Hemostase, Bloeding en Transfusie
|
|
|
- Tania Smeets
- 6 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Hemostase, Bloeding en Transfusie I.k.v. Postgraduaat Heelkunde Sam Vander Meeren, MD Dienst Klinische Biologie Universitair Ziekenhuis Brussel UZ Brussel April 2018
2 Overzicht Deel 1: Hemostase biologie Deel 2: Congenitale factor deficiënties Deel 3: Verworven hemostatische defecten Deel 4: Transfusie Deel 5: Hemostase testen
3 Deel 1: Hemostase biologie A. Vasoconstrictie B. De plaatjesprop (= Primaire hemostase) C. De vorming van fibrine (= Secundaire hemostase) veel overlap tussen de fases (continuüm)
4 1.A. Vasoconstrictie Oorzakelijke moleculen: Tromboxaan A2 en serotonine < plaatjes Endotheline < bloedvatwand
5 1.B. De plaatjesprop Clopidogrel Trombine Collageen ADP-receptor Trombinereceptor ADP Collageen- Receptor TXA2-receptor Geactiveerd Plaatje GPIIb/IIIa fibrinogeen GPIIb/IIIa TXA2 COX Arachidonzuur Fosfolipiden Aspirine GPIb GPIb Bloedvatwand von Endotheel Willebrand Factor (vwf) Collageen
6 1.B. De plaatjesprop Geactiveerde plaatjes Alteraties in de plaatjes fosfolipiden laag helpt de stolsel vorming, via: - binding van stollingsfactoren - catalysatie van bepaalde stappen in de stollingscascade
7 1.C. Fibrine vorming Vasculaire schade Tissue factor Factor XI Factor VII Factor IX = Remming = Activatie Factor VIII Factor X DOAC s Trombine = Factor II Factor V Proteïne S Proteïne C D-dimeren Fibrine polymeren = STOLSEL Fibrine Fibrinogeen Antitrombine Heparine, LMWH tpa, urokinase Plasmine Vitamine K afhankelijke factoren
8 Overzicht Deel 1: Hemostase biologie Deel 2: Congenitale factor deficiënties Deel 3: Verworven hemostatische defecten Deel 4: Transfusie Deel 5: Hemostase testen
9 Deel 2: Congenitale factor deficiënties A. Von Willebrand ziekte B. Hemofilie A en B
10 2.A. Von Willebrand ziekte Kenmerken Deficiëntie/dysfunctie van von Willebrand factor (vwf) Niet zo zeldzaam 0.1-1% van de populatie Autosomaal dominante overerving vwf stabiliseert Factor VIII in het bloed => vwf = FVIII => soms APTT, afh. van graad van deficiet
11 2.A. Von Willebrand ziekte Kliniek: Antecedenten van bloedingen uit huid en mucosa (epistaxis, menorrhagie, bloeding na tandextractie, tandvlees bloeding, hematomas, post-chirurgie of post-partum bloeding) Diagnose vaak pas op volwassen leeftijd Subtypes: Kwantitatieve deficiëntie (vnl. vwf antigen is laag) Kwalitatieve deficiëntie (vnl. vwf activiteit is laag)
12 2.A. Von Willebrand ziekte Laboratorium tests: APTT en PT zijn vaak normaal! vwf antigen en/of vwf activiteit zijn laag resultaten worden beïnvloed door vele factoren! ( bij bloedgroep O; i.g.v. trauma, zwangerschap, inflammatie) => liever geen meting in een acute setting
13 2.A. Von Willebrand ziekte Behandeling: Milde vwd en mineure chirurgie: DDAVP (Minirin ) IV = synthetisch analoog van vasopressine (ADH) - Drijft vwf voorraad uit het endothelium - Test-infusie om de respons te evalueren - Piek-respons 30 tot 60 min na toediening - Max 1x te herhalen na 1 dag (depletie van de vwf voorraad)
14 2.A. Von Willebrand ziekte Behandeling: Ernstige vwd of majeure HK/bloeding: vwf concentraat IV Vb.: Haemate P (= vwf and FVIII) Additioneel: tranexaminezuur (Exacyl ) PO/IV -> Een antifibrinolytisch agens
15 Deel 2: Congenitale factor deficiënties A. Von Willebrand ziekte B. Hemofilie A en B
16 2.B. Hemofilie A en B Kenmerken X-linked recessief => man >>> vrouw Hemofilie A = Factor VIII deficiëntie Hemofilie B = Factor IX deficiëntie Diagnose reeds in de jeugdjaren (i.t.t. vwd)
17 2.B. Hemofilie A en B Kenmerken Subklassificatie: ernstig (<1% Factor level): spontane bloedingen vooral in grote gewrichten (knie, enkel, elleboog, ) of in de spieren matig (1-5% Factor level) occasionele spontane bloedingen, verlengd bloeden na mineur trauma, mineure HK mild (5-40% Factor level) enkel ernstig bloeden na majeur trauma, majeure HK
18 spier knie
19 2.B. Hemofilie A en B Behandeling, bij HK: Specifieke factor concentraten IV Factor levels moeten nagekeken worden om de respons te evalueren Additionele opties: DDAVP (Minirin ) in geval van milde hemofilie A Tranexaminezuur (Exacyl )
20 Overzicht Deel 1: Hemostase biologie Deel 2: Congenitale factor deficiënties Deel 3: Verworven hemostatische defecten Deel 4: Transfusie Deel 5: Hemostase testen
21 Deel 3. Verworven hemostatische defecten A. Trombopenie B. Plaatjes functie defecten C. Stollingsstoornis bij leverdysfunctie D. Stollingsstoornis bij trauma E. Vitamine K antagonisten F. Directe orale anticoagulantia
22 3.A. Trombopenie, chronisch Chronische trombopenie, oorzaken: Hematologische maligniteiten (MDS, CMML ) Splenomegalie (lever cirrose, hartfalen ) Chronische immune trombocytopenische purpura (ITP) Vaak matige trombopenie: geen behandeling nodig
23 3.A. Trombopenie, acuut Acute trombopenie, oorzaken: 1. Geïsoleerd: a) Labo-artefact b) Sepsis c) Acute ITP d) Medicatie geïnduceerd (vb HIT) e) Transfusie gerelateerd (PTP) 2. Trombopenie + stollingsstoornis DIC 3. Trombopenie + hemolyse TTP (en HUS) 4. Andere oorzaken (met vaak > 1 cytopenie): chemotherapie, bloeding
24 3.A. Trombopenie, acuut - geïsoleerd Laboratorium artefact (frequent!) 1. stolsel in tube 2. plaatjesaggregaten (< EDTA) => herhaal analyse op citraat-tube Sepsis < adhesie aan geactiveerd endotheel < aggregatie o.i.v. inflammatie < productie in BM
25 3.A. Trombopenie, acuut - geïsoleerd Immune trombocytopenische purpura (ITP) Antilichaam gemedieerde plaatjes destructie Oorzaken: secundair: B-cel maligniteiten, virale infecties idiopathisch (meestal) Diagnose: vaak uitsluitingsdiagnose antilichaam detectie heeft weinig waarde Behandeling (in acute setting): corticosteroïden IV immunoglobulinen plaatjes concentraat enkel indien actieve bloeding
26 3.A. Trombopenie, acuut - geïsoleerd Medicatie gerelateerd: Oorzakelijke drugs met hoogste incidentie: Anti-aggregantia (abciximab, tirofiban, eptifibatide) Anti-epileptica (carbamazepine en fenytoïne) Heparinoïden (ook laag moleculair gewicht) => Heparin induced thrombocytopenia = HIT Antibiotica: piperacilline/tazobactam, vancomycine, rifampicine, sulfamethoxazole/trimethoprim Vaak gemiste oorzaak!
27 3.A. Trombopenie, acuut - geïsoleerd Medicatie gerelateerd, pathofysiologie:
28 HIT, mechanisme Trombopenie Fagocytose in de milt Trombose
29 3.A. Trombopenie, acuut - geïsoleerd Medicatie gerelateerd Outcome: i.g.v. HIT: plt. > 20000/µL en evt. trombose i.g.v. andere medicatie: plt. < 20000/µL en bloedingen Diagnose: probabiliteitstesten (George / 4T-score) bij HIT verdenking - detectie van HIT antilichamen (lage specificiteit!) - functionele HIT assay: arbeidsintensief Behandeling: HIT: vervang heparinoïde: fondaparinux (Arixtra ) / danaparoid (Orgaran ) bij andere medicatie: corticosteroïden, IV Ig, plaatjes
30 3.A. Trombopenie, acuut - geïsoleerd HIT: 4T-score:
31 3.A. Trombopenie, acuut - geïsoleerd Medicatie gerelateerd: George criteria:
32 3.A. Trombopenie, acuut - geïsoleerd Transfusie gerelateerd: = Post-Transfusie Purpura (PTP) ontstaat 5-10 dagen na transfusie van bloedproducten plaatjes < 20000/µL diagnose: plaatjes antilichamen (tegen HPA antigen) kliniek: bloedingen+++, hoge mortaliteit! frequentie: zeldzaam, vnl. vrouwen behandeling: intraveneuze immuunglobulines transfusie van HPA gematchte plaatjes
33 3.A. Trombopenie, acuut Diffuse Intravasculaire Coagulatie (DIC) Oorzaak: < Beschadigd endotheel, vb shock, sepsis < Procoagulerende stoffen, vb bij fractuur, leukemie Massieve activatie van de stollingscascade verbruik van stollingsfactoren: APTT, PT Fibrinogeen fibrinolyse: D-dimeren plaatjes activatie en verbruik: trombopenie = Diagnose
34 3.A. Trombopenie, acuut Diffuse Intravasculaire Coagulatie (DIC) Kliniek: geen/tromboses indien chronisch/gecompenseerd (lever en beenmerg compenseren door aanmaak van extra stollingsfactoren en plaatjes resp.) indien acuut/gedecomenseerd: bloedingen uit wondes, IV lijnen, inwendig Hoge mortaliteit! Behandeling: fresh frozen plasma: fibrinogeen > 100mg/dL plaatjes transfusie: plaatjes > /µL
35 3.A. Trombopenie, acuut Trombotische Trombocytopenische Purpura Pathofysiologie: Autoantilichamen Toxines (Congenitale deficiëntie) Microtrombi Plaatjesverbruik Schistocyten
36 3.A. Trombopenie, acuut Trombotische Trombocytopenische Purpura Kenmerken: ontstaat t.g.v. sepsis, virale infecties (soms congenitaal deficiet) frequentie: 4 gevallen/miljoen, per jaar hoge mortaliteit (< diep coma)
37 3.A. Trombopenie, acuut Trombotische Trombocytopenische Purpura Diagnose: 1. hemolytische anemie (+schistocyten) en trombopenie 2. typische kliniek: hoofdpijn, verwardheid, soms ANI 3. confirmatie: ADAMTS13 antilichamen (duurt lang!) Behandeling = plasma exchange met FFP verwijdert antilichamen, geeft ADAMTS13 terug GEEN plaatjes transfusie
38 Deel 3. Verworven hemostatische defecten A. Trombopenie B. Plaatjes functie defecten C. Stollingsstoornis bij leverdysfunctie D. Stollingsstoornis bij trauma E. Vitamine K antagonisten F. Directe orale anticoagulantia
39 3.B. Plaatjes functie defecten Oorzaken: Erfelijk: zeldzaam (vb Bernard-Soulier Syndroom) Verworven: uremie bij nierinsufficiëntie myelo- proliferatieve/dysplastische syndromen paraproteïne (vb multiple myeloom) medicatie: aspirine, clopidogrel Behandeling: Oorzaak behandelen vb chemo, dialyse Medicatie stoppen Plaatjestransfusie
40 3.B. Plaatjes functie defecten Aspirine bij HK Meeste ingrepen: geen stop noodzakelijk uitzondering: neurochirurgie Als een interruptie geïndiceerd is: stop 5 dagen pre-operatief in urgentie: plaatjes concentraat
41 3.B. Plaatjes functie defecten Clopidogrel +/- aspirine bij HK Stoppen hangt af van de indicatie en type HK nooit na recente coronaire DES-stent (6m) stop 7 dagen pre-operatief in urgentie: plaatjes concentraat
42 Deel 3. Verworven hemostatische defecten A. Trombopenie B. Plaatjes functie defecten C. Stollingsstoornis bij leverdysfunctie D. Stollingsstoornis bij trauma Deel 3. Verworven hemostatische defecten E. Vitamine K antagonisten F. Directe orale anticoagulantia
43 3.C. Stollingsstoornis bij leverdysfunctie Pathofysiologie onstabiel evenwicht tussen pro- en antihemostatische factoren Gestoorde INR MAAR niet noodzakelijk bloedingsneiging! Deze patiënten zijn niet automatisch geanticoaguleerd!
44 3.C. Stollingsstoornis bij leverdysfunctie Behandeling enkel bij HK/bloeding Fresh frozen plasma Vitamine K (heeft tijd nodig, niet altijd efficiënt) Plaatjes transfusie (bij ernstige trombopenie)
45 Deel 3. Verworven hemostatische defecten A. Trombopenie B. Plaatjes functie defecten C. Stollingsstoornis bij leverdysfunctie D. Stollingsstoornis bij trauma Deel 3. Verworven hemostatische defecten E. Vitamine K antagonisten F. Directe orale anticoagulantia
46 3.D. Stollingsstoornis bij trauma Vnl. polytrauma patiënt met noodzaak tot massieve transfusie Oorzaken: Hypothermie plaatjesaggregatie Acidose werking stollingsfactoren Iatrogene verdunning van stollingsfactoren en plaatjes
47 3.D. Stollingsstoornis bij trauma Diagnose: PT, APTT, plaatjes Behandeling: Correctie met FFP, plaatjes en RBC in 1:1:1 ratio RBC opwarmen pré-transfusie Corrigeer acidose
48 Deel 3. Verworven hemostatische defecten A. Trombopenie B. Plaatjes functie defecten C. Stollingsstoornis bij leverdysfunctie D. Stollingsstoornis bij trauma Deel 3. Verworven hemostatische defecten E. Vitamine K antagonisten F. Directe orale anticoagulantia
49 3.E. Vitamine K antagonisten (VKA) Kenmerken: Inhiberen productie van factor II, VII, IX en X 3 producten in België met t 1/2 Dalend gebruik sinds komst DOAC s Monitoring d.m.v. INR is noodzakelijk Bij HK: stop VKA en overbrug met LMWH
50 3.D. Vitamine K antagonisten, in België Variabele dagelijkse dosis t 1/2 acenocoumarol (Sintrom ) 1 en 4 mg warfarin (Marevan ) 5 mg 1-8 mg 8-11 u mg u phenprocoumon (Marcoumar ) 3 mg mg 4-7 days Tijd tot normalisatie van INR Marcoumar > Marevan > Sintrom
51 3.E. Vitamine K antagonisten, in België Implicaties: Overbruggingsschema s verschillen: 7à10d stoppen voor Marcoumar 5d stoppen voor Marevan 3d stoppen voor Sintrom Duur tot stijging en steady state INR verschilt: Marcoumar > Marevan > Sintrom Normale INR niet zomaar interpreteren als nonresponse bij een traag werkende molecule!!
52 3.E. Vitamine K antagonisten Overbruggingsschema Stop 3 10d preoperatief Overbrug met LMWH (indien nodig) - Laatste dosis 24u preoperatief Herstart VKA postoperatief éénmaal de hemostase verzekerd is (patiënt is droog ) Geef een LMWH SAMEN met VKA totdat INR >2 De LMWH dosage hangt af van het trombotisch risico
53 3.E. Vitamine K antagonisten, bridging
54 3.E. Vitamine K antagonisten Effect wordt versterkt door: Vele antibiotica (oa amoxicilline, ciprofloxacine) Statines en fibraten Protonpomp inhibitoren (vb omeprazole) Corticosteroïden Verklaart vaak waarom vele gehospitaliseerde patiënten zeer gevoelig zijn voor kleine dosissen Indien zeer moeilijk te regelen: schakel tijdelijk over naar LMWH
55 3.E. Vitamine K antagonisten Effect antagoneren Bij bloeding, dringende heelkunde Doel: INR 1.2 Opties: Vitamine K Fresh Frozen Plasma Protrombine Complex Concentraat Recombinant factor VIIa (uitzonderlijk)
56 3.E. Vitamine K antagonisten Effect antagoneren Vitamine K route: - IV: tijd om INR te normalizeren: 6-12u - PO: tijd om INR te normalizeren: 24u dosis: mg als INR > mg als INR < 7 voordeel: effect is langdurig t.o.v. de andere opties nadeel: trage werking
57 3.E. Vitamine K antagonisten Effect antagoneren Fresh Frozen Plasma dosis: ml/kg (10 ml/kg: ~10% factoren) beperkte waarde! - groot volume nodig (volume overload!) - tijd nodig om compatibiliteit te testen, ontdooien, toedienen - risico op allergie, TRALI
58 3.E. Vitamine K antagonisten Effect antagoneren Protrombine Complex Concentraat vb PPSB, Cofact geconcentreerde vorm van factor II, VII, IX en X dosis: IU/kg kort halfleven van FVII => gebruik tegelijk vitamine K
59 3.E. Vitamine K antagonisten Effect antagoneren Protrombine Complex Concentraat voordelen: - tijd om INR te normaliseren: 15 min - geen compatilibiteit testen, niet ontdooien, klein volume nadeel: - duur product, enkel terugbetaald bij levensbedreigende bloedingen of dringende heelkunde
60 3.F. Directe orale anticoagulantia (DOAC) Directe inhibitie van: FII (dabigatran) of FX (vb rivaroxaban, apixaban, edoxaban) Geen monitoring noodzakelijk! PT en APTT worden variabel beïnvloed Onbetrouwbaar voor meting van effect Meting van effect met specifieke tests 1) I.g.v. urgente ingreep met hoog bloedingsrisico 2) Bij resistentie aan het molecule (vb trombose) Niet in elk labo / op elk tijdstip beschikbaar!
61 3.F. Directe orale anticoagulantia (DOAC) Bij majeure bloeding / overdosis Dabigatran: antidotum (Praxbind ) Andere molecules: PCC (FII, VII, IX en X) Preoperatief 1 tot 3 dagen op voorhand stoppen (t 1/2 < 17u) afhankelijk van nierfunctie en type molecule Geen overbrugging noodzakelijk
62 Steffel J et al. Eur Heart J
63 Overzicht Deel 1: Hemostase biologie Deel 2: Congenitale factor deficiënties Deel 3: Verworven hemostatische defecten Deel 4: Transfusie Deel 5: Hemostase testen
64 Deel 4. Transfusie A. Bloed producten B. Indicaties voor transfusie C. Complicaties
65 4.A. Bloedproducten Rode bloedcellen (RBC) Packed RBC bewaring bij 1 à 6 C met een preservatief: viabiliteit tot 42 dagen gegarandeerd WBC reductie is standaard in België ( immunisatie, reacties en CMV-overdracht) Ingevroren RBC op glycerol: viabiliteit voor 10 jaar nadelen: - hoge kostprijs - traag ontdooien en wassen pre-transfusie is nodig gebruikt bij patiënten met zeer zeldzame bloedgroep antigenen en/of antilichamen
66 4.A. Bloedproducten, RBC Compatibiliteit testen, in praktijk: 1. ABO en Rhesus typering patiënt 2. Screening naar antilichamen in serum patiënt 3. Kruisproef NB: RBC-antilichamen: anti-abo antilichamen zijn altijd aanwezig anti-rhesus antilichamen enkel na immunisatie (<transfusie, zwangerschap)
67 4.A. Bloedproducten, RBC Rh- is minder beschikbaar (15%) Transfusie met Rh+ RBC is acceptabel als Rh- RBC niet beschikbaar zijn transfusiereacties < Rh incompatibiliteit zijn veel milder dan < ABO incompatibiliteit niet bij vrouwen <45j (immunisatie!) Als geen tijd voor compatibiliteit testen: gebruik O - bloed
68 4.A. Bloedproducten Plaatjes concentraat: Bewaring op kamertemperatuur (< clustering vwf) risico op bacteriële contaminatie max. bewaring voor 5 dagen => soms tekorten WBC reductie is standaard in België ( immunisatie en reacties) Compatibiliteit is minder van belang: ABO is zelden problematisch Rh compatibiliteit (< contaminerende RBC) enkel nodig bij vrouwen < 45j
69 4.A. Bloedproducten Fresh Frozen Plasma (FFP): Ingevroren <8u na collectie => 1j bewaring Compatibiliteit: ABO is noodzakelijk (< antilichamen in plasma) donoren worden sowieso gescreend op andere relevante Ab s: rejectie indien aanwezig Protrombine complex concentraat (PCC) Commercieel product, vb PPSB Bevat factor II, VII, IX en X Compatibiliteit testen is niet nodig
70 Deel 4. Transfusie A. Bloed producten B. Indicaties voor transfusie C. Complicaties
71 4.B. Indicaties voor transfusie Enkel als strikt noodzakelijk, gezien de risico s geassocieerd met transfusie: Transfusie reacties Volume overload 1U RBC = 300mL 1U Plt = 50mL 1U FFP= 250mL Overdracht van infecties (vnl. bij plaatjes transfusie)
72 4.B. Indicaties voor transfusie Indicaties voor RBC transfusie >10 g/dl Hgb: transfusie is zelden nodig < 7 g/dl Hgb: kans op hypoxische orgaanschade => transfusie is noodzakelijk 7 10 g/dl Hgb: transfusie hangt af van de kliniek patiënt op intensieve zorgen (TRIC trial 1999): Hgb idealiter tussen 7 en 9 g/dl ( mortaliteit als Hb >10 g/dl!)
73 4.B. Indicaties voor transfusie Indicaties voor plaatjes transfusie < /µL plt. risico op bloeding (vb sepsis) als < /µL plt. kleine HK / plaatsen DVC als < /µL plt. actieve bloeding / DIC als < /µL plt. therapeutische heparine therapie als < /µL plt. majeure heelkunde/endoscopie als < /µL plt. neurochirurgie als < /µL plt. bloedingen / dringende HK bij plaatjes functie defecten (vb patiënt onder aspirine) NB: 1U => /µL plaatjes (+/-) NB: NIET bij HIT/TTP (tromboses), zelden bij ITP
74 4.B. Indicaties voor transfusie Indicaties voor FFP toediening Bloedingen / HK bij patiënten met een deficiëntie van stollingsfactoren: vitamine K antagonisten (indien PCC niet beschikbaar) leverziekte, DIC specifieke factor deficiëntie (vb FXI, V ) Als onderdeel van massief transfusie protocol i.k.v. massieve bloedingen bij trauma / HK TTP: aanvoer van ADAMTS13 enzyme
75 4.B. Indicaties voor transfusie Massief transfusie protocol Als >10U RBC transfusie over <24u wordt voorzien Vb bij polytrauma / ruptuur van aneurysma Richtlijnen raden aan om RBC, FFP en Plt te gebruiken in een 1:1:1 ratio Behandel ook hypothermie en acidose (gezien impact op de hemostase) Monitor d.m.v. complete bloedcel analyse (RBC en plaatjes) stollingstesten (PT, APTT, fibrinogeen) Ph
76 Deel 4. Transfusie A. Bloed producten B. Indicaties voor transfusie C. Complicaties
77 4.C. Complicaties Benigne reacties komen frequent voor (10%) Fatale reacties zijn zeldzaam Vnl. sepsis, TRALI, ABO incompatibiliteit Indeling Acute reacties: FNHTR, hemolyse, sepsis, allergie, TACO, TRALI Vertraagde reacties: hemolyse, PTP
78 4.C. Complicaties From: Popovsky MA, Transfusion Reactions, 2nd ed.,
79 4.C. Complicaties, acuut Febriele niet-hemolytische transfusie reactie (FNHTR) Stijging temperatuur >1 C, rillingen Benign, allicht te wijten aan cytokine reactie Houding: stop transfusie, en sluit hemolyse uit
80 4.C. Complicaties, acuut Allergische reactie 1. Urticariële rash: continueer transfusie antihistaminicum indien nodig 2. Anaphylactische shock (zz): stop transfusie epinephrine, vulling!
81 4.C. Complicaties, acuut Respiratoire complicaties Hypoxemie, tijdens of na transfusie 1. Transfusion related acute lung injury (TRALI) 2. Transfusion associated circulatory overload (TACO)
82 4.C. Complicaties, acuut Respiratoire complicaties Pathogenese Symptomen Behandeling TRALI Onderliggende inflammatie recipiënt/antilichamen (HLA)/vrije vetten in donor product 1. Koorts 2. Hypotensie 3. Long exsudaat 4. Geen respons op diurese Supportief (O 2, ventilatie) TACO Volume overload, vaak bij bestaande cardiale pathologie 1. Geen koorts 2. Hypertensie 3. Long transsudaat 4. Snelle respons op diurese Diuretica Vertraag transfusie
83 4.C. Complicaties, acuut Acute hemolyse reactie < bloedgroep incompatibiliteit (< human error ) Leidt tot massale complement activatie intravasculaire hemolyse => hemoglobinurie en ANI cytokines => stimulatie stollingscascade => DIC Kliniek: koorts, flankpijn, rode urine, DIC (bloedingen) Diagnose: positieve directe Coombs test Therapie: vullen, DIC behandelen bloedbank verwittigen!: mogelijk 2 de patiënt at risk
84 4.C. Complicaties, acuut Sepsis < bacteriële contaminatie, vaak bij plt. transfusie Kliniek: koorts, hypotensie, DIC Diagnose: bloedcultuur Therapie: vnl. antibiotica
85 4.C. Complicaties, vertraagde reacties Vertraagde hemolyse reactie Vaak t.g.v. Rh incompatibiliteit Milde symptomen (lichte extravasculaire hemolyse) Vereist geen specifieke behandeling Post-transfusie purpura Reeds besproken (zie 3.A.)
86 Overzicht Deel 1: Hemostase biologie Deel 2: Congenitale factor deficiënties Deel 3: Verworven hemostatische defecten Deel 4: Transfusie Deel 5: Hemostase testen
87 Deel 5: Hemostase testen APTT reagens (in vitro) Vasculaire schade Factor XII APTT meet intrinsieke weg PT-reagens (in vitro) Tissue factor Factor XI Factor VII Factor IX = Remming = Activatie Factor VIII PT meet extrinsieke weg DOAC s Factor X Trombine = Factor II Factor V Proteïne S Proteïne C D-dimeren Fibrine polymeren = STOLSEL Fibrine Fibrinogeen Antitrombine Heparine, LMWH tpa, urokinase Plasmine Vitamine K afhankelijke factoren
88 Deel 5: Hemostase testen PT: In vitro simulatie van de stolling door toevoeging calcium en tromboplastine aan plasma Rapportage seconden of % (PT-patiënt / PT-normaal) INR = (PT-patiënt / PT-normaal) ISI - correctie voor de soorten tromboplastine op de markt - meest gestandaardiseerd Gevoelig voor depletie vitamine K afhankelijke factoren (II, VII, IX en X)
89 Deel 5: Hemostase testen APTT: In vitro simulatie van de stolling door toevoeging calcium en contact activator aan plasma Rapportage in seconden
90 Deel 5: Hemostase testen PT gestoord / APTT normaal, etiologie: 1. Deficiëntie vit. K afh. factoren ( intake, leverdysfunctie) 2. Inname vitamine K antagonisten (vb Sintrom) 3. FVII deficiëntie: vaak tijdelijk bij beginnende infecties
91 Deel 5: Hemostase testen PT normaal / APTT gestoord, etiologie: 1. Lupus anticoagulans (vaak bij infectie) geeft GEEN bloedingsneiging! 2. Contaminatie met heparine via infuus 3. Therapie met heparine / LMWH 4. Deficiëntie FVIII, IX, XI of XII (meestal erfelijk) FXII geeft GEEN bloedingsneiging!
92 Deel 5: Hemostase testen PT gestoord / APTT gestoord, etiologie: 1. Lever dysfunctie 2. DIC, sepsis, shock 3. Hoge heparine levels 4. Ernstige vitamine K deficiëntie 5. Laag fibrinogeen (vb bij bepaalde chemo) 6. Directe orale anticoagulantia Anti-II (vb dabigatran): vnl. effect op APTT Anti-X (vb rivaroxaban): vnl. effect op PT
93 Do you have an appointment?
Hemostase, Bloeding en Transfusie
Hemostase, Bloeding en Transfusie I.k.v. Postgraduaat Heelkunde Sam Vander Meeren, MD Dienst Hematologie Universitair Ziekenhuis Brussel UZ Brussel 21 maart 2014 Overzicht Deel 1: Hemostase biologie Deel
Cases Stolling. BVMLT 17 november 2015
Cases Stolling BVMLT 17 november 2015 Vraag 1: welke factoren kan je meten met een aptt test? A. FVII, FV, FX, FII, fibrinogeen B. FVIII en FIX C. FXII, FXI, FVIII en FIX D. FXII, FXI, FVIII, FIX, FV,
stolling en trombose Dr Marieke J.H.A. Kruip internist-hematoloog 15 maart 2019
stolling en trombose Dr Marieke J.H.A. Kruip internist-hematoloog [email protected] 15 maart 2019 Wat ga ik bespreken? Hoe werkt de stolling ook alweer?? Wat is trombose en waardoor ontstaat het? Hoe
Hoe coupeer je anticoagulantia?
Hoe coupeer je anticoagulantia? COIG klinische farmacologie 18-6-2019 Jenneke Leentjens, internist-vasculair geneeskundige klinisch farmacoloog DISCLOSURE BELANGEN (potentiële) belangenverstrengeling Voor
Interpretatie labo-resultaten
Interpretatie labo-resultaten hematologie Sylvia Snauwaert, MD PhD Overzicht A. Trombocytopenie B. Leucocytose Bespreking casussen A. Trombocytopenie Man, 63 jaar, routinebloedafname, asymptomatisch Help
Dr. Bart Oris h.-hartziekenhuis Lier
De klassieke voorstelling van de stollingscascade met een intrinsieke en extrinsieke arm strookt niet met de in vivo stolling Essentieel bij een normale stolling is de aanwezigheid van de fosfolipidenmembraan
Dr. Bart Oris h.-hartziekenhuis Lier
De klassieke voorstelling van de stollingscascade met een intrinsieke en extrinsieke arm strookt niet met de in vivo stolling Essentieel bij een normale stolling is de aanwezigheid van de fosfolipidenmembraan
Stolling en antistolling. Prof.dr. Karina Meijer Afdeling Hematologie UMCG Transmuraal Trombose Expertisecentrum Groningen
Stolling en antistolling Prof.dr. Karina Meijer Afdeling Hematologie UMCG Transmuraal Trombose Expertisecentrum Groningen Wat gaan we doen? Wat willen jullie? Achtergrond Antistollingsmedicatie Achtergrond
Perioperatief beleid. van patiënten behandeld met bloedverdunners
Perioperatief beleid van patiënten behandeld met bloedverdunners Perioperatief beleid van patiënten behandeld met plaatjesremmers Aspirine en/of ADP receptor inhibitor (Plavix of clopidogrel, Efient of
Vraag screenend laboratorium hemostase onderzoek. 2. pas maar op dat die bloedneus niet gaat groeien. 3. Griekenland, 32 C en een Hermes schotel
Vraag 1 Een corpulente minister van financiën stapt met een koffertje op het vliegtuig naar Griekenland en is geheel toevallig bij terugkomst enige kilo s bagage kwijt. Tevens heeft hij bij terugkomst
Hypercoagulopathie. Peter Verhamme Vasculaire Geneeskunde & Hemostase UZ Leuven
Hypercoagulopathie Peter Verhamme Vasculaire Geneeskunde & Hemostase UZ Leuven 1 Hypercoagulopathie Arteriele / Veneuze / Microvasculaire Trombose Aangeboren vs. Verworven Cutane Manifestaties van hypercoagulopathie
Inleiding op de fysiologie en pathologie van de bloedstolling
Inleiding op de fysiologie en pathologie van de bloedstolling Dr. Anna Vantilborgh Hematologie - UZ Gent 2010 Universitair Ziekenhuis Gent 2 2 3 4 4 5 5 6 6 7 8 8 1) INITIATION HEMOSTASIS Endothelial cells
Medische zorgverlening bij een acute bloeding en hemorragische shock
Medische zorgverlening bij een acute bloeding en hemorragische shock Jan J. De Waele [email protected] @CriticCareDoc Inleiding Acute bloeding vaak trauma geassocieerd Mortaliteit na trauma in Belgie
Antitrombotica tijdens de peri-operatieve fase. Dr. Dirk Verleyen Cardioloog AZ St-Lucas Brugge
Antitrombotica tijdens de peri-operatieve fase Dr. Dirk Verleyen Cardioloog AZ St-Lucas Brugge Hemostase Anticoagulantia / anti-aggregantia: allebei bloedverdunners PRIMARY AGGREGATION Platelet Aggregation
Van bloedplaatjes tot fibrine:
Van bloedplaatjes tot fibrine: Hoe meten we stolling? N. Jacobs - Klinisch bioloog AZ KLINA 16/11/2011 1 Hemostase Gecontroleerd stelpen van een bloeding 16/11/2011 2 Hemostase Primaire hemostase Stabiele
Voorkom bloedingen. de achtergrond van antistollingsmiddelen, interacties en risicofactoren. Eindhoven, 19 juni 2014
Voorkom bloedingen de achtergrond van antistollingsmiddelen, interacties en risicofactoren Eindhoven, 19 juni 2014 dr. M.R. Nijziel, internist-hematoloog Indeling stollingssysteem oude antistollingsmiddelen
Aanbevelingen perioperatief beleid van patiënten behandeld met plaatjesremmers en anticoagulantia
Aanbevelingen perioperatief beleid van patiënten behandeld met plaatjesremmers en anticoagulantia dr. Tom Vydt, cardioloog AZ Sint-Maarten GR0034AV versie 04-2014 ALGEMEEN YK Perioperatief beleid van patiënten
Laboratoriummonitoring van directe orale anti-coagulantia. Dr Jan Emmerechts 11/03/17
Laboratoriummonitoring van directe orale anti-coagulantia Dr Jan Emmerechts 11/03/17 Inleiding Stolling en anticoagulantia TF FVII FIX FX FV FII (trombine) fibrinogeen fibrine Inleiding Stolling en anticoagulantia
AANPAK VAN BLOEDINGEN ONDER NIEUWE ANTICOAGULANTIA
AANPAK VAN BLOEDINGEN ONDER NIEUWE ANTICOAGULANTIA Dr. Anna Vantilborgh Hematologie - UZ Gent 13 september 2013 ALGEMENE PRINCIPES IN BEHANDELING VAN BLOEDINGEN AANPAK VAN BLOEDINGEN ONDER ORALE DIRECTE
Stolling en antistolling. Esther Kragten, arts trombose en trombofilie
Stolling en antistolling Esther Kragten, arts trombose en trombofilie Inhoud Antistolling peri-operatief onderbreken continueren Risico op trombose Arterieel Veneus Risico op bloeding: Peri-operatief Nabloeding
Urgente aanpak van bloedingen. Kathelijne Peerlinck Bloedings- en Vaatziekten UZ Gasthuisberg Leuven
Urgente aanpak van bloedingen Kathelijne Peerlinck Bloedings- en Vaatziekten UZ Gasthuisberg Leuven Casus: J-B H, 84 jaar Gezwollen blauwe tong en slikproblemen Ochtend van spoedopname : Consult huisarts
Post Transfusie Purpura
Post Transfusie Purpura Leendert Porcelijn Immunohematologie Diagnostiek Trombocyten/Leukocyten Serologie 19 mei 2017 1 19 mei 2017 2 Serum van mevrouw Zw in Plaatjes ImmunoFluorescentie Test (PIFT) met
Medicamenten die de stolling beïnvloeden
Medicamenten die de stolling beïnvloeden Auteur: Karel Zuur Anesthesioloog/Intensivist Datum: 11 mei 2015 Doel Overzicht, aandachtspunten, handvatten ---. Beleid / How we do it 2 Arsenaal Thrombocyten(functie)
Perioperatief beleid voor patiënten behandeld met vitamine K antagonisten
Perioperatief beleid voor patiënten behandeld met vitamine K antagonisten Algemene principes: De voorgeschreven werkwijze is afhankelijk van 3 factoren: 1. Het bloedingsrisico gepaard met de ingreep. Dit
Majeure bloeding wat nu?
Majeure bloeding wat nu? Jan J. De Waele MD PhD Surgical ICU Ghent University Hospital Ghent, Belgium. [email protected] @CriticCareDoc Inleiding Stolling is een complex gebeuren Falen van de stolling
Plaats van de collageen binding analyse in de VWD diagnostiek?
Plaats van de collageen binding analyse in de VWD diagnostiek? Van Aelst Sophie Prof. Dr. M. Jacquemin 08/03/2016 INLEIDING Ziekte van Von Willebrand (VWD) Meest voorkomende erfelijke bloedingsziekte Prevalentie
OLV Ateljee antico Els Bailleul, MD klinisch bioloog mei 2016
OLV Ateljee antico 2016 Els Bailleul, MD klinisch bioloog mei 2016 Overzicht antistollingsmedicatie Vitamine K antagonisten Warfarine, phenprocoumon, acenocoumarol Heparine en derivaten: AT afhankelijke
Trombocytentransfusies bij kinderen. 11 de Pediatrisch Transfusiesymposium 14 september 2011 Annemieke Willemze
Trombocytentransfusies bij kinderen 11 de Pediatrisch Transfusiesymposium 14 september 2011 Annemieke Willemze Inhoud Trombocytopenie en bloeden Trombocytentransfusietriggers Verschillende trombocytenconcentraten
Casuïstiek stiek en externe kwaliteitscontrole. SKS symposium 30 oktober 2008 Ad Castel Ton van den Besselaar
Casuïstiek stiek en externe kwaliteitscontrole SKS symposium 30 oktober 008 Ad Castel Ton van den Besselaar Conclusies uit 006: De indicatie tot, en de interpretatie van laboratoriumonderzoek zijn wezenlijke
Perioperatief beleid t.a.v anticoagulantia de nieuwste inzichten. Felix van der Meer Afdeling Trombose en Hemostase Trombosedienst Leiden
Perioperatief beleid t.a.v anticoagulantia de nieuwste inzichten Felix van der Meer Afdeling Trombose en Hemostase Trombosedienst Leiden Anticoagulantia Vitamine K antagonisten (VKA) Trombocytenaggregatieremmers
DOACs in 15 dia s Transmuraal Trombose Expertise Centrum Groningen
DOACs in 15 dia s - 2018 - Transmuraal Trombose Expertise Centrum Groningen Wat zijn DOACs? DOACs zijn bloedverdunners: Directe Orale Anti Coagulantia Die worden gebruikt bij atriumfibrilleren (AF) en
Aanpak van patiënten met bloedingsneiging ASO
Aanpak van patiënten met bloedingsneiging ASO 02-03-2016 Casus: J-B H, 84 jaar Gezwollen blauwe tong en slikproblemen Ochtend van spoedopname : Consult huisarts omwille van angina Onderzoek met tongspatel
Indicatie antistolling. NOAC/DOAC Is de praktijk net zo verwarrend als de naam.? Indicaties VKA in NL Wat gebruikten we. Het stollingsmechanisme
Indicatie antistolling NOAC/DOAC Is de praktijk net zo verwarrend als de naam.? Behandeling DVT/ longembolie Atriumfibrilleren Mechanische hartklep Arterieel vaatlijden Hartfalen met kamerdilatatie ( alleen
beleid bij pre-operatieve stollingsstoornissen
beleid bij pre-operatieve stollingsstoornissen Prof. Dr. Cees Th. Smit Sibinga, FRCP Edin, FRCPath ID Consulting for International Development of Transfusion Medicine (IDTM) University of Groningen, NL
Endoscopie en anticoagulantia: een update.
Endoscopie en anticoagulantia: een update. Dr. Koen Van Dycke, Prof. Dr. Isabelle Colle, Prof. Dr. Martine De Vos. Dienst Gastro-enterologie UZ Gent. De Pintelaan 185 9000 Gent Abstract: Door de toenemende
Workshop 27 april ROTEM voor perioperative monitoring van de stolling
Workshop 27 april 2010 ROTEM voor perioperative monitoring van de stolling Dr. Christa Boer Research Manager Perioperative Care Afdeling Anesthesiologie Thromboelastometrie Diagnostiek Educatie Onderzoek
Antistolling in het pijncentrum
Antistolling in het pijncentrum Dr. Veerle Dirckx mariaziekenhuis.be Mensen zorgen voor mensen Overzicht Ter opfrissing de stollingscascade Wat is er allemaal op de markt? Wat werkt waarop in? Hoelang
Casus Siemens Gebruikersdag Antwerpen, 22 september 2016
Casus Siemens Gebruikersdag Antwerpen, 22 september 2016 Dr. Henk Louagie, dienst klinische biologie Dr. Marjan Petrick, dienst haematologie AZ Sint-Lucas Gent Groenebriel 1 B-9000 Gent Tel +32 9 224 64
Stollingsproblemen : interactie kliniek en labo. Kathelijne Peerlinck Bloedings- en Vaatziekten
Stollingsproblemen : interactie kliniek en labo Kathelijne Peerlinck Bloedings- en Vaatziekten Bloedings- en Vaatziekten labo kliniek Onderzoek van de bloedstolling Bloedname op anticoagulans (citraat=chelator
Geneesmiddelen die de stolling beïnvloeden bij atrium fibrilleren
27-10-2016 Geneesmiddelen die de stolling beïnvloeden bij atrium fibrilleren Wobbe Hospes, ziekenhuisapotheker Agenda Waarom en wanneer antistolling? Stollingscascade en aangrijpingspunten geneesmiddelen
Een vreedzame vorm van bloedvergieten: De Transfusie! Ann Tegethoff Oncologisch Congres, Oostkamp 06/02/2016
Een vreedzame vorm van bloedvergieten: De Transfusie! Inhoud: Historie Bloedgroepen Indicaties voor transfusie Verpleegkundige aandachtspunten bij transfusie Cijfergegevens Historie: Oudheid: bloedbaden
Vernieuwingen in stroke preventie in atrium fibrilleren. Joep Hufman, Medical Scientific Liason
Vernieuwingen in stroke preventie in atrium fibrilleren Joep Hufman, Medical Scientific Liason Agenda/ Content Atrium fibrilleren & Stollingscascade Heden Toekomst Discussie Atrium fibrilleren en Stollingscascade
casuistiek: bloedingscomplicaties bij het gebruik van de nieuwe generaties antistollingsmiddelen
casuistiek: bloedingscomplicaties bij het gebruik van de nieuwe generaties antistollingsmiddelen Dr. Marieke JHA Kruip Internist- hematoloog Erasmus MC inhoud casus indica>es nieuwe orale middelen risico
Problematiek 17/01/2011. Dr. Patrick Schoeters PREVENTIEF ANTISTOLLINGSBELEID BIJ ENDOSCOPISCHE PROCEDURES
Preventief antistollingsbeleid bij endoscopische procedures : een bloedstollend verhaal PREVENTIEF BIJ ENDOSCOPISCHE PROCEDURES Dr. Patrick Schoeters Problematiek Thrombusvorming cruciaal in cardiovasculaire
Massaal Bloedverlies en Acute Traumatische Coagulopathie. Rob Zwinkels AIOS Anesthesiologie
Massaal Bloedverlies en Acute Traumatische Coagulopathie Rob Zwinkels AIOS Anesthesiologie Trauma en verbloeding Mondiaal: jaarlijks 6,5 miljoen trauma sterfgevallen In Nederland: Meest voorkomende oorzaak
MDO-praatje (Catastrofaal) antifosfolipen syndroom. Charlotte Schaap AIOS interne geneeskunde
MDO-praatje (Catastrofaal) antifosfolipen syndroom Charlotte Schaap AIOS interne geneeskunde Casus Patient 51 jaar RvO: overname van elders ivm wisselende EMV-scores, oorzaak vooralsnog onduidelijk. Voorgeschiedenis
artseninformatie Richtlijnen voor beleid van bloedverdunners in een peri-operatieve fase GezondheidsZorg met een Ziel
i artseninformatie Richtlijnen voor beleid van bloedverdunners in een peri-operatieve fase GezondheidsZorg met een Ziel 2 Inhoud 1 Richtlijnen voor beleid van bloedverdunners in een peri-operatieve fase...
Bloedtransfusies op PICU : Wanneer wel? Wanneer niet? 2014 Universitair Ziekenhuis Gent
Bloedtransfusies op PICU : Dr. Evelyn Dhont Intensieve Zorgen Pediatrie UZ Gent Inleiding Eerste bloedtransfusies beschreven rond 1600 Van dier naar dier / dier naar mens /mens naar mens Vanaf 1900 succesvolle,
Casus. Judith Lie, hemovigilantiefunctionaris Erik Beckers, internist-hematoloog Kennisplatform ZO 04-04-2013
Casus Judith Lie, hemovigilantiefunctionaris Erik Beckers, internist-hematoloog Kennisplatform ZO 04-04-2013 Melding Transfusiereactie 09-11-2012 (vrij): vrouw 34 jaar Tijdens plasmaferese met FFP als
Verworven stollingsinhibitoren. Marc Jacquemin
Verworven stollingsinhibitoren Marc Jacquemin 1 AUTO-immune respons tegen eigen eiwitten Verworven stollingsinhibitor Lupus anticoagulans Copyright Excorim 2 AB Coagulation in a blood vessel: fibrin stabilises
Couperen van anticoagulantia bij bloedingen en acute interventies (VKA, DOAC, heparine/lmwh, trombocytenaggregatieremmers) Versie 4, aug 2016
Couperen van anticoagulantia bij bloedingen en acute interventies (VKA, DOAC, heparine/lmwh, trombocytenaggregatieremmers) Versie 4, aug 2016 INHOUDSOPGAVE 1. ALGEMEEN 2. VITAMINE K ANTAGONISTEN 3. DIRECTE
AANDOENINGEN van het BLOED. H.H. TAN, arts 2015
AANDOENINGEN van het BLOED H.H. TAN, arts 2015 BLOED 2 RODE BLOEDCELLEN (ERYTROCYTEN ; 4,5-5,5 x 10 12 /ltr, 4-5 x 10 12 /ltr) * Vervoeren O 2 naar het weefsel * Voeren CO 2 af * Levensduur: 120 dagen
Transfusie van plasma
Transfusie van plasma Marjolein Peters Kinderarts-hematoloog Emma Kinderziekenhuis AMC, Amsterdam Inhoud presentatie 1. Uit welke bestanddelen bestaat plasma? 2. De huidige producten (kwantiteit, veiligheid,
Implementatie van een massaal transfusie protocol. Harry Naber Anesthesioloog Isala Zwolle
maart 20, 2013 Implementatie van een massaal transfusie protocol Harry Naber Anesthesioloog Isala Zwolle ATLS Primo non nocere Gaat uit van Golden standards, Zelden van onderzoek Niet van evidence Niveaus
Nascholing Antistolling
Nascholing Antistolling Peri-operatief Antistollingsbeleid Nivo 2 3 Een initiatief van de Stuurgroepketen Antistollingsbehandeling versie 2, februari 2012 probleem antistolling peri-operatief Igv doorgaan
Perioperative management of NOACs
Perioperative management of NOACs Peter Verhamme Bloedings- en Vaatziekten Erik Vandermeulen Anesthesie Perioperatieve Antitrombotic Therapy 2000 Vitamine K antagonists (Marcoumar, Marevan, Sintrom) Aspirine
Haemostase. Samenvatting
181 Haemostase Haemostase is het proces wat ervoor zorgt dat een beschadiging in een bloedvat snel en effectief wordt hersteld om overtollig bloedverlies te voorkomen. Het haemostatische proces is in normale
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan; wat te doen?
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan; wat te doen? dhr. B. Santbergen, internist-hematoloog, mw. dr. E.A. Kemper, klinisch chemicus, en mw. A.R. Bharos, huisarts, HA praktijk Rozenburcht, Capelle a/d
MEDISCH PROTOCOL Peri-operatief beleid van patiënten behandeld met bloedverdunners
JESSA ZIEKENHUIS MEDISCH PROTOCOL 09.01.01.19.01 Peri-operatief beleid van patiënten behandeld met bloedverdunners Datum opmaak: 01/12/2010 Datum laatste herziening: 15/10/2014 Pagina s protocol: 16 Pagina
Anemia/thrombopenie in de onco-hematologie
Anemia/thrombopenie in de onco-hematologie beenmerginfiltratie leukemieën, multipel myeloom, lymfoom chemotherapie vb inductie of consolidatiechemotherapie acute leukemie stamceldisfunctie myelodysplasieën:
HEMOSTASE fysiologie en pathologie
HEMOSTASE fysiologie en pathologie Prof. Dr. Cees Th. Smit Sibinga, FRCP Edin, FRCPath ID Consulting for International Development of Transfusion Medicine (IDTM) University of Groningen, NL ID Consulting
Bespreking van de ingezonden resultaten
RESULTATEN EN BESPREKING CASUS MEI 2012 SECTIE STOLLING SKML Beschrijving van de casus Een 23-jarige vrouw wordt door de huisarts verwezen naar de SEH voor verder onderzoek i.v.m. pijn op de borst vastzittend
Het kind met een stolsel
Het kind met een stolsel Heleen van Ommen EKZ AMC, Amsterdam Casus: meisje 15 jr Anamnese Sinds een aantal dagen benauwd en pijn op de borst, vastzittend aan de ademhaling, mn links Voorgeschiedenis: Week
Mini symposium. VHL 18 juni 2013 An Stroobants
Mini symposium VHL 18 juni 2013 An Stroobants Programma Introductie: An Stroobants Evaluatie van screeningstests Rol van PT en in screening op NOAC gebruik: Harry de Wit Evaluatie van specifieke tests
Boekje over de nieuwe orale anticoagulantia. Wat u moet weten voor het veilig gebruik ervan
Boekje over de nieuwe orale anticoagulantia Wat u moet weten voor het veilig gebruik ervan GEGEVENS PATIËNT Naam Adres Tel HUISARTS Naam Adres Tel SPECIALIST Naam Ziekenhuis Tel ANTISTOLLINGSMEDICATIE
Verworven stollingsinhibitoren. Marc Jacquemin
Verworven stollingsinhibitoren Marc Jacquemin 1 ALLO-immune respons tegen toegediende stollingsfactoren hemofilie A behandeld met FVIII antistoffen tegen FVIII 2 GEEN mutatie in de genen van stollingsfactoren
Antistolling: stand van zaken. R.F.J. Schop, internist-hematoloog P.P.P.H. van den Homberg, huisarts, GC Krimpen
Antistolling: stand van zaken R.F.J. Schop, internist-hematoloog P.P.P.H. van den Homberg, huisarts, GC Krimpen Epidemiologie Landelijke afspraken Directe orale anti-coagulantia: DOAC s 10-4-2017 Voettekst
Overzicht pathogeenreductie (PR) methoden: effecten op in vitro kwaliteit van cellulaire bloedproducten. Pieter van der Meer 17 november 2010
Overzicht pathogeenreductie (PR) methoden: effecten op in vitro kwaliteit van cellulaire bloedproducten Pieter van der Meer 17 november 2010 Marktklare methodes Trombocyten Rode cellen Vol bloed S59 (amotosalen)/uva
Het werkingsmechanisme van recombinant factor VIIa (NovoSeven)
Het werkingsmechanisme van recombinant factor VIIa (NovoSeven) Ton Lisman Chirurgisch Onderzoekslaboratorium, UMC Groningen Behandeling van hemofilie A/B Suppletie FVIII/FIX Remmende antistoffen? Bypassing
Bloed en bloedproducten. Eelkje Huvenaars Acute zorg
Bloed en bloedproducten Eelkje Huvenaars Acute zorg Leerdoelen Benoemen ABO rhesus systeem Gebruik infusievloeistoffen, (contra)indicaties Welke bloedproducten toedienen Indicaties bloedproducten Verpleegkundige
Bedside teaching Catharina
Bedside teaching Catharina Stolling en antistolling 2018 dr. Marten R. Nijziel internist-hematoloog Catharina ziekenhuis Wat gaan we doen? stolling: hemostase state-of-the-art 2018 antistolling: DOAC in
Practicum Laboratoriumgeneeskunde. Dr. Pieter Vermeersch Prof. Norbert Blanckaert
Practicum Laboratoriumgeneeskunde Dr. Pieter Vermeersch Prof. Norbert Blanckaert Practicum laboratoriumgeneeskunde 1. Pre-analytische fase 2. Basisprincipes celtelling 3. Labobezoek OUTCOME EFFECT MEDISCHE
Intracerebrale bloeding
Intracerebrale bloeding Tony Van Havenbergh, neurochirurgie, GZA Philippe Jorens, Intensieve zorg, UZA/UA Neuro Vasculair Centrum Antwerpen Problem list wat weten we al? Meest frequente spontane intracerebrale
Toepassing van plasmafactoren voor de hemostase - Huidige inzichten in de hemostatische balans
Klinisch Transfusieonderwijs NVB-TRIP 2018 Toepassing van plasmafactoren voor de hemostase - Huidige inzichten in de hemostatische balans Dr. Erik AM Beckers Internist-hematoloog/transfusiespecialist 2
Wat is de beste keuze voor het klinisch gebruik van Virus Veilig Plasma?
Wat is de beste keuze voor het klinisch gebruik van Virus Veilig Plasma? Dr. Martin Schipperus, internist-hematoloog Directeur Landelijk Hemovigilantie Bureau TRIP Inhoud presentatie Indicaties toediening
Pradaxa (dabigatran etexilaat) en het specifieke antidotum, Praxbind (idarucizumab) Educational slide kit for users
Pradaxa (dabigatran etexilaat) en het specifieke antidotum, Praxbind (idarucizumab) Educational slide kit for users Pradaxa is geregistreerd voor meerdere indicaties1 CVA preventie bij non- valvulair atrium
Monitoren van coagulopathie: met trombo-elastografie..rol voor plasma.
Monitoren van coagulopathie: met trombo-elastografie..rol voor plasma. Yvonne Henskens, MSc, PhD klinisch chemicus hoofd van clusters voor hematologie, hemostase en transfusie Centraal Diagnostisch Laboratorium
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting In dit proefschrift wordt de ontwikkeling van twee nieuwe testen beschreven die kunnen helpen bij de detectie van verhoogde bloedings- of tromboseneigingen. In hoofdstuk 1 wordt
Chapter 10 C H A P T E R. Nederlandse Samenvatting
Chapter 10 C H P R ederlandse Samenvatting 10 175 S M V I G Haemostase Hartinfarct en beroerte zijn het gevolg van trombi (bloed stolsels) die belangrijke vaten afsluiten en daardoor weefsel beschadiging
NOACs in de dagelijkse praktijk. Menno Huisman Afdeling Trombose en Hemostase LUMC Leiden [email protected]
NOACs in de dagelijkse praktijk Menno Huisman Afdeling Trombose en Hemostase LUMC Leiden [email protected] Belangen Voordrachten tijdens wetenschappelijke verenigingen ondersteund door farma; honoraria
Laboratorium-monitoring van antistollingsmedicatie VAKB symposium - 7 juni 2005
Laboratorium-monitoring van antistollingsmedicatie VAKB symposium - 7 juni 2005 Els Bailleul O.L.V.Ziekenhuis Aalst Inleiding Rationale voor monitoring van medicatie: aanpassen dosering i.f.v. efficiëntie
TRALI. Transfusion Related Acute Lung Injury. L. Porcelijn 12 11 2009
TRALI Transfusion Related Acute Lung Injury Definitie TRALI Incidentie Kliniek Fysiologie/Pathologie Diagnose Preventie Definitie Acute Lung Injury (ALI) Acuut begin Hypoxemie: PaO2/FIO2 < 300 mm Hg of
VSV Achterhoek Oost Protocol Antistolling
VSV Achterhoek Oost Protocol Doel Preventie van veneuze trombo-embolie / vte in de verloskunde Tabel Absolute risico s op een eerste tijdens en na de zwangerschap bij trombilie met en zonder een positieve
Hereditair angio-oedeem (HAE) en Anesthesie. Nina D hondt Prof. Dr. E. Vandermeulen
Hereditair angio-oedeem (HAE) en Anesthesie Nina D hondt Prof. Dr. E. Vandermeulen HAE Zeldzame aandoening +/- 1 op 50 000 individuen Mutatie in het C1-esterase inhibitor gen 150 verschillende mutaties
Bloedtransfusie. Dr. Peter A.W. te Boekhorst
Bloedtransfusie Dr. Peter A.W. te Boekhorst Disclosure belangen Peter A.W. te Boekhorst (potentiële) belangenverstrengelingen Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld
Bloedstolling. Disclaimer. Laboparameters Geneesmiddelen. Ziekenhuisapotheker, geen klinisch bioloog. Hemostase = complex; focus op stolling
Bloedstolling Laboparameters Geneesmiddelen Lorenz Van der Linden (UZLeuven) PUO, VZA, 09/10/2012 Disclaimer Ziekenhuisapotheker, geen klinisch bioloog Hemostase = complex; focus op stolling PT, aptt/act
De Thrombine Generatie Test: Theorie en Praktijk
De Thrombine Generatie Test: Theorie en Praktijk J. Rosing Cardiovascular Research Institute Maastricht The Netherlands Dia 1 Vroeger was de stolling erg eenvoudig Morawitz 1905: Thrombokinase Prothrombine
STOLLING & ROTEM EEN PRAKTISCHE GIDS DR. STAN OUTTIER DIENST ANESTHESIE UZ LEUVEN CONFUSED?
STOLLING & ROTEM EEN PRAKTISCHE GIDS DR. STAN OUTTIER DIENST ANESTHESIE UZ LEUEN CONFUSED? 1 STOLLINGSFASEN ASCULAR INJURY WEEFSELSCHADE asoconstriction Exposure of subendothelial Collagen Release of Tissue
Overige aanvraagpaden HILA
1. ZWANGERSCHAP- EN TRANSFUSIE-GERELATEERDE PATHOLOGIE... 2 1.1. Alloimmune neonatale neutropenie (staalname bij moeder) (9535/M_035)... 2 1.2. Chronische neutropenie (staalname bij patiënt) (9536/M_0351)...
Stolling & Leverziekten: is het nu te dik of te dun?
DEPARTMENT OF HEPATOLOGY AND GASTROENTEROLOGY Stolling & Leverziekten: is het nu te dik of te dun? Xavier VERHELST, MD, PhD Dienst Maag-, Darm- en Leverziekten Postgraduaat 28 Maart 2019 Pellicoro et al.,
Eén van de meest gevreesde complicaties van een neuraxiaal block is een de ontwikkeling van een spinaal (epiduraal of subarachnoïdaal) hematoom en
1 Eén van de meest gevreesde complicaties van een neuraxiaal block is een de ontwikkeling van een spinaal (epiduraal of subarachnoïdaal) hematoom en daaruit voortvloeiende paraplegie. Initieel werd de
TTP. Anke te Stroet Hemovigilantiemedewerker
TTP Anke te Stroet Hemovigilantiemedewerker Disclosure belangen spreker bijeenkomst Onderwijsbijeenkomst Kennisplatform Transfusiegeneeskunde ZO Geen (potentiële) belangenverstrengeling Naam: Anke te Stroet
Behandeling Diep Veneuze Trombose
Behandeling Diep Veneuze Trombose Danick Werner MSc Verpleegkundig specialist intensieve zorg Vasculaire geneeskunde & endocrinologie Amphia Ziekenhuis, Breda Continuing Nursing Education, 20 september
READER. Cursus Sepsis : herkennen en behandelen in de pre-hospitale setting
READER Cursus Sepsis : herkennen en behandelen in de pre-hospitale setting ACHTERGRONDINFORMATIE: PATHOFYSIOLOGIE Pro- inflammatoire en anti-inflammatoire respons Sepsis is de systemische respons van de
Doelstelling van deze informatiebijeenkomst
Doelstelling van deze informatiebijeenkomst De antistollingsbehandeling van bewoners van zorginstellingen optimaliseren. Door inzet van Nabij Patiënt Testen (NPT) Met een goede samenwerking tussen medewerkers
anemie 1.1 Overzicht van de anemieën 1.2 Congenitale anemieën 1.3 Verworven anemieën
I N H O U D hoofdstuk 1 anemie 13 1.1 Overzicht van de anemieën 13 1.2 Congenitale anemieën 16 1.2.1 De thalassemieën 16 1.2.2 Sikkelcelanemie 19 1.2.3 Andere hemoglobinopathieën 22 1.2.4 Aangeboren membraanafwijkingen
