Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie"

Transcriptie

1 Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Eindterm: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen Je kunt - de relevante belastingen noemen bij de diverse rechtsvormen. De diverse rechtsvormen hebben we besproken in hoofdstuk 9. Op verschillende plaatsen in de boeken hebben we belastingen besproken. Hier zetten we de soorten belastingen op een rij en maken we een schematisch overzicht met welke belastingen een rechtsvorm te maken kan krijgen. Belastingen kunnen we in drie groepen verdelen: - belastingen die kosten vormen voor een organisatie; - belastingen over de winst; - belastingen waarbij een organisatie optreedt als incassobureau voor de fiscus. Belastingen die kosten vormen voor een organisatie Voorbeelden van deze belastingen zijn de assurantiebelasting die een organisatie moet betalen over bepaalde verzekeringen, de motorrijtuigenbelasting, waterschapsbelasting maar ook de belastingen aan de gemeente om bijvoorbeeld een terras te mogen inrichten op de stoep. Dit soort belastingen vormen kosten voor een onderneming en verhogen dus ook de kostprijs. Daarnaast leiden deze belastingen tot uitgaven voor de organisatie. Belastingen over de winst Voorbeelden van belastingen over de winst zijn de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. De belastingen worden berekend over de belastbare winst. Deze winstbelastingen vormen voor een organisatie geen kosten maar ze leiden wel tot uitgaven. Belastingen waarbij een organisatie optreedt als incassobureau voor de fiscus De meest voorkomende is de omzetbelasting die we uitgebreid bespreken in hoofdstuk 22. De omzetbelasting die een organisatie betaalt bij aankoop van een product, kan zij terug vorderen van de fiscus. En de omzetbelasting die een organisatie in rekening moet brengen bij de verkoop van haar producten, moet ze afdragen aan de fiscus. Andere voorbeelden zijn de loonbelasting, deze bespreken we in 8. De loonbelasting is een belasting die een werkgever samen met premies als loonheffingen inhoudt op het loon van de werknemer en vervolgens aan de fiscus betaalt. Een ander voorbeeld is de dividendbelasting. De dividendbelasting is een belasting die een organisatie moet inhouden op het uit te keren dividend en vervolgens moet afdragen aan de fiscus. Deze belastingen leiden voor een organisatie niet tot kosten en per saldo ook niet tot uitgaven of ontvangsten. 1

2 We laten in een schema zien met welke belastingen de diverse rechtsvormen te maken krijgen. Soort belasting Eenmanszaak Vennootschap Belastingen die kosten vormen Winstbelastingen: onder firma Besloten Vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Ja Ja Ja Ja Ja Ja - inkomstenbelasting Ja Ja - vennootschapsbelasting Ja Ja 1) 1) Incassobureau: - omzetbelasting Ja Ja Ja Ja 1) 1) - loonbelasting 2) 2) 2) 2) 2) 2) - dividendbelasting Ja Ja Stichting 1) Ja, als de vereniging of stichting naar winst streeft. 2) Ja, als de organisatie personeel in dienst heeft 2

3 Opgave: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen a Is de omzetbelasting een kostprijsverhogende belasting? Motiveer je antwoord. b Moet ook een stichting vennootschapsbelasting betalen? Motiveer het antwoord. c Het tarief van de vennootschapsbelasting werd in Nederland in de loop van de jaren regelmatig verlaagd. Geef hiervoor een reden. d Dividendbelasting is net als de loonbelasting een voorheffing op de inkomstenbelasting. Wat betekent dit? 3

4 Uitwerking: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen a b c d De omzetbelasting verhoogt de kostprijs niet (de omzetbelasting vormt voor de onderneming geen kosten). De onderneming fungeert voor de Belastingdienst als (onbetaalde) incasseerder van de omzetbelasting. Normaal gesproken niet: een stichting streeft niet naar winst. Eventuele winst moet ten goede komen aan het gestelde doel. Als een stichting wel naar winst streeft en als onderneming wordt beschouwd, moet de stichting aangifte vennootschapsbelasting doen en betalen. Naarmate het tarief lager is, is het voor buitenlandse ondernemingen aantrekkelijker zich in Nederland te vestigen. Naarmate het tarief lager is, blijft er meer geld over voor investeringen, wat goed is voor de Nederlandse economie. De dividendbelasting wordt na afloop van het kalenderjaar verrekend met de inkomstenbelasting van de belastingplichtige. Heeft deze door andere inkomensbronnen (salaris, bonussen) een zodanig hoog inkomen dat meer inkomstenbelasting verschuldigd is, dan moet de belastingplichtige bij betalen. Als de belastingplichtige geen andere inkomensbronnen heeft, zal hij een deel van de voorheffing terug ontvangen. 4

5 Eindterm: dividend Je kunt - het dividendpercentage berekenen. - het dividendrendement berekenen. - het cash- en stockdividend berekenen. - voor- en nadelen noemen van cash- en stockdividend. Deze onderwerpen zijn een aanvulling op de stof in hoofdstuk 11. Wanneer een nv of bv winst heeft gemaakt, komt de winst na vennootschapsbelasting toe aan de eigenaren (de aandeelhouders). Naast de aandeelhouders zijn er soms ook andere winstgerechtigden, bijvoorbeeld de commissarissen, de directieleden, of de overige werknemers. Ook kan een deel van de winst worden gereserveerd. Het deel van de winst dat aan de aandeelhouder wordt uitgekeerd, noemen we dividend. De aandeelhouders ontvangen het dividendbedrag door het inleveren van een aangewezen dividendbewijs. In de regel gebeurt dit automatisch. We berekenen het dividendpercentage dat de aandeelhouders ontvangen over het geplaatste aandelenvermogen. Het geplaatste aandelenvermogen is gelijk aan het aantal geplaatste aandelen x de nominale waarde per aandeel. De nv en bv is verplicht dividendbelasting op het dividend in te houden. Op dit moment (najaar 2010) is de dividendbelasting 15%. De nv/bv betaalt de ingehouden dividendbelasting vervolgens aan de Belastingdienst. Het dividendpercentage heeft altijd betrekking op het dividend vóór aftrek van de dividendbelasting. We spreken ook wel over het brutodividend. Het dividendpercentage berekenen we op de volgende manier: dividendbedrag vóór aftrek van dividendbelasting (brutodividend) x 100% geplaatst aandelenvermogen Als een belegger een aandeel koopt, betaalt hij de beurswaarde. Dit is de aankoopprijs (koers) van het aandeel op de effectenbeurs. Als we het brutodividend berekenen als een percentage van deze waarde, noemen we dit het dividendrendement. Het dividendrendement berekenen we als volgt: dividend per aandeel vóór aftrek van dividendbelasting (brutodividend per aandeel) x 100% koers van een aandeel 5

6 Voorbeeld: dividend A Gegeven De Wetering nv heeft over 2009 een winst gemaakt van De vennootschapsbelasting bedraagt Bij de winstverdeling ontvangen de aandeelhouders 30% dividend. De dividendbelasting is 15%. Het maatschappelijk aandelenkapitaal is ; De Wetering nv heeft aandelen met elk een nominale waarde van 10 in portefeuille. Op het moment van de winstverdeling is de beurskoers 50. Gevraagd a Bereken het bedrag dat de nv aan dividend aan de aandeelhouders zal uitkeren. b Welk bedrag ontvangt de Belastingdienst van de nv? c Bereken het bedrag dat een aandeelhouder per aandeel aan dividend ontvangt. d Bereken het bedrag dat de nv betaalt aan houders van aandelen. e Bereken het dividendrendement. Uitwerking a Maatschappelijk aandelenvermogen ` In portefeuille: aandelen à 10 = Geplaatst aandelenvermogen Brutodividend 30% x = Dividendbelasting 15% x = De nv zal aan dividend uitkeren b Vennootschapsbelasting Dividendbelasting De Belastingdienst ontvangt van de nv c 30% x 10 = 3 dividendbelasting 15% = 0, ,55 Of: (zie a) = = 2,55 aantal geplaatste aandelen d De nv betaalt aan de aandeelhouders x 2,55 =

7 brutodividend per aandeel 3 e Dividendrendement = x 100% = x 100% = 6% koers per aandeel 50 Eén aandeel vergt een investering van 50. De opbrengst hiervan is 6% x 50 = 3 Conclusie: Een dividend van 30% komt bij een koers van 50 per aandeel overeen met een dividendrendement van 6%. Cash- en stockdividend Het dividend kan in geld uitgekeerd worden, maar het is ook mogelijk een deel van de winst uit te keren in de vorm van aandelen. Een uitkering in contanten noemen we cashdividend en een uitkering in aandelen stockdividend. De uitgifte van stockdividend leidt tot een technisch probleem. Stel dat een nv aan elke aandeelhouder als stockdividend een aandeel van nominaal 100 wil verstrekken. Maar de nv is verplicht 15% dividendbelasting in te houden in contanten en op een dividend van 100 in de vorm van een aandeel kun je geen 15 dividendbelasting inhouden. Vanwege deze reden stelt een nv/bv nooit uitsluitend stockdividend beschikbaar maar altijd een combinatie van stock- en cashdividend. Dit cashdividend is dan minimaal zo groot dat de nv/bv daarvan de dividendbelasting over het stock- en cashdividend kan betalen. De dividendbelasting over het totale dividend (dus over het stock- en cashdividend) wordt in mindering gebracht op het uit te keren cashdividend. Soms kan een aandeelhouder kiezen voor cashdividend of een combinatie van cash- en stockdividend. In zo n situatie spreken we van keuzedividend. Voorbeeld: dividend D Gegeven Niemeyer nv heeft over 2009 een winst gemaakt van De nv heeft een geplaatst aandelenvermogen van Zij declareert 20% dividend (10% cashdividend en 10% stockdividend). Alle aandelen hebben een nominale waarde van 25. Gevraagd a Bereken het bedrag dat Niemeyer nv in totaal aan stockdividend, cashdividend en dividendbelasting zal uitkeren. b Bereken hoeveel aandelen de nv door het stockdividend uitreikt. c Bereken het uit te keren bedrag aan stockdividend, cashdividend en dividendbelasting per aandeel. d Wat ontvangt een aandeelhouder die 400 aandelen bezit? e Bereken welk bedrag aan liquide middelen de nv in de onderneming houdt door te kiezen voor een combinatie van stock- en cashdividend in plaats van uitsluitend cashdividend. 7

8 Uitwerking a Dividend 20% x = Stockdividend 10% x = Cashdividend 10% x = Af: 15% dividendbelasting: 15% x = in contanten ontvangen de aandeelhouders: Dus van het cashdividend van wordt de dividendbelasting over het totale dividend afgetrokken waardoor aan cashdividend uitbetaald wordt aan de aandeelhouders. b Het aantal geplaatste aandelen was / 25 = Het stockdividend is 10% van aandelen = aandelen (een stockdividend van 10% betekent dat per 10 aandelen één aandeel verstrekt wordt: 10% = 1/10 e aandeel). Of: (zie a)/ 25 = aandelen c Om het stockdividend, het cashdividend en de dividendbelasting per aandeel te berekenen, kunnen we de bedragen die bij a berekend zijn, delen door het totale aantal aandelen van We kunnen ook een nieuwe opstelling maken: Dividend 20% x 25 = 5 Stockdividend 10% x 25 = 2, Cashdividend 10% x 25 = 2,50 Af: 15% dividendbelasting: 15% x 5 = 0, per aandeel wordt uitbetaald 1,75 d In contanten ontvangt de aandeelhouder: 400 x 1,75 = 700. In aandelen ontvangt de aandeelhouder: 10% x 400 aandelen = 40 aandelen. e Als de nv uitsluitend cashdividend uit zou keren, zou de nv moeten uitbetalen: 20% x = ( aan de fiscus en aan de aandeelhouders). Door het dividend uit te keren in stock- en cashdividend betaalt de nv uit: ( aan de fiscus en aan de aandeelhouders). Door de combinatie van stock- en cashdividend nemen de liquide middelen van de nv dus met minder af. Sneller: het stockdividend van leidt niet tot een afname van de liquide middelen. 8

9 Voordelen van de combinatie stockdividend/cashdividend ten opzichte van uitsluitend cashdividend voor de onderneming - Bij de combinatie van stock- en cashdividend verdwijnt er minder geld uit de kas van de onderneming dan bij uitgifte van uitsluitend cashdividend. Deze middelen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor investeringen. - Door de uitgifte van stock- en cashdividend in plaats van alleen cashdividend hoeft de onderneming misschien geen beroep te doen op de vermogensmarkt (de onderneming hoeft dus niet of minder te lenen), iets wat altijd met kosten gepaard gaat. - Door stockdividend uit te keren, groeit het eigen vermogen van de nv/bv waardoor het gemakkelijker wordt om nieuw vreemd vermogen aan te trekken. Nadelen van stockdividend ten opzichte van cashdividend voor de onderneming - Door de uitgifte van stockdividend neemt het nominaal geplaatst aandelenvermogen toe (het aantal aandelen in omloop stijgt). Hierdoor moet de onderneming in de toekomst over een hoger geplaatst aandelenvermogen dividend uitkeren (door het stockdividend stijgt dus de dividendverplichting). Voordelen van stockdividend boven cashdividend voor de aandeelhouder - De aandeelhouder beschouwt het stockdividend als een extra voordeeltje omdat de extra aandelen tegen een hogere waarde dan de nominale waarde verkocht kunnen worden. Nadelen van stockdividend ten opzichte van cashdividend voor de aandeelhouder - De aandeelhouder die alleen geïnteresseerd is in geld en niet in de vergroting van zijn vermogen, moet extra moeite doen om het stockdividend in contanten om te zetten.. - Als het met de onderneming niet zo goed gaat, is stockdividend voor de aandeelhouder minder aantrekkelijk (hij heeft dan liever geen extra aandelen die slecht verkoopbaar zijn). 9

10 Opgave: dividend 1 Gegeven Catjam nv heeft een maatschappelijk aandelenvermogen van ; in portefeuille bevinden zich aandelen van elk 20 nominaal. In mei 2009 is van de bankrekening van Catjam nv afgeschreven: - uitbetaald aan dividend ; - dividendbelasting Gevraagd a Bereken het dividendpercentage. b Bereken het dividendrendement bij een koers van 50 per aandeel. Opgave: dividend 2 Gegeven Aris van Beek bezit 500 aandelen van Posle nv met elk een nominale waarde van 100. In mei 2010 ontvangt hij per bank van deze aandelen aan dividend. De dividendbelasting is 15%. De beurskoers van de aandelen bedraagt op dat moment 160. Gevraagd a Bereken het dividendpercentage. 10

11 b Bereken het dividendrendement. Opgave: dividend 3 Gegeven Buitenzorg nv beschikt over een maatschappelijk aandelenvermogen van verdeeld in aandelen van 10 nominaal. In portefeuille zitten aandelen. De nv keert over het boekjaar % cashdividend uit. De dividendbelasting is 15%. Per 31 december 2009 bedraagt het overige eigen vermogen Per 31 december 2009 is de koerswaarde per aandeel 25. Gevraagd a Bereken het bedrag dat Buitenzorg nv zal uitbetalen om aan de dividendverplichting te voldoen. b Bereken per 31 december 2009 de intrinsieke waarde per aandeel. 11

12 Leo van de Langenberg is in het bezit van 500 aandelen Buitenzorg nv. c Bereken het bedrag dat Leo op zijn bankrekening krijgt bijgeschreven. d Bereken het dividendrendement op basis van de koers van 31 december e Leg de relatie uit tussen de nominale waarde per aandeel, de intrinsieke waarde per aandeel en de koerswaarde per aandeel. Opgave: dividend 4 Gegeven Tobi nv met een geplaatst aandelenvermogen van verdeeld in aandelen van 1 nominaal, stelt 10% dividend beschikbaar, voor de helft in contanten en voor de helft in aandelen. De beurskoers van de aandelen is op dat moment 3,50. Gevraagd a Bereken hoeveel aandelen door het stockdividend worden uitgereikt. 12

13 b Bereken het bedrag dat de aandeelhouders aan cashdividend krijgen uitbetaald. Joke Verhoeven heeft aandelen van Tobi nv in bezit. c Bereken hoeveel aandelen Joke in bezit moet hebben om één aandeel vanwege het stockdividend te ontvangen. d Bereken hoeveel aandelen Joke in verband met het stockdividend ontvangt. e Bereken het bedrag dat Joke in verband met het cashdividend krijgt uitbetaald. f Bereken de waarde van het stockdividend van Joke. 13

14 g Bereken het dividendrendement op basis van de koers van 3,50. h Wat is voor Joke het voordeel van het stockdividend boven het cashdividend? Opgave: dividend 5 Gegeven Mauve nv heeft per 31 december 2009 een eigen vermogen van 160 miljoen. Dit eigen vermogen bestaat onder meer uit 4 miljoen aandelen van elk 25 nominaal. Over 2009 is een winst behaald van 30 miljoen. Over dat boekjaar wordt een keuzedividend gedeclareerd van 15%. De aandeelhouders kunnen kiezen uit: mogelijkheid I: een cashdividend van 15% mogelijkheid II: 12,75% stockdividend en 2,25% cashdividend. De dividendbelasting is 15%. Gevraagd a Bereken de intrinsieke waarde per aandeel per 31 december b Bereken het bedrag dat in totaal aan aandeelhouders betaald wordt als alle aandeelhouders zouden kiezen voor mogelijkheid I. 14

15 c Bereken het bedrag dat in totaal aan aandeelhouders betaald wordt als alle aandeelhouders zouden kiezen voor mogelijkheid II. d Welk voordeel heeft mogelijkheid II boven mogelijkheid I voor de nv? e Welke nadeel heeft mogelijkheid II ten opzichte van mogelijkheid I voor de nv? f Voor welke mogelijkheid zullen de aandeelhouders massaal kiezen? Motiveer het antwoord. 15

16 Uitwerking: dividend 1 a Het dividendpercentage heeft altijd betrekking op het dividend vóór aftrek van 15% dividendbelasting. Het brutodividend is gelijk aan = Het dividendpercentage bereken we over het geplaatste aandelenvermogen: Maatschappelijk aandelenvermogen In portefeuille: aandelen à 20 = Geplaatst aandelenvermogen Het dividendpercentage is: brutodividend x 100% = x 100% = 12% geplaatst aandelenvermogen b Het brutodividend per aandeel is: 12% x 20 = 2,40 brutodividend per aandeel 2,40 Het dividendrendement = x 100% = x 100% = 4,8% koerswaarde van een aandeel 50 Uitwerking: dividend 2 a Per aandeel ontvangt de aandeelhouder: 3.400/ 500 = 6,80 Brutodividend 100% dividendbelasting 15% 85% = 6,80 Het brutodividend = 100/85 x 6,80 = 8 Het dividendpercentage bedraagt: 8/ 100 x 100% = 8% b Het dividendrendement is: 8/ 160 x 100% = 5% Uitwerking: dividend 3 a Maatschappelijk aandelenvermogen In portefeuille Geplaatst aandelenvermogen Het cashdividend van 10% van = Hiervan gaat 15% naar de Belastingdienst (= ) en 85% naar de aandeelhouders (= ). b eigen vermogen ` Intrinsieke waarde = = = 17,50 aantal geplaatste aandelen

17 c Het brutodividend per aandeel is: 10% x 10 = 1 Dividendbelasting 15% = 0, , x 0,85 = 425 d Dividendrendement = 1/ 25 x 100% = 4% e De intrinsieke waarde per aandeel vermeldt in de teller: het nominaal geplaatste aandelenvermogen + alle reserves. Als de reserves > 0, is de intrinsieke waarde per aandeel > de nominale waarde per aandeel. De beurswaarde per aandeel is vooral afhankelijk van de vraag naar en het aanbod van de aandelen van deze nv. Als het redelijk/goed gaat met de nv. Zal de vraag naar de aandelen van de nv eveneens redelijk/goed zijn waardoor de beurswaarde per aandeel > intrinsieke waarde per aandeel. Uitwerking: dividend 4 a In omloop zijn aandelen. Een stockdividend van 5% betekent dat 5% x = aandelen uitgereikt worden. Of: 5% = 1/20 e aandeel -> /20 = aandelen b Dividend 10% x = Stockdividend 5% x = Cashdividend 5% x = Af: dividendbelasting 15% = Aan cashdividend wordt uitbetaald aan aandeelhouders c d Het stockdividend is 5% = 1/20 e aandeel. Per 20 aandelen ontvangt Joke één aandeel vanwege het stockdividend. 5% x = 750 aandelen. Of: /20 = 750 aandelen e Dividend 10% x = Stockdividend 5% x = Cashdividend 5% x = 750 Af: 15% x = Joke ontvangt 525 f 750 x 3,50 = % x 1 0,10 g Dividendrendement = x 100% = x 100% = 2,86% 3,50 3,50 17

18 h Het stockdividend heeft een koerswaarde die hoger is dan de nominale waarde van de aandelen ( t.o.v. 750). Uitwerking: dividend 5 a Intrinsieke waarde per aandeel = / = 40 b 15% x = Dividendbelasting = c Dividend 15% x = Stockdividend 12,75% x = Cashdividend 2,25% x = Af: dividendbelasting: 15% x = d e f De nv behoudt bij mogelijkheid II een bedrag van in de onderneming (wat zeker bij een slechte liquiditeitspositie handig is). De nv heeft door het grotere aantal aandelen dat door mogelijkheid II in omloop komt in de toekomst een grotere dividendverplichting ten aanzien van de aandeelhouders. De aandeelhouders zullen massaal voor mogelijkheid II kiezen. De aandelen die zij vanwege het stockdividend ontvangen, kunnen zij gemakkelijk tegen een aantrekkelijke koers verkopen (het is natuurlijk ook mogelijk dat een deel van de aandeelhouders de aandelen die zij ontvangen vanwege het stockdividend, willen behouden om hun beleggingen te vergroten). 18

19 Eindterm: preferent aandelenvermogen Je kunt - preferent aandelenvermogen noemen. - voor- en nadelen noemen van gewoon aandelenvermogen ten opzichte van preferent aandelenvermogen. Deze onderwerpen zijn een aanvulling op de stof in hoofdstuk 11. Naast gewone aandelen zijn er ook aandelen die op een bepaald gebied voorrang hebben op gewone aandelen. Aandelen die bepaalde voorrechten hebben noemen we preferente aandelen. Op een balans van een nv die preferente aandelen uitgeeft, komen twee soorten aandelen voor: gewone aandelen en (altijd op een aparte rekening) preferente aandelen. Op een balans kunnen dus aan de creditkant de volgende posten voorkomen: Maatschappelijk aandelenvermogen Aandelen in portefeuille Geplaatst aandelenvermogen (6%) Preferent aandelenvermogen Het geplaatste aandelenvermogen van betreft de gewone aandelen. Het preferente aandelenvermogen is geheel geplaatst (er zijn geen preferente aandelen in portefeuille). De preferentie kan betrekking hebben op: - de winstuitkering; - de zeggenschap (het beheer van de onderneming); - de uitkering bij liquidatie. Winstuitkering Bij winstpreferentie keert de nv/bv eerst aan de houders van preferente aandelen het dividend uit waarop deze houders recht hebben; pas daarna keert de onderneming dividend uit aan de houders van de gewone aandelen. Als er bijvoorbeeld sprake is van een 8% preferent aandelenvermogen van dan hebben de houders van deze aandelen jaarlijks recht op 8% dividend van = Dit bedrag wordt van de winst na belasting afgetrokken. Pas daarna ontvangen de houders van gewone aandelen hun winstaandeel. Als de winst niet zo groot is, zullen de houders van gewone aandelen minder dan 8% dividend ontvangen. Bij gunstige bedrijfsresultaten ontvangen de houders van gewone aandelen meer dan de houders van preferente aandelen (die slechts 8% dividend ontvangen). In dat geval is het dividend van de houders van gewone aandelen zelfs groter dan wanneer er geen preferente aandelen zouden zijn uitgegeven (de gewone aandeelhouders verdienen op de preferente aandeelhouders). Winstpreferente aandelen worden vaak uitgegeven in bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld na een financiële reorganisatie die door een aantal verliesgevende jaren noodzakelijk was. Vermogensverschaffers zijn dan alleen bereid aandelen te kopen als zij met betrekking tot het dividend bepaalde voorrechten verkrijgen. 19

20 Maar ook in normale omstandigheden worden soms preferente aandelen uitgegeven. De houders van deze aandelen nemen dan genoegen met een bepaald vast dividendpercentage. Het risico dat deze aandeelhouders lopen is kleiner dan het risico van houders van gewone aandelen, die als het resultaat van de onderneming tegenvalt, weinig of geen dividend ontvangen. Zeggenschap (beheer) Als de preferentie betrekking heeft op de zeggenschap, is het meest voorkomende recht dat de houders van preferente aandelen een bindende voordracht van twee personen op mogen stellen bij de benoeming van een bestuurslid (directielid) en/of een commissaris. Uit deze voordracht moeten de houders van de gewone aandelen dan een keuze maken. Deze preferente aandelen worden meestal prioriteitsaandelen genoemd. Dit soort aandelen staat op naam. De uitgifte van prioriteitsaandelen vindt niet plaats om het eigen vermogen van de onderneming te vergroten maar vooral om aan een bepaalde groep binnen de nv (bijvoorbeeld aan de oprichters van de onderneming) een bijzondere machtspositie te geven. Uitkering bij liquidatie Wanneer de onderneming, al dan niet gedwongen, wordt geliquideerd (opgeheven), krijgen de verschaffers van het vreemd vermogen eerder hun geld terug dan de eigenaren van de nv/bv (de aandeelhouders). Als er aandelen zijn met preferentie met betrekking tot de uitkering bij liquidatie, ontvangen de houders van deze aandelen eerder hun vermogensdeelname terug dan de gewone aandeelhouders. Pas als er dan nog geld overblijft wat bij een gedwongen liquidatie (bij een faillissement) zelden het geval is - krijgen ook de gewone aandeelhouders hun vermogensdeelname geheel of gedeeltelijk terug. Voordelen voor de houder van een gewoon aandeel ten opzichte van de houder van een preferent aandeel: - Bij gunstige bedrijfsresultaten ontvangt de houder van een gewoon aandeel een hoger dividendpercentage dan de houder van een preferent aandeel. - De houders van gewone aandelen beschikken via de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) over veel bevoegdheden die niet aan de directie of de Raad van Commissarissen zijn toegewezen. Nadelen voor de houder van een gewoon aandeel ten opzichte van de houder van een preferent aandeel: - Bij liquidatie ontvangen de houders van gewone aandelen pas geld, nadat de preferente aandeelhouders hun volledige vermogensdeelname hebben terugontvangen. - De zeggenschap van de houder van gewone aandelen kan erg worden beperkt doordat preferente aandelen worden uitgegeven. Voordelen voor de onderneming van gewone aandelen ten opzichte van preferente aandelen: - De opbrengst bij plaatsing van gewone aandelen is in het algemeen hoger dan de opbrengst bij plaatsing van preferente aandelen. - De houders van gewone aandelen bemoeien zich meestal niet of nauwelijks met het beleid van de nv. De meeste aandeelhouders bezoeken de Algemene Vergadering van 20

21 Aandeelhouders niet en maken ook geen gebruik van het steeds mer voorkomende elektronische stemrecht. Nadelen voor de onderneming van gewone aandelen ten opzichte van preferente aandelen: - Wanneer het met de onderneming slecht gaat, is het mogelijk dat het bedrijf met behulp van nieuw vermogen gered kan worden. Maar nieuwe aandeelhouders zijn niet bereid dat tegen dezelfde voorwaarden te doen als waartegen in het verleden eigen vermogen is aangetrokken. Soms zijn nieuwe aandeelhouders bereid vermogen in de onderneming te steken, als daar bepaalde preferenties tegenover staan. De voorrechten die aan preferente aandelen verbonden zijn, zijn voor de nv niet altijd even gunstig. Denk bijvoorbeeld maar aan de preferenties met betrekking tot de zeggenschap. - Door preferente aandelen uit te geven wordt het lastiger om nog gewoon aandelenvermogen aan te trekken. 21

22 Opgave: preferent aandelenvermogen a Waarop kan preferentie betrekking hebben? b Noem twee omstandigheden waarin een nv preferente aandelen uitgeeft. c Noem twee redenen waarom we aandelen die voorrang hebben met betrekking tot de winstuitkering beschouwen als een tussenvorm van aandelen en obligaties. d Houders van gewone aandelen krijgen bij gunstige bedrijfsresultaten meer dividend dan wanneer er geen preferente aandelen zouden zijn uitgegeven maar uitsluitend gewone aandelen (houders van gewone aandelen profiteren als het ware van de houders van de preferente aandelen). Hoe noemen we dit effect? 22

23 e Wat is de naam van de aandelen die preferent zijn met betrekking tot het beheer van de nv en wat omvat deze preferentie? f Noem voor een belegger een voordeel van gewone aandelen boven preferente aandelen. g Noem voor de belegger twee nadelen van gewone aandelen ten opzichte van preferente aandelen. 23

24 Uitwerking: preferent aandelenvermogen a Op winstuitkering; op zeggenschap en op uitkering bij liquidatie. b - Als bijvoorbeeld na een aantal slechte jaren het plaatsen van gewone aandelen onmogelijk of onvoordelig is. - Als de nv bepaalde aandeelhouders meer zeggenschap wil geven. c - De houders van deze aandelen nemen genoegen met een bepaald vast dividendpercentage. Bij obligaties ligt het interestpercentage ook vast. - De houders van deze aandelen lopen minder risico dan de gewone aandeelhouders (de preferente aandeelhouders krijgen eerder hun dividend uitgekeerd dan de gewone aandeelhouders). Ook de houders van obligaties lopen minder risico dan aandeelhouders, zowel ten aanzien van de uit te betalen interest als bij liquidatie. d e Het hefboomeffect (de hefboomwerking). Prioriteitsaandelen. De houders van deze aandelen hebben het recht bij de benoeming van directieleden en/of commissarissen een bindende voordracht op te stellen. f - Bij gunstige bedrijfsresultaten ontvangt de houder van een gewoon aandeel een hoger dividendpercentage dan de houder van een preferent aandeel. - Via de AVA beschikken de houders van gewone aandelen over veel bevoegdheden. g - Bij ongunstige bedrijfsresultaten ontvangt de houder van een gewoon aandeel een lager dividendpercentage dan de houder van een preferent aandeel. - Bij liquidatie krijgt de houder van een gewoon aandeel later zijn geld terug dan de houder van een preferent aandeel. - De zeggenschap van een gewoon aandeel is beperkter dan die van prioriteitsaandelen. 24

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Eindterm: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen Je kunt - de relevante

Nadere informatie

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO HOOFDSTUK 2 1. SOORTEN AANDELEN 1 Aandelen zijn eigendomsbewijzen van een nv of bv. Naast gewone aandelen zijn er preferente aandelen. De aandeelhouders die preferente

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11 Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Opgave 1 Een nv beschikt op 1 januari 2010 over de volgende gegevens: - geplaatst aandelenvermogen 40.000.000

Nadere informatie

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde

Nadere informatie

Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012

Toets 3 HAVO 5 g  Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Toets 3 HAVO 5 20 12 MO Onderdeel 3.1 Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Voor deze toets zijn maximaal 35 punten te behalen; De

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Hoofdstuk 9. Rechtsvormen. Voorbeelden: Eenmanszaak Vennootschap Onder Firma Besloten vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Stichting

Hoofdstuk 9. Rechtsvormen. Voorbeelden: Eenmanszaak Vennootschap Onder Firma Besloten vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Stichting www.jooplengkeek.nl Rechtsvormen Voorbeelden: Eenmanszaak Vennootschap Onder Firma Besloten vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Stichting 1 Rechtsvormen Natuurlijk persoon Een mens met rechten

Nadere informatie

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl Regels voor Passiva Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Vorige week Introductie financieel management Investeringsplan, financieringsplan en exploitatiebegroting Balans Liquiditeitsbegroting (meer in week 6) Berekening inkomen en vermogen

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Financiering niveau 4 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de

Nadere informatie

Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid

Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid Eenmanszaak: Persoonsvennootschap: Vennootschap Onder Firma: Commanditaire vennootschap (CV) Maatschap: Eigen vermogen: totaal eigen geld dat in

Nadere informatie

12 Het eigen vermogen

12 Het eigen vermogen 12 Het eigen vermogen hoofdstuk 12.1 C 12.2 C 12.3 C 12.4 A 12.5 B 12.6 D 12.7 B 12.8 A 12.9 D 12.10 A 12.11 C 12.12 B 12.13 B 12.14 D 12% van 30.000.000 = 3.600.000 12.15 C 1.000.000 / 20.000.000 = 0,05

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Beoordeling financieel Financiële kengetallen Activiteitskengetallen Rentabiliteitskengetallen Liquiditeitskengetallen Solvabiliteitskengetallen Productiviteitskengetallen Beleggingskengetallen

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 Liquiditeitskengetallen Current ratio Quick ratio Working capital (werkkapitaal) Cashflow Kengetallen Kengetallen zijn verhoudingsgetallen, ze geven de verhouding aan tussen

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Informal investors: informele investeerders, bv particulieren Gebruiken is vast. Verbruiken is vlot. Materieel: tastbaar Immaterieel:

Nadere informatie

Appendix Bedrijfseconomie

Appendix Bedrijfseconomie Appendix Bedrijfseconomie De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens ( de Associatie ) organiseert twee keer per jaar examens voor het in ons land erkende Praktijkdiploma Boekhouden (PDB). Voor het

Nadere informatie

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 T/m 19.12 zijn activiteitskengetallen. Vanaf 19.13 Rentabiliteitskengetallen Opgave 19.3 A. Bereken de gemiddelde voorraad over 2013 Q1 1-1

Nadere informatie

PDB PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006

PDB PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006 PDB DIT EXAMEN- ONDERDEEL BESTAAT UIT 5 PAGINA S PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006 A1.2 OPGAVE I Beschikbare tijd 1 1 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Het

Nadere informatie

De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur

De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Financiering niveau 4 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2016 tijdvak 1 woensdag 18 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen.

Nadere informatie

Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen.

Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen. Hoofdstuk 9 a Een organisatie die naar winst streeft. b Eenmanszaak Vennootschap onder firma Naamloze vennootschap Besloten vennootschap Voordelen: Je bent eigen baas. De winst hoef je met niemand te delen.

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op lange termijn Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: 1. Onderhandse lening. 2. Obligatie lening. 3.

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 3.

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 3. Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 3. In deze opgave is wel sprake van btw maar blijft de vennootschapsbelasting buiten beschouwing. Bewoners van het dorp Westmaas hebben

Nadere informatie

Wetenschappelijk Onderwijs

Wetenschappelijk Onderwijs Uitwerkingen / waardering 1 Toets 3B1 VWO 6 MO onderdeel 631 Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Toets: M&O Afdeling: A6 PTA aanduiding: Toets 631 Tijdsduur: 80 minuten Weging SE: 15% Herkansbaar:

Nadere informatie

Om je goed voor te bereiden ontvang je bijgaand op de volgende bladzijden:

Om je goed voor te bereiden ontvang je bijgaand op de volgende bladzijden: TOETSTIPS HAVO 4 vak M&O De vraagstelling in het schoolexamen is gerubriceerd naar: 1. Vermogensmarkt 2. Eigen vermogen 3. Vreemd vermogen lang 4. Vreemd vermogen kort Bij 1. Vermogensmarkt Zorg er voor

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 30 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen;

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Balans M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H4: Balans Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Paragraaf 5.1 1. Ondernemingsrecht a. Wat is economisch en juridisch gezien het verschil in benadering bij de diverse ondernemersvormen? b. Waartoe dient het ondernemingsrecht?

Nadere informatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie PDB Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie berekeningen Antwoordenboek PDB Praktijkdiploma boekhouden Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie berekeningen Antwoordenboek drs. H.H. Hamers drs. W.J.M. de Reuver

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 8

Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Opgave 1 Hazelkoning Onderneming Hazelkoning NV heeft 7 jaar geleden een obligatielening uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van 30 jaar. De couponrente van de lening bedraagt

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Vrijdag 20 juni 10.00 13.00 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen; het

Nadere informatie

Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter

Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter Hoofdstuk 1 Opgaven Opgave 1.1 Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter Totaal Totaal Opgave 1.2 1. In welke andere vorm dan

Nadere informatie

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting.

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Hoofdstuk 4 Beoordeling van de liquiditeit Extra opgaven Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Opgave 4.4a De handelsonderneming Hartema vof heeft

Nadere informatie

Examen VWO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen VWO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen VWO 2016 tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 4

Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Opgave 1 De NV Red Mobile verkoopt smartphones in Nederland en heeft de volgende aandeelhouders: KPN NV heeft 35% van de 10 miljoen gewone aandelen, France Telecom 30% van de aandelen

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2011 - I

Eindexamen m&o vwo 2011 - I Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 2 winstsaldo 2010 250.000 vennootschapsbelasting 0,25 250.000 = 62.500 winstsaldo na vennootschapsbelasting 187.500 preferent dividend 6% van 150.000 = 9.000 178.500

Nadere informatie

UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015

UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015 VAK : ECONOMIE II (BA en BR) DATUM : 27 juli 2015 TIJD : 07.45u 10.45u Aantal opgaven bij dit vak : 6 Aantal pagina s : 5 Hulpmiddelen

Nadere informatie

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Voor kandidaten die in beide modules examen doen geldt dit gehele document (zowel de termen van module A. Periodeafsluiting als module

Nadere informatie

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Voor kandidaten die in beide modules examen doen, geldt dit gehele document (zowel de termen van module A. Boekhouden als module B.

Nadere informatie

Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA

Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA Financiële analyse Les 2 Vermogensbehoefte en financiering Auteur: Witek ten Hove, MBA In deze les gaan we kijken naar onderdelen uit de balans. Er wordt aangenomen dat de student weet hoe een balans is

Nadere informatie

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 3.

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 3. Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 3. 'Vrouwe Fortuna' is een beleggingsclub van vrouwen die opgericht is op 1 januari 1998. Vanaf het begin zijn er 14 vrouwen lid. Aan het

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Rechtsvormen

Hoofdstuk 1: Rechtsvormen Hoofdstuk 1: Rechtsvormen M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H1: Rechtsvormen Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 FINANCIËLE ADMINISTRATIE COPERNICUS BV 1. 710 Inkopen 73.650,- 160 Te verrekenen omzetbelasting 13.993,50 Aan 130

Nadere informatie

Bij een keten van elektronicawinkels kunnen consumenten hun aankopen in termijnen betalen. enkelvoudige interest per jaar

Bij een keten van elektronicawinkels kunnen consumenten hun aankopen in termijnen betalen. enkelvoudige interest per jaar Opgave 1 Bij een keten van elektronicawinkels kunnen consumenten hun aankopen in termijnen betalen. 2p 1 Noem twee vormen van consumptief krediet waarbij consumenten hun aankopen in termijnen betalen.

Nadere informatie

2. Wat is het fiscale voordeel?

2. Wat is het fiscale voordeel? 2. Wat is het fiscale voordeel? 2.1. verlaagd tarief behouden Bij twee van de voorwaarden om recht te hebben op het verlaagd tarief, is het kapitaal van belang. Het bedrag van het kapitaal kan van belang

Nadere informatie

Bijlage VWO. management & organisatie. tijdvak 1. Bijlage. 800025-1-030b

Bijlage VWO. management & organisatie. tijdvak 1. Bijlage. 800025-1-030b Bijlage VWO 2008 tijdvak 1 management & organisatie Bijlage 800025-1-030b Formuleblad Formules voor de beantwoording van de vragen 12, 18, 26 en 32 12 Efficiencyverschil: (sh wh) sp Prijsverschil: (sp

Nadere informatie

1 Het kasstroomoverzicht

1 Het kasstroomoverzicht Oefeningen Kasstroomoverzicht 1 Het kasstroomoverzicht De gegevens van een bedrijf zijn: Balans per 31 december 2011 en 2012 dec-12 dec-11 dec-12 dec-11 Vaste Activa 1.000.000 1.200.000 Eigen Vermogen

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2014 tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010 FINANCIËLE ADMINISTRATIE DE LEKKERE HAP PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010 1. Met behulp van de volgende grootboekrekeningen kan het verkoopresultaat worden

Nadere informatie

Examen VWO. management & organisatie management & organisatie. tijdvak 1 donderdag 19 mei 13.30-16.30 uur

Examen VWO. management & organisatie management & organisatie. tijdvak 1 donderdag 19 mei 13.30-16.30 uur Examen VWO 2011 tijdvak 1 donderdag 19 mei 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Achter de bijlage

Nadere informatie

ABN AMRO Basic Funds N.V. Jaarrekening 2013

ABN AMRO Basic Funds N.V. Jaarrekening 2013 Jaarrekening 2013 Pagina 1 van 12 INHOUD Pagina Directieverslag 3 Balans per 31 december 2013 4 Winst- en verliesrekening 2013 5 Toelichting algemeen 6 Toelichting op de balans per 31 december 2013 8 Toelichting

Nadere informatie

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 Docentenhandleiding Hoofdstuk 25 9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 a Per november 2008 wordt aan huur vooruitontvangen: 400 3 650 = 780.. b Per december wordt achteraf ontvangen: 25 3 720 = 270..

Nadere informatie

Antwoorden hoofdstuk 6

Antwoorden hoofdstuk 6 Antwoorden hoofdstuk 6 Opgave 6.1 In omloop zijn 50.000 : 10 = 5.000 aandelen a. Intrinsieke waarde per aandeel (50.000 + 35.000) : 5.000 = 17 Contante waarde van alle aandelen is 20.000 : 0,08 = 250.000

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2010 - II

Eindexamen m&o vwo 2010 - II Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 2 Aantal geplaatste aandelen bij oprichting 1.200.000 4 175.000 = 125.000 1 ( 1.200.000 + 908.000 ) 1.428.000 Emissiekoers bij oprichting = 5,44 125.000 1 2 maximumscore

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en) EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Praktijkdiploma Boekhouden (PDB ) Eamen Financiering niveau 4 Niveau 4 (vergelijkbaar met mbo 4) Versie 2-0 Geldig vanaf 1-01-16 Vastgesteld

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 16 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Hartenstijn bv heeft op 1 januari de volgende balans opgesteld: Balans 1 januari 2009 --------------------------------------------------------------

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Beoordelen

Hoofdstuk 6: Beoordelen Hoofdstuk 6: Beoordelen M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H6: Beoordelen Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Bedrijfsadministratie 1 Examennummer: 12248 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10.00 11.30 uur

Bedrijfsadministratie 1 Examennummer: 12248 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10.00 11.30 uur Bedrijfsadministratie 1 Examennummer: 12248 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10.00 11.30 uur Dit examen bestaat uit 6 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 15 open vragen (maximaal 50 punten) - een

Nadere informatie

Vermogensbehoefte en financiering

Vermogensbehoefte en financiering Hoofdstuk 1 Vermogensbehoefte en financiering Opgave 1.1 Een groothandel heeft in de maanden maart tot en met oktober 600.000, extra vermogen nodig. Het benodigde extra vermogen kan voor deze periode worden

Nadere informatie

Bijlage HAVO. management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. HA-0251-a-12-2-b

Bijlage HAVO. management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. HA-0251-a-12-2-b Bijlage HAVO 2012 tijdvak 2 management & organisatie Informatieboekje HA-0251-a-12-2-b Formuleblad Voor de beantwoording van vraag 27 is de volgende formule beschikbaar. 27 Dividendrendement = dividend

Nadere informatie

Bedrijfseconomie. B-cluster BBBBEC2A.1

Bedrijfseconomie. B-cluster BBBBEC2A.1 Bedrijfseconomie B-cluster BBBBEC2A.1 Succes met leren Leuk dat je onze bundels hebt gedownload. Met deze bundels hopen we dat het leren een stuk makkelijker wordt. We proberen de beste samenvattingen

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 8A

Oefenopgaven Hoofdstuk 8A Oefenopgaven Hoofdstuk 8A Opgave 1 1. Welke vormen van dividend kunnen worden onderscheiden? 2. Een NV heeft in 2013 in maanden januari, april en juli per keer 0,34 aan dividend uitgekeerd. Het totale

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 6 onderdeel: CAS datum: 19 december 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:

Nadere informatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Handelswetenschappen en recht

Examen HAVO en VHBO. Handelswetenschappen en recht Handelswetenschappen en recht Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 1 VHBO Tijdvak 2 Vrijdag 28 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen

Nadere informatie

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Boekje met informatie Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.00 uur 20 01 100020 28A Begin Formuleblad Te gebruiken formules

Nadere informatie

Liquiditeitsbegroting

Liquiditeitsbegroting 1 Liquiditeitsbegroting Voorspellen inkomsten en uitgaven Periode X, dag, week, maand, jaar Dynamische liquiditeit Staat van herkomst en bestedingen Kasstroomoverzicht Zie het als je eigen bankrekening

Nadere informatie

De resultatenrekening

De resultatenrekening De resultatenrekening format resultatenrekening kosten/uitgaven en opbrengsten/ontvangsten afschrijvingen rente eindbalans Joop Lengkeek Kamer H0.012 Email: Lengkeek.J@NHTV.nl www.jooplengkeek.nl 1 De

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2008-I

Eindexamen m&o vwo 2008-I Opgave 1 De productlevenscyclus geeft de ontwikkeling van de afzet van een product gedurende de tijd weer. De productlevenscyclus bestaat uit vijf fasen. 2p 1 Noem de vijf fasen van de productlevenscyclus

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 vrijdag 22 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 vrijdag 22 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2015 tijdvak 1 vrijdag 22 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Achter dit examen is een erratum opgenomen. Dit examen bestaat

Nadere informatie

management & organisatie Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

management & organisatie Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen HAVO 2013 tijdvak 1 maandag 13 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift

Nadere informatie

m&o vwo 2016-I Opgave 1

m&o vwo 2016-I Opgave 1 Opgave 1 Debatvereniging DKJWZ (Dat Kun Je Wel Zeggen) uit Waddinxveen debatteert over maatschappelijke kwesties zoals zonne-energie. Zij kampt met het probleem dat veel leden hun contributie niet op tijd

Nadere informatie

DIVIDEND Wanneer moet u een dividend toekennen? Wanneer mag u geen dividend toekennen? Wanneer fiscaal gezien een goede keuze?

DIVIDEND Wanneer moet u een dividend toekennen? Wanneer mag u geen dividend toekennen? Wanneer fiscaal gezien een goede keuze? Binnenkort moet u op de jaarvergadering een bestemming geven aan de winst voor boekjaar 2014. U kunt die winst uitkeren als dividend of tantième of ze reserveren. Wanneer is een bepaalde winstbestemming

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 43 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 43 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 belangrijk Solvabiliteitskengetallen: de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen en totaal vermogen 2 3 4 Solvabiliteitskengetallen Er zijn verschillende solvabiliteitskengetallen

Nadere informatie

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Valt het mee of tegen? a Als Yara een appartement koopt moet ze een hypotheek afsluiten. Hiervoor betaalt ze iedere maand een bepaald bedrag. Dit zijn haar

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen VWO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen HAVO 2009 tijdvak 1 woensdag 27 mei 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 3 Praktijkdiploma Boekhouden (PDB)

PROEFEXAMEN 3 Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) PROEFEXAMEN 3 Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Periodeafsluiting Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Belastingen en de boekhouding

Belastingen en de boekhouding BAD1.1 les 7 programma Belastingen en de boekhouding Drie groepen belastingen Ondernemer als onbezoldigd ontvanger Loonbelasting Omzetbelasting Belastingen Drie groepen zakelijke belastingen waterschapslasten,

Nadere informatie

Vermogensbehoefte en financiering

Vermogensbehoefte en financiering Hoofdstuk 1 Vermogensbehoefte en financiering 1.1 Inleiding Voordat iemand een onderneming start, zal hij eerst moeten vaststellen wat nodig is om het bedrijf te kunnen uitoefenen, dus wat er geïnvesteerd

Nadere informatie

DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN

DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN 15 april 2005 DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN DIM Vastgoed N.V. heeft over de eerste drie maanden van het boekjaar 2005 een nettowinst na belastingen behaald van

Nadere informatie

ESJ Accountants & Belastingadviseurs

ESJ Accountants & Belastingadviseurs ESJ Accountants & Belastingadviseurs Het realiseren van vermogen vanuit een vennootschap Juni 2013 Maurice de Clercq Programma Realiseren van vermogen 1. Inleiding 2. Emigratie België 3. Luxemburg/ Curaçao

Nadere informatie

DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON. Concept d.d.

DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON. Concept d.d. DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON Concept d.d. 17 oktober 2011 - 2 - ADMINISTRATIEVOORWAARDEN Definities aandelen: administratiekantoor:

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2014 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5.

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5. Opgave 2 In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5. Astutia nv is een vastgoedmaatschappij met een hoofdkantoor en twee divisies:

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 5 onderdeel: Cash Management datum: 28 juni 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 5

Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Opgave 1 Leg uit waarom een bank in de regel bereid is een lening die gedekt is door een zekerheid, tegen een lagere rente te verstrekken dan een gelijkwaardige lening zonder zekerheid.

Nadere informatie

2010 -- Vennootschapsbelasting -- Deel 2

2010 -- Vennootschapsbelasting -- Deel 2 Programma voor vandaag Problemen bij winstbepaling uitgaande van de vermogensvergelijking. Winstberekening door vermogensvergelijking Onttrekkingen Stortingen 1 Winstberekeningsmethoden De fiscale winst

Nadere informatie