action types Move to your next level! Diepe Motivationele Drijfveren (DMD s) Nationaal Coachcongres, 9 december 2016, Papendal
programma 1. ActionType Benadering: (motoriek vormt de ingang) 2. motivatieleer 3. Deep Motivational Drivers (DMD s) 4. statische en dynamische drijfveren 5. intrinsieke en extrinsieke motivatie 6. testen van drijfveren 7. praktische toepassing 8. conclusies Heb je vragen stel ze meteen, het komt de interactie en het levendige karakter van de workshop ten goede. We leren vooral ook van elkaar.
hoe vaak staat de letter F in onderstaande tekst (30 seconden de tijd) FINISHED FILES ARE THE RESULT OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH THE EXPERIENCE OF MANY YEARS
zes keer de letter F FINISHED FILES ARE THE RESULT OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH THE EXPERIENCE OF MANY YEARS Dit is een voorbeeld van vervormen en weglaten: - veel mensen zien slechts 3 of 4 keer een F doordat het woordje OF als OV gelezen wordt; - sommigen laten het woordje OF helemaal weg
Rodolfo Llinȧs I of the Vortex, From Neurons to Self : - beweging is een zintuig op zich is dat voor originele en unieke informatie zorgt; - we bewegen om te kunnen denken (en niet andersom); - er is dus niet alleen sprake van tweerichtingsverkeer, in de wisselwerking tussen lichaam en geest is de invloed van het bewegen op de hersenen dominant. - één synergiesysteem voor zowel het individueel emotionele, cognitieve als motorische; - onze hersenen als processor hebben veel te weinig (reken)capaciteit om daarvoor meerdere systemen aan te sturen; - in geval van survival zouden we het ook nooit hebben overleefd als we daarvoor afhankelijk zouden zijn van de samenwerking en afstemming van meerdere systemen. De Als het om het prestatiegedrag van mensen gaat vormt dit een belangrijke les, kijk niet alleen naar het cognitieve en emotionele maar betrek de wisselwerking met de motoriek daarin.
verhogen van de coach- en trainbaarheid: individueel profiel het emotionele Action Type zelforganisatie perceptie (waarnemen) het cognitieve het motorische
ActionType Benadering: nature en nurture handelingsvoorkeuren diepe motivationele drijfveren nature zestien actiontype profielen twaalf combinaties van drijfveren S S N N I I E J P P ESFP INTJ E J T F F T nurture opvoeding, familie, vrienden, school, opleiding, werk, ervaringen, etc. allemaal unieke individuen op deze wereld + Op het niveau van nature: - van 16 combinaties van voorkeuren (de actiontype profielen) - naar (16 x 12 =) 192 differentiaties (combinaties van actiontype profielen en DMD s)
ActionType Benadering missie: mensen binnen hun eigen identiteit te laten bloeien ik kan meer mezelf zijn omdat is ook zo wordt benaderd bouwen op diepe drijfveren, emotionele, mentale en motorische voorkeuren Deep Motivational Drivers (DMD s) zijn een ontdekking van Ralph Hippolyte. Hij werd daarbij mede dankzij Philippe Graf geïnspireerd door het Japanse Seïtai. De verdere uitwerking hiervan vond plaats in samenwerking met en op basis van de inzichten van Bertrand Théraulaz. Bertrand is net als Ralph grondlegger van de ActionType Benadering. NB: In deze presentatie hebben wij tevens gebruik gemaakt van voorbeelden waaraan ook Guillaume Marie heeft meegewerkt.
sportpsychologie en motivatie Hoe beïnvloed je als trainer-coach de motivatie van jouw sporters: - inzetten op intrinsieke motivatie: taakgericht (proces) versus egogericht (resultaat) - doelen stellen: haalbaar doch gewaagd - juiste attributie aan prestaties toekennen: stabiele versus toevallige factoren en interne versus externe factoren - met vragenlijsten de persoonlijke motivatiebronnen achterhalen: de sporter hierin ook zelfinzicht geven Het doorlopen van drie fasen: - de sporter wil er bij horen - de sporter wil zich onderscheiden van anderen - de sporter wil zich zelfstandig en onafhankelijk van anderen ontwikkelen De aanname binnen de sportpsychologie is dat al deze drie motieven meespelen bij alle gedragingen die een sporter doet. Belangrijk voor een trainer is dat hij inzicht heeft in welke fase de sporter verkeert en dus welk motief op dat moment het belangrijkste is. Alleen een trainer die de motieven van zijn sporters kent kan deze aanspreken!
de metafoor van de ijsberg laag 3 gedrag doen = discipline zichtbaar: meer bewust laag 2 vaardigheden talent kunnen = talent onzichtbaar: onbewust overtuigingen willen = motivatie laag 1 identiteit, waarden drijfveren, motivatie zingeving, missie durven = motivatie laag 1 stuurt de lagen 2 en 3 aan
ActionType Benadering Drie niveaus: 1. reflexen (algemeen) 2. diepe drijfveren (Deep Motivational Drivers) 3. dynamisch handelingsprofiel (actiontype profiel) L1 L2 L3 L4 L5 verbonden aan functionele bewegingen van de vijf lumbale wervels: - wat drijft de persoon intrinsiek en extrinsiek (mentaal) - de ontsteking als startmotor van de beweging (motorisch) NB: - de functionele beweging die samenhangt met de drijfveer zorgt er meteen voor dat de juiste tonus ontstaat; - ondersteunt de persoon om vanuit situaties met (relatieve) stilstand zijn volgende actie vol in te kunnen zetten.
houding wisselwerking tussen het actiontype profiel en de DMD s mentaal: wat drijft mij? hoe handel ik bij voorkeur? DMD s actiontype profiel motorisch: wat geeft mij de beste tonus voor de actie? hoe beweeg ik in de actie? NB: - het actiontypeprofiel en de DMD s beïnvloeden beide de houding, zij het dat de DMD s dat slechts in subtiele nuances doen; - hun doel is het creëren van de best mogelijke voorwaarden voor het uitvoeren van natuurlijke bewegingen; - de AT- en DMD-testen maken het mogelijk ze te onthullen en onderscheiden, waardoor maatwerk voor zelfexpressie van de sporter ontstaat; - vragenlijsten kunnen deze inzichten niet boven water halen!
DMD s statische drijfveren hoe wil ik geïnformeerd worden dynamische drijfveren waar ga ik voor Relatie (Relation) R L2 Begrijpen (Understanding) U L1 Competitie (Competition) C L3 Ankeren (Anchoring) A L4 Ontwikkeling (Projection) P L5
diepe motivatie en winnen Belangrijk: de ene diepe drijfveer is niet beter of slechter dan de andere, het gaat er om wat voor de betreffende sporter gevoed moet worden om ergens gemotiveerd voor open te komen staan en in het proces gemotiveerd te blijven. Uiteindelijk gaat het in topsport steeds om winnen 2. presteren is een bijproduct van de dynamische drijfveer, de sporter doet het voor het team en/of de coach presteren is een bijproduct van de eigen uitdaging realiseren top presteren is een bijproduct van de dynamische drijfveer, de sporter gaat voor het beste plan om de ander een stap voor te zijn 1. voed de relatie, het plezier in de sport, het genieten en durven sluit aan bij de uitdaging (verwachting) van de sporter de beste tegenstander verslaan vormt de norm zorg dat het ontwikkelingspad vrij is van obstakels en werk aan visionaire innovaties Ri Re Ci Ce Pi Pe De sporter is op zoek naar relaties die goed voelen (waarden). De sporter is op zoek naar een harmonieuze omgeving. De sporter zoekt resultaat op uitdagingen die hij zichzelf stelt. De sporter is op zoek naar resultaat, wil de beste zijn. De sporter zoekt het beste pad voor zijn ontwikkeling. De sporter zoekt naar nieuwe ideeën en mogelijkheden. Relatie Competitie Projectie
A = ankeren U = begrijpen statische drijfveren in relatie tot trainingen en wedstrijden: een eerste aanzet training wedstrijd wil begrijpen waarom je nu dit laat doen en wat de logica daarvan is wil begrijpen waarom je voor deze strategie of tactiek hebt gekozen wat zijn de essenties, maak die helder wat zijn de essenties, maak die helder wil het met de kunst van het inleggen zelf uitpluizen vraag de sporter het waarom van de afgesproken tactiek op te noemen wil uitleg in duidelijke oorzaak-gevolg relaties aangereikt krijgen benoem zelf de tactiek nog een keer kort in als dit dan dat relaties een training is er om ervaringen op te doen en die te ankeren een wedstrijd is er om dat toe te passen waarin vertrouwen is opgebouwd zelfvertrouwen kweken en hebben inspelen op wat eerder goed werkte bouw voort op eerder opgedane ervaringen beperk de opties tot die waar voldoende vertrouwen in is opgebouwd geef vrijheid om nieuwe ervaringen op te doen geef ruimte om eens iets uit te proberen en evalueer dat
P = projectie C = competitie R = relatie dynamische drijfveren in relatie tot trainingen en wedstrijden: een eerste aanzet training wedstrijd een training vindt plaats in een harmonieus klimaat een tegenstander heb je nodig om je beste spel te laten zien samenwerkingsvormen en spelplezier durf en geniet handel overeenkomstig waarden en normen handel overeenkomstig waarden en normen zorg voor onderlinge harmonie zorg voor onderlinge harmonie een training is doorspekt met uitdagingen en onderlinge competitie een tegenstander heb je nodig om tegen te strijden en te willen verslaan competitieve vormen en triggers een zekere agressie opbouwen de eigen standaard voortdurend op willen schroeven diep gaan en het allerbeste uit jezelf willen halen uitdagen en uitgedaagd worden uitdagen en uitgedaagd worden een training dient gericht te zijn op verbeteringen en innovaties een tegenstander heb je nodig om van te leren en je te ontwikkelen ontdekkend leren evaluatie en oplossingen verbeelden het ontwikkelingspad voor ogen hebben en vrij van obstakels houden voorzien wat je in de wedstrijd nodig zult hebben nieuwe mogelijkheden ontdekken nieuwe mogelijkheden integreren
praktische toepassing 1. Zijn de motivatiebehoeften van de sporter voldoende in de (trainings)processen geborgd? 2. Hoe trigger je de sporter naar wat hij voor zijn volgende niveau nodig heeft? 3. Wat zijn per drijfverencombinatie de valkuilen voor de sporter en hoe werk je daaraan? 4. Welke woorden zetten de sporter in zijn kracht en welke juist niet? Hartelijk dank voor jullie aandacht en inbreng! L1 Informatie over ons cursusaanbod tref je aan op: - www.actiontype.nl - www.nlcoach.nl L2 L3 L4 L5