Jaarprogramma groep 3 Aanvankelijk lezen Kinderen zijn van nature leergierig en komen al vroeg tot het inzicht dat je via geschreven taal kunt communiceren. Voor geschreven communicatie zijn schrijven en lezen van belang. Maar wat is dat lezen? Lezen is het kunnen omzetten van tekens (code) in betekenis. Voorwaarden om te kunnen leren lezen zijn: Zingeving (een boek is om te lezen) Taalbeheersing (gesproken woorden begrijpen) Objectivatie (achteraan bij muis is een s-) Visuele discriminatie (verschillen tussen de letters zien, o/a) Auditieve discriminatie (verschillen tussen de letters horen, ssss /mm) Visuele synthese (van letters een woord maken) Auditieve synthese (horen welk woord uit verschillende letters gemaakt kan worden) Wij werken vanaf dit schooljaar met de methode lijn 3. Door de aantrekkelijke materialen, de vele filmpjes en leuke teksten is leren lezen in groep 3 een feest. Maar ook onder de motorkap van de bus biedt deze taal-leesmethode alles om kinderen maximaal te motiveren. Écht samen leren lezen bijvoorbeeld, acht leerdomeinen per thema, instructie op niveau en nog veel meer. Lijn 3 stimuleert, is efficiënt en doelgericht. Zo haalt u het beste uit ieder kind! Samen leren lezen Met Lijn 3 leren alle kinderen lezen uit hetzelfde leesboek met een unieke dubbele leeslijn. Op elke bladzijde in het leesboek staan teksten voor de hele groep, met daarbij hetzelfde verhaal op een hoger leesniveau in een gekleurde achtergrond voor de goede lezers. Ook zijn er in elk leesboek zogenaamde samenleesverhalen, met verschillende rollen die gespeeld kunnen worden. Bovendien heeft elke leesles een gezamenlijke start en afsluiting. De kinderen leren dus écht samen lezen. Instructie op 3 niveaus Lijn 3 heeft een overzichtelijke differentiatie met instructie op drie niveaus. Ook de goede lezers krijgen instructie op hun eigen niveau. Hiermee haalt u het beste uit ieder kind. De letter centraal In Lijn 3 staat niet een kapstokwoord, maar de letter centraal. Hierdoor leren de kinderen op een bewezen effectieve manier lezen. Het zorgt ervoor dat kinderen vanuit de geleerde letters snel nieuwe woorden gaan lezen, en voorkomt dat kinderen een woordbeeld inprenten. Expliciete aandacht voor spelling en woordenschat Lijn 3 heeft aparte lessen voor spelling en woordenschat. In de spellinglessen worden de kinderen goed voorbereid op het spellingonderwijs vanaf groep 4. In de woordenschatlessen leren de kinderen nieuwe woorden in een betekenisvolle context. Wereldoriënterend Met Lijn 3 maken de kinderen een reis langs 12 bushaltes. Dit zijn 12 wereldoriënterende thema s waar ze van alles ontdekken over de wereld om hen heen. Met Lijn 3 leren de kinderen veel meer dan lezen alleen. 1
Rekenen De kinderen leren rekenen met de methode Wereld in Getallen (WIG). WIG is een realistische rekenwiskunde-methode met een doorgaande lijn voor de hele basisschool. In groep 3 zijn er 8 rekenblokken van vier of vijf weken. Elk rekenblok wordt afgerond met een toets. Elke week heeft dezelfde indeling We werken met de rekenmethode, Wereld in Getallen. Wereld in Getallen is opgebouwd via de beproefde dakpanconstructie : oriëntatie, begripsvorming, oefenen en automatiseren. Elk onderwerp wordt, steeds zo vaak, tijdens de instructie behandeld, als voor oriëntatie en begripsvorming nodig is. Daarna komt het onderwerp terug bij het zelfstandig oefenen en wordt het uiteindelijk door de kinderen ingeoefend en toegepast op hun eigen niveau. Wereld in Getallen werkt op 3 niveaus : * = minimumniveau, ** = basisniveau en *** = plusniveau en wordt na een periode van 4 of 5 weken getoetst op * minimum en ** basisniveau. Wereld in Getallen gaat uit van het werken met een weektaak op het eigen niveau van de kinderen, waardoor deze methode mooi aansluit bij onze manier van werken. Maandag; getallen Dinsdag; bewerkingen Woensdag; projectles (meten, geld, tijd) Donderdag; bewerkingen Vrijdag; afronding en herhaling. Vanaf januari gaan de kinderen uit groep 3 werken met een weektaak. Deze kent 3 niveaus. 1 ster is minimumniveau, 2 sterren is basisniveau en 3 sterren is plusniveau. Dit kan per blok wisselen. Voor kinderen die veel meer aankunnen zijn er de pluswerkboeken en voor kinderen die extra instructie en oefening nodig hebben is er het bijwerkboek. De leerstof in groep 3 bevat; Tellen tot 20, getalbeeld tot 20, splitsen en op en aftellen tot 20, geautomatiseerd. Meten; de begrippen, oppervlakte, omtrek, inhoud en gewicht worden verkend. Klok; hele uren Geld; munten van 1, 2, 5, en 10 cent en papiergeld van 10 en 5 worden geïntroduceerd. Getalgebruik: herkennen 1 t/m 20, telrij oefenen tot 20 en weer terug, ordenen van hoeveelheden, groepen maken en aanvullen Basisvaardigheden: optellen en aftrekken t/m 20, automatiseren, splitsen en samenvoegen, handig rekenen, meer en minder Meten: activiteiten met lengte, geld, inhoud, gewicht en tijden hebben een oriënterend karakter. Ruimtelijke ordening: het bekijken van een foto, bovenaf, zijkant, plattegronden. Schrijven Het eerste half jaar werkt groep 3 met de methode Pennenstreken. Bij deze methode wordt het blokschrift aangeleerd. Wij kiezen er als school voor om eerst het blokschrift aan te bieden en pas het tweede half jaar methodeschrift. Kinderen leren immers eerst de letters lezen in blokschrift. Het tweede half jaar werken wij met de methode klinkers deze heeft een perfecte aansluiting bij Lijn 3 Als de kinderen met Lijn 3 nieuwe letters leren lezen, leren ze deze met Klinkers ook schrijven. Hierdoor worden beide vaardigheden versterkt. Ook hanteert Klinkers in de schrijfschriften van groep 3 dezelfde thema s als Lijn 3. Beide methodes sluiten hierdoor perfect op elkaar aan. De vormgeving van de lesmaterialen en de gevarieerde oefeningen van Klinkers zijn helemaal afgestemd op de belevingswereld van kinderen. Hierdoor blijven ze maximaal gemotiveerd. Ook in de hogere groepen. Een goede schrijfhouding, -beweging en pengreep zijn belangrijke voorwaarden voor een goed handschrift dat op een ontspannen manier kan worden geschreven. Daarom besteedt Klinkers hier in alle groepen veel aandacht aan. Het licht hellend en verbonden schrift van Klinkers is motorisch eenvoudig aan te leren. Het handschrift heeft zich inmiddels ruimschoots bewezen in het onderwijs. 2
Wereldoriëntatie We maken gebruik van leskisten van NME ( Natuur en Milieu Educatie gem Woerden) en nemen we deel aan excursies, ook van NME. Ook kijken we naar het schooltv-programma: Huisje, boompje, beestje als het programma aansluit bij het thema. Voor verkeersonderwijs is de methode Een rondje verkeer gekozen. De kinderen leren spelenderwijs omgaan met verkeersregels en borden. Deze kennis kunnen zij toepassen als zij deelnemen aan het verkeer. Leren lezen in groep 3 is ook de wereld om je heen leren begrijpen. Kinderen in groep 3 willen weten hoe dingen werken. Die wereld oriënterende kennis is belangrijk voor het latere begrijpend lezen. Lijn 3 speelt hierop in. In de thema s komen typische kindervragen aan bod, zoals: Hoe komt prik in limonade? Waarom vallen de bladeren van de bomen? Techniektorens Elke groep werkt met de techniektorens. Iedere klas geeft het op zijn eigen manier vorm. Minimaal 10 lessen worden er gegeven en soms ook geïntegreerd in andere vakken. Beeldende vorming In groep 3 wordt er veel aandacht besteed aan beeldende vorming. Dit hebben we verdeeld in handvaardigheid en tekenen. Verscheidene technieken komen aan de orde. Scheuren, knippen, plakken etc. We proberen daarbij ook diverse materialen te gebruiken: kosteloos materiaal, papier, klei, stof, waskrijt, verf, etc. We maken gebruik van de methode: Beeldend onderwijs.tekenen en handvaardigheid staan elke week centraal in de eigen groep. We volgend de leerlijnen van de methode Stichting beeldend onderwijs. Er worden verschillende technieken aangeboden en er wordt gewerkt met verschillende soorten materialen. Per leerjaar is er geen minimale of maximale tijdsbesteding per vakgebied vastgelegd. Ons streven is dat alle leerlijnen aan bod komen, die zijn leidend. We streven we naar een goede afwisseling en evenwicht tussen de zaakvakken en de culturele vakken. Daarom proberen we de creatieve lessen zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de thema s en projecten die in de groepen actueel zijn. Een combinatie of integratie van verschillende vakgebieden is hierbij zeker mogelijk. Het onderwijs in de kunstvakkennis is niet per definitie in aparte onderdelen georganiseerd. Dit wil zeggen dat er niet voor ieder vak apart tijd gereserveerd hoeft te worden. Nogmaals; het behalen van de leerdoelen is het uitgangspunt. Muziek We werken met de methode muziek moet je doen Moet je doen benadrukt het doen met groepsopdrachten, door materiaal te laten onderzoeken. Allemaal nieuw in het basisonderwijs! Elke les heeft dezelfde gestructureerde opzet: inleiding, kern, afsluiting. Kinderen kunnen met Moet je doen actief of passief deelnemen: als zanger, speler, luisteraar. Activiteiten: per les Per les komen drie activiteiten aan bod, die te maken hebben met zingen, luisteren, vastleggen, spelen of bewegen: * zingen een gevarieerd repertoire zingen, met aandacht voor goed stemgebruik, toonhoogte en betekenis van het lied * luisteren door luisterspelletjes kennismaken met muzikaal erfgoed en muziek uit andere culturen * vastleggen op eenvoudige wijze noteren van klank, vorm en betekenis * spelen zelf doen staat centraal Bewegen, bewegen en reageren op muziek Lichamelijke opvoeding De kinderen hebben twee keer in de week bewegingsonderwijs. Beide keren krijgen ze les van Marion Küh, vakleerkracht gym. Het is verplicht om uw kind gymkleding mee te geven. Gymschoenen (geen zwarte zool), T-shirt en broekje of een gympakje. We verzoeken u de gymtas na vrijdag mee naar huis te laten nemen zodat deze niet op school blijft en gewassen kan worden. Sociaal-emotionele ontwikkeling We werken met de Kanjertraining. Hoe is de kanjertraining ontstaan? De directe aanleiding tot het ontwikkelen van de Kanjertraining is een verzoek geweest van meerdere Almeerse ouders in 1996. 3
Deze ouders zaten met de volgende vraag: "We kunnen heel goed praten met de onderwijsgevenden over ons kind zolang het gaat over cognitief functioneren. Maar het gaat mis als wij naar school komen met vragen over het sociaal functioneren van ons kind. Vooral als ons kind zich niet fijn voelt op school." Samen met deze ouders, is nagegaan waar hun kinderen behoefte aan hebben in het sociaal functioneren. Van een honderdtal aandachtspunten, waardeerden de ouders onderstaande onderwerpen als zeer belangrijk. Deze thema s zijn verwerkt in de kanjertraining. - Jezelf voorstellen/jezelf presenteren. - Iets aardigs zeggen, met een compliment weten om te gaan. - Met gevoelens van jezelf en met de gevoelens van de ander weten om te gaan. - Ja en nee kunnen zeggen. JA als je iets prettig vindt, en NEE als je iets vervelend vindt. - Je mening vertellen (maar) niet altijd. - Een ander durven vertrouwen en te vertrouwen zijn. - Samenwerken. - Vriendschappen. Wat zijn goede vrienden, hoe onderhoud je een vriendschap, hoe raak je vrienden kwijt. - De kunst van vragen stellen/belangstelling tonen. Probeer een ander te begrijpen. - Kritiek durven en kunnen geven. - Kritiek weten te ontvangen en je voordeel ermee doen. - De kunst van antwoord geven/vertellen. Laat je begrijpen door een ander. - Zelfvertrouwen, zelfrespect, trots zijn. - Leren stoppen met treiteren. - Uit slachtofferrollen stappen en het heft in eigen handen nemen. De vier typetjes in de kanjertraining. In de kanjertraining wordt gebruik gemaakt van vier gedragstypen. De kanjer, Tijger (witte pet), de Vlerk (zwarte pet), de Aap (rode pet) en het Konijn (gele pet). Kinderen gedragen zich, net als volwassenen, verschillend in verschillende situaties. Je bent dus geen gedragstypetje, maar je gedraagt je als de Kanjer, Konijn, Aap of Vlerk. De Tijger heeft een positief zelfbeeld en een positieve kijk op de ander / het andere. De Vlerk heeft een positief zelfbeeld en een negatieve kijk op de ander / het andere. Het Konijn is bang en heeft een negatief zelfbeeld en positieve kijk op de ander / het andere. De Aap heeft een negatief zelfbeeld en een negatieve kijk op de ander/ het andere. In de klas werken we met de volgende bijhorende afspraken die op een poster in de klas hangen. We vertrouwen elkaar We helpen elkaar Niemand speelt de baas Niemand lacht uit Niemand doet zielig Door middel van verhalen, toneelstukjes en oefeningen leren de kinderen over de verschillende typetjes. De kinderen krijgen allemaal een bijhorend werkboek. Zo kunt u op de inloopmiddagen eens zien wat we in de klas van uw zoon of dochter doen met de kanjertraining. Catechese We werken al enige jaren met de methode Hemel en aarde. Vijfmaal per jaar wordt er een nieuw project aangeboden dat wordt afgesloten met een viering. Met Kerstmis en Pasen zijn er naast de gezinsvieringen in de kerk ook vieringen op school. Met deze lessen willen we de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen stimuleren en begeleiden. We geven lessen over steeds verschillende onderwerpen. In deze lessen komen gebruiken, verhalen en symbolen uit allerlei godsdiensten aan de orde, zodat kinderen daarmee in aanraking komen. 4
Zelfstandig werken in groep 3 Wij willen de kinderen leren zelfstandig te werken, d.w.z. dat zij zonder hulp opdrachten kunnen uitvoeren, kleine problemen kunnen oplossen. Het zelfstandig werken komt ook enigszins tegemoet aan de niveauverschillen die er bestaan tussen de leerlingen in groep 3. Het is mogelijk dat kinderen werken aan eigen (andere) opdrachten; alleen of in samenwerking met anderen. Ook kunnen de momenten van zelfstandig werken gebruikt worden voor kinderen die alleen of in een klein groepje nog extra uitleg nodig hebben. Dit gebeurt aan de instructietafel. Als een kind snel klaar is met een opdracht dan hoeft het niet te wachten tot andere kinderen klaar zijn. De werkperiode is te verdelen in 2 gedeeltes. Periode 1 de kinderen zijn zelfstandig aan het werk (rode kaartje). De leerkracht geeft tijdens deze periode o.a. RT in de klas Zij mogen tijdens deze periode niets vragen aan de leerkracht of hun groepsgenoten ( uitgestelde aandacht). Als zij iets niet begrijpen proberen ze het zelf op te lossen of gaan zij verder met ander werk. Zij leggen hun kaartje op vraagteken (wit). De tweede periode mogen de kinderen iets aan hun groepsgenoten vragen.. (groene kaartje) Tijdens de deze periode loopt de leerkracht rondes en geeft uitleg waar nodig. (vraagtekenkaartje) De timer geeft aan hoelang elke periode duurt. Dit geeft de kinderen tijdsbesef en helpt met het leren plannen van hun werk. Meervoudige intelligentie We werken met het onderwijsconcept van Meervoudige Intelligentie. De centrale stelling is dat er niet slechts één of twee manieren zijn om knap te zijn: er zijn vele manieren. Er bestaan méérdere intelligenties. Als een leerling het niet snapt dan proberen we het op een andere wijze uit te leggen. Als er vele manieren bestaan om knap te zijn, dan bestaan er ook vele manieren om onderwijs te geven. Door te onderwijzen om veel verschillende manieren bereiken we meer leerlingen. We passen ons aan, aan het bereik van de intelligenties van de leerlingen. Dit zal zichtbaar gaan worden in de klassen door te werken met verschillende structuren Engels Onze maatschappij is steeds meer Engels georiënteerd. Ook jonge kinderen komen steeds vaker en vroeger in aanraking met het Engels. Vandaar dat steeds meer basisscholen het Vroeg Engels aanbieden. Het kost jonge kinderen geen extra inspanning, zij bezitten het vermogen om spelenderwijs meerdere talen te leren. We starten dit jaar met de methode I pockets. Het accent ligt vooral op de communicatie. Belangrijk blijft het zorgen voor een klimaat waar de kinderen zich veilig voelen om te spreken. Marjan Das en Truus Kock Leerkrachten groep 3 5