8 Elektrische installatie
|
|
|
- Rosalia Wouters
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 80C XENONLAMPEN 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 82A STARTVERGRENDELING 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83C INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM 86A RADIO 86B TELEFOON 87C REGELING VAN DE PORTIEREN X73 JANUARI 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault. Renault s.a.s. 2005
2 87D RUITBEDIENING - OPEN DAK 87F PARKEERHULP 88A BEDRADING X73 JANUARI 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault. Renault s.a.s. 2005
3 VEL SATIS PHASE II - Hoofdstuk 8 InhoudBlz. VEL SATIS PHASE II - Hoofdstuk 8 Inhoud 80A ACCU 80C XENONLAMPEN 80B Accu: Uitbouwen - Inbouwen 80A-1 Accu: Veiligheid 80A-3 Accu: Controle 80A-4 VERLICHTING VOORZIJDE Automatische verlichting 80B-1 Rekeneenheid xenonlamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C-11 Opname element voor van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C-12 Opname element achter van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C-13 Rijverlichting 80B-2 Halogeenkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80B-3 Halogeenlampen: Vervangen 80B-5 81A VERLICHTING ACHTER Derde remlicht: Uitbouwen - Inbouwen 81A-1 Mistlicht voor: Uitbouwen - Inbouwen 80B-8 Achterlicht op scherm: Uitbouwen - Inbouwen 81A-2 Stelknop van de koplampen: Uitbouwen - Inbouwen 80B-9 Lichten van achterklep: Uitbouwen - Inbouwen 81A-3 80C XENONLAMPEN 81B BINNENVERLICHTING Xenonkoplampen: Beschrijving 80C-1 Xenonkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C-4 Hoogspanningseenheid xenonkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C-5 Xenonkoplampen: Afstellen 80C-6 Xenonlamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C-8 Werking 81B-1 Binnenlicht: Uitbouwen - Inbouwen 81B-2 Verlichting make-up spiegel: Algemeen 81B-3 Verlichting onder portier: Uitbouwen - Inbouwen 81B-4 Bagageverlichting: Uitbouwen - Inbouwen 81B-5 Koplampstelmotor: Uitbouwen - Inbouwen 80C-10
4 Inhoud 82A STARTVERGRENDELING 83C INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Algemeen 82A-1 Werking 82A-2 Diagram van de werking 82A-5 Inlezen 82A-6 Schema van de werking van het systeem 82A-9 Elektrische stuurkolomgrendel: Uitbouwen - Inbouwen 82A-12 Knop voor het starten: Uitbouwen - Inbouwen 82A-13 Kaartlezer: Uitbouwen - Inbouwen 82A-15 Startantennes: Werking 82A-17 Startantenne: Uitbouwen - Inbouwen 82A-18 86A Navigatiesysteem hoge gamma: Toetsenbord 83C-3 Centrale communicatie eenheid: Uitbouwen - Inbouwen 83C-5 RADIO "lage gamma": Antidiefstalcode 86A-1 "hoge gamma" : Antidiefstalcode 86A-2 Luidsprekers voor: Uitbouwen - Inbouwen 86A-3 Luidsprekers achter: Uitbouwen - Inbouwen 86A-4 Radiobedieningssatelliet: Uitbouwen - Inbouwen 86A-5 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Algemeen 83A-1 Instrumentenpaneel: Beschrijving 83A-2 Instrumentenpaneel: Waarschuwingslampjes en tekstberichten 83A-5 Instrumentenpaneel: Configuratie 83A-6 Oliepeilzender 83A-10 Tankelement: Controle 83A-11 86B TELEFOON Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 86B-1 Steun van telefoonset: Uitbouwen - Inbouwen 86B-3 Microfoon "handsfree": Uitbouwen - Inbouwen 86B-7 Telefoonantenne: Uitbouwen - Inbouwen 86B-8 Telefoonbediening bij het stuurwiel: Uitbouwen - Inbouwen 86B-9 83C INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiescherm: Uitbouwen - Inbouwen 83C-1 Antenne: Uitbouwen - Inbouwen 83C-2 87C REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Beschrijving 87C-1 Auto zonder sleutel : Werking 87C-3
5 Inhoud 87C REGELING VAN DE PORTIEREN Openingsantennes: Werking 87C-8 Schakelaar voor het openen van de achterklep: Uitbouwen - Inbouwen 87C-9 Grendelmotor van de tankdopklep: Uitbouwen - Inbouwen 87C-10 Achterklepslot: Uitbouwen - Inbouwen 87C-11 87D RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrisch open dak: Werking 87D-1 Openingsmotor open dak: Uitbouwen - Inbouwen 87D-3 Elektrisch open dak: Initialisatie 87D-5 87F PARKEERHULP Parkeerhulp: Werking 87F-1 Schakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 87F-2 Zoemer: Uitbouwen - Inbouwen 87F-3 Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 87F-4 Afstandsradar: Uitbouwen - Inbouwen 87F-5 88A BEDRADING Diagnoseaansluiting: Lijst en plaats van de onderdelen 88A-1
6 ACCU Accu: Uitbouwen - Inbouwen 80A Onmisbaar materiaal diagnoseapparaat 2 Aantrekkoppelsm accuklemmen bevestigingsbeugel steun van de veiligheidszekeringen op de positieve aansluiting moer van het tapeind (diameter 8) van de negatieve kabelschoen 6 N.m 12 N.m 11 N.m 11 N.m 1 moeren van de tapeinden (diameter 6) van de negatieve kabelschoen 6 N.m Bouw uit: de bevestiging van de kap van de accu (1), LET OP Deze auto's hebben een accu die weinig water gebruikt. Het bijvullen van het peil van de accuvloeistof is dus verboden. - de kap van de accu. (2). Maak de vacuümslang los. BELANGRIJK: Voor auto's met «Carminat» Navigatie, wacht tot het systeem (ongeveer 45 secondes) compleet is uitgeschakeld voordat u de accu losmaakt. De elektrische stuurkolomgrendel kan worden ontgrendeld via de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. UITBOUWEN Schakel alle elektrische stroomverbruikers uit. 80A-1
7 ACCU Accu: Uitbouwen - Inbouwen 80A Plaats: 3 - de kap van de accu, - de bevestiging van de kap van de accu. 5 4 Na het inbouwen van de accu of iedere keer nadat deze is los geweest, kan het nodig zijn een aantal eenvoudige inlezingen uit te voeren, zonder diagnoseapparaat, om de auto goed te kunnen laten werken: klokje op tijd zetten, - invoeren van de viercijferige code van de autoradio (met de afstandsbediening bij het stuurwiel), - initialiseren van de ruitbedieningen met sneltoets, - initialiseren van de motor van het open dak, - invoeren van de viercijferige code van het videosysteem. Bouw uit: de moeren van de tapeinden (diameter 6) van de negatieve kabelschoen (3), Voor het op tijd zetten van de radionavigatie: voer de viercijferige code in, plaats de cd-rom en rijd daarna naar buiten om de satellietsignalen op te vangen. Het op tijd zetten is dan mogelijk. - de moer van het tapeind (diameter 8) van de negatieve kabelschoen (4), - de steun van veiligheidszekeringen op de positieve aansluiting (5). Bouw uit: - de bevestigingsbeugel (6), - de accu, - de accuklemmen (7) (in geval van vervangen). INBOUWEN Zet vast met het aantrekkoppel: de accuklemmen (6 N.m) (in geval van vervangen). Monteer de accu. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbeugel (12 N.m), -de steun van de veiligheidszekeringen op de positieve aansluiting (11 N.m), - de moer van het tapeind (diameter 8) van de negatieve kabelschoen (11 N.m), -de moeren van de tapeinden (diameter 6) van de negatieve kabelschoen (6 N.m), 80A-2
8 ACCU Accu: Veiligheid 80A BELANGRIJK: - Een accu bevat het gevaarlijke zwavelzuur. - Tijdens het laden van een accu, ontstaan zuurstof en waterstof, het mengsel van deze twee gassen is zeer explosief. I - GEVAAR ZUUR De oplossing van zwavelzuur is erg agressief en giftig en tast de meeste metalen aan. Tijdens werkzaamheden aan accu's moeten altijd de volgende voorzorgen in acht worden genomen: BELANGRIJK: Controleer of alle elektrische stroomverbruikers volledig zijn uitgeschakeld. Schakel de acculader uit voordat u deze aansluit op of losmaakt van de accupolen. Leg nooit metalen voorwerpen op de accu: zij kunnen kortsluiting tussen de polen veroorzaken, Kom nooit dicht bij een accu met open vuur: een lasbrander, een blaaslamp, een sigaret, een brandende lucifer. - draag een veiligheidsbril, - draag handschoenen en zuurbestendige kleding. BELANGRIJK: - Zuurspatten moeten met overvloedig water van alle getroffen delen afgespoeld worden. - In het geval van contact met de huid moet een dokter worden geraadpleegd. II - EXPLOSIEGEVAAR Als een accu geladen wordt, komt zuurstofgas en waterstofgas vrij. De hoeveelheid die ontstaat is het grootst als de accu geheel geladen is, en is evenredig met de laadstroom. Het zuurstofgas en het waterstofgas vermengen zich in de vrije ruimte boven de platen en vormen zo het bijzonder explosieve knalgas. Dit mengsel is zeer explosief. De kleinste vonk of warmtebron kan een explosie veroorzaken. De ontploffing is zo hevig dat de accu uit elkaar kan spatten en het accuzuur in het rond vliegt. Personen in de omgeving lopen gevaar geraakt te worden door brokstukken of zuurspatten. Zuurspatten zijn gevaarlijk. Zij tasten ook de kleding aan. Gezien de ernst van het explosiegevaar moet de accu dus altijd met de grootste zorgvuldigheid worden behandeld. 80A-3
9 ACCU Accu: Controle 80A Aantrekkoppelsm Controleer het aantrekkoppel van de steun van de veiligheidszekeringen (11 N.m) op de positieve pool. bevestigingsbeugel van de accu moeren van de accuklemmen moeren van de tapeinden van de negatieve aansluiting (diameter 6) moeren van de tapeinden van de negatieve aansluiting (diameter 8) steun van de veiligheidszekeringen I - CONTROLE VAN DE ACCU: 1 - Controle van de bevestiging 12 N.m 6 N.m 6 N.m 11 N.m 11 N.m BELANGRIJK: - Door een slecht contact kunnen start- of laadproblemen ontstaan, of vonken en kan de accu ontploffen. - Zuurspatten moeten met overvloedig water van alle getroffen delen afgespoeld worden. - Indien er contact is met de huis of de ogen, moet een arts worden geraadpleegd. LET OP Deze auto's hebben een accu die weinig water gebruikt. Het bijvullen van het peil van de accuvloeistof is verboden. II - LAADTOESTAND VAN DE ACCU De accu moet worden gecontroleerd met het gereedschap. Controleer of de accu correct is vastgezet (bevestigingsbeugel van de accu (12 N.m)): - als de bevestigingsbeugel van de accu te vast wordt gezet bestaat het gevaar dat de accubak vervormt of breekt, - als de bevestigingsbeugel van de accu speling heeft, kan de accubak slijten doorschuren door de bewegingen of breken bij een botsing. 2 - Controle van de reinheid Controleer of de aansluitingen en de accupolen niet gesulfateerd zijn (met zout bedekt). Reinig de accupolen. Vet de accupolen in indien nodig. Controleer het aantrekkoppel van de moeren van de accuklemmen (6 N.m) op de polen. 1 - Uitleg van de valideringstest van de acculader Gebruik uitsluitend een acculader met constante spanning, om te voorkomen dat de accu evenredig met de stroomsterkte warmer wordt. 2 - Test Stel de potentiometer voor de regeling van de laadstroomsterkte in op maximaal. Lees de spanning af op de lader of aan de accupolen. LET OP Als de spanning boven 15 V, komt, levert de acculader geen constante spanning en is hij gevaarlijk voor de accu). Stop direct het laden als de acculader geen constante spanning levert. Controleer het aantrekkoppel van de moeren van de tapeinden van de negatieve aansluiting (diameter 6) (6 N.m) op de negatieve pool. Controleer het aantrekkoppel van de moeren van de tapeinden van de negatieve aansluiting (diameter 8) (11 N.m) op de negatieve pool. 80A-4
10 ACCU Accu: Controle 80A III - CONTROLEPROCEDURE De auto kan in de «opslagstand» van de nieuwe auto stand; herkenbaar aan het vast branden van de twee richtingaanwijzerlampjes op het instrumentenpaneel. Om deze stand uit te schakelen, zet u de schakelaars van de verlichting en van de ruitenwisser tegelijk omlaag. (Zie SM 3682A, Accu, 80A, Accu controle). 80A-5
11 VERLICHTING VOORZIJDE Automatische verlichting 80B I - UITSCHAKELVERTRAGING Afhankelijk van de uitvoering van de auto kunnen de dimlichten (bij stilstaande motor) automatisch in- en uitschakelen, om de voorkant van de auto te verlichten. Deze functie is alleen mogelijk bij contact uit en werkt met tijdsduren van 30 secondes (maximum 2 minuten). Activeren Het activeren gebeurt via de lichtschakelaar: - zet het contact uit, - geef met de lichtschakelaar een signaal met het grootlicht, - het instrumentenpaneel geeft een geluidssignaal, - de dimlichten branden 30 secondes. Elk grootlichtsignaal met de lichtschakelaar verlengt de tijdschakeling met 30 secondes (maximum 2 minuten). Door het inschakelen van de markeringslichten of het aanzetten van het contact schakelt de functie uit. II - AUTOMATISCHE VERLICHTING TIJDENS HET RIJDEN De functie kan met de lichtschakelaar worden geactiveerd en gedeactiveerd als het huis met hulporganen interieur correct is geconfigureerd (zie 87B, Huis met hulporganen interieur) : - zet het contact aan, - zet met de lichtschakelaar de verlichting binnen 4 s twee keer aan en uit, - als de staat van de functie verandert, geeft het instrumentenpaneel een geluidssignaal. Voor bijzonderheden over het vervangen van de lichtsensor (zie 85A, Wissen - Sproeien). Het systeem werkt automatisch. Om de automatische werking uit te schakelen, voert u dezelfde handelingen nogmaals uit. 80B-1
12 VERLICHTING VOORZIJDE Rijverlichting 80B - kies «met» of «zonder», diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal - Controleer of alle uitrustingen van de auto goed werken. I - WERKING Deze functie, verplicht voor de Scandinavische landen, laat de markeringslichten en de dimlichten branden bij draaiende motor zonder actie door de bestuurder op de lichtschakelaar. De werking van de rijverlichting (running-lights) in bepaalde landen wordt verzorgd door het huis met hulporganen interieur. II - CONFIGURATIE Voor het configureren van het huis met hulporganen interieur, verwijdert u de shunts en plaatst u de relais (zie 81C, Zekeringen, Zekeringen-/relaisplaat interieur : identificatie. 1 Om bij de zekeringen-/relaisplaat te kunnen komen, bouwt u de opbergruimte uit die vastzit met de schroeven (1). Configureer de huis met hulporganen interieur met behulp van het diagnoseapparaat (zie MR 404, 87B, Huis met hulporganen interieur, Configuratie) : - start de communicatie met de UCH, gebruik het menu «commando», «configuratie van het systeem», 80B-2
13 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeenkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80B UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 3 1 Bouw de beschermkap (1) uit Bouw de bevestigingsbouten (3) uit Maak de koplamp los door deze naar voren te trekken. Maak de stekkers los. Bouw de koplamp uit. INBOUWEN Bouw uit: BELANGRIJK: Voor oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V). - de bevestigingsschroeven (2) van de sierlist van de goot. - de sierlijst van de goot. Bouw de bumper uit (zie MR 403 Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor). Monteer de koplamp. LET OP Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren; Sluit de stekkers aan. Klem de koplamp vast. Plaats: - de bevestigingsschroeven, - de bumper (zie MR 403 Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor). - De sierlijst van de goot, - de bevestigingsschroeven van de sierlist van de goot, 80B-3
14 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeenkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80B - de beschermkap. Sluit de accukabels aan, te beginnen bij de positieve pool (zie 80A, Accu : Uitbouwen - inbouwen). Stel de koplampen af (zie 80B, Koplamp, Halogeen koplamp: Afstellen). 80B-4
15 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeenlampen: Vervangen 80B VERVANGEN Bouw de koplamp gedeeltelijk uit voor het vervangen van de lampen, (behalve voor de lamp van de richtingaanwijzer). I - LAMP VAN GROOT LICHT 3 Bescherm de bumper met afplaktape (onder de koplamp) voordat u begint Bouw de afdichtkap (3) uit Verwijder de kabel (1) Bouw uit: Bouw uit: - de stekker (4) van de lamp door deze een achtste slag linksom te draaien, - de radiateurgrille (zie MR 403, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Radiateurgrille, - de bevestigingsbouten (2) van de koplamp. Maak de koplamp los door deze naar voren te trekken, tegen de bumper. - de lamp. Gebruik uitsluitend goedgekeurde H1 lampen. 80B-5
16 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeenlampen: Vervangen 80B II - LAMP VAN MARKERINGSLICHT III - LAMP VAN DIMLICHT 5 7 Bouw de afdichtkap (5) uit Bouw de afdichtkap (7) uit Bouw uit: - de stekker (6) met de lamp, - de lamp Gebruik uitsluitend goedgekeurde W5W lampen. 80B-6
17 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeenlampen: Vervangen 80B Bouw uit: Bouw uit: de stekker (8) van de lamp, - het bevestigingsklemmetje (9) van de lamp, - de lamp. - Gebruik uitsluitend goedgekeurde H7 lampen. - Voor het vervangen van de lampen van de xenonkoplampen, zie 80C, Xenonlampen, Xenonlampen: Vervangen). - de afdichtkap (10) door deze een achtste slag linksom te draaien, - de stekker van de lamp door deze een achtste slag linksom te draaien, - de lamp Gebruik uitsluitend goedgekeurde PY21W lampen. IV - LAMP VAN RICHTINGAANWIJZER Bouw de koplamp niet uit voor het vervangen van de lamp van de richtingaanwijzer. 80B-7
18 VERLICHTING VOORZIJDE Mistlicht voor: Uitbouwen - Inbouwen 80B UITBOUWEN Bouw de schildbumper voor uit (zie MR 403 Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor). 2 1 Open het toegangsklepje (2). Stel de mistlichten af Bouw de bevestigingsbouten (1) uit INBOUWEN Plaats: - de bevestigingsschroeven, - de schildbumper voor (zie MR 403 Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor). 80B-8
19 VERLICHTING VOORZIJDE Stelknop van de koplampen: Uitbouwen - Inbouwen 80B UITBOUWEN 1 Bouw uit: de kap van de schroef, - de bevestigingsbouten (1), - de handgreep van de automatische parkeerrem, - de steun van de stelknop. Maak de stekker los van de schakelaar. Maak de bediening los van de steun. INBOUWEN Monteer stelknop van de koplampverstelling op zijn steun. Sluit de stekker van de schakelaar aan. Plaats: - de steun van de koplampstelknop op het dashboard, - de handgreep van de automatische parkeerrem, - de bevestigingsschroeven, - de kap van de schroef. 80B-9
20 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Beschrijving 80C Deze auto' moeten uitgerust zijn met: - een automatische verstelling van de lichtbundel van elke koplamp afhankelijk van de belading, de acceleratie, het remmen en de snelheid van de auto, - koplampsproeiers. BELANGRIJK: Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. BELANGRIJK: Voor oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V). BELANGRIJK: Wacht tot de «rekeneenheden - vermogenseenheden» zijn afgekoeld voor de demontage. - De hoogte van de lichtbundel verschilt afhankelijk van de rijsnelheid. - Boven 30 km/u, is de reikwijdte van de verlichting groter. De lampen hebben geen gloeidraad. Het licht van deze lampen wordt opgewekt door twee elektrodes in een kwarts lamp gevuld met een gas (xenon) onder hoge druk en kwik. Elke koplamp heeft een hoogspanningsmodule (ballast). De hoogspanningsmodule en de xenonlamp kunnen los van de koplamp vervangen worden C-1
21 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Beschrijving 80C Aansl. 1 Stelmotor Omschrijving I - CONTROLE VAN DE ELEKTROMAGNEET Bij een lichtsignaal (dimlichten uit), moet bij het inschakelen van de grootlichten de elektromagneet voeding krijgen (hoorbaar). 2 Xenonmodule 3 Hoogspanningsmodule 4 Rekeneenheid 5 Opname element achter 6 Opname element voor Het licht van de grootlichten wordt aangevuld door de xenonlampen : - als de dimlichten niet branden, krijgt de xenonlamp geen voeding, een lichtsignaal schakelt alleen de grootlichten in. - Als de dimlichten (xenonlampen) branden, schakelt een lichtsignaal de grootlichten in en een elektromagneet (de xenonlamp blijft branden). Deze elektromagneet verandert de lichtbundel van de dimlichten. II - CONTROLE VAN DE VERANDERING VAN DE LICHTBUNDEL BELANGRIJK: Voor oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V). - Maak de stekkers van de lampen van de grootlichten los. - Plaats een koplampafstelapparaat voor de koplampen. - Schakel de dimlichten in. - Zet de lichtschakelaar in de stand grootlichten. - De lichtbundel moet veranderen. Lichtbundel van het dimlicht B A (A) (B) Elektromagneet Systeem voor het verstellen van de lichtbundel (omlaag voor dimlicht ; omhoog voor grootlicht) Als de elektromagneet of het systeem voor het veranderen van de lichtbundel defect is, moet de koplamp worden vervangen. 80C-2
22 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Beschrijving 80C Lichtbundel van het grootlicht C-3
23 XENONLAMPEN Xenonkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C UITBOUWEN - INBOUWEN De methode voor het uitbouwen-inbouwen van de xenonkoplampen is dezelfde als de methode voor de koplampen (zie 80B, Verlichting voorzijde, koplamp). BELANGRIJK: Voor oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V). BELANGRIJK: Wacht tot de «rekeneenheden - vermogenseenheden» zijn afgekoeld voor de demontage. BELANGRIJK: Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. LET OP Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren (). Stel de koplampen af (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplampen: afstellen). 80C-4
24 XENONLAMPEN Hoogspanningseenheid xenonkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C BELANGRIJK: Voor oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V). 3 BELANGRIJK: Wacht tot de «rekeneenheden - vermogenseenheden» zijn afgekoeld voor de demontage. 5 BELANGRIJK: Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de koplamp uit (zie 80B, Koplampen, Halogeen koplamp: Uitbouwen - Inbouwen). Maak los: - de stekker van het markeringslicht (5), - de stekkers van het grootlicht (4), - de stekker van de xenonlamp (3). Bouw de rekeneenheid uit. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Maak de rekeneenheid vrij en noteer de ligging van de hoogspanningskabel INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen en leg de hoogspannings kabelbundel correct. LET OP Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren (). 2 1 Stel de koplampen af (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplampen: Afstellen). Bouw uit: - de afdichtkap (1), de bouten (2) om bij de rekeneenheid te kunnen. 80C-5
25 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Afstellen 80C Onmisbaar materiaal Geef het commando CF001 rekeneenheid». «Kalibratie diagnoseapparaat LET OP Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren (). Zet de auto op een vlakke en horizontale ondergrond. Breng de banden op de juiste spanning. Open de motorkap. Controleer of de bagageruimte van de auto leeg is. - Zet de parkeerrem niet vast. - Stap tijdens deze procedure niet in de auto. INSTELLEN Zet het contact aan. Sluit het diagnoseapparaat aan. Selecteer op het diagnoseapparaat het systeem «xenonlamp». Controleer of er geen storingen zijn. - Het is mogelijk om te controleren of het systeem is geïnitialiseerd: de waarde van het opname element voor, zichtbaar met parameter PR017 «Hoogte voor» moet gelijk zijn aan de waarde van de oorspronkelijke hoogte voor (PR004), de waarde van het opname element achter, zichtbaar met parameter PR018 «Hoogte achter» moet gelijk zijn aan de waarde van de oorspronkelijke hoogte achter (PR005). - Het initialiseren van het systeem is niet mogelijk: als de rijsnelheid afwezig is of niet nul, als de stand van een opname element buiten de tolerantie is, als de configuratie van de rekeneenheid niet correct is uitgevoerd. Plaats een koplampafstelapparaat afgesteld op -1,3 % (waarde staat op de koplamp) voor de auto. Schakel de dimlichten in. 80C-6
26 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Afstellen 80C 1 2 Stel de stand van de koplampen af schroef (2) voor de hoogte, - schroef (1) voor de richting. De initialisatie kan mislukken: - als de rijsnelheid niet nul is, - als er een storing van een opname element is (geen of onsamenhangend signaal). 80C-7
27 XENONLAMPEN Xenonlamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C Voor het vervangen van een xenonlamp bouwt u de koplamp uit (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplamp: Uitbouwen - inbouwen). BELANGRIJK: Voor oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V). BELANGRIJK: Wacht tot de «rekeneenheden - vermogenseenheden» zijn afgekoeld voor de demontage. BELANGRIJK: Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. UITBOUWEN Maak de stekker (2) van de lamp los door hem een kwart slag linksom te draaien. Maak het klemmetje (3) van de lamp los. LET OP De lamp is erg kwetsbaar. De uitwendige geleider is bijzonder breekbaar en mag niet worden verbogen. INBOUWEN Houd de lamp vast aan het metalen deel. LET OP Raak het glas niet met de vingers aan, maak het glas anders schoon met alcohol en een pluisvrije zachte doek. Verwijder de afdichtkap (1) C-8
28 XENONLAMPEN Xenonlamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C Plaats: - de lamp (het nokje moet in de groef van de koplamp vallen), - de bevestigingsklemmetjes, - de stekker door deze een kwart slag te draaien. LET OP Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren (). Stel de koplampen af (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplampen: Afstellen). 80C-9
29 XENONLAMPEN Koplampstelmotor: Uitbouwen - Inbouwen 80C Voor het uitbouwen van de koplampstelmotor, bouwt u de koplamp uit. UITBOUWEN Bouw de koplamp uit (zie 80B, Koplampen, Halogeen koplamp: Uitbouwen - inbouwen). A Draai de stelmotor met een achtste slag naar buiten (A). Maak het kogeldraaipunt los van de parabool door de stelmotor iets naar boven te kantelen. INBOUWEN Houd de reflector van de koplamp naar achteren door aan de module van de lamp te trekken. maak het kogeldraaipunt los met de reflector. Draai de stelmotor een achtste slag naar binnen. Monteer de koplamp. Stel de koplampen af (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplampen: Afstellen). 80C-10
30 XENONLAMPEN Rekeneenheid xenonlamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C wielmoeren Aantrekkoppelsm 11 N.m Druk de rekeneenheid vast op zijn steun. Plaats: - de spatplaat links voor (zie MR 403, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Scherm wielkuip voor), UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen bij de negatieve pool (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - inbouwen). Bouw uit: - het linker voorwiel, - de spatplaat links voor (zie MR 403, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Scherm wielkuip voor). - het linker voorwiel. Zet vast met het aantrekkoppel: de wielmoeren (11 N.m). Sluit de accukabels aan, te beginnen bij de positieve pool (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - inbouwen). LET OP Voer de noodzakelijke inlezingen uit. 2 Maak de stekkers (2) van de rekeneenheid los Verwijder de rekeneenheid met zijn steun op het bevestigingsklemmetje (1) te drukken. INBOUWEN Sluit drie stekkers aan op de rekeneenheid. 80C-11
31 XENONLAMPEN Opname element voor van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C UITBOUWEN Bouw uit: - het linker voorwiel, - de moer (1) van het kogeldraaipunt op de onderste draagarm Draai de bevestigingsbouten (2) van het opname element op zijn steun (3) los. Maak de stekker los. Verwijder het opname element. Bouw niet de steun (3) uit voor het uitbouwen van het opname element. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. LET OP Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren. N.B. Stel de koplampen af (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplampen: Afstellen). 80C-12
32 XENONLAMPEN Opname element achter van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C bevestigingsbouten van de steun van het opname element Aantrekkoppelsm 8 N.m 6 UITBOUWEN Bouw uit: - de bevestigingsbouten (5) van de trekstang waarmee de brandstofleidingen vastzitten, - de trekstang (4) waarmee de brandstofleidingen vastzitten, - de bouten en (3) klemmen van het hitteschild, - het hitteschild (6) Bouw uit: - de bevestigingsbouten (1) van de akoestische stang, - de akoestische stang, - de uitlaatklem (2), - de uitlaatlijn. 80C-13
33 XENONLAMPEN Opname element achter van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C Bouw uit: - de bout van de steun van het opname element, - het opname element met zijn steun (7). INBOUWEN Plaats het opname element met zijn steun op de auto. 80C-14
34 XENONLAMPEN Opname element achter van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de steun van het opname element (8 N.m). Plaats: - het hitteschild, - de bouten en klemmen van het hitteschild, - de trekstang waarmee de brandstofleidingen vastzitten, - de bevestigingsbouten van de trekstang waarmee de brandstofleidingen vastzitten, - de uitlaatlijn. - de uitlaatklem, - de akoestische stang, - de bevestigingsbouten van de akoestische stang, Stel de koplampen af. LET OP Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. LET OP Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren (). 80C-15
35 VERLICHTING ACHTER Derde remlicht: Uitbouwen - Inbouwen 81A UITBOUWEN Plaats de dop. Plaats: - de twee bevestigingsbouten. - het toegangsluik Bouw uit: - het toegangsluik, - de twee bevestigingsbouten (1). Bouw de dop uit (3). Maak de voedingsstekker los van het licht. Maak het licht los door te drukken op de nokken (2). 4 Maak de ruitensproeier (4) los Bouw de lichten uit. INBOUWEN Klem de ruitensproeier op het licht. Klem de lichten op de achterklep. Sluit de voedingsstekker van het licht aan. 81A-1
36 VERLICHTING ACHTER Achterlicht op scherm: Uitbouwen - Inbouwen 81A De achterlichten zijn in twee delen uitgevoerd, een in het scherm en een in de achterklep. UITBOUWEN 2 1 Bouw het toegangsluik uit Maak de stekker los. Bouw de achterste bevestigingsbout (1) uit. Bouw het licht uit. Maak de lamphouder los door te drukken op de lipjes (2). INBOUWEN Klem de lamphouder op de lichten. Vervang de lichten op het scherm. Monteer de achterste bevestigingsbout. Sluit de stekker aan. Monter het toegangsluik. 81A-2
37 VERLICHTING ACHTER Lichten van achterklep: Uitbouwen - Inbouwen 81A De achterlichten zijn in twee delen uitgevoerd, een in het scherm en een in de achterklep. UITBOUWEN Bouw de achterste bevestigingsbout (1) uit. Bouw de lichten uit. Maak de stekker los Maak de lamphouder los door te drukken op het lipje (2). INBOUWEN Klem de lamphouder in de lichten. Sluit de stekker aan. Vervang het licht op de achterklep. Monteer de achterste bevestigingsbout. 81A-3
38 BINNENVERLICHTING Werking 81B I - BIJZONDERHEID De auto's kunnen hebben: - binnenlichten (voor en achter), - verlichte make-up spiegels op elke zonneklep, - verlichting in het opbergkastje, - verlichting onder het dashboard, - verlichting in de bagageruimte. II - WERKING VAN DE TIJDSCHAKELING Het huis met hulporganen interieur schakelt de binnenlichten direct in: - bij het openen van een portier of de achterklep, - bij het ontgrendelen van de portieren/klep via de afstandsbediening, - bij het verwijderen van de Renault-kaart uit de kaartlezer. Bij het uitschakelen van de binnenverlichting gebruikt het huis met hulporganen interieur, afhankelijk van het geval: - een directe uitschakeling: bij het vergrendelen van de portieren via de afstandsbediening (portieren/klep gesloten), - een tijdgeschakelde uitschakeling: na het sluiten van het laatste portier/klep, bij het ontgrendelen van de portieren/klep via de afstandsbediening, bij het aanzetten van het contact ( geleidelijk ). Het huis met hulporganen interieur schakelt de binnenverlichting uit na ongeveer 30 secondes. 81B-1
39 BINNENVERLICHTING Binnenlicht: Uitbouwen - Inbouwen 81B UITBOUWEN 1 Maak de doorschijnende kap (1) los Trek de grendels (2) los met een schroevendraaier. Maak de stekker los. INBOUWEN Sluit de stekker aan. Vergrendel de bevestigingen van het binnenlicht. Klem de doorschijnende kap vast. 81B-2
40 BINNENVERLICHTING Verlichting make-up spiegel: Algemeen 81B Afhankelijk van de uitvoering, hebben de make-up spiegels verlichting in de hemelbekleding De schakelaar bevindt zich op het klepje (1) van de zonneklep (4). De stroom naar de verlichting (2) loopt via de centrale bevestiging van de zonnekleppen (5) De werking van de schakelaar kan worden gecontroleerd door een multimeter aan te sluiten bij (6) : - klepje van de spiegel gesloten (schakelaar open) = lamp uit = weerstand oneindig, - klepje van de spiegel open (schakelaar gesloten) = lamp aan = weerstand nul, 81B-3
41 BINNENVERLICHTING Verlichting onder portier: Uitbouwen - Inbouwen 81B Onmisbaar speciaal gereedschap Car Hefboom voor het losmaken van de klemmetjes van de handgreep achter UITBOUWEN Bouw de verlichting onder het portier uit met behulp van het gereedschap (Car. 1597). Ontgrendel de lamphouder met een kwart slag INBOUWEN Vergrendel de lamphouder in de verlichting onder het portier met een kwart slag rechtsom. Klem de verlichting onder het portier vast. 81B-4
42 BINNENVERLICHTING Bagageverlichting: Uitbouwen - Inbouwen 81B UITBOUWEN Maak de bagageverlichting los door op de klemmetjes (1) te drukken. Maak de stekker van de bagageverlichting los. INBOUWEN Sluit de stekker van de bagageverlichting aan. Monteer de bagageverlichting. 81B-5
43 STARTVERGRENDELING Algemeen 82A De startvergrendeling wordt gestuurd via kaartherkenningssysteem met een continu variabele code (gecrypteerd V3). De startvergrendeling heeft geen noodcode maar een reparatiecode die levenslang aan de auto is toegewezen tijdens de fabricage. Het systeem kan maximaal vier Renault kaarten bevatten. De «eenvoudige» en «handsfree» kaarten zijn verschillend en kunnen niet op een auto worden gebruikt die daarvoor niet geschikt is. 1 Bij verlies of diefstal van een auto, kan een kaart onwerkzaam worden gemaakt. Deze kan, indien nodig, opnieuw aan dezelfde auto worden toegewezen. LET OP Met dit systeem is het niet mogelijk verschillende elementen (huis met hulporganen interieur en kaarten of huis met hulporganen interieur en rekeneenheid van het inspuitsysteem) tegelijk te vervangen. Deze onderdelen worden ongecodeerd geleverd. Bij het vervangen van een onderdeel, moet minstens één van de onderdelen van het systeem de oorspronkelijke code van de auto in het geheugen hebben (zie de toewijzingstabel van de onderdelen). De door de onderdelen van het systeem ingelezen code kan niet worden gewist. De veiligheids- en schakeleenheid is niet gecodeerd. Voor de bijzonderheden van het huis met hulporganen interieur en de veiligheids- en schakeleenheid (zie 87B, Huis met hulporganen interieur) en (zie 87G, Huis met hulporganen motorruimte) De kaart heeft met een noodsleutel (1) waarmee het portier geopend kan worden in geval van een storing. De kaarten uit het magazijn zijn niet gecodeerd. Op de plaats van de noodsleutel is een bescherming geplaatst. Het is mogelijk om een noodsleutel bij het magazijn te bestellen onder vermelding van de reparatiecode en het identificatienummer van de auto. Voor de bijzonderheden van het openen-sluiten van de portieren (zie 87C, Regeling van de portieren). 82A-1
44 STARTVERGRENDELING Werking 82A I - EENVOUDIGE WERKING Als de startvergrendeling operationeel is, knippert het rode controlelampje van de startvergrendeling. De elektrische stuurkolomgrendel is geblokkeerd: - Bij het indrukken van de startknop of het rempedaal, ondervraagt het huis met hulporganen interieur de kaartlezer. - De kaartlezer ontvangt de code van de kaart en stuurt deze naar het huis met hulporganen interieur. - Als de code wordt herkend door het huis met hulporganen interieur, stuurt dit via het multiplexnetwerk een gecodeerd signaal naar de stuurkolomgrendel. - Als het gecodeerde signaal dat de stuurkolomgrendel ontvangt, gelijk is aan dat wat hij in zijn geheugen heeft, ontgrendelt deze de stuurkolom en stuurt hij een bevestiging naar het huis met hulporganen interieur. - Als het huis met hulporganen interieur dit bericht ontvangt, brengt het huis met hulporganen interieur de voeding voor het «rijden» tot stand en dooft het rode lampje van de startvergrendeling. - Als de voeding voor het «rijden» is ingeschakeld, sturen het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem elkaar gecodeerde signalen via het multiplexnetwerk. - Als de signalen van het huis met hulporganen interieur en die van de rekeneenheid van het inspuitsysteem overeenkomen, geeft het huis met hulporganen interieur toestemming voor het starten van de motor en het inspuitsysteem ontgrendelt zich. 1 - Bijzondere situaties - Als de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de stuurkolomgrendel geen referentiecode in het geheugen heeft neemt hij de ontvangen code op in zijn geheugen. - Als er een probleem is met de overeenkomst tussen de codes, blijft het systeem vergrendeld. Het rode controlelampje van de startvergrendeling knippert of brandt vast en het instrumentenpaneel toont berichten. Zie de tabel van de werking van de lampjes - Als het huis met hulporganen interieur nieuw (ongecodeerd) is, blijft het controlelampje van de startvergrendeling uit. LET OP Als gestart wordt met een accu met een lage accuspanning is het mogelijk dat de startvergrendeling door de spanningsdaling opnieuw wordt ingeschakeld. Als de spanning te laag is kan er niet worden gestart, zelfs niet als de auto wordt aangeduwd. 2 - Tabel van de werking van de lampjes Branden controlelampje Bericht instrumentenpaneel Contact aan Mogelijke oorzaak Knipperend Indrukken rem + start of koppeling Nee Startvergrendeling in actie (geen kaart herkend in de kaartlezer) Knipperend (de kaartlezer knippert) Kaartlezer defect of kaart niet gedetecteerd Nee Kaart niet herkend door de kaartlezer. De kaart is niet van de auto of niet langer toegewezen aan de auto. Knipperend Stuurkolom niet geblokkeerd of kaart niet herkend Nee Probleem met de elektrische stuurkolomgrendel of de multiplexverbinding. Vast Inspuitsysteem defect - Startvergrendeling defect Ja De elektrische stuurkolomgrendel is ontgrendeld. De auto heeft een probleem van het inspuitsysteem. Continu 3 s en dan uit - Ja Starten van de motor. 82A-2
45 STARTVERGRENDELING Werking 82A II - WERKING HANDSFREE Als de startvergrendeling operationeel is, knippert het rode controlelampje van de startvergrendeling. De elektrische stuurkolomgrendel is geblokkeerd: - Tijdens het indrukken van de startknop, ondervraagt de auto de kaart via de startantennes (125 khz). - De kaart antwoordt op een frequentie van 433 MHz of 315 MHz (afhankelijk van het land). - De code van de kaart wordt ontvangen door het huis met hulporganen interieur. - Als de code wordt herkend door het huis met hulporganen interieur, stuurt dit via het multiplexnetwerk een gecodeerd signaal naar de stuurkolomgrendel. - Als het gecodeerde signaal dat de stuurkolomgrendel ontvangt, gelijk is aan dat wat hij in zijn geheugen heeft, ontgrendelt deze de stuurkolom en stuurt hij een bevestiging naar het huis met hulporganen interieur. - Als het huis met hulporganen interieur het bericht ontvangt van de elektrische stuurkolomgrendel, stelt het huis met hulporganen interieur de voeding «rijden» in en dooft het rode lampje van de startvergrendeling. - Als de voeding voor het «rijden» is ingeschakeld, sturen het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem elkaar gecodeerde signalen via het multiplexnetwerk. - Als de signalen van het huis met hulporganen interieur en die van de rekeneenheid van het inspuitsysteem overeenkomen, geeft het huis met hulporganen interieur toestemming voor het starten van de motor en het inspuitsysteem ontgrendelt zich. 1 - Bijzondere situaties - De handsfree kaart werkt met een batterij. Als de batterij niet werkt, kan de kaart in de kaartlezer worden gestoken. De auto werkt als een eenvoudige (zonder handsfree functie). - Als de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de stuurkolomgrendel geen referentiecode in het geheugen heeft neemt hij de ontvangen code op in zijn geheugen. - Als er een probleem is met de overeenkomst tussen de codes, blijft het systeem vergrendeld. Het rode controlelampje van de startvergrendeling knippert of brandt vast en het instrumentenpaneel toont berichten. Zie de tabel van de werking van de lampjes - Als het huis met hulporganen interieur nieuw (ongecodeerd) is, knippert het controlelampje van de startvergrendeling. LET OP Als gestart wordt met een accu met een lage accuspanning is het mogelijk dat de startvergrendeling door de spanningsdaling opnieuw wordt ingeschakeld. Als de spanning te laag is kan er niet worden gestart, zelfs niet als de auto wordt aangeduwd. 2 - Tabel van de werking van de lampjes Branden controlelampje Bericht instrumentenpaneel Contact aan Mogelijke oorzaak Knipperend Druk op rem + startknop of ontkoppelen Nee Startvergrendeling in actie (geen kaart herkend in de kaartlezer) Knipperend Kaartlezer defect of kaart niet gedetecteerd Nee Kaart niet herkend door de kaartlezer. De kaart is niet van de auto of niet langer toegewezen aan de auto. Knipperend Stuurkolom niet geblokkeerd of kaart niet herkend Nee Probleem met de elektrische stuurkolomgrendel of de multiplexverbinding. Vast Inspuitsysteem defect - Startvergrendeling defect Continu 3 s en dan uit Ja Ja De elektrische stuurkolomgrendel is ontgrendeld. De auto heeft een probleem van het inspuitsysteem. Starten van de motor. 82A-3
46 STARTVERGRENDELING Werking 82A III - NOODZAKELIJKE VOORWAARDEN VOOR HET STARTEN VAN DE MOTOR 1 - Bijzonderheden van het eenvoudige systeem - Kaart in de kaartlezer, - Transponder (ingebouwd in kaartlezer), elektrische stuurkolomgrendel en rekeneenheid van het inspuitsysteem herkend, - Koppelingspedaal ontkoppeld of rempedaal ingedrukt en handgeschakelde versnellingsbak in de neutraal stand, - Rempedaal ingedrukt en automatische transmissie in stand «Neutraal» of «Parking». 2 - Bijzonderheden handsfree systeem - Kaart in startzone, - Kaart, elektrische stuurkolomgrendel en rekeneenheid van het inspuitsysteem herkend, - Koppelingspedaal ontkoppeld of rempedaal ingedrukt en handgeschakelde versnellingsbak in de neutraal stand, - Rempedaal ingedrukt en automatische transmissie in stand «Neutraal» of «Parking». 82A-4
47 STARTVERGRENDELING Diagram van de werking 82A Zoekschema 1 Methode voor het voeden van de rekeneenheden voor diagnose De auto's hebben geen «+ na contact» stand. Om de rekeneenheden te voeden, steekt u de kaart in de kaartlezer en drukt u lang op de startknop. ADVIEZEN - de voeding van de rekeneenheden voor het diagnoseprogramma heeft geen tijdschakeling. Om de voeding uit te schakelen, drukt u twee keer op de startknop, - deze functie is niet beschikbaar als het huis met hulporganen interieur nieuw (ongecodeerd) is. Tijdgeschakelde voeding Kaart in de kaartlezer en lange druk op de startknop. ja Ontgrendeling van de stuurkolom Voeding «+ na contact» (zonder tijdschakeling) Twee drukken op de startknop Vergrendeling van de stuurkolom Tijdgeschakelde voeding 82A-5
48 STARTVERGRENDELING Inlezen 82A diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal De nieuwe onderdelen zijn niet gecodeerd. Na het inbouwen van de nieuwe onderdelen, moeten deze een code inlezen om te kunnen werken. Bepaalde onderdelen van de startvergrendeling moeten gecodeerd zijn (met de code van de auto). Zie de toepassingstabel. LET OP Als een onderdeel een code heeft ingelezen, is dit definitief toegewezen aan de auto. De ingelezen code kan niet gewist worden. Toepassingstabel. Staat van de onderdelen Werkzaamheden Huis met hulporganen interieur (UCH) Kaart Rekeneenheid van het inspuitsysteem Elektrische stuurkolomgrendel Reparatiecode nodig Inlezen van het huis met hulporganen interieur Toewijzen of uitschakelen kaart Inlezen van de elektrische stuurkolomgrendel. Inlezen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Ongecodeerd Gecodeerd Gecodeerd - Ja Gecodeerd Ongecodeerd - - Ja Gecodeerd Gecodeerd - Ongecodeerd Nee Gecodeerd Gecodeerd Ongecodeerd Gecodeerd Nee * De toegewezen kaart moet leeg zijn of reeds in de auto zijn ingelezen. LET OP Een niet bij het toewijzen aangeboden kaart zal niet langer werken. Een kaart kan ingelezen maar niet operationeel zijn (niet toegewezen). I - PROCEDURE VOOR HET INLEZEN VAN HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Geef het chassisnummer op met behulp van het diagnoseapparaat. Voer de test uit van het «Multiplexnetwerk». Selecteer de icoon «Resultaat van de test van het multiplexnetwerk». Selecteer het tabblad: - «informatie», daarna - «huis met hulporganen interieur», daarna - «diagnose». Selecteer de icoon: - «reparatie», daarna - «inlezen». Geef het commando SC004 «Inlezen huis met hulporganen interieur». Trek de kaart uit de kaartlezer. Selecteer type van de lezer (met of zonder «handsfree» functie). Bevestig. Het diagnoseapparaat toont «Wilt u de reparatiecode invoeren». 82A-6
49 STARTVERGRENDELING Inlezen 82A Voer de reparatiecode in. II - INLEESPROCEDURE VAN DE KAARTEN De code bestaat uit 12 hexadecimale tekens (hoofdletters). Bevestig. LET OP Als een huis met hulporganen interieur de code van de kaarten heeft ingelezen, is het onmogelijk deze te wissen of door een andere code te vervangen. Als het formaat van de code correct is, toont het gereedschap «Voer een reeds op de auto ingelezen kaart in». Voer een kaart in die bij de auto hoort. De procedure kan niet met een nieuwe kaart uitgevoerd worden. Bevestig. Deze stap kan enkele secondes duren. Het gereedschap toont «Huis met hulporganen interieur met succes ingelezen, de procedure is beëindigd. Voer de inleesprocedure van de kaarten uit». LET OP Tussen twee handelingen mag maximaal 5 minuten verstrijken, na deze tijd wordt de procedure geannuleerd. Als een kaart is aangeboden, is het huis met hulporganen interieur niet langer ongecodeerd. Lees de kaarten in. Configureer het huis met hulporganen interieur en lees de ventielen van het controlesysteem van de bandenspanning in. Geef de topologie van het multiplexnetwerk op. LET OP Als niet alle kaarten beschikbaar zijn, moet later een nieuwe toewijzingsprocedure met alle kaarten worden uitgevoerd. Selecteer de icoon «Reparatie». Selecteer de icoon «Inlezen». Geef het commando SC010 «Inlezen kaarten». Het gereedschap toont «Verwijder de kaart uit de lezer en bevestig». Bevestig. Het diagnoseapparaat toont «Voer de reparatiecode in». Voer de reparatiecode in. De code bestaat uit 12 hexadecimale tekens (hoofdletters). Bevestig. Het diagnoseapparaat toont: «Let op, ontbrekende kaarten worden onbruikbaar. Voer de procedure opnieuw uit om ze weer toe te wijzen.» Als het formaat van de code correct is, toont het gereedschap «Steek de kaart zo diep mogelijk in de lezer en bevestig». Steek de kaart in de lezer. Bevestig. LET OP Laat de kaart op zijn plaats zolang het volgende bericht nog niet is verschenen: «Aantal ingelezen kaarten = 1». Trek de kaart uit de lezer. Bevestig. Het diagnoseapparaat toont: «Wilt u een andere sleutel inlezen?». De auto kan maximaal vier kaarten bevatten. 82A-7
50 STARTVERGRENDELING Inlezen 82A 1 - Om een andere kaart toe te wijzen: Selecteer «Ja». Het gereedschap toont «Verwijder de kaart uit de lezer en bevestig». Trek de kaart uit de lezer. Het diagnoseapparaat toont: «Steek de kaart diep in de lezer en bevestig». Steek een andere ongecodeerde kaart of een kaart van de auto in de kaartlezer. Bevestig. Als twee keer dezelfde kaart wordt aangeboden, houdt het systeem daar geen rekening mee en het controlelampje van de startvergrendeling blijft uit. 2 - Om het inlezen te beëindigen: Selecteer «Nee». Bevestig. De kaarten zijn aan de auto toegewezen. Het chassisnummer van de auto staat in het geheugen van de kaart en in het huis met hulporganen interieur. Het diagnoseapparaat toont «Inlezen klaar». Controleer het starten en de portiervergrendeling met alle kaarten. Controleer de werking van de «handsfree» kaarten. LET OP - Tussen iedere handeling mag niet meer dan 5 minuten tijd zitten; hierna wordt de procedure geannuleerd. - Als maar één kaart is aangeboden, werkt alleen deze kaart. - Als geen enkele kaart is aangeboden, blijven de oude kaarten werken. 3 - Bijzonderheid van de afstandsbedieningen: De synchronisatie van de afstandsbediening gebeurt bij ieder aanzetten van het contact. 82A-8
51 STARTVERGRENDELING Schema van de werking van het systeem 82A A 9 1 B C I H 6 G 3 4 D 5 J E F A-9
52 STARTVERGRENDELING Schema van de werking van het systeem 82A Actie van gebruiker Merkteken Actie van gebruiker 1 - ontgrendelen van de auto (afstandsbediening of handsfree), - of openen van bestuurdersportier, - of druk op de startknop, - of druk op toets van de alarmknipperlichten, - of druk op de toets kinderveiligheid, - of druk op de toets van de vergrendeling in het interieur, - of gebruik van de stuurkolomschakelaars (verlichting of ruitenwisser). 2 - druk op de startknop, - en kaart herkend door huis met hulporganen interieur (kaart in de kaartlezer of handsfree). 3 - druk op de startknop, - en kaart herkend door huis met hulporganen interieur (kaart in de kaartlezer of handsfree), - en druk op het rempedaal (met versnellingsbak in neutraal stand of in stand «Neutraal» of «Parking») of ontkoppelen. 4 - druk op de startknop, - en kaart herkend door huis met hulporganen interieur (kaart in de kaartlezer of handsfree), - en druk op het rempedaal (en neutraal stand) of ontkoppelen. 5 - druk op de startknop als de kaart is herkend door het huis met hulporganen interieur (kaart in de kaartlezer of handsfree) werking of twee drukken op de startknop als de kaart niet is herkend. 6 - kaart uit de kaartlezer (zonder gevolg voor de handsfree werking). 7 - openen van bestuurdersportier, - of vergrendelen van de auto (afstandsbediening of handsfree ), - of na 20 minuten zonder actie van de gebruiker. 8 - druk op de startknop, - of vergrendelen van de auto (afstandsbediening of handsfree ), - of na 20 minuten zonder actie van de gebruiker. 9 - vergrendelen van de auto (afstandsbediening of handsfree ), - na 5 minuten zonder actie van de gebruiker. 82A-10
53 STARTVERGRENDELING Schema van de werking van het systeem 82A Staat van de auto Merkteken Staat van de auto Automatische actie Mogelijke actie A voeding via tijdrelais - startvergrendeling actief - alle functies zijn uitgeschakeld. - gebruik van de autoradio (tijdschakeling 20 minuten), - alarmknipperlichten, - inklapbare spiegels, - elektrische kinderveiligheid, - automatische parkeerrem. B wekken multiplexnetwerk - startvergrendeling actief - inschakelen binnenverlichting. - gebruik van de autoradio (tijdschakeling 20 minuten), - markerings-, dim- en grootlichten, - ruitbediening en open dak. C + accessoires voor inschakelen na contact - automatisch inschakelen van de autoradio, - interieurventilateur. - ruitenwisser, - navigatie. D - - ontgrendelen van de elektrische stuurkolomgrendel. - E starten (tijdgeschakelde voeding van de startmotor) - - F + na contact draaiende motor - alle functies van de auto zijn mogelijk. - G + accessoires kaart in de kaartlezer - autoradio aan, - interieurventilateur uit. - ruitenwisser, - navigatie, - elektrische kinderveiligheid. H - - vergrendelen van de elektrische stuurkolomgrendel. - I + accessoires na onderbreking van + na contact - startvergrendeling actief - inschakelen binnenverlichting. - gebruik van de autoradio (tijdschakeling 20 minuten), - markerings-, dim- en grootlichten, - ruitbediening en open dak. J - - mislukt ontgrendelen of starten. - 82A-11
54 STARTVERGRENDELING Elektrische stuurkolomgrendel: Uitbouwen - Inbouwen 82A INBOUWEN bevestigingsbout van de stuurkolomgrendel De elektrische stuurkolomgrendel is vastgezet op de stuurkolom. UITBOUWEN Aantrekkoppelsm 8 N.m BELANGRIJK: Vóór het uitbouwen moet u altijd de airbagrekeneenheid vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. Bouw de vloerbekleding uit boven de pedalen van de bestuurder. LET OP De bevestigingsbout van de elektrische stuurkolomgrendel heeft linkse schroefdraad. Deze wordt rechtsom losgezet. Monteer de bevestigingsbout van de stuurkolomgrendel. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout van de stuurkolomgrendel (8 N.m). Sluit de stekker van de stuurkolomgrendel aan. Monteer de vloerbekleding boven de pedalen van de bestuurder. Codeer de stuurkolomgrendel. CODERING VAN DE ELEKTRISCHE STUURKOLOMGRENDEL De grendel wordt ongecodeerd geleverd. Hij moet daarom bij de montage de code inlezen van het startvergrendelingssysteem voor het vrijgeven van het aanzetten van het contact. Steek de kaart van de auto in de kaartlezer. Wacht enkele secondes. Haal de kaart van de auto uit de kaartlezer. De elektrische stuurkolomgrendel blokkeert na enkele secondes de stuurkolom, hij is dan gecodeerd. LET OP - De rekeneenheid van het inspuitsysteem behoudt levenslang zijn startvergrendelingscode. 2 - Het systeem heeft geen noodcode. - Het is daarom verboden tests uit te voeren met een uit een andere auto of uit het magazijn geleende rekeneenheid. - Deze rekeneenheden zijn voor altijd gecodeerd Bouw de bevestigingsbout van de stuurkolomgrendel (1) uit, deze is zichtbaar via de klep van de zekeringen. Maak de stekker los van de stuurkolomgrendel (2). 82A-12
55 STARTVERGRENDELING Knop voor het starten: Uitbouwen - Inbouwen 82A diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal stuurwielbout Aantrekkoppelsm 44 N.m 1 UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen bij de negatieve pool (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - inbouwen). BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. Bouw de stuurwielairbag uit (zie 88C, Airbags en gordelspanners, Frontale bestuurdersairbag). Bouw uit: - de stuurwielbout, - het stuurwiel in de rechtuit stand, - de bevestigingsschroeven van de bovenste kap van de stuurkolom, - de stuurkolomkappen. Bouw de startknop (1) uit met zijn steun. Maak de stekker van de startknop los Maak de startknop los van zijn steun door op de klemmetjes (2) te drukken. INBOUWEN Monteer de startknop op zijn steun. Sluit de stekker van de startknop aan. 82A-13
56 STARTVERGRENDELING Knop voor het starten: Uitbouwen - Inbouwen 82A Plaats: - de stuurkolomkappen, - de bevestigingsschroeven van de bovenste en onderste kap van de stuurkolom, - het stuurwiel, - de stuurwielbout. LET OP - Het stuurwiel moet vrij over de spiebanen schuiven (de spiebanen passen hebben pasnokken). - Beschadig niet de spiebanen van de pasnokken. - Vervang altijd de stuurwielbout na iedere demontage. Zet vast met het aantrekkoppel: de stuurwielbout (44 N.m). Monteer de stuurwielairbag (zie 88C, Airbags en gordelspanners, Frontale bestuurdersairbag). Sluit de accukabels aan, te beginnen bij de positieve pool (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - inbouwen). 82A-14
57 STARTVERGRENDELING Kaartlezer: Uitbouwen - Inbouwen 82A UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen bij de negatieve pool (zie 80A, Accu : Uitbouwen- inbouwen). BIJZONDERHEID SELECTEURHENDEL AUTOMATISCHE TRANSMISSIE Maak het achterste deel van de bekleding los door voorzichtig bij (1) en daarna bij (2) te trekken. Draai het onderste deel (5) Druk op de ontgrendelknop van de schakelaar (6) Verwijder de bekleding van het portier (3) en (4). Bouw de stofhoes van de versnellingshendel uit. Maak de hendel (7) los. 82A-15
58 STARTVERGRENDELING Kaartlezer: Uitbouwen - Inbouwen 82A Maak de plaat van de hendel (8) los Maak de kaartlezer los door de klemmetjes (11) uit elkaar te drukken INBOUWEN Klem de kaartlezer vast op zijn steun. Sluit de stekkers aan. Klem de steun van de kaartlezer vast op de middenconsole. Monteer de stofhoes van de versnellingshendel. BIJZONDERHEID SELECTEURHENDEL AUTOMATISCHE TRANSMISSIE Klem vast: - de plaat van de selecteurhendel, - de selecteurhendel. Draai het onderste deel Maak de steun van de kaartlezer los aan de voorkant (9), daarna aan de achterkant (10). Monteer de bekleding op de middenconsole. Sluit de accukabels aan, te beginnen bij de positieve pool (zie 80A, Accu : Uitbouwen-Inbouwen). Maak de stekkers los. 82A-16
59 STARTVERGRENDELING Startantennes: Werking 82A De auto's met het «handsfree» systeem hebben vier antennes voor het starten de zes andere voor de regeling van de portieren. Startantennes de antennes (1) en (2) voor de detectie van de kaart (zone voorin) bevinden zich op de dashboarddwarsbalk achter het instrumentenpaneel en bij de versnellingshendel. - De antenne (3) voor de detectie van de kaart (middelste zone) bevindt zich onder de zitting van de achterbank - De antenne (4) voor de detectie van de kaart (zone achter) bevindt zich achter de achterstoelen onder de vloerbekleding 82A-17
60 STARTVERGRENDELING Startantenne: Uitbouwen - Inbouwen 82A Het uitbouwen van de antennes is gelijk, ongeacht de plaats van de antennes. Voor de details van het uitbouwen van de antenne en van zijn klemmetje, zie bij antenne 4. LET OP De bevestigingsklemmetjes van de antennes en le centreerder voor de vergrendeling zijn breekbaar; werk voorzichtig. 2 UITBOUWEN I - ANTENNE 1 (ZONE VOOR) Bouw het instrumentenpaneel uit (zie 83A, Instrumenten - dashboard, Instrumentenpaneel) Maak de stekker van de antenne los. Druk omlaag, aan de kant tegenover de stekker, zodat de centreerder uit zijn houder komt. Maak de antenne (2) los met een kleine platte schroevendraaier en schuif de antenne naar links (zie Antenne 4). 1 III - ANTENNE 3 (CENTRALE ZONE) Bouw de zitting van de achterbank gedeeltelijk uit (zie MR 403, 76A, Stoelframe en stelrail achterbank, Zitting compleet 1/3-2/3) Maak de stekker van de antenne los. Druk omlaag, aan de kant tegenover de stekker, zodat de centreerder uit zijn houder komt. Maak de antenne (1) los met een kleine platte schroevendraaier en schuif de antenne naar de voorzijde van de auto (zie Antenne 4). II - ANTENNE 2 (ZONE VOOR) Bouw de middenconsole uit (zie MR 403, Carrosserie, 57A, Accessoires interieur, Middenconsole). 82A-18
61 STARTVERGRENDELING Startantenne: Uitbouwen - Inbouwen 82A Bouw de stekker van de antenne uit. Druk zodat de centreerder uit zijn houder komt. Maak de antenne (3) los met een kleine platte schroevendraaier en schuif de antenne naar links (zie Antenne 4) om hem van zijn steun los te maken. IV - ANTENNE 4 (ZONE ACHTER) Er zijn twee verschillende types steunen naargelang het uitrustingsniveau van de auto. Bouw de mat van de bagageruimte uit (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Mat bagageruimte). Druk omlaag (5), aan de kant tegenover de stekker, zodat de centreerder uit zijn houder komt. Maak de antenne (4) los met een kleine platte schroevendraaier (6) en schuif de antenne naar rechts (7). INBOUWEN I - ANTENNE 4 (ZONE ACHTER) Schuif de antenne, op zijn steun, naar links tot deze vastklemt. Sluit de stekker van de antenne aan Monteer de mat van de bagageruimte (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Mat bagageruimte). II - ANTENNE 3 (CENTRALE ZONE) 4 Schuif de antenne, op zijn steun, naar rechts tot deze vastklemt. Sluit de stekker aan. Monteer de zitting van de achterbank. Maak de stekker van de antenne los, III - ANTENNE 2 (ZONE VOOR) Schuif de antenne, op zijn steun, naar rechts tot deze vastklemt. Sluit de stekker van de antenne aan. Monteer de middenconsole (zie MR 403, Carrosserie, 57A, Accessoires interieur, Middenconsole). 82A-19
62 STARTVERGRENDELING Startantenne: Uitbouwen - Inbouwen 82A IV - ANTENNE 1 (ZONE VOOR) Schuif de antenne, op zijn steun, naar achteren tot deze vastklemt. Sluit de stekker van de antenne aan. Monteer het instrumentenpaneel (zie 83A, Instrumenten - dashboard, Instrumentenpaneel). 82A-20
63 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Algemeen 83A indicator automatische transmissie (optie), Het instrumentenpaneel van het lage gamma heeft de volgende functies: - Bijzonderheid benzine: waarschuwingslampje gas (LPG), toerenteller tot 7125 tr/min. - Bijzonderheid diesel: waarschuwingslampje roetfilter, toerenteller tot 5000 tr/min. - Zichtbaar door analoge wijzers: rijsnelheid, toerenteller, brandstofpeil (benzine, diesel of gas), koelvloeistoftemperatuur. - Zichtbaar op display: afstandsmeter totaal- en dagteller: informatie ABS/ ESP via CAN, oliepeil, boordcomputer: - verbruikte brandstof (benzine, gas of diesel), - gemiddeld verbruik (benzine, gas of diesel), - actueel verbruik (benzine of diesel), - actieradius brandstof (benzine, gas of diesel), - afgelegde afstand, - gemiddelde snelheid, - afstand tot olie verversen - Zichtbaar op een monochroom infoscherm met informatie over de staat van de werking van de auto door een kleurensysteem: wit : boodschap over de staat (snelheidsregelaar, auto zonder sleutel, enz.), oranje: waarschuwingsboodschappen met risico (sensor van het controlesysteem bandenspanning defect, enz.), rood : waarschuwingsboodschappen met gevaar (temperatuur van de koelvloeistof in de motor, enz.). - Het infoscherm wordt gebruikt voor de volgende functies: auto zonder sleutel, controlesysteem bandenspanning staat van de portieren, Het is mogelijk om in het zelfdiagnoseprogramma van het instrumentenpaneel te komen. Zet het contact aan met ingedrukte functiekeuzetoets van de boordcomputer op het uiteinde van de wisserschakelaar. - Beheer van een multifunctionele zoemer: signaleren van de werking van de knipperlichten, signaleren van het vergeten van de lichten, aan de bestuurder aangeven van het activeren of deactiveren van de portiervergrendeling tijdens het rijden, aangeven van de storing van het kinderveiligheidssysteem, aangeven van het memory systeem van de bestuurdersstoel, signaleren van het vergeten van de parkeerrem, signaleren van het vergeten van het vastmaken van de gordel van bestuurder of passagier tijdens het rijden, signaleren van het begin van het aangeven van alle waarschuwingen van de eerste prioriteit (gekoppeld aan een waarschuwingslampje STOP), signaleren van een storing eerste prioriteit door het controlesysteem bandenspanning: leeglopen of lekke band, signaleren bereiken brandstofreserve «waarschuwing brandstof», signaleren portier/achterklep niet goed gesloten, aangeven van overschrijden snelheid van uitvoeringen Arabië waar een snelheidsverklikker is voorgeschreven. - De zoemer is werkzaam vanaf het ontwaken van het instrumentenpaneel, de volgende functies werken: vergeten lichten, knipperlichten, kaart vergeten, automatische parkeerrem. 83A-1
64 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Beschrijving 83A I - AFSTAND TOT OLIE VERVERSEN 1 2 Als het peil tussen het maximum en het minimum peil staat, toont het display «oil ok»(1). Als tijdens deze secondes, gedrukt wordt op de toets «Boordcomputer», geeft het display het oliepeil aan in de vorm van blokjes (3). Als het oliepeil op het minimumpeil staat bij het aanzetten van het contact, knipperen de streepjes (2) gedurende 30 s. Het waarschuwingslampje «service» licht op en blijft branden na het starten van de motor. Onder normale omstandigheden wordt het oliepeil alleen gemeten na een onderbreking van het contact van langer dan 1 minuut; anders wordt de oude waarde opnieuw getoond. 3 4 Als er een storing van de peilzender is gedetecteerd, gaat het display bij het aanzetten van het contact direct naar de km-totaalteller. Deze informeert de bestuurder over de afstand (in km of mijlen) die kan worden afgelegd tot de volgende keer olie verversen (4). Als de afstand kleiner is dan 1500 km of 1000 mijl of als er nog maar 2 maanden overblijven, knippert de sleutel gedurende 30 s bij het aanzetten van het contact of als de bladzijde «afstand tot verversen» zichtbaar is op de boordcomputer. De sleutel knippert permanent als de afstand 0 is geworden of na 24 maanden (afhankelijk van motortype en land). Initialiseren van de afstand tot het olie verversen: - zet het contact aan, Kilometerteller selecteer de bladzijde «afstand tot verversen» op de boordcomputer, - druk op de toets «Boordcomputer» gedurende ongeveer 5 s, - de afstand knippert 4 s en wordt dan vast, - laat de toets «Boordcomputer» los als de juiste waarde verschijnt. II - WERKING VAN HET DISPLAY 1 - Oliepeilmeter Deze functie verschijnt bij het aanzetten van het contact of na het starten van de motor gedurende ongeveer 30 secondes. a - Totaalteller De kilometertotaalteller (5) verschijnt 30 secondes na het aanzetten van het contact (na de informatie van het oliepeil). Door drukken op de toets «Boordcomputer» kan deze wachttijd verkort worden. b - dagteller De dagteller (6) wordt in plaats van de totaalteller weergegeven na een korte druk op de toets «boordcomputer». De nulinstelling gebeurt door het lang indrukken van de toets «nulinstelling». De nulinstelling van de dagteller is niet dezelfde als de nulinstelling van de boordcomputer. 83A-2
65 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Beschrijving 83A De weergave in kilometers of in mijlen kan niet worden geconfigureerd. Hiervoor moet het instrumentenpaneel worden vervangen. 3 - De «boordcomputer» Bij het berekenen van de actieradius wordt uitgegaan van de afgelegde afstand, de hoeveelheid in de tank aanwezige brandstof en de verbruikte brandstof. Als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt, wordt geen actieradius aangegeven. De opeenvolgende gegevens van de boordcomputer verschijnen in plaats van de km-tellers door lang drukken op de toets op het einde van de ruitenwisserschakelaar (toets «boordcomputer»). De nulinstelling gebeurt door het indrukken van de toets «nulinstelling» d - Verbruikte brandstof In liter of in gallon sinds de laatste nulinstelling (10) e - Gemiddeld verbruik a - afgelegde afstand Sinds de laatste nulinstelling (7). b - Gemiddelde snelheid Sinds de laatste nulinstelling, verschijnt deze na ongeveer 400 m te hebben afgelegd (8). Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Deze waarde wordt berekend door de afgelegde afstand te delen door de tijd die is verstreken sinds de laatste nulinstelling. De tijdbasis is ingebouwd in de boordcomputer. In l/100 km of MPG, sinds de laatste nulinstelling. Deze verschijnt nadat ongeveer 400 m is afgelegd (11). Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Hierbij wordt gerekend met de afgelegde afstand en de hoeveelheid verbruikte brandstof sinds de laatste nulinstelling. f - Actueel verbruik In l/100 km, deze wordt alleen weergegeven als de rijsnelheid hoger is dan 30 km/u(12). Daaronder is het actueel verbruik vervangen door streepjes. c - Bereik met de overgebleven brandstof Deze verschijnt na ongeveer 400 m te hebben afgelegd sinds de laatste nulinstelling (9). Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Deze functie ontbreekt op de Angelsaksische uitvoering. 83A-3
66 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Beschrijving 83A III - DIAGNOSEPROGRAMMA Om toegang te krijgen tot het diagnoseprogramma, houdt u de toets «boordcomputer» op het einde van de ruitenwisserschakelaar ingedrukt en zet u het contact aan zonder de motor te starten. De wijzers bewegen met stappen van 1000 tr/min, 40 km/u, van 25 en kwarten van de tankinhoud. De test van het LCD-display verschijnt (13). Alle segmenten van het display moeten oplichten. Ga naar de volgende test door op de toets «boordcomputer» te drukken. Als de letter «d» verschijnt is er een storing in de informatie «inspuitsysteem». Als de letter «h» verschijnt is er een storing in de informatie oliepeil. De weerstand moet liggen tussen 3 en 20 Ω. Als er alleen streepjes zijn, is er geen storing gedetecteerd. Door een druk op de toets «Boordcomputer» kan het programma worden afgesloten en het storingsgeheugen gewist De warde moet overeenkomen met de hoeveelheid overgebleven brandstof in de tank en liter (14) (zelfs in de Engelse uitvoering) zolang het waarschuwingsniveau nog niet is bereikt. Ga naar de volgende test door op de toets «boordcomputer» te drukken. De test brandstofverbruik in liter / uur verschijnt (15) (draaiende motor). Een waarde moet aangegeven zijn bij draaiende motor. Ga naar de volgende test door op de toets «boordcomputer» te drukken. Weergave van storingen in het geheugen (16) Als de letter «t» verschijnt, is er een storing in de informatie «inspuitsysteem» in het geheugen geregistreerd van ten minste 4 s. Als de letter «j» verschijnt, is er een storing in het tankelement (losgemaakt gedurende meer dan 100 s). De weerstand moet liggen tussen 5 en 350 Ω. 83A-4
67 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Waarschuwingslampjes en tekstberichten 83A Tekstbericht Waarschuwingslampje stop Lampje Service Motor te heet Storing stuurkolomgrendel Storing van het inspuitsysteem x x x Storing inspuitsysteem Remlichten controleren x x Storing remsysteem x Markeringslichten controleren Relais na contact controleren x x Leeglopen of lekke band Storing laadstroom x x Stuurkolom controleren ABS defect x x Oliedruk te laag x Storing automatische parkeerrem x Storing startvergrendeling x Storing stuurkolomgrendel x Storing parkeerrem x Storing LPG Storing ESP Storing Airbag Aftappen Storing roetfilter Storing ESP Antiluchtverontreiniging x x x x x x x 83A-5
68 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Configuratie 83A diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Configuratie N CF Configuratie Opmerking CF018 Inhoud reserve VELSATIS phase 2 9 liter CF019 Type display boordcomputer Europa (l/100 km) GB (miles/gallon) Brazilië (km/l) Controleer de aan- of afwezigheid van de bladzijde boordcomputer «actueel verbruik». CF035 Inhoud tank VELSATIS phase 2 80 liter CF039 Huis met hulporganen interieur (UCH) VELSATIS phase 2 CF040 Pollenfilter Geen met CF046 Inhoud van de gastank 60 liter CF125 Uitvoering taal Frans Engels Italiaans Duits Spaans Nederlands Portugees Turks Japans Russisch CF136 Eenheid voor de bandenspanning bar Psi Selectie van de eenheid waarin de bandenspanning wordt weergegeven. 83A-6
69 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Configuratie 83A N CF Configuratie Opmerking CF137 Type van de auto VELSATIS phase 2 Selectie van de auto waarin het instrumentenpaneel is gemonteerd. CF138 Soort brandstof Benzine Diesel Dubbele brandstof benzine/gas Benzine : controleer of de schaalverdeling van de toerenteller maximaal 7000 tr/min aangeeft. Diesel : controleer of de schaalverdeling van de toerenteller maximaal 6000 tr/min aangeeft en het controlelampje voorverwarming diesel oplicht bij het aanzetten van het contact. CF139 Spraakmaker Geen Met alleen VELSATIS. CF140 Eenheid van afstand km Miles Selectie van de aanwezigheid of niet van de optie snelheidsregelaar met afstandsregelaar (radar aan voorzijde). CF141 Snelheidsverklikker Arabië Geen Met Rijden met meer dan 130 km/u laat een zoemer afgaan. CF142 ESP Geen Met Als de auto het ESP heeft: controleer door op de knop ESP OFF te drukken of de boodschap «ESP uitgeschakeld» wordt aangegeven. CF145 Bandenspanning-controlesysteem Geen Met Als de auto een bandenspanning-controlesysteem heeft : controleer of het profiel auto niet aangegeven blijft zonder de wielen en niet de boodschap «Spanning niet gecontroleerd» wordt aangegeven. CF146 Automatische parkeerrem 83A-7
70 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Configuratie 83A N CF Configuratie Opmerking Geen Met Als het instrumentenpaneel geconfigureerd is «zonder automatische parkeerrem» terwijl de auto er mee uitgerust is, geeft het instrumentenpaneel «NO PROG» op het infoscherm aan. CF148 Automatische verlichting Met Geen Schakel de automatische verlichting uit, controleer of het bericht «Lichtautomaat Off» verschijnt. CF 149 Type versnellingsbak Automatische transmissie BVR Handgeschakelde versnellingsbak Als de auto een automatische transmissie (BVA) of robotversnellingsbak (BVR) heeft, controleer dan of het instrumentenpaneel de versnelling aangeeft. Als de auto geen automatische transmissie of geen robotversnellingsbak heeft, controleer dan of er geen boodschap «Versnellingsbak controleren» is. CF150 Snelheidsregelaar / -begrenzer Met Geen Als de auto uitgerust is met een snelheidsregelaar/-begrenzer: controleer dan of het controlelampje snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer oplicht door het knopje snelheidsregelaar/- begrenzer te gebruiken. CF158 Zoemer gordel vergeten Met Geen Als het instrumentenpaneel nooit geconfigureerd is, verschijnt de boodschap «NO PROG» op het display zodra het contact aangezet wordt. I - AFSTAND TOT OLIE VERVERSEN Initialiseer de waarden van afstand en tijd tot olie verversen evenals de afstand na het olie verversen, met de twee door het diagnoseapparaat CLIP te configureren parameters, VP008 «Afstand tot olie verversen: actuele waarde in km» en VP009 «Afstand tot olie verversen: actuele waarde in maanden». Bereiken van de eerste waarschuwingsdrempel: Binnenkort olie verversen - Als de overgebleven afstand tot olie verversen de waarde van 1500 km of 1000 mijl bereikt of als de overgebleven tijd tot olie verversen de waarde van 83A-8
71 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Configuratie 83A 2 maanden bereikt, wordt de eerste waarschuwingsdrempel gepasseerd met de weergave «Binnenkort olie verversen». Bereiken van de tweede waarschuwingsdrempel: Snel olie verversen - Als de overgebleven afstand of de overgebleven tijd de waarde bereikt, wordt de tweede alarmdrempel gepasseerd met weergave van «Snel olie verversen» (en branden van het controlelampje SERVICE). II - INTERVAL OLIEVERVERSEN Gebruik deze parameter uitsluitend als het instrumentenpaneel nieuw is. Raadpleeg het instructieboekje van de auto voor het kilometer- en het tijdsinterval olie verversen van de auto afhankelijk van het land. Geef, met contact aan en stilstaande motor, het commando VP006 «Interval olieverversen in km». Voer de verversingsinterval in km in. Voorbeeld: - voer 20 in om km aan te geven, - voer 30 in om km aan te geven. III - AFSTANDSMETER Gebruik deze parameter alleen als het instrumentenpaneel nieuw is. Deze parameter dient voor het actualiseren van de afstandsmeter op het nieuwe instrumentenpaneel, door middel van een parameter die te configureren is met de diagnoseapparaat, VP010 «Update afstandsmeter». De update teller wordt groter bij elke update van de afstandsmeter van het instrumentenpaneel (maximale waarde 15). Deze update teller kan alleen geïnitialiseerd worden in de fabriek of in de werkplaats. IV - KALIBRATIE VAN HET TANKELEMENT Gebruik deze parameter alleen als het instrumentenpaneel nieuw is. Deze parameter dient voor het actualiseren van de peilmeting op het nieuwe instrumentenpaneel, door middel van een parameter die te configureren is met de diagnoseapparaat, VP011 «Kalibratie van het tankelement». Geef, met contact aan en stilstaande motor, het commando VP011 «Kalibratie van het tankelement». De waarde van de meting gaat van 15 tot 320 Ω waarbij het instrumentenpaneel de weerstandswaarde omrekent in liters. Bijzonderheid bij Engelse uitvoeringen: Het nieuw geleverde instrumentenpaneel is in kilometers geconfigureerd. Maak, behalve het configureren van de taal CF125 «Uitvoering taal», onderstaande berekening zodat het instrumentenpaneel de juiste waarde aangeeft voor de afstand tot olie verversen en het gewenste interval voor het olieverversen. Om het interval voor het olieverversen in mijlen aan te geven vermenigvuldigt u de in mijlen aangegeven waarde in het onderhoudsboekje met 10 daarna deelt u door 6 om de waarde in kilometers te krijgen. Na de waarde te hebben ingevoerd, rekent de rekeneenheid deze automatisch om in mijlen voor het interval van het olieverversen. Voorbeeld: mijl X 10 = mijl daarna delen door 6 = km 83A-9
72 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Oliepeilzender 83A I - WERKING De oliepeilzender bestaat uit een draad met een hoge weerstandscoëfficiënt. Als de draad is ondergedompeld in een vloeistof heeft hij een andere elektrische weerstand dan in lucht. Na een vaste tijd, ontstaat een spanningsverschil tussen de aansluitingen afhankelijk van de onderdompeling van de draad. Dit spanningsverschil wordt verwerkt door de elektronica van het instrumentenpaneel dat de weergave van het peil regelt en de waarschuwing «minimum oliepeil» op het centrale display. Bij het aanzetten van het contact, geeft het centrale display de boodschap «oil ok» aan gedurende ongeveer 30 s voordat het overgaat op het display van de kilometertotaaltellers. Als de accuspanning lager is dan 8 V, wordt het peil niet aangegeven. Bij een kortsluiting of onderbreking in het circuit tijdens de weergave van het oliepeil, wordt meteen overgegaan op de kilometerstanden. II - CONTROLE De weerstand van het opname element moet liggen tussen 6 en 20 Ω. Bij waarden onder 3 Ω is er sprake van een kortsluiting. Bij waarden boven ongeveer 20 Ω is er sprake van een onderbreking. 83A-10
73 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Tankelement: Controle 83A Controleer de weerstandsverandering door de vlotter te verplaatsen. Controle Niveau Weerstand (± 10 Ω) Nuttige liters benzine (± 5 l) Nuttige liters diesel (± 5 l) Tank vol 20 Ω Tank 75 Ω Tank 176 Ω Tank 233 Ω Tank leeg 280 Ω Voor een nauwkeuriger weergave, gebruikt het instrumentenpaneel een verschillende overeenkomst Weerstand/Meterstand: De genoemde waarden gelden ter indicatie. Weerstand ingang instrumentenpaneel in Ω (± 10 Ω) Meterstand 20 Tank vol 57,5 7/8 95 3/4 132,5 5/ /2 207,5 3/ /4 282,5 Ingang reserve 83A-11
74 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiescherm: Uitbouwen - Inbouwen 83C UITBOUWEN Bouw het instrumentenpaneel uit (zie 83A, Instrumenten - dashboard, Instrumentenpaneel) Bouw de bevestigingsschroeven (1) van het scherm op het instrumentenpaneel uit. Maak het scherm vrij. INBOUWEN Vervang het scherm. Monteer de bevestigingsschroeven van het scherm op het instrumentenpaneel. Monteer het instrumentenpaneel (zie 83A, Instrumenten - dashboard, Instrumentenpaneel). 83C-1
75 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Antenne: Uitbouwen - Inbouwen 83C UITBOUWEN Bouw uit: - de hemelbekleding (zie MR 403, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding). - de bekleding van zijwand rechts achter (zie MR 403, 71A, Interieurbekleding, bekleding zijwand achter). 1 Bouw uit: de moer waarmee de antenne vastzit, - de antenne. Maak de antennedraad (1) los De antenne bevindt zich in het dakpaneel aan de achterkant. INBOUWEN Plaats: - de antenne, - de moer waarmee de antenne vastzit. Maak de antennedraad vast. Plaats: - de bekleding van zijwand rechts achter (zie MR 403, 71A, Interieurbekleding, bekleding zijwand achter), - de hemelbekleding (zie MR 403, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding). 83C-2
76 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiesysteem hoge gamma: Toetsenbord 83C UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen bij de negatieve pool (zie 80A, Accu : Uitbouwen-Inbouwen) Maak los : Maak het achterste deel van de bekleding los door voorzichtig bij (1) en daarna bij (2) te trekken. - de stofhoes van de versnellingshendel, - de steun van de kaartlezer aan de voorkant (5), daarna aan de achterkant (6). Maak de verschillende stekkers los Verwijder het voorste deel van de bekleding (3) en (4) Maak het toetsenbord van het navigatiesysteem los door te drukken op de klemmetjes (7). INBOUWEN Maak het toetsenbord van het navigatiesysteem weer vast. 83C-3
77 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiesysteem hoge gamma: Toetsenbord 83C Sluit de verschillende stekkers aan. Klem vast: - de steun van de kaartlezer, - de stofhoes van de versnellingshendel. Maak de bekleding vast. Sluit de accu aan (zie 80A, Accu : Uitbouwen-Inbouwen). 83C-4
78 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Centrale communicatie eenheid: Uitbouwen - Inbouwen 83C Onmisbaar speciaal gereedschap Ms Gereedschap voor het uitbouwen autoradio Philips UITBOUWEN Bouw de centrale communicatie eenheid (1) uit met behulp van het gereedschap (Ms. 1373). Maak de stekkers los. INBOUWEN Sluit de stekkers aan. Monteer de centrale communicatie eenheid. Voer de antidiefstalcode in als de centrale communicatie eenheid is vervangen (zie 83C, Ingebouwd telematicasysteem, Navigatie hoge gamma, antidiefstalcode). Invoeren van de antidiefstalcode. 83C-5
79 RADIO "lage gamma": Antidiefstalcode 86A De autoradio is beveiligd via een vier cijferige code. Deze code wordt aan de gebruiker gevraagd na elke keer losmaken van de stekkers of de accu. Deze code moet met behulp van de bedieningssatelliet of het toetsenbord van de autoradio ingevoerd worden. Het display toont «code» gevolgd door «0000». INVOEREN VAN DE CODE 1 - Via de bediening bij het stuurwiel Om een ingevoerd cijfer te valideren, drukt u op de onderste toets van de satelliet. 2 - Via het toetsenbord van de autoradio Voer de cijfers in met de toetsen (1) t/m (4) en bevestig daarna met de toets (6). Als de code fout is, geeft de radio een geluidssignaal, toont «CODE» en blokkeert (1 min. voor de eerste fout, 2 min. voor de tweede fout, 4 min. voor de derde fout tot 32 min. maximaal. Na de eerste invoering van de code, moeten bepaalde parameters geprogrammeerd worden (zie S.M. 3701A, Radio lage gamma, 86A, Radio: Configuraties-Parameters). Deze parameters blijven behouden als de accu wordt losgenomen. De fabrieksstand wort hersteld door gelijktijdig drukken op de toetsen (2) en (5) tijdens het inschakelen van het toestel. Wacht daarna ongeveer 2 minuten. De autoradio kan werken gedurende ongeveer 2 min. met regelmatige piepjes zonder invoeren van de code. 86A-1
80 RADIO "hoge gamma" : Antidiefstalcode 86A 2 - Bij het vervangen van alleen de cd-wisselaar: De code van de tuner-versterker wordt ingelezen bij het aansluiten van de accu of van de cd-wisselaar I - ANTIDIEFSTALCODE De antidiefstalcode van vier cijfers is voor de tunerversterker. Deze code wordt gevraagd bij iedere onderbreking van de voeding. Deze code moet worden ingevoerd via de bedieningssatelliet. Het display toont «code» gevolgd door «0000». Als de code fout is, geeft de radio een geluidssignaal, toont «CODE» en blokkeert (1 min. voor de eerste fout, 2 min. voor de tweede fout, 4 min. voor de derde fout tot 32 min. maximaal. Na de eerste invoering van de code, moeten bepaalde parameters geprogrammeerd worden (zie S.M. 3702A, Radio hoge gamma, 86A, Radio: Configuraties - parameters). Deze parameters blijven behouden als de accu wordt losgenomen. De fabrieksstand wort hersteld door gelijktijdig drukken op de toetsen (2) en (5) tijdens het inschakelen van het toestel. Wacht ongeveer 2 minuten. De autoradio kan werken gedurende ongeveer 2 min. met regelmatige piepjes zonder invoeren van de code. II - CODE UITWISSELING TUSSEN DE CD- WISSELAAR EN DE TUNER/VERSTERKER 1 - Bij het vervangen van alleen de tuner-versterker: De code van de oude tuner-versterker die was aangesloten op de cd-wisselaar kan niet worden ingevoerd. De cd-wisselaar leest de code in van de nieuwe tunerversterker. 86A-2
81 RADIO Luidsprekers voor: Uitbouwen - Inbouwen 86A UITBOUWEN Bouw de voorportierbekleding uit (zie MR 403, Carrosserie, 72A, Bekleding portieren, Portierbekleding voor: Uitbouwen - inbouwen) Bouw uit: de bevestigingsschroeven (1) van het luidsprekerrooster, - het luidsprekerrooster, - de schroeven (2) van de luidspreker, - de luidspreker. INBOUWEN Plaats: - de luidspreker, - de schroeven van de luidspreker, - het luidsprekerrooster, - de schroeven van de luidspreker, - de voorportierbekleding (zie MR 403, Carrosserie, 72A, Bekleding portieren, Portierbekleding voor: Uitbouwen - inbouwen). 86A-3
82 RADIO Luidsprekers achter: Uitbouwen - Inbouwen 86A UITBOUWEN Bouw de achterportierbekleding uit (zie MR 403, Carrosserie, 72A, Bekleding portieren, Portierbekleding achter: Uitbouwen - inbouwen). INBOUWEN Plaats: - de schroeven van de luidspreker, - het luidsprekerrooster, - de bevestigingsschroeven van het luidsprekerrooster, - de achterportierbekleding (zie MR 403, Carrosserie, 72A, Bekleding portieren, Portierbekleding achter: Uitbouwen - inbouwen). Zet de bevestigingsmoeren van het luidsprekerrooster matig vast Bouw uit: - de bevestigingsschroeven (1) van het luidsprekerrooster, - het luidsprekerrooster. 2 Bouw de schroeven (2) van de luidspreker uit A-4
83 RADIO Radiobedieningssatelliet: Uitbouwen - Inbouwen 86A diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal 3 Aantrekkoppelsm stuurwielbout 44 N.m UITBOUWEN BELANGRIJK: Voor alle werkzaamheden aan of in de nabijheid van het veiligheidssysteem, moet u de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan). Bouw de module van de frontale bestuurdersairbag uit (zie 88C, Airbags en gordelspanners, Frontale bestuurdersairbag : Uitbouwen - inbouwen). Bouw uit: - de bevestigingsschroeven van de stuurkolomkappen (2), - de stuurkolomkappen (3) Maak de stekker van de stuurkolomschakelaars (4) los, Bouw uit: - de schroef van de stuurkolomschakelaars (5), - de stuurkolomschakelaars INBOUWEN Plaats: de stuurkolomschakelaars, Zet de wielen in de rechtuit stand. Bouw uit: - de stuurwielbout (1), - het stuurwiel. - de schroef van de stuurkolomschakelaars (5). Sluit de stekker van de stuurkolomschakelaars (4) aan. Plaats: - de stuurkolomkappen (3), 86A-5
84 RADIO Radiobedieningssatelliet: Uitbouwen - Inbouwen 86A - de bevestigingsschroeven van de stuurkolomkappen (2), BIJZONDERHEID STUURWIEL LET OP Controleer of de voorwielen rechtuit staan en of het merkteken van de draaibare doorvoer in de goede stand (merkteken (6)) staat LET OP - Het stuurwiel moet vrij over de spiebanen schuiven (de spiebanen passen hebben pasnokken). - Beschadig de pasnokken van de spiebanen niet. - Vervang altijd de stuurwielbout na ieder uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de stuurwielbout (44 N.m). Monteer de module van de frontale bestuurdersairbag (zie 88C, Airbags en gordelspanners, Frontale bestuurdersairbag : Uitbouwen - inbouwen). Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen) 86A-6
85 TELEFOON Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 86B Voor de auto's met het navigatiesysteem hoge gamma generatie II (met een toetsenbord op de middenconsole), wordt de telefoon beheerd door de rekeneenheid van de navigatie (zie 83C, Ingebouwd telematicasysteem, Navigatiesysteem : Rekeneenheid). 2 UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen bij de negatieve pool (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - inbouwen) Bouw met behulp van een stevige spatel de onderste sierlijst (2) van het instrumentenpaneel, die is vastgeklemd op het dashboard, uit Bouw met behulp van een stevige spatel de bovenste sierlijst (1) van het instrumentenpaneel, die is vastgeklemd op het dashboard, uit. Bouw uit: de schroeven (3), - het instrumentenpaneel, (kantel het instrumentenpaneel van beneden naar boven om het uitbouwen te vergemakkelijken). 86B-1
86 TELEFOON Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 86B 4 Bouw de rekeneenheid (4) uit Maak de stekkers los. INBOUWEN Maak de stekker vast. Monteer de rekeneenheid. Plaats: - het instrumentenpaneel, (kantel het instrumentenpaneel van beneden naar boven om het uitbouwen te vergemakkelijken), - de bevestigingsschroeven van het instrumentenpaneel, - de sierlijst onder het instrumentenpaneel, - de sierlijst boven het instrumentenpaneel. Sluit de accukabels aan, te beginnen bij de positieve pool (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - inbouwen). LET OP Voer de noodzakelijke inlezingen uit. 86B-2
87 TELEFOON Steun van telefoonset: Uitbouwen - Inbouwen 86B UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen bij de negatieve pool (zie 80A, Accu : Uitbouwen-Inbouwen). BIJZONDERHEID SELECTEURHENDEL AUTOMATISCHE TRANSMISSIE Maak het achterste deel van de bekleding los door voorzichtig bij (1) en daarna bij (2) te trekken. Draai het onderste deel (5) Druk op de ontgrendelknop van de schakelaar (6) Verwijder de bekleding (3) en (4). Bouw de stofhoes van de versnellingshendel uit. Maak de hendel (7) los. 86B-3
88 TELEFOON Steun van telefoonset: Uitbouwen - Inbouwen 86B Maak de plaat van de hendel (8) los Maak los : de verbinding van de antenne (12) van zijn steun door hem naar links te trekken, - de stekker (11) van zijn steun (trek naar links daarna naar de achterzijde van de auto) Maak de steun van de kaartlezer los aan de voorkant (9), daarna aan de achterkant (10). Maak de stekkers los 86B-4
89 TELEFOON Steun van telefoonset: Uitbouwen - Inbouwen 86B Maak los: de verbinding van de antenne, - de stekker. Om de stekker van de antenne los te maken van de steun van de telefoon: - houd het kleine (13) deel van de stekker vast, Bouw de bouten (17) van de steun van de telefoon uit. - beweeg het grote deel (14) naar het kleine deel bij (15), - houd het grote deel (14) van de stekker tegen het kleine deel (13), - trek aan het kleine deel (13) van de stekker bij (16) Bouw de telefoonhouder (18) uit van het voetstuk (kantel de telefoonhouder op zijn voet totdat hij volledig uitgebouwd is). INBOUWEN Plaats: - de telefoonhouder op het voetstuk, - de bevestigingsschroeven van de telefoonhouder. 86B-5
90 TELEFOON Steun van telefoonset: Uitbouwen - Inbouwen 86B Sluit aan: - de stekker, - de verbinding van de antenne. Klem vast: - de stekker op zin steun, - de verbinding van de antenne op zijn steun. Sluit de stekker aan van de steun van de kaartlezer. Klem de steun van de kaartlezer vast. BIJZONDERHEID SELECTEURHENDEL AUTOMATISCHE TRANSMISSIE Klem vast: - de plaat van de selecteurhendel, - de versnellingshendel. Draai het onderste deel van de hendel. Plaats: - de stofhoes van de versnellingshendel, - de bekleding van de middenconsole. Sluit de accukabels aan, te beginnen bij de positieve pool (zie 801A, Accu : Uitbouwen - inbouwen). LET OP Voer de noodzakelijke inlezingen uit. 86B-6
91 TELEFOON Microfoon "handsfree": Uitbouwen - Inbouwen 86B UITBOUWEN Bouw de hemelbekleding uit (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding). Maak de stekker los. Maak de microfoon los van de bekleding. INBOUWEN Klem de microfoon vast in de bekleding. Sluit de stekker aan. Monteer de hemelbekleding (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding). 86B-7
92 TELEFOON Telefoonantenne: Uitbouwen - Inbouwen 86B UITBOUWEN Bouw uit: - de hemelbekleding (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding). - de bekleding van zijwand rechts achter (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, bekleding zijwand achter). INBOUWEN Plaats: - de antenne, - de moer waarmee de antenne vastzit. Maak de antennedraad vast. Plaats: - de bekleding van zijwand rechts achter (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, bekleding zijwand achter), - de hemelbekleding (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding) Maak de antennedraad (1) los. Bouw uit: de moer waarmee de antenne vastzit, - de antenne. 86B-8
93 TELEFOON Telefoonbediening bij het stuurwiel: Uitbouwen - Inbouwen 86B diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal 3 Aantrekkoppelsm stuurwielbout 44 N.m UITBOUWEN BELANGRIJK: Voor alle werkzaamheden aan of in de nabijheid van het veiligheidssysteem, moet u de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan). Bouw de module van de frontale bestuurdersairbag uit (zie 88C, Airbags en gordelspanners, Frontale bestuurdersairbag : Uitbouwen - inbouwen). Bouw uit: - de bevestigingsschroeven van de stuurkolomkappen (2), - de stuurkolomkappen (3) Maak de stekker van de stuurkolomschakelaars (4) los, Bouw uit: - de schroef van de stuurkolomschakelaars (5), - de stuurkolomschakelaars INBOUWEN Plaats: de stuurkolomschakelaars, Zet de wielen in de rechtuit stand. Bouw uit: - de stuurwielbout (1), - het stuurwiel. - de schroef van de stuurkolomschakelaars (5). Sluit de stekker van de stuurkolomschakelaars (4) aan. Plaats: - de stuurkolomkappen (3), 86B-9
94 TELEFOON Telefoonbediening bij het stuurwiel: Uitbouwen - Inbouwen 86B - de bevestigingsschroeven van de stuurkolomkappen (2), BIJZONDERHEID STUURWIEL LET OP Controleer of de voorwielen rechtuit staan en of het merkteken van de draaibare doorvoer in de goede stand (merkteken (6)) staat LET OP - Het stuurwiel moet vrij over de spiebanen schuiven (de spiebanen passen hebben pasnokken). - Beschadig de pasnokken van de spiebanen niet. - Vervang altijd de stuurwielbout na ieder uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de stuurwielbout (44 N.m). Monteer de module van de frontale bestuurdersairbag (zie 88C, Airbags en gordelspanners, Frontale bestuurdersairbag : Uitbouwen - inbouwen). Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 86B-10
95 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Beschrijving 87C Het systeem voor de portiervergrendeling van de auto zonder sleutel bestaat uit: I - RENAULT KAART AFSTANDSBEDIENING - het huis met hulporganen interieur, - de specifieke Renault kaarten met twee knoppen in de «eenvoudige» uitvoering en drie knoppen in de «handsfree» uitvoering, - een ongecodeerde kaartlezer (ontvanger radiofrequentie en transponder in de uitvoering «eenvoudige») en een ongecodeerde kaartlezer (ontvanger transponder in de «handsfree» uitvoering), - een drukknop voor het starten en stilzetten van de motor, - de stuurkolomgrendel voor de mechanische blokkering van het stuurwiel, - motors voor het vergrendelen - ontgrendelen van de portieren (ingebouwd in de sloten), - een specifieke antenne voor de detectie van de Renault kaart («handsfree» uitvoering) in de hemelbekleding, - aanwezigheids- en bewegingssensors in de portierhandgrepen («handsfree» uitvoering), - specifieke portiersloten voor de functies kinderveiligheid en extra portiervergrendeling (afhankelijk van de uitvoering). Voor de bijzonderheden van het huis met hulporganen interieur, (zie 87B, Huis met hulporganen interieur, Huis met hulporganen interieur: Algemeen). Voor de bijzonderheden van de veiligheids- en schakeleenheid, (zie 87G, Huis met hulporganen motorruimte, Veiligheids- en schakeleenheid : Algemeen). Voor de bijzonderheden van de kaartlezer en de startknop, (zie 82A, Startvergrendeling). De Renault kaarten met afstandsbediening met twee knoppen hebben: - een gecodeerde chip zonder batterijtje, voor de startvergrendeling, - een FM-afstandsbediening voor het vergrendelen of het ontgrendelen van de portieren. De code van het radiosignaal dat de Renault-kaarten uitzenden is continu variabel om een eventueel kopiëren tegen te gaan. Bij dit systeem, verloopt de synchronisatie van de afstandsbedieningen automatisch. De afstandsbediening wordt alleen gebruikt voor het vergrendelen en ontgrendelen van de portieren en is geheel onafhankelijk van de startvergrendeling Het huis met hulporganen interieur kan vier verschillende codes verwerken (vier Renault-kaarten maximaal). In de fabriek worden twee Renault-kaarten aan de auto toegewezen. Afhankelijk van het uitrustingsniveau kan de auto hebben: - ofwel twee Renault-kaarten met twee knoppen (zonder handsfree systeem),: - ofwel twee Renault-kaarten met een met "handsfree" systeem (drie knoppen). 87C-1
96 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Beschrijving 87C II - RENAULT KAART "HANDSFREE" Met dit systeem kunnen de portieren worden geopend en gesloten zonder de FM-afstandsbediening te gebruiken. Hiermee is ook het starten mogelijk zonder dat de Renault-kaart in de kaartlezer zit. De "handsfree" is te herkennen aan een derde knop (1) voor het inschakelen de lichten bij stilstaande motor. Als de accu van de auto onvoldoende is geladen, kan de stuurkolomgrendel niet ontgrendelen. De auto kan niet worden aangeduwd. 87C-2
97 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C I - WERKING VAN DE "EENVOUDIGE" RENAULT KAARTEN AFSTANDSBEDIENING Het systeem functioneert met behulp van: - een Renault kaart met afstandsbediening (twee knoppen) (1), - een radiofrequentie ontvanger ingebouwd in de kaartlezer (2), 9 - een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur (3), - een startknop (4), 8 - de portiersloten, - een controlelampje van de portiervergrendeling, - de richtingaanwijzers, - de rekeneenheid van het inspuitsysteem (5), - de opname elementen van het koppelingspedaal (6) en de stand "neutraal" van de versnellingsbak voor de startvergrendeling, - de elektrische stuurkolomgrendel (7) voor de startvergrendeling De "eenvoudige" Renault kaart met afstandsbediening heeft twee knoppen: - een vergrendelknop (8), 87C-3
98 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C - een ontgrendelknop (9). Om de portieren te vergrendelen, drukt u op de knop sluiten. Het vergrendelen van de portieren met behulp van de afstandsbediening is zichtbaar door het twee maal oplichten van de alarmknipperlichten (als alle portieren goed gesloten zijn). Het rode vergrendelingslampje brandt. Als een of meerdere portieren slecht gesloten zijn, lichten de alarmknipperlichten niet op bij het vergrendelen met de afstandsbediening. Om de portieren te ontgrendelen, drukt u op de knop openen. Het vergrendelen van de portieren met behulp van de afstandsbediening is zichtbaar door het oplichten van de alarmknipperlichten. Het knipperen van de alarmknipperlichten bij het gebruik van de afstandsbediening wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur. De werking van de schakelaar van de centrale portiervergrendeling wordt uitgeschakeld als de portieren vergrendeld zijn met de afstandsbediening. Sommige uitvoeringen (met rechts stuur) zijn uitgerust met de functie "extra portiervergrendeling" die de portieren zo vergrendelt dat zij niet van binnenuit kunnen worden geopend. Voor de extra portiervergrendeling, drukt u twee keer na elkaar op de knop sluiten(8). Deze functie gebruikt speciale portierslotmotors. De staat van de extra portiervergrendeling is te zien aan een keer knipperen van de alarmknipperlichten. Auto's met rechts stuur kunnen zijn voorzien van de functie openen bestuurdersportier alleen. Deze functie zorgt ervoor dat bij een keer drukken op de Renaultkaart alleen het bestuurdersportier en de achterklep worden ontgrendeld. Om alle portieren te ontgrendelen moet twee keer achter worden gedrukt. Bij auto's met ruitbediening met sneltoets of elektrisch open dak, kunnen met een lange druk op de knop sluiten alle portierruiten en het dak worden gesloten (als deze zijn geïnitialiseerd). Als een portier niet goed is gesloten bij het drukken op de knop sluiten, vergrendelen en ontgrendelen de portieren automatisch. 87C-4
99 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C II - WERKING VAN DE "HANDSFREE" RENAULT KAARTEN Het systeem functioneert met behulp van: - een "handsfree" Renault kaart met drie knoppen (10), - een kaarthouder (11), - een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur (12), - een rood controlelampje startvergrendeling (13), - de rekeneenheid van het inspuitsysteem (14) voor de startvergrendeling, - de elektrische stuurkolomgrendel (15) voor de startvergrendeling, - het opname element van het rempedaal (21) voor de startvergrendeling, - antennes voor de detectie van de Renault kaart voor het openen van de portieren (22), - antennes voor de detectie van de Renault kaart voor het starten van de motor (23), - de claxon (24), - de handgrepen met aanwezigheidssensors en bewegingscontacten, en de sloten (25). - de startknop (16), - de rekeneenheid van de airbag voor de startvergrendeling (17), - de rekeneenheid van het ABS voor de startvergrendeling (18), - het opname element van het koppelingspedaal (19) voor de startvergrendeling, - het opname element stand "neutraal" van de versnellingsbak (20) voor de startvergrendeling, 87C-5
100 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C Het knipperen van de alarmknipperlichten bij het gebruik van de afstandsbediening wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur Vergrendeling van de portieren Loop van de auto weg, portieren dicht, buiten de detectiezone van de antennes, zodat de Renault kaart geen verbinding meer heeft met het huis met hulporganen interieur. De portieren vergrendelen automatisch De Renault-kaart met "handsfree" functie heeft drie knoppen: - een knop voor het sluiten (26). Met deze knop worden de portieren vergrendeld en kan de "handsfree" functie worden uitgeschakeld, - een knop voor het openen (27). Met deze knop worden de portieren ontgrendeld en kan de "handsfree" functie worden uitgeschakeld, - een knop (28) voor het inschakelen de lichten bij stilstaande motor (met uitschakelvertraging). 1 - Handbediende werking De "handsfree" werking kan worden uitgeschakeld door een druk op de toets sluiten of openen. De werking is in dat geval als van een eenvoudige afstandsbediening. Om de "handsfree" werking terug te krijgen: zet het contact aan en steek de Renault-kaart in de kaartlezer. Het vergrendelen van de portieren is te zien aan het twee keer knipperen van de alarmknipperlichten, het vast branden van de zijknipperlichten (ongeveer tien secondes) en een geluidssignaal. De bewegingssensors in de portierhandgrepen werken gedurende 72 u. Na deze periode, moet een openingsbeweging worden gemaakt met de handgreep. 4 - Werking van de openingssensors Voor de "handsfree" werking van de Renault-kaart, heeft elke portierhandgreep een aanwezigheidssensor. Deze sensor detecteert de hand van de gebruiker en schakelt de handsfree ondervraging in Ontgrendeling van de portieren Loop naar de auto, binnen de detectiezone van de antennes, zodat de Renault kaart verbinding maakt met het huis met hulporganen interieur. Steek uw hand achter een van de portierhandgrepen of open de achterklep. De aanwezigheidssensors in de handgrepen veroorzaken het "handsfree" ondervragen van de auto via de antenne van het dak. Als de kaart is herkend door de kaarlezer, ontgrendelt de auto (zichtbaar door het knipperen van de alarmknipperlichten) De sensor (29) in de handgreep heeft een reflector en de handgreep heeft een bewegingscontact. Na lange inactiviteit (72 u), wordt de sensor overgenomen door het bewegingscontact in de handgreep. 87C-6
101 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C Voor het uitbouwen van de portierhandgrepen, zie (MR 403, Carrosserie, 51A, Mechanismes in portieren, Buitenhandgreep portier: Uitbouwen - inbouwen). Voor het openen van de bagageruimte, is de sensor vervangen door een schakelaar. III - WERKING VAN DE ZIJKNIPPERLICHTEN Om het ontgrendelen en het vergrendelen te kunnen controleren, stuurt het huis met hulporganen interieur alle knipperlichten aan. Druk op de Renault kaart Effect op de sloten Werking van de richtingaanwijzers Werking van de zijknipperlichten Werking van de claxon Sluiten 1 korte druk portiervergrendeling 2 korte drukken extra portiervergrendeling van de portieren 1 lange druk**** sluiten van de ruiten en het open dak* 2 knipperingen 2 knipperingen - snel knipperen snel knipperen - 2 knipperingen snel knipperen - handsfree werking portiervergrendeling 2 knipperingen continu branden gedurende ongeveer 10 s 1 signaal (te configureren) 1 korte druk Ontgrendelen van de portieren of het bestuurdersportier* * 1 keer knipperen 1 keer knipperen - Openen 2 korte drukken ontgrendelen van de portieren** 1 keer knipperen 1 keer knipperen - handsfree werking Ontgrendelen van de portieren of het bestuurdersportier* * 1 keer knipperen 1 keer knipperen - * Voor deze functie, moet de auto ruitbediening met sneltoets en open dak met afknijpbeveiliging hebben. * Auto's met rechts stuur kunnen zijn voorzien van de functie openen bestuurdersportier alleen. Deze functie zorgt ervoor dat bij een keer kort drukken op de Renault kaart alleen het bestuurdersportier wordt ontgrendeld. Bij de opdracht tot vergrendelen: - een niet goed gesloten bestuurdersportier verhindert het vergrendelen van alle portieren, - een niet gesloten achterklep of portier verhindert het oplichten van de knipperlichten en verhindert de handsfree vergrendeling. *** Ontgrendelen van de portieren van een auto met de functie openen "bestuurdersportier alleen". **** Bij bepaalde uitvoeringen met "rechts stuur", wordt deze functie voorafgegaan door de "extra portiervergrendeling. Beperkte werking 87C-7
102 REGELING VAN DE PORTIEREN Openingsantennes: Werking 87C Detectieantenne van de Renault kaart De auto's met het «handsfree» systeem hebben vier antennes voor het starten en een voor de regeling van de portieren. De antennes voor de detectie van de "Renault" kaart bevindt zich in de hemelbekleding. 87C-8
103 REGELING VAN DE PORTIEREN Schakelaar voor het openen van de achterklep: Uitbouwen - Inbouwen 87C UITBOUWEN Bouw de bekleding van de achterklep uit (zie MR 403, Carrosserie, 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep) Maak de stekker (1) los. Bouw de bevestigingsschroeven (2) van de schakelaar uit. Maak de schakelaar los. INBOUWEN Maak de schakelaar vast. Monteer de bevestigingsschroeven van de schakelaar. Sluit de stekker aan. Monteer de bekleding van de achterklep (zie MR 403, Carrosserie, 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep). 87C-9
104 REGELING VAN DE PORTIEREN Grendelmotor van de tankdopklep: Uitbouwen - Inbouwen 87C Het vergrendelen - ontgrendelen van de tankdopklep wordt tegelijk met het bestuurdersportier aangestuurd. UITBOUWEN Bouw uit: - het scherm in de wielkuip rechts achter (zie MR 403, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Scherm in wielkuip achter: Uitbouwen- inbouwen) Bouw het toegangsluik (1) uit Bouw uit: - de bevestigingsmoer van de motor (4) (naast de klep in de buitenste wielkuip), - de motor. 3 Bij een elektrische storing, kan de motor handmatig worden bediend met het trekstangetje (3). INBOUWEN Plaats: 2 - de motor, - de bevestigingsmoer van de motor (4). Maak de stekker (2) los LET OP Zet de moer niet te vast op de plastic schroefdraad van de motor. Sluit de stekker aan. Plaats: - het scherm in de wielkuip rechts achter (zie MR 403, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Scherm in wielkuip achter: Uitbouwen - inbouwen). 87C-10
105 REGELING VAN DE PORTIEREN Achterklepslot: Uitbouwen - Inbouwen 87C DOCUMENTATIEFASE 2 Bij een storing, kan de achterklep met de hand worden geopend Maak de kap van het slot (3) los met behulp van een kleine schroevendraaier. Bouw de bevestigingen (4) uit. Bedien de nok (1) vanuit het interieur van de auto met behulp van en platte schroevendraaier. UITBOUWEN Bouw de bekleding van het achterpaneel uit (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Bekleding achterpaneel: Uitbouwen-Inbouwen). Verwijder het achterklepslot. INBOUWEN Monteer het slot (het slot is niet afstelbaar). Monteer de bevestigingsschroeven van het slot. Maak de kap van het slot vast. Stel de slotpen af (zie MR 354, Carrosserie, 48A, Kappen en kleppen, Achterklep). Sluit de stekker aan. Plaats: 2 - de bevestigingsbouten van de slotpen, - de bekleding van het achterpaneel (zie MR 403, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Bekleding achterpaneel: Uitbouwen-Inbouwen) Bouw de bevestigingen (2) uit. Maak de stekker los. Verwijder de slotpen. 87C-11
106 RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrisch open dak: Werking 87D I - ALGEMEEN II - WERKINGSPRINCIPE Het elektisch open dak heeft een afknijpbeveiliging die wordt geregeld afhankelijk van de rijsnelheid. BELANGRIJK: De afknijpbeveiliging werkt pas nadat het open dak correct is geïnitialiseerd. 2 - Het open dak (schuiven of kantelen) kan worden gesloten door lang (ongeveer 2 secondes) te drukken op de knop sluiten van de kaart RENAULT. Dit signaal wordt beheerd door het huis met hulporganen interieur als dit correct is geconfigureerd (zie 87B, Huis met hulporganen interieur). - In dat geval blijft de schakelaar in de laatst gebruikte stand. - Druk op de schakelaar om het open dak terug te zetten in de stand die het had voor het sluiten via de RENAULT-kaart. De motor van het elektrische open dak heeft twee functies : - kantelen: 3 standen, - schuiven: 6 standen. Het open dak wordt bediend met de schakelaar (2) Voordat hij kan werken moet de motor van het open dak toestemming hebben van het huis met hulporganen interieur: - signaal 0 V: vrijgave van de beweging van het open dak (sluiten of openen), - signaal + 12 V: geen vrijgave van de beweging van het open dak, 1 - cyclisch stuursignaal: automatisch sluiten van het open dak door lang drukken op de afstandsbediening. III - AFKNIJPBEVEILIGING In geval van een storing van de motor van het open dak, kan hij met de hand bewogen worden (1) met een inbussleutel van 4 mm. De detectie van een obstakel is gebaseerd op de analyse van het toerental van de motor van het open dak. Als een obstakel wordt ontmoet verandert het toerental plotseling. Twee opname elementen op de as van de motor wekken periodieke signalen op. Het toerental kan daarmee tot op een halve omwenteling nauwkeurig worden bepaald. Bij de initialisatie wordt een toerentalkromme vastgelegd in de rekeneenheid in de motor. Voor de afknijpbeveiliging, vergelijkt de rekeneenheid de verplaatsingssnelheid en de opgeslagen snelheid. Afhankelijk van geconstateerde verschillen, schakelt het systeem de afknijpbeveiliging in. 87D-1
107 RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrisch open dak: Werking 87D BELANGRIJK: de afknijpbeveiliging werkt pas nadat het open dak correct is geïnitialiseerd (zie hierna). - De afknijpbeveiliging kan worden uitgeschakeld om een zwaar punt te overwinnen (verbogen rail, vreemd voorwerp in de schuiver). - Houd hem hierbij, net na het aanslaan van de omkering van het open dak ingedrukt met de stapsgewijze beweging tot het open dak helemaal gesloten is. Als dit niet net na het aanslaan van de afknijpbeveiliging gebeurt, werkt de uitschakeling niet. - Na het loslaten van de schakelaar wordt de afknijpbeveiliging weer actief. 87D-2
108 RUITBEDIENING - OPEN DAK Openingsmotor open dak: Uitbouwen - Inbouwen 87D UITBOUWEN Bouw uit: de bedieningseenheid van het open dak (1), - het kapje van het binnenlicht (2). Maak de twee stekkers los van de motor (4) Bouw de drie bevestigingsbouten (5) van de motor uit. Maak de bevestigingen van het binnenlicht los. Bouw het binnenlicht uit Sluit het beweegbaar paneel als dit open is, door de schroef (6) te draaien. Maak de motor vrij door het gat van het binnenlicht. INBOUWEN Vervang de motor door het gat van het binnenlicht. Monter de drie bevestigingsbouten van de motor. Sluit de twee stekkers van de motor aan. Monteer het binnenlicht. 87D-3
109 RUITBEDIENING - OPEN DAK Openingsmotor open dak: Uitbouwen - Inbouwen 87D Maak de bevestigingen van het binnenlicht vast. Plaats: - het kapje van het binnenlicht, - de bedieningseenheid van het open dak. BELANGRIJK: Na het uitbouwen van de motor of van het afdichtrubber werkt het systeem handbediend met een stapsgewijze beweging, het moet worden geïnitialiseerd (zie 87D, Elektrische ruitbediening - open dak, Elektisch open dak : Initialisatie). 87D-4
110 RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrisch open dak: Initialisatie 87D BELANGRIJK: De afknijpbeveiliging werkt alleen als het systeem correct is geïnitialiseerd. Initialiseer als de motor of het rubber is vervangen, na het losmaken van de accukabels is deze procedure niet nodig. Zet het contact aan. Zet de schakelaar van het open dak in de stand maximaal kantelen. Druk lang op de schakelaar. Na 2 secondes kantelt het dak stap voor stap in de maximum stand en zakt dan weer enkele centimeters, Laat de schakelaar los. Druk binnen 5 secondes opnieuw op de schakelaar. Houd de schakelaar ingedrukt, het dak schuift open en weer dicht. Zet de schakelaar op «uit», de motor is geïnitialiseerd. Wacht niet langer dan 5 secondes tussen twee acties van de initialisatieprocedure, anders moet u deze vanaf het begin opnieuw doen. 87D-5
111 PARKEERHULP Parkeerhulp: Werking 87F I - ALGEMEEN Afhankelijk van de uitvoering heeft de auto een systeem dat de bestuurder, tijdens het achteruit rijden, waarschuwt als er zich een obstakel achter de auto bevindt (paaltje, andere auto...) - Voor een goede werking van het systeem, moeten de afstandsradars schoon zijn, - Als het systeem een storing detecteert, klinkt gedurende ongeveer 5 secondes een geluidssignaal, - Bij slecht weer, door het gebruik van een fietsdrager, door de aanwezigheid van een caravan of aanhangwagen, werkt de detectie van de afstandsradars willekeurig (zie uitschakelen van het systeem). III - UITSCHAKELEN VAN HET SYSTEEM Het parkeerhulpsysteem kan op twee manieren worden uitgeschakeld: II - WERKING Het systeem bestaat uit: - de vier afstandsradars in de schildbumper achter. - een zelfstandige rekeneenheid (met een diagnosefunctie), - een zoemer, - een schakelaar voor het uitschakelen. Bij het inschakelen van de achteruit, komt het systeem automatisch in werking (dit is hoorbaar door een kort geluidssignaal van 0,5 seconde). De afstandsradars in de schildbumper achter meten de afstand tussen de auto en een eventueel obstakel. De frequentie van het geluidssignaal varieert afhankelijk van de afstand: de akoestische waarschuwing wordt actief als er zich een het obstakel bevindt op ongeveer 150 cm van de schildbumper, tot een continu geluid op ongeveer 25 cm van de auto. - Tijdelijke uitschakeling: een korte druk (een seconde) op de schakelaar van de parkeerhulp op het instrumentenpaneel schakelt het systeem uit (het rode lampje in de schakelaar licht op). De functie wordt opnieuw ingeschakeld door een tweede korte druk (het rode lampje in de schakelaar dooft) of door het uit- en weer aanzetten van het contact. - Permanente uitschakeling: Het parkeerhulpsysteem kan langduriger worden uitgeschakeld door een lange druk (ongeveer drie secondes) op de schakelaar van de parkeerhulp op het instrumentenpaneel schakelt het systeem uit (het rode lampje in de schakelaar licht op). De functie wordt opnieuw ingeschakeld uitsluitend door een tweede lange druk (het rode lampje in de schakelaar dooft). Met het scherm van de staten van het diagnoseapparaat, kunt u de staat van het systeem zien (klaar, detecterend, tijdelijk of permanent uitgeschakeld) door het lezen van de staat ET003 «Functie parkeerhulp» 87F-1
112 PARKEERHULP Schakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 87F UITBOUWEN Bouw de steunplaat van de schakelaar (1) van de parkeerhulp uit. Maak de stekker los. Maak de knop vrij van zijn steun. INBOUWEN Monteer de knop in zijn steun. Sluit de stekker aan. Monteer de steunplaat van de schakelaar van de parkeerhulp uit. 87F-2
113 PARKEERHULP Zoemer: Uitbouwen - Inbouwen 87F UITBOUWEN Bouw de bekleding van zijwand links achter uit (zie MR 403, 71A, Interieurbekleding, bekleding zijwand achter: Uitbouwen - inbouwen). 1 2 Maak de stekker (1) los Bouw uit: - de bevestigingspopnagels (2), - de zoemer. INBOUWEN Plaats: - de zoemer, - de bevestigingspopnagels. Sluit de stekker aan. Monteer de bekleding van zijwand links achter (zie MR 403, 71A, Interieurbekleding, bekleding zijwand achter: Uitbouwen - inbouwen). 87F-3
114 PARKEERHULP Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 87F UITBOUWEN Bouw de bekleding van de wielkuip rechts uit (zie MR 403, 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip achter: Uitbouwen - inbouwen) Maak de stekkers (1) van de rekeneenheid los. Bouw uit: - de bevestigingsbouten (2), - de rekeneenheid. INBOUWEN Inbouwen : - de rekeneenheid, - de bevestigingsbouten. Sluit de stekkers van de rekeneenheid aan. Monteer de bekleding van de wielkuip rechts (zie MR 403, 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip achter: Uitbouwen - inbouwen). 87F-4
115 PARKEERHULP Afstandsradar: Uitbouwen - Inbouwen 87F De afstandsradars zijn alle gelijk. Zij zijn ingebouwd in de onderkant van de schildbumper. LET OP De afstandsradars zijn kwetsbaar. De buitenkant van de afstandsradar mag niet worden ingedrukt. UITBOUWEN 4 Maak de stekker (4) los Maak de afstandsradar los zonder er krassen op te maken. Iedere afstandsradar wordt door twee klemmetjes aan de zijkant en een centreerpen op zijn plaats gehouden. 1 Bouw uit: de bevestigingsbouten (1) van de beschermplaat, - de beschermplaat (2). 87F-5
116 PARKEERHULP Afstandsradar: Uitbouwen - Inbouwen 87F INBOUWEN Plaats de pen (3) tegenover de houder en steek de afstandsradar vast in de klemmetjes. LET OP De opname elementen zijn gevoelig voor warmte (temperatuur hoger dan 80 C ). Sluit de stekker aan. Plaats: - de beschermplaat, - de bouten van de beschermplaat. 87F-6
117 BEDRADING Diagnoseaansluiting: Lijst en plaats van de onderdelen 88A De diagnoseaansluiting bevindt zich in de opbergruimte van de middenconsole, onder de vloerbekleding. 88A-1
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 80C XENONLAMPEN 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 82C ALARM 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81C ZEKERING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU VERLICHTING VOORZIJDE XENONLAMPEN ACHTERLICHTEN BINNENVERLICHTING ZEKERINGEN STARTVERGRENDELING CLAXON ALARM INSTRUMENTEN - DASHBOARD BOORDCOMPUTER TELEMATICASYSTEEM SNELHEIDSREGELAAR
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 84A SCHAKELAARS 85A
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU - VERLICHTING VOORZIJDE VERLICHTING ACHTERZIJDE - INTERIEUR STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SCHAKELAARS WISSEN RADIO ELEKTRISCHE HULPORGANEN BEDRADING BG0A - BG0B
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr.: 09, 08 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Configuratie en inleren - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 8 Diagnose - Overzicht van de staten - 9 Diagnose - Betekenis
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 01D MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN 04A SMEERMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr. : 08-09 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose - Overzicht van de storingen - 16 Diagnose - Betekenis
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B
0 Algemeen HEFMIDDELEN 02B CARROSSERIE INNOVATIES X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie
Elektrische installatie
Elektrische installatie INSTRUMENTEN - DASHBOARD Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 15 Diagnose
Elektrische installatie
Elektrische installatie XENONLAMPEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SNELHEIDSREGELAAR ZEKERINGPLAAT INTERIEUR REGELING VAN DE PORTIEREN ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - OPEN DAK PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM
Zekeringen en Relais
HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR (64) plaats Deze plaat bevindt zich in de linker bovenkant van het dashboard. Zekeringsymbolen 0 A 0 A 0 A 0 A A 0 A A 7, A A 0 A 0 A A A A 0 A 0 A 0 A 0 A A 7, A 0 A 0 A
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK
Bekleding ALGEMEEN INTERIEURBEKLEDING PORTIERBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN HOEDENPLANK STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK STOELACCESSOIRES
Elektrische installatie
Elektrische installatie VERLICHTING VOORZIJDE INSTRUMENTEN - DASHBOARD TELEFOON MULTIMEDIA ZEKERINGPLAAT INTERIEUR PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM AIRBAG EN GORDELSPANNERS JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V 77 11 311 204 DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU VERLICHTING VOORZIJDE ACHTERLICHTEN BINNENVERLICHTING ZEKERINGEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SCHAKELAARS WISSEN RADIO HUIS MET HULPORGANEN AIRBAGS EN GORDELSPANNERS
BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERSTOELEN
7 Bekleding 71A INTERIEURBEKLEDING 72A BEKLEDING DEUREN 73A BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN 75A STOELFRAME EN STELRAILS VOOR 76A STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER 77A BEKLEDING VOORSTOELEN 78A BEKLEDING ACHTERSTOELEN
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076)
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Afkortingen - 1 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 12 Diagnose - Vervangen van organen - 13
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G01 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE VERLICHTING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
Elektrische installatie
Elektrische installatie Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Vervangen van organen - 8 Diagnose - Configuratie en inlezen - 9 Diagnose - Overzicht van de storingen - 10-11 Diagnose - Behandeling van de
Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING
Chassis DAE Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 9 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
Bekleding INTERIEURBEKLEDING PORTIERBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAMES ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN
Bekleding INTERIEURBEKLEDING PORTIERBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAMES ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK STOELACCESSOIRES BG0A - BG0B - BG0D -
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting - 2 Instrumentenpaneel - 3 Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer
OVERZICHT VAN DE ORGANEN
101 AANSTEKER 103 DYNAMO 104 STARTSCHAKELAAR 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 118 REKENEENHEID ABS 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting
Zekeringen en Relais
INHOUD ZEKERINGPLAAT INTERIEUR (1016) 2 ZEKERINGHOUDERMODULES 1 en 2 (1792-1793) 6 RELAISPLAAT INTERIEUR (602-805-2375) 8 RELAIS NA CONTACT (853) 10 REKENEENHEID INTERIEUR (645) 11 TRACTIEBATTERIJ (938)
2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A
2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter
Panoramadak Dankzij het brede glazen dak zijn het zicht en de lichtinval in het interieur ongekend. 78 Te openen achterruit (SW) Dankzij deze voorziening hebt u eenvoudig toegang tot de bagageruimte zonder
Parameters Zichtbaarheid. Inleiding
Inleiding Inleiding De lijst van parameters in dit document is beperkt tot die parameters die relevant worden geacht voor carrosseriebouwers. Neem contact op met een een erkende Scania werkplaats voor
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 5A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A
SERVICE MEDEDELING Edition néerlandaise (wit) SAFRANE JANUARI 1997 77 11 192 134 Type B 54 L, F 2697A Service 0422 S/Chapitre 29 Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A 29 BIJZONDERHEDEN
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing VeloPlus Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 02A HEFMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN 05A OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V
Chassis CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 264 Editie 2 - DECEMBER 2001 EDITION
Radio codeklavier RTS
Radio codeklavier RTS Installatiehandleiding Radio codeclavier RTS Artikelnummer 1841030 Radio codeklavier RTS n Oplichtende toetsen bij bediening. n Keuze tussen 4, 5 of 6 cijfer combinatie. n Verschillende
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G10 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE RUITENWISSERS Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 EDITION NEERLANDAISE NOVEMBER 2000 RENAULT 2000
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 77 11 297 444 NOVEMBER 2000 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden,
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR A B C * Verlichting: Aan / Uit * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings-
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA OPENEN MOTORKAP Motorkap in gesloten toestand OPENEN MOTORKAP Trek de hendel naar achteren en de motorkap is ontgrendeld. OPENEN MOTORKAP In het midden van de motorkap, net
Elektrische installatie
Elektrische installatie RADIO Algemeen - 2 Procedure voor het verkrijgen van de antidiefstal - 6 Beveiligingscode - 7 Configuraties - Parameters - 10 Aansluitingen - 11 Zelfdiagnose - 12 Storing zoeken
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 35 AFTER SALES SERVICE CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager
LCD scherm va LCD scherm
scherm 1. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing Fun2Go Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
4 Plaatwerk ALGEMEEN BODEMPLAAT VOOR CENTRALE BODEMPLAAT ZIJKANT BODEMPLAAT BODEMPLAAT ACHTER BOVENBOUW VOOR BOVENBOUW ZIJKANT BOVENBOUW ACHTERZIJDE
4 Plaatwerk 40A ALGEMEEN 41A BODEMPLAAT VOOR 41B CENTRALE BODEMPLAAT 41C ZIJKANT BODEMPLAAT 41D BODEMPLAAT ACHTER 42A BOVENBOUW VOOR 43A BOVENBOUW ZIJKANT 44A BOVENBOUW ACHTERZIJDE 45A BOVENKANT CARROSSERIE
STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT
STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT 8211-0278-08 1 2 3 4 5 2 6 K 7 J G H J I 8 9 S R T Q 10 11 C D E, F A F J B K 3 NEDERLANDS NL 1 ALGEMEEN Dit symbool geeft een WAARSCHU- WING
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager - Technisch
LCD scherm ve LCD scherm
scherm. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica zelf
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AC / QCAV / MTD FILIALEN / IMPORTEURS / DR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND
Metaal RTS codeklavier
Metaal RTS codeklavier Installatiehandleiding Metaal RTS codeklavier Artikelnummer 1841116 Metaal RTS codeklavier n Robuuste metalen behuizing. n 2 Kanalen. n 5 Gebruikerscodes (per kanaal). n Dikte 28
Motor en randorganen
Motor en randorganen GAS 3000 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Vervangen van organen - 12 Diagnose - Configuratie en inleren - 13 Diagnose - Overzicht van de storingen
installatiehandleiding Alarmlicht
installatiehandleiding Alarmlicht INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig [email protected]
Gebruikershandleiding kort
Velo-Plus² Van Raam BV Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Zadelhoogte U stelt de zadelhoogte correct in, door op de fiets te gaan zitten en een voet op het pedaal in de onderste stand te zetten. In die
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 TUIN STEKKERDOOS SCHAKELAAR ZWAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 TUIN STEKKERDOOS SCHAKELAAR ZWAAR D C B A * * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings- en
Saab 9-3 CV M Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE.
SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Parkeerhulpsysteem (SPA) MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APCR-2300 STEKKERBLOK SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APCR-2300 STEKKERBLOK SCHAKELAAR A B C A: LED-indicator B: Verbindingsknop C: Kinderbeveiliging 1 [1] Plaatsen stekkerblok schakelaar Plaats de stekker van het stekkerblok in
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
WAARSCHUWING. Kabelbinder 6 De kabelboom leiden.
Achterste werklichten Multi Pro gazonspuitmachine Modelnr.: 41010 Form No. 3401-388 Rev B Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Dit product bevat een chemische stof
INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5]
INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5] id0117i0801000 Controleer het onderdeelnummer (de suffix) van de PCM met behulp van het M-MDS. De initialisatieprocedure
Weglichten- en homologatieset/set met remlicht en richtingaanwijzers Workman MD-serie multifunctionele voertuigen
Form No. 3371-332 Rev B Weglichten- en homologatieset/set met remlicht en richtingaanwijzers Workman MD-serie multifunctionele voertuigen Modelnr.: 120-5031 Modelnr.: 120-5044 Installatie-instructies Losse
Wegverlichting- en homologatieset Workman HD multifunctionele voertuigen uit 2012 en later
Form No. Wegverlichting- en homologatieset Workman HD multifunctionele voertuigen uit 202 en later Modelnr.: 20-5030 Modelnr.: 20-5045 3386-93 Rev A Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition
INTELLISTART 4 INSTALLATIE
Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu
Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding
Motor Scooter Alarm Systeem Installatie handleiding Aansluiten van draden en stekkers Stap 1 Basisunit.Basis unit aansluiten (speaker, sirene, antenne) en tijdelijk een plaats zoeken voor bevestiging (pas
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-300 STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-300 STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR A B C * Verlichting: Aan / Uit / Dimmen * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator
2. Geadviseerde omgevingstemperatuur van 0 C tot 50 C.
BT111 ACCU TESTER BT222 ACCU / LAADSTART / TESTER BEDIENINGSHANDLEIDING BELANGRIJK! 1. Voor het testen van 12 V accu's: SAE : 200~1200 CCA DIN : 110~670 CCA IEC : 130~790 CCA EN : 185~1125 CCA CA(MCA)
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 ACM DRIEVOUDIGE INBOUWSCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 ACM-3500-3 DRIEVOUDIGE INBOUWSCHAKELAAR A C B C D E Voorbeeldtoepassing (afstandsbediening niet inbegrepen) A: LED-indicator B: Verbindingsknop C: Bevestigingspunten D: Klemschroeven
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-300 TUIN STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-300 TUIN STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR D C B A * * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings- en
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS A C B 1 2 1 2 G D E A: LED-indicator B: Kinderbeveiliging C: LED-indicator D: Aan/uit-toetsen E: Groeptoets (kanaal 1 en
Verlichtingsset of montageset voor verlichting T4240 maaier. Figuur 1
Form No. Verlichtingsset of montageset voor verlichting T4240 maaier Modelnr.: 02844 Modelnr.: 02845 3415-720 Rev A Installatie-instructies De machine gebruiksklaar maken 1. Parkeer de machine op een horizontaal
6 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING. X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 61A 62A 62B 62C
6 Airconditioning 6A VERWARMING 62A AIRCONDITIONING 62B GEREGELDE AIRCONDITIONING 62C HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 APRIL 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
Renault TRAFIC. Instructieboekje
Renault TRAFIC Instructieboekje eenpassievoor presteren ELF partner van de RENAULT adviseert ELF ELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten zowel op
ACM-LV24 MINI 12-24V LED DIMMER
GEBRUIKSAANWIJZING* v. 1.0 ACM-LV24 MINI 12-24V LED DIMMER *Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen Gefeliciteerd met de aankoop van dit KlikAanKlikUit product. U
Cobra Alarm 4627. Gebruikers Handleiding
Cobra Alarm 4627 Gebruikers Handleiding Clifford Electronics Benelux BV Tel.+31 20 40 40 919 [email protected] ISO 9001:2008 Cobra Alarmsysteem: Diefstal is de laatste tijd explosief gestegen. CAN Bus manipulatie
Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama
Instructie www.lolkama.com Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama Voor het CBR praktijkexamen worden door de examinator, controle vragen gesteld over de banden, motor, dashboard
[6] Zoekmode activeren [7] Aanmelden zender
[6] Zoekmode activeren [7] Aanmelden zender Druk met een puntig voorwerp kort op de Zend met de KlikAanKlikUit zender een AAN - verbindknop. De LED-indicator gaat knipperen signaal. Druk bijvoorbeeld op
Gebruikers handleiding versie
Gebruikers handleiding versie 280109 Gebruikers handleiding 1. Gebruik Een fiets met VTS ondersteuning rijdt als een gewone fiets, waarbij het VTS systeem zorgt voor een extra ondersteuning die instelbaar
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2004
Airconditioning VERWARMING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 084 FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
E-Bike. Gebruikers handleiding versie B2
E-Bike Gebruikers handleiding versie 160609-B2 Gebruikers handleiding 1. Ingebruikname Een Target fiets met elektrische ondersteuning rijdt als een gewone fiets, waarbij het elektrisch systeem zorgt voor
Voertuigaccu WAARSCHUWINGSSYMBOLEN VAN DE ACCU VERZORGING VAN DE ACCU
WAARSCHUWINGSSYMBOLEN VAN DE ACCU Op het acculabel staan de volgende waarschuwingen: Niet roken, geen open vuur, geen vonken. De accu stoot vaak explosieve gassen uit. Uit de buurt van kinderen houden
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AFR-100 FITTING DIMMER/SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AFR-100 FITTING DIMMER/SCHAKELAAR A B C * * Afbeelding van de YCT-102 (niet inbegrepen) A: Fitting voor gloeilamp B: Zoekmodus-knop C: Indicator 1 [1] Draai de fitting-ontvanger
Activering van zichtbaarheids- en verlichtingsfuncties op afstand
Functie Functie De volgende zichtbaarheids- en verlichtingsfuncties kunnen op worden geactiveerd: Meer informatie over verlichting vindt u in de documenten Deactivering van rijverlichting en Wisselend
8075-000-048 - April 2010. Handleiding infrarood afstandsbediening
8075-000-048 - April 00 Handleiding infrarood afstandsbediening x 9V Batterij x x I zonder geheugen A, B, C + D S I met geheugen A, B, C + E I met massage A, B, C + F, G A Ontvangstinstelling A. Verwijder
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AFR-060 FITTING-ONTVANGER
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AFR-060 FITTING-ONTVANGER A B C * Verlichting: Aan / Uit * Afbeelding van de YCT-102 (niet inbegrepen) A: Fitting voor gloeilamp B: Zoekmode-knop C: Indicator 1 [1] Uitschakelen
Datum/Date: 04/2003ne Update: 07/2007 Car Access System E60, E61, E63, E64, E70, E81, E87, E90, E91, E92, E93
Datum/Date: 04/2003ne Update: 07/2007 Car Access System E60, E61, E63, E64, E70, E81, E87, E90, E91, E92, E93 Inleiding Het Car Access System (CAS) regelt de toegangsmogelijkheden tot de auto.ne De CASregeleenheid
Schakelaar voor voorste differentieel Workman HDX/HDX-D multifunctionele voertuigen met vierwielaandrijving
Form No. Schakelaar voor voorste differentieel Workman HDX/HDX-D multifunctionele voertuigen met vierwielaandrijving Modelnr.: 121-6337 3378-789 Rev B Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition
ULA Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing...
5 6 7 4 ULA 14.4-18 3 2 1 Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing... 8 NL NEDERLANDS Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 1 Algemene veiligheidsvoorschriften WAARSCHUWING Lees ter vermindering van het risico
Afstelbare parameters - Signalering en zichtbaarheidssystemen
Inleiding Inleiding De lijst van afstelbare parameters is beperkt tot die parameters die relevant worden geacht voor carrosseriebouwers. Bezoek voor meer informatie over de huidige parameters voor een
Saab Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SITdefault
SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Parkeerhulpsysteem (SPA) MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part
ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING
ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING [1] b c g d f e a [2] 0,5 1 2 NL Gebruiksaanwijzing ALCT 6/24-2 VOORWOORD Geachte klant, Dank u voor de aanschaf van de ANSM ANN lader ALC T 6-24/2. Deze gebruiksaanwijzing
