Oefentoets Klas: havo 4

Vergelijkbare documenten
Samenvatting Economie Levensloop

Begrippenlijst Economie Levensloop H1,H2,H3

Als je allemaal iets in de pot moet doen, voor bijvoorbeeld een uitje, heb je verschillende manieren om vast te stellen wie wat moet betalen:

Samenvatting Economie Jong & Oud

Begrippenlijst Economie Jong en Oud

6,7. Samenvatting door een scholier 1150 woorden 10 oktober keer beoordeeld. De productiefactoren noemen en hun beloningen onderscheiden.

Lesbrief Levensloop 1 e druk

Samenvatting Economie Levensloop Hst. 2/3/4

Oefentoets Klas: havo 3 / vwo 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

Inkomstenbelasting. Module 7 hoofdstuk 2

Opdrachten belastingstelsel

Vraag Antwoord Scores

Jong & Oud ECONOMIE HAVO 4

Polisvoorwaarden= hierin staat tegen welke risico s je verzekerd bent en onder welke voorwaarde er schade-uitkering wordt gegeven

4.1 Klaar met de opleiding

Netto toegevoegde waarde: loon + huur + rente + winst Bruto toegevoegde waarde: waarde van verkopen waarde van productiebenodigdheden

5.5 a. Een bezit: Natascha heeft nog geld van de klant tegoed. b. Er is nog niets verkocht, dus ook niet op rekening.

3.2 De wereld van transacties

Samenvatting M&O Eenmanszaak deel 1 H3 t/m 5

Uitleg Loonstrook. Pagina 1

Bijlage bij Algemeen Overleg Partnerbegrip in de fiscaliteit 09/06/10 1

Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid Werkgelegenheid Aanbod van arbeid: b Marktmechanisme Loonkosten per product

Als u 65 jaar of ouder bent

In de economie is een goed schaars als er een offer of inspanning geleverd moet worden om het te krijgen -> relatieve schaarste

Samengevat bereken je de nettowinst van een onderneming zo:

Bovenstaande begrippen worden veelal weergegeven in onderstaand schema of overzicht. We noemen dit overzicht het exploitatieoverzicht.

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur

UIT inkomstenbelasting

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan euro.

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

HRo - Loonbelasting -- Deel 4

HRo - Loonbelasting -- Deel 4

Bijlage HAVO. economie (pilot) tijdvak 1. Bronnenboekje. HA-1022-f-10-1-b

Samenvatting Economie Hoofdstuk 19 en 20: Inkomensverdeling en conjuntuur

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4

De winkelier ontvangt dus meer btw dan dat hij betaald. Het verschil van 29,40 21,- = 8,40 draagt de winkelier af aan de belastingdienst.

Werk en inkomen. Aangegeven loon/uitkering altijd BRUTO Wat gaat daar dan nog van af?

Lesbrief Jong en Oud 3 e druk

6,1. Samenvatting door een scholier 1406 woorden 21 juni keer beoordeeld. Economie in context

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

economie havo 2018-I Opgave 4

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 16 vragen. Het online examen bestaat uit 26 vragen.

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016

9.1 Verwacht resultaat Exploitatie-begroting Omzet showroom en overig , , ,44

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4

Lesbrief Levensloop 2 e druk

Module 6 Stop! Geen risico!?

Overzicht Fiscale Cijfers 2013 en 2014 (per januari 2014)

De resultatenrekening

Welke BTW tarieven zijn er? 21% luxe goederen 6% primaire levensbehoefte 0% vrijgesteld (export, overheidsdiensten)

Samenvatting Economie Hoofdstuk 1,3t/m6: Financieel Management

8,5. Samenvatting door Nienke 1188 woorden. 2 keer beoordeeld 6 mei Domein G: Risico en informatie. Informatie bij marktpartijen

WA-verzerking vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

INLEIDING WET OP DE INKOMSTENBELASTING

1. Besteedbaar inkomen tijdens Huwelijk/Samenwonen

Iedereen betaalt btw. Daarnaast betaalt iedereen die werkt ook loon- of inkomstenbelasting.

TOELATINGSTOETS M&O. Datum

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

Aanpassingen lesbrieven havo

1. Besteedbaar inkomen tijdens Huwelijk/Samenwonen

46 keer beoordeeld 26 mei 2013

Talent & Salaris Uitleg loonstrook 2016

a. Stel de beginbalans op 1 januari 2006 samen volgens het model van bijlage I.

Syllabus. IB en het cafetariasysteem - uitwerkingen

Meest gebruikte bedragen en percentages 2018

Hoofdstuk 13 Kostensoorten

Hoeveel moet u omzetten om quitte te spelen?

Dé arbeidsmarkt bestaat niet. Het bestaat uit een groot aantal deelmarkten die min of meer met elkaar in verbinding staan.

Het verschil tussen de verkoopopbrengst van de verkochte goederen en de inkoopwaarde van die goederen

1) Wat krijgt een werknemer, een ambtenaar, huisarts, boekenschrijvers, makelaars en soldaten?

1. Samenvatting. Partijen Mark Cornelissen Belinda van der Hoeven. Kinderen seven Cornelissen sofie Cornelissen steef Cornelissen

Uitleg Loonstrook 2014

Samenvatting Economie Hoofdstuk 10 t/m 16

Hoofdstuk 1. Opgave , ,57. Opgave ,078. Opgave , ,

Internetopgaven hoofdstuk 3

TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK

Vragenlijst Financieel Plan

Constante kosten - Kosten die niet afhangen van de productieomvang. Bv. Verzekeringskosten & afschrijvingskosten.

(opstartfase) maand totaal

Bijlage HAVO. economie. tijdvak 1. Bronnenboekje. HA-1022-a-15-1-b

Samenvatting. Dossier naam: Voor-Beeld Datum: Partijen Voor Beeld. Kinderen D Voor T Voor

De overheid. Uitgaven: uitkeringen en subsidies. De overheid. Ontvangsten: belasting en premies. De grote herverdeler van inkomens

Bedrijfsadministratie - BAD deel 4a

DEZE TAAK BESTAAT UIT 36 ITEMS. MULO-III kandidaten maken de items 1 t/m 30. MULO-IV kandidaten maken de items 1 t/m 36. Intrest

Bijlagen CBBS Loonwegwijzer. Berekeningswijze van het uitbetaald loon per 1 januari 2006

Werkstuk Economie Belastingstelsel 2001

7.7. Samenvatting door een scholier 2041 woorden 26 juni keer beoordeeld

Op je loonstrook staan veel termen en afkortingen. Hier vind je een overzicht van de meest voorkomende begrippen met daarbij waar nodig een uitleg.

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016

Minimumloon, jeugdloon januari juni 2016 plus Uurloon

Onbezorgd blijven wonen

Samenvatting Economie Lesbrief Vervoer

Bijlage HAVO. economie (pilot) tijdvak 2. Bronnenboekje. HA-1022-f-11-2-b

Uitleg salarisstrook NAAM

De Keyzer Zakelijk Pakket

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Transcriptie:

Oefentoets Klas: havo 4 Vak: economie Toets over: h1 tot en met h6 Lesbrief: jong & oud Hulpmiddelen: gewone rekenmachine DEZE TOETS BESTAAT UIT 6 OPGAVEN! Opgave 1 Stel er zijn twee softwarebedrijven op de markt die onder andere software maken voor het vertalen van teksten. De filmindustrie is geïnteresseerd geraakt in software voor de ondertiteling van films, maar hiervoor moeten de bedrijven wel een investering doen om deze nieuwe software te ontwikkelen. De bedrijven moeten een keuze maken om wel (=W) of niet (=N) in de nieuwe software te investeren. Bedrijf I is op dit moment de marktleider (hij was eerder op de markt en zijn software is meer vertrouwd). Hierin geeft de uitbetaling de winst van de bedrijven aan in miljoenen Dollars die te behalen zijn uit het project. Bedrijf I Bedrijf II N W N (0,0) (-10,10) W (-100,0) (20,10) (t1) 1 Toon aan welk van de twee bedrijven een dominante strategie heeft. (t1) 2 Toon aan welk van de twee bedrijven geen dominante strategie heeft. Hieronder staan nog vier uitbetalingsmatrixen weergegeven. Hierin is de uitbetaling weer de winst in miljoenen dollars dat een bedrijf zal maken. Uitbetalingmatrix 1 Uitbetalingmatrix 3 Uitbetalingmatrix 2 (t2) 4 Bepaal in welke van de drie gevallen speler I een dominante strategie heeft. (t2) 5 Bepaal in welke van de drie gevallen speler II een dominante strategie heeft (De toets gaat verder op de volgende pagina)

Opgave 2: Resultatenrekening Je wordt gevraagd om de resultatenrekening te maken van De favoriete sneakerwinkel. Een bedrijf van een goede bekende van je. Je krijgt de volgende gegevens over het afgelopen jaar (2016): Het bedrijf huurt een pand, de huurkosten bedraagt 32.000 per jaar. In het bedrijf zijn 10 medewerkers actief. Iedere medewerker neemt 15.000 aan loonkosten per jaar met zich mee. De rentekosten bedraagt in het afgelopen jaar 32.000 en de energiekosten 21.000. Er zijn 10.000 schoenen verkocht voor 91 per stuk. De inkoopwaarde van deze schoenen is 56 per stuk. (t2) 6 Stel de resultatenrekening op voor de favoriete sneakerwinkel in scontrovorm over het jaar 2016. (t1)7 Bereken de toegevoegde waarde. Opgave 3: Lorenzcurve In de tabel hieronder wordt de sverdeling van een dorp weergegeven. groep % aandeel bevolking van totale bevolking % deel van het totale Gecumuleerd aandeel bevolking van het totale Gecumuleerd aandeel van het %van het totale 1 20% 3.000 2 20% 10.000 3 20% 30.000 4 20% 60.000 5 20% 120.000 totaal 100% 223.000 (t1) 8 Vul de tabel verder in (t1) 9 Teken in het assenstelsel in de bijlage de lorenzcurve. (t1)10 Bereken Hoeveel de 60% meest verdienende mensen verdienen. (De toets gaat verder op de volgende pagina)

Opgave 4: Belastingen Mevrouw Swiepertje is een alleenstaande vrouw van 39 jaar en heeft geen kinderen. Ze werkt als politieagent in Haren. Haar bruto jaarsalaris bedraagt 2.400 per maand. Daarnaast ontvangt ze een extra maand aan vakantiegeld. Ze heeft een eigen woning waardoor ze een eigen woning forfait van 840 heeft. Ze heeft in totaal voor 15.000 aan aftrekposten, zoals de eigen bijdrage pensioenfonds en de hypotheekrente. Ze heeft recht op een arbeidskorting van 720 en een algemene heffingskorting van 1.647. De volgende gegevens van belang voor de bepaling van de sheffing. schijf omvang schijf percentage sheffing 1 0 t/m 15.331 32,35 2 15.332 t/m 27.848 37,85 3 27.849 t/m 47.747 42 4 rest van het 52 (t2)11 Bereken het belastbaar voor mevrouw Swiepertje (t2)12 Bereken de te betalen sheffing voor mevrouw Swiepertje. (t1)13 Bereken de gemiddelde heffingsdruk voor mevrouw Swiepertje. (t1)14 Bepaal het marginaal tarief voor Mevrouw Swiepertje. Verklaar je antwoord. Opgave 5: Verzekeren Verzekeraars hebben diverse maatregelen bedacht om de gevolgen van asymmetrische informatie te beperken. Een aantal voorbeelden van deze maatregelen staan hieronder. - De verzekeraar tegen diefstal legt zijn klanten een eigen risico op: de eerste 100 wordt niet vergoed. - Leraren, bekend om hun voorzichtige rijstijl, krijgen standaard 10% korting op de premie van hun WA-verzekering voor de auto. - -Een autoverzekeraar geeft no-claimkorting. Wie een jaar lang geen schade claimt voor zijn WA-verzekering krijgt een premiekorting die kan oplopen tot 70%.- - In de polis van de reisverzekering wordt een bepaling opgenomen dat geen schade wordt uitgekeerd als de verzekerde bij diefstal nalatig is geweest. (T2) 15 Geef bij elke maatregel aan welk probleem er wordt aangepakt. Averechtse selectie, moral hazard of beide. Verklaar je antwoord.

In Nederland kennen we volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en sociale voorzieningen. (R)16 Behoren WW en de Wia tot de sociale volksverzekeringen, de sociale werknemersverzekeringen of de sociale voorzieningen? (R)17 Wat is het kenmerkende verschil tussen sociale voorzieningen en sociale verzekeringen? (R) 18 Noem een reden waarom de sociale zekerheid in Nederland is gebaseerd op verplichte solidariteit. DIT IS HET EINDE VAN DE OEFENTOETS!

Bijlage Naam:.

Uitwerkingen Oefentoets : H1 tot en met h6 1 Bedrijf 2 heeft een dominante strategie: Wel investeren want, Als bedrijf 1 kiest voor niet investeren, zal bedrijf 2 wel investeren want en winst van 10 miljoen > 0 miljoen. Als bedrijf 1 kiest voor wel investeren, zal bedrijf 2 wel investeren want een winst van 10 miljoen > 0 miljoen. 2 Bedrijf 1 heeft geen dominante strategie: want, Als bedrijf 2 kiest voor niet investeren, zal bedrijf 1 niet investeren want 0 winst > 100 miljoen verlies. Als bedrijf 2 kiest voor wel investeren, zal bedrijf 1 wel investeren want 20 miljoen winst > 10 miljoen verlies. Matrix 1 Speler 1: geen dominante strategie Als speler 2 kiest voor keuze A, zal speler 1 kiezen voor keuze B want 6 > 3. Als speler 2 kiest voor keuze B, zal speler 1 kiezen voor keuze A want 3 > 2. Speler 2: wel een dominante strategie: Keuze A Als speler 1 kiest voor keuze A, zal speler 2 kiezen voor keuze A want 5 > 3. Als speler 1 kiest voor keuze B, zal speler 2 kiezen voor keuze A want 6 > 4. Matrix 2 Speler 1: Wel dominante strategie: Keuze A Als speler 2 kiest voor keuze A, zal speler 1 kiezen voor keuze A want 4 > 2. Als speler 2 kiest voor keuze B, zal speler 1 kiezen voor keuze A want 3 > 2. Speler 2: Wel dominante strategie: Keuze A Als speler 1 kiest voor keuze A, zal speler 2 kiezen voor keuze A want 5 > 3. Als speler 1 kiest voor keuze B, zal speler 2 kiezen voor keuze A want 6 > 4 Matrix 3 Speler 1: geen dominante strategie Als speler 2 kiest voor keuze A, zal speler 1 kiezen voor keuze B want 6 > 1. Als speler 2 kiest voor keuze B, zal speler 1 kiezen voor keuze A want 3 > 2. Speler 2: geen dominante strategie namelijk keuze A Als speler 1 kiest voor keuze A, zal speler 2 kiezen voor keuze A want 5 > 2. Als speler 1 kiest voor keuze B, zal speler 2 kiezen voor keuze B want 4 > 0. 3 foutje in toets, opgave mist. 4 Speler 1 heeft in matrix 2 en 3 een dominante strategie zie bovenstaande. (Zelf ook op deze wijze aantonen) 5 Speler 2 heeft in matrix 1, 2 en 3 een dominante strategie zie bovenstaande. (Zelf ook op deze wijze aantonen)

Resultatenrekening 2015 6 Inkoopprijs 560.000 Omzet 910.000 Huurkosten 32.000 Loonkosten 150.00 Rentekosten 32.000 Energiekosten 21.000 Saldo w&v 115.000 Totaal 910.000 Totaal 910.000 7 910.000 560.000-21.000 = 329.000 ( omzet inkoopwaarde grondstoffen inkoopwaarde hulpstoffen) Of 115.000 + 32.000 + 150.000 + 32.000 = 329.000 ( winst + pacht (deze opgave niet) + loon + rente + huur) 8 groep % Aandeel bevolking %deel van totale Gecumuleerd bevolking Gecumuleerd 1 20% 3000 1,3% 20% 1.3 % 2 20% 10.000 4,5% 40% 5.8 % 3 20% 30.000 13, 5% 60% 19.3 % 4 20% 60.000 26,9% 80% 46.2 % 5 20% 120.000 53.8% 100% 100 % Totaal 100% 223.000 100% 9 Teken de diagonale lijn waarin alle s gelijk zijn. Teken de Lorenzcurve met de gecumuleerde gegevens (gecumuleerd bevolking en het gecumuleerd ). X-as: gecumuleerd bevolking. Y-as: gecumuleerd. Punten in assenstelsel: (20, 1.3) (40, 5.8) ( 60, 19.3) (80, 46.2) (100, 100) 10 De 40 procent minst verdiende mensen verdienen samen 5,8% (zie tabel of je grafiek) Dan moet de 60 % meest verdiende mensen samen (100 5.8) = 94.2% verdienen.

Brutoloon (incl vakantiegeld) 31.200 Eigenwoningforfait 840 + Aftrekpost 15.000 11 Belastbaar 17.040 Schijf 1 15.331 x 0.3235 = 4.959 Over 1709 Schijf 2 1709. x 0.3785 = 646 + Over 0 Te betalen belasting voor heffingskortingen 5.605 Algemene heffingskorting 1.647 Arbeidskorting 720 Totale heffingskortingen 2.367-12 Te betalen sheffing 3.238 ( nooit geen centen) 13 3.238 / 31.200 x 100 = 10,37% 14 37,85%, want de laatste extra euro valt in schijf 2. 15 Voorbeeld 1: Beide. Averechtse selectie: goede risico's betalen een lagere premie voor hun gedrag en hebben geen last van het eigen risico. Goede risico's hebben minder aanleiding over te stappen naar een goedkopere verzekeraar. Moreel risico: slechte risico's zullen hun gedrag veranderen omdat ze zich niet ongestraft roekeloos kunnen gedragen. Voorbeeld 2: Averechtse selectie. Het zijn goede risico's om te voorkomen dat ze overstappen krijgen ze korting. Voorbeeld 3: Beide Averechtse selectie: goede risico's zien hun goede gedrag beloond en zullen minder snel overstappen naar en andere verzekering. Moreel risico: slechte risico's zullen voorzichtiger worden omdat ze anders de no-claim mislopen. Voorbeeld 4: Moreel risico slechte risico s zullen wellicht hun gedrag veranderen, omdat ze anders niets uitgekeerd krijgen. 16 Sociale werknemersverzekeringen 17 Sociale voorzieningen worden betaald met belastingen en de sociale verzekeringen met premies. 18 actieven betalen voor de inactieven.