THERMODYNAMICA 2 (WB1224)

Vergelijkbare documenten
THERMODYNAMICA 2 (WB1224) Opgave 3 moet op een afzonderlijk blad worden ingeleverd.

THERMODYNAMICA 2 (WB1224) 14 april u.

THERMODYNAMICA 2 (WB1224)

THERMODYNAMICA 2 (WB1224)

THERMODYNAMICA 2 (WB1224)

THERMODYNAMICA 2 (WB1224)

TENTAMEN THERMODYNAMICA 1 Wb april :00-12:00

oefenopgaven wb oktober 2003

Opgave 2. Voor vloeibaar water bij K en 1 atm zijn de volgende gegevens beschikbaar:

TENTAMEN THERMODYNAMICA 1 Wb juni :00-12:00

TENTAMEN THERMODYNAMICA 1 Wb juni :00-12:00

TENTAMEN THERMODYNAMICA 1 Wb juni :00-12:00

TENTAMEN THERMODYNAMICA 1 Wb april :00-12:00

THERMODYNAMICA 2 (WB1224)

Elke opgave moet op een afzonderlijk blad worden ingeleverd.

Technische Thermodynamica 1, Deeltoets 2 Module 2, Energie en Materialen ( )

REWIC-A: Thermodynamica A : : : Opleiding Module Examenset. REWIC-A Thermodynamica A 03. Uw naam :... Begintijd :... Eindtijd :...

VAK: Thermodynamica - A Set Proeftoets 01

TENTAMEN THERMODYNAMICA voor BMT (8W180) Maandag 20 November van uur. Dit tentamen omvat 4 opgaven, die alle even zwaar meetellen.

THERMODYNAMICA 2 (WB1224) Elke opgave moet op een afzonderlijk blad worden ingeleverd.

Tentamen Thermodynamica

Thermodynamica - A - PROEFTOETS- AT01 - OPGAVEN.doc 1/7

Notaties 13. Voorwoord 17

Inhoud. Inleiding 13. Noordhoff Uitgevers bv

Tentamen Thermodynamica

TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY, MST1211TA1, LB1541) 10 maart uur Docenten: L. de Smet, B. Dam

HERHALINGS TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA voor S2/F2/MNW2 Woensdag 14 januari, 2009,

Voorbeeld EXAMEN Thermodynamica OPEP Niveau 4. Vraag 1: Van een ideaal gas is gegeven dat de dichtheid bij 0 C en 1 bara, 1,5 kg/m 3 bedraagt.

TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA. Dinsdag 25 oktober

Warmte- en stromingsleer Examennummer: Datum: 14 december 2013 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Scheidingstechnologie by M.A. van der Veen and B. Eral

EXAMEN STOOMTURBINES EPT (nr 120)

Introductie 1) 2) 3) 4) 5) J79 - Turbine Engines_ A Closer Look op youtube: toets form 1 okt 2013

Thermodynamica. Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven

Hoofdstuk 1: Ideale Gassen. Hoofdstuk 2: Warmte en arbeid. Hoofdstuk 3: Toestandsveranderingen bij ideale gassen

De verliezen van /in het systeem zijn ook het gevolg van energietransformaties!

Tentamen Statistische Thermodynamica MS&T 27/6/08

Examen Statistische Thermodynamica

TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY) 7 maart uur Docenten: T. Savenije, B. Dam

TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA voor F2/MNW2. Vrijdag 23 december 2005

Thermodynamische analyse van het gebruik van een warmtepomp voor residentiële verwarming

STOOMTURBINES - A - PROEFTOETS- AT01 - OPGAVEN.doc 1/5

Toestandsgrootheden en energieconversie

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT DER TECHNISCHE NATUURKUNDE GROEP TRANSPORTFYSICA

Hoofdstuk 12: Exergie & Anergie

Oefententamen Technische Thermodynamica (vakcode ) Faculteit der Construerende Technische Wetenschappen, Universiteit Twente

Vraagstukken Thermodynamica W. Buijze H.C. Meijer E. Stammers W.H. Wisman

Doel is: Verdieping m.b.v. 2 REWIC Readers en koppeling aan de natuurkunde-les. periode 3 Rendementsverbetering door aftapvoorwarming en herverhitting

Fysische Chemie Oefeningenles 1 Energie en Thermochemie. Eén mol He bevindt zich bij 298 K en standaarddruk (1 bar). Achtereenvolgens wordt:

Wat gaan we doen? Koken van water: wat gebeurt er ( temperatuur, energie, druk) Leren opzoeken in stoomtabellen. Diagrammen van water en stoom

Het aantal kmol is evenredig met het volume dat dat gas inneemt, bij een bepaalde druk en temperatuur

THERMODYNAMISCHE RENDEMENTEN BIJ DE PRODUCTIE VAN WARMTE VAN LAGE TEMPERATUUR

-- zie vervolg volgende pagina --

De stoominstallatie met: ketel, turbine, condensor en voedingspomp. Eigenlijk wordt maar weinig energie nuttig gebruikt in een installatie:

en tot hetzelfde resultaat komen, na sommatie: (9.29)

NIVEAU 5. STOOMTECHNIEK EPT: Proefexamen

TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY) 1 maart uur Docenten: L. de Smet, B. Dam

PT-1 tentamen, , 9:00-12:00. Cursus: 4051PRTE1Y Procestechnologie 1 Docenten: F. Kapteijn & V. van Steijn

TENTAMEN. Thermodynamica en Statistische Fysica (TN )

Tentamen Thermodynamica

TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY) 7 maart uur Docenten: T. Savenije, B. Dam

Eindtoets 3BTX1: Thermische Fysica. Datum: 3 juli 2014 Tijd: uur Locatie: paviljoen study hub 2 vak c & d

NIVEAU 3 STOOMTECHNIEK AFVALVERBRANDING BE

Bereken het thermische rendement van een Rankine cyclus met keteldruk 180 bar en een condensatiedruk 0,05 bar.

Het Ts diagram van water en stoom

is een dergelijk systeem één van starre lichaam Pagina 21 3 de zin

kringloop TS diagram berekeningen. omgevingsdruk / aanzuigdruk na compressor na de verbrandingskamers na de turbine berekend:

IPT hertentamen , 9:00-12:00

De twee snelheidsconstanten hangen op niet identieke wijze af van de temperatuur.

PT-1 tentamen, , 9:00-12:00. Cursus: 4051PRTE1Y Procestechnologie 1 Docenten: F. Kapteijn & V. van Steijn

Fysische Chemie Werkcollege 5: Binaire mengsels-oplosbaarheid

Thermodynamica 2 Thermodynamic relations of systems in equilibrium

Eerste Hoofdwet: Deel 1

Energie en Energiebalans. Dictaat hoofdstuk 5

Uitwerkingen van het Tentamen Moleculaire Simulaties - 8C Januari uur

Eindantwoorden PT-1 toets , 8:45-10:30

ONDERKOELING-OVERVERHITTING. Rudy Beulens

Richard Mollier ( )

Technische ThermoDynamica Samenvatter: Maarten Haagsma /6 Temperatuur: T = ( /U / /S ) V,N

Hoofdstuk 8: Kringprocessen

THERMODYNAMICA 2 (WB1224) Elke opgave moet op een afzonderlijk blad worden ingeleverd.

De stoominstallatie met: ketel, turbine, condensor en voedingspomp. Eigenlijk wordt maar weinig energie nuttig gebruikt in een installatie:

Tentamen Statistische Thermodynamica MST 19/6/2014

UITWERKING. Thermodynamica en Statistische Fysica (TN ) 3 april 2007

Samenvatting Natuurkunde Verwarmen en isoleren (Newton)

- 1 - WERKEN MET STOOM. Werken met stoom

STUDIEHANDLEIDING THERMODYNAMICA REWIC HWTK

Bereken de luchtdruk in bar op 3000 m hoogte in de Franse Alpen. De soortelijke massa van lucht is 1,2 kg/m³. De druk op zeeniveau bedraagt 1 bar.

Fysische Chemie Oefeningenles 2 Entropie. Warmtecapaciteit van het zeewater (gelijk aan zuiver water): C p,m = J K 1 mol 1.

Werkcollege 3: evenwicht bij zuivere stoffen

Energieconversiemachines en -systemen: Thermodynamische analyse van het gebruik van een warmtepomp voor residentiële verwarming

IPT toets , 8:45-10:30

TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY) 31 maart uur Docenten: L. de Smet, B. Dam

Fysische Chemie Oefeningenles 6 Oplosbaarheid - Fasendiagrammen

Transcriptie:

wb1224, 22 januari 2009 1 THERMODYNAMICA 2 (WB1224) 22 januari 2009 14.00-17.00 u. AANWIJZINGEN Het tentamen bestaat uit twee of drie open vragen en 14 meerkeuzevragen. Voor de beantwoording van de meerkeuzevragen is een formulier bijgesloten. Het tentamen is een GESLOTEN BOEK tentamen. Dit betekent dat tijdens het tentamen uitsluitend het uitgereikte formuleblad mag worden geraadpleegd. Open vragen Begin elk van de open vragen op een nieuwe pagina. Opgave 3 moet op een afzonderlijk blad worden ingeleverd. Zorg er voor dat het ingeleverde werk (elk blad afzonderlijk) is voorzien van naam en studienummer. Geef bij het beantwoorden van de vragen zo duidelijk mogelijk aan hoe het antwoord is verkregen: laat zien welke relaties zijn gebruikt en waar deze relaties op zijn gebaseerd. Vermeld bij de uitkomsten de eenheden en kijk of de gevonden waarden realistisch zijn. Zo niet, geef aan waarom. Meerkeuzevragen Het formulier voor de beantwoording van de meerkeuzevragen wordt een half uur voor het einde van het tentamen opgehaald. Gebruik voor het invullen van het formulier bij voorkeur een blauw of zwart schrijvende pen. Per vraag mag slechts één hokje zwart worden gemaakt. Meer is fout. Het is verstandig de keuze eerst op een kladblaadje te maken en pas na beantwoording van alle vragen het antwoordformulier voor de meerkeuzevragen in te vullen. Puntentelling De meerkeuzevragen bepalen het eindcijfer voor 50%. De andere 50% wordt dus bepaald door de open vragen. Alle deelvragen tellen even zwaar mee.

wb1224, 22 januari 2009 2 3 OPEN VRAGEN OPGAVE 1 a) Leid een vergelijking af voor de differentiële verandering van de enthalpie, dh, waarbij de enthalpie dh met een toestandsvergelijking f(p,v,t) en een warmtecapaciteit berekenbaar is. Begin met h h dh = dt + dp. T p p T b) Schets voor een damp een diagram van de chemische potentiaal als functie van de druk. Geef de relatie ook in functievorm weer, voor een ideaal gas c) Schets een p-t diagram en een p-v diagram en geef de gebieden met damp, vloeistof en vaste fase aan a. voor een gewone pure component b. voor water (schets dus 4 diagrammen in totaal) d) Gegeven zijn twee dampspanningspunten voor ammonia (p sat (T=243.15K)=1.1950 bar en p sat (T=253.15 K)=1.9019 bar), bepaal de dampspanning bij 25 C met gebruikmaking van de vergelijking van Clausius-Clapeyron. e) Bepaal de specifieke verdampingsenthalpie (in kj/kg) van ammonia in het temperatuurgebied zo als gebruikt in vraag d). De molaire massa van ammonia is M NH3 =17.03g/mol. OPGAVE 2 Propyleen ondergaat een compressie met begincondities 380 K en 10 bar naar eindcondities van 80 bar en 440 K. De compressie vindt plaats in een stationair proces. De entropieproductie is σ cv / m = 0.10 kj ( kg K ). Veranderingen in de kinetische en potentiële energie zijn verwaarloosbaar. De molaire massa van propyleen is M Propyleen =42.08 kg/kmol; de warmte capaciteit van propyleen in een toestand van ideaal gas veronderstellen we als constant met c p ig =82.0 J/(mol K). De warmteoverdracht wordt gerealiseerd bij een gemiddelde temperatuur van T trans =410 K. De kritieke temperatuur van propyleen is T c =365K en de kritieke druk is p c =46.2bar. Met behulp van de departure function diagrammen a) Bereken de warmtetoevoer (positief of negatief) in kj per kg propyleen bij het doorstromen van de compressor b) Bepaal de arbeid in kj per kg propyleen bij het doorstromen van de compressor Bereken voor de inlaatcondities opnieuw de departure function voor de enthalpie onder gebruikmaking van de Viriale toestandsvergelijking pv ( RT ) = 1 + B( T ) v. Maak een onderverdeling in de volgende stappen: c) Bereken het molaire volume voor de inlaatcondities volgens de Viriale toestandsvergelijking d) Leid de formule af voor de enthalpie departure function volgens de Viriale toestandsvergelijking e) Bereken de enthalpie departure bij de inlaatcondities. (Als je c) niet hebt opgelost, mag je 1300cm3/mol als molair volume aannemen (dan wordt 1 punt afgetrokken) B(T=370K)= 219.0 cm 3 /mol B(T=380K)= 207.0 cm 3 /mol B(T=390K)= 195.0 cm 3 /mol

wb1224, 22 januari 2009 3 OPGAVE 3 In een stoomketel wordt oververhitte stoom gegenereerd met een druk van 49 bar en een temperatuur van 450 C. De stoom wordt in een turbine geëxpandeerd voor de productie van asarbeid. De uitlaat van deze turbine is aangesloten op een stoomcondensor met een druk van 0,05 bar. De temperatuur van het gevormde condensaat is bij het verlaten van de condensor gelijk aan de verzadigingstemperatuur behorende bij de condensordruk. Voor het uitvoeren van de gevraagde berekeningen zijn de volgende gegevens beschikbaar: Water/stoom: Toestand Temperatuur Druk Enthalpie Entropie Stoomfractie [ C] [bar] [kj/kg] [kj/kg K] [-] 1 450 49 3318,9 6,8324 1 2f 32,9 0,05 137,8 0,4763 0 2g 32,9 0,05 2561,6 8,3960 1 Omgevingstemperatuur: T = 20 C Isentropisch rendement turbine: η s, turb = 0,835 Gevraagd a) Bepaal de massastroom stoom die nodig is als de turbine een asvermogen moet leveren van 25 MW. Bereken daarvoor eerst de enthalpie aan de uitlaat van de turbine. b) Bereken de exergie van de warmte die door de condenserende stoom in de condensor wordt afgegeven.

Figure A-5: Generalized entropy correction chart (entropy departure function ) wb1224, 22 januari 2009 4

wb1224, 22 januari 2009 Figure A-4: Generalized enthalpy correction chart (enthalpy departure function ) 5

wb1224, 22 januari 2009 6 14 MEERKEUZEVRAGEN THERMODYNAMICA 2 (WB1224) Van de mogelijkheden a), b), c), d) is er slechts één goed. MK1 F De partiële afgeleide T v, ni a) kan alleen maar positief zijn b) kan alleen maar negatief zijn c) kan positief of negatief zijn d) is gelijk aan p MK2 a) Entropie heeft een moleculaire interpretatie als gemiddelde kinetische en potentiële energie van de moleculen b) Entropie is een pragmatische grootheid, die nuttig is voor isobare processen in een gesloten systeem c) Entropie is een mate voor het aantal moleculaire configuraties d) Entropie is een behoudsgrootheid; entropie kan in een system niet ontstaan of vernietigd worden MK3 Het kritieke punt van een pure component is bepaald door de conditie h s a) = T T T p b) = 0 v T p 2 p p c) = 0, en v T v p d) = 0 T v p = 0 2 MK4 Voor de chemische potentiaal µ geldt a) b) c) d) U G µ i = = n n i S, V, n i j i T, p, n j i H S µ i = = T n n i T, p, n i j i T, p, n j i G S µ i = = T n n i T, p, n i j i T, p, n j i H v µ i = = v T n T i S, p, n p, n j i j i i T

wb1224, 22 januari 2009 7 MK5 De inwendige energie kan uitgedrukt worden a) als U(T,V,n i ) of als U(T,p,n i ) of als U(p,V,n i ); maar geen van deze functies is een fundamentele vergelijking b) als U(T,V,n i ), maar niet als U(T,p,n i ) en niet als U(p,V,n i ). c) als U(T,V,n i ) of als U(T,p,n i ) of als U(p,V,n i ); maar alleen de functie U(T,V,n i ) is een fundamentele vergelijking d) als U(S,V,n i ) of als U(T,V,n i ); beide functies zijn fundamentele vergelijkingen MK6 Het corresponding state principe a) zegt, dat een toestandsgrootheid (state property) onafhankelijk is van het integratie-pad b) zegt, dat de gelijke verdeling (equipartition) van de entropieproductie tot het meest efficiënte proces leidt c) zegt, dat het gedrag van pure componenten uniform is als de thermodynamische variabelen op een geschikte manier dimensieloos worden gemaakt d) zegt, dat twee toestanden van een procesgrootheid (dus geen toestandsgrootheid) geïntegreerd kunnen worden om een toestandsgrootheid te verkrijgen MK7 Kies voor het onderstaande diagram, geldend voor het evenwicht tussen damp en vloeistof, uit de volgende alternatieven: a) de ordinaat (de Y-as) is de inwendige energie; het diagram geldt voor constante temperatuur, maar niet voor constante druk b) de ordinaat (de Y-as) is de inwendige energie; het diagram geldt voor constante temperatuur en voor constante druk c) de ordinaat (de Y-as) is de Gibbs energie; het diagram geldt voor constante temperatuur, maar niet voor constante druk d) de ordinaat (de Y-as) is de Gibbs energie; het diagram geldt voor constante temperatuur en voor constante druk stabiel stabiel vloeistof damp evenwicht v

wb1224, 22 januari 2009 8 MK8 Een isotherm van de Van der Waals toestandsvergelijking is hieronder geschetst. (Punt B en E: de eerste afgeleide is nul; punt C: de tweede afgeleide is nul). De verschillende gebieden zijn a) v<b stabiel, B<v<C metastabiel, C<v<D instabiel b) v<b stabiel, B<v<C metastabiel, v>f stabiel c) v<a stabiel, A<v<B metastabiel, B<v<E instabiel d) v<a stabiel, A<v<B instabiel, B<v<E metastabiel p A B C D E F v MK9 De chemische potentiaal van een pure component: a) is gelijk aan de Gibbs energie. Hij kan berekend worden als de dampspannings-lijn en de warmtecapaciteit van de ideaal-gas toestand bekend zijn. b) is gelijk aan de Gibbs energie. Hij kan berekend worden als de entropie en de warmtecapaciteit van de ideaal-gas toestand bekend zijn ig µ µ c) kan als deviatie functie (= departure function ) = lnϕ berekend worden, waarin ϕ de RT fugaciteitscoëfficiënt is. De fugaciteitscoëfficiënt kan met behulp van een diagram in dimensieloze grootheiden bepaald worden of anders met behulp van een toestandsvergelijking ig µ µ d) kan als deviatie functie (= departure function ) = lnϕ berekend worden, waarin ϕ de RT compressibiliteitsfactor is. De compressibiliteitsfactor kan met behulp van een diagram in dimensieloze grootheiden worden bepaald MK10 Van de volgende energiesoorten is de exergie gelijk aan de hoeveelheid energie: 1. kinetische energie 2. warmte 3. elektrische energie 4. inwendige energie 5. potentiële energie a) 1, 3 en 5 zijn waar, 2 en 4 niet b) 1 en 5 zijn waar, 2, 3 en 4 niet c) 2, 3 en 4 zijn waar, 1 en 5 niet d) 3 en 5 zijn waar, 1, 2 en 4 niet

wb1224, 22 januari 2009 9 MK11 Het waardediagram is een waardevol hulpmiddel voor het zichtbaar maken van exergieverliezen en exergiehoeveelheden in systemen waar warmte en warmteoverdracht een dominante rol spelen. Zo zijn in het waardediagram van een verwarmingsketel de volgende exergiehoeveelheden en -verliezen duidelijk zichtbaar: 1. Het exergieverlies ten gevolge van de verbranding van brandstof met lucht 2. De exergie die door het rookgas wordt afgegeven als dit wordt afgekoeld tot omgevingstemperatuur 3. Het exergieverlies als gevolg van de overdracht van warmte van het rookgas naar het water van het verwarmingssysteem 4. De exergie die door het rookgas wordt afgegeven nadat het rookgas de ketel heeft verlaten a) 1 en 3 zijn waar, 2, en 4 niet b) 1 is waar, 2, 3 en 4 niet c) 1, 2 en 3 zijn waar, 4 niet d) 1, 2, 3 en 4 zijn waar MK12 Een hoeveelheid stof in dead state heeft de volgende eigenschappen: 1. de inwendige energie van de stof is gelijk aan nul 2. de stof is in evenwicht met de omgeving 3. de stof kan geen arbeid meer produceren 4. de entropie van de stof is gelijk aan nul a) 2 is waar, 1, 3 en 4 niet b) 2 en 3 zijn waar, 1 en 4 niet c) 1, 2, 3 en 4 zijn waar d) 1 en 3 zijn waar, 2 en 4 zijn niet waar MK13 Het vochtgehalte in de laatste trappen van de lage druk turbine is een belangrijke parameter bij het ontwerpen van een stoomturbine. Bij een gegeven stoomdruk aan de inlaat van de turbine zal het vochtgehalte kleiner worden als: 1. de condensordruk wordt verhoogd 2. het inwendig rendement van de turbine wordt verbeterd 3. de temperatuur van de stoom aan de inlaat van de turbine wordt verhoogd 4. de stoom tussentijds wordt herverhit a) 1, 2 en 4 zijn waar, 3 niet b) 1 en 2 zijn waar, 3 en 4 niet c) 2 en 4 zijn waar, 1 en 3 niet d) 1, 3 en 4 zijn waar, 2 niet MK14 In een warmtewisselaar wordt water opgewarmd voor een centrale verwarmingsinstallatie door een warme gasstroom. Het exergieverlies in deze warmtewisselaar is groter indien: 1. De inlaattemperatuur van het gas hoger is 2. De druk van het gas lager is 3. De waterdruk hoger is 4. De gasstroom minder verder wordt afgekoeld a) 1, 2 en 4 zijn waar, 3 niet b) 1 en 4 zijn waar, 2 en 3 niet c) 2 en 3 zijn waar, 1 en 4 niet d) 1 en 2 zijn waar, 3 en 4 niet

De juiste oplossingen voor de meerkeuze vragen zijn: (tentamen wb1224, 22 januari 2009) 1b 2c 3c 4a 5a 6c 7d 8c 9c 10a 11d 12b 13d 14b

UITWERKING OPGAVE 3, 22 januari 2009 OPGAVE 3 In een stoomketel wordt oververhitte stoom gegenereerd met een druk van 49 bar en een temperatuur van 450 C. De stoom wordt in een turbine geëxpandeerd voor de productie van asarbeid. De uitlaat van deze turbine is aangesloten op een stoomcondensor met een druk van 0,05 bar. De temperatuur van het gevormde condensaat is bij het verlaten van de condensor gelijk aan de verzadigingstemperatuur behorende bij de condensordruk. Voor het uitvoeren van de gevraagde berekeningen zijn de volgende gegevens beschikbaar: Water/stoom: Toestand Temperatuur Druk Enthalpie Entropie Stoomfractie [ C] [bar] [kj/kg] [kj/kg K] [-] 1 450 49 3318,9 6,8324 1 2f 32,9 0,05 137,8 0,4763 0 2g 32,9 0,05 2561,6 8,3960 1 Omgevingstemperatuur: T = 20 C Isentropisch rendement turbine: η s, turb = 0,835 Gevraagd a) Bepaal de massastroom stoom die nodig is als de turbine een asvermogen moet leveren van 25 MW. Bereken daarvoor eerst de enthalpie aan de uitlaat van de turbine. b) Bereken de exergie van de warmte die door de condenserende stoom in de condensor wordt afgegeven. Uitwerking a) Bepaal de massastroom stoom die nodig is als de turbine een asvermogen moet leveren van 25 MW. Bereken daarvoor eerst de enthalpie aan de uitlaat van de turbine. De enthalpie aan de uitlaat van de turbine kan worden bepaald door eerst de stoomcondities aan de uitlaat van de turbine te bepalen na isentrope expansie. In geval van isentrope expansie is de entropie aan de uitlaat dezelfde als de entropie aan de inlaat van de turbine. De stoomfractie van het stoom/water mengsel wordt dan: s2 s2f 6,8324 0,4763 x2s = = = 0,8026 s2g s2f 8,3960 0,4763 De enthalpie na isentrope expansie kan dan als volgt worden berekend: h2s = h2f + x2s ( h2g h2f ) = 137,8 + 0,8026 ( 2561,6 137,8) = 2083,1 kj/kg De werkelijke enthalpie aan de uitlaat van de turbine kan nu worden berekend door gebruik te maken van de vergelijking voor het isentrope rendement: h1 h2 ηs, turb = h1 h2s Voor de enthalpie aan de uitlaat van de turbine ( h 2 ) volgt dan: h2 = h1 ηs, turb ( h1 h2 s) = 3318,9 0,835 ( 3318,9 2083,1) = 2287,0 kj/kg De afgegeven asarbeid is gegeven; de massastroom stoom kan dan worden berekend door gebruik te maken van de energiebalans voor de turbine: as, turb 25000 Pas, turb =Φm ( h1 h2 ) dus: Φ = P m 24,23 kg/s h h = 3318,9 2287,0 = 1 2

b) Bereken de exergie van de warmte die door de condenserende stoom in de condensor wordt afgegeven. De exergie van de afgegeven warmte door de condenserende stoom kan worden berekend met de volgende vergelijking: T 0 ExQ, cond = 1 Qcond Tcond De temperaturen zijn gegeven, maar de hoeveelheid afgegeven warmte moet nog worden berekend. Dit kan worden gedaan door gebruik te maken van de energiebalans voor de condensor: Qcond =Φm ( h2 h2f ) = 24,23 ( 2287,0 137,8) = 52075 kw Met T 0 = 273,15 + 20 = 293,15 K en T cond = 273,15 + 32,9 = 306,05 K wordt de afgegeven exergie: Ex T 293,15 = 1 Q = 1 52075 = 2195 kw 306,05 0 Q, cond cond Tcond