Practicum hoogtemeting 3 e klas havo/vwo



Vergelijkbare documenten
Deze stelling zegt dat je iedere rechthoekige driehoek kunt maken door drie vierkanten met de hoeken tegen elkaar aan te leggen.

Inleiding goniometrie

VOORBEREIDINGSWEEK BASISOPDRACHTEN

Hoofdstuk 4: Meetkunde

2.1 Gelijkvormige driehoeken[1]

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

4.1 Rekenen met wortels [1]

Breuken met letters WISNET-HBO. update juli 2013

Basisvaardigheden algebra. Willem van Ravenstein Den Haag

3.1 Soorten hoeken [1]

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

44 De stelling van Pythagoras

Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A

1.1 Rekenen met letters [1]

ProefToelatingstoets Wiskunde B

Breuken in de breuk. 1 Breuken vermenigvuldigen en delen (breuken in de breuk)

Samenvatting VWO wiskunde B H04 Meetkunde

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

1.3 Rekenen met pijlen

7 a. 8 a. de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE HAVO 1

Wortels met getallen en letters. 2 Voorbeeldenen met de (vierkants)wortel (Tweedemachts wortel)

Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A.

REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS

Willem van Ravenstein


0. voorkennis. Periodieke verbanden. Bijzonder rechthoekige driehoeken en goniometrische verhoudingen

7 a. 8 a. de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE HAVO 1

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Hier vielen de eendjes van het schip. Bereken hoeveel procent van de eendjes in zuidelijke richting dreef. Schrijf je berekening op.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf

Ruitjes vertellen de waarheid

opdracht 1 opdracht 2. opdracht 3 1 Parabolen herkennen Algebra Anders Parabolen uitwerkingen 1 Versie DD 2014 x y toename

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters

4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

Goed aan wiskunde doen

Bijlage 1 Rekenen met wortels

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

Goniometrische functies

Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Voorkennis Stelling van

6.1 Rechthoekige driehoeken [1]

Instructie voor Docenten. Hoofdstuk 13 OMTREK EN OPPERVLAKTE

Vergelijkingen en hun oplossingen

Stoomcursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO ( ) = = ( ) ( ) ( ) = ( ) ( ) = ( ) = = ( )

3 Formules en de grafische rekenmachine

2 REKENEN MET BREUKEN Optellen van breuken Aftrekken van breuken Vermenigvuldigen van breuken Delen van breuken 13

blikken b dat nodig is voor de toren. Op de uitwerkbijlage staat een tabel, die hoort bij dit verband. Vul de tabel op de uitwerkbijlage verder in.

Rekenen aan wortels Werkblad =

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

a. De hoogte van een toren bepalen met behulp van een stok

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

PARATE KENNIS & VAARDIGHEDEN WISKUNDE 1 STE JAAR 1. TAALVAARDIGHEID BINNEN WISKUNDE. a) Begrippen uit de getallenleer ...

werkschrift driehoeken

1 Coördinaten in het vlak

META-kaart vwo3 - domein Getallen en variabelen

1 Cartesische coördinaten

tan c b + a c c b HOOFDSTUK 8 DRIEHOEKSMETING IN EEN RECHTHOEKIGE DRIEHOEK EXTRA OEFENINGEN

d. Met de dy/dx knop vind je dat op tijdstip t =2π 6,28 het water daalt met snelheid van 0,55 m/uur. Dat is hetzelfde als 0,917 cm per minuut.

Examencursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO kan niet korter

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Differentiëren. Training met de rekenregels en de standaard afgeleiden

H24 GONIOMETRIE VWO. Dus PQ = 24.0 INTRO. 1 a 6 km : = 12 cm b. 5 a 24.1 HOOGTE EN AFSTAND BEPALEN. 2 a factor = 3

Onthoudboekje rekenen

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: goniometrie en meetkunde. 22 juli dr. Brenda Casteleyn

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x ( x 1) Willem-Jan van der Zanden

1E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE

Lereniseenmakkie Werkboek Zelf rijden en pech onderweg - 1

Uitwerkingen van de opgaven uit Pi

2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen ( 15 x 3 = 45

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Vraag Antwoord Scores

Antwoordmodel - Vlakke figuren

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

1. rechthoek. 2. vierkant. 3. driehoek.

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

Werkblad Cabri Jr. Vermenigvuldigen van figuren

Examen VBO-MAVO-C. Wiskunde

Breuksplitsen WISNET-HBO NHL. update juli 20014

Samenvatting Wiskunde B

Noorderpoortcollege School voor MBO Stadskanaal. Reader. Wiskunde MBO Niveau 4 Periode 8. M. van der Pijl. Transfer Database

Werkwijzers. 1 Wetenschappelijke methode 2 Practicumverslag 3 Formules 4 Tabellen en grafieken 5 Rechtevenredigheid 6 Op zijn kop optellen

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

Deel C. Breuken. vermenigvuldigen en delen

Onderstreep in elke opgave wat je eerst moet uitrekenen. Je hoeft de opdrachten niet uit te rekenen. 788 : (1 500 : 3)

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf

Het leek ons wel een interessante opdracht, een uitdaging en een leuke aanvulling bij het hoofdstuk.

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte

Samenvatting Wiskunde Aantal onderwerpen

Onderstreep in elke opgave wat je eerst moet uitrekenen. Je hoeft de opdrachten niet uit te rekenen. 788 : (1 500 : 3)

Noorderpoortcollege School voor MBO Stadskanaal. Reader. Wiskunde MBO Niveau 4 Periode M. van der Pijl.

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde B. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Transcriptie:

Deel (benaderbaar object) Om de hoogte van een bepaald object te berekenen hebben we geleerd dat je dat kunt doen als je in staat bent om een rechthoekige driehoek te bedenken waarvan je één zijde kunt meten, tezamen met een (niet rechte) hoek. Zie onderstaand plaatje: Om hoogte te berekenen kun je gebruik maken van de formule voor de tangens. Opdracht. Wat betekenen de letters d, en o? Leg uit wat je moet weten om hoogte te kunnen berekenen. Waarom gebruik je de tangens? Opdracht. Geef de formule waarmee je hoogte uit kunt rekenen. Dongemond college /9 versie.

Je gaat nu de hoogte van een object berekenen. Daarvoor moet je wat metingen doen, dat doe je met een extra stukje gereedschap. Bekijk onderstaande tekening. kijklijn 90º 0º Je maakt nu zo n meetinstrument (clinometer). Daarvoor krijg je: afdruk van een gradenboog (zonder getallen) Een stukje karton (A4) spijkertjes Een stukje touw Een gewichtje Kijk goed naar het plaatje en zet het meetinstrument in elkaar. Zet ook de getallen bij de gradenboog. (Waar moet de 0 o, en waar de 90 o?) Opdracht.3 Je gaat nu de hoogte van het havo/vwo gebouw berekenen. Deel a: Kies een geschikte plek waar je rustig de hoogte van het gebouw kunt meten. Noteer alle gegevens in een tabel. Voer meerdere metingen per persoon uit. Werkwijze: Zoek een plaats op x meters van het gebouw af (bepaal zelf wat handig is) > schrijf die afstand ook op! Nr kijkt langs de spijkertjes (richt de clinometer) Nr leest de waarden af Nr 3 Noteert de gevonden waarden Rouleren (Totdat iedereen een paar metingen heeft gedaan, bijvoorbeeld 3) (Vergeet ook niet de ooghoogte per persoon- te meten en op te schrijven!) Deel b: Schat de hoogte van het gebouw. Wat gebruik je als referentie? Deel c: Bereken nu met de in opdracht. gevonden formule de hoogte van het gebouw. Wat doe je met de verschillen in berekening (meetverschillen)? Kun je iets zeggen over de betrouwbaarheid van de metingen/berekeningen? Dongemond college /9 versie.

Practicum hoogtemeting deel (onbenaderbaar object) In deel zijn er al metingen en berekeningen verricht aan een object waarbij je de afstand van de plaats waar je meet tot aan het object kunt meten. Nu gaan we een object meten waar je niet bij kunt komen. Dat doen we door op twee plaatsen te meten. Zie onderstaand plaatje. Kijklijn Kijklijn α α 90º 90º 0º 0º 0 d We meten dus vanuit twee posities hoek α. Tevens meten we de afstand d tussen beide meetpunten. 0 staat voor de hoogte van waaruit je de meting doet. (ongeveer ooghoogte) Opdracht. De afstand (d) staat hier niet goed in het plaatje, kun je aangeven wat er niet correct is? Dongemond college 3/9 versie.

De berekening maken we met behulp van onderstaande vereenvoudigde tekening. De hoogte 0 is achterwegen gelaten, want die wordt bij de einduitkomst opgeteld. (Vergeet dat dus niet!) oek α en α en lengte d gaan we meten. Er geldt: I: d + x èn II: ( ) x Opdracht. Laat dat zien! In deze twee vergelijkingen staan onbekenden ( en x > de hoeken en d kunnen we immers meten) oe gaan we deze formules nu gebruiken? Eerst een rekenvoorbeeld: Neem aan dat α 45, α 60,d 5 meter Invullen in I: tan 45, en in II: 5 + x ( ) tan 60 x Je kunt nu de waarde vrijmaken : I: ( 5 + x) *tan 45 II: x * tan 60 Nu kunnen we de waarde van x uitrekenen: ( ABC) ( DBC), dus: ( 5 + x ) tan 45 x tan60 5tan 45 + x tan 45 x tan 60 (haakjes wegwerken) x tan 45 x tan 60 5 tan 45 (alles met x naar links en zonder x naar rechts) x ( tan 45 tan 60 ) 5 tan 45 (x buiten haakjes halen) x (,7305) 5 (omdat tan 45 o en tan 60 o.7305) 0,7305x 5 (haakjes wegwerken) x 6, 83054 (links en rechts delen door -0,7305) Door x nu in te vullen één van de twee oorspronkelijke formules kun je berekenen. De uitkomst is,83 meter. Dongemond college 4/9 versie.

Opdracht.3 Laat zien dat de uitkomst uit het voorbeeld,83 meter is, door de waarde van x in te vullen in I èn in II Een beter bruikbare formule ontstaat als we beide formules zo combineren dat de volgende formule ontstaat: * * d Door het combineren van beide formules (I en II) is de waarde voor x verdwenen. Ook in deze formule gebruiken we 0 (ooghoogte) nog even niet. De totale hoogte bestaat uit de berekende hoogte plus 0. Opdracht.4 Laat nu zien dat de algemene formule klopt. (Tip: vervang x in I door de betekenis van x in II en werk vervolgens de vergelijking eerst zo uit dat er geen breuken meer instaan. En dan verder..) Opdracht.5 Zou het belangrijk zijn om de twee plaatsen (punt A en punt D) en het object precies op één lijn te hebben als je deze meting gaat uitvoeren? (Tip: maak een schets van het bovenaanzicht van de situatie en beredeneer je antwoord) Opdracht.6 Voer de noodzakelijke metingen uit om de hoogte van een hoogspanningsmast te kunnen berekenen. Dat kun je het beste doen vanaf het parkeerplaatsje bij het brugklasgebouw. Vergeet ook 0 niet. Schat eerst de hoogte van de mast. Waarop baseer je die schatting? (eb je bijvoorbeeld vergelijkingsmateriaal?) Dongemond college 5/9 versie.

Uitwerkingen: Opdracht.: d afstand tot het object, is de hoogte van het object en o is de ooghoogte Om de hoogte te berekenen heb je d, de hoek en o nodig. Kijk in ABC: Tangens van de gemeten hoek overstaande rechthoekszijde delen door de aanliggende rechthoekszijde. Opdracht.: o tan α Daaruit volgt: o + d * d Opdracht.3 Deel a: Geschikte plek kiezen, zodanig dat de meting comfortabel uitgevoerd kan worden. Te denken valt aan een afstand zo tussen de 5 en 5 meter. Vergeet ook niet de ooghoogte per persoon- te meten en op te schrijven! Deel b: De hoogte van het gebouw is op meerdere manieren te schatten, bijvoorbeeld; het aantal verdiepingen vermenigvuldigen met de hoogte per verdieping (hoe bepaal je die?) Zet een persoon tegen de gevel en schat vervolgens de hoogte, uitgaande van de lengte van die persoon. Etc. Deel c: Berekening: Geen idee, heb het zelf nog niet gemeten. oe nauwkeurig is het resultaat: oe om te gaan met (meet-) verschillen? oe betrouwbaar is deze meting? Eventueel een bandbreedte laten bepalen. Is de gemeten hoek nog van invloed op het resultaat? Is de afstand van belang voor de nauwkeurigheid? Opdracht.: De ooghoogte is hier weergegeven in het scharnier, in werkelijkheid is dat de plaats waar het oog zich bevindt. Dat is vooral te zien bij de rechter meting, het echte oog zakt hier wat naar beneden ten opzichte van de meting van α. Opdracht.: De tangens van een hoek is het quotiënt van de lengte van de overstaande rechthoekszijde en de aanliggende rechthoekszijde. Opdracht.3: Substitueer 6,83054 in II en rond af op hele centimeters. Dongemond college 6/9 versie.

Opdracht.4: vergelijking I: erschrijf II: en vergelijking II: d + x x x Substitueer II in I: d + Breng d in de onderste breuk: d * + Vereenvoudig: d * + Vereenvoudigen van de breuk: * d * + erschrijf: *( d * + ) * aakjes wegwerken: * d * + * * Breng de term met van links naar rechts: * d * * * aal buiten haakjes: * d * *( ) erschrijf de vergelijking als volgt: En klaar! * * d Dongemond college 7/9 versie.

Opdracht.5: et is in feite niet belangrijk, alleen kun je de afstand tussen de metingen dan erg moeilijk bepalen. Deze factor (d) staat voor de verplaatsing vanaf A naar D in de richting van het object. Zie de volgende situatieschets: Als de hoek BAB maar erg klein gehouden kan worden is de gemeten afstand AB maar een fractie groter dan de beoogde afstand AB. We hebben de afstand AB gemeten, wat is dan de invloed op AB? iervoor kunnen we de cosinus gebruiken (cos aanliggende rh zijde / schuine zijde) cos BAB AB / AB AB AB * cos BAB Gevolgen van het niet meten op één lijn. basis d 0 afwijking hoek (graden) 3 4 5 0 5 d wordt 9,998 9,994 9,986 9,976 9,96 9,848 9,659 Verschil 0,00 0,006 0,04 0,04 0,038 0,5 0,34 afwijking hoek (graden) 0 5 30 35 40 45 50 d wordt 9,397 9,063 8,66 8,9 7,66 7,07 6,48 verschil 0,603 0,937,34,808,34,99 3,57 Opdracht.6 Zelf nog niet uitgevoerd, wellicht extra instructie geven: Meerdere metingen per persoon per meetpunt (A en D) laten verrichten Gebruik alleen metingen van dezelfde persoon voor het combineren van metingen op punt A en punt D oe nauwkeurig is het resultaat: o oe om te gaan met (meet-) verschillen? o oe betrouwbaar is deze meting? o Eventueel een bandbreedte laten bepalen. o o Etc. Is de gemeten hoek nog van invloed op het resultaat? Is de afstand (of het verschil in gemeten hoeken) van belang voor de nauwkeurigheid? Dongemond college 8/9 versie.