Elektrische installatie
|
|
|
- Sandra van der Zee
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Elektrische installatie ACCU VERLICHTING VOORZIJDE XENONLAMPEN ACHTERLICHTEN BINNENVERLICHTING ZEKERINGEN STARTVERGRENDELING CLAXON ALARM INSTRUMENTEN - DASHBOARD BOORDCOMPUTER TELEMATICASYSTEEM SNELHEIDSREGELAAR SCHAKELAARS WISSEN-SPROEIEN RADIO HUIS MET HULPORGANEN REGELING VAN DE PORTIEREN OPEN DAK PARKEERHULP KABELBUNDELS MULTIPLEXSYSTEEM AIRBAGS EN GORDELSPANNERS BESTUURDERSSTOEL BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan RENAULT. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van RENAULT. RENAULT 2001
2 Elektrische installatie Inhoud Blz. Blz. 80A ACCU 81C ZEKERINGEN Bijzonderheden 80A-1 Zekeringen-/relaisplaat 81C-1 80B VERLICHTING VOORZIJDE 82A STARTVERGRENDELING Automatische verlichting 80B-1 Rijverlichting 80B-3 Koplampen 80B-4 Bevestigingspootjes 80B-6 Lampen 80B-7 Verstelling 80B-9 Mistlichten 80B-11 82B RENAULT-kaart 82A-1 Rekeneenheid inspuitsysteem 82A-13 RENAULT-kaartlezer 82A-14 Elektrische stuurkolomgrendel 82A-15 CLAXON 80C XENONLAMPEN Claxon 82B-1 81A Algemeen 80C-1 Principeschema 80C-3 Opname element wagenhoogte achter 80C-4 Opname element voor - Rekeneenheid 80C-6 Koplampen 80C-7 Stelmotors 80C-8 Lampen 80C-9 Rekeneenheid (voorschakeleenheid) 80C-10 Initialisatie van het systeem en afstellen van de koplampen 80C-11 ACHTERLICHTEN 82C 83A ALARM Algemeen 82C-1 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A-1 Instrumentenpaneel 83A-11 Tankelement 83A-19 Oliepeilzender 83A-20 Display 83A-21 Lichten in achterscherm 81A-1 Lichten in achterklep 81A-2 Derde remlicht 81A-3 83B BOORDCOMPUTER Spraakmaker 83B-1 81B BINNENVERLICHTING Algemeen 81B-1 Binnenlicht 81B-2 Verlichting make-up spiegel 81B-3
3 Blz. Blz. 83C TELEMATICASYSTEEM 84A SCHAKELAARS 83D Navigatiesysteem: Algemeen 83C-1 Navigatiesysteem: Centrale communicatie eenheid 83C-5 Navigatiesysteem: Rekeneenheid 83C-8 Navigatiesysteem: Scherm 83C-11 Navigatiesysteem: Antenne 83C-14 Navigatiesysteem: Initialisatie 83C-15 Navigatiesysteem: Taal veranderen 83C-16 Navigatiesysteem: Plaatsbepaling 83C-17 Navigatiesysteem: Navigatie menu's 83C-18 Navigatiesysteem: Klachten 83C-20 Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C-21 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregeling en -begrenzing: Beschrijving 83D-1 Snelheidsregeling en -begrenzing: Bestemming van de stekkers 83D-4 Snelheidsregelaar: Werking 83D-7 Snelheidsbegrenzer: Werking 83D-8 Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Beschrijving 83D-9 Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Werking 83D-12 Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Uitbouwen - Inbouwen 83D-13 Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Bestemming van de stekker 83D-14 Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Afstellen van het systeem 83D-15 85A Draaibare doorvoer 84A-1 Ruitenwisserschakelaar 84A-3 Lichtschakelaar 84A-4 Schakelaar alarmknipperlichten 84A-5 RENAULT-kaartlezer 84A-6 Elektrische stuurkolomgrendel 84A-7 Startknop 84A-8 Regelweerstand verlichting 84A-9 Automatische parkeerrem 84A-10 Klokje 84A-11 Schakelaar achterruit 84A-12 Schakelaar stoelverwarming 84A-13 Schakelaar open dak 84A-14 Schakelaar portiervergrendeling 84A-15 Schakelaars ruitbediening 84A-16 Schakelaar kinderveiligheid 84A-23 Sensor openen van de portieren 84A-24 Portiersloten 84A-25 Elektrisch achterklepslot 84A-26 Elektrische achterklepslotpen 84A-27 Schakelaar spiegels 84A-28 Binnenspiegel 84A-29 Buitenspiegels 84A-30 Buitentemperatuurzender 84A-31 Diagnose van de spiegels - Klachten 84A-32 Diagnose van de spiegels - Zoekschema's 84A-33 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwisserbladen voor 85A-1 Ruitenwissermechanisme voor 85A-2 Ruitenwisser voor 85A-3 Ruitenwisser achter 85A-8 Ruitensproeiers 85A-10 Koplampsproeiers 85A-11
4 Blz. Blz. 86A RADIO 87C REGELING VAN DE PORTIEREN Autoradio "lage gamma": Algemeen 86A-1 Autoradio "lage gamma": Aansluitingen 86A-5 Autoradio "lage gamma": Display 86A-6 Autoradio "lage gamma": Verwijderen van een CD 86A-7 Autoradio "hoge gamma": Algemeen 86A-8 Autoradio "hoge gamma": Werking 86A-10 Autoradio "hoge gamma": Antidiefstalcode 86A-14 Autoradio "hoge gamma": Zelfdiagnose 86A-17 Autoradio "hoge gamma": CD-wisselaar 86A-18 Autoradio "hoge gamma": Tuner-versterker 86A-19 Autoradio "hoge gamma": Display 86A-21 Diagnose autoradio: Klachten 86A-22 Diagnose autoradio: Zoekschema's 86A-23 Bediening bij het stuurwiel 86A-37 Antenne 86A-39 Luidsprekers 86A-40 87D Auto zonder sleutel: RENAULT-kaart 87C-1 Auto zonder sleutel: "Eenvoudige" RENAULT-kaart 87C-5 Auto zonder sleutel: "Handsfree" RENAULT-kaart 87C-7 Auto zonder sleutel: Zijknipperlichten 87C-10 Auto zonder sleutel: RENAULT-kaartlezer 87C-11 Auto zonder sleutel: Startknop 87C-12 Auto zonder sleutel: Elektrische stuurkolomgrendel 87C-14 Auto zonder sleutel: Sensors openen 87C-15 Auto zonder sleutel: Antenne handsfree 87C-16 Auto zonder sleutel: ToewijzenRENAULT-kaart 87C-17 Inlezen van een RENAULT-kaart 87C-19 Auto zonder sleutel: Noodwerking 87C-21 Auto zonder sleutel: Principeschema 87C-22 OPEN DAK Elektrisch open dak 87D-1 87B HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur 87B-1 Inlezen van het huis met hulporganen interieur 87B-9 Inlezen - Toewijzen RENAULT-kaart 87B-11 Inlezen van een RENAULT-kaart 87B-13 Configuratie huis met hulporganen Interieur 87B-15 87F PARKEERHULP Algemeen 87F-1 Schakelaar uitschakeling 87F-2 Rekeneenheid 87F-3 Zoemer 87F-5 Ultrasoon sensors 87F-6
5 Blz. 88A BEDRADING Plaats van de rekeneenheden in de auto 88A-1 Plaats van de gecontroleerde rekeneenheden 88A-2 Automatische stekker onder stoel 88A-3 Stekker hemelbekleding 88A-4 88B MULTIPLEXSYSTEEM Beschrijving 88B-1 88C AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Algemeen 88C-1 Rekeneenheid van de airbag 88C-5 Crash sensors zijkanten 88C-9 Opname element stoelpositie 88C-10 Rekeneenheid oprolmechanisme met elektrische blokkering van de gordel 88C-11 Oprolmechanisme met elektrische blokkering van de gordel voor 88C-13 Gordelspanners voor 88C-15 Gordelspanners achter 88C-17 Frontale airbag bestuurder 88C-19 Frontale airbag passagier 88C-21 Zij-airbags voor (thorax) 88C-23 Zij-airbags achter 88C-25 Zij-airbags achter (thorax) 88C-26 Zijruitairbags achter 88C-27 Onschadelijk maken (vernietigen) 88C-29 88D BESTUURDERSSTOEL Memorysysteem bestuurdersstoel 88D-1 Elektrische stoelverstelling 88D-8
6 180A ACCU Bijzonderheden 80A UITBOUWEN Deze auto's zijn uitgerust met loodcalcium accu's met een laag waterverbruik. Het bijvullen van het peil van de accuvloeistof is dus verboden. INBOUWEN Zet de accu goed op zijn plaats en zet de bevestiging van de beugel vast met een aantrekkoppel van 1,2 dan. Als de auto verplaatst moet worden, breng dan, voor het loskoppelen van de accu,de Renault card in de kaartlezer tot het aanzetten van het contact (behalve als de auto is uitgerust met het "Carminat" navigatiesysteem). Trek de Renault card terug tot de stand "accessoires", de stuurkolom blijft ontgrendeld. Schakel alle elektrische stroomverbruikers uit. Voor het verwijderen van de accu, verwijdert u de sierkappen en draait u de bevestiging (A) van de beugel los. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Na het inbouwen van de accu of iedere keer nadat deze is los geweest, kan het nodig zijn een aantal eenvoudige inlezingen uit te voeren, zonder diagnoseapparaat, om de auto goed te kunnen laten werken: klokje op tijd zetten, invoeren van de viercijferige code van de autoradio (met de afstandsbediening bij het stuurwiel), initialiseren van de ruitbedieningen met sneltoets: de ruiten geheel sluiten, de ruiten sluiten schoksgewijs tot de bovenste aanslag, houd de toetsen enkele secondes ingedrukt, laat de ruiten zakken tot de onderste aanslag, houd de toetsen enkele secondes ingedrukt, de motors zijn geïnitialiseerd. initialiseren van de motor van het open dak: zet de schakelaar van het open dak in de stand maximaal kantelen, druk op de schakelaar. Na 2 secondes, kantelt het dak stap voor stap in de maximum stand en zakt dan weer enkele centimeters, laat de schakelaar los, druk binnen 5 secondes opnieuw op de schakelaar, houd de schakelaar ingedrukt, het dak schuift open en weer dicht, de motor is geïnitialiseerd, zet de schakelaar in de stand "uit". voer de viercijferige code in van het videosysteem. N.B.: Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. OPMERKING: voor auto's met een "Carminat" navigatiesysteem, moet u wachten tot het systeem geheel is uitgeschakeld (40 secondes ongeveer) voordat u de accu loskoppelt. 80A-1
7 ACCU Bijzonderheden 80A VEILIGHEID Wij wijzen er met klem op dat de accu: zwavelzuur bevat dat zeer gevaarlijk is, bij het opladen zuurstof en waterstof vormt. Bij het vermengen van deze gassen ontstaat het explosieve knalgas en als gevolg daarvan explosiegevaar. 1) GEVAAR "ZUUR" De oplossing van zwavelzuur is erg agressief en giftig en tast de meeste metalen aan. Om deze reden moet u bij het werken met de accu de volgende voorzorgen treffen: draag een veiligheidsbril, draag handschoenen en zuurbestendige kleding. Zuurspatten moeten met overvloedig water van alle getroffen delen afgespoeld worden. Indien er spatten in de ogen zijn gekomen moet een arts geraadpleegd worden. 2) GEVAAR "EXPLOSIE" Als een accu geladen wordt, komt zuurstofgas en waterstofgas vrij. De hoeveelheid die ontstaat is het grootst als de accu geheel geladen is, en is evenredig met de laadstroom. Het zuurstofgas en het waterstofgas vermengen zich in de vrije ruimte boven de platen en vormen zo het bijzonder explosieve knalgas. Dit mengsel is zeer explosief. De kleinste vonk of warmtebron kan een explosie veroorzaken. De ontploffing is zo hevig dat de accu uit elkaar kan spatten en het accuzuur in het rond vliegt. Personen in de omgeving lopen gevaar geraakt te worden door brokstukken of zuurspatten. Deze spatten zijn gevaarlijk voor de ogen, het gezicht en de handen en tasten ook kleding aan. Draag handschoenen en zuurbestendige kleding. Gezien de ernst van het explosiegevaar moet de accu dus altijd met de grootste zorgvuldigheid worden behandeld. Iedere kans op vonken moet worden voorkomen. Controleer of alle elektrische stroomverbruikers volledig zijn uitgeschakeld. Schakel de acculader uit voordat u deze aansluit op of losmaakt van de accupolen. Leg nooit metalen voorwerpen op de accu: zij kunnen kortsluiting tussen de polen veroorzaken. Kom nooit dicht bij een accu met open vuur: een lasbrander, een blaaslamp, een sigaret, een brandende lucifer. 80A-2
8 ACCU Bijzonderheden 80A CONTROLE EN ONDERHOUD Controle op het oog 1. van de bevestiging de accu moet goed vastgezet zijn (aantrekkoppel 12 N.m). Het te sterk vastzetten is niet nodig en gevaarlijk, want hierdoor kan de bak vervormen of zelfs breken. Een te los vastzetten daarentegen veroorzaakt speling, waardoor de bak kan slijten door het verschuiven en breken door schokken. 2. van de reinheid controleer of de polen vrij zijn van kruipzouten (sulfaten) en maak ze, indien nodig schoon en vet ze in de klemmen op de polen met de juiste aantrekkoppels zijn vastgezet. Een slecht contact kan start- of laadproblemen veroorzaken en door vonken kan de accu ontploffen. Zuurspatten moeten met overvloedig water van alle getroffen delen afgespoeld worden. Indien er spatten in de ogen zijn gekomen moet een arts geraadpleegd worden. LAADTOESTAND VAN DE ACCU Voor de controle van de accu en het te gebruiken materiaal, raadpleegt u de Mededeling "Systematische controle van de accu's voor aflevering van nieuwe auto's". Uitleg van de valideringstest van de acculader. Bij het laden vindt verwarming plaats die sterker en sneller is naarmate de laadstroom groter is. Daarom is het noodzakelijk om een acculader met constante spanning te gebruiken. Test stel de potentiometer voor de regeling van de laadstroomsterkte in op maximaal, lees de spanning af op de lader of aan de accupolen. Als de spanning boven 15 Volt komt, levert de acculader geen constante spanning en is hij (gevaarlijk voor de accu). Stop met laden. 80A-3
9 280B VERLICHTING VOORZIJDE Automatische verlichting 80B AUTOMATISCH WERKENDE VERLICHTING TIJDENS HET RIJDEN De auto's kunnen uitgerust zijn met dimlichten en de markeringslichten (die bij draaiende motor) automatisch in- en uitschakelen, al naar gelang de lichtsterkte buiten. Activeren De functie wordt verzorgd door de lichtsensor (ingebouwd in de regensensor) en het huis met hulporganen interieur. 1 Regensensor 2 Huis met hulporganen interieur (UCH) 3 Koplampen 4 Lichtschakelaar De functie kan met de lichtschakelaar worden geactiveerd en gedeactiveerd als het huis met hulporganen interieur correct is geconfigureerd (raadpleeg hoofdstuk 87B): zet het contact aan, zet met de lichtschakelaar de verlichting binnen 4 secondes twee keer aan en uit, als de staat van de functie verandert, geeft het instrumentenpaneel een geluidssignaal. Voor de bijzonderheden van het vervangen van de lichtsensor, raadpleeg hoofdstuk 85A "Regensensor". 80B-1
10 VERLICHTING VOORZIJDE Automatische verlichting 80B UITSCHAKELVERTRAGING VAN DE VERLICHTING Afhankelijk van de uitvoering kunnen de dimlichten (bij stilstaande motor) automatisch in- en uitschakelen, om de voorkant van de auto te verlichten. Deze functie is alleen mogelijk bij contact uit en werkt met tijdsduren van 30 secondes (maximum 2 minuten). Activeren het activeren gebeurt via de lichtschakelaar: zet het contact uit, geef met de lichtschakelaar twee signalen met het grootlicht, het instrumentenpaneel geeft een geluidssignaal, de lichten krijgen voeding gedurende 30 secondes, bij ieder signaal met het grootlicht via de lichtschakelaar wordt de tijdschakeling verlengd met 30 secondes. 80B-2
11 VERLICHTING VOORZIJDE Rijverlichting 80B De werking van de rijverlichting (running-lights) in bepaalde landen wordt verzorgd door het huis met hulporganen interieur. Daarnaast bevat de zekering-relaisplaat speciale shunts voor de voeding van de lichtschakelaar (onderdeelnummer ). Om toegang te krijgen tot de zekering-relaisplaat Bouw uit: het dashboardkastje dat vastgezet is met de schroeven (B), Om deze functie in- of uit te schakelen: plaats de shunts (A): werking zonder rijverlichting: shunt aanwezig, werking met rijverlichting: shunt verwijderd, configureer het huis met hulporganen interieur met de diagnoseapparaten met het menu "commando", "configuratie van het systeem", en selecteer vervolgend met of zonder "rijverlichting" (raadpleeg hoofdstuk 87B). plaats de twee speciale relais op de houders (C). plaats de relais op de zekering-relaisplaat Optie, raadpleeg voor hun plaats hoofdstuk 81C (Controleer de aanwezigheid van de bedrading). 80B-3
12 VERLICHTING VOORZIJDE Koplampen 80B UITBOUWEN (alle types) de bevestigingsschroeven (C). Bijzonderheden van de koplampen met xenonlampen (raadpleeg het hoofdstuk "Xenonlampen"). LET OP: De xenonlampen werken met een spanning van volt bij het ontsteken en daarna met een 85 volt wisselspanning. De accu moet daarom losgekoppeld worden, voordat u aan de werkzaamheden begint. De lamp mag nooit buiten de koplamp worden ontstoken (gevaar voor de ogen). Bouw uit: de kap (A), de sierlijst van de regengoot die met drie bouten (B) vastzit. Wip de koplamp los door deze naar voren te trekken. Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: de schildbumper (raadpleeg het hoofdstuk "Carrosserie"), 80B-4
13 VERLICHTING VOORZIJDE Koplampen 80B INBOUWEN BELANGRIJK: Na het monteren van de koplampen, moet u deze afstellen: zet de auto op een horizontale ondergrond, controleer of de auto leeg is met, indien mogelijk, een volle brandstoftank, zet de stelknop op 0, verdraai schroef (D) voor de hoogte-afstelling, verdraai schroef (E) voor de richtingafstelling, N.B.: Gebruik voor de richtingsafstelling (schroef E) een kruiskop schroevendraaier. Heeft de auto xenonkoplampen, dan moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (raadpleeg hoofdstuk "Xenonkoplampen, initialiseren van het systeem"). AANSLUITINGEN Aansl. 1 Massa 2 Grootlicht 3 Richtingaanwijzer 4 Dimlicht 5 Markeringslicht Omschrijving N.B.: De nummers van de aansluitingen worden van links naar rechts gelezen op alle koplampen. 80B-5
14 VERLICHTING VOORZIJDE Bevestigingspootjes 80B Bevestigingspootjes voor de koplampen worden verkocht als magazijnonderdeel. De bevestiging van deze pootjes is dezelfde als van de originele pootjes. Onderdeelnummer van de reparatieset: bevestigingspootjes koplamp rechts ( ), bevestigingspootjes koplamp links ( ). 80B-6
15 VERLICHTING VOORZIJDE Lampen 80B VERVANGEN Voor het vervangen van de lampen moet de koplamp gedeeltelijk uitgebouwd worden. LET OP: Voordat u begint, moet u eerst de bumper (gedeelte onder de koplamp) met afplaktape beschermen. Bouw uit: de kap (A), de drie bouten (B) waarmee de sierlijst van de regengoot vasthouden, de bouten (C) van de grille, de bouten (F) waarmee de koplamp vastzit. het radiateurrooster door op de grendels (D) en (E) te drukken, Maak de koplamp los door deze naar voren te trekken, tot hij de bumper raakt. 80B-7
16 VERLICHTING VOORZIJDE Lampen 80B LAMPEN VAN RICHTINGAANWIJZER Alleen voor de lampen van richtingaanwijzer hoeft de koplamp niet uitgebouwd te worden. Bouw uit: de afdichtkap (1) (1/4 slag linksom), de lamphouder (1/4 slag linksom), LAMPEN VAN MARKERINGSLICHT, DIMLICHT, GROOTLICHT Voor het vervangen van de lampen verwijdert u de afdichtkap (2). OPMERKING: Voor het vervangen van de xenonlampen, raadpleegt u het hoofdstuk "Xenonlampen". 80B-8
17 VERLICHTING VOORZIJDE Koplampverstelling vanuit interieur 80B UITBOUWEN - INBOUWEN KOPLAMPSTELKNOP" AANSLUITINGEN Om de stelknop uit te bouwen, moet zijn steun uitgebouwd worden. Bouw uit: de kap van de schroef, de twee bevestigingsschroeven (A), de handgreep van de automatische parkeerrem, de steun van de stelknop. Maak de stekkers los en maak daarna de knop los van zijn steun. Stand van de knop Uitgaande stuurspanning (in volt) 4 11 Volt 3 8,5 Volt 2 6 Volt 1 3,5 Volt 0 1,1 Volt Aansl. Omschrijving 1 Informatie dimlichten 2 Massa 3 + na contact 4 Uitgang stuursignaal 80B-9
18 VERLICHTING VOORZIJDE Koplampverstelling vanuit interieur 80B STELMOTOR AANSLUITINGEN UITBOUWEN N.B.: Voor het uitbouwen van de stelmotor, moet de koplamp uitgebouwd worden. Maak de stekker los van de koplampstelmotor. Aansl. Omschrijving 1 Massa 2 Commando stelmotor 3 Voeding Verdraai de stelmotor een achtste slag naar buiten (A) om hem vrij te maken van de koplamp. N.B.: De xenonkoplampen hebben specifieke stelmotors. Maak het kogeldraaipunt los van de reflector door de stelmotor iets te kantelen (B). INBOUWEN Houd de reflector naar achteren door aan de lampvoet te trekken. Klik het kogeldraaipunt in de klem van de koplamp. Plaats de stelmotor op de koplamp. Verdraai de stelmotor een achtste slag naar binnen om hem vast te zetten in de koplamp. Sluit de stekker aan. Voer de afstelling uit. 80B-10
19 VERLICHTING VOORZIJDE Mistlichten 80B UITBOUWEN Bouw de voorbumper uit (raadpleeg het hoofdstuk "Carrosserie"). Draai de twee bevestigingsschroeven (A) los. INBOUWEN Geen bijzonderheden, vergeet echter niet de twee mistlichten af te stellen. Open het toegangsklepje (B) en voer de afstelling uit. N.B.: De afstelling is mogelijk met een inbussleutel van 6 mm. 80B-11
20 580C XENONLAMPEN Algemeen 80C Deze auto's moeten uitgerust zijn met: een systeem dat de stand van de koplampen automatisch aanpast van de belasting van de auto, koplampsproeiers. LET OP: Een koplamp met een xenonlamp mag nooit gemonteerd worden in een model dat hier niet voor is ontworpen. BESCHRIJVING Het systeem omvat: twee koplampen met een conventioneel markeringslicht(a), een lamp voor het grootlicht type H1 (B), een xenonlamp voor het dimlicht (C) type D2S en een oranje lamp voor het knipperlicht (D). twee rekeneenheden (voorschakeleenheden) ingebouwd in de koplampen (E) (een per koplamp). Deze lampen hebben geen gloeidraad. Het licht van deze lampen wordt opgewekt door twee elektrodes in een kwarts lamp gevuld met een gas (xenon) onder hoge druk. De elektronische voorschakeleenheid, in de koplamp ingebouwd, krijgt voeding van de accu (12 volt) en wekt een gecontroleerde ontstekingsspanning op van volt en daarna een stabiele wisselspanning van 85 volt als de lamp brandt. Automatisch correctie van de stand van de koplampen afhankelijk van de belading van de auto: Het automatische correctiesysteem moet ervoor zorgen dat (bij een verandering van de belading van de auto), de hoogte van de lichtbundel constant blijft op de in de fabriek of in de werkplaats ingestelde afstelwaarde. Het systeem kan worden gecontroleerd met het diagnoseapparaat. Telkens als het storingsgeheugen wordt gewist, draaien de stelmotors de koplampen naar beneden. 80C-1
21 XENONLAMPEN Algemeen 80C een opname element achter voor de hoogte (F) onder de zijkant links van de auto. Het registreert de hoogte van de carrosserie en geeft deze door aan het opname element/rekeneenheid. twee specifieke stelmotors (H) aan de achterkant van elke koplamp. een opname element voor/rekeneenheid (G) dat de hoogte van de voortrein registreert. De rekeneenheid regelt de stand van de koplampen afhankelijk van de variaties van de stand van de bodemplaat bij het remmen en de verandering van de belading. N.B.: De informatie rijsnelheid wordt gebruikt om de hoogte van de lichtbundel bij hoge snelheid aan te passen 80C-2
22 XENONLAMPEN Principeschema 80C 1 stelmotor 2 koplamp 3 rekeneenheid (voorschakeleenheid) 4 opname element voor / rekeneenheid 5 opname element achter A + verlichting B + na contact C Diagnoseverbinding D Informatie rijsnelheid E Massa 80C-3
23 XENONLAMPEN Opname element hoogte achter 80C UITBOUWEN Bouw uit: de akoestische stang die met de bouten (A) vastzit, de uitlaatklem (B), de trekstang die de brandstofslangen (bout C) vasthoudt, het hitteschild, achterste bevestiging (bout D) en centrale bevestiging (klemmetjes E), het opname element wagenhoogte achter (F) dat met een bevestigingsbout vastzit. INBOUWEN LET OP: Elk beschadigd hitteschild moet worden vervangen en correct worden ingebouwd. BELANGRIJK: Na het monteren van het geheel, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (zie hoofdstuk "Initialisatie"). 80C-4
24 XENONLAMPEN Opname element hoogte achter 80C AANSLUITINGEN Aansl. Omschrijving 1 Massa 2 Niet gebruikt 3 Niet gebruikt 4 Niet gebruikt 5 Voeding 6 Signaal opname element 80C-5
25 XENONLAMPEN opname element voor / rekeneenheid 80C UITBOUWEN Bouw uit: het linker voorwiel, de moer (A) die de kogel met de draagarm verbindt en draai de bouten (B) los. Maak de stekker van het opname element los en bouw het uit. INBOUWEN BELANGRIJK: Na het monteren van het opname element voorrekeneenheid, is het noodzakelijk om het systeem te initialiseren en de koplampen in te stellen (zie hoofdstuk "Initialisatie"). AANSLUITINGEN Aansl. Omschrijving 1 Massa 2 Voeding 3 Signaal opname element achter 4 Signaal rijsnelheid 5 Diagnoseverbinding 6 Signaal verlichting 7 Commando's stelmotors 8 Voeding opname element achter N.B.: Voor het uitbouwen van het opname elementrekeneenheid is het niet noodzakelijk om zijn houder (C) uit te bouwen. BELANGRIJK: Na het vervangen van de het opname element voorrekeneenheid, moet u het autotype configureren met de diagnoseapparaten en het systeem initialiseren. 80C-6
26 XENONLAMPEN Koplampen 80C UITBOUWEN - INBOUWEN De methode voor het uitbouwen/inbouwen van de xenonkoplampen is dezelfde als de methode voor de andere koplampen. LET OP: De xenonlampen werken met een spanning van volt bij het ontsteken en daarna met een 85 volt wisselspanning. Het is daarom van groot belang de stekker van de koplamp los te maken en te wachten tot de rekeneenheid (voorschakeleenheid) is afgekoeld voor de demontage. De lamp mag nooit buiten de koplamp worden ontstoken (gevaar voor de ogen). AANSLUITINGEN Aansl. Omschrijving 1 Massa 2 Grootlicht 3 Richtingaanwijzer 4 Dimlicht 5 Markeringslicht N.B.: De nummers van de aansluitingen worden van links naar rechts gelezen op alle koplampen. 80C-7
27 XENONLAMPEN Stelmotors 80C UITBOUWEN N.B.: Voor het uitbouwen van de stelmotor, moet de koplamp uitgebouwd worden. AANSLUITINGEN Verdraai de stelmotor een achtste slag naar buiten (A) om hem vrij te maken van de koplamp. Maak het kogeldraaipunt los van de reflector door de stelmotor iets te kantelen (B). INBOUWEN Om het inbouwen aan de stelmotor te vergemakkelijken, verwijdert u de afdichtkap en houdt u de reflector van de koplamp vast. Aansl. 1 Massa Omschrijving 2 Commando stelmotor 3 Voeding N.B.: De xenonkoplampen hebben specifieke stelmotors. OPMERKING: Als de dimlichten branden bij het aanzetten van het contact, gaan de stelmotors naar omlaag en dan weer terug naar een middenstand. BELANGRIJK: Na het monteren van de stelmotors, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (zie hoofdstuk "Initialisatie"). 80C-8
28 XENONLAMPEN Lampen 80C UITBOUWEN LET OP: De xenonlampen werken met een spanning van volt bij het ontsteken en daarna met een 85 volt wisselspanning. Het is daarom noodzakelijk om de koplamp voor het demonteren los te maken. De lamp mag nooit buiten de koplamp worden ontstoken (gevaar voor de ogen). Maak de stekker los van de lamp (1) door hem een kwart slag linksom te draaien. Bouw de lamp uit door de bevestigingsklemmetjes (2) los te maken. INBOUWEN Houd de lamp van aan de lampvoet (raak het glas niet aan, maak het anders schoon met een in alcohol gedrenkte pluisvrije doek). Breng de lamp op zijn plaats. De nok (4) moet tegenover de groef van de koplamp liggen. Plaats de stekker op de lamp door hem een kwart slag te draaien. N.B.: Voor het uitbouwen van de lamp moet de koplamp gedeeltelijk worden uitgebouwd (zie hoofdstuk "Verlichting voorzijde", "Lampen"). BELANGRIJK: Na het vervangen van een xenonlamp, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (zie hoofdstuk "Initialisatie"). LET OP: Behandel de lamp zeer voorzichtig want de geleider aan de buitenkant (3) is bijzonder kwetsbaar en mag niet verbuigen. 80C-9
29 XENONLAMPEN Rekeneenheid (voorschakeleenheid) 80C LET OP: De xenonlampen werken met een spanning van volt bij het ontsteken en daarna met een 85 volt wisselspanning. De accu moet daarom losgekoppeld worden, voordat u aan de werkzaamheden begint. De lamp mag nooit buiten de koplamp worden ontstoken (gevaar voor de ogen). Maak de stekker los van het markeringslicht (C) en grootlicht (D) zodat de stekker (A) er langs kan. Verwijder de rekeneenheid. Maak de stekker (E) los. Verwijder de rekeneenheid en noteer de ligging van de hoogspanningskabel. UITBOUWEN Bouw uit: de betreffende koplamp, de afdichtkap, de stekker (A) van de lamp door hem een kwart slag linksom te draaien. de twee bouten (B) om bij de rekeneenheid te kunnen komen. INBOUWEN Let op de juiste ligging van de hoogspanningskabel. BELANGRIJK: Na het monteren van rekeneenheid, moet u het systeem initialiseren en de koplampen afstellen (zie hoofdstuk "Initialisatie"). 80C-10
30 XENONLAMPEN Initialiseren van het systeem en afstellen van de koplampen 80C Dit moet worden gedaan na elke reparatie aan een koplamp, een opname element of aan een onderdeel van de voor- of achtertrein. Zet de auto op een horizontale vloer. BELANGRIJK: Zet de parkeerrem niet vast. controleer of de bagageruimte van de auto leeg is. Stap tijdens deze procedure niet in de auto. Controleer of de bandenspanning correct is en open de motorkap. Stel het koplampafstelapparaat in en zet het op zijn plaats. Sluit het diagnoseapparaat aan controleer of er geen storing is. Zet het contact aan, schakel de dimlichten in, selecteer en valideer de rekeneenheid "Gasontladingslamp". Geef het commando: "AC010: Calibratie rekeneenheid". BELANGRIJK: Het initialiseren van het systeem is niet mogelijk: als de rijsnelheid afwezig is of niet nul, als de stand van een opname element buiten de tolerantie is, als de configuratie van de rekeneenheid niet correct is uitgevoerd. OPMERKING: Het is mogelijk om te controleren of het systeem is geïnitialiseerd: De waarde van het opname element voor, zichtbaar met parameter "PR017: Hoogte voor" moet gelijk zijn aan de waarde van de oorspronkelijke hoogte voor (PR004), de waarde van het opname element achter, zichtbaar met parameter "PR018: Hoogte achter" moet gelijk zijn aan de waarde van de oorspronkelijke hoogte voor (PR005). Zonder het contact uit te zetten, met behulp van een koplampafstelapparaat, stelt u de hoogte in via schroef (1) en de richting via schroef (2) met een kruiskop schroevendraaier. BELANGRIJK: De stand van de auto mag niet veranderen tussen het initialiseren en het afstellen van de koplampen. Deze twee handelingen vormen één geheel. 80C-11
31 181A ACHTERLICHTEN Licht in achterscherm 81A De achterlichten zijn in twee delen uitgevoerd, een in het scherm en een in de achterklep. AANSLUITINGEN UITBOUWEN Maak de stekker los. Verwijder de achterste bevestigingsschroef (A). Bouw het licht uit. Stekker lichten in achterscherm Aansl Knipperlicht Remlicht Niet gebruikt Markeringslicht Massa Omschrijving Om bij de lampen te kunnen komen, wipt u de lamphouder los door het lipje (B) in te drukken. 81A-1
32 ACHTERLICHTEN Licht in achterklep 81A UITBOUWEN Voorbeeld voor het achterlicht links: Verwijder de achterste bevestigingsschroef (C). Bouw het lamphuis uit en maak de stekker los. Om bij de lampen te kunnen komen, wipt u de lamphouder los door het lipje (D) in te drukken. AANSLUITINGEN Stekker lichten achterklep links Aansl Mistachterlicht Markeringslicht Niet gebruikt Achteruitrijlicht Massa Omschrijving Stekker lichten achterklep rechts Aansl Massa Achteruitrijlicht Niet gebruikt Markeringslicht Mistachterlicht Omschrijving 81A-2
33 ACHTERLICHTEN Verhoogd remlicht 81A UITBOUWEN Wip de ruitensproeier (D) los en bouw het licht uit. Bouw uit: het toegangsluik, de twee bevestigingsschroeven (A). Maak het dopje (B) vrij en maak de voedingsstekker los van het licht. Wip het licht los door op de nokjes (C) te drukken. N.B.: De hebben een remlicht met diodes. 81A-3
34 181B BINNENVERLICHTING Algemeen 81B BIJZONDERHEDEN De auto's hebben, afhankelijk van de uitvoering: onafhankelijke verlichting onder de portieren (die brandt bij het openen van het betreffende portier), tijdgeschakelde binnenlichten (voor en achter), verlichting onder het dashboard en verlichting onder de voorstoelen gekoppeld aan de binnenlichten, verlichting in de bagageruimte, verlichte make-up spiegels in de zonnekleppen. WERKING VAN DE TIJDSCHAKELING De binnenverlichting (plafond en voetenruimtes) worden direct ingeschakeld door het huis met hulporganen interieur: bij het openen van een portier of de achterklep, bij het ontgrendelen van de portieren via de afstandsbediening (of de handsfree functie), bij het verwijderen van de RENAULT-kaart uit de kaartlezer. Bij het uitschakelen van de binnenverlichting gebruikt het huis met hulporganen interieur, afhankelijk van het geval, een vertraging: uitschakeling zonder vertraging: bij het vergrendelen van de portieren via de afstandsbediening (portieren/klep gesloten) uitschakeling met vertraging: na het sluiten van het laatste portier/klep, bij het ontgrendelen van de portieren/klep via de afstandsbediening, bij het aanzetten van het contact (geleidelijk). N.B.: Als een portier of klep lang open staat, zonder aanzetten of uitzetten van het contact, dooft het huis met hulporganen interieur de binnenverlichting na een vertraging van ongeveer 45 minuten. 81B-1
35 BINNENVERLICHTING Binnenlicht 81B BINNENLICHTEN Afhankelijk van de plaats van het binnenlicht en het uitrustingsniveau van de auto,kan het licht zijn voorzien van: een enkele centrale lichtschakelaar, een centrale lichtschakelaar en een kaartleeslampje, een centrale lichtschakelaar en twee kaartleeslampjes, een centrale lichtschakelaar met regelbare lichtsterkte en twee kaartleeslampjes. UITBOUWEN - INBOUWEN Voor het uitbouwen van het binnenlicht in het dak: wip de doorschijnende kap (1) los, trek aan de bevestigingsgrendels (2), maak met een draaiende beweging de stekker los. CENTRAAL BINNENLICHT Aansl Omschrijving Niet gebruikt Signaal van het huis met hulporganen interieur Verbinding binnenlicht achter (regelweerstand) + Verlichting + permanent Massa BINNENLICHT ACHTER Aansl Omschrijving Niet gebruikt Signaal van het huis met hulporganen interieur Verbinding binnenlicht achter (regelweerstand) + Verlichting + permanent Massa 81B-2
36 BINNENVERLICHTING Verlichting make-up spiegel 81B Afhankelijk van de uitvoering, hebben de make-up spiegels verlichting in de hemelbekleding. De schakelaar bevindt zich op het klepje (1) van de spiegel in de zonneklep (2). De stroom naar de verlichting (3) loopt via de centrale bevestiging (4) van de zonnekleppen. N.B.: de werking van de schakelaar kan worden gecontroleerd met een multimeter op (5) : klepje van de spiegel gesloten (schakelaar open) = lamp uit = weerstand oneindig, klepje van de spiegel open (schakelaar gesloten) = lamp aan = weerstand nul, 81B-3
37 181C ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C BESCHRIJVING De zekering/relaisplaat is vastgeklemd tegen het huis met hulporganen interieur in het dashboard aan bestuurderszijde. Bij het vervangen van de zekering/relaisplaat, is de plaats van de zekeringen en van de shunts afhankelijk van het uitrustingsniveau. Zij moeten altijd op de zelfde plaats worden overgebracht op het nieuwe onderdeel. 81C-1
38 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C UITBOUWEN OPMERKING: bij het vervangen van het huis met hulporganen interieur, moeten de configuraties worden genoteerd met behulp van het diagnoseapparaat. de zekering/relaisplaat is vastgeklemd op het huis met hulporganen interieur. Het uitbouwen van het ene onderdeel betekent dat het andere ook moet worden uitgebouwd. ontgrendel het deel dat aan het pedaal vastzit door tegen de grendel te drukken (1) en hem te schuiven (2), ontgrendel het huis van het opname element door tegen de grendel te drukken (3), Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: de zijkant van het dashboard aan bestuurderszijde, de afdekplaat onder het dashboard, de handgreep van de automatische parkeerrem die vastzit met de schroeven (A), de steun van de stelknop van de koplampstand (vastgeklemd), kantel het opname element (4), let op dat het bevestigingspootje aan de onderkant (5) niet afbreekt. het opname element koppelingspedaal op de volgende wijze: maak de stekker los, 81C-2
39 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C Verwijder de bevestigingsbout (B) van het huis met de hulporganen. INBOUWEN Plaats de relais en de shunts op het nieuwe onderdeel op dezelfde plaatsen als op het oorspronkelijke onderdeel. Let op de aansluiting van de stekkers en zet de kabelbundel met een grote klemband (C) vast. Knip het plastic klembandje (C) door dat de kabelbundel vasthoudt. Maak de stekkers los van het huis met hulporganen interieur en van de zekering/relaisplaat. Scheid het huis met hulporganen interieur van de zekering/relaisplaat door op de grendels (D) te drukken. 81C-3
40 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C 81C-4
41 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C ZEKERINGSYMBOLEN BESTEMMING VAN DE ZEKERINGEN (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) N Symbool Ampère Omschrijving F1 20A Grootlichten F2 10A Voeding huis met hulporganen interieur - Voeding zekering/relaisplaat - Transponder - Kaartlezer - Startknop - Automatische parkeerrem F3 10A Spraakmaker - Hoogteverstelling xenonlampen - Instrumentenpanelen - Sproeierverwarming - Snelheidsregelaar met afstandsregelaar - Rekeneenheden xenonlampen F4 20A Achteruitrijlichten - Verwarming en airconditioning - Parkeerhulp - Informatie + na contact alarm - Verlichting schakelaar portiersloten - Regensensor - Elektrochroom spiegels F5 15A Tijdschakeling binnenverlichting - Rekeneenheid oprolmechanismes van de voorgordels F6 20A Remlichten - Ruitenwisserschakelaar - Diagnoseaansluiting - Display bandenspanning - Controlelampje kinderveiligheid - Controlelampje portiersloten achter - Verlichting schakelaars ruitbediening F7 15A Dimlicht links - Rekeneenheid xenonlampen F8 7,5A Markeringslicht rechts F9 15A Alarmknipperlichten en knipperlichten F10 10A Communicatiesysteem - Radio - Memory systeem van de bestuurdersstoel F11 30A Spraakmaker - Instrumentenpaneel - Mistlichten voor - Elektrische slotpen achterklep - Airconditioning F12 5A Airbags en gordelspanners F13 5A Rekeneenheid ABS - ESP F14 15A Claxon F15 30A Ruitbediening voor bestuurder - Buitenspiegels 81C-5
42 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C N Symbool Ampère Omschrijving F16 30A Ruitbediening voor passagier F17 10A Mistachterlicht F18 10A Spiegelverwarming F19 15A Dimlicht rechts F20 7,5A Markeringslichten links - Verlichting via regelweerstand en dashboardkastje - Kentekenverlichting F21 30A Ruitenwissers achter en voor F22 30A Portiervergrendeling F23 15A Accessoiresaansluiting console - Telefoon F24 15A Aansteker F25 10A Stuurkolomgrendel - Achterruitverwarming Zekering stroomonderbreker Deze zekering bevindt zich onder de asbak, in de middenconsole. N Ampère Omschrijving F50 20A Zekering stroomonderbreker: Diagnose aansluiting Radio Controle-eenheid airconditioning Rekeneenheid memory systeem bestuurdersstoel Display klokje/buitentemperatuur/radio Rekeneenheid navigatiesysteem Rekeneenheid bandenspanning Centrale communicatie eenheid Verbinding naar alarm 81C-6
43 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C BESTEMMING (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) U1 (24-polige stekker) U2 (24-polige stekker) Aansl. Omschrijving Aansl. Omschrijving 1 Uitgang portiervergrendeling 1 Uitgang relais wisser achter 2 Uitgang portiervergrendeling 2 Ingang + na contact via relais 3 Ingang shunt markeringslicht links voor 3 Ingang + na contact via ruststand relais 4 Niet gebruikt 4 Uitgang + na contact via relais 5 Ingang shunt markeringslicht rechts voor 5 Ingang voeding portiervergrendeling 6 Ingang shunt kentekenverlichting 6 Niet gebruikt Ingang storing zekering markeringslichten rechts Ingang storing zekering markeringslichten links Niet gebruikt Ingang dimlichten Niet gebruikt Uitgang relais portiervergrendeling (openen) Uitgang relais + accessoires 2 Uitgang relais portiervergrendeling (sluiten) 11 Ingang shunt markeringslicht rechts achter 11 Uitgang relais + accessoires 1 12 Niet gebruikt 12 Ingang knipperlicht 13 Niet gebruikt 13 Massa huis met hulporganen interieur 14 Ingang voeding zekering/relaisplaat 14 Niet gebruikt 15 Niet gebruikt 15 Uitgang stuursignaal knipperlicht links 16 Ingang storing remlichten 16 Ingang knipperlicht 17 Ingang shunt markeringslicht links achter 17 Uitgang stuursignaal knipperlicht rechts 18 Niet gebruikt 18 Niet gebruikt 19 Ingang shunt remlicht links 19 Ingang voeding knipperlicht 20 Uitgang portiervergrendeling 20 Uitgang relais grootlichten 21 Ingang shunt remlicht rechts 21 Uitgang relais startvrijgave 22 Ingang remlichtschakelaar 22 Ingang markeringslichten 23 Uitgang portiervergrendeling 23 Uitgang relais voeding via tijdrelais 24 Uitgang portiervergrendeling 24 Ingang voeding huis met hulporganen interieur 81C-7
44 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C 81C-8
45 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C BESTEMMING (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) CGB1 (15-polige stekker) ZWART CGB2 (15-polige stekker) GRIJS WIT WIT Aansl. Omschrijving Aansl. Omschrijving A1 A2 A3 A4 A5 Niet gebruikt + mistlichten voor + relais mistlichten voor + hulporganen ventilateur interieur Niet gebruikt A1 A2 A3 + voor contact via zekering (airconditioning) + voor contact via zekering (airconditioning) + hulporganen via zekering (bedieningspaneel airconditioning) A6 + voor contact via zekering (caravanaansluiting) A4 A5 Commando + sluiten portiervergrendeling Commando + openen portiervergrendeling ZWART A6 Massa Aansl. B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 Omschrijving + voor contact via zekering portiervergrendeling + na contact via zekering ABS/ESP + na contact via zekering airbag Niet gebruikt + hulporganen via zekering stuurkolomgrendel Niet gebruikt + hulporganen via zekering radio + hulporganen via zekering aansteker Aansl. B1 B2 B3 B4 B5 B6 ZWART Omschrijving Massa Commando ontgrendelen binnen buiten achterportier Commando vergrendelen buiten achter bestuurder Commando vergrendelen binnen achter Commando vergrendelen binnen voor Commando ontgrendelen buiten bestuurder en binnen voor B9 + hulporganen via zekering aansteker B7 + verlichting markeringslichten B8 Niet gebruikt B9 Commando + tijdschakeling verlichting bagageruimte 81C-9
46 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C BESTEMMING (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) CGB3 (15-polige stekker) BRUIN CGB4 (15-polige stekker) GROEN WIT WIT Aansl. Omschrijving Aansl. Omschrijving A1 + dimlicht A1 Niet gebruikt A2 A3 A4 A5 A6 Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Commando + zekering claxon Commando + zekering mistachterlicht A2 A3 A4 A5 Commando relais vergrendelen functie achter Na contact of voor contact ruitbediening achter Commando relais ruitbediening achter Niet gebruikt ZWART A6 Commando + achterruitverwarming Aansl. B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 Omschrijving + dimlicht rechts + dimlicht links Commando + via zekering spiegelverwarming Commando + via zekering mistachterlicht Niet gebruikt +accessoires voor contact via zekering ruitbediening bestuurder passagier Commando verlichting interieur + voor contact via zekering ruitbediening bestuurder Commando + claxon Aansl. B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 ZWART Omschrijving + voor contact via zekering Niet gebruikt Na contact via zekering accessoires Commando + ruitenwisser achter Niet gebruikt Commando + tijdschakeling binnenverlichting Commando + markeringslicht rechts achter Commando + markeringslicht rechts voor Commando - relais achterruitverwarming 81C-10
47 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C BESTEMMING (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) CGB5 (12-polige stekker) BLAUW CGB6 (18-polige stekker) HELDER WIT WIT Aansl. Omschrijving Aansl. Omschrijving A1 + voor contact via zekering A1 Niet gebruikt A2 A3 A4 A5 A6 Niet gebruikt + Na contact + voor contact via zekering portiervergrendeling Niet gebruikt + voor contact via zekering A2 A3 A4 A5 A6 + na contact via zekering commando achterruitverwarming + na contact via zekering commando achterruitverwarming Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt ZWART A7 Commando knipperen knipperautomaat Aansl. B1 Massa Omschrijving A8 A9 Commando knipperlichten links Commando knipperlichten rechts B2 B3 B4 + markeringslicht + starten Commando relais markeringslicht (rijverlichting) Aansl. B1 + grootlichten ZWART Omschrijving B5 Niet gebruikt B2 Niet gebruikt B6 Commando relais dimlicht (rijverlichting) B3 + na contact via zekering remlichten B4 Commando + kentekenverlichting B5 Commando + markeringslicht links achter B6 Commando + markeringslicht links voor B7 Commando remlichten B8 Commando + remlicht rechts B9 Commando + remlicht links 81C-11
48 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C 81C-12
49 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C BESTEMMING (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) Aansl. REL 2 REL 7 REL 9 REL 10 REL 11 REL 12 REL 13 REL 18 REL 19 REL 21 REL 22 REL 23 SH 1 SH 2 SH 3 SH 4 Omschrijving Relais achterruitverwarming Relais mistlichten voor Relais ruitenwisser voor Relais ruitenwisser voor Relais ruitenwisser achter / achteruitrijlichten Relais portiervergrendeling Relais portiervergrendeling Relais tijdgeschakelde binnenverlichting Relais hulporganen Relais startvrijgave Relais rekeneenheid/+ na contact Relais accessoires, radio (achteraf inbouw)/ruitbediening achter Shunt ruitbediening achter Shunt ruitbediening voor Shunt rijverlichting Shunt rijverlichting 81C-13
50 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C Deze zekeringhouder bevindt zich op de zekering/relaisplaat. Bestemming van de zekeringen en relais (afhankelijk van het uitrustingsniveau) N Ampère Omschrijving F26 F27 F28 F29 F30 F31 R17 30A 30A 30A 30A 5A - Zekering caravanaansluiting Zekering open dak Zekering ruitbediening links achter Zekering ruitbediening rechts achter Zekering stuurwielhoeksensor Niet gebruikt Relais ruitbediening 81C-14
51 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C De zekering/relaisplaat opties (A) bevindt zich voor het dashboardkastje aan passagierskant. BESTEMMING VAN DE ZEKERINGEN EN RELAIS (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) N Ampère Omschrijving F32 F33 F34 F35 F36 F37 R3 R4 R5 R6 R A 20A 20A 20A Niet gebruikt Niet gebruikt Zekering voeding elektrische stoel bestuurder Zekering stoelverwarming bestuurder en passagier Zekering elektrische stoel bestuurder Zekering elektrische stoel passagier Relais voeding stoelen Relais markeringslicht voor rijverlichting Relais dimlichten voor rijverlichting Relais koplampsproeierpomp Relais onderbreken remlichten 81C-15
52 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C Motorzijde BESTEMMING VAN DE ZEKERINGEN (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) N Ampère Omschrijving F1 F2 F3 F4 F5 F6 F7 F8 F9 F10 F11 F12 F13 F14 F15 F16 F17 F18 F19 F20 F21 F22 F23 7,5A 10A 30A 5A-15A 30A 10A A 20A* 30A 70A 70A 70A 60A 40A 40A 70A 70A 60A 60A 80A 60A Zekering automatische transmissie Zekering extra verwarming Zekering relais inspuitsysteem Zekering automatische transmissie Zekering brander extra verwarming - Relais brandstofverwarming Zekering rekeneenheid inspuitsysteem - Brandstofverwarming Niet gebruikt Niet gebruikt Zekering ventilateurmotor langzaam / airconditioning Zekering rekeneenheid ABS/ESP Zekering claxon Zekering voorverwarming diesel Zekering koelvloeistofverwarmingselementen Zekering koelvloeistofverwarmingselementen Zekering ventilateurmotor langzaam en snel Zekering koplampsproeiers - Relais ruitverwarming Zekering rekeneenheid ABS/ESP Zekering interieur Zekering interieur Zekering interieur Zekering voeding zekering stroomonderbreker Niet gebruikt Zekering Ruitenwisser voor en automatische parkeerrem * Sommige auto's hebben een zekering van 30A. Monteer, bij het vervangen, een zekering van 20A. 81C-16
53 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C Motorzijde BESTEMMING VAN DE RELAIS (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) Motor F4R - G9T N Omschrijving R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 R10 R11 Relais extra verwarming Relais koelventilateur langzaam Niet gebruikt Niet gebruikt Relais extra verwarming Relais brandstofpomp Relais brandstofverwarming Relais navoeding inspuitsysteem Relais ventilateurmotor langzaam Relais ventilateurmotor Relais extra verwarming Motor V4Y N Omschrijving R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 R10 R11 Niet gebruikt Relais ventilateurmotor Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Relais inspuitsysteem Relais veiligheid gemotoriseerd smoorklephuis Relais navoeding inspuitsysteem Relais ventilateurmotor Relais ventilateurmotor Niet gebruikt 81C-17
54 ZEKERINGEN Zekering/relaisplaat 81C Motorzijde BESTEMMING VAN DE RELAIS (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) Motor P9X N Omschrijving R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 R10 R11 Relais extra verwarming 1 Relais ventilateurmotor met airconditioning Niet gebruikt Niet gebruikt Relais extra verwarming 3 Niet gebruikt Relais brandstofverwarming Relais navoeding inspuitsysteem Relais ventilateurmotor met airconditioning Relais ventilateurmotor met airconditioning Relais extra verwarming 2 81C-18
55 182A STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A Bijzonderheid Er is geen noodcode meer maar een reparatiecode die levenslang aan de auto is toegewezen tijdens de fabricage: Er staat geen nummer op de RENAULT-kaart. De auto heeft bij aflevering geen etiket waarop de code staat. Voor alle werkzaamheden aan het systeem, kan dit nummer worden opgevraagd via de Technische Dienst van de importeur (zie Service Mededeling 3315E). Bij iedere codeaanvraag, moet het VINidentificatienummer van de auto worden opgegeven, alsmede het fabricagenummer. Hiermee kan de auto exact geïdentificeerd worden om de juiste code te kunnen geven. De RENAULT-kaart is uitgerust met een noodsleutel (1) waarmee het portier geopend kan worden in geval van een storing. De RENAULT-kaart uit het magazijn is niet gecodeerd, heeft geen nummer en geen noodsleutel. De accumulator voor de handsfree functie is geladen. Op de plaats van de noodsleutel is een bescherming (groen) geplaatst. Bij het vervangen van een RENAULT-kaart is het noodzakelijk om de noodsleutel op de plaats van de groene bescherming te zetten en de groene bescherming op de defecte Renault-kaart te plaatsen als deze voor analyse retour wordt gestuurd. N.B.: het is mogelijk om een noodsleutel bij het onderdelenmagazijn te bestellen onder vermelding van de reparatiecode van de auto. Het systeem kan maximaal vier RENAULT-kaarten bevatten. De functie afstandsbediening, het batterijtje en de accumulator (op de handsfree uitvoering), hebben geen functie voor de startvergrendeling. Dit systeem kan, afhankelijk van de uitvoering, gebruik maken van een RENAULT-kaart met handsfree functie. Het is niet mogelijk meer dan één RENAULT-kaart met de handsfree functie uit te rusten. Bij verlies, diefstal of op verzoek van de klant, kan een RENAULT-kaart onbruikbaar voor de auto worden gemaakt. Hij kan, indien nodig, opnieuw aan dezelfde auto worden toegewezen. LET OP: Met dit systeem, is het niet mogelijk verschillende elementen (huis met hulporganen interieur en RENAULT-kaarten of huis met hulporganen interieur en rekeneenheid van het inspuitsysteem) tegelijk te vervangen. Deze onderdelen worden ongecodeerd geleverd. Het is namelijk niet mogelijk deze elementen te coderen als geen enkel element de oorspronkelijke code van de auto in zijn geheugen heeft (zie de toepassingstabel). Er is geen manier om een eenmaal in een element van het systeem ingelezen code te wissen. De ingelezen code kan niet gewist worden. 82A-1
56 182A STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A ALGEMEEN De auto heeft startvergrendeling met een herkenningssysteem voor de RENAULT-kaart met een continu variabele code. Een gecodeerde chip (werkend zonder batterij) die onafhankelijk is van de functie afstandsbediening is ingebouwd in elke RENAULT-kaart van de auto. De startvergrendeling wordt enkele secondes na het verwijderen van de RENAULT-kaart uit de kaartlezer geactiveerd. Dit is te zien aan het knipperen van het rode controlelampje op het instrumentenpaneel en aan het blokkeren van de stuurkolom. Bij de fabricage, wordt een code van twaalf hexadecimale tekens toegewezen aan de auto om de startvergrendeling operationeel te maken. In de werkplaats hebt u de reparatiecode nodig voor het: toevoegen van RENAULT-kaarten, vervangen van een of meer RENAULT-kaarten, onbruikbaar maken van een of meer RENAULT-kaarten (bij verlies of diefstal van een andere kaart bijvoorbeeld), vervangen van het huis met hulporganen interieur. N.B.: Bij het opvragen van de reparatiecode is het chassisnummer van de auto nodig. Per land zijn er verschillende methodes mogelijk (zie Service Mededeling 3315E): Minitel, sprekende computer, technische helpdesk. 82A-2
57 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A PRESENTATIE VAN HET SYSTEEM A B C D E F G H I RENAULT-kaart RENAULT-kaartlezer met ontvangers voor de startvergrendeling en de afstandsbediening Huis met hulporganen interieur en Zekering/relaisplaat Rood controlelampje van de startvergrendeling (instrumentenpaneel) Rekeneenheid van het inspuitsysteem (benzine of diesel) Elektrische stuurkolomgrendel Diagnose aansluiting Drukknop voor het starten Contacten van het koppelingspedaal en de stand "neutraal" van de versnellingsbak Multiplexverbinding Draadverbinding Stand + accessoires Stand + na contact Voeding van de startmotor 82A-3
58 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De startvergrendeling wordt enkele secondes na het uitschakelen van het contact geactiveerd (te zien aan het knipperen van het rode controlelampje op het instrumentenpaneel en aan het blokkeren van de stuurkolom). Het systeem bestaat uit: twee speciale RENAULT-kaarten (A) met een gecodeerde chip voor de bediening van de startvergrendeling, een van de RENAULT-kaarten kan de handsfree functie hebben, ex kunnen twee kaarten worden toegevoegd (maximum vier), een ontvanger voor de startvergrendeling in de kaartlezer (B), met een elektronisch systeem voor het overbrengen van de code van de RENAULTkaarten naar het huis met hulporganen interieur (C). een rood controlelampje van de startvergrendeling (D) op het instrumentenpaneel voor het signaleren van: de activering van de startvergrendeling, het niet herkennen van de RENAULT-kaart, een storing in het systeem, een probleem met de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de stuurkolomgrendel. een gecodeerde rekeneenheid van het inspuitsysteem (E). een diagnoseaansluiting (G) voor het storing zoeken en de configuraties van het systeem. een gecodeerde vergrendeling van de stuurkolom (F). contacten voor de stand van het koppelingspedaal en de versnellingsbak (I) en een startknop (H) voor de voeding van de startmotor. N.B.: De kaartlezer voor de RENAULT-kaart is niet gecodeerd. een huis met hulporganen interieur (C) onder het dashboard aan bestuurderszijde. Voor de startvergrendeling, verzorgt het huis met hulporganen interieur de functies: decodering van het signaal van de RENAULTkaart afkomstig van de kaartlezer, regeling van het startvergrendelingssysteem door een code naar de stuurkolomgrendel te sturen, communicatie met de rekeneenheid van het inspuitsysteem, aansturen van het rode controlelampje van de startvergrendeling en het verlichten van de kaartlezer, communicatie met het diagnoseapparaat. N.B.: voor de andere functies van het huis met hulporganen interieur, raadpleegt u hoofdstuk 87B. 82A-4
59 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A WERKING Als de startvergrendeling operationeel is knippert het rode controlelampje van de startvergrendeling (langzaam; een flits/seconde). De elektrische stuurkolomgrendel is geblokkeerd. Nadat de RENAULT-kaart in de lezer is geplaatst, wordt code van de RENAULT-kaart naar het huis met hulporganen interieur gestuurd. Als de code wordt herkend door het huis met hulporganen interieur, stuurt dit via het multiplexnetwerk een gecodeerd signaal naar de stuurkolomgrendel. Als het gecodeerde signaal dat de stuurkolomgrendel ontvangt, gelijk is aan dat wat hij in zijn geheugen heeft, ontgrendelt hij de stuurkolom en stuurt hij een bevestiging naar het huis met hulporganen interieur. Als het huis met hulporganen interieur dit bericht ontvangt, schakelt het de + na contact in en dooft het rode controlelampje van de startvergrendeling. Als het contact is ingeschakeld, sturen het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem elkaar gecodeerde signalen via het multiplexnetwerk. Bijzondere situaties Als de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de stuurkolomgrendel geen referentiecode in het geheugen heeft neemt hij de ontvangen code op in zijn geheugen. Als er geen overeenkomst is tussen de codes, blijft het systeem vergrendeld. Het rode startvergrendelingslampje knippert (snel). Het starten is niet toegestaan en de stuurkolomgrendel blijft geblokkeerd. Als het lampje vast brandt, zonder + na contact, is er een probleem met de elektrische vergrendeling van de stuurkolom. Als het lampje vast brandt met + na contact, is er een met het inspuitsysteem. LET OP: Als gestart wordt met een accu met een lage accuspanning is het mogelijk dat de startvergrendeling door de spanningsval opnieuw wordt ingeschakeld. Als de spanning lager is kan er niet worden gestart, zelfs niet als de auto wordt aangeduwd. Als de signalen van het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem overeenkomen, geeft het huis met hulporganen interieur toestemming voor het starten van de motor en het inspuitsysteem ontgrendelt zich. 82A-5
60 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A VERVANGEN EN CONFIGUREREN VAN HET HUIS MET DE HULPORGANEN De nieuwe onderdelen zijn niet gecodeerd. Na montage in de auto, moeten zij daarom een code inlezen voordat het zij goed kunnen werken. Hiervoor is het nodig dat een aantal onderdelen al correct gecodeerd is (met de code van de auto). Raadpleeg de toepassingstabel. LET OP: zodra een code is ingelezen in het onderdeel, kan dit alleen nog maar in deze auto worden gebruikt: de code kan niet worden gewist en een tweede code kan ook niet worden ingelezen. De ingelezen code kan niet gewist worden. TOEPASSINGSTABEL. STAAT VAN DE ELEMENTEN WERKZAAMHE- DEN Huis met hulporganen interieur (UCH) RENAULTkaart Rekeneenheid inspuitsysteem Elektrische stuurkolomgrendel REPARATIECODE NODIG Inlezen van het huis met hulporganen interieur Inlezen/verwijderen van de RENAULTkaart Inlezen elektrische stuurkolomgrendel. Inlezen rekeneenheid van het inspuitsysteem Ongecodeerd Gecodeerd Gecodeerd - JA Gecodeerd Ongecodeerd Gecodeerd - JA Gecodeerd Gecodeerd - Ongecodeerd NEE Gecodeerd Gecodeerd Ongecodeerd Gecodeerd NEE * De toegewezen Renault-kaart moet leeg zijn of reeds in de auto zijn ingelezen. OPMERKING: hij kan ingelezen maar niet operationeel zijn (niet toegewezen). BELANGRIJK: alleen de RENAULT-kaarten die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken. 82A-6
61 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A VERVANGEN EN CONFIGUREREN VAN HET HUIS MET DE HULPORGANEN Een nieuw huis met hulporganen interieur is niet gecodeerd. Na montage in de auto, moet daarom een code worden ingelezen voordat het huis goed kan werken. Hiervoor moet u over ten minste één van de oude RENAULT-kaarten van de auto beschikken, en over de reparatiecode en moet de rekeneenheid van het inspuitsysteem correct zijn gecodeerd (raadpleeg de toepassingstabel). LET OP: zodra een code is ingelezen in het huis met hulporganen interieur, kan dit alleen nog maar in deze auto worden gebruikt: de code kan niet worden gewist en een tweede code kan ook niet worden ingelezen. BELANGRIJK: alleen de RENAULT-kaarten die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken op voorwaarde: dat zij al voor deze auto waren gecodeerd, dat zij nieuw zijn (ongecodeerd). INLEESPROCEDURE VOOR HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Start de communicatie met het systeem "Startvergrendeling". In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC027: inlezen huis met hulporganen interieur". Het gereedschap toont "Wilt u de reparatiecode invoeren". Terwijl de RENAULT-kaart niet in de lezer zit, voert u de geheime reparatiecode in (12 hexadecimale tekens) en valideert u de code. Als het formaat van de code correct is, toont het gereedschap "Plaats een reeds op de auto ingelezen kaart in de lezer", de inleesprocedure is bezig. Het gereedschap toont "Huis met hulporganen interieur ingelezen", het huis met hulporganen interieur is gecodeerd. Nu moet de inleesprocedure van de RENAULT-kaart worden gestart om de andere kaarten (maximum vier) toe te wijzen. Voordat dit bericht verschijnt kan een aantal secondes verlopen.. LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 2 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. BIJZONDERHEDEN Als op het scherm staat: "haal de kaart uit de lezer", zit er al een kaart in de lezer, "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel die van de auto is": is de code niet correct gelezen of is het huis met hulporganen interieur al gecodeerd op een andere auto. Controleer de code en probeer het invoeren te herhalen. "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze aan de auto toewijst": was het huis met hulporganen interieur al op deze auto gecodeerd, het huis met hulporganen interieur gaat naar het toewijzingsprogramma van de RENAULT-kaart. "Kaart niet bruikbaar op deze auto" komt de code van de kaart niet overeen met de aanwezige auto. "De aangeboden kaart is leeg. Wilt u een kaart aanbieden die al op de auto is ingelezen": bied een reeds gecodeerde kaart aan. "Inlezen huis met hulporganen interieur mislukt". Probeer de complete procedure te herhalen. LET OP: als een huis met hulporganen interieur de code van de RENAULT-kaarten heeft ingelezen, is het onmogelijk deze te wissen of door een andere code te vervangen. 82A-7
62 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A INLEESPROCEDURE VOOR HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Voer de test van het "MULTIPLEX NETWERK" uit en start de communicatie met de "STARTVERGRENDELING". Selecteer het menu "COMMANDO" en "SPECIFIEK COMMANDO" Selecteer het commando "SC 027: INLEZEN HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR" Als het diagnoseapparaat aangeeft: "VERWIJDER BADGE UIT LEZER" Het diagnoseapparaat geeft aan " WILT U DE REPARATIECODE INVOEREN". De procedure moet worden uitgevoerd met contact uit. Voer de code in (12 hexadecimale tekens in hoofdletters). Het diagnoseapparaat geeft aan: "VOER EEN KAART IN DIE AL IS INGELEZEN OP DE AUTO" Voer een kaart in die bij de auto hoort. De procedure kan niet met een nieuwe Renault-kaart uitgevoerd worden. 82A-8
63 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A Als het diagnoseapparaat aangeeft "CONTROLEER DE REPARATIECODE EN CONTROLEER OF DE KAART WEL VAN DE AUTO IS". De procedure is onderbroken. Probeer het opnieuw. Het diagnoseapparaat geeft aan "INLEZEN BEZIG" Als het diagnoseapparaat aangeeft "KAART NIET TE GEBRUIKEN OP DEZE AUTO" Als het diagnoseapparaat aangeeft "INLEZEN HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR MISLUKT" Het formaat van de Renaultkaart komt niet overeen met de auto. Probeer het opnieuw met een andere kaart die bij de auto hoort. De procedure is onderbroken. Probeer het opnieuw. Het diagnoseapparaat geeft aan "HUIS MET HULPORGANEN INGELEZEN" Als het diagnoseapparaat aangeeft "DE INGEVOERDE CODE KOMT NIET OVEREEN MET DE AANWEZIGE KAART" Als het diagnoseapparaat aangeeft "DE AANGEBODEN KAART IS ONGECODEERD. WILT U EEN KAART AANBIEDEN DIE AL OP DE AUTO IS INGELEZEN De ingevoerde code komt niet overeen met de code van de Renault-kaart. Controleer de reparatiecode en of de Renaultkaart wel bij de auto hoort. De procedure moet uitgevoerd worden met een kaart die bij de auto hoort. Het huis met hulporganen interieur is ingelezen op de auto. Het is nu niet meer mogelijk om de ingelezen code te wissen. Ga over tot het inlezen van de Renault-kaarten en voer de configuraties uit. Als het diagnoseapparaat aangeeft "DE CODE VAN HET INSPUITSYSTEEM KOMT NIET OVEREEN MET DE CODE VAN DE KAART" De procedure moet uitgevoerd worden met een Renault-kaart en een rekeneenheid die al de auto gecodeerd is. Het is onmogelijk om verschillende onderdelen in één keer te vervangen. 82A-9
64 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A TOEWIJZINGSPROCEDURE VAN DE RENAULT- KAARTEN N.B.: of een kaart leeg is kan worden gecontroleerd via de staat: "ET115: lege kaart". BELANGRIJK: als niet alle RENAULT-kaarten beschikbaar zijn, moet later een nieuwe toewijzingsprocedure met alle kaarten worden uitgevoerd. In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC001: inlezen van de kaarten". Het scherm toont "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze aan de auto toewijst? " Als een controle van de kaarten wordt gevraagd, toont het gereedschap "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een RENAULTkaart in tot het contact inschakelt: Als het toewijzen niet mogelijk is, toont het scherm "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". Gebruik een andere kaart. Als de kaart conform is, toont het scherm "haal de kaart uit de lezer". Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Steek dan een RENAULTkaart tot aan de aanslag in de lezer en valideer: als de RENAULT-kaart niet wordt geaccepteerd, blijft het rode lampje uit. Als de RENAULT-kaart wordt geaccepteerd, knippert het rode lampje snel en het gereedschap geeft aan "1 kaart ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". LET OP: dit moeten oude RENAULT-kaarten van de auto zijn of nieuwe, niet gecodeerde RENAULTkaarten. N.B.: de auto kan maar één RENAULT-kaart accepteren met handsfree functie. Als een tweede RENAULT-kaart aan de auto wordt toegewezen, zal deze werken als een eenvoudige RENAULT-kaart. LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 5 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. Configureer het huis met hulporganen interieur volgens de opties en uitrusting van de auto (raadpleeg hoofdstuk 87). N.B.: Als u het huis met hulporganen vervangt hoeft u niets te doen aan de rekeneenheid van het inspuitsysteem, het behoudt dezelfde startvergrendelingscode. Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een tweede RENAULT-kaart in tot het contact inschakelt: N.B.: als u twee keer dezelfde RENAULT-kaart aanbiedt reageert het systeem er niet op, net startvergrendelingslampje blijft uit. Voer de andere RENAULT-kaart(en) die aan de auto moeten worden toegewezen (maximum 4) tot de aanslag in de kaartlezer in. Het scherm toont "2, 3 of 4 kaarten ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". 82A-10
65 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A TOEWIJZINGSPROCEDURE VAN DE RENAULT-KAARTEN Voer de test van het "MULTIPLEX NETWERK" uit en start de communicatie met de "STARTVERGRENDELING". Selecteer het menu "COMMANDO" en "SPECIFIEK COMMANDO" Selecteer het commando "SC001: INLEZEN VAN DE KAARTEN" Als het diagnoseapparaat aangeeft: "VERWIJDER BADGE UIT LEZER" De procedure moet worden uitgevoerd met contact uit. Het diagnoseapparaat geeft aan "WILT U DE REPARATIECODE INVOEREN". Voer de code in (12 hexadecimale tekens in hoofdletters). Het diagnoseapparaat geeft aan "WILT U DE KAARTEN CONTROLEREN VOORDAT U ZE TOEWIJST?" Het diagnoseapparaat geeft aan"controleer DE REPARATIECODE EN CONTROLEER OF DE KAART WEL VAN DE AUTO IS". Deze functie maakt het mogelijk om de accumulator en de frequentie van de Renault-kaart te controleren. De ingevoerde code komt niet overeen met de code van het huis met hulporganen interieur. Controleer de code en probeer het invoeren opnieuw. 82A-11
66 STARTVERGRENDELING RENAULT-kaart 82A Het diagnoseapparaat geeft aan: "LET OP, ONTBREKENDE KAARTEN WORDEN ONBRUIKBAAR" Het diagnoseapparaat geeft aan: "STEEK DE KAART DIEP IN DE LEZER EN VALIDEER" Deze procedure maakt het mogelijk een Renault-kaart onbruikbaar te maken bijvoorbeeld bij verlies. Steek een Renault-kaart in de lezer. De kaart moet leeg zijn of bij de auto horen. Het diagnoseapparaat geeft aan: "VERWIJDER DE INGELEZEN KAART. EEN RENAULT-KAART INGELEZEN" Als het diagnoseapparaat aangeeft "INLEZEN HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR MISLUKT" Het diagnoseapparaat geeft aan: "WILT U EEN ANDERE KAART INLEZEN?" De procedure is onderbroken. De ingevoerde kaart is niet meer leeg. Steek een andere lege Renault-kaart of een die bij de auto hoort in de lezer Het diagnoseapparaat geeft aan: "VERWIJDER DE INGELEZEN KAART. WILT U EEN ANDERE KAART INLEZEN?" Het diagnoseapparaat geeft aan: "GEGEVENS IN HET GEHEUGEN SCHRIJVEN" De Renault-kaarten zijn aan de auto toegewezen.controleer het starten en de portiervergrendeling met alle kaarten. De auto kan maximaal vier RENAULT-kaarten hebben, waarvan één met handsfree functie. Voer de andere Renaultkaarten in die bij de auto horen. 82A-12
67 STARTVERGRENDELING Rekeneenheid inspuitsysteem 82A CODEREN VAN DE REKENEENHEID INSPUITING De rekeneenheid van het inspuitsysteem wordt ongecodeerd geleverd. Hij moet de code van de startvergrendeling inlezen bij zijn montage om het starten mogelijk te kunnen maken. Het is voldoende om het contact gedurende enkele secondes aan te zetten zonder te starten. Zet het contact af, de startvergrendeling wordt actief na enkele secondes. Controle De staat van de rekeneenheid van het inspuitsysteem is te zien met het diagnoseapparaat: 1 2 Selecteer en valideer "Huis met hulporganen interieur" Selecteer het menu "STAAT" en controleer: als de rekeneenheid niet is gecodeerd, is de staat "ET 111 inspuitsysteem ongecodeerd" actief, als de rekeneenheid is gecodeerd, is de staat "ET111 inspuitsysteem ongecodeerd" niet bevestigd LET OP: Bij dit type startvergrendeling houdt de auto levenslang zijn startvergrendelingscode. Ook heeft dit systeem geen noodcode. Het is daarom verboden tests uit te voeren met een uit een andere auto of uit het magazijn geleende rekeneenheid. De ingelezen code kan niet gewist worden. 82A-13
68 STARTVERGRENDELING Lezer RENAULT-kaart 82A De RENAULT-kaartlezer heeft twee contacten voor het activeren van de auto: een contact halverwege voor de voeding van de accessoires (+ accessoires), een contact als kaart op de aanslag geheel in de lezer is gestoken (+ na contact). N.B.: de RENAULT-kaart wordt in de lezer vergrendeld zodra het huis met hulporganen interieur de informatie "draaiende motor" heeft ontvangen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. De kaart wordt vrijgegeven als de motor stil staat. Een configuratie maakt het niet blokkeren van de Renault-kaarten mogelijk bij een automatische transmissie. Werking van de verlichting van de kaartlezer: Bij het ontgrendelen van de portieren, wordt de kaartlezer ongeveer 30 secondes verlicht. Als de lezer oplicht bij het invoeren van een RENAULT-kaart, betekent dit dat de code overeenkomt met de code in het huis met hulporganen interieur. Als de lezer snel knippert (met de zelfde frequentie als het startvergrendelingslampje) bij het invoeren van een RENAULT-kaart, betekent dit dat de code niet is herken door het huis met hulporganen interieur. Na het stilzetten van de motor licht de kaartlezer op. Als de RENAULT-kaart in de lezer aanwezig is bij het openen van het portier (stilstaande motor), knippert hij om aan te geven dat de kaart nog in de lezer zit. OPMERKING: als de verlichting van de kaartlezer niet goed werkt, moet u de kaartlezer vervangen. N.B.: De kaartlezer is niet gecodeerd. Voor het uitbouwen en de bestemming van de aansluitingen van de kaartlezer, zie hoofdstuk 84A. De RENAULT-kaartlezer dient: als FM-ontvanger voor het vergrendelen of het ontgrendelen van de portieren, als antenne van de transponder van de startvergrendeling en voor de herkenning van de RENAULT-kaart. 82A-14
69 STARTVERGRENDELING Elektrische stuurkolomgrendel 82A De grendel van de stuurkolom bevindt zich aan de onderkant van de stuurkolom. Hij wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur. De grendel wordt gecodeerd door het huis met hulporganen interieur, de code kan niet worden gewist. VOORZORGEN BIJ DE REPARATIE Om te voorkomen dat het stuurwiel blokkeert bij het losmaken van de accukabels, moet u: als de auto niet uitgerust is met een navigatiesysteem, steek de RENAULT-kaart diep in (+ na contact) trek hem dan halverwege (+accessoires) er uit. Zolang de kaart halverwege in de lezer zit, wordt de stuurkolom niet geblokkeerd. Maak de accukabel los, de stuurkolom blijft ontgrendeld zolang de accu niet opnieuw wordt aangesloten en de RENAULT-kaart wordt verwijderd. vergrendel de airbagrekeneenheid met een diagnoseapparaat. Voor de bestemming van de aansluitingen van de stekker, zie hoofdstuk 84A. UITBOUWEN LET OP: de grendel is vastgezet met een bout met linkse schroefdraad. Voor het uitbouwen moet hij vooraf ontgrendeld zijn. WERKING De stuurinrichting ontgrendelt als de RENAULT-kaart zo diep mogelijk in de lezer is gestoken en de transponder is herkend door het huis met hulporganen interieur. De stuurinrichting vergrendelt als de RENAULT-kaart uit de lezer is gehaald en de motor stilstaat en de auto niet rijdt. N.B.: als het huis met hulporganen interieur een informatie "botsing" heeft ontvangen van de airbagrekeneenheid, blijft de stuurkolom ontgrendeld. N.B.: als de stuurkolomgrendel defect of niet aangesloten is, kan de motor niet starten. OPMERKINGEN: Als het systeem niet ontgrendelt bij het invoeren van de RENAULT-kaart in de lezer, gaat het rode startvergrendelingslampje vast branden, maar de + na contact wordt niet ingeschakeld. Als de veiligheidsvergrendeling tijdens het rijden vrijkomt, lichten het lampje "Stop" en het rode controlelampje van de startvergrendeling op (het stuurwiel blokkeert niet). Als een inwendige schakelaar defect is, licht het lampje service op. INBOUWEN Zet de bout vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m. 82A-15
70 STARTVERGRENDELING Elektrische stuurkolomgrendel 82A CODEREN VAN DE STUURKOLOMGRENDEL De grendel wordt ongecodeerd geleverd. Hij moet de code van de startvergrendeling inlezen bij zijn montage om het inschakelen van het contact mogelijk te kunnen maken. Hiervoor is het voldoende de RENAULT-kaart van de auto enkele secondes in de lezer te steken. Verwijder de RENAULT-kaart, de startvergrendeling wordt actief na enkele secondes. De grendel is gecodeerd en de stuurkolom is geblokkeerd. LET OP: Bij dit type startvergrendeling houdt de auto levenslang zijn startvergrendelingscode. Ook heeft dit systeem geen noodcode. Het is daarom verboden tests uit te voeren met een uit een andere auto of uit het magazijn geleende grendel. De ingelezen code kan niet gewist worden. Voor het controleren van de codering van de stuurkolomgrendel: selecteer "Startvergrendeling" in het menu "Staat", controleer of de regel "ET089 stuurkolomgrendel ongecodeerd" niet gevalideerd is. 82A-16
71 182B CLAXON Claxon 82B BESCHRIJVING De claxon is links achter de schildbumper voor geplaatst. AANSLUITING (eenvoudig) Aansl. Omschrijving A Voeding (schakelaar) B Massa AANSLUITING (codelijn) Aansl. 1 Voeding 2 Massa Omschrijving 3 Commando (schakelaar of huis met hulporganen interieur) De auto's hebben, afhankelijk van de uitvoering: een of twee enkele claxons, twee claxons die via een codelijn worden gestuurd door het huis met hulporganen interieur. Deze claxons worden bekrachtigd: via het contact in de lichtschakelaar, via een codelijn vanaf het huis met hulporganen interieur bij het vergrendelen van de portieren met de handsfree functie (afhankelijk van de uitvoering). N.B.: de toon en het volume van dit signaal bij het vergrendelen kunnen worden gewijzigd door een configuratie van het huis met hulporganen interieur met een diagnoseapparaat. Ga als volgt te werk: start de communicatie met het huis met hulporganen interieur, selecteer en valideer het menu "commando" de regel "configuratie", 82B-1
72 182C ALARM Algemeen 82C BESCHRIJVING De kabelbundel van de auto is voorbereid voor het aansluiten van een door Renault goedgekeurd alarm. De speciale stekker (A) bevindt zich achter de bekleding, naast de gordelspanner links achter. AANSLUITINGEN Aansl. Omschrijving 1 Commando van de knipperlichten 2 Commando van het vergrendelingslampje 3 + na contact 4 + Caravan (niet in gebruik voor het alarm) 5 + Voor contact 6 Signaal van het motorkapcontact WERKING Het alarm is verbonden met het huis met hulporganen interieur door een serie verbinding. De opdracht voor het uitschakelen van het alarm wordt gegeven door het huis met hulporganen interieur via een codelijn tijdens het ontgrendelen via de FMafstandsbediening. De opdracht voor het activeren van het alarm wordt gegeven door het huis met hulporganen interieur in het geval van: vergrendeling via de FM-afstandsbediening. automatische hervergrendeling. Het huis met hulporganen interieur informeert de alarmcentrale over de staat van de portieren na het vergrendelen met de FM-afstandsbediening. 82C-1
73 183A INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. BELANGRIJK: Voor u begint met het uitbouwen van het dashboard, moet u de airbagrekeneenheid vergrendelen met het diagnoseapparaat (voor de adviezen zie hoofdstuk 88C) N.B.: Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. UITBOUWEN Maak vrij: het portierrubber (gedeeltelijk), de bekleding aan de bovenkant (C), de bekleding (D) en houd daarbij de bovenkant opzij gedrukt. Zet de stoelen naar voren. Draai de zonneklep naar de portieringang. Maak los: de kap van de bevestiging (A), het klemmetje (B). Kantel de zonneklep naar de voorruit. Verwijder de zonneklep (1). Bouw de schroeven (E) uit. Zet de stoelen naar achteren. Maak de massakabel van de accu los. Maak los: de achterkant van de console, 83A-1 Editie 3
74 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A de bediening van de verwarming, zodat de schroeven (F) toegankelijk zijn de voorkant van de consolezijwand, bij (3), daarna (4), het achterste deel los van de consolezijwand, door voorzichtig te trekken bij (1) en daarna bij (2), de stofhoes van de versnellingshendel. Wip met een platte schroevendraaier het middelste deel van de console los aan de voorkant, daarna aan de achterkant (5). 83A-2 Editie 3
75 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A BIJZONDERHEID SELECTEURHENDEL AUTOMATISCHE TRANSMISSIE UITBOUWEN Wip de plaat los van de hefboom (8). INBOUWEN Draai de onderkant (6). Klem de plaat van de hefboom vast. Assembleer de twee delen van de hefboom: klem het geheel vast. Druk op de ontgrendelknop van hendel (D); maak de hefboom vrij (7). 83A-3 Editie 3
76 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A Wip de Renault-kaartlezer los aan de bovenkant, daarna aan de onderkant. Til het achterste deel van de console iets omhoog en schuif deze naar de achterkant van de auto. Bouw uit: de autoradio met behulp van het gereedschap Ms of Ms (afhankelijk van de uitvoering), de centrale communicatie eenheid (afhankelijk van de uitvoering) met behulp van het gereedschap Ms. 1373, Bouw de schroeven (G) uit. de airbag in het stuurwiel. Steek hiervoor een schroevendraaier in het gat (1) en beweeg hem naar boven (2). 83A-4 Editie 3
77 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A Maak de stekkers los van de airbag in het stuurwiel en de stekkers van de toetsen van de snelheidsregelaar. de draaibare doorvoer na het noteren van de stand ervan, Bouw uit: de stuurwielbout, het stuurwiel in de rechtuit stand, de schroeven (I), maak daarna de bovenste en onderste kap vrij, de steun van de startschakelaar, de schroeven (D) van de handgreep van de automatische parkeerrem na het verwijderen van het afdekkapje, de schakelaarsteun (K). 83A-5 Editie 3
78 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A Maak los: de sierlijst boven het instrumentenpaneel, Bouw uit: de schroeven (C), maak daarna het instrumentenpaneel vrij, de schroef achter het instrumentenpaneel, de sierlijst onder het instrumentenpaneel. de zijkanten van het dashboard, zodat de schroeven (M) toegankelijk zijn, de bekledingen van de portierstijl voor (gedeeltelijk) en draai de schroef (N) los. 83A-6 Editie 3
79 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A Wip de twee klemmetjes (O) los, uitbouwen daarna de kap van de centrale communicatie eenheid of het opbergvak. de cd-rom lezer met behulp van het gereedschap Ms (afhankelijk van de uitvoering), de schroeven (Q), verwijder het dashboardkastje. LET OP: de GPS-antennekabel is zeer kwetsbaar, verbuig hem niet en knijp hem niet af. Bouw uit: de bout (P), Gebruik een ringsleutel (R) om het borgklemmetje van de airbag op de balk te vergrendelen. 83A-7 Editie 3
80 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A Maak los: de stekker van de passagiersairbag op de dashboardbalk, bij de zekeringen/relaisplaat optie (S), INBOUWEN LET OP: maak niet de stekker los op de module van de passagiersairbag. de twee tweeters, Voor het inbouwen controleert u de goede staat van de klemmetjes (T). de verbindingsstekker van het dashboard, en bouw het uit (twee monteurs). BELANGRIJK: Vervang de richtgeleider (U) na iedere demontage en zet hem vast met 2 N.m met behulp van het gereedschap Mot Plaats het dashboard (twee personen). 83A-8 Editie 3
81 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A Controleer of het dashboard goed is vastgeklemd in de richtgeleider. BELANGRIJK: voor het vastzetten van het dashboard, brengt u de kabelbundel op zijn plaats, en sluit u de stekker van de passagiersairbag aan. BIJZONDERHEDEN VAN DE DRAAIBARE DOORVOER Controleer of de wielen rechtuit staan, voordat u de draaibare doorvoer vastzet. BIJZONDERHEDEN VAN HET STUURWIEL BELANGRIJK: Het stuurwiel past maar op een manier op de spiebanen. Het stuurwiel moet vrij over de spiebanen kunnen bewegen. BELANGRIJK: Vervang na iedere demontage de stuurwielbout en zet hem vast met een aantrekkoppel van 44 N.m. Let op dat ze niet beschadigen. 83A-9 Editie 3
82 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Dashboard 83A BIJZONDERHEDEN VAN DE AIRBAG BELANGRIJK: voor u de airbagrekeneenheid ontgrendelt, moet u een controle uitvoeren met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het hoofdstuk "Storing zoeken". LET OP: Bij het niet opvolgen van deze instructies bestaat het gevaar dat het pyrotechnische systeem niet goed functioneert, en zelfs dat dit zonder aanleiding wordt geactiveerd. Als de auto een airbag in het dashboard heeft, moet u de hierboven afgebeelde waarschuwingssticker aanbrengen tegen de zijkant van het dashboard als dit wordt vervangen, raadpleeg hoofdstuk 88C. N.B.: Na het aansluiten van de accu moet u een aantal eenvoudige inlezingen uitvoeren zonder diagnoseapparaat: klokje op tijd zetten, de viercijferige code van de autoradio invoeren, de motors van de ruitbediening (sneltoets) initialiseren, het open dak initialiseren. 83A-10 Editie 3
83 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel 83A OPMERKING: Op deze instrumentenpanelen kan alleen de ruit worden vervangen. Bij een storing in een van de andere onderdelen, moet het complete instrumentenpaneel worden vervangen. UITBOUWEN Maak de massakabel van de accu los. Bouw met behulp van een stevige spatel uit: de bovenste sierlijst van het instrumentenpaneel die op het dashboard vastgeklemd is, Verwijder de schroeven (A), maak daarna het instrumentenpaneel vrij. de onderste sierlijst van het instrumentenpaneel die op het dashboard vastgeklemd is. INBOUWEN BELANGRIJK: voer na het vervangen van het instrumentenpaneel de nodige configuraties uit. Als de auto een spraakmaker heeft, raadpleeg dan hoofdstuk 83B. 83A-11 Editie 3
84 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel 83A AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Grijze stekker Rode stekker Informatie portier Toets discretie Niet in gebruik Niet in gebruik Regelweerstand verlichting Toets functiekeuze boordcomputer Niet in gebruik Multiplexsignaal spraakmaker (H) Niet in gebruik Multiplexsignaal (H) Multiplexsignaal (L) Diagnoselijn Multiplexsignaal spraakmaker (L) Niet in gebruik Niet in gebruik Controlelampje schakelaar openen portier Controlelampje knipperlicht rechts Controlelampje knipperlicht links + voor contact Controlelampje startvergrendeling Controlelampje gordel Niet in gebruik Controlelampje dimlicht Controlelampje grootlicht Niet in gebruik Controlelampje mistachterlicht Controlelampje mistlichten Waarschuwingslampje ruitensproeierpeil Waarschuwingslampje laadstroom Controlelampje stoelverwarming + na contact Niet in gebruik Waarschuwingslampje oliedruk Informatie motorkap Niet in gebruik Oliepeilzender Signaal tankelement Niet in gebruik Massa Massa tankelement Massa oliepeilzender Controlelampje markeringslicht Toets herhaling Controlelampje parkeerrem Waarschuwingslampje storing remsysteem 83A-12 Editie 3
85 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel 83A ALGEMEEN Het instrumentenpaneel van het lage gamma heeft de volgende functies: meters met een naald: rijsnelheid, toerenteller, koelvloeistoftemperatuur, brandstofpeil. geluidssignaal: knipperlichten, vergeten verlichting bij het openen van een portier (behalve auto met spraakmaker), vergeten verwijderen van de RENAULT-kaart uit de kaartlezer, vergeten autogordel bestuurderszijde, bevestiging automatische vergrendeling tijdens het rijden, indicatie storing kinderveiligheid, snelheidsverklikker (Arabië) (afhankelijk van de uitvoering), indicatie automatisch brandende verlichting (afhankelijk van de uitvoering), indicatie snelheidsregeling/-begrenzing of snelheidsregeling met afstandsregeling (afhankelijk van de uitvoering), vastzetten - vrijzetten van de automatische parkeerrem. N.B.: De functie "zoemer vergeten autogordel bestuurderszijde" waarschuwt als de autogordel van de bestuurder niet vastzit als de auto sneller rijdt dan ongeveer 10 km/u: door een geluidssignaal (zoemer Ingebouwd in instrumentenpaneel) gedurende ongeveer 90 secondes, door het knipperen van het waarschuwingslampje autogordel (dit gaat weer vast branden als het geluidssignaal is afgelopen). functie indicatie via waarschuwingslampje functie display: indicatie van het oliepeil, kilometerteller, boordcomputer. functie indicatie via symbolen: invoeren van de RENAULT-kaart, druk op startknop, symbolen "SERVICE" of "STOP", controlesymbolen van de werking, bandenspanning (zie hoofdstuk 35B), ingeschakelde versnelling (afhankelijk van de uitvoering), symbolen snelheidsregeling/-begrenzing of snelheidsregeling met afstandsregeling (afhankelijk van de uitvoering). snelheidsregeling/-begrenzing (zie hoofdstuk "snelheidsregeling/-begrenzing") spraakmaker (afhankelijk van de uitvoering) (aanvulling bij de rekeneenheid, zie hoofdstuk "spraakmaker"). OPMERKING: een weergave van de boordcomputer kan de indicatie via symbolen (afhankelijk van de uitvoering) uitschakelen. Als de afstand minder is dan 1500 km of 1000 mijl of als er 22 maanden voorbij zijn (afhankelijk van motortype en land), knippert de sleutel gedurende 30 secondes bij het aanzetten van het contact of als de bladzijde "verversingafstand" zichtbaar is op de boordcomputer. De sleutel knippert permanent als de afstand 0 is geworden of na 24 maanden (afhankelijk van motortype en land). Initialiseren van de afstand tot het olie verversen: zet het contact aan, selecteer het scherm "afstand tot olieverversen", druk op de "nulinsteltoets" gedurende 5 secondes, de afstand knippert 4 secondes en wordt dan vast, laat de "nulinsteltoets" los als de juiste waarde verschijnt N.B.: De afstand tot het volgende olie verversen is opgeslagen in het geheugen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Deze kan niet veranderd worden. 83A-13 Editie 3
86 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel 83A FUNCTIEWEERGAVE MET SYMBOLEN Het grote display kan een aantal functies laten zien. Deze functies worden weergegeven door symbolen: Invoeren van de RENAULT-kaart "controlefase van de bewaakte functies" staat koelvloeistoftemperatuur waarschuwing brandstofreserve storing inspuitsysteem storing automatische transmissie minimum ruitensproeierpeil "bewaakte functies OK" "druk op startknop" waarschuwing "Stop" waarschuwing "Service" rode waarschuwing "Laadstroom" knippert afgewisseld door waarschuwing "Stop" rode waarschuwing "Oliepeil" knippert afgewisseld door waarschuwing "Stop" rode waarschuwing "Oliepeil" knippert afgewisseld door waarschuwing "Stop" oranje waarschuwing "voorverwarming" oranje waarschuwing "Brandstofreserve" oranje waarschuwing "storing inspuitsysteem" oranje waarschuwing "storing transmissie" oranje waarschuwing "ruitensproeierpeil" weergave van de stand van de hendel van de automatische transmissie bandenspanning (zie hoofdstuk 35B) ingestelde snelheid van snelheidsregelaar/- begrenzer (zie hoofdstuk 83D) ingestelde snelheid van snelheidsregelaar/- begrenzer met afstandsregeling (zie hoofdstuk 83D) N.B.: Afhankelijk van de uitvoering, kan dit display worden uitgeschakeld via de functiekeuzetoets van de boordcomputer (het geeft alleen nog bepaalde storingen aan). CONFIGURATIES De configuraties moeten worden uitgevoerd overeenkomstig het uitrustingsniveau van de auto: autotype: Laguna (CF 072) Vel Satis (CF 071) taal van de spraakmaker: Frans (CF 066) Engels (CF 073) Italiaans (CF 075) Duits (CF 074) Spaans (CF 076) Nederlands (CF 077) Portugees (CF 078) Turks (CF 079) Type versnellingsbak: handgeschakelde versnellingsbak (CF 132) automatische transmissie (behalve motor P9X) automatische transmissie (motor P9X/V4Y) eenheid voor de bandenspanning: druk in bar (CF 069) druk in psi (CF 070) type snelheidsregelaar: zonder afstandsregelaar (CF 068) met afstandsregelaar (CF 067) (zie hoofdstuk 83D). OPMERKING: voor een goede werking van de spraakmaker, moet de rekeneenheid onder het dashboard correct aangesloten zijn bij ieder losmaken van de accu. BELANGRIJK: Deze configuraties worden pas van kracht nadat de accu is losgemaakt en weer aangesloten. 83A-14 Editie 3
87 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel 83A WERKING VAN HET DISPLAY Indicatie van het oliepeil Deze functie verschijn gedurende ongeveer 30 secondes bij het aanzetten van het contact of na het starten van de motor. Als het peil tussen het maximum en het minimum peil staat, geeft het display "oil ok" aan. Het is normaal dat het oliepeil soms iets verschilt. Oorzaken hiervoor kunnen zijn: parkeren op een hellend vlak, te korte motor heeft een te korte tijd stilgestaan (met koude olie ) enz. Kilometerteller Totaalteller De kilometertotaalteller verschijnt 30 secondes na het aanzetten van het contact (na de informatie van het oliepeil). Door het indrukken van de toets "boordcomputer" of "nulinstelling" kan deze wachttijd verkort worden. Dagteller 13141a Als tijdens deze secondes, gedrukt wordt op de toets "boordcomputer" of "nulinstelling", geeft het display "oil ok" aan en daarna het oliepeil in de vorm van blokjes. Deze verdwijnen naarmate het oliepeil daalt en worden vervangen door streepjes. De dagteller wordt in plaats van de totaalteller weergegeven na een korte druk op de toets "boordcomputer". De nulinstelling gebeurt door het indrukken van de toets "nulinstelling". De nulinstelling van de dagteller is niet dezelfde als de nulinstelling van de boordcomputer. N.B.: De weergave in kilometers of in mijlen kan niet worden geconfigureerd. Hiervoor moet het instrumentenpaneel worden vervangen b Als het oliepeil op het minimum peil staat bij het aanzetten van het contact, knipperen de streepjes en het woord "oil" gedurende 30 secondes. Het waarschuwingslampje "service" licht op en blijft branden na het starten van de motor c N.B.: onder normale omstandigheden wordt het oliepeil gemeten nadat het contact minstens 1 minuut is afgezet, in overige gevallen wordt de laatste waarde weergegeven. als er een storing van de peilzender is gedetecteerd, gaat het display bij het aanzetten van het contact direct naar de km-totaalteller. 83A-15 Editie 3
88 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel 83A De boordcomputer Actueel verbruik (in L/100 km) De opeenvolgende gegevens van de boordcomputer verschijnen in plaats van de km-tellers door indrukken van de toets op het einde van de ruitenwisserschakelaar (functiekeuzetoets "boordcomputer"). De nulinstelling gebeurt door het indrukken van de toets "nulinstelling". De informaties van de boordcomputer verschijnen als volgt na elkaar na de dagteller op het display: Verbruikte brandstof (in liters of in gallons*) sinds de laatste nulinstelling f Hiervoor moet de auto sneller rijden dan ongeveer 30 km/u. Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Bij gas los, met een snelheid boven 30 km/u, is het actuele verbruik 0. N.B.: Deze functie ontbreekt op de Angelsaksische uitvoering d Gemiddeld verbruik (in L/100 km of MPG*) sinds de laatste nulinstelling. Voorziene actieradius met de resterende brandstof (in km of in M*) g Deze verschijnt nadat ongeveer 400 m is afgelegd. Daaronder geeft het display vaste streepjes aan e Hierbij wordt gerekend met de afgelegde afstand en de hoeveelheid verbruikte brandstof sinds de laatste nulinstelling. Deze verschijnt nadat ongeveer 400 m is afgelegd. Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Bij het berekenen van de actieradius wordt uitgegaan van de afgelegde afstand, de hoeveelheid in de tank aanwezige brandstof en de verbruikte brandstof. N.B.: Als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt, wordt geen actieradius aangegeven. * Angelsaksische uitvoering. 83A-16 Editie 3
89 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel 83A Afgelegde afstand sinds de laatste nulinstelling van de boordcomputer h Gemiddelde snelheid sinds de laatste nulinstelling. Deze verschijnt nadat ongeveer 400 m is afgelegd. Daaronder geeft het display vaste streepjes aan j Deze waarde wordt berekend door de afgelegde afstand te delen door de tijd die is verstreken sinds de laatste nulinstelling. De tijdbasis is ingebouwd in de boordcomputer. Afstand tot olie verversen informeert de bestuurder over de afstand (in KM of in M*) die kan worden afgelegd tot de volgende keer olie verversen. Als de afstand minder is dan 1500 km of 1000 mijl of als er 22 maanden voorbij zijn, knippert de sleutel gedurende 30 secondes bij het aanzetten van het contact of als de bladzijde "verversingafstand" zichtbaar is op de boordcomputer. De sleutel knippert permanent als de afstand "0" is geworden of na 24 maanden (afhankelijk van motortype en land). Initialiseren van de afstand tot het olie verversen: zet het contact aan, selecteer de bladzijde "actieradius" op de boordcomputer, druk op de "nulinsteltoets" gedurende ongeveer 5 secondes, de afstand knippert 4 secondes en wordt dan vast, laat de "nulinsteltoets" los als de juiste waarde verschijnt 83A-17 Editie 3
90 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel 83A DIAGNOSEPROGRAMMA Om toegang te krijgen tot het diagnoseprogramma, houd de toets "boordcomputer" op het einde van de ruitenwisserschakelaar ingedrukt en zet het contact aan zonder de motor te starten Ga naar de volgende test door op de toets "boordcomputer" te drukken. Weergave van storingen in het geheugen. De wijzers bewegen met stappen van 1000 tr/min, 40 km/u, 25 en kwarten van de tankinhoud. De test LCD-display verschijnt o Als de letter "t" verschijnt, is er een storing in de informatie "inspuitsysteem" in het geheugen geregistreerd van ten minste 4 secondes. Alle segmenten van het display moeten oplichten. Ga naar de volgende test door op de toets "boordcomputer" te drukken l De test hoeveelheid brandstof in de tank verschijnt. Als de letter "J" verschijnt is een storing tankelement gedetecteerd (langer dan 100 secondes niet aangesloten). De weerstand moet liggen tussen 5 en 350 Ω. Als de letter "d" verschijnt is er een storing in de informatie "inspuitsysteem". Als de letter "h" verschijnt is er een storing in de informatie "oliepeil". De weerstand moet liggen tussen 6 en 20 Ω. Als er alleen streepjes zijn, is er geen storing gedetecteerd m De aangegeven waarde moet overeenkomen met de hoeveelheid brandstof in de tank in liters (ook in de Angelsaksische uitvoering). Ga naar de volgende test door op de toets "boordcomputer" te drukken. De test brandstofverbruik in liter / uur verschijnt (draaiende motor). Een moet aangegeven zijn bij draaiende motor N Door een druk op de toets "nulinsteltoets" kan het programma worden afgesloten en het storingsgeheugen gewist. BELANGRIJK: De boordcomputer geeft een storing aan door de weergave van knipperende streepjes. Als er geen informatie is van de rekeneenheid van het inspuitsysteem via het multiplexnetwerk, werken de teller, het actuele verbruik en de actieradius niet meer. Als er geen informatie is van de rekeneenheid van het ABS via het multiplexnetwerk, werken de kmteller en de afstand tot olie verversen niet meer. Bij ieder druk op de toets "boordcomputer" verschijnt een symbool op het display ("START" (wit), "STORING LAADSTROOM" (rood) en "MINIMUM BRANDSTOFPEIL(oranje)). Om het diagnoseprogramma te verlaten, drukt u op de toets "nulinstelling". 83A-18 Editie 3
91 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Tankelement 83A Voor het uitbouwen van het tankelement (benzine of diesel) moet de achterzitting worden uitgebouwd. Voor de methode, zie hoofdstuk 19C. Controle Controleer de weerstandsverandering door de vlotter te verplaatsen. Peil Weerstand (± 10 Ω) Liters (+/-5 l) Tank vol 20 Ω 80 Tank 3 / 4 87,5 Ω 62 Tank 1 / 2 155Ω 44 Tank 1 / 4 222,5 Ω 26 Tank leeg 290 Ω 7 Aansl. A1 A2 B1 B2 C1 C2 Omschrijving Informatie brandstofpeil Niet in gebruik - Tankelement Niet in gebruik + Brandstofpomp - Brandstofpomp N.B.: De genoemde waarden gelden ter indicatie. Voor een nauwkeuriger weergave, gebruikt het instrumentenpaneel een verschillende overeenkomst Weerstand/Meterstand: Weerstand ingang instrumentenpaneel in Ω Meterstand 20 Tank vol 57,5 7/8 95 3/4 132,5 5/ /2 207,5 3/ /4 282,5 Ingang reserve 83A-19 Editie 3
92 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Oliepeilzender 83A WERKING De oliepeilzender bestaat uit een draad met een hoge weerstandscoëfficiënt. Als de draad is ondergedompeld in een vloeistof heeft hij een andere elektrische weerstand dan in lucht. Na een vaste tijd, ontstaat een spanningsverschil tussen de aansluitingen afhankelijk van de onderdompeling van de draad. Dit spanningsverschil wordt verwerkt door de elektronica van het instrumentenpaneel dat de weergave van het peil regelt en de waarschuwing minimum oliepeil op het centrale display. CONTROLE De weerstand moet liggen tussen 6 en 20 Ω. Bij een waarde van minder dan 3 Ω is er sprake van een kortsluiting. Bij een waarde van meer dan 20 Ω is er sprake van een onderbreking. PLAATS Voorbeeld: motor G9T. Bij het aanzetten van het contact, geeft het centrale display het bericht "oil ok" gedurende 30 secondes voordat het overschakelt op de weergave van de kilometertellers. OPMERKING: bij een kortsluiting of onderbreking in het circuit tijdens de weergave van het oliepeil, wordt meteen overgegaan op de kilometerstanden. Als de accuspanning lager is dan 8 V, wordt het peil niet aangegeven. 83A-20 Editie 3
93 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Display 83A ALGEMEEN Afhankelijk van het uitrustingsniveau, zijn er drie types displays mogelijk: een display specifiek voor de radio "lage gamma" met de functies: waarschuwing portieren niet goed gesloten, display van de autoradio, waarschuwing autogordel vergeten. een display specifiek voor de radio "hoge gamma". een scherm voor het navigatiesysteem Carminat met de functies (zie hoofdstuk 83C): navigatie, waarschuwing portieren niet goed gesloten, display van de autoradio, waarschuwing autogordel vergeten. N.B.: Het display voor de radio "hoge gamma" gebruikt een specifieke multiplexverbinding. Raadpleeg hoofdstuk 86A. Voor het uitbouwen van het display, moet het instrumentenpaneel worden uitgebouwd. Raadpleeg hoofdstuk "Instrumentenpaneel". AANSLUITING "Lage gamma" Rode 15-polige stekker Aansl Grijze 15-polige stekker Aansl Omschrijving Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Verbinding commando autoradio (aansl. B1) Verbinding commando autoradio (aansl. A3) Verbinding commando autoradio (aansl. B2) Verbinding commando autoradio (aansl. B3) Verbinding commando autoradio (aansl. A2) Verbinding commando autoradio (aansl. A1) Niet in gebruik Omschrijving Buitentemperatuur Buitentemperatuur Niet in gebruik Niet in gebruik Massa Verlichting Voeding verlichting (regelweerstand) + accessoires + accu Uitgang buitentemperatuur Massa (autoradio aansl. 6) Informatie radio aan (autoradio aansl. 5) Verbinding autoradio (aansl. 1) Verbinding autoradio (aansl. 2) Verbinding autoradio (aansl. 3) 83A-21 Editie 3
94 183B BOORDCOMPUTER Spraakmaker 83B ALGEMEEN De spraakmaker functioneert door middel van drie elementen: het instrumentenpaneel dat de omstandigheden voor het uitspreken verwerkt en de taal kiest, de spraakmaker die het signaal van het instrumentenpaneel "vertaalt", de luidspreker van de spraakmaker. Het geluidsvolume van de wordt in stappen aangepast, afhankelijk van toerental van de motor. N.B.: Als de toets "discretie" is ingeschakeld, worden de berichten vervangen door een geluidssignaal. De verbinding tussen het instrumentenpaneel en de spraakmaker verloopt via het multiplexnetwerk van de auto. Configuratie De functie "mute" van de autoradio wordt verzorgd door een draad vanaf de spraakmaker. Een signaal van de spraakmaker kan worden onderbroken door een belangrijker bericht van het navigatiesysteem of de telefoon... Als de auto het navigatiesysteem heeft, verlopen de berichten via de centrale communicatie eenheid. Als de centrale communicatie eenheid is losgenomen, wordt geen enkel bericht doorgegeven. Raadpleeg hoofdstuk 83C. Een van de acht beschikbare talen moet worden gekozen: Frans (CF 066) Engels (CF 073) Italiaans (CF 075) Duits (CF 074) Spaans (CF 076) Nederlands (CF 077) Portugees (CF 078) Turks (CF 079) OPMERKING: Als de spraakmaker niet is aangesloten op de accu, herkent het instrumentenpaneel de functie niet en configureert het zich zonder spraakmaker. 83B-1 Editie 3
95 BOORDCOMPUTER Spraakmaker 83B AANSLUITINGEN Luidspreker spraakmaker (A). Aansluiting van de spraakmaker. Rode 15-polige stekker Toetsen "discretie" (B) en "herhaling" (C). Aansl Omschrijving Massa + permanent + na contact Niet in gebruik Niet in gebruik Multiplexverbinding (instrumentenpaneel) Multiplexverbinding (instrumentenpaneel) Niet in gebruik Niet in gebruik Uitgang "mute" autoradio Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Luidspreker van de spraakmaker Luidspreker van de spraakmaker N.B.: De toetsen "herhaling", "discretie" en de informatie openen van de portieren zijn verbonden met het instrumentenpaneel. 83B-2 Editie 3
96 BOORDCOMPUTER Spraakmaker 83B SCHAKELAARS SPRAAKMAKER Aansl Omschrijving Schakelaar "herhaling" van het bericht Massa Schakelaar "discretie" 83B-3 Editie 3
97 BOORDCOMPUTER Spraakmaker 83B BERICHTEN VAN DE SPRAAKMAKER Verwelkoming Portier achter links niet goed gesloten Portier achter rechts niet goed gesloten Portier voor links niet goed gesloten Portier voor rechts niet goed gesloten Bagageruimte niet goed gesloten Motorkap niet goed gesloten Autogordel bestuurder niet vastgemaakt Lichten vergeten Markeringslichten defect Remlicht rechts defect Remlicht links defect Kentekenverlichting defect Storing laadstroom Parkeerrem vastgezet Automatische parkeerrem vrijgezet Storing automatische parkeerrem prioriteit 1 Minimum ruitensproeierpeil Minimum brandstofpeil benzine diesel Minimum brandstofpeil benzine op LPG Minimum peil LPG LPG-tank leeg Minimum oliepeil Storing oliedruk Waarschuwing koelvloeistoftemperatuur (motor te heet) Storing inspuitsysteem prioriteit 1 Storing inspuitsysteem prioriteit 2 Storing antiluchtverontreiniging (OBD) Storing LPG-systeem Storing variabele stuurbekrachtiging Storing BAS (noodstopbekrachtiging) Storing ABS Storing ESP ESP uitgeschakeld Afstandsregelaar buiten werking Storing afstandsregelaar Storing automatische transmissie Olietemperatuur transmissie te hoog Olie verversen automatische transmissie gevraagd Storing startvergrendeling Te zachte of te harde band voor links Te zachte of te harde band voor rechts Te zachte of te harde band achter rechts Te zachte of te harde band achter links Veel te zachte band voor links Veel te zachte band voor rechts Veel te zachte band achter rechts Veel te zachte band achter links Bandenspanning niet gecontroleerd Lekke band voor links Lekke band voor rechts Lekke band achter rechts Lekke band achter links Automatische vergrendeling van de portieren actief Automatische vergrendeling van de portieren niet actief Storing kinderveiligheid Storing gedetecteerd bij discrete werking (gong) 83B-4 Editie 3
98 283C INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Algemeen 83C Met het navigatiesysteem "CARMINAT" wordt de route aangegeven via een scherm en een stem. Met dit systeem kan: naar een bepaalde plaats gegaan worden: staat, laan, boulevard, enz. hotel, openbare diensten, service stations, garage, enz. de routecriteria worden gekozen: het snelst in tijd, via de kortste weg, zo veel mogelijk over hoofdwegen, zo weinig mogelijk over hoofdwegen, niet over tolwegen. Het gekozen routecriterium verschijnt als een symbool op de statusregel onderaan het scherm. adressen onthouden worden (adresboekje). een wegenkaart weergeven: van de plaats waar men zich bevindt, van de bestemming. de reistijd weergeven ontvangen van de berichten van het "verkeersinformatie" systeem (geschreven en gesproken). N.B.: voor de werking van het systeem en de beschrijving van de verschillende menu's, raadpleegt u het instructieboekje. Het "Carminat" systeem gebruikt de informatie "rijsnelheid" afkomstig van de ABS-rekeneenheid voor het meten van de afgelegde afstand en de informatie "achteruitversnelling". Een specifiek multiplexnetwerk voor de functie "Carminat" verbindt de rekeneenheid van het navigatiesysteem, het centrale communicatie eenheid en het display. Dit systeem bestaat uit: een centrale communicatie eenheid, een toetsenbord (ingebouwd in de centrale communicatie eenheid), een elektronische navigatierekeneenheid met acceleratiemeters (gyroscoop) en de cd-rom lezer, een satellietverbinding (GPS-antenne) voor de plaatsbepaling van de auto, een scherm waarop de geschreven informatie en de kaartbeelden verschijnen, een luidspreker voor de gesproken berichten, een cd-rom met de cartografische informatie van het land van aflevering van de auto, de FM-antenne voor de verkeersinformatie berichten. OPMERKING Als de auto per trein of op een veerboot is getransporteerd, kan het navigatiesysteem enkele minuten nodig hebben om de exacte positie te vinden (zie hoofdstuk "plaatsbepaling") Als de accu van de auto is los geweest, kan het systeem tot 20 minuten nodig hebben om de positie exact te kunnen bepalen. De auto moet daarbij buiten staan (systeem ingeschakeld) om de satellietsignalen via de GPS-antenne op te kunnen vangen. Het toestel kan ook werken zonder geldige GPS gegevens. In dit geval, kan de plaatsbepaling minder nauwkeurig zijn. Zodra de exacte positie is teruggevonden door het GPS systeem, verandert het satellietsymbool op het scherm van rood in groen Op de autosnelweg, kunnen de afstanden die het systeem aangeeft verschillen van de waarden die de wegwijzers aangeven: deze borden rekenen vanaf het begin van de afrit, terwijl het "carminat"-systeem rekent met het einde van de afrit. 83C-1 Editie 3
99 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Algemeen 83C BASISPRINCIPES VAN DE VERKEERSINFORMATIE Aan het navigatiesysteem is de verkeersinformatie "TMC: Trafic Message Channel" gekoppeld. Het systeem gebruikt: de navigatierekeneenheid voor het ontvangen, plaatsbepalen en verwerken van de ontvangen informatie, de TMC-plaatsbepalers die op de cartografische cdrom staan, de informatie die het ontvangt (van de publieke radiozenders) in het formaat RDS - TMC (communicatieprotocol). BELANGRIJK: De verkeersinformatie in Europa, buiten verantwoordelijkheid van Renault, is nog in ontwikkeling. BELANGRIJK BIJ DE VERWERKING VAN DE VERKEERSINFORMATIE het systeem moet zijn uitgerust met de cartografische CD ROM 2001-A of nieuwer, betekenis van de weergave van het TMS-pictogram: rood = geen of te zwakke ontvangst van verkeersinformatie in dit gebied, zwart = geen verkeersinformatie plaatsbepalers op de CD, groen = het systeem is afgestemd op een frequentie die verkeersinformatie kan uitzenden. De term "TMC" wordt vervangen door de naam van de serviceprovider waarop het systeem is afgestemd (voor zover deze een naam uitzendt). Het systeem kan weergeven in de vorm van de tekst of in de vorm van pictogrammen. Het stelt een alternatieve route voor als de berekende route gestremd is. 83C-2 Editie 3
100 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Algemeen 83C VOORBEELDEN VAN VERKEERSINFORMATIE PICTOGRAMMEN 1 Ongeval 2 File 3 Gladheid 4 Harde wind 5 Langzaam rijdend verkeer 6 Mist 7 Werkzaamheden 8 Gevaar 9 Parkeren mogelijk 10 Slecht weer 11 Langzaam rijdend verkeer 12 Verkeershinder in beide rijrichtingen 13 Weg gedeeltelijk afgesloten of wegversmalling 14 Spookrijder 15 Snelheidsbeperking 16 Auto met pech 83C-3 Editie 3
101 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Algemeen 83C PRINCIPESCHEMA 1 Centrale communicatie eenheid 2 Toetsenbord 3 Rekeneenheid Carminat (cd rom lezer) 4 Scherm 5 Informatie autogordel (voor display) 6 Informatie buitentemperatuur (voor display) 7 Autoradio 8 Luidspreker van de spraakmaker 9 Radiobediening bij het stuurwiel 10 Antenne radio 11 Verbinding autoradio (mute) 12 Multiplexverbinding van de auto 13 Antenne GPS 83C-4 Editie 3
102 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Centrale communicatie eenheid 83C De "Carminat" navigatierekeneenheid werkt alleen in combinatie met een centrale communicatie eenheid. UITBOUWEN De centrale communicatie eenheid bevindt zich achter het klepje, onder de autoradio of de CD-wisselaar. BELANGRIJK: Het is niet toegestaan de centrale communicatie eenheid los te maken voordat het systeem geheel is uitgeschakeld (ongeveer 45 secondes). Voor het uitbouwen gebruikt u het gereedschap Ms De centrale communicatie eenheid maakt het mogelijk: de verbinding tot stand te brengen tussen het multiplexnetwerk van de auto en het speciale multiplexnetwerk van het Carminat systeem, de gegevens van het multiplexsysteem te gebruiken, gebruik te maken van het toetsenbord of van de toetsen van de afstandsbediening bij het stuurwiel van de autoradio, het stilzetten te verwerken, de configuraties van de auto en van het systeem, de weergave op het scherm te verwerken (via de cdrom lezer), de "verkeersinformatie" te ontvangen, tekst of gesproken (via de radioantenne), de berichten van de spraakmaker en van het navigatiesysteem te verwerken, de radioinformatie op het display weer te geven. INBOUWEN Initialiseer het systeem. Raadpleeg het hoofdstuk "Initialisatie". 83C-5 Editie 3
103 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Centrale communicatie eenheid 83C Aansluitingen op de stekkers 30-polige stekker (B) (grijs) Stekker (A) 15-polig (rood) Aansl Omschrijving Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. B1) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. A3) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. B2) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. B3) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. A2) Bedieningssatelliet van de autoradio (aansl. A1) Niet in gebruik Aansl Omschrijving Niet in gebruik Uitgang antenneversterker Multiplexverbinding (multimedia) Multiplexverbinding (multimedia) Niet in gebruik Niet in gebruik Uitgang aan/uit rekeneenheid Verbinding audio rekeneenheid Verbinding audio rekeneenheid Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal buitentemperatuur (ingang) Signaal buitentemperatuur (ingang) Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Uitgang buitentemperatuur Niet in gebruik Niet in gebruik Lampje autogordel + Verlichting Verbinding radio (aansl. 6) Aan/uit radio (aansl. 5) Verbinding radio (aansl. 3) Verbinding radio (aansl. 1) Verbinding radio (aansl. 2) 83C-6 Editie 3
104 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Centrale communicatie eenheid 83C 30-polige stekker (C) (groen): (D) en (E): ingang en uitgang radioantenne Aansl Omschrijving Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Multiplexverbinding van de auto Multiplexverbinding van de auto Niet in gebruik + accessoires + voor contact Stuursignaal mute radio Massa Niet in gebruik Rekeneenheid spraakmaker Rekeneenheid spraakmaker Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Uitgang luidspreker Uitgang luidspreker Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik 83C-7 Editie 3
105 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Rekeneenheid 83C ELEKTRONISCHE NAVIGATIEREKENEENHEID (cdrom lezer) De rekeneenheid gebruikt een aantal opname elementen voor het waarnemen van de bewegingen van de auto. Het opname element snelheid (of ABS) van de auto bepaalt de afgelegde afstand terwijl de gyroscoop (traagheidskompas) ingebouwd in de rekeneenheid de draaiingen in bochten registreert. N.B.: Met contact uit, schakelt de cd-rom lezer automatisch in bij aanraking van de ejecttoets en kan ongeveer 1 minuut ingeschakeld blijven (zonder aanzetten van het contact). Bij het aanzetten van het contact, schakelt de lezer automatisch in, Bij het uitzetten van het contact, blijft hij nog ongeveer 45 secondes ingeschakeld, waarbij het verboden is de accu los te maken. Door deze informatie te vergelijken met de digitale kaart (op CD-ROM), corrigeert het systeem onnauwkeurigheden (bandenspanning en -slijtage, temperatuur..) om de exacte positie van de auto te bepalen. BELANGRIJK: Na een losmaken van de accukabels of het vervangen van de rekeneenheid van het navigatiesysteem, moet een plaatsbepaling van de auto worden uitgevoerd (zie hoofdstuk "Plaatsbepaling"). Na het vervangen van de rekeneenheid, is het systeem standaard ingesteld voor het Frans. Voor het veranderen van de taal, raadpleegt u de methode in het hoofdstuk "Instellen van de taal". LET OP: bij het vervangen van de rekeneenheid is het niet mogelijk het adressenbestand uit de oud rekeneenheid over te zetten. 83C-8 Editie 3
106 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Rekeneenheid 83C AANSLUITINGEN OP DE STEKKERS 16-polige stekker (3) naar display Aansl Omschrijving Niet in gebruik Massa - Signaal video Signaal video rood Signaal video groen Signaal video blauw Massa Signaal synchronisatie video Massa Regeling helderheid Niet in gebruik Aan/uit display Niet in gebruik Niet in gebruik + voor contact + voor contact (1) Aansluiting GPS-antenne 18-polige stekker (2) naar auto Aansl Omschrijving + voor contact Niet in gebruik Verbinding audio centrale communicatie eenheid Niet in gebruik Niet in gebruik Ingang aan/uit rekeneenheid Niet in gebruik Niet in gebruik Multiplexverbinding (multimedia) Massa Niet in gebruik Verbinding audio centrale communicatie eenheid Niet in gebruik Niet in gebruik Informatie snelheid Niet in gebruik Niet in gebruik Multiplexverbinding (multimedia) 83C-9 Editie 3
107 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Rekeneenheid 83C UITBOUWEN De rekeneenheid met de ingebouwde cd rom lezer bevindt zich in het dashboardkastje. BELANGRIJK: Het is niet toegestaan de rekeneenheid los te maken voordat het systeem geheel is uitgeschakeld (ongeveer 45 secondes). Voor het uitbouwen gebruikt u het gereedschap Ms INBOUWEN Initialiseer het systeem. Raadpleeg het hoofdstuk "initialisatie". 83C-10 Editie 3
108 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Scherm 83C Op het scherm staan: de verschillende menu's, de bestemming, de afstand tot de bestemming, het routeschema, de afstand tot de volgende richtingverandering, kaartgegevens, enz. Het schakelt enkele secondes na het verschijnen van "+ accessoires" of het inschakelen van de autoradio in en toont de veiligheidsboodschap. Het schakelt geheel uit ongeveer 45 secondes na het uitschakelen van de voeding. N.B.: De kleur en de helderheid van het scherm kunnen worden veranderd via het menu "Configuratie scherm". dagkleuren zijn blauw of donkerblauw (markeringslichten uit). nachtkleuren zijn blauw of donkerblauw (markeringslichten aan). Bijzonderheden van de radio Als de auto een fabrieksradio heeft, verschijnt het display op het scherm (alleen als de radio is ingeschakeld) in de balk. Bij verandering van de instelling hiervan, neemt het radiodisplay het gehele scherm in (voor een betere leesbaarheid) in de modus "list" of "preset". N.B.: Als de informatie van de autoradio niet op het scherm verschijnt, raadpleeg dan het hoofdstuk "initialisatie". BELANGRIJK: reinig het scherm niet met een schoonmaakmiddel, maar met een droge of licht bevochtigde zachte doek. 1 Niet in gebruik 2 Buitentemperatuur 3 Pictogram "verkeersinformatie" 4 Aankomsttijd 5 Pictogram "routecriterium" 6 Pictogram "schijf aanwezig" 7 Pictogram satellietontvangstkwaliteit" 8 Weergave "radio" 9 Weergave "portier" en "gordel" 83C-11 Editie 3
109 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Scherm 83C AANSLUITINGEN UITBOUWEN - INBOUWEN Voor het uitbouwen van het scherm, moet het instrumentenpaneel worden uitgebouwd. Bouw uit: de bovenste sierlijst van het instrumentenpaneel die op het dashboard vastgeklemd is, Aansl Afscherming Omschrijving Niet in gebruik Massa - Signaal video Signaal video rood Signaal video groen Signaal video blauw Massa Signaal synchronisatie video Massa Regeling helderheid Niet in gebruik Aan/uit display Niet in gebruik Niet in gebruik + voor contact + voor contact Massa afscherming de onderste sierlijst van het instrumentenpaneel die op het dashboard vastgeklemd is, 83C-12 Editie 3
110 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Scherm 83C de bevestigingsschroeven van het instrumentenpaneel, de bevestigingsschroeven van het scherm op het instrumentenpaneel. 83C-13 Editie 3
111 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Antenne 83C GPS-ANTENNE Deze zorgt voor het ontvangen van de satellietsignalen waardoor de elektronische navigatierekeneenheid (cd-rom lezer) de auto kan lokaliseren. DUAL BAND ANTENNE De antenne is op het dak geplaatst. Voor het uitbouwen ervan moeten de hemelbekleding en de bekleding van de zijwand achter gedeeltelijk worden uitgebouwd. Raadpleeg het hoofdstuk carrosserie. Als de GPS-verbinding (satellieten) goed is, toont het scherm een groen pictogram (1). Als de satellietverbinding slecht is (in een tunnel, in een smalle straat tussen hoge gebouwen, enz...), toont het scherm een rood pictogram. OPMERKING: na het losmaken van de accukabels of het vervangen van de rekeneenheid van het navigatiesysteem, gebeurt de plaatsbepaling automatisch: zet de auto buiten neer op een open plaats met contact aan en wacht een paar minuten. Als de GPS-verbinding (satellieten) goed is, toont het scherm een groen pictogram. LET OP: de GPS-antennekabel is zeer kwetsbaar, verbuig hem niet en knijp hem niet af. OPMERKING: De GPS-antenne wordt ook gebruikt voor de handsfree telefoon. 83C-14 Editie 3
112 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Initialisatie 83C Dit moet na alle werkzaamheden aan het systeem worden gedaan. BELANGRIJK: als de auto een autoradio heeft, moet deze tijdens de initialisatie zijn ingeschakeld. Als dit niet zo is, zal de afstandsbediening bij het stuurwiel niet werken en zal het scherm de gegevens van de autoradio niet tonen. 1 Zet het contact uit, 2 Wacht ongeveer 45 secondes tot het systeem geheel is uitgeschakeld, 3 Zet de autoradio aan, 4 Zet het contact aan en wacht ongeveer 20 secondes, 5 Druk gelijktijdig op de toetsen "M" en "C", 6 Lees het nummer van de auto af Configuratie van het systeem Radio "Lage gamma" Radio "Hoge gamma" Test de bediening bij het stuurwiel, 8 Op het scherm verschijnt de verbinding naar de GPS-antenne (Aangesloten - niet aangesloten), 9 Let niet op de tests van de antennes van de radio en de telefoon, 10 Verlaat de initialisatie door middel van de draaiknop, 11 Zet het contact 1 minuut uit. N.B.: Als de configuratie niet overeenkomt, controleer dan de kabelbundel van de auto (multiplexverbindingen) en de nummers van de onderdelen. 83C-15 Editie 3
113 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Taal veranderen 83C Na het vervangen van de rekeneenheid, is het systeem standaard ingesteld voor het Frans. 1 Contact aan, haal de kaart-cd uit de elektronische navigatierekeneenheid door op de ejecttoets te drukken. 2 Op het scherm verschijnt het bericht "Geen cd in de lezer". 3 Bevestig "OK" door op de draaiknop te drukken. 4 Selecteer het menu "Configuratie" dan "Taal". N.B.: Als de gewenste taal niet in het menu staat, ga dan als volgt te werk: 1 Selecteer "andere taal". 2 Het systeem vraagt vervolgens de taal-cd in te voeren. 3 Voer de taal-cd in en valideer door op de draaiknop te drukken. 4 Kies de te vervangen taal (taal 1 of 2) via de draaiknop. 5 Selecteer de te laden taal uit de beschikbare talen op de CD via de draaiknop "laden". 6 Wacht enkele secondes, het scherm wordt zwart en daarna wit met een tekst in zwart en rood met een horizontale balk die de voortgang van het laden aangeeft. 7 Als het laden klaar is, komt de taal-cd naar buiten en verschijnt "KO" op het scherm. 8 Verander de gesproken berichten. 9 Plaats de kaart-cd weer in de lezer. 83C-16 Editie 3
114 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Plaatsbepaling 83C Na een losmaken van de accukabels of een vervangen van de elektronische navigatierekeneenheid, moet de auto opnieuw gelokaliseerd worden. Zet de auto op een open plaats buiten met contact aan en wacht een paar minuten. Als de GPS-verbinding (satellieten) goed is, toont het scherm een groen pictogram (1). Als de plaats van de auto niet correct op de kaart wordt aangeven, rijdt dan (1 tot 3 km met de auto in verschillende richtingen over de wegen op de kaart. N.B.: De plaatsbepaling kan tot 20 minuten duren. 83C-17 Editie 3
115 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Navigatiemenu's 83C Verwelkoming Navigatie Afstellingen geleiding kaart adresboek stand-by spoed configuratie Klok Instellen van de referentietijd Systeem (Expertmodus) Code: 4112 Test systeem Configuratie Test functies Satelliet Test Toetsenbord Toetsenbord Test Bus CAN V CAN M 11 C Configuratie type UCC softwareversie productiedatum 12 NC checksum RDS/TMC frequentie: ontvangststerkte kwaliteit RDS: Autotype snelheid + na contact + ACC SSPP accuspanning gordel + markeringslicht achteruit buitentemperatuur 83C-18 Editie 3
116 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Navigatiemenu's 83C Verwelkoming Afstellingen Navigatie Geleiding Kaart Adresboek Configuratie Spoed Stand-by Taal Configuratie scherm Geleidingscriteria Verkeersinformatie Informatie systeem Eenheden Volume Wijzigen menutaal dagkleur statusregel kaartkleur nachtkleur regeling helderheid SDVC gesproken berichten Volume Diagnose Configuratie Correctie snelheid Voorinstellingen (Code) 4112 serienummer productversie softwareversie productieweek productiejaar softwareversie "CSB" Lezen GPS-gegevens Lezen fouten Lezen I/O-staten Simulatie status van de sensor breedte lengte geografische hoogte aantal satellieten impuls snelheidsmeter interne temperatuur accu ejectknop richting simulatie bruikbaar simulatie onbruikbaar 83C-19 Editie 3
117 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Klachten 83C HET SCHERM BLIJFT ZWART HET SCHERM IS VERLICHT OF BLOKKEERT OP HET RENAULT-LOGO DE WEERGAVE OP HET SCHERM IS VASTGELOPEN HET SCHERM TOONT " CONFIGURATIE FOUT" GEEN WEERGAVE VAN HET VIGNET VAN DE PORTIEREN GEEN WEERGAVE VAN HET SYMBOOL VAN DE GORDEL GEEN WEERGAVE VAN DE RADIO OP HET "CARMINAT"-SCHERM (OF WEERGAVE VAN DE RADIO IS VASTGELOPEN) GEEN GESPROKEN BERICHTEN GEEN VERKEERSINFORMATIE OP HET SCHERM SLECHTE GPS-ONTVANGST 83C-20 Editie 3
118 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Het scherm blijft zwart (niet verlicht) Controleer de voeding van de cd-rom lezer. Contact langer dan 1 minuut uit, druk op de toets "eject" Licht de diode op? nee ja Controleer de voeding van de centrale communicatie eenheid. Contact aan, schakel de verlichting in. nee Controleer op de stekker van de cd-rom lezer: de voeding + 12 V (Aansl. 1), de massa (aansl. 10). Zijn de controles goed? ja Wordt de centrale communicatie eenheid verlicht--? nee Controleer de voedingszekering en de kabelbundel (raadpleeg het elektrisch schema van de auto). Vervang de cd-rom lezer. ja Controleer op de groene stekker van de centrale communicatie eenheid: de voeding + 12 V (aansl. 10), de voeding + accessoires (aansl. 9), de voeding + na contact (aansl. 13) (afhankelijk van de uitvoering), de massa (aansl. 12). nee Zijn de controles goed? ja Controleer de voedingszekering en de kabelbundel (raadpleeg het elektrisch schema van de auto). 83C-21 Vervang de centrale communicatie eenheid Editie 3
119 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Controleer de verbinding tussen de centrale communicatie eenheid en de cd-rom lezer. Contact langer dan 1 minuut uit, zet het contact aan. De diode van de cdrom lezer moet oplichten. Licht de diode op? nee ja Controleer op de grijze stekker (aansl. 7) van de centrale communicatie eenheid de voeding van de rekeneenheid (aansl. 6): contact uit = 0 V, contact aan = 12 V. Zijn de controles goed? nee Controleer de verbinding tussen de cd-rom lezer en het scherm. voeding + 12 V (aansl. 15 en 16) massa (aansl. 2 en 9) stand-by voeding (aansl. 12) (aan = 12-uit = 0 V) ja Controleer de kabelbundel centrale communicatie eenheid - CD ROM lezer. Als de kabelbundel goed is, vervang de cd-rom lezer. Vervang de centrale communicatie eenheid. Zijn de controles goed? nee ja Als de kabelbundel goed is, vervang de cd-rom lezer. Als de kabelbundel goed is, vervang het scherm. 83C-22 Editie 3
120 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Het scherm is verlicht of blokkeert op het Renault-logo Controleer de compatibiliteit van de software van de elementen. Zet het contact aan, controleer of het toetsenbord knippert. Knippert het toetsenbord? nee ja Het systeem is niet geconfigureerd. Initialiseer het systeem via de toetsen "M" en "C". Er zijn verkeerde onderdelen gemonteerd tussen de centrale communicatie eenheid en de cd-rom lezer. Controleer de nummers van de onderdelen in de onderdelendocumentatie. nee Toont het scherm de configuraties? ja Het systeem werkt correct. nee Heeft de auto een radio "Hoge gamma"? Controleer de multiplexverbindingen (multimedia) tussen: de centrale communicatie eenheid en de CD ROM lezer, de cd-rom lezer en het scherm. ja Controleer de multiplexverbindingen (multimedia) tussen: de centrale communicatie eenheid en de tuner-versterker van de radio, de tuner-versterker van de radio en de cd-rom lezer, de cd-rom lezer en het scherm. 83C-23 Editie 3
121 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Het scherm is vastgelopen (ongeacht welke bladzijde) Het scherm is vastgelopen (op een wegenkaart of ander scherm). Zet het contact uit en wacht tot het systeem geheel is uitgeschakeld. (40 secondes minimum). Zet het contact weer aan. Is het probleem opgelost? nee ja Controleer de multiplexverbinding tussen de cd rom lezer (aansl. 9 en 18) en de centrale communicatie eenheid (aansl. 3 en 4). Het systeem werkt correct. nee Zijn de controles goed? ja Herstellen. Vervang de cd-rom lezer. 83C-24 Editie 3
122 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Het scherm toont "configuratie fout" Zet het contact uit en wacht tot het systeem geheel is uitgeschakeld. (40 secondes minimum). Initialiseer het systeem via de toetsen "M" en "C". (Raadpleeg het hoofdstuk "Initialisatie"). Is het probleem opgelost? nee ja Het systeem werkt correct. Het probleem wordt niet veroorzaakt door het navigatiesysteem. Voer een diagnose uit van de auto (test van het multiplexnetwerk) met behulp van een diagnoseapparaat. 83C-25 Editie 3
123 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Geen weergave van het vignet van de portieren Het vignet van de portieren verschijnt niet op het scherm. Zet het contact uit en wacht tot het systeem geheel is uitgeschakeld. (40 secondes minimum). Zet het contact weer aan. Is het probleem nog aanwezig? nee ja Het navigatiesysteem werkt correct. Voer een zelfdiagnoseprogramma uit van het systeem om de werking te controleren van de "BUS CAN V". Toont het zelfdiagnoseprogramma "CAN V: OK"? nee ja Controleer de kabelbundel van de auto. (Raadpleeg het elektrisch schema). Controleer de werking van het systeem met behulp van het diagnoseapparaat (raadpleeg hoofdstuk 87B). 83C-26 Editie 3
124 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Geen weergave van het symbool van de gordel De weergave van het symbool van de gordel werkt niet. Voer het zelfdiagnoseprogramma uit van de centrale communicatie eenheid om de staat te controleren van de ingang "Gordel" (wacht ongeveer 5 secondes voor elke verandering van de staat). Controleer de spanning op de grijze stekker (aansl. 24): gordel vast = 12 V, gordel los = 0 V. Varieert de spanning? nee ja Vervang de centrale communicatie eenheid. Het probleem wordt niet veroorzaakt door het navigatiesysteem. Controleer de kabelbundel van de auto (raadpleeg het elektrisch schema). 83C-27 Editie 3
125 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Geen weergave van de radio op het Carminat-scherm of weergave is vastgelopen (radio "lage gamma") Geen weergave van de radio op het Carminatscherm. Controleer of de autoradio voeding heeft en of hij geluid maakt. Verschijnt de officiële navigatiewaarschuwing? nee ja Radio aan, voer de initialisatieprocedure uit via de toetsen "M" en "C". Controleer het configuratienummer (raadpleeg het hoofdstuk "Initialisatie"). Het scherm is zwart of achter verlicht, raadpleeg de betreffende diagnose. Is de configuratie conform? nee ja Verlaat de initialisatieprocedure en schakel het systeem ongeveer 1 minuut uit. Het probleem is opgelost. 83C-28 Editie 3
126 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Radio aan, voer het zelfdiagnoseprogramma uit van de centrale communicatie eenheid om de werking te controleren van de "BUS IIC". nee Toont het zelfdiagnoseprogramma "BUS IIC: OK"? Controleer de spanning op de grijze stekker van de centrale communicatie eenheid (aansl. 27): radio aan = 12 V, radio uit = 0 V. ja nee Varieert de spanning? ja Controleer de geleiding van de kabelbundel tussen de radio en de centrale communicatie eenheid. Als de kabelbundel goed is, vervang de autoradio. Vervang de centrale communicatie eenheid. 83C-29 Editie 3
127 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Geen weergave van de radio op het Carminat-scherm of weergave is vastgelopen (radio "hoge gamma") Het Carminat-scherm werkt correct behalve de weergave van de radio. Controleer of de autoradio voeding heeft en of hij geluid maakt. Radio aan, voer de initialisatieprocedure uit via de toetsen "M" en "C". Controleer het configuratienummer (raadpleeg het hoofdstuk "Initialisatie"). Is de configuratie conform? nee ja Verlaat de initialisatieprocedure en schakel het systeem ongeveer 1 minuut uit. Het probleem is opgelost. Controleer de spanning op de grijze stekker van de centrale communicatie eenheid (aansl. 27): radio aan = 12 V, radio uit = 0 V. nee Varieert de spanning? Controleer de geleiding van de kabelbundel tussen: de tuner-versterker en de centrale communicatie eenheid, en de CD ROM lezer. Als de kabelbundel goed is, vervang de tuner-versterker (raadpleeg hoofdstuk 86A). ja Vervang de centrale communicatie eenheid. 83C-30 Editie 3
128 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Geen gesproken berichten Controleer of het pictogram van het onderbreken van de spraakmaker uit is. Is het uit? nee ja Druk op toets "C". Het pictogram moet uitgaan. Is het uit? nee ja Verander in het menu "Volume", de parameter "gesproken berichten". Het pictogram moet uitgaan. Druk een paar keer op toets "+" op het toetsenbord. nee Is het uit? ja Het probleem is opgelost. Vervang de centrale communicatie eenheid 83C-31 Editie 3
129 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Hoort u het bericht "luider"? ja Het systeem werkt correct. nee Vervang de luidspreker van het navigatiesysteem door een andere (bijvoorbeeld een tweeter van de auto) en druk op de toets "+". Hoort u het bericht "luider"? nee Als de auto de optie "spraakmaker" heeft, controleer de werking. Vervang de luidspreker van het navigatiesysteem. nee Werkt de spraakmaker? ja Controleer de verbinding centrale communicatie eenheid luidspreker van de spraakmaker. Als alles goed is, vervang de centrale communicatie eenheid. Vervang de cd-rom lezer. 83C-32 Editie 3
130 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Geen verkeersinformatie op het scherm De verkeersinformatie werkt met de antenne van de autoradio. Het pictogram "TMC" moet groen zijn. nee Is het pictogram groen? In het zelfdiagnoseprogramma, test de functie "RDS/TMC". Het ontvangstniveau moet groter zijn dan 50% (auto buiten). ja nee Is het niveau meer dan 70%? ja Controleer de voeding van de antenneversterker door de centrale communicatie eenheid (aansl. 2, grijze stekker): systeem aan = 12 V, systeem uit = 0 V. De auto staat in een gebied waar de service niet te ontvangen is. Het pictogram wordt zwart. Het systeem werkt correct. nee Is de spanning goed? ja Controleer de kabelbundel van de auto. Als de kabelbundel goed is, vervang de centrale communicatie eenheid. 83C-33 Editie 3
131 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Controleer: de aansluitingen van de antenne bij de centrale communicatie eenheid, bij de antennevoet, en bij de onderbrekingsplaat, geknikte of beschadigde kabel, het vastzitten van de antennevoet. nee Is dit goed? ja Herstellen of vervangen. Vervang de radioantenne. 83C-34 Editie 3
132 INGEBOUWDE TELEMATICA SYSTEMEN Navigatiesysteem: Zoekschema's 83C Slechte GPS-ontvangst Slechte GPS-ontvangst: het pictogram is rood. Radio aan, voer de initialisatieprocedure uit. nee Toont het scherm "GPSantenne aangesloten"? ja Verlaat de initialisatieprocedure en schakel het systeem ongeveer 1 minuut uit. Het probleem wordt veroorzaakt door geografische storingen. De plaatsbepaling kan maximaal ongeveer 20 minuten duren. Het pictogram moet groen zijn. nee Controleer de aansluitingen van de antenne bij de cd-rom lezer, bij de antennevoet, en bij de onderbrekingsplaat. Is dit goed? Herstellen. ja Controleer met een multimeter, de spanning op de antennekabel, op de stekker van de cd-rom lezer tussen de kern en het huis). De spanning moet ongeveer 4,5 V zijn. nee Is dit goed? ja Vervang de GPS-antenne. Vervang de cd-rom lezer. 83C-35 Editie 3
133 183D SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregeling en -begrenzing: Beschrijving 83D De auto's hebben drie systemen: de Snelheidsregelaar zorgt ervoor dat de door de bestuurder ingestelde snelheid wordt vastgehouden. Deze functie kan op ieder moment worden uitgeschakeld door een druk op het rempedaal, koppelingspedaal of door een van de toetsen van het systeem, de Snelheidsbegrenzer geeft de bestuurder de mogelijkheid een maximum snelheid in te stellen. Voorbij deze snelheid is het gaspedaal niet actief. De ingestelde maximum snelheid kan altijd worden overschreden als het gaspedaal wordt ingedrukt voorbij een zwaar punt, de Snelheidsregelaar met afstandsregelaar zorgt ervoor dat de door de bestuurder ingestelde snelheid wordt vastgehouden, en houdt tegelijk de volgafstand ten opzichte van de voorligger constant. Deze functie kan op ieder moment worden uitgeschakeld door een druk op het rempedaal, of door een van de toetsen van het systeem. De functies "Snelheidsregelaar" en "Snelheidsbegrenzer" worden geregeld door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Deze wisselt de informatie uit met de rekeneenheid van het ABS, de rekeneenheid van de automatische transmissie en het instrumentenpaneel. Hij past de ingestelde waarden toe door het aansturen van het gemotoriseerd smoorklephuis. OPMERKINGEN: het knipperen van de ingestelde snelheid op het instrumentenpaneel wijst de bestuurder erop dat de ingestelde snelheid niet aangehouden kan worden (bijvoorbeeld tijdens een afdaling). een auto kan niet tegelijk de functies "Snelheidsregelaar" en "Snelheidsregelaar met afstandsregelaar" hebben. bij het vervangen van de rekeneenheid van de inspuiting moet u: de functie "Snelheidsregelaar en - begrenzer" aangeven. Dit doet u door de functies in te schakelen met schakelaar op het dashboard, configureer met of zonder "Snelheidsregelaar met afstandsregelaar". 1 Snelheidsregeling of snelheidsregeling met afstandsregeling (afhankelijk van de uitvoering), 2 Snelheidsbegrenzing 83D-1 Editie 3
134 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregeling en -begrenzing: Beschrijving 83D Verklaring bij de nummers op de tekeningen 1 Schakelaar uit/regeling/begrenzing van de snelheid 2 Bediening op stuurwiel 3 Gaspedaal 4 Instrumentenpaneel 5 Contact koppelingspedaal (afhankelijk van de uitvoering) 6 Rempedaalcontact 7 Rekeneenheid automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) 8 ABS-rekeneenheid 9 Rekeneenheid inspuitsysteem 83D-2 Editie 3
135 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregeling en -begrenzing: Beschrijving 83D BESCHRIJVING De ABS-rekeneenheid verstuurt: de informatie "rijsnelheid", de informatie "rempedaal ingedrukt". De rekeneenheid automatische transmissie verstuurt de informatie "ingeschakelde versnelling". Het instrumentenpaneel: toont de ingestelde snelheid (regeling of begrenzing) (raadpleeg hoofdstuk 83A Instrumentenpaneel), heeft een lampje met twee kleuren: Snelheidsregelaar = groen Snelheidsbegrenzer = oranje Bij ieder inschakelen van deze functies, gaat het display van de boordcomputer naar de overeenkomende bladzijde. OPMERKING: De functies snelheidsregeling/begrenzing hebben geen "storings"-lampje. De schakelaars: de schakelaar heeft drie standen (uit / snelheidsregeling / snelheidsbegrenzing) de contacten op het stuurwiel voor het wijzigen van de ingestelde snelheid, het annuleren van de regeling of de begrenzing of de snelheid uit het geheugen oproepen, de contacten van het gaspedaal en het rempedaal die ook worden gebruikt voor het inspuitsysteem en de remlichten, het contact van het koppelingspedaal (afhankelijk van de uitvoering) is speciaal voor de snelheidsregelaar. OPMERKINGEN: de auto heeft twee koppelingssensors: een einde slag (voor het starten) en een begin slag (voor de snelheidsregelaar), het gaspedaal moet aan het einde van de slag een zwaar punt hebben voor de beveiliging. De rekeneenheid van het inspuitsysteem: ontvangt de informatie van het gaspedaal, ontvangt de informatie van het rempedaalcontact, ontvangt de informatie van het koppelingscontact (afhankelijk van de uitvoering), ontvangt de informatie van de schakelaar (drie standen), ontvangt de informatie van de stuurwieltoetsen, ontvangt de informatie van de ABS-rekeneenheid, ontvangt de informatie van de rekeneenheid van de automatische transmissie. verzendt de informatie naar het instrumentenpaneel, stuurt het gemotoriseerd smoorklephuis of de opbrengst van de dieselinspuiting. 83D-3 Editie 3
136 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar/-begrenzer: Bestemming van de stekkers 83D SCHAKELAAR DRIE STANDEN STUURWIELCONTACTEN Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving + Markeringslicht + na contact (circuit remlichten) Schakelaar aan / uit snelheidsregelaar Schakelaar aan / uit snelheidsbegrenzer Massa Niet in gebruik A: toets "Hervatten" = 900 Ω ongeveer B: toets "O": 0 Ω ongeveer C: toets "+" = 300 Ω ongeveer D: toets "-" = 100 Ω ongeveer N.B.: Voor het uitbouwen van de draaibare doorvoer, raadpleeg hoofdstuk 84A Schakelaars. 83D-4 Editie 3
137 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar/-begrenzer: Bestemming van de stekkers 83D GASPEDAAL REMLICHTSCHAKELAAR (DUBBEL) De "snelheidsregeling" gebruikt het openingscontact (dat van de remlichten), het sluitcontact is voor de ABS-rekeneenheid. Deze twee informaties worden vergeleken door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Aansl Omschrijving Massa potentiometer 2 Massa potentiometer 1 Signaal pedaal potentiometer 1 Voeding potentiometer 1 Voeding potentiometer 2 Signaal pedaal potentiometer 2 Weerstand baan 1 = 1200 ± 480 Ω Weerstand baan 2 = 1700 ± 680 Ω Aansl. A1 A2 B1 B2 Contact sluiten Contact openen Contact openen Contact sluiten Omschrijving BELANGRIJK: De auto moet zijn voorzien van een gaspedaal met een zwaar punt aan het einde van de slag. Bij het monteren van de schakelaar op de pedaalstoel, trekt u aan de draad om de speling op te heffen. 83D-5 Editie 3
138 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar/-begrenzer: Bestemming van de stekkers 83D KOPPELINGSPEDAALCONTACT Het koppelingspedaal heeft twee schakelaars en een potentiometer: een contact aan het begin van de slag (1) speciaal voor de "snelheidsregeling" (grijze stekker), een contact aan het einde van de slag (2) voor de functie "Auto zonder sleutel" (blauwe stekker), een potentiometer (3) voor de automatische parkeerrem. Bij het monteren van de schakelaar op de pedaalstoel, trekt u aan de draad om de speling op te heffen. 83D-6 Editie 3
139 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar: Werking 83D Beginvoorwaarden: schakelaar op "Snelheidsregelaar" (lampje "groen"), 30 km/u minimum, 200 km/u maximum (ter informatie), druk op de toetsen "+" of "R". Eindvoorwaarden: gaspedaal diep ingedrukt, druk op rempedaal of koppelingspedaal, druk op "O", schakelaar op "uit", ingreep door het elektronisch stabiliteits programma (ESP) ingreep door de rekeneenheid van het inspuitsysteem (storing of overtoeren), versnellingsbak in "N", "P" of "neutraal stand". N.B.: Het knipperen van de ingestelde snelheid op het instrumentenpaneel wijst de bestuurder erop dat de ingestelde snelheid niet aangehouden kan worden. 83D-7 Editie 3
140 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsbegrenzer: Werking 83D Beginvoorwaarden: schakelaar op "Snelheidsbegrenzer" (lampje "oranje"), 30 km/u minimum, 200 km/u maximum (ter informatie), druk op "+", "-" of "R". Eindvoorwaarden: gaspedaal diep ingedrukt (voorbij zwaar punt) schakelaar op "uit", druk op toets "O", ingreep door de rekeneenheid van het inspuitsysteem (storing of overtoeren), als de ingestelde snelheid knippert kan deze niet worden vastgehouden. 83D-8 Editie 3
141 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Beschrijving 83D 1 Radar of afstandsmeter 2 Insteltoetsen op het stuurwiel 3 Rekeneenheid inspuitsysteem 4 Gemotoriseerd smoorklephuis 5 Multiplexverbinding 6 Automatische transmissie 7 Instrumentenpaneel 8 Rekeneenheid ABS 9 Opname element stuurwielhoek 10 Opname element snelheid bocht en versnelling dwarsrichting 83D-9 Editie 3
142 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Beschrijving 83D BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM De "Snelheidsregelaar met afstandsregelaar" vervangt op bepaalde uitvoeringen de "Snelheidsregelaar". Het systeem wordt ingeschakeld door de schakelaar met drie standen te zetten op stand "Snelheidsregelaar met afstandsregelaar" (1). Het systeem gebruikt een afstandsmeter (radar) (A) voor het detecteren van rijdende voertuigen op de rijstrook van de auto. OPMERKING: Het systeem detecteert alleen auto's die sneller rijden dan ongeveer 15 km/u. LET OP: De functie "Snelheidsregelaar met afstandsregelaar" vervangt de functie "Snelheidsregelaar". 83D-10 Editie 3
143 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Beschrijving 83D De snelheidsinstelling kan worden gewijzigde met de toetsen "+" en "-" op het stuurwiel (3). LET OP: De volgafstand is geen vaste afstand en kan niet worden aangegeven in meters. Deze is afhankelijk van de snelheid van de auto's. De functie kan op ieder moment worden uitgeschakeld door een druk op het rempedaal, op de toets "0" op het stuurwiel of via de schakelaar met drie standen. De volgafstand, symbolisch weergegeven door horizontale balken (2) op het display van het instrumentenpaneel, kan worden gewijzigd door drukken op toets (4): een balk op het display voor een kleine volgafstand, twee balken op het display voor een gemiddelde volgafstand, drie balken op het display voor een grote volgafstand. 83D-11 Editie 3
144 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Werking 83D Bij de normale werking, past de auto zich aan aan de rijsnelheid van de voorligger: Als de voorligger sneller gaat rijden, gaat de auto vanzelf sneller rijden tot de snelheid is bereikt die in het geheugen van het systeem is ingesteld. Als de voorligger langzamer gaat rijden of als er zich een andere auto in de file tussenvoegt, gaat de auto vanzelf langzamer rijden om de ingestelde volgafstand constant te houden. Als er sterk wordt afgeremd, kan de auto tijdelijk binnen de volgafstand komen. De auto remt vanzelf, maar als sterker afremmen nodig is, waarschuwt het systeem de bestuurder via een geluidssignaal en een waarschuwing op het display, dat hij de bediening moet overnemen van het systeem. Beginvoorwaarden: schakelaar op "Snelheidsregelaar met afstandsregelaar", 50 km/u minimum, 180 km/u maximum (ter informatie), groen lampje (regeling) vast signaal, druk op "-", "+" of "hervat" (als er al een snelheid in het geheugen is ingesteld). Eindvoorwaarden: druk op gaspedaal (tijdelijk uit), druk op rempedaal, druk op "0", schakelaar op "uit", ingreep door het elektronisch stabiliteits programma (ESP) snelheid lager dan ongeveer 30 km/u, uitschakeling van het elektronisch stabiliteits programma (ESP). LET OP: het systeem kan geen botsingen voorkomen. Het detecteert alleen auto's die rijden (15 km/u ongeveer) en kan niet sterker afremmen dan met een vertraging van 3 m/s 2 (het kan de noodstopbekrachtiging niet activeren). De volgafstand is geen vaste afstand. Hij varieert afhankelijk van de rijsnelheid. Het is eigenlijk een volgtijd. Strategie bij het inhalen Als het systeem een snelheid in het geheugen heeft, maar de auto langzamer rijdt vanwege de snelheid van de voorligger, gaat de auto sneller rijden als de richtingaanwijzer aan bestuurderszijde wordt gebruikt. Hierdoor kan gemakkelijker worden ingehaald. OPMERKINGEN: De volgtijd han worden veranderd via de toets "Hervat" op het stuurwiel. Bij een storing in het ESP, het inspuitsysteem, het ABS..., werkt de "Snelheidsregelaar met afstandsregelaar" niet of hij schakelt uit. De onderdelen (toetsen op het stuurwiel, pedaalcontacten...) zijn dezelfde als van de "Snelheidsbegrenzer". Het groene lampje brandt alleen als de motor draait. Strategie van de ruitenwisser en de verlichting Als de hoge wissnelheid of de markeringslichten zijn ingeschakeld (handmatig of automatisch), wordt de volgafstand automatisch ongeveer 25% vergroot door het systeem, zonder dat de weergave op het instrumentenpaneel verandert. 83D-12 Editie 3
145 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Uitbouwen - Inbouwen 83D UITBOUWEN VAN DE AFSTANDSMETER (RADAR) BELANGRIJK: Na werkzaamheden aan de afstelling van de voor- en achtertrein, aan de afstandsmeter of aan een onderdeel van de carrosserie (dwarsbalk) in de omgeving van de afstandsmeter moet het systeem altijd opnieuw worden afgesteld. N.B.: Het magazijn levert de nieuwe afstandsmeter met zijn steun en voor-afgesteld. Voor het uitbouwen van de afstandsmeter moet de schildbumper voor worden uitgebouwd (raadpleeg het hoofdstuk carrosserie). INBOUWEN Verwijder de plastic beschermfilm van de radar. Maak de stekker los. Verwijder de afstandsmeter + steun (1). Controleer visueel de staat van de voorste dwarsbalk, van de steunplaat van de afstandsmeter en van de schildbumper. Let op de slang van de koplampsproeiers. Voer de noodzakelijke configuraties uit met het diagnoseapparaat in het menu "Afstandsregelaar". Selecteer de regel "Links stuur" of "Rechts stuur". Stel het systeem goed in lijn af. 83D-13 Editie 3
146 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Bestemming van de stekker 83D Aansl Omschrijving Massa Multiplexverbinding Niet in gebruik Multiplexverbinding Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Diagnoselijn + Na contact 83D-14 Editie 3
147 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Afstellen van het systeem 83D AFSTELLEN VAN DE AFSTANDSMETER Voor het afstellen van het systeem, moet u beschikken over: het speciale gereedschap "Bem Muller" dat bestaat uit een aluminium balk met een steun, een reflecterende plaat en steunen voor de meetkoppen en een waterpas, VOORBEREIDING VAN DE AUTO De auto moet op een vlakke horizontale ondergrond staan. A B Hart van de radar Steunvlak een controleapparaat van de uitlijning van de wielen, een diagnoseapparaat voor de communicatie met de afstandsmeter (radar) met zijn rekeneenheid. Er moet voldoende vrije ruimte zijn om de spiegel te kunnen plaatsen op een afstand van 120 cm van de auto en 100 cm ruimte voor de apparaten. BELANGRIJK: Na werkzaamheden aan de afstelling van de voor- en achtertrein, aan de afstandsmeter of aan een onderdeel van de carrosserie (dwarsbalk) in de omgeving van de afstandsmeter moet de radar altijd opnieuw worden afgesteld. C A Hart van de auto Hart van de radar LET OP: Voor het controleren of afstellen van de uitlijning van de afstandsmeter, controleert u de bandenspanning, de bodemhoogtes en de afstelling van de achtertreinhoeken. 83D-15 Editie 3
148 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Afstellen van het systeem 83D PLAATSEN VAN HET GEREEDSCHAP BELANGRIJK: Na werkzaamheden aan de afstelling van de voor- en achtertrein, aan de afstandsmeter of aan een onderdeel moet het systeem altijd opnieuw worden afgesteld. BELANGRIJK: Zet de elektrische parkeerrem vrij. 1 Plaats de auto op de bank voor het controleren van de wieluitlijning. 2 Plaats de aluminium balk op zijn steunen op een afstand (X) van 120 cm van de voorzijde van de auto en controleer of hij horizontaal ligt. 83D-16 Editie 3
149 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Afstellen van het systeem 83D 3 Plaats de meetkoppen voor (A) en achter (B) van het controlegereedschap. 4 Voer een complete controle uit van de hoeken (ontslingering, sporing voor en achter...). LET OP: Vergeet niet de bandenspanning en de bodemhoogtes te controleren, de wielkoppen te ontslingeren en de vering in te drukken. 83D-17 Editie 3
150 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Afstellen van het systeem 83D 5 Zonder de meetkoppen achter (B) te verplaatsen, plaatst u de meetkoppen (A) van het controlegereedschap van de voor en achtertrein op de einden van de balk. 6 Ontslinger de meetkoppen voor door de steunen (D) te draaien zonder het menu van de voor- en achtertreinhoeken te verlaten. 7 Toon het scherm van de voor- en achtertreinhoeken of het specifieke menu van de "Snelheidsregelaar met afstandsregelaar" (afhankelijk van het uitlijngereedschap). 8 Stel de balk af met behulp van het waterpas (C) door de draaiknoppen onder de poten te verdraaien (niet meegeleverd). 9 Draai en verplaats de balk voorzichtig (E) of bij (F) zodat u op het controlescherm kunt aflezen: een verschil * tussen de voor- en achtertrein van ongeveer 0, de gebalanceerde waarden van de sporing voor. * het verschil tussen de voor- en achtertrein wordt genoemd, al naar het gereedschap: dissymmetrie tussen de assen, sporingsverschillen voor en achter Controleer de waterpassen (C) (niet meegeleverd). LET OP: Het is zeer belangrijk de reflecterende plaat voor de radar te plaatsen. 83D-18 Editie 3
151 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Afstellen van het systeem 83D CONTROLEREN EN AFSTELLEN VAN DE UITLIJNING LET OP: gedurende al deze werkzaamheden, mag de accuspanning niet lager worden dan 12 V. 1 Start de communicatie met behulp van het diagnoseapparaat om te controleren of er geen storing is en ga dan naar het menu "Afstandsregelaar". 2 Valideer in het menu "Commando" de regel "Specifiek commando". 3 Dan in het menu "Specifiek commando" de regel "Uitlijnen radar door geometrisch apparaat" (SC001). 4 Zet de reflecterende plaat met de pijl naar boven voor de radar. Controleer met behulp van het scherm (scherm uitlijngereedschap) de juiste stand van de balk en valideer om door te gaan naar de volgende stap of wacht tot de indicatie (groen lampje) rood wordt (20 secondes). OPMERKING: als de indicatie van het diagnoseapparaat rood wordt, betekent dit dat de radar aan het meten is. Het is daarom zeer belangrijk dat de reflecterende plaat niet beweegt, omdat anders de metingen worden gestoord. 5 Draai een kwart slag rechtsom (met de wijzers van de klok mee door tegenover de spiegel te staan in de bewegingsrichting van de auto). Het etiket achter de spiegel is links gezien tegen de achterkant van de spiegel. Controleer opnieuw de stand van de balk, valideer dan om door te gaan naar de volgende stap of wacht tot de lamp rood is. 6 Draai een kwart slag rechtsom (met de wijzers van de klok mee door tegenover de spiegel te staan in de bewegingsrichting van de auto). Het etiket achter de spiegel is onder. Controleer de stand van de balk, valideer dan om door te gaan naar de volgende stap of wacht tot de lamp rood is. 7 Draai een kwart slag rechtsom (met de wijzers van de klok mee door tegenover de spiegel te staan in de bewegingsrichting van de auto). Het etiket achter de spiegel is rechts gezien tegen de achterkant van de spiegel. Controleer de stand van de balk, valideer dan om door te gaan naar de volgende stap of wacht tot de lamp rood is. 83D-19 Editie 3
152 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregelaar met afstandsregelaar: Afstellen van het systeem 83D Het diagnoseapparaat toont vervolgens de werkzaamheden die nodig zijn voor het uitlijnen van de afstandsmeter: De verticale stelschroef in- of uitdraaien (H). De horizontale stelschroef in- of uitdraaien (I). N.B.: Bij het afstellen met de schildbumper op zijn plaats zitten. Valideer na afloop van de afstelling. Het gereedschap toont "de afstelling is nog niet klaar, wilt u toch afsluiten?" Valideer NEE, om een nieuwe controle uit te voeren en te zien of de uitgevoerde afstellingen goed zijn. Als in de kolommen niet staat "horizontale afstelling klaar en verticale afstelling klaar", herhaal dan de werkzaamheden zo vaak als nodig is. Na afstellen of vervangen van de stuurwielhoeksensor, moet de storing worden gewist via het commando "RZ005 offset stuurwielhoek". Voorbeeld Indraaien 1 Slagen 30 Minuten Afstellen Horizontaal Afstelwaarde Fijnafstelwaarde Afstellen Verticaal Afstelwaarde Fijnafstelwaarde Klaar 0 Slagen 0 Minuten LET OP: 1 Slag = 60 minuten 1/2 Slag = 30 minuten 1/4 Slag = 15 minuten BELANGRIJK: Als het diagnoseapparaat toont "procedure onderbroken", controleer dan de afstand tussen de auto en de reflecterende plaat (120 cm) en de uitlijning van deze plaat ten opzichte van de radar. 83D-20 Editie 3
153 184A SCHAKELAARS Draaibare doorvoer 84A BELANGRIJK: werkzaamheden aan de systemen van de airbags en de gordelspanners mogen alleen worden uitgevoerd door speciaal hiervoor opgeleid personeel. LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. N.B.: door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag worden de uitgangen naar de ontstekers uitgeschakeld en de stuurkolom ontgrendeld. UITBOUWEN Bouw de airbag in het stuurwiel uit. Steek hiervoor een schroevendraaier in het gat (1) en beweeg hem naar boven (2). Maak de stekkers van de stuurkolomschakelaars (ruitenwisser, radiobediening en verlichting) los en de stekkers van de draaibare doorvoer (airbag en snelheidsregelaar). Voor het uitbouwen van de draaibare doorvoer, noteert u de stand ervan en controleert bij de demontage u of de wielen rechtuit staan. Draai de bout los (4) en maak het geheel vrij van de stuurkolom. Maak de stekkers van de airbag in het stuurwiel (3) en de stekkers van de toetsen van de snelheidsregelaar los (afhankelijk van de uitvoering). Bouw uit: de stuurwielbout na de wielen rechtuit te hebben gezet, het stuurwiel, de stuurkolomkappen, N.B.: de stuurwielhoeksensor (5) hoeft niet losgemaakt te worden. Indien hij is los geweest, moet u geïnitialiseerd worden (raadpleeg hoofdstuk 38C "Antiblokkeersysteem"). 84A-1
154 SCHAKELAARS Draaibare doorvoer 84A INBOUWEN Controleer of de wielen nog steeds rechtuit staan voor u de draaibare doorvoer plaatst en vastzet. Bijzonderheden van het stuurwiel BELANGRIJK: het stuurwiel past maar op een manier op de spiebanen. Het stuurwiel moet vrij over de spiebanen kunnen bewegen. Let op dat ze niet beschadigen. Bijzonderheden van de airbag BELANGRIJK: voordat u de airbag aansluit moet u de werking van het systeem controleren: controleer of het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt bij contact aanzetten (rekeneenheid ontgrendeld), zet het contact uit, sluit een loze ontsteker aan op de stekker van elke airbag. Zet het contact aan en controleer of het lampje dooft, zet het contact uit, sluit de airbag aan in plaats van de loze ontstekers en monteer hem in het stuurwiel, zet het contact aan, controleer of het lampje 3 secondes oplicht en vervolgens dooft. Als het lampje niet dooft, raadpleeg dan het hoofdstuk "storing zoeken". LET OP: bij het niet opvolgen van deze instructies bestaat het gevaar dat het systeem niet goed functioneert, en zelfs dat de airbag zonder aanleiding ontploft. Sluit de twee stekkers (3) van de stuurwielairbag aan, let op de juiste kleuren. Druk de stekkers goed vast Vervang na iedere demontage de stuurwielbout en zet hem vast met een aantrekkoppel van 4,4 dan.m. 84A-2
155 SCHAKELAARS Ruitenwisserschakelaar 84A AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 Omschrijving Commando interval wisser voor Commando snel wissen voor Commando langzaam wissen voor Commando ruitensproeierpomp voor Niet gebruikt Rustcontact ruitenwisser voor + na contact Commando ruitensproeierpomp achter Commando ruitenwisser achter Rustcontact achter + na contact Massa Signaal opname element vliegwiel Toets functiekeuze boordcomputer N.B.: de schakelaars van de ruitenwissers en sproeiers voor en achterkunnen met een ohmmeter worden gecontroleerd. Commando Aansluiting Waarden (ohm) Ruitensproeierpomp voor Commando langzaam wissen voor Commando snel wissen voor Commando ruitenwisser achter: Stand 1 Stand 2 Stand 3 Stand 4 Stand 5 Ruitensproeierpomp achter Interval ruitenwisser achter Functiekeuze boordcomputer A4 / B4 A3 / A7 A2 / A7 A1 / A7 B1 / B4 B2 / B4 B5 / B ,6 7,2 4,8 2, A-3
156 SCHAKELAARS Lichtschakelaar 84A AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 Omschrijving Commando relais mistlichten (voor) Niet gebruikt Commando mistachterlichten Commando claxon Commando knipperlicht rechts + via zekering (knipperlichten Commando knipperlicht links Markeringslichten + via zekering (markeringslichten + via zekering (dimlichten) Dimlichten (dubbele koplampen) Dimlichten (enkele koplampen) + via zekering (grootlichten Grootlichten N.B.: de lichtschakelaar kan met een ohmmeter worden gecontroleerd. Het commando van de claxon en van de toetsen van de snelheidsregelaar verloopt over stekker (C) via de draaibare doorvoer. Commando Knipperlicht links Knipperlicht rechts Markeringslichten Dimlichten (dubbele koplampen) Dimlichten (enkele koplampen) Grootlichten (vast of signaal) Mistlichten voor Mistachterlichten Aansl. (circuit gesloten) A6/A7 A5/A6 B1/B2 B3/B4 B3/B5 B6/B7 A1/B2 A3/B2 84A-4
157 SCHAKELAARS Alarmlichtschakelaar 84A Aansl Omschrijving Niet gebruikt Massa Tijdschakeling knipperautomaat (+ voor contact) knippersignaal/tijdrelais knipperautomaat Controles met een multimeter Aansl. Waarde Omschrijving 2 en 3 2 en 3 Weerstand oneindig 0 Ω Ruststand alarmknipperlichten Alarmknipperlichten aan 84A-5
158 SCHAKELAARS Renault-kaartlezer 84A AANSLUITINGEN De Renault-kaartlezer is vastgeklemd op zijn steun. Voor het uitbouwen raadpleegt u hoofdstuk 83A "Dashboard". Aansl Omschrijving Gecodeerde verbinding huis met hulporganen interieur Voeding lezer. Niet gebruikt Gecodeerde verbinding huis met hulporganen interieur Signaal Renault-kaart aanwezig (+Accessoires) Signaal Radiofrequentie (afstandsbediening) Signaal RENAULT-kaart op aanslag Massa Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Signaal Radiofrequentie (afstandsbediening) OPMERKING: als de verlichting van de kaartlezer niet goed werkt, moet u de kaartlezer vervangen. N.B.: de kaartlezer is niet gecodeerd. 84A-6
159 SCHAKELAARS Elektrische stuurkolomgrendel 84A VOORZORGEN BIJ DE REPARATIE AANSLUITINGEN Om te voorkomen dat het stuurwiel blokkeert bij het losmaken van de accukabels (auto zonder CARMINAT), moet u: de RENAULT-kaart diep (+ na contact) in de lezer steken en daarna half eruit trekken tot de 1 e stand (+accessoires). Zolang de kaart op de 1 e stand in de lezer zit, wordt de stuurkolom niet geblokkeerd. Maak de accu los, de stuurkolom blijft ontgrendeld zolang de accu niet is aangesloten en de Renaultkaart niet geplaatst is, (auto met CARMINAT): vergrendel de airbagrekeneenheid met een diagnoseapparaat (alle types). UITBOUWEN LET OP: de grendel is vastgezet met een bout met linkse schroefdraad. Voor het uitbouwen moet hij vooraf ontgrendeld zijn. Aansl Omschrijving Massa Voeding (+ 12 V accessoires) Multiplexverbinding Commando huis met hulporganen interieur (deblokkeren) Informatie Renault-kaart aanwezig Multiplexverbinding INBOUWEN Zet de bout vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m. Voor het inlezen van de code van de stuurkolomgrendel, raadpleeg hoofdstuk 82A. 84A-7
160 SCHAKELAARS Drukknop voor het starten 84A De drukknop dient voor het starten en stilzetten van de motor. Hij heeft twee verlichtingen: verlichting aan de bovenkant (A): "informatie klaar om te starten", verlichting aan de onderkant (B): "informatie draaiende motor". AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving Signaal schakelaar motor aan/uit Voeding Commando lampje "startinvitatie" Commando lampje "draaiende motor" De drukknop voor het starten kan worden gecontroleerd met een ohmmeter. Aansl. Waarde Omschrijving 1 en 2 2 en 3 2 en 4 2 Ω 20 Ω 20 Ω Impuls Aan of Uit Lampje "startinvitatie Lampje "draaiende motor"" 84A-8
161 SCHAKELAARS Regelweerstand verlichting 84A Voor het uitbouwen van de regelweerstand, verwijdert u de twee schroeven (A) waarmee de handgreep van de automatische parkeerrem vastzit en wipt u de plaat los. AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving + markeringslicht Verlichting via regelweerstand Massa De regelweerstand kan met een ohmmeter worden gecontroleerd: verlichting knop (aansl. 1 en 3) 70 Ω regelknop (aansl. 2 en 3) = van 0 tot 1000 Ω. 84A-9
162 SCHAKELAARS Automatische parkeerrem 84A AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving Niet gebruikt Massa Niet gebruikt Commando statisch loszetten Commando lampje vastzetten" + Voor contact Verbinding met rekeneenheid (aansl. C2) Niet gebruikt Verbinding met rekeneenheid (aansl. D2) Commando statisch vastzetten Niet gebruikt + Verlichting remhandgreep CONTROLE Aansl. Waarde Omschrijving 10 en 2 9 en 7 2 en 4 2 en 10 9 en 7 0 Ω 172 Ω 0 Ω 0 Ω 172 Ω Statisch vastzetten Statisch loszetten 9 en Ω Ruststand 84A-10
163 SCHAKELAARS Klokje 84A UITBOUWEN Verwijder het dashboardkastje en steek uw hand naar binnen om het klokje naar buiten te drukken. AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving Massa verlichting via regelweerstand Voeding verlichting + Voor contact Massa 84A-11
164 SCHAKELAARS Schakelaar achterruitverwarming 84A De schakelaar van de achterruitverwarming en de spiegelverwarming is opgenomen in het bedieningspaneel van de airconditioning. Voor het vervangen ervan moet het complete bedieningspaneel worden vervangen. AANSLUITING (grijze stekker) Aansl Omschrijving Massa Voeding verlichting Commando elektrische voorruitverwarming (afhankelijk van de uitvoering) Diagnoselijn + na contact Multiplexverbinding Multiplexverbinding Commando achterruit- en spiegelverwarming Massa via regelweerstand Massa + voor contact N.B.: voor de bestemming van de andere aansluitingen van de stekkers, raadpleegt u hoofdstuk 62B "airconditioning". 84A-12
165 SCHAKELAARS Schakelaar stoelverwarming 84A AANSLUITINGEN Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 WERKING Omschrijving Commando controlelampje Niet gebruikt Niet gebruikt Uitgang massa verwarmingselement Massa + Verlichting Aansl. Omschrijving Waarde in ohm B2/B1 B2/B1 Aan Uit 0 Ω α CONTROLE VAN HET VERWARMINGSELEMENT De weerstand van het verwarmingselement (rugleuning + zitting) is ongeveer 2 Ω. De stekker van het verwarmingselement is bereikbaar zonder de stoelbekleding te verwijderen, door de hand tussen de rugleuning en de zitting te stekken. N.B.: het branden van het lampje op het instrumentenpaneel betekent niet dat het systeem actief is. Het heeft een thermostaat en werkt alleen als de temperatuur in het interieur lager is dan 12 C ± 4 C. 84A-13
166 184A SCHAKELAARS Schakelaar open dak 84A WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) STAND VAN DE SCHAKELAAR Aansl. 1 en 6 Aansl. 1 en 5 Aansl. 1 en 3 Aansl. 1 en 2 Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Gesloten Kantelen Kantelen Kantelen Ingedrukt N.B.: 0 = circuit geleidend (gesloten) 1 = circuit geopend 84A-14
167 SCHAKELAARS Schakelaar portiervergrendeling 84A Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 Massa + voor contact Vergrendeling Ontgrendeling Niet gebruikt Massa lichtdiode Omschrijving Controles met een multimeter Aansl. Omschrijving Waarde A1 / A2 A1 / A3 A1 / B1 A2 / B3 Verlichting knop Vergrendeling Ontgrendeling Lampje 30 Ω 0 Ω 0 Ω 1000 Ω 84A-15
168 SCHAKELAARS Schakelaars ruitbediening 84A PLAAT IN ARMSTEUN (meest complete uitvoering) gebruik een elektriciteitsdraadje om de grendels (D) in te drukken. A Schakelaar ruitbediening bestuurder en passagier voor B schakelaar ruitbediening achter rechts en links C Schakelaar kinderveiligheid (afhankelijk van de uitvoering) Maak de stekkers los. UITBOUWEN VAN DE SCHAKELAARS De plaat van de schakelaars van de ruitbediening is vastgeklemd met lipjes (D) op het portierpaneel. Voor het uitbouwen, zijn er twee mogelijkheden: gebruik een bekledingtang, 84A-16
169 SCHAKELAARS Schakelaars ruitbediening 84A SCHAKELAARS RUITBEDIENING VOOR OP BESTUURDERSPORTIER SCHAKELAARS RUITBEDIENING ACHTER OP BESTUURDERSPORTIER Twee types schakelaars voor de ruitbediening voor zijn mogelijk: Ruitbediening met sneltoets bestuurder en passagier zonder multiplex Schakelaar ruitbediening bestuurder en passagier met twee standen (normaal en snel). Ruitbediening met sneltoets bestuurder en passagier met multiplex De schakelaar is gelijk aan de uitvoering zonder multiplex, maar de kabelbundel verschilt. Twee types dubbele schakelaars zijn mogelijk: Elektrische ruitbediening Schakelaars links achter en rechts achter met een stand. Ruitbediening sneltoets Schakelaars links achter en rechts achter met twee standen (normaal en sneltoets voor de ruiten achter). N.B.: Deze schakelaars worden verlicht zodra er + na contact is (geen nachtverlichting). N.B.: Deze schakelaars worden verlicht zodra er + na contact is (geen nachtverlichting). 84A-17
170 SCHAKELAARS Schakelaars ruitbediening 84A Ruitbediening met sneltoets bestuurder / Ruitbediening passagier zonder multiplex grijze stekker (links stuur) Ruitbediening met sneltoets bestuurder / Ruitbediening passagier zonder multiplex grijze stekker (rechts stuur) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Schakelaar ruitbediening passagierszijde Massa + na contact Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Schakelaar ruitbediening passagierszijde Massa Massa Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde Niet gebruikt WERKING (controle van de weerstand met behulp van een multimeter, waarde dicht bij 0 ohm) ACTIES Aansluiting B2/B3 A1/A2 A4/B4 B5/B4 Geen Openen bestuurder eenvoudig Sluiten bestuurder eenvoudig Openen bestuurder snel Sluiten bestuurder snel Openen passagier eenvoudig Sluiten passagier eenvoudig Openen passagier snel Sluiten passagier snel 0 α α 0 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) α 0 Ω 0 Ω α 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde Niet gebruikt + na contact Massa verbinding met schakelaar passagier Schakelaar ruitbediening passagierszijde Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde Massa Massa verbinding met schakelaar passagier Schakelaar ruitbediening passagierszijde WERKING (controle van de weerstand met behulp van een multimeter, waarde dicht bij 0 ohm) ACTIES Aansluiting A1/B4 B3/B4 B4/A5 B4/B6 Geen Openen bestuurder eenvoudig Sluiten bestuurder eenvoudig Openen bestuurder snel Sluiten bestuurder snel Openen passagier eenvoudig Sluiten passagier eenvoudig Openen passagier snel Sluiten passagier snel 0 Ω α α 0 Ω 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) α 0 Ω 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) 0 Ω α 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) 84A-18
171 SCHAKELAARS Schakelaars ruitbediening 84A Ruitbediening met sneltoets bestuurder / Ruitbediening passagier zonder multiplex zwarte stekker (alle types) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) ACTIES Omschrijving Niet gebruikt Schakelaar ruitbediening rechts + na contact Schakelaar ruitbediening links Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Schakelaar ruitbediening rechts Massa Schakelaar ruitbediening links Niet gebruikt Aansluiting A2/B4 B3/B4 A4/B4 B5/B4 Geen Openen links eenvoudig Sluiten links eenvoudig Openen links snel 0 Ω α α 0 Ω 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) Ruitbediening achter eenvoudig: witte stekker (alle types) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 WERKING (controle van de weerstand met een multimeter) ACTIES Omschrijving Niet gebruikt Schakelaar ruitbediening rechts + na contact Schakelaar ruitbediening links + na contact Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Schakelaar ruitbediening rechts Massa Schakelaar ruitbediening links Niet gebruikt Aansluiting A4 B5 A2 B3 Geen A5 A5 B5 A5 Openen rechts B4 A5 Sluiten rechts A5 B4 Openen links B4 A5 Sluiten links A5 B4 Sluiten links snel 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) Openen rechts eenvoudig Sluiten rechts eenvoudig 0 Ω α α α α 0 Ω α α Openen rechts snel 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) α α Sluiten rechts snel 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) α α 84A-19
172 SCHAKELAARS Schakelaars ruitbediening 84A Ruitbediening achter snel: bruine stekker (alle types) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Verbinding met schakelaar rechts achter Schakelaar ruitbediening rechts achter + na contact Schakelaar ruitbediening links achter Verbinding met schakelaar links achter Niet gebruikt Niet gebruikt Verbinding met schakelaar rechts achter Schakelaar ruitbediening rechts Massa Schakelaar ruitbediening links Verbinding met schakelaar links achter WERKING (controle van de weerstand met behulp van een multimeter, waarde dicht bij 0 ohm) ACTIES Aansluiting A5/B4 B6/B4 A1/B4 B2/B4 Geen Openen rechts eenvoudig Sluiten rechts eenvoudig 0 Ω α α 0 Ω Openen rechts snel 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) Sluiten rechts snel 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) Openen links eenvoudig Sluiten links eenvoudig 0 Ω α α 0 Ω Openen links snel 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) Sluiten links snel 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) 84A-20
173 SCHAKELAARS Schakelaars ruitbediening 84A SCHAKELAAR RUITBEDIENING PASSAGIER OP PASSAGIERSPORTIER ACTIES A1/B1 Aansluiting A2/A3 Geen α α Openen eenvoudig Sluiten eenvoudig Openen snel Sluiten snel 0 Ω α 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) α 0 Ω 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) Ruitbediening met sneltoets multiplex: zwarte stekker (alle types) Twee types schakelaars voor de ruitbediening voor zijn mogelijk: Ruitbediening met sneltoets zonder multiplex Ruitbediening met sneltoets multiplex Werking (controle van de weerstand met behulp van een ohmmeter, waarde dicht bij 0 ohm) Ruitbediening met sneltoets zonder multiplex: grijze stekker (alle types) Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Schakelaar ruitbediening Schakelaar ruitbediening Massa verbinding met schakelaar bestuurder Massa verbinding met schakelaar bestuurder Massa + na contact Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 ACTIES Omschrijving Niet gebruikt Massa Schakelaar ruitbediening Schakelaar ruitbediening Niet gebruikt + na contact A3 / A2 Aansluiting B1 / A2 Geen α α Openen eenvoudig Sluiten eenvoudig Openen snel Sluiten snel α 0 Ω 0 Ω (2 e klik) 0 Ω (1 e klik) 0 Ω α 0 Ω (1 e klik) 0 Ω (2 e klik) 84A-21
174 SCHAKELAARS Schakelaars ruitbediening 84A SCHAKELAARS RUITBEDIENING ACHTER OP ACHTERPORTIER Schakelaar ruitbediening afknijpbeveiliging achter: witte stekker Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Schakelaar ruitbediening Geschakelde massa (vergrendelen ruitbediening) Verbinding met commando openen ruitbediening bestuurder Verbinding met commando openen ruitbediening bestuurder Schakelaar ruitbediening + na contact verlichting schakelaar ACTIES A1/A2 AANSL. A2/B2 Geen Sluiten eenvoudig 0* Schakelaar ruitbediening eenvoudig Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 ACTIES Omschrijving Verbinding met schakelaar bestuurderszijde Massa Schakelaar ruithefmotor Schakelaar ruithefmotor Verbinding met schakelaar bestuurderszijde + na contact AANSL. A2/A3 B1/B2 B1/A2 A1/A3 Openen eenvoudig 0* Sluiten snel Openen snel 0* (1 e contact) 0* (1 e contact) *LET OP: De schakelaars achter kunnen niet worden gecontroleerd met een multimeter. 0* (2 e contact) 0* (2 e contact) Het is echter mogelijk de betreffende aansluitingen te overbruggen om de staat van de schakelaar te bepalen. Geen α 0 Ω α 0 Ω Sluiten eenvoudig Openen eenvoudig 0 Ω 0 Ω 0 Ω 0 Ω 84A-22
175 SCHAKELAARS Schakelaar kinderveiligheid 84A Bij het vergrendelen, licht een rood controlelampje (aangestuurd door het huis met hulporganen interieur) op in de schakelaar. Deze schakelaar wordt gebruikt om te voorkomen dat de portieren achter en de ruiten achter kunnen worden geopend (afhankelijk van de uitvoering). Elektrische ruitbediening De schakelaar kinderveiligheid informeert het huis met hulporganen interieur dat het relais kinderveiligheid aanstuurt. Ruitbediening sneltoets De schakelaar kinderveiligheid schakelt wel of niet de stuurmassa van de sneltoetscontacten van de ruitbediening achter en informeert het huis met hulporganen interieur over zijn staat. N.B.: Deze schakelaars worden verlicht zodra er + na contact is (geen nachtverlichting). Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving + na contact Niet gebruikt Commando lampje kinderveiligheid (afhankelijk van de uitvoering) Vergrendelen ruitbediening achter/ kinderveiligheid (afhankelijk van de uitvoering) Massa Niet gebruikt 84A-23
176 SCHAKELAARS Sensor voor het openen van het portier 84A Voor de handsfree functie hebben de portierhandgrepen de volgende sensors: voor de aanwezigheid (A) die de hand van de gebruiker detecteert, in combinatie met een reflector op de handgreep, voor de beweging die het openen aanstuurt als de aanwezigheidssensors niet meer werken (als de auto lange tijd niet is gebruikt). BELANGRIJK: om de hand van de gebruiker te kunnen detecteren, moet de aanwezigheidssensor een doorzichtig beschermkapje (B) en een reflector in de handgreep hebben. Door scheurtjes of barsten kan de handsfree functie minder goed werken. N.B.: voor het uitbouwen van de handgreep, raadpleeg het hoofdstuk "Carrosserie". AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving Signaal opname element Massa + Voor contact 84A-24
177 SCHAKELAARS Portiersloten 84A De portiersloten zijn specifiek voor het uitrustingsniveau van de auto: de eenvoudige uitvoering (4-polige stekker) heeft een elektrische vergrendeling en een sluitcontact (de auto's hebben geen portiercontacten op de stijlen). de luxe uitvoering (6-polige stekker) heeft de functie "extra portiervergrendeling" waarmee de werking van de binnenhandgrepen kan worden uitgeschakeld. Deze functie kan gebruikt worden voor de kinderveiligheid. Luxe uitvoering links voor Aansl. A B C D E F Omschrijving + grendelmotor - grendelmotor Portiercontact Portiercontact - motor extra portiervergrendeling of kinderveiligheid (achterportier) + motor extra portiervergrendeling of kinderveiligheid (achterportier) Luxe uitvoering rechts voor Aansl. A B C D E F Omschrijving + motor extra portiervergrendeling of kinderveiligheid (achterportier) - motor extra portiervergrendeling Portiercontact Portiercontact - grendelmotor + grendelmotor Luxe uitvoering links achter AANSLUITINGEN Eenvoudige uitvoering links Aansl. A B C D + grendelmotor - grendelmotor Portiercontact Portiercontact Omschrijving Aansl. A B C D E F Omschrijving + grendelmotor - grendelmotor en kinderveiligheid Portiercontact/schakelaar kinderveiligheid Portiercontact + motor extra portiervergrendeling kinderveiligheid Schakelaar kinderveiligheid Luxe uitvoering rechts achter Eenvoudige uitvoering rechts Aansl. A B C D Portiercontact Portiercontact - grendelmotor + grendelmotor Omschrijving Aansl. A B C D E F Omschrijving Schakelaar kinderveiligheid + motor extra portiervergrendeling of kinderveiligheid (achterportier) Portiercontact Portiercontact/schakelaar kinderveiligheid - grendelmotor en kinderveiligheid + grendelmotor 84A-25
178 SCHAKELAARS Elektrisch slot achterklep 84A SCHAKELAAR VAN ACHTERKLEP Voor het uitbouwen van het openingsmechanisme van de achterklep moet u de bekleding verwijderen, raadpleeg het hoofdstuk "Carrosserie". SLOT VAN ACHTERKLEP Voor het uitbouwen van het slot van de achterklep moet u de bekleding verwijderen, raadpleeg hoofdstuk "Carrosserie". AANSLUITINGEN AANSLUITINGEN Aansl. Omschrijving Aansl. Omschrijving 1 2 Verbinding met aansluiting 1 van het slot Massa Motor (schakelaar van achterklep) + Motor (huis met hulporganen interieur) Signaal openen Massa 84A-26
179 SCHAKELAARS Elektrische slotpen van de achterklep 84A Voor het uitbouwen van de elektrische slotpen moet u de bekleding verwijderen, raadpleeg hoofdstuk "Carrosserie". Aansl Omschrijving Massa + voor contact Stuursignaal relais slotpen Signaal stand slotpen 84A-27
180 SCHAKELAARS Spiegelbediening 84A SPIEGELBEDIENING Afhankelijk van het uitrustingsniveau verschilt de spiegelbediening: Eenvoudige elektrische spiegelbediening Bediening inklapbare spiegels zonder multiplexverbinding Bediening inklapbare spiegels met multiplexverbinding OPMERKING: de bedieningen met of zonder multiplexaansluiting zijn identiek, alleen de bedrading verschilt. Schakelaar voor inklapbare buitenspiegels met multiplex (optie: memory systeem zitpositie bestuurder) Aansl Omschrijving Signaal spiegels bestuurder en passagier + na contact Massa Gezamenlijke draad spiegelmotors Gezamenlijke draad inklapbare spiegel Commando omhoog/omlaag passagiersspiegel Commando omhoog/omlaag bestuurdersspiegel Commando rechts/links passagiersspiegel Commando rechts/links bestuurdersspiegel Niet gebruikt Bediening inklapbare spiegels zonder multiplexaansluiting: (zonder geheugen) Eenvoudige elektrische spiegelbediening Aansl. A1 A2 A3 A4 B1 B2 B3 B4 Omschrijving Omhoog/omlaag bestuurdersspiegel + voor contact Rechts/links bestuurdersspiegel Niet gebruikt Rechts/links passagiersspiegel Omhoog/omlaag passagiersspiegel Massa Gezamenlijke draad motors Aansl Omschrijving Gezamenlijk inklapmotors (aansl. 3B) + na contact Gezamenlijke draad spiegelmotors (aansl. 2C) Massa + voor contact Omhoog/omlaag passagiersspiegel (aansl. 2B) Omhoog/omlaag bestuurdersspiegel (aansl. 2B) Rechts/links passagiersspiegel (aansl. 2A) Rechts/links bestuurdersspiegel (aansl. 2A) Commando inklappen van de spiegels (aansl. 3C) N.B.: Deze schakelaars worden verlicht zodra er + na contact is (geen nachtverlichting). 84A-28
181 SCHAKELAARS Binnenspiegel 84A De binnenspiegel kan zijn uitgerust met een systeem dat de spiegel afhankelijk van de lichtinval donkerder maakt (elektrochroom). Dit systeem door de lichtinval op twee sensors met elkaar te vergelijken: een sensor (A) bij de voorruit, een sensor (B) bij de spiegel. OPMERKING: de buitenspiegels kunnen ook met dit systeem zijn uitgerust. In dit geval wordt de kleurverandering gestuurd door de binnenspiegel. (De buitenspiegels hebben geen lichtsensors). AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving Voeding Massa Informatie lichtinval (aansl. 3E buitenspiegel) Informatie lichtinval (aansl. 3D) 84A-29
182 SCHAKELAARS Elektrische spiegels 84A De buitenspiegel hebben: twee stelmotors (verticaal en horizontaal), een buitentemperatuurzender (rechts), een inklapmotor (afhankelijk van de uitvoering), een ontdooisysteem (afhankelijk van de uitvoering), een systeem dat de spiegel afhankelijk van de lichtinval donkerder maakt (elektrochroom) verbonden met de binnenspiegel (afhankelijk van de uitvoering), een multiplexverbinding (afhankelijk van de uitvoering). N.B.: voor het uitbouwen van buitenspiegels kan de portierbekleding op zijn plaats blijven. AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Aansl. 1B 1C 1D 1E 1F 1G 2A 2B 2C 2D 2E 2F 2G 2H 3B 3C 3D 3E 3F 3G Omschrijving Spiegelverwarming Spiegelverwarming Temperatuurzender (rechts), Temperatuurzender (rechts), Niet gebruikt Niet gebruikt Stelmotor horizontaal Stelmotor verticaal Gezamenlijke draad motor Controleweerstand horizontale stand Controleweerstand verticale stand Voeding Massa Niet gebruikt Inklapmotor Inklapmotor Informatie lichtinval (binnenspiegel) Informatie lichtinval (binnenspiegel) Niet gebruikt Niet gebruikt De weerstand van het ontdooisysteem is ongeveer 10 Ω. Het elektrochroomsysteem kan worden gecontroleerd met een batterijtje van 1,5 V (R6) op aansl. 3D en 3E. Het spiegelglas moet geleidelijk donkerder worden. BELANGRIJK: bij auto's met de optie "memory systeem van de bestuurdersstoel", hebben de spiegels een multiplexverbinding. Via deze verbinding wordt de informatie verzameld vanuit de motors van de ruitbediening (raadpleeg het hoofdstuk 88D: "Memory systeem van de bestuurdersstoel"). 84A-30
183 SCHAKELAARS Buitentemperatuurzender 84A De buitentemperatuurzender bevindt zich in de rechter buitenspiegel. Om bij de zender te kunnen komen, moeten de kap en het spiegelglas worden verwijderd (raadpleeg het hoofdstuk "Carrosserie"). UITBOUWEN Wip de temperatuurzender (1) los en knip de draden door. INBOUWEN Sluit de twee draden van de temperatuurzender aan met behulp van hulsjes en krimpkousjes. Controle van de weerstand van de temperatuurzender Temperatuur in ongeveer in C Weerstand van de zender in ohm tussen 0 en 5 tussen 5400 en 6200 tussen 6 en 10 tussen 4400 en 5400 tussen 11 en 15 tussen 3700 en 4400 tussen 16 en 20 tussen 3000 en 3700 tussen 21 en 25 tussen 2500 en 3000 tussen 26 en 30 tussen 2100 en 2500 tussen 31 en 35 tussen 1700 en 2100 tussen 36 en 40 tussen 1450 en A-31
184 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Klacht 84A Verkeerde weergave van de buitentemperatuur Geen verwarming Geen elektrochroomwerking op de buitenspiegel(s) Geen elektrochroomwerking op de binnenspiegel Elektrische verstelling van de buitenspiegels werkt niet Elektrisch inklappen van de buitenspiegels werkt niet Controle van de spiegelbediening (eenvoudig) Controle van de spiegelbediening (inklapbaar) Controle van de spiegelbediening (multiplex) 84A-32
185 184A SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Verkeerde weergave van de buitentemperatuur Verkeerde weergave van de buitentemperatuur Controleer de weerstand van de temperatuurzender (aansluitingen 1D/1E) Komt de weerstand overeen met de temperatuur? nee Vervang de temperatuurzender. ja Heeft de auto Carminat? nee Controleer de weerstand van de zender op het centrale display (aansluitingen 1 en 2 grijze stekker) ja Controleer de weerstand van de zender op het centrale communicatie eenheid (aansluitingen 16 en 17 grijze stekker) Komt de weerstand overeen met de temperatuur? ja Vervang de centrale communicatie eenheid. Controleer de nee nee Komt de weerstand overeen met kabelbundel. Raadpleeg de Service de temperatuur? Mededeling met de elektrische schema's van de auto. ja Vervang het centrale display. 84A-33
186 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Geen verwarming Het spiegelglas ontdooit niet Betreft het één spiegel? nee ja Controleer de voeding (+ 12 volt) van de spiegel Meet u "+ 12 V" op aansl. 1B? ja nee Controleer de kabelbundel spiegelschakelaar. Raadpleeg de Service Mededeling met de elektrische schema's van de auto. Controleer de weerstand van het spiegelverwarmingscircui t. De weerstand moet ongeveer 10 Ω zijn (aansl. 1B/1C). Is de weerstand correct? ja nee Controleer de kabelbundel van de spiegel of vervang het spiegelglas. Controleer de massa van het verwarmingscircuit op aansl. 1C van de kabelbundel van de spiegel. 84A-34
187 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Werkt de achterruitverwar ming? nee Controleer de voedingszekering. ja Controleer de kabelbundel tussen de schakelaar en de spiegels (kabelsplitsing). Is de zekering goed? nee Vervang de zekering. ja Controleer de werking van de schakelaar (bedieningspaneel van de airconditioning). Is de schakelaar goed? nee Vervang het bedieningspaneel. ja Controleer de kabelbundel van de auto (voeding en massa). 84A-35
188 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Geen elektrochroomwerking op de buitenspiegel(s) Geen elektrochroomwerking op de buitenspiegel(s) Betreft het één spiegel? nee ja Controleer met behulp van een batterijtje van 1,5V de werking van het elektrochroomcircuit (voeding 3D / massa 3E). Wordt het glas donker? ja nee Controleer de kabelbundel van de spiegel of vervang het spiegelglas. Controleer de kabelbundel tussen de buiten- en de binnenspiegel: kabelsplitsing, voeding (aansluiting 4-3E) en massa (aansluiting 3-3D). 84A-36
189 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A ja Controleer de elektrochroomwerking van de binnenspiegel. Werkt de binnenspiegel? nee Raadpleeg het zoekschema "geen elektrochroomwerking op de binnenspiegel". ja Controleer de uitgangen van de binnenspiegel (stuursignaal op aansluiting 4 / massa op aansluiting 3). Meet u een spanning op de aansluitingen (maximum 1,4 V)? nee Vervang de binnenspiegel. ja Controleer de kabelbundel tussen de buiten- en de binnenspiegel (kabelsplitsing, voeding en massa). 84A-37
190 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Geen elektrochroomwerking op de binnenspiegel Geen elektrochroomwerking op de binnenspiegel. Controleer de voedingszekering. Is de zekering goed? nee Vervang de zekering. ja Controleer de +12 V voeding (aansluiting 1) en de massa (aansluiting 2) van de binnenspiegel met behulp van een multimeter. Is dit in orde? ja nee Controleer de kabelbundel van de auto. Raadpleeg de Service Mededeling met de elektrische schema's van de auto. Vervang de binnenspiegel. Controleer de elektrochroomwerking van de buitenspiegels. 84A-38
191 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Elektrische verstelling van de buitenspiegels werkt niet Elektrische verstelling van de buitenspiegels werkt niet. Betreft het één spiegel? nee Controleer de werking van de schakelaar van de spiegels. ja Controleer de voeding en massa van de spiegel met behulp van een multimeter: horizontale verstelling (aansluitingen 2A/2C). Verandert de spanning bij het bedienen van de schakelaar? nee ja Controleer de voeding en massa van de spiegel met behulp van een multimeter: verticale verstelling (aansluitingen 2B/2C). Verandert de spanning bij het bedienen van de schakelaar? ja nee Controleer de kabelbundel spiegelschakelaar. Raadpleeg de Service Mededeling met de elektrische schema's van de auto. Controleer de kabelbundel van de spiegel of vervang de spiegel. 84A-39
192 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Elektrisch inklappen van de buitenspiegels werkt niet Elektrisch inklappen van de buitenspiegels werkt niet. Betreft het één spiegel? nee Controleer de werking van de schakelaar van de spiegels. ja Controleer de voeding en massa van de spiegel met behulp van een multimeter: inklapmotor (aansluitingen 3B/3C). Verandert de spanning bij het bedienen van de schakelaar? ja nee Controleer de kabelbundel spiegelschakelaar. Raadpleeg de Service Mededeling met de elektrische schema's van de auto. Controleer de kabelbundel van de spiegel of vervang de spiegel. 84A-40
193 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Controle van de spiegelbediening (eenvoudig) Controleer de voeding van de schakelaar: + 12 V op aansluiting A2 / massa op aansluiting B3. Is dit in orde? nee Controleer de zekering en de kabelbundel van de auto. ja Controleer de voeding en de massa van de horizontale stelmotor aan bestuurderszijde (aansluitingen A3/B4). Verandert de spanning bij het bedienen van de schakelaar? nee ja Controleer de voeding en de massa van de verticale stelmotor (aansluitingen A1/B4). Verandert de spanning bij het bedienen van de schakelaar? nee ja Controleer de voeding en de massa van de stelmotor aan passagierszijde (horizontaal aansluitingen B1/B4 en verticaal B2/B4). nee Vervang de schakelaar. 84A-41
194 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Controle van de spiegelbediening (inklapbaar) Controleer de voeding van de schakelaar: + 12 V op aansluiting 2 (verlichting) en 5 / massa op aansluiting 4. Is dit in orde? nee Controleer de zekeringen en de kabelbundel van de auto. ja Controleer de voeding en de massa van de horizontale stelmotor aan bestuurderszijde (aansluitingen 3-9). Verandert de spanning bij het bedienen van de schakelaar? nee ja Controleer de voeding en de massa van de verticale stelmotor (aansluitingen 3-7). Verandert de spanning bij het bedienen van de schakelaar? nee Vervang de schakelaar. ja 84A-42
195 SCHAKELAARS Storing zoeken van de spiegels - Zoekschema's 84A Controleer de voeding en de massa van de inklapmotors aan bestuurders- en passagierszijde (aansluitingen 1-10). Verandert de spanning bij het bedienen van de schakelaar? nee ja Controleer de voeding en de massa van de spiegelmotors aan passagierszijde: horizontaal aansluitingen 3-8, verticaal aansluitingen 3-6. nee Vervang de schakelaar. 84A-43
196 185A WISSEN-SPROEIEN Ruitenwisserbladen voor 85A WISSERBLADEN Deze wisserbladen bestaan uit: een wisblad (1), twee metalen gedeeltes (2), een luchtgeleider (3) gericht naar de voorzijde van de auto. UITBOUWEN Til de ruitenwisserarm omhoog. Wip het blad (4) los van de ruitenwisserarm, door hem te draaien (5) tegen de horizontale aanslag. Schuif hem vervolgens (6) vrij van zijn asje. Deze wisserbladen verhogen hiermee het effect van het wissen en verminder het windgeruis aanzienlijk, zelfs bij hoge snelheid. INBOUWEN Bijzonderheden: het bovenste (grootste) wisserblad is voor de linkerkant, de sterkst gebogen wisserarm is voor de linkerkant. 85A-1
197 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor 85A ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Elé Ruitenwisserarmtrekker UITBOUWEN VAN RUITENWISSERMOTOR PLUS MECHANISME de bouten (C) waarmee het ruitenwissermechanisme vastzit. Het mechanisme is gelijk bij rechts stuur en links stuur. UITBOUWEN VAN HET MECHANISME Maak los: de accu, de ruitenwissermotor. Bouw uit: de ruitenwisserarmen met Elé de halve roosters van de schutbordkast, links en daarna rechts, door de bevestigingsschroeven (A) en (B) (een kwart slag) los te draaien, Kantel het mechanisme om het te kunnen verwijderen. LET OP: bij auto's met voorruitverwarming de voedingsdraden niet beschadigen. 85A-2
198 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor 85A Druk de stang van het mechanisme op de aandrijfstang. LET OP: de afstelling van het mechanisme mag niet worden veranderd, het kogeldraaipunt (3) is in de fabriek afgesteld. Plaats de halve roosters van de schutbordkast (raadpleeg het hoofdstuk carrosserie). Sluit aan: de stekker van de ruitenwissermotor, de accu. LET OP: het is zeer belangrijk voor het monteren van de ruitenwisserarmen dat u opnieuw controleert of de ruitenwissermotor nog steeds in de ruststand staat. Plaats de onderste arm (rechts) op het merkteken (4) van de voorruit en zet de moer vast met een aantrekkoppel van 2 dan.m. Kantel het mechanisme om het te kunnen plaatsen. Breng alle bouten van het mechanisme op hun plaats. Zet de bouten (1) en (2) vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m en daarna de vier andere met hetzelfde koppel. N.B.: om de twee ruitenwisserarmen te kunne onderscheiden, is de linkse sterker gebogen. Plaats: de bovenste arm (links) parallel aan de bovenste arm en zet de moer met het voorgeschreven aantrekkoppel vast, de kapjes van de moeren. BELANGIJK: vergeet niet na het aansluiten van de accu om de noodzakelijke inlezingen uit te voeren (op tijd zetten van het klokje, invoeren van de code van de autoradio, enz.), zodat de auto weer correct werkt (raadpleeg hoofdstuk 80A). 85A-3
199 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor 85A AANSLUITINGEN De aansluiting van de motor is gelijk bij rechts stuur en links stuur. Aansl Omschrijving + Voor contact Massa Niet in gebruik + na contact Stuursignaal afkomstig van de regensensor of het huis met hulporganen interieur 85A-4
200 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor 85A REGENSENSOR WERKING Het huis met hulporganen interieur verzamelt de informatie van de regensensor. Deze zorgt voor het automatisch inschakelen van de ruitenwisser en het regelen van de wissnelheid afhankelijk van de hoeveelheid water op de voorruit. Voor het inschakelen van deze functie zet u de ruitenwisserschakelaar in de intervalstand. Iedere verandering van de stand van de ruitenwisserschakelaar schakelt deze functie weer uit. BIJZONDERHEDEN: Als de kracht naar de ruitenwisserarmen te groot is (bijvoorbeeld: bij snel rijden), schakelt het huis met hulporganen interieur automatisch over naar de lagere wissnelheid. Als de ruitenwissermotor is geblokkeerd (bijvoorbeeld: vastgevroren), schakelt het huis met hulporganen interieur automatisch de voeding van de motor uit. BELANGRIJK: om de regensensor goed te kunnen laten werken, moeten de wisserbladen regelmatig worden vervangen. 85A-5
201 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor 85A ELEKTRISCH SCHEMA Verklaring bij de nummers op de tekeningen 1 Voeding snel 2 Voeding langzaam 3 Voeding automatisch wissen 4 Relais aan-uit automatisch wissen 5 Relais langzaam - snel 6 Signaal regensensor 7 Regensensor 8 Huis met hulporganen interieur (UCH) 9 Ruitenwisserschakelaar 10 Ruitensproeierpomp 11 Koplampen 85A-6
202 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor 85A UITBOUWEN AANSLUITINGEN Verwijder de kap van de binnenspiegel (raadpleeg het hoofdstuk Carrosserie). Wip met een schroevendraaiertje de twee klemmetjes van de sensor aan de zijkant (1) los. Maak de stekker los. LET OP: raak de lichtsensor niet met uw vingers aan. Monteer hem direct in de auto zodra hij uit de verpakking is gehaald. Aansl Omschrijving Voeding + voor contact Massa Verbinding huis met hulporganen interieur en ruitenwissermotor INBOUWEN Ontvet het contactvlak tussen de voorruit en de regensensor. Plaats de sensor op de steun en buig de klemmetje om. Sluit de stekker aan en monter de kap van de spiegel. 85A-7
203 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwisser achter 85A ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Elé Ruitenwisserarmtrekker WERKING Bij normaal gebruik, werkt de ruitenwisser achter met een inter val. INBOUWEN - Bijzonderheden BELANGRIJK: de afdichting (2) moet na ieder uitbouwen van de motor worden vervangen. Als de voorruitwisser is ingeschakeld, wordt de wisser achter geactiveerd als de achteruit wordt ingeschakeld. UITBOUWEN Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: het kapje van de moer, met een vinger onder de ruitenwisserarm om het nokje (1) in te drukken, de bevestigingsmoer en de ruitenwisserarm met behulp van het gereedschap Elé. 1552, Na het vastzetten van de motor met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m, moet u controleren of de motor in de ruststand staat. Reinig de spiebanen van de as van de motor. Plaats de ruitenwisserarm in de ruststand met een nieuwe moer en zet deze vast met een aantrekkoppel van 1,2 dan.m. de bekleding van de bagageruimte (raadpleeg het hoofdstuk carrosserie), de bevestigingsbouten van de motor en maak zijn stekker los. 85A-8
204 WISSEN-SPROEIEN Ruitenwisser achter 85A AANSLUITINGEN Aansl Omschrijving + Commando Informatie rustcontact voor het huis met hulporganen interieur Massa 85A-9
205 WISSEN-SPROEIEN Ruitensproeier 85A WERKING De pomp bedient vanuit één reservoir de sproeiers van de voorruit of van de achterruit, afhankelijk van de polariteit van de twee aansluitingen van de stekker. UITBOUWEN - INBOUWEN VAN DE POMP De ruitensproeierpomp is toegankelijk nat uitbouwen van de voorste schildbumper (raadpleeg het hoofdstuk carrosserie). De ruitensproeiers voor en achter worden rechtstreeks aangestuurd door de ruitenwisserschakelaar. Er zijn twee mogelijkheden: de slang op uitgang (A) krijgt voeding, de voorruitsproeier werkt. Aansl. 1 2 Voeding Massa Omschrijving de slang op uitgang (B) krijgt voeding, de achterruitsproeier werkt. Aansl. 1 2 Massa Voeding Omschrijving Bij het uitbouwen van de pomp, moet u de twee slangen markeren voordat u ze losmaakt. N.B.: sommige uitvoeringen (koude landen) hebben elektrisch verwarmde sproeiers. 85A-10
206 WISSEN-SPROEIEN Koplampsproeiers 85A BIJZONDERHEDEN De koplampsproeierpomp (1) wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur als de ruitensproeiers worden ingeschakeld terwijl de grootof de dimlichten branden. De koplampsproeierpomp is naast de ruitensproeierpomp (2) gemonteerd. Om bij de pompen te kunnen komen, moet u de schildbumper voor verwijderen. UITBOUWEN - INBOUWEN De koplampsproeiers bestaan uit twee delen: een zichtbaar deel met de sproeiers, een deel achter de schildbumper voor. Voor het uitbouwen van alleen de sproeiers, moet u de aanvoerleiding (4) ondersteunen met een griptang en een doek (om de lak van de schildbumper te beschermen) om het bevestigingsklemmetje (5) los te maken. Voor het uitbouwen van het onderste deel, moet u de schildbumper voor verwijderen. AANSLUITINGEN OP DE STEKKER Aansl. 1 2 Voeding Massa Omschrijving N.B.: alleen auto's met koplampsproeiers hebben een ruitensproeierpeilzender (3). 85A-11
207 186A RADIO Autoradio "lage gamma": Algemeen 86A FUNCTIE RADIO LET OP: vier geografische zones zijn te programmeren voor de radio. De Tuner gebruikt drie selectiemanieren die zichtbaar zijn op het scherm en toegankelijk zijn via het front van de autoradio: handmatig (MANU), via voorkeuzes (PRESET), alfabetisch (LIST). FUNCTIE COMPACT DISK (ENKELDISK) De cd-speler kan audio cd's en eventuele audiotracks van cd-rom's afspelen. Het afspelen kan in volgorde of in willekeurige volgorde. 1 Aan-Uit 2 toets <en> voor het wijzigen van de configuratie en toegang tot de menu's 3 toetsen + en - voor het veranderen van de afstellingen 4 toets "source" Functies van de autoradio: radio beluisteren (vier geografische zones zijn te programmeren voor de FM) stationsnaam weergeven bij RDS, op de sterkste zender (functie AF) automatisch overschakelen, verkeersinformatie ontvangen (functie "I Traffic"), nieuwsuitzendingen en noodmeldingen ontvangen (functie "I News"). noodmeldingen ontvangen ("PTY 31"). OPMERKING: wanneer naar een cd-wisselaar wordt geluisterd, kan het in willekeurige volgorde afspelen alleen voor de tracks van één cd. THERMISCHE BEVEILIGING Als de temperatuur van de autoradio te hoog is geworden, wordt het volume automatisch zwakker (zonder wijziging van het volume op het display). Bij kortsluiting op de aansluitingen van de luidsprekers, wordt de versterker uitgeschakeld. 86A-1 Editie 3
208 RADIO Autoradio "lage gamma": Algemeen 86A BEVEILIGING VIA CODE De autoradio is beveiligd via een vier cijferige code. Deze code moet bij ieder losmaken van de accukabels worden ingevoerd met de bedieningssatelliet of via het toetsenbord van de autoradio. Invoeren via de bediening bij het stuurwiel: om een ingevoerd cijfer te bevestigen, drukt u op de onderste toets van de satelliet. Bij een verkeerde code, blokkeert het toestel (1 minuut na de eerste foute invoer, 2 minuten na de tweede, 4 minuten na de derde...). Nadat de code voor het eerst is ingevoerd, moeten bepaalde configuraties worden geprogrammeerd (zie hoofdstuk "configuratie"). Deze configuraties blijven behouden bij het losmaken van de accukabels. N.B.: bij een configuratiefout, kan de fabrieksstand opnieuw worden ingesteld door gelijktijdig indrukken van de toetsen 2 en 5 zonder het toestel uit te zetten. Wacht daarna 2 minuten. CONFIGURATIE OPMERKING: voor het selecteren van het gebruiksgebied van de Tuner, drukt u gelijktijdig op de toetsen 2 en 5 zonder het toestel uit te zetten. Wacht daarna ongeveer 2 minuten. Voer de viercijferige code in en daarna: selecteer de volumekromme afhankelijk van het model: 0: regeling uitgeschakeld 1: Twingo 2: Clio 3: Mégane 4: Laguna 5: Vel Satis selecteert u de zone: America (Amerika) Japan Asia (Azië) Arabia (Arabië) Others (Europa, Afrika, andere...) configuratie van de luidsprekers achter: "REAR ON/ OFF" N.B.: deze configuraties worden niet gevraagd na het invoeren van de geheime code na een onderbreking van de voeding. "EXPERT" MODUS Om de configuratiefunctie in te schakelen ("Expert"), drukt u lang (vier secondes) op de toets "source" tot u een geluidssignaal hoort. Hiermee kunt u de volgende functies afstellen: activeren van de functie AF (automatisch station vasthouden), aanpassen van het volume aan de rijsnelheid (5 voor een maximale aanpassing, 0 om de aanpassing uit te schakelen), activeren van de functie Loudness, activeren van de functie Tuner assisté, configuratie van het aantal luidsprekers (2 of 4), selectie van de handmatige of de dynamische lijst. N.B.: een druk op de toets "source" tijdens het configureren annuleert de wijzigingen. 86A-2 Editie 3
209 RADIO Autoradio "lage gamma": Algemeen 86A CONFIGURATIES PARAMETRAGE De configuraties moeten worden uitgevoerd na het eerste keer invoeren van de beveiligingscode of door een druk op de toetsen "2", "5" en "radio ON". Wacht daarna ongeveer 2 minuten en voer de beveiligingscode in. Selecteer de bij de auto behorende klankkromme : 0: regeling uit 1: Twingo 2: Clio 3: Mégane 4: Laguna 5: Vel Satis De parameters kunnen worden gewijzigd na lang drukken op de toets "Source". Activeren of uitschakelen van het automatisch afstemmen op de sterkste zender van de stations (RDS): AF ON/OFF met de toetsen "+" en "-". Naar de volgende parameter gaan met behulp van de draaiknop of de toetsen en. Bevestig door lang drukken op de toets aan de onderkant van de bediening bij het stuurwiel. Selecteren van de kromme van de snelheidsafhankelijke volumeverandering en bevestig: SPEED 0: regeling uitgeschakeld. SPEED 5: regeling maximaal. Selecteer de geografische zone voor de Tuner: Others (Europa, Afrika, andere...) America (Amerika) Japan Asia (Azië) Arabia (Arabië) Configuratie van de luidsprekers achter: "REAR ON/OFF" Activeren of uitschakelen van de functie "Loudness": LOUD ON/OFF. Selecteren van de werkstand van de Tuner: TUNE MAN/AUTO Configureren van de aanwezigheid van de luidspreker achter : "REAR ON/OFF" Configureren van het actualiseren van de lijst "LIST MAN/DYN" 86A-3 Editie 3
210 RADIO Autoradio "lage gamma": Algemeen 86A REGELING VAN HET VOLUME Het geluidsvolume kan worden verhoogd afhankelijk van de rijsnelheid. Om de functie te activeren: selecteer de gewenste kromme van de volumeaanpassing via de "expert"-modus (lang drukken op toets "source" tot een geluidssignaal): 5 voor maximale aanpassing, 0 voor het uitschakelen van de aanpassing. N.B.: om deze functie te kunnen laten werken, moet de autoradio aangesloten zijn op de juiste kabelbundel. OPMERKING: de volumeaanpassing van de autoradio is afhankelijk van het autotype. Voor het veranderen van het autotype, raadpleeg hoofdstuk "Configuratie". Zelfdiagnoseprogramma Via het zelfdiagnoseprogramma kunnen bepaalde hoofdfuncties worden gecontroleerd: test van de luidsprekers na gelijktijdig drukken op de toetsen 2 en 4, worden de luidspreker een voor een aangestuurd. Met het display kan de overeenkomstigheid worden gecontroleerd. Vergelijk de signalen van elke luidspreker. test van het ontvangstniveau (na weergave van de frequentie) na gelijktijdig drukken op de toetsen 1 en 6, toont het display de ontvangstcriteria van de radio: 9 of letter: goede ontvangst minder dan 3: slecht signaal bij 2: geen stereo meer 86A-4 Editie 3
211 RADIO Autoradio "lage gamma": Aansluitingen 86A Aansluitingen op de stekkers Zwarte stekker (A) Aansl Omschrijving Informatie snelheid Niet in gebruik Signaal spraakmaker (mute) Voeding + voor contact Voeding antenneversterker-display Voeding verlichting Voeding accessoires Massa Gele stekker (B) Aansl Omschrijving Verbinding display (aansl. 13) Verbinding display (aansl. 14) Verbinding display (aansl. 15) Niet in gebruik Informatie radio aan-display Massa-Afscherming OPMERKING: als de auto het navigatiesysteem heeft, raadpleeg het hoofdstuk 83C "Navigatiesysteem". Zwarte stekker (C) Aansl Omschrijving + Luidspreker rechts achter - Luidspreker rechts achter + Luidspreker rechts voor - Luidspreker rechts voor + Luidspreker links voor - Luidspreker links voor + Luidspreker links achter - Luidspreker links achter OPMERKING: de luidsprekers zijn parallel aangesloten op elke uitgang. De stekker (D) wordt gebruikt voor het aansluiten van een cd-wisselaar (afhankelijk van de uitvoering). 86A-5 Editie 3
212 RADIO Autoradio "lage gamma": Display 86A Aansluitingen op de stekkers Grijze 15-polige stekker Rode 15-polige stekker Aansl. Omschrijving Aansl. Omschrijving Signaal buitentemperatuur Massa buitentemperatuur Niet in gebruik Niet in gebruik Massa Verlichting Regelweerstand verlichting + accessoires + accu Uitgang buitentemperatuur Massa (autoradio aansl. 6) Informatie radio aan (autoradio aansl. 5) Verbinding autoradio (aansl. 1) Verbinding autoradio (aansl. 2) Verbinding autoradio (aansl. 3) Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Verbinding commando autoradio (aansl. B1) Verbinding commando autoradio (aansl. A3) Verbinding commando autoradio (aansl. B2) Verbinding commando autoradio (aansl. B3) Verbinding commando autoradio (aansl. A2) Verbinding commando autoradio (aansl. A1) Niet in gebruik OPMERKING: als de auto het "Carminat" navigatiesysteem heeft, raadpleeg hoofdstuk 83C "Navigatiesysteem". N.B.: bij sommige auto's, heeft het display een enkele stekker (30-polig). 86A-6 Editie 3
213 RADIO Autoradio "lage gamma": Redden van een cd 86A METHODE VOOR HET VERWIJDEREN VAN EEN COMPACT DISK UIT EEN DEFECTE AUTORADIO Tweede oplossing Als de uitwerpmotor niet meer werkt, verwijdert u de schroef (C) en maakt u de elektromotor (B) vrij. Verwijder de bovenkant van de autoradio. Eerste oplossing Draai het tandwiel (D) met de hand rechtsom tot de cd naar buiten is gekomen. Indien de elektromotor voor het uitwerpen nog kan werken, kunt u de motor (B) voeden met een 4,5 V-batterij om de cd uit te werpen: verbind de + met aansluiting (1) en de - met aansluiting (2) tot de cd naar buiten is gekomen. Voordat u de radio ter reparatie opstuurt: monteer de elektromotor en zet hem met zijn bevestigingsschroef vast (alleen bij de tweede oplossing), sluit het huis. 86A-7 Editie 3
214 RADIO Autoradio "hoge gamma": Algemeen 86A De autoradio "hoge gamma" bestaat uit: een tuner-versterker (1) onder de zitting van de achterbank, een cd-wisselaar (2) in het dashboard, een bedieningssatelliet (3) bij het stuurwiel, een afzonderlijk display (4), een versterkte radioantenne (5). Voor de reparatie heeft de tuner-versterker een ingebouwd testmenu. Raadpleeg hoofdstuk "zelfdiagnose". Het is niet toegestaan werkzaamheden uit te voeren aan componenten van het systeem. Een niet goed werkend component moet worden vervangen. PRINCIPESCHEMA'S 1 Eenvoudige autoradio 86A-8 Editie 3
215 RADIO Autoradio "hoge gamma": Algemeen 86A 2 Autoradio, navigatiesysteem De autoradio hoge gamma met navigatiesysteem bestaat uit: een tuner-versterker (1) onder de zitting van de achterbank, een cd-wisselaar (2) in het dashboard, een bedieningssatelliet (3) bij het stuurwiel, een versterkte radioantenne (5), een navigatiescherm (6), de navigatierekeneenheid (7), een GPS-antenne (8), een centrale communicatie eenheid (9), de luidspreker van de spraakmaker (10). Als de auto is uitgerust met een centrale communicatie eenheid (navigatiesysteem), kunnen de gegevens van de autoradio (voorkeuzes, parameters, klankinstellingen) worden opgeslagen in de Renault-kaart (afhankelijk van de uitvoering). 86A-9 Editie 3
216 RADIO Autoradio "hoge gamma": Werking 86A De autoradio kan zonder de accessoirestand, ongeveer 20 minuten werken. De autoradio laat een geluidssignaal horen en gaat dan uit. FUNCTIE RADIO Dit systeem gebruikt twee aparte Tuners: de Tuner voor het luisteren naar de radio, de Tuner voor het luisteren naar de berichten van het "verkeersinformatie"-systeem. De Tuner van de radio gebruikt drie selectiemanieren die zichtbaar zijn op het scherm en toegankelijk zijn via het front van de autoradio: handmatig (Manu) via voorkeuzes (PRESET), in alfabetische volgorde (List) handmatig of dynamisch, (raadpleeg het hoofdstuk "Parametrage"). Invoeren van de compact disks Druk op de toets (A) "LOAD". Het display toont "SELECT". Selecteer via de toetsen (1) t/m (6), de gewenste positie van de compact disk. Het display toont het bericht "WAIT" en daarna het bericht "INSERT". Steek de cd in de gleuf (B). Het display toont "LOAD" en leest daarna de disk. Herhaal deze werkwijze voor de andere discs. FUNCTIE CD De cd-wisselaar kan zes disks bevatten (invoeren aan de voorkant). De cd-wisselaar kan audio cd's en eventuele audiotracks van cd-rom's afspelen; het afspelen kan in volgorde of in willekeurige volgorde. OPMERKING: het in willekeurige volgorde afspelen kan alleen voor de tracks van één cd. Als de disc is afgelopen, wordt de volgende disc in willekeurige volgorde afgespeeld, de functie "mute" stopt het afspelen van de disk en het display toont "pause" (afhankelijk van de uitvoering). Uitwerpen van de compact disks Druk op de toets (A). Selecteer via de toetsen (1) t/m (6), de positie van de disk. De disc komt naar buiten. Als hij na ongeveer 15 secondes niet wordt verwijderd, wordt hij automatisch weer ingevoerd. OPMERKINGEN: gedurende deze handelingen, is het geluid automatisch onderbroken, het is mogelijk alle compact disks uit te laten werpen via toets (C) "ALL". 86A-10 Editie 3
217 RADIO Autoradio "hoge gamma": Werking 86A CONFIGURATIES De configuratie van de autoradio wordt alleen gevraagd na de eerste keer invoeren van de antidiefstalcode. Hij blijft in het geheugen behouden als de voeding wordt onderbroken. Selecteren van de volumekromme afhankelijk van de auto: standaard is het systeem ingesteld op " 0". selecteert u de zone: Others (Europa, Afrika, andere...) America (Amerika) Japan Asia (Azië) Arabia (Arabië) N.B.: deze configuraties kunnen worden gewijzigd door lang drukken op de toets "source" aan de voorkant of via de toetsen "2" en "5". PARAMETRAGE Om naar de "Parametrage" te gaan ("Expert"- modus), drukt u kort op de toets "Expert" tot u een geluidssignaal hoort. Hiermee kunt u de volgende functies afstellen: activeren van de modus AF (automatisch volgen van de stations: RDS), aanpassen van de kromme van de snelheidsafhankelijke volumeregeling (5 voor een maximale regeling, 0 voor het uitschakelen van de regeling), activeren van de functie Loudness, activeren van de modus Tuner handmatig of automatisch, activeren van de functie AUX (Auxiliaire) voor de optie DVD. 86A-11 Editie 3
218 RADIO Autoradio "hoge gamma": Werking 86A CONFIGURATIES PARAMETRAGE De configuraties moeten worden uitgevoerd na het eerste keer invoeren van de antidiefstalcode of door een druk op de toets "source". De parameters kunnen worden gewijzigd na kort drukken op de toets "Expert". Selecteer de bij de auto behorende klankkromme. Standaard is deze kromme geconfigureerd op "CURVE = 0". Activeren of uitschakelen van het automatisch afstemmen op de sterkste zender van de stations (RDS): AF ON/OFF met de toetsen "+" en "-". Bevestig door lang drukken op de toets aan de onderkant van de bediening bij het stuurwiel. Naar de volgende parameter gaan met behulp van de draaiknop of de toetsen en. Selecteer de geografische zone voor de Tuner: Others (Europa, Afrika, andere...) America (Amerika) Japan Asia (Azië) Arabia (Arabië) Selecteren van de kromme van de snelheidsafhankelijke volumeverandering en bevestig: SPEED 0: verhoging uitgeschakeld. SPEED 5: maximale verhoging. Bevestig door lang drukken op de toets aan de onderkant van de bediening bij het stuurwiel. Activeren of uitschakelen van de functie "Loudness": LOUD ON/OFF. Configureren van de aanwezigheid van de luidspreker achter: "REAR ON/OFF". Selecteren van de werkstand van de Tuner: TUNE MAN/AUTO Bevestig door lang drukken op de toets aan de onderkant van de bediening bij het stuurwiel. Selecteren van de werking van de aux-ingang: AUX AUTO/ON/OFF 86A-12 Editie 3
219 RADIO Autoradio "hoge gamma": Werking 86A REGELING VAN HET VOLUME Bij het inschakelen van de autoradio, is het volume zoals dat was bij het uitschakelen met een maximaal volume van 15. Equalizer krommes De autoradio heeft een aantal aan het type muziek aangepaste krommes: CLASSIC/JAZZ/POP/VOICE/FLAT/PERSO OPMERKINGEN: De functie "mute" stopt het afspelen van de compact disk. De "verkeersinformatie"-berichten hebben hetzelfde volume als de beluisterde geluidsbron. Als het volume wordt veranderd tijdens een bericht, blijft dit volume in het geheugen tot aan de wachtstand. De navigatieberichten hebben volume 7. Als het volume wordt veranderd (tussen 0 en 10) tijdens een bericht, blijft dit volume in het geheugen tot aan de wachtstand.. De versterker heeft een thermische beveiliging die het volume verminderd als de installatie te warm is geworden. Bij kortsluiting op de luidsprekers, wordt de versterker uitgeschakeld. Volumecorrectie Het geluidsvolume kan worden gecorrigeerd afhankelijk van de rijsnelheid. Selecteer de gewenste de volume-aanpassingskromme via de "Expert"- functie (kort drukken op de toets "Expert" SPEED 5: voor een maximale aanpassing, 0 om de aanpassing uit te schakelen. Balans/fader Voor een eenvoudige werking, kan de autoradio een deel of alle luidspreker uitschakelen: < FRONT >: alleen de luidsprekers voor werken < FRONT>: alleen de luidsprekers links voor werken < FRONT >: alleen de luidsprekers rechts voor werken < REAR >: alleen de luidsprekers achter werken ALL CAR: alle luidspreker werken (balans en fader in het midden) PERSO: laatste persoonlijke instelling Aux-uitgang In het menu "Expert", kan de werking van de hulpbron worden ingesteld: AUX ON: de bron kan in volgorde worden ingesteld (radio CD AUX radio...) ook als er geen signaal is van de bron naar de radio. AUX AUTO: automatische doorschakeling naar de radio als er een signaal van de bron verschijnt. AUX OFF: uitschakeling van de bron (radio CD radio). 86A-13 Editie 3
220 RADIO Autoradio "hoge gamma": Beveiligingscode 86A BEVEILIGING VIA CODE Twee componenten van de autoradio zijn beveiligd via een code: Een eerste antidiefstalcode van 4 cijfers voor de tuner-versterker. Deze code moet na iedere onderbreking van de voeding worden ingevoerd. Deze code moet worden ingevoerd via de bedieningssatelliet. Het display toont "CODE" gevolgd door "0000". LET OP: bij een verkeerde code, geeft de autoradio een geluidssignaal, toont "CODE" en blokkeert: 1 e fout: 1 minuut, 2 e fout: 2 minuten, 3 e fout: 4 min... (32 min maximaal). Na invoeren van de code, moeten bepaalde parameters opnieuw worden geprogrammeerd. De configuratie worden alleen gevraagd nadat de code voor het eerst is ingevoerd (zie hoofdstuk "Configuraties"). Een code die wordt uitgewisseld tussen de cdwisselaar en de tuner-versterker. Bij het monteren van een nieuwe cd-wisselaar, wordt de code van de versterker ingelezen bij het aansluiten van de accu of van de wisselaar. Bij het vervangen van de tuner-versterker, kan de beveiligingscode worden ingevoerd van de oude, op de wisselaar aangesloten, versterker. De wisselaar neemt de code over van de nieuwe versterker. Als de code van de oude versterker verloren is gegaan, kan de verbindingscode worden gewist door de wiscode. Deze wiscode is op te vragen via de technische helpdesk van de importeur, de server... LET OP: de cd-wisselaar wordt ongecodeerd geleverd. Bij zijn installatie in de auto, leest de wisselaar de verbindingscode in van de tunerversterker. N.B.: de fabrieksstand kan opnieuw worden ingesteld door gelijktijdig indrukken van de toetsen 2 en 5 zonder het toestel uit te zetten. Wacht daarna ongeveer 2 minuten. LET OP: de autoradio kan ongeveer 2 minuten werken zonder ingevoerde code (met regelmatig klinken van geluidssignalen). 86A-14 Editie 3
221 RADIO Autoradio "hoge gamma": Beveiligingscode 86A HET DISPLAY TOONT "CODE" GEVOLGD DOOR "0000" Invoeren van de antidiefstalcode. De radio laat ieder 2 secondes gedurende 2 minuten een piepje horen en toont dan "CODE". Toont de autoradio "CODE" daarna "0000"? Nee Ja Voer het eerste cijfer in met behulp van de draaiknop van de bediening bij het stuurwiel. Ga terug naar de fabrieksstand. Autoradio uit, druk op de toetsen 2, 5 en ON. Wacht ongeveer 2 minuten tot het verschijnen van "CODE" en daarna "0000". Bevestig het cijfer door kort drukken op de toets aan de onderkant van de bediening bij het stuurwiel. Voer de drie andere cijfers op dezelfde manier in. Bevestig de antidiefstalcode door lang drukken op dezelfde toets. Toont de autoradio "ERROR" daarna "CODE"? Nee Ja Nee Toont de autoradio "ERROR CD", daarna "CD CODE"? Ja De autoradio gaat naar de "CONFIGURATIE" modus (als hij voor het eerst wordt gebruikt) en werkt normaal. Raadpleeg de bladzijde "het display toont CD CODE". 86A-15 Editie 3
222 RADIO Autoradio "hoge gamma": Beveiligingscode 86A HET DISPLAY TOONT "CD CODE" De autoradio toont "ERROR CD", "CD CODE", daarna "CD-0000". Invoeren van de code van de oude tunerversterker die op de wisselaar is aangesloten. Voer het eerste cijfer in met behulp van de draaiknop van de bediening bij het stuurwiel. Bevestig het cijfer door kort drukken op de toets aan de onderkant van de bediening bij het stuurwiel. Voer de drie andere cijfers op dezelfde manier in. Bevestig de antidiefstalcode door lang drukken op dezelfde toets. Nee Komt de code van de cd-wisselaar overeen met de code van de versterker? Ja Toont de autoradio "ERROR CD", daarna "CD CODE"? Als het probleem aanhoudt, moet de code "ALPINE" opnieuw worden ingevoerd. De cd-wisselaar neemt de code over van de nieuwe versterker en werkt correct. De radio is niet meer beveiligd. 86A-16 Editie 3
223 RADIO Autoradio "hoge gamma": Zelfdiagnose 86A Zelfdiagnoseprogramma Werking van de cd-wisselaar De werking van de cd-wisselaar is te zien aan de diodes die de aanwezigheid van de disks aan de voorkant aangeven en via het display: diode disk uit: geen cd diode disc knippert: mechanisme in werking (invoeren disc bezig) bericht "ERROR CD": geen geldige audiorack op de disc bericht "LINK_ERR": onderbreking van de verbinding wisselaar-versterking bericht "HI TEMP": temperatuur van de wisselaar te hoog Via het zelfdiagnoseprogramma kunnen bepaalde hoofdfuncties worden gecontroleerd: test van de luidsprekers Door lang drukken op de toets "Expert", worden de luidspreker een voor een aangestuurd. Met het display kan de overeenkomstigheid worden gecontroleerd. Vergelijk de signalen van elke luidspreker. Test van het ontvangstniveau Door een tweede druk op de toets "Expert" kan de Tuner worden gecontroleerd. De vier eerste cijfers geven het station aan. Het volgende cijfer geeft het signaalniveau aan: 9 of letter voor een acceptabel niveau, minder dan 3: zwak niveau. 86A-17 Editie 3
224 RADIO Autoradio "hoge gamma": cd-wisselaar 86A LET OP: de cd-wisselaar wordt ongecodeerd geleverd. Bij zijn installatie in de auto, leest de wisselaar de verbindingscode in van de tunerversterker De wiscode is nodig als de antidiefstalcode verloren is gegaan. De cd-wisselaar kan worden uitgebouwd met behulp van het speciale gereedschap M.S AANSLUITINGEN Zwarte stekker Aansl Niet in gebruik + verlichting Niet in gebruik Omschrijving LET OP: voor de aansluiting van een nieuwe cdwisselaar, moet de transportbescherming (A) worden verwijderd om beschadiging van de cd-wisselaar te voorkomen. Groene stekker Aansl Omschrijving Verbinding versterker (aansl. 15) Verbinding versterker (aansl. 14) Verbinding versterker (aansl. 23) Verbinding versterker (aansl. 17) Verbinding versterker (aansl. 4) + accessoires (versterker (aansl. 3)) Verbinding versterker (aansl. 2) Verbinding versterker (aansl. 1) Verbinding versterker (aansl. 19 en 20) Verbinding versterker (aansl. 18) Verbinding versterker (aansl. 19 en 20) Verbinding versterker (aansl. 15) Verbinding versterker (aansl. 15) Niet in gebruik Verbinding versterker (aansl. 16) 86A-18 Editie 3
225 RADIO Autoradio "hoge gamma": Tuner-versterker 86A In de versterker is de Tuner ingebouwd. Hij is gemonteerd op een specifieke steun onder de zitting van de achterbank. Gele stekker (C) Aansl Omschrijving Verbinding cd-wisselaar (aansl. 8) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 7) + accessoires (cd-wisselaar (aansl. 6)) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 5) Niet in gebruik Niet in gebruik Blauwe stekker (D) Aansl Omschrijving Verbinding cd-wisselaar (aansl. 3) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 2) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 1, 12 en 13) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 15) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 4) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 10) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 9 en 11) Verbinding cd-wisselaar (aansl. 9 en 11) Zwarte stekker (A) Aansl Omschrijving Informatie snelheid Niet in gebruik Signaal spraakmaker (mute) + accu Voeding antenneversterker (behalve navigatiesysteem) Niet in gebruik + accessoires Massa Zwarte stekker (B) Aansl Omschrijving + Luidsprekers rechts achter - Luidsprekers rechts achter + Luidsprekers rechts voor - Luidsprekers rechts voor + Luidsprekers links voor - Luidsprekers links voor + Luidsprekers links achter - Luidsprekers links achter Bij het vervangen van de tuner-versterker, moet de beveiligingscode worden ingevoerd van de oude, op de wisselaar aangesloten, versterker. Raadpleeg de bladzijde "beveiligingscode". 86A-19 Editie 3
226 RADIO Autoradio "hoge gamma": Tuner-versterker 86A Rode stekker (E) Aansl Omschrijving Multiplexverbinding naar display (aansl. 14) (behalve navigatiesysteem) Multiplexverbinding naar display (aansl. 15) (behalve navigatiesysteem) Shunt aansl. 5 (behalve navigatiesysteem) Shunt aansl. 6 (behalve navigatiesysteem) Shunt aansl. 3 (behalve navigatiesysteem) Shunt aansl. 4 (behalve navigatiesysteem) Niet in gebruik Informatie aan-uit radio naar display (behalve navigatiesysteem) Informatie aan-uit radio (Communicatieeenheid) Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik 86A-20 Editie 3
227 RADIO Autoradio "hoge gamma": Display 86A N.B.: het display van de radio "hoge gamma" gebruikt de multimedia multiplexverbinding (autoradio, navigatiesysteem). Aansluitingen op de stekkers Grijze stekker (15-polig) Aansl Omschrijving Signaal buitentemperatuur Massa buitentemperatuur Niet in gebruik Niet in gebruik Massa Verlichting Regelweerstand verlichting + accessoires + accu Uitgang buitentemperatuur Niet in gebruik Informatie radio aan Niet in gebruik Multiplexverbinding (multimedia) naar tuner-versterker Multiplexverbinding (multimedia) naar tuner-versterker Rode stekker (15-polig) Aansl Omschrijving Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Verbinding commando autoradio (aansl. B1) Verbinding commando autoradio (aansl. A3) Verbinding commando autoradio (aansl. B2) Verbinding commando autoradio (aansl. B3) Verbinding commando autoradio (aansl. A2) Verbinding commando autoradio (aansl. A1) Niet in gebruik OPMERKING: als de auto het "Carminat" navigatiesysteem heeft, raadpleeg het hoofdstuk 83C "Navigatiesysteem". 86A-21 Editie 3
228 RADIO Storing zoeken autoradio: Klachten 86A De radio laat ongeveer iedere 2 secondes piepjes horen De radio werkt niet (geen geluid) bij indrukken van "radio ON" De radio schakelt niet automatisch in bij "+ accessoires" of schakelt uit na 20 minuten Radio aan, het display en de satelliet werken niet De satelliet werkt niet Problemen met de radio-ontvangst Het volume verandert niet met de rijsnelheid De verlichting verandert niet bij het inschakelen van de lichten Geen onderbreking van het geluid bij Carminat-berichten of handsfree telefoonset N.B.: voor u iets aan de autoradio doet, zet u de instellingen op "0" (balans voor/achter, rechts/links, klankinstellingen...). 86A-22 Editie 3
229 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A DE RADIO LAAT ONGEVEER IEDERE TWEE SECONDES PIEPJES HOREN De radio laat ongeveer iedere 2 secondes piepjes horen. Voer de antidiefstalcode van de radio in Is de code correct? Nee Ja De autoradio gaat naar de "CONFIGURATIE" modus (als hij voor het eerst wordt gebruikt) en werkt normaal. De autoradio toont "CODE". Wacht tot het verdwijnen van "0000". Controleer de code en probeer het invoeren opnieuw. 86A-23 Editie 3
230 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A DE RADIO WERKT NIET* De radio werkt niet (geen geluid) bij indrukken van "radio ON" Werkt het display (retroverlicht)? Nee Controleer de voedingszekering van de radio. Ja Nee Is de zekering goed? Ja Vervang de zekering. Controleer de geleding van de kabelbundel: + 12 V op aansl. 4 zwart massa op aansl. 8 zwart Nee Is de kabelbundel goed? Controleer de instellingen van de autoradio. Herstellen. Raadpleeg het elektrische schema's van de auto. Ja Vervang de radio. Is het volume op "o*" of op "mute"? Nee Sluit een van de aansluitingen van de luidsprekers kort. De radio beveiligt zichzelf. Ja Maak de "mute" draad los van de spraakmaker of van Carminat* (aansl. 3 van de zwarte stekker). * Als de auto het "Carminat" navigatiesysteem heeft, raadpleeg het hoofdstuk 83C "Navigatiesysteem". 86A-24 Editie 3
231 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A Controleer de lijnen vanaf de autoradio met behulp van een multimeter. Maakt een van de lijnen kortsluiting? Nee Ja Controleer de betreffende luidspreker met een multimeter. Vervang de radio. Nee Maakt de luidspreker kortsluiting? Ja Vervang de luidspreker. Controleer de kabelbundel met een multimeter (isolatie ten opzichte van de carrosserie en draad voor draad). Voorbeeld: afgeknepen bij de portierdoorvoer, beschadigd door de ruitbediening. 86A-25 Editie 3
232 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A DE RADIO SCHAKELT NIET AUTOMATISCH IN OF SCHAKELT UIT NA 20 MINUTEN De radio schakelt niet automatisch in bij "+ accessoires" of schakelt uit na 20 minuten. Controleer de normale werking van het systeem Schakel "+ accessoires" in, Schakel de radio in, Schakel de "+ accessoires" uit, Schakel de "+ accessoires" weer in, de radio moet inschakelen. Is het probleem opgelost? Ja Einde Nee Controleer de voeding "+ accessoires" met een multimeter. Meet u "+ 12 V" op aansl. 7 zwart? Nee Ja Vervang de radio. Controleer de voedingszekeringen. Nee Zijn de zekeringen goed? Ja Vervang de zekering. Controleer de geleiding van de kabelbundel. Raadpleeg de elektrische schema's van de auto. (Bijvoorbeeld: probleem bij de aansteker). 86A-26 Editie 3
233 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A HET DISPLAY WERKT NIET De radio werkt maar het display licht niet op, (de satelliet werkt niet). Nee Heeft de auto Carminat? Ja Controleer de functies van het display die niet bij de radio horen (retroverlichting van het scherm en temperatuur). Initialiseer het systeem. Raadpleeg hoofdstuk 83C "Navigatiesysteem". Nee Ziet u iets op het scherm? Ja Controleer de kabelbundel radiodisplay (gele stekker op de autoradio). Controleer de voeding van het display (de radio is niet de oorzaak): + 12 V op aansl. 4 zwart, massa op aansl. 8 zwart. Nee Is de kabelbundel goed? Ja Maak het display los en sluit het weer aan. Als de storing aanhoudt, vervang het display. Herstel de bedrading. 86A-27 Editie 3
234 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A DE SATELLIET WERKT NIET De radio werkt maar de satelliet werkt niet. Nee Heeft de auto Carminat? Ja Test de toetsen in de centrale communicatie eenheid. Raadpleeg hoofdstuk 83C "Navigatiesysteem". Nee Werkt het afzonderlijke display? Ja Raadpleeg pagina"display werkt niet". Controleer de aansluiting van de satelliet op het display. Nee Is de satelliet goed aangesloten? Ja Sluit de satelliet aan. Controleer de weerstand van de satelliet met een multimeter. Nee Zijn de weerstanden goed? Ja Sluit de satelliet aan. Vervang de radio. 86A-28 Editie 3
235 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A PROBLEMEN MET DE RADIO-ONTVANGST Slechte radio-ontvangst. Ja Staat de radio "afgestemd" op FM? Probleem van buiten de radio (synchronisatie van de zender). Zijn er af en toe onderbrekingen van < 1 seconde bij de ontvangst op FM? Ja De auto bevindt zich in een gebied met slechte ontvangst. De radio heeft meer tijd nodig om een acceptabele zender te vinden. Schakel "AF" uit in de "Expert"-modus. Ja "Knispert" de radio? Nee De auto bevindt zich in een gebied met slechte ontvangst. Zet de auto buiten, op een plaats met goede ontvangst en test het ontvangstniveau (toetsen 1 en 6 of toets "SOURCE" afhankelijk van het model) van het betreffende station. 86A-29 Editie 3
236 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A Nee Is het niveau sterk (9 of letter)? Ja Controleer of de slechte ontvangst lokaal is of permanent en op alle stations. Nee Is het probleem permanent? Zonder de auto te verplaatsen, vergelijk met een station op de "Lange Golf". Ja De auto bevindt zich in een gebied met slechte FMontvangst. Vervang de autoradio. Nee Is het resultaat beter? Ja Controleer de antenne van de auto. De auto bevindt zich in een gebied met slechte FM-ontvangst. 86A-30 Editie 3
237 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A Controleer de voeding van de versterker (versterkeringang). Nee Meet u + 12 V op de kabelschoen? Ja Ja Heeft de auto Carminat? Nee Controleer de voeding van de antenne op de uitgang van de radio (radio ingeschakeld). Controleer de voeding van de antenne op de uitgang van de centrale communicatie eenheid. Nee Meet u een + op aansl. 5 zwart? Ja Meet u een + op aansl. 7? Ja Nee Vervang de radio. Controleer de kabelbundel. Vervang de centrale communicatie eenheid. 86A-31 Editie 3
238 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A Houd de antennespriet in de hand bij de autoradio. Nee Is het resultaat beter? Vervang de autoradio. Ja Heeft de auto Carminat? Nee Ja Controleer de verbindingen op de ingang en de uitgang van de centrale communicatie eenheid. Overbrug de centrale communicatie eenheid. Ja Is de ontvangst beter? Nee Zoek afgeknepen of geknikte kabel. Controleer de onderbrekingen en kabelsplitsingen (raadpleeg het "elektrisch schema" van de auto). Vervang de centrale communicatie eenheid. Controleer de aansluitingen bij de antenneversterker. Als alles in orde is, vervang de antenneversterker. 86A-32 Editie 3
239 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A GEEN ONTVANGST OP "LANGE GOLF" geen ontvangst op "Lange golf" Controleer de configuraties van de tuner (geografische zone). Druk op toets "SOURCE" of "2", "5" en "radio ON" (afhankelijk model). Voer de gebruikszone in: Others (Europa, Afrika, andere...) America (Amerika) Japan Asia (Azië) Arabia (Arabië) Ter informatie: Others America Japan Asia Arabia FM-band en MHz 87, , , ,5-108 AM-band en KHz (Lange golf) (Middengolf) A-33 Editie 3
240 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A HET VOLUME VERANDERT NIET MET DE RIJSNELHEID De functie "SDVC" werkt niet (snelheidsafhankelijke volumeverandering). Controleer de configuraties van de autoradio ("Expert"-modus). Zet de kromme "curve" op 5 en test. Varieert het volume? Nee Ja Probleem opgelost. Zet de kromme terug op niveau: "curve = 2". controleer het signaal op de draad met een multimeter. De spanning moet toenemen met de snelheid. Ja Nee Wordt het signaal sterker? Ja De autoradio is niet de oorzaak. Controleer de kabelbundel en los de problemen op van het instrumentenpaneel. Vervang de radio. 86A-34 Editie 3
241 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A DE VERLICHTING VERANDERT NIET BIJ HET INSCHAKELEN VAN DE LICHTEN De verlichting verandert niet bij het inschakelen van de lichten. Controleer de + 12 V op aansl. 6 van de zwarte stekker (alleen als de lichten branden). Meet u + 12 V? Nee Ja Vervang de autoradio. De autoradio is niet de oorzaak. Controleer de kabelbundel van de auto (raadpleeg het "elektrische schema"). 86A-35 Editie 3
242 RADIO Storing zoeken autoradio: Zoekschema's 86A GEEN ONDERBREKING BIJ CARMINAT-BERICHTEN, SPRAAKMAKER OF HANDSFREE TELEFOON Geen onderbreking van het geluid bij de berichten. Controleer de massa op aansl. 3 van de zwarte stekker (alleen tijdens de berichten). Meet u een massa? Nee Ja Vervang de autoradio. De autoradio is niet de oorzaak. Controleer de kabelbundel van de auto (raadpleeg het "elektrische schema"). 86A-36 Editie 3
243 RADIO Bediening bij het stuurwiel 86A De satelliet (A) van de autoradio bij het stuurwiel is aangesloten op het afzonderlijke display van het dashboard of op de centrale communicatie eenheid. Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving Verbinding display (aansl. 14) Verbinding display (aansl. 13) Verbinding display (aansl. 10) Verbinding display (aansl. 9) Verbinding display (aansl. 11) Verbinding display (aansl. 12) N.B.: als de auto het CARMINAT navigatiesysteem heeft, is de bediening van de autoradio bij het stuurwiel verbonden met de centrale communicatie eenheid (raadpleeg hoofdstuk 83C). Bij sommige auto's, heeft het display een enkele stekker (30-polig). 86A-37 Editie 3
244 RADIO Bediening bij het stuurwiel 86A ACTIE AANSL. WEERSTAND Knop onder (E) Volume min (D) Volume plus (C) Knop rechts boven (B) Knop links boven (A) Draaiknop (F) (1 e klik) Draaiknop (F) (2 e klik) Draaiknop (F) (3 e klik) A3/B1 B3/B1 A1/B1 A3/B2 B3/B2 A3/A2 B3/A2 A1/A2 28 Ω 0,5 Ω 0,5 Ω 28 Ω 28 Ω 0,5 Ω 0,5 Ω 0,5 Ω 86A-38 Editie 3
245 RADIO Antenne 86A De auto's hebben een specifieke antenne voor de radio-ontvangst in de achterklep. De antennedraad is aangesloten op de onderbrekingsplaat (2). Een versterker (1) is tegen het dak gemonteerd, achter de bekleding. De versterker wordt gevoed: door de radio voor auto's zonder navigatiesysteem, door de centrale communicatie eenheid voor auto's met navigatiesysteem. Raadpleeg hoofdstuk 83C "Navigatiesysteem". N.B.: als de auto het navigatiesysteem heeft, is de radioantenne aangesloten op de centrale communicatie eenheid, en daarna van de centrale communicatie eenheid op de radio. Raadpleeg hoofdstuk 83C "Navigatiesysteem". 86A-39 Editie 3
246 RADIO Luidsprekers 86A Deze auto's zijn uitgerust met: tweeters voor in het dashboard, luidspreker in de voorportieren, tweeters en luidspreker in de achterportieren. de schroeven (3) van de luidspreker. BELANGRIJK: voor het uitbouwen van de luidspreker in de portieren moet de portierbekleding worden uitgebouwd. (Raadpleeg het hoofdstuk "carrosserie") Bijzonderheden van de luidsprekers achter Bouw uit: het luidsprekerrooster via de moeren (1), schroeven van de asbakhouder (2), Zet bij het inbouwen de moeren (1) niet te vast. N.B.: de tweeter is vastgeklikt in het rooster. Bijzonderheden van de luidsprekers voor Bouw uit: het luidsprekerrooster via de moeren (4), de schroeven van de luidspreker. Zet bij het inbouwen de moeren (4) niet te vast. 86A-40 Editie 3
247 187B HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur (UCH) 87B BESCHRIJVING Het huis met hulporganen interieur bevindt zich in het dashboard aan bestuurderszijde. Deze rekeneenheid bevat een groot deel van de rekeneenheid waaronder de decoder van de startvergrendeling. 87B-1
248 HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur (UCH) 87B Mogelijkheden van het huis met hulporganen interieur Raadpleeg hoofdstuk Regeling van de knipperlichten X - Regeling van de rijverlichting (Running lights) X 80 Regeling van de markeringslichten X - Defecte gloeilampen (markerings- en remlichten) voor de spraakmaker X 83 Automatische verlichting X 80 Regensensor X 85 Aansturen van de ruitenwissers voor en achter X 85 Aansturen van de koplampsproeiers X 85 Regeling van de portieren X 87 Regeling van de portieren (alleen bestuurdersportier) X 87 Vergrendeling tijdens het rijden/ontgrendelen bij botsing X 87 Regeling van de portieren (extra portiervergrendeling) X 87 Regeling van de portieren (kinderveiligheid) X 87 Waarschuwing portier open/controlelampje portiervergrendeling X - Regeling achterklepslot X - Regeling tijdschakeling binnenverlichting X 81 Verbinding claxon voor portiervergrendeling X 87 Regeling van de FM-afstandsbediening X 87 Regeling van de afstandsbediening met handsfree systeem X 87 Regeling van de transponder (startvergrendeling) X 82 Aansturing relais accessoires/+ na contact startmotor X - Zoemer in interieur X 83 Snelheidsverklikker (Arabië) X 83 Toerenbegrenzer motor X - Buitentemperatuur X - Multiplexverbindingen met stoelen en buitenspiegels X 87 Verbinding alarm (accessoire) X 82 Variabele stuurbekrachtiging X 87 Interface multiplexnetwerk X 88 Interface met het diagnoseapparaat X 88 87B-2
249 HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur (UCH) 87B UITBOUWEN OPMERKING: Bij het vervangen van het huis met hulporganen interieur, moeten de configuraties worden genoteerd met behulp van het diagnoseapparaat. De zekering/relaisplaat is vastgeklemd op het huis met hulporganen interieur. Het uitbouwen van het ene onderdeel betekent dat het andere ook moet worden uitgebouwd. Ontgrendel het deel dat aan het pedaal vastzit door tegen de grendel te drukken (1) en hem te schuiven (2), Ontgrendel het huis van het opname element door tegen de grendel te drukken (3). Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: de zijkant van het dashboard aan bestuurderszijde, de afdekplaat onder het dashboard, de handgreep van de automatische parkeerrem die vastzit met de schroeven (A), de steun van de stelknop van de koplampstand (vastgeklemd), Kantel het opname element (4), let op dat het bevestigingspootje aan de onderkant (5) niet afbreekt. het opname element van de slag van het koppelingspedaal (handgeschakelde versnellingsbak) op de volgende manier: Maak de stekker los. 87B-3
250 HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur (UCH) 87B Verwijder de bevestigingsbout (B) van het huis met de hulporganen. Scheid het huis met hulporganen interieur van de zekering/relaisplaat door op de grendels (D) te drukken. INBOUWEN Let op de aansluiting van de stekkers en zet de kabelbundel met een grote klemband (C) vast. Knip het plastic klembandje van de bedrading (C) door. Voer het inlezen van de code van de auto en van de Renault-kaarten uit, en configureer het huis met hulporganen interieur afhankelijk van de opties. Maak de stekkers los van het huis met hulporganen interieur en van de zekeringen-/relaisplaat interieur. 87B-4
251 HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur (UCH) 87B SE B-5
252 HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur (UCH) 87B BESTEMMING (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) P100 (40-polige stekker) BRUIN Aansl Omschrijving Signaal + Renault-kaart op aanslag (ingang) Ingang tijdrelais knipperautomaat Uitgang lampje draaiende motor Ingang vergrendelen ruitbediening achter Ingang snel wissen voor Renault-kaartlezer (ingang) Signaal + neutraal handgeschakelde versnellingsbak Stuursignaal + achteruitrijlichten Ingang sluiten portiervergrendeling Ingang langzaam interval ruitenwisser voor Uitgang lampje startinvitatie Niet gebruikt Diagnosesignaal K Ingang buitentemperatuur Ingang langzaam wissen voor Ingang verlichting bagageruimte Ingang openen portiervergrendeling Signaal radiosignaal bandenspanning Renault-kaartlezer (uitgang) Ingang schakelaar motor starten-stoppen GROEN Aansl Omschrijving Uitgang portiervergrendeling (lampje) Uitgang ruitbediening open dak afknijpbeveiliging Ingang regensensor Ingang interval wisser achter Ingang commando ruitensproeier achter Ingang koppelingscontact Ingang bedieningspaneel airconditioning Ingang opname element openen handgreep bestuurder Ingang opname element openen handgreep rechts achter Multiplexverbinding (CAN H) Uitgang binnenverlichting. Ingang regensensor aan/uit ruitenwisser voor Ingang opname element handgreep passagier Niet gebruikt Ingang commando ruitensproeier voor Ingang knipperlicht rechts Ingang knipperlicht links Ingang rustcontact ruitenwisser voor Niet gebruikt Multiplexverbinding (CAN L) 87B-6
253 HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur (UCH) 87B BESTEMMING (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) P101 (40-polige stekker) BRUIN Aansl Omschrijving Multiplexverbinding (L) Uitgang motor variabele stuurbekrachtiging Uitgang motor variabele stuurbekrachtiging Ingang extra portiervergrendeling rechts achter Uitgang onderhoud opname elementen openen Niet gebruikt Ingang portiercontact rechts achter Ingang achterklepslot Uitgang elektrische stuurkolomgrendel Niet gebruikt Multiplexverbinding (H) Ingang kaart aanwezig (Renault-kaartlezer) Uitgang motor variabele stuurbekrachtiging Uitgang startvergrendelingslampje Ingang portiercontact links achter Ingang portiercontact bestuurder Uitgang zijknipperlicht rechts Uitgang motor variabele stuurbekrachtiging Uitgang zijknipperlicht links Ingang portiercontact passagier GROEN Aansl Omschrijving Ingang extra portiervergrendeling links achter Ingang zoemer Ingang opname element openen handgreep links achter Uitgang lampje kinderveiligheid Ingang elektrische slotpen achterklep Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Uitgang relais markeringslicht voor rijverlichting Uitgang relais dimlicht voor rijverlichting Niet gebruikt Uitgang serielijn stoelgeheugen en rekeneenheid passagiersportier multiplex Niet gebruikt Uitgang elektrische slotpen achterklep Niet gebruikt Uitgang memory systeem van de bestuurdersstoel Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Uitgang koplampsproeierpomp 87B-7
254 HUIS MET HULPORGANEN Huis met hulporganen interieur (UCH) 87B BESTEMMING (AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU) U1 (24-polige stekker) Aansl Omschrijving Uitgang portiervergrendeling Uitgang portiervergrendeling Ingang shunt markeringslicht links voor Niet gebruikt Ingang shunt markeringslicht rechts voor Ingang shunt kentekenverlichting Ingang storing zekering markeringslicht rechts Ingang storing zekering markeringslicht links Niet gebruikt Ingang dimlichten Ingang shunt markeringslicht rechts achter Niet gebruikt Niet gebruikt Ingang voeding zekering/relaisplaat elektronica Niet gebruikt Ingang storing remlichten Ingang shunt markeringslicht links achter Niet gebruikt Ingang shunt remlicht links Uitgang portiervergrendeling Ingang shunt remlicht rechts Ingang remlichtschakelaar Uitgang portiervergrendeling Uitgang portiervergrendeling U2 (24-polige stekker) Aansl Omschrijving Uitgang relais wisser achter Ingang + na contact via relais (elektronische sleutel) Ingang + na contact via ruststand relais (elektronische sleutel) Uitgang + na contact via relais (elektronische sleutel) Ingang voeding portiervergrendeling Niet gebruikt Niet gebruikt Uitgang relais portiervergrendeling openen Uitgang relais accessoires 2 Uitgang relais portiervergrendeling sluiten Uitgang relais accessoires 1 Ingang knipperlicht Massa huis met hulporganen interieur Niet gebruikt Uitgang stuursignaal knipperlicht links Ingang diagnose knipperlicht Uitgang stuursignaal knipperlicht rechts Uitgang relais ruitenwisser voor langzaam en snel Ingang voeding knipperlicht Ingang relais ruitenwisser voor aan/uit Uitgang relais startvrijgave Ingang markeringslicht Uitgang relais voeding via tijdrelais Ingang voeding huis met hulporganen interieur 87B-8
255 HUIS MET HULPORGANEN Inlezen van het huis met hulporganen interieur 87B VERVANGEN EN CONFIGUREREN VAN HET HUIS MET DE HULPORGANEN Een nieuw huis met hulporganen interieur is niet gecodeerd. Na montage in de auto, moet daarom een code worden ingelezen voordat het huis goed kan werken. Hiervoor moet u over ten minste één van de oude Renault-kaarten van de auto beschikken, en over de reparatiecode en moet de rekeneenheid van het inspuitsysteem correct zijn gecodeerd. LET OP: zodra een code is ingelezen in het huis met hulporganen interieur, kan dit alleen nog maar in deze auto worden gebruikt: de code kan niet worden gewist en een tweede code kan ook niet worden ingelezen. BELANGRIJK: alleen de Renault-kaarten die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken op voorwaarde: dat zij al voor deze auto waren gecodeerd, dat zij nieuw zijn (ongecodeerd). INLEESPROCEDURE VOOR HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Start de communicatie met het systeem "Startvergrendeling". In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC027: inlezen huis met hulporganen interieur". Het diagnoseapparaat toont "Wilt u de reparatiecode invoeren". Terwijl de Renault-kaart niet in de lezer zit, voert u de geheime reparatiecode in (12 hexadecimale tekens) en valideert u de code. Het gereedschap toont "Plaats een reeds op de auto ingelezen kaart in de lezer", de inleesprocedure is bezig. Het gereedschap toont "Huis met hulporganen interieur ingelezen", het huis met hulporganen interieur is gecodeerd. Nu moet de inleesprocedure van de Renault-kaart worden gestart om de andere kaarten (maximum vier) toe te wijzen. Voordat dit bericht verschijnt kan een aantal secondes verlopen.. LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 5 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. BIJZONDERHEDEN Als op het scherm staat: "Haal de kaart uit de lezer", zit er al een kaart in de lezer, "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel die van de auto is": is de code niet correct gelezen of is het huis met hulporganen interieur al gecodeerd op een andere auto. Controleer de code en probeer het invoeren te herhalen. "Wilt u de kaarten controleren voor het toewijzen aan de auto": het huis met hulporganen interieur is al gecodeerd op deze auto, het huis met hulporganen interieur stelt het opnieuw toewijzen van de Renault-kaart voor. "Kaart niet bruikbaar op deze auto" komt de code van de kaart niet overeen met de aanwezige auto. "De aangeboden kaart is leeg. Wilt u een kaart aanbieden die al op de auto is ingelezen": bied een reeds gecodeerde kaart aan. "Inlezen huis met hulporganen interieur mislukt". Probeer de complete procedure te herhalen. LET OP: als een huis met hulporganen interieur de code van de Renault-kaarten heeft ingelezen, is het onmogelijk deze te wissen of door een andere code te vervangen. 87B-9
256 HUIS MET HULPORGANEN Inlezen van het huis met hulporganen interieur 87B Voer de test van het "Multiplex netwerk" uit en start de communicatie met de "Startvergrendeling". Selecteer het menu "Commando" en "Specifiek commando" Selecteer het commando "SC027" Inlezen huis met hulporganen interieur. Als het diagnoseapparaat toont: "Verwijder badge uit lezer". De procedure moet worden uitgevoerd met contact uit. Het gereedschap toont "Wilt u de reparatiecode invoeren". Voer de code in (12 hexadecimale tekens in hoofdletters). Het diagnoseapparaat toont: "Voer een kaart in die al is ingelezen op de auto" Voer een kaart in die bij de auto hoort. De procedure kan niet met een nieuwe Renault-kaart uitgevoerd worden. 87B-10
257 HUIS MET HULPORGANEN Inlezen/Toewijzen van de Renault-kaart 87B Het diagnoseapparaat toont"inlezen bezig" Het diagnoseapparaat toont: "Huis met hulporganen ingelezen" Als het diagnoseapparaat toont "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". Als het diagnoseapparaat toont "Kaart niet te gebruiken op deze auto". Als het diagnoseapparaat toont "Inlezen huis met hulporganen interieur mislukt". Als het diagnoseapparaat toont: "De ingevoerde code komt niet overeen met de aanwezige kaart" Als het diagnoseapparaat toont: "De aangeboden kaart is ongecodeerd. Wilt u een kaart aanbieden die al op de auto is ingelezen Als het diagnoseapparaat toont: "De code van het inspuitsysteem komt niet overeen met de code van de kaart" De procedure is onderbroken. Probeer het opnieuw. Het formaat van de Renault-kaart komt niet overeen met de auto. Probeer het opnieuw met een andere kaart die bij de auto hoort. De procedure is onderbroken. Probeer het opnieuw. De ingevoerde code komt niet overeen met de code van de Renaultkaart. Controleer de reparatiecode en of de Renault-kaart wel bij de auto hoort. De procedure moet uitgevoerd worden met een kaart die bij de auto hoort. Het huis met hulporganen interieur is ingelezen op de auto. Het is nu niet meer mogelijk om de ingelezen code te wissen. Ga over tot het inlezen van de Renault-kaarten en voer de configuraties uit. De procedure moet uitgevoerd worden met een Renault-kaart en een rekeneenheid die al de auto gecodeerd is. Het is onmogelijk om verschillende onderdelen in één keer te vervangen. 87B-11
258 HUIS MET HULPORGANEN Inlezen/Toewijzen van de Renault-kaart 87B TOEWIJZINGSPROCEDURE VAN DE RENAULT- KAARTEN N.B.: of een kaart leeg is kan worden gecontroleerd via de staat: "ET 115: lege kaart". BELANGRIJK: als niet alle Renault-kaarten beschikbaar zijn, moet later een nieuwe toewijzingsprocedure met alle kaarten worden uitgevoerd. In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC001: inlezen van de kaarten". Het scherm toont "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze aan de auto toewijst?". Als een controle van de kaarten wordt gevraagd, toont het gereedschap "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een Renault-kaart in tot het contact inschakelt: Als het toewijzen niet mogelijk is, toont het scherm "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". Gebruik een andere kaart. Als de kaart conform is, toont het scherm "haal de kaart uit de lezer". Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer" Voer dan een Renault-kaart in de lezer en valideer: Als de Renault-kaart niet wordt geaccepteerd, blijft het rode lampje uit". Als de Renault-kaart wordt geaccepteerd, knippert het rode lampje snel en het gereedschap toont "1 kaart ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". LET OP: dit moeten oude Renault-kaarten van de auto zijn of nieuwe, niet gecodeerde Renault-kaarten. N.B.: de auto kan maar één Renault-kaart accepteren met handsfree functie. Als een tweede Renault-kaart aan de auto wordt toegewezen, zal deze werken als een eenvoudige Renault-kaart. LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 2 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. Configureer het huis met hulporganen interieur al naar gelang de opties en de uitrusting van de auto. N.B.: als u het huis met hulporganen vervangt hoeft u niets te doen aan de rekeneenheid van het inspuitsysteem, hij behoudt dezelfde startvergrendelingscode. Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een tweede Renault-kaart in tot het contact inschakelt: N.B.: als u twee keer dezelfde Renault-kaart aanbiedt reageert het systeem er niet op, net startvergrendelingslampje blijft uit. Voer de andere Renault-kaart(en) die aan de auto moeten worden toegewezen (maximum 4) in de kaartlezer in. Het scherm toont "2, 3 of 4 kaarten ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". 87B-12
259 HUIS MET HULPORGANEN Inlezen van een Renault-kaart 87B Voer de test van het "Multiplex netwerk" uit en start de communicatie met de "Startvergrendeling". Selecteer het menu "Commando" en "Specifiek commando" Selecteer het commando "SC001: Inlezen van de kaarten" Als het diagnoseapparaat toont: "Verwijder badge uit lezer" De procedure moet worden uitgevoerd met contact uit. Het gereedschap toont: "Wilt u de reparatiecode invoeren". Voer de code in (12 hexadecimale tekens in hoofdletters). Het diagnoseapparaat toont "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". De ingevoerde code komt niet overeen met de code van het huis met hulporganen interieur. Controleer de code en probeer het invoeren opnieuw. Het diagnoseapparaat toont: "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze toewijst?". Deze functie maakt het mogelijk om de accumulator en de frequentie van de Renault-kaart te controleren. 87B-13
260 HUIS MET HULPORGANEN Inlezen van een Renault-kaart 87B Het diagnoseapparaat toont: "Let op, ontbrekende kaarten worden onbruikbaar" Deze procedure maakt het mogelijk een Renault-kaart onbruikbaar te maken bijvoorbeeld bij verlies. Het diagnoseapparaat toont: "Steek de kaart diep in de lezer en valideer" Steek een Renault-kaart in de lezer. De kaart moet leeg zijn of bij de auto horen. Het diagnoseapparaat toont: "Verwijder de ingelezen kaart. Een Renault-kaart ingelezen" Als het diagnoseapparaat toont: "Inlezen huis met hulporganen interieur mislukt" De procedure is onderbroken. De ingevoerde kaart is niet meer leeg. Het diagnoseapparaat toont: "Wilt u een andere kaart inlezen?". Steek een andere lege Renault-kaart of een die bij de auto hoort in de lezer Het diagnoseapparaat toont: "Verwijder de ingelezen kaart. Wilt u een andere kaart inlezen?". Het diagnoseapparaat toont: "Gegevens in het geheugen schrijven" De auto kan maximaal vier Renault-kaarten hebben, waarvan één met handsfree functie. Voer de andere Renault-kaarten in die bij de auto horen. De Renault-kaarten zijn aan de auto toegewezen. Controleer het starten en de portiervergrendeling met alle kaarten. 87B-14
261 HUIS MET HULPORGANEN Configuratie huis met hulporganen (UCH) 87B De mogelijke configuraties van het huis met hulporganen interieur zijn: Naam van de functie Positie in het diagnoseapparaat Configuratie bij aflevering Functie handsfree (CF001/002) regeling van de portieren (LC 001) zonder Automatisch instellen van de stoel (CF 003/004) regeling van de portieren (LC 002) met Extra portiervergrendeling (CF 005/006) regeling van de portieren (LC 003) zonder Elektrische kinderveiligheid (CF 007/008) regeling van de portieren (LC 004) zonder Centraal sluiten van de ruiten (CF 009/010) regeling van de portieren (LC 005) zonder Binnenverlichting (CF 013/014) regeling van de portieren (LC 007) zonder Tijdschakeling binnenlichten (CF 015/016) regeling van de portieren (LC 008) zonder Vergrendeling via functie handsfree (CF 019/020) regeling van de portieren (LC 010) met Geluidssignaal automatische vergrendeling (CF 035) regeling van de portieren (LC 011) zonder Automatische portiervergrendeling tijdens het rijden (CF 028/029) regeling van de portieren (LC 012) met Portieren ontgrendeld (CF 030/031) regeling van de portieren (LC 013) 4 portieren Portieren ontgrendeld via handsfree functie (CF) regeling van de portieren (LC 014) 4 portieren Plaats stuurwiel (CF 018/019) regeling van de portieren (LC 069) links Automatische transmissie (CF 703/704) startvergrendeling (LC 040) zonder Blokkering kaart (CF 709/710) startvergrendeling (LC 041) zonder Zoemer Renault-kaart vergeten (CF 711/712) startvergrendeling (LC 042) met Snelheidsverklikker (Arabië) (CF 618/619) Rijverlichting (Running-light) (CF 600/601) Spraakmaker (CF 694/695) Regensensor (CF 696/697) huis met hulporganen interieur (LC 048) huis met hulporganen interieur (LC 049) huis met hulporganen interieur (LC 050) huis met hulporganen interieur (LC 051) zonder zonder zonder met Nummer stuurbekrachtigingsprogramma (CF 076/083) stuurbekrachtiging (LC 002) n 3 Variabele stuurbekrachtiging (CF 074/075) variabele stuurbekrachtiging (LC 001) eenvoudig LET OP: bepaalde configuratiefouten zoals het type van de aandrijving kunnen het starten van de motor verhinderen. 87B-15
262 HUIS MET HULPORGANEN Configuratie huis met hulporganen (UCH) 87B Naam van de functie Automatisch brandende verlichting (CF 724) Uitschakelvertraging verlichting (CF 723) Alarmknipperlichten bij noodstop (CF 772) Memory systeem van de bestuurdersstoel (CF 036) Positie in het diagnoseapparaat huis met hulporganen interieur (LC 059) huis met hulporganen interieur (LC 058) huis met hulporganen interieur (LC 84) huis met hulporganen interieur (LC 015) Configuratie bij aflevering zonder zonder met zonder 87B-16
263 HUIS MET HULPORGANEN Configuratie huis met hulporganen (UCH) 87B CONFIGURATIE VAN DE STUURBEKRACHTIGING Met behulp van het diagnoseapparaat: Start de communicatie met de auto en voer de test uit van het "multiplexnetwerk" Kies en valideer het menu "Variabele stuurbekrachtiging" In het menu "Commando", valideer de regel "Configuratie". Aanwezigheid variabele stuurbekrachtiging: "CF 075: met variabele stuurbekrachtiging" "CF 074: met eenvoudige stuurbekrachtiging" Configuratie van het type variabele stuurbekrachtiging (VEL SATIS): "CF 078: werkprogramma 3" In het menu "Commando", valideer de regel "Lezen van de configuratie" CONFIGURATIE VAN DE REGELING VAN DE PORTIEREN Met behulp van het diagnoseapparaat: Start de communicatie met de auto en voer de test uit van het "multiplexnetwerk" Kies en valideer het menu "regeling van de portieren" In het menu "Commando", valideer de regel "Configuratie". Handsfree functie: "CF 001: met handsfree functie" "CF 002: zonder handsfree functie" Handsfree werking vergrendelen: "CF 019: met handsfree vergrendeling" "CF 020: zonder handsfree vergrendeling" Deze configuratie zorgt ervoor dat de handsfree functie alleen voor de ontgrendeling van de auto gebruikt wordt. Geluidssignaal automatische vergrendeling: "CF 035: geluidssignaal n 1 tot n 5" Deze configuratie maakt het mogelijk het geluidssignaal te veranderen of uit te schakelen bij het sluiten van de portieren met de handsfree functie. Configuratie van de functie extra portiervergrendeling "CF 005: met extra portiervergrendeling" "CF 006: zonder extra portiervergrendeling" Deze configuratie maakt het voor de auto's met rechts stuur uitgerust met specifieke portierkabelbundels, mogelijk om de binnenhandgrepen uit te schakelen door twee keer kort op de afstandsbediening te drukken. 87B-17
264 HUIS MET HULPORGANEN Configuratie huis met hulporganen (UCH) 87B Configuratie van de elektrische kinderveiligheid: "CF 007: met elektrische kinderveiligheid" "CF 008: zonder elektrische kinderveiligheid" Deze configuratie maakt het mogelijk, afhankelijk van de uitvoering, om de werking van de achterruiten vanaf de achterplaatsen en de binnenhandgrepen uit te schakelen. Configuratie van het sluiten van de ruiten door een keer lang drukken op de afstandsbediening. Hiervoor moeten de ruiten de sneltoetsfunctie hebben (afknijpbeveiliging): "CF 009: met centraal sluiten van de ruiten" "CF 010: zonder centraal sluiten van de ruiten" Configuratie van de automatische vergrendeling tijdens het rijden: "CF 028: Vrijgave automatische vergrendeling tijdens het rijden:" "CF 029: Uitschakelen automatische vergrendeling tijdens het rijden:" Deze configuratie maakt de werking van de automatische vergrendeling tijdens het rijden mogelijk Het uitschakelen gebeurt zodra "de informatie botsing" van de rekeneenheid van de airbag wordt ontvangen. Om deze functie in- of uit te schakelen vanaf het interieur, gebruikt u de toets van de centrale portiervergrendeling. Configuratie binnenverlichting bij openen van de portieren: "CF 013: met binnenverlichting" "CF 014: zonder binnenverlichting" Configuratie van de vertraging van de binnenverlichting bij het sluiten van de portieren: "CF 015: met tijdschakeling binnenlicht" "CF 016: zonder tijdschakeling binnenlicht" Configuratie van het gebruiksland: "CF 018: links stuur" "CF 017: rechts stuur" Deze configuratie maakt de werking van de "extra portiervergrendeling" en het openen van "één portier" mogelijk. Memory systeem van de bestuurdersstoel: "CF 036: met-zonder" Configuratie van de functie memory systeem van de bestuurdersstoel: "CF 003: automatisch instellen van de stoel" "CF 004: zonder automatisch instellen van de stoel" Configuratie van het openen van "één portier": "CF 030: ontgrendelen van de vier portieren" "CF 031: ontgrendelen bestuurder" Met deze configuratie wordt bij auto's met rechts stuur alleen het bestuurdersportier en de achterklep ontgrendeld bij het ontgrendelen van de auto (gewoon of handsfree). Druk nogmaals kort om de andere portieren te ontgrendelen. Configuratie van het openen van "één portier" via de handsfree functie: "CF 032: handsfree ontgrendelen van de vier portieren" "CF 027: handsfree ontgrendelen bestuurder" Deze configuratie is gelijk aan de vorige configuratie voor de handsfree functie. In het menu "Commando", valideer de regel "Lezen van de configuratie" 87B-18
265 HUIS MET HULPORGANEN Configuratie huis met hulporganen (UCH) 87B LET OP: bepaalde configuratiefouten zoals het type van de aandrijving kunnen het starten van de motor verhinderen. CONFIGURATIE VAN HET HUIS MET HULPORGANEN Met behulp van het diagnoseapparaat: Start de communicatie met de auto en voer de test uit van het "multiplexnetwerk" Selecteer en valideer het menu "Huis met hulporganen interieur" In het menu "Commando", valideer de regel "Configuratie rekeneenheid" Configuratie van de snelheidsverklikker: "CF 618: zonder snelheidsverklikker Arabië" "CF 619: met snelheidsverklikker Arabië" Configuratie van de rijverlichting (Running lights): "CF 600: zonder rijverlichting" "CF 601: met rijverlichting" Configuratie van de spraakmaker: "CF 694: met spraakmaker" "CF 695: zonder spraakmaker" Configuratie van de regensensor: "CF 696: met regensensor" "CF 697: zonder regensensor" CONFIGURATIE VAN DE STARTVERGRENDELING Met behulp van het diagnoseapparaat: Start de communicatie met de auto en voer de test uit van het "multiplexnetwerk" Selecteer en valideer het menu "Startvergrendeling" In het menu "Commando", valideer de regel "Configuratie rekeneenheid" Configuratie van het type versnellingsbak: "CF 703: met automatische transmissie" "CF 704: zonder automatische transmissie" Configuratie van het blokkeren van de Renault-kaart in de lezer (alleen voor uitvoering met automatische transmissie): "CF 709: met kaartblokkering" "CF 710: zonder kaartblokkering" Configuratie van de zoemer Renault-kaart achtergebleven in de lezer na stilzetten van de motor: "CF 711: met zoemer kaart achtergebleven" "CF 712: zonder zoemer kaart achtergebleven" In het menu "Commando", valideer de regel "Lezen van de configuratie" Automatische verlichting: "CF 724: met-zonder" Verlengde verlichting: "CF 723: met-zonder" Alarmknipperlichten bij noodstop: "CF 772: met-zonder" Valideer de configuraties via het menu "commando", "lezen van de configuratie". 87B-19
266 187C REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart 87C Het systeem van de auto zonder sleutel bestaat uit: het huis met hulporganen interieur. een ongecodeerde kaartlezer (ontvanger radiosignalen en transponder), een drukknop voor het starten en stilzetten van de motor, de stuurkolomgrendel voor de mechanische blokkering van het stuurwiel, motors voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren, de Renault-kaarten met twee of drie knoppen (handsfree uitvoering), twee speciale zendantennes (communicatie) naar de Renault-kaart met handsfree uitvoering (afhankelijk van de uitvoering), speciale portierhandgrepen voor de handsfree optie (afhankelijk van de uitvoering), specifieke portiersloten voor de functie extra portiervergrendeling (afhankelijk van de uitvoering), 87C-1
267 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart 87C BESCHRIJVING In de fabriek worden twee Renault-kaarten aan de auto toegewezen. Afhankelijk van het uitrustingsniveau heeft de auto: twee Renault-kaarten met twee knoppen (zonder handsfree systeem) met: een gecodeerde chip zonder batterijtje voor de bediening van de startvergrendeling (raadpleeg hoofdstuk 82), een FM-afstandsbediening voor het vergrendelen of het ontgrendelen van de portieren. twee Renault-kaarten waarvan een met handsfree systeem (drie knoppen). Met dit systeem kunnen de portieren worden geopend zonder de afstandsbediening te bedienen. (Het is niet mogelijk meer dan één handsfree afstandsbediening per auto te gebruiken, zie hoofdstuk "Renault-kaart handsfree"). OPMERKING: Als de accu van de auto onvoldoende is geladen, kan de stuurkolomgrendel niet ontgrendelen. De auto kan niet worden aangeduwd. De code van het radiosignaal dat deze Renaultkaarten uitzenden is continu variabel om een eventueel kopiëren tegen te gaan. Bij dit systeem, verloopt de synchronisatie van de afstandsbedieningen automatisch. De afstandsbediening wordt alleen gebruikt voor het vergrendelen en ontgrendelen van de portieren en is geheel onafhankelijk van de startvergrendeling. N.B.: het huis met hulporganen interieur kan vier verschillende codes verwerken (vier Renaultkaarten maximum). 87C-2
268 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart 87C De Renault-kaart is uitgerust met een noodsleutel (1) waarmee het portier geopend kan worden in geval van een storing. De Renault-kaart uit het magazijn is niet gecodeerd, heeft geen nummer en geen reservesleutel. De accumulator voor de handsfree functie is geladen. Op de plaats van de noodsleutel is een bescherming (groen) geplaatst. STARTVERGRENDELING VIA TRANSPONDER Via de startvergrendeling met een transponder in de Renault-kaart kan de stuurkolom worden ontgrendeld, het contact worden aangezet en het starten van de motor worden vrijgegeven. De Renault-kaart wordt herkend door de ontvanger in de kaartlezer als de kaart wordt ingevoerd (zie hoofdstuk 82: "Startvergrendeling"). Bij het vervangen van een Renault-kaart is het noodzakelijk om de noodsleutel op de plaats van de groene bescherming te zetten en de groene bescherming op de defecte Renault-kaart te plaatsen als deze voor analyse retour wordt gestuurd. N.B.: het is mogelijk om een noodsleutel bij het magazijn te bestellen onder vermelding van de reparatiecode van de auto. 87C-3
269 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart 87C WERKING: AANZETTEN VAN HET CONTACT EN STARTEN De Renault-kaartlezer heeft twee standen: de stand "+ hulporganen" of "+ accessoires" via het hulporganenrelais (als de Renault-kaart ongeveer halverwege in de lezer is gestoken). deze stand voedt: de radio, de ruitbediening, de kachelventilateur, de elektrische stoelen. N.B.: de voeding van het hulporganenrelais wordt onderbroken tijdens het starten. Wanneer vergeten wordt de Renault-kaart uit de lezer te halen, wordt de voeding van het hulporganenrelais uitgeschakeld na ongeveer 40 secondes. de stand "+ na contact". In deze stand kan de motor worden gestart met de drukknop. Het relais + na contact krijgt voeding zodra de Renault-kaart geheel in de lezer is geschoven, als de kaart wordt herkend door het huis met hulporganen interieur en als de stuurkolom elektrisch is ontgrendeld. De voeding van de relais wordt uitgeschakeld zodra de "drukknop" wordt ingedrukt om de motor stil te zetten, als de rijsnelheid nul is (zie hoofdstuk startknop) of na 40 minuten zonder starten van de motor. de startknop voedt de startmotor tot de informatie "draaiende motor" wordt ontvangen. Als de motor niet aanslaat, wordt de voeding van de startmotor onderbroken na een tijdsduur die afhankelijk is van de koelvloeistoftemperatuur. Voordat het starten van de motor wordt vrijgegeven, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan (zie hoofdstuk "Startknop"). N.B.: de Renault-kaart is in de lezer vergrendeld zolang de motor draait. Hij wordt ontgrendeld als de motor stilstaat, en de rijsnelheid bijna nul of afwezig is. 87C-4
270 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: "eenvoudige" Renault-kaart 87C WERKING VAN DE EENVOUDIGE AFSTANDSBEDIENING (ZONDER HANDSFREE SYSTEEM) Het systeem functioneert met behulp van: een Renault`-kaart (A), een in de Renault-kaartlezer (B) ingebouwde ontvanger voor radiosignalen, een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur (C), een startknop (D), de portiersloten, een controlelampje voor de gesloten portieren, de knipperlichten van de auto, de rekeneenheid van het inspuitsysteem (E), de contacten van het koppelingspedaal (F) en de stand "neutraal" van de versnellingsbak, de elektrische stuurkolomgrendel (G). 87C-5
271 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: "eenvoudige" Renault-kaart 87C De eenvoudige Renault-kaart heeft twee knoppen: een knop voor de vergrendeling (1), een knop voor de vergrendeling (2). N.B: het knipperen van de alarmknipperlichten bij het gebruik van de afstandsbediening wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur (zie hoofdstuk "Knipperlichten"). OPMERKINGEN: De werking van de schakelaar van de centrale portiervergrendeling wordt uitgeschakeld als de portieren vergrendeld zijn met de afstandsbediening. Sommige uitvoeringen (met rechts stuur) zijn uitgerust met de functie "extra portiervergrendeling" die de portieren zo vergrendelt dat zij niet van binnenuit kunnen worden geopend. Om de auto extra te vergrendelen, drukt u twee keer achter elkaar of een keer lang op de knop "sluiten" (1). Deze functie gebruikt speciale portierslotmotors. Om de portieren te vergrendelen, drukt u op de knop "sluiten". Het vergrendelen van de portieren met behulp van de afstandsbediening is zichtbaar door het twee maal oplichten van de alarmknipperlichten (als alle portieren goed gesloten zijn). Het rode vergrendelingslampje brandt. Als een of meerdere portieren slecht gesloten zijn, lichten de alarmknipperlichten niet op bij het vergrendelen met de afstandsbediening. Auto's met rechts stuur kunnen zijn voorzien van de functie openen "bestuurdersportier alleen". deze functie zorgt ervoor dat bij een keer kort drukken op de Renault-kaart alleen het bestuurdersportier wordt ontgrendeld. Om alle portieren te ontgrendelen moet twee keer achter worden gedrukt. Bij auto's met ruitbediening met sneltoets of elektrisch open dak, kunnen met een lange druk op de knop "sluiten (1) alle portierruiten en het dak worden gesloten (als deze zijn geïnitialiseerd). Als een portier niet goed is gesloten bij het drukken op de knop "sluiten", vergrendelen en ontgrendelen de portieren automatisch. Om de portieren te ontgrendelen, drukt u op de knop "openen". Het ontgrendelen van de portieren is zichtbaar door het een keer oplichten van de alarmknipperlichten. 87C-6
272 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart "handsfree" 87C WERKING VAN DE AFSTANDSBEDIENING MET HANDSFREE SYSTEEM Het systeem functioneert met behulp van: een handsfree Renault-kaart (A), een kaartlezer (B), een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur (C), een startknop (D), de rekeneenheid van het inspuitsysteem (E), de contacten van het koppelingspedaal (F) en de stand "neutraal" van de versnellingsbak, de elektrische stuurkolomgrendel (G), aanwezigheidssensors in iedere portierhandgreep (H), een controlelampje voor de gesloten portieren, de knipperlichten van de auto, twee speciale antennes voor de handsfree functie (I), specifieke portiersloten (J) voor de functie extra portiervergrendeling, een zoemer (K) C-7
273 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart "handsfree" 87C De Renault-kaart met handsfree functie heeft drie knoppen: een knop voor het sluiten (1). Met deze knop worden de portieren vergrendeld en kan de "handsfree" functie worden uitgeschakeld. een knop voor het openen (2). Met deze knop worden de portieren ontgrendeld en kan de "handsfree" functie worden uitgeschakeld. een knop voor het vergrendelen en inschakelen van de handsfree functie (3). Om de portieren te vergrendelen met het handsfree systeem (druk op knop (3) als de handsfree functie niet actief is): sluit de portieren en de achterklep, loop met de Renault-kaart weg van de auto. Zodra het huis met hulporganen interieur via de antennes geen contact meer heeft met de kaart vergrendelen de portieren en de achterklep. Het vergrendelen van de portieren via de afstandsbediening kan zichtbaar zijn aangegeven worden door het knipperen van de alarmknipperlichten, een geluidssignaal en het oplichten van het rode waarschuwingslampje. Als een of meerdere portieren slecht gesloten zijn, lichten de alarmknipperlichten niet op bij het vergrendelen met de afstandsbediening. N.B.: een druk op de knop "sluiten" of "openen" van de Renault-kaart schakelt de handsfree functie uit. De "handsfree" Renault-kaart werkt dan als een "eenvoudige" Renault-kaart. Een druk op de knop "auto" van de Renault-kaart activeert het systeem weer na ongeveer 3 secondes. LET OP: de vergrendeling via de handsfree functie kan worden geblokkeerd met de diagnoseapparaten KAART HANDSFREE OPMERKINGEN: deze afstandsbediening kan worden gebruikt zonder het handsfree systeem als deze functie is uitgeschakeld met de knoppen (1) en (2). De werking is in dat geval als van een eenvoudige afstandsbediening. 87C-8
274 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart "handsfree" 87C Om de portieren te ontgrendelen met het handsfree systeem (druk op knop (3) als de handsfree functie niet actief is): nader de auto, zodat de Renault-kaart binnen het communicatiebereik komt van het huis met hulporganen interieur, steek uw hand achter een van de portierhandgrepen of open de achterklep, de aanwezigheidssensors in de handgrepen activeren het ondervragen van de "handsfree" kaart door de auto. Als de kaart wordt herkend, ontgrendelt de auto. Het ontgrendelen ziet u aan het oplichten van de knipperlichten. VOEDING VAN DE RENAULT-KAART De afstandsbedieningen van de Renault-kaarten worden gevoed door een batterijtje. De toestand van het batterijtje blijkt uit het branden van het lampje (4) voor de handsfree functie van de Renault-kaart met drie knoppen heeft deze kaart een accumulator. Deze laadt op als de Renault-kaart in de lezer zit. Na 20 minuten opladen, is de de accumulator voldoende opgeladen om een dag te overbruggen. Voor een correcte oplading is 24 uur nodig. Deze accumulator is niet demonteerbaar KAART HANDSFREE N.B.: het knipperen van de alarmknipperlichten bij het gebruik van de afstandsbediening wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur (zie hoofdstuk "Knipperlichten"). De transponder, van de startvergrendeling in de Renault-kaart, heeft geen elektrische voeding. LET OP: het batterijtje wordt ook gebruikt voor de handsfree functie. 87C-9
275 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: zijknipperlichten 87C Om het ontgrendelen en het vergrendelen te kunnen controleren, stuurt het huis met hulporganen interieur alle knipperlichten aan. Druk op de Renault-kaart Effect op de sloten Werking van de richtingaanwijzers Werking van de zijknipperlichten Werking van de claxon 1 korte druk portiervergrendeling 2 knipperingen 2 knipperingen - 2 korte drukken extra portiervergrendeling van de portieren snel knipperen snel knipperen - Toespoor 1 lange druk**** sluiten van de ruiten en het open dak* 2 knipperingen snel knipperen - handsfree werking portiervergrendeling 2 knipperingen vast branden gedurende ongeveer 10 secondes 1 signaal (te configureren) 1 korte druk Ontgrendelen van de portieren of het bestuurdersportier** 1 keer knipperen 1 keer knipperen - Uitspoor 2 korte drukken ontgrendelen van de portieren** handsfree werking Ontgrendelen van de portieren of het bestuurdersportier** 1 keer knipperen 1 keer knipperen - * ** *** **** voor deze functie, moet de auto ruitbediening met sneltoets en open dak met afknijpbeveiliging hebben. auto's met rechts stuur kunnen zijn voorzien van de functie openen "bestuurdersportier alleen". Deze functie zorgt ervoor dat bij een keer kort drukken op de Renault-kaart alleen het bestuurdersportier en de achterklep worden ontgrendeld. ontgrendelen van de portieren van een auto met de functie openen "bestuurdersportier alleen". bij bepaalde uitvoeringen "rechts stuur", wordt deze functie voorafgegaan door de "extra portiervergrendeling". Beperkte werking Bij de opdracht tot vergrendelen: een niet goed gesloten bestuurdersportier verhindert het vergrendelen van alle portieren, een niet gesloten achterklep of portier verhindert het oplichten van de knipperlichten en verhindert de handsfree vergrendeling. 87C-10
276 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaartlezer 87C De Renault-kaartlezer heeft twee contacten voor het activeren van de auto: een contact halverwege voor de voeding van de accessoires (+ accessoires), een contact als kaart op de aanslag geheel in de lezer is gestoken (+ na contact). N.B.: de Renault-kaart wordt in de lezer vergrendeld zodra het huis met hulporganen interieur de informatie "draaiende motor" heeft ontvangen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. De kaart wordt vrijgegeven als de motor stil staat. De Renault-kaart dient ook als: de ontvanger van de radiosignalen van de afstandsbedieningen van de portiervergrendeling, als antenne van de transponder van de startvergrendeling en voor de herkenning van de Renault-kaart (zie hoofdstuk "Startvergrendeling"). controle voor het niet herkennen van de Renaultkaart, binnenverlichting. 87C-11
277 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Startknop 87C BESCHRIJVING De startknop (START/STOP) wordt gebruikt voor het starten en voor het stilzetten van de motor. Hij kan op twee manieren verlicht zijn: witte verlichting aan de bovenkant: uitnodiging om te starten, groene verlichting aan de onderkant: draaiende motor. Deze verlichting is verzwakt als de markeringslichten branden. WERKING Het starten van de motor is toegestaan als de bovenkant van de knop verlicht is. Voor het starten hoeft de knop maar even ingedrukt te worden. Een enkele druk op de knop is voldoende voor het starten van de motor. Om de motor te starten: Steek de Renault-kaart zo diep mogelijk (2 e contact) in de lezer zodat het contact inschakelt en de stuurkolom ontgrendelt. controleer of aan de startvoorwaarden wordt voldaan: N.B.: bij de dieseluitvoeringen, kan de startmotor niet ingeschakeld worden tijdens de voorverwarmingsfase. een verkeerde configuratie van het type versnellingsbak in het huis met hulporganen interieur kan het starten onmogelijk maken. de versnellingsbak in neutraal staan of het koppelingspedaal moet zijn ingedrukt. 87C-12
278 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Startknop 87C De elektrische vergrendeling van de stuurkolom moet vrij zijn gezet en het contact moet zijn ingeschakeld. Controleer of het systeem het starten van de motor toestaat: Als de bovenkant van de knop oplicht, is starten mogelijk. Druk op de knop om het startcommando te geven aan het huis met hulporganen interieur. Dit analyseert vervolgens de staat van de motor (draait, afgeslagen, meegenomen, stilstaand). Als de motor stilstaat en aan de voorwaarden wordt voldaan, stuurt het huis met hulporganen interieur het startrelais aan. VOORWAARDEN VOOR HET STARTEN VAN DE MOTOR Renault-kaart zo diep mogelijk in de kaartlezer, + na contact aanwezig, transponder (in de Renault-kaart) herkend, handgeschakelde versnellingsbak in neutraal, automatische transmissie in N of P, koppelingspedaal ingedrukt bij handgeschakelde versnellingsbak. N.B.: De motor kan alleen worden gestart als de stuurkolom is ontgrendeld. Als de motor draait, is de Renault-kaart geblokkeerd. Als de motor afslaat, is een korte druk op de startknop voldoende om hem weer te starten. Om de motor te stoppen: Druk op de knop om het stopcommando te geven aan het huis met hulporganen interieur.' Dit controleert of de auto langzamer rijdt dan 5 km/u voordat het de + na contact voeding uitschakelt. LET OP: het starten van de motor gebeurt indirect door tussenkomst van de drukknop. Zolang de uitnodiging om te starten actief is, wort een druk op de knop (START/STOP) onthouden door het huis met hulporganen interieur. De startmotor krijgt voeding zodra het huis met hulporganen interieur dit toestaat, tot de ontvangst van de informatie draaiende motor. Als de motor niet aanslaat, wordt de voeding van de startmotor onderbroken na een tijdsduur die afhankelijk is van de koelvloeistoftemperatuur. OPMERKING: bepaalde storingen in de Renaultkaartlezer, de contacten van het koppelingspedaal of de stand "neutraal" (uitvoering met automatische transmissie) kunnen invloed hebben op het starten van de motor. Om in dit geval de motor te starten, moet de startknop ingedrukt worden gehouden. 87C-13
279 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Elektrische grendel van de stuurkolom 87C De grendel van de stuurkolom bevindt zich aan de onderkant van de stuurkolom. Hij wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur. De grendel is gecodeerd door het huis met hulporganen interieur en de code kan niet worden gewist (zie hoofdstuk 82A). BELANGRIJK: als de stuurkolomgrendel defect of niet aangesloten is, kan de motor niet starten. WERKING De stuurinrichting ontgrendelt als de Renault-kaart zo diep mogelijk in de lezer is gestoken en de transponder is herkend door het huis met hulporganen interieur. De stuurinrichting vergrendelt als de Renault-kaart uit de lezer is gehaald en de motor stilstaat en de auto niet rijdt. N.B.: als het huis met hulporganen interieur een informatie "botsing" heeft ontvangen van de airbagrekeneenheid, blijft de stuurkolom ontgrendeld. Om de grendel weer te activeren moet de auto rijden. OPMERKINGEN: Als het systeem niet ontgrendelt bij het invoeren van de kaart in de lezer, blijft het startvergrendelingslampje branden en wordt de + na contact niet ingeschakeld. Afhankelijk van de storingen in de grendel, kunnen de lampjes "stop" en "service" oplichten. Het stuurwiel blijft ontgrendeld C-14
280 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Sensors in de portierhandgrepen 87C Voor de "handsfree" werking van de Renault-kaart, heeft elke portierhandgreep een aanwezigheidssensor. Deze sensor detecteert de hand van de gebruiker en schakelt de handsfree ondervraging in. De achterklep heeft geen sensor maar een contact in de handgreep voor het openen. N.B.: voor het uitbouwen van de handgreep, raadpleegt u het hoofdstuk "Carrosserie". Voor de bestemming van de aansluitingen van de handgreep van de achterklep, zie hoofdstuk 84A PORTIERHANDGREEP De sensor in de handgreep heeft een reflector en de handgreep heeft een bewegingscontact. Als de auto lange tijd niet is gebruikt, wordt de werking van de sensor overgenomen door een contact dat de beweging van de handgreep detecteert. N.B.: voor het uitbouwen van de handgreep, raadpleegt u het hoofdstuk "Carrosserie". Voor de bestemming van de aansluitingen van de sensor en het contact in de handgreep, zie hoofdstuk 84A. 87C-15
281 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: handsfree antenne 87C Voor de handsfree functie, heeft de auto twee speciale antennes: in het dak voor een detectie in de omgeving de voorportieren, in de schildbumper achter voor het gebied achter de auto en het openen van de achterklep te vergemakkelijken DAKANTENNE Voor het vervangen van de dakantenne, moet u de hemelbekleding uitbouwen. 1 Dakantenne 2 Kaartlezer 3 Antenne schildbumper plak de antenne op de oorspronkelijk plaats, let op de juiste ligging en aansluiting van de bedrading. (raadpleeg het hoofdstuk "carrosserie" of het hoofdstuk 88A). LET OP: de ontvangstzone van de handsfree antenne varieert. Er is een voortdurende verandering onder invloed van voorwerpen in de omgeving van de auto en de atmosferische omstandigheden. 87C-16
282 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart toewijzen 87C Vervangen, opnieuw toewijzen of toevoegen van een of meer Renault-kaarten BELANGRIJK: alleen de Renault-kaarten die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken. Zij kunnen aan de auto worden toegewezen als zij: ofwel al voor deze auto waren gecodeerd, ofwel dat zij nieuw zijn (ongecodeerd). Met het diagnoseapparaat Start de communicatie met de "startvergrendeling" (huis met hulporganen interieur). In het menu "Commando", "Specifiek commando", valideert u regel "SC001 inlezen van de kaarten". Het gereedschap toont "wilt u de reparatiecode invoeren" Renault-kaart niet in de lezer, voer de geheime reparatiecode in (hexadecimale tekens) en bekrachtig hem. Als er een kaart in de lezer zit, toont het scherm "haal de kaart uit de lezer" Als het invoeren van de code niet correct is, toont het scherm "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". Controleer de code en probeer het invoeren te herhalen. Als het huis met hulporganen interieur ongecodeerd is, toont het gereedschap "Voer een kaart van de auto in die al ingelezen is" (zie hoofdstuk 83). LET OP: tussen iedere handeling mag maximaal 5 minuten verlopen, anders wordt de procedure geannuleerd, het gereedschap toont dan het bericht "procedure onderbroken: let op, alleen de kaarten die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De kaarten die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer leeg en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Als een controle van de kaarten wordt gevraagd, toont het gereedschap "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Voer dan een Renault-kaart in tot het contact inschakelt: Als het toewijzen niet mogelijk is, toont het scherm "controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". Gebruik een andere kaart. Als de kaart conform is, toont het scherm "haal de kaart uit de lezer". Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Steek een Renault-kaart tot aan de aanslag in de lezer. als de Renault-kaart niet wordt geaccepteerd, blijft het rode lampje uit. Als de Renault-kaart wordt geaccepteerd, knippert het rode lampje snel en het gereedschap toont "1 kaart ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer". Het gereedschap toont "Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer". Steek een tweede Renaultkaart tot aan de aanslag in de lezer. N.B.: wanneer u twee keer dezelfde Renault-kaart aanbiedt, wordt deze niet door het systeem verwerkt, het startvergrendelingslampje blijft uit, Als de ingevoerde code correct is en het huis met hulporganen interieur gecodeerd is, kan de toewijzingsprocedure beginnen, het scherm toont "Wilt u de kaarten controleren voor het toewijzen aan de auto?". 87C-17
283 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Renault-kaart toewijzen 87C Voer de andere Renault-kaart(en) die aan de auto moeten worden toegewezen (maximum 4) in de kaartlezer in. Het scherm toont "2, 3 of 4 kaarten ingelezen" en daarna "haal de kaart uit de lezer" LET OP: dit moeten oude Renault-kaarten van de auto zijn of nieuwe, niet gecodeerde Renaultkaarten. N.B.: de auto kan maar één Renault-kaart accepteren met handsfree functie. Als een tweede kaart aan de auto wordt toegewezen, zal deze werken als een eenvoudige Renault-kaart BELANGRIJK: als niet alle Renault-kaarten beschikbaar zijn, moet later een nieuwe toewijzingsprocedure met alle kaarten worden uitgevoerd. N.B.: de toewijzingsprocedure van de Renaultkaarten kan worden geannuleerd zolang de procedure niet is afgesloten. 87C-18
284 REGELING VAN DE PORTIEREN Inlezen van een Renault-kaart 87C Voer de test van het "Multiplex netwerk" uit en start de communicatie met de "Startvergrendeling". Selecteer het menu "Commando" en "Specifiek commando" Selecteer het commando "SC001: Inlezen van de kaarten" Als het diagnoseapparaat toont: "Verwijder badge uit lezer" De procedure moet worden uitgevoerd met contact uit. Het gereedschap toont: "Wilt u de reparatiecode invoeren". Voer de code in (12 hexadecimale tekens in hoofdletters). Het diagnoseapparaat toont "Controleer de reparatiecode en controleer of de kaart wel van de auto is". De ingevoerde code komt niet overeen met de code van het huis met hulporganen interieur. Controleer de code en probeer het invoeren opnieuw. Het diagnoseapparaat toont: "Wilt u de kaarten controleren voordat u ze toewijst?". Deze functie maakt het mogelijk om de accumulator en de frequentie van de Renault-kaart te controleren. 87C-19
285 REGELING VAN DE PORTIEREN Inlezen van een Renault-kaart 87C Het diagnoseapparaat toont: "Let op, ontbrekende kaarten worden onbruikbaar" Deze procedure maakt het mogelijk een Renault-kaart onbruikbaar te maken bijvoorbeeld bij verlies. Het diagnoseapparaat toont: "Steek de kaart diep in de lezer en valideer". Steek een Renault-kaart in de lezer. De kaart moet leeg zijn of bij de auto horen. Het diagnoseapparaat toont: "Verwijder de ingelezen kaart. Een Renault-kaart ingelezen" Als het diagnoseapparaat toont "Inlezen huis met hulporganen interieur mislukt" De procedure is onderbroken. De ingevoerde kaart is niet meer leeg. Het diagnoseapparaat toont: "Wilt u een andere kaart inlezen?". Steek een andere lege Renault-kaart of een die bij de auto hoort in de lezer Het diagnoseapparaat toont: "Verwijder de ingelezen kaart. Wilt u een andere kaart inlezen?". Het diagnoseapparaat toont: "Gegevens in het geheugen schrijven" De auto kan maximaal vier Renault-kaarten hebben, waarvan één met handsfree functie. Voer de andere Renault-kaarten in die bij de auto horen. De Renault-kaarten zijn aan de auto toegewezen. Controleer het starten en de portiervergrendeling met alle kaarten. 87C-20
286 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Noodwerking 87C Normale werking Oorzaak Gevolg Remedie Accumulator zwak Handsfree vergrendelen onmogelijk: druk op de sluitknop van de afstandsbediening om de auto te vergrendelen. Handsfree ontgrendeling werkt normaal. Handsfree werking (vergrendelen en ontgrendelen) Renault-kaart 15 minuten in de auto gelaten Handsfree vergrendelen onmogelijk: druk op de sluitknop van de afstandsbediening om de auto te vergrendelen. Handsfree ontgrendeling werkt normaal. Zet het contact aan om de accumulator te laden of geef het commando met het diagnoseapparaat. Accumulator ontladen Handsfree functie werkt helemaal niet Batterijtje leeg Afstandsbediening (handsfree en gewoon) onmogelijk Vervang het batterijtje. 87C-21
287 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Principeschema 87C 87C-22
288 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Principeschema 87C Rekeneenheid inspuitsysteem Instrumentenpaneel Huis met hulporganen interieur (UCH) Koppelingspedaalcontact Rekeneenheid ABS Rekeneenheid airbag Antennes handsfree functie Claxon Zekering/relaisplaat Drukknop voor het starten Renault-kaartlezer Aanwezigheidssensors Elektrische stuurkolomgrendel Sensor neutraalstand handgeschakelde versnellingsbak 87C-23
289 187D OPEN DAK Elektrisch open dak 87D ALGEMEEN Het elektrische open dak kan in twee manieren worden bewogen door dezelfde motor: kantelen (drie standen) of schuiven (zes standen). WERKINGSPRINCIPE Het open dak wordt bediend met de schakelaar. Het open dak heeft een afknijpbeveiliging die afhankelijk is van rijsnelheid. LET OP: de afknijpbeveiliging werkt alleen als het open dak correct is geïnitialiseerd. N.B.: het open dak (schuiven of kantelen) kan worden gesloten door lang drukken op (2 secondes ongeveer) op de knop sluiten van de Renault-kaart. Dit signaal wordt geregeld door het huis met hulporganen interieur (zie hoofdstuk 87B) als dit correct is geconfigureerd. In dit geval, blijft de schakelaar in de open stand staan, als u op de schakelaar drukt gaat het dak weer in de openingsstand terug. BELANGRIJK: bij een storing in de motor van het open dak, kan het dak worden gesloten met een inbussleutel bij (C). kantelzone (drie standen) schuifzone (zes standen) Voordat hij kan werken moet de motor van het open dak toestemming hebben van het huis met hulporganen interieur: signaal 0 volt: beweging open dak toegestaan (openen of sluiten) signaal 12 volt: beweging open dak niet toegestaan cyclisch stuursignaal: automatisch sluiten van het open dak door lang indrukken van de afstandsbediening. 87D-1
290 OPEN DAK Elektrisch open dak 87D Afknijpbeveiliging De detectie van een obstakel is gebaseerd op de analyse van het toerental van de motor van het open dak. Als het een obstakel ontmoet verandert het toerental plotseling. Twee opname elementen met Hall-effect op de as van de motor wekken periodieke signalen op Het toerental kan daarmee tot op een halve omwenteling nauwkeurig worden bepaald. Bij de initialisatie wordt een toerentalkromme vastgelegd in de rekeneenheid in de motor. Voor de afknijpbeveiliging, vergelijkt de rekeneenheid de verplaatsingssnelheid en de opgeslagen snelheid. Afhankelijk van geconstateerde verschillen, schakelt het systeem de afknijpbeveiliging in. LET OP: de afknijpbeveiliging werkt alleen als het systeem correct is geïnitialiseerd. N.B.: de afknijpbeveiliging kan worden uitgeschakeld om een zwaar punt te overwinnen (verbogen rail, vreemd voorwerp in de schuiver). Houd de schakelar hiertoe ingedrukt tot het dak stap voor stap sluit. Na het loslaten van de schakelaar wordt de afknijpbeveiliging weer actief. INITIALISATIEPROCEDURE Na het losmaken van de accukabels, een elektrische storing of werkzaamheden aan het open dak, werkt het systeem handbediend en schoksgewijs. Om het systeem te initialiseren: zet de schakelaar van het open dak in de stand maximaal kantelen, druk lang op de schakelaar. Na 2 secondes kantelt het dak stap voor stap in de maximum stand en zakt dan weer enkele centimeters, laat de schakelaar los, druk binnen 5 secondes opnieuw op de schakelaar, houd de schakelaar ingedrukt, het dak schuift open en weer dicht, de motor is geïnitialiseerd, zet de schakelaar in de stand "uit". OPMERKING: wacht niet langer dan 5 secondes tussen de stappen van de initialisatieprocedure, anders beging het systeem een nieuwe initialisatiecyclus. 87D-2
291 OPEN DAK Elektrisch open dak 87D UITBOUWEN VAN DE MOTOR Bouw uit: de schakelaar van het open dak en zijn stekker, de dakconsole en zijn stekker. Maak vrij: de steun van de stekker, de motor van het open dak. BIJZONDERHEDEN VOOR HET INBOUWEN Na de montage van de motor, moet het systeem worden geïnitialiseerd SCHAKELAARS UITGEBOUWD Maak de stekker (1) vrij van zijn steun en maak daarna de stekker los van de motor van het open dak. BEVESTIGINGSBOUTEN FOTO ZONDER HEMELBEKLEDING, VAN DE MOTOR ZICHTBAAR EN WAAROP DE STEUN ZIJN DE Verwijder de bouten (2). 87D-3
292 OPEN DAK Elektrisch open dak 87D AANSLUITINGEN VAN DE STEKKER VAN DE MOTOR AANSLUITINGEN VAN DE STEKKER VAN DE SCHAKELAAR Aansl. Omschrijving 1 commando open dak (aansl. A3 van de schakelaar) 2 commando pen dak (aansl. B1) 3 commando pen dak (aansl. B2) 4 commando pen dak (aansl. B3) 5 commando pen dak (aansl. A1) 6 Niet gebruikt 7 voeding 8 Signaal rijsnelheid 9 signaal centrale vrijgave sluiten en openen 10 massa OPMERKING: de informatie "rijsnelheid" en "commando automatisch sluiten" is afkomstig van het huis met hulporganen interieur. STAND VAN DE SCHAKELAAR Aansl. 1 en 6 Aansl. 1 en 5 Aansl. 1 en 3 Aansl. 1 en 2 Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Schuiven Gesloten Kantelen Kantelen Kantelen Ingedrukt N.B.: 0 = circuit geleidend (gesloten) 1 = circuit geopend 87D-4
293 187F PARKEERHULP Algemeen 87F ALGEMEEN Afhankelijk van de uitvoering heeft de auto een systeem dat de bestuurder, tijdens het achteruit rijden, waarschuwt als er zich een obstakel achter de auto bevindt (paaltje, andere auto...) WERKING Het systeem bestaat uit: vier ultrasoon sensor in de schildbumper achter, een zelfstandige rekeneenheid (met een diagnosefunctie), een zoemer, een schakelaar voor het uitschakelen. Bij het inschakelen van de achteruit, komt het systeem automatisch in werking (te horen aan een kort geluidssignaal bij het inschakelen). De ultrasoonsensors in de schildbumper achter meten de afstand tussen de auto en een eventueel obstakel. De frequentie van het geluidssignaal ia afhankelijk van de afstand: de waarschuwing begint zodra het obstakel zich op ongeveer 150 centimeter van de schildbumper bevindt, en wordt bij ongeveer 25 centimeter van de auto een continu signaal. OPMERKING: voor een goede werking van het systeem, moeten de ultrasoon sensors schoon zijn, als het systeem een storing detecteert, klinkt gedurende ongeveer 5 secondes een geluidssignaal, bij hevige regenval of of bij het gebruik van een fietsdrager, is de detectie door de sensor onbetrouwbaar. 1 Opname elementen 2 Rekeneenheid 3 Claxon 87F-1
294 PARKEERHULP Schakelaar voor het uitschakelen 87F Het systeem heeft een schakelaar (A) voor het uitschakelen van de functie: een keer kort indrukken, de functie is uitgeschakeld tot aan het uitzetten van het contact, een keer lang indrukken, de functie is permanent uitgeschakeld. AANSLUITINGEN Aansl. A1 A2 A3 B1 B2 B3 Omschrijving + Verlichting Massa Niet gebruikt Uitgang commando (verbinding rekeneenheid) Voeding diode Massa N.B.: dit uitschakelen is te zien via het diagnoseapparaat. Controles met een multimeter Aansl. Omschrijving Waarde B1 ena2 B1 ena2 Ingedrukt Los 0 Ω α N.B.: de weerstand van het verlichtingslampje is ongeveer 30 Ω tussen de aansluitingen A1 en A2. 87F-2
295 PARKEERHULP Rekeneenheid 87F REKENEENHEID UITBOUWEN Verwijder de interieurbekleding van de bagageruimte rechts (zie hoofdstuk "Carrosserie"). Maak de stekkers los van de rekeneenheid en draai de bevestigingsschroeven los. INBOUWEN Voor het inbouwen van de rekeneenheid gelden geen bijzonderheden. Na het vervangen van de rekeneenheid, moet u hem configureren met een van de diagnoseapparaten. Met de diagnoseapparaten NXR, Clip of Optima 5800: selecteer en valideer het systeem"parkeerhulp". selecteer en valideer het menu "commando", "configuratie van het systeem", Selecteer en valideer het autotype. Controleer de juiste configuratie via het menu "lezen van de configuratie". 87F-3
296 PARKEERHULP Rekeneenheid 87F AANSLUITINGEN STEKKER 3 (12-polige) Aansl. Omschrijving 1 Signaal binnenste sensor rechts 2 Signaal binnenste sensor links 3 Signaal buitenste sensor rechts 4 Signaal buitenste sensor links 5 Massa opname elementen 6 Voeding controleweerstanden N.B.: de stekker (2) wordt niet gebruikt. Het systeem kan worden uitgeschakeld met behulp van het diagnoseapparaat of via de schakelaar. N.B.: de informatie rijsnelheid wordt niet gebruikt. STEKKER 1 (16-polige) Aansl. Omschrijving 1 + Na contact 2 Claxon 3 Niet gebruikt 4 Schakelaar voor het uitschakelen 5 Schakelaar voor het uitschakelen 6 Informatie achteruit (huis met hulporganen interieur 7 Niet gebruikt 8 Massa 9 Niet gebruikt 10 Claxon 11 Informatie snelheid 12 Diagnoseverbinding 13 Controlelampje (schakelaar) 14 Niet gebruikt 15 Niet gebruikt 16 Niet gebruikt 87F-4
297 PARKEERHULP Claxon 87F ZOEMER UITBOUWEN Verwijder de interieurbekleding van de bagageruimte links (zie hoofdstuk "carrosserie"). Maak de stekker los. Verwijder de plastic popnagels (1). Het volume en de toon van de zoemer kunnen worden aangepast of uitgeschakeld met de diagnoseapparaten. Met de diagnoseapparaten NXR, Clip of Optima 5800: selecteer en valideer het systeem "parkeerhulp". selecteer en valideer het menu "commando", "CF 001: volume zoemer", kies de regel "GEMIDDELD", selecteer en valideer "CF 006: toon zoemer", kies regel "500 Hz", Controleer de juiste configuratie via het menu "lezen van de configuratie". INBOUWEN Voor het inbouwen van de zoemer gelden geen bijzonderheden. Vervang de plastic montagepennen door gewone popnagels. 87F-5
298 PARKEERHULP Ultrasoon sensors 87F ULTRASOON SENSORS De sensors zijn alle gelijk. Zij bevinden zich in de band van de schildbumper. LET OP: de sensors zijn kwetsbaar. Sla nooit tegen de metalen buitenkant van de sensor. UITBOUWEN Wip de sensor los zonder er krassen op te maken. N.B.: iedere sensor wordt door twee klemmetjes aan de zijkant en een centreerpen op zijn plaats gehouden. INBOUWEN Plaats de pen (C) tegenover de houder en steek de sensor naar binnen tot de klemmetjes op hun plaats zitten. Voor het uitbouwen van de sensors, is het uitbouwen van de schildbumper niet nodig. Verwijder de klemmetjes (A) waarmee de onderkant van de schildbumper vastzit. LET OP: de sensors kunnen niet tegen warmte (temperatuur boven 80ºC). Maak de stekker (B) los. 87F-6
299 PARKEERHULP Ultrasoon sensors 87F AANSLUITINGEN Aansl Voeding Signaal Massa Omschrijving 87F-7
300 188A BEDRADING Plaats van de rekeneenheden in de auto 88A 1 Rekeneenheid ABS 2 Rekeneenheid inspuitsysteem 3 Rekeneenheid automatische transmissie 4 Snelheidsregelaar met afstandsregelaar (radar) 5 Renault-kaartlezer 6 Centrale communicatie eenheid (voor de Navigatie) 7 Bedieningspaneel geregelde airconditioning 8 Autoradio "lage gamma" of CD-wisselaar 9 Radiodisplay of navigatiescherm 10 Ruitbediening en buitenspiegels 11 Spraakmaker 12 Opname elementen zij-airbag 13 Rekeneenheid airbag 14 Instrumentenpaneel 15 Elektrische stuurkolomgrendel 16 Huis met hulporganen interieur (UCH) 17 Koplampverstelling vanuit interieur 18 Memory systeem van de bestuurdersstoel 19 Elektrische parkeerrem 20 Parkeerhulp 21 CD-wisselaar (met autoradio "lage gamma") 22 Rekeneenheid bandenspanning-controlesysteem 23 Display automatische transmissie 88A-1
301 BEDRADING Plaats van de gecontroleerde rekeneenheden 88A 1 Rekeneenheid ABS 2 Rekeneenheid inspuitsysteem 3 Snelheidsregelaar met afstandsregelaar (radar) 4 Bedieningspaneel geregelde airconditioning 5 Rekeneenheid airbag 6 Instrumentenpaneel 7 Huis met hulporganen interieur (UCH) 8 Koplampverstelling (xenonlampen) 9 Elektrische parkeerrem 10 Parkeerhulp 11 Rekeneenheid bandenspanning-controlesysteem 88A-2
302 BEDRADING Automatische stekker van de stoel 88A AUTOMATISCHE STEKKER VAN DE STOEL AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Aansl Omschrijving Voeding elektrische stoel (+ accessoires) Waarschuwingslampje autogordel (bestuurder) Voeding van de stoelverwarming Voeding verlichting onder stoel Massa Elektrisch oprolmechanisme van de autogordel Zij-airbag borstkas (thorax) Gordelspanner gordelsluiting Opname element stoelpositie (bestuurder) Signaal geheugen (bestuurder) Voeding stoel met geheugen (bestuurder) Niet gebruikt Massa Elektrisch oprolmechanisme van de autogordel Voeding stoel met geheugen (bestuurder) Controlelampje stoelverwarming Voeding elektrische stoel Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt Zij-airbag borstkas (thorax) Gordelspanner schoudergordel Massa opname element positie (bestuurdersstoel) Signaal geheugen (bestuurder) naar spiegels Niet gebruikt Massa verlichting onder stoel Elektrisch oprolmechanisme van de autogordel Gordelspanner heupgordel (bestuurder) LET OP: bij het uitbouwen van een stoel, mag u de stekker niet beschadigen zodat er geen statische elektriciteit wordt opgewekt waardoor de airbag zou kunnen afgaan A-3
303 BEDRADING Stekker van de hemelbekleding 88A De hemelbekleding is niet vastgelijmd in de auto. Deze wordt vastgehouden door de portierrubbers, de zonnekleppen en de handgrepen (gebruik het gereedschap Car. 1597). De bekleding kan worden vervangen met behoud van de kabelbundel, of de kabelbundel kan worden vervangen met behoud van de bekleding. INBOUWEN Bij het monteren van de kabelbundel op de bekleding, moet u goed letten op de juiste plaats van de stekkers ten opzichte van de rand van de bekleding. Een merkteken op de kabelbundel moet samenvallen net de rand van de bekleding. UITBOUWEN De kabelbundel is op de bekleding gelijmd. Om de kabelbundel los te maken, verwarmt u de lijm met een lijmpistool en doorsnijdt u de lijmstrook zonder de kabelbundel te beschadigen. Bijzonderheden van de handsfree antenne De handsfree antenne is op de bekleding gelijmd. Hij kan apart worden vervangen. U kunt ook de defecte kabelbundel laten zitten en de nieuwe ernaast vastlijmen A-4
304 1288B MULTIPLEXSYSTEEM Beschrijving 88B BESCHRIJVING De rekeneenheden in de auto's worden steeds krachtiger en voeren steeds complexere berekeningen uit. Daarbij hebben zij steeds meer informatie nodig, afkomstig van sensors of van andere rekeneenheden. Met het multiplexnetwerk kunnen zij: informatie uitwisselen via een tweedraads verbinding waarop alle rekeneenheden zijn aangesloten: de BUS. de bedrading en stekkerverbindingen te vereenvoudigen. Voor de onderlinge communicatie via het multiplexnetwerk, moeten de rekeneenheden de zelfde taal spreken (protocol). RENAULT heeft gekozen voor het CAN-protocol. Het CAN protocol De bus bestaat uit twee verstrengelde, niet verwisselbare draden, genaamd CAN H en CAN L. De informatie wordt overgebracht in de vorm van bloksignalen als differentiaalpaar waardoor de verbinding minder gevoelig is voor storingen door elektromagnetische straling. De circulerende signalen zijn elkaars tegenovergestelde: van 2,5 tot 3,5 V voor de CAN lijn H en van 2,5 tot 1,5 V voor de CAN lijn L. De multiplexverbinding heeft aan ieder uiteinde een impedantieadapter van 120 Ω: bij huis met hulporganen interieur 120 Ω op de CAN lijn huis met hulporganen interieur, (los van het netwerk). bij rekeneenheid van het inspuitsysteem 120 Ω op de CAN lijn van de rekeneenheid (los van het netwerk). Het CAN frame: Het bericht dat op het multiplexnetwerk wordt verzonden, wordt "frame" genoemd. Het bestaat uit een opeenvolging van logische niveaus en is gestructureerd in 5 velden. Een arbitrageveld dat de bestemming(en) aangeeft en de toegangsprioriteit van het frame voor het netwerk. Een controleveld. Een veld dat de gegevens van het bericht bevat. Een controleveld voor de beveiliging van de overdracht. Een bevestigingsveld dat aangeeft dat het frame correct op het netwerk is verspreid. Bijzonderheden: als verschillende rekeneenheden tegelijk proberen een frame te verzenden, heeft het frame met het hoogste arbitrageveld voorrang. De andere zendingen (met minder prioriteit) vinden plaats zodra de overdracht van het belangrijkste frame is uitgevoerd. Iedere rekeneenheid kan zenden en ontvangen. Als een bericht niet goed is of niet goed ontvangen is door een rekeneenheid, wordt het bevestigingsveld niet gevalideerd, en wordt het gehele bericht verworpen. De rekeneenheid van de airbag en van het ABS bevatten de topologie van het multiplexnetwerk. Deze moet altijd worden gecontroleerd bij de eerste test van het multiplexnetwerk bij de eerste montage. Raadpleeg hoofdstuk "Diagnose". Zie hoofdstuk "Reparatie van het multiplexnetwerk" voor het meten van de lijnimpedantie en het testen van het multiplexnetwerk. 88B-1
305 MULTIPLEXSYSTEEM Beschrijving 88B Reparatie van het multiplexnetwerk De aansluiting op het multiplexverbinding vindt bij alle betrokken rekeneenheden plaats door middel van kabelsplitsingen in de bedrading. De diagnose van deze lijnen bestaat uit het controleren van: de geleiding lijn voor lijn, de isolatie ten opzichte van de massa en van het potentiaal, de impedantie van de lijn: 60 Ω tussen CAN H en CAN L (accu losgenomen tussen aansluiting 6 en 14 van de diagnoseaansluiting), 120 Ω op de CAN lijn huis met hulporganen interieur, bij het huis met hulporganen interieur (los van het netwerk), 120 Ω op de CAN lijn rekeneenheid van de motor, bij de rekeneenheid (los van het netwerk), de frames kunnen zichtbaar gemaakt worden met een oscilloscoop, de overige diagnosewerkzaamheden kunnen alleen worden uitgevoerd met de diagnoseapparaten (test van de actionneurs, meten van de parameter,...). De diagnose De multiplexrekeneenheden hebben een diagnoseverbinding die een diagnose van het multiplexnetwerk bevat. De verschillende multiplexverbinding op de auto Afhankelijk van het uitrustingsniveau, kan de auto een aantal multiplexnetwerken hebben: Het multiplexnetwerk van de auto tussen de systemen Inspuitsysteem Automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) Antiblokkeersysteem van de wielen Huis met hulporganen interieur (UCH) Elektrische stuurkolomgrendel Airbag Airconditioning Instrumentenpaneel Centrale communicatie eenheid Spraakmaker Controlesysteem van de bandenspanning Afstandsmeter snelheidsregelaar met afstandsregelaar Ruitbediening (Memory systeem van de bestuurdersstoel) Het eigen multiplexnetwerk (dat de rekeneenheid van het ABS verbindt met de stuurwielhoeksensor). Het multiplexnetwerk voor het navigatiesysteem. Het multiplexnetwerk van de optie memory systeem van de bestuurdersstoel. Iedere rekeneenheid controleert regelmatig of hij berichten kan verzenden naar en ontvangen van andere rekeneenheden. Een geconstateerde afwijking wordt vertaald in een of meer aanwezige storingen of storingen in het geheugen op het multiplexnetwerk. Deze storingen worden gegroepeerd in een voor alle rekeneenheden gemeenschappelijk formaat in een frame bestemd voor de diagnose van het multiplexnetwerk. In de werkplaats, kunt u deze storingen zien met de diagnoseapparaten om de defecte verbinding(en) tussen rekeneenheden de identificeren en de aard en de plaats van de storing te weten te komen. Telkens als een diagnoseapparaat wordt aangesloten op de auto, voert het eerst een "Test van het multiplexnetwerk" uit. 88B-2
306 1388C AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Algemeen 88C De auto heeft een compleet SRP systeem voor de passieve veiligheid (SRP = Renault's Spannings Reductie Programma) dat bestaat uit: oprolmechanismes van de gordels voor (6) aangestuurd door een specifieke rekeneenheid (12 aansluitingen), gordelspanner van de schoudergordel (bestuurder en passagier) en van de heupgordel (bestuurder), gordels voor (400 dan) en achter (2) (600 dan), frontale airbags met twee gasgenerators (twee volumes) (bestuurder (7) en passagier (8)), pyrotechnische oprolmechanismes bij de buitenste zitplaatsen achter, een rekeneenheid (5) (75 aansluitingen) met twee botsingdetectors (1), zij-airbags voor de borstkas (thorax) (4) op de voorstoelen in het onderste deel van de rugleuningen), zijruitairbags (3). zij-airbags voor de borstkas (thorax) (9) bij de achterste zitplaatsen (afhankelijk van de uitvoering), een opname element voor de positie van de bestuurdersstoel, een waarschuwingslampje voor het systeem, Opmerking: bepaalde stekkers een nieuw type grendelsysteem. U moet altijd de grendel loswippen voordat u de stekker uitbouwt en bij het monteren controleren of hij goed op zijn plaats zit. Door een niet vergrendelde stekker kan de ontstekingslijn niet worden gevoed. 88C-1
307 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Algemeen 88C VOORZORGEN BIJ DE REPARATIE Werkzaamheden aan de systemen van de airbag en de gordelspanners mogen alleen worden uitgevoerd door speciaal hiervoor opgeleid personeel. LET OP: het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan het airbag- en gordelspansysteem in de buurt van een hittebron vanwege het explosiegevaar. De airbags hebben een pyrotechnisch gaspatroon met een ontsteker en een opblaasbaar kussen die niet van elkaar mogen worden gescheiden. BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Bij het activeren van de gordelspanners of de airbags, vergrendelt de rekeneenheid zich definitief en gaat het "airbag"-lampje op het instrumentenpaneel branden. De rekeneenheid van de airbag moet beslist worden vervangen. (Hierdoor veranderen namelijk de nominale waarden van bepaalde componenten). Als alle onderdelen weer zijn gemonteerd, controleert u het systeem met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, als dit niet zo is raadpleegt u het hoofdstuk "Storing zoeken". BELANGRIJK: zie het hoofdstuk "Vernietiging" voor het onschadelijk maken van een nietgeactiveerd pyrotechnisch systeem. Het is streng verboden zelfs maar de kleinste reparatie uit te voeren aan de ontstekingsbedrading van de pyrotechnische onderdelen. LET OP De rekeneenheden en de crash sensors bevatten kwetsbare componenten, laat ze niet vallen. Gebruik geen stoelhoezen bij de voorstoelen (behalve specifieke uit de Renault Boutique). Plaats geen voorwerpen in het ontplooiingsgebied van de airbag. Bij werkzaamheden onder de auto (aan carrosserie, dorpel...), moet de rekeneenheid van de airbag worden vergrendeld met het diagnoseapparaat en het contact worden afgezet. Voor de bijzonderheden van verwijderen en weer aanbrengen van de bekleding van de stoel, moet u het hoofdstuk "Carrosserie" raadplegen. BELANGRIJK: de pyrotechnische systemen (gordelspanners, frontale en zijairbags) moeten met de diagnoseapparatuur worden gecontroleerd: na een aanrijding waarbij zij niet zijn geactiveerd, na (een poging tot) diefstal van de auto, voordat de auto als occasion wordt verkocht. Na een botsing: als een gordelspanner is geactiveerd geweest, moeten de autogordel als deze was vastgemaakt en het stoelframe worden vervangen, als de pyrotechnische oprolmechanismes achter geactiveerd zijn geweest, moeten het geheel van gordel-pyrotechnisch oprolmechanisme en de snelaansluiting worden vervangen, als de frontale airbag van de bestuurder geactiveerd is geweest, moeten het stuurwiel en de stuurwielbout worden vervangen, als de frontale airbag van de passagier geactiveerd is geweest, moeten het dashboard en de dwarsbalk worden vervangen, als een zij-airbag geactiveerd is geweest, moet het stoelframe worden vervangen. 88C-2
308 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Algemeen 88C WERKING Bij een voldoende zware aanrijding: Houden de gordels met elektrisch blokkerende oprolmechanisme de bestuurder en de passagier op hun plaats. Trekken de gordelspanners voor en de pyrotechnische oprolmechanismes achter de gordels strak tegen het lichaam. Zorgt het SRP-systeem voor een vermindering van (SPR) de kracht van de gordel over het lichaam. Worden de frontale airbags opgeblazen: in het stuurwiel zodat het hoofd van de bestuurder wordt beschermd. in het dashboard zodat het hoofd van de voorpassagier wordt beschermd. N.B.: het volume van de airbag voor de bestuurder kan door de rekeneenheid worden aangepast: aan de stand van de bestuurdersstoel (hoofdstuk "contact onder stoel"), aan de ernst van de botsing. Bij een voldoende zware aanrijding tegen de zijkant: De borstkas (thorax) zij-airbag voor, in de voorstoel aan de kant van de botsing blaast zich op naast het portier om de borstkas van de inzittende van de voorstoel te beschermen. Afhankelijk van de uitvoering: de borstkas (thorax) zij-airbag achter, in de zijwand achter (aan de kant van de botsing) blaast zich op naast het portier om de borstkas van de inzittende achter te beschermen. De zijruitairbag (aan de kant van de botsing) blaast zich op naast het portier om het hoofd van de inzittenden voor en achter te beschermen. De pyrotechnische gordelspanners voor en de pyrotechnische oprolmechanismes achter kunnen worden geactiveerd bij een aanrijding aan de zijkant, een aanrijding aan de achterzijde of als de auto omslaat (afhankelijk van de ernst). LET OP: de explosie van een gaspatroon veroorzaakt een luide knal en een lichte rookontwikkeling. N.B.: de rekeneenheid ontvangt zijn voeding onder normale omstandigheden van de accu. De rekeneenheid bouwt echter een hoeveelheid reserve-energie op voor het geval de voeding vanaf de accu als gevolg van de aanrijding wordt onderbroken. 88C-3
309 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Algemeen 88C PROCEDURES VOOR HET VERGRENDELEN VAN DE REKENEENHEID VAN DE AIRBAG Voordat u de rekeneenheid uitbouwt of werkzaamheden aan de airbag of gordelspanners uitvoert, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van de diagnoseapparaten: 1 Kies het menu "Storing zoeken Renault". 2 Selecteer en valideer het type van de auto, 3 Voer de test uit van het multiplexnetwerk, 4 Selecteer en valideer het te controleren systeem "Airbag". 5 Kies het menu "Commando". 6 Selecteer en valideer de functie "Parametrage" (NXR) of "Actuators" (Clip). 7 Valideer de regel "VP006 Vergrendelen rekeneenheid". 8 In het menu "Staat", controleer of de rekeneenheid inderdaad is vergrendeld. De staat "ET073 Rekeneenheid vergrendeld door gereedschap" moet actief zijn en het airbaglampje op het instrumentenpaneel moet oplichten (een rekeneenheid uit het magazijn wordt in deze toestand geleverd). N.B.: voor het ontgrendelen van de rekeneenheid, gaat u op dezelfde wijze te werk, maar valideert u de regel "VP007 Ontgrendelen rekeneenheid". WAARSCHUWINGSLAMPJE OP INSTRUMENTENPANEEL Dit lampje controleert de werking: van de gordelspanners voor, van de pyrotechnische oprolmechanisme achter, van de frontale airbags, van de borstkas airbags (thorax) voor, van de zijruitairbags, van de borstkas airbags (thorax) achter (afhankelijk van de uitvoering), van de accu (controle de voedingsspanning), Het moet bij het aanzetten van het contact enkele secondes oplichten en daarna uit gaan en uit blijven. Als het niet oplicht bij het aanzetten van het contact of oplicht tijdens het rijden wijst dit op een storing in het systeem (zie de boek "storing zoeken"). OPMERKING: onder bepaalde omstandigheden bij het starten, kan het lampje even oplichten en dan doven. BELANGRIJK: bij een storing in de autogordels voor of de rekeneenheid van de gordels gaat het waarschuwingslampje van de airbag niet branden. De staat "ET073 Rekeneenheid vergrendeld door gereedschap" mag niet actief zijn en het airbaglampje op het instrumentenpaneel moet uitgaan. OPMERKING: Als het systeem bij een botsing niet goed heeft gewerkt, kan met de diagnoseapparaten worden gecontroleerd of er vóór de botsing al een defect was. Na de vergrendeling volgend op een botsing, is het mogelijk te controleren of de ontstekingslijnen voeding hebben gehad via het commando "lezen van de omstandigheden van het ongeval" op het diagnoseapparaat. 88C-4
310 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Rekeneenheid van de airbag 88C UITBOUWEN BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). de steun (5) van het bedieningspaneel van de airconditioning en van de RENAULT-kaartlezer, Zet de voorstoelen zo ver mogelijk naar voren. Verwijder de bouten (1) achter de console. Verwijder de kap achter de console (2): trek aan het centrale deel, wip de bovenkant los, til de kap op. de bevestigingsbouten (6) van de console. Bouw uit: de vastgeklemde zijkanten van de console (3) door ze naar boven te drukken, langs het dashboard, de stofhoes van de versnellingshendel, de centrale communicatie eenheid (afhankelijk van de uitvoering), met behulp van het gereedschap MS. 1373, de bovenkant van de console (4), 88C-5
311 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Rekeneenheid van de airbag 88C Til de achterkant van de console op. Trek het geheel naar achteren. LET OP: bij werkzaamheden onder de auto (uitlaat, carrosserie, enz.) waarbij bijvoorbeeld een hamer wordt gebruikt of waarbij tegen de bodemplaat wordt geslagen, moet u eerst de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Bij het installeren van elektrische accessoires (luidspreker, alarm of ander toestel dat een magnetisch veld kan opwekken), dat dit niet wordt geplaatst in de nabijheid van de rekeneenheid van de airbags en de gordelspanners. INBOUWEN Let op de montagerichting van de rekeneenheid die door een pijl op het huis wordt aangegeven. Plaats de rekeneenheid en zet de bevestigingen vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m voor u de stekker aansluit. Maak de stekkers los van de rekeneenheid van de airbag (7) en verwijder de bevestigingen. N.B.: het luchtkanaal hoeft niet te worden uitgebouwd. Ontgrendel de rekeneenheid van de airbag en controleer het ontbreken van storingen. 88C-6
312 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Rekeneenheid van de airbag 88C AANSLUITINGEN Gele 75-polige stekker Aansl t/m Omschrijving Niet gebruikt + Gordelspanner schoudergordel bestuurder - Gordelspanner links achter + Gordelspanner schoudergordel passagier - Gordelspanner passagier achter Niet gebruikt - Gordelspanner schoudergordel bestuurder - Gordelspanner schoudergordel passagier - Gordelspanner heupgordel bestuurder Niet gebruikt + na contact Massa Niet gebruikt Niet gebruikt Diagnoselijn K - Airbag bestuurder klein volume + Airbag bestuurder groot volume - Airbag passagier klein volume + Airbag passagier groot volume Niet gebruikt Niet gebruikt - Airbag borstkas (thorax) bestuurder (voor) + Airbag borstkas (thorax) passagier (voor) - Zijruitairbag bestuurder + Zijruitairbag passagier + Opname element zij-airbag bestuurder + Opname element zij-airbag passagier Niet gebruikt Niet gebruikt - Zij-airbag borstkas (thorax) achter bestuurderszijde. + Zij-airbag borstkas (thorax) achter passagierszijde + Gordelspanner achter bestuurder - Gordelspanner passagier achter + Gordelspanner heupgordel bestuurder Niet gebruikt Rekeneenheid oprolmechanisme gordels voor Opname element stand bestuurdersstoel. Niet gebruikt Multiplexverbinding Multiplexverbinding Aansl Omschrijving + Airbag bestuurder klein volume - Airbag bestuurder groot volume + Airbag passagier klein volume - Airbag passagier groot volume Niet gebruikt Niet gebruikt + Airbag borstkas (thorax) bestuurder (voor) - Airbag borstkas (thorax) passagier (voor) + Zijruitairbag bestuurder - Zijruitairbag passagier - Opname element zij-airbag bestuurder - Opname element zij-airbag passagier Niet gebruikt Niet gebruikt + Zij-airbag borstkas (thorax) achter bestuurderszijde - Zij-airbag borstkas (thorax) achter passagierszijde OPMERKING: de stekkers van de rekeneenheid en van de ontstekers hebben als bijzonderheid dat zijn de verschillende ontstekingscircuits kortsluiten zodra zij worden losgemaakt. Deze doorverbindingen voorkomen dat de airbags of de gordelspanners onverwacht worden geactiveerd (door bijvoorbeeld een antenne-effect). 88C-7
313 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Rekeneenheid van de airbag 88C CONFIGURATIE VAN DE REKENEENHEDEN De nieuwe rekeneenheden die herkenbaar zijn aan de code "ACU3" via de diagnoseapparaten (behalve XR25) worden geleverd met de configuratie "gordelspanner/pyrotechnische oprolmechanismes achter" en "zij-airbags borstkas (thorax)" en zonder uitschakelsysteem. Als de configuratie niet correct is, blijft het airbaglampje branden. Met het diagnoseapparaat NXR 1 Kies het menu "Storing zoeken Renault". 2 Selecteer en valideer het type van de auto. 3 Selecteer en valideer het te controleren systeem "Airbag". 4 Kies het menu "Commando". 5 Selecteer en valideer de functie "Scenario" dan "Configuratie van de elementen van het systeem". 6 Controleer de "actuele" configuraties. 7 Selecteer de te wijzigen regel en valideer. 8 Het gereedschap toont de "gewenste" configuratie. 9 Druk op de toets "vervolg". Het gereedschap toont de "gewenste" configuratie en daarna het bericht "Weet u zeker dat u onderstaande configuratie wenst?". 10 Druk op de toets "ja" om de configuratie uit te voeren. 11 Zet het contact af en weer aan om de configuratie te valideren. 12 Ga terug naar het menu "Configuratie van de elementen van het systeem" om de handeling te controleren. Voor het diagnoseapparaat CLIP 1 Kies het menu "Storing zoeken Renault". 2 Selecteer en valideer het type van de auto. 3 Selecteer en valideer het te controleren systeem "Airbag". 4 Kies het menu "Commando". 5 Selecteer en valideer de functie "Inlezen". 6 In het menu "Configuratie van de ontstekers". 7 Controleer de configuraties. Selecteer "Omkeren" dan "Configureren" om te wijzigen. 8 Druk op de toets "ja" om de configuratie uit te voeren. 9 Zet het contact af en weer aan om de configuratie te valideren. 10 Ga terug naar het menu "Configuratie van de ontstekers" om het te controleren. 11 Doe hetzelfde voor de configuratie van de opname elementen van de zij-airbags in het menu "Configuratie van de opname elementen zijkant" en voor de verbinding "Informatie botsing" in het menu "Configuratie van de elementen van het systeem". De systemen in deze auto's hebben kunnen niet worden uitgeschakeld via "ISOFIX"-sensors of met een "SLEUTEL". OPMERKING: de topologie van het multiplexnetwerk staat in het geheugen van de rekeneenheid van de airbag. Deze moet bij het vervangen ervan altijd worden gecontroleerd tijdens de test van het multiplexnetwerk. Raadpleeg hoofdstuk 88B. 88C-8
314 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Opname elementen zij-airbag 88C BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). UITBOUWEN Deze bevinden zich links en rechts achter de middenstijlbekleding. INBOUWEN Bij het inbouwen, plaatst u het opname element in de juiste stand met de pasnok (1) en moet u het eerst in de auto vastzetten (2) (aantrekkoppel: 0,8 dan.m) voordat u de stekker aansluit. Na het aansluiten van de stekker, controleert u het systeem en ontgrendelt u de rekeneenheid. N.B.: deze opname elementen zij-airbag hoeven niet ingelezen te worden met het diagnoseapparaat. LET OP: Tijdens het activeren van de zij-airbag, vergrendelt de rekeneenheid zich definitief en gaat het airbaglampje op het instrumentenpaneel branden. Het opname element botsing zijkant en de rekeneenheid moeten dan altijd worden vervangen (bepaalde componenten verliezen hun nominale waarden als de ontstekingsenergie er doorheen is gegaan). 88C-9
315 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Opname element stand van de stoel 88C CONTACT ONDER STOEL De bestuurdersstoel heeft een contact dat de stand op de voorstoel signaleert. Met dit contact kan het opblazen van de frontale airbag van de bestuurder worden beïnvloedt (klein of groot volume) afhankelijk van de stand van de bestuurder. N.B.: het volume van de passagiersairbag is niet afhankelijk van de stand van de stoelen. Met het diagnoseapparaat kan de weerstand van het opname element van de stand van de stoel worden gecontroleerd: Stoel naar voren: weerstand opname element = 400 Ω Stoel naar achteren: weerstand opname element = 100 Ω 88C-10
316 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Rekeneenheid oprolmechanisme met elektrische blokkering van de gordels 88C Er is een rekeneenheid specifiek voor het aanturen van de oprolmechanismes met elektrische blokkering van de gordels in de voorstoelen. Hij bestaat uit: een elektromechanisch veiligheidscontact, een verbinding met de rekeneenheid van de airbag, twee commandolijnen (blokkeren/vrijgeven) voor de oprolmechanismes van de autogordels voor. LET OP: bij een storing in een van deze elementen gaat het waarschuwingslampje van de airbag niet branden. Bouw uit: de vastgeklemde zijkanten van de console (3) door ze naar boven te drukken, langs het dashboard, de stofhoes van de versnellingshendel, de centrale communicatie eenheid (afhankelijk van de uitvoering), met behulp van het gereedschap MS. 1373, de bovenkant van de console (4), de steun (5) van het bedieningspaneel van de airconditioning en van de RENAULT-kaartlezer, UITBOUWEN BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Zet de voorstoelen zo ver mogelijk naar voren. Verwijder de bouten (1) achter de console. Verwijder de kap achter de console (2): trek aan het centrale deel, wip de bovenkant los, til de kap op. de bevestigingsbouten (6) van de console. 88C-11
317 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Rekeneenheid oprolmechanisme met elektrische blokkering van de gordels 88C Til de achterkant van de console op. Trek het geheel naar achteren. INBOUWEN Zet de bevestigingen vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m voor u de stekker aansluit. AANSLUITINGEN Stekker 12-polig Verwijder het luchtkanaal. Maak de stekker los van de rekeneenheid (7) en verwijder de bevestigingen. Aansl Omschrijving Massa Niet gebruikt Voeding (huis met hulporganen interieur) Niet gebruikt Commando oprolmechanisme passagierszijde Commando oprolmechanisme passagierszijde Niet gebruikt Verbinding rekeneenheid airbag (aansluiting 55) Niet gebruikt Niet gebruikt Commando oprolmechanisme bestuurderszijde Commando oprolmechanisme bestuurderszijde 88C-12
318 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Oprolmechanisme met elektrische blokkering van de gordels voor 88C Het oprolmechanisme van de autogordel wordt elektrisch aangestuurd. Het oprolmechanisme wordt aangestuurd door een specifieke rekeneenheid (12 aansluitingen), die is verbonden met de rekeneenheid van de airbag. Het elektrische oprolmechanisme vormt één geheel met de autogordel en de gordelspanner van de heupgordel. UITBOUWEN Voor het uitbouwen van het oprolmechanisme met elektrische blokkering-autogordel-heupgordelspanner moet de stoel worden uitgebouwd en kaalgemaakt. Raadpleeg het hoofdstuk "Carrosserie". Maak de stekkers los van het elektrische oprolmechanisme en van de gordelspanner. Bouw uit: de bevestiging (1) van het oprolmechanisme, BELANGRIJK: bij een storing in het elektrische oprolmechanisme of de rekeneenheid van de gordels gaat het waarschuwingslampje van de airbag niet branden. de bevestiging (2) van de gordelspanner. 88C-13
319 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Oprolmechanisme met elektrische blokkering van de gordels voor 88C INBOUWEN BELANGRIJK: raadpleeg altijd hoofdstuk "Onschadelijk maken" voor het onschadelijk maken van een niet-geactiveerde gordelspanner. Zet de bout van de gordelspanner (1) vast met een aantrekkoppel van 2,1 dan.m. LET OP: na het activeren van de gordelspanners, moeten bepaalde onderdelen altijd worden vervangen. Raadpleeg het hoofdstuk "Voorzorgen voor de reparatie". Let op de juiste ligging van de kabelbundels en hun bevestigingspunten onder de stoel. Voor het inbouwen van de stoel, controleert u visueel de staat van de stekkers aan de onderkant van de stoel en op de carrosserie. Zet de bout van het oprolmechanisme (2) vast met een aantrekkoppel van 2,1 dan.m. Monteer de stoel en zet de bevestigingen vast met de voorgeschreven aantrekkoppels. Na het vervangen van de defecte delen en het weer aansluiten van de stekkers, moet u het systeem controleren met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-14
320 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Gordelspanners voor 88C De auto's hebben gordelspanners op de gordels voor: gordelspanners van de schoudergordels (bestuurder en passagiers), een heupgordelspanner (bestuurder), die één geheel vormt met de autogordel (raadpleeg het hoofdstuk: "Oprolmechanisme van de gordel voor"). Stoel uitgebouwd, verwijder: de plastic kap, de stekker van de gordelspanner onder de voorstoel, de complete gordelspanner. UITBOUWEN BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Zet de stoel in de lage stand en in het midden van de stelrails. Bouw de stoel met zijn steun uit (raadpleeg het hoofdstuk "Carrosserie"). Let op: de stoel heeft een automatische stekker die niet gerepareerd mag worden. Bijzonderheden van de stekker van de gordel Voor het loswippen van de stekker, verwijdert u de bevestigingsschroeven van de twee helften van de sluiting. 88C-15
321 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Gordelspanners voor 88C INBOUWEN BELANGRIJK: raadpleeg altijd hoofdstuk "Onschadelijk maken" voor het onschadelijk maken van een niet-geactiveerde gordelspanner. Voor het inbouwen van de stoel, controleert u visueel de staat van de stekkers aan de onderkant van de stoel en op de carrosserie. Raadpleeg hoofdstuk 88A. LET OP: na het activeren van de gordelspanners, moeten bepaalde onderdelen altijd worden vervangen. Raadpleeg het hoofdstuk "Voorzorgen voor de reparatie". Let op de juiste ligging van de kabelbundels en hun bevestigingspunten onder de stoel. Zet de bout (1) vast met een aantrekkoppel van 2,1 dan.m. Monteer de stoel en zet de bevestigingen vast met een aantrekkoppel van 4,4 dan.m. Na het vervangen van de defecte delen en het weer aansluiten van de stekkers, moet u het systeem controleren met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-16
322 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Gordelspanners achter 88C De autogordels achter (bij de buitenste zitplaatsen) hebben pyrotechnische oprolmechanismes. Voor het uitbouwen van het geheel, moet u de bekleding van de bagageruimte en van de zijwand achter verwijderen. Raadpleeg de methode in het hoofdstuk "Carrosserie". INBOUWEN BELANGRIJK: zie het hoofdstuk "Onschadelijk maken" voor het onschadelijk maken van een niet-geactiveerd pyrotechnisch oprolmechanisme. LET OP: na het activeren van de pyrotechnische oprolmechanismes, moeten bepaalde onderdelen altijd worden vervangen. Raadpleeg het hoofdstuk "Voorzorgen voor de reparatie". Let op de juiste ligging van de kabelbundels en hun bevestigingspunten onder de stoel. Zet de bout vast met een aantrekkoppel van 2,1 dan.m. Maak de stekker en de massadraad los en verwijder de bevestigingsbout. Maak de gordel los van de zitting achter door op de grendel (1) te drukken. Na het vervangen van de defecte delen en het weer aansluiten van de stekkers, moet u het systeem controleren met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-17
323 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Gordelspanners achter 88C SNELVERBINDING De snelsluiting en de autogordels achterin die in gebruik waren bij het activeren van de pyrotechnische oprolmechanismes moeten altijd worden vervangen. Als het niet zeker is dat de gordel in gebruik was moet u deze ook vervangen. UITBOUWEN Slijp de kop door van de popnagel en tik deze weg. INBOUWEN Plaats de stekker (B) in zijn houder nummer: Assembleer de stekker met de specifieke popnagel nummer: C-18
324 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Stuurwielairbag 88C De module "bestuurdersairbag" heeft een opblaasbaar kussen met twee volumes (klein of groot volume). Het opblazen is afhankelijk van de ernst van de botsing en van de stand van positie van de bestuurdersstoel. Steek een schroevendraaier in het gat (1) achter het stuurwiel. Druk (2) de airbag omhoog om hem te verschuiven, Wip de beveiligingen van de stekkers los. Bij het ontplooien verscheurt het airbagkussen de stuurwielbekleding. UITBOUWEN BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Maak de twee voedingsstekkers van de gasgenerators los. BELANGRIJK: raadpleeg altijd hoofdstuk "Onschadelijk maken" voor het onschadelijk maken van een niet-geactiveerde bestuurdersairbag. BELANGRIJK: bij het uitbouwen van het stuurwiel, moeten de stekkers van de airbag (A) en (B) altijd worden losgemaakt. De stekker van de airbag sluit zichzelf kort als hij wordt losgemaakt om te voorkomen dat de airbag kan exploderen. 88C-19
325 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Stuurwielairbag 88C INBOUWEN LET OP: na het activeren van de bestuurdersairbag, moeten bepaalde onderdelen altijd worden vervangen. Raadpleeg het hoofdstuk "Voorzorgen voor de reparatie". Na het demonteren van het stuurwiel, moet altijd de bevestigingsbout van het stuurwiel (aantrekkoppel 4,4 dan.m) worden vervangen. Plaats de twee stekkers en vergrendel de beveiligingen. Plaats de airbag op het stuurwiel. Schuif hem omlaag tot hij vastklikt. BELANGRIJK: Als alles is gemonteerd, controleert u het systeem met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-20
326 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Frontale passagiersairbag 88C De module "passagiersairbag" (SRP) heeft een opblaasbaar kussen met twee niveaus. Deze is in het dashboard ingebouwd voor de voorpassagier. Bij deze montage, is de werking van de airbag verbonden met die van de bijbehorende autogordel. De afstelling van het spannings reductie programma van de gordel is speciaal afgestemd op dit type airbag. Om de module van de passagiersairbag uit te kunnen bouwen moet wel het dashboard worden uitgebouwd. Raadpleeg de methode in het hoofdstuk 83A. Bouw uit: de stekker (1), de bevestigingsbouten. N.B.: het magazijn levert de module "passagiersairbag" met zijn kabelbundel (2). UITBOUWEN BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). BELANGRIJK: raadpleeg altijd hoofdstuk "Onschadelijk maken" voor het onschadelijk maken van een niet-geactiveerde passagiersairbag. 88C-21
327 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Frontale passagiersairbag 88C INBOUWEN LET OP: na het activeren van de passagiersairbag, moeten bepaalde onderdelen altijd worden vervangen. Raadpleeg het hoofdstuk "Voorzorgen voor de reparatie". Zet de module vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m voor u de stekkers aansluit. BELANGRIJK: breng een blauwe sticker "verzegeling van het systeem" nr aan (andere auto's). Bereikbaarheid van de ontsteker De ontsteker (met twee niveaus) of de tussenstekker (1) van de module van de passagiersairbag is toegankelijk voor de diagnose via het dashboardkastje. Verwijder de kap van het dashboardkastje, de stekker bevindt zich aan de passagierszijde van het dashboard (bij de zekeringplaat/relais opties indien aanwezig). Voer een controle uit met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. LET OP: de controle van de ontsteker van de module mag uitsluitend uitgevoerd worden met het diagnoseapparaat zoals is aangegeven in het hoofdstuk "Storing zoeken". 88C-22
328 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Borstkas zij-airbags voor (thorax) 88C D module "borstkas zij-airbag (thorax) voor" bevindt zich in het onderste deel van elke rugleuning van de voorstoel bij het portier. Bij het ontplooien, scheurt de airbag de buitenkant van de module, het schuim en de bekleding van de stoel door. N.B.: Het systeem is pas operationeel als het contact aan staat. UITBOUWEN BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Maak de massakabel los van de accu. Bouw de stoel uit. Maak stekker los en vervolgens de bedrading en de massadraad (1) vrij van de airbagmodule (noteer de ligging van de bedrading en zijn bevestigingspunten). BELANGRIJK: als het systeem is geactiveerd geweest en als het opnieuw moet worden gebruikt, mag u de airbagmodule niet open maken. Het kussen is op een speciale manier opgevouwen. Verwijder de bevestigingspopnagel en verschuif het airbagkussen. LET OP: Bij werkzaamheden aan een stoel met een airbag en om een correcte ontplooiing ervan te garanderen, moet u de voorschriften opvolgen uit het hoofdstuk "Carrosserie" (plaats, aantal, type van de te gebruiken klemmetjes...). BELANGRIJK: raadpleeg altijd hoofdstuk "Onschadelijk maken" voor het onschadelijk maken van een niet-geactiveerde airbagmodule. 88C-23
329 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Borstkas zij-airbags voor (thorax) 88C INBOUWEN LET OP: na het activeren van de borstkas airbag (thorax) voor, moeten bepaalde onderdelen altijd worden vervangen. Raadpleeg het hoofdstuk "Voorzorgen voor de reparatie". Monteer de bedrading onder het zitkussen op dezelfde wijze en bevestigingspunten als bij de oorspronkelijke ligging. Sluit de massadraad (1) aan en controleer de vergrendeling van de stekker (2). Plaats van de airbagmodule op het stoelframe. Zet de module vast met de bij de module geleverde (specifieke) popnagel. Controleer of de massadraad correct is aangesloten op de airbagmodule. Bekleed de stoel en houd u daarbij stipt aan de richtlijnen genoemd in het hoofdstuk "Carrosserie" (type en plaats van de klemmetjes enz.). Controleer de automatische stekker van de stoel (verbinding met de kabelbundel van de auto). Monteer de stoel in de auto. Raadpleeg de methode in het hoofdstuk "Carrosserie". Voer een controle uit met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. Raadpleeg anders het hoofdstuk "Storing zoeken". LET OP: bij het niet opvolgen van deze instructies bestaat het gevaar dat het systeem niet goed functioneert, en zelfs dat de airbag zonder aanleiding ontploft. 88C-24
330 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Zij-airbags achter 88C De zij-airbags achter "borstkas (thorax)" en "zijruit" worden gevoed door een stekker (8 aansluitingen). Deze stekker (1) bevindt zich achter de dorpelbekleding links achter. 88C-25
331 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Zij-airbags achter borstkas (thorax) 88C De "zij-airbag achter borstkas (thorax)" is vastgezet achter de bekleding naast het zitkussen achter. Bouw het airbagkussen uit, twee moeren (A). Bij het ontplooien verscheurt het airbagkussen de kap van de module. UITBOUWEN BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Kantel het zitkussen en de rugleuning van de achterbank. Maak de bekleding los. Maak de stekker los en maak de bedrading en de massadraad van de airbagmodule vrij. BELANGRIJK: raadpleeg altijd hoofdstuk "Onschadelijk maken" voor het onschadelijk maken van een niet-geactiveerde airbagmodule. INBOUWEN Zet de airbagmodule vast met een aantrekkoppel van 0,4 dan.m. Controleer of de massadraad correct is aangesloten op de airbagmodule en op de juiste plaatsen in de bevestigingspunten vastzit. Sluit de massadraad aan. Controleer de goede vergrendeling van de stekker. Voer een controle uit met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid. Raadpleeg anders het hoofdstuk "Storing zoeken". 88C-26
332 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Zijruitairbags achter 88C De "zijruitairbag" of "hoofdairbag" is vastgezet achter de hemelbekleding. Bij het ontplooien, scheurt het airbagkussen de hemelbekleding door. Om bij de gasgenerator (1) te kunnen komen moet de bekleding aan de achterkant worden verwijderd. Voor het uitbouwen van de airbagmodule (2) en het airbagkussen moet de hemelbekleding worden uitgebouwd (raadpleeg het hoofdstuk "Carrosserie"). Voor het uitbouwen van de handgrepen gebruikt u het gereedschap Car Raadpleeg hoofdstuk 88A. Maak de stekker los en maak de bedrading van de airbagmodule vrij. verwijder de complete airbag. UITBOUWEN BELANGRIJK: voordat u een onderdeel van het veiligheidssysteem uitbouwt, moet u de rekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). 88C-27
333 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Zijruitairbags achter 88C INBOUWEN BELANGRIJK: raadpleeg altijd hoofdstuk "Onschadelijk maken" voor het onschadelijk maken van een niet-geactiveerde airbagmodule. Plaats de airbagmodule zonder de bouten vast te zetten. Plaats het airbagkussen te beginnen bij de handgreep (1). Plaats alle klemmetjes. Zet de bevestigingsbouten vast met een aantrekkoppel van 0,8 dan.m. Sluit de stekker aan en vergrendel hem op de juiste wijze. Voer een controle uit met het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-28
334 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Onschadelijk maken 88C LET OP: dit geldt niet als de lokale voorschriften een andere procedure voorschrijven die is gevalideerd en verspreid door de afdeling Methodes, Diagnose en Reparatie Om ongelukken te voorkomen moeten de gaspatronen van de gordelspanners ontstoken worden voordat de auto en/of de veiligheidsvoorzieningen als afval worden afgevoerd. Gebruik altijd het gereedschap Elé en de adapterkabels Elé en Elé GORDELSPANNERS EN PYROTECHNISCH OPROLMECHANISMES Onschadelijk maken in de auto: Zet de auto buiten de werkplaats. Verwijder de kap over de stelrails en sluit het destructiegereedschap Elé aan op de gordelspanner. Rol de verlengkabel volledig uit zodat u zich op tenminste 10 meter van de auto bevindt.. Sluit de voedingsdraden van het gereedschap aan op een accu. Controleer of niemand zich in (de buurt van) de auto bevindt en ontsteek de gaspatroon van de gordelspanner door de beide knoppen van het gereedschap gelijktijdig in te drukken. Uitgebouwd onderdeel onschadelijk maken: Ga op dezelfde wijze te werk als bij de frontale airbag in een stapel oude banden. BELANGRIJK: pyrotechnische onderdelen mogen nooit bewaard worden voor later hergebruik. De gordelspanners en/of airbags moeten onschadelijk worden gemaakt voordat de auto naar de sloop wordt afgevoerd. LET OP: ieder onderdeel is bestemd voor een autotype en mag nooit worden gemonteerd in een ander. De onderdelen zijn niet onderling verwisselbaar. LET OP: gordelspanners die voor garantie worden vervangen mag u niet onschadelijk maken. De leverancier kan ze in dat geval niet meer analyseren. Gebruik de verpakking van het nieuwe onderdeel voor het terugsturen van het defecte onderdeel. 88C-29
335 AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Onschadelijk maken 88C FRONTALE AIRBAG OF ZIJAIRBAG BORSTKAS (THORAX) (voor of achter) Deze onderdelen mogen uitsluitend uitgebouwd en buiten de werkplaats onschadelijk worden gemaakt. Sluit de betreffende kabelbundel aan van Elé Leg de airbag op de twee houtblokken. Sluit de verlengkabel aan op de airbag en rol hem volledig uit zodat u zich op tenminste 10 meter van de banden bevindt. Verbind de twee voedingswaren van het destructiegereedschap Elé met een accu. Controleer of niemand zich in (de buurt van) de stapel banden bevindt en ontsteek de gaspatroon van de airbag door beide knoppen van het gereedschap gelijktijdig in te drukken. N.B.: Indien de betreffende gaspatroon niet onschadelijk kan worden gemaakt (ontstekingsmechanisme defect), moet het oude onderdeel in de verpakking van het nieuwe onderdeel naar het magazijn worden teruggestuurd. ZIJRUITAIRBAGS Deze onderdelen mogen uitsluitend uitgebouwd en buiten de werkplaats onschadelijk worden gemaakt. Ga op dezelfde wijze te werk als bij de frontale airbag in een stapel oude banden. Het onschadelijk maken moet in een stapel oude banden gebeuren. Controleer of het airbagkussen zich vrij kan ontplooien. 88C-30
336 188D BESTUURDERSSTOEL Memory systeem bestuurdersstoel 88D ALGEMEEN De standen van de bestuurdersstoel en van de buitenspiegels worden door het systeem onthouden. De stoel heeft een elektrische bediening zonder geheugen voor de instellingen. De gebruiker heeft twee mogelijkheden: de stand van de bestuurdersstoel en van de buitenspiegels instellen. Dit is de "handbediening". de bestuurdersstoel en de buitenspiegels in één keer in de juiste stand (terug)zetten. Dit is de "automatische" werking. Drie rekeneenheden sturen permanent de standen van de verstelbare organen, analyseren de wensen van de bestuurder en sturen de motors aan: van de bestuurdersstoel (rekeneenheid onder de bestuurdersstoel) van de spiegels (rekeneenheid in elke multiplex ruitbediening met sneltoets). De stoel heeft vijf elektromotors. Vier van deze motors worden gevoed door het memory systeem: afstelling van het zitkussen achter, afstelling in lengterichting, helling van de rugleuning, helling van de bovenkant van de rugleuning. Dit systeem kan niet met de diagnoseapparatuur worden gecontroleerd. LET OP: Voor het opslaan van een bestuurdersstand in het geheugen, stelt u, bij + accessoires, de vier richtingen van de stoel af, en de twee richtingen van de buitenspiegels met het toetsenbord. Druk daarna lang op de toets "memo" om de standen op te slaan. De standen worden onthouden in combinatie met RENAULT-kaart die in de lezer zit. De geheugenregistratie wordt bevestigd door een geluidssignaal van het instrumentenpaneel. NOTA: het toetsenbord van de stoelbediening heeft geen toets aan/uit. 88D-1
337 BESTUURDERSSTOEL Memory systeem bestuurdersstoel 88D HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Bij iedere ontgrendeling van de portieren met de afstandsbediening en bij iedere inschakeling van + accessoires, bestudeert het huis met hulporganen interieur het nummer van de RENAULT-kaart. Bij het openen van het bestuurdersportier stuurt het via een draadverbinding dit nummer naar de rekeneenheid van de stoel om de stand van de instellingen te bepalen. Controleer de configuraties. Raadpleeg hoofdstuk 87B. DE REKENEENHEID VAN DE STOEL Deze bevindt zich onder de bestuurdersstoel (vastgeklemd op het chassis). Afhankelijk hoe hij is aangestuurd, is de rekeneenheid: sluimerend (niet actief), ontwaakt (actief). Hij gaat van sluimerend over naar ontwaakt bij het de detectie van de volgende informatie: het inschakelen van + accessoires, het openen van het bestuurdersportier, de ontvangst van het signaal van de afstandsbediening van een RENAULT-kaart. Hij gaat in de sluimerstand ongeveer 40 minuten na het uitzetten van het contact, als het bestuurdersportier niet is geopend. In dit geval, gaat de rekeneenheid direct sluimeren. Voor het uitbouwen van de rekeneenheid is het uitbouwen van de stoel niet nodig. DE PORTIERMODULES Deze zijn ingebouwd in de motors van de ruitbediening en onthouden de informatie over de standen van de spiegels. Voor de functie memory systeem van de bestuurdersstoel, moeten de twee motors van de ruitbediening zijn uitgerust met rekeneenheden. OPMERKING: een speciaal multiplexnetwerk voor het memory systeem van de bestuurdersstoel zorgt voor de uitwisseling van informatie tussen de twee modules van de voorportieren. 88D-2
338 BESTUURDERSSTOEL Memory systeem bestuurdersstoel 88D DE STOEL Deze heeft vijf motors: langsrichting (rails), hoogteafstelling achterkant zitkussen, helling van de rugleuning, helling van de bovenkant van de rugleuning, hoogteafstelling voorkant zitkussen. LET OP: de hoogteafstelling van de voorkant heeft geen geheugen. Iedere motor drijft de stoel aan via een kabel en een vertraging. De motors hebben ingebouwde sensors die de stand registreren. TOETSENBORD Dit bevindt zich aan de buitenflank van de bestuurdersstoel. Het bestaat uit: een schakelaar "stoelzitting" (A) voor het instellen in lengte- en hoogterichting voor en achter van de stoel, een schakelaar "rugleuning" (B) voor het veranderen van de helling van de rugleuning, een schakelaar "bovenkant rugleuning" (C), een toets "memo" (D) voor het in het geheugen opslaan of terugroepen van de instellingen van de bestuurdersstoel (bestuurdersstoel en buitenspiegels). Raadpleeg voor het uitbouwen van de motors, het hoofdstuk "Carrosserie". Deze toets wordt gebruikt: door lang indrukken (2 secondes) voor het vastleggen van de bestuurdersstoel. Een geluidssignaal bevestigt de registratie, door kort indrukken om de in het geheugen opgeslagen stand terug te roepen. N.B.: een druk op een toets tijdens het terugroepen van de standen stopt de beweging van de stoel en van de spiegels. OPMERKINGEN: Het terugroepen van de standen kan niet als de auto rijdt. Als de spiegels zijn ingeklapt bij het terugroepen van de standen, bewegen de motors zodra de spiegels zijn uitgeklapt. 88D-3
339 BESTUURDERSSTOEL Memory systeem bestuurdersstoel 88D UITBOUWEN Bouw uit: de bedieningstoetsen, de bevestigingsbout (1). Memo-gedeelte Functies Aansl. Zitting Achteruit A1/A3 Hoogteafstelling achterkant zitkussen Vooruit Omlaag Omhoog A1/A5 A2/A3 A2/A5 Helling van de rugleuning Voor A5/A6 Helling van de bovenkant van de rugleuning Memory systeem van de bestuurdersstoel Achter Voor Achter A3/A6 A5/A4 A3/A4 A2/A7 Geluidssignaal memo-functie A8/A9 Druk de bekleding iets opzij om het toetsenbord los te kunnen wippen. CONTROLE VAN HET TOETSENBORD MET MEMO-FUNCTIE (met een multimeter) LET OP: maak het toetsenbord los van de bedrading voordat u het controleert. Gedeelte zonder memo-functie (hoogteverstelling voorkant zitkussen) Hoogteafstelling voorkant zitkussen Aansl. Functies B1 B6 Omlaag B3 B5 Omhoog B5 B3 N.B.: de zekeringen van het elektrisch circuit van de stoelen (bestuurder en passagier) bevinden zich op de zekering-relaisplaat optie. Deze zekeringen zijn bereikbaar na uitbouwen van het dashboardkastje. 88D-4
340 BESTUURDERSSTOEL Memory systeem bestuurdersstoel 88D REKENEENHEID Witte stekker Aansl. A3 B1 B2 B3 B4 B5 Omschrijving Commandoverbinding A9 (memo) Motor stelrail Motor bovenkant rugleuning Motor rugleuning Motor hoogteafstelling achterkant Gezamenlijke draad motor Groene stekker AANSLUITINGEN Zwarte stekker Aansl. A1 A5 A8 B1 B3 B4 B6 Omschrijving + na contact Verbinding huis met hulporganen interieur Verbinding huis met hulporganen interieur Voeding Massa Massa Voeding Aansl Omschrijving Massa opname elementen Signaal controleweerstand stelrail Signaal controleweerstand rugleuning Signaal controleweerstand bovenkant rugleuning Signaal controleweerstand hoogte achter Voeding controleweerstanden Niet gebruikt Commandoverbinding A3 Commandoverbinding A5 Commandoverbinding A7 Niet gebruikt Commandoverbinding A2 Commandoverbinding A4 Commandoverbinding A1 Commandoverbinding A6 88D-5
341 BESTUURDERSSTOEL Memory systeem bestuurdersstoel 88D DE PORTIERMODULES N.B.: voor het uitbouwen en de gegevens van de motors van de ruitbediening, raadpleeg hoofdstuk "Elektrische ruitbediening" Aansl Omschrijving Commando motor rechts/links spiegel Gezamenlijke draad spiegelmotors Passagiersruit omlaag (schakelaar) Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 7) Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 3) Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 9) Signaal controleweerstand motor links/ rechts bestuurdersspiegel Passagiersruit omhoog (schakelaar) Niet gebruikt +accu Commando motor omhoog/omlaag spiegel Commando motor inklappen spiegel Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 6) Bestuurdersruit omlaag (schakelaar bestuurderszijde) Niet gebruikt Gezamenlijk controleweerstanden van de spiegel Massa Niet gebruikt Multiplexverbinding tussen de spiegels (specifiek voor functie memory systeem van de bestuurdersstoel) Massa Gezamenlijk controleweerstand van de spiegels Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 8) Bestuurdersruit omhoog (schakelaar bestuurderszijde) Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 5) Commandoverbinding van de spiegels (bestuurderszijde aansl. 1) Aansl Omschrijving Signaal controleweerstand omhoog/ omlaag van de spiegels Verbinding huis met hulporganen interieur (signaal sluiten of stoelgeheugen) Niet gebruikt Multiplexverbinding tussen de spiegels Niet gebruikt 88D-6
342 BESTUURDERSSTOEL Memory systeem bestuurdersstoel 88D DE BUITENSPIEGELS AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) LET OP: voor het uitbouwen van de buitenspiegels kan de portierbekleding op zijn plaats blijven. Aansl. 1B 1C 1D 1E 1F 1G 2A 2B 2C 2D 2E 2F 2G 2H B3 3C 3D 3E 3F 3G Omschrijving Spiegelverwarming Spiegelverwarming Temperatuurzender (rechts), Temperatuurzender (links), Niet gebruikt Niet gebruikt Stelmotor horizontaal Stelmotor verticaal Gezamenlijke draad motor Controleweerstand horizontale stand Controleweerstand verticale stand Voeding Massa Niet gebruikt Inklapmotor Inklapmotor Informatie lichtinval (binnenspiegel) Informatie lichtinval (binnenspiegel) Niet gebruikt Niet gebruikt Voor de bediening van de spiegels, raadpleegt u hoofdstuk 84A. 88D-7
343 BESTUURDERSSTOEL Elektrische stoelverstelling 88D HANDBEDIENDE STOEL Bij alle stoelen met handbediening is de bovenkant van de rugleuning elektrisch verstelbaar. CONTROLE VAN HET TOETSENBORD ELEKTRISCHE STOEL (met een multimeter) LET OP: maak het toetsenbord los van de bedrading voordat u het controleert. Aansl. Functies B4 A5 Zitting Achteruit A6 B2 Vooruit B2 A6 Hoogteafstelling achterkant zitkussen Helling van de rugleuning Helling van de bovenkant van de rugleuning Hoogteafstelling voorkant Omlaag B6 A1 Omhoog A1 B6 Voor B5 A2 Achter A2 B5 Voor A4 A3 Achter A3 A4 Omlaag B1 B3 Omhoog B3 B1 Aansl Massa + accessoires Voeding motor Voeding motor Omschrijving * Afhankelijk van de uitvoering N.B.: de hendel (1) en de schakelaar (2) vormen één geheel, de stekker bevindt zich onder de stoel. Stand 1 en 3 2 en 4 1 en 4 2 en 3 Rust 0 Ω / 0 Ω / Voor / / 0 Ω 0 Ω Achter 0 Ω 0 Ω / / 88D-8
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU - VERLICHTING VOORZIJDE VERLICHTING ACHTERZIJDE - INTERIEUR STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SCHAKELAARS WISSEN RADIO ELEKTRISCHE HULPORGANEN BEDRADING BG0A - BG0B
Zekeringen en Relais
HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR (64) plaats Deze plaat bevindt zich in de linker bovenkant van het dashboard. Zekeringsymbolen 0 A 0 A 0 A 0 A A 0 A A 7, A A 0 A 0 A A A A 0 A 0 A 0 A 0 A A 7, A 0 A 0 A
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 80C XENONLAMPEN 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 82C ALARM 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81C ZEKERING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit
INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK
Bekleding ALGEMEEN INTERIEURBEKLEDING PORTIERBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN HOEDENPLANK STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK STOELACCESSOIRES
Elektrische installatie
Elektrische installatie XENONLAMPEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SNELHEIDSREGELAAR ZEKERINGPLAAT INTERIEUR REGELING VAN DE PORTIEREN ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - OPEN DAK PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr.: 09, 08 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Configuratie en inleren - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 8 Diagnose - Overzicht van de staten - 9 Diagnose - Betekenis
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU VERLICHTING VOORZIJDE ACHTERLICHTEN BINNENVERLICHTING ZEKERINGEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SCHAKELAARS WISSEN RADIO HUIS MET HULPORGANEN AIRBAGS EN GORDELSPANNERS
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V 77 11 311 204 DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 80C XENONLAMPEN 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 82A STARTVERGRENDELING 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83C INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM
OVERZICHT VAN DE ORGANEN
101 AANSTEKER 103 DYNAMO 104 STARTSCHAKELAAR 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 118 REKENEENHEID ABS 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN
IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter
Panoramadak Dankzij het brede glazen dak zijn het zicht en de lichtinval in het interieur ongekend. 78 Te openen achterruit (SW) Dankzij deze voorziening hebt u eenvoudig toegang tot de bagageruimte zonder
Zekeringen en Relais
INHOUD ZEKERINGPLAAT INTERIEUR (1016) 2 ZEKERINGHOUDERMODULES 1 en 2 (1792-1793) 6 RELAISPLAAT INTERIEUR (602-805-2375) 8 RELAIS NA CONTACT (853) 10 REKENEENHEID INTERIEUR (645) 11 TRACTIEBATTERIJ (938)
Elektrische installatie
Elektrische installatie INSTRUMENTEN - DASHBOARD Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 15 Diagnose
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr. : 08-09 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose - Overzicht van de storingen - 16 Diagnose - Betekenis
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting - 2 Instrumentenpaneel - 3 Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 01D MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN 04A SMEERMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
Elektrische installatie
Elektrische installatie Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Vervangen van organen - 8 Diagnose - Configuratie en inlezen - 9 Diagnose - Overzicht van de storingen - 10-11 Diagnose - Behandeling van de
0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B
0 Algemeen HEFMIDDELEN 02B CARROSSERIE INNOVATIES X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 84A SCHAKELAARS 85A
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 EDITION NEERLANDAISE NOVEMBER 2000 RENAULT 2000
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 77 11 297 444 NOVEMBER 2000 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden,
Elektrische installatie
Elektrische installatie VERLICHTING VOORZIJDE INSTRUMENTEN - DASHBOARD TELEFOON MULTIMEDIA ZEKERINGPLAAT INTERIEUR PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM AIRBAG EN GORDELSPANNERS JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE
Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.
COBRA 889 INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. De belangrijkste vernieuwing in deze 889-serie bestaat uit het systeem, dat de herkenningscode van de afstandsbediening
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager - Technisch
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2004
Airconditioning VERWARMING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 084 FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA OPENEN MOTORKAP Motorkap in gesloten toestand OPENEN MOTORKAP Trek de hendel naar achteren en de motorkap is ontgrendeld. OPENEN MOTORKAP In het midden van de motorkap, net
BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERSTOELEN
7 Bekleding 71A INTERIEURBEKLEDING 72A BEKLEDING DEUREN 73A BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN 75A STOELFRAME EN STELRAILS VOOR 76A STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER 77A BEKLEDING VOORSTOELEN 78A BEKLEDING ACHTERSTOELEN
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076)
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G10 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE RUITENWISSERS Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
WAARSCHUWING. CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing
Form No. 3378-99 Rev A CE verlichtingsset Groundsmaster 4000-serie tractie-eenheid met Yanmar motor Modelnr.: 30660 Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Dit product
Wegverlichting- en homologatieset Workman HD multifunctionele voertuigen uit 2012 en later
Form No. Wegverlichting- en homologatieset Workman HD multifunctionele voertuigen uit 202 en later Modelnr.: 20-5030 Modelnr.: 20-5045 3386-93 Rev A Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 35 AFTER SALES SERVICE CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager
Parameters Zichtbaarheid. Inleiding
Inleiding Inleiding De lijst van parameters in dit document is beperkt tot die parameters die relevant worden geacht voor carrosseriebouwers. Neem contact op met een een erkende Scania werkplaats voor
Zekeringen ZEKERINGEN
Zekeringen ZEKERINGEN Zekeringen zijn eenvoudige circuit-onderbrekers waardoor elektrische uitrusting wordt beschermd tegen de gevolgen van stroom-stoten. Een doorgebrande zekering blijkt uit het feit
WAARSCHUWING. Kabelbinder 6 De kabelboom leiden.
Achterste werklichten Multi Pro gazonspuitmachine Modelnr.: 41010 Form No. 3401-388 Rev B Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Dit product bevat een chemische stof
INTELLISTART 4 INSTALLATIE
Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu
4 Plaatwerk ALGEMEEN BODEMPLAAT VOOR CENTRALE BODEMPLAAT ZIJKANT BODEMPLAAT BODEMPLAAT ACHTER BOVENBOUW VOOR BOVENBOUW ZIJKANT BOVENBOUW ACHTERZIJDE
4 Plaatwerk 40A ALGEMEEN 41A BODEMPLAAT VOOR 41B CENTRALE BODEMPLAAT 41C ZIJKANT BODEMPLAAT 41D BODEMPLAAT ACHTER 42A BOVENBOUW VOOR 43A BOVENBOUW ZIJKANT 44A BOVENBOUW ACHTERZIJDE 45A BOVENKANT CARROSSERIE
Maak deze plug los van de schakelaar ( op foto is aanpassing al gemaakt!)
Inbouw Comfortknipper in een MG (T)F Koppel voor de veiligheid de massa kabel van de accu los Demonteer het onderste paneel onder de stuurkolom (3 boutjes), waarvan één achter het klepje zit. Verwijder
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing Fun2Go Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)
1 INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844) Hartelijk dank voor het kiezen van een GT produkt. Onze materialen zijn met uiterste zorg gefabriceerd en getest. Mocht U vragen over onze produkten hebben, dan
Paneel bestuurderszijde Middenpaneel bestuurderszijde Paneel passagierszijde
INSTALLATIE- INSTRUCTIES Onderdelenlijst BINNENPANEEL ACCORD FEB. 2008 Paneel bestuurderszijde Middenpaneel bestuurderszijde Paneel passagierszijde Middenpaneel passagierszijde Schakelpaneel bestuurderszijde
AIRBAGS EN GORDELSPANNERS
AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Airbag In een moderne carrosserie komen we tegenwoordig een aantal voorzieningen tegen die de actieve en de passieve veiligheid van de auto verhogen. Een goed voorbeeld hiervan
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G01 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE VERLICHTING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
SELCA IS200 klasse 2 alarm SELCA IS300 klasse 3 alarm
SELCA IS200 klasse 2 alarm SELCA IS300 klasse 3 alarm SCM certificeringnummer AA030037 INSTALLATIE HANDLEIDING OMSCHRIJVING van de componenten Basisunit FM7.11 Sirene AL6.51 met ingebouwde noodstroomaccu
Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A
SERVICE MEDEDELING Edition néerlandaise (wit) SAFRANE JANUARI 1997 77 11 192 134 Type B 54 L, F 2697A Service 0422 S/Chapitre 29 Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A 29 BIJZONDERHEDEN
OVERZICHT VAN DE ORGANEN
101 AANSTEKER 103 DYNAMO 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 119 REKENEENHEID AUTOMATISCHE TRANSMISSIE 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
LCD scherm va LCD scherm
scherm 1. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica
Handleiding. Tilly Light fietsendrager
Handleiding Tilly Light fietsendrager Versie 1, 2015 Tilly Light BV 2 inhoudsopgave Inhoudsopgave Onderdelen 5 Eerste gebruik 8 Op de auto plaatsen 12 Fietsen plaatsen 15 Rijden 20 Fietsen afnemen 21 Van
Prakticum Veiligheid
Prakticum Veiligheid 1 Opdracht: Airbagsysteem controleren met de VAG 1551 (Deze opdracht is gemaakt voor een Seat Leon, uitgevoerd met een TDI 1.9 AHF motor, zoals deze op het Mondriaan College aanwezig
Elektrische installatie
Elektrische installatie RADIO Algemeen - 2 Procedure voor het verkrijgen van de antidiefstal - 6 Beveiligingscode - 7 Configuraties - Parameters - 10 Aansluitingen - 11 Zelfdiagnose - 12 Storing zoeken
Installatie handleiding Centrale Deurvergrendeling De Basis unit. Schema type 1
Installatie handleiding Centrale Deurvergrendeling De set bestaat uit: 2x Handzender (AB) Kabelboom Basis unit Aansluitmateriaal De Basis unit. Plaats deze in de auto onder het dashboard of in het midden
Renault TRAFIC. Instructieboekje
Renault TRAFIC Instructieboekje eenpassievoor presteren ELF partner van de RENAULT adviseert ELF ELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten zowel op
Gemaksvoorzieningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING ZONNESCHERMEN
Gema ksvoorzie ningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING AUTO E80434 De zonneklep kan tegen verblinding naar beneden of zijwaarts worden geklapt. ZONNESCHERMEN E993 Verdraai het duimwieltje
INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41
INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 MKR41 HI-SEC DEZE KIT BESTAAT UIT: 1. Elektronische module met een startonderbrekingssysteem, knipperlichtsignalering, aansluitingen voor alle typen deurvergrendeling en
De voorkant. De zijkant. De banden
Controlepunten: In deze handleiding vind je de specifieke voertuigkenmerken van de Suzuki Swift. Algemene dingen kun je in je Ris praktijkboek vinden. Dus hier kun je b.v. vinden met welk knopje je de
Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama
Instructie www.lolkama.com Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama Voor het CBR praktijkexamen worden door de examinator, controle vragen gesteld over de banden, motor, dashboard
Verwarming en ventilatie
Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde
LCD scherm ve LCD scherm
scherm. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica zelf
Ramen stellen GTV en Spider
Ramen stellen GTV en Spider 1. Slotscharnier 2. Ruit 3. kantel stelmechanisme 4. Hefmechanisme 5. Voorste geleiding 6. Deurpaneel 7. Luitspreker 8. Kapje 9. Opbergvakje 10. Achterste geleiding 11. Horizontale
Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control
Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control ZT-50N Cruise Control Bedieningsfuncties Aanzetten : Snelheid verlagen : Zet de On/Off knop op On. Inschakelen : Let op! Zodra de Cruise Control niet gebruikt
N 1 zonder autorijbewijs
e e N 1 zonder autorijbewijs e De e City is het meest compacte model in het e AIXAM assortiment. Het ideale stadsvoertuig van een onvergelijkbare kwaliteit en een uitgesproken design. De e City is speels;
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
Voertuig Controle BMW 116d Sportline
Voertuig Controle BMW 116d Sportline Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees deze pagina een aantal keren aandachtig door
6 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING. X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 61A 62A 62B 62C
6 Airconditioning 6A VERWARMING 62A AIRCONDITIONING 62B GEREGELDE AIRCONDITIONING 62C HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 APRIL 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
GT-912/GT-913/GT-914 Inbouwhandleiding
GT-912/GT-913/GT-914 Inbouwhandleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +031 102927461 Fax. +031 104795755 www.rhodelta.nl [email protected] 1.0 - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914
INBOUW HANDLEIDING GT403, 404
INBOUW HANDLEIDING GT403, 404 Hartelijk dank voor het kiezen van een GT produkt. Onze materialen zijn met uiterste zorg gefabriceerd en getest. Mocht U vragen over onze produkten hebben, dan staan onze
Klemcoderingen en pinbezettingen van de stekkerdoos: In dit bestand worden de volgende onderdelen beschreven: - Klemcoderingen (tabel)
Klemcoderingen en pinbezettingen van de stekkerdoos: In dit bestand worden de volgende onderdelen beschreven: - Klemcoderingen (tabel) - Aanhangwagen stekkerdoos - 7-polige pinbezetting - 13-polige Jaeger
900 Montagerichtlijn. SITdefault F930A205
3456789 900 Montagerichtlijn SITdefault F930A05 3456748946 83 54 5 4 6 0 7 8 3 9 3 F930A390 Versterker Luidspreker hoge tonen (4 st.) 3 Basluidspreker ( st.) 4 Bout (8 st.) 5 Kapje, connector 6 Connector
Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding
Motor Scooter Alarm Systeem Installatie handleiding Aansluiten van draden en stekkers Stap 1 Basisunit.Basis unit aansluiten (speaker, sirene, antenne) en tijdelijk een plaats zoeken voor bevestiging (pas
Renault Clio Energy TCe 90pk ECO2 Dynamique 2016
Renault Clio Energy TCe 90pk ECO2 Dynamique 2016 16.900 Algemene Opties en Accessoires: Climate control Keyless entry Regensensor Audio, tv en 12v access: 12V accessoire-aansluiting in de middenconsolebluetooth
Handleiding. Tilly Light fietsendrager
Handleiding Tilly Light fietsendrager mei 2015 Tilly Light BV Inhoudsopgave Algemeen 4 Onderdelen 5 Stekker aansluiting 10 Eerste gebruik 11 Op de auto plaatsen 15 Fietsen plaatsen 18 Rijden 23 Fietsen
Elektrische installatie op voertuigen
Elektrische installatie op voertuigen Doel Je kunt in een 12- of 24-voltinstallatie een storing opsporen en verhelpen. antwoorden Oriëntatie Voordat je met een trekker en een werktuig de openbare weg op
STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT
STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT 8211-0278-08 1 2 3 4 5 2 6 K 7 J G H J I 8 9 S R T Q 10 11 C D E, F A F J B K 3 NEDERLANDS NL 1 ALGEMEEN Dit symbool geeft een WAARSCHU- WING
Saab Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SITdefault
SCdefault 9-5 Montagerichtlijn SITdefault Bedrading voor navigatie-uitrusting MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction
Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING
Chassis DAE Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 9 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies
Weglichten- en homologatieset/set met remlicht en richtingaanwijzers Workman MD-serie multifunctionele voertuigen
Form No. 3371-332 Rev B Weglichten- en homologatieset/set met remlicht en richtingaanwijzers Workman MD-serie multifunctionele voertuigen Modelnr.: 120-5031 Modelnr.: 120-5044 Installatie-instructies Losse
Gebruiksaanwijzing kort
O-Pair² Van Raam BV Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Tel. : +31 (0)315 257370 E-mail : [email protected] Internet : www.vanraam.nl Versie 14.10 Zadelhoogte U stelt de zadelhoogte correct in, door op de
Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN
Kort overzicht Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN 6 5 4 3 2 1 12 9 3 6 80 100 120 km/h 60 140 40 160 LAND - - ROVER 20 0 180 200 H4959 7 8 9 1. Frisseluchtrooster - bedieningsknop 2. Ventilator - regeling
Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948
Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Belangrijke informatie Gefeliciteerd met de aankoop van uw voertuig beveiligingsysteem. Het is ontworpen om jaren van probleemloze
Montagevoorschriften
Montagevoorschriften BCU Mont_BCU1_NL.Doc 1/9 Inhoudsopgave 1. Montage van de onderdelen... 3 2. Aansluitingen van de 8 polige stekker... 3 3. Aansluitingen van de 10 polige stekker... 4 4. Opstarten...
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 02A HEFMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN 05A OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
Voertuig Controle Golf 7
Voertuig Controle Golf 7 Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees deze pagina een aantal keren aandachtig door zodat je
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Afkortingen - 1 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 12 Diagnose - Vervangen van organen - 13
Saab 9-3 M Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE.
SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Cd-wisselaar, bagageruimte MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
Saab Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SITdefault
SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Parkeerhulpsysteem (SPA) MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part
Verlichtingsset of montageset voor verlichting T4240 maaier. Figuur 1
Form No. Verlichtingsset of montageset voor verlichting T4240 maaier Modelnr.: 02844 Modelnr.: 02845 3415-720 Rev A Installatie-instructies De machine gebruiksklaar maken 1. Parkeer de machine op een horizontaal
Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen
Stoelen VOORSTOELEN De stoel nooit afstellen als het voertuig in beweging is. Als van deze instructies wordt afgeweken, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of verlies van controle over het voertuig.
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
