Nederlands C.T samenvatting

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nederlands C.T samenvatting"

Transcriptie

1 Nederlands C.T samenvatting Wat te leren: Blok 4 + helft blok 5, op de leer s.o stof na. Blok Chronologische tijdsvolgorde: de ene gebeurtenis na de andere Tijdsprong: het overslaan van een stuk tijd In het verhaal kan er ook een terugblik of flasback voorkomen. Er wordt dan iets verteld dat al gebeurt is. Het verleden dus. Het verhaal staat dan in nietchronologische tijdsvolgorde. In het verhaal kan er ook een terugwijzing komen, zonder dat het verhaal echt word onderbroken. Er wordt misschien over het verleden gesproken. In het verhaal kan iets verteld worden over gebeurtenissen die nog gaan komen. Zoiets heet een vooruitwijzing. 2.3 In een echt dagboek schrijft een werkelijk bestaande persoon over zijn belevenissen en gevoelens. Zo n dagboek is non-fictie, want het is echt. Anne Frank Het Achterhuis Verzonnen dagboeken zijn speciaal geschreven om als leesboek te verschijnen. Het is verzonnen dus niet echt. Zo n dagboek is dus fictie. Louise Rennison Tijgers, tanga s en tongzoenen. 4.2 Een bijvoeglijke bepaling vormt een deel van een ander zinsdeel. De bijvoeglijke bepaling zegt iets over het kernwoord. (het belangrijkste woord) in dat zinsdeel. Het kernwoord is altijd een zelfstandig naamwoord. De bijvoeglijke bepaling geeft een bijzonderheid, een kenmerk, of een eigenschap van het kernwoord. De bepaling kan voor of achter het kernwoord staan. De leukste inzendingen van de fotowedstrijd worden in een weekblad gepubliceerd. Inzendingen is dus het kernwoord. Leukste en van de foto wedstrijd zijn dus bijvoeglijke bepalingen. Je vindt een bijvoeglijke bepaling als volgt: - benoem alle zinsdelen van de zin - zoek in de zinsdelen de kernwoorden - kijk of er voor of achter het kernwoord een bijvoeglijke bepaling staat. 4.3 Het verschil tussen een bijwoordelijke en bijvoeglijke bepaling. Een bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel. Een bijwoordelijke bepaling kun je altijd voor de persoonsvorm zetten. Een bijwoordelijke bepaling kun je voor de pv plaatsen zonder dat de zinsdeel verandert.

2 a) Jack heeft een pizza met ham en champignons laten bezorgen. b) Sarita is met twee vriendinnen naar Amsterdam geweest. Met ham en champignons uit zin a is geen apart zinsdeel. Je kunt het niet voor de persoonsvorm zetten. Je zegt niet met ham en champignons heeft Jack een pizza laten bezorgen. Het is dus een bijvoeglijke bepaling en het kernwoord is een pizza. 4.4 Een bijstelling is een soort bijvoeglijke bepaling en is ook een deel van een ander zinsdeel. Een bijstelling is eenvoudig te herkennen. Hij staat altijd achter het kernwoord en noemt dezelfde zaak of persoon nogmaals, maar dan met andere woorden. Daarom staat een bijstelling tussen komma s. Timo, de vriend van mijn broer, wil naar Engeland emigreren. De vriend van mijn broer staat tussen komma s achter het kernwoord/onderwerp Timo en de vriend van mijn broer zijn dezelfde zaken. De vriend van mijn broer is dus de bijstelling Het betrekkelijk voornaamwoord De belangrijkste betrekkelijke voornaamwoorden zijn: die en dat. Een betrekkelijk voornaamwoord verwijst naar (heeft betrekking op) een woord dat, of een woordgroep die vlak voor het betrekkelijk voornaamwoord staat. Zo n woord of woordgroep noem je het antecedent. a) Het concertkaartje dat had ik besteld, heb ik nog niet ontvangen. In zin a verwijst dat naar het concertkaartje. Concertkaartje is dus het antecedent. Die heeft altijd betrekking op de-woorden. Dat heeft altijd betrekking op het-woorden Het onbepaald voornaamwoord Voorbeelden van onbepaalde voornaamwoorden zijn: iets, niets, niemand, iemand, alles, men, wat, elk(e), ieder (een). Het verwijst naar een persoon of een ding zonder nadere bijzonderheden te geven. Wat is alleen een onbepaald voornaamoord als je het kunt vervangen door iets. Men zegt dat niemand hem heeft gezien. De rechercheur dat dat hij wat (iets) zag. 5.1 Radio, televisie, kraten, tijdschriften en internet bereiken grote groepen mensen. Daarom worden ze massamedia genoemd.

3 6.1 Uitspraak, bewering, feit, mening, argument Als iemand iets zegt of schrijft, noemen we dat een uitspraak of bewering. Een uitspraak kan een feit of een mening zijn. Een feit is iets wat waar is en je kunt het controleren. Een mening is iets wat je van iemand vind. Andere woorden voor mening zijn: opinie, standpunt, visie, stelling of kijk. Om een mening of standpunt te ondersteunen gebruik je argumenten. Dat zijn redenen waarom je iets vindt. Bij het standpunt Het is nu lekker weer kun je bijvoorbeeld de volgende argumenten geven: Het is 30 graden of Het zonnetje schijnt. Als iemand het weer niet lekker vind, kan hij andere argumenten noemen. Met die argumenten kan hij je mening bestrijden. Je kunt dus argumenten voor en argumenten tegen een mening geven. We noemen dat ook wel argumenten pro en argumenten contra. Als je een bepaald argument wilt bestrijden, kun je een tegenargument geven. Bijvoorbeeld: Het is bewolkt, dus het is geen lekker weer. subjectief = mening objectief = feiten 6.2 Iemand kan een uitspraak of bewering doen en die daarna verder uitwerken met voorbeelden of argumenten. Bijvoorbeeld: Geweld op de televisie moet beperkt worden. Kinderen worden er agressief van. De eerste zin is de bewering, daarna staat de uitwerking. Een samenvatting gebruikt iemand als hij nog eens kort opschrijft wat hij eerder uitgebreider heeft verteld. We spreken van het verband voorwaarde als er eerst iet andders moet gebeuren of aan de hand zijn, voordat de uitspraak klopt. Signaalwoorden bij een voorwaardelijk verband: als, indien, mits. Je mag niet naar het feest, mits je je huiswerk af hebt. Je kunt je zakgeld krijgen, maar alleen als je de afwas hebt gedaan. Bij het verband uitleg doet iemand een uitspraak en hij legt die vervolgens uit. Signaalwoorden bij uitleggend verband: zo, met andere woorden, dat wil zeggen, bijvoorbeeld, ter illustratie. Het is onmogelijk om daar morgen heen te gaan. In de krant stond dat de weg is afgesloten. 6.3 Informatieve teksten bevatten feiten. Betogende teksten bevatten meningen en argumenten.

4 7.3 Een ingezonden brief is een betogende tekst. Je schrijft een ingezonden brief als je wilt reageren op een artikel of een bericht dat je ineen krant of tijdschrift hebt gelezen. Het bestaat, net als bij een tekst, uit een inleiding, middenstuk en slot. 9.2 Verkleinwoorden Van de meeste zelfstandige naamwoorden kun je met behulp van een achtervoegsel een verkleinwoord maken. Voorbeelden: bank bankje film filmpje prei preitje slang slangetje Soms moet je de schrijfwijze aanpassen door een letter te verdubbelen, omdat je anders een verkeerde uitspraak zou krijgen. Voorbeelden: auto autootje kar karretje café cafeetje 11.1 & 11.2 zelf in het boek leren. Blok Opbouw van verhalen Het algemene opbouwschema voor verhalen ziet er zo uit: begin ontstaan van het probleem steeds meer moeilijkheden dieptepunten langzame verbetering oplossing. Als alles aan het eind goed komt, spreken we van een gelukkig slot. (Happy end) Als het aan het eind niet helemaal zeker is hoe het gaat aflopen, spreken we van een open einde. Verhalen kunnen op verschillende manieren beginnen. 1. Met een inleiding. Het verhaal komt rustig op gang, de eerste bladzijden beschrijven waar en wanneer de gebeurtenissen zich afspelen en wie de belangrijkste personen zijn. 2. Midden in de gebeurtenissen, met het ontstaan van het probleem voor de hoofdpersoon. 3. Midden in de gebeurtenissen, als de hoofdpersoon al een tijdje met zijn of haar probleem worstelt.

5 4.2.1 Het betrekkelijk voornaamwoord In blok 4 heb je twee betrekkelijke voornaamwoorden geleert: die en dat. Er zijn er nog 2: wie en wat. a Wie denkt dat hij een voldoende heeft, zal b Wat jij vindt, is.. In zin a kun je wie vervangen door degene die (Degene die denkt dat hij..) Die is eigenlijk het betrekkelijk voornaamwoord en degene is het antecedent. Het betrekkelijk voornaamwoord die en het antecedent zitten in het betrekkelijk voornaamwoord wie. Wie = degene die. Je noemt wie een betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent. In zin b kun je wat vervangen door dat wat (Dat wat jij vindt is..) Dat is eigenlijk het betrekkelijk voornaamwoord en wat is het antecedent. Wat = dat wat. Je noemt wat een betrekkelijk voornaamwoord met een ingesloten antecedent. Als je wie en wat niet door degene die en dat wat kunt vervangen, zijn het geen betrekkelijke voornaamwoorden. Wat kan ook een gewoon betrekkelijk voornaamwoord zijn. Het antecedent kan dan een overtreffende trap (zin a), iets vaags (zin b) of een hele zin (zin c) zijn. a Het duurste wat ik heb, is mijn computer. b Alles wat hij heeft gekregen, geeft hij weer weg. c Tim heeft de atletiekwedstrijd gewonnen, wat hij erg fijn vind. De voornaamwoorden die en dat kunnen een aanwijzend of betrekkelijk voornaamwoord zijn. De voornaamwoorden wie en wat kunnen een vragend of betrekkelijk voornaamwoord zijn. Telwoorden 1. Hoofdtelwoorden: die geven een hoeveelheid aan. Je onderscheidt: a. Bepaalde hoofdtelwoorden: die geven een nauwkeurige hoeveelheid aan. Je weet exact om hoeveel het gaat. Ook breuken behoren hiertoe. Bijvoorbeeld: één, twee, die, honderd, miljoen, eenderde. b. Onbepaalde hoofdtelwoorden: die geven een onnauwkeurige hoeveelheid aan. Je weet niet precies wat er wordt bedoeld. Bijvoorbeeld: alle, weinig, wat, veel, sommige, enkele

6 2. Rangtelwoorden: die geven een plaats in de rangorde aan Je onderscheidt: a. Bepaalde rangtelwoorden: die geven de nauwkeurige plaats aan. Bijvoorbeeld: eerste, tweede, derde, honderdste. b. Onbepaalde rangtelwoorden: die geven een onnauwkeurige plaats aan. Bijvoorbeeld: middelste, laatste, zoveelste, hoeveelste. 4.4 De volgende woorden moet je kennen. Inclusief afkorting én waar je ze aan kunt herkennen. Lidwoord LW de en het woorden Zelfstandig naamwoord ZNW personen, dingen en voorwerpen Zelfstandig werkwoord ZWW werkwoord dat handeling in een zin aangeeft. Er staat altijd maar één zww in een zin. Hulpwerkwoord HWW Een werkwoord dat geen handeling aangeeft. Er moeten minstens twee werkwoordsvormen in een zin staan, om in een zin een hulpwerkwoord aan te treffen. Koppelwerkwoord KWW Een koppelwerkwoord verbindt (koppelt) een onderwerp met een ander woord. De belangrijkste werkwoorden zijn zijn, worden, blijven, lijken, schijnen. Bijvoeglijk naamwoord BNW Zegt iets over het zelfstandig naamwoord. Voorzetsel Een voorzetsel kun je meestal op de puntjes het kooitje, feestje de kast. Persoonlijk voornaamwoord PERS VNW Verwijzen naar iemand. Hij, zij, het. Bezittelijk voornaamwoord BEZ VNW Geven iemands bezit aan. Zijn boek, haar schrift. Wederkerend voornaamwoord WDKR VNW zich schamen, zich wassen Wederkerig voornaamwoord - WDKG VNW elkaar, elkander Aanwijzend voornaamwoord - AANW VNW deze, die, dit en dat. Betrekkelijk voornaamwoord BETR VNW die, dat, wie, wat Vragend voornaamwoord VR VNW Onbepaald voornaamwoord ONB VNW - iets, niets, iemand, alles, men, ieder Telwoorden TW 5.2 Hoe beoordeel je een tekst op betrouwbaarheid? Is de tekst verschenen in een goede, betrouwbare bron? Lijkt de schrijver van de tekst een bepaald belang te hebben? Kun je de feiten controleren? Is de tekst goed en vakkundig geschreven? Klopt de inhoud met wat je gezonde verstand zegt?

7 Extra Redekundig ontleden: per zinsdeel, bijv. ow, pv, gezegdes. Taalkundig ontleden: per woord. bijv. znw, lw, tw, bnw. Homoniemen: 1 woord, meerdere betekenissen. Bijvoorbeeld: spits. Spits van het elftal, maar ook de avond spits. Synoniemen: Verschillende woorden, zelfde betekenis. Bijvoorbeeld: auto wagen. Volgorde van redekundig ontleden: 1. PV 2. Maak zinsdelen 3. Gezegde (werkwoordelijk / naamwoordelijk gezegde) 4. Onderwerp (Wie/wat + gezegde) 5. Lijdend voorwerp (Wie/wat + gezegde + onderwerp) 6. Meewerkend voorwerp (Aan/voor wie moet je kunnen weglaten/toevoegen) 7. Bijwoordelijke bepaling (Alle vragen behalve wie/wat) Dan ga je per zinsdeel kijken: 8 Voorzetselvoorwerp (VZ + vast werkwoord) 9 Bijvoeglijke bepaling 10 Bijstellingen Mocht je ergens tegen aan lopen, kun je oefenen op de volgende sites; > zinsontleding > zelf kiezen Heel veel succes met leren! Al het stof wat in het boek staat, op paragraaf 11 van Blok 4 na. Denk hier dus aan! Alle dikgedrukte woorden in het boek staan hier ook dikgedrukt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden

Nadere informatie

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag Op niveau onderbouw - Naslag Grammatica In dit naslagdocument vind je de belangrijkste onderdelen van grammatica die in Op niveau onderbouw, leerjaar 1 t/m 3, worden behandeld. Als je wilt weten welke

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL OEFENSITES WERKWOORDELIJK GEZEGDE ONTLEDEN ZIN OEFENSITES NAAMWOORDELIJK

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Waarom? Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De vaardigheden

Nadere informatie

Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan.

Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan. Woordsoorten bloemlezing uit het 40 bladzijden tellende boek. Inleiding Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan. Over de keuzes

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen. Zinsdelen Nederlands Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk gezegde Onderwerp Persoonsvorm Voorzetselvoorwerp Werkwoordelijk gezegde Bijvoeglijke

Nadere informatie

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders INHOUD INHOUD... 2 REDEKUNDIGE ONTLEDING: ZINSDELEN... 3 PERSOONSVORM (pv)... 3 WERKWOORDELIJK GEZEGDE (ww gez)... 3

Nadere informatie

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Ontleden Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Bij het redekundig ontleden verdeel je de zin in zinsdelen en geef je elk zinsdeel een redekundige naam. Deze zinsdelen

Nadere informatie

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Redekundig ontleden. Arend van den Brink Redekundig ontleden Arend van den Brink - Inhoudsopgave Redekundig ontleden... 3 Persoonsvorm... 3 Onderwerp... 4 Naamwoordelijk gezegde... 4 Werkwoordelijk gezegde... 7 Lijdend voorwerp... 8 Meewerkend

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18 Inhoud Deel 1 Spelling 18 Inleiding 15 1 Grondbeginselen van de Nederlandse spelling 21 1.1 Verschil tussen klank en letter 22 1.2 Hoofdregels 22 1.3 Interactie tussen de regels 24 1.4 Belang van de regel

Nadere informatie

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t.

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t. v;rw>r t 7 S SS QVRre F9 - -t. t- L 5KM i r MALtABERG instapkaarten taal verkennen S -4 taal verkennen komt er vaak een -e achter. Taa actief. instapkaarten taal verkennen. groep 8 Maimberg s-hertogenbosch

Nadere informatie

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8 Tipboekje Herman Jozefschool Groep 8 Inhoudsopgave Tips: Woordsoorten Werkwoorden, Lidwoorden,Zelfstandige naamwoorden en eigen namen Bijvoeglijke naamwoorden,voorzetsels,vragende voornaamwoorden Bezittelijke

Nadere informatie

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken.

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken. Ontleden Persoonsvorm 3 trucjes om de persoonsvorm te vinden zijn: 1. Maak van de zin een vraagzin. Het werkwoord dat vooraan komt te staan is de persoonsvorm. 2. Zet de zin in een andere tijd, de persoonsvorm

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen -b fl41..- 1 rair î ; : ; - / 0 t- t-, 9 S QURrz 71 1 t 5KM 1o r MALNBERG St 4) 4 instapkaarten ji - S 1,1 1 thema 5 1 les 2 S S S - -- t. Je leert hoe je van het hele werkwoord een voltooid deelwoord

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv Inhoud 1 Spelling 5 1 geschiedenis van de nederlandse spelling in vogelvlucht 11 2 spellingregels 13 Klinkers en medeklinkers 13 Spelling van werkwoorden 14 D De stam van een werkwoord 14 D Tegenwoordige

Nadere informatie

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten Naslagwerk Voor leerlingen en ouders 1 INHOUD INHOUD... 2 TAALKUNDIGE ONTLEDING: WOORDSOORTEN... 3 WERKWOORDEN... 3 ZELFSTANDIG NAAMWOORD (zelfst.nw)...

Nadere informatie

Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip

Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip JAAROVERZICHT NEDERLANDS H3 Omschrijving lesstof per week Blok 1 Wk1. Spreken informatieve tekst/ artikel oefenen Begin Lees vaardig blok 1+2 Toetsper. 1 week 39 Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip

Nadere informatie

Pdf versie uitleg Grammatica

Pdf versie uitleg Grammatica Uitleg Grammatica Inleiding In deze zelfstudiemodule kun je grammatica oefenen. Grammatica betekent volgens de Van Dale Leer van het systeem van een taal, geheel van regels volgens welke woorden en zinnen

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Onderdeel: Leesvaardigheid week 1 t/m week 4 Aantal lessen per week: 5 Nieuw Nederlands 4 e editie 1 & 2 8 t/m 13 48 t/m 53 Lessen Nieuwsbegrip Stappenplan lezen Aan het eind van deze periode weet de leerling

Nadere informatie

FICTIEDOSSIER NEDERLANDS LEERJAAR 3 EN 4 BK

FICTIEDOSSIER NEDERLANDS LEERJAAR 3 EN 4 BK FICTIEDOSSIER NEDERLANDS LEERJAAR 3 EN 4 BK Pagina 0 WOORD VOORAF Je zit nu in 3 VMBO en het eindexamen lijkt nog ver weg... Maar niets is minder waar. Dit jaar start je namelijk al volop met de voorbereidingen

Nadere informatie

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN Blz. Onderwerp 2 Zelfstandig naamwoord 3 Betrekkelijk voornaamwoord 4 Bijvoeglijk naamwoord 5 Gezegde 6 Koppelwerkwoord 7 Lijdend en meewerkend voorwerp 8 Onderwerp 9 Persoonlijk

Nadere informatie

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL LV MW ======= VV BIJW. BEPALING PERSOONSVORM (PV) In elke zin staan een of meer werkwoorden. Een van die werkwoorden is altijd de

Nadere informatie

Workshop BLIKSEM - Leesbegrippen in de BLIKSEM Oefenteksten en Toetsen

Workshop BLIKSEM - Leesbegrippen in de BLIKSEM Oefenteksten en Toetsen Leesbegrippen Groep 5 1. alinea (7)* 2. anekdote (2) 3. bedoeling van de schrijver (3) 4. boodschap overbrengen (1) 5. bronvermelding (2) 6. conclusie (1) 7. de bedoeling van de schrijver (2) 8. de clou

Nadere informatie

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden Nederlands Dagdeel 1 Introductie en vaststelling leerdoelen Redekundig ontleden: persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief Bij de verschillende onderdelen van Taal actief kunt u onderdelen uit De bovenkamer

Nadere informatie

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig

Nadere informatie

Inhoud. Over taal. Ontstaan van taal 19. Hoe het Nederlands gegroeid is 40. Een taal leren 22

Inhoud. Over taal. Ontstaan van taal 19. Hoe het Nederlands gegroeid is 40. Een taal leren 22 Inhoud 1 2 3 Over taal Ontstaan van taal 19 Hoe kunnen mensen praten? 19 Wanneer zijn mensen gaan praten? 19 Schrijven met tekeningen 20 Het ontstaan van het alfabet 21 Gebarentaal 21 Beeldtaal 21 Het

Nadere informatie

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen 1.1 Eigen kennis 1.1.1 Kinderen kunnen hun eigen kennis activeren, m.a.w. ze kunnen aangeven wat ze over een bepaald onderwerp al weten en welke ervaringen ze er

Nadere informatie

2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12

2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 Inhoudsopgave 1 Русский алфавит Het Russische alfabet 10 2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 3 Фонетика Fonetiek

Nadere informatie

Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk. 1, 2 A, B, C 3 A en B. synoniemen ja 1,2 3,4. ja 1 2 3 A,B 4,5 6 Ja. Test Blz 45 en 46 Test

Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk. 1, 2 A, B, C 3 A en B. synoniemen ja 1,2 3,4. ja 1 2 3 A,B 4,5 6 Ja. Test Blz 45 en 46 Test Boek 1, H 1 Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk Lezen Onderwerp van een tekst ja 1, 2 A, B, C 3 A en B 3C of 4 Vaardigheden interview Kattebelletje nee 1, 2 4 2 Taal en Woordenschat

Nadere informatie

Reader (taal)vaardigheden

Reader (taal)vaardigheden Reader (taal)vaardigheden Te gebruiken bij alle vakken Inhoudsopgave Schrijfvaardigheid... 4 Hoe maak ik een werkstuk?... 4 Algemene vormgeving van een werkstuk... 6 Hoe schrijf ik een zakelijke brief?...

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld Bij verschillende onderdelen van de taalmethode Taal in Beeld, kunt u De bovenkamer

Nadere informatie

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Hieronder vindt u de leerplandoelen taalbeschouwing die we met onze evaluatie in kaart willen brengen. Ze staan in dezelfde volgorde

Nadere informatie

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30 Inhoud Deel 1 Grammaticale vormen Les 1 Letter, woord, zin, getal, cijfer 12 Les 2 Zinnen 14 Les 3 Persoonlijke voornaamwoorden (1) 16 Les 4 Hij / het / je / we / ze 18 Herhalingstoets 1 20 Les 5 Werkwoorden

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling en uitspraak. 2 Grammatica

Inhoud. 1 Spelling en uitspraak. 2 Grammatica Inhoud 1 Spelling en uitspraak 1 spelling 11 Algemene regels 11 Klinkers en medeklinkers 11 Accenttekens 12 Hoofdletters 13 Los of aan elkaar? 13 Afbreken 14 2 uitspraak 14 De letters van het alfabet 15

Nadere informatie

Leerlijn Spreken & luisteren groep 5

Leerlijn Spreken & luisteren groep 5 Leerlijn Spreken & luisteren groep 5 Spreken (individueel / gesprekken voeren): Luisteren: Een monoloog houden in een kleine groep, duidelijk verwoorden wat ze bedoelen. Een gesprek (overleg) voeren in

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 10

Inhoud. 1 Spelling 10 Inhoud 1 Spelling 10 1 geschiedenis van de friese spelling (stavering) in het kort 10 2 spellingregels 12 Hulpmiddelen 12 Klinkers en medeklinkers 12 Lettergrepen 13 Stemhebbend en stemloos 13 Basisregels

Nadere informatie

Denken over taal: ontleden #2.0

Denken over taal: ontleden #2.0 DOMINICUS COLLEGE tweede klassen VWO NIJMEGEN december 2011 Denken over taal: ontleden #2.0 Je krijgt in tweetallen een aantal losse kaartjes, waarop taaluitingen staan van een tweejarige kleuter. Je ziet

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Grammatica op maat Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Grammatica op maat Dit programma is

Nadere informatie

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren  CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE Werkwoorden vervoegen 1. De infinitief In de woordenlijst vinden we de woorden altijd in dezelfde vorm. Deze vorm, die we het grondwoord noemen, is voor een werkwoord de infinitief..

Nadere informatie

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS (ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je op een juiste manier in meervoud schrijven. - Hoofdletters op een juiste manier gebruiken. - Onbepaalde hoofdtelwoorden

Nadere informatie

Op niveau onderbouw 2 e editie 1 vmbo-bk

Op niveau onderbouw 2 e editie 1 vmbo-bk Op niveau onderbouw 2 e editie 1 vmbo-bk 1 bk blok 1 blok 2 blok 3 blok 4 blok 5 blok 6 1 Fictie Martine Kamphuis (Vertrouw je mij?) leesboek uitkiezen: leessmaak veel wit zinnen in groepjes soms rijm

Nadere informatie

1 Spelling en uitspraak

1 Spelling en uitspraak Inhoud 1 Spelling en uitspraak 1 de spellingregels 11 Klinkers en medeklinkers 12 Accenttekens 11 Apostrof ( ) en koppelteken (-) 12 Hoofdletters 13 Los of aan elkaar? 13 Afbreken 14 2 uitspraak 14 Medeklinkers

Nadere informatie

drs. W.M.F. Beuker, training en begeleiding in onderwijs

drs. W.M.F. Beuker, training en begeleiding in onderwijs Stadsdeel zuidoost Hoofdstuk 1 Spelling Luister-woorden Weet-woorden Leen-woorden Regel-woorden Afkortingen Meervoudsvormen Verkleinwoorden Samenstellingen Trappen van vergelijking Werkwoordspelling Vergelijk-woorden

Nadere informatie

1.Taalzee. 2. De zee Hieronder zie je een voorbeeld van hoe een stukje zee er uit kan zien.

1.Taalzee. 2. De zee Hieronder zie je een voorbeeld van hoe een stukje zee er uit kan zien. 1.Taalzee Bij Taalzee krijgen leerlingen een eigen stukje zee met dieren. Deze dieren moeten ze in leven/gezond houden door taaloefeningen te doen. Er zijn ruim 20.000 verschillende opgaven, verdeeld over

Nadere informatie

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan 1. Globaal lezen a. Lees eerst altijd een tekst globaal. Dus: titel, inleiding, tussenkopjes, slot en bron. b. Denk na over het onderwerp,

Nadere informatie

HEREXAMEN MULO 2009 (3 e toets 2009)

HEREXAMEN MULO 2009 (3 e toets 2009) MINISTERIE VN ONERWIJS EN VOLKSONTWIKKELING EXMENUREU HEREXMEN MULO 2009 (3 e toets 2009) Vak : Nederlands lgemene Taalkennis atum : Tijd : 55 minuten EZE TK ESTT UIT 40 ITEMS. Geef de juiste werkwoordsvormen.

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen: Inhoudsopgave Dit boekje bestaat uit drie delen: Deel 1: uitleg (stappenplan) blz. 2 t/m 5 Deel 2: oefenzinnen blz. 6 Deel 3: antwoorden blz. 7 t/m 12 Disclaimer Aan de inhoud van dit boekje kunnen geen

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD Een didactiek om het begrip ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD aan te leren in het 4e leerjaar (Groep 6). Enkele voorafgaande opmerkingen over de toekomende tijd van het werkwoord.

Nadere informatie

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 2012-2014

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 2012-2014 PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 01-014 CODE VERANT- WOORDING KERNDEEL WEGING KENNIS CIJFER CODE VAKVAARDIGHEID CIJFER CODE WEGING AANVULLENDE OPMERKINGEN 1 Fictie (herhaling) boeken kiezen,

Nadere informatie

LESSTOF. Basisgrammatica

LESSTOF. Basisgrammatica LESSTOF Basisgrammatica 2 Lesstof Basisgrammatica INHOUD INLEIDING... 4 BASISGRAMMATICA EN MEIJERINK... 5 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 6 OMVANG... 7 INHOUD... 9 Lesstof Basisgrammatica 3 INLEIDING Muiswerkprogramma

Nadere informatie

TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2

TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2 Sportief! TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2 Je zit alweer in het tweede jaar van het vmbo. Vorig jaar heb je veel geleerd bij het onderdeel Taalverzorging, maar misschien ben je ook wel iets vergeten.

Nadere informatie

Netwerk TaalCentraal 2 VARIANT - leerwerkboek. Netwerk TaalCentraal 2 - leerwerkboek. Vergelijking inhoudstafels Netwerk TaalCentraal 2 1

Netwerk TaalCentraal 2 VARIANT - leerwerkboek. Netwerk TaalCentraal 2 - leerwerkboek. Vergelijking inhoudstafels Netwerk TaalCentraal 2 1 Blok 1 Les 1: Kennismaking via feiten en meningen (over verwachtingen, meningen over school, jezelf voorstellen aan de hand van feiten over jezelf en enkele van je meningen. Herhaling begrippen: feit/mening)

Nadere informatie

Meewerkend voorwerp hv12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Meewerkend voorwerp hv12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52679 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Vakdocumenten Frans (2004) Taalbeschouwing (Nederlands): verklarende woordenlijst Taalbeschouwing

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

ANTWOORDENBOEK. 88973 Woordsoorten. Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3. Oefening 4 Oefening 5. 1 was gevallen wordt wordt

ANTWOORDENBOEK. 88973 Woordsoorten. Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3. Oefening 4 Oefening 5. 1 was gevallen wordt wordt Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3 1 tekent is gekomen 2 heb gezeten kan/zal/mag/moet/wil helpen 3 wil helpen had/was/werd geplaagd 4 krijsen willen/kunnen/ mogen/moeten had doen 5 kreeg moet/kunt/mag proberen

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

Formuleren. Doelgroep Formuleren. Omschrijving Formuleren

Formuleren. Doelgroep Formuleren. Omschrijving Formuleren Formuleren Muiswerk Formuleren is een programma dat aandacht besteedt aan de belangrijkste stof die in de eerste klassen van het voortgezet onderwijs veelal aan de orde komt. Doelgroep Formuleren Formuleren

Nadere informatie

Leestoets 1 (heel proefwerk) Week 40. Spelling/grammatica/woordenschat 1 (heel proefwerk) Week 44

Leestoets 1 (heel proefwerk) Week 40. Spelling/grammatica/woordenschat 1 (heel proefwerk) Week 44 Jaarplanning 3 havo Periode 1 Leestoets 1 (heel proefwerk) Week 40 Blok 1 paragraaf 6.1 Blok 1 paragraaf 6.2 Blok 2 paragraaf 6.1 Blok 2 paragraaf 6.2 Tekstdoelen, tekstsoorten, tekstvormen Inleidingen

Nadere informatie

Spelling. 1. Werkwoorden

Spelling. 1. Werkwoorden Stijl en spelling Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste stijl- en spellingregels die in de onderbouw bij Nederlands zijn behandeld. Bij schrijfopdrachten en bij het examen wordt in de bovenbouw

Nadere informatie

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }.

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }. 1 DE SAMENGESTELDE ZIN Voordat een zin als samengestelde zin ontleed kan worden, moet hij eerst als enkelvoudige zin ontleed zijn, d.w.z. in een zin met maar één persoonsvorm ( en andere zinsdelen). Een

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar 2013-2014

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar 2013-2014 Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 36 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40 Bloemlezing 25 bladzijden Inleiding 2 1 Zinsontleding 3 2 Persoonsvorm 4 3 Zinsdelen 8 4 Werkwoordelijk gezegde wwg 10 5 Onderwerp ond 13 6 Lijdend voorwerp lv 16 7 Meewerkend voorwerp mv 20 8 Bijwoordelijke

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

A. LEER EN TOETSPLAN 2014-2015

A. LEER EN TOETSPLAN 2014-2015 Vak: Leerjaar: 1 Onderwerp: fictie (creatief lezen) Kerndoel(en): (nr)-2, 3, 4, 5, 7, 10. 1-smaakontwikkeling bevorderen 2-soorten verhalen onderscheiden 3-beoordelingswoorden 4-begrippen: spanning en

Nadere informatie

GRAMMATICA. taalkundig ontleden - theorie. samenstellers Ans Mathu - Hans Wellink

GRAMMATICA. taalkundig ontleden - theorie. samenstellers Ans Mathu - Hans Wellink GRAMMATICA taalkundig ontleden - theorie samenstellers Ans Mathu - Hans Wellink 1 INHOUDSOPGAVE Voorwoord 9 Inleiding 11 1 Zelfstandige naamwoorden (substantiva) 12 2 Lidwoorden (articula) 13 3 Telwoorden

Nadere informatie

Er was eens.een anderstalig kind. Josée Coenen HCO

Er was eens.een anderstalig kind. Josée Coenen HCO Er was eens.een anderstalig kind Josée Coenen HCO Stijgen / Dalen 1. Eén persoon stelt een gesloten vraag 2. Is het antwoord op u van toepassing; dan gaat u staan. Is het niet op u van toepassing: dan

Nadere informatie

Leerplannen Nederlands en vreemde talen in de eerste graad

Leerplannen Nederlands en vreemde talen in de eerste graad Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs. Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Leerplannen Nederlands en vreemde talen in de eerste graad Guy De Becker, Geert Hellemans, Marleen

Nadere informatie

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Wat is een zelfstandig naamwoord? Wat is een zelfstandig naamwoord? 1. Inleiding Zelfstandig naamwoorden zijn woorden die 'een zelfstandigheid' aanduiden: een persoon of dier: vrouw, oom, hond een eigennaam: Sara, Apple een ding: fiets,

Nadere informatie

SKO. Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie. Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands

SKO. Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie. Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands Avondopleidingen SKO Opleidingen Opleidingen Ondernemer Correspondentie Cursus Zakelijk Nederlands Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands Opleidingen

Nadere informatie

Spelling & Formuleren. Week 2-7

Spelling & Formuleren. Week 2-7 Spelling & Formuleren Week 2-7 Tentamenstof Boek: Praktische cursus Spelling 6e druk Auteur: M. Klein & M. Visscher Alle hoofdstukken behalve hoofdstuk 4 Proeftentamens zie Blackboard Succes! TEGENWOORDIGE

Nadere informatie

Beginnersfouten Nederlandse Vertalers

Beginnersfouten Nederlandse Vertalers Beginnersfouten Nederlandse Vertalers Inhoud 1. Samenstellingen los schrijven die aan elkaar horen... 3 2. De komma tussen twee werkwoordsvormen vergeten... 3 3. Vele/velen en beide/beiden... 3 4. Die/dat...

Nadere informatie

Luister naar het alfabet en de voorbeelden. Kijk ook naar de afbeeldingen. voorbeeld letter. b bee [b] bus [ə] een. hemd

Luister naar het alfabet en de voorbeelden. Kijk ook naar de afbeeldingen. voorbeeld letter. b bee [b] bus [ə] een. hemd Het alfabet Van A tot Z Het Nederlandse alfabet heeft 26 letters. Deze letters zijn klinkers en medeklinkers. Er zijn 6 klinkers: a, e, i, o, u, y. Er zijn 20 medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m,

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

5.3 SAMENVATTEND SCHEMA SOORTEN VERBANDEN

5.3 SAMENVATTEND SCHEMA SOORTEN VERBANDEN 10.2.9 Andere verbanden Soms worden ook nog de volgende verbanden onderscheiden: 1 toelichtend verband (komt sterk overeen met het uitleggend verband) 2 argumenterend verband 3 verklarend verband Deze

Nadere informatie

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra

Nadere informatie

ICT 2010-2011. Onderzoek leerlingensoftware

ICT 2010-2011. Onderzoek leerlingensoftware ICT 2010-2011 Onderzoek leerlingensoftware Carolien Popken Studentnr. 446860 ICT minor deel 1 2010-2011 2 Onderzoek leerlingensoftware Inhoudsopgave Leerlingen software basisschool de Molenwiek te Haarlem...

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 6 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 vmbo de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 vmbo de betekenis

Nadere informatie

DE NOMINALE GROEP of NOMINALE CONSTITUENT (NC)

DE NOMINALE GROEP of NOMINALE CONSTITUENT (NC) DE NOMINALE GROEP of NOMINALE CONSTITUENT (NC) 1. Definitie De nominale groep of nominale constituent (NC) bestaat principieel uit één woordgroep (soms één enkel woord) (i) die begint noch eindigt met

Nadere informatie

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios unidad 1 En el aeropuerto Zoek bij elke vraag het bijpassende antwoord. Luister naar de cd van het tekstboek, Oefening 1 van Unidad 1, en let op de uitspraak van de /k/-klank in de woorden equipaje en

Nadere informatie

Nieuwsbrief 16 : 22 april 2015

Nieuwsbrief 16 : 22 april 2015 BASISSCHOOL HET DAL Brede School Markeent St. Jozefslaan 102 6006 JN Weert Tel: 0495-534518 Nieuwsbrief 16 : 22 april 2015 1. Agenda Datum tijd Voor wie Wat / Waar / Overige info Vr. 24 april Zo. 26 april

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten

Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten groep 6 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Lesduur 25 minuten Aanwijzingen bij de les Algemene

Nadere informatie

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je het onderwerp uit een zin bepalen. - Kun je het onderwerp van een tekst bepalen. - Kun je een soort tekst

Nadere informatie

Informatie over kerndoelen en leerdoelen Alles-in-1 en Alles-Apart

Informatie over kerndoelen en leerdoelen Alles-in-1 en Alles-Apart Informatie over kerndoelen en leerdoelen Alles-in-1 en Alles-Apart Alles-in-1 biedt, samen met Alles-Apart, kerndoelendekkende leerstof aan voor groep 4 t/m 8 voor alle vak- en leergebieden behalve rekenen,

Nadere informatie

ROUTE 2F, Nederlands voor niveau 2F

ROUTE 2F, Nederlands voor niveau 2F ROUTE 2F, Nederlands voor niveau 2F Schrijfvaardigheid * Kan samenhangende teksten schrijven met een eenvoudige, lineaire opbouw, over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en

Nadere informatie

TEKSTEN. Om teksten aantrekkelijk te maken en beter te begrijpen vind je hier een aantal tips:

TEKSTEN. Om teksten aantrekkelijk te maken en beter te begrijpen vind je hier een aantal tips: NEDERLANDS Taalbeschouwing TEKSTEN Om teksten aantrekkelijk te maken en beter te begrijpen vind je hier een aantal tips: 1. Lay-out of opmaak Hierdoor wordt de tekst heel wat aantrekkelijker om te lezen.

Nadere informatie

INHOUD. Inhoud. Taal. Bestelnr. 88551 Het basisschoolboek. Voor Nederland en Belgiё: K2-Publisher B.V. Prins Hendrikstraat 37 NL-2411 CS Bodegraven

INHOUD. Inhoud. Taal. Bestelnr. 88551 Het basisschoolboek. Voor Nederland en Belgiё: K2-Publisher B.V. Prins Hendrikstraat 37 NL-2411 CS Bodegraven 1 Inhoud Taal 1 Spelling 18 1 Klanken en letters 18 2 Klinkers en medeklinkers 18 3 Lettergrepen 19 Open en gesloten lettergrepen 19 Woorden verdelen in lettergrepen 19 4 Werkwoorden 20 Persoonsvorm 20

Nadere informatie

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3 OPA-methode Inhoud 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2 Zinnen bestaan uit zinsdelen 3 U kunt zinnen altijd in de vier OPA-volgordes schrijven 5 PP in taal 2001 versie april 2001 1 1. De OPA-methode

Nadere informatie

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52704

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52704 Bijwoordelijke bepaling HV 2 Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52704 Dit lesmateriaal is

Nadere informatie

Thema 10. We ruilen van plek

Thema 10. We ruilen van plek Thema 10 We ruilen van plek Les 10.1 1. zakenreis 2. industrieën 3. raketten 4. percentage 5. demonstratie Les 1 gouden, ziekenhuis In het ankerverhaal staat dat de moeder van Gaby Pak kersen geeft in

Nadere informatie