DIABETES MELLITUS TYPE 2 PROTOCOL CELLO

Vergelijkbare documenten
Diabetes mellitus 2. Clara Peters, huisarts Mea de Vent, praktijkondersteuner

Workshop voor apothekers en huisartsen. (on)juiste behandeling met orale bloedsuikerverlagende middelen bij

3. Diagnostiek en risico-inventarisatie

NHG-Standaard. Richtlijnen diagnostiek


Dit is een korte beschrijving van de insulinetherapie. Voor uitwerking en verdere informatie zie de bijlage met het volledige protocol.

Inleiding. Maatschap Jouster huisartsen 2. 1 Bron: Nederlandse Diabetes Federatie; Beleidsplan NHG standaard, maart 2006

Samenvatting Zorgprogramma Diabetes Mellitus type 2

Orale anti-diabetica, Wat hiermee te doen als Dvk en Poh. Bela Pagrach Diabetesverpleegkundige eerste en tweede lijn

Checklists. Uitneembaar katern, handig om mee te nemen

Diabetes. D1 Diabetes prevalentie 249,0 233,9. D2 Diabetespopulatie indicatoren 78,7 85,8. D3 Hoofdbehandelaar diabetes 58,2 49,6

Bij de behandeling en begeleiding van CVRM neemt de diëtist als zorgaanbieder binnen de zorgketen de dieetadvisering 1 op zich.

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. De diabeteszorg in het Refaja ziekenhuis

Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Tussen uur en uur en uur en uur

De nieuwe NHG diabetes-standaard: de patiënt centraal. EADV-regiobijscholing najaar 2013: Diabetes Mellitus & Vrouwen

DIABETES MELLITUS TYPE 2 APELDOORNSE STANDAARD

Disclosure. Programma. Lab-w aarden. Casus De heer J. Xxxxxxx. Langerhanssymposium. Drs. V.R. Rambharose, kaderhuisarts

De nieuwe NHG DM2 standaard, wat is er veranderd?

Nieuwe standaard DM Wat is Nieuw??? Alle veranderingen in de nieuwe standaard zijn in het rood aangegeven.

Medicatie Stappenplan

Voorlopige minimale dataset Diabetes

Zorgprotocol Diabetes Mellitus type 2 Nieuw format 2019

Zorginhoudelijke indicatoren over de kwaliteit van de diabeteszorg voor patiënten met diabetes type 2.

Als je diabetes hebt en ziek wordt

Individueel zorgplan vitale vaten

Dieetbehandelingsprotocol Diabetes mellitus (Elsevier)

Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1)

Behandeling van diabetes type 2

Diabetes Ketenzorg. Transmurale werkgroep diabetes

HART EN VAATZIEKTEN PROTOCOL CELLO

Dr. A.G. Lieverse (red.) LEIDRAAD DIABETES MELLITUS TYPE 2 glucoseregulatie

InEen/NHG Indicatoren DM-COPD-CVRM

Kwaliteitsproject AVG-opleiding. Ontwikkelen individueel Diabetes Mellitus protocol

Zorgprogramma GO diabetes BV

Diagnose- en streefwaarden en behandelschema s diabetes mellitus

Verdiepingsmodule. Diabetes: Starten met Insuline. Diabetes: Starten met Insuline. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur. 3.

Het opzetten van een diabetesspreekuur

HART EN VAATZIEKTEN PROTOCOL CELLO

Diabetes Een chronische ziekte, een gezamenlijke zorg

Beter Leven met diabetes type 2 Voorlichtingsmateriaal voor mensen met diabetes type 2

Werkinstructie Consultatie via het KIS Voor de huisartsenpraktijk

Zorginkoopdocument 2012

DIABETES JAARCONTROLE

Samenvatting voor niet-ingewijden

Zorg op maat voor Diabetes type 2 Waarom ontvangt u deze folder?

Mijn zorgplan Preventie en behandeling Hart- en Vaatziekten

Chronische Nierschade

Medicamenteuze behandeling diabetes mellitus type 2 (DM2)

Regionale transmurale afspraak, regio Oss-Uden-Veghel Cardiovasculair risico management

DM Zorgprogramma. Zorggroep Chronos

Preventie vaatpoli (PVP) Algemene informatie

Diabetes Mellitus type 2 en tabletgebruik. Diabetesteam IJsselland Ziekenhuis

3 Persoonlijke gegevens

DIABETESPLAN. Gegevens patiënt

Preventie vaatpoli (PVP) Algemene informatie. Boermarkeweg AA Emmen Postbus RA Emmen Tel

NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2

Samen diabetes de baas

Zorgpad chronische diabeteszorg

Bepalingenclusters CVRM

Protocollaire Diabeteszorg Zorggroep Ketenzorg NU

CEL Indicatorenset DM

NHG-Standaard M01. NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (Tweede herziening) Inhoudsopgave. Belangrijkste wijzigingen.

Rapportage zorgprogramma diabetes type 2 over 2012 Zorggroep Midden Brabant

Diabetesconsult in de huisartsenpraktijk. Diabeteseducator Nancy Van Brabandt Praktijkverpleegkundige Het Eerstelijnshuis Deinze

DIABETES KETENZORG ROHA Melanie Uytendaal, diabetesverpleegkundige Elise Kuipers, diёtist

Onderwerpen. Het HbA1c: Oud en Nieuw. Het HbA1c Het HbA1c is bij diabetespatiënten die dialyseren niet altijd betrouwbaar.

Zorgprotocol 1 e lijns keten-dbc Diabetes Mellitus type 2 (DM2)

Zorg op maat voor Hart- en/of vaatziekten Waarom ontvangt u deze folder?

DIABETES. op weg wijzer

Versie 2.0. Beste huisarts/ praktijkondersteuner, In dit document vindt u een overzicht van wat het benchmark traject inhoud.

DIABETES EN LEEFSTIJL 7 JUNI 2018 MARTIJN CANOY

Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1)

Diabetesverpleegkundige

Samen zorgen we voor uw diabetes! PATIËNTENFOLDER OVER ZORGPROGRAMMA DIABETES

Cardiovasculair Risico Management in de eerste lijn. maatschap Jouster huisartsen

Klanttevredenheidsonderzoek DBC Diabetes Mellitus Eerste lijn

Individueel Zorgplan Cardiometabool

Basaal Plus. Wat te doen als langwerkende insuline toegevoegd aan orale medicatie niet meer afdoende is? Duodagen april 2011

Het Diabetesteam. Meenemen voor de controle: Een dagboekje met recente dagcurves. Een lijst van de medicijnen die u gebruikt.

Benchmark Diabetes 2016 SEZ Zaanstreek-Waterland

> Protocol Diabeteszorg VPR. > Protocol. Diabeteszorg VPR. versie 5.0

Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 2)

Indicatoren CV-risicomanagement bij patiënten met een bekende Hart- of Vaatziekten Versie mei 2016

Cardiovasculair risicomanagement. Patrick Schrömbges Kaderhuisarts Diabetes Mellitus

Oproep van uw huisarts voor het opstellen van een Cardiovasculair Risicoprofiel Risicofactoren hart- en vaatziekten in beeld

Oud en anders Cardiovasculair risicomanagement bij ouderen: wat te doen of te laten?

Behandeling Type 1 diabetes. Diabetes mellitus in vogelvlucht. Nieuwe ontwikkelingen in de. Behandeling van diabetes. Chronische behandeling diabetes

Regionale Transmurale Afspraken - DM

Inhoud. 2.5 De comateuze patiënt Herhalen van receptuur voor bloedglucoseverlagende

Indicatoren kwaliteit huisartsenzorg bij patiënten met DM type 2 Versie mei 2016

Vasculair Preventie Centrum

Richtlijn screening op diabetes type 2 goedgekeurd door ALV op 17 september 2015

Nierfunctieonderzoek bij diabetes. N. Kleefstra & Henk Bilo 15 en 16 december Nieren. Nieren

Transcriptie:

DIABETES MELLITUS TYPE 2 PROTOCOL CELLO Leiden November 2010 Mw. M. van Mierlo, praktijkverpleegkundige Mw. C. Gieskes, diabetesverpleegkundige

Inhoudsopgave Inleiding 1. Werktraject bij CELLO voor patiënten met Diabetes Mellitus (suikerziekte) 2. Diagnose 2.1. gestoorde glucose tolerantie 2.2. opsporing (mogelijkheden) in de huisartsenpraktijk 3. Behandeling Diabetes Mellitus 3.1. streefwaarden 3.2. voorlichting en educatie 3.3. niet medicamenteuze behandeling 3.4. medicamenteuze behandeling 4. Complicaties ten gevolge van Diabetes Mellitus 4.1 Cardio-vasculaire risicofactoren 4.2 Nefropathie 4.3 Voetproblemen 4.4 Neuropathie 4.5 Retinopathie 5. Route van CELLO 2

Inleiding CELLO, Coöperatie Eerste Lijn Leiden en Omstreken, is een organisatie van solistisch werkende huisartsen. Momenteel zijn er 13 huisartsen bij CELLO aangesloten. Samen zijn zij verantwoordelijk voor de zorg van ongeveer 30.000 patiënten. Op 1 april 2009 is de coöperatie gestart. Doel is de zorg voor patiënten met Diabetes Mellitus, suikerziekte, volgens de nieuwste richtlijnen zo optimaal mogelijk te realiseren. Bij CELLO werken vijf (parttime) praktijkondersteuners en drie (parttime) administratieve medewerkers. Zij werken op een aparte locatie (Doezastraat 1 2311GZ Leiden). Op deze locatie zijn ook twee (parttime) diëtisten gevestigd, alsook een fysiotherapeute en pedicure. Behalve voor patiënten met suikerziekte heeft de coöperatie de zorg inmiddels uitgebreid voor patiënten met (risico op) de longziekte COPD en hart- en vaatziekten. Elke doelgroep heeft binnen Cello een eigen commissie waar minstens twee huisartsen en twee praktijkondersteuners aan deel nemen. Er is een officiële Diabetes-commissie die specifiek de belangen van de Diabeteszorg van Cello waarborgt en behartigt. De NHG Standaard Diabetes Mellitus type 2 vormt de basis voor de te geven zorg. Het bevat de officiële richtlijnen voor diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met Diabetes Mellitus in de huisartsenpraktijk. Dit protocol is opgesteld vanuit CELLO en ligt op locatie ten behoeve en verantwoording van de te geven zorg. Binnenkort komt ook het DM-protocol van ROH-West Nederland uit, waar CELLO onder valt. Hier wordt uitgebreider op de te geven zorg ingegaan. Voor meer informatie over CELLO, raadpleeg de website www.cello-hazorg.nl 1. Werktraject bij CELLO voor patiënten met Diabetes Mellitus (suikerziekte) De huisarts meldt een nieuwe patiënt via het ketenzorg-computerprogramma Citokis bij Cello aan. De patiënt wordt daarna schriftelijk uitgenodigd voor het diabetesspreekuur. Een formulier om bloed te laten prikken wordt meegestuurd. Het is standaard dat er elke drie maanden een controle plaatsvindt. Tijdens die consulten worden leefstijl, bloeddruk, gewicht, medicijnen en andere mogelijke zaken doorgenomen die het welzijn/de ziekte kunnen beïnvloeden. Drie van de vier geplande consulten zijn bij de praktijkondersteuner op de Doezastraat. Een keer per jaar doet de eigen huisarts in de huisartsenpraktijk de controle. Dit is drie maanden na de jaarcontrole. De jaarcontrole zelf gebeurt bij de praktijkondersteuner, waarvoor uitgebreid bloedonderzoek plaats heeft gevonden, voetonderzoek en (verwijzing voor)oogonderzoek 1 geregeld is. Ook hier wordt de bloeddruk gemeten als ook lengte, gewicht en buikomvang. 1 Is patiënt al onder behandeling bij een oogarts dan zal het oogonderzoek (fundusscopie) daar plaatsvinden. 3

Voor mensen die niet naar de Doezastraat kunnen komen, zoals diegenen met een bewegingsbeperking, zijn visites aan huis mogelijk. Ook kan op verzoek van een huisarts tijdelijk of voor een langere periode het spreekuur van de praktijkondersteuner op een andere locatie geregeld worden. Na elk consult bij de praktijkondersteuner (en na elke visite) krijgt de patiënt de instructie binnen tien dagen met de huisartsenpraktijk contact op te nemen. Dit om te vernemen wat het beleid wordt, dus of er iets veranderd wordt, zoals ophoging of verlaging van medicijnen. Alle relevante gegevens worden in het computerprogramma Citokis verwerkt. De communicatie tussen huisarts en praktijkondersteuner over het consult vindt ook via Citokis plaats. Het betreft labuitslagen, meetwaarden zoals bloeddruk en gewicht, eventueel voetonderzoek, de individuele aandachtspunten en het te volgen beleid. Uiteraard kan er altijd telefonisch overleg plaatsvinden. Voor de huisartsen is er de mogelijkheid om de internist die aan Cello verbonden is, te raadplegen. Taken die niet gedelegeerd mogen worden aan de praktijkondersteuner zijn - het stellen van een diagnose - het bepalen of wijzigen van het behandelingsbeleid - het ondertekenen van recepten. De huisarts blijft eindverantwoordelijk (WGBO) en moet derhalve controle houden op de wijze waarop de praktijkondersteuner de gedelegeerde taak uitvoert. Controle is ook te zien als begeleiding van de praktijkondersteuner. De poh s zullen in overleg met de diabetes-commissie de voor hen noodzakelijke bijscholingen volgen om optimale zorg te kunnen geven. Praktijkondersteuners kunnen voorstellen doen ter verbetering van de zorg, zoals aanpassing leefstijl en/of aanpassing medicatie. Iedere huisarts kan daarnaast zelf zijn of haar voorkeuren voor deze zorg aangeven, dus wat er specifiek wel of niet van een poh-consult verlangd wordt. De doelgroep is alle patiënten met (risico op) Diabetes Mellitus. Het gaat om het verbeteren van de zorg aan diabetes-patiënten. Dit door het aanbieden van een modulaire begeleiding door de praktijkondersteuner, afgestemd op de individuele patiënt. Het doel van praktijkondersteuning is vooral gezondheidswinst te behouden of, indien mogelijk, te verbeteren. Een vorm van effectief zelfmanagement bij de patiënt (aanleren) is onontbeerlijk. 4

Hierbij zal gevraagd worden naar: - welbevinden en leefstijl - klachten (zoals hypo/hyper) - medicatie (therapietrouw) - zelfcontrole bloedglucosewaarden - oogproblemen zoals visusklachten - cardiovasculaire klachten (angina pectoris, claudicatio intermittens, hartfalen, CVA/TIA) - neuropathische klachten (sensibiliteitsverlies,pijn/tintelingen, doof gevoel, extremiteiten) - autonome neuropathie (maagontledigingsproblemen of diarree) - seksuele problemen (erectieproblemen, libidoverlies of verminderde lubricatie) 2. Diagnose De diagnose mag pas gesteld worden als men bij een patiënt op twee verschillende dagen twee nuchtere (veneus bepaalde) glucosewaarden van >6.9 mmol/l meet, of bij een willekeurige glucosewaarde van >11,0 mmol/l, in combinatie met klachten die passen bij een hyperglycemie. Bij een niet-nuchtere waarde tussen de 7,8 en 11 mmol/l is er geen duidelijke conclusie mogelijk; de glucosebepaling enkele dagen later in nuchtere toestand herhalen. Referentiewaarden Referentiewaarden voor diagnose diabetes mellitus en gestoord nuchtere glucose (mmol) Capillair volbloed Veneus plasma Normaal Nuchter glucose <5.6 <6.1 Niet nuchter <7.8 <7.8 Gestoord Nuchter glucose >5.6 en <6.0 >6.0 en<7.0 Diabetes Mellitus Nuchter glucose >6.0 >6.9 Niet nuchter >11.0 >11.0 Risicoprofiel De NHG-Standaard adviseert bij een patiënt bij wie de diagnose Diabetes Mellitus type 2 is vastgesteld, de gezondheidsrisico s te inventariseren. Deze gegevens dienen jaarlijks te worden geactualiseerd. Zie ook CVRM-protocol. Het actueel risicoprofiel kan als volgt worden vastgesteld: inventarisatie in het medisch dossier op cardiovasculaire pathologie: hartinfarct, angina pectoris, hartfalen, CVA, TIA en perifeer arterieel vaatlijden informeren bij patiënt naar hart en vaatziekten bij ouders, broers of zussen voor het zestigste levensjaar leefstijl als roken, alcoholgebruik en psychische factoren bloeddruk en BMI 5

De volgende laboratoriumbepalingen: HbA1C, nuchtere glucose cholesterol-, HDL- en LDL-cholesterol-, triglyceridengehalte (nuchter) Na en Ka kreatserum, berekende klaring (MDRD) albumine/ creatinine-ratio of de albumineconcentratie in de eerste ochtend urine ALAT 2.1 Gestoord glucose tolerantie Bij een gestoord nuchtere glucose (capillair: >5.6 en <6.0 en veneus: >6.1 en<6.9) moet 2 weken later de nuchtere glucose herhaald worden. Als deze weer te hoog is, wordt 3 maanden later nogmaals een nuchtere glucose en een HbA1c geprikt. Kan alsnog de diagnose diabetes mellitus niet worden gesteld, dan de patiënt jaarlijks controleren via de diabetesdienst. Is bij een patiënt een gestoorde glucose tolerantie gesteld, dan het risicoprofiel bepalen en aanvullende diagnostiek en evaluatie verrichten. 2.2 Opsporing(mogelijkheden) in de huisartsenpraktijk Bloedglucosewaarde bepalen bij: - mensen met klachten of aandoeningen die het gevolg kunnen zijn van Diabetes Mellitus, zoals dorst, polyurie, vermagering, pruritus vulvae op oudere leeftijd, mononeuropathie, neurogene pijnen en sensibiliteitsstoornissen. - Elke drie jaar bij personen ouder dan 45 jaar in de risicogroepen: hypertensie manifeste hart- en vaatziekten vetstofwisselingsstoornissen BMI > 27 DM type 2 bij ouders, broers of zussen - bij vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben doorgemaakt - Bij personen met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse afkomst (bij Hindoestanen: leeftijdsgrens 35 jaar) 6

3. Behandeling Diabetes Mellitus 3.1. Streefwaarden Streefwaarden glycemische parameters Capillair volbloed Veneus plasma Nuchtere glucose (mmol/l) 4-7 4,5 8 Glucose 2 uur postprandiaal (mmol/l) < 9 <9 HbA1c (%) < 53 mmol/mol (oude waarde <7%) 3.2. Voorlichting en educatie: Deze lopen als een rode draad door de hele behandeling Doelstellingen diabeteseducatie: De patiënt heeft inzicht in: de streefwaarden voor de glykemische parameters, lipiden en bloeddruk het (zelf) formuleren van haalbare doelen met betrekking tot gewicht, rookgedrag, alcoholgebruik, lichaamsbeweging en medicatietrouw herkenning van de signalen van een hyper- en een hypoglykemie en hoe hierop te reageren (eventuele) controle en regulatie van de eigen bloedglucosewaarde dagelijkse inspectie van de voeten bij een matig of hoog risico op een ulcus en het dragen van passend schoeisel en sokken zonder dikke naden regelmatige controle van de ogen (fundusscopie) het adequaat handelen bij ziekte, koorts, braken en verre reizen 3.3. Niet medicamenteuze behandeling stoppen met roken voldoende bewegen voeding bij een BMI >25: afvallen Verwijzing diëtist: - nieuwe patiënten met Diabetes Mellitus - ter voorbereiding op insuline therapie - overgewicht 7

3.4. Medicamenteuze behandeling Als door aanpassing leefstijl na 3 maanden de streefwaarden (Hba1c) niet bereikt zijn, wordt de medicamenteuze therapie ingezet. De huisarts bepaalt dit en schrijft de medicatie voor. Mogelijke opties om eerder over te schakelen op medicatie: Bij een nuchtere glucosewaarde bij diagnose > 10 mmol/l kan er eerder gestart worden met orale medicatie Bij een nuchtere waarde >20mmol/l kan insuline sneller ingezet worden Stappenplan Stap 1 Stap 2 Start met metformine BMI > 27: Voeg een SU derivaat toe aan de metformine Over toevoeging TZD in dit stappenplan: dit moet aangepast worden wgs de recente beslissing om in Europa de TZD rosiglitazon van de markt te halen. Over pioglitazone is nog geen uitspraak van de NHG. Op de NHG site blijft staan: Voor pioglitazon is (op basis van de Pro-active trial) een bescheiden plaats ingeruimd. Het kan overwogen worden als 2e middel naast metformine bij patiënten met obesitas én een HVZ in de voorgeschiedenis. Contra indicatie blijft hartfalen Stap 3 Stap 4a Stap 4 b Voeg eenmaal daags insuline toe aan orale bloedglucoseverlagende middelen Tweemaal daags NPH insuline Viermaal daags insuline (basaalbolusregime) start bij alle middelen met een lage dosering verhoog zo nodig de dosering elke 2 tot 4 weken ga door naar de volgende stap als ophoging van de dosis, door bijwerkingen of door het bereiken van de maximale dagdosis, niet meer mogelijk is, alsook de glykemische instelling (HbA1c) onvoldoende is stap bij contra-indicaties of bijwerkingen over op een ander middel. Als met de maximaal haalbare orale behandeling de streefwaarde niet wordt bereikt, wordt geadviseerd met insuline te starten. (zie protocol insulinetherapie) Bij een BMI <25 zal het stappenplan (tabel 4) vaak versneld doorlopen worden. 8

Doseringen orale glucoseverlagende middelen Stofnaam Preparaat Min-max dagdosering Doserings- en Gebruiksadvies Stap 1 Metformine (biguanide) tablet 500/850/1000 mgr 500-3000 mgr 1-3 dd na de maaltijd Stap 2 Tolbutamide Glyclazide Glimepiride tablet 500/1000 mgr tablet 80 mgr tablet 1/2/3/4 mgr 2x1000 mgr 3x80 mgr 1-6 mgr 1-2 dd voor het ontbijt/avondeten 1-3 dd voor de maaltijd 1 dd kort voor het ontbijt (SUderivaten) en: pioglitazon (TZD) Tabletten van 15 mg, 30 mg en 45 mg 1 dd voor het ontbijt, tijdens of na de maaltijd Metformine altijd in opbouwschema geven om bijwerkingen te voorkomen; starten met 1 dd 500 mgr en zo nodig langzaam ophogen. Na het verschijnen van de NHG standaard in 2006 zijn er nieuwe medicijnen voor Diabetes Mellitus gekomen. Over de DPP-4 remmers en de GLP-1-agonisten stelt de NHG (mei 2010): Conclusie voor de dagelijkse praktijk: DPP-4-remmers en GLP-1-agonisten zijn nieuwe medicamenteuze behandelingsmogelijkheden van type 2 diabetes die een bescheiden verlaging van het HbA1c geven vergeleken met placebobehandeling, maar, in geval van de DPP-4-remmers, een minder sterke HbA1c-daling laten zien dan met metformine, sulfonylureumderivaten of glitazonen kan worden bereikt. Er zijn geen resultaten van onderzoek op klinische eindpunten (micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit)bekend. Dit maakt samen met het ontbreken van gegevens over effectiviteit en veiligheid op de langere termijn dat de nieuwe middelen vooralsnog geen aanleiding geven het huidige stappenplan voor medicamenteuze behandeling in de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 te herzien. 9

4. Complicaties ten gevolge van Diabetes Mellitus In het ROH protocol komt dit uitgebreid aan de orde. In het kort: 4.1 Cardio-vasculaire risicofactoren Zie CVRM-protocol 4.2 Nefropathie Bedacht zijn op nierproblematiek bij een kreatinineklaring < 60 ml/min (matige nierinsufficiëntie). Er kan overwogen worden om een internist te consulteren een kreatinineklaring < 30 ml/min (ernstige nierinsufficiëntie). De patiënt dient doorverwezen te worden naar de tweede lijn. 4.3 Voetproblemen Waarvoor regelmatige voetcontrole, bijvoorbeeld letten op standafwijkingen, vasculaire en neurologische afwijkingen. 4.4 Neuropathie Aandacht voor klachten/afwijkingen van het neuropatische en/of autonome zenuwstelsel 4.5 Retinopathie Aandacht voor klachten/afwijkingen van het neuropatische en/of autonome zenuwstelsel. Periodiek oogcontrole (fundusscopie) 10

5. De CELLO-route voor patiënten met Diabetes Mellitus HA meldt pt aan in Citokis uitnodigingsbrief met lab.formulier naar pt 3x p.j. Consult poh 1x pj huisarts Overleg/beleid na elk consult via Citokis conform NHGstandaard Literatuurlijst: - NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 - NHG-Praktijkhandleiding voor praktijkondersteuners - Protocollaire Diabeteszorg, editie 2010/2011, Houweling S.T., Kleefstra N., Verhoeven S., Ballegooie van E., Bilo H.J.G. 11