memo I. Vaste kosten Ministerie van Economische Zaken Aan Stuurgroep uitwerking warmtewet Uitwerking NMDA: synthese van onderzoeken en beleidskeuzen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "memo I. Vaste kosten Ministerie van Economische Zaken Aan Stuurgroep uitwerking warmtewet Uitwerking NMDA: synthese van onderzoeken en beleidskeuzen"

Transcriptie

1 Ministerie van Economische Zaken Aan Stuurgroep uitwerking warmtewet Directoraat-generaal voor Behandeld door memo Uitwerking NMDA: synthese van onderzoeken en beleidskeuzen Datum 25 augustus 2009 Memonurnmer Informatiekopie aan De twee onderzoeksbureaus hebben een rapport opgesteld met een voorstel voor een rekenmodel voor de bepaling van de maximum warmteprijs op basis van het niet meer dan anders principe. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de rendementsmethode. Er worden drie categorieen kosten onderscheiden die de basis vormen voor de maximumprijs. Deze notitie heeft de volgende indeling: In de eerste drie hoofdstukken wordt per kostencategorie - vaste kosten, aansluitbijdrage en variabele kosten - een samenvatting gegeven van de conclusies uit de rapporten en wordt waar relevant een vergelijking gegeven tussen de rapporten. In hoofdstuk vier zijn een aantal beleidsafwegingen geformuleerd die hieruit voorkomen. Deze afwegingen zijn in de projectgroep besproken. De keuzen die hierbij zijn gemaakt zijn eveneens beschreven. Dit hoofdstuk vormt daarmee een conclusie van het voorgaande. Bijlage(n) I. Vaste kosten Beide onderzoeksbureaus zijn van mening dat het bestaande model van EnergieNed een goede basis vormt. Het voorstel is dan ook om de bestaande methodiek voort te zetten. Wel kunnen enkele verbeteringen worden doorgevoerd in de gebruikte parameters van het model. Het EnergieNed model onderscheidt drie typen vaste kosten. 1 ) Vastrech t Beide onderzoeksbureaus stellen dat voor de bepaling van het vastrecht de bestaande praktijk kan worden voortgezet door het vastrecht warmte simpelweg gelijk te stellen aan het vastrecht voor levering en transport van gas. TNO merkt hierbij op dat verschillende gasleveranciers in de geliberaliseerde gasmarkt verschillende prijzen voor vastrecht rekenen en dat dientengevolge een keuze gemaakt dient te worden met welk vast recht gerekend dient te worden. 2) Vermeden onderho udskosten De kosten voor onderhoud van een CV ketel zijn hoger dan de kosten van onderhoud bij stadsverwarming. Deze uitgespaarde kosten dienen als post meegenomen te worden bij de bepaling van de jaarlijkse vaste kosten. Een jaarlijks all-in onderhoudscontract kan hierbij als basis dienen. Dit is in lijn met de huidige methodiek van EnergieNed. Pagina 1 van 13

2 3) Le vensduurversch illen / versch il in kap itaalslasten Het model van EnergieNed houdt rekening met de post levensduurverschillen met als Joel uitdrukking te geven aan het verschil in aanschaf- en installatiekosten tussen een CV-installatie en een verwarmingsinstallatie. Deze post zorgt er als het ware voor dat er wordt gespaard voor een nieuwe installatie. Beide bureaus hebben een verschillend commentaar op de gebruikte parameters bij de bepaling van de hoogte van deze post: AnnuYteit en rente: In het EnergieNed-model wordt een huidige waarde annuiteit gebruikt die is gebaseerd op een rentepercentage van 8% om zodoende rekening te houden met het verschil in kapitaalslasten, die ontstaan door het verschil in levensduur van de onderscheiden kostencomponenten. Haskoning wijst erop dat een huidige waarde annuiteit is bedoeld om kapitaalslasten van een lening, die met een rentevoet van 8% wordt afgesloten, tot uitdrukking te brengen. Maar bij de kostenvergelijking gaat het niet om een lening die afgelost moet worden, maar om een spaarbedrag bedoeld om kapitaal op te bouwen voor de financiering van toekomstige vervangingen. Die vervanging is inflatiegevoelig en de investering neemt dus toe. Daar staat tegenover dat het ingelegde spaarbedrag rentedragend wordt. Per saldo moet dus rekening gehouden worden met een op de inflatie gecorrigeerde rente; de reele rente. gewerkt met er wordt gewerkt met een verkeerde annuiteit en een verkeerd rentepercentage. Er zou gewerkt moeten worden met een toekomstige waarde annulteit in plaats van een huidige waarde annulteit en met de reele rente. Dit zou leiden tot hogere kapitaalskosten. Kosten aanschaf CV: volgens TNO zijn de parameters die door EnergieNed worden gehanteerd voor de kosten van CV installaties en verwarmingsinstallaties niet correct omdat de prijzen in de markt lager blijken te liggen. TNO baseert deze conclusie op een steekproef onder installateurs voor particulieren, installateurs voor corporaties, prijzen op internet marktonderzoek en leveranciersinformatie. Op basis hiervan stelt TNO dat de prijzen gesteld zouden moeten worden op 70% van de adviesprijs en dat de kosten voor aanleg van een CV installatie en een verwarmingsinstallatie in praktijk weinig blijken te verschillen waardoor de noodzaak tot het opnemen van deze post vervalt. Haskoning is het niet eens met deze stelling. Het bureau beaamt dat er geen absolute waarheid is als het om de vaststelling van de aanschafprijzen gaat omdat deze wordt bepaald door de markt en conjunctuur. Volgens het bureau is het onmogelijk om deze prijzen te bepalen aan de hand van marktinformatie alleen omdat de kosten voor een ketel en installatie daarvan niet direct zichtbaar zijn maar worden verwerkt in de huizenprijzen en daarmee verstopt zitten in de keten. Haskoning maakt bij de bepaling van de prijs daarom gebruik van een begroting. Deze aanpak past bij de werkwijze zoals een investeerder naar een (potentieel) warmteproject kijkt. De conclusie is dat de kosten voor aanschaf van een ketel iets lager zijn dan hetgeen momenteel wordt gebruikt in het EnergieNed model. Pagina 2 van 13

3 II. Aansluitbijdrage De aansluitbijdrage omvat eenmalige vaste kosten. Ook voor de aansluitbijdrage volgen beide bureaus in grote lijn het model van EnergieNed waarbij twee posten worden onderscheiden: 1. Aansluitbijdrage die warmteleverancier in rekening brengt bij eerste aansluiting Beide bureaus zijn van mening dat huidige systematiek kan worden voortgezet en dit bedrag gelijk gesteld kan worden met de aansluitbijdrage voor gas. Op dit moment is de aansluitbijdrage voor gas nog niet gereguleerd. Binnenkort zal dit echter wel het geval zijn. 2. Vermeden investeringen van installatie ketel en CLV systeem De benadering die beide bureaus hanteren voor deze post verschilt enigszins. Volgens Haskoning dienen de vermeden van de investering in een gasinstallatie meegenomen te worden. TNO gaat er echter vanuit dat de bewoner van een warmtehuis eveneens kosten moet dragen voor de aanschaf van de afleverset en stelt dat die kosten ongeveer gelijk zijn aan de vermeden kosten van een ketelinstallatie. Haskoning is het hier niet mee eens omdat volgens dit bureau verreweg de meeste afleversets worden geplaatst op kosten van het warmtebedrijf. Bovendien is onmogelijk te bepalen wat de prijs is van een afleverset omdat deze in grote partijen via een aanbesteding gekocht worden door warmtebedrijven. Hierbij is relevant op te merken dat de AMvB alleen de aansluitbijdrage zal vaststellen voor de categorie gebonden gebruikers. Hierbij gaat het om de relatief kleine groep afnemers die voor het eerst op een bestaand warmtenet worden aangesloten. Dit is alleen het geval indien een nieuwe woningen wordt gebouwd in een gebied waar reeds een stadsverwarmingsnet ligt. In dat geval brengt de warmteleverancier meestal rechtstreeks kosten van een aansluitbijdrage bij de consument in rekening. De consument is gebonden aan stadsverwarming, hij heeft geen keuze voor een andere vorm van verwarming. In andere gevallen, wanneer er sprake is van een nieuwbouwproject, wordt de aansluitbijdrage door de projectontwikkelaar afgedragen aan de warmteleverancier en verwerkt in de huizenprijzen. Op dat moment heeft de projectontwikkelaar nog keuze voor een andere vorm van verwarming en is daarom niet gebonden aan de warmteleverancier. De totstandkoming van de aansluitbijdrage vindt in deze gevallen plaats in een onderhandeling op de vrije markt. Voor die gevallen wordt deze aansluitbijdrage niet gereguleerd. Pagina 3 van 13

4 III. Variabele kosten Algemeen Ter bepaling van de variabele kosten wordt tot nu toe (in het EnergieNed model) gewerkt met praktijktoetsen. De uitkomsten van deze marktwaardemethode zijn moeilijk traceerbaar zijn; het is niet te duiden welke factoren invloed hebben op de uitkomst, waardoor deze voor discussie vatbaar is. De warmtewet bepaalt dan ook dat in plaats van deze marktwaardemethode gebruik gemaakt dient te worden van de rendementsmethode waarbij de vergelijking tussen gas en warmte geschiedt op basis van een vast te stellen rendement. Daarnaast bepaalt de warmtewet dat deze vergelijking gebaseerd dient te zijn op de huidige stand der techniek. Dit is ook een verschil met de bestaande praktijktoetsen van de marktwaardemethode omdat de panels die daarin worden meegenomen ook oudere woningen met oudere technieken omvatten. Beide onderzoeken omvatten daarom een rekenmodel ten behoeve van de vaststelling van het rendement op basis van de huidige stand der techniek. Beide onderzoeken nemen dus als referentie de gassituatie volgens de huidige stand der techniek. Vanwege de hoge penetratiegraad (67%) van de hoog rendement ketel en de voortschrijdende eisen van de EPC van woongebouwen, wordt gesteld dat deze hoog rendement ketel met HR 107 label model dient te staan voor de bepaling van de maximumprijs. De benaderingswijze van de twee onderzoeken is echter verschillend. TNO gaat uit van het theoretische rendement op stookwaarde van de ketel waardoor de complexe samenhang met het gebruik hiervan wordt vermeden. Voordeel hiervan is dan ook de grote mate van eenvoud. Het model van Haskoning beziet alle relevante factoren die van invloed kunnen zijn op het rendement van gasketel om hiermee uiteindelijk het rendement zoals bedoeld in de warmtewet te bepalen. Het voordeel hiervan is de grotere mate van verfijning en grotere aansluiting op de praktijk. Haskoning Ten behoeve van de bepaling van de variabele warmteprijs volgens Haskoning wordt het rendement zoals bedoeld in de warmtewet vastgesteld (ri ). Bij de bepaling van dit rendement worden verschillende factoren in beschouwing genomen. Deze factoren zijn onder te verdelen in vier groepen. 1 ) Warm tegeb ruik van de warm tewoning ( = wa rm te w) Voor de bepaling van de eenheden warmte die worden verbruikt in een warmtewoning is het van belang dat de afleverset waarmee warmte wordt geleverd, een warmteverlies vertoont. Omdat dit verlies een (vrijwel) constante waarde heeft, is het niet toepasselijk een rendement te gebruiken, maar kan dit gesteld worden op 1,26G] per jaar. Voor de kleinzakelijke markt zijn de warmteverliezen lager en kan het getypeerd worden als een wortelfunctie van de aansluitwaarde. Pagina 4 van 13

5 2) En erge tische waarde aa rdgasg ebru ik in gaswon ing ( = energ ieg) Hierbij gaat het om de vraag wat het rendement is van een HR107 gasketel. In praktijk wordt een lager rendement gehaald dan in een testsituatie. Ter bepaling van het praktijkrendement worden door Haskoning de volgende zaken in beschouwing genomen: a) Verhouding tussen warmte die wordt opgewekt voor tapwater en voor ruimteverwarming De totale warmtevraag bestaat uit ruimteverwarming en warm tapwater. De verhouding hiertussen is van belang omdat het ketelrendement voor ruimteverwarming hoger is dan het ketelrendement voor warm tapwater. Het rendement voor ruimteverwarming van de HR107 ketel bij bovenste verbrandingswaarde is 96,3%. Dit rendement wordt echter niet altijd gehaald. Indien alleen een woonvertrek wordt verwarmd of niet alle radiatoren worden opengezet, dan wordt de ketel gedongen op een hogere temperatuur te werken waardoor het hoge rendement niet wordt bereikt. In de formule voor de warmteprijs wordt daarom een temperatuurcorrectie aangebracht door uit te gaan van een percentage laagtemperatuurverwarming van 50%. Het gemiddelde rendement voor ruimteverwarming komt hiermee uit op 90%. Voor de bepaling van het rendement voor tapwater wordt uitgegaan van een combitoestel omdat dit het meest gebruikt wordt (penetratiegraad van 48%). Bij het certificeren van deze toestellen wordt in het algemeen gebruik gemaakt van Gaskeur certificaten. Haskoning gebruikt voor de vaststelling van het rendement voor tapwater een gemiddelde van wat er aan certificaten bekend is en komt uit op een rendement voor tapwater van ruim 65%. b) Leidingverliezen Leidingverliezen spelen een rol als leidingen door onverwarmde ruimten lopen. Bij de bepaling van de warmteprijs is dit alleen van belang indien er een significant verschil bestaat tussen de verliezen in warmtehuizen en in gashuizen. Dit verschil is uitsluitend vast te stellen voor woningen met een zolder omdat in dat geval de ketel verder van de meter kast staat. In appartementen en galerijwoningen is dit verschil niet aannemelijk te maken. De absolute waarde van het verlies speelt echter wel een bescheiden rol, omdat de ketel in elk geval niet in de meterkast staat. Het verliespercentage is door Haskoning aannemelijk berekend en komt uit op 5% voor ruimteverwarming en 10% voor tapwater. Rekening houdend met bovenstaande factoren is de energetische waarde van aardgasgebruik in een gaswoning gelijk aan: (bruto verwarmingsvraag verwarming gaswoning / gemiddeld opwekrendement voor verwarmen) + (bruto verwarmingvraag tapwater / opwekrendement tapwater) Ofwel in formulevorm: energieg = (BVVg nvgem) (BTV9 ritap) Pagina 5 van 13

6 - - Directoraat-generaal voor Waarbij: Bij de bepaling van BVV en BTV rekening wordt gehouden met leidingverliezen: BVVg = NVV + LVVg en BTVg = NTV + LVTg Bij de bepaling van rlvgem rekening wordt gehouden met de temperatuurcorrectie: rlvgem = nvit / { (%LT + (1-%LT)) * UCVG9 / LCG9 3) Versch il in e lektricite i tsgebru ik ( = d e l) In een combiketel, die doorgaans in gashuizen aanwezig is, zitten een aantal onderdelen die elektriciteit verbruiken. Omdat dit elektriciteitsverbruik in een warmtehuis wordt vermeden, is het relevant dit verschil als factor mee to nemen in de formule van de warmteprijs. Het gaat hierbij om de volgende onderdelen en elektriciteitsverbruik: Circulatiepomp met een gemiddeld verbruik van 37,5 kwh per jaar Elektronica voor regeling en besturing met een gemiddeld verbruik van 43,8 kwh per jaar Rookgasventilator met een gemiddeld verbruik van 48kWh per jaar Voor de kleinzakelijke markt is het elektriciteitsgebruik lager omdat gebruik wordt gemaakt van een ander type ketel waarin geen circulatiepomp zit. [PM hoe hoog is verbruik clan] 4) Gasverbru ik vo or koken in gaswon ing ( = GK,) Haskoning houdt in het model rekening met het feit dat in warmtewoningen in het algemeen op elektriciteit wordt gekookt in plaats van op gas. Deze factor wordt daarom apart in de formule meegenomen. Formule en u itkomst warm teprijs Gezamenlijk vormen deze vier groepen factoren het rendement als bedoeld in de warmtewet (nww): (nww) = warmtew { energie9 (Ae13* Pe/Pg + GK94) * UCVG9 Waarbij de vier factoren met nummers bovenaan zijn weergegeven en Pe staat voor de elektriciteitsprijs, P9 voor de gasprijs en UCVG9 voor de bovenste verbrandingswaarde van Groningengas. Met dit rendement als bedoeld in de warmtewet kan de warmteprijs als volgt worden bepaald: PW = P9 { UCVG9 Pagina 6 van 13

7 Het rendement als bedoeld in de warmtewet varieert van 84,6% tot 91,2%. De maximumprijs hoort bij het laagste rendement en komt dan uit op: Pw = 33,65 m3 / GJ * Pg Indien het effect van koken en de bereiding van warm tapwater met elektriciteit buiten beschouwing worden gelaten zal het rendement varieren van 80,7% tot 86,5%. Hierbij hoort een warmteprijs van: Pw = 35,24 m3 / GJ * Pg TNO TNO stelt de warmteprijs gelijk aan de som van: 1. de prijs om warmte te maken in een gashuis / het relatieve rendement en; 2. de prijs van de verbruikte hulpenergie aan elektriciteit in een gasketel. Ad 1: Relatief rendement hangt of van het type woning en het ventilatiesysteem omdat deze twee zaken gezamenlijk de verhouding warmte voor tapwater en voor ruimteverwarming bepalen. Deze verhouding is bepalend voor het gemiddeld rendement voor warmteopwekking. De verhouding komt in het Haskoning model terug als factor 2a. TNO stelt echter dat bij de nieuwste CV techniek het rendement van tapwateropwekking en het rendement van ruimteverwarming steeds dichter bij elkaar liggen. Hierdoor wordt het relatieve rendement steeds minder gevoelig voor woningtype en ventilatiesysteem. Ad 2: De tweede factor, de hoeveelheid hulpenergie, is vergelijkbaar met factor 3 in het model van Haskoning. Volgens TNO is de hoeveelheid hulpenergie bij gasketels volgens de laatste stand der techniek is zeer gering. Om het model eenvoudig te houden, kan deze factor daarom buiten beschouwing worden gelaten. De onafhankelijkheid van woningtype en ventilatiesysteem en de irrelevante van de factor hulpenergie creeert volgens TNO de mogelijkheid voor de invoering van een uniforme variabele warmteprijs die enkel gebaseerd wordt op stookwaarde. TNO stelt dan ook voor om de variabele warmteprijs volledig te laten bepalen door de stookwaarde van aardgas, en niet door gebruiksinvloeden. Dit leidt tot een sterke vereenvoudiging van de bepaling van de warmteprijs. Het variabele tarief van warmte wordt in dat geval bepaald met behulp van de 1 GJ aardgas op stookwaarde, wat gelijk staat aan 31,59 N m3 aardgas. In het rapport wordt dit voorstel aan de hand van een rekenmodel voor de variabele warmtekosten getoetst. Om de rendementen van de warmteopwekking in gasgestookte woningen te bepalen is gebruik gemaakt van de zes referentiewoningen van SenterNovem. Deze woningen zijn doorgerekend met betrekking tot de hoeveelheid energie die ingekocht moet worden om in de vraag naar warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater te voorzien. Dit wordt gedaan voor zowel warmte als gas als ingekochte energiesoort. Dit houdt in dat de bruto warmtebehoefte van gas- en warmtewoningen wordt berekend, waarbij Pagina 7 van 13

8 de netto warmtebehoefte en de systeemrendementen voor beide typen gelijk worden gehouden. Op basis hiervan zijn vervolgens de relatieve rendementen berekend. Conclusie uit deze test is dat toepassing van de nieuwste CV technologie (gelijkwaardigheidsverklaringen voor geringe hulpenergie en een tapwaterrendement van 80%) in vrijwel alle woningen, met beide ventilatiesystemen, een warmteprijs oplevert die op of onder de warmteprijs op basis van stookwaarde van aardgas ligt. Dit geldt ook voor de gewogen gemiddelde stadsverwarmingswoning. [PM uitbreiden nav nieuwe versie TNO rapport; meer onderbouwing en verantwoording van rendement dat uit test blijkt (0,9?)] Pagina 8 van 13

9 IV. Beleidsafwegingen en keuzen Uit de rapporten en de vergelijking hiertussen komen een aantal beleidsafwegingen naar voren. Deze afwegingen zijn in de projectgroep besproken, waarbij een aantal keuzen is gemaakt. Een aantal van deze afwegingen was al in een eerder stadium onderkent en geanalyseerd op basis van gesprekken met deskundigen. Deze analyses zijn bij de bespreking van de rapporten in beschouwing genomen. In het navolgende worden de beleidsafwegingen die uit de rapporten voortvloeien omschreven en de gemaakte keuzen toegelicht. Algemeen 1. Definities Definiering van de begrippen integrale kosten en rendementsmethode is nodig. Bij de definiering van de integrale kosten zal het onderscheid tussen aansluitbijdrage, vaste en variabele kosten tot uitdrukking gebracht worden. De drie kostencategorieen worden in beschouwing genomen in de prijsformule. Echter de NMa is vooralsnog voornemens bij de toetsing alleen op de uiteindelijke prijs te toetsen en niet op de kostencomponenten afzonderlijk. Dit om te voorkomen dat een leverancier onmiddellijk wordt gecapt op een van de componenten, zoals bij hoge vaste kosten, terwijl hij nog niet boven het maximum uitkomt. Bij de definiering van de rendementsmethode wordt gesteld dat de vergelijking tussen gas en warmte geschiedt op basis van een vast te stellen rendement. Dit rendement zal in de toekomst steeds hoger worden, zoals wordt gesteld door TNO, waardoor de tendens gaat naar een situatie waarin alleen rekening gehouden wordt met een rendement gebaseerd op stookwaarde van gas. Op dit moment spelen echter ook een aantal andere factoren een rol bij de bepaling van dit rendement. Deze factoren worden tot uitdrukking gebracht in de prijsformule. Een of meerdere maximumprijzen Is het noodzakelijk om te werken met een maximumprijs of kunnen we een maximumprijs per categorie vaststellen? Indien juridisch mogelijk willen we werken met verschillende categorieen eindgebruikers. Wel zal worden gewerkt met een prijsformule voor de gehele markt, maar de referentiewaarden van de parameters kan verschillen per categorie. Dit zal in elk geval zo zijn voor de parameter aansluitbijdrage en vastrecht en wellicht voor factoren die de variabele kosten bepalen. De te hanteren categorieen kunnen aansluiten bij de categorieen die worden gehanteerd bij de beleidsregel redelijke prijs en worden gebaseerd op capaciteit van de aansluiting. Wel of niet rekening houden met EPC/EPG -norm Pagina 9 van 13

10 Het rapport van Haskoning toont aan dat de EPC-norm invloed kan hebben op het warmteverbruik. Het rapport concludeert echter ook dat het meenemen van deze invloed in praktijk complex is en een risico inhoudt voor warmteleveranciers. Hoewel het effect van de EPC-norm kan zijn dat woningen die tussen 2002 en 2007 gebouwd zijn, minder goed zijn geisoleerd en dus een hoger warmteverbruik hebben, zal dit aspect niet worden meegenomen in de prijsformule. Hiervoor zijn twee redenen. Ten eerste is het niet duidelijk of en in hoeverre er daadwerkelijk sprake was van mindere isolatie. Ten tweede speelt dit probleem alleen voor een bepaalde groep huizen en kan het hierdoor moeilijk in een algemene formule worden meegenomen; voor oudere huizen speelt het niet en voor nieuwe huizen komt de nieuwe norm eraan die het verschil kleiner zou moeten maken. Wel kunnen we aankondigen om samen met VROM een onderzoek te laten uitvoeren naar de (naar onze mening) negatieve effecten van de EPC-norm voor deze groep woningen. Als blijkt dat er inderdaad een negatief effect is kan dit middels flankerend beleid worden gecompenseerd. Wel of niet rekening houden met verschil huurders en eigenaren TNO geeft aan dat het relevant is wie de eigenaar is van de afleverset in de woning. In het algemeen is deze van het warmtebedrijf, maar niet in alle gevallen. Er dient bepaald te worden of er rekening gehouden wordt met het verschil tussen huurders en huiseigenaren. Eerder hebben we at geconcludeerd, na overleg met VROM WWI, dat het niet opportuun is te treden in de verhouding tussen huurders en verhuurders. Er is namelijk geen sprake van een uniforme situatie waarbij de huurder altijd dezelfde kostencomponenten doorberekend krijgt door dezelfde partij. Door de kostenposten transparant te maken hopen we eindgebruikers wel voldoende inzicht te geven zodat zij aan de bel kunnen trekken indien ze denken dubbel te betalen. In dergelijke gevallen deint de huurwet leidend te zijn zodat deze eindgebruikers hun gelijk kunnen halen bij de huurcommissie zoals dat nu ook gebeurt voor andere kosten van huurders. Vaste kosten Vastrecht Er bestaat niet meer een bedrag voor vastrecht. Met welk bedrag voor vastrecht als referentie in de gassituatie wordt gewerkt. Er kan een gemiddelde van de verschillende gasleveranciers worden gebruikt zoals TNO doet. Haskoning stelt daarentegen voor het vastrecht afhankelijk te maken van de capaciteit van de aansluiting. Als referentie wordt het vastrecht gas voor zowel levering als transport gebruikt, gebaseerd op het gemiddelde vastrecht dat door de vier grote Pagina 10 van 13

11 gasleveranciers wordt gerekend. Indien mogelijk wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen drie categorieen eindverbruikers op basis van capaciteit van de aansluiting. De categorieen kunnen overeenkomen met de categorieen die voor de redelijke prijs worden gehanteerd, namelijk: aansluitcapaciteit 0-30, en Prijzen CV ketel Welke prijzen voor aanschaf en installatie van CV ketel worden als referentie gebruikt? Baseren we ons hier op signalen uit de markt zoals TNO of op de analyse van Haskoning? Voor de aanschafprijs CV-ketel volgen we de analyse van Haskoning die op een prijs uitkomt in de buurt van EnergieNed. Reden hiervoor is dat de bepaling van de prijs goed onderbouwd is terwijl TNO uit lijkt te gaan van een steekproef en enkele signalen. Bovendien zal het volgen van TNO de vaste kosten erg verlagen wat aanzienlijke consequenties heeft voor de warmteleveranciers. Ook blijkt het onmogelijk te bepalen waar kortingen in praktijk neervallen (bij de projectontwikkelaar of deels doorberekend aan eindgebruiker). Er wordt alleen uitgegaan van de investering in de ketel en er wordt dus gesteld dat leidingen en radiotoren niet verschillen tussen gashuis en warmtehuis. Rekenkundig model ten behoeve van bepaling kapitaalslasten Met welke annuiteit en welk rentepercentage dient gerekend te worden? We zijn voornemens ook voor de bepaling van annuiteit en rente Haskoning te volgen omdat de analyse goed onderbouwd is, maar hebben SenterNovem nog naar een reactie gevraagd op dit onderwerp. Aansluitbijdrage Vermeden kosten aanschaf en installatie Deze vermeden kosten wel of niet meenemen? Van belang dat deze bijdrage alleen gereguleerd is voor nieuwe woning(en) in gebied met bestaand warmtenet zoals toelichting op 6e nota van wijziging aangeeft. Voor deze groep bestaat de bijdrage in elk geval uit de aansluitbijdrage voor gas. Daarnaast kan een post opgenomen worden voor vermeden investeringen in CV-ketel en CLV systeem, maar hierover wordt nog getwijfeld. Enerzijds zou deze omwille van de eenvoud weggestreept kunnen worden tegen de kosten die een warmteverbruiker betaald voor huur of koop van de afleverset. Anderzijds zijn de investeringen bij gas waarschijnlijk hoger dan die afleverset en kan het opnemen van deze post een positieve invloed hebben op de mogelijkheid nieuwe netten aan te leggen omdat het een deel van de hoge initiele investering compenseert. Pagina 11 van 13

12 Variabele kosten Bij de bepaling van de variabele kosten neemt Haskoning een aantal posten mee die door TNO buiten beschouwing worden gelaten zoals de gebruikte hulpenergie en de verhouding tussen warmte opgewekt voor ruimteverwarming en warmte opgewekt voor tapwater. Daarnaast houdt Haskoning rekening met leidingverliezen en warmteverliezen van de afleverset. Hoewel de tendens zal gaan richting het model van TNO waarin deze factoren een steeds minder grote rol spelen, lijken een aantal factoren bij de huidige stad der techniek nog steeds een relevante rol spelen. Een aantal factoren dient dan ook in beschouwing genomen te worden bij het vast te stellen rendement. De volgende afwegingen spelen een rol. Warmteverlies afleverset wel of niet meenemen? Er bestaat nog twijfel of warmteverlies van de afleverset bij stadsverwarming (volgens Haskoning 1,26GJ per jaar) wel of niet meegnomen dient te worden. Er zijn twee redenen om deze factor eventueel weg te laten. Ten eerste is in huizen met blokverwarming geen afleverset aanwezig. Ten tweede komt het warmteverlies in het huis terecht omdat de meterkast niet geisoleerd is. We zullen ook de mening van SenterNovem meenemen bij de afweging van dit aspect. Energetische waarde aardgasgebruik wel of niet meenemen? Hangt of van twee zaken: de verhouding tussen warmte opgewekt voor ruimteverwarming en voor tapwater en van de leidingverliezen. Haskoning neemt deze factoren mee en heeft deze onderbouwd met berekeningen. TNO stelt dat deze factoren steeds minder belangrijk worden. Hoewel Haskoning beaamt dat het rendement van warmte opgewekt voor ruimteverwarming en voor tapwater dichter bij elkaar komt, stelt het bureau dat deze rendement nooit hetzelfde zullen worden en dat verhouding tussen warmte voor ruimteverwarming en voor tapwater dus altijd een rol zal blijven spelen. Deze factor speelt een belangrijke rol in het verschil tussen het theoretische rendement en het praktijkrendement en dient daarom wel meegenomen te worden in de prijsformule. Voor de vaststelling van de rendementen en verhouding van warmte voor ruimteverwarming en voor tapwater wordt de analyse van Haskoning gevolgd omdat deze goed onderbouwd is. Daarnaast willen we TNO vragen meer in te gaan op de verschillende rendementen van warmte voor ruimteverwarming en voor tapwater. Daarnaast gaan we ervan uit dat ook leidingverliezen een rol spelen en nemen daarbij de percentages van Haskoning over (5% ruimteverwarming en 10% tapwater). Dit blijft echter een lastig punt omdat de bepaling van deze percentages arbitrair is en voor discussie vatbaat. Pagina 12 van 13

13 Verschil in elektriciteitsgebruik van ketel wel of niet meenemen Er is nog niet definitief bepaald of deze factor meegenomen zal worden. Eerst zal worden geanalyseerd hoeveel geld hiermee gemoeid zodat kan worden bezien hoe significant deze factor is en of deze eventueel weggestreept kan worden tegen het warmteverlies van de afleverset (omdat ene positieve en andere negatieve invloed heeft, maar kan alleen indien waarde enigszins overeen komt). Indien de factor significant blijkt, nemen we hem wel mee en zullen we de elektriciteitsprijs bepalen op dezelfde wijze als de gasprijs. Welke gasprijs? Welke gasprijs wordt als referentie gebruikt? Er kan een gemiddelde prijs van het afgelopen jaar (bij een jaarcontract vast) van de grote aanbieders worden gebruikt, maar het is ook mogelijk om over meer jaren te kijken zodat de volatiliteit verminderd. De referentiegasprijs zal worden gebaseerd op het gemiddelde jaarcontract vast van vier grote gasleveranciers in de afgelopen vijf jaar. We kijken naar de afgelopen vijf jaar om de prijsvolatiliteit te verminderen wat positief is voor kleinschalige projecten. Koken wel of niet meenemen Meestal wordt er in warmtehuizen elektrisch gekookt en in gashuizen op gas. Er zijn echter ook situaties zijn waarin warmtehuizen worden uitgerust met een speciaal gasnet voor koken en er zijn gashuizen zijn waar desondanks op elektriciteit wordt gekookt. Het is de vraag of deze factor wel of niet in beschouwing genomen dient te worden bij de bepaling van de warmteprijs. Hierbij is relevant dat de warmtewet nergens spreekt over de benodigde energie voor koken en enkel spreekt over warmte voor ruimteverwarming en tapwater. Het verbruik van energie voor koken wordt in principe buiten beschouwing gelaten. Reden hiervoor is dat het verschil niet uniform te bepalen is door het bestaan van warmtewoningen met een gasnet en gaswoningen met elektrische kooktoestellen. Daarnaast wordt aandeel van komen in het totale energieverbruik steeds kleiner. Pagina 13 van 13

14

Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte

Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte 1 Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte ies: e kosten: voor bestaande projecten: Vastrecht SV = Vastrecht gas + all in rhoudskosten CV. voor nieuwe projecten (na 1-1-2007) de EAB zodanig in

Nadere informatie

ZWARTBOEK - Warmtewet en ACM Besluit

ZWARTBOEK - Warmtewet en ACM Besluit H. Heiner Prozastraat 1 1321 KP Almere Tel. / Fax. 036-5464266 E-mail: h.heiner@heiner.nl Almere 26 januari 2015 Blad 1 van 4 ZWARTBOEK - Warmtewet en AC Besluit Bij het opstellen van dit zwartboek is

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 25449 13 september 2013 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 september 2013, nr. WJZ/ 13132689, houdende

Nadere informatie

Actie Giga Joule. Warmtebesluit (AMvB) en Warmteregeling. Voorstel voor een. eenvoudige en transparante. bepaling van een. Nie t Meer Dan Anders

Actie Giga Joule. Warmtebesluit (AMvB) en Warmteregeling. Voorstel voor een. eenvoudige en transparante. bepaling van een. Nie t Meer Dan Anders ctie Giga Joule Warmtebesluit (MvB) en Warmteregeling Voorstel voor een eenvoudige en transparante bepaling van een zuivere Nie t Meer Dan nders M X I M U M P R I J S 24 januari 2010 R. Louwerse, vrz.

Nadere informatie

Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer Dan Anders principe, voor levering van Warmte aan kleinverbruikers.

Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer Dan Anders principe, voor levering van Warmte aan kleinverbruikers. H. Heiner Prozastraat 1 1321 KP Almere Tel. / Fax. 036 5464266 Datum: 9 oktober 2009 e-mail h.heiner@heiner.nl Blad: 1 van 6 Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 839 Wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Aan

Nadere informatie

tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas

tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas tariefopbouw collectief warmtenet Uw woning wordt duurzaam verwarmd door een collectief warmtenet van Cogas. Wij brengen hiervoor kosten in rekening,

Nadere informatie

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ten uitvoering van de Warmtewet

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ten uitvoering van de Warmtewet Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ten uitvoering van de Warmtewet Ten geleide: Op grond van artikel 12, vierde lid, van de Warmtewet wordt de voordracht van een algemene maatregel

Nadere informatie

TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Doel en aanleiding

TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Doel en aanleiding TOELICHTING I ALGEMEEN 1. Doel en aanleiding Deze regeling strekt tot wijziging van de Warmteregeling als gevolg van een rapportage van het Nationaal Expertisecentrum Warmte waarin wordt aanbevolen enkele

Nadere informatie

Berekeningsgrondslagen voor warmtelevering

Berekeningsgrondslagen voor warmtelevering verwarming ir. J.B. de Wit, ing. A.A.L.Traversari mba De verrekening van warmtelevering (deel 2) Berekeningsgrondslagen voor warmtelevering Het niet-meer-dan-anders-principe wordt al jaren op verschillende

Nadere informatie

Consultatieverslag Warmteregeling 1. Algemeen

Consultatieverslag Warmteregeling 1. Algemeen Consultatieverslag Warmteregeling Om betrokkenen in de gelegenheid te stellen te reageren op de concept Warmteregeling, is deze van 15 september tot en met 13 oktober 2014 via internet geconsulteerd. In

Nadere informatie

Warmtewet vervolg. implementatie proces

Warmtewet vervolg. implementatie proces Warmtewet vervolg implementatie proces Indien Verhuurder ook Warmte-leverancier is, verandert de structuur /afwikkeling van de gemaakte kosten naar de huurder! => Advies- e/o Instemmings-plichtig! Landelijke

Nadere informatie

Ontwikkeling van een Gelijk-Als-Anders (GAA) rekenmodel voor de berekening van de integrale kosten van warmte ten behoeve van de Warmtewet

Ontwikkeling van een Gelijk-Als-Anders (GAA) rekenmodel voor de berekening van de integrale kosten van warmte ten behoeve van de Warmtewet Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research TNO-rapport 034-APD-2009-00415 Ontwikkeling van een Gelijk-Als-Anders

Nadere informatie

2. ACM heeft Reeshof bij brief van 26 maart 2015 uitgenodigd voor de hoorzitting op 21 april 2015.

2. ACM heeft Reeshof bij brief van 26 maart 2015 uitgenodigd voor de hoorzitting op 21 april 2015. BESLUIT OPENBAAR Ons kenmerk: ACM/DJZ/2015/204085 Zaaknummer: 14.1291.52.1.03 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op het bezwaar van de Stichting Reeshofwarmte tegen het besluit van ACM

Nadere informatie

Aan: Ministerie van EZ T.n.v. L. den Ouden ALP 562 Postbus 20101 2500EC Den Haag consultatie@minez.nl NMa / Energiekamer warmtewet@nmanet.

Aan: Ministerie van EZ T.n.v. L. den Ouden ALP 562 Postbus 20101 2500EC Den Haag consultatie@minez.nl NMa / Energiekamer warmtewet@nmanet. Burgerinitiatief-Stadsverwarming / Stichting WETEN2002 Tilburg Bieslookweg 122 5044DR Tilburg Tel.013-5904255 / 0648751328 E-mail stadsverwarming-burgerinitiatief@hetnet.nl Aan: Ministerie van EZ T.n.v.

Nadere informatie

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit)

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Concept Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Op de voordracht van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 29 048 Voorstel van wet van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)

Nadere informatie

Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014

Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014 Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014 Vanuit de Regio Utrecht heeft Eneco diverse vragen ontvangen en zijn er onduidelijkheden ontstaan over de

Nadere informatie

Wat is er gedurende het hele traject van stadsverwarming voorbij gekomen.

Wat is er gedurende het hele traject van stadsverwarming voorbij gekomen. Aan: Ministerie van Economische Zaken T.a.v. Lineke den Ouden, ALP 562 Postbus 20101 2500 EC Den Haag consultatie@minez.nl Almere, 25 januari 2010 Geachte mevrouw Den Ouden, Wij, als Stichting Niet Meer

Nadere informatie

NMDA, een redelijke prijs voor warmte

NMDA, een redelijke prijs voor warmte energie ir. J.B. de Wit, ing. A.A.L.Traversari mba De verrekening van warmtelevering (deel 1) NMDA, een redelijke prijs voor warmte Bij de verrekening van warmtelevering wordt uitgegaan van het nietmeer-dan-anders

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35546 8 december 2014 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 5 december 2014, nr. WJZ/14190770, tot wijziging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Geachte Tweede Kamerleden,

Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Geachte Tweede Kamerleden, Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum 0 Contactpersoon Doorkiesnummer Mailadres 1/5 Geachte Tweede Kamerleden, U heeft op 5 december de

Nadere informatie

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (Tekst geldend op: 13-12-2013) Besluit van 10 september 2013, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 359 Besluit van 10 september 2013, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) 0 Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

De waarde van stadswarmte. Hoe komt de prijs tot stand?

De waarde van stadswarmte. Hoe komt de prijs tot stand? De waarde van stadswarmte Hoe komt de prijs tot stand? De waarde van stadswarmte 3 Hoe komt de prijs tot stand? De energierekening is voor vrijwel iedereen een belangrijk onderdeel van de maandelijkse

Nadere informatie

Workshopmiddag Warmtewet

Workshopmiddag Warmtewet Workshopmiddag Warmtewet Femke Heine en Mahir Sari 31 oktober 2013 Disclaimer: Aan deze presentatie kunnen geen rechten worden ontleend. Algemeen 2 Op welke wijze gaat er door ACM gecommuniceerd worden

Nadere informatie

Wat voor welke warmte?

Wat voor welke warmte? Wat voor welke warmte? Eindrapport Delft, augustus 2009 Opgesteld door: C. (Cor) Leguijt D. (Dorien) Bennink F.J. (Frans) Rooijers B.L. (Benno) Schepers Colofon Bibliotheekgegevens rapport: C. (Cor) Leguijt,

Nadere informatie

NIET MEER DAN Tariefadvies voor levering van warmte aan kleinverbruikers 2006

NIET MEER DAN Tariefadvies voor levering van warmte aan kleinverbruikers 2006 Stichting Niet Meer Dan p/a Prozastraat 1 1321 KP Almere Tel. / Fax. 036 5464266 Almere 1 februari 2006 NIET MEER DAN Tariefadvies voor levering van warmte aan kleinverbruikers 2006 Introductie De Stichting

Nadere informatie

De cijfers worden in GJ (GigaJoule) uitgedrukt. Dit is de eenheid van Warmte. Ter vergelijk, 1 GJ komt overeen met 278 kwh of +/- 32 m3 gas.

De cijfers worden in GJ (GigaJoule) uitgedrukt. Dit is de eenheid van Warmte. Ter vergelijk, 1 GJ komt overeen met 278 kwh of +/- 32 m3 gas. Project: woningen Maasbommel Datum: april 2014 Onderwerp: jaarrapportage nr. 4 Inleiding Eind februari 2013 zijn de drie woning in Maasbommel opgeleverd aan de huurders van Woonstichting De Kernen. Deze

Nadere informatie

Beleidsvoorstel Warmtewet

Beleidsvoorstel Warmtewet Beleidsvoorstel Warmtewet Aan : Stichting Huurdersalliantie De Brug Betreft : Beleidsvoorstel Warmtewet Opdrachtgever : Peter van Lieshout Opsteller : Werkgroep Warmtewet: Havensteder: Vera Beuzenberg,

Nadere informatie

Vraag en Antwoord over de Warmtewet

Vraag en Antwoord over de Warmtewet Vraag en Antwoord over de Warmtewet Vraag Antwoord 1 Wat is de Warmtewet? De Warmtewet is er om huurders te beschermen tegen het betalen van te hoge kosten voor energieverbruik en meer inzicht te geven

Nadere informatie

Rapport Tariefadvies voor de levering van warmte aan kleinverbruikers 2013

Rapport Tariefadvies voor de levering van warmte aan kleinverbruikers 2013 Rapport Tariefadvies voor de levering van warmte aan kleinverbruikers 2013 December 2012 Vereniging Energie-Nederland Vereniging van Energieproducenten, -handelaren en -retailbedrijven in Nederland De

Nadere informatie

Achtergrond Warmtewet

Achtergrond Warmtewet Achtergrond Warmtewet Bron: AEDES Handreiking Warmtewet voor Woningcorporaties (VERSIE 1, dd 21 oktober) 1. Achtergrond: De Warmtewet is ontstaan als initiatiefwet vanuit de Tweede Kamer. Het heeft tien

Nadere informatie

Financieringslastpercentages voor verschillende soorten woningen. Verschillen naar woningtype en energielabel

Financieringslastpercentages voor verschillende soorten woningen. Verschillen naar woningtype en energielabel Financieringslastpercentages voor verschillende soorten woningen Verschillen naar woningtype en energielabel Financieringslastpercentages voor verschillende soorten woningen Verschillen naar woningtype

Nadere informatie

Warmtekosten Loerik III te Houten 2nd opinion op het advies van VIAC

Warmtekosten Loerik III te Houten 2nd opinion op het advies van VIAC Warmtekosten Loerik III te Houten 2nd opinion op het advies van VIAC Eneco Energie 6 juli 2004 Definitief rapport 9P5040.A0 Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen +31 (0)24 328 42 84 Telefoon

Nadere informatie

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies 2013 Inleiding In het kader van de CO 2 prestatieladder is een ketenanalyse uitgevoerd naar de CO 2 productie door verwarming

Nadere informatie

Toetsing van het NMDA principe in de wijk Ypenburg te Den Haag

Toetsing van het NMDA principe in de wijk Ypenburg te Den Haag Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport 2006-A-R0249-B

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 29 048 Voorstel van wet van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)

Nadere informatie

Uitleg bij de presentatie

Uitleg bij de presentatie Uitleg bij de presentatie No 1 1985 Om één GJ te produceren is theoretisch 31,593 m³ gas nodig indien de CV ketel 100% rendement levert. In 1985 was het rendement van een CV ketel 71,1 %, en is er dus

Nadere informatie

Voor wie geldt de Warmtewet eigenlijk? Waarom wordt de Warmtewet ingevoerd? Waarom komt de informatie zo laat? Wie is mijn warmteleverancier?

Voor wie geldt de Warmtewet eigenlijk? Waarom wordt de Warmtewet ingevoerd? Waarom komt de informatie zo laat? Wie is mijn warmteleverancier? Sinds 1 januari 2014 is de Warmtewet van kracht. De Warmtewet heeft voor iedereen die geen eigen cv-installatie heeft gevolgen in de afrekening van de servicekosten. De invoering van de Warmtewet is veel

Nadere informatie

Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014

Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014 Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014 1. Warmtewet algemeen Het waarom van de Warmtewet Als een huurder is aangesloten op stadsverwarming of blokverwarming (1 grote installatie voor

Nadere informatie

28 december 2004. Notitie Anders dan niet meer dan anders

28 december 2004. Notitie Anders dan niet meer dan anders 28 december 2004 Notitie Anders dan niet meer dan anders Niet-meer-dan-anders (NMDA) Begin jaren tachtig is voor warmtelevering via stadsverwarming het NMDA-principe ingevoerd. Het principe is indertijd

Nadere informatie

Presentatie Warmtewet. Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51

Presentatie Warmtewet. Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51 1 Presentatie Warmtewet Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51 Beschermingsinstrumenten Warmtewet 2 Maximumprijs Leveringsovereenkomst Verplichting tot zo nauwkeurig mogelijk

Nadere informatie

MJA Workshop Wet & Regelgeving. Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing

MJA Workshop Wet & Regelgeving. Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing MJA Workshop Wet & Regelgeving Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing Lex Bosselaar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Warmtewet en utiliteitsbouw MJA workshop 19 juni 2014 Baarn Lex Bosselaar

Nadere informatie

Kentallen warmtevraag woningen

Kentallen warmtevraag woningen Kentallen warmtevraag woningen Colofon Dit rapport is opgesteld door Marijke Menkveld (ECN) Datum 26-01-2009 Status definitief Inhoudsopgave Inleiding...3 Ketels en andere verwarmingssystemen...3 Verschillen

Nadere informatie

Pagina 1/19. Besluit. Ons kenmerk: ACM/DE/2014/206989 Zaaknummer: 14.1291.52

Pagina 1/19. Besluit. Ons kenmerk: ACM/DE/2014/206989 Zaaknummer: 14.1291.52 Ons kenmerk: ACM/DE/2014/206989 Zaaknummer: 14.1291.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid en artikel 8, vijfde lid, van de Warmtewet.

Nadere informatie

BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014

BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014 BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014 Mijn naam is Jan Willems Ik woon in de Haagse Beemden en ben een van de verbruikers die een klacht heeft ingediend bij de Geschillencommissie Energie Ik zal mij even voorstellen

Nadere informatie

Beoordeling van de tariefsaanbeveling van Vestin en EnergieNed met betrekking tot Niet Meer Dan principe

Beoordeling van de tariefsaanbeveling van Vestin en EnergieNed met betrekking tot Niet Meer Dan principe Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport 034-APD-2009-00241

Nadere informatie

Pagina 1/19. en artikel 8, vijfde lid, van de Warmtewet. Ons kenmerk: ACM/DE/2013/206623 Zaaknummer: 13.1362.52

Pagina 1/19. en artikel 8, vijfde lid, van de Warmtewet. Ons kenmerk: ACM/DE/2013/206623 Zaaknummer: 13.1362.52 Ons kenmerk: ACM/DE/2013/206623 Zaaknummer: 13.1362.52 Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2014.

Nadere informatie

Concept NOTA VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN. 1. Doel en inhoud van het besluit

Concept NOTA VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN. 1. Doel en inhoud van het besluit Concept NOTA VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN 1. Doel en inhoud van het besluit Deze algemene maatregel van bestuur strekt tot uitvoering van de Warmtewet (hierna: de wet). De wet richt zich op de bevordering

Nadere informatie

Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2014.

Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2014. Ons kenmerk: Zaaknummer: ACM/DE/2013/206623 13.1362.52 Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2014.

Nadere informatie

De Warmtewet, gaan we nu echt voor besparing en verduurzaming of hebben we een bureaucratisch monster?

De Warmtewet, gaan we nu echt voor besparing en verduurzaming of hebben we een bureaucratisch monster? De Warmtewet, gaan we nu echt voor besparing en verduurzaming of hebben we een bureaucratisch monster? Drs ing Teus van Eck Biomassabijeenkomst Bodegraven, 7 mei 2009 Warmte is de grootste post in de

Nadere informatie

Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2016.

Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2016. Ons kenmerk: ACM/DE/2015/206939 Zaaknummer: 15.1111.52 Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2016.

Nadere informatie

- Vastrecht In Hengelo wordt één vastrecht gehanteerd, uitgaande van een HR-combiketel (dus zowel voor ruimteverwarming als warm tapwater).

- Vastrecht In Hengelo wordt één vastrecht gehanteerd, uitgaande van een HR-combiketel (dus zowel voor ruimteverwarming als warm tapwater). Dienst / Sector: PZ/COM Hengelo, 5 december 2006 Registratienummer: 121679 Raadsvergadering d.d. 12 december 2006 Agendanummer: C.3. Portefeuillehouder: We Onderwerp: Tariefstelling Warmtenet Hengelo WIJ

Nadere informatie

Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014. Albert Koedam

Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014. Albert Koedam Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014 Albert Koedam Tariefcomponenten voor Vanaf 1-1-2014 warmtelevering Plafond = Maximumprijs: Gebruiksonafhankelijk deel in (vastrecht, max 254) Gebruiksafhankelijk deel

Nadere informatie

Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM. 22 maart 2010 stookkosten Eneco. Geachte bestuursleden,

Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM. 22 maart 2010 stookkosten Eneco. Geachte bestuursleden, Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM Datum Onderwerp 22 maart 2010 stookkosten Eneco Geachte bestuursleden, In het informatieboekje dat u aan alle bewoners

Nadere informatie

Aanleiding. Waarom de Warmtewet

Aanleiding. Waarom de Warmtewet Warmtewet Inhoud Aanleiding Algemeen Status Leverancier, toezicht, systeem Tarief Bemetering Leveringsovereenkomst, geschillen Storingen Handhaving Inventarisatie en dilemma s Aanleiding Waarom de Warmtewet

Nadere informatie

1 Heeft u kennisgenomen van het artikel De problematiek van blokverwarming; invoering per 1 januari 2014? 1

1 Heeft u kennisgenomen van het artikel De problematiek van blokverwarming; invoering per 1 januari 2014? 1 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Betreft Internetconsultatie Warmtebesluit en Warmteregeling 1 december 2009

Betreft Internetconsultatie Warmtebesluit en Warmteregeling 1 december 2009 Ministerie van Economische Zaken T.a.v. Lineke den Ouden, ALP 562 Postbus 20101 2500 EC Den Haag Betreft Internetconsultatie Warmtebesluit en Warmteregeling 1 december 2009 Geachte mevrouw Den Ouden, Den

Nadere informatie

Begripsomschrijving en het van toepassing zijn van de tariefregeling

Begripsomschrijving en het van toepassing zijn van de tariefregeling agina 1 van 5 TARIEVEN- EN VERGOEDINGSREGELING STADSWARMTE OF STADSWARMTE EN WARM TAWATER t.b.v. de verwarmingsinstallatie groter dan 40 kwth en een jaarverbruik onder de 4.633 Gigajoule Artikel 1. Begripsomschrijving

Nadere informatie

invoer NPR 5129 V2.1 bij toepassing van Uniec.eu

invoer NPR 5129 V2.1 bij toepassing van Uniec.eu Algemeen Met Uniec.eu kunnen alle installaties die zijn voorzien van gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen opnieuw berekend worden. In de praktijk zijn dit altijd individuele installaties. Uniec.eu

Nadere informatie

Bewonersplatform Ypenburg (BPY) Den Haag, 26 januari 2010 P/A Boswinde 26 2496WB Den Haag

Bewonersplatform Ypenburg (BPY) Den Haag, 26 januari 2010 P/A Boswinde 26 2496WB Den Haag Bewonersplatform Ypenburg (BPY) Den Haag, 26 januari 2010 P/A Boswinde 26 2496WB Den Haag Aan de Minister van Economische Zaken Mw. M.J.A. van der Hoeven Door tussenkomst van projectleider Drs. Lineke

Nadere informatie

Themabijeenkomst Warmtewet

Themabijeenkomst Warmtewet Themabijeenkomst Warmtewet Bas de Zwart Even voorstellen: Adviseur bij IF Technology Adviesbureau op het gebied van hernieuwbare warmte en koude en marktleider advies bodemenergie 60 mensen in Arnhem Beleid

Nadere informatie

juli 2013 Extra hypotheek voor energieneutrale woningen

juli 2013 Extra hypotheek voor energieneutrale woningen juli 2013 Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Auteurs Marcel Warnaar Jasja Bos Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 2 METHODE... 4 2.1 Inleiding... 4 2.2 Energielasten in de standaard berekening...

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 839 Wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen 29 november 2011 I. ALGEMEEN

Nadere informatie

Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond

Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond Frank Kersloot & Alex Kaat 21 april 2016 Inhoud presentatie 1. Stadswarmte in Nieuwegein 2. Het equivalent opwek rendement (EOR) 3. Tarieven voor klanten 4. Afsluitkosten

Nadere informatie

Consultatie warmtebesluit en warmteregeling

Consultatie warmtebesluit en warmteregeling Consultatie warmtebesluit en warmteregeling Op 1 december 2009 zijn concepten van het warmtebesluit en de warmteregeling ter consultatie openbaar gemaakt. De consultatie is gesloten op 26 januari 2010.

Nadere informatie

HOE BEOORDEELT ACM DE TARIEVEN VAN EXPERIMENTEN?

HOE BEOORDEELT ACM DE TARIEVEN VAN EXPERIMENTEN? HOE BEOORDEELT ACM DE TARIEVEN VAN EXPERIMENTEN? Inleiding Op 1 mei 2015 gaat het Besluit Experimenten Decentrale Duurzame Elektriciteitsopwekking in. Coöperaties en verenigingen van eigenaren kunnen dan

Nadere informatie

Update parameters Warmteregeling. Datum 27 juni 2014 Status Definitief

Update parameters Warmteregeling. Datum 27 juni 2014 Status Definitief Update parameters Warmteregeling Datum 27 juni 2014 Status Definitief Colofon Opdrachtnemer Opdrachtgever Nationaal Expertise Centrum Warmte, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) Contactpersoon:

Nadere informatie

Warmtelevering: toekomstgericht en consumentgericht?

Warmtelevering: toekomstgericht en consumentgericht? Warmtelevering: toekomstgericht en consumentgericht? Kaderstelling Door Claudia Bouwens, NEPROM Programmabegeleider Energie & Duurzaamheid NEPROM Programmaleider kennis en stimulering Lente-akkoord Uitgangspunten

Nadere informatie

Tariefstelling stadsverwarming. 24 april 2007

Tariefstelling stadsverwarming. 24 april 2007 Tariefstelling stadsverwarming 24 april 2007 Tariefstelling stadsverwarming Inhoud Deel I Conclusies, aanbevelingen en bestuurlijke reacties Deel II Onderzoeksbevindingen Tariefstelling stadsverwarming

Nadere informatie

Langs deze weg wil DWA haar reactie geven op de huidige voorstellen betreffende het ontwerpbesluit en de ontwerpregeling voor de warmtewet.

Langs deze weg wil DWA haar reactie geven op de huidige voorstellen betreffende het ontwerpbesluit en de ontwerpregeling voor de warmtewet. Ministerie van Economische zaken Kenmerk Uw kenmerk Datum 25 januari 2010 Behandeld door ir. D.A. van 't Slot Direct nummer 088-163 53 34 betreft Reactie op ontwerpbesluit en de ontwerpregeling warmtewet

Nadere informatie

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie,

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie, M~KB Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag Briefnummer 15/10.625/WG/Abr Onderwerp Marktverstorende werking van de Warmtewet Den Haag 23 apri12015 Telefoonnummer

Nadere informatie

Eindexamen vwo m&o 2012 - I

Eindexamen vwo m&o 2012 - I Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Projectontwikkelaar Bouwfonds ontwikkelt, bouwt en verkoopt het appartementencomplex

Nadere informatie

Opwekking duurzame energie en terugverdientijden. Niek Tramper

Opwekking duurzame energie en terugverdientijden. Niek Tramper en terugverdientijden Niek Tramper en terugverdientijden Zonneboiler geeft warm tapwater Zonnepanelen geven elektriciteit Warmtepomp geeft verwarming Pelletkachel geeft verwarming Zonneboiler Uitgangspunt:

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Besluit van houdende regels omtrent de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een energieprestatievergoeding overeen te komen (Besluit energieprestatievergoeding huur) Wij Willem-Alexander, bij de gratie

Nadere informatie

Rekenmodel Warmtewet De maximumprijs van warmte

Rekenmodel Warmtewet De maximumprijs van warmte HASKONING NEDERLAND B.V. GEBOUWINSTALLATIES De maximumprijs van warmte Ministerie van Economische Zaken 21 september 2009 Eindrapport 9V3309 A COMPANY OF Wijchenseweg 132 Postbus 112 6500 AC Nijmegen +31

Nadere informatie

Datum Referentie E-mail Behandeld door 26 maart 2015 20140737-02 peter-paul.smoor@dpa.nl P. Smoor/CVr

Datum Referentie E-mail Behandeld door 26 maart 2015 20140737-02 peter-paul.smoor@dpa.nl P. Smoor/CVr Gatwickstraat 11 1043 GL AMSTERDAM Postbus 9396 1006 AJ AMSTERDAM T +31 (0)20-6967181 F +31 (0)20-6634962 E amsterdam.ch@dpa.nl www.chri.nl MEMO T.a.v. Van Mevrouw C. Bouwens ir. P.M. Smoor K.v.K 58792562

Nadere informatie

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie,

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie, UNETO-VNI M~KB Nederland Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag Briefnummer 15/10.625/WG/Abr Onderwerp Marktverstorende werking van de Warmtewet Den

Nadere informatie

Concept second opinion voor de Schaepmanstraat, Katwijk

Concept second opinion voor de Schaepmanstraat, Katwijk Concept second opinion voor de Schaepmanstraat, Katwijk Geert-Jan Persoon Adviseur woningkwaliteit Vereniging Nederlandse Woonbond Nieuwe Achtergracht 17 1018 XV Amsterdam 020-5517784 www.woonbond.n www.bespaarenergiemetdewoonbond.nl

Nadere informatie

Warmteopwekking in de Muziekwijk. Duurzame warmte door houtsnippers 10 december 2014 M. Gehrels

Warmteopwekking in de Muziekwijk. Duurzame warmte door houtsnippers 10 december 2014 M. Gehrels Warmteopwekking in de Muziekwijk Duurzame warmte door houtsnippers 10 december 2014 M. Gehrels Artikelen 2 Muziekwijk Wijk met 333 woningen Gefaseerde bouw Duurzaam verwarmen Opdrachtgever: SWZ Opdracht

Nadere informatie

Collectieve verwarming versus Individuele (centrale) verwarming

Collectieve verwarming versus Individuele (centrale) verwarming Collectieve verwarming versus Individuele (centrale) verwarming Dit document is geschreven door een Technische VvE commissie. In dit document wordt een vergelijking gemaakt tussen een collectief verwarmingssysteem

Nadere informatie

RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 1

RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 1 RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 1 Datum: 28 september 2010. Deelsessie: 19.00 20.00 uur Kamer van Lelystad. Doel: Beeldvorming. Onderwerp: Tarieven stadsverwarming. Toelichting: In Lelystad zijn ca. 5.000

Nadere informatie

Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde 2015-2029) [ /kwh]

Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde 2015-2029) [ /kwh] Notitie Petten, 15 december 2014 Afdeling Policy Studies Van Aan Carolien Kraan, Sander Lensink S. Breman-Vrijmoed (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Basisprijzen SDE+ 2015 Samenvatting

Nadere informatie

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar Referentienummer Datum Kenmerk 336723.01.N001 1 september 2014 336723 Betreft Indicatieve berekening exploitatie warmtenet Westland 1 Inleiding Om een globale

Nadere informatie

Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013

Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013 Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013 Onderwerpen ista Nederland B.V. Achtergrond Warmtewet en de EED NL.V.V.E. Basisvarianten Installatie Noodzakelijke

Nadere informatie

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof.

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Dit document zal u helpen een beter inzicht te krijgen in de verbruikskosten, in een huishoudelijke omgeving, voor de verschillende energiebronnen.

Nadere informatie

Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft

Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft NOTITIE PROJECT ONDERWERP Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft Bepalingsmethode DATUM 20 april 2006 STATUS Definitief 1 Inleiding...2 2 Uitgangspunten...2 3 Bepalingsmethode...2 3.1 Principe...2

Nadere informatie

WORKSHOP ENERGIEVISIE

WORKSHOP ENERGIEVISIE WORKSHOP ENERGIEVISIE STELLING 1 Wij werken al vanuit een energievisie WAT ZIT ER IN EEN ENERGIEVISIE Hoe gaan we om met energie in bestaande bouw en in nieuwbouw, in zowel woningbouw als utiliteit en

Nadere informatie

3 Energiegebruik huidige situatie

3 Energiegebruik huidige situatie 3 Energiegebruik huidige situatie 3.1 Het Energie Prestatie Certificaat In het kader van de Europese regelgeving (EPBD) bent u verplicht om, bij verkoop of verhuur van de woning, een energiecertificaat

Nadere informatie

Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding

Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven Datum Referentie Behandeld door 13 december 2011 20111278-07 P. Smoor/LSC 1 Inleiding

Nadere informatie

Energiekosten nieuwbouw woningen Uniforme bepalingsmethodiek. Datum 29 april 2014 Referentie 20131748-03

Energiekosten nieuwbouw woningen Uniforme bepalingsmethodiek. Datum 29 april 2014 Referentie 20131748-03 Gatwickstraat 11 1043 GL AMSTERDAM Postbus 94204 1090 GE AMSTERDAM T +31 (0)20-6967181 F +31 (0)20-6634962 E Amsterdam@chri.nl www.chri.nl K.v.K 58792562 IBAN NL71 RABO 0112 075584 Energiekosten nieuwbouw

Nadere informatie

BELANG VAN WARMTENETTEN AANBOD AAN BEWONERS

BELANG VAN WARMTENETTEN AANBOD AAN BEWONERS BELANG VAN WARMTENETTEN AANBOD AAN BEWONERS Knack, 27-10 FD, 26-10 Volkskrant, 26-10 Telegraaf, 8-10 NRC, 16-9 3 AANBOD AAN BEWONERS 4 EssenJe van het aanbod Aantrekkelijk voor de bewoner, kostenneutraal

Nadere informatie

invoer BINK EPC-W bij toepassing van Uniec.eu

invoer BINK EPC-W bij toepassing van Uniec.eu Algemeen Met Uniec.eu kunnen alle installaties die zijn voorzien van gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen opnieuw berekend worden. In de praktijk zijn dit altijd individuele installaties. Uniec.eu

Nadere informatie

Verdeling gemiddeld energieverbruik NL. Auto (benzine)

Verdeling gemiddeld energieverbruik NL. Auto (benzine) Warmtepomp Het gebruik van verwarming en warm water bepalen een zeer groot deel van het energieverbruik van een woning. Het gebruik van een warmtepomp is een (gedeeltelijk of volledig) alternatief voor

Nadere informatie

Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen

Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen Interactie tussen gevelisolatie, ventilatiesystemen en capaciteit warmtepompsystemen Per 1 januari 2015 worden de EPCeisen aangescherpt. Voor woningen

Nadere informatie

Waar zijn we met het verduurzamen van onze woningen in Nederland?

Waar zijn we met het verduurzamen van onze woningen in Nederland? Waar zijn we met het verduurzamen van onze woningen in Nederland? We hebben veelal nog verouderde woningen waarbij ongeveer een kwart van de huiseigenaren een hypotheekschuld heeft boven de huidige marktwaarde.

Nadere informatie