Pdf versie uitleg Grammatica

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Pdf versie uitleg Grammatica"

Transcriptie

1 Uitleg Grammatica Inleiding In deze zelfstudiemodule kun je grammatica oefenen. Grammatica betekent volgens de Van Dale Leer van het systeem van een taal, geheel van regels volgens welke woorden en zinnen in een taal gevormd worden. Anders gezegd gaat grammatica over de systematiek van een taal, welke grondregels er zijn die de interne structuur van woorden en zinnen van een taal bepalen. Grammatica bestaat uit zinsontleding en woordsoorten benoemen. We gaan in deze module niet in op het ontleden van zinnen. In deze module oefen je alleen grammatica wat betreft het gebruik van zelfstandig naamwoorden, voornaamwoorden en voegwoorden. Met deze module kun de basisregels van grammatica weer eens nalezen en kun je oefenen. Er wordt hoofdzakelijk ingegaan op onderdelen waar studenten vooral moeite mee hebben. In deze zelfstudiemodule kun je de volgende onderdelen oefenen: 1. Bijvoeglijk naamwoord 2. Voornaamwoorden: bezittelijk, persoonlijk, betrekkelijk, aanwijzend 3. Voegwoorden 1. Bijvoeglijk naamwoord Inleiding Bijvoeglijke naamwoorden worden gebruikt om een eigenschap van een zelfstandig naamwoord te benoemen. Meestal staat het bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord waarover het iets zegt ( de lieve jongen ), maar het kan er ook achter staan ( de jongen is lief ). 1.1 Korte en lange vorm (inclusief uitzonderingen) Er bestaat een korte en een lange vorm van bijvoeglijke naamwoorden, bijv. klein-kleine. De lange vorm schrijf je als de korte vorm + -e Neem daarbij wel de normale spellingsregels in acht, dus: groot-grote, snel-snelle, lief-lieve, boos-boze) De lange vorm wordt gebruikt bij de-woorden (de lieve jongen,de krappe deadline), ook als er een voor staat (een lieve jongen, een krappe deadline); het-woorden als er het voor staat (het lieve meisje, het prachtige werkstuk). Als er een voor staat wordt de korte vorm gebruikt (een lief meisje, een prachtig werkstuk); alle meervoudsvormen (de lieve jongens, de prachtige werkstukken) Dus alleen de korte vorm bij het -woorden waar een voor staat. Er is een aantal uitzonderingen op de regels voor korte en lange bijvoeglijk naamwoorden: a. Als een bijvoeglijk naamwoord eindigt op en, blijft het altijd op dezelfde manier gespeld. eigen mijn eigen huis 1

2 b. Na twee toonloze klanken schrijf je altijd de korte vorm. het noordelijk- deel c. Bij een functie-eigenschap schrijf je altijd de korte vorm. logistiek beheer (het logistieke beheer is een specifieke eigenschap van het beheer) d. Als het bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord samen een eenheid vormen schrijf je de korte vorm. Het menselijk brein Met de vorm zonder e wordt het begrip bedoeld als één geheel. Je kunt het bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord als een eenheid zien. Bij het menselijke brein wordt het individuele aspect meer op de voorgrond geplaatst bijvoorbeeld menselijk ten opzichte van dierlijk. e. Eenheden bij namen. Het Europees Parlement, het Centraal Station Wanneer men hier een e toevoegt, wordt iets extra s individueel opgeroepen. Bijvoorbeeld het centrale station, dan moet er ook een niet-centraal station zijn. Je kunt het bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord als een eenheid zien. 1.2 Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden eindigen in de regel op en en verbuigen niet. De leren riem Het houten hek De zilveren armband Maar: chemische stoffen (kunststoffen) zijn een uitzondering hierop. Ook deze bijvoeglijke naamwoorden verbuigen niet. Een polyester emmer Een acryl trui 1.3 se of ze, -fe of ve De meeste werkwoorden die eindigen op s of f verbuigen als bijvoeglijk naamwoord naar ze of ve. Grijs grijze Positief positieve 1.4 Zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord Indien een bijvoeglijk naamwoord zelfstandig wordt gebruikt én betrekking heeft op personen, krijgt het woord in het meervoud altijd een n. 2

3 Indien het bijvoeglijk naamwoord betrekking heeft op dieren of dingen, krijgt het woord geen n. Alle kinderen speelden onbezorgd in de branding van de zee. Sommigen vonden de golven echter angstaanjagend. Enkele honden waren ingeënt. Een bijvoeglijk naamwoord wordt alleen zelfstandig gebruikt als het verwijst naar een zelfstandig naamwoord uit een andere zin. Als het verwijst naar een zelfstandig naamwoord in dezelfde zin, is er sprake van een samentrekking. De meeste studenten hebben het tentamen gehaald, maar sommige hebben een onvoldoende. 2. Voornaamwoorden: persoonlijk, bezittelijk, betrekkelijk, aanwijzend Inleiding Voornaamwoorden komen in veel variaties voor in onze taal. Dit levert soms problemen op en daarom besteden wij in DigiTaal aandacht aan het gebruik van; persoonlijke voornaamwoorden, bezittelijke voornaamwoorden, betrekkelijke voornaamwoorden, en aanwijzend voornaamwoorden. 2.1 Persoonlijke voornaamwoorden Persoonlijke voornaamwoorden duiden personen aan in een zin, in het enkelvoud en meervoud. Enkelvoud 1 e persoon ik, mij, me 2 e persoon jij, je, jou, u 3 e persoon hij, zij, hem, haar, het Meervoud 1 e persoon wij, we, ons 2 e persoon jullie, u 3 e persoon zij, ze, hen, hun Voorbeelden: Ik houd van hen, zoals zij van mij houden. Ik heb het je nog zo gezegd: we komen te laat bij haar aan. Hen en hun wordt in de praktijk vaak door elkaar gebruikt. Er bestaan echter gebruiksregels, die zeker in de schrijftaal gehanteerd moeten worden. Hun: i. bij een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel (De studenten overhandigden hun een actieplan.); ii. als het een bezittelijk voorwerp is (Het is hun idee.). Hen: i. bij een lijdend voorwerp (De docenten dienden hen van een reactie.); 3

4 ii. bij een meewerkend voorwerp met aan/voor (De studenten overhandigden aan hen aan actieplan.); iii. na een voorzetsel (De studenten spraken met hen af acht van de tien actiepunten uit te voeren.). 4

5 Als je twijfelt tussen hen of hun kun je heel vaak ze of die als alternatief in de zin verwerken. Het maakt de zinnen ook minder stijf en boekachtig. Voorbeelden: Ik heb hen niet gezien. -- Ik heb ze niet gezien. Lever de werkstukken bij hen in. Lever de werkstukken bij die docenten in. Zij schrijf je alleen als hiermee het onderwerp wordt aangegeven. Bijvoorbeeld: zij hebben altijd goed voor de familie gezorgd. In zinnen zoals: Ik ben slimmer dan hij / Ik ben slimmer dan jij wordt nogal eens hem geschreven in plaats van hij, of jou in plaats van jij. Dat dit niet klopt kun je zien door de zin helemaal uit te schrijven, want eigenlijk staat er: Ik ben slimmer dan hij is / Ik ben slimmer dan jij bent. Je zegt niet: Ik ben slimmer dan hem is / Ik ben slimmer dan jou is. 2.2 Bezittelijke voornaamwoorden Bezittelijke voornaamwoorden geven in een zin de relatie tussen het zelfstandig naamwoord en de persoon aan. Ze geven aan van wie iets is. Enkelvoud 1 e persoon Mijn 2 e persoon Jouw, je, uw, 3 e persoon Zijn, haar Meervoud 1 e persoon Ons, onze 2 e persoon Jullie, uw 3 e persoon Hun, De boodschappen zitten in mijn tas. De boodschappen zitten in jouw/uw tas. De boodschappen zitten in zijn/haar tas. De boodschappen zitten in onze tas. De boodschappen zitten in jullie tas. De boodschappen zitten in hun tas. Het bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie de tas is. Het bezittelijk voornaamwoord staat altijd vóór het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. Als het erachter staat is het een persoonlijk voornaamwoord. De boodschappen zitten in die tas van jou. (jou is een persoonlijk voornaamwoord, dus zonder w) 2.3 Betrekkelijke voornaamwoorden Betrekkelijke voornaamwoorden zijn woorden die verwijzen naar eerder geschreven zinsdelen of woorden en komen alleen in bijzinnen voor. Het woord of zinsdeel waarnaar het betrekkelijk voornaamwoord verwijst, noemen we het antecedent. De meest voorkomende betrekkelijk voornaamwoorden zijn dat, wat, die en wie. 5

6 Gebruiksregels: - Als een antecedent een het-woord betreft, gebruik je dat. Ik heb al veel boeken gelezen van deze auteur, maar haar eerste boek is het beste boek dat zij heeft geschreven. - Als een antecedent een de-woord is, gebruik je die. De tijdschriften die nooit worden gelezen door studenten, staan in de kelder. - Als een antecedent een persoon betreft, gebruik je een voorzetsel plus wie. Vincent is een student met wie je goed kan samenwerken. - Als een antecedent meervoud is, gebruik je die. De jongeren die op de bijeenkomst kwamen, wisten niet wat ze hoorden. - Als een antecedent een bijvoeglijk naamwoord is dat zelfstandig gebruikt wordt, gebruik je wat. Het raarste wat ik ooit heb meegemaakt was mijn ontgroening. - Als een antecedent een hele zin is, gebruik je wat. Psychologie en Sociologie vallen beiden onder sociale wetenschappen, wat betekent dat deze wetenschapsdomeinen aan elkaar verwant zijn. - Als een antecedent onbepaald is, gebruik je wat. Dat (onbekend wat dat is) is alles wat ik er over wil zeggen. - Als een antecedent niet genoemd wordt, gebruik je wat. Wat in artikelen niet expliciet wordt uitgelegd, is meestal wel op te vragen bij de auteurs. - Als een antecedent een voornaamwoord is, gebruik je wat. De studenten antwoordden in het college precies dat (voornaamwoord) wat de docent verwachtte. Verwijswoorden die geen voornaamwoord zijn, zoals waaraan, waarmee, waarin, waartegen, etc. noemen we bijwoorden. Deze woorden verwijzen alleen naar dingen of dieren. Verwijzen naar personen moet met een voorzetsel + wie. Voorbeelden: De fiets waarmee ik was gevallen, was niet meer te repareren. [waarmee verwijst naar een ding namelijk de fiets] Dat boek waarover je mij vertelde, is inderdaad fantastisch. [waarover verwijst naar een ding, namelijk het boek] De verpleger leest de bijsluiter, waarin staat dat de patiënt 3 maal daags dit medicijn moet innemen. [waarin: verwijst naar een ding, namelijk de bijsluiter] 6

7 2.4 Aanwijzende voornaamwoorden Aanwijzende voornaamwoorden zijn woorden die expliciet verwijzen naar iets of iemand. De meest voorkomende zijn: die, die, dit, dat. Welk aanwijzend voornaamwoord gekozen wordt, is afhankelijk van het zelfstandig naamwoord dat ermee wordt aangewezen. - de-woorden deze indien dichtbij die indien veraf of niet-aanwezig - het-woorden dit indien dichtbij dat indien veraf of niet-aanwezig - meervoud (dezelfde regels als voor de-woorden) deze indien dichtbij die indien veraf of niet-aanwezig Naast deze, dat, dit en die zijn er nog enkele aanwijzende voornaamwoorden, zoals zo n, zulk(e), dergelijk(e) dusdanig(e), degene. Die en dat kunnen ook betrekkelijk voornaamwoord zijn. Als je die of dat kunt vervangen door deze of dit, dan heb je te maken met een aanwijzend voornaamwoord. 3. Voegwoorden Inleiding Voegwoorden worden gebruikt om zinsdelen of woorden met elkaar te verbinden. Relaties tussen zinnen zijn met deze woorden makkelijk aan te geven. De schrijver moet daarbij wel goed nadenken over de aard van de relatie tussen de zinnen. Zo betekent de zin Piet was ziek en bleef thuis niet hetzelfde als Piet was ziek en bleef daarom thuis. De eerste zin betreft namelijk een opsomming (en) en de tweede zin een reden (daarom). In dit onderdeel worden verschillende voegwoorden beschreven en welke relaties er mee kunnen worden aangegeven. 3.1 Basisregels Er zijn twee soorten voegwoorden: - Nevenschikkend: verbindt gelijkwaardige zinnen of zinsdelen. Onderwerp en persoonsvorm staan altijd naast elkaar. - De vier belangrijkste nevenschikkende voegwoorden zijn: en, of, maar, want,. - Onderschikkend: verbindt ongelijkwaardige zinnen aan elkaar: het ene deel van de zin is ondergeschikt aan het andere deel. Onderwerp en persoonsvorm hoeven niet per se naast elkaar te staan. Er zijn veel onderschikkende voegwoorden, bijvoorbeeld hoewel, ofschoon, omdat, doordat, zodat, dat, als, indien, wanneer, toen, desondanks. 7

8 3.2 Relaties Met voegwoorden kun je verschillende relaties aangeven in zinnen: - Tijd: terwijl, voordat, nadat, wanneer, daarna, daarop, intussen, later, vervolgens, etc. - Reden, oorzaak, gevolg: omdat, want, aangezien, daarom, dus, hierdoor, hieruit volgt, doordat, etc. - Beperkend: behalve, enkel, etc. - Vergelijkend: zoals, alsof, ook, eveneens, evenzeer, net als, hetzelfde is het geval bij, etc. - Doelaangevend: opdat, zodat, etc. - Opsomming: of, ook, en, bovendien, verder, voorts, etc. - Toegevend: hoewel, ofschoon, het is waar dat, toch, weliswaar, etc. - Voorwaarde: mits, indien, als, tenzij, wanneer, gesteld dat, etc. - Tegenstellend: maar, hoewel, daarentegen, desondanks, echter, toch, terwijl, integendeel, etc. Het verschil tussen omdat (reden) en doordat (oorzaak-gevolg) is dat je bij een reden kunt kiezen en bij oorzaak-gevolg niet. Ik blijf thuis omdat het regent. -> Je had ook door de regen kunnen lopen. Het is een keuze dat niet te doen. De auto stortte het ravijn in doordat de bestuurder de macht over het stuur verloor. -> Hier valt niets te kiezen. Er is sprake van een onvermijdelijk gevolg (in ravijn storten) van iets (macht over stuur verliezen -> oorzaak). als/dan Je gebruikt het woord als indien er sprake is van een vergelijking in de zin. De manager verdient evenveel als de senior projectleider. Je gebruikt het woord dan indien er sprake is van een vergrotende of verkleinende trap in de zin. Voorbeelden: De manager verdient minder dan de directeur. De manager verdient meer dan de junior marketing medewerker. 8

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Waarom? Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De vaardigheden

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv Inhoud 1 Spelling 5 1 geschiedenis van de nederlandse spelling in vogelvlucht 11 2 spellingregels 13 Klinkers en medeklinkers 13 Spelling van werkwoorden 14 D De stam van een werkwoord 14 D Tegenwoordige

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

1.Taalzee. 2. De zee Hieronder zie je een voorbeeld van hoe een stukje zee er uit kan zien.

1.Taalzee. 2. De zee Hieronder zie je een voorbeeld van hoe een stukje zee er uit kan zien. 1.Taalzee Bij Taalzee krijgen leerlingen een eigen stukje zee met dieren. Deze dieren moeten ze in leven/gezond houden door taaloefeningen te doen. Er zijn ruim 20.000 verschillende opgaven, verdeeld over

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18 Inhoud Deel 1 Spelling 18 Inleiding 15 1 Grondbeginselen van de Nederlandse spelling 21 1.1 Verschil tussen klank en letter 22 1.2 Hoofdregels 22 1.3 Interactie tussen de regels 24 1.4 Belang van de regel

Nadere informatie

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8 Tipboekje Herman Jozefschool Groep 8 Inhoudsopgave Tips: Woordsoorten Werkwoorden, Lidwoorden,Zelfstandige naamwoorden en eigen namen Bijvoeglijke naamwoorden,voorzetsels,vragende voornaamwoorden Bezittelijke

Nadere informatie

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag Op niveau onderbouw - Naslag Grammatica In dit naslagdocument vind je de belangrijkste onderdelen van grammatica die in Op niveau onderbouw, leerjaar 1 t/m 3, worden behandeld. Als je wilt weten welke

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen -b fl41..- 1 rair î ; : ; - / 0 t- t-, 9 S QURrz 71 1 t 5KM 1o r MALNBERG St 4) 4 instapkaarten ji - S 1,1 1 thema 5 1 les 2 S S S - -- t. Je leert hoe je van het hele werkwoord een voltooid deelwoord

Nadere informatie

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }.

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }. 1 DE SAMENGESTELDE ZIN Voordat een zin als samengestelde zin ontleed kan worden, moet hij eerst als enkelvoudige zin ontleed zijn, d.w.z. in een zin met maar één persoonsvorm ( en andere zinsdelen). Een

Nadere informatie

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen 1.1 Eigen kennis 1.1.1 Kinderen kunnen hun eigen kennis activeren, m.a.w. ze kunnen aangeven wat ze over een bepaald onderwerp al weten en welke ervaringen ze er

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS (ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je op een juiste manier in meervoud schrijven. - Hoofdletters op een juiste manier gebruiken. - Onbepaalde hoofdtelwoorden

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief Bij de verschillende onderdelen van Taal actief kunt u onderdelen uit De bovenkamer

Nadere informatie

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken.

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken. Ontleden Persoonsvorm 3 trucjes om de persoonsvorm te vinden zijn: 1. Maak van de zin een vraagzin. Het werkwoord dat vooraan komt te staan is de persoonsvorm. 2. Zet de zin in een andere tijd, de persoonsvorm

Nadere informatie

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30 Inhoud Deel 1 Grammaticale vormen Les 1 Letter, woord, zin, getal, cijfer 12 Les 2 Zinnen 14 Les 3 Persoonlijke voornaamwoorden (1) 16 Les 4 Hij / het / je / we / ze 18 Herhalingstoets 1 20 Les 5 Werkwoorden

Nadere informatie

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t.

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t. v;rw>r t 7 S SS QVRre F9 - -t. t- L 5KM i r MALtABERG instapkaarten taal verkennen S -4 taal verkennen komt er vaak een -e achter. Taa actief. instapkaarten taal verkennen. groep 8 Maimberg s-hertogenbosch

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten.

11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten. A. LEER EN TOETSPLAN Leerjaar: 3 Onderwerp: Luistervaardigheid 11, 12, 13, 14 11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen

Nadere informatie

TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2

TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2 Sportief! TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2 Je zit alweer in het tweede jaar van het vmbo. Vorig jaar heb je veel geleerd bij het onderdeel Taalverzorging, maar misschien ben je ook wel iets vergeten.

Nadere informatie

NL_BL_Signaalwoorden_verbandenV2012_1.doc www.harnmeijer.nl 1

NL_BL_Signaalwoorden_verbandenV2012_1.doc www.harnmeijer.nl 1 Signaalwoorden Signaalwoorden geven een signaal dat er een bepaald verband staat tussen zinsdelen, zinnen of alinea s. Het signaalwoord geeft zelf het verband aan. Hieronder een aantal van de meest gebruikte

Nadere informatie

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas Leraar: Dag Jef. Jef: Dag mevrouw. Hoe gaat het met u? Leraar: Goed, dank je. En met jou? Jef: Ook goed. ----------- Mark: Hallo

Nadere informatie

1 WOORDSOORTEN 3 2 ZINSDELEN 8

1 WOORDSOORTEN 3 2 ZINSDELEN 8 Deel 1 Grammatica 1 1 WOORDSOORTEN 3 1.1 Tot welke woordsoort behoren de onderstreepte woorden in de volgende zinnen? 3 1.2 Multiple choice. Benoem de onderstreepte woorden 4 1.3 Benoem de onderstreepte

Nadere informatie

Nederlands C.T samenvatting

Nederlands C.T samenvatting Nederlands C.T samenvatting Wat te leren: Blok 4 + helft blok 5, op de leer s.o stof na. Blok 4 2.2 Chronologische tijdsvolgorde: de ene gebeurtenis na de andere Tijdsprong: het overslaan van een stuk

Nadere informatie

Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau A

Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau A Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau A Wat doe je in deze les? Bij Nieuwsbegrip maak je altijd opdrachten. Sommige opdrachten gaan over verwijswoorden. Je moet dan zeggen naar

Nadere informatie

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Ontleden Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Bij het redekundig ontleden verdeel je de zin in zinsdelen en geef je elk zinsdeel een redekundige naam. Deze zinsdelen

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen. Zinsdelen Nederlands Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk gezegde Onderwerp Persoonsvorm Voorzetselvoorwerp Werkwoordelijk gezegde Bijvoeglijke

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Grammatica op maat Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Grammatica op maat Dit programma is

Nadere informatie

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN Blz. Onderwerp 2 Zelfstandig naamwoord 3 Betrekkelijk voornaamwoord 4 Bijvoeglijk naamwoord 5 Gezegde 6 Koppelwerkwoord 7 Lijdend en meewerkend voorwerp 8 Onderwerp 9 Persoonlijk

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 10

Inhoud. 1 Spelling 10 Inhoud 1 Spelling 10 1 geschiedenis van de friese spelling (stavering) in het kort 10 2 spellingregels 12 Hulpmiddelen 12 Klinkers en medeklinkers 12 Lettergrepen 13 Stemhebbend en stemloos 13 Basisregels

Nadere informatie

SKO. Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie. Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands

SKO. Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie. Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands Avondopleidingen SKO Opleidingen Opleidingen Ondernemer Correspondentie Cursus Zakelijk Nederlands Cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie Opleiding Schriftelijke Communicatie Nederlands Opleidingen

Nadere informatie

Nieuwsbrief leren. leren en studeren op de basisschool. nummer 7 maart 2002. Lieven Coppens

Nieuwsbrief leren. leren en studeren op de basisschool. nummer 7 maart 2002. Lieven Coppens België Finland Griekenland Japan Nigeria Noorwegen Polen Rusland Singapore Slovakije Tsjechië Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Percentage Nieuwsbrief leren leren en studeren op de basisschool nummer

Nadere informatie

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders INHOUD INHOUD... 2 REDEKUNDIGE ONTLEDING: ZINSDELEN... 3 PERSOONSVORM (pv)... 3 WERKWOORDELIJK GEZEGDE (ww gez)... 3

Nadere informatie

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra

Nadere informatie

Spelling. 1. Werkwoorden

Spelling. 1. Werkwoorden Stijl en spelling Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste stijl- en spellingregels die in de onderbouw bij Nederlands zijn behandeld. Bij schrijfopdrachten en bij het examen wordt in de bovenbouw

Nadere informatie

LESSTOF. Basisgrammatica

LESSTOF. Basisgrammatica LESSTOF Basisgrammatica 2 Lesstof Basisgrammatica INHOUD INLEIDING... 4 BASISGRAMMATICA EN MEIJERINK... 5 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 6 OMVANG... 7 INHOUD... 9 Lesstof Basisgrammatica 3 INLEIDING Muiswerkprogramma

Nadere informatie

Thema 10. We ruilen van plek

Thema 10. We ruilen van plek Thema 10 We ruilen van plek Les 10.1 1. zakenreis 2. industrieën 3. raketten 4. percentage 5. demonstratie Les 1 gouden, ziekenhuis In het ankerverhaal staat dat de moeder van Gaby Pak kersen geeft in

Nadere informatie

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL OEFENSITES WERKWOORDELIJK GEZEGDE ONTLEDEN ZIN OEFENSITES NAAMWOORDELIJK

Nadere informatie

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan 1. Globaal lezen a. Lees eerst altijd een tekst globaal. Dus: titel, inleiding, tussenkopjes, slot en bron. b. Denk na over het onderwerp,

Nadere informatie

Meewerkend voorwerp hv12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Meewerkend voorwerp hv12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52679 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip

Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip JAAROVERZICHT NEDERLANDS H3 Omschrijving lesstof per week Blok 1 Wk1. Spreken informatieve tekst/ artikel oefenen Begin Lees vaardig blok 1+2 Toetsper. 1 week 39 Toets: Lees vaardig Blok 1+2 en Nieuwsbegrip

Nadere informatie

Handleiding basiswoordenschat.

Handleiding basiswoordenschat. basiswoordenschat. Inleiding. In de basismodule wordt een basis van ongeveer 80 woorden gelegd. Deze woorden worden aangeboden om de woordenschat, maar ook om de communicatieve vaardigheden van de cursist

Nadere informatie

Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau B

Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau B Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau B Wat doe je in deze les? Bij Nieuwsbegrip doe je vaak opdrachten om de verwijswoorden in een tekst te begrijpen. Wat zijn verwijswoorden?

Nadere informatie

Het bijvoeglijk naamwoord

Het bijvoeglijk naamwoord LES 8 Het bijvoeglijk naamwoord Opdracht 1 1 Op een blog over Twilight vind je deze teksten. Lees ze. Ik begrijp niets van mijn debiele tienerzusje dat verliefd is op die belachelijke Robert Pattison.

Nadere informatie

2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12

2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 Inhoudsopgave 1 Русский алфавит Het Russische alfabet 10 2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 3 Фонетика Fonetiek

Nadere informatie

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: Spelling 1. Werkwoorden: tegenwoordige tijd A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: ik - je/u/hij/ze t we/jullie/ze en bijvoorbeeld: ik drink ik bied je drinkt je biedt

Nadere informatie

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6 We gaan een werkstuk maken en je mag het helemaal zelf doen. Het is helemaal jouw eigen werkstuk. Maar om je even goed op weg te helpen hebben we hieronder alle stapjes even op een rij gezet. Wat moet

Nadere informatie

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 2012-2014

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 2012-2014 PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 01-014 CODE VERANT- WOORDING KERNDEEL WEGING KENNIS CIJFER CODE VAKVAARDIGHEID CIJFER CODE WEGING AANVULLENDE OPMERKINGEN 1 Fictie (herhaling) boeken kiezen,

Nadere informatie

Leerlijn Spreken & luisteren groep 5

Leerlijn Spreken & luisteren groep 5 Leerlijn Spreken & luisteren groep 5 Spreken (individueel / gesprekken voeren): Luisteren: Een monoloog houden in een kleine groep, duidelijk verwoorden wat ze bedoelen. Een gesprek (overleg) voeren in

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken.

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. groep 8 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Verlengde instructie: Per kind een blad met

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden Nederlands Dagdeel 1 Introductie en vaststelling leerdoelen Redekundig ontleden: persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke

Nadere informatie

VOORWOORD. René van Royen

VOORWOORD. René van Royen VOORWOORD Priscianus was een knappe man. Toen Rome lang geleden nog een rijk was, leerde hij de kinderen in zijn klas Latijn. Hij gaf dus les, maar wat hij in de klas vertelde schreef hij ook op. Zo ontstond

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

PRESENTEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

PRESENTEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier PRESENTEREN in meervoud. - Gebruik je hoofdletters

Nadere informatie

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren  CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE Werkwoorden vervoegen 1. De infinitief In de woordenlijst vinden we de woorden altijd in dezelfde vorm. Deze vorm, die we het grondwoord noemen, is voor een werkwoord de infinitief..

Nadere informatie

Themaboek IBL1 - Internationaal marktanalist

Themaboek IBL1 - Internationaal marktanalist Duits IBL1 Vakcode 56008 Verantwoordelijke e-mail mevr. K. Voogd k.m.voogd@saxion.nl ECTS 4 Kwartiel 1.1 en 1.2 Competenties IBL1 Prestatie-indicatoren 1.3 Zie bijlage 1 voor een overzicht van de competenties

Nadere informatie

AANWIJZEND VOORNAAMWOORD. A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? 7. Ga je naar één van onze feestjes?

AANWIJZEND VOORNAAMWOORD. A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? 7. Ga je naar één van onze feestjes? A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? Ja, heb ik gedaan. 2. Komt Willem dit weekend? Nee, moet helaas werken. 3. Ga je met het vliegtuig naar Hamburg? Nee,

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52704

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52704 Bijwoordelijke bepaling HV 2 Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52704 Dit lesmateriaal is

Nadere informatie

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Redekundig ontleden. Arend van den Brink Redekundig ontleden Arend van den Brink - Inhoudsopgave Redekundig ontleden... 3 Persoonsvorm... 3 Onderwerp... 4 Naamwoordelijk gezegde... 4 Werkwoordelijk gezegde... 7 Lijdend voorwerp... 8 Meewerkend

Nadere informatie

Beginnersfouten Nederlandse Vertalers

Beginnersfouten Nederlandse Vertalers Beginnersfouten Nederlandse Vertalers Inhoud 1. Samenstellingen los schrijven die aan elkaar horen... 3 2. De komma tussen twee werkwoordsvormen vergeten... 3 3. Vele/velen en beide/beiden... 3 4. Die/dat...

Nadere informatie

Lesstof. Formuleren. voor gevorderden

Lesstof. Formuleren. voor gevorderden Lesstof Formuleren voor gevorderden 2 Lesstof Formuleren voor gevorderden INHOUD LESSTOF... 1 INLEIDING... 4 STRUCTUUR... 4 INHOUD... 8 Lesstof Formuleren voor gevorderden 3 INLEIDING Muiswerkprogramma

Nadere informatie

Teksverklaringen!!!!! Samenvattingen!! - Meerkeuzevragen! - Open! !!!! Nederlands! 1. Spellen! 2. Samenvatting schrijven

Teksverklaringen!!!!! Samenvattingen!! - Meerkeuzevragen! - Open! !!!! Nederlands! 1. Spellen! 2. Samenvatting schrijven NEDERLANDS Nederlands Teksverklaringen Samenvattingen 1. Hoofdgedachte 2. Meerkeuzevragen 3. Tekstverbanden 4. Open vragen 5. Argumentatie 6. Mening en doel van de schrijver 1. Spellen 2. Samenvatting

Nadere informatie

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen.

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen. Artikelen: Alle artikelen - 7Days week Vrijdag 20 maart 2015 Inhoud: - Leerlingen leren artikelen analyseren. - De leerlingen leren verwijswoorden en signaalwoorden te herkennen in een tekst. Vakgebied:

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld Bij verschillende onderdelen van de taalmethode Taal in Beeld, kunt u De bovenkamer

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 6 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig

Nadere informatie

Formuleren. Doelgroep Formuleren. Omschrijving Formuleren

Formuleren. Doelgroep Formuleren. Omschrijving Formuleren Formuleren Muiswerk Formuleren is een programma dat aandacht besteedt aan de belangrijkste stof die in de eerste klassen van het voortgezet onderwijs veelal aan de orde komt. Doelgroep Formuleren Formuleren

Nadere informatie

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Geen Amerikaanse aanval op Syrië

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Geen Amerikaanse aanval op Syrië PrO -weekkrant Week 38 september 2013 Voor jongeren in het praktijkonderwijs 16-22 september 2013 Geen Amerikaanse aanval op Syrië Foto: ANP Foto: Shutterstock Amerika valt Syrië voorlopig niet aan. Want

Nadere informatie

Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid

Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid 3;6 4 4;6 5 5;6 6 6,6 7 1. Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes. 1. Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes door

Nadere informatie

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Wat is een zelfstandig naamwoord? Wat is een zelfstandig naamwoord? 1. Inleiding Zelfstandig naamwoorden zijn woorden die 'een zelfstandigheid' aanduiden: een persoon of dier: vrouw, oom, hond een eigennaam: Sara, Apple een ding: fiets,

Nadere informatie

ROUTE 2F, Nederlands voor niveau 2F

ROUTE 2F, Nederlands voor niveau 2F ROUTE 2F, Nederlands voor niveau 2F Schrijfvaardigheid * Kan samenhangende teksten schrijven met een eenvoudige, lineaire opbouw, over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en

Nadere informatie

Bijlage interview meisje

Bijlage interview meisje Bijlage interview meisje Wat moet er aan de leerlingen gezegd worden voor het interview begint: Ik ben een student van de Universiteit van Gent. Ik wil met jou praten over schrijven en taken waarbij je

Nadere informatie

Kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie Zullen computers ooit de menselijke taal begrijpen? Kunstmatige intelligentie 2014 Menno Mafait (http://mafait.org) 1 Al zo n zestig jaar zijn wetenschappers bezig met kunstmatige intelligentie, ook wel

Nadere informatie

Inhoud. Over taal. Ontstaan van taal 19. Hoe het Nederlands gegroeid is 40. Een taal leren 22

Inhoud. Over taal. Ontstaan van taal 19. Hoe het Nederlands gegroeid is 40. Een taal leren 22 Inhoud 1 2 3 Over taal Ontstaan van taal 19 Hoe kunnen mensen praten? 19 Wanneer zijn mensen gaan praten? 19 Schrijven met tekeningen 20 Het ontstaan van het alfabet 21 Gebarentaal 21 Beeldtaal 21 Het

Nadere informatie

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten Naslagwerk Voor leerlingen en ouders 1 INHOUD INHOUD... 2 TAALKUNDIGE ONTLEDING: WOORDSOORTEN... 3 WERKWOORDEN... 3 ZELFSTANDIG NAAMWOORD (zelfst.nw)...

Nadere informatie

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen.

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen. Vrijdag 9 oktober 2015 Artikelen: Alle artikelen - 7Days week Inhoud: - De leerlingen leren wat verwijswoorden zijn en hoe ze deze herkennen. - De leerlingen leren persoonlijke, bezittelijke en aanwijzende

Nadere informatie

2 Lesstof Formuleren

2 Lesstof Formuleren LESSTOF Formuleren 2 Lesstof Formuleren INHOUD INLEIDING... 4 STRUCTUUR... 4 INHOUD... 8 TOT SLOT... 18 Lesstof Formuleren 3 INLEIDING Muiswerkprogramma s zijn computerprogramma s voor het onderwijs. De

Nadere informatie

Luister naar het alfabet en de voorbeelden. Kijk ook naar de afbeeldingen. voorbeeld letter. b bee [b] bus [ə] een. hemd

Luister naar het alfabet en de voorbeelden. Kijk ook naar de afbeeldingen. voorbeeld letter. b bee [b] bus [ə] een. hemd Het alfabet Van A tot Z Het Nederlandse alfabet heeft 26 letters. Deze letters zijn klinkers en medeklinkers. Er zijn 6 klinkers: a, e, i, o, u, y. Er zijn 20 medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m,

Nadere informatie

VOORBEELDMATERIAAL HOEKENBOX LEERJAAR 6 TAAL

VOORBEELDMATERIAAL HOEKENBOX LEERJAAR 6 TAAL VOORBEELDMATERIAAL HOEKENBOX LEERJAAR 6 TAAL P. 02-03 Luisteroefeningen SUPERUITVINDINGEN De leerlingen tekenen een mondeling beschreven voorwerp, in dit geval een wat complexere machine. P. 04-05 Leesoefeningen

Nadere informatie

Kijk op: www.nt2taalmenu.nl. nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs. Brieven schrijven

Kijk op: www.nt2taalmenu.nl. nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs. Brieven schrijven OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten

Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten groep 6 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Lesduur 25 minuten Aanwijzingen bij de les Algemene

Nadere informatie

Het Adjectief. Wanneer krijgt het adjectief een [-e]?

Het Adjectief. Wanneer krijgt het adjectief een [-e]? Het Adjectief Groen, groot, dik, donker, zijn allemaal adjectieven. We kunnen ze op verschillende manieren in een zin gebruiken. Als we het adjectief direct voor een substantief zetten, komt er soms een

Nadere informatie

Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk. 1, 2 A, B, C 3 A en B. synoniemen ja 1,2 3,4. ja 1 2 3 A,B 4,5 6 Ja. Test Blz 45 en 46 Test

Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk. 1, 2 A, B, C 3 A en B. synoniemen ja 1,2 3,4. ja 1 2 3 A,B 4,5 6 Ja. Test Blz 45 en 46 Test Boek 1, H 1 Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk Lezen Onderwerp van een tekst ja 1, 2 A, B, C 3 A en B 3C of 4 Vaardigheden interview Kattebelletje nee 1, 2 4 2 Taal en Woordenschat

Nadere informatie

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Oekraïners boos op president

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Oekraïners boos op president PrO -weekkrant Week 49 december 2013 Voor jongeren in het praktijkonderwijs 2-8 december 2013 Eenvoudig Communiceren Oekraïners boos op president Foto: ANP Foto: Shutterstock In Oekraïne protesteren inwoners

Nadere informatie

Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan.

Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan. Woordsoorten bloemlezing uit het 40 bladzijden tellende boek. Inleiding Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan. Over de keuzes

Nadere informatie

LESSTOF. Grammatica op maat

LESSTOF. Grammatica op maat LESSTOF Grammatica op maat 2 Lesstof Grammatica op maat INHOUD INLEIDING... 4 STRUCTUUR... 4 INHOUD... 8 DIDACTIEK... 19 TOT SLOT... 19 Lesstof Grammatica op maat 3 INLEIDING Muiswerkprogramma s zijn computerprogramma

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 vmbo de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 vmbo de betekenis

Nadere informatie

GRAMMATICA. taalkundig ontleden - theorie. samenstellers Ans Mathu - Hans Wellink

GRAMMATICA. taalkundig ontleden - theorie. samenstellers Ans Mathu - Hans Wellink GRAMMATICA taalkundig ontleden - theorie samenstellers Ans Mathu - Hans Wellink 1 INHOUDSOPGAVE Voorwoord 9 Inleiding 11 1 Zelfstandige naamwoorden (substantiva) 12 2 Lidwoorden (articula) 13 3 Telwoorden

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

Tijdsplanning werkstuk groep 5

Tijdsplanning werkstuk groep 5 Naam: Groep 5 Tijdsplanning werkstuk groep 5 Wat wanneer Aan de juf het onderwerp van maandag 21 januari 2013 mijn werkstuk doorgeven inleveren opdracht 1 maandag 28 januari 2013 inleveren opdracht 2 donderdag

Nadere informatie

Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2

Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2 Auteur boek: مو لف الكتاب: Vera Lukassen Titel boek: Nederlands voor Arabisch taligen كتاب : الھولندي للناطقین باللغة العربیة المستوى Niveau A0 A2, A0 A2 2015, Serasta Uitgegeven in eigen beheer info@serasta.nl

Nadere informatie

PORTFOLIO NEDERLANDS NAAM: OPLEIDING: KLAS: Portfolio Nederlandse taal, deel 1 Versie 11-07-13 Pagina 1

PORTFOLIO NEDERLANDS NAAM: OPLEIDING: KLAS: Portfolio Nederlandse taal, deel 1 Versie 11-07-13 Pagina 1 PORTFOLIO NEDERLANDS NAAM: OPLEIDING: KLAS: Portfolio Nederlandse taal, deel 1 Versie 11-07-13 Pagina 1 Het portfolio voor de Nederlandse taal bestaat uit de volgende onderdelen: - Inleiding - Algemeen

Nadere informatie

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD Een didactiek om het begrip ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD aan te leren in het 4e leerjaar (Groep 6). Enkele voorafgaande opmerkingen over de toekomende tijd van het werkwoord.

Nadere informatie