Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt."

Transcriptie

1 DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden komen in verschillende vormen voor. 1. Hele werkwoord 2. Persoonsvorm 3. Voltooid deelwoord Hele werkwoord: Gaan Ik zal gaan Persoonsvorm: ik ga ging ga ging je je gaat ging hij/zij/het gaat ging we gaan gingen jullie gaan gingen ze/zij gaan gingen Voltooid deelwoord: We zijn gegaan Het hele werkwoord en het voltooid deelwoord staan nooit alleen in een zin. Ze komen altijd samen met een persoonsvorm in de zin voor. 1.2 Werkwoordsoorten Er zijn 3 verschillende werkwoordsoorten: 1. Koppelwerkwoord (kww) 2. Zelfstandig werkwoord (zww) 3. Hulpwerkwoord (hww) LET OP: in een zin staat altijd òf een koppelwerkwoord, òf een zelfstandig werkwoord.

2 Koppelwerkwoorden (kww) Zijn, worden, blijven Blijken, lijken, schijnen Heten, dunken, voorkomen Zijn, worden, blijven worden het vaakst gebruikt. Koppelwerkwoorden hebben geen echte betekenis. Ze geven niet aan wat iemand doet, maar wat iemand is of wordt. Ze verbinden het onderwerp in de zin aan iets. Rob wordt een goede voetballer. Rob wordt iets. Rob is een goede voetballer. Rob is iets. De betekenis van koppelwerkwoorden is altijd: - iets zijn - iets worden - iets blijven - enz. Dat iets kan een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord bevatten. Koppelwerkwoorden komen in verschillende vormen voor: - Zijn: ben, is, was, waren, geweest. - Worden: word, wordt, werd, werden, geworden. - Blijven: blijf, blijft, bleef, bleven, gebleven. - Enz.

3 1.2.2 Zelfstandige werkwoorden (zww) Zelfstandige werkwoorden komen het vaakst voor. Deze werkwoorden geven meestal aan wat iemand doet. Rob voetbalt erg graag. Rob komt naar school. Bijna alle werkwoorden kunnen als zelfstandig werkwoord worden gebruikt. Zijn, blijven, lijken, schijnen kunnen ook als zelfstandig werkwoord worden gebruikt. - Zijn: in de betekenis van ergens zijn Rob is thuis. Rob is ergens. - Blijven: in de betekenis van ergens blijven Rob blijft thuis. Rob blijft ergens. - Lijken: in de betekenis van ergens op lijken Rob lijkt op zijn vader. Rob lijkt ergens op. - Schijnen in de betekenis van licht uitstralen De zon schijnt. De zon straalt licht uit.

4 1.2.3 Hulpwerkwoorden (hww) Hulpwerkwoorden hebben ook geen echte betekenis. Ze komen nooit alleen in een zin voor. Voorbeelden van hulpwerkwoorden: Hebben, zullen, gaan, zijn, worden enz. Als er meerdere werkwoorden in een zin staan, is één ervan òf een koppelwerkwoord, òf een zelfstandig werkwoord. Alle andere werkwoorden zijn dan hulpwerkwoorden. Hulpwerkwoorden kun je weglaten in de zin. Maaike heeft erg goed haar best gedaan. Heeft = hulpwerkwoord Gedaan = zelfstandig werkwoord Maaike is zelfs kampioen geworden. Is = hulpwerkwoord Geworden = koppelwerkwoord

5 HOE WEET IK WAT DE HULPWERKWOORDEN IN DE ZIN ZIJN? 1. Als er maar één werkwoord in de zin staat, zijn er geen hulpwerkwoorden. 2. Als er meerdere werkwoorden in de zin staan, doe je de weglatingsproef. Weglatingsproef: 1. Je kijkt naar wat de werkwoorden in de zin zijn. 2. Je haalt de persoonsvorm weg en kijkt welk werkwoord overblijft. Het werkwoord dat weggelaten kan worden, is een hulpwerkwoord. Het werkwoord dat overblijft, is een zelfstandig werkwoord of een koppelwerkwoord. Let op: als er na het weghalen van de persoonsvorm nog meerdere werkwoorden in de zin staan, maak je een nieuwe zin met de overgebleven werkwoorden. Je doet de weglatingsproef weer opnieuw. Dit doe je net zolang tot je maar één werkwoord overhoudt. Hier hoef je geen nieuwe zin meer mee te maken. Je zou nu meer over werkwoorden moeten weten. 1. Werkwoorden: zou moeten weten 2. Persoonsvorm = zou; Overgebleven: moeten weten 3. Nieuwe zin: Je moet nu meer over werkwoorden weten. 4. Werkwoorden: moet weten 5. Persoonsvorm = moet; Overgebleven: weten Conclusie: Zou = hulpwerkwoord Moeten = hulpwerkwoord Weten = zelfstandig werkwoord

6 DEEL 2: redekundig ontleden 2. Redekundig ontleden Redekundig ontleden is het ontleden van zinsdelen. Een andere naam is zinsontleding. Een zin is opgebouwd uit verschillende zinsdelen: Morgen ga ik met mijn vrienden tennissen in het park. Morgen / ga / ik / met mijn vrienden/ tennissen / in het park. De woorden tussen de streepjes zijn zinsdelen. Deze hebben verschillende namen. De namen van verschillende zinsdelen zijn: - Persoonsvorm - Werkwoordelijk gezegde - Naamwoordelijk gezegde - Onderwerp - Lijdend voorwerp - Meewerkend voorwerp - Bijwoordelijke bepaling - Bijvoeglijke bepaling Al deze zinsdelen worden zo dadelijk behandeld. Ze worden behandeld in een volgorde die je ook moet aanhouden als je zinnen moet ontleden. Aan het einde van dit boekje staat een ontleedschema. Hierop staan de verschillende stappen in het kort aangegeven. Je moet de pijlen volgen. 2.1 Zinsdelen 1. Persoonsvorm (PV) De persoonsvorm is een werkwoord. Het verandert als je de zin in een andere tijd zet. Jordy heeft gisteren zijn buurmeisje een nieuwe dvd gegeven voor haar verjaardag. Jordy had gisteren zijn buurmeisje een nieuwe dvd gegeven voor haar verjaardag. PV = heeft

7 2. Zinsdeelstreepjes zetten Tussen de zinsdelen zet je zinsdeelstreepjes. Alle woorden die samen voor de PV gezet kunnen worden, vormen samen één zinsdeel. De PV is altijd een apart zinsdeel. In gedachten moet je dus woorden verplaatsen.. Jordy / heeft / gisteren zijn buurmeisje een nieuwe dvd gegeven voor haar verjaardag. /Gisteren zijn buurmeisje / heeft/ Jordy een nieuwe dvd gegeven voor haar verjaardag. Dit kan niet, dus Gisteren zijn buurmeisje is geen zinsdeel. /Gisteren/ heeft/ Jordy zijn buurmeisje een nieuwe dvd gegeven voor haar verjaardag./ Dit kan wel, dus gisteren is wel een zinsdeel. De zinsdelen in deze zin zijn: Jordy/ heeft/ gisteren/ zijn buurmeisje/ een nieuwe dvd/ gegeven/ voor haar verjaardag.

8 3. Gezegde Er zijn twee soorten gezegdes: - Naamwoordelijk gezegde er staat een koppelwerkwoord in de zin - Werkwoordelijk gezegde er staat een zelfstandig werkwoord in de zin Om te weten met welk gezegde je te maken hebt, moet je kijken of er een koppelwerkwoord of een zelfstandig werkwoord in de zin staat. Als er meerdere werkwoorden in de zin staan, moet je de weglatingsproef doen. Meer over de weglatingsproef, koppelwerkwoorden en zelfstandige werkwoorden in DEEL 1: werkwoorden. Voorbeeld 1: /Jordy/ heeft/ gisteren/ zijn buurmeisje/ een nieuwe dvd/ gegeven/ voor haar verjaardag./ PV= heeft Gezegde: heeft gegeven Na de weglatingsproef blijft gegeven over. gegeven is een zelfstandig werkwoord. In deze zin staat dus een werkwoordelijk gezegde. Voorbeeld 2: /Jordy s buurmeisje/ was/ gisteren/ jarig./ Pv= was Gezegde: was was is het enige werkwoord. was is een vorm van zijn. Betekenis: was iets was is een koppelwerkwoord. In deze zin staat dus een naamwoordelijk gezegde.

9 4a. Naamwoordelijk gezegde (NG) Een naamwoordelijk gezegde bestaat uit een werkwoordelijk deel en een naamwoordelijk deel. Het werkwoordelijk deel: alle werkwoorden. Het naamwoordelijk deel: een zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord. In het gedeelte over de werkwoorden staat dat een koppelwerkwoord het onderwerp met iets verbindt. Dit iets is het naamwoordelijk deel. Dat iets kan een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord bevatten. Daarom heet dit gezegde naamwoordelijk gezegde. Voorbeeld 1: Real Madrid is kampioen geworden. Real Madrid is iets geworden. Werkwoordelijk deel is is geworden. Naamwoordelijk deel is kampioen. Je ziet; het iets is het naamwoordelijk deel. Het naamwoordelijk gezegde is dus: is kampioen geworden. Voorbeeld 2: /Jordy s buurmeisje/ was/ gisteren/ jarig./ PV = was Naamwoordelijk gezegde = was jarig Tot slot: in een naamwoordelijk gezegde staat geen lijdend voorwerp.

10 4b. Werkwoordelijk gezegde (WG) Als er een zelfstandig werkwoord in de zin staat, heb je te maken met een werkwoordelijk gezegde. Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit alle werkwoorden in de zin. /Jordy/ heeft/ gisteren/ zijn buurmeisje/ een nieuwe dvd/ gegeven/ voor haar verjaardag./ PV= heeft Werkwoordeljk gezegde= heeft gegeven 5. Onderwerp (OW) Het onderwerp geeft aan wie of wat iets doet, is of wordt. Om het onderwerp te vinden stel je de vraag: Wie/wat + gezegde? Voorbeeld 1: /Jordy/ heeft/ gisteren/ zijn buurmeisje/ een nieuwe dvd/ gegeven/ voor haar verjaardag./ PV= heeft Werkwoordelijk gezegde = heeft gegeven Wie/wat heeft gegeven? Jordy Onderwerp = Jordy Voorbeeld 2: /Jordy s buurmeisje/ was/ gisteren/ jarig./ PV = was Naamwoordelijk gezegde = was jarig Wie/wat was jarig? Jordy s buurmeisje Onderwerp = Jordy s buurmeisje

11 6. Lijdend voorwerp (LV) Het lijdend voorwerp komt alleen voor bij een werkwoordelijk gezegde. Een lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel. Een zinsdeel als in de tuin kan dus geen lijdend voorwerp zijn. Een lijdend voorwerp geeft nooit een hoeveelheid aan. Een zinsdeel als zestien meter kan dus geen lijdend voorwerp zijn. Het lijdend voorwerp vind je door de volgende vraag te stellen: Wat/wie + gezegde + onderwerp? /Jordy/ heeft/ gisteren/ zijn buurmeisje/ een nieuwe dvd/ gegeven/ voor haar verjaardag./ PV= heeft Werkwoordelijk gezegde = heeft gegeven Onderwerp = Jordy Wat/wie heeft Jordy gegeven? Een nieuwe dvd Lijdend voorwerp = een nieuwe dvd Je ziet: je stelt de vraag dus met zinsdelen die je al hebt.

12 7. Meewerkend voorwerp (MV) Het meewerkend voorwerp is het zinsdeel dat aangeeft wie iets krijgt of ontvangt. Bij een meewerkend voorwerp kun je de woorden aan of voor toevoegen of weglaten. Hiervoor moet je de volgorde van de zinsdelen soms veranderen. Als je aan of voor in geen enkel geval kunt toevoegen of weglaten, heb je niet te maken met een meewerkend voorwerp. Het meewerkend voorwerp kun je vinden met de vraag: Aan/voor WIE + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp? /Jordy/ heeft/ gisteren/ zijn buurmeisje/ een nieuwe dvd/ gegeven/ voor haar verjaardag./ PV= heeft Werkwoordelijk gezegde = heeft gegeven Onderwerp = Jordy Lijdend voorwerp = een nieuwe dvd Aan/voor WIE heeft Jordy een nieuwe DVD gegeven? Aan zijn buurmeisje Meewerkend voorwerp = zijn buurmeisje

13 8. Bijwoordelijke bepaling (BWB) De bijwoordelijke bepaling geeft antwoord op vragen als wanneer, waarom, hoe, hoeveel enz. Dit zinsdeel is makkelijk te vinden: De zinsdelen die je overhoudt zijn bijwoordelijke bepaling. /Jordy/ heeft/ gisteren/ zijn buurmeisje/ een nieuwe dvd/ gegeven/ voor haar verjaardag./ PV= heeft Werkwoordelijk gezegde = heeft gegeven Onderwerp = Jordy Lijdend voorwerp = een nieuwe dvd Meewerkend voorwerp = zijn buurmeisje Niet benoemd zijn: gisteren en voor haar verjaardag. Bijwoordelijke bepaling = gisteren, voor haar verjaardag.

14 9. Bijvoeglijke bepaling (BVB) Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord binnen een zinsdeel. De bijvoeglijke bepaling kan voor of achter het zelfstandig naamwoord staan. Voorbeeld 1: Het oude huis in de straat / wordt / gesloopt. Het onderwerp is Het oude huis in de straat Het eerste zelfstandig naamwoord is huis. Oude zegt iets over huis. in de straat zegt ook iets over huis. Bijvoeglijke bepaling: oude bij huis, in de straat bij huis. Voorbeeld 2: Maurits / heeft/ zijn Playstation/ verkocht. Kijk naar het lijdend voorwerp: zijn Playstation Het eerste zelfstandig naamwoord is Playstation zijn zegt iets over Playstation Bijvoeglijke bepaling: zijn bij Playstation Voorbeeld 3: /Jordy/ heeft/ gisteren/ zijn buurmeisje/ een nieuwe dvd/ gegeven/ voor haar verjaardag./ PV= heeft Werkwoordelijk gezegde = heeft gegeven Onderwerp = Jordy Lijdend voorwerp = een nieuwe dvd Bijwoordelijke bepaling = gisteren, voor haar verjaardag Bijvoeglijke bepaling = zijn bij buurmeisje, nieuwe bij dvd, haar bij verjaardag

15 Taalkundig ontleden (woordsoortbenoeming) Lidwoord (LW) De, het, een Zelfstandig naamwoord (ZNW) Woorden waar je een lidwoord voor kunt zetten zijn zelfstandige naamwoorden. Ook namen van mensen, dieren, landen, steden enz. zijn zelfstandige naamwoorden. Voorbeelden: Huis, boom, Maarten, Nederland, sport, Amsterdam Zelfstandige werkwoorden (ZWW) Deze werkwoorden geven meestal aan wat iemand doet. Rob voetbalt erg graag. Rob komt naar school. Bijna alle werkwoorden kunnen als zelfstandig werkwoord worden gebruikt. Zijn, blijven, lijken, schijnen kunnen ook als zelfstandig werkwoord worden gebruikt. - Zijn: in de betekenis van ergens zijn Rob is thuis. Rob is ergens. - Blijven: in de betekenis van ergens blijven Rob blijft thuis. Rob blijft ergens. - Lijken: in de betekenis van ergens op lijken Rob lijkt op zijn vader. Rob lijkt ergens op. - Schijnen in de betekenis van licht uitstralen De zon schijnt. De zon straalt licht uit.

16 Hulpwerkwoorden (HWW) Hulpwerkwoorden hebben geen echte betekenis. Ze komen nooit alleen in een zin voor. Voorbeelden van hulpwerkwoorden: Hebben, zullen, gaan, zijn, worden enz. Als er meerdere werkwoorden in een zin staan, is één ervan òf een koppelwerkwoord, òf een zelfstandig werkwoord. Alle andere werkwoorden zijn dan hulpwerkwoorden. Hulpwerkwoorden kun je weglaten in de zin. Maaike heeft erg goed haar best gedaan. Heeft = hulpwerkwoord Gedaan = zelfstandig werkwoord Maaike is zelfs kampioen geworden. Is = hulpwerkwoord Geworden = koppelwerkwoord HOE WEET IK WAT DE HULPWERKWOORDEN IN DE ZIN ZIJN? 1. Als er maar één werkwoord in de zin staat, zijn er geen hulpwerkwoorden. 2. Als er meerdere werkwoorden in de zin staan, doe je de weglatingsproef. Weglatingsproef: 1. Je kijkt naar wat de werkwoorden in de zin zijn. 2. Je haalt de persoonsvorm weg en kijkt welk werkwoord overblijft. Het werkwoord dat weggelaten kan worden, is een hulpwerkwoord. Het werkwoord dat overblijft, is een zelfstandig werkwoord of een koppelwerkwoord. Let op: als er na het weghalen van de persoonsvorm nog meerdere werkwoorden in de zin staan, maak je een nieuwe zin met de overgebleven werkwoorden. Je doet de weglatingsproef weer opnieuw. Dit doe je net zolang tot je maar één werkwoord overhoudt. Hier hoef je geen nieuwe zin meer mee te maken.

17 Weglatingsproef: Je zou nu meer over werkwoorden moeten weten. 1. Werkwoorden: zou moeten weten 2. Persoonsvorm = zou; Overgebleven: moeten weten 3. Nieuwe zin: Je moet nu meer over werkwoorden weten. 4. Werkwoorden: moet weten 5. Persoonsvorm = moet; Overgebleven: weten Conclusie: Zou = hulpwerkwoord Moeten = hulpwerkwoord Weten = zelfstandig werkwoord Koppelwerkwoorden (KWW) Zijn, worden, blijven Blijken, lijken, schijnen Heten, dunken, voorkomen Zijn, worden, blijven worden het vaakst gebruikt. Koppelwerkwoorden hebben geen echte betekenis. Ze geven niet aan wat iemand doet, maar wat iemand is of wordt. Ze verbinden het onderwerp in de zin aan iets. Rob wordt een goede voetballer. Rob wordt iets. Rob is een goede voetballer. Rob is iets. De betekenis van koppelwerkwoorden is altijd: - iets zijn - iets worden - iets blijven - enz.

18 Dat iets kan een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord bevatten. Koppelwerkwoorden komen in verschillende vormen voor: - Zijn: ben, is, was, waren, geweest. - Worden: word, wordt, werd, werden, geworden. - Blijven: blijf, blijft, bleef, bleven, gebleven. - Enz. Bijvoeglijk naamwoord (BNW) Het bijvoeglijk naamwoord geeft een eigenschap van een zelfstandig naamwoord aan. Meestal staat het voor het zelfstandig naamwoord. Het grote huis, Als er een koppelwerkwoord in de zin staat, staat het bijvoeglijk naamwoord niet achter het zelfstandig naamwoord. Het huis is groot. Voorzetsel (VZ) Een voorzetsel is een woord waar je de kast achter kunt zetten. Voorbeelden: In de kast, op de kast, over de kast, naast de kast enz. Persoonlijk voornaamwoord (PERS. VNW) Het persoonlijk voornaamwoord verwijst naar een persoon, meerdere personen, voorwerpen of abstracte zaken. Het heeft twee vormen. Je moet dus goed op de plaats in de zin letten. Onderwerpsvorm: Het persoonlijk voornaamwoord wordt gebruikt als onderwerp (onderwerpsvorm): Ik ga Je/jij gaat Hij/zij/ze/het/u gaat Wij gaan Jullie gaan Zij/ze gaan Het persoonlijk voornaamwoord wordt gebruikt als voorwerp (voorwerpsvorm): Zij heeft mij gezien. Ik heb jou/je gezien. Ik heb hem/haar gezien. Zij hebben ons gezien. Ik heb jullie gezien. Ik heb het aan hen gevraagd. Ik heb het hun gevraagd.

19 Het huis is van mij. Het huis is van jou. Het huis is van hem/haar. Het huis is van ons. Het huis is van jullie. Het huis is van hen. Bezittelijk voornaamwoord (BEZ.VNW) Dit voornaamwoord geeft een bezit aan. Het kan zelfstandig en bijvoeglijk voorkomen. Bezittelijke voornaamwoorden (zelfstandig gebruikt): Dit huis is het mijne. Dit huis is het jouwe. Dit huis is het uwe. Dit huis is het zijne. Dit huis is het hare. Dit huis is het onze. Dit huis is het hunne. Bezittelijke voornaamwoorden (bijvoeglijk gebruikt): Mijn huis Jouw/je huis Zijn/haar huis Ons huis Jullie huis Hun huis Wederkerend voornaamwoord (WEDERKEREND VNW) Wederkerende voornaamwoorden komen altijd voor met wederkerende werkwoorden. Dit zijn werkwoorden als wassen, vergissen, bedenken. Voorbeelden: Ik was me/mij Je wast je Hij vergist zich Wij bedenken ons Wederkerige voornaamwoorden (WEDERKERIG VNW) Deze zijn ongeveer hetzelfde als de wederkerende voornaamwoorden, alleen verwijzen ze nu naar meerdere personen. Zij verdedigen elkaar. Ze komen ook zelfstandig voor: Zij beoordelen elkaars prestaties. De wederkerende voornaamwoorden zijn: Elkaar, elkaars, elkander, elkanders, mekaar, mekaars

20 Aanwijzende voornaamwoorden (AANW. VNW) Dit zijn voornaamwoorden die iets aanwijzen. Voorbeelden: Deze man, dit werkstuk, dat kind, zulke mensen Betrekkelijke voornaamwoorden (BETR. VNW) Een betrekkelijk voornaamwoord verwijst naar een woord of een groep woorden die vlak voor het betrekkelijk voornaamwoord staat. Het woord of de groep woorden waarnaar het betrekkelijk voornaamwoord naar verwijst, noem je het antecedent. Voorbeelden: De man, die daar staat,. De man is het antecedent. Het kind, dat daar loopt,. Het kind is het antecedent. Alles wat ik heb,. Alles is het antecedent. Er zijn twee betrekkelijke voornaamwoorden die moeilijker te herkennen zijn: Wie en wat. Voorbeelden: Wie roept, wordt overgeslagen. wie kun je vervangen door degene die Wat jij ervan vindt, doet niet ter zake. wat kun je vervangen door dat wat Vragende voornaamwoorden (VR. VNW) Dit zijn de vragende voornaamwoorden als: Wie loopt daar? Welke scooter heb jij? In welk huis woon jij? Wat is dat? Wat voor ding is dat? Wat voor een ding is dat? Onbepaald voornaamwoord (ONBEP.VNW) Een onbepaald voornaamwoord verwijst naar een persoon of ding zonder verdere bijzonderheden te geven. Voorbeelden: Men, (n)iemand, (n)iets, ieder(een), alles, elk,wat, enig(e), het een of ander.

21

22 This document was created with Win2PDF available at The unregistered version of Win2PDF is for evaluation or non-commercial use only. This page will not be added after purchasing Win2PDF.

2 hv. 1

2 hv.  1 2 hv www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL OEFENSITES WERKWOORDELIJK GEZEGDE ONTLEDEN ZIN OEFENSITES NAAMWOORDELIJK

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

1

1 3a www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag Op niveau onderbouw - Naslag Grammatica In dit naslagdocument vind je de belangrijkste onderdelen van grammatica die in Op niveau onderbouw, leerjaar 1 t/m 3, worden behandeld. Als je wilt weten welke

Nadere informatie

Nederlands C.T samenvatting

Nederlands C.T samenvatting Nederlands C.T samenvatting Wat te leren: Blok 4 + helft blok 5, op de leer s.o stof na. Blok 4 2.2 Chronologische tijdsvolgorde: de ene gebeurtenis na de andere Tijdsprong: het overslaan van een stuk

Nadere informatie

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Naam: 1 Inhoudsopgave: 3 - Onderwerp 4 - Persoonsvorm 5 - Gezegde 6 - Lijdend voorwerp 7 - Meewerkend voorwerp 8 - Werkwoorden 8 - Zelfstandig naamwoorden 9 - Bijvoeglijk

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders INHOUD INHOUD... 2 REDEKUNDIGE ONTLEDING: ZINSDELEN... 3 PERSOONSVORM (pv)... 3 WERKWOORDELIJK GEZEGDE (ww gez)... 3

Nadere informatie

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Ontleden Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Bij het redekundig ontleden verdeel je de zin in zinsdelen en geef je elk zinsdeel een redekundige naam. Deze zinsdelen

Nadere informatie

In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen.

In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen. In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen. Mochten er aanvullingen zijn, kunt u altijd een e-mail sturen naar info@obs-delandweert.nl. ONTLEDEN Taalkundig ontleden. benoem de

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen: Inhoudsopgave Dit boekje bestaat uit drie delen: Deel 1: uitleg (stappenplan) blz. 2 t/m 5 Deel 2: oefenzinnen blz. 6 Deel 3: antwoorden blz. 7 t/m 12 Disclaimer Aan de inhoud van dit boekje kunnen geen

Nadere informatie

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8 Tipboekje Herman Jozefschool Groep 8 Inhoudsopgave Tips: Woordsoorten Werkwoorden, Lidwoorden,Zelfstandige naamwoorden en eigen namen Bijvoeglijke naamwoorden,voorzetsels,vragende voornaamwoorden Bezittelijke

Nadere informatie

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen. Zinsdelen Nederlands Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk gezegde Onderwerp Persoonsvorm Voorzetselvoorwerp Werkwoordelijk gezegde Bijvoeglijke

Nadere informatie

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v.

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v. Persoonsvorm - p.v. DE PERSOONSVORM IS EEN WERKWOORD 1. 2. 3. Zet de zin in een andere tijd: Muis schrijft een brief. Muis schreef een brief. Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm. Maak van de

Nadere informatie

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek Jan Heerze Kortom Nederlandse grammatica Walvaboek WOORD VOORAF Kennis van de Nederlandse grammatica is geen doel in zichzelf, maar een hulpmiddel om tekortkomingen in eigen taalgebruik te corrigeren.

Nadere informatie

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is.

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Toets grammatica hoofdstuk 1, 2+3 vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Zou Zidane de beste voetballer van de wereld zijn? Bij iedere

Nadere informatie

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Waarom? Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De vaardigheden

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan.

Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan. Woordsoorten bloemlezing uit het 40 bladzijden tellende boek. Inleiding Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan. Over de keuzes

Nadere informatie

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL LV MW ======= VV BIJW. BEPALING PERSOONSVORM (PV) In elke zin staan een of meer werkwoorden. Een van die werkwoorden is altijd de

Nadere informatie

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Redekundig ontleden. Arend van den Brink Redekundig ontleden Arend van den Brink - Inhoudsopgave Redekundig ontleden... 3 Persoonsvorm... 3 Onderwerp... 4 Naamwoordelijk gezegde... 4 Werkwoordelijk gezegde... 7 Lijdend voorwerp... 8 Meewerkend

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen -b fl41..- 1 rair î ; : ; - / 0 t- t-, 9 S QURrz 71 1 t 5KM 1o r MALNBERG St 4) 4 instapkaarten ji - S 1,1 1 thema 5 1 les 2 S S S - -- t. Je leert hoe je van het hele werkwoord een voltooid deelwoord

Nadere informatie

Grammatica in H3. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Grammatica in H3. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur Otten Laatst gewijzigd 10 April 2012 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/37063 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Eigen vaardigheid Taal

Eigen vaardigheid Taal Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende regel De stam van werkwoorden kunnen noteren

Nadere informatie

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t.

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t. v;rw>r t 7 S SS QVRre F9 - -t. t- L 5KM i r MALtABERG instapkaarten taal verkennen S -4 taal verkennen komt er vaak een -e achter. Taa actief. instapkaarten taal verkennen. groep 8 Maimberg s-hertogenbosch

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Vak: Nederlands Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2016-2017 Lesperiode: 1 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

LESSTOF. Ontleden en Benoemen

LESSTOF. Ontleden en Benoemen LESSTOF Ontleden en Benoemen 2 Lesstof Ontleden en Benoemen INHOUD INLEIDING... 4 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 6 INHOUD ONTLEDEN EN BENOEMEN 1... 10 INHOUD ONTLEDEN EN BENOEMEN 2... 17 Lesstof Ontleden

Nadere informatie

Hiermee wijs je een speciaal iemand of iets aan. Je begint met de ene zinsstructuur en maakt de zin af in een andere zinsstructuur.

Hiermee wijs je een speciaal iemand of iets aan. Je begint met de ene zinsstructuur en maakt de zin af in een andere zinsstructuur. Kernwoordenlijst Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanwijzend Achtervoegsel Afleiding Anakoloet (ontspoorde zin) Beknopte bijzin Bepaling van gesteldheid Betrekkelijk Bezittelijk Bijstelling Bijvoeglijk naamwoord

Nadere informatie

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef). 2. Persoonsvorm pv Wat is de persoonsvorm? Daar draait in een zin eigenlijk alles om. De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Hoe kun je de persoonsvorm vinden? - De zin in een andere tijd zetten (tijdproef).

Nadere informatie

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken.

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken. Ontleden Persoonsvorm 3 trucjes om de persoonsvorm te vinden zijn: 1. Maak van de zin een vraagzin. Het werkwoord dat vooraan komt te staan is de persoonsvorm. 2. Zet de zin in een andere tijd, de persoonsvorm

Nadere informatie

Pdf versie uitleg Grammatica

Pdf versie uitleg Grammatica Uitleg Grammatica Inleiding In deze zelfstudiemodule kun je grammatica oefenen. Grammatica betekent volgens de Van Dale Leer van het systeem van een taal, geheel van regels volgens welke woorden en zinnen

Nadere informatie

Loopt vader met moeder in het park?

Loopt vader met moeder in het park? Oefening 3 Maak van de gewone zin een vraagzin. Kleur de persoonsvorm lichtblauw. 1. Vader loopt met moeder in het park. Loopt vader met moeder in het park? 2. Morgen ga ik boodschappen doen. Soms begint

Nadere informatie

Aanmeldingsformulier Zonnetje

Aanmeldingsformulier Zonnetje De vrijwilligersprijs het Zonnetje wordt jaarlijks, tijdens de eindejaarsbijeenkomst van het Dagelijks Bestuur van deelgemeente Kralingen-Crooswijk, uitgereikt aan de hiervoor in aanmerking komende vrijwilligers

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2015-2016 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Basisgrammatica Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Basisgrammatica Het computerprogramma Basisgrammatica

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 7 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie

Voordat ik je uitleg wat voornaamwoorden zijn, wil ik je vragen of je bij het lezen van de onderstaande zinnen een plaatje voor je ziet.

Voordat ik je uitleg wat voornaamwoorden zijn, wil ik je vragen of je bij het lezen van de onderstaande zinnen een plaatje voor je ziet. Voornaamwoorden Door Henk Wolf. Groningen, 2014. In dit artikeltje leer je wat voornaamwoorden zijn, welke soorten voornaamwoorden er bestaan en welke kenmerken elk van die soorten heeft. Wat zijn voornaamwoorden?

Nadere informatie

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5 Taal actief 4 taal verkennen groep 5-8 taal verkennen groep 5 In dit document een overzicht opgenomen van de benodigde voor de lessen Taal verkennen groep 5. Deze kenn maakt onderdeel uit van de leerlijn

Nadere informatie

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010 1 Bijlage: Vergelijking taalbeschouwelijke termen leerplannen basisonderwijs en secundair onderwijs In deze lijst vindt u in de linkerkolom een overzicht van de taalbeschouwelijke termen uit het leerplan

Nadere informatie

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten Naslagwerk Voor leerlingen en ouders 1 INHOUD INHOUD... 2 TAALKUNDIGE ONTLEDING: WOORDSOORTEN... 3 WERKWOORDEN... 3 ZELFSTANDIG NAAMWOORD (zelfst.nw)...

Nadere informatie

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40 Bloemlezing 25 bladzijden Inleiding 2 1 Zinsontleding 3 2 Persoonsvorm 4 3 Zinsdelen 8 4 Werkwoordelijk gezegde wwg 10 5 Onderwerp ond 13 6 Lijdend voorwerp lv 16 7 Meewerkend voorwerp mv 20 8 Bijwoordelijke

Nadere informatie

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN Blz. Onderwerp 2 Zelfstandig naamwoord 3 Betrekkelijk voornaamwoord 4 Bijvoeglijk naamwoord 5 Gezegde 6 Koppelwerkwoord 7 Lijdend en meewerkend voorwerp 8 Onderwerp 9 Persoonlijk

Nadere informatie

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica Basisgrammatica In Muiswerk Basisgrammatica wordt aandacht besteed aan de drie belangrijkste woordsoorten die de traditionele grammatica onderscheidt. Verder komen de eerste beginselen van zinsontleding

Nadere informatie

Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm:

Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm: Huiswerk klas 2 6 november 2014 Beste Eva en Yfke, Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm: Wat betekent het als een zin in de bedrijvende vorm staat?

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18 Inhoud Deel 1 Spelling 18 Inleiding 15 1 Grondbeginselen van de Nederlandse spelling 21 1.1 Verschil tussen klank en letter 22 1.2 Hoofdregels 22 1.3 Interactie tussen de regels 24 1.4 Belang van de regel

Nadere informatie

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands colofon Dit overzicht is samengesteld door Josée Coenen, auteur van De bovenkamer. Vormgeving Marjo Starink Bazalt 2016 Voor meer

Nadere informatie

WEEK 47 (21 nov-25 nov)

WEEK 47 (21 nov-25 nov) WEEK 47 (21 nov-25 nov) Met taal zijn we dit blok bezig geweest met zinnen ontleden. Zo leren we wat ieder zinsdeel betekent. Bovendien kun je zinsdelen dan gemakkelijk in een andere volgorde zetten. Gezegde

Nadere informatie

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding.

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding. VOORBEELDPAGINA S Zinnen Zinsontleding Soorten zinnen Er zijn verschillende soorten zinnen. De meest gebruikte zijn: s MEDEDELENDE ZINNEN IN DE AANTONENDE WIJS )K GA VANDAAG NAAR HET STRAND s VRAGENDE

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleden h3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Grammatica - Zinsontleden h3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 22 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80829 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden Nederlands Dagdeel 1 Introductie en vaststelling leerdoelen Redekundig ontleden: persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief Bij de verschillende onderdelen van Taal actief kunt u onderdelen uit De bovenkamer

Nadere informatie

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren  CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE Werkwoorden vervoegen 1. De infinitief In de woordenlijst vinden we de woorden altijd in dezelfde vorm. Deze vorm, die we het grondwoord noemen, is voor een werkwoord de infinitief..

Nadere informatie

1.Taalzee. 2. De zee Hieronder zie je een voorbeeld van hoe een stukje zee er uit kan zien.

1.Taalzee. 2. De zee Hieronder zie je een voorbeeld van hoe een stukje zee er uit kan zien. 1.Taalzee Bij Taalzee krijgen leerlingen een eigen stukje zee met dieren. Deze dieren moeten ze in leven/gezond houden door taaloefeningen te doen. Er zijn ruim 20.000 verschillende opgaven, verdeeld over

Nadere informatie

Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip

Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip JAAROVERZICHT NEDERLANDS H3 Omschrijving lesstof per week Blok 1 Wk1. Spreken informatieve tekst/ artikel oefenen Begin Lees vaardig blok 1+2 Toetsper. 1 week 39 Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip

Nadere informatie

TAALVERZORGING KGT 2 SPORTIEF PERRON 1

TAALVERZORGING KGT 2 SPORTIEF PERRON 1 Sportief! TAALVERZORGING KGT SPORTIEF PERRON Je zit alweer in het tweede jaar van het vmbo. Vorig jaar heb je veel geleerd bij het onderdeel Taalverzorging, maar misschien ben je ook wel iets vergeten.

Nadere informatie

Esther Dubbeld Roos Evers Sanne Vleugel

Esther Dubbeld Roos Evers Sanne Vleugel Esther Dubbeld Roos Evers Sanne Vleugel Stichting HoPe 2007 s Ochtends wordt Andrès al vroeg wakker van de honden die buiten hard aan het blaffen zijn. Hij schrikt; Wat een lawaai, wat zou er buiten aan

Nadere informatie

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD Een didactiek om het begrip ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD aan te leren in het 4e leerjaar (Groep 6). Enkele voorafgaande opmerkingen over de toekomende tijd van het werkwoord.

Nadere informatie

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Grammatica op maat Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Grammatica op maat Dit programma is

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) week 36 t/m week 38 4 Taal en Woordenschat H 1 en 3 Betekenis van woorden Strategieën kennen om de betekenis van nieuwe woorden te achterhalen Weten wat vaste voorzetsels, werkwoordelijke uitdrukkingen

Nadere informatie

Ontleden. a) het onderwerp b) het gezegde c) de voorwerpen (lijdend en meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp) d) de bepalingen

Ontleden. a) het onderwerp b) het gezegde c) de voorwerpen (lijdend en meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp) d) de bepalingen Ontleden 1. Ontleden is een vorm van syntactische analyse die traditioneel op lagere en middelbare scholen onderwezen wordt (werd). Deze traditionele zinsontleding gaat terug op de Nederlandse spraakkunst

Nadere informatie

Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament

Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament Beknopte grammatica voor de cursus Grieks van het Nieuwe Testament versie 1.0 Menno Haaijman scripture4all.org Tijdens de try-out voor de cursus bleek dat veel, zo niet alle, toehoorders de Nederlandse

Nadere informatie

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }.

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }. 1 DE SAMENGESTELDE ZIN Voordat een zin als samengestelde zin ontleed kan worden, moet hij eerst als enkelvoudige zin ontleed zijn, d.w.z. in een zin met maar één persoonsvorm ( en andere zinsdelen). Een

Nadere informatie

Taalkundig ontleden A. van den Brink

Taalkundig ontleden A. van den Brink Taalkundig ontleden A. van den Brink Taalkundig ontleden A. van den Brink 2016 1 Taalkundig ontleden A. van den Brink 2016 2 Inhoudsopgave Taalkundig ontleden... 5 Lidwoord (1/3)... 5 Zelfstandig naamwoord

Nadere informatie

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING werkwoordspelling.com M.Kiewit Schematisch overzicht Stap 1: De persoonsvorm De persoonsvorm is het werkwoord dat op de eerste plaats komt te staan als

Nadere informatie

Executieve functies in de klas: interventies

Executieve functies in de klas: interventies Executieve functies in de klas: interventies Door Wijnand Dekker, gezondheidszorgpsycholoog Anneke Dooyeweerd, pedagoog/coach Inleiding In de vorige nieuwsbrief omschreven we wat er wordt verstaan onder

Nadere informatie

Grammatica. Jolien Roelofs. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Grammatica. Jolien Roelofs. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Jolien Roelofs 27 July 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/81961 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv Inhoud 1 Spelling 5 1 geschiedenis van de nederlandse spelling in vogelvlucht 11 2 spellingregels 13 Klinkers en medeklinkers 13 Spelling van werkwoorden 14 D De stam van een werkwoord 14 D Tegenwoordige

Nadere informatie

Toelichting bij dyslexie-programma SPRINT

Toelichting bij dyslexie-programma SPRINT ICT- coördinator BVL Marc De Waele Sint-Laurens Wachtebeke en Zelzate Sint-Gregorius Gentbrugge Sint-Jozef Gent Toelichting bij dyslexie-programma SPRINT Werken met Sprint op vier manieren: - in Word:

Nadere informatie

pesten in een modern kleedje

pesten in een modern kleedje pesten in een modern kleedje Cyberpesten : een definitie Cyberpesten omvat alle vormen van pesterijen die een beroep doen op ICT* om slachtoffers lastig te vallen, te bedreigen, te beledigen * Informatie-

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen.

We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen. Wordorder. We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen. 2. SVO In de taalkunde wordt Engels als een SVO-taal beschouwd, vanwege de volgorde van woorden in een zin. SVO staat voor Subject,

Nadere informatie

Grammatica - Woordsoorten v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Grammatica - Woordsoorten v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 05 December 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80864 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2

Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2 Auteur boek: مو لف الكتاب: Vera Lukassen Titel boek: Nederlands voor Arabisch taligen كتاب : الھولندي للناطقین باللغة العربیة المستوى Niveau A0 A2, A0 A2 2015, Serasta Uitgegeven in eigen beheer info@serasta.nl

Nadere informatie

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4 Naamvallen Tabel Begrijpen Klas 3/4 Wil je weten hoe de Naamvallen Tabel in elkaar zit, dan is dit de juiste workshop voor jou. A) Naamvaltabel (overzicht) B) Tools om met de Naamvaltabel aan de slag te

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleding herhaling vmbo-kgt34

Grammatica - Zinsontleding herhaling vmbo-kgt34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 23 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/74611 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Zoals jullie afgelopen jaar geleerd hebben eisen voorzetsels een naamval.

Zoals jullie afgelopen jaar geleerd hebben eisen voorzetsels een naamval. Naamvallen & Voorzetsels Zoals afgelopen jaar geleerd hebben eisen voorzetsels een naamval. Onder aan staat rijtje met de belangrijkste voorzetsels en werkwoorden. Meteen heb je ook een overzicht hoe dan

Nadere informatie

Denken over taal: ontleden #2.0

Denken over taal: ontleden #2.0 DOMINICUS COLLEGE tweede klassen VWO NIJMEGEN december 2011 Denken over taal: ontleden #2.0 Je krijgt in tweetallen een aantal losse kaartjes, waarop taaluitingen staan van een tweejarige kleuter. Je ziet

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen herkennen het werkwoord in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten

Lesdoelen De kinderen herkennen het werkwoord in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten groep 5 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen herkennen het werkwoord in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Lesduur 25 minuten Aanwijzingen bij de les

Nadere informatie

Reader (taal)vaardigheden

Reader (taal)vaardigheden Reader (taal)vaardigheden Te gebruiken bij alle vakken Inhoudsopgave Schrijfvaardigheid... 4 Hoe maak ik een werkstuk?... 4 Algemene vormgeving van een werkstuk... 6 Hoe schrijf ik een zakelijke brief?...

Nadere informatie

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas Leraar: Dag Jef. Jef: Dag mevrouw. Hoe gaat het met u? Leraar: Goed, dank je. En met jou? Jef: Ook goed. ----------- Mark: Hallo

Nadere informatie

Reader eigen vaardigheid Nederlands. Spelling & grammatica

Reader eigen vaardigheid Nederlands. Spelling & grammatica Reader eigen vaardigheid Nederlands Spelling & grammatica 1 Inhoudsopgave Regeling eigen vaardigheid Nederlands 3 Oefeningen spelling 4 Theorie grammatica 5 Zinsontleding Woordbenoeming 9 Oefeningen zinsontleding

Nadere informatie

DIOCESANE PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST BISDOM BRUGGE

DIOCESANE PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST BISDOM BRUGGE DIOCESANE PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST BISDOM BRUGGE SECUNDAIR ONDERWIJS Kroniek van de begeleider Ik wens jullie eerst en vooral een energierijk 2013 met veel geluk zowel op persoonlijk vlak als professioneel.

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 10

Inhoud. 1 Spelling 10 Inhoud 1 Spelling 10 1 geschiedenis van de friese spelling (stavering) in het kort 10 2 spellingregels 12 Hulpmiddelen 12 Klinkers en medeklinkers 12 Lettergrepen 13 Stemhebbend en stemloos 13 Basisregels

Nadere informatie

Grammatica zinsdelen GT 4

Grammatica zinsdelen GT 4 Grammatica zinsdelen GT 4 Auteurs Laatst gewijzigd Licentie Webadres Gerrie Pols ; Marion Kloppenburg 22 September 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/80796 Dit lesmateriaal

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Week 1 t/m week 12 Nieuw Nederlands. 3 vwo. 5 e editie Onderdeel Grammatica Zinsdelen en Grammatica Woordsoorten 1 en 2 2 uur per week Additionele methode: Klare taal plus Weten wat de volgende begrippen

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Onderdeel: Leesvaardigheid week 1 t/m week 4 Aantal lessen per week: 5 Nieuw Nederlands 4 e editie 1 & 2 8 t/m 13 48 t/m 53 Lessen Nieuwsbegrip Stappenplan lezen Aan het eind van deze periode weet de leerling

Nadere informatie

Praktische taalbeschouwing op de basisschool en in de eerste graad secundair onderwijs anno 2010

Praktische taalbeschouwing op de basisschool en in de eerste graad secundair onderwijs anno 2010 VIERENTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS Ronde 6 Bart Masquillier VVKBaO Contact: bart.masquillier@vsko.be Praktische taalbeschouwing op de basisschool en in de eerste graad secundair onderwijs

Nadere informatie

VOORWOORD. René van Royen

VOORWOORD. René van Royen VOORWOORD Priscianus was een knappe man. Toen Rome lang geleden nog een rijk was, leerde hij de kinderen in zijn klas Latijn. Hij gaf dus les, maar wat hij in de klas vertelde schreef hij ook op. Zo ontstond

Nadere informatie

Voorwoord 9 Gebruikte afkortingen 10 Overzicht van gebruikte grammaticale termen 11

Voorwoord 9 Gebruikte afkortingen 10 Overzicht van gebruikte grammaticale termen 11 Inhoud Voorwoord 9 Gebruikte afkortingen 10 Overzicht van gebruikte grammaticale termen 11 Deel 1 Zinsbouw A. De enkelvoudige zin 19 1. De zin 19 2. De bevestigende zin 19 3. De ontkennende zin 22 4. De

Nadere informatie

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I Grammatica I Rubriek Oefening Type Opgaven Uitleg Alle onderwerpen Totaaltoets Grammatica I (*) 42 1 Klanken/letters Deeltoets 1 (*) Naamwoorden Deeltoets 2

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 6 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie