Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:"

Transcriptie

1 Inhoudsopgave Dit boekje bestaat uit drie delen: Deel 1: uitleg (stappenplan) blz. 2 t/m 5 Deel 2: oefenzinnen blz. 6 Deel 3: antwoorden blz. 7 t/m 12 Disclaimer Aan de inhoud van dit boekje kunnen geen rechten worden ontleend

2 Deel 1: uitleg Stappenplan 1. Zoek de persoonsvorm (PV) 2. Verdeel de zin in zinsdelen 3. Zoek het onderwerp (Ond) 4. Zoek het gezegde (WG of NG) 5. Zoek het lijdend voorwerp (LV) 6. Zoek het meewerkend voorwerp (MV) 7. Zoek de bijwoordelijke bepalingen (BWB) 1. Zoek de persoonsvorm (PV) Er bestaan drie manieren om de persoonsvorm te vinden: 1. De zin vragend maken het eerste werkwoord dat je tegenkomt in de vraagzin is de PV. 2. De zin van enkelvoud in meervoud zetten (of andersom) het werkwoord dat mee verandert is de PV. 3. De zin van tegenwoordige in verleden tijd zetten (of andersom) het werkwoord dat mee verandert is de PV. Let op: zinnen met komma s ('samengestelde zinnen') hebben vaak meer dan één persoonsvorm. Voordat we gaan, moet je nog even naar mijn kamer kijken. PV 1: gaan PV 2: moet 2. Verdeel de zin in zinsdelen Voor en achter de PV kun je een zinsdeelstreep zetten. Vervolgens ga je de volgorde van de woorden in de zin veranderen. Groepjes woorden die je samen voor de persoonsvorm kunt zetten en die je niet uit elkaar kunt halen, vormen een zinsdeel. Voor en achter elk zinsdeel zet je een zinsdeelstreep. In de tuin van de buren / zat / gisteren / een eigenaardig beest. 3. Zoek het onderwerp (Ond) Er bestaan twee manieren om het onderwerp te vinden: 1. Door de vraag te stellen: wie (of wat) + PV? 2. Door de zin vragend te maken. Het onderwerp staat dan direct achter de PV. Liggen / de drie gekke meiden / nu / op het strand? Ond: de drie gekke meiden - 2 -

3 4. Zoek het gezegde (WG of NG) Er zijn twee soorten gezegdes: het werkwoordelijk gezegde (WG) en het naamwoordelijk gezegde (NG). Het werkwoordelijk gezegde vind je door alle werkwoorden van de zin op te schrijven. De persoonsvorm maakt deel uit van het werkwoordelijk gezegde. Wetenschappers / gaan / dit verschijnsel / nader / bestuderen. WG: gaan bestuderen Opmerkingen bij het werkwoordelijk gezegde: * Voor een werkwoord staat soms het woordje te of de woorden aan het. Die woorden horen bij het WG. Voorbeeld 1: Je / begint / het / te snappen. WG: begint te snappen Voorbeeld 2: De meisjes / zijn / aan het touwtjespringen. WG: zijn aan het touwtjespringen * bij sommige werkwoorden kun je het woordje zich niet weglaten of vervangen door een ander woord. Het woordje zich (of een vorm daarvan) hoort dan bij het WG. Voorbeeld 1: Ik / heb / me / vergist. WG: heb me vergist Voorbeeld 2: Vader / scheert / zich / elke dag. WG: scheert ('zich' kun je vervangen, bijv. door 'zijn gezicht') * sommige werkwoorden kun je scheiden, zoals bijv. het werkwoord 'neerleggen'. Ik / leg / het / daar /neer. WG: leg neer * Sommige uitdrukkingen worden ook tot het WG gerekend. Vanavond gaan we de bloemetjes buiten zetten. WG: gaan de bloemetjes buiten zetten 'de bloemetjes buiten zetten' zou je kunnen vervangen door een werkwoord ('feesten') In sommige zinnen zit geen werkwoordelijk gezegde, maar een naamwoordelijk gezegde. Dat is het geval wanneer er aan drie voorwaarden wordt voldaan: 1. In de zin staat een koppelwerkwoord (de koppelwerkwoorden zijn: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen). 2. In de zin staat een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord. 3. Dat naamwoord zegt iets over het onderwerp (over bijv. uiterlijk, gedrag, eigenschap, functie). Voorbeeld 1: Mijn moeder / is / boos. NG: is boos - 3 -

4 Voorbeeld 2: Mijn oom / heet / Fred. NG: heet Fred Opmerkingen bij het naamwoordelijk gezegde: * Als zijn betekent zich bevinden, is het geen koppelwerkwoord. * Als blijven betekent verblijven, is het geen koppelwerkwoord. Hij / blijft / nog een poosje / in Frankrijk. WG: blijft * Als lijken betekent gelijkenis vertonen, is het geen koppelwerkwoord. * Als schijnen betekent licht uitstralen, is het geen koppelwerkwoord. * Als voorkomen niet de betekenis heeft van lijken, is het geen koppelwerkwoord. * Als er meerdere werkwoorden in een zin staan, ga je op zoek naar het belangrijkste werkwoord (dat werkwoord heet het 'zelfstandig werkwoord'). Je vraagt jezelf dan af: welke werkwoorden zijn 'hulpwerkwoorden'? Einstein / is / een genie / gebleken. Belangrijkste werkwoord: blijken (koppelwerkwoord) Hulpwerkwoord: zijn ('is' wordt hier gebruikt om van blijken een voltooid deelwoord te maken) 5. Zoek het lijdend voorwerp (LV) Je kunt het lijdend voorwerp vinden door de vraag te stellen: wie (of wat) + gezegde + onderwerp? Ik / haal / mijn rekenmachine / tevoorschijn. LV: mijn rekenmachine Het lijdend voorwerp is iets 'wat de handeling ondergaat': de rekenmachine wordt tevoorschijn gehaald. Als je het woordje 'zich' kunt vervangen door een ander woord, is 'zich' een lijdend voorwerp. Vader / scheert / zich / elke dag. LV: zich ('zich' kun je vervangen, bijv. door 'zijn gezicht') Opmerkingen bij het lijdend voorwerp: * Niet in elke zin zit een lijdend voorwerp. * Bij een naamwoordelijk gezegde heb je sowieso geen lijdend voorwerp. 6. Zoek het meewerkend voorwerp (MV) Je kunt het meewerkend voorwerp vinden door de vraag te stellen: Aan wie (of wat) of voor wie (of wat) + de rest van de zin? Ik / geef / mijn moeder / een bosje rozen. MV: mijn moeder - 4 -

5 Opmerkingen bij het meewerkend voorwerp: * Het meewerkend voorwerp heeft te maken met 'bestemd zijn voor'. * Vaak kun je 'aan' of 'voor' voor het meewerkend voorwerp zetten of juist weghalen, als het er al staat. * Niet in elke zin zit een meewerkend voorwerp. Als de woorden aan of voor een plaats aanduiden, is er geen sprake van een meewerkend voorwerp. De poes / ligt / voor de kachel. (is er niet) 7. Zoek de bijwoordelijke bepalingen (BWB) Elk zinsdeel dat nu nog over is, is een bijwoordelijke bepaling. Vaak geeft de BWB een tijd, plaats of reden aan. Het zijn antwoorden op vragen als bijvoorbeeld: hoe, waar, wanneer, waarom, waardoor, waarover, waarheen? Ook deze vraagwoorden zelf zijn BWB. Komend jaar / wil / ik / een krantenwijk / in deze buurt. BWB 1: komend jaar BWB 2: in deze buurt Opmerkingen bij de bijwoordelijke bepaling(en): * In een zin kunnen meerdere bijwoordelijke bepalingen voorkomen. * Ook dit soort woorden zijn vaak een BWB: misschien, waarschijnlijk/vermoedelijk, niet, wel, ongetwijfeld, enz

6 Deel 2: oefenzinnen 1. In het park kun je pauwen tegenkomen. 2. Het zal je maar gezegd worden! 3. Terwijl wij de auto inlaadden, brachten Jos en Joke het afval weg. 4. Soms staan er tegenstrijdige berichten in de krant. 5. De toeristen vroegen aan mij de weg naar Rotterdam. 6. Het huis leek onbewoond. 7. We wassen ons elke dag onder de douche. 8. Na het avondeten vertelde ik haar het belangrijke nieuws. 9. Later wil ik architect worden. 10. De autolichten schenen op de fietser. 11. De verslaggever sloeg een flater. 12. In het holst van de nacht ontmoetten ze elkaar op de afgesproken plek. 13. Maaike is voorzitter van de Ledenraad. 14. Hoeveel heb je gedoneerd aan Greenpeace? 15. Ik vroeg hem daarover te zwijgen. 16. De kassière overhandigde mij de kaartjes. 17. Waarom zei je me dat niet eerder? 18. Eigenlijk geloof ik er geen snars van. 19. Omdat hij zijn verjaardag bij zijn moeder vierde, kon ik ook komen. 20. Zijn moeder gaf hem een ipad voor zijn verjaardag. 21. Misschien zien we hem nooit meer terug. 22. De inbreker koos het hazenpad. 23. Mijn oma blijft op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. 24. Wellicht geeft de agressieve knaap je een klap in je gezicht. 25. Straks bedenkt hij zich nog. 26. Ik heb in de supermarkt een tros druiven gekocht. 27. De lucht wordt stralend blauw. 28. Je lijkt wel gek! 29. De baby zal Eli gaan heten. 30. Ik heb een narcis geplukt en deze in een vaas gezet. 31. De mannen zijn weer hard aan het werk. 32. Laten we iets anders gaan doen. 33. Celeste schaamt zich niet. 34. Ik geef je straks het benzinegeld. 35. Wie is zijn advocaat? 36. De auto wordt 23 april uitgedeukt door garage Bolsen. 37. Haar vrienden uit Mexico hebben sambaballen voor haar meegenomen. 38. Sprakeloos staarden ze minutenlang naar het brandende huis. 39. Lennard leende zijn brommer uit aan zijn beste vriend. 40. Dat zeg je zonder blikken of blozen? 41. De politie heeft de omgeving onmiddellijk afgezet. 42. Wordt het buurtcentrum maandag geschilderd? 43. Mijn schoenzolen zijn versleten. 44. Mijn laarzen zijn vies. 45. In Duitsland is een aantal mensen ziek geworden door besmetting met de EHECbacterie. 46. Toen de schrijfster haar boek afgerond had, ging het in de verkoop. 47. Die drummer komt me bekend voor. 48. Elise staat in vuur en vlam. 49. De kinderen schrijven opa en oma elke week een brief. 50. De oude boerderij leek onbewoond

7 Deel 3: antwoorden 1. In het park / kun / je / pauwen / tegenkomen. PV: kun Ond: je WG: kun tegenkomen LV: pauwen BWB: in het park 2. Het / zal / je / maar / gezegd / worden! PV: zal Ond: het WG: zal gezegd worden ('zeggen' is het belangrijkste werkwoord, niet 'worden') MV: je BWB: maar 3. Terwijl / wij / de auto / inlaadden, / brachten / Jos en Joke / het afval / weg. Eerste zinsgedeelte: Wij laadden de auto in. PV: inlaadden Ond: wij WG: inlaadden LV: de auto Tweede zinsgedeelte: Jos en Joke brachten het afval weg. PV: brachten Ond: Jos en Joke WG: brachten weg LV: het afval Voegwoord van de 2 zinnen: terwijl 4. Soms / staan / er / tegenstrijdige berichten / in de krant. PV: staan Ond: tegenstrijdige berichten WG: staan BWB 1: soms BWB 2: in de krant 5. De toeristen / vroegen / aan mij / de weg naar Rotterdam. PV: vroegen Ond: de toeristen WG: vroegen LV: de weg naar Rotterdam MV: aan mij 6. Het huis / leek / onbewoond. PV: leek Ond: het huis NG: leek onbewoond (lijken = koppelwerkwoord) 7. We / wassen / ons / elke dag / onder de douche. PV: wassen Ond: we WG: wassen LV: ons ('ons' kun je vervangen, bijv. door: 'het lichaam') BWB: onder de douche 8. Na het avondeten / vertelde / ik / haar / het belangrijke nieuws. PV: vertelde WG: vertelde LV: het belangrijke nieuws MV: haar BWB: na het avondeten - 7 -

8 9. Later / wil / ik / architect / worden. PV: wil NG: wil architect worden (worden = koppelwerkwoord) BWB: later 10. De autolichten schenen op de fietser. PV: schenen Ond: de autolichten WG: schenen ('schenen' betekent hier 'verlichten' en is hier dus geen koppelwerkwoord) BWB: op de fietser 11. De verslaggever sloeg een flater. PV: sloeg Ond: de verslaggever WG: sloeg een flater (werkwoordelijke uitdrukking, te vervangen door bijv. 'blunderde') 12. In het holst van de nacht/ ontmoetten / ze / elkaar / op de afgesproken plek. PV: ontmoetten Ond: ze WG: ontmoetten LV: elkaar BWB 1: in het holst van de nacht BWB 2: op de afgesproken plek 13. Maaike / is / voorzitter / van de Ledenraad. PV: is Ond: Maaike NG: is voorzitter (zijn = koppelwerkwoord) BWB: van de Ledenraad (mag hier ook bij het NG) 14. Hoeveel / heb / je / gedoneerd / aan Greenpeace? PV: heb Ond: je WG: heb gedoneerd LV: hoeveel (te vervangen door bijv. '3 briefjes'; de zin is dan lijdend te maken: 3 briefjes worden door jou gedoneerd aan Greenpeace). MV: aan Greenpeace 15. Ik / vroeg / hem / daarover / te zwijgen. PV: vroeg WG: vroeg te zwijgen MV: hem BWB: daarover 16. De kassière / overhandigde / mij / de kaartjes. PV: overhandigde Ond: de kassière WG: overhandigde LV: de kaartjes MV: mij 17. Waarom / zei / je / me /dat / niet /eerder? PV: zei Ond: je WG: zei LV: dat MV: me BWB 1: waarom BWB 2: niet BWB 3: eerder - 8 -

9 18. Eigenlijk / geloof / ik / er / geen snars / van. PV: geloof WG: geloof LV: geen snars BWB 1: eigenlijk BWB 2: er, van 19. Omdat / hij / zijn verjaardag / bij zijn moeder vierde, / kon / ik / ook / komen. Eerste zinsgedeelte: Hij viert zijn verjaardag bij zijn moeder. PV: vierde Ond: hij WG: vierde LV: zijn verjaardag BWB: bij zijn moeder Tweede zinsgedeelte: Ik kon ook komen. PV: kon WG: kon komen BWB: ook Voegwoord van de 2 zinnen: omdat 20. Zijn moeder / gaf / hem / een ipad / voor zijn verjaardag. PV: gaf Ond: zijn moeder WG: gaf LV: een ipad MV: hem BWB: voor zijn verjaardag 21. Misschien / zien / we / hem / nooit meer / terug. PV: zien Ond: we WG: zien terug (terugzien) LV: hem BWB 1: misschien BWB 2: nooit meer 22. De / inbreker / koos / het hazenpad. PV: koos Ond: de inbreker WG: koos het hazenpad (werkwoordelijke uitdrukking, te vervangen door bijv. 'verdween') 23. Mijn oma / blijft / op de hoogte / van de laatste ontwikkelingen. PV: blijft Ond: mijn oma NG: blijft op de hoogte (blijven = koppelwerkwoord) BWB: van de laatste ontwikkelingen 24. Wellicht / geeft / de agressieve knaap / je / een klap / in je gezicht. PV: geeft Ond: de agressieve knaap WG: geeft LV: een klap MV: je BWB 1: wellicht BWB 2: in je gezicht 25. Straks / bedenkt / hij / zich / nog. PV: bedenkt Ond: hij WG: bedenkt zich (je kunt 'zich' niet vervangen door een ander woord) BWB1 : straks BWB 2: nog - 9 -

10 26. Ik / heb / in de supermarkt / een tros druiven / gekocht. PV: heb WG: heb gekocht LV: een tros druiven BWB: in de supermarkt 27. De lucht / wordt / stralend blauw. PV: wordt Ond: de lucht NG: wordt stralend blauw (worden = koppelwerkwoord) 28. Je / lijkt / wel / gek! PV: lijkt Ond: je NG: lijkt gek BWB: wel 29. De baby / zal / Eli / gaan / heten. PV: zal Ond: de baby NG: zal Eli gaan heten (koppelwerkwoord = heten) 30. Ik / heb / een narcis / geplukt / en / deze / in een vaas / gezet. Eerste zinsgedeelte: Ik heb een narcis geplukt. PV: heb WG: heb geplukt LV: een narcis Tweede zinsgedeelte: Ik heb deze in een vaas gezet. PV: heb WG: heb gezet LV: deze BWB: in een vaas Voegwoord van de 2 zinnen: en 31. De mannen / zijn / weer / hard / aan het werk. PV: zijn Ond: de mannen WG: zijn aan het werk (merk op: 'aan het') BWB 1: weer BWB 2: hard 32. Laten / we / iets anders / gaan / doen. PV: laten Ond: we WG: laten gaan doen LV: iets anders 33. Celeste / schaamt / zich / niet. PV: schaamt Ond: Celeste WG: schaamt zich (je kunt 'zich' niet vervangen door een ander woord) BWB: niet 34. Ik / geef / je / straks / het benzinegeld. PV: geef WG: geef LV: het benzinegeld MV: je BWB: straks

11 35. Wie / is / zijn advocaat? PV: is Ond: wie NG: is zijn advocaat (zijn = koppelwerkwoord) MV: 36. De auto / wordt / 23 april / uitgedeukt / door garage Bolsen. PV: wordt Ond: de auto WG: wordt uitgedeukt BWB 1: 23 april BWB 2: door garage Bolsen 37. Haar vrienden uit Mexico / hebben / sambaballen / voor haar / meegenomen. PV: hebben Ond: haar vrienden uit Mexico WG: hebben meegenomen LV: sambaballen MV: voor haar 38. Sprakeloos / staarden / ze / minutenlang / naar het brandende huis. PV: staarden Ond: ze WG: staarden BWB1 : sprakeloos BWB 2: minutenlang BWB 3: naar het brandende huis 39. Lennard / leende / zijn brommer / uit / aan zijn beste vriend. PV: leende Ond: Lennard WG: leende uit LV: zijn brommer MV: aan zijn beste vriend 40. Dat / zeg / je / zonder blikken of blozen? PV: zeg Ond: je WG: zeg LV: dat BWB: zonder blikken of blozen 41. De politie / heeft / de omgeving / onmiddellijk / afgezet. PV: heeft Ond: de politie WG: heeft afgezet LV: de omgeving BWB: onmiddellijk 42. Wordt / het buurtcentrum / maandag / geschilderd? PV: wordt Ond: het buurtcentrum WG: wordt geschilderd BWB: maandag 43. Mijn schoenzolen / zijn / versleten. PV: zijn Ond: mijn schoenzolen WG: zijn versleten 44. Mijn laarzen / zijn / vies. PV: zijn NG: zijn vies (zijn = koppelwerkwoord)

12 45. In Duitsland / is / een aantal mensen / ziek / geworden / door besmetting met de EHEC-bacterie. PV: is Ond: een aantal mensen NG: is ziek geworden (worden = koppelwerkwoord) BWB: door besmetting met de EHEC-bacterie 46. Toen / de schrijfster / haar boek / afgerond / had, / ging / het / in de verkoop. Eerste zinsgedeelte: De schrijfster had haar boek afgerond. PV: had Ond: de schrijfster WG: had afgerond LV: haar boek Tweede zinsgedeelte: Het ging in de verkoop. PV: ging Ond: het WG: ging BWB: in de verkoop Voegwoord van de 2 zinnen: toen 47. Die drummer / komt / me / bekend / voor. PV: komt Ond: die drummer NG: komt bekend voor (voorkomen = koppelwerkwoord) MV: me 48. Elise / staat / in vuur en vlam. PV: staat Ond: Elise WG: staat in vuur en vlam (werkwoordelijke uitdrukking) 49. De kinderen / schrijven / opa en oma / elke week / een brief. PV: schrijven Ond: de kinderen WG: schrijven LV: een brief MV: opa en oma BWB: elke week 50. De oude boerderij / leek / onbewoond. PV: leek Ond: de oude boerderij WG: leek onbewoond (lijken = koppelwerkwoord)

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden

Nadere informatie

Loopt vader met moeder in het park?

Loopt vader met moeder in het park? Oefening 3 Maak van de gewone zin een vraagzin. Kleur de persoonsvorm lichtblauw. 1. Vader loopt met moeder in het park. Loopt vader met moeder in het park? 2. Morgen ga ik boodschappen doen. Soms begint

Nadere informatie

Zin 1: Lijkt + een vriendelijke jongen: kww + naamwoordelijk deel, samen naamwoordelijk geheel (nwg). Verklaring: lijken is kww.,

Zin 1: Lijkt + een vriendelijke jongen: kww + naamwoordelijk deel, samen naamwoordelijk geheel (nwg). Verklaring: lijken is kww., Zinsontleding: onderwerp, persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, handelend voorwerp, voorzetselvoorwerp en bijwoordelijke bepalingen in zinnen.

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders INHOUD INHOUD... 2 REDEKUNDIGE ONTLEDING: ZINSDELEN... 3 PERSOONSVORM (pv)... 3 WERKWOORDELIJK GEZEGDE (ww gez)... 3

Nadere informatie

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Ontleden Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Bij het redekundig ontleden verdeel je de zin in zinsdelen en geef je elk zinsdeel een redekundige naam. Deze zinsdelen

Nadere informatie

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Naam: 1 Inhoudsopgave: 3 - Onderwerp 4 - Persoonsvorm 5 - Gezegde 6 - Lijdend voorwerp 7 - Meewerkend voorwerp 8 - Werkwoorden 8 - Zelfstandig naamwoorden 9 - Bijvoeglijk

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v.

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v. Persoonsvorm - p.v. DE PERSOONSVORM IS EEN WERKWOORD 1. 2. 3. Zet de zin in een andere tijd: Muis schrijft een brief. Muis schreef een brief. Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm. Maak van de

Nadere informatie

2 hv. 1

2 hv.  1 2 hv www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef). 2. Persoonsvorm pv Wat is de persoonsvorm? Daar draait in een zin eigenlijk alles om. De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Hoe kun je de persoonsvorm vinden? - De zin in een andere tijd zetten (tijdproef).

Nadere informatie

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen. Zinsdelen Nederlands Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk gezegde Onderwerp Persoonsvorm Voorzetselvoorwerp Werkwoordelijk gezegde Bijvoeglijke

Nadere informatie

In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen.

In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen. In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen. Mochten er aanvullingen zijn, kunt u altijd een e-mail sturen naar info@obs-delandweert.nl. ONTLEDEN Taalkundig ontleden. benoem de

Nadere informatie

1

1 3a www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL OEFENSITES WERKWOORDELIJK GEZEGDE ONTLEDEN ZIN OEFENSITES NAAMWOORDELIJK

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat. Grammatica: werkwoorden werkwoordsen uitleg Werkwoordsen 1. Persoonsvorm In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal

Nadere informatie

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Redekundig ontleden. Arend van den Brink Redekundig ontleden Arend van den Brink - Inhoudsopgave Redekundig ontleden... 3 Persoonsvorm... 3 Onderwerp... 4 Naamwoordelijk gezegde... 4 Werkwoordelijk gezegde... 7 Lijdend voorwerp... 8 Meewerkend

Nadere informatie

Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm:

Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm: Huiswerk klas 2 6 november 2014 Beste Eva en Yfke, Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm: Wat betekent het als een zin in de bedrijvende vorm staat?

Nadere informatie

Eigen vaardigheid Taal

Eigen vaardigheid Taal Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht

Nadere informatie

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek Jan Heerze Kortom Nederlandse grammatica Walvaboek WOORD VOORAF Kennis van de Nederlandse grammatica is geen doel in zichzelf, maar een hulpmiddel om tekortkomingen in eigen taalgebruik te corrigeren.

Nadere informatie

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding.

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding. VOORBEELDPAGINA S Zinnen Zinsontleding Soorten zinnen Er zijn verschillende soorten zinnen. De meest gebruikte zijn: s MEDEDELENDE ZINNEN IN DE AANTONENDE WIJS )K GA VANDAAG NAAR HET STRAND s VRAGENDE

Nadere informatie

3 vwo. 1

3 vwo.  1 3 vwo www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8 Tipboekje Herman Jozefschool Groep 8 Inhoudsopgave Tips: Woordsoorten Werkwoorden, Lidwoorden,Zelfstandige naamwoorden en eigen namen Bijvoeglijke naamwoorden,voorzetsels,vragende voornaamwoorden Bezittelijke

Nadere informatie

Online cursus spelling en grammatica

Online cursus spelling en grammatica Handleiding Online cursus spelling en grammatica Het hoofdmenu In het hoofdmenu kun je links op een niveau klikken. Daarnaast zie je een overzicht van de modules die bij dit niveau horen. Modules Rechts

Nadere informatie

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is.

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Toets grammatica hoofdstuk 1, 2+3 vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Zou Zidane de beste voetballer van de wereld zijn? Bij iedere

Nadere informatie

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40 Bloemlezing 25 bladzijden Inleiding 2 1 Zinsontleding 3 2 Persoonsvorm 4 3 Zinsdelen 8 4 Werkwoordelijk gezegde wwg 10 5 Onderwerp ond 13 6 Lijdend voorwerp lv 16 7 Meewerkend voorwerp mv 20 8 Bijwoordelijke

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

VOORWOORD. René van Royen

VOORWOORD. René van Royen VOORWOORD Priscianus was een knappe man. Toen Rome lang geleden nog een rijk was, leerde hij de kinderen in zijn klas Latijn. Hij gaf dus les, maar wat hij in de klas vertelde schreef hij ook op. Zo ontstond

Nadere informatie

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5 Taal actief 4 taal verkennen groep 5-8 taal verkennen groep 5 In dit document een overzicht opgenomen van de benodigde voor de lessen Taal verkennen groep 5. Deze kenn maakt onderdeel uit van de leerlijn

Nadere informatie

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3 OPA-methode Inhoud 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2 Zinnen bestaan uit zinsdelen 3 U kunt zinnen altijd in de vier OPA-volgordes schrijven 5 PP in taal 2001 versie april 2001 1 1. De OPA-methode

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen -b fl41..- 1 rair î ; : ; - / 0 t- t-, 9 S QURrz 71 1 t 5KM 1o r MALNBERG St 4) 4 instapkaarten ji - S 1,1 1 thema 5 1 les 2 S S S - -- t. Je leert hoe je van het hele werkwoord een voltooid deelwoord

Nadere informatie

PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing: PIT HAVO-2 +HAVO/VWO-2 2016-2017 Vak: Nederlands Onderdeel: Spelling H1 en H2 Lesperiode: 1 Aantal lessen per week: 4 Hoofdstuk: 1 en 2 Extra materiaal: Nieuw Nederlands Online De leerling kent de volgende

Nadere informatie

FORMULEREN Vragen + antwoorden

FORMULEREN Vragen + antwoorden FORMULEREN Vragen + antwoorden Dubbelopfouten Welke dubbelopfouten zijn er? (bij elke soort een voorbeeld) A. onjuiste herhaling (daarin heb ik nu geen zin in) B. foutief pleonasme (de ouderloze wees)

Nadere informatie

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag Op niveau onderbouw - Naslag Grammatica In dit naslagdocument vind je de belangrijkste onderdelen van grammatica die in Op niveau onderbouw, leerjaar 1 t/m 3, worden behandeld. Als je wilt weten welke

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 7 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleden h3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Grammatica - Zinsontleden h3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 22 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80829 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING werkwoordspelling.com M.Kiewit Schematisch overzicht Stap 1: De persoonsvorm De persoonsvorm is het werkwoord dat op de eerste plaats komt te staan als

Nadere informatie

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Waarom? Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De vaardigheden

Nadere informatie

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010 1 Bijlage: Vergelijking taalbeschouwelijke termen leerplannen basisonderwijs en secundair onderwijs In deze lijst vindt u in de linkerkolom een overzicht van de taalbeschouwelijke termen uit het leerplan

Nadere informatie

Hiermee wijs je een speciaal iemand of iets aan. Je begint met de ene zinsstructuur en maakt de zin af in een andere zinsstructuur.

Hiermee wijs je een speciaal iemand of iets aan. Je begint met de ene zinsstructuur en maakt de zin af in een andere zinsstructuur. Kernwoordenlijst Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanwijzend Achtervoegsel Afleiding Anakoloet (ontspoorde zin) Beknopte bijzin Bepaling van gesteldheid Betrekkelijk Bezittelijk Bijstelling Bijvoeglijk naamwoord

Nadere informatie

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus ZELFSTANDIG NAAMWOORD Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus meervoud nominativus genitivus accusativus BIJVOEGLIJK

Nadere informatie

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL LV MW ======= VV BIJW. BEPALING PERSOONSVORM (PV) In elke zin staan een of meer werkwoorden. Een van die werkwoorden is altijd de

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Week 1 t/m week 12 Nieuw Nederlands. 3 vwo. 5 e editie Onderdeel Grammatica Zinsdelen en Grammatica Woordsoorten 1 en 2 2 uur per week Additionele methode: Klare taal plus Weten wat de volgende begrippen

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18 Inhoud Deel 1 Spelling 18 Inleiding 15 1 Grondbeginselen van de Nederlandse spelling 21 1.1 Verschil tussen klank en letter 22 1.2 Hoofdregels 22 1.3 Interactie tussen de regels 24 1.4 Belang van de regel

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

Denken over taal: ontleden #2.0

Denken over taal: ontleden #2.0 DOMINICUS COLLEGE tweede klassen VWO NIJMEGEN december 2011 Denken over taal: ontleden #2.0 Je krijgt in tweetallen een aantal losse kaartjes, waarop taaluitingen staan van een tweejarige kleuter. Je ziet

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Basisgrammatica Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Basisgrammatica Het computerprogramma Basisgrammatica

Nadere informatie

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleden v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/80879

Grammatica - Zinsontleden v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/80879 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 26 augustus 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/80879 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Zinsleer : Herhalingsoefeningen

Zinsleer : Herhalingsoefeningen Zinsleer : Herhalingsoefeningen Inhoudsopgave 1. Verdelen in zinsdelen... 3 1.1. Duid in de volgende zinnen de zinsdelen aan en geef aan hoeveel zinsdelen er zijn.... 3 1.2. Is het onderstreepte deel een

Nadere informatie

Kijk op: www.nt2taalmenu.nl. nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs. Brieven schrijven

Kijk op: www.nt2taalmenu.nl. nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs. Brieven schrijven OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands colofon Dit overzicht is samengesteld door Josée Coenen, auteur van De bovenkamer. Vormgeving Marjo Starink Bazalt 2016 Voor meer

Nadere informatie

Grammatica zinsdelen GT 4

Grammatica zinsdelen GT 4 Grammatica zinsdelen GT 4 Auteurs Laatst gewijzigd Licentie Webadres Gerrie Pols ; Marion Kloppenburg 22 September 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/80796 Dit lesmateriaal

Nadere informatie

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN Blz. Onderwerp 2 Zelfstandig naamwoord 3 Betrekkelijk voornaamwoord 4 Bijvoeglijk naamwoord 5 Gezegde 6 Koppelwerkwoord 7 Lijdend en meewerkend voorwerp 8 Onderwerp 9 Persoonlijk

Nadere informatie

Grammatica - Naamwoordelijk gezegde HV12

Grammatica - Naamwoordelijk gezegde HV12 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 19 August 2016 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52540 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende regel De stam van werkwoorden kunnen noteren

Nadere informatie

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken.

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken. Ontleden Persoonsvorm 3 trucjes om de persoonsvorm te vinden zijn: 1. Maak van de zin een vraagzin. Het werkwoord dat vooraan komt te staan is de persoonsvorm. 2. Zet de zin in een andere tijd, de persoonsvorm

Nadere informatie

Als je een setje van 4 kaarten hebt, roep je 'kwartet!' en leg je de vier bij elkaar horende kaarten voor je neer op tafel.

Als je een setje van 4 kaarten hebt, roep je 'kwartet!' en leg je de vier bij elkaar horende kaarten voor je neer op tafel. Uitleg kwartetspel Voorbereiding: Alle kaarten worden onder de spelers verdeeld (3-4 spelers). Het kan zijn dat sommige spelers meer kaarten hebben dan andere spelers. De kaarten neem je in je hand. Je

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Vak: Nederlands Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2016-2017 Lesperiode: 1 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin.

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin. Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin. 1. Ga opnemen de telefoon je? 2. Ik te laat altijd kwam in de les. 3. Wat zijn

Nadere informatie

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Taal Spelling & leestekens

Taal Spelling & leestekens Taal Taalverzorging Basisoefenboek voor de Citotoets, Entreetoets, LVS-toetsen - groep 7&8 Inzage exemplaar Taal Spelling & leestekens Basisoefenboek met 200 vragen versie 1.0 Uitgave voor het basisonderwijs

Nadere informatie

Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou.

Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou. Voor jou! 9 Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou. Het boek gaat over geloven. Het gaat over jouw geloof! Lees en bekijk alles goed. Je

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

D of T Bingo! www.meesterklaas.nl. Welke regels hebben jullie gehanteerd? Omdat hij werd gestoord, wendde hij zijn gezicht naar de deur.

D of T Bingo! www.meesterklaas.nl. Welke regels hebben jullie gehanteerd? Omdat hij werd gestoord, wendde hij zijn gezicht naar de deur. Lees de zinnen voor in willekeurige volgorde. De leerlingen moeten vervolgens het d/t woord in die zin juist invullen. Wanneer een leerling alle zinnen als eerst heeft roept hij of zij INGO! Zijn alle

Nadere informatie

LESSTOF. Ontleden en Benoemen

LESSTOF. Ontleden en Benoemen LESSTOF Ontleden en Benoemen 2 Lesstof Ontleden en Benoemen INHOUD INLEIDING... 4 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 6 INHOUD ONTLEDEN EN BENOEMEN 1... 10 INHOUD ONTLEDEN EN BENOEMEN 2... 17 Lesstof Ontleden

Nadere informatie

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang. Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard

Nadere informatie

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen 1.1 Eigen kennis 1.1.1 Kinderen kunnen hun eigen kennis activeren, m.a.w. ze kunnen aangeven wat ze over een bepaald onderwerp al weten en welke ervaringen ze er

Nadere informatie

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t.

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t. v;rw>r t 7 S SS QVRre F9 - -t. t- L 5KM i r MALtABERG instapkaarten taal verkennen S -4 taal verkennen komt er vaak een -e achter. Taa actief. instapkaarten taal verkennen. groep 8 Maimberg s-hertogenbosch

Nadere informatie

Strategieles Verbanden (Relaties en verwijswoorden) niveau A

Strategieles Verbanden (Relaties en verwijswoorden) niveau A Strategieles Verbanden (Relaties en verwijswoorden) niveau A Wat doe je in deze les? Bij Nieuwsbegrip lees je altijd een tekst met het stappenplan. Je gaat vaak op zoek naar verbanden in een tekst. Wat

Nadere informatie

1 Zinsontleden. Stappenplan redekundig ontleden

1 Zinsontleden. Stappenplan redekundig ontleden 1 Zinsontleden Het ontleden van zinnen in zinsdelen noem je redekundig ontleden. Redekundig ontleden doe je altijd volgens een vaste volgorde of anders gezegd, volgens een vast stappenplan. Het is belangrijk

Nadere informatie

Compacte taalgids Nederlands (basis en gevorderd) les- en werkboek

Compacte taalgids Nederlands (basis en gevorderd) les- en werkboek Compacte taalgids Nederlands (basis en gevorderd) les- en werkboek Bezoek- en postadres: Bredewater 16 2715 CA Zoetermeer info@uitgeverijbos.nl www.uitgeverijbos.nl 085 2017 888 Aan de totstandkoming van

Nadere informatie

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }.

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }. 1 DE SAMENGESTELDE ZIN Voordat een zin als samengestelde zin ontleed kan worden, moet hij eerst als enkelvoudige zin ontleed zijn, d.w.z. in een zin met maar één persoonsvorm ( en andere zinsdelen). Een

Nadere informatie

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: Spelling 1. Werkwoorden: tegenwoordige tijd A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: ik - je/u/hij/ze t we/jullie/ze en bijvoorbeeld: ik drink ik bied je drinkt je biedt

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2015-2016 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleding herhaling vmbo-kgt34

Grammatica - Zinsontleding herhaling vmbo-kgt34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 23 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/74611 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren  CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE Werkwoorden vervoegen 1. De infinitief In de woordenlijst vinden we de woorden altijd in dezelfde vorm. Deze vorm, die we het grondwoord noemen, is voor een werkwoord de infinitief..

Nadere informatie

SPELLING VAN WERKWOORDEN

SPELLING VAN WERKWOORDEN SPELLING VAN WERKWOORDEN teksten van medeleerlingen als vertrekpunt, sobere uitleg, eenduidig en eenvoudig, grotendeels zelfcorrigerend persoonsvormen Boekje 1 1 Bij het schrijven kom je soms lastige problemen

Nadere informatie

Boekbespreking het geheime dolfijneneiland deel 1. Hallo,

Boekbespreking het geheime dolfijneneiland deel 1. Hallo, Hallo, Wat leuk dat je je boekbespreking houdt over het geheime dolfijneneiland Ik hoop dat ik je presentatie nóg leuker kan maken met behulp van dit document. Het fijne is dat ik ook wat foto s voor je

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief Bij de verschillende onderdelen van Taal actief kunt u onderdelen uit De bovenkamer

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Grammatica op maat Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Grammatica op maat Dit programma is

Nadere informatie

Grammatica - Woordsoorten herhaling vmbo-kgt34

Grammatica - Woordsoorten herhaling vmbo-kgt34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 06 December 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/74568 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica Basisgrammatica In Muiswerk Basisgrammatica wordt aandacht besteed aan de drie belangrijkste woordsoorten die de traditionele grammatica onderscheidt. Verder komen de eerste beginselen van zinsontleding

Nadere informatie

De week van Springmuis.

De week van Springmuis. De week van Springmuis. Vandaag is het verhaal verteld over Springmuis. Het verhaal is afkomstig van een legende van de Noord Amerikaanse vlakte-indianen. Het verhaal gaat over onzekerheid, het verlangen

Nadere informatie

Maandbrief groep 7/8 april / mei 2016

Maandbrief groep 7/8 april / mei 2016 Maandbrief groep 7/8 april / mei 2016 Beste ouders, verzorgers, Onderzoekend leren Alle kinderen van de hele school hebben gewerkt met onderzoekend leren. Het thema was: waarnemen en bewegen. Er werden

Nadere informatie

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig

Nadere informatie

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 2012-2014

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 2012-2014 PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT: 01-014 CODE VERANT- WOORDING KERNDEEL WEGING KENNIS CIJFER CODE VAKVAARDIGHEID CIJFER CODE WEGING AANVULLENDE OPMERKINGEN 1 Fictie (herhaling) boeken kiezen,

Nadere informatie

Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd

Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd 1 Joppe (13): Mijn ouders vertelden alle twee verschillende verhalen over waarom ze gingen

Nadere informatie

Nederlands C.T samenvatting

Nederlands C.T samenvatting Nederlands C.T samenvatting Wat te leren: Blok 4 + helft blok 5, op de leer s.o stof na. Blok 4 2.2 Chronologische tijdsvolgorde: de ene gebeurtenis na de andere Tijdsprong: het overslaan van een stuk

Nadere informatie

Struikelblok zinsontleding: Actief en passief

Struikelblok zinsontleding: Actief en passief Struikelblok zinsontleding: Actief en passief Een zin kan actief of passief zijn. In een actieve zin voert het onderwerp een handeling uit. In een passieve zin ondergaat het onderwerp de handeling. Wie

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen. De familieblues Tot mijn 15e noemde ik mijn ouders papa en mama. Daarna niet meer. Toen noemde ik mijn vader meester. Zo noemde hij zich ook als hij lesgaf. Hij was leraar Engels op een middelbare school.

Nadere informatie