StabiCAD V Elektro Besturingstechniek

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "StabiCAD V Elektro Besturingstechniek"

Transcriptie

1 StabiCAD V Elektro Besturingstechniek Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V Elektro Besturingstechniek Inleiding Tekenen van een elektrotechnische besturingstekening Stappenplan Tekening opzetten Inleiding Bladen aanmaken Stempelgegevens invullen Indexbladen genereren Naar een blad gaan Bladen verschuiven Bladen kopiëren Bladen exporteren Bladen importeren Bladen verwijderen Bladen hercoderen Lijnen tekenen Inleiding Potentiaallijnen tekenen Draden tekenen Enkellijnige hoofdstroomleiding tekenen Meerlijnige hoofdstroomleiding tekenen Lijnen openbreken Symbolen plaatsen Inleiding Toestellen plaatsen Referentietabellen plaatsen Contacten plaatsen Contacten met toestellen verbinden Kruisverwijzen Referentietabellen aanpassen Verwijslabels plaatsen Klemmen plaatsen Symbolen maken Andere symbolen plaatsen Symbolen verwijderen Type informatie aanpassen Structuur contactnummering Klemmenstroken gebruiken Klemmen plaatsen en aansluiten Klemmen indelen Klemmenstroken plaatsen Selectiescherm klemmenstroken Detailknop toont fouten in klemmenstrook TRM-blad direct toevoegen vanuit beheren van 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 1

2 klemmenstrook Meerdere lege klemposities invoegen Weergave klemmenstrook beheerscherm instelbaar Nummeren vanuit klemmenstrook beheerscherm Interne/externe aansluitingen omwisselen Vorige/volgende deel klemmenstrook Lege klemposities reserveren Knippen/plakken van meerdere klemmen Etageklemmen Klempositie aanpassen binnen een etageklem Klemcoderingen Hernummeren van klemmenstrook blokkeren Klemmenstrook instellen bij tekeninginstellingen Potentiaalrails Tekenen klem- en draadbruggen Beheren kabeltypes Beheren projectkabels Kabelaansluitingen klemmenstrook Samenstellingen gebruiken Inleiding Samenstelling plaatsen Samenstelling maken Samenstelling kopiëren Samenstelling verplaatsen Potentiaal, draad en aders maken Inleiding Potentiaal maken Draad maken Aders maken Draad verwijderen Potentiaal verwijderen Verwijderen aders Materiaal toekennen Inleiding Materiaal toekennen Materiaal loskoppelen Materiaal vervangen Symbolen groeperen Symbolen degroeperen Kastaanzichten maken Inleiding Paneel tekenen Toestellen tekenen Printen en plotten Bladen indexeren Bladen printen of plotten Voorbeeld van aangepast plotscript Overzicht belangrijke functies Hulptools Koppeling gebruiken Teksttools Purge all Nummermatrix Tabellen Instellingen Project instellingen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

3 Tekeninginstellingen Sessie instellingen Attributen aanpassen Snelle methode Uitgebreide methode Database functies Artikelen beheren Artikelgegevens invullen Artikelgegevens synchroniseren Stamgegevens importeren Filters Filter kiezen Filtervoorwaarde toevoegen Filtervoorwaarde verwijderen Filtervoorwaarde wijzigen Filters beheren EB tekeningen converteren Inleiding Tekening converteren Tekeningen van versies voor 5.23 converteren SHT bladen in de bladverkenner Opbouw prototype tekening Bestand - locaties en namen Lagenstructuur EB-tekening Blokken binnen een prototypetekening Entiteiten op Sjabloonbladen Werking bladstructuur Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 3

4 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

5 1. Werken met StabiCAD V Elektro Besturingstechniek 1.1. Inleiding Met de module Elektro Besturingstechniek kunt u op een gemakkelijke en snelle manier elektrotechnische besturingstekeningen maken. U maakt eerst een schematisch ontwerp met stuurstroom- en krachtstroombladen. Dit doet u door polylijnen te tekenen en symbolen te plaatsen. U kunt dit proces versnellen door complete schemadelen met materiaalinformatie ineens te plaatsen. U kunt de symbolen in de tekening van informatie voorzien en symbolen aan elkaar koppelen. U kunt de getekende polylijnen voorzien van ader-, draad- of potentiaalinformatie. Aan de toestelsymbolen in de tekening kunt u ook materiaalinformatie toekennen. De informatie en koppelingen kunt u gebruiken om bijvoorbeeld rapporten (materiaallijsten), klemmenstroken en kastaanzichten te maken. De volgende menukaarten horen bij dit onderdeel: Menukaart EB functies Omschrijving Alle functies van module Elektro Besturingstechniek. EB symbolen 1 Symbolen uit de rubrieken A tot en met K volgens NEN EB symbolen 2 Symbolen uit de rubrieken L tot en met Z volgens NEN Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 5

6 2. Tekenen van een elektrotechnische besturingstekening 2.1. Stappenplan Voor het maken van een elektrotechnische besturingstekening maakt module EB gebruik van een aantal instellingen. Met StabiBASE menu Configuratie - Bibliotheken, Parameters en Lagen kunt u een aantal van deze instellingen bekijken en wijzigen. Deze instellingen gelden voor het StabiBASE project waaraan u werkt. Naast deze instellingen zijn er ook instellingen die alleen gelden voor de tekening waaraan u werkt. Sommigen instellingen zijn alleen geldig tijdens een bepaalde tekensessie. In paragraaf 3.2. Instellingen, p. 75 vindt u meer informatie. Ga als volgt te werk om een elektrotechnische besturingstekening te maken: Tekening opzetten (2.2). Lijnen tekenen (2.3). Symbolen plaatsen (2.4). STAP 4: Klemmenstroken gebruiken (2.5). STAP 5: Samenstellingen gebruiken (2.6). STAP 6: Potentiaal, draad en aders maken (2.7). STAP 7: Materiaal toekennen (2.8). STAP 8: Kastaanzichten maken (2.9). STAP 9: Rapportages maken (zie Snel op weg). STAP 10: Printen en plotten (2.10) Tekening opzetten Inleiding Voor het opzetten van een tekening is het van belang dat u vooraf rekening houdt met de opbouw van de tekening. U bepaalt bij het opzetten van de tekening bijvoorbeeld het bladformaat (A3 of A4) en de stramienen. U kunt met de Project Verkenner van StabiBASE een tekening als volgt opzetten: Importeren van een bestaande tekening in een project (menu: Bestand - Importeren - Importeren bestanden ) Kiezen van een prototype tekening in een project (menu: Bestand - Nieuw - StabiCAD-EB tekening) Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

7 Een prototype is een tekening waarin een bepaalde uitgangssituatie al is vastgelegd. U kunt een prototype gebruiken om er uw bedrijfsstandaard mee vast te leggen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk op deze manier het bedrijfslogo in de tekening te plaatsen. Ook kunt u een bijzondere schakeling op de prototype bladen van de EB-tekening vastleggen. Een EB-tekening bevat verschillende lagen. Sommige lagen hebben een speciale functie en zijn hieronder beschreven. Nullaag Alle tekeningelementen van de nullaag verschijnen automatisch op alle bladen. Op deze laag wordt in principe niets getekend. Sjabloonbladen Op een sjabloonblad tekent u éénmalig veelgebruikte tekeningelementen die u automatisch geplaatst wilt hebben. Bij het aanmaken van een nieuw blad kopieert module EB alle tekeningelementen van het sjabloonblad naar het nieuwe blad. Per bladtype is één sjabloonblad beschikbaar. Voorbladen Deze bladen zijn niet altijd noodzakelijk. Per bladtype is één voorblad mogelijk. De tekeningelementen van een voorblad verschijnen automatisch als een blad van het overeenkomstige bladtype is gekozen. Bladverkenner Met de bladverkenner heeft u een overzicht van alle bladen in een EB-tekening. U gebruikt de bladverkenner om de bladen in de EB-tekening te tonen. Ook kunt u de inhoud van de nullaag, de sjabloonbladen en de voorbladen zichtbaar maken en bewerken. Klik voor het gebruiken van de bladverkenner button: [Blad] op menukaart EB functies U kunt de bladverkenner tijdens andere EB-functies gebruiken. Hierdoor kunt u bij verschillende functies gemakkelijk een ander blad kiezen. Bijvoorbeeld voor het verbinden van contacten met een relais op een ander blad. Verschillende bladverkenner functies, die via menu Bestand zijn te benaderen, zijn ook binnen de bladenlijst beschikbaar met de rechtermuistoets Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 7

8 Bladen aanmaken U kunt bladen aanmaken met de bladverkenner. Als u bladen aanmaakt kunt u kiezen uit vijf bladtypes: Bladtype IND LAY PWR CIR PNL Omschrijving Index: dit bladtype gebruikt u voor een inhoudsopgave van de bladen in een EB-tekening. Algemeen: dit bladtype gebruikt u voor allerlei doeleinden. Er zijn geen speciale EB-functies die van deze bladen gebruik maken. (bijvoorbeeld: Principeschema, projectinformatie...) Hoofdstroom: dit bladtype gebruikt u voor het tekenen van krachtstroomschakelingen en aanverwante zaken. Stuurstroom: dit bladtype gebruikt u voor het tekenen van besturingsschakelingen. Kastaanzicht: dit bladtype gebruikt u voor tekenen van kastaanzichten, paneelbladen zijn schaalafhankelijk. Let op! Klemmenstrookbladen kunnen alleen aangemaakt worden via de Klemmenstrookfunctie, omdat vanaf StabiCAD V 5.51 en StabiCAD LT 2.6 de volgorde van bladdelen bijgehouden wordt. Nieuwe bladen aanmaken Een nieuw blad maakt u als volgt aan: [Blad] op menukaart EB functies STAP 4: Kies menu Bestand - Nieuw. Kies het bladtype. Vul de volgende gegevens in voor de aan te maken bladen: Het bladnummer van het eerste blad. Het bladnummer van het laatste blad. De stapgrootte voor de tussenliggende bladen. Als u bijvoorbeeld de bladen 5, 10 en 15 wilt aanmaken vult u respectievelijk 5, 15 en 5 in. STAP 5: Voor het volgende bladtype kunt u nu aanvullende gegevens invullen: PNL - kastaanzicht U kunt de locatie van de kast invullen, de tekeningschaal en -formaat van het blad en de naam van het tekeningstempel en kader dat module EB op het blad plaatst Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

9 STAP 6: Klik [OK]. Nieuwe bladen invoegen Bij het invoegen van bladen schuiven navolgende bladen automatisch op en krijgen een hoger bladnummer. Het enige verschil met het aanmaken van nieuwe bladen is dat u in stap 2 menu Bestand - Invoegen kiest. Let op! Bestaande coderingen worden aangepast Stempelgegevens invullen Gebruik de functie tekeningstempel voor het invullen van de gegevens van de bladstempels. Het is mogelijk dit voor één blad doen, maar ook voor meerdere bladen tegelijk. De module EB werkt de ingevulde gegevens in de stempels van de bladen bij. U kunt ook de indexbladen automatisch laten invullen (zie paragraaf Indexbladen genereren, p. 9 ) U kunt de stempelgegevens van één blad of meerdere bladen als volgt invullen of veranderen: [Tekeningstempel] op menukaart EB functies Kies in de bladlijst het blad of de bladen waarvan u de stempelgegevens wilt aanpassen. Gebruik voor het kiezen van meerdere bladen de <Ctrl>- en <Shift>-toetsen op de Windows manier. Verander één of meerdere stempelgegevens in het overzicht aan de rechterkant. De algemene project- of tekeninggegevens die u in StabiBASE hebt ingevuld kunt u ook opnemen in de bladstempels. Kies hiervoor in het tekeningstempel dialoogvenster menu Tools - Gegevens uit StabiBASE. Om gegevens vanuit StabiBASE te importeren in de tekening moeten de attribuutnamen overeenkomen met de StabiBASE attributen en in StabiBASE ingevuld zijn. Wanneer gegevens niet ingevuld worden in de tekening bij gegevens uit StabiBASE dan is een mogelijke oplossing: Opschonen tabellen. Klik op Start - Programma's - Stabiplan - StabiBASE - Opschonen tabellen. Tijdens het uitvoeren van deze functie mogen er geen andere gebruikers in StabiBASE aanwezig zijn. (zie ook document StabiBASE.PDF) Indexbladen genereren U kunt in de bladverkenner automatisch indexbladen aanmaken met behulp van de ingevulde stempelgegevens Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 9

10 Maak indexbladen als volgt aan: [Blad] op menukaart EB functies Kies menu Tools - Indexblad genereren. Let op! Wanneer er nog geen indexbladen aanwezig zijn wordt er een blad nul aangemaakt Naar een blad gaan U kunt de bladverkenner tijdens andere EB-functies gebruiken. Bijvoorbeeld voor het kiezen van een ander blad. U kunt echter ook als volgt naar een blad gaan waarbij u de bladverkenner verlaat. [Blad] op menukaart EB functies Kies een blad. Kies menu Bestand - Ga Naar of dubbelklik het gekozen blad Bladen verschuiven Soms is het nodig om de bladen anders in te delen. Bijvoorbeeld als u bladen wilt tussenvoegen en de bladnummers van bestaande bladen mogen veranderen. Met de functie verschuiven is het mogelijk om een aantal opeenvolgende bladen een ander bladnummer te geven. [Blad] op menukaart EB functies STAP 4: STAP 5: Kies de opeenvolgende bladen die u wilt verschuiven. Kies menu Bestand - Verschuiven. Pas eventueel de velden Van en tot en met aan en vul het veld Naar in. Klik [OK] Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

11 Let op! Bij het verschuiven van bladen kan het noodzakelijk zijn om bladen te hercoderen (zie paragraaf Bladen hercoderen, p. 13 ). Let op! Bij het verschuiven van bladen waar toestellen op getekend zijn met verwijzingen (contacten), voer kruisverwijzen uit, om de verwijzingen bij te laten werken. (zie paragraaf "2.4.6.Kruisverwijzen p. 24") Verschuiven van bladen is niet altijd nodig. U kunt ook subbladen aanmaken (bijvoorbeeld 21A en 21B). Hierdoor voorkomt u hernummering van bestaande bladen Bladen kopiëren U kunt nieuwe bladen aanmaken door een bestaand blad als volgt te kopiëren: [Blad] op menukaart EB functies STAP 4: STAP 5: Kies het te kopiëren blad. Kies menu Bestand - Kopiëren. Vul in naar welke bladen u het gekozen blad wilt kopiëren. Klik [OK] Bladen exporteren U kunt één of meerdere bladen van een EB-tekening exporteren naar afzonderlijke tekeningen. Deze tekeningen kunt u bijvoorbeeld opsturen naar CAD-tekenaars die geen StabiCAD EB gebruiken. Ook is het mogelijk geëxporteerde bladen in een andere EB-tekening te importeren (zie paragraaf Bladen importeren, p. 12 ). Exporteer de bladen als volgt: [Blad] op menukaart EB functies Kies één of meerdere bladen die u wilt exporteren Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 11

12 Kies menu Bestand - Exporteren. Module EB plaatst de bestanden van de geëxporteerde bladen in een map in de documentmap. De naam van deze map is gelijk aan de tekeningnaam Bladen importeren U kunt geëxporteerde bladen ook weer importeren in een EB-tekening. Zie ook paragraaf Bladen exporteren, p. 11. Het importeren van bladen gaat als volgt: [Blad] op menukaart EB functies STAP 4: Kies menu Bestand - Importeren. Kies het blad dat u wilt importeren. Vul de volgende gegevens in voor de aan te maken bladen: Het bladnummer van het eerste blad. Het bladnummer van het laatste blad. De stapgrootte voor de tussenliggende bladen. Als u bijvoorbeeld de bladen 5, 10 en 15 wilt aanmaken vult u respectievelijk 5, 15 en 5 in. Let op! Als u bladen importeert kan het noodzakelijk zijn om bladen te hercoderen (zie paragraaf Bladen hercoderen, p. 13 ) Bladen verwijderen U kunt bladen als volgt verwijderen: [Blad] op menukaart EB functies Kies één of meerdere bladen. Kies menu Bestand - Verwijderen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

13 Bladen hercoderen Codeerstandaarden U kunt toestelsymbolen herkennen aan hun unieke codering. Voor het coderen zijn een aantal standaarden. De meest gebruikte codeerstandaarden zijn: BKS (Blad Kenteken Stramien). De BKS codering geeft aan waar het symbool in de tekening is terug te vinden en is voor dit doel erg geschikt. Het terugvinden van het toestel in de kast aan de hand van deze codering is vaak lastiger. GKV (Groep Kenteken Volgnummer). De GKV codering geeft aan waar het symbool in de kast is terug te vinden. Het vinden van symbolen met deze codering in een tekening is lastiger. U kunt de te gebruiken codeerstandaard instellen (zie paragraaf 3.2. Instellingen, p. 75 ). Hercoderen Hercoderen is het toepassen van de ingestelde codeerstandaard op één of meerdere bladen. Hercoderen kan bijvoorbeeld nodig zijn als bladen verschoven of geïmporteerd zijn. Maar ook als u handmatig de symboolcoderingen heeft bewerkt. Het hercoderen gaat als volgt: [Blad] op menukaart EB functies Kies één of meerdere bladen die u wilt hercoderen. Kies menu Bestand - Hercoderen. Let op! Hercoderen past alleen de kentekens van toestelsymbolen en kentekens van nietgekoppelde referentietabellen aan. Kentekens van gekoppelde referentietabellen en contacten worden pas gewijzigd zodra de gebruiker kruisverwijzing uitvoert. (zie ook paragraaf Kruisverwijzen, p. 24 ) Naast het bijwerken van de kentekens van toestelsymbolen en niet-gekoppelde referentietabellen voert hercoderen de volgende taken uit: 1 Het bijwerken van het bladnummer binnen de tekeningstempel. 2 Het opnieuw uitgeven van stramiennummers. 3 Het bijwerken van de VDB en VDS attributen van verwijslabels. 4 Het bijwerken van de VDB en VDS attributen van contacten Lijnen tekenen Inleiding Bij het maken van een tekening met stuur- of hoofdstroomschakelingen begint u eerst met het tekenen van polylijnen. U kunt binnen EB alleen met polylijnen tekenen omdat deze automatisch openbreken bij het plaatsen van symbolen (zie ook paragraaf 2.4. Symbolen plaatsen, p. 18 ) Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 13

14 Gewone lijnen kunnen geconverteerd worden naar polylijnen, hiervoor is een commando. Start CAD-menu's en open de menukaart EB functies. Op het tabblad tekst, klik [tekst 1.8]. Sluit af met de ESC - toets. Toets op de commando regel in L2PL (line to polylijn) Module EB kent de volgende polylijnensoorten: Polylijnsoort Potentiaallijn Draad Enkelvoudige hoofdstroomleiding Meervoudige hoofdstroomleiding Omschrijving Deze lijn geeft een aansluiting weer op een bepaalde elektrische spanning. Een lijn die een elektrische verbinding tussen twee elektrotechnische onderdelen weergeeft. Deze enkele lijn geeft een driefasen leiding weer. Alle aders van een driefasen leiding zijn apart weergegeven Potentiaallijnen tekenen Potentiaallijnen geven aansluitingen op een bepaalde elektrische spanning weer. Ze zijn op stuur- en hoofdstroombladen meestal horizontaal getekend en onderling doorverbonden met behulp van verwijslabels. Zie voor meer informatie over verwijslabels paragraaf Verwijslabels plaatsen, p. 29. Potentiaallijnen maakt u door eerst normale polylijnen te tekenen. Daarna zet u deze polylijnen om in potentiaallijnen. Het omzetten is beschreven in paragraaf 2.7. Potentiaal, draad en aders maken, p. 62. Standaard zijn er al een aantal potentiaallijnen aanwezig. Start CAD-menu's en open de menukaart EB functies. Op het tabblad Schemadelen, klik [Stuurstroom voedingslijnen] of [Hoofdstroom voedingslijnen] Draden tekenen Een draad is een elektrische verbinding tussen twee elektrotechnische onderdelen. In een tekening is een draad weergegeven als een polylijn tussen twee symbolen. Het is mogelijk aan een draad een draadnummer toekennen. Draden maakt u door eerst normale polylijnen te tekenen. Daarna zet u deze polylijnen om in draden. Het omzetten is beschreven in paragraaf 2.7. Potentiaal, draad en aders maken, p Enkellijnige hoofdstroomleiding tekenen U tekent een enkellijnige hoofdstroomleiding met normale polylijnen. Deze polylijnen hoeft u niet om te zetten. Zie voor het instellen van enkellijnig hoofdstroom tekenen paragraaf Sessie instellingen, p. 80 ) Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

15 Meerlijnige hoofdstroomleiding tekenen Er zijn binnen de module EB twee mogelijkheden om een meerlijnige hoofdstroomleiding te tekenen: drielijnig en vierlijnig. Bij drielijnig tekent u alleen de drie fasenlijnen. Bij vierlijnig tekent u ook de nullijn. Zie voor het instellen van meerlijnig hoofdstroom tekenen paragraaf Sessie instellingen, p. 80 ) Hoofdstroomleiding tekenen Een drielijnige hoofdstroomleiding tekent u als volgt: [3-lijnig 3 fasen tekenen] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap STAP 4: Klik het startpunt aan. U tekent het startpunt van de meest linkse of onderste polylijn van de meerlijnige hoofdstroomleiding. Klik de volgende punten aan. U tekent de punten van de meest linkse of onderste polylijn van de meerlijnige hoofdstroomleiding. Toets <Enter> om de functie te verlaten. De procedure voor het tekenen van een vierlijnige hoofdstroomleiding is exact gelijk alleen voor stap 1 gebruikt u nu: [4-lijnig 3 fasen tekenen] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Voor het aansluiten selecteer juist de meest rechtse of bovenste polylijn van de meerlijnige hoofdstroomleiding geselecteerd worden. Als u de hoofdstroomleidingen getekend heeft kunt u de afzonderlijke polylijnen van een potentiaal voorzien (zie paragraaf 2.7. Potentiaal, draad en aders maken, p. 62 ). Tijdens het invoeren van het startpunt en volgende punten heeft u de volgende opties: Aansluiten Fasewissel Herstel Breedte Connectie(aanzetten) Deze opties zijn hieronder beschreven Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 15

16 Startpunt aansluiten Het startpunt sluit u als volgt aan op een andere meerlijnige hoofdstroomleiding: [3-lijnig 3 fasen tekenen] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap STAP 4: STAP 5: STAP 6: STAP 7: STAP 8: Op de commandoregel achter Aansluiten/Fasewissel/Herstel/Breedte/ Connectie(aanzetten)/<startpunt>:, typ A. Kies een punt op de meest linkse of onderste polylijn van de hoofdstroomleiding waarop u wilt aansluiten. Klik het volgende punt aan. Typ V voor het wijzigen van de aansluitwijze. Typ E om het kiezen van de aansluitwijze te verlaten. Klik de volgende punten aan. U tekent de punten van de meeste linkse of onderste polylijn van de meerlijnige hoofdstroomleiding. Toets <Enter> om de functie te verlaten. Eindpunt aansluiten Het eindpunt sluit u als volgt aan op een andere meerlijnige hoofdstroomleiding: [3-lijnig 3 fasen tekenen] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Klik het startpunt aan. U tekent het startpunt van de meeste linkse of onderste polylijn van de meerlijnige hoofdstroomleiding Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

17 STAP 4: STAP 5: STAP 6: STAP 7: STAP 8: Klik de volgende punten aan, met uitzondering van het eindpunt. U tekent de punten van de meeste linkse of onderste polylijn van de meerlijnige hoofdstroomleiding. Op de commandoregel achter Aansluiten/Fasewissel/Herstel/Breedte/ Connectie(aanzetten)/<startpunt>:, typ A. Kies de meest linkse of onderste polylijn van de hoofdstroomleiding waarop u wilt aansluiten. Kies het punt op de gekozen polylijn waarop u wilt aansluiten. Typ V voor het wijzigen van de aansluitwijze. Typ E om het kiezen van de aansluitwijze te verlaten. Overige opties Tijdens het tekenen van een meerlijnige hoofdstroomleiding verschijnt soms de volgende commandoregel: Aansluiten/Fasewissel/Herstel/Breedte/Connectie(aanzetten)/ <startpunt>: Hier volgt een opsomming van de instelmogelijkheden: Commando Fasewissel Herstel Breedte Connectie Omschrijving Deze optie gebruikt u als u de volgorde van de drie faselijnen (en eventueel de nullijn) wilt verwisselen in een hoekpunt. Deze optie gebruikt u om het laatst gekozen punt ongedaan te maken. Met deze optie kunt u de afstand tussen de polylijnen instellen. Met deze optie geeft u aan of u bij aansluitingen met andere hoofdstroomleidingen aansluitpunten wilt tekenen Lijnen openbreken Als polylijnen elkaar kruisen kunt u als volgt bepaalde polylijnen openbreken: [Breek Lijn] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap STAP 4: Voor het instellen van de breedte van de opening, typ B en vul vervolgens de nieuwe breedte van de opening in. Dit is ook default in te stellen d.m.v. de "Instelllingen EB" (zie paragraaf 3.2. Instellingen, p. 75 ) Kies de lijn die u wilt openbreken. Kies één of meerdere breekpunten en sluit af met <Enter> Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 17

18 2.4. Symbolen plaatsen Inleiding De symbolen die u met module EB kunt plaatsen zijn te vinden op de menukaarten EB symbolen 1 en EB symbolen 2. Op menukaart EB symbolen 1 vindt u de symbolen uit de rubrieken A tot en met K volgens NEN Op menukaart EB symbolen 2 vindt u de symbolen uit de rubrieken L tot en met Z volgens NEN De namen van de tabbladen zijn hetzelfde als de rubriekaanduidingen. De symbolen zijn onder te verdelen in verschillende symbooltypes: Symbooltype Toestelsymbool Klemsymbool Contactsymbool Referentietabel Verwijslabel Omschrijving Toestelsymbolen zijn elektrotechnische onderdelen waaraan materiaal toe te kennen is. Een klemsymbool is een toestelsymbool dat een bijzondere functie vervult. Een contact is een onderdeel van een toestelsymbool. Het contactsymbool is onder te verdelen in vijf subtypes: Maakcontact. Verbreekcontact. Wisselcontact. Hoofdmaakcontact. Hoofdverbreekcontact. Dit symbool houdt bij welke contactsymbolen bij een bepaald toestelsymbool horen. Een verwijslabel geeft een verbinding aan van een draad of potentiaal met een draad of potentiaal op een ander blad Toestellen plaatsen Een toestel is een onderdeel van een elektrotechnische installatie. Bij plaatsing krijgt het symbool een kenteken volgens de ingestelde coderingswijze (zie ook paragraaf 3.2. Instellingen, p. 75 ). U kunt een toestel op verschillende manieren plaatsen. Enkellijnige plaatsing U kunt een toestel op een polylijn plaatsen. Hierbij breekt de polylijn automatisch open. Het plaatsen van een toestel gaat als volgt: Teken een polylijn op een stuurstroom- of een hoofdstroomblad. [Relaisspoel] op menukaart EB Symbolen 1 tabblad K-1 Kies een punt op de polylijn. De rotatie van het symbool past zich automatisch aan de oriëntatie van de polylijn aan Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

19 Meerlijnige plaatsing U kunt een toestel ook plaatsen op een meerlijnige hoofdstroomleiding: Teken een meerlijnige hoofdstroomleiding op een krachtstroomblad (zie ook paragraaf Meerlijnige hoofdstroomleiding tekenen, p. 15 ). [Maakcontact] op menukaart EB Symbolen 1 tabblad K-1 Kies een punt op de middelste polylijn van de drie faselijnen. De module EB voegt het symbool automatisch drie maal in. Vrije plaatsing Het plaatsen van een toestel op een polylijn is niet verplicht. De procedure voor het vrij plaatsen van een toestel is als volgt: [Relaisspoel] op menukaart EB Symbolen 1 tabblad K-1 STAP 4: Kies een punt dat niet dicht bij een polylijn ligt. Kies een vrij invoegpunt. Bepaal de rotatie van het symbool. U kunt vrije plaatsing ook gebruiken als u een symbool met een afwijkende rotatie op een polylijn wilt plaatsen. Bijvoorbeeld als u een klemsymbool op een horizontale lijn wilt plaatsen. U kiest bij stap 3 dan een punt op de polylijn. StabiCAD breekt de polylijn automatisch open Referentietabellen plaatsen Met een referentietabel kunt u bijhouden welke contactsymbolen bij een bepaald toestelsymbool behoren. U vindt referentietabellen op menukaart EB symbolen 1, tabblad K Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 19

20 Gebruik zoveel mogelijk de referentietabellen met een nummer in de afbeelding. Dit zijn variabele referentietabellen waarbij ook materiaaltoekenning mogelijk is. Referentietabel plaatsen Een referentietabel plaatst u als volgt: Plaats een relais op een hoofdstroom- of stuurstroomblad. [Kruisverwijzing, 4 x maak, verbreek of wissel] op menukaart EB Symbolen 1 tabblad K-2 STAP 4: STAP 5: Kies een invoegpunt. Selecteer het type referentietabel. Kies het relais. U kunt StabiCAD automatisch een referentietabel laten plaatsen als u een relaissymbool plaatst (zie paragraaf Tekeninginstellingen, p. 77 ). Tijdens het plaatsen kan het type referentietabel (Stuurstoom- hoofdstroom en insteek contactnummering) worden opgeven, mits de parameter Contactnummering volgens template is geactiveerd (zie paragraaf "3.2.2.Tekeninginstellingen p. 77"). Achteraf verbinden van een referentietabel met een toestel U kunt als volgt een referentietabel met een toestel verbinden: [Contact verbinden] op menukaart EB functies Op de commandoregel achter Menu/Blad/Toestel-koppeling/<selecteer referentietabel>:, typ T. Kies de referentietabel Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

21 STAP 4: Kies het toestel Contacten plaatsen Een contact is een onderdeel van een toestel. Contacten kunt u op dezelfde manieren plaatsen als toestellen (zie paragraaf Toestellen plaatsen, p. 18 ). Contacten staan voornamelijk op menukaart EB symbolen 1, tabblad K -1. De blauw omkaderde symbolen op de menukaarten zijn gemaakt met de snap op 5. Dit is gedaan om wisselcontacten aan te sluiten zonder de OSNAP-functie te hoeven te gebruiken, als er met een snap van 5 gewerkt wordt Contacten met toestellen verbinden Contacten zijn onderdelen van een toestel. In StabiCAD is het nodig contactsymbolen aan toestelsymbolen te koppelen. Als een contact met een toestel verbonden is, neemt het contact het kenteken van het toestel over. In de referentietabel van het toestel komt informatie te staan over de positie van het contact in de tekening. Het verbinden van een contact met een toestel kan op verschillende manieren. Direct na het plaatsen van een contactsymbool Via een instelling kunt u aangeven dat u direct na het plaatsen van een contactsymbool, het symbool wilt verbinden met een toestel (zie paragraaf Tekeninginstellingen, p. 77 ). Na het plaatsen van het contactsymbool kunt u het bijbehorende toestel of referentietabel kiezen. Op basis van kenteken Deze methode gaat ervan uit dat u met AutoCAD contactsymbolen kentekens van de bijbehorende toestellen hebt gegeven. Op basis van de ingevulde kentekens kunt u dan als volgt EB-koppelingen leggen en ook referentietabellen invullen: [Beheer van contacten] op menukaart EB functies STAP 4: Klik button [Kenteken...]. Klik optie Nog niet verbonden contacten. Klik [OK] Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 21

22 De functie koppelen op basis van kenteken kunt u ook starten met button: [Contactverbinden op basis van kenteken] op menukaart EB functies Handmatig met een dialoogvenster Met deze methode maakt u als volgt koppelingen via een overzicht van alle contacten en toestellen in de tekening: [Beheer van contacten] op menukaart EB functies Klik button [Handmatig...]. Figuur 1: Overzicht van toestellen en contacten STAP 4: Kies een toestel in de linker lijst. Kies één of meerdere contacten in de rechter lijst. STAP 5: Klik button [<- Verbinden ->] Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

23 Met de buttons [Selecteer Toestel...] en [Selecteer Contacten...] kunt u een toestel en contacten rechtstreeks in de tekening kiezen. Met de filters bovenaan het dialoogvenster kunt u de inhoud van de toestel- en contactlijsten filteren (zie ook paragraaf 3.5. Filters, p. 88 ). Handmatig met StabiCAD Contacten kunt u ook direct met StabiCAD aan een toestel koppelen: [Contact verbinden] op menukaart EB functies Kies een referentietabel. Kies één of meerdere contacten. Handmatig met StabiCAD via het toestelmenu Contacten kunt u ook direct met StabiCAD aan een toestel koppelen via het toestelmenu: [Contact verbinden] op menukaart EB functies Op de commandoregel achter Menu/Blad/Toestel-koppeling/<selecteer referentietabel>:, typ M. Kies het kenteken van een toestel Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 23

24 STAP 4: Kies één of meerdere contacten Kruisverwijzen Met kruisverwijzen kunt u de kentekens van contacten en de inhoud van referentietabellen op basis van aangebrachte koppelingen bijwerken. U kunt kruisverwijzen met of zonder behoud van informatie. Bijwerken van alle referentietabellen zonder behoud van informatie U kunt deze vorm van kruisverwijzen gebruiken als de contactposities in referentietabellen nog mogen wijzigen: [Beheer van contacten] op menukaart EB functies STAP 4: Klik button [Uitgebreid...]. Kies optie Alles hervullen. Klik [OK]. Bijwerken van één referentietabel zonder behoud van informatie U kunt deze vorm van kruisverwijzen gebruiken als de contactposities in de referentietabel nog mogen wijzigen: [Beheer van contacten] op menukaart EB functies STAP 4: STAP 5: Klik button [Uitgebreid...]. Kies optie Eén hervullen. Kies de referentietabel. Klik [OK]. Aanvullen van tabellen met behoud van informatie U kunt deze vorm van kruisverwijzen gebruiken als de contactposities in de referentietabellen niet meer mogen wijzigen. In de tabellen komen er alleen nieuwe contactverwijzingen bij, de bestaande informatie blijft behouden Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

25 Het aanvullen van tabellen gaat als volgt: [Beheer van contacten] op menukaart EB functies STAP 4: Klik button [Uitgebreid...]. Kies optie Aanvullen. Klik [OK]. De functie aanvullen van tabellen met behoud van informatie kunt u starten met button: [Kruisverwijzing] op menukaart EB functies Bij bepaalde functies is het handig om direct na afloop een kruisverwijzing te doen. Bijvoorbeeld na het verbinden van contacten met een toestel. U kunt een kruisverwijzing automatisch laten uitvoeren met de instelling automatisch kruisverwijzen (zie paragraaf 3.2. Instellingen, p. 75 ). De automatische kruisverwijzing vult alleen tabellen aan, de bestaande informatie blijft behouden. Problemen oplossen De functie kruisverwijzingen kan ook problemen vinden: Contact heeft geen tabelreferentie Contact kan niet geplaatst worden Dit houdt in dat een contact niet via een referentietabel verbonden is met een toestel. Dit betekent dat een contact niet met een toestel verbonden is omdat de ruimte ontbreekt: Als er geen materiaal aan het toestel is gekoppeld dan zijn er teveel contacten met het toestel verbonden. Als er wel materiaal aan het toestel is gekoppeld dan is er geen contact van het juiste type meer over. Als fouten zijn gevonden bij het kruisverwijzen krijgt u een melding met: Er zijn fouten geconstateerd. Nu inzien?. Als u [OK] klikt, verschijnt het volgende dialoogvenster: 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 25

26 Figuur 2: Fout bestand inzien In het dialoogvenster kunt u de volgende opties kiezen: Optie Alles Alleen Fouten Nieuwe Contacten Vervallen Contacten Reserve Contacten Omschrijving Toont alle meldingen inclusief de niet-foutmeldingen. Er is per contact een melding te zien. Toont alle foutmeldingen. Toont de nieuw verbonden contacten. Toont de vervallen contacten die niet meer aanwezig zijn in de tekening. Geeft alleen meldingen als u gebruik maakt van materiaaltoekenning. Het toont de toestelsymbolen met niet verbonden contacten. In het dialoogvenster kunt u vaak de problemen oplossen door het contact met een toestel te verbinden of te verplaatsen naar een ander toestel. Het probleem oplossen gaat als volgt: Kies optie Alleen Fouten. Kies de fout die u wilt oplossen en klik button [Ga Naar>]. U kunt de foutmelding ook dubbelklikken. Op de commandoregel achter Verbinden/<Einde>:, typ V. STAP 4: Kies de referentietabel waarmee u het contact wilt verbinden Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

27 Let op! In dit dialoogvenster kunt u niet een fout oplossen door een ander materiaal aan een toestel te koppelen. Zie voor het veranderen van de materiaaltoekenning paragraaf Materiaal toekennen, p. 66. Als u de laatste fouten wilt zien, klik dan button: [Foutbestand inzien] op menukaart EB functies Referentietabellen aanpassen Met referentietabellen kunt u ook de contactnummering van de contacten bepalen. Er zijn diverse functies om referentietabellen te veranderen. U kunt zowel de contactnummering als de volgorde van contacten aanpassen. Tabel aanpassen Met deze functie kunt u als volgt de contactnummering veranderen: [Beheer van contacten] op menukaart EB functies STAP 4: Klik [Aanpassen...]. Pas in het dialoogvenster de contactnummers aan (eerste vier kolommen). Gebruik de eerste twee kolommen voor het invullen van contactnummers van maakcontacten en de kolommen drie en vier voor verbreekcontacten. Klik [OK] Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 27

28 Het gebruik van materiaaltoekenning past tabellen automatisch aan. Het gebruik van de functie Tabel aanpassen is dan niet meer nodig. De functie Tabel aanpassen kunt u ook starten met button: [Tabel aanpassen] op menukaart EB functies Tabelposities bepalen Met deze functie kunt u als volgt de contactnummering van de contacten bepalen: [Beheer van contacten] op menukaart EB functies STAP 4: Klik [Volgorde...]. Kies de referentietabel. Kies achtereenvolgens de contactverwijzingen, zoals u ze van boven naar beneden gerangschikt wilt hebben. Sluit af met <Escape>. Het gebruik van materiaaltoekenning bepaalt tabelposities automatisch. Het gebruik van de functie Tabelposities bepalen is dan niet meer nodig. De functie Tabelposities bepalen kunt u ook starten met button: [Bepalen tabelposities] op menukaart EB functies Tabel vervangen Gebruik deze functie voor het vervangen van een referentietabel vervangen door een andere referentietabel. Bijvoorbeeld omdat een toestel uitgebreid is met een opsteker, waardoor er een referentietabel nodig is met meer ruimte Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

29 Het vervangen van een tabel gaat als volgt: [Beheer van contacten] op menukaart EB functies STAP 4: Klik [Vervangen...]. Kies de referentietabel. Kies vervolgens de nieuwe referentietabel in de referentietabellenmap. De functie Tabel vervangen kunt u ook starten met button: [Tabel vervangen] op menukaart EB functies Verwijslabels plaatsen U kunt een verwijslabel gebruiken om een draad of potentiaal met een draad of potentiaal op een ander blad te verbinden. Een verwijslabel verwijst in de meeste gevallen naar een verwijslabel op een ander blad, maar kan ook naar een verwijslabel op hetzelfde blad verwijzen. In het verwijslabel staat het blad en stramien vermeld van het verwijslabel waar het naar verwijst. Plaats verwijslabels op dezelfde manier als toestellen (zie paragraaf Toestellen plaatsen, p. 18 ). U vindt de verwijslabelsymbolen op menukaart EB functies, tabblad Verwijslabels. Handmatig koppelen met een dialoogvenster Met deze functie kunt u verwijslabels aan elkaar koppelen met een dialoogvenster: [Beheer van verwijslabels] op menukaart EB functies tabblad Verwijslabels 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 29

30 Figuur 3: Handmatig verwijslabels verbinden Kies een aantal verwijslabels in de linker lijst. Kies een gelijk aantal verwijslabels in de rechter lijst, die u met de gekozen verwijslabels in de linker lijst wilt verbinden. STAP 4: Klik [<- Verbinden ->]. Gebruik de filters bovenaan het scherm Handmatig verwijslabels verbinden voor het maken van gedetailleerde selecties (zie paragraaf 3.5. Filters, p. 88 ). Met de buttons [Selecteren Links...] en [Selecteren Rechts...] kiest u verwijslabels rechtstreeks in de tekening. Verwijslabels koppelen met StabiCAD Met deze functie kunt u verwijslabels aan elkaar koppelen met StabiCAD: [Verwijslabels verbinden] op menukaart EB functies tabblad Verwijslabels Kies één of meerdere verwijslabels. Kies een gelijk aantal verwijslabels waarnaar u wilt verwijzen. StabiCAD koppelt verwijslabels aan elkaar op basis van hun verticale positie op het blad Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

31 Verwijslabels wissen Met deze functie kunt u als volgt verwijslabels van elkaar loskoppelen: [Verwijslabels wissen] op menukaart EB functies tabblad Verwijslabels Kies de verwijslabels die u wilt loskoppelen. Verwijslabels automatisch verbinden Potentiaallijnen van opeenvolgende stuur- of hoofdstroombladen zijn vaak met verwijslabels met elkaar verbonden. De functie Automatisch verbinden verbindt deze verwijslabels automatisch met elkaar. Het automatisch verbinden van verwijslabels gaat als volgt: [Verwijslabels automatisch verbinden] op menukaart EB functies tabblad Verwijslabels Klik [OK]. Verwijslabels controleren Een verwijslabel moet altijd verbonden zijn met een ander verwijslabel. Deze functie controleert of alle verwijslabels verbonden zijn. In een lijst kunt u eventuele fouten als volgt oplossen: [Verwijslabels controleren] op menukaart EB functies tabblad Verwijslabels Als er fouten zijn gevonden verschijnt de melding: Er zijn fouten geconstateerd. Nu inzien? Klik [OK]. Kies optie Alleen Fouten. De volgende problemen zijn zichtbaar: Verwijslabels die niet verbonden zijn met een ander verwijslabel. Verkeerd verbonden verwijslabels. Dit zijn verwijslabels die verbonden zijn met een verwijslabel dat al verbonden is met een derde verwijslabel. De problemen zijn meestal n het dialoogvenster op te lossen door het verwijslabel te verbinden met een ander verwijslabel of door het verwijslabel te verwijderen. Het probleem oplossen in het dialoogvenster gaat als volgt: Kies de fout die u wilt oplossen en klik [Ga Naar>]. U kunt ook de foutmelding dubbelklikken Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 31

32 Er verschijnt op de commandoregel: Verbinden/verWijderen/<Einde>:. Typ W als u het verwijslabel wilt verwijderen. Typ V als u het verwijslabel wilt verbinden met een ander verwijslabel en kies vervolgens het andere verwijslabel. Als u de laatste fouten wilt zien, klik dan button: [Foutbestand inzien] op menukaart EB functies Klemmen plaatsen Een klem is een bijzonder soort toestel. U kunt klemmen op dezelfde manieren plaatsen als toestellen (zie paragraaf Toestellen plaatsen, p. 18 ). Klemsymbolen staan op menukaart EB symbolen 2, tabblad X. Klemsymbolen met een zwart horizontaal lijntje in de menukaarten zijn horizontale klemmen. Deze moeten op horizontale lijnen worden geplaatst. Module EB heeft functies voor het beheren van klemmenstroken (zie paragraaf 2.5. Klemmenstroken gebruiken, p. 44 ) Symbolen maken Als u een symbool wilt plaatsen dat niet beschikbaar is op één van de EB menukaarten dan kunt u het symbool zelf maken. Een EB-symbool moet aan bepaalde eisen voldoen. Afhankelijk van het symbooltype zijn bepaalde attributen verplicht. De meest eenvoudige manier is om een bestaand symbool van dat type te plaatsen en aan te passen. Onderstaande stappen laten zien hoe een signaallamp wordt aangepast tot een eigen symbool. STAP 4: STAP 5: STAP 6: STAP 7: Open een (nieuwe) tekening en plaats het voorbeeldsymbool. Op de commandoregel, typ Explode en toets <ENTER>. Selecteer het symbool en toets <ENTER>. Pas het voorbeeldsymbool aan zodat het bruikbaar is als nieuw symbool. Start CAD-menu's en open de menukaart EB functies. Klik. Klik symbool maken [Symbool maken] op menukaart EB functies Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

33 STAP 8: Geef het nieuwe symbool een unieke naam en klik Opslaan. Houd er rekening mee dat het nieuwe symbool in de map NEN2 of dieper opgeslagen moet worden. Figuur 4: Tekeningnaam samenstelling STAP 9: STAP 10: STAP 11: Selecteer alle entiteiten van het eigengemaakte symbool en toets <ENTER>. Klik met de muis een basispunt aan. Het symbool is nu opgeslagen Toevoegen van het symbool aan functiebeheer van CAD-menu's. Nu het nieuwe symbool aanwezig is, is de volgende stap het toevoegen van het symbool in functiebeheer van CAD-menu's. In functiebeheer staan alle symbolen en functies van StabiCAD. Per symbool of functie wordt ook de laag, het type invoegfunctie en een bitmap gekoppeld. Is het symbool eenmaal toegevoegd aan functiebeheer, dan biedt CAD-menu's de mogelijkheid het symbool op menukaarten, pulldownmenu's en tabletkaarten te plaatsen. Start CAD-menu's en klik [Functiebeheer]. Figuur 5: Hoofdscherm CAD-menu s STAP 4: In functiebeheer, klik [Configuratiemodus]. In functiebeheer, blader naar de functie van het voorbeeldsymbool. Kopieer en plak de functie in functiebeheer Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 33

34 Figuur 6: Kopieren in functiebeheer STAP 5: Selecteer de gekopieerde functie en klik [Openen]. Figuur 7: Plakken in functiebeheer STAP 6: Voor het toekennen van de juiste gegevens voor het nieuwe symbool, wijzig de volgende eigenschappen. Pictogram Korte en lange omschrijving Functie Voor het wijzigen van het pictogram, klik [Bewerken]. Omschrijving van de functie / symbool zoals deze op een menukaart of pulldownmenu wordt weergegeven. Voor het wijzigen van de symboolnaam. Gebruik HOOFDLETTERS! Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

35 Figuur 8: Eigenschappen van signaallamp STAP 7: STAP 8: STAP 9: Om de wijzigingen door te voeren, klik [OK]. In het hoofdscherm van functiebeheer, klik [Bewaren] gevolgd door [Configuratiemodus]. Sluit functiebeheer af Plaatsen van het symbool in een menukaart Nu het nieuwe symbool in functiebeheer staat, is deze te plaatsen in een menukaart. Volg hiervoor onderstaande stappen: Start CAD-menu's en selecteer in het hoofdmenu een menugroep voor de nieuw aan te maken menukaart. Let op! Het is niet mogelijk om in de Stabiplan menugroep een menukaart aan te maken. In het pulldownmenu, klik [Bestand] - [Nieuw]. Selecteer Menukaart en klik [OK] Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 35

36 Figuur 9: Selectie type menus STAP 4: In het scherm Eigenschappen menukaart, vul de omschrijvingen in en klik [OK]. Figuur 10: Eigenschappen menukaart STAP 5: In het scherm Eigenschappen tabblad, vul de naam in van het eerste tabblad en klik [OK]. De menukaart is aangemaakt. Figuur 11: Eigenschappen tabblad STAP 6: Open functiebeheer van CAD-menu's en blader naar de functie van het nieuwe symbool Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

37 Figuur 12: Voorbeeldkaart STAP 7: Sleep vanuit functiebeheer het symbool naar de menukaart en laat de linkermuisknop los. Het symbool staat op de menukaart. Figuur 13: Nieuw symbool op menukaart STAP 8: STAP 9: Op de menukaart, klik [Bewaren] en sluit de menukaart af. Sluit ook functiebeheer af. Voor het gebruiken van de nieuwe menukaart, dubbelklik de menukaart in het hoofdmenu van CAD-menu's. Het plaatsen van het symbool is nu mogelijk Andere symbolen plaatsen Als u een symbool wilt plaatsen dat niet beschikbaar is in CAD-menu s (zie ook paragraaf Symbolen maken, p. 32 ) ga dan als volgt te werk: [Symbool selecteren] op menukaart EB functies Kies het symbool dat u wilt plaatsen. Plaats het symbool volgens de procedures in paragraaf Toestellen plaatsen, p Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 37

38 Symbolen verwijderen Met deze functie kunt u EB-symbolen verwijderen. Indien nodig verbindt deze functie automatisch de aangesloten polylijnen met elkaar. Het verwijderen van symbolen gaat als volgt: [Symbool verwijderen] op menukaart EB functies Kies de symbolen die u wilt verwijderen. Wanneer u een relais verwijderd dan wordt ook automatisch de gekoppelde referentietabel verwijderd. Niet StabiCAD EB-symbolen kunnen ook verwijderd worden als in de sessie gebonden instellingen de functie Ook niet-eb-symbolen verwijderen aanstaat Type informatie aanpassen Elk EB symbool heeft een symbooltype aanduiding (toestel, contact etc.). Deze informatie is opgeslagen in een typedatabase buiten de tekening. U kunt de type informatie als volgt wijzigen: [Type aanpassen] op menukaart EB functies STAP 4: Kies een symboolnaam uit de lijst of klik [Selecteer] en wijs het symbool in de tekening aan. Stel het symbooltype en typeletter in. De symbooltypeletter komt voor in de codering van een toestelsymbool. Klik [OK]. Let op! Het is belangrijk dat de type informatie in de tekening overeenkomt met de typeinformatie in de typedatabase. Er kunnen verschillen ontstaan als type-informatie is aangepast of doordat een tekening is aangeleverd. U kunt type informatie Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

39 synchroniseren met een tekeningconversie (zie paragraaf 3.6. EB tekeningen converteren, p. 90 ). Wanneer materiaal toekenning wordt gebruikt moet het detail contacttype bij een contact precies hetzelfde te zijn als in de materiaaldatabase gedefinieerde materiaal (functionaliteit gegevens), anders is het onmogelijk het contact te verbinden. Detail contacttype Type Functie A hoofdverbreker B hoofdmaker C verbreker D maker E wissel F verbreker, opkomend vertraagd G maker, opkomend vertraagd H wissel, opkomend vertraagd I verbreker, afvallend vertraagd J maker, afvallend vertraagd K wissel, afvallend vertraagd L verbreker, vroeg-verbrekend M maker, vroeg-makend N wisselcontact, vroeg O verbreker, laat-verbrekend P maker, laat-makend Q wisselcontact, laat Structuur contactnummering Contactnummer attributen Contactsymbolen hebben m.b.t. de contactnummer attributen de volgende structuur: Figuur 14: Attributen contactnummers Attribuut 2 = P-Contact Contactnummering met materiaaltoekenning Bij gebruik van materiaaltoekenning worden de contactnummers in volgorde van links naar rechts ingevuld: 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 39

40 Figuur 15: Artikel bewerken situatie 1 Als bij de functionaliteit gegevens ("Figuur 15:Artikel bewerken situatie 1 p. 40") de eerste positie wordt ingenomen door een maakcontact, de tweede positie door een verbreekcontact, de derde positie door een wisselcontact en de vierde positie door een wisselcontact, verbreek voor maak dan zien de symbolen er als volgt uit: Figuur 16: Contactnummering met materiaaltoekenning Figuur 17: Artikel bewerken situatie Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

41 Als bij de functionaliteit gegevens ("Figuur 17:Artikel bewerken situatie 2 p. 40") alle posities ingenomen worden door hoofdmaker-contacten dan ziet het symbool er als volgt uit: Figuur 18: Eénlijnig hoofdstroomsymbool Figuur 19: Artikel bewerken situatie 3 Als bij de functionaliteitgegevens ("Figuur 19:Artikel bewerken situatie 3 p. 41") alle posities ingenomen worden door hoofdmaakcontacten dan ziet het symbool er als volgt uit: Figuur 20: Hoofdmaakcontact 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 41

42 Figuur 21: Artikel bewerken situatie 4 Als bij de functionaliteitgegevens ("Figuur 21:Artikel bewerken situatie 4 p. 42") de eerste positie (wisselcontact) wordt ingenomen door een maakcontact, de tweede positie (ook een wisselcontact) door een verbreekcontact en de derde positie door een wisselcontact dan zien de symbolen er als volgt uit: Figuur 22: Contacten Let op! Wanneer een wisselcontact (materiaalfunctionaliteit) wordt ingenomen door een maakcontact wordt automatisch door de programmatuur veld 2 en 3 gebruikt. Dit gebeurt alleen als veld 1, 2 en 3 zijn ingevuld in het materiaalbeheer. Wat opvalt is dat de nummering andersom staat, namelijk veld 3 en 2. De juiste nummering wordt automatisch ingevuld als veld 4 en 2 gelijk zijn aan elkaar, want dan draait de programmatuur de attributen van alleen het type maakcontact om t.o.v. als alleen veld 1, 2 en 3 zouden zijn ingevuld. ("Figuur 22:Contacten p. 42") De functies tabel aanpassen en bepalen tabelposities vanuit de menukaarten worden overruled door de materiaaltoekenning. Gebruik deze functies niet wanneer de contactnummering wordt uitgegeven door materiaaltoekenning Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

43 Om aan een toestel met contacten materiaal te koppelen dient het type contact precies overeen te komen met wat in de materiaalgegevens is gedefinieerd. Het type van een contact kan worden uitgelezen met de functie type aanpassen. Aan een wissel, opkomend vertraagd" contact kan natuurlijk wel een "maakcontact, opkomend vertraagd" contact worden gekoppeld, maar niet een standaard wisselcontact Contactnummering zonder materiaaltoekenning Contactnummering zonder materiaaltoekenning is ingewikkelder dan contactnummering met materiaaltoekenning. Er wordt dan alleen gekeken naar de invulling van de contactnummers in de referentietabel. Bijvoorbeeld: Figuur 23: Tabel aanpassen Als bij tabel aanpassen ("Figuur 23:Tabel aanpassen p. 43") de eerste positie wordt ingenomen door een maakcontact en de tweede positie door een verbreekcontact en de derde positie door een wisselcontact dan zien de symbolen er als volgt uit: Figuur 24: Contacten Kolom 1 en 2 = Maakcontact Kolom 3 en 4 = Verbreekcontact Kolom 1, 2 en 3 = Wisselcontact Consequentie hiervan is dat voor wisselcontacten eventueel de contactnummering moet worden aangepast. Ook als een maak- of verbreekcontact geplaatst wordt op een wisselcontact positie moet de contactnummering worden aangepast (dus niet alleen de 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 43

44 attributen draaien zoals bij materiaaltoekenning). Het gebruik maken van materiaaltoekenning voorkomt deze problemen. Figuur 25: R V Als de contactnummering er niet toe doet, gebruik dan de standaard referentietabellen. Omdat de contactnummering van de fabrikaten vaak verschillend zijn. Bovenstaand voorbeeld ("Figuur 25:R V p. 44") geeft aan dat de nummering wijzigt als een wisselcontact gebruikt wordt voor een maak- of verbreekcontact. Gebruik materiaaltoekenning bij hanteren van fabrikant afhankelijke contactnummering. Bij het gebruik van materiaaltoekenning is de vraag van type referentie-tabel bij plaatsen toestel eigenlijk overbodig. Deze kan uitgezet worden d.m.v. van de parameter Contactnummering volgens template (zie paragraaf Tekeninginstellingen, p Klemmenstroken gebruiken Klemmen plaatsen en aansluiten Het plaatsen van klemsymbolen is beschreven in paragraaf Klemmen plaatsen, p. 32. Voor het beheren van klemmenstroken is het van belang dat de symbolen op polylijnen zijn geplaatst. StabiCAD zoekt zelf naar de op de klem aangesloten toestellen en gebruikt daarbij ook de draad- en potentiaalgegevens. Bij het plaatsen van klemmen vult u de naam en locatie van de klemmenstrook in waartoe de klem behoort (zie paragraaf 3.3. Attributen aanpassen, p. 80 ) Klemmen indelen Als de klemsymbolen geplaatst en de naam en locatie van de klemmenstrook ingevuld zijn, kunt u beginnen met het indelen van de klemmen. Elke klem op een klemmenstrook moet een uniek nummer te hebben Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

45 U kunt een klemmenstrook als volgt hernummeren: [Plaatsen klemmenstrook] op menukaart EB functies Selecteer de klemmenstroken die u daadwerkelijk wil gaan beheren, hiermee wordt de klemmenstrookfunctie versneld. Figuur 26: Selecteer klemmenstroken STAP 4: Klik op [OK]. Het is mogelijk dat u meldingen krijgt dat bepaalde klemmen: Geen nummer hebben. Niet tot een klemmenstrook behoren. Deze melding kunt u oplossen door bij het indelen van de klemmen te hernummeren. U moet dan bij stap 5 de functie afbreken om bij alle klemsymbolen de naam van de klemmenstrook in te vullen waartoe ze behoren. Klik bij alle meldingen [OK]. STAP 5: STAP 6: STAP 7: Kies de klemmenstrook die u wilt hernummeren. Klik [Nummeren]. Klik [Ja]. Als u tijdens het beheren van de klemmenstrookfunctie de commandoregel volledig op het scherm weer laat geven is het opstarten van klemmenstrookfunctie een stuk sneller Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 45

46 Klemmenstroken plaatsen In de opmaak van de klemmenstrookfunctie dialoogbox zijn alle functies overzichtelijk gegroepeerd. Figuur 27: Beheren van klemmenstroken Selectiescherm klemmenstroken Het is mogelijk tijdens het beheren van de klemmenstroken een andere klemmenstrook te selecteren. Figuur 28: Selecteren klemmenstrook Detailknop toont fouten in klemmenstrook Wanneer er fouten worden geconstateerd tijdens het beheren van de klemmenstrook wordt dit linksonder in het scherm gemeld. Klik op [Details] voor een overzicht van de foutmelding. Figuur 29: Foutmelding in klemmenstrook Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

47 Figuur 30: Detail van foutmelding in klemmenstrook Overige mogelijke meldingen zijn: Klemmen zonder nummer en/of indentieke klemnummers. Deze melding kunt u oplossen door bij het indelen van de klemmen te nummeren, of handmatig het attribuut NO invullen in de tekening TRM-blad direct toevoegen vanuit beheren van klemmenstrook Wanneer tijdens het beheren van de klemmenstrook de melding verschijnt dat niet alle TRMbladen aanwezig zijn voor de geselecteerde klemmenstrook kan het TRM-blad direct worden aangemaakt. Klik [Toevoegen] om een TRM-blad toe te voegen. Automatisch wordt het eerstvolgende vrije blad geselecteerd. Figuur 31: TRM-blad toevoegen Let op! De locatiecode en klemmenstrooknaam zijn niet wijzigbaar Meerdere lege klemposities invoegen Het is mogelijk meerdere lege klemposities in te voegen. Klik [Invoegen] in het scherm voor het beheren van de klemmenstroken. Figuur 32: Invoegen lege klemposities Geef het aantal in te voegen lege klemposities op Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 47

48 Figuur 33: Opgeven aantal in te voegen klemposities Weergave klemmenstrook beheerscherm instelbaar De weergave van het klemmenstrook beheerscherm is instelbaar. De instelling die hier wordt gedaan blijft actief totdat de klemmenstrookfunctie wordt afgesloten. Klik [Weergave...] in het klemmenstrook beheerscherm. Wijzig de weer te geven aansluitingen. Figuur 34: Weergave klemmenstrook Nummeren vanuit klemmenstrook beheerscherm Het is mogelijk de klemmenstrook te nummeren vanuit het klemmenstrook beheerscherm. Klik [Nummeren] om de klemmenstrook te hernummeren. Figuur 35: Nummeren Wanneer er nieuwe klemmen in de tekening bijgekomen zijn, verschijnt de mogelijkheid om alleen de nieuwe klemmen te nummeren of alle klemmen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

49 Figuur 36: Klemnummering De optie Alle klemmen nummeren wordt meestal gedaan in de ontwerpfase. De uitgifte van klemnummers gebeurt aan de hand blad - stramien codering. "Nieuwe klemmen" nummeren worden tussengevoegd in de klemmenstrook op lege klemmen of achter de laatste aangesloten klem op de klemmenstrook Interne/externe aansluitingen omwisselen Het is mogelijk de positie van de interne en externe klemcoderingen om te wisselen in het klemmenstrook beheerscherm. Klik [Wisselen] om de in- en externe aansluitingen om te wisselen. Figuur 37: Aansluitingen wisselen Omwisselen van de aansluitingen is soms nodig waarneer er voor de interne/externe kant een locatiecode is toegepast Vorige/volgende deel klemmenstrook Het is mogelijk om vanuit het klemmenstrook beheerscherm naar een volgend of vorig deel van de klemmenstrook te gaan wanneer de klemmenstrook over meerdere bladen verdeeld is. Klik [Vorig deel] om naar een vorig deel te gaan en [Volgend deel] om naar een volgend deel te gaan Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 49

50 Figuur 38: Vorig/volgend deel Het is ook mogelijk om vanuit het beheerscherm een volgend deel aan te maken of te verwijderen Lege klemposities reserveren Het is mogelijk lege klemposities te reserveren zodat deze niet gebruikt worden tijdens het nummeren van de klemmenstrook. Selecteer in het klemmenstrook beheerscherm de te blokkeren lege klemposities. Klik [Reserveren]. Figuur 39: Reserveren lege klemposities In het klemmenstrook beheerscherm worden de gereserveerde posities weergeven met de tekst Reserve als toestel. Deze tekst is instelbaar bij de tekeninginstellingen. Figuur 40: Gereserveerde klemmen Gereserveerde klemmen kunnen worden vrijgegeven d.m.v van de knop vrijgeven. Lege- en reserveklemmen kunnen worden verwijderd d.m.v. van de knop verwijderen. In de tekening op het klemmenstrookblad worden de reserve klemmen aangegeven door de benaming "RESERVE" Deze benaming is te veranderen d.m.v de tekening gebonden instellingen (zie paragraaf "3.2.2.Tekeninginstellingen p. 77") Knippen/plakken van meerdere klemmen Het is mogelijk meerdere klemmen te knippen en te plakken in het klemmenstrook beheerscherm. Selecteer de klemmen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

51 STAP 4: Klik [Knippen]. Selecteer de locatie in de klemmenstrook waar de klemmen geplakt moeten worden. Klik [Plakken]. Let op! Gereserveerde klemmen kunnen niet geknipt en geplakt worden. Voordat u klemmen gaat kopiëren en plakken moet er voldoende ruimte in de klemmenstrook beschikbaar zijn waar de klemmen geplakt kunnen worden Etageklemmen Het is mogelijk etageklemmen te maken. Via een etageklem kunnen meerdere draden op dezelfde klem worden aangesloten. Om etageklemmen te gebruiken moet eerst een etageklemcodering worden aangemaakt. Klik [Tekening gebonden instellingen] op van de menukaart EB functies. Open het tabblad Coderingen. Figuur 41: Tabblad Coderingen Klik [Toevoegen...] 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 51

52 Figuur 42: Toevoegen etageklemcodering STAP 4: STAP 5: Vul een codering in in de vorm van een scheidingsteken gevolgd door een cijfer of letter. Klik nogmaals [Toevoegen...] en maak een tweede codering aan. Het aantal coderingen is afhankelijk van het soort etageklem dat gebruikt gaat worden. Voor een etageklem die twee draden met elkaar verbind zijn twee coderingen nodig. Figuur 43: Etageklem coderingen STAP 6: STAP 7: Open het klemmenstrook beheerscherm en selecteer de klemmen die samen een etageklem moeten gaan vormen. Klik [Samenvoegen]. Figuur 44: Samenvoegen De geselecteerde klemmen zijn samengevoegd tot een etageklem. Figuur 45: Twee klemmen samengevoegd tot één etageklem Klempositie aanpassen binnen een etageklem Het is mogelijk de klempositie binnen een etageklem aan te passen. Selecteer de etageklem in het klemmenstrook beheerscherm. Klik tabblad Etageklemmen. Klik [Omhoog] of [Omlaag] om de volgorde aan te passen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

53 Figuur 46: Etageklemmen aanpassen Het is ook mogelijk om reeds gemaakte etageklemmen weer te splitsen in losse klemmen. Klik hiervoor [Splitsen] Klemcoderingen Het is mogelijk om klemcoderingen aan een klem toe te kennen.vul met het AutoCAD commando "ddatte" het attribuut NO (#) in. (Bijvoorbeeld: PE, +, -.) Deze coderingen worden in de klemmenstrook weergegeven. Wanneer u klemmen wilt gaat nummeren, dan verschijnt onderstaande vraag: Figuur 47: Bevestiging klemmen nummeren Als u deze vraag met ja beantwoordt worden de klemcoderingen gewijzigd naar nummers Hernummeren van klemmenstrook blokkeren Het is mogelijk om het hernummeren van klemmenstroken per project te blokkeren. Wanneer een klemmenstrook al gerealiseerd is dan is het hernummeren hiervan niet wenselijk. Bij de parameters van EB is een instelling gemaakt voor het blokkeren van deze klemmenstrook Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 53

54 Figuur 48: Hernummeren toestaan Klemmenstrook instellen bij tekeninginstellingen Het is mogelijk om bij de tekeninggebonden instellingen de eigenschappen voor de klemmenstrook in te stellen. Figuur 49: Klemmenstrook instellingen Klik op de drie puntjes achter de positie om de positie in de tekening te bepalen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

55 Potentiaalrails Het is mogelijk potentiaalrails toe te voegen aan de klemmenstrook. Het toevoegen van de potentiaalrails gebeurt vanaf het tabblad Klemmenstrookbladen uit het tekeninginstellingenscherm. Figuur 50: Potentiaalrails toevoegen Draden die op een Potentiaalrail worden aangesloten worden zichtbaar in de tekening op het klemmenstrookblad d.m.v de aderaansluiting te vermelden. Deze staan meestal rechts op het klemmenstrookblad. De Potentiaalcodering moet precies hetzelfde te zijn als de adercodering van de kabel (zie paragraaf Beheren kabeltypes, p. 56 ) Tekenen klem- en draadbruggen Het is mogelijk klem- en draadbruggen te tekenen in de klemmenstrook. Klik button. [Tekenen klem- of draadbrug] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Geef het eerste punt op waar de klem- of draadbrug begint. Geef het volgende punt op. Figuur 51: Draadbrug 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 55

56 Bij de tekening gebonden instellingen zijn de eigenschappen van de klem- of draadbrug in te stellen. Figuur 52: Instellingen klem- of draadbrug Beheren kabeltypes Het is mogelijk om kabeltypes te beheren. Deze kabeltypes worden globaal beheerd maar er kan per project gebruik van worden gemaakt. Het kabeltype beschrijft hoeveel aders een kabel bevat en wat de codering van de aders is. Klik button [Beheren kabeltypes] op menukaart EB functies Klik [Toevoegen] bij kabeltypes. Geef de naam van het kabeltype op en klik [OK]. Het kabeltype wordt aangemaakt met standaard 0 aders. Figuur 53: Toevoegen kabeltype STAP 4: STAP 5: Klik [Toevoegen] bij aders. Geef de codering/naam van de ader op en klik [OK]. Het aantal aders van het geselecteerde kabeltype wordt automatisch met één opgehoogd Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

57 Figuur 54: Aders toevoegen STAP 6: Klik [OK] om het beheer van kabeltypes te verlaten. Figuur 55: Kabeltypes Beheren projectkabels Het is mogelijk projectkabels te maken. Deze projectkabels beschrijven tussen welke locaties een kabel loopt. Klik button [Beheren projectkabels] op menukaart EB functies Klik [Toevoegen]. Vul alle gegevens in voor de eigenschappen van de projectkabel. De hoeveelheid te selecteren kabeltypes is afhankelijk van de globaal aangemaakte kabeltypes Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 57

58 Figuur 56: Eigenschappen Kabel Let op! Alleen locaties van toestellen die in de tekening aanwezig zijn, zijn selecteerbaar. STAP 4: STAP 5: Klik [OK]. Klik [Sluiten]. Figuur 57: Project Kabels Het is mogelijk projectkabels te kopiëren zodat alle gegevens worden overgenomen en alleen een nieuwe kabelnaam hoeft te worden opgegeven Kabelaansluitingen klemmenstrook Het is mogelijk de kabelaansluitingen van de klemmenstrook te beheren. Klik [Kabels...] in het scherm Beheer van klemmenstrooken en kabels Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

59 Figuur 58: Kabels... In het scherm Kabelaansluitingen klemmenstrook kunnen de kabelaansluitingen beheerd worden. Figuur 59: Kabelaansluitingen klemmenstrook Klik [Automatisch] om de kabelaansluitingen automatisch te laten invullen aan de hand van de projectkabels. Figuur 60: Automatisch beheren van kabels Het is ook mogelijk de kabels handmatig te beheren. Klik hiervoor [Kabelbeheer...] 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 59

60 Figuur 61: Kabelbeheer 2.6. Samenstellingen gebruiken Inleiding Samenstellingen zijn schemadelen bestaande uit polylijnen en symbolen van een schakeling. U kunt samenstellingen maken, plaatsen, kopiëren en verplaatsen. Als u samenstellingen plaatst, kopieert of verplaatst, past StabiCAD automatisch de coderingen van toestellen aan volgens de ingestelde codeerstijl. Onderlinge koppelingen tussen symbolen binnen een samenstelling blijven behouden Samenstelling plaatsen U plaatst een samenstelling als volgt: [Samenstelling inzetten] op menukaart EB functies STAP 4: Kies de samenstelling die u wilt plaatsen. Kies een invoegpunt. StabiCAD herhaalt stap 3 totdat u <Escape> intoetst Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

61 StabiCAD heeft een bibliotheek met voorbeeldsamenstellingen. Deze is te benaderen via menukaart EB functies, tabblad Schemadelen. Op dit tabblad zijn verschillende functies te vinden voor diverse rubrieken van de schemadelenbibliotheek. Bij sessie gebonden instellingen kan hercoderen uitgezet worden voor het plaatsen van schemadelen Samenstelling maken U kunt als volgt een samenstelling maken: [Samenstelling maken] op menukaart EB functies STAP 4: Bepaal de naam en de locatie van de nieuwe samenstelling. Kies alle elementen van de samenstelling. Kies het basispunt van de samenstelling. Het is mogelijk de samenstelling te bewaren in de map..\stabicad\eb\sym\ Assem\Schemadelen en alle onderliggende submappen. Hierdoor maakt u ze toegankelijk via de menukaart EB functies, tabblad Schemadelen. Aan schemadelen kan materiaal worden gekoppeld. Deze materialen blijven dan gekoppeld bij het gebruiken van schemadelen in de bestaande tekening of nieuwe tekening. Koppel nooit materialen aan schemadelen door de schemadelen zelf te openen Samenstelling kopiëren Kopiëer een samenstelling als volgt: [Samenstelling kopiëren] op menukaart EB functies Kies alle elementen van de samenstelling Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 61

62 Als u de samenstelling meerdere keren wil kopiëren, typ M. STAP 4: STAP 5: STAP 6: Kies het basispunt van de samenstelling. Kies het bestemmingspunt van de samenstelling. Als u bij stap 3 M heeft getypt, herhaalt module EB stap 5 totdat u <Escape> typt Samenstelling verplaatsen Verplaats een samenstelling als volgt: [Samenstelling verschuiven] op menukaart EB functies STAP 4: STAP 5: Kies de elementen van de samenstelling. Kies het basispunt van de samenstelling. Kies het bestemmingspunt van de samenstelling. Voor het hercoderen van de toestellen in de verplaatste samenstelling, typ Ja Potentiaal, draad en aders maken Inleiding In paragraaf 2.3. Lijnen tekenen, p. 13 zijn de soorten polylijnen beschreven. In deze paragraaf is beschreven hoe u van een polylijn een potentiaallijn of een draad kunt maken Potentiaal maken U kunt van een polylijn als volgt een potentiaal maken: [Maken potentiaal, draad, aders] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Kies de polylijn waarvan u een potentiaallijn wilt maken Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

63 Figuur 62: Draad, potentiaal of aders maken STAP 4: STAP 5: STAP 6: Kies in het dialoogvenster de optie Potentiaal. Maak eventueel een nieuwe potentiaaldefinitie door op [Toevoegen] te klikken. Een potentiaaldefinitie bestaat uit een omschrijving van de elektrische spanning en een kleur. Kies een potentiaaldefinitie. Klik [OK]. Als u potentiaallijnen op de sjabloonbladen van de stuur- en hoofdstroombladen tekent verschijnen ze automatisch op elk nieuw blad. Sluit polylijnen op elkaar aan door het eindpunt van een polylijn op een andere polylijn te leggen. Koppel ze aan elkaar met verwijslabels. Als u van een polylijn een potentiaallijn maakt, maakt StabiCAD van alle aangesloten en gekoppelde polylijnen ook potentiaallijnen. Leg de standaard potentiaaldefinities vast in prototypetekeningen om zo een bedrijfsstandaard te creëren Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 63

64 Draad maken Maak van een polylijn als volgt een draad: [Maken potentiaal, draad, aders] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap STAP 4: STAP 5: Kies de polylijn waarvan u een draad wilt maken. Kies in het dialoogvenster de optie Draad. Vul het draadnummer in met eventueel een voor- of achtervoegsel. Klik: [OK] als u alleen van de gekozen polylijn een draad wilt maken. [Reeks] als u van meerdere polylijnen een draad wilt maken. Kies dan polylijnen in de tekening. StabiCAD hoogt het draadnummer telkens op. Om te stoppen, typ <Escape>. Bij het maken van een draad wordt in de hele tekening gekeken waar deze draad voorkomt. In het midden van de polylijn wordt het draadnummer geplaatst Aders maken Maak van een polylijn als volgt een ader: [Maken potentiaal, draad, aders] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap STAP 4: STAP 5: Kies de polylijn waarvan u een draad wilt maken. Kies in het dialoogvenster de optie Ader. Kies [Toevoegen]. Kies kabel en selecteer hierbij de aders Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

65 Figuur 63: Kabel toevoegen Een ader verbindt direct twee toestellen. Er wordt geen gebruik gemaakt van klemmen Draad verwijderen Maak op de volgende manier van een draad weer een gewone polylijn: [Draad verwijderen] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Kies de draden waarvan u een gewone polylijn wilt maken Potentiaal verwijderen Maak op de volgende manier van een potentiaal weer een gewone polylijn: [Verwijderen potentiaal] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Kies de Potentiaal waarvan u een gewone polylijn wilt maken Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 65

66 Verwijderen aders Maak op de volgende manier van een ader weer een gewone polylijn: [Verwijderen aders] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Kies de ader waarvan u een gewone polylijn wilt maken Materiaal toekennen Inleiding Het is mogelijk materiaal toe te kennen aan toestelsymbolen. Dit heeft meerdere voordelen. Zo kunt u materiaalrapportages maken en controleren of de functionaliteit van het gekozen materiaal toereikend is. Ook is in de tekening bepaalde materiaalinformatie zichtbaar te maken, zoals contactnummers Materiaal toekennen Voor het toekennen van materiaal is het nodig dat er materialen zijn gedefinieerd. Zie voor het definiëren van materialen paragraaf 3.4. Database functies, p. 84. Ken als volgt materiaal toe aan toestelsymbolen: [Materiaal toekenning] op menukaart EB functies Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

67 Figuur 64: Materiaal koppelen aan symbolen STAP 4: STAP 5: Kies in de lijst de kentekens van de toestelsymbolen waaraan u een bepaald materiaal wilt toekennen. Als u toestelsymbolen in de tekening wilt kiezen, klik [Selecteren]. Klik [Koppelen]. Kies een artikel waarvan het opstekerveld de waarde nee heeft en klik [OK]. Klik [OK] in het dialoogvenster voor het toekennen van het materiaal. Bij het kiezen van een artikel (stap 4) is het mogelijk artikelen te filteren op favoriete fabrikanten. Kies hiervoor in het dialoogvenster voor het toekennen van materiaal de optie Alleen favoriete fabrikanten gebruiken. Voor het vastleggen van favoriete fabrikanten, zie paragraaf 3.4. Database functies, p. 84. Favoriete fabrikanten gebruikt u bijvoorbeeld als u tijdens het koppelen van materialen aan de lampjes (Symbooltype H) in de tekening alleen het fabrikaat ETAP wilt zien i.p.v alle aanwezige fabrikanten. Bij het kiezen van een artikel (stap 4) is het mogelijk de artikelen te filteren op de symbooltypecode van het gekozen symbool. Kies hiervoor in het dialoogvenster voor het toekennen van materiaal de optie Alleen artikelen met overeenkomstig symbooltype. Door deze optie in te stellen kan sneller en overzichtelijker materiaal gekoppeld worden, omdat tijdens het koppelen alleen het materiaal getoond wordt met dezelfde symbooltypecode als het symbool. Het is dus een soort filter Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 67

68 U kunt meerdere artikelen aan een symbool koppelen. Het eerst toegekende artikel mag geen opsteker zijn. De volgende artikelen moeten wel opstekers te zijn. In het dialoogvenster voor het toekennen van materiaal kunt u met een symboolfilter de te tonen kentekens filteren. Gebruik voor het kiezen van een artikel een artikelfilter. Zie ook paragraaf 3.5. Filters, p Materiaal loskoppelen Als materiaal is toegekend aan symbolen kunt u het als volgt ongedaan maken: [Materiaal toekenning] op menukaart EB functies Kies in de lijst de kentekens van de toestelsymbolen waarvan u de materiaaltoekenning ongedaan wilt maken. Voor het kiezen van toestelsymbolen in de tekening, klik [Selecteren]. Klik [Loskoppelen]. Door middel van rechtermuistoets op de toestelnaam kunnen één of meerdere opstekers losgekoppeld worden Materiaal vervangen Vervang een bepaald materiaal voor alle symbolen als volgt door ander materiaal: [Materiaal toekenning] op menukaart EB functies STAP 4: STAP 5: Klik [Vervangen]. Kies het artikel dat u wilt laten vervangen. Kies het artikel dat u wilt toekennen. Klik [OK] Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

69 Symbolen groeperen U kunt een artikel aan een groep symbolen toekennen. Bijvoorbeeld een PLC bestaat uit meerdere symbolen die op verschillende bladen staan. Met module EB kunt u symbolen groeperen en materiaal aan de groep toekennen. Groepeer de symbolen als volgt: [Materiaal toekenning] op menukaart EB functies Kies in de lijst de kentekens van de toestelsymbolen die u wilt groeperen. Voor het kiezen van toestelsymbolen in de tekening, klik [Selecteren]. Klik [Groeperen] Symbolen degroeperen Maak een symboolgroepering als volgt ongedaan: [Materiaal toekenning] op menukaart EB functies Kies de groep die u wilt degroeperen. Klik [Degroeperen] Kastaanzichten maken Inleiding Met een kastaanzicht kunt u de lay-out van een kast ontwerpen. Het geeft een overzicht van waar de onderdelen zich in de kast bevinden. StabiCAD maakt bij het bepalen van de afmetingen van de onderdelen gebruik van de geometrische artikelgegevens (zie paragraaf 3.4. Database functies, p. 84 ). U tekent kastaanzichten op paneelbladen. Zie voor het aanmaken van deze bladen paragraaf Bladen aanmaken, p Paneel tekenen Voor het plaatsen van toestellen in een kastaanzicht, geef eerst de contouren van de kast aan: Kies het paneelblad waarop u een paneel wilt tekenen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 69

70 [Teken paneel] op menukaart EB functies Geef de afmetingen op de volgende manieren op: In het dialoogvenster In de tekening Vul de dimensies in en klik [Tekenen]. Klik [Tekenen], kies het eerste hoekpunt en kies het tegenoverliggende hoekpunt. STAP 4: Kies de plaats van de linkeronderhoek van het paneel Toestellen tekenen Plaats de toestellen, waaraan materiaal is toegekend, als volgt in een getekend paneel: Kies het paneelblad met een getekend paneel. [Teken toestellen in paneel] op menukaart EB functies Figuur 65: Toestellen tekenen in kastaanzichten STAP 4: STAP 5: STAP 6: Kies eventueel een andere locatiecode. Kies één of meer toestellen. Klik [Tekenen]. Kies een invoegpunt Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

71 De derde kolom van het dialoogvenster geeft met een kruis aan of het toestel al getekend is. Kies de optie Alleen nog te tekenen toestellen om de nog niet getekende toestellen eruit te filteren. In het dialoogvenster voor het toekennen van materiaal kunt u met een symboolfilter de te tonen toestellen er uit filteren (zie ook paragraaf 3.5. Filters, p. 88 ). Door een andere locatie te selecteren, is het mogelijk externe apparaten te tekenen. Met behulp van de parameter "Kenteken hor. bij toestel in paneel" in StabiBASE kunnen de toestelnamen automatisch horizontaal worden geplaatst i.p.v verticaal (zie paragraaf "3.2.1.Project instellingen p. 75"). Pas de grootte van de toestelnamen eventueel aan d.m.v. de functie "Symbool attributen (Uitgebreid)" (zie paragraaf "3.3.2.Uitgebreide methode p. 82") Printen en plotten Bladen indexeren Voordat u een EB-tekening kunt gaan plotten of printen is het nodig eerst de bladindex bij te werken. In het algemeen is in de bladstempel het bladnummer en het totaal aantal bladen weergegeven. Het automatisch bijwerken van de index gaat als volgt: [Blad] op menukaart EB functies Kies menu Tools - Blad X van Y. Klik [OK] Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 71

72 Bladen printen of plotten U kunt als volgt bladen printen of plotten: [Blad] op menukaart EB functies Kies de bladen die u wil plotten Kies menu Bestand - Plotten. Figuur 66: Plot dialoogvenster STAP 4: STAP 5: Stel de sortering in en het aantal kopieën. Klik [OK]. Als u voor het plotten van EB-tekeningen meerdere printers gebruikt maak dan een scriptbestand voor iedere plotter aan. De scriptbestanden moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: De naam begint met GP_ en de extensie is DAT. De bestanden staan in de map StabiCAD\EB\DATA. Het bestand GP_Plotten.DAT is een voorbeeldbestand. Geef in het dialoogvenster aan dat u naar Script wilt plotten en kies bij Scriptnaam het script dat u wilt gebruiken Voorbeeld van aangepast plotscript StabiCAD EB maakt gebruik van standaardinstellingen voor plotter, papierformaat en plotstijl Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

73 Volg onderstaande stappen om voor AutoCAD 2002 of hoger een specifieke plotter, papierformaat of plotstijl op te geven: STAP 4: Open het bestand...\stabicad\eb\data\epl2000.dat. Vervang de complete inhoud van de volgende regels: 15e regel om plotter op te geven, bijvoorbeeld HP5000.pc3 16e regel om papierformaat op te geven, bijvoorbeeld A4. Let hierbij vooral op precieze naamgeving, inclusief eventuele spaties. Wanneer achter het papierformaat een spatie staat, dan moet het papierformaat als volgt worden opgegeven: (setq a "A4 (210 x 297 mm) ") 24e regel om plotstijl op te geven, bijvoorbeeld monochrome.ctb Sla het bestand op. Gebruik vanuit StabiCAD EB de functie EB functies - Hoofdfunctie - Plotten. Voorbeeld van een aangepast plotscript: : : PLOT template voor scriptbestand EPLOT.SCR : ES (aangepast voor ACAD R2000) : : %BLAD% wordt vervangen door de laagnaam van het blad; : %PMODE% wordt vervangen door de plotmode, E, L of D : <CR> wordt vervangen door een lege regel : : Voeg een regel %BLAD% toe indien plotten naar file! : (ELISP "SELSHT" "%BLAD%") _-PLOT _Y Model HP5000.pc3 A4 (210x297) _M _L _N %PMODE% _F 0,0 _Y monochrome.ctb _Y _N _N _N _Y 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 73

74 3. Overzicht belangrijke functies 3.1. Hulptools Koppeling gebruiken Met de functie koppeling gebruiken zijn de symbolen te vinden die met het gekozen symbool verbonden zijn. De functie toont bij: Contacten Verwijziging in referentietabel Verwijslabel Kastaanzicht toestelsymbool De referentietabel waarin het contact opgenomen is. Het contactsymbool in de schematekening. Het gekoppelde verwijslabel. Het symbool in de schematekening. Voor het gebruiken van de koppeling klikt u button: [Koppeling gebruiken] op menukaart EB functies Teksttools Alle teksttools vind u op menukaart EB functies, tabblad Tekst. Figuur 67: Tabblad Tekst op menukaart EB functies Met de eerste zes buttons van het tabblad Tekst kunt u teksten met de aangegeven hoogte in de tekening plaatsen. Met de zevende button ([Tekst (hoogte instelbaar)]) is het mogelijk teksten met een andere hoogte in de tekening plaatsen. De overige buttons hebben de volgende functie: Button [Hoogte] [Rotatie] [Positie] Functie Teksthoogte van een tekst of attribuut instellen. Rotatie van een tekst of attribuut instellen. Positie van een tekst of attribuut instellen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

75 Button [Zichtbaarheid] [Standaard] [Wijzigen] Functie (vervolg) Het zichtbaar of het niet zichtbaar zijn van een tekst of attribuut instellen. Standaard tekst toekennen aan één of meer teksten of attributen. Tekst of attribuut wijzigen. Ook als de tekst in een block zit. Met de functie symbool opmaken kunt u de positie en rotatie van een aantal attributen in één keer wijzigen: [Symbool opmaken] op menukaart EB functies Purge all Voor het opschonen van de tekening verwijder alle niet gebruikte symbooldefinities en lagen uit de tekening met button: [Purge All] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Nummermatrix Het is mogelijk een matrix met nummers te genereren. Gebruik deze nummers op klemmenstrookbladen om kabelnummers aan te geven. U genereert een nummermatrix met: [Nummermatrix] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap Tabellen Het is mogelijk een veelgebruikte opzoektabel in een ASCII bestand te plaatsen en binnen de module EB oproepen. Het bestand met de opzoektabel en met de extensie TAB, moet in de map StabiCAD\EB\DATA staan. De bestanden 220.TAB en 380.TAB in de map zijn voorbeeldbestanden. Start de functie met button: [Tabellen] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap 3.2. Instellingen Project instellingen De projectinstellingen zijn instellingen die geldig zijn voor alle tekeningen binnen een bepaald project. Pas deze instellingen aan met button: [Instellingen EB] op menukaart EB functies 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 75

76 U kunt het volgende instellen: Instelling Omschrijving Sessie instelling Automatisch tonen van foutbestand Automatisch kruisverwijzen Toont bij het vinden van fouten automatisch een fouten dialoogvenster. Voert automatisch een kruisverwijzing uit als bij de uitvoering van een functie een kruisverwijzing noodzakelijk is. + + Geluidssignaal bij foutmelding Signaleert met een geluid dat een fout gevonden is. + Gebruik osnap bij symboolplaatsing Automatisch polylijnen openbreken Drielijnig invoegen van symbolen Intelligent symbolen plaatsen Verwijder ook niet EB-symbolen Eénlijnig hoofdstroom tekenen Automatisch zoomen bij bladwissel Standaard rotatiehoek van symbolen Standaard verschaling van symbolen Gebruikt bij het plaatsen van symbolen de objectsnap die bij het symbool hoort. Breekt polylijnen automatisch open bij het plaatsen van een symbool. Plaatst bij drielijnige hoofdstroomleidingen automatisch drie symbolen bij het plaatsen een symbool op de middelste lijn. Voegt een symbool aan de hand van het type wel of niet drielijnig in. StabiCAD plaatst in dit geval bijvoorbeeld een 3-fasen motor slechts één keer en plaatst bijvoorbeeld een maakcontact automatisch in elke leiding. Bij het verwijderen van symbolen verwijdert StabiCAD ook symbolen die niet tot de module EB behoren. Tekent hoofdstroomleidingen éénlijnig in plaats van meerlijnig. Zoomt automatisch het hele blad in tijdens wisselen van bladen. Standaard plaatsingshoek van een symbool ten opzichte van de richting van het polylijn segment. Standaard X- en Y-verschaling van een symbool bij het plaatsen ervan Kleur van symbolen Standaard kleur van een symbool. - Markeringskleur Tekenkleur van meervoudige hoofdstroomleidingen. - Breedte opening bij Breek lijn Standaard waarde voor de breedte van de opening bij het openbreken van polylijnen (zie paragraaf Lijnen openbreken, p. 17 ). - Ook kunt u standaardwaarden invullen voor enkele tekeninginstellingen. Deze standaardwaarden vormen het uitgangspunt bij het aanmaken van een nieuwe tekening Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

77 Tekeninginstellingen De tekeninginstellingen gelden voor de huidige tekening. Pas deze instellingen aan met button: [Tekening gebonden instellingen] op menukaart EB functies De instellingen zijn in te delen in zeven gebieden: Klemmenstrookbladen Klemgegevens: Bladnummers zichtbaar in klemmenstrook (Tekening/ klemmenstrookfunctie). Stramiennummers zichtbaar in klemmenstrook (Tekening/ klemmenstrookfunctie). Onderdruk voorloopnullen van klemnummers (Tekening/ klemmenstrookfunctie). Aantal klemmen van een klemmenstrook dat zichtbaar is op één klemmenstrookblad. De coördinaten van de eerste regel van een klemmenstrook. De relatieve coördinaten van de tweede regel van een klemmenstrook ten opzichte van de eerste regel. Potentiaalrails: Potentiaalrails, hier wordt de naam en de positie opgegeven van de potentiaalrail. Deze instelling wordt gebruik i.c.m kabeltoekenning. Kabelgegevens: Positie eerste regel kabels linkerzijde (onderkant, intern). Positie eerste regel kabels rechterzijde (bovenkant, extern). Positie tweede t.o.v eerste regel rechterzijde. Positie eerste adernummer linkerzijde. Positie eerste adernummer rechterzijde. Positie tweede adernummer t.o.v eerste. Met de puntjes achter de coördinaten kan eenvoudig de positie opgegeven worden. Figuur 68: Puntjes achter coördinaten Symbolen Referentietabellen: Het wel of niet automatisch plaatsen van referentietabellen. Bij deze instelling zijn ook de naam en de Y-positie van de automatisch te plaatsen referentietabel instelbaar. Het direct na plaatsing verbinden van een contact met het bijbehorende toestel Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 77

78 Enkellijnig hoofdstroom: Scheidingsteken tussen de klemnummers bij éénlijnige hoofdstroomleidingen. Het aantal klemnummers per klem (Voorbeeld: bij 3 nummers worden automatisch 2 streepjes geplaatst bij het plaatsen van de klem op een hoofdstroom blad met de tekeninginstelling enkellijnig hoofdstroom aan). Automatisch te genereren klemmen (Voorbeeld: PE en/of N klem). Klem- en draadbruggen Klem- en Draadbruggen: Het tonen van connectiepunten bij het tekenen van een klem- en/of draadbrug. Open of gesloten connectiepunt. Grootte van de connectiepunt. Lijndikte tussen de connectiepunten. Coderingen Coderingen: Codeerwijze van kentekens van toestellen (Bijvoorbeeld BKS, GKV). Codeerwijze van doorverwijzingen (bijv. van verwijslabels en voor de inhoud van referentietabellen). Codeerwijze van bladnummers. Codering van etageklemmen (bijvoorbeeld ) Coderingen die bij doorverwijzingen en bladnummers kunnen worden gebruikt zijn: %B: bladnummer zonder voorloopnullen. %b: bladnummer met voorloopnullen (3 posities). %n: bladnummer met voorloopnullen (5 posities). %F: symbool typecode (uppercase). %f: symbool typecode (lowercase). %R: stramiennummer zonder voorloopnullen. %r: stramiennummer met voorloopnullen (3 posities). %S: doorlopend stramiennummer zonder voorloopnullen. %s: doorlopend stramiennummer met voorloopnullen (3 posities). %K: Bladsoort (CIR,PWR,etc.). %k: Bladsoort (1,2,3,etc..). Een BKS-codering wordt dus gecodeerd als: %B%F%R. Een 'normale' doorverwijzing vanuit referentietabellen wordt gecodeerd als: %B-%R. BKS staat voor Blad - Kenteken - Stramien. GKV staat voor Groep - Kenteken - Volgnummer. De "Groep" in de tekening kan worden opgegeven bij de tekeningstempel functie (zie paragraaf Stempelgegevens invullen, p Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

79 Algemeen Algemeen: Tekeningversie. Schaalafhankelijke AutoCAD instellingen. Technische termen voor de klemmenstrook (vrij instelbaar). CMLSCALE: De schaalfactor van een multilijn. Alleen als de breedte van de definitie van de multilijn gelijk is aan 1 dan geeft deze schaal de breedte van de nieuwe lijn aan, anders is het een vermenigvuldigsfactor. LTSCALE: Schaalinstelling voor alle lijnen in de tekening (alle bladen). DIMSCALE: Verschalingsfactor, Overall Scale factor, voor alle bematingsvariabelen, zoals de grootte van de pijlpunten en de hoogte van de tekst. HPSCALE: Default schaalfactor van het arceerpatroon dat is ingesteld bij Hpname. Dit getal moet bij arceerpatronen zoals schuine lijnen gelijk zijn aan de schaalfactor van de tekening. De schaalfactor moet gelijk zijn aan 1 bij arceerpatronen die te maken hebben met de werkelijkheid zoals een steentjespatroon. Stramienen Stramienen: Het aantal stramienen op één hoofd- of stuurstroomblad. De breedte van een stramien. Het type stramiennummering. Dit is een keuze uit: geen, doorlopend of niet-doorlopend. De positie van het eerste stramiennummer. Het nummer van het eerste stramien. Indexbladen Indexbladen: Het maximum aantal regels op één indexblad. Aantal kolommen per indexblad. De coördinaten van de eerste regel van een index. De relatieve coördinaten van de tweede regel van een index ten opzichte van de eerste regel. Positie tweede kolom t.o.v. eerste kolom Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 79

80 Sessie instellingen De sessie instellingen zijn project instellingen die gedurende één tekensessie gelden. Pas deze instellingen aan met button: [Sessie gebonden instellingen] op menukaart EB functies Figuur 69: Sessie instellingen De instellingen zijn beschreven in paragraaf Project instellingen, p Attributen aanpassen Attributen zijn teksten die bij symbolen horen. U kunt attribuuteigenschappen met een snelle en met een uitgebreide methode wijzigen. Met de uitgebreide methode kunt u symbolen filteren op allerlei eigenschappen en kunt u naast de inhoud en zichtbaarheid ook de teksthoogte en -kleur aanpassen Snelle methode Stel de zichtbaarheid van een attribuut als volgt in: [Symbool attributen (snel)] op menukaart EB functies Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

81 STAP 4: STAP 5: Kies het soort symbool waartoe het attribuut behoort. Controleer of het veld Attribuut Naam de naam bevat van het zichtbaar of onzichtbaar te maken attribuut. Als dat niet het geval is, vul dan de naam van het attribuut in. Kies optie Zichtbaarheid. Kies optie: Alle attributen zichtbaar Alle attributen onzichtbaar Voor het zichtbaar maken van het attribuut voor alle symbolen in de tekening. Voor het onzichtbaar maken van het attribuut voor alle symbolen in de tekening. STAP 6: Kies de symbolen waarvan u de zichtbaarheid van het attribuut wilt veranderen. Wijzig de inhoud van een attribuut als volgt: [Symbool attributen (snel)] op menukaart EB functies STAP 4: STAP 5: Kies het soort symbool waartoe het attribuut behoort. Controleer of het veld Attribuut Naam de naam bevat van het te wijzigen attribuut. Als dat niet het geval is, vul dan de naam het attribuut in. Vul het veld Standaardwaarde in met de nieuwe inhoud van het attribuut. Kies de symbolen waarvan u de inhoud van het attribuut wilt wijzigen Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 81

82 De attribuutnaam kan ook gewijzigd worden naar een andere willekeurige attribuut en de inhoud kunt u dan wijzigen door het aanpassen van de standaard waarde Uitgebreide methode Wijzig als volgt één of meer attribuuteigenschappen: [Symbool attributen (uitgebreid)] op menukaart EB functies Kies eventueel een symboolfilter of stel er één samen (zie paragraaf 3.5. Filters, p. 88 ). Kies optie: gehele tekening gedeelte van de tekening Voor het aanpassen van attribuuteigenschappen van alle symbolen in de tekening. Als u symbolen wilt kiezen waarvan u de attribuuteigenschappen wilt aanpassen. Als u deze optie kiest, kunt u vervolgens de symbolen in de tekening kiezen. STAP 4: STAP 5: STAP 6: STAP 7: Klik [OK]. Kies het attribuuttype dat u wilt wijzigen. Als het attribuuttype niet voorkomt in de lijst, vul dan de naam van het attribuut in het veld naam in. Kies de eigenschappen die u wilt aanpassen (kleur, teksthoogte, zichtbaarheid of inhoud). Klik [OK] Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

83 Figuur 70: Attribuuteigenschappen aanpassen STAP 8: STAP 9: STAP 10: Voor het aanpassen van nog meer attribuuteigenschappen, klik [Toevoegen] en ga dan verder vanaf stap 5. Als u een attribuuteigenschap niet wilt aanpassen, kies de eigenschap en klik [Verwijderen]. Klik [OK]. Met deze functie kunnen alle attributen snel worden aangepast door de hele tekening. Overzicht attributen: Attribuut Attribuutomschrijving Aanwezig in: ARTNR Artikeltype Referentietabel VDB Bladverwijzing Verwijslabel, contact VDS Stramienverwijzing Verwijslabel, contact MANUFACTURER Fabrikant Referentietabel RC Locatiecode Toetsel, klem PNAME Toestelnaam (Kenteken apparaat) Toestel, klem RNAME Kenteken contact Contact LNAME Kenteken paneeltoestel Paneeltoestel BNAME Kenteken referentietabel Referentietabel TNAME Verwijslabelattribuut Verwijslabel ID Klemmenstrooknaam Klem NO Klemnummer Klem K1,K2... Contactnummers (spoel) Toestel (relais) 1,2,3... Contactnummers Contact, referentietabel 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 83

84 Attribuut Attribuutomschrijving Aanwezig in: VOLTAGE Potentiaallabel Potentiaallabel LINENUM Draadnummer Draadnummerlabel CABLE1... Kabel Kabellabel VEIN... Ader Aderlabel I1,I2... Aansluitpunt toestel voor klemmenstrook (Wordt gegenereerd) 3.4. Database functies Artikelen beheren U kunt de artikelen in de module EB met StabiBASE beheren. Kies hiervoor in StabiBASE menu Beheer - EB Artikelen beheer In het dialoogvenster dat verschijnt kunt u de EB artikelen beheren. Het is mogelijk deze artikelen aan toestelsymbolen in EB-tekeningen toe te kennen (zie paragraaf 2.8. Materiaal toekennen, p. 66 ). Het dialoogvenster toont een overzicht van alle artikelen in de artikeldatabase. U kunt ook een artikelfilter toepassen om slechts een gedeelte van de artikelen in de artikeldatabase zichtbaar te maken (zie ook paragraaf 3.5. Filters, p. 88 ). Artikelbewerkingen De volgende bewerkingen kunt u uitvoeren in de artikeldatabase met button: Button [Toevoegen] [Verwijderen] [Wijzigen] [Kopiëren] [Importeren] Bewerking Artikel aan de artikeldatabase toevoegen. Er verschijnt een dialoogvenster waarmee u de artikelgegevens kunt invoeren. Zie voor meer details paragraaf Artikelgegevens invullen, p. 85. Eén of meerdere artikelen uit de database verwijderen. Artikelgegevens in de database wijzigen. Er verschijnt een dialoogvenster waarmee u de artikelgegevens kunt wijzigen. Zie voor meer details paragraaf Artikelgegevens invullen, p. 85. Artikel in de artikeldatabase kopiëren. Er verschijnt een dialoogvenster waarmee u de artikelgegevens kunt invullen. Zie voor meer details paragraaf Artikelgegevens invullen, p. 85. Importeren artikelgegevens. Zie voor meer details paragraaf "3.4.4.Stamgegevens importeren p. 87" Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

85 Favoriete fabrikanten Per artikelklasse kunt u één of meerdere favoriete fabrikanten kiezen. Bij het toekennen van materiaal aan toestelsymbolen kunt u hiervan gebruik maken. Favoriete fabrikanten zijn bedoeld voor bijvoorbeeld als u tijdens het koppelen van materialen aan de lampjes (Symbooltype H) in de tekening alleen de fabrikaat ETAP wil zien i.p.v alle aanwezige fabrikanten. Voeg favoriete fabrikant als volgt toe: STAP 4: STAP 5: Klik [Fabrikanten]. Kies een symbool typecode. Klik [Toevoegen]. Vul de fabrikantnaam in. Klik [OK]. Het is mogelijk in het dialoogvenster favoriete fabrikanten ook fabrikanten te verwijderen: Kies de fabrikant in de keuzeboom. Klik [Verwijderen] Artikelgegevens invullen Als u een artikel toevoegt of wijzigt in de database verschijnt een dialoogvenster met artikelgegevens (zie figuur 71). Het dialoogvenster maakt onderscheid tussen administratieve, functionele en geometrische gegevens Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 85

86 Figuur 71: Artikelgegevens Administratieve gegevens De administratieve gegevens bevatten de algemene specificaties van een artikel: Fabrikant. Artikeltype. Bestelnummer. De combinatie Fabrikant, Artikeltype en Bestelnummer moeten voor ieder artikel uniek te zijn. Interne code. Symbool typecode. Dit komt overeen met het symbooltypeletter die u kunt instellen met de functie type aanpassen (zie paragraaf Type informatie aanpassen, p. 38 ). Montage wijze. Leverbaar. Opsteker. Omschrijvingen. Contactnummers. Dit zijn de contactnummers van de hoofdaansluitingen van het toestel. Bijvoorbeeld bij een relais zijn dit de aansluitingen van de bekrachtiging. Bij het invullen van een contactnummer in het laatste contactnummerveld, verschijnt automatisch nieuwe invulruimte. Functionele gegevens De functionele gegevens zijn belangrijk voor toestellen met contacten. Geef voor elk contact van het toestel het contacttype en de contactnummers aan. Bij het invullen van een waarde op de laatste regel van het functionele overzicht, verschijnt automatisch nieuwe invulruimte. Geometrische gegevens Geometrische gegevens zijn de fysieke eigenschappen van het artikel. Deze gegevens gebruikt StabiCAD bij het plaatsen van toestellen op paneelbladen (zie paragraaf Toestellen tekenen, p. 70 ) Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

87 De volgende gegevens kunt u invullen: Kleur. Vorm. Hierbij is de keuze rechthoek of cirkel. Lengte. Breedte. Gewicht. Symbool. Als hier een symboolnaam is ingevuld dan gebruikt StabiCAD het symbool bij het plaatsen van het toestel op een paneelblad. Het symbool dient in een map in de kastsymboolmap te staan. U kunt de locatie van de kastsymbolen instellen in StabiBASE. Kies hiervoor StabiBASE menu Configuratie - Bibliotheken, Parameters en Lagen - tabblad Bibliotheken. De instelling heet Kastaanzichtsymbolen EB. Wanneer de symboolnaam niet wordt ingevuld dan gebruikt StabiCAD de lengte, breedte of diameter uit de geometrische gegevens. In de symboolnaam mogen geen streepjes voorkomen en de naam moet worden ingevuld zonder dwg extensie (bijvoorbeeld: relais) Artikelgegevens synchroniseren StabiCAD slaat de artikelgegevens op in de EB-tekening als u het artikel toekent aan een symbool. Daardoor is het mogelijk de tekening met andere gebruikers uit te wisselen zonder gebruik te maken van de artikeldatabase. U kunt de artikelgegevens in de database in overeenstemming brengen met de artikelgegevens in een EB-tekening door te synchroniseren. Synchroniseren van database naar tekening Werk de artikelgegevens in de tekening bij met de gegevens in de artikeldatabase met button: [Synchronisatie van database naar tekening] op menukaart EB functies Synchroniseren van tekening naar database Werk de artikeldatabase bij met de artikelgegevens in de tekening met button: [Synchronisatie van tekening naar database] op menukaart EB functies StabiCAD voegt alleen nieuwe artikelen aan de database toe, artikelen die al bestaan blijven ongemoeid Stamgegevens importeren Het is mogelijk stamgegevens (administratieve- en geometrischegegevens) voor EB-artikelen Beheer te importeren. Klik in StabiBASE [Beheer] en selecteer EB Artikelen Beheer Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 87

88 Klik [Importeer]. Selecteer het artikelbestand en klik [Open]. Let op! Het artikelbestand met stamgegevens moet worden aangeleverd in ASCII-formaat met tab-gescheiden velden. De volgorde van de velden is als volgt: Velden Verplichte invulling Fabrikant Artikeltype Bestelnummer Interne code Symbooltype code A...Z Montagewijze Leverbaar Opsteker ja, nee ja, nee Omschrijving 1 Omschrijving 2 Omschrijving 3 Omschrijving 4 Omschrijving 5 Omschrijving 6 Kleur Vorm Rechthoek, Rond Lengte (mm) Breedte (mm) Hoogte (mm) Gewicht (gr) Diameter (mm) Symboolnaam 3.5. Filters U kunt bij diverse functies gebruik maken van een filter. De module EB heeft een symboolfilter en een artikelfilter. Het instellen en gebruik van dbeide filters is gelijk. Met een symboolfilter is Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

89 het mogelijk symbolen te filteren op eigenschappen van symbolen en attributen. Met een artikelfilter kunt u artikelen filteren op artikeleigenschappen. Zie figuur 72 voor een dialoogvenster voor het instellen van een filter. Figuur 72: Symbool filter Filter kiezen Maak een filter actief door het filter te kiezen in het bovenste veld van het dialoogvenster. De filtervoorwaarden zijn zichtbaar in de lijst onder de filternaam Filtervoorwaarde toevoegen Voeg als volgt een filtervoorwaarde toe: STAP 4: STAP 5: Klik [Toevoegen]. Kies de eigenschap waarop u wilt filteren. Kies indien mogelijk de bewerking. Kies indien mogelijk de waarde. Klik [OK] Filtervoorwaarde verwijderen Verwijder als volgt een filtervoorwaarde: Kies de filtervoorwaarde die u wilt verwijderen. Klik [Verwijderen]. Verwijder in één keer alle filtervoorwaarden door [Alles Verwijderen] te klikken Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 89

90 Filtervoorwaarde wijzigen Wijzig als volgt een filtervoorwaarde: STAP 4: Kies de filtervoorwaarde die u wilt wijzigen. Klik [Wijzigen]. Verander de eigenschap, bewerking of waarde. Klik [OK] Filters beheren De filters en de filtervoorwaarden kunt u bewaren door de naam van het filter in het bovenste veld in te vullen en vervolgens [Opslaan] te klikken. Module EB slaat de filters op in een filterdatabase. Verwijder een filter uit de filterdatabase door het filter in het bovenste veld te kiezen en vervolgens [Verwijderen] te klikken EB tekeningen converteren Inleiding Bij iedere nieuwe versie van StabiCAD V kan het formaat van EB tekeningen veranderen. Hierdoor kan het nodig zijn om EB-tekeningen, die met een vorige versie getekend zijn, te converteren Tekening converteren Bij het opstarten van een tekening van een vorige versie vraagt StabiCAD bij het uitvoeren van een EB-functie om de tekening te converteren. Als u de tekening wilt converteren klik [Ja]. Het is ook mogelijk de tekening op een later tijdstip te converteren. Start het converteren handmatig met button: [Conversie van EB-symbolen] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap De volgende activiteiten worden uitgevoerd binnen de EB conversie: Synchronisatie van prompts attributen met de bladstempels. Alle symbolen worden aangepast aan de type informatie die is vastgelegd in de TYPE.DBF Voert het automatisch koppelen van verwijslabels uit indien er verwijslabels zijn gevonden die oorspronkelijk geen EED hadden en na de voorgaande stap wel. Diverse standaard EB-blokken worden geconverteerd indien de samenstelling is gewijzigd sinds een bepaalde StabiCAD versie. Diverse standaard EB-blokken worden gecreëerd indien deze nog niet aanwezig waren, omdat ze in vorige StabiCAD versies niet noodzakelijk aanwezig waren. (Bijvoorbeeld blocks TERMID, CABLELABEL) Voegt Ix (waarbij x een nummer is groter dan 0) attributen toe aan contact- en toestelsymbolen op de posities waar de symbolen een polylijn openbreken. Ix attributen worden gebruikt om te bepalen welk contactnummer hoort bij een bepaalde aansluiting Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

91 De waarde van x komt dus overeen met de tagnaam van het contactnummerattribuut van het contactsymbool of de tagnaam van het contactnummerattribuut, voorafgegaan door een 'K' teken, van het toestelsymbool. Ix attributen worden alleen toegevoegd indien het aantal polylijnen waarmee het toestel is verbonden groter of gelijk is aan het aantal contactnummers binnen het toestelsymbool. Bouwt een AutoCAD registry van toegepaste potentialen op. Zet het huidige StabiCAD versienummer als versienummer in de tekening Tekeningen van versies voor 5.23 converteren De bladen van versies voor StabiCAD 5.23 hebben de volgende structuur: Bladtype CIR PWR TRM LAY IND Bladsoort voor Zwakstroomschakelingen Sterkstroomschakelingen Klemmenstroken Kastaanzichten Indexbladen De bladen van versies vanaf StabiCAD 5.23 hebben een nieuwe bladstructuur. Met de nieuwe bladstructuur is het niet meer mogelijk om bladen met gelijke bladnummers aan te maken. Als u oude tekeningen met bladen met identieke bladnummers converteert, verschijnt automatisch een dialoogvenster waarin u de bladnummers kunt omnummeren. Tekeningen van versies voor 5.23 niet converteren Het is mogelijk om oude tekeningen (met de oude bladstructuur) af te beelden zonder de bladstructuur te converteren. Omdat bepaalde blad-gerelateerde functies geïntegreerd zijn in de bladverkenner (die met de nieuwe bladstructuur werkt) kunt u voor oude tekeningen met de volgende functies: Bladen indexeren (zie ook paragraaf Bladen indexeren, p. 71 ) met button: [Blad-indexeren] op menukaart EB functies Plotten (zie ook paragraaf Bladen printen of plotten, p. 72 ) met button: [Plotten] op menukaart EB functies Eigen symbolen van versies voor 5.23 U kunt eigen symbolen van een versie voor StabiCAD 5.23 converteren met button: [Converteren gebr.bibliotheek] op menukaart EB functies tabblad Gereedschap 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 91

92 SHT bladen in de bladverkenner Meest voorkomende oorzaken SHT Bladen: Eigengemaakte symbolen. Entiteiten kopiëren en plakken (Windows commando) van ene naar andere blad. Entiteiten kopiëren/ verplaatsen van ene naar andere blad. Oplossingen om probleem te voorkomen: Maakt symbolen aan via de functie "symbool maken". Gebruikt de functie "schemadelen verplaatsen" of schemadelen kopiëren" om entiteiten de verplaatsen of te kopiëren. Problemen oplossen: Maakt gebruikt van het AutoCAD commando "Filter" om entiteiten op te sporen. Maak een kopie van de tekening om deze veilig te stellen. Wanneer u een blad verwijderd uit de bladverkenner dan moet dat blad ook echt verdwijnen uit de bladverkenner. Als dit niet gebeurt dan staat er nog een onzichtbare entiteit op dat blad. Verwijder een ander blad waar u denkt dat de entiteit op kan staan. Kijk in de commandoregel van AutoCAD als daar de laag (blad) tussen staat die u niet kon verwijderen. Als dit niet zo is, dan verwijdert u nog meer bladen. Als de laag (blad) die u niet kon verwijderen er wel bij staat, dan stond de entiteit in ieder geval op het laatste blad dat u verwijderd heeft en/of voorgaande bladen). Deleting layer "SHT00044". Deleting layer "SHT00002". 2 layers deleted. Zet de kopie terug en zorg dat u nog een kopie heeft. Nu kunt u op het laatst verwijderde blad zoeken welk entiteit er op de niet te verwijderen laag (blad) staat. Bekijk de entiteiten door een LIST te doen op de entitieten. Als u de entiteit heeft gevonden dan kunt u deze verwijderen en opnieuw plaatsen Opbouw prototype tekening In dit hoofdstuk wordt omschreven hoe een EB-prototype is opgebouwd Bestand - locaties en namen De inhoud van de kaderdirectories kan worden uitgebreid met eigen prototypen. Locatie prototypen directory: \StabiCAD\Kader-EB\* - Bijvoorbeeld: A3-20_5.dwg A3 = Formaat 20 = Stramienen 5 = Snap Locatie prototypen directory met paneelbladen: \StabiCAD\Kader-EB-Kast\* - Bijvoorbeeld: A3-HOR.DWG A3 = Formaat HOR = Horizontaal kader Lagenstructuur EB-tekening Binnen de module EB worden een aantal verschillende typen bladen onderscheiden: Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

93 Sjabloon bladen: Elementen op deze bladen worden automatisch gekopiëerd wanneer nieuwe bladen van hetzelfde type worden aangemaakt. Voorbladen: Elementen op deze bladen zijn zichtbaar zodra een blad van hetzelfde type zichtbaar is. Op deze laag worden kaders geplaatst als het kader per bladtype moet verschillen. Laag 0: Elementen op deze laag zijn altijd zichtbaar. In het verleden werden hier bijvoorbeeld bedrijfslogo's op geplaatst. Vanaf StabiCAD V 5.40 niet meer in verband met de introductie van schaal-afhankelijke paneelbladen. Plaats het logo op de verschillende sjabloonbladen of voorbladen. Van bovenstaande lagen zijn de sjabloonbladen en laag 0 verplicht aanwezig in een EBtekening. Voorbladen mogen aanwezig zijn. Naast deze lagen kan ook een Z$ laag aanwezig zijn. Deze laag bevat vaak inserts van blokken die nooit uit de tekening gepurged mogen worden. Indien de laag Z$ deel uitmaakt van de tekening, dan moet deze laag gelockt zijn. Hierop staan bijvoorbeeld: INDEXDAT, TERMINAL BLOK, CABLE en VEINNUM. De volgende lagen zijn aanwezig in een EB-tekening en representeren de sjabloonbladen: Laagnaam IND00000 LAY00000 CIR00000 PWR00000 TRM00000 Omschrijving van het veld Index sjabloonblad Algemeen sjabloonblad Stuurstroom sjabloonblad Hoofdstroom sjabloonblad Klemmenstrook sjabloonblad De volgende lagen kunnen aanwezig zijn in een EB-tekening en representeren de voorbladen: Laagnaam INDVB LAYVB CIRVB PWRVB TRMVB Omschrijving van het veld Index voorblad Algemeen voorblad Stuurstroom voorblad Hoofdstroom voorblad Klemmenstrook voorblad Let er bij het aanmaken van de lagen op dat er uitsluitend hoofdletters worden gebruikt. Maak alleen gebruik van voorbladen wanneer u verschillende kaders in één tekening gebruikt/plaatst Blokken binnen een prototypetekening Blokken als bladstempels Op elk blad komt precies één bladstempel voor. Ieder sjabloonblad heeft daarom ook één bladstempel, waardoor nieuw aangemaakte bladen automatisch van een bladstempel worden 2005 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 93

94 voorzien. Een bladstempel is een insert met attributen van één blok met een bloknaam die begint met de tekenreeks 'DATA'. De overige voorwaarden voor bladstempels zijn: De naam van het blok moet altijd uit hoofdletters bestaan. De stempelinformatie wordt opgeslagen in de attributen. Deze attributen moeten op laag 0 staan en op de juiste positie. Vul altijd een standaardwaarde in bij de attribuutdefinitie voor het bladnummer (attribuutnaam SHEET). Zo is een bladstempel altijd terug te vinden in de tekening. Om het blok 'intelligent' te maken moet de EB-conversie uitgevoerd worden (zie paragraaf "3.6.2.Tekening converteren p. 90"). In het verleden werden de prompts van de attributen opgeslagen in een registry binnen de AutoCAD tekening. Het nadeel hiervan is dat deze prompts niet eenvoudig veranderd kunnen worden. Vanaf StabiCAD V 5.50 en LT 2.53 wordt de genoemde registry automatisch met de bladstempels gesynchroniseerd door het uitvoeren van een EB-conversie. In de prototypetekeningen die standaard met het pakket meegeleverd worden, is een voorbeeld van een datablok te vinden. Project attribuutnamen: Attribuutomschrijving Attribuut Omschrijving vrije velden Projectnaam PRNAAM Omschrijving PROMSCHR Pad PRPATH Datum PRDATUM Status PRSTATUS Projectnummer PRNUMMER (Vrij veld 1) Opdrachtgever 1 PROPDRGVR1 (Vrij veld 2) Opdrachtgever 2 PROPDRGVR2 (Vrij veld 3) Groepleider PRGRLEID (Vrij veld 4) Projectleider PRPRLEID (Vrij veld 5) Referentiepunt PRREFPUNT (Vrij veld 6) Architect PRVRIJ1 (Vrij veld 7) Referentie PRVRIJ2 (Vrij veld 8) Adres Arch. PRVRIJ3 (Vrij veld 9) Woonplaats Arc PRVRIJ4 (Vrij veld 10) Adres opdrg. PRVRIJ5 (Vrij veld 11) Wplts opdrg. PRVRIJ6 (Vrij veld 12) Adres opdrg. 2 PRVRIJ7 (Vrij veld 13) Wplts opdrg. 2 PRVRIJ8 (Vrij veld 14) Vrij in te vullen veld PRVRIJ9 (Vrij veld 15) Vrij in te vullen veld PRVRIJ10 (Vrij veld 16) Tekening attribuutnamen: Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

95 Attribuutomschrijving Attribuut Omschrijving vrije velden Tekening file TKFILE Omschrijving1 TK1OMSCHR Omschrijving2 TK2OMSCHR Initialen TKINIT Schaal TKSCHAAL Formaat TKFORMAAT Type TKTYPE Datum aanmaak TKDATCREAT Fase TKFASE Tekeningnummer TKTEKNR (Vrij veld 1) Bladnummer TKBLADNR (Vrij veld 2) Volgnummer TKVOLGNR (Vrij veld 3) Discipline TKDISCIP (Vrij veld 4) Referentiepunt TKREFPUNT (Vrij veld 5) Vrij in te vullen veld TKVRIJ1 (Vrij veld 6) Vrij in te vullen veld TKVRIJ2 (Vrij veld 7) Vrij in te vullen veld TKVRIJ3 (Vrij veld 8) Vrij in te vullen veld TKVRIJ4 (Vrij veld 9) Vrij in te vullen veld TKVRIJ5 (Vrij veld 10) Vrij in te vullen veld TKVRIJ6 (Vrij veld 11) Vrij in te vullen veld TKVRIJ7 (Vrij veld 12) Vrij in te vullen veld TKVRIJ8 (Vrij veld 13) Vrij in te vullen veld TKVRIJ9 (Vrij veld 14) Vrij in te vullen veld TKVRIJ10 (Vrij veld 15) Vrij in te vullen veld TKVRIJ11 (Vrij veld 16) Om gegevens vanuit StabiBASE te importeren in de tekening moeten de attribuutnamen overeenkomen met de StabiBASE attributen. Dit is afhankelijk van project of tekening. Attributen die niet in StabiBASE voorkomen zijn bladafhankelijk en moeten met de tekeningstempel functie handmatig worden ingevuld. Omschrijving vrije velden zijn aan te passen in StabiBASE : (menu: Configuratie - Vrije velden ) Dit zijn de gegevens die te zien zijn bij project- en tekeningeigenschappen Blok voor 'blad van ' gegevens Op elk blad komt maximaal één insert voor van een blok waarin blad/van gegevens worden opgeslagen. Dit blok moet voldoen aan de volgende voorwaarden: De naam van het blok is gelijk aan SHEETCOUNT. De naam bestaat dus volledig uit hoofdletters. Het blok bevat twee zichtbare attributen met de namen TELLER en NOEMER. Bij ingevulde waarden ziet de tekst er als volgt uit: Blad TELLER van NOEMER. De genoemde attributen moeten op laag 0 staan en op de juiste positie Blok voor tekeninginstellingen De tekeninginstellingen worden opgeslagen in een zogenaamd onzichtbaar blok in de tekening om dataverlies bij uitwisselen van tekeningen te voorkomen. Alle tekeninggebonden instellingen worden opgeslagen in het blok met de bloknaam SETTINGS Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 95

96 Het is mogelijk de tekeninginstellingen uit te lezen. Start CAD-menu's en open de menukaart EB functies. Op het s, klik Tekening gebonden instellingen. De instellingen worden opgeslagen in het blok: SETTINGS. Bij het opslaan van de tekening, wordt het blok iedere keer herschreven. Bij opslaan van de tekening verschijnt de melding: Redefining block "SETTINGS". Voor uitleg over tekeninggebondeninstellingen zie "3.2.2.Tekeninginstellingen p. 77" Blokken op indexbladen De regels op een indexblad met informatie over de diverse bladen binnen de tekening zijn ook inserts van een blok. De reden hiervoor is dat de gebruiker invloed kan hebben op de te tonen informatie op indexbladen. Aan de inserts worden de volgende voorwaarden gesteld: De naam van het blok is gelijk aan INDEXDAT. De naam bestaat dus volledig uit hoofdletters. Het blok bestaat uit diverse attributen. De namen van attributen komen overeen met de namen van de attributen binnen de tekeningstempels vanwaar de gegevens moeten worden overgenomen, maar beginnen altijd met de tekenreeks 'IND'. Zie paragraaf " Blokken als bladstempels p. 93" voor meer informatie over bladstempels. Elk attribuut dat voorkomt in bladstempels kan dus zichtbaar gemaakt worden op indexbladen. Bijvoorbeeld: Het attribuut TKFASE wordt INDTKFASE. De attributen in het blok moeten op laag 0 staan en op de juiste positie, maar dan moet de tekeninginstelling voor de positie van de eerste regel van een indexblad wel op (0, 0) staan. Vul altijd een standaardwaarde in bij de attribuutdefinitie voor het bladnummer (attribuutnaam INDSHEET). Zo kan een indexblad-blok altijd worden teruggevonden in de tekening. Het blok moet op de gelockte Z$ laag geplaatst worden in verband met purge. In de directory..\stabicad\support\* is een voorbeeld van een INDEXDAT blok te vinden Blokken op klemmenstrookbladen Op klemmenstrookbladen komen 4 soorten blokken voor met een speciale betekenis. Deze paragraaf geeft de benodigde informatie over deze 4 soorten blokken: Een insert van blok TERMID komt altijd één maal voor op een klemmenstrookblad. Het sjabloonblad voor klemmenstrookbladen heeft daarom ook één TERMID insert, waardoor nieuw aangemaakte klemmenstrookbladen automatisch van een TERMID insert worden voorzien Het blok TERMID bevat attributen voor de locatie en de naam van de klemmenstrook waartoe het klemmenstrookblad behoort: 1. LC: Locatiecode 2. TERM: Klemmenstrooknaam De attributen in het blok moeten op laag 0 staan en op de goede positie. De naam van het blok bestaat dus uitsluitend uit hoofdletters. Ieder klemmenstrookblad bevat meerdere inserts van het blok TERMINAL en geeft de aansluitgegevens van één klem weer. Bij het aanmaken van een klemmenstrookblad worden de TERMINAL inserts automatisch geplaatst aan de hand van enkele tekeninginstellingen: Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

97 Figuur 73: Gegevens opmaak klemmenstrook Het blok TERMINAL bevat de volgende attributen: 1. FROMWIRE: draadnummer van de aansluiting aan de linkerzijde van de klem. 2. FROMDEVICE: toestelcodering (evt. met contactnummer) van het aangesloten apparaat of de aanduiding van de potentiaal aan de linkerzijde van de klem. 3. ROW: nummer van de klem 4. TOWIRE: draadnummer van de aansluiting aan de rechterzijde van de klem. 5. TODEVICE: toestelcodering (evt. met contactnummer) van het aangesloten apparaat of de aanduiding van de potentiaal aan de rechterzijde van de klem. 6. SHEET: nummer van het blad waarop het klemsymbool is te vinden. 7. COLUMN: nummer van het stramien waarbinnen het klemsymbool is te vinden. In de directory..\stabicad\support\* is een voorbeeld van een TERMINAL blok te vinden. Vanaf StabiCAD 5.50 zijn en/ of worden twee attributen toegevoegd aan het TERMINAL blok. SHEET: bladummer COLUMN: stramiennummer Deze attributen worden automatisch toegevoegd tijdens het converteren van een tekening waarin de attributen nog niet aanwezig zijn. De zichtbaarheid van deze attributen kan worden geregeld door de tekeninggebondeninstellingen. Blok CABLE bevat informatie over de kabels die verbonden zijn met de klemmenstrook. De invoegposities van de blokken worden bepaald door de tekeninginstellingen. Het blok CABLE bevat de volgende attributen: 1. NAME: omschrijving van de kabel 2. TYPE: kabeltype De attributen in het blok moeten op laag 0 staan en op de goede positie. De naam van het blok bestaat dus uitsluitend uit hoofdletters. Blok VEINNUM bevat informatie over de aders van kabels die verbonden zijn met de specifieke klemmen op een klemmenstrook. De invoegposities van de blokken worden bepaald door de tekeninginstelling. Het blok VEINNUM heeft één attribuut, namelijk NUMBER. Dit attribuut wordt gebruikt om de aanduiding van de ader in te vullen. Het attribuut moet op laag 0 staan en op de goede positie. De naam van het blok bestaat dus uitsluitend uit hoofdletters Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 97

98 Entiteiten op Sjabloonbladen Indexblad (IND00000) Maak van onderstaande entiteiten aparte blokken. Zet de entiteiten op laag 0, en importeer de blokken op laag IND Figuur 74: Indexblad Kader: Bijvoorbeeld A3 (420x297), limits (0,0), (420,297) (snap op 2 of 5) Kolommen: Kolomraster Bedrijfslogo DATA***: Vul het bladsoort "Indexblad" in en bij bladnummer: "-". (zie paragraaf " Blokken als bladstempels p. 93") SHEETCOUNT: (zie paragraaf " Blok voor 'blad van ' gegevens p. 95") Algemeenblad (LAY00000) Maak van onderstaande entiteiten aparte blokken. Zet de entiteiten op laag 0, en importeer de blokken op laag LAY Figuur 75: Algemeenblad Kader: Bijvoorbeeld A3 (420x297), limits (0,0), (420,297) (snap op 2 of 5) Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

99 Bedrijfslogo DATA***: Vul het bladsoort "Algemeen" in en bij bladnummer: "-". (zie paragraaf " Blokken als bladstempels p. 93") SHEETCOUNT: (zie paragraaf " Blok voor 'blad van ' gegevens p. 95") Stuurstroomblad (CIR00000) Maak van onderstaande entiteiten aparte blokken. Zet de entiteiten op laag 0, en importeer de blokken op laag CIR Figuur 76: Stuurstroomblad Kader: Bijvoorbeeld A3 (420x297), limits (0,0), (420,297) (snap op 2 of 5) Bedrijfslogo DATA***: Vul het bladsoort "Stuurstroom" in en bij bladnummer: "-". (zie paragraaf " Blokken als bladstempels p. 93") SHEETCOUNT: (zie paragraaf " Blok voor 'blad van ' gegevens p. 95") Stuurstroom Voedingen: Plaats op laag CIR00000 stuurstroom - voedingslijnen. Start CAD-menu's en open de menukaart EB functies. Op het tabblad Schemadelen, klik Stuurstroom voedingslijnen Hoofdstroomblad (PWR00000) Maak van onderstaande entiteiten aparte blokken. Zet de entiteiten op laag 0, en importeer de blokken op laag PWR Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 99

100 Figuur 77: Hoofdstroomblad Kader: Bijvoorbeeld A3 (420x297), limits (0,0), (420,297) (snap op 2 of 5) Bedrijfslogo DATA***: Vul het bladsoort "Hoofdstroom" in en bij bladnummer: "-". (zie paragraaf " Blokken als bladstempels p. 93") SHEETCOUNT: (zie paragraaf " Blok voor 'blad van ' gegevens p. 95") Hoofdstroom Voedingen: Plaats op laag PWR00000 hoofdstroom - voedingslijnen. Start CAD-menu's en open de menukaart EB functies. Op het tabblad Schemadelen, klik Hoofdstroom voedingslijnen Klemmenstrookdstroomblad (TRM00000) Maak van onderstaande entiteiten aparte blokken. Zet de entiteiten op laag 0, en importeer de blokken op laag TRM Figuur 78: Klemmenstrookblad Kader: Bijvoorbeeld A3 (420x297), limits (0,0), (420,297) (snap op 2 of 5) Bedrijfslogo Raster: Kolomraster DATA***: Vul het bladsoort "Hoofdstroom" in en bij bladnummer: "-". (zie paragraaf " Blokken als bladstempels p. 93") SHEETCOUNT: (zie paragraaf " Blok voor 'blad van ' gegevens p. 95") Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

101 TERMID: (zie paragraaf " Blokken op klemmenstrookbladen p. 96") In de prototypetekeningen die standaard met het pakket meegeleverd worden, is een voorbeeld van een kolomraster te vinden Overige laag (Z$) INDEXDAT: (zie paragraaf " Blokken op indexbladen p. 96") TERMINAL: (zie paragraaf " Blokken op klemmenstrookbladen p. 96") CABLE: (zie paragraaf " Blokken op klemmenstrookbladen p. 96") VEINNUM: (zie paragraaf " Blokken op klemmenstrookbladen p. 96") Paneelblad Locatie prototype directory met paneelbladen: \StabiCAD\Kader-EB-Kast\*. Zet alle entiteiten op laag 0 op de juiste positie. Figuur 79: Paneelblad Werking bladstructuur Bij het aanmaken van een nieuw blad, wordt het sjabloonblad gekopiëerd naar het nieuwe blad. Dit geldt voor alle type bladen met uitzondering van paneelbladen. Figuur 80: Bladstructuur Bij de paneelbladen wordt het bestand uit de Kader-EB-Kast directory gekopieerd naar het aan te maken blad. Bijvoorbeeld: Stuurstroom blad 5: De inhoud van laag CIR00000 wordt gekopieerd naar SHT Bijvoorbeeld: Paneelblad 10, A3 horizontaal: De \StabiCAD\Kader-EB-Kast\A3-HOR.dwg wordt gekopieerd naar SHT Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A 101

102 Welke lagen staan aan als het stuurstroom blad 5 actief is in de bladfunctie - Laag 0 - Laag SHT Laag CIRVB (indien gebruikt wordt gemaakt van voorbladen) Welke lagen staan aan als het paneel blad 10 actief is in de bladfunctie - Laag 0 - Laag SHT Stabiplan BV - Doc. nummer: M-EB-NL - Versie: R3A

1. Inleiding... 3. 2. Instellingen maken... 4. 3. Toestellen plaatsen... 5. 4. Leidingen tekenen... 6

1. Inleiding... 3. 2. Instellingen maken... 4. 3. Toestellen plaatsen... 5. 4. Leidingen tekenen... 6 StabiCAD V Koeling Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Instellingen maken... 4 3. Toestellen plaatsen... 5 4. Leidingen tekenen... 6 4.1. Leidingschaal instellen....................................... 6

Nadere informatie

1. Werken met StabiCAD V Sparingen... 3. 1.1. Inleiding... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond... 3 1.3. Verwante modules... 3

1. Werken met StabiCAD V Sparingen... 3. 1.1. Inleiding... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond... 3 1.3. Verwante modules... 3 StabiCAD V Sparingen Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V Sparingen... 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond.....................................

Nadere informatie

StabiCAD V Applicatiebeheer

StabiCAD V Applicatiebeheer StabiCAD V Applicatiebeheer Inhoudsopgave 1. Applicatiebeheer StabiCAD V... 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.2. Gebruikersbeheer...........................................

Nadere informatie

StabiCAD V Veiligheid

StabiCAD V Veiligheid StabiCAD V Veiligheid Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V Veiligheid... 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond.....................................

Nadere informatie

StabiCAD V Gasleidingberekening

StabiCAD V Gasleidingberekening StabiCAD V Gasleidingberekening Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V Gasleidingberekening.. 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.2. Verwante modules...........................................

Nadere informatie

Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar

Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar ! Bijlage inlezen nieuwe tarieven (vanaf 3.2) Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar Scipio 3.303 biedt ondersteuning om gebruikers alle tarieven van de verschillende verzekeraars in één keer

Nadere informatie

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland Handicom Symbol for Windows Image Manager (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland Inhoud Inleiding... 2 1. Image Manager hoofdscherm...3 1.1 Onderdelen van het venster...3 1.2 Het scherm veranderen...3 1.2.1

Nadere informatie

Handleiding 103: Collecte Database (CDB) voor Wijkhoofden

Handleiding 103: Collecte Database (CDB) voor Wijkhoofden Handleiding 103: Collecte Database (CDB) voor Wijkhoofden Gebruik handleiding 103: Deze handleiding is bestemd voor wijkhoofden en Vrienden die gegevens gaan verwerken en bewerken in een wijk binnen een

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Training MANUAL DE USUARIO NAC SPORT ELITE Version 1.3.400 Nacsport Training wwww.nacsport.com 1 Index 1- AFBEELDINGEN 2- OEFENINGEN 3- TRAINING 4- KALENDER Nacsport Training wwww.nacsport.com

Nadere informatie

Handleiding. Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011

Handleiding. Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011 Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Installatie van Evry... 4 3 Algemene weetjes... 5 4 Voedingsberekening (Nevo2006)... 6 4.1 Voedingsberekening

Nadere informatie

Handleiding MIJN SCIENCE-web (voor de hoofdgebruiker)

Handleiding MIJN SCIENCE-web (voor de hoofdgebruiker) Handleiding MIJN SCIENCE-web (voor de hoofdgebruiker) 1 Inhoud Handleiding voor schooladministratoren... 3 Het begin... 3 Kwaliteit van het systeem... 4 Eigen gegevens wijzigen... 5 Klassenbeheer... 6

Nadere informatie

I N H O U D S O P G A V E

I N H O U D S O P G A V E Rev 02 I N H O U D S O P G A V E 1 INLEIDING... 1 2 INSTELLINGEN DEFINIËREN... 1 2.1 Instellingen voor de export definiëren... 1 2.2 Instellingen voor de import definieren... 2 2.3 Layers toekennen...

Nadere informatie

Deutsche Bank Global Transaction Banking. Internet Bankieren. Beheren. www.deutschebank.nl

Deutsche Bank Global Transaction Banking. Internet Bankieren. Beheren. www.deutschebank.nl Deutsche Bank Global Transaction Banking Internet Bankieren Beheren www.deutschebank.nl Internet Bankieren Beheren 2 Beheren U heeft toegang tot Beheren via het menu links op het scherm. Via Beheren beheert

Nadere informatie

Inhoud van de website invoeren met de ContentPublisher

Inhoud van de website invoeren met de ContentPublisher Inhoud van de website invoeren met de ContentPublisher De inhoud van Muismedia websites wordt ingevoerd en gewijzigd met behulp van een zogenaamd Content Management Systeem (CMS): de ContentPublisher.

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Scan+ Introductie Met Scan+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

Beschrijvings SW gebruikers handleiding (V1.1) Voor Apple Macintosh computers Voor Macintosh Computer

Beschrijvings SW gebruikers handleiding (V1.1) Voor Apple Macintosh computers Voor Macintosh Computer Annotation SW User s Guide Beschrijvings SW gebruikers handleiding (V1.1) Voor Apple Macintosh computers Voor Macintosh Computer 2011. 5 PenAndFree Co.,Ltd 0 Deze handleiding beschrijft alle functies die

Nadere informatie

Symbol for Windows BlissEditor

Symbol for Windows BlissEditor Handicom Symbol for Windows BlissEditor ( Versie 4 ) Handicom, 2006, Nederland Inhoud 1. Inleiding... 2 2. Schermopbouw van de Bliss Editor...3 2.1 Werkbalk... 3 2.2 Matrix... 4 2.3 Palet met basisvormen,

Nadere informatie

HANDLEIDING FLEETCALCULATOR WWW.DUTCHLEASE.NL

HANDLEIDING FLEETCALCULATOR WWW.DUTCHLEASE.NL HANDLEIDING FLEETCALCULATOR WWW.DUTCHLEASE.NL Deze handleiding geeft een beschrijving van de mogelijkheden van de webcalculator. De volgorde van de onderwerpen is gelijk aan het proces dat wordt doorlopen

Nadere informatie

I N H O U D S O P G A V E

I N H O U D S O P G A V E Rev 02 I N H O U D S O P G A V E 1 INLEIDING... 1 2 EEN TIJDELIJKE AANDUIDING-OBJECT GENEREREN... 2 3 EEN MACRO EEN MET TIJDELIJKE AANDUIDING-OBJECT INVOEGEN... 7 4 EEN TIJDELIJKE AANDUIDING-OBJECT BEWERKEN...

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Office+ Introductie Met de module Office+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

www.digitalecomputercursus.nl 6. Reeksen

www.digitalecomputercursus.nl 6. Reeksen 6. Reeksen Excel kan datums automatisch uitbreiden tot een reeks. Dit betekent dat u na het typen van een maand Excel de opdracht kan geven om de volgende maanden aan te vullen. Deze voorziening bespaart

Nadere informatie

Algemeen. Beschrijving LA5 Systeembeheer. Administratieve applicaties voor tankstation en oliehandel. versie 5.2

Algemeen. Beschrijving LA5 Systeembeheer. Administratieve applicaties voor tankstation en oliehandel. versie 5.2 versie 5.2 Administratieve applicaties voor tankstation en oliehandel 1 Inleiding 2 Eerste keer opstarten 3 Beheren administraties 4 Kopieren rechten 1 6 Beheren groepen 7 Beheren gebruikers 10 Gebruikersrechten

Nadere informatie

Bestanden ordenen in Windows 10

Bestanden ordenen in Windows 10 Bestanden ordenen in Windows 10 Waar heb ik dat bestand ook al weer opgeslagen? Vraagt je jezelf dat ook regelmatig af, dan is het tijd om je bestanden te ordenen. Sla bestanden op in een map met een logische

Nadere informatie

Aan de slag met AdminView

Aan de slag met AdminView Aan de slag met AdminView uitgebreide handleiding S for Software B.V. Gildeweg 6 3771 NB Barneveld tel 0342 820 996 fax 0342 820 997 e-mail [email protected] web www.sforsoftware.nl Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.1, juli 2006

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.1, juli 2006 Handleiding XML Leesprogramma versie 2.1, juli 2006 Een uitgave van Dedicon Postbus 24 5360 AA GRAVE Tel.: (0486) 486 486 Fax: (0486) 476 535 E-mail: [email protected] 1 Inhoudsopgave 1.1 De-installatie...

Nadere informatie

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0 Tips en Tricks basis Microsoft CRM 2016 Revisie: versie 1.0 Datum: 23/03/2016 Inhoud 1. Basisinstellingen... 3 1.1 INSTELLEN STARTPAGINA... 3 1.2 INSTELLEN AANTAL REGELS PER PAGINA... 3 2. Algemene bediening...

Nadere informatie

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0 Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0 Een uitgave van Dedicon Postbus 24 5360 AA GRAVE Tel.: (0486) 486 486 Fax: (0486) 476 535 1 Inhoudsopgave 1. Installatie... 3 2. De-installatie... 3 3. Starten

Nadere informatie

Handleiding Zorgverzekeraar Winmens versie 7.29

Handleiding Zorgverzekeraar Winmens versie 7.29 Handleiding Zorgverzekeraar Winmens versie 7.29 Zorgverzekeraar oproepen Als u een zorgverzekeraar wilt oproepen om de gegevens te bekijken of te bewerken kunt boven in het zorgverzekeraars scherm, op

Nadere informatie

Ridder R8 Financieel: openen nieuw boekjaar

Ridder R8 Financieel: openen nieuw boekjaar Ridder R8 Financieel: openen nieuw boekjaar Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1. Nieuw boekjaar - Ridder R8 v8... 2 2. Journaalposten verplaatsen naar historie... 6 3. Koppeling met AccountView... 8 4.

Nadere informatie

HANDLEIDING Q1600 Fashion

HANDLEIDING Q1600 Fashion HANDLEIDING Q1600 Fashion Pag.: 1 Inhoudsopgave Inleiding...3 Beheer...4 Kleurlijsten beheren...4 Kleurlijst groep aanmaken...6 Kleurlijst groep verwijderen...6 Kleuren (kleurnummers) aanmaken/wijzigen...7

Nadere informatie

13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1

13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1 13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek 13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1 13.1. Inleiding...1 13.2. Icoonomschrijving...2 13.3. Menu Bestand...3 13.3.1. Nieuwe Bibliotheek maken... 3

Nadere informatie

Algemene basis instructies

Algemene basis instructies Inhoud: Algemene basis instructies... 2 Pictogrammen en knoppen... 2 Overzicht... 3 Navigeren (bladeren)... 3 Gegevens filteren... 4 Getoonde gegevens... 5 Archief... 5 Album... 5 Tabbladen en velden...

Nadere informatie

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 3) Handicom, 2006, Nederland

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 3) Handicom, 2006, Nederland Handicom Symbol for Windows Image Manager (Versie 3) Handicom, 2006, Nederland Inhoud 1. Image Manager hoofdscherm... 2 1.1 Onderdelen van het venster... 2 1.2 Het scherm veranderen... 2 1.3 Een andere

Nadere informatie

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in KraamZorgCompleet, zijn een aantal instellingen nodig:

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in KraamZorgCompleet, zijn een aantal instellingen nodig: Hoofdstuk 1 ZorgMail instellen en gebruiken Vanuit KraamZorgCompleet is het voortaan mogelijk om via ZorgMail beveiligd te communiceren met andere partijen in de zorg, mits zij ook zijn aangesloten bij

Nadere informatie

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen 2005 NCS Commissie Wedstrijdzwemmen Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

Handleiding om uw website/webshop aan te passen

Handleiding om uw website/webshop aan te passen Handleiding om uw website/webshop aan te passen ONDERWERP PAGINA 1. Hoe moet ik inloggen in het beheer? 2 2. Hoe pas ik een bestaande pagina aan? 2 3. Hoe plaats ik een afbeelding? 3 4. Hoe maak ik een

Nadere informatie

Update documentatie. KraamZorgCompleet versie 3.3. KraamzorgCompleet versie 3.3

Update documentatie. KraamZorgCompleet versie 3.3. KraamzorgCompleet versie 3.3 Update documentatie KraamZorgCompleet versie 3.3 KraamzorgCompleet versie 3.3 Inhoudsopgave Update documentatie versie 3.3 Hoofdstuk 1 Tarieven per verzekeringsconcern...1 1.1 Verzekeringsconcerns...1

Nadere informatie

AFO 113 Authoritybeheer

AFO 113 Authoritybeheer AFO 113 Authoritybeheer 113.1 Inleiding Authority records die gebruikt worden in de catalogusmodule kunnen via deze AFO beheerd worden. U kunt hier records opzoeken, wijzigen, verwijderen of toevoegen.

Nadere informatie

8.8 Records selecteren

8.8 Records selecteren 8.8 Records selecteren Voor het maken van een uittreksel van één of meerdere records die aan een bepaald criterium voldoen, maakt u gebruik van het 'Filter'. 8.8.1 Automatisch filter Klik in het gebied

Nadere informatie

Invoeren/importeren van digitale foto s in je computer

Invoeren/importeren van digitale foto s in je computer Invoeren/importeren van digitale foto s in je computer Foto s die je importeert worden altijd opgeslagen in: Afbeeldingen. Windows 7 beschikt daarnaast over een apart programma om digitale foto s en videoclips

Nadere informatie

Na het inloggen met de gegevens die je hebt gekregen, verschijnt het overzichtsscherm zoals hieronder:

Na het inloggen met de gegevens die je hebt gekregen, verschijnt het overzichtsscherm zoals hieronder: Inhoud van de website invoeren met de ContentPublisher De inhoud van websites kan worden ingevoerd en gewijzigd met behulp van een zogenaamd Content Management Systeem (CMS). De websites van Muismedia

Nadere informatie

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet Inloggen Surf naar www.instapinternet.nl of www.basisonline.nl. Vervolgens klikt u op de button Login links bovenin en vervolgens op Member Login. (Figuur

Nadere informatie

Wat is nieuw in deze handleiding: Dit is een nieuwe handleiding welke nieuwe functies beschrijft.

Wat is nieuw in deze handleiding: Dit is een nieuwe handleiding welke nieuwe functies beschrijft. Doel Module Fronter 92 Dit document is gemaakt door Fronter Ltd fronter.com. Het document mag alleen gekopieerd of digitaal verspreid worden volgens contract of in overeenstemming met Wat is nieuw in deze

Nadere informatie

Uitzend Software Diensten B.V. UBplus Online. Handleiding voor uitzendbureaus, detachering en payroll bedrijven

Uitzend Software Diensten B.V. UBplus Online. Handleiding voor uitzendbureaus, detachering en payroll bedrijven Uitzend Software Diensten B.V. UBplus Online Handleiding voor uitzendbureaus, detachering en payroll bedrijven Versie 5.0 december 2011 Inhoudsopgave UBplus Gebruik UBplusOnline per klant instellen 2 Gebruik

Nadere informatie

opgericht 1 augustus 1932 Handleiding Artikel plaatsen

opgericht 1 augustus 1932 Handleiding Artikel plaatsen opgericht 1 augustus 1932 Handleiding Artikel plaatsen Gemaakt door : Marcel van Vuuren Bijgewerkt op : vrijdag 24 juli 2015 Versie : 24072015_v3.0 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Plaatsen van een artikel...

Nadere informatie

Central Station. CS website

Central Station. CS website Central Station CS website Versie 1.0 18-05-2007 Inhoud Inleiding...3 1 De website...4 2 Het content management systeem...5 2.1 Inloggen in het CMS... 5 2.2 Boomstructuur... 5 2.3 Maptypen... 6 2.4 Aanmaken

Nadere informatie

HANDLEIDING RAPPORTGENERATOR: IN TIEN STAPPEN NAAR UW EIGEN DUURZAAMHEIDSRAPPORT

HANDLEIDING RAPPORTGENERATOR: IN TIEN STAPPEN NAAR UW EIGEN DUURZAAMHEIDSRAPPORT HANDLEIDING RAPPORTGENERATOR: IN TIEN STAPPEN NAAR UW EIGEN DUURZAAMHEIDSRAPPORT Deze handleiding legt in tien stappen uit hoe u uw eigen duurzaamheidsrapportage maakt met behulp van de rapportgenerator.

Nadere informatie

Table of contents 2 / 15

Table of contents 2 / 15 Office+ 1 / 15 Table of contents Introductie... 3 Installatie... 4 Installatie... 4 Licentie... 7 Werken met Office+... 8 Instellingen... 8 Office+ i.c.m. module Relatiebeheer... 9 Office+ i.c.m. module

Nadere informatie

* baopass: inlog- en leerlingvolgsysteem van ThiemeMeulenhoff. Alles telt. handleiding. baopass* voor leerkrachten

* baopass: inlog- en leerlingvolgsysteem van ThiemeMeulenhoff. Alles telt. handleiding. baopass* voor leerkrachten Alles telt handleiding * baopass: inlog- en leerlingvolgsysteem van ThiemeMeulenhoff. baopass* voor leerkrachten 1 Alles telt handleiding Inhoud Inleiding 3 Opstarten 3 Groepen 4 Leerling aanpassen 5 Leerling

Nadere informatie

HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding

HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Opstarten en inloggen, overzicht startscherm, uitleg symbolen Hoofdstuk 2: aanmaken relaties Hoofdstuk 1: Opstarten

Nadere informatie

Handicom. Symbol for Windows Gold. Pl@nner. Handicom, 2010, Nederland

Handicom. Symbol for Windows Gold. Pl@nner. Handicom, 2010, Nederland Handicom Symbol for Windows Gold Pl@nner Handicom, 2010, Nederland Inhoud 1 Weergaven... 4 1.1 Wisselen tussen RealTime en Plan-modus... 4 1.2 Dag-, Week- en eenvoudige weergave... 4 2 RealTime modus (de

Nadere informatie

Inleiding. - Teksten aanpassen - Afbeeldingen toevoegen en verwijderen - Pagina s toevoegen en verwijderen - Pagina s publiceren

Inleiding. - Teksten aanpassen - Afbeeldingen toevoegen en verwijderen - Pagina s toevoegen en verwijderen - Pagina s publiceren Inleiding Voor u ziet u de handleiding van TYPO3 van Wijngaarden AutomatiseringsGroep. De handleiding geeft u antwoord geeft op de meest voorkomende vragen. U krijgt inzicht in het toevoegen van pagina

Nadere informatie

Quick Reference Contact Manager SE

Quick Reference Contact Manager SE Eddon Software BV Rietveldenweg 82 5222 AS s-hertogenbosch The Netherlands T +31 (0)88-235 66 66 F +31 (0)88-235 66 77 E [email protected] W www.eddon.nl Quick Reference Contact Manager SE Block: Contact Manager

Nadere informatie

Allereerst moet u de gewenste Intramed PLUS verslagleggingsrichtlijn(en) downloaden van de website.

Allereerst moet u de gewenste Intramed PLUS verslagleggingsrichtlijn(en) downloaden van de website. Hoofdstuk 1 Intramed PLUS in gebruik nemen (fysiotherapie) Als u een Intramed PLUS licentie heeft, kunt u gebruik maken van specifieke verslagleggingsrichtlijnen. Dit zijn onder andere verslagleggingsrichtlijnen

Nadere informatie

Calculatie tool. Handleiding. Datum Versie applicatie 01 Versie document

Calculatie tool. Handleiding. Datum Versie applicatie 01 Versie document Calculatie tool Handleiding Auteur Bas Meijerink Datum 01-09-2016 Versie applicatie 01 Versie document 03D00 Inhoudsopgave 1. Een calculatie maken - 3-1.1 Start een nieuwe calculatie... - 3-1.2 Algemene

Nadere informatie

Snel op weg met StabiCAD V

Snel op weg met StabiCAD V Snel op weg met StabiCAD V Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V... 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.1.1. Tekenen........................................... 3 1.1.2.

Nadere informatie

Handleiding. webcalculator pon privé lease

Handleiding. webcalculator pon privé lease Handleiding webcalculator pon privé lease 1 handleiding webcalculator pon privé lease Deze handleiding geeft een beschrijving van de mogelijkheden van de webcalculator. De volgorde van de onderwerpen is

Nadere informatie

Offective > CRM > Vragenlijst

Offective > CRM > Vragenlijst Offective > CRM > Vragenlijst Onder het menu item CRM is een generieke vragenlijst module beschikbaar, hier kunt u zeer uitgebreide vragenlijst(en) maken, indien gewenst met afhankelijkheden. Om te beginnen

Nadere informatie

HANDLEIDING DIGITAAL LOGBOEK (INTERACTIVE JOURNAL) VERSIE BUILDING BLOCK:

HANDLEIDING DIGITAAL LOGBOEK (INTERACTIVE JOURNAL) VERSIE BUILDING BLOCK: HANDLEIDING DIGITAAL LOGBOEK (INTERACTIVE JOURNAL) VERSIE BUILDING BLOCK: 1.1.3695 3 juni 2013 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 Proces... 4 Beschikbaar stellen... 4 Hoe... 5 Invullen logboek door student...

Nadere informatie

I) Wat? II) Google documenten. Deel 2 documenten

I) Wat? II) Google documenten. Deel 2 documenten Google Drive Deel 2 documenten I) Wat? 1) De meeste mensen bewerken teksten in de tekstverwerker Word van Microsoft Office. Het is echter ook mogelijk teksten op internet te bewerken en te bewaren. Het

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over AdminView

Veelgestelde vragen over AdminView Veelgestelde vragen over AdminView S for Software B.V. Gildeweg 6 3771 NB Barneveld tel 0342 820 996 fax 0342 820 997 e-mail [email protected] web www.sforsoftware.nl Inhoudsopgave 1. Algemeen... 2

Nadere informatie

Handleiding voor Excel to Image

Handleiding voor Excel to Image 1 Handleiding voor Excel to Image Exporteren uw Excel rapportages naar Word of Powerpoint Auteur(s) M.S. van Dam Date of creation 16-05-11 2 Voorwoord Het Excel bestand EC_ExcelToImage.xls maakt het mogelijk

Nadere informatie

PLAKKEN Nadat u een gedeelte heeft geknipt of gekopieerd kunt u met dit icoon de selectie weer in het veld plakken.

PLAKKEN Nadat u een gedeelte heeft geknipt of gekopieerd kunt u met dit icoon de selectie weer in het veld plakken. KNIPPEN Als u na de selectie van een gedeelte van een tekst of een afbeelding op dit icoon klikt, knipt u de selectie uit het veld. Op deze manier kunt u het geselecteerde verwijderen, maar het ook juist

Nadere informatie

6.8 Lijsten: oefeningen

6.8 Lijsten: oefeningen 6.8 Lijsten: oefeningen Opgaven 44.: Records zoeken Open het document "Autokosten". Klik in de lijst. Kies de opdracht 'Data - Formulier' [Data - Form]. Klik de knop 'Criteria' [Criteria]. Vul als zoekcriterium

Nadere informatie

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in Intramed, zijn een aantal instellingen nodig:

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in Intramed, zijn een aantal instellingen nodig: Hoofdstuk 1 ZorgMail instellen en gebruiken Via Intramed en de applicatie ZorgMail van E-novation Lifeline, kunt u elektronisch en beveiligd gegevens uitwisselen met andere zorgverleners. Dit gaat via

Nadere informatie

Zorgmail handleiding. Inhoud

Zorgmail handleiding. Inhoud Inhoud 1. Beginnen met Zorgmail pag. 2 2. Het instellen van Zorgmail pag. 2 3. Het gebruik van Zorgmail m.b.t. Artsen pag. 3 4. Het aanpassen van de lay-out van Zorgmail pag. 4 5. Werken met Zorgmail pag.

Nadere informatie

INSTALLATIE IN PRINT INSTALLEREN. Aan de slag met Communicate In Print

INSTALLATIE IN PRINT INSTALLEREN. Aan de slag met Communicate In Print AAN DE SLAG INSTALLATIE In deze handleiding worden de stappen besproken die doorlopen worden bij het installeren van de volledige versie Communicate In Print LET OP! WANNEER U EERDER EEN VERSIE VAN IN

Nadere informatie

Handleiding Wlijn Databeheer Internet

Handleiding Wlijn Databeheer Internet Handleiding Wlijn Databeheer Internet W9000 databeheer internet Leza Horeca & Winkel Management Van Dedemstraat 6 16274 NN Hoorn DATABEHEER INTERNET ( W9000) Voorraad Databeheer Internet Bestaat uit 3

Nadere informatie

Update documentatie. KraamZorgCompleet versie 4.0. KraamzorgCompleet versie 4.0

Update documentatie. KraamZorgCompleet versie 4.0. KraamzorgCompleet versie 4.0 Update documentatie KraamZorgCompleet versie 4.0 KraamzorgCompleet versie 4.0 Inhoudsopgave Update documentatie versie 4.0 Hoofdstuk 1 Declareren partusassistentie...1 1.1 Declareren partusassistentie

Nadere informatie

Handleiding OVM 2.0. Beheerder. Versie 2.0.0.22 1 oktober 2012

Handleiding OVM 2.0. Beheerder. Versie 2.0.0.22 1 oktober 2012 Handleiding OVM 2.0 Beheerder Versie 2.0.0.22 1 oktober 2012 Inhoudsopgave Legenda... 4 1 Voorbereidingen... 5 1.1 Downloaden... 5 1.2 Starten en inloggen... 6 1.3 Nieuws... 6 2 Beheerportal... 8 2.1 Inloggen...

Nadere informatie

4.1 4.2 5.1 5.2 6.1 6.2 6.3 6.4

4.1 4.2 5.1 5.2 6.1 6.2 6.3 6.4 Handleiding CMS Inhoud 1 Inloggen 2 Algemeen 3 Hoofdmenu 4 Pagina s 4.1 Pagina s algemeen 4.2 Pagina aanpassen 5 Items 5.1 Items algemeen 5.2 Item aanpassen 6 Editor 6.1 Editor algemeen 6.2 Afbeeldingen

Nadere informatie

Handleiding NarrowCasting

Handleiding NarrowCasting Handleiding NarrowCasting http://portal.vebe-narrowcasting.nl september 2013 1 Inhoud Inloggen 3 Dia overzicht 4 Nieuwe dia toevoegen 5 Dia bewerken 9 Dia exporteren naar toonbankkaart 11 Presentatie exporteren

Nadere informatie

Inhoud van dit document

Inhoud van dit document Handleiding OVM Menu versie 1.0.0 (definitief) november 2012 Inhoud van dit document 1 INLEIDING... 2 2 MENU... 3 3 GEBRUIKERSBEHEER... 4 3.1 SORTEREN EN FILTEREN... 5 3.2 'UITGESTELD' BEHEER... 5 3.3

Nadere informatie

Landelijk Indicatie Protocol (LIP)

Landelijk Indicatie Protocol (LIP) Handleiding Landelijk Indicatie Protocol programma pagina 1 of 18 Landelijk Indicatie Protocol (LIP) Welkom bij LIP Lip is ontstaan uit een toegevoegde module aan het kraamzorg administratie pakket van

Nadere informatie

Inloggen. In samenwerking met Stijn Berben.

Inloggen. In samenwerking met Stijn Berben. Inloggen Ga naar www.hetjongleren.eu. Heb je al een gebruikersnaam en wachtwoord, log dan in op deze pagina (klik op deze link ): Vul hier je gebruikersnaam en wachtwoord in en klik op Inloggen. Bij succesvolle

Nadere informatie

23. Standaardbrieven (MailMerge)

23. Standaardbrieven (MailMerge) 23. Standaardbrieven (MailMerge) In deze module leert u: 1. Wat een standaardbrief is. 2. Hoe u een standaardbrief maakt. 3. Hoe u een adressenbestand kunt koppelen aan een standaardbrief. 4. Hoe u een

Nadere informatie

CMS Instructiegids Copyright Endless webdesign v.o.f

CMS Instructiegids Copyright Endless webdesign v.o.f CMS Instructiegids Copyright Endless webdesign v.o.f. 2014 1 2 Notities Inhouds opgave Hoe log ik in? 4 Een pagina toevoegen. 5 Een pagina vullen/aanpassen. 7 Een pagina verwijderen. 8 Een sjabloon kiezen.

Nadere informatie

HANDLEIDING Q3600 Webshop

HANDLEIDING Q3600 Webshop HANDLEIDING Q3600 Webshop Pag.: 1 Inhoudsopgave Inleiding...3 Beheer...4 Webshop artikelgroepen beheren...4 Hoofd artikelgroep toevoegen...6 Sub artikelgroep toevoegen...7 Artikelgroep verwijderen...8

Nadere informatie

U ziet de progressie van de download aan de groene blokjes in het balkje helemaal onder aan de pagina.

U ziet de progressie van de download aan de groene blokjes in het balkje helemaal onder aan de pagina. Gegevens exporteren en bewerken vanuit GRIEL Stap 1. Selecteer de juiste gegevens en download deze 1. Stel het datumfilter in op de gewenste periode. Druk op ververs. 2. Maak met behulp van het filter

Nadere informatie

Legal Eagle Agenda handleiding versie 2.8 december 2007

Legal Eagle Agenda handleiding versie 2.8 december 2007 Legal Eagle Agenda handleiding versie 2.8 december 2007 Algemeen... 2 Afspraken... 6 Synchroniseren... 6 Synchroniseren... 7 Export... 8 Filters... 9 * Er kan niet met Outlook Express gesynchroniseerd

Nadere informatie

Toelichting op enkele knoppen: (als u de muis bij een knop houdt, verschijnt een tekst met een korte aanwijzing (tooltip) bij deze knop).

Toelichting op enkele knoppen: (als u de muis bij een knop houdt, verschijnt een tekst met een korte aanwijzing (tooltip) bij deze knop). FAQ Leerlingdossier & handelingsplannen Welke mogelijkheden biedt de online tekstverwerker in ESIS? De online tekstverwerker beschikt over veel mogelijkheden voor het bewerken van tekst. U vindt de online

Nadere informatie

Handleiding toevoegen objecten plexatutrecht.nl

Handleiding toevoegen objecten plexatutrecht.nl Handleiding toevoegen objecten plexatutrecht.nl Handleiding toevoegen objecten plexatutrecht.nl... 1 1. Inleiding... 1 2. Structuur... 2 3. Inloggen... 2 4. Aanmaken bedrijfsverzamelgebouw... 3 5. Aanmaken

Nadere informatie

Enkele tips voor de bediening van deze DVD Belangrijk!

Enkele tips voor de bediening van deze DVD Belangrijk! Enkele tips voor de bediening van deze DVD Belangrijk! De afbeeldingen en enkele punten van de programma-beschrijving hebben betrekking op versie 7.0.7 van Adobe Reader. Andere versies van dit programma

Nadere informatie

Grafische elementen invoegen

Grafische elementen invoegen Grafische elementen invoegen Rev 00 I N H O U D S O P G A V E 1 INLEIDING... 1 2 LIJNEN EN RECHTHOEKEN TEKENEN... 1 2.1 Lijnen tekenen... 1 2.2 Polylijnen tekenen... 3 2.3 Rechthoeken tekenen... 3 3 CIRKELS,

Nadere informatie

Excel Controller. Jaarrekening

Excel Controller. Jaarrekening Handleiding in Excel Auteur(s) G. Buurmans Date of creation 13-04-2011 F. van Eedenstraat 2 I. www.excelcontroller.nl KVK Rotterdam 24.31.44.22 T. 087 8758788 3351 SM Papendrecht E. [email protected]

Nadere informatie

Excel Controller. Jaarrekening

Excel Controller. Jaarrekening Handleiding in Excel Auteur(s) G. Buurmans Date of creation 13-04-2011 F. van Eedenstraat 2 I. www.excelcontroller.nl KVK Rotterdam 24.31.44.22 T. 087 8758788 3351 SM Papendrecht E. [email protected]

Nadere informatie

EDUscope Dossier Werken met Journalen

EDUscope Dossier Werken met Journalen EDUscope Dossier Werken met Journalen EDUscope versie 3.7.0 Bergerweg 110 6135 KD Sittard 046-4571830 1 INHOUD 2 Inleiding... 3 3 Individueel leerlingjournaal... 3 3.1 Journaalregels toevoegen:... 3 3.2

Nadere informatie

Handleiding internet Het maken van pagina s

Handleiding internet Het maken van pagina s Handleiding internet Het maken van pagina s Hoofdstuk IV Vullen van pagina s met tekst en beeld Het vullen van een pagina met tekst en beeld In dit hoofdstuk gaan we een van de pagina s vullen met tekst

Nadere informatie

Afdrukken in Calc Module 7

Afdrukken in Calc Module 7 7. Afdrukken in Calc In deze module leert u een aantal opties die u kunt toepassen bij het afdrukken van Calc-bestanden. Achtereenvolgens worden behandeld: Afdrukken van werkbladen Marges Gedeeltelijk

Nadere informatie

Lijnen/randen en passe-partouts maken met Photoshop.

Lijnen/randen en passe-partouts maken met Photoshop. Lijnen/randen en passe-partouts maken met Photoshop. Les 1: Witte rand om de foto m.b.v. canvasgrootte. 1. Open de foto in Photoshop. 2. Klik in menu AFBEELDING op CANVASGROOTTE 3. Zorg dat in het vakje

Nadere informatie

Gebruikershandleiding online vacaturebanken vrijwilligerswerk

Gebruikershandleiding online vacaturebanken vrijwilligerswerk Gebruikershandleiding online vacaturebanken vrijwilligerswerk Inloggen Ga via uw internetbrowser (bij voorkeur Google Chrome of firefox) naar www.servicepuntvrijwilligerswerkhengelo.nl/typo3 U ziet vervolgens

Nadere informatie

BIJLAGE. Afbeeldingenmodule

BIJLAGE. Afbeeldingenmodule BIJLAGE. Afbeeldingenmodule Inleiding De Afbeeldingenmodule in Publicanda maakt het mogelijk dat afbeeldingen worden beheerd. Afbeeldingen kunnen bijvoorbeeld worden georganiseerd in mappen en ze kunnen

Nadere informatie

Publiceren basisrooster

Publiceren basisrooster Publiceren basisrooster Inleiding Op deze pagina DESKTOP In dit hoofdstuk laten we u zien hoe u het rooster kunt publiceren zodat het zichtbaar wordt in het portal en in de app. Ook ziet u hoe u eenvoudig

Nadere informatie

Navigator CMS 2009. Beknopte handleiding v1.0

Navigator CMS 2009. Beknopte handleiding v1.0 Navigator CMS 2009 Beknopte handleiding v1.0 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Inloggen... 4 3. Menustructuur... 5 4. Document Verkenner... 6 5. Mappen beheren... 7 5.2 Map hernoemen... 7 5.3 Map verplaatsen...

Nadere informatie

NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop

NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop Handleiding NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING 1. Introductie 2. Configureren en bestellen 3. Sjabloon (categorieën en descriptors) 3.1 Lijst sjablonen 3.2 Sjablonen bewerken 3.2.1. Eigenschappen knop 4. Analyseren

Nadere informatie

Ouders/verzorgers importeren en bijwerken

Ouders/verzorgers importeren en bijwerken Ouders/verzorgers importeren en bijwerken Inleiding Op deze pagina Naast leerlingen en medewerkers is het ook mogelijk dat /verzorgers gebruik maken van het portal. Zij kunnen op het portal het rooster

Nadere informatie

Ledenlijsten + etiketten maken

Ledenlijsten + etiketten maken Ledenlijsten + etiketten maken Eerst wordt uitgelegd hoe je een ledenlijst (van alle clubleden of leden per lesjaar) kan opvragen en bewerken en nadien hoe je met deze lijst etiketten kan maken. De ledenlijst

Nadere informatie

Ga naar http://www.domeinnaam.nl/wp-admin en log in met de gebruikersnaam en wachtwoord verkregen via mail.

Ga naar http://www.domeinnaam.nl/wp-admin en log in met de gebruikersnaam en wachtwoord verkregen via mail. INLOGGEN Ga naar http://www.domeinnaam.nl/wp-admin en log in met de gebruikersnaam en wachtwoord verkregen via mail. Vul hier je gebruikersnaam en wachtwoord in en klik op Inloggen. Bij succesvolle login

Nadere informatie