PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING"

Transcriptie

1 PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL LV MW ======= VV BIJW. BEPALING

2 PERSOONSVORM (PV) In elke zin staan een of meer werkwoorden. Een van die werkwoorden is altijd de persoonsvorm. De persoonsvorm (ofwel: pv) geef je aan met haakjes ( ) De persoonsvorm kun je op 3 manieren vinden, namelijk: - de pv staat vooraan als je van de zin een gesloten vraag maakt. (met ja of nee te beantwoorden) Ik / (ben) / morgen / jarig. Ben ik morgen jarig? Als je de zin vragend maakt, komt de pv vooraan te staan. (ben) is dus pv. - de pv kun je van tijd veranderen. (verleden tijd i.p.v. tegenwoordige tijd en andersom) Ik / (krijg) / een / fiets / voor / mijn / verjaardag. Ik kreeg een fiets voor mijn verjaardag. De pv kun je veranderen van tijd. (krijg) is dus pv. - de pv verandert automatisch van aantal als het onderwerp van aantal verandert. Mijn vriendin / (mag) / op mijn verjaardag / komen. Mijn vriendinnen mogen op mijn verjaardag komen. De pv kan van aantal veranderen. (mag) is dus pv. WERKWOORDELIJKE REST (WW REST) Als er in een zin meerdere werkwoorden staan, kun je dus door deze drie trucjes de pv vinden. Alle andere werkwoorden in de zin noemen we werkwoordelijke rest. Deze geef je aan met accolades {...}. Ik / (heb) / altijd / al / juffrouw / {willen} / {worden}.

3 NIET WERKWOORDELIJKE REST Naast een pv en een werkwoordelijke rest heb je ook nog een niet-werkwoordelijke rest. Van die laatste soort zijn er veel verschillende soorten en je geeft ze aan met [..]. Het woord zegt het al: de niet werkwoordelijke rest is GEEN werkwoord. Voor nu is het goed om kennis te maken met 1 soort, namelijk het scheidbare deel van een werkwoord. Dit is een deeltje van een werkwoord, dat je losmaakt van het werkwoord, om een goede zin te kunnen maken. nakijken: Ik / (kijk) / morgen / het proefwerk / [na]. opletten: Je / (let) / toch / wel goed / [op]? GEMENGDE REST De laatste van de rest -soorten is de gemengde rest. De gemengde rest bestaat voor een klein stukje uit werkwoord en een klein stukje uit niet-werkwoord. Je geeft de gemengde rest aan met [..}. Er zijn maar twee soorten gemengde resten. Dat zij de volgende: - aan het + heel werkwoord - te + heel werkwoord Ik / (ben) / [aan het leren}. Ik / zit / [te leren}. Je ziet in beide voorbeelden dat het rechte haakje staat voor het deel dat geen werkwoordje is (namelijk voor aan of voor te ) en dat de accolade staat achter heet deel dat wel werkwoord is (namelijk leren ) Oefening. Geef aan wat in de volgende zinnen de pv, de ww-rest, de niet- ww rest en de gemengde rest is. 1. Ik heb een mooi boek gelezen. 2. zet je de tv even aan? 3. Mijn vader was de planten aan het snoeien. 4. De hond heeft mijn huiswerk opgegeten.

4 ONDERWERP (OW) Naast werkwoorden staat er ook bijna altijd een onderwerp in een zin. Net als de pv, geef je het onderwerp aan met (..). Het onderwerp van de zin kun je vinden door jezelf de volgende vraag te stellen: Wie of wat + pv (met de rest )? (Mijn moeder) / (zit) / weer / GTST / [te kijken}. Wie zit weer weer GTST te kijken? Mijn moeder. Mijn moeder is in deze zin dus het onderwerp. Oefening. Geef aan wat het onderwerp in de volgende zinnen is. 1. Het konijn eet zijn worteltjes snel op. 2. Staat de computer nog aan? 3. Heb je mijn leesverslag al nagekeken? 4. Ik ga er morgen aan beginnen. 5. Loop eens niet zo snel!

5 ZELFSTANDIG WERWOORD (ZWW) Het zelfstandig werkwoord is het belangrijkste werkwoord in de zin. Om dit werkwoord gaat het, het geeft de daadwerkelijke handeling aan. (Als je meer werkwoorden in een zin hebt, moet je gaan kijken welk werkwoord de handeling aangeeft.) (Ik) / (heb) / tv / {willen} {kijken}. Gaat het in deze zin nou om het hebben of om het kijken? Je kunt het werkwoord kijken niet weglaten. Als je zegt Ik heb tv willen., dan weet je nog niks. Als je zegt Ik kijk tv., dan weet iedereen wat je bedoelt. Het gaat om het kijken, dus dat is het zelfstandig werkwoord, het zww. (Ik) / (ben) / uit de boom / {gevallen}. Het zww is gevallen. Je kunt namelijk zeggen Ik viel uit de boom. En, of je nou viel, of bent gevallen, dat maakt niet uit.het doet allebei pijn. Als er 1 werkwoord in de zin staat, dan is dat vaak een zww. Er zijn naast het zww nog twee andere soorten werkwoorden, namelijk het hww en het kww. Beiden worden hierna besproken. Oefening. Geef aan wat in de volgende zinnen het zww is. 1. Ik heb vanochtend taart gegeten. 2. Ga je mee naar het strand? 3. De buurvrouw is haar kunstgebit kwijt. 4. Wat kun jij goed zingen, zeg! 5. Je moet wel de stekker in het stopcontact stoppen. HULPWERKWOORD (HWW) Allereerst het hww. Hulpwerkwoorden helpen je bij het maken van een mooie volle zin met een zww, of om de betekenis van het zww duidelijker te maken. Zonder een hww kun je nooit een voltooid deelwoord of een infinitief in een zin hebben. Bij deze werkwoorden heb je hulp nodig om een goede zin te maken.

6 (Ik) / (ga) / morgen {fietsen}. (Oma) / (heeft) / een taart / {gebakken}. (Wil) / (jij) / naar school / {lopen}? Een hww kun je altijd weglaten als je de zin een beetje verbuigt. Aangezien het uiteindelijk gaat om het zww, kan het hww vervallen. De lijdende vorm is een uitzondering op deze regel. (zie ook blz. 142/143 van Op Niveau) Waarom zou het hww niet weggelaten kunnen worden bij zinnen in lijdende vorm? Oefening. Geef aan of er in de volgende zinnen een hww staat. Als dit het geval is, noteer dan het hww. 1. Louise heeft haar nichtje al weken niet gezien. 2. Ze had haar wel willen bellen. 3. Daar had ze jammer genoeg geen tijd voor. 4. Kun je me de mayonaise even aangeven? 5. Zondag ben ik over een putdeksel gestruikeld. 6. Dat zag er heel suf uit. Zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen Ofwel KOPPELWERKWOORD (KWW) Het kww koppelt het onderwerp aan een zelfstandig naamwoord (zn) of een bijvoeglijke naamwoord (bn). Het kww kun je vinden door 3 stappen te zetten. 1. wat is het belangrijkste werkwoord in de zin? 2. past dit werkwoord in het rijtje van de koppelwerkwoorden? 3. koppelt het werkwoord het onderwerp aan een bn of zn? Als je op de vragen 2 en 3 kunt antwoorden met ja, dan heb je te maken met een kww en met een naamwoordelijk deel van het gezegde. Het naamwoordelijk deel van het gezegde bestaat uit het bn of zn dat aan het onderwerp wordt gekoppeld door het kww. Het kww en het naamwoordelijk deel van het gezegde samen, heet het naamwoordelijk gezegde.

7 (Hij) / (wilde) / altijd / al / [arts] / {worden}. Het belangrijkste werkwoord in deze zin is worden. Dit werkwoord komt voor in het rijtje van de koppelwerkwoorden. Het koppelt een zelfstandig naamwoord (arts) aan het onderwerp. We hebben dus te maken met een naamwoordelijk gezegde, waarbij worden = kww. arts = naamwoordelijke deel van het gezegde. Dit geef je aan met [ arts ] Je kunt ook zeggen: Hij = arts (Hij) / (wilde) / altijd / al / in Griekenland / {zijn}. Het belangrijkste werkwoord in deze zin is zijn. Dit werkwoord komt voor in het rijtje van de koppelwerkwoorden. Zijn is een woord uit het rijtje van de koppelwerkwoorden. Maar, het koppelt geen bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord aan het onderwerp! Het koppelt een plaats aan het onderwerp. Je kunt zeggen: Hij = in Griekenland. Je kunt niet zeggen: Hij = Griekenland. In dit geval is zijn dus geen kww, maar een zww. Oefening. Is in de volgende zinnen sprake van een zww, of van een kww? Benoem ze. 1. Hij schijnt ,00 gewonnen te hebben! 2. Zo gelukkig ben ik nou nooit. 3. Is jouw vriendin niet de zus van die leuke jongen uit de derde? 4. De juf dacht enorm grappig te zijn. 5. Waarom heb jij zo n haast?

8 EXTRA OPDRACHTEN Opdracht 1 Noteer uit onderstaande zinnen (pv) /zinsdelen/ {ww-rest} [niet ww-rest] [gemengde rest) (onderwerp) en naamwoordelijk deel. Schrijf boven elk werkwoord of het een hww, zww of kww is. 1. Het is warm vandaag. 2. Mijn vriendinnen zijn op dit moment heel vervelend. 3. Met mijn vrienden ben ik gisteren in Amsterdam geweest. 4. Volgens Astrid uit de tweede is dat geen leuke film. 5. Blijven je ouders nog een tijdje in Spanje? 6. De zus van mijn vriendin wil heel graag 7. De adviezen van mijn oom zouden wel eens bruikbaar kunnen zijn. 8. Na die ruzie was ik de rest van de dag verdrietig. 9. Met de nodige extra training zou dat volleybalteam volgens de coach heel wat beter kunnen worden.

9 10. Na zijn tachtigste is mijn opa ontzettend vergeetachtig geworden. 11. Jamai nam zijn beste vriend Jim mee naar het concert. 12. De gezellige buurvrouw van mijn zus is een oranje trui aan het breien. 13. De broer van mijn vriendin is vorig jaar vader van een tweeling geworden. 14. Ik loop al de hele dag over die som na te denken. 15. Ondanks de vervelende opmerkingen van de interviewer bleef de filmactrice vriendelijk. Noteer uit bovenstaande zinnen het werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde Opdracht 2 Noteer uit onderstaande zinnen de (pv) /zinsdelen/ {ww-rest} [niet ww-rest] [gemengde rest} (onderwerp) naamwoordelijk deel en lijdend voorwerp. Schrijf ook boven elk werkwoord of het een hww, zww of kww is.

10 1. De jongen heeft voor zijn vriendin een dikke reep chocola gekocht. 2. Je wordt voor je moeite beloond. 3. Zijn broer zal binnenkort naar Haarlem verhuizen. 4. Mijn vriendin wil fotomodel worden. 5. Wij gaan elke dag met de bus naar school. 6. De arts behandelt de patiënt zorgvuldig. 7. Ondanks zijn harde werken bleef hij onvoldoendes halen. 8. Hij wordt binnenkort benoemd tot directeur. 9. Hij wordt over een half jaar gepensioneerd. 10. Dat zal wel de goede weg zijn. 11. Nederlands is een erg boeiend vak. 12. Ben jij wel eens in Frankrijk geweest? 13. Het heeft vanmiddag geonweerd. 14. Heb jij voor je proefwerk een voldoende?

11 Noteer uit bovenstaande zinnen het werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde

12 LIJDEND VOORWERP (LV) Het lijdend voorwerp (lv) geef je aan met Het lv kun je vinden door antwoord te geven op een vraag met: Wie/wat + onderwerp + gezegde Een lv begint nooit met een voorzetsel! (Ik) / (zet) / een boek / in de kast. Je kunt de vraag stellen: Wat zet ik (in de kast)? een boek. Een boek is in deze zin het lv. Waar je wel rekening mee moet houden, is dat je nooit een lv hebt, als er in de zin een kww staat. (dus dat is handig om te weten, nietwaar?) (Ik) / (ben) / [leraar]. Je kunt de vraag stellen: Wat ben ik? Leraar. Maar, leraar is in deze zin het naamwoordelijke deel van het gezegde, want ben is een kww. (doe de drie vragen maar eens) Oefening 1. Wat is in de volgende zinnen het lv? 1. Jullie hebben het proefwerk van blok 2 goed gemaakt. 2. Met carnaval trek ik mijn clownspak aan. 3. De hond heeft mijn huiswerk opgegeten! 4. Dat is geen goede smoes. 5. Je zult een betere moeten bedenken. Oefening 2. Bedenk zelf 3 zinnen met een lv.

13 MEEWERKEND VOORWERP (MW) Het mw geef je aan met =======. Het mw is dat zinsdeel, waar je aan of voor voor kunt zetten, maar ook kunt weglaten. Dit komt voor bij werkwoorden met twee typen betekenissen. 1. het zww duidt op een vorm van iets overdragen (of juist niet) overdragen. Voorbeelden hiervan zijn: geven, schenken, kopen, verkopen, sturen, weigeren, ontnemen. 2. het zww duidt op een vorm van mededelen. Voorbeelden hiervan zijn: zeggen, bevelen, vragen, verzoeken, mededelen. (Ik) / (vraag) / jou / of je mij wilt wegbrengen. Je kunt hier ook zeggen: Ik vraag áán jou.. jou is in deze zin dan ook het MW. (Sinterklaas) / (geeft) / cadeaus / aan ieder kind. Je kunt ook zeggen Sinterklaas geeft ieder kind cadeaus. Je kunt aan weglaten, dus ieder kind is mw. Je ziet overigens, dat hierdoor de zinvolgorde wel kan veranderen. Als aan of voor al voor het mw staat, dan hoort dit ook echt bij het mw. Er moeten dan dus ook twee strepen onder. (Ik) / (koop) / je / een nieuwe walkman. (Ik) / (koop) / een nieuwe walkman / voor je. Oefening. Benoem het mw in de volgende zinnen. 1. Heeft je moeder je al gezegd of je mee mag? 2. Joh! Ik heb het nog niet eens aan haar gevraagd! 3. Hem werd de toegang tot de discotheek geweigerd. 4. Deze kerst heb ik aan 40 mensen een kerstkaart gestuurd. 5. De man gaf zijn kleine hongerige zoontje een Big Mac.

14 VOORZETSELVOORWERP (VV) Het vv geef je aan met. Het vv is een zinsdeel dat begint met een voorzetsel dat vast verbonden is aan het zww in de zin. Voorbeelden van werkwoorden met een vast voorzetsel zijn: denken aan, bidden voor, afzien van, geloven in, vertrouwen op, vragen naar, rekenen op, zich verzetten tegen. Twee belangrijke kenmerken van vv zijn: 1. Het voorzetsel in de zin is altijd figuurlijk bedoeld. (Ik) / (reken) / op jouw komst. of (Ik) / (reken) / op een kladblaadje. In de eerste zin doe je niet letterlijk iets op die komst. In het tweede geval reken je echt letterlijk op dat kladblaadje.je had ook in je schrift kunnen rekenen. In het tweede geval is de betekenis van op dus letterlijk. In het eerste geval is de betekenis van op figuurlijk. Dat is er sprake van een voorzetselvoorwerp. 2. Je kunt het voorzetsel vervangen door de combinatie er + voorzetsel+ dat/om/of + rest van de zin. (Ik) / (twijfel) / aan jouw eerlijkheid. Twijfelen aan is een vaste combinatie. Bovendien kun je de zin veranderen in (Ik) / (twijfel) / eraan, / of je eerlijk bent. Er is dus sprake van een vv. In de eerste zin is het vv aan jouw eerlijkheid. aan moet erbij, want zoals je hebt gelezen, begint het vv met een voorzetsel. In de tweede zin is het net wat anders. Het vv wordt in deze zin gesplitst. Het vv begint normaal met het voorzetsel, maar het voorzetsel is nu ineens vastgeplakt aan het woordje er. In dat geval krijgt de combinatie van er + voorzetsel een bakje en vervolgens krijgt de combinatie van of/om/dat + de rest van de zin ook een bakje. In zo n zin staan dus twee bakjes. Belangrijk! Je zult nu misschien denken: geven aan is ook een vaste combinatie, dus dan heb je ook te maken met een vv. Dat is niet het geval..denk maar eens terug aan de vorige lessen. Geven aan is een vorm van overdragen en aan kan in principe weggelaten worden. Je hebt dus bij deze combinatie te maken met een mw.

15 Oefening. Heb je in de volgende zinnen te maken met een vv? benoem deze dan. 1. Je moet niet in zulke sprookjes geloven. 2. De vrouw hangt haar was aan de lijn. 3. De veroordeelde man zag af van hoger beroep. 4. Verlang jij ook zo naar de zomervakantie? 5. Ik ga dan twee weken naar Frankrijk. BIJWOORDELIJKE BEPALING De bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel dat overblijft, nadat alle andere zinsdelen zijn benoemd. (dus, o, pv, ww rest, niet-ww rest, lv, mw en vv) De bijwoordelijke bepaling geeft net wat extra informatie over de zin. Het geeft antwoord op vragen als: hoe?, wanneer?, waar?, hoe lang?, met wie? Eigenlijk geeft het dus wat meer informatie over het hoofdwerkwoord in de zin. Vaak kun je het ook weglaten, alleen heb je dan minder specifieke informatie. Gisteren / (wandelde) / (ik) / in het bos. Wanneer wandelde ik? Gisteren Waar wandelde ik? In het bos. Uiteindelijk gaat het erom, dat ik wandelde. De bijwoordelijke bepalingen zorgen ervoor, dat je wat meer informatie krijgt over dat wandelen. Nog een voorbeeld: (Jij) / (zingt) / mooi. Hoe zing jij? Mooi. Je weet dus nu wat meer over dat zingen. Mooi is een bijwoordelijke bepaling. Woorden als nog, wel, niet, ook zijn ook bijwoordelijke bepalingen. Het zijn een soort van opvulwoorden om de zin wat mooier of krachtiger te maken. Oefening. Noteer 5 zinnen waarin geen bijwoordelijke bepalingen staan. Herschrijf deze zinnen vervolgens zo, dat er 1 bijwoordelijke bepaling in staat. Schrijf de zin dan nogmaals op, maar dan met 2 bijwoordelijke bepalingen.

16 EXTRA OPDRACHTEN Opdracht 3 Schrijf de zinnen over in je schrift. Laat een regel open tussen de zinnen. (!!!!) Zoek eerst de (pv). Geef dan de / zinsdelen / en het(o) aan. Zoek de [niet werkwoordelijke rest], {de werkwoordelijke rest} of de [gemengde rest}. Ga vervolgens op zoek naar het lv, mw en vv en de bijwoordelijke bepaling. Oefening 1 1. Wanneer komt je vroegere vriendin bij jullie logeren? 2. Heb je hun dat werkelijk gevraagd? 3. Hoe lossen jullie dit vraagstuk op? 4. De kleuters stonden bij de bus te springen. 5. Uit de hoed van de goochelaar kwam een spartelend konijn te voorschijn. 6. Ik was ontzettend blij. 7. Napoleon zou nog in Egypte geweest zijn. 8. De twee grijze dametjes vroegen me vriendelijk de weg naar het station. 9. De man heeft voor zijn slechte daden moeten boeten. 10. Mijn zus speelt prachtig op de piano. Oefening 2 1. Tijdens onze vakantie werden we overvallen door een hevige onweersbui. 2. Na jaren waren de emigranten naar het vaderland teruggekeerd. 3. De kleuter heeft een koekje aan zijn moeder gevraagd. 4. De winnares werd door het enthousiaste publiek toegejuicht. 5. Tijdens de avondvierdaagse legde onze groep vijftien kilometer af. 6. Wat ben jij aan het doen? 7. Gisteren begon mijn opa een verhaal te vertellen. 8. Op mijn kamer kan ik goed studeren. Oefening s Ochtends bezoeken ze hun kleinkinderen. 2. Tijdens de warme zomerdagen verkocht de ijscoman veel ijsjes. 3. Heb je hem die leugen verteld? 4. We hebben de agent de weg gevraagd. 5. We vroegen de oplossing aan de leraar. 6. Voor mijn moeder hebben we een cd gekocht. 7. De conciërge gaf de rector de absenten door. 8. Die ramp heeft aan veel mensen het leven gekost. 9. Ik denk die som wel te kunnen oplossen. 10. Ik ben namelijk al weken op die som aan het oefenen.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden

Nadere informatie

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders INHOUD INHOUD... 2 REDEKUNDIGE ONTLEDING: ZINSDELEN... 3 PERSOONSVORM (pv)... 3 WERKWOORDELIJK GEZEGDE (ww gez)... 3

Nadere informatie

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen. Zinsdelen Nederlands Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk gezegde Onderwerp Persoonsvorm Voorzetselvoorwerp Werkwoordelijk gezegde Bijvoeglijke

Nadere informatie

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL OEFENSITES WERKWOORDELIJK GEZEGDE ONTLEDEN ZIN OEFENSITES NAAMWOORDELIJK

Nadere informatie

Zin 1: Lijkt + een vriendelijke jongen: kww + naamwoordelijk deel, samen naamwoordelijk geheel (nwg). Verklaring: lijken is kww.,

Zin 1: Lijkt + een vriendelijke jongen: kww + naamwoordelijk deel, samen naamwoordelijk geheel (nwg). Verklaring: lijken is kww., Zinsontleding: onderwerp, persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, handelend voorwerp, voorzetselvoorwerp en bijwoordelijke bepalingen in zinnen.

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

2 hv. 1

2 hv.  1 2 hv www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

Loopt vader met moeder in het park?

Loopt vader met moeder in het park? Oefening 3 Maak van de gewone zin een vraagzin. Kleur de persoonsvorm lichtblauw. 1. Vader loopt met moeder in het park. Loopt vader met moeder in het park? 2. Morgen ga ik boodschappen doen. Soms begint

Nadere informatie

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Naam: 1 Inhoudsopgave: 3 - Onderwerp 4 - Persoonsvorm 5 - Gezegde 6 - Lijdend voorwerp 7 - Meewerkend voorwerp 8 - Werkwoorden 8 - Zelfstandig naamwoorden 9 - Bijvoeglijk

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

1

1 3a www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

2c nr. 1 zinnen met want en omdat OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Redekundig ontleden. Arend van den Brink Redekundig ontleden Arend van den Brink - Inhoudsopgave Redekundig ontleden... 3 Persoonsvorm... 3 Onderwerp... 4 Naamwoordelijk gezegde... 4 Werkwoordelijk gezegde... 7 Lijdend voorwerp... 8 Meewerkend

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef). 2. Persoonsvorm pv Wat is de persoonsvorm? Daar draait in een zin eigenlijk alles om. De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Hoe kun je de persoonsvorm vinden? - De zin in een andere tijd zetten (tijdproef).

Nadere informatie

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

3 vwo. 1

3 vwo.  1 3 vwo www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Ontleden Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Bij het redekundig ontleden verdeel je de zin in zinsdelen en geef je elk zinsdeel een redekundige naam. Deze zinsdelen

Nadere informatie

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen -b fl41..- 1 rair î ; : ; - / 0 t- t-, 9 S QURrz 71 1 t 5KM 1o r MALNBERG St 4) 4 instapkaarten ji - S 1,1 1 thema 5 1 les 2 S S S - -- t. Je leert hoe je van het hele werkwoord een voltooid deelwoord

Nadere informatie

PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing: PIT HAVO-2 +HAVO/VWO-2 2016-2017 Vak: Nederlands Onderdeel: Spelling H1 en H2 Lesperiode: 1 Aantal lessen per week: 4 Hoofdstuk: 1 en 2 Extra materiaal: Nieuw Nederlands Online De leerling kent de volgende

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij. Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.

Nadere informatie

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding.

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding. VOORBEELDPAGINA S Zinnen Zinsontleding Soorten zinnen Er zijn verschillende soorten zinnen. De meest gebruikte zijn: s MEDEDELENDE ZINNEN IN DE AANTONENDE WIJS )K GA VANDAAG NAAR HET STRAND s VRAGENDE

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen: Inhoudsopgave Dit boekje bestaat uit drie delen: Deel 1: uitleg (stappenplan) blz. 2 t/m 5 Deel 2: oefenzinnen blz. 6 Deel 3: antwoorden blz. 7 t/m 12 Disclaimer Aan de inhoud van dit boekje kunnen geen

Nadere informatie

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek Jan Heerze Kortom Nederlandse grammatica Walvaboek WOORD VOORAF Kennis van de Nederlandse grammatica is geen doel in zichzelf, maar een hulpmiddel om tekortkomingen in eigen taalgebruik te corrigeren.

Nadere informatie

Denken over taal: ontleden #2.0

Denken over taal: ontleden #2.0 DOMINICUS COLLEGE tweede klassen VWO NIJMEGEN december 2011 Denken over taal: ontleden #2.0 Je krijgt in tweetallen een aantal losse kaartjes, waarop taaluitingen staan van een tweejarige kleuter. Je ziet

Nadere informatie

Jezus vertelt, dat God onze Vader is

Jezus vertelt, dat God onze Vader is Eerste Communieproject 26 Jezus vertelt, dat God onze Vader is Jezus als leraar In les 4 hebben we gezien dat Jezus wordt geboren. De engelen zeggen: Hij is de Redder van de wereld. Maar nu is Jezus groot.

Nadere informatie

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD Een didactiek om het begrip ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD aan te leren in het 4e leerjaar (Groep 6). Enkele voorafgaande opmerkingen over de toekomende tijd van het werkwoord.

Nadere informatie

Februari, de maand van Valentijnsdag. Daarom deze maand een lief bericht van de leerlingen van groep 6

Februari, de maand van Valentijnsdag. Daarom deze maand een lief bericht van de leerlingen van groep 6 Februari, de maand van Valentijnsdag. Daarom deze maand een lief bericht van de leerlingen van groep 6 Mama Een roos is roze viooltjes zijn blauw maar het allerliefst Hou ik van jou mama. Joshua De beste

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v.

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v. Persoonsvorm - p.v. DE PERSOONSVORM IS EEN WERKWOORD 1. 2. 3. Zet de zin in een andere tijd: Muis schrijft een brief. Muis schreef een brief. Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm. Maak van de

Nadere informatie

Niet eerlijk. Kyara Blaak

Niet eerlijk. Kyara Blaak Kyara Blaak Niet eerlijk Kyara Blaak Kyara Blaak 248media uitgeverij, Steenwijk Grafische realisatie: MDS Grafische Vormgeving Illustraties binnenwerk: Kyara Blaak Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd

Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd 1 Joppe (13): Mijn ouders vertelden alle twee verschillende verhalen over waarom ze gingen

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Opdracht 1 bij 3.2 Jullie zijn bij het consultatiebureau. Cursist A: je bent arts bij het consultatiebureau. Cursist B: je bent met je baby van twee maanden bij het consultatiebureau.

Nadere informatie

OOGGETUIGE. Johannes 20:30-31

OOGGETUIGE. Johannes 20:30-31 1 januari OOGGETUIGE Johannes 20:30-31 Een nieuw jaar ligt voor ons. Wat er gaat komen, weten we niet. Al heb je waarschijnlijk mooie plannen gemaakt. Misschien heb je goede voornemens. Om elke dag uit

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

U leert in deze les toestemming vragen. Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen. TOESTEMMING VRAGEN les 1 spreken inleiding en doel U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen. Bij toestemming vragen is het belangrijk dat je het op een

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 7 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is.

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Toets grammatica hoofdstuk 1, 2+3 vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Zou Zidane de beste voetballer van de wereld zijn? Bij iedere

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat. Grammatica: werkwoorden werkwoordsen uitleg Werkwoordsen 1. Persoonsvorm In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal

Nadere informatie

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag Op niveau onderbouw - Naslag Grammatica In dit naslagdocument vind je de belangrijkste onderdelen van grammatica die in Op niveau onderbouw, leerjaar 1 t/m 3, worden behandeld. Als je wilt weten welke

Nadere informatie

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.

Nadere informatie

ISABEL EN BAS VAN RHIENEN (6)

ISABEL EN BAS VAN RHIENEN (6) Als tweeling ben je nooit alleen. Maar je bent ook altijd de helft van iets. Vijf broers en zussen vertellen hoe ze samen zichzelf zijn. Tekst Nanneke van Drunen Foto s Edith Verhoeven ISABEL EN BAS VAN

Nadere informatie

In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen.

In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen. In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen. Mochten er aanvullingen zijn, kunt u altijd een e-mail sturen naar info@obs-delandweert.nl. ONTLEDEN Taalkundig ontleden. benoem de

Nadere informatie

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8 Tipboekje Herman Jozefschool Groep 8 Inhoudsopgave Tips: Woordsoorten Werkwoorden, Lidwoorden,Zelfstandige naamwoorden en eigen namen Bijvoeglijke naamwoorden,voorzetsels,vragende voornaamwoorden Bezittelijke

Nadere informatie

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Waarom? Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De vaardigheden

Nadere informatie

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en

Nadere informatie

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52704

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52704 Bijwoordelijke bepaling HV 2 Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52704 Dit lesmateriaal is

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden van les 12, 13, 14 en 15. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

7.5 Script en plaatjes post-test

7.5 Script en plaatjes post-test 7.5 Script en plaatjes post-test De vorige keer waren we hier om Drakie wat beter te leren praten en Drakie heeft toen een heleboel van jou geleerd. Dat vond ie heel leuk. Vandaag gaan we wat dingen die

Nadere informatie

Wijs Worden. werkboek. deel 1 DAMON

Wijs Worden. werkboek. deel 1 DAMON Wijs Worden werkboek deel 1 DAMON WW wb deel 1 mei2009.indd 1 5/25/09 10:33:45 AM Hoofdstuk 1 Over wat echt belangrijk is Paragraaf 1 Inleiding Opdracht 1, p.8 Hieronder staan twaalf standpunten over wat

Nadere informatie

Les 3 Integratie Leestekst: Een contact-advertentie. Introductiefase

Les 3 Integratie Leestekst: Een contact-advertentie. Introductiefase Les 3 Integratie Leestekst: Een contact-advertentie "Welkom:... " Introductiefase 1. "In de vorige twee lessen hebben we met de kaart gewerkt, waarop alle vragen stonden die we gebruikt hebben om de tekst

Nadere informatie

Beertje Anders. Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2

Beertje Anders. Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2 Beertje Anders Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2 H. Vos Beertje Anders Wat zonlicht is voor bloemen, is een glimlach voor een beer. Beertje Anders en Beertje Bruin gaan bij oma spelen. Het was maar even

Nadere informatie

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40 Bloemlezing 25 bladzijden Inleiding 2 1 Zinsontleding 3 2 Persoonsvorm 4 3 Zinsdelen 8 4 Werkwoordelijk gezegde wwg 10 5 Onderwerp ond 13 6 Lijdend voorwerp lv 16 7 Meewerkend voorwerp mv 20 8 Bijwoordelijke

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn

Nadere informatie

Juf is Ziek boekje. Groep 8

Juf is Ziek boekje. Groep 8 Juf is Ziek boekje Groep 8 Wanneer je dit boekje hebt is de juf of meester waarschijnlijk ziek. Met dit boekje kun je vandaag zelfstandig aan het werk. Er zitten verschillende opdrachten in voor rekenen,

Nadere informatie

Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts.

Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts. Thema 5 Les 1: De angst: Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts. De schrik: Als iemand ineens achter je staat, dan schrik je. Je bent dan ineens

Nadere informatie

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?"

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent? Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer "Welkom:..." Introductiefase: 1. "We gaan vandaag proberen te voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?" 3. Discussie:...

Nadere informatie

HEB JE HUISWERK VANDAAG?

HEB JE HUISWERK VANDAAG? BLAD 1 HEB JE HUISWERK VANDAAG? Je kind moet thuis werken voor school. In de agenda kan je kijken wat je kind moet doen. Wat moet je doen? 1 Maak oefening 1 op blad 2: Wat doet je kind na de school? 2

Nadere informatie

Er is toch niemand die jou aardig vindt. SUKKEL.

Er is toch niemand die jou aardig vindt. SUKKEL. Liefde Ik laat je nooit in de steek. Ik zal je helpen. Jij bent mijn beste vriendin. Het mooiste wat ik heb, geef ik aan jou. Ik ben verliefd... Ik heb alles voor je over. IK HOU VAN JOU! Ik bid voor je.

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. Eindverslag 86. Extra opdrachten 90. Tips voor op school 94

Inhoud. Inleiding 7. Eindverslag 86. Extra opdrachten 90. Tips voor op school 94 Inhoud Inleiding 7 deel 1 lees- en kijkbio Hoofdstuk 1 Verhalen vertellen 10 Hoofdstuk 2 Zelf verhalen vertellen 12 Hoofdstuk 3 Voorlezen 16 Hoofdstuk 4 Verhalen lezen 18 Hoofdstuk 5 Verhalen in boeken

Nadere informatie

Werkblad 3: Gravenfeest China

Werkblad 3: Gravenfeest China 1. Lees onderstaande mails en noteer op een apart blad wat je leert over Qing Ming Jie. 2. Bedenk een verhaal over het gravenfeest dat je kan vertellen aan de andere kinderen van je klas. Welke prenten

Nadere informatie

Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou.

Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou. Voor jou! 9 Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou. Het boek gaat over geloven. Het gaat over jouw geloof! Lees en bekijk alles goed. Je

Nadere informatie

Copyright Beertje Anders

Copyright Beertje Anders Copyright Beertje Anders Beren hebben allerlei gevoelens. Kun jij zien hoe Beertje Anders zich nu voelt? Blij. Ik ben blij als ik jarig ben, als ik spelen mag met Beertje Bruin, als ik met de andere beren

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 1 bij 1.2 * Doe de opdracht met de groep. Uitleg voor de docent: De cursisten lopen door elkaar door het lokaal. Laat de cursisten elkaar in tweetallen begroeten,

Nadere informatie

Nederlands C.T samenvatting

Nederlands C.T samenvatting Nederlands C.T samenvatting Wat te leren: Blok 4 + helft blok 5, op de leer s.o stof na. Blok 4 2.2 Chronologische tijdsvolgorde: de ene gebeurtenis na de andere Tijdsprong: het overslaan van een stuk

Nadere informatie

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand Antwoordenmodel Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1 Oefening 1 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009 255 euro per maand 272 euro per maand 182.000 studenten 200.000 studenten 5.800 Nederlandse

Nadere informatie

Eigen vaardigheid Taal

Eigen vaardigheid Taal Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht

Nadere informatie

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst.

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst. Interview op zaterdag 16 mei, om 12.00 uur. Betreft een alleenstaande mevrouw met vier kinderen. Een zoontje van 5 jaar, een dochter van 7 jaar, een dochter van 9 jaar en een dochter van 12 jaar. Allen

Nadere informatie

BEGINNERSCURSUS DAG 6

BEGINNERSCURSUS DAG 6 1 BEGINNERSCURSUS DAG 6 A. FORCING Tekst: Het telefoongesprek B. GRAMMATICA Vorming van de V.T.T. gebruik Onregelmatige werkwoorden C. CONVERSATIE Telefoneren 2 REEKS I: HET DAGELIJKSE LEVEN Tekst Het

Nadere informatie

Eerste nummer. Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie. Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik.

Eerste nummer. Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie. Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik. juni 2014 Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie Eerste nummer Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik. INHOUD juni 2014 Eten als een kind Op kamers

Nadere informatie

De gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht

De gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht De gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht Lees : Mattheüs 18:21-35 Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was,heeft Hij gelijkenissen verteld

Nadere informatie

Grammatica - Woordsoorten herhaling vmbo-kgt34

Grammatica - Woordsoorten herhaling vmbo-kgt34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 06 December 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/74568 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1

Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1 Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave 6 2. Werkwoorden schrijven, een verhaal (1). 9 We missen iemand Werkwoorden: een begin 3. Werkwoorden

Nadere informatie

Lesbrief 35. AOW aanvragen.

Lesbrief 35. AOW aanvragen. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 35. AOW aanvragen. Wat leert u in deze les? Informatie over AOW begrijpen. Uitleg vragen. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

9 Vader. Vaders kijken anders. Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd

9 Vader. Vaders kijken anders. Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd 53 9 Vader Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd heeft. P Ik begin steeds beter te begrijpen dat het heel bijzonder is dat ik een kind van God, mijn

Nadere informatie

Er zijn mensen nodig met nieuwe fantasie

Er zijn mensen nodig met nieuwe fantasie Er zijn mensen nodig met nieuwe fantasie Ervaringen, belevenissen, vragen in woorden gevangen om die woorden weer vrij te laten in nieuwe ervaringen, belevenissen, vragen. Marcel Zagers www.meerstemmig.nl

Nadere informatie

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt.

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. UW MENING GEVEN spreken inleiding en doel Een mening is wat iemand denkt of vindt. U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. U leert ook uw mening geven. Uw mening geven

Nadere informatie

Dinie Ea van Oort Verhaalland Taalleerlijn www.verhaalland.nl

Dinie Ea van Oort Verhaalland Taalleerlijn www.verhaalland.nl E1. De werkwoorden 1. horen: ik hoor 2. zien: ik zie jij hoort jij ziet u hoort u ziet hij hoort hij ziet zij hoort zij ziet het hoort het ziet wij horen jullie horen zij (meer) horen wij zien jullie zien

Nadere informatie

Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts

Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie heet vragen stellen. We gaan

Nadere informatie

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou!

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou! Hallo Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou Als je ouders uit elkaar zijn kan dat lastig en verdrietig zijn. Misschien ben je er boos over of denk je dat het jouw

Nadere informatie

werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd

werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd 6.0 vragen bij de film alleen Kijk naar de film. Geef antwoord op de vragen. eerste ronde filmkijken Badria wordt vandaag 5 jaar. Jan koopt een boek voor Badria.

Nadere informatie

Reality Reeks - Verwerkingsopdrachten. Hey Russel! Een bijzondere vriendschap

Reality Reeks - Verwerkingsopdrachten. Hey Russel! Een bijzondere vriendschap Reality Reeks - Verwerkingsopdrachten Hey Russel! Een bijzondere vriendschap Lees blz. 5 tot en met 8. Jim vindt Rudsel een rare naam. Jim zegt dit ook tegen Rudsel. Vind jij het ook een rare naam? Is

Nadere informatie

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen. De familieblues Tot mijn 15e noemde ik mijn ouders papa en mama. Daarna niet meer. Toen noemde ik mijn vader meester. Zo noemde hij zich ook als hij lesgaf. Hij was leraar Engels op een middelbare school.

Nadere informatie

VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN

VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN http://www.edusom.nl Thema In en om het huis VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN Lesbrief 26. Herhaling thema Wat leert u in deze les? De woorden uit les 22, 23, 24 en 25. Veel succes! Deze les is ontwikkeld

Nadere informatie

VOORWOORD. René van Royen

VOORWOORD. René van Royen VOORWOORD Priscianus was een knappe man. Toen Rome lang geleden nog een rijk was, leerde hij de kinderen in zijn klas Latijn. Hij gaf dus les, maar wat hij in de klas vertelde schreef hij ook op. Zo ontstond

Nadere informatie

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING werkwoordspelling.com M.Kiewit Schematisch overzicht Stap 1: De persoonsvorm De persoonsvorm is het werkwoord dat op de eerste plaats komt te staan als

Nadere informatie

BE HAPPY. 90-dagen Goed Gevoel conditionering programma

BE HAPPY. 90-dagen Goed Gevoel conditionering programma BE HAPPY 90-dagen Goed Gevoel conditionering programma Alle rechten voorbehouden. Geen deel van dit boek mag worden gereproduceerd op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

Nadere informatie

DOEBOEK VOOR OUDER EN KIND

DOEBOEK VOOR OUDER EN KIND Tussen JOU en MIJ SCHRIJF- EN DOEBOEK VOOR OUDER EN KIND Janneke van Bockel Tussen en Begonnen op 20 Herinneringen die je later wil hebben moet je NU maken 4 Ma-ham, luister je wel? zegt ze streng. Ja

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Lesbrief 25. Een jurk ruilen. Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u een jurk gaat ruilen. Verleden tijd gebruiken. Vragen stellen. Veel succes! Deze

Nadere informatie

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang. Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 2 bij 1.2 Vraag en antwoord. Cursist A: lees de vraag hardop. Cursist B: lees het antwoord hardop. Klaar? Dan leest cursist B de vragen. Cursist A Cursist

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht.

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de leerkracht. Zinnen maken met omdat. Hulp vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus.

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus. 1 Voeg een woord aan de zin toe zodat hij correct wordt. Micky werkt graag in tuin. Verbeter de fout in de zin. Floortje leeft

Nadere informatie

Jouw reis door de Bijbel. Uitgeverij Jes! Zoetermeer

Jouw reis door de Bijbel. Uitgeverij Jes! Zoetermeer Nieske Selles-ten Brinke Jouw reis door de Bijbel Dagboek voor kinderen Uitgeverij Jes! Zoetermeer Onder de naam Jes! Junior verschijnen boeken voor kinderen tot twaalf jaar. Jes! Junior is een imprint

Nadere informatie