TW2040: Complexe Functietheorie

Vergelijkbare documenten
TW2040: Complexe Functietheorie

TW2040: Complexe Functietheorie

TW2040: Complexe Functietheorie

TW2040: Complexe Functietheorie

TW2040: Complexe Functietheorie

TW2040: Complexe Functietheorie

TW2040: Complexe Functietheorie

168 HOOFDSTUK 5. REEKSONTWIKKELINGEN

TW2040: Complexe Functietheorie

Complexe functies 2019

Tentamen Functies en Reeksen

Tentamen Analyse 4. Maandag 16 juni 2008, uur

3 Opgaven bij Hoofdstuk 3

Z.O.Z. Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen Analyse 1 WP001B 16 juni 2016, 12:30 15:30 (16:30)

V.4 Eigenschappen van continue functies

== Uitwerkingen Tentamen Analyse 1, WI1600 == Maandag 10 januari 2011, u

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking van het tentamen Functietheorie (2Y480) op ,

3 Rijen en reeksen van functies

== Hertentamen Analyse 1 == Dinsdag 25 maart 2008, u

Examen Complexe Analyse (September 2008)

V.2 Limieten van functies

Enkele bedenkingen bij het examen Complexe Analyse

Enkele valkuilen om te vermijden

3. Bepaal de convergentie-eigenschappen (absoluut convergent, voorwaardelijk convergent, divergent) van de volgende reeksen: n=1. ( 1) n (n + 1)x 2n.

Opgaven Functies en Reeksen. E.P. van den Ban

Inleiding Analyse 2009

Tentamen Analyse 4 (wi2602) 17 juni 2011, uur. ) (1 gratis)) Deel 2: opgaven 2b, 4ab, 5, 6 (normering: 2 + (

Overzicht Fourier-theorie

18.I.2010 Wiskundige Analyse I, theorie (= 60% van de punten)

Technische Universiteit Delft. ANTWOORDEN van Tentamen Gewone differentiaalvergelijkingen, TW2030 Vrijdag 30 januari 2015,

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Functietheorie (2Y480) op 23 januari 2002,

opgaven formele structuren tellen Opgave 1. Zij A een oneindige verzameling en B een eindige. Dat wil zeggen (zie pagina 6 van het dictaat): 2 a 2.

Bespreking van het examen Complexe Analyse (tweede zittijd)

Complexe functies. 2.1 Benadering door veeltermen

Technische Universiteit Delft Tentamen Calculus TI1106M - Uitwerkingen. 2. Geef berekeningen en beargumenteer je antwoorden.

n 2 + 2n + 4 3n 2 n + 4n n + 2n + 12 n=1

Huiswerk Hints&Tips Analyse 2, College 26

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Functies van één veranderlijke

Uitwerkingen tentamen Algebra 3 8 juni 2017, 14:00 17:00

FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE Afdeling Kwantitatieve Economie

Oefenopgaven Grondslagen van de Wiskunde A

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking Tentamen Calculus, 2DM10, maandag 22 januari 2007

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Oefeningen Analyse I

4051CALC1Y Calculus 1

Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen Calculus 1 NWI-NP003B 4 januari 2013,

Inhoud college 5 Basiswiskunde Taylorpolynomen

ax + 2 dx con- vergent? n ln(n) ln(ln(n)), n=3 (d) y(x) = e 1 2 x2 e 1 2 t2 +t dt + 2

Signalen en Transformaties

Uitwerkingen tentamen lineaire algebra 2 13 januari 2017, 10:00 13:00

De Dekpuntstelling van Brouwer

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor 1ste fase Wiskunde. vrijdag 31 januari 2014, 8:30 12:30. Auditorium L.00.07

Bestaat er dan toch een wortel uit 1?

34 HOOFDSTUK 1. EERSTE ORDE DIFFERENTIAALVERGELIJKINGEN

16.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i

dx; (ii) * Bewijs dat voor elke f, continu ondersteld in [0, a]: dx te berekenen.(oef cursus) Gegeven is de bepaalde integraal I n = π

ANALYSEQUIZ Ga naar new.shakeq.com en log in met de code uvaanalyse2a

Niet-standaard analyse (Engelse titel: Non-standard analysis)

Het uitwendig product van twee vectoren

1. (a) Gegeven z = 2 2i, w = 1 i 3. Bereken z w. (b) Bepaal alle complexe getallen z die voldoen aan z 3 8i = 0.

Eulers productformule voor de sinus (Engelse titel: Euler s sine product formula)

Je mag Zorich deel I en II gebruiken, maar geen ander hulpmiddelen (zoals andere boeken, aantekeningen, rekenmachine etc.)!

Opgaven Inleiding Analyse

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN

4 Positieve en niet-negatieve lineaire algebra

4 + 3i 4 3i (7 + 24i)(4 3i) 4 + 3i

6 Complexe getallen. 6.1 Definitie WIS6 1

De Riemann-hypothese

1E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE

Genererende Functies K. P. Hart

Aanvulling bij de cursus Calculus 1. Complexe getallen

COMPLEXE FUNCTIETHEORIE II: CAUCHY

Lineaire Algebra voor ST

Irreguliere Singuliere Punten van Differentiaalvergelijkingen

EERSTE DEELTENTAMEN ANALYSE C

Hoofdstuk 3: Tweede orde lineaire differentiaalvergelijkingen

Analyse I. 1ste Bachelor Ingenieurswetenschappen Academiejaar ste semester 12 januari 2010

I.3 Functies. I.3.2 Voorbeeld. De afbeeldingen f: R R, x x 2 en g: R R, x x 2 zijn dus gelijk, ook al zijn ze gegeven door verschillende formules.

Examen Lineaire Algebra en Meetkunde Tweede zit (13:30-17:30)

Oplossing van opgave 6 en van de kerstbonusopgave.

Lineaire Algebra C 2WF09

Ter Leering ende Vermaeck

Functietheorie (Analyse 3) P.J.I.M. de Paepe Herzien door Jan Wiegerinck. Korteweg de Vries Instituut, Universiteit van Amsterdam

QuizAnalyseHoofdstuk3 - wv -Brackx

Tweede huiswerkopdracht Lineaire algebra 1 Uitwerking en opmerkingen

Transcriptie:

TW2040: Complexe Functietheorie week 4.6, donderdag K. P. Hart Faculteit EWI TU Delft Delft, 2 juni, 2016 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 1 / 38

Outline 1 Rekenregels 2 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 2 / 38

Uniciteit Rekenregels Stel twee machtreeksen an z n en bn z n hebben beide een positieve convergentiestraal en dezelfde somfunctie op U r (0) voor een r > 0. Dan volgt a n = b n voor alle n. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 3 / 38

Producten Rekenregels Als a n z n en b n z n beide convergentiestraal ten minste R hebben dan geldt ( ) ( ) a n z n b n z n = c n z n ( z < R) n=0 n=0 waarbij c n = n ν=0 a n νb ν. n=0 Wegens de absolute convergentie (als z < R) weten we dat links en rechts dezelfde analytische functie staat. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 4 / 38

Delen: De cosinus Rekenregels We weten: (cos z) 1 is analytisch, behalve waar cos z = 0. En dus 1 cos z = a n z n n=0 op een schijf om 0, met straal 1 2π, maar niet groter. De convergentiestraal is dan gelijk aan 1 2 π. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 5 / 38

De cosinus Rekenregels Rekenen: 1 = (1 1 2 z2 + 1 24 z4 + )(a 0 + a 1 z + a 2 z 2 + a 3 z 3 + a 4 z 4 + ) = a 0 + a 1 z + (a 2 1 2 a 0)z 2 + (a 3 1 2 a 1)z 3 + (a 4 1 2 a 2 + 1 24 a 0)z 4 + En dus: a 0 = 1, a 1 = 0, a 2 1 2 a 0 = 0, a 3 1 2 a 1 = 0, a 4 1 2 a 2 + 1 24 a 0 = 0,... Maar dan: a 0 = 1, a 1 = 0, a 2 = 1 2 a 0 = 1 2, a 3 = 1 2 a 1 = 0, a 4 = 1 2 a 2 1 24 a 0 = 5 24,... Voor het volledige verhaal: zie Opgave III.2.10. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 6 / 38

Reeksen van reeksen Rekenregels Neem aan f n convergeert normaal op U r (0) met som F en f n (z) = a n,k z k (op U r (0)) k=0 dan geldt ( ) F (z) = a n,k z k (op U r (0)) k=0 n=0 Want we weten dat F (k) (z) = n=0 f (k) n (z) op U r (0). K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 7 / 38

Getaltheorie Rekenregels Voorbeeld 4 op pagina 120. We werken op de eenheidsschijf U 1 (0). Voor k N hebben we f k (z) = zk, allemaal analytisch op U 1 z k 1 (0). Als r < 1 dan geldt op U r (0) de afschatting f k (z) = z k 1 z k r k 1 r k r k 1 r NB z k r k en 1 z k 1 r k 1 r. Conclusie: de reeks f k convergeert normaal op U 1 (0). K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 8 / 38

Getaltheorie Rekenregels Voor elke k geldt f k (z) = m=1 z km Voor de somfunctie k=1 f k hebben we de machtreeks d n z n. Elke d n is een som van 1-en; en f k draagt een 1 bij precies dan als k een deler is van n. Conclusie f (z) = d n z n n=1 waarbij d n het aantal delers (inclusief 1 en n) van n is. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 9 / 38

Ander centrum nemen Rekenregels Neem aan a n z n heeft convergentiestraal r > 0 en schrijf f (z) = n=0 a nz n. Neem b met b < r dan kunnen we een machtreeks voor f rond b maken: f (z) = b n (z b) n n=0 met convergentiestraal ten minste r b. r r b 0 b K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 10 / 38

Ander centrum nemen Rekenregels Hoe drukken we de b n uit in b en de a n? Mogelijkheid 1: differentiëren en of f (n) (b) = b n = b n = f (n) (b) n! k=n k=n k! (k n)! a kb k n ( ) k a k b k n n K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 11 / 38

Ander centrum nemen Rekenregels Mogelijkheid 2: algebra z k = (z b + b) k = k n=0 ( ) k (z b) n b k n n en dus a k z k = k=0 = = k a k k=0 n=0 k=0 n=0 n=0 k=n ( ) k (z b) n b k n n k ( ) k a k b k n (z b) n n ( ) k a k b k n (z b) n n K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 12 / 38

Ander centrum nemen Rekenregels De convergentiestraal kan groter zijn dan r b. Neem de meetkundige reeks en b = 3 4 i (dus r b = 1 4 ). De somfunctie is (1 z) 1 en die is analytisch op C \ {1}. Dus de convergentiestraal van de reeks om b is gelijk aan 5 4. b 0 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 13 / 38

Inverteren Rekenregels Stel f (z) = n=1 a nz n, met a 1 0. Dus f (0) = 0 en f (0) 0. Er is dus een inverse functie, g, van f (op een U r (0)). Hoe bepalen we de machtreeks, b n z n, van g? Invullen en oplossen... K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 14 / 38

Inverteren Rekenregels Bijvoorbeeld: en dus 1 1 + z = 1 z + z2 z 3 + + ( 1) n z n + Log(1 + z) = z 1 2 z2 + 1 3 z3 1 4 z4 + + ( 1)n n + 1 zn+1 + voor de inverse functie hebben we g(z) = b 1 z + b 2 z 2 + b 3 z 3 + b 4 z 4 + K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 15 / 38

Inverteren Rekenregels Een paar stappen, zeg voor b 1, b 2 en b 3. Het volstaat b 1 z + b 2 z 2 + b 3 z 3 in te vullen: z = (b 1 z+b 2 z 2 +b 3 z 3 ) 1 2 (b 1z+b 2 z 2 +b 3 z 3 ) 2 + 1 3 (b 1z+b 2 z 2 +b 3 z 3 ) 3 Goed kijken en alleen het hoogstnoodzakelijke opschrijven: z = b 1 z + (b 2 1 2 b2 1)z 2 + (b 3 b 1 b 2 + 1 3 b3 1)z 3 Dus b 1 = 1, b 2 = 1 2, b 3 = 1 2 1 3 = 1 6. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 16 / 38

Inverteren Rekenregels We weten g(z) = exp z 1 en dus b n = 1/n! voor alle n. Dit is hoe Newton de machtreeks van exp x 1 ontdekte/maakte. Hij wilde de oppervlakte onder (1 + t) 1, tussen 1 en x, bepalen en vond eerst de reeks voor ln(1 + x). Het inverse probleem, welke x hoort by oppervlakte y, leidde tot de reeks voor e y 1. Zie Pythagoras, februari 2004 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 17 / 38

Locatie van nulpunten Stelling (III.3.1) Laat D een gebied zijn en f : D C analytisch en niet constant 0. Dan is de verzameling N(f ) = {z D : f (z) = 0} discreet in D. We noemen A D discreet in D als A geen verdichtingspunten in D heeft. Dus voor elke z D is er een r > 0 met U r (0) A {z}. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 18 / 38

Locatie van nulpunten: bewijs De verzameling N(f ) is gesloten dus elk verdichtingspunt van N(f ) zit in N(f ). Neem een verdichtingspunt a van N(f ), dus f (a) = 0 en schrijf de machtreeks van f rond a op, noem de convergentiestraal r. a n (z a) n n=k met k = min{m : a m 0} (we nemen aan dat er zo n m is). K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 19 / 38

Locatie van nulpunten: bewijs Als z U r (a) en z 0 dan geldt f (z) (z a) k = a n+k z n n=0 De som rechts geeft een analytische functie g(z) en als z U r (a) \ {a} dan geldt g(z) = 0 desda f (z) = 0. Dus a is een verdichtingspunt van N(g) en dus g(a) = 0. Maar dan a k = g(a) = 0, tegenspraak. Conclusie a m = 0 voor alle m. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 20 / 38

Locatie van nulpunten: bewijs Neem een ander punt, b, in D en een kromme α : [0, 1] D met α(0) = a en α(1) = b. Bekijk O = {t : f (α(t)) = 0}. Wegens de continuïteit van α is er een ε > 0 met [0, ε) O. Bekijk t 0 = sup{t : [0, t) O}. Dan is α(t 0 ) een verdichtingspunt van N(f ). Als t 0 dat is er een s > t 0 met [t, s) O en dus [0, s) O, tegenspraak. Conclusie: t 0 = 1 en dus f (b) = 0. Echte conclusie: f (z) = 0 voor alle z D. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 21 / 38

Uniciteit Stelling (II.3.2) Als D een gebied is en f en g twee analytische functies op D dan zijn equivalent f = g {z D : f (z) = g(z)} heeft een verdichtingspunt in D er is een punt z 0 in D met f (n) (z 0 ) = g (n) (z 0 ) voor alle n K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 22 / 38

Uniciteit Conclusie: als M D een verdichtingspunt in D heeft en f : M C is een functie dan is er ten hoogste één analytische functie, f, op D met f (z) = f (z) voor z M. Speciaal geval (veelgebruikt): als D een gebied is met D R en als f en g analytisch zijn op D en als f (x) = g(x) voor x D R dan geldt f = g. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 23 / 38

Kan dit? Een analytische functie f met f ( 1 n ) = 1 n+1, voor alle n N. Een analytische functie g met g( 1 2n ) = g( 1 2n+1 ) = 1 n, voor alle n N. Hoeveel analytische functies, h, zijn er op C met N(h) = Z. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 24 / 38

Nuldelers Als f, g : D C analytisch zijn (D is een gebied) en f (z)g(z) = 0 voor alle z D dan geldt f (z) = 0 voor alle z of g(z) = 0 voor alle x. Als f (a) 0 dan is a een verdichtingspunt van N(g). K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 25 / 38

Open-afbeeldingstelling Stelling (III.3.3) Als D een gebied is en f : D C analytisch en niet constant dan is f [D] ook een gebied (dus open en samenhangend). We nemen a D en b = f (a); we moeten een ρ > 0 vinden met U ρ (b) f [D]. Voor het gemak nemen we aan a = b = 0. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 26 / 38

Open-afbeeldingstelling: bewijs Schrijf de machtreeks van f rond 0 op: f (z) = a k z k k=n NB n > 1 want f (0) = 0. Haal z n buiten de haakjes: f (z) = z n h(z) met h(z) = a n+k z k k=0 Neem r > 0 zó dat h(z) 0 als z U r (0). K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 27 / 38

Open-afbeeldingstelling: bewijs Terug in de tijd: U r (0) is stervormig, dus is er een analytische functie h 0 : U r (0) C zó dat h(z) = h 0 (z) n op U r (0). Definieer f 0 (z) = zh 0 (z), dan geldt f (z) = f 0 (z) n op U r (0). Er geldt f 0 (0)n = a n, dus f 0 (0) 0. Inverse-functiestelling: er is een s > 0 zó dat U s (0) f 0 [U ρ (0)]. Nu nog de n-de macht nemen: U s n(0) f [U ρ (0)]. Dus r = s n is als gewenst. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 28 / 38

Structurele uitspraak Hierboven is f geschreven als compositie van twee afbeeldingen: eerst f 0, die is conform in de buurt van 0 want f 0 (0) 0 dan: z z n. Als f injectief is op U ρ (0) dan geldt dus f (z) 0 op een omgeving van 0. Want:als f (z) = 0 dan is f een (ten minste) twee-op-één afbeelding nabij z. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 29 / 38

Maximum-modulus principe Stelling (III.3.5) Als f : D C analytisch is (D een gebied) en als f een lokaal maximum heeft in z 0 D dan is f constant. Eerste bewijs: stel f is niet constant en zij z D willekeurig en zij r > 0. Er is een s > 0 zó dat U s (f (z)) f [U r (z)]. Maar dan is f (z) niet maximaal (plaatje op het bord). K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 30 / 38

Maximum-modulus principe Tweede bewijs: herinner de middelwaardestelling: Stel f (z) is maximaal op Us (z). Voor r < s geldt f (z) = 1 2π f (z + re it ) dt 2π 0 f (z) 1 2π 2π 0 f (z + re it ) dt f (z) Maar dan f (z + re it ) = f (z) voor alle t en alle r. Dus f is constant op U s (0) en dus op heel D. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 31 / 38

Lemma van Schwarz We bekijken de eenheidsschijf: E = {z : z < 1}. Stelling Stel f : E C is analytisch en f (z) 1 voor alle z. Neem ook aan dat f (0) = 0. Dan geldt f (z) z voor alle z, en ook f (0) 1. Bewijs: definieer g(z) = { f (z) z z 0 f (0) z = 0 Dan heeft g een primitieve op E en is dus analytisch op E. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 32 / 38

Lemma van Schwarz: bewijs Nu: als 0 < r < 1 dan geldt, als z = r, de ongelijkheid g(z) 1 r. De gesloten schijf Ū r (0) is compact, dus g neemt daar een maximum aan; volgens het maximum-modulusprincipe moet dat op de rand gebeuren. Dus op Ū r (0) geldt g(z) 1 r. Neem de limiet voor r 1: er geldt g(z) 1 op E. Klaar! K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 33 / 38

Lemma van Schwarz, extra Stel nu dat er een punt a E, ongelijk aan 0, is met f (a) = a. Dan heeft g in a een lokaal maximum. En dus is g constant, met waarde ζ met ζ = 1. Conclusie: òf f (z) < z als z 0, òf er is een ζ met ζ = 1 zó dat f (z) = ζz (dus f is een rotatie). Idem voor f (0): als f (0) = 1 dan is f een rotatie. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 34 / 38

Afbeeldingen van E naar E Stel ϕ : E E is analytisch en bijectief met ϕ(0) = 0. Dan geldt ϕ(z) z voor alle z. Dan geldt ook: ϕ 1 (z) z, ofwel z ϕ(z), voor alle z. Conclusie: ϕ is een rotatie. Reëel: elke macht x a (a > 0) is een analytische bijectie van (0, 1) naar (0, 1). K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 35 / 38

Afbeeldingen van E naar E Terug in de tijd (23 mei): Opgave I.1.11. Neem a E Dan geldt z = 1 dan en slechts dan als z a za 1 = 1 en z < 1 dan en slechts dan als z a za 1 < 1 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 36 / 38

Afbeeldingen van E naar E De afbeelding ϕ a : E E, gedefinieerd door ϕ a (z) = z a za 1 is analytisch, zijn eigen inverse (ϕ 1 a = ϕ a, reken maar na), en voldoet aan ϕ a (0) = a en ϕ a (a) = 0. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 37 / 38

Afbeeldingen van E naar E Stelling (III.3.10) Stel ϕ : E E is bijectief en analytisch.dan zijn er a E en t [0, 2π) zó dat ϕ(z) = e it z a za 1 Bewijs: neem a = ϕ 1 (0) en bekijk ψ = ϕ ϕ a. ψ is analytisch en bijectief, en ψ(0) = 0. K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 38 / 38