Contextgericht leren: leren met behulp van je eigen onderneming PAPER 3 - ONDERZOEKSINSTRUMENTEN Naam: Luuk Schoenmakers Vakgebied: Management & Organisatie Titel: Contextgericht leren: leren met behulp van je eigen onderneming Onderwerp: Contextgericht leren door leerlingen vanuit een eigen opgezette onderneming Opleiding: Interfacultaire lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam Doelgroep: 4 HAVO Sleuteltermen: Ondernemen, Contextconcept, Betekenisvol, Vraaggestuurd, Betekenisvol Bibliografische referentie: Schoenmakers, L (2013). Contextgericht leren: leren met behulp van je eigen onderneming. Amsterdam: Interfacultaire lerarenopleidingen UvA. Studentnummer: 0530034 Begeleiders: P. van der Veen Vakdidacticus M&O J. Fortuin Onderwijskundige EcoBeta team Datum: 2 april 2013 1
1. Samenvatting van paper 1 Ontwerphypothese: Door middel van een lessenserie gericht op ondernemen, waarbij ik de richtlijnen voor contextgerichte lessen van Kneppers naleef, zal de motivatie en het leerresultaat verbeteren ten opzichte van traditioneel onderwijs. Onwerpregels: De lessenserie zal uitgevoerd worden in een HAVO 4 klas. De lessenserie zal bestaan uit 2 keer 2 lesuren achter elkaar, dat wil zeggen 2 keer een blokuur. De leerlingen gaan een eindopdracht voor Hoofdstuk 20 maken die bestaat uit verschillende tussenopdrachten. De keuze voor de leerlingen kan gelegen zijn in het type opdracht, presentatie en de uitvoering. De opdrachten moeten aantrekkelijk zijn, open, uitdagend en niet te makkelijk. Mijn rol zal gericht zijn op het begeleiden, in plaats van heel erg veel instructie. Onderzoeksplan: Een vragenlijst om de motivatie te meten. Een computer toets (WIN-toets) over hoofdstuk 20 om het leerresultaat te meten. 2. Onderzoeksmethode Mijn onderzoek zal bestaan uit twee componenten, te weten een vragenlijst om de motivatie te meten en een computertoets om het leerresultaat te meten. Vragenlijst: Motivatie De vragenlijst neem ik af in de HAVO 4 klas waar ik de lessenserie ga toepassen. Ik maak daarbij gebruik van een vakbelevingstest, ook wel een motivatietest genoemd. Tijdens de workshop van Jantine Huizenga is mij duidelijk geworden dat dit een effectief middel is om de motivatie te meten. Met deze test kan je namelijk zien hoe ze mijn vak ervaren, maar ook 2
hoe ze mijn manier van werken ervaren (Workshop Vragenlijsten, Jantine Huizenga). En dat is precies datgene wat ik ga onderzoeken. Namelijk van een docentgestuurde manier van werken (traditioneel onderwijs), naar vraaggestuurd onderwijs (actief leren) met behulp van een eigen onderneming. Een vakbelevingstest kijkt naar de schalen angst & moeilijkheid, inzet & interesse, nut & relevantie en plezier. In mijn onderzoek ga ik een nulmeting en een eindmeting houden. Een week voordat de lessenserie begint neem ik de nulmeting af en aan het einde van de lessenserie de eindmeting. Op deze manier kan ik de uitkomsten gaan vergelijken. Wel wil ik de leerlingen vragen bij de tweede keer dat ze de motivatietest invullen, dat ze rekening houden met de laatste 4 lessen die zij hebben gekregen. Om de resultaten met elkaar te kunnen vergelijken van leerlingen, koppel ik een nummer aan een leerling. Na afloop van de test zal ik de lijst met leerlingen en nummers vernietigen in het kader van de anonimiteit. Met behulp van het op blackboard gezette excelprogramma zal ik de gegevens analyseren. Voor de instructie van de leerlingen en de vragenlijsten verwijs ik graag naar de bijlagen. WIN toets: leerresultaat Om te kijken of het leerresultaat verhoogd is, ga ik op het einde van de lessenserie een WINtoets afnemen. Het voordeel in mijn onderzoek, is dat ik het hele jaar al 2 HAVO 4 klassen heb. Zodoende ga ik 1 klas op traditionele wijze lesgeven, en 1 door middel van actief leren met behulp van een eigen onderneming. Mijn opzet zal er als volgt uitzien: Klas H4R Traditioneel onderwijs Docent: Luuk Schoenmakers Lessenserie m.b.v. boek en opgaven uit het werkboek. WIN-toets na afloop 4 lessen Klas H4S Actief leren m.b.v. eigen onderneming Docent: Luuk Schoenmakers Lessenserie d.m.v. actief leren vanuit een eigen onderneming WIN-toets na afloop 4 lessen De vragen worden gemaakt, zoals ik ze bij traditioneel onderwijs ook zou maken. Juist daardoor kan ik straks wellicht beter zien of het leerresultaat beter wordt ten opzichte van de parallelklas. Bovendien telt de WIN-toets mee voor een SO-cijfer, waardoor alle leerlingen 3
geprikkeld worden om hun best ervoor te doen. Na afloop ga ik de resultaten vergelijken. Wel betrek ik in mijn onderzoek erbij hoe de leerlingen gemiddeld voor het vak staan. Voor de toets verwijs ik graag naar de bijlagen. 3. Bijlagen 1. Instructieformulier leerlingen bij nulmeting (1 week voor aanvang lessenserie) 2. Instructieformulier leerlingen bij eindmeting (na afloop lessenserie) 3. Vragenlijst voor de leerlingen, te gebruiken bij zowel de nulmeting als de eindmeting. 4. Vragen WIN-toets 5. Analyse WIN-toets vragen 4
BIJLAGE 1: Instructieformulier leerlingen bij nulmeting (1 week voor aanvang lessenserie) ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Wat is de bedoeling? Belevingstest voor het vak Management & Organisatie In deze vragenlijst wil ik je graag enkele vragen stellen over wat jij vindt van het vak Management & Organisatie. Voor het invullen van de lijst doet het er niet toe hoe goed je bent in Management & Organisatie. Het gaat alleen om jouw mening, dus wees daarbij eerlijk. Elk antwoord is dus goed, als het maar jouw mening is. Niemand op school komt te weten welke antwoorden je precies hebt gegeven. Hoe ga je te werk? Een voorbeeld. mee oneens enigszins mee oneens enigszins mee eens mee eens Het vak Management & Organisatie interesseert me. - Als je het met deze uitspraak oneens bent, dan zet je een kruisje in het hokje onder mee oneens. - Als je het met deze uitspraak enigszins oneens bent, dan zet je een kruisje onder in het hokje onder enigszins mee oneens. - Als je het met deze uitspraak eens bent, dan zet je een kruisje in het hokje onder mee eens. - Als je het met deze uitspraak enigszins eens bent, dan zet je een kruisje onder in het hokje onder enigszins mee eens. Denk eraan dat je bij elke vraag maar één kruisje zet. Als je je vergist hebt, streep dan het hokje met een groot kruis door en zet in het juiste hokje alsnog een (klein) kruisje. Werk rustig door en denk niet te lang na over de antwoorden. Sla geen vragen over. Bedankt voor je medewerking! 5
BIJLAGE 2: Instructieformulier leerlingen bij eindmeting (na afloop lessenserie) ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Wat is de bedoeling? Belevingstest voor het vak Management & Organisatie In deze vragenlijst wil ik je graag enkele vragen stellen over wat jij vindt van het vak Management & Organisatie. Voor het invullen van de lijst doet het er niet toe hoe goed je bent in Management & Organisatie. Het gaat alleen om jouw mening, dus wees daarbij eerlijk. Elk antwoord is dus goed, als het maar jouw mening is. Niemand op school komt te weten welke antwoorden je precies hebt gegeven. Hoe ga je te werk? Een voorbeeld. mee oneens enigszins mee oneens enigszins mee eens mee eens Het vak Management & Organisatie interesseert me. - Als je het met deze uitspraak oneens bent, dan zet je een kruisje in het hokje onder mee oneens. - Als je het met deze uitspraak enigszins oneens bent, dan zet je een kruisje onder in het hokje onder enigszins mee oneens. - Als je het met deze uitspraak eens bent, dan zet je een kruisje in het hokje onder mee eens. - Als je het met deze uitspraak enigszins eens bent, dan zet je een kruisje onder in het hokje onder enigszins mee eens. Denk eraan dat je bij elke vraag maar één kruisje zet. Als je je vergist hebt, streep dan het hokje met een groot kruis door en zet in het juiste hokje alsnog een (klein) kruisje. Werk rustig door en denk niet te lang na over de antwoorden. Sla geen vragen over. Bedankt voor je medewerking! 6
BIJLAGE 3: Vragenlijst, zowel te gebruiken bij de nulmeting als de eindmeting ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De vragen over het vak Management & Organisatie Jongen / Meisje (Omcirkel) mee oneens enigszins mee oneens enigszins mee eens mee eens 1. Management & Organisatie zal niet gauw een hobby van mij worden. 2. Op de een of andere manier kan ik Management & Organisatie maar niet onder de knie krijgen. 3. Voor Management & Organisatie doe ik niet meer dan nodig is. 4. Ik ben best goed in Management & Organisatie. 5. Vooral bij Management & Organisatie ben ik blij als het lesuur voorbij is. 6. Ik denk dat je bij weinig beroepen iets aan Management & Organisatie hebt. 7. Ik weiger veel vrije tijd aan Management & Organisatie te besteden. 8. Onze lessen Management & Organisatie zijn vaak boeiend en interessant. 9. Voor proefwerken Management & Organisatie ben ik zenuwachtiger dan voor andere proefwerken. 10. Ik merk aan andere vakken dat ik iets aan Management & Organisatie heb. 11. Management & Organisatie is van belang om later een baan te krijgen. 12. Tijdens de lessen Management & Organisatie voel ik me haast nooit zenuwachtig. 13. In je latere leven kun je best zonder Management & Organisatie. 14. Ik vind Management & Organisatie een leuk vak. 15. Ik zou later best een baan willen waarbij je Management & Organisatie gebruikt. 16. Het interesseert mij niet zo wat er in de lessen Management & Organisatie wordt verteld. 7
17. In mijn vrije tijd doe ik wel eens spelletjes die iets met Management & Organisatie te maken hebben. 18. Zonder Management & Organisatie zou het op school veel leuker zijn. 19. Management & Organisatie hangt mij meters de keel uit. 20. Ik maak wel eens meer huiswerk dan we opgekregen hebben. 21. Ik geloof dat Management & Organisatie weinig nut heeft. 22. Meestal begrijp ik wat er in de lessen Management & Organisatie behandeld wordt. 23. Bij Management & Organisatie ben ik banger om fouten te maken dan bij andere vakken. 24. Buiten school heb je weinig aan wat je in de lessen Management & Organisatie leert. 25. Ik voel me zeker van mezelf wanneer ik een beurt krijg bij Management & Organisatie. 26. In de les Management & Organisatie gaat de tijd altijd heel snel voorbij. 27. Het grootste gedeelte van wat je bij Management & Organisatie leert, kun je later goed gebruiken. 28. Van ons boek Management & Organisatie begrijp ik meestal niet zo veel. 29 Ik houd me ook in mijn vrije tijd wel eens met dingen uit de lessen Management & Organisatie bezig. 30. Bij veel dingen die je iedere dag tegenkomt heb je wat aan Management & Organisatie. 31. Eigenlijk zou ik liever geen Management & Organisatie volgen. 32. Ik vind het fijn om zelf een opdracht voor Management & Organisatie te maken. 8
BIJLAGE 4: Vragen WIN-toets ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Vraag 1: De economische voorraad is gelijk aan: A. de hoeveelheid goederen die nodig zijn voor de normale voortgang van het bedrijf. B. de hoeveelheid goederen waarover de ondernemer prijsrisico loopt. C. de technische voorraad plus de voorinkopen. D. de technische voorraad min de voorverkopen min de voorinkopen. Vraag 2: Handelsonderneming HEMA beschikt op 1 januari 2013 over de volgende gegevens: - In het magazijn: 80.000 stuks; - Ingekocht maar nog niet ontvangen: 20.000 stuks; - Verkocht maar nog niet geleverd: 40.000 stuks. Bereken de technische voorraad per 1 januari 2013 A. 40.000 B. 60.000 C. 80.000 D. 100.000 E. Geen van de bovenstaande antwoorden Vraag 3: Handelsonderneming V&D beschikt op 1 januari 2013 over de volgende gegevens: - in het magazijn: 3.000 stuks lampen; - ingekocht maar nog niet ontvangen: 2.000 stuks lampen; - Verkocht maar nog niet geleverd: 1.500 stuks lampen. Bereken de economische voorraad per 1 januari 2013 A. 6.500 B. 3.000 C. 1.500 D. 3.500 Vraag 4 Marieke Klaasen verkoopt parasols voor 300 exclusief btw. In haar magazijn heeft zij op 1 april de volgende voorraad liggen: - 5 stuks ingekocht op 12 maart voor 200 (exclusief btw); - 20 stuks ingekocht op 15 maart voor 220 (exclusief btw); - 6 stuks ingekocht op 26 maart voor 250 (exclusief btw). Op 3 april verkoopt Marieke aan een tuincentrum 8 parasols. Marieke past de FIFO-methode toe. Bereken de waarde van de economische voorraad op 4 april. A. 5.240 B. 4.960 C. 6.260 D. 5.750 9
Vraag 5 Welke stelling is goed of fout? I. Als de inkoopprijzen dalen, zal bij de FIFO-methode de brutowinst bij verkoop groter zijn dan bij de LIFO-methode. II. Als de inkoopprijzen dalen zal de waarde van de voorraad bij de LIFO-methode groter zijn dan bij de FIFO-methode. A. Stelling I is fout, stelling II is goed B. Stelling I is goed, stelling II is fout C. Beide stellingen zijn fout D. Beide stellingen zijn goed Vraag 6 Marieke Claes verkoopt regen en wind bestendige parasols voor 300 exclusief btw. In haar magazijn heeft zij op 1 april de volgende voorraad liggen: - 5 stuks ingekocht op 12 maart voor 200 (exclusief btw). - 20 stuks ingekocht op 15 maart voor 220 (exclusief btw). - 6 stuks ingekocht op 26 maart voor 250 (exclusief btw). Op 3 april verkoopt Marieke aan een tuincentrum 8 parasols. Marieke past de FIFO-methode toe. Bereken de brutowinst van deze verkoop. A. 780 B. 1000 C. 740 D. 860 Vraag 7 Marieke Claes verkoopt regen en wind bestendige parasols voor 300 exclusief btw. In haar magazijn heeft zij op 1 april de volgende voorraad liggen: - 5 stuks ingekocht op 12 maart voor 200 (excl btw); - 20 stuks ingekocht op 15 maart voor 220 (excl btw); - 6 stuks ingekocht op 26 maart voor 250 (excl btw). Op 3 april verkoopt Marieke aan een tuincentrum 8 parasols. Op 4 april besluit Marieke over te stappen van het FIFO-systeem naar het systeem van vaste verrekenprijzen (vvp). De vvp stelt zij vast op 230. Bereken de waarde van de voorraad op 4 april op basis van de vvp en bereken het prijsverschil. A. De voorraad bedraagt 5.290. Het prijsverschil is 50 euro voordelig. B. De voorraad bedraagt 7.740, het prijsverschil is 330 voordelig. C. De voorraad bedraagt 5.590, het prijsverschil is 330 voordelig. D. De voorraad bedraagt 7.740, het prijsverschil is 380 nadelig. E. De voorraad bedraagt 5.290, het prijsverschil is 50 nadelig. F. De voorraad bedraagt 5.290, het prijsverschil is 330 nadelig. 10
Vraag 8 Gegeven: (voorcalculatie) - Geschatte inkoopprijs 5,- - Geschatte inkoopkosten 0,50 - Vaste verrekenprijs 5,50 De nacalculatorische gegevens over de afgelopen periode zijn: - Ingekocht 800 stuks - Verkocht 1000 stuks à 7,- - Inkoopprijs 5,10 - Inkoopkosten 480,- Bereken het gerealiseerde verkoopresultaat. A. 1100 euro voordelig B. 1300 euro voordelig C. 1500 euro voordelig D. 1700 euro voordelig E. 1900 euro voordeling Vraag 9 Gegeven: (voorcalculatie) - Geschatte inkoopprijs 5,- - Geschatte inkoopkosten 0,50 - Vaste verrekenprijs 5,50 De nacalculatorische gegevens over de afgelopen periode zijn: - Ingekocht 800 stuks - Verkocht 1000 stuks à 7,- - Inkoopprijs 5,10 - Inkoopkosten 480,- Bereken de brutowinst. A. 1280 B. 1300 C. 1320 D. 1340 11
BIJLAGE 5: Analyse WIN-toets vragen ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Om de resultaten van beide klassen te meten, zal ik gebruik maken van een eigen opgezette analyse van de toets en, indien mogelijk, het analyseprogramma van WIN-toets. Na afloop van de toets, zal ik de gemiddelden van de toets van beide klassen met elkaar vergelijken en de gemiddelden zoals ze ervoor staan bij M&O voor deze toets. Daarnaast wil ik kijken bij welke vraag er grote verschillen zitten tussen beide klassen. Ook classificeer ik dan de vragen op grond van de taxonomie van Bloom. Daar heb ik het volgende schema voor gemaakt: Vraag + classificatie taxonomie van Bloom % Aantal leerlingen goed klas H4R % Aantal leerlingen goed klas H4S % Verschil tussen beide klassen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 12