StabiCAD V CV Installaties



Vergelijkbare documenten
1. Inleiding Instellingen maken Toestellen plaatsen Leidingen tekenen... 6

StabiCAD V Gasleidingberekening

1. Werken met StabiCAD V Sparingen Inleiding Bouwkundige plattegrond Verwante modules... 3

StabiCAD V Veiligheid

StabiCAD V Elektro-Installatietechniek

Snel op weg met StabiCAD V

StabiCAD V Elektro Besturingstechniek

15. Tabellen. 1. wat rijen, kolommen en cellen zijn; 2. rijen en kolommen invoegen; 3. een tabel invoegen en weer verwijderen;

StabiCAD V Applicatiebeheer

INSTALLATIE IN PRINT INSTALLEREN. Aan de slag met Communicate In Print

Tekenen met Floorplanner

ThermaSkirt gebruiksaanwijzing

* baopass: inlog- en leerlingvolgsysteem van ThiemeMeulenhoff. Alles telt. handleiding. baopass* voor leerkrachten

HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding

1 Inlezen van een plan (van diskette, cd of via mail).

Vabi UO Stroming modules - start

Cursus KeyCreator. Basisoefening 1:

Elbo Technology BV Versie 1.1 Juni Gebruikershandleiding PassanSoft

I N H O U D S O P G A V E

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet

Kennismaking. Versies. Text. Graph: Word Logo voorbeelden verschillende versies. Werkomgeving

Algemene basis instructies

Handleiding BCAD

Legal Eagle Agenda handleiding versie 2.8 december 2007

installatietechniek CSPE KB Bij dit examen horen bijlagen, uitwerkbijlagen en digitale bestanden.

Titel: Workshop creatief met MS Word Auteur: Miriam Harreman / Jaar: 2009 Versie: Creative Commons Naamsvermelding & Gelijk

Tabblad Kleur Navigator 6.2.2

Makkelijk Publiceren

Video STEP 07 : Railings & Modification of Curtain Walls [ Totale speelduur: 5 min. en 29 sec. ]

10. Pagina-instellingen

Tips & Trucs ARCHICAD 034: Numeriek werken

HANDLEIDING Q1600 Fashion

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 3) Handicom, 2006, Nederland

13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1

Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar

BRIS bv Postbus BV Rotterdam T (010) F (010) E I

Basisbegrippen 3D-tekenen.

WERKING TEKENPROGRAMMA

Microsoft Word Kennismaken

WebQuest / WebKwestie. met Word

Tips & Trucs ArchiCAD : Instellingen Kozijnstaat wijzigen (NL+)

Schaakstukken les 1: Pion

Afdrukken in Calc Module 7

Handleiding uitwisseling Tekla Structures RFEM versie: Dlubal RFEM Tekla Structures 19.1

Video STEP 2 [ Totale speelduur: 6 min. en 50 sec. ]

Informatie primaire cursus AutoCAD LT 2010

Les 1. Digitale Media - DTP 1

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland

Laatste afbeelding. Zelfstudiedetails

HANDLEIDING Q3600 Webshop

4. Getekende objecten bewerken

Bij dit examen horen bijlagen, uitwerkbijlagen en digitale bestanden.

Werken met verschillende lay-outs

Handleiding Wordpress CMS

Cursus KeyCreator. Oefening 13: Audiocassette

Boutverbindingen. Deze tutorial is een vertaling van een Autodesk Inventor tutorial die met de software meegeleverd wordt.

Tips & Trucs ArchiCAD : Numeriek werken, tijdelijke hulplijnen en snappunten

6. Reeksen

I N H O U D S O P G A V E

Tips & Trucs ArchiCAD Wat betekenen de verschillende cursorvormen?

Gebruikersinstructie:

Tips en tricks nr. 50: teken een hoofd van een dier (monster).

Lijnen/randen en passe-partouts maken met Photoshop.

Instructie voor een mail-merge VZVZ toestemmingsformulier in Word.

1. Algemene veranderingen Inleiding Installatie Configureren van StabiCAD V Configureren...

Om paint te openen volgen we dezelfde weg als bij de rekenmachine:

ONLINEADVISEREN.NL ONLINEADVISEREN.NL. Handleiding interactief websysteem ter ondersteuning van online adviseren

ASBAK in ALIBRE DESIGN

Handleiding De Sociale Monitor

ViSoft Premium Nieuw in update 2009/1. 1 Nieuwe functies

Wat is nieuw in deze handleiding: Dit is een nieuwe handleiding welke nieuwe functies beschrijft.

Handleiding NarrowCasting

Offective > CRM > Vragenlijst

De tekstverwerker. Afb. 1 de tekstverwerker

PHOTOSHOP pengereedschap

Handleiding FlatFix Fusion Calculator (BETA 1.3.1)

Les 6 Kalender maken. Gerkje Gouweouwe

Symbol for Windows BlissEditor

Cursus KeyCreator. Oefening: briefstaander

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.1, juli 2006

Head Pilot v Gebruikershandleiding

Foto's in de service module

EDUscope Dossier Werken met Journalen

SELECTIE & TEKENEN VAN VLOERVERWARMING Stappenplan

Grafische elementen invoegen

Periodieke facturen Deze functie is beschikbaar in de volledige versie van RADAR. RADAR Lite heeft deze functie niet.

Handicom. Symbol for Windows Gold. Handicom, 2010, Nederland

Handleiding Mijneigenweb.nl

SolidWorks van 2D naar 3D

DCAlarm. JSoft. Voorstelling. Windows 95/98/NT/2000/Me/Xp. TEL: 051/ FAX: 051/ La pièce absente Het ontbrekende stuk

Inrichting Systeem: Locaties & Toegang

HANDLEIDING Q1500 Voorraadbeheer

Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3

Deze zelfstudie maakt gebruik van de module Inlezen/Uitzetten. Opmerking: Deze zelfstudie kan niet worden uitgevoerd met LISCAD Lite.

Bestanden ordenen in Windows 10

Inrichting Systeem: Locaties & Toegang

Transcriptie:

StabiCAD V CV Installaties Inhoudsopgave 1. Werken met StabiCAD V CV Installaties... 3 1.1. Inleiding................................................... 3 1.2. Bouwkundige plattegrond..................................... 3 1.3. Verwante modules........................................... 4 2. Ontwerpen van een CV-tekening... 5 2.1. Stappenplan............................................... 5 2.2. Verwarmingselementen plaatsen............................... 5 2.2.1. Radiator plaatsen.................................... 5 2.2.2. Radiator plaatsen met referentiepunt..................... 7 2.2.3. Radiator wijzigen of vervangen.........................8 2.2.4. Convector plaatsen.................................. 8 2.2.5. Inductie unit plaatsen................................. 8 2.2.6. Radiator arceren.................................... 9 2.2.7. Radiator informatie plaatsen........................... 9 2.2.8. Radiatorgegevens wijzigen...........................10 2.2.9. Ruimtenummer plaatsen.............................10 2.2.10. Ruimtethermostaat plaatsen..........................11 2.2.11. Vloerverwarming plaatsen............................11 2.2.12. Leidinglengte van vloerverwarming.....................11 2.3. Leidingen tekenen..........................................12 2.3.1. Leidingschaal instellen...............................12 2.3.2. Leidingsoort kiezen.................................12 2.3.3. Horizontale leiding tekenen...........................13 2.3.4. Verticale leiding tekenen.............................17 2.3.5. Horizontale en verticale leiding op elkaar aansluiten........18 2.3.6. Sprong of T-stuk in leiding plaatsen.....................18 2.3.7. Tekst in leiding plaatsen.............................18 2.3.8. Leidingen bematen.................................19 2.3.9. Leidingdiameter wijzigen.............................19 2.3.10. Leidingtype wijzigen.................................20 2.3.11. Kruisingen van leidingen verduidelijken..................20 2.3.12. Leiding breken.....................................21 2.3.13. Opengebroken leiding herstellen.......................21 2.3.14. Plaatsen en rapporteren van hulpstukken................21 2.4. Radiator aansluiten.........................................22 2.4.1. Aansluitingen tekenen...............................22 2.4.2. Radiator aansluiten aan horizontale leiding...............23 2.4.3. Aansluitingen wisselen...............................24 2.5. Appendages en toestellen plaatsen............................24 2.5.1. Aftapkraan plaatsen.................................24 2.5.2. Tappunt plaatsen...................................24 3. Overzicht belangrijke functies... 26 3.1. Hulptools voor CV Installaties.................................26 3.1.1. Indeelfuncties......................................26 3.1.2. Isometrisch tekenen.................................26 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-NL - Versie: R2A 1

3.1.3. Isometrie genereren.................................26 3.1.4. Meet- en regeltechnisch schema.......................27 3.1.5. Werktuigbouwkundige schemasymbolen.................28 3.2. Instellingen...............................................28 3.2.1. Tekeninstellingen...................................28 3.2.2. Attributen instellen..................................29 3.2.3. Materiaal- en symbolenbeheer.........................30 3.2.4. Materiaalcode.....................................30 3.2.5. Materiaalcode in alle projecten gebruiken................31 2 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-NL - Versie: R2A

1. Werken met StabiCAD V CV Installaties 1.1. Inleiding Met de module StabiCAD V CV Installaties kunt u op een eenvoudige manier ruimten indelen met radiatoren, convectoren en inductie-units. Deze symbolen kunt u vervolgens op CVleidingen aansluiten. U kunt hierbij gebruik maken van de menukaarten CV en Leidingen. Figuur 1: De menukaarten CV en Leidingen U kunt een CV-tekening opzetten waarbij u met eigenschappen informatie aan een symbool kunt verbinden. Zo kunnen leidingen en leidingsymbolen voorzien worden van een leidingenreeks, diameter en isolatie. De informatie die u aan een symbool of leiding heeft verbonden kunt u later weer gebruiken voor bijvoorbeeld het genereren van een materiaallijst. 1.2. Bouwkundige plattegrond Voor het ontwerpen van een CV-tekening is een bouwkundige plattegrond nodig. Deze bouwkundige plattegrond: Kan worden aangeleverd door derden Kunt u zelf tekenen met de module Layout Kunt u scannen en overtekenen met de module Layout U importeert deze plattegrond en ontwerpt daarna de CV-tekening. De snelste, makkelijkste en meest gebruikte manier is het werken met aangeleverde plattegronden (bestanden van het formaat dwg of dxf). Begin daarom altijd met een 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 3

inventarisatie van welke informatie reeds digitaal beschikbaar is bij architecten, gemeenten, (huis)installateurs en/of adviesbureaus. Aanbevolen bestandstype is: dwg. 1.3. Verwante modules Module Layout Met de module Layout kunt u bouwkundige plattegronden ontwerpen en tekenen. Doelstelling van deze module is dat u, in het geval u geen plattegrond krijgt aangeleverd, snel een plattegrond kunt tekenen als ondergrond voor uw installatietekening. 4 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

2. Ontwerpen van een CV-tekening 2.1. Stappenplan Importeer eerst de bouwkundige plattegrond. Gebruik hierbij zo nodig de functie Opschonen aangeleverde tekening op de CAD-menukaart StabiTOOLS. Daarna kunt u een CV-tekening ontwerpen volgens onderstaand stappenplan. Voor het ontwerpen van een CV-tekening wordt gebruik gemaakt van een aantal instellingen. In StabiBASE menu Configuratie - Bibliotheken, Parameters en Lagen tabblad Parameters subtabblad CV en Leiding kunt u deze instellingen bekijken en eventueel wijzigen. Ga als volgt te werk om een CV-tekening te ontwerpen: Plaats verwarmingselementen (2.2). Teken leidingen (2.3). Sluit radiatoren aan (2.4). Plaats toestellen en appendages (2.5). STAP 6: Rapportages maken (zie Snel op weg). Maak een print of plot (zie Snel op weg). 2.2. Verwarmingselementen plaatsen 2.2.1. Radiator plaatsen Er kunnen verschillende soorten radiatoren geplaatst worden. Voor elk type is de werkwijze hetzelfde. Een enkelvoudige selectie paneelradiator plaatst u als volgt: Op menukaart CV klik button: [Enkelvoudige selectie paneelradiator] tabblad Rad. Kies een raam in de tekening Let op! U kunt alleen een raam kiezen indien de tekening is getekend met module Layout. Als dit niet het geval is: Op de commandoregel achter 2-Punten/<Selecteer raam of bestaande radiator>: typ P <Enter>. Wijs twee punten aan. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 5

Afhankelijk van het soort radiator, verschijnt het dialoogvenster Paneelradiator selectie, Decorradiator selectie of Leden-/raamradiator selectie: Figuur 2: Dialoogvensters Paneelradiator selectie en Leden-/raamradiator selectie Kies de gewenste instellingen. U kunt kiezen uit o.a.: Fabrikaat Om zelf de afmetingen van de radiator op te geven, verwijder het vinkje voor Fabrikaat: Geef vervolgens de lengte, de hoogte en het type van de radiator op in het kader Geselecteerd. Hoogte boven vloer: voor het bepalen van de lengte van de verticale aansluitleidingen. Ruimtetemperatuur Filter (alleen bij paneel- en decorradiator): minimale en maximale waarden voor de lengte, de hoogte en het type radiator Geplaatst vermogen Aantal leden (alleen bij ledenradiator) STAP 6: Selecteer de gewenste radiator en klik [OK]. Beweeg de kruisdraden naar de kant van het raam waar de radiator komt en klik. StabiCAD V plaatst de radiator. Klik het punt in de tekening voor de radiatorinformatie. 6 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

STAP 7: U kunt nu een volgende radiator plaatsen, of afsluiten met de rechtermuisknop. Let op! De afgiftes zijn gebaseerd op de norm EN442. 2.2.2. Radiator plaatsen met referentiepunt U kunt het hoekpunt van de radiator op een bepaalde afstand van een referentiepunt plaatsen. Bijvoorbeeld op een bepaalde afstand vanaf de hoek van een ruimte. Plaats een radiator: zie 2.2.1. Radiator plaatsen, p. 5. Volg de stappen 1 tot en met stap 4. STAP 6: Op de commandoregel achter Referentiepunt/<Selecteer zijde raam>:, typ R <Enter>. Klik het referentiepunt in de tekening. Bijvoorbeeld de hoek van de muur. Beweeg de aanwijzer naar de plaats van de radiator en klik daar. Op de commandoregel achter Selecteer de afstand van het referentiepunt tot en met het hoekpunt van radiator:, vul een afstand in, bijvoorbeeld 300 <Enter>. Beweeg de aanwijzer naar de raamzijde en klik daar. StabiCAD V plaatst de radiator. STAP 7: U kunt nu een volgende radiator plaatsen, of afsluiten met de rechtermuisknop. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 7

2.2.3. Radiator wijzigen of vervangen [Enkelvoudige selectie paneelradiator] tabblad Rad. Klik een bestaande radiator. Wijzig eventuele instellingen in het dialoogvenster Paneelradiator selectie. Zie 2.2.1. Radiator plaatsen, p. 5.StabiCAD V vervangt de radiator. 2.2.4. Convector plaatsen [Convector] tabblad Rad. STAP 6: STAP 7: STAP 8: Klik op een raam in de tekening. Voor uitleg over het kiezen van een raam of twee punten, zie 2.2.1. Radiator plaatsen, p. 5. Op de commandoregel achter Lengte <getal>:, toets <Enter> om de aangegeven lengte over te nemen, of typ een nieuwe waarde gevolgd door <Enter>. Op de commandoregel achter Hoogte:, typ bijvoorbeeld 500 <Enter>. Beweeg de kruisdraden naar de kant van het raam waar de radiator komt, en klik daar. Het dialoogvenster Vul gegevens in verschijnt. Vul de afgifte in. Typ bijvoorbeeld 2000 <Enter>. Klik [Materiaalcode] en verbind een materiaalcode met de bijbehorende convector. Meer informatie: 3.2.3. Materiaalcode, p. 29. Klik [OK]. StabiCAD V plaatst de convector. 2.2.5. Inductie unit plaatsen U kunt een inductie unit als symbool in de tekening plaatsen. Hieraan kunt u gegevens verbinden. Plaats de unit als volgt: [Inductie unit] tabblad Rad. Op de commandoregel achter Dimensie/<Selecteer punt voor de muur>:, typ D <Enter> om de afmetingen op te geven. Op de commandoregel achter Hoogte boven vloer <0.0>:, typ een waarde, bijvoorbeeld 20 <Enter> om de hoogte boven de vloer op te geven. Om de huidige waarde over te nemen, toets alleen <Enter>. 8 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

STAP 6: STAP 7: STAP 8: Typ op de commandoregel achtereenvolgens een waarde in voor Lengte:, Diepte:, en Hoogte: <Enter>. Klik een punt voor de muur. Als dit punt dicht genoeg bij de muur ligt, neemt het symbool de rotatie van de muur over. De inductie unit komt voor de muur te staan. Als u een punt kiest dat niet in de buurt van een muur ligt, kies dan een invoegpunt in de tekening, en geef een rotatie op. In het dialoogvenster Vul gegevens in, vul de afgifte in. Typ bijvoorbeeld 2000 <Enter>. Klik op [Materiaalcode] om een materiaalcode met de bijbehorende convector te verbinden. Voor meer informatie zie: 3.2.3. Materiaalcode, p. 29. Klik [OK]. 2.2.6. Radiator arceren Een radiator kunt u op verschillende manieren arceren. Voor elke soort arcering is de werkwijze hetzelfde. Een radiator kunt u bijvoorbeeld als volgt arceren: [Arceren radiator] tabblad Rad. Er zijn vier knoppen beschikbaar voor verschillende arceringen. Klik de gewenste radiator. De radiator wordt gearceerd. 2.2.7. Radiator informatie plaatsen De radiator informatie geeft aan: Lengte - hoogte - type, afgifte, eventueel ventiel, fabrikaat of andere informatie. StabiCAD V kan de radiator informatie direct plaatsen bij het tekenen van de radiator. Voor meer informatie, raadpleeg: 3.2.1. Tekeninstellingen, p. 28. [Plaatsen radiator info x.x mm] tabblad Rad. Er zijn twee buttons beschikbaar om te kiezen tussen een lettergrootte van 1,8 of 2,5 millimeter. Kies de radiator. Klik het punt in de tekening waar u radiator informatie wenst. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 9

2.2.8. Radiatorgegevens wijzigen [Wijzigen gegevens] tabblad Div. Klik de te wijzigen radiator, convector of inductie unit. Figuur 3: Dialoogvenster Vul gegevens in Wijzig de gegevens naar wens en klik [OK]. Vervang de radiator indien de volgende gegevens wijzigen: fabrikaat, lengte, hoogte, type of afgifte van een paneel-, leden- of raamradiator vervang de radiator. Zie 2.2.3. Radiator wijzigen of vervangen, p. 8. 2.2.9. Ruimtenummer plaatsen [Ruimtenummer xx mm] tabblad Rad. Er zijn buttons voor een ruimtenummer van 7 millimeter en 8 mm. Kies een punt in de tekening. Figuur 4: Dialoogvenster Vul gegevens in 10 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

In het dialoogvenster Vul gegevens in, voer ruimtenummer en overige gegevens in. Klik [OK]. 2.2.10. Ruimtethermostaat plaatsen [Ruimtethermostaat] tabblad Rad. Klik een punt voor de muur. Om de maten van de positie van de thermostaat op te geven, typ D <Enter>, en vul de gevraagde gegevens in. Als dit punt dicht genoeg bij de muur klikt, neemt de thermostaat de rotatie van de muur over. De thermostaat komt op een vaste afstand vanaf de muur te staan. Als u een punt verder van een muur af kiest, dan vraagt StabiCAD V u een punt in de ruimte aan te wijzen, en een rotatie op te geven. STAP 6: In het dialoogvenster Vul gegevens in, voer thermostaatnummer en overige gegevens in. Klik [OK]. Kies de positie in de tekening, of toets <Enter>. Kies de positie van de tekst die de hoogte aangeeft, of toets <Enter>. 2.2.11. Vloerverwarming plaatsen [Lus horizontaal] tabblad CV Leid. Kies het eerste hoekpunt van het vierkant in de tekening. Om de maten van de vloerverwarming op te geven: typ D <Enter>. Klik het tweede hoekpunt van het vierkant in de tekening. StabiCAD V plaatst de vloerverwarming. 2.2.12. Leidinglengte van vloerverwarming De leidinglengte van vloerverwarming vraagt u als volgt op: 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 11

[Lengte vloerverwarming] tabblad CV Leid. Kies een leiding. Op de commandoregel verschijnt de boodschap: Leidinglengte is <aantal meters>. Let op! De lengtes van de aan- en afvoerleiding zijn verschillend. Vraag deze apart op! 2.3. Leidingen tekenen 2.3.1. Leidingschaal instellen De leidingschaal staat standaard goed ingesteld. Om de schaal te wijzigen, volg onderstaande stappen: [Leidingschaal] tabblad Bew. Op de commandoregel achter Leidingschaal 1:1/1:2/1:3 <1>:, typ bijvoorbeeld 1 <Enter> voor schaal 1:1. Om de standaard leidingschaal in te stellen, in StabiBASE, kies Configuratie - Lagen en Parameters, en klik tabblad Leiding. 2.3.2. Leidingsoort kiezen Met StabiCAD V kunt u verschillende soorten leidingen tekenen. Dubbellijns CV-leidingen Enkellijns standaard leidingen Overige leidingen Door gebruik te maken van de optie Automatisch bij de selectie van leidingen en het plaatsen van lettercodes, verwijdert StabiCAD V de oude lettercodes automatisch. Dubbellijns CV-leidingen Er zijn zowel leidingen met de toevoer boven, als leidingen met de afvoer boven. Verder zijn er verschillende aangrijpingspunten, aangegeven door de plaats van het zwarte kruisje op de zes buttons. De werkwijze is voor alle soorten leidingen hetzelfde. Enkellijns standaard leidingen Op menukaart CV, tabblad Leid. staan enkellijns leidingen zoals koudwatertap, warmwatertap, etc. De werkwijze is voor alle soorten leidingen hetzelfde. 12 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

Overige leidingen Om een leiding te tekenen die niet standaard is, volg onderstaande stappen: [Instellen leidingtype] tabblad Bew. Op de commandoregel achter Leidingtype Menu/<Selecteer leiding>:, typ M <Enter>. Een snelle manier om het leidingtype in te stellen: klik een bestaande leiding in de tekening van het gewenste type. Hierna begint u direct met het tekenen van de lijn. Het dialoogvenster Selecteer leidingtype verschijnt. Hierop ziet u al de beschikbare leidingtypen aangegeven. Blader met [Next] en [Previous] door de leidingpagina s. Kies een leidingtype: dubbelklik het zwarte venster met de gewenste leiding. Maak de leiding compleet. 2.3.3. Horizontale leiding tekenen StabiCAD V biedt een aantal functies die het tekenen en aansluiten van leidingen eenvoudiger maakt. Hieronder worden deze beschreven. De werkwijze is voor alle soorten leidingen hetzelfde. Het tekenen van bijvoorbeeld een horizontale koudwatertapleiding gaat als volgt: [Koudwatertapleiding] tabblad Leid. Klik het beginpunt van de leiding in de tekening. In plaats van het beginpunt te klikken kunt u het volgende doen: Om de afmetingen van de leiding op te geven: typ D <Enter>. Zie Leiding dimensioneren, p. 14. Om de leiding te laten beginnen met een referentiepunt: typ R <Enter>. Zie Referentiepunt gebruiken, p. 14. Om de leiding parallel aan een andere lijn te plaatsen: typ P <Enter>. Zie Leiding parallel tekenen, p. 15. Klik het volgende punt (het verloop van de leiding). 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 13

In plaats van het volgende punt te klikken kunt u het volgende doen: Om de leiding op een andere leiding aan te sluiten: typ A <Enter>. Zie Leiding handmatig aansluiten, p. 15. Om de afmetingen van de leiding op te geven: typ D <Enter>. Zie Leiding dimensioneren, p. 14 Om de tekenhoek van de leiding op te geven: typ H <Enter>. Zie Tekenhoek instellen, p. 16 Om tijdens het tekenen de hoogte op te geven: typ O <Enter> voor op of N <Enter> voor neer. Zie Leidinghoogte instellen, p. 16 Om het volgende punt te bepalen met een referentiepunt: typ R <Enter> Zie Referentiepunt gebruiken, p. 14. Om de laatste bewerking ongedaan te maken: typ U <Enter>. Herhaal stap 3 totdat de leiding getekend is. Sluit het tekenen af met de rechter muisknop. Leiding dimensioneren Tijdens het tekenen van een leiding kunt u de afmetingen opgeven. Dit gaat als volgt: Start het tekenen van een leiding. Op de commandoregel achter Aansluiten/Dimensie/Referentiepunt/Undo/ <Selecteer volgend punt>:, typ D <Enter> om de afmetingen van de leiding op te geven. Het dialoogvenster Dimensie verschijnt. Figuur 5: Dialoogvenster Dimensie. Wijzig de instellingen naar wens. Let op! Een flexibele leiding (leiding met afgeronde hoeken) kunt u alleen instellen bij leidingreeksen met flexibel materiaal. Klik [OK] en vervolg het tekenen van de leiding. Referentiepunt gebruiken Bij het tekenen van een leiding kunt u met een referentiepunt precies bepalen waar de leiding loopt. 14 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

STAP 6: Start het tekenen van een leiding. Op de commandoregel achter Dimensie/Referentiepunt/Parallel/<Selecteer punt>:, typ R <Enter> om een referentiepunt te gebruiken. Klik het referentiepunt op de lijn. Beweeg de aanwijzer naar het beginpunt van de te tekenen leiding. Op de commandoregel achter Afstand vanaf referentiepunt <0.00>:, typ een afstand in, bijvoorbeeld 100 <Enter>. Vervolg het tekenen van de leiding. Leiding parallel tekenen StabiCAD V kan een gedeelte van een leiding parallel aan een andere lijn of muur tekenen. STAP 6: Start het tekenen van een leiding. Op de commandoregel achter Dimensie/Referentiepunt/Parallel/<Selecteer beginpunt>:, typ P <Enter> om een parallel stuk leiding te tekenen. Op de commandoregel achter Parallel volgen? <Nee>:, typ J <Enter>. Klik het beginpunt van de lijn waaraan u de leiding parallel wilt tekenen. Klik het volgende punt. Beweeg de aanwijzer eerst naar het beginpunt, vervolgens naar de kant waar de leiding komt, en klik daar. STAP 7: Op de commandoregel achter Afstand tot leiding <0.00>:, typ bijvoorbeeld 200 <Enter> als afstand. StabiCAD V tekent een parallel stuk leiding. Leiding handmatig aansluiten Het handmatig aansluiten van een leiding op een andere leiding gaat als volgt: Let op! Het aansluiten werkt alleen als de twee leidingen van hetzelfde type zijn. Teken een leiding. Start het tekenen van een andere leiding van hetzelfde type. Op de commandoregel achter Aansluiten/Dimensie/Referentiepunt/Undo/ <Selecteer volgend punt>:, typ A <Enter> om de leiding aan te sluiten. Klik de bestaande leiding. StabiCAD V sluit de twee leidingen op elkaar aan. Leiding automatisch aansluiten StabiCAD V vraagt in sommige gevallen of u de leidingen die u tekent op elkaar aan wilt sluiten. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 15

Let op! Het aansluiten werkt alleen als de twee leidingen van hetzelfde type zijn, en u een punt opgeeft precies op de andere leiding. Teken een horizontale warmwatertapleiding. Tijdens het tekenen van de leiding geeft u steeds het volgende punt op door te klikken in de tekening. Geef een volgend punt op dat precies op de horizontale leiding valt. Start het tekenen van een verticale warmwatertapleiding. Op de commandoregel achter Aansluiten? <Ja>:, toets <Enter> om de leiding aan te sluiten. StabiCAD V breekt de bestaande leiding open en sluit de nieuwe leiding hierop aan. Ga door met het tekenen, of sluit het af. Tekenhoek instellen Voor het instellen van de tekenhoek tijdens het tekenen van leidingen, volg onderstaande stappen: Teken een horizontale leiding. Tijdens het tekenen van de leiding geeft u steeds het volgende punt op door te klikken in de tekening. Op de commandoregel bij: - 0.0000 - Aansluiten/Dimensie/Hoek/Op/Neer/ Referentiepunt/Undo/<Selecteer volgend punt>:, typ h <Enter> om de hoek op te geven. Op de commandoregel bij: Snaphoek:, typ de hoek (in graden) in, gevolgd door <Enter>. De lijn wordt nu onder een hoek getekend. Let op! Het onder een hoek tekenen van een leiding kan alleen als de Ortho (met de toets <F8>) aan staat. Om de leiding weer recht te tekenen, stel de hoek in met de waarde 0. Leidinghoogte instellen Voor het instellen van de leidinghoogte, volg onderstaande stappen: Teken een horizontale leiding. Tijdens het tekenen van de leiding geeft u steeds het volgende punt op door te klikken in de tekening. Op de commandoregel bij: - 0.0000 - Aansluiten/Dimensie/Hoek/Op/Neer/ Referentiepunt/Undo/<Selecteer volgend punt>:, typ O <Enter> om de leiding omhoog te tekenen. Op de commandoregel bij: Hoogteverschil<1000.0000>: vul het hoogteverschil in gevolgd door <Enter> of toets direkt <Enter> om de standaardwaarde van 1000 mm te gebruiken. Teken de leiding verder door het selecteren van een volgend punt. StabiCAD V tekent automatisch het symbool van een opgaande leiding om aan te geven dat de leiding op dat punt naar boven gaat. 16 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

De commandoregel toont altijd de actuele hoogte waarmee getekend wordt. Dit staat aan het begin van de leidingopties tussen strepen: - 1000.0000 - Aansluiten/ Dimensie/Hoek/Op/Neer/Referentiepunt/Undo/<Selecteer volgend punt> Volg dezelfde stappen voor het naar beneden tekenen van een leiding. Vul dan bij stap 2 de n in van neer. De hoogte is duidelijk zichtbaar te maken wanneer van de plattegrond een isometrisch aanzicht wordt gegenereerd. Zie 3.1.2. Isometrie genereren, p. 26 2.3.4. Verticale leiding tekenen StabiCAD V biedt verschillende soorten verticale leidingen. De werkwijze is voor alle soorten leidingen hetzelfde. Het tekenen van bijvoorbeeld een naar bovengaande leiding (stijgleiding) gaat als volgt: [Leiding naar bovengaand] tabblad Leid. Klik het eindpunt van de leiding waarop de stijgleiding aangesloten wordt. Zodra u het eindpunt van een bestaande leiding klikt, neemt de stijgleiding alle eigenschappen van deze leiding over. Op de commandoregel leest u het type leiding. Andere mogelijkheden: Als u geen punt op een bestaande leiding kiest, typ M <Enter> om eerst het leidingtype in te stellen. Zie Overige leidingen, p. 13. Om de leiding te beginnen op een x-waarde en een y-waarde vanaf een referentiepunt: typ S <Enter>. Volg het dialoogvenster voor instructies. In het dialoogvenster Dimensie, vul gegevens in, of wijzig het leidingtype. Zie ook Leiding dimensioneren, p. 14. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 17

STAP 6: Klik Snap op leiding om de hoogte boven de vloer te berekenen vanuit de bestaande leiding. Klik Vaste hoogte, en voer de hoogte boven de vloer in om een afwijkende hoogte te kiezen. Klik [OK]. 2.3.5. Horizontale en verticale leiding op elkaar aansluiten Een horizontale leiding kunt u op een verticale leiding van hetzelfde type aansluiten. Dit gaat als volgt: [Verbind horizontale met verticale leiding] tabblad Bew. Klik de horizontale leiding. Klik de verticale leiding. StabiCAD V sluit de leidingen aan. 2.3.6. Sprong of T-stuk in leiding plaatsen [Sprong in leiding] tabblad Leid. Klik de leiding waarin de sprong wordt geplaatst. Zodra u de leiding klikt, neemt de sprong alle eigenschappen van deze leiding over. Op de commandoregel leest u het type leiding. Andere mogelijkheden: Als u leiding klikt, typ M <Enter> om eerst het leidingtype in te stellen. Zie Overige leidingen, p. 13. Typ S <Enter> om de leiding te beginnen op een x-waarde en een y-waarde vanaf een referentiepunt. Volg het dialoogvenster voor instructies. In het dialoogvenster Dimensie, vul gegevens in, of wijzig het leidingtype. Zie ook Leiding dimensioneren, p. 14. Klik [OK]. Voer in een rotatie in de tekening. StabiCAD V plaatst de sprong. Het tekenen van een T-stuk gaat op dezelfde manier. 2.3.7. Tekst in leiding plaatsen Een leiding kan zowel met als zonder tekst worden weergegeven. Een hemelwaterafvoerleiding met tekst bijvoorbeeld ziet er als volgt uit: 18 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

Bij het tekenen van een dergelijke leiding komt de tekst nog niet in de tekening. Plaats de tekst als volgt: [Leidingtekst] tabblad Bew. Op de commandoregel achter Leidingen selectie Handmatig <Automatisch>:, typ A <Enter> om alle leidingen van dit type in de tekening van de tekst te voorzien. Typ H <Enter> om alleen dat stuk leiding, dat u aangeeft, van tekst te voorzien. Klik de leiding. StabiCAD V plaatst de tekst in de open ruimten van de leiding. Als het een vrij leidingtype is, vult u zelf de tekst in. 2.3.8. Leidingen bematen Op menukaart CV tabblad Maatv., klik een button om een symbool te plaatsen. Kies de eerste leiding die u wilt bematen. Typ D <Enter> om zelf de positie van de bemating te bepalen. Geef na plaatsing de positie van de bemating aan met de aanwijzer. Klik eventueel de volgende leiding, enzovoorts. Sluit af met de rechter muisknop. StabiCAD V plaatst de bemating bij de leiding. Met de button [Stretch bemating] kunt u maatvoeringen uitrekken. 2.3.9. Leidingdiameter wijzigen [Wijzig leidingdiameter van een leiding] tabblad Bew. Klik de leiding. In het dialoogvenster Diameter, klik de nieuwe diameter en klik [OK]. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 19

2.3.10. Leidingtype wijzigen [Wijzig leidingtype] tabblad Bew. Klik één of meerdere leidingen, en sluit af met de rechter muisknop. Klik een bestaande leiding om het type te veranderen in die van de bestaande leiding. Typ M <Enter> om een leidingtype te selecteren. Zie Overige leidingen, p. 13. Sluit af met de rechter muisknop. 2.3.11. Kruisingen van leidingen verduidelijken Als twee leidingen elkaar in de tekening kruisen, lijkt het alsof deze gekoppeld zijn. StabiCAD V kan in de tekening aangeven dat er geen koppeling is, maar een kruising. Let op! Dit werkt niet met flexibele leidingen. [Breek leidingen] tabblad Bew. Op de commandoregel achter Dimensie/<Selecteer bovenliggende leiding>:, typ D <Enter> om de lengte van de onderbreking op te geven. Op de commandoregel achter Breekopening leidingen <0.00>:, typ de breekopening in, bijvoorbeeld 300 <Enter>. Klik eerst de bovenliggende leidingen stuk voor stuk aan. Sluit af met de rechter muisknop. Klik vervolgens de onderliggende leidingen stuk voor stuk aan. Sluit af met de rechter muisknop. StabiCAD V tekent de onderliggende leiding onderbroken. 20 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

2.3.12. Leiding breken [Breek leiding] tabblad Bew. Klik de leiding die u breken wilt. Klik het onderbrekingspunt op de leiding. StabiCAD V breekt de leiding in twee stukken. De verwijzingen van de bematingen zullen behouden blijven. 2.3.13. Opengebroken leiding herstellen [Herstel opening] tabblad Bew. Klik de eerste leiding. Klik de tweede leiding. StabiCAD V verbindt de twee leidingen tot één. 2.3.14. Plaatsen en rapporteren van hulpstukken Het rapporteren van hulpstukken is mogelijk door achteraf deze hulpstukken te plaatsen. De hulpstukken zijn onderverdeeld in de functies [Bocht, T-stuk en kruisstuk horizontaal], [Plaatsen van verbindingsstukken en verlopen] en [Plaatsen Bocht, T-stuk en kruisstuk verticaal]. Deze functies zijn terug te vinden op elk tabblad waar enkellijns leidingen getekend kunnen worden (menukaarten CV, Sanitair, Leidingen). Onderstaande afbeeldingen tonen de werking van twee functies. Overige functies worden niet geïllustreerd maar hebben wel dezelfde werkwijze. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 21

2.4. Radiator aansluiten 2.4.1. Aansluitingen tekenen Voordat u een radiator aansluit op een leiding, tekent u eerst de aansluitingen van de radiator. Werkwijze Op de menukaart CV, tabblad Rad klik een aansluiting: Klik de radiator. 22 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

Typ D <Enter> om de afmetingen van de leiding op te geven: type leiding (leidingreeks), diameter van de leiding, type isolatie, dikte isolatie, en verdiepingshoogte. Klik [OK] na uw keuze. Beweeg de aanwijzer naar de aansluitzijde van de radiator, en klik daar. Typ I <Enter> om het getekende symbool in te korten. Er ontstaat nu ruimte op de tekening voor de aansluitingen. De werkelijke lengte van de radiator verandert niet. StabiCAD V tekent de leiding. Figuur 6: Voorbeeld aansluiting op leiding 2.4.2. Radiator aansluiten aan horizontale leiding Nadat een radiator is voorzien van aansluitingen, kunt u deze aansluiten op een horizontale leiding. Let op! Dit werkt niet met flexibele leidingen. [Radiator aan leidingen] tabblad Rad. Klik de radiator. Typ D <Enter> om de gegevens van de leiding in te voeren: soort leiding (leidingreeks), diameter van de leiding, type isolatie, en dikte isolatie. Klik [OK]. Klik de rode aanvoerleiding. Klik de blauwe retourleiding. StabiCAD V breekt de hoofdleidingen open, en tekent de aansluitingen hier haaks op. Figuur 7: Voorbeeld aansluiting op horizontale leiding 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 23

2.4.3. Aansluitingen wisselen Nadat een radiator is voorzien van aansluitingen kunt u de aanvoer- en ratouraansluiting omwisselen. [Verwissel Aansluitingen] tabblad Rad. Klik de radiator. Geef de aanvoerzijde op. 2.5. Appendages en toestellen plaatsen U kunt verschillende appendages en toestellen plaatsen. StabiCAD V vraagt hierbij om een invoegpunt, een punt op de leiding, of een punt voor de muur. U vindt de appendages op menukaart CV, tabblad App. De werkwijze is voor alle soorten appendages en toestellen hetzelfde. 2.5.1. Aftapkraan plaatsen [Aftapkraan] tabblad App. Klik een punt op de leiding. Geef de rotatie op. In het dialoogvenster Vul gegevens in, kies een materiaalcode en klik [OK]. StabiCAD V breekt de leiding open en plaatst de kraan. Andere appendages en toestellen Om een radiatorventiel te plaatsen, kies de radiator. StabiCAD V plaatst het ventiel op het juiste aansluitpunt. Om een ketel te plaatsen, gebruik het commando Dimensie om de afmetingen op te geven. Plaats de ketel tegen de muur of elders. 2.5.2. Tappunt plaatsen Op menukaart Leidingen, klik button: [Tappunt] tabblad Water. Klik op de leiding. Geef de rotatie op. 24 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

Voer in een materiaalcode in het dialoogvenster Vul gegevens in en klik [OK]. StabiCAD V breekt de leiding open en plaatst het tappunt. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 25

3. Overzicht belangrijke functies 3.1. Hulptools voor CV Installaties 3.1.1. Indeelfuncties Voor het plaatsen van roosters is een aantal indeelfuncties beschikbaar. Hiermee kunt u eenvoudig roosters in een gewenst patroon in een ruimte plaatsen. Deze indeelfuncties zijn: a-2a-methode: Hiermee worden roosters in een regelmatig patroon in een ruimte geplaatst. Zie Snel op weg. lijn-methode: Hiermee worden roosters op een lijn, polylijn of boog geplaatst. Deze functie is bijv. te gebruiken in ruimten met gebogen wanden. Zie Snel op weg. 3.1.2. Isometrisch tekenen Leidingen en toestellen kunnen in perspectief worden getekend. Onderstaand voorbeeld beschrijft hoe u dit kunt doen: [Isometrie] tabblad Isom. Op de commandoregel achter Dimensie/Links/Rechts/Boven/<Selecteer beginpunt>:, typ D <Enter> om de leidingreeks, de leidingdiameter, het type en de dikte van de isolatie te kiezen. Klik [OK]. Bepaling van het aanzicht: Typ L <Enter> om in tweede en vierde kwadrant, en recht naar boven of beneden te tekenen. Typ R <Enter> om in het eerste en derde kwadrant, en recht naar boven of beneden te tekenen. Typ B <Enter> om in het bovenste tekenvlak te tekenen. Teken een aantal isometrische leidingen. U kunt het schema aanvullen met verschillende appendages en maatvoeringen vanaf hetzelfde tabblad. Ook sommige andere symbolen kunt u gebruiken. Plaats een radiator als voorbeeld. Teken een radiator met de optie Parallel, om het symbool parallel aan de isometrische lijn te plaatsen. 3.1.3. Isometrie genereren Leidingen getekend in de plattegrond zijn in een isometrisch aanzicht te bekijken. Volg hiervoor onderstaande stappen: Open de menukaart CV, tabblad Isom en klik Genereer isometrie of schuine projectie. 26 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

Op de commandoregel bij: Schuine projectie/isometrie <Isometrie>:, toets <Enter>. Op de commandoregel bij: Select entities:, selecteer het leidingstelsel in de plattegrond en toets <Enter>. Op de commandoregel bij: Selecteer basispunt:, klik een punt aan bij het stelsel dat is geselecteerd. Dit punt functioneert dan als basispunt bij het plaatsen van het isometrisch aanzicht in de volgende stap. Op de commandoregel bij: Selecteer positie schema:, klik een punt aan in de tekening. Het isometrisch aanzicht wordt geplaatst. 3.1.4. Meet- en regeltechnisch schema Met de menukaart Meet- en regel van StabiCAD V zet u schema s op met de basissymbolen voor de procesinstrumentatie. Deze symbolen zijn volgens NEN3157. Instrumenten plaatsen Klik button [Gebruiken NEN-tabel], tabblad Nen 3157 Op de commandoreel achter Plaats symbolen met behulp van NEN-tabel? <Ja>:, typ J <Enter>. Klik een van de aanwezige instrumentbuttons, bijvoorbeeld [Instrument bij procesapparaat], tabblad Nen 3157. Klik het invoegpunt. Op de commandoregel achter Meetfunctie/?:, typ? <Enter> om een lijst van meetfuncties te zien. U kunt ook direct de letter van de meetfunctie toetsen. STAP 6: STAP 7: STAP 8: STAP 9: Vergroot het dialoogvenster StabiCAD V Prompt History om alle mogelijke meetfuncties te zien. Typ de letter van de meetfunctie, bijvoorbeeld E <Enter> voor Elektrische grootheid. Bij Aanvulling op meetfunctie/?:, typ een letter <Enter> of? <Enter> voor een lijst. Doe hetzelfde voor Verwerkingsfunctie en Aanvulling op verwerkingsfunctie <Enter>. Controleer de waarden in het dialoogvenster Edit Block Attributes, wijzig ze eventueel, en klik [OK]. StabiCAD V plaatst het symbool. Corrigerende organen tekenen Klik een van de corrigerende buttons, bijvoorbeeld [Corrigerend element] Klik het invoegpunt. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 27

Geef een rotatie op. 3.1.5. Werktuigbouwkundige schemasymbolen Met de menukaart Schema-W van StabiCAD V plaatst u werktuigbouwkundige schemasymbolen. Er zijn symbolen voor ketels, apparaten, luchtbehandeling, koeling, perslucht, appendages, etc. De werkwijze is voor alle soorten werktuigkundige schemasymbolen hetzelfde. Het plaatsen van bijvoorbeeld een luchtkoeler gaat als volgt: Klik een button [Luchtkoeler] Plaats het symbool in de tekening. Op tabblad Overig staan functies om symbolen te verwijderen, en functies voor het tekenen van enkellijns leidingen. 3.2. Instellingen 3.2.1. Tekeninstellingen Tekeninstellingen wijzigt u als volgt: [CV-Set] tabblad Div. In het dialoogvenster kunt u de volgende instellingen wijzigen: Hoogte radiatoren boven vloer:. Deze hoogte gebruikt het programma in de berekening van de lengte van de verticale aansluitleidingen. Afstand radiatoren tot raam/borstwering of muur:. Hiermee bepaalt u de afstand vanaf een raam/borstwering of muur tot aan het hart van de radiator. Radiatorventiel:. Deze tekst plaatst StabiCAD V bij de radiator. Bevestiging radiatoren:. Hier geeft u aan hoe de bevestiging van een radiator is, bijvoorbeeld met ophangbeugels. 'Radiatorinfo direct plaatsen'. Vink dit aan om de radiatorinformatie direct te plaatsen. 'Fabrikaat vermelden in radiatorinfo'. Vink dit aan om het fabrikaat te vermelden. 'Verdiepingshoogte:'. Dit is nodig in de bepaling van de lengte van leidingen die van een andere verdieping komen of die naar een andere verdieping gaan. Afstand aanvoer- en retourleiding:'. Tekentechnische afstand in millimeters. 'T-aanvoer:'. Dit is de temperatuur van de aanvoerleiding. Deze temperatuur is nodig voor de berekening van de afgifte van de radiator. 'T-retour:'. Hetzelfde als T-aanvoer:, maar dan voor de retourleiding. Wijzig de instellingen naar wens en klik [OK]. 28 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

Verschillende tekentechnische grootheden kunt u ook via StabiBASE instellen: [Instellingen CV] tabblad Div. of [Instellingen Leiding] tabblad Div. Toevoegen van fabrikanten van CV-Radiatoren: In StabiBASE kies Beheer - CV Radiatoren. Klik button [Nieuw] en geef de naam van de nieuwe fabrikant op. Dialoogvenster Fabrikant toevoegen 3.2.2. Attributen instellen Het uiterlijk van attributen van getekende symbolen kunt u als volgt instellen. [Database functies] tabblad Div. In het dialoogvenster Database functies, klik [Attribuut instellingen]. Klik het symbool waar u de attributen van wilt wijzigen, bijvoorbeeld een radiator. Figuur 8: Dialoogvenster Attribuut instellingen Klik een attribuut, bijvoorbeeld Radiatorinfo klein. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 29

Wijzig instellingen naar wens. Klik [OK]. 3.2.3. Materiaal- en symbolenbeheer Zowel materialen als symbolen van de module CV kunt u beheren. [Materiaalbeheer CV] tabblad Div. of [Symbolenbeheer CV] tabblad Div. In het dialoogvenster Beheer materiaal of Symbolen beheer kunt u materialen en symbolen toevoegen, wijzigen of verwijderen. 3.2.4. Materiaalcode De materiaalcode gebruikt u om symbolen, die op de tekening er hetzelfde uitzien, op de materiaallijst van elkaar te laten verschillen. Zo kan materiaalcode A gedefinieerd worden bij het symbool voor bijvoorbeeld een paneelradiator van het fabrikaat Brugman, artikelnummer 123456. Materiaalcode B kan bij datzelfde symbool gedefinieerd worden als een ander artikel. Zo bouwt u per symbool een lijst op met materiaalcodes die allemaal een ander artikel vertegenwoordigen. Mogelijkheden: Materiaalcode maken Materiaalcode wijzigen Materiaalcode verwijderen Plaatsen materiaalcode in de referentiedatabase. Als u materiaalcodes plaatst in een referentiedatabase, kunnen deze codes in elk project gebruikt worden. Materiaalcode maken Plaats een paneelradiator. In het dialoogvenster Vul gegevens in, klik [Materiaalcode]. In het dialoogvenster Materialen, in het veld 'Materiaalcode', typ A <Enter> als materiaalcode. Enkele voorbeelden van materiaalcodes: A, B, C, D, etc. Figuur 9: Dialoogvenster Materialen 30 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A

STAP 6: In het veld 'Fabrikaat', typ Brugman <Enter>. In het veld 'Artikelnummer', typ 123456 <Enter>. Klik [OK]. Materiaalcode wijzigen Om een materiaalcode te wijzigen, volg deze stappen: [Database functies] tabblad Div. In het dialoogvenster Database functies, klik [Materiaalcode beheer]. In het dialoogvenster Materialen, klik [Selecteer symbool <], en klik het symbool waarvan u de materiaalcode wilt wijzigen. In het dialoogvenster Materialen, wijzig de velden naar keuze. Klik [OK]. Materiaalcode verwijderen In het dialoogvenster Materialen, klik de materiaalcode die u wilt verwijderen. Klik [Delete]. Klik [OK]. 3.2.5. Materiaalcode in alle projecten gebruiken Als u een materiaalcode in een tekening aangemaakt heeft, dan kunt in het hele project beschikken over deze materiaalgegevens. Wanneer u materiaalgegevens voor alle projecten wilt gebruiken, neemt u de materiaalcode op in de referentiedatabase. Vanuit deze database is het in elk project mogelijk gebruik te maken van hetzelfde materiaal. Deze materiaalgegevens kunt u beheren vanuit StabiCAD V en StabiBASE. Plaatsen materiaalcode in de referentiedatabase In het dialoogvenster Materialen, klik een materiaalcode. Klik [Update]. Klik [OK]. De gegevens zijn nu opgenomen in de referentiedatabase. Bij het plaatsen van een ander symbool is de gemaakte materiaalcode direct te gebruiken. Bij het maken van een nieuwe materiaalcode kunt u gegevens als fabrikaat en artikelnummer direct gebruiken uit de database. Het nieuwe materiaal moet exact hetzelfde zijn als het reeds bestaande materiaal. 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A 31

32 2006 Stabiplan BV - Doc. nummer: M-CV-V-NL - Versie: R2A