Elektrische installatie
|
|
|
- Vera van de Velde
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Elektrische installatie ACCU - VERLICHTING VOORZIJDE VERLICHTING ACHTERZIJDE - INTERIEUR STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SCHAKELAARS WISSEN RADIO ELEKTRISCHE HULPORGANEN BEDRADING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG0G FEBRUARI 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault. RENAULT 2001
2 Elektrische installatie Inhoud Blz. 80 ACCU - VERLICHTING VOORZIJDE Accu Bijzonderheden 80-1 Koplampen Uitbouwen-inbouwen 80-4 Bevestigingspootjes 80-5 Lampen 80-6 Rijverlichting 80-7 Verstelling 80-8 Mistlichten Xenonkoplampen ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING Achterlicht 81-1 Remlicht 81-3 Binnenlicht 81-4 Verlichting onder dashboard 81-6 Verlichting onder portier 81-7 Verlichting in dashboardkastje 81-8 Verlichting make-up spiegel 81-9 Zekering- en relaisplaat STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82-1 RENAULT-kaartlezer Elektrische stuurkolomgrendel Claxon Alarm INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83-1 Instrumentenpaneel 83-9 Instrumentenpaneel eenvoudige uitvoeringen Instrumentenpaneel luxe uitvoeringen Waarschuwingslampje service Display 83-20
3 Inhoud Blz. Tankelement Oliepeilzender Spraakmaker Snelheidsregelaar / -begrenzer Navigatiesysteem "Carminat" Navigatiesysteem "Carminat" centrale communicatie eenheid Navigatiesysteem "Carminat": rekeneenheid Navigatiesysteem "Carminat": scherm Navigatiesysteem "Carminat": antenne Navigatiesysteem "Carminat": lokalisatie / taal veranderen Navigatiesysteem "Carminat": storing zoeken SCHAKELAARS Draaibare doorvoer 84-1 Ruitenwisserschakelaar 84-3 Lichtschakelaar 84-4 Radiobedieningssatelliet 84-5 Regensensor 84-6 Renault-kaartlezer 84-7 Elektrische stuurkolomgrendel 84-8 Startknop 84-9 Schakelaars / Snelheidsregelaar /Spraakmaker Regelweerstand verlichting Schakelaars alarmknipperlichten Schakelaar portiervergrendeling Schakelaars ruitbediening Schakelaar kinderveiligheid Schakelaar open dak Schakelaars achterruit en voorruitverwarming Sensor openen van de portieren Portiersloten Schakelaar achterklep Schakelaar spiegels Buitenspiegels Binnenspiegel Achterruitverwarming Voorruitverwarming Buitentemperatuurzender 84-34
4 Inhoud Blz. 85 WISSEN Ruitenwisser voor 85-1 Ruitenwisser achter 85-7 Ruitenwissermechanisme uitzetbare achterruit Ruitensproeier Koplampsproeiers RADIO Autoradio 86-1 Antenne ELEKTRISCHE HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur 87-1 Inlezen/Toewijzen RENAULT-kaart 87-9 Configuratie huis met hulporganen interieur Controlesysteem van de bandenspanning Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart "eenvoudig" Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart "handsfree" Auto zonder sleutel: Zijknipperlichten Auto zonder sleutel: Kaartlezer RENAULT Auto zonder sleutel: Drukknopstarten Auto zonder sleutel: Vergrendeling stuurkolom Auto zonder sleutel: Sensors openen Auto zonder sleutel: Antenne handsfree Auto zonder sleutel: Toewijzen RENAULT-kaart Auto zonder sleutel: Noodwerking Auto zonder sleutel: Principeschema Elektrische ruitbediening 87-41
5 Inhoud Blz. Elektrisch open dak Memory systeem bestuurdersstoel Parkeerhulp KABELBUNDELS Multiplexsysteem 88-1 Airbags en gordelspanners 88-5 Automatische stekker onder stoel Stekker hemelbekleding 88-37
6 180 ACCU 80 Bijzonderheden UITBOUWEN Voordat u de accu losmaakt, steekt u de Renault-kaart in de lezer tot het aanzetten van het contact. Trek de kaart terug in de stand "accessoires", de stuurkolom is nu ontgrendeld. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Voor het verwijderen van de accu, verwijdert u de sierkappen en draait u de bevestiging (A) los. INBOUWEN Bij het inbouwen van de accu of iedere keer nadat deze is los geweest, kan het nodig zijn een aantal eenvoudige inlezingen uit te voeren, zonder diagnoseapparaat, om de auto goed te kunnen laten werken: klokje op tijd zetten, invoeren van de viercijferige code van de autoradio (met de afstandsbediening bij het stuurwiel), initialiseren van de ruitbedieningen met sneltoets, de ruiten geheel sluiten, de ruiten sluiten schoksgewijs tot de bovenste aanslag, houd de toetsen enkele secondes ingedrukt, laat de ruiten zakken tot de onderste aanslag, houd de toetsen enkele secondes ingedrukt, de motors zijn geinitialiseerd, initialiseren van de motor van het open dak, zet u de schakelaar van het open dak in de stand maximaal kantelen, drukt u lang op de schakelaar. Na twee secondes, kantelt het dak sap voor stap in de maximum stand en zakt dan weer enkele centimeters, laat de schakelaar los, druk binnen vijf secondes opnieuw op de schakelaar, houd de schakelaar ingedrukt, het dak schuift open en weer dicht, de motor is geinitialiseerd, zet de schakelaar in de stand "uit" N.B.: door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. 80-1
7 ACCU 80 Bijzonderheden A - CONTROLE Controleer of: er geen barsten of breuken zitten in de accubak en het accudeksel, de bovenkant van de accu schoon is, de aansluitingen in goede staat verkeren. Het is vooral belangrijk dat: de aansluitingen en de klemmen niet gesulfateerd zijn (met zout bedekt), maak ze indien nodig schoon en vet ze in met zuurvrije vaseline, de klemmen op de polen met de juiste aantrekkoppels zijn vastgezet. Een slecht contact kan start- of laadproblemen veroorzaken en door vonken kan de accu ontploffen, het elektrolyt (de accuvloeistof) op het juiste peil staat. Bij een accu met afneembare doppen op de cellen: maak de doppenrij met de hand of met een stevige spatel los, controleer of het elektrolietpeil, in alle cellen boven de platen staat (ongeveer 1,5 centimeter), vul indien nodig bij met gedemineraliseerd of gedestilleerd water. N.B.: Sommige accu's hebben een doorzichtige bak waardoor het peil van buitenaf gecontroleerd kan worden. Vul nooit bij met elektrolyt, zuur of andere stoffen. 80-2
8 ACCU 80 Bijzonderheden B - VOORZORGSMAATREGELEN Wij wijzen er met klem op dat de accu: zwavelzuur bevat dat zeer gevaarlijk is, bij het opladen zuurstof en waterstof vormt. Bij het vermengen van deze gassen ontstaat het explosieve knalgas en als gevolg daarvan explosiegevaar. 1) GEVAAR = ZUUR Zwavelzuur is een uitermate agressieve, giftige en bijtende vloeistof. Het tast de huid, kleding, beton en de meeste metalen aan. Om deze reden moet u bij het werken met de accu de volgende voorzorgen treffen: draag een veiligheidsbril, draag handschoenen en zuurbestendige kleding. Zuurspatten moeten met overvloedig water van alle getroffen delen afgespoeld worden. Indien er spatten in de ogen zijn gekomen moet een arts geraadpleegd worden. 2) GEVAAR = EXPLOSIE Wanneer een accu wordt opgeladen (zowel in de auto als aan een acculader) ontstaat er bij de platen zuurstof en waterstof. De hoeveelheid die ontstaat is het grootst als de accu geheel geladen is, en is evenredig met de laadstroom. Het zuurstofgas en het waterstofgas vermengen zich in de vrije ruimte boven de platen en vormen zo het bijzonder explosieve knalgas. Dit mengsel is zeer explosief. Het kleinste vonkje, een brandende sigaret of een gloeiende lasspat is voldoende om een explosie te veroorzaken. De ontploffing is zo hevig dat de accu uit elkaar kan spatten en het accuzuur in het rond vliegt. Personen in de omgeving lopen gevaar geraakt te worden door brokstukken of zuurspatten. Deze spatten zijn gevaarlijk voor de ogen, het gezicht en de handen en tasten ook kleding aan. Draag handschoenen en zuurbestendige kleding. Gezien de ernst van het explosiegevaar moet de accu dus altijd met de grootste zorgvuldigheid worden behandeld. Iedere kans op vonken moet worden voorkomen. Zorg ervoor dat alle "stroomverbruikers" uitgeschakeld zijn voordat u de accukabels losmaakt of aansluit. Schakel de acculader uit voordat u deze aansluit op of losmaakt van de accupolen. Leg nooit metalen voorwerpen op de accu: zij kunnen kortsluiting tussen de polen veroorzaken. Kom nooit te dicht bij een accu met open vuur: een lasbrander, een blaaslamp, een sigaret, een brandende lucifer. 80-3
9 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Uitbouwen - Inbouwen UIT/INBOUWEN VAN DE KOPLAMPEN (alle types) Verwijder de sierkap. Maak de massakabel van de accu en de stekkers van de koplampen los. Verwijder de bouten (C). Maak het klemmetje (B) los op elke koplamp. Verwijder de koplamp. Bijzonderheden van de koplampen met xenonlampen (raadpleeg het hoofdstuk "xenonkoplampen") LET OP: de xenonlampen werken met een spanning van volt bij het ontsteken en daarna met een 85 volt wisselspanning. Het is daarom van groot belang de stekker van de koplamp los te maken en te wachten tot de rekeneenheid (voorschakeleenheid) is afgekoeld voor de demontage. De lamp mag nooit buiten de koplamp worden ontstoken (gevaar voor de ogen). Bouw uit: de beschermplaat onder de motor, de radiateurgrille, de voorste schildbumper, (raadpleeg het hoofdstuk carrosserie), De twee bovenste geleiders (A) van de schildbumper BELANGRIJK: Na het monteren van de koplampen, moet u deze afstellen: zet de auto op een horizontale ondergrond, controleer of de auto leeg is met, indien mogelijk, een volle brandstoftank, zet de stelknop op 0, verdraai schroef (D) voor de hoogte-afstelling, verdraai schroef (E) voor de richtingafstelling, Heeft de auto Xenonkoplampen, dan moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (raadpleeg hoofdstuk "Xenonkoplampen, initialiseren van het systeem")
10 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Bevestigingspootjes De bevestigingspootjes van de koplampen zijn te repareren met een set uit het magazijn, op voorwaarde dat er geen materiaal ontbreekt, het betreft alleen scheurtjes. METHODE onderdeelnummer van de reparatieset: bevestigingspootjes koplamp rechts ( ) bevestigingspootjes koplamp links ( ) Bovenste bevestigingspootjes Onderste bevestigingspootjes Houd het reparatiepootje op zijn plaats, doorboor het en zet het vast met een popnagel
11 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Lampen VERVANGEN VAN DE LAMPEN Lamp van groot licht Voor het vervangen van de lamp verwijdert u de plastic kap (1). Opmerking: in het grootlicht mogen uitsluitend goedgekeurde H1 lampen worden gebruikt. Lampen van markeringslicht en dimlicht Voor het vervangen van de lampen verwijdert u de plastic kap (2). Gebruik lampen W5W voor de markeringslichten en goedgekeurde lampen H7 voor de dimlichten Opmerking: voor het vervangen van de lampen in xenonkoplampen, raadpleegt u het hoofdstuk "xenonkoplampen". Lamp van richtingaanwijzer: gebruik goedgekeurde PY 21W lampen. 80-6
12 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Rijverlichting BIJZONDERHEDEN VAN DE RIJVERLICHTING De werking van de rijverlichting (running-lights) in bepaalde landen wordt verzorgd door het huis met hulporganen interieur. Voor het plaatsen van de relais "rijverlichting",: verwijdert u de binnenste afdekplaat van het dashboardkastje die met een schroef vastzit, Anderzijds bevat de zekering/relaisplaat speciale shunts voor de voeding van de lichtschakelaar. Om deze functie in- of uit te schakelen: plaats de shunts (A): werking zonder rijverlichting: shunt aanwezig werking met rijverlichting: shunt verwijderd configureer het huis met hulporganen interieur met de diagnoseapparaten met het menu "commando", "configuratie van het systeem", en selecteer vervolgend met of zonder "rijverlichting" (raadpleeg hoofdstuk 87) plaats de twee speciale relais op de houders (B). Controleer de aanwezigheid van de bedrading en raadpleeg het bijbehorende elektrische schema plaats de relais zekering/relaisplaat optie (afhankelijk van de auto, controleer de bedrading)
13 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Koplampverstelling (vanuit interieur) UIT/INBOUWEN VAN HET BEDIENINGSPANEEL (2) Open de klep van het zekeringkastje zodat u met de hand de nokjes (1) kunt indrukken. Wip de steun van het bedieningspaneel los Maak de stekker los, en maak de knop los van de steunplaat. 80-8
14 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Koplampverstelling (vanuit interieur) UITBOUWEN KOPLAMPSTELMOTOR Maak de stekker los van de koplampstelmotor en van de koplamp. Draai de stelschroef (maximum zes omwentelingen) in. INBOUWEN Bij het monteren van een nieuw onderdeel, draait u de stelschroef ongeveer zes omwentelingen in. Houd de reflector naar achteren door aan de lampvoet te trekken. Klik het kogeldraaipunt (1) in de klem (2) van de koplamp. Plaats de stelmotor op de koplamp. Verdraai de stelmotor een achtste slag naar binnen om hem vast te zetten in de koplamp. Sluit de stekker weer aan en plaats de afdichtkappen Verdraai de stelmotor een achtste slag naar buiten om hem vrij te maken van de koplamp. Maak het kogeldraaipunt los van de reflector door de stelmotor iets te kantelen. N.B.: voor het uitbouwen van de stelmotor kan de koplamp op zijn plaats blijven OPMERKING: voor het vervangen van de lampen in xenonkoplampen, raadpleegt u het hoofdstuk "xenonkoplampen". Draai de stelschroef zes omwentelingen los. Stel de stand van de koplampen af. 80-9
15 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Mistlichten UITBOUWEN Bouw uit: de radiateurgrille, de beschermplaat onder de motor, de bumper aan de voorzijde, INBOUWEN Geen bijzonderheden, vergeet niet de mistlichten af te stellen met schroef (A). Draai de bevestigingsschroeven (B) los R N.B.: voor het uitbouwen van het mistlicht links voor kan de bumper op zijn plaats blijven
16 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen PRESENTATIE 1. stelmotor 2. opname element/rekeneenheid 3. opname element achter 80-11
17 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen ALGEMEEN Overeenkomstig de Europese voorschriften, hebben de auto's een automatische verstelling van de lichtbundels afhankelijk van afhankelijk van de belading van de auto en koplampsproeiers. LET OP: een koplamp met een gasontladingslamp mag nooit gemonteerd worden in een model dat hier niet voor is ontworpen. BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM Het systeem omvat: twee koplampen met een conventioneel markeringslicht(a), een lamp voor het grootlicht type H1 (B), een xenonlamp voor het dimlicht (C) type D2R en een oranje lamp voor het knipperlicht (D). Xenonlampen Deze lampen hebben geen gloeidraad. Het licht van deze lampen wordt opgewekt door twee elektrodes in een kwarts lamp gevuld met een gas (xenon) onder hoge druk. De elektronische voorschakeleenheid, in de koplamp ingebouwd, krijgt voeding van de accu (12 volt) en wekt een gecontroleerde ontstekingspanning op van volt en daarna een stabiele wisselspanning van 85 volt als de lamp brandt. Automatisch correctie van de stand van de koplampen afhankelijk van de belading van de auto: Het automatische correctiesysteem moet ervoor zorgen dat (bij een verandering van de belading van de auto), de hoogte van de lichtbundel constant blijft op de in de fabriek of in de werkplaats ingestelde afstelwaarde. Het systeem kan worden gecontroleerd met het diagnoseapparaat. Telkens als het storingsgeheugen wordt gewist, draaien de stelmotors de koplampen naar beneden twee rekeneenheden (voorschakeleenheden) ingebouwd in de koplampen (E) (een per koplamp)
18 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen een opname element achter voor de hoogte (F) onder de zijkant links van de auto. Het registreert de hoogte van de carrosserie en geeft deze door aan het opname element/rekeneenheid. twee specifieke stelmotors (H) aan de achterkant van elke koplamp een opname element voor/rekeneenheid (G) dat de hoogte van de voortrein registreert. De rekeneenheid regelt de stand van de koplampen afhankelijk van de variaties van de stand van de bodemplaat bij het optrekken, het remmen en de verandering van de belading N.B.: de informatie rijsnelheid wordt gebruikt om de hoogte van de lichtbundel bij hoge snelheid aan te passen 80-13
19 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen PRINCIPESCHEMA stelmotor 2. koplamp 3. rekeneenheid (voorschakeleenheid) 4. opname element voor / rekeneenheid 5. opname element achter A: + verlichting B: + na contact C: diagnoseverbinding D: Informatie rijsnelheid E: Massa 80-14
20 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen OPNAME ELEMENT HOOGTE ACHTER UITBOUWEN Verwijder het achterwiel links. Maak los: het einde van het stangetje, de moer (1) van de steun. INBOUWEN BELANGRIJK: na het weer monteren van het opname element, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (zie hoofdstuk "initialisatie"). Aansluiting Maak de stekker los en verwijder het opname element met zijn steun. Maak het opname element los van zijn steun via de bouten (2) Aansl Massa Voeding Signaal sensor Omschrijving 80-15
21 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen OPNAME ELEMENT VOOR / REKENEENHEID UITBOUWEN Verwijder het voorwiel links. Wip het kogeldraaipunt (A) los van de draagarm, en draai de bouten (B) los. INBOUWEN BELANGRIJK: na het weer monteren van het opname element voor/rekeneenheid, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (zie hoofdstuk "initialisatie"). Aansluiting Maak de stekker van het opname element los en bouw het uit Aansl Omschrijving Massa Voeding Signaal opname element achter Signaal rijsnelheid Diagnoseverbinding Signaal verlichting Commando's stelmotors Voeding opname element achter BELANGRIJK: na vervangen van de het opname element voor / rekeneenheid, moet u het autotype configureren met de diagnoseapparaten en het systeem initialiseren
22 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen KOPLAMPEN De methode voor het uitbouwen/inbouwen van de xenonkoplampen is dezelfde als de methode voor de andere koplampen. LET OP: de xenonlampen werken met een spanning van volt bij het ontsteken en daarna met een 85 volt wisselspanning. Het is daarom van groot belang de stekker van de koplamp los te maken en te wachten tot de rekeneenheid (voorschakeleenheid) is afgekoeld voor de demontage. De lamp mag nooit buiten de koplamp worden ontstoken (gevaar voor de ogen) Aansluiting Aansl Massa Grootlicht Dimlicht Markeringslicht Omschrijving N.B.: de nummer van de aansluitingen worden gelezen van rechts naar links op alle koplampen
23 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen STELMOTORS UITBOUWEN Verwijder de sierkap en verplaats het reservoir van de stuurbekrachtiging (indien nodig). Maak de stekker los van de stelmotor. Draai de stelschroef (A) maximum zes omwentelingen in Aansluiting Aansl Omschrijving Massa Commando stelmotor Voeding Verdraai de stelmotor een achtste slag naar buiten om hem vrij te maken van de koplamp. Maak het kogeldraaipunt los van de reflector door de stelmotor iets te kantelen. N.B.: de xenonkoplampen hebben specifieke stelmotors. OPMERKING:als de dimlichten aan staan bij het aanzetten van het contact, gaan de stelmotors naar omlaag en dan weer terug naar een middenstand. N.B.: voor het uitbouwen van de stelmotor kan de koplamp op zijn plaats blijven. INBOUWEN Bij het monteren van een nieuw onderdeel, draait u de stelschroef zes omwentelingen in. Om het inbouwen aan de stelmotor te vergemakkelijken, verwijdert u de afdichtkap en houdt u de reflector van de koplamp vast. Draai de stelschroef zes omwentelingen los. BELANGRIJK: na het weer monteren van de stelmotors, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (zie hoofdstuk "initialisatie")
24 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen XENONLAMPEN UITBOUWEN LET OP: de xenonlampen werken met een spanning van volt bij het ontsteken en daarna met een 85 volt wisselspanning. Het is daarom van groot belang de stekker van de koplamp los te maken en te wachten tot de rekeneenheid (voorschakeleenheid) is afgekoeld voor de demontage. De lamp mag nooit buiten de koplamp worden ontstoken (gevaar voor de ogen). Maak de stekker los van de lamp door hem een kwart slag linksom te draaien. Verwijder de lamp door de bevestigingsklemmetjes los te maken. INBOUWEN Houd de lamp van aan de lampvoet (raak het glas niet aan, maak het anders schoon met een in alcohol gedrenkte pluisvrije doek). Breng de lamp op zijn plaats. De nok (2) moet tegenover de groef van de koplamp liggen. Plaats de stekker op de lamp door hem een kwart slag te draaien. N.B.: voor het uitbouwen van de lamp kan de koplamp op zijn plaats blijven. BELANGRIJK: na het vervangen van een xenonlamp, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen ('zie hoofdstuk "initialisatie"). Het vervangen van de lampen van het grootlicht en van het dimlicht, is de methode gelijk aan die van conventionele koplampen LET OP: behandel de lamp zeer voorzichtig want de geleider aan de buitenkant (1) is bijzonder kwetsbaar en mag niet verbuigen
25 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen REKENEENHEID (VOORSCHAKELEENHEID) Maak de voeding van de rekeneenheid (B) los. LET OP: de xenonlampen werken met een spanning van volt bij het ontsteken en daarna met een 85 volt wisselspanning. Het is daarom van groot belang de stekker van de koplamp los te maken en te wachten tot de rekeneenheid (voorschakeleenheid) is afgekoeld voor de demontage. De lamp mag nooit buiten de koplamp worden ontstoken (gevaar voor de ogen). UITBOUWEN Bouw de betreffende koplamp uit, Leg de koplamp op een schone doek zodat hij niet beschadigt. Maak de stekker los van de lamp door hem een kwart slag linksom te draaien. Verwijder de schroeven (A) met een passende schroevendraaier. INBOUWEN Vervang altijd de afdichting bij iedere demontage van de rekeneenheid. Zet de rekeneenheid vast met een aantrekkoppel 1,3 N.m. Let op de juiste ligging van de hoogspanningskabel. BELANGRIJK: na het weer monteren van rekeneenheid, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (zie hoofdstuk "initialisatie")
26 VERLICHTING VOORZIJDE 80 Xenonkoplampen INITIALISEREN VAN HET SYSTEEM EN AFSTELLEN VAN DE KOPLAMPEN Dit moet worden gedaan na elke reparatie aan een koplamp, een opname element of aan een onderdeel van de voor- of achtertrein. Zet de auto op een horizontale vloer. BELANGRIJK: zet de handrem niet vast. Controleer of de auto onbelast is en de brandstoftank vol is, stap tijdens de duur van de werkzaamheden niet in de auto. Controleer of de bandenspanning correct is en open de motorkap. Sluit het diagnoseapparaat aan controleer of er geen storing is. Zet het contact aan, schakelt de dimlichten aan, selecteer en valideer de rekeneenheid. Geef het commando: "AC 010: calibratie rekeneenheid". BELANGRIJK: het initialiseren van het systeem is niet mogelijk: als de rijsnelheid afwezig is of niet nul, als de stand van een opname element buiten de tolerantie is, als de configuratie van de rekeneenheid niet correct is uitgevoerd. OPMERKING: Het is mogelijk om te controleren of het systeem is geinitialiseerd: de waarde van het opname element voor, zichtbaar met parameter "PR017: hoogte voor" moet gelijk zijn aan de waarde van de oorspronkelijke hoogte voor (PR 004), de waarde van het opname element achter, zichtbaar met parameter "PR018: hoogte achter" moet gelijk zijn aan de waarde van de oorspronkelijke hoogte voor (PR 005). Zet het contact niet af, en stel de stand van de koplampen af met het koplampafstelapparaat: hoogte met schroef (D) en richting met schroef (E). BELANGRIJK: de stand van de auto mag niet veranderen tussen het initialiseren en het afstellen van de koplampen. Deze twee handelingen vormen één geheel
27 HATCHBACK 181 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Achterlicht De achterlichten van de hatchback zijn in twee delen uitgevoerd, een in het scherm en een in de achterklep. UITBOUWEN VAN LICHTEN IN HET SCHERM UITBOUWEN VAN LICHTEN IN DE ACHTERKLEP Verwijder de bevestiging aan de achterkant (C). Bouw het lamphuis uit en maak de stekker los. Verwijder de bevestiging aan de achterkant (A). Bouw het lamphuis uit en maak de stekker los Om bij de lampen te kunnen komen, wipt u de lamphouder los door het lipje (B) in te drukken. Om bij de lampen te kunnen komen, wipt u de lamphouder los door het lipje (B) in te drukken. N.B.: op sommige uitvoeringen, is de bevestiging (D) vervangen door een schroef en een moer. AANSLUITINGEN Stekker lichten achterscherm links AANSLUITINGEN Stekker lichten achterklep links Aansl Omschrijving Aansl Omschrijving Knipperlicht Massa Niet in gebruik Markeringslicht Remlicht Massa Mistachterlicht Achteruitrijlicht Markeringslicht Stekker lichten achterscherm rechts Stekker lichten achterklep rechts Aansl Omschrijving Aansl Omschrijving Markeringslicht Remlicht Niet in gebruik Massa Knipperlicht Niet in gebruik Markeringslicht Achteruitrijlicht Mistachterlicht Massa 81-1
28 BREAK 181 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Achterlicht UITBOUWEN VAN HET LICHT IN HET SCHERM Voor het uitbouwen van de achterlichten kan de schildbumper op zijn plaats blijven INBOUWEN Plaats het licht. Zet de bevestiging van het scherm (A) vast, daarna de bevestigingen aan de kant van de achterklep (B). AANSLUITINGEN Stekker achterlichten rechts Aansl Knipperlicht Mistachterlicht Markeringslicht Remlicht Massa Achteruitrijlicht Omschrijving Stekker achterlichten links Aansl Achteruitrijlicht Massa Markeringslicht Remlicht Mistachterlicht Knipperlicht Omschrijving 81-2
29 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Remlicht UITBOUWEN VAN HET VERHOOGDE REMLICHT Voor het uitbouwen van het verhoogde remlicht moet u de achterklepbekleding verwijderen (zie hoofdstuk carrosserie) N.B.: het derde remlicht van de hatchback heeft een lamp. Het derde remlicht van de break heeft diodes. 81-3
30 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Binnenverlichting BIJZONDERHEDEN De auto's hebben, afhankelijk van de uitvoering: onafhankelijke verlichting onder de portieren (die brandt bij het openen van het betreffende portier). tijdgeschakelde binnenlichten (voor en achter). verlichting onder het dashboard en verlichting onder de voorstoelen gekoppeld aan de binnenlichten. verlichting in de bagageruimte. verlichte make-up spiegels in de zonnekleppen. UITBOUWEN - INBOUWEN Voor het uitbouwen van het binnenlicht in het dak: verwijder de doorschijnende kap, trek aan de bevestigingsgrendels, maak met een draaiende beweging de stekker los. WERKING VAN DE TIJDSCHAKELING De binnenverlichting (plafond en voetenruimtes) worden direct ingeschakeld door het huis met hulporganen interieur: bij het openen van een portier of de achterklep, bij het ontgrendelen van de portieren via de afstandsbediening (of de handsfree functie), bij het verwijderen van de RENAULT-kaart uit de kaartlezer. Bij het uitschakelen van de binnenverlichting gebruikt het huis met hulporganen interieur, afhankelijk van het geval, een vertraging: uitschakeling zonder vertraging: bij het vergrendelen van de portieren via de afstandsbediening (portieren/klep gesloten) uitschakeling met vertraging: na het sluiten van het laatste portier/klep, bij het ontgrendelen van de portieren/klep via de afstandsbediening, bij het aanzetten van het contact. N.B.: als een portier of klep lang open staat, zonder aanzetten of uitzetten van het contact, dooft het huis met hulporganen interieur de binnenverlichting na een vertraging van ongeveer 15 minuten. BINNENLICHTEN Afhankelijk van de plaats van het binnenlicht en het uitrustingsniveau van de auto,kan het licht zijn voorzien van: een enkele centrale lichtschakelaar, een centrale lichtschakelaar en een kaartleeslampje, een centrale lichtschakelaar en twee kaartleeslampjes, een centrale lichtschakelaar met regelbare lichtsterkte en twee kaartleeslampjes. 81-4
31 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Binnenverlichting CENTRAAL BINNENLICHT eenvoudige uitvoering (twee toetsen) BINNENLICHT ACHTER eenvoudige uitvoering (een schakelaar) Aansl Omschrijving Aansl Omschrijving Niet in gebruik Signaal van het huis met hulporganen interieur (openen portier) Verbinding binnenlicht achter + verlichting (afhankelijk van de uitvoering) + permanent Massa Niet in gebruik Signaal van het huis met hulporganen interieur (openen portier) Verbinding binnenlicht voor Niet in gebruik Niet in gebruik Massa CENTRAAL BINNENLICHT luxe uitvoering (vier toetsen) BINNENLICHT ACHTER luxe uitvoering (drie toetsen) Aansl Omschrijving Aansl Omschrijving Niet in gebruik Signaal van het huis met hulporganen interieur (openen portier) Verbinding binnenlicht achter (regelweerstand) + verlichting + permanent Massa Niet in gebruik Signaal van het huis met hulporganen interieur (openen portier) Verbinding binnenlicht voor (regelweerstand) + verlichting + permanent Massa 81-5
32 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Verlichting onder dashboard De auto heeft lampen voor de verlichting onder het dashboard en onder de voorstoel die zijn gekoppeld aan de binnenverlichting. Zij bevinden zich: onder het dashboardkastje (passagierskant), onder het stuurwiel (1), onder de voorstoel (2) (afhankelijk van de uitvoering) Deze lampen worden aangestuurd door het huis met hulporganen interieur: bij het ontgrendelen van de portieren via de afstandsbediening of de handsfree functie, bij het openen van een portier, als de Renault-kaart uit de lezer wordt getrokken. 81-6
33 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Verlichting onder portier De portieren hebben onafhankelijke verlichting die wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur bij het openen van het portier. Alleen de lamp van het betreffende portier gaat branden. N.B.: voor het vervangen van de lamp of het uitbouwen van het lamphuis moet de portierbekleding gedeeltelijk worden uitgebouwd (zie hoofdstuk carrosserie)
34 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Verlichting dashboardkastje UITBOUWEN - INBOUWEN Voor het uitbouwen van het lamphuis van het dashboardkastje (1), verwijdert u de bodem die door een schroef wordt vastgehouden. Druk tegen de bevestigingsgrendel van het lamphuis om het los te maken
35 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Verlichting make-up spiegel Afhankelijk van de uitvoering, hebben de make-up spiegels verlichting in de hemelbekleding. De schakelaar bevindt zich op het klepje (1) van de spiegel in de zonneklep (2). De stroom naar de verlichting (3) loopt via de centrale bevestiging (4) van de zonnekleppen. N.B.: de werking van de schakelaar kan worden gecontroleerd via de verbinding naar de bevestiging: klepje van de spiegel gesloten (schakelaar open) = lamp uit = weerstand oneindig, klepje van de spiegel open (schakelaar gesloten) = lamp aan = weerstand nul, 81-9
36 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De zekering/relaisplaat is vastgeklemd tegen het huis met hulporganen interieur in het dashboard aan bestuurderszijde. Bij het vervangen van de zekering/relaisplaat, is de plaats van de zekering en van de shunts afhankelijk van het uitrustingsniveau. Zij moeten altijd op de zelfde plaats worden overgebracht op het nieuwe onderdeel Afhankelijk van het uitrustingsniveau kunnen twee modellen van zekering/relaisplaat zijn gemonteerd: een zogenaamde "eenvoudige" uitvoering, een zogenaamde "luxe" uitvoering. OPMERKINGEN: het magazijn levert alleen de zekering/relaisplaat van de "luxe" uitvoering. Dit kan gemonteerd worden in plaats van de "eenvoudige" uitvoering
37 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat UITBOUWEN N.B.: door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag worden de uitgangen naar de ontstekers uitgeschakeld en de stuurkolom ontgrendeld. Bouw het huis met hulporganen interieur uit met de zekering- en relaisplaat interieur. OPMERKINGEN: bij het vervangen van het huis met hulporganen interieur, moeten de configuraties worden genoteerd met behulp van het diagnoseapparaat. de zekering/relaisplaat is vastgeklemd op het huis met hulporganen interieur. Het uitbouwen van het ene onderdeel betekent dat het andere ook moet worden uitgebouwd. Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: de zijkant van het dashboard aan bestuurderszijde, de afdekplaat onder het dashboard, de bevestigingsschroeven (1) van het huis met hulporganen interieur, de beschermkap-accessoires/luidspreker van de spraakmaker (2) Scheid het huis met hulporganen interieur van de zekering/relaisplaat door op de grendels (4) te drukken Knip het plastic klembandje van de bedrading (3) door. Maak de stekkers los van het huis met hulporganen interieur en van de zekering- en relaisplaat interieur. INBOUWEN Let op de aansluiting van de stekkers en zet de kabelbundel met een grote klemband (3) vast
38 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat 81-12
39 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat Symbolen van de zekering Bestemming van de zekeringen (afhankelijk van het uitrustingsniveau) N Symbool Ampère Omschrijving F1 20A Grootlichten F2 10A Voeding huis met hulporganen interieur - Voeding zekering/relaisplaat - Transponder - Kaartlezer - Drukknop starten F3 10A Spraakmaker - Hoogtecorrectie xenonlampen - Instrumentenpanelen - Verwarmde sproeiers F4 20A Achteruitrijlichten - Verwarming en airconditioning - Parkeerhulp - Informatie + na contact alarm - Verlichting schakelaar portiersloten - Regensensor - Voorruitverwarming F5 15A Tijdgeschakelde binnenverlichting F6 20A Remlichten - Ruitenwisserschakelaar - Diagnose-aansluiting - Display bandenspanning - Controlelampje kinderveiligheid - Controlelampje portiersloten achter - Verlichting schakelaars ruitbediening F7 15A Dimlicht links F87,5A Markeringslicht rechts F9 15A Alarmknipperlichten en knipperlichten F10 10A Communicatiesysteem - Radio F11 30A Spraakmaker - Instrumentenpaneel - Mistlichten voor - Achterklepslot F12 5A Airbags en gordelspanners F13 5A Rekeneenheid ABS - Referentie remkrachtverdeler F14 15A Claxon F15 30A Ruitbediening voor bestuurder 81-13
40 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat N Symbool Ampère Omschrijving F16 30A Ruitbediening voor passagier F17 10A Mistachterlicht F1810A Spiegelverwarming F19 15A Dimlicht rechts F20 7,5A Markeringslichten links - Verlichting via regelweerstand en dashboardkastje - Kentekenverlichting F21 30A Ruitenwisser achter en voor F22 30A Portiervergrendeling F23 15A Accessoiresaansluiting console - Telefoon F24 15A Aansteker - Accessoiresaansluiting bagageruimte F25 10A Stuurkolomgrendel - Achterruitverwarming - Voorstoelen - Blokkeren ruitbediening achter Zekering stroomonderbreker Deze zekering bevindt zich onder de asbak, in de middenconsole. N Ampère Omschrijving F50 20A Zekering stroomonderbreker: Diagnose aansluiting Radio Controle-eenheid airconditioning Rekeneenheid memory systeem bestuurdersstoel Display klokje/buitentemperatuur/radio Rekeneenheid navigatiesysteem Rekeneenheid bandenspanning Centrale communicatie eenheid Verbinding naar alarm 81-14
41 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat Bestemming (afhankelijk van het uitrustingsniveau) U1 (24-polige stekker) Aansl Omschrijving Uitgang portiervergrendeling Uitgang portiervergrendeling Ingang shunt markeringslicht links voor Reserve Ingang shunt markeringslicht rechts voor Ingang shunt kentekenverlichting Ingang storing zekering markeringslichten rechts Ingang storing zekering markeringslichten links Reserve Ingang dimlichten Ingang shunt markeringslicht rechts achter Reserve Reserve Ingang voeding zekering/relaisplaat elektronica Reserve Ingang storing remlichten Ingang shunt markeringslicht links achter Reserve Ingang shunt remlicht links Ingang portiervergrendeling Ingang shunt remlicht rechts Ingang remlichtschakelaar Uitgang portiervergrendeling Uitgang portiervergrendeling U2 (24-polige stekker) Aansl Omschrijving Uitgang relais wisser achter Ingang + na contact via relais (elektronische sleutel) Ingang + na contact via ruststand relais (elektronische sleutel) Uitgang + na contact via relais (elektronische sleutel) Ingang voeding portiervergrendeling Reserve Reserve Uitgang relais portiervergrendeling openen Uitgang relais + accessoires 2 Uitgang relais portiervergrendeling sluiten Uitgang relais + accessoires 1 Ingang knipperlicht Ingang knipperlicht Reserve Uitgang stuursignaal knipperlicht links Ingang diagnose knipperlicht Uitgang stuursignaal knipperlicht rechts Uitgang relais ruitenwisser voor langzaam en snel Ingang voeding knipperlicht Uitgang relais ruitenwisser voor aan/uit Uitgang relais startvrijgave Ingang markeringslichten Uitgang relais voeding via tijdrelais Ingang voeding huis met hulporganen interieur 81-15
42 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat 81-16
43 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat Bestemming (afhankelijk van het uitrustingsniveau) CGB1 Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 (15-polige stekker) ZWART WIT Omschrijving + mistlichten voor + relais mistlichten voor + voor contact via zekering interieur 1 (caravanaansluiting) ZWART + voor contact via zekering portiervergrendeling + na contact via zekering ABS/ESP + na contact via zekering airbag +accessoires via zekering +accessoires via zekering +accessoires via zekering +accessoires via zekering CGB2(15-polige stekker) GRIJS Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 WIT Omschrijving + voor contact via zekering (airconditioning) + voor contact via zekering (airconditioning) +accessoires via zekering Commando + sluiten portiervergrendeling Commando + openen portiervergrendeling Massa ZWART Massa Commando ontgrendelen binnen buiten achterportier Commando vergrendelen buiten achter bestuurder Commando vergrendelen binnen achter Commando vergrendelen binnen achter Commando ontgrendelen buiten achter bestuurder en ontgrendelen binnen voor Commando ontgrendelen buiten achter bestuurder en ontgrendelen binnen voor Commando + tijdschakeling verlichting bagageruimte 81-17
44 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat Bestemming (afhankelijk van het uitrustingsniveau) CGB3 Aans l A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 (15-polige stekker) BRUIN WIT Omschrijving + dimlicht Commando + grootlicht Commando + zekering claxon Commando + zekering mistachterlicht ZWART + dimlicht rechts + dimlicht links Commando + via zekering spiegelverwarming Commando + via zekering mistachterlicht +accessoires voor contact via zekering ruitbediening bestuurder passagier Commando verlichting interieur + voor contact via zekering ruitbediening Commando + claxon CGB4 Aans l A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 (15-polige stekker) GROEN WIT Omschrijving Commando + zekering grootlicht Commando relaisspoel vergrendelen functie achter Na contact of voor contact ruitbediening achter Commando relais ruitbediening achter Stuurcommando + achterruitverwarming ZWART + voor contact via zekering zend/ontvanger Na contact via zekering accessoires Commando + ruitenwisser achter Commando + tijdschakeling verlichting binnenlicht Commando + markeringslicht rechts achter Commando + markeringslicht rechts voor Commando - relais achterruitverwarming 81-18
45 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat CGB5 (12-polige stekker) BLAUW CGB6 (18-polige stekker) KRISTAL WIT WIT Aansl Omschrijving Aansl Omschrijving A1 + voor contact via zekering interieur 3 A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 + Na contact + voor contact via zekering portiervergrendeling + voor contact via zekering interieur 2 ZWART Massa + grootlichten + starten Commando relais markeringslicht Commando dimlicht A2 A3 A4 A5 A6 A7 A8 A9 B1 B2 + na contact via zekering commando achterruitverwarming + na contact via zekering commando achterruitverwarming Commando knipperen knipperautomaat Commando knipperlichten links Commando knipperlichten rechts ZWART Commando + langzaam interval ruitenwisser voor Commando + snel interval ruitenwisser voor B3 + na contact via zekering remlichten B4 Commando + kentekenverlichting B5 Commando + markeringslicht links achter B6 Commando + markeringslicht rechts achter B7 Commando remlichten B8 Commando + remlicht rechts B9 Commando + remlicht links 81-19
46 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat 81-20
47 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat Bestemming (afhankelijk van het uitrustingsniveau) Aansl REL 2 REL 7 REL 9 REL 10 REL 11 REL 12 REL 13 REL 17 REL 18 REL 19 REL 21 REL 22 REL 23 SH 1 SH 2 SH 3 SH 4 Omschrijving Relais achterruitverwarming Relais mistlichten voor Relais ruitenwisser voor Relais ruitenwisser voor Relais ruitenwisser achter / achteruitrijlichten Relais portiervergrendeling Relais portiervergrendeling Relais ruitenwisser achter Relais tijdgeschakelde binnenverlichting Relais accessoires Relais startvrijgave Relais rekeneenheid/+ na contact Relais accessoires, radio (achteraf inbouw)/ruitbediening achter Shunt ruitbediening achter Shunt ruitbediening voor Shunt rijverlichting Shunt rijverlichting 81-21
48 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat Deze zekeringhouder bevindt zich op de zekering/relaisplaat. Bestemming van de zekeringen en relais (afhankelijk van het uitrustingsniveau) N Ampère Omschrijving F26 F27 F28 F29 F30 F31 R17 30A 30A 30A 30A 5A - Zekering caravanaansluiting Zekering open dak Zekering ruitbediening links achter Zekering ruitbediening rechts achter Zekering stuurwielhoeksensor Relais ruitbediening 81-22
49 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat De zekering/relaisplaat opties bevindt zich voor het dashboardkastje aan passagierskant Bestemming van de zekeringen en relais (afhankelijk van het uitrustingsniveau) N Ampère Omschrijving F32 F33 F34 F35 F36 F37 R3 R4 R5 R A 15A 20A 20A Niet in gebruik Niet in gebruik Zekering stoelverwarming bestuurder en passagier Zekering voeding elektrische stoel bestuurder Zekering elektrische stoel bestuurder Zekering elektrische stoel passagier Relais voeding stoelen Relais markeringslichten voor rijverlichting Relais dimlicht voor rijverlichting Relais koplampsproeierpomp Relais onderbreken remlichten 81-23
50 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat Zekeringplaat en relais (motorruimte) Bestemming van de zekeringen (afhankelijk van het uitrustingsniveau) N Ampère Omschrijving F1 F2 F3 F4 F5 F6 F7 F8 F9 F10 F11 F12 F13 F14 F15 F16 F17 F18 F19 F20 F21 F22 F23 7,5A - 30A 5A-15A 30A 10A A 30A 30A 70A 70A 70A 60A 40A 40A 70A 70A 60A 60A 80A - Zekering automatische transmissie Niet in gebruik Zekering relais inspuitsysteem Zekering automatische transmissie Zekering extra verwarming - Relais brandstofverwarming Zekering rekeneenheid inspuitsysteem - Elektroklep diesel - Brandstofverwarming Niet in gebruik Niet in gebruik Zekering langzaam koelventilateur Zekering rekeneenheid ABS/ESP Zekering claxon Zekering voorverwarming diesel Zekering koelvloeistofverwarmingselementen 2 Zekering koelvloeistofverwarmingselementen 1 Zekering langzaam en snel koelventilateur met airconditioning Zekering koplampsproeiers - Relais ontdooiing Zekering rekeneenheid ABS/ESP Zekering interieur N 1 Zekering interieur Zekering interieur N 3 Zekering voeding zekering stroomonderbreker interieur N 2 Zekering voorruitverwarming 81-24
51 ACHTERLICHTEN-BINNENVERLICHTING 81 Zekering/relaisplaat Zekeringplaat en relais (motorruimte) Bestemming van de relais (afhankelijk van het uitrustingsniveau) Motor K4M-F4P-F5R-F9Q N Omschrijving R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 R10 R11 Relais extra verwarming 1 Relais langzaam koelventilateur Niet in gebruik Niet in gebruik Relais extra verwarming 3 Relais brandstofpomp Relais brandstofverwarming Relais navoeding inspuitsysteem Relais langzaam koelventilateur met airconditioning Relais koelventilateur met airconditioning Relais extra verwarming 2 Motor L7X N Omschrijving R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 R10 R11 Niet in gebruik Relais koelventilateur met airconditioning Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Relais inspuitsysteem Relais koelventilateur met airconditioning Relais navoeding inspuitsysteem Relais koelventilateur met airconditioning Relais koelventilateur met airconditioning 81-25
52 182 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart BIJZONDERHEDEN Er is geen noodcode meer maar een reparatiecode die levenslang aan de auto is toegewezen tijdens de fabricage. Er staat geen nummer op de RENAULT-kaarten. De auto heeft bij aflevering geen etiket waarop de code staat. Voor alle werkzaamheden aan het systeem, kan dit nummer worden opgevraagd via de Technische Dienst van de importeur (zie Service Mededeling 3315E). Bij iedere codeaanvraag, moet het VIN van de auto worden opgegeven, alsmede het fabricagenummer. Hiermee kan de auto exact geïdentificeerd worden om de juiste code te kunnen geven. Dit systeem kan, afhankelijk van de uitvoering, gebruik maken van een RENAULT-kaart met handsfree functie. Het is niet mogelijk meer dan een RENAULTkaart met de handsfree functie uit te rusten. Bij verlies, diefstal of op verzoek van de klant, kunnen een of meer RENAULT-kaarten aan de auto worden toegewezen. Deze kunnen, indien nodig, opnieuw aan de zelfde auto worden toegewezen. LET OP: met dit systeem, is het niet mogelijk verschillende elementen (huis met hulporganen interieur en RENAULT-kaarten of huis met hulporganen interieur en rekeneenheid van het inspuitsysteem) tegelijk te vervangen. Deze onderdelen worden ongecodeerd geleverd. De RENAULT-kaart uit het magazijn is niet gecodeeerd, heeft geen nummer en geen reservesleutel. De accumulator voor de handsfree functie is geladen. Is is namelijk niet mogelijk deze elementen te coderen als geen enkel element de oorspronkelijke code van de auto in zijn geheugen heeft (zie de toepassingstabel). Het systeem kan maximaal vier RENAULT-kaarten bevatten. De functie afstandsbediening, het batterijtje en de accumulator (op de handsfree uitvoering ), hebben geen functie voor de startvergrendeling. Het is gen manier om een eenmaal in een element van het systeem ingelezen code te wissen. De ingelezen code kan niet gewist worden. 82-1
53 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart ALGEMEEN De auto heeft startvergrendeling met een herkenningssysteem voor de RENAULT-kaart met een continu variabele code. Een gecodeerde chip (werkend zonder batterij) die onafhankelijk is van de functie afstandsbediening is ingebouwd in elke RENAULT-kaart van de auto. De startvergrendeling wordt enkele secondes na het verwijderen van de RENAULT-kaart uit de kaartlezer geactiveerd. Dit is te zien aan het knipperen van het rode controlelampje op het instrumentenpaneel en aan het blokkeren van de stuurkolom. Bij de fabricage, wordt een code van twaalf hexadecimale tekens toegewezen aan de auto om de startvergrendeling operationeel te maken. In de werkplaats hebt u de reparatiecode nodig voor het: toevoegen van RENAULT-kaarten, vervangen van een of meer RENAULT-kaarten, onbruikbaar maken van een of meer RENAULTkaarten (bij verlies of diefstal van een andere kaart bijvoorbeeld), vervangen van het huis met hulporganen interieur. N.B.: Bij het opvragen van de reparatiecode is het chassisnummer van de auto nodig. Per land zijn er verschillende methodes mogelijk (zie Service Mededeling 3315E): Minitel, sprekende computer, techline. 82-2
54 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart PRESENTATIE VAN HET SYSTEEM A B C D E F G H I RENAULT-kaart Lezer voor de RENAULT-kaarten met de ontvanger voor de startvergrendeling Huis met hulporganen interieur en Zekering/relaisplaat Rood controlelampje van de startvergrendeling (instrumentenpaneel) Rekeneenheid van het inspuitsysteem (benzine of diesel) Elektrische stuurkolomgrendel Diagnose aansluiting Drukknop voor het starten Contacten van het koppelingspedaal en de stand "neutraal" van de versnellingsbak Multiplexverbinding Draadverbinding Stand + accessoires Stand + na contact Voeding van de startmotor 82-3
55 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De startvergrendeling wordt enkele secondes na het uitschakelen van het contact geactiveerd (te zien aan het knipperen van het rode controlelampje op het instrumentenpaneel en aan het blokkeren van de stuurkolom). Het systeem bestaat uit: twee speciale RENAULT-kaarten (A) met een gecodeerde chip voor de bediening van de startvergrendeling, een van de RENAULT-kaarten kan de handsfree functie hebben, ex kunnen twee kaarten worden toegevoegd (maximum vier), een ontvanger voor de startvergrendeling in de kaartlezer (B), met een elektronisch systeem voor het overbrengen van de code van de RENAULTkaarten naar het huis met hulporganen interieur (C). een rood controlelampje van de startvergrendeling (D) op het instrumentenpaneel voor het signaleren van: de activering van de startvergrendeling, het niet herkennen van de RENAULT-kaart, een storing in het systeem, een probleem met de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de stuurkolomgrendel. een gecodeerde rekeneenheid van het inspuitsysteem (E), een diagnose-aansluiting (G) voor het storing zoeken en de configuraties van het systeem, een gecodeerde vergrendeling van de stuurkolom (F). contacten voor de stand van het koppelingspedaal en de versnellingsbak (I) en een startknop (H) voor de voeding van de startmotor. N.B.: De kaartlezer voor de RENAULT-kaart is niet gecodeerd. een huis met hulporganen interieur (C) onder het dashboard aan bestuurderszijde. Voor de startvergrendeling, verzorgt het huis met hulporganen interieur de functies: decodering van het signaal van de RENAULTkaart afkomstig van de kaartlezer, regeling van het startvergrendelingssysteem door een code naar de stuurkolomgrendel te sturen, communicatie met de rekeneenheid van het inspuitsysteem, aansturen van het rode controlelampje van de startvergrendeling en het verlichten van de kaartlezer, communicatie met het diagnoseapparaat. N.B.: voor de andere functies van het huis met hulporganen interieur, raadpleegt u hoofdstuk
56 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart WERKING Als de startvergrendeling operationeel is knippert het rode controlelampje van de startvergrendeling (langzaam; een flits/seconde). De elektrische stuurkolomgrendel is geblokkeerd. Nadat de RENAULT-kaart in de lezer is geplaatst, wordt code van de RENAULT-kaart naar het huis met hulporganen interieur gestuurd. Als de code wordt herkend door het huis met hulporganen interieur, stuurt dit via het multiplexnetwerk een gecodeerd signaal naar de stuurkolomgrendel. Als het gecodeerde signaal dat de stuurkolomgrendel ontvangt, gelijk is aan dat wat hij in zijn geheugen heeft, ontgrendelt hij de stuurkolom en stuurt hij een bevestiging naar het huis met hulporganen interieur. Als het huis met hulporganen interieur dit bericht ontvangt, schakelt het de + na contact in en dooft het rode controlelampje van de startvergrendeling. Als het contact is ingeschakeld, sturen het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem elkaar gecodeerde signalen via het multiplexnetwerk. Bijzondere situaties Als de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de stuurkolomgrendel geen referentiecode in het geheugen heeft neemt hij de ontvangen code op in zijn geheugen. Als er geen overeenkomst is tussen de codes van het huis met hulporganen interieur en de RENAULTkaart, blijft het systeem vergrendeld. Het rode startvergrendelingslampje knippert (snel). Het starten is niet toegestaan en de stuurkolomgrendel blijft geblokkeerd. Als het lampje vast brandt, zonder + na contact, is er een probleem met de elektrische vergrendeling van de stuurkolom. Als het lampje vast brandt met + na contact, is er een met het inspuitsysteem. LET OP: Als gestart wordt met een accu met een lage accuspanning is het mogelijk dat de startvergrendeling door de spanningsval opnieuw wordt ingeschakeld. Als de spanning lager is kan er niet worden gestart, zelfs niet als de auto wordt aangeduwd. Als de signalen van het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem overeenkomen, geeft het huis met hulporganen interieur toestemming voor het starten van de motor en het inspuitsysteem ontgrendelt zich. 82-5
57 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart VERVANGEN EN CONFIGUREREN VAN HET HUIS MET DE HULPORGANEN De nieuwe onderdelen zijn niet gecodeerd. Na montage in de auto, moeten zij daarom een code inlezen voordat het zij goed kunnen werken. Hiervoor is het nodig dat een aantal onderdelen al correct gecodeerd is (met de code van de auto). Raadpleeg de toepassingstabel. LET OP: zodra een code is ingelezen in het onderdeel, kan dit alleen nog maar in deze auto worden gebruikt: de code kan niet worden gewist en een tweede code kan ook niet worden ingelezen. De ingelezen code kan niet gewist worden. TOEPASSINGSTABEL. STAAT VAN DE ELEMENTEN WERKZAAMHEDEN Huis met hulporganen interieur (UCH) RENAULTkaart Rekeneenheid inspuitsysteem Elektrische grendel REPARATIECODE NODIG Inlezen van het huis met hulporganen interieur Inlezen/verwijderen van de RENAULTkaart Inlezen stuurkolomgrendel Inlezen rekeneenheid van het inspuitsysteem Ongecodeerd Gecodeerd Gecodeerd - JA Gecodeerd Ongecodeerd Gecodeerd - JA Gecodeerd Gecodeerd - Ongecodeerd NEE Gecodeerd Gecodeerd Ongecodeerd Gecodeerd NEE * De toegewezen Renault-kaart moet ongecodeerd zijn of reeds in de auto zijn ingelezen. OPMERKING: hij kan ingelezen maar niet operationeel zijn (niet toegewezen). BELANGRIJK: alleen de RENAULT-kaarten die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken. 82-6
58 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart VERVANGEN EN CONFIGUREREN VAN HET HUIS MET DE HULPORGANEN Een nieuw huis met hulporganen interieur is niet gecodeerd. Na montage in de auto, moet daarom een code worden ingelezen voordat het huis goed kan werken. Hiervoor moet u over ten minste één van de oude RENAULT-kaarten van de auto beschikken, en over de reparatiecode en moet de rekeneenheid van het inspuitsysteem correct zijn gecodeerd (raadpleeg de toepassingstabel). LET OP: zodra een code is ingelezen in het huis met hulporganen interieur, kan dit alleen nog maar in deze auto worden gebruikt: de code kan niet worden gewist en een tweede code kan ook niet worden ingelezen. BELANGRIJK: alleen de RENAULT-kaarten die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken op voorwaarde: dat zij al voor deze auto waren gecodeerd, dat zij nieuw zijn (ongecodeerd). INLEESPROCEDURE VOOR HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Start de communicatie met het systeem "Startvergrendeling". In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC027: inlezen huis met hulporganen interieur". Het gereedschap toont "Wilt u de reparatiecode invoeren". Terwijl de RENAULT-kaart niet in de lezer zit, voert u de geheime reparatiecode in (12 hexadecimale tekens) en valideert u de code. Als het formaat van de code correct is, toont het gereedschap "Plaats een reeds op de auto ingelezen kaart in de lezer", de inleesprocedure is bezig. Het gereedschap toont "Huis met hulporganen interieur ingelezen", het huis met hulporganen interieur is gecodeerd. Nu moet de inleesprocedure van de RENAULT-kaart worden gestart om de andere kaarten (maximum vier) toe te wijzen. Voordat dit bericht verschijnt kan een aantal secondes verlopen.. LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 2 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. BIJZONDERE SITUATIES Als op het scherm staat: "haal de kaart uit de lezer", zit er al een kaart in de lezer, "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel die van de auto is": is de code niet correct gelezen of is het huis met hulporganen interieur al gecodeerd op een andere auto. Controleer de code en probeer het invoeren te herhalen. "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze aan de auto toewijst": was het huis met hulporganen interieur al op deze auto gecodeerd, het huis met hulporganen interieur gaat naar het toewijzingsprogramma van de RENAULT-kaart. "Kaart niet bruikbaar op deze auto" komt de code van de kaart niet overeen met de aanwezige auto. "De aangeboden kaart is leeg. Wilt u een kaart aanbieden die al op de auto is ingelezen": bied een reeds gecodeerde kaart aan. "Inlezen huis met hulporganen interieur mislukt". Probeer de complete procedure te herhalen. LET OP: als een huis met hulporganen interieur de code van de RENAULT-kaarten heeft ingelezen, is het onmogelijk deze te wissen of door een andere code te vervangen. 82-7
59 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart TOEWIJZINGSPROCEDURE VAN DE RENAULT- KAARTEN N.B.: of een kaart leeg is kan worden gecontroleerd via de staat: "ET 115: lege kaart". BELANGRIJK: als niet alle RENAULT-kaarten beschikbaar zijn, moet later een nieuwe toewijzingsprocedure met alle kaarten worden uitgevoerd. In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC001: inlezen van de kaarten". Het scherm toont "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze aan de auto toewijst?" Als een controle van de kaarten wordt gevraagd, toont het gereedschap "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een RENAULTkaart in tot het contact inschakelt: Als het toewijzen niet mogelijk is, toont het scherm "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". Gebruik een andere kaart. Als de kaart conform is, toont het scherm "haal de kaart uit de lezer". Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer" Voer dan een RENAULT-kaart tot de aanslag in de lezer en valideer: Als de RENAULT-kaart niet wordt geaccepteerd, blijft het rode lampje uit". Als de RENAULT-kaart wordt geaccepteerd, knippert het rode lampje snel en het gereedschap geeft aan "1 kaart ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". LET OP: dit moeten oude RENAULT-kaarten van de auto zijn of nieuwe, niet gecodeerde RENAULTkaarten. N.B.: de auto kan maar één RENAULT-kaart accepteren met handsfree functie. Als een tweede RENAULT-kaart aan de auto wordt toegewezen, zal deze werken als een eenvoudige RENAULT-kaart LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 5 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. Configureer het huis met hulporganen interieur volgens de opties en uitrusting van de auto (raadpleeg hoofdstuk 87). N.B.: Als u het huis met hulporganen vervangt hoeft u niets te doen aan de rekeneenheid van het inspuitsysteem, het behoudt dezelfde startvergrendelingscode. Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een tweede RENAULT-kaart in tot het contact inschakelt: N.B.: als u twee keer dezelfde RENAULT-kaart aanbiedt reageert het systeem er niet op, net startvergrendelingslampje blijft uit. Voer de andere RENAULT-kaart(en) die aan de auto moeten worden toegewezen (maximum 4) tot de aanslag in de kaartlezer in. Het scherm toont "2, 3 of 4 kaarten ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". 82-8
60 STARTVERGRENDELING 82 RENAULT-kaart CODEREN VAN DE REKENEENHEID INSPUITING De rekeneenheid van het inspuitsysteem wordt ongecodeerd geleverd. Hij moet de code van de startvergrendeling inlezen bij zijn montage om het starten mogelijk te kunnen maken. Controle De staat van de rekeneenheid van het inspuitsysteem is te zien met het diagnoseapparaat. Met het diagnoseapparaat Het is voldoende om het contact gedurende enkele secondes aan te zetten zonder te starten. Zet het contact af, de startvergrendeling wordt actief na enkele secondes Selecteer en valideer "Huis met hulporganen interieur" Selecteer het menu "STAAT" en controleer: als de rekeneenheid niet is gecodeerd, is de staat "ET 111 inspuitsysteem ongecodeerd" actief, als de rekeneenheid is gecodeerd, is de staat "ET 111 inspuitsysteem ongecodeerd" niet bevestigd LET OP Bij dit type startvergrendeling houdt de auto levenslang zijn startvergrendelingscode. Ook heeft dit systeem geen noodcode. Het is daarom verboden tests uit te voeren met een uit een andere auto of uit het magazijn geleende rekeneenheid.' De ingelezen code kan niet gewist worden. 82-9
61 STARTVERGRENDELING 82 Lezer RENAULT-kaart De RENAULT-kaartlezer heeft twee contacten voor het activeren van de auto: een contact halverwege voor de voeding van de accessoires (+ accessoires), een contact als kaart op de aanslag geheel in de lezer is gestoken (+ na contact). N.B.: de RENAULT-kaart wordt in de lezer vergrendeld zodra het huis met hulporganen interieur de informatie "draaiende motor" heeft ontvangen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. De kaart wordt vrijgegeven als de motor stil staat. Een configuratie maakt het niet blokkeren van de Renault-kaarten mogelijk bij een automatische transmissie. Werking van de verlichting van de kaartlezer Bij het ontgrendelen van de portieren, wordt de kaartlezer ongeveer 30 secondes verlicht. Als de lezer oplicht bij het invoeren van een RENAULT-kaart, betekent dit dat de code overeenkomt met de code in het huis met hulporganen interieur. Als de lezer snel knippert (met de zelfde frequentie als het startvergrendelingslampje) bij het invoeren van een RENAULT-kaart, betekent dit dat de code van de RENAULT-kaart niet is herkend door het huis met hulporganen interieur. Na het stilzetten van de motor licht de kaartlezer op. Als de RENAULT-kaart in de lezer aanwezig is bij het openen van het portier (stilstaande motor), knippert hij om aan te geven dat de kaart nog in de lezer zit. OPMERKING: als de verlichting van de kaartlezer niet goed werkt, moet u de kaartlezer vervangen. N.B.: De kaartlezer is niet gecodeerd. Voor het uitbouwen en de bestemming van de aansluitingen van de kaartlezer, zie hoofdstuk De RENAULT-kaartlezer dient: als FM-ontvanger voor het vergrendelen of het ontgrendelen van de portieren, als antenne van de transponder van de startvergrendeling en voor de herkenning van de RENAULT-kaart
62 STARTVERGRENDELING 82 Elektrische stuurkolomgrendel De grendel van de stuurkolom bevindt zich aan de onderkant van de stuurkolom. Hij wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur. De grendel wordt gecodeerd door het huis met hulporganen interieur, de code kan niet worden gewist. VOORZORGEN BIJ DE REPARATIE Om te voorkomen dat het stuurwiel blokkeert bij het losmaken van de accukabels, moet u: de RENAULT-kaart diep (+ na contact) in de lezer steken en daarna half eruit trekken (+accessoires). Zolang de kaart halverwege in de lezer zit, wordt de stuurkolom niet geblokkeerd. Maak de accukabel los, de stuurkolom blijft ontgrendeld zolang de accu niet opnieuw wordt aangesloten en de RENAULT-kaart wordt verwijderd. vergrendel de airbagrekeneenheid met een diagnoseapparaat. Voor de bestemming van de aansluitingen van de stekker, zie hoofdstuk 84. UITBOUWEN LET OP: de grendel is vastgezet met een bout met linkse schroefdraad. Voor het uitbouwen moet hij vooraf ontgrendeld zijn S WERKING De stuurinrichting ontgrendelt als de RENAULT-kaart zo diep mogelijk in de lezer is gestoken en de transponder is herkend door het huis met hulporganen interieur. De stuurinrichting vergrendelt als de RENAULT-kaart uit de lezer is gehaald en de motor stilstaat en de auto niet rijdt. N.B.: als het huis met hulporganen interieur een informatie "botsing" heeft ontvangen van de airbagrekeneenheid, blijft de stuurkolom ontgrendeld. N.B.: als de stuurkolomgrendel defect of niet aangesloten is, kan de motor niet starten. OPMERKINGEN: Als het systeem niet ontgrendelt bij het invoeren van de RENAULT-kaart in de lezer, gaat het rode startvergrendelingslampje drie secondes branden en maar de + na contact wordt niet ingeschakeld. Als de veiligheidsvergrendeling tijdens het rijden vrijkomt, lichten het lampje "Stop" en het rode controlelampje van de startvergrendeling op (het stuurwiel blokkeert niet). Als een inwendige schakelaar defect is, licht het lampje service op. INBOUWEN Zet de bout vast met een aantrekkoppel van 0.8 dan.m
63 STARTVERGRENDELING 82 Elektrische stuurkolomgrendel CODEREN VAN DE STUURKOLOMGRENDEL De grendel wordt ongecodeerd geleverd. Hij moet de code van de startvergrendeling inlezen bij zijn montage om het inschakelen van het contact mogelijk te kunnen maken. Hiervoor is het voldoende de RENAULT-kaart van de auto enkele secondes in de lezer te steken. Verwijder de RENAULT-kaart, de startvergrendeling wordt actief na enkele secondes. De grendel is gecodeerd en de stuurkolom is geblokkeerd. LET OP: Bij dit type startvergrendeling houdt de auto levenslang zijn startvergrendelingscode. Ook heeft dit systeem geen noodcode. Het is daarom verboden tests uit te voeren met een uit een andere auto of uit het magazijn geleende grendel. De ingelezen code kan niet gewist worden. Voor het controleren van de codering van de stuurkolomgrendel: Selecteer "Huis met hulporganen interieur in het menu "Staat", controleer of de regel "ET 089 stuurkolomgrendel ongecodeerd" niet gevalideerd is
64 CLAXON 82 Claxon BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De claxon is links achter de schildbumper voor geplaatst. AANSLUITING (eenvoudig) De auto's hebben, afhankelijk van de uitvoering: een of twee enkele claxons, twee claxons die via een codelijn worden gestuurd door het huis met hulporganen interieur. Deze claxons worden bekrachtigd: via het contact in de lichtschakelaar, via een codelijn vanaf het huis met hulporganen interieur bij het vergrendelen van de portieren met de handsfree functie (afhankelijk van de uitvoering). N.B.: de toon het het volume van dit signaal bij het vergrendelen kan worden gewijzigd door een configuratie van het huis met hulporganen interieur met een diagnoseapparaat. Ga als volgt te werk: start de communicatie met het huis met hulporganen interieur, selecteer en valideer het menu "commando" de regel "configuratie", Aansl A B AANSLUITING (codelijn) Aansl Omschrijving Voeding (schakelaar) Massa 1 Voeding 2 Massa Omschrijving 3 Commando (schakelaar of huis met hulporganen interieur) 82-13
65 CLAXON 82 Alarm BESCHRIJVING De kabelbundel van de auto is voorbereid voor het aansluiten van een door Renault goedgekeurd alarm. De speciale stekker (A) bevindt zich achter de bekleding, naast de gordelspanner links achter. AANSLUITINGEN Aansl 1 + na contact 2 +accu 3 Omschrijving Commando vergrendelingslampje (niet in gebruik) 4 Informatie sluiting motorkap 5 Volumetrische detectie 6 Volumetrische detectie 7 Gecodeerde verbinding huis met hulporganen interieur 8werking knipperlichten WERKING De ACU (Alarm Controle Unit) wordt verbonden met het huis met hulporganen interieur via een seriële verbinding. De opdracht voor het uitschakelen van het alarm wordt gegeven door het huis met hulporganen interieur via een codelijn tijdens het ontgrendelen via de FMafstandsbediening. De opdracht voor het activeren van het alarm wordt gegeven door het huis met hulporganen interieur in het geval van: vergrendeling via de FM-afstandsbediening. automatische hervergrendeling. Het huis met hulporganen interieur informeert de alarmcentrale over de staat van de portieren na het vergrendelen met de FM-afstandsbediening
66 183 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Dashboard BELANGRIJK: Werkzaamheden aan de systemen van de airbags en de gordelspanners mogen alleen worden uitgevoerd door speciaal hiervoor opgeleid personeel. Zet de stoelen zo ver mogelijk achteruit en verwijder: de Renault-kaartlezer (1), LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. N.B.: door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag worden de uitgangen naar de ontstekers uitgeschakeld en de stuurkolom ontgrendeld. UITBOUWEN Zet de voorstoelen naar voren zodat u de bevestigingsschroeven van de middenconsole kunt verwijderen, de schroeven van de console aan het dashboard (2), de middenconsole, de autoradio (afhankelijk van de uitvoering), de centrale communicatie eenheid (afhankelijk van de uitvoering), het bedieningspaneel van de verwarming en airconditioning (zie hoofdstuk 62). 83-1
67 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Dashboard Bijzonderheden van de kabelbediening, verwijder: de sierlijst van het bedieningspaneel, de bevestigingsschroeven, het bedieningspaneel, Bouw uit: de bevestigingsschroeven van het dashboard (1), ze zonnesensor (2), de binnenste afdekplaat van het dashboardkastje die met een schroef vastzit, de verlichting van het dashboardkastje en let daarbij op de de contactvinger (3), de verlichting onder het dashboard het aparte display van de 'autoradio of het Carminatscherm (afhankelijk van de uitvoering) en maak de kabelbundel vrij gebruik een sleutel van 13 mm om het bevestigingsklemmetje van de airbag op de balk te vergrendelen of verwijder de bevestigingsschroef (afhankelijk van de uitvoering) N.B.: dit klemmetje moet na iedere demontage worden vervangen. 83-2
68 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Dashboard Maak los: de stekker van de dashboardairbag bij de zekering/ relaisplaat optie, het stuurwiel in de rechtuit stand, de omlijsting (4) van de teller, de stuurkolomkappen, de airbag in het stuurwiel. Steek hiervoor een schroevendraaier in het gat (1) en beweeg hem naar boven (2). de schakelaars. Maak de stekkers van de stuurkolomschakelaars (ruitenwisser, radiobediening en verlichting) los, de stekkers van de draaibare doorvoer (airbag en snelheidsregelaar) en van de stuurwielhoeksensor. Voordat u de draaiende doorvoer uitbouwt, noteert u de stand: controleer of de wielen bij de demontage rechtuit staan, controleer of het merkteken "0" van de draaibare doorvoer bij het merkteken staat de stekkers van de airbag in het stuurwiel (3) en de stekkers van de toetsen van de snelheidsregelaar (afhankelijk van de uitvoering). Bouw uit: de stuurwielbout,
69 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Dashboard Draai de bout los en maak de gehele stuurkolom vrij. Bouw uit: het tellerblok, de zijkanten van het dashboard, de bevestigingsschroeven (A) aan de zijkant van het dashboard, de bevestigingsschroeven van het dashboard (1), de tweeters, de zonnekleppen,
70 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Dashboard de remvoeringen van de voorruitstijlen; hiervoor is het voldoende zoveel bekleding los te maken dat u het bovenste klemmetje kunt indrukken, druk de stijl opzij en omhoog. N.B.: de selecteurhendel van de automatische transmissie kan worden verplaatst door op de ervoor geplaatste knop (C) te drukken Verwijder het dashboard door de klemmetjes los te maken
71 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Dashboard INBOUWEN Voor het monteren van het dashboard, plaatst u de bedrading van de tweeters, van het display en van de zonnesensor. Bijzonderheden van de draaibare doorvoer Controleer of de wielen nog rechtuit staan. Controleer de stand van de draaibare doorvoer door te controleren of het merkteken "0" van de draaibare doorvoer bij het merkteken staat Sluit de kabel aan van de dashboardairbag
72 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Dashboard Bijzonderheden van de sierlijst van het instrumentenpaneel Plaats het instrumentenpaneel en de kap aan de onderkant van de stuurkolom, Plaats de kap aan de bovenkant van de stuurkolom met het leren deel zoals op de onderstaande tekening is aangegeven. Bijzonderheden van het stuurwiel BELANGRIJK: het stuurwiel past maar op een manier op de spiebanen. Het stuurwiel moet vrij over de spiebanen kunnen bewegen. Let op dat ze niet beschadigen Breng de sierlijst naar het instrumentenpaneel, Vervang na iedere demontage de stuurwielbout en zet hem vast met een aantrekkoppel van (4,4 dan.m). Plaats de plakstrook van de bovenste stuurkolomkap op de sierlijst, Klem de sierlijst vast op het dashboard
73 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Dashboard Bijzonderheden van de airbag BELANGRIJK: voordat u de airbag aansluit moet u de werking van het systeem controleren: controleer of het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt bij het aanzetten van het contact (rekeneenheid ontgrendeld), Sluit een loze ontsteker aan op de stekker van de iedere airbag en controleer of het lampje dooft, zet het contact af, sluit de airbag aan in plaats van de loze ontstekers en monteer het in het stuurwiel, zet het contact aan, controleer of het lampje 3 secondes oplicht en vervolgens uit gaat en uit blijft. Als het lampje niet dooft, raadpleeg dan hoofdstuk "storing zoeken". LET OP: bij het niet opvolgen van deze instructies bestaat het gevaar dat het systeem niet goed functioneert, en zelfs dat de airbag zonder aanleiding ontploft Ontgrendel de rekeneenheid van de airbag. 83-8
74 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel VERVANGEN Het olieverversingsinterval kan worden veranderd met de diagnoseapparaten in de rekeneenheid van het inspuitsysteem. UITBOUWEN INBOUWEN Sluit het instrumentenpaneel aan en monteer het op zij plaats. Plaats de kap aan de bovenkant van de stuurkolom met het leren deel (2) zoals op de tekening is aangegeven. Vergrendel de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. N.B.: door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag worden de uitgangen naar de ontstekers uitgeschakeld en de stuurkolom ontgrendeld. Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: de sierlijst van het instrumentenpaneel die op het dashboard is vastgeklemd, de kap boven het stuurwiel, de bevestigingsschroef (1) van het instrumentenpaneel Monteer de sierlijst van het instrumentenpaneel op het dashboard Maak de twee stekkers los BELANGRIJK: bij een instrumentenpaneel met een groot display, moet u de nodige configuraties uitvoeren.
75 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Grijze stekker Rode stekker 1 Niet in gebruik 2 toets discretie (*) 3 Niet in gebruik 4 Niet in gebruik 5 Regelweerstand verlichting 6 toets functiekeuze boordcomputer 7 Niet in gebruik 8 Multiplexsysteem spraakmaker (*) 9 Niet in gebruik 10 Multiplexsysteem 11 Multiplexsysteem 12 Diagnoselijn (*) 13 Multiplexsysteem spraakmaker (*) 14 Niet in gebruik 15 Niet in gebruik controlelampje schakelaar openen portier (*) 2 controlelampje knipperlicht rechts 3 controlelampje knipperlicht links 4 + voor contact 5 startvergrendelingslampje 6 autogordellampje (*) 7 Niet in gebruik 8 controlelampje dimlicht 9 controlelampje grootlicht 10 Niet in gebruik 11 controlelampje mistachterlicht 12 controlelampje mistlichten voor 13 waarschuwingslampje ruitensproeierpeil 14 waarschuwingslampje laadstroom 15 Controlelampje stoelverwarming 16 + Na contact 17 Niet in gebruik 18 waarschuwingslampje oliedruk 19 informatie motorkap (*) 20 Niet in gebruik 21 oliepeilsensor 22 signaal tankelement 23 Niet in gebruik 24 massa 25 massa tankelement 26 massa oliepeilsensor 27 controlelampje markeringslicht 28 toets herhaling 29 controlelampje handrem 30 Waarschuwingslampje storing remsysteem (*): Luxe uitvoering 83-10
76 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel eenvoudige uitvoering ALGEMEEN Het instrumentenpaneel van de lage gamma heeft de volgende functies: Meters met een naald snelheid toerenteller koelvloeistoftemperatuur brandstofpeil OPMERKING: het instrumentenpaneel van de lage gamma kan niet worden gecontroleerd met de diagnoseapparaten. Het heeft wel een zelfdiagnoseprogramma. N.B.: het olieverversingsinterval kan worden veranderd met de diagnoseapparaten in de rekeneenheid van het inspuitsysteem. geluidssignaal (contact aan) knipperlichten vergeten verlichting bij het openen van een portier vergeten verwijderen van de RENAULT-kaart uit de kaartlezer. bevestiging automatische vergrendeling tijdens het rijden indicatie storing kinderveiligheid snelheidsverklikker (Arabië) (afhankelijk van de uitvoering) indicatie automatisch brandende verlichting (afhankelijk van de uitvoering) indicatie snelheidsregelaar/-begrenzer (afhankelijk van de uitvoering) functie waarschuwingslampjes functie display indicatie van het oliepeil kilometerteller totaalteller dagteller Boordcomputer verbruikte brandstof gemiddeld verbruik actueel verbruik actieradius afgelegde afstand gemiddelde snelheid afstand tot olie verversen ingestelde snelheid van regelaar of begrenzer (afhankelijk van de uitvoering) ingeschakelde versnelling automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) snelheidsverklikker (Arabië) (afhankelijk van de uitvoering)
77 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel eenvoudige uitvoering WERKING VAN HET DISPLAY ❶ indicatie van het oliepeil Deze functie verschijn gedurende ongeveer 30 secondes bij het aanzetten van het contact of na het starten van de motor. Als het peil tussen het maximum en het minimum peil staat, geeft het display "oil ok" aan. Het is normaal dat het oliepeil soms iets verschilt. Oorzaken hiervoor kunnen zijn: parkeren op een hellend vlak, motor heeft een te korte tijd stilgestaan (met koude olie ),... ➋ kilometerteller Totaalteller De kilometertotaalteller verschijnt 30 secondes na het aanzetten van het contact (na de informatie van het oliepeil). Door drukken op de toets "boordcomputer" of "nulinstelling" kan deze wachttijd verkort worden. Dagteller 13141a Als tijdens deze secondes, gedrukt wordt op de toets "boordcomputer" of "nulinstelling", geeft het display "oil ok" aan en daarna het oliepeil in de vorm van blokjes. Deze verdwijnen naarmate het oliepeil daalt en worden vervangen door streepjes. De dagteller wordt in plaats van de totaalteller weergegeven na een korte druk op de toets "boordcomputer". De nulinstelling gebeurt door het indrukken van de toets "nulinstelling". De nulinstelling van de dagteller is niet dezelfde als de nulinstelling van de boordcomputer. N.B.: de weergave in kilometers of in mijlen kan niet worden geconfigureerd. Hiervoor moet het instrumentenpaneel worden vervangen b Als het oliepeil op het minimumpeil staat bij het aanzetten van het contact, knipperen de streepjes en het woord "oil" gedurende 30 secondes. Het waarschuwingslampje "service" licht op en blijft branden na het starten van de motor c N.B.: onder normale omstandigheden wordt het oliepeil gemeten nadat het contact minstens een minuut is afgezet, in overige gevallen wordt de laatste waarde weer gegeven. als er een storing van de peilzender is gedetecteerd, gaat het display bij het aanzetten van het contact direct naar de km-totaalteller
78 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel eenvoudige uitvoering ➌ de boordcomputer Actueel verbruik (in L/100 km) De opeenvolgende gegevens van de boordcomputer verschijnen in plaats van de km-tellers door indrukken van de toets op het einde van de ruitenwisserschakelaar (functiekeuzetoets "boordcomputer". De nulinstelling gebeurt door het indrukken van de toets "nulinstelling". De informaties van de boordcomputer verschijnen als volgt na elkaar na de dagteller op het display: Verbruikte brandstof (in L/100 km of MPG *) sinds de laatste nulinstelling f Hiervoor moet de auto sneller rijden dan ongeveer 30 km/h. Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Bij gas los, met een snelheid boven 30 KM/h, is het actuele verbruik 0. N.B.: deze functie ontbreekt op de Angelsaksische uitvoering d Voorziene actieradius met de resterende brandstof (in km of in M*). Gemiddeld verbruik (in L/100KM of MPG *) sinds de laatste nulinstelling g 13141e Deze verschijnt nadat ongeveer 400 meter is afgelegd. Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Hierbij wordt gerekend met de afgelegde afstand en de hoeveelheid verbruikte brandstof sinds de laatste nulinstelling. Deze verschijnt nadat ongeveer 400 meter is afgelegd. Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Bij het berekenen van de actieradius wordt uitgegaan van de afgelegde afstand, de hoeveelheid in de tank aanwezige brandstof en de verbruikte brandstof. N.B.: als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt, wordt geen actieradius aangegeven. * Angelsaksische uitvoering
79 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel eenvoudige uitvoering Afgelegde afstand sinds de laatste nulinstelling van de boordcomputer. Ingestelde snelheid Als de auto een snelheidsregelaar/-begrenzer heeft, geeft het display de ingestelde snelheid aan in km/h of mph*. Het scherm gaat weer terug naar een bladzijde van de boordcomputer na ongeveer 15 secondes h Gemiddelde snelheid sinds de laatste nulinstelling k Als de functie niet aanwezig is, is deze bladzijde niet beschikbaar j Deze verschijnt nadat ongeveer 400 meter is afgelegd. Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Deze waarde wordt berekend door door de afgelegde afstand te delen door de tijd die is verstreken sinds de laatste nulinstelling. De tijdbasis is ingebouwd in de boordcomputer. bij iedere verandering van de snelheidsinstelling, wordt deze informatie weergegeven i plaats van die van de boordcomputer (raadpleeg het hoofdstuk "snelheidsregelaar/-begrenzer"). BELANGRIJK: als de boordcomputer knipperende streepjes geeft, is er een storing gedetecteerd. Raadpleeg het "Diagnoseprogramma".* Angelsaksische uitvoering Afstand tot olie verversen informeert de bestuurder over de afstand (in KM of in M*) die kan worden afgelegd tot de volgende keer olie verversen. Als de afstand minder is dan 1500 km of 1000 mijl of als er 22 maanden voorbij zijn, knippert de sleutel gedurende 30 secondes bij het aanzetten van het contact of als de bladzijde "verversingafstand" zichtbaar is op de boordcomputer. De sleutel knippert permanent als de afstand "0" is of na 24 maanden. Initialiseren van de afstand tot het olie verversen zet het contact aan, selecteer de bladzijde "actieradius" op de boordcomputer, druk op de toets nulinstelling gedurende ongeveer 5 secondes, de afstand knippert 4 secondes en wordt dan vast, laat de nulinsteltoets los als de juiste waarde verschijnt
80 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel eenvoudige uitvoering DIAGNOSEPROGRAMMA Om toegang te krijgen tot het diagnoseprogramma, houdt u de toets "boordcomputer" op het einde van de ruitenwisserschakelaar ingedrukt en zet het contact aan zonder de motor te starten Ga naar de volgende test door op de toets "boordcomputer" te drukken. weergave van storingen in het geheugen. Alle lampjes branden en de naalden van de vier meters slaan stapsgewijs uit. De test LCD-display verschijnt 13141o Als de letter "t" verschijnt, is er een storing in de informatie "inspuitsysteem" in het geheugen geregistreerd van ten minste 4 secondes. Alle segmenten van het display moeten oplichten. Ga naar de volgende test door op de toets "boordcomputer" te drukken l De test hoeveelheid brandstof in de tank verschijnt Als de letter "J" verschijnt is een storing tankelement gedetecteerd (langer dan 100 secondes niet aangesloten). De weerstand moet liggen tussen 5 en 350 ohm. Als de letter "d" verschijnt is er een storing in de informatie "inspuitsysteem". Als de letter "h" verschijnt is er een storing in de informatie "oliepeil". De weerstand moet liggen tussen 6 en 20 ohm. Als er alleen streepjes zijn, is er geen storing gedetecteerd m de aangegeven waarde moet overeenkomen met de hoeveelheid brandstof in de tank in liters (ook in de Angelsaksische uitvoering). Ga naar de volgende test door op de toets "boordcomputer" te drukken. De test brandstofverbruik in liter / uur verschijnt (draaiende motor). Door een druk op de toets "nulinsteltoets" kan het programma worden afgesloten en het storingsgeheugen gewist. BELANGRIJK: De boordcomputer geeft een storing aan door de weergave van knipperende streepjes. Als er geen informatie is van de rekeneenheid van het inspuitsysteem via het multiplexnetwerk, werken de teller, het actuele verbruik en de actieradius niet meer. Als er geen informatie is van de rekeneenheid van het ABS via het multiplexnetwerk, werken de kmteller en de afstand tot olie verversen niet meer N Een moet aangegeven zijn bij draaiende motor
81 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel eenvoudige uitvoering INGESCHAKELDE VERSNELLING AUTOMATISCHE TRANSMISSIE Het display voor de stand van de automatische transmissie is specifiek voor deze functie. Het toont: de ingeschakelde versnelling, de waarschuwing "storing" automatische transmissie het symbool "hendel geblokkeerd"
82 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel luxe-uitvoering ALGEMEEN Het instrumentenpaneel van de luxe gamma heeft de volgende functies: functie met wijzernaalden (identiek aan de eenvoudige uitvoering): Rijsnelheid toerenteller koelvloeistoftemperatuur brandstofpeil geluidssignaal: knipperlichten vergeten verlichting (behalve spraakmaker) RENAULT-kaart vergeten (te configureren) bevestiging automatische vergrendeling tijdens het rijden bevestiging memory systeem van de bestuurdersstoel (afhankelijk van de uitvoering) indicatie storing kinderveiligheid snelheidsverklikker (Arabië) (afhankelijk van de uitvoering) indicatie automatisch brandende verlichting (afhankelijk van de uitvoering) indicatie snelheidsregelaar/-begrenzer (afhankelijk van de uitvoering) functie waarschuwingslampjes functie display (identiek aan de eenvoudige uitvoering): indicatie van het oliepeil kilometerteller Boordcomputer snelheidsverklikker (Arabië) (afhankelijk van de uitvoering). Functieweergave met symbolen kaart invoeren druk op startknop symbolen "SERVICE" of "STOP" controlesymbolen van de werking bandenspanning (zie hoofdstuk 87) ingeschakelde versnelling automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) ingestelde snelheid van regelaar of begrenzer (afhankelijk van de uitvoering) ingeschakelde versnelling automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) regeling/begrenzing van de snelheid (afhankelijk van de uitvoering) (zie hoofdstuk "snelheidsregelaar/ begrenzer") spraakmaker (afhankelijk van de uitvoering) (aanvulling op de rekeneenheid, zie hoofdstuk "spraakmaker") diagnose mogelijk met de diagnoseapparaten. N.B.: het olieverversingsinterval kan worden veranderd met de diagnoseapparaten in de rekeneenheid van het inspuitsysteem. OPMERKING: een bladzijde van de functie boordcomputer kan de indicaties van de ingeschakelde versnelling van versnellingsbak en van jet Renault-logo blokkeren. Als de afstand minder is dan 1500 km of 1000 mijl of als er 22 maanden voorbij zijn, knippert de sleutel gedurende 30 secondes bij het aanzetten van het contact of als de bladzijde "verversingafstand" zichtbaar is op de boordcomputer. De sleutel knippert permanent als de afstand "0" is of na 24 maanden. Initialiseren van de afstand tot het olie verversen zet het contact aan, selecteer de bladzijde "actieradius" op de boordcomputer, druk op de toets nulinstelling gedurende ongeveer 5 secondes, de afstand knippert 4 secondes en wordt dan vast, laat de nulinsteltoets los als de juiste waarde verschijnt
83 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Instrumentenpaneel luxe-uitvoering FUNCTIEWEERGAVE MET SYMBOLEN Het grote display kan een aantal functies laten zien. Deze functies worden weergegeven door symbolen: Invoeren van de RENAULT-kaart "controlefase van de bewaakte functies" staat koelvloeistoftemperatuur waarschuwing brandstofreserve storing inspuitsysteem storing automatische transmissie minimum ruitensproeierpeil "bewaakte functies ok" "druk op startknop" waarschuwing "Stop" waarschuwing "Service" rode waarschuwing "Laadstroom" knippert afgewisseld door waarschuwing "Stop" rode waarschuwing "Oliepeil" knippert afgewisseld door waarschuwing "Stop" rode waarschuwing "Koelvloeistoftemperatuur" knippert afgewisseld door waarschuwing "Stop" (draaiende motor sinds 20 secondes) oranje waarschuwing "voorverwarming" oranje waarschuwing "Brandstofreserve" oranje waarschuwing "storing inspuitsysteem" oranje waarschuwing "storing automatische transmissie" oranje waarschuwing "ruitensproeierpeil" weergave van de stand van de hendel van de automatische transmissie bandenspanning (zie hoofdstuk 87) de ingestelde snelheid van snelheidsregelaar/- begrenzer (zie hoofdstuk 83) N.B.: dit display kan worden uitgeschakeld door de functiekeuzetoets van de boordcomputer als er geen storing is gedetecteerd. CONFIGURATIES De configuraties moeten worden uitgevoerd overeenkomstig het uitrustingsniveau van de auto: autotype: Laguna (CF 072) Ander (CF 073) taal van de spraakmaker: Frans (CF 066) Engels (CF 073) Italiaans (CF 075) Duits (CF 074) Spaans (CF 076) Nederlands (CF 077) Portugees (CF 078) Turks (CF 079) type versnellingsbak: handgeschakelde versnellingsbak (CF 031) automatische transmissie (CF 030) eenheid voor de bandenspanning: druk in bar (CF 069) druk in psi (CF 070) type snelheidsregelaar: zonder afstandsregelaar (CF 067) met afstandsregelaar (niet beschikbaar) (CF 068) OPMERKING: voor een goede werking van de spraakmaker, moet de rekeneenheid onder het dashboard correct aangesloten zijn op de polen van de accu
84 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Waarschuwingslampje "SERVICE" Het waarschuwingslampje "SERVICE" (of het vignet op het "luxe" instrumentenpaneel) kan tegelijk oplichten met de waarschuwingslampjes: van het ABS, van de airbag, van de ruitensproeier (alleen op instrumentenpaneel van de "eenvoudige uitvoeringen"), van het stabiliteitsprogramma (alleen op instrumentenpanelen van de "eenvoudige uitvoeringen"), van het controlesysteem van de bandenspanning (alleen op instrumentenpanelen van de "eenvoudige uitvoeringen"). Als er een storing is in een van deze functies, brandt het lampje van deze functie tezamen met het waarschuwingslampje " SERVICE". Het waarschuwingslampje "SERVICE" (of het vignet op het "luxe" instrumentenpaneel) kan apart oplichten en geeft dan aan: een storing in het systeem van de kinderveiligheid, een storing in de variabele stuurbekrachtiging, een storing in de vergrendeling van de stuurkolom, een storing in het relais na contact, een storing in het systeem van de ruitenwisserregeling, een waarschuwing voor het oliepeil (tot het onderbreken van de plus na contact), een verdwijnen van het signaal tussen het huis met hulporganen interieur en het instrumentenpaneel. het lampje gaat uit met het terugkomen van het signaal of het uitzetten van het contact, een storing in het systeem van de noodstopbekrachtiging. Voor de "luxe" instrumentenpanelen met spraakmaker, verschijnt het vignet "SERVICE": na detectie van een storing in de markeringslichten of de kentekenverlichting, na detectie van een storing van de remlichten rechts of links. OPMERKING: bij afwezigheid van het ABS-signaal op het multiplexnetwerk van meer dan 4 secondes, brandt het waarschuwingslampje van het ABS apart. Het waarschuwingslampje "SERVICE" brandt dan niet
85 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Display ALGEMEEN Afhankelijk van het uitrustingsniveau, zijn er twee types displays mogelijk: een display "eenvoudige uitvoeringen" met de functies: waarschuwing portier niet goed gesloten symbolen van de bandenspanningen display van de autoradio waarschuwing autogordel vergeten een display "luxe uitvoeringen" voor het Carminat navigatiesysteem met de functies: Navigatie controlesysteem bandenspanning. luxe uitvoeringen: de steun is met twee schroeven vastgezet (zie hoofdstuk "Carminat navigatiesysteem") UITBOUWEN eenvoudige uitvoeringen: de steun is vastgeklemd in het dashboard. De twee displays zijn vastgeklemd op de steun BIJZONDERHEDEN Als de buitentemperatuur ligt tussen -3 C en +3 C, kan het symbool " C" knipperen
86 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Display AANSLUITINGEN De bestemmingen van de aansluitingen betreffen alleen het display van de "eenvoudige uitvoeringen". Voor het display van de "luxe uitvoeringen", raadpleeg hoofdstuk 88: Navigatiesysteem Carminat. Rode 15-polige stekker Aansl Omschrijving Verbinding commando autoradio (aansl. B1) 10 Verbinding commando autoradio (aansl. A3) 11 Verbinding commando autoradio (aansl. B2) 12 Verbinding commando autoradio (aansl. B3) 13 Verbinding commando autoradio (aansl. A2) 14 Verbinding commando autoradio (aansl. A1) Grijze 15-polige stekker Groene 15-polige stekker Aansl Omschrijving 1 Multiplexverbinding 2 3 Multiplexverbinding 4 5 Massa 6 + Na contact 7 Autogordelcontact 8 Signaal bandenspanning (grijs) Aansl Omschrijving Buitentemperatuur Buitentemperatuur Signaal bandenspanning (groen) Massa Verlichting Voeding verlichting (regelweerstand) + accessoires +accu Uitgang buitentemperatuur Massa (autoradio aansl. 6) Informatie radio aan (autoradio aansl. 5) Verbinding autoradio (aansl. 1) Verbinding autoradio (aansl. 2) Verbinding autoradio (aansl. 3) 83-21
87 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Tankelement AANSLUITINGEN Controle Controleer de weerstandsverandering door de vlotter te verplaatsen. Peil Weerstand (+/- 10 Ω) Liters (+/- 5 liter) Tank vol 20Ω 70 Tank 3/4 87,5 Ω 54 DI8307 Tank halfvol 155Ω 38 Tank 1/4 222,5 Ω 23 Aansl A1 A2 B1 B2 C1 C2 Omschrijving Informatie brandstofpeil - Tankelement + Brandstofpomp - Brandstofpomp Tank leeg 290 Ω 7 N.B: de genoemde waarden gelden bij benadering. N.B.: voor de methode voor het uitbouwen/inbouwen, raadpleeg hoofdstuk
88 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Oliepeilzender WERKING De oliepeilzender bestaat uit een draad met een hoge weerstandscoefficient. Als de draad is ondergedompeld in een vloeistof heeft hij een andere elektrische weerstand dan in lucht. Na een vaste tijd, ontstaat een spanningsverschil tussen de aansluitingen afhankelijk van de onderdompeling van de draad. Dit spanningsverschil wordt verwerkt door de elektronica van het instrumentenpaneel dat de weergave van het peil regelt en de waarschuwing minimum oliepeil op het centrale display. CONTROLE De weerstand moet liggen tussen 6 en 20 ohm. Bij waarden onder 3 ohm is er sprake van een kortsluiting. Bij waarden boven ongeveer 20 ohm is er sprake van een onderbreking. PLAATS Voorbeeld: motortype F Bij het aanzetten van het contact, geeft het centrale display het bericht "oil ok" gedurende 30 secondes voordat het overschakelt op de weergave van de kilometertellers. OPMERKING: Bij een kortsluiting of onderbreking in het circuit tijdens de weergave van het oliepeil, wordt meteen overgegaan op de kilometerstanden. Als de accuspanning lager is dan 8 volt, wordt het peil niet aangegeven
89 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Spraakmaker ALGEMEEN De spraakmaker is alleen aanwezig op het instrumentenpaneel "luxe uitvoering" (dubbel display). het instrumentenpaneel van de eenvoudige uitvoeringen kan de berichten niet verwerken Het geluidsvolume van de wordt in stappen aangepast, afhankelijk van toerental van de motor. N.B.: als de toets "discretie" is ingeschakeld, worden de berichten vervangen door een geluidssignaal. De spraakmaker functioneert door middel van drie elementen: het instrumentenpaneel dat de omstandigheden voor het uitspreken verwerkt en de taal kiest, d spraakmaker die het signaal van het instrumentenpaneel "vertaalt", de luidspreker van de spraakmaker. de verbinding tussen het instrumentenpaneel en de spraakmaker verloopt via het multiplexnetwerk van de auto Configuratie Een van de acht beschikbare talen moet worden gekozen: Frans (CF 066) Engels (CF 073) Italiaans (CF 078) Duits (CF 074) Spaans (CF 076) Nederlands (CF 077) Portugees (CF 078) Turks (CF 079) De functie "mute" van de autoradio wordt verzorgd door een draad vanaf de spraakmaker. Een signaal van de spraakmaker kan worden onderbroken door een belangrijker bericht van het navigatiesysteem of de telefoon... OPMERKING: als de spraakmaker niet is aangesloten op de accu, herkent het instrumentenpaneel de functie niet en configureert het zich zonder spraakmaker. Als de auto het navigatiesysteem heeft, verlopen de berichten via de centrale communicatie eenheid. Als de centrale communicatie eenheid is losgenomen, wordt geen enkel bericht doorgegeven
90 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Spraakmaker AANSLUITINGEN Luidspreker spraakmaker Aansluitingen op de spraakmaker Toetsen "discretie" en "herhaling" Rode 15-polige stekker Aansl Omschrijving Massa + permanent + na contact Multiplexverbinding (instrumentenpaneel) Multiplexverbinding (instrumentenpaneel) Uitgang "mute" autoradio Luidspreker van de spraakmaker Luidspreker van de spraakmaker N.B.: de toetsen "herhaling", "discretie" en de informatie van het openen van de portieren zijn verbonden met het instrumentenpaneel (zie de hoofdstukken 83 en 84)
91 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Spraakmaker Omstandigheden voor het verschijnen van de berichten Type gesproken bericht Omstandigheden Storingsdetectie door Welkom, ik ben de boordcomputer, de bewaking is operationeel. druk op herhalen indien geen storing gedetecteerd _ Portier achter links niet goed gesloten Portier achter rechts niet goed gesloten Portier voor links niet goed gesloten Portier voor rechts niet goed gesloten Achterklep niet goed gesloten Motorkap niet goed gesloten contact aan rijsnelheid 15 km/h storing gedurende 1 seconde Huis met hulporganen interieur via multiplexnetwerk (behalve motorkap) Klepcontact (voor motorkap) Autogordel bestuurder niet vastgemaakt rijsnelheid 25 km/h afgelegde afstand 500 m storing gedurende 1 seconde Contact van gordelsluiting (massaverbinding) Lichten aan contact uit markeringslichten branden bestuurdersportier open Huis met hulporganen interieur via multiplexnetwerk Markeringslichten defect* kentekenverlichting defect* contact aan markeringslichten branden storing gedurende 4 secondes Huis met hulporganen interieur via multiplexnetwerk Remlicht rechts defect* Remlicht links defect* contact aan druk op rempedaal storing gedurende 2 secondes Huis met hulporganen interieur via multiplexnetwerk Storing laadstroom draaiende motor 400 tr/min. storing gedurende 10 secondes Instrumentenpaneel Handrem aangetrokken rijsnelheid 15 km/h handrem aangetrokken Handremcontact 83-26
92 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Spraakmaker Minimum ruitensproeierpeil contact aan storing gedurende 30 secondes Ruitensproeierpeilzender (massaverbinding) Brandstofpeil, actieradius beperkt contact aan berekend brandstofpeil minder dan 7 liter Instrumentenpaneel Motorolie minimum, spoedig controleren * contact aan Instrumentenpaneel Oliedrukverlies, stop de auto, zet het contact af, raadpleeg het instructieboekje motortoerental 1600 tr/min. waarschuwing oliedruk Oliedrukcontact Motor te warm, stop de auto, laat de warme motor afkoelen, raadpleeg het instructieboekje draaiende motor 20 secondes waarschuwing koelvloeistoftemperatuur Opn. el. koelvloeistoftemperatuur inspuitsysteem (rekeneenheid van het inspuitsysteem) Storing inspuitsysteem ernst 1 Storing inspuitsysteem ernst 2 draaiende motor 7 secondes motortoerental 400 tr/min. storing inspuiting Rekeneenheid van het inspuitsysteem via multiplexnetwerk Controle luchtverontreiniging, werking defect, raadpleeg een Renault-dealer contact aan storing inspuitsysteem Rekeneenheid van het inspuitsysteem via multiplexnetwerk Een abnormale werking van de variabele stuurbekrachtiging, raadpleeg een Renaultdealer contact aan storing stuurbekrachtiging Huis met hulporganen interieur via multiplexnetwerk Noodstopbekrachtiging defect, raadpleeg een Renault-dealer contact aan storing in systeem noodstopbekrachtiging Rekeneenheid inspuitsysteem Rekeneenheid ABS 83-27
93 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Spraakmaker Remsysteem defect, rem voorzichtig, stop de auto, raadpleeg een Renault-dealer contact aan storing minimum remvloeistofpeil gedurende 5 secondes of storing ABS gedurende 5 secondes Remvloeistofpeil (contact aan massa) of rekeneenheid van het ABS-systeem Remhulpsysteem defect, klassiek remsysteem werkt, raadpleeg een Renault-dealer contact aan storing rekeneenheid ABS Rekeneenheid ABSsysteem via multiplexnetwerk Storing stabiliteitsprogramma contact aan storing stabiliteitsprogramma Rekeneenheid ABSsysteem via multiplexnetwerk uitschakeling van het elektronisch stabiliteits programma contact aan storing stabiliteitsprogramma Rekeneenheid inspuitsysteem Rekeneenheid ABSsysteem via multiplexnetwerk Versnellingsbak, veiligheidssysteem, raadpleeg een Renault-dealer contact aan storing automatische transmissie Rekeneenheid automatische transmissie via multiplexnetwerk Versnellingsbak, olie e warm, raadpleeg het instructieboekje contact aan storing automatische transmissie Rekeneenheid automatische transmissie via multiplexnetwerk Startblokkering, werking defect, raadpleeg een Renault-dealer contact aan Huis met hulporganen interieur via multiplexnetwerk 83-28
94 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Spraakmaker Te zachte of te harde band voor rechts Te zachte of te harde band achter rechts Te zachte of te harde band voor links Te zachte of te harde band achter links contact aan verkeerde spanning Huis met hulporganen interieur (UCH) Opname element druk Veel te zachte band voor links Veel te zachte band voor rechts Veel te zachte band achter rechts Veel te zachte band achter links Lekke band voor links Lekke band voor rechts Lekke band achter rechts Lekke band achter links contact aan verkeerde spanning Huis met hulporganen interieur (UCH) Opname element druk Bandenspanning niet gecontroleerd op ten minste een van de banden contact aan sensor defect Huis met hulporganen interieur (UCH) Opname element druk Automatische vergrendeling van de portieren actief Automatische vergrendeling van de portieren niet actief contact aan Huis met hulporganen interieur via multiplexnetwerk Storing kinderveiligheid contact aan Huis met hulporganen interieur via multiplexnetwerk * gedurende deze berichten, brandt het waarschuwingslampje "service" tot het uitzetten van het contact. De berichten in het geheugen zijn toegankelijk door het indrukken van de toets " herhaling"
95 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer BESCHRIJVING 1 Schakelaar met drie standen (uit / snelheidsregelaar / snelheidsbegrenzer) 2 Contacten op het stuurwiel 3 Instrumentenpaneel 4 Rekeneenheid inspuitsysteem 5 Opname element gaspedaalstand 6 Rempedaalcontact (dubbele contacten) 7 Koppelingspedaalcontact (begin van de slag 8Rekeneenheid automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) 9 Rekeneenheid ABS 10 Gemotoriseerd smoorklephuis (benzinemotor) 83-30
96 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer ALGEMEEN De auto's hebben twee systemen: de Snelheidsregelaar zorgt ervoor dat de door de bestuurder ingestelde snelheid wordt vastgehouden. Deze functie kan op ieder moment worden uitgeschakeld door een druk op het rempedaal, koppelingspedaal of door een van de toetsen van het systeem. de Snelheidsbegrenzer geeft de bestuurder de mogelijkheid een maximum snelheid in te stellen. Voorbij deze snelheid is het gaspedaal niet actief. De ingestelde maximum snelheid kan altijd worden overschreden als het gaspedaal wordt ingedrukt voorbij een zwaar punt. Deze twee functies worden geregeld door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Deze wisselt informatie uit met de rekeneenheid van de automatische transmissie en het instrumentenpaneel. Hij past de ingestelde waarden toe door het aansturen van het gemotoriseerd smoorklephuis (zie hoofdstuk 17). OPMERKING: een knipperende bladzijde van de "boordcomputer" of van het display wijst de bestuurder erop dat de ingestelde snelheid niet aangehouden kan worden (bijvoorbeeld tijdens een afdaling) Snelheidsregeling 2 Snelheidsbegrenzing 83-31
97 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM de ABS-rekeneenheid: verzendt de informatie "rijsnelheid", verzendt de informatie "rempedaal ingedrukt", de rekeneenheid van de automatische transmissie: verzendt de informatie "ingeschakelde versnelling" het instrumentenpaneel: toont de ingestelde snelheid (regeling of begrenzing) (zie hoofdstuk instrumentenpaneel), laat een controlelampje branden twee kleuren (regelaar = groen; begrenzer = oranje) de rekeneenheid van het inspuitsysteem: ontvangt de informatie van het gaspedaal, ontvangt de informatie van het rempedaalcontact, ontvangt de informatie van het koppelingscontact (afhankelijk van de uitvoering), ontvangt de informatie van de driestandenschakelaar ontvangt de informatie van de stuurwieltoetsen, ontvangt de informatie van de ABS-rekeneenheid, ontvangt de informatie van de rekeneenheid van de automatische transmissie. verzendt de informatie naar het instrumentenpaneel stuurt het gemotoriseerd smoorklephuis of de opbrengst van de dieselinspuiting. Bij ieder inschakelen van deze functies, toont het display van de boordcomputer (eenvoudige uitvoeringen) of het grote display (luxe uitvoeringen) de bijbehorende bladzijde. OPMERKING: de functies snelheidsregeling/ begrenzing heeft geen controlelampje. de schakelaars: de schakelaar met drie standen (uit / snelheidsregeling / snelheidsbegrenzing) de contacten op het stuurwiel voor het wijzigen van de ingestelde snelheid, het annuleren van de functie of de snelheid uit het geheugen oproepen, de contacten van het gaspedaal en het rempedaal die ook worden gebruikt voor het inspuitsysteem en de remlichten, het contact van het koppelingspedaal (afhankelijk van de uitvoering) is speciaal voor de snelheidsregelaar. OPMERKINGEN: de auto heeft twee koppelingssensors (een einde slag voor het starten en een begin slag voor de snelheidsregelaar). het gaspedaal moet aan het einde van de slag een zwaar punt hebben voor de beveiliging
98 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer Verklaring bij de nummers op de tekeningen 1 schakelaar uit/regeling/begrenzing van de snelheid 2 Stuurwieltoetsen 3 Gaspedaal 4 Instrumentenpaneel 5 Contact koppelingspedaal (afhankelijk van de uitvoering) (begin van de slag) 6 Rempedaalcontact 7 Rekeneenheid automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) 8ABS-rekeneenheid 9 Rekeneenheid inspuitsysteem 83-33
99 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer WERKING VAN DE SNELHEIDSREGELAAR WERKING VAN DE SNELHEIDSBEGRENZER Beginvoorwaarden: schakelaar op "Snelheidsregeling", 2 e versnelling gemeten door de rekeneenheden, 30 km/h minimum, 200 km/h maximum (ter informatie), groen lampje (regeling) vast signaal, druk op toets "+", "-" of "hervatten". Beginvoorwaarden: schakelaar op "Snelheidsbegrenzing", 2 e versnelling gemeten door de rekeneenheden, 30 km/h minimum, 200 km/h maximum (ter informatie), oranje lampje (begrenzing) vast signaal, druk op toets "+", "-" of "hervat". Eindvoorwaarden: druk op gaspedaal druk op rempedaal of koppelingspedaal, druk op toets "0", schakelaar op "uit" ingreep door het elektronisch stabiliteits programma (ESP) ingreep door de rekeneenheid van het inspuitsysteem, geen versnelling ingeschakeld. Een druk op het gaspedaal schakelt het systeem tijdelijk uit. Laat het gaspedaal los om de werking te herstellen. Eindvoorwaarden: gaspedaal diep ingedrukt (voorbij zwaar punt) schakelaar op "uit" ingreep door het elektronisch stabiliteits programma (ESP) ingreep door de rekeneenheid van het inspuitsysteem druk op toets "0", Een druk op het gaspedaal schakelt het systeem tijdelijk uit. Laat het gaspedaal los om de werking te herstellen. N.B.: als de ingestelde snelheid knippert kan deze niet worden vastgehouden
100 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer Aansluitingen op de stekkers Stuurwielcontacten Schakelaar drie standen Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Markeringslichten + na contact (circuit remlichten) Schakelaar aan / uit snelheidsregelaar Schakelaar aan / uit snelheidsbegrenzer Massa A Toets "hervatten" = 900 ohm ongeveer B Toets "opschorten" = 0 ohm C Toets "+" = 300 ohm ongeveer D Toets "-" = 100 ohm ongeveer N.B.: voor het uitbouwen van de draaibare doorvoer, raadpleeg hoofdstuk dashboard
101 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer Gaspedaal Het gaspedaal heeft een zwaar "veiligheids" punt. Remlichtschakelaar (dubbel) De "snelheidsregeling" gebruikt het openingscontact (dat van de remlichten), het sluitcontact is voor de ABS-rekeneenheid. Deze twee informaties worden vergeleken door de rekeneenheid van het inspuitsysteem R Aansl Omschrijving 1 Massa potentiometer Massa potentiometer 1 Signaal pedaal potentiometer 1 Voeding potentiometer 1 Voeding potentiometer 2 Signaal pedaal potentiometer 2 Aansl A1 A3 B1 B3 Omschrijving Contact sluiten Contact openen Contact openen Contact sluiten Weerstand baan 1 = 1200 ± 480 ohm Weerstand baan 2 = 1700 ± 680 ohm BELANGRIJK: de auto moet zijn voorzien van een gaspedaal met een zwaar punt halverwege de slag. Bij het monteren van de schakelaar op de pedaalstoel, trekt u aan de draad om de speling op te heffen
102 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer Koppelingspedaalcontact Het koppelingspedaal heeft twee contacten: een contact aan het begin van de slag (1) speciaal voor de "snelheidsregeling" (grijze stekker), een contact aan het einde van de slag (2) voor het "starten" (blauwe stekker). Bij het monteren van de schakelaar op de pedaalstoel, trekt u aan de draad om de speling op te heffen
103 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Snelheidsregelaar / -begrenzer VERVANGEN VAN DE REKENEENHEID INSPUITING Bij het vervangen van de rekeneenheid van de inspuiting, moeten de functies van de snelheidsregelaar en begrenzer worden geactiveerd. Dit doet u door de functies in te schakelen met schakelaar op het dashboard en te bevestigen met het diagnoseapparaat: Configuraties met het diagnoseapparaat: zonder afstandsregelaar met afstandsregelaar (niet leverbaar) 83-38
104 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 "CARMINAT" navigatiesysteem ALGEMEEN Met het navigatiesysteem "CARMINAT" wordt de route aangegeven via een scherm en een stem. Met dit systeem kan: naar een bepaalde plaats gegaan worden staat, laan, boulevard, enz... hotel openbare diensten service stations, garage. enz. de routecriteria worden gekozen het snelst in tijd via de korste weg zo veel mogelijk over hoofdwegen zo weinig mogelijk over hoofdwegen Het gekozen routecriterium verschijnt als een symbool op de statusregel onderaan het scherm. adressen onthouden worden (adresboekje). een wegenkaart weergeven van de plaats waar men zich bevindt van de bestemming de reistijd weergeven verkeersinformatie ontvangen N.B.: voor de werking van het systeem en de beschrijving van de verschillende menu's, raadpleegt u het instructieboekje. MULTIPLEXVERBINDINGEN de auto heeft een multiplexnetwerk dat de belangrijkste rekeneenheden gebruiken voor het uitwisselen van informatie. Het "Carminat" systeem gebruikt de informatie "rijsnelheid" afkomstig van de ABS-rekeneenheid voor het meten van de afgelegde afstand en de informatie "achteruitversnelling". (zie hoofdstuk 88: multiplexsysteem). Dit systeem bestaat uit: een centrale communicatie eenheid (UCC) met een toetsenbord, een elektronische navigatierekeneenheid met acceleratiemeters (gyroscoop) en de CD ROM-lezer, een satellietverbinding (antenne GPS) voor de plaatsbepaling van de auto, een scherm waarop de geschreven informatie en de kaartbeelden verschijnen, een luidspreker voor de gesproken berichten, een CD ROM met de cartografische informatie van het land van aflevering van de auto. OPMERKING: Als de auto per trein of op een veerboot is getransporteerd, kan het navigatiesysteem enkele minuten nodig hebben om de exacte positie te vinden (zie hoofdstuk "plaatsbepaling") Als de accu van de auto is los geweest, kan het systeem tot 15 minuten nodig hebben om de positie exact te kunnen bepalen. De auto moet daarbij buiten staan (systeem ingeschakeld) om de satellietsignalen via de GPS-antenne op te kunnen vangen. Het toestel kan ook werken zonder geldige GPS gegevens. In dit geval, kan de plaatsbepaling minder nauwkeurig zijn. Zodra de exacte positie is teruggevonden door het GPS systeem, verandert het satellietsymbool op het scherm van rood in groen Op de autosnelweg, kunnen de afstanden die het systeem aangeeft verschillen van de waarden die de wegwijzers aangeven: deze borden rekenen vanaf het begin van de afrit, terwijl het CARMINAT systeem rekent met het einde van de afrit. Een specifiek multiplexnetwerk voor de functie "Carminat" verbindt de rekeneenheid van het navigatiesysteem, het centrale communicatie eenheid en het display
105 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 "CARMINAT" navigatiesysteem PRINCIPESCHEMA 1 Centrale communicatie eenheid met toetsenbord 2 Toetsenbord 3 Rekeneenheid Carminat (CD ROM lezer) 4 Scherm 5 Informatie autogordel (voor display) 6 Informatie buitentemperatuur (voor display) 7 Autoradio 8Luidspreker spraakmaker 9 Radiobediening bij het stuurwiel 10 Antenne radio 11 Verbinding autoradio (mute) 12 Multiplexverbinding van de auto 13 Antenne GPS 83-40
106 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": centrale communicatie eenheid CENTRALE COMMUNICATIE EENHEID De Carminat navigatierekeneenheid werkt alleen in combinatie met een centrale communicatie eenheid. Deze, boven de autoradio geplaatst, bevat het toetsenbord. HET TOETSENBORD Het toetsenbord is ingebouwd in de centrale communicatie eenheid. Het bestaat uit: een draaitoets (A) voor: de verplaatsing in de verschillende menu's, het valideren, een verplaatsingvlak (B) voor: de verplaatsing over de kaart bij handbediening, het kiezen in de verschillende menu's, een menutoets (M) voor: het teruggaan naar het vorige menu, een toets (I) voor: het herhalen van het bericht, een toets (C) voor: het onderbreken van de spraakmaker, toetsen (+) en (-) voor het verhogen of verlagen van het volume van de berichten De centrale communicatie eenheid maakt het mogelijk: de automatische tijdgegevens te verwerken, de verbinding tot stand te brengen tussen het multiplexnetwerk van de auto en het speciale multiplexnetwerk van het Carminat systeem, de multiplexinformatie te gebruiken (rijsnelheid, achteruit, buitentemperatuur..), de autoradio te bedienen vanaf het stuurwiel, het stilzetten te verwerken, de configuraties van de auto en van het systeem, de weergave op het scherm te regelen, de "verkeersinformatie" te ontvangen, de berichten van de spraakmaker te regelen
107 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": centrale communicatie eenheid UITBOUWEN - INBOUWEN Voor het uitbouwen van de communicatie-eenheid gebruikt u het gereedschap voor het uitbouwen van een autoradio Ms Aansluitingen op de stekkers Stekker (A) 15-polige (rood): Aansl Omschrijving Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. B1) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. A3) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. B2) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. B3) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. A2) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. A1) Stekker (B) 30-polige (grijs): Aansl Omschrijving Antenneversterker Multiplexverbinding (multimedia) Multiplexverbinding (multimedia) Uitgang informatie aan/uit Ingang luidspreker (Carminat) Ingang luidspreker (Carminat) Signaal buitentemperatuur Massa buitentemperatuur Rijsnelheid Signaal achteruit Uitgang buitentemperatuur Lampje autogordel + Verlichting Verbinding radio (aansl. 6) Aan/uit radio (aansl. 5) Verbinding radio (aansl. 3) Verbinding radio (aansl. 1) Verbinding radio (aansl. 2) BELANGRIJK: na ieder uit/inbouwen van de centrale communicatie eenheid, moet het systeem worden geïnitialiseerd
108 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": centrale communicatie eenheid Stekker (C) 30-polige (groen): (D) en (E): ingang en uitgang radioantenne voor het systeem "verkeersinformatie". Aansl Omschrijving Multiplexverbinding van de auto Multiplexverbinding van de auto Stuursignaal mute radio + accessoires + voor contact Stuursignaal mute spraakmaker (autoradio) Massa + Na contact Ingang luidspreker (spraakmaker) Ingang luidspreker (spraakmaker) Uitgang luidspreker (spraakmaker) Uitgang luidspreker (spraakmaker) BELANGRIJK: na ieder uit/inbouwen van de centrale communicatie eenheid, moet het systeem worden geïnitialiseerd
109 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": Rekeneenheid ELEKTRONISCHE NAVIGATIEREKENEENHEID (CD ROM lezer) De rekeneenheid gebruikt een aantal opname elementen voor het waarnemen van de bewegingen van de auto. Het opname element snelheid van de auto bepaalt de afgelegde afstand terwijl de gyroscoop (traagheidskompas) Ingebouwd in de rekeneenheid de draaiingen in bochten registreert. Door deze informatie te vergelijken met de digitale kaart (op CD-ROM), corrigeert het systeem onnauwkeurigheden (bandenspanning en -slijtage, temperatuur..) om de exacte positie van de auto te bepalen. UITBOUWEN - INBOUWEN Contact uit, verwijder: de afdekplaat van het dashboardkastje die met een schroef vastzit, de schroeven waarmee de steun van de rekeneenheid vastzit, Maak de stekkers van de rekeneenheid los en laat het geheel zakken. BELANGRIJK: Na een losmaken van de accukabels of een vervangen van de elektronische navigatierekeneenheid, is een initialisatie en een plaatsbepaling van de auto nodig (zie de hoofdstukken "plaatsbepaling" en "initialisatie"). Na het vervangen van de rekeneenheid, is het systeem standaard ingesteld voor het Frans. Voor het veranderen van de tal, raadpleegt u de methode in het hoofdstuk "Instellen van de taal". LET OP: bij het vervangen van de rekeneenheid is het niet mogelijk het adressenbestand uit de oud rekeneenheid over te zetten. N.B.: met contact af, schakelt de CD ROM lezer automatisch in bij aanraking van de uitwerpknop en kan ongeveer 1 minuut ingeschakeld blijven (zonder aanzetten van het contact). Bij het aanzetten van het contact, schakelt de lezer automatisch in, Bij het uitzetten van het contact, blijft hij nog ongeveer 40 secondes ingeschakeld, waarbij het beter is de accu niet los te maken. Maak de rekeneenheid los van zijn steun met het uitbouwgereedschap van de autoradio Ms BELANGRIJK: na werkzaamheden aan de navigatierekeneenheid, moet u het systeem initialiseren. LET OP: de GPS-antennekabel is zeer kwetsbaar, verbuig hem niet en knijp hem niet af
110 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": Rekeneenheid AANSLUITINGEN 16-polige stekker (naar scherm): 18-polige stekker (naar centrale communicatie eenheid): Aansl Omschrijving + voor contact Luidspreker Aan/uit Multiplexverbinding (multimedia) Massa Luidspreker Informatie snelheid Multiplexverbinding (multimedia) Aansl Omschrijving Massa - Signaal video Signaal video rood Signaal video groen Signaal video blauw Massa Signaal synchronisatie video Massa Regeling helderheid Aan/uit display + voor contact + voor contact 83-45
111 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": Scherm HET SCHERM Dit toont: de verschillende menu's de bestemming de afstand tot de bestemming het routeschema de afstand tot de volgende richtingverandering kaartgegevens enz. Het licht op enkele secondes na het aanzetten van het contact: Als het scherm bij het voorafgaande afzetten van het contact stand-by was, worden alleen de buitentemperatuur, de tijd, het radiodisplay (als deze aan staat) en de gegevens van de bandenspanning aangegeven. Om het systeem CARMINAT te activeren, raakt u de draaitoets aan, waarna een gebruikersmenu verschijnt. Valideer "OK" door op de draaiknop te drukken, het menu "Inhoud" verschijnt. Als CARMINAT bij het voorafgaande afzetten van het contact actief was, worden de buitentemperatuur, de tijd, het radiodisplay (als deze aan staat), de gegevens van de bandenspanning en een gebruikersmenu aangegeven. Valideer "OK" door op de draaiknop te drukken, het menu "Inhoud" verschijnt, CARMINAT kan worden geactiveerd. Het gaat geheel 40 secondes na het afzetten van het contact geheel uit. N.B.: de helderheid van het scherm kan worden geregeld met van de toetsen + en - verlichting van het toetsenbord: overdag (markeringslichten uit) in het donker (markeringslichten aan). Bijzonderheden van de radio Als de auto een fabriekradio heeft, verschijnt het display op het scherm (alleen als de radio is ingeschakeld) in de balk. Bij een verandering van de instellingen ervan, neemt het display van de radio het hele scherm in (grootste zichtbaarheid). BELANGRIJK: als het scherm niet de gegevens van de autoradio weergeeft, initialiseer dan het systeem. Bijzonderheden van het klokje Het klokje geeft automatisch de juiste tijd aan via de satellietverbinding (GPS). De tijdweergave kan worden gewijzigd via het menu "Instellen van de tijd" na het selecteren van "Instellingen": tijdformaat = 12 of 24 uur, tijdinstelling = voor het wijzigen van de tijd ten opzichte van de satelliettijd, Tijdverschuiving = geeft het tijdsverschil tussen de tijd in de auto en de tijd van de satellieten. Na het aansluiten van de accu of van de rekeneenheid, zet u het klokje daarom niet op tijd via "Instellen van de tijd" maar zet u de auto buiten neer (voor een correcte satellietverbinding). Anders wordt de ingestelde tijd opgeteld bij de waarde van de statellietverbinding. BELANGRIJK: reinig het scherm niet met en schoonmaakmiddel, maar met een droge of licht bevochtigde zachte doek. De kleur van het scherm kan worden gewijzigd via de menu's "Instellingen" dan "Schermconfiguratie": dagkleuren zijn blauw of donkerblauw (markeringslichten uit). nachtkleuren zijn blauw of donkerblauw (markeringslichten aan)
112 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": Scherm UITBOUWEN - INBOUWEN AANSLUITINGEN Contact uit, verwijder: de twee kappen aan weerskanten van het scherm, de bevestigingsschroeven (1), de kap van het scherm door hem los te wippen Maak de stekker van de verbinding met de rekeneenheid los Aansl Afscherming Omschrijving Massa - Signaal video Signaal video rood Signaal video groen Signaal video blauw Massa Signaal synchronisatie video Massa Regeling helderheid Aan/uit display Voeding display + 12 volt + 12 volt Massa afscherming uitbouwen de bevestigingsschroeven (2) van het scherm op de steun om ze te scheiden
113 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": Antenne DE ANTENNE GPS/ GSM (enkel band) Zij zorgen voor het ontvangen van de satellietsignalen waardoor de elektronische navigatierekeneenheid (CD ROM-lezer) de auto kan lokaliseren. (A) UITBOUWEN - INBOUWEN Verwijder de bekleding aan de bovenkant van de achterklep. Als de verbinding met de GPS-satellieten goed is, toont het scherm drie groene strepen op het pictogram van de wereldbol. Als de satellietverbinding slecht is (in een tunnel, in een smalle straat tussen hoge gebouwen, enz...) toont het scherm drie rode strepen op het pictogram van de wereldbol. OPMERKING: Na een losmaken van de accukabels of een vervangen van de elektronische navigatierekeneenheid, moet de auto opnieuw gelokaliseerd worden. Zet de auto op een open plaats buiten met contact aan en wacht een paar minuten. Als de verbinding met de GPS-satellieten goed is, toont het scherm drie groene strepen op het pictogram van de wereldbol. LET OP: de GPS-antennekabel is zeer kwetsbaar, verbuig hem niet en knijp hem niet af OPMERKING: sommige auto's hebben een antenne GSM (dual band) en een GPS-antenne onder het dak, achter de bekleding. Maak de stekkers los van de antenne (B). Verwijder de moeren (C) en daarna de GPSantenne (A)
114 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": Lokalisatie / taal veranderen INITIALISATIE Deze procedure moet bij elke ingebruikneming van het apparaat worden uitgevoerd. BELANGRIJK: als de auto een autoradio heeft, moet deze zijn ingeschakeld op het moment van de initialisatieprocedure. Als dit niet zo is, zal de afstandsbediening bij het stuurwiel niet werken en het scherm zal de gegevens van de autoradio niet tonen. 1 Wacht op het uitschakelen van het systeem, 2 Zet de autoradio aan, 3 Druk gelijktijdig op de toetsen "M" en "C", 4 Voer de RENAULT-kaart in tot de stand "accessoires", 5 Lees de configuratie uit, 6 Voer de test uit van afstandsbediening van de autoradio bij het stuurwiel, 7 Controleer de aanwezigheid van de antennes. LOKALISATIE (plaatsbepaling) Na een losmaken van de accukabels of een vervangen van de elektronische navigatierekeneenheid, moet de auto opnieuw gelokaliseerd worden. Zet de auto op een open plaats buiten met contact aan en wacht een paar minuten. Als de verbinding met de GPS-satellieten goed is, toont het scherm drie groene strepen op het pictogram van de wereldbol. De auto is gelokaliseerd. Als de auto niet correct op de kaart staat, voer dan de lokalisatieprocedure uit: De lokalisatie kan worden uitgevoerd: Automatisch door met de auto in verschillende geografische richtingen te rijden (minstens 1 tot 3 kilometer). Met de hand via het menu "Positie van de auto" na het selecteren van "Instellingen". Geef de plaats, de straat en het voor de procedure gekozen kruispunt op. Valideer "Positie midden op kruispunt". TAAL VAN DE BERICHTEN VERANDEREN Na het vervangen van de rekeneenheid, is het systeem standaard ingesteld voor het Frans. Voor het veranderen van de taal, is de Taal-CD nodig die de klant heeft ontvangen bij het "Carminat"- instructieboekje en gaat u op de volgende manier te werk: 1. Contact aan, haal de kaart-cd uit de elektronische navigatierekeneenheid door op de ejecttoets te drukken 2. Op het scherm verschijnt het bericht "Geen CD in de lezer". 3. Valideer "OK" door op de draaiknop te drukken. 4. Selecteer het menu "Instellingen" dan "Taal" en "andere taal". 5. Het systeem vraagt vervolgens de taal-cd in te voeren. 6. Voer de taal-cd in en valideer door op de draaiknop te drukken en valideer. 7. Kies de te vervangen taal (taal 1 of 2) via de draaiknop. 8. Selecteer de te laden taal ui de beschikbare talen op de CD via de draaiknop, valideer en valideer "laden". 9. Wacht enkele secondes, het scherm wordt zwart en daarna wit met een tekst in zwart en rood met een horizontale balk die de voortgang van het laden aangeeft. 10. Als het laden klaar is, komt de taal-cd naar buiten en verschijnt "OK" op het scherm. 11. Zet het contact uit en wacht tot het scherm uitgaat (ongeveer 70 secondes), de nieuwe taal is geladen. 12. Plaats de kaart-cd weer in de lezer. LET OP: de systeemtaal van het navigatiesysteem en de taal van de berichten moeten in twee verschillende handelingen worden gewijzigd
115 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": Storing zoeken INGEBOUWD DIAGNOSEPROGRAMMA Bij een storing in het systeem, kan een diagnosefunctie op het scherm de in het geheugen geregistreerde storingen aangeven en bepaalde parameters controleren. Het scherm licht enkele secondes na het aanzetten van het contact op. Valideer "OK" en het systeem stelt verschillende mogelijkheden voor: 1. Navigatie Instellingen voor: het kiezen van de taal, het kiezen van de routecriteria, het wijzigen van de configuratie van het scherm, het verkrijgen van informatie over het systeem, het selecteren van het verkeersinformatiesysteem, het wijzigen van de eenheden (km, mijlen...), het wijzigen van het geluidsvolume van de berichten, het configureren van het scherm. Boordcomputer: geeft de actuele snelheid, geeft de gemiddelde snelheid, geeft de resterende afstand, geeft de resterende tijd, geeft de mogelijkheid een maximum snelheid in te stellen. 2. Taal: voor het veranderen van de taal op het scherm en van de menu's. 3. Gebruikersinstellingen: Klok: voor de automatische instelling of het veranderen van de tijd, Systeem: het menu "service (code)" verschijnt. Voer de code in met de draaiknop en selecteer en valideer de vier cijfers van de toegangscode. Deze code (alleen bestemd voor de reparateur) is: 4112 ("sluiten" = terug naar menu "Inhoud"). Sluiten: terug naar inhoud, Diagnose (zie de volgende bladzijden) Configuratie kan worden opgevraagd bij een storing: productiedatum, configuratie: 0002, type UCC: UCC 3, programmaversie: 051(ter informatie), referentienummer checksum. Systeemtests: voor het testen van de verschillende componenten zoals het toetsenbord, de bedieningssatelliet van de radio en de multiplexverbindingen, Functionele tests: geeft specifieke informatie van het systeem, Test RDS-TMC: frequentie: TUNER voor verkeersinformatie ontvangstniveau: % kwaliteit RDS: % Test van de auto: auto: X74 snelheid: OK, + na contact: OK (afhankelijk van de stand van de RENAULT-kaart) + ACC: OK SSPP: OK voltage accu, crash informatie: NOk (behalve bij ongeluk) + lant: voeding verlichting achteruit (afhankelijk van de uitvoering), buitentemperatuur
116 INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83 Navigatiesysteem "Carminat": Storing zoeken INGEBOUWD DIAGNOSEPROGRAMMA LEZEN GPS-STAAT Voorbeeld: Stat. van sensor: 3D positie Lengte: 2 14'24''Oost Breedte: 48 46'31''Noord, Geograf.hoogte: 226 m, Aantal sat: > 3 (nodig voor de werking). LEZEN I/O-STATEN Impuls. tacho: de rijsnelheid moet tijdens het rijden worden weergegeven, Temperatuur de temperatuur in de rekeneenheid moet verschijnen, Accu: de accuspanning moet worden weergegeven, B. eject: 0 = knop eject CD niet ingedrukt. 1 = knop eject CD ingedrukt (houd de knop langer dan 5 sec ingedrukt) Richting: ARR = versnellingshendel in stand achteruit, Informatie achteruit correct AVA = Versnellingshendel niet in achteruit of informatie achteruit defect Lichten = on of off (functie niet in gebruik) Contact ext 1: Niet in gebruik Contact ext 2: Niet in gebruik FOUTGEHEUGEN Foutcode, Freq. fout, Type fout. Let niet op deze parameter, zij werken niet. SIMULATIE POSITIE VAN DE AUTO LET OP: voor een goede werking van het systeem, moet de "Simulation" werking na het gebruik beslist worden afgesloten. LET OP: de reactietijd voor het veranderen van een staat is ongeveer 15 secondes. IDENTIFICATIE (ter informatie) Serienummer van de rekeneenheid Productversie Programmaversie Productieweek Productiejaar Programmaversie "CSB" 83-51
117 184 SCHAKELAARS 84 Draaibare doorvoer BELANGRIJK: Werkzaamheden aan de systemen van de airbags en de gordelspanners mogen alleen worden uitgevoerd door speciaal hiervoor opgeleid personeel. LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. Maak de stekkers van de stuurkolomschakelaars (ruitenwisser, radiobediening en verlichting) los en de stekkers van de draaibare doorvoer (airbag en snelheidsregelaar). Voordat u de draaiende doorvoer uitbouwt, noteert u de stand: controleer of de wielen bij de demontage rechtuit staan, controleer of het merkteken "0" van de draaibare doorvoer bij het merkteken staat. N.B.: door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag worden de uitgangen naar de ontstekers uitgeschakeld en de stuurkolom ontgrendeld. UITBOUWEN Bouw de airbag in het stuurwiel uit. Steek hiervoor een schroevendraaier in het gat (1) en beweeg hem naar boven (2) Draai de bout los en maak de gehele stuurkolom vrij Maak de stekkers van de airbag in het stuurwiel (4) en de stekkers van de toetsen van de snelheidsregelaar los (afhankelijk van de uitvoering). Bouw uit: de stuurwielbout na de wielen rechtuit te hebben gezet, het stuurwiel, de omlijsting van de teller, de stuurkolomkappen, Bouw de schakelaars uit door op de lipjes (3 te drukken). N.B.: de stuurwielhoeksensor (5) hoeft niet losgemaakt te worden
118 SCHAKELAARS 84 Draaibare doorvoer INBOUWEN Controleer of de wielen rechtuit staan. De schroef van de draaibare doorvoer kan alleen worden vastgezet als het merkteken op "0" staat Bijzonderheden van de airbag BELANGRIJK: voordat u de airbag aansluit moet u de werking van het systeem controleren:: controleer of het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt bij het aanzetten van het contact (rekeneenheid ontgrendeld), Sluit een loze ontsteker aan op de stekker van de iedere airbag en controleer of het lampje dooft, zet het contact af, sluit de airbag aan in plaats van de loze ontstekers en monteer het in het stuurwiel, zet het contact aan, controleer of het lampje 3 secondes oplicht en vervolgens uit gaat en uit blijft. Als het lampje niet dooft, raadpleeg dan hoofdstuk "storing zoeken". Bijzonderheden van het stuurwiel BELANGRIJK: het stuurwiel past maar op een manier op de spiebanen. Het stuurwiel moet vrij over de spiebanen kunnen bewegen. Let op dat ze niet beschadigen. LET OP: bij het niet opvolgen van deze procedure bestaat het gevaar dat het systeem niet normaal werkt en zelfs dat de airbag voortijdig explodeert. Sluit de twee stekkers van de stuurwielairbag aan, let op de juiste kleuren. Druk de stekkers goed vast Vervang na iedere demontage de stuurwielbout en zet hem vast met een aantrekkoppel van 4,4 dan.m
119 SCHAKELAARS 84 Ruitenwisserschakelaar AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 Omschrijving Commando interval wisser voor Commando snel wissen voor Commando langzaam wissen voor Commando ruitensproeierpomp voor Rustcontact ruitenwisser voor + na contact Commando ruitensproeierpomp achter Commando ruitenwisser achter + na contact Massa Signaal opname element vliegwiel Toets functiekeuze boordcomputer N.B.: de schakelaars van de ruitenwissers en sproeiers voor en achterkunnen met een ohmmeter worden gecontroleerd. Commando Aansluiting Waarden (ohm) Ruitensproeierpomp voor Commando langzaam wissen voor Commando snel wissen voor Commando ruitenwisser achter: Stand 1 Stand 2 Stand 3 Stand 4 Stand 5 Ruitensproeierpomp achter Interval ruitenwisser achter Functiekeuze boordcomputer A4 / B4 A3 / A7 A2 / A7 A1 / A7 B1 / B4 B2 / B4 B5 / B ,6 7,2 4,8 2,
120 SCHAKELAARS 84 Lichtschakelaar AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 Omschrijving Voeding relais mistlichten voor Commando mistachterlichten Commando claxon Commando knipperlicht rechts Massa Commando knipperlicht links Markeringslichten + voor contact (via zekering) + voor contact (via zekering) Dimlichten (dubbele koplampen) Dimlichten (enkele koplampen) + voor contact (via zekering) Grootlichten N.B.: De lichtschakelaar kan met een ohmmeter worden gecontroleerd. De claxonschakelaar loopt via de stekker (C) via de draaibare doorvoer. Commando Knipperlicht links Knipperlicht rechts Markeringslichten Dimlichten (dubbele koplampen) Dimlichten (enkele koplampen) Grootlichten (vast of signaal) Mistlichten (voor) Mistachterlichten Aansl. (circuit gesloten) A6/A7 A5/A6 B1/B2 B3/B4 B3/B5 B6/B7 A1/B2 A3/B2 84-4
121 SCHAKELAARS 84 Radiobedieningssatelliet AANSLUITINGEN De afstandsbediening van de autoradio is verbonden: met het centrale display van het dashboard met de centrale communicatie eenheid als de auto het Carminat navigatiesysteem heeft (zie hoofdstuk 83). Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Aansl. 14 Aansl. 13 Aansl. 10 Aansl. 9 Aansl. 11 Aansl
122 SCHAKELAARS 84 Regensensor N.B.: voor de werking van de ruitenwisser, zie hoofdstuk 85. AANSLUITINGEN Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Verbinding huis met hulporganen interieur (relais inschakelen) Verbinding huis met hulporganen interieur (commando) +Accessoires Verbinding huis met hulporganen interieur (relais snel) Massa Verbinding huis met hulporganen interieur (automatische werking) 84-6
123 SCHAKELAARS 84 Renault-kaartlezer AANSLUITINGEN De Renault-kaartlezer is vastgeklemd op zijn steun. De steun is vastgeklemd in het dashboard Aansl Omschrijving Gecodeerde verbinding huis met hulporganen interieur Voeding lezer. Gecodeerde verbinding huis met hulporganen interieur Signaal Renault-kaart aanwezig (+Accessoires) Signaal Radiofrequentie (afstandsbediening) Signaal RENAULT-kaart op aanslag Massa Signaal Radiofrequentie (afstandsbediening) OPMERKING: als de verlichting van de kaartlezer niet goed werkt, moet u de kaartlezer vervangen. N.B.: de kaartlezer is niet gecodeerd. 84-7
124 SCHAKELAARS 84 Elektrische stuurkolomgrendel ELEKTRISCHE STUURKOLOMGRENDEL AANSLUITINGEN VOORZORGEN BIJ DE REPARATIE Om te voorkomen dat het stuurwiel blokkeert bij het losmaken van de accukabels, moet u: steek de RENAULT-kaart diep (+ na contact) in de lezer steken en daarna half eruit trekken (+accessoires). Zolang de kaart halverwege in de lezer zit, wordt de stuurkolom niet geblokkeerd. Mak de accukabel los, de stuurkolom blijft ontgrendeld zolang de accu niet opnieuw wordt aangesloten en de RENAULT-kaart wordt verwijderd. vergrendel de airbagrekeneenheid met een diagnoseapparaat. UITBOUWEN LET OP: de grendel is vastgezet met een bout met linkse schroefdraad. Voor het uitbouwen moet hij vooraf ontgrendeld zijn Aansl Omschrijving Massa Voeding (+12 volt accessoires) Multiplexverbinding Commando huis met hulporganen interieur (deblokkeren) Informatie Renault-kaart aanwezig Multiplexverbinding INBOUWEN Zet de bout vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m. Voor het inlezen van de code van de stuurkolomgrendel, raadpleeg hoofdstuk
125 SCHAKELAARS 84 Drukknop voor het starten DRUKKNOP VOOR HET STARTEN De drukknop dient voor het starten en stilzetten van de motor. Hij heeft twee verlichtingen: verlichting aan de bovenkant (A): "informatie klaar om te starten", verlichting aan de onderkant (B): "informatie draaiende motor" AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving Signaal schakelaar motor aan/uit Voeding Commando lampje "startinvitatie" Commando lampje "draaiende motor" De drukschakelaar kan met een ohmmeter worden gecontroleerd. Aansl Waarde Omschrijving 1 en 2 2 en 3 2 en 4 2 ohm 20 ohm 20 ohm Impuls Aan of Uit Lampje "startinvitatie" Lampje "draaiende motor" 84-9
126 SCHAKELAARS 84 Schakelaars / Snelheidsregelaar / Spraakmaker AANSLUITINGEN SCHAKELAAR ELEKTRONISCH STABILITEITS PROGRAMMA (ESP) Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Voeding markeringslicht Massa Commando Aan / Uit SCHAKELAAR SPRAAKMAKER Spraakmaker (afhankelijk van de uitrusting) 2 Elektronisch stabiliteits programma (ESP) 3 Snelheidsregelaar / begrenzer (afhankelijk van de uitrusting) Aansl Omschrijving Commando bericht herhalen Massa Commando discretie SCHAKELAAR SNELHEIDSREGELAAR/- BEGRENZER Voor het uitbouwen van de schakelaars moet u de steunplaat uitbouwen. Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving + markeringslicht + na contact (circuit remlichten) Aan/uit schakelaar Aan / uit snelheidsbegrenzer Massa 84-10
127 SCHAKELAARS 84 Regelweerstand verlichting REGELWEERSTAND VERLICHTING Voor het uitbouwen van de regelweerstand, bouwt u de steunplaat van de regelweerstand uit en maak daarna de stekkers los (afhankelijk van de uitrusting). Wip de regelweerstand (A) los van de steunplaat. AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving + markeringslicht Verlichting via regelweerstand Massa LET OP: Afhankelijk van het uitrustingsniveau zijn er twee regelweerstanden voor de verlichting mogelijk: regelweerstand "luxe uitvoering" voor geregelde airconditioning, regelweerstand "eenvoudige uitvoering" voor handbediende airconditioning. De regelweerstand kan met een ohmmeter worden gecontroleerd: verlichting knop (-polige 1 en 3) 70 ohm regelknop (aansl. 2 en 3) = van 0 tot 1000 ohm (luxe uitvoering) regelknop (aansl. 2 en 3) = van 0 tot 33 ohm (eenvoudige uitvoering) 84-11
128 SCHAKELAARS 84 Alarmlichtschakelaar Voor het uitbouwen van de schakelaar moet de bovenkant (geklemd) worden losgemaakt van de console. Aansl Omschrijving Massa Tijdschakeling knipperautomaat (+ voor contact) knippersignaal/tijdrelais knipperautomaat Controles met een multimeter Aansl Waarde Omschrijving 2 en 3 2 en 3 Weerstand oneindig 0 ohm Ruststand alarmknipperlichten Alarmknipperlichten aan 84-12
129 SCHAKELAARS 84 Schakelaar portiervergrendeling Voor het uitbouwen van de schakelaar moet de bovenkant (geklemd) worden losgemaakt van de console Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 + na contact Massa Vergrendeling Ontgrendeling + voor contact Voeding lichtdiode Omschrijving Controles met een multimeter Aansl Omschrijving Waarde A1 / A2 A2 / A3 A2 / B1 Verlichting knop Vergrendeling Ontgrendeling 30 ohm 0 ohm 0 ohm 84-13
130 SCHAKELAARS 84 Schakelaars ruitbediening PLAAT IN ARMSTEUN (meest complete uitvoering) gebruik een ijzerdraadje om de grendels in te drukken A Schakelaar ruitbediening bestuurder en passagier voor B schakelaar ruitbediening achter rechts en links C Schakelaar kinderveiligheid (afhankelijk van de uitvoering) Maak de stekkers los. Maak de schakelaars vrij door op de lipjes (D) te drukken UITBOUWEN VAN DE SCHAKELAARS De plaat van de schakelaars van de ruitbediening is vastgeklemd met lipjes (D) op het portierpaneel. Voor het uitbouwen, zijn er twee mogelijkheden: gebruik een bekledingtang,
131 SCHAKELAARS 84 Schakelaars ruitbediening SCHAKELAARS RUITBEDIENING VOOR OP BESTUURDERSPORTIER SCHAKELAARS RUITBEDIENING ACHTER OP BESTUURDERSPORTIER Drie types schakelaars voor de ruitbediening voor zijn mogelijk: Ruitbediening met sneltoets bestuurder / Ruitbediening passagier Schakelaar ruitbediening bestuurder met twee standen (normaal en snel) en schakelaar met een stand voor de passagier. Ruitbediening met sneltoets bestuurder en passagier zonder multiplex Schakelaar ruitbediening bestuurder en passagier met twee standen (normaal en snel). Ruitbediening met sneltoets multiplex De schakelaar is gelijk aan de uitvoering zonder multiplex, maar de kabelbundel verschilt. Twee types dubbele schakelaars zijn mogelijk: Elektrische ruitbediening Schakelaars links achter en rechts achter met een stand. Ruitbediening sneltoets Schakelaars links achter en rechts achter met twee standen (normaal en sneltoets voor de ruiten achter). Voor meer bijzonderheden over de systemen van de elektrische ruitbediening, zie hoofdstuk 87. N.B.: Deze schakelaars worden verlicht zodra er + na contact is (geen nachtverlichting). Voor meer bijzonderheden over de systemen van de elektrische ruitbediening, zie hoofdstuk 87. N.B.: Deze schakelaars worden verlicht zodra er + na contact is (geen nachtverlichting)
132 SCHAKELAARS 84 Schakelaars ruitbediening Ruitbediening met sneltoets bestuurder / Ruitbediening passagier zwarte stekker (links stuur) Ruitbediening met sneltoets bestuurder / Ruitbediening passagier zwarte stekker (rechts stuur) AANSLUITINGEN Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Schakelaar ruitbediening passagierszijde + voor contact + na contact Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde Schakelaar ruitbediening passagierszijde Massa Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) ACTIE Aansl A4/B4 B5/B4 A1 B3 Geen α α A2 A2 Openen bestuurder eenvoudig Sluiten bestuurder eenvoudig Openen bestuurder snel Sluiten bestuurder snel Openen passagier 0 α - - α (1 e ) 0 (2 e ) 0 (2 e ) 0 (1 e ) B 4 A2 Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Schakelaar ruitbediening passagierszijde + voor contact + na contact Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde Schakelaar ruitbediening passagierszijde Massa Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) ACTIE Aansl A1 B3 A2/B4 B5/B4 Geen A2 A2 α α Openen bestuurder eenvoudig Sluiten bestuurder eenvoudig Openen bestuurder snel Sluiten bestuurder snel Openen passagier Sluiten passagier α - - α (1 e ) 0 (2 e ) 0 (2 e ) 0 (1 e ) A2 B4 - - B 4 A2 - - Sluiten passagier - - A2 B
133 SCHAKELAARS 84 Schakelaars ruitbediening Ruitbediening met sneltoets bestuurder / Ruitbediening passagier zonder multiplex grijze stekker (links stuur) Ruitbediening met sneltoets bestuurder / Ruitbediening passagier zonder multiplex grijze stekker (rechts stuur) Aansl Omschrijving Aansl Omschrijving A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Schakelaar ruitbediening passagierszijde Massa + na contact Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde Schakelaar ruitbediening passagierszijde Massa Massa Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde + na contact Schakelaar ruitbediening passagierszijde Massa + voor contact Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde Massa Schakelaar ruitbediening passagierszijde + voor contact WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) ACTIES Aansluiting B2/B3 A1/A2 A4/B4 B5/B4 ACTIES Aansluiting A1/B4 B3/B4 B5/A5 A4/B6 Geen α α α α Geen α α α α Openen bestuurder eenvoudig α Openen bestuurder eenvoudig 0 α - - Sluiten bestuurder eenvoudig - - α 0 Sluiten bestuurder eenvoudig α Openen bestuurder snel (1 e ) 0 (2 e ) Openen bestuurder snel 0 (1 e ) 0 (2 e ) - - Sluiten bestuurder snel (2 e ) 0 (1 e ) Sluiten bestuurder snel 0 (2 e ) 0 (1 e ) - - Openen passagier eenvoudig α Openen passagier eenvoudig - - α 0 Sluiten passagier eenvoudig 0 α - - Sluiten passagier eenvoudig α Openen bestuurder snel 0 (2 e ) 0 (1 e ) - - Openen bestuurder snel (2 e ) 0 (1 e ) Sluiten bestuurder snel 0 (1 e ) 0 (2 e ) - - Sluiten bestuurder snel (1 e ) 0 (2 e ) 84-17
134 SCHAKELAARS 84 Schakelaars ruitbediening Ruitbediening met sneltoets multiplex zwarte stekker (alle types) Ruitbediening achter eenvoudig: witte stekker Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Schakelaar ruitbediening rechts + na contact Schakelaar ruitbediening links Schakelaar ruitbediening rechts Massa Schakelaar ruitbediening links Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Schakelaar ruitbediening rechts + na contact Schakelaar ruitbediening links + na contact + voor contact Schakelaar ruitbediening rechts Massa Schakelaar ruitbediening links WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) ACTIES Aansluiting A2/B4 B3/B4 A4/B4 B5/B4 Geen α α α α Openen links eenvoudig Sluiten links eenvoudig Openen links snel α - - α WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) ACTIES Aansluiting A4 B5 A2 B3 Geen A5 A5 B5 A5 Openen rechts - -B 4 A5 Sluiten rechts - - A5 B4 Openen links B 4 A5 - - Sluiten links A5 B4 - - Sluiten links snel Openen rechts eenvoudig Sluiten rechts eenvoudig α - - α Openen rechts snel 0 (1 e ) 0 (2 e ) - - Sluiten rechts snel 0 (2 e ) 0 (1 e )
135 SCHAKELAARS 84 Schakelaars ruitbediening Ruitbediening achter met sneltoets: bruine stekker Aansl A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Schakelaar ruitbediening rechts + voor contact + na contact + voor contact Schakelaar ruitbediening links Schakelaar ruitbediening rechts + voor contact Massa + voor contact Schakelaar ruitbediening links WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) ACTIES Aansluiting A5/B4 B6/B4 A1/B4 B2/B4 Geen α α α α Openen rechts eenvoudig Sluiten rechts eenvoudig α - - α 0 Openen rechts snel (1 e ) 0 (2 e ) Sluiten rechts snel (2 e ) 0 (1 e ) Openen links eenvoudig Sluiten links eenvoudig 0 α - - α Openen links snel 0 (1 e ) 0 (2 e ) - - Sluiten links snel 0 (2 e ) 0 (1 e )
136 SCHAKELAARS 84 Schakelaars ruitbediening SCHAKELAAR RUITBEDIENING PASSAGIER OP PASSAGIERSPORTIER Ruitbediening multiplex: grijze stekker Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Schakelaar ruitbediening Schakelaar ruitbediening Geschakelde massa Geschakelde massa Massa + na contact verlichting knop ACTIES A1 Aansluiting A2 Drie types schakelaars voor de ruitbediening voor zijn mogelijk: Eenvoudige elektrische ruitbediening Ruitbediening met sneltoets zonder multiplex Ruitbediening met sneltoets multiplex Voor meer bijzonderheden over de systemen van de elektrische ruitbediening, zie hoofdstuk 87. Ruitbediening eenvoudig: bruine stekker Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Verbinding bestuurdersportier (B3) Massa Schakelaar ruit sluiten Schakelaar ruit openen Verbinding bestuurdersportier (A1) + na contact ACTIES B 1 AANSL. A3 Geen B 2 A Geen α α Openen eenvoudig 0 α Sluiten eenvoudig α 0 Openen snel Sluiten snel ACTIES 0 (1 e ) 0 (2 e ) A3/A2 Aansluiting 0 (2 e ) 0 (1 e ) B1/B2 Geen α α Openen eenvoudig 0 α Sluiten eenvoudig α 0 Openen snel Sluiten snel 0 (1 e ) 0 (2 e ) 0 (2 e ) 0 (1 e ) N.B.: de weerstand van het lampje in de knop is ongeveer 30 ohm Openen eenvoudig B 2 A2 Sluiten eenvoudig A2 A
137 SCHAKELAARS 84 Schakelaars ruitbediening SCHAKELAARS RUITBEDIENING ACHTER OP ACHTERPORTIER SCHAKELAAR RUITBEDIENING AFKNIJPBEVEILIGING ACHTER: witte stekker Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Schakelaar ruitbediening Geschakelde massa (vergrendelen ruitbediening) + voor contact + voor contact Schakelaar ruitbediening + na contact verlichting knop Aansluiting ACTIES A2/B1 A2/A3 Geen α α SCHAKELAAR Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving + na contact Massa + na contact Schakelaar ruithefmotor + na contact + na contact Openen eenvoudig α 0 Sluiten eenvoudig 0 α Openen snel Sluiten snel 0 (2 e ) 0 (1 e ) 0 (1 e ) 0 (2 e ) ACTIES AANSL. A2/A3 B1/B2 B1/A2 A1/A3 Geen α 0 α 0 Openen eenvoudig Sluiten eenvoudig 0 0 α α α α
138 SCHAKELAARS 84 Schakelaar kinderveiligheid SCHAKELAAR KINDERVEILIGHEID Bij het vergrendelen, licht een rood controlelampje (aangestuurd door het huis met hulporganen interieur) op in de schakelaar. Deze schakelaar wordt gebruikt om te voorkomen dat de portieren achter en de ruiten achter kunnen worden geopend (afhankelijk van de uitvoering). Elektrische ruitbediening De schakelaar kinderveiligheid informeert het huis met hulporganen interieur dat het relais kinderveiligheid aanstuurt. Ruitbediening sneltoets De schakelaar kinderveiligheid schakelt wel of niet de stuurmassa van de sneltoetscontacten van de ruitbediening achter en informeert het huis met hulporganen interieur over zijn staat. N.B.: Deze schakelaars worden verlicht zodra er + na contact is (geen nachtverlichting). Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving + na contact Controlelampje kinderveiligheid Vergrendelen ruitbediening achter Massa 84-22
139 SCHAKELAARS 84 Schakelaar open dak SCHAKELAAR OPEN DAK WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) STAND VAN DE SCHAKELAAR Aansl. 1 en 6 Aansl. 1 en 5 Aansl. 1 en 3 Aansl. 1 en 2 Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Gesloten Kantelen Kantelen Kantelen Ingedrukt N.B.: 0 = circuit geleidend (gesloten) 1 = circuit geopend 84-23
140 SCHAKELAARS 84 Schakelaars van de achterruit- en voorruitverwarming SCHAKELAARS VAN DE ACHTERRUITVERWARMING EN VOORRUITVERWARMING De schakelaars van de achterruitverwarming en de voorruitverwarming zijn opgenomen in het bedieningspaneel van de airconditioning. Voor het vervangen ervan moet het complete bedieningspaneel worden vervangen. AANSLUITING (grijze stekker) Aansl Omschrijving Massa Voeding verlichting Stuursignaal voorruitverwarming. Diagnoselijn + na contact Multiplexverbinding Multiplexverbinding Stuursignaal achterruitverwarming Massa via regelweerstand Massa + voor contact N.B.: voor de bestemming van de andere aansluitingen van de stekkers, raadpleegt u hoofdstuk "airconditioning"
141 SCHAKELAARS 84 Sensor voor het openen van het portier PORTIEROPENINGSSENSOR Voor de handsfree functie hebben de portierhandgrepen de volgende sensors: voor de aanwezigheid (A) die de hand van de gebruiker detecteert, in combinatie met een reflector op de handgreep. voor de beweging die het openen aanstuurt als de aanwezigheidssensors niet meer werken (als de auto lange tijd niet is gebruikt). BELANGRIJK: om de hand van de gebruiker te kunnen detecteren, moet de aanwezigheidssensor een doorzichtig beschermkapje en een reflector in de handgreep hebben. Door scheurtjes of barsten kan de handsfree functie minder goed werken N.B.: voor het uitbouwen van de handgreep, raadpleegt u het hoofdstuk carrosserie. AANSLUITINGEN Aansl accu Massa Signaal sensor Omschrijving 84-25
142 SCHAKELAARS 84 Portiersloten De portiersloten zijn specifiek voor het uitrustingsniveau van de auto: de eenvoudige uitvoering (4-polige stekker) heeft een elektrische vergrendeling en een sluitcontact (de auto's 'hebben geen portiercontacten op de stijlen). de luxe uitvoering (6-polige stekker) heeft de functie "extra portiervergrendeling" waarmee de werking van de binnenhandgrepen kan worden uitgeschakeld. Deze functie kan gebruikt worden voor de kinderveiligheid. Luxe uitvoering links voor Aansl A B C D E F Omschrijving + grendelmotor - grendelmotor Portiercontact Portiercontact - motor extra portiervergrendeling of kinderveiligheid (achterportier) + motor extra portiervergrendeling of kinderveiligheid (achterportier) Luxe uitvoering rechts voor Aansl A B C D E F Omschrijving + motor extra portiervergrendeling of kinderveiligheid (achterportier) - motor extra portiervergrendeling Portiercontact Portiercontact - grendelmotor + grendelmotor Luxe uitvoering links achter AANSLUITINGEN Eenvoudige uitvoering links Aansl A B C D + grendelmotor - grendelmotor Portiercontact Portiercontact Omschrijving Aansl A B C D E F Luxe uitvoering rechts achter Omschrijving + grendelmotor - grendelmotor en kinderveiligheid Portiercontact/schakelaar kinderveiligheid Portiercontact + motor extra portiervergrendeling kinderveiligheid Schakelaar kinderveiligheid Eenvoudige uitvoering rechts Aansl A B C D Portiercontact Portiercontact - grendelmotor + grendelmotor Omschrijving Aansl A B C D E F Omschrijving Schakelaar kinderveiligheid + motor extra portiervergrendeling of kinderveiligheid (achterportier) Portiercontact Portiercontact/schakelaar kinderveiligheid - grendelmotor en kinderveiligheid + grendelmotor 84-26
143 SCHAKELAARS 84 Schakelaars achterklep De schakelaar van de achterklep (alles of niets) is voor alle uitvoeringen gelijk: er is geen speciaal model voor auto's met handsfree functie. N.B.: voor het uitbouwen van het openingsmechanisme van de achterklep moet u de bekleding verwijderen. Raadpleeg het hoofdstuk carrosserie. SLOT ACHTERKLEP/ACHTERRUIT N.B.: voor het uitbouwen van het openingsmechanisme van de achterklep moet u de bekleding verwijderen. Raadpleeg het hoofdstuk carrosserie AANSLUITINGEN De schakelaar voor het openen van de achterruit is een schakelaar type "alles of niets". Aansl Motor + Motor Signaal openen Massa Omschrijving De weerstand van de motor is ongeveer 10 ohm
144 SCHAKELAARS 84 Spiegelbediening SPIEGELBEDIENING Afhankelijk van het uitrustingsniveau verschilt de spiegelbediening: Eenvoudige elektrische spiegelbediening Bediening inklapbare spiegels zonder multiplexaansluiting Bediening inklapbare spiegels met multiplexaansluiting (raadpleeg hoofdstuk 87) Schakelaar voor inklapbare buitenspiegels met multiplex (optie: memory systeem zitpositie bestuurder) Aansl Omschrijving Signaal spiegels bestuurder en passagier + na contact Massa Gezamenlijke draad spiegelmotors Gezamenlijke draad inklapbare spiegel Commando omhoog/omlaag passagiersspiegel Commando omhoog/omlaag bestuurdersspiegel Commando rechts/links passagiersspiegel Commando rechts/links bestuurdersspiegel Bediening inklapbare spiegels zonder multiplexaansluiting (zonder geheugen) OPMERKING: de bedieningen met of zonder multiplexaansluiting zijn identiek, alleen de bedrading verschilt. Eenvoudige elektrische spiegelbediening Aansl A1 A2 A3 A4 B1 B2 B3 B4 Omschrijving Omhoog/omlaag richting bestuurdersspiegel (aansl. 3B van de spiegel) + voor contact Rechts/links richting bestuurdersspiegel Rechts/links richting passagiersspiegel Omhoog/omlaag richting passagiersspiegel Massa Gezamenlijke draad motors Aansl Omschrijving Gezamenlijke draad spiegels (aansl. 3B) + na contact Gezamenlijke draad spiegelmotors (aansl. 2C) Massa + voor contact Omhoog/omlaag richting passagiersspiegel (aansl. 2B) Omhoog/omlaag richting bestuurdersspiegel (aansl. 2B) Rechts/links richting passagiersspiegel (aansl. 2A) Rechts/links richting bestuurdersspiegel (aansl. 2A) Signaal spiegels bestuurder en passagier (aansl. 3C) N.B.: Deze schakelaars worden verlicht zodra er + na contact is (geen nachtverlichting)
145 SCHAKELAARS 84 Elektrische spiegels BUITENSPIEGELS AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) De buitenspiegel hebben: twee stelmotors (verticaal en horizontaal), een buitentemperatuurzender (aan passagierskant), een inklapmotor (afhankelijk van de uitvoering), een ontdooisysteem (afhankelijk van de uitvoering), een systeem dat de spiegel afhankelijk van de lichtinval donkerder maakt (elektrochroom) verbonden met de binnenspiegel (afhankelijk van de uitvoering), een multiplexverbinding (afhankelijk van de uitvoering). N.B.: voor het uitbouwen van buitenspiegels kan de portierbekleding op zijn plaats blijven. Aansl 1B 1C 1D 1E 1F 1G 2A 2B 2C 2D 2E 2F 2G 2H 3B 3C 3D 3E 3F 3G Omschrijving Spiegelverwarming Spiegelverwarming Temperatuurzender (aan passagierskant), Temperatuurzender (aan passagierskant), Stelmotor horizontaal Stelmotor verticaal Gezamenlijke draad motor Controleweerstand horizontale stand Controleweerstand verticale stand Voeding Massa Inklapmotor Inklapmotor Informatie lichtinval (binnenspiegel) Informatie lichtinval (binnenspiegel) De weerstand van het ontdooisysteem is ongeveer 13 ohm. De weerstand van de buitentemperatuursensor is ongeveer 2500 ohm bij 20 C. De weerstand van het elektrochroomsysteem is ongeveer 4000 ohm BELANGRIJK: bij auto's met de optie "memory systeem van de bestuurdersstoel", heeft de passagierspiegel een multiplexverbinding. Via deze verbinding wordt de informatie verzameld vanuit de ruitbediening aan passagierszijde (raadpleeg hoofdstuk 87: "memory systeem van de bestuurdersstoel"). OPMERKING: de spiegelverwarming werkt via de schakelaar van de achterruitverwarming
146 SCHAKELAARS 84 Binnenspiegel BINNENSPIEGEL De binnenspiegel kan zijn uitgerust met een systeem dat de spiegel afhankelijk van de lichtinval donkerder maakt (elektrochroom). Dit systeem door de lichtinval op twee sensors met elkaar te vergelijken: een sensor (A) bij de voorruit, een sensor (B) bij de spiegel, OPMERKING: de buitenspiegels kunnen ook met dit systeem zijn uitgerust. In dit geval wordt de kleurverandering gestuurd door de binnenspiegel. (De buitenspiegels hebben geen lichtsensors). AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving Voeding Massa Informatie lichtinval (aansl. 3E buitenspiegel) Informatie lichtinval (aansl. 3D)
147 SCHAKELAARS 84 Achterruitverwarming BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM Dit systeem verwarmt de achterruit via een aan de binnenkant van de ruit aangebrachte bedrading. De achterruitverwarming wordt in- en uitgeschakeld via een toets op het bedieningspaneel. Dit ontdooiingssysteem werkt alleen bij draaiende motor en heeft een tijdbegrenzer. N.B.: tegelijk met de achterruit worden de buitenspiegels verwarmd (afhankelijk van de uitvoering). REPAREREN De bedrading van de achterruitverwarming kan een breuk vertonen waardoor de verwarming plaatselijk niet werkt. Met behulp van een voltmeter kunt u de plaats van de breuk bepalen. Breuken repareert u met de speciale reparatievernis voor achterruitverwarming, onderdeelnummer
148 SCHAKELAARS 84 Achterruitverwarming Maak de plaats rond de breuk goed schoon met alcohol of een ruitreinigingsmiddel tot het geheel stof- en vetvrij is.. Wrijf na met een schone doek. Om een dunne, rechte lijn te verkrijgen plakt u aan beide zijden van de te repareren draad een strook tape, waarbij de geleider vrij blijft. Schud het vernis voor het gebruik. Met een penseeltje, brengt u een voldoende dikke laag aan tussen de twee stroken tape. Laat het vernis drogen en breng een tweede laag aan, daarna indien nodig een laatste laag als de tweede droog is. Laat het vernis ongeveer een uur drogen voordat u het plakband verwijdert. Verwijder het plakband door dit loodrecht op de draad in de richting van de pijl los te trekken. Uitlopers kunt u met een scherp mes of scheermes verwijderen, maar niet voordat het vernis geheel is uitgehard. OPMERKING: bij kamertemperatuur duurt het uitharden ongeveer drie uur
149 SCHAKELAARS 84 Voorruitverwarming BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM Dit systeem verwarmt de voorruit via een aan de binnenkant van de ruit aangebrachte bedrading. De achterruitverwarming wordt in- en uitgeschakeld via het bedieningspaneel. Dit ontdooiingssysteem werkt alleen bij draaiende motor en heeft een tijdbegrenzer
150 SCHAKELAARS 84 Buitentemperatuursensor De buitentemperatuursensor bevindt zich in de buitenspiegel aan bestuurderszijde. UITBOUWEN Maak het spiegelglas los. Verwijder de bevestigingsbout van de kap (1). Wip de temperatuursensor (2) los en knip de draden door INBOUWEN Sluit de twee draden van de temperatuursensor aan met behulp van hulsjes en krimpkousjes. N.B.: de weerstand van de buitentemperatuursensor is ongeveer 2500 ohm bij 20 C
151 185 WISSEN 85 Ruitenwisser voor AUTOMATISME RUITENWISSER VOOR Bijzonderheden van de werking Bij normaal gebruik,werkt de ruitenwisser voor met interval, langzaam of snel. Dit verandert afhankelijk van rijsnelheid (behalve met regensensor) en via de ring op de ruitenwisserschakelaar. Tijdens het rijden, wanneer een wissnelheid is geselecteerd, gaat de wisser een snelheid terug als de auto stopt: van continu snel naar continu langzaam, van continu langzaam naar wissen met interval. Zodra de auto weer rijdt, gaat het wissen weer verder met de ingestelde wissnelheid. OPMERKING: als de auto een regensensor heeft, is de wissnelheid niet afhankelijk van de rijsnelheid. N.B.: een verandering van de stand van de ruitenwisserschakelaar heeft altijd voorrang en schakelt de regeling door het huis met hulporganen interieur uit. het automatisme ia niet actief als het langzame of snelle wissen is ingeschakeld bij stilstaande auto. BIJZONDERHEDEN: als de kracht naar de ruitenwisserarmen te groot is (bijvoorbeeld: bij snel rijden,...), schakelt het huis met hulporganen interieur automatisch over naar de lagere wissnelheid. Als het ruitenwissermechanisme is geblokkeerd (bijvoorbeeld: vastgevroren,...), schakelt het huis met hulporganen interieur automatisch de voeding van de motor uit. N.B.: voor de bijzonderheden over de ruitenwisserschakelaar, raadpleegt u hoofdstuk
152 WISSEN 85 Ruitenwisser voor REGENSENSOR Als de auto een regensensor heeft, regelt het huis met hulporganen interieur niet langer de intervalfunctie. In dit geval zijn het interval en de wissnelheid niet langer gekoppeld aan de rijsnelheid. Elektrisch schema Verklaring bij de nummers op de tekeningen Voeding snel Voeding langzaam Voeding automatisch wissen Relais aan/uit wissen Relais langzaam/snel Rustcontact Regensensor Huis met hulporganen interieur (UCH) Ruitenwisserschakelaar Ruitenwissermotor voor 85-2
153 WISSEN 85 Ruitenwisser voor REGENSENSOR Aansluiting Aansl Omschrijving Verbinding huis met hulporganen interieur (signaal aan/uit) Verbinding huis met hulporganen interieur (Relais langzaam) +Accessoires Verbinding huis met hulporganen interieur (Relais snel) Massa Verbinding huis met hulporganen interieur (rustcontact) BELANGRIJK: voordat u de regensensor monteert, moet u de oppervlakken van de sensor en van de voorruit ontvetten. Let op dat er geen luchtbelletjes tussen de sensor en de voorruit zitten. 85-3
154 WISSEN 85 Ruitenwisser voor LET OP: Het ruitenwissers verschillen bij rechts stuur en links stuur. LINKS STUUR ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Elé Uitbouwgereedschap ruitewiserarm UITBOUWEN Zorg dat de ruitenwissermotor in de ruststand staat. Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: de ruitenwisserarmen (1) rechts en links, de afdichting van de schutbordkast (2), de afdekplaat van de schutbordkast links (3), Maak het geheel mechanisme/ruitenwissermotor vrij. Verwijder de bevestigingsbouten van de motor. INBOUWEN Sluit de motor en de accu weer aan en zet het contact aan nadat u de motor hebt ingebouwd zodat deze naar de ruststand gaat. (Aantrekkoppel: 0,8 danm) Maak de spiebanen van de asjes (5) van de ruitenwisserarmen schoon. Plaats de ruitenwisserarmen op de merktekens (4). Monteer nieuwe moeren en zet deze vast met een aantrekkoppel van 2 dan.m de bevestigingsbouten van het ruitenwissermechanisme, de stekker van de motor. 85-4
155 WISSEN 85 Ruitenwisser voor RECHTS STUUR ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Voor het uitbouwen van het ruitenwissermechanisme, verwijdert u: de ruitenwisserarmen rechts en links, de bevestigingsbouten van het mechanisme. Elé Uitbouwgereedschap ruitewiserarm UITBOUWEN Zorg dat de ruitenwissermotor in de ruststand staat. Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: de afdichting van de schutbordkast (1), de afdekplaat van de schutbordkast links (), de verbindingsstang motor/mechanisme (2), de bevestigingsbouten van de ruitenwissermotor, de stekker van de motor INBOUWEN Sluit de motor en de accu weer aan en zet het contact aan nadat u de motor hebt ingebouwd zodat deze naar de ruststand gaat. (Aantrekkoppel: 0,8 danm). Maak de spiebanen van de asjes (5) van de ruitenwisserarmen schoon. Plaats de ruitenwisserarmen op de merktekens (4). Monteer nieuwe moeren en zet deze vast met een aantrekkoppel van 2 dan.m. Maak de ruitenwissermotor vrij. Het ruitenwissermechanisme zit niet aan de motor vast. Het kan op de auto achterblijven. 85-5
156 WISSEN 85 Ruitenwisser voor AANSLUITINGEN OP DE STEKKER De aansluiting van de motor is gelijk bij rechts stuur en links stuur Aansl Massa Rustcontact Niet in gebruik Voeding langzaam Voeding snel Omschrijving 85-6
157 WISSEN 85 Ruitenwisser achter WERKING Bij normaal gebruik, werkt de ruitenwisser achter met (een vast) interval. Als de voorruitwisser is ingeschakeld, wordt de wisser achter geactiveerd als de achteruit wordt ingeschakeld. AANSLUITINGEN OP DE STEKKER Aansl Voeding van de motor Rustcontact Massa Omschrijving 85-7
158 WISSEN 85 Ruitenwisser achter ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Elé Uitbouwgereedschap ruitewiserarm HATCHBACK EN BREAK MET VASTE ACHTERRUIT UITBOUWEN VAN DE MOTOR Zorg dat de ruitenwissermotor in de ruststand staat. Maak de massakabel van de accu los en zet de achterklep open. Bouw uit: de bekleding van de bagageruimte (raadpleeg het hoofdstuk carrosserie ), de ruitewisserarm, de bevestigingsbouten van de motor en maak zijn stekker los. INBOUWEN Sluit de motor en de accu weer aan nadat u de motor hebt ingebouwd zodat deze naar de ruststand gaat. Maak de spiebanen van de as van de ruitenwisserarm schoon. Monteer nieuwe moeren en zet deze vast met een aantrekkoppel van 1,2 dan.m
159 WISSEN 85 Ruitenwisser achter BREAK MET UITZETBARE ACHTERRUIT UITBOUWEN VAN DE MOTOR Zorg dat de ruitenwissermotor in de ruststand staat. Maak de massakabel van de accu los. UITBOUWEN VAN HET MECHANISME Het ruitenwissermechanisme is gemonteerd op de uitzetbare achterruit. Voor het uitbouwen gelden geen bijzonderheden. Bouw uit: de bekleding van de bagageruimte (raadpleeg het hoofdstuk carrosserie), de ruitewisserarm, de bevestigingsbouten van de motor en maak zijn stekker los. INBOUWEN Maak de spiebanen van de as van de ruitenwisserarm schoon. Monteer een nieuwe moer en zet deze vast met een aantrekkoppel van 1,2 dan.m. Maak de ruitenwissermotor vrij. Het ruitenwissermechanisme is gemonteerd op de uitzetbare achterruit. Het kan op de auto achterblijven. INBOUWEN OPMERKING: na vervanging van de uitzetbare achterruit, moet u het mechanisme afstellen: als het mechanisme te laag is geplaatst, is de wishoek kleiner. als het mechanisme te hoog is geplaatst, is de wishoek groter. Sluit de motor en de accu weer aan nadat u de motor hebt ingebouwd zodat deze naar de ruststand gaat. 85-9
160 WISSEN 85 Ruitenwissermechanisme van de uitzetbare achterruit MONTAGEMETHODE VAN HET RUITENWISSERMECHANISME OP DE UITZETBARE ACHTERRUIT (A) verplaatsbaar ruitenwissermechanisme (B) montagemal (gereedschap Elé. 1580) (C) plaat van de motor MONTAGEPRINCIPE Na montage van: de uitzetbare achterruit en het daarna afstellen van de spelingen (zie MR 340 hoofdstuk 54 F), het slot van de achterruit (zonder het vast te zetten) de plaat van de motor (C), plaats de drie richtnokken (D) van de mal op de plaat van de motor bij (E) (foto hiernaast)
161 WISSEN 85 Ruitenwissermechanisme van de uitzetbare achterruit klik de mal op zijn plaats en zet hem op de plaat van de motor (C). monteer de rubber ring op de achterruit, en sluit de ruit voorzichtig, monteer het gemerkte blok, daarna de bevestigingsmoer, draai de moer lichtjes vast, maak de bevestigingen (F) van de slotplaat los, klik het wismechanisme op zijn plaats op de mal en plaats de slotplaat in het slot, zet moer (G) vast met een aantrekkoppel van 4 N.m, zet de bevestigingsbouten van de slotplaat en die van het slot vast
162 WISSEN 85 Ruitenwissermechanisme van de uitzetbare achterruit zet moer (H) vast met een aantrekkoppel van 8 N.m. LET OP: het is belangrijk om de motor van de ruitenwisser, zonder de wisserarm te proberen voordat deze weer gemonteerd wordt. plaats het ruitenwisserblad 5 mm onder de verwarmingsdraden, zet de wisserarm vast met een aantrekkoppel van 12 N.m
163 WISSEN 85 Ruitensproeier WERKING Het pompje bedient vanuit één reservoir de sproeiers van de voorruit of van de achterruit, afhankelijk van de polariteit van de twee aansluitingen van de stekker. UITBOUWEN - INBOUWEN VAN DE POMP Om bij de ruitesproeierpomp te kunnen komen, moet u de schildbumper voor verwijderen. (Raadpleeg het hoofdstuk carrosserie) De ruitensproeiers voor en achter worden rechtstreeks aangestuurd door de ruitenwisserschakelaar. Er zijn twee mogelijkheden: de slang op uitgang (A) krijgt voeding, de voorruitsproeier werkt. Aansl 1 2 Voeding Massa Omschrijving de slang op uitgang (B) krijgt voeding, de achterruitsproeier werkt. Aansl 1 2 Massa Voeding Omschrijving Bij het uitbouwen van de pomp, moet u de twee slangen markeren voordat u ze losmaakt. N.B.: sommige uitvoeringen (koude landen) hebben elektrisch verwarmde sproeiers
164 WISSEN 85 Koplampsproeiers Bijzonderheid de koplampsproeierpomp wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur als de ruitensproeiers worden ingeschakeld terwijl de groot- of de dimlichten branden (1). De koplampsproeierpomp is naast de ruitensproeierpomp (2) gemonteerd. Om bij de pompen te kunnen komen, moet u de schildbumper voor verwijderen. UITBOUWEN - INBOUWEN VAN DE SPROEIERS De sproeiers bestaan uit twee delen: een zichtbaar deel, een deel achter de schildbumper voor. Bij het uitbouwen van het zichtbare deel, moet u de aanvoerleiding tegenhouden met een schroevendraaier. Voor het uitbouwen van het onderste deel, moet u de schildbumper voor verwijderen AANSLUITINGEN OP DE STEKKER Aansl A B Voeding Massa Omschrijving N.B.: alleen auto's met koplampsproeiers hebben een ruitensproeierpeilzender (3)
165 186 RADIO 86 Autoradio Functie radio LET OP: vier geografische zones zijn te programmeren voor de FM. De Tuner gebruikt drie selectiemanieren die zichtbaar zijn op het scherm en toegankelijk zijn via het front van de autoradio: handmatig (MANU) voorkeuzes (PRESET) alfabetisch (LIST) Functie cassette Het afspelen van de cassette verloopt geheel automatisch als deze geluidsbron "source" via de satelliet of het front is geselecteerd. 1 aan uit 2 toetsen < en > voor het veranderen van de configuratie 3 toetsen + en - voor het veranderen van de afstellingen 4 toets "source" N.B.: alleen de functies Dolby, snel vooruit en terugspoelen met opzoeken van stiltes zijn via speciale toetsen te bedienen. OPMERKING: de functie Mute via de spraakmaker of de telefoon, stopt het afspelen van de cassette. Functie CD-speler De autoradio kent twee uitvoeringen: radio + cassette met mogelijkheid een CD-wisselaar te bedienen radio + CD-speler met mogelijkheid een CDwisselaar te bedienen Functies van de autoradio: radio beluisteren (vier geografische zones zijn te programmeren voor de FM) weergave van de naam van het station bij RDS automatisch overschakelen op de sterkste zender (functie AF) de verkeersinformatie ontvangen (functie TA) nieuwsuitzendingen en noodmeldingen ontvangen (PTY NEWS) De Cd-speler kan audio CD's en eventuele audiotracks van CDROM's afspelen. Het afspelen kan in volgorde of in willekeurige volgorde. OPMERKING: wanneer naar een CD-wisselaar wordt geluisterd, kan het in willekeurige volgorde afspelen alleen voor de tracks van één CD. Thermische beveiliging Als de temperatuur van de autoradio te hoog is geworden, wordt het volume automatisch zwakker (zonder wijziging van het volume op het display). 86-1
166 RADIO 86 Autoradio Beveiliging via code De autoradio is beveiligd via een viercijferige code. De code moet worden ingevoerd via de satelliet na ieder losmaken en weer aansluiten van de accukabels. Bij een verkeerde code, blokkeert het toestel (een minuut na de eerste foute invoer, twee minuten na de tweede, vier minuten na de derde...). Nadat de code voor het eerst is ingevoerd, moeten bepaalde configuraties worden geprogrammeerd (zie hoofdstuk "configuratie"). Deze configuraties blijven behouden bij het losmaken van de accukabels. N.B.: de fabrieksstand kan opnieuw worden ingesteld door gelijktijdig indrukken van de toetsen 2 en 5 zonder het toestel uit te zetten. Wacht daarna twee minuten. Configuratie OPMERKING: voor het selecteren van het gebruiksgebied van de Tuner, drukt u gelijktijdig op de toetsen 2 en 5 zonder het toestel uit te zetten. Wacht daarna ongeveer twee minuten. Voer de viercijferige code in en daarna: selecteert u de zone: America (Amerika) Japan Asia (Azië) Arabia (Arabië) Others (Europa, Afrika, andere...) selecteer de te volumekromme afhankelijk van het model 0: regeling uitgeschakeld 1: niet in gebruik 2: Clio 3: Mégane 4: Laguna 5: Safrane configuratie van het aantal luidsprekers: "REAR ON/ OFF" Om de configuratiefunctie in te schakelen ("Expert"), drukt u lang (vier secondes) op de toets "source" tot u een geluidssignaal hoort. Hiermee kunt u de volgende functies afstellen: activeren van de functie AF (automatisch station vasthouden) aanpassen van het volume aan de rijsnelheid (5 voor een maximale aanpassing, 0 om de aanpassing uitte schakelen) activeren van de functie Loudness activeren van de functie Tuner assisté configuratie van het aantal luidsprekers (2 of 4) selectie van de handmatige of de dynamische lijst N.B.: een druk op de toets "source" tijdens het configureren annuleert de wijzigingen. 86-2
167 RADIO 86 Autoradio Regeling van het volume Het geluidsvolume kan worden geconfigureerd als afhankelijk van de rijsnelheid. Om de functie te activeren: selecteer de gewenste de volumeaanpassingskromme via de "expert"-functie (lang drukken op de toets "source" tot een geluidssignaal klinkt): 5 voor een maximale aanpassing, 0 om de aanpassing uit te schakelen. N.B.: om deze functie te kunnen laten werken, moet de autoradio aangesloten zijn op de juiste kabelbundel. Zelfdiagnoseprogramma Via het zelfdiagnoseprogramma kunnen bepaalde hoofdfuncties worden gecontroleerd: test van de luidsprekers na gelijktijdig drukken op de toetsen 2 en 4, worden de luidspreker een voor een aangestuurd. Met het display kan de overeenkomstigheid worden gecontroleerd. test van het ontvangstniveau (na weergave van de frequentie) na gelijktijdig drukken op de toetsen 1 en 6, toont het display de ontvangstcriteria van de radio: 9 of letter: goede ontvangst bij 3: slecht signaal bij 2: geen stereo meer test van de toetsen Deze functie wordt actief na gelijktijdig indrukken van de toetsen 3 en aan/uit. Iedere druk op een toets moet zichtbaar zijn op het display. Deze functie wordt automatisch afgesloten als alle toetsen ingedrukt zijn geweest. 86-3
168 RADIO 86 Autoradio Aansluitingen op de stekkers Zwarte stekker (A) Aansl Omschrijving Informatie snelheid Signaal spraakmaker (mute) Voeding + voor contact Voeding antenneversterker Voeding verlichting Voeding + accessoires Massa Gele stekker (B) Aansl Omschrijving Verbinding display (aansl. 13) Verbinding display (aansl. 14) Verbinding display (aansl. 15) Massa afscherming (aansl. 12) Verbinding display (aansl. 11) Bruine stekker (C) Aansl Omschrijving + Luidspreker rechts achter - Luidspreker rechts achter + Luidspreker rechts achter - Luidspreker rechts achter + Luidspreker links voor - Luidspreker links voor + Luidspreker links voor - Luidspreker links voor OPMERKING: de luidsprekers zijn parallel aangesloten op elke uitgang. 86-4
169 RADIO 86 Autoradio AANSLUITINGEN De bediening (A) van de autoradio bij het stuurwiel is verbonden met het display in het dashboard N.B.: als de auto het CARMINAT navigatiesysteem heeft, is de bediening van de autoradio bij het stuurwiel verbonden met de centrale communicatie eenheid (raadpleeg hoofdstuk 83). Aansl A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Verbinding display (aansl. 14) Verbinding display (aansl. 13) Verbinding display (aansl. 10) Verbinding display (aansl. 9) Verbinding display (aansl. 11) Verbinding display (aansl. 12) 86-5
170 RADIO 86 Antenne INGEGOTEN ANTENNE voor de break: onder de bekleding rechts achter. De ingegoten antenne bevindt zich: bij de hatchback: aan de bovenkant van de achterruit, bij de break: op de zijruit rechts achter. Voor dit systeem is een via de 'autoradio gevoede antenneversterker nodig die is geplaatst: voor de hatchback: onder de bekleding van de achterklep, [GRAPHIC N ]
171 187 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Huis met hulporganen interieur (UCH) BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM Het huis met hulporganen interieur bevindt zich in het dashboard aan bestuurderszijde. OPMERKINGEN: Het magazijn levert alleen het huis met hulporganen interieur van de "luxe" uitvoering. Dit kan gemonteerd worden in plaats van de "eenvoudige" uitvoering. Deze rekeneenheid bevat een groot deel van de rekeneenheid waaronder de decoder van de startvergrendeling. Afhankelijk van het uitrustingsniveau kunnen twee modellen van het huis met hulporganen interieur zijn gemonteerd: een zogenaamde "eenvoudige" uitvoering, een zogenaamde "luxe" uitvoering. 87-1
172 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Huis met hulporganen interieur (UCH) Mogelijkheden van het huis met hulporganen interieur Eenvoudige uitvoering Luxe uitvoering Raadpleeg hoofdstuk Regeling van de knipperlichten X X - Regeling van de rijverlichting (Running lights) - X 80 Regeling van de markeringslichten X X - Defecte gloeilampen (markerings- en remlichten) voor de spraakmaker - X 8 3 Aansturen van de ruitenwissers voor en achter X X 85 Aansturen van de koplampsproeiers - X 85 Regeling van de portieren X X 87 Regeling van de portieren (alleen bestuurdersportier) - X 87 Vergrendeling tijdens het rijden/ontgrendelen bij botsing X X 87 Regeling van de portieren (extra portiervergrendeling) - X 87 Regeling van de portieren (kinderveiligheid) - X 87 Waarschuwing portier open/controlelampje portiervergrendeling X X - Regeling achterklepslot X X - Regeling tijdschakeling binnenverlichting X X 81 Verbinding claxon voor portiervergrendeling - X 87 Regeling van de FM-afstandsbediening X X 87 Regeling van de afstandsbediening met handsfree systeem - X 87 Regeling van de transponder (startvergrendeling) X X 82 Aansturing relais accessoires/+ na contact startmotor X X - Zoemer in interieur X X 83 Snelheidsverklikker (Arabië) X X 83 Toerenbegrenzer motor X X - Buitentemperatuur X X - Multiplexverbindingen met stoelen en buitenspiegels - X 87 Verbinding alarm (accessoire) X X 82 Variabele stuurbekrachtiging - X 87 Interface multiplexnetwerk X X 88 Interface met het diagnoseapparaat X X
173 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Huis met hulporganen interieur (UCH) UITBOUWEN N.B.: door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag worden de uitgangen naar de ontstekers uitgeschakeld en de stuurkolom ontgrendeld. OPMERKING: Aan het huis met hulporganen interieur zijn geen reparaties toegestaan, bij een defect moet het worden vervangen. Voor het verwijderen moet u de configuratie van het huis met hulporganen interieur noteren. De verschillende configuraties moeten worden uitgevoerd met het diagnoseapparaat. Het huis met hulporganen interieur is vastgeklemd op de zekering- en relaisplaat interieur. Het uitbouwen van het ene onderdeel betekent dat het andere ook moet worden uitgebouwd. Knip het plastic klembandje van de bedrading (3) door. Maak de stekkers los van het huis met hulporganen interieur en van de zekering- en relaisplaat interieur. Bouw het huis met hulporganen interieur uit met de zekering- en relaisplaat interieur. Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: de zijkant van het dashboard aan bestuurderszijde, de twee bevestigingsschroeven aan de zijkant van het dashboard, de afdekplaat onder het dashboard, de bevestigingsschroeven (1) van het huis met hulporganen interieur, de beschermkap-accessoires/luidspreker van de spraakmaker (2). Scheid het huis met hulporganen interieur van de zekering/relaisplaat door op de grendels (4) te drukken
174 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Huis met hulporganen interieur (UCH) INBOUWEN Let op de aansluiting van de stekkers en zet de kabelbundel met een grote klemband (3) vast Voer het inlezen van de code van de auto en van de RENAULT-kaarten uit, en configureer het huis met hulporganen interieur afhankelijk van de opties. 87-4
175 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Huis met hulporganen interieur (UCH) SE
176 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Huis met hulporganen interieur (UCH) Bestemming (afhankelijk van het uitrustingsniveau) P100 (40-polige stekker) BRUIN Aansl Omschrijving Signaal + RENAULT-kaart op aanslag Stuursignaal tijdrelais knipperautomaat Stuursignaal lampje draaiende motor Stuursignaal vergrendelen ruitbediening achter Stuursignaal snel wissen voor Lezer RENAULT-kaart Signaal + neutraal handgeschakelde versnellingsbak Stuursignaal + achteruitrijlichten Stuursignaal + tijdrelais sluiten portiervergrendeling Stuursignaal langzaam interval ruitenwisser voor Stuursignaal lampje startinvitatie Niet in gebruik Diagnosesignaal K Signaal buitentemperatuur uitgang display Stuursignaal langzaam wissen voor Stuursignaal bagageverlichting Stuursignaal + tijdrelais openen portiervergrendeling portierverlichting Signaal radiosignaal bandenspanning Huis met hulporganen interieur (UCH) Signaal + schakelaar motor aan/uit GROEN Aansl Omschrijving Spanning portiervergrendeling Signaal ruitbediening open dak afknijpbeveiliging Niet in gebruik Stuursignaal + interval wisser achter Stuursignaal + ruitensproeierpomp achter Signaal + koppeling Stuursignaal relais ventilateurmotor interieur Signaal infrarood lichtsensor handgreep bestuurder Signaal infrarood lichtsensor handgreep rechts achter Signaal airconditioning via multiplexnetwerk Stuursignaal - verlichting interieur Signaal + regensensor aan/uit ruitenwisser voor Signaal infrarood lichtsensor handgreep passagier Stuursignaal rustcontact ruitenwisser voor Stuursignaal + ruitensproeierpomp voor Stuursignaal inschakelen tijdrelais knipperlicht rechts Stuursignaal inschakelen tijdrelais knipperlicht links Signaal - schakelaar rustcontact wisser achter Signaal + regensensor snel wissen ruitenwisser voor Airconditioning via multiplexnetwerk 87-6
177 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Huis met hulporganen interieur (UCH) Bestemming (afhankelijk van het uitrustingsniveau) P101(40-polige stekker) BRUIN Aansl Omschrijving Multiplexverbinding (L) Stuursignaal motor variabele stuurbekrachtiging Stuursignaal motor variabele stuurbekrachtiging Signaal - extra portiervergrendeling portier rechts achter + infrarood lichtsensor portierhandgrepen Niet in gebruik Signaal - sluitcontact rechts achter Voeding vrijgave openen motor achterklep Stuursignaal elektrische stuurkolomgrendel Niet in gebruik Multiplexverbinding (H) Signaal + kaart aanwezig Stuursignaal motor variabele stuurbekrachtiging Stuursignaal - startvergrendeling Signaal - sluitcontact links achter Signaal - sluitcontact bestuurdersportier Stuursignaal zijknipperlicht rechts Stuursignaal motor variabele stuurbekrachtiging Stuursignaal zijknipperlicht links Signaal - sluitcontact passagiersportier GROEN Aansl Omschrijving Signaal - extra portiervergrendeling links achter Stuursignaal + claxon Signaal infrarood lichtsensor handgreep links achter Stuursignaal kinderveiligheid Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Stuursignaal relais markeringslicht voor rijverlichting Stuursignaal relais dimlicht voor rijverlichting Niet in gebruik Stuursignaal serielijn stoelgeheugen en rekeneenheid passagiersportier multiplex Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Stuursignaal memory systeem Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Stuursignaal - spoel koplampsproeiers 87-7
178 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Huis met hulporganen interieur (UCH) Bestemming (afhankelijk van het uitrustingsniveau) U1 (24-polige stekker) Aansl Omschrijving U2 (24-polige stekker) Uitgang portiervergrendeling Uitgang portiervergrendeling Ingang shunt markeringslicht links voor Reserve Ingang shunt markeringslicht rechts voor Ingang shunt kentekenverlichting Ingang storing zekering markeringslicht rechts Ingang storing zekering markeringslicht links Reserve Ingang dimlichten Ingang shunt markeringslicht rechts achter Reserve Reserve Ingang voeding zekering/relaisplaat elektronica Reserve Ingang storing remlichten Ingang shunt markeringslicht links achter Reserve Ingang shunt remlicht links Ingang portiervergrendeling Ingang shunt remlicht rechts Ingang remlichtschakelaar Uitgang portiervergrendeling Uitgang portiervergrendeling Aansl Omschrijving Uitgang relais wisser achter Ingang + na contact via relais (elektronische sleutel) Ingang + na contact via ruststand relais (elektronische sleutel) Uitgang + na contact via relais (elektronische sleutel) Ingang voeding portiervergrendeling Reserve Reserve Uitgang relais portiervergrendeling openen Uitgang relais + accessoires 2 Uitgang relais portiervergrendeling sluiten Uitgang relais + accessoires 1 Ingang knipperlicht Ingang knipperlicht Reserve Uitgang stuursignaal knipperlicht links Ingang diagnose knipperlicht Uitgang stuursignaal knipperlicht rechts Uitgang relais ruitenwisser voor langzaam en snel Ingang voeding knipperlicht Ingang relais ruitenwisser voor aan/uit Uitgang relais startvrijgave Ingang markeringslicht Uitgang relais voeding via tijdrelais Ingang voeding huis met hulporganen interieur 87-8
179 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Inlezen/Toewijzen van de RENAULT-kaart VERVANGEN EN CONFIGUREREN VAN HET HUIS MET DE HULPORGANEN Een nieuw huis met hulporganen interieur is niet gecodeerd. Na montage in de auto, moet daarom een code worden ingelezen voordat het huis goed kan werken. Hiervoor moet u over ten minste één van de oude RENAULT-kaarten van de auto beschikken, en over de reparatiecode en moet de rekeneenheid van het inspuitsysteem correct zijn gecodeerd. LET OP: zodra een code is ingelezen in het huis met hulporganen interieur, kan dit alleen nog maar in deze auto worden gebruikt: de code kan niet worden gewist en een tweede code kan ook niet worden ingelezen. BELANGRIJK: alleen de RENAULT-kaarten die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken op voorwaarde: dat zij al voor deze auto waren gecodeerd, dat zij nieuw zijn (ongecodeerd). INLEESPROCEDURE VOOR HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Start de communicatie met het systeem "Startvergrendeling". In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SCO27: inlezen huis met hulporganen interieur". Het gereedschap toont "Wilt u de reparatiecode invoeren". Terwijl de RENAULT-kaart niet in de lezer zit, voert u de geheime reparatiecode in (12 hexadecimale tekens) en valideert u de code. Het gereedschap toont "Plaats een reeds op de auto ingelezen kaart in de lezer", de inleesprocedure is bezig. Het gereedschap toont "Huis met hulporganen interieur ingelezen", het huis met hulporganen interieur is gecodeerd. Nu moet de inleesprocedure van de RENAULT-kaart worden gestart om de andere kaarten (maximum vier) toe te wijzen. Voordat dit bericht verschijnt kan een aantal secondes verlopen.. LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 5 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. BIJZONDERHEDEN Als op het scherm staat: "haal de kaart uit de lezer", zit er al een kaart in de lezer, "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel die van de auto is": is de code niet correct gelezen of is het huis met hulporganen interieur al gecodeerd op een andere auto. Controleer de code en probeer het invoeren te herhalen. "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze aan de auto toewijst": is het huis met hulporganen interieur al op deze auto gecodeerd, dan stelt het huis met hulporganen interieur voor naar het toewijzingsprogramma van de RENAULT-kaart te gaan. "Kaart niet bruikbaar op deze auto" komt de code van de kaart niet overeen met de aanwezige auto. "De aangeboden kaart is leeg. Wilt u een kaart aanbieden die al op de auto is ingelezen": bied een reeds gecodeerde kaart aan. "Inlezen huis met hulporganen interieur mislukt". Probeer de complete procedure te herhalen. LET OP: als een huis met hulporganen interieur de code van de RENAULT-kaarten heeft ingelezen, is het onmogelijk deze te wissen of door een andere code te vervangen. 87-9
180 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Inlezen/Toewijzen van de RENAULT-kaart TOEWIJZINGSPROCEDURE VAN DE RENAULT- KAARTEN N.B.: of een kaart leeg is kan worden gecontroleerd via de staat: "ET 115: lege kaart". BELANGRIJK: als niet alle RENAULT-kaarten beschikbaar zijn, moet later een nieuwe toewijzingsprocedure met alle kaarten worden uitgevoerd. In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC001: inlezen van de kaarten". Het scherm toont "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze aan de auto toewijst?" Als een controle van de kaarten wordt gevraagd, toont het gereedschap "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een RENAULTkaart in tot het contact inschakelt: Als het toewijzen niet mogelijk is, toont het scherm "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". Gebruik een andere kaart. Als de kaart conform is, toont het scherm "haal de kaart uit de lezer". Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer" Voer dan een RENAULT-kaart in de lezer en valideer: Als de RENAULT-kaart niet wordt geaccepteerd, blijft het rode lampje uit". Als de RENAULT-kaart wordt geaccepteerd, knippert het rode lampje snel en het gereedschap geeft aan "1 kaart ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". LET OP: dit moeten oude RENAULT-kaarten van de auto zijn of nieuwe, niet gecodeerde RENAULTkaarten. N.B.: de auto kan maar één RENAULT-kaart accepteren met handsfree functie. Als een tweede RENAULT-kaart aan de auto wordt toegewezen, zal deze werken als een eenvoudige RENAULT-kaart. LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 2 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. Configureer het huis met hulporganen interieur volgens de opties en uitrusting van de auto (raadpleeg hoofdstuk 87). N.B.: Als u het huis met hulporganen vervangt hoeft u niets te doen aan de rekeneenheid van het inspuitsysteem, het behoudt dezelfde startvergrendelingscode. Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een tweede RENAULT-kaart in tot het contact inschakelt: N.B.: als u twee keer dezelfde RENAULT-kaart aanbiedt reageert het systeem er niet op, net startvergrendelingslampje blijft uit. Voer de andere RENAULT-kaart(en) die aan de auto moeten worden toegewezen (maximum 4) in de kaartlezer in. Het scherm toont "2, 3 of 4 kaarten ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer"
181 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Inlezen/Toewijzen van de RENAULT-kaart CONFIGURATIE VAN HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR De mogelijke configuraties van het huis met hulporganen interieur zijn: Naam van de functie Positie in het diagnoseapparaat Configuratie bij aflevering Functie handsfree (CF001/002) regeling van de portieren (LC 001) zonder Vergrendeling via functie handsfree (CF 019/020) regeling van de portieren (LC 010) zonder Werking van de claxon voor de functie handsfree (CF 021/022 t/m CF 026) regeling van de portieren (LC 011) met Type versnellingsbak (CF 703/704) startvergrendeling (LC 040) hand Variabele stuurbekrachtiging (CF 075/076) variabele stuurbekrachtiging (LC 001) zonder Nummer bekrachtigingskromme stuurbekrachtiging (LC 002) n 1 Functie kaart vergrendeld (CF 708/709) startvergrendeling (LC 041) zonder Snelheidsverklikker (Arabië) (CF618/619) Activeren automatisch terugroepen van de memory functies (CF 003/004) Rijverlichting (Running-light) (CF 600/601) Defecte gloeilampen en spraakmaker (CF 694/695) huis met hulporganen interieur (LC 048) regeling van de portieren (LC 002) huis met hulporganen interieur (LC 049) huis met hulporganen interieur (LC 050) zonder met zonder zonder Extra portiervergrendeling (CF 005/006) regeling van de portieren (LC 003) zonder Kinderveiligheid (CF 007/008) regeling van de portieren (LC 004) zonder Centraal sluiten van de ruiten (CF 009/010) regeling van de portieren (LC 005) met Vergrendeling tijdens het rijden (CF 028/029) regeling van de portieren (LC 012) met Zoemer RENAULT-kaart vergeten (CF 711/712) regeling van de portieren (LC 042) met Uitschakelen controlesysteem bandenspanning (CF 001/002) banden (LC 001) zonder Binnenverlichting (CF 013/014) regeling van de portieren (LC 007) zonder Tijdschakeling binnenlichten (CF 015/016) regeling van de portieren (LC 008) met Openen bestuurdersportier via afstandsbediening (CF 030/031) Openen bestuurdersportier via afstandsbediening optie handsfree (CF 032/027) regeling van de portieren (LC 013) regeling van de portieren (LC 014) zonder zonder Plaats stuurwiel (CF 018/019) regeling van de portieren (LC 069) links Regensensor (CF 696/697) regeling van de portieren (LC 051) met LET OP: bepaalde configuratiefouten zoals het type van de aandrijving kunnen het starten van de motor verhinderen
182 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Configuratie huis met hulporganen (UCH) CONFIGURATIE VAN DE STUURBEKRACHTIGING Met behulp van het diagnoseapparaat: Start de communicatie met de auto en voer de test uit van het "multiplexnetwerk" Kies en valideer het menu "Variabele stuurbekrachtiging" In het menu "Commando", valideer de regel "Configuratie rekeneenheid" Indien variabele stuurbekrachtiging: "CF 075: met variabele stuurbekrachtiging" "CF 074: zonder eenvoudige stuurbekrachtiging" Configuratie van het soort variabele stuurbekrachtiging afhankelijk van de auto: "CF 076: bekrachtigingsprogramma 1" In het menu "Commando", valideer de regel "Lezen van de configuratie" CONFIGURATIE VAN DE REGELING VAN DE PORTIEREN Met behulp van het diagnoseapparaat: Start de communicatie met de auto en voer de test uit van het "multiplexnetwerk" Kies en valideer het menu "regeling van de portieren" In het menu "Commando", valideer de regel "Configuratie rekeneenheid" Werking van de handsfree functie: "CF 001: met handsfree functie" "CF 002: zonder handsfree functie" Werking van de functie handsfree portiervergrendeling: "CF 019:met handsfree portiervergrendeling" "CF 020: zonder handsfree portiervergrendeling" Deze configuratie zorgt ervoor dat de handsfree functie alleen voor de ontgrendeling van de auto gebruikt wordt. Configuratie van de claxon voor de handsfree functie: "CF 021: geen geluidsweergave" "CF 022 t/m CF 026: nummers van het geluid" Deze configuratie maakt het mogelijk het geluidssignaal te veranderen of uit te schakelen bij het sluiten van de portieren met de handsfree functie. Configuratie van de functie extra portiervergrendeling "CF 005: met extra portiervergrendeling" "CF 006: zonder extra portiervergrendeling" Deze configuratie maakt het voor de auto's met rechts stuur uitgerust met specifieke portierkabelbundels, mogelijk om de binnenhandgrepen uit te schakelen door twee keer kort op de afstandsbediening te drukken
183 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Configuratie huis met hulporganen (UCH) Configuratie van de elektrische kinderveiligheid: "CF 007: met elektrische kinderveiligheid" "CF 008: zonder elektrische kinderveiligheid" Deze configuratie maakt het mogelijk, afhankelijk van de uitvoering, om de werking van de achterruiten vanaf de achterplaatsen en de binnenhandgrepen uit te schakelen. Configuratie van het sluiten van de ruiten door een keer lang drukken op de afstandsbediening. Voor het functioneren moet de auto uitgerust zijn met impulsruitbediening (afknijpbeveiliging): "CF 009: met centrale sluiting van de ruiten" "CF 010: zonder centrale sluiting van de ruiten" Configuratie van de automatische vergrendeling tijdens het rijden: "CF 028: Goedkeuring automatische vergrendeling tijdens het rijden" "CF 029: Uitschakeling automatische vergrendeling tijdens het rijden" Deze configuratie maakt de werking van de automatische vergrendeling tijdens het rijden mogelijk Het uitschakelen gebeurt zodra "de informatie botsing" van de rekeneenheid van de airbag wordt ontvangen. Om deze functie in- of uit te schakelen vanaf het interieur, gebruikt u de toets van de centrale portiervergrendeling. Configuratie van de binnenverlichting bij openen van de portieren: "CF 013: met binnenverlichting" "CF 014: zonder binnenverlichting " Configuratie van het land van gebruik: "CF 018: links stuur" "CF 017: rechts stuur" Deze configuratie maakt de werking van de "extra portiervergrendeling" en het openen van "één portier" mogelijk. Configuratie van de functie memory systeem van de bestuurdersstoel: "CF 003: automatische instelling van de stoel" "CF 004: zonder automatische instelling van de stoel" Configuratie openen "één portier": "CF 030: ontgrendeling vier portieren" "CF 031: ontgrendeling bestuurder" Met deze configuratie wordt bij auto's met rechts stuur alleen het bestuurdersportier en de achterklep ontgrendeld bij het ontgrendelen van de auto (gewoon of handsfree). Druk nogmaals kort om de andere portieren te ontgrendelen. Configuratie openen "één portier" via de handsfree functie: "CF 032: handsfree ontgrendelen vier portieren" "CF 027: handsfree ontgrendelen bestuurdersportier" Deze configuratie is gelijk aan de vorige configuratie voor de handsfree functie. In het menu "Commando", valideer de regel "Lezen van de configuratie" Configuratie van de tijdschakeling van de binnenverlichting bij het sluiten van de portieren: "CF 015: met tijdgeschakeld binnenlicht" "CF 016: zonder tijdgeschakeld binnenlicht" 87-13
184 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Configuratie huis met hulporganen (UCH) LET OP: bepaalde configuratiefouten zoals het type van de aandrijving kunnen het starten van de motor verhinderen. CONFIGURATIE VAN HET HUIS MET HULPORGANEN Met behulp van het diagnoseapparaat: Start de communicatie met de auto en voer de test uit van het "multiplexnetwerk" Selecteer en valideer het menu "Huis met hulporganen interieur" In het menu "Commando", valideer de regel "Configuratie rekeneenheid" Configuratie van de snelheidsverklikker: "CF 618: met snelheidsverklikker Arabië" "CF 619: zonder snelheidsverklikker Arabië" Configuratie van de rijverlichting: "CF 600: met rijverlichting" "CF 601: zonder rijverlichting" Configuratie van de spraakmaker: "CF 694: met spraakmaker" "CF 695: zonder spraakmaker" Configuratie van de regensensor: "CF 696: met regensensor" "CF 697: zonder regensensor" CONFIGURATIE VAN DE STARTVERGRENDELING Met behulp van het diagnoseapparaat: Start de communicatie met de auto en voer de test uit van het "multiplexnetwerk" Selecteer en valideer het menu "Startvergrendeling" In het menu "Commando", valideer de regel "Configuratie rekeneenheid" Configuratie van het type versnellingsbak: "CF 703: met automatische transmissie" "CF 704: zonder automatische transmissie" Configuratie van het blokkeren van de RENAULTkaart in de lezer (alleen bij uitvoering met automatische transmissie): "CF 709: met kaartblokkering" "CF 601: zonder kaartblokkering" Configuratie zoemer RENAULT-kaart nog in de lezer na afzetten van de motor: "CF 711: met waarschuwing vergeten kaart" "CF 712: zonder waarschuwing vergeten kaart" In het menu "Commando", valideer de regel "Lezen van de configuratie" N.B.: voor de configuraties van het controlesysteem van de bandenspanning, verwijzen wij u naar het betreffende hoofdstuk. In het menu "Commando", valideer de regel "Lezen van de configuratie" 87-14
185 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Controlesysteem van de bandenspanning BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM Het systeem bestaat uit: Vier in de ventielen ingebouwde druksensors (1) (een per wiel). Zij zenden een radiosignaal uit, een ontvanger (2) onder de auto, voor het verzamelen en decoderen van de informatie van de sensors en deze vervolgens door te sturen naar het huis met hulporganen interieur, het huis met hulporganen interieur (3) ontvangt en verwerkt de informatie van de ontvanger (2) en bepaalt welk bericht moet worden getoond, een display (4) (apart of Ingebouwd in het instrumentenpaneel)
186 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Controlesysteem van de bandenspanning ALGEMEEN Met dit systeem wordt permanent de spanning van de vier banden van de auto (het reservewiel wordt niet gecontroleerd). Het systeem functioneert met behulp van: vier druksensors (met ingebouwd ventiel van de band) in elk van de wielen (behalve het reservewiel), een ontvanger onder de auto, een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur, oplichtende symbolen die de aard van de storing aangeven, een display waarop de auto schematisch staat aangegeven met de plaats van de betreffende band. Op het instrumentenpaneel van de luxe uitvoering, toont het display de bandenspanning bij ieder starten indien er een waarschuwing geldt. Bijzonderheden: Iedere sensor is te herkennen aan een kleurmerkteken rondom het ventiel: Groen = links voor Geel = rechts voor Rood = links achter Zwart = rechts achter Met het bandenspannings controlesysteem wordt: de bandenspanning aangegeven bij het aanzetten van het contact met een nauwkeurigheid van 0,1 bar (afhankelijk van de uitvoering). de bestuurder gewaarschuwd als: de druk 0,6 bar lager is dan de voorgeschreven bandenspanning, de druk te hoog is, een band lekt, een band defect is, er een verschilt is tussen de spanningen rechts en links. N.B.: de voor de auto voorgeschreven bandenspanningen vindt u in het hoofdstuk 07 "Algemeen" van M.R. 339 of op de sticker op de portierstijl. LET OP: denk eraan dat de juiste kleurcode altijd op de juiste plaats zit zodat de goede informatie op de goede plaats op de displays wordt weergegeven (afhankelijk van het uitrustingsniveau). Iedere sensor wordt door het huis met hulporganen interieur herkend aan een unieke code. Indien een sensor is vervangen, moet de code ervan worden ingelezen in het huis met hulporganen interieur en worden gekoppeld aan zijn plaats onder de auto en moet u controleren of hij het juiste kleurmerkteken heeft (zie hoofdstuk "vervangen van een sensor")
187 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Controlesysteem van de bandenspanning Druksensor. De druksensor bestaat uit: een klassiek ventiel een druksensor een radiozender (specifiek voor het wiel), een niet-demonteerbaar batterijtje. N.B.: het batterijtje van de druksensor van het ventiel kan niet worden vervangen (raadpleeg hoofdstuk 35 "vervangen van het ventiel") Let op: iedere sensor heeft een specifieke kleur. Bij het vervangen van het ventiel, de band of bij de demontage van de wielen, is het van groot belang dat de juiste kleur op de juiste plaats komt: Groen = links voor Geel = rechts voor Rood = links achter Zwart = rechts achter 87-17
188 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Controlesysteem van de bandenspanning WERKING De sensors (gevoed door een ingebouwd batterijtje) meten regelmatig de druk in de banden en zenden deze informatie tezamen met een specifieke code uit via een radiosignaal. N.B.: het huis met hulporganen interieur kan een tweede set vier wielsensors herkennen. Let op de juiste kleur op de juiste plaats
189 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Controlesysteem van de bandenspanning ONTVANGER RADIOSIGNALEN WERKING De ontvanger onder de auto vangt de door de druksensors uitgezonden signalen op. Hij stuurt deze via een draad door naar het huis met hulporganen interieur, dat deze informatie ontleedt om een eventueel lek of een afwijkende bandenspanning te kunnen detecteren, en vervolgens de informatieorganen op het instrumentenpaneel aanstuurt. AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving 1 Verbinding huis met hulporganen interieur 2 Massa voor contact De bestuurder wordt geïnformeerd: door waarschuwingslampjes die de aard van de storing aangeven (lekke band, te zachte band, enz.) door een afbeelding waarop de auto schematisch staat aangegeven met de plaats van de betreffende band. door een display Ingebouwd in het instrumentenpaneel (luxe uitvoering) waarop de waarden van de bandenspanningen staan aangegeven bij het starten en bij een waarschuwing (raadpleeg hoofdstuk 83)
190 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Controlesysteem van de bandenspanning INLEZEN VAN DE DRUKSENSORS IN HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR LET OP iedere sensor heeft een specifieke kleur: Groen = links voor Geel = rechts voor Rood = links achter Zwart = rechts achter Er bestaan verschillende methodes om een sensorcode in het huis met hulporganen interieur in te lezen. Hiervoor moet een diagnoseapparaat gebruikt worden (geen XR25): opschrijven van de ventielcode. Deze staat op een sticker op de sensor, inlezen van de code met gebruik van het "Ms ventielactiveringsgereedschap", inlezen tijdens het rijden in de auto. inlezen zonder te rijden (zonder lek zendt het ventiel ieder kwartier zijn code uit) HANDMATIG INLEZEN VAN DE VENTIELCODE (OPSCHRIJVEN VAN DE CODE) 1 Contact aan, start de communicatie van het diagnoseapparaat met "huis met hulporganen interieur" en selecteer "Banden". 2 Selecteer de menu's "commando" dan "specifiek commando", 3 Valideer de regel "SC 001: inlezen van een ventielcode" 4 Breng de maximaal zescijferige code indie op de op de sensor geplakte sticker staat. 5 Valideer de plaats van het wiel dat uitgerust is met de sensor. 6 Valideer het gebruiksseizoen van de band (of standaard de zomerset als de auto maar een set banden heeft) N.B.: de procedure voor het inlezen van de vier ventielen is hetzelfde met het commando "SC 002: inlezen van de codes van de vier ventielen" AUTOMATISCH INLEZEN VAN DE VENTIELCODE MET BEHULP VAN HET VENTIELACTIVERINGSGEREEDSCHAP (Ms Contact aan, start de communicatie van het diagnoseapparaat met "huis met hulporganen interieur" en selecteer "Banden". 2 Selecteer de menu's "commando" dan "specifiek commando", 3 Valideer de regel "SC 001: inlezen van een ventielcode" 4 Kies op het gereedschap, de plaats op de auto van het ventiel dat ingelezen moet worden. 5 Zet het gereedschap Ms tegen de band onder het betreffende ventiel. 6 Druk een keer op de schakelaar van het gereedschap Ms Wacht tot het inlezen klaar is, dat wordt aangegeven door het oplichten van het controlelampje. 8Het diagnoseapparaat geeft aan dat de ventielcode goed ontvangen is. 9 Valideer de plaats van het wiel dat uitgerust is met de sensor. 10Valideer het gebruiksseizoen van de band (of standaard de zomerset als de auto maar een set banden heeft) N.B.: de procedure voor het inlezen van de vier ventielen is hetzelfde met het commando "SC 002: inlezen van de codes van de vier ventielen" AUTOMATISCH INLEZEN VAN DE VENTIELCODE DOOR HET LATEN LEEGLOPEN VAN EEN BAND 1 Contact aan, start de communicatie van het diagnoseapparaat met "huis met hulporganen interieur" en selecteer "Banden". 2 Laat ongeveer 1 bar lucht ontsnappen bij een band 3 Selecteer de menu's "commando" dan "specifiek commando", 4 Valideer de regel "SC 001: inlezen van een ventielcode" 5 Maak een proefrit. 6 Valideer de plaats van het wiel dat uitgerust is met de sensor. 7 Valideer het gebruiksseizoen van de band (of standaard de zomerset als de auto maar een set banden heeft) 8Pomp de band weer op 9 Herhaal dit voor elke band die in het geheugen moet worden opgenomen
191 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart Het systeem van de auto zonder sleutel bestaat uit: het huis met hulporganen interieur. een ongecodeerde kaartlezer (ontvanger radiosignalen en transponder), een drukknop voor het starten en stilzetten van de motor, de stuurkolomgrendel voor de mechanische blokkering van het stuurwiel, motors voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren, de afstandsbedieningskaarten met twee of drie knoppen (handsfree uitvoering), twee speciale zendantennes (communicatie) naar de kaart-sleutel met handsfree uitvoering (afhankelijk van de uitvoering), speciale portierhandgrepen voor de handsfree optie (afhankelijk van de uitvoering), specifieke portiersloten voor de functie extra portiervergrendeling (afhankelijk van de uitvoering), 87-21
192 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM In de fabriek worden twee RENAULT-kaarten aan de auto toegewezen. Afhankelijk van het uitrustingsniveau heeft de auto: twee RENAULT-kaarten met twee knoppen (zonder handsfree systeem) met: een gecodeerde chip zonder batterijtje voor de bediening van de startvergrendeling (raadpleeg hoofdstuk 82), een FM-afstandsbediening voor het vergrendelen of het ontgrendelen van de portieren KAART MET HANDSFREE FUNCTIE OPMERKINGEN: Elke RENAULT-kaart heeft een noodsleutel waarmee de auto kan worden geopend als de afstandsbediening niet werkt. (Voor het bestellen van een noodsleutel, heeft u het codenummer nodig) KAART ZONDER HANDSFREE FUNCTIE De code van het radiosignaal dat deze RENAULTkaarten uitzenden is continu variabel om een eventueel kopiëren tegen te gaan. Bij dit systeem, verloopt de synchronisatie van de afstandsbedieningen automatisch. De afstandsbediening wordt alleen gebruikt voor het vergrendelen en ontgrendelen van de portieren en is geheel onafhankelijk van de startvergrendeling. N.B.: het huis met hulporganen interieur kan vier verschillende codes verwerken (vier RENAULTkaarten maximum). twee RENAULT-kaarten waarvan een met handsfree systeem (drie knoppen). Met dit systeem kunnen de portieren worden geopend zonder de afstandsbediening te bedienen. (Het is niet mogelijk meer dan één handsfree afstandsbediening per auto te gebruiken, zie hoofdstuk "RENAULT-kaart handsfree") Als de accu van de auto onvoldoende is geladen, kan de stuurkolomgrendel niet ontgrendelen. De auto kan niet worden aangeduwd
193 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart STARTVERGRENDELING VIA TRANSPONDER Via de startvergrendeling met een transponder in de RENAULT-kaart kan de stuurkolom worden ontgrendeld, het contact worden aangezet en het starten van de motor worden vrijgegeven. De RENAULT-kaart wordt herkend door de ontvanger in de kaartlezer als de kaart wordt ingevoerd (zie hoofdstuk 82: startvergrendeling). WERKING: AANZETTEN VAN HET CONTACT EN STARTEN De RENAULT-kaartlezer heeft twee standen: de stand "+ hulporganen" of "+ accessoires" via het hulporganenrelais (als de RENAULT-kaart ongeveer halverwege in de lezer is gestoken). deze stand voedt: de radio, de ruitbediening, de kachelventilateur, de elektrische stoelen. N.B.: de voeding van het hulporganenrelais wordt onderbroken tijdens het starten. Wanneer vergeten wordt de RENAULT-kaart uit de lezer te halen, wordt de voeding van het hulporganenrelais uitgeschakeld na ongeveer 40 secondes. de stand "+ na contact". In deze stand kan de motor worden gestart met de drukknop. Het relais + na contact krijgt voeding zodra de RENAULT-kaart geheel in de lezer is geschoven, als de kaart wordt herkend door het huis met hulporganen interieur en als de stuurkolom elektrisch is ontgrendeld De voeding van de relais wordt uitgeschakeld zodra de "drukknop" wordt ingedrukt om de motor stil te zetten, als de rijsnelheid nul is (zie hoofdstuk startknop) of na 40 minuten zonder starten van de motor. de startknop voedt de startmotor tot de informatie "draaiende motor" wordt ontvangen. Als de motor niet aanslaat, wordt de voeding van de startmotor onderbroken na een tijdsduur die afhankelijk is van de koelvloeistoftemperatuur. Voordat het starten van de motor wordt vrijgegeven, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan (zie hoofdstuk startknop). N.B.: de RENAULT-kaart is in de lezer vergrendeld zolang de motor draait. Hij wordt ontgrendeld als de motor stilstaat, en de rijsnelheid bijna nul of afwezig is
194 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: "eenvoudige" RENAULT-kaart WERKING VAN DE EENVOUDIGE AFSTANDSBEDIENING (ZONDER HANDSFREE SYSTEEM) Het systeem functioneert met behulp van: een RENAULT`-kaart (A), een in de RENAULT-kaartlezer (B) ingebouwde ontvanger voor radiosignalen, een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur (C), een startknop (D), de portiersloten, een controlelampje voor de gesloten portieren, de knipperlichten van de auto, de rekeneenheid van het inspuitsysteem (E), de contacten van het koppelingspedaal (F) en de stand "neutraal" van de versnellingsbak, de elektrische stuurkolomgrendel (G)
195 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: "eenvoudige" RENAULT-kaart De eenvoudige RENAULT-kaart heeft twee knoppen: een knop voor de vergrendeling (1), een knop voor de vergrendeling (2). N.B: het knipperen van de alarmknipperlichten bij het gebruik van de afstandsbediening wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur (zie hoofdstuk knipperlichten) EENVOUDIGE KAART Om de portieren te vergrendelen, drukt u op de knop "sluiten". Het vergrendelen van de portieren met behulp van de afstandsbediening is zichtbaar door het twee maal oplichten van de alarmknipperlichten (als alle portieren goed gesloten zijn). Het rode vergrendelingslampje brandt. Als een of meerdere portieren slecht gesloten zijn, lichten de alarmknipperlichten niet op bij het vergrendelen met de afstandsbediening. Om de portieren te ontgrendelen, drukt u op de knop "openen". Het ontgrendelen van de portieren is zichtbaar door het een keer oplichten van de alarmknipperlichten. OPMERKINGEN: De werking van de schakelaar van de centrale portiervergrendeling wordt uitgeschakeld als de portieren vergrendeld zijn met de afstandsbediening. Sommige uitvoeringen (met rechts stuur) zijn uitgerust met de functie "extra portiervergrendeling" die de portieren zo vergrendelt dat zij niet van binnenuit kunnen worden geopend. Om de auto extra te vergrendelen, drukt u twee keer achter elkaar of een keer lang op de knop "sluiten" (1). Deze functie gebruikt speciale portierslotmotors. Auto's met rechts stuur kunnen zijn voorzien van de functie openen "bestuurdersportier alleen". deze functie zorgt ervoor dat bij een keer kort drukken op de RENAULT-kaart alleen het bestuurdersportier wordt ontgrendeld. Om alle portieren te ontgrendelen moet twee keer achter worden gedrukt. Bij auto's met ruitbediening met sneltoets of elektrisch open dak, kunnen met een lange druk op de knop "sluiten (1) alle portierruiten en het dak worden gesloten (als deze zijn geïnitialiseerd). Als een portier niet goed is gesloten bij het drukken op de knop "sluiten", vergrendelen en ontgrendelen de portieren automatisch
196 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart "handsfree" WERKING VAN DE AFSTANDSBEDIENING MET HANDSFREE SYSTEEM Het systeem functioneert met behulp van: een handsfree RENAULT-kaart (A), een kaartlezer (B), een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur (C), een startknop (D), de rekeneenheid van het inspuitsysteem (E), de contacten van het koppelingspedaal (F) en de stand "neutraal" van de versnellingsbak, de elektrische stuurkolomgrendel (G), aanwezigheidssensors in iedere portierhandgreep (H), een controlelampje voor de gesloten portieren, de knipperlichten van de auto, twee speciale antennes voor de handsfree functie (I), specifieke portiersloten (J) voor de functie extra portiervergrendeling, de claxon (K)
197 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart "handsfree" De RENAULT-kaart met handsfree functie heeft drie knoppen: een knop voor het sluiten (1). Met deze knop worden de portieren vergrendeld en kan de "handsfree" functie worden uitgeschakeld. een knop voor het openen (2). Met deze knop worden de portieren ontgrendeld en kan de "handsfree" functie worden uitgeschakeld. een knop voor het vergrendelen en inschakelen van de handsfree functie (3). Om de portieren te vergrendelen met het handsfree systeem (druk op knop (3) als de handsfree functie niet actief is): sluit de portieren en de achterklep, loop met de RENAULT-kaart weg van de auto. Zodra het huis met hulporganen interieur via de antennes geen contact meer heeft met de kaart vergrendelen de portieren en de achterklep. Het vergrendelen van de portieren via de afstandsbediening kan zichtbaar zijn aangegeven worden door het knipperen van de alarmknipperlichten, een geluidssignaal en het oplichten van het rode waarschuwingslampje. Als een of meerdere portieren slecht gesloten zijn, lichten de alarmknipperlichten niet op bij het vergrendelen met de afstandsbediening. N.B.: een druk op de knop "sluiten" of "openen" van de RENAULT-kaart schakelt de handsfree functie uit. De "handsfree" RENAULT-kaart werkt dan als een "eenvoudige" RENAULT-kaart. Een druk op de knop "auto" van de RENAULT-kaart activeert het systeem weer na ongeveer 3 secondes. LET OP: de vergrendeling via de handsfree functie kan worden geblokkeerd met de diagnoseapparaten KAART HANDSFREE OPMERKINGEN: Deze afstandsbediening kan worden gebruikt zonder het handsfree systeem als deze functie is uitgeschakeld met de knoppen (1) en (2). De werking is in dat geval als van een eenvoudige afstandsbediening
198 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart "handsfree" Om de portieren te ontgrendelen met het handsfree systeem (druk op knop (3) als de handsfree functie niet actief is): nader de auto, zodat de RENAULT-kaart binnen het communicatiebereik komt van het huis met hulporganen interieur, steek uw hand achter een van de portierhandgrepen of open de achterklep, de aanwezigheidssensors in de handgrepen activeren het ondervragen van de "handsfree" kaart door de auto. Als de kaart wordt herkend, ontgrendelt de auto. Het ontgrendelen ziet u aan het oplichten van de knipperlichten. VOEDING VAN DE RENAULT-KAART De afstandsbedieningen van de RENAULT-kaarten worden gevoed door een batterijtje. De toestand van het batterijtje blijkt uit het branden van het lampje (1) KAART HANDSFREE N.B: het knipperen van de alarmknipperlichten bij het gebruik van de afstandsbediening wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur (zie hoofdstuk knipperlichten). voor de handsfree functie van de RENAULT-kaart met drie knoppen heeft deze kaart een accumulator. Deze laadt op als de RENAULT-kaart in de lezer zit. Na twintig minuten opladen, is de de accumulator voldoende opgeladen om een dag te overbruggen. Voor een correcte oplading is vierentwintig uur nodig. Deze accumulator is niet demonteerbaar. De transponder, van de startvergrendeling in de RENAULT-kaart, heeft geen elektrische voeding. LET OP: het batterijtje wordt ook gebruikt voor de handsfree functie
199 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: zijknipperlichten Om het ontgrendelen en het vergrendelen te kunnen controleren, stuurt het huis met hulporganen interieur alle knipperlichten aan. Druk op de RENAULT-kaart Effect op de sloten Werking van de richtingaanwijzers Werking van de zijknipperlichten Werking van de claxon 1 korte druk portiervergrendeling 2 knipperingen 2 knipperingen - 2 korte drukken extra portiervergrendeling van de portieren snel knipperen snel knipperen - Sluiten 1 lange druk**** sluiten van de ruiten en het open dak* 2 knipperingen snel knipperen - handsfree functie portiervergrendeling 2 knipperingen vast branden gedurende ongeveer 10 secondes 1 signaal (te configureren) 1 korte druk Ontgrendelen van de portieren of het bestuurdersportier** 1 keer knipperen 1 keer knipperen - Openen 2 korte drukken ontgrendelen van de portieren** handsfree functie Ontgrendelen van de portieren of het bestuurdersportier** 1 keer knipperen 1 keer knipperen - * ** *** **** voor deze functie, moet de auto ruitbediening met sneltoets en open dak met afknijpbeveiliging hebben. Auto's met rechts stuur kunnen zijn voorzien van de functie openen "bestuurdersportier alleen". deze functie zorgt ervoor dat bij een keer kort drukken op de RENAULT-kaart alleen het bestuurdersportier en de achterklep worden ontgrendeld. ontgrendelen van de portieren van een auto met de functie openen "bestuurdersportier alleen". bij bepaalde uitvoeringen "rechts stuur", wordt deze functie voorafgegaan door de "extra portiervergrendeling". Beperkte werking Bij de opdracht tot vergrendelen: een niet goed gesloten bestuurdersportier verhindert het vergrendelen van alle portieren, een niet gesloten achterklep of portier verhindert het oplichten van de knipperlichten en verhindert de handsfree vergrendeling
200 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaartlezer De RENAULT-kaartlezer heeft twee contacten voor het activeren van de auto: een contact halverwege voor de voeding van de accessoires (+ accessoires), een contact als kaart op de aanslag geheel in de lezer is gestoken (+ na contact). N.B.: de RENAULT-kaart wordt in de lezer vergrendeld zodra het huis met hulporganen interieur de informatie "draaiende motor" heeft ontvangen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. De kaart wordt vrijgegeven als de motor stil staat De RENAULT-kaart dient ook als: de ontvanger van de radiosignalen van de afstandsbedieningen van de portiervergrendeling, als antenne van de transponder van de startvergrendeling en voor de herkenning van de RENAULT-kaart (zie hoofdstuk startvergrendeling). controle voor het niet herkennen van de RENAULTkaart, binnenverlichting
201 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: Startknop BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De startknop (START/STOP) wordt gebruikt voor het starten en voor het stilzetten van de motor. Hij kan op twee manieren verlicht zijn: witte verlichting aan de bovenkant: uitnodiging om te starten, groene verlichting aan de onderkant: draaiende motor. Deze verlichting is verzwakt als de markeringslichten branden. WERKING Het starten van de motor is toegestaan als de bovenkant van de knop verlicht is. Voor het starten hoeft de knop maar even ingedrukt te worden. Een enkele druk op de knop is voldoende voor het starten van de motor. Om de motor te starten: Steek de RENAULT kaart zo diep mogelijk (2 e contact) in de lezer zodat het contact inschakelt en de stuurkolom ontgrendelt. controleer of aan de startvoorwaarden wordt voldaan: N.B.: bij de dieseluitvoeringen, kan de startmotor niet ingeschakeld worden tijdens de voorverwarmingsfase. een verkeerde configuratie van het type versnellingsbak in het huis met hulporganen interieur kan het starten onmogelijk maken. de versnellingsbak in neutraal staan of het koppelingspedaal moet zijn ingedrukt
202 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: Startknop De elektrische vergrendeling van de stuurkolom moet vrij zijn gezet en het contact moet zijn ingeschakeld. Controleer of het systeem het starten van de motor toestaat: Als de bovenkant van de knop oplicht, is starten mogelijk, Druk op de knop om het startcommando te geven aan het huis met hulporganen interieur. Dit analyseert vervolgens de staat van de motor (draait, afgeslagen, meegenomen, stilstaand). Als de motor stilstaat en aan de voorwaarden wordt voldaan, stuurt het huis met hulporganen interieur het startrelais aan. VOORWAARDEN VOOR HET STARTEN VAN DE MOTOR RENAULT-kaart zo diep mogelijk in de kaartlezer, + na contact aanwezig, transponder (in de RENAULT-kaart) herkend, handgeschakelde versnellingsbak in neutraal. automatische transmissie in N of P, koppelingspedaal ingedrukt bij handgeschakelde versnellingsbak. N.B.: De motor kan alleen worden gestart als de stuurkolom is ontgrendeld. Als de motor draait, is de RENAULT-kaart geblokkeerd. Als de motor afslaat, is een korte druk op de startknop voldoende om hem weer te starten. Om de motor te stoppen: Druk op de knop om het stopcommando te geven aan het huis met hulporganen interieur.' Dit controleert of de auto langzamer rijdt dan 5 km/u voordat het de + na contact voeding uitschakelt. LET OP: Het starten van de motor gebeurt indirect door tussenkomst van de drukknop. Zolang de uitnodiging om te starten actief is, wort een druk op de knop (START/STOP) onthouden door het huis met hulporganen interieur. De startmotor krijgt voeding zodra het huis met hulporganen interieur dit toestaat, tot de ontvangst van de informatie draaiende motor. Als de motor niet aanslaat, wordt de voeding van de startmotor onderbroken na een tijdsduur die afhankelijk is van de koelvloeistoftemperatuur. OPMERKING: bepaalde storingen in de RENAULTkaartlezer, de contacten van het koppelingspedaal of de stand "neutraal" (uitvoering met automatische transmissie) kunnen invloed hebben op het starten van de motor. Om in dit geval de motor te starten, moet de startknop ingedrukt worden gehouden
203 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: Elektrische grendel van de stuurkolom De grendel van de stuurkolom bevindt zich aan de onderkant van de stuurkolom. Hij wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur. De grendel is gecodeerd door het huis met hulporganen interieur en de code kan niet worden gewist (zie hoofdstuk 82). BELANGRIJK: als de stuurkolomgrendel defect of niet aangesloten is, kan de motor niet starten. WERKING De stuurinrichting ontgrendelt als de RENAULT-kaart zo diep mogelijk in de lezer is gestoken en de transponder is herkend door het huis met hulporganen interieur. De stuurinrichting vergrendelt als de RENAULT-kaart uit de lezer is gehaald en de motor stilstaat en de auto niet rijdt. N.B.: als het huis met hulporganen interieur een informatie "botsing" heeft ontvangen van de airbagrekeneenheid, blijft de stuurkolom ontgrendeld. Om de grendel weer te activeren moet de auto rijden. OPMERKINGEN: Als het systeem niet ontgrendelt bij het invoeren van de kaart in de lezer, blijft het startvergrendelingslampje branden en wordt de + na contact niet ingeschakeld. Afhankelijk van de storingen in de grendel, kunnen de lampjes "stop" en "service" oplichten. Het stuurwiel blijft ontgrendeld
204 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: Sensors in de portierhandgrepen Voor de "handsfree" werking van de RENAULT-kaart, heeft elke portierhandgreep een aanwezigheidssensor. Deze sensor detecteert de hand van de gebruiker en schakelt de handsfree ondervraging in. De achterklep heeft geen sensor maar een contact in de handgreep voor het openen. N.B.: voor het uitbouwen van de handgreep, raadpleegt u het hoofdstuk carrosserie. Voor de bestemming van de aansluitingen van de handgreep van de achterklep, zie hoofdstuk PORTIERHANDGREEP De sensor in de handgreep heeft een reflector en de handgreep heeft een bewegingscontact. Als de auto lange tijd niet is gebruikt, wordt de werking van de sensor overgenomen door een contact dat de beweging van de handgreep detecteert. N.B.: voor het uitbouwen van de handgreep, raadpleegt u het hoofdstuk carrosserie. Voor de bestemming van de aansluitingen van de sensor en het contact in de handgreep, zie hoofdstuk
205 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: handsfree antenne Voor de handsfree functie, heeft de auto twee speciale antennes: in het dak voor een detectie in de omgeving de voorportieren, in de schildbumper achter voor het gebied achter de auto en het openen van de achterklep te vergemakkelijken. LET OP: de ontvangstzone van de handsfree antenne varieert. Er is een voortdurende verandering onder invloed van voorwerpen in de omgeving van de auto en de atmosferische omstandigheden DAKANTENNE Voor het vervangen van de dakantenne, moet u de hemelbekleding uitbouwen. plak de antenne op de oorspronkelijk plaats, let op de juiste ligging en aansluiting van de bedrading. (zie hoofdstuk "carrosserie")
206 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart toewijzen Vervangen, opnieuw toewijzen of toevoegen van een of meer RENAULT-kaarten BELANGRIJK: alleen de RENAULT-kaarten die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken. Zij kunnen aan de auto worden toegewezen als zij: ofwel al voor deze auto waren gecodeerd, ofwel dat zij nieuw zijn (ongecodeerd). Met het diagnoseapparaat Start de communicatie met de "startvergrendeling" (huis met hulporganen interieur). In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC001: inlezen van de kaarten". Het gereedschap toont "wilt u de reparatiecode invoeren" RENAULT-kaart niet in de lezer, voer de geheime reparatiecode in (hexadecimale tekens) en bekrachtig hem. Als er een kaart in de lezer zit, toont het scherm "haal de kaart uit de lezer" Als het invoeren van de code niet correct is, toont het scherm "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". controleer de code en probeer het invoeren te herhalen. Als het huis met hulporganen interieur ongecodeerd is, toont het gereedschap "Voer een kaart van de auto in die al ingelezen is" (zie hoofdstuk 83). LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 5 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Als een controle van de kaarten wordt gevraagd, toont het gereedschap "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een RENAULTkaart in tot het contact inschakelt: Als het toewijzen niet mogelijk is, toont het scherm "controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". Gebruik een andere kaart. Als de kaart conform is, toont het scherm "haal de kaart uit de lezer". Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Steek een RENAULT-kaart tot aan de aanslag in de lezer. als de RENAULT-kaart niet wordt geaccepteerd, blijft het rode lampje uit. Als de RENAULT-kaart wordt geaccepteerd, knippert het rode lampje snel en het gereedschap geeft aan "1 kaart ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Steek een tweede RENAULTkaart tot aan de aanslag in de lezer. N.B.: wanneer u twee keer dezelfde RENAULTkaart aanbiedt, wordt deze niet door het systeem verwerkt, het startvergrendelingslampje blijft uit, Als de ingevoerde code correct is en het huis met hulporganen interieur gecodeerd is, kan de toewijzingsprocedure beginnen, het scherm toont "Wilt u de kaarten controleren voor het toewijzen aan de auto?"
207 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart toewijzen Voer de andere RENAULT-kaart(en) die aan de auto moeten worden toegewezen (maximum 4) in de kaartlezer in. Het scherm toont "2, 3 of 4 kaarten ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer" N.B.: de toewijzingsprocedure van de RENAULTkaarten kan worden geannuleerd zolang de procedure niet is afgesloten. LET OP: dit moeten oude RENAULT-kaarten van de auto zijn of nieuwe, niet gecodeerde RENAULTkaarten. N.B.: de auto kan maar één RENAULT-kaart accepteren met handsfree functie. Als een tweede kaart aan de auto wordt toegewezen, zal deze werken als een eenvoudige RENAULT-kaart BELANGRIJK: Als niet alle RENAULT-kaarten beschikbaar zijn, moet later een nieuwe toewijzingsprocedure met alle kaarten worden uitgevoerd
208 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: Noodwerking Normale werking Oorzaak Gevolg Remedie Accumulator zwak Handsfree vergrendelen onmogelijk: druk op de sluitknop van de afstandsbediening om de auto te vergrendelen. Handsfree ontgrendeling werkt normaal. Handsfree werking (vergrendelen en ontgrendelen) RENAULT-kaart 15 minuten in de auto gelaten Handsfree vergrendelen onmogelijk: druk op de sluitknop van de afstandsbediening om de auto te vergrendelen. Handsfree ontgrendeling werkt normaal. Zet het contact aan om de accumulator te laden of geef het commando met het diagnoseapparaat. Accumulator ontladen Handsfree functie werkt helemaal niet Batterijtje leeg Afstandsbediening (handsfree en gewoon) onmogelijk Vervang het batterijtje
209 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: Principeschema 87-39
210 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Auto zonder sleutel: Principeschema Rekeneenheid inspuitsysteem Instrumentenpaneel Huis met hulporganen interieur (UCH) Koppelingspedaalcontact Rekeneenheid ABS Rekeneenheid airbag Antennes handsfree functie Zoemer Zekering/relaisplaat Drukknop voor het starten RENAULT-kaartlezer Aanwezigheidssensors Elektrische stuurkolomgrendel Sensor neutraalstand handgeschakelde versnellingsbak 87-40
211 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening Algemeen Afhankelijk van de uitvoering, zijn er drie types elektrische ruitbediening: eenvoudige elektrische ruitbediening (behalve op het bestuurdersportier), elektrische ruitbediening met sneltoets en afknijpbeveiliging op het bestuurdersportier alleen of op alle portieren, elektrische ruitbediening met sneltoets met multiplexverbinding. N.B.: de sneltoetsfunctie heeft altijd afknijpbeveiliging. Als een obstakel zich in het bovenste sluitgebied van de ruit bevindt, stopt de ruit en zakt daarna ongeveer 5 centimeter. Het obstakel wordt gedetecteerd door de stroomafname van de motor te meten terwijl de positie van de ruit gemeten wordt door een opname element met Halleffect in de motor. Deze afknijpbeveiliging wordt gecorrigeerd afhankelijk van de accuspanning en de rijsnelheid. eenvoudige elektrische ruitbediening (behalve op het bestuurdersportier) Dit klassieke systeem opent en sluit de ruit met een gewone schakelaar. elektrische ruitbediening met sneltoets en afknijpbeveiliging In dit geval hebben de schakelaars een dubbele slag. De ruit stopt als de bovenste of onderste aanslag wordt gedetecteerd, door een ander commando of na 10 secondes. Bij deze montage kunnen de ruiten worden gesloten bij het vergrendelen van de portieren door lang drukken op de RENAULT-kaart. De motors, voor het automatische sluiten, worden kort na elkaar aangestuurd. Deze functie kan met de diagnoseapparaten worden geconfigureerd. elektrische ruitbediening met sneltoets en afknijpbeveiliging met multiplexverbinding Deze montage heeft een geheugen voor de stand van de buitenspiegels. De informatie is opgeslagen in de ruitbediening (per kant) en afgegeven aan de spiegels (zie hoofdstuk "memory systeem van de bestuurdersstoel")
212 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening eenvoudige elektrische ruitbediening (behalve op het bestuurdersportier), Principeschema
213 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening Verklaring bij de nummers op de tekeningen A Ruithefmotor met sneltoets voor bestuurderszijde B Eenvoudige ruithefmotor voor passagierszijde C Eenvoudige ruithefmotor links achter D Eenvoudige ruithefmotor rechts achter E Huis met hulporganen interieur (UCH) F Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde G Schakelaar ruitbediening passagierszijde H Schakelaar ruitbediening achter I Blokkeren ruitbediening achter 87-43
214 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening elektrische ruitbediening met sneltoets en afknijpbeveiliging op het bestuurdersportier alleen of op alle portieren, Principeschema
215 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening Verklaring bij de nummers op de tekeningen A Ruithefmotor met sneltoets voor bestuurderszijde B Ruithefmotor met sneltoets voor pasagierszijde C Ruithefmotor met sneltoets links achter D Ruithefmotor met sneltoets rechts achter E Huis met hulporganen interieur (UCH) F Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde G Schakelaar ruitbediening passagierszijde H Schakelaar ruitbediening achter I Blokkeren ruitbediening achter 87-45
216 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening elektrische ruitbediening met sneltoets met multiplexverbinding. Principeschema
217 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening Verklaring bij de nummers op de tekeningen A Ruithefmotor met sneltoets multiplex voor bestuurderszijde B Ruithefmotor met sneltoets multiplex voor passagierszijde C Ruithefmotor met sneltoets links achter D Ruithefmotor met sneltoets rechts achter E Huis met hulporganen interieur (UCH) F Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde G Schakelaar ruitbediening passagierszijde H Schakelaar ruitbediening achter I Blokkeren ruitbediening achter J Spiegelbediening K Spiegels 87-47
218 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening VERVANGEN De motor kan niet afzonderlijk worden vervangen. De vervanging ervan betekent dat het complete mechanisme moet worden vervangen. De methode is voor alle type ruitbedieningen dezelfde. UITBOUWEN VAN HET RUITHEFMECHANISME VOOR Voor het uitbouwen van het ruithefmechanisme moet u de portierbekleding verwijderen (zie hoofdstuk carrosserie). BELANGRIJK: na het vervangen van een ruithefmotor van een systeem met sneltoets, moet u u het systeem initialiseren. Als een motor niet is geinitialiseerd werkt hij met stappen van ongeveer 5 centimeter (zie hoofdstuk initialisatie)
219 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Initialiseer de motor van het sneltoetssysteem, (zie hoofdstuk "initialisatie") N.B.: voor het automatisch sluiten bij het vergrendelen via de RENAULT-kaart, moeten de motors zijn geïnitialiseerd. (zie hoofdstuk "initialisatie") en het huis met hulporganen interieur moet zijn geconfigureerd Verwijder de twee bevestigingsklemmetjes van de ruit, maak de ruit vrij van de pennen van de wagen van de ruitbediening, Breng de ruit met de hand omhoog, zet hem in deze stand vast met afplaktape, Verwijder de vijf bevestigingsbouten van het ruithefmechanisme, Maak de voedingsstekkers los. Maak de ruitbediening vrij via de onderste opening in het portierframe
220 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening UITBOUWEN VAN HET RUITHEFMECHANISME ACHTER Breng de ruit met de hand omhoog. Blokkeer hem met plakband. Verwijder de drie bevestigingsbouten van het ruithefmechanisme, Voor het uitbouwen van het ruithefmechanisme moet u de portierbekleding verwijderen Maak de voedingsstekkers los. Maak de ruitbediening vrij via de onderste opening in het portierframe Verwijder het bevestigingsklemmetje van de ruit. Maak de ruit vrij van de pen van de wagen van het ruithefmechanisme, 87-50
221 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Initialiseer de motor van het sneltoetssysteem, (zie hoofdstuk "initialisatie") N.B.: voor het automatisch sluiten bij het vergrendelen via de RENAULT-kaart, moeten de motors zijn geïnitialiseerd. (zie hoofdstuk "initialisatie") en het huis met hulporganen interieur moet zijn geconfigureerd. AANSLUITINGEN motor eenvoudige ruitbediening Aansl Omschrijving 1 Commando omhoog 2 Commando omlag motor ruitbediening met afknijpbeveiliging INITIALISATIE VAN DE MOTOR Aansl Omschrijving Dit moet na iedere onderbreking van de voeding worden gedaan (storing of losmaken van de accu). Contact aan, open de ruit tot op de onderste aanslag, houd de schakelaar enkele secondes vast, sluit de ruit tot op de bovenste aanslag, houd de schakelaar enkele secondes vast, de motor is geinitialiseerd, herhaal deze handelingen voor alle ruiten met sneltoets. 1 Commando omhoog 2 Commando omlag 3 Massa 4 Voeding + voor contact 5 6 Verbinding huis met hulporganen interieur Opmerking: als een motor niet is geinitialiseerd, werkt deze met stappen van 5 centimeter
222 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrische ruitbediening motor ruitbediening met afknijpbeveiliging multiplex De motor van de elektrische ruitbediening multiplex aan passagierskant heeft een rekeneenheid met het geheugen van de buitenspiegels (zie hoofdstuk: "memory systeem van de bestuurdersstoel"). Aansl Omschrijving 1 Commando motor rechts/links van de spiegel (aansl. 2A) 2 Gezamenlijke draad van de spiegels (aansl. 2C/3C) 3 Passagiersruit omlaag 4 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 6) 5 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 3) 6 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 8) 7 Signaal controleweerstand van de motor omhoog/omlaag van de bestuurderspiegel (aansl. 2 D) 8 Passagiersruit omhoog 9 10 Voeding 11 Commando omhoog/omlaag bestuurdersspiegel (aansl. 2B) 12 Commando motor inklappen van de spiegel (aansl. 3B) 13 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 7) 14 Bestuurdersruit omlaag 15 Niet in gebruik 16 Gezamenlijk controleweerstanden van de spiegel (aansl. 2F) 17 Massa Multiplexverbinding tussen de spiegels (specifiek voor functie memory systeem van de bestuurdersstoel) 20 Massa 21 Gezamenlijk controleweerstanden van de spiegel (aansl. 2G) 22 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 9) 23 Bestuurdersruit omhoog 24 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 5) 25 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 1) 26 Commando omhoog/omlaag bestuurdersspiegel (aansl. 2E) 27 Verbinding huis met hulporganen interieur (signaal sluiten of stoelgeheugen) Multiplexverbinding tussen de spiegels
223 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrisch open dak ALGEMEEN Het elektrische open dak kan in twee manieren worden bewogen door dezelfde motor: kantelen (drie standen) of schuiven (zes standen). WERKINGSPRINCIPE Het open dak wordt bediend met de schakelaar. Het open dak heeft een afknijpbeveiliging die afhankelijk is van rijsnelheid. LET OP: de afknijpbeveiliging werkt alleen als het open dak correct is geïnitialiseerd. N.B.: het open dak (schuiven of kantelen) kan worden gesloten door lang drukken op (2 secondes ongeveer) op de knop sluiten van de RENAULT-kaart. Dit signaal wordt geregeld door het huis met hulporganen interieur (zie hoofdstuk 87) als dit correct is geconfigureerd. In dit geval, blijft de schakelaar in de open stand staan, als u op de schakelaar drukt gaat het dak weer in de openingsstand terug. BELANGRIJK: bij een storing in de motor van het open dak, kan het dak worden gesloten met een inbussleutel bij (C). kantelzone (drie standen) schuifzone (zes standen) Voordat hij kan werken moet de motor van het open dak toestemming hebben van het huis met hulporganen interieur: signaal 0 volt: beweging open dak toegestaan (openen of sluiten) signaal 12 volt: beweging open dak niet toegestaan cyclisch stuursignaal: automatisch sluiten van het open dak door lang indrukken van de afstandsbediening
224 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrisch open dak Afknijpbeveiliging De detectie van een obstakel is gebaseerd op de analyse van het toerental van de motor van het open dak. Als het een obstakel ontmoet verandert het toerental plotseling. Twee opname elementen met Hall-effect op de as van de motor wekken periodieke signalen op Het toerental kan daarmee tot op een halve omwenteling nauwkeurig worden bepaald. Bij de initialisatie wordt een toerentalkromme vastgelegd in de rekeneenheid in de motor. Voor de afknijpbeveiliging, vergelijkt de rekeneenheid de verplaatsingssnelheid en de opgeslagen snelheid. Afhankelijk van geconstateerde verschillen, schakelt het systeem de afknijpbeveiliging in. LET OP: de afknijpbeveiliging werkt alleen als het systeem correct is geïnitialiseerd. N.B.: de afknijpbeveiliging kan worden uitgeschakeld om een zwaar punt te overwinnen (verbogen rail, vreemd voorwerp in de schuiver). Houd de schakelar hiertoe ingedrukt tot het dak stap voor stap sluit. Na het loslaten van de schakelaar wordt de afknijpbeveiliging weer actief. INITIALISATIEPROCEDURE Na het losmaken van de accukabels, een elektrische storing of werkzaamheden aan het open dak, werkt het systeem handbediend en schoksgewijs. Om het systeem te initialiseren: zet u de schakelaar van het open dak in de stand maximaal kantelen, drukt u lang op de schakelaar. Na twee secondes, kantelt het dak sap voor stap in de maximum stand en zakt dan weer enkele centimeters, laat de schakelaar los, druk binnen vijf secondes opnieuw op de schakelaar, houd de schakelaar ingedrukt, het dak schuift open en weer dicht, de motor is geinitialiseerd, zet de schakelaar in de stand "uit". OPMERKING: wacht niet langer dan vijf secondes tussen de stappen van de initialisatieprocedure, anders beging het systeem een nieuwe initialisatiecyclus
225 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrisch open dak UITBOUWEN VAN DE MOTOR Bouw uit: de schakelaar van het open dak en zijn stekker, de dakconsole en zijn stekker. Maak vrij: de steun van de stekker, de motor van het open dak. INBOUWEN - BIJZONDERHEDEN Na de montage van de motor, moet het systeem worden geïnitialiseerd. OPMERKING: de motors van het open dak van de hatchback en van de break zijn verschillend SCHAKELAARS UITGEBOUWD Maak de stekker (1) vrij van zijn steun en maak daarna de stekker los van de motor van het open dak. BEVESTIGINGSBOUTEN FOTO ZONDER HEMELBEKLEDING, VAN DE MOTOR ZICHTBAAR EN WAAROP DE STEUN ZIJN DE Verwijder de bouten (2)
226 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Elektrisch open dak Aansluitingen van de stekker van de motor Aansluitingen van de stekker van de schakelaar Aansl Omschrijving 1 commando open dak (aansl. A3 van de schakelaar) 2 commando pen dak (aansl. B1) 3 commando pen dak (aansl. B2) 4 commando pen dak (aansl. B3) 5 commando pen dak (aansl. A1) 6 7 voeding 8 Signaal rijsnelheid 9 signaal centrale vrijgave sluiten en openen 10 massa OPMERKING: de informatie "rijsnelheid" en "commando automatisch sluiten" is afkomstig van het huis met hulporganen interieur. STAND VAN DE SCHAKELAAR Aansl. 1 en 6 Aansl. 1 en 5 Aansl. 1 en 3 Aansl. 1 en 2 Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Gesloten Kantelen Kantelen Kantelen Ingedrukt N.B.: 0 = circuit geleidend (gesloten) 1 = circuit geopend 87-56
227 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Memory systeem bestuurdersstoel Algemeen De standen van de bestuurdersstoel en van de buitenspiegels worden door het systeem onthouden. De passagiersstoel heeft een elektrische bediening zonder geheugen voor de instellingen. De gebruiker heeft twee mogelijkheden: de stand van de bestuurdersstoel en van de buitenspiegels instellen. Dit is de "handbediening" de bestuurdersstoel en de buitenspiegels in één keer in de juiste stand (terug)zetten. Dit is de "automatische" werking Drie rekeneenheden sturen permanent de standen van de verstelbare organen, analyseren de wensen van de bestuurder en sturen de motors aan: van de bestuurdersstoel (rekeneenheid onder de bestuurdersstoel) van de spiegels (rekeneenheid in elke multiplex ruitbediening met sneltoets). LET OP: Voor het opslaan van een bestuurdersstand in het geheugen, stelt u, bij + accessoires, de drie richtingen van de stoel af, en de twee richtingen van de buitenspiegels met het toetsenbord. Druk daarna lang op de toets "mémo" om de standen op te slaan. De standen worden onthouden in combinatie met RENAULT-kaart die in de lezer zit. De geheugenregistratie wordt bevestigd door een geluidssignaal van het instrumentenpaneel. Nota: het toetsenbord van de stoelbediening heeft geen toets aan/uit. BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM het huis met hulporganen interieur (1) de rekeneenheid van de stoel (2) het bedieningspaneel (3) van de stoel de portiermodules (4) Principeschema DI
228 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Memory systeem bestuurdersstoel Huis met hulporganen interieur (UCH) Bij iedere ontgrendeling van de portieren met de afstandsbediening en bij iedere inschakeling van + accessoires, bestudeert het huis met hulporganen interieur het nummer van de RENAULT-kaart. bij het openen van het bestuurdersportier, stuurt dit via een draad dit kaartnummer door om de bijbehorende instellingen weer uit te voeren. de rekeneenheid van de stoel Deze bevindt zich onder de bestuurdersstoel (vastgeklemd aan de voorkant van het chassis). Afhankelijk hoe hij is aangestuurd, is de rekeneenheid: sluimerend (niet actief) ontwaakt (actief) Hij gaat van sluimerend over naar ontwaakt bij het de detectie van de volgende informatie: het inschakelen van + accessoires, openen van het bestuurdersportier, de ontvangst van het signaal van de afstandsbediening van een RENAULTkaart. Hij gaat in de sluimerstand 40 minuten na het uitzetten van het contact, als het bestuurdersportier niet is geopend. In dit geval, gaat de rekeneenheid direct sluimeren. Voor het uitbouwen van de rekeneenheid is het uitbouwen van de stoel niet nodig. de portiermodules waarin de informatie over de standen van de spiegels is vastgelegd. Voor de functie memory systeem van de bestuurdersstoel, moeten de twee motors van de ruitbediening zijn uitgerust met rekeneenheden. OPMERKING: een speciaal multiplexnetwerk voor het memory systeem van de bestuurdersstoel zorgt voor de uitwisseling van informatie tussen de twee modules van de voorportieren
229 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Memory systeem bestuurdersstoel de stoel. deze heeft drie motors (voor drie bewegingen): langsrichting (rails) (1), zitkussenhoogte achter (2), helling van de rugleuning (3). Iedere motor drijft de stoel aan via een kabel en een vertraging. De motors hebben per beweging een controleweerstand die de stand registreert. Raadpleeg voor het uitbouwen van de motors, het hoofdstuk "carrosserie"
230 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Memory systeem bestuurdersstoel toetsenbord Dit bevindt zich aan de buitenflank van de bestuurdersstoel, en heeft: een schakelaar "zitkussen" (A) voor het bewegen in langsrichting en de hoogte van het zitkussen van de stoel, een schakelaar "rugleuning" (B) voor het veranderen van de helling van de rugleuning, een toets "mémo" (C) voor het in het geheugen opslaan of terugroepen van de instellingen van de bestuurdersstoel (bestuurdersstoel en buitenspiegels). UITBOUWEN Het toetsenbord is met drie metalen klemmetjes (D) vastgezet op de kap over de stelrails. Om het uit te bouwen, moeten deze klemmetjes een voor een worden ingedrukt door uw vingers tussen het zitkussen en de kap over de stelrails te steken. Maak de stekker los Deze toets wordt gebruikt: door lang indrukken (2 secondes) voor het vastleggen van de bestuurdersstoel. Een geluidssignaal bevestigt de registratie. door kort indrukken om in het geheugen opgeslagen stand terug te roepen. N.B.: een druk op een toets tijdens het terugroepen van de standen stopt de beweging van de stoel en van de spiegels. OPMERKINGEN: het terugroepen van de standen kan niet als de auto rijdt, als de spiegels zijn ingeklapt bij het terugroepen van de standen, bewegen de motors zodra de spiegels zijn uitgeklapt
231 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Memory systeem bestuurdersstoel AANSLUITINGEN Toetsenbord memory systeem (bestuurder) Toetsenbord passagier Omschrijving Aansl Rugleuning vooruit A1 Rugleuning achteruit A2 + accessoires A3 Stoel achteruit A4 Massa A5 Zitkussen omlaag A6 Stoel vooruit B1 Zitkussen omhoog B6 STAND COMMANDO Zitkussen vooruit Zitkussen omhoog Rugleuning vooruit Rugleuning achteruit Zitkussen achteruit Zitkussen omlaag Vastleggen van de standen AANSL. A1 en A3 A1 en A4 A1 en A5 A6 en A5 A6 en A3 A6 en A4 B5 en B2 N.B.: Het toetsenbord van de passagiersstoel heeft geen toets "mémo". Er is geheugen voor de standen
232 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Memory systeem bestuurdersstoel de rekeneenheid Witte stekker Aansl A3 B1 B2 B3 B5 Omschrijving Commandoverbinding B1 (mémo) Motor stelrail Motor hoogte Motor rugleuning Gezamenlijke draad motor Groene stekker Aansl Omschrijving AANSLUITINGEN Zwarte stekker Aansl A1 A5 A8 B1 B3 B4 B6 + Na contact Omschrijving Verbinding huis met hulporganen interieur Verbinding huis met hulporganen interieur Voeding Massa Massa Voeding 1 Massa opname elementen 2 Signaal controleweerstand stelrail 3 Signaal controleweerstand rugleuning 4 Signaal controleweerstand hoogte 5 6 Voeding controleweerstanden 7 8 Commandoverbinding A6 toetsenbord 9 Commandoverbinding A1 toetsenbord 10 Commandoverbinding B5 toetsenbord Commandoverbinding B2 toetsenbord 13 Commandoverbinding A4 toetsenbord 14 Commandoverbinding A3 toetsenbord 15 Commandoverbinding A5 toetsenbord 87-62
233 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Memory systeem bestuurdersstoel de portiermodules N.B.: voor het uitbouwen en de gegevens van de motors van de ruitbediening, raadpleeg hoofdstuk "elektrische ruitbediening" Aansl Omschrijving 1 Commando motor rechts/links van de spiegel (aansl. 2A) 2 Gezamenlijke draad van de spiegels (aansl. 2C/3C) 3 Passagiersruit omlaag 4 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 6) 5 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 3) 6 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 8) 7 Signaal controleweerstand van de motor omhoog/omlaag van de bestuurderspiegel (aansl. 2 D) 8 Passagiersruit omhoog 9 10 Voeding 11 Commando omhoog/omlaag bestuurdersspiegel (aansl. 2B) 12 Commando motor inklappen van de spiegel (aansl. 3B) 13 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 7) 14 Bestuurdersruit omlaag 15 Niet in gebruik 16 Gezamenlijk controleweerstanden van de spiegel (aansl. 2F) 17 Massa Multiplexverbinding tussen de spiegels (specifiek voor functie memory systeem van de bestuurdersstoel) 20 Massa 21 Gezamenlijk controleweerstanden van de spiegel (aansl. 2G) 22 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 9) 23 Bestuurdersruit omhoog 24 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 5) 25 Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 1) 26 Commando omhoog/omlaag bestuurdersspiegel (aansl. 2E) 27 Verbinding huis met hulporganen interieur (signaal sluiten of stoelgeheugen) Multiplexverbinding tussen de spiegels
234 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Memory systeem bestuurdersstoel de buitenspiegels AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Let op: voor het uitbouwen van de buitenspiegels kan de portierbekleding op zijn plaats blijven Aansl 1B 1C 1D 1E 1F 1G 2A 2B 2C 2D 2E 2F 2G 2H 3B 3C 3D 3E 3F 3G Spiegelverwarming Spiegelverwarming Omschrijving Temperatuurzender (aan passagierskant), Temperatuurzender (aan passagierskant), Stelmotor horizontaal Stelmotor verticaal Gezamenlijke draad motor Controleweerstand horizontale stand Controleweerstand verticale stand Voeding Massa Inklapmotor Inklapmotor Elektrochroom spiegel Elektrochroom spiegel 87-64
235 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Parkeerhulp ALGEMEEN Afhankelijk van de uitvoering heeft de auto een systeem dat de bestuurder, tijdens het achteruit rijden, waarschuwt als er zich een obstakel achter de auto bevindt (paaltje, andere auto...) WERKING Het systeem bestaat uit: vier ultrasoon sensor in de schildbumper achter, een zelfstandige rekeneenheid (met een diagnosefunctie), een zoemer. Bij het inschakelen van de achteruit, komt het systeem automatisch in werking (te horen aan een kort geluidssignaal bij het inschakelen). De ultrasoonsensors in de schildbumper achter meten de afstand tussen de auto en een eventueel obstakel. De frequentie van het geluidssignaal ia afhankelijk van de afstand: de waarschuwing begint zodra het obstakel zich op ongeveer 150 centimeter van de schildbumper bevindt, en wordt bij ongeveer 25 centimeter van de auto een continu signaal. OPMERKING: voor een goede werking van het systeem, moeten de ultrasoon sensors schoon zijn, als het systeem een storing detecteert, klinkt gedurende ongeveer vijf secondes een geluidssignaal, bij hevige regenval of of bij het gebruik van een fietsdrager, is de detectie door de sensor onbetrouwbaar. 1 Sensors 2 Rekeneenheid 3. Zoemer 87-65
236 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Parkeerhulp REKENEENHEID UITBOUWEN Verwijder de interieurbekleding van de bagageruimte rechts (zie hoofdstuk carrosserie). Maak de stekkers los van de rekeneenheid en draai de bevestigingsschroeven los. INBOUWEN Voor het inbouwen van de rekeneenheid gelden geen bijzonderheden. Na het vervangen van de rekeneenheid, moet u hem configureren met een van de diagnoseapparaten. met de diagnoseapparaten NXR, Clip of Optima 5800, selecteer en valideer het systeem "parkeerhulp". selecteer en valideer het menu "commando", "configuratie van het systeem", Selecteer en valideer het autotype. Controleer de juiste configuratie via het menu "lezen van de configuratie"
237 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Parkeerhulp AANSLUITINGEN STEKKER 3 (12-polige) Aansl Omschrijving 1 Massa binnenste sensor rechts 2 Signaal binnenste sensor rechts 3 Signaal binnenste sensor links 4 Signaal buitenste sensor rechts 5 Signaal buitenste sensor links 6 Voeding binnenste sensor rechts 7 Massa binnenste sensor links 8 Massa buitenste sensor rechts N.B.: de stekker (2) wordt niet gebruikt. STEKKER 1 (16-polige) Aansl 1 + Na contact 2 Zoemer Uitschakelen * Omschrijving 6 Informatie achteruit (huis met hulporganen interieur 7 8 Massa 9 10 Zoemer 11 Informatie snelheid 12 Diagnoseverbinding Massa buitenste sensor links 10 Voeding binnenste sensor links 11 Voeding buitenste sensor rechts 12 Voeding buitenste sensor links * Het parkeerhulp systeem kan worden uitgeschakeld bij het trekken van een aanhangwagen. Verbindt hiertoe de draad van aansl. 5 in stekker 1 met de massa, het systeem is uitgeschakeld. Het systeem kan ook met behulp van het diagnoseapparaat worden uitgeschakeld. N.B.: de informatie rijsnelheid wordt niet gebruikt
238 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Parkeerhulp ZOEMER UITBOUWEN Verwijder de interieurbekleding van de bagageruimte links (zie hoofdstuk carrosserie). Maak de stekker los. Verwijder de plastic montagepennen. Het volume en de toon van de zoemer kunnen worden aangepast of uitgeschakeld met de diagnoseapparaten. met de diagnoseapparaten NXR, Clip of Optima 5800, selecteer en valideer het systeem "parkeerhulp". selecteer en valideer het menu "commando", "CF001: volume zoemer", selecteer en valideer "CF 006: toon zoemer". Controleer de juiste configuratie via het menu "lezen van de configuratie". INBOUWEN Voor het inbouwen van de zoemer gelden geen bijzonderheden. Vervang de plastic montagepennen door gewone popnagels
239 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Parkeerhulp ULTRASOON SENSORS De sensors zijn alle gelijk maar hun montages verschillen: bijzonderheden van de hatchback: de sensors zijn ingebouwd in de sierstrip van de schildbumper. Er zijn twee verschillende schildbumpers. bijzonderheden van de break: de sensors zijn op steunen vastgeklemd. Deze steunen zijn vastgeklemd op de schildbumper. De vier steunen zijn verschillend en niet onderling verwisselbaar. Haal de sensor zonder hem te krassen uit zijn houder. INBOUWEN Plaats de pen tegenover de houder en steek de sensor naar binnen tot de klemmetjes op hun plaats zitten. UITBOUWEN LET OP: de sensors zijn kwetsbaar. Sla nooit tegen de metalen buitenkant van de sensor. Verwijder de schildbumper en de stootblokken. Iedere sensor wordt door twee klemmetjes aan de zijkant en een centreerpen op zijn plaats gehouden. Open de klemmetjes (A) en trek aan de sensor. LET OP: de sensors kunnen niet tegen warmte (temperatuur boven 80 C). FOTO SENSOR IN ZIJN HOUDER 87-69
240 ELEKTRISCHE HULPORGANEN 87 Parkeerhulp AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving 1 Voeding 2 Signaal 3 Massa 87-70
241 188 BEDRADING 88 Multiplexsysteem BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De rekeneenheden in moderne auto's worden steeds krachtiger en voeren steeds complexere berekeningen uit. Daarbij hebben zij steeds meer informatie nodig, afkomstig van sensors of van andere rekeneenheden. Met het multiplexnetwerk kunnen zij: informatie uitwisselen via een tweedraads verbinding waarop alle rekeneenheden zijn aangesloten: de BUS. de bedrading en stekkerverbindingen te vereenvoudigen. Voor de onderlinge communicatie via het multiplexnetwerk, moeten de de rekeneenheden de zelfde taal spreken (protocol). RENAULT heeft gekozen voor het "CAN" protocol. het CAN protocol De bus bestaat uit twee verstrengelde, niet verwisselbare draden, genaamd CAN H en CAN L. De informatie wordt overgebracht in de vorm van bloksignalen als differentiaalpaar waardoor de verbinding minder gevoelig is voor storingen door elektromagnetische straling. De circulerende signalen zijn elkaars tegenovergestelde: van 2,5 tot 3,5 volt voor de CAN lijn H en van 2,5 tot 1,5 volt voor de CAN lijn L. Het CAN frame: Het bericht dat op het multiplexnetwerk wordt verzonden, wordt "frame" genoemd. Het bestaat uit een opeenvolging van logische niveaus die zijn gestructureerd in 5 velden. Een arbitrageveld dat de bestemming(en) aangeeft en de toegangsprioriteit van het frame voor het netwerk. Een controleveld. Een veld dat de gegevens van het bericht bevat. Een controleveld voor de beveiliging van de overdracht. Een bevestigingsveld dat aangeeft dat het frame correct op het netwerk is verspreid. Bijzonderheden: als verschillende rekeneenheden tegelijk proberen een frame te verzenden, heeft het frame met het hoogste arbitrageveld voorrang. De andere zendingen (met minder prioriteit) vinden plaats zodra de overdracht van het belangrijkste frame is uitgevoerd. Iedere rekeneenheid kan zenden en ontvangen. Als een bericht niet goed is of niet goed ontvangen is door een rekeneenheid, wordt het bevestigingsveld niet gevalideerd, en wordt het gehele bericht verworpen. De multiplexverbinding heeft aan ieder uiteinde een impedantieadapter van 120 ohm. bij huis met hulporganen interieur 120 ohm op de CAN lijn huis met hulporganen interieur, (los van het netwerk). bij rekeneenheid van het inspuitsysteem 120 ohm op de CAN lijn van de rekeneenheid (los van het netwerk). Zie hoofdstuk "reparatie van het multiplexnetwerk" voor het meten van de lijnimpedantie en het testen van het multiplexnetwerk. 88-1
242 BEDRADING 88 Multiplexsysteem Reparatie van het multiplexnetwerk De aansluiting op het multiplexverbinding vindt bij alle betrokken rekeneenheden plaats door middel van een kabelsplitsing in de bedrading. De diagnose van deze lijnen bestaat uit het controleren van: de geleiding lijn voor lijn, de isolatie ten opzichte van de massa en van het potentiaal, de impedantie van de lijn: 60 ohm tussen CAN H en CAN L (accu losgenomen tussen aansluiting 6 en 14 van de diagnose-aansluiting), 120 ohm op de CAN lijn huis met hulporganen interieur, bij het huis met hulporganen interieur (los van het netwerk), 120 ohm op de CAN lijn van de rekeneenheid (los van het netwerk), de frames kunnen zichtbaar gemaakt worden met een oscilloscoop, de overige diagnosewerkzaamheden kunnen alleen worden uitgevoerd met de diagnoseapparaten (test van de actionneurs, meten van de parameter,...). De verschillende multiplexverbinding op de auto Afhankelijk van het uitrustingsniveau, kan de auto een aantal multiplexnetwerken hebben: het multiplexnetwerk van de auto tussen de systemen (dat tien rekeneenheden omvat) Inspuitsysteem Automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) Antiblokkeersysteem van de wielen Huis met hulporganen interieur (UCH) Elektrische stuurkolomgrendel Airbag Airconditioning Instrumentenpaneel Centrale communicatie eenheid Spraakmaker Het eigen multiplexnetwerk (dat de rekeneenheid van het ABS verbindt met de stuurwielhoeksensor). Het multiplexnetwerk voor het navigatiesysteem. Het multiplexnetwerk van de optie memory systeem van de bestuurdersstoel. Diagnose De multiplexrekeneenheden hebben een diagnoseverbinding die een diagnose van het multiplexnetwerk bevat. Iedere rekeneenheid controleert regelmatig of hij berichten kan verzenden naar en ontvangen van andere rekeneenheden. Een geconstateerde afwijking wordt vertaald in een of meer aanwezige storingen of storingen in het geheugen op het multiplexnetwerk. deze storingen worden gegroepeerd in een voor alle rekeneenheden gemeenschappelijk formaat in een frame bestemd voor de diagnose van het multiplexnetwerk. In de werkplaats, kunt u deze storingen zien met de diagnoseapparaten om de defecte verbinding(en) tussen rekeneenheden de identificeren en de aard en de plaats van de storing te weten te komen. Telkens als een diagnoseapparaat wordt aangesloten op de auto, voert het eerst een "Test van het multiplexnetwerk" uit. 88-2
243 BEDRADING 88 Multiplexsysteem Plaats van de rekeneenheden in de auto Verklaring bij de nummers op de tekeningen Rekeneenheid ABS Rekeneenheid inspuitsysteem Accu Rekeneenheid automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) RENAULT-kaartlezer Centrale communicatie eenheid Bedieningspaneel airconditioning Autoradio en navigatiesysteem Display op instrumentenpaneel Ruithefmotor met sneltoets multiplex Spraakmaker Opname elementen zij-airbag Rekeneenheid airbag Instrumentenpaneel Elektrische stuurkolomgrendel Huis met hulporganen interieur (UCH) Rekeneenheid xenonlampen Memory systeem bestuurdersstoel Rekeneenheid parkeerhulp CD-wisselaar 88-3
244 BEDRADING 88 Multiplexsysteem Plaats van de gecontroleerde rekeneenheden in de auto Verklaring bij de nummers op de tekeningen 1. Rekeneenheid ABS 2 Rekeneenheid inspuitsysteem 3. Rekeneenheid automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) 4. Centrale communicatie eenheid 5. Rekeneenheid airbag 6. Instrumentenpaneel (afhankelijk van de uitvoering) 7. Huis met hulporganen interieur 8. Rekeneenheid xenonlampen 9. Rekeneenheid parkeerhulp 88-4
245 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners De auto heeft een compleet SRP systeem voor de passieve veiligheid (SRP = Spannings Reductie Programma) dat bestaat uit: een frontale airbag voor de bestuurder met een SRP-airbag met twee volumes, een frontale airbag voor de passagier met een SRP-airbag met twee volumes, gordelspanners voor en achter, speciale SRP-autogordel voor, een rekeneenheid (75-polig), twee crash sensors in de middenstijl links en rechte, zij-airbags die de borstkas beschermen van de inzittenden van de voorstoelen, zijruitairbags die het hoofd beschermen van de inzittenden van de voorstoelen en achter, zij-airbags (afhankelijk van de uitvoering) die de borstkas beschermen van de inzittenden van de achterste zitplaatsen. LET OP: Bij dit systeem (frontale SRP-airbags) zijn de functies van de gordel en de airbag met elkaar verbonden. De SRP-functie van de veiligheidsgordel wordt anders afgesteld indien het wordt ingebouwd in combinatie met een SRP-airbag (controleer ALTIJD zorgvuldig het bestelnummer van ieder onderdeel voordat het wordt vervangen). Het is streng verboden SRP-autogordels te monteren op een plaats zonder airbag of de airbag los te maken. Opmerking: bepaalde stekkers een nieuw type grendelsysteem. U moet altijd de grendel losmaken voordat u de stekker uitbouwt en bij het monteren controleren of hij goed op zijn plaats zit. Door een niet vergrendelde stekker kan de ontstekingslijn niet worden gevoed. 88-5
246 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners ALGEMEEN Werkzaamheden aan de systemen van de airbag en de gordelspanners mogen alleen worden uitgevoerd door speciaal hiervoor opgeleid personeel. Het betreft hier aanvullende veiligheidsvoorzieningen. Bij een voldoende zware aanrijding: Worden bestuurder en passagiers in hun stoelen gehouden door de veiligheidsgordels. Treden de gordelspanners (voor en achter) in werking die de autogordels strak trekken tegen het lichaam van de inzittenden. Zorgt het SRP-systeem voor een vermindering van de kracht van de gordel over het lichaam. De airbags blazen zich op: in het stuurwiel zodat het hoofd van de bestuurder wordt beschermd. in het dashboard zodat het hoofd van de voorpassagier wordt beschermd. N.B.: de frontale airbags hebben twee ontstekers om het volume van de airbags aan te passen afhankelijk van de ernst van de botsing en de stand van de bestuurdersstoel
247 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners Bij een voldoende zware aanrijding tegen de zijkant: de borstkas zij-airbag voor, in de voorstoel aan de kant van de botsing blaast zich op naast het portier om de borstkas van de inzittende van de voorstoel te beschermen. Afhankelijk van de uitvoering: de borstkas zij-airbag achter, in de zijwand achter aan de kant van de botsing blaast zich op naast het portier om de borstkas van de inzittende achter te beschermen. De zijruitairbag aan de kant van de botsing blaast zich op naast het portier om het hoofd van de inzittenden voor en achter te beschermen. LET OP: Plaats geen hoezen over de voorstoelen. Plaats geen voorwerpen in het ontplooiingsgebied van de airbag. Bij werkzaamheden aan de onderrand van de carrosserie van de auto (bij het opname element zij-airbag, aan de carrosserie, aan het oprolmechanisme van de autogordel enz.), moet de rekeneenheid van de airbags met het diagnoseapparaat worden vergrendeld en moet u het contact uitzetten. Voor de bijzonderheden van verwijderen en weer aanbrengen van de bekleding, moet u het hoofdstuk carrosserie raadplegen. 88-7
248 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners IDENTIFICATIE Auto's met frontale airbags herkent u: aan inscripties in iedere onderhoek van de voorruit, aan de inscriptie "Airbag SRP" op de stuurwielnaaf en op het dashboard. Auto's met zij-airbags herkent u: aan inscripties in iedere onderhoek van de voorruit, aan de inscriptie "Airbag" op de zijkant van de rugleuning van de voorstoelen, aan de inscriptie "Airbag" op de bekleding aan de binnenkant van de achterstijlen van het dak. De auto's met borstkas airbags achter herkent u aan de inscriptie "Airbag" op de zijkant van de rugleuning van de achterbank. VOORZORGEN BELANGRIJK: de pyrotechnische systemen (gordelspanners, frontale en zij-airbags) moeten met de diagnoseapparatuur worden gecontroleerd: na een aanrijding waarbij de systemen niet zijn geactiveerd, na diefstal van de auto of een diefstalpoging, voordat de auto als occasion wordt verkocht. SPECIAAL GEREEDSCHAP Voor het controleren van deze systemen kunt u de volgende diagnoseapparatuur gebruiken: NXR OPTIMA 5800 CLIP Met deze diagnoseapparatuur kunnen storingen in de rekeneenheid of in de bedrading worden opgespoord (zie hoofdstuk storing zoeken). N.B: voordat u werkzaamheden aan het systeem uitvoert, moeten de ontstekingslijnen met dit gereedschap worden uitgeschakeld, zodat de pyrotechnische ontstekers niet kunnen afgaan. Het gereedschap NXR en CLIP is voorzien van een functie "controle van de kabelbundels airbags en gordelspanners" die vergelijkbaar is met de werking van de XRBAG. XRBAG (Elé. 1288) Dit gereedschap is speciaal ontworpen voor het controleren en onderzoeken van de airbags en de gordelspanners. Hiermee kunt u elektrische metingen uitvoeren aan de verschillende kabelbundels van het systeem (zie hoofdstuk storing zoeken). LET OP: Voer nooit metingen uit aan de bedrading of stekkerblokken van de airbag of de gordelspanners met een ohmmeter of ander gereedschap. Door de werkspanning van dit gereedschap kan de airbag of de gordelspanners worden geactiveerd. 88-8
249 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners 75-POLIGE ADAPTER (B53) Deze adapter wordt op de kabelbundel aangesloten in plaats van de rekeneenheid. LOZE ONTSTEKER Het rode doosje bij de XRBAG bevat een loze ontsteker. Hiermee kunt u met de XRBAG, NXR en CLIP alle verbindingen naar de ontstekers controleren en de voedingsspanning van de rekeneenheid meten. Via de aansluitingen kunt u elektrische metingen uitvoeren aan de verschillende kabelbundels van het systeem (zie het deel storing zoeken). Opmerking: het airbaglampje kan niet worden aangestuurd door het het gereedschap want deze opdracht aan het instrumentenpaneel loopt via het multiplexnetwerk Deze heeft dezelfde elektrische eigenschappen als een echte ontsteker en vervangt de airbag of de gordelspanner tijdens het storing zoeken. Deze zijn leverbaar: via de importeur: 88-9
250 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners WERKING VAN DE GORDELSPANNERS EN FRONTALE AIRBAGS Bij het aanzetten van het contact gaat het controlelampje van de airbags en de gordelspanners enige seconden branden en daarna weer uit. Opmerking: het airbaglampje kan oplichten als de accuspanning te laag is. De rekeneenheid is dan paraat en registreert de vertragingen van de auto met behulp van een ingebouwde vertragingsmeter. 1. Bij een voldoende zware frontale aanrijding, ontsteekt deze de ontstekers van de gordelspanners gelijktijdig indien een afzonderlijke elektronische veiligheidssensor de schok eveneens heeft waargenomen: gordelspanner van de schoudergordel van de bestuurdersstoel en van de passagiersstoel, gordelspanners rechts en links achter. De pyrotechnische gordelspanners van de schoudergordels van de zitplaatsen voor en achter kunnen worden geactiveerd bij een aanrijding aan de zijkant, een aanrijding aan de achterzijde of als de auto omslaat (afhankelijk van de ernst). LET OP: de explosie van een gaspatroon veroorzaakt een luide knal en een lichte rookontwikkeling. N.B: de rekeneenheid ontvangt zijn voeding onder normale omstandigheden van de accu. De rekeneenheid bouwt echter een hoeveelheid reserve-energie op voor het geval de voeding vanaf de accu als gevolg van de aanrijding wordt onderbroken. 2. Bij een zwaardere frontale aanrijding ontsteekt de vertragingsmeter, na bevestiging door de elektronische veiligheidssensor bovendien de pyrotechnische gasgenerators: gordelspanner van de schoudergordel van de bestuurdersstoel en van de passagiersstoel, gordelspanners rechts en links achter, gordelspanner heupgordel van de bestuurdersstoel frontale airbags (kleine volumes) van de bestuurder en van de passagier. 3. Bij een zwaardere frontale aanrijding ontsteekt de rekeneenheid bovendien de pyrotechnische gasgenerators van de grote volumes van de frontale airbags van de bestuurder en van de passagier. N.B.: het volume van de airbag voor de bestuurder kan door de rekeneenheid worden aangepast: aan de stand van de bestuurdersstoel (zie hoofdstuk "contact onder stoel"), aan de ernst van de botsing
251 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners WERKING VAN DE ZIJ-AIRBAGS Bij het aanzetten van het contact gaat het controlelampje van de airbags en de gordelspanners enige seconden branden en daarna weer uit. De rekeneenheid van de airbags en gordelspanners is nu paraat evenals de opname elementen van de zijairbags in de middenstijlen. Bij een zijdelingse aanrijding van voldoende kracht, stuurt het opname element aan de kant van de botsing een signaal naar de rekeneenheid van de airbags en gordelspanners. Indien een (in de rekeneenheid ingebouwde) elektronische veiligheidssensor de schok eveneens heeft waargenomen, ontsteekt deze de ontstekers: van de pyrotechnische gasgenerator van de stoel die de airbag van de borstkas van de voorstoel (aan de kant van de aanrijding) opblaast en daarna de gordelspanners voor en achter, van de pyrotechnische gasgenerator van de zijruitairbag die het hoofd beschermt van de inzittenden voor en achter (aan de kant van de aanrijding), van de pyrotechnische gasgenerator (afhankelijk van de uitvoering) van de airbag van de borstkas bij de achterbank (aan de kant van de aanrijding). De zij-airbags kunnen worden geactiveerd bij een frontale botsing of bij een hevige botsing tegen de andere kant. LET OP: de explosie van een gaspatroon veroorzaakt een luide knal en een lichte rookontwikkeling. REKENEENHEID De rekeneenheid bevat: een elektronische veiligheidssensor voor de frontale airbags en gordelspanners, een elektronische veiligheidssensor voor de zijairbags, een vertragingsmeter voor de frontale airbags en gordelspanners, verbindingen met de elektronische sensors in de middenstijlen, een ontstekingscircuit voor de verschillende pyrotechnische systemen, een energiereserve voor de verschillende ontstekingslijnen, een zelfcontrolesysteem met storingsgeheugen, een circuit dat het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel aanstuurt, een communicatie-interface K via de diagnoseaansluiting, een botsdetectieverbinding (botsinformatie). BELANGRIJK: Voordat u de rekeneenheid uitbouwt, moet u hem vergrendelen met behulp van een van de diagnoseapparaten. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt met contact aan (een rekeneenheid uit het magazijn wordt in deze toestand geleverd). OPMERKING: Als het systeem bij een botsing niet goed heeft gewerkt, kan met de diagnoseapparaten worden gecontroleerd of het vóór de botsing al defect was
252 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners REKENEENHEID VERGRENDELEN VAN DE REKENEENHEID Voordat u de rekeneenheid uitbouwt of werkzaamheden aan de airbag of gordelspanners uitvoert, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van een van de diagnoseapparaten, ofwel: met de NXR, OPTIMA 5800 en CLIP 1. Kies het menu "Storing zoeken Renault". 2. Selecteer en valideer het type van de auto. 3. Selecteer en valideer het te controleren systeem "Airbag". 4. Kies het menu "Commando". 5. Selecteer en valideer de functie "Configuratie van de rekeneenheid" of "Parametrage" (afhankelijk van het diagnoseapparaat) valideer daarna de regel " Vergrendeling rekeneenheid". 6. Kies het menu "Staat" en controleer of de rekeneenheid inderdaad is vergrendeld. De staat "Rekeneenheid vergrendeld" moet bevestigd zijn en het airbaglampje op het instrumentenpaneel moet oplichten (een rekeneenheid uit het magazijn wordt in deze toestand geleverd). Het storing zoeken blijft mogelijk als deze functie is geactiveerd. N.B.: voor het ontgrendelen van de rekeneenheid, gaat u op dezelfde wijze te werk, maar valideert u de regel "Ontgrendelen rekeneenheid". De staat "Rekeneenheid ontgrendeld" mag niet langer bevestigd zijn en het airbaglampje op het instrumentenpaneel moet doven. UITBOUWEN De rekeneenheid bevindt zich op de tunnel in de middenconsole. LET OP: voordat u de rekeneenheid uitbouwt, moet u hem vergrendelen met behulp van een van de diagnoseapparaten. Bouw de middenconsole uit. Snijd de vloerbekleding in bij (1) en vouw het enigszins terug. Maak los en verwijder de luchtlagen (2) rechts en links Maak de stekker los van de rekeneenheid en verwijder de bevestigingsbouten
253 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners De rekeneenheid bevat gevoelige componenten, laat hem niet vallen. bij werkzaamheden onder de auto (uitlaat, carrosserie, enz.) waarbij bijvoorbeeld een hamer wordt gebruikt of waarbij tegen de bodemplaat wordt geslagen, moet u eerst de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Bij het installeren van elektrische accessoires (luidspreker, alarm of ander toestel dat een magnetisch veld kan opwekken), dat dit niet wordt geplaatst in de nabijheid van de rekeneenheid van de airbags en de gordelspanners. INBOUWEN Let op de montagerichting van de rekeneenheid. De pijl moet naar de voorzijde van de auto wijzen. Configuratie van de rekeneenheden De nieuwe rekeneenheid herkenbaar u aan de naam "ACU3" op de diagnoseapparaten (niet XR25), worden geleverd in de configuratie "airbag borstkas voor, airbag borstkas achter en zijruitairbag". Als aan deze configuraties niet is voldaan, blijft het airbaglampje branden. Met uitsluitend NXR, CLIP en OPTIMA Kies het menu "Storing zoeken Renault". 2. Selecteer en valideer het type van de auto, 3. Selecteer en valideer het te controleren systeem "Airbag", 4. Kies het menu "Commando", 5. Selecteer en valideer de functie "Parametrage" of "configuratie van de rekeneenheid" (afhankelijk van de uitvoering), 6. Valideer de regel van de gewenste configuratie, druk dan op "verder", 7. Het gereedschap bevestigt de configuratie. Druk op "verder" en valideer, 8. Valideer de configuratie na uitzetten van het contact via het menu "Commando" "Lezen configuratie". Zet de bouten vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m
254 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners Aansluitingen 75-polige gele stekker Aansl t/m Omschrijving + gordelspanner schoudergordel bestuurder. - gordelspanner links achter + gordelspanner schoudergordel passagier. - gordelspanner rechts achter - gordelspanner schoudergordel bestuurder. - gordelspanner schoudergordel passagier. - gordelspanner heupgordel bestuurder + Na contact Massa Diagnoselijn K - Airbag bestuurder klein volume + Airbag bestuurder groot volume - Airbag passagier klein volume + Airbag passagier groot volume - zij-airbag bestuurder + zij-airbag passagier - zijruitairbag bestuurder + zijruitairbag passagier + opname element zij-airbag bestuurder + opname element zij-airbag passagier - zij-airbag (borstkas) links achter + zij-airbag (borstkas) rechts achter + gordelspanner links achter - gordelspanner rechts achter + gordelspanner heupgordel bestuurder - zij-airbag passagier Opname element stand bestuurdersstoel. Multiplexverbinding Multiplexverbinding + airbag bestuurder klein volume airbag bestuurder groot volume + Airbag passagier klein volume - Airbag passagier groot volume + zij-airbag bestuurder - zij-airbag passagier + zijruitairbag bestuurder - zijruitairbag passagier - opname element zij-airbag bestuurder - opname element zij-airbag passagier + zij-airbag (borstkas) links achter - zij-airbag (borstkas) rechts achter 88-14
255 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners WAARSCHUWINGSLAMPJE OP INSTRUMENTENPANEEL Dit lampje controleert de werking: van de gordelspanners voor en achter, van de frontale airbags, van de airbags in de stoelen, van de zijruitairbags, van de zij-airbags achter (afhankelijk van de uitvoering), van de accu (spanning).. Het moet bij het aanzetten van het contact enkele secondes oplichten en daarna uit gaan en uit blijven. Als het niet oplicht bij het aanzetten van het contact of oplicht tijdens het rijden wijst dit op een storing in het systeem (zie hoofdstuk "storing zoeken"). Opmerking: onder bepaalde omstandigheden bij het starten, kan het lampje even oplichten en dan doven
256 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners OPNAME ELEMENTEN ZIJ-AIRBAG BELANGRIJK Voordat u een opname element zij-airbag uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van een van de diagnoseapparaten. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt. UITBOUWEN Zij bevinden zich aan beide kanten in de middenstijl. Verwijder de interieurbekleding van de middenstijl. Verwijder de bevestigingsbout van het opname element en bouw het uit N.B.: de voorstoel hoeft niet te worden uitgebouwd. Maak de stekker los van het achterportier. Verwijder bevestigingsschroeven van de stekker op de middenstijl en maak hem vrij LET OP: Tijdens het activeren van de zij-airbag, vergrendelt de rekeneenheid zich definitief en gaat het airbaglampje op het instrumentenpaneel branden. Het opname element zij-airbag en de rekeneenheid moeten dan altijd worden vervangen (bepaalde componenten verliezen hun nominale waarden als de ontstekingsenergie er doorheen is gegaan)
257 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners BELANGRIJK: bij het demonteren van het opname element voor een botsing tegen de zijkant beschadigt de centreerpen. Vervang hem altijd als hij is beschadigd. INBOUWEN Bij het inbouwen, plaatst u het opname element in de juiste stand met de pasnok en moet u het eerst in de auto vastzetten (aantrekkoppel: 0,8 dan.m) voordat u de stekker aansluit. Na het aansluiten van de stekker, voert u een controle uit met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het hoofdstuk "storing zoeken". N.B.: dit type opname element zij-airbag hoeft niet ingelezen te worden met het diagnoseapparaat. Monteer op correcte wijze de stekker van het achterportier zodat er geen water kan binnendringen
258 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners WERKZAAMHEDEN AAN DE BEDRADING VAN HET ONTSTEKINGSMECHANISME Indien deze bedrading beschadigd is moet het betrokken onderdeel beslist worden vervangen. Reparaties zijn niet toegestaan. Het is niet toegestaan de bedrading of de stekkerblokken van deze veiligheidsvoorzieningen op de klassieke manier te herstellen. CONTACT ONDER STOEL De bestuurdersstoel heeft een contact dat de stand op de voorstoel signaleert. Hierdoor kan het opblazen van de frontale airbag van de bestuurder (klein of groot volume) aangepast worden aan de stand van de bestuurdersstoel, afhankelijk van de ernst van de botsing. De ontstekingsbedrading van de airbags en de gordelspanners maakt deel uit van interieurkabelbundel. Bij vervanging moet de oude bedrading aan de twee uiteinden worden doorgeknipt en moet de nieuwe bedrading dezelfde kabelbundel volgen. LET OP: de nieuwe kabelbundel mag niet beschadigd zijn en moet op dezelfde wijze worden aangebracht als de oorspronkelijke kabelbundel Voor het vervangen ervan, bouwt u de stoel uit en sluit u het nieuwe contact aan met hulzen en krimpkousjes of vervangt de complete bedrading. Controleer altijd de werking ervan na een botsing waardoor airbags zijn geactiveerd. LET OP: bij het 'installeren van elektrisch accessoires, mag de bedrading ervan niet in de buurt liggen van de kabelbundels naar de ontstekers van de airbags en van de gordelspanners en van de opname elementen aan de zijkant
259 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners GORDELSPANNERS BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De auto's hebben verschillende modellen gordelspanners. Gordelspanners op de schoudergordels voorin. Deze zijn aan de zijkant van het stoelframe gemonteerd. Een heupgordelspanner voor de bestuurder. Gordelspanner met oprolmechanisme op de autogordels achter (behalve de middelste gordel). Gordelspanner voor (schouder of heup) DI18801R Bij het ontsteken wordt de sluiting maximaal 70 mm teruggetrokken en spant zo de veiligheidsgordel De gordelspanner is voorzien van: een speciale sluiting (A), een pyrotechnische gasgenerator met ontsteker (B), Het is niet toegestaan de onderdelen van de gordelspanner afzonderlijk te demonteren. N.B.: Het systeem is pas operationeel als het contact aan staat. DI18802 OPMERKING: bij auto's met zij-airbags, kan de weerstand van de gordelspanners niet worden afgelezen op het diagnoseapparaat. Gebruik voor deze meting het gereedschap XRBAG, NXR of CLIP (controle bedrading)
260 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners UITBOUWEN LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. Zet de stoel in de lage stand en in het midden, en bouw hem uit met het gereedschap Elé (afhankelijk van de uitvoering). BELANGRIJK: Voordat u een gordelspanner uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt. Maak de autogordel los door op de grendel (1) te drukken Stoel uitgebouwd, verwijder: de stekker van de gordelspanner onder de voorstoel, de massadraad, de complete gordelspanner, na het verwijderen van de bekleding. BELANGRIJK: zie het hoofdstuk "Vernietiging" voor het onschadelijk maken van een nietgeactiveerde gordelspanner LET OP: Bij het uitbouwen van een stoel, mag u de stekker niet losmaken zodat er geen statische elektriciteit wordt opgewekt waardoor de airbag zou kunnen afgaan. TER HERINNERING: bij het activeren van de gordelspanners of de airbags, vergrendelt de rekeneenheid zich definitief en gaat het airbaglampje op het instrumentenpaneel branden. De rekeneenheid moet dan altijd worden vervangen (bepaalde componenten verliezen hun nominale waarden als de ontstekingsenergie er doorheen is gegaan)
261 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners Bijzonderheid De steel van de autogordel, aan bestuurderszijde, een elektrisch contact waarmee een lampje op het instrumentenpaneel, aangeeft of de gordel is vastgemaakt. INBOUWEN Let op de juiste ligging van de kabelbundels en hun bevestigingspunten Voor het loswippen van de stekker, verwijdert u de bevestigingsschroeven van de twee helften van de sluiting Voor het inbouwen van de stoel, controleert u visueel de staat van de stekkers aan de onderkant van de stoel en op de carrosserie Na het vervangen van de defecte delen en het weer aansluiten van de stekkers, moet u het systeem controleren met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het hoofdstuk storing zoeken
262 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners Gordelspanners achter De gordelspanner bevindt zich op het oprolmechanisme. Voor het uitbouwen, moet u de bekleding van de bagageruimte en van de zijwand achter verwijderen. Zie de methode in het hoofdstuk carrosserie. INBOUWEN Let op de juiste ligging van de kabelbundels en hun bevestigingspunten. Zet de bevestigingsbouten vast met 2,1 dan.m. ( 10 mm) of 4,4 dan.m. ( 12 mm). Na het vervangen van de defecte delen en het weer aansluiten van de stekkers, moet u het systeem controleren met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het deel storing zoeken Maak de stekker en de massadraad los en verwijder de bevestigingsbouten
263 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners SRP VEILIGHEIDSGORDELS De autogordels voor zijn voorzien van een specifiek spannings reductie programma (SRP). De SRP-veiligheidsgordel mag alleen worden ingebouwd in combinatie met een SRP-airbag (controleer ALTIJD zorgvuldig het bestelnummer van ieder onderdeel voordat het wordt vervangen). Autogordels die in gebruik waren bij het afgaan van de gordelspanners moeten altijd worden vervangen (ook als het niet zeker is dat zij in gebruik waren moet u ze vervangen). De op het oprolmechanisme uitgeoefende krachten zijn zo groot dat dit mechanisme inwendig defect kan zijn geraakt. STUURWIELAIRBAG De airbag in het stuurwiel heeft een speciaal opblaasbaar kussen (met het opschrift SRP). De zak kan verschillend opgeblazen worden (klein of groot volume) afhankelijk van ernst van de botsing of van de stand van de bestuurdersstoel. Bij deze montage, is de werking van de airbag verbonden met die van de bijbehorende autogordel. De afstelling van het spannings reductie programma van de gordel is speciaal afgestemd op dit type airbag. BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De airbag bevindt zich in de stuurwielnaaf. Hij bestaat uit: een airbagkussen met twee niveaus, een pyrotechnische gasgenerator met twee ontstekers, Het is niet toegestaan de onderdelen van de airbag afzonderlijk te demonteren. Bij het ontplooien verscheurt het airbagkussen de stuurwielbekleding N.B.: Het systeem is pas operationeel als het contact aan staat. BELANGRIJK: na het afgaan van de airbag, moeten altijd het stuurwiel en zijn bevestigingsbout worden vervangen
264 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners UITBOUWEN LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. BELANGRIJK: voordat u een airbag uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt met contact aan. BELANGRIJK: bij her uitbouwen van het stuurwiel, moeten de stekkers van de airbag (A) en (B) altijd worden losgemaakt. De stekker van de airbag sluit zichzelf kort als hij wordt losgemaakt om te voorkomen dat de airbag kan exploderen. BELANGRIJK: zie het hoofdstuk "Vernietiging" voor het onschadelijk maken van een nietgeactiveerde airbag. TER HERINNERING: bij het activeren van de gordelspanners of de airbags, vergrendelt de rekeneenheid zich definitief en gaat het airbaglampje op het instrumentenpaneel branden. De rekeneenheid moet dan altijd worden vervangen (bepaalde componenten verliezen hun nominale waarden als de ontstekingsenergie er doorheen is gegaan). INBOUWEN sluit de massadraad aan, plaats de twee stekkers en vergrendel de beveiligingen, plats de airbag op het stuurwiel, schuif hem omlaag tot hij vastklikt. Steek een schroevendraaier (type T30 of een pen 6 mm) in het gat (1) achter het stuurwiel, druk (2) de airbag omhoog om hem te verschuiven, wip de beveiligingen van de stekkers los, maak de twee voedingsstekkers van de gasgenerators los. BELANGRIJK: als alles is gemonteerd, controleert u het systeem met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het deel storing zoeken
265 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners DASHBOARD AIRBAG (passagier) De airbag in het dashboard (SRP) heeft een airbagkussen met twee niveaus. Bij deze montage, is de werking van de airbag verbonden met die van de bijbehorende autogordel. De afstelling van het spannings reductie programma van de gordel is speciaal afgestemd op dit type airbag. BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM Deze is in het dashboard ingebouwd voor de voorpassagier. Hij bestaat uit: een airbagkussen met twee niveaus, een vaste pyrotechnische gasgenerator met twee ontstekers. UITBOUWEN LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. BELANGRIJK: voordat u een airbag uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt. Om de dashboardairbag uit te kunnen bouwen moet wel het dashboard worden uitgebouwd. Zie de methode in het hoofdstuk 83. Verwijder de twee stekkers van de ontstekers en de bevestigingsbouten. BELANGRIJK: door het afgaan van de dashboardairbag vervormen en beschadigen de bevestigingspunten zodanig dat het dashboard moet worden vervangen. Vergeet niet tegen de zijkant van het nieuwe dashboard, de sticker aan te brengen die aangeeft dat er geen kinderstoeltje achterstevoren op de passagiersstoel mag worden geplaatst (de sticker zit in de set met nummer: ) N.B.: Het systeem is pas operationeel als het contact aan staat. BELANGRIJK: zie het hoofdstuk "Vernietiging" voor het onschadelijk maken van een nietgeactiveerde airbag. TER HERINNERING: bij het activeren van de gordelspanners of de airbags, vergrendelt de rekeneenheid zich definitief en gaat het airbaglampje op het instrumentenpaneel branden. De rekeneenheid moet dan altijd worden vervangen (bepaalde componenten verliezen hun nominale waarden als de ontstekingsenergie er doorheen is gegaan)
266 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners INBOUWEN LET OP: HOUD U STIPT aan de veiligheidsvoorschriften bij het inbouwen of vervangen van de dashboardairbag. Bij het niet opvolgen van deze voorschriften bestaat het gevaar dat het systeem niet normaal werkt en zelfs dat de inzittenden gevaar lopen. Bereikbaarheid van de ontsteker De ontsteker (met twee niveaus) of de tussenstekker (1) van de dashboardairbag is toegankelijk voor de diagnose via het dashboardkastje. Verwijder de kap van het dashboardkastje, de stekker bevindt zich rechts van het dashboard (bij de zekeringplaat/relais opties indien aanwezig). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen en zet de bevestigingen van de airbagmodule vast met het voorgeschreven aantrekkoppel. Vervang het bevestigingsklemmetje (2) van de dashboardairbag. BELANGRIJK: Controleer zorgvuldig of er niets bij montage is achtergebleven (schroefjes, klemmetjes...). Het aantrekkoppel van de module is 0,2 dan.m. Druk de stekker goed vast aan de kant van de module en sluit de vergrendeling. Breng een blauwe sticker "verzegeling van het systeem" nr aan (andere auto's). Voer een controle uit met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het hoofdstuk Storing zoeken LET OP: De controle van de ontsteker van de module mag uitsluitend uitgevoerd worden met het diagnoseapparaat en de XRBAG, zie het hoofdstuk storing zoeken
267 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners ZIJ-AIRBAG BORSTKAS (VOOR) BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De zij-airbag "borstkas" bevindt zich op de rugleuning van de voorstoelen aan de kant van het portier. Hij bestaat uit: een opblaasbaar kussen, een pyrotechnische gasgenerator met een vaste ontsteker. UITBOUWEN LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. BELANGRIJK: voor werkzaamheden aan de rugleuning of het uitbouwen van een stoel met zijairbag, moet u de rekeneenheid vergrendelen met het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt met contact aan. LET OP: Bij het uitbouwen van een stoel, mag u de stekker niet losmaken zodat er geen statische elektriciteit wordt opgewekt waardoor de airbag zou kunnen afgaan. LET OP: Bij werkzaamheden aan een stoel met een airbag en om een correcte ontplooiing ervan te garanderen, moet u de voorschriften opvolgen uit het hoofdstuk carrosserie (plaats, aantal, type van de te gebruiken klemmetjes...). Maak de massakabel van de accu los. Bij het ontplooien, scheurt het airbagkussen het schuimplastic en de bekleding los R N.B.: Het systeem is pas operationeel als het contact aan staat. Bouw de stoel uit met het gereedschap Elé.1584 en maak de rugleuning kaal. Zie de methode in het hoofdstuk carrosserie. Maak de stekker los en vervolgens de bedrading en de massadraad vrij van de airbagmodule (noteer de ligging van de bedrading en zijn bevestigingspunten). BELANGRIJK: als het systeem is geactiveerd geweest en als het opnieuw moet worden gebruikt, mag u de airbagmodule niet open maken. Het kussen is op een speciale manier opgevouwen
268 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners Verwijder de bevestigingspopnagel (1) en verschuif het airbagkussen. plaats de bij de module geleverde popnagel (1), Controleer of de massadraad correct is aangesloten op de airbagmodule (afhankelijk van de uitvoering). monteer de bedrading onder het zitkussen op dezelfde wijze en bevestigingspunten als bij de oorspronkelijke ligging. sluit de massadraad aan en controleer de vergrendeling van de stekker BELANGRIJK: zie het hoofdstuk "Vernietiging" voor het onschadelijk maken van een nietgeactiveerde zij-airbag. TER HERINNERING: bij het activeren van de gordelspanners of de airbags, vergrendelt de rekeneenheid zich definitief en gaat het airbaglampje op het instrumentenpaneel branden. Het opname element zij-airbag aan de kant van de botsing en de rekeneenheid moeten dan altijd worden vervangen (bepaalde componenten verliezen hun nominale waarden als de ontstekingsenergie er doorheen is gegaan). INBOUWEN BELANGRIJK: door het afgaan van de zij-airbag vervormen en beschadigen de bevestigingspunten zodanig dat het stoelframe moet worden vervangen. plaats van de airbagmodule op het stoelframe, bekleed de stoel en houd u daarbij stipt aan de richtlijnen genoemd in het hoofdstuk carrosserie (type en plaats van de klemmetjes enz.). monteer de stoel in de auto en sluit de stekkers weer aan. Zie de methode in het hoofdstuk carrosserie. Voer een controle uit met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het hoofdstuk Storing zoeken. LET OP: bij het niet opvolgen van deze instructies bestaat het gevaar dat het systeem niet goed functioneert, en zelfs dat de airbag zonder aanleiding ontploft
269 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners ZIJRUITAIRBAG BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De "rijruitairbag" of "hoofdairbag" is vastgezet achter de hemelbekleding. Bijzonderheden hatchback: om bij de gasgenerator (1) te kunnen komen moet de bekleding aan de achterkant worden verwijderd, Hij bestaat uit: een opblaasbaar kussen in de vorm van een gordijn, een pyrotechnische gasgenerator met een ontsteker (aan de achterkant). Het is niet toegestaan de onderdelen van de airbag afzonderlijk te demonteren. Bij het ontplooien, scheurt het airbagkussen de hemelbekleding door. N.B.: Het systeem is pas operationeel als het contact aan staat. UITBOUWEN LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. BELANGRIJK: voordat u een airbag uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt met contact aan voor het uitbouwen van de airbagmodule (2) en van het airbagkussen moet de hemelbekleding worden uitgebouwd
270 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners Bijzonderheden break: om bij de gasgenerator (1) te kunnen komen en voor het vervangen van de airbagmodule (2) moten de hemelbekledingen worden uitgebouwd, INBOUWEN BELANGRIJK: door het afgaan van de zij-airbag vervormen en beschadigen de bevestigingspunten zodanig dat de bevestigingsklemmetjes moet worden vervangen. Plaats de airbagmodule zonder de bouten vast te zetten. Plaats het airbagkussen te beginnen bij de handgreep (1). Plaats alle klemmetjes. Zet de bevestigingsbouten (2) vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m. maak de stekker los en maak de bedrading en de massadraad van de airbagmodule vrij. BELANGRIJK: als het systeem is geactiveerd geweest en als het opnieuw moet worden gebruikt, mag u de airbagmodule niet open maken. Het kussen is op een speciale manier opgevouwen. verwijder de complete airbag. BELANGRIJK: zie het hoofdstuk "Vernietiging" voor het onschadelijk maken van een nietgeactiveerde zij-airbag. TER HERINNERING: bij het activeren van de gordelspanners of de airbags, vergrendelt de rekeneenheid zich definitief en gaat het airbaglampje op het instrumentenpaneel branden. Het opname element zij-airbag aan de kant van de botsing en de rekeneenheid moeten dan altijd worden vervangen (bepaalde componenten verliezen hun nominale waarden als de ontstekingsenergie er doorheen is gegaan). Sluit de massadraad (E) aan (afhankelijk van de uitvoering). Sluit de stekker aan en vergrendel hem op de juiste wijze. Voer een controle uit met het diagnoseapparaat Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zoniet zie hoofdstuk storing zoeken. LET OP: bij het niet opvolgen van deze instructies bestaat het gevaar dat het systeem niet goed functioneert, en zelfs dat de airbag zonder aanleiding ontploft
271 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners ZIJ-AIRBAG BORSTKAS (ACHTER) BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De "zij-airbag borstkas achter" (1) is vastgezet achter de bekleding naast het zitkussen achter. Hij bestaat uit: een opblaasbaar kussen in de vorm van een gordijn, een vaste pyrotechnische gasgenerator met een ontsteker. UITBOUWEN LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. BELANGRIJK: Voordat u een airbag uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt met contact aan. kantel de rugleuning van de achterbank naar voren en maak de bekleding los, maak de stekker los en maak de bedrading en de massadraad van de airbagmodule vrij. Bouw het airbagkussen uit (twee bevestigingspunten) Bij het ontplooien verscheurt het airbagkussen de kap van de module. N.B.: Het systeem is pas operationeel als het contact aan staat BELANGRIJK: zie het hoofdstuk "Vernietiging" voor het onschadelijk maken van een nietgeactiveerde zij-airbag
272 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners INBOUWEN zet de airbagmodule vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m), controleer of de massadraad correct is aangesloten op de airbagmodule. plaats hem terug volgens de oorspronkelijke ligging en bevestigingspunten en sluit de massadraad (E) weer aan. Controleer de goede vergrendeling van de stekker Voer een controle uit met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het hoofdstuk Storing zoeken. LET OP: bij het niet opvolgen van deze instructies bestaat het gevaar dat het systeem niet goed functioneert, en zelfs dat de airbag zonder aanleiding ontploft
273 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners VERNIETIGEN LET OP: deze geldt niet als de lokale voorschriften een andere procedure voorschrijven die is gevalideerd en verspreid dor de afdeling Methodes, Diagnose en Reparatie Om ongelukken te voorkomen moeten de gaspatronen van airbags en gordelspanners onschadelijk worden gemaakt voordat de auto of het onderdeel worden gesloopt. LET OP: de frontale airbags hebben twee onafhankelijke ontstekers. Gebruik altijd het gereedschap Elé en de adapterkabels Elé en Elé R BELANGRIJK: pyrotechnische onderdelen mogen nooit bewaard worden voor later hergebruik. De gordelspanners en/of airbags moeten onschadelijk worden gemaakt voordat de auto naar de sloop wordt afgevoerd. LET OP: gordelspanners die voor garantie worden vervangen mag u niet onschadelijk maken. De leverancier kan ze in dat geval niet meer analyseren. Gebruik de verpakking van het nieuwe onderdeel voor het terugsturen van het defecte onderdeel. LET OP: ieder onderdeel is bestemd voor een autotype en mag nooit worden gemonteerd in een ander. De onderdelen zijn niet onderling verwisselbaar
274 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners GORDELSPANNERS LET OP: gordelspanners die voor garantie worden vervangen mag u niet onschadelijk maken. De leverancier kan ze in dat geval niet meer analyseren. Gebruik de verpakking van het nieuwe onderdeel voor het terugsturen van het defecte onderdeel. Onschadelijk maken in de auto: Zet de auto buiten de werkplaats. Verwijder de kap over de stelrails en sluit het vernietigingstoestel aan op de gordelspanner. Rol de verlengkabel volledig uit zodat u zich op tenminste 10 meter van de auto bevindt. Sluit de voedingsdraden van het gereedschap aan op een accu. Controleer of niemand zich in (de buurt van) de auto bevindt en ontsteek de gaspatroon van de gordelspanner door de beide knoppen van het gereedschap gelijktijdig in te drukken. N.B.: Indien de betreffende gaspatroon niet onschadelijk kan worden gemaakt (ontstekingsmechanisme defect), moet het oude onderdeel in de verpakking van het nieuwe onderdeel naar het magazijn worden teruggestuurd. vernietigen van het uitgebouwde onderdeel met het apparaat: Ga op dezelfde wijze te werk als bij de stuurwielairbag in een stapel oude banden (zie hierna). FRONTALE AIRBAG OF ZIJ-AIRBAG BORSTKAS (voor of achter) Het onderdeel moet voor het vernietigen altijd worden uitgebouwd. Voer deze werkzaamheden uit op een veilige plek buiten de werkplaats. Om te voorkomen dat het stekkerblok van de verlengkabel wordt beschadigd moet het airbagkussen na het aansluiten van de kabel op twee houten blokken worden geplaatst 96834S
275 BEDRADING 88 Airbags en gordelspanners Dek het geheel af met vier oude banden. ZIJRUITAIRBAG Voor het vernietigen moet de zijruitairbag worden uitgebouwd om de bevestigingen niet te beschadigen. Zet de module in een bankschroef, met de bevestigingen aan de onderkant. De bankschroef moet goed vastzitten aan de werkbank, en de werkbank moet aan de vloer zijn verankerd en geheel vrij zijn. Controleer of het airbagkussen zich vrij kan ontplooien. Sluit het vernietigingsgereedschap aan op de zijruitairbag. Rol de verlengkabel volledig uit zodat u zich op voldoende afstand bevindt bij het activeren S Sluit de verlengkabel aan op de airbag en rol hem volledig uit zodat u zich op tenminste 10 meter van de banden bevindt. Sluit de voedingsdraden van het gereedschap aan op een accu. Controleer of niemand zich in (de buurt van) de stapel banden bevindt en ontsteek de gaspatroon van de airbag door beide knoppen van het gereedschap gelijktijdig in te drukken. Sluit de voedingsdraden van het gereedschap aan op een accu. Controleer of niemand zich in (de buurt van) de stapel banden bevindt en ontsteek de gaspatroon van de airbag door beide knoppen van het gereedschap gelijktijdig in te drukken. N.B.: Indien de betreffende gaspatroon niet onschadelijk kan worden gemaakt (ontstekingsmechanisme defect), moet het oude onderdeel in de verpakking van het nieuwe onderdeel naar het magazijn worden teruggestuurd. LET OP: de frontale airbags hebben twee onafhankelijke ontstekers. Controleer altijd of beide ontstekers zijn afgegaan voor u ze als afval afvoert
276 BEDRADING 88 Automatische stekker van de stoel AUTOMATISCHE STEKKER VAN DE STOEL AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Aansl Omschrijving Voeding van de elektrische stoel Waarschuwingslampje autogordel (bestuurder) Voeding van de stoelverwarming Verlichting onder de stoel Massa Gordelspanner heupgordel (bestuurder) Gordelspanner schoudergordel Opname element stoelstand (bestuurder) Signaal geheugen (bestuurder) Voeding stoel met geheugen (bestuurder) Massa Zij-airbag borstkas Voeding stoel met geheugen (bestuurder) Controlelampje stoelverwarming Voeding elektrische stoel Verlichting onder de stoel Gordelspanner heupgordel (bestuurder) Gordelspanner schoudergordel Massa Signaal geheugen (bestuurder) Zij-airbag borstkas LET OP: Bij het uitbouwen van een stoel, mag u de stekker niet losmaken zodat er geen statische elektriciteit wordt opgewekt waardoor de airbag zou kunnen afgaan
277 BEDRADING 88 Stekker van de hemelbekleding De hemelbekleding is niet vastgelijmd in de auto. Deze wordt vastgehouden door de portierrubbers, de zonnekleppen en de handgrepen (gebruik het gereedschap Car. 1597). De bekleding kan worden vervangen met behoud van de kabelbundel, of de kabelbundel kan worden vervangen met behoud van de bekleding. INBOUWEN Bij het monteren van de kabelbundel op de bekleding, moet u goed letten op de juiste plaats van de stekkers ten opzichte van de rand van de bekleding. Een merkteken op de kabelbundel moet samenvallen net de rand van de bekleding. UITBOUWEN De kabelbundel is op de bekleding gelijmd. Om de kabelbundel los te maken, verwarmt u de lijm met een lijmpistool en doorsnijdt u de lijmstrook zonder de kabelbundel te beschadigen. Bijzonderheden van de handsfree antenne U kunt ook de defecte kabelbundel laten zitten en de nieuwe ernaast vastlijmen. De handsfree antenne is op de bekleding gelijmd. Hij kan apart worden vervangen
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU VERLICHTING VOORZIJDE XENONLAMPEN ACHTERLICHTEN BINNENVERLICHTING ZEKERINGEN STARTVERGRENDELING CLAXON ALARM INSTRUMENTEN - DASHBOARD BOORDCOMPUTER TELEMATICASYSTEEM SNELHEIDSREGELAAR
Zekeringen en Relais
HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR (64) plaats Deze plaat bevindt zich in de linker bovenkant van het dashboard. Zekeringsymbolen 0 A 0 A 0 A 0 A A 0 A A 7, A A 0 A 0 A A A A 0 A 0 A 0 A 0 A A 7, A 0 A 0 A
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 80C XENONLAMPEN 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 82C ALARM 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81C ZEKERING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU VERLICHTING VOORZIJDE ACHTERLICHTEN BINNENVERLICHTING ZEKERINGEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SCHAKELAARS WISSEN RADIO HUIS MET HULPORGANEN AIRBAGS EN GORDELSPANNERS
Zekeringen en Relais
INHOUD ZEKERINGPLAAT INTERIEUR (1016) 2 ZEKERINGHOUDERMODULES 1 en 2 (1792-1793) 6 RELAISPLAAT INTERIEUR (602-805-2375) 8 RELAIS NA CONTACT (853) 10 REKENEENHEID INTERIEUR (645) 11 TRACTIEBATTERIJ (938)
IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter
Panoramadak Dankzij het brede glazen dak zijn het zicht en de lichtinval in het interieur ongekend. 78 Te openen achterruit (SW) Dankzij deze voorziening hebt u eenvoudig toegang tot de bagageruimte zonder
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V 77 11 311 204 DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr.: 09, 08 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Configuratie en inleren - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 8 Diagnose - Overzicht van de staten - 9 Diagnose - Betekenis
OVERZICHT VAN DE ORGANEN
101 AANSTEKER 103 DYNAMO 104 STARTSCHAKELAAR 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 118 REKENEENHEID ABS 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN
Elektrische installatie
Elektrische installatie XENONLAMPEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SNELHEIDSREGELAAR ZEKERINGPLAAT INTERIEUR REGELING VAN DE PORTIEREN ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - OPEN DAK PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 EDITION NEERLANDAISE NOVEMBER 2000 RENAULT 2000
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 77 11 297 444 NOVEMBER 2000 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden,
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK
Bekleding ALGEMEEN INTERIEURBEKLEDING PORTIERBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN HOEDENPLANK STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK STOELACCESSOIRES
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr. : 08-09 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose - Overzicht van de storingen - 16 Diagnose - Betekenis
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 80C XENONLAMPEN 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 82A STARTVERGRENDELING 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83C INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting - 2 Instrumentenpaneel - 3 Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer
0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B
0 Algemeen HEFMIDDELEN 02B CARROSSERIE INNOVATIES X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de
Elektrische installatie
Elektrische installatie INSTRUMENTEN - DASHBOARD Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 15 Diagnose
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 01D MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN 04A SMEERMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 84A SCHAKELAARS 85A
Elektrische installatie
Elektrische installatie Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Vervangen van organen - 8 Diagnose - Configuratie en inlezen - 9 Diagnose - Overzicht van de storingen - 10-11 Diagnose - Behandeling van de
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA OPENEN MOTORKAP Motorkap in gesloten toestand OPENEN MOTORKAP Trek de hendel naar achteren en de motorkap is ontgrendeld. OPENEN MOTORKAP In het midden van de motorkap, net
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076)
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager - Technisch
Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.
COBRA 889 INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. De belangrijkste vernieuwing in deze 889-serie bestaat uit het systeem, dat de herkenningscode van de afstandsbediening
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2004
Airconditioning VERWARMING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 084 FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
INTELLISTART 4 INSTALLATIE
Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu
Elektrische installatie
Elektrische installatie VERLICHTING VOORZIJDE INSTRUMENTEN - DASHBOARD TELEFOON MULTIMEDIA ZEKERINGPLAAT INTERIEUR PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM AIRBAG EN GORDELSPANNERS JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting
Maak deze plug los van de schakelaar ( op foto is aanpassing al gemaakt!)
Inbouw Comfortknipper in een MG (T)F Koppel voor de veiligheid de massa kabel van de accu los Demonteer het onderste paneel onder de stuurkolom (3 boutjes), waarvan één achter het klepje zit. Verwijder
RUITENWISSERS/-SPROEIERS
Elektrische functie printen RUITENWISSERS/-SPROEIERS RUITENWISSERS/-SPROEIERS - BESCHRIJVING De ruitenwissers/-sproeiers worden bediend via de hendel rechts naast het stuur: de hendel kan - door omhoog
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
WAARSCHUWING. CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing
Form No. 3378-99 Rev A CE verlichtingsset Groundsmaster 4000-serie tractie-eenheid met Yanmar motor Modelnr.: 30660 Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Dit product
INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41
INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 MKR41 HI-SEC DEZE KIT BESTAAT UIT: 1. Elektronische module met een startonderbrekingssysteem, knipperlichtsignalering, aansluitingen voor alle typen deurvergrendeling en
Verwarming en ventilatie
Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G10 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE RUITENWISSERS Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
LCD scherm va LCD scherm
scherm 1. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica
4 Plaatwerk ALGEMEEN BODEMPLAAT VOOR CENTRALE BODEMPLAAT ZIJKANT BODEMPLAAT BODEMPLAAT ACHTER BOVENBOUW VOOR BOVENBOUW ZIJKANT BOVENBOUW ACHTERZIJDE
4 Plaatwerk 40A ALGEMEEN 41A BODEMPLAAT VOOR 41B CENTRALE BODEMPLAAT 41C ZIJKANT BODEMPLAAT 41D BODEMPLAAT ACHTER 42A BOVENBOUW VOOR 43A BOVENBOUW ZIJKANT 44A BOVENBOUW ACHTERZIJDE 45A BOVENKANT CARROSSERIE
LCD scherm ve LCD scherm
scherm. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica zelf
Installatie handleiding Centrale Deurvergrendeling De Basis unit. Schema type 1
Installatie handleiding Centrale Deurvergrendeling De set bestaat uit: 2x Handzender (AB) Kabelboom Basis unit Aansluitmateriaal De Basis unit. Plaats deze in de auto onder het dashboard of in het midden
Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A
SERVICE MEDEDELING Edition néerlandaise (wit) SAFRANE JANUARI 1997 77 11 192 134 Type B 54 L, F 2697A Service 0422 S/Chapitre 29 Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A 29 BIJZONDERHEDEN
SELCA IS200 klasse 2 alarm SELCA IS300 klasse 3 alarm
SELCA IS200 klasse 2 alarm SELCA IS300 klasse 3 alarm SCM certificeringnummer AA030037 INSTALLATIE HANDLEIDING OMSCHRIJVING van de componenten Basisunit FM7.11 Sirene AL6.51 met ingebouwde noodstroomaccu
Klemcoderingen en pinbezettingen van de stekkerdoos: In dit bestand worden de volgende onderdelen beschreven: - Klemcoderingen (tabel)
Klemcoderingen en pinbezettingen van de stekkerdoos: In dit bestand worden de volgende onderdelen beschreven: - Klemcoderingen (tabel) - Aanhangwagen stekkerdoos - 7-polige pinbezetting - 13-polige Jaeger
BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERSTOELEN
7 Bekleding 71A INTERIEURBEKLEDING 72A BEKLEDING DEUREN 73A BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN 75A STOELFRAME EN STELRAILS VOOR 76A STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER 77A BEKLEDING VOORSTOELEN 78A BEKLEDING ACHTERSTOELEN
6 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING. X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 61A 62A 62B 62C
6 Airconditioning 6A VERWARMING 62A AIRCONDITIONING 62B GEREGELDE AIRCONDITIONING 62C HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 APRIL 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
Parameters Zichtbaarheid. Inleiding
Inleiding Inleiding De lijst van parameters in dit document is beperkt tot die parameters die relevant worden geacht voor carrosseriebouwers. Neem contact op met een een erkende Scania werkplaats voor
Zekeringen ZEKERINGEN
Zekeringen ZEKERINGEN Zekeringen zijn eenvoudige circuit-onderbrekers waardoor elektrische uitrusting wordt beschermd tegen de gevolgen van stroom-stoten. Een doorgebrande zekering blijkt uit het feit
Montagevoorschriften
Montagevoorschriften BCU Mont_BCU1_NL.Doc 1/9 Inhoudsopgave 1. Montage van de onderdelen... 3 2. Aansluitingen van de 8 polige stekker... 3 3. Aansluitingen van de 10 polige stekker... 4 4. Opstarten...
Datum/Date: 04/2003ne Update: 07/2007 Car Access System E60, E61, E63, E64, E70, E81, E87, E90, E91, E92, E93
Datum/Date: 04/2003ne Update: 07/2007 Car Access System E60, E61, E63, E64, E70, E81, E87, E90, E91, E92, E93 Inleiding Het Car Access System (CAS) regelt de toegangsmogelijkheden tot de auto.ne De CASregeleenheid
Crafter. Regelapparaaten. Overzicht en inbouwplaats delen van de regelapparaaten. Inbouwplaatsen
Regelapparaaten Overzicht en inbouwplaats delen van de regelapparaaten 1 - Regelrelais voor koelluchtventilator - J293 pagina 203/3 2 - Airbagregelapparaat - J234 vanaf pagina 203/4 3 - regelapparaat bedieningselektronica
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing Fun2Go Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
Verlichtingsset of montageset voor verlichting T4240 maaier. Figuur 1
Form No. Verlichtingsset of montageset voor verlichting T4240 maaier Modelnr.: 02844 Modelnr.: 02845 3415-720 Rev A Installatie-instructies De machine gebruiksklaar maken 1. Parkeer de machine op een horizontaal
GT-912/GT-913/GT-914 Inbouwhandleiding
GT-912/GT-913/GT-914 Inbouwhandleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +031 102927461 Fax. +031 104795755 www.rhodelta.nl [email protected] 1.0 - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914
De voorkant. De zijkant. De banden
Controlepunten: De voorkant De verlichting moet heel zijn en werken (de werking van de verlichting, remlichten en richtingaanwijzers kan voor je gaat rijden gecontroleerd worden door de examinator) De
Wegverlichting- en homologatieset Workman HD multifunctionele voertuigen uit 2012 en later
Form No. Wegverlichting- en homologatieset Workman HD multifunctionele voertuigen uit 202 en later Modelnr.: 20-5030 Modelnr.: 20-5045 3386-93 Rev A Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)
1 INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844) Hartelijk dank voor het kiezen van een GT produkt. Onze materialen zijn met uiterste zorg gefabriceerd en getest. Mocht U vragen over onze produkten hebben, dan
Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING
Chassis DAE Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 9 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G01 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE VERLICHTING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
Elektrische installatie op voertuigen
Elektrische installatie op voertuigen Doel Je kunt in een 12- of 24-voltinstallatie een storing opsporen en verhelpen. antwoorden Oriëntatie Voordat je met een trekker en een werktuig de openbare weg op
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama
Instructie www.lolkama.com Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama Voor het CBR praktijkexamen worden door de examinator, controle vragen gesteld over de banden, motor, dashboard
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies
De voorkant. De zijkant. De banden
Controlepunten: In deze handleiding vind je de specifieke voertuigkenmerken van de Suzuki Swift. Algemene dingen kun je in je Ris praktijkboek vinden. Dus hier kun je b.v. vinden met welk knopje je de
WAARSCHUWING. Kabelbinder 6 De kabelboom leiden.
Achterste werklichten Multi Pro gazonspuitmachine Modelnr.: 41010 Form No. 3401-388 Rev B Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Dit product bevat een chemische stof
Voertuig Controle BMW 116d Sportline
Voertuig Controle BMW 116d Sportline Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees deze pagina een aantal keren aandachtig door
Paneel bestuurderszijde Middenpaneel bestuurderszijde Paneel passagierszijde
INSTALLATIE- INSTRUCTIES Onderdelenlijst BINNENPANEEL ACCORD FEB. 2008 Paneel bestuurderszijde Middenpaneel bestuurderszijde Paneel passagierszijde Middenpaneel passagierszijde Schakelpaneel bestuurderszijde
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AC / QCAV / MTD FILIALEN / IMPORTEURS / DR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND
Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN
Kort overzicht Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN 6 5 4 3 2 1 12 9 3 6 80 100 120 km/h 60 140 40 160 LAND - - ROVER 20 0 180 200 H4959 7 8 9 1. Frisseluchtrooster - bedieningsknop 2. Ventilator - regeling
OVERZICHT VAN DE ORGANEN
101 AANSTEKER 103 DYNAMO 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 119 REKENEENHEID AUTOMATISCHE TRANSMISSIE 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 02A HEFMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN 05A OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
Schakelaar voor voorste differentieel Workman HDX/HDX-D multifunctionele voertuigen met vierwielaandrijving
Form No. Schakelaar voor voorste differentieel Workman HDX/HDX-D multifunctionele voertuigen met vierwielaandrijving Modelnr.: 121-6337 3378-789 Rev B Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition
Trekhaak, bedrading, 13-polig
Installation instructions, accessories Instructienr. 31324633 Versie 1.0 Ond. nr. 31414859, 31373184 Trekhaak, bedrading, 13-polig IMG-264110 Volvo Car Corporation Trekhaak, bedrading, 13-polig- 31324633
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Afkortingen - 1 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 12 Diagnose - Vervangen van organen - 13
ES-S7B. Buitensirene.
ES-S7B Buitensirene www.etiger.com Inhoud van de verpakking 1 x ES-S7B 1 x 12V adapter 1 x back-upbatterij (ingebouwd) 1 x siliconen frame Schroeven, pluggen en siliconen doppen Documentatie Belangrijke
Installation instructions, accessories. Stuurwiel, leer. Volvo Car Corporation Gothenburg, Sweden , ,
Installation instructions, accessories Instructienr. 30756608 Versie 1.2 Ond. nr. 30756607, 30756606, 31316446 Stuurwiel, leer IMG-339612 Volvo Car Corporation Stuurwiel, leer- 30756608 - V1.2 Pagina 1
Voertuigaccu WAARSCHUWINGSSYMBOLEN VAN DE ACCU VERZORGING VAN DE ACCU
WAARSCHUWINGSSYMBOLEN VAN DE ACCU Op het acculabel staan de volgende waarschuwingen: Niet roken, geen open vuur, geen vonken. De accu stoot vaak explosieve gassen uit. Uit de buurt van kinderen houden
STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT
STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT 8211-0278-08 1 2 3 4 5 2 6 K 7 J G H J I 8 9 S R T Q 10 11 C D E, F A F J B K 3 NEDERLANDS NL 1 ALGEMEEN Dit symbool geeft een WAARSCHU- WING
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
Elektrische functie printen DIMLICHT
Elektrische functie printen DIMLICHT DIMLICHT BESCHRIJVING De auto is uitgerust met twee dimlichten in de koplampunits. Het dimlicht wordt ingeschakeld als de stuurkolomschakelaar in de stand na de stand
Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948
Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Belangrijke informatie Gefeliciteerd met de aankoop van uw voertuig beveiligingsysteem. Het is ontworpen om jaren van probleemloze
Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding
Motor Scooter Alarm Systeem Installatie handleiding Aansluiten van draden en stekkers Stap 1 Basisunit.Basis unit aansluiten (speaker, sirene, antenne) en tijdelijk een plaats zoeken voor bevestiging (pas
Prakticum Veiligheid
Prakticum Veiligheid 1 Opdracht: Airbagsysteem controleren met de VAG 1551 (Deze opdracht is gemaakt voor een Seat Leon, uitgevoerd met een TDI 1.9 AHF motor, zoals deze op het Mondriaan College aanwezig
Saab Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SITdefault
SCdefault 9-5 Montagerichtlijn SITdefault Bedrading voor navigatie-uitrusting MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction
Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI
Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI I. Functies FM 2-weg autoalarm. 2. Alarm aan (stil) Druk nogmaals 1x op de knop van de afstandbediening om alarm in AUTO Localiseren status te activeren, indien
INBOUW HANDLEIDING GT403, 404
INBOUW HANDLEIDING GT403, 404 Hartelijk dank voor het kiezen van een GT produkt. Onze materialen zijn met uiterste zorg gefabriceerd en getest. Mocht U vragen over onze produkten hebben, dan staan onze
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
900 Montagerichtlijn. SITdefault F930A205
3456789 900 Montagerichtlijn SITdefault F930A05 3456748946 83 54 5 4 6 0 7 8 3 9 3 F930A390 Versterker Luidspreker hoge tonen (4 st.) 3 Basluidspreker ( st.) 4 Bout (8 st.) 5 Kapje, connector 6 Connector
Renault Clio Energy TCe 90pk ECO2 Dynamique 2016
Renault Clio Energy TCe 90pk ECO2 Dynamique 2016 16.900 Algemene Opties en Accessoires: Climate control Keyless entry Regensensor Audio, tv en 12v access: 12V accessoire-aansluiting in de middenconsolebluetooth
Wind, Sun & Rain Sensor Instructions
Awning Instructions Wind, Sun & Rain Sensor Instructions B C D Nederlands Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Inhoud Garantie Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 35 AFTER SALES SERVICE CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager
Afstelbare parameters - Signalering en zichtbaarheidssystemen
Inleiding Inleiding De lijst van afstelbare parameters is beperkt tot die parameters die relevant worden geacht voor carrosseriebouwers. Bezoek voor meer informatie over de huidige parameters voor een
AIRBAGS EN GORDELSPANNERS
AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Airbag In een moderne carrosserie komen we tegenwoordig een aantal voorzieningen tegen die de actieve en de passieve veiligheid van de auto verhogen. Een goed voorbeeld hiervan
Bedrading trekhaak, 13-polig. Bedrading trekhaak, 13-polig V1.3
Installation instructions, accessories Instructienr. 31285780 Versie 1.3 Ond. nr. 31285778 Bedrading trekhaak, 13-polig M3703542 Volvo Car Corporation Bedrading trekhaak, 13-polig- 31285780 - V1.3 Pagina
