HANDBOEK SYNCHROONZWEMMEN 2013-2017 november 2014 1
AGE-GROUP I, Age I diploma Figuren leeftijdsgroep 12 en jonger Verplichte figuren 1. 101 Balletbeen 1.6 2. 301 Barracuda 2.0 Geloot Groep 1 3. 439 Oceanita 1.9 4. 362 Oppervlakte garnaal 1.4 Groep 2 3. 311 Kiep 1.8 4. 360 Overslag voorover 2.1 Groep 3 3. 349 Toren 1.9 4. 406 Zwaardvis overslag 2.0 november 2014 2
Verplichte figuren 101 Balletbeen Ballet leg single 1.6 Totaal NVT 10.5 11.0 11.0 10.5 43 PV 2.44 2.56 2.56 2.44 Een balletbeen wordt aangenomen. Van balletbeen naar gestrekte ligging op de rug. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14b Gebogen kniehouding op de rug (bent knee back layout position) - Het lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been is gebogen met de teen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 3a Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 1 Het aannemen van een balletbeen (to assume a ballet leg) - Begin in de gestrekte ligging op de rug. Eén been blijft gedurende de gehele beweging aan de - De voet van het andere been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been ingetrokken tot gebogen kniehouding op de rug. - De knie wordt, zonder beweging van het dijbeen, gestrekt tot balletbeenhouding. 2 Van balletbeen naar gestrekte ligging op de rug (to lower a ballet leg) - Het balletbeen wordt gebogen, - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug. - Zie bh 14b gebogen kniehouding op de rug. De teen van het gebogen been blijft in contact met het gestrekte been. Minimaal zakken van de heupen. Positie zolang aanhouden dat accuraatheid en controle zichtbaar is. - Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant terwijl de balletbeenhouding wordt aangenomen. De beweging wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - In basishouding 1 gestrekte ligging op de rug. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van figuur. Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Oor, schouder, heup en enkel op een zo horizontaal mogelijke lijn. - Een hoek van 90 tussen bovenbeen en de waterspiegel en zoveel mogelijk 90 tussen bovenbeen en romp. Op maximale hoogte, zodat er lucht is tussen de achterkant dijbeen en de kuit van de gebogen knie t.o.v. de - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. - De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant terwijl de gebogen kniehouding op de rug wordt november 2014 3
14b Gebogen kniehouding op de rug (bent knee back layout position) 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) zonder beweging van het dijbeen naar een gebogen kniehouding op de rug. - De teen van het gebogen been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been bewogen tot gestrekte ligging op de rug. aangenomen. - Tijdens deze beweging maximale hoogte en gestrektheid aanhouden tot en met de gestrekte ligging op de rug. De beweging wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. november 2014 4
301 Barracuda Barracuda 2.0 Totaal NVT 13.0 37.0 14.0 64 PV 2.03 5.78 2.19 Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het lichaam onder water gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de thrust. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 11 Gehoekte-houding achterover (back pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een scherpe hoek van 45 of minder. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het lichaam naar beneden gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de 9 Thrust (thrust) - Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen loodrecht op de waterspiegel wordt een snelle opwaartse beweging gemaakt. - Benen en heupen gaan verticaal naar boven, terwijl het lichaam afrolt tot verticale houding. - Maximale hoogte wordt vereist. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Vanuit de gestrekte ligging op de rug naar de gehoekte houding achterover komen de heupen direct onder het punt waar de heupen waren in de gestrekte ligging op de rug. - Benen zo dicht mogelijk bij de borst, terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft. - Volledige strekking van benen, enkels en voeten. - Rug gestrekt met oor, schouder, midden rompzijde en heup in één lijn. - Zie bh 11 gehoekte houding achterover. Voordat de afrolactie begint mag de eenmaal aangenomen hoek niet meer veranderen. Het afrollen start met de tenen net onder de - Zie bh 6 verticale houding. Het lichaam rolt onder de benen en neemt een verticale houding aan langs dezelfde loodlijn van de benen in de gehoekte houding achterover. - Scheppen moet worden afgestraft, Dit is een truc om snel omhoog te komen. Benen moeten de lijn volgen die in reglement wordt omschreven. Uitgaan van perfectie. - Zichtbare versnelling in de beweging moet aanwezig zijn. - Maximale hoogte en verticale houding gelijktijdig bereiken. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. 10 Verticaal ondergaan (vertical - Zie bh 6 verticale houding. november 2014 5
descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Tempo van neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de thrust. november 2014 6
Geloot Groep 1 439 Oceanita Oceanita 1.9 Totaal NVT 19.5 21.5 14.0 55 PV 3.55 3.91 2.55 Vanuit de gestrekte ligging op de rug wordt een Nova (435) uitgevoerd tot de oppervlakteboog gebogen kniehouding. De benen worden gelijktijdig omhoog gebracht tot verticale houding, waarbij de teen van het gebogen been langs de binnenzijde van het verticale been beweegt. Eindigen met verticaal ondergaan. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14d Oppervlakteboog gebogen kniehouding (bent knee surface arch position) - Het lichaam in oppervlakteboog. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 14 Dolfijn (dolphin) Een dolfijn wordt ingezet totdat de heupen bijna ondergaan De heupen, benen en voeten gaan door langs de waterspiegel terwijl de rug verder wordt holgetrokken tot oppervlakteboog gebogen kniehouding De benen worden gelijktijdig omhoog gebracht tot verticale houding 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Tijdens de beweging van gestrekte ligging op de rug naar oppervlakteboog gebogen kniehouding blijven de heupen aan de - Constante gelijktijdige beweging, heuphoogte constant, heupen in een horizontale lijn. - Zie basishouding 13 oppervlakteboog. - Lucht tussen achterkant dijbeen en kuit van de gebogen knie t.o.v. de waterspiegel is wenselijk. - Heupen en schouders blijven in een horizontale lijn gedurende de lift - Gebogen been bereikt verticaal gelijktijdig met de voltooiing van het aansluiten van de voeten.gebogen been wordt gelijktijdig gestrekt en in hetzelfde tempo en afstand als dat het gestrekte been wordt opgetild naar verticale houding. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 7
362 Oppervlaktegarnaal Surface prawn 1.4 Totaal NVT 12.0 12.0 7.0 0.0 31 PV 3.87 3.87 2.26 0.0 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén voet beweegt in een horizontale boog van 180 aan de waterspiegel naar spagaathouding. De benen worden aangesloten tot een verticale houding op enkelhoogte. Eindigen met verticaal ondergaan. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. Een voet beweegt in een horizontale boog van 180 langs de waterspiegel naar spagaathouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - Constante hoogte en beweging naar spagaathouding. De romp behoudt zijn verticale lijn, met de heupen en schouders recht. Voet van het liggende been blijft aan de Voet van het bewegende been is aan en niet boven de - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. november 2014 8
16a Spagaathouding (split position) - Benen zijn droog aan de 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. De benen worden aangesloten tot verticale houding op enkelhoogte 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - beide benen bereiken gelijktijdig de bh 6 verticale houding. - terwijl de benen worden aangesloten blijven beide benen op enkelhoogte. - Heupen moeten altijd zakken. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 9
Geloot Groep 2 311 Kiep Kip 1.8 Totaal NVT 4.0 10.0 23.0 14.0 51 PV 0.78 1.96 4.51 2.75 Vanuit een gestrekte ligging op de rug wordt een gedeeltelijke salto achterover gehurkt uitgevoerd, totdat de onderbenen loodrecht op de waterspiegel staan. De romp wordt afgerold, terwijl de benen worden gestrekt, tot verticale houding midden tussen de voormalige verticale lijn door de heupen en die door het hoofd en onderbenen. Eindigen met verticaal ondergaan. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 9 Gehurkte houding (tuck position) - Lichaam zo klein mogelijk, rug gekromd en benen tegen elkaar. - Hielen zo dicht mogelijk bij het zitvlak. - Hoofd zo dicht mogelijk bij de knieën. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de knieën en tenen langs de waterspiegel bewogen tot gehurkte houding In een doorgaande beweging wordt de gehurkte houding nog compacter, terwijl het lichaam een gedeeltelijke salto achterover gehurkt maakt totdat de onderbenen loodrecht op de waterspiegel staan. De romp wordt afgerold, terwijl de benen worden gestrekt tot verticale houding, midden tussen de voormalige verticale lijn door de heupen en die door het hoofd en onderbenen. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Benen worden richting de borst ingetrokken om een compacte gehurkte houding aan te nemen. - Eénmaal de beweging ingezet blijft deze doorgaan tot uniform motion. - Benen dicht tegen de voorzijde van de romp aan. - Compacte gehurkte houding. Hielen zo dicht mogelijk bij het zitvlak. - Kin ingetrokken. Oren in een natuurlijke lijn van de curve van de wervelkolom. - Het hoofd wordt een deel van de compacte gehurkte houding als de rol is ingezet. - Constante hoogte tijdens het omrollen. - De kwart salto is beëindigd als de schenen loodrecht op de waterspiegel staan. Tijdens deze beweging blijft de gehurkte houding compact. - De onderbenen blijven verticaal als het lichaam wordt gestrekt naar de verticale houding. Niet eerst het hoofd naar achteren en dan uitstrekken naar verticale houding. - De verticale houding en maximale hoogte worden gelijktijdig bereikt. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk november 2014 10
gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 11
360 Overslag voorover Walkover front 2.1 Totaal NVT 12.0 21.0 24.0 11.0 68 PV 1.76 3.09 3.53 1.62 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén been gaat in een boog van 180º over de waterspiegel tot spagaathouding. Eindigen met overslag voorover. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen 16a Spagaathouding - Benen zijn droog aan de waterspiegel 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. Eén been gaat in een boog van 180 over de waterspiegel tot spagaathouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - Constante hoogte en beweging naar spagaathouding. De romp behoudt zijn verticale lijn, met de heupen en schouders recht. Voet van het liggende been blijft aan de - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. november 2014 12
13 Oppervlakteboog (surface arch position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Benen tegen elkaar en aan de 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 6 Overslagen (walkouts) - Deze bewegingen beginnen vanuit spagaathouding, tenzij de omschrijving van de figuren anders aangeeft. - De heupen blijven op de plaats, wanneer één been in een boog over de waterspiegel gaat en bij het andere been aansluit. 6a Overslag voorover (walkout front) - Het voorliggende been wordt opgetild in een 180 boog over de waterspiegel en sluit aan bij het andere been tot oppervlakteboog en in een doorgaande beweging wordt de oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug uitgevoerd. 5 Van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug (arch to back layout finish action) - Vanuit de oppervlakteboog komen, heupen, borst en gezicht op hetzelfde punt aan de oppervlakte, totdat de gestrekte ligging op de rug is bereikt. - De beweging eindigt wanneer het hoofd op de plaats komt, waar de heupen zich bevonden, voordat de beweging werd ingezet. - Heuphoogte constant en zo dicht mogelijk bij de - Het been dat een boog over het water maakt beweegt in een gelijkmatig tempo. - Benen blijven volledig gestrekt. - Romp blijft in dezelfde positie totdat de voeten bij elkaar zijn. - Een duidelijke oppervlakteboog moet te zien zijn voordat het lichaam naar de waterspiegel komt en zich begint te strekken. - De voeten beginnen pas te bewegen langs de waterspiegel als de voeten bij elkaar zijn. - Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5 van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug. - Heupen op één horizontale lijn, schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. Hoofd (met name de oren) in lijn met de schouders. - Volledige gestrektheid van de benen met de dijen en voeten aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de waterspiegel en knieën gestrekt. - Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe boog in onderrug. Het lichaam strekt en beweegt zich gelijktijdig richting de waterspiegel tot gestrekte ligging op de rug is aangenomen. Volledige gestrektheid van het lichaam tijdens de gehele beweging. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. november 2014 13
Geloot Groep 3 349 Toren Tower 1.9 Totaal NVT 12.0 13.5 18.5 14.0 58.0 PV 2.07 2.33 3.19 2.41 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt omhoog gebracht naar verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met - een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. Eén been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding Het horizontale been wordt aangesloten tot vertical houding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - Hoogte en verticale lijn van de romp blijven gehandhaafd. Duidelijke stabiliteit en controle. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden. - Constante hoogte tijdens het aansluiten. - Romp en het verticale been handhaven de verticale lijn. - Lichaam volledig gestrekt. november 2014 14
waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 15
406 Zwaardvis overslag Swordfish straight leg 2.0 Totaal NVT 30.0 24.0 11.0 65 PV 4.62 3.69 1.69 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt de rug holgetrokken, terwijl een been een boog van 180º over het water beschrijft tot spagaathouding. Eindigen met overslag voorover. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen 16a Spagaathouding - Benen zijn droog aan de waterspiegel Vanuit de gestrekte ligging op de borst wordt de rug holgetrokken, terwijl één been een boog van 180 over het water beschrijft tot spagaathouding 6 Overslagen (walkouts) - Deze bewegingen beginnen vanuit spagaathouding, tenzij de omschrijving van de figuren anders aangeeft. - De heupen blijven op de plaats, wanneer één been in een boog over de waterspiegel gaat en bij het andere been aansluit. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. Gelijktijdig optillen van het been en het zakken van het lichaam, de voet van het bewegende been wordt opgetild van het wateroppervlakte terwijl het hoofd onderwater gaat. Constante hoogte met de heupen als draaipunt. Hoofd komt in lijn onder de heupen terwijl de voet van het bewegende been de waterspiegel bereikt. Maximale hoogte en uniform motion terwijl het bewegende been de spagaathouding bereikt Het niet bewegende been blijft aan de - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. - Heuphoogte constant en zo dicht mogelijk bij de - Het been dat een boog over het water maakt beweegt in een gelijkmatig tempo. - Benen blijven volledig gestrekt. - Romp blijft in dezelfde positie totdat de voeten bij elkaar zijn. - Een duidelijke oppervlakteboog moet november 2014 16
13 Oppervlakteboog (surface arch position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Benen tegen elkaar en aan de 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 6a Overslag voorover (walkout front) - Het voorliggende been wordt opgetild in een 180 boog over de waterspiegel en sluit aan bij het andere been tot oppervlakteboog en in een doorgaande beweging wordt de oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug uitgevoerd. 5 Van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug (arch to back layout finish action) - Vanuit de oppervlakteboog komen, heupen, borst en gezicht op hetzelfde punt aan de oppervlakte, totdat de gestrekte ligging op de rug is bereikt. - De beweging eindigt wanneer het hoofd op de plaats komt, waar de heupen zich bevonden, voordat de beweging werd ingezet. te zien zijn voordat het lichaam naar de waterspiegel komt en zich begint te strekken. - De voeten beginnen pas te bewegen langs de waterspiegel als de voeten bij elkaar zijn. - Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5 van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug. - Heupen op één horizontale lijn, schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. Hoofd (met name de oren) in lijn met de schouders. - Volledige gestrektheid van de benen met de dijen en voeten aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de waterspiegel en knieën gestrekt. - Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe boog in onderrug. Het lichaam strekt en beweegt zich gelijktijdig richting de waterspiegel tot gestrekte ligging op de rug is aangenomen. Volledige gestrektheid van het lichaam tijdens de gehele beweging. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. november 2014 17
AGE-GROUP II, Age II diploma Figuren leeftijdsgroep 13,14,15 Verplichte figuren 1. 423 Ariana 2.2 2. 301e Barracuda spin down 360 2.2 Geloot Groep 1 3. 342 Reiger 2.1 4. 115 Catalina 2.3 Groep 2 3. 355h Bruinvis spin up 180 2.2 4. 140 Flamingo gebogen knie 2.4 Groep 3 3. 240a Albatros halve draai 2.6 4. 346 Zijzwaluwstaart spagaat 2.0 november 2014 18
Verplichte figuren 423 Ariana Ariana 2.2 Totaal NVT 16.0 21.0 9.0 24.0 11.0 81 PV 1.98 2.59 1.11 2.96 1.36 Een overslag achterover wordt uitgevoerd tot spagaathouding. In deze houding met de heupen zoveel mogelijk aan de waterspiegel roteren de heupen 180. Eindigen met overslag voorover. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 13 Oppervlakteboog (surface arch position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Benen tegen elkaar en aan de 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen. 16a Spagaathouding (split position) - Benen zijn droog aan de 14 Dolfijn (dolphin) wordt ingezet. Terwijl heupen, benen en voeten zich langs de waterspiegel blijven bewegen wordt de rug verder holgetrokken tot oppervlakteboog. Eén been beschrijft een boog van 180 over de waterspiegel tot spagaathouding. - In deze houding met de heupen zoveel mogelijk aan de waterspiegel roteren de heupen 180. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - doorgaande beweging richting oppervlakteboog. - Heupen op één horizontale lijn, schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. Hoofd (met name de oren) in lijn met de schouders. - Volledige gestrektheid van de benen met de dijen en voeten aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de waterspiegel en knieën gestrekt. - vanaf dat de benen bijna ondergaan wordt een spagaathouding aangenomen. - Constante hoogte en beweging naar spagaathouding. De romp behoudt zijn vertical lijn, met de heupen en schouders recht. - Voet van het liggende been blijft aan de oppervlakte. - Benen volledig gestrekt aan de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. - De voeten en bovenbenen aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de - De romp draait 180 om de lengteas, terwijl de benen horizontal roteren aan de wateroppervlakte. Met de hoogte en volledige strekking van de november 2014 19
16 spagaathouding (split position) 13 Oppervlakteboog (surface arch position) 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) 6a Overslag voorover (walkout front) - Het voorliggende been wordt opgetild in een 180 boog over de waterspiegel en sluit aan bij het andere been tot oppervlakteboog en in een doorgaande beweging wordt de oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug uitgevoerd. 5 Van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug (arch to back layout finish action) - Vanuit de oppervlakteboog komen, heupen, borst en gezicht op hetzelfde punt aan de oppervlakte, totdat de gestrekte ligging op de rug is bereikt. - De beweging eindigt wanneer het hoofd op de plaats komt, waar de heupen zich bevonden, voordat de beweging werd ingezet. spagaathouding gelijkblijvend. - Heuphoogte constant en zo dicht mogelijk bij de - Het been dat een boog over het water maakt beweegt in een gelijkmatig tempo. - Benen blijven volledig gestrekt. - Romp blijft in dezelfde positie totdat de voeten bij elkaar zijn. - Een duidelijke oppervlakteboog moet te zien zijn voordat het lichaam naar de waterspiegel komt en zich begint te strekken. - De voeten beginnen pas te bewegen langs de waterspiegel als de voeten bij elkaar zijn. - Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5 van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug. - Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe boog in onderrug. Het lichaam strekt en beweegt zich gelijktijdig richting de waterspiegel tot gestrekte ligging op de rug is aangenomen. Volledige gestrektheid van het lichaam tijdens de gehele beweging. november 2014 20
301e Barracuda spin down 360 Barracuda spin down 360 2.2 Totaal NVT 13.0 37.0 19.0 69 PV 1.88 5.36 2.75 Een barracuda wordt uitgevoerd tot verticale houding. De 360 schroef wordt uitgevoerd in hetzelfde tempo als de thrust om het figuur te beëindigen. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 11 Gehoekte-houding achterover (back pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een scherpe hoek van 45 of minder. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het lichaam naar beneden gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de 9 Thrust (thrust) - Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen loodrecht op de waterspiegel wordt een snelle opwaartse beweging gemaakt. - Benen en heupen gaan verticaal naar boven, terwijl het lichaam afrolt tot verticale houding. - Maximale hoogte wordt vereist. 13 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Vanuit de gestrekte ligging op de rug naar de gehoekte houding achterover komen de heupen direct onder het punt waar de heupen waren in de gestrekte ligging op de rug. - Benen zo dicht mogelijk bij de borst, terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft. - Volledige strekking van benen, enkels en voeten. - Rug gestrekt met oor, schouder, midden rompzijde en heup in één lijn. - Zie bh 11 gehoekte houding achterover. Voordat de afrolactie begint mag de eenmaal aangenomen hoek niet meer veranderen. Het afrollen start met de tenen net onder de - Zie bh 6 verticale houding. Het lichaam rolt onder de benen en neemt een verticale houding aan langs dezelfde loodlijn van de benen in de gehoekte houding achterover. - Scheppen moet worden afgestraft, Dit is een truck om snel omhoog te komen. Benen moeten de lijn volgen die in reglement wordt omschreven. Uitgaan van perfectie. - Zichtbare versnelling in de beweging moet aanwezig zijn. - Maximale hoogte en verticale houding gelijktijdig bereiken. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. november 2014 21
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven, worden schroeven in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - Een spin down is een neerwaartse schroef, die begint op het hoogste punt van de verticale houding en is voltooid als de hiel(en) de waterspiegel bereik(t)(en). - Tenzij anders omschreven wordt een schroef voltooid met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de schroef. 13eSpin down 360 (360 spin) - Een neerwaartse schroef met een rotatie van 360. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. - De rotatie moet precies 360 zijn. - Het einde van de rotatie moet worden aangegeven. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. -Tempo van neerwaartse beweging is gelijk aan het temp van de thrust. november 2014 22
Geloot Groep 1 342 Reiger Heron 2.1 Totaal NVT 12.0 12.0 5.0 30.0 10.0 69 PV 1.74 1.74 0.72 4.35 1.45 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gedeeltelijke salto voorover gehoekt uitgevoerd tot dubbel balletbeenhouding onder water. Eén been wordt gebogen met het onderbeen parallel aan de waterspiegel en het verticale been midden tussen knie en enkel, terwijl de romp zich naar dit been beweegt. Een thrust wordt uitgevoerd tot verticaal gebogen kniehouding, waarbij de voet van het gebogen been gelijktijdig met het omhoog gaan zich naar de binnenzijde van het verticale been beweegt. Eindigen met verticaal ondergaan in gebogen kniehouding in hetzelfde tempo als de thrust. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. 4 Van gehoekte houding voorover naar dubbelballetbeenhouding onder water (front pike position to assume a submerged ballet leg double position) - Vanuit een gehoekte houding voorover, deze positie vasthouden, maakt het lichaam een gedeeltelijke salto voorover om een horizontale as tot dubbel balletbeenhouding onder water. - Het zitvlak, benen en voeten bewegen naar beneden totdat de heupen op de plaats komen van het hoofd, voordat - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - Zie bh 10 gehoekte houding voorover. De 90 hoek blijft gehandhaafd tijdens de draai. - Zie bh 5b dubbel balletbeenhouding onder water. - Tijdens het uitvoeren van een gelijkmatige beweging blijven de houding en gestrektheid van het lichaam gehandhaafd. november 2014 23
5b Dubbel balletbeenhouding onder water (submerged ballet leg double position) - Romp en hoofd evenwijdig aan de - Hoek van 90 tussen de romp en de gestrekte benen. - Waterspiegel tussen knieën en enkels van de gestrekte benen 14c Verticaal gebogen kniehouding (bent knee vertical position) - Het lichaam in verticale houding met de teen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been aan de knie of dijbeen. deze beweging werd ingezet. Eén been wordt gebogen met het onderbeen parallel aan de waterspiegel en het verticale been midden tussen knie en tenen, terwijl de romp zich naar dit been beweegt. 9 Thrust (thrust) - Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen loodrecht op de waterspiegel wordt een snelle opwaartse beweging gemaakt. - Benen en heupen gaan verticaal naar boven, terwijl het lichaam afrolt tot verticale houding. - Maximale hoogte wordt vereist. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Oor, schouder en heup in één lijn. - Benen loodrecht op de waterspiegel - Waterhoogte van het verticale been blijft gehandhaaft. - Houding aangeven voordat doorgegaan wordt. - Zie bh 11 gehoekte houding achterover. Voordat de afrolactie begint mag de eenmaal aangenomen hoek niet meer veranderen. Het afrollen start met de tenen net onder de - Zie bh 6 verticale houding. Het lichaam rolt onder de benen en neemt een verticale houding aan langs dezelfde loodlijn van de benen in de gehoekte houding achterover. - Scheppen moet worden afgestraft, Dit is een truck om snel omhoog te komen. Benen moeten de lijn volgen die in reglement wordt omschreven. Uitgaan van perfectie. - Zichtbare versnelling in de beweging moet aanwezig zijn. - Maximale hoogte en verticale houding gelijktijdig bereiken. Verticale houding duidelijk aangeven voordat het zakken wordt ingezet. - In basishouding 6 verticale houding de uitlijning van de punten door het gestrekte been, de romp en het hoofd blijven gehandhaafd. - De teen van het gebogen been bevindt zich aan de binnenkant van het gestrekte been. Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Zie bh 6 verticale houding. - Het tempo van neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de thrust. -verticaal gebogen kniehouding handhaven. Snelheid en nauwkeuring/precies. november 2014 24
115 Catalina Catalina 2.3 Totaal NVT 10.5 11.0 24.0 18.5 14.0 78 PV 1.35 1.41 3.08 2.37 1.79 Een balletbeen wordt aangenomen. Een catalina draai wordt uitgevoerd. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14b Gebogen kniehouding op de rug (bent knee back layout position) - Het lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been is gebogen met de teen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 3a Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 1 Het aannemen van een balletbeen (to assume a ballet leg) - Begin in de gestrekte ligging op de rug. Eén been blijft gedurende de gehele beweging aan de - De voet van het andere been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been ingetrokken tot gebogen kniehouding op de rug. - De knie wordt, zonder beweging van het dijbeen, gestrekt tot balletbeenhouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug. - Zie bh 14b gebogen kniehouding op de rug. De teen van het gebogen been blijft in contact met het gestrekte been. Minimaal zakken van de heupen. Positie zolang aanhouden dat accuraatheid en controle zichtbaar is. - Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant terwijl de balletbeenhouding wordt aangenomen. De beweging wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - In basishouding 1 gesterkte ligging op de rug. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van figuur. Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Oor, schouder, heup en enkel op een zo horizontaal mogelijke lijn. - Een hoek van 90 tussen bovenbeen en de waterspiegel en zoveel mogelijk 90 tussen bovenbeen en romp. Op maximale hoogte, zodat er lucht is tussen de achterkant dijbeen en de kuit van de gebogen knie t.o.v. de - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. 7 Catalina draai (catalina rotation) - Zie bh 3 balletbeenhouding. De november 2014 25
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met - een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. - Vanuit een balletbeenhouding wordt een draai van het lichaam ingezet. - Het hoofd, schouders en romp beginnen de draaiing aan de oppervlakte en gaan naar beneden zonder zijwaartse beweging naar zwaluwstaarthouding. - De hoek tussen de benen blijft 90 gedurende de draaiing. Het horizontale been wordt aangesloten tot vertical houding. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. draai wordt niet later ingezet dan wanneer de neus onder water gaat. - De draai en neerwaartse beweging van de romp gebeuren gelijktijdig. Halverwege staat het lichaam in een gekantelde Y positie met de romp in een 45 hoek ten opzichte van de waterspiegel en de voorzijde van de romp en benen zijn naar voren gericht. - Hoogte en tempo constant houden. - Zie bh 8 zwaluwstaarthouding. - Elk been beweegt rond zijn eigen horizontale dan wel verticale as, gelijktijdig met elkaar en met de neerwaartse rotatie van de romp. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden. - Constante hoogte tijdens het aansluiten. - Romp en het vertical been handhaven de verticale lijn. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 26
Geloot Groep 2 355h Bruinvis spin up 180 Porpoise spin up 180 2.2 Totaal NVT 12.0 29.0 14.0 19.0 14.0 88 PV 1.36 3.30 1.59 2.16 1.59 Een bruinvis wordt uitgevoerd tot verticale houding. Verticaal ondergaan totdat de hielen de waterspiegel bereiken. Eindigen met de aangegeven spin up. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. De benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - Tijdens het optillen van de benen naar verticale houding blijft de romp in de verticale lijn. Heupen blijven zoveel mogelijk aan de - Maximale hoogte en verticale houding worden gelijktijdig bereikt De verticale houding wordt zo lang aangehouden dat stabiliteit en controle zichtbaar is. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk november 2014 27
gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de hielen de waterspiegel bereiken. 13 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven, worden schroeven in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - Tenzij anders omschreven wordt een schroef voltooid met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de schroef. - Een spin up is een opwaartse schroef, die begint met de waterspiegel aan de enkels, tenzij anders omschreven. - Een verticale opwaartse schroef wordt uitgevoerd totdat de waterspiegel een hoogte tussen knieën en heupen heeft bereikt. De beweging eindigt met verticaal ondergaan. 13h Spin up 180 (spin up 180 ) - Een opwaartse schroef met een rotatie van 180. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. aan het tempo van de rest van het figuur. - Zie bh 6 verticale houding. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en opwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling. - De rotatie eindigt als de maximale hoogte is bereikt. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - De rotatie moet precies 180 zijn. - Het einde van de rotatie moet worden aangegeven. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 28
140 Flamingo gebogen knie Flamingo bent knee 2.4 Totaal NVT 10.5 11.0 10.5 22.0 14.5 14.0 82.5 PV 1.27 1.33 1.27 2.67 1.76 1.70 Een flamingo wordt uitgevoerd tot flamingohouding aan de Met het balletbeen in de verticale stand worden de heupen omhoog gebracht, terwijl de romp afrolt, wordt tegelijkertijd het gebogen been verder ingetrokken tot verticaal gebogen knie houding. Het gebogen been wordt aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14b Gebogen kniehouding op de rug (bent knee back layout position) - Het lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been is gebogen met de teen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 3a Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 1 Het aannemen van een balletbeen (to assume a ballet leg) - Begin in de gestrekte ligging op de rug. Eén been blijft gedurende de gehele beweging aan de - De voet van het andere been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been ingetrokken tot gebogen kniehouding op de rug. - De knie wordt, zonder beweging van het dijbeen, gestrekt tot balletbeenhouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug. - Zie bh 14b gebogen kniehouding op de rug. De teen van het gebogen been blijft in contact met het gestrekte been. Minimaal zakken van de heupen. Positie zolang aanhouden dat accuraatheid en controle zichtbaar is. - Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant terwijl de balletbeen-houding wordt aangenomen. De beweging wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - In basishouding 1 gesterkte ligging op de rug. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van figuur. Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Oor, schouder, heup en enkel op een zo horizontaal mogelijke lijn. - Een hoek van 90 tussen bovenbeen en de waterspiegel en zoveel mogelijk 90 tussen bovenbeen en romp. Op maximale hoogte, zodat er lucht is tussen de achterkant dijbeen en de kuit van de gebogen knie t.o.v. de - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. november 2014 29
4a Flamingohouding aan de waterspiegel (surface flamingo position) - Eén been gestrekt loodrecht op de - Het andere been naar de borst getrokken totdat het verticale been midden tussen knie en enkel is. - Voet en knie aan en evenwijdig aan de - Gezicht aan de 14c Verticaal gebogen kniehouding (bent knee vertical position) - Het lichaam in verticale houding met de teen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been aan de knie of dijbeen. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. Het onderbeen van het horizontale been wordt langs de waterspiegel ingetrokken tot flamingohouding aan de Met het balletbeen in deze verticale stand worden de heupen omhoog gebracht, terwijl de romp afrolt, wordt tegelijkertijd het gebogen been verder ingetrokken tot verticaal gebogen kniehouding. Het gebogen been wordt aangesloten tot verticale houding. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Hoogte van het balletbeen blijft constant tijdens het intrekken naar de flamingohouding en de voet blijft aan de - Een 90 hoek tussen gestrekte been en de - De voorzijde van het gebogen been van knie tot teen moet droog zijn met het verticale been gestrekt midden tussen knie en enkel. - Borst dicht bij de waterspiegel en de schouders naar achteren. Oor, schouder en heup in één lijn met de wervelkolom recht en gestrekt. - Tijdens het afrollen naar verticaal gebogen kniehouding, letten op het omhoog brengen van de heupen. Het verticaal been blijft loodrecht op de De acties been intrekken naar gebogen kniehouding en het bereiken van de verticale houding worden gelijktijdig beëindigd op maximale hoogte. - In basishouding 6 verticale houding de uitlijning van de punten door het gestrekte been, de romp en het hoofd blijven gehandhaafd. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van figuur. Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Het gebogen been strekken naar verticale houding wordt op maximale hoogte en op dezelfde plaats uitgevoerd. - Duidelijke stabiliteit en controle aanwezig voordat het zakken wordt ingezet. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 30
Geloot Groep 3 240a Albatros halve draai Albatros 1/2 twist 2.6 Totaal NVT 12.0 16.0 15.5 16.5 14.0 74 PV 1.62 2.16 2.09 2.23 1.89 Een albatros wordt uitgevoerd totdat de halve draai is voltooid. De halve draai wordt uitgevoerd, terwijl het gebogen been wordt gestrekt aan het verticale been. Eindigen met verticaal ondergaan. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 14c Verticaal gebogen kniehouding (bent knee vertical position) - Het lichaam in verticale houding met de teen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been aan de knie of dijbeen. 14 Dolfijn (dolphin) wordt ingezet totdat de heupen bijna ondergaan. De heupen, benen en voeten gaan in een doorgaande beweging langs de waterspiegel terwijl het lichaam naar het gezicht rolt om een gehoekte houding voorover aan te nemen. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. De benen gaan gelijktijdig omhoog naar verticaal gebogen kniehouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Tijdens de rol gaat de romp naar beneden en de bewegingen zijn gelijktijdig beëindigd als de gehoekte houding voorover is bereikt. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - De romp blijf in verticale lijn als de verticale houding wordt aangenomen. Het liften van het gestrekte been en het buigen van het andere been gebeurt tegelijkertijd en is beëindigd als de verticaal gebogen kniehouding is bereikt. - In basishouding 6 verticale houding de uitlijning van de punten door het gestrekte been, de romp en het hoofd blijven gehandhaafd. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van figuur. november 2014 31
6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. 12a Halve draai (half twist) - Een draai van 180 De halve draai wordt uitgevoerd, terwijl het gebogen been wordt gestrekt aan het verticale been. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - De rotatie moet precies 180 zijn. - Gebogen been strekt zich soepel, met gelijkmatige verdeling.gelijktijdig aankomen in verticale houding met het beëindigen van de draai. - De waterlijn is constant. - BH 6 verticale houding wordt alleen lang genoeg aangehouden om stabiliteit en controle te laten zien voor het verticaal ondergaan. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 32
346 Zijzwaluwstaart spagaat Side fishtail split 2.0 Totaal NVT 12.0 23.0 16.0 14.0 65 PV 1.85 3.54 2.46 2.15 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén been wordt omhoog gebracht terwijl het lichaam 90 om zijn lengteas draait tot zijwaluwstaarthouding. In een doorgaande beweging en dezelfde richting wordt nog een 90 rotatie uitgevoerd, terwijl het verticale been naar de waterspiegel gaat tot spagaathouding. De benen gaan omhoog tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 19 Zijzwaluwstaarthouding (side fishtail postion) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met één been zijwaarts gestrekt met de voet van het horizontale been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. Eén been wordt omhoog gebracht terwijl het lichaam 90 om zijn lengteas draait tot zijwaluwstaarthouding. In een doorgaande beweging en dezelfde richting wordt nog een 90 rotatie uitgevoerd, terwijl het verticale been naar de waterspiegel gaat tot spagaathouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - Constante hoogte en gelijkmatige beweging als het lichaam gelijktijdig met de 180 boog van het been naar de spagaathouding draait. - Basishouding 6 verticale houding De verticale lijn van het gestrekte lichaam moet duidelijk aanwezig zijn zowel van voor of achter gezien. - De voorzijde van het gestrekte been is naar voren gericht. - De BH 19 zijzwaluwstaarthouding moet duidelijk zichtbaar zijn wanneer het het middelpunt van de 180 boog passeert, maar er mag geen pause zijn. - De verticale lijn van de romp blijft gedurende de gehele beweging november 2014 33
16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen. 16a Spagaathouding (split position) - Benen zijn droog aan de 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. De benen gaan omhoog tot verticale houding. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. vastgehouden en zichtbaar. - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. - Benen volledig gestrekt aan de De voeten en bovenbenen aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de - Maximale hoogte en stabiliteit worden vastgehouden. - Beide benen altijd op gelijke afstand met de wateroppervlakte. - Het sluiten van de benen gelijktijdig met het bereiken van de verticale houding. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 34
JUNIOREN EN SENIOREN, junioren-diploma Figuren leeftijdsgroep 16 en ouder Verplichte figuren 1. 308 Barracuda airborne split 2.8 2. 355g Bruinvis twist spin 2.6 Geloot Groep 1 3. 330c Aurora twirl 3.0 4. 154 Londen 2.8 Groep 2 3. 142 Mantarog 2.8 4. 343 Vlinder 2.9 Groep 3 3. 112f Ibis continuous spin (720 ) 2.8 4. 325 Jupiter 2.8 november 2014 35
Verplichte figuren 308 Barracuda airborne split Barracuda airborne split 2.8 Totaal NVT 13.0 37.0 19.0 21.0 14.0 104 PV 1.25 3.56 1.83 2.02 1.35 Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het lichaam onder water gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de Een rocket split wordt uitgevoerd. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 11 Gehoekte-houding achterover (back pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een scherpe hoek van 45 of minder. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het lichaam onder water gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de 9 Thrust (thrust) - Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen loodrecht op de waterspiegel wordt een snelle opwaartse beweging gemaakt. - Benen en heupen gaan verticaal naar boven, terwijl het lichaam afrolt tot verticale houding. - Maximale hoogte wordt vereist. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Vanuit de gestrekte ligging op de rug naar de gehoekte houding achterover komen de heupen direct onder het punt waar de heupen waren in de gestrekte ligging op de rug. - Benen zo dicht mogelijk bij de borst, terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft. - Volledige strekking van benen, enkels en voeten. - Rug gestrekt met oor, schouder, midden rompzijde en heup in één lijn. Als eenmaal de positie is ingenomen dan blijft deze hoek gehandhaafd. Zie bh 11 gehoekte houding achterover. Voordat de afrolactie begint mag de eenmaal aangenomen hoek niet meer veranderen. Het afrollen start met de tenen net onder de Zie bh 6 verticale houding. Het lichaam rolt onder de benen en neemt een verticale houding aan langs dezelfde loodlijn van de benen in de gehoekte houding achterover. Scheppen moet worden afgestraft, Dit is een truck om snel omhoog te komen. Benen moeten de lijn volgen die in reglement wordt omschreven. Uitgaan van perfectie. Zichtbare versnelling in de beweging moet aanwezig zijn. Maximale hoogte en verticale houding gelijktijdig bereiken. november 2014 36
6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 16b Spagaathouding boven de waterspiegel (airborne split position) - Benen zijn boven de waterspiegel 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 11 Rocket split (rocket split) - Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding, gevolgd door een snelle spagaathouding boven de waterspiegel en sluiten naar verticale houding op maximale hoogte, gevolgd door verticaal ondergaan. - Het verticaal ondergaan is in hetzelfde tempo als de thrust. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. Zie bb 9 thrust, bh 11 gehoekte houding achterover, bh 6 verticale houding en bh 16b spagaathouding boven de - Starten met de tenen net onder de - Benen volledig gestrekt boven en parallel met de - Zie bb 10 verticaal ondergaan. - Benen volledig boven en parallel aan de - Maximale hoogte is gewenst. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Tempo van neerwaartse beweging is uniform aan het tempo van de thrust - N.B. Er moet een duidelijk verschil in snelheid zijn: opzet naar dubbel balletbeen onder water langzaam, rest van het figuur snel!!!. november 2014 37
355g Bruinvis twist spin Porpoise twist spin 2.6 Totaal NVT 12.0 29.0 46.0 87 PV 1.38 3.33 5.29 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. De benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. Een twist spin wordt uitgevoerd. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. De benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. - De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. Als eenmaal de houding is aangenomen dan blijft deze hoek gehandhaafd. - Tijdens het optillen van de benen naar verticale houding blijft de romp in de verticale lijn. Heupen blijven zoveel mogelijk aan de Maximale hoogte en verticale houding worden gelijktijdig bereikt. De verticale houding wordt zo lang aangehouden dat stabiliteit en controle zichtbaar is. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. november 2014 38
13g Twist spin (twist spin) 13g Twist spin (twist spin) - Een halve draai wordt uitgevoerd zonder pauze gevolgd door een continuous spin van 720 (2). 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. 12a Halve draai (half twist) - Een draai van 180 - De rotatie moet precies 180 zijn en wordt uitgevoerd in hetzelfde tempo als het figuur. - De continuous spin wordt snel uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft gedurende de gehele actie gehandhaafd. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - De rotatie moet precies 180 zijn. 13 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven, worden schroeven in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - Een spin down is een neerwaartse schroef, die begint op het hoogste punt van de verticale houding en is voltooid als de hiel(en) de waterspiegel bereik(t)(en). - Tenzij anders omschreven wordt een schroef voltooid met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de schroef. 13f Continuous spin (continuous spin) - Een neerwaartse schroef met een snelle rotatie van: 720 (2), 1080 (3) of 1440 (4) die voltooid is voordat de hielen de waterspiegel bereiken en in een doorgaande beweging onder water gaan. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. - De continuous spin wordt snel uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft gedurende de gehele actie gehandhaafd - Tempo van neerwaartse beweging is uniform aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 39
Geloot Groep 1 330c Aurora twirl Aurora twirl 3.0 Totaal NVT 12.0 12.0 19.5 13.0 18.5 23.0 14.0 112 PV 1.07 1.07 1.74 1.16 1.65 2.05 1.25 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gedeeltelijke salto voorover gehoekt uitgevoerd, tot dubbel balletbeenhouding onder water. Eén been gaat verticaal omhoog, terwijl het andere been zich langs de waterspiegel beweegt tot dolcohouding. Het lichaam draait 180 tot zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Een twirl wordt uitgevoerd. Eindigen met verticaal ondergaan. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel tot dat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. 3a Vanuit een gehoekte houding voorover naar dubbel balletbeenhouding onder water (front pike position to assume a submerged ballet leg double position) - Vanuit een gehoekte-houding voorover, deze positie vasthouden, maakt het lichaam een gedeeltelijke salto voorover om een horizontale as tot dubbel balletbeenhouding onder water. - De heupen komen op de plaats waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. - De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. Als eenmaal de houding is aangenomen dan blijft deze hoek gehandhaafd. - De 90 hoek blijft gehandhaafd tijdens de draai. - Tijdens het uitvoeren van een gelijkmatige beweging blijven de houding en gestrektheid van het lichaam gehandhaafd. november 2014 40
5 b. Dubbel balletbeenhouding onder water (submerged ballet leg double position) - Romp en hoofd evenwijdig aan de - Hoek van 90 tussen de romp en de gestrekte benen. - Waterspiegel tussen knieën en enkels van de gestrekte benen. 17 Dolcohouding (knight position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Eén been verticaal. - Het andere been zo horizontaal mogelijk achterwaarts gestrekt met de voet aan de 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding. - Een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. Eén been gaat verticaal omhoog, terwijl het andere been zich langs de waterspiegel beweegt tot dolcohouding. Het lichaam draait 180 tot zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Gevolgd door een twirl: - Lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. - Een twirl is een snelle draai van 180. - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze draai bllijft het lichaam in dezelfde loodlijn. - In verticale houding wordt een snelle draai van 180 draai uitgevoerd. - Oor, schouder en heup in één lijn. - Benen loodrecht op de - Het lichaam rolt af onder de heupen en het verticale been. De romp en het been bewegen gelijktijdig naar de dolcohouding. Maximale hoogte en lichaamshouding worden gelijktijdig bereikt. - Boog alleen in onderste gedeelte van de wervelkolom. - Verticale lijn door oor, schouder, heup en enkel. - Heupen op een horizontale lijn, schouder op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van de De voorzijde van het gestrekte been is naar boven gericht. - Tijdens de draai hoogte constant houden en het horizontale en verticale been blijven in dezelfde lijn terwijl deze om de eigen as draaien. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden. - Hoogte, stabiliteit en verticale lijn van het lichaam blijven gehandhaafd. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. - De rotatie moet op dezelfde plaats worden uitgevoerd. - Duidelijke versnelling zichtbaar. Stabiliteit in lichaamshouding en waterlijn gedurende en na beëindiging november 2014 41
Eindigen met verticaal ondergaan in verticale houding: - Lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. - De verticale-houding handhavend gaat het lichaam naar beneden. - De beweging langs dezelfde loodlijn eindigt, als de tenen onder water zijn. van de twirl. - De rotatie moet precies 180 zijn. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Het tempo van de neerwaartse beweging is snel. november 2014 42
154 Londen London 2.8 Totaal NVT 10.5 11.0 10.0 23.0 39.0 14.0 107.5 PV 0.98 1.02 0.93 2.14 3.63 1.30 Een snelle balletbeen wordt aangenomen, gevolgd door een snelle gedeeltelijke salto achterover gehurkt, terwijl beide benen worden ingetrokken in een gehurkte houding, totdat de onderbenen loodrecht op de waterspiegel staan. De romp wordt afgerold, terwijl de benen worden gestrekt tot verticale houding midden tussen de voormalige verticale lijn door de heupen en die door het hoofd en onderbenen. Een combined spin van 360 wordt uitgevoerd. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14b Gebogen kniehouding op de rug (bent knee back layout position) - Eén been is gebogen met de tenen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been aan de knie of dijbeen. - Het lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 3a Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 1 Het aannemen van een snelle balletbeen (to assume a ballet leg) - Begin in de gestrekte ligging op de rug. Eén been blijft gedurende de gehele beweging aan de - De voet van het andere been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been ingetrokken tot gebogen kniehouding. - De knie wordt, zonder beweging van het dijbeen, gestrekt tot balletbeenhouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - De teen van het gebogen been blijft in contact met het gestrekte been. Minimaal zakken van de heupen. Positie zolang aanhouden dat accuraatheid en controle zichtbaar is. - Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant terwijl de balletbeenhouding wordt aangenomen. - De beweging wordt in een snel tempo uitgevoerd. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van het figuur. Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Bij gestrekte ligging op de rug een hoek van 90 tussen bovenbeen en de waterspiegel en zoveel mogelijk 90 tussen bovenbeen en romp. Oor, schouder, heup en enkel op een zo horizontaal mogelijke lijn. Op maximale hoogte, zodat er lucht is tussen dijbeen en kuit t.o.v. de - De beweging wordt in een snel tempo uitgevoerd - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. november 2014 43
9 Gehurkte houding (tuck position) - Lichaam zo klein mogelijk, rug gekromd en benen tegen elkaar. - Hielen zo dicht mogelijk bij het zitvlak. - Hoofd zo dicht mogelijk bij de knieën. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. Gevolgd door een gedeeltelijke salto achterover gehurkt, terwijl beide benen worden ingetrokken tot gehurkte houding achterover totdat de onderbenen loodrecht op de waterspiegel staan. De romp wordt afgerold, terwijl de benen worden gestrekt tot verticale houding, midden tussen de voormalige verticale lijn door de heupen en die door het hoofd en onderbenen. 11 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - De schroef wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. 13j Combined spin (combined spin) - Een neerwaartse schroef met een rotatie van tenminste 360, zonder pauze, gevolgd door een gelijke opwaartse schroef in dezelfde richting. - De opwaartse schroef bereikt dezelfde hoogte als waar de neerwaartse schroef is gestart. - Benen dicht tegen de voorzijde van de romp aan. - Compacte gehurkte houding. Hielen zo dicht mogelijk bij het zitvlak. - Kin ingetrokken. Oren in een natuurlijke lijn van de curve van de wervelkolom. - De beweging wordt in een snel tempo uitgevoerd - De onderbenen blijven verticaal als het lichaam wordt gestrekt naar de verticale houding. Niet eerst het hoofd naar achteren en dan uitstrekken naar verticale houding. - De verticale houding en maximale hoogte worden gelijktijdig bereikt. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. - Een neerwaartse schroef is beëindigd als de hielen de waterspiegel bereiken. - Rotatie naar beneden gelijk aan de rotatie omhoog. - Hoogte is aan begin en einde gelijk. november 2014 44
Geloot Groep 2 142 Manta Rog Manta ray 2.8 Totaal NVT 10.5 11.0 10.5 22.5 23.5 15.5 11.0 104.5 PV 1.00 1.05 1.00 2.15 2.25 1.48 1.05 Een flamingo wordt uitgevoerd tot een flamingohouding aan de Terwijl de romp afrolt wordt het gebogen been horizontaal gestrekt om een zwaluwstaarthouding aan te nemen. Het horizontale been wordt opgetild in een 180º boog over de Terwijl de verticaal wordt gepasseerd beweegt het verticale been om een oppervlakteboog gebogen kniehouding aan te nemen. Het gebogen been wordt gestrekt en in een doorgaande beweging wordt een van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug uitgevoerd. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14b Gebogen kniehouding op de rug (bent knee back layout position) - Eén been is gebogen met de tenen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been aan de knie of dijbeen. - Het lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 3a Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 1 Het aannemen van een balletbeen (to assume a ballet leg) - Begin in de gestrekte ligging op de rug. Eén been blijft gedurende de gehele beweging aan de - De voet van het andere been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been ingetrokken tot gebogen kniehouding. - De knie wordt, zonder beweging van het dijbeen, gestrekt tot balletbeenhouding. Het onderbeen van het horizontale been wordt langs de waterspiegel ingetrokken - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - De teen van het gebogen been blijft in contact met het gestrekte been. Minimaal zakken van de heupen. Positie zolang aanhouden dat accuraatheid en controle zichtbaar is. - Waterlijn blijft constant. Het tempo blijft gedurende de gehele beweging hetzelfde. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van figuur. Eénmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Bij gestrekte ligging op de rug een hoek van 90 tussen bovenbeen en de waterspiegel en zoveel mogelijk 90 tussen bovenbeen en romp. Oor, schouder, heup en enkel op een zo horizontaal mogelijke lijn. Op maximale hoogte, zodat er lucht is tussen dijbeen en kuit t.o.v. de - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. - Hoogte van het balletbeen blijft constant tijdens het intrekken naar de november 2014 45
4a Flamingohouding aan de waterspiegel (surface flamingo position) - Eén been gestrekt loodrecht op de - Het andere been naar de borst getrokken totdat het verticale been midden tussen knie en enkel is. - Voet en knie evenwijdig aan de - Gezicht aan de 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met - een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 14d Oppervlakteboog gebogen kniehouding (bent knee surface arch position) - Het lichaam in oppervlakteboog. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de tot flamingohouding aan de Terwijl de romp afrolt wordt het gebogen been horizontaal gestrekt om een zwaluwstaarthouding aan te nemen. Het horizontale been wordt opgetild in een boog van 180 over de Terwijl de verticaal wordt gepasseerd beweegt het verticale been om een oppervlakteboog gebogen kniehouding aan te nemen. Van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug (arch to back layout finish action) - Vanuit de oppervlakteboog komen, heupen, borst en gezicht op hetzelfde punt aan de oppervlakte, totdat de gestrekte ligging op de rug is bereikt. flamingohouding en de voet blijft aan de - Een 90 hoek tussen gestrekte been en de - De voorzijde van het gebogen been van knie tot teen moet droog zijn met het verticale been gestrekt midden tussen knie en enkel. - Borst dicht bij de waterspiegel en de schouders naar achteren. Oor, schouder en heup in één lijn met de wervelkolom recht en gestrekt. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden. - Zie basishouding 13 oppervlakteboog. - Lucht tussen achterkant dijbeen en kuit van de gebogen knie t.o.v. de waterspiegel is wenselijk. - Heupen op één horizontale lijn, schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. Hoofd (met name de oren) in lijn met de schouders. - Scherpe boog in onderrug. Het lichaam strekt en beweegt zich gelijktijdig richting de waterspiegel tot gestrekte ligging op de rug is aangenomen. - Volledige gestrektheid van het lichaam tijdens de gehele beweging. De beweging eindigt wanneer het hoofd op de plaats komt, waar de heupen zich bevonden, voordat de beweging werd ingezet. november 2014 46
343 Vlinder Butterfly 2.9 Totaal NVT 12.0 13.5 28.0 27.5 18.5 14.0 113.5 PV 1.06 1.19 2.47 2.42 1.63 1.23 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt snel omhoog gebracht in een boog van 180º, terwijl het verticale been naar beneden gaat om een spagaathouding aan te nemen, zonder aarzelen wordt een heuprotatie van 180º uitgevoerd, terwijl het voorste been wordt opgetild om een zwaluwstaarthouding aan te nemen. Het horizontale been wordt omhoog gebracht om een verticale houding aan te nemen in hetzelfde tempo als de oorspronkelijke acties van het figuur. Eindigen met verticaal ondergaan. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met - een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid - De benen evenwijdig aan de 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. Eén been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt snel omhoog gebracht in een boog van 180, terwijl het verticale been naar beneden gaat om een spagaathouding aan te nemen - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup.. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, november 2014 47
- Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met - een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. Zonder aarzelen wordt een heuprotatie van 180 uitgevoerd, terwijl het voorste been wordt opgetild om een zwaluwstaarthouding aan te nemen Horizontale been optillen naar een verticale houding Eindigen met verticaal ondergaan. - schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. - Opzetten been geschiedt snel - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden. - Beweging is snel - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Optillen in hetzelfde tempo als de oorspronkelijke acties van het figuur. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 48
Geloot Groep 3 112f Ibis continuous spin (720 ) Ibis continuous spin (720 ) 2.8 Totaal NVT 10.5 11.0 26.0 18.5 27.0 93 PV 1.13 1.18 2.80 1.99 2.90 Een balletbeen wordt aangenomen. In deze houding kantelt het lichaam achterwaarts met de heupen als draaipunt tot zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Een continuous spin (720 ) wordt uitgevoerd. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14 Gebogen kniehoudingen (single bent knee positions) - Het lichaam in gestrekte ligging op de borst of op de rug, verticale houding, dolfijnboog of oppervlakteboog. - Eén been is gebogen, met de teen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been aan de knie of dijbeen. - In gestrekte ligging op de rug en oppervlakteboog staat het dijbeen loodrecht op de 1 Het aannemen van een balletbeen (to assume a ballet leg) - Begin in de gestrekte ligging op de rug. Eén been blijft gedurende de gehele beweging aan de - De voet van het andere been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been ingetrokken tot gebogen kniehouding. - De knie wordt, zonder beweging van het dijbeen, gestrekt tot balletbeenhouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug. - Zie bh 14 gebogen kniehoudingen. De teen van het gebogen been blijft in contact met het gestrekte been. Minimaal zakken van de heupen. Positie zolang aanhouden dat accuraatheid en controle zichtbaar is. - Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant terwijl de balletbeenhouding wordt aangenomen. De beweging wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - In gestrekte ligging op de borst en in verticale houding blijft de denkbeeldige lijn door het gestrekte been, romp en hoofd gehandhaafd. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van het figuur. Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Bij gestrekte ligging op de rug een hoek van 90 tussen bovenbeen en de waterspiegel en zoveel mogelijk 90 tussen bovenbeen en romp. Oor, schouder, heup en enkel op een zo horizontaal mogelijke lijn. Op maximale hoogte, zodat er lucht is tussen dijbeen en kuit t.o.v. de november 2014 49
3 a. Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 7 Kraanhouding (crane position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding. - Eén been naar voren gestrekt in een hoek van 90 ten opzichte van het lichaam. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. In deze houding kantelt het lichaam achterwaarts met de heupen als draaipunt tot kraanhouding. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. 11 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - De schroef wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. 11 f. Continuous spin (continuous spin) Een neerwaartse schroef met een snelle rotatie van 720 die voltooid is voordat de hielen de waterspiegel bereiken en in een doorgaande beweging onder water gaan. - Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug. - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. - Tijdens de kantelbeweging blijven de hoeken van 90º gehandhaafd. Het horizontale been komt uit het water als het hoofd ondergaat. - Heupen als draaipunt en blijven op dezelfde plaats. - Hoofd en voeten bereiken tegelijkertijd de kraanhouding. - Zie bh 6 verticale houding voor lichaamsuitlijning. - Het been dat naar voren gestrekt is moet parallel zijn met de - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden. - Constante hoogte tijdens het aansluiten. - Rompen het verticale been handhaven de verticale lijn. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. - De continuous spin wordt snel uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft gedurende de gehele actie gehandhaafd. november 2014 50
325 Jupiter Juputer 2.8 Totaal NVT 12.0 13.5 23.0 17.0 18.5 14.0 98 PV 1.22 1.38 2.35 1.73 1.89 1.43 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén been wordt opgetild tot zwaluwstaarthouding. De hoek tussen de benen handhavend, beweegt het horizontale been naar verticale stand terwijl gelijktijdig het verticale been in een boog over het water beweegt om de dolcohouding aan te nemen. De verticale lijn van het lichaam handhavend, beweegt het horizontale been in een 180 boog langs de waterspiegel beweegt naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. Eén been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. - Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup.. 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met - een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. De hoek handhavend, beweegt horizontale been naar verticale stand terwijl gelijktijdig het verticale been in een boog over het water beweegt om de dolcohouding aan te nemen. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden - De hoek van zwaluwstaart naar dolcohouding blijft 90 november 2014 51
17 Dolcohouding (knight position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in een verticale lijn. - Eén been verticaal. - Het andere been zo horizontaal mogelijk achterwaarts gestrekt met de voet aan de 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met - een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. Handhaaf de verticale lijn van het lichaam terwijl het horizontale been in een 180 boog langs de waterspiegel beweegt naar zwaluwstaarthouding. Horizontale been aansluiten tot verticale been. Eindigen met verticaal ondergaan, - Boog alleen in onderste gedeelte van de wervelkolom. - Verticale lijn door oor, schouder, heup en enkel. - Heupen op één horizontale lijn, schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. De voorzijde van het gestrekte been is naar boven gericht. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. november 2014 52
SENIOREN ELEMENTEN VOOR LIMIETEN Groep 1 A Uit duet nr. 1 3.1 B Uit ploeg nr. 5 1.7 C Uit ploeg nr. 4 2.5 D 355g Bruinvis twist spin 2.6 Groep 2 E Uit solo nr. 4 2.4 F Uit duet nr. 3 2.1 G Uit solo nr. 2 2.6 H Uit ploeg nr. 3 2.9 Groep 3 I Uit ploeg nr. 2 2.4 J Uit duet nr. 2 1.9 K Uit duet nr. 5 2.4 L Uit duet nr. 4 2.8 Groep 4 M Uit solo nr. 1 2.1 N Uit solo nr. 3 3.1 O Uit ploeg nr. 1 1.8 P 343 Vlinder 2.9 november 2014 53
Groep 1 A Uit duet nr. 1 3.1 Total NVT= 19.5 39.0 24.0 37.0 119.5 PV = 1.63 3.26 2.01 3.10 Figuur 436 - Cycloon wordt uitgevoerd tot een verticale houding. Een hele draai wordt uitgevoerd, terwijl één been buigt naar een verticaal gebogen kniehouding, gevolgd door een Continious Spin van 1080 (3 rotaties) terwijl de gebogen knie wordt aangesloten tot een verticale houding. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14d oppervlakteboog gebogen kniehouding (bent knee surface arch position) - Het lichaam in oppervlakteboog. - Eén been is gebogen met de tenen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been. - Het dijbeen van het gebogen beenstaat loodrecht op de 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 14 Dolfijn (dolphin) - Een dolfijn wordt ingezet totdat de heupen bijna ondergaan. - De heupen, benen en voeten gaan door langs de waterspiegel terwijl de rug verder wordt holgetrokken tot oppervlakteboog gebogen kniehouding. De benen worden gelijktijdig omhoog gebracht tot verticale houding terwijl er een twirl wordt uitgevoerd. 12c Twirl (twirl) - Een snelle draai van 180. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze draai blijft het - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Tijdens de beweging van gestrekte ligging op de rug naar oppervlakteboog gebogen kniehouding blijven de heupen aan de - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van het figuur. - Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Lichaamshoogte blijft gehandhaafd - De romp blijft onder de heupen. - Heupen en schouders blijven in één lijn. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Duidelijke versnelling zichtbaar. - Stabiliteit in lichaamshouding en waterlijn gedurende en na beëindiging van de twirl. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de november 2014 54
lichaam in dezelfde lengteas - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. Een hele draai wordt uitgevoerd, terwijl één been buigt naar een verticaal gebogen kniehouding, gevolgd door een Continuous spin van 1080 (3 rotaties) terwijl de gebogen knie wordt aangesloten tot een verticale houding houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - De rotatie moet precies 360 zijn. - Het buigen van het been in gelijkmatig verdeeld over de hele draai. 13 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven, worden schroeven in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - Een spin down is een neerwaartse schroef, die begint op het hoogste punt van de verticale houding en is voltooid als de hiel(en) de waterspiegel bereik(t)(en). - Tenzij anders omschreven wordt een schroef voltooid met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de schroef. 13f Continuous spin: Een neerwaartse schroef met een snelle rotatie van 1080 (3 rotaties), die voltooid is voordat de hielen de waterspiegel bereiken en in een doorgaande beweging onder water gaan. - Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. - De continuous spin wordt snel uitgevoerd en dezelfde snelheid blijftgedurende de gehele actie gehandhaafd. - Het aansluiten van het gebogen been in een gelijkmatige verdeling. - Het aansluiten in voltooid wanneer de hielen de waterspiegel bereiken. - In een doorgaande beweging onder water gaan. november 2014 55
B Uit ploeg nr. 5 1.7 Total NVT= 10.5 11.0 10.5 16.0 48 PV = 2.19 2.29 2.19 3.33 Vanuit de gestrekte ligging op de rug wordt een voortbewegende balletbeen-combinatie richting hoofd uitgevoerd. Een balletbeen wordt aangenomen, waarna een been gebogen wordt tot flamingohouding en vervolgens opgetild naar dubbel balletbeenhouding. 1 Gestrekte ligging op de rug (back lay out position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en vieten aan de 14b Gebogen kniehouding op de rug (bent knee back layout position) - Eén been is gebogen met de tenen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been aan de knie of dijbeen. - Het lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 3a Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 4a Flamingohouding aan de waterspiegel (flamingo position) - Eén been gestrekt loodrecht op de - Het andere been naar de borst 1 Het aannemen van een balletbeen (to assume a ballet leg) - Begin in de gestrekte ligging op de rug. Eén been blijft gedurende de gehele beweging aan de - De voet van het andere been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been ingetrokken tot gebogen kniehouding. - De knie wordt, zonder beweging van het dijbeen, gestrekt tot balletbeenhouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - De teen van het gebogen been blijft in contact met het gestrekte been. Minimaal zakken van de heupen. Positie zolang aanhoouden dat accuraatheid en controle zichtbaar is. - Waterlijn blijft constant. Het tempo blijft gedurende de gehele beweging hetzelfde. - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van figuur. Eénmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Bij gestrekte ligging op de rug een hoek van 90 tussen bovenbeen en de waterspiegel en zoveel mogelijk 90 tussen bovenbeen en romp. Oor, schouder, heup en enkel op een zo horizontaal mogelijke lijn. Op maximale hoogte, zodat er lucht: is tussen dijbeen en kuit t.o.v. de - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. - Hoek van 90 tussen gestrekte been en - De voorzijde van het gebogen been, van knie tot teen, moet droog zijn met het verticale been gestrekt november 2014 56
getrokken totdat het verticale been midden tussen knie en enkel is. - Voet en knie evenwijdig aan de - Gezicht aan de 5a Dubbel balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg double position) - Benen tegen elkaar en gestrekt loodrecht op de - Hoofd in lijn met de romp. - Gezicht aan de midden tussen knie en enkel. - Borst dicht bij de waterspiegel en de schouders naar achteren. Oor, schouders en heup in één lijn met de wervelkolom recht en gestrekt. - Benen volledig gestrekt in een 90 hoek met de - Borst dicht bij het wateroppervlak en de schouders naar achteren, Oor, schouder en heup in één lijn met de wervelkolom recht en gestrekt. november 2014 57
C Uit ploeg nr. 4 2.5 Total NVT= 37.0 19.0 21.0 14.0 91 PV = 4.07 2.09 2.31 1.54 Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen verticaal, wordt Figuur 308 Barracuda airborne split uitgevoerd. 11 Gehoekte houding achterover (back pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een scherpe hoek van 45 of minder - Benen tegen elkaar en gestret - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 16b Spagaathouding boven de waterspiegel (airborne split position) - Benen zijn boven de waterspiegel 9 Thrust (thrust) - Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen loodrecht op de waterspiegel wordt een snelle opwaartse beweging gemaakt. - Benen en heupen gaan verticaal naar boven, terwijl het lichaam afrolt tot verticale houding. - Maximale hoogte wordt vereist. 11. Rocket split (rocket split) De thrust wordt gevolgd door een snelle spagaathouding boven de waterspiegel en sluiten naar verticale houding op maximale hoogte, gevolgd door verticaal ondergaan wordt uitgevoerd in hetzelfde tempo als de thrust. 11 Rocket split (rocket split) - Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding, gevolgd door een snelle spagaathouding boven de waterspiegel en sluiten naar verticale houding op maximale hoogte- - Benen zo dicht mogelijk bij de borst, terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft. - Volledige strekking van benen, enkels en voeten. - Rug gestrekt met oor, schouder, midden rompzijde en heup in één lijn. - Als eenmaal de positie is ingenomen dan blijft deze hoek gehandhaafd. - Voordat de afrolactie begint mag de eenmaal aangenomen hoek niet meer veranderen. Het afrollen start met de tenen net onder de - Het lichaam rolt onder de benen en neemt een verticale houding aan langs de lijn van de benen vanuit de gehoekte houding achterover. - Scheppen moet worden afgestraft, Dit is een truc om snel omhoog te komen. Benen moeten de lijn volgen die in reglement wordt omschreven. Uitgaan van perfectie. - Zichtbare versnelling in de beweging moet aanwezig zijn. - Maximale hoogte en verticale houding gelijktijdig bereiken. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Starten met de tenen net onder de - Benen volledig boven en parallel aan de - Maximale hoogte is gewenst. november 2014 58
Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Lichaam volledig gestrekt. Jurering geschiedt aan de hand van de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Tempo van neerwaartse beweging is uniform aan het tempo van de thrust - N.B. Er moet een duidelijk verschil in snelheid zijn: opzet naar dubbel balletbeen onder water langzaam, rest van het figuur snel!!!. november 2014 59
D 355g Bruinvis twist spin Porpoise twist spin 2.6 Totaal NVT 12.0 29.0 46.0 87 PV 1.38 3.33 5.29 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. De benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. Een twist spin wordt uitgevoerd. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel tot dat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. De benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. 13g Twist spin: Een halve draai wordt uitgevoerd, zonder pauze, gevolgd door een continuous spin van 720 (2) - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. - De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. Als eenmaal de houding is aangenomen dan blijft deze hoek gehandhaafd. - Tijdens het optillen van de benen naar verticale houding blijft de romp in de verticale lijn. Heupen blijven zoveel mogelijk aan de - Maximale hoogte en verticale houding worden gelijktijdig bereikt. De verticale houding wordt zo lang aangehouden dat stabiliteit en controle zichtbaar is. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Een halve draai wordt uitgevoerd in hetzelfde tempo als de rest van de figuur. - De continuous spin is snel. november 2014 60
12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - De rotatie moet precies 180 zijn. 12a Halve draai (half twist) - Een draai van 180 13 Schroeven (spins) - Zie bh 6 verticale houding. - Een schroef is een rotatie in de - Hoogte en stabiele houding voordat verticale houding. de schroef begint. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie - De lengte as loopt door het midden in dezelfde lengte as. van het lichaam en staat loodrecht op - Tenzij anders omschreven, worden de schroeven in een gelijkmatig tempo - Tempo van de rotatie is gelijk aan het uitgevoerd. tempo van de rest van het figuur tenzij - Een spin down is een neerwaartse anders is aangegeven. schroef, die begint op het hoogste punt - Stabiliteit en verticale lijn handhaven van de verticale houding en is voltooid voor, tijdens en na beëindiging van de als de hiel(en) de waterspiegel schroef. bereik(t)(en). - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse - Tenzij anders omschreven wordt een beweging van het lichaam, met schroef voltooid met verticaal gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt ondergaan in hetzelfde tempo als de als de hielen de waterspiegel bereiken. schroef. 13f Continuous spin (continuous spin) - De continuous spin wordt snel - Een neerwaartse schroef met een uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft snelle rotatie van: 720 (2), 1080 (3) of gedurende de gehele actie 1440 (4) die voltooid is voordat de gehandhaafd. hielen de waterspiegel bereiken en in een doorgaande beweging onder water gaan. NB: wanneer een draai of schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere draai of schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een halve draai i.p.v. een hele draai of een 360 spin i.p.v. een 180 spin. november 2014 61
Groep 2 E Uit solo nr. 4 2.4 Total NVT= 29.0 41.0 14.0 84 PV = 3.45 4.88 1.67 Vanuit een verticale houding wordt een hele draai uitgevoerd, gevolgd door een combined spin van 1080 (3 schroeven), gevolgd door verticaal ondergaan. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. 12b Hele draai (full twist) - Een draai van 360. - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven, worden schroeven in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - Een spin down is een neerwaartse schroef, die begint op het hoogste punt van de verticale houding en is voltooid als de hiel(en) de waterspiegel bereik(t)(en). - Tenzij anders omschreven wordt een schroef voltooid met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de schroef. 13j Combined spin (combined spin) - Een neerwaartse schroef met een rotatie van tenminste 360, zonder pauze, gevolgd door een gelijke opwaartse schroef in dezelfde richting. - De opwaartse schroef bereikt dezelfde hoogte als waar de neerwaartse schroef is gestart. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - De rotatie moet precies 360 zijn. Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. - Een neerwaartse schroef is beëindigd als de hielen de waterspiegel bereiken. - Rotatie naar beneden gelijk aan de rotatie omhoog. - Hoogte is aan begin en einde gelijk. november 2014 62
10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. NB: wanneer een draai of schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere draai of schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een halve draai i.p.v. een hele draai of een 360 spin i.p.v. een 180 spin. november 2014 63
F Uit duet nr. 3 2.1 Total NVT= 18.5 48.5 67 PV = 2.76 7.24 Vanuit een vastgehouden zwaluwstaarthouding (het horizontale been dichtdraaiend richting het lichaam) worden twee snelle hele draaien (720 ) uitgevoerd. Doorgaand in dezelfde richting wordt het horizontale been opgetild naar een verticale houding terwijl een continious spin van 720 (2 draaien) wordt uitgevoerd.. 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding. - Een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. Twee snelle hele draaien (720) worden uitgevoerd. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. Doorgaand in dezelfde richting wordt het horizontale been opgetild naar een verticale houding terwijl een continious spin van 720 (2 draaien) wordt uitgevoerd. 13 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven, worden schroeven in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. Een spin down is een neerwaartse schroef, die begint op het hoogste punt van de verticale houding en is voltooid - Zie bh 6 verticale houding voor lichaamsuitlijning. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden. - het horizontale been dichtdraaiend richting het lichaam - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de november 2014 64
als de hiel(en) de waterspiegel bereik(t)(en). Tenzij anders omschreven wordt een schroef voltooid met verticaal ondergaan. 13 f. Continuous spin (continuous spin) Een neerwaartse schroef met een snelle rotatie van tenminste 720 die voltooid is voordat de hielen de waterspiegel bereiken en in een doorgaande beweging onder water gaan. schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. De continuous spin wordt snel uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft gedurende de gehele actie gehandhaafd. NB: wanneer een draai of schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere draai of schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een halve draai i.p.v. een hele draai of een 360 spin i.p.v. een 180 spin. november 2014 65
G Uit solo nr. 2 2.6 Total NVT= 37.0 19.0 23.0 14.0 93 PV = 3.98 2.04 2.47 1.51 Vanuit een gehoekte houding achterover onder water met de benen verticaal, wordt een rocket split uitgevoerd tot een spagaathouding boven de De maximale hoogte vasthoudend wordt een twirl uitgevoerd, terwijl de benen bij elkaar komen tot een verticale houding, gevolgd door een snel verticaal ondergaan. 11 Gehoekte houding achterover (back pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een scherpe hoek van 45 of minder. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen. 16b Spagaathouding boven de waterspiegel (airborne split position) - Benen zijn boven de waterspiegel 11 Rocket split (rocket split) - Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding, gevolgd door een snelle spagaathouding boven de De maximale hoogte vasthoudend wordt een twirl uitgevoerd, terwijl de benen bij elkaar komen tot verticale houding 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. - Benen zo dicht mogelijk bij de borst, terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft. - Volledige strekking van benen, enkels en voeten. - Rug gestrekt met oor, schouder, midden rompzijde en heup in één lijn. - Zie bb 9 thrust, bh 11 gehoekte houding achterover, bh 6 verticale houding en bh 16b spagaathouding boven de - Starten met de tenen net onder de - Benen volledig gestrekt boven en parallel met de - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. - Benen volledig boven de - Maximale hoogte is gewenst. -maximal hoogte moet vastgehouden worden. Benen sluiten en twirl worden gelijktijdig ingezet en zijn gelijktijdig klaar. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de november 2014 66
6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de - Benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 12 c. Twirl (twirl) Een snelle draai van 180. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - Duidelijke versnelling zichtbaar. Stabiliteit in lichaamshouding en waterlijn gedurende en na beëindiging van de twirl. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. - In dit figuur is het ondergaan snel. november 2014 67
H Uit ploeg nr. 3 2.9 Total NVT= 29.0 29.0 19.0 24.0 11.0 112 PV = 2.59 2.59 1.70 2.14 0.98 Vanuit een gehoekte houding voorover, worden de benen omhoog gebracht tot verticale houding. Een hele draai wordt uitgevoerd, waarna de benen symmetrisch naar beneden worden gebracht tot spagaathouding. Eindigen met overslag voorover. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid. - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen. 16a Spagaathouding (split position) - Benen zijn droog aan de 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. 12b Hele draai (full twist) - Een draai van 360. Waarna de benen symmetrisch naar beneden worden gebracht tot spagaathouding. Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - De rotatie moet precies 360 zijn. - Hoogte stabiel. - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. - Benen volledig gestrekt aan de De voeten en november 2014 68
13 Oppervlakteboog (surface arch position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Benen tegen elkaar en aan de 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 6 Overslagen (walkouts) - Deze bewegingen beginnen vanuit spagaathouding, tenzij de omschrijving van de figuren anders aangeeft. - De heupen blijven op de plaats, wanneer één been in een boog over de waterspiegel gaat en bij het andere been aansluit. 6a Overslag voorover (walkout front) - Het voorliggende been wordt opgetild in een 180 boog over de waterspiegel en sluit aan bij het andere been tot oppervlakteboog en in een doorgaande beweging wordt de oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug uitgevoerd. 5 Van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug (arch to back layout finish action) - Vanuit de oppervlakteboog komen, heupen, borst en gezicht op hetzelfde punt aan de oppervlakte, totdat de gestrekte ligging op de rug is bereikt. - De beweging eindigt wanneer het hoofd op de plaats komt, waar de heupen zich bevonden, voordat de beweging werd ingezet. bovenbenen aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de Zie bh 16 spagaathouding. Heuphoogte constant en zo dicht mogelijk bij de - Het been dat een boog over het water maakt beweegt in een gelijkmatig tempo. - Benen blijven volledig gestrekt. - Romp blijft in dezelfde positie totdat de voeten bij elkaar zijn. - Een duidelijke oppervlakteboog moet te zien zijn voordat het lichaam naar de waterspiegel komt en zich begint te strekken. - De voeten beginnen pas te bewegen langs de waterspiegel als de voeten bij elkaar zijn. - Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5 van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug. - Heupen op één horizontale lijn, schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. Hoofd (met name de oren) in lijn met de schouders. - Volledige gestrektheid van de benen met de dijen en voeten aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de waterspiegel en knieën gestrekt. - Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe boog in onderrug. Het lichaam strekt en beweegt zich gelijktijdig richting de waterspiegel tot gestrekte ligging op de rug is aangenomen. Volledige gestrektheid van het lichaam tijdens de gehele beweging. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. november 2014 69
Groep 3 I Uit ploeg nr. 2 2.4 Total NVT= 19.5 39.5 27.0 86 PV = 2.27 4.59 3.14 Figuur 435 - Nova wordt uitgevoerd tot oppervlakteboog gebogen kniehouding. Een draai van 360 wordt uitgevoerd waarbij de benen gelijktijdig worden opgetild tot verticale houding gevolgd door een continuous spin van 720 (2 draaien). 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14d oppervlakteboog gebogen kniehouding (bent knee surface arch position) - Het lichaam in oppervlakteboog. - Eén been is gebogen met de tenen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been. - Het dijbeen van het gebogen beenstaat loodrecht op de 14 Dolfijn (dolphin) - Een dolfijn wordt ingezet totdat de heupen bijna ondergaan. - De heupen, benen en voeten gaan door langs de waterspiegel terwijl de rug verder wordt holgetrokken tot oppervlakteboog gebogen kniehouding. Een draai van 360 wordt uitgevoerd waarbij de benen gelijktijdig worden opgetild tot verticale houding. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Tijdens de beweging van gestrekte ligging op de rug naar oppervlakteboog gebogen kniehouding blijven de heupen aan de - De teen van het gebogen been ten opzichte van het gestrekte been mag variëren, afhankelijk van het figuur. - Eenmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been. - Optillen van de benen en de draai in gelijkmatig tempo. - Halverwege de draai zijn de benen half opgetild. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. 6 Verticale houding (vertical position) - Lichaam volledig gestrekt. november 2014 70
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 13 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven, worden schroeven in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - Een spin down is een neerwaartse schroef, die begint op het hoogste punt van de verticale houding en is voltooid als de hiel(en) de waterspiegel bereik(t)(en). - Tenzij anders omschreven wordt een schroef voltooid met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de schroef. 13f Continuous spin (continuous spin) - Een neerwaartse schroef met een snelle rotatie van: 720 (2), 1080 (3) of 1440 (4) die voltooid is voordat de hielen de waterspiegel bereiken en in een doorgaande beweging onder water de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. - De continuous spin wordt snel uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft gedurende de gehele actie gehandhaafd. gaan. NB: wanneer een draai of schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere draai of schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een halve draai i.p.v. een hele draai of een 360 spin i.p.v. een 180 spin. november 2014 71
J Uit duet nr. 2 1.9 Totaal NVT= 14.5 20.0 23.0 57.5 PV = 2.52 3.48 4.00 Vanuit een gestrekte ligging op de rug wordt met een voortbewegende beweging richting hoofd één been gestrekt omhoog gebracht tot balletbeenhouding, gevolgd door het andere been tot een dubbel balletbeenhouding. De dubbel balletbeenhouding handhavend wordt een draai van 360 uitgevoerd. 1 Gestrekte ligging op de rug (back lay out position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en vieten aan de 3a Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 5a Dubbel balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg double position) - Benen tegen elkaar en gestrekt loodrecht op de - Hoofd in lijn met de romp. - Gezicht aan de Eén been wordt gestrekt omhoog gebracht tot balletbeenhouding. gevolgd door het andere been tot een dubbel balletbeenhouding. De dubbel balletbeenhouding handhavend wordt een draai van 360 uitgevoerd. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant terwijl de balletbeenhouding wordt aangenomen. - De beweging wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. - De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant. - De beweging wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - Benen volledig gestrekt in een 90 hoek met de - Borst dicht bij het wateroppervlak en de schouders naar achteren. Oor, schouder en heup in één lijn met de wervelkolom recht en gestrekt. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. november 2014 72
K Uit duet nr. 5 2.4 Totaal NVT= 37.0 35.0 14.0 86 PV = 4.30 4.07 1.63 Vanuit een gehoekte houding achterover onder water met de benen verticaal, wordt Figuur 301c - Barracuda Twirl uitgevoerd. 11 Gehoekte-houding achterover (back pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een scherpe hoek van 45 of minder. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 9 Thrust (thrust) - Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen loodrecht op de waterspiegel wordt een snelle opwaartse beweging gemaakt. - Benen en heupen gaan verticaal naar boven, terwijl het lichaam afrolt tot verticale houding. - Maximale hoogte wordt vereist. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. 12c Twirl (twirl) - Een snelle draai van 180. - Benen zo dicht mogelijk bij de borst, terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft. - Volledige strekking van benen, enkels en voeten. - Rug gestrekt met oor, schouder, midden rompzijde en heup in één lijn. - Zie bh 11 gehoekte houding achterover. Voordat de afrolactie begint mag de eenmaal aangenomen hoek niet meer veranderen. Het afrollen start met de tenen net onder de - Zie bh 6 verticale houding. Het lichaam rolt onder de benen en neemt een verticale houding aan langs dezelfde loodlijn van de benen in de gehoekte houding achterover. - Scheppen moet worden afgestraft, Dit is een truc om snel omhoog te komen. Benen moeten de lijn volgen die in reglement wordt omschreven. Uitgaan van perfectie. - Zichtbare versnelling in de beweging moet aanwezig zijn. - Maximale hoogte en verticale houding gelijktijdig bereiken. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - Duidelijke versnelling zichtbaar. - Stabiliteit in lichaamshouding en november 2014 73
10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. waterlijn gedurende en na beëindiging van de twirl. - Zie bh 6 verticale houding. - verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de thrust. - snel en accuraat. november 2014 74
L Uit duet nr. 4 2.8 Totaal NVT= 29.0 19.0 21.0 24.0 11.0 104 PV = 2.79 1.83 2.02 2.31 1.06 Vanuit een gehoekte houding voorover, worden de benen opgetild naar een verticale houding. Een halve draai wordt uitgevoerd, gevolgd door een verdere rotatie van 180 terwijl de benen openen tot een spagaathouding. Een overslag voorover wordt uitgevoerd. 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid. - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale De benen worden opgetild naar een verticale houding. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. 12a Halve draai (half twist) - Een draai van 180 12a Halve draai (half twist) - Een draai van 180, terwijl de benen openen tot een spagaathouding. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. Tijdens het optillen van de benen naar verticale houding blijft de romp in de verticale lijn. Heupen blijven zoveel mogelijk aan de Maximale hoogte en verticale houding worden gelijktijdig bereikt. De verticale houding wordt zo lang aangehouden dat stabiliteit en controle zichtbaar is. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - De rotatie moet precies 180 zijn. - De rotatie moet precies 180 zijn. - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. november 2014 75
lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen. 16a Spagaathouding (split position) - Benen zijn droog aan de 13 Oppervlakteboog (surface arch position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Benen tegen elkaar en aan de 6 Overslagen (walkouts) - Deze bewegingen beginnen vanuit spagaathouding, tenzij de omschrijving van de figuren anders aangeeft. - De heupen blijven op de plaats, wanneer één been in een boog over de waterspiegel gaat en bij het andere been aansluit. 6a Overslag voorover (walkout front) - Het voorliggende been wordt opgetild in een 180 boog over de waterspiegel en sluit aan bij het andere been tot oppervlakteboog en in een doorgaande beweging wordt de oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug uitgevoerd. 5 Van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug (arch to back layout finish action) - Vanuit de oppervlakteboog komen, heupen, borst en gezicht op hetzelfde punt aan de oppervlakte, totdat de gestrekte ligging op de rug is bereikt. - De beweging eindigt wanneer het hoofd op de plaats komt, waar de heupen zich bevonden, voordat de beweging werd ingezet. - Benen volledig gestrekt aan de De voeten en bovenbenen aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de Zie bh 16 spagaathouding. Heuphoogte constant en zo dicht mogelijk bij de - Het been dat een boog over het water maakt beweegt in een gelijkmatig tempo. - Benen blijven volledig gestrekt. - Romp blijft in dezelfde positie totdat de voeten bij elkaar zijn. - Een duidelijke oppervlakteboog moet te zien zijn voordat het lichaam naar de waterspiegel komt en zich begint te strekken. - De voeten beginnen pas te bewegen langs de waterspiegel als de voeten bij elkaar zijn. - Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5 van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug. - Heupen op één horizontale lijn, schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. Hoofd (met name de oren) in lijn met de schouders. - Volledige gestrektheid van de benen met de dijen en voeten aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de waterspiegel en knieën gestrekt. - Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe boog in onderrug. Het lichaam strekt en beweegt zich gelijktijdig richting de waterspiegel tot gestrekte ligging op de rug is aangenomen. Volledige gestrektheid van het lichaam tijdens de gehele beweging. november 2014 76
1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. november 2014 77
Groep 4 M Uit solo nr. 1 2.1 Totaal NVT= 19.0 21.0 29.0 69 PV = 2.75 3.04 4.20 Vanuit een verticale houding wordt een rotatie van 360 uitgevoerd terwijl de benen openen tot spagaathouding. Doorgaand in dezelfde richting wordt nog een 360 rotatie uitgevoerd terwijl de benen naar een verticale houding worden gebracht. Draaiend in tegengestelde richting wordt een continuous spin van 1440 (4 schroeven) uitgevoerd. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 16Spagaathouding (split position) - Benen symmetrisch voor- en achterwaarts gespreid - De benen evenwijdig aan de - Onderrug holgetrokken met heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Hoek van 180 tussen de gestrekte benen (platte spagaat), met de binnenkant van ieder been uitgelijnd aan weerszijde van een horizontale lijn, ongeacht de hoogte van de heupen. 16a Spagaathouding (split position) - Benen zijn droog aan de 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. Rotatie van 360 terwijl de benen openen tot spagaathouding. Doorgaand in dezelfde richting wordt nog een 360 rotatie uitgevoerd terwijl de benen naar een verticale houding worden gebracht. Draaiend in tegengestelde richting wordt een continuous spin van 1440 (4 schroeven) uitgevoerd. 13 Schroeven (spins) - Een schroef is een rotatie in de verticale houding. - Het lichaam blijft gedurende de rotatie in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven, worden schroeven in een gelijkmatig tempo - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - De rotatie moet precies 360 zijn. - Benen volledig gestrekt aan of boven de - Platte split. Heupen op een horizontale lijn, schouders op een horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. - Benen volledig gestrekt aan de De voeten en bovenbenen aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de - De rotatie moet precies 360 zijn. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - De richting moet tegengesteld zijn. Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte en stabiele houding voordat de schroef begint. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de - Tempo van de rotatie is gelijk aan het november 2014 78
uitgevoerd. - Een spin down is een neerwaartse schroef, die begint op het hoogste punt van de verticale houding en is voltooid als de hiel(en) de waterspiegel bereik(t)(en). - Tenzij anders omschreven wordt een schroef voltooid met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de schroef. 13f Continuous spin (continuous spin) - Een neerwaartse schroef met een snelle rotatie van: 720 (2), 1080 (3) of 1440 (4) die voltooid is voordat de hielen de waterspiegel bereiken en in een doorgaande beweging onder tempo van de rest van het figuur tenzij anders is aangegeven. - Stabiliteit en verticale lijn handhaven voor, tijdens en na beëindiging van de schroef. - Gelijktijdige rotatie en neerwaartse beweging van het lichaam, met gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt als de hielen de waterspiegel bereiken. - De continuous spin wordt snel uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft gedurende de gehele actie gehandhaafd. water gaan. NB: wanneer een schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een 360 spin i.p.v. een 180 spin. november 2014 79
N Uit solo nr. 3 3.1 Totaal NVT= 10.5 11.0 22.0 16.0 15.5 20.0 15.5 11.0 121.5 PV = 0.86 0.91 1.81 1.32 1.28 1.65 1.28 0.91 Terwijl een balletbeen wordt aangenomen met een toegestane beweging richting hoofd, wordt Figuur 150 - Dolco uitgevoerd. 1 Gestrekte ligging op de rug (back layout position) - Lichaam gestrekt met gezicht, borst, bovenbenen en voeten aan de 14b Gebogen kniehouding op de rug (bent knee back layout position) - Het lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 3a Balletbeenhouding aan de waterspiegel (surface ballet leg position) - Lichaam in gestrekte ligging op de rug. - Eén been gestrekt loodrecht op de 17 Dolcohouding (knight position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in een verticale lijn. - Eén been verticaal. 1 Het aannemen van een balletbeen (to assume a ballet leg) - Begin in de gestrekte ligging op de rug. Eén been blijft gedurende de gehele beweging aan de - De voet van het andere been wordt langs de binnenzijde van het gestrekte been ingetrokken tot gebogen kniehouding op de rug. - De knie wordt, zonder beweging van het dijbeen, gestrekt tot balletbeenhouding. De benen blijven in dezelfde stand. Het hoofd gaat naar beneden, terwijl de onderrug hol trekt tot dolcohouding. - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. Voorzijde van de romp ook aan de de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug. - Zie bh 14b gebogen kniehouding op de rug. - De teen van het gebogen been blijft in contact met het gestrekte been. - Minimaal zakken van de heupen. - Positie zolang aanhouden dat accuraatheid en controle zichtbaar is. - Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de De hoogte en plaats van het dijbeen blijven constant terwijl de balletbeen-houding wordt aangenomen. - De beweging wordt in een gelijkmatig tempo uitgevoerd. - In basishouding 1 gesterkte ligging op de rug. - Oor, schouder, heup en enkel op een zo horizontaal mogelijke lijn. - Een hoek van 90 tussen bovenbeen en de waterspiegel en zoveel mogelijk 90 tussen bovenbeen en romp. Op maximale hoogte, zodat er lucht is tussen de achterkant dijbeen en de kuit van de gebogen knie t.o.v. de - Hoek van 90 tussen gestrekte been en Hoek van romp en balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90. Oor, schouder, heup en enkel van horizontale been zoveel mogelijk in een horizontale lijn. - Zie Basishouding 17 dolcohouding. - Hoogte blijft gelijk vanaf de balletbeenhouding. - Boog alleen in onderste gedeelte van de wervelkolom. - Verticale lijn door oor, schouder, heup en enkel. - Heupen op één horizontale lijn, november 2014 80
- Het andere been zo horizontaal mogelijk achterwaarts gestrekt met de voet aan de 14c Verticaal gebogen kniehouding (bent knee vertical position) - Het lichaam in verticale houding met de teen van het gebogen been tegen de binnenkant van het gestrekte been aan de knie of dijbeen. 14d Oppervlakteboog gebogen kniehouding (bent knee surface arch position) - Het lichaam in oppervlakteboog. - Het dijbeen van het gebogen been staat loodrecht op de 13 Oppervlakteboog (surface arch position) - Onderrug holgetrokken met de heupen, schouders en hoofd in één verticale lijn. - Benen tegen elkaar en aan de Het lichaam wordt gestrekt terwijl het horizontale been naar verticaal gaat en terwijl het balletbeen wordt gebogen via een verticale lijn door de heupen tot verticaal gebogen kniehouding. 12 Draaien (twists) - Een draai is een rotatie op een éénmaal ingenomen hoogte. - Gedurende deze rotatie blijft het lichaam in dezelfde lengte as. - Tenzij anders omschreven en indien uitgevoerd in verticale houding wordt een draai voltooid met verticaal ondergaan. 12a Halve draai (half twist) - Een draai van 180 De rug wordt holgetrokken, terwijl het gestrekte been naar de waterspiegel wordt gebracht tot oppervlakteboog gebogen kniehouding. Het gebogen been wordt gestrekt en in een doorgaande beweging wordt een van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug uitgevoerd. 5 Van oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug (arch to back layout finish action) - Vanuit de oppervlakteboog komen, heupen, borst en gezicht op hetzelfde schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. De voorzijde van het gestrekte been is naar boven gericht. - Het horizontale been bereikt de verticale houding gelijktijdig met het bereiken van de gebogen kniehouding van het balletbeen en het strekken van de romp. - Constante hoogte wordt vastgehouden. In basishouding 6 verticale houding de uitlijning van de punten door het gestrekte been, de romp en het hoofd blijven gehandhaafd. - De waterlijn is constant gedurende de gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning van de houding zijn duidelijk voor, tijdens en na de draai. Hoogte van de houding wordt beoordeeld aan de hand van de afstand tussen heup en de Maximale hoogte moet hoger beoordeeld worden. - De lengte as loopt door het midden van het lichaam en staat loodrecht op de Geen verplaatsing. - Het tempo van de neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de figuur. - De rotatie moet precies 180 zijn. Zie Basishouding 14d oppervlakteboog gebogen kniehouding. - scherpe boog in de onderrug. - Hoofd blijft in één lijn met de heupen. - Hoogte en de positie van de teen tegen het been blijft gelijk. Zie basishouding 13 oppervlakteboog. - Lucht tussen achterkant dijbeen en kuit van de gebogen knie t.o.v. de waterspiegel is wenselijk. - Heupen op één horizontale lijn, schouders op één horizontale lijn en deze twee lijnen recht en parallel ten opzichte van elkaar. Hoofd (met name de oren) in lijn met de schouders. - Volledige gestrektheid van de benen met de dijen en voeten aan de Heupen zo dicht mogelijk bij de waterspiegel en knieën gestrekt. Zodra het gebogen been is gestrekt wordt de beweging ingezet. Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe boog in onderrug. Het lichaam strekt en beweegt zich gelijktijdig richting de waterspiegel tot gestrekte ligging op de rug is aangenomen. Volledige november 2014 81
punt aan de oppervlakte, totdat de gestrekte ligging op de rug is bereikt. - De beweging eindigt wanneer het hoofd op de plaats komt, waar de heupen zich bevonden, voordat de beweging werd ingezet. gestrektheid van het lichaam tijdens de gehele beweging. november 2014 82
O Uit ploeg nr. 1 1.8 Totaal NVT= 37.0 14.0 51 PV = 7.25 2.75 Vanuit een gehoekte houding achterover onder water met de benen verticaal, wordt Figuur 301 - Barracuda uitgevoerd 11 Gehoekte-houding achterover (back pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een scherpe hoek van 45 of minder. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. 9 Thrust (thrust) - Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen loodrecht op de waterspiegel wordt een snelle opwaartse beweging gemaakt. - Benen en heupen gaan verticaal naar boven, terwijl het lichaam afrolt tot verticale houding. - Maximale hoogte wordt vereist. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Benen zo dicht mogelijk bij de borst, terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft. - Volledige strekking van benen, enkels en voeten. - Rug gestrekt met oor, schouder, midden rompzijde en heup in één lijn. - Zie bh 11 gehoekte houding achterover. - Voordat de afrolactie begint mag de eenmaal aangenomen hoek niet meer veranderen. Het afrollen start met de tenen net onder de - Zie bh 6 verticale houding. Het lichaam rolt onder de benen en neemt een verticale houding aan langs dezelfde loodlijn van de benen in de gehoekte houding achterover. - Scheppen moet worden afgestraft, Dit is een truc om snel omhoog te komen. Benen moeten de lijn volgen die in reglement wordt omschreven. Uitgaan van perfectie. - Zichtbare versnelling in de beweging moet aanwezig zijn. - Maximale hoogte en verticale houding gelijktijdig bereiken. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur. - Tempo van neerwaartse beweging is gelijk aan het tempo van de thrust. november 2014 83
P 343 Vlinder Butterfly 2.9 Totaal NVT 12.0 13.5 28.0 27.5 18.5 14.0 113.5 PV 1.06 1.19 2.47 2.42 1.63 1.23 Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt snel omhoog gebracht in een boog van 180º, terwijl het verticale been naar beneden gaat om een spagaathouding aan te nemen, zonder aarzelen wordt een heuprotatie van 180º uitgevoerd, terwijl het voorste been wordt opgetild om een zwaluwstaarthouding aan te nemen. Het horizontale been wordt omhoog gebracht om een verticale houding aan te nemen in hetzelfde tempo als de oorspronkelijke acties van het figuur. Eindigen met verticaal ondergaan. 2 Gestrekte ligging op de borst (front layout position) - Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste deel van de rug, zitvlak en hielen aan de - Het gezicht mag in of boven water zijn 10 Gehoekte houding voorover (front pike position) - Het lichaam vormt bij de heupen een hoek van 90. - Benen tegen elkaar en gestrekt. - Romp gestrekt met rechte rug en het hoofd in één lijn. 8 Zwaluwstaarthouding (fishtail position) - Het lichaam gestrekt in verticale houding met - een been naar voren gestrekt met de voet van het naar voren gestrekte been aan de waterspiegel, ongeacht de hoogte van de heupen. 3 Het aannemen van een gehoekte houding voorover (to assume a front pike position) - Terwijl vanuit de gestrekte ligging op de borst de romp naar beneden gaat om een gehoekte houding voorover aan te nemen, bewegen zitvlak, benen en voeten langs de waterspiegel, totdat de heupen op de plaats komen waar het hoofd zich bevond voordat deze beweging werd ingezet. Eén been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt snel omhoog gebracht in een boog van 180º, terwijl het verticale been naar - Geeft de indruk dat het lichaam maximaal horizontaal gestrekt is. de visuele punten van de denkbeeldige horizontale lijn door oren, schouder, heup, enkel en tevens loopt deze lijn midden door de rompzijde. - Een eenmaal ingenomen in of uit positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is zijn de oren niet in de horizontale lijn en kan de rug iets lager zijn. - Zie bh2 gestrekte ligging op de borst en bh 10 gehoekte houding voorover. - Vloeiende, gelijkmatige beweging van de romp naar beneden. De romp blijft recht tijdens de beweging. Heupen en hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte houding. De heupen moeten op de plaats komen waar het hoofd zich bevond, voordat deze beweging werd ingezet. - Hoek moet precies 90 zijn. - Volledig gestrekte benen, met enkel en heup op één lijn. - Rug gestrekt met verticale lijn door oor, schouder, midden door de rompzijde en heup. - Zie bh 8 zwaluwstaarthouding. - Hoogte en verticale lijn blijven gehandhaafd. - Duidelijke stabiliteit en controle. - De voet van het naar voren gestrekte been moet zich aan de waterspiegel bevinden. - Heupen moeten zich op één horizontale lijn bevinden - Zie bh 16 spagaathouding en bh 8 zwaluwstaarthouding. - Duidelijke toename in snelheid. november 2014 84
6 Verticale houding (vertical position) - Het lichaam gestrekt, loodrecht op de waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd naar beneden. beneden gaat om een spagaathouding aan te nemen, zonder aarzelen wordt een heuprotatie van 180º uitgevoerd, terwijl het voorste been wordt opgetild om een zwaluwstaarthouding aan te nemen. Het horizontale been wordt omhoog gebracht om een verticale houding aan te nemen in hetzelfde tempo als de oorspronkelijke acties van het figuur. 10 Verticaal ondergaan (vertical descent) - De verticale houding handhavend gaat het lichaam langs de lengte as naar beneden totdat de tenen onder water zijn. - Beide benen starten de bh 8 zwaluwstaarthouding en bereiken de bh 16 spagaathouding gelijktijdig. - Voet van het liggende been blijft aan de waterspiegel gedurende de rotatie. - Romp behoudt de verticale lijn, met heupen en schouders vierkant. - Zie bh 6 verticale houding. - Hoogte constant. - Romp en het verticale been behouden hun verticale lijn. - Duidelijke stabiliteit in de verticale houding. - Het tempo van het aansluiten en ondergaan zijn gelijkmatig maar niet snel. - Lichaam volledig gestrekt. de visuele punten van de verticale lijn door oren, schouder, heup, enkel. - Zie bh 6 verticale houding. - Tenzij anders is omschreven is het tempo van neerwaartse beweging gelijk aan het tempo van de rest van het figuur (niet snel). november 2014 85