training: Conflicthantering voor MZ
>Inhoud > Over deze training 3 > Omgaan met conflicten 6 > Luisteren en reageren 11 > Conflicten oplossen 16 > Theoriebron 1: Escalatieladder van Glas 23 > Theoriebron 2: Feedback en nee zeggen 25 > Theoriebron 3: Inhouds- en betrekkingsniveau 26 > Theoriebron 4: Conflicten oplossen 27 > Theoriebron 5: Vier vormen van agressie 28 > Theoriebron 6: RADAR-methode 30 > Werkmodel: Mindmap 32 > Werkmodel: Rollenspel 33 > Beoordeling 34 Colofon Uitgeverij Edu Actief b.v. Meppel Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 Fax: 0522-235222 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl Frederike Lunenberg en ROC Mondriaan Auteurs Titel Vormgeving Binnenwerk: DBD design/ruurd de Boer, omslag: Tekst in Beeld/Hubi de Gast ISBN 978 90 6053 696 8 Copyright 2011 Uitgeverij Edu Actief b.v. Eerste druk/eerste oplage Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
>Over deze training In het werkveld heb je te maken met irritaties, conflicten en agressie. Die kunnen uitmonden in grensoverschrijdend gedrag. Elk uit de hand gelopen conflict is begonnen met een irritatie. Hoe kleiner het conflict is, hoe makkelijker hiermee om te gaan is. Hoe sneller een conflict gehanteerd wordt, hoe minder conflicten hoog oplopen. In deze training krijg je inzicht in hoe je een conflict klein kunt houden. Je leert hoe je met verschillende soorten grensoverschrijdend gedrag kunt omgaan. Doelstellingen Je kunt de begrippen 'ergernis', 'irritatie', 'conflict' en 'agressie' omschrijven. Je kunt je handelen afstemmen op de bovenstaande begrippen. Je kunt oorzaken van conflicten aangeven. Je kunt verschillende soorten conflicten herkennen. Je kunt nee zeggen/weigeren met behoud van de relatie. Je kunt de stappen benoemen die nodig zijn om een conflict op te lossen. Je kunt deze stappen toepassen. Je kunt de verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag beschrijven. Je kunt maatregelen nemen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Je toekomstige collega Naam: Sylvia van Dalen Leeftijd: Werkzaam als: Medewerkers: Soort werkzaamheden: Belangrijkste tool in haar werk: Uitdaging in haar werk: Grootste moeilijkheid: Wat er moet veranderen: Grootste blunder: Waaraan je wilt werken: 23 jaar Groepsleider binnen de GGZ Bij de instelling werken tweehonderd medewerkers die (jong)volwassenen met psychotische aandoeningen onderzoeken, behandelen en begeleiden. Ook woonbegeleiding van mensen met psychiatrische problemen, al dan niet met verpleeghuiszorg, behoort tot de taken. De organisatie kent verschillende afdelingen. Behalve groepsleiders werken er bijvoorbeeld psychiatrisch verpleegkundigen, psychiaters en fysiotherapeuten. Luisteren, observeren, begeleiden en motiveren. Cliënten begeleiden in de woonomgeving waarbij er een evenwicht is tussen verzorging en stimuleren van zelfstandigheid. Begeleiden van cliënten naar zelfstandigheid en een evenwichtig bestaan. De samenwerking in het team vergroten en beter op elkaar afstemmen bij het hanteren van conflictsituaties. Dat ik een cliënt, van wie bekend is dat zij extreem angstig wordt in afgesloten ruimten, in de lift naar de vrijetijdsbesteding bracht. Mij meer bewust worden van de effecten van mijn gedrag in conflictsituaties. Uitgeverij Edu Actief b.v. 3
Beoordeling Je oefent tijdens de training veel. In welke mate je vooruit bent gegaan en hoe je meer inzicht hebt verworven in de theorie en de praktijk, wordt als volgt beoordeeld: 1. je actieve deelname tijdens de lessen 2. een persoonlijk verslag: het trainingslogboek een reflectie van de training volgens de STARR-methode 3. een demonstratie van je communicatievaardigheden. Persoonlijk verslag Het persoonlijk verslag inleveren voor: In het persoonlijk verslag houd je bij wat je gedaan en geleerd hebt. Het persoonlijk verslag bestaat uit een trainingslogboek en een reflectie volgens de STARR-methode. Het trainingslogboek bestaat uit een schrift of snelhechter waarin je notities bewaart. Voor elke opdracht of oefening noteer je de antwoorden op de vragen. Na elke oefening leg je ook de reflectie vast op papier. Het trainingslogboek werk je netjes uit. De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het einde van de training. Je kiest, met behulp van je trainingslogboek, een aantal voor jou belangrijke opdrachten en oefeningen uit. Deze verwerk je in een STARR. Hieronder staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken. Demonstratie: Ruzie voorkomen Deze demonstratie doe je op: In groepen van vier studenten spelen jullie een rollenspel waarin jullie laten zien op welke manier jullie het conflict oplossen. Theoriebron 6: RADAR-methode 1. casus Fariq is een jongeman van 24 jaar. Zijn ouders zijn van Marokkaanse afkomst en een gedeelte van zijn familie woont nog in Marokko. Hij woont zelf al zijn hele leven in Nederland. Hij heeft een opleiding MBO Handel gedaan en heeft daarna enkele jaren gewerkt. De ouders van Fariq vertrokken een jaar geleden weer naar Marokko en hij wilde hier blijven. Zelf zegt hij wel eens dat ze hem verwijten dat hij te veel verwesterd is. Tijdens zijn puberteit heeft hij behoorlijk grote ruzies gehad omdat hij niet voldeed aan de verwachtingen die zijn ouders van hem hadden. Hij liep na zo n ruzie dan weg. Hij had niet zo n behoefte aan familie en wilde alleen wonen. Hij zegt dat hij zijn in Marokko wonende ouders en zus wel mist. Nadat zijn ouders naar Marokko vertrokken, trok Fariq zich steeds verder terug. Hij sprak steeds minder met vrienden en raakte in een isolement. Ook zijn werk ging, doordat hij vaker afwezig was, steeds slechter. Uiteindelijk is hij via zijn bedrijfsmaatschappelijk werker en de bedrijfsarts met depressieve klachten bij de 4
dagbehandeling terechtgekomen. In deze periode is hij zijn baan volledig kwijtgeraakt en is hij in de WIA terechtgekomen. Er ontstond een psychiatrisch ziektebeeld (depressie). Fariq wordt opgenomen op de groep voor observatie en diagnose. Dit is een 24 uursafdeling waar observatie wordt gedaan en wordt doorgeplaatst. Het verblijf duurt maximaal een halfjaar. Fariq verblijft sinds drie maanden in een GGZ-instelling op de afdeling Diagnose en observatie. In contact met anderen is hij vaak subassertief (hij laat nogal eens over zich heen lopen of zegt niks, hoewel je ziet aan zijn houding dat hij het ergens niet mee eens is). Daarnaast is hij erg passief in het nakomen van zijn afspraken of het uitvoeren van zijn dagelijkse bezigheden. Vandaag heeft Fariq de taak de tafel te dekken. Je besluit hem aan te spreken om zijn taak te gaan doen. Fariq zit aan de tafel en heeft overduidelijk geen zin en begint tegen je te schreeuwen en maakt drukke, grote gebaren. Hij staat op en gooit zijn stoel naar achteren, waarbij hij een medebewoner raakt, en loopt dreigend op je af. 2. bijzonderheden Met een groep van vier studenten speel je de casus verder uit. De rollen: twee groepsleiders, Fariq en de medebewoner. Er is een ervaren groepsleider en er is een beginnende groepsleider. De ervaren groepsleider weet wat hij moet doen om deze situatie niet verder te laten escaleren. De beginnende groepsleider is nog niet eerder in een situatie geweest waarin sprake is van dreiging met geweld. Het doel van het rollenspel is laten zien op welke manier de groepsleiders de cliënten kalmeren en escalatie weten te voorkomen. 3. voorbereiding Verzamel informatie over het beroep groepsleider in een GGZ-instelling. Wat zijn de taken van een groepsleider? Welke competenties heb je nodig als groepsleider? Welke soorten depressie zijn er? Welke kenmerken horen daarbij? Wat merk je aan het gedrag als iemand depressief is? 4. uitvoering Tijdens het rollenspel demonstreren de studenten de geleerde theorie en praktijk in het rollenspel. Ze geven er blijk van het geleerde in de training in dit rollenspel te kunnen toepassen. 5. Beoordeling De punten waarop je wordt beoordeeld tijdens je demonstratie kun je achter in dit boek vinden in het hoofdstuk Beoordeling. Taal Taal Taal Taal Neem deze training door en onderstreep de woorden die je niet kent. Neem deze woorden over in je woordenlijst en zet de betekenis erbij. Nieuwe onbekende woorden die je tegenkomt tijdens deze training voeg je toe aan de woordenlijst. Na afloop van de training neem je dit overzicht op in je taalportfolio. Zie werkmodel: Woordenlijst op www.factor-e.nl Uitgeverij Edu Actief b.v. 5
>Omgaan met conflicten We hebben allemaal wel eens een conflict. Met vrienden, ouders, op school of op het werk. Wanneer spreek je van een conflict? In dit hoofdstuk ga je de verschillende begrippen bekijken en ga je oefeningen doen die je inzicht geven in het ontstaan van een conflict. Verder leer je in dit hoofdstuk wat meer over jezelf en hoe jij met conflicten omgaat. Doelstellingen Je kunt de begrippen 'ergernis', 'irritatie', 'conflict' en 'agressie' beschrijven. Je kunt de verschillen aangeven tussen de verschillende begrippen. Je kunt vertellen en laten zien op welke manier jij reageert. Je kunt feedback geven volgens de regels. Je kunt een conflict beschrijven dat je zelf hebt meegemaakt. Je kunt aangeven waarom bij samenwerking conflicten kunnen ontstaan. 1. Opdracht: Wat is een conflict? Maak in groepjes van vier met elkaar een mindmap over het begrip 'conflict'. Werkmodel: Mindmap 2. Opdracht: Woordzoeker individueel Maak de woordzoeker. Zoek de begrippen op en schrijf op wat alle begrippen betekenen. Aanpassen Agressie Assertiviteit Bekvechten Betrokkenheid Botsing Concurrentie Conflict Dader Ergernis Feedback Harmonie Interferentie Irritatie Luisteren Machtspositie Meningsverschil Oorlog Oplossen Pesten Pestkop Praten Regulatie Rivaliteit Ruzie Schreeuwen Slaan Slachtoffer Strijd Tact Vechten Vermijden Vernederen Vervelend Vrede Wedstrijd Weerbaarheid Weglopen Zinloos geweld 6
K E I T N E R R U C N O C B Y S N E T S E P Q J A I G N V W C V E Y M R V E C H T E N S D A S N C O X P E O Y O E F I H A R M O N I E U G D Z G O R Q V W T H G N R F F T C V N E R E D E N R E V L V I E E A B R F M O D D N L N O K Q A G O L R O O M T Q D R D Z L I T Z A Q E W U K M L I O D N X R I N B S P W I I J H W D J I R T S L U I S T E R E N E C T S P N C D C W H D E R E X V F L U Y Y T L U W H R R Z L T E A A E P I X G F R B S N D I U H U U O I A R O V N L P I W E E Z N R R M K V P W U H E P J Q E O E Z S A Z E W E H L Y E F I J E E A X E M D V D S R A F G U I O E N N N V T Z N S E Q W R S B R A G V F Z C R O K M G I E R Y N G T R X Z H L E E D E E Z A J P G G E N L E K K B I K B O C C E K I L W L M O E X I E G K S O W K Z K O A F H S I V S B E E M P X Z W S A S B L P I O J P A O D G T E S D L N N L Q Y V M A N T O A E P R K R C N Y A C E E D D S O T E V I E A V B T A N Q T H B V P T H R R J D S S R B T S C L Y I N S N G A E Z R X I T G E I T I S O P S T H C A M I M I Q R I B E S R E A H J A C E S A T O E T T S L O V N N D D D S R N J X H H T N P E S I N R E G R E W K G Z Z E P I G Y L I Z Q N K O T I E T I L A V I R V Q A Z S T P Q L C S A K S W N D O B F N F E E D B A C K P V B P X I A M C E I T A L U G E R I K M V B W F P 3. Oefening: Nu kom je wel heel dichtbij! We wonen met heel veel mensen dicht op elkaar. We komen elkaar tegen, botsen tegen elkaar op en toch hebben we allemaal een 'comfortzone'. Dit is een ruimte om jezelf heen. Als mensen in die ruimte komen, kan dat heel vervelend zijn, maar ook fijn. Je vriend of vriendin bijvoorbeeld mag heel dicht bij je komen, maar wat als de verkoper in de winkel zo dicht bij je komt staan? In deze oefening kun je ervaren hoe groot jouw comfortzone is. Voorbereiding Ga in twee rijen tegenover elkaar staan, de afstand tussen de rijen is ongeveer vier meter. Er zijn een paar afspraken: Je mag elkaar niet aanraken. Als je vindt dat iemand te dicht bij je komt, zeg je stop. Als iemand stop zegt, kom je niet dichterbij. Uitgeverij Edu Actief b.v. 7
Een van de rijen schuift elke keer een plaats op zodat alle leerlingen een keer tegenover elkaar hebben gestaan. Uitvoering Loop langzaam dichter naar elkaar toe. Wanneer je vindt dat iemand niet dichter bij je mag komen, zeg je stop. Op dat moment is de comfortzone bereikt met die persoon. Controle Hebben jullie elkaar tijdens de oefening niet aangeraakt? Bleef iedereen staan wanneer stop werd gezegd? Reflectie Praat met elkaar na over de oefening. Wat gebeurde er met je tijdens de oefening? Welk gevoel gaf dat? Hoe was het om zo dicht bij iemand te komen? Beschrijf in je logboek wat deze oefening bij jou teweeg bracht. 4. Oefening: Rollenspel Een conflict ontstaat niet zomaar. Er is een heleboel aan voorafgegaan. Vaak begint een conflict met een kleine ergernis. Als de situatie vaker voorkomt, kan het zijn dat je je aan die persoon gaat ergeren. Wanneer er dan niets aan gedaan wordt, kun je een conflict krijgen. Voorbereiding Bedenk in groepjes van vier een situatie waarin je ruzie had met iemand. Bespreek de volgende vragen met elkaar: Wie hebben ruzie met elkaar? Wat is het onderwerp van de ruzie? Hoe is de ruzie begonnen en waarom is het een ruzie geworden (denk daarbij aan de woorden 'ergernis', 'irritatie' en 'conflict')? Plaats de ruzie op een trede van de escalatieladder. Bedenk samen een manier om de ruzie te verminderen en een trede op de ladder te verschuiven. Maak samen een verhaal dat je kunt uitspelen als rollenspel. Werkmodel: Rollenspel Theoriebron 1: Escalatieladder van Glas Uitvoering Elk groepje speelt het rollenspel. In het rollenspel moet duidelijk worden wat het onderwerp van de ruzie is, hoe deze begonnen is, waarom die uit de hand is gelopen en op welke manier de ruzie verminderd kan worden. Controle Is het gelukt om een verhaal te bedenken over een conflict? Hebben jullie het rollenspel gespeeld volgens het verhaal? Heb je een reactie kunnen bedenken waardoor het conflict is verminderd? Reflectie Bespreek de oefening na: Hoe was het om de ruzie na te spelen? Wat gebeurde er waardoor de ruzie erger werd? Wat heb je gedaan om de ruzie te verminderen? Hoe had je de ruzie kunnen voorkomen? 8
5. Opdracht: Agressie tegen hulpverleners Surf naar www.blikopnieuws.nl en zoek naar het volgende nieuwsbericht: 'Campagne op Pinkpop tegen agressie tegen hulpverleners'. Lees het nieuwsbericht 'Campagne op Pinkpop tegen agressie tegen hulpverleners' en bekijk ook de informatie op de site www.boeitmedat.nl. In een groepje van vier studenten kiezen jullie op de site een bericht uit. Lees dat bericht goed door. Zie voor meer informatie www.factor-e.nl Beantwoord de volgende vragen: Over wie gaat de site www.boeitmedat.nl? Wie is de initiatiefnemer/zijn de initiatiefnemers? Wat vinden jullie van dit initiatief? Geef aan waarom je het initiatief wel of niet goed vindt. Jullie hebben een bericht uitgekozen: Wat gebeurt er in het bericht? Wie zijn erbij betrokken? Wat vinden jullie van het onderwerp van het bericht? Zijn er verschillen in jullie groep? Zo ja, beschrijf de verschillen. Schrijf de antwoorden op in je trainingslogboek. Per groepje volgt een terugkoppeling naar de klas. Daarbij is in elk geval aandacht voor de volgende vragen: Wat vinden jullie van het initiatief? Kun je je voorstellen dat kinderen van hulpverleners zo n site starten? Beschrijf het proces en jouw ervaringen in je trainingslogboek. 6. Oefening: Feedback geven Bij een conflict is het belangrijk om op een goede manier te reageren. Voor het reageren op situaties kun je gebruikmaken van de feedbackregels. Voorbereiding Bedenk allebei een situatie waarin je je gestoord of geërgerd hebt aan iemand. Dat kan een collega zijn, een vriend of iemand in een winkel. Benoem de situatie en vertel waarvan je last had. Uitvoering Speel in tweetallen de situaties na en geef feedback volgens de feedbackregels. Controle Heb je volgens de regels feedback gegeven? Reflectie Hoe vond je het om volgens de feedbackregels feedback te geven? Beschrijf jouw ervaringen in jouw logboek. Uitgeverij Edu Actief b.v. 9
7. Opdracht: De temperamententest Al bij je geboorte heb je een blauwdruk van je karakter/temperament. Dit kun je in de loop van je leven een stukje bijstellen. Je geaardheid blijft echter je geaardheid. Jouw temperament zal in veel situaties nuttig zijn bij het omgaan met irritaties en conflicten. In andere gevallen werkt jouw temperament tegen om het conflict op te lossen. Surf naar www.brainblot.com en zoek naar de temperamententest. Maak de test. Beantwoord de volgende vragen: Wat herken je in je temperament uit de test? Waarvan heb jij last tijdens conflicten? Van welke eigenschappen? Bedenk wat je zou kunnen doen om minder last van de genoemde eigenschappen te hebben. 10 Zie voor meer informatie www.factor-e.nl
>Theoriebron 1: Escalatieladder van Glas De escalatieladder geeft inzicht in hoe mensen zich gedragen als ze in een discussie verzeild raken. Deze ladder kent drie fasen: fase 1: het conflict als probleem fase 2: het conflict als strijd fase 3: het conflict als oorlog. Per fase kent de ladder drie treden: Fase 1: Het conflict als probleem Trede 1: Discussie Wat er gebeurt: de irritaties lopen hoger op en de standpunten verharden zich. Wat je nodig hebt: probeer de partijen te ontspannen. Wat je kunt doen: een goede sfeer creëren, de bereidheid vragen om het op te lossen en zorgen dat de partijen naar elkaar luisteren. Trede 2: Verharding Wat er gebeurt: de standpunten worden meer zwart-wit, de discussie wordt feller. Wat je nodig hebt: probeer een sfeer/situatie van overleg te creëren. Wat je kunt doen: even een pauze creëren zodat de partijen erover kunnen nadenken (even tot 10 tellen!). Er zijn vast overeenkomsten, benoem die. Trede 3: Geen woorden maar daden Wat er gebeurt: de partijen staan echt tegenover elkaar, vaak letterlijk. Wat je nodig hebt: een bliksemafleider. Wat je kunt doen: de aandacht van het conflict afleiden, zeggen wat je ziet gebeuren los van het onderwerp, partijen uit elkaar halen. Fase 2: Het conflict als strijd Trede 4: Ego s Wat er gebeurt: het onderwerp van het conflict is nu bijzaak, vanaf dit moment gaat het om ego s. Dat betekent dat er veel emotie bij komt kijken. Wat je nodig hebt: versterking, een heel goede babbel. Wat je kunt doen: de partijen uit elkaar halen. het is op dit moment niet meer met praten op te lossen. Vanaf dit moment moet je vooral goed voor jezelf zorgen. De twee partijen zijn bereid de strijd aan te gaan; zorg dat je er niet tussen komt te staan. Trede 5: Gezichtsverlies Wat er gebeurt: openlijke persoonlijke aanvallen, iedereen wordt erbij gehaald en het schelden wordt grof en beledigend (bijvoorbeeld verwijzing naar een familielid). In deze fase wordt geduwd en getrokken. Een verkeerd woord en de ruzie verplaatst zich naar jou! Wat je nodig hebt: ruimte en versterking. In dit geval van het bevoegd gezag en niet meer van vrienden. Wat je kunt doen: letterlijk ruimte creëren. Probeer groepsvorming tegen te gaan, maar wees je vooral bewust van je eigen veiligheid. De ruziemakers denken niet meer helder na. Uitgeverij Edu Actief b.v. 23
Trede 6: Bedreigingen Wat er gebeurt: over en weer worden bedreigingen geuit: Als jij, dan ik In deze fase van het conflict kunnen wapens getrokken worden. Het ziet de ruziemakers letterlijk zwart voor de ogen. Wat je nodig hebt: versterking. In dit geval van het bevoegd gezag. Wat je kunt doen: zorgen voor je eigen veiligheid. Fase 3: Het conflict als oorlog De laatste fase is meer dan een strijd. Hierbij gaat het om grotere belangen. Deze fase is in conflicten tussen twee personen niet aan de orde. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan bendes, bevolkingsgroepen en landen. 24
>Werkmodel: Mindmap Inleiding Af en toe heb je creatieve en nieuwe ideeën nodig. Dit kan voor een opdracht van school zijn of bijvoorbeeld voor het organiseren van activiteiten voor een (verjaardags)feest. Om aan creatieve ideeën te komen, heb je verschillende hulpmiddelen die je hiervoor kunt gebruiken. Een van deze hulpmiddelen is de mindmap. Informatie die al in je hoofd zit, kun je met behulp van een mindmap overzichtelijk op papier zetten. Deze techniek geeft je de mogelijkheid om verder te denken dan je normaal zou doen. Je ziet nieuwe verbanden en kunt creatieve oplossingen bedenken. Het is niet erg moeilijk om een mindmap te maken. Een mindmap maken doe je aan de hand van de onderstaande stappen. Stappenplan voor de mindmap 1. Starten met een centraal onderwerp Schrijf in het midden van een groot papier het onderwerp op dat centraal staat. Van dit onderwerp maak je ook een kleine tekening. Zorg dat je gebruikmaakt van kleuren als je bezig bent met de mindmap. 2. Takken verbinden aan het onderwerp Teken met een gekleurde stift een tak van de middelste afbeelding naar buiten. Bij deze tak schrijf je een woord dat te maken heeft met het centrale onderwerp. 3. Gebruik één woord per tak Zorg dat je bij elke tak die je tekent maar één woord plaatst. Doordat je één woord per tak gebruikt, houd je je mindmap overzichtelijk. Verder zorg je dat alle takken het middelste beeld raken (het centrale onderwerp). 4. Subtakken verbinden Nu verbind je subtakken aan de grote takken. Met deze subtakken borduur je verder op het door jou gekozen onderwerp. 5. Blijf plaatjes tekenen Probeer zo veel mogelijk afbeeldingen en plaatjes te tekenen bij de subtakken. Door te werken met plaatjes en tekeningen blijft de informatie beter in je geheugen hangen. Afbeeldingen helpen namelijk je fantasie te prikkelen. Probeer eens alle woorden te vervangen door afbeeldingen. 6. Mindmap regelmatig aanvullen Nadat je de eerste opzet voor je mindmap hebt afgerond, zul je waarschijnlijk merken dat dagen later nog steeds ideeën in je blijven opkomen. Zorg dat je de mindmap blijft aanvullen met deze nieuwe ideeën. 7. Mindmap gebruiken! Een mindmap kan je helpen om jouw gedachten op orde te krijgen. Verder zorgt een mindmap dat je over alle aspecten van het onderwerp nadenkt. De meest eenvoudige manier om een mindmap te maken is op papier. Dat kan iedereen en overal. Alleen beperkt dit wel de mogelijkheden voor rangschikken en herordenen. Er zijn ook computerprogramma s om mindmaps mee te maken. Een voorbeeld van zo n programma is Mindmap. Do's Maak gebruik van kleuren, bijvoorbeeld door kleurpotloden of viltstiften te gebruiken. Vaak kun je kleuren beter onthouden waardoor de mindmap nog beter blijft hangen. Zorg dat je de mindmap altijd bij de hand hebt. Zo kun je de mindmap op elk gewenst moment aanpassen. Neem de tijd voor je mindmap. Zorg dat je deze niet snel afraffelt. 32
>Beoordeling Naam deelnemer: Namen groepsgenoten: Groep: Docent: Blok/periode: Onderwerp: Onderdeel Criteria Voldoende Onvoldoende Actieve deelname Persoonlijk verslag De student was voldoende aanwezig. De student leverde een positieve bijdrage in zijn groepje. De student leverde een actieve bijdrage in de les. Persoonlijk verslag Het persoonlijk verslag bevat alle gevraagde onderdelen. Trainingslogboek Het trainingslogboek is goed bijgehouden. Het trainingslogboek is netjes en verzorgd. STARR Er is van meer opdrachten een reflectie volgens de STARR-methode gemaakt. De reflectie volgens de STARR-methode bevat de onderdelen situatie, taak, actie, resultaat en reflectie. De reflectie volgens de STARR-methode geeft aanleiding tot verbeterpunten. Demonstratie De student is in staat in een rollenspel het geleerde toe te passen. De student geeft blijk van voldoende theoretische achtergrond. 34
Onderdeel Criteria Voldoende Onvoldoende Mondeling en schriftelijk taalgebruik Mondeling taalgebruik Schriftelijk taalgebruik De schriftelijke producten zijn in correct Nederlands geschreven. Overig Eindbeoordeling Onvoldoende Voldoende Goed > Datum:... Paraaf docent: Paraaf deelnemer: Uitgeverij Edu Actief b.v. 35