijk; Kuiper Compagnons (2008) Bestemmingsplan Recreatieve Markten Beverwijkse Bazaar e.o. Marlocenter tevens een locatie zijn voor winkels die gerichte aankopen aanbieden en zich niet kunnen vestigen in het centrum, bijvoorbeeld vanwege de omvang. Bij het thema woninginrichting is combinatiebezoek tussen winkels belangrijk. Een grote kritische massa op één locatie versterkt de marktpositie. Winkels in de woonbranche worden dan ook zoveel mogelijk geclusterd op de Woonboulevard. Uitgangspunten detailhandelsstructuur Samenvattend adviseren wij voor de toekomstige detailhandelsstructuur te kiezen voor de volgende uitgangspunten: het centrum van Beverwijk versterken als belangrijkste recreatieve winkelgebied; op wijkniveau levensvatbare winkelcentra behouden voor dagelijkse voorzieningen; woninginrichting zoveel mogelijk clusteren op de woonboulevard; bouwmarkten en overige detailhandel in volumineuze artikelen zoveel mogelijk clusteren in het Marlocenter; voor behoud en versterking van het centrum en de wijkwinkelcentra is het noodzakelijk zorgvuldig om (blijven) gaan met nieuwe winkelvoorzieningen buiten deze centra. 29
33 Aanbod food is in Beverwijk ruim voldoende Enige uitbreiding DOG-sector in centrum mogelijk Volumineus aanbod specifiek bestemmen 4.2 Marktmogelijkheden Een berekening van de marktmogelijkheden voor winkels geeft een indicatie van de eventuele uitbreidingsruimte in bepaalde branches. We richten ons in de distributieve berekening op de situatie in In de indicatieve berekening maken we onderscheid tussen vraag en aanbod van voedings- en genotmiddelen (VGM) en duurzame en overige goederen (DOG). De sector voedings- en genotmiddelen bestaat uit supermarkten en verswinkels. De sector duurzame en overige goederen is opgebouwd uit winkels in de branchegroepen frequent benodigde non-food (drogist, huishoudelijke artikelen, bloemen), modisch recreatief (kleding, schoenen), overig recreatief (onder meer boeken, sport en spel, warenhuis, multimedia) en overige detailhandel (ondermeer tweedehands artikelen). Voor de branches woninginrichting, doe-het-zelf en tuinartikelen maken we afzonderlijke berekeningen. Voor een uitgebreide uitleg van de wijze van berekenen en de gebruikte kengetallen verwijzen we naar bijlage 5. Aanbod in VGM-sector is reeds groot Het winkelaanbod voor voedings- en genotmiddelen in Beverwijk bestaat voor een groot deel uit supermarkten, die verspreid over de kern gevestigd zijn, deels in winkelgebieden en deels min of meer solitair. Het huidige winkelaanbod voor winkels in voedings- en genotmiddelen in Beverwijk heeft een omvang van bijna m² wvo. De meeste recente kooporiëntatiecijfers voor Beverwijk dateren uit 2000 (telefonische enquêtes en bezoekersenquêtes)*. Voor de foodsector is destijds een koopkrachtbinding gemeten van bijna 80%. Een deel van de koopkracht zal ook in de toekomst afvloeien naar de centra in Heemskerk (centrum, Europaplein). Wij verwachten daarom dat de binding min of meer op gelijk niveau blijft. Naast gebonden bestedingen is er sprake van toevloeiing van koopkracht uit omliggende kernen (met name Heemskerk, Velsen). Vanwege het sterke supermarktaanbod in Beverwijk en de korte afstand vanuit omliggende kernen tot dit aanbod, gaan we uit van een relatief hoge toevloeiing van ± 45%. * Ecorys (2003), Retailnota gemeente Beverwijk 30
34 Op basis van bovenstaande kooporiëntatiecijfers en een lichte groei van het aantal inwoners in Beverwijk tot 2015, is het haalbare aanbod voedings- en genotmiddelen in Beverwijk te berekenen op circa m² wvo. Dit is minder dan het nu aanwezige winkelaanbod in deze sector. We kunnen concluderen dat er op basis van de distributieve berekening geen aanleiding is voor uitbreiding van het winkelaanbod in voedings- en genotmiddelen in Beverwijk. De meeste supermarkten hebben reeds een eigentijdse maat. Een aantal winkels is echter verouderd en/of ligt op een ongewenste plek. In paragraaf 4.6 gaan we nader in op de gewenste structuur voor dagelijkse boodschappen. Winkels in DOG-sector vooral in centrum Vrijwel alle winkels in recreatieve branches zijn gevestigd in het centrum. We maken daarom een berekening van het haalbare aanbod in duurzame en overige goederen in het centrum van Beverwijk (Breestraat en omgeving). Om een meer betrouwbare berekening te kunnen maken, laten we de branches woninginrichting, doe-het-zelf en tuinartikelen buiten beschouwing. Deze branches zijn vooral op locaties buiten het centrum gevestigd. De in 2000 gemeten koopkrachtbinding aan het centrum is met 60% hoog. In centra van vergelijkbare plaatsen ligt dit in de regel rond de 50% (Bolt, 2003). De gemeten toevloeiing ligt met 42% op een gemiddeld niveau. Voor de toekomst gaan we ervan uit dat door de geplande versterking van het centrum zowel de binding als de toevloeiing iets kunnen stijgen naar respectievelijk 65% en 45%. Uitgaande van bovengenoemde kooporiëntatiecijfers en een lichte groei van het aantal inwoners in Beverwijk (naar circa in 2015) berekenen we een haalbaar winkelaanbod in duurzame en overige goederen (zonder wonen en doe-het-zelf) in het centrum van Beverwijk van circa m² wvo. Het huidige aanbod in deze branches in het centrum van Beverwijk heeft een omvang van circa m² wvo. Op basis van deze indicatieve berekening is er in het centrum van Beverwijk tot 2015 een uitbreidingsruimte van circa m² wvo. Inmiddels is het aanbod uitgebreid met de vestiging van H&M. Bij de ontwikkeling van het Meerplein wordt uitgegaan van een totaal oppervlak van circa m² aan winkels en horeca. We kunnen concluderen dat er naast de ontwikkeling van het Meerplein geen distributieve ruimte is voor substantiële uitbreiding van het winkelaanbod in het centrum van Beverwijk. In paragraaf 4.3 gaan we nader in op de ontwikkelingsvisie voor het centrum van Beverwijk. Woninginrichting versterken door concentratie Het winkelaanbod in de woninginrichting in Beverwijk heeft een omvang van circa m² wvo. Hiervan is circa m² gevestigd op de Woonboulevard (Parallelweg). De Woonboulevard vervult een regionale verzorgingsfunctie. Concurrerende woonboulevards zijn Overstad in Alkmaar, Cruquius bij Hoofddorp, Villa ArenA in Amsterdam Zuidoost en de vestigingen van Ikea in Haarlem en Amsterdam Zuidoost. Daarnaast is er nog een aantal kleinere woninginrichtingsclusters in de regio gevestigd (o.a. in de gemeente Zaanstad). 31
35 32
36 Voor de indicatieve berekening van het haalbare aanbod in de woonbranche gaan we uit van verdere concentratie van het aanbod op de Woonboulevard. Voor een primair, secundair en tertiair verzorgingsgebied (zie kaart 4) hebben we op basis van ervaringscijfers en rekening houdend met het concurrerende aanbod in de regio een inschatting gemaakt van de haalbare koopkrachtbinding. Deze is mede afhankelijk van de kwaliteit en concurrentiekracht van de Woonboulevard in Beverwijk. Uit de indicatieve berekening blijkt dat er enige ruimte is voor uitbreiding van het aanbod, mits aan de kwalitatieve randvoorwaarden is voldaan (samenhangende stedenbouwkundige opzet, voldoende parkeergelegenheid, aantrekkelijke uitstraling). In paragraaf 4.4 gaan we nader in op de visie en gewenste acties voor de Woonboulevard. Doe-het-zelf- en tuinartikelenbranche van voldoende omvang De branches doe-het-zelf en tuinartikelen hebben, in tegenstelling tot de woonbranche, overwegend een minder grote regiofunctie. In deze situatie maken we een indicatieve berekening van het haalbare aanbod in het stedelijk gebied van Beverwijk en Heemskerk (totaal circa inwoners in 2015). In dit gebied is in totaal ruim m² wvo in de doe-het-zelfbranche en circa m² wvo in de tuinartikelenbranche gevestigd. Hierbij zijn we ervan uitgegaan dat de formule Praxis&Tuin (Marlocenter) voor 50% in de doe-het-zelfbranche en voor 50% in de tuinartikelenbranche valt. In deze branches kan binnen een dergelijk groot stedelijk gebied met een uitgebreid aanbod zoals in Beverwijk/Heemskerk een relatief hoge binding worden gerealiseerd (95%). Daarnaast mag enige toevloeiing vanuit het omliggende gebied worden verwacht (Velsen, Uitgeest). We gaan uit van een aandeel vreemde koopkracht van 25%. Dit leidt voor de doe-het-zelfbranche tot een haalbaar aanbod dat ongeveer gelijk is aan het nu al aanwezig aanbod. In de tuinartikelenbranche is het aanwezige aanbod in dit gebied groter dan het berekende aanbod. Voor de branches doe-het-zelf en tuinartikelen concluderen we dat er op basis van de indicatieve berekeningen geen aanleiding is voor substantiële wijziging of uitbreiding van de structuur. 4.3 Centrum Beverwijk Functie als recreatief winkelgebied versterken Het centrum van Beverwijk wordt vooral bezocht voor recreatief winkelen. Circa tweederde van het winkelvloeroppervlak in het centrum wordt gevormd door winkels in recreatieve branches. Daarnaast is er een uitgebreid winkelaanbod voor dagelijkse boodschappen (supermarkt, drogist, huishoudelijke artikelen) aanwezig. Concurrerende centra in de regio zijn de binnensteden van Alkmaar, Haarlem, Zaandam en Amsterdam. Deze centra hebben een recreatief winkelaanbod dat ruim groter is dan het aanbod in het centrum van Beverwijk. Het verzorgingsgebied van het centrum van Beverwijk bestaat uit de gemeente Beverwijk en met name de omliggende gemeenten. Het centrum van Beverwijk kan zich in de toekomst verder profi leren als belangrijkste 33
37 Sterk dagelijks aanbod als basis voor overige branches Begijnenstraat: ruimte voor kleine speciaalzaken Warenmarkt op huidige locatie handhaven recreatieve winkelgebied in dit gebied. Een sterk recreatief winkelgebied heeft een uitgebreid (modisch en overig recreatief) winkelaanbod, een aantrekkelijke winkelrouting, goede en bereikbare parkeergelegenheden en een aantrekkelijk verblijfsklimaat. De omvang van het recreatieve winkelaanbod in het centrum van Beverwijk is reeds zeer groot. De positie van het centrum kan vooral worden versterkt door een verbetering van de ruimtelijke structuur in combinatie met de verbetering van het verblijfsklimaat, met name rondom de Breestraat. De herontwikkeling van het Meerplein biedt hierbij kansen. Sterk dagelijks winkelaanbod blijft basis In het centrum van Beverwijk is naast een groot recreatief winkelaanbod ook een uitgebreid dagelijks winkelaanbod gevestigd. Dit zorgt ervoor dat er de hele week een continue stroom van consumenten in het centrum is. Het niet-dagelijkse winkelaanbod kan profi teren van deze bezoekersstroom. De winkels voor dagelijkse boodschappen vormen zo de basis voor een groot en divers recreatief winkelaanbod. Ook voor de toekomst is behoud van een sterk dagelijks aanbod in het centrum gewenst. De supermarkt(en) fungeren hierbij als publiekstrekkers. Om te kunnen concurreren met het sterke supermarktaanbod in met name het Marlocenter is het gewenst dat de supermarkt(en) in het centrum van vergelijkbare omvang en kwaliteit zijn. Lineaire structuur winkelgebied behouden Het drukste deel van het centrum, het kernwinkelgebied, wordt gevormd door de Breestraat en de overdekte Beverhof. De Begijnenstraat sluit direct aan op dit kernwinkelgebied en kan een eigen functie vervullen met kleinschalige speciaalzaken. Het winkelgebied wordt uitgebreid met het Meerplein met winkels en horeca. Bij verdere winkelontwikkelingen adviseren wij zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande sterke structuur van het centrum. Dit betekent onder meer dat de focus blijft liggen op het kernwinkelgebied. De Breestraat heeft een overzichtelijke opzet door de lineaire structuur met vrijwel aaneengesloten winkelwanden aan beide 34
38 zijden van de straat. Door de brede opzet is er voldoende ruimte voor onder meer de warenmarkt. Bovendien vormen beide zijden van de Breestraat in praktijk een winkelrondje (via de ene zijde heen en via de andere zijde terug). De huidige opstelling van de warenmarkt (twee lange kramenrijen met het gezicht naar de winkels) zorgt ervoor dat op marktdagen zelfs sprake is van een winkelrondje met tweezijdige bewinkeling (winkels en marktkramen). De winkels en de warenmarkt kunnen zo optimaal van elkaars aantrekkingskracht profi teren. Ook in de toekomst blijft de warenmarkt bij voorkeur direct gekoppeld aan de winkels. Het centrum van Beverwijk heeft reeds een zeer uitgebreid winkelaanbod. Veel formules die in vergelijkbare centra gevestigd zijn, zijn ook al in Beverwijk aanwezig. Ontbrekende formules in de recreatieve branches zijn bijvoorbeeld Mexx, Esprit, CoolCat, Open32, Vögele, Ziengs, Van Haren, Intertoys, Musicstore en Expo. Dergelijke formules vestigen zich bij voorkeur op drukke locaties. In Beverwijk zal ook in de toekomst de Breestraat het drukste vestigingsmilieu blijven. Het zwaartepunt van het winkelaanbod (de publiekstrekkers) ligt in het midden (V&D, Hema, H&M, C&A). Aan de oostzijde vormt de Beverhof met de supermarkt en het belangrijkste parkeerterrein van het centrum een tweede zwaartepunt. Voor het goed functioneren van het oostelijk deel van de Breestraat is het gewenst dat de Beverhof ook in de toekomst onderdeel blijft van het kernwinkelgebied. Hiertoe is het noodzakelijk dat in de Beverhof een publiekstrekker gevestigd blijft (supermarkt, grootschalige recreatieve formules). Positie van Meerplein in het winkelgebied Met het nieuwe winkelproject op het Meerplein wordt een nieuwe (secundaire) winkelroute in het centrum toegevoegd. Om het Meerplein goed aan te haken op het kernwinkelgebied is een voldoende groot en aantrekkelijk aanbod en een goede (loop)relatie tussen bestaande en nieuwe winkelstraten gewenst. Dit vraagt om een sterke invulling van de beschikbare m² en opwaardering van tussenliggende stegen. Verbindingen Meerplein-Breestraat opwaarderen Sterke invulling geeft Meerplein positie in centrum Entree centrum vanaf Parallelweg zal verbeteren 35
39 Voor de Agathakerk wordt een plein met ruimte voor horeca en terrassen ontwikkeld. De parkeergarage onder de nieuwbouw is een belangrijk bronpunt voor het winkelend publiek. Ook de entree van het centrum vanaf de Parallelweg wordt door de herontwikkeling sterk verbeterd. Een deel van het Meerplein wordt ingevuld met Albert Heijn die nu in de Beverhof is gevestigd. Naar verwachting zullen zich naast de supermarkt meer winkels in (semi)dagelijkse branches willen vestigen. Positie Beverhof in het winkelgebied Het nieuwe project op het Meerplein neemt door de verplaatsing van de supermarkt de functie van de Beverhof over als belangrijkste boodschappencluster in het centrum. Het vertrek van de belangrijkste trekker uit de Beverhof (supermarkt) en het ontstaan van een nieuw boodschappencluster op het Meerplein zal de invulling van de Beverhof op termijn bemoeilijken. Dit vraagt om een nieuw perspectief voor de Beverhof. Met een nieuwe functie voor de Beverhof kan de basis worden gelegd voor de noodzakelijke opwaardering ervan. Hiermee kan ook de matige uitstraling aan de buitenzijde en de route van en naar het Meerplein worden verbeterd. 36
40 Met een herontwikkeling van de Beverhof in combinatie met het naastgelegen parkeerterrein ontstaat op een strategische locatie in het centrum ruimte voor grote winkelformules. Te denken valt onder meer aan sport en spel en multimedia). De Beverhof is onderdeel van het kernwinkelgebied. Met grote winkels en een grote parkeerkelder als bronpunt kan in functioneel opzicht een brug geslagen worden tussen de Breestraat en het Meerplein. Een dergelijke ontwikkeling biedt ruimte voor een intensief stedelijk programma en versterkt de positie van het centrum als recreatief winkelgebied voor de omliggende regio. Belang van aanloopzones neemt af Aan de randen van het kernwinkelgebied zijn nog enkele straten aanwezig met meer een aanloopfunctie (Zeestraat, Kloosterstraat). Deze straten kenmerken zich door een mix van winkels in meer doelgericht bezochte branches, dienstverlenende bedrijven en horeca. De aanwezigheid van aanloopzones aansluitend aan het kernwinkelgebied van Beverwijk is van belang om ruimte te bieden aan winkels en doelgroepen die de hoge huren niet kunnen of willen opbrengen. In omvang neemt het belang van aanloopstraten bij recreatieve winkelgebieden af. Steeds meer functies die van oudsher in deze gebieden gevestigd waren verdwijnen door de opkomst van internet (reisbureau, bank, videotheek). Meer doelgerichte winkels wijken steeds vaker uit naar goed bereikbare locaties (woninginrichting, auto-accessoires). In het centrum van Beverwijk vervullen de uiteinden van de Breestraat ook een functie als aanloopzone. Hier is voldoende ruimte te vinden om aan de vraag naar een dergelijk vestigingsmilieu te voldoen. De warenmarkt als publiekstrekker De woensdagse warenmarkt in de Breestraat vergroot de attractiviteit van het centrum. De branchering en uitstraling zijn goed en passen bij de functie van het centrum. Met de huidige opstelling is optimale wisselwerking mogelijk tussen marktkramen en winkels. Er is geen aanleiding het beleid voor de markt te wijzigen. Buiten centrum terughoudend met winkels Voor behoud en versterking van de recreatieve winkelstructuur van het centrum van Beverwijk is het noodzakelijk om Beverhof strategische schakel naar het Meerplein Herontwikkeling biedt kansen voor grote winkels Warenmarkt is attractieve publiekstrekker 37
41 zorgvuldig om te (blijven) gaan met uitbreiding van het winkelaanbod buiten het centrum. Dit geldt zowel voor het aanbod in de wijkwinkelcentra (dagelijks en semi-dagelijks) als voor (grootschalige) recreatieve winkels op de Woonboulevard, het Marlocenter of overige locaties. Dit soort ontwikkelingen kunnen de marktpotenties voor de gewenste versterking van het centrum als belangrijkste recreatieve winkelgebied ondermijnen. Het verdient aanbeveling om nieuwe initiatieven in recreatieve branches zoveel mogelijk in te passen in of direct aansluitend aan het hoofdwinkelgebied. In of nabij de Breestraat is naar verwachting voldoende ruimte te vinden voor de vestiging van nieuwe formules (onder meer in vrijkomende panden van bijvoorbeeld banken, door samenvoeging van panden of door gebruik van de verdieping). Bovendien kunnen eventuele nieuwe winkelinitiatieven de basis vormen voor de herontwikkeling van de Beverhof. Verbeteren verblijfsklimaat De inrichting van de Breestraat is modern en verzorgd. De oversteekbaarheid van de brede straat is matig door de rijbaan met weg- separator en fi etspaden. Bij een herinrichting van de openbare ruimte dient gestreefd te worden naar een inrichting die meer gericht is op een aantrekkelijk verblijfsklimaat voor het winkelend publiek (keuze materialen, ontwerp). Wij adviseren de Breestraat wel toegankelijk te houden voor auto s (één richting). Dit zorgt op rustige momenten voor meer levendigheid in het centrum. De straat heeft in de toekomst geen doorgaande verkeersfunctie maar kan door bestemmingsverkeer toe te staan wel gebruikt worden voor een snelle of doelgerichte boodschap. Hiertoe is het gewenst in de Breestraat enkele (kort-) parkeerplaatsen aan te leggen. Het overdekte winkelcentrum Beverhof heeft een gedateerde en introverte uitstraling. Een modernisering van de Beverhof is gewenst om de uitstraling van het gehele centrum te versterken. Herontwikkeling biedt daartoe kansen. Hierbij kan tegelijk de uitstraling aan de zijde van de Bloksteeg worden verbeterd in relatie met het nieuwe plein bij de Agathakerk. Gewenste acties centrum Ontwikkelen Meerplein Herontwikkelen Beverhof, mogelijk voor grote publiekstrekkers en bronpunt voor parkeren Buiten centrum terughoudend met winkels Herinrichten openbare ruimte 38
42 4.4 Woonboulevard Beverwijk Functie als regionale woonboulevard De Woonboulevard Beverwijk is in omvang vergelijkbaar met woonthemacentra als Overstad (Alkmaar), Cruquius (Hoofddorp) en Villa ArenA (Amsterdam Zuidoost). Ondanks deze grote omvang is er sprake van een matig functioneren van de Beverwijkse Woonboulevard. Voor een deel is dit te verklaren door het matig functioneren van de branche als geheel. Daarnaast is de verschijningsvorm van de Woonboulevard aan de Parallelweg onvoldoende door een verouderde uitstraling en een versnipperde, onsamenhangende structuur. De grote omvang (kritische massa) van de Woonboulevard Beverwijk biedt voldoende kansen om in de toekomst een functie te vervullen als regionale woonboulevard. Voor veel inwoners uit het gebied tussen Alkmaar en Haarlem is de Beverwijkse Woonboulevard de dichtstbijzijnde grote concentratie in de woonbranche. Om deze consumenten te binden is een verbetering van de opzet en kwaliteit van dit winkelgebied noodzakelijk. Compact en samenhangend woonthemacentrum De Woonboulevard bestaat uit 35 aanbieders die verspreid over een langgerekt gebied zijn gevestigd. Het sterke punt van de Woonboulevard, de grote kritische massa, wordt op dit moment onvoldoende benut. Door de onsamenhangende structuur van verspreide, in zichzelf gekeerde dozen wordt het grote aanbod onvoldoende aan de bezoeker gepresenteerd. Om de gewenste regionale verzorgingsfunctie te kunnen vervullen is het gewenst te streven naar een meer compacte en samenhangende structuur. Dit kan gerealiseerd worden door in het centrale deel van de Woonboulevard de bebouwing te verdichten (Woonplaza-haven-Stoutenbeek), in combinatie met een herinrichting van het openbaar gebied. Gedacht kan worden aan een centraal woonplein met een aantrekkelijk verblijfsgebied. Mogelijk kan water als extra kwaliteit worden gebruikt om de attractiviteit van het gebied te vergroten. Ook tussen de verschillende parkeergelegenheden is meer samenhang gewenst. Bij voorkeur is er één grote, goed bereikbare parkeerlocatie dichtbij de winkels. Het is gewenst de Woonboulevard te blijven profi leren als woonthemacentrum. Dit betekent dat er hoofdzakelijk winkels in de branche woninginrichting mogen vestigen. Dit draagt bij aan de aantrekkingskracht van het concept (duidelijk thema). Bovendien kan vestiging van winkels in andere branches (zoals multimedia, sport en outdoor, supermarkt) de gewenste positie van met name het centrum van Beverwijk ondermijnen. Het aanbod op de Woonboulevard zal ook in de toekomst vooral kunnen bestaan uit winkels in het middensegment. Dit sluit het beste aan bij de vraag van consumenten. Bovendien vestigen winkels in een hoger marktsegment zich niet of nauwelijks in een dergelijk grootschalig concept. Deze winkels functioneren hoofdzakelijk solitair, omdat ze zich willen profi leren ten behoeve van hun eigen, specifi eke doelgroep. Gewenste acties Woonboulevard Bestemmingsplan actualiseren, thema woninginrichting Stedenbouwkundig plan opstellen met compacte en samenhangende structuur Herinrichting openbare ruimte 39
43 Woonboulevard: verder profileren in thema wonen Marlocenter: locatie voor volumineuze artikelen 4.5 Marlocenter Het Marlocenter is, met onder meer 2 grote supermarkten en 2 bouwmarkten, een sterk winkelcluster. Door de goede bereikbaarheid, ruime (gratis) parkeervoorzieningen en de fysieke ruimte voor uitbreiding, heeft dit winkelcluster de potentie om verder door te groeien. De eigenaar van het terrein heeft recent de groeipotenties van het Marlocenter laten onderzoeken*. Het Marlocenter is ook in de toekomstige winkelstructuur met name geschikt voor detailhandel in volumineuze artikelen, zoals bedoeld en omschreven in het rijksbeleid inzake perifere detailhandel. Daarnaast is het tevens een locatie voor winkels, die gerichte aankopen aanbieden en zich niet kunnen vestigen in het centrum, bijvoorbeeld vanwege de omvang. Het is niet wenselijk medewerking te verlenen aan de vestiging van winkels die vallen onder het recreatief winkelwezen (het zogenaamde funshoppen). Het Marlocenter is immers bedoeld voor het winkelwezen dat valt onder runshoppen en gericht aankopen waarbij het centrumgebied is aangewezen voor funshoppen. In de lijn van een brief vanuit het college aan de vertegenwoordiger van het Marlocenter, verstuurd op d.d. 24 augustus 1995 zijn op het Marlocenter ook indoor-recreatieve voorzieningen toelaatbaar tot een oppervlakte van 500 m² per activiteit. Tot slot zal de gemeente in het verlengde van eerdere afspraken te allen tijde een open oog dienen te houden voor hervestiging van detailhandel met een recreatief karakter op het Marlocenter, indien dit noodzakelijk is om het voorzieningenniveau van Beverwijk in stand te houden. Gewenste acties Marlocenter Bestemmingsplan actualiseren Op beide locaties terughoudend met overige winkels * Goudappel Coffeng (2004) Ontwikkelingsschets Marlocenter 40
44 4.6 Wijk- en dorpswinkelcentra Naast de grotere winkelgebieden in het zuidelijk deel van Beverwijk (centrum, Woonboulevard, Marlocenter) zijn in de rest van Beverwijk enkele wijkwinkelvoorzieningen gevestigd. Uitgangspunt op wijkniveau zijn levensvatbare boodschappencentra van voldoende omvang in de woonomgeving. Een compleet wijkwinkelcentrum heeft bij voorkeur twee supermarkten als basis. Daarnaast is er een compleet overig dagelijks aanbod gevestigd in een compacte opzet. In de toekomstig gewenste detailhandelsstructuur voor Beverwijk kunnen de wijkwinkelcentra Wijkerbaan en Plantage een functie vervullen als wijkwinkelcentra voor dagelijkse boodschappen. Deze twee centra liggen goed gespreid over de woonwijken van Beverwijk, waardoor inwoners op relatief korte afstand van de woonomgeving over een dagelijks winkelaanbod kunnen beschikken. Beide centra zijn naar moderne maatstaven aan de kleine kant. Er is geen uitbreidingsruimte voor de foodsector berekend (zie paragraaf 4.2). Desondanks is het gewenst te streven naar moderne wijkwinkelcentra van voldoende omvang. Voor winkelcentrum Wijkerbaan zijn reeds concrete plannen voor uitbreiding en modernisering van het aanbod. Het is gewenst dat dit winkelcentrum in de toekomst een compleet dagelijks winkelaanbod heeft, met twee elkaar aanvullende supermarkten. In winkelcentrum Plantage is (nu nog) slechts één supermarkt als trekker gevestigd. Bij voorkeur is in een modern wijkwinkelcentrum een tweede supermarkt in een aanvullend marktsegment gevestigd. Met een dergelijke publiekstrekker worden meer consumenten aan het winkelcentrum gebonden. De grotere publieksstroom biedt de benodigde kritische massa om het nu complete aanbod dagelijkse speciaalzaken ook in de toekomst te kunnen behouden. De twee solitair gelegen supermarkten in Beverwijk liggen op relatief korte afstand van de wijkwinkelcentra en het centrum van Beverwijk en kunnen daardoor een risico vormen voor een goede detailhandelsstructuur van Beverwijk. Wijkerbaan wordt herontwikkeld en uitgebreid Bij voorkeur tweede supermarkt in De Plantage Solitaire supermarkten niet verder uitbreiden 41
45 Kleine supermarkt in Wijk aan Zee mogelijk In Wijk aan Zee kan, mede door de toeristische functie, in de toekomst een kleine supermarkt behouden blijven. Het overige winkelaanbod is reeds van beperkte omvang. Het verzorgingsgebied (slechts inwoners) is te klein voor substantiële uitbreiding van dit winkelaanbod. De bestaande winkels (onder meer aan het Julianaplein) kunnen blijven bestaan. Daarnaast vervult dit plein een belangrijke toeristisch-recreatieve functie met horeca en terrassen. voor bezoekers van de Bazaar dan ook nauwelijks toegevoegde waarde. Versterking van de Bazaar als attractie en leisurefunctie kan bijdragen aan de versterking van Beverwijk als geheel (bovenregionale naamsbekendheid, economische effecten). Al eerder is in het gemeentelijk beleid vastgelegd dat reguliere winkelontwikkelingen op de Bazaar minder gewenst zijn om concurrentie met het centrum van Beverwijk te voorkomen. De Bazaar trekt publiek uit heel Nederland Bazaar is autonome attractie 4.7 Beverwijkse Bazaar De Beverwijkse Bazaar is een belangrijke publiekstrekker. Bezoekers komen in het weekend doelgericht vanuit heel Nederland naar de markthallen en verblijven hier een groot deel van dag. Vanwege het doelgerichte en specifi eke bezoekmotief in combinatie met de lange verblijfsduur is er nauwelijks sprake van combinatiebezoek met andere winkelcentra of functies in Beverwijk. Bovendien is het aanbod in het centrum van Beverwijk niet veel anders dan het aanbod in de centra van hun eigen woonplaats. Een bezoek aan het centrum van Beverwijk heeft Inmiddels zijn er enkele ontwikkelingen, die in de richting van reguliere detailhandel gaan zoals vestiging van een Hema-outlet (inmiddels weer gesloten) en een (Chinese) supermarkt met vijf openingsdagen per week. Uitbreiding van deze functies zullen door de gemeente Beverwijk worden getoetst aan de samenwerkingsovereenkomst, het bestemmingsplan en de winkeltijdenwet. Wij streven ernaar dat het vestigingsklimaat op de Bazaar uniek blijft en een voldoende eigen karakter van een markt blijft houden. Ons streven is dat de positie van andere winkelcentra niet wordt aangetast. 42
46 4.8 Overig winkelaanbod Bestaande winkels buiten de gewenste structuur kunnen blijven bestaan. Voor behoud en versterking van de winkelstructuur van Beverwijk is het noodzakelijk om zorgvuldig om te (blijven) gaan met nieuwe winkelvoorzieningen buiten het centrum, de wijkwinkelcentra, het Marlocenter en de Woonboulevard. 43
47 5 Beleid 5.1 Planologisch beleidskader Gemeentelijke detailhandelsstructuurvisie Het ruimtelijk detailhandelsbeleid is met de Nota Ruimte nadrukkelijker komen te liggen bij de gemeentelijke overheid. Gemeenten dienen een eigen ruimtelijk detailhandelsbeleid te voeren. Deze visie beoogt hierin te voorzien. Op basis van deze visie kunnen initiatieven worden getoetst en kan vertaling plaatsvinden naar toekomstige structuurvisies, gebiedsvisies en bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan (en handhaving hiervan) is het meest krachtige instrument dat de gemeente tot haar beschikking heeft om ruimtelijk beleid te kunnen voeren. Hiermee wordt door middel van bestemmingen en voorschriften structureel bepaald waar wel en waar geen detailhandel is toegestaan. In het bestemmingsplan kan de gemeente gebieden aanwijzen, waar detailhandel mag plaatsvinden. Buiten deze gebieden wordt geen (uitbreiding van) detailhandel toegestaan. Bij leegstaande winkelpanden buiten de winkelgebieden wordt bij voorkeur de bestemming gewijzigd in een nietwinkelfunctie. Detailhandel en goede ruimtelijke ordening De Nota Ruimte heeft als uitgangspunt dat nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel niet ten koste mogen gaan van de bestaande detailhandelsstructuur in wijkwinkelcentra en binnensteden. Met de nieuwe Wro en Bro hebben gemeenten de mogelijkheid om in een bestemmingsplan de vestiging van bepaalde branches te beperken of uit te sluiten. Deze bepaling leidt ertoe dat gemeenten ter bevordering van de ruimtelijke economische kwaliteit in hun bestemmingsplan eisen kunnen stellen ten aanzien van de vestiging van bepaalde branches van detailhandel. Een branche- of assortimentseis zal moeten worden gemotiveerd vanuit overwegingen van ruimtelijke kwaliteit en kan niet louter gegrond zijn op argumenten van concurrentiebeperking. Dit vereist een overtuigende motivering. Vanwege aard of omvang van goederen (brandgevaarlijk, volumineus) is het onderscheid tussen de traditionele PDVbranches (auto s, boten, caravans, woninginrichting, tuincentra, bouwmarkten, brand- en explosiegevaarlijke stoffen) en de algemene bestemming detailhandel ruimtelijk relevant gebleken. Dit maakt het mogelijk bijvoorbeeld bouwmarkten door middel van een vrijstelling of een eigen bestemming op een bedrijventerrein te vestigen. De schaal van het artikel is een ruimtelijk relevant criterium. Voor branches of formules, die niet vanwege schaal van het artikel, maar bijvoorbeeld vanwege schaal van de winkel buiten winkelgebieden willen vestigen (zoals megasupermarkten, grote sportwinkels of multimediawinkels) zijn niet op voorhand zomaar ruimtelijk relevante criteria te vinden. Het ruimtelijk relevante onderscheid met bijvoorbeeld een warenhuis of een (grote) modewinkel is niet evident. Dergelijke branchebeperkingen vragen om een nadere motivering vanuit overwegingen ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Handhaving Bij het nader detailleren van branches, assortimenten, schaalgrootte of een ander criterium in afwijking met de algemene 44
48 bestemming detailhandel moet bovendien worden bedacht dat bestemmingsplannen handhaafbaar moeten zijn. Een te stringente en gedetailleerde bestemmingsregeling is moeilijk te handhaven en bovendien is de juridische houdbaarheid twijfelachtig. Daarnaast gaat het voorbij aan de dynamiek in de detailhandel. De ontwikkelingen in de detailhandel gaan snel. Slechts weinigen konden tien jaar geleden juiste voorspellingen doen over de huidige schaalgrootte van winkels, nieuwe winkelformules, verdergaande branchevervaging en virtuele distributiekanalen. Een te stringente bestemmingsregeling is snel verouderd. Niet-winkelvestigingen Detailhandel kan worden gedefi nieerd als het bedrijfsmatig en voor de verkoop ter plaatse aanbieden van artikelen aan eindgebruikers. Voor winkels (detailhandelsvestigingen) luidt de defi nitie: ieder voor het publiek vrij toegankelijk pand dat bedoeld is voor de verkoop van detailhandelsartikelen. Met het hanteren van deze defi nities ontstaan heldere criteria voor het te voeren ruimtelijke detailhandelsbeleid en de planologische vertaling. Voor vormen van detailhandel buiten de defi nitie van winkels is in de regel geen detailhandelsbestemming nodig. Voorbeelden hiervan zijn: verkoop via postorder, telefoon, internet, radio, televisie; ambulante handel, zoals standplaatsen, warenmarkten en verkoop aan de deur; incidentele detailhandel zoals huisparty s en beurzen; groothandel, zoals Makro en Offi ce Centre (verkoop aan niet-particulieren); detailhandel als ondergeschikte activiteit, zoals een kapper (ambacht) met een paar m² parfumerieartikelen, postkantoor met een paar m² kaarten en garagebedrijven met een paar m² autoaccessoires. Wat ondergeschikt is varieert per situatie. Indien detailhandelsactiviteiten dusdanig zijn dat sprake is van een winkel, dient afgewogen te worden in hoeverre dit past in het beleid. Toetsingskader nieuwe ontwikkelingen Het voeren van ruimtelijk detailhandelsbeleid is zinvol indien nieuwe winkelontwikkelingen zorgvuldig worden getoetst. Onderstaand toetsingskader bepaalt hoe nieuwe initiatieven getoetst kunnen worden aan de gewenste detailhandelsstructuur. Bij toetsing van elk initiatief kan de gemeente de volgende stappen doorlopen: 1. Past het initiatief bij de verzorgingsfunctie van het betreffende winkelgebied? De verzorgingsfunctie van het initiatief wordt vastgesteld. De verzorgingsfunctie van het initiatief dient overeen te komen met de verzorgingsfunctie van het betreffende winkelgebied. Indien de verzorgingsfunctie van het initiatief de verzorgingsfunctie van het betreffende winkelgebied overstijgt, is het initiatief niet passend. Gezocht kan worden naar een winkelgebied met een verzorgingsfunctie die wel aansluit op die van het initiatief. 2. Past het initiatief binnen de branchebeperkingen van betreffend winkelgebied? In deze visie wordt uitgegaan van inpassing van nieuwe winkelontwikkelingen in het centrum van Beverwijk. Voor het centrum 45
49 Bouwmarkt kan met vrijstelling op bedrijventerrein Woonwinkels verkopen volumineuze artikelen Multimediawinkels vallen niet onder PDV-branches gelden in de visie geen branchebeperkingen. Winkels in woninginrichting worden zoveel mogelijk ingepast op de Woonboulevard. Winkels in overige PDV-branches kunnen zich vestigen op het Marlocenter en eventueel via ontheffi ng op een perifere locatie. 3. Past het initiatief op de beoogde locatie? Gewenste initiatieven worden, indien zij op grond van bovenstaande stappen worden toegestaan, beoordeeld op de mate waarin zij inpasbaar zijn. Hierbij wordt gekeken naar de fysieke ruimte en parkeercapaciteit op en de bereikbaarheid van de beoogde locatie. 5.2 Gemeentelijk maatregelenpakket Het initiatief voor winkelontwikkelingen ligt primair bij marktpartijen (ondernemers, eigenaren, ontwikkelaars). De gemeente Beverwijk kan een offensief beleid voeren door initiatieven in de winkelgebieden aan te moedigen, te sturen of te voorzien in de optimale randvoorwaarden voor detailhandelsontwikkelingen. Hieronder lichten we het maatregelenpakket dat de gemeente Beverwijk tot haar beschikking heeft toe. Actualisatie bestemmingsplannen Alleen een duidelijk en consistent ruimtelijk beleid leidt tot een duurzame winkelstructuur waarin marktpartijen durven te investeren. Het maken van keuzes kan leiden tot de benodigde schaarste en zekerheid die nodig is om investeringen op bepaalde locaties rendabel te maken. De detailhandelsstructuurvisie in deze rapportage vormt de basis voor een helder en consistent ruimtelijk detailhandelsbeleid dat vastgelegd moet worden in bestemmingsplannen. Concentratiebeleid De winkelstructuur kan worden versterkt door het voeren van een concentratiebeleid. Hiermee wordt concurrerend winkelaanbod buiten de winkelgebieden afgebouwd. Er zijn diverse vormen te onderscheiden. Zo kan bij de ontwikkeling van nieuwe winkelprojecten (door hierover afspraken te maken met de ontwikkelaar van het nieuwe winkelproject) voorrang worden gegeven aan bestaande ondernemers van buiten het centrumgebied. Structuurversterking op pandniveau De detailhandelsstructuurvisie is erop gericht om in de winkelgebieden van de gemeente 46
50 Beverwijk compacte en aaneengesloten winkelgebieden met een goede routing te realiseren. Onderbrekingen van het winkelfront met woningen, dienstverlening of leegstand kunnen, al of niet actief, door de gemeente worden tegengegaan. Beeldbepalende panden of panden op structuurbepalende locaties in de routing krijgen bij voorkeur een moderne maat en een sterke winkel- of horecafunctie. Eventueel kan voor het invullen van dit soort panden actief beleid gevoerd worden. Hierbij is samenwerking met eigenaren nodig. Er kan, in overleg, actief gezocht worden naar een aantrekkelijke nieuwe invulling waarbij de gemeente actief meewerkt aan een passende bestemmingsregeling en vergunningen. Inzet van algemene middelen De detailhandel in de gemeente Beverwijk is van groot belang voor de werkgelegenheid, het toerisme en de horeca en is sterk bepalend voor het imago en het woonklimaat. Het is dan ook goed verdedigbaar dat de gemeente een deel van haar beschikbare middelen investeert in haar centra, bijvoorbeeld ten behoeve van een betere verkeersafwikkeling, de aanpak van parkeerproblematiek of een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Subsidies Er zijn geen specifi eke rijks- of provinciale subsidies voor detailhandel. Veelal is het echter mogelijk in het kader van een integrale centrumontwikkeling een beroep te doen op overheidssubsidies. Op deze wijze kan bijvoorbeeld een herinrichting of een nieuw stedelijk project (winkels, wonen, parkeren) eerder haalbaar worden. Duurzame overlegstructuur Voor een doelmatig detailhandelsbeleid is een goede overlegstructuur tussen de gemeente en betrokken ondernemers en eigenaren gewenst. Professioneel georganiseerde ondernemers én eigenaren kunnen een waardevolle gesprekspartner zijn voor de overheid en voor andere partijen. Op verschillende manieren kan worden samengewerkt aan versterking van de winkelstructuur. Dit begint met overleg en afstemming over het te voeren detailhandelsbeleid. Veelal zien we dat het gezamenlijk opstellen van een visie een goede basis vormt Geen branchebeperkingen in centrum Beverwijk Woonbranche inpassen op Woonboulevard Beperkt aantal boodschappencentra in de wijken 47
51 Beleid vastleggen in bestemmingsplannen Winkelstructuur versterken door concentratiebeleid voor onderling vertrouwen en samenwerking. Het is minimaal gewenst dat overheid en bedrijfsleven regelmatig overleggen over initiatieven en het te voeren beleid. Deze uitwisseling van informatie kan leiden tot een doelmatiger inzet van middelen, zowel door de overheid als door marktpartijen. In Beverwijk wordt reeds regelmatig overleg gevoerd tussen gemeente en bedrijfsleven (vertegenwoordigers van de diverse winkelgebieden). Daarnaast is het initiatief genomen voor centrummanagement als instrument om gezamenlijk te werken aan de versterking van de winkelgebieden in Beverwijk. Winkeltijdenwet Volgens de winkeltijdenwet uit 1996 is het verboden een winkel voor publiek geopend te hebben op zondag, op feestdagen en op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur. De gemeenteraad kan voor ten hoogste twaalf door hem aan te wijzen dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen voor opening op zon- en/of feestdagen. Uitzondering kan worden gemaakt voor gemeenten of centra met een toeristische functie (mits de aantrekkingskracht voor dat toerisme niet wordt bepaald door de opening van de winkels). Daarnaast kan de gemeente ontheffi ng verlenen voor winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren worden verkocht (met uitzondering van sterke drank). De ontheffi ng kan door B&W verleend worden op basis van een verordening van de gemeenteraad. In een verordening wordt in ieder geval het aantal winkels waarvoor in de gemeente ontheffi ng kan worden verleend. Dit aantal kan ten hoogste één winkel per inwoners zijn. Flankerend beleid De detailhandelsstructuur van Beverwijk kan verder worden versterkt door een uitgebreid winkelaanbod, aantrekkelijke winkelroutings, door goede en bereikbare parkeergelegenheden en door een aantrekkelijk verblijfsklimaat. Terughoudend omgaan met aanbod buiten centra 48
52 49
53 Bijlage 1 Gebruikte literatuur Ministeries van VROM, LNV, VenW en EZ (2005): Nota Ruimte AC Nielsen (2006): Ontwikkeling aantal servicesupermarkten naar omvang Besluit College van Burgemeester en Wethouders van Beverwijk, 22 augustus 1995 Bureau DE LIJN en MUST stedebouw (januari 2008): Structuurvisie 2010+, conceptversie CBS (2008): Statline Databank CVTO (2006): Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2005/2006 Collegebesluit bedrijvencentrum Spoorsingel (1995) Ecorys Kolpron (2003): Retailnota gemeente Beverwijk G.F.B. Stinstra/ DTNP (2005), Compleet anders?! Goudappel Coffeng (2004): Ontwikkelingsschets Marlocenter HBD/Stienstra (2003) HBD (2007): Bestedingen en marktaandelen 2006 Interprovinciaal overleg (23 februari 2006): Perifere detailhandel Min. VROM en EZ (10 november 2006): Kabinetsreactie IPO richtlijnen perifere detailhandel Ministerie VROM (2007): De nieuwe Wet ruimtelijke ordening geeft ruimte Ministerie VROM (2007): Bro Nota van Toelichting Ministerie VROM (2008): Dossier Wet op de ruimtelijke ordening ( Provincie Noord-Holland (2005): Een goede plek voor ieder bedrijf Provincie Noord-Holland (2009) Detailhandels- en leisurebeleid Noord-Holland Strabo B.V. (2000), Passantenonderzoek Beverwijkse Bazaar Ruimtelijk Planbureau (2006): Winkelen in Megaland Thuiswinkel.org (2007): Thuiswinkel Markt Monitor W. van Rooij/ DTNP (2003): GDV-beleid, een groot goed? Een analyse van grootschalige bewinkeling Kuiper Compagnons (2008): Bestemmingsplan Recreatieve markten Beverwijkse Bazaar e.o. 50
54 Bijlage 2 Begrippenlijst Ambulante handel Het te koop aanbieden of venten van goederen via deur-aan-deurverkoop, vanuit een marktkraam of verkoopwagen op een warenmarkt, een solitaire standplaats of jaarmarkt/braderie. Branche Een groep van bedrijven die wordt gekenmerkt door één bepaalde (dominante) assortimentsgroep (bijv. schoenenwinkel) of door een veel voorkomende combinatie van assortimentsgroepen (bijv. warenhuis). Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit alsmede anders dan voor verbruik ter plaatse. Doe-het-zelf Een winkel in de doe-het-zelfbranche voert een assortiment dat gericht is op gebruik door particuliere consumenten voor werkzaamheden in, aan en om het huis. We onderscheiden bouwmarkten, breedpakketwinkels, ijzerwarenwinkels en verf-/behangspecialisten. Bouwmarkt Een winkel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlak van minimaal m² waarop het volledige assortiment van bouw- en doe-het-zelfproducten aan zowel vakman als particulier wordt aangeboden op basis van zelfbediening. Brutovloeroppervlak (bvo) De totale ruimte van een winkel bestaande uit winkelvloeroppervlak en niet voor consumenten toegankelijke ruimten (opslag, kantine, etc.). Het winkelvloeroppervlak bedraagt, afhankelijk van de branche, circa 70 à 80% van het brutovloeroppervlak. Dagelijkse artikelen Artikelen in de branches voedings- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging. Dienstverlening (publieksgericht commercieel) Een bedrijf met uitsluitend of in hoofdzaak een dienstverlenende of verzorgende taak. Onder dienstverlening verstaan wij administratieve/ fi nanciële dienstverlening (bijv. assurantiekantoor, bank etc.), publieksgerichte dienstverlening (bijv. stomerij, reisbureau) en ambachtelijke dienstverlening (bijv. schoenmaker, kapper etc.). Duurzame ontwrichting Er is sprake van duurzame ontwrichting van de aanbodstructuur als een initiatief leidt tot een voor de consument onaanvaardbare afname van het in het verzorgingsgebied aanwezige aanbod en van de variatie in het aanbod in de desbetreffende branche. E-commerce Detailhandel die producten en diensten via internet aanbiedt. 51
55 Factory Outlet Centre (FOC) Een Factory Outlet Centre is een winkelcomplex waar merkartikelen tegen gereduceerde prijzen rechtstreeks door de producent aan de consument worden verkocht. Filiaalbedrijf/grootwinkelbedrijf Detailhandelsonderneming met 7 of meer eigen winkels. Groothandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, bedrijven, instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. Horecabedrijf Een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd. Koopkrachtbinding Het aandeel (%) van de totale bestedingen van inwoners dat wordt gedaan in het winkelapparaat in het eigen verzorgingsgebied, noemen we de koopkrachtbinding. Koopkrachttoevloeiing Het deel van de omzet dat van buiten het primaire verzorgingsgebied komt, ofwel het aandeel vreemde koopkracht. Leisure Commerciële en niet-commerciële vrijetijdsvoorzieningen (bijv. restaurant, museum, winkel, ijsbaan, bioscoop, theater etc.) Maatschappelijke voorzieningen Educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Marktaandeel Aandeel van de betreffende onderneming(en) in de consumptieve bestedingen aan artikelen/artikelgroepen, uitgedrukt in procenten. Marktsegment Op basis van samenstelling van het assortiment en prijsstelling van de artikelen kunnen commerciële bedrijven ingedeeld worden in verschillende marktsegmenten (discount, exclusief etc.). Niet-dagelijkse artikelen Alle artikelen, met uitzondering van artikelen in de branches voedings- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging. Perifere detailhandel Detailhandel gevestigd buiten de reguliere winkelconcentraties, maar binnen bestaand of te ontwikkelen stedelijk gebied (bijv. op een bedrijventerrein). 52
56 Themacentrum Concentratie van detailhandelsvestigingen waar goederen worden verkocht die naar aard en samenhang betrekking hebben op een bepaald thema (bijv. woonboulevard, factory outlet centre, kunst/antiek). Volumineuze detailhandel Detailhandel in ABC-goederen (auto s, boten en caravans), tuincentra, bouwmarkten, grove bouwmaterialen, keuken en sanitair alsmede woninginrichting waaronder meubels. Toonbankbesteding Consumentenbestedingen in winkels, hiertoe behoren niet de bestedingen aan artikelen die via postorderbedrijven en internet worden aangekocht. Trafficlocatie Een locatie met een groot aantal passanten zoals treinstation, tankstation, ziekenhuis, onderwijsinstelling, kantoorlocatie etc. Tuincentrum Detailhandel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlak waar bedrijfsmatig boomkwekerijproducten, planten, bloembollen en bloemen ten verkoop worden aangeboden, alsmede materialen voor de aanleg, de verfraaiing en het onderhoud van tuinen. Verkooppunt (vkp) Een detailhandelsvestiging met winkelpersoneel en een eigen kassa. Verkoopvloeroppervlak (vvo) Gelijk aan winkelvloeroppervlak (wvo). Deze detailhandel heeft vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig voor de uitstalling. Hierdoor is vestiging binnen reguliere winkelgebieden in veel gevallen moeilijk. Warenhuis Een winkel waarin ten minste zes van de volgende artikelgroepen worden aangeboden: voedings- en genotmiddelen, kleding/textiel, meubelen/ woninginrichting, verlichting, huishoudelijke artikelen, doe-hetzelfartikelen, consumentenelectronica, educatie- en vrijetijdsartikelen. De artikelgroep kleding/textiel is altijd aanwezig. De afzonderlijke artikelgroepen nemen tussen de 5% en 50% van het winkelvloeroppervlak in beslag. Warenmarkt Een verzameling van minimaal 7 kramen, verkoopwagens of grondplaatsen van waaruit de toegelaten kooplieden detailhandel bedrijven. Een warenmarkt wordt met vaste regelmaat gehouden op een bepaald tijdstip en op een bepaalde dag en is ingesteld krachtens een gemeenteraadsbesluit. Vloerproductiviteit De gemiddelde omzet per m² winkelvloeroppervlak. Deze varieert per type winkelgebied, branche en winkelformule. 53
57 Winkel Ieder voor het publiek vrij toegankelijk pand dat bedoeld is voor de verkoop van artikelen aan particulieren en dat een winkelvloeroppervlak van minimaal 10 m² heeft. Winkelvloeroppervlak (wvo) De voor het publiek toegankelijke winkelruimte ten behoeve van detailhandel, inclusief zichtbare ruimten zoals bijvoorbeeld etalages en de ruimte achter toonbanken en kassa s. Het winkelvloeroppervlak bedraagt, afhankelijk van de branche, circa 70 à 80% van het brutovloeroppervlak. Woninginrichting De woninginrichtingsbranche wordt gevormd door winkels met een assortiment dat gericht is op gebruik door particuliere consumenten voor de inrichting van het huis. In de woninginrichtingsbranche onderscheiden we meubelspeciaalzaken, slaapkamerspeciaalzaken, woningtextielzaken, verlichtingszaken, gemengde zaken, tegelhandel, keukenspeciaalzaken, kurk- en parketzaken, badkamer- en sanitairzaken en zonweringszaken. Bijlage 3 Branche-indeling detailhandel Branchegroep Branche Voedings- en genotmiddelen Voedings- en (o.a. supermarkt, versspeciaalzaak, genotmiddelen slijter, tabak en lectuur) Persoonlijke verzorging Frequent benodigde Huishoudelijke- en cadeauartikelen non-food Bloemen, planten, dierbenodigdheden Kleding en modeaccessoires Modisch recreatief Schoenen en lederwaren Optiek, juwelier, antiek Sport en spel Hobby Overig recreatief Boeken, lectuur, cd, kantoorartikelen Warenhuis Bruin- en witgoed Fietsen en autoaccessoires Woninginrichting (o.a. meubelen, keukens, sanitair, vloerbedekking) Gerichte non-food Doe-het-zelf Tuincentra Overige detailhandel Overige detailhandel (o.a. tweedehandsartikelen, souvenirs, partijgoederen) 54
58 Bijlage 4 Winkelaanbod in Beverwijk Kern Beverwijk Kernen van gelijke omvang* Voedings- en genotmiddelen Frequent benodigde non-food, waarvan: persoonlijke verzorging huishoudelijke artikelen dierbenodigdheden, bloemen Modisch recreatief, waarvan: kleding en mode-accessoires schoenen en lederwaren Overig recreatief, waarvan optiek, juwelier, antiek en kunst sport en spel hobby-artikelen boeken, cd s en kantoorartikelen warenhuis bruin- en witgoed fi etsen en auto-accessoires Gerichte non-food, waarvan: woninginrichting doe-het-zelfartikelen tuincentra en tuinartikelen Overige detailhandel TOTAAL Centrum Woonboulevard Voedings- en genotmiddelen Frequent benodigde non-food Modisch recreatief Overig recreatief Gerichte non-food Overige detailhandel Totaal Marlocenter Wijkerbaan Voedings- en genotmiddelen Frequent benodigde non-food Modisch recreatief Overig recreatief Gerichte non-food Overige detailhandel Totaal Plantage Wijk aan Zee Verspreid Voedings- en genotmiddelen Frequent benodigde non-food Modisch recreatief Overig recreatief Gerichte non-food Overige detailhandel Totaal * inwonercategorie 30 tot 50 duizend, teruggerekend naar inwoners Bron: Locatus (november 2007), bewerking DTNP 55
59 Bijlage 5 Indicatie haalbaar aanbod per sector In vroegere distributieplanologische onderzoeken (dpo s) werd het haalbare winkelaanbod vaak nauwkeurig berekend. Door grote onderlinge verschillen in typen winkelgebieden, branches en winkelformules moeten dergelijke berekeningen echter genuanceerd worden beoordeeld. De haalbaarheid van winkels wordt veel meer bepaald door de potentiële functie en kwaliteit van het winkelgebied. Niettemin kan een kwantitatieve analyse van vraag en aanbod een indicatie geven van het haalbare aanbod. In dit rapport maken wij voor de gemeente Beverwijk een berekening van het haalbare aanbod winkels in voedings- en genotmiddelen. Voor het centrum maken we daarnaast een berekening voor het haalbare aanbod duurzame en overige goederen. Voor de branches woninginrichting, doe-het-zelf en tuinartikelen maken we afzonderlijke berekeningen. Variabelen Bij deze kwantitatieve analyse gaat het om de verhouding tussen vraag en aanbod. De vraag zijde wordt bepaald door de bestedingen in winkels per hoofd van de bevolking (toonbankbesteding per jaar), de omvang van het verzorgingsgebied (aantal inwoners), de mate waarin de inwoners hun aankopen doen in het betreffende winkelgebied (koopkrachtbinding) en de mate waarin omzet van elders toevloeit (aandeel vreemde koopkracht). Aan de aanbodzijde spelen de omvang (m² winkelvloeroppervlak) en de benodigde omzet per m² (vloerproductiviteit) een rol. Toonbankbestedingen In veel distributieplanologische berekeningen wordt uitgegaan van bestedingen die consumenten doen in een bepaalde branche. Wij kiezen ervoor te rekenen met winkels als eenheden, omdat we in de distributieplanologie de uitbreidingsruimte van winkelmeters berekenen. In de indicatieve berekening van de uitbreidingsruimte maken we onderscheid tussen winkels in voedings- en genotmiddelen (VGM) en winkels in duurzame en overige goederen (DOG). De sector voedings- en genotmiddelen bestaat uit de supermarkten en versspeciaalzaken. De sector duurzame en overige goederen is opgebouwd uit artikelen in de branchegroepen frequent benodigde nonfood (o.a. drogisterij, huishoudelijke artikelen), modisch recreatief (o.a. kleding, lederwaren), overig recreatief (o.a. boeken, juwelier, warenhuis) en overige detailhandel (o.a. tweedehands). In onze methodiek wordt de aankoop van pannen (huishoudelijke artikelen) bij een supermarkt gerekend tot een besteding in winkels in de branche voedings- en genotmiddelen en de aankoop van een Hemaworst (voeding) wordt gerekend tot een besteding in winkels in duurzame en overige goederen. In Nederland bedragen de gemiddelde toonbankbestedingen per hoofd van de bevolking 4.217,- per jaar. Hiervan wordt 1.973,- besteed in winkels voor voedings- en genotmiddelen en 1.833,- in winkels voor duurzame en overige goederen (zonder wonen en doe-het-zelf)*. Wanneer in het verzorgingsgebied het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner afwijkt van het Nederlands gemiddelde is het gewenst de * HBD (2006), Bestedingen en marktaandelen 2005 * CBS (2007), Statline Databank 56
60 bestedingscijfers aan te passen. Het besteedbaar inkomen in de gemeente Beverwijk ligt circa 3% boven het Nederlands gemiddelde*. Het is daarom gewenst de landelijke bestedingscijfers aan te passen. Voor toonbankbestedingen in voedings- en genotmiddelen is het gebruikelijk het bestedingscijfer aan te passen met een correctie van ¼ van het percentage dat het inkomen lager of hoger is dan het Nederlands gemiddelde. Voor duurzame en overige goederen is een correctie van ½ gebruikelijk. Voor Beverwijk gaan we daarom uit van een toonbankbesteding in winkels in voedings- en genotmiddelen van 1.990,- ( (¼ x 3% x 1.973)). De gecorrigeerde toonbankbesteding voor Beverwijk in winkels in duurzame en overige goederen bedraagt 1.865,- ( (¼ x 3% x 1.833)). Verzorgingsgebied Het primaire verzorgingsgebied van winkelvoorzieningen in Beverwijk verschilt per sector. Voor voedings- en genotmiddelen bestaat het verzorgingsgebied uit de inwoners uit de gemeente Beverwijk. In dit gebied wonen in 2015 naar verwachting circa inwoners. Ook voor winkels in duurzame en overige goederen in het centrum (vooral recreatieve branches) gaan we uit van de gemeente Beverwijk als primair verzorgingsgebied. Voor de volumineuze branches doe-het-zelf- en tuinartikelen beschouwen we de inwoners uit Beverwijk en Heemskerk samen als het primaire verzorgingsgebied. In 2015 wonen hier naar verwachting circa inwoners. Voor de branche woninginrichting op de woonboulevard onderscheiden we een primair, secundair en tertiair * Bolt (2003), Winkelvoorzieningen op waarde geschat verzorgingsgebied (zie kaart 4, p. 29), met respectievelijk , en inwoners in Koopkrachtbinding Niet alle bestedingen van de inwoners van een verzorgingsgebied komen terecht in het eigen winkelapparaat. Het aandeel (%) van de totale bestedingen van inwoners dat wordt gedaan in het winkelapparaat in het eigen verzorgingsgebied, noemen we de koopkrachtbinding. Op basis van algemene kengetallen*, beschikbaar onderzoek (o.a. Ecorys, 2003) hebben we per sector de haalbare koopkrachtbinding bepaald (zie tabellen). Koopkrachttoevloeiing Naast de inkomsten uit het eigen verzorgingsgebied komt een deel van de omzet van buiten het verzorgingsgebied. Dit aandeel binnen de totale omzet noemen we de koopkrachttoevloeiing of het aandeel vreemde koopkracht. Op basis van genoemde kengetallen hebben we ook het haalbare aandeel vreemde koopkracht per sector bepaald. Vloerproductiviteit De gemiddelde omzet per m² winkelvloeroppervlak kan als maat worden gezien voor het economisch functioneren. De noodzakelijke omzet per m² varieert per type winkelgebied, branche en winkelformule. In Nederland ligt de gemiddelde omzet per m² in winkels voor voedings- en genotmiddelen rond de 7.100,-. Voor winkels in duurzame en overige goederen (zonder wonen en doe-het-zelf) is de gemiddelde omzet per m² 2.400,- (HBD, 2006). In deze situatie gaan we uit van deze landelijke normcijfers. 57
61 Indicatie haalbaar aanbod In onderstaande tabellen is op basis van genoemde variabelen een indicatieve berekening gemaakt voor het haalbare aanbod winkels in voedings- en genotmiddelen in gemeente Beverwijk. Daarnaast is een berekening gemaakt voor het haalbare aanbod winkels in duurzame en overige goederen in het centrum, voor het haalbare aanbod winkels in de woninginrichtingsbranche op de woonboulevard en voor het haalbare aanbod in de branches doe-het-zelf en tuin. Voedings- en genotmiddelen Gemeente Beverwijk 2015 Toonbankbesteding per hoofd Inwoners verzorgingsgebied Koopkrachtbinding 80% Gebonden bestedingen 60,5 mln Koopkrachttoevloeiing 45% Totale bestedingen 110 mln Gemiddelde omzet per m² wvo Potentieel winkelaanbod m² Aanwezig winkelaanbod m² Duurzame en overige goederen* Centrum Beverwijk 2015 Toonbankbesteding per hoofd Inwoners verzorgingsgebied Koopkrachtbinding 65% Gebonden bestedingen 46 mln Koopkrachttoevloeiing 45% Totale bestedingen 83,7 mln Gemiddelde omzet per m² wvo Potentieel winkelaanbod m² Aanwezig winkelaanbod m² * zonder branches woninginrichting, doe-het-zelf, tuincentra Woninginrichting 2015 Primair Secundair Tertiair Toonbankbesteding per hoofd Inwoners verzorgingsgebied Koopkrachtbinding 65-75% 25-40% 10-20% Gebonden bestedingen 28,5-32,9 mln 38,1-61 mln 15,4-30,8 mln Totale bestedingen 82,1-124,8 mln Gemiddelde omzet per m² wvo Potentieel winkelaanbod m² Aanwezig winkelaanbod m² PDV-branches 2015 Doe-het-zelf Tuincentra Toonbankbesteding per hoofd Inwoners verzorgingsgebied Koopkrachtbinding 95% 95% Gebonden bestedingen 18,8 mln 4,4 mln Koopkrachttoevloeiing 25% 25% Totale bestedingen 25,1 mln 5,9 mln Gemiddelde omzet per m² wvo Potentieel winkelaanbod m² m² Aanwezig winkelaanbod m² m² 58
62 Bijlage 6 Beleid Marloterrein De detailhandelsstructuurvisie besproken in de raadscommissies INFO (2 september 2008) en RES (28 oktober 2008). Gevraagd is om aspecten in de visie te verduidelijken en met name ten aanzien van het Marlocenter de voorstellen opnieuw te bezien in het licht van eerder vastgesteld beleid. Ter informatie nemen wij hierbij de belangrijkste passages op uit het Collegebesluit van 22 augustus 1995 en de Retailnota gemeente Beverwijk van Ecorys. Collegenota 14 augustus 1995 (Bedrijvencentrum Spoorsingel) Perifere/volumineuze detailhandel (...) Het bedrijvencentrum is aan te merken als een bedrijvenlokatie waar ingevolge het rijksbeleid perifere detailhandel zou kunnen worden toegelaten. Onder perifere detailhandel wordt verstaan verkoop van en vestigingsmogelijkheden voor: auto s, boten, caravans; brand- en explosiegevaarlijke stoffen; grove bouwmaterialen; bouwmarkten en tuincentra; grootschalige meubeldetailhandel; detailhandel in keukens en sanitair. Met betrekking tot het bepalen van de toelaatbaarheid legt het rijk in eerste instantie de verantwoordelijkheid bij de gemeente. Naast mogelijkheden voor perifere detailhandel wordt aan het college gevraagd een open oog te hebben voor hervestigingen vanuit de binnenstad, met inachtneming van de positie van het kernwinkelgebied. Bedoeld wordt een verplaatsingmogelijkheid voor reguliere detailhandelsbedrijven (supermarkt, kleding, schoeisel parfumerie, audiovisuele apparaten, wasmachines, huishoudelijke artikelen, etc.) in verband met het ontbreken van uitbreidingsmogelijkheden of parkeerproblemen op de vestigingslokatie of omdat het wenselijk is deze bedrijven te verplaatsen in verband met sanering of stadsvernieuwing. Dergelijke situaties kunnen inderdaad om een open oog en constructieve opstelling vragen, maar het is niet gewenst daarvoor direct vestigingsmogelijkheden op de lokatie te bieden. Voorkomen moet worden dat op basis van eenzijdige argumenten, bijvoorbeeld goedkopere huisvesting, betere bereikbaarheid of gratis parkeren, op bedrijfsverplaatsing wordt aangestuurd. Het op die gronden aansturen op verplaatsingen kan namelijk nadelige gevolgen hebben voor de ruimtelijkfunctionele structuur en de instandhouding van bestaande voorzieningen. Te denken is hierbij b.v. aan het centrumgebied. In verband met de verkeersituatie die daar als problematisch wordt ervaren is er bij de winkeliers zeker wel interesse naar verplaatsing naar dit bedrijvencentrum, met alle mogelijke gevolgen van dien. Ik acht het niet bezwaarlijk om, naast een bouwmarkt ook ruimte te bieden aan andere vormen van perifere detailhandel op de lokatie. (...) Wel adviseer ik geen medewerking te verlenen aan detailhandel in meubels en woninginrichtingsartikelen. Hiervoor zijn de meubelboulevard en het centrumgebied aangewezen. Indien er problemen of ontwikkelingen zijn die om een oplossing vragen en waarvan het wenselijk is deze oplossing op het bedrijvencentrum Spoorsingel te realiseren, biedt de Wet op de RO voldoende mogelijkheden om planologische beperkingen op te heffen. [B&W besluit conform advies, 22 augustus 1995] 59
63 Retailnota gemeente Beverwijk - Ecorys 2003 Marlo Center (Inventarisatiedeel, blz. 32) Het betreft een solitaire concentratie, bepaald door 3 grootschalige winkelvestigingen, namelijk de supermarkt Dekamarkt van circa m 2 vvo en de bouwmarkten Megapraxis (voormalige Marktkauf) en Gamma. Daarnaast zijn er enkele kleinschalige aanbieders aanwezig (Duikwinkel, Lingeriewinkel, Brezan Automaterialen en Kringloopwinkel). De locatie heeft een functie als grootschalig koopcentrum, met daaraan toegevoegd een grote supermarkt in het gemakssegment. De primaire verzorgingsfunctie beslaat een groot deel van beverwijk / Heemskerk Zuidoost. Gelegen op een voormalig bedrijventerrein. Heeft geen aansluiting op het centrumgebied, maar ligt wel op korte afstand. Goede, moderne uitstraling. Het Marlo Center beschikt over eigen parkeergelegenheid: circa 650 (gratis) parkeerplaatsen langs de kant en in het midden van de weg. In de non-foodsector worden wel mogelijkheden gezien voor de doe-hetzelfbranches, zodat het Marlo Center in sterkere mate de doe-het-zelf locatie van de gemeente en regio wordt. Overige branches worden voorbehouden aan de overige clusters in de gemeente. Marlo Center (Adviesrapport, blz. 31) Het Marlo Center heeft primair een functie voor Beverwijk. Voor het functioneren van het centrum van Beverwijk en de wijkwinkelcentra zal het Marlo Center die functie ook moeten behouden. Uitbreiding van functies in de foodsector is vanuit de handhaving van de huidige retailstructuur in de gemeente niet gewenst. Uitgangspunt moet blijven dat foodwinkels en centrumfuncties gesitueerd worden in de wijkwinkelcentra en het centrum van Beverwijk. 60
64 Bijlage 7 Warenmarkt In 2008 is door DTNP onderzoek gedaan naar warenmarkten in de Kamer van Koophandelregio Amsterdam. In deze Toekomstvisie Warenmarkten zijn 15 markten, waaronder die in Beverwijk, nader geanalyseerd. De tekst in deze bijlage is op dit onderzoek gebaseerd. Locatie en verzorgingsgebied De warenmarkt in Beverwijk wordt gehouden op de Breestraat. De markt staat hier iedere woensdag van 9.00 tot uur. De markt in de Breestraat is de enige markt in Beverwijk. Heemskerk heeft een eigen warenmarkt met meer dan 100 kooplieden (vrijdag). De markt in Beverwijk heeft derhalve vooral een functie voor de ± eigen inwoners, maar trekt daarnaast ook bezoekers uit omliggende kernen. Omvang en branchering Op de markt van Beverwijk staan wekelijks ± 60 kooplieden. Op de markt is nauwelijks leegstand. Bijna 30% van de kooplieden verkoopt foodproducten variërend van brood, aardappelen, vis, kaas en stroopwafels tot snoep. Het aandeel kooplieden dat textiel (kleding, tafelkleden, stoffen) verkoopt is met ± 60% relatief groot. Overig aanbod bestaat onder andere uit handwerkmaterialen, drogisterijartikelen en kaarten. Relatie en omvang gevestigde detailhandel De warenmarkt staat centraal in de hoofdwinkelstraat van Beverwijk. Dankzij de naadloze aansluiting op het winkelgebied zijn er op de markt automatisch veel passanten. Het winkelaanbod is uitgebreid in zowel de dagelijkse branches (o.a. Albert Heijn, Aldi) als de recreatieve branches (o.a. V&D, Intersport). Opzet en routing De Breestraat is een lange straat. De warenmarkt strekt zich bijna over de hele lengte van deze straat uit. Het front van de markt is nagenoeg gesloten. Op een enkele plek is ruimte vrijgelaten voor bezoekers om door te steken naar de andere kramenrij. De twee kramenrijen staan met het gezicht naar de winkels en met de rug naar de eenrichtingsweg centraal in de winkelstraat. Hierdoor ontstaat een grote winkelronde waarbij tweezijdig gewinkeld kan worden (1 zijde Verkoop van vis vanuit een marktkraam Markt en winkels vormen samen een winkelrondje Aantrekkelijke kramen op de markt 61
65 markt, 1 zijde winkels). De kooplieden zelf zijn niet onverdeeld positief over deze opzet. Enkele kooplieden geven aan dat de omzet op de markt (sterk) gedaald is sinds de kramen met de rug naar elkaar toestaan. Bereikbaarheid en parkeren De warenmarkt in Beverwijk ligt op korte afstand van het trein- en busstation. De autobereikbaarheid is matig, vanwege de niet optimale verkeerscirculatie (parkeerroute) en hoge parkeerdruk op marktdagen. Uitstraling en verblijfsklimaat De kramen en verkoopwagens op de warenmarkt van Beverwijk zijn verzorgd en uitnodigend ingericht. De centrale locatie van de markt en de goede relatie met de winkels zorgt voor een aangenaam verblijfsklimaat op de markt. 62
2 Trends en ontwikkelingen
2 Trends en ontwikkelingen 2.1 Landelijke ontwikkelingen Bij winkelbezoek hangt het gedrag van de consument vooral samen met het bezoekmotief. Globaal kunnen we een onderscheid maken tussen boodschappen
Begeleidingscommissie
Bijlage 1 Begeleidingscommissie Bijlage 2 Begrippenlijst mevrouw D. Bogers mevrouw E. Lambooy mevrouw S.N. MinkemaWedzinga de heer J.S. Nota de heer A. van Wanroij Gemeente Soest KvK Gooi en Eemland Gemeente
Detailhandelsstructuur Veenendaal Nu en in de toekomst
Detailhandelsstructuur Veenendaal Nu en in de toekomst Inleiding De gemeente Veenendaal heeft een sterk kernwinkelgebied, vier buurtwinkelcentra en twee woonboulevards. Veenendaal wil de positie van de
Groesbeek DPO Plan Dorpsstraat Groesbeek Opdrachtgever: Gemeente Groesbeek Projectnummer: 896.1109 Datum: 2 december 2009 DPO plan Dorpsstraat DROOGH TROMMELEN EN PARTNERS Voorstadslaan 254 6542 TG Nijmegen
Actualisering PDV/GDVbeleid. FoodValley. Raadsinformatiebijeenkosmt. 23 november Guido Scheerder
Actualisering PDV/GDVbeleid FoodValley Raadsinformatiebijeenkosmt 23 november 2016 Guido Scheerder 2 Inhoud presentatie Doel actueel PDV / GDV beleid Projectaanpak Definities Actuele aanbodstructuur Vraag
Notitie Definitie perifere detailhandel
Notitie Definitie perifere detailhandel Gemeente Apeldoorn Eenheid Ruimtelijke Leefomgeving Mei 2013 2 Inleiding In februari 2010 is door de gemeenteraad het nieuwe beleidskader voor perifere en grootschalige
Discount-supermarkt Breukelen centrum
Discount-supermarkt Breukelen centrum Aandachtspunten bij nieuwe discountsupermarkt in of buiten Breukelen-centrum 15-7-2019 Gemeente Stichtse Vecht 2 Inhoud Economie en parkeren 1. Marktgebied en centrumgebied
Eelde-Paterswolde. Functie en positie Eelde-Centrum
Eelde-Paterswolde Functie en positie Eelde-Centrum Eelde-Paterswolde Opdrachtgever: Gemeente Tynaarlo Projectnummer: 855.0509 Datum: 28 oktober 2009 Functie en positie Eelde-Centrum DROOGH TROMMELEN EN
MEMO CENTRUMPLAN REUSEL ADVIES RUIMTELIJK- FUNCTIONELE CONSTELLATIE SUPERMARKTEN
MEMO CENTRUMPLAN REUSEL ADVIES RUIMTELIJK- FUNCTIONELE CONSTELLATIE SUPERMARKTEN 13 OKTOBER 2017 Status: Definitief Datum: 13 oktober 2017 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Silodam 1E 1013
Distributieve analyse uitbreiding supermarkt Beethovenstraat Heemskerk
Memo Distributieve analyse uitbreiding supermarkt Beethovenstraat Heemskerk Green Development 25 januari 2011 BOR035/Hft/0105 1 Inleiding Green Development is in samenwerking met de gemeente Heemskerk
PDV/GDV cluster Eijsden (Gronsveld)
PDV/GDV cluster Eijsden (Gronsveld) Effecten op winkelgebieden in omgeving Opdrachtgever: Wyckerveste Adviseurs BV. Rotterdam, 4 november 2010 Over Ecorys Met ons werk willen we een zinvolle bijdrage leveren
CONCEPT advies. Onderwerp: Overwegingen bij toestaan verplaatsing Vomar naar bedrijventerrein (039700.17302.00)
CONCEPT advies Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 Fax: 010-4121039 E-mail: [email protected] Onderwerp: Overwegingen bij toestaan verplaatsing Vomar naar bedrijventerrein (039700.17302.00)
Hillegersberg - Schiebroek
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Hillegersberg - Schiebroek Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in Hillegersberg-Schiebroek 4 2.1 Bergse Dorpsstraat
Quick scan haalbaarheid en effecten discountsupermarkt Mook
Quick scan haalbaarheid en effecten discountsupermarkt Mook datum: 2-2-2015 projectnummer: 1515.1114 Aanleiding Eerder dit jaar heeft de ontwikkelcombinatie Progres Real Estate B.V. & JAVO Vastgoed een
Detailhandel gemeente Teylingen. Analyse en visiepunten
Detailhandel gemeente Teylingen Analyse en visiepunten Inhoud Trends & Ontwikkelingen Huidig aanbod Passantenonderzoek KSO 2018 Plannen en ontwikkelingen Aanzet visie algemeen en per kern T&O situatie
Gebiedskoers Detailhandel Hoogvliet. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Winkelcentrum - Binnenban 4 2.2 In de Fuik 5 2.3 Lengweg 5 2.4
Distributieplanologisch onderzoek supermarkten Reuver
Distributieplanologisch onderzoek supermarkten Reuver Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Beesel De heer T. van Loon Projectteam DTNP: De heer W. Frielink Projectnummer: 1145.0212 Datum: 21 juni 2012
Gebiedskoers Detailhandel Overschie. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Burgemeester Baumannlaan 4 2.2 Abtsweg 4 2.3 Park Zestienhoven
Gebiedskoers Detailhandel Hoek van Holland. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Centrum 4 2.2 Verspreide bewinkeling 5 3 Koers detailhandelsstructuur
voeren. Vraagstelling duurzame in het m² wvo een
datum: : 30-3-2015 projectnummer: 1554.0215 Verkenning haalbaarheid en effecten bouwmarkt Voorschotenn Aanleiding Onlangs hebben marktpartijen hun interesse kenbaar gemaakt voor realisatie van een moderne
Winkelen in het Internettijdperk
Winkelen in het Internettijdperk De (ruimtelijke) gevolgen van internet winkelen dr. Jesse Weltevreden, Hoofd Onderzoek BOVAG 1 Inhoud Winkelgebieden in Nederland Internet winkelen in Nederland E-shoppers:
Noordoost-Brabant, Agri Food capital Regionale detailhandelsfoto Felix Wigman 19 februari 2014
Noordoost-Brabant, Agri Food capital Regionale detailhandelsfoto Felix Wigman 19 februari 2014 204X00472 Opzet presentatie 1. Aanpak en resultaten regionale detailhandelsfoto 2. Algemene trends en ontwikkelingen
Quickscan beoordeling inpassing discountsupermarkt Mook
Quickscan beoordeling inpassing discountsupermarkt Mook datum: 1-12-2015 projectnummer: 1639.0915 Aanleiding Vorig jaar heeft de ontwikkelcombinatie Progres Real Estate B.V. en JAVO Vastgoed een plan gepresenteerd
MARKTRUIMTE EN EFFECTEN UITBREIDING DEKAMARKT ORDENPLEIN Stec Groep aan Dreef Beheer. Stec Groep B.V. Guido Scheerder Januari 2011
MARKTRUIMTE EN EFFECTEN UITBREIDING DEKAMARKT ORDENPLEIN Stec Groep B.V. Guido Scheerder Januari 2011 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1 1.1 Uw situatie en vragen 1 1.2 Onze aanpak 1 1.3 Leeswijzer 1 2. ADVIES
Den Haag Scheveningen. Mogelijkheden en effecten supermarkt Badhuisweg
Den Haag Scheveningen Mogelijkheden en effecten supermarkt Badhuisweg Den Haag Scheveningen Mogelijkheden en effecten supermarkt Badhuisweg Opdrachtgever: gemeente Den Haag Projectnummer: 894.1109 Datum:
Buren, Effecten vestiging bloemenwinkel op bedrijventerrein. Gemeente Buren
Buren, Effecten vestiging bloemenwinkel op bedrijventerrein Gemeente Buren Buren, Effecten vestiging bloemenwinkel op bedrijventerrein Gemeente Buren Rapportnummer: 203X01109.079482_2 Datum: 13 maart
Gemeente Assen Oplegnotitie Detailhandel Assen Kwaliteit en beleving centraal!
Gemeente Assen 23-09-2011 Oplegnotitie Detailhandel Assen Kwaliteit en beleving centraal! Inleiding In de periode van 1997 tot en met 2010 is in de gemeente Assen de detailhandelsmonitor uitgevoerd om
ONTWERPBESTEMMINGSPLAN. Herziening Schutboom 8 en Bergstraat 28 Gemeente Boekel. NieuwBlauw Stedenbouw en landschap
ONTWERPBESTEMMINGSPLAN Herziening Schutboom 8 en Bergstraat 28 Gemeente Boekel NieuwBlauw Stedenbouw en landschap NieuwBlauw Stedenbouw en landschap Team: ir Sander Klein Obbink ing. Ingmar Bisschop MUrb
Geldermalsen. Visievorming op het winkellandschap. Gerard Zandbergen Locatus
Geldermalsen Visievorming op het winkellandschap Gerard Zandbergen Locatus Locatus Congres 2011 6 BIG RETAIL TRENDS Schaalvergroting en Ketenvorming Clustering Internet Vergrijzing Crisis Leegstand? Winkels
Centrummanagement Wijchen, update branchering centrumgebied 203X01341
Centrummanagement Wijchen, update branchering centrumgebied 203X01341 Inleiding In de update komen de volgende onderwerpen aan de orde: Een tweetal kaarten met de invulling van het centrumgebied naar bezoekmotief
Samenvatting Eindhoven Regionaal koopstromenonderzoek SRE. Samenwerkingsverband Regio Eindhoven
Samenvatting Eindhoven Regionaal koopstromenonderzoek SRE Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Samenvatting Eindhoven Regionaal koopstromenonderzoek SRE Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Rapportnummer:
Alkmaar. Visie dagelijkse winkelvoorzieningen. Opdrachtgever: Gemeente Alkmaar Projectnummer: 438.0304 Datum: 5-10-2004
Alkmaar Visie dagelijkse winkelvoorzieningen Opdrachtgever: Gemeente Alkmaar Projectnummer: 438.0304 Datum: 5-10-2004 Droogh Trommelen Broekhuis bv Voorstadslaan 254 6542 TG Nijmegen tel. (024) 379 20
Analyses detailhandelsvisie. 10 september 2015 Stefan van Aarle
Analyses detailhandelsvisie 10 september 2015 Stefan van Aarle BRO Sinds 1962 Programma Ontwerp Ordenen Regionale en lokale Visies: samenwerking tot ontwikkelplan Supermarkten, PDV / GDV, internethandel,
5 MAART 2015 ACTUALISATIE DPO NIET- DAGELIJKSE SECTOR HEERENVEEN BROEKHUIS RIJS ADVISERING
B i j l a g e 3 : A c t u a l i s a t i e D P O, m a a r t 2 0 1 5 5 MAART 2015 ACTUALISATIE DPO NIET- DAGELIJKSE SECTOR HEERENVEEN BROEKHUIS RIJS ADVISERING 1. Inleiding De gemeente Heerenveen is de afgelopen
ZWOLLE perifere detailhandel hoek Blaloweg/Katwolderweg
ZWOLLE perifere detailhandel hoek Blaloweg/Katwolderweg ruimtelijk-economisch onderzoek Zwolle perifere detailhandel hoek Blaloweg/Katwolderweg ruimtelijk-economisch onderzoek identificatie planstatus
Quickscan centrum IJmuiden
Quickscan centrum IJmuiden Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Velsen de heer M. Tureay Projectteam DTNP: de heer D.J. Droogh mevrouw L. Dicou Projectnummer: 1149.0312 Datum: 23 april 2012 Droogh
: Gemeente Hellevoetsluis : Royal HaskoningDHV : Dhr. A. van Rossum, Tuincentrum Groenrijk Aralia
HaskoningDHV Nederland B.V. Logo Ruimtelijke onderbouwing Aan Van Kopie Dossier Project Betreft : Gemeente Hellevoetsluis : Royal HaskoningDHV : Dhr. A. van Rossum, Tuincentrum Groenrijk Aralia : B6475-01-001
Wijdemeren. Detailhandelsstructuurvisie
Wijdemeren Detailhandelsstructuurvisie Wijdemeren Opdrachtgever: gemeente Wijdemeren Projectnummer: 617.1106 Datum: 4 mei 2007 Detailhandelsstructuurvisie Droogh Trommelen en Partners Voorstadslaan 254
Gebiedskoers Detailhandel Noord. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 erboulevard (Zwartjanstraat en molenstraat) 4 2.2 Zwaanshalsgebied
Beleidsnota 4.2 Bedrijven en werklocaties, onderdeel Retail
Beleidsnota 4.2 Bedrijven en werklocaties, onderdeel Retail Inleiding Deze nota bevat de beleidsuitgangspunten voor retail in de gemeente Peel en Maas. Daarnaast wordt in de nota ingegaan hoe de uitgangspunten
Distributieve analyse en effectenstudie verplaatsing en uitbreiding Aldi Driebergen
Distributieve analyse en effectenstudie verplaatsing en uitbreiding Aldi Driebergen Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20
Ruimtelijk-economische onderbouwing Goossens Tweewielers Velp
Ruimtelijk-economische onderbouwing Goossens Tweewielers te Velp In opdracht van: Goossens Tweewielers Velp Apeldoorn, 9 juli 2012 Copyright MKB Reva 2012 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd
Oosterhout, visie boodschappenstructuur. Presentatie gemeenteraad, 6 december 2016 Aiko Mein
Oosterhout, visie boodschappenstructuur Presentatie gemeenteraad, 6 december 2016 Aiko Mein Achtergrond Detailhandel sterk in beweging Opkomst e-commerce Dalende bestedingen Omvallende ketens Leegstand
Detailhandelsvisie Katwijk
Detailhandelsvisie Katwijk Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Katwijk de heer R. van der Poel Projectteam DTNP: de heer D.J. Droogh de heer W. Frielink Projectnummer: 1114.1211 Datum: 15 mei 2012
Amersfoort. Euterpeplein. ruimtelijk-economisch onderzoek 04-07-2013 081530.17896.00
Amersfoort Euterpeplein ruimtelijk-economisch onderzoek identificatie planstatus projectnummer: datum: 081530.17896.00 04-07-2013 projectleider: opdrachtgever: drs. G. Welten Hoorne Vastgoed R.008/04 gecertificeerd
Heerhugowaard Stad van kansen
Raadsvergadering Heerhugowaard Stad van kansen Besluit: Voorsteinummer: (2x3 CLo l) OSL( Agendanr. : 7 Voorstelnr. : RB2011054 Onderwerp : Vaststelling detailhandelsvisie Regio Alkmaar Aan de Raad, Heerhugowaard,
Voorstellen. Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek 22 april 2015. Aanleiding en doel. Proces Afsprakenkader. Toename leegstand.
Voorstellen Rik Eijkelkamp DTNP (Droogh Trommelen en Partners) Ellis Koenders Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek 22 april 2015 EZ gemeente Aalten Proces Afsprakenkader Voorbereid door PoHo DE
Kiezen of delen. Beleid op maat voor perifere detailhandel
Kiezen of delen Beleid op maat voor perifere detailhandel Dialoog Waar houden we in ons overvolle land de winkellocaties aantrekkelijk? Die vraagt intrigeert velen. En dat is terecht. De beperkt beschikbare
VERZONDEN 20SEP.2Ö13. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg Postbus LH TILBURG
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg Postbus 90155 5000 LH TILBURG Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC 's-hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 614 11 15 [email protected] wv/w.brabant.nl
WINSCHOTER WERELDBAZAR PAPIERBAAN 80
Geen bedreiging voor koopcentrum Winschoten Nieuw bloed voor de Winschoter bloedsomloop WINSCHOTER WERELDBAZAR PAPIERBAAN 80 WINSCHOTER WERELDBAZAR Overdekte markt 550 units inpandig van 30, 40 en 50m2
Alles blijft Anders. Het winkellandschap 2003-2011-2020. Gerard Zandbergen CEO Locatus
Alles blijft Anders Het winkellandschap 2003-2011-2020 Gerard Zandbergen CEO Locatus Enkele begrippen Dagelijks aankopen Winkels / Detailhandel Mode & Luxe Wel oppervlak: Vrije Tijd WVO = In en om het
Supermarktstructuurvisie Gemeente Vlissingen
Supermarktstructuurvisie Gemeente Vlissingen Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20 83 E [email protected] W www.dtnp.nl Opdrachtgever:
snel dan voorzien. In de komende jaren zal, afhankelijk van de (woning)marktontwikkeling/
2 Wonen De gemeente telt zo n 36.000 inwoners, waarvan het overgrote deel in de twee kernen Hellendoorn en Nijverdal woont. De woningvoorraad telde in 2013 zo n 14.000 woningen (exclusief recreatiewoningen).
Detailhandel op bedrijventerreinen. Notitie. pagina 1 van 8
Notitie Detailhandel op bedrijventerreinen pagina 1 van 8 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Detailhandel concentreert zich van oudsher in de centra van dorpen en steden. In de Gemeente Nijkerk is dit niet anders.
Beoordeling uitbreidingsplan Aldi centrum Raalte
Beoordeling uitbreidingsplan Aldi centrum Raalte Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20 83 E [email protected] W www.dtnp.nl Opdrachtgever:
Bestemmingsplan Supermarkt Gouden Leeuw Venray en omgevingsvergunning. Eindrapport zienswijzen
17 september 2014 Bestemmingsplan Supermarkt Gouden Leeuw Venray en omgevingsvergunning Eindrapport zienswijzen Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray Inhoud 1 Inleiding 6 2 Zienswijzen bestemmingsplan
BEHOEFTE AAN BEOOGDE SUPERMARKT
BEHOEFTE AAN BEOOGDE SUPERMARKT Aldi is enige discounter in het Bildt De Aldi speelt een specifieke rol vervult binnen het koopgedrag van consumenten. Bij discounters doen consumenten vooral aanvullende
Perspectief Kerkelanden. 1 Inleiding. 2 Actuele situatie. 2.1 Actueel winkelaanbod Hilversum. Blauwhoed Vastgoed. Actueel DPO.
Blauwhoed Vastgoed Perspectief Kerkelanden Actueel DPO Datum 28 juni 2006 BLH006/Sdg/0004 Kenmerk 1 Inleiding Voor Kerkelanden worden plannen ontwikkeld die voorzien in een renovatie en upgrading van dit
Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2018 Toelichting, 24 april super
Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2018 Toelichting, 24 april 2018 super 2/28 Feiten en cijfers Brabantse detailhandel 2018 24 april 2018 Inhoud Samenvatting 4 Positieve ontwikkelingen in de Brabantse
RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Convenant Regionale Detailhandelsafspraken. Aan de raad,
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 14 december 2017 17-105 Onderwerp Convenant Regionale Aan de raad, Onderwerp Convenant Regionale Gevraagde beslissing 1. Het Convenant Regionale vast te stellen. Grondslag
Actualisatie Centrumvisie Rhenen
Actualisatie Centrumvisie Rhenen Vanavond: naar een actuele visie Visie 2009, stand 2016 Trends en middelgrote centrumgebieden Marktruimte Actualisatie van de visie In gesprek over het vervolg, hoe realiseren
Bouwstenen detailhandelsnota Venray
Bouwstenen detailhandelsnota Venray Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Venray de heer D. Vervoort Contactpersoon DTNP: mevrouw L. Dicou Projectnummer: 1078.0911 Datum: 26 april 2012 Inhoudsopgave
DPO Achtergracht/Groeneweg. Gemeente Weesp Definitief
DPO Achtergracht/Groeneweg Gemeente Weesp Definitief DPO Achtergracht/Groeneweg Gemeente Weesp Definitief Rapportnummer: 211X06322.080337_1 Datum: 19 mei 2014 Contactpersoon opdrachtgever: De heer J.
Analyse marktruimte supermarkten Nistelrode
Analyse marktruimte supermarkten Nistelrode Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20 83 E [email protected] W www.dtnp.nl Opdrachtgever:
Ontwerp Regionale structuurvisie en Beleidsplan PDV Zuid-Holland Zuid
Ontwerp Regionale structuurvisie en Beleidsplan PDV Zuid-Holland Zuid Opdrachtgever: Contactpersoon: REO Zuid-Holland Zuid de heer A.M. Putman Projectteam DTNP: de heer K. Trommelen de heer W. Frielink
Referentienummer Datum Kenmerk GM-0093677 27 februari 2013 306057
Notitie Referentienummer Datum Kenmerk GM-0093677 27 februari 2013 306057 Betreft Beleidsnota detailhandel op bedrijventerrein Keizerswoert 1 Inleiding In het kader van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan
AAN BURGEMEESTER & WETHOUDERS. Onderwerp: Principeverzoek Aldi Westvoorne
AAN BURGEMEESTER & WETHOUDERS Kenmerk: 202915 Sector: Grondgebied Team : Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu Onderwerp: Principeverzoek Aldi Westvoorne Besluit: 1. Niet in te stemmen met het
Bijlage 4. Haalbaarheidsonderzoek. gemeente Bergen 11 januari 2011
Bijlage 4 Haalbaarheidsonderzoek w i n k e l p r o g r a m m a P l e i n gemeente Bergen 11 januari 211 Haalbaarheidsonderzoek winkelprogramma Plein gemeente Bergen (NH) Opdrachtgever: Contactpersoon:
Bijlage 2: afwegingskader locatiekeuze supermarkt
Bijlage 2: afwegingskader locatiekeuze supermarkt In deze bijlage is het afwegingskader opgenomen voor de locatiekeuze van de supermarkt in Geertruidenberg. De locaties Venestraat en Schonckplein zijn
buurtsupermarkt 4.4 Hoofdgroep winkelen en boodschappen gegeven. Supermarkt Er worden drie typen supermarkten onderscheiden
4.4 Hoofdgroep winkelen en boodschappen Binnen deze hoofdcategorie wordt een groot aantal functies onderscheiden. gegeven. Waar nodig wordt een korte toelichting op de functie Supermarkt Er worden drie
Facetbestemmingsplan Supermarktlocaties V O O R O N T W E R P
Facetbestemmingsplan Supermarktlocaties V O O R O N T W E R P Facetbestemmingsplan Supermarktlocaties V O O R O N T W E R P Inhoud Toelichting Regels Verbeelding 15 juli 2013 Projectnummer 253.00.02.86.00
Broek op Langedijk. DPO Winkelcentrum Broekerveiling
Broek op Langedijk DPO Winkelcentrum Broekerveiling Broek op Langedijk Opdrachtgever: Gemeente Langedijk Projectnummer: 833.0309 Datum: 9 juni 2009 DPO Winkelcentrum Broekerveiling DROOGH TROMMELEN EN
Raadsvoorstel tot het vaststellen van een Retail Structuur Visie 2020 gemeente Peel en Maas.
Pagina 1 van 7 Raadsvoorstel tot het vaststellen van een Retail Structuur Visie 2020 gemeente Peel en Maas. Inleiding Op 16 juni 2008 heeft de gemeenteraad van een Startnotitie detailhandelstructuur en
Detailhandelsstructuurvisie Vlissingen
Detailhandelsstructuurvisie Vlissingen Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Vlissingen de heer B. Pouwer Projectteam DTNP: de heer K. Trommelen de heer W. Frielink Projectnummer: 1035.0411 Datum: 8
Detailhandelsvisie gemeente Meppel
[2] Inhoud 1 Inleiding 5 2 Huidige structuur 7 2.1 Algemeen 7 2.2 Centrum 9 2.3 Wijk- en buurtcentra 11 2.4 Perifere locaties 12 2.5 Conclusie 13 3 Ontwikkelingen 15 3.1 Consumentengedrag 15 3.2 Beleidsontwikkelingen
GEMEENTEBLAD. Nr. 71764. Beleidsnotitie Detailhandel 2014. 5 augustus 2015. Officiële uitgave van gemeente Wijchen.
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Wijchen. Nr. 71764 5 augustus 2015 Beleidsnotitie Detailhandel 2014 Detailhandelstructuur en supermarktbeleid Wijchen, vastgesteld 9 juli 2015 1. Aanleiding
Samenvatting Kiezen of delen. Beleid op maat voor perifere detailhandel
Samenvatting Kiezen of delen Beleid op maat voor perifere detailhandel Dialoog Waar houden we in ons overvolle land de winkellocaties aantrekkelijk? Die vraagt intrigeert velen. En dat is terecht. De
Zijdelwaard Uithoorn. Winkelen Wonen Verblijven
Zijdelwaard Uithoorn Winkelen Wonen Verblijven Uithoorn is een aantrekkelijke, landelijke woongemeente. Direct gelegen aan de Amstel en onderdeel van het Groene Hart, maar toch ook op een steenworpafstand
Detailhandelsvisie Oldenzaal
Detailhandelsvisie Oldenzaal Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Oldenzaal Mevrouw A.M. van Oss Projectteam DTNP: De heer D.J. Droogh Mevrouw L. Dicou Projectnummer: 1150.0412 Datum raadsbesluit:
Distributieplanologisch onderzoek supermarkt Bennebroek
Distributieplanologisch onderzoek supermarkt Bennebroek Droogh Trommelen en Partners (DTNP) Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024-379 20 83 E [email protected] W www.dtnp.nl
Schagen. ruimtelijk-economisch onderzoek Makado Schagen. identificatie drs. G. Welten. auteur(s):
Schagen ruimtelijk-economisch onderzoek Makado Schagen identificatie projectnummer: datum: 060904.16366.00 25-06-2014 projectleider: ir. R.J.M.M. Schram opdrachtgever: Makado Schagen BV auteur(s): drs.
Structuurvisie Detailhandel 2013-2023, ontwerp partiële herziening 2015 (NL.IMRO.0984.STV15001-on01)
Structuurvisie Detailhandel 2013-2023, ontwerp partiële herziening 2015 (NL.IMRO.0984.STV15001-on01) Inleiding Voor u ligt de eerste ontwerp partiële herziening van de Structuurvisie Detailhandel gemeente
Gebiedskoers Detailhandel Prins Alexander. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Alexandrium 4 2.2 Binnenhof 5 2.3 Hesseplaats 5 2.4 Lage Land
97% 24% 27% 0% 25% 50% 75% 100%
11 WINKELEN EN WINKELCENTRA In dit hoofdstuk wordt gekeken naar het koopgedrag van de Leidenaar, zowel voor dagelijkse als voor niet-dagelijkse boodschappen. Daarbij wordt tevens aandacht besteed aan het
Van centrummanagement naar winkelmanagement
Gemeente LIEDEKERKE Toelichting op 9 juni 2011 Waarom is dit onderzoek nodig? Gemeentelijk handelsapparaat zit in een negatieve tendens. Het gemeentebestuur wenst op basis van het RUP Kerngebied delen
Vlist. ruimtelijk-economisch onderzoek supermarkt Haastrecht 062300.17589.00 19-03-2013
Vlist ruimtelijk-economisch onderzoek supermarkt Haastrecht identificatie planstatus projectnummer: datum: 062300.17589.00 19-03-2013 projectleider: opdrachtgever: drs. G. Welten gemeente Vlist R.008/04
Winkelen in het Internettijdperk
Winkelen in het Internettijdperk De ruimtelijke gevolgen van internet winkelen dr. Jesse Weltevreden, Hoofd Onderzoek BOVAG 1 Inhoud Internet winkelen in Nederland Leidt internet winkelen tot meer of minder
Supermarkten & de ladder voor duurzame verstedelijking. Sascha Stavenuiter Houten, 24 juni 2015
Supermarkten & de ladder voor duurzame verstedelijking Sascha Stavenuiter Houten, 24 juni 2015 Introductie Plaats van de Ladder binnen het wettelijk kader Agenda Ladder duurzame verstedelijking Jurisprudentie
Afsprakenkader Detailhandelsontwikkelingen REGIONALE DETAILHANDELSFOTO
Afsprakenkader Detailhandelsontwikkelingen REGIONALE DETAILHANDELSFOTO 1. Inleiding De provincie Noord-Brabant heeft in januari 2013 een symposium georganiseerd over de ontwikkelingen in de detailhandelssector.
