Schoolproject 4a. Mens en Maatschappij

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Schoolproject 4a. Mens en Maatschappij"

Transcriptie

1 Schoolproject 4a Lessenserie: Ontdekkers en veroveraars. Mens en Maatschappij J.A. Brouwer Leraar geschiedenis Wellant College in Montfoort 1

2 Inleiding Als schoolproject heb ik gekozen om een lessenserie te gaan maken. Dit wilde ik graag doen omdat ik de lessenserie zou kunnen toepassen in mijn lessen. Zelf heb ik nog nooit een groot project geleid voor mijn klassen. Het zijn vaak afzonderlijke lessen. In dit schoolproject zag ik een kans om een leuk en interessant project te ontwerpen voor mijn klassen. De lessenserie is geschikt voor het vak Mens en Maatschappij. De leerlingen van basis, kader en gl kunnen er mee overweg. De leerlingen gaan zelf namelijk aan de slag met een informatiemap waar makkelijkere en moeilijkere opdrachten in zitten. De leerlingen kunnen het zelf zo makkelijk of moeilijk maken als zij zelf willen. Op het Wellant College heb ik overlegd met mijn teamleider. Die vertelde mij dat er in de lessen weinig wordt gedifferentieerd op niveau. Met deze lessenserie wil ik laten zien hoe je goed kan differentiëren. Na onderzoek kwam ik erachter dat het voor vmbo leerlingen het beste is om te werken met een activerende werkvorm waarin zij keuzemogelijkheden hebben, zelfstandigheid en er ruimte is voor verschillende niveaus. Met dit idee heb ik mijn lessenserie vorm gegeven. 2

3 Inhoudsopgave Start document pagina 4 Literatuur onderzoek pagina 9 Docentenhandleiding pagina 12 Leerdoelen pagina 21 Literatuur lessenserie pagina 27 De Thema`s - Wij en de wereld pagina 35 o PowerPoint presentatie o Verwerkingsopdracht o Antwoorden verwerkingsopdracht o Groepsopdracht - De zeeweg naar Azie pagina 64 o PowerPoint presentatie o Verwerkingsopdracht o Antwoorden verwerkingsopdracht o Groepsopdracht - Ontdekker en veroveraars pagina 116 o PowerPoint presentatie o Verwerkingsopdracht o Antwoorden verwerkingsopdracht o Groepsopdracht - De verspreiding van culturen pagina 159 o PowerPoint presentatie o Verwerkingsopdracht o Antwoorden verwerkingsopdracht o Groepsopdracht - Instructie Project PowerPoint pagina Beoordeling presentatie pagina 201 3

4 Startdocument Gegevens student(en) Naam: Jeroen Brouwer Studentnummer: Adres: Laan van Chartroise 27 Postcode en plaats: 3552 EP Utrecht Telefoonnummer: Gegevens opdrachtgever: Naam begeleider: Roel Werner, Wellant College Adres: Doeldijk 16 Postcode en plaats: 3417 XD Montfoort Telefoon: Beide partijen zijn overeengekomen: dat het probleem / de vraag: Bij de meeste lessen is er geen sprake van differentiatie. Daarnaast heeft de school belang bij een lessenserie voor het vak Mens en Maatschappij voor leerjaar 1. Op het niveau van basis/kader. Graag wil de school een lessenserie met een plan waarbij er in de les gedifferentieerd wordt. De lessenserie moet een voorbeeld zijn voor andere leraren hoe zij in de lessen kunnen differentiëren. wordt beantwoord door het leveren van het volgende eindproduct: Een vervangende lessenserie voor de hoofdstukken zeven en acht van het lesboek Mens en Maatschappij uit leerjaar 1. Deze hoofdstukken heten: Ontdek de wereld en hoe ontstond Nederland. Het product moet gelijk uitvoerbaar zijn. Daarom moet er in de lessenserie voldoende lesmateriaal aanwezig zijn zodat de startende leraar er direct mee aan de slag kan. Er moet informatie aangeboden worden, groepsopdrachten, PowerPoint en nakijkmodellen. Daarnaast is het belangrijk dat er lesmateriaal wordt aangeboden 4

5 waarmee de startende leraar in de les kan differentiëren. waaraan de volgende eisen worden gesteld: Het product moet tegemoet komen aan verschillende leerstijlen. Het is zichtbaar in het materiaal dat niet iedereen op dezelfde manier met de stof bezig is. Het komt tegemoet aan de verschillende leerniveaus. Het komt tegemoet aan competenties van de groeilijnen die zijn geformuleerd op het Wellant College. De student voert de eigen lessenserie uit in zijn eigen klassen Begeleiding van de student vindt op de volgende manier plaats: De student kan voor vragen terecht bij zijn werkplekbegeleider Mireille Westra. Daarnaast is de student vrij om andere collega`s uit het eerste leerjaar om hulp te vragen. Plaats en datum van afsluiting: Wellant College 23 april. Week 17 gebruiksklaar 15 juli einde van het toepassen van de lessenserie In tweevoud opgemaakt te: Montfoort op 2 maart 2012 Naam opdrachtgever: Roel Werner Handtekening: Naam student: J. A. Brouwer Handtekening: Hieronder kunt u mijn plan van aanpak bekijken. Hier kunt u precies zien hoe ik de gemaakte afspraken uit het contract formulier ga uitvoeren. 5

6 Context De opdracht is een lessenserie. Dat is een verzameling van meerdere lessen die een les overstijgend doel dienen. Elke les is anders en wordt er gewerkt aan een ander leerdoel. Deze leerdoelen vormen allemaal kleine stapjes naar het grotere leerdoel. In een lessenserie horen naast leerdoelen ook competenties. De leerlingen gaan aan de slag met een groot product dat zij aan het einde van de lessenserie moeten inleveren. Om dit grote product te kunnen maken hebben zij competenties nodig. Vandaar dat ik zij de ruimte geef om deze te ontwikkelen. Naast het product een vervanging moet bieden voor het werkboek en het de leerlingen helpt om beroepsvaardigheden aan te leren, moet het een voorbeeld zijn voor collega`s uit leerjaar 1. Het product moet laten zien hoe je op een goede manier kan differentiëren in de klas. De doelgroep zijn leerlingen uit leerjaar 1 van een vmbo school in Montfoort. Het zijn leerlingen van basis en kader. Sommigen leerwegondersteunend. Er zijn veel leerlingen met leerproblemen als dyslexie, adhd of autisme. De leerlingen zijn bijna allemaal autochtoon en hebben de leeftijd van tussen de 11 en 14 jaar. Het team waarbinnen ik werk zijn meerder collega`s uit leerjaar 1. Daarnaast heb ik te maken met mijn opdrachtgever, mijn teamleider. Knelpunten Uit een inspectierapport is gekomen dat er op het Wellant college te weinig rekening wordt gehouden met verschillen in ontwikkeling. In sommige lessen zijn goede voorbeelden gezien waarbij leerlingen extra ondersteuning krijgen, respectievelijk aan het werk worden gezet met meer uitdagende opdrachten. Bij de meeste lessen was hiervan echter geen sprake, ook waar de lesstof en de zichtbare ontwikkeling van de leerlingen daar duidelijk aanleiding toe gaven. In een brief aan de collega`s heeft de teamleider gevraagd om een plan waarin collega`s duidelijke maken hoe zij zorg gaan dragen voor afstemming op verschillen in ontwikkeling. De teamleider wil materiaal/ repertoire zien wat je gebruikt voor leerlingen die: - Sneller werkt dan de anderen - Langzamer werkt dan de anderen - Zwakt presteert - Vooral negens haalt - Een korte spanningsboog heeft Mijn product geeft een antwoord aan de bovenstaande vragen. Het laat zien hoe je rekening kan houden met verschillen en geeft voorbeelden van materiaal dat je hiervoor kan ontwikkelen. Verkenning Ik ga naar informatie zoeken voor differentiatie in de les. De volgende boeken ga ik gebruiken: 6 - Geschiedenisdidactiek van Arie Wilschut - Lesgeven en zelfstandig leren - Gesprek met mijn werkplekbegeleider - Interview medestudent - Coachen op contact Martie Slooter - Ongewild lastig

7 Daarnaast ga ik gesprekken voeren met Co Werkers Expertise Archimedes afspraak Ik ga een afspraak maken met een medewerker van de HU. Opdrachtformulering De lessenserie zal uit de volgende onderdelen bestaan: - Onderzoek naar literatuur over differentiatie - Lesfasering van elke les met Powerpoint, literatuur voor de docent, opdrachten, lesmateriaal voor extra begeleiding voor leerlingen met leerproblemen, leerdoelen, competentiebeschrijvingen - Opdracht beschrijving voor de gehele lessenserie voor de leerlingen met leerdoelen en competentiebeschrijvingen. Een verslag met planning, logboek, evaluatie en presentatie. - Nakijkmodel voor de opdracht voor de leraar - Keuzemogelijkheden voor leerlingen. Opdracht eisen - In de lessenserie is een plan te vinden waarin duidelijk wordt gemaakt hoe er zorg wordt gedragen voor verschillen in ontwikkeling - Er is materiaal te vinden in de lessenserie voor leerlingen die: sneller werken dan de anderen, langzamer werken dan de anderen, zwakker presteren, vooral negens haalt of een korte spanningsboog heeft. - Het product komt tegemoet aan verschillende leerstijlen - Het product komt tegemoet aan verschillende leerstijlen./ - Het product wordt uitgevoerd Leerdoelen voor mijzelf Overgenomen uit de zeven competenties zo omschreven in de wer gids - De student gebruikt een repertoire aan didactische strategieën en werkvormen zoals pgo, natuurlijk leren, klassikaal leren, sociaal en samenwerkend leren. - De student maakt gebruik van moderne audiovisuele en ict-leermiddelen. - De student helpt leerlingen vak-, leer- en beroepsvaardigheden te ontwikkelen. - De student houdt rekening met verschillen. - De student gebruikt verschillende vormen van toetsen, assessment en evaluatie. - De student bevordert taakgericht werken - De student deelt kennis met het team en leert van collega`s. - De student kijkt kritisch naar zijn werk en gebruikt evaluatie, reflectie en feedback van anderen om zich verder te ontwikkelen. Co-werkers Mireille Westra Lerares mens en Maatschappij. Zij geeft mij feedback over mijn schoolproject en ik houdt met haar gesprekken over de inrichting van de lessenserie. Rob Geurts Leraar wiskunde. Hij geeft mij feedback over mijn schoolproject en ik houdt gesprekken met hem over de inrichting van de lessenserie. 7

8 Roel Werner Teamleider 1 e jaar. Hij geeft mij feedback over mijn schoolproject en ik houdt met hem gesprekken over de inrichting van de lessenserie. Planning Week 13 Gesprek met expert instituut plannen. Gesprekken met Co-werkers plannen. Bronnenonderzoek doen. Feedback vragen voor startdocument. Opzet maken voor de lessenserie. Week 14 Gesprek met expert instituut voeren. Gesprekken voeren met Co-werkers voor de inhoud van de lessenserie en de wensen voor differentiëren. Plan van aanpak maken voor differentiëren a.d.h.v. het bronnenonderzoek en de gesprekken. Leerdoelen en competenties beschrijven die ik wil ontwikkelen in mijn lessenserie. Groepsopdrachten ontwikkelen waar de leerlingen de gehele lessenserie mee bezig zijn en waar zij vaardigheden van de groeilijn kunnen ontwikkelen. In de groepsopdracht het plan van aanpak voor differentiatie uitvoeren. Week 15 Verder gaan met het maken van de groepsopdrachten. Het maken van de verschillende lessen. Lesdoelen formuleren voor de verschillende lessen die de algemene leerdoelen ondersteunen. Lesbeschrijving maken van elke les met literatuur, lesfasering, opdrachten, nakijkmateriaal, PowerPoint, filmpjes en een plan van aanpak voor differentiatie. Week 16 Verder gaan met het maken van de lessen. Week 17 Lessenserie afronden. 8

9 Literatuur onderzoek = Maatregelen in het onderwijs waarmee tegemoet gekomen wordt aan uiteenlopende capaciteiten en voorkeuren van leerlingen. In het boek : lesgeven en zelfstandig leren van Titus Geerlings worden er gespreken over vier verschillende manieren hoe je kan differentiëren. 1) Institutionele differentiatie Dit zijn verschillen in het niveau en karakter van het schoolsysteem. 2) Differentiatie op schoolniveau Het heeft betrekkingen op de keuze van vakkenpakketten, Profielgebonden programma`s, niveaudifferentiatie bij examens, groeperingvormen van leerlingen en zittenblijven. Zo wordt er geprobeerd het onderwijs aan te sluiten op verschillen in capaciteiten, belangstelling en bestemmingsvoorkeur. Er zijn niveaugroepen en niveauklassen. Groepen die worden ingedeeld op dezelfde leerprestaties voor een bepaald vak en groepen die worden ingedeeld op basis van dezelfde leerprestaties. 3) Differentiatie in de klas Het doel is om passend onderwijs te bieden aan leerlingen binnen een heterogeen samengestelde jaarklas. Om goed in te kunnen spelen op de verschillen tussen de leerlingen in voorkennis en belangstelling, wordt de leerstof onderscheiden in basisstof en differentiële stof en varieert de docent qua werkvormen, leermiddelen en evaluatietechnieken. Basisstof is de stof die voor alle leerlingen wenselijk is en haalbaar wordt verwacht in een bepaalde periode. De basisstof is vastgesteld in de zogenaamde kerndoelen. Differentiële stof komt voort uit de basisstof en komt tegemoet aan verschillen in opgedane kennis en belangstelling bij de leerlingen. De heer Geerlings noemt drie soorten differentiële stof: herhalingsstof, verrijkingsstof en keuzestof. Voor leerlingen die de basisstof toch wel moeilijk vonden kan je herhalingsstof aanbieden. Het is dan belangrijk dat je niet een herhaling geeft van de gehele basisstof. De herhaling moet precies aansluiten op de wensen van de leerlingen. De vragen die hij van de basisstof niet goed begreep. Verrijkingsstof is met de basissof verbonden leerstof voor leerlingen die meer of moeilijker leerstof aankunnen. 9 Keuzestof is leerstof die leerlingen zelfstandig mogen kiezen op grond van hun belangstelling. De stof kan maar hoeft niet perse afgestemd te zijn op de basisstof. Keuzestof is stof waarbij leerlingen het beste zelfstandig kunnen werken m.b.v. informatiebronnen, opdrachtkaarten, studeeraanwijzingen en zelftoetsen. Bij differentiatie in de klas gaat het erom dat het cognitieve leren wordt geoptimaliseerd. Daarnaast speelt het ook in op sociale en motivationele aspecten. Bij sociaal moet je denken aan

10 leerlingen die elkaar helpen met de stof. Een leerling die de kerndoelen al beheerst kan leerlingen helpen die het moeilijk vinden. Een grote variatie in leermiddelen en werkvormen kunnen ervoor zorgen dat het plezier in leren wordt vergroot. Zelfstandig leren is interne differentiatie op zijn top. Leerlingen kunnen de eigen manier bepalen van leren en zo worden er de juiste werkvormen gekozen. Interview differentiatie met expert Jaap Patist 1. Hoe kan er het best rekening worden gehouden met verschillen in niveau in de klas? Zoveel mogelijk onderwijs op maat. Klassenmanagment: activerende werkvormen. Veel meer groepswerk. In het groepswerk moeten ze zoveel mogelijk competenties aangeleerd krijgen. Groepswerk afwisselen. Extra materiaal aanbieden en een vorm van resultaat afspreken dat aantrekkelijk is voor de leerling. De leerlingen zelfstandigheid bieden, keuzemogelijkheden geven die passen bij hun eigen niveau, interesses en leerstijlen. De vorm moet leuk zijn voor de leerling. Uiteindelijk bepaalt de leraar de inhoud omdat leerlingen bronnen moet onderzoeken voor hun leuke eindproduct. Opdrachten die moet iedereen af hebben en is voor het grootste deel van de les. Daarnaast differentiatie tijd waarin ik leerlingen andere opdrachten aanbiedt waarin extra stof, verrijkingsstof, herhalingsstof waarbij ze tegelijk ook vaardigheden gaan oefenen. Elke leerling krijgt een andere opdracht. De opdrachten verschillen in herhalingsstof, extra stof en verrijkingsstof. Ik kan de juiste opdrachten aan de leerling geven. Daarnaast is de leraar ook verantwoordelijk voor het prikkelen van de leerlingen en het eisen stellen van het eindproduct. De opdrachten bieden ruimte voor verschillende eindniveaus in presentaties. Format: ontdekkingsreizen, verschillen in ontdekkingsreizen. Bijvoorbeeld Columbus is veel verschillende informatie. Ik kan zwakkere groepen minder eisen bij slimmere groepen kan ik ze prikkelen om meer te presteren. 2 hoofdstukken. Per hoofdstuk 4 opdrachten. De 4 opdrachten worden afgewisseld in een groepjes. Je werkt in 2 personen aan een opdracht. In een groepje zitten 8 personen. Het groepje van acht personen presenteert de verschillende opdrachten. En de verschillende opdrachten laten eenzelfde onderwerp zien. Tijd 50 minuten per les. 20 minuten intro van verschillende onderwerpen uit het hoofdstuk. Inspelen op beelddenkers. 30 minuten tijd voor differentiatie opdrachten. 2. Hoe kan men in de klas het best rekening houden met verschillende intelligenties, zoals beschreven door Howard Gardner? Ik geef ruimte tijdens de opdracht om zich zo te uiten als zij zelf willen. Beelddenkers vooral interesseren aan begin les met films en plaatjes. Ik ga ze op een andere manier beoordelen dan tekstueel vlak. Het wordt een presentatie waarin ze zelf kunnen laten zien wat ze hebben geleerd. Lichamelijk iets maken. Website maken. Eindproduct is differentiatie. 7 mogelijkheden voor opdrachten Hoe kan men in de les het beste rekening houden met leerproblemen als adhd, autisme en dyslexie? Indeling in groepen rekening houden met leerproblemen. Waar zijn de leerlingen het meeste bij gebaat. Waar kunnen leerlingen met problemen in taal het beste bij zetten?

11 4. Hoe kan men in de les het beste rekening houden met verschillen in leerstijl? Zoals beschreven door Kolb.? Vooral doeners in vmbo 5. Wat zijn goede werkvormen waarmee je in de les kan differentiëren? Werkvormen waarbij leerlingen zelfstandigheid hebben, activerende werkvorm, met keuzemogelijkheden en de opdracht ruimte biedt voor verschillend eindniveaus. 6. Hoe kan je in een lessenserie het beste beroepsvaardigheden aanleren? Sebo Ebbens Activerende didactiek, samenwerkend leren. Vmbo mens en maatschappij: Leerstijlen: doeners veel voorkomend Intelligenties: Beelddenkers Doen: aanleren van vaardigheden, niet zo zeer de kennis Toepassing in de lessenserie Leerlingen in het vmbo zijn vooral doeners en beelddenkers. Daarom heb ik vier activerende groepsopdrachten bedacht waarin leerlingen kunnen knutselen. Informatie kunnen zij vinden in een map waarbij vooral plaatjes centraal staan. De lessen worden ondersteund door een uitleg met plaatjes en filmpjes. In een verwerkingsopdracht kunnen de leerlingen plaatjes, bronnen en grafieken bekijken. In de lessenserie heb ik vier groepsopdrachten gemaakt waarin leerlingen gaan werken. De groepsopdracht moet herhalingsstof geven, stof in een andere context, verdieping en toepassing. Verschillende vmbo niveaus kunnen er mee aan de slag. Ook kunnen de leerlingen zelf een van de vier opdrachten kiezen. Daarnaast is er in de opdracht zelf ook nog zat te kiezen. De leerlingen kunnen bijvoorbeeld zelf bepalen hoe zij hun eindopdracht gaan vorm geven. De leraar kan zelf tijdens het begeleiden de leerlingen passend ondersteunen. Slimmere leerlingen kan hij meer uitdagen, leerlingen die er moeite mee hebben kan hij helpen. De leraar kan er ook voor zorgen dat de leerlingen tijdens de opdracht het niet te moeilijk of te makkelijk voor elkaar maken. 11

12 Docentenhandleiding Inleiding Dit schoolproject dat u voor u ziet is een project over het onderwerp; ontdekkers en veroveraars. Het is gemaakt a.d.h.v. het hoofdstuk Ontdekkers en veroveraars uit het vak mens en maatschappij. Het project is bedoeld voor de niveaus: basis, kader en Gl. De leerlingen leren over de ontdekking van de wereld door Europa, de internationale handel, de oorspronkelijke bevolking van andere continenten en de verspreiding van culturen over de wereld. Voor elk deel onderwerp is er een groepsopdracht bedacht. Deze verschillende onderwerpen komen ook terug in de vier verwerkingsopdrachten en de PowerPoint presentaties. De leerlingen zijn het grootste deel van de les bezig met de groepsopdracht. Elke les wordt ingeleid met een stukje PowerPoint en een verwerkingsopdracht. De leerlingen werken in tweetallen aan een groepsopdracht. Het uiteindelijke cijfer wordt bepaald door een presentatie van de groep van de groepsopdrachten. In deze docentenhandleiding vindt u een uitleg over hoe u van start kunt gaan met dit schoolproject. Er wordt puntsgewijs beschreven hoe u zich moet voorbereiden op het project. Er zijn beschrijvingen van de verschillende groepsopdrachten en de verwerkingsopdrachten. Voor de PowerPoint presentatie is er een kleine beschrijving. Ook is er van elke les een overzicht gemaakt waarin staat beschreven hoe de tijd wordt verdeeld, wat er van de leerlingen wordt verwacht en wat er van u als leraar wordt verwacht. 12

13 A) De voorbereiding Als eerste is het belangrijk dat voordat u aan de slag gaat met de specifieke voorbereiding dat u de leerdoelen leest die in dit project gehaald moeten worden. Daarnaast is het ook handig om de literatuur te lezen. Zo bent u goed op de hoogte waar het project over gaat en wat de leerlingen aan het einde van het project geleerd moeten hebben. Benodigde materialen die nodig zijn voor aanvang van het project: - Grote a1 vellen. Per twee tal gaan de leerlingen werken op een groot a1 vel. Er zijn 4 verschillende groepsopdrachten. Bij twee groepsopdrachten kan er een leeg a1 vel gegeven worden. Bij de andere twee groepsopdrachten moet de leraar zelf het a1 vel bedrukken. Bij de groepsopdracht; een oude wereld kaart maken, is er een achtergrond te vinden die op het a1 vel moet worden uitgeprint. Bij de groepsopdracht; religieuze tijdlijn, is er een lege tijdlijn te vinden die op het a1 vel moet worden uitgeprint. - Keukenrollen - Verf - Gekleurd karton - Veertjes - Kraaltjes - Bruin kaftpapier - IJslolly stokjes - Plakfiguren - Saté prikkers - Touw - Wc rol - Plakkaatverf - Verf kwasten - Penselen - Stanley mes - Crêpe papier - Atlas - Closetrolletjes Uitprinten voor de leerlingen: - Opdrachten stencil - Opdrachten in stappen - Informatiemappen van de verschillende groepsopdrachten - Verwerkingsopdrachten - Presentatieopdracht 13

14 B) Groepsopdrachten Groepsopdracht 1: Leerlingen gaan aan de slag met het maken van een wereldkaart. Op deze wereldkaart kunnen zij verschillende onderwerpen laten zien als: tijdzones, verschillende landen, herkomst producten, marktplaatsen en ontdekkingsreizigers. Groepsopdracht 2: De leerlingen gaan aan de slag met het maken van een groot eiland met plaatjes, tekeningen, steekwoorden en knutselwerkjes. Op dit eiland kunnen zij informatie verwerken als: kenmerken van Indianen en kenmerken van ontdekkingsreizigers en veroveraars. Groepsopdracht 3: Leerlingen maken een collage. De leerlingen maken op het vel zes verschillende vlakken waar zij kenmerken van de economie in de 15 e eeuw kunnen presenteren. Het gaar hierbij om de volgende kenmerken: grondstoffen, handel op markten, slavenhandel, VOC, gevaren, internationale handel en rijkdom in Europa. Groepsopdracht 4: Leerlingen maken een religieuze tijdlijn. De leerlingen leren over de verspreiding van de monotheïstische godsdiensten door een geografische geschiedenis met kenmerken te presenteren op een tijdlijn. De leerlingen krijgen bij hun groepsopdracht een opdrachtenstencil, een stappenplan en een informatiemap waarin de leerlingen de informatie kunnen vinden voor hun opdracht. De groepsopdracht maken zij uiteindelijk op een groot a1 vel. C) Verwerkingsopdrachten Er zijn vier verwerkingsopdrachten waarin de leerlingen vragen beantwoorden die gaan over de PowerPoint presentatie. Bij de verwerkingsopdrachten krijgen de leerlingen vragen over bronnen, schema`s en plaatjes. D) PowerPoint presentaties Als introductie van de verschillende groepsopdrachten en als uitleg voor de verwerkingsopdrachten worden er PowerPoint presentaties gegeven. De PowerPoints zijn gebaseerd op de literatuur uit de lessenserie. De PowerPoint word vorm gegeven met filmpjes en plaatjes. E) Presentatie van de groepsopdracht In de laatste les gaan de leerlingen hun groepsopdrachten presenteren. Er is een overzicht te vinden voor leerlingen die zij kunnen gebruiken in hun voorbereiding voor hun presentatie. F) Lesindelingen Nu volgen er lesindelingen over hoe de verschillende lessen worden opgebouwd. U kunt zien hoeveel tijd er voor elke werkvorm wordt vrijgemaakt. Welk materiaal er bij elke werkvorm nodig is. Wat er van de leerlingen worden verwacht en wat van de leraar wordt verwacht. Het project omvat zes lessen. Een introductie les, vier lessen met PowerPoint en verwerkingsopdracht en een les voor de presentatie. 14

15 Les 1 Introductie en starten van het project. Tijd Werkvorm Materiaal Leraar Leerlingen 0 Welkom - Verwelkomt de leerlingen. En begeleid de leerlingen naar hun plek Komen binnen en gaan zitten op hun plek. 5 Introductie filmpje Computer, beamer, Youtube Geeft een introductie van het filmpje. Bekijken het filmpje en luisteren naar de introductie. 15 Introductie van het project a.d.h.v. Een PowerPoint presentatie en een handout. PowerPoint, beamer, computer, handout. Geeft een instructie, stelt controle vragen, laat leerlingen de handout lezen. Stellen vragen en beantwoorden vragen. Lezen de handout en bekijken de PowerPoint. 25 Het maken van groepjes en het kiezen van de groepsopdrachten. Groepsopdrachten De leraar stelt de groepjes samen van acht personen. Begeleidt het verdelen van de opdrachten. Gaan in groepjes zitten. Verdelen de groepsopdrachten. 35 Uitgebreider bespreken van de groepsopdrachten. Groepsopdrachten Vertelt aan leerlingen met de groepsopdrachten hoe iedereen nu het beste aan de slag kan gaan. Luisteren en bekijken het opdrachten stencil, de opdrachten in stappen en de informatiemap. 45 Beginnen aan de groepsopdracht. Alle knutsel materialen en de groepsopdrachten Begeleidt de leerlingen, controleert de leerlingen. Gaan in tweetallen aan het werk met de groepsopdracht. 90 Afsluiten van de les Begeleidt de leerlingen in het opruimen van de spullen. Tekent de weektaakoverzicht af. Ruimen hun spullen op. Laten hun weektaakoverzicht aftekenen. 100 Einde les Zegt de leerlingen gedag. Verlaten het lokaal. 15

16 Les 2 Werken aan de groepsopdracht en het onderwerp: Wij en de wereld. Tijd Werkvorm Materiaal Leraar Leerlingen 0 Welkom - Verwelkomt de leerlingen. En begeleid de leerlingen naar hun plek Komen binnen en gaan zitten op hun plek. 5 Powerpoint uitleg: Wij en de Wereld. Computer, beamer, Youtube, PowerPoint. Geeft een uitleg van het onderwerp: Wij en de Wereld. Bekijken het filmpje en de Powerpoint. Luisteren naar de uitleg. 20 Maken van de verwerkingsopgaven Verwerkingsopgaven Begeleidt de leerlingen en controleert het werk. Maken de opgaven, stellen vragen. 40 Groepsopdracht. Alle knutsel materialen en de groepsopdrachten Begeleidt de leerlingen, controleert de leerlingen. Gaan in tweetallen aan het werk met de groepsopdracht. 90 Afsluiten van de les - Begeleidt de leerlingen in het opruimen van de spullen. Tekent de weektaakoverzicht af. Ruimen hun spullen op. Laten hun weektaakoverzicht aftekenen. 100 Einde les - Zegt de leerlingen gedag. Verlaten het lokaal. 16

17 Les 3: Werken aan de groepsopdracht en het onderwerp: De zeeweg naar Azië. Tijd Werkvorm Materiaal Leraar Leerlingen 0 Welkom - Verwelkomt de leerlingen. En begeleid de leerlingen naar hun plek Komen binnen en gaan zitten op hun plek. 5 Powerpoint uitleg: De zeeweg naar Azie. Computer, beamer, Youtube, PowerPoint. Geeft een uitleg van het onderwerp: Wij en de Wereld. Bekijken het filmpje en de Powerpoint. Luisteren naar de uitleg. 20 Maken van de verwerkingsopgaven Verwerkingsopgaven Begeleidt de leerlingen en controleert het werk. Maken de opgaven, stellen vragen. 40 Groepsopdracht. Alle knutsel materialen en de groepsopdrachten Begeleidt de leerlingen, controleert de leerlingen. Gaan in tweetallen aan het werk met de groepsopdracht. 90 Afsluiten van de les - Begeleidt de leerlingen in het opruimen van de spullen. Tekent de weektaakoverzicht af. Ruimen hun spullen op. Laten hun weektaakoverzicht aftekenen. 100 Einde les - Zegt de leerlingen gedag. Verlaten het lokaal. 17

18 Les 4 Werken aan de groepsopdracht en het onderwerp: Ontdekkers en veroveraars. Tijd Werkvorm Materiaal Leraar Leerlingen 0 Welkom - Verwelkomt de leerlingen. En begeleid de leerlingen naar hun plek Komen binnen en gaan zitten op hun plek. 5 Powerpoint uitleg: Ontdekkers en veroveraars. Computer, beamer, Youtube, PowerPoint. Geeft een uitleg van het onderwerp: Wij en de Wereld. Bekijken het filmpje en de Powerpoint. Luisteren naar de uitleg. 20 Maken van de verwerkingsopgaven Verwerkingsopgaven Begeleidt de leerlingen en controleert het werk. Maken de opgaven, stellen vragen. 40 Groepsopdracht. Alle knutsel materialen Begeleidt de leerlingen, en de groepsopdrachten controleert de leerlingen. Gaan in tweetallen aan het werk met de groepsopdracht. 90 Afsluiten van de les - Begeleidt de leerlingen in het opruimen van de spullen. Tekent de weektaakoverzicht af. Ruimen hun spullen op. Laten hun weektaakoverzicht aftekenen. 100 Einde les - Zegt de leerlingen gedag. Verlaten het lokaal. 18

19 Les 5 Werken aan de groepsopdracht en het onderwerp: Verspreiding van culturen Tijd Werkvorm Materiaal Leraar Leerlingen 0 Welkom - Verwelkomt de leerlingen. En begeleid de leerlingen naar hun plek Komen binnen en gaan zitten op hun plek. 5 Powerpoint uitleg: Verspreiding van culturen. Computer, beamer, Youtube, PowerPoint. Geeft een uitleg van het onderwerp: Wij en de Wereld. Bekijken het filmpje en de Powerpoint. Luisteren naar de uitleg. 20 Maken van de verwerkingsopgaven Verwerkingsopgaven Begeleidt de leerlingen en controleert het werk. Maken de opgaven, stellen vragen. 40 Groepsopdracht. Alle knutsel materialen en de groepsopdrachten. Presentatie opdracht Begeleidt de leerlingen, controleert de leerlingen. Gaan in tweetallen aan het werk met de groepsopdracht. Bereiden de presentatie voor. 90 Afsluiten van de les - Begeleidt de leerlingen in het opruimen van de spullen. Tekent de weektaakoverzicht af. Ruimen hun spullen op. Laten hun weektaakoverzicht aftekenen. 100 Einde les - Zegt de leerlingen gedag. Verlaten het lokaal. 19

20 Les 6 Presentatie van de Groepsopdracht. Tijd Werkvorm Materiaal Leraar Leerlingen 0 Welkom - Verwelkomt de leerlingen. En begeleid de leerlingen naar hun plek Komen binnen en gaan zitten op hun plek. 5 Introductie van de les Vertelt in welke volgorde de presentaties gehouden worden en wat de andere leerlingen moeten doen. Luisteren en stellen vragen. 15 Presentaties Groepsopdracht Begeleidt leerlingen in hun presentatie. En beoordeelt de presentatie. Geven een presentatie of kijken en luisteren naar de presentatie. Afsluiten van de 90 lessenserie - Begeleidt de leerlingen in het opruimen van de spullen. Tekent de weektaak over. Ruimen op en laten hun weektaakoverzicht aftekenen. 100 Einde les - Groet de leerlingen Verlaten het lokaal. 20

21 Leerdoelen en competenties / schoolproject 4a Niveau: Basis/ kader/ gl Leerdoelen Hoofdstuk 7 Cursus 1: Wij en de wereld. Kader: Nederland en het belang van relaties met de wereld voor de economie. Begrippen kunnen omschrijven: 1. Producent 2. Grondstoffen 3. Eindproducten 4. Consument Internationale handel Begrippen kunnen omschrijven: Internationale handel Import Export Invoer Uitvoer Kader: De leerlingen kunnen 2 voorbeelden van belangrijke Nederlands Export benoemen en 2 voorbeelden van belangrijke Nederlandse diensten. Het Suez Kanaal Leerlingen kunnen de geschiedenis van het Suez Kanaal omschrijven Leerlingen kunnen 2 belangrijke gevolgen van het Suez Kanaal benoemen Leerlingen kunnen de Haven van Rotterdam en Schiphol benoemen als belangrijke plekken voor de handel. Van bol naar plat De leerlingen kunnen de volgende begrippen omschrijven: Evenaar Noordelijk halfrond Zuidelijk halfrond De leerlingen kunnen een omschrijving geven van de aardas De leerlingen kunnen vertellen wat tijdzones zijn en waarom die er zijn. De leerlingen kunnen uitleggen waarom een dag 24 uur heeft en waarom een jaar 365 dagen heeft. Cursus 2: De zeeweg naar Azië. Kader: Specerijen uit Azië. De leerlingen kunnen drie specerijen benoemen die wij uit Indonesië gehaald hebben. De leerlingen kunnen drie redenen benoemen voor het gebruiken van de specerijen. 21 De leerlingen kunnen een andere specerij benoemen die uit Azie werden gehaald. Over zee en over land

22 Kader: Kader: Kader De leerlingen kunnen omschrijven hoe rond het jaar 1500 de specerijen Europa binnenkwamen. Vraag en aanbod De leerlingen kunnen benoemen waar Europeanen hun specerijen kochten rond het jaar 1500 De leerlingen kunnen omschrijven welke omstandigheden ervoor zorgden dat de prijs van specerijen voor Europeanen veel duurder was dan de oorspronkelijke prijs De leerlingen kunnen uitleggen wat er wordt bedoeld met de vraag naar producten De leerlingen kunnen uitleggen wat er wordt bedoeld met het aanbod van producten Waarom konden de Europeanen niet ergens anders goedkoper inkopen? Hoe werd Azië ook wel genoemd door de Europeanen? Ontdekkingsreizen De leerlingen kunnen benoemen waarom de eerste ontdekkingsreizen begonnen De leerlingen kunnen benoemen wat ontdekkingsreizen zijn De VOC De leerlingen kunnen vertellen wie Vasco da Gama was en waarom hij zo beroemd is. De leerlingen kunnen vertellen waarom na een tijd ook specerijen in Lissabon werden aangeboden. De leerlingen kunnen 3 kenmerken benoemen van de VOC Handelsbedrijf Verschillende handelaars verenigd Bedoeld om te handelen in Azië De leerlingen kunnen twee rechten benoemen die de VOC kregen van de Nederlandse Republiek. De leerlingen kunnen een voorbeeld geven van een handelspost in Nederlands- Indië. Cursus 3: Ontdekkers en veroveraars Kader: Kader: het verhaal van Columbus de leerlingen moeten kunnen benoemen voor wie Columbus werkte de leerlingen kunnen omschrijven wie Columbus was en waarom hij op reis ging de leerlingen kunnen omschrijven wat het resultaat was van de reis van Columbus De leerlingen kunnen vertellen waarom de oorspronkelijke bewoners van Amerika indianen werden genoemd. Indiaanse samenlevingen de leerlingen kunnen 3 kenmerken benoemen van de indiaanse samenleving De leerlingen kunnen een lage een hoge sociale beschaving uit Amerika benoemen veroveraars de leerlingen kunnen 2 redenen noemen voor mensen om naar Amerika te gaan de leerlingen kunnen omschrijven wat een kolonie is de leerlingen kunnen de relatie tussen de veroveraars en de indianen omschrijven de leerlingen kunnen 3 kenmerken benoemen van een indiaan 22

23 Kader: De leerlingen kunnen omschrijven waarom Latijns-Amerika, Latijns-Amerika heet. De leerlingen kunnen een omschrijving geven van de invloed van Hernan Cortes op de oorspronkelijke bevolking van Amerika. De leerlingen kunnen 3 redenen benoemen waarom Hernan Cortes een succesvolle veroveraar was in Amerika. De leerlingen kunnen 2 verschillende soorten mensen benoemen die emigreerden naar Amerika en hun doelstellingen De leerlingen kunnen 3 manieren benoemen hoe indianen te werk werden gezet door de Spanjaarden Spaanse kolonie De leerlingen kunnen omschrijven hoe het leven er uit zag in een kolonie in Latijns- Amerika. De leerlingen kunnen het begrip slaaf omschrijven en vertellen van welke slaven de Europeanen gebruik maakten en hoe ze werden ingezet. Slavenhandel Kader De leerlingen kunnen omschrijven waarom veel indianen de dood vonden De leerlingen kunnen omschrijven waar de Europeanen toen de slaven vandaan gingen halen Cursus 4: Verspreiding van culturen Kader: drie culturen in Mexico de leerlingen kunnen drie verschillende culturen in Mexico-stad benoemen De Europese overzeese uitbreiding De leerlingen kunnen omschrijven wat het begrip de Europese overzeese uitbreiding betekent De leerlingen kunnen de vier verschillende activiteiten benoemen Verspreiding van dieren en planten De leerlingen kunnen drie verschillende voorbeelden geven van dieren en planten die in Nederland zijn gekomen tijdens de ontdekkingsreizen Wereldgodsdiensten De leerlingen kunnen omschrijven hoe de drie wereldgodsdiensten over gehele wereld zijn verspreid Indonesië de leerlingen kunnen omschrijven hoe de islam in Indonesië is gekomen de leerlingen kunnen omschrijven wat godsdienstvrijheid is de leerlingen kunnen vier verschillende godsdiensten in Indonesië benoemen De leerlingen kunnen vertellen hoe de godsdienst in percentages over de bevolking is verdeeld. Tijdvakken en periodes De leerlingen kunnen de tien tijdvakken benoemen De leerlingen kunnen de vier verschillende periodes benoemen Competenties Plannen en organiseren De leerlingen: 23

24 hebben alles in orde kunnen de opdrachten in de juiste volgorde verdelen kunnen het werk verdelen weten wat je wil Onderzoek vaardigheid De leerlingen: kunnen onderzoeksgegevens verzamelen en verwerken Omgaan met anderen De leerlingen: hebben respect voor elkaar kunnen naar elkaar luisteren kunnen samenwerken begrijpen wat iemand bedoelt Zelfstandigheid De leerlingen: weten wat je wil kunnen zelf aan de slag zijn niet bang om fouten te maken kunnen zelf oplossingen bedenken Verantwoordelijkheid De leerlingen: doen wat je zegt houden zich aan hun afspraak Initiatief nemen De leerlingen: komen met eigen ideeën denken en doen mee kunnen een taak op zich nemen Informatie zoeken en verwerken De leerlingen: kunnen de juiste informatie uit een stuk halen Kijken naar jezelf 24

25 De leerlingen: weten waar zij goed en minder goed in zijn kunnen kritisch naar hun eigen werk kijken kunnen benoemen wat zij hebben geleerd Gebruik van materialen en gereedschap De leerlingen: kunnen veilig omgaan met materiaal en gereedschap zijn zuinig op hun spullen weten hoe alles werkt Samenwerken De leerlingen: kunnen overleggen en taken verdelen kunnen afspraken maken en zich daar aan houden kunnen gezamenlijk als groep verantwoordelijk zijn Spreekvaardigheid De leerlingen: kunnen zeggen wat je bedoelt kunnen een gesprek voeren kunnen zich goed verstaanbaar maken Doorzettingsvermogen De leerlingen: kunnen doorzetten als het moeilijk wordt kunnen omgaan met tegenslag Creativiteit De leerlingen: kunnen met eigen ideeen komen zijn niet bang om iets anders te maken dan de rest kunnen kunstzinnig te werk gaan Durven De leerlingen: durven uit te komen voor hun eigen mening durven op mensen af te stappen durven fouten te maken durven een uitdaging aan te gaan 25

26 Schrijfvaardigheid De leerlingen: kunnen een verslag schrijven kunnen een werkstuk maken kunnen een interview uitwerken kunnen en Presenteren De leerlingen: kunnen verschillende manieren van presenteren gebruiken kunnen duidelijk zijn kunnen boeiend vertellen De leraar Tijdens de lessenserie begeleidt de leraar de leerlingen op de volgende punten. De leerlingen moeten aan de groepsopdracht werken net als in de Prestatie tijd op het Wellant College gebeurt. Dat is tijd waarin leerlingen aan verschillende opdrachten gaan werken. De bovenstaande competenties kunnen tijdens de lessenserie aangeleerd worden. 26

27 Literatuur lessenserie De volgende literatuur die geschikt is voor de lesgevende docent is geschreven aan de hand van de volgende bronnen: 7. docentenpakket plein m 8. encyclopedie 9. Eigen kennis Cursus 1: Wij en de wereld. Al eeuwenlang is er handel tussen Nederland en de wereld. Handel is het uitwisselen van goederen tussen twee verschillende partijen. Handel ontstaat meestal als twee verschillende partijen winst kunnen maken met het uitwisselen van goederen. Handel tussen twee verschillende landen noemen wij internationale handel. Dankzij deze handel kunnen wij tegenwoordig producten kopen die uit verre streken komen. Handelaren varen met een boot, rijden met een auto of vliegen met een vliegtuig naar andere landen om daar producten te kopen. Zij verkopen die met winst in Nederland door. Deze handel die ontstaat noemen wij import. Import is het kopen van goederen uit het buitenland. Vanuit het buitenland ontstaat er een stroom van goederen die naar de mensen in Nederland toegaan. Dankzij deze import is er naast Hollands eten ook Italiaans eten, Surinaams eten, Chinees etc. De import in Nederland zorgt ervoor dat wij van elke cultuur zijn producten mogen proeven. Nederland is daarnaast zelf ook een producent. Een producent is iemand die producten maakt. Een product kan een auto zijn of computer. Deze producten worden meestal gemaakt door arbeiders. Dat zijn mensen die grondstoffen omzetten tot producten. Grondstoffen zijn materialen die worden gebruikt om producten mee te maken. Dat kunnen natuurlijke grondstoffen zijn als hout en olie. Deze worden geleverd door de mijnbouw en de landbouw. Maar dat kunnen ook geen natuurlijke grondstoffen zijn. Dan gaat het om stoffen die al verder zijn geproduceerd tot andere stoffen. Dat noemen wij halffabricaten. Uiteindelijk ontstaat er een eindproduct dat gereed is voor gebruik en de verkoop. Nederland produceert veel goederen en verkoopt die aan het buitenland. Daar worden de producten verkocht aan de consument. Een consument is iemand die consumeert. Consumeren is het gebruik maken van goederen of diensten. Goederen zijn producten en diensten zijn hulpverlening van mensen als een autoreparatie. De verkoop van goederen aan het buitenland noemen wij ook wel export. Dat is de uitvoer van producten naar het buitenland. Nederland kan op deze manier veel geld verdienen. Ook is Nederland daarom over de gehele wereld bekend om het Heineken Bier, het bergen van een schip, De Rabo bank en onze tulpen. Heiniken is over heel de wereld bekend om zijn bier. Wel 127 landen drinken ons Heiniken bier. Nederland staat beroemd om zijn omgang met het water. Nederland is eeuwenlang in gevecht geweest met het water omdat Nederland voor een groot deel eigenlijk onder water zou moeten liggen. De Nederlanders zijn beroemd om hun schepen, havens en het bouwen van dijken. De Rabo bank is een bank van wereldformaat en heeft in het buitenland veel vestigingen. Hier verlenen zij de mensen een lening van Geld die zij op een termijn moeten terugbetalen met rente. Rente is een percentage van de lening dat je extra terug moet betalen aan de bank. Dat is het voordeel van de bank. 27

28 Het grootste deel van het vervoer In Europa van goederen gaat over de weg. In grote vrachtwagens worden goederen over snelwegen getransporteerd van de producent naar de consument. Soms wel van Spanje tot aan Turkije. De handel met andere werelddelen gaat meestal via de zeehaven van Rotterdam of de Vluchthaven van Schiphol. De haven van Rotterdam is de grootste haven van geheel Europa. Het is zelfs een lange tijd de grootste haven van de wereld geweest. De haven van Rotterdam is zo groot dankzij de gunstige ligging aan de Rijn. Vanuit daar kunnen ze wel 460 miljoen inwoners bereiken. Vervoer via Schiphol gaat sneller maar is ook duurder. Belangrijk met vervoer over zee is het Suez-Kanaal. Het kanaal verbindt de Middelandse zee met de Rode zee. Het kanaal heeft voor een korte route gezorgd voor schepen die tussen Europa en Azie willen varen. Dit is van groot belang geweest voor de handel in Europa. Het Suez kanaal ligt in Egypte. Het duur ongeveer 16 uur om daar doorheen te varen. Vroeger moest men om Afrika heen varen om in Azie terecht te komen. Nu kunnen ze door Egypte varen en dan gelijk in de Rode Zee komen. De zee ligt aan de Indische Oceaan. De Indische Oceaan ligt aan het continent Azie. In 500 v.chr. Werd al het eerse begin gemaakt voor het graven van een kanaal dat de nijl verbond met de Rode Zee. De grote Perzische koning Darius de Grote zag al het nut in van zo`n kanaal. Hij kon daardoor handelen met de Carthagen uit Noord-Afrika en andere gebieden verkennen. In de 19e eeuw kon er d.m.v. Stoomkracht een nieuw kanaal worden gegraven waar miljoenen arbeiders aan mee werkten. De aarde is een ronde bal. Vroeger dachten de mensen dat de aarde plat was en dat als je het einde van de aarde kon bereiken je er van af kon vallen. Nu weten wij beter. De aarde is rond. Het midden van de aarde noemen wij de evenaar. Dat is een denkbeeldige lijn die het Noord en het Zuiden van elkaar scheidt. Het noorden noemen wij het Noordelijk-halfrond en het zuiden het Zuidelijk-Halfrond. De evenaar ligt precies tussen de Noord en de Zuid pool in. De Noord-Pool ligt helemaal bovenin de aardbol en de Zuid-Pool helemaal onderin. De aardas is een lijn die door het binnenste van de aarde gaat. Je moet het eigenlijk zien als een stok waaraan de aardbol gevestigd is. De aarde draait om deze as en hij doet daar 24 uur over. Dat is ook wel een dag. In deze dag komt de zon op en gaat hij weer liggen. Dat gebeurt omdat de aarde draait ten opzichte van de zon. Omdat de aarde draait wordt het overal dag en nacht. Als het bij ons dag is, is het aan de andere kant van de wereld nacht. Dat komt omdat wij dan wel aan de kant van de zon zijn en de andere in de schaduw. De Dag begint dus ook niet overal op hetzelfde moment. De aarde is daarom verdeeld in tijdzones. De aarde is verdeeld in 24 tijdzones. De zone schuift dus steeds een uur op. De aarde draait ook in een baan om de zon. Dat doet hij in een jaar, 365 dagen. Dat zorgt uiteindelijk voor de verschillende seizoenen als lente, zomer, herfst en de winter. Op een schip is een globe niet echt handig. Je kunt hem niet neerleggen en alles is maar heel klein. Een platte kaart zou handiger zijn, maar dat maken was niet zo gemakkelijk. Een manier is de sinaassappel projectie. Je moet het zien alsof je de wereld als een sinaassappel schilt en dan plat drukt. Dit noemen wij een kaartprojectie. In de 16e eeuw was Antwerpen een drukke havenstad. In die tijd woonde er een beroemde kaarten tekenaar genaamd Mercator. Deze man maakte een kaart die zeer geschikt was voor de scheepvaart. In Amsterdam was het mogelijk om boeken te kopen van deze man. Hij noemde deze boeken ook voor het eerst Atlas. De kaarten die je tegenwoordig tegenkomt zijn een samenkomst van deze twee technieken om een platte kaart te maken. Op deze kaarten kloppen de afstanden aardig en is de wereld niet al te veel vervormd. Landen zetten bij het maken van zo`n kaart graag hun eigen land in het midden. Vandaar dat de wereldkaart vaak in landen kan verschillen. Cursus 2: De Zeeweg naar Azie 28

29 Al meer dan vier eeuwen drijven Nederlanders handel over geheel de wereld. Nederlanden trokken al in de 17e eeuw richting Indie om gebieden te verkennen en te zoeken naar nieuwe producten en grondstoffen. Met deze grondstoffen kon men nieuwe producten maken en nieuwe producten kon men voor een dure prijs verkopen in Nederland. Ze kochten dit van buitenlandse handelaren, namen de producten mee op hun schip om uiteindelijke met winst door te verkopen in Nederland. We hebben het hier over het tijdvak van ontdekkers en hervormers. Mensen ontdekten nieuwe materialen en technieken. Met deze ontdekkingen kon men de samenleving verbeteren of hervormen. Het is een tijd van grote verandering en kennismaking met andere gebieden en hun specialiteiten. Belangrijke specerijen uit Indonesië waren kruidnagel, foelie en nootmuskaat. Peper is ook een gewild specerij wat afkomstig is uit andere plekken in Azie. Specerijen werden door Europeanen voor verschillende doeleinde gebruikt. Het werk gebruikt om het eten smaak te geven maar ook kon het gelden als een medicijn. Kruidnagel helpt bijvoorbeeld tegen kiespijn en nootmuskaat tegen diarree en huisuitslag. Peper zou helpen tegen maagpijn en tegen koorts. Ook werden specerijen gebruikt voor parfums en om voedsel langer te bewaren. Het was een hele reis om de specerijen van Azie naar Nederland te krijgen. Veel mensen waren bij deze reis betrokken. De specerijen werd zeg maar steeds doorgegeven aan andere mensen die de specerij weer dichter bij Nederland brachten. De specerij werd elke keer aan de volgende persoon verkocht. Zo werd de specerij ook steeds duurder. Hij was wel 2x zo duur als dan hij in Azie werd verkocht. Chinezen en Arabieren kochten meestal de producten uit Indonesie en brachten de specerijen naar India en Alexandrie. Alexandrie ligt in Egypte. Met schepen werden de specerijen vanuit Indonesie naar Alexandrie gebracht. Omdat het Suez-Kanaal er toen nog niet was kon men niet door varen richting Europa. Bij Alexandrie moest het vervoer over land gaan. Toen eenmaal aangekomen in Alexandrie werden de specerijen weer gekocht door Italianen die ze weer verkochten aan de burgers in Europa. Zo kwam uiteindelijk de specerij ook in Nederland terecht. Rond het jaar 1500 kochten de Europeanen hun specerijen op de Arabische markten in Egypte. De specerijen waren duur omdat de tussenhandelaren winst wilden maken op hun producten. De Europeanen hadden in die tijd echter niet de keuze die wij nu wel hebben. Als een producten ergens te duur is gaan wij wel ergens anders heen om het goedkoper te kunnen kopen. In deze tijd was dit de enige plek voor Europeanen om aan de specerijen te komen. Ze hadden geen andere keuze dan hier hun specerijen te kopen. De Arabieren konden de specerijen zo duur maken als ze wilden. Zij hadden het enige aanbod. In Europa ging men inzien hoe nuttig de specerijen waren. Steeds meer mensen wilden specerijen kopen en daarom nam de vraag toe. Handelaren in Europa konden meer specerijen kopen op de Arabische markten om die weer met winst te gaan verkopen. De Arabieren konden hierdoor de prijs nog hoger maken omdat ze wisten hoe waardevol de specerijen voor de Europeanen waren. De prijs steeg ook door problemen die handelaren ondervonden. Tollenaren, rovers, schipbreuk, oorlogen en andere gebeurtenissen zorgden ervoor dat de prijzen stegen. Deze kosten moesten ze doorvoeren in de prijs. Anders maakten de handelaren namelijk geen winst meer en dan konden zij zelf niet meer eten. Specerijen waren in het jaar 1500 dus zeer duur vanwege de lange reis die de specerijen moesten maken om bij de klant te komen. De specerijen waren zo duur dat de Nederlanders besloten om de specerijen zelf te gaan halen. Ook hadden de Nederlanders gezien dat de handel in specerijen veel kon opbrengen. Echter was er een groot probleem. De Nederlanders wisten de weg niet. Hoe moesten de Nederlanders varen op naar Azie te gaan? Ze gingen daarom op ontdekkingsreis om er zo achter te komen hoe schepen moesten gaan varen. In die tijd wist men nog niet veel over de vorm van de aarde. Ze wisten wel dat hij rond was maar er waren nog geen uitgebreide kaarten over waar de deken van de aarde lagen en op welke plek van de aarde. De 29

30 Portugees vasco da Gama was de eerste die de zeeweg naar Azie vond. Hij voer om Afrika heen en kwam toen aan in Zuid-India. Het was een zware reis en hij keerde met minder dan de helft van de bemanning terug in portugal. Een paar jaar later voer Vasco Da Gama opnieuw maar dan met een grote vloot richting Indie. Daar dwong hij de vorsten om te handelen met de Portugezen. Daardoor keerde de grote vloot terug met een rijke lading aan specerijen in Lissabon. De specerijen werden in Lissabon door de vloot goedkoper aangeboden dan in Alexandrie. Vanaf die tijd gingen de Europezen hun specerijen in Portugal kopen. De reizen waren lang en gevaarlijk maar leverden veel winst op. Sinds die tijd werden het gebied ten oosten van Afrike Oost-Indie genoemd. De verovering van gebieden in het Oosten van Azie kregen altijd Indie in de naam. Bijvoorbeeld Nederlands-Indie of Brits-Indie. Voor Portugal was het een belangrijke ontwikkeling. Al 80 jaar stranden ontdekkingsreizigers in hun reizen op zoek naar rijkdom en macht. Vasca da Gama had eindelijk succes. Nu was Portugal het land dat Europa voorzag in specerijen. Ook konden ze zich verzekeren van macht in Azie. De rest van de Europese landen zagen hoe rijk Portugal was geworden van de ontdekkingsreizen. Daarom gingen zij zelf ook op reis. Nederlanders, Engelsen en Spanjaarden trokken massaal richting Azie op zoek naar rijkdom en macht. Ze trokken naar gebieden en gingen er op ontdekking uit. Ze gingen op zoek naar grondstoffen en materiaal wat gunstig zou kunnen zijn voor handelaren in Europa. Eenmaal aangekomen bij deze grondstoffen moest men contact maken met de bevolking. Ze zochten contact met handelaren waarbij ze producten konden kopen. Deze contacten en relaties verliepen niet altijd soepel. Mensen uit Azie waren niet altijd blij met de Europeanen omdat ze soms werden verplicht handel te drijven. Ze hadden soms geen keuze. De Europeanen wilden natuurlijk na zo`n lange reis niet met lege handen naar huis. In Nederland waren er vele verschillende handelaren die geld en mensen inzamelden om hun reis naar Indië te kunnen maken. Niet al deze reizen gingen goed. Als een schip verzonk of in problemen kwam was er geen winst. Dan kregen de handelaren enorme schulden. Het was een grote risisco. Om het risico te verkleinen gingen alle handelaren in Nederland met elkaar samenwerken. Als er dan een schip zonk was het verlies niet zo groot omdat andere schepen wel succesvol waren. De winst werd verdeeld onder de handelaren. De handelaren noemden deze samenwerking een handelsbedrijf. De Verenigde Oost-Indische compagnie werd het genoemd. Ook wel de VOC. De VOC had veel schepen en die werden gestuurd naar verschillende delen in Azie om weer veel grondstoffen mee terug naar Nederland te nemen. Deze mensen die mee gingen op de schepen werden ambtenaren genoemd. In havensteden in Azie stichtte men handelsposten. Hier werd een nederzetting gevormd waar de ambtenaren konden slapen, eten, overleggen en handel drijven met de lokale bevolking. Een daarvan heet Batavia. Dat was een handelspost in Indonesie. Het was de belangijkste handelspost voor de VOC. Hier werden alle producten uit de omgeving opgeslagen en ook was het een bestuurlijk centrum. Alle verschillende leiders van schepen kwamen hier tezamen om te overleggen. Vanuit hier vertrokken de schepen weer terug richting Holland. Batavia werd zo groot dat het eigen stad werd. Een klein Europa in Indonesie. Cursus 3 Europeanen maakten niet alleen ontdekkingsreizen naar Azie. Ook trokken de mensen naar Amerika. Columbus was een Italiaanse zeeman die werkte voor de Spaanse koning. Hij wilde op ontdekkingsreis naar Azie net als de Portugezen. Hij wilde echter een kortere zeeroute ontdekken nar Azie. De mensen wisten in die tijd nog niet zo goed waar de verschillende landen lagen. Hij wilde niet zoals de andere mensen om Afrika heen richting Azie varen. Hij wist dat de aarde rond was. Hij dacht dat als hij vanuit Europa zolang mogelijk naar het Westen zou varen hij vanzelf in Azie aan zou komen. Na een tijd zag Columbus ook land. 30

31 Dit was echter geen Azie maar Amerika. Columbus is zelf nooit op het vaste land van Amerika geweest. Hij is op de eilanden voor Amerika geweest. Hij was op de Bahama`s. Hij dacht wel dat hij in Azie was aangekomen. De Europeanen noemden in die tijd Azie ook wel Indie. Daarom noemde columbus ook de mensen daar in de Bahama`s indianene. Vandaar dat wij nog steeds de lokale bevolking in Amerika indianen noemen. De mensen gingen na de ontdekking van Amerika ook de term West-Indie gebruiken voor de andere kant van Europa dat ontdekt ging worden. Later kwam men er pas achter dat Columbus een los werelddeel had ontdekt. Het land werd toen Amerika genoemd. Amerika is voor Europa van groot belang geweest. Er kwam een grote wisseling van grondstoffen, ziektes en dieren tot stand. Europese machten koloniseerden geheel America. De bevolking stichtte daar een geheel nieuwe samenleving die uiteindelijk kon gaan concurreren met het machtige Europe en het zelfs overschaduwen. De ontdekkingsreizigers namen ook veel ziektes mee waardoor een groot deel van de lokale bevolking werd uitgeroeid. In Amerika kwamen de ontdekkingsreizigers in contact met een geheel andere soort bevolking. Europa was christelijk en een samenleving met sterke normen en waarden. In Amerika aangekomen kwamen de Christenen in aanraking met oorlogszuchtige rijken die geweld niet schuwden. Een samenleving waar goden werden geeerd met het uitsnijden van harten van gevangenen. Het Azteekse rijk was een stedelijke beschaving die ver voor zijn tij uit was. Ze domineerden anderen volkeren. Ook was er het machtige rik van de Maya`s. Deze mensen zijn nog steeds beroemd om hun intelligentie en hun wetenschappelijk onderzoek naar de sterren. Daarnaast waren er ook nog veel landbouw samenlevingen. Simpele samenlevingen die zich voeden door het land te verbouwen. Ook waren er veel verschillende stammen die trokken door de jungles om naar vruchten en vlees te zoeken. Dit noemen wij jagers en verzamelaars. Vanwege de vreemde religieuze rituelen en culturele activiteiten konden de Europeanen de mensen niet goed begrijpen. Ze hadden hele andere normen en waarden. Ze vonden het duivelse mensen. Beesten die elkaar uitmoorden op vreselijke wijze. Columbus had niet alleen het land Amerika ontdekt. Ook had hij ontdekt dat er veel goud te vinden was. Goud was zeer waardevol in Europa. Toen dit nieuw in Europa kwam gingen veel mensen hun geluk zoeken in Amerika. Velen dachten snel rijk te worden. Steeds meer mensen kwamen in Amerika en zij kwamen in conflict met de Indiaanse bevolking. Deze bevolking wilden niet zomaar het goud weggeven. De verschillende culturen kwamen al snel in conflict met elkaar. De Europeanen waren veel verder ontwikkeld en hadden geweren en betere wapens. Indianen waren snel kansloos en hadden een kleine kans te overleven. Ook namen de veroveraars veel ziektes mee. Je kan begrijpen dat er voor een Indiaan in deze tijd een kleine kans was om te overleven. Omdat de mensen zo`n hekel hadden aan de cultuur van de Indianene ging men ook hun tempels en gebouwen vernietigen. Ze vonden dat het slechte goden waren. De duivelse mensen moesten worden bekeerd tot het christendom. Er kwamen niet alleen maar veroveraars naar Amerika. Ook kwamen er missionarissen die vonden dat ze een goed leven konden leiden voor God om deze mensen te gaan bekeren. Zo konden zij misschien wel in de hemel komen. Geheel Zuid- Amerika werd uiteindelijk gekoloniseerd. Omdat hier Spaanse en Portugeze volkeren kwamen. Werd dit gedeelte van Amerika Latijns-Amerika genoemd. Spaans en Portugees zijn namelijk Latijnse talen. Latijns was de taal van de Romeinen. Mexico werd een kolonie van Spanje. Een kolonie is een gebied waar mensen uit een ander land zijn gaan wonen en vaak met geweld hebben ingenomen. Na de verovering van de eerste mensen gingen steeds meer mensen hier hun geluk zoeken. De Indianen werden steeds meer gedomineerd. Eerst waren er handelscontacten. Toen werd hun rijk verwoest. Daarna gingen de Spanjaarden de mensen domineren en vertellen dat ze christen moesten worden. Ook werden ze slaaf en moesten ze werken voor de Spanjaarden. Slaven werden belangrijk omdat de Spanjaarden mensen nodig hadden die konden werken op 31

32 het land of in de mijnen. De Indianen gingen snel dood door ziektes en het zware werken. De Spanjaarden gingen toen op zoek naar andere slaven. Deze vonden ze in West-Afrika. Deze mensen werden via schepen getransporteerd naar Amerika om daar voor de Spanjaarden te gaan werken als slaaf. De Indiaanse bevolking was bijna geheel uitgeroeid door de Europeanen. In het Zuiden zaten er vooral Spanjaarden en Portugezen. In het Noorden kwamen er meer Nederslanders en Engelsen. In het noorden werd men steeds rijker en ontstond er een ontwikkelde beschaving. Het was lang een kolonie. Na een tijd wilden de mensen in het noorden van Amerika zelfstandig worden en ging me de strijd aan met hun oude machthebbers. Zo ontstond er een zelfstandige beschaving in Amerika die was gebouwd op Europese idealen. Na een tijd werd Amerika een voorbeeld voor Europeanen. Toen er oorlogen uitbraken in Europa wist Amerika weer voor rust te zorgen en een verstekerte economie. Het beeld dat wij tegenwoordig van de Indiaan in Noord-Amerika hebben is gebaseerd op Indiaanse volkeren uit de 19e eeuw. Indianen zaten vooral op paarden achter Bisons aan en schoten met pijl en boog. De Europese veroveraars kwamen hier echter al in de 16e eeuw. Toen hadden de Indianen nog geen paarden. De Spanjaarden hebben hun paarden meegenomen naar Amerika. De meeste mensen echter die in Amerika woonden waren boer en woonden aan een rivier. In Midden-Amerika waren er mer hoge beschavingen. Beschavingen die intelligent waren en veel wisten over astronomie. Ook waren er hier steden met bestuurders die een rijk onder controle moesten houden. Door middel van het voeren van oorlog wist men rijk te worden. Cursus 4: Verspreiding van culturen In de vorige cursussen hebben we het gehad over ontdekkingsreizgers die verre streken gingen ontdekken. Nadat er land was ontdekt kwamen er steeds meer mensen naar deze landen toe die hun cutluur meebrachten. Toen de mensen weer terug kwamen nam men ook delen van de andere cultuur mee. Zo kwamen de verschillende culturen uit de gehele wereld met elkaar in contact. Niet alleen Europeanen maakte die reizen maar ook Arabieren. Alleen zij zijn al heel verschillend van cultuur. Mexico-stad is een goed voorbeeld van een menging van verschillende culturen. In de stad kan je drie verschillende culturen samen zien. Je hebt er de oude-azteekse cultuur, de Spaanse cultuur en de nieuwe mexikaanse cultuur. Na de verovering van Mexico door de Spanjaarden hebben zij een oude Azteekse piramide afgebroken en met die stenen een katholieke kerk neergezet. In onze tijd is de piramide weer opgegraven en voor een deel hersteld. Zo kunnen wij midden in Mexico verschillende culturen naast elkaar zien. In Mexico zijn er nog steeds mensen die aanhangers zijn van de Azteekse religie. Ook zijn er christenen. En daarnaast zijn er moderne Mexicanen die een nieuw uiting zoeken voor hun gevoelens en passies. Toen de Europeanen zich over geheel de wereld hadden verspreid gingen ze hun activiteiten in die andere landen steeds meer uitbreiden. Deze uitbreiding noemen wij de Europese overzeese uitbreiding. Omdat er steeds meer mensen naar deze gebieden trokken was er ook meer aanbod voor werk. Er konden dus meer activiteiten worden ontnomen omdat er mensen waren die dit wel wilden gaan uitvoeren. De activiteiten kunnen in vier verschillende groepen indelen: 32 economische activiteiten als handel drijven politieke activiteiten als het besturen van een kolonie culturele activiteiten als het verspreiden van een taal sociale activiteiten zoals relaties tussen mannen en vrouwen

33 De handel in de gebieden werd steeds groter en daarom waren er meer mensen nodig om de handel in de juiste banen te geleiden. Er moesten mensen zijn om met de lokale bevolking te kunnen communiceren. Er moesten mensen worden gecontroleerd. De goederen moesten worden getransporteerd. De Europeanen waren erbij gebaat als de bevolking dezelfde taal kon spreken. De verspreiding van hun taal kon dus een belangrijke hindernis wegnemen. Ook waren er veel relaties tussen mannen en vrouwen. Sommige mensen zaten wel jaren in het buitenland en zochten toen naar een vrouw in een ander land. Ook hier was het belangrijk dat de taal werd overgedragen. Om al deze verschillende activiteiten in goede banen te kunnen leiden moest er een krachtig overkoepelen bestuur zijn. De politieke activiteiten namen toe. Ook omdat de handelaren steeds meer in contact kwamen met vorsten van de lokale bevolking. Via deze vorsten kon men de boeren laten produceren voor de handel. Het politieke klimaat werd steeds groter en ingewikkelder. Naast dat er mensen over de gehele wereld werden verspreid gebeurde dit ook met planten en dieren. Nederland leerde steeds meer verschillende dieren en platen kennen. Vanuit Azie kwam er bijvoorbeeld rijst, thee, banaan en soja. Vanuit Afrika kwam er meloen, gerst en koffie. Vanuit Amerika kwam er tabak, mais, cacau, pinda, aardappel, tomaat en paprika. Allemaal producten die wij op de dag van vandaag kunnen gebruiken dankzij deze ontdekkingsreizigers. In de tijd van ontdekkingen en hervormers waren er drie grote godsdiensten. Er was het Jodendom, het Christendom en de Islam. Alle drie hebben zij veel met elkaar te maken. Als eerste was er het Jodendom wat al ver voor christus was ontstaan. Het Christendom ontstond rond het jaar 0. In de 7e eeuw ontstond de Islam. Alle drie de godsdiensten zien Abraham als de vader van hun geloof. Zelf hebben ze echter verschillende godsdienstige leiders. De Joden zetten Mozus centraal, de christenen Jezus en de Moslims Mohammed. Het Jodendom en het Christendom waren sterk vertegenwoordigt in Europa. In het Noorden van Afrika en in Klein-Azie was er de Islam. Toen de ontdekkingsreizigers op reis gingen namen ze ook hun geloof mee. Zo is er het christendom meegenomen door de Spanjaarden en de Portugezen. In Azie en Afrika waren er vooral moslims. De mensen raakten er in aanraking met het geloof. In kolonies werd het geloof aan de bevolkong opgelegd. Omdat deze godsdiensten zo wij over de wereld zijn vertegenwoordigt noemen we het wereldgodsdiensten. In India bijvoorbeeld zijn er veel verschillende soorten godsdiensten. Ararbieren voerden hier veel handel en die hebben in de 14e eeuw al de Islam naar India gebracht. Tegenwoordig is er in Nederland vrijheid van godsdienst. Er zijn ook meerdere godsdiensten. Er zijn christenen, hindoes, boeddhisten en andere religies. Des te belangrijk dat er in India vrijheid van godsdienst is. Anders zouden veel mensen hun geloof niet kunnen uiten. In Nederland hebben wij ook vrijheid van geloof. Daarom zijn er in Nederland naast het christendom ook Atheisten, Boeddhisten, Moslims en nog andere religies. Vrijheid van godsdienst is ontstaan na vele oorlogen door mensen die in opstand kwamen omdat ze iets anders wilden geloven dan de staat wilde. Nu heeft de staat geen uiting van geloof omdat er een scheiding is tussen de kerk en de staat. Het verleden wordt op verschillende manieren ingedeeld. Historici gebruiken verschillende methoden om de geschiedenis in te delen in verschillende periodes. Zo kunnen we de geschiedenis in een bepaalde volgorde zetten waarin er veel is veranderd. De geschiedenis wordt bijvoorbeeld in 4 verschillende periodes ingedeeld. In de Oudheid waarin de eerste grote rijken opkwamen en er ideeen tot stand kwamen die nu nog steeds gelden. De Middeleeuwen waarbij veel wetenschap verloren ging en het christendom op kwam. De vroeg-moderne tijd waarbij er veel werd hervormd en ontdekt. De Moderne tijd waar wij nu inleven. Ook wordt de geschiedenis ingedeeld in verschillende tijdvakken. Dat zijn de volgende tijdvakken: de tijd van jagers en verzamelaars 33

34 de tijd van grieken en romenen de tijd van ridders en monniken de tijd van steden en staten de tijd van ontdekkers en hervormers De tijd van regenten en vorsten de tijd van pruiken en revoluties de tijd van burgers en stoommachines de tijd van de wereldoorlogen de tijd van computer en televisie Bij de tijd van jagers en verzamelaars trekken de mensen in groepen rond op zoek naar voedsel. De tijd van Grieken en Romeinen is de klassieke tijd waarbij er veel is bedacht over politieke en wetenschap. De tijd van ridders en monniken is een tijd waarbij iedereen leef in zelfvoorzienende domeinen. Het christendom is belangrijk. De tijd van steden en staten is de opkomst van de handel en de vorming van staten. De tijd van ontdekkers en hervormers wordt de wereld ontdekt en veranderd de maatschappij. De tijd van regenten en vorsten is de tijd waarbij sterke vorsten landen regeren en regenten Nederland regeren. De tijd van pruiken en revoluties is een tijd waarbij het volk de macht neemt. De tijd van burgers en stoommachines is de tijd van de industriële revolutie. De tijd van de wereldoorlogen is de wereld in crisis. De tijd van computer en televisie is de tijd waarbij de mensen veel meer geïnformeerd raken dankzij televisie en computer. 34

35 Wij en de wereld PowerPoint presentatie Wij en de Wereld Uitleg voor: Verwerkingsopdracht 1 Groepsopdracht 1 Filmpje (Introductie van de handel in de Wereld) Internationale handel = Handel tussen verschillende landen Handel = ruilen van goederen om winst te maken 35

36 Import / Export Import = Kopen van goederen door een land Export = verkopen van goederen van een land Belangrijke begrippen Suez Kanaal Verwerkingsopdracht 1 Naam:. Cijfer 36

37 Inleiding Deze verwerkingsopdracht hoort bij de uitleg over het onderwerp: Wij en de wereld. Het is belangrijk om bij elke vraag eerst goed te bron te bekijken. Dan pas kan je de vraag gaan maken. Ga serieus te werk. De opdracht doe je namelijk voor een cijfer! Bron 1: Belangrijke begrippen uit de encyclopedie producent de fabrikant van een eindproduct, de producent van een grondstof of de fabrikant van een onderdeel, alsmede een ieder die zich als producent presenteert door zijn naam, zijn merk of een ander onderscheidingsteken op het produkt aan te brengen grondstoffen Zelfst. Naamw. Meervoud van grondstof natuurlijk materiaal dat de basis vormt voor een product. Synoniem: materie `water als grondstof voor limonade` Eindproduct Het einde van de productiekolom. Het uiteindelijke product dat de weg grondstofhalffabricaat-eindproduct heeft doorlopen. Bijvoorbeeld een auto, computer, pak melk. Consument Persoon die consumeert, dat wil zeggen goederen of diensten koopt zonder de intentie te hebben deze te verkopen of te verwerken voor de verkoop. De persoon die dat wel doet is een producent. Synoniemen: consumptiehuishouding, gezin (dus een alleenstaand persoon vormt voor economen ook een gezin). Vraag 1: Geef een omschrijving van de volgende begrippen. Schrijf het in je eigen woorden! Producent: Grondstof: 37

38 Eindproduct: Consument: Bron 2: Internationale handel Al eeuwenlang is er handel tussen Nederland en de wereld. Handel is het uitwisselen van goederen tussen twee verschillende partijen. Bijvoorbeeld x box spellen verkopen aan een computer winkel. Handel ontstaat meestal als twee verschillende partijen winst kunnen maken met het uitwisselen van goederen. Handel tussen twee verschillende landen noemen wij internationale handel. Bijvoorbeeld onze Tulpen verkopen aan Duitsland. Dankzij deze handel kunnen wij tegenwoordig producten kopen die uit verre landen komen. Handelaren varen met een boot, rijden met een auto of vliegen met een vliegtuig naar andere landen om daar producten te kopen. Zij verkopen die met winst in Nederland door. Deze handel die ontstaat noemen wij import. Import is het kopen van goederen uit het buitenland. Dankzij deze import is er naast Hollands eten ook Italiaans eten, Surinaams eten, Chinees etc. De import in Nederland zorgt ervoor dat wij van elke cultuur zijn producten mogen proeven. De verkoop van goederen aan het buitenland noemen wij ook wel export. Dat is de uitvoer van producten naar het buitenland. Nederland kan op deze manier veel geld verdienen. Ook is Nederland daarom over de gehele wereld bekend om het Heineken Bier, het bergen van een schip, De Rabo bank en onze tulpen. Heineken is over heel de wereld bekend om zijn bier. Wel 127 landen drinken ons Heineken bier. Vraag 2: Vul het onderstaande schema in! 38

39 Betekenis Voorbeeld Handel Internationale handel Import Export Bron 3: De indeling van de wereld. evenaar Uitspraak: ˈevənar de -woord (mannelijk) evenaars Zelfst. Naamw. denkbeeldige cirkel 39

40 precies tussen de noordpool en de zuidpool die de aarde in twee helften verdeelt. Synoniem: equator. Synoniem: linie Noordelijk halfrond Het deel van de aarde dat ligt tussen de evenaar en de Noordpool. Ons land maakt dus deel uit van het noordelijk halfrond. Zuidelijk halfrond Ook wel zuiderhalfrond genaamd. Het gebied van de aarde ten zuiden van de evenaar dus tussen de evenaar en de Zuidpool. Vraag 3: Lees de begrippen. Meet waar de evenaar zou moeten liggen. Teken dan in het plaatje de evenaar. Zet in de juiste gebieden de begrippen: Noordelijk Halfrond en Zuidelijk Halfrond. Bron 4: Het Suez-Kanaal Geschiedenis Suezkanaal Scheiding tussen Afrika en Azië In februari 1867 voer het eerste schip door het Suezkanaal. Het Suezkanaal is een verbinding tussen Port Saïd aan de Middellandse Zee en Suez aan de Rode Zee en vormt de scheiding tussen Afrika en Azië. Dat is bij het blauwe rondje. Het belang van het Suezkanaal is groot, want voordien moesten schepen uit Europa met als 40

41 reisdoel Azië helemaal om Afrika heen varen. Bouw Suezkanaal Reeds 500 jaar voor Christus begon Darius de Grote aan de bouw van een kanaal tussen de Nijl en de Rode Zee. In de 19e eeuw stippelde de Oostenrijkse ingenieur Alois Negrelli een nieuwe route uit. Het geld voor de bouw werd bijeengebracht door Ferdinand de Lesseps, die hiervoor de Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez oprichtte. Het kanaal werd gegraven door ongeveer 1,5 miljoen Egyptische arbeiders. De bouw eiste een hoge tol: arbeiders overleden, grotendeels als gevolg van cholera. Vraag 4: Waarom is het Suez Kanaal zo belangrijk? Vraag 5: Waar ligt het Suez-Kanaal? Antwoorden verwerkingsopdracht 41

42 1. Producten: Maker van een eindproduct Grondstof: De basis van een product. De basis komt direct uit de natuur. Eindproduct: product dat klaar is voor gebruik Consument: product die het product koopt en gebruikt. 2. Betekenis Voorbeeld Handel Uitwisselen van producten tussen mensen Computer verkopen aan een winkel Internationale handel Handel tussen verschillende landen. Verkopen van Heineken bier aan Zuid-Afrika. Import Het kopen van producten uit het buitenland Kopen van Italiaanse meubels Export Het verkopen van producten aan het buitenland. Verkopen van Heineken bier aan Zuid-Afrika. 3. Evenaar in het midden in de aarde van west naar oost. Noordelijk gedeelt, Noordelijk-halfrond. Zuidelijke gedeelte is Zuidelijk- Halfrond. 4. Nu hoeven Europeanen niet meer om Afrika heen te varen om in Azie te komen met de boot. 5. In Egypte. Groepsopdracht 1: Het maken van een oude wereldkaart 42

43 In deze opdracht gaan leerlingen een oude wereldkaart maken uit de 17e eeuw. Op deze kaart kunnen zij veel informatie verwerken als: tijdzones verschillende landen herkomst van specerijen, producten, materialen, dieren en planten. Belangrijke marktplaatsen Ontdekkingsreizigers Inhoud: Opdrachten stencil voor leerlingen stappenplan achtergrond Wereldkaart Map met informatie voor de leerlingen Zelf regelen: - Achtergrond uitprinten op a1 papier - Atlas Leerlingen: - Schaar - Lijm - Kleurpotloden - Stiften Tijd: 200 minuten Opdracht 1: Maak een oude wereldkaart! 43

44 In deze opdracht gaan jullie aan de slag met het maken van een oude wereldkaart. De docent geeft jullie aan het begin van de les een boekje met alle informatie die jullie nodig hebben om een oude wereldkaart te maken. Jullie krijgen ook een a3 vel papier om de wereld kaart op te gaan tekenen. Uiteindelijk komt het product er ongeveer als volgt uit te zien: Je kunt zien dat de continenten en landen zijn getekend. Ook zijn er lijnen getekend die verschillende routes laten zien van ontdekkingsreizigers. Ik wil dat jullie ook zo`n kaart gaan maken. Naast het tekenen van routes van ontdekkingsreizigers vinden jullie in de map ook informatie over de herkomst van specerijen, de verschillende tijdzones, het Suez-Kanaal en belangrijke handelsplaatsen. Als jullie de informatie uit de map goed lezen. Dan kunnen jullie zoveel mogelijk informatie in jullie wereldkaart verwerken. Jullie cijfer hangt af van de hoeveelheid informatie die jullie hebben verwerkt in de wereldkaart, hoe duidelijk jullie kaart is en hoe creatief jullie gewerkt hebben! Veel succes!!! Opdracht in stappen 44

45 Stap 1: Teken een wereldkaart. In de map vinden jullie bij Bron 1 een wereldkaart van nu. Teken de continenten na op het a3 vel papier dat je hebt gekregen van de docent. Je hoeft het niet precies te doen maar het moet er wel op lijken. Vul daarna de namen van de verschillende oceanen in. In Bron 2 kun je zien hoe Europa eruitzag in de 17e/18e eeuw. Teken het continent Europa met de naam van de volgende landen: Portugal, Spanje, Nederlandse Republiek en Groot-Brittannië. Stap 2: Tekenen van routes van ontdekkingsreizigers. In de map vinden jullie bij bron 3 een overzicht van de ontdekkingsreizigers Columbus en Vasco Da Gama. In het plaatje kunnen jullie de reizen zien door naar de stippellijntjes te kijken en welke namen daar bij staan. Als jullie de informatie goed lezen en de plaatjes goed bekijken dan kunnen jullie met lijntjes op de wereldkaart de verschillende routes van ontdekkingsreizen laten zien. Gebruik hiervoor verschillende kleuren. Om aan te geven welke route van welke ontdekkingsreiziger was moeten jullie een legenda gebruiken. In bron 4 vinden jullie informatie over wat een legenda is. Als jullie deze goed lezen kunnen jullie zelf ook een legenda maken voor de ontdekkingsreizigers. Houdt wel ruimte over want er komt nog meer informatie voor de legenda. Stap 3: Tekenen van de wereldhandel van de Nederlandse republiek. In de map vinden jullie bij bron 5 een overzicht van de wereldhandel van de Nederlandse republiek in de Gouden eeuw. Als je goed kijkt naar de legenda dan kun je zien waar Nederland kolonies had en waar ze welke grondstoffen vandaan haalden. Teken op jouw wereldkaart de wereldhandel van de Nederlandse republiek. Maak ook hier gebruik van de legenda. Stap 4: In de map kunnen jullie bij bron 6, 7, 8 en 9 informatie vinden over tijdzones, marktplaatsen, het Suez-Kanaal en de indeling van de aarde. Als jullie nog tijd over 45

46 hebben kunnen jullie deze informatie lezen en de plaatjes bekijken. Als jullie dit zorgvuldig doen dan kunnen jullie op de wereldkaart de volgende dingen tekenen: 10. tijdzones 11. marktplaatsen 12. het Suez-kanaal 13. de indeling van de aarde Informatie map Opdracht 1 Het maken van een oude wereldkaart 46

47 Bron 2 Europa in de 17e en 18e eeuw Bron 1 De Wereld 47

48 Bron 3 - Columbus en Vasco Da Gama: 48

49 Ontdekkingsreizigers gingen op reis om scheepvaartroutes te ontdekken die richting Azie gingen. In Azie kon men aan belangrijke specerijen komen die zij kochten op Arabische markten in Alexandrie. De prijzen werden te duur en daarom besloten zij zelf te specerijen te gaan halen in Azie. In die tijd wist men nog niet veel over de vorm van de aarde. Daarom moesten de mensen gaan varen om uiteindelijk te gaan ontdekken hoe men moest varen of waar bepaalde gebieden lagen. De Portugees vasco da Gama was de eerste die de zeeweg naar Azie vond. Hij voer om Afrika heen en kwam toen aan in Zuid-India. Het was een zware reis en hij keerde met minder dan de helft van de bemanning terug in portugal. Een paar jaar later voer Vasco Da Gama opnieuw maar dan met een grote vloot richting Indie. Daar dwong hij de vorsten om te handelen met de Portugezen. Daardoor keerde de grote vloot terug met een rijke lading aan specerijen in Lissabon. De specerijen werden in Lissabon door de vloot goedkoper aangeboden dan in Alexandrie. Vanaf die tijd gingen de Europezen hun specerijen in Portugal kopen. De reizen waren lang en gevaarlijk maar leverden veel winst op. Sinds die tijd werden het gebied ten oosten van Afrike Oost-Indie genoemd. De verovering van gebieden in het Oosten van Azie kregen altijd Indie in de naam. Bijvoorbeeld Nederlands-Indie of Brits-Indie. V De rest van de Europese landen zagen hoe rijk Portugal was geworden van de ontdekkingsreizen. Daarom gingen zij zelf ook op reis. Nederlanders, Engelsen en Spanjaarden trokken massaal richting Azie op zoek naar rijkdom en macht. Ze trokken naar gebieden en gingen er op ontdekking uit. Ze gingen op zoek naar grondstoffen en materiaal wat gunstig zou kunnen zijn voor handelaren in Europa. In Nederland waren er vele verschillende handelaren die geld en mensen inzamelden om hun reis naar Indie te kunnen maken. Niet al deze reizen gingen goed. Als een schip verzonk of in problemen kwam was er geen winst. Dan kregen de handelaren enorme schulden. Het was een grote risisco. Om het risico te verkleinen gingen alle handelaren in Nederland met elkaar samenwerken. Als er dan een schip zonk was het verlies niet zo groot omdat andere schepen wel succesvol waren. De winst werd verdeeld onder de handelaren. De handelaren noemden deze samenwerking een handelsbedrijf. De Verenigde Oost-Indische compagnie werd het genoemd. Ook wel de VOC. De VOC had veel schepen en die werden gestuurd naar verschillende delen in Azie om weer veel grondstoffen mee terug naar Nederland te nemen. Europeanen maakten niet alleen ontdekkingsreizen naar Azie. Ook trokken de mensen naar Amerika. Columbus was een Italiaanse zeeman die werkte voor de 49

50 Spaanse koning. Hij wilde op ontdekkingsreis naar Azie net als de Portugezen. Hij wilde echter een kortere zeeroute ontdekken nar Azie. De mensen wisten in die tijd nog niet zo goed waar de verschillende landen lagen. Hij wilde niet zoals de andere mensen om Afrika heen richting Azie varen. Hij wist dat de aarde rond was. Hij dacht dat als hij vanuit Europa zolang mogelijk naar het Westen zou varen hij vanzelf in Azie aan zou komen. Na een tijd zag Columbus ook land. Dit was echter geen Azie maar Amerika. Columbus is zelf nooit op het vaste land van Amerika geweest. Hij is op de eilanden voor Amerika geweest. Hij was op de Bahama`s. Hij dacht wel dat hij in Azie was aangekomen. De Europeanen noemden in die tijd Azie ook wel Indie. Daarom noemde columbus ook de mensen daar in de Bahama`s indianene. Vandaar dat wij nog steeds de lokale bevolking in Amerika indianen noemen. De mensen gingen na de ontdekking van Amerika ook de term West-Indie gebruiken voor de andere kant van Europa dat ontdekt ging worden. Later kwam men er pas achter dat Columbus een los werelddeel had ontdekt. Het land werd toen Amerika genoemd. Bron 4 Een legenda: 50

51 In een kaart, een schema of een overzicht wordt er vaak gebruik gemaakt van een legenda. Een legenda is een overizcht van wat de symbolenen, kleuren of tekens in een kaart betekenen. Het ziet er als volgt uit: Je ziet dat links onderin de betekenis van de letters uit de kaart worden weergegeven. Men maakt een legenda zodat de kaart nog overzichtelijk blijft. Bron 5 Wereldhandel van de republiek in de 17e eeuw. In Nederland waren er vele verschillende handelaren die geld en mensen inzamelden om hun reis naar Indie te kunnen maken. Niet al deze reizen gingen goed. Als een schip verzonk of in problemen kwam was er geen winst. Dan kregen de handelaren enorme schulden. Het was een grote risisco. Om het risico te verkleinen gingen alle handelaren in Nederland met elkaar samenwerken. Als er dan een schip zonk was het verlies niet zo groot omdat andere schepen wel succesvol waren. De winst werd verdeeld onder de handelaren. De handelaren noemden deze samenwerking een handelsbedrijf. De Verenigde Oost-Indische compagnie werd het genoemd. Ook wel de VOC. De VOC had veel schepen en die werden gestuurd naar verschillende delen in Azie om weer veel grondstoffen mee terug naar Nederland te nemen. Deze mensen die mee gingen op de schepen werden ambtenaren genoemd. In havensteden in Azie stichtte men handelsposten. Hier werd een nederzetting gevormd waar de ambtenaren konden slapen, eten, overleggen en handel drijven met de lokale bevolking. Een daarvan heet Batavia. Dat was een handelspost in Indonesie. Het was de belangrijkste handelspost voor de VOC. Hier werden alle producten uit de omgeving opgeslagen en ook was het een bestuurlijk centrum. Alle verschillende leiders van schepen kwamen hier tezamen om te overleggen. Vanuit 51

52 hier vertrokken de schepen weer terug richting Holland. Batavia werd zo groot dat het eigen stad werd. Een klein Europa in Indonesie. Waar komen de producten vandaan? Lees hieronder goed waar de producten vandaan komen en laat dat zien op de kaart door het plaatjes uit te printen, de naam op te schrijven of het te tekenen. Een grondstof is iets waarmee je producten kan maken. Een natuurlijke grondstof is iets wat je direct uit de natuur haalt, bijvoorbeeld graan. Producten kan je zelf gebruiken. Ook kan je ze verkopen om er winst mee te maken. Op die manier kan je geld verdienen. De ontdekkingsreizigers en veroveraars verdienden op deze manier veel geld. Ze namen veel grondstoffen mee vanuit de gehele wereld en verkochten die in Europa met veel winst. Ze werden schatrijk. De grondstoffen werden vooral gebruikt in eten en als medicijn. 52

53 Hier kunnen jullie zien welke grondstoffen er in die tijd belangrijk waren en waar ze vandaan kwamen. Peper duur? Hierboven zie je een van de duurste specerijen uit de 17e eeuw. Het was een duur product in Europa. Dit is Peper. Misschien ken je het gezegde; peper duur wel. Als iets heel duur is, noemen wij dat in Nederland Peper duur. Dat doen wij omdat Peper zo ontzettend duur was in de 17e eeuw. Hoge prijs? Peper was duur omdat het alleen in Indonesië voorkwam. Dat was voor Europeanen wel acht maanden varen. Omdat het zo veel moeite koste om Peper naar Europa te brengen was de prijs zo hoog. Lekker eten! Peper was populair in de 17e eeuw omdat de Nederlanders erachter kwamen dat het eten veel lekkerder werd al je er wat peper op strooide. Toen dit ook bij de VOC bekend werd (het grootste bedrijf in Nederland dat schepen stuurde naar Azie), gingen zij ervoor zorgen dat Peper ook naar Nederland kwam. Peper als medicijn? Peper gebruikte men in de 17e eeuw als middel tegen depressie en pijn. Depressie is dat je niet lekker in je vel zit. Peper zou ervoor zorgen dat je weer vrolijk werd. Lekker eten! Nootmuskaat werd vooral gebruikt in groente gerechten. Ook werd het toegevoegd aan kruidendranken. 53

54 Nootmuskaat als medicijn? Men droeg op nieuwjaarsdag vaak een nootmuskaat noot om hun schouder. Dit zou hun namelijk het hele jaar beschermen tegen het vallen van grote hoogtes. Waar? Nootmuskaat groeide vooral op de molukken. Dat ligt in Indonesie. Herkomst Kaneel. Kaneel komt van de Kaneel boom. Deze bomen groeien alleen in een tropisch klimaat. De Kaneel komen kun je vinden in Indonesie en Brazilie. Kaneel is uiteindelijk de binnenste bast van de boom. De bast is het harde omhulsel van de boom die je er af kan trekken. Lekker eten! Kaneel werd gebruikt in de 17e eeuw in zoete gerechten en gekruide dranken. Kaneel als medicijn? De mensen in de 17e eeuw dachten dat Kaneel gebruikt kon worden als middel tegen koorts en verkoudheid. Herkomst kruidnagel. Kruidnagel groeide alleen de Molukken. Dat ligt in Indonesië. Kruidnagel komt van de kruidnagelboom die alleen groeit in een tropisch klimaat. 54

55 Kruidnagel kom van de bloemknoppen uit de kruidnagelboom. Deze bloemknoppen worden als ze nog dicht zijn van de boom gehaald en dan uitgedroogd. Lekker eten! Kruidnagel werd veel gebruikt in koekkruiden als bijvoorbeeld speculaas. Ook bij sommige vleesgerechten als runderlappen. Kruidnagel als medicijn? Kruidnagel was zeer belangrijk omdat het als geneesmiddel werd gebruikt tegen de Pest. De pest was een van de ergste ziektes uit de geschiedenis. Veel mensen gingen er aan dood. Columbus wilde ook de specerijen vinden die zo waardevol waren in Europa. Helaas, hij vaarde verkeerd. Hij kwam in Amerika terecht bij het land wat nu Cuba heet. Hier vond Columbus niet de specerijen maar wel andere belangrijke grondstoffen! Tabak komt van de bladeren van de tabaksplant. Lekker roken? Mensen gebruiken deze tabak om het te roken. Indianen in Amerika gebruikten het al lang. Toen Columbus in Amerika aankwam introduceerde hij het in Europa. Tabak als medicijn? Tabak werd gebruik om zijn verdovende werking. Doktoren in Europa zeiden ook tegen de mensen dat tabak hielp tegen slecht slapen. 55

56 Katoen komt van de Katoenplant. Het komt uit het zaadje van de Katoenplant. Het is zeer dun. Katoen is zeer populair om kleding van te maken. Ook kwamen de ontdekkingsreizigers in contact met allerlei nieuwe dieren! Bron 6 tijdzones: De aardas is een lijn die door het binnenste van de aarde gaat. Je moet het eigenlijk zien als een stok waaraan de aardbol gevestigd is. De aarde draait om deze as en hij doet daar 24 uur over. Dat is ook wel een dag. In deze dag komt de zon op en gaat hij weer liggen. Dat gebeurt omdat de aarde draait ten opzichte van de zon. Omdat de aarde draait wordt het overal dag en nacht. Als het bij ons dag is, is het aan de andere kant van de wereld nacht. Dat komt omdat wij dan wel aan de kant van de zon zijn en de andere in de schaduw. De Dag begint dus ook niet overal op hetzelfde moment. De aarde is daarom verdeeld in tijdzones. De aarde is verdeeld in 24 tijdzones. De zone schuift dus steeds een uur op. De aarde draait ook in een baan om de zon. Dat doet hij in een jaar, 365 dagen. Dat zorgt uiteindelijk voor de verschillende seizoenen als lente, zomer, herfst en de winter. In de onderstaande bron kun je de verschillende tijdzones van de wereld zien. Het cijfer nul betekent onze tijdzone. Van daaruit rekenen wij. De getallen +1 betekenen dat de tijd in dat gebied een uur later dan onze tijd is. Het getal +2 betekent dat het in dat gebied 2 uur later is dan onze tijd. Des te verder je van ons land gaat dat de later het wordt als naar het oosten gaat, en des te vroeger het wordt als je naar het westen gaat. 56

57 Bron 7 Marktplaatsen Het was een hele reis om de specerijen van Azië naar Nederland te krijgen. Veel mensen waren bij deze reis betrokken. De specerijen werd zeg maar steeds doorgegeven aan andere mensen die de specerij weer dichter bij Nederland brachten. De specerij werd elke keer aan de volgende persoon verkocht. Zo werd de specerij ook steeds duurder. Hij was wel 2x zo duur als dan hij in Azie werd verkocht. Chinezen en Arabieren kochten meestal de producten uit Indonesie en brachten de specerijen naar India en Alexandrie. Alexandrie ligt in Egypte. Met schepen werden de specerijen vanuit Indonesie naar Alexandrie gebracht. Omdat het Suez-Kanaal er toen nog niet was kon men niet door varen richting Europa. Bij Alexandrie moest het vervoer over land gaan. Toen eenmaal aangekomen in Alexandrie werden de specerijen weer gekocht door Italianen die ze weer verkochten aan de burgers in Europa. Zo kwam uiteindelijk de specerij ook in Nederland terecht. De Portugees vasco da Gama was de eerste die de zeeweg naar Azie vond. Hij voer om Afrika heen en kwam toen aan in Zuid-India. Het was een zware reis en hij keerde met minder dan de helft van de bemanning terug in portugal. Een paar jaar later voer Vasco Da Gama opnieuw maar dan met een grote vloot richting Indie. Daar dwong hij de vorsten om te handelen met de Portugezen. Daardoor keerde de grote vloot terug met een rijke lading aan specerijen in Lissabon. De specerijen werden in 57

58 Lissabon door de vloot goedkoper aangeboden dan in Alexandrie. Vanaf die tijd gingen de Europezen hun specerijen in Portugal kopen. 58

59 Bron 8 Het Suez kanaal: Belangrijk met vervoer over zee is het Suez-Kanaal. Het kanaal verbindt de Middelandse zee met de Rode zee. Het kanaal heeft voor een korte route gezorgd voor schepen die tussen Europa en Azie willen varen. Dit is van groot belang geweest voor de handel in Europa. Het Suez kanaal ligt in Egypte. Het duur ongeveer 16 uur om daar doorheen te varen. Vroeger moest men om Afrika heen varen om in Azie terecht te komen. Nu kunnen ze door Egypte varen en dan gelijk in de Rode Zee komen. De zee ligt aan de Indische Oceaan. De Indische Oceaan ligt aan het continent Azie. In 500 v.chr. Werd al het eerse begin gemaakt voor het graven van een kanaal dat de nijl verbond met de Rode Zee. De grote Perzische koning Darius de Grote zag al het nut in van zo`n kanaal. Hij kon daardoor handelen met de Carthagen uit Noord-Afrika en andere gebieden verkennen. In de 19e eeuw kon er d.m.v. Stoomkracht een nieuw kanaal worden gegraven waar miljoenen arbeiders aan mee werkten. 59

60 Bron 9 de indeling van de aarde: De aarde is een ronde bal. Vroeger dachten de mensen dat de aarde plat was en dat als je het einde van de aarde kon bereiken je er van af kon vallen. Nu weten wij beter. De aarde is rond. Het midden van de aarde noemen wij de evenaar. Dat is een denkbeeldige lijn die het Noord en het Zuiden van elkaar scheidt. Het noorden noemen wij het Noordelijk-halfrond en het zuiden het Zuidelijk-Halfrond. De evenaar ligt precies tussen de Noord en de Zuid pool in. De Noord-Pool ligt helemaal bovenin de aardbol en de Zuid-Pool helemaal onderin. 60

61 61

62 De zeeweg naar Azië Powerpoint presentatie De zeeweg naar Azië Uitleg voor: Verwerkingsopdracht 2 Groepsopdracht 2 Filmpjes Indië Handel in het jaar

63 Dure prijs Specerijen Vasco da Gama De VOC Handelen in Azie Alle Nederlandse handelaren in een bedrijf = VOC Handel in Specerijen 63

64 Verwerkingsopdracht 2 Naam:.. Cijfer. Inleiding Deze verwerkingsopdracht hoort bij de uitleg over het onderwerp: De zeeweg naar Azië. Het is belangrijk om bij elke vraag eerst goed te bron te bekijken. Dan pas kan je de vraag gaan maken. Ga serieus te werk. De opdracht doe je namelijk voor een cijfer! Bron 1: Waarom wilden de Nederlanders naar Indië? Al meer dan vier eeuwen drijven Nederlanders handel over geheel de wereld. Nederlanders trokken al in de 17e eeuw richting Indië om gebieden te verkennen en te zoeken naar nieuwe producten en grondstoffen. Met deze grondstoffen kon men nieuwe producten maken en nieuwe producten kon men voor een dure prijs verkopen in Nederland. Ze kochten dit van buitenlandse handelaren, namen de producten mee op hun schip om uiteindelijke met winst door te verkopen in Nederland. Vraag 1: Lees bron 1 goed door. Vertel dan hieronder waarom Nederlanders in de 17 e eeuw naar Indië wilden varen. Bron 2: De reis van Indonesie naar Nederland in het jaar 1500 Rond het jaar 1500 kochten de Europeanen hun specerijen op de Arabische markten in Egypte. Chinezen en Arabieren kochten meestal de producten uit Indonesie en brachten de specerijen naar India en Alexandrie. Alexandrie ligt in Egypte. Bij Alexandrie moest het vervoer over land gaan. Toen eenmaal aangekomen in Alexandrie werden de specerijen weer gekocht door Italianen die ze weer verkochten aan de burgers in Europa. Zo kwam uiteindelijk de specerij ook in Nederland terecht. Vraag 2: Lees de tekst goed door. De reis van de producten van Indonesie naar Nederland duurde lang. Veel mensen werkten mee aan deze lange reis. Laat zien wie er allemaal hebben meegewerkt aan deze reis. Zet de volgende namen in de juiste volgorde. De eerste en de laatste zijn voorgedaan. 64

65 Chinezen en Arabieren Indonesiërs Alexandrie Italianen - Nederland 1: Indonesie 2:.. 3:. 4: 5: Nederland.. Bron 3: De dure prijs van producten in het jaar 1500 Rond het jaar 1500 kochten de Europeanen hun specerijen op de Arabische markten in Egypte. De specerijen waren duur omdat de tussenhandelaren winst wilden maken op hun producten De prijs steeg ook door problemen die handelaren ondervonden. Tollenaren, rovers, schipbreuk, oorlogen en andere gebeurtenissen zorgden ervoor dat de prijzen stegen. Vraag 3: Zet de volgende problemen voor handelaren bij het juiste plaatje! Tollenaren/ rovers/ schipbreuk/ oorlogen.. Bron 4: Vasco da Gama 65

66 De Portugees Vasco da Gama was de eerste die de zeeweg naar Azie vond. Hij voer om Afrika heen en kwam toen aan in Zuid-India. Het was een zware reis en hij keerde met minder dan de helft van de bemanning terug in Portugal. Een paar jaar later voer Vasco Da Gama opnieuw maar dan met een grote vloot richting Indië. Daar dwong hij de vorsten om te handelen met de Portugezen. Daardoor keerde de grote vloot terug met een rijke lading aan specerijen in Lissabon. Vraag 4: Waarom is Vasco Da Gama zo beroemd? Vraag 5: Wat was er zo belangrijk aan die ontdekking? Vraag 6: Hoe ging de route van Vasco da Gama? 66

67 Bron 5: De VOC Nederlanders wilden als handelaren naar Indië varen om producten te kunnen kopen. Uiteindelijk ging iedereen samenwerken in een bedrijf. De VOC! Hieronder een uitleg. In Nederland waren er vele verschillende handelaren die geld en mensen inzamelden om hun reis naar Indië te kunnen maken. Niet al deze reizen gingen goed. Als een schip verzonk of in problemen kwam was er geen winst. Dan kregen de handelaren enorme schulden. Het was een grote risico. Om het risico te verkleinen gingen alle handelaren in Nederland met elkaar samenwerken. Als er dan een schip zonk was het verlies niet zo groot omdat andere schepen wel succesvol waren. De winst werd verdeeld onder de handelaren. De handelaren noemden deze samenwerking een handelsbedrijf. De Verenigde Oost-Indische compagnie werd het genoemd. Ook wel de VOC. De VOC had veel schepen en die werden gestuurd naar verschillende delen in Azie om weer veel grondstoffen mee terug naar Nederland te nemen. Vraag 7: Waarom gingen de verschillende Nederlandse handelaren met elkaar samenwerken in een bedrijf: De V.O.C.? 67

68 Antwoorden verwerkingsopdracht 1. Ze wilden Specerijen kopen in Azië. Zo konden ze winst maken. 2. 1: Indonesie 2: Chinezen Arabieren 3: Alezandrie 4: Italianen 5: Nederland.. 3. Tollenaren Rovers Schipbreuk Oorlogen 4. Hij had een route naar Azië gevonden 5. Hij wist waar hij specerijen kon kopen. Nu kon hij en zijn land heel rijk worden aan de verkoop van specerijen. 6. Om Afrika heen 7. Het was een te groot risico voor 1 handelaar om te varen naar Azie. Als zijn schip zonk dan had hij enorme schulden. De handelaren besloten toen om te gaan samenwerken om zo het verlies van een schip aan te kunnen. 68

69 Opdracht 2: Ontdekkingen en veroveraars In deze opdracht leren de leerlingen meer over ontdekkers en veroveraars. De leerlingen leren hoe de bevolking van de ontdekkers en veroveraars omgingen met de lokale bevolking. Ook leren ze de verschillen tussen de groepen kennen en hun kenmerken. De leerlingen gaan een groot eiland maken waar zij op kunnen tekenen, plakken en knutselopdrachten kunnen zetten. Ze delen een groot a1-vel in tweeën. De ene helft is die van de lokale bevolking, de andere helft die van de veroveraar en de ontdekker. Het gaat over Amerika. Zijn ontdekkers en de lokale bevolking. De leerlingen hebben de mogelijkheid om verschillende knutselopdrachten te gaan maken. Ook kunnen de leerlingen a.d.h.v. Informatie en plaatjes, zelf tekeningen maken, steekwoorden en plaatjes uitknippen. De leerlingen kunnen deze producten maken a.d.h.v. Een informatiemap. Op het eiland kunnen zij de volgende informatie verwerken: 69 - Indiaanse rijken - Godsdienst en cultuur Indianen - Wapens indianen - Producten uit Amerika - Indianen als slaven - Indiaanse steden - Kolonies in Amerika - Politiek in Amerika Verschillende ontdekkingsreizigers - Invloed van ontdekkingsreizigers op Indiaanse bevolking - Motieven voor ontdekkingsreizen - Geloof en cultuur van Europese ontdekkingsreizigers - Politiek in Europa - Wapens Europeanen Inhoud: - Opdrachtenstencil - Opdracht in stappen - Informatiemap met plaatjes, informatie en knutselopdrachten. Zelf de volgende materialen regelen: - A1 vel papier - Keukenrollen - Verf - Gekleurd karton - Veertjes - Kraaltjes - Bruin kaftpapier - Ijslolly stokjes - Plakfiguren - Sateprikkers - Touw

70 - Wc rol - Plakkaatverf - Verf kwasten - Penselen - Stanley mes - Crepe papier Leerlingen: - Schaar - Lijm - Kleurpotloden - Viltstiften Tijd: 200 minuten 70

71 Opdracht 2: Veroveraars en de oorspronkelijke bevolking Veroveraars zijn mensen die op een schip naar bijvoorbeeld naar Amerika gingen om Goud te zoeken. Daar kwamen zij Indianen tegen. Zij waren de oorspronkelijke bewoners. In deze opdracht ga je de verschillen laten zien tussen deze twee mensen. De docent geeft jullie aan het begin een a3 vel papier en een grote informatie map. In deze map vinden jullie alles wat jullie nodig hebben om de knutselopdrachten en de collage te maken. Er bevinden zich meerdere knutselopdrachten die je zelf mag uit kiezen. Ook kunnen jullie a.d.h.v. Informatie uit de map steekwoorden bedenken en er zijn veel plaatjes te vinden. Zelf mag je natuurlijk ook tekenen op het vel papier. In collage moeten jullie kunnen laten zien wat de verschillen waren tussen de veroveraars en de oorspronkelijke bevolking. Dit is een voorbeeld van hoe een collage er ongeveer uit kan komen te zien: Uiteindelijk wordt jullie cijfer beoordeeld op hoe goed jullie hebben geknutseld, hoe mooi jullie collage is en hoeveel informatie jullie er in hebben verwerkt. Op de volgende pagina zien jullie een stappenplan. 71

72 Opdracht in stappen: Stap 1: Deel het grote vel in twee vlakken. Schrijf boven de ene: oorspronkelijke bevolking. Schrijf boven de andere: ontdekkers en veroveraars. Stap 2: Tekenen van een achtergrond bij elk vlak. Bekijk de informatie in de map even kort. De map is ingedeeld in twee delen. Een deel voor de indianen en een deel voor de ontdekkers en veroveraars. Zorg ervoor dat beide delen een mooie achtergrond krijgen. Het hele vel inkleuren kost te veel tijd. Wel kan je een patroon aanbrengen, de hoekjes kleuren, het vel in vlakken verdelen, een titel schrijven in gravity tekst etc.. Wees creatief en zorg voor een leuke achtergrond. Nu? Meerde opties! Vul de vellen met steekwoorden, plaatjes, knutselwerkjes en tekeningen. In de map is genoeg te vinden. 72

73 Informatie map Opdracht 2 Veroveraars en de oorspronkelijke bevolking. 73

74 Deel 1 De oorspronkelijke bevolking De Indianen 74

75 Inleiding De indianen waren de mensen die al in Amerika woonden voordat Amerika werd ontdekt door Europa. Hieronder kun je zien wie de Europeanen allemaal waren. Maak een mooie collage met knutselopdrachten! Plaatjes met informatie Hierboven zien jullie een ritueel van een volk in Midden-Amerika die de Maya`s heetten. Zij eerden meerdere goden. In dit ritueel wordt er een mens geofferd voor de zonnegod. Bij een nog levend mens werd het hart uitgesneden en daarna geofferd. Bij dit plaatje op de vorige bladzijde zie je de stad Tenochtitlan. Dit was een stad van het Azteekse rijk. Dat lag waar nu Mexico-stad ligt. In Amerika waren er niet alleen maar Indianen die in Wigwams leefden. Je had in Amerika ook steden! 75

76 Hierboven zie je de Maya kalender. Deze houdt in 2012 op. De maya`s waren best slim in sterrenkunde. Ze waren zeer intelligent voor hun tijd. Sommigen denken dat de wereld zal eindigen in De ontdekkingsreiziger Hernan Cortes kwam erachter dat er veel goud te vinden was in Amerika. Toen hij dit nieuws naar Europa bracht kwamen er veel mensen naar Amerika. Iedereen dacht snel rijk te kunnen worden. De Maya`s hadden het grootst ontwikkelde rijk in Amerika. De Maya`s waren er al 1000 voor christus. De Maya`s staan vooral bekend voor het bouwen van Piramides. Die bouwden zij voor hun Goden. De Maya`s werden allemaal uitgeroeid door de Spanjaarden. Via de Piramides konden de Maya`s kijken naar de stand van de zon en de maan. Zo konden ze bepalen wanneer ze moesten zaaien en wanneer ze moesten oogsten. 76

77 Hier zien je de Amerika vast zit aan Azië. Dat is nu niet meer zo. Dit is een kaart van heel lang geleden. Wetenschappers zeggen dat heel vroeger de Indiaan uit Azië kwam en zich in Amerika ging vestigen. De oudst levende indianen in Amerika waren er jaar geleden. Nu zit Amerika niet meer vast aan Azië omdat de continenten uit elkaar drijven. Hierboven zie je links; een Maya priester, in het midden Maya ambtenaren en rechts een Maya jager/ boer. De Maya`s leefden in drie verschillende sociale groepen. Er waren duidelijke verschillen tussen de mensen. Bovenaan stonden de priesters. Zij waren zo machtig dat ze zelfs werden vereerd. Zij wisten veel van wiskunde, astronomie en de geschriften. Dit waren heilige zaken voor de Maya`s. Onder de priesters waren er de ambtenaren. Zij hadden belangrijke functies. Zij vertelden de laagst mensen wat ze moesten doen. De laagste mensen waren allemaal boer. Zij werkten in de zomer op het land en in de winter aan piramides. 77

78 Hier boven zien jullie de stad Tenochtitlan die wordt veroverd door Hernan Cortes. Het werd een kolonie van Spanje. Een bezit van Spanje in een ander gebied. De Indianen werden door de Spanjaarden tot slaaf gemaakt. Ze moesten hard werken. Hierboven zien jullie links Zuid en Midden-Amerika. Deze gebieden zijn in de 16e en 17e eeuw voor grotendeels veroverd door Spanjaarden en Portugezen. De bevolking nam de taal ook over. Spaans en Portugees noemt men ook wel Latijnse talen. Vandaar dat deze gebieden ook wel Latijns-Amerika worden genoemd. (Extra: Latijn is de taal die de Romeinen spraken) 78

79 Indianen werden door de Spanjaarden als slaaf gebruikt. De Spanjaarden namen ook veel ziektes mee. Door het zware werk en de ziektes gingen veel indianen dood. De Spanjaarden gingen toen slaven vanuit Afrika naar Amerika brengen om daar te gaan werken.(extra: daarom zie je ook veel zwarte mensen in Amerika) De Europeanen bleven daar voor langere tijd in Amerika. Ze wilden dat Amerika ook een beetje Europees zou worden. Daarom zeiden ze tegen de mensen dat ze christen moesten worden. Hierboven je de stad van de Inca`s. Deze stad heet Machu Picchu. Dit was de hoofdstad van de Inca`s. Dit is de enige stad die niet werd ontdekt door de Spanjaarden. Daarom is hij ook niet vernietigd. Zij waren goede architecten en hebben grote gebouwen neergezet. Zij konden veel stenen verslepen en ook veel 79

80 mensen aan het werk zetten voor hun gebouwen. De gebouwen waren goed bestand tegen aardbevingen omdat ze ervoor zorgden dat de stenen precies in elkaar vielen. Hierboven jun je zien waar het rijk van de Inca`s lag. Het lag in Zuid-Amerika, aan het westen. Ze leefden vooral langs de kust. De leider van de Inca`s was Sapa Inca. Deze man werd gezien als een directe afstammeling van de zon. Hij werd gezien als een god. Hij was zelf de baas over zowel politiek, het leger en de religie. De Inca's geloofden in de kracht van de zon als weldoener van de Aarde. De zon werd daarom vaak geëerd met zonnefeesten. Om te zorgen dat de maan en de zon niet zouden stoppen, werden stenen op de bergtoppen geplaatst. De zonnegod heette Inti, de maangod Quilla. De verering van de zon werd tijdens het bewind van Viracocha als enig geloof ingesteld. In de praktijk werd echter aan Moeder Aarde, Pachamama meer eer gegeven door het gewone volk. 80

81 Producten uit Amerika Hierboven zie je Tabak komt van de bladeren van de tabaksplant. Dit was een belangrijk product in Amerika. Lekker roken? Mensen gebruiken deze tabak om het te roken. Indianen in Amerika gebruikten het al lang. Toen Columbus in Amerika aankwam introduceerde hij het in Europa. Tabak als medicijn? Tabak werd gebruik om zijn verdovende werking. Ook werd het door de Indianen gebruikt als vrede sluiten. Het roken van de vredespijp. Katoen komt van de Katoenplant. Het komt uit het zaadje van de Katoenplant. Het is zeer dun. Katoen is zeer populair om kleding van te maken. De Europeanen vonden dit zeer belangrijk. 81

82 In Amerika waren er hele andere dieren dan in Europa. Amerika is een exotisch land met exotische dieren. De natuur was heel aantrekkelijk en mooi voor de Europeanen. Ze zagen hier dieren en gebieden die zij nog nooit gezien hadden. Hierboven zien je indianen die rondtrokken in Noord-Amerika. Zij joegen veel op Buffels. Het waren primitieve volkeren die schoten met pijl en boog. Hier nog wat plaatjes over Indianen 82

83 Azteekse goden: Azteekse leider: 83

84 Extra informatie De Indiaanse God Huitzipochtli vertelde het Azteekse volk dat zij hun rijk moesten gaan stichten waar zij het teken zagen. Deze God had het over het volgende teken: een arend op een cactus met een slang. De Azteken zagen dit teken uiteindelijk en zijn toen hun stad daar gaan bouwen. Op deze plek ligt nu de stad Mexico-stad. Dit teken staan nog steeds op de vlag van Mexico. Indianen deden geen leuke dingen met hun vijanden. Dat is natuurlijk niet heel raar. Ze waren ontzettend boos omdat al die rare Europeanen steeds meer land van hun gingen inpikken. Ook werden de indianen vermoord, tot slaaf gemaakt en gingen ze dood door de ziektes die de Europeanen meenamen. Iets wat de Indianen veel deden was scalperen. Dit is het weghalen van de hoofdhuid en het haar. Soms overleefde je dit en soms ook niet. Het deed in ieder geval wel heel pijn. De Azteken hadden een sterk rijk in Zuid-Amerika. Ze veroverden veel gebieden werden daarom rijk. Ze konden een steden bouwen met riolering, ze dreven handel en deden aan wetenschap. Als in een rijk steden belangrijk zijn, spreken wij van een stedelijke cultuur. In andere gebieden als Noord-Amerika waar Indianen met pijl en boog op Buffels jaagden noemen wij een landbouw cultuur. Naast de Azteken, was er ook het Maya rijk en het Inca rijk. De wapens van de Azteken waren niet bijzonder. Ze hadden vaak pijl en boog en soms steekwapens. Wel konden ze met die wapens veel mensen tot krijgsgevangen maken. Deze mensen werden of slaaf of geofferd aan de goden. Er leven nog steeds Indianen in Amerika maar het zijn er niet veel meer. Sommige mensen voeren nog steeds actie tegen het innemen van hun land. 84

85 Knutselopdrachten Totempaal Materiaal: keukenrollen, verf en gekleurd karton. Maak twee sneetjes in de keukenrol en steek daar het stuk karton doorheen. Schilder de totempaal op een leuke manier. 3. Indianenbijl Materiaal: keukenrol, veertjes en karton, evt. kraaltjes, verf. Trek de bijl om op karton. Je kunt ook karton nemen van een doos. Plak de keukenrol er bovenop. Je kunt ook de bijl door de keukenrol een steken. Dan blijft het in ieder geval goed zitten. Verf de bijl in felle kleuren. Maak de veertjes vast aan de keukenrol. Evt. kun je ook nog wat kraaltjes rijgen. 4. Wigwam Materiaal: gekleurd karton of evt. bruin kaftpapier. Klik op de om het omtrekvoorbeeld te bekijken. Trek deze onderdelen om en plak de onderdelen aan elkaar. 85

86 5. Boot Materiaal: keukenrollen, gekleurd papier, verf en ijslollystokjes. Knip een keukenrol open en maak ze aan de uiteinden schuin aan elkaar vast. Verf de boot. Maak de van de ijslollystokjes roeispanen. 6. Ketting Materiaal: verschillende soorten (houten) kralen en veertjes. Maak een ketting van verschillende (houten) kralen. Je kunt er evt. een ordening in aanbrengen. Ook kun je de houten kralen verven. Laat de kinderen een mandela kleuren en uitknippen. Deze kun je onderaan de ketting vast maken. 7. Ketting Materiaal: verschillende soorten (houten) kralen en veertjes. Maak een ketting van verschillende (houten) kralen. Je kunt er evt. een ordening in aanbrengen. Ook kun je de houten kralen verven. 86

87 8. Indianentooi Materiaal: plakfiguren, verschillende stroken, veertjes. Maak een reeks van vormen op een strook. Plak de strook vast op een bredere strook. Maak tenslotte de veren vast aan de hoed. 9. Indianentooi Materiaal: stroken, veertjes en kleurpotloden. Maak een leuke indianentekening op de hoed en doe als laatste de veren vast op de hoed Wigwam met indianen in kajaks knutselen Per wigwam heb je drie satéprikkers nodig. Steek deze aan de bovenkant bij elkaar en maak ze met een touwtje aan elkaar vast. Zorg ervoor dat ze goed vastzitten. Nu ga je de wigwam bekleden. Dit kan je met stof doen, maar op het voorbeeld is dit met papier gedaan. Teken eerst op de kleur die je gekozen hebt een driehoek zo groot als deze bij je satéprikker is. Nu teken je er nog drie even grote driehoeken naast. Als het goed is heb je nu 4 driehoeken naast elkaar. Let op, de zijkanten moeten aan elkaar vastzitten, dus de driehoeken zullen in een soort rondje lopen. Zie het voorbeeld op volgende pagina! 87

88 Knip deze uit en vouw deze rond de prikkers. Een vlak zal een ander overlappen. Knip een ingang in de tent en versier de tent verder. De kajaks maak je door een kajak te tekenen en deze dubbel uit te knippen. De voor- en de achterkant lijm je tegen elkaar aan. Teken het bovenste deel van je indiaan, versier deze verder en plak deze in je kajak. Je maakt het helemaal af door de indiaan een cocktailprikker als roeispaan te geven! 88

89 14. Keuken- en WC Rol Totem Paal Knutselen 1. Wat heb je allemaal nodig: 1 Keukenrol 1 WC rol Plakkaatverf Verfkwasten Penselen Potlood Viltstiften Schaar Stanleymes Zo maak je het: 1. Het Schilderwerk Als eerste schilder je de keukenrol in een mooie basiskleur, het is handig om bij een opening van de rol de binnenkant ook iets te schilderen, zodat wanneer je naar de totem paal kijkt, je niet tegen de grijze kleur van de keukenrol aankijkt! Verf het wc rolletje in een andere kleur dan je de keukenrol geschilderd hebt, maar verf deze wel helemaal aan de binnenkant. 89

90 2. Het Knip- en Snijwerk Zodra de verf goed droog is kun je de wc rol in de lengte in twee gelijke stukken knippen. Nu komt een wat lastiger werkje, deze stukken worden namelijk de Arendvleugels, die je vaak bij Totempalen ziet. Knip twee gelijke vleugel-vormen van de twee wc rol helften, waarbij je aan een uiteinde een recht stuk houdt. Snij op twee/derde van de keukenrol aan weerskanten een incisie, waar je straks direct vleugels in kunt steken. 3. De Versiering Nu komt het leukste gedeelte van deze knutsel De versiering!!! Een Totem Paal bestaat uit verschillende onderdelen, bijv. een aantal hoofden bovenop elkaar, of eerst een zittende man, dan de vleugels en dan nog een grote kop er boven op. Teken eerst de figuren die je op je totem paal wilt hebben met een potlood op de keukenrol en begin daarna met deze lijnen over te trekken op de keukenrol en daarna met het inschilderen. 2. Tip: Werk van boven naar beneden, op deze manier kun je de keukenrol vasthouden als je deze aan het schilderen bent. En kun je de keukenrol aan de bovenkant vasthouden als je de onderkant gaat schilderen, want dan is de verf waarschijnlijk al weer droog 90

91 Deel 2 De ontdekkers en de veroveraars 91

92 Inleiding Ontdekkers en veroveraars waren mensen in Europa die in het haar 1500 op reis gingen. Deze mensen wilden nieuwe gebieden ontdekken en rijk worden. Hieronder kun je zien wie die mensen allemaal waren en wat er in die tijd allemaal gebeurde. Maak er een mooie collage van met plaatjes, tekeningen, steekwoorden en knutselwerkjes! Hierboven zie je hoe Columbus Amerika ontdekt. Hij dacht dat hij heel ergens anders was aangekomen dan in Amerika. Hij dacht dat hij in Indie was. Zo noemde men vroeger alles wat in Azie lag. De mensen die hij tegen kwam in Amerika noemde hij daarom ook Indi-anen. Of Indianen. Columbus kwam eerst aan in Cuba. Vandaar ging hij Midden en Zuid Amerika ontdekken. Met deze boot; de heilige Maria voer Columbus naar Amerika. De heilige Maria is de moeder van Jezus. Het waren dus christenen op de boot. Aangekomen in Amerika kwamen zij in aanraking met mensen die helemaal niet christelijk waren.columbus was een Italiaan in dienst van de Spaanse koning. 92

93 Hierboven zie je de man Pizarro. Ook hij was een ontdekkingsreiziger. Spanje gaf hem net zoals Columbus toestemming om op reis te gaan. In Spanje was Hernan Cortes heel bekend geworden met zijn reizen naar Amerika. Pizarro wilde ook beroemd worden en besloot andere delen van Zuid-Amerika te gaan ontdekken. Uiteindelijk ging hij met 3 schepen, 180 man en 21 edelen. Edelen zijn mensen met een hoge status of veel aanzien. Belangrijke mensen dus. Pizarro heeft uiteindelijk het hele Inca rijk uitgemoord in Zuid-Amerika. Hierboven zie je de man John Cabot. Hij is beroemd voor de ontdekking van Noord- Amerika. Hij was Venetiaanse afkomst maar in Engelse dienst. Waarschijnlijk is John Cabot geïnspireerd door Columbus. Columbus was beroemd geworden omdat hij terug kwam met veel goed. John Cabot wilde toen ook ontdekkingsreiziger worden. John Cabot had ook een kruis op een van zijn zeilen. Engeland was christelijk. Vandaar dat John Cabot ook vloog met een Engels en Christelijk zeil. Nadat John Cabot een route naar nieuw land had gevonden gingen na hem meerdere schepen. In Noord-Amerika gingen veel mensen wonen die uit Engeland kwamen. Vandaar dat Noord-Amerika nu nog steeds Engels spreekt. De invloed van de ontdekkingsreizigers op de bevolking in Amerika De Spanjaarden hadden een groot deel van Zuid-Amerika veroverd. Ze gingen de bevolking gevangen nemen. Uiteindelijk werden de gevangenen gebruikt als slaven. De Spanjaarden konden deze slaven wel gebruiken. Zij hadden namelijk slaven nodig die het werk voor hen konden doen. Bijvoorbeeld werken op het land of werken op werkplaatsen. Hieronder kunnen jullie zien hoe de slavenhandel eruitzag in de 17e eeuw. 93

94 Hierboven zien jullie twee plaatjes. De linker in een wereldkaart van de kolonies van Spanje. Een kolonie is een gebied dat veroverd is door Spanje. Het zijn de rode gebieden. Zoals je ziet is dat een groot gedeelte in Zuid-Amerika en een groot gedeelte in Noord-Amerika. Op het rechter plaatje zien jullie Tenochtitlan. Dit was een stad van de Indianen. Links onderin zien jullie mensen met paarden en de Spaanse vlag. De Spanjaarden namen de stad in en alles wat in de stad was, was toen van hen. Alle grondstoffen, dieren en mensen. De Spanjaarden waren de baas. Toen de Spanjaarden de baas waren maakten zij de Indianen tot slaaf. Hierboven zien jullie waarom de Spanjaarden slaven nodig hadden. De Spanjaarden hadden grote stukken grond waarop mensen moesten werken. De mensen moesten hard werken om zoveel mogelijk grondstoffen te verzamelen. Als de mensen dit niet deden werden zij gestraft. Misschien wel met de dood. De Spanjaarden konden de grondstoffen dan verkopen in Europa. Ook waren er slaven nodig om te werken aan huizen, schepen en andere bouwwerken. Je had dus slaven op werkplaatsen en slaven die werkten op plantages. 94

95 De Europeanen brachten ook nieuwe ziektes mee naar Amerika. Ziektes in Europa als de Pokken of de Pest waren onbekend in Amerika. De mensen waren dus kwetsbaar en konden er niet veel aan doen. Een groot deel van de bevolking stierf door de Europese ziektes. De Slaven moesten hard werken en kregen weinig te eten. Het leven van een slaaf was niet prettig. Soms gingen ze eten stelen, kwamen ze in opstand of konden ze niet meer opstaan om een zwaar blok tillen. Ze konden niets anders maar toch werden ze zwaar gestraft. Je kon worden opgehangen of hard geslagen worden. Soms werd je geslagen met een zweep waaraan ook nog een weerhaken zaten. Die bleven dan vast zitten in je rug. 95

96 Omdat de indiaanse slaven snel dood gingen vanwege de straffen, het harde werken en de ziektes, gingen de Europeanen op zoek naar nieuwe slaven. Ze hadden nieuwe mensen nodig die het zware werk voor hen konden doen. Op het linker plaatje hierboven zie je meerdere pijltjes van Afrika naar Amerika gaan. Dit zijn routes voor slaven. Mensen uit Afrika werden door de Europeanen gevangen genomen en naar Amerika gestuurd. Je kunt op het plaatje routes zien van verschillende landen. Meerdere Europese landen haalden hun slaven uit Afrika om in Amerika voor hun te gaan werken op de plantages. Dat er zoveel Afrikanen naar Amerika zijn gekomen is ook de reden dat er zoveel donkere mensen in Amerika wonen. Deze mensen noemen wij Afrikaan-Amerikaan. Ze komen uit Afrika maar wonen nu in Amerika. Slaven werden uiteindelijk overal ingezet in de samenleving. De slaven konden je leven makkelijker maken en minder zwaar. Slaven werden verkocht op slavenmarkten door slavenhandelaars. Op deze markten werden moeders van hun gezin gescheiden. Zonen van hun moeder. Ze werden gekocht door een rijke man die graag een huisslaaf wilde hebben. Deze slaaf mocht dan alle klusjes in het huis doen. Plaatje recht. Hierboven zien jullie verschillende plaatjes die gaan over het verdere vervolg van de Slavernij. Rechts zien jullie de Amerikaanse president Abraham 96

97 Lincoln. Abraham Lincoln was een man die vocht voor de rechten van de slaven. Hier helpt hij een slaaf om op zijn eigen benen te staan. Hij vond dat het ook mensen waren die hun eigen rechten hadden. Hij vond dat slaven zelf mochten kiezen wat zij met hun leven wilden doen. Dit bracht hem in grote problemen. Er brak zelfs oorlog uit tussen mensen die voor de slavernij waren en tegen de slavernij. Plaatje Midden. Uiteindelijk kregen de Afrikanen steeds meer rechten en mogelijkheden. Zoals het plaatje in het midden kan je een rijke Afrikaan zien. Een blank man keurt dit niet goed en wil hem weer de boeien om doen. Plaatje Links. Op het linker plaatje kun je zien dat de slavernij wordt afgeschaft. Slavernij is verboden en alle slaven werden bevrijd. Hiep hiep Hoera! Geloof en cultuur ontdekkingsreizigers De ontdekkingsreizigers waren vaak Christelijk. Ze geloofden in Jezus Christus, de Bijbel en in God. De mensen kwamen samen in een kerk om te zingen voor Jezus en God. Hier kregen de mensen ook uitleg over wie Jezus was. Het belangrijkste voor Jezus was dat je mensen leert te vergeven. Dat is zeggen dat je niet meer boos op iemand bent voor wat hij heeft gedaan. Je zegt dan dat je weer van iemand houdt. 97

98 Net als in Amerika waren in Europa ook de Priesters de baas. Het was niet zo als in Amerika dat priesters zonen van God waren. In Europa dachten de mensen dat God mensen had uitgekozen om voor de mensen te zorgen. Priesters hadden veel invloed. Ze gaven preken waarin ze vertelden hoe de mensen moesten leven. Priesters waren vaak rijk. Ook moesten de mensen bij priesters biechten. Biechten was het vertellen van slechte daden. De priesters zeiden dan wat de mensen als straf moesten doen. Na het doen van deze straf dan waren ze weer vergeven. God hield dan weer van ze. Voor een ontdekkingsreiziger was het belangrijk om als christen hard te werken voor het geloof. Je moest hard werken voor God en voor de mensen. Het was ook belangrijk om andere mensen te overtuigen van het christendom. Het was waardevol als je als christen andere mensen ook kon laten geloven in jezus. Mensen die hun hele leven bezig waren met mensen bekeren werden Missionarissen genoemd. In het jaar 1500 was Europa in zijn geheel Christelijk. Daar hebben veel missionarissen hard voor moeten werken. Langs elk gebied gingen ze om mensen christelijk te maken. Toen iedereen in Europa ongeveer christelijk was wilde ze ook andere delen van de wereld christelijk maken. Ontdekkingsreizigers wilden mensen gaan bekeren in Amerika. Zo konden zij er misschien voor zorgen dat ze in de hemel zouden komen. 98

99 Samenleving in Europa Hierboven zie je een voorbeeld van hoe de samenleving van de ontdekkingsreizigers eruit zag. In Amerika was de priester de geestelijkheid en de koning. In Europa was de koning geen priester. De koning was de baas. Daaronder kwamen de priesters die moesten zorgen voor de mensen. Daaronder stonden de adel. Dat waren edelen en graven. Zij waren verantwoordelijk voor het bestuur, de organisatie en het regelen van een gebied. Daaronder stonden de boeren en de soldaten. In Amerika had je ook een belangrijke groep onder de geestelijken. Dat was niet de adel. Die had je daar niet. De mensen die het bestuur regelden werden daar ambtenaren genoemd. Oorlog machine In Europa was de techniek verder dan in Europa. In Europa kon men veel beter materiaal bewerken. De ontdekkingsreizigers hadden daarom veel beter wapens dan de indianen met hun pijl en boog. 99

100 Hierboven zie je een haakbus. Dat is een van de eerste vuurwapens in Europa die door de ontdekkingsreizigers werd gebruikt. Er kwam een kogel uit als je een lont aanstak. Ook de ontdekkingsreizigers hadden pijl en boog. Deze waren echter veel beter dan die van de indianen. De kruisbogen werden vaak gemaakt van staal wat stevig was. De stalen pijlen konden zelfs door een harnas heen. Al jaar voor christus maakte men gebruik van handbogen in Europa. Uiteindelijk was er in het jaar 1500 een goede versie van de handboog ontstaan. De longbow was ontstaan in Engeland. Dit was een handboog maar dan een veel grotere versie. De boog was even groot als je zelf ook was. Het koste heel veel kracht om een pijl af te schieten. Omdat er zoveel spanning op de pijl kwam te staan kon je wel 300 meter ver schieten. De longbow kostte jaren training om deze goed te gebruiken. Als je dit dan goed kon was je een gevaarlijke tegenstander. 100

101 De ontdekkingsreizigers gebruikten geen zwaarden meer zoals in de Middeleeuwen. Er kwamen dunner zwaarden. Ze heetten een rapier of een degen. Het werd vooral gebruikt om zijn sierlijkheid. Hierboven zie je een Bombarde. Met dit wapen kon grote stenen ballen afvuren. Deze werden ook gebruikt op de schepen van de ontdekkingsreizigers. Daarnaast werden ze soms meegenomen om een stad mee aan te vallen. Je kon er goed huizen of muren mee kapot schieten. Ook boten van piraten natuurlijk. De WIC De VOC was een handelsmaatschappij dat vanuit Nederland in Azie ging handelen. Ook was er in Nederland de WIC. De West Indische Compagnie. Dit bedrijf stuurde 101

102 schepen naar Noord-Amerika, Zuid-Amerika en naar Afrika. Overal werden er kleine dorpjes gebouwd. Vanuit deze dorpjes werd er gehandeld met de bevolking. Hierboven zie je vier plaatjes over de beroemde slag van de Zilvervloot. De zilvervloot was een groep schepen van Spanje die met veel geld van Amerika naar Spanje voeren. De WIC stond onder leiding van de Nederlander Piet Heyn. Piet Heyn wist de zilvervloot te veroveren. Hij werd beroemd in Nederland omdat hij veel rijkdom bracht naar Nederland. Geld dat eigenlijk van de Spanjaarden was. In deze tijd was Nederland ook in oorlog met Spanje. De zilvervloot was toen 13 miljoen gulden waard. In die tijd was 13 miljoen gulden ongeveer evenveel waard als nu 100 miljard euro. Van het geld kon Nederland een jaar lang oorlog voeren tegen de Spanjaarden. Ook is er een lied voor Piet heyn gemaakt. Dat werd ook nog weleens gezongen in Voetbal stadions voor het Nederlands voetbal elftal. 102 Heb je van de zilveren vloot wel gehoord de zilveren vloot van Spanje? Die had er veel Spaanse matten aan boord

103 En appeltjes van Oranje! Sprak toen niet Piet Hein met een aalwaerig woord: "Wel jongentjes van Oranje, Kom, klim 'reis aan dit en dat Spaansche boord En rol me de matten van Spanje"? Klommen niet de jongens als katten in 't want En vochten ze niet als leeuwen? Ze maakten de Spanjers duchtig te schand' Tot in Spanje klonk hun schreeuwen! Piet Hein!, Piet Hein!, Piet Hein zijn naam is klein, Zijn daden bennen groot Zijn daden bennen groot Hij heeft gewonnen de zilveren vloot, Die heeft gewonnen, gewonnen de Zilvervloot. (bis) Kwam er nu nog eenmaal zo'n zilveren vloot, Zeg zou jullie nog zoo kloppen? Of zoudt gij u veilig en wel buiten schoot Maar stil in je hangmat stoppen? Wel, Hollandsch bloed, Dat bloed heeft nog wel moed! Al bennen we niet groot, al bennen we niet groot We zouden winnen de Zilvervloot! We zouden winnen, winnen de Zilvervloot! We zouden winnen, winnen de Zilvervloot 103

104 Hierboven zie je op het Linker plaatje Nieuw-Nederland. Dat was een gebied dat was veroverd door de Nederlanders in de 17 e eeuw. Dit gebied was het gebied aan de kust van de huidige Verenigde Staten. De hoofdstad van dit gebied was Nieuw- Amsterdam. Tegenwoordig wordt deze stad New York genoemd. Een van de meest bekende steden uit de wereld. In dit gebied sprak men vroeger Nederlands. Later is dit gebied veroverd door de Engelsen. Vandaar dat daar nu Engels wordt gesproken. Op het rechterplaatje zie je de Nederlandse Antillen. Dat zijn eilanden die liggen tussen Noord en Zuid-Amerika. Dit gebied werd ook veroverd door Nederland in de 17 e eeuw door de WIC. Vandaar dat men daar nu nog steeds Nederlands spreekt. Ook ontstonden er veel oorlogen door de Internationale handel. Bijvoorbeeld de Nederlandse oorlogen tegen Engeland. Beide landen hadden een grote vloot waarmee veel producten werden vervoerd. Ze wilden soms dezelfde producten kopen. Dat kon niet omdat de producten maar een keer konden worden verkocht. De Engelsen en de Nederlanders gingen toen vechten met elkaar op zee. Een beroemde Nederlander is Michiel de Ruiter. Hij heeft als admiraal van de Nederlandse vloot de Engelsen verslagen. Knutselopdrachten 104

105 15. Bootje vouwen Wat heb je nodig: Papier (bijv A4) Een bootje vouwen is een leuke bezigheid. Hij is best lastig maar als je hem eenmaal door hebt, kun je grote en kleine bootjes gaan maken. Op de tekening hieronder zie je de stappen uitgetekend. 1. Begin met het papier dubbelvouwen. 2. Waar de vouw zit, vouw je de twee punten naar het midden toe. 3. Onderin heb je twee flappen. De bovenste vouw je naar boven en dan draai je het papier om en vouwt de laatste flap ook naar boven. Je hebt dan figuur 4 4. Pak bij punt B de voorkant in een hand en de achterkant in de andere hand en trek de punten B (voor en achter) uit elkaar. Dan ontstaat figuur 5 met twee punten B en A en C over elkaar heen. 5. Vouw punt A naar boven toe, draai het papier om en vouw punt C ook naar boven. 6. Weer als bij punt 4. Pak bij punt E de voorkant in een hand en de achterkant in de andere hand en trek de punten E (voor en achter) uit elkaar. Dan ontstaat figuur 7 met twee punten E en D en F over elkaar heen. 7. Pak de punten K en L vast en trek ze uit elkaar in de richting van de pijlen. 8. Je hebt nu een bootje gevouwen. Als je de onderkant wat open zet, dan kan hij ook gewoon blijven staan. 105

106 Bouw meerdere boten! Zorg ervoor dat je laat zien van wie de boot is. Van welke persoon, van welk land en welke kleuren daarbij horen! Hieronder vindt je voorbeelden van schepen van ontdekkingsreizigers. Spaans schip Spaanse vlag Hernan Cortes Portugees schip Portugese vlag Vasco da Gama 106

107 Engels schip Engelse vlag John Cabot 107 WIC schip WIC vlag Piet Heyn Missionaris maken Een missionaris was een man die mensen ging overhalen om in Jezus te gaan geloven. Hij was een leider van de christenen in Europa. Hij wist veel van Jezus en ging naar mensen toe om over hem te vertellen. Hieronder zie je hoe je een missionaris kan maken. Wat heb je nodig: WC-rolletje. Gekleurd papier. Crêpe papier. Schaar. Lijm.

108 Touwtje. Wit karton. Potlood. Pak eerst het wc-rolletje en als die een grauwe kleur heeft, dan beplak je hem eerst met wit papier. Dan knip je van het crêpe papier een stuk af, ongeveer net zo groot als een a4 vel papier. Dan sla je hem een kwart dubbel en dan met een touwtje aan de boven kant van het wc-rolletje vast maken. Dan maak je van het karton een gezicht vorm en dan beplak je het met ogen enzovoort. Dan pak je een stuk rood papier en teken daar eerst de vorm van een mijter op knip hem uit en plak hem op het hoofd. Een mijter is de hoed van een missionaris. Dan moet er natuurlijk nog versiering op en dat kan je mooi met het gekleurde papier doen. Als je wilt kan je ook nog aan de achter kan een mijter maken. Dan pak je een beetje watten en lijm en plak de watten als een baard op het gezicht en vergeet niet om ook achter watten te plakken. En als laatste kan je nog met roze papier handen aan de mantel plakken. 108

109 Schatkist vouwen 109

110 Teken de landen van de ontdekkingsreizigers 110

111 Spanje Portugal Engeland Nederland Kerk vouwen 111

112 Kleur de onderstaande afbeelding in. Knip hem uit. En vouw hem tot een echte kerk. Op de volgend pagina vindt je een voorbeeld van een echte kerk. 112

113 113

114 Ontdekkers en veroveraars Powerpoint Ontdekkers en veroveraars Uitleg voor: Verwerkingsopdracht 3 Groepsopdracht 3 Filmpjes Columbus/ Indianen Arme Indianen Latijns Amerika 114

115 Verwerkingsopdracht 3 Naam: Cijfer.. Inleiding Deze verwerkingsopdracht hoort bij de uitleg over het onderwerp: Ontdekkers en veroveraars. Het is belangrijk om bij elke vraag eerst goed te bron te bekijken. Dan pas kan je de vraag gaan maken. Ga serieus te werk. De opdracht doe je namelijk voor een cijfer! Bron 1: Columbus Europeanen maakten niet alleen ontdekkingsreizen naar Azie. Ook trokken de mensen naar Amerika. Columbus was een Italiaanse zeeman die werkte voor de Spaanse koning. Hij wilde op ontdekkingsreis naar Azie net als de Portugezen. Hij wilde echter een kortere zeeroute ontdekken nar Azie. De mensen wisten in die tijd nog niet zo goed waar de verschillende landen lagen. Hij wilde niet zoals de andere mensen om Afrika heen richting Azie varen. Hij wist dat de aarde rond was. Hij dacht dat als hij vanuit Europa zolang mogelijk naar het Westen zou varen hij vanzelf in Azie aan zou komen. Na een tijd zag Columbus ook land. Dit was echter geen Azie maar Amerika. Vraag 1: Wat heef Columbus ontdekt? Vraag 2: Wat wilde hij eigenlijk ontdekken? 115

116 Vraag 3: Van wie kreeg Columbus opdracht om te gaan reizen/ Bron 2: Indianen Columbus is zelf nooit op het vaste land van Amerika geweest. Hij is op de eilanden voor Amerika geweest. Hij was op de Bahama`s. Hij dacht dat hij in Azie was aangekomen. De Europeanen noemden in die tijd Azie ook wel Indië. Daarom noemde Columbus ook de mensen daar in de Bahama`s indianen. Vandaar dat wij nog steeds de lokale bevolking in Amerika indianen noemen. Vraag 4: Waarom werd het volk in Amerika Indianen genoemd? 116

117 Bron 3: Indiaanse samenleving Europa was christelijk en een samenleving met sterke normen en waarden. In Amerika aangekomen kwamen de Christenen in aanraking met oorlogszuchtige rijken die geweld niet schuwden. Een samenleving waar goden werden geëerd met het uitsnijden van harten van gevangenen. Het Azteekse rijk was een stedelijke samenleving die ver voor zijn tij uit was. Ze domineerden anderen volkeren. Ook was er het machtige rik van de Maya`s. Deze mensen zijn nog steeds beroemd om hun intelligentie en hun wetenschappelijk onderzoek naar de sterren. Daarnaast waren er ook nog veel landbouw samenlevingen. Kleine groepen die zich voeden door het land te verbouwen. Ook waren er veel verschillende stammen die trokken door de jungles om naar vruchten en vlees te zoeken. Dit noemen wij jagers en verzamelaars. Vraag 5: Noem een ritueel van de Indianen die de Europeanen vreselijk vonden. Vraag 6: Vul het onderstaande schema in met de volgende woorden: Stedelijke beschaving/ landbouw samenleving Maya`s Azteken Jagers/ verzamelaars Soort samenleving 117

118 Bron 4: Invloed van ontdekkingsreizigers op de Indianen. Columbus had niet alleen het land Amerika ontdekt. Ook had hij ontdekt dat er veel goud te vinden was. Goud was zeer waardevol in Europa. Toen dit nieuws in Europa kwam gingen veel mensen hun geluk zoeken in Amerika. Velen dachten snel rijk te worden. Steeds meer mensen kwamen in Amerika en zij kwamen in conflict met de Indiaanse bevolking. Deze bevolking wilden niet zomaar het goud weggeven. De verschillende culturen kwamen al snel in conflict met elkaar. De Europeanen waren veel verder ontwikkeld en hadden geweren en betere wapens. Indianen waren snel kansloos en hadden een kleine kans te overleven. Ook namen de veroveraars veel ziektes mee. Je kan begrijpen dat er voor een Indiaan in deze tijd een kleine kans was om te overleven. Vraag 7: Schrijf hieronder waarom het leven van een Indiaan heel zwaar werd door de ontdekkingsreizigers. Bron 5: Latijns Amerika. Geheel Zuid-Amerika werd uiteindelijk gekoloniseerd. Een kolonie is een gebied dat wordt veroverd door een ander land. Geheel Zuid-Amerika werd veroverd door Portugal en Spanje. Omdat hier Spaanse en Portugese volkeren kwamen werd dit gedeelte van Amerika Latijns-Amerika genoemd. Spaans en Portugees zijn namelijk Latijnse talen. Latijns was de taal van de Romeinen. Vraag 8: Waarom heet Zuid-Amerika ook wel Latijns-Amerika? 118

119 Vraag 9: Wat is een kolonie? 119

120 Antwoorden verwerkingsopdrachten Vraag 1. Het continent Amerika. Vraag 2: Een snellere route naar Azië. Vraag 3: Van de Spaanse koning. Vraag 4: Het volk werd Indianen genoemd omdat Columbus dacht dat hij in Azië was gekomen. Azië noemde men vroeger Indië. Daar komt de naam Indiaan vandaan. Vraag 5: Het uitsnijden van het hart van een levend mens voor de zonnegod. Vraag 6: Soort samenleving Maya`s Azteken Jagers/ verzamelaars Stedelijke beschaving Stedelijke beschaving Landbouw beschaving Vraag 7: Doordat ze in oorlog kwamen met mensen die veel sterker waren dan hen. Omdat ze tot slaaf werden gemaakt. Ze kwamen in aanraking met allemaal nieuwe ziektes. Ze kregen zware straffen. Vraag 8: Omdat er in Zuid-Amerika Portugees en Spaans wordt gesproken. Dat zijn latijnse talen. De talen komen van de Romeinse taal. Vraag 9: Een buitenlands gebied dat is veroverd door een land en waar mensen van dat land dan gaan wonen. 120

121 Groepsopdracht 3: Ontdekkers, veroveraars en de economie In deze opdracht gaan leerlingen aan de slag met de economie tijdens de ontdekkers en de veroveraars. Ze laten verschillende kenmerken zien op een groot a3 vel. Op dit vel delen de leerlingen het vel in een aantal hokjes waarin zij verschillende kenmerken van de economie kunnen laten zien. Zij kunnen aan de slag met de volgende kenmerken: belangrijke grondstoffen Handel op de markt. slavenhandel de Voc gevaren voor de economie internationale handel rijkdom in Europa Inhoud: opdrachten stencil voor leerlingen opdracht in stappen Informatiemap voor leerlingen Zelf regelen: - A1 vel papier - Gekleurd karton - Closetrolletjes Leerlingen: - Schaar - Lijm - Stiften - Potloden Tijd: 200 minuten 121

122 Opdracht 3: Maak een eiland met verschillende kenmerken over de economie tijdens de ontdekkers en veroveraars! In deze opdracht gaan jullie aan de slag met een groot vel waarop jullie kleine opdrachten kunnen presenteren. Jullie gaan dit vel in 6 verschillende vakjes delen. Elk vlak kun je gebruiken om verschillende onderwerpen te laten zien. De docent geeft jullie aan het begin van de les een informatiemap met allemaal verschillende onderwerpen. Met deze map kun je de vlakken op je vel op gaan vullen. Bijvoorbeeld met plaatjes, tekeningen, stukjes tekst, steekwoorden en knutselwerkjes. Het plaatjes hierboven zou bijvoorbeeld een vlak kunnen zijn. Op het plaatje staan schepen waarmee de producten over de wereld werden verspreid. Zorg dat elk vlak over een ander onderwerp gaat. Als je zorgvuldig de informatiemap doorbladerd die je van de docent hebt gekregen, kom je vanzelf interessante onderwerpen tegen die je kan gebruiken. Veel Succes! 122

123 Opdracht in stappen: Stap 1: Het vel papier indelen. Vraag aan de docent om een groot vel papier. Als je dit papier hebt gekregen kun je dit vel in zes evengrote vlakken verdelen. Stap 2: Blader de informatiemap door. Vraag om de informatiemap voor opdracht 3. Deze map kunnen jullie rustig doorbladeren met zijn tweeen. Er staan allemaal verschillende onderwerpen in. Als je een leuk onderwerp heb gevonden kun je gaan beginnen met het eerste vlak op je vel papier. Lees het onderwerp goed door, bekijk de plaatjes en doe de knutselopdracht. Stap 3: Vul alle andere vlakken ook in. Blader de map weer rustig door en kies een volgend onderwerp. Ga zo goor totdat je hele vel, en alle vlakken gevuld zijn. 123

124 Informatie map Opdracht 3 Ontdekkers, veroveraars en de economie. 124

125 Onderwerp 1 : Internationale handel In de tijd van de ontdekkers en veroveraars ontstond er veel handel tussen verschillende landen. Handel is het ruilen van goederen tussen meerdere personen. Goederen kunnen grondstoffen zijn, materialen of producten. Handel is bijvoorbeeld het kopen en verkopen van producten. Of het ruilen van producten. Internationale handel is handel waarbij er goederen worden geruild tussen verschillende landen. Bijvoorbeeld Nederland met Indonesië. Internationale handel is er niet zomaar. Het is ontstaan vanuit een bepaalde reden. De reden is dat landen producten willen hebben die niet in hun eigen land te koop zijn. Internationale handel is ook ontstaan om ergers anders betere producten te kopen. Internationale handel is ook ontstaan om meer eigen producten te kunnen verkopen. Als buitenlanders ons product kopen worden wij rijk. Wij maken namelijk winst op deze producten. Nu is er volop handel tussen veel verschillende landen. Niet alleen in Europa. Ook worden er in Nederland zelfs producten gekocht uit Amerika, Azie en Afrika. Vroeger was dat veel minder omdat het allemaal niet zo snel ging. Scheepvaart ging minder snel en had veel problemen. Vliegtuigen en Auto`s waren er nog niet. Ook wisten de Nederlanders niet wat er allemaal te koop was in andere landen. Toen de eerste 125

126 ontdekkingsreizigers op reis gingen vonden ze veel producten in Azie. Vanaf toen gingen er veel schepen naar Azie om die producten te gaan kopen. Internationale handel bracht niet alleen veel rijkdom. Ook ontstonden er veel oorlogen door de Internationale handel. Bijvoorbeeld de Nederlandse oorlogen tegen Engeland. Beide landen hadden een grote vloot waarmee veel producten werden vervoerd. Ze wilden soms dezelfde producten kopen. Dat kon niet omdat de producten maar een keer konden worden verkocht. De Engelsen en de Nederlanders gingen toen vechten met elkaar op zee. Een beroemde Nederlander is Michiel de Ruiter. Hij heeft als admiraal van de Nederlandse vloot de Engelsen verslagen. De belangrijkste veroveraars waren Spanjaarden en Portugezen. Zij waren de eerste die veel ontdekt hebben. Zij voeren richting Azie en daarna ook naar Zuid-Amerika. In Zuid-Amerika konden zij veel goud vinden en in Azie veel specerijen. Toen de Nederlanders en de Engelsen dit zagen wilden zij dit ook. Zij gingen een vloot met veel schepen bouwen. Daarna vertrokken ook richting Azie en naar Noord-Amerika. Uiteindelijk hadden deze vier Europese landen over de hele wereld handelsplaatsen. Vanuit deze plaatsen brachten zij producten terug naar hun eigen land. Uiteindelijk werd de wereld ingedeeld in het westen en het oosten. Het westen noemde zij West-Indie en het oosten Oost-Indie. 126

127 De Internationale handel zorgde voor Nederland voor veel Welvaart. Welvaart is dat je rijk bent. Omdat Nederland veel rijker werd noemen wij deze periode de Gouden eeuw. Europa werd steeds machtiger en rijker dankzij de nieuwe producten, grondstoffen en materialen. Deze dingen werden eigenlijk soort van veroverd door veroveraars. Ook zagen deze veroveraars nieuwe dingen. Ze werden als het ware ontdekt. Nieuwe technieken om producten te maken of het land te bewerkten. Daardoor werden de Europeanen ook slimmer. 16. Bootje vouwen Wat heb je nodig: 127 Papier (bijv A4) Een bootje vouwen is een leuke bezigheid. Hij is best lastig maar als je hem eenmaal door hebt, kun je grote en kleine bootjes gaan maken. Op de tekening hieronder zie je de stappen uitgetekend. 1. Begin met het papier dubbelvouwen. 2. Waar de vouw zit, vouw je de twee punten naar het midden toe. 3. Onderin heb je twee flappen. De bovenste vouw je naar boven en dan draai je het papier om en vouwt de laatste flap ook naar boven. Je hebt dan figuur 4 4. Pak bij punt B de voorkant in een hand en de achterkant in de andere hand en trek de punten B (voor en achter) uit elkaar. Dan ontstaat figuur 5 met twee punten B en A en C over elkaar heen.

128 5. Vouw punt A naar boven toe, draai het papier om en vouw punt C ook naar boven. 6. Weer als bij punt 4. Pak bij punt E de voorkant in een hand en de achterkant in de andere hand en trek de punten E (voor en achter) uit elkaar. Dan ontstaat figuur 7 met twee punten E en D en F over elkaar heen. 7. Pak de punten K en L vast en trek ze uit elkaar in de richting van de pijlen. 8. Je hebt nu een bootje gevouwen. Als je de onderkant wat open zet, dan kan hij ook gewoon blijven staan. Teken het bootje om hem mooi te maken. Geeft het ook een naam! 128

129 Onderwerp 2: Gevaren voor de economie De handel zorgde voor veel rijkdom. De rijkdom ging echter wel over zee. Een schip kon een gemakkelijk doelwit zijn voor piraten. De schepen vol met rijkdom werden veroverd door Piraten. Het leven op zee was een groot gevaar. Misschien heb je film The Pirates of The Carribean weleens gezien of heb je er van gehoord. Hierboven zie je de acteur Johnny Dep verkleed als een piraat. De film is een romantisch verhaal maar gebaseerd op de echte gebeurtenissen. In dit onderwerp kun je lezen wat het echte verhaal is van de piraten die vroeger leefden tijdens de periode van de ontdekkers en de veroveraars. Piraten waren vaak zeerovers. Dit zijn mensen die met een schip andere schepen beroofden. Hierboven zien jullie een Nederlands handelsschip. Deze schepen voeren vaak helemaal naar Indonesië en hadden veel rijkdom aan boort. Bijvoorbeeld dure specerijen, Goud of ander belangrijk materiaal. 129

130 De buit werd verdeeld onder de bemanning. Het was niet zo dat de kapitein het meeste geld kreeg. Maar zelden kreeg hij het dubbele van de rest van de bemanning. Sommige piraten die gewond raakten tijdens het geweld kregen een bonus. Vanwege romantische boeken en films lijkt het leven van een piraat fantastisch. Het lijkt een avontuurlijk leven waarin je snel rijk wordt en veel plezier hebt. Dit is eigenlijk helemaal niet waar. Het is iets wat de mensen bedacht hebben. Piraten waren vaak arm en konden niet veel buit veroveren. Ze aten slecht waardoor ze vaak op jonge leeftijd stierven. Piraten zaten vaak dagenlang in verveling rond te dobberen op zee. Af en toe waren er gevechten waarbij waarbij je zeer gemakkelijk de dood kon vinden. Sommige zeerovers kregen een kaperbrief. Dat is een brief van de overheid die toestemming geeft voor het kapen van schepen. Bijvoorbeeld door Nederland om Engelse Schepen te kapen. Of door Willem van Oranje aan de watergeuzen om Spaanse schepen te kapen. 130

131 Hier zien jullie Captain Barbarosse van The Pirates of The Carribean. Barbarossa was een echte piraat die in de tijd van ontdekkers en veroveraars vele schepen veroverde. Hij werd ook wel kapitein roodbaard genoemd. Hij hoorde bij de Barbarijse zeerovers. Dit waren piraten uit Noord-Afrika. In Noord-Afrika heerste er grote chaos en er wa weinig controle. Piraten waren er de baas. Ze veroverde veel koopvaardijschepen. Schepen die veel producten vervoerden. Ook veroverde ze de schepen om slaven te krijgen. Slaven konden dan voor hen gaan werken. Barbarossa had zelfs een stad veroverd die hij tot een vrije haven voor piraten maakte. Een stad voor de piraten. Deze heette Algiers. Het leven op zee was niet alleen een gevaar vanwege de Piraten. Ook waren er andere gevaren op zee. Bijvoorbeeld een storm, ziektes of muiterij. Hierboven zien jullie een zeeman in gevecht met een kapitein. Dat hij een kapitein is kan je zien aan de hoed en de nette kleding die hij draagt. Muiterij is dat een groep zeemannen niet meer luisteren naar de kapitein. Op muiterij stonden zware straffen. Je kon gevoerd worden aan de haaien, of met een touw onder het schip werden gekielhaald. Kielhalen was een van de vele lijfstraffen die soms werden gegeven. Dit was vroeger een legale straf in Nederland Je werd vastgebonden aan een touw en onder het schip doorgehaald. Je lijf werd opengehaald door de vele scherpe randen van het schip. 131

132 De schepen in de 17e eeuw waren klein en de bemanning zat boven op elkaar vastgeplakt. De reis duurde mannen. Daardoor werd het water muf, het vlees ging bederven en de groenten raakte op. Muizen en ratten aten met de voorraad mee. Hierdoor kregen de zeemannen veel ziektes. Dysentrie is daar een van. Het werd ook wel de rode loop genoemd. Je kreeg hoge koorts, koude rillingen en hevig darmklachten. Vlektyfus kreeg je door een beet van een besmette luis. Je had dan een hoge koorts, hoofdpijn en erge spierpijn. Daarna kreeg je uitslag, rode vlekken. Scheurbuik kreeg j door te weinig vitamines. Van groente krijg je vitamines maar die gingen meestal snel op. Bij scheurbuik zwelt je tandvlees op en begint het te bloeden. De mensen kwamen erachter dat zure kool hielp en dat je dat lang kon bewaren. Er werd toen veel zuur kool gegeten aan boord van het schip. Een ander gevaar was de storm en de elementen. Je kon zo op de rotsen worden geknald. Of het hele schip kon omslaan. Vele schepen keerden niet terug naar de Nederlandse haven. 132

133 Knustelopdracht 1. Piraat Materiaal:closetrolletjes, kleurplaat, stiften en vouwblaadjes. Wikkel een vouwblaadje om de closetrol en plak het vast. Kleur de kleurplaat in en plak ook dit aan de closetrol vast.. 133

134 Onderwerp 3: De VOC De VOC is een afkorting voor de naam: De Verenigde Oost-Indische Compagnie. De VOC is een Nederlandse organisatie uit de 17e eeuw. De VOC moest er voor zorgen dat Nederland veel geld kon verdienen aan de handel met Azië. De VOC was een bedrijf dat er voor zorgde dat veel schepen richting Oost-Indië konden varen om geld te verdienen. Oost-Indië was een naam voor Azië en Australië in de 17e eeuw. De VOC moest ver varen om in Oost-Indie terecht te komen. Oost-Indie was de naam voor alles wat ten Oosten van Afrika lag. De schepen van de VOC moesten om Afrika heen varen om in Azie en Australie te komen. Het waren lange tochten. Veel schepen kwamen niet terug vanwege piraten, ziektes en de storm. De VOC vertrok naar Oost-Indie omdat ze gehoord hadden dat daar belangrijke specerijen te koop waren. Ze hadden gehoord dat Portugal en Spanje veel geld hadden verdiend met het sturen van schepen naar Oost-Indie. Dat wilde de Nederlanders ook. Ze gingen toen zelf schepen sturen om specerijen mee terug te brengen. Nederland had dan zelf specerijen die voedsel lekkerder maakten. Ook 134

135 konden de Nederlanders nu geld verdienen met het verkopen van specerijen aan andere landen. De VOC was een van de eerste handelsbedrijf. Het was een samenwerking van verschillende handelaren die met een schip op reis gingen naar Oost-Indië. Omdat het zo'n gevaarlijk reis was en het vaak mis ging, gingen de handelaren met elkaar samenwerken. Het verlies van een schip is minder erg als je 100 schepen hebt i.p.v. 1. Omdat er meer schepen waren kwamen er dus altijd schepen terug met winst. Samen waren de handelaren dus sterker dan alleen. Indonesie was zeer belangrijk voor Nederland. Hier vond men veel specerijen. Steeds vaker gingen er schepen richting Indonesie. Het werd Nederlands-Indie genoemd. De Nederlanders stichten zelfs een stad in Indonesie. De stad heette Batavia. Die ze je op het plaatje hierboven. Hier kwamen alle schepen tezamen om producten af te leveren, bemanning op te halen of vanaf hier weer terug te gaan naar Nederland. Alle handelaren kwamen hier ook bijeen. 135

136 Hierboven zie je de vlag van Nederland in de 17e eeuw. Ook kun je zien hoe groot Nederland in die tijd was en welke munt er werd gebruik. De VOC was een groot bedrijf. De VOC zorgde voor veel rijkdom in Nederland. Vandaar dat de overheid besloot om de VOC te gaan helpen. De overheid besloot dat alleen de VOC mocht handelen in Azie. Ook mocht de VOC steden oprichten in Azie en de steden zelf besturen. Dit zorgde ervoor dat de VOC nog groter werd. Ze hadden namelijk geen concurrentie meer in Nederland. Verhaal de Vliegende Hollander De Vliegende Hollander Een Nederlandse sage over het beruchte spookschip Wild joeg de storm landinwaarts. De zee rolde schuimend op de kade af en beukte tegen de bakboordzijde van het enige schip dat er gemeerd lag - een zwaarbeladen vrachtvaarder met bestemming Oost-Indië. Zó gruwelijk was het weer, dat geen van de bemanningsleden zich aan dek waagde. Alleen de kapitein, een grote, vierkante kerel met stalen zenuwen en een ruwe inborst, stond somber op de voorplecht. Hij keek met bliksemende ogen naar de opgezweepte golven, die hem beletten het vertreksein te geven. Door allerlei tegenslagen had hij de afvaart al enkele dagen moeten uitstellen en nu dwarsboomde die ellendige storm hem in zijn plannen zo gauw mogelijk met zijn kostbare lading zee te kiezen. Met gebalde vuisten stond hij daar op de voorplecht en vloekte. Wie of wat waagde het hém, de meest onbevreesde en dapperste schipper ter wereld, te dwarsbomen? Had hij zijn schip niet door de ruwste stormen gelaveerd langs verraderlijke klippen en zandbanken? Was hij niet sneller dan alle andere schepen van de Compagnie naar de Oost gevaren? Had hij niet tientallen malen bewezen dat geen zee hem te hoog was en geen storm te woest? Hij hield van de gevaren die bij het zeemansleven hoorden en hij was ertegen opgewassen. Zijn mannen voelden zich volkomen veilig onder zijn leiding en voerden zijn bevelen prompt uit. Zonder te morren en zonder vragen te stellen. Ze wisten dat ze op zijn beslissingen konden bouwen en ze vonden het niet erg dat hij als een bullebak tekeerging om zijn doel te bereiken. Tenslotte was de kapitein de baas aan boord en hij had hen door de hachelijkste avonturen altijd weer veilig thuisgebracht. Ja, de bemanning van de Oost-Indiëvaarder had ontzag voor de schipper en ging voor hem 136

137 door het vuur. Al was hij nog zo eigenwijs en driftig. Maar nu maakte hij het toch werkelijk een beetje te bont. Terwijl de storm in het want huilde en de schuimende golven tegen de boeg beukten, verscheen hij grommend tussendeks en deelde op luide toon mee: "Weer of geen weer, morgenochtend om zes uur varen we uit!" De gesprekken van de matrozen verstomden en geen van de kaartende mannen durfde te zeggen wat hij dacht. Maar toen de bootsman zijn keel schraapte, knikte iedereen opgelucht. "Bezwaren, boots?" vroeg de schipper dreigend. "Het is morgen eerste paasdag, kapitein," antwoordde de bootsman. De matrozen vielen hem dankbaar bij. "Zo is het, kapitein!" riepen ze. En: "Daar zegt de boots een waar woord!" Want het was een heilige wet, dat een schip op eerste paasdag niet mocht uitvaren! De kapitein balde zijn vuist en liet hem krachtig neerkomen op de kaarttafel van zijn matrozen. "Niks mee te maken!" bulderde hij. "Eerste Paasdag of geen eerste Paasdag en storm of geen storm, ik vaar uit wanneer ik wil. Zorg dat morgenochtend vroeg alles klaar is voor vertrek en daarmee basta!" En hij begaf zich briesend naar zijn hut, waar ze hem urenlang hoorden vloeken boven het gebulder van de golven uit. Nog heviger en wilder dan de afgelopen dagen joeg de storm de volgende morgen op de kust aan. Hoger dan ooit striemden de golven de wanden van het schip, dat veilig langs de kade gemeerd lag. Zwarte wolken hielden de duisternis boven de haven vast. Maar tóch schalde de stem van de roekeloze kapitein over het dek: "Zeilen hijsen! Ankers lichten! We vertrekken!" Het klonk bijna juichend. Alsof het stoere bevel de storm kon doen luwen. De stuurman waagde een voorzichtig protest: " Kapitein," zei hij, "het is vandaag eerste paasdag en de mannen hebben er eigenlijk bezwaar tegen om op zo'n hoogtijdag uit te varen." Maar de kapitein lachte hem uit. "Ik ben de baas!" donderde hij. "En ik zeg dat we het anker lichten. Storm of geen storm, Pasen of geen Pasen!" De matrozen vlogen joelend de touwen in. Hun schipper was een moedig man en als hij het verantwoord vond uit te varen, wás het verantwoord. Wat drommel! Had hij hen niet over de wildste zeeën gevoerd en langs de gevaarlijkste kapen? Was hij niet 137

138 de moedigste en knapste schipper ter wereld? Ze hesen de zeilen en hun overmoedige kreten overstemden het geweld van de storm. Maar terwijl ze gehoorzaam het bevel van hun schipper opvolgden en tegen beter weten in het schip reisvaardig maakten, klonk boven het orkaantumult uit het gebeier van de Paasklokken. "Het is Pasen, kapitein," probeerde de stuurman nog eens voorzichtig. De schipper vloekte krachtig. "Wat nou Pasen?" brieste hij. "Ik heb gezegd dat we uitvaren en dus varen we uit! Al zou ik tot in eeuwigheid moeten doorvaren, we gáán!" De matrozen waren er even stil van, maar werkten toch snel door. De kapitein van een nabij gemeerde vrachtboot kwam naar de reling en riep door zijn scheepstoeter: "Wat krijgen we nou? Varen jullie uit?" De trotse schipper lachte honend. "En waarom niet?" schreeuwde hij terug. "Man, je bent gek! Daar komen brokken van. Het is Pasen en bovendien kun je zo'n vreselijke storm nog geen mijl trotseren!" - "Dat zullen we dan nog wel eens zien," antwoordde de zelfverzekerde schipper. "In ieder geval varen we uit!" Hij gaf opdracht alle zeilen bij te zetten en toen de grote, witte doeken onheilspellend in de wind klapperden, beval hij de ankers te lichten. De bemanning was diep onder de indruk. Hun schipper was een kerel uit één stuk, een durfal! Wat had hij ook alweer gezegd? "Al zou ik tot in de eeuwigheid moeten doorvaren, we gaan!" Haastig legden ze de laatste hand aan de werkzaamheden, terwijl de kapitein ongeduldig op het dek heen en weer stampte. De bootsman zocht hem op om te melden dat alles in gereedheid was voor het vertrek. In de verte beierden de Paasklokken. "Uw bevelen zijn uitgevoerd, kapitein," zei de bootsman. De schipper stond nu doodstil op de voorplecht. Zijn ogen hadden een starre uitdrukking; zijn handen hingen slap langs zijn lichaam. Het was alsof alle leven uit hem geweken was. Ook de bootsman leek plotseling als aan het dek genageld en verroerde zich niet meer. En de matrozen in het want en op de dekken verstomden en bewogen niet meer. De kok stond roerloos achter het fornuis in de kombuis. De scheepsjongen verstijfde halverwege een buiteling op het tussendek. Alle mannen aan boord van de Oost- Indiëvaarder hingen of stonden of zaten sprakeloos en doodstil op de plaats die ze hadden ingenomen. Maar het schip kwam schokkend in beweging! Terwijl de bemanning als een 138

139 verzameling standbeelden over het boven- en benedendek verdeeld was, bolden de zeilen zich vanzelf tegen de wind in. En zonder dat iemand iets deed, wendde het schip zijn steven en joeg de haven uit. Op de kade verzamelde zich een menigte nieuwsgierigen, die met stomme verbazing naar de wegrazende Oost-Indiëvaarder staarden. Ze konden hun ogen niet geloven. In het want, langs de reling en op het dek stonden de matrozen, de bootsman en de kapitein roerloos. Niemand van de opvarenden bewoog en toch schoot het schip over de golven, recht tegen de wind in! Wie had zo iets ooit meegemaakt? Een schip dat tegen de hevigste storm in vertrok... een schip waarvan de bemanning werkeloos toekeek... een schip dat de haven uitliep terwijl de Paasklokken luidden... De woorden van de overmoedige kapitein gingen van mond tot mond. "Al zou ik tot in eeuwigheid moeten doorvaren, we gáán!" Er ging een huivering door de mensen op de kade. Zo'n overmoedige uitdaging schreeuwde gewoon om straf! En alsof de vrees van de toeschouwers onmiddellijk werd omgezet in een zichtbare waarschuwing, gebeurde er iets merkwaardigs. De lucht boven het vertrekkende schip was grauw bewolkt en nergens was ook maar een straaltje zon te zien. Maar tóch lichtten de zeilen op als vurige vanen. En hoewel geen rooksliert wees op een plotselinge brand aan boord veranderde de witgeschilderde scheepsromp in een zwartgeblakerd karkas. De mensen op de kade keken met ingehouden adem toe tot de vurige zeilen van het spookschip aan de kim verdwenen. Bezorgd keerden ze huiswaarts, terwijl ze zich afvroegen hoe het avontuur voor de opvarenden van de Oost-Indiëvaarder zou aflopen. Boven hun hoofden beierden de Paasklokken... Het wonderlijke spookschip legde in geen enkele haven van Oost-Indië aan. Het keerde ook niet terug naar een Nederlandse haven. De achtergebleven vrouwen en verloofden kregen geen brieven van de opvarenden en de rederij ontving geen bericht van aankomst ergens ter wereld. Zo moest men na verloop van tijd dus wel aannemen dat het schip van de roekeloze kapitein met man en muis vergaan was. Maar vreemd genoeg spoelden er nergens wrakstukken aan. De mensen in het vaderland vergaten het gebeurde en dachten niet meer aan het spookschip. Alleen een enkele moeder bad 's avonds voor het slapengaan nog steeds om de terugkeer van haar zoon en een aantal achtergebleven vrouwen blééf hopen op een veilige 139

140 thuisreis van haar man. De maanden werden jaren en het was alsof de tijd de herinnering aan het spookschip had opgeslokt. En toen gebeurde er iets merkwaardigs. Op een dag koerste een volgeladen vrachtvaarder uit de Oost terug naar het vaderland. Voortgedreven door een stevige oostenwind voer het schip op één zeil langs Kaap de Goede Hoop. Plotseling liet de matroos die op de uitkijk stond een kreet van verbazing horen. Hij wreef zijn ogen uit en vroeg zich af of hij misschien droomde. Daar zag hij me vlakbij aan bakboord ineens een schip achter een golf te voorschijn schieten. En geen gewoon schip! De zeilen waren vuurrood en stonden bol tégen de wind in. Stel je dat eens voor: een schip dat tegen de wind in zeilde alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was. De matroos slaakte nogmaals een kreet van schrik en van alle kanten kwamen zijn maats toesnellen. Ze staarden allemaal met open mond naar het merkwaardigste schip dat ze ooit langs hadden zien jagen. Ze zagen de vurige zeilen die tegen de wind in bolden, de zwartgeblakerde romp en masten, het doodstille voor- en achterdek... Die stilte was nog het vreemdst van alles. Er zat geen uitkijkpost in het kraaiennest; er klommen geen snelle matrozenvoeten in het want en op de brug stond geen bevelende kapitein. Het enige dat in de nabijheid van het schip bewoog, was een zwarte vogel die rond de mast cirkelde. "Een spookschip!" riep een van de mannen ontzet. "Haal de kapitein!" De bootsman ging naar de hut van de schipper, maar voor de twee mannen aan dek waren, was het merkwaardige schip even snel weer uit het gezicht verdwenen als het was opgedoken. De kapitein lachte zijn matrozen uit. "Een spookschip?" zei hij smalend. "Jullie hebben waarschijnlijk last van een zonnesteek. Spookschepen bestáán helemaal niet!" En hij beval zijn bemanning onmiddellijk weer aan het werk te gaan en niet meer over het zogenaamde spookschip te spreken. Maar hij kon niet voorkomen dat verschillende matrozen zwijgend voor zich uit bleven staren en af en toe het hoofd schudden. Ze hadden het toch met hun eigen ogen gezien: een schip dat tégen de wind in voer met vurige zeilen en een zwartgeblakerde romp! Steeds meer berichten over een ronddolend spookschip bereikten het vaderland. 140

141 Een heleboel mensen geloofden de berichten en anderen haalden er de schouders over op. Een schip dat tegen de wind in voer met gebolde zeilen! Een schip waarop geen matrozen in het want bewogen en geen schipper op de brug stond! Een schip met bloedrode zeilen! Kom nou! En iedereen had het zogenaamd gezien in de buurt van Kaap de Goede Hoop! Het moest dus wel een fabeltje zijn. Maar de rederijen kregen steeds meer moeite om matrozen voor hun schepen aan te monsteren. En steeds meer kapiteins zeiden: "Ik vaar liever niet rond Kaap de Goede Hoop." Want het verhaal deed de ronde, dat het spookschip dood en verderf verspreidde, dat ieder die het zag een gruwelijke ziekte onder de leden kreeg, zodat een vooruitstrevende Compagnie zijn beste kapitein uitzond om de zaak van het spookschip te onderzoeken. Er moest maar eens een eind komen aan de geruchten over dat gekke, ronddolende vaartuig met vuurrode zeilen en zwartgeblakerde romp, dat altijd in de buurt van Kaap de Goede Hoop werd waargenomen! Er moest maar eens een eind komen aan de overdreven angst van matrozen voor een schip dat natuurlijk helemaal niet bestond! Maar de beste kapitein van de ondernemende Compagnie zag het met eigen ogen: zodra hij Kaap de Goede Hoop rondde, werd zijn koers bijna gekruist door een plotseling opdoemende tegenligger met vuurrode zeilen en een zwartgeblakerde romp. De onverschrokken schipper rende niet angstig naar zijn hut en werd niet wanhopig. Hij bleef verstandig en zei: "Dit kán niet!" Waarna hij alle hens aan dek riep en een toespraak hield. "Mannen," zei hij, naar het voortjagende spookschip wijzend, "wat we daar voor ons zien, moet een zinsbegoocheling zijn. Op dat vreemde schip zijn geen mensen en toch zijn de zeilen gehesen en vaart het recht tegen de wind in. Hiervoor kan niemand een verklaring geven." Terwijl hij sprak, gebeurde er iets angstaanjagends. Het spookschip wendde zijn steven en voer in volle vaart recht op de schoener van de dappere kapitein af. De matrozen schreeuwden het uit. "Pas op! We worden overvaren!" Maar het was al te laat. Zonder vaart te minderen, schoot het spookschip naderbij. Op de voorplecht zagen ze nu duidelijk de gestalte van een man met wapperende witte haren, maar verder bewoog er niets aan hem. En op het dek lagen kris kras door elkaar matrozen roerloos tegen de mast en de reling. "Stop dan toch!" riepen de angstige mannen van de schoener. Het spookschip stoorde zich niet aan hun wanhoopskreet, zweefde voort over de golven en... voer dwars door de schoener heen! Geen schok of trilling 141

142 werd aan boord van de schoener gevoeld; alleen een ijskoude windvlaag... Het duurde geruime tijd voor de bemanning van de schoener weer durfde spreken. "Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt," zei de bootsman tenslotte met schorre stem. "Ik denk dat ik oud word." Maar ze hadden het allemaal met eigen ogen.gezien: de zwartgeblakerde romp en mast, de vuurrode zeilen, de roerloze schipper op de voorplecht. Ze hadden allemaal de ijskoude bries gevoeld op het moment dat het spookschip dwars door de schoener heenvoer. "Het was een Hollander," mompelde de kapitein bleekjes. "Hij voerde de Hollandse vlag!" "De Vliegende Hollander," zei iemand. En die naam ging van mond tot mond. Straks, thuis, zouden ze trots vertellen dat ze de Vliegende Hollander bijna aangeraakt hadden. Weer verstreken er jaren. Oude schepen maakten hun laatste reis en nieuwe gingen onder feestgedruis voor het eerst te water. Alleen de Vliegende Hollander joeg eindeloos voort over de golven rond Kaap de Goede Hoop. De roekeloze kapitein had het tientallen jaren geleden over zichzelf en zijn bemanning uitgeroepen: "Al zou ik tot in eeuwigheid moeten doorvaren." Misschien komt eens het moment van rust voor het ronddolende spookschip. Misschien is dat moment zelfs al aangebroken. De laatste tijd heeft niemand De Vliegende Hollander meer gezien en het is dus mogelijk, dat de hovaardige kapitein eindelijk tot inkeer is gekomen. Laten we het voor hem en zijn bemanning hopen, want er bestaat geen groter straf van de hemel dan eeuwig voort te moeten jagen over de oeverloze zeeën en oceanen zonder ooit ergens te mogen aanleggen 142

143 Onderwerp 4: Belangrijke grondstoffen Een grondstof is iets waarmee je producten kan maken. Een natuurlijke grondstof is iets wat je direct uit de natuur haalt, bijvoorbeeld graan. Producten kan je zelf gebruiken. Ook kan je ze verkopen om er winst mee te maken. Op die manier kan je geld verdienen. De ontdekkingsreizigers en veroveraars verdienden op deze manier veel geld. Ze namen veel grondstoffen mee vanuit de gehele wereld en verkochten die in Europa met veel winst. Ze werden schatrijk. De grondstoffen werden vooral gebruikt in eten en als medicijn. Hier kunnen jullie zien welke grondstoffen er in die tijd belangrijk waren en waar ze vandaan kwamen. Peper duur? Hierboven zie je een van de duurste specerijen uit de 17e eeuw. Het was een duur product in Europa. Dit is Peper. Misschien ken je het gezegde; peper duur wel. Als iets heel duur is, noemen wij dat in Nederland Peper duur. Dat doen wij omdat Peper zo ontzettend duur was in de 17e eeuw. Hoge prijs? Peper was duur omdat het alleen in Indonesië voorkwam. Dat was voor Europeanen wel acht maanden varen. Omdat het zo veel moeite koste om Peper naar Europa te brengen was de prijs zo hoog. Lekker eten! Peper was populair in de 17e eeuw omdat de Nederlanders erachter kwamen dat het eten veel lekkerder werd al je er wat peper op strooide. Toen dit ook bij de VOC bekend werd (het grootste bedrijf in Nederland dat schepen stuurde naar Azie), gingen zij ervoor zorgen dat Peper ook naar Nederland kwam. 143

144 Peper als medicijn? Peper gebruikte men in de 17e eeuw als middel tegen depressie en pijn. Depressie is dat je niet lekker in je vel zit. Peper zou ervoor zorgen dat je weer vrolijk werd. Lekker eten! Nootmuskaat werd vooral gebruikt in groente gerechten. Ook werd het toegevoegd aan kruidendranken. Nootmuskaat als medicijn? Men droeg op nieuwjaarsdag vaak een nootmuskaat noot om hun schouder. Dit zou hun namelijk het hele jaar beschermen tegen het vallen van grote hoogtes. Waar? Nootmuskaat groeide vooral op de molukken. Dat ligt in Indonesie. Herkomst Kaneel. Kaneel komt van de Kaneel boom. Deze bomen groeien alleen in een tropisch klimaat. De Kaneel komen kun je vinden in Indonesie en Brazilie. Kaneel is uiteindelijk de binnenste bast van de boom. De bast is het harde omhulsel van de boom die je er af kan trekken. Lekker eten! Kaneel werd gebruikt in de 17e eeuw in zoete gerechten en gekruide dranken. 144

145 Kaneel als medicijn? De mensen in de 17e eeuw dachten dat Kaneel gebruikt kon worden als middel tegen koorts en verkoudheid. Herkomst kruidnagel. Kruidnagel groeide alleen de Molukken. Dat ligt in Indonesië. Kruidnagel komt van de kruidnagelboom die alleen groeit in een tropisch klimaat. Kruidnagel kom van de bloemknoppen uit de kruidnagelboom. Deze bloemknoppen worden als ze nog dicht zijn van de boom gehaald en dan uitgedroogd. Lekker eten! Kruidnagel werd veel gebruikt in koekkruiden als bijvoorbeeld speculaas. Ook bij sommige vleesgerechten als runderlappen. Kruidnagel als medicijn? Kruidnagel was zeer belangrijk omdat het als geneesmiddel werd gebruikt tegen de Pest. De pest was een van de ergste ziektes uit de geschiedenis. Veel mensen gingen er aan dood. Columbus wilde ook de specerijen vinden die zo waardevol waren in Europa. Helaas, hij vaarde verkeerd. Hij kwam in Amerika terecht bij het land wat nu Cuba heet. Hier vond Columbus niet de specerijen maar wel andere belangrijke grondstoffen! 145

146 Tabak komt van de bladeren van de tabaksplant. Lekker roken? Mensen gebruiken deze tabak om het te roken. Indianen in Amerika gebruikten het al lang. Toen Columbus in Amerika aankwam introduceerde hij het in Europa. Tabak als medicijn? Tabak werd gebruik om zijn verdovende werking. Doktoren in Europa zeiden ook tegen de mensen dat tabak hielp tegen slecht slapen. Katoen komt van de Katoenplant. Het komt uit het zaadje van de Katoenplant. Het is zeer dun. Katoen is zeer populair om kleding van te maken. Ook kwamen de ontdekkingsreizigers in contact met allerlei nieuwe dieren! 146

147 Onderwerp 5: Slavenhandel De Spanjaarden hadden een groot deel van Zuid-Amerika veroverd. Ze gingen de bevolking gevangen nemen. Uiteindelijk werden de gevangenen gebruikt als slaven. De Spanjaarden konden deze slaven wel gebruiken. Zij hadden namelijk slaven nodig die het werk voor hen konden doen. Bijvoorbeeld werken op het land of werken op werkplaatsen. Hieronder kunnen jullie zien hoe de slavenhandel eruitzag in de 17e eeuw. Hierboven zien jullie twee plaatjes. De linker in een wereldkaart van de kolonies van Spanje. Een kolonie is een gebied dat veroverd is door Spanje. Het zijn de rode gebieden. Zoals je ziet is dat een groot gedeelte in Zuid-Amerika en een groot gedeelte in Noord-Amerika. Op het rechter plaatje zien jullie Tenochtitlan. Dit was een stad van de Indianen. Links onderin zien jullie mensen met paarden en de Spaanse vlag. De Spanjaarden namen de stad in en alles wat in de stad was, was toen van hen. Alle grondstoffen, dieren en mensen. De Spanjaarden waren de baas. Toen de Spanjaarden de baas waren maakten zij de Indianen tot slaaf. Hierboven zien jullie waarom de Spanjaarden slaven nodig hadden. De Spanjaarden hadden grote stukken grond waarop mensen moesten werken. De mensen moesten hard werken om zoveel mogelijk grondstoffen te verzamelen. 147

148 Als de mensen dit niet deden werden zij gestraft. Misschien wel met de dood. De Spanjaarden konden de grondstoffen dan verkopen in Europa. Ook waren er slaven nodig om te werken aan huizen, schepen en andere bouwwerken. Je had dus slaven op werkplaatsen en slaven die werkten op plantages. De Europeanen brachten ook nieuwe ziektes mee naar Amerika. Ziektes in Europa als de Pokken of de Pest waren onbekend in Amerika. De mensen waren dus kwetsbaar en konden er niet veel aan doen. Een groot deel van de bevolking stierf door de Europese ziektes. 148

149 De Slaven moesten hard werken en kregen weinig te eten. Het leven van een slaaf was niet prettig. Soms gingen ze eten stelen, kwamen ze in opstand of konden ze niet meer opstaan om een zwaar blok tillen. Ze konden niets anders maar toch werden ze zwaar gestraft. Je kon worden opgehangen of hard geslagen worden. Soms werd je geslagen met een zweep waaraan ook nog een weerhaken zaten. Die bleven dan vast zitten in je rug. Omdat de indiaanse slaven snel dood gingen vanwege de straffen, het harde werken en de ziektes, gingen de Europeanen op zoek naar nieuwe slaven. Ze hadden nieuwe mensen nodig die het zware werk voor hen konden doen. Op het linker plaatje hierboven zie je meerdere pijltjes van Afrika naar Amerika gaan. Dit zijn routes voor slaven. Mensen uit Afrika werden door de Europeanen gevangen genomen en naar Amerika gestuurd. Je kunt op het plaatje routes zien van verschillende landen. Meerdere Europese landen haalden hun slaven uit Afrika om in Amerika voor hun te gaan werken op de plantages. Dat er zoveel Afrikanen naar Amerika zijn gekomen is ook de reden dat er zoveel donkere mensen in Amerika wonen. Deze mensen noemen wij Afrikaan- Amerikaan. Ze komen uit Afrika maar wonen nu in Amerika. 149

150 Slaven werden uiteindelijk overal ingezet in de samenleving. De slaven konden je leven makkelijker maken en minder zwaar. Slaven werden verkocht op slavenmarkten door slavenhandelaars. Op deze markten werden moeders van hun gezin gescheiden. Zonen van hun moeder. Ze werden gekocht door een rijke man die graag een huisslaaf wilde hebben. Deze slaaf mocht dan alle klusjes in het huis doen. Plaatje recht. Hierboven zien jullie verschillende plaatjes die gaan over het verdere vervolg van de Slavernij. Rechts zien jullie de Amerikaanse president Abraham Lincoln. Abraham Lincoln was een man die vocht voor de rechten van de slaven. Hier helpt hij een slaaf om op zijn eigen benen te staan. Hij vond dat het ook mensen waren die hun eigen rechten hadden. Hij vond dat slaven zelf mochten kiezen wat zij met hun leven wilden doen. Dit bracht hem in grote problemen. Er brak zelfs oorlog uit tussen mensen die voor de slavernij waren en tegen de slavernij. Plaatje Midden. Uiteindelijk kregen de Afrikanen steeds meer rechten en mogelijkheden. Zoals het plaatje in het midden kan je een rijke Afrikaan zien. Een blank man keurt dit niet goed en wil hem weer de boeien om doen. Plaatje Links. Op het linker plaatje kun je zien dat de slavernij wordt afgeschaft. Slavernij is verboden en alle slaven werden bevrijd. Hiep hiep Hoera! 150

151 Onderwerp 6: Handelen op de markt. In de tijd van ontdekkers en veroveraars werd er veel gehandeld. Handelen dat deed men op de markt. Omdat er veel nieuwe producten kwamen werd er steeds meer gehandeld. De handel groeide over de hele wereld. Ook veranderde de manier van handel. De markten verschoven naar andere plekken. Ook veranderde de routes en de prijzen van de producten. In dit onderwerp wordt er meer uitgelegd over het handelen zelf. Voordat de Nederlanders, de Portugezen en de Spanjaarden op ontdekkingsreis gingen, waren er ook specerijen en andere producten in Europa. Hoe kwamen die daar? Dat kwam door de handel van Chinezen en Arabieren. Zij kochten de specerijen in Indonesie en brachten ze naar plakken waar Europeanen de specerijen konden kopen. Chinese en Arabieren brachten de specerijen naar Europa. De Chinezen en de Arabieren brachten de specerijen naar de stad Alexandrie. Hier kwamen Italiaanse handelaren die de specerijen kochten en weer doorverkochten aan mensen in Europa. Zo kwam uiteindelijk ook Nederland aan de specerijen. In die tijd konden de Arabieren en Chinezen niet doorvaren 151

152 naar Europa. Nu is het Suez-Kanaal gegraven en kunnen de schepen wel door naar Europa. De prijzen waren in deze tijd zeer duur. Het product moest namelijk van ver komen. De prijzen stegen vanwege zeerovers. Piraten veroverde schepen en een deel van de producten werden gestolen. Ook werd er tol gevraagd op bepaalde watergebieden of landschappen. Tol is geld dat je moet betalen om over iemand zijn gebied heen te mogen. Ook kon het schip zinken of verzeild raken in een oorlog. De prijs van de specerijen waren Peper duur vanwege de lage reis die het moest afleggen. Ook was het aanbod laag. Dat betekent dat er weinig specerijen werden aangeboden in Alexandrië. Toch was de vraag naar de specerijen wel hoog. Dat betekent dat veel mensen de specerijen wilden kopen. De Portugezen en Spanjaarden besloten toen om zelf de specerijen gaan halen. Vasco da Gama was een Portugese ontdekkingsreiziger die de route naar Indonesië vond. Hij moest om Afrika heen varen om bij de specerijen te komen. Hij was daar ongeveer acht maanden mee bezig. Toen hij terug kwam ging hij de specerijen in Lissabon verkopen. Ook wel Lisboa genoemd. Dit was een stad in Portugal. Hij verkocht de specerijen goedkoper dan in Alexandrie werd gedaan. Hierdoor gingen veel Europeanen voortaan in specerijen kopen in Lissabon en niet meer in Alexandrië. Na een verloop van tijd wilden Nederlanders en Engelsen ook zelf hun specerijen gaan halen en verkopen op de markt. 152

153 Vroeger moest men acht maanden varen om in Azie terecht te komen. Na een tijd ging men een kanaal graven die de Middelandse zee met de Indische Oceaan moest gaan verbinden. Dit kanaal ging men het Suez-Kanaal noemen. Dit scheelde veel tijd. De specerijen konden nu veel sneller naar Europa worden gebracht. 153

154 Onderwerp 7: Rijkdom in Europa Dankzij de handel, de slavernij, de kolonies, de specerijen, de grondstoffen en de ontdekkingen kon men in Europa zeer rijk worden. In de tijd van de ontdekkers en veroveraars beheerste Europa de gehele wereld. De schepen van de Europeanen trokken de hele wereld over op zoek naar rijkdom en macht. Dankzij deze rijkdom veranderde er veel in Europa. In dit stuk kun je informatie vinden over het rijke Europa van de 17e eeuw. In Nederland ging het zo goed dat wij die periode voor Nederland een gouden eeuw noemen. Dankzij de VOC en zijn Kolonies werd er veel gehandeld. De VOC was een Nederlandse organisatie die handelde in Azie. Hier stichten zij een kolonie. Een kolonie is een gebied in het buitenland wat je hebt veroverd. Dankzij deze handel werd Nederland rijk. 154

155 De mensen die rijk werden in Nederland waren vooral kooplieden. Dat waren mensen die in de handel zaten. De Nederlanders die rijk werden woonden vooral in Holland. En in Holland leefden die mensen vooral in Amsterdam. De rijkdom werd niet over heel Nederland verdeelt. Het waren maar een aantal kooplui. Toch waren er ook een aantal anderen. Werkzoekenden. Er ontstond meer werk in Amsterdam. De handel in Amsterdam zorgde voor veel werk en meer mensen konden naar Amsterdam verhuizen en daar voor een goed loon werken. Boeren rond Amsterdam. In Amsterdam gingen steeds meer mensen wonen en die hadden eten nodig. De boeren konden meer verkopen en dus meer winst maken. Hierboven zie je de Hoofdstad van Nederland. Amsterdam. In Amsterdam werd er veel gehandeld. Amsterdam bleek op een ideale handelsplaats te liggen voor geheel Europa. Het lag naast zee en tussen belangrijke handelsplekken in als Scandinavië en Oost-Europa. Daarnaast was Amsterdam ook een stapelmarkt. Het werd een opslagplaats voor goederen voor geheel Europa die vanuit Indonesie naar Amsterdam kwamen. Omdat er zoveel handel was in Amsterdam trokken er veel mensen naar de stad. Voor die mensen moesten er huizen worden gebouwd. Er werden toen steeds meer grachten aangelegd waaraan grote huizen gebouwd konden worden. Zo ontstond de vorm die Amsterdam heeft. Het is een stad de mooi half rond loopt als een soort gordel. Daarom is Amsterdam zo wereldberoemd. 155

156 De rijkdom van de kooplieden is goed terug te zien als je door de Amsterdamse grachten loopt. De kooplieden woonden in grote grachtenpanden die werden versierd met wapenschilden. Binnen in het huis werden dure schilderijen opgehangen en was er mooi interieur. Spanje was in de 16e en 17e eeuw het machtigste land van geheel de wereld. Ze hadden de meeste kolonies en de meeste bezittingen. Hun schatkist was ontzettend groot en ze hadden veel geld. De koning maakte van Madrid een waren koninklijke stad door veel paleizen en koninklijke gebouwen neer te zetten. Zonder de veroveraars en de ontdekkers hadden zij hier dit geld niet voor. 156

157 Verspreiding van culturen PowerPoints Verspreiding van culturen Uitleg voor: Verwerkingsopdracht 4 Groepsopdracht 4 Filmpje _mexicomix01 Verspreiding culturen Mexico-stad Verschillende activiteiten Verspreiding Planten, dieren en religies economische activiteiten politieke activiteiten culturele activiteiten sociale activiteiten Scheiding kerk en staat 157

158 Verwerkingsopdracht 4. Naam.. Cijfer Inleiding Deze verwerkingsopdracht hoort bij de uitleg over het onderwerp: Verspreiding van Culturen. Het is belangrijk om bij elke vraag eerst goed te bron te bekijken. Dan pas kan je de vraag gaan maken. Ga serieus te werk. De opdracht doe je namelijk voor een cijfer! Bron 1: Verspreiding culturen door ontdekkingsreizigers In de vorige cursussen hebben we het gehad over ontdekkingsreizigers die verre streken gingen ontdekken. Nadat er land was ontdekt kwamen er steeds meer mensen naar deze landen toe die hun cultuur meebrachten. Toen de mensen weer terug kwamen nam men ook delen van de andere cultuur mee. Zo kwamen de verschillende culturen uit de gehele wereld met elkaar in contact. Niet alleen Europeanen maakte die reizen maar ook Arabieren. Alleen zij zijn al heel verschillend van cultuur. Vraag 1: Hoe kwamen de verschillende culturen van de wereld met elkaar in contact? Bron 2: Mexico stad Het plaatje hierboven is een foto van Mexico-stad. Het wordt ook het plein van de drie culturen genoemd. Mexico-stad is een goed voorbeeld van een menging 158

159 van verschillende culturen. In de stad kan je drie verschillende culturen samen zien. Je hebt er de oude-azteekse cultuur, de Spaanse cultuur en de nieuwe Mexicaanse cultuur. Na de verovering van Mexico door de Spanjaarden hebben zij een oude Azteekse piramide afgebroken en met die stenen een katholieke kerk neergezet. In onze tijd is de piramide weer opgegraven en voor een deel hersteld. Ook kun je achterin de foto een Moderne flat zien. Zo kunnen wij midden in Mexico verschillende culturen naast elkaar zien. Vraag 2:. Lees de tekst goed en bekijk het plaatje. Vul de juiste woorden in de ontbrekende stukken tekst. Gebouw: 1 e cultuur:.. Kerk 2 e cultuur:.. Piramide 3 e cultuur:.. Flat Bron 3: De Europese overzeese uitbreiding Toen de Europeanen zich over geheel de wereld hadden verspreid gingen ze hun activiteiten in die andere landen steeds meer uitbreiden. Deze uitbreiding noemen wij de Europese overzeese uitbreiding. Omdat er steeds meer mensen naar deze gebieden trokken was er ook meer aanbod voor werk. Er konden dus meer activiteiten worden ontnomen omdat er mensen waren die dit werk wilden gaan uitvoeren. De activiteiten kunnen in vier verschillende groepen indelen: economische activiteiten als handel drijven politieke activiteiten als het besturen van een kolonie culturele activiteiten als het verspreiden van een taal sociale activiteiten zoals relaties tussen mannen en vrouwen Zet de bovenstaande begrippen achter het juiste plaatje. Alleen cijfer invullen.. 159

160 Bron 4: Verspreiding van planten, dieren en religies. Naast dat er mensen over de gehele wereld werden verspreid gebeurde dit ook met planten en dieren. Nederland leerde steeds meer verschillende dieren en platen kennen. Vanuit Azie kwam er bijvoorbeeld rijst, thee, banaan en soja. Vanuit Afrika kwam er meloen, gerst en koffie. Vanuit Amerika kwam er tabak, mais, cacao, pinda, aardappel, tomaat en paprika. Allemaal producten die wij op de dag van vandaag kunnen gebruiken dankzij deze ontdekkingsreizigers. Schrijf de bovenstaande producten in het juiste plaatje hieronder. Toen de ontdekkingsreizigers op reis gingen namen ze ook hun geloof mee. Zo is er het christendom meegenomen door de Spanjaarden en de Portugezen naar Zuid-Amerika. De Engelsen namen hun christelijk geloof mee naar Noord- Amerika In Azie en Afrika waren er vooral moslims. De mensen raakten er in aanraking met het geloof. In kolonies werd het geloof aan de bevolking opgelegd. Omdat deze godsdiensten zo wij over de wereld zijn vertegenwoordigt noemen we het wereldgodsdiensten. Vul op de plaatjes die hierboven staan ook de religies in op het juiste plaatje! 160

161 Bron 5: Vrijheid van geloof In Nederland hebben wij vrijheid van geloof. Daarom zijn er in Nederland naast het christendom ook Atheisten, Boeddhisten, Moslims en nog andere religies. Vrijheid van godsdienst is ontstaan na vele oorlogen door mensen die in opstand kwamen omdat ze iets anders wilden geloven dan de staat wilde. Nu heeft de staat geen uiting van geloof omdat er een scheiding is tussen de kerk en de staat. Dat betekent dat de religie in Nederland gescheiden is van de politiek. Vraag 3: Waarom is er in Nederland vrijheid van geloof? Vraag 4: Wat is een scheiding tussen kerk en staat? 161

162 Antwoorden 1. Door de reizen van de ontdekkingsreizigers 2. Spaanse cultuur-oud azteekse cultuur- nieuwe mixico cultuur Er was te veel oorlog in Nederland doordat de staat bepaalde wat iedereen moest geloven. 4 Dat politiek niets te maken heeft met godsdienstig achtig zaken. 162

163 Groepsopdracht: Het maken van een religieuze tijdlijn! In deze opdracht gaan de leerlingen een tijdlijn maken waarin ze de geschiedenis van de drie religies laten zien. Op de tijdlijn kunnen zij informatie verwerken als: - Ontstaan islam, christendom en jodendom - Veroveringen van de Islam - Verspreiding van het christendom - Verspreiding religies over de wereld - Holocaust - Zionisme - Kruistochten - Religie in de oudheid - Ontstaan Jodendom - Staats religie - Jeruzalem Inhoud: opdrachten stencil voor leerlingen opdracht in stappen tijdlijn (uitprinten op groot vel a1) Informatiemap gerangschikt op jaartallen Zelf de volgende Materialen verzamelen: - Geen materialen nodig. Leerlingen: - Schaar - Lijm - Kleurpotloden - viltstiften Tijd: 200 minuten 163

164 Opdracht 4: Het maken van een religieuze tijdlijn! In deze opdracht gaan jullie aan de slag met het maken van een tijdlijn van de religies; Jodendom, Christendom en de Islam. Jullie leren in deze opdracht hoe de religies zich hebben verspreid over de wereld. Een tijdlijn is een lijn met jaartallen die belangrijke gebeurtenissen laten zien. Rondom die belangrijke jaartallen ga je de belangrijke gebeurtenissen vorm geven. Je kunt kleine stukjes tekst schrijven, steekwoorden gebruiken, tekeningetjes maken en plaatjes plakken. Zo`n tijdlijn ziet er als volgt uit: Ik wil dat jullie ook zo'n soort tijdlijn gaan maken. Alleen dan van de religieuze geschiedenis. Uiteindelijk leren jullie hoe de verschillende religies zich hebben verspreid over de wereld. 164

165 Van de docent krijgen jullie een tijdlijn met een aantal jaartallen. Deze jaartallen zijn belangrijke jaren geweest voor de religieuze geschiedenis. Ik wil dat je op de tijdlijn laat zien wat er dat jaar gebeurde. Om de informatie hiervoor te vinden krijg je van de docent een grote informatiemap. In deze map is er veel informatie te vinden over de verschillende jaartallen. Veel succes! Opdracht in stappen Stap 1 Blader de informatiemap door totdat je iets interessants tegen komt. Stap 2 Je bent nu bij een jaartal terecht gekomen. In dit jaartal is er een belangrijke gebeurtenis geweest voor de religieuze geschiedenis. Bekijk de plaatjes eerst. Lees dan de informatie die bij het plaatje hoort. Stap 3 Besluit wat je wil laten zien bij het jaartal op de tijdlijn. Bedenk hoe je dat laat zien. Dat kan met tekeningen, plaatjes uitknippen uit de map, kleine stukje tekst of steekwoorden. Stap 4 Aan de slag met het jaartal op de tijdlijn. Zorg dat de informatie duidelijk overkomt. Klaar? Begin weer met stap 1 en kies nu een ander jaartal. Ga zo door totdat je tijdlijn mooi en klaar is. 165

166 De Religieuze tijdlijn Jodendom/ Christendom/ Islam jaar voor jaar nul 2038 voor jaar nul 1650 jaar voor jaar nul 1400 jaar voor jaar nul 1025 voor jaar nul 1012 voor jaar nul 972 voor jaar nul 586 jaar voor jaar nul 520 jaar voor jaar nul 438 jaar voor jaar nul Het jaar nul Het jaar 50 Het jaar 312 Het jaar 395 Het jaar 622 Het jaar 630 Het jaar 632 Het jaar 611 Het jaar 750 Het jaar 1000 Het jaar 1498 Het jaar 1500 Het jaar 1510 Het jaar 1600 Het jaar 1648 Het jaar 1940 Het jaar 1945 Het jaar

167 Informatie map Opdracht 4 Tijdlijn: Religieuze geschiedenis 167

168 Hoofdstuk 1: De vroegste Gelovigen Tijd? voor christus. Kenmerken: Een Volk gelooft in 1 god De basis van alle drie de religies wordt gelegd Groot en machtig rijk van Israël met een koning Belangrijke personen zijn: Adam, Eva, Slang, Mozes, Jozef, Koning David, Koning Saul, Koning Salomo. 168

169 ongeveer jaar voor christus Alle drie de religies geloven dat Adam en Eva de eerste mensen op aarde waren. Het verhaal is dat eerst Adam wodt gemaakt als gelijkenis van God. Daarna wordt er een rib uit Adam gehaald en daarvan maakt God Eva. Adam en Eva woonden in de Tuin van Eden. Hier was alles goed. Adam en Eva waren naakt en zij schaamden zich hier niet voor. Ze konden eten van de bomen en de vruchten. God leefden samen met hen. Na een verloop van tijd kwam er een slang naar Eva toe die haar verleide tot het eten van een verboden Appel. Eva haalde ook Adam over om dit te doen. God werd boos en stuurde hun weg uit de tuin van Eden. Op de 2 kaarten hierboven kun je zien waar Mesopotamie lag. Het lag op het gebied waar nu Irak ligt. Mesopotamie betekent letterlijk: tussen twee rivieren. De twee rivieren heetten de Eufraat en de Tigris. In het verhaal van Adam en Eva wordt er ook gesproken over de Eufraat en de Tigris. 169

170 2038 voor het jaar nul. We zien hier Abraham. Hij werd geboren in het jaar 2038 voor het jaar nul. Abraham wordt ook wel vader Abraham genoemd. Abraham werd de eerste leider van een volk dat luisterde naar God. Abraham woonde in de plak Kanaan. Dat is de plek waar nu Israel ligt. Abraham kreeg meerdere zonen genaamd Isaak en Ismael. Op het bovenste plaatje zie je dat God abraham test op zijn geloof. Abraham moet van God zijn kind doden. Abraham luistert en is van plan het te gaan doen. Uiteindelijk houd God hem tegen. 170

171 1650 voor het jaar nul. Jozef woonde in Kanaan en was een nakomeling van Abraham. Hij was een lievelings- kindje van zijn vader. Zijn broers mochten hem daarom niet. Zij werden boos en verkochten hem als slaaf. Dit kan je op het rechter plaatje zien. Uiteindelijk kwam Jozef in Egypte terecht. Hier werd hij steeds machtiger. Hij werd machtig in Egypte omdat hij dromen van koning kon uitleggen. De koning in Egypte noemde men een Farao. De farao was blij met Jozef en hij werd tot een grote leider gemaakt in Egypte. Dat kan je zien op de andere twee plaatjes. Uiteindelijk kwam zijn familie ook naar Egypte. Het volk van Israel in Egypte werd steeds groter voor het jaar nul De plaatjes hierboven gaan over de man Mozes. Ook hij was een nakomeling van Abraham. Mozes is een van de bekendste personen uit de wereldgeschiedenis. Mozes woonde net als Jozef in Egypte. In de tijd was het 171

172 volk van Abraham en Israel slaaf geworden. De farao doodde alle geboren zonen. Daarom werd Mozes als klein kind in een mandje gelegd in het water. Het mandje werd gevonden door de vrouw van de farao. Mozes werd toen prins van Egypte. Later kwam hij erachter dat hij hoorde bij het volk van Israël. Hij besloot toen om samen met het volk van Israel weg te gaan uit Egypte naar het land dat God hem beloofd had. De legers van Egypte kwamen achter hem aan. Mozes spleet toen de zee in tweeën en daardoor kon het volk vluchten. Later kreeg Mozes van God de tien geboden. Dit waren regels van God waaraan iedereen zich moest houden voor het jaar nul Hierboven zie je op allebei de plaatjes Koning Saul. Hij werd koning van het volk van Abraham of het volk van Israël. Dat volk was gevlucht uit Egypte en aangekomen in Kanaän. Dit was het beloofde land dat God aan het volk had gegeven. Kanaän lag waar nu Israël ligt. Aan de rechterkant van de Middellandse zee. Saul was aangewezen als koning door een profeet. Hij werd de eerste koning van het Rijk Israel. Hij werd koning van het volk omdat het volk veel moest vechten tegen de Filistijnen. Het volk had een krachtige leider nodig. Saul was niet vrolijk en vroeg daarom of de herder David harp voor hem wilde spelen. David werd uiteindelijk een sterke legerleider. Hij werd beroemde dan Saul. Saul wilde daarom David vermoorden. Dat lukt hem niet. Saul pleegde toen zelfmoord en David werd koning. 172

173 1012 voor het jaar nul Hierboven zie je plaatje over Koning David. De tweede koning van Israel. Het rijk werd dankzij de succesvolle oorlogen van David groter. David kon zoveel winnen omdat hij God bij zich had. David werd vooral beroemd omdat hij tegen een Filistijnse reus moest vechten. Die reus die heette Goliath. David was zelf maar een klein mannetje. David won door een steen te slingeren naar het hoofd van de reus. Die viel neer. Iedereen dacht dat David werd geholpen door God. Dat maakte hem zeer populair. David speelde de harp. Ook had hij veel vrouwen. Al zijn kinderen hadden andere moeders. 972 voor het jaar nul. Na Koning David kwam er een nieuwe koning. Deze koning heette Salomo. Salomo mocht een wens doen van God. Salomo wenste toen om wijsheid. Salomo wordt geeerd door het volk van Israel om zijn wijsheid. In het linker plaatje zie je hier een voorbeeld van. Er komen twee vrouwen naar hem toe die zeggen dat het kind van hen is. Salomo zegt dat hij het kindje in tweeën zal hakken en de helft aan beide vrouwen geven. De echte moeder zegt dan, geeft het maar aan haar. De ander zegt, maak het dan maar dood. Toen wist Salomo wie de echte moeder was. 173

174 Salomo kreeg de opdracht van God om een tempel te bouwen. Hij bouwde toen de eerste tempel van Israel. Hij kreeg precieze eisen van God hoed de tempel eruit moest komen te zien. Hoofdstuk 2: Het ontstaan van het Joodse geloof. Tijd? 586 voor het jaar nul Kenmerken: Duidelijke regels voor geloof Geen koning meer Basis van het Joodse geloof gelegd Ontstaan van het heilige boek de Thora 174

175 586 voor het jaar nul. In het jaar 586 veranderde alles voor de eerste gelovige mensen. Het volk van Abraham, Mozes en David werd aangevallen door de Babyloniers. Die hadden zeer groot rijk waar nu Irak ligt. Op het rechter plaatje kan je zien hoe de stad Babylon eruit zag. Jeruzalem en de tempel werden verwoest. Het volk werd verbannen naar allemaal verschillende gebieden in het Babylonische rijk. Op de kaart hierboven kun je zien hoe ver de mensen moesten lopen om in Babylon te komen. 586 voor het jaar nul Toen Jeruzalem werd verwoest in 586 voor het jaar nul, werden de nakomelingen van Abraham verspreid over verschillende gebieden. Vanuit Israël vertrokken ze naar Irak, Griekenland, Italie en Turkije. Nu woonde deze mensen niet alleen meer in Israel maar in andere landen werden kleine gemeentes gesticht. 175

176 Omdat er geen tempel meer was gingen mensen samenkomen in Synagoges. Die zie je op het plaatje hierboven. In deze synagoge ging men bidden of zingen voor God. 520 voor het jaar nul Het Babylonische rijk wordt veroverd en er komt een nieuwe koning aan de macht. Dit is Cyrus de Grote. Hij is aardig voor de Israëlieten en het volk van Abraham. Cyrus vertelt hen dat ze terug mogen keren naar Jeruzalem en hun stad weer mogen herbouwen. Zelfs de tempel mogen ze weer op gaan bouwen. Veel mensen keren terug naar Jeruzalem maar sommige mensen blijven waar ze zijn. 438 voor het jaar nul Ezra wordt een belangrijke profeet voor Israel. Hij verteld dat Jeruzalem was verwoest doordat de mensen zich niet aan de regels hadden gehouden. Ezra ging toen duidelijke regels opstellen voor de mensen. Ook werd de Thora samengesteld. Dat was het boek met regels waaraan de mensen zich moesten houden. Vanaf nu noemden de mensen zich Jood. Het Jodendom was ontstaan met duidelijke regels hoe je moest leven. 176

177 Hoofdstuk 3: Opkomst van het christendom Tijd? Het jaar 0 Kenmerken: Christus geeft nieuw geloof Deel Joden wordt Christen Geloof in God EN Jezus Overheerst door Romeins Rijk Belangrijk personen: de twaalf discipelen 177

178 Het jaar 0. Iets voor het jaar 0 werd Jezus geboren. Dit gebeurde in een hutje. Drie wijze mannen brachten Jezus geschenken. Jezus was eerst Timmerman. Daarna rond zijn 30e ging hij de mensen vertellen over God en het geloof. Hij zei dat hij zelf de zoon van God was en dat de mensen in hem moesten geloven. Jezus had 12 volgelingen. Deze mensen schreven veel over Jezus wat wij nu nog steeds kunnen lezen in de bijbel. Omdat de mensen Jezus een koning noemden werd hij gevaarlijk voor de Romeinen. De Romeinen besloten toen om hem op het kruis te laten sterven. Jezus had al voorspeld dat dit zou gebeuren. Hij zij dat hij ging sterven voor de mensheid zodat ze naar de hemel konden komen. Het jaar 50 Nadat Jezus stierf gingen de volgelingen van Jezus andere mensen overtuigen om in Jezus te geloven. Ze moesten ook christen worden. De volgelingen gingen naar Italie, Griekenland en Turkije om mensen te overtuigen te geloven in Jezus. 178

179 Veel mensen besloten om ook christen te worden. Het christendom werd steeds groter. De volgelingen van Jezus schreven ook brieven aan verschillende gemeentes. Dat iedereen christelijk werd vonden de Romeinen niet leuk. Ze dachten dat christenen uiteindelijk tegen de Romeinse Keizer zouden gaan vechten. Daarom werden christenen opgepakt en vermoord. Zoals hier boven in het Collloseum door Leeuwen. Toch werd het Christendom nog groter en groter. 179

180 Hoofdstuk 4: Verspreiding van het Christendom. Tijd? Kenmerken: Romeins rijk wordt christelijk 180

181 Het jaar 312 In het jaar 312 was Constantijn de grote Keizer van het Romeinse rijk. In Het romeinse rijk was het christendom nog verboden. Toch was 20% van het Romeinse rijk christen in zijn tijd. Het Christendom groeide dus snel. Tijdens een belangrijke veldslag zag Constantijn de Grote een teken in de lucht. Het was een teken van Jezus. God zei toen tegen Constantijn: in dit teken zul jij overwinnen. Constantijn de grote liet toen dit teken op zijn vlaggen en schilden zetten. Uiteindelijk won Constantijn de slag en werd hij Christen. Hierboven zie jet het edict van Milaan. Dat is een besluit van de keizer. Constantijn de grote besloot in deze vergadering dat iedereen in zijn rijk zijn eigen geloof mocht kiezen. Vanaf toen was er dus vrijheid in het romeinse rijk om christen te zijn. 181

182 Het jaar 395 Deze werd na Constantijn de Grote Keizer over het Romeinse rijk. Hij zorgde ervoor dat het Christendom de enige toegestane godsdienst was. Iedereen in het Romeinse rijk moest toen christen worden. 182

183 Hoofdstuk 5 : Ontstaan van de Islam. Tijd? Het jaar 632 Kenmerken: Geloof in Allah Boek Koran Profeet Mohammed 183

184 Het jaar 622 Mohammed is een man die leefde in het huidige Arabie. Het was een groot woestijn en er leefden kleine groepen mensen die woonde bij waterbronnen. In 622 begon Mohammed met het stichten van de Islam. Op de linker foto kun je de Engel Gabriel zien die de profeet Mohammed aanwijst als laatste profeet. Mohammed kreeg openbaringen van de Engel. Dit is wijsheid van Allah. De Engel zei tegen Mohammed dat hij de opvolger was van Abraham, Mozes en Jezus. Hijzelf zou de laatste profeet zijn. Nadat Mohammed de openbaringen had gekregen ging hij de mensen vertellen over Allah. Ook deed hij wonderen. Van de Engel Gabriel zou Mohammed een steen hebben gekregen die uit het hiernamaals kwam. Deze steen staat in de Ka`ba in mekka. Het jaar 630 Rond het jaar 630 had Mohammed een leger van wel soldaten en kon hij Mekka veroveren. Mohammed verenigde alle verschillende stammen in Arabie. 184

185 Nadat Mohammed was gestorven werden zijn woorden opgeschreven in het boek de Koran. Er ontstonden nieuwe leiders die de moslims moesten gaan leiden. Deze heetten Kaliefen. Zij vertelden hoe ze het beste konden leven als een goed moslim. 185

186 Hoofdstuk 6: De verspreiding van de Islam Tijd? Kenmerken: Arabische veroveringen 186

187 Hierboven zie je Arabische veroveringen van de dood van Mohammed in 632 tot het jaar 750. Bekijk de legenda goed. Alle groene gebiede zijn gebieden die door de Arabieren zijn veroverd. Arabieren waren Moslims. Donker groen is het gebied dat was veroverd in de dood van Mohammed in 632. Iets lichter groen is het gebied dat er in 661 bijkwam. Het licht groene gebied is het gebied dat er in het jaar 750 bijkwam. Bekijk de kaart goed en zet in de tijdlijn bij de jaartallen welke gebieden de Arabieren veroverd hadden! In de gebieden die veroverd werden, werden veel mensen ook moslim. Zo geloofde een groot deel van de wereld in Allah en in de woorden van de profeet Mohammed. 187

188 Hoofdstuk 7: De kruistochten Tijd? 1000 Kenmerken: Jeruzalem belangrijk voor Joden, Christenen en Moslims Christenen uit verschillende landen vechten tegen Moslims 188

189 Het jaar 1000 Rond het jaar 1000 kwamen de Arabieren/ moslims in aanraking met de Europeanen/ de christenen. De arabieren hadden Jeruzalem veroverd. Dit was voor de Arabieren belangrijk omdat Mohammed daar naar de hemel waas gevlogen. De christenen wilden niet dat de Arabieren daar zaten. Jeruzalem was voor christenen belangrijk omdat Jezus daar was gestorven. Er kwam een groot leger van christenen uit geheel Europa om tegen de Arabieren te vechten. Uiteindelijk bleef Jeruzalem van de Arabieren. De hele wereld draaide om een punt. JERUZALEM! 189

190 Hoofdstuk 8: Verspreiding van de religies over de hele wereld. Tijd? Kenmerken: Ontdekkingsreizen Internationale handel 190

191 Het jaar 1600 De VOC werd opgericht in Nederland in 1600.Dit was een bedrijf die schepen stuurde naar Indonesie voor belangrijke producten. De Nederlanders gingen hier ook wonen. Ze bouwden hun eigen stad die zij Batavia noemden. De Nederlanders waren christelijk. Zij namen hun geloof mee naar Indonesie. Indonesiers kwamen hier mee in aanraking. Sommigen besloten toen om ook christen te worden. Het jaar 1510 In het jaar 1510 besloot de man Hernan Cortes naar Zuid-Amerika te varen. Hier was hij op zoek naar Goud en naar grondstoffen. Hij kwam hier aan in een bizar rijk voor hem. Ze waren heel anders dan in Europa. De mensen hier ging gruwelijk met elkaar om. Ze eerden ook hele rare goden. Hernan Cortes vond daarom dat het christendom ook hier bekend moest worden.hij stuurde veel geestelijken om hier mensen te gaan overtuigen van het geloof in Jezus.Ze moesten christen worden van Hernan Cortes 191

192 Het jaar 1498 Columbus kon uiteindelijk Amerika ontdekken. Dit is zeer belangrijk geweest voor de geschiedenis van het Christendom. Nu is Amerika een van de grootste christelijke landen. Toen Columbus Amerika ontdekte woonden er wilde indianen. Na Columbus kwamen er steeds meer mensen naar Amerika voor zijn grondstoffen en landen. Voor de Indianen was er toen geen plek meer. De mensen die naar Amerika gingen namen hun christelijk geloof mee. Sindsdien is Amerika christelijk geworden. Het jaar 1500 Rond het jaar 1500 was de internationale handel van groot belang voor de verspreiding van religies. 192

193 Internationale handel is handel tussen verschillende landen. Deze handel vond plaat op een markten in de wereld waar verschillende landen bijeenkwamen om te handelen. Links zien we Alexandrie. In het midden India. Rechts Indonesie. Hierboven zie je Arabieren en een Chinees. Deze mensen waren in het jaar 1500 verantwoordelijk voor de handel tussen Europa en Azië. Zij kwamen op die belangrijke handelsplaatsen als Alexandrië, India en Indonesië. De Arabieren waren Moslims, aanhangers van de Islam en de Profeet Mohammed. De Moslims verspreiden op deze manier hun godsdienst, de Islam, naar India en Indonesië. Tegenwoordig zijn de meeste mensen in India en Indonesië Islamitisch. Het jaar

194 De VOC was een bedrijf dat handelde met Indonesië. Om daar te komen moesten ze vroeger om Afrika heen varen. In het jaar 1648 strandde er een VOC schip op Zuid-Afrika. Dat ligt helemaal onder in Afrika. Het kon niet meer verder. De mensen van de VOC besloten toen om een fort te gaan bouwen. Dit noemden zij Kaap de Goede hoop. Zo heet deze plek in Zuid-Afrika nog steeds. De mensen begonnen te handelen met de bevolking en zij hadden het hier naar hun zin vanwege het gunstige klimaat. Toen besloot de VOC er een kolonie van te maken. Ze gingen hun eigen dorp maken. Er kwamen steeds meer mensen en het contact met de bevolking werd groter. Het christendom was er ook bij de VOC. De mensen bidden. Ze hadden kruisjes mee. En er waren kerkdiensten in het dorp. De bevolking in Zuid-Afrika leerde zo het christendom kennen. 194

195 Hoofdstuk 9: De terugkeer van de Joden naar Israel Tijd? Kenmerken: Duitse haat tegen Joden Joden van alle plekken in de wereld terug naar Israël 195

196 Het jaar 1940 In het jaar 1945 werden Joden vermoord door Hitler die leider was van Duitsland. Hij wilde alle Joden dood maken. De Joden moesten vluchten. Op het 1e plaatje kun je zien hoe de Joden in Duitsland vluchten naar alle plekken in de wereld. Zo verspreide het Jodendom zich over de hele wereld. Hitler vond de Jood en slecht ras en gaf ze van veel dingen de schuld. Zoals de economische crisis. Veel mensen luisterden naar Hitler omdat zij zelf zo in de problemen zaten. Het jaar 1945 In 1945 werd Nederland bevrijd door de Amerikanen. Samen met Engeland en Rusland hadden zij Duitsland veroverd en Europa bevrijd. Veel Joden waren vermoord door Hitler. Wel Europa voelde zich schuldig tegenover de Joden. Daarom besloten ze de Joden een eigen land te geven. 196

197 Het jaar 1950 In het jaar 1950 besloten de Europeanen dat de Joden terug mochten naar Israel. Van de hele wereld kwamen Joden die in Israël wilden gaan wonen. Israel was hun oorspronkelijke land. Het was het land dat God aan Mozes had beloofd. Nu waren ze weer terug. In Israel woonden toen Palestijnen. Die moesten ruimte maken van de Joden. Nu is er veel ruzie tussen de Palestijnen en de Joden. Ze maken ruzie over wie het land is. In de kaart hierboven kun je zien hoe het beloofde land verdeeld is in Israël gebied en Palestijns gebied. 197

198 PowerPoint introductie Project Introductie Project Onderwerp: Ontdekkers en hervormers Introductie filmpje: Pirates of The Carribean,. v=qrlniji6dd0&feature=related Instructie Project Nieuwe project van zes weken. Zes lessen Wat gaan jullie doen? Verwerkingsopdrachten maken Creatieve groepsopdrachten Presenteren De lessen Eerste half uur PowerPoint presentatie Verwerkingsopdracht Rest van de les Werken aan de groepsodpracht Instructie groepsopdrachten Er zijn vier verschillende groepsopdrachten waar je uit kunt kiezen! 1: Het maken van een oude wereldkaart 2: Het maken van een collage over Indianen en ontdekkingsreizigers. 3: Het maken van een collage over handel, rijkdom, slaven en piraten. 4: Het maken van een tijdlijn over religie en de wereld. 198

199 Beoordeling presentatie Inleiding Nu jullie klaar zijn met de groepsopdracht gaan jullie hem presenteren. Jullie cijfer voor de groepsopdracht wordt bepaald door jullie uitleg en de groepsopdracht zelf. Het is belangrijk dat je goed kan uitleggen wat er allemaal te zien is in de groepsopdracht. Hieronder is een stappenplan te vinden die jullie goed moet voorbereiden voor de presentatie. Ook is er een overzicht te vinden in hoe jullie presentatie beoordeelt gaat worden. Stappenplan Stap 1: Beslis wie wat van de groepsopdracht gaat presenteren. Stap 2: Bedenk of je genoeg weet om over het deel van de groepsopdracht te kunnen vertellen. Stap 3: Lees de informatiemap nog eens door als je te weinig kan vertellen. Stap 4: Beslis wie er eerst gaat beginnen met vertellen. Bedenk wat je extra kan vertellen in de presentatie. Je kan bijvoorbeeld antwoord geven op de volgende vragen: Wat vond ik leuk? - Wat vond ik minder leuk? - Wat was moeilijk? - Hoe zijn jullie begonnen? - Wat vond je het meest interessant? Beoordeling presentatie De presentatie zal beoordeeld worden op de volgende punten: - Hoeveel kan je vertellen - Hoeveel informatie is er terug te vinden in de groepsopdracht - Hoe aantrekkelijk is de groepsopdracht - Hoe aantrekkelijk is jullie presentatie.

200 Evaluatie Schoolproject Werken aan Het werken aan het schoolproject was iets wat ik met veel plezier heb gedaan. De lessenserie mocht ik zelf invullen en daarom vond ik het leuk om te doen. In dit schoolproject kwam ik weer achter hoeveel ik houd van creatief bezig zijn. In het begin heb ik een gesprek gehad met meerdere begeleiders over de invulling van mijn project. Dankzij de teamleider op het Wellant College is de opdracht duidelijk overgekomen. Met collega`s heb ik de invulling van het project besproken. Met een leraar van de Hogeschool heb ik informatie gewonnen over differentiatie en vormgeving van het project. Dankzij deze gesprekken wist ik precies welke richting ik op moest, hoe ik te werk zou gaan en wat de opdrachtgever van mij verwachte. Met het werken aan het schoolproject ben ik veel te weten gekomen over differentiatie, het tijdvak ontdekkers en hervormers en nieuwe werkvormen. Als ik kijk naar mijn stage van afgelopen half jaar vond ik dit project het leukste om te doen. Ik heb geleerd over differentiatie dat het belangrijk is om de leerlingen veel keuzemogelijkheden te geven. Met een uitgebreid arsenaal van materiaal en werkvormen kan je leerlingen de juiste opdracht aanbieden die zijn nodig hebben. Ook heb ik geleerd dat het belangrijk is om als leraar de leerlingen op een verschillende manier te coachen. Leerlingen die het makkelijk aan kunnen moet ik vooral uitdagen. Leerlingen die het net aankunnen moet ik veel controleren en opnieuw uitleggen. Ook weet ik beter hoe ik mijn les moet vorm geven aan leerlingen van het vmbo. Deze leerlingen moet ik vooral veel laten zien, herhalen en met hun handen laten werken. Het tijdvak heb ik nog beter leren kennen omdat ik zoveel bronnen voor de leerlingen moest gaan zoeken. Ik weet nu nog meer over de oude culturen van Amerika. Voor de lessenserie heb ik hard moeten werken. Omdat ik de leerlingen veel keuzemogelijkheden wilde geven moest ik ontzettend veel materiaal aan bieden. Dat kostte veel tijd. - Feedback van mijn Wb`er: Het product Je hebt veel gedaan voor dit project. Je hebt goed gebruik gemaakt van je werkomgeving. Het enige wat jammer was, was dat het uiteindelijk meet tijd koste dan je dacht. Je hebt daarom je deadline niet gehaald en bent later met de lessenserie begonnen. Uiteindelijk was ik zeer tevreden over het product. Er was veel informatie voor de leerlingen. Ze konden aan leuke opdrachten werken. Ze konden veel met hun handen werken en de bronnen lieten vooral veel zien aan de leerlingen. Ik had leuke PowerPoints en verwerkingsopdrachten gemaakt. Daarnaast vond ik dat ik alles tot in de puntjes had uitgewerkt. De leerlingen konden kiezen tussen verschillende opdrachten en in die opdrachten konden ze zelf kiezen welke bronnen ze wilden gebruiken. Er was veel leerstof in het product verwerkt. Feedback van mijn Wb`er: De lessenserie ziet er aantrekkelijk uit. De groepsopdrachten lijken mij leuke opdrachten voor de leerlingen veel wordt aangeboden en de leerlingen creatief bezig kunnen zijn. Het is een leerzame 200

201 lessenserie waar wordt gedifferentieerd en de leerdoelen van het tijdvak: ontdekkers en hervormers goed in terug komen. Je laat de leerlingen veel zien in je PowerPoint en de bronnen die je aanbiedt. Er komen studievaardigheden in terug. De lessenserie is goed uitvoerbaar voor andere leraren. De docentenhandleiding is duidelijk en alle opdrachten zijn in orde. Je bent creatief bezig geweest en ik merk dat je enthousiast bent over je project. De uitvoering - Klas 1.1 / niveau Bb De klas was blij dat ze niet aan het werkboek hoefden te werken. De instructie ging moeizaam terwijl ik hem zo goed had voorbereid. Op het bord liet ik de inhoud van de lessenserie zien en ik besprak hem. De groepsopdrachten heb ik gepresenteerd en klassikaal doorgenomen. Daarna mochten de leerlingen in tweetallen een groesopdracht uitkiezen en daarin heb ik hun begeleidt. Toen iedereen weer op zijn plek zat heb ik het stappenplan doorgenomen van de groepsopdracht. Daarna mocht iedereen aan de slag met de opdracht. Ik had met de klas afgesproken dat ik een rondje zou maken om iedereen op gang te brengen. Ik merkte dat de leerlingen het nog moeilijk vonden om aan de slag te gaan. Ze moesten in de groesopdracht tegelijk werken a.d.h.v. meerdere stencils. Een informatiemap, een stappenplan en een groot blad waar zij de opdracht op moesten maken. Dit vonden de leerlingen moeilijk om te doen en ik moest ze veel begeleiden. De volgende lessen vond ik vooral de PowerPoint en de verwerkingsopdracht goed gelukt. De leerlingen vonden ze leuk en makkelijk om te maken. De PowerPoint presentatie was duidelijk en ik kon de leerlingen tijdens het maken van de verwerkingsopdracht nog dia`s van de presentatie laten zien. De presentatie vonden ze ook leuk. De groepsopdracht ging niet bij iedereen goed. Sommigen hadden er veel moeite mee. Bij anderen ging het weer heel snel. Uiteindelijk kon ik de snelle leerlingen meer uitdagen en minder snelle leerlingen kon ik veel controleren en begeleiden. De meesten gingen goed aan de slag en waren druk bezig. Voor een aantal leerlingen was het moeilijk en die gingen dan ook niet aan de slag. Het koste mij veel moeite om deze leerlingen te motiveren en aan de slag te krijgen. Ze hadden er geen zin in en ze wisten niet goed hoe ze aan het werk moesten gaan. Het ging om 4 meisjes die uiteindelijk geen goed eindresultaat hadden. De overige leerlingen hebben wel een voldoende gehaald. Maar enkelen hebben het goed gedaan. Achteraf kan ik oordelen dat de opdracht een behoorlijk uitdaging was voor dit niveau. Dat kwam omdat de leerlingen meerdere stencils moesten gebruiken. Maar daar hebben zij uiteindelijk ook veel van geleerd. - Klas 1.5 / Kb niveau 201 Hier was de klas ook blij dat ze niet meer aan het werkboek hoefden te werken. Ze waren enthousiast over het nieuwe tijdvak van ontdekkers en hervormers. Hier wisten ze ook al veel van en dat wilden zij mij graag vertellen. De instructie heb ik hier op dezelfde manier gedaan. Toen de leerlingen aan mijn tafel kwamen om een groepsopdracht uit te kiezen wisten ze al wat ze wilden. Ze gingen ook gelijk aan de slag. Dit was een duidelijk verschil met de klas van Bb niveau. Het was voor hen makkelijker om de opdracht te begrijpen. Tijdens het werken hadden de leerlingen minder begeleiding nodig. Het was een opdracht die ze goed aankonden. Het werd goed uitgevoerd en ik kon de leerlingen uitdagen om hun

202 Resultaten producten uit te breiden. De leerlingen voldeden aan de eisen die ik had en iedereen had een voldoende. Ook zaten er een aantal uitschieters in. Leerlingen die een 8 een negen en een tien haalden. Vooral de schatkaart werd goed uitgevoerd. Hier waren een aantal hele mooie resultaten. Ook de collages waren goed uitgevoerd. Eén iemand had de religieuze tijdlijn gemaakt. Deze groepsopdracht was minder aantrekkelijk voor de leerlingen. Toch was deze leerling er zeer enthousiast over. Hij had veel informatie gevonden en hij zei dat hij er ook veel van geleerd. De groepsopdrachten waren hier een groot succes. De PowerPoint presentaties gingen ook goed. De leerlingen hadden veel vragen en waren geïnteresseerd in het onderwerp. Na de presentatie kon iedereen in een snel tempo de verwerkingsopdracht maken. Dit deden ze in een snel tempo omdat ze daarna verder konden met de groepsopdracht. De verwerkingsopdracht was makkelijk te maken voor de leerlingen omdat ze in de presentatie goed hadden opgelet. - Klas 1.1 / niveau Bb 202

203 203

204 204 - Klas 1.5 / niveau Kb

205 205

206 Als ik kijk naar de resultaten dan vond ik het bij klas 1.1 tegenvallen. Uiteindelijk hebben zij niet zoveel kunnen doen. Ze vonden het moeilijk en daarom lieten ze hun kop snel hangen. Omdat iedereen hulp nodig had heb ik niet iedereen goed kunnen helpen. De opdracht was te moeilijk voor ze. Hij was te moeilijk omdat ze meerdere stencils tegelijk moesten gebruiken om hun opdracht goed uit te voeren. Ze moesten gebruik maken van bronnen en hier iets creatiefs mee doen. Dit was nog te moeilijk voor ze. Bij 1.5 ging het hartstikke goed. Hier waren goede resultaten die ik ook had gewild. De leerlingen hebben veel geleerd omdat ze veel bronnen hebben geraadpleegd. Ook is het onderwerp veel visueel voorgesteld aan hen. Ze hebben er nu een goed beeld bij. Het waren leuke lessen waarbij de leerlingen lekker aan de slag waren. Ze waren trots op hun eigen resultaat. Feedback Marieke Kerdijk: Leuke opdrachten en goed resultaat. De leerlingen zullen het vast leuk gehad hebben. Er komt veel informatie terug in het resultaat. Dan zullen ze dus ook vast veel geleerd hebben. Lijkt mij zelf ook leuk om deze opdracht te geven aan mijn leerlingen. 206

207 Feedback model schoolproject Wb`er Mireille Westra Ja 1. Is de opdracht en het plan duidelijk geformuleerd? Ja 2. Wordt er voldaan aan de eisen van de opdracht gever? 3. Is het product uitvoerbaar? Ja, maar er is veel materiaal nodig. Veel voorbereidingstijd dus en het moet allemaal wel aanwezig zijn (of voldoende budget om dingen aan te schaffen) Ja 4. Is het product volledig in orde? 5. Is het product uitgevoerd? Nee, niet alle geplande lessen zijn uitgevoerd. Ja 6. Heeft de student goed gebruik gemaakt van literatuur, experts en collega`s? ja 7. Is het een kwalitatief goed product? 8. Wordt er in de lessenserie op een goede manier gedifferentieerd? ja 9. Is de lessenserie aantrekkelijk voor de leerlingen? ja 207

Ontdek de Wereld. Hoofdstuk 1C7

Ontdek de Wereld. Hoofdstuk 1C7 Ontdek de Wereld Hoofdstuk 1C7 Cursus 7.1 Wij en de wereld Wat leer je deze cursus? Wat internationale handel inhoudt Hoe de evenaar de aardbol verdeelt Wat en welke kaartprojecties er zijn Internationale-

Nadere informatie

Geschiedenis groep 6 Junior Einstein

Geschiedenis groep 6 Junior Einstein De oude Grieken en Romeinen hadden ze al en later ook de Vikingen. Koloniën. Koopmannen voeren met hun schepen over zee om met andere landen handel te drijven. Langs de route richtten ze handelsposten

Nadere informatie

Jessica Huizer. aardrijkskunde

Jessica Huizer. aardrijkskunde Naam: Studentnummer: Opleiding: Klas: Vak: Docent: Jessica Huizer 0541685 Pabo 2P aardrijkskunde Vincent Bax 3 lessen * Introductie thema: Identiteit * introductie venster: Hindoeïsme * Les1: godsdiensten

Nadere informatie

Docentenhandleiding Rijksmuseum Groep 7-8

Docentenhandleiding Rijksmuseum Groep 7-8 Docentenhandleiding Rijksmuseum Groep 7-8 1 Inhoud Voorbereidende les Afsluitende les Aanvullend materiaal bij deze lessen staat op de website: Introductiefilmpje PowerPoint presentatie Werkbladen 2 Voorbereidende

Nadere informatie

WERKBLAD. Naam: Namen van de andere leerlingen uit jouw groepje:

WERKBLAD. Naam: Namen van de andere leerlingen uit jouw groepje: Jouw wereld op de kaart WERKBLAD Groep 7 en 8 Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator Deze tentoonstelling gaat over Mercator, een beroemde kaartenmaker uit de 16de eeuw. Zijn wereldkaart wordt

Nadere informatie

3 Hoogbegaafdheid op school

3 Hoogbegaafdheid op school 3 Hoogbegaafdheid op school Ik laat op school zien wat ik kan ja soms nee Ik vind de lessen op school interessant meestal soms nooit Veel hoogbegaafde kinderen laten niet altijd zien wat ze kunnen. Dit

Nadere informatie

Voorbereidende les Het geheim van kapitein Jan May

Voorbereidende les Het geheim van kapitein Jan May Voorbereidende les Het geheim van kapitein Jan May Lesactiviteit: wereldkaart tekenen en een woordweb maken Groep: 7 en 8 Lesdoel: De leerlingen ontdekken dat Nederland slechts een klein onderdeel is van

Nadere informatie

Introduceren thema 80 jarige oorlog. Thema: 80 jarige oorlog. centraal: 2. Maak een nieuw eigentijds volkslied.

Introduceren thema 80 jarige oorlog. Thema: 80 jarige oorlog. centraal: 2. Maak een nieuw eigentijds volkslied. Geschiedenis 80 jarige oorlog Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: 80 jarige oorlog In dit thema staan de volgende hogere orde denkvragen centraal: 1. Hoe zou Nederland eruit zien als Nederland

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

Tweede wereldoorlog:

Tweede wereldoorlog: geschiedenis Tweede wereldoorlog: Kleding Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Tweede Wereldoorlog - Kleding Introduceren thema Tweede Wereldoorlog - Kleding In dit

Nadere informatie

Introduceren thema Broeikaseffect. Startopdracht. gekeken. http://bit.ly/1vqs19u. Thema: Broeikaseffect. laten stoppen? centraal:

Introduceren thema Broeikaseffect. Startopdracht. gekeken. http://bit.ly/1vqs19u. Thema: Broeikaseffect. laten stoppen? centraal: Natuur & Techniek het broeikaseffect Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: Broeikaseffect In deze les staan de volgende hogere- orde denkvragen centraal: 1. Hoe zou je het broeikaseffect kunnen

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

SLB eindverslag. Rozemarijn van Dinten HDT.1-d 12053449 11-11-12

SLB eindverslag. Rozemarijn van Dinten HDT.1-d 12053449 11-11-12 SLB eindverslag Rozemarijn van Dinten HDT.1-d 12053449 11-11-12 Eindverslag De afgelopen periode heb ik een aantal lessen SLB gehad. Hierover ga ik een eindverslag schrijven en vertellen hoe ik de lessen

Nadere informatie

China Pagina 1. - Wie nodig jij uit voor een Chinese maaltijd? -

China Pagina 1. - Wie nodig jij uit voor een Chinese maaltijd? - China Pagina 1 Colofon Uitnodiging voor maaltijd in Chinees Les voor groep 6-8 150-180 minuten Handvaardigheid Let op! In deze les opzet werken leerlingen in tweetallen, en maken samen 1 werkstuk, maar

Nadere informatie

Samenvatting Geschiedenis H1 (-1.5)

Samenvatting Geschiedenis H1 (-1.5) Samenvatting Geschiedenis H1 (-1.5) Samenvatting door een scholier 1178 woorden 19 november 2017 5,7 2 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Feniks Geschiedenis Samenvatting H1 Het Spaanse wereldrijk

Nadere informatie

TULPENGEKTE. 1. Streep door wat niet van toepassing is.

TULPENGEKTE. 1. Streep door wat niet van toepassing is. TULPENGEKTE Je leraar of lerares heeft je een tulpenbol laten zien. Zo n bol stop je in de herfst in de grond, en in de lente groeit er een tulp uit. Niets bijzonders zou je zeggen. Maar vierhonderd jaar

Nadere informatie

Sita (VWO2) Aaron Sams. Natuurkunde en Flipping the Classroom

Sita (VWO2) Aaron Sams. Natuurkunde en Flipping the Classroom Natuurkunde en Flipping the Classroom De lespraktijk van een natuurwetenschappelijk vak zoals natuurkunde bestaat gewoonlijk uit klassikale instructie, practicum en het verwerken van opdrachten. In de

Nadere informatie

Wereldgodsdiensten. Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum. Naam:

Wereldgodsdiensten. Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum. Naam: Wereldgodsdiensten Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum Naam: Inhoudsopgave Inleiding Schema Beoordeling Deel 1 Test jezelf! Deel 2 Kies je onderwerp en aan de slag! Deel 3 Het ervaren

Nadere informatie

Bijeenkomst 1. Opdracht 1 Doel: Aansluiten bij voorkennins en ervaring van studenten.

Bijeenkomst 1. Opdracht 1 Doel: Aansluiten bij voorkennins en ervaring van studenten. Bijeenkomst 1 Leerdoelen: Studenten kunnen Uitleggen waarom sommige informayie makkelijk vergeten wordt en welke factoren een rol spelen Expliciteren hoe hij zelf leert Opdracht 1 Doel: Aansluiten bij

Nadere informatie

Omgevingsonderwijs in Ermelo

Omgevingsonderwijs in Ermelo Omgevingsonderwijs in Ermelo Docentenhandleiding Vakgroep Geschiedenis Juli 2012 Inleiding Voor u ligt een lessenserie en docentenhandleiding die gaan over omgevingsonderwijs in Ermelo. Deze serie is gemaakt

Nadere informatie

Tweede wereldoorlog:

Tweede wereldoorlog: geschiedenis Tweede wereldoorlog: Een bekende Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Tweede Wereldoorlog: een bekende Introduceren thema Tweede Wereldoorlog: een bekende

Nadere informatie

Een overtuigende tekst schrijven

Een overtuigende tekst schrijven Een overtuigende tekst schrijven Taalhandeling: Betogen Betogen ervaarles Schrijftaak: Je mening geven over een andere manier van herdenken op school instructieles oefenlesles Lesdoel: Leerlingen kennen

Nadere informatie

Tweede wereldoorlog:

Tweede wereldoorlog: geschiedenis Tweede wereldoorlog: Auto s en wegen Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Tweede Wereldoorlog: auto s en wegen Introduceren thema Tweede Wereldoorlog:

Nadere informatie

Bevolkingsgroepen DOE KAART 1. Naam van het project. Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep.

Bevolkingsgroepen DOE KAART 1. Naam van het project. Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep. DOE KAART 1 Bevolkingsgroepen Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep. Zoek 6 verschillende bevolkingsgroepen op. Kies 1 bevolkingsgroep uit waar je meer over wilt

Nadere informatie

Migratie. Ik vertrek - Zij vertrokken VMBO 2. docentenhandleiding

Migratie. Ik vertrek - Zij vertrokken VMBO 2. docentenhandleiding Migratie Ik vertrek - Zij vertrokken VMBO 2 docentenhandleiding Colofon Deze lessen zijn gemaakt in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Realisatie: Codename Future: www.codenamefuture.nl

Nadere informatie

Juridische medewerker

Juridische medewerker 28-11-2013 Sectorwerkstuk Juridische medewerker Temel, Elif HET ASSINK LYCEUM Inhoudsopgave Inhoud Inhoudsopgave... 1 Inleiding... 2 Hoeveel procent van de opleiding bestaat uit stage?... 6 o Begeleiding...

Nadere informatie

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend

Nadere informatie

eigen woonplaats Oorlog: geschiedenis in de geschiedenis monumenten hebben te maken met oorlogen? Welke oorlogen

eigen woonplaats Oorlog: geschiedenis in de geschiedenis monumenten hebben te maken met oorlogen? Welke oorlogen geschiedenis Oorlog: geschiedenis in de eigen woonplaats Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Oorlog: geschiedenis in de eigen woonplaats Introduceren thema Oorlog:

Nadere informatie

Migratie. Ik vertrek - Zij vertrokken 2 HAVO\VWO. docentenhandleiding

Migratie. Ik vertrek - Zij vertrokken 2 HAVO\VWO. docentenhandleiding Migratie Ik vertrek - Zij vertrokken 2 HAVO\VWO docentenhandleiding Colofon Deze lessen zijn gemaakt in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Realisatie: Codename Future: www.codenamefuture.nl

Nadere informatie

Lesplanformulier. Les wordt gegeven in een open ruimte met ronde tafels en een computergedeelte. Een les duurt 50 minuten

Lesplanformulier. Les wordt gegeven in een open ruimte met ronde tafels en een computergedeelte. Een les duurt 50 minuten Lesplanformulier naam student : Aukelien Stalman opleiding : docent GZW jaar : 3 naam school : Gomarus College Assen coach : klas : 1 datum van de les: mei 2017 Lesonderwerp: Biologie stevigheid en beweging

Nadere informatie

Bodyclap. Make the Music with your body

Bodyclap. Make the Music with your body Bodyclap Make the Music with your body 1 Colofon Inhoud en samenstelling Patrick Couwenberg van 4XM www.workshopstartpagina.nl [email protected] 2 Bodyclap Inleiding In deze leuke en stoere workshop

Nadere informatie

Jouw wereld op de kaart. werkblad. VMBO tl, HAVO, VWO klas 1

Jouw wereld op de kaart. werkblad. VMBO tl, HAVO, VWO klas 1 Jouw wereld op de kaart werkblad VMBO tl, HAVO, VWO klas 1 Jouw wereld op de kaart WERKBLAD Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator Deze tentoonstelling gaat over Mercator, een beroemde kaartenmaker

Nadere informatie

ONTDEKKINGSREIZIGERS en AVONTURIERS. Van:

ONTDEKKINGSREIZIGERS en AVONTURIERS. Van: ONTDEKKINGSREIZIGERS en AVONTURIERS Van: Ieder groepje gaat op ontdekkingsreis, deze gebieden worden verdeeld: heelal, de zee, een onderaards gebied, een vulkanisch gebied, een bergachtig gebied, een woestijn

Nadere informatie

Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt.

Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt. Grote klus van : Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt. Laat de opdrachten aftekenen door een juf. Je mag natuurlijk

Nadere informatie

Workshop Differentiatie. Oké, is het duidelijk zo? Iedereen beklimt dus deze boom.

Workshop Differentiatie. Oké, is het duidelijk zo? Iedereen beklimt dus deze boom. Workshop Differentiatie Oké, is het duidelijk zo? Iedereen beklimt dus deze boom. Voorstelrondje Wat kom je halen? Wat versta je onder differentiëren? Wat is het programma Doel: aantal voorbeelden van

Nadere informatie

Introduceren thema Natuurgeweld. tsunami s. centraal rondom natuurgeweld: Thema: Natuurgeweld. laten ontstaan?

Introduceren thema Natuurgeweld. tsunami s. centraal rondom natuurgeweld: Thema: Natuurgeweld. laten ontstaan? Aardrijkskunde Natuurgeweld Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: Natuurgeweld In dit thema staan de volgende hogere orde denkvragen centraal rondom natuurgeweld: 1. Wat zou er moeten gebeuren

Nadere informatie

Voordoen (modelen, hardop denken)

Voordoen (modelen, hardop denken) week 11-12 maart 2012 - hardop-denktekst schrijven B Voordoen (modelen, hardop denken) Waarom voordoen? Net zoals bij lezen, leren leerlingen heel veel over schrijven als ze zien hoe een expert dit (voor)doet.

Nadere informatie

Latijn: iets voor jou?

Latijn: iets voor jou? : n j i t a L r o o v s iet jou? De Romeinen en wij Waar komen onze letters vandaan? Hoe komen we aan de namen van de maanden? De antwoorden op vele van deze vragen vind je vaak in het verleden bij de

Nadere informatie

rijks museum Voorbereidende les bij de rondleiding Proef de Gouden Eeuw (NT2) 1/5

rijks museum Voorbereidende les bij de rondleiding Proef de Gouden Eeuw (NT2) 1/5 1/5 Deze voorbereidende les hoort bij het programma Proef de Gouden Eeuw, speciaal ontwikkeld voor NT2 niveau A1 t/m B2. Ter voorbereiding op het museumbezoek kunt u met deze les de cursisten op een actieve

Nadere informatie

Introduceren thema Indeling planten- en dierenrijk. fauna in de wereld. Thema: Indeling planten- en dierenrijk. Dierenrijk.

Introduceren thema Indeling planten- en dierenrijk. fauna in de wereld. Thema: Indeling planten- en dierenrijk. Dierenrijk. Natuur & Techniek indeling planten- en dierenrijk Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Indeling planten- en dierenrijk Introduceren thema Indeling planten- en dierenrijk

Nadere informatie

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn.

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn. Werkstukwijzer Deze werkstukwijzer helpt je om een werkstuk in elkaar te zetten. Je vult eerst een formulier in. Op dit formulier komt te staan waar je werkstuk over gaat en hoe je het aanpakt. Met behulp

Nadere informatie

Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO

Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO Student: Vincent van der Maaden, MSc Studentnummer: 5783070 Opleiding: Interfacultaire lerarenopleiding, UvA Vakgebied: Aardrijkskunde

Nadere informatie

Introduceren thema Op vakantie in Europa. centraal rondom vakantie in Europa: Thema: Op vakantie in Europa

Introduceren thema Op vakantie in Europa. centraal rondom vakantie in Europa: Thema: Op vakantie in Europa Aardrijkskunde Op vakantie in europa Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Op vakantie in Europa Introduceren thema Op vakantie in Europa In dit thema staan de volgende

Nadere informatie

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 4

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 4 Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 4 Samenvatting door een scholier 990 woorden 24 februari 2018 4,2 7 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Feniks Geschiedenis samenvatting hoofdstuk 3 + kenmerkende

Nadere informatie

Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden

Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden Soorten vragen, vraagwoorden, signaal- en sleutelwoorden Schema 1 Soorten vragen Open vraag

Nadere informatie

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen DIDACTISCHE BEKWAAMHEID D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen Resultaat De leraar motiveert leerlingen om actief aan de slag te gaan. De leraar maakt doel en verwachting van de les duidelijk zorgt

Nadere informatie

Business Ondernemingsplan opstellen en uitvoeren. Inleiding

Business Ondernemingsplan opstellen en uitvoeren. Inleiding Inleiding Nederland heeft meer ondernemers nodig, zeker nu met de economische crises. Jongeren worden in Nederland vooral opgeleid om te werken voor een baas, maar in werkelijkheid wordt 1 op de 8 jongeren

Nadere informatie

Driestar lesschema Pabo 1 2014-2015

Driestar lesschema Pabo 1 2014-2015 Driestar lesschema Pabo 1 2014-201 Gegevens opleiding Naam Sandra Kögeler van Helden Klas D1B Dag- of deeltijdopleiding Deeltijd Slb er L. van Hartingsveldt Periode 4 Gegevens stageschool Code Kri Naam

Nadere informatie

Spreekbeurt, en werkstuk

Spreekbeurt, en werkstuk Spreekbeurt, krantenkring en werkstuk Dit boekje is van: Datum spreekbeurt Datum krantenkring Inleverdatum werkstukken Werkstuk 1: 11 november 2015 Werkstuk 2: 6 april 2016 Bewaar dit goed! Hoe bereid

Nadere informatie

Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A

Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Thema 12: Het vinden van werk c: Kiezen en solliciteren naar passende stageplek Thema 1 Introles De leerling oriënteert zich op

Nadere informatie

Individueel verslag Timo de Reus klas 4A

Individueel verslag Timo de Reus klas 4A Individueel verslag de Reus klas 4A Overzicht en tijdsbesteding van taken en activiteiten 3.2 Wanneer Planning: hoe zorg je ervoor dat het project binnen de beschikbare tijd wordt afgerond? Wat Wie Van

Nadere informatie

Leerjaar 2: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A

Leerjaar 2: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Leerjaar 2: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Thema 11: Mijn vrije tijd besteden c: Kiezen van een vrijetijdsbesteding Thema 1 Introles De leerling benoemt clubs, verenigingen

Nadere informatie

SaNdWiCh RoBoT. Wat leren leerlingen van deze les?

SaNdWiCh RoBoT. Wat leren leerlingen van deze les? SaNdWiCh RoBoT leer programmeren zonder een computer te gebruiken! Bij deze les speelt de leraar of gastdocent de rol van een robot. Een robot die boterhammen maakt met boter en hagelslag. De leerlingen

Nadere informatie

Werkwijze voor de website projectmatig werken

Werkwijze voor de website projectmatig werken Werkwijze voor de website projectmatig werken De eerste stap Ontdekken hoe de lessenserie projectmatig werken gebruikt moet worden YouTube clips Studie- en beroepsvaardigheden Samenwerkend leren Differentiëren

Nadere informatie

HANDEL LES 2. De Oostzeevaart of de Sontvaart. Aangenaam. De naam is Bicker, Jacob Bicker, directeur bij de Oostzeevaart.

HANDEL LES 2. De Oostzeevaart of de Sontvaart. Aangenaam. De naam is Bicker, Jacob Bicker, directeur bij de Oostzeevaart. Regenten en vorsten LES 2 HANDEL 1600 Aangenaam. De naam is Bicker, Jacob Bicker, directeur bij de Oostzeevaart. 1700 JE LEERT waarom de moederhandel zo belangrijk is; hoe de VOC werkt; hoe de WIC werkt.

Nadere informatie

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 17 Ω Over Indië en Suriname Ω Les 1: Van Batavia tot Jakarta Naam:

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 17 Ω Over Indië en Suriname Ω Les 1: Van Batavia tot Jakarta Naam: Werkblad 7 Ω Over Indië en Suriname Ω Les : Van Batavia tot Jakarta VOC Schepen van de VOC varen naar Indië om specerijen te halen. Specerijen zijn bijvoorbeeld peper, kruidnagel en nootmuskaat. De reis

Nadere informatie

En, wat hebben we deze les geleerd?

En, wat hebben we deze les geleerd? Feedback Evaluatie Team 5 En, wat hebben we deze les geleerd? FEED BACK in de klas En, wat hebben we deze les geleerd? Leerkracht Marnix wijst naar het doel op het bord. De leerlingen antwoorden in koor:

Nadere informatie

Ten noorden van de evenaar ligt het noordelijk halfrond. Ten zuiden daarvan het zuidelijk halfrond.

Ten noorden van de evenaar ligt het noordelijk halfrond. Ten zuiden daarvan het zuidelijk halfrond. Rekenen aan de aarde Introductie Bij het vak aardrijkskunde wordt de aarde bestudeerd. De aarde is een bol. Om te bepalen waar je je op deze bol bevindt zijn denkbeeldige lijnen over de aarde getrokken,

Nadere informatie

Leeromgeving en organisatie

Leeromgeving en organisatie Leeromgeving en organisatie Lesdoel Ik kan een les voorbereiden a.d.h.v. het lesplanformulier van Geerligs. Hoe word ik een goede leraar? Kunst of kunde? Kun je het leren: Ja/Nee Wat doe je hier dan nog?

Nadere informatie

Leerjaar 3: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Thema 1: Communiceren en sociaal contact onderhouden

Leerjaar 3: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Thema 1: Communiceren en sociaal contact onderhouden Leerjaar 3: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Thema 1: : Thema 1 1. Introductieles De leerling vertelt waarom het belangrijk is om goed te presenteren. Arbeidsvoorbereidend

Nadere informatie

1. Ik zorg voor een inspirerende leeromgeving waarin de leerlingen zelfstandig leren

1. Ik zorg voor een inspirerende leeromgeving waarin de leerlingen zelfstandig leren Stellingen visie 1. Ik zorg voor een inspirerende leeromgeving waarin de leerlingen zelfstandig leren 2. Ik heb voldoende vertrouwen in mijn leerlingen om ze op afstand te coachen en begeleiden 3. Ik houd

Nadere informatie

Plan van aanpak horizon verbreden Zuid-Afrika

Plan van aanpak horizon verbreden Zuid-Afrika Plan van aanpak horizon verbreden Zuid-Afrika Welk gebied heb je gekozen? Het gekozen thema voor horizon verbreden is Zuid-Afrika. Ik ben zelf 4 keer in Zuid-Afrika geweest voor vrijwilligerswerk en ga

Nadere informatie

Opbrengstgericht omgaan met verschillen. Bijeenkomst 4 Onderwijsbehoeften en differentiatievormen: differentiatie bij verwerking

Opbrengstgericht omgaan met verschillen. Bijeenkomst 4 Onderwijsbehoeften en differentiatievormen: differentiatie bij verwerking Opbrengstgericht omgaan met verschillen Bijeenkomst 4 Onderwijsbehoeften en differentiatievormen: differentiatie bij verwerking Programma Doelen en programma toelichten Terugblik op huiswerkopdracht Een

Nadere informatie

De Romeinen in nederland

De Romeinen in nederland geschiedenis De Romeinen in nederland Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: De Romeinen in Nederland Introduceren thema De Romeinen in Nederland In dit thema staan

Nadere informatie

User Centered Design. Ontwerpbeslissingen

User Centered Design. Ontwerpbeslissingen User Centered Design Ontwerpbeslissingen Ontwerpbeslissingen: Wat wij willen doen voor jou is Met betrekking tot lessen voorbereiden: Overzichten, schema s en lesplannen moeten ook door leerlingen begrepen

Nadere informatie

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID Beleid is alleen nodig als je iets gaat veranderen. INLEIDING Het beleid van een organisatie bepaalt hoe je moet werken en wat de bestuurders belangrijk vinden. Dat beleid

Nadere informatie

Hallo Wereld! Alle kinderen kunnen LEREN

Hallo Wereld! Alle kinderen kunnen LEREN Lessuggesties Les 1 - Kennismaken Doel De kinderen ervaren dat er verschillen zijn in de manier waarop andere kinderen onderwijs krijgen in landen over de hele wereld. Tijdsduur Kringgesprek 15 minuten

Nadere informatie

Mentor Datum Groep Aantal lln

Mentor Datum Groep Aantal lln Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Student(e) Klas Stageschool Plaats Dilia Couwenberg P14EhvADT t Startblok Eindhoven Mentor

Nadere informatie

Tijd: 8:30. Klas: 3HVc 9:10. Beginsituatie Leerlingen hebben week hiervoor toets seksualiteit gehad (zie paper 1)

Tijd: 8:30. Klas: 3HVc 9:10. Beginsituatie Leerlingen hebben week hiervoor toets seksualiteit gehad (zie paper 1) Lesplan les 1 Seksualiteit: Grenzen en Wensen Tijd: 8:30 Klas: 3HVc Aantal lln: 15 Introductie van de lessenserie: grenzen en wensen Beginsituatie Leerlingen hebben week hiervoor toets seksualiteit gehad

Nadere informatie

Beroepenwerkstuk 3 MAVO

Beroepenwerkstuk 3 MAVO Beroepenwerkstuk 3 MAVO 2015 2016 1 INLEIDING Het beroepenwerkstuk: Een van de onderdelen van het programma beroepenoriëntatie in 3 mavo is het maken van een beroepenwerkstuk en het presenteren hiervan

Nadere informatie

Verslag Aardrijkskunde Lesvoorbereiding les 1

Verslag Aardrijkskunde Lesvoorbereiding les 1 Verslag Aardrijkskunde Lesvoorbereiding les 1 Verslag door J. 875 woorden 26 oktober 2016 5,5 1 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde Lesvoorbereiding Verantwoording (waarom ga je dit doen) Beginsituatie

Nadere informatie

Voorbereiding post 2. Met de mens mee Groep 1-2-3

Voorbereiding post 2. Met de mens mee Groep 1-2-3 Voorbereiding post 2 Met de mens mee Groep 1-2-3 Welkom bij IVN Valkenswaard-Waalre Dit is de digitale voorbereiding op post 2: Met de mens mee, voor groep 1, 2 en 3. Inhoud: Algemeen Verhaal Spel Werkvel

Nadere informatie

PeerEducatie Handboek voor Peers

PeerEducatie Handboek voor Peers PeerEducatie Handboek voor Peers Handboek voor Peers 1 Colofon PeerEducatie Handboek voor Peers december 2007 Work-Wise Dit is een uitgave van: Work-Wise [email protected] www.work-wise.nl Contactpersoon:

Nadere informatie

STOOM, MACHINES EN ARBEIDERS

STOOM, MACHINES EN ARBEIDERS ERFGOEDEDUCATIE Het zinvol beleven van het erfgoed is een centraal begrip in de didactiek voor erfgoededucatie. Het werken met het erfgoed wordt gestuurd door het stellen van betekenisvolle vragen. De

Nadere informatie

EEN WERELD SCHOOL. lyceum (h)tl vakcolleges (b/k) lwoo. vmbo theoretische leerweg HTL-route voor leerlingen die naar de havo willen.

EEN WERELD SCHOOL. lyceum (h)tl vakcolleges (b/k) lwoo. vmbo theoretische leerweg HTL-route voor leerlingen die naar de havo willen. lyceum (h)tl vakcolleges (b/k) lwoo EEN WERELD SCHOOL vmbo theoretische leerweg HTL-route voor leerlingen die naar de havo willen Gemini (H)TL Gemini (H)TL, iets voor jou! De HTL- route Je hebt advies

Nadere informatie

Lesbrief MAASVLAKTE 2 OPDRACHT 1 - TOPOGRAFIE EN AARDRIJKSKUNDE

Lesbrief MAASVLAKTE 2 OPDRACHT 1 - TOPOGRAFIE EN AARDRIJKSKUNDE Lesbrief Onderbouw voortgezet onderwijs - VMBO MAASVLAKTE 2 De haven van Rotterdam wordt te klein, omdat we steeds meer goederen bestellen uit verre landen. Daarom komt er een nieuw stuk haven: Maasvlakte

Nadere informatie

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën:

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: > Categorieën De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: 1 > Poten, vleugels, vinnen 2 > Leren en werken 3 > Aarde, water,

Nadere informatie

Koopkracht: de waarde van geld

Koopkracht: de waarde van geld Koopkracht: de waarde van geld 1. Leerlingenblad Inleiding Wat is het doel? Wat is het onderwerp? Wat is het middel? Inzicht krijgen in de waarde van geld Koopkracht: de waarde van geld Een presentatie

Nadere informatie

Tijd. Thijs Boom Groep 7

Tijd. Thijs Boom Groep 7 Tijd Thijs Boom Groep 7 Maart - April 2016 Voorwoord In 2014 was ik in Amerika, toen ben ik begonnen met nadenken over tijd. Ik werd om drie uur s nachts wakker, door een jetlag. Ik wou weten hoe dat kwam

Nadere informatie

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding Inleiding De checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F is ontwikkeld voor leerlingen die moeten leren schrijven op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht

Nadere informatie

Even herhalen. democratie. militaire dril. slimme list. Gwijde van Dampierre. Leliaerts Guldensporenslag

Even herhalen. democratie. militaire dril. slimme list. Gwijde van Dampierre. Leliaerts Guldensporenslag Even herhalen Prehistorie Oudheid De ontdekking van het vuur bood enkele voordelen. Zo konden de eerste mensen roosteren, hadden ze en en bood het hun ook vlees warmte licht bescherming Athene stond bekend

Nadere informatie

Training. Vergaderen

Training. Vergaderen Training Vergaderen Halide Temel 1-5-2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 Doelen 4 Deelnemers 4 Werkvormen 4 Programma 4 Voorstellen & introductie 5 Opdracht Luciferspel 6 Theorie 7 Opdracht - Vergaderen 12

Nadere informatie

LESTIP voor 1 vmbo: Wat een wereldkaart!

LESTIP voor 1 vmbo: Wat een wereldkaart! LESTIP voor 1 vmbo: Wat een wereldkaart! Deze les sluit aan op het hoofdstuk waarin de ontdekkingsreizen worden behandeld. In Geschiedeniswerkplaats VMBO-T/HV is dat hoofdstuk 6, in Geschiedeniswerkplaats

Nadere informatie

WHITEPAPER Nectar 5 e editie onderbouw

WHITEPAPER Nectar 5 e editie onderbouw WHITEPAPER Nectar 5 e editie onderbouw WHITEPAPER Nectar 5 e editie onderbouw Nectar 5e editie onderbouw is een heldere, motiverende methode biologie die opvalt door de gestructureerde behandeling van

Nadere informatie

LESSENSERIE 4: CKV-NL Recensie schrijven Lesplannen

LESSENSERIE 4: CKV-NL Recensie schrijven Lesplannen LESSENSERIE 4: CKV-NL Recensie schrijven Lesplannen Algemene gegevens Docent Evah den Boer School Helen Parkhurst Titel lessenserie Recensie schrijven CKV/NETL Klas (en niveau) 4 vwo Aantal leerlingen

Nadere informatie

! LERAREN HANDBOEK!!! 1e Editie, 2014

! LERAREN HANDBOEK!!! 1e Editie, 2014 LERAREN HANDBOEK 1e Editie, 2014 1. Je eerste Workshop Om te beginnen In dit Leraren Handboek vind je een paar tips en tricks die je kunnen helpen bij het voorbereiden van je workshop. Als je nog nooit

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

Presentaties: presenteer jezelf met PowerPoint

Presentaties: presenteer jezelf met PowerPoint Werkblad 13C Presentaties: presenteer jezelf met PowerPoint Leerjaar 1 Presentaties maken Presentaties algemeen Stappenplan: wat gaan we deze week doen? Praten over presentaties en presenteren Een PowerPoint-presentatie

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,

Nadere informatie

Te veel, te rijk, te weinig. Waterpark Lankheet

Te veel, te rijk, te weinig. Waterpark Lankheet Waterpark Lankheet Erfgoed/NME project voor groep 8 Handleiding leerkracht Opdrachtgever: Waterpark Lankheet en Commissie Culturele Vorming Haaksbergen Bronmateriaal: Waterpark Lankheet/Historische Kring

Nadere informatie

Handleiding Lesmethode Groep 7 &8 Huiswerk Bikkels. Inkijkexemplaar

Handleiding Lesmethode Groep 7 &8 Huiswerk Bikkels. Inkijkexemplaar Handleiding Lesmethode Groep 7 &8 Huiswerk Bikkels versie 2016 Inhoudsopgave Introductie 5 Verantwoording methodiek 6 Doorgaande lijn Po en Vo 7 Preventief en curatief 8 Organiseer je les 9 Praktische

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

HAVENS EN DE REIS VAN BONTEKOE

HAVENS EN DE REIS VAN BONTEKOE EN 28 december EN Inleiding Schepen vertrekken of leggen aan. Op de kade wordt gezwaaid en afscheid genomen. En wie na een lange reis terugkeert, wordt begroet door de thuisblijvers. De zee oefent een

Nadere informatie

LESBRIEF LES 1 DE VOEDSELKETENLES SAMENVATTING LES 1 VOORBEREIDING BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD. Wat is voedselverspilling?

LESBRIEF LES 1 DE VOEDSELKETENLES SAMENVATTING LES 1 VOORBEREIDING BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD. Wat is voedselverspilling? SAMENVATTING In deze les wordt het begrip voedselverspilling geïntroduceerd. De leerlingen maken kennis met een voedselketen en ontdekken welke partijen daarbij betrokken zijn (de schakels in de voedselketen:

Nadere informatie

BROCHURE TIENER COLLEGE

BROCHURE TIENER COLLEGE BROCHURE TIENER COLLEGE School is niet een voorbereiding op het leven, maar is het leven zelf. John Dewey loopbaan wilt vervolgen. Door het werken met een speciaal voor jou samengesteld programma willen

Nadere informatie