8 Elektrische installatie
|
|
|
- Hendrik Thys
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 80C XENONLAMPEN 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 82C ALARM 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83C INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault. Renault s.a.s. 2005
2 83D SNELHEIDSREGELAAR 84A SCHAKELAARS 85A WISSEN - SPROEIEN 86A RADIO 86B TELEFOON 87B HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR 87C REGELING VAN DE PORTIEREN 87D RUITBEDIENING - OPEN DAK 87F PARKEERHULP 88A BEDRADING 88C AIRBAG EN GORDELSPANNERS 88D BESTUURDERSSTOEL X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault. Renault s.a.s. 2005
3 LAGUNA II PHASE II - Hoofdstuk 8 InhoudBlz. LAGUNA II PHASE II - Hoofdstuk 8 Inhoud 80A ACCU 80C XENONLAMPEN 80B Accu: Uitbouwen - Inbouwen 80A-1 Accu: Veiligheid 80A-3 Accu: Controle 80A-4 VERLICHTING VOORZIJDE Automatische verlichting 80B-1 Rijverlichting 80B-2 Koplampstelmotor: Uitbouwen - Inbouwen 80C-10 Rekeneenheid xenonlamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C-11 Opname element voor van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C-12 Opname element achter van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C-13 Halogeenkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80B-3 Halogeen koplamp: Afstellen 80B-4 81A VERLICHTING ACHTER Halogeenlampen: Vervangen 80B-5 Mistlicht voor: Uitbouwen - Inbouwen 80B-7 Stelmotor van de koplampen: Uitbouwen - Inbouwen 80B-8 Stelknop van de koplampen: Uitbouwen - Inbouwen 80B-9 Derde remlicht: Uitbouwen - Inbouwen 81A-1 Lichten van achterklep: Uitbouwen - Inbouwen 81A-2 Achterlicht op scherm: Uitbouwen - Inbouwen 81A-3 Kentekenverlichting: Uitbouwen - Inbouwen 81A-5 80C XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Beschrijving 80C-1 81B BINNENVERLICHTING Werking 81B-1 Xenonkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C-4 Hoogspanningseenheid xenonkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C-5 Xenonkoplampen: Afstellen 80C-6 Xenonlampen: Vervangen 80C-8 Binnenlicht: Algemeen 81B-2 Binnenlicht: Uitbouwen - Inbouwen 81B-3 Verlichting make-up spiegel: Uitbouwen - Inbouwen 81B-4 Verlichting onder portier: Uitbouwen - Inbouwen 81B-6
4 Inhoud 81B BINNENVERLICHTING 82C ALARM Verlichting in dashboardkastje: Uitbouwen - Inbouwen 81B-7 Verlichting onder dashboard: Uitbouwen - Inbouwen 81B-8 Bagageverlichting: Uitbouwen - Inbouwen 81B-9 83A Afstandsradar: Uitbouwen - Inbouwen 82C-1 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Algemeen 83A-1 81C 82A 82B ZEKERING Zekering stroomonderbreker: Identificatie 81C-1 STARTVERGRENDELING Algemeen 82A-1 Beschrijving 82A-2 Werking 82A-3 Startantennes: Werking 82A-6 Startantenne: Uitbouwen - Inbouwen 82A-7 Knop voor het starten: Uitbouwen - Inbouwen 82A-10 Elektrische stuurkolomgrendel: Uitbouwen - Inbouwen 82A-11 Kaartlezer: Uitbouwen - Inbouwen 82A-13 CLAXON Claxon: Uitbouwen - Inbouwen 82B-1 83C Instrumentenpaneel: Beschrijving 83A-2 Instrumentenpaneel: Uitbouwen - Inbouwen 83A-5 Instrumentenpaneel: Waarschuwingslampjes en tekstberichten 83A-8 Instrumentenpaneel: Configuratie 83A-9 Tankelement: Controle 83A-13 Oliepeilzender: Werking 83A-14 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiesysteem "lage gamma": Uitbouwen - Inbouwen 83C-1 Navigatiescherm: Uitbouwen - Inbouwen 83C-2 Antenne: Uitbouwen - Inbouwen 83C-4 Navigatiesysteem "lage gamma": Antidiefstalcode 83C-5 Navigatiesysteem "lage gamma": Invoeren van de antidiefstalcode 83C-6 Navigatiesysteem hoge gamma: Toetsenbord 83C-8 Centrale communicatie eenheid: Uitbouwen - Inbouwen 83C-9
5 Inhoud 83D SNELHEIDSREGELAAR 86A RADIO 84A 85A Snelheidsregeling en - begrenzing: Algemeen 83D-1 SCHAKELAARS Draaibare doorvoer: Uitbouwen - Inbouwen 84A-1 Schakelaars onder stuurwiel: Uitbouwen - Inbouwen 84A-2 Ruitenwisserschakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 84A-4 Lichtschakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 84A-5 Achterruitverwarming: Revisie 84A-6 Buitentemperatuurzender: Uitbouwen - Inbouwen 84A-8 WISSEN - SPROEIEN Lage gamma: Autoradio 86A-1 "lage gamma": Antidiefstalcode 86A-2 "hoge gamma" : Antidiefstalcode 86A-3 Tuner-versterker: Uitbouwen - Inbouwen 86A-4 Antenne van de autoradio: Uitbouwen - Inbouwen 86A-6 Antenne : Werking 86A-8 Tweeter: Uitbouwen - Inbouwen 86A-9 Luidsprekers voor: Uitbouwen - Inbouwen 86A-11 Luidsprekers achter: Uitbouwen - Inbouwen 86A-12 Display 86A-13 Radiobedieningssatelliet: Controle 86A-14 Regen- en lichtsensor: Uitbouwen - Inbouwen 85A-1 Ruitenwissermechanisme voor: Uitbouwen - Inbouwen 85A-2 Ruitenwissermotor voor: Uitbouwen - Inbouwen 85A-5 Ruitenwissermotor achter: Uitbouwen - Inbouwen 85A-8 Mechanisme ruitenwissermotor achter: Uitbouwen - Inbouwen 85A-10 Ruitensproeierpomp: Uitbouwen - Inbouwen 85A-14 Ruitensproeier 85A-15 Koplampsproeierpomp: Uitbouwen - Inbouwen 85A-16 Koplampsproeier: Uitbouwen - Inbouwen 85A-17 Koplampsproeiers 85A-19 86B 87B TELEFOON Voorbereiding: Beschrijving 86B-1 Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 86B-2 Steun van telefoonset: Uitbouwen - Inbouwen 86B-3 Microfoon "handsfree": Uitbouwen - Inbouwen 86B-5 HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Huis met hulporganen interieur: Algemeen 87B-1 Huis met hulporganen interieur: Uitbouwen - Inbouwen 87B-3
6 Inhoud 87C REGELING VAN DE PORTIEREN 87F PARKEERHULP Auto zonder sleutel: Beschrijving 87C-1 Auto zonder sleutel : Werking 87C-3 Openingsantennes 87C-8 Openingsantennes: Werking 87C-9 Schakelaar voor het openen van de achterklep: Uitbouwen - Inbouwen 87C-10 Achterklepslot: Uitbouwen - Inbouwen 87C-11 Grendelmotor van de tankdopklep: Uitbouwen - Inbouwen 87C-12 88A Zoemer: Uitbouwen - Inbouwen 87F-3 Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 87F-4 Rekeneenheid: Configuratie 87F-5 Afstandsradar: Uitbouwen - Inbouwen 87F-6 BEDRADING Diagnoseaansluiting 88A-1 Kabelbundel van de hemelbekleding: Uitbouwen - Inbouwen 88A-2 87D RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrisch open dak: Werking 87D-1 Plaats van de rekeneenheden 88A-3 Elektrische ruitbediening: Werking 87D-3 Schakelaar ruitbediening voor op bestuurdersportier 87D-4 Schakelaar ruitbediening voor op passagiersportier: Uitbouwen - Inbouwen 87D-6 Schakelaar ruitbediening achter op achterportier 87D-7 Schakelaar open dak: Uitbouwen - Inbouwen 87D-8 Openingsmotor open dak: Uitbouwen - Inbouwen 87D-9 Elektrisch open dak: Initialisatie 87D-11 88C AIRBAG EN GORDELSPANNERS Algemeen 88C-1 Voorzorgen bij de reparatie 88C-3 Rekeneenheid 88C-5 Opname element stand van de stoel 88C-7 Airbagschakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 88C-8 Airbagschakelaar: Controle 88C-9 Schoudergordelspanners voor 88C-10 Gordelspanner heupgordel voor: Uitbouwen - Inbouwen 88C-13 87F PARKEERHULP Parkeerhulp: Werking 87F-1 Schakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 87F-2 Frontale airbag bestuurder: Uitbouwen - Inbouwen 88C-16 Frontale airbag passagier: Uitbouwen - Inbouwen 88C-18 Zijairbag borstkas voor: Uitbouwen - Inbouwen 88C-20
7 Inhoud 88C AIRBAG EN GORDELSPANNERS Zijairbag borstkas achter: Uitbouwen - Inbouwen 88C-22 Zijruitairbag: Uitbouwen - Inbouwen 88C-24 Crash sensor zijkant: Uitbouwen - Inbouwen 88C-26 Onschadelijk maken 88C-27 88D BESTUURDERSSTOEL Toetsenbord bediening voorstoel: Uitbouwen - Inbouwen 88D-1
8 ACCU Accu: Uitbouwen - Inbouwen 80A Onmisbaar materiaal UITBOUWEN diagnoseapparaat 1 Aantrekkoppelsm accuklemmen 6 N.m bevestigingsbeugel 12 N.m steun van de veiligheidszekeringen op de positieve aansluiting 11 N.m 2 4 moer van het tapeind ( 8) van de negatieve kabelschoen 11 N.m 3 moeren van de tapeinden ( 6) van de negatieve kabelschoen 6 N.m Verwijder de sierkap. Maak de vacuümslang los. Bouw uit: - de moeren van de tapeinden ( 6) van de negatieve kabelschoen (1), - de moer van het tapeind ( 8) van de negatieve kabelschoen, - de steun van veiligheidszekeringen op de positieve aansluiting (2). N.B.: De bevestiging van de zekering is kwetsbaar. 80A-1
9 ACCU Accu: Uitbouwen - Inbouwen 80A Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Na het inbouwen van de accu of iedere keer nadat deze is los geweest, kan het nodig zijn een aantal eenvoudige inlezingen uit te voeren, zonder diagnoseapparaat, om de auto goed te kunnen laten werken: - klokje op tijd zetten, - invoer van de viercijferige code van de autoradio met behulp van de stuurkolombediening (zie 86A, Radio, antidiefstalcode), - initialiseren van de ruitbedieningen met sneltoets: sluit de ruiten geheel, Maak de steun van de massakabel los. Bouw uit: - de beschermhoes (3), - de bevestigingsbeugel (4), - de accu, - de accuklemmen (in geval van vervangen) de ruiten sluiten schoksgewijs tot de bovenste aanslag, houd de toetsen enkele secondes ingedrukt, laat de ruiten zakken tot de onderste aanslag, houd de toetsen enkele secondes ingedrukt, de motors zijn geïnitialiseerd. - initialiseren van de motor van het open dak: zet de schakelaar van het open dak in de stand maximaal kantelen, INBOUWEN Zet vast met het aantrekkoppel: de accuklemmen (6 N.m) (in geval van vervangen). Plaats de accu goed in zijn houder. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbeugel (12 N.m). Monteer de beschermhoes. Maak de steun van de massakabel vast. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: -de steun van de veiligheidszekeringen op de positieve aansluiting (11 N.m), - de moer van het tapeind ( 8) van de negatieve kabelschoen (11 N.m), -de moeren van de tapeinden ( 6) van de negatieve kabelschoen (6 N.m). druk op de schakelaar. Na 2 secondes kantelt het dak stap voor stap in de maximum stand en zakt dan weer enkele centimeters. laat de schakelaar los, druk binnen 5 secondes op de schakelaar, houd de schakelaar ingedrukt, het dak schuift open en weer dicht, de motor is geïnitialiseerd, zet de schakelaar in de stand «uit». N.B.: Voor het op tijd zetten van de radionavigatie: voer de viercijferige code in, plaats de navigatie cdrom en rijd daarna naar buiten om de satellietsignalen op te vangen. Het op tijd zetten is dan mogelijk. 80A-2
10 ACCU Accu: Veiligheid 80A BELANGRIJK: - Een accu bevat het gevaarlijke zwavelzuur. - Tijdens het laden van een accu, ontstaan zuurstof en waterstof. Het mengen van deze twee gassen brengt een explosiegevaar met zich mee. I - GEVAAR ZUUR De oplossing van zwavelzuur is erg agressief en giftig en tast de meeste metalen aan. Tijdens werkzaamheden aan accu's moeten altijd de volgende voorzorgen in acht worden genomen: BELANGRIJK: Om ieder gevaar van vonken te voorkomen: - controleer of alle elektrische stroomverbruikers volledig zijn uitgeschakeld, - schakel de acculader uit voordat u deze aansluit op of losmaakt van de accupolen, - leg nooit metalen voorwerpen op de accu: zij kunnen kortsluiting tussen de polen veroorzaken, - kom nooit dicht bij een accu met open vuur: een lasbrander, een blaaslamp, een sigaret, een brandende lucifer. - draag een veiligheidsbril, - draag handschoenen en zuurbestendige kleding. BELANGRIJK: - Een accu bevat het gevaarlijke zwavelzuur. - Tijdens het laden van de accu, ontstaan zuurstof en waterstof. Het mengsel van deze twee gassen is zeer explosief. - Zuurspatten moeten met overvloedig water van alle getroffen delen afgespoeld worden. - Indien er contact is met de huis of de ogen, moet een arts worden geraadpleegd. II - EXPLOSIEGEVAAR Als een accu geladen wordt, komt zuurstofgas en waterstofgas vrij. De hoeveelheid die ontstaat is het grootst als de accu geheel geladen is, en is evenredig met de laadstroom. Het zuurstofgas en het waterstofgas vermengen zich in de vrije ruimte boven de platen en vormen zo het bijzonder explosieve knalgas. Dit mengsel is zeer explosief. De kleinste vonk of warmtebron kan een explosie veroorzaken. De ontploffing is zo hevig dat de accu uit elkaar kan spatten en het accuzuur in het rond vliegt. Personen in de omgeving lopen gevaar geraakt te worden door brokstukken of zuurspatten. Zuurspatten zijn gevaarlijk. Zij tasten ook de kleding aan. Gezien de ernst van het explosiegevaar moet de accu dus altijd met de grootste zorgvuldigheid worden behandeld. 80A-3
11 ACCU Accu: Controle 80A Ele Onmisbaar speciaal gereedschap Accutester. Midtronics R 330 Controleer de aantrekkoppels: - de moer van de tapeinden ( 6) van de negatieve kabelschoen (6 N.m), - de moeren van de tapeinden ( 8) van de negatieve kabelschoen (11 N.m), bevestigingsbeugel van de accu moer van de tapeinden ( 6) van de negatieve kabelschoen moeren van de tapeinden ( 8) van de negatieve kabelschoen steun van de veiligheidszekeringen op de positieve aansluiting Aantrekkoppelsm 12 N.m 6 N.m 11 N.m 11 N.m -de steun van de veiligheidszekeringen op de positieve aansluiting (11 N.m). BELANGRIJK: - Een accu bevat het gevaarlijke zwavelzuur. - Tijdens het laden van de accu, ontstaan zuurstof en waterstof. Het mengsel van deze twee gassen is zeer explosief. - Zuurspatten moeten met overvloedig water van alle getroffen delen afgespoeld worden. - Indien er contact is met de huis of de ogen, moet een arts worden geraadpleegd. I - CONTROLE VAN DE ACCU: 1 - Controle van de bevestiging Controleer of de accu correct is vastgezet (bevestigingsbeugel van de accu (12 N.m)): - als de bevestigingsbeugel van de accu te vast wordt gezet bestaat het gevaar dat de accubak vervormt of breekt, - als de bevestigingsbeugel van de accu speling heeft, kan de accubak slijten doorschuren door de bewegingen of breken bij een botsing. 2 - Controle van de reinheid Controleer of de aansluitingen en de accupolen niet gesulfateerd zijn (met zout bedekt). Reinig de accupolen. Vet de accupolen in indien nodig. LET OP Deze auto's hebben een accu die weinig water gebruikt. Het bijvullen van het peil van de accuvloeistof is verboden. II - LAADTOESTAND VAN DE ACCU Controleer de accu met het gereedschap (Ele. 1593). 1 - Uitleg van de valideringstest van de acculader Gebruik uitsluitend een acculader met constante spanning, om te voorkomen dat de accu evenredig met de stroomsterkte warmer wordt. 2 - Test Stel de potentiometer voor de regeling van de laadstroomsterkte in op maximaal. Lees de spanning af op de lader of aan de accupolen. LET OP Als de spanning boven 15 V, komt, levert de acculader geen constante spanning en is hij gevaarlijk voor de accu). Stop direct het laden als de acculader geen constante spanning levert. 80A-4
12 ACCU Accu: Controle 80A III - CONTROLEPROCEDURE N.B.: - De auto kan in de «opslagstand» van de nieuwe auto stand; herkenbaar aan het vast branden van de twee richtingaanwijzerlampjes op het instrumentenpaneel. - Om deze stand uit te schakelen, zet u de schakelaars van de verlichting en van de ruitenwisser tegelijk omlaag. (Zie SM 3682A, Accu, 80A, Accu controle). 80A-5
13 VERLICHTING VOORZIJDE Automatische verlichting 80B I - UITSCHAKELVERTRAGING Afhankelijk van de uitvoering van de auto kunnen de dimlichten (bij stilstaande motor) automatisch in- en uitschakelen, om de voorkant van de auto te verlichten. Deze functie is alleen mogelijk bij contact uit en werkt met tijdsduren van 30 secondes (maximum 2 minuten). N.B.: Voor de bijzonderheden over het vervangen van de lichtsensor, zie 85A, Wissen/Sproeien, Regen- en lichtsensor. Activeren Het activeren gebeurt via de lichtschakelaar: - zet het contact uit (kaart uit de houder), - geef een grootlichtsignaal met behulp van de lichtschakelaar, - de dimlichten branden 30 secondes. N.B.: Elk grootlichtsignaal met de lichtschakelaar verlengt de tijdschakeling met 30 secondes (maximum 2 minuten). Het inschakelen van de markeringslichten stopt de functie. II - AUTOMATISCHE VERLICHTING TIJDENS HET RIJDEN De functie kan met de lichtschakelaar worden geactiveerd en gedeactiveerd als het huis met hulporganen interieur correct is geconfigureerd (zie 87B Huis met hulporganen interieur, Configuratie). 1 - Om de functie te activeren: Stilstaande of draaiende motor, - steek de kaart in de houder, - zet het contact aan, - draai de lichtschakelaar twee keer van stand "0" naar de stand markeringslichten. Het instrumentenpaneel geeft een geluidssignaal. Het systeem werkt automatisch. 2 - Om de functie te deactiveren: Stilstaande motor, - steek de kaart in de houder, - zet het contact aan, - draai de lichtschakelaar twee keer van stand "0" naar de stand markeringslichten. Het instrumentenpaneel geeft een geluidssignaal. 80B-1
14 VERLICHTING VOORZIJDE Rijverlichting 80B diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal I - WERKING Deze functie, verplicht voor de Scandinavische landen, laat de markeringslichten en de dimlichten branden bij draaiende motor zonder actie door de bestuurder op de lichtschakelaar. De werking van de rijverlichting (running-lights) wordt verzorgd door het huis met hulporganen interieur. II - CONFIGURATIE Configureer de huis met hulporganen interieur met behulp van het diagnoseapparaat (zie 87B, Huis met hulporganen interieur, Configuratie) : - start de communicatie met de UCH, - gebruik het menu «reparatie», «Schrijven configuratie», - Selecteer de regel CF118 «Type huis met hulporganen interieur», - Selecteer de regel CF014 «Rijverlichting», - kies «Met» of «Zonder», - klik op «Bevestigen», - controleer in het menu LC008 «Lezen configuratie» of de configuratie goed is uitgevoerd. - Controleer of alle uitrustingen van de auto goed werken. 80B-2
15 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeenkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80B LET OP Voor de xenonkoplampen moet u zich aan de veiligheidsregels houden (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplamp). 3 UITBOUWEN Bouw de schildbumper voor uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor) Bouw de onderste bevestigingsbout (2) van de koplamp uit. Maak de koplamp los van zijn centreerder (3). Maak de stekkers los van de koplamp. Bouw de koplamp uit. INBOUWEN Bouw de bovenste bevestigingsbouten (1) van de koplamp uit. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Stel de koplampen af (zie 80B, Koplamp, Halogeen koplamp: Afstellen). 80B-3
16 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeen koplamp: Afstellen 80B koplampafstelapparaat Onmisbaar materiaal De auto moet op een vlakke horizontale ondergrond staan. LET OP Zet de parkeerrem niet vast. Controleer en corrigeer indien nodig de bandenspanning. Controleer of de bagageruimte van de auto leeg is. Zet de koplampstelknop op "0". 1 Schakel de dimlichten in. Plaats een koplampafstelapparaat voor de auto en stel het af afhankelijk van de op de koplamp opgegeven waarde -1 % Zonder de auto te verplaatsen, stelt u de koplampen handmatig af. - verdraai schroef (1) voor de verticale afstelling, - verdraai schroef (2) voor de horizontale afstelling. 80B-4
17 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeenlampen: Vervangen 80B UITBOUWEN N.B.: 2 Voor het vervangen van de lampen van de xenonkoplampen, zie 80C, Xenonlampen, Xenonlampen: Vervangen. I - LAMPEN VAN GROOTLICHT EN MARKERINGSLICHT Maak de stekkers los van de lampen. Ontgrendel het klemmetje (2). Bouw de lamp van het grootlicht uit. 1 Bouw de lamp van het markeringslicht uit door in de klemmetjes van de fitting te knijpen. Bouw de afdichtkap (1) uit N.B.: Gebruik uitsluitend goedgekeurde H1 lampen voor de dimlichten. Gebruik uitsluitend goedgekeurde W5W lampen voor de markeringslichten. II - LAMPEN VAN DIMLICHTEN Bouw de sierkap uit en maak het stuurbekrachtigingsreservoir los om bij de lamp van de koplamp rechts te komen. 3 Bouw de afdichtkap (3) uit B-5
18 VERLICHTING VOORZIJDE Halogeenlampen: Vervangen 80B 4 Maak de stekkers los van de lamp Ontgrendel het klemmetje (4). Bouw de lamp uit. N.B.: Gebruik uitsluitend goedgekeurde H7 lampen voor de grootlichten. III - LAMPEN VAN RICHTINGAANWIJZER Bouw de fitting (5) uit (een kwart slag naar de buitenkant van de auto). N.B.: Gebruik uitsluitend goedgekeurde PY21W lampen voor de richtingaanwijzers. 80B-6
19 VERLICHTING VOORZIJDE Mistlicht voor: Uitbouwen - Inbouwen 80B UITBOUWEN Bouw de schildbumper voor uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor) Stel de mistlichten af met behulp van een schroevendraaier. Maak de stekker los Bouw de bevestigingsbouten (1) uit. N.B.: Gebruik uitsluitend goedgekeurde H11 lampen. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 80B-7
20 VERLICHTING VOORZIJDE Stelmotor van de koplampen: Uitbouwen - Inbouwen 80B UITBOUWEN Bouw de koplamp uit (zie 80B, Verlichting voorzijde, Koplamp). 4 Klik het kogeldraaipunt in het klemmetje van de koplamp. LET OP Het kogeldraaipunt moet niet alleen de groef raken, maar moet er goed in liggen. Draai de stelmotor een achtste slag naar de binnenkant van de auto. Sluit de stekker van de stelmotor aan. 3 1 Zet de afstelschroef van de stelmotor los (zes omwentelingen). Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplampen: Afstellen). 2 5 Maak de stekker los van de stelmotor Draai de stelschroef (1) (maximum zes omwentelingen) in. Druk bij (2). Maak de stelmotor (3) met een achtste omwenteling naar de buitenkant van de auto los door het klemmetje te bewegen (4). Maak het kogeldraaipunt (5) van de reflector los door de stelmotor iets te kantelen. INBOUWEN N.B.: Zet de afstelschroef van de stelmotor vast met zes omwentelingen bij het vervangen door een nieuw onderdeel. Bouw de afdichtplaat van de lamp van het grootlicht uit. Houd de parabool naar de achterkant van de koplamp door aan de fitting van de lamp te trekken. 80B-8
21 VERLICHTING VOORZIJDE Stelknop van de koplampen: Uitbouwen - Inbouwen 80B UITBOUWEN INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Maak de kap (1) los Verwijder de schroeven (2). Verwijder de bediening van de automatische parkeerrem. Maak de stekkers los. Maak de bekleding los.(3) Maak de stekkers los. Maak de schakelaar van de plaat los. 80B-9
22 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Beschrijving 80C Deze auto' moeten uitgerust zijn met: - koplampsproeiers. - een automatische verstelling van de lichtbundel van elke koplamp afhankelijk van de belading, de acceleratie, het remmen en de snelheid van de auto, C D A B (A) (B) (C) (D) Opname element achter Opname element voor Rekeneenheid Stelmotor BELANGRIJK: - Het is verboden een lamp te laten branden buiten de koplamp (gevaarlijk voor de ogen). - De xenonlampen werken met een spanning van V bij het ontsteken en daarna met een 85 V wisselspanning. - Wacht tot alle «hoogspanningsmodules» afgekoeld zijn voordat u ze demonteert.. - De accu moet altijd worden losgekoppeld, te beginnen met de minpool, voordat u aan de werkzaamheden begint. N.B.: - De hoogte van de lichtbundel verschilt afhankelijk van de rijsnelheid. - Boven 30 km/h, is de reikwijdte van de verlichting groter. De lampen hebben geen gloeidraad. Het licht van deze lampen wordt opgewekt door twee elektrodes in een kwarts lamp gevuld met een gas (xenon) onder hoge druk en kwik. Elke koplamp heeft een hoogspanningsmodule (ballast). De hoogspanningsmodule en de xenonlamp kunnen los van de koplamp vervangen worden. 80C-1
23 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Beschrijving 80C Aansl. 1 Stelmotor Omschrijving B 2 Xenonmodule 3 Hoogspanningsmodule 4 Rekeneenheid 5 Opname element voor 6 Opname element achter Het licht van de grootlichten wordt aangevuld door de xenonlampen : - als de dimlichten niet branden, krijgt de xenonlamp geen voeding, een lichtsignaal schakelt alleen de grootlichten in. - Als de dimlichten (xenonlampen) branden, schakelt een lichtsignaal de grootlichten in en een elektromagneet (de xenonlamp blijft branden). Deze elektromagneet verandert de lichtbundel van de dimlichten. (A) (B) A Elektromagneet Systeem voor het verstellen van de lichtbundel (omlaag voor dimlicht ; omhoog voor grootlicht) 80C-2
24 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Beschrijving 80C Als de elektromagneet of het systeem voor het veranderen van de lichtbundel defect is, moet de koplamp worden vervangen. Lichtbundel van het grootlicht I - CONTROLE VAN DE ELEKTROMAGNEET Bij een lichtsignaal (dimlichten uit), moet bij het inschakelen van de grootlichten de elektromagneet voeding krijgen (hoorbaar). II - CONTROLE VAN DE VERANDERING VAN DE LICHTBUNDEL BELANGRIJK: Kijk niet in de lichtbundel (gevaar voor de ogen). - Maak de stekkers van de lampen van de grootlichten los. - Plaats een koplampafstelapparaat voor de koplampen. - Schakel de dimlichten in Zet de lichtschakelaar in de stand grootlichten. - De lichtbundel moet veranderen. Lichtbundel van het dimlicht C-3
25 XENONLAMPEN Xenonkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C UITBOUWEN - INBOUWEN De methode voor het uitbouwen-inbouwen van de xenonkoplampen is dezelfde als de methode voor de halogeenlampen (zie 80B, Verlichting voorzijde, koplamp). LET OP - Het is verboden een lamp te laten branden die niet in de koplamp is gemonteerd (gevaar voor de ogen). - De xenonlampen werken met een spanning van V bij het ontsteken en daarna met een 85 V wisselspanning. - Wacht tot de "hoogspanningsmodule" afgekoeld is voordat u hem demonteert. - De accu moet daarom altijd worden losgekoppeld voordat u aan de werkzaamheden begint. N.B.: Het systeem van de xenonlampen moet beslist worden geïnitialiseerd (zie 80C, Xenonlamp, Xenonkoplamp: Afstellen) en stel de koplampen af. 80C-4
26 XENONLAMPEN Hoogspanningseenheid xenonkoplamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C LET OP - Het is verboden een lamp te laten branden die niet in de koplamp is gemonteerd (gevaar voor de ogen). - De xenonlampen werken met een spanning van V bij het ontsteken en daarna met een 85 V wisselspanning. - Wacht tot de "hoogspanningsmodule" afgekoeld is voordat u hem demonteert. - De accu moet daarom altijd worden losgekoppeld voordat u aan de werkzaamheden begint. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de koplamp uit (zie 80B, Verlichting voorzijde, Koplamp). Leg de koplamp op een schone doek zodat er geen krassen in komen. Verwijder de bevestigingsschroef. Verwijder de hoogspanningseenheid. Maak de voeding van de hoogspanningseenheid los. INBOUWEN Vervang altijd de afdichting bij iedere demontage van de hoogspanningseenheid. Zet de accukabels weer vast, te beginnen met de positieve pool. 2 1 LET OP Het systeem van de xenonlampen moet beslist worden geïnitialiseerd (zie 80C, Xenonlamp, Xenonkoplamp: Afstellen) Bouw de condensator (2) uit door deze een achtste slag linksom te draaien (1). 80C-5
27 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Afstellen 80C Onmisbaar materiaal Geef het commando CF001 rekeneenheid». «Calibratie diagnoseapparaat koplampafstelapparaat LET OP Na werkzaamheden aan een xenonkoplamp, aan een opname element of aan de voor- of achtertrein, moet u het systeem van de xenonkoplampen initialiseren en de koplampen afstellen. Zet de auto op een vlakke en horizontale ondergrond. Controleer en corrigeer indien nodig de bandenspanning. Controleer of de bagageruimte van de auto leeg is. N.B.: - Zet de parkeerrem niet vast. - Stap tijdens deze procedure niet in de auto. INSTELLEN Zet het contact aan. Sluit het diagnoseapparaat aan. Selecteer op het diagnoseapparaat het systeem «xenonlamp». Controleer of er geen storingen zijn. N.B.: - Het is mogelijk om te controleren of het systeem is geïnitialiseerd: de waarde van het opname element voor, zichtbaar met parameter PR017 «Hoogte voor» moet gelijk zijn aan de waarde van de oorspronkelijke hoogte voor (PR004), de waarde van het opname element achter, zichtbaar met parameter PR018 «Hoogte achter» moet gelijk zijn aan de waarde van de oorspronkelijke hoogte achter (PR005). - Het initialiseren van het systeem is niet mogelijk: als de rijsnelheid afwezig is of niet nul, als de stand van een opname element buiten de tolerantie is, als de configuratie van de rekeneenheid niet correct is uitgevoerd. Plaats een koplampafstelapparaat afgesteld op -1, 3 % (waarde staat op de koplamp) voor de auto. Schakel de dimlichten in. 80C-6
28 XENONLAMPEN Xenonkoplampen: Afstellen 80C Stel de stand van de koplampen af schroef (1) voor de hoogte, - schroef (2) voor de richting. N.B.: De initialisatie kan mislukken: - als de rijsnelheid niet nul is, - als er een storing van een opname element is (geen of onsamenhangend signaal), - als de rekeneenheid niet goed is geconfigureerd (type van de auto : Laguna II en Laguna II Break). 80C-7
29 XENONLAMPEN Xenonlampen: Vervangen 80C BELANGRIJK: - Het is verboden een lamp te laten branden buiten de koplamp (gevaarlijk voor de ogen). - De xenonlampen werken met een spanning van V bij het ontsteken en daarna met een 85 V wisselspanning. - Wacht tot de «hoogspanningsmodule» afgekoeld is voordat u hem demonteert. - De accu moet daarom altijd worden losgekoppeld voordat u aan de werkzaamheden begint. Voor het vervangen van een xenonlamp bouwt u de koplamp uit (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplamp). UITBOUWEN Bouw de lamp voorzichtig uit. INBOUWEN Houd de lamp vast aan het metalen deel (raak het glas niet met de vingers aan, maak het glas anders schoon met alcohol en een pluisvrije zachte doek). 1 Verwijder de afdichtkap (1) Bouw de condensator (3) uit door deze een achtste slag linksom te draaien (2) LET OP Behandel de lamp zeer voorzichtig want de geleider aan de buitenkant (4) is bijzonder kwetsbaar en mag niet verbuigen. 80C-8
30 XENONLAMPEN Xenonlampen: Vervangen 80C Plaats: - de lamp (het nokje (5) moet in de groef van de koplamp vallen), - condensator. N.B.: - Initialiseer beslist het systeem van de xenonlampen en stel de koplampen af (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplampen : Afstellen). - Gebruik uitsluitend goedgekeurde D2S lampen. 80C-9
31 XENONLAMPEN Koplampstelmotor: Uitbouwen - Inbouwen 80C N.B.: De xenonkoplampen hebben specifieke stelmotors. UITBOUWEN Bouw de koplamp uit (zie 80B, Verlichting voorzijde, Koplamp). 4 Klik het kogeldraaipunt in het klemmetje van de koplamp. LET OP Het kogeldraaipunt moet niet alleen de groef raken, maar moet er goed in liggen. Draai de stelmotor een achtste slag naar de binnenkant van de auto. Sluit de stekker van de stelmotor aan. Zet de afstelschroef van de stelmotor los (zes omwentelingen). Stel de koplampen af (zie 80C, Xenonlampen, Xenonkoplampen: Afstellen) Maak de stekker los van de stelmotor. Draai de stelschroef (1) (maximum zes omwentelingen) in. Druk bij (2). Maak de stelmotor (3) met een achtste omwenteling naar de buitenkant van de auto los door het klemmetje te bewegen (4). Maak het kogeldraaipunt (5) van de reflector los door de stelmotor iets te kantelen. INBOUWEN N.B.: Zet de afstelschroef van de stelmotor vast met zes omwentelingen bij het vervangen door een nieuw onderdeel. Bouw de afdichtkap van de xenonlamp uit. Houd de parabool naar de achterkant van de koplamp door aan de module van de lamp te trekken. 80C-10
32 XENONLAMPEN Rekeneenheid xenonlamp: Uitbouwen - Inbouwen 80C BELANGRIJK: - Het is verboden een lamp te laten branden buiten de koplamp (gevaarlijk voor de ogen). - De xenonlampen werken met een spanning van V bij het ontsteken en daarna met een 85 V wisselspanning. - Wacht tot de «hoogspanningsmodule» afgekoeld is voordat u hem demonteert. - De accu moet daarom altijd worden losgekoppeld voordat u aan de werkzaamheden begint. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 1 Maak de rekeneenheid (1) los. Maak de stekkers los INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels weer vast, te beginnen met de positieve pool. LET OP Het systeem van de xenonlampen moet beslist worden geïnitialiseerd (zie 80C, Xenonlamp, Xenonkoplamp: Afstellen). 80C-11
33 XENONLAMPEN Opname element voor van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C bevestigingsbout van het opname element Aantrekkoppelsm 8 N.m Het opname element wagenhoogte voor bevindt zich achter het wiel links voor. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout van het opname element (8 N.m). LET OP Het systeem van de xenonlampen moet beslist worden geïnitialiseerd (zie 80C, Xenonlamp, Xenonkoplamp: Afstellen). UITBOUWEN Bouw uit: - het klemmetje op het einde van het stangetje (1), - de bevestigingsbouten van het opname element (2). Maak de stekker van de sensor los. Bouw het opname element wagenhoogte uit. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. LET OP Vervang het klemmetje op het einde van het stangetje na iedere demontage. 80C-12
34 XENONLAMPEN Opname element achter van de koplampverstelling: Uitbouwen - Inbouwen 80C bevestigingsbout van de steun van het opname element hoogte achter Aantrekkoppelsm 8 N.m Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. LET OP Het systeem van de xenonlampen moet beslist worden geïnitialiseerd (zie 80C, Xenonlamp, Xenonkoplamp: Afstellen). Het opname element wagenhoogte achter bevindt zich achter het wiel links achter Bouw uit: - het klemmetje op het einde van het stangetje, - de bevestigingsmoer van de steun (1). Maak de stekker (2) los. Bouw uit: - het opname element en zijn steun, de bevestigingsbouten (3) van het opname element. INBOUWEN Plaats het opname element met zijn steun op de auto. LET OP Vervang het klemmetje op het einde van het stangetje na iedere demontage. Zet met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbout van de steun van het opname element hoogte achter (8 N.m). 80C-13
35 VERLICHTING ACHTER Derde remlicht: Uitbouwen - Inbouwen 81A UITBOUWEN Bouw de bekleding van de achterklep uit (zie MR 396, Carrosserie, 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep). Druk naar boven en naar achteren op de klemmetjes (1) om het derde remlicht los te maken. Maak de stekker los. N.B.: - Voor het vervangen van de lamp, gebruikt u een goedgekeurde lamp W16W. - Het derde remlicht van de hatchback heeft een lamp. Het derde remlicht van de break heeft diodes. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 81A-1
36 VERLICHTING ACHTER Lichten van achterklep: Uitbouwen - Inbouwen 81A De achterlichten zijn in twee delen uitgevoerd, een in het scherm en een in de achterklep. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. UITBOUWEN Bouw uit: de dop, - de achterste bevestigingsbout (1). Bouw het licht uit. Maak de stekker los Maak de lamphouder los door te drukken op de lipjes (2). 81A-2
37 VERLICHTING ACHTER Achterlicht op scherm: Uitbouwen - Inbouwen 81A De achterlichten zijn in twee delen uitgevoerd, een in het scherm en een in de achterklep. II - LICHTEN OP ZIJSCHERM (BREAK) UITBOUWEN I - LICHTEN OP ZIJSCHERM (HATCHBACK) Verwijder de schroeven (3) Bouw de achterste bevestigingsmoer (1) uit Bouw het toegangsluik uit. Verwijder de twee stukken beschermschuim. Maak de stekker los. Bouw het licht uit Maak de lamphouder los door te drukken op het lipje (2). Bouw uit: - de schroef (4), - het licht op het achterscherm door met een schroevendraaier te drukken op de richtpen (5). Maak de stekker los. 81A-3
38 VERLICHTING ACHTER Achterlicht op scherm: Uitbouwen - Inbouwen 81A INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 81A-4
39 VERLICHTING ACHTER Kentekenverlichting: Uitbouwen - Inbouwen 81A UITBOUWEN Wip de verlichting los met een schroevendraaier. Maak de stekker los. N.B.: Voor het vervangen van de lamp, gebruikt u een goedgekeurde lamp W5W. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 81A-5
40 BINNENVERLICHTING Werking 81B I - BIJZONDERHEID De auto's hebben, afhankelijk van de uitvoering: - onafhankelijke verlichting onder de portieren (die brandt bij het openen van het betreffende portier), - tijdgeschakelde binnenlichten (voor en achter), - verlichting onder het dashboard en verlichting onder de voorstoelen gekoppeld aan de binnenlichten, - verlichting in de bagageruimte, - verlichte make-up spiegels in de zonnekleppen. II - WERKING VAN DE TIJDSCHAKELING De binnenverlichting (plafond en voetenruimtes) worden direct ingeschakeld door het huis met hulporganen interieur: - bij het openen van een portier of de achterklep, - bij het ontgrendelen van de portieren via de afstandsbediening (of door de handsfree functie), - bij het verwijderen van de RENAULT-kaart uit de kaartlezer. Bij het uitschakelen van de binnenverlichting gebruikt het huis met hulporganen interieur, afhankelijk van het geval, een vertraging: - uitschakeling zonder vertraging: bij het vergrendelen van de portieren via de afstandsbediening (portieren/klep gesloten), - uitschakeling met vertraging: na het sluiten van het laatste portier/klep, bij het ontgrendelen van de portieren/klep via de afstandsbediening, bij het aanzetten van het contact. N.B.: Als een portier of klep lang open staat, zonder aanzetten of uitzetten van het contact, dooft het huis met hulporganen interieur de binnenverlichting na een vertraging van ongeveer 15 minuten. 81B-1
41 BINNENVERLICHTING Binnenlicht: Algemeen 81B Afhankelijk van de plaats van het binnenlicht en het uitrustingsniveau van de auto, kan het licht zijn voorzien van: - een enkele centrale lichtschakelaar, - een centrale lichtschakelaar en een kaartleeslampje, - een centrale lichtschakelaar met regelbare lichtsterkte en twee kaartleeslampjes. 81B-2
42 BINNENVERLICHTING Binnenlicht: Uitbouwen - Inbouwen 81B UITBOUWEN Maak de doorschijnende kap (1) los Trek aan de bevestigingsgrendels (2). Verwijder de stekker met een draaiende beweging. Maak de stekker los. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 81B-3
43 BINNENVERLICHTING Verlichting make-up spiegel: Uitbouwen - Inbouwen 81B Afhankelijk van de uitvoering, hebben de make-up spiegels verlichting in de hemelbekleding. UITBOUWEN De schakelaar bevindt zich op het klepje (1) van de zonneklep (4). De stroom naar de verlichting (2) loopt via de centrale bevestiging (3) van de zonneklep Maak los : - de lichtkap van het lichtpunt (2), - het lichtpunt, - de stekker. N.B.: De werking van de schakelaar kan worden gecontroleerd via de verbinding naar de centrale bevestiging (2): - klepje van de spiegel gesloten (schakelaar open) = lamp uit = weerstand oneindig, - klepje van de spiegel open (schakelaar gesloten) = lamp aan = weerstand nul, 81B-4
44 BINNENVERLICHTING Verlichting make-up spiegel: Uitbouwen - Inbouwen 81B INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 81B-5
45 BINNENVERLICHTING Verlichting onder portier: Uitbouwen - Inbouwen 81B Onmisbaar speciaal gereedschap Car Hefboom voor het losmaken van de klemmetjes van de handgreep achter De portieren hebben onafhankelijke verlichting die wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur bij het openen van het portier. Alleen de lamp van het betreffende portier gaat branden. UITBOUWEN Bouw de verlichting onder het portier (1) uit met behulp van het gereedschap (Car. 1597). Ontgrendel de lamphouder met een kwart slag INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 81B-6
46 BINNENVERLICHTING Verlichting in dashboardkastje: Uitbouwen - Inbouwen 81B UITBOUWEN Bouw uit: - de bevestigingsschroef van de bekleding van de opbergruimte, - de bekleding van de opbergruimte, - het lichtpunt (1) door op de bevestigingsgrendel te drukken. Maak de stekker los. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. N.B.: Voor het vervangen van de lamp, gebruikt u een goedgekeurde lamp C5W. 81B-7
47 BINNENVERLICHTING Verlichting onder dashboard: Uitbouwen - Inbouwen 81B - bij het openen van een portier, - als de Renault-kaart uit de lezer wordt getrokken. UITBOUWEN Draai het lichtpunt rechtsom. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. N.B.: Voor het vervangen van de lamp, gebruikt u een goedgekeurde lamp W5W De auto heeft lampen voor de verlichting onder het dashboard en onder de voorstoel die zijn gekoppeld aan de binnenverlichting. Zij bevinden zich: - onder het dashboardkastje (passagierskant), - onder de voorstoelen (1) (afhankelijk van de uitvoering), - onder het stuurwiel (2). Deze lampen worden aangestuurd door het huis met hulporganen interieur : - bij het ontgrendelen van de portieren via de afstandsbediening (of de handsfree functie), 81B-8
48 BINNENVERLICHTING Bagageverlichting: Uitbouwen - Inbouwen 81B UITBOUWEN Maak de bagageverlichting los door op de klemmetjes (1) te drukken. Maak de stekker los. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. N.B.: Voor het vervangen van de lamp, gebruikt u een goedgekeurde lamp C5W. 81B-9
49 ZEKERING Zekering stroomonderbreker: Identificatie 81C De zekering stroomonderbreker bevindt zich in de middenconsole, onder de asbak (1). N.B.: Gebruik een zekering van 10 A, één van de reservezekeringen. 81C-1
50 STARTVERGRENDELING Algemeen 82A De startvergrendeling wordt gestuurd via kaartherkenningssysteem van de Renault kaart met een continu variabele code (gecrypteerd V3). De startvergrendeling heeft geen noodcode maar een reparatiecode die levenslang aan de auto is toegewezen tijdens de fabricage. Het systeem kan maximaal vier Renault kaarten bevatten. De Renault kaarten met «eenvoudige» afstandsbediening en «handsfree» zijn verschillend en kunnen niet op een en dezelfde auto worden gebruikt. 1 Bij verlies of diefstal van een auto, kan een Renault kaart onwerkzaam worden gemaakt. Deze kan, indien nodig, opnieuw aan dezelfde auto worden toegewezen. LET OP Met dit systeem is het niet mogelijk verschillende elementen (huis met hulporganen interieur en Renault kaarten of huis met hulporganen interieur en rekeneenheid van het inspuitsysteem) tegelijk te vervangen. Deze onderdelen worden ongecodeerd geleverd. Bij het vervangen van een element, met één van de elementen van het systeem de oorspronkelijke code van de auto in het geheugen hebben (zie 82A, Startvergrendeling, Inlezen). De door de onderdelen van het systeem ingelezen code kan niet worden gewist. N.B.: Voor de bijzonderheden van het huis met hulporganen interieur (zie 87B, Huis met hulporganen interieur, Huis met hulporganen interieur) De Renault kaart heeft met een noodsleutel (1) waarmee het portier geopend kan worden in geval van een storing. De Renault kaart die door het onderdelenmagazijn geleverd wordt heeft geen noodsleutel. Op de plaats van de noodsleutel is een bescherming geplaatst. N.B.: Het is mogelijk om een noodsleutel bij het magazijn te bestellen onder vermelding van de reparatiecode en het identificatienummer van de auto. Voor de bijzonderheden van het openen-sluiten van de portieren (zie 87C, Regeling van de portieren). 82A-1
51 STARTVERGRENDELING Beschrijving 82A Het systeem bestaat uit: - twee Renault kaarten (1) (het systeem kan maximaal vier kaarten bevatten), - een kaarthouder (2), - een huis met hulporganen interieur (3), in het interieur, - rood controlelampje van de startvergrendeling (4), - vier startantennes (14) verbonden met de kaarthouder (specifiek voor de handsfree uitvoering), - een claxon (15) (specifiek voor de handsfree uitvoering, wordt niet gebruikt voor de startvergrendeling), - handgrepen en sloten (16) (specifiek voor de handsfree uitvoering, worden niet gebruikt voor de startvergrendeling). - een rekeneenheid van het inspuitsysteem (5), - een elektrische stuurkolomgrendel (6), - een startknop (7), - een rekeneenheid van de airbag (8), - een rekeneenheid van het ABS (9), - een opname element koppelingspedaal (10), - een opname element stand "neutraal" van de versnellingsbak (11), - een opname element rempedaal (12) (specifiek voor de handsfree uitvoering), - twee antennes voor de regeling van de portieren (13) (specifiek voor de handsfree uitvoering, worden niet gebruikt voor de startvergrendeling), 82A-2
52 STARTVERGRENDELING Werking 82A I - EENVOUDIGE WERKING Als de startvergrendeling operationeel is, knippert het rode controlelampje van de startvergrendeling. De elektrische stuurkolomgrendel is geblokkeerd. De startvergrendeling wordt enkele secondes na het afzetten van het contact geactiveerd. - Bij een druk op de startknop of op het rempedaal, ondervraagt het huis met hulporganen interieur de kaartlezer, als de Renault kaart in de kaartlezer zit. - De kaartlezer ontvangt de code van de Renault kaart en stuurt deze naar het huis met hulporganen interieur. - Als de code wordt herkend door het huis met hulporganen interieur, stuurt dit via het multiplexnetwerk een gecodeerd signaal naar de stuurkolomgrendel. - Als het gecodeerde signaal dat de stuurkolomgrendel ontvangt, gelijk is aan dat wat hij in zijn geheugen heeft, ontgrendelt deze de stuurkolom en stuurt hij een bevestiging naar het huis met hulporganen interieur. - Als het huis met hulporganen interieur dit bericht ontvangt, brengt het huis met hulporganen interieur de voeding voor het «rijden» tot stand en dooft het rode lampje van de startvergrendeling. - Als de voeding voor het «rijden» is ingeschakeld, sturen het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem elkaar gecodeerde signalen via het multiplexnetwerk. - Als de signalen van het huis met hulporganen interieur en die van de rekeneenheid van het inspuitsysteem overeenkomen, geeft het huis met hulporganen interieur toestemming voor het starten van de motor en het inspuitsysteem ontgrendelt zich. 1 - Bijzondere situaties - Als de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de stuurkolomgrendel geen referentiecode in het geheugen heeft neemt hij de ontvangen code op in zijn geheugen. - Als er een probleem is met de overeenkomst tussen de codes, blijft het systeem vergrendeld. Het rode controlelampje van de startvergrendeling knippert of brandt continu (zie overzichtstabel van de lampjes). - Als het huis met hulporganen interieur nieuw (ongecodeerd) is, blijft het controlelampje van de startvergrendeling uit. LET OP Als gestart wordt met een accu met een lage accuspanning is het mogelijk dat de startvergrendeling door de spanningsdaling opnieuw wordt ingeschakeld. Als de spanning te laag is kan er niet worden gestart, zelfs niet als de auto wordt aangeduwd. 2 - Tabel van de werking van de lampjes Branden controlelampje Contact aan Mogelijke oorzaak Knipperend Nee Startvergrendeling in actie (geen kaart herkend in de kaartlezer) Snel knipperend (de kaartlezer knippert tegelijk mee) Nee Kaart niet herkend door de kaartlezer. De kaart is niet van de auto of niet langer toegewezen aan de auto. Vast Nee Probleem met de elektrische stuurkolomgrendel of de multiplexverbinding. Continu Ja De elektrische stuurkolomgrendel is ontgrendeld. De auto heeft een probleem van het inspuitsysteem. Continu 3 s en dan uit Ja Starten van de motor. II - WERKING «HANDSFREE» elektrische stuurkolomgrendel is geblokkeerd: Als de startvergrendeling operationeel is, knippert het rode controlelampje van de startvergrendeling. De - Tijdens het indrukken van de startknop, ondervraagt de auto de kaart via de startantennes (125 khz). 82A-3
53 STARTVERGRENDELING Werking 82A - De kaart antwoordt op een frequentie van 433 MHz of 315 MHz (afhankelijk van het land). - De code van de kaart wordt ontvangen door het huis met hulporganen interieur. - Als de code wordt herkend door het huis met hulporganen interieur, stuurt dit via het multiplexnetwerk een gecodeerd signaal naar de stuurkolomgrendel. - Als het gecodeerde signaal dat de stuurkolomgrendel ontvangt, gelijk is aan dat wat hij in zijn geheugen heeft, ontgrendelt deze de stuurkolom en stuurt hij een bevestiging naar het huis met hulporganen interieur. - Als het huis met hulporganen interieur het bericht ontvangt van de elektrische stuurkolomgrendel, stelt het huis met hulporganen interieur de voeding «rijden» in en dooft het rode lampje van de startvergrendeling. - Als de voeding voor het «rijden» is ingeschakeld, sturen het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem elkaar gecodeerde signalen via het multiplexnetwerk. - Als de signalen van het huis met hulporganen interieur en die van de rekeneenheid van het inspuitsysteem overeenkomen, geeft het huis met hulporganen interieur toestemming voor het starten van de motor en het inspuitsysteem ontgrendelt zich. 1 - Bijzondere situaties - De «handsfree» Renault kaart werkt met een batterij. Als het batterijtje niet werkt, kan de kaart in de kaarthouder worden gestoken. De auto werkt als een «eenvoudige» (zonder «handsfree» functie). - Als de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de stuurkolomgrendel geen referentiecode in het geheugen heeft neemt hij de ontvangen code op in zijn geheugen. - Als er een probleem is met de overeenkomst tussen de codes, blijft het systeem vergrendeld. Het rode controlelampje van de startvergrendeling knippert of brandt vast en het instrumentenpaneel toont berichten. Zie de tabel van de werking van de lampjes - Als het huis met hulporganen interieur nieuw (ongecodeerd) is, knippert het controlelampje van de startvergrendeling. LET OP Als gestart wordt met een accu met een lage accuspanning is het mogelijk dat de startvergrendeling door de spanningsdaling opnieuw wordt ingeschakeld. Als de spanning te laag is kan er niet worden gestart, zelfs niet als de auto wordt aangeduwd. 2 - Tabel van de werking van de lampjes Branden controlelampje Bericht instrumentenpaneel Contact aan Mogelijke oorzaak Knipperend Indrukken rem + start of koppeling Nee Startvergrendeling in actie (geen kaart herkend in de kaarthouder) Knipperend Kaartlezer defect of kaart niet gedetecteerd Nee Kaart niet herkend door de kaarthouder. De kaart is niet van de auto of niet langer toegewezen aan de auto. Knipperend Stuurkolom niet geblokkeerd of kaart niet herkend Nee Probleem met de elektrische stuurkolomgrendel of de multiplexverbinding. Vast Inspuitsysteem defect - Startvergrendeling defect Ja De elektrische stuurkolomgrendel is ontgrendeld. De auto heeft een probleem van het inspuitsysteem. Continu 3 s en dan uit - Ja Starten van de motor. III - NOODZAKELIJKE VOORWAARDEN VOOR HET STARTEN VAN DE MOTOR 1 - Bijzonderheden van het «eenvoudige»systeem - Kaart in de kaartlezer, 82A-4
54 STARTVERGRENDELING Werking 82A - Transponder (ingebouwd in kaartlezer), elektrische stuurkolomgrendel en rekeneenheid van het inspuitsysteem herkend, - Koppelingspedaal ontkoppeld of rempedaal ingedrukt en handgeschakelde versnellingsbak in de neutraal stand, - Rempedaal ingedrukt en automatische transmissie in stand «Neutraal» of «Parking». 2 - Bijzonderheden «handsfree»systeem - Kaart in startzone, - Kaart, elektrische stuurkolomgrendel en rekeneenheid van het inspuitsysteem herkend, - Koppelingspedaal ontkoppeld of rempedaal ingedrukt en handgeschakelde versnellingsbak in de neutraal stand, - Rempedaal ingedrukt en automatische transmissie in stand «Neutraal» of «Parking». 82A-5
55 STARTVERGRENDELING Startantennes: Werking 82A De auto's met het «handsfree» systeem hebben vier antennes voor het starten de twee andere voor de regeling van de portieren. - de antennes (1) en (2) voor de detectie van de kaart (zone voorin) bevinden zich op de dashboarddwarsbalk en bij de versnellingshendel de antenne (3) voor de detectie van de kaart (zone achterin) bevindt zich achter in de middenconsole. - de antenne (4) voor de detectie van de kaart (zone achterin) bevindt zich achter de achterstoelen onder de vloerbekleding. N.B.: De break heeft geen openingsantenne in de schildbumper achter. Voor het uitbouwen van de antennes van de portiervergrendeling (zie 87C, Regeling van de portieren, Openingsantenne). 82A-6
56 STARTVERGRENDELING Startantenne: Uitbouwen - Inbouwen 82A Het uitbouwen van de antennes is gelijk, ongeacht de plaats van de antennes. De details van het uitbouwen van de antenne van zijn klemmetje laten wij zien voor antenne 3. LET OP De bevestigingsklemmetjes van de antennes en le centreerder voor de vergrendeling zijn breekbaar; werk voorzichtig. 2 UITBOUWEN I - ANTENNE 1 (ZONE VOOR) Bouw het dashboard uit (zie 83A, Instrumenten - dashboard, Dashboard) Maak een uitsnijding in de mat (2) volgens de illustratie hierboven. N.B.: Gebruik klemmetjes (nummer ) voor het weer vastmaken van de twee delen van de mat Maak de stekker los. Druk omhoog, aan de kant van de stekker, zodat de centreerder (1) uit zijn houder komt. Maak de antenne los met een kleine platte schroevendraaier en schuif de antenne naar de voorzijde van de auto (zie details Antenne 3). II - ANTENNE 2 (ZONE VOOR) 4 Bouw de ventilatiekanalen uit bij (3) en (4) Bouw de middenconsole uit (zie 57A, Accessoires interieur, Middenconsole). 82A-7
57 STARTVERGRENDELING Startantenne: Uitbouwen - Inbouwen 82A Bouw de bevestigingsschroeven (5) van de steunplaat van de diagnoseaansluiting uit. Bouw de plaat gedeeltelijk uit. Maak de stekker van de antenne los. Druk omhoog, aan de kant van de stekker, zodat de centreerder uit zijn houder komt. Maak de antenne (6) los met een kleine platte schroevendraaier en schuif de antenne naar links (zie details Antenne 3) Druk (7), aan de kant van de stekker, zodat de centreerder (8) uit zijn houder komt. Maak de antenne (9) los met een kleine platte schroevendraaier en schuif de antenne (10). IV - ANTENNE 4 (ZONE ACHTER) Bouw de mat van de bagageruimte uit (zie 71A, Interieurbekleding, Mat bagageruimte). III - ANTENNE 3 (CENTRALE ZONE) Bouw de middenconsole uit (zie 57A, Accessoires interieur, Middenconsole). 82A-8
58 STARTVERGRENDELING Startantenne: Uitbouwen - Inbouwen 82A 11 Maak de stekker (11) los Druk omhoog, aan de kant van de stekker, zodat de centreerder uit zijn houder komt. Maak de antenne los met een kleine platte schroevendraaier en schuif de antenne naar rechts (zie details Antenne 3). INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Controleer of het systeem goed werkt. 82A-9
59 STARTVERGRENDELING Knop voor het starten: Uitbouwen - Inbouwen 82A UITBOUWEN 1 Maak de bekleding los.(1) Trek het stuurwiel zoveel mogelijk in de lage stand. Zet de onderste schroeven van de kappen (2) los. Maak de bovenste kap (3) los. Bouw het geheel "bovenste kap, bekleding" uit Knijp de klemmetjes van de startknop (4) in via de bovenkant van de stuurkolom. Verwijder de startknop. Maak de stekker los. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 82A-10
60 STARTVERGRENDELING Elektrische stuurkolomgrendel: Uitbouwen - Inbouwen 82A Onmisbaar materiaal UITBOUWEN diagnoseapparaat Aantrekkoppelsm bevestigingsbout van de stuurkolomgrendel 8 N.m De elektrische stuurkolomgrendel is vastgezet op de stuurkolom. LET OP Voor het uitbouwen van de stuurkolomgrendel, moet u de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat (zie 88C, Airbag en gordelspanners, Vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag). Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan). De stuurkolomgrendel is ontgrendeld. Voor het uitbouwen van de grendel moet de stuurkolom zijn ontgrendeld Bouw de bevestigingsbout (1) van de elektrische stuurkolomgrendel uit door deze rechtsom te draaien. N.B.: De bevestigingsbout van de elektrische stuurkolomgrendel heeft linkse schroefdraad. De elektrische stuurkolomgrendel kan alleen ontgrendeld worden uitgebouwd. Maak de stekker los. 82A-11
61 STARTVERGRENDELING Elektrische stuurkolomgrendel: Uitbouwen - Inbouwen 82A INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout van de stuurkolomgrendel (8 N.m). CODERING VAN DE ELEKTRISCHE STUURKOLOMGRENDEL N.B.: De grendel wordt ongecodeerd geleverd. Hij moet daarom bij de montage de code inlezen van het startvergrendelingssysteem voor het vrijgeven van het aanzetten van het contact. LET OP De rekeneenheid van het inspuitsysteem behoudt levenslang zijn startvergrendelingscode. Het is daarom verboden tests uit te voeren met een uit een andere auto of uit het magazijn geleende elektrische stuurkolomgrendel. De ingelezen code kan niet gewist worden. Steek de kaart in de kaartlezer. Druk op de startknop. Trek de kaart uit de kaartlezer om het contact uit te schakelen. N.B.: - De elektrische stuurkolomgrendel blokkeert na enkele secondes de stuurkolom. deze is dan gecodeerd. - Het rode waarschuwingslampje van de startvergrendeling knippert om aan te geven dat de startvergrendeling actief is. 82A-12
62 STARTVERGRENDELING Kaartlezer: Uitbouwen - Inbouwen 82A Onmisbaar speciaal gereedschap Ms Ms Gereedschap voor uitbouwen autoradio- Carminat Becker Gereedschap voor het uitbouwen autoradio Philips 1 UITBOUWEN Maak de bovenste bekleding van de middenconsole los bij (1) en bij (2). Maak de stofhoes los Maak de asbak los A-13
63 STARTVERGRENDELING Kaartlezer: Uitbouwen - Inbouwen 82A Bouw de radio uit met behulp van het gereedschap (Ms. 1544) of (Ms. 1373) (afhankelijk van het uitrustingsniveau). Bouw het bedieningspaneel van de airconditioning (3) uit. Maak de stekker los Maak de kaartlezer los met behulp van de klemmetjes (4) en (5). INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 82A-14
64 CLAXON Claxon: Uitbouwen - Inbouwen 82B Aantrekkoppelsm bevestigingsbout 20 N.m UITBOUWEN Bouw de schildbumper voor uit (zie MR396 Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor: Uitbouwen- inbouwen). 2 1 Maak de stekker (1) los Bouw uit: - de bevestigingsbout (2), - de claxon. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout (20 N.m). 82B-1
65 ALARM Afstandsradar: Uitbouwen - Inbouwen 82C De afstandsradars zijn alle gelijk maar de montages verschillen: BIJZONDERHEID VAN DE BREAK - bijzonderheid van de hatchback: de afstandsradars zijn ingebouwd in de band van de schildbumper. Er zijn twee verschillende schildbumpers. - bijzonderheid van de break: de afstandsradars zijn in steunen vastgeklemd. Deze steunen zijn vastgeklemd op de schildbumper. De vier steunen zijn verschillend en niet onderling verwisselbaar. UITBOUWEN Bouw de schildbumper achter uit (zie MR 396, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper achter). LET OP De afstandsradars zijn kwetsbaar en gevoelig voor warmte, de buitenkant is niet bestand tegen klappen, behandel ze met zorg Maak de steun los uit de schildbumper door op de klemmetjes (2) te drukken. Maak de afstandsradar los van zijn steun door op de klemmetjes (3) te drukken zonder krassen te maken. INBOUWEN Klem de afstandsradar vast zonder er krassen op te maken. Sluit de stekker van de afstandsradar aan. BIJZONDERHEID VAN DE BREAK Maak de afstandsradar vast in zijn steun zonder krassen te maken. Maak de steun van de afstandsradar vast op de schildbumper. Monteer de schildbumper achter uit (zie MR 396, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper achter). Maak de stekker los Maak de afstandsradar (1)los zonder er krassen op te maken. 82C-1
66 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Algemeen 83A indicator automatische transmissie (optie), Het instrumentenpaneel van het lage gamma heeft de volgende functies: - Bijzonderheid benzine: waarschuwingslampje gas (LPG), toerenteller tot 7125 tr/min. - Bijzonderheid diesel: waarschuwingslampje roetfilter, toerenteller tot 5000 tr/min. - Zichtbaar door analoge wijzers: rijsnelheid, toerenteller, brandstofpeil (benzine, diesel of gas), koelvloeistoftemperatuur. - Zichtbaar op display: afstandsmeter totaal- en dagteller: informatie ABS/ ESP via CAN, oliepeil, boordcomputer: - verbruikte brandstof (benzine, gas of diesel), - gemiddeld verbruik (benzine, gas of diesel), - actueel verbruik (benzine of diesel), - actieradius brandstof (benzine, gas of diesel), - afgelegde afstand, - gemiddelde snelheid, - afstand tot olie verversen - Zichtbaar op een monochroom infoscherm met informatie over de staat van de werking van de auto door een kleurensysteem: wit : boodschap over de staat (snelheidsregelaar, auto zonder sleutel, enz.), oranje: waarschuwingsboodschappen met risico (sensor controlesysteem bandenspanning defect, enz.), rood : waarschuwingsboodschappen met gevaar (temperatuur van de koelvloeistof in de motor, enz.). - Het infoscherm wordt gebruikt voor de volgende functies: auto zonder sleutel, controlesysteem bandenspanning staat van de portieren, N.B.: Het is mogelijk om in het zelfdiagnoseprogramma van het instrumentenpaneel te komen. Zet het contact aan met ingedrukte functiekeuzetoets van de boordcomputer op het uiteinde van de wisserschakelaar. - Beheer van een multifunctionele zoemer: signaleren van de werking van de knipperlichten, signaleren van het vergeten van de lichten, aan de bestuurder aangeven van het activeren of deactiveren van de portiervergrendeling tijdens het rijden, aangeven van de storing van het kinderveiligheidssysteem, aangeven van het memory systeem van de bestuurdersstoel, signaleren van het vergeten van de parkeerrem, signaleren van het vergeten van het vastmaken van de gordel van bestuurder of passagier tijdens het rijden, signaleren van het begin van het aangeven van alle waarschuwingen van de eerste prioriteit (gekoppeld aan een waarschuwingslampje STOP), signaleren van een storing met de eerste prioriteit door het SSPP : leeglopen of lekke band, signaleren bereiken brandstofreserve «waarschuwing brandstof», signaleren portier/achterklep niet goed gesloten, aangeven van overschrijden snelheid van uitvoeringen Arabië waar een snelheidsverklikker is voorgeschreven. - De zoemer is werkzaam vanaf het ontwaken van het instrumentenpaneel, de volgende functies kunnen werken: vergeten lichten, knipperlichten, kaart vergeten, automatische parkeerrem. 83A-1
67 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Beschrijving 83A I - AFSTAND TOT OLIE VERVERSEN Als het peil tussen het maximum en het minimum peil staat, toont het display «oil ok»(1). Als tijdens deze secondes, gedrukt wordt op de toets «Boordcomputer», geeft het display het oliepeil aan in de vorm van blokjes (3). 2 Als het oliepeil op het minimumpeil staat bij het aanzetten van het contact, knipperen de streepjes (2) gedurende 30 s. Het waarschuwingslampje «service» licht op en blijft branden na het starten van de motor. 4 N.B.: 3 1 Onder normale omstandigheden wordt het oliepeil alleen gemeten na een onderbreking van het contact van langer dan 1 minuut; anders wordt de oude waarde opnieuw getoond. Als er een storing van de peilzender is gedetecteerd, gaat het display bij het aanzetten van het contact direct naar de km-totaalteller. Deze informeert de bestuurder over de afstand (in km of mijlen) die kan worden afgelegd tot de volgende keer olie verversen (4). Als de afstand kleiner is dan 1500 km of 1000 mijl of als er nog maar 2 maanden overblijven, knippert de sleutel gedurende 30 s bij het aanzetten van het contact of als de bladzijde «afstand tot verversen» zichtbaar is op de boordcomputer. De sleutel knippert permanent als de afstand 0 is geworden of na 24 maanden (afhankelijk van motortype en land). Initialiseren van de afstand tot het olie verversen: Kilometerteller zet het contact aan, - selecteer de bladzijde «afstand tot verversen» op de boordcomputer, - druk op de toets «Boordcomputer» gedurende ongeveer 5 s, - de afstand knippert 4 s en wordt dan vast, - laat de toets «Boordcomputer» los als de juiste waarde verschijnt. II - WERKING VAN HET DISPLAY 1 - Oliepeilmeter Deze functie verschijnt bij het aanzetten van het contact of na het starten van de motor gedurende ongeveer 30 secondes. a - Totaalteller De kilometertotaalteller (5) verschijnt 30 secondes na het aanzetten van het contact (na de informatie van het oliepeil). Door drukken op de toets «boordcomputer» kan deze wachttijd verkort worden. b - Dagteller De dagteller (6) wordt in plaats van de totaalteller weergegeven na een korte druk op de toets «boordcomputer». De nulinstelling gebeurt door het lang indrukken van de toets «boordcomputer». De nulinstelling van de dagteller is niet dezelfde als de nulinstelling van de boordcomputer. 83A-2
68 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Beschrijving 83A N.B.: De weergave in kilometers of in mijlen kan niet worden geconfigureerd. Hiervoor moet het instrumentenpaneel worden vervangen. 3 - De «boordcomputer» Bij het berekenen van de actieradius wordt uitgegaan van de afgelegde afstand, de hoeveelheid in de tank aanwezige brandstof en de verbruikte brandstof. N.B.: Als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt, wordt geen actieradius aangegeven. De opeenvolgende gegevens van de boordcomputer verschijnen in plaats van de km-tellers door lang drukken op de toets op het einde van de ruitenwisserschakelaar (toets «boordcomputer»). De nulinstelling gebeurt door het indrukken van de toets «nulinstelling» d - Verbruikte brandstof In liter of in gallon sinds de laatste nulinstelling (10) e - Gemiddeld verbruik a - afgelegde afstand Sinds de laatste nulinstelling (7). b - Gemiddelde snelheid Sinds de laatste nulinstelling, verschijnt deze na ongeveer 400 m te hebben afgelegd (8). Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Deze waarde wordt berekend door de afgelegde afstand te delen door de tijd die is verstreken sinds de laatste nulinstelling. De tijdbasis is ingebouwd in de boordcomputer. In l/100 km of MPG, sinds de laatste nulinstelling. Deze verschijnt nadat ongeveer 400 m is afgelegd (11). Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. Hierbij wordt gerekend met de afgelegde afstand en de hoeveelheid verbruikte brandstof sinds de laatste nulinstelling. f - Actueel verbruik In l/100 km, verschijnt pas als de auto sneller rijdt dan 30 km/u(12), het actueel verbruik wordt vervangen door streepjes. c - Bereik met de overgebleven brandstof Deze verschijnt na ongeveer 400 m te hebben afgelegd sinds de laatste nulinstelling (9). Daaronder geeft het display vaste streepjes aan. N.B.: Deze functie ontbreekt op de Angelsaksische uitvoering. 83A-3
69 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Beschrijving 83A III - DIAGNOSEPROGRAMMA Om toegang te krijgen tot het diagnoseprogramma, houdt u de toets «boordcomputer» op het einde van de ruitenwisserschakelaar ingedrukt en zet u het contact aan zonder de motor te starten De wijzers bewegen met stappen van 1000 tr/min, 40 km/u, van 25 en kwarten van de tankinhoud. De test van het LCD-display verschijnt (13). Alle segmenten van het display moeten oplichten. Ga naar de volgende test door op de toets «boordcomputer» te drukken. Als de letter «d» verschijnt is er een storing in de informatie «inspuitsysteem». Als de letter «h» verschijnt is er een storing in de informatie oliepeil. De weerstand moet liggen tussen 3 en 20 Ω. Als er alleen streepjes zijn, is er geen storing gedetecteerd. Door een druk op de toets «Boordcomputer» kan het programma worden afgesloten en het storingsgeheugen gewist De warde moet overeenkomen met de hoeveelheid overgebleven brandstof in de tank en liter (14) (zelfs in de Engelse uitvoering) zolang het waarschuwingsniveau nog niet is bereikt. Ga naar de volgende test door op de toets «boordcomputer» te drukken. De test brandstofverbruik in liter / uur verschijnt (15) (draaiende motor). Een waarde moet aangegeven zijn bij draaiende motor. Ga naar de volgende test door op de toets «boordcomputer» te drukken. Weergave van storingen in het geheugen (16) Als de letter «t» verschijnt, is er een storing in de informatie «inspuitsysteem» in het geheugen geregistreerd gedurende ten minste 4 s. Als de letter «j» verschijnt, is er een storing in het tankelement (onderbreking gedurende meer dan 100 s). De weerstand moet liggen tussen 5 en 350 Ω. 83A-4
70 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Uitbouwen - Inbouwen 83A UITBOUWEN Maak de plaat (3) los Maak de bekleding los.(1) Maak de bekleding van het instrumentenpaneel los bij (4), (5). Trek het stuurwiel zoveel mogelijk in de lage stand, Zet de onderste schroeven van de kappen los, Maak de bovenste kap (2) los. Bouw het geheel «bovenste kap, bekleding»(2),(1) uit, Maak de stofhoes van de bekleding (1) van de bovenste kap (2) los. 83A-5
71 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Uitbouwen - Inbouwen 83A 7 6 Bouw de schroef (6) uit Maak los : - het instrumentenpaneel (7), - de stekkers van het instrumentenpaneel, Bouw het instrumentenpaneel uit. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Bij het inbouwen van het geheel «bovenste kap, bekleding»(2),(1) : - Trek het stuurwiel zoveel mogelijk in de lage stand, - ze de bovenste kap vast, - plaats de bekleding (1), - maak de stofhoes van de bekleding (1) op de bovenste kap (2) vast, - maak de bekleding (1) los, Voer de nodige configuraties uit: (zie 83A Instrumenten - Dashboard, Instrumentenpaneel, Configuratie). 83A-6
72 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Uitbouwen - Inbouwen 83A B74 of K74, en DOCUMENTATIEFASE 1 Het magazijn levert niet langer het instrumentenpaneel phase 1. Bij het vervangen van het instrumentenpaneel, worden automatisch de onderdelen van phase 2 geleverd. Voor deze montage zijn een aantal specifieke configuraties nodig voor de goede werking van het instrumentenpaneel. N.B.: Bouw het vliegwiel niet uit voor het uitbouwen van het instrumentenpaneel. UITBOUWEN Zet de stuurkolom in de laagste stand en trek deze naar u toe. Bouw de bevestigingsschroef (4) van het instrumentenpaneel uit. Maak het instrumentenpaneel los. Maak de twee stekkers van het instrumentenpaneel los. Bouw het instrumentenpaneel uit INBOUWEN Sluit de twee stekkers van het instrumentenpaneel aan. Maak los : De plaat (1), - de sierlijst van het instrumentenpaneel (2). Bouw het geheel "bovenste stuurkolomkap - sierlijst instrumentenpaneel"(3) en (2) uit. Plaats: - het instrumentenpaneel, - de bevestigingsbouten van het instrumentenpaneel, - het geheel "sierlijst instrumentenpaneel - bovenste stuurkolomkap", - de plaat. Configureer het instrumentenpaneel (zie 83A, Instrumenten - dashboard, Instrumentenpaneel: Configuratie, blz. 83A-9). N.B.: Voor het starten van de communicatie met de rekeneenheid van het instrumentenpaneel, (zie Instrumentenpaneel : Voorzorgen voor de reparatie). 83A-7
73 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Waarschuwingslampjes en tekstberichten 83A Tekstbericht Waarschuwingslampje stop Lampje Service Motor te heet Storing stuurkolomgrendel Storing van het inspuitsysteem x x x Storing inspuitsysteem Remlichten controleren x x Storing remsysteem x Markeringslichten controleren Relais na contact controleren x x Leeglopen of lekke band Storing laadstroom x x Stuurkolom controleren ABS defect x x Oliedruk te laag x Storing automatische parkeerrem x diefstalbeveiligingssys- Storing teem x Storing stuurkolomgrendel x Storing parkeerrem x Storing LPG Storing ESP Storing Airbag Aftappen Storing roetfilter Storing ESP Antiluchtverontreiniging x x x x x x x 83A-8
74 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Configuratie 83A diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Configuratie N CF Configuratie Opmerking CF018 Inhoud reserve LAGUNA phase 2 9 liter CF019 Type display boordcomputer Europa (l/100 km) GB (miles/gallon) Brazilië (km/l) Controleer de aan- of afwezigheid van de bladzijde boordcomputer «actueel verbruik». CF035 Inhoud tank LAGUNA phase 2 80 liter CF039 Huis met hulporganen interieur (UCH) LAGUNA phase 2 CF040 Pollenfilter Geen met CF046 Inhoud van de gastank 60 liter CF125 Uitvoering taal Frans Engels Italiaans Duits Spaans Nederlands Portugees Turks Japans Russisch CF136 Eenheid voor de bandenspanning bar Psi Selectie van de eenheid waarin de bandenspanning wordt weergegeven. 83A-9
75 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Configuratie 83A N CF Configuratie Opmerking CF137 Type van de auto LAGUNA phase 2 Selectie van de auto waarin het instrumentenpaneel is gemonteerd. CF138 Soort brandstof Benzine Diesel Dubbele brandstof benzine/gas Benzine : controleer of de schaalverdeling van de toerenteller maximaal 7000 tr/min aangeeft. Diesel : controleer of de schaalverdeling van de toerenteller maximaal 6000 tr/min aangeeft en het controlelampje voorverwarming diesel oplicht bij het aanzetten van het contact. CF139 Spraakmaker Geen Met LAGUNA alleen. CF140 Eenheid van afstand km Miles Selectie van de aanwezigheid of niet van de optie snelheidsregelaar met afstandsregelaar (radar aan voorzijde). CF141 Snelheidsverklikker Arabië Geen Met Rijden met meer dan 130 km/u laat een zoemer afgaan. CF142 ESP Geen Met Als de auto het ESP heeft: controleer door op de knop ESP OFF te drukken of de boodschap «ESP uitgeschakeld» wordt aangegeven. CF145 Bandenspanning-controlesysteem Geen Met Als de auto een bandenspanning-controlesysteem heeft : controleer of het profiel auto niet aangegeven blijft zonder de wielen en niet de boodschap «Spanning niet gecontroleerd» wordt aangegeven. CF146 Automatische parkeerrem 83A-10
76 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Configuratie 83A N CF Configuratie Opmerking Geen Met Als het instrumentenpaneel geconfigureerd is «zonder automatische parkeerrem» terwijl de auto er mee uitgerust is, geeft het instrumentenpaneel «NO PROG» op het infoscherm aan. CF148 Automatische verlichting Met Geen Schakel de automatische verlichting uit, controleer of het bericht «Lichtautomaat Off» verschijnt. CF 149 Type versnellingsbak BVA BVR Handgeschakelde versnellingsbak Als de auto een automatische transmissie (BVA) of robotversnellingsbak (BVR) heeft, controleer dan of het instrumentenpaneel de versnelling aangeeft. Als de auto geen automatische transmissie of geen robotversnellingsbak heeft, controleer dan of er geen boodschap «Versnellingsbak controleren» is. CF150 Snelheidsregelaar / -begrenzer Met Geen Als de auto uitgerust is met een snelheidsregelaar/-begrenzer: controleer dan of het controlelampje snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer oplicht door het knopje snelheidsregelaar/- begrenzer te gebruiken. CF158 Zoemer gordel vergeten Met Geen Als het instrumentenpaneel nooit geconfigureerd is, verschijnt de boodschap «NO PROG» op het display zodra het contact aangezet wordt. I - AFSTAND TOT OLIE VERVERSEN Initialiseer de waarden van afstand en tijd tot olie verversen evenals de afstand na het olie verversen, met de twee door het diagnoseapparaat CLIP te configureren parameters, VP008 «Afstand tot olie verversen: actuele waarde in km» en VP009 «Afstand tot olie verversen: actuele waarde in maanden». Bereiken van de eerste waarschuwingsdrempel: Binnenkort olie verversen - Als de overgebleven afstand tot olie verversen de waarde van 1500 km of 1000 mijl bereikt of als de overgebleven tijd tot olie verversen de waarde van 83A-11
77 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Instrumentenpaneel: Configuratie 83A 2 maanden bereikt, wordt de eerste waarschuwingsdrempel gepasseerd met de weergave «Binnenkort olie verversen». Bereiken van de tweede waarschuwingsdrempel: Snel olie verversen - Als de overgebleven afstand of de overgebleven tijd de waarde bereikt, wordt de tweede waarschuwingsdrempel gepasseerd met weergave van «Snel olie verversen» (en branden van het controlelampje SERVICE). II - INTERVAL OLIEVERVERSEN Gebruik deze parameter uitsluitend als het instrumentenpaneel nieuw is. Raadpleeg het instructieboekje van de auto voor het kilometer- en het tijdsinterval olie verversen van de auto afhankelijk van het land. Geef, met contact aan en stilstaande motor, het commando VP006 «Interval olieverversen in km». Voer de verversingsinterval in km in. Voorbeeld: - voer 20 in om km aan te geven, - voer 30 in om km aan te geven. III - AFSTANDSMETER Gebruik deze parameter alleen als het instrumentenpaneel nieuw is. Deze parameter dient voor het actualiseren van de afstandsmeting op het nieuwe instrumentenpaneel, door middel van een parameter die te configureren is met de diagnoseapparaat, VP010 «Actualiseren afstandsmeter». De update teller wordt groter bij elke update van de afstandsmeter van het instrumentenpaneel (maximale waarde 15). Deze update teller kan alleen geïnitialiseerd worden in de fabriek of in de werkplaats. IV - KALIBRATIE VAN HET TANKELEMENT Gebruik deze parameter alleen als het instrumentenpaneel nieuw is. Deze parameter dient voor het actualiseren van de peilmeting op het nieuwe instrumentenpaneel, door middel van een parameter die te configureren is met de diagnoseapparaat, VP011 «Kalibratie van het tankelement». Geef, met contact aan en stilstaande motor, het commando VP011 «Kalibratie van het tankelement». De waarde van de meting gaat van 15 tot 320 Ω waarbij het instrumentenpaneel de weerstandswaarde omrekent in liters. Bijzonderheid bij Engelse uitvoeringen: Het nieuw geleverde instrumentenpaneel is in kilometers geconfigureerd. Maak, behalve het configureren van de taal CF125 «Uitvoering taal», onderstaande berekening zodat het instrumentenpaneel de juiste waarde aangeeft voor de afstand tot olie verversen en het gewenste interval voor het olieverversen. Om het interval voor het olieverversen in mijlen aan te geven vermenigvuldigt u de in mijlen aangegeven waarde in het onderhoudsboekje met 10 daarna deelt u door 6 om de waarde in kilometers te krijgen. Na de waarde te hebben ingevoerd, rekent de rekeneenheid deze automatisch om in mijlen voor het interval van het olieverversen. Voorbeeld: mijl X 10 = mijl daarna delen door 6 = km 83A-12
78 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Tankelement: Controle 83A Controleer de weerstandsverandering door de vlotter te verplaatsen. Niveau Weerstand (± 10 Ω) Nuttige liters benzine (± 5 l) Nuttige liters diesel (± 5 l) Tank vol 20 Ω Tank 75 Ω Tank 176 Ω Tank 233 Ω Tank leeg 280 Ω N.B.: Voor een nauwkeuriger weergave, gebruikt het instrumentenpaneel een verschillende overeenkomst Weerstand/Meterstand: De genoemde waarden gelden ter indicatie. Weerstand ingang instrumentenpaneel in Ω (± 10 Ω) Meterstand 20 Tank vol 57,5 7/8 95 3/4 132,5 5/ /2 207,5 3/ /4 282,5 Ingang reserve 83A-13
79 INSTRUMENTEN - DASHBOARD Oliepeilzender: Werking 83A I - WERKING De oliepeilzender bestaat uit een draad met een hoge weerstandscoëfficiënt. Als de draad is ondergedompeld in een vloeistof heeft hij een andere elektrische weerstand dan in lucht. Na een vaste tijd, ontstaat een spanningsverschil tussen de aansluitingen afhankelijk van de onderdompeling van de draad. Dit spanningsverschil wordt verwerkt door de elektronica van het instrumentenpaneel dat de weergave van het peil regelt en de waarschuwing «minimum oliepeil» op het centrale display. Bij het aanzetten van het contact, geeft het centrale display de boodschap «oil ok» aan gedurende ongeveer 30 s voordat het overgaat op het display van de kilometertotaaltellers. Als de accuspanning lager is dan 8 V, wordt het peil niet aangegeven. N.B.: bij een kortsluiting of onderbreking in het circuit tijdens de weergave van het oliepeil, wordt meteen overgegaan op de kilometerstanden. II - CONTROLE De weerstand van het opname element moet liggen tussen 6 en 20 Ω. Bij waarden onder 3 Ω is er sprake van een kortsluiting. Bij waarden boven ongeveer 20 Ω is er sprake van een onderbreking. 83A-14
80 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiesysteem "lage gamma": Uitbouwen - Inbouwen 83C Onmisbaar speciaal gereedschap Ms Gereedschap voor uitbouwen autoradio- Carminat Becker UITBOUWEN Bouw de radionavigatie uit met behulp van het gereedschap (Ms. 1544). INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Voer de antidiefstalcode in (zie 83C, Ingebouwd telematicasysteem, Navigatie lage gamma invoeren van de antidiefstalcode). 83C-1
81 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiescherm: Uitbouwen - Inbouwen 83C UITBOUWEN Scherm hoge gamma. LET OP Druk om elke beschadiging te voorkomen niet op het front van het scherm. 4 Scherm lage gamma. 1 Maak de kapjes (4) los Maak los : - de klep van het scherm (1), - de stekkers Verwijder de schroeven (5) Maak het scherm los bij (2),(3) C-2
82 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiescherm: Uitbouwen - Inbouwen 83C Maak los : - de klep van het scherm (6), - de stekker Verwijder de schroeven (7). Houd de klemmetjes (8) opzij met behulp van een set voelermaatjes 0,4 mm,0,6 mm. Maak het scherm los bij (9) waarbij u de klemmetjes (8) opzij houdt, Bouw het scherm uit. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 83C-3
83 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Antenne: Uitbouwen - Inbouwen 83C UITBOUWEN Bouw de hemelbekleding uit (zie 71A, Interieurbekleding, hemelbekleding). 2 Bouw de bekleding van de zijwand achter uit (zie 71A, Interieurbekleding, Bekleding zijwand achter). Maak de stekkers (2) los. Bouw uit: - de moer (1), - de antenne INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 83C-4
84 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiesysteem "lage gamma": Antidiefstalcode 83C Twee componenten van het systeem zijn beveiligd via een code : I - ANTIDIEFSTALCODE De viercijferige antidiefstalcode hoort bij de radionavigatie. Deze code moet na iedere onderbreking van de voeding worden ingevoerd. Deze code moet worden ingevoerd via de bedieningssatelliet. Het display toont «code» gevolgd door «0000». - Als de code fout is, geeft de radionavigatie een geluidssignaal, toont «CODE» en blokkeert (1 min. voor de eerste fout, 2 min. voor de tweede fout, 4 min. voor de derde fout tot 32 min. maximum). - de wiscode is op deze manier verkregen. LET OP alleen cd-wisselaars aan de voorzijde worden gecodeerd. De wisselaars in de bagageruimte worden niet gecodeerd. N.B.: De radionavigatie wisselt de codes uit met de wisselaar na het onderbreken van de voeding. - Na de eerste invoering van de code, moeten bepaalde parameters geprogrammeerd worden (zie S.M. 6011A, Navigatie lage gamma, 83C, Navigatie lage gamma: Parameters). Deze parameters blijven behouden als de accu wordt losgenomen. - De radionavigatie kan ongeveer 2 minuten werken met regelmatig klinkende piepjes zonder dat de code is ingevoerd. II - CODE UITGEWISSELD TUSSEN DE CD- WISSELAAR EN DE RADIONAVIGATIE 1 - Bij het vervangen van alleen de radionavigatie: Voer de code van de nieuwe radionavigatie in. Voer de cd-code in (code van de oude radionavigatie waarmee de wisselaar eerst was verbonden). 2 - Bij het vervangen van alleen de cd-wisselaar: Als het een nieuwe cd-wisselaar betreft, wordt de code van het systeem automatisch ingelezen. Als de cd-wisselaar eerder verbonden is geweest met een navigatiesysteem: - Voer de cd-code in (code van de oude radionavigatie waarmee de wisselaar eerst was verbonden). - als de code van de oude radionavigatie verloren is gegaan, kan de verbindingscode worden gewist door een wiscode. Om de wiscode te krijgen: - maak verbinding met RENAULT NET, - beheer van de codes, - radiocode, - zoek de voorcode van de radionavigatie bestaande uit een letter en de drie laatste cijfers onder de barcode op de achterkant van de radionavigatie, - voer het VIN van de auto en de voorcode in, 83C-5
85 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiesysteem "lage gamma": Invoeren van de antidiefstalcode 83C Zoekschema 1 Het display toont : "CODE" of "CD CODE" Invoeren van de antidiefstalcode. De radionavigatie laat bij de eerste installatie iedere seconde een piep horen. De radionavigatie toont <<CODE>> daarna <<0000>>. ja Voer het eerste cijfer in met behulp van de draaiknop van de satelliet bij het stuurwiel. Bevestig het cijfer door kort drukken op de toets aan de onderkant van de satelliet bij het stuurwiel. Voer de drie andere cijfers op dezelfde manier in. Bevestig de antidiefstalcode door lang drukken op de toets aan de onderkant van de satelliet bij het stuurwiel. De radionavigatie toont <<CODE>> en <<0000>>? nee ja Probeer de code opnieuw in te voeren. De radionavigatie werkt correct 83C-6
86 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiesysteem "lage gamma": Invoeren van de antidiefstalcode 83C Zoekschema 2 Het display toont "CD CODE" De radionavigatie toont «ERROR CD», «CD CODE» daarna «CD-0000» Invoeren van de code van de oude radionavigatie die op deze wisselaar was aangesloten. Voer het eerste cijfer in met behulp van de draaiknop van de bediening bij het stuurwiel. Bevestig het cijfer door kort op de achterkant van de draaiknop te drukken. Voer de drie andere cijfers op dezelfde manier in. Bevestig de antidiefstalcode door lang op de achterkant van de draaiknop te drukken. Komt de code van de wisselaar overeen met de code van de radionavigatie? ja nee De radionavigatie toont «ERROR» daarna «CD CODE». Als het probleem aanhoudt, voert u de wiscode in. De CD-wisselaar en de radionavigatie werken correct. 83C-7
87 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Navigatiesysteem hoge gamma: Toetsenbord 83C UITBOUWEN Maak de stofhoes van de versnellingshendel los Maak het toetsenbord los bij (3). INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Maak los : de bovenkant van de middenconsole (1),(2). - de stekkers. Bouw de bovenkant van de middenconsole uit. 83C-8
88 INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM Centrale communicatie eenheid: Uitbouwen - Inbouwen 83C Onmisbaar speciaal gereedschap Ms Gereedschap voor het uitbouwen autoradio Philips UITBOUWEN Bouw de centrale communicatie eenheid (1) uit met behulp van het gereedschap (Ms. 1373) Maak de stekkers los. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Voer de antidiefstalcode in als de centrale communicatie eenheid is vervangen (zie 83C, Ingebouwd telematicasysteem, Navigatie hoge gamma, antidiefstalcode). 83C-9
89 SNELHEIDSREGELAAR Snelheidsregeling en -begrenzing: Algemeen 83D ALGEMEEN 1 2 De auto's hebben twee systemen: de «snelheidsregelaar»(1) zorgt ervoor dat de door de bestuurder ingestelde snelheid wordt vastgehouden. Deze functie kan op ieder moment worden uitgeschakeld door een druk op het rempedaal, koppelingspedaal of door een van de toetsen van het systeem. - de «snelheidsbegrenzer»(2) geeft de bestuurder de mogelijkheid een maximum snelheid in te stellen. Voorbij deze snelheid is het gaspedaal niet actief. De ingestelde maximum snelheid kan altijd worden overschreden als het gaspedaal wordt ingedrukt voorbij een zwaar punt. Deze functies worden beheerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Deze wisselt informatie uit met de rekeneenheid van de automatische transmissie en het instrumentenpaneel. N.B.: Een knipperende bladzijde van de boordcomputer of van het display wijst de bestuurder erop dat de ingestelde snelheid niet aangehouden kan worden (bijvoorbeeld tijdens een afdaling). 83D-1
90 SCHAKELAARS Draaibare doorvoer: Uitbouwen - Inbouwen 84A UITBOUWEN Bouw het geheel van de stuurkolomschakelaars uit (zie, Stuurkolomschakelaars). INBOUWEN LET OP Controleer of de voorwielen rechtuit staan en of het merkteken van de draaibare doorvoer in stand «0» staat. LET OP Houd u stipt aan de ligging van de kabelbundel zodat deze niet beschadigt bij het monteren van de kappen LET OP Controleer of de wielen rechtuit staan. Voor het inbouwen van het geheel van de stuurkolomschakelaars, moet u controleren of het merkteken «nul» van de draaibare doorvoer wel tegenover de index staat Plaats de kabelbundel correct. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Draai de schroef los waarmee de draaibare doorvoer vastzit. Trek de complete bediening onder het stuurwiel gedeeltelijk los voor het losmaken van de stekkers. Bouw uit: - de complete bediening onder het stuurwiel, - de ruitenwisserschakelaar (zie Ruitenwisserschakelaar), - de lichtschakelaar (zie Lichtschakelaar). 84A-1
91 SCHAKELAARS Schakelaars onder stuurwiel: Uitbouwen - Inbouwen 84A - de omlijsting van de teller, Onmisbaar materiaal diagnoseapparaat Aantrekkoppelsm stuurwielbout 44 N.m - de stuurkolomkappen, Maak los: - de schakelaars (ruitenwisser, radiobediening en verlichting) - de stekkers van de draaibare doorvoer (airbag en snelheidsregelaar) BELANGRIJK: Voor werkzaamheden aan een element van het veiligheidssysteem, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat (zie 88C, Airbags en gordelspanners, vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag). Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan). LET OP De wielen moeten in de rechtuitstand staan. Voor het inbouwen van het geheel van de stuurkolomschakelaars, moet u controleren of het merkteken "nul" van de draaibare doorvoer wel tegenover de index staat. UITBOUWEN Bouw uit: - de bevestigingsschroef van de draaibare doorvoer, - het geheel van de stuurkolomschakelaars van de stuurkolom. 1 INBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Steek een schroevendraaier (1) naar binnen. Maak een beweging naar boven (2). Zet de wielen in de rechtuit stand. Bouw uit: - de stuurwielbout, - het stuurwiel LET OP Controleer of de voorwielen rechtuit staan en of het merkteken van de draaibare doorvoer in stand "0" staat. LET OP Houd u stipt aan de ligging van de kabelbundel zodat deze niet beschadigt bij het monteren van de kappen. 84A-2
92 SCHAKELAARS Schakelaars onder stuurwiel: Uitbouwen - Inbouwen 84A II - BIJZONDERHEDEN VAN DE AIRBAG I - BIJZONDERHEDEN VAN HET STUURWIEL Sluit aan: - de massakabelschoen, - de twee stekkers. Controleer de vergrendeling van de stekkers. Plaats de airbag op het stuurwiel. BELANGRIJK: Controleer de ligging van de kabelbundel bij het monteren van de airbagmodule LET OP - Het stuurwiel moet vrij over de spiebanen schuiven (de spiebanen hebben pasnokken). - Beschadig de pasnokken van de spiebanen niet. - Vervang altijd de stuurwielbout na iedere demontage. Zet vast met het aantrekkoppel: de stuurwielbout (44 N.m). Druk de airbagmodule vast. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. LET OP Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu : Uitbouwen - inbouwen). BELANGRIJK: Controleer de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles in orde is, ontgrendelt u de rekeneenheid, zo niet raadpleegt u het diagnosehandboek. 84A-3
93 SCHAKELAARS Ruitenwisserschakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 84A UITBOUWEN Bouw het geheel van de stuurkolomschakelaars uit (zie, 84A, Schakelaars, Stuurkolomschakelaars) Bouw de schakelaar uit door op de lipjes (1) te drukken. N.B. het scheiden van het opname element stuurwielhoek (2) is niet nodig. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 84A-4
94 SCHAKELAARS Lichtschakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 84A UITBOUWEN Bouw het geheel van de stuurkolomschakelaars uit (zie, 84A, Schakelaars, Stuurkolomschakelaars) Bouw de schakelaar uit door op de lipjes (1) te drukken. N.B. het scheiden van het opname element stuurwielhoek (2) is niet nodig. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 84A-5
95 SCHAKELAARS Achterruitverwarming: Revisie 84A De bedrading van de achterruitverwarming die aan de binnenzijde op de achterruit is gedrukt, kan een breuk vertonen waardoor de verwarming plaatselijk niet werkt. Spoor de plaats van de breuk op met behulp van een voltmeter. De reparatie is mogelijk met reparatievernis voor de achterruitverwarming uit het magasin Pièce de rechange. I - OPSPOREN VAN DE BREUK MET EEN VOLTMETER Zet het contact aan. Schakel de achterruitverwarming in. 1 - Zoeken tussen de lijnen B en A Sluit de + van de voltmeter aan op de + zijde van de achterruitverwarming. Plaats de - van de voltmeter op de verwarmingsdraad aan de - zijde (lijn B). U moet hier ongeveer de accuspanning aflezen. Verplaats de - draad naar de lijn A (pijl): de spanning daalt geleidelijk Als de spanning plotseling sterk afneemt is de bedrading op die plek onderbroken (herhaal deze controle bij iedere draad). II - REPARATIE VAN DE VERWARMINGSDRAAD Maak de plaats rond de breuk goed schoon met alcohol of een ruitreinigingsmiddel, totdat het geheel stof- en vetvrij is. Wrijf na met een schone en droge doek. Om een dunne, rechte lijn te verkrijgen plakt u aan beide zijden van de te repareren draad een strook tape, waarbij de geleider vrij blijft. Voordat u de zilververf aanbrengt moet u het flesje goed schudden om de zilverdeeltjes goed met de vernis te vermengen. REPARATIE Breng met een dun penseeltje een voldoende dikke laag aan in de lijn tussen de twee stroken tape. Laat de verf drogen en breng een tweede laag aan. Daarna indien nodig nog een derde laag als de tweede laag droog is Als de spanning plotseling sterk afneemt is de bedrading op die plek onderbroken. Herhaal deze controle bij iedere draad. Uitlopers kunt u met een scherp mes verwijderen, maar niet voordat de verf volledig is uitgehard, na een paar uur. 2 - Zoeken tussen de lijnen C en A Sluit de - draad van de voltmeter aan op de - aansluiting van de achterruitverwarming. Plaats de + draad van de voltmeter op de op de verwarmingsdraad aan de + zijde (lijn C) ; u moet hier ongeveer de accuspanning aflezen. Verplaats de + draad naar de lijn A (pijl); de spanning daalt geleidelijk. 84A-6
96 SCHAKELAARS Achterruitverwarming: Revisie 84A De tape moet u minstens een uur laten zitten. U verwijdert de tape vervolgens door deze loodrecht op de draad los te trekken in de richting van de pijl. Bij een temperatuur van 20 C zal de vernislaag na drie uur volledig uitgehard zijn. Bij lagere temperaturen duurt het uitharden langer. 84A-7
97 SCHAKELAARS Buitentemperatuurzender: Uitbouwen - Inbouwen 84A Onmisbaar speciaal gereedschap Car Hefboom voor losmaken bekleding De buitentemperatuurzender bevindt zich in de rechter buitenspiegel. UITBOUWEN 1 2 Bescherm de rand van de spiegel met behulp van afplaktape, Gebruik het gereedschap (Car. 1363) als hefboom voor het losmaken van het spiegelglas, Bouw de bevestigingsbout van de halve kap (1) uit. Maak de sonde (2) los, Knip de draden door INBOUWEN Sluit de twee draden van de temperatuursensor aan met behulp van hulsjes en krimpkousjes. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. N.B. De weerstand van de buitentemperatuurzender is ongeveer 2500 Ω bij 20 C. 84A-8
98 WISSEN - SPROEIEN Regen- en lichtsensor: Uitbouwen - Inbouwen 85A UITBOUWEN INBOUWEN Reinig de voorruit met (bij voorkeur) een houten spatel. LET OP Bij het uitbouwen-inbouwen van de regensensor moet alles bijzonder schoon zijn: het kleinste stofje of pluisje kan de werking verstoren. Raak de elektronische onderdelen van de sensor niet met de vingers aan. Haal de sensor pas vlak voor de montage uit de verpakking. Monteer de regensensor. Sluit de stekker aan. Monter de kap van de binnenspiegel. 1 Bouw de kap van de binnenspiegel (1) uit Maak de stekker los van de regensensor Bouw de regensensor uit door de klemmetjes (2) te openen. 85A-1
99 WISSEN - SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor: Uitbouwen - Inbouwen 85A Onmisbaar speciaal gereedschap UITBOUWEN Ele Bouw uit: - de bevestigingsbouten (4) van het ruitenwissermechanisme, Ruitenwisserarmtrekker LINKS STUUR. 1 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van het ruitenwissermechanisme moeren van de ruitenwisserarmen bevestigingsbouten van het mechanisme bevestigingsmoer van de stang op de motor 8 N.m 21 N.m 8 N.m 22 N.m moeren van de ruitenwisserarmen 21 N.m LET OP De ruitenwissers verschillen bij rechts stuur en links stuur. N.B.: Om het losgaan van de ruitenwisseraandrijving tijdens de werking te voorkomen, moet u beslist controleren of de motor van de ruitenwisser voor in de ruststand staat. Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: - de ruitenwisserarmen (1) rechts en links met behulp van het gereedschap (Ele ), - de afdichting van de schutbordkast (2), - de afdekplaat van de schutbordkast links (3) A-2
100 WISSEN - SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor: Uitbouwen - Inbouwen 85A - de stekker van de motor, - het ruitenwissermechanisme. Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). INBOUWEN Plaats: - het ruitenwissermechanisme, - de stekker van de motor, - de bevestigingsbouten van het ruitenwissermechanisme. Sluit de accu aan. N.B.: Om het losgaan van de ruitenwisseraandrijving tijdens de werking te voorkomen, moet u beslist controleren of de motor van de ruitenwisser voor in de ruststand staat. Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). Maak de massakabel van de accu los. Zet vast met het aantrekkoppel: debevestigingsbouten van het ruitenwissermechanisme (8 N.m). Plaats: - de afdekplaat van de schutbordkast links, - de afdichting van de schutbordkast. RECHTS STUUR. UITBOUWEN N.B. Om het losgaan van de ruitenwisseraandrijving tijdens de werking te voorkomen, moet u beslist controleren of de motor van de ruitenwisser voor in de ruststand staat. Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). N.B. De ruststand wordt gecontroleerd door de juiste stand van de aandrijfstang van het mechanisme tussen de merktekens. Maak de massakabel van de accu los Bouw uit: - de ruitenwisserarmen rechts en links met behulp van het gereedschap (Ele ), - de afdichting van de schutbordkast, Plaats de ruitenwisserarmen op de merktekens (5). Zet vast met het aanterkkoppel: de moeren van de ruitenwisserarmen (21 N.m). - de afdekplaten van de schutbordkast rechts en links, - de bevestigingsmoer van de stang op de motor (6), - de stang. 85A-3
101 WISSEN - SPROEIEN Ruitenwissermechanisme voor: Uitbouwen - Inbouwen 85A 7 8 Bouw uit: - de bevestigingsbouten (7) van het ruitenwissermechanisme, - het ruitenwissermechanisme. INBOUWEN Plaats: - het ruitenwissermechanisme, - de bevestigingsbouten van het ruitenwissermechanisme. Sluit de accu aan. N.B. Om het losgaan van de ruitenwisseraandrijving tijdens de werking te voorkomen, moet u beslist controleren of de motor van de ruitenwisser voor in de ruststand staat Plaats: - de stang tussen de twee merktekens (8) op de plaat van de motor, - de bevestigingsmoer van de stang op de motor. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoer van de stang op de motor (22 N.m). Plaats: - de afdekplaten van de schutbordkast rechts en links, - de afdichting van de schutbordkast, - de ruitenwisserarmen rechts en links. Zet vast met het aanterkkoppel: de moeren van de ruitenwisserarmen (21 N.m). Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit. (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - Inbouwen). Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). Maak de massakabel van de accu los. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het mechanisme (8 N.m). 85A-4
102 WISSEN - SPROEIEN Ruitenwissermotor voor: Uitbouwen - Inbouwen 85A Onmisbaar speciaal gereedschap Ele Ruitenwisserarmtrekker Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de motor moer van de as van de motor moeren van de ruitenwisserarmen bevestigingsbouten van de motor moer van de as van de motor moeren van de ruitenwisserarmen 8 N.m 22 N.m 21 N.m 8 N.m 22 N.m 21 N.m Bouw uit: - de ruitenwisserarmen (1) rechts en links met behulp van het gereedschap (Ele ), - de afdichting van de schutbordkast (2), - de afdekplaat van de schutbordkast links (3) Het uitbouwen-inbouwen van de ruitenwissermotor is gelijk voor rechts of links stuur. UITBOUWEN LINKS STUUR N.B.: Om het losgaan van de ruitenwisseraandrijving tijdens de werking te voorkomen, moet u beslist controleren of de motor van de ruitenwisser voor in de ruststand staat. Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). Maak de massakabel van de accu los. Bouw uit: - de moer (4) van de as van de motor, - de stang van de as van de motor, - de bevestigingsbouten (5) van de motor. Maak de motor via de onderkant vrij. Maak de stekker van de motor los INBOUWEN Sluit de stekker van de motor aan. Monteer de motor via de onderkant. Monteer de bevestigingsbouten van de motor. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de motor (8 N.m). 85A-5
103 WISSEN - SPROEIEN Ruitenwissermotor voor: Uitbouwen - Inbouwen 85A Sluit de accu aan. N.B.: Om het losgaan van de ruitenwisseraandrijving tijdens de werking te voorkomen, moet u beslist controleren of de motor van de ruitenwisser voor in de ruststand staat. Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). Maak de massakabel van de accu los. Monteer de stang op de as van de motor. Monteer de moer van de as van de motor. Bouw uit: Zet vast met het aantrekkoppel: demoer van de as van de motor (22 N.m). Plaats: - de afdekplaat van de schutbordkast links, - de afdichting van de schutbordkast, - de ruitenwisserarmen rechts en links. Zet vast met het aanterkkoppel: de moeren van de ruitenwisserarmen (21 N.m). Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). RECHTS STUUR UITBOUWEN - de ruitenwisserarmen rechts en links met behulp van het gereedschap (Ele ), - de afdichting van de schutbordkast links, - de bevestigingsmoer van de stang op de motor (6), - de stang, - de bevestigingsbouten van de motor (7). Maak de motor via de onderkant vrij. Maak de stekker los. INBOUWEN Sluit de stekker van de motor aan. Monteer de motor via de onderkant. Monteer de bevestigingsbouten van de motor. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de motor (8 N.m). Sluit de accu aan. N.B.: Om het losgaan van de ruitenwisseraandrijving tijdens de werking te voorkomen, moet u beslist controleren of de motor van de ruitenwisser voor in de ruststand staat Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). N.B.: Om het losgaan van de ruitenwisseraandrijving tijdens de werking te voorkomen, moet u beslist controleren of de motor van de ruitenwisser voor in de ruststand staat Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). N.B. De ruststand wordt gecontroleerd door de juiste stand van de aandrijfstang van het mechanisme tussen de merktekens. Maak de massakabel van de accu los. N.B.: De ruststand wordt gecontroleerd door de juiste stand van de aandrijfstang van het mechanisme tussen de merktekens. Maak de massakabel van de accu los. 85A-6
104 WISSEN - SPROEIEN Ruitenwissermotor voor: Uitbouwen - Inbouwen 85A Monteer de moer van de as van de motor. Zet vast met het aantrekkoppel: demoer van de as van de motor (22 N.m). Plaats: - de afdekplaat van de schutbordkast. - de afdichting van de schutbordkast, - de ruitenwisserarmen rechts en links. Zet vast met het aanterkkoppel: de moeren van de ruitenwisserarmen (21 N.m). Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen 85A-7
105 WISSEN - SPROEIEN Ruitenwissermotor achter: Uitbouwen - Inbouwen 85A Onmisbaar speciaal gereedschap Ele Ruitenwisserarmtrekker achter Aantrekkoppelsm bevestigingsmoer van de ruitenwisserarm 12 N.m UITBOUWEN HATCHBACK EN BREAK MET VASTE ACHTERRUIT 1 Open de bagageruimte. N.B.: Controleer of de motor van de achterruitwisser in de ruststand staat. Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). Bouw uit: de bekleding van de achterklep (zie MR 396, Carrosserie, 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep: Uitbouwen - Inbouwen), - de bevestigingsmoer van de ruitenwisserarm, - de ruitenwisserarm met het gereedschap (Ele. 1552), - de bevestigingsbouten (1) van de motor. Maak de stekker los van de ruitenwissermotor. INBOUWEN Sluit de stekker van de ruitenwissermotor aan. Monteer de bevestigingsbouten van de motor. N.B. Controleer of de motor van de achterruitwisser in de ruststand staat. Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). Plaats: - de ruitenwisserarm, - de bevestigingsmoer van de ruitenwisserarm. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoer van de ruitenwisserarm (12 N.m). 85A-8
106 WISSEN - SPROEIEN Ruitenwissermotor achter: Uitbouwen - Inbouwen 85A Monteer de bekleding van de achterklep (zie MR 396, Carrosserie, 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep: Uitbouwen - Inbouwen). 85A-9
107 WISSEN - SPROEIEN Mechanisme ruitenwissermotor achter: Uitbouwen - Inbouwen 85A Ele Onmisbaar speciaal gereedschap Ruitenwisserarmtrekker achter - de moer van de ruitewisserarm (3), - de ruitewisserarm met behulp van het gereedschap (Ele. 1552). Ele Positiemal ruitenwissermechanisme achter. Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van het mechanisme bevestigingsmoer van het mechanisme 4 N.m 8 N.m UITBOUWEN BREAK MET UITZETBARE ACHTERRUIT N.B. Controleer of de motor van de achterruitwisser in de ruststand staat. Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0) Bouw uit: - het afdekkapje van de moer, - de bevestigingsmoer van het mechanisme (4), - de sierlijst (5). Bouw uit: het afdekkapje van de moer (1) door te drukken bij (2), Bouw de kap (6) van het ruitenwissermechanisme uit. 85A-10
108 WISSEN - SPROEIEN Mechanisme ruitenwissermotor achter: Uitbouwen - Inbouwen 85A Plaats de drie richtnokken (8) van de mal (Ele. 1580) op de plaat van de motor. Bouw uit: - de bevestigingsmoer (7), - het ruitenwissermechanisme INBOUWEN Stel de stand van de uitzetbare achterruit af als deze uitgebouwd is geweest (zie, MR 396, Carrosserie, 54A, Ruiten, Uitzetbare achterruit: Uitbouwen - Inbouwen). Bouw de bekleding van de achterklep gedeeltelijk uit (zie MR 396, Carrosserie, 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep: Uitbouwen - Inbouwen). N.B. Controleer of de motor van de achterruitwisser in de ruststand staat. Klem de mal vast op de plaat van de motor. Zet de bevestigingsbouten van de slotpen los, Beweeg de ruitenwisserschakalaar van staat (0) naar staat (1), daarna van staat (1) naar staat (0). 85A-11
109 WISSEN - SPROEIEN Mechanisme ruitenwissermotor achter: Uitbouwen - Inbouwen 85A Klem het beweegbare ruitenwissermechanisme op de mal. Plaats de slotpen in het slot Zet vast: -de bevestigingsbouten van het mechanisme (4 N.m)(11), - de bevestigingsbouten van de slotpen (12) Verwijder de mal van de plaat van de motor. Monteer de bekleding van de achterklep (zie MR 396, Carrosserie, 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep: Uitbouwen - Inbouwen) Sluit de achterruit voorzichtig, Monteer: - de sierlijst (9), - de bevestigingsmoer van het mechanisme (10). Zet de bevestigingsmoer van het mechanisme met de hand vast Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoer van het mechanisme (8 N.m)(13). 85A-12
110 WISSEN - SPROEIEN Mechanisme ruitenwissermotor achter: Uitbouwen - Inbouwen 85A Plaats het ruitenwisserblad 5 mm onder de verwarmingsdraden. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoer van de ruitenwisserarm (12 N.m). 85A-13
111 WISSEN - SPROEIEN Ruitensproeierpomp: Uitbouwen - Inbouwen 85A Bouw de schildbumper voor uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor) Maak de stekker (1) van de ruitensproeierpomp los. Markeer de twee leidingen (2) voordat u ze losmaakt. Bouw de pomp uit. N.B.: Om het reservoir uit te bouwen, bouwt u uit: - de ruitensproeierpomp, - de koplampsproeierpomp (afhankelijk van het uitrustingsniveau), - de bevestigingsbout (3) van het reservoir. Trek het reservoir naar de achterzijde van de auto. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 85A-14
112 WISSEN - SPROEIEN Ruitensproeier 85A De pomp bedient vanuit één reservoir de sproeiers van de voorruit of van de achterruit, afhankelijk van de polariteit van de twee aansluitingen van de stekker. De ruitensproeiers voor en achter worden rechtstreeks aangestuurd door de ruitenwisserschakelaar. Er zijn twee mogelijkheden: A en B A: De leiding wordt gevoed uit de wartel 3, de voorruitsproeier werkt Aansl. Omschrijving 1 Massa V B: De leiding wordt gevoed uit de wartel 4, de achterruitsproeier werkt Aansl. Omschrijving V 2 Massa 85A-15
113 WISSEN - SPROEIEN Koplampsproeierpomp: Uitbouwen - Inbouwen 85A Bouw de schildbumper voor uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor) Maak de stekker (1) van de koplampsproeierpomp los. Maak de leiding (2) los. Bouw de pomp uit. N.B.: Om het reservoir uit te bouwen, bouwt u uit: - de ruitensproeierpomp, - de koplampsproeierpomp (afhankelijk van het uitrustingsniveau), - de bevestigingsbout (3) van het reservoir. Trek het reservoir naar de achterzijde van de auto. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 85A-16
114 WISSEN - SPROEIEN Koplampsproeier: Uitbouwen - Inbouwen 85A UITBOUWEN Bouw de schildbumper voor uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor) Maak de wartel van de voedingsslang (1) los Maak de dop (5) van de koplampsproeiers los Maak de leiding los (2). Bouw de bevestigingsschroeven (3) van de koplampsproeier uit. Maak de sproeier (4) los. Trek de sproeier omhoog uit de schildbumper. Bouw uit: - het klemmetje (6), - de sproeier A-17
115 WISSEN - SPROEIEN Koplampsproeier: Uitbouwen - Inbouwen 85A INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. N.B.: De koplampsproeiers kunnen worden gemonteerd op een schildbumper voor die deze niet heeft, er staat een markering op de schildbumper : voor het boren en de aanpassing, zie 55A, bescherming buitenkant, Schildbumper voor. 85A-18
116 WISSEN - SPROEIEN Koplampsproeiers 85A De koplampsproeierpomp (1) wordt aangestuurd via het huis met hulporganen interieur. Als de ruitensproeierschakelaar bediend wordt terwijl de groot- of dimlichten branden, stuurt het huis met hulporganen interieur het relais van de koplampsproeierpomp aan (het relais R30 op de zekeringen-/relaisplaat interieur optie, achter het dashboardkastje, zie SM Elektrisch schema, Laguna II, orgaancode 1619) De sproeiers worden tegelijk gevoed door de pomp. Door de wartel in de voedingsslang (3) kan de schildbumper worden uitgebouwd N.B.: Alleen auto's met koplampsproeiers hebben een opname element voor het vloeistofpeil (2). 85A-19
117 RADIO Lage gamma: Autoradio 86A Onmisbaar speciaal gereedschap Ms Gereedschap voor het uitbouwen autoradio Philips UITBOUWEN Bouw de autoradio (1) uit met behulp van het gereedschap (Ms. 1373). Maak de stekkers los. INBOUWEN Sluit de stekkers aan. Monteer de autoradio. Voer de antidiefstalcode in (zie 86A, Radio, Lage gamma: Antidiefstalcode). 86A-1
118 RADIO "lage gamma": Antidiefstalcode 86A De autoradio is beveiligd via een vier cijferige code. Deze code wordt aan de gebruiker gevraagd na elke keer losmaken van de stekkers of de accu. Deze code moet met behulp van de bedieningssatelliet of het toetsenbord van de autoradio ingevoerd worden. Het display toont «code» gevolgd door «0000». INVOEREN VAN DE CODE 1 - Via de bediening bij het stuurwiel Om een ingevoerd cijfer te valideren, drukt u op de onderste toets van de satelliet. 2 - Via het toetsenbord van de autoradio Voer de cijfers in met de toetsen (1) t/m (4) en bevestig daarna met de toets (6). - Als de code fout is, geeft de autoradio een geluidssignaal, toont «code» en blokkeert (1 min. voor de eerste fout, 2 min. voor de tweede fout, 4 min. voor de derde fout tot 32 min. maximum). - Na de eerste invoering van de code, moeten bepaalde parameters geprogrammeerd worden (zie S.M. 3701A, Radio lage gamma, 86A, Radio: Configuraties-Parameters). Deze parameters blijven behouden als de accu wordt losgenomen. - De fabrieksstand wort hersteld door gelijktijdig drukken op de toetsen (2) en (5) tijdens het inschakelen van het toestel. Wacht daarna ongeveer 2 minuten. - De autoradio kan ongeveer 2 minuten werken met regelmatig klinkende piepjes zonder dat de code is ingevoerd. 86A-2
119 RADIO "hoge gamma" : Antidiefstalcode 86A 2 - Bij het vervangen van alleen de cd-wisselaar: De code van de tuner-versterker wordt ingelezen bij het aansluiten van de accu of van de cd-wisselaar I - ANTIDIEFSTALCODE De antidiefstalcode van vier cijfers is voor de tunerversterker. Deze code wordt gevraagd bij iedere onderbreking van de voeding. Deze code moet worden ingevoerd via de bedieningssatelliet. Het display toont «code» gevolgd door «0000». - Als de code fout is, geeft de radio een geluidssignaal, toont «CODE» en blokkeert (1 min. voor de eerste fout, 2 min. voor de tweede fout, 4 min. voor de derde fout tot 32 min. maximaal. - Na de eerste invoering van de code, moeten bepaalde parameters geprogrammeerd worden (zie S.M. 3702A, Radio hoge gamma, 86A, Radio: Configuraties-Parameters). Deze parameters blijven behouden als de accu wordt losgenomen. - De fabrieksstand wort hersteld door gelijktijdig drukken op de toetsen (2) en (5) tijdens het inschakelen van het toestel. Wacht ongeveer 2 minuten. - De autoradio kan werken gedurende ongeveer 2 min. met regelmatige piepjes zonder invoeren van de code. II - UITWISSELING CODE TUSSEN CD-WISSELAAR EN TUNER-VERSTERKER 1 - Bij het vervangen van alleen de tuner-versterker: De code van de oude tuner-versterker die was aangesloten op de cd-wisselaar kan niet worden ingevoerd. De cd-wisselaar geeft de code aan de nieuwe tuner-versterker. 86A-3
120 RADIO Tuner-versterker: Uitbouwen - Inbouwen 86A Onmisbaar speciaal gereedschap Ms Gereedschap voor het uitbouwen autoradio Philips UITBOUWEN Bouw uit: - de bevestigingsbouten van de tuner-versterker. - de steun van de tuner-versterker. Maak de stekkers los Bouw de bevestigingsschroef (1) van de bekleding van de opbergruimte uit Maak de tuner-versterker los uit zijn steun met behulp van het gereedschap (Ms. 1373). Maak de bekleding van de opbergruimte (2) los INBOUWEN Monteer de tuner-versterker in zijn steun. Klem de stekkers vast. 86A-4
121 RADIO Tuner-versterker: Uitbouwen - Inbouwen 86A Inbouwen - de steun van de tuner-versterker, - de bevestigingsbouten van de tuner-versterker. Klem de bekleding van de opbergruimte vast. Monteer de bevestigingsschroef van de bekleding van de opbergruimte. Voer de antidiefstalcode in (zie 86A, Radio hoge gamma, Antidiefstalcode). 86A-5
122 RADIO Antenne van de autoradio: Uitbouwen - Inbouwen 86A De ingegoten radioantenne bevindt zich: 2 - Break. - bij de hatchback: op de achterruit, - bij de break: op de zijruit rechts achter. Het systeem gebruikt een via de autoradio gevoede antenneversterker die is geplaatst: - voor de hatchback: onder het bovenste midden deel van de bekleding van de lijst van de achterruit, - voor de break: onder de bekleding van de zijwand rechts achter. UITBOUWEN VERSTERKER VAN INGEGOTEN ANTENNE. 1 - Hatchback Bouw uit: - de bevestigingsschroef van de bekleding van de zijwand rechts achter. - gedeeltelijk het achterkleprubber en het achterportierrubber. Maak gedeeltelijk de bekleding van de zijwand rechts achter los. Maak de stekkers los. Bouw uit: - de bout van de antenneversterker, - de antenneversterker. N.B.: Bouw het bovenste midden deel van de bekleding van de lijst van de achterruit uit met behulp van de klemmetjestang. Maak de stekkers los. Bouw uit: - de bout van de antenneversterker, - de antenneversterker N.B.: Voor het uitbouwen van de antenne bouwt u de achterruit uit (zie MR 396, Carrosserie, 54A, Ruiten, Achterruit : Uitbouwen - Inbouwen). Voor het uitbouwen van de antenne bouwt u de achterste zijruit uit (zie MR 396, Carrosserie, 54A, Ruiten, Achterste zijruit break). INBOUWEN VERSTERKER VAN INGEGOTEN ANTENNE 1 - Hatchback Plaats: - de antenneversterker, - de bevestigingsbout van de antenneversterker. Sluit de stekkers van de antenneversterker aan. 86A-6
123 RADIO Antenne van de autoradio: Uitbouwen - Inbouwen 86A Monteer het bovenste midden deel van de bekleding van de lijst van de achterruit. 2 - Break Plaats: - de antenneversterker, - de bevestigingsbout van de antenneversterker. Sluit de stekkers van de antenneversterker aan. Klem de bekleding van de zijwand achter vast. Plaats: - het achterkleprubber en het portierrubber, - de bevestigingsschroef van de bekleding van de zijwand. 86A-7
124 RADIO Antenne : Werking 86A De auto's zijn uitgerust met een van de drie antennes speciaal voor de ontvangst van: - radio, - radio + telefoon, - radio + telefoon + navigatie. De ingegoten radioantenne bevindt zich: - bij de hatchback: op de achterruit, - bij de break: op de zijruit rechts achter. De antenne heeft een versterker die is geplaatst: - voor de hatchback: onder het bovenste midden deel van de bekleding van de lijst van de achterruit, - voor de break: onder de bekleding van de zijwand rechts achter. De versterker wordt gevoed: - door de radio voor auto's zonder navigatiesysteem, - door de centrale communicatie eenheid voor de auto's met navigatiesysteem (zie SM 6011A, Ingebouwd telematicasysteem, Navigatie lage gamma: Algemeen). 86A-8
125 RADIO Tweeter: Uitbouwen - Inbouwen 86A UITBOUWEN II - TWEETERS ACHTER I - TWEETERS VOOR Bouw het rooster (3) van de luidspreker achter uit. Maak het rooster (1) van de tweeter los Bouw de tweeter (2) uit. Maak de stekker van de tweeter los Bouw de tweeter (4) uit, Maak de stekker van de tweeter los. INBOUWEN I - TWEETERS VOOR Sluit de stekker van de tweeter aan. Monteer de tweeter. Klem het rooster van de tweeter vast. 86A-9
126 RADIO Tweeter: Uitbouwen - Inbouwen 86A II - TWEETERS ACHTER Sluit de stekker aan. Monteer de tweeter. Klem het luidsprekerrooster achter vast. 86A-10
127 RADIO Luidsprekers voor: Uitbouwen - Inbouwen 86A UITBOUWEN Plaats: - de luidspreker voor, - de schroeven van de luidspreker voor. Klem het luidsprekerrooster voor vast Maak het luidsprekerrooster (1) los Bouw uit: - de schroeven (2) van de luidspreker voor, - de luidspreker voor. Maak de stekker los. INBOUWEN Sluit de stekker van de luidsprekers voor aan. 86A-11
128 RADIO Luidsprekers achter: Uitbouwen - Inbouwen 86A UITBOUWEN Plaats: - de luidspreker achter, - de schroeven van de luidspreker achter. Klem het luidsprekerrooster achter vast Bouw het rooster (1) van de luidspreker achter uit Bouw uit: - de schroeven van de luidspreker (2) achter, - de luidspreker achter. Maak de stekker van de luidspreker achter los. INBOUWEN Sluit de stekker van de luidspreker achter aan. 86A-12
129 RADIO Display 86A UITBOUWEN Maak los : - de klep van het scherm (1), - de stekkers LET OP Druk om elke beschadiging te voorkomen niet op het front van het scherm. Maak het scherm los bij (2) en bij (3). INBOUWEN Klem het scherm vast op zijn steun. Sluit de stekkers aan. Klem de kap van het scherm vast. 86A-13
130 RADIO Radiobedieningssatelliet: Controle 86A Actie Toets Source hoog/laag (1) Bevestigingstoets (2) Volume - (3) Volume + (4) Selectiedraaiknop (5) 86A-14
131 TELEFOON Voorbereiding: Beschrijving 86B De auto's zijn voorbekabeld om een aansluiting van een handsfree set mogelijk te maken. De specifieke stekker en de antennekabel bevinden zich onder de middenconsole. Voor het uitbouw van de middenconsole, zie MR 396, Carrosserie, 57A, Accessoires interieur, Middenconsole B-1
132 TELEFOON Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 86B UITBOUWEN Maak de massakabel van de accu los Bouw de bevestigingsschroeven (1) van de opbergruimte uit. Bouw de rekeneenheid van de telefoon (3) uit door deze naar de achterzijde van de auto te trekken. Maak de stekkers los. INBOUWEN Sluit de stekkers aan Monteer de rekeneenheid van de telefoon. Klem de bekleding van de opbergruimte vast. Monteer de bevestigingsschroeven van de opbergruimte. Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Maak (2) de bekleding van de opbergruimte los B-2
133 TELEFOON Steun van telefoonset: Uitbouwen - Inbouwen 86B UITBOUWEN Bouw de middenconsole uit (zie MR 396, Carrosserie, 57A, Accessoires interieur, Middenconsole). Maak los : - de stekkers van de steun van de telefoon, N.B.: Om de stekker van de antenne los te maken van de steun van de telefoon: - houd het kleine (1) deel van de stekker vast, - beweeg het grote deel (2) naar het kleine deel (1) bij (3), - houd het grote deel (2) van de stekker tegen het kleine deel (1), - trek aan het kleine deel van de stekker bij (4) maak de stekker van de accessoiresaansluiting (6) los. Bouw uit: - de accessoiresaansluiting (6), - de schroeven van de steun van de telefoon (5), - de kabelbundel van de steun van de telefoon, - de steun van de telefoon. 86B-3
134 TELEFOON Steun van telefoonset: Uitbouwen - Inbouwen 86B INBOUWEN Plaats: - de steun van de telefoon, - de kabelbundel van de steun van de telefoon, - de schroeven van de steun van de telefoon, - de accessoiresaansluiting. Klem vast: - de stekker van de accessoiresaansluiting, - de stekkers van de steun van de telefoon. Monteer de middenconsole (zie MR 396, Carrosserie, 57A, Accessoires interieur, Middenconsole). 86B-4
135 TELEFOON Microfoon "handsfree": Uitbouwen - Inbouwen 86B UITBOUWEN Bouw de hemelbekleding uit (zie MR 396, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding). Maak los : - de stekker van de microfoon, - de microfoon. INBOUWEN Klem vast: - de microfoon, - de stekker van de microfoon. Monteer de hemelbekleding (zie MR 396, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding). 86B-5
136 HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Huis met hulporganen interieur: Algemeen 87B Er zijn twee modellen voor het huis met hulporganen interieur voor deze auto's: - huis met hulporganen interieur «lage gamma», - huis met hulporganen interieur «hoge gamma». N.B.: Het magazijn levert alleen het huis met hulporganen interieur van het «hoge gamma». Dit kan worden gemonteerd in plaats van de uitvoering van het «lage gamma». Versie van de UCH Lage gamma Midden gamma Te raadplegen subhoofdstuk Beheer van de knipperlichten X X - Beheer van de rijverlichting (Running lights) - X 80B Beheer van de markeringslichten X X - Defecte lampen (markerings- en remlichten) voor de spraakmaker X X 83A Commando ruitenwisser voor en achter X X 85A Commando koplampsproeiers - X 85A Regeling van de deuren X X 87C Beheer van de portieren (bestuurdersportier alleen) - X 87C Portiervergrendeling tijdens het rijden/ontgrendeling bij botsing X X 87C Beheer van de portieren (extra portiervergrendeling) - X 87C Beheer van de portieren (elektrische kinderveiligheid) - X 87C Controlelampje openen van de portieren/controlelampje portiervergrendeling X X - Beheer van het elektrische achterklepslot X X - Beheer van de tijdgeschakelde binnenverlichting X X 81B Verbinding zoemer voor sluiten van de portieren - X 87C Beheer van de afstandsbediening X X 87C Beheer van de afstandsbediening met handsfree systeem - X 87C Beheer van de transponder (startvergrendeling) X X 82A Commando relais accessoires/+ na contact startmotor X X - Zoemer interieur X X 83A Snelheidsverklikker (Arabië) X X 83A Toerenbegrenzer motor X X - Buitentemperatuur X X - 87B-1
137 HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Huis met hulporganen interieur: Algemeen 87B Versie van de UCH Lage gamma Midden gamma Te raadplegen subhoofdstuk Multifunctionele verbindingen met elektrische stoelen en spiegels - X 87D Verbinding alarm (accessoire) X X 82C Variabele stuurbekrachtiging - X 87 Interface multiplexnetwerk X X 88B Interface met het diagnoseapparaat X X 88A 87B-2
138 HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Huis met hulporganen interieur: Uitbouwen - Inbouwen 87B diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal UITBOUWEN N.B.: Bij het vervangen van het huis met hulporganen interieur, moet u altijd de configuraties noteren met behulp van het diagnoseapparaat. De zekeringen-/relaisplaat is op het huis met hulporganen interieur geklemd. Het uitbouwen van de ene betekent het uitbouwen van de andere. Maak de massakabel van de accu los. Verwijder de kabel (2) Bouw de bevestigingsschroeven (3) van de bediening van de parkeerrem uit Bouw de zijkant van het dashboard (1) aan bestuurderskant uit. Bouw de vloerbekleding onder het dashboard uit boven de pedalen. Verwijder de bekleding.(4) B-3
139 HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Huis met hulporganen interieur: Uitbouwen - Inbouwen 87B Bouw de bevestigingsbout (5) van het huis met hulporganen interieur uit. Druk op de klemmetjes (6). Maak de module (9) los Bouw het huis met hulporganen interieur uit via de onderkant, let op het opname element van de stand van de koppeling Maak het huis met hulporganen interieur vrij door te trekken bij (7) en bij (8). Knip het plastic klembandje door bij (11) op de zekering- en relaisplaat interieur. Maak de stekkers los. Maak het huis met hulporganen interieur los van de zekering- en relaisplaat interieur door te drukken op de klemmetjes (10). INBOUWEN Monteer het huis met hulporganen interieur. Klem de module vast. 87B-4
140 HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR Huis met hulporganen interieur: Uitbouwen - Inbouwen 87B Sluit de stekkers aan. Klem het huis met hulporganen interieur vast. Plaats: - de bevestigingsbout van het huis met de hulporganen. - de bekleding van het dashboard, - de bevestigingsschroeven van de bediening van de parkeerrem, - het kapje van de bevestigingsschroeven van de bediening van de parkeerrem, - de zijkant van het dashboard aan bestuurderskant, - de vloerbekleding onder het dashboard boven de pedalen. Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 87B-5
141 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Beschrijving 87C Het systeem voor de portiervergrendeling van de auto zonder sleutel bestaat uit: - het huis met hulporganen interieur, - de specifieke Renault kaarten met twee knoppen in de «eenvoudige» uitvoering en drie knoppen in de «handsfree» uitvoering, - een niet-gecodeerde kaartlezer (ontvanger radiofrequentie en transponder in de uitvoering «eenvoudige») en een ongecodeerde kaarthouder (ontvanger transponder in de «handsfree» uitvoering), - een drukknop voor het starten en stilzetten van de motor, - de stuurkolomgrendel voor de mechanische blokkering van het stuurwiel, - motors voor het vergrendelen - ontgrendelen van de portieren (ingebouwd in de sloten), - twee specifieke antennes voor de detectie van de Renault kaart («handsfree» uitvoering) in de schildbumper achter (alleen op de hatchback) en in de hemelbekleding, - aanwezigheids- en bewegingssensors in de portierhandgrepen («handsfree» uitvoering), - specifieke portiersloten voor de functies kinderveiligheid en extra portiervergrendeling (afhankelijk van de uitvoering) Voor de bijzonderheden van het huis met hulporganen interieur, (zie 87B, Huis met hulporganen interieur, Huis met hulporganen interieur: Algemeen). Voor de bijzonderheden van de veiligheids- en schakeleenheid, (zie 87G, Huis met hulporganen motorruimte, Veiligheids- en schakeleenheid : Algemeen). Voor de bijzonderheden van de kaarthouder en de startknop, (zie 82A, Startvergrendeling). In de fabriek worden twee Renault-kaarten aan de auto toegewezen. Afhankelijk van het uitrustingsniveau kan de auto hebben: - ofwel twee Renault-kaarten met twee knoppen (zonder handsfree systeem),: - ofwel twee RENAULT-kaarten met een met "handsfree" systeem (drie knoppen). 87C-1
142 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel: Beschrijving 87C I - RENAULT KAART AFSTANDSBEDIENING II - RENAULT KAART "HANDSFREE" De Renault kaarten met afstandsbediening met twee knoppen hebben: - een gecodeerde chip zonder batterijtje, voor de startvergrendeling, - een FM-afstandsbediening voor het vergrendelen of het ontgrendelen van de portieren. De code van het radiosignaal dat de Renault-kaarten uitzenden is continu variabel om een eventueel kopiëren tegen te gaan. Bij dit systeem, verloopt de synchronisatie van de afstandsbedieningen automatisch. De afstandsbediening wordt alleen gebruikt voor het vergrendelen en ontgrendelen van de portieren en is geheel onafhankelijk van de startvergrendeling Met dit systeem kunnen de portieren worden geopend en gesloten zonder de FM-afstandsbediening te gebruiken. Hiermee is ook het starten mogelijk zonder dat de RE- NAULT-kaart in de houder zit. De "handsfree" is te herkennen aan een derde knop (1) voor het inschakelen de lichten bij stilstaande motor. N.B.: Als de accu van de auto onvoldoende is geladen, kan de stuurkolomgrendel niet ontgrendelen. De auto kan niet worden aangeduwd. N.B.: Het huis met hulporganen interieur kan vier verschillende codes verwerken (vier Renault-kaarten maximum). 87C-2
143 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C I - WERKING VAN DE "EENVOUDIGE" RENAULT KAARTEN AFSTANDSBEDIENING Het systeem functioneert met behulp van: - een Renault kaart met afstandsbediening (twee knoppen) (1), - een radiofrequentie ontvanger ingebouwd in de kaartlezer (2), 9 - een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur (3), - een startknop (4), - de portiersloten, - een controlelampje van de portiervergrendeling, 8 - de richtingaanwijzers, - de rekeneenheid van het inspuitsysteem (5), - de opname elementen van het koppelingspedaal (6) en de stand "neutraal" van de versnellingsbak voor de startvergrendeling, - de elektrische stuurkolomgrendel (7) voor de startvergrendeling De "eenvoudige" Renault kaart met afstandsbediening heeft twee knoppen: - een vergrendelknop (8), 87C-3
144 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C - een ontgrendelknop (9). Om de portieren te vergrendelen, drukt u op de knop sluiten. Het vergrendelen van de portieren met behulp van de afstandsbediening is zichtbaar door het twee maal oplichten van de alarmknipperlichten (als alle portieren goed gesloten zijn). Het rode vergrendelingslampje brandt. Als een of meerdere portieren slecht gesloten zijn, lichten de alarmknipperlichten niet op bij het vergrendelen met de afstandsbediening. Om de portieren te ontgrendelen, drukt u op de knop openen. Het vergrendelen van de portieren met behulp van de afstandsbediening is zichtbaar door het oplichten van de alarmknipperlichten. N.B.: Het knipperen van de alarmknipperlichten bij het gebruik van de afstandsbediening wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur. De werking van de schakelaar van de centrale portiervergrendeling wordt uitgeschakeld als de portieren vergrendeld zijn met de afstandsbediening. Sommige uitvoeringen (met rechts stuur) zijn uitgerust met de functie "extra portiervergrendeling" die de portieren zo vergrendelt dat zij niet van binnenuit kunnen worden geopend. Voor de extra portiervergrendeling, drukt u twee keer na elkaar op de knop sluiten(8). Deze functie gebruikt speciale portierslotmotors. De staat van de extra portiervergrendeling is te zien aan een keer knipperen van de alarmknipperlichten. Auto's met rechts stuur kunnen zijn voorzien van de functie openen bestuurdersportier alleen. Deze functie zorgt ervoor dat bij een keer drukken op de Renaultkaart alleen het bestuurdersportier en de achterklep worden ontgrendeld. Om alle portieren te ontgrendelen moet twee keer achter worden gedrukt. Bij auto's met ruitbediening met sneltoets of elektrisch open dak, kunnen met een lange druk op de knop sluiten alle portierruiten en het dak worden gesloten (als deze zijn geïnitialiseerd). Als een portier niet goed is gesloten bij het drukken op de knop sluiten, vergrendelen en ontgrendelen de portieren automatisch. 87C-4
145 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C II - WERKING VAN DE "HANDSFREE" RENAULT KAARTEN Het systeem functioneert met behulp van: - een "handsfree" Renault kaart met drie knoppen (10), - een kaarthouder (11), - een elektronisch besturingscircuit in het huis met hulporganen interieur (12), - een rood controlelampje startvergrendeling (13), - de rekeneenheid van het inspuitsysteem (14) voor de startvergrendeling, - de elektrische stuurkolomgrendel (15) voor de startvergrendeling, - het opname element van het rempedaal (21) voor de startvergrendeling, - antennes voor de detectie van de Renault kaart voor het openen van de portieren (22), - antennes voor de detectie van de Renault kaart voor het starten van de motor (23), - de claxon (24), - de handgrepen met aanwezigheidssensors en bewegingscontacten, en de sloten (25). - de startknop (16), - de rekeneenheid van de airbag voor de startvergrendeling (17), - de rekeneenheid van het ABS voor de startvergrendeling (18), - het opname element van het koppelingspedaal (19) voor de startvergrendeling, - het opname element stand "neutraal" van de versnellingsbak (20) voor de startvergrendeling, 87C-5
146 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C N.B.: Het knipperen van de alarmknipperlichten bij het gebruik van de afstandsbediening wordt aangestuurd door het huis met hulporganen interieur. 3 - Vergrendeling van de portieren 26 Loop van de auto weg, portieren dicht, buiten de detectiezone van de antennes, zodat de Renault kaart geen verbinding meer heeft met het huis met hulporganen interieur. De portieren vergrendelen automatisch De Renault-kaart met "handsfree" functie heeft drie knoppen: - een knop voor het sluiten (26). Met deze knop worden de portieren vergrendeld en kan de "handsfree" functie worden uitgeschakeld, - een knop voor het openen (27). Met deze knop worden de portieren ontgrendeld en kan de "handsfree" functie worden uitgeschakeld, - een knop (28) voor het inschakelen de lichten bij stilstaande motor (met uitschakelvertraging). 1 - Handbediende werking De "handsfree" werking kan worden uitgeschakeld door een druk op de toets sluiten of openen. De werking is in dat geval als van een eenvoudige afstandsbediening. Om de "handsfree" werking terug te krijgen: zet het contact aan en steek de RENAULT kaart in de kaarthouder. Het vergrendelen van de portieren is te zien aan het twee keer knipperen van de alarmknipperlichten, het vast branden van de zijknipperlichten (ongeveer tien secondes) en een geluidssignaal. N.B.: De bewegingssensors in de portierhandgrepen werken gedurende 72 u. Na deze periode, moet een openingsbeweging worden gemaakt met de handgreep. 4 - Werking van de openingssensors Voor de "handsfree" werking van de Renault-kaart, heeft elke portierhandgreep een aanwezigheidssensor. Deze sensor detecteert de hand van de gebruiker en schakelt de handsfree ondervraging in Ontgrendeling van de portieren Loop naar de auto, binnen de detectiezone van de antennes, zodat de Renault kaart verbinding maakt met het huis met hulporganen interieur. Steek uw hand achter een van de portierhandgrepen of open de achterklep. De aanwezigheidssensors in de handgrepen veroorzaken het "handsfree" ondervragen van de auto via de antenne van het dak. Als de kaart is herkend door de kaarthouder, ontgrendelt de auto (zichtbaar door het knipperen van de alarmknipperlichten) De sensor (29) in de handgreep heeft een reflector en de handgreep heeft een bewegingscontact. Na lange inactiviteit (72 u), wordt de sensor overgenomen door het bewegingscontact in de handgreep. 87C-6
147 REGELING VAN DE PORTIEREN Auto zonder sleutel : Werking 87C Voor het uitbouwen van de portierhandgrepen, zie (51A, Mechanismes in portieren, Buitenhandgreep portier). Voor het openen van de bagageruimte, is de sensor vervangen door een schakelaar. III - WERKING VAN DE ZIJKNIPPERLICHTEN Om het ontgrendelen en het vergrendelen te kunnen controleren, stuurt het huis met hulporganen interieur alle knipperlichten aan. Druk op de Renault kaart Effect op de sloten Werking van de richtingaanwijzers Werking van de zijknipperlichten Werking van de claxon Sluiten 1 korte druk portiervergrendeling 2 korte drukken extra portiervergrendeling van de portieren 1 lange druk**** sluiten van de ruiten en het open dak* 2 knipperingen 2 knipperingen - snel knipperen snel knipperen - 2 knipperingen snel knipperen - handsfree werking portiervergrendeling 2 knipperingen continu branden gedurende ongeveer 10 s 1 signaal (te configureren) 1 korte druk Ontgrendelen van de portieren of het bestuurdersportier* * 1 keer knipperen 1 keer knipperen - Openen 2 korte drukken ontgrendelen van de portieren** 1 keer knipperen 1 keer knipperen - handsfree werking Ontgrendelen van de portieren of het bestuurdersportier* * 1 keer knipperen 1 keer knipperen - * Voor deze functie, moet de auto ruitbediening met sneltoets en open dak met afknijpbeveiliging hebben. * Auto's met rechts stuur kunnen zijn voorzien van de functie openen bestuurdersportier alleen. Deze functie zorgt ervoor dat bij een keer kort drukken op de Renault kaart alleen het bestuurdersportier wordt ontgrendeld. Bij de opdracht tot vergrendelen: - een niet goed gesloten bestuurdersportier verhindert het vergrendelen van alle portieren, - een niet gesloten achterklep of portier verhindert het oplichten van de knipperlichten en verhindert de handsfree vergrendeling. *** Ontgrendelen van de portieren van een auto met de functie openen "bestuurdersportier alleen". **** Bij bepaalde uitvoeringen met "rechts stuur", wordt deze functie voorafgegaan door de "extra portiervergrendeling. Beperkte werking 87C-7
148 REGELING VAN DE PORTIEREN Openingsantennes 87C Om "handsfree" te kunnen werken, moeten de auto's portierhandgrepen met aanwezigheidsensors hebben. Deze sensor detecteert de hand van de gebruiker en schakelt de handsfree ondervraging in. Antenne ingebouwd in de hemelbekleding Voor het vervangen van de antenne, zie (88A, Kabelbundel, Kabelbundel van de hemelbekleding) De sensor in de handgreep heeft een reflector en de handgreep heeft een bewegingscontact. Voor het uitbouwen van de portierhandgrepen, zie (51A, Mechanismes in portieren, Buitenhandgreep portier). Antenne ingebouwd in schildbumper achter Om bij de antenne te komen, bouwt u de schildbumper achter uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper achter). N.B.: De break heeft geen openingsantenne in de schildbumper achter. 87C-8
149 REGELING VAN DE PORTIEREN Openingsantennes: Werking 87C Detectieantenne van de Renault kaart 1 2 De auto's met het «handsfree» systeem hebben vier antennes voor het starten de twee andere voor de regeling van de portieren. De detectieantennes van de "Renault" kaart bevinden zich op de volgende plaatsen: Een antenne (1) voor de detectie van de kaart (centrale zone) in de hemelbekleding. - Een antenne (2) voor de detectie van de kaart (zone achterin) in de lijst van de schildbumper achter. N.B.: De break heeft geen openingsantenne in de schildbumper achter. 87C-9
150 REGELING VAN DE PORTIEREN Schakelaar voor het openen van de achterklep: Uitbouwen - Inbouwen 87C UITBOUWEN Bouw de bekleding van de achterklep uit (zie 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep). 1 2 Maak de stekker (1) los. Bouw de bevestigingsbouten (2) uit. Maak de plaat los INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 87C-10
151 REGELING VAN DE PORTIEREN Achterklepslot: Uitbouwen - Inbouwen 87C UITBOUWEN Bouw de bekleding van de achterklep uit (zie 73A, Bekleding kappen en kleppen, Bekleding achterklep) N.B.: Bouw het kapje uit met een kleine schroevendraaier. In geval van een elektrische storing is het mogelijk de achterklep handmatig te openen. Ontgrendel het slot van de achterklep door met een schroevendraaier tegen de pal te drukken (2). INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Bouw de bevestigingsschroef (1) uit. Verwijder het slot (via de binnenkant van de achterklep). Maak de stekker los. Bouw het slot uit. 87C-11
152 REGELING VAN DE PORTIEREN Grendelmotor van de tankdopklep: Uitbouwen - Inbouwen 87C Het vergrendelen - ontgrendelen van de tankdopklep wordt tegelijk met het bestuurdersportier aangestuurd. UITBOUWEN Bouw uit: - het scherm in de wielkuip rechts achter (zie 55A, Bescherming buitenkant, Scherm in wielkuip achter), - de bekleding van de wielkuip rechts achter (zie 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip achter). 2 LET OP Controleer of de motor in de stand "klep ontgrendeld" staat Bouw uit: - de bevestigingsmoer (2) van de motor (naast de klep in de buitenste wielkuip), - de motor. N.B.: De elektrische bediening voor het vergrendelen van de klep is een eenvoudige omkeermotor. INBOUWEN LET OP Zet de moer niet te vast op de plastic schroefdraad van de motor. N.B.: Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Bij een elektrische storing, kan de motor handmatig worden bediend met het trekstangetje (1). Maak de stekker los. 87C-12
153 RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrisch open dak: Werking 87D Het elektisch open dak heeft twee functies die door dezelfde motor worden bediend : kantelen met 6 standen of schuiven met 3 standen). WERKINGSPRINCIPE Het elektisch open dak heeft een snelheidsafhankelijke afknijpbeveiliging. N.B. het sluiten van het open dak (schuiven of kantelen) kan worden aangestuurd door een lange druk2s op de knop voor het sluiten van de RENAULT kaart. Dit signaal wordt beheerd door het huis met hulporganen interieur (als het huis met hulporganen interieur correct is geconfigureerd). (zie, MR 397 Diagnose, 87B, Huis met hulporganen, Huis met hulporganen interieur, Configuratie). In dit geval, blijft de schakelaar in de stand voor het openen, druk erop om de werking voor het openen te herstellen Het open dak wordt bediend met de schakelaar. Voordat hij kan werken moet de motor van het open dak toestemming hebben van het huis met hulporganen interieur: - signaal 0 V: vrijgave van de beweging van het open dak (sluiten of openen) - signaal + 12 V : geen vrijgave van de beweging van het open dak - cyclisch stuursignaal: automatisch sluiten van het open dak door lang drukken op de afstandsbediening. N.B. bij een storing van de motor van het open dak, is het mogelijk de motor te bewegen met een inbussleutel 4 (1) Afknijpbeveiliging De detectie van een obstakel is gebaseerd op de analyse van het toerental van de motor. Als een obstakel wordt ontmoet verandert het toerental plotseling. Twee opname elementen met hall-effect op de motor geven periodieke signalen. In dit geval kan het toerental worden gemeten over een halve omwenteling. Bij de initialisatie wordt een toerentalkromme vastgelegd in de rekeneenheid in de motor. Voor de afknijpbeveiliging, vergelijkt de rekeneenheid de verplaatsingssnelheid en de opgeslagen snelheid. Afhankelijk van geconstateerde verschillen, schakelt het systeem de afknijpbeveiliging in. de afknijpbeveiliging werkt alleen als het systeem correct is geïnitialiseerd. 87D-1
154 RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrisch open dak: Werking 87D N.B. de afknijpbeveiliging kan worden uitgeschakeld om een zwaar punt te overwinnen (verbogen rail, vreemd voorwerp in de schuiver). Houd de schakelar hiertoe ingedrukt tot het dak stap voor stap sluit. Na het loslaten van de schakelaar is de afknijpbeveiliging weer actief. 87D-2
155 RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrische ruitbediening: Werking 87D Naargelang de uitvoering, kan de auto één van de volgen drie types elektrische ruitbediening hebben: - eenvoudige elektrische ruitbediening (behalve op het bestuurdersportier), - elektrische ruitbediening met sneltoets en afknijpbeveiliging op het bestuurdersportier alleen of op alle portieren, - elektrische ruitbediening met sneltoets met multiplexverbinding. N.B.: De sneltoetsfunctie is altijd gecombineerd met afknijpbeveiliging. Wanneer de ruit aan het einde van de sluitbeweging een het obstakel tegenkomt, stopt de beweging en zakt de ruit ongeveer 5 cm. Dit het obstakel wordt gedetecteerd door het meten van de stroom in de motor, terwijl de positie van de ruit wordt gemeten door een opname element met halleffect in de motor. De afknijpbeveiliging wordt gecorrigeerd voor de accuspanning en rijsnelheid. - eenvoudige elektrische ruitbediening (behalve op het bestuurdersportier). Bij dit klassieke systeem zorgt voor het openen en het sluiten door een eenvoudige schakelaar. - elektrische ruitbediening met sneltoets en afknijpbeveiliging In dit geval hebben de schakelaars een dubbele beweging. De ruit stopt door de detectie van de bovenste of de onderste stand, door een ander commando of na een vertraging van 10 s. Bij deze montage kunnen de ruiten worden gesloten na het sluiten van de portieren door een lange druk op de RENAULT kaart. De motoren voor het automatische sluiten worden na elkaar aangestuurd. Deze functie is te configureren met de diagnoseapparaten. - elektrische ruitbediening met sneltoets en afknijpbeveiliging met multiplexverbinding Deze montage heeft een geheugen voor de stand van de buitenspiegels. De informatie wordt opgeslagen in de rekeneenheid van de ruitbediening (per kant) en aan de spiegels gegeven (zie, MR 341, Diagnose, 88, Bedrading, Memory systeem van de bestuurdersstoel). 87D-3
156 RUITBEDIENING - OPEN DAK Schakelaar ruitbediening voor op bestuurdersportier 87D UITBOUWEN II - TWEEDE UITBOUWMETHODE VAN DE PLAAT VAN DE RUITBEDIENING I - EERSTE UITBOUWMETHODE VAN DE PLAAT VAN DE RUITBEDIENING Bescherm de bekleding (bijvoorbeeld met een plamuurmes), en wip met behulp van de klemmetjestang de plaat van de ruitbediening (1) (aan de achterkant) los. Maak de stekkers los. Maak een verschuivende knoop in een stuk geïsoleerd elektriciteitsdraad van 3 mm. Steek de lus bij (2) tussen de bekleding en de lip van de plaat, langs de gehele omtrek ervan. Trek aan de draad (3). Maak de plaat van de ruitbediening (4) los. Maak de stekkers los D-4
157 RUITBEDIENING - OPEN DAK Schakelaar ruitbediening voor op bestuurdersportier 87D INBOUWEN Sluit de stekkers aan. Klem de plaat van de ruitbediening op de bekleding. 87D-5
158 RUITBEDIENING - OPEN DAK Schakelaar ruitbediening voor op passagiersportier: Uitbouwen - Inbouwen 87D UITBOUWEN Bouw de bekleding van het passagiersportier uit (zie MR 396, 72A, Bekleding portieren, Portierbekleding voor: Uitbouwen - Inbouwen). INBOUWEN Klem de schakelaar van de ruitbediening vast. Plaats: - de handgreep, - de bevestigingsbouten van de handgreep. Monteer de bekleding van het passagiersportier (zie MR 396, 72A, Bekleding portieren, Portierbekleding voor: Uitbouwen - Inbouwen) Bouw uit: - de bevestigingsbouten (1) van de handgreep, - de handgreep Maak de schakelaar van de ruitbediening los door op de klemmetjes (2) te drukken. 87D-6
159 RUITBEDIENING - OPEN DAK Schakelaar ruitbediening achter op achterportier 87D UITBOUWEN Maak de schakelaar van de ruitbediening (1) op dezelfde manier los als de schakelaar voor op het bestuurdersportier (zie 87D, Elektrisch ruitbediening - Open dak, Schakelaar ruitbediening voor op bestuurdersportier). Maak de stekker los. INBOUWEN Sluit de stekker aan. Klem de schakelaar op het portier. 87D-7
160 RUITBEDIENING - OPEN DAK Schakelaar open dak: Uitbouwen - Inbouwen 87D UITBOUWEN Maak de plaat van de schakelaar (1) van het open dak los. Maak de stekker los. INBOUWEN Sluit de stekker aan. Klem de plaat van de schakelaar van het open dak vast. 87D-8
161 RUITBEDIENING - OPEN DAK Openingsmotor open dak: Uitbouwen - Inbouwen 87D UITBOUWEN Verwijder de bedieningseenheid (1) van het open dak. Maak de stekkers (3) van de motor los Bouw uit: - de bevestigingsbouten (4) - de motor door het gat van het binnenlicht Bouw het binnenlicht uit (2) (zie 81B, Binnenverlichting, Binnenlicht : Uitbouwen - Inbouwen). N.B. Bij een elektrische storing, draait u de schroef (5) met een inbussleutel 4 om het beweegbare paneel te sluiten (als dit open is. INBOUWEN Plaats: - de motor van het open dak, - de bevestigingsbouten van de motor. 87D-9
162 RUITBEDIENING - OPEN DAK Openingsmotor open dak: Uitbouwen - Inbouwen 87D Sluit de stekkers van de motor van het open dak aan. Plaats: - de binnenverlichting, - de bedieningseenheid van het open dak. Initialiseer de motor van het open dak (zie, 87D, elektrische ruitbediening open dak, elektisch open dak, initialiseren ). N.B.: voor het automatisch sluiten bij het vergrendelen via de RENAULT-kaart, moeten de motors zijn geïnitialiseerd. (zie, 87D, elektrische ruitbediening open dak, elektisch open dak, initialiseren); Het huis met hulporganen interieur moet zijn geconfigureerd (zie, MR 397 diagnose, 87B, Huis met hulporganen, Huis met hulporganen interieur : configuratie). 87D-10
163 RUITBEDIENING - OPEN DAK Elektrisch open dak: Initialisatie 87D Na het losmaken van de accukabels, een elektrische storing of werkzaamheden aan het open dak, werkt het systeem handbediend en schoksgewijs. INITIALISATIEPROCEDURE Zet de schakelaar van het open dak in de stand maximaal kantelen. Druk lang op de schakelaar. (Na 2 secondes kantelt het dak stap voor stap in de maximum stand en zakt dan weer enkele centimeters). Laat de schakelaar los. Druk binnen 5 secondes opnieuw op de schakelaar. Houd de schakelaar ingedrukt, (het dak opent en schuift weer dicht): de motor is geïnitialiseerd. Zet de schakelaar in de stand.«uit». N.B.: tussen twee acties bij het initialiseren mag niet meer dan 5 s verstrijken, na de 5 s voert de elektronica een nieuwe initialisatiecyclus uit. 87D-11
164 PARKEERHULP Parkeerhulp: Werking 87F I - ALGEMEEN Afhankelijk van de uitvoering heeft de auto een systeem dat de bestuurder, tijdens het achteruit rijden, waarschuwt als er zich een obstakel achter de auto bevindt (paaltje, andere auto...). II - WERKING Het systeem bestaat uit: III - UITSCHAKELEN VAN HET SYSTEEM Het systeem schakelt automatisch uit door de aansluiting van de stekker van de aanhanger (alleen met een Renault fabriekstrekhaak). IV - DIAGNOSE Bij een storing in het systeem, hoort de bestuurder bij het aanzetten van het contact gedurende ongeveer 5 secondes een lage zoemtoon. - de vier afstandsradars in de schildbumper achter, - een zelfstandige rekeneenheid (met een diagnosefunctie), - een zoemer, Bij het inschakelen van de achteruit, komt het systeem automatisch in werking (dit is hoorbaar door een kort geluidssignaal van 0,5 seconde). De afstandsradars in de schildbumper achter meten de afstand tussen de auto en een eventueel obstakel. De frequentie van het geluidssignaal varieert afhankelijk van de afstand: de akoestische waarschuwing wordt actief als er zich een het obstakel bevindt op ongeveer 150 cm van de schildbumper, tot een continu geluid op ongeveer 25 cm van de schildbumper. N.B.: Voor een goede werking van het systeem, moeten de ultrasoon sensors schoon zijn. Als het systeem een storing detecteert, klinkt gedurende ongeveer 5 secondes een geluidssignaal. Bij hevige regenval of bij het gebruik van een fietsdrager, is de detectie door de sensors onbetrouwbaar. 87F-1
165 PARKEERHULP Schakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 87F UITBOUWEN Bouw de onderste sierlijst van het instrumentenpaneel (1) uit Bouw de steun (2) van de airbagschakelaar uit. Maak de stekker van de airbagschakelaar los. Maak de airbagschakelaar (3) los van zijn steun. INBOUWEN Klem de airbagschakelaar vast. Sluit de stekker van de airbagschakelaar aan. Plaats: - de steun van de airbagschakelaar, - de sierlijst onder het instrumentenpaneel. 87F-2
166 PARKEERHULP Zoemer: Uitbouwen - Inbouwen 87F UITBOUWEN Bouw de bekleding in de bagageruimte links uit (zie MR 396, 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip achter: Uitbouwen - inbouwen). 2 1 Maak de stekker (1) los Bouw uit: - de bevestigingspopnagels (2), - de zoemer. INBOUWEN Monteer de zoemer. Zet de zoemer vast met popnagels. Sluit de stekker aan. Monteer de bekleding in de bagageruimte links (zie MR 396, 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip achter: Uitbouwen - Inbouwen). 87F-3
167 PARKEERHULP Rekeneenheid: Uitbouwen - Inbouwen 87F UITBOUWEN Bouw de bekleding in de bagageruimte rechts uit (zie MR 396, 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip achter: Uitbouwen - Inbouwen). Maak de stekkers van de rekeneenheid los Bouw de bevestigingsbouten (1) van de rekeneenheid uit. INBOUWEN Monteer de bevestigingsbouten van de rekeneenheid uit. Sluit de stekkers van de rekeneenheid aan. Monteer de bekleding in de bagageruimte rechts (zie MR 396, 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip achter: Uitbouwen - inbouwen). Configureer de rekeneenheid na het vervangen (zie 87F, Parkeerhulp, Rekeneenheid : Configuratie). 87F-4
168 PARKEERHULP Rekeneenheid: Configuratie 87F diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal I - CONFIGURATIE NA VERVANGEN Na het vervangen van de rekeneenheid moet u deze configureren met behulp van de diagnoseapparaat. - selecteer en bevestig het systeem «parkeerhulp», - selecteer en bevestig het menu «commando», «configuratie van het systeem», - selecteer en bevestig het autotype, - Controleer de juiste configuratie via het menu «lezen van de configuratie». II - AFSTELMOGELIJKHEDEN Op verzoek van de klant, kunnen het volume en de toon van de zoemer worden veranderd of uitgeschakeld met behulp van het diagnoseapparaat. - selecteer en bevestig het systeem «parkeerhulp», - selecteer en bevestig het menu «commando», «CF001 : volume zoemer», - controleer de juiste configuratie via het menu «lezen van de configuratie». 87F-5
169 PARKEERHULP Afstandsradar: Uitbouwen - Inbouwen 87F De afstandsradars zijn alle gelijk maar de montages verschillen: BIJZONDERHEID VAN DE BREAK - bijzonderheid van de hatchback: de afstandsradars zijn ingebouwd in de band van de schildbumper. Er zijn twee verschillende schildbumpers. - bijzonderheid van de break: de afstandsradars zijn in steunen vastgeklemd. Deze steunen zijn vastgeklemd op de schildbumper. De vier steunen zijn verschillend en niet onderling verwisselbaar. UITBOUWEN Bouw de schildbumper achter uit (zie MR 396, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper achter). LET OP De afstandsradars zijn kwetsbaar en gevoelig voor warmte, de buitenkant is niet bestand tegen klappen, behandel ze met zorg Maak de steun los uit de schildbumper door op de klemmetjes (2) te drukken. Maak de afstandsradar los van zijn steun door op de klemmetjes (3) te drukken zonder krassen te maken. INBOUWEN Klem de afstandsradar vast zonder er krassen op te maken. Sluit de stekker van de afstandsradar aan. BIJZONDERHEID VAN DE BREAK Maak de afstandsradar vast in zijn steun zonder krassen te maken. Maak de steun van de afstandsradar vast op de schildbumper. Monteer de schildbumper achter uit (zie MR 396, Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper achter). Maak de stekker los Maak de afstandsradar (1)los zonder er krassen op te maken. 87F-6
170 BEDRADING Diagnoseaansluiting 88A Plaats Bouw het toegangsklepje van de diagnoseaansluiting uit. 88A-1
171 BEDRADING Kabelbundel van de hemelbekleding: Uitbouwen - Inbouwen 88A De hemelbekleding is niet vastgelijmd in de auto. Hij wordt op zijn plaats gehouden door de portierrubbers, door de zonnekleppen en door de handgrepen (zie 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding). INBOUWEN Bij het vervangen, wordt de kabelbundel van de hemelbekleding met de hemelbekleding meegeleverd. Het is niet toegestaan de kabelbundel te repareren. Als deze is gebroken, gescheurd of verbrand, moet hij worden vervangen. UITBOUWEN Bouw de hemelbekleding uit (zie 71A, Interieurbekleding, hemelbekleding) Afhankelijk van het uitrustingsniveau, kan de auto verschillende types hemelbekleding: - een hemelbekleding voor de uitvoering met of zonder open dak, - een hemelbekleding "handsfree" (met een plat element (2) dat de antenne is voor de detectie van de "handsfree" kaart), met of zonder open dak. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Maak de stekker los van de hemelbekleding (1) A-2
172 BEDRADING Plaats van de rekeneenheden 88A PLAATS VAN DE REKENEENHEDEN IN DE AUTO (1) Rekeneenheid ABS (2) Rekeneenheid van het inspuitsysteem (3) Accu (4) Rekeneenheid automatische transmissie (afhankelijk van de uitvoering) (5) RENAULT-kaartlezer (6) Centrale communicatie eenheid (7) Bedieningspaneel airconditioning (8) Autoradio en navigatiesysteem (9) Display op instrumentenpaneel (10) Ruithefmotor met sneltoets multiplex (11) Spraakmaker (12) Opname elementen zij-airbag (13) Rekeneenheid airbag 88A-3
173 BEDRADING Plaats van de rekeneenheden 88A (14) Instrumentenpaneel (15) Elektrische stuurkolomgrendel (16) Huis met hulporganen interieur (17) Rekeneenheid xenonlampen (18) Memory systeem bestuurdersstoel (19) Rekeneenheid parkeerhulp (20) CD-wisselaar 88A-4
174 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Algemeen 88C De auto hebben een systeem voor de passieve veiligheid type SRP (Spannings Reductie Systeem) bestaande uit: - een frontale bestuurdersairbag met een opblaasbaar kussen (SRP) met twee volumes, - een frontale passagiersairbag met een opblaasbaar kussen (SRP) met twee volumes, - gordelspanners voor en achter, - speciale SRP-autogordels voor, - een rekeneenheid (75-polig), - twee crash sensors in de middenstijlen rechts en links, - zijairbags die de borstkas beschermen van de inzittenden van de voorstoelen, - zijruitairbags die het hoofd beschermen van de inzittenden voorin en achterin, - zijairbags (afhankelijk van de uitvoering) die de borstkas beschermen van de inzittenden van de achterste zitplaatsen ALGEMEEN 1 - Bij een voldoende zware aanrijding: - de veiligheidsgordels houden de bestuurder en de passagiers op hun plaats. - de gordelspanners (voor en achter) komen in werking om de autogordels strak te trekken tegen het lichaam van de inzittenden. - het SRP-systeem zorgt voor een vermindering van kracht van de gordel over het lichaam. - de airbags worden opgeblazen: in het stuurwiel zodat het hoofd van de bestuurder wordt beschermd in het dashboard zodat het hoofd van de voorpassagier wordt beschermd. N.B.: de frontale airbags hebben twee ontstekers om het volume van de airbags aan te passen afhankelijk van de ernst van de botsing en de stand van de bestuurdersstoel. 88C-1
175 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Algemeen 88C Bij een voldoende zware aanrijding tegen de zijkant: - de borstkas zijairbag voor, in de voorstoel aan de kant van de botsing blaast zich op naast het portier om de borstkas van de inzittende van de voorstoel te beschermen. - (afhankelijk van de uitvoering) de borstkas zijairbag achter, in de zijwand achter aan de kant van de botsing blaast zich op naast het portier om de borstkas van de inzittende achter te beschermen. - de zijruitairbag aan de kant van de botsing blaast zich op naast het portier om het hoofd van de inzittenden voor en achter te beschermen BELANGRIJK: Om te voorkomen dat de werking van de airbags wordt belemmerd : - geen hoes over de voorstoel plaatsen, - geen voorwerpen in het ontplooiingsgebied van de airbag plaatsen. 88C-2
176 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Voorzorgen bij de reparatie 88C VERVANGEN VAN DE VEILIGHEIDSELEMENTEN NA EEN BOTSING Op dit overzicht staan de onderdelen die vervangen moeten worden na een botsing. Niveaus van frontale botsing: - botsing zonder activering van de pyrotechnische elementen: «niveau 0» (lichte botsing), - botsing met activering van de schoudergordelspanners: «niveau 1» (middelzware botsing), - botsing niveau 1 met activering van de airbags: «niveau 2» (zware botsing), - botsing niveau 2 met activering van de heupgordelspanners: «niveau 3» (zeer zware botsing). Element Uitrusting Frontale aanrijding Niveau Aanrijding zijkant Verplicht vervangen voor de veiligheid van de inzittenden Gordelspanners van de schoudergordels (bestuurder en passagier) Pyrotechnisch oprolmechanisme achter (zitplaatsen zijkant) Frontale bestuurdersairbag Frontale airbag passagier * Gordelspanner heupgordel (bestuurder) Standaard X X X Nee Rekeneenheid airbag gordel (indien deze was vastgemaakt) Stoelframe (als de stoel was bezet) De gordelspanners van schoudergordel (bestuurder en passagier) zijn in serie aangesloten en moeten altijd per twee vervangen worden indien zij geactiveerd zijn geweest Standaard - X X Nee De pyrotechnische oprolmechanismes zijn in serie aangesloten en moeten altijd per twee vervangen worden indien zij geactiveerd zijn geweest Standaard - X X Nee Stuurwiel Bevestigingsbouten Standaard - X X Nee Dashboard Dwarsbalk Standaard - - X Nee Airbags borstkas (thorax) voor (bestuurder en passagier*) Airbags borstkas (thorax) achter Standaard Nee ja aan de kant van de botsing Optie Nee ja aan de kant van de botsing Stoelframe Rekeneenheid airbag Crash sensor aan de zijkant Zijruitairbags Standaard Nee ja aan de kant van de botsing Geleideplaat van de airbag Reparatieplaten Rekeneenheid airbag Crash sensor aan de zijkant 88C-3
177 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Voorzorgen bij de reparatie 88C * tenzij uitgeschakeld met schakelaar. 88C-4
178 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Rekeneenheid 88C diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm bevestigingsmoeren van de rekeneenheid van de airbag 8 N.m UITBOUWEN BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. Snijd de mat in bij (1), Vouw de mat een stukje terug, Maak de massakabel van de accu los. Bouw de middenconsole uit (zie MR 396, 57A, Accessoires interieur, Middenconsole: Uitbouwen - Inbouwen). N.B.: Voor het uitbouwen van de rekeneenheid is het uitbouwen van de stoelen en de matten niet nodig. 2 Bouw de luchtkanalen rechts en links (2) uit C-5
179 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Rekeneenheid 88C Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoeren van de rekeneenheid van de airbag (8 N.m). Sluit de stekker aan. N.B.: Houd u bij het inbouwen aan de montagerichting van de rekeneenheid. De pijl moet naar de voorzijde van de auto wijzen. Zet de mat vast met klemmetjes. Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 3 Configureer de rekeneenheid (zie MR 397, Diagnose, Diagnose-Configuratie en inlezen) Bouw de bevestigingsbouten (3) van de beschermplaat van de rekeneenheid uit. BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag Maak de stekker (4) los, Bouw uit: - de bevestigingsmoeren van de rekeneenheid (5), - de rekeneenheid. INBOUWEN Plaats de rekeneenheid. 88C-6
180 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Opname element stand van de stoel 88C CONTACT ONDER STOEL De bestuurdersstoel heeft een contact dat de stand van de voorstoel op de rail (1) signaleert. Met deze schakelaar kan het opblazen van de frontale airbag van de bestuurder (klein of groot volume) aangepast worden aan de stand van de bestuurdersstoel en aan de ernst van de botsing N.B.: Dit opname element vormt één geheel met de kabelbundel, als het opname element defect is, vervangt u de kabelbundel. N.B.: Het volume van de passagiersairbag is niet afhankelijk van de stand van de stoelen. 88C-7
181 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Airbagschakelaar: Uitbouwen - Inbouwen 88C diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal UITBOUWEN BELANGRIJK: Vergrendel altijd de rekeneenheid van de airbag met behulp van het d i agnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan) Maak de airbagschakelaar los van de zijkant door te drukken op de klemmetjes (2). INBOUWEN Monteer de airbagschakelaar op de zijkant. Sluit de stekker van de airbagschakelaar aan. Monteer de zijkant. 1 Bouw de zijkant (1) uit. Maak de airbagschakelaar los BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-8
182 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Airbagschakelaar: Controle 88C De airbagschakelaar bevindt zich tegen de zijkant van het dashboard (aan passagierskant) Deze schakelaar heeft twee standen: - stand ON = werking van de passagiersairbags (weerstand = 400 Ω), - stand OFF = de passagiersairbags zijn uitgeschakeld zodat een kinderzitje kan worden geplaatst. Deze stand is zichtbaar op het instrumentenpaneel door een oranje lampje «airbag OFF» (weerstand = 100 Ω). De airbagschakelaar schakelt de verbindingen naar de ontsteker uit: - van de frontale passagiersairbag, - van de zijairbag borstkas voor - van de heupgordelspanner. 88C-9
183 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Schoudergordelspanners voor 88C diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm bevestigingsbout van de gordelspanner 21 N.m UITBOUWEN BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan). Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld Bouw de bevestigingsbout (1) van de gordelspanner uit. Maak de stekker los van de gordelspanner. N.B. Voor het uitbouwen van de gordelspanner moet u de stoel zo laag mogelijk zetten. Maak de massakabel van de accu los. Bouw de stoel uit (zie MR 396, Carrosserie, 75A, Stoelframe en stelrails voorstoel, Voorstoel compleet : Uitbouwen - Inbouwen.) Bouw de twee halve kappen van de sluiting van de autogordel uit. Maak de stekker (2) los van de sluiting van de autogordel. 88C-10
184 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Schoudergordelspanners voor 88C Bouw de gordelspanner uit. BELANGRIJK: Pyrotechnische onderdelen mogen nooit bewaard worden voor later hergebruik. Maak de gordelspanners en airbags van een auto die bestemd is voor de sloop altijd onschadelijk. (zie 88C, Airbag en gordelspanners, Onschadelijk maken). INBOUWEN Monteer de gordelspanner. Klem de stekker van de sluiting van de autogordel vast. Monteer de twee halve kappen van de sluiting van de autogordel. Sluit de stekker van de gordelspanner aan. LET OP Na het activeren van een pyrotechnisch onderdeel, moet u bepaalde onderdelen altijd vervangen. (zie, 88c, airbag en gordelspanner, voorzorgen voor de reparatie). Monteer de bevestigingsbout van de gordelspanner. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout van de gordelspanner (21 N.m). Monteer de stoel (zie MR 396, Carrosserie, 75A, Stoelframe en stelrails voorstoel, Voorstoel compleet : Uitbouwen - Inbouwen). 88C-11
185 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Schoudergordelspanners voor 88C Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen) BELANGRIJK: Voor het inbouwen van de stoel, controleert u visueel de staat van de stekkers op het stoelframe en op de carrosserie. BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-12
186 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Gordelspanner heupgordel voor: Uitbouwen - Inbouwen 88C diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal - de bevestigingsschroeven van de hendel voor de hoogte-afstelling, - de hendel voor de hoogte-afstelling. Aantrekkoppelsm bevestigingsbout van de gordelspanner 21 N.m UITBOUWEN BELANGRIJK: Voor alle werkzaamheden aan of in de nabijheid van het veiligheidssysteem, moet u de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Maak de massakabel van de accu los. Bouw de stoel uit (zie MR 396, Carrosserie, 75A, Stoelframe en stelrails voorstoel, Voorstoel compleet : Uitbouwen - Inbouwen) Maak de bevestigingsklemmetjes van de kap los met behulp van een klemmetjestang, Bouw de kap (7) uit. Bouw uit: - de stekker van de gordelspanner, - de bevestigingsbout van de gordelspanner, - de complete gordelspanner. BELANGRIJK: Pyrotechnische onderdelen mogen nooit bewaard worden voor later hergebruik. Maak de gordelspanners en airbags van een auto die bestemd is voor de sloop altijd onschadelijk. (zie 88C, Airbag en gordelspanners, Onschadelijk maken). Bouw uit: de bevestigingsschroef aan de voorkant van de kap (4), - de hendel voor het verstellen van de rugleuning met behulp van de klemmetjestang (6), - de dop van de hendel voor de hoogte-afstelling, 88C-13
187 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Gordelspanner heupgordel voor: Uitbouwen - Inbouwen 88C INBOUWEN Plaats: - de complete gordelspanner, - de bevestigingsbout van de gordelspanner, - de stekker van de gordelspanner. LET OP Na het activeren van een pyrotechnisch onderdeel, moet u bepaalde onderdelen altijd vervangen. (zie, 88c, airbag en gordelspanner, voorzorgen voor de reparatie). Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout van de gordelspanner (21 N.m). Maak de klemmetjes van de kap vast. Plaats: - de hendel voor de hoogte-afstelling, - de bevestigingsschroeven van de hendel voor de hoogte-afstelling, - de dop van de hendel voor de hoogte-afstelling, - de hendel voor de afstelling van de rugleuning, - de bevestigingsschroef aan de voorkant van de kap. Let op de juiste ligging van de kabelbundels en hun bevestigingspunten onder de stoel. Monteer de stoel (zie MR 396, Carrosserie, 75A, Stoelframe en stelrails voorstoel, Voorstoel compleet : Uitbouwen - Inbouwen). 88C-14
188 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Gordelspanner heupgordel voor: Uitbouwen - Inbouwen 88C Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu, Accu:. Uitbouwen - Inbouwen) BELANGRIJK: Voor het inbouwen van de stoel, controleert u visueel de staat van de stekkers op het stoelframe en op de carrosserie. BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-15
189 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Frontale airbag bestuurder: Uitbouwen - Inbouwen 88C diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal De frontale bestuurdersairbag heeft een opblaasbaar kussen met twee volumes (klein of groot volume). Het opblazen is afhankelijk van de ernst van de botsing en van de stand van positie van de bestuurdersstoel. Bij het ontplooien verscheurt het airbagkussen de stuurwielbekleding. Voor dit type montage, is de airbag gekoppeld aan de autogordel tegenover de airbag. 1 De afstelling van het spannings reductie programma van de gordel is speciaal afgestemd op het type airbag. UITBOUWEN BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld Steek een schroevendraaier (type T30 of een pen met diameter 6 mm in het gat (1) achter het stuurwiel BELANGRIJK: Het is verboden aan de pyrotechnische systemen (airbag of gordelspanner) te werken in de buurt van een warmtebron of een vlam: er is kans op explosie van de airbags of gordelspanners. Maak de massakabel van de accu los. 2 Maakde airbagmodule aan de bovenkant (2) los C-16
190 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Frontale airbag bestuurder: Uitbouwen - Inbouwen 88C Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu, Accu:. Uitbouwen - Inbouwen). 3 BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. Maak los: de stekkers van de bestuurdersairbag (3), - de stekkers van de toetsen van de snelheidsregelaar (afhankelijk van de uitvoering). Bouw de airbagmodule uit. BELANGRIJK: Gebruik pyrotechnische onderdelen nooit opnieuw. Maak de gordelspanners of airbags van een auto die bestemd is voor de sloop altijd onschadelijk. (zie 88C, Airbag en gordelspanners, Onschadelijk maken). INBOUWEN Monteer de airbagmodule. Sluit aan: - de stekkers van de toetsen van de snelheidsregelaar (afhankelijk van de uitvoering), - de stekkers van de bestuurdersairbag. Klem de module van de airbag op het stuurwiel. 88C-17
191 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Frontale airbag passagier: Uitbouwen - Inbouwen 88C diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal bevestigingsschroeven van de airbagmodule Aantrekkoppelsm 2 N.m 1 De passagiersairbag(srp) heeft een opblaasbaar kussen met twee volumes. Voor dit type montage, is de airbag gekoppeld aan de autogordel tegenover de airbag. De afstelling van het spannings reductie programma van de gordel is speciaal afgestemd op dit type airbag. UITBOUWEN Bouw uit: - de bevestigingsbouten (1), - de airbagmodule BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. BELANGRIJK: Het is verboden aan de pyrotechnische systemen (airbag of gordelspanner) te werken in de buurt van een warmtebron of een vlam: er is kans op explosie van de airbags of gordelspanners. Maak de massakabel van de accu los. Bouw het dashboard uit (zie, MR 339, Carrosserie, 57A, Accessoires interieur, Dashboard: Uitbouwen - Inbouwen). Maak los: - de stekkers van de airbag, - de massakabelschoen. BELANGRIJK: Pyrotechnische onderdelen mogen nooit bewaard worden voor later hergebruik. Maak de gordelspanners en airbags van een auto die bestemd is voor de sloop altijd onschadelijk. (zie 88C, Airbag en gordelspanners, Onschadelijk maken). INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. BELANGRIJK: Door het afgaan van de dashboardairbag vervormen en beschadigen de bevestigingspunten zodanig dat het dashboard moet worden vervangen. Vergeet niet de sticker met het verbod om een kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel te installeren op de zijkant van het nieuwe dashboard te plakken. N.B.: Na het uitbouwen van de passagiersairbag, moet u altijd de bevestigingsbouten van de airbagmodule op het dashboard vervangen. 88C-18
192 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Frontale airbag passagier: Uitbouwen - Inbouwen 88C Vervang het bevestigingsklemmetje (2) van de passagiersairbag. Zet met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsschroeven van de airbagmodule (2 N.m). Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: UITBOUWEN - IN- BOUWEN BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. N.B.: om bij de tussenstekkker (3) te kunnen komen, bouwt u de kap van het dashboardkastje uit, de stekker bevindt zich rechts in het dashboard (bij de zekeringplaat/relais opties indien aanwezig). 88C-19
193 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Zijairbag borstkas voor: Uitbouwen - Inbouwen 88C Bouw uit: diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal - de stoel (zie MR 396, Carrosserie, 75A, Stoelframe en stelrails voorstoel, Voorstoel compleet), - de bekleding van de rugleuning (zie MR 396, Carrosserie, 77A, Bekleding voorstoel, Bekleding van de rugleuning). 1 2 De zijairbag voor (1) is bevestigd aan de rugleuning van elke voorstoel aan de kant van het portier. Bij het ontplooien, scheurt de airbag de buitenkant van de module, het schuim en de bekleding van de stoel door. UITBOUWEN Maak los: - de stekker van de airbagmodule, - de massakabelschoen van de airbagmodule. Bouw uit: - le bevestigingspopnagel (2), - de airbagmodule BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan). Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. BELANGRIJK: Pyrotechnische onderdelen mogen nooit bewaard worden voor later hergebruik. Maak de gordelspanners en airbags van een auto die bestemd is voor de sloop altijd onschadelijk. (zie 88C, Airbag en gordelspanners, Onschadelijk maken). BELANGRIJK: Het is verboden aan de pyrotechnische systemen (airbag of gordelspanner) te werken in de buurt van een warmtebron of een vlam: er is kans op explosie van de airbags of gordelspanners. Maak de massakabel van de accu los. 88C-20
194 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Zijairbag borstkas voor: Uitbouwen - Inbouwen 88C INBOUWEN Plaats de airbag op het stoelframe Zet de airbag met een popnagel vast op het stoelframe. Monteer de bedrading onder het zitkussen op dezelfde wijze en bevestigingspunten als bij de oorspronkelijke ligging. Sluit aan: - de massakabelschoen, - de stekker. Bekleed de stoel, houd u stipt aan de voorschriften (zie MR 396, Carrosserie, 77A, bekleding voorstoel, bekleding van de rugleuning). Monteer de stoel in de auto (zie MR 396, Carrosserie, 75A, Stoelframe en stelrails voor, Voorstoel compleet). Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-21
195 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Zijairbag borstkas achter: Uitbouwen - Inbouwen 88C diagnoseapparaat bevestigingsbouten van de zijairbag borstkas achter Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm 8 N.m De zijairbag borstkas (thorax) achter is vastgezet op de versterking van de zijwand achter. Bij het ontplooien, scheurt het airbagkussen de bekleding door. UITBOUWEN BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt (met contact aan). Door het vergrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. BELANGRIJK: Het is verboden aan de pyrotechnische systemen (airbag en gordelspanners) te werken bij een warmtebron of een vlam: er is kans op explosie van de airbags en gordelspanners. Maak de massakabel van de accu los. Bouw de bekleding uit (zie MR396, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip). Maak los: - de stekker van de airbag, - de massadraad van de airbag. Bouw uit: - de twee bevestigingsbouten. - de zijairbag borstkas achter BELANGRIJK: Pyrotechnische onderdelen mogen nooit bewaard worden voor later hergebruik. Maak de gordelspanners en airbags van een auto die bestemd is voor de sloop altijd onschadelijk. (zie 88C, Airbag en gordelspanners, Onschadelijk maken). 88C-22
196 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Zijairbag borstkas achter: Uitbouwen - Inbouwen 88C INBOUWEN Plaats de airbag. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de zijairbag borstkas achter (8 N.m). Sluit aan: - de stekker van de airbag en controleer de goede vergrendeling van de stekker, - de massadraad. Monteer de bekleding (zie MR396, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Bekleding van de wielkuip). BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-23
197 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Zijruitairbag: Uitbouwen - Inbouwen 88C Onmisbaar materiaal diagnoseapparaat Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de airbagmodule 6,5 N.m 2 1 De zijruitairbag is vastgezet achter de hemelbekleding. Bij het ontplooien, scheurt het airbagkussen de hemelbekleding door. 1 1 UITBOUWEN Maak los: - de stekker van de airbag, BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan). Door het ontgrendelen van de rekeneenheid wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. BELANGRIJK: Het is verboden aan de pyrotechnische systemen (airbag of gordelspanner) te werken in de buurt van een warmtebron of een vlam: er is kans op explosie van de airbags of gordelspanners. Maak de massakabel van de accu los. Bouw de hemelbekleding uit (zie MR 396, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Hemelbekleding: Uitbouwen - Inbouwen). - de massa van de airbag. Bouw uit: - de bevestigingsbouten (2) van de airbagmodule. - de popnagels van de geleideplaat, - de geleideplaat. Maak de klemmetjes (1) los. INBOUWEN Maak de klemmetjes vast. LET OP Na het activeren van een pyrotechnisch onderdeel, moet u bepaalde onderdelen altijd vervangen. LET OP Plaatselijk blanke plaat, bijvoorbeeld als gevolg van boren, moet u ontvetten en afvegen en vervolgens met een fijne kwast behandelen met: - fosfaterende grondlak, - twee componenten primer - lak in de kleur van de auto. Vervang de geleideplaat. Zet de geleideplaat vast met een popnagel. Monteer de bevestigingsbouten van de airbagmodule. Zet met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbouten van de airbagmodule (6,5 N.m). 88C-24
198 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Zijruitairbag: Uitbouwen - Inbouwen 88C Sluit aan: - de massakabelschoen van de airbag, - de stekker van de airbag. Controleer de goede vergrendeling van de stekker. Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. 88C-25
199 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Crash sensor zijkant: Uitbouwen - Inbouwen 88C diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm 2 bevestigingsbout van de crash sensor 8 N.m UITBOUWEN BELANGRIJK: Voordat u begint met het uitbouwen, moet u altijd de rekeneenheid van de airbag vergrendelen met behulp van het diagnoseapparaat. Alle ontstekingscircuits zijn hierdoor vergrendeld en het airbaglampje op het instrumentenpaneel brandt vast (met contact aan). Door het ontgrendelen van de rekeneenheid van de airbag wordt ook de stuurkolom ontgrendeld. Bouw uit: de bevestigingsbout van het opname element (2), - het opname element. LET OP Na het activeren van een pyrotechnisch onderdeel, moet u bepaalde onderdelen altijd vervangen. Maak de massakabel van de accu los INBOUWEN Plaats: - het opname element, - de bevestigingsbout van het opname element. Zet met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbout van de crash sensor (8 N.m). Monteer de bekleding van de middenstijl (zie MR 340, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Bekleding middenstijl). Bouw de bekleding van de middenstijl uit (zie MR 340, Carrosserie, 71A, Interieurbekleding, Bekleding middenstijl). N.B.: De voorstoel hoeft niet te worden uitgebouwd. Bouw het oprolmechanisme van de gordel uit. BELANGRIJK: Controleer, als alles is gemonteerd, de rekeneenheid van de airbag met behulp van het diagnoseapparaat. Als alles correct is, ontgrendelt u de rekeneenheid van de airbag. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen ). 88C-26
200 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Onschadelijk maken 88C Ele Ele Ele Onmisbaar speciaal gereedschap Gereedschap voor het onschadelijk maken van "airbag en gordelspanners" Set van 2 adapters voor het gereedschap voor het onschadelijk maken van "airbag en gordelspanners" Reservekabel voor het gereedschap voor het onschadelijk maken van "airbag en gordelspanners" BELANGRIJK: Om ongelukken te voorkomen moeten de gaspatronen van de gordelspanners geactiveerd worden voordat de auto en/of de veiligheidsvoorzieningen als afval worden afgevoerd. Gebruik uitsluitend het gereedschap (Ele. 1287) en de snoeren (Ele ) en (Ele ). BELANGRIJK: Pyrotechnische onderdelen mogen nooit bewaard worden voor later hergebruik. Maak de gordelspanners of airbags van een auto die bestemd is voor de sloop altijd onschadelijk. LET OP - Ieder onderdeel is bestemd voor een autotype en mag nooit worden gemonteerd in een ander. De onderdelen zijn niet onderling verwisselbaar. - Gordelspanners die voor garantie worden vervangen mag u niet onschadelijk maken. De leverancier kan ze in dat geval niet meer analyseren. Retourneer het defecte onderdeel in de verpakking van het nieuwe onderdeel naar de technische helpdesk. I - GORDELSPANNERS EN PYROTECHNISCHE OPROLMECHANISME LET OP De procedure voor het onschadelijk maken geldt niet als de lokale voorschriften een andere procedure voorschrijven die is gevalideerd en verspreid door de afdeling Methodes, Diagnose en Reparatie. 1 - Onschadelijk maken in de auto: Zet de auto buiten de werkplaats. Verwijder de kap over de stelrails en sluit het gereedschap (Ele. 1287) voor het onschadelijk maken aan op de gordelspanner. Rol de verlengkabel volledig uit zodat u zich op tenminste tien meter van de auto bevindt. Sluit de voedingsdraden van het gereedschap aan op een accu. BELANGRIJK: Om ongelukken te voorkomen tijdens het onschadelijk maken van pyrotechnische onderdelen, mag zich niemand in de nabijheid bevinden. Maak de gordelspanner onschadelijk door gelijktijdig de twee drukknoppen van het apparaat in te drukken. 2 - Uitgebouwd onderdeel onschadelijk maken : Ga op dezelfde wijze te werk als bij de frontale airbag in een stapel oude banden II - AIRBAG Deze onderdelen mogen uitsluitend uitgebouwd en buiten de werkplaats onschadelijk worden gemaakt. 88C-27
201 AIRBAG EN GORDELSPANNERS Onschadelijk maken 88C Sluit de bijbehorende kabel aan. BELANGRIJK: Om ongelukken te voorkomen tijdens het onschadelijk maken van pyrotechnische onderdelen, mag zich niemand in de nabijheid bevinden. Maak de airbag onschadelijk door gelijktijdig de twee drukknoppen van het apparaat in te drukken. N.B.: Indien de betreffende gaspatroon niet onschadelijk kan worden gemaakt (ontstekingsmechanisme defect), moet u het onderdeel naar de technische helpdesk opsturen Leg de airbag op twee houten blokken Het onschadelijk maken moet in een stapel oude banden gebeuren. Controleer of het airbagkussen zich vrij kan ontplooien. Sluit de verlengkabel aan op de airbag en rol hem volledig uit zodat u zich op tenminste tien meter afstand bevindt. Verbind de twee voedingsdraden van het vernietigingsgereedschap (Ele. 1287) met een accu. 88C-28
202 BESTUURDERSSTOEL Toetsenbord bediening voorstoel: Uitbouwen - Inbouwen 88D UITBOUWEN N.B.: Zet de stoel zo ver mogelijk naar voren voor het uitbouwen van het toetsenbord van de elektrische stoel Bouw het toetsenbord van de elektrische stoel uit door te drukken op de klemmetjes (3). INBOUWEN Bouw de bevestigingsschroef (1) van de bekleding van de voorstoel uit. Maak de bekleding (2) van de voorstoel uit. Maak de stekkers los. Monteer het toetsenbord op de bekleding van de stoel. Sluit de stekkers van het toetsenbord aan. Klem de bekleding van de voorstoel vast op de voorstoel. Monteer de bevestigingsschroef van de bekleding van de voorstoel. 88D-1
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81C ZEKERING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU VERLICHTING VOORZIJDE XENONLAMPEN ACHTERLICHTEN BINNENVERLICHTING ZEKERINGEN STARTVERGRENDELING CLAXON ALARM INSTRUMENTEN - DASHBOARD BOORDCOMPUTER TELEMATICASYSTEEM SNELHEIDSREGELAAR
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU - VERLICHTING VOORZIJDE VERLICHTING ACHTERZIJDE - INTERIEUR STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SCHAKELAARS WISSEN RADIO ELEKTRISCHE HULPORGANEN BEDRADING BG0A - BG0B
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 80C XENONLAMPEN 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 82A STARTVERGRENDELING 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 83C INGEBOUWD TELEMATICASYSTEEM
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK
Bekleding ALGEMEEN INTERIEURBEKLEDING PORTIERBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN HOEDENPLANK STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK STOELACCESSOIRES
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 01D MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN 04A SMEERMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
8 Elektrische installatie
8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 84A SCHAKELAARS 85A
0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B
0 Algemeen HEFMIDDELEN 02B CARROSSERIE INNOVATIES X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr. : 08-09 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose - Overzicht van de storingen - 16 Diagnose - Betekenis
Elektrische installatie
Elektrische installatie INSTRUMENTEN - DASHBOARD Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 15 Diagnose
Elektrische installatie
Elektrische installatie XENONLAMPEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SNELHEIDSREGELAAR ZEKERINGPLAAT INTERIEUR REGELING VAN DE PORTIEREN ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - OPEN DAK PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM
Zekeringen en Relais
HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR (64) plaats Deze plaat bevindt zich in de linker bovenkant van het dashboard. Zekeringsymbolen 0 A 0 A 0 A 0 A A 0 A A 7, A A 0 A 0 A A A A 0 A 0 A 0 A 0 A A 7, A 0 A 0 A
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr.: 09, 08 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Configuratie en inleren - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 8 Diagnose - Overzicht van de staten - 9 Diagnose - Betekenis
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting - 2 Instrumentenpaneel - 3 Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer
Elektrische installatie
Elektrische installatie ACCU VERLICHTING VOORZIJDE ACHTERLICHTEN BINNENVERLICHTING ZEKERINGEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SCHAKELAARS WISSEN RADIO HUIS MET HULPORGANEN AIRBAGS EN GORDELSPANNERS
Elektrische installatie
Elektrische installatie Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Vervangen van organen - 8 Diagnose - Configuratie en inlezen - 9 Diagnose - Overzicht van de storingen - 10-11 Diagnose - Behandeling van de
BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERSTOELEN
7 Bekleding 71A INTERIEURBEKLEDING 72A BEKLEDING DEUREN 73A BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN 75A STOELFRAME EN STELRAILS VOOR 76A STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER 77A BEKLEDING VOORSTOELEN 78A BEKLEDING ACHTERSTOELEN
Elektrische installatie
Elektrische installatie VERLICHTING VOORZIJDE INSTRUMENTEN - DASHBOARD TELEFOON MULTIMEDIA ZEKERINGPLAAT INTERIEUR PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM AIRBAG EN GORDELSPANNERS JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V 77 11 311 204 DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting
IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter
Panoramadak Dankzij het brede glazen dak zijn het zicht en de lichtinval in het interieur ongekend. 78 Te openen achterruit (SW) Dankzij deze voorziening hebt u eenvoudig toegang tot de bagageruimte zonder
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA OPENEN MOTORKAP Motorkap in gesloten toestand OPENEN MOTORKAP Trek de hendel naar achteren en de motorkap is ontgrendeld. OPENEN MOTORKAP In het midden van de motorkap, net
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 EDITION NEERLANDAISE NOVEMBER 2000 RENAULT 2000
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 77 11 297 444 NOVEMBER 2000 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden,
OVERZICHT VAN DE ORGANEN
101 AANSTEKER 103 DYNAMO 104 STARTSCHAKELAAR 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 118 REKENEENHEID ABS 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing Fun2Go Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G01 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE VERLICHTING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
Zekeringen en Relais
INHOUD ZEKERINGPLAAT INTERIEUR (1016) 2 ZEKERINGHOUDERMODULES 1 en 2 (1792-1793) 6 RELAISPLAAT INTERIEUR (602-805-2375) 8 RELAIS NA CONTACT (853) 10 REKENEENHEID INTERIEUR (645) 11 TRACTIEBATTERIJ (938)
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076)
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing VeloPlus Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
4 Plaatwerk ALGEMEEN BODEMPLAAT VOOR CENTRALE BODEMPLAAT ZIJKANT BODEMPLAAT BODEMPLAAT ACHTER BOVENBOUW VOOR BOVENBOUW ZIJKANT BOVENBOUW ACHTERZIJDE
4 Plaatwerk 40A ALGEMEEN 41A BODEMPLAAT VOOR 41B CENTRALE BODEMPLAAT 41C ZIJKANT BODEMPLAAT 41D BODEMPLAAT ACHTER 42A BOVENBOUW VOOR 43A BOVENBOUW ZIJKANT 44A BOVENBOUW ACHTERZIJDE 45A BOVENKANT CARROSSERIE
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager - Technisch
Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING
Chassis DAE Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 9 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose
Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A
SERVICE MEDEDELING Edition néerlandaise (wit) SAFRANE JANUARI 1997 77 11 192 134 Type B 54 L, F 2697A Service 0422 S/Chapitre 29 Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A 29 BIJZONDERHEDEN
Radio codeklavier RTS
Radio codeklavier RTS Installatiehandleiding Radio codeclavier RTS Artikelnummer 1841030 Radio codeklavier RTS n Oplichtende toetsen bij bediening. n Keuze tussen 4, 5 of 6 cijfer combinatie. n Verschillende
Renault TRAFIC. Instructieboekje
Renault TRAFIC Instructieboekje eenpassievoor presteren ELF partner van de RENAULT adviseert ELF ELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten zowel op
LCD scherm va LCD scherm
scherm 1. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 02A HEFMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN 05A OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
installatiehandleiding Alarmlicht
installatiehandleiding Alarmlicht INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig [email protected]
Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.
COBRA 889 INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. De belangrijkste vernieuwing in deze 889-serie bestaat uit het systeem, dat de herkenningscode van de afstandsbediening
Gebruikershandleiding kort
Velo-Plus² Van Raam BV Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Zadelhoogte U stelt de zadelhoogte correct in, door op de fiets te gaan zitten en een voet op het pedaal in de onderste stand te zetten. In die
STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT
STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT 8211-0278-08 1 2 3 4 5 2 6 K 7 J G H J I 8 9 S R T Q 10 11 C D E, F A F J B K 3 NEDERLANDS NL 1 ALGEMEEN Dit symbool geeft een WAARSCHU- WING
6 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING. X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 61A 62A 62B 62C
6 Airconditioning 6A VERWARMING 62A AIRCONDITIONING 62B GEREGELDE AIRCONDITIONING 62C HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 APRIL 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
LCD scherm ve LCD scherm
scherm. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica zelf
Metaal RTS codeklavier
Metaal RTS codeklavier Installatiehandleiding Metaal RTS codeklavier Artikelnummer 1841116 Metaal RTS codeklavier n Robuuste metalen behuizing. n 2 Kanalen. n 5 Gebruikerscodes (per kanaal). n Dikte 28
WAARSCHUWING. Kabelbinder 6 De kabelboom leiden.
Achterste werklichten Multi Pro gazonspuitmachine Modelnr.: 41010 Form No. 3401-388 Rev B Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Dit product bevat een chemische stof
Elektrische installatie
Elektrische installatie RADIO Algemeen - 2 Procedure voor het verkrijgen van de antidiefstal - 6 Beveiligingscode - 7 Configuraties - Parameters - 10 Aansluitingen - 11 Zelfdiagnose - 12 Storing zoeken
Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2004
Airconditioning VERWARMING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 084 FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
Verwarming en ventilatie
Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies
Montagehandleiding Elektrische aandrijving. Garage- en bedrijfsdeuren voor zelfmontage
Montagehandleiding Elektrische aandrijving Garage- en bedrijfsdeuren voor zelfmontage www.derooijgaragedeuren.nl Technische specificaties: Vermogen 220V AC +/- 10% 50 ~60 Hz Radio frequentie 433,92MHz
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A
2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Afkortingen - 1 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 12 Diagnose - Vervangen van organen - 13
Gemaksvoorzieningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING ZONNESCHERMEN
Gema ksvoorzie ningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING AUTO E80434 De zonneklep kan tegen verblinding naar beneden of zijwaarts worden geklapt. ZONNESCHERMEN E993 Verdraai het duimwieltje
Gebruiksaanwijzing kort
O-Pair² Van Raam BV Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Tel. : +31 (0)315 257370 E-mail : [email protected] Internet : www.vanraam.nl Versie 14.10 Zadelhoogte U stelt de zadelhoogte correct in, door op de
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G10 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE RUITENWISSERS Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
Cobra Alarm 4627. Gebruikers Handleiding
Cobra Alarm 4627 Gebruikers Handleiding Clifford Electronics Benelux BV Tel.+31 20 40 40 919 [email protected] ISO 9001:2008 Cobra Alarmsysteem: Diefstal is de laatste tijd explosief gestegen. CAN Bus manipulatie
Parameters Zichtbaarheid. Inleiding
Inleiding Inleiding De lijst van parameters in dit document is beperkt tot die parameters die relevant worden geacht voor carrosseriebouwers. Neem contact op met een een erkende Scania werkplaats voor
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing OPair Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06 Let
Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM
Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM H6716G Uw voertuig is voorzien van een uiterst verfijnd elektronisch diefstalalarm en motor-immobilisatiesysteem. Tevens beschikt het voertuig over een aantal extra veiligheidssystemen.
INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5]
INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5] id0117i0801000 Controleer het onderdeelnummer (de suffix) van de PCM met behulp van het M-MDS. De initialisatieprocedure
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR A B C * Verlichting: Aan / Uit * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings-
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AFR-100 FITTING DIMMER/SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AFR-100 FITTING DIMMER/SCHAKELAAR A B C * * Afbeelding van de YCT-102 (niet inbegrepen) A: Fitting voor gloeilamp B: Zoekmodus-knop C: Indicator 1 [1] Draai de fitting-ontvanger
5 Mechanismes en accessoires
5 Mechanismes en accessoires 5A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN
Versie: juni installatiehandleiding. Alarmlicht LXA-8A
installatiehandleiding Alarmlicht LXA-8A INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht. Telefoonnummer WoonVeilig 088 383 88 38 E-mail WoonVeilig [email protected]
De voorkant. De zijkant. De banden
Controlepunten: In deze handleiding vind je de specifieke voertuigkenmerken van de Suzuki Swift. Algemene dingen kun je in je Ris praktijkboek vinden. Dus hier kun je b.v. vinden met welk knopje je de
Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene BXA-8 INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 088 383
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager
Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI
Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI I. Functies FM 2-weg autoalarm. 2. Alarm aan (stil) Druk nogmaals 1x op de knop van de afstandbediening om alarm in AUTO Localiseren status te activeren, indien
AIRBAGS EN GORDELSPANNERS
AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Airbag In een moderne carrosserie komen we tegenwoordig een aantal voorzieningen tegen die de actieve en de passieve veiligheid van de auto verhogen. Een goed voorbeeld hiervan
Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.
Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze
Gebruikershandleiding kort
kort Van Raam BV Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Positie zitting Om de positie van de stoel correct in te stellen zet de berijder een voet op het pedaal in de uiterste stand vanaf de berijder. Stel de
Mauer GmbH Technologie voor beveiliging. Code Combi B VdS-Cl 2 Artikelnummer 82131 - standaard
Informatie over de bediening: Mauer GmbH Technologie voor beveiliging Code Combi B VdS-Cl 2 Artikelnummer 82131 - standaard Bedieningsinstructies Lees deze instructies aandachtig door voordat u het slot
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 ALED-003 DRAADLOZE LED SPOT
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 ALED-003 DRAADLOZE LED SPOT OMSCHRIJVING Deze LED spot met ingebouwde ontvanger is draadloos en dus overal te bevestigen. Met een KlikAanKlikUit zender naar keuze kunt u het lampje
Ramen stellen GTV en Spider
Ramen stellen GTV en Spider 1. Slotscharnier 2. Ruit 3. kantel stelmechanisme 4. Hefmechanisme 5. Voorste geleiding 6. Deurpaneel 7. Luitspreker 8. Kapje 9. Opbergvakje 10. Achterste geleiding 11. Horizontale
PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! VOLVO V70 & XC70 quick guide
VOLVO V70 & XC70 quick guide PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! Het ontdekken van een nieuwe auto is een spannende bezigheid. Neem deze beknopte handleiding door om nog meer plezier te beleven aan uw nieuwe
WAARSCHUWING. CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing
Form No. 3378-99 Rev A CE verlichtingsset Groundsmaster 4000-serie tractie-eenheid met Yanmar motor Modelnr.: 30660 Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Dit product
Gebruikers handleiding versie
Gebruikers handleiding versie 280109 Gebruikers handleiding 1. Gebruik Een fiets met VTS ondersteuning rijdt als een gewone fiets, waarbij het VTS systeem zorgt voor een extra ondersteuning die instelbaar
Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen
Stoelen VOORSTOELEN De stoel nooit afstellen als het voertuig in beweging is. Als van deze instructies wordt afgeweken, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of verlies van controle over het voertuig.
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 TUIN STEKKERDOOS SCHAKELAAR ZWAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 TUIN STEKKERDOOS SCHAKELAAR ZWAAR D C B A * * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings- en
Wegverlichting- en homologatieset Workman HD multifunctionele voertuigen uit 2012 en later
Form No. Wegverlichting- en homologatieset Workman HD multifunctionele voertuigen uit 202 en later Modelnr.: 20-5030 Modelnr.: 20-5045 3386-93 Rev A Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition
Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948
Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Belangrijke informatie Gefeliciteerd met de aankoop van uw voertuig beveiligingsysteem. Het is ontworpen om jaren van probleemloze
Het Keypad (met segmenten)
Het Keypad (met segmenten) Het JABLOTRON 100 systeem kan worden gebruikt met verschillende type keypads waarmee het systeem kan worden bediend, en die informatie geven omtrent de status van het systeem
Afstelbare parameters - Alarm en centrale vergrendeling
Inleiding Inleiding De lijst van afstelbare parameters is beperkt tot die parameters die relevant worden geacht voor carrosseriebouwers. Bezoek voor meer informatie over de huidige parameters voor een
E-Bike. Gebruikers handleiding versie B2
E-Bike Gebruikers handleiding versie 160609-B2 Gebruikers handleiding 1. Ingebruikname Een Target fiets met elektrische ondersteuning rijdt als een gewone fiets, waarbij het elektrisch systeem zorgt voor
SmartHome Huiscentrale
installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor WoonVeilig Huiscentrale (model WV-1716) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website WoonVeilig www.woonveilig.nl Klantenservice Meer
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APCR-2300 STEKKERBLOK SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APCR-2300 STEKKERBLOK SCHAKELAAR A B C A: LED-indicator B: Verbindingsknop C: Kinderbeveiliging 1 [1] Plaatsen stekkerblok schakelaar Plaats de stekker van het stekkerblok in
[6] Zoekmode activeren [7] Aanmelden zender
[6] Zoekmode activeren [7] Aanmelden zender Druk met een puntig voorwerp kort op de Zend met de KlikAanKlikUit zender een AAN - verbindknop. De LED-indicator gaat knipperen signaal. Druk bijvoorbeeld op
Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding
Motor Scooter Alarm Systeem Installatie handleiding Aansluiten van draden en stekkers Stap 1 Basisunit.Basis unit aansluiten (speaker, sirene, antenne) en tijdelijk een plaats zoeken voor bevestiging (pas
LAGUNA INSTRUCTIEBOEKJE
LAGUNA INSTRUCTIEBOEKJE een passie voor presteren Un réseau automobile à l échelle mondiale 6 000 points Renault en France 11 000 en Europe ELF partner van de 14 000 dans le Monde À votre service RENAULT
Renault CLIO. Instructieboekje
Renault CLIO Instructieboekje een passie voor presteren ELF partner van de RENAULT adviseert ELF ELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten zowel op
Voertuig Controle Golf 7
Voertuig Controle Golf 7 Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees deze pagina een aantal keren aandachtig door zodat je
