Zomercursus Wiskunde. Module 5

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zomercursus Wiskunde. Module 5"

Transcriptie

1 Katholieke Universiteit Leuven September 2011 Module 5 Groeimodellen (versie 22 augustus 2011)

2

3 Inhoudsopgave 1 Groeimodellen Inleiding Lineaire groei Exponentiële groei Groei met procentuele toename of afname Oefeningen op exponentiële groeifuncties 8 3 Machten met reële exponenten: rekenregels 9 4 Exponentiële functie 11 5 Logaritmische functie Inleidende voorbeelden Definitie en eigenschappen Bijzondere logaritmen log 10 = log en log e = ln Rekenregels Overgang naar andere grondtallen Voorbeeldoefeningen Oefeningen op rekenregels 20 7 Oefeningen op exponentiële groeifuncties, tweede deel 23 8 Oplossingen van Oefeningen 26

4

5 5-1 Inleiding In deze module worden de exponentiële en logaritmische functies besproken. De exponentiële functies illustreren we eerst door het functievoorschrift te zoeken van enkele voorbeelden van exponentiële groei: bacteriegroei, daling in prijswaarde van handboeken wiskunde en vispopulaties in een vijver. Vervolgens bespreken we de omgekeerde bewerking, nl. de logaritme-bewerking. Verder worden ook de rekenregels voor deze beide bewerkingen herhaald en ingeoefend. De exponentiële en logaritmische functies worden niet alleen veel gebruikt in de wiskunde maar hebben ook vele toepassingen in andere wetenschapsdomeinen zoals de fysica, de chemie en de biologie. Enkele voorbeelden worden behandeld in de oefeningen van deze module. De oefeningen die verwijzen naar de cursus chemie zijn ook zinvol voor studenten die dit vak niet zullen volgen. 1 Groeimodellen 1.1 Inleiding Wetenschappers bestuderen verschillende grootheden en stellen daarbij vast dat deze veranderen in de tijd. Die verandering kan zeer wisselvallig zijn, maar als de verandering aan bepaalde wetmatigheden voldoet kunnen we proberen dit in wiskundige formules te vertalen. In deze module bekijken we grootheden zoals bevolkingsaantallen, consumptieprijzen, radioactiviteit, enz. Een groeimodel beschrijft hoe zo n grootheden groeien in functie van de tijd. Het groeien mag niet te letterlijk worden genomen want het kan ook krimpen of afnemen betekenen, we spreken dan van negatieve groei of verval. We behandelen hier twee groeimodellen. Het eenvoudigste model, dat in de natuur slechts zelden voorkomt is het lineaire groeimodel. Hierbij is op elk moment van het proces de aangroei constant bij gelijke tijdstoename. Een vaker voorkomend model is dit waar de grootheid bij gelijke tijdstoename telkens met een constante factor(groeifactor) wordt vermenigvuldigd en dit onafhankelijk van wanneer we naar het groeiproces kijken. Dit model heet het exponentieel groeimodel. 1.2 Lineaire groei Voorbeeld 1 Een zandhoop in een groeve groeit aan doordat er, aan de top van de hoop, zand wordt aangevoerd via een lopende band. De aanvoer van de band verloopt aan een constant debiet van 3/5 ton per kwartier. Stel dat om 8 uur s morgens een zandhoop van 2 ton zand wordt aangevuld volgens dit proces, dan kunnen we berekenen om hoe laat de zandhoop 10 ton zand zal bevatten. Om deze gegevens wiskundig te vertalen maken we volgende afspraken. We meten

6 5-2 de tijd t in eenheden van één kwartier en onderstellen dat t = 0 overeenkomt met 8 uur s morgens. De hoeveelheid zand op de hoop op het ogenblik t geven we aan met f(t), deze hoeveelheid meten we in ton. Zo komen we tot volgend schema: t n f(t) n We stellen vast dat voor elk natuurlijk getal n geldt f(n) = 3 5 n + 2. Omdat de tijd niet in sprongen van een kwartier verloopt, maar alle tussenwaarden aanneemt, kunnen we vermoeden dat ook voor elke reëel getal t zal gelden f(t) = 3 5 t + 2. Opdrachten Beschrijf de grafiek van de functie met dit voorschrift en geef de betekenis van de grootheden 2 en 3 5 in de grafiek aan. 2. Kan je de uitdrukking lineaire groei verklaren. 3. Bereken hoe laat de zandhoop 10 ton zal bevatten.

7 5-3 Samenvattend Bij lineaire groei ontstaat de volgende waarde uit de vorige door optelling met een getal (dit getal kan negatief zijn bij afname). Dit getal is constant als de tijdsintervallen even groot zijn. Alle punten van de grafiek liggen op een rechte. Het functievoorschrift is van de vorm R f(t) = at + b b +1 +a 1 R b : beginwaarde a : helling van de grafiek, groeisnelheid = de toename per tijdseenheid Bij gelijke tijdsintervallen zijn ook de toenamen gelijk. t f(t) gelijke tijdsintervallen +u +u +au +au gelijke toenamen

8 Exponentiële groei Voorbeeld 2 Een grote populatie bacterieën ontwikkelen zich in een kweekschaal. Stel dat het aantal bacteriën in het schaaltje elke 25 minuten verdubbelt en stel dat er in de beginsituatie 4 duizend bacteriën aanwezig zijn. Hoe verloopt de groei van deze populatie bacteriën? Om deze gegevens wiskundig te vertalen maken we volgende afspraken. We meten de tijd t in eenheden van 25 minuten en onderstellen dat t = 0 bij het begin van onze observaties. De hoeveelheid bacteriën op het ogenblik t geven we aan met f(t), we meten ze in duizendtallen. Zo komen we tot volgend schema: t f(t) n n 2 2 We stellen vast dat voor elk natuurlijk getal n geldt f(n) = 4 2 n. Hierin is 4 = f(0) de beginwaarde en 2 n is het voorschrift van een functie waar de veranderlijke n in de exponent staat, we spreken van een exponentiële functie. Het groeiproces heet exponentiële groei. Omdat niet alle bacteriën gelijktijdig splitsen, is het aan te nemen dat de groei niet enkel gebeurt op de tijdstippen 0, 1, 2, 3 maar dat we ook tussen die tijdsintervallen andere aantallen zullen opmeten. We kunnen bijvoorbeeld op zoek gaan naar het aantal bacteriën na 5 minuten (1/5 van de splitsingstijd) of na 50 minuten (het dubbele van de splitsingstijd). Met welke factor groeit de populatie na die tijdseenheden?

9 5-5 Opdrachten Vul volgende schema s aan: t f(t) De groeifactor per 1/5 van een tijdseenheid is: 3. Vul volgende schema s aan: t f(t) De groeifactor per 2 tijdseenheden is: 5. Zoek de groeifactor na 1 uur d.i. 12/5 tijdseenheden, maak een schema. Besluitend kunnen we zeggen dat voor elk rationaal getal q de groeifunctie wordt gegeven door f(q) = 4 2 q. Men kan ook aantonen dat ook reële machten kunnen gedefinieerd worden (zie verder) zodat exponentiële groei beschreven wordt met een reëel functievoorschrift Opdrachten 1.3 Maak de grafiek van deze functie. f(t) = 4 2 t t R.

10 5-6 Voorbeeld 3 Elk schooljaar daalt de prijswaarde van een handboek wiskunde. Concreet verkoopt een leerling zijn handboek aan een leerling van een lager jaar voor een prijs die 2/3 bedraagt van de prijs die hijzelf een jaar voordien voor het boek heeft betaald. Met andere woorden, de prijs daalt per jaar met 1/3. Stel dat het handboek wiskunde nieuw aangekocht werd voor 16 euro in de boekhandel. Opdrachten Bepaal de groeifactor per jaar en stel de formule op die de prijs van het handboek weergeeft in functie van de tijd. 2. Aan welke prijs wordt het handboek verkocht na 5 jaar. 3. Maak een grafiek van deze functie voor de 5 eerst jaren. Opdrachten Maak de grafiek van een groeifunctie waarbij de groeifactor 1 zou zijn. Zo n groei wordt niet exponentieel genoemd, begrijp je waarom?

11 5-7 Bij exponentiële groei ontstaat de volgende waarde uit de vorige door vermenigvuldiging met een getal. Dit getal is constant als de tijdsintervallen even groot zijn. Dit getal heet een groeifactor. Het functievoorschrift voor exponentiële groei is van de vorm f(t) = b g t met b : beginwaarde (op t = 0), g : groeifactor over een tijdseenheid, g > 0 en g 1. g n : groeifactor over een n tijdseenheden, n N. g 1/n : groeifactor over een n-de van een tijdseenheden, n N 0. Als g > 1 dan hebben we een stijgende groeifunctie. Als g < 1 dan hebben we een dalende groeifunctie, we spreken ook van verval. t f(t) gelijke tijdsintervallen +u +u g u gelijke groeifactoren g u 1.4 Groei met procentuele toename of afname Voorbeeld 4 Stel dat in een vijver het aantal vissen elk jaar met 30% toeneemt. Vertoont dit proces nu een linaire groei of een exponentiële groei? Vermits er een vaste toename is per tijdsinterval, zouden we kunnen denken dat dit proces dan beschreven kan worden met een lineaire groei. Maar klopt dit? Neen, de vaste toename is een procentuele toename, dit betekent dat als we de tijd t in jaren uitdrukken en f(t) de hoeveelheid vissen op het ogenblik t voorstelt, we

12 5-8 voor elk tijdstip t hebben dat: f(t + 1) = f(t) + (30 % van f(t)) = f(t) f(t) = ( )f(t). We vinden dat dit proces een exponentieel proces is en dat de groeifactor per jaar ( ) bedraagt. Algemeen geldt: Als de groei aangegeven wordt door middel van een procentuele toename, dus als er een toename( is van p % in een tijdseenheid, dan is de groei exponentieel met groeifactor a = 1 + p ) voor die tijdseenheid. Hieruit volgt dat : 100 toename p > 0 a > 1 (stijgende groei) afname p < 0 a < 1 (dalende groei). Opdrachten 1.6 Stel dat a de groeifactor is per tijdseenheid. 1. Stel dat daar een procentuele groei van p % per tijdseenheid mee overeenkomt. Geef dan de formule die p uitdrukt in functie van a. 2. Stel dat daar een procentuele groei van q % per n tijdseenheden (n N) mee overeenkomt. Geef dan de formule die q uitdrukt in functie van a. 2 Oefeningen op exponentiële groeifuncties Opmerking: Deze reeks oefeningen maakt geen gebruik van logaritmen, dit gebeurt wel in deel 7 Oefening 2.1 Stel dat je in januari een kapitaal van euro op een spaarrekening met samengestelde intrest zet, de rente bedraagt van 0, 12% per maand. Dit betekent dat elke maand de intrest wordt toegevoegd aan het kapitaal. Zo vergroot het kapitaal maandelijks. 1. Hoeveel geld staat er in juni op je rekening? 2. Hoeveel bedraagt de rentevoet per jaar? 3. Hoeveel staat er op je spaarrekening na 10 jaar?

13 5-9 Oefening 2.2 Men maakt een studie over de bevolking van de stad Oostende. Het stadsbestuur neemt aan dat de bevolking exponentieel groeit. De tellingen zijn begonnen in 1995, maar deze resultaten zijn verloren gegaan. In 1997 waren er ongeveer inwoners; in 2001 is dit gegroeid tot Hoeveel mensen waren er, op basis van de gegevens, vermoedelijk in 1995? Oefening 2.3 Enkele jaren geleden werd, n.a.v. een economische missie, geleid door onze kroonprins Filip in China, in het VRT-journaal beweerd dat de economie van China jaarlijks met 14 % groeit, en dat dit betekent dat de Chinese economie dus binnen 7 jaar verdubbeld zal zijn. 1. Welke simple berekening werd wellicht gemaakt om van de 14 % jaarlijkse groei tot een verdubbeling na 7 jaar te komen? Hoe ziet de groeifunctie er in werkelijkheid uit? Wat zal de procentuele groei werkelijk zijn 7 jaar na het bezoek van onze kroonprins? Dit in de veronderstelling dat de groei aan hetzelfde tempo blijft toenemen, 2. Bereken de groeifactor na 4, 5, 6 en 7 jaar. Tussen welke van deze waarden treedt de verdubbeling werkelijk op. Oefening 2.4 Veronderstel dat de concentraties in het bloed van stof A en van stof B omgekeerd evenredig zijn en positief. Als de concentratie van stof A met p % toeneemt, dan zal de concentratie van stof B afnemen met 100p 1. p % 2. p 1 + p % Toelatingsexamen arts-tandarts p % p p % 3 Machten met reële exponenten: rekenregels In het functievoorschrift van expontentiële groei f(x) = b a x kan x zowel rationale als irrationale waarden aannemen. Ter herinnering: als a > 0 a n = a a a a (n keer) met n een natuurlijk getal. a n = 1 met n een natuurlijk getal. a n a n/m = m a n met n en m 0 natuurlijke getallen.

14 5-10 Maar wat betekent bijvoorbeeld 5 2? We nemen opeenvolgende decimale benaderingen x n van 2 = 1, en berekenen met een rekenmachine telkens 5 xn x n 5 xn 1, 4 9, , 41 9, , 414 9, , , , , Omdat de getallen x n steeds betere benaderingen zijn van 2, en de getallen 5 xn steeds dichter bij elkaar komen kunnen we vermoeden dat het steeds betere benaderingen zijn voor een reëel getal dat we 5 2 noemen. Bovenstaande kan veralgemeend worden zodat we aannemen dat voor a > 0 en x een willekeurig reëel getal, het getal a x bestaat en een reëel getal is, verder kan aangetoond worden dat machten met reële exponenten aan dezelfde rekenregels voldoen als deze met rationale exponenten. Stel a,b strikt positieve reële getallen met a,b 1 en r,s willekeurige reële getallen. Dan geldt: a 0 = 1 a r = 1 a r a r a s = a r+s a r a s = ar s (ab) s = a s b s ( a b) s = a s b s (a r ) s = a rs

15 Exponentiële functie Definitie 4.1 Zij a een strikt positief reëel getal en a 1, dan definiëren we de exponentiële functie exp a met grondtal a door het functievoorschrift: exp a (x) = a x met x R. We onderscheiden twee grote klassen van grafieken naargelang het grondtal a > 1 of 0 < a < 1. y 0 < a < 1 a > 1 y=a x 1 0 x Figuur 1: Exponentiële functie met grondtal a > 1, en 0 < a < 1. Eigenschappen 4.2 Geval 1: a > 1 exp a x is gedefinieerd als x R voor elke x R : a x > 0 lim x + ax = + lim x ax = 0 exp a is strikt stijgend, de functie is orde bewarend. x < z a x < a z a x = a z x = z Geval 2: 0 < a < 1 exp a x is gedefinieerd als x R voor elke x R : a x > 0 lim x + ax = 0 lim x ax = + exp a is strikt dalend, de functie is orde-omkerend x > z a x < a z a x = a z x = z

16 5-12 Kiezen we voor het grondtal de specifieke waarde e = 2, , dan verkrijgen we de functie e x met als voorschrift: f(x) = e x = exp x. In de notatie wordt het grondtal e niet vermeld. Deze functie wordt in vele tekstboeken als DE exponentiële functie gedefinieerd. We vermelden, zonder in detail te gaan, dat de afgeleide van een exponentiële functie exp a evenredig is met deze functie zelf en dat de afgeleide van de exponentiële functie exp de exponentiële functie exp zelf is. Opdrachten 4.3 Bedenk hoe de grafieken van volgende functies eruit zien en trek de gepaste conclusies voor hun limieten. Zij k > 0, dan is lim x + ekx = lim x ekx = lim x + e kx = lim x e kx = Opmerking 4.4 We zullen later aantonen dat elke exponentiële functie met grondtal a kan geschreven worden met behulp van de exponentiële functie in die zin dat er steeds een gepaste k > 0 bestaat zodat a x = e ±kx, maar daartoe hebben we logaritmische functies nodig. Dit verklaart dat we exponentiële functies met willekeurig grondtal kunnen herleiden tot een exponentiële functie met grondtal e. Daarenboven is heeft de functie met voorschrift f(x) = e x de eigenschap dat ze gelijk is aan haar afgeleide. Wat wiskundig gezien een niet te versmaden eigenschap is. 5 Logaritmische functie 5.1 Inleidende voorbeelden Als we terugkijken naar voorbeeld 2 over de bacteriegroei waar het aantal bacteriën in het schaaltje elke 25 minuten verdubbelt en er in de beginsituatie 4 duizend bacteriën

17 5-13 aanwezig zijn. We kunnen een bijkomende vraag stellen: na hoeveel uur zullen er honderdduizend bacteriën in het schaaltje aanwezig zijn? We hebben gezien dat een beginhoeveelheid van 4 duizend bacteriën (we meten het aantal bacteriën in duizendtallen) met een groeifactor 2 na x periodes van 25 minuten aangegroeid zal zijn tot een hoeveelheid van 4 2 x duizend bacteriën. Dus na x aantal periodes van 25 minuten zijn er f(x) = 4 2 x duizend bacteriën. Voor deze opgave is de eindhoeveelheid bacteriën gekend, nl. 100 duizend. We moeten nu het aantal periodes van 25 minuten zoeken nodig om deze 100 duizend bacteriën te ontwikkelen. Dus we kennen f(x) = 4 2 x en we moeten x = aantal periodes van 25 minuten, zoeken. Zo bekomen we een vergelijking met één onbekende: 100 = 4 2 x = 2x Om deze vergelijking op te lossen, moeten we in plaats van 2 tot een zekere macht te verheffen, de omgekeerde bewerking uitvoeren: Tot welke macht moeten we 2 verheffen om 100 = 25 te bekomen? 4 Dit getal noemen we de logaritme van 25 met grondtal 2 en noteren dit als: We stellen vast dat log log 2 25 = x 2 x = 25 Later, bij de rekenregels van logaritme, zullen we leren hoe log 2 25 met een rekenmachine kan berekend worden. Een eenvoudiger voorbeeld krijg je als je zoekt naar log 2 32 =? Stel dat log 2 32 = x dan moet 2 x = 32 = 2 5 zodat we uit eigenschap 4.2 kunnen besluiten dat x = 5 of nog log 2 32 = Definitie en eigenschappen Omdat a x > 0 voor elke x R is het duidelijk dat men enkel logaritmes kan berekenen van strikt positieve getallen. We komen tot volgende definitie

18 5-14 Definitie 5.1 (logaritme) Zij a > 0 en a 1 en x > 0 dan definieert men log a x = y x = a y. De logaritme met grondtal a van x is de exponent (macht) waartoe men a moet verheffen om x als uitkomst te krijgen. Opmerking: De notatie log a (x) heeft dezelfde betekenis als a log(x). Deze laatste notatie wordt vaak in het secundair onderwijs gebruikt. Internationaal wordt de eerste notatie gebruikt. De functie log a is de inverse functie 1 van exp a, d.w.z. het zijn functies die elkaars werking opheffen. De logaritmische functie voldoet bijgevolg aan volgende eigenschappen voor inverse functies. Eigenschappen 5.2 Als de functies f en f 1 inverse functies zijn dan geldt 1. f(x) = y x = f 1 (y) 2. f 1 (f(x)) = x 3. f (f 1 (y)) = y Eigenschap 1. is de definitie van de logaritme: log a x = y x = exp a y = a y Opdrachten 5.3 Eigenschap 2. en 3. vind je als je volgende vragen beantwoordt: 1. log a (exp a (x)) = log a a x =? in woorden: tot welke exponent moet je a verheffen om a x te bekomen? 2. exp a (log a (y)) = a log a y =? in woorden: als je a verheft tot die exponent waartoe je a moet verheffen om y te bekomen, dan bekom je. We komen tot volgende handige identiteiten. 1 zie module Grafieken van functies en krommen

19 5-15 Eigenschappen 5.4 Zij x,y reële getallen en y > 0 dan geldt 1. log a a x = x 2. a log a y = y Dat de logaritmische functies de inverse functie is van de exponentiële heeft als leuk gevolg dat hun grafieken elkaars spiegelbeeld zijn t.o.v. de rechte y = x. Net als bij de exponentiële functie bekomen we twee soorten grafieken naargelang a > 1 of 0 < a < x Figuur 2: f(x) = log a x, donkere lijn: a > 1, lichte lijn: 0 < a < 1.

20 5-16 Eigenschappen 5.5 Geval 1: a > 1 log a x is gedefinieerd als x > 0 voor elke x < 1 : log a x < 0 voor elke x > 1 : log a x > 0 lim x + log a x = + lim x 0 log a x = log a is strikt stijgend, de functie is orde bewarend. x < z log a x < log a z log a x = log a z x = z Geval 2: 0 < a < 1 log a x is gedefinieerd als x > 0 voor elke x < 1 : log a x > 0 voor elke x > 1 : log a x < 0 lim x + log a x = lim x 0 log a x = + exp a is strikt dalend, de functie is orde-omkerend x < z log a x > log a z log a x = log a z x = z 5.3 Bijzondere logaritmen log 10 = log en log e = ln Met het tiendelig talstelsel zijn de machten van 10 vrij bijzonder, de logaritme met grondtal 10 kreeg dan ook een aparte naam de tiendelige of Briggse logaritme. We noteren log 10 x als log x, de functiewaarden kan je uitrekenen met je rekenmachine via de toets log. De logaritme van een getal x geeft de grootte-orde van x aan. Als we 10 als grondtal kiezen is dit duidelijk : log 1 = 0 log 10 = 1 log 100 = 2 log 1000 = 3 log 0, 1 = 1 log 0, 01 = 2 log 0, 001 = 3 De inverse van de exponentiële functie exp krijgt ook een bijzondere naam en notatie. Indien het grondtal het getal e is spreken we van de natuurlijke of Neperiaanse logaritme, we noteren log e x als ln x. De Neperiaanse logaritmen kunnen eveneens met de rekenmachine berekend worden via de toets ln.

21 Rekenregels Alle rekenregels voor exponenten leiden tot hun equivalent voor logaritmen. We plaatsen ze hier naast elkaar. Het is eenvoudig na te gaan dat elke bewering in de linkerkolom een bewijs is van de regel in de rechterkolom. Zij a,x,y strikt positieve reële getallen met a 1 en r,s reële getallen dan geldt a 0 = 1 a 1 = a a r = 1 a r a r a s = a r+s a r a s = ar s (a s ) r = a sr log a 1 = 0 log a a = 1 log a 1 x = log a x log a (xy) = log a x + log a y log a x y = log a x log a y log a x r = r log a x We kunnen nu de bewering van Opmerking 4.4 aantonen: Gebruiken we de eerste identiteit uit Eigenschap 5.4 voor de exponentiële functie x = e ln x. Vervangen we hierin x door a x en passen we de laatste rekenregel van de logaritme toe dan bekomen we a x = e ln ax = e xln a Hierin is ln a een positief of negatief getal naargelang a > 1 of a < 1. Alle groeifunctie kunnen dus met de exponentële functie worden beschreven omdat : als a > 1 dan is a x = e kx met k = ln a > 0 als 0 < a < 1 dan is a x = e kx met k = ln a = ln(1/a) > 0 Net als we bij exponentiële functies kunnen overgaan naar andere grondtallen geldt dit dan ook voor logaritmische functies.

22 Overgang naar andere grondtallen Eigenschappen 5.6 V oor alle grondtallen a,b en voor alle x > 0 : log a x = log b x log b a V oor alle grondtallen a,b : log a b = 1 log b a V oor alle grondtallen a en voor alle x > 0 : log a x = log x log a V oor alle grondtallen a en voor alle x > 0 : log a x = ln x ln a De laatste twee eigenschappen geven aan hoe je met een rekenmachine een logaritme met willekeurig grondtal a kan berekenen via de log - of de ln -toets. 5.6 Voorbeeldoefeningen 1. Bereken met je rekenmachine. (a) log 2 10 = log 10 log 2 = 1 log 2 3, 32 (b) log 4 3 = log 3 log 4 0, Reken uit zonder rekenmachine. (a) log 2 8 = log = 3 (b) log 4 16 = log = 2 (c) log 0, 001 = log 10 3 = 3 (d) log = log 9 1 log 9 81 = 0 log = 2 (e) log = log 2 4 = log = = (f) log = log log 2 2 = log log = = 7 2

23 5-19 ( ) (g) log 5 3 = 2 log ( = 2 log 5 25 log ) ( ) = 2 log log ( = ) 3 = = Schrijf in functie van log a en log b. a ( a ) 1/2 log b = log 1 = b 2 log a b = 1 2 log a 1 2 log b 4. Los op naar x. (a) log 3 (x 5) + log 1/3 12 = log 3 x Deze vergelijking is enkel geldig als x > 0 en x > 5. Dus de bestaansvoorwaarde is x > 5. Proberen we eerst log 1/3 12 ook te schrijven als een logaritme met grondtal 3. Dit wordt log 1/3 12 = log 3 12 log 3 (1/3) = log 3 12 log = log Zo verkrijgen we log 3 (x 5) log 3 12 = log 3 x x 5 log 3 = log 12 3 x x 5 log 3 12 log 3 x = 0 log 3 x 5 12x = 0 x 5 12x = 1 x 5 = 12x 11x = 5 x = 5 11 Nu moet x > 5, dus moeten we deze negatieve oplossing verwerpen. De oplossingenverzameling is dus leeg.

24 5-20 (b) 2 3x 5 = 5 x Nemen we van beide leden de ln: (3x 5) ln 2 = x ln 5 x(3 ln 2 ln 5) = 5 ln 2 5 ln 2 x = 3 ln 2 ln 5 = 5 ln 2 ln 23 5 = 5 ln 2 ln 8/5 = 7, 37 6 Oefeningen op rekenregels Oefening 6.1 Bereken zonder rekenmachine. 1. log log log log 6 (36 6) 5. log 0, log 4 (log ) Oefening 6.2 Bereken met rekenmachine. 1. log log 0,3 4 Oefening 6.3 Schrijf in functie van log a, log b en log c. 1. log a b 4

25 5-21 ( ) a 2. log c 3 b 3. log a4 bc bc 2 Oefening 6.4 Schrijf elke uitdrukking in functie van log x, log(x 5) en log(x + 1). x(x + 1) 1. log x 5 2. log ( (x + 1) 2 x 5 ) x 5 3. log x 3 (x + 1) 4. log 1 (x + 1) 2 Oefening 6.5 Schrijf elke uitdrukking als één enkele logaritme. 1. log(x + 1) log x log(x 3) log x 3. 5 log(x 1) 1 log(x + 3) 2 Oefening 6.6 Schrijf onderstaande uitdrukking in functie van log(k 1), log k en log(k + 1). log (1 1k ) 2 Oefening 6.7 Stel dat y impliciet gegeven is als functie van t door volgende formule, Hierin is k een strikt positieve parameter. Toon aan dat y = 5 2e 3kt 1 e. 3kt Bereken lim y t + kt = 1 [ln(y 2) ln(y 5)]. 3

26 5-22 Oefening 6.8 Toon aan dat: 1. log a b log c d = log b d + log a c 2. log 1 a + log 1 b = log b a opmerking: de rekenregels gebruiken zoals in deze oefening, moet je ook vlot kunnen wanneer hier grootheden uit de chemie of fysica staan in plaats van a, b, c en d. Oefening 6.9 Een oefening uit de cursus chemie van 1 ste bachelor. Je hoeft de betekenis van de gebruikte symbolen niet te kennen om de oefening te kunnen oplossen. 1. Gegeven G 0 = n.f. E 0 en G 0 = R.T. ln(k ev ). n.f. E 0 Toon aan dat K ev = 102, 303.R.T. 2. Gegeven 0, 89 = 1, 5 0, Toon aan dat K a = 4, log K a Oefening 6.10 Een oefening uit de cursus chemie van 1 ste bachelor. Je hoeft de betekenis van de gebruikte symbolen niet te kennen om de oefening te kunnen oplossen. 1. Schets de grafiek van de functie lnc(t) met C(t) = C 0 e kt. 2. Schets de grafiek van lnk in functie van 1 T met k = Ae E RT. Oefening 6.11 Los op naar x. 1. log x + log(x + 1) = log log 3 (x 3) = 2 log log 81(3x 13) 2 ( ) log log x log log 1 2 = log x (deze opgave is iets moeilijker)

27 5-23 Oefening 6.12 De vergelijking 4 x 5 2 x = 24 werd opgelost naar x. Toch klopt de oplossing voor x niet als we deze terug invullen in de vergelijking. Zoek de fout in de berekening. 2 2x 5 2 x = 24 log 2 2 2x log 2 (5 2 x ) = log x log 2 5 log 2 2 x = log x log 2 5 x = log 2 24 x = log log 2 5 x = log 2 (24 5) x = log Oefening 6.13 Los volgende vergelijkingen op naar x. Geef de exacte waarde (eventueel een formule, je hoeft dus geen rekenmachine te gebruiken) x x 2 = x x 2 +3 = 0 (de oplossingmethode is niet analoog aan het voorbeeld) Oefening 6.14 Welke x R voldoen aan volgende ongelijkheid. 1. ln(x + 5) > 7 2. log(x 2 3) > 2 3. log 0,5 (x 1) < 1 7 Oefeningen op exponentiële groeifuncties, tweede deel Oefening 7.1 Het CO 2 dat in de atmosfeer voorkomt, bevat het stabiele 12 C en de radioactieve isotoop 14 C die een halveringstijd van 5730 jaar heeft. Wetenschappers nemen aan dat de verhouding van de hoeveelheden 14 C en 12 C in de CO 2 van de atmosfeer nagenoeg constant is. Noem die verhouding R 0. Levende planten absorberen CO 2 uit de lucht en daarom is de verhouding tussen 14 C en 12 C in een levende plant hetzelfde als in de lucht, nl. R 0. Wanneer een plant afsterft, stopt de absorptie van CO 2. Het stabiele 12 C blijft in de plant, terwijl het radioactieve 14 C exponentieel vervalt.

28 Vind het functievoorschrift voor de grootheid R(t) die de verhouding is van de hoeveelheid 14 C t.o.v. 12 C in de plantenresten t jaar na het afsterven van de plant. 2. Een archeoloog vindt een fossiel waarvan de verhouding van de hoeveelheid 14 C t.o.v. 12 C 1/5 is van die in de atmosfeer. Hoe oud is dat fossiel? Oefening 7.2 In 1896 ontdekte Henri Becquerel toevallig dat Uranium spontaan straling uitzendt. Dit fenomeen werd radio-aktiviteit genoemd. De meest belangrijke daaropvolgende onderzoeken gebeurden door Marie en Pierre Curie 2. Zij ontdekten de elementen polonium en radium. Onderzoek heeft uitgewezen dat radio-aktiviteit het resultaat is van het verval van onstabiele kernen. Stel N het aantal aanwezige radio-aktieve kernen op een bepaald moment. Men kan dan aantonen dat het verval van een radio-aktieve stof gebeurt volgens het model: N(t) = N 0 e λt (1) met λ R + en N 0 het aantal kernen op tijdstip t = 0. Zo zien we dat het aantal radio-aktieve kernen exponentieel afneemt in de tijd. De grafiek van deze exponentieel dalende functie wordt weergegeven in fig. 3. Een veel gebruikte parameter is de N N 0 N 0 /2 N=N 0 e - t T 1/2 t Figuur 3: Grafiek van het exponentieel verval van radio-aktiviteit. halfwaardetijd T 1/2 (of halveringstijd). Deze is gedefinieerd als de tijd nodig voor het verval van de helft van een gegeven hoeveelheid radio-aktieve kernen (zie figuur 3). Bereken deze halfwaardetijd. Toon aan dat T 1/2 onafhankelijk is van de beginwaarde N 0 en constant is tijdens het hele proces. 2 De Poolse Marie Curie ( ) won in 1903 samen met haar man Pierre Curie en Henri Becquerel de Nobelprijs in de fysica voor hun studie over radio-aktieve elementen. Ze stierf aan leukemie door een jarenlange blootstelling aan radio-aktieve straling.

29 5-25 Oefening 7.3 Jodium 131 heeft een halveringstijd van 8 dagen d.w.z. dat de hoeveelheid radioactieve massa jodium 131 na 8 dagen slechts de helft van de oorspronkelijke hoeveelheid bedraagt. 1. Bepaal de groeifactor per dag en geef het voorschrift dat deze groeifunctie beschrijft. De beginwaarde van de radioactieve massa noteren we met b Wanneer is de hoeveelheid jodium 131 gedaald tot 1/20 van de oorspronkelijke hoeveelheid? Oefening 7.4 Een geluid, geproduceerd met een intensiteit van I watt/m 2, levert volgend geluidsniveau db-niveau = 10 log 10 (10 12 I) db. 1. Toon aan dat als je de intensiteit van je stereo verdubbelt, het geluidsniveau slechts met ongeveer 3 db verhoogt. 2. Met welke factor moet je de intensiteit vermenigvuldigen opdat het geluidsniveau met 10 db vermeerdert. Oefening 7.5 Je maakt een avontuurlijke reis door Afrika, in een zone met hoog risico voor malariabesmetting en slikt daarom regelmatig pilletjes met antistoffen. Op een dag word je echter bestolen; niet alleen ben je al je geld kwijt, maar bovendien ook je hele voorraad pilletjes. Toevallig had je nog één dosis (500 mg) antistoffen in je broekzak zitten. Je hebt op dat ogenblik, als gevolg van wekenlange inname, 1000 mg antistoffen in je bloed. Laten we veronderstellen dat je pas gevaar loopt besmet te raken wanneer de hoeveelheid antistoffen in het bloed kleiner wordt dan 750 mg. Voorlopig is er dus niets aan de hand. Je lichaam verwijdert deze vreemde stoffen echter geleidelijk met een halveringstijd van 3 weken dus vroeg of laat onstaat er een reële kans op besmetting. Beschouw de volgende twee mogelijkheden: 1. Je neemt onmiddellijk die laatste dosis in. De totale hoeveelheid antistoffen komt daarmee op... mg, waarmee je dus nog gedurende... dagen boven de kritische drempel van 750 mg kan blijven. 2. Je stelt de inname van die laatste dosis nog even uit: je wacht namelijk tot je de kritische waarde een eerste maal bereikt, dit is na ongeveer... dagen, en slikt pas dan je laatste pilletje. Zo kan je opnieuw een tijdje verder, nl. nog... dagen, vooraleer je antistof-peil onherroepelijk onder de 750 mg duikt. Wat is het verstandigst, onmiddellijke of uitgestelde inname?

30 5-26 Oefening 7.6 De atmosferische druk (uitgedrukt in mm kwik) daalt exponentieel snel met stijgende hoogte x (in meter). De druk op zeeniveau is 760 mm kwik en op een hoogte van 1000 m is de druk 672, 71 mm kwik. Vind de waarde van de druk op 3000 m hoogte. (werkwijze : Gebruik het exponentiële model f(x) = be ax, bepaal de parameters b en a met behulp van de beginvoorwaarden en bepaal zo het gevraagde.) Oefening 7.7 Een epidemie verspreidt zich zo dat t weken na het uitbreken ervan, het aantal besmette mensen gegeven wordt door een functie van de vorm f(t) = B 1 + Ce kt waarbij B het aantal mensen is dat vatbaar is voor de ziekte en C,k strikt positieve, nader te bepalen parameters. Bepaal de parameters C en k als je weet dat 1 5 van de vatbare personen besmet waren op het ogenblik t = 0 en dat B 2 personen besmet zijn na 4 weken. Wanneer zal 4 5 van de vatbare personen besmet zijn? Oefening 7.8 Een kapitaal van euro staat uit tegen een samengestelde intrest van 1, 5% per jaar. 1. Hoe lang (in jaren en maanden) duurt het tot het kapitaal is aangegroeid tot 1 miljoen euro? 2. Na hoeveel jaar is het ingezet kapitaal verdubbeld? 8 Oplossingen van Oefeningen , ((1.0012) 12 1) % 1, 45 % , inwoners in VRT journalist denkt dat de procentuele groei na 7 jaar 7 14 % = 98 % 100 % bedraagt. De groeifunctie is f(t) = f(0) (1, 14) t Na 7 jaar is de procentuele groei 150 %.

31 (1, 14) 4 1, 69 (1, 14) 5 1, 92 (1, 14) 6 2, 19 (1, 14) 7 2, 50 De verdubbeling gebeurt tussen het 5-de en het 6-de jaar p p % , , log a 4 log b 2. 3 log c log a 1 2 log b 3. 4 log a log b log x + log(x + 1) log(x 5) 2. 2 log(x + 1) + 1 log(x 5) log(x 5) 3 log x 1 log(x + 1) log(x + 1) log (x + 1)(x 3)1 2 x 2 2. log 103 x (x 1)5 3. log (x + 3) 1 2

32 log(k 1) + log(k + 1) 2 log k 6.7 lim t + y = Dit zijn beide rechten. Duid het snijpunt met de verticale as aan en de richtingscoëfficiënt x = 1 2. x = 5 en x = 7 3. x = 1 8 en x = x = 3 2. x = 3 en x = x > e x < 103 of x > x > 1, R(t) = R 0 ( 1 t (ln 2)t 2 ) 5730 = R 0 e , 6jaar 7.2 T 1/2 = ln 1 2 λ = ln 2 λ. In de formule komen N 0 en t niet meer voor f(t) = b 0 2 t 8 = b 0 e ln 2 8 t waarbij t gemeten wordt in dagen. 2. Na 34, 5 dagen log(2i10 12 ) db = 10 log 2 db+10 log(i10 12 ) db = 3 db+10 log(i10 12 ) db 2. I moet met een factor 10 vermenigvuldigd worden.

33 Directe inname beschermt 21 dagen. 2. Uitgestelde inname beschermt 24,2 dagen b = 760, a = 1, , 06 mm kwik C = 4 en k = ln van de vatbare personen is besmet na 8 weken jaar en 11 maanden jaar en 6 maanden.

34

12.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: l:y = ax + b gaat door de punten A(5, 3) en B(8, 12). Stel de functie van l op.

12.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: l:y = ax + b gaat door de punten A(5, 3) en B(8, 12). Stel de functie van l op. 12.0 Voorkennis Voorbeeld 1: l:y = ax + b gaat door de punten A(5, 3) en B(8, 12). Stel de functie van l op. Stap 1: Bepaal de richtingscoëfficiënt van l:y = ax + b : y yb ya 123 9 a 3 x x x 8 5 3 Hieruit

Nadere informatie

exponentiële en logaritmische functies

exponentiële en logaritmische functies CAMPUS BRUSSEL Opfriscursus Wiskunde exponentiële en logaritmische functies Exponentiële en logaritmische functies Machten van getallen 000 euro wordt belegd aan een samengestelde interest van % per jaar

Nadere informatie

Machten, exponenten en logaritmen

Machten, exponenten en logaritmen Machten, eponenten en logaritmen Machten, eponenten en logaritmen Macht, eponent en grondtal Eponenten en logaritmen hebben alles met machtsverheffen te maken. Een macht als 4 is niets anders dan de herhaalde

Nadere informatie

exponentiële standaardfunctie

exponentiële standaardfunctie 9.0 Voorkennis In de grafiek is de eponentiële standaardfunctie f() = getekend; D f = R, B f = (0, ) met de -as als asymptoot (Dit volgt uit: lim 0 ); Elke functie g met g > heeft deze vorm; Voor g > is

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: Logaritmen en getal e 1/3/2017. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: Logaritmen en getal e 1/3/2017. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Wiskunde: Logaritmen en getal e 1/3/2017 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne, Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) 1. Inleiding

Nadere informatie

Paragraaf 12.1 : Exponentiële groei

Paragraaf 12.1 : Exponentiële groei Hoofdstuk 12 Exponenten en logaritmen (V5 Wis A) Pagina 1 van 12 Paragraaf 12.1 : Exponentiële groei Les 1 Exponentiële functies Definitie Exponentiële functies Algemene formule : N = b g t waarbij b =

Nadere informatie

1. Orthogonale Hyperbolen

1. Orthogonale Hyperbolen . Orthogonale Hyperbolen a + b In dit hoofdstuk wordt de grafiek van functies van de vorm y besproken. Functies c + d van deze vorm noemen we gebroken lineaire functies. De grafieken van dit soort functies

Nadere informatie

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008 Katholieke Universiteit Leuven September 008 Algebraïsch rekenen (versie 7 juni 008) Inleiding In deze module worden een aantal basisrekentechnieken herhaald. De nadruk ligt vooral op het symbolisch rekenen.

Nadere informatie

Logaritmische functie

Logaritmische functie Logaritmische functie WISNET-HBO update aug 2013 1 Inleiding De bedoeling van deze les is het repeteren met pen en papier van logaritmen. Voorkennis van de rekenregels van machten is voor deze les beslist

Nadere informatie

(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a

(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a Samenvatting wiskunde h4 hoofdstuk 3 en 6, h5 hoofdstuk 4 en 6 Hoofdstuk 3 Voorkennis Bij het rekenen met machten gelden de volgende rekenregels: - Bij een vermenigvuldiging van twee machten met hetzelfde

Nadere informatie

Paragraaf 9.1 : Twee soorten groei

Paragraaf 9.1 : Twee soorten groei Hoofdstuk 9 Exponentiële Verbanden (H5 Wis A) Pagina 1 van 9 Paragraaf 9.1 : Twee soorten groei Les 1 Lineaire en exponentiele groei Definitie Lijn = LINEAIRE GROEI Algemene formule van een lijn : y =

Nadere informatie

exponentiële verbanden

exponentiële verbanden exponentiële verbanden . voorkennis Procenten en vermenigvuldigingsfactoren Procentuele toename met p%: g = + p 00 p = ( g ) 00 Procentuele afname met p%: g = p 00 p = ( g) 00 De constante factor In 859

Nadere informatie

Zomercursus Wiskunde. Module 1 Algebraïsch rekenen (versie 22 augustus 2011)

Zomercursus Wiskunde. Module 1 Algebraïsch rekenen (versie 22 augustus 2011) Katholieke Universiteit Leuven September 011 Module 1 Algebraïsch rekenen (versie augustus 011) Inhoudsopgave 1 Rekenen met haakjes 1.1 Uitwerken van haakjes en ontbinden in factoren............. 1. De

Nadere informatie

1.1.2. Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

1.1.2. Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling Examen Wiskunde: Hoofdstuk 1: Reële getallen: 1.1 Rationale getallen: 1.1.1 Soorten getallen. Een natuurlijk getal is het resultaat van een tellg van een edig aantal dgen. Een geheel getal is het verschil

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: Logaritmen en getal e. 23 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: Logaritmen en getal e. 23 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Wiskunde: Logaritmen en getal e 23 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Analyse. Samenvatting: logaritmen. Frank Derks Gerard Heijmeriks www.demathe.nl

Analyse. Samenvatting: logaritmen. Frank Derks Gerard Heijmeriks www.demathe.nl Analyse Samenvatting: logaritmen Frank Derks Gerard Heijmeriks www.demathe.nl 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave... 2 2. Exponentiële functies... 3 2.1. Inleiding... 3 2.2. Groeifactoren en groeipercentages...

Nadere informatie

Logaritmen. Het tijdstip t waarop S(t) = is op de t-as aangegeven. Dat tijdstip komt niet mooi uit. Dat tijdstip noemen 5,3

Logaritmen. Het tijdstip t waarop S(t) = is op de t-as aangegeven. Dat tijdstip komt niet mooi uit. Dat tijdstip noemen 5,3 5 Logaritmen 1 We bekijken de Shigella-bacterie uit opgave 1 van de vorige paragraaf. Hieronder staat een stukje van de grat fiek van de functie S(t) = 5,. Het tijdstip t waarop S(t) = 100.000 is op de

Nadere informatie

H9 Exponentiële verbanden

H9 Exponentiële verbanden H9 Exponentiële verbanden Havo 5 wiskunde A Getal & Ruimte deel 3 PTA 1 Oefenmateriaal examens 2 Voorkennis Rekenen met procenten Formule van procentuele verandering Vermenigvuldigingsfactor Procent op

Nadere informatie

Zomercursus Wiskunde. Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 2011)

Zomercursus Wiskunde. Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 2011) Katholieke Universiteit Leuven September 20 Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 20) Inhoudsopgave Rationale functies. Inleiding....................................2

Nadere informatie

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008 Katholieke Universiteit Leuven September 2008 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie juli 2008) Rationale functies. Inleiding Functies als f : 5 5, f 2 : 2 3 + 2 f 3 : 32 + 7 4 en f 4 :

Nadere informatie

Hoofdstuk 9 - exponentiele verbanden. [KC] exponentiële verbanden

Hoofdstuk 9 - exponentiele verbanden. [KC] exponentiële verbanden Hoofdstuk 9 - exponentiele verbanden [KC] exponentiële verbanden 0. voorkennis Procenten en vermenigvuldigingsfactoren Procentuele toename met p%: g = 1 + p 100 p = ( g 1) 100 Procentuele afname met p%:

Nadere informatie

8 Oefeningen bij dehoofdstukken 5, 6 en 7 van deel Logaritmen met andere grondtallen dan Overzicht en oefening bij logaritmen 10

8 Oefeningen bij dehoofdstukken 5, 6 en 7 van deel Logaritmen met andere grondtallen dan Overzicht en oefening bij logaritmen 10 deel 2 Inhoudsopgave 8 Oefeningen bij dehoofdstukken 5, 6 en 7 van deel 1 3 9 Logaritmen met andere grondtallen dan 10 6 10 Overzicht en oefening bij logaritmen 10 Dit is een vervolg op Verbanden, Exponenten

Nadere informatie

Antwoorden Wiskunde Hoofdstuk 4

Antwoorden Wiskunde Hoofdstuk 4 Antwoorden Wiskunde Hoofdstuk 4 Antwoorden door een scholier 1784 woorden 25 juni 2004 3,4 117 keer beoordeeld Vak Methode Wiskunde Moderne wiskunde Opgave I-1 Zorg er eerst voor dat je goed begrijpt dat

Nadere informatie

Per nieuwe hoofdvraag een nieuwe bladzijde gebruiken. De vragen hoeven niet in de juiste volgorde te worden opgelost.

Per nieuwe hoofdvraag een nieuwe bladzijde gebruiken. De vragen hoeven niet in de juiste volgorde te worden opgelost. SBC AMDG Ma 13/12/04 klas : 5WEWI8 5GRWI8 Van Hijfte D. toegelaten : grafisch rekentoestel Examen Wiskunde deel I (90p) Per nieuwe hoofdvraag een nieuwe bladzijde gebruiken. De vragen hoeven niet in de

Nadere informatie

Trillingen en geluid wiskundig

Trillingen en geluid wiskundig Trillingen en geluid wiskundig 1 De sinus van een hoek 2 Radialen 3 Uitwijking van een harmonische trilling 4 Macht en logaritme 5 Geluidsniveau en amplitude 1 De sinus van een hoek Sinus van een hoek

Nadere informatie

5.0 Voorkennis. Rekenen met machten: Let op het teken van de uitkomst; Zet de letters (indien nodig) op alfabetische volgorde.

5.0 Voorkennis. Rekenen met machten: Let op het teken van de uitkomst; Zet de letters (indien nodig) op alfabetische volgorde. 5.0 Voorkennis Rekenen met machten: Let op het teken van de uitkomst; Zet de letters (indien nodig) op alfabetische volgorde. Vermenigvuldigen is eponenten optellen: a 3 a 5 = a 8 Optellen alleen bij gelijknamige

Nadere informatie

Exponentiële vergelijkingen en groei

Exponentiële vergelijkingen en groei Exponentiële vergelijkingen en groei De gelijkheid 10 2 = 100 bevat drie getallen: 10, 2 en 100. Als we van die drie getallen er één niet weten moeten we hem kunnen berekenen. We kunnen dus drie gevallen

Nadere informatie

Wiskunde 20 maart 2014 versie 1-1 -

Wiskunde 20 maart 2014 versie 1-1 - Wiskunde 0 maart 04 versie - -. a 3 a =. a.. 6.,AppB./ a 4 3. a 3. Rekenregels voor machten: als je twee machten op elkaar deelt, trek je de exponenten van elkaar af. De exponent van a wordt dan =. 3 6

Nadere informatie

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude Trillingen en geluid wiskundig 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude 1 De sinus van een hoek Eenheidscirkel In de figuur hiernaast

Nadere informatie

Transformaties van grafieken HAVO wiskunde B deel 1

Transformaties van grafieken HAVO wiskunde B deel 1 Transformaties van grafieken HAVO wiskunde B deel Willem van Ravenstein 500765005 Haags Montessori Lyceum (c) 06 Inleiding In de leerroute transformaties van grafieken gaat het om de karakteristieke eigenschappen

Nadere informatie

Wiskunde voor bachelor en master Deel 1 Basiskennis en basisvaardigheden. c 2015, Syntax Media, Utrecht Uitwerkingen hoofdstuk 11

Wiskunde voor bachelor en master Deel 1 Basiskennis en basisvaardigheden. c 2015, Syntax Media, Utrecht  Uitwerkingen hoofdstuk 11 Wiskunde voor bachelor en master Deel Basiskennis en basisvaardigheden c 05, Syntax Media, Utrecht www.syntaxmedia.nl Uitwerkingen hoofdstuk.. a. In de onderstaande figuur zijn de grafieken van y = ( )x,

Nadere informatie

7,7. Samenvatting door Manon 1834 woorden 3 mei keer beoordeeld. Wiskunde C theorie CE.

7,7. Samenvatting door Manon 1834 woorden 3 mei keer beoordeeld. Wiskunde C theorie CE. Samenvatting door Manon 1834 woorden 3 mei 2016 7,7 13 keer beoordeeld Vak Wiskunde Wiskunde C theorie CE. Permutaties: -Het aantal permutaties van drie dingen die je kiest uit acht dingen is: 8*7*6= 336.

Nadere informatie

META-kaart vwo5 wiskunde A - domein Afgeleide functies

META-kaart vwo5 wiskunde A - domein Afgeleide functies META-kaart vwo5 wiskunde A - domein Afgeleide functies Wat heb ik nodig: GR of afgeleide? Hoe ziet de grafiek eruit? Moet ik de afgeleide berekenen? Kan ik bij deze functie de afgeleide berekenen? Welke

Nadere informatie

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde 8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde Optellen: 5a + 3b + 2a + 6b = 7a + 9b 1) Alleen gelijksoortige

Nadere informatie

Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte

Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte Getallenleer Inleiding op codeertheorie Liliane Van Maldeghem Hendrik Van Maldeghem Cursus voor de vrije ruimte 2 Hoofdstuk 1 Getallenleer 1.1 Priemgetallen 1.1.1 Definitie en eigenschappen Een priemgetal

Nadere informatie

2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s.

2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s. Hoofdstuk 1 Getallenleer 1.1 Priemgetallen 1.1.1 Definitie en eigenschappen Een priemgetal is een natuurlijk getal groter dan 1 dat slechts deelbaar is door 1 en door zichzelf. Om technische redenen wordt

Nadere informatie

wiskunde A pilot vwo 2016-II

wiskunde A pilot vwo 2016-II OVERZICHT FORMULES Differentiëren naam van de regel functie afgeleide somregel s( x) = f( x) + g( x) s' ( x) = f'x ( ) + g'x ( ) productregel px ( ) = f( x) gx ( ) p' ( x) = f '( x) g( x) + f ( x) g' (

Nadere informatie

Kettingbreuken. 20 april 2010 1 K + 1 E + 1 T + 1 T + 1 I + 1 N + 1 G + 1 B + 1 R + 1 E + 1 U + 1 K + E + 1 N 1 2 + 1 0 + 1 A + 1 P + 1 R + 1 I + 1

Kettingbreuken. 20 april 2010 1 K + 1 E + 1 T + 1 T + 1 I + 1 N + 1 G + 1 B + 1 R + 1 E + 1 U + 1 K + E + 1 N 1 2 + 1 0 + 1 A + 1 P + 1 R + 1 I + 1 Kettingbreuken Frédéric Guffens 0 april 00 K + E + T + T + I + N + G + B + R + E + U + K + E + N 0 + A + P + R + I + L + 0 + + 0 Wat zijn Kettingbreuken? Een kettingbreuk is een wiskundige uitdrukking

Nadere informatie

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;

Nadere informatie

Paragraaf 5.1 : Machten en wortels

Paragraaf 5.1 : Machten en wortels Hoofdstuk 5 Machten, exponenten en logaritmen (H Wis B) Pagina 1 van 1 Paragraaf 5.1 : Machten en wortels Machtsregels SPECIAAL GEVAL MACHTREGEL 1 : MACHTREGEL 2 : MACHTREGEL : a p a q = a p+q a p aq =

Nadere informatie

Examencursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO kan niet korter

Examencursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO kan niet korter Voorbereidende opgaven VWO Examencursus wiskunde A Tips: Maak de voorbereidende opgaven voorin in een van de A4-schriften die je gaat gebruiken tijdens de cursus. Als een opdracht niet lukt, werk hem dan

Nadere informatie

Stoomcursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO ( ) = = ( ) ( ) ( ) = ( ) ( ) = ( ) = = ( )

Stoomcursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO ( ) = = ( ) ( ) ( ) = ( ) ( ) = ( ) = = ( ) Voorbereidende opgaven VWO Stoomcursus wiskunde A Tips: Maak de voorbereidende opgaven voorin in een van de A4-schriften die je gaat gebruiken tijdens de cursus. Als een opdracht niet lukt, werk hem dan

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: gemiddelden, ongelijkheden enz 23/5/2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: gemiddelden, ongelijkheden enz 23/5/2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Wiskunde: gemiddelden, ongelijkheden enz 23/5/2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

14.1 Vergelijkingen en herleidingen [1]

14.1 Vergelijkingen en herleidingen [1] 4. Vergelijkingen en herleidingen [] Er zijn vier soorten bijzondere vergelijkingen: : AB = 0 => A = 0 of B = 0 ( - 5)( + 7) = 0-5 = 0 of + 7 = 0 = 5 of = -7 : A = B geeft A = B of A = - B ( ) = 5 ( )

Nadere informatie

Migrerende euromunten

Migrerende euromunten Migrerende euromunten Inleiding Op 1 januari 2002 werden in vijftien Europese landen (twaalf grote en drie heel kleine) euromunten en - biljetten in omloop gebracht. Wat de munten betreft, ging het in

Nadere informatie

4. Exponentiële vergelijkingen

4. Exponentiële vergelijkingen 4. Exponentiële vergelijkingen De gelijkheid 10 3 = 1000 bevat drie getallen: 10, 3 en 1000. Als we van die drie getallen er één niet weten moeten we hem kunnen berekenen. We kunnen dus drie gevallen onderscheiden:

Nadere informatie

Het is niet toegestaan om een formulekaart of rekenmachine te gebruiken. f(x) = 9x(x 1) en g(x) = 9x 5. Figuur 1: De grafieken van de functies f en g.

Het is niet toegestaan om een formulekaart of rekenmachine te gebruiken. f(x) = 9x(x 1) en g(x) = 9x 5. Figuur 1: De grafieken van de functies f en g. UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM FNWI Voorbeeld Toets Wiskunde A Het is niet toegestaan om een formulekaart of rekenmachine te gebruiken. 1. De twee functies f en g worden gegeven door f(x) = 9x(x 1) en g(x)

Nadere informatie

Kerstvakantiecursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO kan niet korter

Kerstvakantiecursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO kan niet korter Voorbereidende opgaven VWO Kerstvakantiecursus wiskunde A Tips: Maak de voorbereidende opgaven voorin in een van de A4-schriften die je gaat gebruiken tijdens de cursus. Als een opdracht niet lukt, werk

Nadere informatie

10.0 Voorkennis. Herhaling van rekenregels voor machten: a als a a 1 0[5] [6] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a:

10.0 Voorkennis. Herhaling van rekenregels voor machten: a als a a 1 0[5] [6] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a: 10.0 Voorkennis Herhaling van rekenregels voor machten: p p q pq a pq a a a [1] a [2] q a q p pq p p p a a [3] ( ab) a b [4] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a: 1 8 : a a : a a a a 3 8 3 83 5 Voorbeeld

Nadere informatie

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;

Nadere informatie

Standaardafgeleiden. Wisnet-HBO. update maart 2011

Standaardafgeleiden. Wisnet-HBO. update maart 2011 Standaardafgeleiden Wisnet-HBO update maart 2011 1 Inleiding Als je nog niets over differentiëren weet, kun je beter eerst naar de les Wat is Differentiëren gaan in Wisnet Verder zijn er Maplets om de

Nadere informatie

Samenvatting Wiskunde B

Samenvatting Wiskunde B Bereken: Bereken algebraisch: Bereken eact: De opgave mag berekend worden met de hand of met de GR. Geef bij GR gebruik de ingevoerde formules en gebruikte opties. Kies op een eamen in dit geval voor berekenen

Nadere informatie

Willem van Ravenstein 2007

Willem van Ravenstein 2007 Inhoud van ruimtelijke figuren Inhoud van omwentelingslichamen Lengte van een kromme Differentiaalvergelijkingen Richtingsvelden Standaardtypen differentiaalvergelijkingen Losse eindjes, tips & truuks

Nadere informatie

x -3-2 -1 0 1 2 3 a. y -7-4 -1 2 5 8 11 b. y -3.5-3 -2.5-2 -1.5-1 -0.5 c. y 7 6 5 4 3 2 1

x -3-2 -1 0 1 2 3 a. y -7-4 -1 2 5 8 11 b. y -3.5-3 -2.5-2 -1.5-1 -0.5 c. y 7 6 5 4 3 2 1 Huiswerk bij les 1 1. Teken de grafiek van de volgende functies (maak eerste een tabel en ga dan tekenen): a. y = 3x +2 lineaire functie met startgetal 2 en helling 3 b. y = -2 + ½x lineaire functie met

Nadere informatie

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde 8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde Optellen: 5a + 3b + 2a + 6b = 7a + 9b 1) Alleen gelijksoortige

Nadere informatie

4. Exponentiële vergelijkingen

4. Exponentiële vergelijkingen 4. Exponentiële vergelijkingen Exponentiële vergelijkingen De gelijkheid 10 3 = 1000 bevat drie getallen: 10, 3 en 1000. Als we van die drie getallen er één niet weten moeten we hem kunnen berekenen. We

Nadere informatie

Zomercursus Wiskunde. Module 10 De afgeleide functie: Rekenregels en Toepassingen (versie 22 augustus 2011)

Zomercursus Wiskunde. Module 10 De afgeleide functie: Rekenregels en Toepassingen (versie 22 augustus 2011) Katholieke Universiteit Leuven September 2011 Module 10 De afgeleide functie: Rekenregels en Toepassingen (versie 22 augustus 2011) Inhoudsopgave 1 Definitie Betekenis van de afgeleide 1 2 Standaardafgeleiden

Nadere informatie

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x. 50 10( x 1) Willem-Jan van der Zanden

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x. 50 10( x 1) Willem-Jan van der Zanden 6.0 Voorkennis Kruislings vermenigvuldigen: A C AD BC B D Voorbeeld: 50 0 x 50 0( x ) 50 0x 0 0x 60 x 6 6.0 Voorkennis Herhaling van rekenregels voor machten: p p q pq a pq a a a [] a [2] q a q p pq p

Nadere informatie

Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus. Rekenregels voor vereenvoudigen ( ) = = ( ) ( ) ( ) = ( ) ( ) = ( ) = = ( )

Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus. Rekenregels voor vereenvoudigen ( ) = = ( ) ( ) ( ) = ( ) ( ) = ( ) = = ( ) Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus Tips: Maak de voorbereidende opgaven voorin in één van de A4-schriften die je gaat gebruiken tijdens de cursus. Als een opdracht niet lukt, werk hem dan uit tot

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

Verbanden en functies

Verbanden en functies Verbanden en functies 0. voorkennis Stelsels vergelijkingen Je kunt een stelsel van twee lineaire vergelijkingen met twee variabelen oplossen. De oplossing van het stelsel is het snijpunt van twee lijnen.

Nadere informatie

Antwoorden Verbanden hfd 1 t/m 7 vwo4a

Antwoorden Verbanden hfd 1 t/m 7 vwo4a Antwoorden Verbanden hfd t/m 7 vwoa Hoofdstuk : Vouwen en rekenen met machten van Opgave a) Verdubbel telkens de vorige waarde. Bijv. na keer vouwen is het aantal lagen papier een verdubbeling van de lagen

Nadere informatie

Werken met machten en logaritmen

Werken met machten en logaritmen 1 Werken met machten en logaritmen Je mag ook werken met de formules RATE en NPER (of je gebruikt de Solver). Je moet het gevonden resultaat steeds kunnen bespreken. Basisformule samengestelde intrest

Nadere informatie

15.0 Voorkennis. Herhaling rekenregels voor differentiëren: (somregel) (productregel) (quotiëntregel) n( x) ( n( x))

15.0 Voorkennis. Herhaling rekenregels voor differentiëren: (somregel) (productregel) (quotiëntregel) n( x) ( n( x)) 5.0 Voorkennis Herhaling rekenregels voor differentiëren: f ( x) a f '( x) 0 n f ( x) ax f '( x) nax n f ( x) c g( x) f '( x) c g'( x) f ( x) g( x) h( x) f '( x) g'( x) h'( x) p( x) f ( x) g( x) p'( x)

Nadere informatie

Factor = het getal waarmee je de oude hoeveelheid moet vermenigvuldigen om een nieuwe hoeveelheid te krijgen.

Factor = het getal waarmee je de oude hoeveelheid moet vermenigvuldigen om een nieuwe hoeveelheid te krijgen. Samenvatting door een scholier 1569 woorden 23 juni 2017 5,8 6 keer beoordeeld Vak Methode Wiskunde Moderne wiskunde Wiskunde H1 t/m H5 Hoofdstuk 1 Factor = het getal waarmee je de oude hoeveelheid moet

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

1.1 Rekenen met letters [1]

1.1 Rekenen met letters [1] 1.1 Rekenen met letters [1] Voorbeeld 1: Een kaars heeft een lengte van 30 centimeter. Per uur brand er 6 centimeter van de kaars op. Hieruit volgt de volgende woordformule: Lengte in cm = -6 aantal branduren

Nadere informatie

1. Reële functies en algebra

1. Reële functies en algebra Pagina 1 van 6 Bijlage 6 OPMERKINGEN BIJ DE BESPROKEN PROEFWERKEN 1. Reële functies en algebra 1) Deze vraag peilt naar leerplandoelstelling F15. - Om eventueel gokken of elimineren bij de leerlingen te

Nadere informatie

Compex wiskunde A1-2 vwo 2005-I

Compex wiskunde A1-2 vwo 2005-I Zalm Wanneer van een vissoort te veel gevangen wordt, kan de populatie zich niet herstellen en valt er op den duur niets meer te vangen. Visserijbiologen streven dan ook naar een evenwichtssituatie waarbij

Nadere informatie

3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x. 3.0 Voorkennis y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x. y = -4x + 8 kan herschreven worden als y + 4x = 8 Dit is een lineaire vergelijking met twee variabelen. Als je

Nadere informatie

Wiskunde met (bedrijfs)economische toepassingen

Wiskunde met (bedrijfs)economische toepassingen FACULTEIT TEW Wiskunde met (bedrijfs)economische toepassingen Oefenexamens 1ste Bachelor TEW Eerste deel (januari) Academiejaar 2013-2014 Het examen vindt voor iedereen plaats in twee delen : het eerste

Nadere informatie

EXACT- Periode 1. Hoofdstuk Grootheden. 1.2 Eenheden.

EXACT- Periode 1. Hoofdstuk Grootheden. 1.2 Eenheden. EXACT- Periode 1 Hoofdstuk 1 1.1 Grootheden. Een grootheid is in de natuurkunde en in de chemie en in de biologie: iets wat je kunt meten. Voorbeelden van grootheden (met bijbehorende symbolen): 1.2 Eenheden.

Nadere informatie

Docentenversie. Hoofdstuk A9 Hellinggrafieken - alternatief. snelheid (m/s)

Docentenversie. Hoofdstuk A9 Hellinggrafieken - alternatief. snelheid (m/s) Docentenversie Vooraf Dit hoofdstuk bestaat uit drie delen: Wat zijn hellinggrafieken en hoe maak je ze? Met het differentiequotient voor alle punten van de grafiek de helling uitrekenen. Die waarden kun

Nadere informatie

HOOFDSTUK 3 : LOGARITMISCHE FUNCTIES

HOOFDSTUK 3 : LOGARITMISCHE FUNCTIES HOOFDSTUK : LOGARITMISCHE FUNCTIES Kern : Logaritmen a) D t 5 t (D in grammen ; t in dagen) D 5 9 gram b) 5 t t 6 t log 6 log 6 log a) log9 9 b) 5 log5 5 5 5 c) log 5 5 d) 5 e loge 7 e e 7 7 e) log 5 5

Nadere informatie

Wiskunde Vraag 1. Vraag 2. Vraag 3. Vraag 4 21/12/2008

Wiskunde Vraag 1. Vraag 2. Vraag 3. Vraag 4 21/12/2008 Wiskunde 007- //008 Vraag Veronderstel dat de concentraties in het bloed van stof A en van stof B omgekeerd evenredig zijn en positief. Als de concentratie van stof A met p % toeneemt, dan zal de concentratie

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Wiskunde: functies 16 september 2017 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) 1. Inleiding Dit

Nadere informatie

13.0 Voorkennis. Links is de grafiek van de functie f(x) = 5x 4 + 2x 3 6x 2 5 getekend op het interval [-2, 2]; Deze grafiek heeft drie toppen.

13.0 Voorkennis. Links is de grafiek van de functie f(x) = 5x 4 + 2x 3 6x 2 5 getekend op het interval [-2, 2]; Deze grafiek heeft drie toppen. 13.0 Voorkennis Links is de grafiek van de functie f(x) = 5x 4 + 2x 3 6x 2 5 getekend op het interval [-2, 2]; Deze grafiek heeft drie toppen. Op het interval [-2; -0,94) is de grafiek dalend; Bij x =

Nadere informatie

9.1 Logaritmische en exponentiële vergelijkingen [1]

9.1 Logaritmische en exponentiële vergelijkingen [1] 9.1 Logaritmische en eonentiële vergelijkingen [1] Voor logaritmen gelden de volgende rekenregels: (1) log( ab) log( a) log( b) g g g () g g g (4) (3) g n g (5) g log() = y volgt = g y Voorbeeld: a log

Nadere informatie

rekenregels voor machten en logaritmen wortels waar of niet waar

rekenregels voor machten en logaritmen wortels waar of niet waar Hoofdstuk 5 - machten, eponenten en logaritmen rekenregels voor machten en logaritmen wortels waar of niet waar 0. voorkennis HERLEIDEN VAN MACHTEN - rekenregels voor machten Bij het vermenigvuldigen van

Nadere informatie

13.1 De tweede afgeleide [1]

13.1 De tweede afgeleide [1] 13.1 De tweede afgeleide [1] De functie is afnemend dalend tot het lokale minimum; Vanaf het lokale minimum tot punt A is de functie toenemend stijgend; Vanaf punt A tot het lokale maimum is de functie

Nadere informatie

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde A. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde A. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek Uitwerkingen Mei 2012 Eindexamen VWO Wiskunde A Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek Schroefas Opgave 1. In de figuur trekken we een lijn tussen 2600 tpm op de linkerschaal en

Nadere informatie

Compex wiskunde A1-2 vwo 2003-I

Compex wiskunde A1-2 vwo 2003-I Epidemie Men spreekt van een epidemie als in korte tijd minstens 2% van de bevolking een besmettelijke ziekte oploopt. Een voorbeeld van zo n ziekte is griep. Rond 930 hebben twee Schotse wiskundigen,

Nadere informatie

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf Checklist 3 HAVO wiskunde klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf 1. Hoofdstuk 1 - lineaire problemen Ik weet dat de formule y = a x + b hoort bij de grafiek hiernaast. Ik kan bij een lineaire formule de

Nadere informatie

Hoofdstuk A9 Hellinggrafieken - alternatief

Hoofdstuk A9 Hellinggrafieken - alternatief Hoofdstuk A9 Hellinggrafieken - alternatief Hellinggrafieken a. Maak instap opgaven I-a en I-b (zonder de formules van instap opgave I- te gebruiken). snelheid (m/s) tijd (seconden) b. Hoe kun je met de

Nadere informatie

Naam: Studierichting: Naam assistent:

Naam: Studierichting: Naam assistent: Naam: Tussentijdse Toets Wiskunde I ste bachelor Biochemie & Biotechnologie, Chemie, Geografie, Geologie, Informatica, Schakelprogramma Master Toegepaste Informatica, Master Chemie donderdag 4 november

Nadere informatie

1 Rekenen met gehele getallen

1 Rekenen met gehele getallen 1 Inhoudsopgave 1 Rekenen met gehele getallen... 1.1 De gehele getallen... 1. Optellen... 1. Opgaven... 1. Aftrekken... 1. Opgaven... 1. Vermenigvuldigen... 1. Opgaven... 1.8 Delen... 9 1.9 Opgaven...9

Nadere informatie

Bijlage 11 - Toetsenmateriaal

Bijlage 11 - Toetsenmateriaal Bijlage - Toetsenmateriaal Toets Module In de eerste module worden de getallen behandeld: - Natuurlijke getallen en talstelsels - Gemiddelde - mediaan - Getallenas en assenstelsel - Gehele getallen met

Nadere informatie

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

1.1 Lineaire vergelijkingen [1] 1.1 Lineaire vergelijkingen [1] Voorbeeld: Los de vergelijking 4x + 3 = 2x + 11 op. Om deze vergelijking op te lossen moet nu een x gevonden worden zodat 4x + 3 gelijk wordt aan 2x + 11. = x kg = 1 kg

Nadere informatie

Rekenen aan wortels Werkblad =

Rekenen aan wortels Werkblad = Rekenen aan wortels Werkblad 546121 = Vooraf De vragen en opdrachten in dit werkblad die vooraf gegaan worden door, moeten schriftelijk worden beantwoord. Daarbij moet altijd duidelijk zijn hoe de antwoorden

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A (pilot) tijdvak 2 woensdag 22 juni 13:30-16:30 uur

Examen VWO. wiskunde A (pilot) tijdvak 2 woensdag 22 juni 13:30-16:30 uur Examen VWO 2016 tijdvak 2 woensdag 22 juni 13:30-16:30 uur wiskunde A (pilot) Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten

Nadere informatie

Exponentiële Functie: Toepassingen

Exponentiële Functie: Toepassingen Exponentiële Functie: Toepassingen 1 Overgang tussen exponentiële functies en lineaire functies Wanneer we werken met de exponentiële functie is deze niet altijd gemakkelijk te herkennen. Daarom proberen

Nadere informatie

Paragraaf 13.0 : Limieten en absolute waarde

Paragraaf 13.0 : Limieten en absolute waarde Hoofdstuk 13 Limieten en Asymptoten (V6 Wis B) Pagina 1 van 13 Paragraaf 13.0 : Limieten en absolute waarde Definitie absoluuttekens pp = { p absoluut of de absolute waarde van p } pp = { altijd positief

Nadere informatie

Exact periode = 1. h = 0, Js. h= 6, Js 12 * 12 = 1,4.10 2

Exact periode = 1. h = 0, Js. h= 6, Js 12 * 12 = 1,4.10 2 Exact periode 1.1 0 = 1 h = 0,000000000000000000000000000000000662607Js h= 6,62607. -34 Js 12 * 12 = 1,4. 2 1 Instructie gebruik CASIO fx-82ms 1. Instellingen resetten tot begininstellingen

Nadere informatie

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters Maerlant College Brielle 5 oktober 2009 c Swier Garst - RGO Middelharnis 2 Inhoudsopgave Rekenen met gehele getallen 7. De gehele getallen.....................................

Nadere informatie

Oefenexamen Wiskunde Semester

Oefenexamen Wiskunde Semester Oefenexamen Wiskunde Semester 1 2017-2018 De cursusdienst van de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Op het Weduc forum vind je een groot aanbod van samenvattingen,

Nadere informatie

Rekenen met cijfers en letters

Rekenen met cijfers en letters Rekenen met cijfers en letters Maerlant College Brielle 5 oktober 009 c Swier Garst - RGO Middelharnis Inhoudsopgave Rekenen met gehele getallen 7. De gehele getallen.....................................

Nadere informatie

6.0 Differentiëren Met het differentiequotiënt bereken je de gemiddelde verandering per tijdseenheid.

6.0 Differentiëren Met het differentiequotiënt bereken je de gemiddelde verandering per tijdseenheid. 6.0 Differentiëren Met het differentiequotiënt bereken je de gemiddelde verandering per tijdseenheid. f(x) = x x Differentiequotiënt van f(x) op [0, 3] = y f (3) f (0) 60 x 30 30 y x 1 Algemeen: Het differentiequotiënt

Nadere informatie