AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO"

Transcriptie

1 AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO HOOFDSTUK 2 1. SOORTEN AANDELEN 1 Aandelen zijn eigendomsbewijzen van een nv of bv. Naast gewone aandelen zijn er preferente aandelen. De aandeelhouders die preferente aandelen bezitten, krijgen een voorkeursbehandeling op een bepaald gebied. Die voorkeursbehandeling kan betrekking hebben op drie terreinen: 1. de uitkering van het dividend; 2. de uitkering bij liquidatie van de nv en 3. de zeggenschap. Preferentie met betrekking tot de uitkering van dividend Bezitters van preferente aandelen krijgen bij een dividenduitkering voorrang op de gewone aandeelhouders. Bij de uitgifte van deze aandelen wordt een bepaald percentage vastgesteld dat deze aandeelhouders altijd krijgen als er winst beschikbaar is voor een dividenduitkering. Wanneer een nv 10% preferente aandelen heeft uitgegeven met een nominale waarde van 100,- dan krijgen de bezitters van deze aandelen altijd 10% van 100,- ofwel 10,- per aandeel uitgekeerd als dividend. Bovendien krijgen zij het dividend altijd uitgekeerd voordat de gewone aandeelhouders iets krijgen, ze krijgen echter nooit meer dan 10% terwijl de gewone aandeelhouders in goede tijden meer dan 10% kunnen krijgen. De preferente aandeelhouders hebben dus meer zekerheid. OPDRACHT 1: Stel een nv heeft gewone aandelen en % preferente aandelen geplaatst. De nominale waarde van beide soorten aandelen is 1.000,- per aandeel. De nettowinst van de nv is ,-. Hiervan wordt ,- gereserveerd en de rest is beschikbaar voor dividenduitkering aan de aandeelhouders. 1. Hoeveel dividend is er beschikbaar voor alle aandeelhouders? 2. Hoeveel dividend krijgt een preferente aandeelhouder op een aandeel? 3. Hoeveel dividend krijgt een gewone aandeelhouder op een aandeel? 4. Wie krijgt er het meest, de gewone of de preferente aandeelhouder en waarom? 5. Noem een voor- en een nadeel van een preferent aandeel voor de belegger. 6. Noem een voor- en een nadeel van een preferent aandeel voor de nv. Preferentie bij de liquidatie van de nv Wanneer een nv failliet gaat moeten eerst de schulden betaald worden. Indien er na de aflossing van de schulden nog iets overblijft, wordt dit verdeeld onder de aandeelhouders. Preferente aandeelhouders hebben altijd voorrang op gewone aandeelhouders, dat betekent dat zij eerst hun geld terug krijgen. Preferentie met betrekking tot de zeggenschap De voorkeursbehandeling met betrekking tot de zeggenschap wordt gerealiseerd door de uitgifte van prioriteitsaandelen. Houders van prioriteitsaandelen mogen de directie en de Raad van Commissarissen benoemen en hebben dus meer zeggenschap dan gewone aandeelhouders. Naast de gewone en de preferente aandelen zijn er nog de zogenaamde oprichtersbewijzen. Dit zijn een soort 'aandelen' zonder nominale waarde, zonder beursnotering en zonder zeggenschapsrechten die aan de oprichters van een nv gegeven worden voor bewezen diensten. Oprichtersbewijzen geven recht op een aandeel in de nettowinst en zijn daarom eigenlijk een soort dividendbewijzen.

2 2 Aandelen kunnen op naam staan dan wel aan toonder luiden. Aandelen op naam zijn aandelen waarop de naam van de aandeelhouder staat. Wanneer een aandeelhouder zijn aandelen nog niet volgestort (nog niet betaald) heeft dan staan deze aandelen altijd op naam omdat de nv in zo'n geval natuurlijk moet weten van wie ze nog geld moet krijgen. Aandelen aan toonder zijn aandelen waarop de naam van de aandeelhouder niet vermeld staat. De bezitter van het aandeel kan stemrecht uitoefenen, dividend innen enzovoorts. Certificaten zijn aandelen waar geen zeggenschapsrechten aan ontleend kunnen worden. OPDRACHT 2: 1. Leg uit waarom prioriteitsaandelen altijd op naam zullen staan. 2. Leg uit waarom oprichtersbewijzen altijd op naam zullen staan. 3. Noem een voor- en een nadeel van prioriteitsaandelen voor de belegger. 4. Noem een voor- en een nadeel van prioriteitsaandelen voor de nv. 2. HET DIVIDENDPERCENTAGE Het deel van de nettowinst dat beschikbaar is voor de aandeelhouders wordt dividend genoemd. De nv of bv is verplicht om 15% dividendbelasting in te houden op het dividend. Het dividend vóór aftrek van de dividendbelasting wordt het brutodividend genoemd, terwijl het dividend na aftrek van de dividendbelasting nettodividend heet. Het nettodividend krijgt de aandeelhouder in handen. Nettodividend = brutodividend - dividendbelasting Wanneer men in dagbladen of jaarverslagen spreekt van dividend, heeft men het altijd over brutodividend. Wanneer er in de krant staat dat een nv 2,- dividend uitkeert op een aandeel met een nominale waarde van 20,- dan is deze twee euro bruto. Netto ontvangt de aandeelhouder 1,70 ( 2,- minus 15% dividendbelasting). Overigens wordt het dividend alleen uitgekeerd op aandelen die geplaatst zijn. OPDRACHT 3: Een nv heeft een winst gemaakt van ,-. De nv is 20% vennootschapsbelasting verschuldigd over de winst. De rest van de winst is bestemd voor de aandeelhouders om te worden uitgekeerd in de vorm van dividend. De dividendbelasting bedraagt 15%. 1. Bereken de vennootschapsbelasting. 2. Bereken het brutodividend. 3. Bereken het nettodividend. De nv heeft aandelen geplaatst van 100,- nominaal. 4. Bereken het dividend per aandeel. In kranten en jaarverslagen kom je ook vaak het begrip dividendpercentage tegen, dat is het brutodividend per aandeel uitgedrukt in procenten van de nominale waarde van een aandeel. brutodividend per aandeel dividendpe rcentage = x 100% nominale waarde van een aandeel Of anders geformuleerd: totale brutodividend dividendpe rcentage = x 100% nominaal geplaatst aandelenkapitaal Het verband tussen beide formules bestaat hierin: indien teller en noemer van de eerste formule vermenigvuldigd worden met het aantal geplaatste aandelen dan vind je de tweede formule. Dat er vermenigvuldigd moet worden met het aantal geplaatste aandelen spreekt voor zich, immers over aandelen die nog in portefeuille zijn hoeft een nv geen dividend uit te keren.

3 3 Let op: er worden bij de berekening van het dividendpercentage vaak fouten gemaakt. Veel voorkomende fouten zijn: in de teller wordt het nettodividend gezet in plaats van het brutodividend; het brutodividend per aandeel wordt uitgedrukt in procenten van de intrinsieke waarde (= eigen vermogen) van het aandeel in plaats van de nominale waarde van het aandeel; het brutodividend wordt uitgedrukt in procenten van de nettowinst in plaats van de nominale waarde van het geplaatste aandelenkapitaal. OPDRACHT 4: Bereken het dividendpercentage voor de nv van opdracht 3 op 2 manieren. OPDRACHT 5: Een nv heeft op het eind van het jaar een winst van ,- behaald. 20% van de winst is bestemd voor de vennootschapsbelasting en de rest wordt aan de aandeelhouders beschikbaar gesteld in de vorm van dividend. De dividendbelasting bedraagt 15%. 1. Aan wie krijgt de nv een schuld als gevolg van deze winstverdeling? 2. Bereken de omvang van elke schuld. De nv heeft een maatschappelijk aandelenvermogen van ,-. Alle aandelen hebben een nominale waarde van 1.000,- per stuk. De nv heeft 250 aandelen in portefeuille. 3. Bereken het dividend per aandeel. 4. Bereken het dividendpercentage. OPDRACHT 6: De balans van de NV Korenmarkt luidt per 31 december 2010 als volgt: D Balans na winstverdeling x 1.000,- C activa aandelenvermogen aandelen in portefeuille agioreserve algemene reserve hypothecaire lening te betalen vennootschapsbelasting 500 te betalen nettodividend 425 te betalen dividendbelasting bank Over de nettowinst uit gewone bedrijfsuitoefening moest in % vennootschapsbelasting betaald worden. Daarnaast werd er dividend ter beschikking gesteld aan de aandeelhouders en het restant werd toegevoegd aan de algemene reserve. Op 31 december was er nog geen vennootschapsbelasting en geen dividend betaald. De vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en het dividend uit eerdere jaren is volledig betaald. De dividendbelasting is 15%. De nominale waarde van een aandeel bedraagt 100,-. 1. Bereken de nettowinst vóór aftrek van de vennootschapsbelasting van Bereken welk bedrag er uit de winst van 2010 werd toegevoegd aan de algemene reserve. 3. Bereken het dividendpercentage

4 4 3. CASH- EN STOCKDIVIDEND Veelal wordt het dividend in de vorm van geld uitgekeerd aan de aandeelhouders. Daarom spreek je ook wel van cashdividend. Een nv kan het dividend ook uitkeren in de vorm van aandelen, je spreekt dan van stockdividend. Stock betekent in het Engels: effecten. De reden waarom een nv overgaat tot het beschikbaar stellen van stockdividend is vaak een gebrek aan liquide middelen. De uitkering van cashdividend leidt er immers toe dat de liquide middelen (kas/bank) afnemen. Door het dividend uit te keren in de vorm van aandelen raakt de nv alleen maar aandelen in portefeuille kwijt zonder dat de liquide middelen worden aangetast. Wanneer een nv overgaat tot het beschikbaar stellen van dividend in de vorm van aandelen zal ze ook altijd cashdividend beschikbaar stellen, dit omdat over stockdividend ook dividendbelasting verschuldigd is. De fiscus accepteert als betaling geen aandelen; ze wenst altijd betaling in de vorm van geld. De dividendbelasting over het stock- én het cashdividend moet daarom volledig in mindering gebracht worden op het cashdividend. Door het beschikbaar stellen van dividend ontstaat er een schuld op de korte termijn aan de fiscus voor het bedrag van de dividendbelasting over het cash- én stockdividend. Op de balans vind je deze schuld terug onder de naam 'te betalen dividendbelasting'. Het netto cashdividend vind je op de balans terug onder de naam 'te betalen dividend' en het bedrag is gelijk aan het bruto cashdividend minus de dividendbelasting over het cash- én stockdividend. Daarnaast krijgt de nv een schuld in de vorm van aandelen. Omdat het stockdividend in de vorm van aandelen wordt uitgekeerd en niet in de vorm van contanten vind je deze schuld aan de aandeelhouders niet terug onder de post 'te betalen dividend' maar op een aparte balanspost namelijk 'uit te reiken aandelen'. Op de balanspost 'uit te reiken aandelen' staat het bedrag van het bruto stockdividend, immers de dividendbelasting over het stockdividend wordt in mindering gebracht op het cashdividend. Wanneer de aandeelhouders hun stockdividend willen innen, dienen ze net zoals bij gewoon dividend de daartoe aangewezen dividendbewijzen in te leveren in ruil voor de aandelen. De uitreiking van het stockdividend leidt er toe dat de balanspost 'uit te reiken aandelen' verdwijnt van de balans en dat 'aandelen in portefeuille' met hetzelfde bedrag afneemt. Door de uitreiking van het stockdividend neemt immers het geplaatste aandelenkapitaal toe.

5 5 bruto dividend 15% bruto + bruto - dividendbelasting stockdividend cashdividend = netto netto cashdividend stockdividend uit te reiken aandelen te betalen dividend te betalen dividendbelasting In het schema staan de balansposten die veranderen naar aanleiding van de declaratie van het cash- en stockdividend cursief gedrukt. OPDRACHT 7: Een nv heeft een nettowinst gemaakt van ,-. De vennootschapsbelasting bedraagt ,- en de rest is bestemd voor de aandeelhouders. Het dividend zal bestaan uit een stockdividend van ,- en een cashdividend van ,-. De dividendbelasting bedraagt 15%. Het nominaal geplaatst aandelenkapitaal bedraagt ,-. 1. Bereken het netto stockdividend. 2. Bereken het netto cashdividend. 3. Bereken het stockdividendpercentage. 4. Bereken het cashdividendpercentage. 5. Bereken hoeveel belasting deze nv moet afdragen naar aanleiding van deze winstverdeling. Al het dividend wordt uitbetaald en uitgereikt. 6. Bereken het geplaatst aandelenkapitaal na de uitreiking van het stockdividend. Door het ter beschikking stellen en uitreiken van stockdividend neemt het geplaatste aandelenkapitaal toe. Het eigen vermogen (ook wel intrinsieke waarde genoemd) van de nv verandert door de uitreiking van het stockdividend niet, omdat door de uitreiking enerzijds het eigen vermogen toeneemt door de toename van het geplaatste aandelenkapitaal maar anderzijds afneemt doordat een gedeelte van de winst ter beschikking wordt gesteld aan de aandeelhouders. De intrinsieke waarde per aandeel (= eigen vermogen per aandeel) zal echter dalen omdat door de uitreiking het aantal geplaatste aandelen toeneemt, terwijl de intrinsieke waarde gelijk blijft. Omdat de intrinsieke waarde per aandeel afneemt zal ook de koerswaarde van het aandeel op de beurs dalen, althans als de beleggers hun aankopen en verkopen baseren op de intrinsieke waarde per aandeel. Indien de beleggers meer letten op het dividend dat zij op hun aandelen krijgen, zal er door de uitreiking van het stockdividend ook een negatieve werking uitgaan op de beurswaarde van de aandelen. Immers onder gelijkblijvende omstandigheden moet een even groot totaal dividend verdeeld worden over een groter aantal aandelen met als gevolg dat het dividend per aandeel zal dalen en het aandeel dus minder aantrekkelijk wordt. De daling van de koers van het aandeel heeft echter als voordeel dat de verhandelbaarheid van het aandeel op de beurs toeneemt: mensen kopen nu eenmaal liever goedkope dan dure aandelen en zeker als het gaat om kleine beleggers.

6 6 Vaak is het stockdividend op een aandeel lager dan de nominale waarde van een aandeel. In zo'n geval dient de aandeelhouder de dividendbewijzen van meerdere aandelen in te leveren om aan een nieuw aandeel te komen. Het kan voorkomen dat een aandeelhouder te weinig dividendbewijzen heeft om een of meer aandelen te krijgen. In zo'n geval kan hij dividendbewijzen kopen van aandeelhouders die zulke bewijzen over hebben. Het gevolg is dat er in de praktijk een handel is ontstaan in dividendbewijzen, ook wel claims genoemd. Ook hier vindt koersvorming plaats. OPDRACHT 8: Een nv heeft een stockdividend gedeclareerd van 10% en een cashdividend van 10% van het nominaal geplaatste aandelenkapitaal. De winst bedroeg ,-. De dividendbelasting bedraagt 15%. Het nominaal geplaatste kapitaal bedraagt ,-. De nominale waarde van een aandeel is 100,-. Van de winst is ,- bestemd voor de betaling van de vennootschapsbelasting. De rest van de winst is bestemd voor dividend of wordt toegevoegd aan de algemene reserve. 1. Bereken het bedrag dat wordt toegevoegd aan de algemene reserve. 2. Bereken de te betalen dividendbelasting. 3. Bereken het stockdividend per aandeel. 4. Hoeveel stockdividendbewijzen heeft een aandeelhouder nodig om een nieuw aandeel te krijgen? 5. Noem 2 voordelen van het beschikbaar stellen van stockdividend in vergelijking met cashdividend voor de onderneming. 6. Noem 2 nadelen van het beschikbaar stellen van stockdividend in vergelijking met cashdividend voor de aandeelhouders. OPDRACHT 9: De balans van de NV Stok luidt per 31 december 2010 als volgt: D x 1.000,- C gebouwen aandelenvermogen machines aandelen in portefeuille inventaris effecten agioreserve voorraden algemene reserve debiteuren hypothecaire lening kas 200 te betalen vennoot. belasting 200 crediteuren bank nettowinst Een kwart van de nettowinst over 2010 wordt beschouwd als te betalen vennootschapsbelasting. Van de nettowinst na aftrek van de vennootschapsbelasting gaat volgens de statuten ,- naar de aandeelhouders als dividend en de rest wordt toegevoegd aan de algemene reserve. De dividendbelasting bedraagt 15%. De helft van het dividend wordt beschikbaar gesteld in de vorm van stockdividend en de rest in de vorm van cashdividend. De nominale waarde van een aandeel bedraagt 100,-. De koers van het aandeel op de beurs bedraagt vóór de winstverdeling en het besluit om de helft van het dividend uit te reiken in de vorm van stockdividend 931,-. 1. Hoeveel procent dividend wordt aan de aandeelhouders uitgekeerd? 2. Bereken het stockdividendpercentage. 3. Bereken het stockdividend per aandeel.

7 7 4. Bereken welk bedrag aan cashdividend de aandeelhouders op hun bankrekening krijgen overgemaakt. 5. Wat zal er met de beurskoers van het aandeel gebeuren naar aanleiding van het besluit om de helft van het dividend uit te reiken in de vorm van stockdividend? Motiveer je antwoord. OPDRACHT 10: Door de directie van de NV Kassa wordt aan de algemene vergadering van aandeelhouders onder meer de balans per 31 december 2010 aangeboden. D x 1.000,- C gebouwen aandelenvermogen afschrijving gebouwen aandelen in portefeuille machines agioreserve 755 afschrijving machines 500 algemene reserve % hypothecaire lening auto's 500 bank 300 afschrijving auto's 100 crediteuren te betalen dividendbelasting* 52,5 voorraden te betalen dividend* 197,5 debiteuren 450 uit te reiken aandelen* 100 kas 80 te betalen vennootschapsbelasting* * Deze balansposten zijn ontstaan uit de winstverdeling, daarnaast is uit de winst over ,- toegevoegd aan de algemene reserve. 1. Bereken de winst over Bereken het bruto cashdividend. 3. Bereken het bruto stockdividend. 4. Bereken het percentage vennootschapsbelasting dat deze nv over de winst heeft betaald. Het stockdividend wordt ter beschikking gesteld tegen inlevering van dividendbewijs nummer Bereken hoeveel dividendbewijzen nummer 26 een aandeelhouder moet hebben om een nieuw aandeel te bemachtigen. 6. Bereken de intrinsieke waarde per aandeel van 1.000,- nominaal nadat het stockdividend is uitgereikt. 7. Wat kan hij doen indien hij te weinig dividendbewijzen heeft?

8 4. HET EIGEN VERMOGEN VOOR EN NA DE WINSTVERDELING 8 Je hebt geleerd dat niet alleen het geplaatste aandelenkapitaal tot het eigen vermogen behoort maar ook alle reserves. Het winstsaldo behoort natuurlijk ook tot het eigen vermogen. In plaats van eigen vermogen spreekt men ook wel van de intrinsieke waarde. Het eigen vermogen vóór de winstverdeling is als volgt te berekenen: maatschappelijk aandelenvermogen - aandelen in portefeuille geplaatst aandelenkapitaal + agioreserve + winstreserves (o.a. algemene reserve) + wettelijke reserves (o.a. herwaarderingsreserve) + nettowinst na aftrek vennootschapsbelasting eigen vermogen (= intrinsieke waarde) Wanneer een nv een verliessaldo op de balans heeft staan, zal er niet tegelijkertijd een winstsaldo op de balans voorkomen. In zo'n geval zal er dus ook geen winst verdeeld worden en zal de intrinsieke waarde voor en na de winstverdeling dezelfde zijn. Indien er wel winst is, zal de intrinsieke waarde vóór de winstverdeling afwijken van die na de winstverdeling. In een schema ziet de berekening van het eigen vermogen na de winstverdeling er als volgt uit: maatschappelijk aandelenvermogen - aandelen in portefeuille geplaatst aandelenkapitaal + agioreserve + winstreserves (o.a. algemene reserve) + wettelijke reserves (o.a. herwaarderingsreserve) + uit te reiken aandelen * eigen vermogen (= intrinsieke waarde) * Het betreft hier de aandelen die nog uitgereikt moeten worden als gevolg van het ter beschikking stellen van stockdividend. Zodra een eventueel stockdividend is uitgereikt aan de aandeelhouders verdwijnt in bovenstaand schema 'uit te reiken aandelen' en neemt het bedrag van de aandelen in portefeuille af en het bedrag van het geplaatste aandelenkapitaal toe. Het eigen vermogen vóór de winstverdeling is niet zo'n goede maatstaf voor de waarde van een onderneming. Immers wanneer de winst wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders in de vorm van dividend dan neemt het eigen vermogen af.

9 9 OPDRACHT 11: De balans van de NV Wika per 31 december 2010 is als volgt: D C terreinen aandelenvermogen overige vaste activa aandelen in portefeuille afschr. overig vaste activa agioreserve grondstoffen statutaire reserve eindproducten algemene reserve debiteuren % hypothecaire lening ,54 liquide middelen % onderhandse lening schulden op korte termijn ,46 winstsaldo na aftrek van belasting DOELSTELLINGEN De nominale waarde van een aandeel is 100,-. 1. Bereken het eigen vermogen van de NV Wika vóór de winstverdeling. 2. Bereken het aantal geplaatste aandelen. 3. Bereken het eigen vermogen per geplaatst aandeel. Er wordt een cashdividend uitbetaald van 7,- per aandeel. En er wordt een stockdividend van 10% beschikbaar gesteld. De rest van de winst wordt toegevoegd aan de algemene reserve. De dividendbelasting bedraagt 15%. 4. Bereken welk bedrag wordt toegevoegd aan de algemene reserve. 5. Bereken het aantal aandelen dat uitgegeven wordt i.v.m. het stockdividend. 6. Bereken het bedrag dat aan cashdividend wordt overgeschreven op de bankrekening van de aandeelhouders. 7. Bereken de intrinsieke waarde van één aandeel, na de winstverdeling en na de uitgifte van de aandelen in verband met het stockdividend en de uitkering van het cashdividend. KUNNEN 1. De verschillende vormen van aandelenvermogen kunnen omschrijven: gewoon en preferent aandelenvermogen. 2. Omschrijven op welke terreinen aandeelhouders met preferente aandelen een voorkeursbehandeling kunnen krijgen. 3. Voor- en nadelen van gewoon aandelenvermogen ten opzichte van preferent aandelenvermogen kunnen geven voor de belegger. 4. Voor- en nadelen van gewoon aandelenvermogen ten opzichte van preferent aandelenvermogen kunnen geven voor de onderneming. 5. Aan de hand van een balans kunnen bepalen wat de omvang is van het eigen vermogen zowel voor als na de winstverdeling. 6. Aan de hand van een balans de intrinsieke waarde per aandeel bepalen zowel voor als na de winstverdeling. 7. Berekenen van het cash- en stockdividend. 8. Berekenen van het dividendpercentage en het dividendbedrag per aandeel gesplitst in cash- en stockdividend. 9. Voor- en nadelen noemen van uitkering van stockdividend ten opzichte van cashdividend voor de onderneming en de aandeelhouders.

10 10 KENNEN maatschappelijk preferent aandelenkapitaal (k) geplaatst preferent aandelenkapitaal (k) preferente aandelen in portefeuille (k) oprichtersbewijzen (k) aandelen op naam (k) aandelen aan toonder (k) dividend (bruto/netto) (k) dividendbelasting dividendpercentage cashdividend (bruto/netto) (k) stockdividend (bruto) (k) uit te reiken aandelen intrinsieke waarde (per aandeel) D-TOETS NV HAVO EXTRA 1 1. Geef aan of een stelling of uitspraak juist of onjuist is. I Oprichtersbewijzen worden uitgegeven om de zeggenschap in een nv bij een bepaalde groep aandeelhouders te houden. II Certificaten van aandelen worden uitgegeven om de zeggenschap in een nv bij een bepaalde groep aandeelhouders te houden. a. I en II zijn juist b. I is onjuist en II is juist c. I is juist en II onjuist d. I en II zijn onjuist 2. Geef aan of een stelling of uitspraak juist of onjuist is. I Prioriteitsaandelen worden uitgegeven om de zeggenschap in een nv bij een bepaalde groep aandeelhouders te houden. II Een 5% preferent aandeel geeft recht op een dividenduitkering van 5% van de koerswaarde van het aandeel en altijd voordat de gewone aandeelhouders hun dividend krijgen. a. I en II zijn juist b. I is onjuist en II is juist c. I is juist en II onjuist d. I en II zijn onjuist 3. Geef aan of een stelling of uitspraak juist of onjuist is. I Een prioriteitsaandeel behoort tot het gewone aandelenvermogen. II Een nadeel van gewone aandelen ten opzichte van preferente aandelen voor de onderneming is dat de zeggenschap in een nv niet bij een bepaalde groep aandeelhouders kan worden gehouden. a. I en II zijn juist b. I is onjuist en II is juist c. I is juist en II onjuist d. I en II zijn onjuist 4. Een nv heeft gewone aandelen van 10,- nominaal per aandeel en % preferente aandelen met een nominale waarde van 20,- per aandeel. Er is ,- beschikbaar om uitgekeerd te worden als dividend. I Het brutodividend op 1 preferent aandeel bedraagt: a. 1,50 b. 2,- c. 8,- d. 1,- II Het brutodividend op 1 gewoon aandeel bedraagt: a. 2,- b. 9,- c. 8,- d. 1,-

11 11 5. Een nv heeft de volgende balans D balans (x 1.000) C Terreinen Aandelenvermogen Gebouwen Aandelen in portefeuille Machines Voorraad Agioreserve Debiteuren 800 Algemene reserve Kas 200 8% Obligatielening Crediteuren Winstsaldo na belasting Van de winst wordt 40% gereserveerd en de rest wordt als dividend ter beschikking gesteld. 40% van het totale dividend wordt uitgekeerd in de vorm van cashdividend en 60% in de vorm van stockdividend. De dividendbelasting bedraagt 15%. I Het totale bedrag aan netto cashdividend bedraagt: a ,- b ,- c ,- d ,- II Het cashdividendpercentage bedraagt: a. 40% b. 16% c. 3,5% d. 5,6% III Het stockdividendpercentage bedraagt: a. 60% b. 8,4% c. 14% d. 36% IV Het eigen vermogen van deze nv bedraagt ná de winstverdeling: a ,- b ,- c ,- d ,- 6. De balans van NV De Vries te Epe heeft de volgende balans op 31 december: D balans NV De Vries (x 1.000,-) C materiële vaste activa aandelenvermogen afschrijving vaste activa aandelen in portefeuille voorraden agioreserve debiteuren herwaarderingsreserve kas algemene reserve hypothecaire lening bank crediteuren nettowinst na ven.belasting I Er wordt een dividend uitgekeerd van 10%. Het dividendbedrag is: a ,- b ,- c ,- d ,- II Dat wat niet van de nettowinst wordt uitgekeerd als dividend wordt gereserveerd door de onderneming. De intrinsieke waarde van deze nv bedraagt na de winstverdeling: a ,- b ,- c ,- d ,-

12 AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO HOOFDSTUK 6 1. HET DIVIDENDRENDEMENT 12 Als beleggers willen nagaan of een belegging in aandelen genoeg oplevert, berekenen ze vaak het zogenaamde dividendrendement: Dividendrendement = brutodividend per aandeel x 100% beurskoers per aandeel Je moet overigens het dividendrendement niet verwarren met het dividendpercentage want dat bereken je als volgt: Dividendpercentage = brutodividend per aandeel nominale waarde van 1aandeel x 100% = brutodividend nominaal geplaatst aandelenkapitaal x 100% OPDRACHT 1: Door de raad van bestuur van de NV Pak wordt aan de algemene vergadering van aandeelhouders onder meer onderstaande balans per 31 december aangeboden. D x 1.000,- C gebouwen aandelenvermogen afschrijving gebouwen aandelen in portefeuille machines agioreserve 750 afschrijving machines algemene reserve % hypothecaire lening auto's 500 bank 300 afschrijving auto's -100 crediteuren nettowinst na aftrek ven.belast. 270 voorraden debiteuren 450 kas Op de algemene vergadering van aandeelhouders wordt de balans goedgekeurd en het onderstaande voorstel voor de winstverdeling aangenomen: dividend ,- algemene reserve ,- De dividendbelasting bedraagt 15%. De nominale waarde van een aandeel is 100,-. De beurskoers bedraagt op 31 december 220,-. Johan Heurter heeft 5 jaar geleden 100 aandelen op de beurs gekocht voor een bedrag van ,-. 1. Bereken het dividendpercentage. 2. Bereken het dividendrendement (afronden op 1 decimaal). 3. Bereken het dividendbedrag dat overgemaakt wordt naar de bankrekening van Johan Heurter. 4. Bereken de koerswinst die Johan Heurter heeft behaald. 5. Bereken de intrinsieke waarde per aandeel na de winstverdeling.

13 13 2. HEFBOOMFORMULE Als een onderneming verdient op het vreemd vermogen (RTV > IVV) dan neemt de REV toe wanneer de onderneming meer vreemd vermogen aantrekt. Omdat de verdiensten op het vreemd vermogen worden overgeheveld naar de verschaffers van het eigen vermogen spreek je van het hefboomeffect. Het effect werkt sterker naarmate het verschil tussen RTV en IVV (de interestmarge) groter is en er meer geleend wordt in verhouding tot het eigen vermogen (VV/EV). Dit effect is al aan de orde geweest in paragraaf 6.7. Dit effect kun je ook goed laten zien met de zogenaamde hefboomformule. VV REV = RTV + (RTV IVV) EV VV (RTV IVV) noem je de interestmarge, noem je de hefboomfactor en EV hefboomeffect en is gelijk aan REV RTV. VV ( RTV IVV) het EV Als RTV > IVV dan zal REV > RTV en is het hefboomeffect positief. Dus als een onderneming op elke euro vreemd vermogen meer verdient dan dat deze kost aan interest (RTV > IVV) dan zullen de verschaffers van het eigen vermogen meer ontvangen dan de verschaffers van het totale vermogen (REV > RTV). De verdiensten op het vreemd vermogen worden overgeheveld naar de verschaffers van het eigen vermogen: het hefboomeffect. Dit effect is groter naarmate de hefboomfactor (VV/EV) groter is en de interestmarge (RTV IVV) positiever is. In deze lesbrief wordt bij de berekening van het hefboomeffect de vennootschapsbelasting buiten beschouwing gelaten of wordt er gevraagd naar berekeningen vóór aftrek van de vennootschapsbelasting. Dit is gedaan om de berekeningen niet nodeloos ingewikkeld te maken. OPDRACHT 2: Een nv heeft de volgende balans: D balans per 31 december C activa ,- Eigen vermogen ,- Vreemd vermogen , , ,- De bedragen op de balans moeten als jaargemiddelden worden beschouwd. De nettowinst vóór aftrek van de vennootschapsbelasting bedraagt ,-. De interestkosten bedragen ,-. 1. Bereken REV, RTV en IVV. 2. Bereken met behulp van de hefboomformule REV. 3. Bereken de intrestmarge. 4. Bereken de hefboomfactor. 5. Bereken het hefboomeffect.

14 14 Bij een positief hefboomeffect lijkt het zeer voordelig om nieuwe activiteiten te financieren met vreemd vermogen. Immers op het vreemd vermogen wordt verdiend (RTV > IVV) en dat komt via het hefboomeffect ten goede aan de aandeelhouders (REV), zo word je slapend rijk. Er zijn echter nogal wat kanttekeningen te plaatsen: de vraag is natuurlijk of de nieuwe activiteiten, die gefinancierd worden met het nieuw aangetrokken vreemd vermogen, net zo winstgevend zijn als de oude activiteiten; als je alleen naar de intrestkosten kijkt dan hebben deze een negatief effect op de nettowinst; hoe meer er geleend wordt hoe meer er betaald moet worden aan rente en aflossing dat gaat ten koste van de liquiditeit; als er meer geleend wordt dan gaat dat ten koste van de solvabiliteit, hoe groter de hefboomfactor (VV/EV) hoe slechter de solvabiliteit en hoe slechter de solvabiliteit hoe hoger de interestvergoeding is die de verschaffers van vreemd vermogen vragen; als de rente op de vermogensmarkt stijgt dan kan op den duur een positief hefboomeffect omslaan in een negatief effect en dit effect werkt natuurlijk sterker door indien er verhoudingsgewijs veel gefinancierd is met vreemd vermogen. OPDRACHT 3: Een nv heeft de volgende balans per 31 december. D x 1.000,- C vaste activa aandelenvermogen voorraden 200 aandelen in portefeuille -500 debiteuren bank 100 algemene reserve 200 hypothecaire lening crediteuren 300 nettowinst na aftrek belasting Alle balansbedragen kunnen als jaargemiddelden worden beschouwd behalve de winst. De winst is gelijkmatig in het jaar opgebouwd. De vennootschapsbelasting over de winst bedraagt ,- De interestkosten bedragen ,- 1. Bereken het gemiddeld eigen vermogen. 2. Bereken REV na aftrek van belasting (afronden op 1 decimaal). 3. Bereken REV voor aftrek van belasting (afronden op 1 decimaal). 4. Bereken RTV (voor aftrek van belasting) (afronden op 1 decimaal). 5. Bereken IVV (afronden op 1 decimaal). 6. Bereken met behulp van de hefboomformule REV voor aftrek van belasting (afronden op 1 decimaal). 7. Bereken de interestmarge (afronden op 1 decimaal). 8. Bereken de hefboomfactor (afronden op 3 decimalen). 9. Bereken het hefboomeffect (afronden op 1 decimaal).

15 15 DOELSTELLINGEN KUNNEN 1. Het dividendrendement berekenen en uitleggen wat deze ratio betekent. 2. De hefboomwerking verklaren en uitleggen welke factoren daarbij een rol spelen. 3. Het hefboomeffect berekenen. 4. De voor- en nadelen van de hefboomwerking omschrijven. KENNEN dividendrendement dividendpercentage D-TOETS NV HAVO EXTRA 2 hefboomwerking interestmarge hefboomfactor hefboomeffect 1. Geef aan of een stelling of uitspraak juist of onjuist is. I Een stijging van de beurskoers heeft een positief effect op het dividendrendement. II Een toename van het dividendpercentage kan betekenen dat ook het dividendrendement toeneemt. a. I en II zijn juist b. I is onjuist en II is juist c. I is juist en II onjuist d. I en II zijn onjuist 2. Een nv heeft de volgende balans per 31 december. D x 1.000,- C vaste activa aandelenvermogen voorraden 200 aandelen in portefeuille debiteuren bank 200 agioreserve 200 algemene reserve 300 5% hypothecaire lening crediteuren 300 nettowinst na aftrek ven.belast Op de algemene vergadering van aandeelhouders wordt de balans goedgekeurd en het onderstaande voorstel van de winstverdeling aangenomen: dividend ,- algemene reserve ,- De dividendbelasting is 15%. De nominale waarde van een aandeel is 100,-. De beurskoers bedraagt op 31 december 150,-. I Het dividendpercentage is: a. 25,5% b. 30% c. 20% d. 3% II Het dividendrendement is: a. 30,- b. 20% c. 30% d. 17%

16 16 3. Geef aan of een stelling of uitspraak juist of onjuist is. I Het hefboomeffect is groter naarmate een onderneming minder vreemd vermogen ten opzichte van het eigen vermogen gebruikt voor de financiering. II Een negatieve interestmarge betekent altijd een negatief hefboomeffect. a. I en II zijn juist b. I is onjuist en II is juist c. I is juist en II onjuist d. I en II zijn onjuist 4. Geef aan of een stelling of uitspraak juist of onjuist is. I Een grotere hefboomfactor gaat ten koste van de solvabiliteit. II Als REV > RTV dan is RTV > IVV. a. I en II zijn juist b. I is onjuist en II is juist c. I is juist en II onjuist d. I en II zijn onjuist 5. Geef aan of een stelling of uitspraak juist of onjuist is. I Als REV > RTV dan is REV > IVV. II Een negatief hefboomeffect maakt het aflossen van vreemd vermogen extra aantrekkelijk. a. I en II zijn juist b. I is onjuist en II is juist c. I is juist en II onjuist d. I en II zijn onjuist 6. In de volgende tabel staan de cijfers van 3 ondernemingen: NV Rentamix NV Rentixus NV Rentevol EV VV TV NW voor aftrek belasting Intrestkosten A Geef aan of een stelling of uitspraak juist of onjuist is. I Rentixus heeft geen hefboomeffect. II Rentevol heeft een hefboomeffect van 6,67% a. I en II zijn juist b. I is onjuist en II is juist c. I is juist en II onjuist d. I en II zijn onjuist B De interestmarge van Rentamix is a. 10% b. -5,33% c. 2,67% d. -2,67% C De hefboomfactor van Rentixus a. 0 b. 2 c. 0,5 d. 10%

Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Aanvulling Management en organisatie in Balans havo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Eindterm: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen Je kunt - de relevante

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11 Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Opgave 1 Een nv beschikt op 1 januari 2010 over de volgende gegevens: - geplaatst aandelenvermogen 40.000.000

Nadere informatie

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde

Nadere informatie

Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012

Toets 3 HAVO 5 g  Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Toets 3 HAVO 5 20 12 MO Onderdeel 3.1 Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Voor deze toets zijn maximaal 35 punten te behalen; De

Nadere informatie

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Eindterm: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen Je kunt - de relevante

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de

Nadere informatie

12 Het eigen vermogen

12 Het eigen vermogen 12 Het eigen vermogen hoofdstuk 12.1 C 12.2 C 12.3 C 12.4 A 12.5 B 12.6 D 12.7 B 12.8 A 12.9 D 12.10 A 12.11 C 12.12 B 12.13 B 12.14 D 12% van 30.000.000 = 3.600.000 12.15 C 1.000.000 / 20.000.000 = 0,05

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Vorige week Introductie financieel management Investeringsplan, financieringsplan en exploitatiebegroting Balans Liquiditeitsbegroting (meer in week 6) Berekening inkomen en vermogen

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2008-I

Eindexamen m&o vwo 2008-I Opgave 5 Bij deze opgave horen vier informatiebronnen (de informatiebronnen 5 tot en met 8) en een formuleblad. Informatiebron 5 geeft de balans per 1 januari 2007 en de balans per 31 december 2007 van

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Financiering niveau 4 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen

Nadere informatie

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 Docentenhandleiding Hoofdstuk 25 9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 a Per november 2008 wordt aan huur vooruitontvangen: 400 3 650 = 780.. b Per december wordt achteraf ontvangen: 25 3 720 = 270..

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Financiering niveau 4 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 Liquiditeitskengetallen Current ratio Quick ratio Working capital (werkkapitaal) Cashflow Kengetallen Kengetallen zijn verhoudingsgetallen, ze geven de verhouding aan tussen

Nadere informatie

Uitwerkingen PDB Financiering met resultaat hoofdstuk 6. Opgave 6.1 a. Gemiddeld eigen vermogen = ( ) / 2 =

Uitwerkingen PDB Financiering met resultaat hoofdstuk 6. Opgave 6.1 a. Gemiddeld eigen vermogen = ( ) / 2 = Opgave 6.1 a. Gemiddeld eigen vermogen = ( 2.600.000 + 3.000.000) / 2 = 2.800.000 REV na belasting = 400.000 100% = 14,29% 2.800.000 b. Gemiddeld totaal vermogen = ( 7.150.000 + 7.200.000) / 2 = 7.175.000

Nadere informatie

Financiële analyse van de jaarrekening

Financiële analyse van de jaarrekening 17 hoofdstuk Financiële analyse van de jaarrekening 17.1 B 17. C 17.3 C 17.4 A 17.5 A 17.6 C 17.7 D 17.8 D 17.9 B 17.10 D 17.11 D 17.1 C 17.13 A 17.14 C 17.15 B 17.16 C 1.000.000 / 1.500.000 = 0,08 17.17

Nadere informatie

Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid

Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid Eenmanszaak: Persoonsvennootschap: Vennootschap Onder Firma: Commanditaire vennootschap (CV) Maatschap: Eigen vermogen: totaal eigen geld dat in

Nadere informatie

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Informal investors: informele investeerders, bv particulieren Gebruiken is vast. Verbruiken is vlot. Materieel: tastbaar Immaterieel:

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke

Nadere informatie

2017 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 13

2017 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 13 Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2017 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 13 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke

Nadere informatie

Q1 Q2 Q3 Q4. Liquide middelen begin kwartaal 290.000 1.011.500 1.012.000 947.500. Verkopen 1.140.000 880.000 1.020.000 1.435.000

Q1 Q2 Q3 Q4. Liquide middelen begin kwartaal 290.000 1.011.500 1.012.000 947.500. Verkopen 1.140.000 880.000 1.020.000 1.435.000 Uitwerkingen opgaven Brugboek hoofdstuk 20 Opgaven 20.2 t/m 20.4 en 20.7 t/m 20.9 Opgave 20.2 Liquiditeitsbegroting 2013 gesplitst per kwartaal Onderdeel Q1 Q2 Q3 Q4 Liquide middelen begin kwartaal 290.000

Nadere informatie

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl Regels voor Passiva Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 T/m 19.12 zijn activiteitskengetallen. Vanaf 19.13 Rentabiliteitskengetallen Opgave 19.3 A. Bereken de gemiddelde voorraad over 2013 Q1 1-1

Nadere informatie

Wetenschappelijk Onderwijs

Wetenschappelijk Onderwijs Uitwerkingen / waardering 1 Toets 3B1 VWO 6 MO onderdeel 631 Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Toets: M&O Afdeling: A6 PTA aanduiding: Toets 631 Tijdsduur: 80 minuten Weging SE: 15% Herkansbaar:

Nadere informatie

Appendix Bedrijfseconomie

Appendix Bedrijfseconomie Appendix Bedrijfseconomie De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens ( de Associatie ) organiseert twee keer per jaar examens voor het in ons land erkende Praktijkdiploma Boekhouden (PDB). Voor het

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 30 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen;

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 43 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 43 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 belangrijk Solvabiliteitskengetallen: de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen en totaal vermogen 2 3 4 Solvabiliteitskengetallen Er zijn verschillende solvabiliteitskengetallen

Nadere informatie

UNIFORM EINDEXAMEN HAVO 2015

UNIFORM EINDEXAMEN HAVO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EINDEXAMEN HAVO 2015 VAK : ECONOMIE II (BA en BR) DATUM : 19 juni 2015 TIJD : 07.45u 10.45u Aantal opgaven bij dit vak : 6 Aantal pagina s : 5 Hulpmiddelen

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Balans M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H4: Balans Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave FINANCE & RISKMANAGEMENT MAANDAG 3 OKTOBER 2016 8:45 UUR 11:15 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer

Nadere informatie

Oefenopgave 1. Oefenopgave 1. Crediteuren 600 EV 600. Debiteuren 400. Gebouwen 300 EV. Voorraden 200 Crediteuren. Kas 300

Oefenopgave 1. Oefenopgave 1. Crediteuren 600 EV 600. Debiteuren 400. Gebouwen 300 EV. Voorraden 200 Crediteuren. Kas 300 Oefenopgave 1 Oefenopgave 1 Balans 1-1-2001 (x 1.000 euro) Gebouwen 300 EV Voorraden 200 Crediteuren Debiteuren 400 Kas 300 EV 600 Crediteuren 600 300 1200 1200 - Inkopen 600.000 euro (helft rekening,

Nadere informatie

Kennis Bedrijfseconomie. Werkboek

Kennis Bedrijfseconomie. Werkboek Kennis Bedrijfseconomie Werkboek Kennis Bedrijfseconomie Werkboek Ad Bakker Opmaak: Sander Pinkse Boekproductie, Amsterdam ISBN 978 90 3723 456 5 2016 uitgeverij Edu Actief b.v. Gehele of gedeeltelijke

Nadere informatie

De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur

De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie PDB Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie berekeningen Antwoordenboek PDB Praktijkdiploma boekhouden Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie berekeningen Antwoordenboek drs. H.H. Hamers drs. W.J.M. de Reuver

Nadere informatie

Om je goed voor te bereiden ontvang je bijgaand op de volgende bladzijden:

Om je goed voor te bereiden ontvang je bijgaand op de volgende bladzijden: TOETSTIPS HAVO 4 vak M&O De vraagstelling in het schoolexamen is gerubriceerd naar: 1. Vermogensmarkt 2. Eigen vermogen 3. Vreemd vermogen lang 4. Vreemd vermogen kort Bij 1. Vermogensmarkt Zorg er voor

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Vrijdag 20 juni 10.00 13.00 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen; het

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 FINANCIËLE ADMINISTRATIE COPERNICUS BV 1. 710 Inkopen 73.650,- 160 Te verrekenen omzetbelasting 13.993,50 Aan 130

Nadere informatie

Examen VWO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen VWO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen VWO 2016 tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

PDB PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006

PDB PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006 PDB DIT EXAMEN- ONDERDEEL BESTAAT UIT 5 PAGINA S PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006 A1.2 OPGAVE I Beschikbare tijd 1 1 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Het

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

1 Het kasstroomoverzicht

1 Het kasstroomoverzicht Oefeningen Kasstroomoverzicht 1 Het kasstroomoverzicht De gegevens van een bedrijf zijn: Balans per 31 december 2011 en 2012 dec-12 dec-11 dec-12 dec-11 Vaste Activa 1.000.000 1.200.000 Eigen Vermogen

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 6 onderdeel: CAS datum: 19 december 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 16 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Hartenstijn bv heeft op 1 januari de volgende balans opgesteld: Balans 1 januari 2009 --------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Boekje met informatie Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.00 uur 20 01 100020 28A Begin Formuleblad Te gebruiken formules

Nadere informatie

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting.

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Hoofdstuk 4 Beoordeling van de liquiditeit Extra opgaven Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Opgave 4.4a De handelsonderneming Hartema vof heeft

Nadere informatie

Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen.

Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen. Hoofdstuk 9 a Een organisatie die naar winst streeft. b Eenmanszaak Vennootschap onder firma Naamloze vennootschap Besloten vennootschap Voordelen: Je bent eigen baas. De winst hoef je met niemand te delen.

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Beoordeling financieel Financiële kengetallen Activiteitskengetallen Rentabiliteitskengetallen Liquiditeitskengetallen Solvabiliteitskengetallen Productiviteitskengetallen Beleggingskengetallen

Nadere informatie

Werkgroepopdrachten Bedrijfseconomie DEEL A

Werkgroepopdrachten Bedrijfseconomie DEEL A Werkgroepopdrachten Bedrijfseconomie DEEL A Voorwoord Beste student(e), Voor u liggen de uitwerkingen van de voorgeschreven werkgroepopdrachten (week 1 t/m week 4) voor het vak Bedrijfseconomie. Onthoud

Nadere informatie

Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter

Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter Hoofdstuk 1 Opgaven Opgave 1.1 Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter Totaal Totaal Opgave 1.2 1. In welke andere vorm dan

Nadere informatie

dienstverlening brengen zij de klant provisie en administratiekosten in rekening

dienstverlening brengen zij de klant provisie en administratiekosten in rekening DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP NV = een vennootschap met een in overdraagbare aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal, waarin ieder der vennoten voor één of meer aandelen deelneemt = rechtspersoon: de NV

Nadere informatie

De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen

De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen Hoofdstuk 6 Beoordeling van de rentabiliteit Extra opgaven De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen Opgave 6.4a Per 31 december 2013 en 2014 heeft Geurtsen de

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2010 - II

Eindexamen m&o vwo 2010 - II Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 2 Aantal geplaatste aandelen bij oprichting 1.200.000 4 175.000 = 125.000 1 ( 1.200.000 + 908.000 ) 1.428.000 Emissiekoers bij oprichting = 5,44 125.000 1 2 maximumscore

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 4

Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Opgave 1 De NV Red Mobile verkoopt smartphones in Nederland en heeft de volgende aandeelhouders: KPN NV heeft 35% van de 10 miljoen gewone aandelen, France Telecom 30% van de aandelen

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2011 - I

Eindexamen m&o vwo 2011 - I Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 2 winstsaldo 2010 250.000 vennootschapsbelasting 0,25 250.000 = 62.500 winstsaldo na vennootschapsbelasting 187.500 preferent dividend 6% van 150.000 = 9.000 178.500

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 5

Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Opgave 1 Leg uit waarom een bank in de regel bereid is een lening die gedekt is door een zekerheid, tegen een lagere rente te verstrekken dan een gelijkwaardige lening zonder zekerheid.

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 5 onderdeel: Cash Management datum: 28 juni 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Nadere informatie

P E R S B E R I C H T

P E R S B E R I C H T Rotterdam, 13 februari 2004 P E R S B E R I C H T DIM VASTGOED: OVER BOEKJAAR 2003 TOTAALRENDEMENT 13,7% DIM Vastgoed NV heeft in 2003 een totaalresultaat behaald van USD 11.697.000, overeenkomend met

Nadere informatie

Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave EXAMEN FINANCE EN RISKMANAGEMENT DINSDAG 3 MAART 2015 08.45-11.15 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015

UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015 VAK : ECONOMIE II (BA en BR) DATUM : 27 juli 2015 TIJD : 07.45u 10.45u Aantal opgaven bij dit vak : 6 Aantal pagina s : 5 Hulpmiddelen

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Paragraaf 5.1 1. Ondernemingsrecht a. Wat is economisch en juridisch gezien het verschil in benadering bij de diverse ondernemersvormen? b. Waartoe dient het ondernemingsrecht?

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2014 tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eigen vermogen Hypothecaire lening o/g Crediteuren Te betalen belastingen

Eigen vermogen Hypothecaire lening o/g Crediteuren Te betalen belastingen Hoofdstuk 1 Opgave 1.1 ( 1,-) Balans per 1 januari 2016 van Grutter Gebouw Bestelauto Voorraad Debiteuren Bank Kas 367.200 28.500 43.240 15.740 10.330 1.240 Eigen vermogen Hypothecaire lening o/g Crediteuren

Nadere informatie

Voor algemene gegevens over de opbouw en waarde van het aandelenbezit alsmede het aandeelhoudersrendement wordt verwezen naar bijlage 1.

Voor algemene gegevens over de opbouw en waarde van het aandelenbezit alsmede het aandeelhoudersrendement wordt verwezen naar bijlage 1. Memo aan onderwerp Leden van de gemeenteraad Vervreemden aandelen cyclus van Hans van den Akker dienst afdeling telefoon Datum 12 september 2011 memo Tijdens de raadsbijeenkomst van 15 december 2010 heeft

Nadere informatie

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen.

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen. Hoofdstuk 3 Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte Extra opgaven Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen. Opgave 3.6a Vazzo bv koopt en verkoopt

Nadere informatie

Het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht 8 Het kasstroomoverzicht 801 Ingaande geldstromen 1 Toename eigen vermogen a Winst vóór belasting d 400.000** b Opbrengst aandelenemissie - 20.000** 2Toename langlopende schulden - 190.000** 3 Desinvestering

Nadere informatie

Eindexamen havo m&o 2012 - II

Eindexamen havo m&o 2012 - II Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 5 tot en met 7. SAVO is een beursgenoteerd toeleveringsbedrijf in de auto-industrie, dat met regelmaat onderwerp is van overnamegeruchten (zie informatiebron

Nadere informatie

Examen VWO. economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. economische wetenschappen II en recht (oude stijl) economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 19 mei 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en) EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Praktijkdiploma Boekhouden (PDB ) Eamen Financiering niveau 4 Niveau 4 (vergelijkbaar met mbo 4) Versie 2-0 Geldig vanaf 1-01-16 Vastgesteld

Nadere informatie

Examen VWO. management & organisatie management & organisatie. tijdvak 1 donderdag 19 mei 13.30-16.30 uur

Examen VWO. management & organisatie management & organisatie. tijdvak 1 donderdag 19 mei 13.30-16.30 uur Examen VWO 2011 tijdvak 1 donderdag 19 mei 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Achter de bijlage

Nadere informatie

Appendix Bedrijfseconomie Opgaven

Appendix Bedrijfseconomie Opgaven Appendix Bedrijfseconomie Opgaven De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens ( de Associatie ) organiseert twee keer per jaar examens voor het in ons land erkende Praktijkdiploma Boekhouden (PDB).

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Beoordelen

Hoofdstuk 6: Beoordelen Hoofdstuk 6: Beoordelen M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H6: Beoordelen Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en) EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Praktijkdiploma Boekhouden (PDB ) Eamen Financiering niveau 4 Niveau 4 (vergelijkbaar met mbo 4) Versie 4-0 Geldig vanaf 1-01-16 Vastgesteld

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden. Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden

Nadere informatie

VBI WINKELFONDS NV ANNEXUM. Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam HALFJAARBERICHT 2012

VBI WINKELFONDS NV ANNEXUM. Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam HALFJAARBERICHT 2012 1 Halfjaarbericht 2012 VBI Winkelfonds NV ANNEXUM VBI WINKELFONDS NV HALFJAARBERICHT 2012 Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam 2 Halfjaarbericht 2012 VBI Winkelfonds

Nadere informatie

management & organisatie Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

management & organisatie Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen HAVO 2013 tijdvak 1 maandag 13 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift

Nadere informatie

Dit examen bestaat uit de volgende documenten: examenopgaven. Controleer of alle documenten aanwezig zijn.

Dit examen bestaat uit de volgende documenten: examenopgaven. Controleer of alle documenten aanwezig zijn. SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave GECONSOLIDEERDE JAARREKENING WOENSDAG 24 JUNI 2015 9.00 UUR 12:30 UUR Belangrijke informatie Dit examen bestaat uit de volgende documenten: examenopgaven Controleer

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden. Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010 FINANCIËLE ADMINISTRATIE DE LEKKERE HAP PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010 1. Met behulp van de volgende grootboekrekeningen kan het verkoopresultaat worden

Nadere informatie

Kennisportfolio P2. Door: Duncan Bruin. Klas: I. Vak: Voor mezelf ;)

Kennisportfolio P2. Door: Duncan Bruin. Klas: I. Vak: Voor mezelf ;) Kennisportfolio P2 Door: Duncan Bruin Klas: I Vak: Voor mezelf ;) Indeling: Marketing HRM Management: inleiding 2 Bedrijfseconomie Overeenkomsten- en Rechtspersonen recht Marketing, auteur: Kotler, P.,

Nadere informatie

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT?

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT? TOETS JAARREKENINGLEZEN BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR VOORJAARSSCYCLUS 2012 EN INHALERS 11 OKTOBER 2012 (12.00 13.15 UUR) Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET

Nadere informatie

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investering in machines / 350 Desinvestering in machines 65 Aandeel in winst C / 20 Aandeel in dividend C 30

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investering in machines / 350 Desinvestering in machines 65 Aandeel in winst C / 20 Aandeel in dividend C 30 Voortgezette Studie Boekhouden 12.1 a De functie van het kasstroomoverzicht is een bijdrage leveren aan de beoordeling door gebruikers van het vermogen van de onderneming om geldmiddelen en kasequivalenten

Nadere informatie

Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA

Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA Financiële analyse Les 2 Vermogensbehoefte en financiering Auteur: Witek ten Hove, MBA In deze les gaan we kijken naar onderdelen uit de balans. Er wordt aangenomen dat de student weet hoe een balans is

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 28 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen;

Nadere informatie

Deel 1 Merkeuzevragen

Deel 1 Merkeuzevragen Versie: 30 okt 2010 Wijzigingen: Lay-out Oefententamen BLR4.1 Deel 1 Merkeuzevragen Inkomstenbelasting Vraag 1 Welke stelling is juist? a. De geruisloze omzetting in een BV is een soepele bedrijfsopvolgingsfaciliteit,

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 JUNI 2009

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 JUNI 2009 FINANCIËLE ADMINISTRATIE HAVELAAR BV PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 JUNI 2009 1. Directe kosten zijn kosten die rechtstreeks aan producten kunnen worden toegerekend.

Nadere informatie

Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden. Correctiemodel voorbeeldexamen

Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden. Correctiemodel voorbeeldexamen Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden 1 / 15 Vraag 1 Toetsterm

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2008-I

Eindexamen m&o vwo 2008-I Opgave 1 De productlevenscyclus geeft de ontwikkeling van de afzet van een product gedurende de tijd weer. De productlevenscyclus bestaat uit vijf fasen. 2p 1 Noem de vijf fasen van de productlevenscyclus

Nadere informatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Hoofdstuk 17 Financiële verslaggeving

Hoofdstuk 17 Financiële verslaggeving Hoofdstuk 17 Financiële verslaggeving 17.1 Geef van elke uitspraak aan of hij juist of onjuist is. a b c d e f g h i Publicatie van de jaarrekening is verplicht voor alle ondernemingen. Het jaarverslag

Nadere informatie

12 Geconsolideerd kasstroomoverzicht

12 Geconsolideerd kasstroomoverzicht 12 Geconsolideerd kasstroomoverzicht Opgave 12.3* A bezit een aantal deelnemingen. De deelnemingen worden tegen nettovermogenswaarde gewaardeerd. Op 1 juli 2012 verwerft A tegen betaling per bank van 400.000

Nadere informatie

Antwoorden hoofdstuk 6

Antwoorden hoofdstuk 6 Antwoorden hoofdstuk 6 Opgave 6.1 In omloop zijn 50.000 : 10 = 5.000 aandelen a. Intrinsieke waarde per aandeel (50.000 + 35.000) : 5.000 = 17 Contante waarde van alle aandelen is 20.000 : 0,08 = 250.000

Nadere informatie

Financiële analyse. Les 3 Kengetallen. Opdracht voor volgende lesweek

Financiële analyse. Les 3 Kengetallen. Opdracht voor volgende lesweek Financiële analyse Les 3 Kengetallen Opdracht voor volgende lesweek 1. Ieder teamlid download de financiele gegevens en berekent voor zijn bedrijf uit elke categorie van kengetallen (liquiditeit, solvabiliteit,

Nadere informatie

Jaarrekening 2012 Triodos Bank N.V.

Jaarrekening 2012 Triodos Bank N.V. Jaarrekening 2012 Triodos Bank N.V. Pagina Geconsolideerde balans per 31 december 2012 46 Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2012 47 Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde

Nadere informatie

Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave FINANCE & RISKMANAGEMENT VRIJDAG 19 JUNI 2015 11.30-14.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer

Nadere informatie

11 Kasstroomoverzicht

11 Kasstroomoverzicht 11.2 Van de nv Bergsma worden de volgende gegevens verstrekt. Balansen ultimo ( 1.000): Terreinen 120 120 Geplaatst kapitaal 600 600 Gebouwen - 575-530 Algemene reserve - 525-570 Machines - 430-450 Eigen

Nadere informatie

HALFJAARVERSLAG JULI 2015 MONOLITH INVESTMENT MANAGEMENT B.V. AMSTERDAM

HALFJAARVERSLAG JULI 2015 MONOLITH INVESTMENT MANAGEMENT B.V. AMSTERDAM HALFJAARVERSLAG 2015 29 JULI 2015 MONOLITH INVESTMENT MANAGEMENT B.V. AMSTERDAM Inhoudsopgave ALGEMEEN 3 Fiscale positie 4 JAARREKENING 5 A. Balans per 30 juni 2015 6 B. Winst- en verliesrekening over

Nadere informatie