MEERKEUZEVRAGEN DEEL 2
|
|
|
- Barbara Smet
- 6 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 MEERKEUZEVRAGEN DEEL 2 Noot: Op elke vraag is slechts één antwoord het (meest) juiste. U vindt de juiste antwoorden in de pdf met antwoorden op Vraag 1 Welke van onderstaande aspecten behoort niet tot het besturen van een organisatie? a. Het publiceren van een jaarverslag. b. Het uitvoeren van een antecedentenonderzoek bij het aannemen van nieuw personeel. c. De analyse van het verschil tussen gebudgetteerde en werkelijk gemaakte kosten. Vraag 2 Welke van onderstaande uitspraken omtrent de levers of control is juist? a. De kernwaarden van de organisatie worden vastgelegd in de boundary-systemen. b. De strategische onzekerheden komen tot uitdrukking in de beliefs-systemen. c. De kritieke variabelen komen voort uit de diagnostische control-systemen. Vraag 3 Op basis van hun financiële effect kunnen beslissingen worden ingedeeld in: a. Lange- en korte termijnbeslissingen. b. Strategische, tactische en operationele beslissingen c. Investerings-, operationele en financieringsbeslissingen Vraag 4 Welke van onderstaande uitspraken omtrent beslissingen is juist? a. De beslissing om personeel in vaste dienst aan te nemen is een investeringsbeslissing. b. De beslissing om beroep aan tekenen tegen een belastingaanslag is een financieringsbeslissing. c. De beslissing om dividend uit te keren is een operationele beslissing. Vraag 5 Welke van onderstaande uitspraken over risico is juist? a. Risico kan worden gekwantificeerd. b. Bij onzekerheid tasten we volledig in het duister. c. Risicomanagement is gericht op het voorkomen van risico. Vraag 6 Welke van de volgende uitspraken omtrent gedrag in organisaties is juist? a. Mensen handelen volledig rationeel waardoor zij optimale oplossingen vinden. b. Uitgangspunt van de agency-theorie is dat mensen verschillend omgaan met risico s. c. Het meedoen aan de Postcodeloterij is een voorbeeld van risicoavers gedrag. 1/6
2 Vraag 7 Welke uitspraak over investeringen en risico is juist? a. Het risico dat bij een investeringsproject wordt gelopen, is opgenomen in de WACC. b. Bij investeringen wordt gestreefd naar kostenminimalisatie. c. De operationele kasstroom is de kasstroom voordat belastingen worden berekend. Vraag 8 Een organisatie betaalt gemiddeld 4% rente over het vreemde vermogen; dit vreemde vermogen bedraagt De eigenaren eisen een rendement van 12%. Het eigen vermogen bedraagt 500. De vennootschapsbelasting bedraagt 25%. Welke uitspraak over de WACC is juist? a. De WACC bedraagt 360. b. De WACC bedraagt 5%. c. De WACC bedraagt 6%. Vraag 9 Welke uitspraak over de relevante investeringskasstroom is juist? a. Een investeringsproject vereist enige kantoorruimte; deze ruimte staat momenteel leeg. De aan deze ruimte toegerekende huisvestingskosten worden meegenomen in de operationele kasstroom. b. Een investeringsproject vereist enige kantoorruimte; deze ruimte staat momenteel leeg, maar zal worden verhuurd als het investeringsproject niet doorgaat. De gemiste huuropbrengst moet worden meegenomen in de operationele kasstroom. c. De betaalde rente over het vreemde vermogen is opgenomen in de kasstroom. Vraag 10 Een investeringsproject vergt een investering van 1000; de restwaarde van dit project na de economische gebruiksduur van drie jaar bedraagt 250. De operationele kasstroom die het project oplevert bedraagt achtereenvolgens 400, 350 en 250 in de drie gebruiksjaren. De WACC is vastgesteld op 10%. Welke uitspraak over dit investeringsproject is juist? a. De terugverdientijd bedraagt twee jaar. b. De nettocontantewaarde bedraagt afgerond 160 negatief. c. De nettocontantewaarde bedraagt afgerond 29 positief. Vraag 11 Welke uitspraak over investeringsselectiemethoden is juist? a. Een impliciete veronderstelling van de nettocontantewaarde is dat elke euro operationele kasstroom onmiddellijk wordt aangewend tegen een rendement gelijk aan de WACC. b. De methode van de terugverdientijd is door zijn eenvoud superieur ten opzichte van de andere methoden. c. De Return On Investment (ROI) van een investeringsproject is nuttige informatie. 2/6
3 Vraag 12 Welke uitspraak over leasing is juist? a. Financiële lease komt het meeste overeen met huur. b. Operationele lease is een alternatief voor zelf kopen en financieren. c. All in lease komt het meeste voor bij operationele lease. Vraag 13 Een hotel heeft uitsluitend tweepersoons kamers en verhuurt deze à 100 per nacht (exclusief ontbijt). Voor de schoonmaak van de kamers wordt een schoonmaakbedrijf ingehuurd die 10 per schoongemaakte kamer rekent. Voor de reiniging van linnengoed, de aanschaf van zeep, shampoo en dergelijke wordt 5 per kamer gerekend. De vaste kosten (afschrijving, onderhoud, energieverbruik, salaris receptionist en dergelijke) kosten 55 per kamer per nacht. Een reisgezelschap wil in een rustige periode 20 kamers huren en bedingt een prijs van 65 per kamer. Welke uitspraak over de bottom line impact (BLI) is juist? a. De BLI is 100 negatief. b. De BLI is nihil. c. De BLI is 1000 positief Vraag 14 De vaste kosten van het hotel uit de vorige opgave bedragen ,- op jaarbasis. Stel dat kamers uitsluitend voor 100 per nacht worden verhuurd. Het hotel is 365 dagen per jaar open. Welke uitspraak over het break even point is juist? a. Het break even point is 51 kamers per nacht. b. Het break even point is 60 kamers per nacht. c. Het break even point is 170 kamers per nacht. Vraag 15 In het hotel uit de vorige opgave komt een reisgezelschap dat 65 per nacht biedt voor 20 kamers. De boeking vindt plaats in een rustige periode, doch vlak voor de betrokken nacht wordt het alsnog erg druk, waardoor het hotel voor een groot aantal klanten nee moet verkopen. Welke uitspraak over opportunity costs is juist? a. De opportunity costs bedragen 700. b. De opportunity costs bedragen c. De opportunity costs bedragen Vraag 16 Welke uitspraak over kosten is juist? a. Vaste zijn kosten die niet veranderen. b. Proportioneel variabele kosten zijn kosten die per eenheid product veranderen als het volume verandert. c. Opportunity costs is de misgelopen contributiemarge als gevolg van een beslissing. 3/6
4 Vraag 17 Welke uitspraak over kosten is juist? a. Directe kosten hebben een causale relatie met een kostendrager. b. Indirecte kosten zijn altijd vaste kosten. c. Directe kosten worden aan kostendragers toegerekend met behulp van arbitraire verdeelsleutels. Vraag 18 Een uitgever verkoopt het boek Financieel management voor de niet-financiële manager voor de prijs van 20 per deel (inclusief 6% BTW). De kosten van opmaak, drukken en dergelijke van stuks bedragen (exclusief BTW). De uitgever denkt er daarvan te kunnen verkopen. De variabele kosten (porto, verpakking) bedragen 2 (exclusief BTW) per boek. Welke uitspraak over de integrale kostprijs is juist? a. De integrale kostprijs van een boek bedraagt 2. b. De integrale kostprijs van een boek bedraagt 5,78. c. De integrale kostprijs van een boek bedraagt 6,20 Vraag 19 Welke uitspraak over budgetten is juist? a. Een budget is een potje met geld. b. Een budget is een taakstellende begroting c. Een budget is een toegestaan bedrag aan kosten. Vraag 20 Welke uitspraak over verantwoordelijkheidscentra is juist? a. De indeling naar resultaatverantwoordelijkheid loopt gelijk met de indeling naar beslisrechten b. Een manager van een kostencentrum is verantwoordelijk voor alle kosten in zijn centrum. c. In een kostenbudget horen onder andere ook de afschrijvingskosten te worden opgenomen. Vraag 21 Welke uitspraak over verantwoordelijkheidscentra is juist? a. Een omzetcentrum is gericht op het genereren van omzet zonder op de kosten te letten. b. Een winstcentrum is gericht op het maken van boekhoudkundige winst. c. Een investeringscentrum is een kostencentrum met investeringsbevoegdheden. Vraag 22 Een project kost volgens voorcalculatie 60 uren van een medewerker à 40 per uur. Achteraf blijkt dat 65 uren zijn besteed waarvoor 2470 aan arbeidskosten is geboekt. Welke uitspraak over de verschillenanalyse is juist? a. Het prijsverschil op arbeid is 70 nadelig. b. Het prijsverschil op arbeid is 120 voordelig. c. Het prijsverschil op arbeid is 130 voordelig. 4/6
5 Vraag 23 Een project kost volgens voorcalculatie 60 uren van een medewerker à 40 per uur. Achteraf blijkt dat 65 uren zijn besteed waarvoor 2470 aan arbeidskosten is geboekt. Welke uitspraak over de verschillenanalyse is juist? a. Het efficiencyverschil op arbeid is 70 nadelig. b. Het efficiencyverschil op arbeid is 190 nadelig. c. Het efficiencyverschil op arbeid is 200 nadelig. Vraag 24 Een interne afdeling huisvesting levert vierkante meters kantoorruimte aan de afdeling ICT. Welke bedrag moet intern door ICT aan huisvesting worden verrekend? a. Alleen eventuele variabele kosten of out-of-pocket-kosten. b. De integrale kostprijs maal het aantal vierkante meters in gebruik. c. De integrale kostprijs plus een winstopslag maal het aantal vierkante meters in gebruik. Vraag 25 Een business unit in een organisatie wordt als winstcentrum beschouwd en leent enkele monteurs uit aan een andere business unit van dezelfde organisatie. Welk bedrag moet intern worden verrekend? a. Het uurtarief van betreffende monteur. b. Het uurtarief van betreffende monteur plus een winstopslag. c. Een door beide business units overeen te komen bedrag. Vraag 26 Welke uitspraak over een investeringscentrum is juist? a. Het management van een investeringscentrum streeft naar een zo hoog mogelijk investeringsbudget. b. Het management van een investeringscentrum streeft naar een zo hoog mogelijke winst per geïnvesteerde euro. c. Een investeringscentrum heeft geen baat bij interne levering van diensten. Vraag 27 Enige tijd geleden werden politiekorpsen in Nederland onder andere beloond op het aantal uitgeschreven processen verbaal. Waarom is dit een verkeerde prestatiemaatstaf? a. Het is te weinig beïnvloedbaar. b. Het meet het handelen, niet het effect. c. Het is niet strategisch georiënteerd. Vraag 28 Welke uitspraak over prestatiemeting is juist? a. Prestatiemeting is een ex-ante meting (vooraf meting). b. Prestatiemeting is niet gericht op het afrekenen op resultaatverantwoordelijkheid van managers. c. Prestatiemeting is het kwantificeren van meestal kwalitatieve feiten. 5/6
6 Vraag 29 Welke uitspraak over financiële prestatie-indicatoren is juist? a. Return on net assets (RONA) is een financiële prestatie-indicator in een investeringscentrum. b. Residual income (RI) is een financiële prestatie-indicator in een winstcentrum. c. Het voordeel van het gebruik van prestatie-indicatoren als Return on net assets (RONA) en Residual income (RI) is dat manipulatie niet mogelijk is. Vraag 30 Welke uitspraak over een beloningen is juist? a. Een in het vooruitzicht gestelde bonus kan leiden tot het najagen van kortetermijnsucces. b. Het toekennen van een sabbatsjaar is een voorbeeld van een monetaire beloning. c. Het is niet verstandig een extra beloning te geven op het bereiken van kwalitatieve doelstellingen, zoals klantvriendelijkheid of kwaliteit. 6/6
Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke productie/afzet.
www.jooplengkeek.nl Nacalculatie bij homogene productie Berekening van het bedrijfsresultaat Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke
MEERKEUZEVRAGEN DEEL 3
MEERKEUZEVRAGEN DEEL 3 Noot: Op elke vraag is slechts één antwoord het (meest) juiste. U vindt de juiste antwoorden in de pdf met antwoorden op https://www.hguitgeverij.nl/financieel-management-downloads.html
Case bungalow park. Opgave 1
Case bungalow park Opgave 1 Geef een oordeel over de liquiditeit. Kan je op korte termijn je schulden betalen? Wat moet je op korte termijn betalen? Het kort vreemd vermogen. Wat heb je op korte termijn
Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven.
www.jooplengkeek.nl Investeringsselectie Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven. belangrijk Calculaties voor beslissingen
22-1-2014. Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining
Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20 1 Tentamentraining 2 1 Kostprijs Normale productie : 40.000 stuks Verwachte werkelijke productie : 44.000 stuks Variabele kosten : 176.000 Constante kosten : 360.000
11 Investeringsselectie
11 Investeringsselectie hoofdstuk 11.1 C 11. B 11.3 B 11.4 D 11.5 C 11.6 D 11.7 A 11.8 A 11.9 C Gemiddelde winst: 100.000 85.000 = 15.000 Gemiddeld vermogen: (100.000 + 10.000) / = 55.000 GBR: 15.000 /
Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% Stel de inkoopprijs bedraagt 800 en de winstmarge 10% van de
Marge berekeningen Inkoopprijs + marge = verkoopprijs Een voorbeeld marge van de inkoopprijs Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% marge van de verkoopprijs Inkoopprijs 90% + marge 10% = verkoopprijs
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.
BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. VERONDERSTELLINGEN Vraagprijs 2.500.000 (pand en inventaris). Inkomsten: In totaal 40 kamers; Bezetting kamers: T1 45%, T2 52%, T3 63%, vanaf T4 en verder 68%;
3 Voorcalculatie, nacalculatie en verschillenanalyse
3 Voorcalculatie, nacalculatie en verschillenanalyse 3.1 Inleiding Voor je als ondernemer aan het werk gaat, moet je natuurlijk wel weten waar je aan begint. Of het nou gaat om een fabricagebedrijf of
Eindexamen m&o vwo 2008-II
Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 1 Massacommunicatie, want er wordt niet een geselecteerde doelgroep benaderd. 2 maximumscore 2 voorbeelden van juiste antwoorden: Smit maakt gebruik van de expertise
Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming Diagn.Toets
Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming Diagn.Toets Opgave 1 Aangezien de aanschaf van een bietenrooimachine voor een individuele landbouwer te kostbaar is, schakelen landbouwers
Direct costing en break even analyse
6 hoofdstuk Direct costing en breakevenanalyse 6.1 D 6.2 B 6.3 A 6.4 D 6.5 D 6.6 C 6.7 B 6.8 A 6.9 C 6.10 B 6.11 B 1.440.000 / 4.800 = 300 6.12 A 4.800 700 1.440.000 1.000.000 = 920.000 6.13 C 1.000.000
www.jooplengkeek.nl Kostensoorten
www.jooplengkeek.nl Kostensoorten Grondstoffen Arbeid Overige variabele kosten Duurzame productiemiddelen Grond Diensten van derden Belastingen Financiering 1 Kostensoorten Financiering Financieringskosten
OPGAVEN HOOFDSTUK 7 ANTWOORDEN
OPGAVEN HOOFDSTUK 7 ANTWOORDEN Opgave 1 a. Leg uit waarom het efficiencyresultaat van de grondstoffen iets anders is dan het efficiencyresultaat van het afval. Het efficiencyresultaat van de grondstoffen
Opmerkingen vooraf aan het examen: Tenzij anders gemeld, hoeft u geen rekening te houden met btw.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave EXAMEN COST- EN MANAGEMENT ACCOUNTING DINSDAG 3 MAART 2015 11.45 UUR 13:45 UUR Belangrijke informatie Dit examen bestaat uit de volgende documenten: examenopgaven;
Omschrijf wat er verstaan wordt onder proportioneel variabele kosten.
1 M1 Oefententamen 2 OPGV 1 Halstra V is een onderneming die onderdelen produceert voor de auto industrie. Halstra heeft zich sterk gespecialiseerd op een bepaald type onderdeel en daarom kan worden gesteld
Break-evenanalyse Creatieve bedrijfsuitjes
opgave 1 Creatieve bedrijfsuitjes Gegeven Budget 100 per persoon Materiaalkosten 500 Vervoerskosten 400 Personeelskosten 600 Variabele kosten 40 per persoon Verwachte aantal deelnemers 35 Wat is het minimale
Voor bedrijven t/m 15 medewerkers Meer greep op uw financiële bedrijfsvoering
TARIEF CALCULATOR en BEWAKER (TCB) Voor bedrijven t/m 15 werknemers PKM Adviseurs voor de metaal & technische sector Einsteinbaan 1 3439 NJ Nieuwegein 030 60523336 TARIEF CALCULATOR en BEWAKER (TCB) Voor
Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.
Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Firma Balans produceert uitsluitend twee typen weegschalen,
Meer greep op uw financiële bedrijfsvoering
TARIEF CALCULATOR en BEWAKER (TCB) Voor bedrijven t/m 15 werknemers PKM Adviseurs voor de metaal & technische sector Einsteinbaan 1 3439 NJ Nieuwegein 030 60523336 Meer greep op uw financiële bedrijfsvoering
Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad?
Kostencalculatie Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad? De technische voorraad a is de economische
De investeringsanalyse
Het programma van vandaag: het investeringsproject de cashflow het gemiddelde rendement de terugverdientijd de netto contante waarde Adele 1 Investeringsbeslissingen Waarom investeren? We verwachten winst
OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE
OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE 6 VWO Opgave 1. De onderneming Haakma BV heeft voor 2005 de volgende voorcalculatie met betrekking tot de toegestane kosten opgesteld. De constante fabricagekosten bestaan
2 Constante en variabele kosten
2 Constante en variabele kosten 2.1 Inleiding Bij het starten van een nieuw bedrijf zal de ondernemer zich onder andere de vraag stellen welke capaciteit zijn bedrijf moet hebben. Zal hij een productie/omzet
Het tentamen dien je te maken op het uitwerkingenpapier. Je doet dit als volgt!!
Toelichting Voor dit tentamen heb je ontvangen: 1. Een opgavenboekje 2. Uitwerkingenpapier. Het tentamen dien je te maken op het uitwerkingenpapier. Je doet dit als volgt!! 1. Je start iedere opgave op
De kostprijs en capaciteiten. De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten
De kostprijs en capaciteiten De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten 1 De kostprijs Kostprijs Constante of vaste kosten: Kosten die in een bepaalde periode
Oefenopgaven Hoofdstuk 8
Oefenopgaven Hoofdstuk 8 Opgave 1 Hazelkoning Onderneming Hazelkoning NV heeft 7 jaar geleden een obligatielening uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van 30 jaar. De couponrente van de lening bedraagt
Financiën en risicomanagement
Financiën en risicomanagement Leergang Bedrijfskunde voor de Agribusiness Miranda Meuwissen, Alfons Oude Lansink Bedrijfseconomie, Wageningen Universiteit Inhoud Risico-identificatie & stress test (Miranda)
Dit voorbeeldexamen bestaat uit 20 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.
Kostencalculatie niveau 5 Examenopgaven Dit voorbeeldexamen bestaat uit 20 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen bestaat uit de volgende documenten:
Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave COST & MANAGEMENTACCOUNTING VRIJDAG 19 JUNI 2015 9.00-11.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer
OPGAVEN HOOFDSTUK 9 ANTWOORDEN
HOOFDSTUK 9 ANTWOORDEN Opgave 1 a. Wat zijn de grote verschillen tussen financial- en operational leasing? Financial leasing Langlopende overeenkomst Leasetermijn gelijk aan de economische levensduur Contract
Masterclass HR Bedrijfskunde. Financieel Management
Financieel Management Gijs Hiltermann Freelance opleider financieel management Auteur diverse boeken en artikelen Uitgever (www.hguitgeverij.nl) Het motto van vandaag Het is de manier waarop iemand aan
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 9
12.000 18.000 26.000 25.000 UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 9 Opgave 1 a. Wat zijn de grote verschillen tussen financial- en operational leasing? Financial leasing Langlopende overeenkomst Leasetermijn
Aantal medewerkers: 2 * 1,0 + 3 * 0,5 + 4 * 0, * 0,2 = 5,3 FTE
personeel Opgave 1 Aantal medewerkers: 2 * 1,0 + 3 * 0,5 + 4 * 0,35 + 2 * 0,2 = 5,3 FTE Opgave 2 Aantal productieve uren: bruto uren: 52 * 38 = 1.976 - ziekte 5% van 1.976 = 98,8 uur - vrije dagen: (26+6)
2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12
Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke
Module 4 Inzicht in cijfers
Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers 1. Balans in detail 2. Kengetallen Les 4. Vergelijk je resultaten op 4 manieren + maak goede investeringsbeslissingen Les 4 Vergelijk je resultaten
ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 8
ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 8 Opgave 1 De zoon van Jansen schaft een duurzaam productiemiddel aan voor 544.500 inclusief btw. Naast de aanschafprijs moet de zoon van Jansen nog meer uitgaven doen om het
Examen VWO. economische wetenschappen II en recht (oude stijl)
economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 19 mei 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten
De normale afzet van Verhoeven, uitgedrukt in ton/km per jaar, is als volgt verdeeld:
MA1 Oefententamen 3 Opgave 1 Verhoeven bv is een middelgrote transportonderneming die vrachten vervoert binnen Nederland voor diverse klanten. De onderneming heeft plannen om haar vrachtwagens te vervangen
UITWERKINGEN OPGAVEN
HOOFDSTUK 10 Opgave 1 a. Bereken het begrote bedrijfsresultaat. Verwachte bedrijfsresultaat Omzet 170 12.000 2.040.000 Variabelekosten 75 12.000 900.000 Constante kosten 550.000 + 1.450.000 - Verwachte
UITWERKINGEN OPGAVEN OEFENEXAMEN 1 ASSOCIATIE MBA-KC
UITWERKINGEN OPGAVEN OEFENEXAMEN 1 ASSOCIATIE MBA-KC Opgave 1 Antwoord A Economische voorraad is: Voorinkopen + aanwezige voorraad voorverkopen Antwoord A = Economische voorraad plus voorverkopen voorinkopen
Uitwerkingen proefexamen I PDB kostencalculatie
Uitwerkingen proefexamen I PDB kostencalculatie Vraag 1 Wat zijn de functies van kostprijsberekening? Let op, er zijn meerdere antwoorden juist. a. het berekenen van de economische gebruiksduur van een
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 15 DECEMBER UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 15 DECEMBER 2015 09.00 11.00 UUR Indien een kandidaat tot eenzelfde antwoord komt als opgenomen in dit correctiemodel maar waarbij
Kosten van huisvesting en duurzame productiemiddelen 7
1 Kosten van huisvesting en duurzame productiemiddelen Kennisvragen paragraaf 1.1 en 1.2 1. Wat bestudeert de bedrijfseconomie? 2. We onderscheiden bij uitgaven kosten en verspillingen. Wat is het verschil
Voorbeeldexamen Management Controle
Voorbeeldexamen Management Controle VRAAG 1 Verklaar volgende termen (maximaal 3 regels per term) - Doelcongruentie - Productclassificatie - MBO - Profit sharing - Indirecte CF statement VRAAG 2 Leg uit
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 8
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 8 Opgave 1 De zoon van Jansen schaft een duurzaam productiemiddel aan voor 544.500 inclusief btw. Naast de aanschafprijs moet de zoon van Jansen nog meer uitgaven doen om
Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 4 opgaven en omvat 23 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave JAARREKENING WOENSDAG 5 OKTOBER 2016 8.45-11.45 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit
2017 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 13
Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2017 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 13 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke
GBE3.1 BEDRIJFSADMINISTRATIE LES 1 HOOFDSTUK
GBE3.1 BEDRIJFSADMINISTRATIE LES 1 HOOFDSTUK D e e l 1 Uit welke delen bestaat een jaarrekening? balans resultatenrekening toelichting Voor welke doeleinden stelt een onderneming een jaarrekening op? stuurmiddel
Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 15 DECEMBER 2015 09.00 11.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer
Uitwerkingen proefexamen II PDB kostencalculatie
Uitwerkingen proefexamen II PDB kostencalculatie Vraag 1 Machinekosten: Machine inclusief 21% omzetbelasting 96.800. Dat is exclusief omzetbelasting 96.800 1,21 = 80.000 Installatiekosten van 10.000 horen
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 7
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 7 Opgave 1 a. Leg uit waarom het efficiencyresultaat van de grondstoffen iets anders is dan het efficiencyresultaat van het afval. Het efficiencyresultaat van de grondstoffen
Managementcontrol Examennummer: 93329 Datum: 8 februari 2014 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Managementcontrol Examennummer: 93329 Datum: 8 februari 2014 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 5 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 3 cases met elk 5 open vragen (maximaal
Eindexamen m&o vwo 2008-II
Opgave 5 Bij deze opgave horen vijf informatiebronnen (de informatiebronnen 4 tot en met 8) en een uitwerkbijlage. In informatiebron 4 staat informatie over de soorten bevrachtingscontracten in de scheepsvaart.
Eindexamen m&o vwo 2010 - II
Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 2 Aantal geplaatste aandelen bij oprichting 1.200.000 4 175.000 = 125.000 1 ( 1.200.000 + 908.000 ) 1.428.000 Emissiekoers bij oprichting = 5,44 125.000 1 2 maximumscore
Hoofdstuk 1 Management accounting: plaatsbepaling en ontwikkeling
Hoofdstuk 1 Management accounting: plaatsbepaling en ontwikkeling Meerkeuzevraag 1.8 Eigen vermogen 31 december 220.000 Eigen vermogen 1 januari 250.000 -- Vermogenstoename 30.000 Onttrekkingen 70.000
Financieel economisch management Examennummer: 11344 Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Financieel economisch management Examennummer: 11344 Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 5 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - een case met 12 open
Samenvatting M&O periode 1. Hoofdstuk 13 8,4. Paragraaf 1. Samenvatting door G woorden 12 maart keer beoordeeld
Samenvatting door G. 1623 woorden 12 maart 2016 8,4 9 keer beoordeeld Vak Methode M&O 200% M&O Samenvatting M&O periode 1 Hoofdstuk 13 Financieel beleid niet-commerciële organisaties (nco) Paragraaf 1
Dit voorbeeldexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.
Kostencalculatie niveau 4 Examenopgaven Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen bestaat
De kostenplaatsenmethode en Activity Based Costing
8 hoofdstuk De kostenplaatsenmethode en Activity Based Costing 8.1 A 8.2 C 8.3 D 8.4 C 8.5 B 8.6 D 8.7 C 8.8 B 8.9 D 8.10 A (220.000 / 4.000) 1.400 = 77.000 8.11 C (4.500 + 25 + 110 + 145 + 710) 1.000
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel JAARREKENING DONDERDAG 8 OKTOBER UUR UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel JAARREKENING DONDERDAG 8 OKTOBER 2015 8.45 UUR 11.45 UUR SPD Bedrijfsadministratie Jaarrekening donderdag 8 oktober 2015 B / 12 2015 Nederlandse Associatie voor
Antwoordenbijlage Bedrijfscalculatie Uitbreidingsstof
Antwoordenbijlage Bedrijfscalculatie Uitbreidingsstof Bedrijfscalculatie Uitbreidingsstof 1 Antwoordenboek Inhoudsopgave Antwoorden opgaven hoofdstuk 1 t/m 4... 3 Antwoorden en normering proefexamen Associatie...
Erasmus Universiteit Rotterdam
Examennummer: Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Bedrijfskunde Vakgroep Financieel Management Naam: Handtekening: Vak: Management Accounting basisdoctoraal Datum: vrijdag 23 maart 2001 Tijd: 13:30
Hidden Profit.! Optimal Hotel Performance!
Creatieve Omzet! Verantwoorde Kostenbesparingen! Een Uitdagende Economische Realiteit.! Loopt u voorop en groeit uw marktaandeel! of staat u achter en verliest u terrein?! Royal Bank of Scotland klaar!
Eindexamen vwo m&o II
Opgave 1 1 maximumscore 2 De zakelijke lasten zijn door de verkoper vooruitbetaald. Uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen. 2 maximumscore 3 maand in 2011 schuldrest ( ) begin van de maand interestdeel
Samenvatting Management & Organisatie Eenmanszaak deel 2
Samenvatting Management & Organisatie Eenmanszaak deel 2 Samenvatting door een scholier 1707 woorden 15 januari 2013 5,2 12 keer beoordeeld Vak M&O M&O: Eenmanszaak deel 2 Hoofdstuk 1: Niet-productie onderneming:
Bij een resultatenbegroting (ook wel exploitatiebegroting genoemd) wordt een overzicht gemaakt van de opbrengsten en van de kosten.
De liquiditeits - en resultatenbegroting Een bedrijf wil graag weten of hij aan zijn betaalverplichtingen kan voldoen. Daarom wordt een planning gemaakt in de ontvangsten en de uitgaven (vaak binnen een
Het programma van vandaag
kostprijs Het programma van vandaag De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten De differentiële kostprijs De opslagmethode 1 De kostprijs Kostprijs Constante of vaste
Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo. Hoofdstuk 17 tot en met 28. Normering. Aantal punten x 9 + 1 = cijfer 63
Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo Hoofdstuk 17 tot en met 28 Normering Opgave 1 Opgave 1 Opgave 2 Opgave 4 Opgave 5 Opgave 6 Opgave 7 1: 2 punten 1: 2 punten a: 2 punten 1: 3 punten 1: 2
Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal
Voorwoord 5. Deel 1 De beheerscontrolestructuur 35
Inhoud Voorwoord 5 1 Beheerscontrole: definities en concepten 13 1 Definitie en doel van beheerscontrole 13 2 Missie, doelstellingen, strategieën, politieken en geloofswaarden 14 2.1 Definities 14 2.2
De break-evenanalyse. De break-evenanalyse De veiligheidsmarge Het indifferentiepunt Differentiële kosten
De break-evenanalyse De veiligheidsmarge Het indifferentiepunt Differentiële kosten 1 Break-evenanalyse Bij het break-evenpunt zijn de totale opbrengsten gelijk aan de totale kosten. Met andere woorden
Samenvatting M&O De Industrie
Samenvatting M&O De Industrie Samenvatting door Y. 1310 woorden 5 juli 2017 8,9 4 keer beoordeeld Vak M&O De industrie Hoofdstuk 1 Kosten= de geldwaarde van alle noodzakelijk opgeofferde productiemiddelen
Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 5 opgaven en omvat 26 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave JAARREKENING DINSDAG 20 DECEMBER 2016 12.15-15.15 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat
Vraag 1 Toetsterm Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad?
Kostencalculatie Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad? De technische voorraad a is de economische
Cursus Bedrijfseconomie 2
Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20 1 Programma Kostenverbijzondering (Hfdst. 8) Verdeling indirecte kosten Vijf methoden (ABC volgende week) Opgaven deel 8.2 t/m 8.10 2 1 Kostenverbijzondering de primitieve
Heterogene productie (meerdere producten) De directe kosten hebben een rechtstreeks verband met de productie/verkoop van een product.
www.jooplengkeek.nl Heterogene productie (meerdere producten) Primitieve opslagmethode We splitsen de kosten in: Directe kosten Indirecte kosten belangrijk De directe kosten hebben een rechtstreeks verband
Businesscase Floriade Werkbedrijf
Businesscase Floriade Werkbedrijf UWV, Randstad en de gemeente Almere gaan een samenwerking aan om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt met behulp van de Floriade 2022, duurzaam aan het werk te helpen.
De investeringsanalyse
Het programma van vandaag: het investeringsproject de cashflow het gemiddelde rendement de terugverdientijd de netto contante waarde 1 Investeringsbeslissingen Waarom investeren? We verwachten winst te
- Op gebouwen en machines die op 1 januari 2008 aanwezig zijn wordt in 2008 respectievelijk 30.000,- en 20.000,- afgeschreven.
Management en Organisatie VWO 6 Herhaling CE Begrotingen nummer 2 Opgave 1 Gegeven is de volgende balans van Fitna bv: Balans per 1/1 2008 --------------------------------------------------------------
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 8 MAART UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 8 MAART 2016 12.00-14.00 UUR Indien een kandidaat tot eenzelfde antwoord komt als opgenomen in dit correctiemodel maar waarbij
Antwoorden hoofdstuk 10
Antwoorden hoofdstuk 10 Opgave 10.1 Tv = 300.000 + 3,50 = 2,50 + 3,50 = 6 N 120.000 Opgave 10.2 180.000 + 408.000 = 3 + 8,50 = 11,50 N W 60.000 48.000 Opgave 10.3 Tv = 360.000 + 2,20 = 16 + 2,20 = 18,20
BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan
BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 2: INVESTERINGSANALYSE 1. Toepasbare beoordelingsmethodes 1.1. Pay-back 1.2. Return on investment 1.3. Internal rate of return 1.4. Net present value 2. De investeringsbeslissing
Annuïteit= Elke maand een vast bedrag terugbetalen. Eerste periode is vooral rente, later wordt het aflossingsdeel steeds groter
Samenvatting door Y. 1479 woorden 5 juli 2017 6,3 4 keer beoordeeld Vak M&O Hoofdstuk 1 Oorspronkelijke geleende bedrag alle aflossingen= schuldrest. Annuïteit= Elke maand een vast bedrag terugbetalen.
Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs
Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs Opgave 4-2 Er is hier sprake van een onderneming die een bepaald type koffieautomaat produceert. Op grond van dit gegeven zal bepaald moeten worden
EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB)
EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie 18 januari 2014 Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient,
Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Het examen bestaat uit 3 opgaven en omvat 20 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave COST & MANAGEMENTACCOUNTING VRIJDAG 24 JUNI 2016 09.00 11.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Het examen
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 6 OKTOBER UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 6 OKTOBER 2015 11.45-13.45 UUR Indien een kandidaat tot eenzelfde antwoord komt als opgenomen in dit correctiemodel maar waarbij
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 2 Opgave 1 a. De kosten en opbrengsten en daarvan uiteindelijk de ontvangsten en uitgaven zijn voor iedere investering van belang. b. Het grote probleem zijn de schaarse middelen. c. Dit zijn
Basisbeginselen bedrijfseconomie INKIJKEXEMPLAAR
Basisbeginselen bedrijfseconomie Basisbeginselen bedrijfseconomie Maarten van Hasselt Concept uitgeefgroep Meer informatie over deze en andere uitgaven kunt u verkrijgen bij: Concept uitgeefgroep Postbus
Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt.
www.jooplengkeek.nl Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt. De omzet is dus gelijk aan de kosten. Om het break-evenpunt te berekenen gaan
Hoofdstuk 3: Resultaten
Hoofdstuk 3: Resultaten M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H3: Resultaten Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting
OPGAVEN HOOFDSTUK 6 ANTWOORDEN
OPGAVEN HOOFDSTUK 6 ANTWOORDEN Opgave 1 Jansen heeft een maakt en verkoopt product P11. De verkoopprijs van het product is 60 exclusief btw. De inkoopprijs van het product is 28. De overige variabele kosten
TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016
TOELATINGSTOETS M&O VUL IN: Datum 14-1-2016 Naam en voorletters. Adres. Postcode. Woonplaats. Geboortedatum / / Plaats Land. Telefoonnummer. E-mail. Gekozen opleiding. OPMERKINGEN: Tijdsduur: 90 minuten
In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5.
Opgave 2 In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5. Loek Janssen is een ondernemer uit Nijmegen. Hij zoekt een investeringsproject.
Eindexamen m&o vwo 2005-I
4 Beoordelingsmodel Opgave 1 1 volgens grafiek: 10% voor computers en 5% voor software 0,15 54 = 8,1 miljard 2 aan de verzadigingsfase gaat de volwassenfase (rijpheidsfase) vooraf, de neergangsfase (eindfase)
Kostencalculatie niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2
Kostencalculatie niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2 2017 Nederlandse Associatie voor Examinering Kostencalculatie niveau 5 1 / 9 Vraag 1 Toetsterm 3.5 - Beheersingsniveau: B - Aantal punten: 1 Welke
