2 hv. 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "2 hv. 1"

Transcriptie

1 2 hv 1

2 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp 8. vzv = voorzetselvoorwerp 9. bwb = bijwoordelijke bepaling 10. bijst = bijstelling 11. bvb = bijvoeglijke bepaling 2

3 pv= persoonsvorm= De werkwoordsvorm die verandert als je de zin in een andere tijd zet. Zij zingt een lied. Zij zong een lied. pv= zingt 3

4 zinsdeel= Een woord of een groepje woorden dat je voor de persoonsvorm kunt zetten. Hij heeft een nieuwe cd. Een nieuwe cd heeft hij. 4

5 wwg= werkwoordelijk gezegde= Alle werkwoorden in de zin. Jullie hond heeft mij gebeten. wwg= heeft gebeten 5

6 Nieuw Nederlands 2 hv 6

7 nwg= naamwoordelijk gezegde= koppelwerkwoord (+hulpwerkwoorden) + naamwoordelijk deel Bij een naamwoordelijk gezegde koppelt het koppelwerkwoord het onderwerp aan het naamwoordelijk deel. Het naamwoordelijk deel is dus een kenmerk of eigenschap van het onderwerp. Meestal is het naamwoordelijk deel een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord. Let op: een zin met een naamwoordelijk gezegde bevat nooit een lijdend voorwerp! 7

8 werkwoordelijk deel (ww.deel) naamwoordelijk deel (nw.deel) ww.deel= alle werkwoorden uit de zin incl. een koppelwerkwoord zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen nw.deel= zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord geeft een kenmerk of eigenschap van het onderwerp 8

9 Negen koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. Een werkwoord is alleen een koppelwerkwoord als: het één van de negen koppelwerkwoorden is het te vervangen is door een ander koppelwerkwoord uit het rijtje Onze buurman is slager. 9

10 Als zijn betekent zich bevinden. Als schijnen betekent licht uitstralen. Als blijven betekent verblijven. Als lijken betekent gelijkenis vertonen. 10

11 1. Zoek de persoonsvorm, het onderwerp en de overige werkwoorden 2. Wat + persoonsvorm + onderwerp + overige werkwoorden? = ng 3. Noteer het naamwoordelijk gezegde: persoonsvorm + [naamwoordelijk deel] + overige werkwoorden Zet het naamwoordelijk deel tussen vierkante haken! 11

12 1. Je zus zal later een goede zangeres worden. pv=zal, ow= Je zus, overige werkwoorden= worden 2. Vraag: Wat zal je zus worden? (Antwoord: een goede zangeres) 3. ng= zal [een goede zangeres] worden 12

13 Nieuw Nederlands 2hv 13

14 Een wg zegt wat iemand of iets DOET. Een ng zegt wat iemand IS (of wordt, blijft, lijkt.) 14

15 1. Noteer persoonsvorm en onderwerp. 2. Vraag: staat er een koppelwerkwoord in de zin? nee= wg ja= stap 3 3. Is er een werkwoord met een duidelijke betekenis (=zww)? ja= wg nee= ng 4. Wat + pv + ow + overige ww en? = nw.deel ng= pv + [nw.deel] + overige ww en 15

16 ond= onderwerp= Wie of wat + gezegde? Berbel staat niet op de foto. wwg= staat Wie of wat staat? Berbel ond= Berbel 16

17 lv= lijdend voorwerp= Wie of wat + gezegde + onderwerp? Anneli heeft de foto s gemaakt. wwg= heeft gemaakt ond= Anneli Wie of wat heeft Anneli gemaakt? lvw= de foto s 17

18 mv= meewerkend voorwerp= Aan of voor wie + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp? Soms bij Wil je die bekende acteur een vraag stellen? wwg= wil stellen ond= je lvw= een vraag Aan of voor wie wil je een vraag stellen? (aan) die bekende acteur =lvw 18

19 vzv= voorzetselvoorwerp= Het zinsdeel dat met een voorzetsel begint. Dit is een vast voorzetsel bij een zelfstandig werkwoord of het naamwoordelijk gezegde. Dit voorzetsel kun je (bijna) niet vervangen door een ander voorzetsel. De leerlingen verlangen erg naar de herfstvakantie. verlangen naar naar de herfstvakantie = vzv 19

20 bwb= bijwoordelijke bepaling= De zinsdelen die overblijven! Het antwoord op vragen als: waar, wanneer, waardoor, waarmee, waarheen, hoe, hoeveel? Er zijn verschillende bwb: van plaats, tijd, oorzaak, middel, richting, enz. Waar heb je gisteren de sleutel gelegd? Waar = bwb gisteren = bwb 20

21 bijst= bijstelling= een deel van een zinsdeel staat altijd tussen komma s achter het zelfstandig naamwoord noemt hetzelfde nog een keer in andere woorden In Amsterdam, de hoofdstad van Nederland, wonen heel veel mensen. bijst= de hoofdstad van Nederland 21

22 bvb= bijvoeglijke bepaling= Een deel van een ander zinsdeel! Een bijzonderheid, kenmerk of eigenschap van een zelfstandig naamwoord (znw). Kan voor of achter het znw staan. Als de bvb achter het znw staat, begint zij met een voorzetsel. Voor de deur van de supermarkt verkoopt de dakloze vrouw haar krantjes. van de supermarkt deur dakloze vrouw haar krantjes 22

23 Woordsoortbenoeming (herhaling) 23

24 lw Staat meestal vóór een zelfstandig naamwoord. Er zijn drie lidwoorden: de, het, een De computer staat op het nieuwe bureau. 24

25 znw Gebruik je voor mensen, dieren, planten en dingen. Ook (eigen)namen zijn zelfstandige naamwoorden. Tobias ziet dat het boek driehonderd bladzijden heeft. 25

26 bnw Geeft een eigenschap of kenmerk van een zelfstandig naamwoord aan. Staat meestal direct voor het zelfstandig naamwoord. Als er een kww in de zin voorkomt, kan het bnw ook achter het kww staan. Het oude paleis wordt toch gesloopt. 26

27 Nieuw Nederlands 2hv 27

28 zww Een wg bevat altijd een ww met een duidelijke betekenis. Geeft de handeling in de zin aan. Er staat altijd maar één zww in de zin. Als er meer ww in de zin staan, dan staat het zww achterin. De andere ww zijn hulpwerkwoorden. De atleet heeft zijn zelfstandig record verbeterd. 28

29 kww Geeft géén handeling in de zin aan. Koppelt het onderwerp aan het naamwoordelijk deel van het gezegde (een bijvoeglijk en/of zelfstandig naamwoord). Negen kww: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. Zijn er meer ww, dan staat het kww achterin. De andere ww zijn hulpwerkwoorden. Jouw tekening is nog mooier geworden. 29

30 hww Geeft géén handeling in de zin aan. Er moeten minstens twee werkwoordsvormen in de zin staan, om in die zin een hww aan te treffen. Je moet het vlees uit de vriezer halen. 30

31 vz Kun je meestal invullen op de puntjes in: de kast. Het is altijd het eerste woord van zo n woordgroep. In de bibliotheek vind je de cd s achter de informatiebalie. 31

32 bw Kan iets van een werkwoord, een ander bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord zeggen. Het geeft een plaats of tijd aan. Waar, wanneer, waarom, waardoor, etc. Hoe, wel, toch, immers, ook, nog, etc. Waarom reed de automobilist net zo hard door onze straat? 32

33 Nieuw Nederlands 2hv 33

34 pers.vnw Verwijst naar een persoon, een groep personen, voorwerpen of onzichtbare zaken. Ik heb hem het adres gevraagd. 34

35 bez.vnw Geeft een bezit aan; van wie iets is. LEER HET SCHEMA OP P.71 Het kan zelfstandig of bijvoeglijk in de zin voorkomen. Wil je mijn fiets op slot zetten? Bij zelfstandig gebruik staat er altijd een lidwoord voor. Is dat de jouwe? 35

36 het staat altijd vóór het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort mijn fiets (zn), onze tassen (zn) soms staat er tussen het bez.vnw en het zn een bijvoeglijk naamwoord zijn nieuwe (bn) boek (zn) 36

37 Staat het vnw achter het bezit en staat er van voor? Dan is het geen bezittelijk, maar een persoonlijk voornaamwoord. die fiets van mij (pers.vnw) de tassen van ons (pers.vnw) dat nieuwe boek van hem (pers.vnw) 37

38 Nieuw Nederlands 2hv 38

39 je, haar, ons, jullie, hun Vervang het woord door hij, hem of zijn. hij of hem = persoonlijk voornaamwoord zijn = bezittelijk voornaamwoord Kunnen jullie ons vertellen of jullie zusje haar paard wil verkopen? Kan hij hem vertellen of zijn zusje zijn paard wil verkopen? pers.vnw: jullie (1 e ), ons bez.vnw: jullie (2 e ), haar 39

40 wederkerend vnw Komt alleen voor in combinatie met een wederkerend werkwoord: zich aanpassen, zich verzetten, zich vergissen, etc. Jullie vergissen je in de datum. 40

41 wederkerig vnw = elkaar Het verwijst naar meer personen. Wij zullen elkaar volgende week niet zien. 41

42 vr.vnw wie, wat, welke, wat voor (een)? Wie weet welke film er zaterdag draait? 42

43 aanw.vnw Wijst iets of iemand aan. Deze, dit, die, dat. Een aanw.vnw kan i.p.v. een lidwoord voor het zelfstandig naamwoord staan. Het verwijst dan naar het znw. Je moet die sjaal kopen. Wil je dit aan de secretaresse geven? 43

44 betr.vnw Verwijst terug naar een woord of woordgroepje dat er vlak voor staat (=antecedent). die, dat, wie, wat. Het antwoord dat op het bord staat, is fout. In zinnen zonder antecedent kun je wie en wat vervangen door degene die en dat wat. Wie en wat noem je dan betr.vnw met ingesloten antecedent (m.i.a.). Wat (=Dat wat) je me hebt verteld, zal ik geheimhouden. 44

45 onb.vnw Verwijst vaag naar iets of iemand. Je kent geen bijzonderheden van de persoon of het ding. iets, niets, iemand, alles, men, wat (=iets), elk, ieder(een), etc. Niemand heeft mij iets gevraagd. 45

46 telw Bepaalde hoofdtelwoorden (b.htelw) geven een nauwkeurige hoeveelheid aan: één, honderd, een derde, etc. Onbepaalde hoofdtelwoorden (onb.htelw) geven een onnauwkeurige hoeveelheid aan: alle, weinig, wat, sommige, etc. Bepaalde rangtelwoorden (b.rtelw) geven de nauwkeurige plaats in een rangorde aan: eerste, tweede, honderdste, etc. Onbepaalde rangtelwoorden (onb.rtelw) geven de onnauwkeurige plaats in een rangorde aan: middelste, laatste, zoveelste, hoeveelste, etc. 46

47 vw Verbindt woorden, woordgroepen of zinnen met elkaar. Nevenschikkende voegwoorden (nevensch.vw) verbinden gelijkwaardige delen: en, want, maar, of en dus. Morgen kan ik helaas niet komen, want ik moet mijn repetitie leren. Onderschikkende voegwoorden (ondersch.vw) verbinden ongelijkwaardige zinnen: dat en nadat, omdat, zodat, etc. aangezien, als, dan, hoewel, indien, mits, tenzij, toen, zodra, daarom, terwijl, ofschoon en of! Kevin kan niet pinnen, omdat zijn saldo te laag is. 47

48 vnw.bw Bestaat uit twee delen. Het eerste deel wordt meestal gevormd door de bijwoorden er, hier, waar, daar. Het tweede deel is een voorzetsel. De delen van het vnw.bw kunnen gescheiden in de zin voorkomen. Ze kunnen geen betrekking op personen hebben. Daarmee heb ik niets te maken. Daar heb ik niets mee te maken. 48

49 49

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag Op niveau onderbouw - Naslag Grammatica In dit naslagdocument vind je de belangrijkste onderdelen van grammatica die in Op niveau onderbouw, leerjaar 1 t/m 3, worden behandeld. Als je wilt weten welke

Nadere informatie

Nederlands C.T samenvatting

Nederlands C.T samenvatting Nederlands C.T samenvatting Wat te leren: Blok 4 + helft blok 5, op de leer s.o stof na. Blok 4 2.2 Chronologische tijdsvolgorde: de ene gebeurtenis na de andere Tijdsprong: het overslaan van een stuk

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL OEFENSITES WERKWOORDELIJK GEZEGDE ONTLEDEN ZIN OEFENSITES NAAMWOORDELIJK

Nadere informatie

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders INHOUD INHOUD... 2 REDEKUNDIGE ONTLEDING: ZINSDELEN... 3 PERSOONSVORM (pv)... 3 WERKWOORDELIJK GEZEGDE (ww gez)... 3

Nadere informatie

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen. Zinsdelen Nederlands Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk gezegde Onderwerp Persoonsvorm Voorzetselvoorwerp Werkwoordelijk gezegde Bijvoeglijke

Nadere informatie

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL LV MW ======= VV BIJW. BEPALING PERSOONSVORM (PV) In elke zin staan een of meer werkwoorden. Een van die werkwoorden is altijd de

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen: Inhoudsopgave Dit boekje bestaat uit drie delen: Deel 1: uitleg (stappenplan) blz. 2 t/m 5 Deel 2: oefenzinnen blz. 6 Deel 3: antwoorden blz. 7 t/m 12 Disclaimer Aan de inhoud van dit boekje kunnen geen

Nadere informatie

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Redekundig ontleden. Arend van den Brink Redekundig ontleden Arend van den Brink - Inhoudsopgave Redekundig ontleden... 3 Persoonsvorm... 3 Onderwerp... 4 Naamwoordelijk gezegde... 4 Werkwoordelijk gezegde... 7 Lijdend voorwerp... 8 Meewerkend

Nadere informatie

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten Naslagwerk Voor leerlingen en ouders 1 INHOUD INHOUD... 2 TAALKUNDIGE ONTLEDING: WOORDSOORTEN... 3 WERKWOORDEN... 3 ZELFSTANDIG NAAMWOORD (zelfst.nw)...

Nadere informatie

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN Blz. Onderwerp 2 Zelfstandig naamwoord 3 Betrekkelijk voornaamwoord 4 Bijvoeglijk naamwoord 5 Gezegde 6 Koppelwerkwoord 7 Lijdend en meewerkend voorwerp 8 Onderwerp 9 Persoonlijk

Nadere informatie

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8 Tipboekje Herman Jozefschool Groep 8 Inhoudsopgave Tips: Woordsoorten Werkwoorden, Lidwoorden,Zelfstandige naamwoorden en eigen namen Bijvoeglijke naamwoorden,voorzetsels,vragende voornaamwoorden Bezittelijke

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief Bij de verschillende onderdelen van Taal actief kunt u onderdelen uit De bovenkamer

Nadere informatie

Pdf versie uitleg Grammatica

Pdf versie uitleg Grammatica Uitleg Grammatica Inleiding In deze zelfstudiemodule kun je grammatica oefenen. Grammatica betekent volgens de Van Dale Leer van het systeem van een taal, geheel van regels volgens welke woorden en zinnen

Nadere informatie

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD Een didactiek om het begrip ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD aan te leren in het 4e leerjaar (Groep 6). Enkele voorafgaande opmerkingen over de toekomende tijd van het werkwoord.

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv Inhoud 1 Spelling 5 1 geschiedenis van de nederlandse spelling in vogelvlucht 11 2 spellingregels 13 Klinkers en medeklinkers 13 Spelling van werkwoorden 14 D De stam van een werkwoord 14 D Tegenwoordige

Nadere informatie

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Ontleden Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Bij het redekundig ontleden verdeel je de zin in zinsdelen en geef je elk zinsdeel een redekundige naam. Deze zinsdelen

Nadere informatie

Reader (taal)vaardigheden

Reader (taal)vaardigheden Reader (taal)vaardigheden Te gebruiken bij alle vakken Inhoudsopgave Schrijfvaardigheid... 4 Hoe maak ik een werkstuk?... 4 Algemene vormgeving van een werkstuk... 6 Hoe schrijf ik een zakelijke brief?...

Nadere informatie

Over de verschillen en gelijkenissen tussen talen bij taalbeschouwing

Over de verschillen en gelijkenissen tussen talen bij taalbeschouwing Vraag 46 Is dit Chinees voor jou? Over de verschillen en gelijkenissen tussen talen bij taalbeschouwing COD, pronom réciproque, main clause Je moet heel wat begrippen kennen als je een andere taal leert.

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

Beginnersfouten Nederlandse Vertalers

Beginnersfouten Nederlandse Vertalers Beginnersfouten Nederlandse Vertalers Inhoud 1. Samenstellingen los schrijven die aan elkaar horen... 3 2. De komma tussen twee werkwoordsvormen vergeten... 3 3. Vele/velen en beide/beiden... 3 4. Die/dat...

Nadere informatie

Informatie over kerndoelen en leerdoelen Alles-in-1 en Alles-Apart

Informatie over kerndoelen en leerdoelen Alles-in-1 en Alles-Apart Informatie over kerndoelen en leerdoelen Alles-in-1 en Alles-Apart Alles-in-1 biedt, samen met Alles-Apart, kerndoelendekkende leerstof aan voor groep 4 t/m 8 voor alle vak- en leergebieden behalve rekenen,

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 6 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie

2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12

2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 Inhoudsopgave 1 Русский алфавит Het Russische alfabet 10 2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 3 Фонетика Fonetiek

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 10

Inhoud. 1 Spelling 10 Inhoud 1 Spelling 10 1 geschiedenis van de friese spelling (stavering) in het kort 10 2 spellingregels 12 Hulpmiddelen 12 Klinkers en medeklinkers 12 Lettergrepen 13 Stemhebbend en stemloos 13 Basisregels

Nadere informatie

Inhoud. Over taal. Ontstaan van taal 19. Hoe het Nederlands gegroeid is 40. Een taal leren 22

Inhoud. Over taal. Ontstaan van taal 19. Hoe het Nederlands gegroeid is 40. Een taal leren 22 Inhoud 1 2 3 Over taal Ontstaan van taal 19 Hoe kunnen mensen praten? 19 Wanneer zijn mensen gaan praten? 19 Schrijven met tekeningen 20 Het ontstaan van het alfabet 21 Gebarentaal 21 Beeldtaal 21 Het

Nadere informatie

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 2012-2014

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 2012-2014 PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 01-014 CODE VERANT- WOORDING KERNDEEL WEGING KENNIS CIJFER CODE VAKVAARDIGHEID CIJFER CODE WEGING AANVULLENDE OPMERKINGEN 1 Fictie (herhaling) boeken kiezen,

Nadere informatie

Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk. 1, 2 A, B, C 3 A en B. synoniemen ja 1,2 3,4. ja 1 2 3 A,B 4,5 6 Ja. Test Blz 45 en 46 Test

Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk. 1, 2 A, B, C 3 A en B. synoniemen ja 1,2 3,4. ja 1 2 3 A,B 4,5 6 Ja. Test Blz 45 en 46 Test Boek 1, H 1 Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk Lezen Onderwerp van een tekst ja 1, 2 A, B, C 3 A en B 3C of 4 Vaardigheden interview Kattebelletje nee 1, 2 4 2 Taal en Woordenschat

Nadere informatie

Denken over taal: ontleden #2.0

Denken over taal: ontleden #2.0 DOMINICUS COLLEGE tweede klassen VWO NIJMEGEN december 2011 Denken over taal: ontleden #2.0 Je krijgt in tweetallen een aantal losse kaartjes, waarop taaluitingen staan van een tweejarige kleuter. Je ziet

Nadere informatie

ANTWOORDENBOEK. 88973 Woordsoorten. Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3. Oefening 4 Oefening 5. 1 was gevallen wordt wordt

ANTWOORDENBOEK. 88973 Woordsoorten. Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3. Oefening 4 Oefening 5. 1 was gevallen wordt wordt Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3 1 tekent is gekomen 2 heb gezeten kan/zal/mag/moet/wil helpen 3 wil helpen had/was/werd geplaagd 4 krijsen willen/kunnen/ mogen/moeten had doen 5 kreeg moet/kunt/mag proberen

Nadere informatie

De hele m i c k van taal

De hele m i c k van taal De hele m i c k van taal Website: www.taalmick.weebly.com Door: Foppe Gall Onderdelen in dit boekje: stijl grammatica werkwoordspelling spelling van 1F, 2F naar 3F Domein: Media, Ict, Cultuur, Kunst 2

Nadere informatie

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig

Nadere informatie

JAARPROGRAMMA ONTLEDEN groep 8

JAARPROGRAMMA ONTLEDEN groep 8 JAARPROGRAMMA ONTLEDEN groep 8 Zinnen ontleden Verdeel de zin in stukken met een grijs potlood. Benoem de volgende delen. Persoonsvorm (pv): maak de zin vragend, de persoonsvorm staat voorop. Denk goed

Nadere informatie

jaarplan Latijn 5 lestijden.xlsx

jaarplan Latijn 5 lestijden.xlsx JAARPLAN LATIJN EERSTE GRAAD EERSTE JAAR 5 UUR PER WEEK Referentie leerplan : D/2011/7841/001 Handboek : Ars Legendi Vestibulum: taalboek, leesboek, woordenlijst Voeten: Bij het begin van elke les worden

Nadere informatie

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren http://lycipedia.lyceumgenk.be

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren http://lycipedia.lyceumgenk.be Termenlijst tweede graad Nederlands klank klinker gedekt ongedekt medeklinker stemloos stemhebbend tussenklank tussenletter homofoon interpunctie verbuiging vervoeging inheems woord leenwoord genus bijwoord

Nadere informatie

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52704

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52704 Bijwoordelijke bepaling HV 2 Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52704 Dit lesmateriaal is

Nadere informatie

Struikelblok zinsontleding: Actief en passief

Struikelblok zinsontleding: Actief en passief Struikelblok zinsontleding: Actief en passief Een zin kan actief of passief zijn. In een actieve zin voert het onderwerp een handeling uit. In een passieve zin ondergaat het onderwerp de handeling. Wie

Nadere informatie

Inhoud. Extra oefeningen 68

Inhoud. Extra oefeningen 68 Inhoud Les 1 Zinnen 8 Les 2 Werkwoordstijden 10 Les 3 Soorten werkwoorden 12 Les 4 Hulp- en koppelwerkwoorden 14 Les 5 Zwakke en sterke werkwoorden 16 Les 6 Vraagvormen 18 Les 7 Gebiedende en aanvoegende

Nadere informatie

Universiteit Gent Oosterse Talen en Culturen Klassiek Chinees I Vertalingen Shadick en oefeningen

Universiteit Gent Oosterse Talen en Culturen Klassiek Chinees I Vertalingen Shadick en oefeningen Universiteit Gent Oosterse Talen en Culturen Klassiek Chinees I I. Vertalingen Shadick en oefeningen Versie 2 Sarah Deschodt, studiepraeses Tomo no Kai 2009-2010 Intellectueel eigendom van Tomo no Kai

Nadere informatie

Leerlijn Spreken & luisteren groep 5

Leerlijn Spreken & luisteren groep 5 Leerlijn Spreken & luisteren groep 5 Spreken (individueel / gesprekken voeren): Luisteren: Een monoloog houden in een kleine groep, duidelijk verwoorden wat ze bedoelen. Een gesprek (overleg) voeren in

Nadere informatie

DE NOMINALE GROEP of NOMINALE CONSTITUENT (NC)

DE NOMINALE GROEP of NOMINALE CONSTITUENT (NC) DE NOMINALE GROEP of NOMINALE CONSTITUENT (NC) 1. Definitie De nominale groep of nominale constituent (NC) bestaat principieel uit één woordgroep (soms één enkel woord) (i) die begint noch eindigt met

Nadere informatie

Leerplannen Nederlands en vreemde talen in de eerste graad

Leerplannen Nederlands en vreemde talen in de eerste graad Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs. Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Leerplannen Nederlands en vreemde talen in de eerste graad Guy De Becker, Geert Hellemans, Marleen

Nadere informatie

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30 Inhoud Deel 1 Grammaticale vormen Les 1 Letter, woord, zin, getal, cijfer 12 Les 2 Zinnen 14 Les 3 Persoonlijke voornaamwoorden (1) 16 Les 4 Hij / het / je / we / ze 18 Herhalingstoets 1 20 Les 5 Werkwoorden

Nadere informatie

Stap voor stap Latijn leren (en) lezen in het eerste jaar

Stap voor stap Latijn leren (en) lezen in het eerste jaar Stap voor stap Latijn leren (en) lezen in het eerste jaar Marjan Hillewaere ENW AUGent, 6/11/ 13 Studiedag Taal en Tekst. De rol van taalbeschouwing in het klassieketalenonderwijs. Latijn leren (en) lezen

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

Nieuwsbrief leren. leren en studeren op de basisschool. nummer 7 maart 2002. Lieven Coppens

Nieuwsbrief leren. leren en studeren op de basisschool. nummer 7 maart 2002. Lieven Coppens België Finland Griekenland Japan Nigeria Noorwegen Polen Rusland Singapore Slovakije Tsjechië Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Percentage Nieuwsbrief leren leren en studeren op de basisschool nummer

Nadere informatie

1 Spelling en uitspraak

1 Spelling en uitspraak Inhoud 1 Spelling en uitspraak 1 de spellingregels 11 Klinkers en medeklinkers 12 Accenttekens 11 Apostrof ( ) en koppelteken (-) 12 Hoofdletters 13 Los of aan elkaar? 13 Afbreken 14 2 uitspraak 14 Medeklinkers

Nadere informatie

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden Nederlands Dagdeel 1 Introductie en vaststelling leerdoelen Redekundig ontleden: persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke

Nadere informatie

Tegenwoordige en verleden tijd De persoonsvorm staat in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd.

Tegenwoordige en verleden tijd De persoonsvorm staat in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd. Belangrijk om te weten in groep 7 en 8 Een handig naslagwerk. Als het onderwerp enkelvoud is, wordt de persoonsvorm ook in enkelvoud geschreven. Ik loop naar huis. Jij loopt naar huis. Mijn broer loopt

Nadere informatie

INHOUD. Inhoud. Taal. Bestelnr. 88551 Het basisschoolboek. Voor Nederland en Belgiё: K2-Publisher B.V. Prins Hendrikstraat 37 NL-2411 CS Bodegraven

INHOUD. Inhoud. Taal. Bestelnr. 88551 Het basisschoolboek. Voor Nederland en Belgiё: K2-Publisher B.V. Prins Hendrikstraat 37 NL-2411 CS Bodegraven 1 Inhoud Taal 1 Spelling 18 1 Klanken en letters 18 2 Klinkers en medeklinkers 18 3 Lettergrepen 19 Open en gesloten lettergrepen 19 Woorden verdelen in lettergrepen 19 4 Werkwoorden 20 Persoonsvorm 20

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling en uitspraak. 2 Grammatica

Inhoud. 1 Spelling en uitspraak. 2 Grammatica Inhoud 1 Spelling en uitspraak 1 spelling 11 Algemene regels 11 Klinkers en medeklinkers 11 Accenttekens 12 Hoofdletters 13 Los of aan elkaar? 13 Afbreken 14 2 uitspraak 14 De letters van het alfabet 15

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Hieronder vindt u de leerplandoelen taalbeschouwing die we met onze evaluatie in kaart willen brengen. Ze staan in dezelfde volgorde

Nadere informatie

1.Taalzee. 2. De zee Hieronder zie je een voorbeeld van hoe een stukje zee er uit kan zien.

1.Taalzee. 2. De zee Hieronder zie je een voorbeeld van hoe een stukje zee er uit kan zien. 1.Taalzee Bij Taalzee krijgen leerlingen een eigen stukje zee met dieren. Deze dieren moeten ze in leven/gezond houden door taaloefeningen te doen. Er zijn ruim 20.000 verschillende opgaven, verdeeld over

Nadere informatie

Handleiding basiswoordenschat.

Handleiding basiswoordenschat. basiswoordenschat. Inleiding. In de basismodule wordt een basis van ongeveer 80 woorden gelegd. Deze woorden worden aangeboden om de woordenschat, maar ook om de communicatieve vaardigheden van de cursist

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Spelling. 1. Werkwoorden

Spelling. 1. Werkwoorden Stijl en spelling Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste stijl- en spellingregels die in de onderbouw bij Nederlands zijn behandeld. Bij schrijfopdrachten en bij het examen wordt in de bovenbouw

Nadere informatie

Werkwijzer Duits. Studie- en werkwijzer worden uitgedeeld en besproken. Toelichting op toetsen wordt op papier uitgereikt

Werkwijzer Duits. Studie- en werkwijzer worden uitgedeeld en besproken. Toelichting op toetsen wordt op papier uitgereikt Duits 10 mavo Datum: 21 september 2015 Werkwijzer Duits Als een les uitvalt dan kun je (soms gedeeltelijk) zelfstandig door werken. Ook wordt het huiswerk in magister gezet. Magister is altijd up to date,

Nadere informatie

HEREXAMEN MULO 2009 (3 e toets 2009)

HEREXAMEN MULO 2009 (3 e toets 2009) MINISTERIE VN ONERWIJS EN VOLKSONTWIKKELING EXMENUREU HEREXMEN MULO 2009 (3 e toets 2009) Vak : Nederlands lgemene Taalkennis atum : Tijd : 55 minuten EZE TK ESTT UIT 40 ITEMS. Geef de juiste werkwoordsvormen.

Nadere informatie

Prisma Taalbeheersing. Basisgrammatica. Nederlands. Begrijpelijk voor iedereen. Henriëtte Houët

Prisma Taalbeheersing. Basisgrammatica. Nederlands. Begrijpelijk voor iedereen. Henriëtte Houët Prisma Taalbeheersing Basisgrammatica Nederlands Begrijpelijk voor iedereen Henriëtte Houët 5 Inhoud Inleiding - Waarom grammatica? 7 1. Grammatica: de regels voor zinnen en woorden 8 2. Zinsontleden en

Nadere informatie

Vraag 52. Eén, twee of meer? Vraag 52 - Eén, twee of meer? 379. 1 Opwarmertje. Opdracht 1

Vraag 52. Eén, twee of meer? Vraag 52 - Eén, twee of meer? 379. 1 Opwarmertje. Opdracht 1 Vraag 52 Eén, twee of meer? Herhaling: het zelfstandig naamwoord Er waren eens drie biggetjes, zeven dwergen, twee rode schoentjes, zes zwanen, zeven geitjes, drie musketiers Vanaf het moment dat je meer

Nadere informatie

Op niveau onderbouw 2 e editie 1 vmbo-bk

Op niveau onderbouw 2 e editie 1 vmbo-bk Op niveau onderbouw 2 e editie 1 vmbo-bk 1 bk blok 1 blok 2 blok 3 blok 4 blok 5 blok 6 1 Fictie Martine Kamphuis (Vertrouw je mij?) leesboek uitkiezen: leessmaak veel wit zinnen in groepjes soms rijm

Nadere informatie

Er was eens.een anderstalig kind. Josée Coenen HCO

Er was eens.een anderstalig kind. Josée Coenen HCO Er was eens.een anderstalig kind Josée Coenen HCO Stijgen / Dalen 1. Eén persoon stelt een gesloten vraag 2. Is het antwoord op u van toepassing; dan gaat u staan. Is het niet op u van toepassing: dan

Nadere informatie

8. GEZEGDE EN ONDERWERP AANDUIDEN Schrijf de gedicteerde zinnen over en duid in iedere zin aan: daarna het onderwerp

8. GEZEGDE EN ONDERWERP AANDUIDEN Schrijf de gedicteerde zinnen over en duid in iedere zin aan: daarna het onderwerp TAALPERIODE 6e KLAS 1 september 1998-18 september 1998 1. ZINNEN : mededelende zin vragende zin uitroepende zin opgaven: zie bord 2. ZINSDELEN en WOORDGROEPEN Welke woorden blijven bij elkaar, ook al worden

Nadere informatie

De Edukese Taal Edukeser Språkerne. Door Lars

De Edukese Taal Edukeser Språkerne. Door Lars De Edukese Taal Edukeser Språkerne Door Lars Fonologie Letter IPA Letter IPA A ɐ P B b Q C ʃ / k * R D S ʂ / s ** E F G H I J K L M N O T U V W X Y Z Å Æ Þ Ð Ø *= De c wordt in het Edukees soms als ʃ en

Nadere informatie

11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten.

11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten. A. LEER EN TOETSPLAN Leerjaar: 3 Onderwerp: Luistervaardigheid 11, 12, 13, 14 11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen

Nadere informatie

Luister naar het alfabet en de voorbeelden. Kijk ook naar de afbeeldingen. voorbeeld letter. b bee [b] bus [ə] een. hemd

Luister naar het alfabet en de voorbeelden. Kijk ook naar de afbeeldingen. voorbeeld letter. b bee [b] bus [ə] een. hemd Het alfabet Van A tot Z Het Nederlandse alfabet heeft 26 letters. Deze letters zijn klinkers en medeklinkers. Er zijn 6 klinkers: a, e, i, o, u, y. Er zijn 20 medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m,

Nadere informatie

Test je kennis Nederlands

Test je kennis Nederlands Test je kennis Nederlands Een goede kennis en beheersing van de Nederlandse taal is noodzakelijk in het economisch hoger onderwijs. Inhoud toets Nederlands Met de toets Nederlands testen we onder andere

Nadere informatie

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas Leraar: Dag Jef. Jef: Dag mevrouw. Hoe gaat het met u? Leraar: Goed, dank je. En met jou? Jef: Ook goed. ----------- Mark: Hallo

Nadere informatie

Nieuwsbrief 16 : 22 april 2015

Nieuwsbrief 16 : 22 april 2015 BASISSCHOOL HET DAL Brede School Markeent St. Jozefslaan 102 6006 JN Weert Tel: 0495-534518 Nieuwsbrief 16 : 22 april 2015 1. Agenda Datum tijd Voor wie Wat / Waar / Overige info Vr. 24 april Zo. 26 april

Nadere informatie

01 03-11-2006 09:59 Pagina 9. 1 Zinsontleden

01 03-11-2006 09:59 Pagina 9. 1 Zinsontleden 01 03-11-2006 09:59 Pagina 9 1 Zinsontleden Het ontleden van zinnen in zinsdelen noem je redekundig ontleden. Redekundig ontleden doe je altijd volgens een vaste volgorde of anders gezegd, volgens een

Nadere informatie

oefenbundel voor het zesde leerjaar

oefenbundel voor het zesde leerjaar oefenbundel voor het zesde leerjaar leerinhoud aard bron taal: afkortingen accentactiviteit Tijd voor Taal accent - Taal 6 taalbeschouwing taal: verwijswoorden remediëring Tijd voor Taal accent - Taal

Nadere informatie

Naam:... Klas:... Datum:...

Naam:... Klas:... Datum:... Voorbeeldtoets OBIT voor Op niveau onderbouw Bloktoets blok 3 Versie A Naam:... Klas:... Datum:... Let op! Noteer in de linkerbovenhoek van je antwoordblad het nummer van de toets: 3A. Vul je naam, klas

Nadere informatie

LESSTOF. Basisgrammatica

LESSTOF. Basisgrammatica LESSTOF Basisgrammatica 2 Lesstof Basisgrammatica INHOUD INLEIDING... 4 BASISGRAMMATICA EN MEIJERINK... 5 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 6 OMVANG... 7 INHOUD... 9 Lesstof Basisgrammatica 3 INLEIDING Muiswerkprogramma

Nadere informatie

Inhoud Jan Brams - Wendy Geerts - Eliane Lammens Wim Moreau - Philippe Moury

Inhoud Jan Brams - Wendy Geerts - Eliane Lammens Wim Moreau - Philippe Moury Inhoud 1 Jan Brams - Wendy Geerts - Eliane Lammens Wim Moreau - Philippe Moury a Sanoma company I lingua latina Lingua Latina Romeinse cijfers Het Latijnse alfabet Uitspraak van het Latijn Woordsoorten

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld Bij verschillende onderdelen van de taalmethode Taal in Beeld, kunt u De bovenkamer

Nadere informatie

A. LEER EN TOETSPLAN 2014-2015

A. LEER EN TOETSPLAN 2014-2015 Vak: Leerjaar: 1 Onderwerp: fictie (creatief lezen) Kerndoel(en): (nr)-2, 3, 4, 5, 7, 10. 1-smaakontwikkeling bevorderen 2-soorten verhalen onderscheiden 3-beoordelingswoorden 4-begrippen: spanning en

Nadere informatie

Zinnen 1. Henriëtte de Swart

Zinnen 1. Henriëtte de Swart Zinnen 1 Henriëtte de Swart Combinaties Taal maakt combinaties op verschillende niveaus: Fonemen combineren tot morfemen (creëren van betekenis) Morfemen combineren tot woorden (complexe betekenissen)

Nadere informatie

ICT 2010-2011. Onderzoek leerlingensoftware

ICT 2010-2011. Onderzoek leerlingensoftware ICT 2010-2011 Onderzoek leerlingensoftware Carolien Popken Studentnr. 446860 ICT minor deel 1 2010-2011 2 Onderzoek leerlingensoftware Inhoudsopgave Leerlingen software basisschool de Molenwiek te Haarlem...

Nadere informatie

De golf spoelt op het strand. 1. golf 2. strand

De golf spoelt op het strand. 1. golf 2. strand Coöperatieve werkvormen voor spellingonderwijs Schud & pak : - Maak een stapel kaartjes met (werk)woorden in een ondersteunende zin De golf spoelt op het strand. 1. golf 2. strand - - Zet leerlingen in

Nadere informatie

VOORWOORD. René van Royen

VOORWOORD. René van Royen VOORWOORD Priscianus was een knappe man. Toen Rome lang geleden nog een rijk was, leerde hij de kinderen in zijn klas Latijn. Hij gaf dus les, maar wat hij in de klas vertelde schreef hij ook op. Zo ontstond

Nadere informatie

Formuleren. Doelgroep Formuleren. Omschrijving Formuleren

Formuleren. Doelgroep Formuleren. Omschrijving Formuleren Formuleren Muiswerk Formuleren is een programma dat aandacht besteedt aan de belangrijkste stof die in de eerste klassen van het voortgezet onderwijs veelal aan de orde komt. Doelgroep Formuleren Formuleren

Nadere informatie

SKO. Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie. Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands

SKO. Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie. Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands Avondopleidingen SKO Opleidingen Opleidingen Ondernemer Correspondentie Cursus Zakelijk Nederlands Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands Opleidingen

Nadere informatie

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: Spelling 1. Werkwoorden: tegenwoordige tijd A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: ik - je/u/hij/ze t we/jullie/ze en bijvoorbeeld: ik drink ik bied je drinkt je biedt

Nadere informatie

Kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie Zullen computers ooit de menselijke taal begrijpen? Kunstmatige intelligentie 2014 Menno Mafait (http://mafait.org) 1 Al zo n zestig jaar zijn wetenschappers bezig met kunstmatige intelligentie, ook wel

Nadere informatie

Nederlandse taalbeschouwing als ondersteuning voor het vreemdetalenonderwijs? Elena Lievens workshop studiedag Taal en Tekst, ENW AUGent, 6/11/2013

Nederlandse taalbeschouwing als ondersteuning voor het vreemdetalenonderwijs? Elena Lievens workshop studiedag Taal en Tekst, ENW AUGent, 6/11/2013 Nederlandse taalbeschouwing als ondersteuning voor het vreemdetalenonderwijs? Elena Lievens workshop studiedag Taal en Tekst, ENW AUGent, 6/11/2013 Gewijzigde eindtermen Taalprof Peter-Arno Coppen van

Nadere informatie

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra

Nadere informatie

HUIDIG LEERPLAN FRANS

HUIDIG LEERPLAN FRANS HUIDIG LEERPLAN FRANS ASPECTEN VAN BEGINSITUATIE Lln : Frans nieuw vak geen voorkennis vereist aanpak systematisch & geleidelijk vorderend weinig of geen stimuli of talige omgeving kdn willen wel graag

Nadere informatie

Arrangementen dagbesteding VSO Oriëntatiefase Verdiepingsfase Integratiefase Leerjaar 1 (de

Arrangementen dagbesteding VSO Oriëntatiefase Verdiepingsfase Integratiefase Leerjaar 1 (de ARRANGEMENTKAART maart 2013 VSO- AFDELING Standaarden VSO Leeftijd à 13 14 15 16 17 18 19 Gevorderd 25% 10 10 11 11 11 12 12 Voldoende 75% 7 7 8 8 9 9 10 Minimum 90% 3 4 4 4 5 5 5 Arrangementen dagbesteding

Nadere informatie

Als je een setje van 4 kaarten hebt, roep je 'kwartet!' en leg je de vier bij elkaar horende kaarten voor je neer op tafel.

Als je een setje van 4 kaarten hebt, roep je 'kwartet!' en leg je de vier bij elkaar horende kaarten voor je neer op tafel. Uitleg kwartetspel Voorbereiding: Alle kaarten worden onder de spelers verdeeld (3-4 spelers). Het kan zijn dat sommige spelers meer kaarten hebben dan andere spelers. De kaarten neem je in je hand. Je

Nadere informatie

Praktische. cursus zinsontleding

Praktische. cursus zinsontleding Noordhoff Uitgevers bv Praktische cursus zinsontleding M. Klein, M.C. van den Toorn Zevende druk Noordhoff Uitgevers Groningen/Houten 0.indb Noordhoff Uitgevers bv Ontwerp omslag: Welmoet de Graaf/www.welmoet.nl

Nadere informatie

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Titel Taalverhaal, software bij, taal. Vak/onderwerp Nederlandse taal

Titel Taalverhaal, software bij, taal. Vak/onderwerp Nederlandse taal Titel Taalverhaal, software bij, taal Vak/onderwerp Nederlandse taal Hardware-eisen Beeldschermformaat: 800 x 600, aantal kleuren 256, audio: 48 kbps, 22/44.1 khz, Processor minimaal Pentium 200, cd-rom:

Nadere informatie

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios unidad 1 En el aeropuerto Zoek bij elke vraag het bijpassende antwoord. Luister naar de cd van het tekstboek, Oefening 1 van Unidad 1, en let op de uitspraak van de /k/-klank in de woorden equipaje en

Nadere informatie

Themaboek IBL1 - Internationaal marktanalist

Themaboek IBL1 - Internationaal marktanalist Duits IBL1 Vakcode 56008 Verantwoordelijke e-mail mevr. K. Voogd k.m.voogd@saxion.nl ECTS 4 Kwartiel 1.1 en 1.2 Competenties IBL1 Prestatie-indicatoren 1.3 Zie bijlage 1 voor een overzicht van de competenties

Nadere informatie