Examen H1B0 Toegepaste Mechanica 1
|
|
|
- Nathan Verlinden
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 23 januari 29, 13u3 Examen H1B Toegepaste Mechanica 1 Vraag 1 Een spiltrap in een gezinswoning verbindt een hoogteverschil van 2.8m tussen twee verdiepingen. De trap bestaat uit een centrale verticale spil AB met een diameter van 2mm, waartegen 16 radiale treden zijn vastgelast. De spil steekt nog 1m uit boven de bovenste trede. Elke trede steekt 7mm uit ten opzichte van de diameter van de centrale spil, en in het bovenaanzicht verspringt de middellijn van elke trede De massa van de centrale spil is 5kg. Elke trede heeft een massa van 9kg, en het massacentrum C ligt 4mm buiten de diameter van de centrale spil. O trede B trede 8 28 Bij de plaatsing van de trap in de woning is het onderste uiteinde van de centrale spil zodanig vastgezet dat dit uiteinde zich in geen enkele richting kan verplaatsen en dat een rotatie rond de verticale spilas evenmin mogelijk is. Rotatie van het onderuiteinde om de beide horizontale assen is daarentegen niet verhinderd. Het bovenuiteinde van de spilas is enkel verhinderd te verplaatsen in de beide horizontale richtingen. Voor de analyse van de krachtswerking worden twee soorten personen gebruikt : personen van 9kg en personen van 5kg. Elke persoon staat op een radiale afstand van 5mm buiten de diameter van de centrale spil (punt P). gevraagd : maak de trap vrij, en bereken de reactiekrachten in A en B door achtereenvolgens onderstaande vragen te beantwoorden: 1. omschrijf in woorden de vectoren die de reactiekrachten en -momenten voorstellen die optreden in elk van beide uiteinden A en B van de spil A Z 22,5 Y trede 1 2. maak een vrijlichaamsdiagram van de volledige trap onder een belasting van één persoon van 9kg op de 8 e trede 3. bereken het totale gewicht van de trap (spil + alle treden) en de ligging van het zwaartepunt vloer X 22,5 4. bereken alle reactiekrachten voor het belastingsgeval met één persoon van 9kg, en geef het verloop van de componenten van deze reactiekrachten weer wanneer deze persoon de trap beklimt, en zijn gewicht zich achtereenvolgens op elk van de 16 treden bevindt O2 5. bereken alle reactiekrachten voor het belastingsgeval waarbij vier personen van 9kg zich bevinden op de 2 e, de 6 e, de 1 e en de 14 e trede 7 5 P C 4 6. bereken alle reactiekrachten voor het belastingsgeval waarbij vier personen van 5kg zich bevinden op de 8 e, de 1 e, de 12 e en de 14 e trede 7. maak een vrijlichaamsdiagram van één trede onder de belasting van één persoon van 9kg en bereken de snedekrachten en -momenten in de verbinding met de spil
2 oplossing : Trede i sluit een hoek 22.5 i in met de x-as, zij ligt op een hoogte.175im boven het onderuiteinde A. 1. omschrijf in woorden de vectoren die de reactiekrachten en -momenten voorstellen die optreden in elk van beide uiteinden A en B van de spil In het onderste uiteinde A kan de spilas noch in de x-richting, noch in de y-richting, noch in de z-richting een verplaatsing vertonen. Dit betekent dat er in elk van de drie richtingen een component van de reactiekracht kan optreden, of met andere woorden : RA R Ax e x + R Ay e y + R Az e z. Bovendien is de as verhinderd om te roteren omheen de vertikale z-as. Daardoor kan er hier een reactiemoment aangrijpen : MA M Az e z. In het bovenste uiteinde B kan de spilas noch in de x-richting, noch in de y-richting een verplaatsing vertonen. Dit betekent dat er in elk van deze beide richtingen een component van de reactiekracht kan optreden, of met andere woorden : RB R Bx e x + R By e y. Er is geen reactiemoment in dit punt. 2. maak een vrijlichaamsdiagram van de volledige trap met één persoon van 9kg op de 8 e trede R B Op de trap grijpen volgende krachten en momenten aan : G 15 G 16 de reactiekracht in het onderuiteinde A is R A R Ax e x + R Ay e y + R Az e z het onderuiteinde van de spilas ligt op de positie r A G 14 het reactiemoment in het onderuiteinde A is M A M Az e z G 13 G 12 G 11 G 1 de reactiekracht in het bovenuiteinde B is R B R Bx e x +R By e y het bovenuiteinde van de spilas ligt op de positie r B 3.8m e z het gewicht van de spilas is G spilas 5N e z het zwaartepunt van de spilas ligt op de positie r spilas 1.9m e z G spilas G 9 G 8 F 8 G 7 het gewicht van elk van de 16 treden i is G i 9N e z het massacentrum van trede i ligt op de positie r Ci.5m cos(22.5 i) e x +.5m sin(22.5 i) e y +.175im e z R A G 1 G 6 G 4 G 5 het gewicht van de persoon op de 8 e trede is F 8 9N e z de voet van een persoon op trede i staat op de positie r P i.6m cos(22.5 i) e x +.6m sin(22.5 i) e y +.175im G 2 G 3 3. bereken het totale gewicht van de trap (spil + alle treden) en de ligging van het zwaartepunt De gehele trap (spilas + 16 treden) heeft een totaalgewicht G G spilas + G i 194N e z. Het zwaartepunt ligt volgens de definitie op de positie : r C m spilas r spilas + 16 i1 m i r Ci m spilas + 16 i1 m i 5kg 1.9m e z + 144kg m e z 5kg + 144kg 1.594m e z Het zwaartepunt van alle treden samen ligt op de spilas doordat de treden geheel symmetrisch rond de as liggen : trede 1 ligt vlak tegenover trede 9, trede 2 ligt tegenover trede 1, enz.
3 In de verdere berekeningen zal telkens het gewicht van de gehele trap in rekening worden gebracht in het zwaartepunt C. 4. bereken alle reactiekrachten voor het belastingsgeval met één persoon van 9kg, en geef het verloop van deze reactiekrachten weer wanneer deze persoon de trap beklimt, en zijn gewicht zich achtereenvolgens op elk van de 16 treden bevindt Het krachtenevenwicht geeft, voor een persoon die zich bevindt op trede j : F resulterend R A + R B + G + F j R Ax R Ay R Az + R Bx R By + 194N en het momentenevenwicht, genomen omheen het punt A : + 9N M resulterend,a M A + ( r B r A ) R B + ( r C r A ) G + ( r P j r A ) F j + 3.8m M Az R Bx R By +.6m cos(22.5 j).6m sin(22.5 j).175mj 9N 3.8mR By 54Nm sin(22.5 j) + 3.8mR Bx + 54Nm cos(22.5 j) M Az In het resulterend moment om het punt A verdwijnt de bijdrage van het gewicht van de gehele trap omdat de werklijn door het punt A gaat. De reactiekrachten en -momenten zijn dan : R A 142 cos(22.5 j) 142 sin(22.5 j) 284 N RB 142 cos(22.5 j) 142 sin(22.5 j) N MA De figuur toont de reactiekrachten in beide uiteinden van de spilas voor de verschillende posities van de persoon die de trap beklimt. De vertikale reactie in A blijft constant, maar beide horizontale componenten in elk van beide uiteinden varieert met de positie van de persoon. reactiekracht [N] horizontale reactiekrachten in A en B trede nr. R_Ax R_Ay R_Bx R_By reactiekracht [N] vertikale reactiekracht in A trede nr. R_Az
4 5. bereken alle reactiekrachten voor het belastingsgeval waarbij vier personen van 9kg zich bevinden op de 2 e, de 6 e, de 1 e en de 14 e trede Het krachtenevenwicht geeft, voor vier personen die zich bevinden op treden 2, 6, 1 en 14 : F resulterend R A + R B + G + F 2 + F 6 + F 1 + F 14 R Ax R Ay R Az + R Bx R By + 194N en het momentenevenwicht, genomen omheen het punt A : + M resulterend,a M A + ( r B r A ) R B + ( r C r A ) G N... + ( r P 2 r A ) F 2 + ( r P 6 r A ) F 6 + ( r P 1 r A ) F 1 + ( r P 14 r A ) F m M Az R Bx R By In het resulterend moment om het punt A verdwijnen naast de bijdrage van het gewicht van de trap nu ook de bijdragen van de vier personen die elkaar compenseren doordat zij op tegenover elkaar liggende treden staan. De reactiekrachten en -momenten zijn dan : R A 554 N RB MA 6. bereken alle reactiekrachten voor het belastingsgeval waarbij vier personen van 5kg zich bevinden op de 8 e, de 1 e, de 12 e en de 14 e trede Het krachtenevenwicht geeft, voor vier personen die zich bevinden op treden 8, 1, 12 en 14 : F resulterend R A + R B + G + F 8 + F 1 + F 12 + F 14 R Ax R Ay R Az + R Bx R By + 194N en het momentenevenwicht, genomen omheen het punt A : + M resulterend,a M A + ( r B r A ) R B + ( r C r A ) G N... + ( r P 8 r A ) F 8 + ( r P 1 r A ) F 1 + ( r P 12 r A ) F 12 + ( r P 14 r A ) F m M Az R Bx R By +.6m 5N m.424m 5N +.6m 5N m.424m 5N In het resulterend moment om het punt A verdwijnt de bijdrage van het gewicht van de trap nog steeds, maar de bijdragen van de vier personen compenseren elkaar niet doordat zij niet op tegenover elkaar liggende treden staan.
5 De reactiekrachten en -momenten zijn dan : R A N RB N MA 7. maak één trede vrij, met daarop een persoon van 9kg, maak een vrijlichaamsdiagram en bereken de snedekrachten en -momenten in de verbinding met de spil Neem bij voorbeeld de laatste trede nr.16, die georiënteerd is volgens de x-as. De uitwendige krachten die op een trede aangrijpen zijn het eigengewicht G 16 en het gewicht van een persoon F 16. In de snede van een vrijgemaakte trede werken een snedekracht F D en een snedemoment M D. Volgens de definitie zijn de snedekracht en het snedemoment dan de kracht en het moment die in de snede moeten worden aangebracht om het evenwicht van het vrijgemaakte deel te herstellen : F D G 16 F 16 9 N 99 N M D ( r C16 D) G 16 9 N M D F D ( r P 16 D) F 16.4m 9N.5m 9N 486 Nm P F 16 G 16 C
6 Vraag 2 Een basketbalspeler neemt een vrijworp. Hij legt de baan van de bal vast in de beginsnelheidsvector (grootte van de snelheid v en hoek met de horizontale α). L Volgende maten zijn gegeven : de diameter van de bal d24mm de binnendiameter van de ring D435mm v de massa van de bal m.63kg H α y de hoogte ten opzichte van de vloer waar de bal de werphand verlaat H 1 2.1m x de hoogte van de ring ten opzichte van de werphand H.95m H 1 de hoogte van het plafond ten opzichte van de vloer H 2 1m de horizontale afstand tussen de werphand en het centrum van de ring L4.2m Gebruik het assenstelsel dat in de figuur is aangeduid, met de oorsprong in het centrum van de bal in de werphand van de speler. gevraagd : bereken de baan van de bal en de inspanning die de speler bij de worp moet leveren; schrijf voor elke deelvraag eerst het antwoord symbolisch neer, en vul de cijferwaarden pas op het allerlaatst in 1. schrijf een uitdrukking neer die de positievector van het centrum van de bal expliciet weergeeft als functie van de tijd 2. stel een uitdrukking op die de grootte van de beginsnelheid v in verband brengt met de hoek α, zodat het centrum van de bal precies door het centrum van de ring gaat 3. bereken voor de baan met een hoek α 6 de tangentiële en de normale versnelling van de bal op het tijdstip waarop de bal zijn hoogste punt bereikt 4. binnen de mogelijke combinaties voor beginsnelheid en hoek die voldoen aan de voorwaarde onder puntje 2, geef aan waardoor de grenzen op de snelheid worden bepaald (a) de minimale hoek waaronder de bal moet vertrekken is Welke voorwaarde bepaalt de minimale vertrekhoek? Een kort antwoord in woorden volstaat, een berekening is niet gevraagd. (b) de maximale hoek waaronder de bal moet vertrekken is Welke voorwaarde bepaalt de maximale vertrekhoek? Een kort antwoord in woorden volstaat, een berekening is niet gevraagd. 5. beschouw alle mogelijke banen waarbij de bal door het centrum van de ring gaat (a) bij welke baan is de totale energie van de bal minimaal? Leg uit in woorden. (b) welke mechanische grootheid beschrijft het effect dat de speler op de bal moet uitoefenen om de toestand van de bal te veranderen tussen rust in zijn hand en de situatie vlak na het verlaten van de hand? Bij welke baan is dit effect minimaal. Leg uit in woorden. Is er een verband tussen de banen uit vraagjes 5a en 5b? Zo ja, verklaar dit verband. BONUSVRAAG (aanvulling 5b): bereken de hoek waarbij het effect van de speler minimaal is. Met deze vraag kan je extra punten verdienen
7 oplossing : in onderstaande oplossing is het tijdstip t het ogenblik waarop de speler de bal loslaat (gekozen s), t I het tijdstip waarop de bal het hoogste punt in de baan bereikt, en t II het tijdstip waarop de bal door de ring gaat. 1. schrijf een uitdrukking neer die de positievector van het centrum van de bal expliciet weergeeft als functie van de tijd Bij een vertrek op tijdstip t s vanuit een beginpositie r(s) r, met een beginsnelheid v(s) v en met een versnelling g g e y is de positie van het centrum van de bal op tijdstip t gegeven door : r(t) r + v t +.5 gt 2 v (cos α e x + sin α e y )t.5gt 2 e y { } { } v t cos α + v t sin α.5gt 2 2. stel een uitdrukking op die de grootte van de beginsnelheid v in verband brengt met de hoek α, zodat het centrum van de bal precies door het centrum van de ring gaat De positie van de bal op het tijdstip t II is bekend : r(t II ) { v t II cos α v t II sin α } + {.5gt 2 II } { L H De tweede van deze scalaire vergelijkingen (1) laat toe het tijdstip t II te bepalen : t II v sin α ± v 2 sin2 α 2gH g Alleen de oplossing met het +teken is hier relevant, want bij de oplossing met het -teken hoort een baan waarbij de bal van onder naar boven door de ring gaat. Het gevonden tijdstip t II moet nu ook passen in de eerste vergelijking van (1), of : t II v sin α g + v 2 sin2 α g 2 2 H g L v cos α Oplossing van deze vergelijking levert de grootte van de beginsnelheid als functie van de vertrekhoek die nodig is opdat het centrum van de bal in een neerwaartse beweging precies door het centrum van de ring gaat : v L g cos α 2(L tan α H) 3. bereken voor de baan met een hoek α 6 de tangentiële en de normale versnelling van de bal op het tijdstip waarop de bal zijn hoogste punt bereikt De versnelling is constant g. Op het ogenblik t I waarop de bal zijn hoogste punt bereikt, is de snelheid horizontaal, en dus loodrecht op de versnelling. De tangentiële component van de versnelling is dus, en normale component is gelijk aan g1m/s 2. Dit geldt voor een willekeurige grootte van de beginsnelheid. Het tijdstip t I is gegeven door t I v sin α/g. Bij een hoek α6 is de vereiste beginsnelheid volgens (2) gelijk aan 7.47m/s. Bij deze hoek en deze snelheid is t I.65s. 4. binnen de mogelijke combinaties voor beginsnelheid en hoek die voldoen aan de voorwaarde onder puntje 2, geef aan waardoor de limieten op de snelheid worden bepaald } (1) (2)
8 (a) de minimale hoek waaronder de bal moet vertrekken is Welke voorwaarde bepaalt de minimale vertrekhoek? Een kort antwoord in woorden volstaat, een berekening is niet gevraagd. Opdat de bal doorheen de ring zou kunnen gaan moet het dalende deel van de baan voldoende steil zijn. De diameters van bal en ring zijn daarbij bepalend. De hoek van de baan in dalende lijn ten opzichte van de horizontale moet in absolute waarde tenminste gelijk zijn aan arcsin(d/d)33.5. Deze baan heeft een vertrekhoek van 48.1 en een beginsnelheid van 7.28m/s. (b) de maximale hoek waaronder de bal mag vertrekken is Welke voorwaarde bepaalt de minimale vertrekhoek? Een kort antwoord in woorden volstaat, een berekening is niet gevraagd. De bal mag het plafond van de zaal niet raken. Het centrum van de bal mag op het toppunt van de baan ten hoogste 7.78m boven de werphand liggen, of r y (t I ) 7.78m. Deze baan heeft een vertrekhoek van 82.1 en een beginsnelheid van 12.62m/s. vertikale hoogte t.o.v. hand [m] baan van de bal horizontale afstand x [m] alfa48.1 alfa6. alfa beschouw alle mogelijke banen waarbij de bal door het centrum van de ring gaat, (a) bij welke baan is de totale energie van de bal minimaal? De totale energie van de bal bestaat uit potentiële energie en kinetische energie. De potentiële energie hangt af van de hoogte van de bal ten opzichte van een gekozen referentie, bij voorbeeld de werphand van de speler. De kinetische energie hangt alleen af van de grootte van de snelheid van de bal. De totale energie blijft constant tijdens het volledige traject van de bal. Bij vertrek is de potentiële energie gelijk aan nul, en de kinetische energie hangt dus alleen af van de grootte van de beginsnelheid v. (b) welke mechanische grootheid beschrijft het effect dat de speler op de bal moet uitoefenen om de toestand van de bal te veranderen tussen rust in de hand van de speler en de situatie vlak na het verlaten van de hand? Bereken de hoek waarbij de inspanning van de speler minimaal is. De mechanische grootheid die het effect uitdrukt dat de speler op de bal moet uitoefenen is de stoot. Door het uitoefenen van een stoot ( een kracht een tijdsinterval) verandert de speler de grootte en de oriëntatie van de snelheid van de bal. Het mechanisch effect waarvan sprake kan ook geïnterpreteerd worden als de arbeid die uitgeoefend wordt op de bal : de elementaire arbeid op de bal is gelijk aan de elementaire verandering in de kinetische energie van de bal. Is er een verband tussen de banen uit vraagjes 5a en 5b? Zo ja, verklaar dit verband. De beide antwoorden zijn gelijk. De minimale kinetische energie treedt immers op bij een minimale snelheid, en de minimale stoot treedt eveneens op bij een minimale snelheid. BONUSVRAAG (aanvulling 5b): bereken de hoek waarbij het effect van de speler minimaal is De minimale snelheid en dus ook de minimale stoot wordt gevonden als het wiskundig minimum van de functie (2). Deze functie is minimaal als haar kwadraat minimaal is : v 2 L 2 g 2 cos 2 α(l tan α H) 1 H cos 2 α + L cos α sin α
9 Deze functie bereikt een minimum als de noemer een maximum bereikt, of max[ H cos 2 α + L cos α sin α] max[f(α)] Dit maximum wordt bereikt als de afgeleide gelijk is aan nul, of : df dα 2H cos α sin α L sin2 α + L cos 2 α H sin 2α + L cos 2α Deze afgeleide is bij α.5 arctan( L/H). Met de cijfergegevens stemt dit overeen met een hoek α De beginsnelheid is dan 7.25m/s en de vertrekhoek is Het energieniveau in de bal is dan 16.56J, en de stoot is 4.57Ns(cos e x + sin e y ).
10 Vraag 3 Een auto heeft in beladen toestand een massa m en een massacentrum C. De massaverdeling van het voertuig zelf en de belading zijn symmetrisch ten opzichte van de lengteas van het voertuig, zodat de beide voorwielen A dezelfde last dragen en zodat ook de beide achterwielen B dezelfde last dragen. De wagen heeft achterwielaandrijving, wat betekent dat de aandrijving door de motor volledig via de achterwielen gebeurt. Het remmen gebeurt alleen op de voorwielen. C H B L 2 L 1 A Volgende maten zijn gegeven : de hoogte van het massacentrum C ten opzichte van het wegdek H 62mm de afstand gemeten volgens de lengteas van het voorwiel tot het massacentrum L 1 124mm de afstand gemeten volgens de lengteas van het achterwiel tot het massacentrum L mm de massa en het traagheidsmoment van de wielen zijn verwaarloosbaar De halve massa m/2 van het voertuig in beladen toestand bedraagt 85kg. gevraagd : bereken de krachten die het wegdek uitoefent op elk van de wielen, in verschillende situaties; maak daarbij zelf een geschikte keuze voor het assenstelsel 1. de wagen staat stil op een horizontaal vlak. 2. de wagen staat stil op een helling van 1% (tan α.1), met de voorwielen hoger dan de achterwielen. In deze situatie is de rem ingedrukt en wordt de auto niet aangedreven. 3. de wagen versnelt op een horizontale rechte weg met een versnelling a 3 e t m/s de wagen remt op een dalende rechte weg (helling 5%) met een versnelling a 4 e t m/s 2. In deze situatie wordt de auto niet aangedreven. 5. welke wrijvingscoëfficiënt tussen band en wegdek is minimaal vereist opdat al de bovenstaande situaties mogelijk zouden zijn? 6. in de situatie van deelvraag 4, welke strategie volg je om na te gaan of er risico bestaat op voorover kantelen van de wagen. Leg uit in woorden.
11 oplossing : het ligt voor de hand om een van de assen van het assenstelsel (hier de x-as) evenwijdig te kiezen met de lengteas van het voertuig. De x-as sluit dan een hoek α in met de vertikale (α > als het voertuig met de neus bergop staat, en α < indien bergaf). De oorsprong is willekeurig. In een algemene situatie van helling waarop het voertuig zich bevindt zijn de krachten die op de wagen aangrijpen : y x het gewicht van het voertuig.5 G.5m g.5mg( sin α e x cos α e y ), aangrijpend in het massacentrum C de reactiekracht in het voorwiel RA R Ax e x + R Ay e y, aangrijpend in het punt A de reactiekracht in het achterwiel R B R Bx e x + R By e y, aangrijpend in het punt B a C.5mg α A R A Afhankelijk van de situatie waarin de auto zich bevindt zijn de x-componenten R x van één of beide reactiekrachten bekend (gelijk aan ). Daarnaast kan het massacentrum van het voertuig een versnelling vertonen a a e x. B R B De evenwichtsvergelijkingen zijn in elk van de gevallen een krachtenevenwicht en een momentenevenwicht. Voor gevallen van statisch evenwicht (deelvragen 1 en 2) is de keuze van het punt waarrond het momentenevenwicht wordt uitgedrukt vrij, maar in situaties van dynamisch evenwicht (deelvragen 3 en 4) is deze keuze niet vrij. Doordat de kracht die overeenstemt met de versnelling aangrijpt in het massacentrum is het noodzakelijk de momentenvergelijking te schrijven ten opzichte van het massacentrum C. De evenwichtsvergelijkingen luiden dan : F resulterend.5 G + R A + R B m a (3) M resulterend,c ( r A r C ) R A + ( r B r C ) R B (4) De momentenvergelijking (4) kan algemeen worden uitgewerkt : M resulterend,c L 1 H R Ax R Ay + L 2 H R Bx R By (R Ay L 1 + R Ax H R By L 2 + R Bx H) e z (5) De vergelijking (5) geldig in situaties van statisch evenwicht en in gevallen van dynamisch evenlwicht. 1. de wagen staat stil op een horizontaal vlak y x In deze situatie is α, a, doordat de aandrijving niet werkt is R Bx. Het krachtenevenwicht (3) geeft dan : {.5mg } + { RAx R Ay } + { R By De oplossing van deze vergelijking en (5) is : } { } R B.5mg R A R Ax R Ay.5mgL 2 L 1 + L 2 R By.5mgL 1 L 1 + L 2 45N 4N 2. de wagen staat stil op een helling van 1% (tan α.1), met de voorwielen hoger dan de achterwielen
12 .5mg arctan.1 R B R A y x In deze situatie is α arctan.1 5.7, a, doordat de aandrijving niet werkt is R Bx. Het krachtenevenwicht (3) geeft dan : { } { } { }.5mg sin 5.7 RAx.5mg cos R Ay R By { } De oplossing van deze vergelijking en (5) is : R Ax 846N R Ay 4279N R By 4179N 3. de wagen versnelt op een horizontale rechte weg met een versnelling a3m/s 2 e t R B.5mg a y R A x In deze situatie is α, a 3m/s 2, doordat de rem niet werkt is R Ax. Het krachtenevenwicht (3) geeft dan : { } { } { } RBx + +.5mg R Ay R By { }.5ma De oplossing van deze vergelijking en (5) is : R Ay 39N R Bx 255N R By 46N 4. de wagen remt op een dalende rechte weg (helling 5%) met een versnelling a-4m/s 2 e t In deze situatie is α arctan(.5) 2.86, a 4m/s 2, doordat de aandrijving niet werkt is R Bx. Het krachtenevenwicht (3) geeft dan : { } { } { }.5mg sin 2.86 RAx.5mg cos R Ay R By { }.5ma a.5mg arctan.5 R B RA y x De oplossing van deze vergelijking en (5) is : R Ax 3824N R Ay 5394N R By 395N 5. voor al de bovenstaande situaties, welke wrijvingscoëfficiënt tussen band en wegdek is minimaal vereist? De tangentiële kracht op een wiel is het grootst in de situatie waarbij het voertuig afremt tijdens een afdaling (geval 4). De tangentiële kracht is dan 3824N, bij een normale kracht in hetzelfde wiel van 5394N. De minimaal vereiste wrijvingscoëfficiënt tussen band en wegdek is dan : µ >3824/ in de situatie van deelvraag 4, welke strategie volg je om na te gaan of er risico bestaat op voorover kantelen van de wagen. Leg uit in woorden. Zolang het achterwiel een neerwaartse kracht uitoefent op het wegdek blijft het contact gegarandeerd. Bij toenemende neerwaartse helling en bij toenemende grootte van de versnelling bij afremmen neemt de grootte van reactiekracht R B af. In rij-omstandigheden waarbij deze reactiekracht negatief wordt (dus bij te steile helling en/of te sterke afremming), is het beschouwde krachtensysteem niet meer in dynamisch evenwicht. De achterwielen kunnen dan loskomen van het wegdek. Mede rekening houdend met de rotatie-inertie van de wagen omheen een dwarse horizontale as, kan het voertuig voorover kantelen.
13 Vele studenten hebben de reactiekrachten berekend voor een volledige as van het voertuig, dus met twee wielen in plaats van één wiel. Deze antwoorden zijn als correct aanzien, als er geen andere fouten in voorkomen.
14 Vraag 4 In een verbrandingsmotor zet een kruk-drijfstangmechanisme de pulserende lineaire beweging van een zuiger bevestigd aan B om in een rotatiebeweging van een as in het punt A. Daartoe is de stang BC verbonden aan de kruk AC. Het punt A is vast. De scharnieren in B en C zijn wrijvingsloos, en de zuiger in het punt B loopt in een wrijvingsloze geleiding. Een kracht F drukt de zuiger in de geleiding naar het punt A toe. A en B liggen op dezelfde hoogte. De stang BC en de kruk AC zijn massaloos. y' L 1 C L 2 y C θ 2 x' A M B 1 B F B 2 A θ 1 x Volgende maten zijn gegeven : de lengte van de kruk L 1 12mm de lengte van de drijfstang L 2 4mm De grootte van de kracht F bedraagt 1N. Het mechanisme beweegt traag, zodat het probleem als statisch kan worden aanzien. gevraagd : bereken met behulp van de methode van virtuele arbeid het moment dat in het punt A op de as wordt uitgeoefend; gebruik daarbij de assenstelsels die in de figuur aangeduid zijn; schrijf voor elke deelvraag eerst het antwoord symbolisch neer, en vul de cijferwaarden pas op het allerlaatst in 1. verklaar de betekenis van de stelling van virtuele arbeid in dit specifieke geval, en bespreek de virtuele verplaatsing van de kruk en de drijfstang De nodige en voldoende voorwaarde opdat het lichaam in evenwicht verkeert, is dat de virtuele arbeid van de uitwendige krachten in een willekeurige maar toelaatbare virtuele verplaatsing gelijk is aan nul. 2. bereken het moment dat de kruk rond het punt A uitoefent in de stand waarbij de zuiger B in het midden staat tussen de beide uiterste standen B 1 en B 2 van de zuiger in de geleiding 3. bereken het moment dat de kruk rond het punt A uitoefent als functie van de stand θ 1 van de kruk AC 4. toon aan dat het verloop van het moment, berekend in punt 3, is als weergegeven in onderstaande figuur; dit wil zeggen, verklaar de nulpunten van dit verloop en ook de ligging van het maximum moment op de as A moment [Nm] hoek theta1 [ ]
15 oplossing : voor de kinematische analyse van dit systeem is het aangewezen om de virtuele beweging te aanzien als een samengestelde beweging, met name een rotatie van de kruk AC rond het vaste punt A en een rotatie van de drijfstang BC rond het translerend punt C; kies voor het bewegend assenstelsel een translerend assenstelsel dat beweegt met het punt C 1. verklaar de betekenis van de stelling van virtuele arbeid toe voor dit specifieke geval, en bespreek de virtuele verplaatsing van de kruk en de drijfstang De nodige en voldoende voorwaarde opdat het lichaam in evenwicht verkeert, is dat de virtuele arbeid van de uitwendige krachten in een willekeurige maar toelaatbare virtuele verplaatsing gelijk is aan nul. Geef het stangensysteem een virtuele verplaatsing die geen afbreuk doet aan de inwendige samenhang, d.w.z. met een unieke verplaatsing van het punt C. Het verband tussen de virtuele verplaatsing δ u B van het punt B en de virtuele hoekverdraaiing δ θ 1 van de kruk AC moet bepaald worden uit de samenhang van het stelsel. Dan is de totale arbeid geleverd door de kracht in B en door het moment in A gelijk aan nul : δv F δ u B + M δ θ 1 (6) Bij een willekeurige stand van het stangensysteem is er een relatie tussen de hoeken θ 1 en θ bereken het moment dat de kruk rond het punt A uitoefent in de stand waarbij de zuiger B in het midden staat tussen de beide uiterste standen B 1 en B 2 van de zuiger in de geleiding De positie van het punt in het midden tussen de uiterste posities B 1 en B 2 C is r B 4mm e x. In deze stand zijn de hoeken θ 1 en θ 2 respectievelijk gelijk aan 81.4 en In het translerend assenstelsel is de hoek θ 2 negatief mm De virtuele verplaatsing van het punt B is gelijk aan : A B 12mm 4mm δ u B δ u C/A + δ u B/C δθ 1 ( r C r A ) + δθ 2 ( r B r C ) δθ 1 + δθ mm 118.8mm 381.4mm 118.8mm 118.8mm( δθ 1 + δθ 2 ) e x + (17.9mmδθ mmδθ 2 ) e y De virtuele verplaatsing van het punt B volgens de y-as is gelijk aan, wat een verband oplevert tussen de virtuele hoeken : δθ 2.47δθ 1. Daarmee is de virtuele verplaatsing van het punt B volledig gekend : δ u B 118.8mm( 1.47)δθ 1 e x 124.4mmδθ 1 e x De totale virtuele arbeid is daarmee gelijk aan : δv 1N e x ( 124.4mmδθ 1 e x ) + M e z δθ 1 e z Hieruit volgt met moment op de as A : M 12.44Nm ez. Dit moment, met het negatief teken, wordt uitgeoefend door de as A op de kruk AC. Het moment dat de kruk op de as A uitoefent is even groot en tegengesteld : M 12.44Nm e z
16 3. bereken het moment dat de kruk rond het punt A uitoefent als functie van de stand θ 1 van de kruk AC In een willekeurige stand van het mechanisme is de positie van het punt B te schrijven als : r B r C/A + r B/C L 1 (cos θ 1 e x + sin θ 1 e y ) + L 2 (cos θ 2 e x + sin θ 2 e y ) (L 1 cos θ 1 + L 2 cos θ 2 ) e x + (L 1 sin θ 1 + L 2 sin θ 2 ) e y De coördinaat volgens de y-as is gelijk aan, wat een verband oplevert tussen de hoeken : ( ) L1 θ 2 arcsin sin θ 1 L 2 De virtuele verplaatsing van het punt is de som van de sleepverplaatsing (van het punt C) met de relatieve verplaatsing (B ten opzichte van C) : δ u B δ u C/A + δ u B/C δθ 1 ( r C r A ) + δθ 2 ( r B r C ) δθ 1 + δθ 2 L 1 cos θ 1 L 1 sin θ 1 L 2 cos θ 2 L 2 sin θ 2 ( L 1 sin θ 1 δθ 1 L 2 sin θ 2 δθ 2 ) e x + (L 1 cos θ 1 δθ 1 + L 2 cos θ 2 δθ 2 ) e y De virtuele verplaatsing van het punt B volgens de y-as is gelijk aan, wat een verband oplevert tussen de virtuele hoeken : δθ 2 L 1 cos θ 1 /(L 2 cos θ 2 )δθ 1. Daarmee is de virtuele verplaatsing van het punt B volledig gekend : ( cos θ 1 sin θ 2 δ u B L 1 sin θ 1 + L 1 cos θ 2 De totale virtuele arbeid is daarmee gelijk aan : ( δv F e x L 1 sin(θ 1 θ 2 ) cos θ 2 ) sin(θ 1 θ 2 ) δθ 1 e x L 1 δθ 1 e x cos θ 2 ) δθ 1 e x + M e z δθ 1 e z Hieruit volgt het moment op de as A : M F L1 sin(θ 1 θ 2 )/ cos θ 2 e z. Dit moment, met het negatief teken, wordt uitgeoefend door de as A op de kruk AC. Het moment dat de kruk op de as A uitoefent is even groot en tegengesteld : ( ) sin(θ 1 θ 2 ) L1 M F L 1 e z waarbij θ 2 arcsin sin θ 1 cos θ 2 L 2 De figuur toont het verloop van het moment als functie van de stand van de kruk, met de opgegeven numerieke waarden van kracht en afmetingen. moment op de as A moment [Nm] hoek theta1 [ ]
17 4. verklaar de nulpunten van dit verloop en ook de ligging van het maximum De drijfstang BC leidt bij de werking van de motor een drukkracht door. Het verloop van het moment met de hoek van de kruk vertoont een verloop dat in enkele punten verklaarbaar is : θ 1 dit is de uiterst rechtse stand van het mechanisme, met de punten B en C beide in de uiterst rechtse positie. De beide stangen liggen in elkaars verlengde, en de drukkracht in de stang BC levert geen moment omheen het punt A. maximum bij θ 1 < 9 het moment op de as A is maximaal als de drijfstang BC ongeveer loodrecht staat op de kruk AC θ 1 18 dit is de uiterst linkse stand van het mechanisme, met de punten B en C beide in de uiterst linkse positie. De beide stangen liggen in elkaars verlengde, en de drukkracht in de stang BC levert geen moment omheen het punt A.
Examen H1B0 Toegepaste Mechanica 1
16 augustus 2010, 8u30 naam :................................... Examen H1B0 Toegepaste Mechanica 1 Het verloop van het examen Uiterlijk om 12u30 geeft iedereen af. Lees de vragen grondig. De vraag begrijpen
Tentamen Mechanica ( )
Tentamen Mechanica (20-12-2006) Achter iedere opgave is een indicatie van de tijdsbesteding in minuten gegeven. correspondeert ook met de te behalen punten, in totaal 150. Gebruik van rekenapparaat en
Vraag januari 2014, 13u30 r-nummer:... naam:...
1 24 januari 2014, 13u30 r-nummer:... naam:... Vraag 1 Een mobiele torenkraan is verplaatsbaar op een spoor (loodrecht op het vlak van de figuur). De giek (het horizontale deel bovenaan de kraan) kan zwenken
TENTAMEN DYNAMICA (140302) 29 januari 2010, 9:00-12:30
TENTAMEN DYNAMICA (14030) 9 januari 010, 9:00-1:30 Verzoek: begin de beantwoording van een nieuwe vraag op een nieuwe pagina. En schrijf duidelijk: alleen leesbaar en verzorgd werk kan worden nagekeken.
PROJECT 1: Kinematics of a four-bar mechanism
KINEMATICA EN DYNAMICA VAN MECHANISMEN PROJECT 1: Kinematics of a four-bar mechanism Lien De Dijn en Celine Carbonez 3 e bachelor in de Ingenieurswetenschappen: Werktuigkunde-Elektrotechniek Prof. Dr.
VAK: Mechanica - Sterkteleer HWTK
VAK: Mechanica - Sterkteleer HWTK Proeftoets Beschikbare tijd: 100 minuten Instructies voor het invullen van het antwoordblad. 1. Dit open boek tentamen bestaat uit 10 opgaven.. U mag tijdens het tentamen
Examen H1B0 Toegepaste Mechanica 1
Eamen H10 Toegepaste echanica 1 Vraag 1 Een persoon zit op een stoel in een wagentje, en trekt zichzelf omhoog met een touw. Het touw is ideaal en massaloos, de katrol is ideaal en massaloos en de wielen
jaar: 1990 nummer: 06
jaar: 1990 nummer: 06 In een wagentje zweeft een ballon aan een koord en hangt een metalen kogel via een touw aan het dak (zie figuur). Het wagentje versnelt in de richting en in de zin aangegeven door
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica september 2018: algemene feedback
IJkingstoets wiskunde-informatica-fysica september 8 - reeks - p. IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica september 8: algemene feedback Positionering ten opzichte van andere deelnemers In totaal namen
RBEID 16/5/2011. Een rond voorwerp met een massa van 3,5 kg hangt stil aan twee touwtjes (zie bijlage figuur 2).
HOOFDSTUK OOFDSTUK 4: K NATUURKUNDE KLAS 4 4: KRACHT EN ARBEID RBEID 16/5/2011 Totaal te behalen: 33 punten. Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Opgave 0: Bereken op je rekenmachine
Tentamen io1031 Product in werking (vragen) vrijdag 26 augustus 2011; 14:00 17:00 uur
Tentamen io1031 Product in werking (vragen) vrijdag 26 augustus 2011; 14:00 17:00 uur Mededelingen Dit tentamen bestaat uit 4 bladzijden. De LAATSTE zes vragen (samen maximaal 5 punten) zijn zogenaamde
Naam:... Studentnummer:...
AFDELING DER BEWEGINGSWETENSCHAPPEN, VRIJE UNIVERSITEIT AMSTERDAM INSTRUCTIE - Dit is een gesloten boek tentamen - Gebruik van een gewone (geen grafische) rekenmachine is toegestaan - Gebruik van enig
Basic Creative Engineering Skills
Mechanica evenwicht en reactiekrachten November 2015 Theaterschool OTT-1 1 Stelsels van krachten Doel: het vereenvoudigen van een stelsel van meerdere krachten en momenten (paragraaf 4,7 en 4,8) November
Bewerkingen met krachten
21 Bewerkingen met krachten Opgeloste Vraagstukken 2.1. Bepaal het moment van de kracht van 2N uir Fig. 2-3 rond het punt O. Laat de loodrechte OD neer vanuit O op de rechte waarlangs de kracht van 2N
4. Maak een tekening:
. De versnelling van elk deel van de trein is hetzelfde, dus wordt de kracht op de koppeling tussen de 3e en 4e wagon bepaald door de fractie van de massa die er achter hangt, en wordt dus gegeven door
Naam : F. Outloos Nummer : 1302
1 ste bach. burg.ir.-arch. EXAMEN FYSICA 1 2011-2012, 1 ste zittijd 13 januari 2012 Naam : F. Outloos Nummer : 1302 Wie wat vindt heeft slecht gezocht. Rutger Kopland 1.1 1.2 1.3 A B C D A B C D A B C
Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN en UITWERKINGEN.doc 1/16
VAK: Mechanica - Sterkteleer HWTK Set Proeftoets 07-0 versie C Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS- 07-0-versie C - OPGAVEN en UITWERKINGEN.doc 1/16 DIT EERST LEZEN EN VOORZIEN VAN NAAM EN LEERLINGNUMMER!
Module 1 Uitwerkingen van de opdrachten
1 kn Module 1 en van de opdrachten F R Opdracht 1 Bepaal de resultante in horizontale en verticale richting: F H 0 6 4 kn dus naar rechts F V 0 4 1 kn dus omhoog De resultante wordt m.b.v. de stelling
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 29 juni Nummer vragenreeks: 1
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 29 juni 206 Nummer vragenreeks: IJkingstoets wiskunde-informatica-fysica 29 juni 206 - reeks - p. /0 Oefening Welke studierichting wil je graag volgen? (vraag
IJkingstoets burgerlijk ingenieur-architect september 2018: feedback deel wiskunde
IJkingstoets burgerlijk ingenieur-architect september 8: feedback deel wiskunde Positionering ten opzichte van andere deelnemers In totaal namen 5 studenten deel aan de ijkingstoets burgerlijk ingenieur-architect
IJkingstoets burgerlijk ingenieur-architect september 2018: feedback deel wiskunde
IJkingstoets burgerlijk ingenieur-architect september 8: feedback deel wiskunde Positionering ten opzichte van andere deelnemers In totaal namen 5 studenten deel aan de ijkingstoets burgerlijk ingenieur-architect
Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg
Mkv Dynamica 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg 2 /3 g 5 /6 g 1 /6 g 1 /5 g 2 kg 2. Variant1: Een wagentje met massa m1
Examen Klassieke Mechanica
Examen Klassieke Mechanica Herbert De Gersem, Eef Temmerman 23 januari 2009, academiejaar 08-09 IW2 en BIW2 NAAM: RICHTING: vraag 1 (/4) vraag 2 (/4) vraag 3 (/5) vraag 4 (/4) vraag 5 (/3) TOTAAL (/20)
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 2018: algemene feedback
IJkingstoets wiskunde-informatica-fysica juli 8 - reeks - p. IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 8: algemene feedback Positionering ten opzichte van andere deelnemers In totaal namen 8 studenten
Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1
Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1 5 november 2015 Patrick Baesjou Vraag 1 [17]: a. Voor de veerconstante moeten we de hoekfrequentie ω weten. Die wordt gegeven door: ω = 2π f ( = 62.8 s 1 ) Vervolgens
Tentamen Fysica in de Fysiologie (8N070) deel AB herkansing, blad 1/5
ECHNISCHE UNIVERSIEI EINDHOVEN Faculteit Biomedische echnologie, groep Cardiovasculaire Biomechanica entamen Fysica in de Fysiologie (8N070) deel AB herkansing, blad 1/5 vrijdag 3 februari 2012, 9.00-12.00
Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN.doc 1/7
VAK: Mechanica - Sterkteleer HWTK Set Proeftoets 07-02 versie C Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS- 07-02-versie C - OPGAVEN.doc 1/7 DIT EERST LEZEN EN VOORZIEN VAN NAAM EN LEERLINGNUMMER! Beschikbare
Examen mechanica: oefeningen
Examen mechanica: oefeningen 22 februari 2013 1 Behoudswetten 1. Een wielrenner met een massa van 80 kg (inclusief de fiets) kan een helling van 4.0 afbollen aan een constante snelheid van 6.0 km/u. Door
Rekenmachine met grafische display voor functies
Te gebruiken rekenmachine Duur Rekenmachine met grafische display voor functies 100 minuten 1/5 Opgave 1. Een personenauto rijdt met een beginsnelheid v 0=30 m/s en komt terecht op een stuk weg waar olie
TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen
TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen TENTAMEN CTB1210 DYNAMICA en MODELVORMING d.d. 28 januari 2015 van 9:00-12:00 uur Let op: Voor de antwoorden op de conceptuele
Stel de algemene uitdrukking voor het evenwicht van een star lichaam op in geval van de methode van de virtuele arbeid.
VIJE UNIVESITEIT USSE UTEIT TOEGEPSTE WETENSHPPEN NYTISHE MEHNI I Tentamen 1ste Kandidatuur urgerlijk Ingenieur cademiejaar 001-00 9 januari 00 Vraag 1: (Theorie) Stel de algemene uitdrukking voor het
Dit tentamen bestaat uit vier opgaven. Iedere opgave bestaat uit meerdere onderdelen. Ieder onderdeel is zes punten waard.
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Technische Natuurkunde Tentamen Mechanica 1 voor N en Wsk (3NA40 en 3AA40) Donderdag 21 januari 2010 van 09.00u tot 12.00u Dit tentamen bestaat uit vier opgaven.
Ijkingstoets 4 juli 2012
Ijkingtoets 4 juli 2012 -vragenreeks 1 1 Ijkingstoets 4 juli 2012 Oefening 1 In de apotheek bezorgt de apotheker zijn assistent op verschillende tijdstippen van de dag een voorschrift voor een te bereiden
SAMENSTELLEN EN ONTBINDEN VAN SNIJDENDE KRACHTEN
II - 1 HOODSTUK SAMENSTELLEN EN ONTBINDEN VAN SNIJDENDE KRACHTEN Snijdende (of samenlopende) krachten zijn krachten waarvan de werklijnen door één punt gaan..1. Resultante van twee snijdende krachten Het
Toegepaste mechanica 1. Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven
Toegepaste mechanica 1 Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven Academiejaar 29-21 Inhoudsopgave Vectorrekenen 5 Oefening 1.......................................
jaar: 1989 nummer: 25
jaar: 1989 nummer: 25 Op een hoogte h 1 = 3 m heeft een verticaal vallend voorwerp, met een massa m = 0,200 kg, een snelheid v = 12 m/s. Dit voorwerp botst op een horizontale vloer en bereikt daarna een
Auteur(s): H. Faber Titel: Reactie op: Het klappende van de schaats Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers:
Auteur(s): H. Faber Titel: Reactie op: Het klappende van de schaats Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 147-155 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding,
Naam:... Studentnummer:...
INSTRUCTIE - Dit is een gesloten boek tentamen - Gebruik van een gewone (geen grafische) rekenmachine is toegestaan - Gebruik van enig ander hulpmiddel is NIET toegestaan - Schakel je telefoon volledig
Zomercursus Wiskunde. Module 11 Minimum-Maximumproblemen (versie 22 augustus 2011)
Katholieke Universiteit Leuven September 2011 Module 11 Minimum-Maimumproblemen (versie 22 augustus 2011) Inhoudsopgave 1 Theoretische achtergrond 1 2 Oefeningen 7 2.1 Basis (A- en B-programma)........................
Toets Algemene natuurkunde 1
Beste Student, Toets Algemene natuurkunde 1 Deze toets telt mee voor 10% van je totaalscore, twee punten op twintig dus. Lees eerst aandachtig de vragen zodat je een duidelijk beeld hebt van wat de gegevens
Dit tentamen bestaat uit vier opgaven. Iedere opgave bestaat uit meerdere onderdelen. Ieder onderdeel is zes punten waard.
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Technische Natuurkunde Tentamen Mechanica 1 voor N en Wsk (3NA40 en 3AA40) Donderdag 8 april 010 van 09.00u tot 1.00u Dit tentamen bestaat uit vier opgaven.
jaar: 1989 nummer: 17
jaar: 1989 nummer: 17 De snelheidscomponent van een deeltje voldoet aan : v x = a x t, waarin a x constant is en negatief. De plaats van het deeltje wordt voorgesteld door x. Aangenomen wordt dat x= 0
S3 Oefeningen Krachtenleer Hoofdstuk II II-3. II-3 Grafisch: 1cm. II-3 Analytisch. Sinusregel: R F 1
S3 Oefeningen Krachtenleer Hoofdstuk II II-3 Bepaal grafisch en analytisch de richting en grootte van de resultante, in volgende gevallen; F 1 = 4 kn F = 7 kn : 1) α = 30 ) α = 45 F 1 3) α = 90 α 4) α
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 2019: algemene feedback
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fsica juli 9 - reeks - p. IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fsica juli 9: algemene feedback Positionering ten opzichte van andere deelnemers In totaal namen 58 studenten
Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5
Vraag 1 Een hoeveelheid ideaal gas is opgesloten in een vat van 1 liter bij 10 C en bij een druk van 3 bar. We vergroten het volume tot 10 liter bij 100 C. De einddruk van het gas is dan gelijk aan: a.
Theory Dutch (Netherlands) Lees eerst de algemene instructies uit de aparte enveloppe voordat je begint met deze opgave.
Q1-1 Twee problemen uit de Mechanica (10 punten) Lees eerst de algemene instructies uit de aparte enveloppe voordat je begint met deze opgave. Deel A. De verborgen schijf (3.5 punten) We beschouwen een
Inhoudsopgave. Voorwoord... Lijst van tabellen... Lijst van symbolen... Deel I Vectorrekening 1
Voorwoord.................................... Lijst van tabellen................................. Lijst van symbolen................................ v xv xvii Deel I Vectorrekening 1 1 Vectoren, bewerkingen,
ATWOOD Blok A en blok B zijn verbonden door een koord dat over een katrol hangt. Er is geen wrijving in de katrol. Het stelsel gaat bewegen.
ATWOOD Blok A en blok B zijn verbonden door een koord dat over een katrol hangt. Er is geen wrijving in de katrol. Het stelsel gaat bewegen. Bereken de spankracht in het koord. ATWOOD Over een katrol hangt
****** Deel theorie. Opgave 1
HIR - Theor **** IN DRUKLETTERS: NAAM.... VOORNAAM... Opleidingsfase en OPLEIDING... ****** EXAMEN CONCEPTUELE NATUURKUNDE MET TECHNISCHE TOEPASSINGEN Deel theorie Algemene instructies: Naam vooraf rechtsbovenaan
Klassieke en Kwantummechanica (EE1P11)
Maandag 3 oktober 2016, 9.00 11.00 uur; DW-TZ 2 TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica Opleiding Elektrotechniek Aanwijzingen: Er zijn 2 opgaven in dit tentamen.
UITWERKINGSFORMULIER. Tentamen CT1031 CONSTRUCTIEMECHANICA 1 2 november 2009, 09:00 12:00 uur
Opleiding BSc iviele Techniek Vermeld op bladen van uw werk: onstructiemechanica STUDIENUMMER : NM : UITWERKINGSFORMULIER Tentamen T1031 ONSTRUTIEMEHNI 1 2 november 2009, 09:00 12:00 uur Dit tentamen bestaat
Topic: Fysica. Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen Assistent: Erik Lambrechts
Introductieweek Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen 25 29 Augustus 2014 Topic: Fysica Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen [email protected] Assistent: Erik Lambrechts
Statica en Sterkteleer: Voorkennis:
Statica en Sterkteleer: Voorkennis: Stappenplan bij een krachtenveelhoek: F1 = 10 N F2 = 15 N F3 = 26 N F4 = 13 N Oplossing: Kracht in N Hoek in Horizontale Verticale Fr graden F1 = 10 30 10 * cos(30)
Welk van de onderstaande reeks vormt een stel van drie krachten die elkaar in evenwicht kunnen houden?
jaar: 1989 nummer: 16 Welk van de onderstaande reeks vormt een stel van drie krachten die elkaar in evenwicht kunnen houden? o a. (5N, 5N, 15N) o b. (5N, 1ON, 20N) o c. (10N, 15N, 20N) o d. iedere bovenstaande
Statica (WB) college 12 Friction Ch Guido Janssen
Statica (WB) college 12 Friction Ch. 8.1-8.4 Guido Janssen [email protected] Droge wrijving i.t.t. smering Wrijving werkt de beweging tegen van twee voorwerpen die over elkaar glijden. Wrijving
Gegeven de starre balk in figuur 1. Op het gedeelte A D werkt een verdeelde belasting waarvoor geldt: Figuur 1: Opgave 1.
Universiteit Twente Faculteit Construerende Technische Wetenschappen Opleidingen Werktuigbouwkunde & Industrieel Ontwerpen Kenmerk: CTW.3/TM-573 ONDERDEEL : Statica DATUM : 5 november 03 TIJD : 3:45 5:30
Berekeningen aslasten. Algemene informatie over berekeningen m.b.t. aslasten
Algemene informatie over berekeningen m.b.t. aslasten Voor alle typen transportwerk waarbij vrachtwagens worden gebruikt, moet het vrachtwagenchassis van een opbouw worden voorzien. Het doel van de aslastberekeningen
Dossier 4 VECTOREN. Dr. Luc Gheysens. bouwstenen van de lineaire algebra
Dossier 4 VECTOREN bouwstenen van de lineaire algebra Dr. Luc Gheysens 1 Coördinaat van een vector In het vlak π 0 is het punt O de oorsprong en de punten E 1 en E 2 zijn zodanig gekozen dat OE 1 OE 2
Module 2 Uitwerkingen van de opdrachten
Module Uitwerkingen van de opdrachten Hoofdstuk 3 Inwendige krachten in lineaire constructiedelen Opdracht Analyse Statisch bepaalde constructie. Uitwendig evenwicht te bepalen met evenwichtsvoorwaarden.
Arbeid & Energie. Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen [email protected]. Assistent: Erik Lambrechts
Introductieweek Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen 25 29 Augustus 2014 Arbeid & Energie Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen [email protected] Assistent: Erik Lambrechts
De parabool en de cirkel raken elkaar in de oorsprong; bepaal ook de coördinaten van de overige snijpunten A 1 en A 2.
BURGERLIJK INGENIEUR-ARCHITECT - 5 SEPTEMBER 2002 BLZ 1/10 1. We beschouwen de cirkel met vergelijking x 2 + y 2 2ry = 0 en de parabool met vergelijking y = ax 2. Hierbij zijn r en a parameters waarvoor
Controle: Bekijk nu of aan het evenwicht wordt voldaan voor het deel BC, daarvoor zijn immers alle scharnierkracten bekend
Hints/procedures voor het examen 4Q130 dd 25-11-99 ( Aan het einde van dit document staan antwoorden) Opgave 1 Beschouwing vooraf: De constructie bestaat uit twee delen; elk deel afzonderlijk vrijgemaakt
BIOFYSICA: Toets I.4. Dynamica: Oplossing
1 ste jaar Bachelor BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN Academiejaar 006-007 BIOFYSICA: Toets I.4. Dynamica: Oplossing 1 Opgave 1 Een blokje met massa 0, kg heeft onder aan een vlakke helling een snelheid van 7,
Krachten (4VWO) www.betales.nl
www.betales.nl Grootheden Scalairen Vectoren - Grootte - Eenheid - Grootte - Eenheid - Richting Bv: m = 987 kg x = 10m (x = plaats) V = 3L Bv: F = 17N s = Δx (verplaatsing) v = 2km/h Krachten optellen
Naam:... Studentnummer:...
FACULTEIT DER BEWEGINGSWETENSCHAPPEN, VRIJE UNIVERSITEIT AMSTERDAM TENTAMEN BIOMECHANICA 2013-2014, DEEL 1, 24 MAART 2014, VERSIE A Naam:... Studentnummer:... INSTRUCTIE - Dit is een gesloten boek tentamen
Technische Universiteit Eindhoven Bachelor College
Technische Universiteit Eindhoven Bachelor College Herkansing Eindtoets Toegepaste Natuurwetenschappen and Second Chance final assessment Applied Natural Sciences (3NBB) Maandag 15 April, 2013, 14.00 17.00
Mechanica van materialen: Oefening 1.8
UNIVERSITEIT GENT, FACULTEIT INGENIEURSWETENSCHAPPEN EN ARCHITECTUUR Mechanica van materialen: Oefening 1.8 Nick Verhelst Academiejaar 2016-2017 1 OPGAVE Gegeven is onderstaande auto (figuur 1.1) met aanhangwagen.
XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË THEORIE-TOETS
XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË THEORIE-TOETS 22 juli 1999 70 --- 13 de internationale olympiade Opgave 1. Absorptie van straling door een gas Een cilindervormig vat, met de as vertikaal,
Examen Algemene natuurkunde 1, oplossing
Examen Algemene natuurkunde 1, oplossing Vraag 1 (6 ptn) De deeltjes m 1 en m 2 bewegen zich op eenzelfde rechte zoals in de figuur. Ze zitten op ramkoers want v 1 > v 2. v w m n Figuur 1: Twee puntmassa
I y y. 2 1 Aangezien er voor de rest geen andere krachtswerking is op de staaf, zijn alle overige spanningen nul.
Oplossing deel 1 Staaf BC is een staaf tussen twee scharnierpunten, zonder dat er tussen de scharnierpunten een kracht ingrijpt. Bijgevolg ligt de kracht volgens BC en grijpt er in B enkel een verticale
Module 2 Uitwerkingen van de opdrachten
Module Uitwerkingen van de opdrachten Hoofdstuk 3 Inwendige krachten in lineaire constructiedelen Opdracht Statisch bepaalde constructie. Uitwendig evenwicht te bepalen met evenwichtsvoorwaarden. Daarna
Uitwerking Tentamen Klassieke Mechanica I Dinsdag 10 juni 2003
Uitwerking Tentamen Klassieke Mechanica I Dinsdag juni 3 OPGAE : de horizontale slinger θ T = mg cosθ mg m mg tanθ mg a) Op de massa werken twee krachten, namelijk de zwaartekracht, ter grootte mg, en
Tentamen io1030 Product in werking (vragenblad) Maandag 12 april 2010; 18:00 21:00 uur
Tentamen io1030 Product in werking (vragenblad) Maandag 12 april 2010; 18:00 21:00 uur Mededelingen Dit tentamen bestaat uit 6 bladzijden en is onderverdeeld in 3 delen (I, II en III). Een aantal vragen
Wiskunde krachten als vectoren oefeningensessie 1 Bron: Wiskunde in de bouw Jos Ariëns, Daniël Baldé
Wiskunde krachten als vectoren oefeningensessie 1 Bron: Wiskunde in de bouw Jos Ariëns, Daniël Baldé Oefening 1 Een groot nieuw brugdek van 40m lang moet over een rivier geplaatst worden. Eén kraan alleen
toelatingsexamen-geneeskunde.be
Fysica juli 2009 Laatste update: 31/07/2009. Vragen gebaseerd op het ingangsexamen juli 2009. Vraag 1 Een landingsbaan is 500 lang. Een vliegtuig heeft de volledige lengte van de startbaan nodig om op
Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAMEN VAN 12 NOVEMBER 2008
Fysica: mechanica, golven en thermodynamica Prof. J. Danckaert PROEFEXAMEN VAN 12 NOVEMBER 2008 OPGEPAST Veel succes! Dit proefexamen bestaat grotendeels uit meerkeuzevragen waarbij je de letter overeenstemmend
NAAM:... OPLEIDING:... Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAME VA 3 OVEMBER 2009
NAAM:... OPLEIDING:... Fysica: mechanica, golven en thermodynamica Prof. J. Danckaert PROEFEXAME VA 3 OVEMBER 2009 Bij meerkeuzevragen wordt giscorrectie toegepast: voor elk fout verlies je 0.25 punten.
Ijkingstoets industrieel ingenieur UGent/VUB, september 2015
IJkingstoets 4 september 05 - reeks - p. /0 Ijkingstoets industrieel ingenieur UGent/VUB, september 05 Oefening De evolutie van een bepaalde radioactieve stof in de tijd volgt het wiskundig model N (t)
Uitgewerkte oefeningen
Uitgewerkte oefeningen Algebra Oefening 1 Gegeven is de ongelijkheid: 4 x. Welke waarden voor x voldoen aan deze ongelijkheid? A) x B) x [ ] 4 C) x, [ ] D) x, Oplossing We werken de ongelijkheid uit: 4
Begripstest: Kracht en beweging (FCI)
Handboek natuurkundedidactiek Hoofdstuk 4: Leerstofdomeinen 4.2 Domeinspecifieke leerstofopbouw 4.2.1 Mechanica egripstest: Kracht en beweging (FCI) 1 Twee metalen ballen hebben dezelfde grootte, maar
Advanced Creative Enigneering Skills
Enigneering Skills Kinetica November 2015 Theaterschool OTT-2 1 Kinematica Kijkt naar de geometrische aspecten en niet naar de feitelijke krachten op het systeem Kinetica Beschouwt de krachten Bewegingsvergelijkingen
Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)
Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2) Snelheid en gemiddelde snelheid Met de grootheid snelheid geef je aan welke afstand een voorwerp in een bepaalde tijd aflegt. Over een langere periode is de snelheid
TENTAMEN DYNAMICA ( )
TENTAMEN DYNAMICA (1914001) 8 januari 011, 08:45 1:15 Verzoek: Begin de beantwoording van een nieuwe opgave op een nieuwe pagina. Alleen leesbaar en verzorgd werk kan worden beoordeeld. Opgave 1 (norm:
NATUURKUNDE. Figuur 1
NATUURKUNDE KLAS 5 PROEFWERK HOOFDSTUK 12-13: KRACHT EN BEWEGING OOFDSTUK 12-13: K 6/7/2009 Deze toets bestaat uit 5 opgaven (51 + 4 punten) en een uitwerkbijlage. Gebruik eigen grafische rekenmachine
XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË PRACTICUM-TOETS
XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË PRACTICUM-TOETS 20 juli 1999 13.1 practicum toets ---63 De Torsieslinger In dit experiment bestuderen we een relatief complex mechanisch systeem een
Statica & Sterkteleer 1. Statica en Sterkteleer: Voorkennis:
Statica & Sterkteleer 1 Statica en Sterkteleer: Voorkennis: Statica & Sterkteleer 2 Statica & Sterkteleer 3 Stappenplan bij een krachtenveelhoek: Statica & Sterkteleer 4 F1 = 10 N F2 = 15 N F3 = 26 N F4
7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss
7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss Berekening van electrische flux Alleen de component van het veld loodrecht op het oppervlak draagt bij aan de netto flux. We definieren de electrische
Vectoranalyse voor TG
college 2 Ruimte en oppervlakken collegejaar : 18-19 college : 2 build : 5 september 2018 slides : 25 Vandaag Ruimte 1 Vectoren in R 3 recap 2 Oppervlakken 3 Ruimte 4 1 intro VA Voorkennis uit Ruimtewiskunde
Examen Algemene Natuurkunde 1-7 september 2017
NAAM + r-nummer: Examen Algemene Natuurkunde 1-7 september 2017 Beste student, gelieve volgende regels in acht te nemen: Je moet op elk blad (en dus ook op je vragenblad) je naam en r-nummer noteren. Leg
EXAMEN CONCEPTUELE NATUURKUNDE MET TECHNISCHE TOEPASSINGEN
HIR-KUL-Oef-0607Jan IN DRUKLETTERS: NAAM... VOORNAAM... STUDIEJAAR... EXAMEN CONCEPTUELE NATUURKUNDE MET TECHNISCHE TOEPASSINGEN Deel oefeningen 1 ste examenperiode 2006-2007 Algemene instructies Naam
IJkingstoets Industrieel Ingenieur. Wiskundevragen
IJkingstoets Industrieel Ingenieur Wiskundevragen juli 8 Deel. Basiskennis wiskunde Vraag Het gemiddelde van de getallen 7 4 6, en 4 is Vraag en g met voorschrift g() =. Waaraan is Beschouw de functie
IJkingstoets burgerlijk ingenieur september 2014: algemene feedback
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 5 september 204 - reeks 2 - p. IJkingstoets burgerlijk ingenieur september 204: algemene feedback In totaal namen 286 studenten deel aan de ijkingstoets burgerlijk ingenieur
IJkingstoets burgerlijk ingenieur september 2014: algemene feedback
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 5 september 204 - reeks 3 - p. IJkingstoets burgerlijk ingenieur september 204: algemene feedback In totaal namen 286 studenten deel aan de ijkingstoets burgerlijk ingenieur
