STAR-model Interdisciplinair Samenwerken Praatkaart voor het versterken van de samenwerking Voortgezet Onderwijs en ketenpartners en andere netwerkpartners Angèle van der Star MEL MEd Praatkaart Voorgezet Onderwijs Evidence informed STAR-model
OP ZOEK NAAR N HANDVAT VOOR DE INTERPROFESSIONELE DIALOOG? WEN MET HET STAR-model INTERDISCIPLINAIR SAMENWERKEN De behoefte voor het ontwerp van een handvat op basis van een evidence informed model om organisaties te beschouwen in de eigen samenwerking, is ontstaan vanuit de praktijk. Daarin kwam naar voren dat er op grensgebieden van samenwerkende organisaties onrust te bespeuren is en ook nog wel iets te verbeteren valt. Veel van de bestaande stappenplannen en organisatiemodellen worden beschouwd vanuit één of enkele domeinen; zoals het onderwijs en haar ketenpartners, de kinderopvang, de pedagogiek of jeugdzorg. Fricties worden juist aangetroffen op grensgebieden waarbij een dialoog over bestaande visie, communicatie, cultuur- en structuurverschillen in de samenwerkende organisaties, inhoud en stappen in de (onderwijs)inhoudelijke en pedagogische doorgaande ontwikkelingslijn zouden kunnen bevorderen. Vanuit een dialoog en een daadwerkelijke interdisciplinaire samenwerking, zijn alle professionals beter in staat leerlingen optimale groei- en ontwikkelkansen bieden. De ouders als waardevol en pedagogisch partner in het funderend en voortgezet onderwijs, de kinderopvang en de jeugdzorg, zijn in de praatkaarten buiten beschouwing gelaten. De focus ligt bij het STAR-model en de praatkaarten op de interprofessionele samenwerking. Een handvat voor de dialoog over Interdisciplinair Samenwerken. De praatkaart op basis van het STAR-model kan ingezet worden om het gesprek in het primair en voortgezet onderwijs, de jeugdzorg en kinderopvangorganisatie te vereenvoudigen Allen hebben een gemeenschappelijke doel: interdisciplinair samenwerken vanuit een whole child approach. Daarnaast is de praatkaart praktisch gebleken om knelpunten in de samenwerking ook bottum-up zichtbaar en bespreekbaar te maken, als nul-meting, om de doorgaande lijn in interdisciplinair samenwerken en/of om de huidige situatie te bespreken in het kader van een evaluatie. Bij nieuwe medewerkers kan de kaart als handvat dienen en als de interdisciplinaire samenwerking opnieuw beschouwd moet worden kan de dialoog nuttig zijn. Het zichtbaar maken waar de eigen organisatie staat in de samenwerking of een nulmeting; Het bespreekbaar maken van knelpunten in de samenwerking; Het niveau van de (gewenste) samenwerking bepalen; Het delen van de doorgaande lijn en het beleid in de samenwerking, bijvoorbeeld bij nieuwe medewerkers; Het waarborgen van de samenwerking met de keten- en netwerkpartners. Hoe gebruik je de praatkaart Interdisciplinair Samenwerken? De kaart bestaat uit vijf thema s / indicatoren: de (samenwerking)visie, de strategische en operationele doelen, de structuur, de communicatie en de cultuur van de eigen organisatie in de samenwerking. Deze zijn beschreven vanuit een aantal denkzinnen of stellingen. Deze stellingen worden door de docent ingevuld. Daarna worden alle ingevulde kaarten gezamenlijk in de eigen organisatie besproken. Deze input is het uitgangspunt om met elkaar in dialoog te gaan over de samenwerkingswensen van de eigen organisatie en welke gewenste stappen men zou willen / kunnen maken. Dit aansluitend bij de eigen huidige situatie, de visie, de organisatieomgeving en de leerling-populatie. Uitgangspunt is dat iedere organisatie uniek is en dat er daarmee geen blauwdruk is voor de beoogde samenwerking(svorm). Het invullen van de kaart duurt ongeveer 30 minuten. Bij sommige denkzinnen / stellingen is extra informatie (i) toegevoegd om iets te verduidelijken. Hoe vul je de praatkaart Interdisciplinair samenwerken in? De stellingen oftewel waar men (individueel) gevraagd wordt over na te denken, heeft 3 invulopties. Optie 1: Ja, dat doen wij zo. -> Als allen ja in hebben gevuld, zijn zij het eens en is het geen sectie / team bespreekpunt. Er zijn wellicht denkbare situaties waarbij het bespreken wel van belang zou kunnen zijn. Je kunt uiteraard zelf als sectie / team besluiten de stelling alsnog te bespreken. Optie 2: Nee, dat doen we niet zo. Als meerdere collega s nee ingevuld hebben dan is dit een punt dat we in teamverband willen bespreken. De gedachte hierbij is, Is dit een nee en iets dat we wel willen? of Is dit een nee en iets dat we niet willen?. Dit omdat het bijvoorbeeld niet past bij de eigen schoolse omgeving of de visie? etc. Optie 3: Geen idee. Is me onbekend. -> Als meerdere collega s geen idee hebben ingevuld dan is dit een punt dat we in sectie / teamverband willen bespreken ter verheldering of wellicht vanwege andere redenen. 1 Angèle van der Star, november 2016
De indicatoren Interdisciplinair Samenwerken met keten en netwerkpartners De samenwerking met de andere professionele partners is gewaarborgd 1 Onze organisatie heeft een pedagogische en onderwijsinhoudelijke visie op Interdisciplinair Samenwerken met de professionele partners. 2 Onze organisatie heeft een visie op Interdisciplinair Samenwerken die leidt tot strategische en operationele doelen. 3 Onze organisatie heeft een professionele structuur gericht op het verwezenlijken van Interdisciplinair Samenwerken. 4 De communicatie in onze organisatie is gericht op het verwezenlijken van Interdisciplinair Samenwerken. 5 Onze organisatie heeft een professionele cultuur welke aansluit bij Interdisciplinair Samenwerken. INDICATOR 1 Onze organisatie heeft een pedagogische en onderwijsinhoudelijke visie op Interdisciplinair Samenwerken met de professionele partners. Nr KERNKWALITEIT 1 2 3 1.1 In onze organisatie kennen we onze professionele partners in het netwerk. i = de professionele partners in het netwerk zijn de onderwijsprofessionals in de onderwijsketen: het primair onderwijs, middelbaar en hoger beroepsonderwijs alsook universiteiten. 1.2 In onze organisatie kennen we onze andere belanghebbende samenwerkingspartners. i = bij belanghebbenden kan gedacht worden aan het bedrijfsleven, wijkteams (gemeente), wijkpolitie, sportverenigingen, jeugdzorg, hulpverleningsinstanties, de bibliotheek en culturele instellingen.. 1.3 In onze organisatie is de visie op Interdisciplinair Samenwerken met het team / sectie geformuleerd en vastgelegd. i = zichtbaar beschreven in de schoolgids, de website, flyers en in het schoolplan. 1.4 In onze organisatie hebben we het onderwijsconcept en de profileringsaspecten in onze visie op samenwerken geïntegreerd. i = Bij onderwijsconcept kan gedacht worden aan bijvoorbeeld werken vanuit Montessori kenmerken, Daltonconcepten of, Jenaplan gedachte. i = Bij profileringsaspecten kan gedacht worden aan Twee Talig Onderwijs, Sportprofiel, Techniek profiel, Digitale geletterdheid etc. 1.5 In onze organisatie hebben we een ambitieniveau in de samenwerking geformuleerd. 1.6 Het ambitieniveau sluit aan bij de leerling populatie (sociale omgeving), de schoolcultuur, schoolstructuur en de pedagogisch en onderwijsinhoudelijke visie. i = De schoolcultuur bestaat o.a. uit de eigen team / sectie dynamiek en verschillen, de normen en waarden, de ongeschreven regels en werkwijzen. i = De schoolstructuur bestaat o.a. afspraken, regels, protocollen en organisatiewijze. 1.7 In onze organisatie is het ambitieniveau een gedeelde visie met de professionele partners in het netwerk en andere belanghebbenden. i = De visie is in overleg afgestemd. 2 Angèle van der Star, november 2016
INDICATOR 2 Onze organisatie heeft een visie op Interdisciplinair Samenwerken welke leidt tot strategische en operationele doelen. Nr KERNKWALITEIT 1 2 3 2.1 In onze organisatie zijn er gezamenlijk SMART geformuleerde stappen bedacht om het ambitieniveau van onze onderwijsinhoudelijke leerlijn te bereiken. i = SMART houdt in dat het ambitieniveau haalbaar is: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden 2.2 In onze organisatie hebben we vaste overlegmomenten met de professionele partners in het netwerk afgesproken over de visie op de gezamenlijke onderwijsinhoudelijke leer- ontwikkelingslijn. 2.3 In onze organisatie zijn er gezamenlijk SMART geformuleerde stappen bedacht om het ambitieniveau van onze pedagogische ontwikkelingslijn te bereiken. i = SMART houdt in dat het ambitieniveau haalbaar is: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden 2.4 In onze organisatie hebben we vaste overlegmomenten met de professionele partners in het netwerk afgesproken over een pedagogische ontwikkelingslijn. 2.5 In onze organisatie zijn er gezamenlijk SMART geformuleerde stappen bedacht om het ambitieniveau van een gezamenlijk gebruik van ruimte, materialen en middelen te bereiken (bijvoorbeeld een skills lab / ICT). 2.6 In onze organisatie hebben we vaste overlegmomenten met de professionele partners in het netwerk afgesproken over het gezamenlijk gebruik van ruimte, materialen en middelen. 2.7 In onze organisatie zijn de SMART geformuleerde stappen opgenomen in het schooljaarplan. 2.6 In onze organisatie hebben we jaarlijks overleg met de professionele partners in het netwerk waarin we onze interdisciplinaire samenwerking kritisch beschouwen. i = Kritisch beschouwen is het evalueren en bijstellen van de interdisciplinaire samenwerking 2.7 In onze organisatie zijn de resultaten van de interdisciplinaire samenwerking opgenomen in een jaarverslag. i = De resultaten zijn de ontwikkelingen en effecten van interdisciplinaire samenwerking. INDICATOR 3 Onze organisatie heeft een professionele structuur gericht op het verwezenlijken van Interdisciplinair Samenwerken. Nr KERNKWALITEIT 1 2 3 3.1 In onze organisatie zijn we bekend met de verschillende organisatiestructuren, dat wil zeggen zowel de van ons en die van de professionele partners in het netwerk. i = Met organisatiestructuur wordt bedoeld wie welke taken en verantwoordelijkheden draagt. 3.2 Onze school heeft met de professionele partners in het netwerk de inhoudelijke leerlijnen PO-VO rekenen en taal op elkaar afgestemd. i = leermethoden op het gebied van rekenen, taal, techniek, Engels etc.. 3.3 De school heeft met de professionele partners in het netwerk een op elkaar afgestemd systeem voor het volgen van de prestaties en ontwikkelingen van de leerlingen. i = Op elkaar afgestemde leerlingvolgsystemen of toetsen, zoals Magister, LOVS van CITO of ParnasSys, of toetsen als ZIEN, Viseon, Scoll 3.4 In onze organisatie vindt er altijd een warme leerling-overdacht plaats met de professionele partners in het netwerk (PO-VO) wanneer het een kind betreft met een speciale ontwikkelingsbehoefte. i= warme overdracht is een gesprek over de ontwikkelbehoefte van de betreffende leerling tussen ouders, de professionele partners in het netwerk en de school. Het gesprek kan ook met toestemming van ouders plaatsvinden tussen de professionele partners in het netwerk en de school. 3 Angèle van der Star, november 2016
3.5 n.v.t. 3.6 n.v.t. 3.7 In onze organisatie is er één persoon aanspreekpunt voor de medewerkers van school en de professionele partners in het netwerk i = Dit kan zijn: de zorg coördinator, de rector of bijvoorbeeld de onderbouw coördinator of de mentor / coördinator van de bovenbouw.. 3.8 n.v.t. 3.9 In onze organisatie zijn de (pedagogische) gedragsregels voor kinderen hetzelfde als de regels voor kinderen bij de professionele partners in het netwerk. i = Gedragsregels in school en op het plein. 3.10 n.v.t. 3.11 In onze organisatie maken we gebruik van de kennis en expertise van de professionele partners in het netwerk i = bijvoorbeeld Engels, ICT, techniek, sport, cultuur, muziek 3.12 In onze organisatie volgen we samen met de professionele partners in het netwerk scholing die bijdraagt aan de pedagogische en inhoudelijke ontwikkelingslijn. 3.13 n.v.t. 3.14 n.v.t. 3.15 In onze organisatie zijn we bekend met de bevoegdheden en verantwoordelijkheden in de samenwerking met de professionele partners in het netwerk. i = Denk hierbij aan overdacht van informatie bij een leerling (privacy). 3.16 In onze organisatie houden we rekening met de verschillen in wet- regelgeving van school en die van de professionele partners in het netwerk die voor ons van belang zijn in de interdisciplinaire samenwerking. i = Bij Wet- en regelgeving wordt bedoeld de kaders en afspraken uit de Cao PO en Cao VO, Cao MBO, Cao HBO, zoals de mogelijk verschillende arbeidstijden, voorbereidingstijd, vergadertijd. INDICATOR 4 De communicatie in onze organisatie is gericht op het verwezenlijken van Interdisciplinair Samenwerken. Nr KERNKWALITEIT 1 2 3 4.1 In onze organisatie communiceren we transparant naar elkaar, binnen onze sectie / team alsook binnen de school en met de professionele partners in het netwerk. i = We communiceren op professionele wijze en zeggen wat we bedoelen waardoor we misverstanden voorkomen. 4.2 In onze organisatie zijn omgangsnormen in de mondelinge communicatie vanzelfsprekend. i = In onze organisatie communiceren we met elkaar in plaats van over elkaar. 4.3 n.v.t. 4.4 n.v.t. 4.5 In onze organisatie zorgen we ervoor dat het voor anderen helder is wie de professionele partners in het netwerk zijn. i = Bijvoorbeeld via vermelding op de website, informatie en contactgegevens in de schoolgids 4.6 In onze organisatie is er afstemming in gezamenlijk nieuws met de professionele partners in het netwerk. i = Bijvoorbeeld een (gezamenlijke) nieuwsbrief met open dagen etc. 4.7 In onze organisatie zijn stemmen we public relations af met de professionele partners in het netwerk. i = Bijvoorbeeld een gezamenlijke open dag organiseren of acties. 4.8 n.v.t. 4 Angèle van der Star, november 2016
INDICATOR 5 Onze organisatie heeft een professionele cultuur welke aansluit bij Interdisciplinair Samenwerken. Nr Kernkwaliteit 1 2 3 5.1 In onze organisatie tonen we een professionele houding naar de professionele partners in het netwerk. i = Je bent je bewust van de invloed van je eigen houding in het contact met anderen en gaat respectvol met elkaar om, bent betrokken en toont voorbeeldgedrag. 5.2 In onze organisatie is er een cultuur waarbij het vanzelfsprekend is om interesse tonen in elkaars werkomgeving. i = bijvoorbeeld door eens bij elkaar op bezoek te gaan. 5.3 In onze organisatie zijn medewerkers solidair aan school en aan collegae en in de interdisciplinaire samenwerking. 5.4 In onze organisatie respecteren en waarderen wij persoonlijkheidsverschillen van elkaar en van de professionele partners in het netwerk. i = Persoonlijkheidsverschillen zijn beschreven in theorieën zoals 'De rollen van Belbin, De kleuren van De Caluwé, De hoeden van Bono. 5.5 In onze organisatie staan we open voor feedback op onze ongeschreven manieren. i = Bij ongeschreven manieren kan gedacht worden aan omgangsregels die wij als vanzelfsprekend vinden en voor nieuwe medewerkers en/of netwerkpartners als onduidelijk kunnen worden ervaren. 5.6 In onze organisatie reflecteren wij op ons eigen handelen binnen de interdisciplinaire samenwerking. i = Bijvoorbeeld tijdens sectie / teamoverleg, in intervisie momenten als ook individueel in gesprekken met collega s en rector.. 5.7 In onze organisatie voelen we ons individueel verantwoordelijk voor een optimale interdisciplinaire samenwerking. 5.8 In onze organisatie zijn we gezamenlijk eindverantwoordelijk voor een optimale interdisciplinaire samenwerking. 5.9 In onze organisatie is Interdisciplinair Samenwerken onderdeel van de gesprekkencyclus. 5.10 In onze organisatie is Interdisciplinair Samenwerken onderdeel van het sollicitatiegesprek. Deze kaart is tot stand gekomen via Lean Start-Go. Docenten, rectoren, pedagogisch medewerkers, kinderopvangmanagers en schoolleiders hebben feedback gegeven om te komen tot dit resultaat. Het blijft een praatkaart in ontwikkeling. De oorspronkelijke versie (2015) is hierdoor al meerder maken verfijnd. Zijn er aandachtspunten, laat het me weten. 5 Angèle van der Star, november 2016
MEER LEZEN? Achtergrond evidence informed STAR model Het STAR-model is ontworpen op basis van onderzoek op micro-, meso- en macroniveau gedurende 2014-2015. De probleemstelling voor de onderzoeksvraag is destijds geformuleerd vanuit geconstateerde onrust op grensgebieden van de samenwerkende organisaties. Het onderzoek heeft geresulteerd in een ontwerp van een stervormig model met handvatten om de samenwerking door de ketenpartners in het onderwijs en kinderopvangorganisaties alsook met professionele partners in het organisatienetwerk, te optimaliseren vanuit ieders specifieke situatie. Immers er is geen blauwdruk voor een ideale samenwerking of samenwerkingsvorm. Het ontworpen evidence informed STAR-model is beschreven op basis van de kenmerken van een professionele leergemeenschap (Verbiest, 2003); verbinden, vertrouwen, vakmanschap en inspiratie (Lieskamp, Vink, 2015). Dit vormt als het ware het fundament voor een vruchtbare samenwerking. Dit fundament is uitgebouwd met twee veranderkundige modellen: het 7-S model van McKinsey en de inzichten vanuit CHAT Engeström. Twee pedagogische modellen hebben input geleverd voor deze kant: de (pedagogische) uitgangspunten van een Integraal Kindcentrum volgens Studulski (2012) en het Pedagogisch Kader van Doornenbal (2012). Dit tezamen heeft geresulteerd in een evidence informed model dat ingezet kan worden voor Interdisciplinair Samenwerken. Figuur 1. STAR-model (Van Der Star, 2015). In het interactieve stervormige STAR-model (fig. 1) staat het gezamenlijke doel centraal waarbij de verschillende actoren, vanuit betrokkenheid, een gezamenlijk resultaat voor ogen hebben (buitenring). Voor de verschillende organisaties, de professionele partners in het netwerk en ketenpartners kan voor dit gezamenlijke resultaat, een STAR-model ingevuld worden vanuit de volgende vijf domeinen: 1. Visie: pedagogisch kader, (toekomst)ontwikkelingen, ambities en kernkwaliteiten; 2. Strategie: inzichten / doelstellingen / stappenplan (strategisch en operationeel); 3. Professionele structuur: organogram, regels / cao, financiën, beleid, functies/taken/vieringen, bevoegdheden, (ontwikkel)methoden, systemen, huisvesting; 4. Communicatie: schriftelijk/mondeling, formeel/informeel, interne en externe communicatie (public relations en meer); 5. Professionele cultuur: leiderschapsstijl, ongeschreven regels, reflectie, normen, waarden, betrokkenheid en solidariteit. 6 Angèle van der Star, november 2016
Het beoogde doel voor de verschillende organisaties is gebaseerd op de eigen uitgangspunten. De vijf domeinen (punten) van de ster kunnen voor iedere organisatie anders zijn. Wanneer het STAR-model ingezet wordt vanuit het gedachtegoed dat men een gezamenlijk gedeeld resultaat voor ogen heeft (buitencirkel), kan dit model inzichtelijk maken waar, op basis van het zelfde gedachtegoed, de organisatieverschillen zitten. Het kan daarmee de sterke kanten en de ontwikkelpunten voor organisaties in beeld brengen. Op deze domeinen kunnen fricties ontstaan wanneer men een gezamenlijk doel wil bereiken. Het model maakt op deze wijze inzichtelijk aan welke ster-punten / domeinen de organisaties gezamenlijk, of individueel, kunnen werken om een beoogd, gezamenlijk resultaat neer te zetten (buitenring). Binnen de buitenring kunnen zich meerdere organisaties bevinden met één gezamenlijk resultaat voor ogen (fig. 2). Fig. 2. STAR-model voor drie samenwerkende organisaties. Het model heeft tevens een variant STAR2.0 met een meetoptie (Xcel-sheet). De vijf beschreven domeinen zijn hierbij verdeeld m.b.v. vijf assen met een drie puntenschaal (1=matig aanwezig, 2=aanwezig, 3=ruim aanwezig). De ster laat zien in welke mate een domein aanwezig is. De assen kruisen elkaar in het midden van de stervorm op de 0-positie. Daarnaast is dit een passend instrument om vanuit een nulmeting, een gewenst scenario met stappenplan te schetsen (=strategie). Dit kan uitgezet worden in een (meerjaren)beleidsplan. De 2.0 variant is te vinden op de site van de auteur www.onderwijspassie.nl 7 Angèle van der Star, november 2016
GECITEERDE WERKEN 7smodel.nl. (2015, april 1). Opgehaald van 7smodel: http://www.7smodel.nl/ Doornenbal, J. (2012). Opgroeien doe je. Groningen: Hanzehogeschool Groningen, lectoraat Integraal Jeugdbeleid. Engeström, Y. (2000). Activity theory as a framework for analising and redsigning work. Ergonomics. Lieskamp, M., Vink. R., (2015). Vertrouwen, verbinden en vakmanschap in het onderwijs. Nijmegen: Pica. Studulski, F. (2012). Hoe worden wij een integraal kindcentrum? Utrecht: Sardes Kenniscentrum kindcentra. Opgehaald van www.sadres.nl. Verbiest, E. (2003). De rol van de schoolleider in een professionele leergemeenschap. Utrecht: NSA-themareeks, Leidinggeven aan het primair onderwijs, nr. 1, 64-68.In: Heijmans, J. Redder, B. De schoolleiders 'meesterlijk beschreven'. Angèle van der Star MEL MEd Het STAR-model (2015) is ontworpen door Angèle van der Star op basis van een cyclus van drie onderzoeken t.b.v. van een Master na Master Pedagogiek: Duurzame schoolontwikkeling. Zij is onder andere schoolleider van een Vensterschool in Groningen stad en lid van de Taskforce Samenwerking Onderwijs en Kinderopvang 2016-2017. Contactgegevens Angèle van der Star AngelevdStar mmavanderstar@live.nl www.onderwijspassie.nl 8 Angèle van der Star, november 2016