NVOnderwerp. Refeedingsyndroom
|
|
|
- Joke Geerts
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 NVOnderwerp Refeedingsyndroom Achtergrond Ondervoeding bij ziekte is een frequent probleem in de (Nederlandse) gezondheidszorg. Ernstig ondervoede patiënten hebben bij het snel (her)starten van (par)enterale voeding een verhoogd risico op het ontwikkelen van het refeedingsyndroom. Het refeedingsyndroom kan worden omschreven als de ernstige en potentieel fatale verschuivingen in vocht en elektrolyten tussen de verschillende lichaamscompartimenten die ontstaan bij het starten van (par)enterale voeding bij patiënten die langdurig niet gevoed zijn of om een andere reden ondervoed zijn. Doel Dat het refeedingsyndroom fatale gevolgen kan hebben staat vast. Vele andere aspecten omtrent het syndroom zoals oorzaak, incidentie, verschijnselen, preventie en behandeling zijn grotendeels onbekend door een gebrek aan onderzoeksgegevens uit grote(re) series. Hoewel het refeedingsyndroom meestal wordt omschreven als een éénduidig geheel, presenteren patiënten zich in de praktijk met verschillende symptomen. In sommige patiënten treden multipele elektrolytafwijkingen op, bij anderen is er alleen een daling in het serumfosfaat; sommigen hebben milde en anderen hebben ernstige klinische symptomen. Tevens is er geen eenduidigheid en bewijs over welke strategie het beste is in de preventie en behandeling van refeedingproblematiek. Om deze redenen willen we het syndroom niet vastleggen in een (landelijk) protocol, maar beogen we handvatten voor de praktijk te geven. Het doel van dit NVOnderwerp is het in kaart brengen van de huidige best beschikbare literatuur over het refeedingsyndroom en het beschrijven van een mogelijke strategie om het te kunnen voorkomen. Het onderwerp kan gebruikt worden als basis om de zorg rond het refeedingsyndroom goed en uniform te organiseren in uw eigen ziekenhuis. Een ander, daaraan gekoppeld, doel is om aan te geven waar wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk is. Oorzaak Bij inadequate inname of verlies van voedingstoffen, vocht en elektrolyten gedurende langere tijd ontstaan er tekorten aan vitamines, sporenelementen en (intracellulaire) elektrolyten. Bovendien bevindt het lichaam zich in een katabole toestand met hierbij frequent een lage insulineconcentratie. Door het toedienen van voeding (oraal, enteraal, parenteraal, maar ook bv intraveneus glucose) wordt het metabolisme gestimuleerd tot verwerking en opslag van de toegediende nutriënten. Hierbij stijgt de insulineconcentratie in het bloed, die de glucose-opname, -verbranding en glycogeenopslag in cellen stimuleert. Bij en door dit proces worden
2 elektrolyten (kalium, magnesium, fosfaat) uit de bloedbaan opgenomen in de cellen, hetgeen leidt tot daling van de concentratie elektrolyten in de bloedbaan. Dit kan klinische gevolgen hebben, zoals hartritmestoornissen, neurologische stoornissen, respiratoire insufficiëntie etc. Daarnaast wordt het wateroplosbare en daardoor nauwelijks opgeslagen thiamine (vitamine B1) gebruikt in het bovengenoemde glucosemetabolisme. Zo kan een latente thiaminedeficiëntie door toediening van koolhydraten manifest worden, met symptomen als hartfalen of neurologische verschijnselen. Verder induceert insuline water- en zoutretentie in de nier. Dit kan bijdragen aan het hartfalen bij patiënten met een ernstig tekort aan thiamine of bij patiënten met een pre-existente hartziekte. Het refeedingsyndroom beschrijft de metabole veranderingen die optreden na het starten van voeding in een ondervoede patiënt met een tekort aan nutriënten en elektrolyten. Het moge duidelijk zijn dat niet bij iedere patiënt het syndroom in volledigheid klinisch manifest wordt. De kliniek is sterk afhankelijk van de bestaande tekorten en eventueel andere onderliggende ziekten en medicatiegebruik. Het monitoren van het refeedingsyndroom is essentieel om klinische complicaties te voorkomen. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen: biochemisch refeedingsyndroom en symptomatisch refeedingsyndroom. Er lijkt een preventieve rol weggelegd voor monitoring van biochemische veranderingen bij patiënten die gaan starten met voeding, en overmatige variatie tijdig te signaleren en te behandelen om ernstige complicaties (symptomen) te voorkomen (tabel 1). Tabel 1. Biochemische en Symptomatische refeeding syndroom kenmerken Biochemische refeeding Stijging insuline Hypofosfatemie Hypokaliëmie Hypomagnesiëmie Thiamine deficiëntie Symptomatische refeeding Insuline stimuleert de glucosestofwisseling en induceert water- en zoutretentie met als mogelijk gevolg oedeem en hartfalen Verminderd respiratoir, cardiovasculair en neuromusculair functioneren. Mogelijke symptomen zijn spierzwakte, respiratoire insufficiëntie, hartfalen, insulten en hartritmestoornissen Spierzwakte, respiratoire insufficiëntie, hartritmestoornissen, ileus, concentratiestoornissen in de nier Spierkrampen, hypocalciemie, hartritmestoornissen, insulten De voorraad thiamine in het lichaam volstaat voor maximaal 7 dagen. Het is een cofactor in de aërobe glucoseverbranding. Een tekort leidt tot een anaeroob glucosemetabolisme met als gevolg een toename van lactaat (lactaatacidose, hartfalen). Daarnaast kan het Wernicke Korsakoff syndroom optreden - Risico patiënten Identificatie van hoog-risicopatiënten is belangrijk, aangezien vroegtijdige herkenning en preventie het refeedingsyndroom zou kunnen voorkomen, respectievelijk de klinische verschijnselen kunnen afzwakken. In de beschikbare literatuur worden hoog-risicopatiënten omschreven als patiënten die langdurig niet adequaat
3 gevoed zijn of om een andere redenen ondervoed of een ernstig tekort aan vitamines of elektrolyten zouden kunnen hebben (tabel 2). Uiteraard zal niet bij iedere patiënt die voldoet aan de genoemde kenmerken het refeedingsyndroom klinisch manifest worden en is de ernst van de kliniek (naast preventie en behandeling) tevens afhankelijk van andere factoren zoals onderliggende ziekten of medicatiegebruik. Vanwege de mogelijke fatale gevolgen is het belangrijk de hoog-risicopatiënt vóór het (her)starten van (par)enterale voeding te screenen op het risico op het refeedingsyndroom. Tabel 2. Signaleren van hoog-risicopatienten op het refeedingsyndroom Hoog risico op het refeedingsyndroom De patiënt heeft één óf meer van de volgende kenmerken: BMI < 16 > 15% ongewenst gewichtsverlies in de laatste 3-6 maanden > 10 dagen geen / te verwaarlozen (geschat < 100kcal per 24 uur) intake Lage plasmawaarden elektrolyten voor start voeding (kalium, fosfaat, magnesium) De patiënt heeft twee óf meer van de volgende kenmerken: BMI < 18,5 > 10% ongewenst gewichtsverlies in de laatste 3-6 maanden > 5 dagen geen / te verwaarlozen (geschat < 100kcal per 24 uur) intake Chronisch (overmatig) alcoholmisbruik Patiëntengroepen waar hoog-risicopatiënten in kunnen voorkomen zijn bijvoorbeeld: Patiënten met een lage intake van nutriënten en/of ongewenst gewichtsverlies - langdurig vasten of een laag calorisch dieet - chronische slikproblemen en andere neurologische aandoeningen - anorexia nervosa - chronisch alcoholmisbruik - ouderen met depressie - oncologiepatiënten - chronische infectieziekten (AIDS, tuberculose) - postoperatieve patiënten Patiënten met verlies van nutriënten en/of een verminderde nutriënten absorptie - chronisch-inflammatoire darmziekten (IBD)
4 - disfunctie van het maagdarmkanaal (bijvoorbeeld cystic fibrosis) - chronische pancreatitis - shortbowelsyndroom - gebruik van hoge doses diuretica (verlies van elektrolyten) - chronisch gebruik van antacida (magnesium- en aluminiumzouten binden fosfaat) - na bariatrische chirurgie Preventie & Behandeling Het ontstaan en de mate van optreden van het refeeding syndroom is afhankelijk van een aantal factoren en daarom moeilijk nauwkeurig te voorspellen. Deze factoren zijn: de ernst van de onderliggende ondervoeding, te snelle of te grote hoeveelheden voeding in de beginfase van hervoeden zonder adequate suppletie van elektrolyten of thiamine, en samenhangende condities die elektrolyten- en vitaminedeficiënties verergeren, zoals alcoholisme of gastrointestinale ziekten. De behandeling is gebaseerd op preventie en monitoring met daarbij, zeer belangrijk, anticipatie op de mate van het ontstaan van het refeeding syndroom (biochemische en/of symptomatische veranderingen). Onderstaande behandelplan is een mogelijke strategie en kan behulpzaam zijn bij het identificeren van (vroege) tekenen van het refeedingsyndroom. De verschillende elementen dienen aangepast aan de eigen (ziekenhuis)organisatie. Kennis van en literatuur over het onderwerp bundelen, een werkgroep oprichten, verantwoordelijkheden bij de behandeling vastleggen, klinische lessen geven etc. kunnen een bijdrage leveren aan het optimaliseren van de preventie en behandeling van het refeedingsyndroom in uw eigen (ziekenhuis)organisatie. Het behandelplan is opgedeeld in de volgende onderdelen: 1 laboratoriumcontrole, 2 suppletie, 3 voeding, 4 vocht en 5 monitoring. 1. Laboratorium controle Laat laboratoriumonderzoek bepalen vóór start en tijdens voeding en interpreteer de uitslagen (tabel 3). Herhaal indien nodig de frequentie van de bepalingen per 24uur, bijvoorbeeld bij snelle veranderingen en/of lage (uitgang)waarden. Bij stabilisatie binnen 4 dagen kunnen de bepalingen gestopt worden. Tabel 3. Labcontrole bij hoog risicio op het refeeding syndroom Bepaling? Wanneer? Vóór start voeden (dag 0) Tijdens voeden (dag 1 t/m 4-10) 1 Natrium X
5 Kalium X X Fosfaat X X Magnesium X X Calcium X Op indicatie 2 Kreatinine Glucose X X Albumine X Op indicatie 3 1 minimaal 4 dagen, continueer bij afwijkende of klinische relevante variërende labuitslagen; 2 bij ernstige hypocalciëmie en/of andere elektrolytstoornissen 3 ter evaluatie calcium spiegel (Ca gecorrigeerd = [Ca in mmol/l (gemeten) - 0,025 x albumine (g/l)] + 1,0) 2. Suppletie Suppletie is afhankelijk van de ernst van de ondervoeding en verwachte (multiple) deficiënties. Vitaminen en sporenelementen kunnen oraal, enteraal of intraveneus toegediend worden. Geef bij gerede twijfel over de enterale resorptie de suppletie intraveneus. Vitaminen: Suppleer minimaal 30 minuten vóór (her)start voeding: mg thiamine (oraal, enteraal, intramusculair of intraveneus) Suppleer dag 1 t/m 3 vanaf (her)start voeding: - 1x per dag mg thiamine - 1x per dag multivitaminen en sporenelementen complex (vitaminen bij voorkeur 200% ADH, sporenelementen 100% ADH) Bij aanwijzingen voor ernstige ondervoeding of verwachte multipele deficiëntie wordt aanbevolen de suppletie te continueren vanaf dag 4 met: - 1x per dag 100 mg thiamine tot dag 10-1x per dag multivitaminen en sporenelementen complex (vitaminen bij voorkeur 200% ADH, sporenelementen 100% ADH) tot dag 10
6 Elektrolyten: Suppleer elektrolyten bij klinisch relevante lage en laag-normale plasma concentraties (tabel 4). Tabel 4. Elektrolyt suppletie bij deficiëntie Elektrolyt Concentratie Suppletie 1 Controle Fosfaat Mild tot matig ( mmol/l) mmol/dag iv of oraal Dagelijks Ernstig (< 0.3 mmol/l) mmol/kg over 8-12 uur iv Bij een snelle daling (> 0.3 mmol/l/d) of bij levensbedreigende hypofosfatemie 4.5 mmol/uur gedurende 3 uur iv gevolgd door mmol/uur iv met een maximum van 90 mmol per dag + frequente controles Iedere 6 uur Kalium Mild tot matig ( mmol/l) mmol/dag iv of oraal Dagelijks Ernstig 2-4 mmol/kg/dag iv Iedere 6 uur (< 3.0 mmol/l) of mmol/dag iv of oraal Magnesium Mild tot matig mmol/dag oraal Dagelijks ( mmol/l) of mmol/dag iv Ernstig (<0.5 mmol/l) mmol/uur iv of bij zeer ernstige hypomagnesiemie 4 mmol/uur iv Iedere 6 uur 1 Bij nierinsufficiëntie dosis aanpassen! 3. Voeding Oraal, enteraal, parenteraal: - start met 10 kcal/kg/dag (bijvoorkeur 50-60% koolhydraten, 30-40% vet, 15-20% eiwit) - per dag met 5-10 kcal/kg/dag in 4-10 dagen opbouwen tot volledig behoefte - vermijd extra glucose (oraal, enteraal intraveneus) tijdens de opbouwfase (of compenseer met de voeding) Anticipeer op het risico op het ontstaan van het refeedingsyndroom. Bij afwezigheid en uitblijven van biochemische en/of symptomatische veranderingen kan de voeding sneller worden opgehoogd.
7 Indien klinische manifestatie van het refeedingsyndroom: - per dag met 5kcal/kg/dag opbouwen - indien elektrolytsuppletie nodig: voeding continueren (niet noodzakelijkerwijs stoppen), afhankelijk van de ernst van de elektrolytdaling(en) eventueel tijdelijk voeding niet verder ophogen tot stabilisatie van elektrolyt(en) 4. Vocht - Behoud een evenwichtige vochtbalans, maximaal +500 ml positieve vochtbalans (afhankelijk van de klinische situatie van de patiënt (bijvoorbeeld dialyse) aanpassen aan behoefte) - Gemiddelde behoefte ml/kg/24 uur totaal vocht, aanpassen aan behoefte tot adequate hydratie. 5. Monitoring - Evalueer het voedingsadvies en stel zo nodig bij - Monitor dagelijks de elektrolyten, vochtbalans en het gewicht(beloop) tijdens opbouw van de voeding - Aanvullende controles (nierfunctie, hartritme etc.) afhankelijk van de klinische situatie van de patiënt Poliklinische setting In de eerstelijnszorg en thuiszorg is de logistiek van de monitoring van de patiënten met (risico op) refeedingsyndroom moeilijker. In de LESA ondervoeding wordt geadviseerd om de risicopatiënten te verwijzen naar de tweede lijn. Als opname niet wenselijk is, wordt geadviseerd om zoveel mogelijk bovenstaande behandeling te volgen. Literatuur 1. Boateng A.A. et al. Refeeding syndrome: treatment considerations based on collective analysis of literature case reports. Nutrition 2010; 26: Khan L.U.R. et al. Refeeding Syndrome: A literature Review. Gastroenterology Research and Practice 2011; ID Kraft et al. Revieuw of the Refeeding Syndrome. Nutr Clin Pract 2005; 20: Mehanna H.M. et al. Refeeding syndrome: what it is, and how to prevent and treat it. BMJ, 2008; 336; Mensink P.A.J.S. et al. Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Ondervoeding. Huisarts &
8 Wetenschap 2010; 53: S7-S10 6. Mehanna et al. Refeeding syndrome awareness prevention and management. Head and Neck Oncology 2009;1:4 7. National Institute for Health en Clinical Excellence. Nutrition support in adults. Clinical guidelines Skipper. Refeeding Syndrome or Refeeding Hypophosphatemia: A systematic revieuw of Cases. Nutr Clin Pract 2012; 27: Sriram et al. Thiamin in Nutrition Therapy. Nutr Clin Pract 2012; 27: Stanga and Sobotka. Refeeding syndrome. In: Basisc in clinical nutrition. Fourth edition. Editor-in-Chief L. Sobotka. Publishing House Galen 2011; Stanga Z. et al. Nutrition in clinical practice the refeeeding syndrome: illustrative cases and guidelines for prevention and treatment. Eur J Clin Nutr : Auteur en datum Ontwikkeld door leden van het Nederlands Voedingsteam Overleg (NVO); een landelijk overleg van diëtisten, voedingsverpleegkundigen en artsen werkzaam in een voedingsteam. Auteurs: S. ten Dam RD MsC 1, C. Jonkers RD 2, S. Visser RD MsC 3, H. Noordhoff RD 4, M. Hoekstra RN 4, K. Vedder RD 5, S. de Groot RD MsC 1, A. van Bodegraven MD PhD 1, A. Thijs MD PhD 1, M. Serlie MD PhD 2. 1 Vrije Universiteit Medisch Centrum, Amsterdam 2 Academisch Medisch Centrum, Amsterdam 3 Medisch Centrum Alkmaar, Alkmaar 4 Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen 5 Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam Correspondentie : [email protected] Vastgesteld door NVO bestuur: december Revisie datum: 2016.
Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten
Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten 2015 Agenda Historie Ondervoeding en oncologie Refeeding Casus tijdens de presentatie 1ste lijn Refeeding? Historie Belegeringen
Het Refeeding Syndroom
Het Refeeding Syndroom Presentatie t.b.v. symposium Voeding op leeftijd Neeltje Nabuurs, diëtist 29 september 2016 Waarom? 14-15% ondervoed op 1 e opnamedag (meting NPOZ 2015) Refeeding kan fatale gevolgen
Voeding: een onderdeel bij de oncologische behandeling. Paulien Voogt Verpleegkundig specialist intensieve zorg voedingszorg
Voeding: een onderdeel bij de oncologische behandeling Paulien Voogt Verpleegkundig specialist intensieve zorg voedingszorg Onderwerpen Kort voorstel Waarom voeding een onderdeel is van je oncologische
Refeeding syndroom bij kinderen
Refeeding syndroom bij kinderen Aanbevelingen voor de herkenning en behandeling van het refeeding syndroom bij kinderen gebaseerd op een literatuurstudie, een expertopinion onderzoek en een retrospectief
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Carnivoor nr Voer Voor Katten
1 REFEEDING SYNDROOM WAT IEDERE DIERENARTS ZOU MOETEN WETEN DOOR ARRIANNE LIEFRINK Chronisch ondervoede katten, katten met IBD of kanker, en katten die een operatie hebben ondergaan lopen het risico om
Beademen: kan het nog beter? De rol van voeding
Refereeravond Multidisciplinaire route naar detubatie Beademen: kan het nog beter? De rol van voeding 17 juni 2014, Geertje Raemakers-van Driel, diëtist Inleiding doel voeden op IC eiwitstofwisseling,
Voedingbijhoofdhals-en slokdarmkanker: Wanneer aanvullende voeding opstarten?
Voedingbijhoofdhals-en slokdarmkanker: Wanneer aanvullende voeding opstarten? Peter Schepens Diëtist Oncologie AZ Sint-Lucas Brugge Inhoud 1. Belang van screening op de voedingstoestand van de patiënt
Elektrolytstoornis tijdens ALS. samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH
Elektrolytstoornis tijdens ALS samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH Inhoudsopgave Doelstelling Context: 4 H s en 4 T s Kalium Hyperkaliëmie Hypokaliëmie Samenvatting Vragen/discussie Doelstelling Inzicht
Het refeeding-syndroom
g e v a l s b e s c h r i j v i n g Het refeeding-syndroom e. c. a. c o l l u m b i e n samenvatting Het refeeding-syndroom kan ontstaan na het opstarten van voeding bij ernstig ondervoede of uitgehongerde
Vitamines en mineralen : nuttig, nodig of platte commercie? Info dag Obesitas
Vitamines en mineralen : nuttig, nodig of platte commercie? Info dag Obesitas Donderdag 21 juni 2018 Waarom supplementen? Waarom supplementen? Vitamines en mineralen vormen de bouwstenen van ons lichaam.
Refeedingsyndroom bij alcoholdetoxificatie
gevalsbeschrijving Refeedingsyndroom bij alcoholdetoxificatie J.J.S. RUTTEN, H. POST, G.H. DE WEERT-VAN OENE, V.J.A. BUWALDA SAMENVATTING Refeedingsyndroom (rs) is een combinatie van verlaagde elektrolytenplasmaconcentraties
Ondervoeding. 1.1 Begrippen
1 Ondervoeding Wanneer is er sprake van ondervoeding? Welke soorten ondervoeding zijn er? En wat is eraan te doen? Voor een antwoord op deze en andere vragen volgt eerst een uiteenzetting van de diverse
Bariatrische Chirurgie: een gewichtige ingreep
Bariatrische Chirurgie: een gewichtige ingreep 1 Mellody Cooiman Arts-onderzoeker/PhD-student Disclosure belangen spreker Geen 2 3 Evolutie 4 Overgewicht? Dit zijn de risico s 5 Medicatie switch of behandeling
de voedingskundige samenstelling + onderbouwing
de voedingskundige samenstelling + onderbouwing algemene informatie van de drinkvoeding, waarop de hoeveelheden van de ingrediënten zijn gebaseerd: Volledige voeding; drinkvoeding wordt zes keer op een
The RIGHT food is the best medicine
The RIGHT food is the best medicine Nutritie Support Team : Dr G..Lambrecht, E. Museeuw, N. Baillieul Dienst gastro-enterologie: Dr. G. Deboever Dr. G. Lambrecht Dr. M. Cool Inhoud Ondervoeding Voedingsbeleid
Reflecterend testen in de huisartsenpraktijk. Rein Hoedemakers / Peter van t Sant Klinisch chemici
Reflecterend testen in de huisartsenpraktijk Rein Hoedemakers / Peter van t Sant Klinisch chemici Wat kunt u verwachten? Wat is reflecterend testen? Waarom reflecterend testen? Voorbeelden uit de praktijk.
Brandwonden en voedingstherapie
Brandwonden en voedingstherapie Auteur: A. Meijer Vertaald/bijgewerkt: Nieuwsbrief: 1989 Pagina: 31-33 Jaargang: 5 Nummer: 1 Toestemming: Illustraties: Bijzonderheden: Kernwoorden: voeding brandwonden
Screening en behandeling van ondervoeding: een MUST voor verpleegkundigen
Screening en behandeling van ondervoeding: een MUST voor verpleegkundigen Renaldo Secchi 3 juni 2010 Inhoud Introductie Wat is ondervoeding? Gevolgen van ondervoeding? Prevalentie van ondervoeding Voeding
De NVD heet je van harte welkom bij deze sessie!
De NVD heet je van harte welkom bij deze sessie! Uitgebreide antropometrie in de praktijk: meten is, goed kunnen adviseren in, weten wat te eten! Cora Jonkers Academisch Medisch Centrum Nutritional assessment
Tabel 1. : Aanbevelingen voor parenterale vochttoediening (ml/kg/dg) 1. Tabel 3a. Basisschema s parenterale voeding: indien geen enterale voeding
SAMENVATTING VOEDINGSPROTOCOL NoordWest lokatie Alkmaar Tabel 1. : Aanbevelingen voor parenterale vochttoediening (g) 1 < 1000 g 1000 1500 g > 1500 g A terme Dag 1 80-120 80-100 60-80 40-80 Dag 2 100-140
Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding in het ziekenhuis
Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding in het ziekenhuis Uitgangspunten: Vroege herkenning: - binnen 24 uur na opname - hoogrisicopatiënten tijdens polikliniekbezoek Snelle en optimale behandeling
HHS Workshop Ondervoeding en chronische nierschade. Verminderen Chronische Nierschade. Leerdoelen
8-0-00 Workshop Ondervoeding en chronische nierschade Verminderen Chronische Nierschade Hans van Overbeeke, specialist ouderengeneeskunde Maria Lutke Schipholt Pouderoijen, dietiste Ton v.d. Maas, internist-nefroloog
Levensbedreigende hyponatriëmie. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen
Levensbedreigende hyponatriëmie J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen 1 U meet een lage plasma [Na + ] - waarom? Concentratie = Totaal Na + in extracellulaire ruimte 2 U meet een lage plasma [Na
19/10/2017. Overview. 1. Inleiding. 1. Inleiding 2. Zin en onzin van diëten 3. Voedingsinterventie 4. Casus Gust. Vele studies met zelfde besluit
Sarcopenie: In beweging Kathleen Gerits, diëtiste Competentiecentrum klinische voeding Overview 1. Inleiding 1. Inleiding Vele studies met zelfde besluit Beweging Voeding algemene richtlijnen: Adequate
Kwetsbaarheid bij ouderen is een proces van het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in het functioneren dat de kans
1 Kwetsbaarheid bij ouderen is een proces van het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in het functioneren dat de kans vergoot op negatieve gezondheidsuitkomsten (functiebeperkingen,opname
Ondervoeding bij Ouderen 14/11/2013. S. Lonterman; Klinisch Geriater
Ondervoeding bij Ouderen 14/11/2013 Inhoud Presentatie Definitie Ondervoeding Verschillende schalen Ouderen Centrum & Ondervoeding HagaZiekenhuis & Ondervoeding Eigen Onderzoek Voedingsgebied Supplementen
Handreiking. Risico op ondervoeding
Handreiking Risico op ondervoeding Handreiking Risico op ondervoeding Doelgroep Ouderen met: - Aanwijzingen voor (risico op) ondervoeding. ¹ - Risicofactoren voor ondervoeding: Multimorbiditeit. ¹ ² Polyfarmacie.
Voeding bij kankerpatiënten
Voeding bij kankerpatiënten Overzicht ESPEN aanbevelingen Arends J. et al., 2016 Volledige tekst zie www.espen.org/education/espen-guidelines > ESPEN guidelines on nutrition in cancer patients Hoofdstuk
Workshop chronische nierschade. Adry Bakker Diepenbroek Bettie Hoekstra
Workshop chronische nierschade Adry Bakker Diepenbroek Bettie Hoekstra Mevr. Muis 73 jaar Voorgeschiedenis: diabetes mellitus type 2 hartfalen regelmatig urineweginfecties, 2x pyelonefritis aspecifieke
Zorgpad bariatische operatie ia
Zorgpad bariatische operatie ia Periode Professional Actie en Beleid Informatie Preconceptioneel Verloskundige - ZwangerWijzer bespreken en risicoschatting - Nagaan of zwangere nog gevolgd wordt door chirurg/diëtiste,
Protocol vochtbeleid kinderen < 40 kg IC kinderen
Protocol vochtbeleid kinderen < 40 kg IC kinderen Datum vaststelling: 15 okt 2015 Auteurs Kinder IC Versie: 1.1 Datum revisie: 15 okt 2018 Verantwoording: Medische protocollencommissie Kinder IC Brondocument:
Orthomolecualire Gezondheidsleer. Curriculum 2015
Orthomolecualire Gezondheidsleer Curriculum 2015 Dag 1 (Margo) Inleiding in de nutritionele geneeskunde. Wat mensen eten betekent nog niet dat het menseneten is Materiaal : Powerpoint 1. De cursist zal
Rol van dieet, samenstelling voeding en bewegen bij de behandeling van Nonalcoholic Fatty Liver Disease
Rol van dieet, samenstelling voeding en bewegen bij de behandeling van Nonalcoholic Fatty Liver Disease Saskia Tabak diëtist UMCG Er gaat niets boven Groningen! Inhoud Behandeling van NAFLD 1. Rol van
Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013
Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013 Naam van het geneesmiddel: MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak, concentraat voor drank Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling: Elke 25
BIJSLUITER : INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. SODIPHOS 22mEq / 10ml Concentraat voor oplossing voor infusie. Dinatriumfosfaat dihydraat
BIJSLUITER : INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER SODIPHOS 22mEq / 10ml Concentraat voor oplossing voor infusie Dinatriumfosfaat dihydraat Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik
Er gaat niets boven Groningen! 1. Rol van dieet en samenstelling voeding. Inhoud. Waarom afvallen
Er gaat niets boven Groningen! Rol van dieet, samenstelling voeding en bewegen bij de behandeling van Nonalcoholic Fatty Liver Disease Saskia Tabak diëtist UMCG Inhoud 1. Rol van dieet en samenstelling
Glucose regulatie bij volwassen IC en MC-patiënten bij continue toediening van voeding
regulatie bij volwassen IC en MC-patiënten bij continue toediening van voeding Doel: Bereiken en handhaven van een glucose waarde tussen 4,4 6,1 mmol/l Indicaties: - Patiënten met Diabetes Mellitus - Patiënten
Basisvoedingszorg: terug naar de essentie. Bart Geurden RN, PhD
Basisvoedingszorg: terug naar de essentie Bart Geurden RN, PhD INHOUD Inleiding Het ideale voedingsbeleid Barrières Toekomst Inleiding Definitie Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij een tekort
Chronische Nierschade
Chronische Nierschade Uitingen nieraandoeningen: Verlies van eiwit via de urine, albuminurie Specifieke sedimentsafwijkingen Afname van de glomerulaire filtratiesnelheid Micro-albuminurie: In een willekeurige
Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015
Chronische nierschade A. van Tellingen Smeerolie voor de poli 2015 Wie dient verwezen te worden? 52-jarige vrouw met diabetische nefropathie: MDRD 62 ml/min/1.73m 2 en albuminurie 28 mg/l? 68-jarige man:
WEBINAR Magnesium. Maartje Wijnhoven. AOV i.s.m. Stichting Educatie Atrium Innovations
WEBINAR Magnesium Maartje Wijnhoven AOV i.s.m. Stichting Educatie Atrium Innovations Stichting Educatie Atrium Innovations Voeding, voedingsstoffen en suppletie in relatie tot gezondheid en welbevinden,
Thiamini hydrochloridum 100 mg/ml, oplossing voor injectie thiaminehydrochloride
1.3.1 : Bijsluiter Bladzijde : 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Thiamini hydrochloridum 100 mg/ml, thiaminehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken
Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 112
111 Ondervoeding is gedefinieerd als een subacute of acute voedingstoestand waarbij een combinatie van onvoldoende voedingsinname en ontstekingsactiviteit heeft geleid tot een afname van de spier- en vetmassa
Dieetadvies tijdens en na oncologische behandelingen. Tinne Roodhooft- Onco- diëtiste AZ Herentals Lies Schrauwen Onco diëtiste AZ Turnhout
Dieetadvies tijdens en na oncologische behandelingen Tinne Roodhooft- Onco- diëtiste AZ Herentals Lies Schrauwen Onco diëtiste AZ Turnhout Overzicht Taak oncodiëtiste Ondervoeding bij kanker Voedingsadvies
PRIMENE 10 % Deel IB1 1/5
Deel IB1 1/5 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING g/l L-Isoleucine 6,70 L-Leucine 10,0 L-Valine 7,60 L-Lysine 11,0 L-Methionine 2,40 L-Fenylalanine 4,20 L-Treonine
Voeding en voedingssupplementen bij de ziekte van Pompe. Coby Wijnen, diëtist
Voeding en voedingssupplementen bij de ziekte van Pompe Coby Wijnen, diëtist www.worldpompe.org Publicaties waarin een relatie met voeding: - Eiwitverrijkt dieet - Slikproblematiek - Lagere botdichtheid
Zuur-base evenwicht Intoxicaties. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen
Zuur-base evenwicht Intoxicaties J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen 1 Casus Vrouw 21 jaar - recente diagnose leukemie Opname koorts, dyspneu en hypotensie T 41 0 C - pols 135 - RR 80/40 - AF
Allemaal Beestjes. Eline van der Hagen Kcio 15 juni 2017
Allemaal Beestjes Eline van der Hagen Kcio 15 juni 2017 Voorgeschiedenis Vrouw, 68 jaar Diabetes type 2 (1995), hypertensie (2010), chronische nierinsuffiëntie (2012) Presentatie op de SEH In de nacht
CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie)
CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie) Uw kind is opgenomen op de Intensive Care (IC) kinderen en krijgt een behandeling die zijn of haar nierfunctie gaat vervangen, genaamd Continue Veno-Veneuze
Voeding en beweging bij patiënten tijdens en na de behandeling Martine Sealy, MSc, RD
Voeding en beweging bij patiënten tijdens en na de behandeling Martine Sealy, MSc, RD Onderzoeker Lectoraat Healthy Ageing, Allied Health Care and Nursing Disclosure belangen spreker: M. Sealy Geen (potentiële)
Feiten en fabels over voeding, medicatie en diabetes
Feiten en fabels over voeding, medicatie en diabetes Heleen Berkelmans, diëtist, DITO Paul van den Broek, medisch coördinator Diabetes Inhoud Diëten en medicatie aanpassen? Wat te doen na een gastric bypass?
Voedingsmanagement in de Psychiatrie
Voedingsmanagement in de Psychiatrie Anneke van Hellemond, diëtist Anneke Wijtsma, diëtist 1 Inhoud presentatie Voedingsproblemen Overgewicht Metabool syndroom Verwijzen naar gespecialiseerd diëtist Behandelwijze
Koorts. Diagnostische valkuilen bij de oudere patiënt
Koorts Diagnostische valkuilen bij de oudere patiënt Koorts Sinds de Oudheid weet men dat verhoogde lichaamstemperatuur een teken van ziekte kan zijn Vanaf 16-17 e eeuw worden thermometers ontwikkeld 1868
Belangrijk is om te beseffen dat deficiënties soms ontstaan ondanks het feit dat patiënten gesuppleerd worden.
Voedingsdeficiënties Er zijn een aantal zaken die meespelen bij het ontstaan van de tekorten na bariatrische chirurgie. Ten eerste is bekend dat morbide obese patiënten vaker voedingsdeficiënties hebben
Ondervoeding bij ouderen
Ondervoeding bij ouderen Caroline Boomkamp Klinisch geriater Bernhoven Inhoud Definities Screening en assessment Prevalentie Oorzaken Gevolgen Behandeling van ondervoeding Definitie geriatrische patiënt
Aanbevolen Dagelijks Hoeveelheden (ADH) voor zwangeren
Pagina 1 / 5 Aanbevolen Dagelijks Hoeveelheden (ADH) voor zwangeren Energie Energie De basaal stofwisseling neemt tijdens de zwangerschap geleidelijk toe. Aan het eind van de zwangerschap is de basaal
Dr. Jenny Buijtels, specialist interne geneeskunde
Dr. Jenny Buijtels, specialist interne geneeskunde Presentatie Dia s en casussen die ook voorkomen in de workshop vloeistoftherapie en dwangvoeding Zo indruk van hoe de workshop is opgebouwd Verantwoordelijkheid
Consequenties voor de voeding
Alleen Diabetes? Chronische Nierschade Diabetes Mellitustype 2 wat betekent dat voor de voeding? DieGo, diëtisten Gooi en Omstreken Mariëtte Hoogers, diëtist te Hilversum Bron: DieGo Caresharing Nevendiagnoses
Laboratoriumafwijkingen en suppletieadviezen
Laboratoriumafwijkingen en suppletieadviezen Voedingsdeficiënties Er zijn een aantal zaken die meespelen bij het ontstaan van de tekorten na bariatrische chirurgie. Ten eerste is bekend dat morbide obese
VOEDING BIJ LEVERLIJDEN
VOEDING BIJ LEVERLIJDEN Ivo Duysburgh Jeoffrey Schouten AZ Nikolaas Lever Functies eliminatie van vetoplosbare afvalstoffen (gal) productie van detergent, nodig in vetvertering (gal) productie van eiwitten,
Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010
Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis 30 september 2010 Onderwerpen 1. Definitie 2. Prevalentie 3. Richtlijnen 4. Diagnostiek 5. Preventie nierfunctieverlies 6. Behandeling metabole complicaties 7.
Zelfmanagement: Thuis en in het ziekenhuis. Paul van der Boog Internist-nefroloog LUMC
Zelfmanagement: Thuis en in het ziekenhuis Paul van der Boog Internist-nefroloog LUMC Bespreekpunten Inleiding Rolverdeling binnen behandeling Zelfmanagement Verzamelen van meetgegevens Voorbeelden zelfmanagementsprojecten
In Zwang Richtlijn Vitamine D, B12 en K
In Zwang Richtlijn Vitamine D, B12 en K VITAMINE D Zwangerschap De gezondheidsraad adviseert zwangeren om minimaal 10 µg dag vitamine D in te nemen. Bij een ernstige vitamine- D- deficiëntie is dit onvoldoende
27/09/2018. Casus. Impact van chirurgie. Impact van voeding. thv spijsverteringsstelsel postoperatief voedingsbeleid. anesthesie herstel
Ingrijpen op de foregut : wat als het begin van het eetkanaal verstoord wordt? Perspectief van de diëtist Floor Wynants - Eveline Vanhalewyck Competentiecentrum klinische voeding Voeding Chirurgie Impact
PROJECTPLAN Vroege herkenning en behandeling ondervoeding in revalidatiecentra
PROJECTPLAN Vroege herkenning en behandeling in revalidatiecentra Voorbeeldversie A. Inleiding en deelnemende afdelingen Inleiding Ondervoeding is sinds 2010 een prestatie indicator voor de revalidatiecentra.
Richtlijn bespreking Anorexie en gewichtsverlies
Richtlijn bespreking Anorexie en gewichtsverlies Louise van der Knaap Eric-Jan Wissink Michael van t Hoff Renske Boogaard www.netwerkpalliatievezorg.nl/rotterdam Indeling Welkom Inleiding richtlijn - Renske
Propofol infusie syndroom. Maartje de Gier AIOS anesthesiologie MDO praatje oktober 2016
Propofol infusie syndroom Maartje de Gier AIOS anesthesiologie MDO praatje oktober 2016 Man, 54 jaar RvO: sedatie bij wilsonbekwamepatient met glioblastoom Sedatie met o.a propofol: stand 20-25ml/uur gedurende±
Chronische nierschade
Chronische nierschade Pauline Heijstee Kaderhuisarts diabetes Nierfunctie n Afvalstoffen klaren n Vochtbalans handhaven n Electrolytenbalans handhaven Nierschade n Verlies van stoffen die we niet willen
College voor Zorgverzekeringen t.a.v. de Weledelgeleerde Vrouwe drs. A.J. Link Postbus 320 1110 H DIEMEN augustus 2010
College voor Zorgverzekeringen t.a.v. de Weledelgeleerde Vrouwe drs. A.J. Link Postbus 320 1110 H DIEMEN augustus 2010 Geachte mevrouw Link, Betreft: systeemadvies functiegerichte omschrijving van uitwendige
Dienst geriatrie Gevecht tegen ondervoeding. Informatiebrochure voor de patiënt en de familie
Dienst geriatrie Gevecht tegen ondervoeding Informatiebrochure voor de patiënt en de familie INLEIDING Met ouder worden veranderen uw dagelijkse activiteiten en gewoonten. Het is niet altijd eenvoudig
Patiënteninformatie. Diabetische ketoacidose
Patiënteninformatie Diabetische ketoacidose Inhoud Inleiding... 3 Informatie over ziektebeeld diabetische ketoacidose... 3 Leer meer over DKA en bloedketonencontrole... 3 Symptomen... 4 Wie riskeert de
29-6-2011. Jeroen de Wilde, Arts M&G-onderzoeker JGZ 4-19 CJG Den Haag 29 juni 2011 2. Ondergewicht = Westerse landen: 2-15% Asian enigma
Jeroen de Wilde, Arts M&G-onderzoeker JGZ 4-19 CJG Den Haag 29 juni 2011 2 29 juni 2011 1 Ondergewicht = A. Een gewicht of BMI onder een bepaalde grenswaarde Gewicht naar lengte, per geslacht Gewicht naar
Voedingsadvies bij short bowel
Afdeling: Onderwerp: Diëtetiek De dunne darm is een belangrijk onderdeel van de spijsvertering. Na een maaltijd komt het voedsel via mond, slokdarm en maag in de dunne darm terecht. In de dunne darm wordt
Casus 10. Yoho and a bottle of wine. Hallo collega s,
Hallo collega s, Hierbij weer een nieuwe casus uit het veld waar voor ons allemaal aandachtspunten in zitten. Ik hoop dat jullie er je voordeel mee doen. Heb je een interessante casus meegemaakt, waar
hoofdstuk één hoofdstuk twee
Dit proefschrift beschrijft onderzoek naar hemolytische foetale bloedarmoede en foetale hydrops. Hemolytische foetale bloedarmoede ontstaat door afbraak van rode bloedcellen. Foetale hydrops betreft het
Zuivelproducten voor sporters Effect van melkeiwit en micronutriënten voor prestatie. Jan Steijns
Zuivelproducten voor sporters Effect van melkeiwit en micronutriënten voor prestatie Jan Steijns physical activity, athletic performance, and recovery from exercise are enhanced by optimal nutrition @
Somatische aspecten van Anorexia Nervosa
Somatische aspecten van Anorexia Nervosa Verwijzersmiddag, 24 april 2014 Curium-LUMC Roos van Rooij-Kouwenhoven, kinderarts Herma Hollander, dietiste Multidisciplinair team -Kinder- en Jeugdpsychiater,
LEIDRAAD DE MEDISCHE ZORG EN BEGELEIDING BIJ EN NA EEN HONGER- EN DORSTSTAKING
LEIDRAAD DE MEDISCHE ZORG EN BEGELEIDING BIJ EN NA EEN HONGER- EN DORSTSTAKING Voorwoord de In 2000 bracht de Stichting Mensenrechten en Gezondheidszorg Johannes Wier (JWS) de 3 editie van de handleiding
Vulling. Hoeveel water heeft een mens en waar zit het?
Vulling Hoeveel water heeft een mens en waar zit het? Vulling Lichaamswater Bij mannen 60%; vrouwen 50% ECV: iets minder dan de helft ICV: iets meer dan de helft Intravasculair (plasma): onderdeel van
Dieet bij hartfalen. Een kwestie van smaak. Marjon Achterberg- Budding, diëtist 4 e Nationale Voedingscongres 8 februari 2011
Dieet bij hartfalen Een kwestie van smaak Marjon Achterberg- Budding, diëtist 4 e Nationale Voedingscongres 8 februari 2011 Wat komt aan de orde? Achtergronden bij de nieuwe Multidisciplinaire Richtlijn
Hyperglycemie Keto-acidose
Hyperglycemie Keto-acidose Klinische les Marco van Meer SJG 20 06 2007 (acute) ontregeling van diabetes Doel Op het einde van mijn presentatie is jullie kennis over glucose huishouding en ketoacidose weer
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur
Eetstoornissen. Drs. A. Geilen-van Hulst GZ-psycholoog/psychotherapeut. Unit Eetstoornissen RVE Psychiatrie en Psychologie Maastricht UMC+
Eetstoornissen Drs. A. Geilen-van Hulst GZ-psycholoog/psychotherapeut Unit Eetstoornissen RVE Psychiatrie en Psychologie Maastricht UMC+ 12 juni 2019 1 Classificatie eetstoornissen Internationaal via DSM
