De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur"

Transcriptie

1 Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen die vermogen ter beschikking stellen, stellen eisen aan hun beloning: de rendementseisen. Vanuit het oogpunt van de onderneming spreken we hier van de kosten van vreemd vermogen, de cost of debt en van de kosten van eigen vermogen, de cost of equity. De rendementseisen van de vermogensverschaffers hangen af van het risico dat zij denken te lopen. In het algemeen geldt: hoe minder vertrouwen financiers in de operationele kwaliteiten van de onderneming hebben, hoe meer risico s zij denken te lopen en des te hoger hun rendementseis zal zijn. De rendementseis bij vreemd vermogen is gelijk aan een risicovrije rentevoet plus een kredietopslag en de rendementseis bij eigen vermogen is gelijk aan de risicovrije rentevoet plus een opslag die afhankelijk is van de beweeglijkheid van de rendementen van het aandeel. Het rendement dat een onderneming gemiddeld over het door haar aangetrokken vermogen moet betalen noemen we de gemiddelde gewogen kostenvoet of weighted average cost of capital. Deze gemiddelde kostenvoet wordt dus enerzijds bepaald door het risicoprofiel van de onderneming maar anderzijds door de verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen. Ondernemingen zoeken naar de optimale mix van vreemd vermogen en eigen vermogen. Bij deze optimale vermogensstructuur zijn de vermogenskosten van de onderneming het laagst. 121

2 corporate finance en treasury 5.2 De gewogen gemiddelde kosten van vermogen (WACC) Om hun vermogenskosten te bepalen, berekenen ondernemingen het gemiddelde van de rendementseis van de verschaffers van eigen vermogen en van de rendementseis van de verschaffers van vreemd vermogen. Zij nemen echter geen gewoon gemiddelde maar een gewogen gemiddelde. Als gewicht nemen zij de marktwaarde van het vreemd vermogen en van het eigen vermogen. Bij obligaties en bij beursgenoteerde aandelen wordt deze marktwaarde weergegeven door de beurskoers, bij gewone leningen wordt de marktwaarde bepaald door de contante waarde van de rentestromen en de aflossingen. Een onderneming heeft 4 miljoen aandelen uitstaan op de beurs. De beurskoers van het aandeel is 30. De marktwaarde van het eigen vermogen is x 30 = miljoen. Een onderneming heeft obligaties uitgegeven met een nominale waarde van euro. De beurskoers van de obligaties is 99,34. De totale marktwaarde van de obligaties is dan: x x 99,34% = Een onderneming heeft een banklening van 50 miljoen tegen een jaarlijks rentepercentage van 3%. De resterende looptijd van deze lening is drie jaar. Het huidige driejaars rendement dat verschaffers van vreemd vermogen eisen bij deze onderneming is 6%. Om de marktwaarde van de banklening te berekenen, bepalen we eerst wat de toekomstige kasstromen zijn van de lening: 1,5 miljoen rente na respectievelijk een en twee jaar en na drie jaar de som van rente en aflossing: 51,5 miljoen. Vervolgens berekenen we de contante waarde van deze kasstromen en berekenen we de som daarvan: 1.5 / / / = = Uit het oogpunt van de onderneming is de rendementseis van beleggers gelijk aan de kostenvoet van het door haar aangetrokken vermogen. Het gemiddeld rendement van de vermogensverschaffers noemen we daarom ook de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet of weighted average cost of capital meestal weergegeven als WACC. 122

3 de gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur Om de WACC te berekenen gebruiken we de onderstaande vergelijking: EV VV WACC = vermogenskostenvoet x Ke + x Kv x (1 b) TV TV In de vergelijking hebben de symbolen de volgende betekenis: WACC = Weighted Average Cost of Capital EV = marktwaarde van het eigen vermogen VV = marktwaarde van het vreemd vermogen TV = totale marktwaarde van de onderneming (= VV + EV) Ke = rendementseis van de aandeelhouders Kv = rendementseis van de verschaffers van vreemd vermogen b = belastingpercentage. De factor (1-b) is in de formule opgenomen omdat de onderneming de rentekosten over vreemd vermogen voor de belasting mag aftrekken. De WACC is dus het gewogen gemiddelde van enerzijds het aandeelhoudersrendement en anderzijds de netto rentelasten voor vreemd vermogen (dus: na belasting). De kostenvoet van het eigen vermogen van Prospect BV. is 15 %. De kostenvoet van het vreemd vermogen is 5 %. Het eigen vermogen maakt voor 25 % deel uit van het totale vermogen. Het belastingtarief is 30%. De WACC van Prospect is (25 / 100 x 15% ) + ( 75 / 100 x 5% x (1 0,30) = 6,375 %. 5.3 De optimale vermogensstructuur Ondernemingen streven naar het realiseren van een optimale vermogensstructuur. Dit is een combinatie van eigen en vreemd vermogen waarbij de WACC het laagst is. In deze paragraaf onderzoeken we welke factoren er van belang zijn bij het zoeken naar de optimale vermogensstructuur. In het algemeen geldt dat het rendement op vreemd vermogen lager is dan het rendement op eigen vermogen. Dat heeft te maken met het verschil in risico tussen beide vermogensvormen. Het verschil zit met name in de volatiliteit van de rendementen. Deze is lager bij vreemd vermogen dan bij eigen vermogen. Dat zou 123

4 corporate finance en treasury ervoor pleiten dat een onderneming zo veel mogelijk vreemd vermogen aantrekt. Dit heeft echter een keerzijde. De schommelingen in de winst van de onderneming moeten in dat geval worden opgevangen door een relatief klein eigen vermogen dat als buffer fungeert. Hierdoor neemt het risico voor de aandeelhouders toe en als gevolg daarvan eisen zij weer een hoger rendement. Daarnaast neemt ook het risico voor de verschaffers van vreemd vermogen toe. Bij een kleiner eigen vermogen is namelijk de kans groter dat deze buffer opraakt waardoor de vreemd vermogensverschaffers meer kans lopen dat zij hun uitgeleend geld niet (geheel) terugkrijgen. Dit betekent dat de WACC door het aantrekken van steeds meer vreemd vermogen eerst daalt vanwege het lagere rendement dat verschaffers van vreemd vermogen eisen. Maar op een gegeven moment stijgt de WACC bij het verder aantrekken van vreemd vermogen omdat alle vermogensverschaffers een steeds hoger rendement eisen. De rendementeis van vermogensverschaffers hangt dus mede af van de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen. We geven deze verhouding weer met behulp van de financiële hefboomformule: REV = {RTV + (RTV Kvv) VV/EV} x ( 1 b) In de vergelijking hebben de symbolen de volgende betekenis: REV RTV Kvv = rentabiliteit van het eigen vermogen = nettowinst nb / eigen vermogen = rentabiliteit van het totaal vermogen = bedrijfsresultaat / totaal vermogen = de kostenvoet van het vreemd vermogen = rentekosten op vreemd vermogen / vreemd vermogen = marktwaarde van het vreemd vermogen = marktwaarde van het eigen vermogen VV EV VV/EV = financiële hefboomfactor b = belastingtarief. In de hefboomformule onderscheiden we de volgende factoren : 1. De rentemarge (RTV Kvv). De rentemarge geeft aan hoeveel het rendement van de onderneming uitstijgt boven de rente op vreemd vermogen. Naarmate het rendement op vreemd vermogen lager is, wordt de rentemarge hoger. 2. De hefboomfactor VV/EV. De hefboomfactor geeft de verhouding weer tussen vreemd vermogen en eigen vermogen. Naarmate een onderneming met meer vreemd vermogen is gefinancierd, spreken we van een hogere leverage. Dit betekent dat de onderneming risicovoller is. 124

5 de gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 3 De factor (RTV - Kvv) x VV/EV noemen we het hefboomeffect. 4 De factor (1-b) is het gedeelte van de rente op vreemd vermogen dat de onderneming daadwerkelijk zelf betaalt. De beloning voor vreemd vermogen, de rentekosten, mag in de resultatenrekening als kostenpost worden opgenomen. Er is dus sprake is van een belastingvoordeel dat we belastingschild of tax shield noemen. We kunnen de hefboomformule herschrijven tot: REV = (RTV + hefboomeffect) x (1 b) We illustreren de werking van de hefboomformule aan de hand van een waarbij we geen rekening houden met belastingen. Van een onderneming zijn de volgende gegevens bekend: Totaal vermogen = Eigen vermogen = Voorts is bekend dat de kostenvoet van het vreemd vermogen gemiddeld 5% bedraagt. Het bedrijfsresultaat = De nettowinst = De rentabiliteit van het totaal vermogen is: Bedrijfsresultaat RTV = = Totaal vermogen x 100% = 8% De rentemarge is het verschil tussen: RTV Kvv = 8% - 5% = 3% De hefboomfactor is: = 1, De rentabiliteit van het eigen vermogen is: REV = RTV + (RTV Kvv) VV/EV = REV = 8% + (8% - 5%) x 1,5 = 12,5% 125

6 corporate finance en treasury De gevolgen van hefboomveranderingen op de rendementseis van vreemd vermogensverschaffers Wanneer de onderneming voor 100% gefinancierd zou zijn met eigen vermogen, vullen we voor VV in de hefboomformule nul in. De hefboomfactor (RTV Kvv) VV/ EV is hier nul en we kunnen de hefboomformule herschrijven tot: REV = RTV Dit noemen we ook wel de unleveraged hefboomformule. Zodra een onderneming vreemd vermogen aantrekt krijgen we te maken met de werking van de financiële hefboom Als gevolg hiervan neemt de rentabiliteit van het eigen vermogen toe. Naarmate een onderneming meer vreemd vermogen aantrekt, stijgt het hefboomeffect en daarmee de rentabiliteit van het eigen vermogen. Dit laten we zien in de onderstaande tabel voor een onderneming met een rentabiliteit van 8% op het totale vermogen en een kostenvoet van vreemd vermogen van 6%. Het hefboomeffect werkt daarom vanaf een bepaald moment steeds minder en wordt zelfs op een zeker moment negatief. Het verschil tussen de rentabiliteit van het totaal vermogen en de kostenvoet van het vreemd vermogen (de rentemarge) wordt immers kleiner en deze daling wordt over een lager eigen vermogen uitgeverhouding ev/vv hefboom hefboomeffect = rentabiliteit van het vv / ev ((rtv kvv) vv/ev eigen vermogen = {rtv + hefboomeffect} 50% EV, 50% VV 1 (8% 6%) x 1 = 2% 8% + 2% = 10% 25% EV, 75% VV 3 (8% 6%) x 3 = 6% 8% + 6% = 14% 10% EV, 90% VV 9 (8% 6%) x 9 = 18% 8% + 18% = 26% De tabel laat zien dat de rentabiliteit van het eigen vermogen stijgt naarmate de onderneming relatief meer vreemd vermogen aantrekt. We zijn er in het echter vanuit gegaan dat de gemiddelde rentevoet niet verandert. Dat is echter niet realistisch. De financiers van vreemd vermogen lopen namelijk een groter risico naarmate het eigen vermogen relatief kleiner wordt en zij zullen dan ook een hogere kredietopslag of credit spread eisen bij het verstrekken van meer leningen. 126

7 de gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur smeerd. Als gevolg daarvan daalt het rendement op het eigen vermogen weer. We noemen dit het negatieve hefboomeffect. Onderneming B heeft een rentabiliteit van 8% op het totale vermogen en een kostenvoet van vreemd vermogen van 6%. Naarmate er meer vreemd vermogen wordt aangetrokken, zal de kostenvoet van het vreemd vermogen stijgen. De kredietverstrekkers lopen namelijk meer risico omdat de buffer van het eigen vermogen steeds lager wordt. De tabel geeft het hefboomeffect bij verschillende hefbomen en de daarmee gepaard gaande renteverhogingen: verhouding ev/vv hefboom hefboomeffect = rentabiliteit van het vv / ev ((rtv kvv) vv/ev eigen vermogen = {rtv + hefboomeffect} 50% EV, 50% VV 1 (8% 6%) x 1 = 2% 8% + 2% =10% 33,3% EV, 66,7% EV 2 (8% 6.75%) x 2 = 2.5% 8% + 2,5% =10,5% 25% EV, 75% VV 3 (8% 7%) x 3 = 3% 8% + 3 % = 11% 20% EV, 80%VV 4 (8% 7.5%) x 4 = 2% 8% + 2% = 10% 10% EV, 90% VV 9 (8% 8%) x 9 = 0% 8% + 0 % = 8% 5% EV, 95%VV 19 (8% 9%) x 19 = -19% 8% 19 % = 11% Vanwege het positieve hefboomeffect daalt de WACC aanvankelijk naarmate er meer vreemd vermogen wordt aangetrokken, maar op een zeker moment gaat de WACC weer stijgen vanwege het negatieve hefboomeffect. Blijkbaar is er sprake van een omslagpunt. Dit omslagpunt is het punt waarbij sprake is van een ideale verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. We noemen dit punt de optimale vermogensstructuur. Een onderneming is geheel met eigen vermogen gefinancierd. De rendementseis van het eigen vermogen is 10%. De onderneming besluit vervolgens vreemd vermogen aan te trekken en zoekt de optimale verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. De onderneming schat in dat de rendementseisen zich als volgt ontwikkelen bij verschillende hefbomen: 127

8 corporate finance en treasury hefboom % vreemd vermogen rendementseis vreemd vermogen 0,11 10% 5% 0,25 20% 6% 0,43 30% 7% 0,67 40% 8% 1 50% 9% Het belastingtarief is 20% en we gaan ervan uit dat de marktwaarde van het eigen en vreemd vermogen niet verandert. De WACC van de onderneming berekenen we met behulp van de volgende vergelijking: EV VV WACC = x Ke + x Kv x (1 b) TV TV hefboom = vv / ev wacc 0,11 0,9 x 10% + 0,1 x 5% x 0,80 = 9% + 0,40% = 9,40% 0,25 0,8 x 10% + 0,2 x 6% x 0,80 = 8% + 0,96% = 8,96% 0,43 0,7 x 10% + 0,3 x 7% x 0,80 = 7% + 1,68% = 8,68% 0,67 0,6 x 10% + 0,4 x 8% x 0,80 = 6% + 2,56% = 8,56% 1 0,5 x 10% + 0,5 x 9% x 0,80 = 5% + 3,80% = 8,80% De optimale vermogensstructuur ligt hier bij een hefboom van 0,67 ofwel een verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van 40 / De gevolgen van hefboomveranderingen op de rendementseis van eigen vermogensverschaffers Wanneer een onderneming uitsluitend eigen vermogen heeft aangetrokken, wordt de hoogte van de rentabiliteit van het eigen vermogen uitsluitend bepaald door het bedrijfsresultaat van de onderneming. Schommelingen in het bedrijfsresultaat werken dan één op één door in de rentabiliteit van het eigen vermogen. Het risico dat de REV schommelt als gevolg van schommelingen in het bedrijfsresultaat, noemen we bedrijfsrisico. 128

9 de gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur Wanneer een onderneming ook vreemd vermogen aantrekt, betekent dit dat niet alleen de verschaffers van vreemd vermogen maar ook de aandeelhouders meer risico lopen. Immers de rentemarge wordt over een kleiner eigen vermogen verdeeld en schommelingen in de rentemarge werken als gevolg van de hefboom dus sterker door in het eigen vermogen. Dit noemen we het financiële risico. Het financiële risico wordt groter naarmate het aandeel van het vreemd vermogen in het totale vermogen toeneemt. Door het aantrekken van steeds meer vreemd vermogen neemt de hefboom toe en daardoor neemt niet alleen de rentabiliteit op het eigen vermogen maar ook het financiële risico steeds meer toe. We zagen dat de verschaffers van vreemd vermogen hun rendementseisen omhoog bijstellen wanneer een onderneming met minder eigen vermogen wordt gefinancierd en zij als gevolg daarvan meer risico lopen. Maar nu weten we dat ook de aandeelhouders een hoger rendement vragen wanneer de hefboom toeneemt. Ondernemingen moeten dit meenemen in hun streven naar de optimale vermogensstructuur. We laten dit zien in het volgende, waarbij we zowel de rendementseis van de vreemd vermogenverschaffers als de rendementseis van eigen vermogenverschaffers veranderen als gevolg van een verandering in de hefboom. Een onderneming is geheel met eigen vermogen gefinancierd. Bij een hefboom van 0,11 is de rendementseis van het eigen vermogen 10%. De onderneming besluit vervolgens meer vreemd vermogen aan te trekken en zoekt de optimale verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. De onderneming schat in dat de rendementseisen zich als volgt zal ontwikkelen bij verschillende hefbomen: hefboom % vreemd vermogen rendementseis vv rendementeis ev 0,11 10% 5% 10% 0,25 20% 6% 11% 0,43 30% 7% 12% 0,67 40% 8% 13% 1 50% 9% 14% Het belastingtarief is onveranderd 20% en we gaan ervan uit dat de marktwaarde van het eigen en vreemd vermogen niet verandert. De WACC van de onderneming is nu bij verschillende hefbomen 129

10 corporate finance en treasury hefboom wacc 0,11 0,9 x 10% + 0,1 x 5% x 0,80 = 9% + 0,40% = 9,40% 0,25 0,8 x 11% + 0,2 x 6% x 0,80 = 8,8% + 0,96% = 8,45% 0,43 0,7 x 12% + 0,3 x 7% x 0,80 = 8,4% + 1,68% = 10,08% 0,67 0,6 x 13% + 0,4 x 8% x 0,80 = 7,8% + 2,56% = 10,36% 1 0,5 x 14% + 0,5 x 9% x 0,80 = 7% + 3,80% = 10,80% De optimale vermogensstructuur is bij een hefboom van 0,25 ofwel een verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van 20/ Leveraged bèta In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat het risico van een aandeel onder andere kan worden weergeven door middel van de β. Wanneer een onderneming zich uitsluitend financiert met eigen vermogen gebruiken we de term unleveraged bèta of activabèta. De rendementen komen dan geheel ten goede aan het aandelenvermogen dat in dit geval precies gelijk is aan de activa van de onderneming. Wanneer een onderneming deels met vreemd vermogen is gefinancierd gebruiken we de term leveraged bèta. De formule om de leveraged bèta uit te rekenen, luidt als volgt leveraged β = activa β x { 1 + ( 1 b) x VV/TV)} In deze vergelijking herkennen we weer een hefboom, namelijk VV/TV. Naarmate deze hefboom groter wordt, neemt de leveraged β toe. Naarmate de leveraged β hoger is, verlangen verschaffers van eigen vermogen een hoger rendement. De marktwaarde van het aandelenvermogen van een onderneming is en de marktwaarde van het vreemd vermogen is De hefboom is dus 0, De β van de activa van deze onderneming is 1,8 en de winstbelasting is 25%. De leveraged β van deze onderneming = activa β x { 1 + ( 1 b) x VV/TV)} = 1,8 x [(1+ {(1 0,25) x 0,228142}] = 2,

11 de gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur opgaven hoofdstuk 5 Opgave 1 Kennisvragen 1 Welke variabelen bepalen de hoogte van de WACC? 2 Noem de samenstellende delen van de financiële hefboomformule. 3 Wat is het verschil tussen bedrijfs- en financieel risico? 4 Wat wordt bedoeld met het begrip tax shield? 5 Wat is het verschil tussen een unleveraged en een leveraged bèta? Opgave 2 Sturen op de optimale vermogensstructuur is een belangrijke doelstelling van corporate finance. 1 Beschrijf twee manieren waarop beoordeeld kan worden of de gekozen vermogensstructuur van een onderneming optimaal is? Stel dat een onderneming aan totaal vermogen heeft. De verhouding tussen vreemd en eigen vermogen is 60%. De belastingvoet is 25%. De rente op het vreemd vermogen is 5%. We veronderstellen verder dat de onderneming winst heeft behaald. 2 Bereken het belastingvoordeel voor de onderneming dat bewerkstelligd wordt door het aantrekken van vreemd vermogen. Opgave 3 Bustard N.V. is een Nederlands administratiekantoor met activiteiten in de Benelux. De omzet bedroeg in miljoen en in miljoen. Voor 2013 verwacht de CEO een omzet van bijna miljoen. De onderneming heeft een beursnotering. De marktwaarde van het eigen vermogen bedraagt per 1 oktober miljoen. Voort geldt per die datum onderstaande tarieven: risicovrije rentevoet 3% bèta van het aandeel Bustard 0,30 risicopremie op de aandelenmarkt 5% 1 Wat is op basis van Capital Asset Pricing Model (CAPM) per 1 oktober 2012 het te verwachten rendement van het aandeel Bustard? 131

12 corporate finance en treasury 2 Hoe wordt de grafische weergave van het CAPM genoemd? 3 Waarop is de genoemde risicopremie van 5% gestoeld? 4 Geef een verklaring voor de hoogte van bèta van het aandeel Bustard. Opgave 4 Onderneming MAX B.V. is geheel met eigen vermogen gefinancierd. Jaarlijks genereert de onderneming een bedrijfsresultaat van waarbij de afschrijvingen gelijk zijn aan de investeringen. De winst wordt jaarlijks in haar geheel als dividend uitgekeerd. De onderneming is beursgenoteerd en heeft in de markt aandelen uitstaan met een nominale waarde van 5. De koers van het aandeel bedraagt eind We veronderstellen dat er geen sprake is van belastingen. 1 Bereken de kostenvoet van het eigen vermogen van MAX B.V. eind Bereken de vermogenskostenvoet van MAX B.V. eind MAX B.V. krijgt van een financieel adviseur het advies de onderneming gedeeltelijk met vreemd vermogen te financieren. Er kan daartoe een lening worden afgesloten van waarvan de opbrengst wordt aangewend om eigen aandelen in te kopen. Het rentepercentage van de lening bedraagt 4 %. 3 Bereken de waarde van het eigen vermogen van MAX B.V. als de geadviseerde aanpassing van de financieringsstructuur eind 2008 wordt doorgevoerd. Stel dat in 2008 belastingheffing wordt ingevoerd en dat als gevolg daarvan over de winst van MAX B.V. 25 % belasting moet worden betaald. 4 Bereken de waarde van het eigen vermogen van MAX B.V. eind 2008 waarbij u rekening houdt met de belastingheffing en u ervan uitgaat dat het advies over de aanpassing van de financieringsstructuur wordt opgevolgd. Examen Nivra, Financiering 2,

Oefenopgaven Hoofdstuk 8

Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Opgave 1 Hazelkoning Onderneming Hazelkoning NV heeft 7 jaar geleden een obligatielening uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van 30 jaar. De couponrente van de lening bedraagt

Nadere informatie

Toepassen van Adjusted Present Value

Toepassen van Adjusted Present Value Toepassen van Adjusted Present Value Blz. 1 van 8 In deze bijdrage wordt ingegaan op het berekenen van economische waarde. Naast de bekende discounted cash flow (DCF) methode wordt ook wel gebruik gemaakt

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Beoordeling financieel Financiële kengetallen Activiteitskengetallen Rentabiliteitskengetallen Liquiditeitskengetallen Solvabiliteitskengetallen Productiviteitskengetallen Beleggingskengetallen

Nadere informatie

1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30)

1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30) Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Naam: Studentnummer: Tentamen Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30) Omcirkel het meest juiste antwoord bij de Multiple

Nadere informatie

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 T/m 19.12 zijn activiteitskengetallen. Vanaf 19.13 Rentabiliteitskengetallen Opgave 19.3 A. Bereken de gemiddelde voorraad over 2013 Q1 1-1

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 6 onderdeel: CAS datum: 19 december 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:

Nadere informatie

10 november 2010 Examenhal 01 (14:00 17:00)

10 november 2010 Examenhal 01 (14:00 17:00) Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Naam: Studentnummer: Tentamen Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 10 november 2010 Examenhal 01 (14:00 17:00) Geef uw antwoorden in de daarvoor bestemde

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 5 onderdeel: Cash Management datum: 28 juni 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Nadere informatie

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Eindterm: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen Je kunt - de relevante

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de

Nadere informatie

Waardering van een Onderneming

Waardering van een Onderneming Waardering Congres Financieele Dagblad: Private Equity in de Praktijk 6 april 2006 Dr Michel van Bremen Partner First Dutch Capital B.V. Waardering, essentie: Res tantum valet quantum vendi potest Iets

Nadere informatie

Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Eindterm: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen Je kunt - de relevante

Nadere informatie

Welkom. RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering. ValuePro - RB Studiekring 1

Welkom. RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering. ValuePro - RB Studiekring 1 Welkom RB Studiekring Lezing ondernemingswaardering 1 Voorstellen drs. Chris Denneboom RV RAB cdenneboom@valuepro.nl Master in Business Valuation Register Valuator Register adviseur bedrijfsopvolging Gerechtelijk

Nadere informatie

Financiële hefboomwerking

Financiële hefboomwerking 17 Financiële hefboomwerking Waarom gaan ondernemingen dan schulden aan, kan men zich terecht afvragen? Het antwoord ligt bij de kost van het alternatief. Schulden kosten aanzienlijk minder dan. Er werd

Nadere informatie

Wanneer gaat het fout met de financieringshefboom?

Wanneer gaat het fout met de financieringshefboom? Wanneer gaat het fout met de financieringshefboom? In tijden dat de verwachtingen voor toekomstige vrije geldstromen ieder jaar uitkomen werkt de financieringshefboom in het voordeel van de eigen vermogen

Nadere informatie

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO HOOFDSTUK 2 1. SOORTEN AANDELEN 1 Aandelen zijn eigendomsbewijzen van een nv of bv. Naast gewone aandelen zijn er preferente aandelen. De aandeelhouders die preferente

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 4

Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Opgave 1 De NV Red Mobile verkoopt smartphones in Nederland en heeft de volgende aandeelhouders: KPN NV heeft 35% van de 10 miljoen gewone aandelen, France Telecom 30% van de aandelen

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15

Inhoud. Voorwoord. Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15 Inhoud Voorwoord Handboek Corporate Finance & Treasury Een verantwoording 15 deel a De interne en externe omgeving van Corporate Finance en Treasury 17 deel b Vermogenskosten 18 deel c Selectie van bedrijfsactiviteiten

Nadere informatie

Tentamen Corporate Finance 2008 II

Tentamen Corporate Finance 2008 II Vraag 1. Welk type marktefficiëntie betreft het als ook alle publieke informatie in een prijs verwerkt is? a. Zwakke vorm efficiëntie. b. Semi-sterke vorm efficiëntie. c. Sterke vorm efficiëntie. d. Supersterke

Nadere informatie

HOFAM - Financieel Management Module 3B

HOFAM - Financieel Management Module 3B HOFAM - Financieel Management Module 3B 1-1 Algemeen Gele planbladen geven het programma weer Sheets zijn niet meer dan een ondersteuning Examen: Open boek 1 uur en 30 minuten Meestal 3 vragen 60 % sommen,

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 5

Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Opgave 1 Leg uit waarom een bank in de regel bereid is een lening die gedekt is door een zekerheid, tegen een lagere rente te verstrekken dan een gelijkwaardige lening zonder zekerheid.

Nadere informatie

Rentabiliteitsratio s

Rentabiliteitsratio s 18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Financiële analyse. Les 3 Kengetallen. Opdracht voor volgende lesweek

Financiële analyse. Les 3 Kengetallen. Opdracht voor volgende lesweek Financiële analyse Les 3 Kengetallen Opdracht voor volgende lesweek 1. Ieder teamlid download de financiele gegevens en berekent voor zijn bedrijf uit elke categorie van kengetallen (liquiditeit, solvabiliteit,

Nadere informatie

Uitwerkingen. Examen QFM

Uitwerkingen. Examen QFM Uitwerkingen Examen QFM Instructieblad Betreft: examen: QFM onderdeel: Schriftelijk examen datum: 14-05-2013 tijdsduur: 180 minuten Onderdeel 1: Corporate Finance (25 punten) DSCR = (EBITDA -/- TAX)/(aflossing

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11 Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Opgave 1 Een nv beschikt op 1 januari 2010 over de volgende gegevens: - geplaatst aandelenvermogen 40.000.000

Nadere informatie

Liquiditeitsbegroting

Liquiditeitsbegroting 1 Liquiditeitsbegroting Voorspellen inkomsten en uitgaven Periode X, dag, week, maand, jaar Dynamische liquiditeit Staat van herkomst en bestedingen Kasstroomoverzicht Zie het als je eigen bankrekening

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke

Nadere informatie

De Grafiek. De waarde van een onderneming. Het lezen van de grafiek. Value drivers Interactief gebruik van de grafiek. Het lezen van de grafiek.

De Grafiek. De waarde van een onderneming. Het lezen van de grafiek. Value drivers Interactief gebruik van de grafiek. Het lezen van de grafiek. De Grafiek De waarde van een onderneming John Burr Williams definieerde al in 1938 de waarde van een onderneming: De waarde van een onderneming wordt bepaald door de netto verwachte kasstroom gedurende

Nadere informatie

1 Het kasstroomoverzicht

1 Het kasstroomoverzicht Oefeningen Kasstroomoverzicht 1 Het kasstroomoverzicht De gegevens van een bedrijf zijn: Balans per 31 december 2011 en 2012 dec-12 dec-11 dec-12 dec-11 Vaste Activa 1.000.000 1.200.000 Eigen Vermogen

Nadere informatie

Agenda. Wie is De Hooge Waerder?

Agenda. Wie is De Hooge Waerder? 1 Agenda 1. Wie is De Hooge Waerder? 2. Wat is mijn bedrijf waard? 3. Is uw bedrijf verkoopklaar? Vestigingen Wie is De Hooge Waerder? 2 Wie is De Hooge Waerder? Divisies: op alle vestigingen zijn alle

Nadere informatie

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. VastNed Retail nv is een Nederlands vastgoedbeleggingsfonds dat met gelden

Nadere informatie

Thema Zonnestroom, Projectfinanciering. Onderdeel 1. Inspiratiebijeenkomst Netwerk Duurzame Dorpen

Thema Zonnestroom, Projectfinanciering. Onderdeel 1. Inspiratiebijeenkomst Netwerk Duurzame Dorpen Thema Zonnestroom, Projectfinanciering Onderdeel 1 Inspiratiebijeenkomst Netwerk Duurzame Dorpen Inhoud Wat is projectfinanciering? Proces; opzetten van een business case Financieringsvormen -- Projectvoorbeeld:

Nadere informatie

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT?

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT? TOETS JAARREKENINGLEZEN BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR VOORJAARSSCYCLUS 2012 EN INHALERS 11 OKTOBER 2012 (12.00 13.15 UUR) Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET

Nadere informatie

Financiering 2 (323029)

Financiering 2 (323029) Financiering 2 (323029) DEEL I Multiple choice vragen (12 vragen, 60 punten, 5 punten per vraag) Beantwoorden met de schrapkaart (uitsluitend met potlood één antwoord per vraag aangeven). DEEL II Open

Nadere informatie

Appendix Bedrijfseconomie

Appendix Bedrijfseconomie Appendix Bedrijfseconomie De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens ( de Associatie ) organiseert twee keer per jaar examens voor het in ons land erkende Praktijkdiploma Boekhouden (PDB). Voor het

Nadere informatie

Appendices. Beleggen en financiële markten

Appendices. Beleggen en financiële markten Appendices bij Beleggen en financiële markten 4 e druk 2013 Hans Buunk 2014 Sdu Uitgevers, Den Haag Academic Service is een imprint van BIM Media bv. Deze publicatie behoort bij Titel: Beleggen en financiële

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2005-I

Eindexamen m&o vwo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Opgave 1 1 volgens grafiek: 10% voor computers en 5% voor software 0,15 54 = 8,1 miljard 2 aan de verzadigingsfase gaat de volwassenfase (rijpheidsfase) vooraf, de neergangsfase (eindfase)

Nadere informatie

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Informal investors: informele investeerders, bv particulieren Gebruiken is vast. Verbruiken is vlot. Materieel: tastbaar Immaterieel:

Nadere informatie

2 februari 2012 Examenhal (9:00 12:00)

2 februari 2012 Examenhal (9:00 12:00) Naam: Studentnummer: Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Tentamen (HER) Financiering voor Vastgoedkunde Antwoordsuggesties 2 februari 2012 Examenhal (9:00 12:00) Omcirkel het meest juiste antwoord bij

Nadere informatie

Auteurs: Renaud, De Keijzer isbn: 978-90-01-78886-5

Auteurs: Renaud, De Keijzer isbn: 978-90-01-78886-5 Hoofdstuk 14 Opgave 1 Kenal BV De heer Piet Jansen, DGA van Kenal BV overweegt zijn bedrijf te verkopen. Kenal BV is een vooraanstaand bedrijf in metaalindustrie. De eigenaar neemt een bedrijfsadviseur

Nadere informatie

Tentamen Corporate Finance 2007 I

Tentamen Corporate Finance 2007 I Vraag 1. Welke factoren, volgens Fama en French, beïnvloeden het verwachte rendement op een belegging? a. De grootte van een onderneming, de P/E ratio en de B/M ratio. b. De beta van een onderneming. c.

Nadere informatie

Examen PC 2 Accounting 1

Examen PC 2 Accounting 1 Examen PC 2 Accounting 1 Instructieblad Examen : Professional Controller 2 leergang 11 Vak : Accounting 1 Datum : 18 december 2014 Tijd : 12.00 13.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen

Nadere informatie

BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.

BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. VERONDERSTELLINGEN Vraagprijs 2.500.000 (pand en inventaris). Inkomsten: In totaal 40 kamers; Bezetting kamers: T1 45%, T2 52%, T3 63%, vanaf T4 en verder 68%;

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 43 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 43 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 belangrijk Solvabiliteitskengetallen: de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen en totaal vermogen 2 3 4 Solvabiliteitskengetallen Er zijn verschillende solvabiliteitskengetallen

Nadere informatie

Business Valuation : groeiend belang

Business Valuation : groeiend belang Business Valuation : groeiend belang Inleiding Vandaag de dag worden we steeds vaker geconfronteerd met de vraag hoeveel een onderneming waard is en of ze gelet op de huidige crisis financieel gezond is.

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 7

Oefenopgaven Hoofdstuk 7 Oefenopgaven Hoofdstuk 7 Opgave 1 Rendement Een beleggingsadviseur heeft de keuze uit de volgende twee beleggingsportefeuilles: Portefeuille a Portefeuille b Verwacht rendement 12% 12% Variantie 8% 10%

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 3-0 Geldig vanaf 01-01-16 Vastgesteld op 01-02-15 Vastgesteld door

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 3-0 Geldig vanaf 01-01-16 Vastgesteld op 01-02-15 Vastgesteld door EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Diploma('s) Financieel-Administratief Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Eamen Financiering niveau 5 Niveau 5 (vergelijkbaar

Nadere informatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!)

VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!) VOORBEELDEXAMENVRAGEN ( VOORBEELDEXAMEN!!!!) VRAAG 1 WELKE VAN DE VOLGENDE UITSPRAKEN ZIJN JUIST? 1) IRR HOUDT GEEN REKENING MET DE GROOTTE VAN DE INVESTERING. 2) INDIEN EEN ONDERNEMING PROJECTEN DOORVOERT

Nadere informatie

Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven.

Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven. www.jooplengkeek.nl Investeringsselectie Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven. belangrijk Calculaties voor beslissingen

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Liquide en Solvabel Voldoende werkkapitaal Voldoende eigen vermogen 2 1 Kasstromen Operationele cashflow Investeringscashflow Financieringscashflow 3 Liquiditeit Mate waarin schulden

Nadere informatie

DCFA themabijeenkomst

DCFA themabijeenkomst DCFA themabijeenkomst 25 april 2013 Waarderen in crisistijd José de Wit RA RV Programma Introductie Prijs / waarde Invloed crisis op waarderen? Valkuilen bij waarderen Prijs Transactie onderhandelen over

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2008-I

Eindexamen m&o vwo 2008-I Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 2 introductiefase groeifase rijpheidsfase/volwassenfase verzadigingsfase/stabilisatiefase neergangsfase/aftakelingsfase/eindfase Opmerking: Wanneer niet in de

Nadere informatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie PDB Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie berekeningen Antwoordenboek PDB Praktijkdiploma boekhouden Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie berekeningen Antwoordenboek drs. H.H. Hamers drs. W.J.M. de Reuver

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 8A

Oefenopgaven Hoofdstuk 8A Oefenopgaven Hoofdstuk 8A Opgave 1 1. Welke vormen van dividend kunnen worden onderscheiden? 2. Een NV heeft in 2013 in maanden januari, april en juli per keer 0,34 aan dividend uitgekeerd. Het totale

Nadere informatie

BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT

BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nederlandse Mededingingsautoriteit BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nummer: 101847-57 Betreft: Bijlage B bij het besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering

Nadere informatie

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde

Nadere informatie

Renteswap. omruilen voor vaste swaprente. Hoe werkt een variabele Euribor-rente? Wat is een renteswap? Zo werkt de renteruil

Renteswap. omruilen voor vaste swaprente. Hoe werkt een variabele Euribor-rente? Wat is een renteswap? Zo werkt de renteruil variabele Euriborrente omruilen voor vaste swaprente In dit productinformatieblad leest u in het kort wat een renteswap is, hoe het werkt en wat de voordelen en risico s zijn. De renteswap is een complex

Nadere informatie

We gaan de winstgevendheid van een onderneming analyseren. DOEL: - hoe verliezen oplossen? - financieren met VV vanuit rentabiliteitsstandpunt?

We gaan de winstgevendheid van een onderneming analyseren. DOEL: - hoe verliezen oplossen? - financieren met VV vanuit rentabiliteitsstandpunt? Hfst 7: Rentabiliteit We gaan de winstgevendheid van een onderneming analyseren. DOEL: - hoe verliezen oplossen? - financieren met VV vanuit rentabiliteitsstandpunt? Goede rentabiliteit heeft ook z n invloed

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Beoordelen

Hoofdstuk 6: Beoordelen Hoofdstuk 6: Beoordelen M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H6: Beoordelen Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Tentamen Corporate Finance 2009 I

Tentamen Corporate Finance 2009 I 1. Welke van de onderstaande uitspraken over risico en rendement is juist? a. De beta van een beleggingsobject is een maatstaf voor het niet-systematische risico van het object. b. De boekhoudschandalen,

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op lange termijn Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: 1. Onderhandse lening. 2. Obligatie lening. 3.

Nadere informatie

Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 21 januari 2015 van 18.30-21.30

Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 21 januari 2015 van 18.30-21.30 Technische Universiteit Delft Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 21 januari 2015 van 18.30-21.30 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat uit

Nadere informatie

TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft

TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 30 januari 2013 van 9.00-12^00 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Vorige week Introductie financieel management Investeringsplan, financieringsplan en exploitatiebegroting Balans Liquiditeitsbegroting (meer in week 6) Berekening inkomen en vermogen

Nadere informatie

Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012

Toets 3 HAVO 5 g  Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Toets 3 HAVO 5 20 12 MO Onderdeel 3.1 Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Voor deze toets zijn maximaal 35 punten te behalen; De

Nadere informatie

Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn))

Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn)) www.jooplengkeek.nl Vermogensmarkt De markt: vraag en aanbod Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn)) Vermogen is een ruimer begrip dan geld. Een banksaldo is ook vermogen.

Nadere informatie

Tentamen Corporate Finance BKB0023 18 augustus 2005 09:30 uur - 12:30 uur

Tentamen Corporate Finance BKB0023 18 augustus 2005 09:30 uur - 12:30 uur Tentamen Corporate Finance BKB0023 18 augustus 2005 09:30 uur - 12:30 uur Beste student, Voor U ligt het tentamen corporate finance. Het tentamen is gesloten boek en bestaat uit 40 meerkeuze vragen; vier

Nadere informatie

www.boekhouder.be Wat is de waarde van een onderneming?... 4 De Discounted Cash Flow-methode (DFC)... 6

www.boekhouder.be Wat is de waarde van een onderneming?... 4 De Discounted Cash Flow-methode (DFC)... 6 door Inhoud Over omzet, nettowinst, ebit, ebitda,...... 1 Omzet... 1 Brutowinst... 1 Ebitda... 2 EBITDA... 2 Ebit... 3 Winst voor belastingen... 3 Nettowinst... 3 En toen was er ook nog de r...... 3 Wat

Nadere informatie

Tentamen Corporate Finance BKB0023 15 juni 2004 13:30 uur - 16:30 uur

Tentamen Corporate Finance BKB0023 15 juni 2004 13:30 uur - 16:30 uur Tentamen Corporate Finance BKB0023 15 juni 2004 13:30 uur - 16:30 uur Beste student, Voor U ligt het tentamen corporate finance. Het tentamen is gesloten boek en bestaat uit 40 meerkeuze vragen; vier alternatieven

Nadere informatie

Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Examen : Professional Controller 2 Vak : Accounting 2 Datum : 22 juni 2015 Examen PC 2 Accounting 2 Instructieblad Tijd : 13.30-15.00 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:

Nadere informatie

Vermogensbehoefte en financiering

Vermogensbehoefte en financiering Hoofdstuk 1 Vermogensbehoefte en financiering Opgave 1.1 Een groothandel heeft in de maanden maart tot en met oktober 600.000, extra vermogen nodig. Het benodigde extra vermogen kan voor deze periode worden

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Financiering niveau 4 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen

Nadere informatie

a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318.

a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318. PDB Financiering Uitwerkingen Hoofdstuk 7 Opgave 7.1 a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318.900 Krediettermijn

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Financiering niveau 4 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de

Nadere informatie

ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT

ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT (Innovatieve) projecten Financiële haalbaarheid Welke kennis is essentieel Bedrijfsplan Investeringsselectie Inkoopmarkt Bedrijf Verkoopmarkt Productiemiddelen Gelduitgaven

Nadere informatie

De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht

De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht In publicaties betreffende waarderingen van ondernemingen worden we vaak geconfronteerd met diverse Engelse termen, al dan niet eenvoudig te plaatsen

Nadere informatie

19 mei 2008. Wat is de waarde van een bedrijf?

19 mei 2008. Wat is de waarde van een bedrijf? 19 mei 2008 Wat is de waarde van een bedrijf? Wat is de waarde van een bedrijf? P.P.C. Buijsrogge RV Register Valuator Makelaar in bedrijfsbelangen www.corporatesearch.nl buijsrogge@corporatesearch.nl

Nadere informatie

Meerkeuzevragen: 5. Bereken voor dit jaar de totale constante kosten. A. 1.082.000,- B. 158.800,- C. 142.000,- D. 114.400,-

Meerkeuzevragen: 5. Bereken voor dit jaar de totale constante kosten. A. 1.082.000,- B. 158.800,- C. 142.000,- D. 114.400,- Meerkeuzevragen: 1. John maakt voetballen in Afrika. Hij verdient netto 45,- per week. Hij krijgt een loonsverhoging tijdens het WK voetbal van 1,5 %. Hoeveel verdient deze jongen dan netto per kwartaal?

Nadere informatie

Examen QFM. Instructieblad. Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Examen QFM. Instructieblad. Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Examen : QFM Datum : 30 oktober 2014 Tijd : 10.00 13.00 uur Examen QFM Instructieblad Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen: Het aantal pagina s van dit examen inclusief

Nadere informatie

Waarde en prijs bij een overname

Waarde en prijs bij een overname 28-33_Jan Vis_11_2005 21-10-2005 15:41 Pagina 28 WAARDERING Prof.drs. J. Vis MBA is directeur bij Talanton Corporate Finance BV en als adjunct-professor business valuation verbonden aan de RSM Erasmus

Nadere informatie

Uitwerkingen Onderdeel 1: Corporate Finance (20 punten)

Uitwerkingen Onderdeel 1: Corporate Finance (20 punten) Uitwerkingen Onderdeel 1: Corporate Finance (20 punten) Opgave 1 Dit is onjuist. BW II titel 9 regelt de jaarrekening zoals bedoeld voor het maatschappelijk verkeer. Het inzichtvereiste staat voorop en

Nadere informatie

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 73079 Datum: 29 maart 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 73079 Datum: 29 maart 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 73079 Datum: 29 maart 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 5 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 10 open vragen (maximaal 70

Nadere informatie

2. De waarderingsmethode

2. De waarderingsmethode PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging opdrachten voor waarderingsdeskundigen onduidelijk geformuleerd lijken of de waardeerder in zijn uitoefening van zijn vak beperkt. 2. De waarderingsmethode Wanneer

Nadere informatie

CF Examen II 2009 1. Stel een belegger met voorkennis van een overname blijkt eenmalig winst te hebben behaald op een transactie gebaseerd op deze informatie. Doordat de markt daarna lucht krijgt van zijn

Nadere informatie

BRUUT DOOR DE BOCHT MET DE BÈTA

BRUUT DOOR DE BOCHT MET DE BÈTA 27_bèta_040302 31-03-2004 09:47 Pagina 27 DOOR TOON LUTTIKHUIS EN ROLF MICHON Blind vertrouwen op beschikbare bronnen kan verkeerde inschatting vermogenskostenvoet geven BRUUT DOOR DE BOCHT MET DE BÈTA

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Boekje met informatie Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.00 uur 20 01 100020 28A Begin Formuleblad Te gebruiken formules

Nadere informatie

Tentamen Corporate Finance BKB0023 13 augustus 2004 9:30 uur - 12:30 uur

Tentamen Corporate Finance BKB0023 13 augustus 2004 9:30 uur - 12:30 uur Tentamen Corporate Finance BKB0023 13 augustus 2004 9:30 uur - 12:30 uur Beste student, Voor U ligt het tentamen corporate finance. Het tentamen is gesloten boek en bestaat uit 40 meerkeuze vragen; vier

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2003-II

Eindexamen m&o vwo 2003-II 4 Antwoordmodel Opgave 1 1 voorbeelden van juiste antwoorden: kosten voor de winkelier bij de administratieve afhandeling; interestvergoeding voor het verstrekte krediet; vergoeding voor het risico van

Nadere informatie

InhouseManagement BV. Het bepalen van de ondernemingswaarde

InhouseManagement BV. Het bepalen van de ondernemingswaarde InhouseManagement BV Het bepalen van de ondernemingswaarde WAT IS BEDRIJFSWAARDERING? Een waarde toekennen aan een onderneming in het economische verkeer vanuit het gezichtspunt van de verkoper en koper

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2001-I

Eindexamen m&o vwo 2001-I Eindexamen m&o vwo 00-I 4 Antwoordmodel Opgave Maximumscore voorbeelden van juiste antwoorden: Zelf selecteren kan goedkoper zijn. Bij zelf selecteren kan beter ingeschat worden of de sollicitant binnen

Nadere informatie

Marktwaarde per aandeel. Winst per aandeel (WPA)

Marktwaarde per aandeel. Winst per aandeel (WPA) Wat betekent k/boekwaarde (koers/boekwaarde)- of K/B-ratio? Een ratio die de marktwaarde van een aandeel vergelijkt met zijn boekwaarde. De ratio wordt berekend door de actuele slotkoers van het aandeel

Nadere informatie

TUDelft Technische Universiteit Deift

TUDelft Technische Universiteit Deift Technische Universiteit Deift Tentamen Principes van Asset Trading 1 februari 2012 van 9.00-12.00 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat uit 20 multiple

Nadere informatie

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl Regels voor Passiva Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

Bijlage HAVO. management & organisatie management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. tevens oud programma.

Bijlage HAVO. management & organisatie management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. tevens oud programma. Bijlage HAVO 2009 tijdvak 2 tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Informatieboekje 947-0251-a-HA-2-b Formuleblad Voor de beantwoording van de vragen 5, 22, 23, 26 en 27

Nadere informatie

DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN

DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN 15 april 2005 DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN DIM Vastgoed N.V. heeft over de eerste drie maanden van het boekjaar 2005 een nettowinst na belastingen behaald van

Nadere informatie

Uitwerkingen Examen QFM

Uitwerkingen Examen QFM Uitwerkingen Examen QFM Examen: QFM Datum: 6 januari 2014 Onderdeel 1 Corporate Finance (totaal 20 punten) Vraag 1 (4 punten) Dit is onjuist. Deze jaarrekening is bedoeld voor het maatschappelijk verkeer

Nadere informatie