10-stappenplan onderzoek doen



Vergelijkbare documenten
10-stappenplan onderzoek doen Handleiding begeleiding profielwerkstuk

Let op!! Niet zwemmen i.v.m. blauwalg. Leerdoelen: Kerndoelen Curriculum watereducatie SLO: NME leergebied: Werkvormen: Vakgebied: Niveau: Tijdsduur:

Groep 6. Werkboek Werkstuk

Rollenspel Jezus redt

Huiswerk Informatie voor alle ouders

Het Grote Geldonderzoek: hoe ga je met je geld om?

bal Waterpolo competitie

Gespreksleidraad WOII geïnteresseerden

Les 2. Een open gesprek over psychische gezondheid. Groepsvormingsopdrachten. is een project van Diversion en MIND

Maatschappelijke Stage

Presentatie eisen reisweek

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

PROJECTBESCHRIJVING DIT BEN IK

Lesbeschrijving. Historische bronnen - beeldmateriaal

Leer / ontwikkelingslijnen. Opleiding Helpende Zorg en Welzijn. BOL en BBL NAAM STUDENT:..

Muiswerk Studievaardigheid richt zich op de belangrijkste deelvaardigheden die nodig zijn voor studievaardigheid.

HANDLEIDING PROFIELWERKSTUK. Goese Lyceum, locatie Bergweg

LOGBOEK van: klas: 1

Waarom is de zee zout? - Kijkersvraag voor het Klokhuis-

OVERAL TAAL EDUCATIEF NT2-PAKKET DOOR KIRSTEN DE MAESSCHALCK JO DE RAEDEMAECKER - JOHAN DONCKERS

BEGELEIDING LEERLINGEN MET DYSCALCULIE

Actie keuze 5. a. Campagne rookvrij schoolplein. b. Hoofd- en deelvragen. Hoofdvraag: 1: Wat zijn de gevolgen en gevaren van roken?

EVALUATIE TER STATE. Marion Matthijssen, Marn van Rhee. Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli In opdracht van Raad van State

Getallen 1 is een programma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip).

De aandachtspuntenlijst

Evaluatierapport Scalda - Groep 3 29 januari 26 maart 2014

Verbanden 3. Doelgroep Verbanden 3. Omschrijving Verbanden 3

Vlaanderen: Primair onderwijs Brongebruik Kerndoel 7: De leerlingen kunnen op hun niveau verschillende informatiebronnen raadplegen.

Huiswerkgids. groep 5-6. Ranninkschool. Schooljaar

STUDIEVAARDIGHEID OP MAAT

Begeleidende tekst bij de presentatie Ieder kind heeft recht op Gedifferentieerd RekenOnderwijs.

Aan de hand van deze 3 lessen maken de leerlingen kennis met de dieren die in en om de Schelde leven

Aan de hand van deze 3 lessen ontdekken de leerlingen dat er techniek in en om de Schelde, dus in onze regio, een erg belangrijke rol speelt.

Contract gedragsverandering

ACT in LOB. De informatietrechter. Werkbladen. Toolkit. Check je info-level! Level 1. Level 2. Level 3. Level 4

Inhoudsopgave. Inleiding 2. Leerdoelen 3. Samenwerken, hypotheses & onderzoeksonderwerpen 5. Wat wordt ervan jullie verwacht? 6.

PESTEN. Deze folder is een hulpmiddel voor jou en je kind om samen te leren over pesten en hoe je dit kan stoppen.

Medmec04 Engagement Week 4

OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak E Startbekaam

Grote practische opdracht klas 3 1

Relatiegeschenk. Design en Maatschappij. ontwerpen

LOGO Fontys HS xxx DELIVERABLE 1-07 VRAGENLIJST KENNISMAKEN

Intervisiemethodes. In andermans schoenen methode. Incidentenmethode. Kernmodel intervisiemethode. Roddelmethode. Leren van elkaars succes methode

Goede afspraken maken goede vrienden

Chic, zo n gedragspatroongrafiek!

MedewerkerMonitor Benchmark in de Zorg

Muiswerk Verbanden 2 besteedt aandacht aan het rekenen met grafieken en tabellen.

Saxionstudent.nl CE 1

Lesbeschrijving. Historische bronnen - beeldmateriaal

Cursussen CJG. (samenwerking tussen De Meerpaal en het onderwijs in Dronten) Voortgezet Onderwijs

Je weet nu op welke level je gaat lezen. Dit is wat je te doen staat: Kies een PENGUIN READER uit op jouw level, NIET lager!

CSB. Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. September 2016

Lesbeschrijving. Havens aan de Schelde. Aan de hand van deze 3 lessen maken de leerlingen kennis met de dieren die in en om de Schelde leven

Protocol: Pestprotocol

Stap 1. Wat wil jij?

Kindercoach. Jasmijn Kromhout Groep 8b

OVERSTAP 4VMBO- 4HAVO Bertrand Russell College havo en vwo

Huiswerk. Waarom geven wij op school huiswerk? Wij vinden huiswerk zinvol, omdat we denken daar het volgende mee te kunnen bereiken :

Werkwoordspelling op maat

Van stip naar stap naar stip

Beschermd Wonen met een pgb onder verantwoordelijkheid van gemeenten

20 jaar kinderrechten!

Helpt de GGZ? Kort verslag van de 2de informatiebijeenkomst over ROM ggz 12 oktober 2010, Amersfoort

Onze eigen boontjes doppen in Kenia

Evaluatie zorgleefplan met cliënt thuis en in het verzorgingshuis

Een verhaal schrijven

De kans is groot dat uw testament niet voldoet aan uw wensen, geen gebruik maakt van

WERKBLAD FUNDA.NL. Je kan met funda heel veel gegevens over je woonbuurt te weten komen!

Hoe oud is dat? Lessenserie over archeologie voor groep 3/4/5 Gebaseerd op de didactiek van onderzoekend en ontwerpend leren

Ekelmans & Meijer Advocaten (Rechten)

De volgende kenmerken die betrekking hebben op de algemene ontwikkeling kunnen wijzen op een ontwikkelingsvoorsprong.

Hoe zet ik een tent op?

Werken met de CONTENT-bibliotheek in Quayn

2 Verkenning Literatuurverkenning

HOW TO REVIEW THE LITERATURE AND CONDUCT ETHICAL STUDIES

Competentie 1: Nadenken over mijn kwaliteiten en talenten Wat kan ik? Kwaliteitenreflectie. Gevorderd / Goed

Instructie formulierenmodule

VAN OUDERCOMITÉ NAAR OUDERRAAD

De denkstijltest. CompetenZa

Doelgroepen Dit educatieve lespakket is bedoeld voor de groepen 5,6 en de groepen 7,8.

Kijktip: Een tijdlijn in filmpjes

Presenteren met Impact:

Je loopbaanplan in vijf stappen. Handleiding voor het schrijven van je loopbaanplan. 2018, Mariska Hidding

Matching bij de HAN Oriëntatie en verwachtingen

Transcriptie:

10-stappenplan nderzek den Handleiding begeleiding prfielwerkstuk Prf.dr. Eline Slagbm- LUMC

Deze handleiding is tt stand gekmen na een pilt met VO-schlieren en bilgiedcenten. Aan de tekst van het stappenplan mgen geen veranderingen aangebracht wrden. Tekst mag in zijn geheel wrden gebruikt mits er sprake is van brnvermelding. DIT BOEKJE IS SAMENGESTELD DOOR Eline Slagbm en Jyce Vriezen CORRESPONDENTIEADRES Mleculaire Epidemilgie Onderzeksgebuw Einthvenweg 20, 2333 ZC Leiden E-MAIL j.s.vriezen@lumc.nl INTERNET www.mlepi.nl DATUM December 2014 Pht Flrent Clerc Hvpht.ch Prf. dr. Eline Slagbm, hgleraar Epidemilgie, ntwikkelde het 10-stappenplan nderzek den m de start, de pzet en de uitvering van nderzek duidelijk te maken. Deze handleiding is een mschrijving van het 10-stappenplan - Onderzek den. Alle rechten wrden vrbehuden en kmen uitsluitend te aan LUMC Prf. dr. Eline Slagbm

Vrwrd Het Prfielwerkstuk Enkele jaren geleden is het prfielwerkstuk (PWS) verplicht gesteld p alle middelbare schlen in Nederland. Een belangrijk nderdeel van het PWS is het den van nderzek. Dit is vr een wetenschappelijk instituut als het LUMC een guden kans. De bakermat vr de wetenschap ligt immers in het vrtgezet nderwijs. Maar he bedenk je nderzek? Wat is een gede nderzeksvraag? Met deze en andere vragen wrstelen jaarlijks hnderden leerlingen van de bvenbuw van de HAVO en het VWO. Steeds meer van deze leerlingen melden zich bij het LUMC en andere nderzeksinstituten met vragen ver begeleiding bij hun nderzek vr het PWS. Dit was aanleiding vr Eline Slagbm, hgleraar Mleculaire Epidemilgie, een tl te ntwikkelen dat hulp kan bieden. Dit heeft geresulteerd in een 10-stappenplan - Onderzek den. Stappenplan Het stappenplan is ntwikkeld m de start, de pzet en de uitvering van nderzek duidelijk te maken. Het stappenplan is zelfstandig te gebruiken dr dcenten en leerlingen. Om leerlingen ged vr te bereiden heeft het de vrkeur m 1 f 2 lesuren te besteden aan de inleidende pdrachten zals deze besprken wrden in hfdstuk 1. Het stappenplan bestaat uit nderstaande tien stappen. In hfdstuk 2 zullen de stappen uitgebreid tegelicht wrden. 1. Wat vraag je je af ver een nderwerp? Oriëntatie m.b.t. kennis. 2. Frmuleer een bruikbare nderzeksvraag. 3. In wie en waarin meet je iets? 4. He zet je je vraag m in een vergelijking van grepen? 5. Frmuleer een hypthese. 6. Als alles gaat lukken, he zullen de gegevens die je verzameld hebt er dan uitzien? 7. Verwerk nu gegevens, trek cnclusies en bedenkingen. 8. Wat det de buitenwereld, ben je de eerste die dit bedacht heeft? 9. Wat is het maatschappelijk belang? 10. Kan iemand k misbruik maken van de resultaten uit het nderzek f je nderzek verkeerd uitleggen? Bij dit materiaal is een prmtiefilm gemaakt (17 minuten). Er is k een verkrte versie beschikbaar (9 minuten).

Hfdstuk 1 Inleidende lesuren Leerlingen in het vrtgezet nderwijs hebben weinig f geen ervaring met het den van nderzek. Vr een eerste kennismaking met de verschillende facetten van nderzek, wrden in dit hfdstuk een aantal inleidende efeningen beschreven die met een hele klas uitgeverd kunnen wrden. Aan deze efeningen kunnen één f twee lesuren besteed wrden. De verschillende efeningen wrden geïllustreerd in krte filmfragmenten. Rde draad in de twee lesuren is dat de dcent leerlingen mtiveert m na te denken ver een gede vraag. Dit helpt de leerlingen bij het bedenken van een gede nderzeksvraag wanneer ze een nderwerp hebben gekzen vr het PWS. Onderzek den begint bij verwndering. Ok het PWS begint bij verwndering: Liefst in de eigen mgeving; Het liefst verwndering ver iets waarver je je iets kunt afvragen en waaraan je iets kunt meten. Kmen tt een vraag brengt met zich mee dat je een zekere mate van kennis hebt. Die kennis heft niet meteen heel diep te gaan. Het gaat niet m zveel mgelijk kennis te vergaren m tt een vraag te kmen. Er met vral nagedacht wrden ver waar de vraag nu eigenlijk begint. Van veel kun je niet denken! is een uitspraak van prf. Slagbm tijdens clleges aan studenten en bilgiedcenten. Klassikale efeningen lesuur 1: 1. Onderzek begint bij verwndering Filmfragment 1 De dcent stelt de klas de vlgende twee vragen en maakt vervlgens een rndje dr de klas m antwrd te krijgen: Wat verwndert je? Waarver vraag je je iets af? Smmige leerlingen vinden dit heel lastig en hebben eerst meer kennis ndig m zich überhaupt iets af te vragen. Andere leerlingen hebben hier minder meite mee. Wanneer er nvldende input kmt vanuit de klas is deze efening iets meer te sturen dr de vlgende aanpak: Oefening m leerlingen zich iets af te laten vragen: De dcent stelt de klas de vlgende vraag: Waarin lijk je p je familie? Hierbij kun je je van alles afvragen: Waar kmt die gelijkenis vandaan? Is dat gedrag bepaald dr de mgeving?

Is het erfelijk? Bij heveel familieleden zie je dat terug? Nadat hier een tijdje ver is gesprken dr de klas vraagt de dcent f iemand een gede nderzeksvraag weet. 2. He bedenk ik een nderzeksvraag? Fragment 2 De dcent det de deur dicht en geeft aan dat de leerlingen terplekke een nderzek meten gaan den. Ze krijgen een stpwatch en een meetlint (fictief) en geen beschikking ver het internet. De dcent geeft aan dat ze nu ter plekke een nderzek gaan bedenken. Ze mgen het lkaal niet verlaten. 1. Wie van de leerlingen heeft een idee? Wat is er te nderzeken in een afgeslten klaslkaal? a. Er wrden een aantal dingen gezegd. Dcent reageert hierp en vraagt zich hardp af f er een vraag in zit. b. Als er weinig reactie kmt, zu dcent kunnen vragen: Wat zu je aan je buurman/vruw kunnen meten? c. Een leerling die zich niet verwndert weet vaak niet wat de speelruimte is. Het gaat erm dat dcent de leerling laat zien dat je je ver van alles en ng wat iets af kunt vragen. d. Bij mensen kun je van alles testen: springen, adem inhuden, pstaan/zitten. 2. Nadat je weet wat je kunt meten kmt: Wat is dan de vraag?, bv. : a. Kunnen meisjes hger springen dan jngens? b. Kunnen dikke mensen vaker pstaan dan dunne mensen? 3. Het antwrd p de vraag is steeds ja f nee f ja/nee met een getal. Dus een vraag met een meting. 4. Als een leerling dit in een half uur kan bedenken is er al een gede eerste start gemaakt. He meer leerlingen zich afvragen ver hun mgeving, he makkelijker ze het hebben. Leerlingen meten herkennen dat er een bepaalde structuur is waarin je je dingen kunt afvragen en dat je daarbij zekt naar een bepaald antwrd. En dat antwrd is dan te meten. Dit is het vertrekpunt van waaruit je in je directe mgeving een nderzek kunt beginnen.

Klassikale efeningen lesuur 2: De leerlingen hebben in het eerste lesuur ervaren dat je je heel veel kunt afvragen ver een nderwerp en dat je de fase van je iets afvragen en een nderzeksvraag pstellen vanuit je luie stel kunt den. Hierbij kunnen ze gebruik maken van infrmatie dat te vinden is p het internet. Op het internet is echter een veelheid aan infrmatie vrhanden. Dat helpt niet altijd m de verwndering in banen te leiden. Leerlingen meten leren de veelheid aan infrmatie in kaders te plaatsen. De nderstaande efening geeft leerlingen inzicht he ze kunnen mgaan met de enrme heveelheid infrmatie dat te vinden is p het internet. 1. Internetefening Fragment 3 Deze efening is geschikt m leerlingen te laten ervaren dat ze niet meten verdrinken p het internet. De grte heveelheid infrmatie dat te vinden is, is te categriseren en dus te structureren. Aan het eind van de efening wrden de gevnden resultaten klassikaal besprken. De dcent helpt m de dingen die ze vinden een plaats geven. Waar hrt de kennis thuis? He kan het gecategriseerd wrden? Deze pdracht is mgelijk met alle srten nderwerpen. Vr een efening is het verstandig m als dcent een nderwerp uit te kiezen. Als vrbeeld wrdt hier het thema verudering gebruikt. Maak een rndje dr de klas en vraag de leerlingen persnlijk waar ze aan denken wanneer ze het wrd verudering hren? Schrijf de wrden in een mindmap p het brd: Vervlgens krijgen leerlingen 15 minuten de tijd m p het internet te zeken naar dingen die te maken hebben met verudering, ze kunnen hierbij gebruik maken van de steekwrden die p het brd staan. Dit kan in tweetallen f in kleine grepjes. Na 15 minuten wrdt klassikaal besprken wat ze hebben gevnden. Per antwrd gaat de dcent samen met de leerlingen datgene dat gevnden is categriseren: Waar hebben jullie gezcht? Welke nderzeken hebben jullie gevnden? Waarin det men nderzek? In welke mensen en dieren? (diermdellen, mensen, weefsels, cellen). Waarna det men nderzek? (studientwerp (dier/mens), fentype (ziekte, eigenschap), jng met ud vergelijken).

Wat vr nderwerpen hebben jullie vrbij kmen? Welke termen? Alle infrmatie waar de leerlingen mee kmen krijgt een plek. Aan de leerlingen wrdt duidelijk gemaakt dat ze de gevnden infrmatie kunnen categriseren p nderstaande wijze. De dcent det dit een aantal keer vr met de verschillende grepjes/tweetallen. Bij alles dat gevnden is wrdt de vlgende vraag gesteld: En welke vraag hrt daar nu bij?. Srt nderzeksvraag; Srt nderzeksbject (mens/dier/weefsel); Srt studientwerp (wat vergelijk je, welke grepen?); Srt phentype: naar welk kenmerk van verudering kijkt men? (levensduur, ziekte, uithudingsvermgen, spierkracht). Naast het feit dat je veral een vraag bij kunt bedenken heeft alles dat gevnden wrdt te maken met rzaak en gevlg. Ik de een waarneming, zie nderlinge verbanden, en ik de vervlgens nderzek m te kijken f ze wel met elkaar te maken hebben, aldus Eline Slagbm. De leerlingen hebben in het eerste lesuur ervaren dat je je van alles kunt afvragen bij een helebel nderwerpen. Deze vaardigheid kunnen ze gebruiken als ze daadwerkelijk gaan starten met het PWS. In het tweede lesuur hebben ze geleerd p welke manier ze infrmatie dat ze vinden p het internet kunnen categriseren en structureren. Daarnaast hebben ze geefend met het bedenken van vragen en hyptheses tijdens het lezen van een krantenbericht. Leerlingen zijn nu vldende vrbereid m te gaan starten met het bedenken van een nderwerp en het pstellen van een gede nderzeksvraag. Het 10- stappenplan - nderzek den helpt de leerlingen bij het den van nderzek vr het PWS. 2. Oefening Terug achter de denktafel. Om de leerlingen te laten kennismaken/efenen met het maken en aflezen van grafieken kan deze efening gebruikt wrden. Smmige dingen mag f kun je niet meten. Een vrbeeld hiervan is een meting van telmeerlengte. Hierbij zu krt aangegeven kunnen wrden dat de lengte van de telmeren samengaat met de leeftijd. Kun je vrdat het nderzek is uitgeverd bedenken he de grafiek eruit zu zien als alles heel mi uitpakt èn je de meting zu mgen den? Wat wil je vinden als het allemaal heel mi uitpakt? (Plaatje laten zien van een lege grafiek) Wat staat er p de x-as? Wat staat er p de Y-as?

Dcent zet zelf een stip vr zijn/haar telmeerlengte. Waar zit het puntje van je ma (welke leeftijd, welke lengte) En waar van de pa van? Zijn de luciferhutjes van de pa s en ma s even lang? En he zit het met de telmeerlengte van de uders? En van de leerlingen zelf? En Vienna s ma? En jullie ma s? En de pa s zijn hun luciferhutjes even lang? 50-jarige dcent zet hier een stip Waarm mag je dit zelf niet meten? Wat zegt de lengte van de telmeren ver iemands kans m snel te verlijden? Wil je het weten als je krte telmeren hebt? Wie is er blij met een afgebrand luciferhutje? Ethisch gezien mgen we dus niet zmaar van alles meten bij mensen. Dit kan vr een prfielwerkstuk lastig zijn. Gelukkig zijn er al veel nderzeksgegevens beschikbaar. Daar kun je wel gebruik van maken wanneer je je met een gede nderzeksvraag meldt bij een universiteit f nderzeksinstituut. De gegevens zijn al in huis. We hebben net als bij een kkprgramma de gegevens al in huis, de taart kmt dus al uit de ven.

Hfdstuk 2 10-stappenplan Opzetten van nderzek Het stappenplan is bedeld als handleiding m de pzet, de start en de uitvering van nderzek te verduidelijken. Het is zelfstandig te gebruiken dr leerlingen die twee inleidende lesuren hebben gehad. Het filmpje geef een idee he het stappenplan drlpen wrdt. 1. Wat vraag je je af ver een nderwerp? Oriëntatie m.b.t. kennis. Het bedenken van een nderwerp kan al heel lastig zijn. In je directe mgeving kunnen echter al vldende aanknpingspunten zijn. Waarver verwnder je je? Is er iets in je familie waarver je je iets afvraagt? He km je van het stadium van je dingen afvragen tt het bedenken van het juiste nderzek m een antwrd p je vragen te krijgen? En wat weet je eigenlijk al, f kun je al bedenken vrdat je met het nderzek bent gestart? Bespreek met anderen wat een vraag zu kunnen zijn. Wat vraag je je af ver je nderwerp? Je kunt eerst k ppervlakkig p het internet kijken wat vr vragen anderen stellen ver het nderwerp. Dwing jezelf m meerdere vragen te verzinnen, dat vrkmt dat je te snel vast zit. Als je hebt bedacht wat je je afvraagt en een eerste pzet vr een nderwerp hebt gekzen kun je p het internet zeken naar infrmatie ver juw nderwerp. Waar zek je? Ga je p Nederlandse sites kijken f k Engelstalig? Is er al ver juw nderwerp geschreven en z ja, wat dan? Welke vragen stellen anderen ver dit nderwerp? Wat vr (sub)nderwerpen zie je vrbij kmen? Welke termen? Zijn er misschien al antwrden bekend p je vragen? Heeft iemand dat al nderzcht? Waaraan det men dier f mens nderzek? Wat is het studientwerp (vergelijkt men grepen, wrden mensen/dieren lang gevlgd etc.)? Wie f wat wrdt vergeleken, welke grepen (jng met ud), welk kenmerk (levensduur, ziekte, uithudingsvermgen, spierkracht). Nu pas kijk je naar cnclusies die nderzekers trekken. Gelf je de resultaten van eerder nderzek? Z ja, ga het dan niet ver den. Z nee, waarm niet? Wat ga jij beter den? Kun je vrtbuwen p iemands resultaten? Bespaar jezelf nndig werk! En spaar je prefpersnen/prefdieren.

Nteer wat je hebt gevnden. Je hebt gezien welke verschillende nderzeken wrden gedaan. Als je vldende infrmatie hebt verzameld kun je een aantal vragen pstellen. Nteer die vragen, dat mgen er best een aantal zijn. In de vlgende stap ga je pas een gede vraag uitkiezen. 2. Frmuleer een bruikbare nderzeksvraag In de eerste stap heb je een aantal vragen pgesteld. He frmuleer je nu een bruikbare vraag? Je met je realiseren dat bij elke vraag hrt dat je er iets aan met kunnen meten en in wie f wat je het nderzek wilt den. Pas aan het eind kmt het pstellen van de hypthese. Met de hypthese geef je aan wat een mgelijke verklaring zu kunnen zijn. Daar met je in deze fase al een beetje ver nadenken. Een bruikbare nderzeksvraag is een vraag die: Te beantwrden is met ja, nee en/f een getal; Origineel is; Zinvl is. Wie bepaalt f een vraag zinvl is? En he bepaal je dat? (bevlking, arts, plitiek, nderzekers). 3. In wie en waarin meet je iets? In deze stap bepaal je wie f wat je nderzeksgrep gaat wrden. Hierbij kun je kijken welke nderzeksgrepen in andere studies gebruikt wrden. He bestuderen anderen het? Wil jij deze grepen ed. k bestuderen f maak je een andere keuze? Waarin ga je iets meten? Wil je nderzek den in mensen, dieren, in welke weefsels? Vr een prfielwerkstuk zek je vaak iets dat je kunt meten in intacte rganismen. Het is heel praktisch m iets te kunnen meten in je directe mgeving (familie, buren, vrienden). 4. He zet je je vraag m in een vergelijking van grepen? Je hebt nu een vraag en je hebt bepaald wat je nderzeksgrep/nderzeksbject wrdt. In deze fase ga je bepalen wat je studientwerp fwel studiedesign wrdt. Om dit te den ga je een antwrd geven p nderstaande vragen.

Wie ga je met wie vergelijken (jezelf, je grtuders, je huisdieren, eigenschappen van grepen in verschillende landen, wie ng meer)? He grt zijn de grepen? Ga je individuen vergelijken f grepen? Waarm? - Wanneer zu je prefdieren willen gebruiken in plaats van mensen? - Wat meet en vergelijk je dan als je je nderzek in dieren zu den? a. Heveel mensen heb je ndig vr je nderzek? i. Als je met grepen werkt: heveel zitten er in een grep? ii. Heb je daar geneg aan m cnclusies te kunnen trekken? b. Waar spr je die grepen p, is de grep representatief? Wat ga je dan meten je in die individuen f grepen? Heveel mensen zijn dat dan? Heb je dan alles? Kan dat k in dieren? Wat vergelijk je daar dan? Vervlgens ga je je afvragen welke vragen je daarver zu kunnen stellen. Hierbij zijn meerdere antwrden mgelijk. Bijvrbeeld: Hebben jngens meer dan meisjes? Hebben lange mensen meer dan kleine mensen? Hebben mensen met vergewicht mensen meer dan dunne mensen? Hebben rijkere mensen meer dan armere mensen? Hebben rkers meer dan niet-rkers? Enz. c. Wat kun je meten? Mag je eigenlijk alles bij iedereen meten? Aan welke beperkingen ben je gebnden uit ethisch gpunt? He gaat dat in een labratrium? Wat gebeurt er als je het niet mag meten? Kun je dan gebruik maken van bestaande datasets? d. Wat is gemakkelijk, wat is leuk maar misschien lastig (gewicht/lengte, bleddruk/kenmerken van cellen)? Je hebt nu een vraag en je hebt bepaald in wie en wat je wilt gaan nderzeken/meten. Het is heel ged mgelijk dat je in gedurende deze eerste vier stappen je vraag hebt meten aanpassen, en een ander beeld hebt gekregen bij je nderzek. Er zijn verschillende srten studies, bv.: Crss-sectinele studies: hierbij vergelijk je verschillende grepen (rkers vs. nietrkers, jnge mensen vs. ude mensen) Lngitudinale studies: je vlgt de nderzeksgrep in de tijd en je meet p diverse tijdspunten. Observatineel nderzek: Hierbij bserveer je de nderzeksgrepen. Experimenteel nderzek: Bij dit type nderzek verricht je experimenten met een grep mensen/dieren f met weefsel. Interventiestudie: Een interventiestudie is een experimenteel nderzek waarbij men het effect van een experimentele interventie (bijvrbeeld medicatie) nderzekt.

5. Frmuleer een hypthese Een hypthese is een vernderstelling f een aanname. Het met ng bewezen wrden f deze aanname juist is. Je zu kunnen zeggen dat het een vrspelling is van de uitkmst van het nderzek dat je gaat den, een mgelijke verklaring. Een gede hypthese vleit vrt uit een vraag en is zeer specifiek. Het geeft een vrlpig antwrd p je (hfd)vraag uit je nderzek. Een hypthese heft niet juist te zijn. Na het nderzek kan het k z zijn dat je hypthese helemaal niet uitkmt. De hypthese is een antwrd p de vraag dat te testen is. Bijvrbeeld: Onderzeksvraag: Hebben mensen met vergewicht meer kans p een hartinfarct? Studie-pzet: Vlg mensen met en znder vergewicht van 60-80 jaar een bepaalde peride. Nteer wie er in die tijd een infarct krijgt. Hypthese: Het percentage mensen met een infarct p 80-jarige leeftijd is hger in mensen met een vergewicht. Als je ng niet ged in beeld hebt wat de hypthese zu kunnen zijn, kun je ngmaals de eerste 4 stappen drlpen. 6. Als alles gaat lukken, he zullen de gegevens die je verzameld hebt er dan uitzien? Vrdat je begint met het eigenlijke nderzek ga je vanuit je bureaustel eerst ng antwrd geven p nderstaande vragen. Je hebt ng steeds geen echt nderzek gedaan. De eerste fases de je vrnamelijk in je hfd. Als je dit ged det bespaar je jezelf heel veel tijd: a. Stel dat je hypthese waar is, je hebt helemaal gelijk, he zu de grafiek er dan uitzein? Wat staat er p de x-as en p de y-as? b. Had je kunnen bewijzen dat je ngelijk hebt? Best case en wrst case scenari. c. Wat vr srt cnclusies wil je kunnen trekken? d. Wat is de beste uitkmst die je zu kunnen wensen? Wat is de slechtste uitkmst? e. He ziet je grafiek van beste en slechtste uitkmst eruit? Deze eerste 5 stappen kun je eigenlijk ng heel lui zijn. Veel kun je gewn vanuit je bureaustel. Na deze stap begint het eigenlijke nderzek.

7. Verwerk nu gegevens, trek cnclusies en bedenkingen In deze fase wrdt het daadwerkelijke nderzek uitgeverd. Afhankelijk van het type nderzek dat je hebt gekzen de je bv. nderzek in een lab, verricht je verschillende metingen zelf, maak je gebruik van bestaande datasets, neem je vragenlijsten af, f maak je gebruik van een cmbinatie. Bij een vragenlijst met je je realiseren dat je niet teveel categrieën met nemen mdat dit vervlgens erg meilijk in een grafiek te zetten is. Hierver met je van tevren nadenken. Als je vóór nderzek nadenkt he de grafiek eruit zu kunnen zien beperk je jezelf sneller met het aantal categrieën. Stel dat alles wat je hebt gedaan hebt is gelukt en je hebt allemaal gegevens, denk dan na ver de vlgende punten: He sla je het p? Ga je een grafiek f een tabel gebruiken? Of beide? Wat vr verschil tussen de grepen wilde je laten zien? He zet je dat m in een grafiek? He kun je laten zien dat je gelijk hebt? Kun je een verband in een getal mzetten? (klein beetje wiskunde: een lijn, de helling van een lijn) Als je het ngeveer ziet, heb je dan gelijk? Beslis je dat met het g f reken je k iets uit? Hierbij kmt een klein beetje statistiek kijken. Wat zijn mijn cnclusies? En wat zijn mijn bedenkingen (was mijn grepskeuze ged, f is er een vreemde selectie geweest?) Waren de metingen betruwbaar (enquêtes waarheidsgetruw beantwrd, meting 100% ged in het lab?) Was het nu iets nieuws dat ik deed? Kan ik weer met andere mensen meekijken in de keuken, meekijken wat anderen den? Klpt het beeld dat ik heb? In deze stap vergelijk je de resultaten met je hypthese en ga je antwrd geven p de nderzeksvragen. Waarm vind je dit resultaat? Is dit resultaat wel f niet lgisch? Er ntstaat een discussie. Dat is een vast nderdeel van artikelen en van je prfielwerkstuk. 8. Wat det de buitenwereld, ben je de eerste die dit bedacht heeft? a. Kun je p het internet infrmatie vinden ver de resultaten die je hebt gevnden? b. Zijn juw resultaten vergelijkbaar met de resultaten van anderen? c. Maakten anderen dezelfde srt grafieken en tabellen? 9. Maatschappelijk belang (mensen, schlen, dkters, plitiek) Het maatschappelijk belang kun je aan het begin en bij de afrnding van de nderzek bepalen:

Wie heeft er wat aan je nderzek? Wat heeft de maatschappij eraan als je dit zu nderzeken? Wat heeft de maatschappij aan de resultaten? Aan wie vertel je de resultaten? 10. Kan iemand k misbruik maken van de resultaten uit het nderzek f je nderzek verkeerd uitleggen?

BIJLAGE 1 Maken van een gede vragenlijst. Bij het den van nderzek is het heel belangrijk dat je een gede vragenlijst maakt. Znder gede vragenlijst krijg je geen betruwbare/bruikbare nderzeksresultaten waaraan je cnclusies kunt verbinden. Belangrijke punten bij het maken van een gede vragenlijst: 1. Wat is het del /wat wil ik nderzeken? 2. He ga ik mijn gegevens verwerken? Enkele vrwaarden: Eenvudige, krte vragen Duidelijke antwrden (kies je mgelijke antwrden ged) Duidelijke vragen (geen meilijke wrden f zinnen) Specifiek (geen twee vragen in 1 zin) Gerdend (lgische vlgrde van de vragen) Acceptabel Uitdagend (niemand wil een saaie vragenlijst invullen) Je hebt nu een hypthese, een hfdvraag en deelvragen. Je hebt je delgrep bepaald en het del van je nderzek. De vragenlijst is klaar dus nu is het tijd m je delgrep te benaderen en de vragenlijst af te nemen.