Praktijk Loop ABC. Praktijk loop ABC 126



Vergelijkbare documenten
VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen

Techniek van het sprinten

Looptechniek Oefeningenboek

Samengesteld door: Toine van de Goolberg Conditie- Hersteltrainer. John de Pater Fotograaf. Kim Stehouwer Vormgeving

Maak er een spel van! Loopscholing hoeft niet saai te zijn!

Snelwandelen. Techniek en training van het snelwandelen

Looptechniek bij explosievere nummers. Atletiekunie

Techniek van het lopen

Verschillen en overeenkomsten in (techniek)training tussen atleten en spelsporters. drs Daniël van Leeuwen

Uitdagende oefenstof als warming up! Titus Fierkens

Uitdagende oefenstof als warming up. Titus Fierkens

PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen. C junioren

Oefenschema 'test atleet'

Ga naar je trainingen! De trainer helpt mee jouw zwakkere punten te ontdekken.

PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen. B junioren

AWI opleiding praktijk. 2. Techniek en Methodiek NW

Technisch plan Vrivo 2013/ /2015. Versie 1.0

Core Stability - serie 2 (met Swiss Ball)

Programma Core Stability met accent op Side Bridge

Core stability. Plank 2. Plank 1. Navel intrekken, rug recht. Navel intrekken, heupen recht. Plank 4. Plank 3. Navel intrekken, rug recht

vv Woudenberg 26 oktober 2011

voorste voet. Houdt de knie van het voorste been licht gebogen

OEFENSCHEMA BASKET BETEKOM CORE STABILITY

GRONDOEFENINGEN LIFE STYLE CLINIC: ALGEMENE SPIERVERSTEVIGING

Oefenschema 'christof mariën'

Statische rekoefeningen

Oefening A: loslopen Acties: Spelers lopen in een vierkant aan de zijkant van het veld lichtjes los. Dit voor een 4-tal minuten.

Informatie fysiek programma

Stretch oefeningen. Stretch oefeningen. Kuit stretchen (uitrekken) Adductoren rekken. Aandachtspunten:

Conditie-en hersteltrainer volgens de rehaboom. Toelichting Arno Lodders voor Loopgroep Huissen 26 mei 2013

Aquajogging. Streef naar een correcte houding in het water:

Oefenschema 'Boschmans Ingeborg'

! Fig. 1: hoekstandsverandering grote teengewricht (10, 11)

Core Stability - serie 1

De 11+ Een compleet warming-up programma

Inspiratiedag voor hardlooptrainers 14 april 2019

De biomechanica van het sprinten De techniek van het lopen op maximale snelheid (deel 1)

Oefenstof voor aquamove:

Procare 11: 1. Rotory torso staand mobiliserend

Mobiliserende oefeningen voor thuis

Kracht en stabilisatie

Een acuut letsel is een blessure die plots op treed (bvb een enkel verzwikking, een spierscheur, )

Krachtoefeningen bij hartrevalidatie

Start (ca. 5 minuten) Kort kennismaken met de kinderen (namen, leeftijd, adres, sport noteren!) Warmlopen/rekken en strekken

10 minuten training 1 Total Body

MULTISKILLS MOTORIEK WARMING-UP

RUGOEFENINGEN MOBILISEREND

Atletiekdagen 26 t/m 28 mei 2014 Terrein: AV 34 Sportpark Orderbos

Geen tijd om elke dag te sporten? Kom thuis in actie met 1-minuut oefeningen!

Romp Hieronder volgen verschillende oefeningen ter versterking van de romp.

Oefenbundel Einde. Opwarming beweeglijkheidsoefeningen en stretching 1. RUGLIG. Richtlijnen bij het verderzetten en onderhoud van uw rugprogramma

Cardioschema (50 minuten)

Eerste Ergo Basistechnieken Dienst Ergotherapie

TIPS EN OEFENINGEN OM UW RUG STERK EN FIT TE MAKEN

Dynamische stretching

Algemene instructies oefeningen

Eenvoudige bovenbeen spieroefeningen

TRAININGSPLAN XCO-TRAINER

A. Schot uit stand. (tot 50% van de schotafstand)

Preventieve oefeningen voor de hardloper

Door Wout Verhoeven & Maarten Thysen OPWARMING CORE STABILITY

Zomerfit Pagina 1 van 5

De houding en afzet op het rechte eind

AMICA MANU SPORTMEDISCH GEZIEN SPRINGERSKNIE - JUMPERS KNEE - HERSTEL

Blessurepreventie Sportuitrusting hockey Schoenen Gebitbeschermer (=verplicht vanaf seizoen 2015/2016) Scheenbeschermer (=verplicht)

De eerste rondat wordt op deze fiche uitgediept. De rondat-vorm voor een salto wordt hier niet uitgewerkt.

MAANDAG DINSDAG WOENSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZATERDAG ZONDAG WEEK 1 4 km Intervaltraining 5 x 1 km Met tussenin 2 rust. 3 x 2 km Tussenin 400m wandelen

De biomechanica van het sprinten De start en de acceleratiefase (deel 2)

Posities van de voeten

EVENWICHTSBALK NIVEAU Pupil 1 DISTRICT 2 VOORGESCHREVEN OEFENSTOF

Lenigheid en beweeglijkheid

.RQLQNOLMNH1HGHUODQGVH%DVHEDOOHQ6RIWEDOO%RQG 3OD\ERRN%DVHEDOO+21./23(1

Programma droogtraining inline speedskating wedstrijdgroepen zomer 2010

Schaatssprongenboek. Schaatstraining advies & begeleiding Monique Vergeer-van den Heuvel

Steptraining, deel 3: Voorbeeld krachtcircuit steptraining

Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint:

Oefenschema 'Annemie Danneels'

TRAININGSPLAN PLYOMETRIE

Oefeningen voor beenspieren

Oefeningen. Uitademen als u kracht zet, inademen als u ontspant.

De Krachtplaat in de atletiek Over het werk van Jan van de Waerdt Deel 2 Krachten bij het hardlopen

Fit-o-meter initiatielessen Sportdienst Brecht Kim Van Hofstraeten - Jef Van Dyck

Masterszwemmen techniekoefeningen

1. Inhoud 1. Inhoud...1 Gooien...2 Fielden...5 Slaan...10

Oefeningen voor patiënten met reumatoïde artritis

Praktijk Back Squat en corrigerende tips. Twee- of drietallen

EVENWICHTSBALK NIVEAU INSTAP DISTRICT 2 VOORGESCHREVEN OEFENSTOF

Lopen Martijn Carol TCT 2008

EVENWICHTSBALK NIVEAU Pupil 1 DISTRICT 3 VOORGESCHREVEN OEFENSTOF

PECTUS REVALIDATIE. De pectoralisspieren. De rugspieren

Bij deze oefening worden de lage rugspieren gerekt en worden de buik- en bilspieren versterkt.

Krachten tijdens het schaatsen

Oefeningen Hamstrings

ZOMERPROGRAMMA RESPIRO: THUISTRAINING

Atletische vorming u15: voorbereiding seizoen

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest

Wat een trainer moet weten over looptechniek

Core-stabilityoefeningen (oefeningen voor rompstabiliteit)

Onderdeel 5: 10 cm of minder 3 punten; 11 t/m 20 cm = 2 punten; 21 cm of meer = 1 punt.

Transcriptie:

Praktijk Loop ABC 17.1. Inleiding Bij veel sporten is de loopbeweging van grote betekenis voor het beoefenen van die sport. Vaak is de looparbeid mede bepalend voor de uiteindelijke prestatie (Een voetballer loopt gemiddeld 6-10 km per wedstrijd). Aandacht schenken aan een juiste looptechniek lijkt derhalve niet onverstandig. Een optimale looptechniek spaart krachten, de sporter raakt minder snel vermoeid. De vruchten hiervan worden vaak aan het einde van de wedstrijd geplukt. 17.2. Loopfasen Tijdens het lopen bestaat elke stapcyclus uit 4 fasen. Iedere afzonderlijke fase wordt daarbij gezien vanuit het algemene lichaamszwaartepunt - De achterste steunfase = afzetfase In de achterste steunfase dient de aanwezige kracht te worden omgezet in snelheid. - De achterste zwaaifase Het bewegingsverloop in deze fase is afhankelijk van de ontwikkelde snelheid. Zo zal de kniehoek bij de sprinter (de hak komt dichter bij de bil) aanzienlijk kleiner worden dan bij de duurloper. - De voorste zwaaifase Ook in de voorste zwaaifase zal de ontwikkelde snelheid van invloed zijn op het bewegingsverloop van het zwaaibeen. De sprinter zal de knie verder naar voren doorvoeren dan de duurloper. Bij de sprinter is dan ook sprake van een hogere knie-inzet. De kniehoek wordt gedurende het doorlopen van deze fase steeds groter. - De voorste steunfase = landingsfase De voorste steunfase wordt begrensd door enerzijds het moment van excentrische landing en anderzijds het moment van concentrische strekking, het verticale moment. Tijdens deze fase treedt geen verkleining van de kniehoek op. Voorste steunfase, verticale moment en achterste steunfase worden samen ook wel standfase genoemd. De gemiddelde contacttijden van deze standfase bedragen 0.5-0.6 sec. Hoe sneller je loopt, des te korter is de standfase. Hoe korter de standfase, des te minder kracht kost de loopbeweging. De achterste- en voorste zwaaifase bepalen samen de paslengte. 17.3. De optimale looptechniek Elke mens heeft zijn eigen manier van lopen, zijn eigen loopstijl. Door een optimale looptechniek te beschrijven, kunnen we verschillende aandachtspunten trainen Het hoofd De schouderas De armen De handen De romp rustig en ontspannen, geen verkramping. rustig en loodrecht op de looprichting. de armbeweging is soepel, ontspannen en naar voren gericht. Zijwaartse bewegingen dienen zoveel mogelijk te worden vermeden. De armhoek bedraagt ca. 90 graden. Bij sprints wordt de voorwaartse armbeweging doorgevoerd tot kinhoogte, de arm-inzet is explosiever en krachtiger. De bewegingsfrequentie is hoger. de vingers zijn licht gebogen, de duim rust op de wijsvinger. rechtop, het lichaamszwaartepunt boven de steunvoet. Voorkom een zgn. 'zittende' loop. Bij sprints komt het lichaamszwaartepunt iets meer naar voren te liggen. Praktijk loop ABC 126

De benen De voeten de zwaaifase is soepel, ontspannen en de knieën zijn naar voren gericht. Bij sprints vormen het achterste boven- en onderbeen een lijn, de enkel en knie zijn daarbij volledig gestrekt. Na de afzet wordt het zwaaibeen zo snel mogelijk naar voren gebracht, waarbij de krachtige knie-inzet spits naar voren is gericht en het bovenbeen tot horizontaal wordt gebracht. De landing is ontspannen op de buitenzijde van de hiel. De afwikkeling is volledig. Bij sprints vindt de landing meer plaats op de buitenzijde van de voorvoet. De standfase is kaatsend d.w.z. een kort, actief contact met de grond. De pasfrequentie is hoger. 17.4. Doel loop-abc Het doel van loopscholing is om het lichaam met zo min mogelijk energie zo snel mogelijk te verplaatsen in voorwaartse richting. Onze eigen individuele looptechniek kunnen we optimaliseren door de verschillende loopfasen op een juiste en doelmatige wijze, middels bewuste scholing, eigen te maken. Voorwaarde is wel dat deze loopscholing regelmatig terugkomt in de trainingen. Dat wil zeggen minimaal 1 x, liefst 2-3 x per week. 17.5. Toepassingen loop-abc - in de sport als warming-up voor explosieve sporten als coördinatie- en techniekvormen bij duursporten - in de 1 e Reha-fase Wat kan de sporter? - hoe is zijn coördinatie? - zijn er deltapijnen aanwezig? - hebben we met bewegingsbeperkingen te maken? - van loop-abc naar sprong-abc 17.6. De praktijk In de praktijk betekent loopscholing niets anders dan het uitvoeren van basisoefeningen, alsmede variaties en combinaties daarvan * bij de basisoefeningen streven we bepaalde accenten na (Bij elke oefening dient de aandacht op slechts een accent gericht te zijn) * variaties zijn met name geschikt voor ritmescholing in casu bewegingscoördinatie * combinaties bestaan vaak uit basisoefeningen, die geleidelijk overgaan in een versnelling. De intensiteit van de oefeningen moet zodanig gekozen worden, dat de techniek van lopen controleerbaar blijft. De afstand waarover de oefeningen uitgevoerd worden bedraagt 20-30 meter. Praktijk loop ABC 127

Achterste zwaaifase Hielaanslag / Hakken-billen - algemeen: rustig en ontspannen uitvoeren - armen zwaaien soepel en ontspannen mee - romp uitstrekken boven de steunvoet, iets naar voren gericht - heupgewricht gestrekt houden in een natuurlijke extensie - bovenbenen en knieën naar achteren gericht - de voeten actief in dorsaalflexie houden - landing op voorvoeten - enkelzijdige hielaanslag - 2 x rechts, 2 x links - 2 x rechts, 1 x links - 2 x links, 1 x rechts - op de plaats dribbelen en op commando met linker of rechter been een hielaanslag uitvoeren - op de plaats dribbelen en op commando snel met beide benen een hielaanslag uitvoeren - 2 personen: 1 houdt 2 vast bij zijn heupen en stabiliseert het lichaam 2 voert de hielaanslag uit en neigt daarbij naar voren 1 laat 2 op een onverwacht moment los, waarna 2 de loopbeweging inzet. - alle variaties uitvoeren met gesloten ogen. Voorste zwaaifase Voorbereidende oefeningen - vanuit stand een paardenpas maken - als de vorige oefening, echter nu in slow motion - beide voorbereidende oefeningen uitvoeren met gesloten ogen Halfhoge skipping - ondersteuning van de armen - arm-inzet tot borsthoogte - romp gestrekt rechtop - knieën spits inzetten - knieën naar voren gericht - bovenbenen tot bijna horizontaal - landing op de voorvoeten - enkelzijdige skipping - 2 x rechts, 2 x links - 2 x rechts, 1 x links Praktijk loop ABC 128

- 2 x links, 1 x rechts - dribbelen op de plaats, op commando met linker of rechter been halfhoge skipping uitvoeren - dribbelen op de plaats, op commando snel met beide benen een halfhoge skipping uitvoeren - vanuit halfhoge skippings op de plaats geleidelijk overgaan naar lopen - idem als de vorige oefening, echter nu halfhoge skippings in voorwaartse beweging - halfhoge skippings in zijwaartse richting - alle variaties uitvoeren met gesloten ogen. Hoge skipping - maximale ondersteuning armen - romp gestrekt rechtop, niet achterover hellen - maximale knie-inzet - knie-inzet naar voren gericht - bovenbenen tot minimaal horizontaal - landing op de voorvoeten - zie halfhoge skipping Voorste steunfase Pendelloop - rustige en ontspannen armondersteuning - romp gestrekt rechtop - hak richting bil - de voet hoog doortrekken - onderbeen ontspannen en ver naar voren laten uitpendelen - ontspannen neerzetten van de voet - vanuit stand met een been enkelzijdige pendelpassen maken: achterste en voorste zwaaifase in slow motion, tijdens de standfase de voet snel over de grond achterwaarts verplaatsen - enkelzijdige pendelloop vanuit huppelpatroon, bijv. accent rechts het linker been blijft laag, het rechter been (= afzetbeen) duwt het lichaam naar voren Er moet wel voldoende kracht aanwezig zijn om excentrisch te kunnen afzetten - pendelloop vanuit huppelpatroon, afwisselend met het linker en rechter been - enkelzijdige pendelloop, bijv. accent links het rechter been blijft laag, het linker been (= het afzetbeen) duwt het lichaam naar voren Noot: Aangezien de pendelloop coördinatief een moeilijke oefening is, kunnen de variaties gebruikt worden als opbouw naar een juiste technische uitvoering van deze oefenvorm. Praktijk loop ABC 129

Achterste steunfase Voorbereidende oefeningen - vanuit stand krachtig afzetten met het achterste been en na de zwaaifase de voet ontspannen laten neerkomen - idem als de vorige oefening echter nu met ondersteuning van de armen - beide voorbereidende oefeningen met gesloten ogen Loopsprongen - rotatie van schouder en romp voorkomen - maximale ondersteuning van de armen - romp licht voorover gebogen, voorkom 'zittende' loop - achterste been volledig uitstrekken - maximale knie-inzet - knie-inzet naar voren gericht - bovenbenen tot horizontaal - snel overbrengen van het zwaaibeen - vergroten van de paslengte, aanspreken van de 'strekketen' Squat Lunge - zie PRT-Trainingsleer kracht - snel wisselen tussen linker en rechter been - op commando snel wisselen - snel wisselen met de ogen dicht Combinaties - skippings in combinatie met versnelling - vanuit enkelzijdige pendelloop (huppelpatroon) naar halfhoge skippings - etc. Overige oefenvormen Loop ABC Trippling - hoofd, schoudergordel en armen rustig en ontspannen - lichaamszwaartepunt boven de voeten - de voeten volledig afwikkelen Praktijk loop ABC 130

Skipping met naveren - algemeen: oefening ontspannen laten uitvoeren - ondersteuning van de armen - de romp rechtop - achterste been uitstrekken - de knieën naar voren gericht inzetten - bovenbenen tot horizontaal - landing op de voorvoeten Kaatssprongen - armondersteuning naar voren gericht - romp rechtop - lichaamszwaartepunt boven de voeten - knieën spits inzetten - knieën naar voren gericht - bovenbenen tot bijna horizontaal - de voeten komen nagenoeg tegelijk aan de grond - er is een kort, actief (kaatsend) contact met de grond - enkelzijdige kaatssprong Hinken - goede ondersteuning van de armen - goed uitstrekken en snel overbrengen van het hinkbeen - goede ondersteuning van het andere been Verend lopen - algemeen: rustig en ontspannen uitvoeren - landing op de voorvoeten met doorveren in de enkels Praktijk loop ABC 131