STATIONSGEBIED AALST STUDIE VERKEERSONSLUITING STATIONSGEBIED 2. 3 0 AALST IN PARALLEL MET SPLAN AALST 2003
WENSSTRUCTUUR Het Masterplan Filatures en Urban Fabrics voor het stationsgebied tracht maximaal te beantwoorden aan de principes van het beleidsscenario waarvoor in het mobiliteitsplan voor Aalst gekozen is. Hierbij wordt de bereikbaarheid, de duurzame vormen van (voor- en na-) transsport in de stationsomgeving gegarandeerd en de op- en overstappen tussen trein, bus en fiets op elkaar afgestemd. Brede invalsweg Vernieuwde Zwartehoekbrug Parking linkeroever Station, busterminal Nieuwe St Annabrug Parking rechteroever Wallenring uitbreiden naar rechteroever MULTIMODAAL KNOOPPUNT Volgende verkeers- en vervoersnetwerken, die in het mobiliteitsplan op grote schaal worden voorgesteld, raken de materie van het Masterplan: - Autoverkeer: de uitgebreide Wallenring - Parkeren - Openbaar Vervoer: busvervoer en spoorvervoer - Fietsverkeer - Voetgangersverkeer 2.31
ONTSLUITING STATIONSGEBIED Het autoverkeer wordt zo veel mogelijk geconcentreerd op een beperkt aantal daarvoor geschikte wegen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verbindingswegen, verzamelwegen en toegangswegen. Op basis van deze categorisering wordt voor de ontsluiting van Aalst een vorkstructuur uitgewerkt. Vanaf de hoofdweg A10 wordt het zuidwestelijk deel van de ring deels geselecteerd als een primaire weg II (de R41 buiten Aalst-centrum van de A10 tot de N9), deels als een secundaire weg II (de R41 rond Aalst centrum van de N9 tot aan de Heilig Hart kerk). De N45 (primaire weg I) en de N9 (secundaire weg I) vormen de belangrijkste invalswegen op deze zuidwestelijke tand van de vorkstructuur. Het zuidoostelijk deel van de ring wordt deels geselecteerd als primaire weg II (de N45 buiten Aalst centrum van de A10 tot de N9), deels als secundaire weg II (N9/R41 rond Aalst centrum van de N45 tot de N411). De N9 (secundair II) is de belangrijkste invalsweg op deze zuidoostelijke tand van de vorkstructuur. Aalst centrum wordt zuidelijk begrensd door de N9 (secundair II), welke de 2 vorken daar verbindt. Het deel van de R41 tussen de 2 noordelijke uiteinden van de vork wordt geselecteerd als een lokale weg I (lokale verbindingsweg), evenals de N411 en de weg richting Lebbeke. Het is dus niet de bedoeling dat doorgaand bovenlokaal verkeer een volledige ring kan rond maken: doorgaand verkeer moet een keuze maken tussen de zuidoostelijke en zuidwestelijke vork. Algemene visie van het Mobiliteitsplan in relatie met de algemene visie van het Masterplan: Er wordt in het beleidsscenario uit het mobiliteitsplan van Aalst geopteerd voor duurzame mobiliteit en duurzame leefbaarheid in Aalst. Een capaciteitsverhoging van het wegennet past hier dan ook niet in, wel een stimulering van het fiets- en/of openbaar vervoergebruik. In functie hiervan moeten enerzijds fietsroutes en stallingsvoorzieningen prioritair uitgebouwd worden, anderzijds kan een optimalisering van het spoor- en busvervoer de basismobiliteit garanderen. We denken hierbij aan het voorstel GEN, waarbij de frequentie van het treinverkeer wordt verhoogd, en een goede doorstroming van het busverkeer van en naar de belangrijke polen van Aalst; de scholen en ziekenhuizen. Voor het autoverkeer wordt het gedifferentieerd parkeerbeleid verder doorgevoerd, waarbij de langparkeerders verder van het centrum terecht kunnen, in het centrum is plaats voor kortparkeerders en bewonersparkeren. Hierdoor kan de vervoerswijzekeuze beïnvloed worden. Aan de huidige pendelparking aan het station kan parkeren in functie van een gemengd project (dag/ avond activiteiten zoals kantoren, congrescentrum, bioscoop, ) en in functie van omwonenden gerealiseerd worden. Voor een vlotte verkeersafwikkeling vanuit Aalst-centrum naar het hoofdwegennet toe moet een verbinding tussen dit centrum en de 2 vorken voorzien worden. Concreet gebeurt dit door het verkeer in het centrum van Aalst te verzamelen op de lokale verzamelwegen (lokaal II), en dan via tussenverbindingen (eveneens lokaal 2) naar de 2 vorken te leiden. Het netwerk van de lokale wegen II, zoals voorgesteld in het mobiliteitsplan kan geïnterpreteerd worden als een verruiming van de huidige Wallenring naar de overkant van de Dender toe: op die manier worden de kaaien tussen de Zwartehoekbrug en de Zeebergbrug bij de Wallenring betrokken. De Esplanadestraat/Vaartstraat en Burchtstraat, welke tot de huidige Wallenring behoren, worden geselecteerd als lokale ontsluitingsweg. Voor de St-Annabrug betekent dit dat de verkeersfunctie wordt afgebouwd en prioriteit wordt gegeven aan de voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer. De verbindingen tussen deze verruimde Wallenring en de vorkstructuur gaan via volgende lokale wegen II: de Geeraardsbergsestraat, Meisstraat/Binnestraat, Sint Jobstraat/Kalfstraat, Uit Mobiliteitsplan Aalst april 2003 ONTSLUITING STATIONSGEBIED 2.3 2 Gentsestraat/Vlaanderenstraat en de Dendermondsesteenweg.
WALLENRING: PROBLEEMSTELLING De oude Wallen rond het historische stadscentrum groeiden uit tot een verkeersring. Ook nu nog is het een logisch principe als ontsluiting van het commerciële centrum. De verschillende pleinen langsheen de ring worden hierbij gebruikt als randparkings. Het verkeerscirculatieplan, dat in 1995 werd opgesteld als onderdeel van het verkeersleefbaar heidsplan, richt zich op een dubbele ringstructuur, waarbij de regionale verkeersstromen enkel de ring gebruiken, en het autoluwe centrum ontsloten wordt vanuit invalswegen die eindigen op de Wallenring. Het benadrukt de Wallenring binnen zijn huidige vorm als kleine ring, en voert hierop een systeem van éénrichtingsstraten in, om de verkeerscirculatie te regulariseren. 8 jaar later zijn er verschillende knelpunten op en rond de Wallenringen. Tijdens de spitsuren is deze onderhevig aan congestie en verloopt de verkeersafwikkeling erg moeizaam. De druk op het centrum verhoogt en tevens is er een verschuiving naar rechteroever merkbaar. Het is hierbij essentieel dat de Wallenring deze verschuiving volgt en zich verruimt over de Dender en spoorwegberm, waarbij linker- en rechterover verbonden worden in plaats van afgesneden. Bestaande Wallenring AUTOVERKEER: DE VERRUIMDE WALLENRING 2. 3 3 De circulatie moet worden geoptimaliseerd waarbij het doorgaand verkeer nog meer moet geconcentreerd worden op een beperkt aantal wegen. Knooppunten moeten verschoven worden waardoor pleinen weer verblijfsgebied kunnen worden, in plaats van verkeerstechnische eilanden. De bruggen worden ingeschakeld in een passage die éénrichting is, waarbij de omliggende kruispunten vereenvoudigd worden en er zo een doorstroming kan gegarandeerd worden.
EERSTE UITBREIDING WALLENRING Het autonetwerk dat in het masterplan wordt voorgesteld is afgestemd op de principes uit het mobiliteitsplan. Volgende 2 uitgangspunten worden gehanteerd: - de Wallenring wordt uitgebreid naar de Pierre Corneliskaai - m.b.t. de verkeerscirculatie wordt uitgegaan van een systeem waarbij het autoverkeer via de St.-Annabrug stadsuitwaarts rijdt, via de Zwartehoekbrug stadinwaarts, zodat de knoop ter plaatse van het Werfplein ontward kan worden. De enkele rijrichting in de Vaartstraat en Esplanadestraat wordt omgekeerd naar de St.-Annabrug toe. Het autoverkeer kan via de Esplanadestraat/Vaartstraat zo de St.-Annabrug bereiken, zodat de idee van de Wallenring behouden blijft. Vanaf de Burchtstraat kan het autoverkeer enkel de St.-Annabrug op, en niet in de Vaartstraat rijden. Op lange termijn kan geëvolueerd worden naar het scenario uit het mobiliteitsplan, waarbij ook verkeer via de Burchstraat ontmoedigd wordt, en de Wallenring via de Zeebergbrug gaat. In de Nijverheidstraat wordt enkel plaatselijk verkeer (vanaf de Werf) toegelaten. Aan de overkant van de Dender (Werf rechteroever) wordt vanaf de St.-Annabrug de Wallenring verder gezet via de Pierre Corneliskaai: deze beweging vormt dan ook de hoofdrichting, waarop de andere richtingen aansluiten. Via de Zwartehoekbrug kan het autoverkeer terug de Dender over (enkel stadinwaarts ). AUTOVERKEER: DE VERRUIMDE WALLENRING 2. 3 4 Verruimde Wallenring op korte termijn: - via Burchtstraat naar Pierre Corneliskaai - St Annabrug enkel staduitwaarts - Zwartehoekbrug enkel stadinwaarts - Esplanadestraat en Vaartstraat éénrichting omgedraaid
TWEEDE UITBREIDING WALLENRING In het masterplan wordt er voorlopig van uitgegaan dat de Burchtstraat en St.-Annabrug nog onderdeel van de Wallenring zijn, daar waar volgens het Mobiliteitsplan de Wallenring via de Zeebergbrug naar de overkant van de Dender wordt gebracht. Dit kan echter beschouwd worden als een alternatief op middellange termijn, in afwachting van een nieuwe Zeebergbrug en ontwarring van de knoop ter hoogte van Zeebergbrug/Nichelstraat. Tot dan wordt de Wallenring via de St.-Annabrug naar de overkant van de Dender gebracht. AUTOVERKEER: DE VERRUIMDE WALLENRING 2. 3 5 Verruimde Wallenring op lange termijn
AANPASSINGEN AUTOVERKEER nieuwe invalsweg over de Tragel Zwartehoekbrug enkel stadinwaarts Verruimde Wallenring op korte termijn: via Burchtstraat naar Pierre Corneliskaai Verbrede en heraangelegde Denderstraat tpv de pendelparking-zone als deel van de Wallenring Bauwensplein onderbroken circuit van éénrichtingsstraten Stationsplein onderbroken Nijverheidsstraat enkel plaatselijk verkeer Molendries autoluw, éénrichtingsverkeer IJzerenwegstraat afgesloten woonstraat Nieuwe St. Annabrug enkel staduitwaarts AUTOVERKEER: DE VERRUIMDE WALLENRING 2. 3 6 Esplanadestraat en Vaartstraat éénrichting omgedraaid naar Werf
PARKEREN De voorstellen in het masterplan willen dit parkeerbeleid ondersteunen. Aan de huidige pendelparking wordt een gemengd project uitgebouwd, met een parkeergebouw met 900-1000 plaatsen welke gebruikt wordt door reizigers, bewoners, voor de nieuwe (dag/avond) activiteiten aan het station en als centrumparking voor bezoekers. Dit aantal is bepaald in overleg met de betrokken actoren en in functie van de voorziene ontwikkelingen aan het station. Uiteraard betekent het voorzien van dergelijke parking een herorganisatie van de huidige parkeervoorzieningen in Aalst en is het niet meer de bedoeling dat langparkeerders nog in de straten rond het station parkeren. In het parkeerbeleid dat de stad voert moet hier rekening mee gehouden worden. Algemene visie van het mobiliteitsplan in relatie met de algemene visie van het masterplan: Voor het parkeren worden binnen de Wallenring enkel parkings voor kortparkeren en bewoners voorzien, aan de rand van het centrum parkings voor bezoekers en randparkings voor langparkeerders in de nabijheid van de ring. De parking aan het station kan in de toekomst een aanvullende rol hebben als centrumparking ( s avonds en in het weekend). Om de ontsluiting van de pendelparking optimaal te doen functioneren wordt een nieuwe weg over de Tragel aangelegd, welke grotendeels los van de Wallenring kan functioneren. Deze Tragelweg sluit aan op de bestaande Dendermondsesteenweg en op de Denderstraat aan de toegangsweg tot de pendelparking. In een verdere ontwikkeling moet aandacht gegeven worden aan deze twee nieuwe knooppunten: de Dendermondsesteenweg blijft een voorrangsbaan, en er moet onderzocht worden of een verkeerseiland voldoende is aan het kruispunt Dendermondsesteenweg - Nieuwe Tragelweg of dat hier alsnog verkeerslichten moeten worden voorzien. Dit kan beslist worden aan de hand van microsimulaties of na analyse van de gerealiseerde toestand. Tot slot dient nog vermeld te worden dat aan het postgebouw een niet-openbare parking van maximum 200 plaatsen voorzien wordt, dit in overleg met de betrokken actoren. Deze parkeerplaatsen zijn bedoeld voor de bewoners en functies in het postgebouw en omgeving. Uit Mobiliteitsplan Aalst april 2003 PARKEREN 2.37
BUSVERKEER In het masterplan wordt het busstation geheel in de Nijverheidsstraat voorzien. De bestaande perrons op het Stationsplein moeten verdwijnen zodat opnieuw een echt multifunctioneel plein kan ontstaan. Het nieuwe busstation wordt dynamisch in de verruimde Wallenring geschakeld via de lus Nijverheidsstraat / A.Liénartstraat / Vaartstraat / Werfplein, en wordt als dusdanig (net als het treinstation) in het centrum geïntegreerd. Indien op lange termijn de Wallenring via de Zeebergbrug zou gaan zoals voorgesteld in het mobiliteitsplan, dan is het nog steeds de bedoeling dat het busverkeer via de St.-Annabrug wordt geleid. Uit Mobiliteitsplan Aalst april 2003 BUSVERKEER 2.3 8 Algemene visie van het mobiliteitsplan in relatie met de algemene visie van het masterplan: In het kader van de basismobiliteit zal ook het busvervoer opgewaardeerd worden. In het mobilteitsplan worden een heleboel structurele verbeteringen voorgesteld, o.a. het creëren van een dicht net van stadslijnen tussen de verschillende woonwijken en het centrum, en het doorverbinden van regionale lijnen naar de ziekenhuizen. Uiteraard moet de doorstroming van de bus gegarandeerd worden, om concurrentieel te kunnen zijn met de auto. De bestaande lijnvoering wordt hiertoe behouden en opgewaardeerd (bijv. ook over de huidige Wallenring). In de stationsomgeving moet prioriteit gegeven worden aan vlot busvervoer, de omgeving van de St.-Annabrug zal heringericht worden waarbij prioriteit wordt gegeven aan een vlotte doorstroming van het openbaar vervoer en ontmoediging van het autoverkeer.
BESTAANDE SITUATIE Knelpunten afwikkeling busverkeer in het stationsgebied Aalst: Deel Stationsplein: - Het busstation maakt van dit plein een verkeerstechnisch plein zonder verblijfskwaliteit Deel Nijverheidsstraat: - Niet dynamisch en accomodatie verouderd - Infrastructuur niet flexibel - Bussen vaak vertraagd door congestie in het centrum en op de invalswegen BUSVERKEER 2. 3 9 NB. Het busstation op het Stationsplein werd in september 2003 heraangelegd: de perrons werden namelijk verbreed en verlegd.
VOORSTEL NIEUW BUSSTATION Om een vlotte doorstroming van het busvervoer te garanderen wordt het busverkeer, in tegenstelling tot het autoverkeer, in twee richtingen over de Zwartehoekbrug en de St.-Annabrug toegelaten (hiervoor wordt een eigen busbaan voorzien). In functie van de ontsluiting van het busstation wordt via Werf, Albert Liénartstraat en Vaartstraat een circulatie in enkele richting en tegenwijzerszin vooropgesteld (tegelijk wordt binnen het autonetwerk het gebruik van deze wegen ontmoedigd). Bussen komende van de Zwartehoekbrug kunnen dus uiteindelijk via de Pierre Corneliskaai/Werf het busstation bereiken. Bussen komende van de St.Annabrug of de Burchtstraat kunnen via de Werf het busstation bereiken. Alle bussen die wegrijden van het Station gaan via de rand van het Stationsplein, richting Albert Liénartstraat/Vaarstraat (enkel richting) of via de Stationstraat. Bussen komende van de Vaarstraat kunnen zowel richting Burchtstraat als richting St.-Annabrug. nb: Het exploitatieplan is gebaseerd op het voorstel van De Lijn van 6 oktober 2003, wat nog geen definitieve toestand is die nog aangepast kan worden. Stadslijnen BUSVERKEER 2. 4 0 Streeklijnen
SPOORVERKEER M.b.t. tot het masterplan is de rol van het station als aantrekkingspool van belang: goede en voldoende parkeeraccomodatie, voldoende grote, uitgeruste en overdekte fietsenstallingen, en een goede link tussen busstation en treinperrons. Door de centrale ligging in Aalst en de vertrek- en aankomstfunctie is een volwaardige integratie in de rest van het centrum van belang. Algemene visie van het mobiliteitsplan in relatie met de algemene visie van het masterplan: In het mobiliteitsplan worden een aantal verbeteringen aan het spooraanbod voorgesteld: verhoging aanbod Brussel-Aalst, doortrekken van de trein Aalst-Brussel naar Zottegem en de opwaardering van het spoor als voorstadverbinding vanuit de regio naar Aalst toe. Om de rol van aantrekkingspool waar te maken worden een aantal complementaire voorzieningen ingeplant. De vlotte bereikbaarheid en multimodale uitwisseling wordt o.a. gegarandeerd door het nieuwe parkeergebouw, 2 kiss and ride en 1 park and ride-parkings te voorzien (alzijdig: op het Stationsplein, Denderplein en aan de Pierre Corneliskaai aan de voetgangersbrug naar het Denderplein), fietsenstallingen in te planten op loopafstand van het treinstation en het busstation. Vanuit het nieuwe busstation in de Nijverheidsstraat kunnen de perrons bereikt worden via een nieuwe tweede voetgangersdoorsteek onder de sporen, welke zich op loopafstand bevindt. In het masterplan wordt het station in het centrum geïntegreerd door het binnen de verruimde Wallenring te brengen, en het te richten naar de 2 stadsdelen ten noorden en ten zuiden van de Dender via het nieuwe Denderplein en het her aan te leggen Stationsplein. De verblijfsfunctie van deze pleinen moet primeren op de verkeersfunctie. Uit Mobiliteitsplan Aalst april 2003 SPOORVERKEER 2.41
FIETSVERKEER In het fietsnetwerk zijn drie trajecten als hoofdroute geselecteerd: de trekweg van de Dender en de fietsverbindingen op de afgeschafte spoorlijnen Aalst - Gijzegem en Aalst - Opwijk. Binnen het Masterplan wordt het fietsverkeer zoveel mogelijk betrokken op de Denderesplanade. Algemene visie van het Mobiliteitsplan in relatie met de algemene visie van het Masterplan: Aan het openbaar vervoer en het fietsverkeer wordt veel aandacht besteed in functie van een verhoogde verkeersleefbaarheid en verkeersveiligheid, en meer algemeen als onderdeel van het streven naar een meer duurzame vorm van mobiliteit in Aalst. Een veilig en comfortabel ingericht fietsroute netwerk is dan ook van belang, zodat het fietsgebruik een aantrekkelijk alternatief kan bieden voor verplaatsingen over een kortere afstand, welke momenteel vaak per auto gebeuren. Het provinciaal fietsroute netwerk en de aanvullingen op gemeentelijk niveau worden behouden en geoptimaliseerd. M.b.t. de stationsomgeving wordt zo de aanleg van een fietsverbinding langs de Denderoever benadrukt, een verbinding tussen spoorpad en Tragel. Complementair bij de fietsroutes en in de nabijheid van belangrijke lokale en bovenlokale attractiepolen moeten goede en comfortabele fietsstallingen voorzien worden. Uit Mobiliteitsplan Aalst april 2003 FIETSVERKEER 2.42
VOORSTEL VERBETERING FIETSVERKEER Een nieuwe voetgangers - en fietsersbrug die aansluit op het Denderplein met de nieuwe onderdoorgang, vormt een nieuwe link tussen linkeren rechteroever. De regionale fietsroute die binnenkomt langs de Frits De Wolfkaai, wordt nu ongelukkig afgebogen naar het centrum. De nieuwe St.-Annabrug voorziet tevens een aparte fietsbaan, die aantakt op nieuwe fietspaden op de Werf. Probleem blijft hier echter de onderdoorgang onder de sporen langs de Dender, die zeer smal is. Langsheen de Denderesplanade kan de fietsroute eveneens worden doorgetrokken langs de Pierre Corneliskaai, om zo via de fietsersbrug langsheen de wandelboulevard naar de Tragel door te lopen. Op het Denderplein takt de brug aan op de passage onder de sporen, een nieuwe link naar het centrum van Aalst. Fietsenstallingen worden voorzien op strategische plaatsen ten opzichte van het trein- en busstation. Verder kunnen fietsenstallingen ingeplant worden nabij scholen, ziekenhuizen, openbare gebouwen,... en eventueel bij de centrumparkings. FIETSVERKEER 2. 4 3 De straten die deel uitmaken van de Wallenring worden door de fietsers in beide richtingen gebruikt en worden waar nodig uitgerust met aparte fietsvoorziening. In verblijfsgebied (bijv. binnen de Wallenring) kan het verkeer gemengd worden afgewikkeld.
VOETGANGERSVERKEER Uit Mobiliteitsplan Aalst april 2003 VOETGANGERSVERKEER 2.4 4 Algemene visie van het Mobiliteitsplan in relatie met de algemene visie van het Masterplan:Het gebied rond de Wallenring moet verder ingericht worden in functie van de voetganger. Bovendien moeten expliciet 3 zones volwaardig geïntegreerd worden in het voetgangersgebied: de keizershallen, de stationsomgeving, uitbouw van de voetgangersas station-esplanadeplein-kattestraat en StationKapellestraat-Grote Markt, en de rechteroever (het creëren van een aantrekkelijk en aansluitend circuit van de Molenstraat over de St.-Annabrug naar omgeving Moorselbaan/Hoveniersplein). Door de Wallenring te verruimen naar de noordzijde van de Dender, wordt de stationsomgeving meer geïntegreerd in het centrumgebied. De Werf, Vaartstraat en Esplanadestraat kan dan veel verkeersluwer worden. De barrièrewerking ter hoogte van de Dender wordt beperkt door het knooppunt rond de werf en de St.-Annabrug uit te werken in functie van voetganger, fietser en openbaar vervoer.
VOORSTEL VERKEERSLEEFBAARHEID EN VERBLIJFSRUIMTE In de stedelijke structuur wordt kwalitatieve verblijfsruimte gecreëerd, die zich duidelijk onderscheidt van de verkeerszones. Het werfplein wordt zodanig ingericht dat grote delen echt als verblijfsplein kunnen worden aangelegd (bijv. voor terrassen, een voorhof aan het Postgebouw,...). Hetzelfde geldt voor het Denderplein en het Stationsplein, waar het verkeer naar de randen wordt verschoven. Verschillende straten worden verkeersluw heringericht. Het onderscheid tussen verkeers- en verblijfsgebied moet tot uiting komen in de concrete aanleg (vorm, materiaal-, en kleurgebruik). In die zin zou het interessant zijn een codex voor de aanleg van openbare ruimten in Aalst aan te maken, waarin een aantal te respecteren principes aangaande vorm-, materiaal- en kleurgebruik kunnen worden vastgelegd. VOETGANGERSVERKEER 2. 4 5 Een aantal bijkomende short cuts voorzien (bijv. bijkomende voetgangersbrug, verbinding tussen Vaartstraat en Nijverheidsstraat via project op de Post), zodat fietsers en voetgangers de snelste en meest efficiënte route kunnen kiezen. Onder de sporen wordt een extra voetgangerstunnel voorzien.