Auteur VO-content Laatst gewijzigd 29 July 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/63280 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet. Wikiwijs Maken is een onderdeel van Wikiwijsleermiddelenplein, hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, vergelijkt, maakt en deelt.
Inhoudsopgave Microscopisch onderzoek Intro Vooraf Eindproduct-Beoordeling Doelen-Concepten Kennisbank Werkwijze Verwerking Stap1 Stap2 Stap3 Stap4 Stap5 Stap6 Stap7 Stap8 www.lvoorl.nl Antwoorden Verwerking Over dit lesmateriaal Pagina 1
Microscopisch onderzoek Intro Dat microscopen gebruikt worden om bloed en weefsel te onderzoeken wist je natuurlijk wel. Maar wist je dat medewerkers van Rijkswaterstaat de kwaliteit van beton ook onderzoeken met een microscoop? En het aantonen van asbest? Ook bij de controle op ongewenste bestanddelen in voedsel. Kijk maar eens: Zit er gemalen botjes in Chicken McNuggets? In de onderbouw heb je waarschijnlijk geleerd te werken met een microscoop. In deze eerste module herhalen we die vaardigheid. Bovendien leer je zelfstandig een microscopisch onderzoek te doen. Aan het eind van de module krijg je een onderzoeksvraag die je met behulp van de microscoop gaat beantwoorden. Pagina 2
Vooraf Eindproduct-Beoordeling In module 1 maak je een verslag van het voedingsmiddelenonderzoek en voer je een microscopie toets uit. Beoordeling Het resultaat van de stappen 3B, 4, 5 en 6 wordt afgetekend door docent of TOA. Overleg met de docent op welke wijze hij/zij stap 7 en 8 beoordeelt. Doelen-Concepten Leerdoelen Aan het eind van deze module Kun je: werken met de maten micrometer en nanometer. microscopische preparaten maken. de verschillen tussen plantaardige cellen en dierlijke cellen noemen. de opbouw van een plantaardige celwand beschrijven. zelfstandig een microscopische onderzoek uitvoeren. Pagina 3
uitleggen waarvoor je een loep of een microscoop gebruikt. Deelconcepten Celkern, kernlichaampje, kernporie, chromosoom, vacuole, cytoplasma, grondplasma, cytoskelet, centriolen, mitochondrie, (ruw) endoplasmatisch reticulum, golgi-systeem, ribosoom, lysosoom, chloroplast, chlorofyl. Kennisbank KB: Algemene bouw KB: Celorganellen en kern Werkwijze De module 'Microscopisch onderzoek' bestaat uit een groot aantal opdrachten. Op bijgaand werkplan kun je invullen welke opdrachten je gedaan hebt. Zo houd je goed overzicht. Download hier het Werkplan 'Microscopisch onderzoek'. Werkvorm Je werkt bij stap 1 in tweetallen. Overleg met je docent of je met de microscoop alleen of in tweetallen werkt. De laatste stap doe je alleen. Benodigdheden: Microscoop en bijbehorende materialen Tekenmateriaal Werkblad Microscoop Werkblad Onderzoek van Pelargonium Werkblad Een blaadje waterpest Werkblad Voedsel onder de microscoop Tijd: Voor deze module heb je 10 uur nodig (lestijd plus huiswerktijd). Pagina 4
Verwerking Stap1 Afmetingen Maak tweetallen. Bekijk het filmpje: Opdracht 1 Wie was de beste waarnemer? Bespreek de volgende opdrachten en vragen met elkaar. Kijk eventueel het filmpje nog een keer om de winnaar aan te wijzen. 1. Maak een schatting van de grootte van de organismen die je zag. (De punt doorsnede van de punt van de naald is ongeveer 1 micrometer). 2. Heb je plantaardige en/of dierlijke organismen gezien? Waaraan zag je dat? 3. Waaruit bestaat het voedsel van de watervlo? Klein, kleiner, kleinst Bestudeer Kennisbank: KB: Steeds kleiner Maak de volgende oefening. Klein, kleiner, kleinst kn.nu/xsp8t 1 Sleep de woorden op de juiste plaats in de tabel. Eenheid Pagina 5 Afmeting Afkorting Voorbeeld Te zien met
Nanometer elektronenmicrosc Micrometer elektronenmicrosc Millimeter microscoop Centimeter loep Decimeter blote oog Meter blote oog Beschikbare keuzes: µm, m, 1 meter, slang, cm, 0,001 meter, kikker, nm, bacterie, 0,000000001 meter, dm, eicel, antenne van een vlinder, 0,000001 meter, 0,1 meter, mm, molecuul, 0,01 meter Stap2 Pagina 6
Van cel tot stelsel Bekijk de video: Video: Van cel tot stelsel a. Neem als voorbeeld het ademhalingsstelsel. Noteer: een orgaan dat bij dat stelsel hoort een weefseltype in dat orgaan het celtype van dat weefsel. Bespreek je antwoord met een medeleerling. b. Wat voor cellen zie je in afbeelding 1? I. zaadcellen II. eicellen III. epitheelcellen c. Wat voor cellen zie je in afbeelding 2? I. zenuwcellen II. beencellen III. epitheelcellen d. Een orgaan bestaat uit... typen weefsel. e. Een weefsel bestaat uit... typen cellen. Controleer samen met een medeleerling jullie antwoorden met behulp van deze tekst Van cel tot stelsel Pagina 7
. f. Welke organen van de plant zijn afgebeeld? g. Tot welk organisatieniveau hoort een wortelhaar? Van cel tot stelsel kn.nu/etr5p 1 Maak de goede combinaties. 1. huid 2. kiemlaag 3. spiercel 4. zenuwstelsel a. orgaan b. celtype c. weefseltype d. orgaanstelsel Stap3 Pagina 8
Werken met een microscoop Opdracht 1 Wat weet je al over de microscoop? Beantwoord de onderstaande tien vragen. Voor ieder goed antwoord krijg je twee punten. Heb je 16 punten of meer? Overleg met je docent of je opdracht 2 mag overslaan. Opdracht 2 Leren werken met een microscoop In een kort practicum herhaal je het werken met de microscoop. Je gaat aan de slag met drie oefeningen: Beeldvorming Gezichtsveld Diepte Laat het werkblad aftekenen door de docent of TOA. Meer oefeningen over de microscoop vind je hier Microscopie Quiz. Wat weet je al over de microscoop? kn.nu/dyp83 1 Door welke lens kijk je eerst, als je door een microscoop kijkt? a. oculair b. objectief c. tubus d. revolver 2 Hoe heet het draaibare deel van de microscoop waar de objectieven aan zitten? a. oculair b. objectief c. tubus d. revolver 3 Stel dat je met de microscoop de hoofdletter L zou bekijken. Hoe ziet het beeld er uit? Pagina 9
a. A b. B c. C d. D 4 Een preparaat moet dun zijn. Waarom? a. Het dekglaasje past anders niet. b. Anders zie je teveel cellen tegelijk. c. Het licht moet er doorheen kunnen vallen. d. Anders kun je de lens er niet vlak boven draaien. 5 Waarom moet je het dekglas voorzichtig op het voorwerpglas aanbrengen? a. Het dekglas gaat snel stuk. b. Het voorwerpglas gaat snel stuk. c. Alles moet voorzichtig bij microscopie. d. Er ontstaan anders luchtbellen in het preparaat. 6 Hoe zet je de microscoop klaar voordat je het preparaat op de objecttafel legt? a. Het oculair 2 cm boven de microscooptafel. b. Het objectief 2 cm boven de microscooptafel. c. Het oculair zo dicht mogelijk boven de microscooptafel. d. Het objectief zo dicht mogelijk boven de microscooptafel. 7 Wat kan er aan de hand zijn als beeld erg donker is? a. Het lampje brandt niet. b. Het oculair zit niet goed voor de tubus. c. Het diafragma is te ver dichtgedraaid. d. Zowel A,B als C. 8 Waarom mag je met de grote schroef nooit de tubus omlaag draaien (of de preparaattafel omhoog) als je in het oculair kijkt? a. Vanwege kans op schade aan het objectief. b. Vanwege kans op schade aan het preparaat. c. Omdat je dan niet precies kunt scherp stellen. d. Omdat je dan niet precies kunt zien wat je doet. 9 Je wilt een cel bekijken die rechtboven in je beeld ligt. Hoe moet je je preparaat verschuiven? Pagina 10
a. Naar linksonder. b. Naar rechtsboven. c. Naar linksboven. d. Naar rechtsonder. 10 Je hebt een preparaat met de kleinste vergroting bekeken. Wat moet je doen om verder te vergroten? a. Eerst tubus omhoog draaien en dan de revolver draaien. b. Alleen de revolver draaien. c. De revolver draaien en daarna de grote instelschroef. d. De revolver draaien en dan de fijn instelschroef. Stap4 Kleine en grote microscopen Wil je weten hoe de allereerste microscoop werkte? Bekijk het filmpje: Het lensje van de microscoop van Van Leeuwenhoek zou je zelf kunnen maken. Maar je kunt ook zelf met een elektronenmicroscoop werken. Ga naar www.vcbio.science.ru.nl en ga naar de FESEM simulator. Bekijk het preparaat van een haar en nog een preparaat naar keuze. Probeer de verschillende knoppen uit! Maak schermafdrukken van de beelden die je hebt gemaakt. Lees ook de bijbehorende informatie en maak een klein verslag van de opdracht waarin je beschrijft wat je moet instellen om een goed beeld te krijgen. Laat je verslag aftekenen door de docent of TOA. Stap5 Pagina 11
Practicum Onderzoek van Pelargonium (geranium) Benodigdheden: Werkblad Onderzoek van Pelargonium microscoop prepareermateriaal tekenmateriaal geraniumplant Werkwijze: Maak een preparaat van: de opperhuid van een blad van een geranium een bloemblaadje van de geranium Vergelijk de verschillende cellen. Leg uit: waardoor de typische geur van de geranium ontstaat waardoor de kleur van de bloemen ontstaat Laat het werkblad aftekenen door de docent of TOA. Bewaar het werkblad in je portfolio. Stap6 Pagina 12
Onderzoek aan waterpest KB: Celorganellen en kern Onderzoeksvragen: 1. Welke organellen veroorzaken de groene kleur van een blaadje waterpest? 2. Hebben celorganellen een vaste plaats in de cel? 3. Uit hoeveel cellagen bestaat een blaadje waterpest? Benodigdheden: Werkblad Een blaadje waterpest Model van een plantencel (indien aanwezig op school) Microscoop Prepareermateriaal Tekenmateriaal Waterpest Werkwijze: Maak één of meerdere preparaten van waterpest en bekijk de cellen met de microscoop. Maak aantekeningen en biologische tekeningen tijden het practicum. Laat het werkblad aftekenen door de docent of TOA. Stap7 Pagina 13
Voedsel onder de microscoop In de vorige stappen heb je de basisvaardigheden microscopie geleerd of herhaald. Nu ga je een eenvoudig onderzoek doen aan een voedingsmiddel. Download hier het werkblad Voedsel onder de microscoop Probeer de onderzoeksvraag te beantwoorden door gebruik te maken van je microscoop. Maak een keuze uit de opdrachten. Maak een verslag van je onderzoekje en lever dat in. Stap8 Toets microscopie Je krijgt de Toets microscopie van je docent of TOA. Lever na afloop de resultaten in. Het eindresultaat en de manier van werken met de microscoop worden beoordeeld. Materiaal: Tekenmateriaal Microscoop Prepareerbenodigdheden www.lvoorl.nl Pagina 14
Op de website www.lvoorl.nl vind je verschillende video's die door leerlingen voor leerlingen zijn gemaakt. Hieronder twee video's die goed passen bij deze opdracht. Bekijk de video's. Video: Hoe werk je met een microscoop - 1 Video: Hoe werk je met een microscoop - 2 Video: Hoe maak je een preperaat? Pagina 15
Antwoorden Verwerking Stap 2 Van cel tot stelsel b. c. d. e. f. g. I. zaadcellen III. epitheelcellen Een orgaan bestaat uit verschillende typen weefsel. Een weefsel bestaat uit dezelfde typen cellen. Stengel, wortel, bloem en blad. cel. Pagina 16
Over dit lesmateriaal Colofon Auteur VO-content Laatst gewijzigd 29 July 2016 om 14:46 Licentie Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om: het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden. Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Aanvullende informatie over dit lesmateriaal Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar: Leerniveau VWO 4; Leerinhoud en Biologische eenheid; Biologie; Cel; Bouw en functie van cellen en doelen celonderdelen; Celdifferentiatie; Eindgebruiker leerling/student Moeilijkheidsgraad gemiddeld Studiebelasting 10 uur en 0 minuten Trefwoorden rearrangeerbare Gebruikte Wikiwijs Arrangementen content, VO. (2015). Module: Microscopisch onderzoek - h45. http://maken.wikiwijs.nl/63246/module Microscopisch_onderzoek h45 Pagina 17