1 Beschrijving eindproduct

Vergelijkbare documenten
Point2Share handleiding eindgebruikers Window 8

Inrichting Systeem: Locaties & Toegang

Zen Cart Attributen (artikel opties)

Loonwaarde handleiding

Offective > CRM > Vragenlijst

Website maker. Bezoek je domein om de Website maker in te stellen. De volgende melding zal zichtbaar zijn.

In dit document wordt uitleg gegeven over de inrichting van formulieren binnen Trajectplanner voor

Portfolio. Je portfolio delen met medestudenten, docenten en externen om feedback te vragen

Assessment handleiding

Dossier Instellingen. Inhoudsopgave. Inleiding

6. Reeksen

Offective > Projecten > Mijn projecten of Projecten

Central Station. Handleiding Algemeen Maatschappelijk Werk

HANDLEIDING scoolplan COACH

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in KraamZorgCompleet, zijn een aantal instellingen nodig:

Uitleg CMS Utrecht Your Way Button 1. Inloggen

tentoinfinity Apps 1.0 INLEIDING

Digitaal ZorgDossier - Inleiding

Gebruikershandleiding ZorgDomein voor Call Manager gebruikers

Onderwijstools 2.0, Kennisnet

PRINT CV HANDLEIDING. OTYS Recruiting Technology

Inloggen. In samenwerking met Stijn Berben.

Chronische Pijn Protocol Dossier (CPP)

VIVA2.0. Balie. VIVA2.0 Balie

BROKIS Zorgcoach BENU Check

Wegwijzer handleiding

Web Presence Builder. Inhoud

Aan de slag. Inrichten van OnsRooster. (voor de manager)

Deze handleiding is bedoeld voor huisartsen en verwijzers die toegang hebben tot mijnradboudpatiënten.

Gebruikershandleiding. StUF Testplatform Versie 1.3.0

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in Intramed, zijn een aantal instellingen nodig:

Handleiding Arboportaal. Versie 1.0

Dashboard 2.0. Het vernieuwde dashboard is op te delen in de volgende onderdelen:

Gebruikersinstellingen. Een uitleg over de gebruikersinstellingen die mogelijk zijn in IKKIES Z11

AIMS gebruikershandleiding - Jaarverantwoording BIS

VIVA3.0. Klantenproperties. VIVA 3.0 Klantenproperties

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet

Handleiding toevoegen objecten plexatutrecht.nl

Werkinstructie Verzoeken

Incura Handleiding (GGZ) ROM

Cursistenhandleiding E-learning

Handleiding 103: Collecte Database (CDB) voor Wijkhoofden

Handleiding registratiesysteem Kleuterplein. versie 1.0

Handleiding Pawpeds Deel 2

Handleiding ABK Extra - Zoekprofielen

Producten toevoegen. Inleiding

RIE Vragenlijst Editor

Blackboard en MyMedia

Handleiding bij de DWO (digitale wiskunde oefenomgeving)

Release notes Xerte Online Toolkits 3.5

Bewerk uw eigen Digibordbij boek

Symbol for Windows Planner Versie 0.8

Ga naar en log in met de gebruikersnaam en wachtwoord verkregen via mail.

Sway starten vanuit bestaand document

Handleiding Abakus. Beheer facturen. Naam handleiding: Beheer facturen Product: Abakus Compleet Datum publicatie: Versie: 1.

HANDLEIDING DOIT BEHEER SYSTEEM

Central Station. CS website

Content tips & tricks

Allereerst moet u de gewenste Intramed PLUS verslagleggingsrichtlijn(en) downloaden van de website.

Project Woningcorporaties Open Source Initiatief Gebruikers handleiding: Verkoop

GEBRUIKERSHANDLEIDING CMS

Incura Handleiding (GGZ) Behandeljournaal. Handleiding: Werking behandeljournaal Volgnummer: 4-GGZ, 24 september 2014, versie 1.2

Quick reference Smartflow App

!!!!!!!!!!!! Handleiding website! VV Den Ham

Handleiding voor zendende partners

CampusDetacheringOnline. quick guide voor de relatie

Activiteiten in Fidura

Resultaten tellen Aanmelden

Doel. Dimensies. Compad Kleuren/Maten oplossing (Multicolori)

Aan de slag Inrichten van WorkTimer (voor de manager)

Office 365: OneDrive KI 0219 Kennisitem

Handleiding toevoegen objecten plexatutrecht.nl

Handleiding. Visual Planning. Visual Planning Pagina: 1 Versie:

Datum: Gemaakt door: Berend de Groot Voor: ComSi, ROC Friese Poort

1 Inleiding. WIND Internet / 1

HANDLEIDING Q1400 Horeca Tafelregistratie

TT-organiser GEBRUIKERSHANDLEIDING

Handleiding ELO. Handleiding. Electronische Leeromgeving (ELO)

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 3) Handicom, 2006, Nederland

Hoofdstuk 12: Spelling en grammatica

Een nieuwe voorschot- of eigen bijdragenota

Werken met Centuri als medewerker DBSV. Open de website:

CMS Instructiegids Copyright Endless webdesign v.o.f

1. Over LEVIY 5. Openen van de activiteit 2. Algemene definities 6. Inloggen op het LEVIY dashboard 3. Inloggen 6.1 Overzichtspagina 3.

HANDLEIDING ONLINE DOSSIER (CODEX)

Handleiding online Factsheetmodule

Website Inhoud Beheerder

Basis handleiding CMS

Handleiding Verkoopmodule Verkoper WOSI

Handleiding Atletiek Academie

Handleiding JEvents 1.0

Uitgebreide toelichting voor één vestiging. Uitleg openingsschermen

Transcriptie:

1 Beschrijving eindproduct 1.1 Functioneel ontwerp Een functioneel ontwerp bevat alle te ontwikkelen functionaliteiten voor Furo. Deze zijn opgesteld in de beginfase. Dit functionele ontwerp vormt een basis tussen de afspraken tussen de opdrachtgever (Yvonne van Zeeland) en team Furo. Door dit functioneel ontwerp is ook een initiële planning afgegeven aan de opdrachtgever. Binnen deze sectie wordt besproken welke punten er binnen het functioneel ontwerp vallen. 1.1.1 Walkthrough student en docent Binnen deze sectie wordt er een algemeen beeld gegeven van het ontwikkelde product. Deze walkthrough loopt door alle stappen van zowel de studentkant als de docentkant (de editor) van de applicatie. 1.1.2 Anamnese De anamnese beschrijft het initiële gesprek met de eigenaar van het dier (zie sectie??) en is dus de eerste stap van een casus die de student moet doorlopen (zie Figuur 1 voor een schermopname van de anamnese). Het gesprek begint met een opmerking van de eigenaar, dat wordt weergegeven in een tekstballon. Vervolgens kan de student een vraag kiezen om aan de eigenaar te stellen. Afhankelijk van de vraag, volgt er een antwoord van de eigenaar en een aantal mogelijke vervolgvragen. Naast het stellen van vragen kan de student bij ieder opmerking van de eigenaar aangeven of deze afwijkend is; dit wordt aangegeven door op het uitroepteken naar de tekstballon te klikken. Als een opmerking wordt gemarkeerd als een mogelijk probleem, dan wordt de opmerking toegevoegd aan het dossier in de linker zijbalk (onder het kopje dossier). Hier is ook de medische geschiedenis van de patiënt te vinden. In de zijbalk is naast het dossier een tabblad voor de DDx te vinden, waarbij de student mogelijke diagnoses als open tekst kan toevoegen en de waarschijnlijkheid ervan kan markeren. Als laatste is er een tabblad voor notities waar de student volledig vrij notities kan bijhouden. De linker zijbalk is hetzelfde voor alle stappen en alles wat de student invult bij de linker zijbalk wordt meegenomen naar de volgende stappen. Als de student klaar is met de stap, krijgt de student eerst geaggregeerde resultaten te zien. Zo krijgt de student te zien hoeveel vragen hij of zij correct heeft gesteld en welke fouten de student heeft gemaakt. Na de geaggregeerde resultaten worden er een aantal reflectievragen gesteld en heeft de student de mogelijkheid om uitgebreid naar zijn of haar fouten te kijken. Als de student de reflectievragen heeft beantwoord en de resultaten bekeken, dan kan de student door naar de volgende stap. De docent kan in de editor de dialoog invullen voor de anamnese. De dialoog bestaat uit een graaf (zie Figuur 2). Elke knoop in de graaf staat voor een stuk tekst van de 1

Figuur 1: Een schermopname van de studentkant van de anamnese eigenaar en de vragen waar de student uit kan kiezen. Elke vraag is gekoppeld aan een volgende knoop in de boom, wat wordt gevisualiseerd aan de hand van een lijn tussen de vraag en de volgende knoop. De tekst van de eigenaar en de vragen kan worden veranderd in de linkerbalk. 1.1.2.1 Lichamelijk onderzoek Na de anamnese komt de student terecht in het lichamelijk onderzoek. Bij het lichamelijk onderzoek krijgt de student de patiënt (het dier) te zien in de behandelkamer (zie Figuur 3). De student kan op verschillende plekken van het dier, zogenaamde hotspots, klikken om meer informatie te krijgen over dat orgaan. De informatie bestaat uit een afbeelding, een audiofragment of een video. Bij elke medium moet de student aangeven wat hij of zij ziet en of deze observatie afwijkend is. Naast de hotspots op het lichaam zijn er bovenin ook knoppen boven in het scherm. Deze knoppen representeren apparatuur dat niet gekoppeld is aan een specifiek orgaan bij het dier (zoals een thermometer). Deze knoppen werken voor de rest hetzelfde als de hotspots. Zodra je besluit genoeg gezien te hebben, kun je het lichamelijk onderzoek beëindigen. Hierna volgt de reflectievraag en de beoordeling, net als bij de anamnese. De docent kan in de editor de inhoud van alle hotspots aanpassen. Een hotspot wordt geselecteerd aan de hand van een dropdown menu bovenin het scherm. Voor elke hotspot kan de docent een zogenaamde subhotspot aanmaken. Een subhotspot wordt gekenmerkt door een medium, dat geüpload word door de docent. De docent kan daarnaast aangeven of het essentieel is om de subhotspot te bekijken. Voor elke subhotspot kan de docent 2

Figuur 2: Een schermopname van de docentkant van de anamnese Figuur 3: Een schermopname van de studentkant van het lichamelijk onderzoek 3

Figuur 4: Een schermopname van de docentkant van het lichamelijk onderzoek vervolgens eigenschappen toevoegen. Deze eigenschappen bevatten op hun beurt weer een lijst van observaties. Voor elke eigenschap kan de docent aangeven welke observatie correct is en of de eigenschap afwijkend is of niet. In Figuur 4 is een voorbeeld te zien voor de hotspot Bek. Bij het voorbeeld zijn de subhotspots tandvlees en tong toegevoegd, omdat dezen verschillende afbeeldingen gebruiken. Voor de tandvlees subhotspot is een eigenschap kleur toegevoegd, waarbij verschillende kleuren als mogelijke observaties zijn ingevuld. 1.1.2.2 Probleemlijst Als de anamnese en het lichamelijk onderzoek zijn afgerond, worden de geïdentificeerde problemen aan de student gepresenteerd in een probleemlijst (zie Figuur 5). Hierbij kan de student de problemen ordenen en aangeven welke problemen relevant zijn. Daarnaast selecteert de student het probleem dat hij of zij als hoofdprobleem ziet. Als de student klaar is, volgt weer feedback en een aantal reflectievragen. 4

Figuur 5: Een schermopname van de studentkant van de probleemlijst 5

Figuur 6: Een schermopname van de docentkant van de probleemlijst De docent kan bij de probleemlijst problemen toevoegen die in de probleemlijst moet komen. In Figuur 6 is een dergelijke lijst van problemen in de editor te zien. Daarnaast kan de docent alle problemen importeren die al eerder zijn aangegeven in de anamnese of het lichamelijk onderzoek. De docent kan vervolgens deze lijst van problemen indelen in drie categorieën: relevante problemen, neutrale problemen en irrelevante problemen. Relevante problemen moeten door de student als relevant gemarkeerd worden en irrelevante problemen als irrelevant. Neutrale problemen mogen door de student zowel relevant als irrelevant gevonden worden. Ook de docent kan een hoofdprobleem selecteren door een probleem onder het kopje hoofdprobleem te slepen. 1.1.2.3 DDx Na de probleemlijst gaat de student door met de differentiaal diagnose. De differentiaal diagnose bestaat uit drie fases. In de eerste fase krijgt de student te zien met alle diagnoses die aansluiten op het hoofdprobleem (zie Figuur 7). Hierbij moet de student de diagnoses indelen als waarschijnlijk, geparkeerd (mogelijk, maar niet waarschijnlijk) of onwaarschijnlijk door de diagnoses te slepen. Als de student klaar is met het indelen van de diagnoses, kan hij of zij doorgaan naar de differentiaal diagnose tabel (zie Figuur 8). De tabel helpt de student met het bepalen van de waarschijnlijkheid van diagnoses. Op de horizontale as staan alle diagnoses en op de verticale as staan een aantal symptomen. 6

Figuur 7: Een schermopname van de studentkant van de DDx lijst De student kan dan voor elke diagnose aangeven of de symptomen betekenen dat de diagnose waarschijnlijk is of juist niet. Dit wordt gedaan door middel van +, +/, /+ en. Als de student klaar is met de tabel, krijgt de student feedback over de tabel. Als laatste krijgt de student nog een kans om de eerder ingevulde differentiaal diagnose lijst opnieuw in te vullen. Als alle drie de fases zijn doorlopen krijgt de student feedback op de uiteindelijke DDx lijst en moet de student een aantal reflectievragen beantwoorden. De editor van de differentiaal diagnose bestaat uit twee delen. In het eerste gedeelte van de editor maakt de docent de lijst van diagnoses voor een hoofdprobleem aan (zie Figuur 9). Hierbij kan de docent diagnoses toevoegen en de diagnoses indelen onder de categorieën waarschijnlijk, parkeren en onwaarschijnlijk door de diagnoses te slepen. Voor elke diagnose kan de docent een beschrijving toevoegen en aangeven of de diagnose meegenomen moet worden naar het tabel gedeelte van de DDx. Bij het tweede gedeelte van de differentiaal diagnose editor maakt de docent een tabel aan van diagnoses en symptomen en de bijbehorende waarschijnlijkheid (zie Figuur 10). De diagnoses zijn hierbij meegenomen uit de vorige stap en de symptomen kunnen als vrije tekst worden ingevuld. De waarschijnlijkheden van de tabel worden ingevuld door een waarde te selecteren in het dropdown menu. 7

Figuur 8: Een schermopname van de studentkant van de DDx tabel 8

Figuur 9: Een schermopname van de docentkant van de DDx lijst 9

Figuur 10: Een schermopname van de docentkant van de DDx tabel 10

Figuur 11: Een schermopname van de studentkant van het aanvullend onderzoek 1.1.2.4 Aanvullend onderzoek Als de meest waarschijnlijke diagnoses zijn geïdentificeerd door de student, moet de student bepalen welke diagnose de definitieve diagnose is. Dit gebeurt in het aanvullend onderzoek. Het aanvullend onderzoek bestaat uit een bureau met apparaten, waarbij elk apparaat staat voor een ander aanvullend onderzoek (zie Figuur 11). Zo is er bijvoorbeeld een lichtbak met röntgen fotoś, die staat voor röntgenonderzoek. Het selecteren van een aanvullend onderzoek werkt op dezelfde manier als het selecteren van een hotspot bij het lichamelijk onderzoek: door op een apparaat te klikken wordt er een scherm geopend met een afbeelding, audiofragment of video en de student moet daarbij aangeven wat hij of zij ziet en of het afwijkend is. Rechtsonder in het scherm staat een dropdown waarmee de student kan selecteren wat de definitieve diagnose is. Als de student zeker is van de definitieve diagnose kan de student, na feedback over de definitieve diagnose en een aantal reflectievragen, verder gaan naar de laatste stap in het proces. De docent kan het aanvullend onderzoek op dezelfde manier invullen als het lichamelijk onderzoek. Hierbij worden in het dropdown menu bovenin in het scherm echter geen hotspots geselecteerd, maar aanvullende onderzoeken. Daarnaast is er een extra dropdown menu, waarbij de docent kan aangeven wat de definitieve diagnose is. In Figuur 12 is de editor ingevuld voor een bloedonderzoek. 11

Figuur 12: Een schermopname van de docentkant van het aanvullend onderzoek 12

1.1.2.5 Behandelplan De laatste stap in het proces is het behandelplan. Hierbij bepaalt de student op basis van de definitieve diagnose wat de behandeling moet zijn voor de patiënt. Dit gebeurt aan de hand van een gesprek dat op dezelfde manier werkt als bij de anamnese. Het enige verschil is dat de student een opmerking van de eigenaar niet meer als een probleem kan markeren, omdat de diagnose al is bepaald. De casus wordt afgesloten met feedback en reflectievragen over het behandelplan. Ook voor de docent lijkt het behandelplan op de anamnese. Net als bij de anamnese editor bouwt de docent een dialoog door middel van een graaf, waarbij elke knoop een opmerking van de eigenaar en de opties voor de student bevat. Het enige verschil is dat de docent andere labels kan toekennen aan de mogelijke fouten van studenten, dan bij de anamnese. 1.1.3 Ontwerp modellen Bij Furo waren er twee game artists binnen het team. Het ontwerpen van de 3D modellen van de dieren en het ontwerpen van de scenes vielen onder het werk van de artists; deze werkzaamheden hebben zij onderling verdeeld. Dit omdat één van de artists hiermee meer ervaring had. Bij het ontwerp van de modellen van de dieren is een belangrijke keuze gemaakt: de modellen moesten realistisch genoeg zijn zodat zij een goede nabootsing van de werkelijkheid vormen, maar de modellen konden niet te realistisch zijn vanwege de performance van het programma. Daarom is uiteindelijk gekozen voor een stijl zoals te zien is in Figuur 13. 1.1.4 Ontwerp scenes Bij het ontwerp van de scenes is een zelfde soort keuze gemaakt tussen realisme en performance als bij het ontwerp van de dier modellen, besproken in 1.1.3. Daarbij kwam ook nog kijken dat de kamer niet moet afleiden van het klinisch redeneerproces. Daarom is uiteindelijk de keuze gemaakt voor het ontwerp zoals te zien is in 14 en 15. 13

Figuur 13: De 3D modellen van een fret, hond, kat en koe. De fret is gebruikt voor de initiële casus van Furo: de casus van de brakende fret. 14

1 BESCHRIJVING EINDPRODUCT Figuur 14: Detail van de onderzoekskamer Figuur 15: Detail van de onderzoekskamer 15