Bewonersplatform Ypenburg (BPY) Den Haag, 26 januari 2010 P/A Boswinde WB Den Haag

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bewonersplatform Ypenburg (BPY) Den Haag, 26 januari 2010 P/A Boswinde 26 2496WB Den Haag"

Transcriptie

1 Bewonersplatform Ypenburg (BPY) Den Haag, 26 januari 2010 P/A Boswinde WB Den Haag Aan de Minister van Economische Zaken Mw. M.J.A. van der Hoeven Door tussenkomst van projectleider Drs. Lineke den Ouden, Postbus EC DEN HAAG per Betreft : Herziene versie febr Zienswijze Maximumprijs ontwerp-warmtebesluit & -Warmteregeling Geachte mevrouw Den Ouden, Met verbazing en teleurstelling hebben wij begin december 2009 kennis genomen van het Ontwerp Warmtebesluit en de Ontwerp Warmteregeling (hierna verder te noemen OWB en OWR). Gaarne maken wij hierbij onze zienswijze kenbaar. Wat het meeste opvalt is dat het variabele maximumtarief na invoering van de voorliggende regeling slechts ietsje lager zal zijn dan in de huidige situatie. De gebonden warmteverbruiker waar het allemaal om begonnen was, gaat er dan door de invoering van de warmtewet relatief niet veel op vooruit, en al helemaal niet als hij zuinig met warmte wil omgaan. Deze uitwerking in de AMvB uit de Warmtewet en bijbehorende Ministeriële Regeling zijn niet transparant en daardoor voor de gemiddelde consument niet te volgen. Daarmede wordt niet tegemoet gekomen aan de kritiek van de te hoge prijzen van de Algemene Rekenkamer in haar rapport van april Naar ons oordeel is dit geheel in strijd met de intentie van de initiatiefnemers van de Warmtewet. In 2003 zijn 2 CDA kamerleden met deze initiatiefwet gekomen om de gebonden verbruikers van warmte te beschermen. Zij waren stellig van mening dat de Warmteverbruikers 250,- tot 300,- per jaar teveel betaalden en niet zoals op bijgevoegde uitwerking op bijlage 3 blijkt uiteindelijk slechts op ca. 150,- restitutie over 2009 mogen gaan rekenen. In bijlage 4 hebben wij gemotiveerd berekenend dat deze restitutie 427,- zou moeten zijn. In deze berekening is dan (nog) geen rekening gehouden met de dunnere isolatie en dus hogere stookkosten ( 122,-) van de warmtewoning en de kapitaalslast van de extra geïnvesteerde aansluitbijdrage van 2350,-. In dit OWB en OWR wordt op geen enkel onderdeel de mogelijkheid geboden het goedkoopste gas en elektra in te kopen bij bijv. de 3 goedkoopste energieleveranciers. De wettelijk voorgeschreven rendementsmethode volgens het Niet Meer Dan Anders principe wordt naar ons oordeel niet waargemaakt. In feite wordt er teruggegrepen op de al jaren gangbare omstreden Marktwaardemethode volgens het jaarlijks Tariefadvies warmte van Energiened. Zie hiertoe de formulering op bijlage 2 van dat Tariefadvies dat nu onverkort is geïntegreerd in dit OWB onder artikel 4, lid 3 en deze OWR onder artikel 3. De (te lage) rendementsfactor voor het aandeel warmteverbruik ten behoeve van tapwaterverbruik wordt nu ook weer op grond van het oude BWK-enquete-onderzoek d.w.z

2 de oude marktwaardemethode vastgesteld aan de hand van één vóórondersteld warm waterverbruik van 21% van het totale warmteverbruik op jaarbasis. Dit conform de al jarenlange huidige omstreden Energienedmethodiek. Door de voorgestelde EZ-formule wordt het warm tapwatergebruik bijna dubbel afgerekend (zie verder artikel 4 bijlage 1)! De onderliggende rapporten Op 25 augustus 2009 is door TNO in opdracht van EZ de onderliggende rapportage voor De ontwikkeling van een Gelijk-Als-Anders (GAA) rekenmodel voor de berekening van de integrale kosten van warmte ten behoeve van de Warmtewet uitgebracht. Waarom hier een nieuw begrip GGA naast het NMDA wordt toegevoegd is ons niet duidelijk geworden. Op 21 september, bijna een maand later, is eveneens in opdracht van EZ door Royal Haskoning, bekend voor ons en naar wij aannemen ook voor u, als destijds eveneens adviseur maar toen in opdracht van Energiebedrijf Eneco met 2 contra-rapporten op de TNO warmterapporten voor respectievelijk Den Haag Ypenburg en Zoetermeer Oosterheem, de onderliggende rapportage Ontwikkeling rekenmodel Warmtewet aangeboden. Op pagina 7 van dit rapport schrijft Haskoning onder het kopje: Onafhankelijk advies : De adviesaanvraag van het Ministerie van Economische Zaken moet nog niet in verband gebracht worden met de in Artikel 4 lid 5 van de Warmtewet bedoelde adviesaanvraag bij onafhankelijke adviseurs. Desondanks hechten wij er aan te benadrukken dat Royal Haskoning een onafhankelijk adviesbureau is. Geen enkel bedrijf of instelling heeft invloed op het beleid dat Royal Haskoning voert bij het uitvoeren van haar adviesopdrachten. De aandelen van de onderneming worden beheerd door een stichting waarvan het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van de directie en van de werknemers. Ons bureau is baas in eigen huis. Men zegt in feite dat men inzake dit gevoelige onderwerp meerdere heren kan dienen. Er van uitgaande dat de wet vooral, de consumentenbescherming heeft beoogd, vinden wij het op z n zachtst gezegd merkwaardig dat deze adviseur uiteindelijk ook door EZ is ingeschakeld. Wat ons bijzonder opvalt is dat zij een maand nadat TNO rapporteert haar eindrapport inleveren! Het is naar ons oordeel daarom niet het adviesbureau dat voldoet aan artikel 4 lid 5 van de Warmtewet (onafhankelijk adviseur). Over de HR-ketelprijzen wordt uiteindelijk wederom een adviseur (Deerns uit Rijswijk) door EZ ingeschakeld om op 12 november 2009 de contra-rapportage Ketelprijzen uit te brengen. Deerns kiest voor de begrotingsopzet de jarenlange methodiek die Energiened in haar Rapport tariefadvies voor de levering van warmte aan kleinverbruikers hanteert. Er wordt daarbij echter ten onrechte alleen uitgegaan van een eerste en dus duurdere nieuwbouw-ketel-plaatsing. Bij 2 e en verdere vervangingen zijn de (plaatsings)kosten aanzienlijk lager. In bijlage 1 onder Elementen en wijze van berekening is dit nader door ons toegelicht. Over de waarde van de rapportage van TNO constateren wij dat dit instituut voor de ketelfabrikanten, Gasterra, Senternovem en voor de overheid de Normen en gasketelspecificaties test en vaststelt. TNO is een gezaghebbend door de overheid geïnitieerd instituut dat onafhankelijke rapportages uitbrengt. Dit is dus wel een goede adviseur voor de overheid en de consumenten. Zij mag dus als hét instituut bij uitstek worden beoordeeld voor dit soort projecten. Waarom die deskundigheid van TNO en dan met name voor de gemotiveerde rendementen en de hieruit voortvloeiende omrekenfactor 31,59 x de gasprijs voor het variabel tarief dan in het OWB en de OWR niet serieus wordt genomen is voor ons volslagen onduidelijk. De Algemene Rekenkamer heeft in 2007 kritiek geuit tegen de Energiened-methodiek die niet transparant en in sommige opzichten niet betrouwbaar is inzake de totstandkoming van de warmteprijs per Gigajoule (Gj.). 2

3 De kritiek volgens de Algemene Rekenkamer werd veroorzaakt door het feit dat niet alle variabelen die Energiened aanhoudt significant zijn voor het aardgasgebruik. Zo gaat Energiened er vanuit dat bijna 100% van de gaswoningen over een HR-ketel zou beschikken. De Algemene Rekenkamer constateert echter dat dit in werkelijkheid slechts 73% is. En dit omstreden Energiened-tariefadvies wordt nu weer via de achterdeur binnengehaald. Daardoor kan er van een zuivere toepassing van het Niet-Meer-Dan-Anders-principe beslist geen sprake zijn, mede omdat het BWK-marktwaardeonderzoek weer maatgevend wordt gemaakt in de verdeelsleutel ruimteverwarming en tapwaterverbruik. Wij komen dan ook tot de conclusie dat anno 2010 met deze ontwerp-regelgeving niet tegemoet wordt gekomen aan de in 2007 geuite kritiek van de Algemene Rekenkamer tegen de Energiened-methodiek. Om de regelgeving eenvoudig en transparant te houden en aan het NMDA-principe te voldoen, stellen we voor de maximumprijs voor de gebonden warmteverbruikers als volgt op te bouwen: Vaste kosten: 1) Vaste kosten voor levering, transport en aansluiting van gas: Conform specificaties op de jaarlijkse nota van de 3 laagste prijsvechters voor de gasverbruikers in plaats van de 3 grootste en dus de 3 duurste gasleveranciers. 2) Vermeden gebruikskosten bestaande uit: - Kapitaallasten HR-ketel (gassituatie) wegstrepen tegen nagenoeg gelijke kapitaallasten afleverset en die van de (straks oudere) hogere eenmalige aansluitbijdrage en ten slotte het verplicht elektrisch koken in de warmtesituatie. - Resteren alleen nog de onderhoudskosten van de HR-ketel, waarbij niet zonder meer het duurste all-inclusief contract als referentie mag dienen. Deze kosten zijn in werkelijkheid aanzienlijk lager dan de 141,- die in de OWR zijn bepaald namelijk 100,-. Zie bijlage 1 onder 2.1 Elementen en wijze van berekening pag. 9 toegelicht. - Bij eigendom van de warmtewisselaar vervallen de onderhoudskosten van de wisselaar groot 45,- (pagina 47 TNO-rapport). - Bij huur van de wisselaar is het (fictieve) onderhoud inbegrepen. Variabele kosten: - Uitgaan van het totaalrendement 0,90 van de HR-ketel afgeleid van de hogere praktijkfactor 0,9282 (volgens testen van de Consumentenbond uit 2009) voor ruimteverwarming, waarbij aspecten als leidingverliezen in de gassituatie weggestreept kunnen worden tegen vergelijkbare verliezen in de warmtesituatie (zie o.m. pag. 19 bijlage 1 onder Variabele kosten ). - Het iets lagere rendement voor warm tapwater in de gassituatie wegstrepen tegen rendements- en stilstandsverliezen van de afleverset in de warmtesituatie (zie o.m. pag. 19 en 20 bijlage 1 onder Artikel 3 a t/m f ). - Voor zover het voorgaande misschien iets in het voordeel van de warmteklant zou uitpakken, compenseren we nog het saldo van het hogere elektriciteitsverbruik van diezelfde warmteklant ( verplicht elektrisch koken in de warmtesituatie, minus het elektraverbruik van m.n. de pomp van de HR-ketel). Dat veel wisselaars ook een pomp hebben zullen we maar even buiten beschouwing laten (zie o.m. pag. 11 en 12 bijlage 1 onder Rendement afleverset ). - Met de huidige stand van de 107 HR-keteltechniek, moet wat ons betreft voor de eenvoud het rendement voor stadsverwarming de komende jaren op 100% op onderwaarde ofwel 90% op bovenwaarde gesteld worden (hieruit volgt 31,59 x gasprijs per 3

4 m³ conform het gemotiveerde advies van TNO; zie ook pag.20 en 21 bijlage 1 onder Verdere toelichting BPY ad a t/m f ). - Om de zaken nog eenvoudiger te maken, stellen we voor om het variabele deel van de maximumprijs niet in euro s, maar daadwerkelijk in 31,59 m³ gas per Gj. (conform advies TNO) als omrekenfactor vast te stellen. Elke leverancier kan die factor dan simpelweg vermenigvuldigen met de laagste gasprijs van concurerende prijsvechters. Hierdoor kan de maximumprijs uitgedrukt in euro s ook mee variëren met de 2x per jaar wijzigende gasprijs voor consumenten. Voor leveranciers die zelf geen gas leveren, kan dan dezelfde referentieprijs vastgesteld worden. Via de NMa kan deze prijs per gasregio worden bepaald volgens het criterium, dat de laagste 3 prijsvechters voor de levering van gas het uitgangspunt vormen. Restpunten die nog niet in het bovenstaande zijn verwerkt, maar ons inziens nog wel een goede plek moeten krijgen in de definitieve uitwerking, zijn met name: - Mindere isolatie groot deel van de warmtewoningen als gevolg van EPN-wetgeving (zie o.m. pag. 12 bijlage 1 onder EPN-wetgeving ); - Separate levering van warmte en tapwater (zie o.m. pag. 21 bijlage 1 onder Verdere toelichting BPY ad a t/m f ); - Huur en eigendom warmtewisselaar voor de oude en de nieuwe verbruikers (zie o.m. pag. 7 bijlage 1 onder Elementen en wijze van berekening en pag.14); - Het nader regelen van de maximale jaarlijkse en eenmalige aansluitbijdrage voor de oude en nieuwe verbruikers warmte in relatie tot de betaalde hogere aansluitbijdrage (zie o.m. pag. 14 bijlage 1 onder Aansluitbijdrage ); - Om (juridische) begripsverwarring te voorkomen overal waar in het OWB en de OWR CV-ketel vermeld staat de term HR 107 CW 4 CV-ketel te gebruiken (Een CV-ketel kan conventioneel, verbeterd rendement (VR) of hoog rendement (HR) zijn toegerust). - De terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 nader uitwerken waarin alle maximumprijzen voor 2007, 2008 en 2009 zowel variabel als vast zijn vastgelegd in het OWB en de OWR. Toelichtingen op onze zienswijze treft u aan in 4 bijlagen. Wij realiseren ons dat deze zienswijze het er voor u niet gemakkelijker op maakt. Door onze uitgebreide toelichting met motiveringen, feiten en achtergrondinformatie vertrouwen wij er evenwel op u van dienst te zijn geweest. Wij menen een zienswijze voorzien van suggesties te hebben uitgebracht die daadwerkelijk recht doet aan het primaire doel van de Warmtewet, namelijk bescherming van de gebonden afnemer van warmte, maar dat tevens voldoet aan het uitgangspunt van eenvoud en transparantie. Wij stellen het ook op prijs dat deze zienswijze openbaar gemaakt wordt via de website. Mochten er nog vragen of onduidelijkheden zijn, dan zijn wij gaarne bereid deze zienswijze nader toe te lichten. Met vriendelijke groeten, Namens het Bewonersplatform Ypenburg (BPY) P/A Ing. I. F.A.J. van Elk Boswinde 26 Bijlage(n): 1 Toelichting Blz WB Den Haag 2 Overdruk Blz T: E: 3 Maximumprijs EZ Blz Maximumprijs BPY Blz

5 Bijlage 1 Zienswijze BPY op het ontwerp Warmtebesluit en Warmteregeling hierna verder te noemen het OWB en de OWR. Alle vermelde prijzen zijn incl. BTW. Wij volgen zoveel mogelijk de lijn van met name de volgorde in de nota van toelichting, maar uiteindelijk het Besluit en de Regeling in zijn totaliteit. In de ontwerp regelgeving gaat het Niet-Meer-Dan-Anders-beginsel (NMDA) verloren of wordt daar op belangrijke onderdelen niet aan voldaan of worden ze juist zo strak doorgevoerd dat de essentie ervan verloren gaat. Verderop in onze reactie zullen we hier meer gedetailleerd op ingaan, maar hieronder volgen alvast enkele voorbeelden: - Eenvoud Bijvoorbeeld het verschil in (vaste en jaarlijkse) gebruikskosten tussen de gas- en warmtesituatie grotendeels baseren op de afschrijving en het onderhoud van een HRketel, is een veel te grote simplificering van de werkelijkheid. Warmteverbruikers hebben namelijk initieel ook al een virtuele HR-ketel gekocht, via een veel hogere aansluitbijdrage. Pas na zo n 15 jaar ontstaat er op dit punt dus pas een verschil in gebruikskosten en niet zoals in de ontwerp regelgeving wordt aangenomen vanaf het begin af aan. - Transparantie Een aantal belangrijke parameters worden niet in het Warmtebesluit (AMvB) maar in de Warmteregeling vastgelegd, zodat deze in de toekomst makkelijker gewijzigd kunnen worden. Bij een aantal parameters is echter slechts globaal of niet beschreven hoe die in de huidige regeling zijn bepaald c.q. een toekomstige regeling bepaald moeten worden (voorbeelden: huurkosten wisselaar en de meter, onderhoudskosten, gebruikskosten, de reële vermogenskostenvoet, leidingverlies, terugwerkende kracht, etc). Dit staat haaks op het uitgangspunt van transparantie. - Objectiviteit en zuiverheid Vanzelfsprekend steunen we het uitgangspunt dat de maximumprijs objectief wordt vastgesteld en dat daarbij het NMDA-beginsel zo zuiver mogelijk wordt toegepast (en dus niet grofweg voor de hele groep het Ongeveer-Gelijk-Aan-beginsel). In die context willen we wijzen op het volgende citaat uit de warmtewet (art 4 lid 1): De maximumprijs is gebaseerd op de integrale kosten die een verbruiker zou moeten maken voor het verkrijgen van dezelfde hoeveelheid warmte bij het gebruik van gas als energiebron. Hier wordt nadrukkelijk gesproken over een verbruiker en niet over alle verbruikers tezamen. Ons inziens moet de maximumprijs dus zodanig worden vastgesteld dat voor een overgrote meerderheid van de individuele warmteverbruikers daadwerkelijk het NMDAbeginsel van toepassing is. Vanzelfsprekend begrijpen we dat bij een praktische uitwerking op onderdelen sprake zal moeten zijn van een vorm van middeling. Om echter te blijven voldoen aan het NMDA-beginsel zal daarbij steeds grote voorzichtigheid ingebouwd moeten worden. Verder mag het natuurlijk niet zo zijn dat als op voorhand blijkt dat bij veel warmtenetten de redelijke prijs boven de maximumprijs komt, de regelgeving dan maar wat wordt bijgesteld. Het probleem van verlieslatende netten zal dan op een andere wijze opgelost moeten worden. Het mag in elk geval niet worden afgewenteld op de warmteverbruikers. Wij krijgen de indruk dat dit nu wel het geval is. 5

6 - Groepsfactoren buiten beschouwing gelaten. Factoren die slechts gelden voor (een) bepaalde (groep)en (van) verbruikers, zijn in de ontwerp regelgeving niet meegenomen. Voor zover het allerlei extreme uitzonderingen betreft, die slechts aan de orde zijn voor enkele individuele warmteverbruikers, kunnen wij ons daarin vinden. In de ontwerp regelgeving is dit punt echter zover doorgevoerd, dat meerdere factoren die ieder voor zich gelden voor tientallen procenten (tot wel 80%) van de warmteverbruikers, expliciet buiten beschouwing zijn gelaten. Mede omdat voor bijna elke warmteverbruiker wel minimaal een van die factoren van toepassing is, voldoet de maximumprijs volgens de ontwerp-regelgeving niet aan het NMDA-beginsel. - Keuzefactoren buiten beschouwing gelaten. Ook factoren waarop verbruikers zelf invloed hebben, zijn niet meegenomen in de prijsformule. Ook daarvoor geldt dat we begrijpen dat allerlei extreme, individuele uitzonderingen buiten beschouwing worden gelaten. Dat mag echter niet gelden voor zaken waarbij alleen de gasverbruiker die keuzemogelijkheid heeft en de warmteverbruiker niet. Hierbij moet dan met name worden gedacht aan het verplicht elektrisch koken en de dure verplichte winkelnering bij de gebonden leverancier. Ook keuzes die de warmteverbruiker moet maken om hetzelfde kwaliteitsniveau te halen als in de gassituatie, moeten ons inziens niet zonder meer van tafel worden geveegd. Nota van Toelichting Warmtebesluit (AMvB) Algemeen 1. Doel en inhoud van het besluit Citaat: Ten tweede omvat dit besluit bepalingen omtrent de aansluitbijdrage voor een gebonden gebruiker, waarvoor dit NMDA principe eveneens geldt. In situaties waarin al een warmtenet aanwezig is, bijvoorbeeld in bestaand stedelijk gebied, en een verbruiker daardoor geen andere keus heeft dan om op warmte te worden aangesloten, moeten de kosten die een verbruiker daarvoor betaalt niet hoger zijn dan de aansluitbijdrage voor gas. De wetgever heeft beoogd alle aansluitingen nieuw en oud gelijk te behandelen. Uw uitleg hierover is naar onze mening in strijd met de wet. 2. Maximumprijs voor levering 2.1 Elementen en wijze van berekening Toetsing van de redelijke prijs aan de totale maximumprijs, in plaats van aan de losse componenten, en de opbouw van de prijsformule heeft tot gevolg dat ook binnen één en hetzelfde net de situatie kan ontstaan waarbij de ene verbruiker de redelijke prijs betaalt en de ander de maximumprijs. Een vorm van uitmiddeling over alle verbruikers ( micropooling ) van dat specifieke warmtenet lijkt ons niet aan de orde. Verder zou die situatie op zichzelf ons inziens nog geen grond mogen zijn voor een ontheffing. Overigens pleiten wij er voor om, in het kader van eenvoud en transparantie, wèl een afzonderlijk maximum vast te stellen voor het variabele en voor het vaste deel van de warmteprijs. Wij willen er nog op wijzen dat in 2007 van het Warmteforum, bestaande uit de grote leveranciers, Energiened en de Stichting actie Gigajoule te Houten onder leiding van Guusje Ter Horst het er destijds allen over eens waren dat bij de tariefstelling uit moet worden gegaan van de energetische opwekrendementen van een gasgestookte installatie op basis 6

7 van de meest gangbare technologie in nieuwe situaties. De huidige ontwerp regelgeving voldoet niet aan dit uitgangspunt. Wij zijn het met de Algemene Rekenkamer eens dat het huidige tariefadvies van Energiened en de onderbouwing daarvan complex en ondoorzichtig is. De Algemene Rekenkamer noemde het Tariefadvies bovendien ook nog onvoldoende betrouwbaar. Dat geldt echter met name voor het variabele deel daarvan. Voor de structuur van het Tariefadvies voor het vaste deel is dat in veel mindere mate het geval. Wel is de hoogte van bepaalde parameters (zoals de prijs van een HR-ketel) voor de berekening van het vaste deel zeer discutabel, maar dat is in de nieuwe ontwerp regelgeving niet anders. Door de nieuwe werkwijze wordt ons inziens geen grotere transparantie gerealiseerd. Vooral het feit dat tot op heden de warmteverbruikers een veel hogere eenmalige aansluitbijdrage hebben betaald, wordt in het huidige Tariefadvies van Energiened beter vertaald naar een jaarlijkse tariefcomponent ( levensduurverschillen ) dan in de nieuwe ontwerp regelgeving. Naast de (maximum/ redelijke) prijs voor warmte maakt de warmteverbruiker inderdaad ook kosten voor de afleverset. Door u wordt aangegeven dat die kosten los staan van de maximumprijs. Bij de bepaling van die maximumprijs moet echter juist wel rekening worden gehouden met het feit dat de warmteverbruiker reeds kosten heeft gemaakt, en bij uitvoering van deze concept-regeling nog zal gaan maken, voor de afleverset. Bedoeld wordt waarschijnlijk dat de daadwerkelijk in rekening gebrachte kosten voor de afleverset buiten de toetsing vallen van de redelijke prijs aan de maximumprijs. Het cursieve uitgangspunt is dus niet juist en zou wel moeten worden meegenomen in de maximumprijs. Tot op zekere hoogte begrijpen we dat bij de bepaling van de maximumprijs wordt uitgegaan van een gemiddeld landelijk huishouden. Om te voorkomen dat het NMDAbeginsel niet opgaat voor een groot deel van de huishoudens die maar iets afwijken van dat gemiddelde, pleiten we er voor om daar in de uitwerking echter een grotere mate van voorzichtigheid te betrachten. Zie in deze context onder meer onze opmerkingen op de eerste pagina van deze bijlage onder het kopje Objectiviteit en zuiverheid en opmerkingen over het buiten beschouwing laten van bepaalde groeps- en keuzefactoren. 2.1 Elementen en wijze van berekening Zie voor citaat ter toelichting bijlage 2 met een gedeeltelijke overdruk van uw toelichting. Tegen de voorgestelde opbouw van het onderdeel onder Vermeden gebruikskosten zoals geel gemarkeerd hebben we grote bezwaren. Het is namelijk niet zo dat de warmteverbruiker de afschrijvingskosten van een CV-ketel uitspaart. In de meeste gevallen heeft die warmteverbruiker namelijk een veel hogere aansluitbijdrage betaald dan de gasverbruiker. Vaak wordt de aansluitbijdrage in rekening gebracht bij de ontwikkelaar. Maar die heeft die kosten verdisconteerd in de koopprijs van die woning. Indirect is het ook dan toch de verbruiker die de lasten hiervan draagt, via de aankoopkosten van zijn woning. De bestaande verbruikers, die met de wet in de hand alsnog de vrije keus om de warmtewisselaar al dan niet te huren of te kopen volgens artikel 5 lid 6 van de Warmtewet, worden geheel buiten beschouwing gelaten. Voor die groep moet via een nadere uitwerking in het Warmtebesluit alsnog die wettelijk geboden mogelijkheden in deze AMvB worden waargemaakt. Huur of koop moet voor hen mogelijk worden gemaakt. De bestaande aansluitingen hebben al fors meer geïnvesteerd bij de warmteaansluiting van hun woning en zouden tegen een te verwaarlozen restwaarde 7

8 de wisselaar in eigendom moeten kunnen verwerven. Onderhoud en afschrijving komen dan voor rekening van de verbruiker en de vastrechtkosten komen dan geheel overeen met die van de gasverbruiker. Het Warmtebesluit zal de huur of koop van de wisselaar en/of de warmtemeter in alle mogelijke variaties nader uitgewerkt moeten regelen. In de toelichting 2.2 Vaste kosten onder 2) vermeden gebruikskosten (zie overdruk bijlage 2 pag. 23) wordt vermeld dat de gebruikskosten van een CV-ketel duurder zou zijn dan een afleverset in een warmtesituatie. Uit de rapportage van TNO blijkt het tegendeel. (zie pagina 47 TNO rapport). Bij een werkelijke aanschafprijs van de ketel van rond de 1100,- komen de werkelijke vervangingskosten inclusief plaatsing en bijkomende materialen op 1600, -tot 1900,- Zie (CW ,-) en (CW4 1896,-) en het TNO rapport op pagina ,-. Overigens ontvangen de bewoners van Ypenburg ook regelmatig flyers van beide firma s met nog lagere aanbiedingen voor ketelvervanging. Desgewenst zijn die door ons aan u te overleggen. Wij willen er op wijzen dat correctie voor de relatieve wijzigingen van de consumentenprijsindex voor dergelijke componenten ons inziens niet aan de orde zijn. Zolang met name hetzelfde type HR-ketel als referentie wordt gehanteerd, geldt dat de prijs daarvan in de loop der jaren over het algemeen alleen maar daalt. Ook TNO heeft u dienovereenkomstig in haar rapportage geadviseerd. Iedere vergelijking met de HR CW4 107 ketel in de OWR ad 2474,- gaat daarom volledig mank. Niet de kosten bij plaatsing in de nieuwbouw maar de vervangingswaarde als investeringskosten dienen in (het OWB en) de OWR de maatstaf te zijn! Even verder in 2.1 Elementen en wijze van berekening in de 5 e alinea wordt de huurprijs of gebruikskosten voor de afleverset en passant in de toelichting voor 2009 beschreven groot 270,- Maar dit bedrag is in geen enkel artikel nader gemotiveerd hoe u aan die prijs bent gekomen. Dit is temeer van belang aangezien u de huurprijs gelijk stelt aan de gebruikskosten van de warmtewisselaar. Ook wordt in het midden gelaten wat wordt bedoeld met de warmtewisselaar met warmtemeter. Wij gaan er van uit dat voor de opgesomde huurprijs de warmtewisselaar inclusief de warmtemeter word bedoeld. Zoals gezegd is de prijsvechter wel dé maatstaf voor de vaststelling van de aftrek vaste (vervangings-)kosten van de HR-ketel met hulpmaterialen. Bovendien zijn de vervangingskosten van de wisselaar in het OWB en de OWR niet aan de orde gesteld. TNO noemt die prijs op pagina 47 wel: 1815,- en blijkt nauwelijks te verschillen van de vervangingskosten van de HR-ketel (zie TNO rapport pag. 47). De vervangingsprijs van de HR-ketel en de wisselaar kunnen dus tegen elkaar worden weggestreept. Graag zouden wij vernemen hoe de opbouw van de huurkosten gespecificeerd naar de meetkosten en kosten voor de wisselaar zijn onderverdeeld en berekend. Bovendien moet de via de Warmtewet mogelijk gemaakte installatie van de verzegelde al dan niet in eigendom verworven warmtemeter in het OWB worden geformaliseerd. Vooral in die gevallen dat men zijn eigen wisselaar wenst te plaatsen conform artikel 5 lid 6 van de Warmtewet. Wij vragen ons af of het bekend is dat huurders zonder enige verhoging in de servicekosten voor warmte een vastrecht betalen groot 177,- en dat dit voor ,- 8

9 minder is dan dat voor eigenaren? Eneco is ook voor de huurwoningen eigenaar van de wisselaar. Ook hier steekt de in het OWB vermelde 270,- huur- c.q. gebruikskosten van de wisselaar erg bij af. De component die ons inziens nog wel resteert onder de post vermeden gebruikskosten is het onderhoud van de CV-ketel. Dit is ons inziens nu typisch zo n post waar iets onder het gemiddelde de referentie zou moeten zijn (omdat de warmteklant niet de keuze heeft om te shoppen ). Verder dient rekening gehouden te worden met het feit dat de eigenaar van een CV-ketel de eerste 2 tot 5 jaren geen onderhoud betaalt, omdat hij dan nog garantie op de CV-ketel heeft. Voor onderhoudscontracten zie onderdeel van NUON of Het is ook zeer gebruikelijk in deze markt dat collectiviteitskortingen bedongen kunnen worden, bijvoorbeeld door bewonersverenigingen, maar ook voor o.a. leden van Vereniging Eigen Huis (VEH). Een gewoon onderhoudscontract met betaling alleen materialen en loon bij Feenstra met VEH-korting kost 56,- per jaar. Bovendien kan voor een bedrag van ca. 250,- vijf jaar garantie worden bijgekocht. (zie TNO-rapport pag. 39). In die 5 garantiejaren is het materiaal garantie. Het kan dus nog goedkoper, want bij van Trigt zijn er soortgelijke contracten voor alleen het materiaal bij te betalen. Uitgaande van een afschrijvingstermijn voor een HR-ketel van 15 jaar zouden de onderhoudskosten er in de OWR als volgt uit moeten zien: 15 jaar minus 2 garantiejaren minus 5 extra afgekochte garantiejaren inclusief een onderhoudscontract exclusief materialen (Feenstra,) en voor de resterende 8 jaar een af te sluiten all-in onderhouds-contract (Feenstra) uitwerkende: ( 122,- x 8)+ ( 250,-) + ( 56 x 5) = 1506,- Dit is per jaar 1506,-: 15= 100,40 Nog een andere mogelijkheid is installateur Helm-Ruijgt Installaties B.V. te Nootdorp: Nadat de garantie van 2 jaar verloopt een all in servicecontract 115,- per jaar uitwerkend 13x 115 = 1495 : 15= 99,66 per jaar. Samen met de garantie en de afgekochte garantie zijn deze onderhoudsbegrotingen zeer reëel. Beide voorbeelden komen dan afgerond op 100,-. Dit bedrag is dus zeer reëel en aantoonbaar lager dan het bedrag door u bepaald in de OWR op 141,-. Temeer daar de gebonden verbruiker niet kan shoppen bij de goedkoopste installateur voor het onderhoud. Met renteverlies behoeft voor deze post geen rekening te worden gehouden. Onder 2.2 Vaste Kosten 1) Vaste kosten voor levering, transport en aansluiting van gas: Hier valt het volgende citaat op: Bovenstaande kostencategorieën omvatten alleen de vaste kosten voor levering, transport en aansluiting van regionale netbeheerders. De kosten voor de transportdiensten van de landelijk gasnetbeheerder komen in het gasleveringscontract terug in het tarief per kubieke meter gas. Dit deel van de kosten komt in de maximumprijs voor warmte tot uiting in het variabele deel van het maximumtarief. Deze zinsnede uit de toelichting is formeel niet juist. Indien het wijzigingsvoorstel zoals door ons verwoord op pagina 16 van deze bijlage voor artikel 3 in de OWR, wordt overgenomen, is er geen verschil met de gebezigde praktijk. Als dit niet wordt aangepast dreigen deze kosten anders 2 keer zowel in rekening te worden gebracht van zowel het variabele als het vaste tarief via de gasnota als referentie. En dat zal dan weer zwaarder drukken op onze maximumtarieven voor de levering van warmte. 9

10 Onder de toelichting 2.3 Variabele Kosten valt het volgende citaat op: Leidingverliezen spelen een rol als leidingen door onverwarmde ruimten lopen. Bij de bepaling van de warmteprijs is dit alleen van belang indien er een significant verschil bestaat tussen de verliezen in warmte- en de gassituatie. Dit verschil speelt bijvoorbeeld een rol in woningen met meerdere verdiepingen omdat in dergelijke gevallen de ketel vaak op de bovenste verdieping wordt geplaatst en dus verder van de meter kast staat. In appartementen en galerijwoningen is dit verschil niet aannemelijk te maken. De absolute waarde van het verlies speelt echter wel een bescheiden rol, omdat de ketel in elk geval niet in de meterkast staat. En als nou de grotere vereiste meterkast van die warmtewoning dan de kleinere vereiste meterkast van de gaswoning nu eens aan de buitengevel grenst en we voeren de rookgassen direct door een muurdoorvoer af! Wat is dan nog het verschil? Voor warm tapwater kunnen we ons voorstellen dat er in sommige situaties sprake kan zijn van een bescheiden verschil. Dat geldt dan alleen in sommige woningen met warm tapwater waar de keuken dicht bij de meterkast ligt. De meeste tappunten liggen in de gaswoning echter even ver van de warmtebron als in de warmtewoning. Het grootste deel van het warm tapwater wordt verbruikt in de badkamer, die doorgaans op de 1 e verdieping ligt. We kunnen ons niet voorstellen dat het qua leidingverliezen veel uitmaakt of dat warm tapwater van zolder moet komen (gassituatie) of van de begane grond uit de meterkast (warmtesituatie). Bij 2 laagse woningen, bungalows, galerijwoningen en appartementen doet zich dat verschil zoals u zelf al stelt helemaal niet voor. Bovendien komt het bij appartementen met SV om technische redenen vaak voor, dat de wisselaars centraal nabij het trappenhuis worden geplaatst om zo kortere dienstleidingen maar des te meer verlieslatende lange tapleidingen naar de woningen toe te passen. Het invoeren van een verliesfactor 0,10 voor leidingverlies voor het warme tapwater (LVT) en 0,05 voor de ruimteverwarming (LVR) is dan ook uiterst merkwaardig: SV huizen hebben evenveel leidingverliezen als huizen met een gasaansluiting. Voor ruimteverwarming is dat verschil naar ons oordeel zeker niet significant: bij appartementen en galerijwoningen speelt dit überhaupt niet en bij woningen met meerdere verdiepingen is het veelal niet zo dat de (tegenwoordig goed geïsoleerde) warmteleidingen door (volledig) onverwarmde ruimtes lopen. Dit zelfde uitgangspunt geldt eveneens voor de ruimteverwarming. SV huizen hebben evengoed loze ruimtes waardoor CV leidingen lopen als huizen met een gasaansluiting. Het verbaast ons dan ook zeer dat hier in de ontwerp regelgeving wel rekening mee wordt gehouden. Haskoning meldt immers op pagina iii dat die LVR in de rendementsformule geen rol speelt. Intermitterend (met tussenpozen werkend) warm water tappen komt in beide typen woningen voor. Mogen wij u vragen op welke cijfermateriaal het adviesbureau Haskoning en u die 10% verschil voor LVT dan wel op baseren? En waarom stelt EZ via het OWB en de OWR uiteindelijk nog hogere eisen dan Haskoning voor de LVR? Ten aanzien van leidingverliezen wordt door u immers terecht gesteld dat daar alleen rekening mee gehouden moet worden voor zover er sprake is van een significant verschil tussen de gas- en warmtesituatie. De LVT- en LVR factoren zijn derhalve naar onze mening totaal ten onrechte ingevoerd en dienen dan ook op 0 gesteld te worden. 10

11 De ketelrendementen verdeeld naar ruimteverwarming en warm tapwater Er is inderdaad een verschil tussen het ketelrendement op ruimteverwarming (ηruimte) en het rendement voor de bereiding van warm tapwater (ηtap). De laatste jaren worden die verschillen echter steeds kleiner. Ruimteverwarmingsrendementen van 92,82 % op de onderwaarde zijn inmiddels blijkens praktijktesten uit 2009 van de Consumentenbond heel gangbare praktijkspecificaties. Uw rendement van 90 % is derhalve niet meer reëel. In de OWR wordt een gemiddeld warm tapwater rendement ηtap vastgesteld op 0,65. Ook hier zou moeten worden gerekend met het opwekrendement volgens NEN 5128 laatste Uitgave, waaruit blijkt dat voor het warm tapwaterdeel van de CV combi ketel type HR CW4 107 een opwekrendement van 0,675 geldt. Inmiddels wordt in de praktijk volgens genoemde testresultaten uit 2009 van de Consumentenbond een opwekrendementen van 0,7735 behaald. Uiteindelijk wordt door u ook hier weer van de ongunstigste of nog lagere rendementsfactor uitgegaan. De respectievelijke factoren die in de ontwerp regelgeving worden meegenomen zijn naar onze overtuiging niet of nauwelijks terug te voeren op een daadwerkelijk verschil tussen de gas- en warmtesituatie. De vaststelling van de rendementen worden daardoor onnodig ingewikkeld gemaakt. Ons inziens zou in het kader van eenvoud en transparantie nu al uitgegaan kunnen worden van een rendement van 100% op onderwaarde ofwel 90% op bovenwaarde en dus alleen van de stookwaarde van aardgas (zie ook TNO rapport pagina 65 6 e alinea). Het variabele deel van de maximumprijs kan ook daadwerkelijk worden vastgesteld in een aantal m³ gas per Gj. in plaats van een bedrag in euro s. Elke leverancier kan die factor dan simpelweg vermenigvuldigen met de laagste gasprijs. Hierdoor kan de maximumprijs uitgedrukt in euro s ook mee variëren met de 2x per jaar wijzigende gasprijs voor consumenten. Voor leveranciers die zelf geen gas leveren, kan dan dezelfde referentieprijs vastgesteld worden. Via de NMa kan deze prijs per gasregio worden bepaald volgens het criterium, dat de laagste 3 prijsvechters voor de levering van gas het uitgangspunt vormen. 2.4 Overige factoren Wij vinden het een prima uitgangspunt om niet met elke extreme uitzondering rekening te houden en om bepaalde factoren tegen elkaar weg te strepen. Echter, factoren die voor grote groepen (warmte-)verbruikers gelden kunnen niet zonder meer buiten beschouwing worden gelaten. Datzelfde geldt voor factoren waarbij gasverbruikers wel een keuze hebben, maar warmteverbruikers niet. Rendement afleverset en elektriciteitsverbruik combiketel De afleverset heeft volgens uw toelichting ook de nodige rendements- en stilstandsverliezen en u stelt die op 1,26 Gj. Maar deze aanname is gebaseerd op alleen de warmtemeting buiten het stookseizoen. Als we gedurende het stookseizoen doormeten, en de modulerende HR-ketel in de winter stand-by staat, dus als er in de winter geen warmte van de ketel wordt gevraagd, komt er bij het werkelijk jaargebruik een aanzienlijk hoger warmteverbruik uit te weten ca. 2 Gj. De genoemde 1,26 Gj. zou volgens de toelichting van het OWB 20,- zijn. Volgens het OWB en de OWR berekende maximumprijs (zie bijlage 3 per Gj.) kost een Gj. 24,77. Dit maakt 24,77 x 1,26= 31,21. Eneco rekende in werkelijkheid af met 26,18 x 1,26 = 33,-. Het OWB bevat dus met 20,- een foutieve aanname. In het kader van eenvoud stellen we dan in tegenstelling tot uw aanname van 20,- deze kosten in werkelijkheid op 2x 24,77= 50,- Wij stellen voor dit bedrag tegen het ietsje lagere ketelrendement voor het warme tapwater weg te strepen. In de toelichting van het OWB wordt aangegeven dat het genoemde rendementsverlies ad 11

12 20,-van de afleverset tegen het elektriciteitsverbruik van de combiketel kan worden wegstreept. Vanwege genoemde argumenten en verschillen in uw berekeningen stellen wij voor: - het iets grotere tapwater-rendement van de afleverset in de ruimtewarmtesituatie weg te strepen tegen het in het OWB en de OWR toe te passen lagere rendementsfactor van 0,9 voor ruimteverwarming dan (het in werkelijkheid hogere rendement in) de gassituatie te bereiken rendement en kan ηtap ook op 0,90 worden gesteld, maar zeker niet op 0,65! - Voor zover het voorgaande restant rendementsverschil nog een beetje voordeel bij het tappen zou opleveren wordt dat ruimschoots gecompenseerd door het per saldo hogere elektriciteitsverbruik van diezelfde warmteklant ( verplicht elektrisch koken in de warmtesituatie, minus het elektraverbruik van met name de pomp van de CV-ketel) en het niet hoger kunnen tappen dan 60 C, waardoor naast het gebruikscomfortnadeel dat het water nagenoeg altijd via electrische hulpenergie moet worden bijgewarmd. Dit in tegenstelling tot de HR-ketel met tapwater die hiervoor wel tot 85 C kan presteren. Voorts zijn er ook nogal wat wisselaars in de praktijk geplaatst waarin eveneens een electrische pomp meedraait. In het kader van de eenvoud zullen we dit laatste argument maar verder buiten beschouwing laten. Alle genoemde argumenten tezamen rechtvaardigen dat het OWB en de OWR zodanig wordt aangepast dat de LVR en LVT percentages verdwijnen (zie hiertoe ook pag. 17 bijage 1 onder artikel 4) en de rendementsfactor voor het gebruik van de wisselaar tezamen met de ruimteverwarming op 0,9 wordt gesteld. Deze factor is conform het advies van TNO en komt eveneens de transparantie ten goede. EPN-wetgeving Het is merkwaardig dat zowel TNO als Haskoning vanwege de EPC gelijk op grond van NEN 5128 wel constateren dat de warmtewoningen een grotere warmtevraag vertonen dan de overeenkomstige aardgaswoning, maar beiden deze opmerkelijkheid van 15%!! meer equivalent aardgasverbruik voor de warmtewoningen niet verder uitwerken! Zie Haskoning pag. 40 en TNO pag. 24. Behoorde dit bij de opdrachten, omdat in het OWB onder de toelichting Overige factoren wordt gesteld dat de EPC in de toekomst wordt aangepast en het niet voor alle woningen geldt! Inderdaad particuliere opdrachtgevers hebben bij nieuwbouw de mogelijkheid om meer isolatie toe te passen dan is vereist! Maar dit zullen maar heel weinig verbruikers zijn om een algemene aftrek (compensatie) van dit bedrag in de vaste kosten niet te kunnen legitimeren! (15% van 1200m3 gas= 122,- per jaar). De meeste woningen worden projectmatig gebouwd en volgens de lagere isolatie-eis uitgevoerd. In de toelichting van het OWB wordt naar ons oordeel daarom wat te gemakkelijk gesteld dit punt verder maar buiten beschouwing te laten. Wij zijn van mening dat eerst een poging gedaan moet worden om vast te stellen hoe groot de groep van warmteverbruikers uiteindelijk is en waarvoor dit geldt. Als blijkt dat het om meer dan een paar procent van alle warmtewoningen gaat, dan zal hier bij de bepaling van de maximumprijs wel degelijk rekening mee gehouden moeten worden. Het gaat immers om 15 % meer variabele kosten ( 122,-) vergelijkbaar aan de gaswoning. En dat voor een te onderzoeken percentage op de groep van maar liefst SV-woningen (warmtewoningen)! Voor het minder goed isoleren van nieuwbouw SV huizen, doordat in de EPC regeling voor stadswarmte een hogere waarde dan voor de HR-ketel mag worden meegenomen 12

13 valt strikt genomen niet te verwijten aan de energie-leverancier. Deze verdient echter tot op heden wel aan de ontstane situatie ten koste van de SV-woningen! Duurzaamheid Het argument dat stadsverwarming bijdraagt aan duurzaamheid resulteert tot zo n 15% meer warmtevraag, wat maakt dat meer gas moet worden verstookt in de SV centrale. Wat is daar duurzaam aan? Het is bijzonder unfair dat de baten uit deze (onbedoelde?) effecten van de EPC normering terechtkomen bij de energieleveranciers. Wij vinden dat hiervoor een oplossing moet worden gevonden die gunstig uitvalt voor de SV-verbruikers en hen met terugwerkende kracht compenseert, in plaats van simpelweg te gedogen dat de leverancier meer warmte kan verkopen. Het feit dat in 2010?? de minimale isolatieeisen voor nieuwbouwwoningen worden opgetrokken is goed voor onze planeet. Voor de belanghebbenden bij de invoering van de Warmtewet, vooral de bestaande SV-gebruikers, zet het geen zoden meer aan de dijk. Feitelijk presteren warmtewoningen eigenlijk minder voor het Energielabel dan gaswoningen. Als hier (nog meer) publiciteit over komt zullen weinig consumenten nog eens willen verhuizen naar een woning met stadsverwarming. De nieuwe EPC-normering is bovendien voorlopig nog niet in de nieuwe NEN-regelingen verwerkt. Wij verzoeken daarom onderzoek naar de EPC en de mogelijke financiële consequenties ook vooral met terugwerkende kracht tot alsnog in het OWB (en de OWR) op te nemen. Energieverbruik voor koken Wij willen onze verbazing uitspreken over het feit dat in de toelichting wordt gesteld dat elektrisch koken mogelijk duurder is dan koken op gas. Volgens ons staat dat dus niet ter discussie: gemiddeld ±65 m3 gas voor koken is toch aanzienlijk goedkoper dan ±500 kwh elektra, en dan hebben we het alleen nog maar over de verbruikskosten. Verder willen we erop wijzen dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat via de maximumprijs het niet-meer-dan-ander-principe geborgd moet worden. Al decennia lang (Zie bijvoorbeeld beantwoording van Kamervragen door minister van Aardenne (EZ) in Handelingen II ( ): Uitgangspunt is dat de lasten van de energievoorziening (ruimteverwarming, warm water, koken en elektriciteit). niet hoger zijn dan. ) valt daar, naast ruimteverwarming en warm tapwater, dus koken ook onder. Ten aanzien van het argument van diversiteit aan individuele oplossingen die consumenten kunnen kiezen, willen we nog opmerken dat: a) De meeste (95%) warmte-verbruikers op hoofdlijn niets te kiezen hebben: ze koken verplicht elektrisch. De enige keuze die ze hebben is het type kooktoestel. Echter, om een vergelijkbaar comfort-niveau als koken-op-gas te behalen zal de warmteverbruiker niet kiezen voor een traditionele elektrische keramische kookplaat, maar bijvoorbeeld voor halogeen of inductie. Deze opties, die de energiebedrijven ook nog promoten zijn het meest milieuvriendelijk. b) Het argument dat ook in gaswoningen veel op elektra wordt gekookt, snijdt ons inziens geen hout. Nog steeds wordt in meer dan 80% van de gevallen op gas gekookt! c) Het niet meenemen van de duurdere elektriciteit voor koken is merkwaardig, aangezien de warmtecentrale zowel warmte als elektriciteit produceert. De elektriciteit die wordt gebruikt om te koken is direct een gevolg van de warmteopwekking. Gezien het voorgaande zijn we van mening dat het aspect elektrisch koken niet zonder meer buiten beschouwing mag worden gelaten (niet voor het verbruiksdeel, noch voor de kapitaallasten van de duurdere kookplaat e.d.). Als de hogere kapitaallasten als gevolg van het verplicht elektrisch koken in ogenschouw worden genomen, 13

14 dan is de conclusie gerechtvaardigd dat er op het punt van kapitaallasten grosso modo geen sprake is van een verschil tussen de gas- en warmtesituatie. Om de zaken niet nodeloos ingewikkeld te maken, stellen we daarom voor om dit aspect niet tot op cijfers achter de komma uit te rekenen, maar weg te strepen tegen andere aspecten (zie ook pag. 11 en 12 bij het voorafgaande item Rendement afleverset en elektriciteitsverbruik combiketel ). Verschil tussen huurders en eigenaren Er bestaat, zoals in de toelichting in het OWB vermeldt, naar onze mening helemaal geen Huurwet. De vastrechtkosten Warmte die op Ypenburg in 2009 bij huurders in rekening werden gebracht zijn 177,55. Die kosten bedragen voor eigenaren 339,86. Het verschil bedraagt dus 163,- en dat is dan ca. 50% van de bijdrage die eigenaren in rekening wordt gebracht. De wisselaar is bij de huurwoningen ook van Eneco en wordt geheel door hen onderhouden. Navraag bij Vestia Nootdorp leert dat de corporatie Eneco niet voor het verschil compenseert. Dus zowel de corporatie als eigenaar en de huurder passen dit verschil niet bij, hoewel dit op het officiële tariefblad van Eneco wel wordt aangegeven. In de praktijk doet deze situatie zich bij de meeste huurwoningen met stadswarmte voor. Naar ons oordeel wordt door het lagere vastrecht voor huurwoningen wellicht ongewild door onze leverancier aangegeven waar hij voor het Vastrecht bij eigen woningen eigenlijk recht op zou moeten hebben: 177,55 en geen 339,86! In de toelichting in het OWB staat dat in de bestaande wet- en regelgeving voor huurders door het OWB en de OWR niets gewijzigd wordt. Over het bestaande (structurele) rechtsverschil wordt echter niets vermeld buiten de constatering in het OWB dat er zich in de praktijk veel verschillende (niet nader uitgewerkte) situaties voordoen. Wij vinden deze constatering te vrijblijvend. Wij verzoeken dringend hier nader onderzoek naar te doen, mede in relatie tot een formeel geheime afspraak tussen de gemeente Den Haag, het ontwikkelingsbedrijf Wateringse Veld en Eneco om in een soortgelijk ander netwerk van Den Haag (Wateringse Veld) structureel ca. 100,- minder vastrecht bij eigenaren te declareren dan bij die van Ypenburg. Op het officiële tariefblad van Eneco op haar website staat desalniettemin voor zowel Wateringse Veld als Ypenburg hetzelfde hoge vastrecht voor de levering van warmte inclusief warm tapwater vermeld! Hiermede is dus aangetoond, dat er ruimte in het huidige tarief Vastrecht warmte voor de bepaling van de maximumprijs aanwezig is en verzoeken u hier bij de uitwerking van de AMvB nader rekening mee te houden. 3. Aansluitbijdrage Zie voor het betreffende citaat de gedeeltelijke overdruk op bijlage 2 pag. 24 uit de toelichting van het OWB. Formeel genomen zal in situatie 1 de koopprijs van een warmtewoning (met een hogere aansluitbijdrage) verschillen van de koopprijs van een warmtewoning uit situatie 2 nadat de EPC-norm gewijzigd is. Gedurende de levensduur van de 1 e CV-ketel zullen de maandelijkse kapitaallasten ook nauwelijks verschillen. In de praktijk zal de betaalde meerprijs op de bestaande woningmarkt niet veel uitmaken. Het imago van de stadsverwarmingswoning t.o.v. de gaswoning wordt er niet beter door. We begrijpen uit uw omschrijving dat de huidige praktijk ook onder de voorgestelde nieuwe regelgeving in veel gevallen hetzelfde als nu zou blijven, ondanks de reeds betaalde hogere aansluitbijdrage. Zoals eerder vermeld heeft de bestaande warmteverbruiker in 14

15 feite al een virtuele HR CV-ketel gekocht. Hier mag in de definitieve uitwerking van de maximumprijs beslist niet aan voorbij worden gegaan! Bovendien is het in strijd met de letter en de geest van de Warmtewet er vanuit te gaan dat in nieuwe stadsverwarmingsgebieden wéér hogere aansluitbijdragen (hoger dan voor een gasaansluiting) mogen worden gevraagd dan in bestaande warmtenet-gebieden. De toelichting in het OWB motiveert dit door te stellen dat de projectontwikkelaar, gemeente en leverancier deze afspraak kennelijk privaatrechtelijk, in strijd met het publieksrecht (de Warmtewet) kunnen maken. Bovendien ontstaat er daardoor rechtsongelijkheid in de tarifering als men in een bestaand of nieuw stadsnet een woning gaat bouwen. De maximaal gelijkwaardige aansluitvergoeding warmte periodiek en eenmalig dient volgens de artikelen 5 lid 3 en 6 leden 1 en 2 van de Warmtewet via de AMvB gespecificeerd te worden vermeld op de jaarnota s en moet gelijk zijn aan de gassituatie. In artikel 6 lid 1 van de Warmtewet wordt immers gesteld dat de eenmalige aansluitbijdrage in de warmtesituatie (maximaal) gelijk is aan de aansluitbijdrage in de gassituatie. Het verbaast ons dat in de ontwerp-regelgeving ruimte wordt gezien om daar in situatie 1 toch van af te wijken. In feite wordt via de toelichting in het OWB gesteld dat de bewoners in een nieuw stadsverwarmingsgebied geen gebonden afnemers zijn. Daarmede wordt het privaatrecht boven het publieksrecht gesteld. Naar ons oordeel is dit uitgangspunt in strijd met de wet. De regeling zou hier duidelijk op moeten worden aangepast. Bovendien ontstaan er nieuwe situaties in oude netten die dus minder eenmalige aansluitbijdrage betalen (gelijk aan gas) waardoor er een hele merkwaardige rechtsongelijkheid voor de gebonden verbruikers gaat ontstaan. In het geval van nieuwbouw kan de gemeente eisen stellen aan de wijze van energievoorziening die de projectontwikkelaar moet toepassen. In het geval van Ypenburg was en is de gemeente Den Haag 17% aandeelhouder in SV-leverancier Eneco en is er dus een behoorlijke belangenverstrengeling. Het is de consument die niet kan kiezen, maar die consument betaalt vervolgens wel via de hypotheek 30 jaar lang de aansluitingskosten af. Wij vinden dat bewoners van Ypenburg wel degelijk recht hebben op terugbetaling van de teveel betaalde aansluitkosten op het SV net vanaf Kopers van een nieuwbouwwoning sluiten hun koopcontract meestal 1,5-2 jaar voor oplevering. De woningen in Ypenburg zijn voor het merendeel voor 2007 verkocht. Gelet op het gelijkheidsbeginsel moeten de oude (vanaf ) te veel betaalde aansluitbijdragen gezien art. 6,lid 1, van de Warmtewet, bijvoorbeeld door zonder kostenverrekening van de restantwaarde van de aanwezige wisselaar deze over te dragen aan de verbruiker, of desgewenst deze door de leverancier aan de verbruikers via een restantwaarde te compenseren. Dit zijn allemaal immers gedupeerde consumenten. Zij dienen hun te veel betaalde aansluitkosten via een overgangsbepaling in het OWB terug te kunnen krijgen of in de vorm van het gratis overdragen van het eigendomsrecht van de wisselaar of het uitbetalen van de restantwaarde. Bij de bepaling van de maximumprijs dient naar ons oordeel in het OWB en de OWR rekening te worden gehouden met de geïnvesteerde kapitaallasten van een reeds betaalde hogere aansluitbijdrage en de uiteindelijke vrije keus door de verbruiker om de wisselaar en/of warmtemeter te huren of te kopen (zie ook onze opmerkingen bij 2.1 pag. 7 van deze bijlage e.v.). 6. Uitvoering en handhaving Een citaat uit de betreffende toelichting van het OWB: De eenmalige aansluitbijdrage is opgenomen in artikel 5 waar wordt bepaald dat deze eenmalige aansluitbijdrage in het geval van een warmteaansluiting niet hoger mag zijn dan voor een gasaansluiting. Over de aansluitbijdrage merkt de NMa tevens op dat er geen 15

16 relatie wordt gelegd met de periode van 30 jaar die wordt genoemd in artikel 6, eerste lid, van de wet. Het is echter onduidelijk hoe deze periodebepaling beslag kan krijgen in onderliggende regelgeving. Wij missen in deze passage wederom de uitwerking van de bepalingen, zoals de wet deze voorschrijven. Nog een citaat uit die toelichting: Aangezien de gegevens uit het jaar t pas bekend zijn aan het eind van het jaar t-1 zal de NMa genoodzaakt zijn de representatieve organisaties te consulteren met voorlopige gegevens in plaats van met de definitieve gegevens. Omdat de wet teruggrijpt naar zullen de benodigde gegevens over 2007, 2008 en 2009 nu toch inmiddels wel bekend zijn?? Hiervoor zouden de vastrechtcomponenten over de jaren 2007 en 2008 uit onze positionpaper, u verzonden op 21 juli 2009 (op 17 september 2009 is een aangepaste versie g d), over dat samengestelde gas-vastrechttarief kunnen worden geraadpleegd. Hoewel de systematiek van de vastrechtcomponenten per 1 januari 2009 is gewijzigd (zie hieronder artikel 3) mag in het OWB en de OWR voor de verbruikers toch meer (uitgewerkte) rechtsbescherming worden verwacht over de terugwerkende kracht en de restitutie tot 1 januari Artikelen OWB (zowel het betreffende artikel als de artikelsgewijze toelichting) Artikel 2 Zoals reeds onder het kopje eenvoud en transparantie aangegeven pleiten wij er voor om, in het kader van die eenvoud en transparantie, wèl een afzonderlijk maximum tarief vast te stellen voor zowel het variabele - als voor het vaste deel van de warmteprijs. Artikel 3 Zie allereerst onze opmerkingen bij onder meer paragraaf 2.2 van de toelichting. Dat voor de vaste (en variabele kosten hieronder in artikel 4) wordt uitgegaan van de grootste 3 landelijke leveranciers zou betekenen, dat de warmteverbruiker wordt uitgesloten van de 3 nieuwe prijsvechters in de energiemarkt zoals GreenChoice, Energie:direct en de Nederlandse Energiemaatschappij. Het lijkt ons voor de hand liggend dat niet met de duurste aanbieders wordt gebenchmarked. Het is de bedoeling van de Warmtewet consumenten, die geen keuzevrijheid hebben, te beschermen tegen te hoge prijzen. Dan zou de laagste prijs in de markt de referentie moeten zijn voor de vaste en variabele kosten. In ieder geval niet het gemiddelde van de 3 grootste en daarmee duurste aanbieders. Wij verzoeken u via de NMa de laagste drie aanbieders per half jaar te volgen in de markt en deze systematiek in het OWB vast te leggen. Ten aanzien de gemiddelde huurkosten van de wisselaar bij de 4 grootste leveranciers moet rekening gehouden worden met grootschalige rechtstreekse inkoop door de leveranciers bij de fabrikanten. Daardoor kunnen grote kortingen worden bedongen. Dit kan eveneens in het OWB en/of de OWR nader worden uitgewerkt. De variabele gasprijs voor kleinverbruik bestaat in 2007, 2008 en 2009 uit de som van de componenten: a) Gasverbruik profiel 1 regio. b) Regio-opslag en c) Energiebelasting gas De begripsomschrijving in artikel 3 lid 1 onder VRg sub a van het Warmtebesluit voldoet niet aan dit deel van de daarin opgesomde specificaties en kunnen daarom aanleiding tot verwarring geven. De vastrechtprijs voor gas kleinverbruik bestaat in 2007, 2008 en 2009 uit de som van 16

17 de componenten: a) Vastrecht gas Gasprofiel 1 en regio.. b) Transportonafhankelijk tarief c) Capaciteitstarief tot G6-( m³)(in 2007 en 2008 nog genaamd Capaciteitsafhankelijk tarief gas ) d) Periodieke aansluitvergoeding tot G6 e) Momenteel wordt voor gas Meterhuur gas op de nota afzonderlijk vermeld. De begripsomschrijvingen zoals geformuleerd in artikel 3 lid 1 onder b. en c.voor de VKg en c. voor de GKg van het Warmtebesluit voldoen niet aan deze specificaties in de praktijk zoals hierboven vermeld en kunnen mogelijk aanleiding tot verwarring geven. Ons inziens dient GKw zodanig te worden verduidelijkt dat de meetkosten voor warmte als omschreven onder gasmeterhuur voor de warmteverbruiker nooit hoger mag zijn dan voor de gassituatie en wordt betiteld als Meterhuur warmte zoals gelijksoortig nu op de gasnota s vermeld als Meterhuur gas. De Warmtewet maakt koop van die meter ook mogelijk. Deze mogelijkheid dient derhalve eveneens te zijn uitgewerkt. Inzake de fictieve onderhoudskosten GKW onder b. verwijzen wij nog graag naar onze uitvoerige toelichting over de onderhoudskosten op pagina 9 onder het kopje Elementen en wijze van berekening. Daaruit blijkt dat de onderhoudskosten voor een HR-ketel over een afschrijvingstermijn van 15 jaar zouden er in de OWR als volgt uit moeten zien: Per jaar 100,-. Dit is aanzienlijk lager dan het bedrag door u bepaald in de OWR op 141,-. De GKw dienen te vermelden: - de kapitaalslasten van de hogere eenmalige aansluitbijdrage voor warmte; - de kapitaalslasten van het duurder elektrisch koken; - de kapitaalslasten van de stilstandverliezen van de warmtewisselaar; - de kapitaalslasten van de hogere stookkosten als gevolg van de lagere warmteisolatie; - de onderhoudskosten van de warmtewisselaar. Per saldo valt dan het nodige tegen elkaar weg, waardoor de formule een stuk eenvoudiger kan worden, namelijk door ΔGK te stellen op de onderhoudskosten van een jaarlijks onderhoudscontract voor een HR-ketel zonder warm tapwatervoorziening zoals zojuist beschreven en een goede definitie van het type contract en de bepaling van die kosten. Artikel 4 Hier geldt hetzelfde als hierboven vermeld onder artikel 3. De formule kan een stuk simpeler worden, bijvoorbeeld doordat de leidingverliezen weggegelaten kunnen worden, evenals de verdeling in percentages tussen ruimteverwarming en warm tapwater. De oude methodiek van Energiened in haar jaarlijks warmte-tariefadvies om van het totale warmteverbruik respectievelijk door de ruimteverwarmingsvraag VR 79 % en warm tapwatervraag VT 21% per definitie voor iedere SV-verbruiker vast te stellen en dus een vaste hoeveelveelheid tapwater (7,2Gj.) toe te rekenen naar het warm tapwaterverbruik is zeer onrechtvaardig. Geen enkele verbruiker heeft daardoor de mogelijkheid zuinig met tapwater om te gaan want doordat u in uw voorstel deze verdeelsleutel intergraal overneemt wordt iedere Gj. ten onrechte met 4,60 opgehoogd. Waarom zou deze verdeelsleutel wettelijk worden ingevoerd terwijl TNO, de Consumentenbond en ook wij bij de actuele ketelrendementen uitvoerig hebben aangetoond dat deze rekenmethodiek zeer nadelig is en geen rekening houdt met het feitelijke tapwaterverbruik dat de verbruiker afneemt. Hierbij dient te worden bedacht dat de 17

18 snelle doorstroom van de gevraagde stadswarmte door de wisselaar ruimschoots en feilloos, inclusief het intermitterend tappen door de meter wordt geregistreerd. In feite betaalt de verbruiker door de gekozen methodiek 2x voor het warme tapwater via de Gj.-prijs over het totale jaarverbruik. Wij hebben gelet op de bepaling in artikel 3 van het OWB de (hoge) referentiegasprijs van Eneco op Ypenburg voor onze praktijk-berekeningen in bijlage 3 gehanteerd omdat we nu eenmaal gebonden zijn aan Eneco. Men dient zich te realiseren dat deze aanzienlijk hogere prijzen hanteert ten opzichte van prijsvechters zoals bijvoorbeeld Energie:direct. Op de vergelijkingssite wordt kenbaar gemaakt wat wij als gebonden verbruiker niet op de gecombineerde electra- en gasafrekening kunnen besparen. Wij hebben voor een voorbeeldberekening de volgende parameters ingevoerd: 2000 kwh laag en 2000 kwh normaal elektraverbruik, en de uitkomst volgens uw Warmtebesluit omrekenfactor 36,31 x het gemiddeld jaarverbruik 34,2 Gj. berekend = 1242 m³ gas. Tussen de goedkoopste, Energie:direct en en onze vaste Enegieleverancier Eneco rolt dan een nadelig verschil uit op jaarbasis van 236,55. Dit zou ca.16% korting zijn t.o.v. de grootste 3 leveranciers (in ons geval Eneco). Deze korting wordt ons door het voorliggende voorstel OWB en OWR per definitie onthouden, tenzij U die goedkopere tarieven, (inclusief compensatie voor het duurdere elektra-tarief omdat wij alleen met het elektra niet kunnen overstappen), integreert in het OWB. Nu worden immers de contracten van de 3 grootste landelijke aanbieders voorgeschreven. Dit moeten naar ons oordeel de 3 laagste gasleveranciers in prijs worden. De gebonden verbruikers dienen door de overheid beschermd te worden. Daarom is de Warmtewet uiteindelijk tot stand gekomen. Overigens merken wij nog op dat in dit artikel 4 voor de gebruikskosten van een CV-ketel (GKg) de reële vermogenskostenvoet ontbreekt omdat de NMa die nog moet vaststellen! Uit door u nader verstrekte informatie zou die voet in eerste instantie op ca. 4% wordt gesteld. Hier kunnen wij echter al op reageren met de wetenschap dat de fiscale rente vanaf het 4 e kwartaal 2009 op 2,5% staat. Wij gaan er van uit dat bij de verdere uitwerking van de OWR die actuele rente als maximum in het OWB wordt toegepast! Aangezien CVg op basis van bovenwaarde is aangegeven, zal bij de (diverse) rendementen(η) ook aangegeven moeten worden dat deze eveneens op de bovenwaarde zijn geformuleerd. Overigens pleiten wij er vanwege de duidelijkheid voor om het variabele deel van de maximumprijs niet in euro s maar in een aantal m³ gas per Gj. vast te stellen (31,59x). Wij hebben deze voorstellen uitgewerkt op bijlage 4. Artikel 5 In hoofdstuk 3 van de toelichting worden ten aanzien van de aansluitbijdrage twee situaties beschreven. Hetgeen hier in artikel 5 van het besluit (AMvB) staat heeft alleen betrekking op situatie 2. Dat dit blijkbaar niet van toepassing is op situatie 1 staat nu nergens beschreven in het besluit. Het kan en mag naar onze mening ook niet vanwege de algemeen verbindende wettekst. Het OWB dient zodanig te worden aangepast dat de tekst op een bestaand warmtenet wordt verwijderd. Artikel 12 (Overgangs- en slotbepalingen) Er kan in dit artikel worden gelezen dat de terugwerkende kracht tot 1 januari

19 nog geen uitgemaakte zaak is ondanks de wettelijke bepaling daarvan in de Warmtewet. Immers de NMa zou dit moeten vaststellen. En zo ja dan wordt teruggegrepen naar de transportafhankelijke tarieven. Eigenlijk is dit artikel de enige bepaling die iets zegt over de terugwerkende kracht. Uit heel ons betoog blijkt dat de wettelijke terugwerkende kracht tot met alle uit te werken facetten in het OWB en de OWR in zijn geheel onderbelicht is. Alle boekhoudjaren 2007, 2008 en 2009 zijn afgesloten. Deze jaren kunnen dus al geheel uitgewerkt worden geïntegreerd in de OWR. Alle nu vermelde parameters zijn echter alleen nog naar het jaar 2009 herleid. Gaarne het OWB hier op aanpassen. Bij de terugbetalingsregeling door invoering van de Warmtewet met terugwerkende kracht missen we een clausule over rentevergoeding aan de consument bij de teveel betaalde bedragen. Dat laatste is niet eerlijk, want bij de berekening van de tarieven wordt de kapitaalsvergoeding wel meegenomen. Vandaar dat wij vinden dat aan de consument rente moet worden vergoed op het teveel in rekening gebrachte bedrag. In het OWB zou moeten worden bepaald dat na de inwerkingtreding van de AMvB gedurende de eerste 5 jaar geen ontheffing kan worden verleend op de maximumprijs. Het is absoluut noodzakelijk dat de terug te betalen (terugwerkende) bedragen door de invoering van de terugwerkende kracht niet naar de toekomst kunnen worden afgewenteld op de verbruikers en uiteindelijk alsnog zullen resulteren in een later rendement voor de aandeelhouders. DE WARMTEREGELING (OWR) Indien rekening wordt gehouden met onze opmerkingen bij deze AMvB, dan worden een aantal elementen uit de OWR overbodig. Op sommige punten kan er ook voor gekozen worden om de AMvB ongewijzigd te laten en bepaalde factoren in deze regeling te verlagen of zelfs op nul te stellen. In deze reactie op de regeling gaan we van dat laatste uit, maar we pleiten ervoor om zoveel mogelijk punten in de AMvB aan te passen, zodat de gehele nieuwe regelgeving er een stuk eenvoudiger op wordt. 2. Vaste Kosten Artikel 2 1a. De aanschafwaarde van de CV-ketel Door middel van een hogere aansluitbijdrage heeft de warmteklant zijn eerste fictieve HR-ketel ook al betaald. Uitgangspunt voor deze post moet dus niet zijn eerste plaatsing in een woning, maar vervanging. In verband met diezelfde hoge aansluitbijdrage ontstaat er pas na de levensduur van de 1 e HR-ketel een verschil aan gebruikskosten. Zelfs dochter-ondernemingen van de energiebedrijven bieden moderne HR-ketels (inclusief montage en bijkomende zaken) aan voor aanzienlijk lagere bedragen dan de door u vastgestelde 2474,- die uit de nieuwbouwsituatie is gedestilleerd. Wij motiveren de te berekenen 1850,- voor de vervanging van de HR-ketel met hulpmaterialen en installatie uitvoerig in deze bijlage onder het kopje Vermeden gebruikskosten op pagina 8. 1d.Jaarlijkse onderhoudskosten cv-ketel Ten aanzien van deze post ontbreekt elke bronvermelding. Dat is niet in lijn met het uitgangspunt van transparantie. Inzake deze fictieve onderhoudskosten GKW onder b. verwijzen wij nog graag naar onze uitvoerige toelichting over de onderhoudskosten op pagina 9 onder het kopje Elementen en wijze van berekening. Daaruit blijkt dat de onderhoudskosten voor een HR-ketel over een afschrijvingstermijn van 15 jaar zouden er in de OWR als volgt uit moeten zien: 19

20 Per jaar 100,-. Dit is aanzienlijk lager dan het bedrag door u bepaald in de OWR op 141,-. 2. Ten aanzien van punt 1d. kunnen we ons nog wel een jaarlijkse verhoging voorstellen aan de hand van een prijsindex, maar we vragen ons af of dat de algemene consumentenprijsindex zou moeten zijn. Ten aanzien van punt 1a. geldt dat zolang het zelfde type HR-ketel de referentie blijft er eerder sprake zal moeten zijn van een jaarlijkse prijsverlaging. 3. Variabele kosten Artikel 3 a.en b. We stellen voor om het onderscheid in percentages voor ruimteverwarming (VR) en warm tapwater (VT) uit de maximumprijsformule te halen (zie voor de toelichting hierboven onder artikel 4). c. Het gaat hierbij niet om het leidingverlies, maar om het verschil in leidingverlies tussen de gas- en de warmtesituatie. Dat verschil speelt bij ruimteverwarming volgens Haskoning géén rol. Dan zou u daar geen nadelige interpretatie voor ons op mogen loslaten. d. Het gaat hierbij niet om het leidingverlies, maar om het verschil in leidingverlies tussen de gas- en warmtesituatie en dat verschil is klein (niet significant) en zeker geen 10% voor het warme tapwater (zie ook motivering pag.10 onder het kopje 2.3 variabele kosten ). Daarom mag u daar geen nadelige interpretatie voor de warmteverbruiker op loslaten. e. 90% rendement op bovenwaarde voor ruimteverwarming is aan de lage kant. Overigens stellen we voor om het kleine verschil met het werkelijke rendement op ruimteverwarming weg te strepen tegen de rendements- en stilstandsverliezen van de afleverset in de warmtesituatie. Zie verder hieronder. f. 65% rendement op bovenwaarde voor warm tapwater is niet in lijn met de huidige stand van de techniek. Een rendement van 77,35 % is in 2009 vastgesteld in een praktijktest door de consumentenbond. Bovendien hebben wij in deze zienswijze meerdere malen bij de onderscheidenlijke facetten gemotiveerd, dat de warmtewisselaar voor het warme tapwater en de toerekening daarvan eigenlijk conform het advies van TNO geen rol mag spelen. De genoemde factor ηtap = 0,65 kan dan ook geheel vervallen. Zie verder hieronder. Verdere toelichting BPY ad a. t/m f. Zie ook pagina 11 bijlage 1 onder Rendement afleverset en elektriciteitsverbruik combiketel Het gemiddeld opwekrendement voor ruimteverwarming (ηruimte), wordt door EZ vooralsnog vastgesteld op 0,90. Dit gemiddeld opwekrendement, voor de z.g. combi situatie geldt niet alleen voor uitsluitend ruimteverwarming en is daarom veel te laag. Het aanhouden van deze waarde zou betekenen dat bij HR ketels nimmer condensatie optreedt, wat volstrekt onaannemelijk is. Volgens de NEN 5128 laatste uitgave is voor de CV ketel type HR 107 het opwekrendement voor ruimteverwarming 0,95. Tezamen met de omstreden verdeelpercentages VR en VT, zoals toegelicht hierboven onder artikel 4, wordt geheel voorbij te gaan aan het gemotiveerde TNO rapport om uiteindelijk in alle situaties geen combi tarief voor ruimteverwarming en warm tapwaterbereiding toe te passen. Zoals daar al vermeld worden de kosten per Gj. over het gehele jaarverbruik door de toegepaste rekenformule van EZ ten onrechte extra opgehoogd. In de voorgestelde Warmteregeling is een gemiddeld warm tapwaterrendement (ηtap) bepaald op 0,65. Ook hier zou moeten worden gerekend met het opwekrendement volgens NEN 5128 laatste uitgave. Voor het WW deel van de CV combi ketel type HR 107 geldt bij 20

Actie Giga Joule. Warmtebesluit (AMvB) en Warmteregeling. Voorstel voor een. eenvoudige en transparante. bepaling van een. Nie t Meer Dan Anders

Actie Giga Joule. Warmtebesluit (AMvB) en Warmteregeling. Voorstel voor een. eenvoudige en transparante. bepaling van een. Nie t Meer Dan Anders ctie Giga Joule Warmtebesluit (MvB) en Warmteregeling Voorstel voor een eenvoudige en transparante bepaling van een zuivere Nie t Meer Dan nders M X I M U M P R I J S 24 januari 2010 R. Louwerse, vrz.

Nadere informatie

Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte

Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte 1 Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte ies: e kosten: voor bestaande projecten: Vastrecht SV = Vastrecht gas + all in rhoudskosten CV. voor nieuwe projecten (na 1-1-2007) de EAB zodanig in

Nadere informatie

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit)

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Concept Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Op de voordracht van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van

Nadere informatie

Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer Dan Anders principe, voor levering van Warmte aan kleinverbruikers.

Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer Dan Anders principe, voor levering van Warmte aan kleinverbruikers. H. Heiner Prozastraat 1 1321 KP Almere Tel. / Fax. 036 5464266 Datum: 9 oktober 2009 e-mail h.heiner@heiner.nl Blad: 1 van 6 Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer

Nadere informatie

TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Doel en aanleiding

TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Doel en aanleiding TOELICHTING I ALGEMEEN 1. Doel en aanleiding Deze regeling strekt tot wijziging van de Warmteregeling als gevolg van een rapportage van het Nationaal Expertisecentrum Warmte waarin wordt aanbevolen enkele

Nadere informatie

Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014

Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014 Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014 Vanuit de Regio Utrecht heeft Eneco diverse vragen ontvangen en zijn er onduidelijkheden ontstaan over de

Nadere informatie

Consultatieverslag Warmteregeling 1. Algemeen

Consultatieverslag Warmteregeling 1. Algemeen Consultatieverslag Warmteregeling Om betrokkenen in de gelegenheid te stellen te reageren op de concept Warmteregeling, is deze van 15 september tot en met 13 oktober 2014 via internet geconsulteerd. In

Nadere informatie

ZWARTBOEK - Warmtewet en ACM Besluit

ZWARTBOEK - Warmtewet en ACM Besluit H. Heiner Prozastraat 1 1321 KP Almere Tel. / Fax. 036-5464266 E-mail: h.heiner@heiner.nl Almere 26 januari 2015 Blad 1 van 4 ZWARTBOEK - Warmtewet en AC Besluit Bij het opstellen van dit zwartboek is

Nadere informatie

Wat is er gedurende het hele traject van stadsverwarming voorbij gekomen.

Wat is er gedurende het hele traject van stadsverwarming voorbij gekomen. Aan: Ministerie van Economische Zaken T.a.v. Lineke den Ouden, ALP 562 Postbus 20101 2500 EC Den Haag consultatie@minez.nl Almere, 25 januari 2010 Geachte mevrouw Den Ouden, Wij, als Stichting Niet Meer

Nadere informatie

2. ACM heeft Reeshof bij brief van 26 maart 2015 uitgenodigd voor de hoorzitting op 21 april 2015.

2. ACM heeft Reeshof bij brief van 26 maart 2015 uitgenodigd voor de hoorzitting op 21 april 2015. BESLUIT OPENBAAR Ons kenmerk: ACM/DJZ/2015/204085 Zaaknummer: 14.1291.52.1.03 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op het bezwaar van de Stichting Reeshofwarmte tegen het besluit van ACM

Nadere informatie

Aan: Ministerie van EZ T.n.v. L. den Ouden ALP 562 Postbus 20101 2500EC Den Haag consultatie@minez.nl NMa / Energiekamer warmtewet@nmanet.

Aan: Ministerie van EZ T.n.v. L. den Ouden ALP 562 Postbus 20101 2500EC Den Haag consultatie@minez.nl NMa / Energiekamer warmtewet@nmanet. Burgerinitiatief-Stadsverwarming / Stichting WETEN2002 Tilburg Bieslookweg 122 5044DR Tilburg Tel.013-5904255 / 0648751328 E-mail stadsverwarming-burgerinitiatief@hetnet.nl Aan: Ministerie van EZ T.n.v.

Nadere informatie

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (Tekst geldend op: 13-12-2013) Besluit van 10 september 2013, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 25449 13 september 2013 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 september 2013, nr. WJZ/ 13132689, houdende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 839 Wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Aan

Nadere informatie

Betreft Internetconsultatie Warmtebesluit en Warmteregeling 1 december 2009

Betreft Internetconsultatie Warmtebesluit en Warmteregeling 1 december 2009 Ministerie van Economische Zaken T.a.v. Lineke den Ouden, ALP 562 Postbus 20101 2500 EC Den Haag Betreft Internetconsultatie Warmtebesluit en Warmteregeling 1 december 2009 Geachte mevrouw Den Ouden, Den

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Geachte Tweede Kamerleden,

Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Geachte Tweede Kamerleden, Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum 0 Contactpersoon Doorkiesnummer Mailadres 1/5 Geachte Tweede Kamerleden, U heeft op 5 december de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35546 8 december 2014 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 5 december 2014, nr. WJZ/14190770, tot wijziging

Nadere informatie

NIET MEER DAN Tariefadvies voor levering van warmte aan kleinverbruikers 2006

NIET MEER DAN Tariefadvies voor levering van warmte aan kleinverbruikers 2006 Stichting Niet Meer Dan p/a Prozastraat 1 1321 KP Almere Tel. / Fax. 036 5464266 Almere 1 februari 2006 NIET MEER DAN Tariefadvies voor levering van warmte aan kleinverbruikers 2006 Introductie De Stichting

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 29 048 Voorstel van wet van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)

Nadere informatie

tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas

tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas tariefopbouw collectief warmtenet Uw woning wordt duurzaam verwarmd door een collectief warmtenet van Cogas. Wij brengen hiervoor kosten in rekening,

Nadere informatie

Workshopmiddag Warmtewet

Workshopmiddag Warmtewet Workshopmiddag Warmtewet Femke Heine en Mahir Sari 31 oktober 2013 Disclaimer: Aan deze presentatie kunnen geen rechten worden ontleend. Algemeen 2 Op welke wijze gaat er door ACM gecommuniceerd worden

Nadere informatie

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ten uitvoering van de Warmtewet

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ten uitvoering van de Warmtewet Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ten uitvoering van de Warmtewet Ten geleide: Op grond van artikel 12, vierde lid, van de Warmtewet wordt de voordracht van een algemene maatregel

Nadere informatie

De waarde van stadswarmte. Hoe komt de prijs tot stand?

De waarde van stadswarmte. Hoe komt de prijs tot stand? De waarde van stadswarmte Hoe komt de prijs tot stand? De waarde van stadswarmte 3 Hoe komt de prijs tot stand? De energierekening is voor vrijwel iedereen een belangrijk onderdeel van de maandelijkse

Nadere informatie

Pagina 1/19. Besluit. Ons kenmerk: ACM/DE/2014/206989 Zaaknummer: 14.1291.52

Pagina 1/19. Besluit. Ons kenmerk: ACM/DE/2014/206989 Zaaknummer: 14.1291.52 Ons kenmerk: ACM/DE/2014/206989 Zaaknummer: 14.1291.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid en artikel 8, vijfde lid, van de Warmtewet.

Nadere informatie

Pagina 1/19. en artikel 8, vijfde lid, van de Warmtewet. Ons kenmerk: ACM/DE/2013/206623 Zaaknummer: 13.1362.52

Pagina 1/19. en artikel 8, vijfde lid, van de Warmtewet. Ons kenmerk: ACM/DE/2013/206623 Zaaknummer: 13.1362.52 Ons kenmerk: ACM/DE/2013/206623 Zaaknummer: 13.1362.52 Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2014.

Nadere informatie

Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2016.

Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2016. Ons kenmerk: ACM/DE/2015/206939 Zaaknummer: 15.1111.52 Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2016.

Nadere informatie

BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014

BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014 BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014 Mijn naam is Jan Willems Ik woon in de Haagse Beemden en ben een van de verbruikers die een klacht heeft ingediend bij de Geschillencommissie Energie Ik zal mij even voorstellen

Nadere informatie

Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2014.

Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2014. Ons kenmerk: Zaaknummer: ACM/DE/2013/206623 13.1362.52 Besluit tot vaststelling van de maximumprijs en de berekening van de eenmalige aansluitbijdrage en het meettarief warmteverbruik per 1 januari 2014.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 359 Besluit van 10 september 2013, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) 0 Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

MJA Workshop Wet & Regelgeving. Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing

MJA Workshop Wet & Regelgeving. Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing MJA Workshop Wet & Regelgeving Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing Lex Bosselaar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Warmtewet en utiliteitsbouw MJA workshop 19 juni 2014 Baarn Lex Bosselaar

Nadere informatie

memo I. Vaste kosten Ministerie van Economische Zaken Aan Stuurgroep uitwerking warmtewet Uitwerking NMDA: synthese van onderzoeken en beleidskeuzen

memo I. Vaste kosten Ministerie van Economische Zaken Aan Stuurgroep uitwerking warmtewet Uitwerking NMDA: synthese van onderzoeken en beleidskeuzen Ministerie van Economische Zaken Aan Stuurgroep uitwerking warmtewet Directoraat-generaal voor Behandeld door memo Uitwerking NMDA: synthese van onderzoeken en beleidskeuzen Datum 25 augustus 2009 Memonurnmer

Nadere informatie

Uitleg bij de presentatie

Uitleg bij de presentatie Uitleg bij de presentatie No 1 1985 Om één GJ te produceren is theoretisch 31,593 m³ gas nodig indien de CV ketel 100% rendement levert. In 1985 was het rendement van een CV ketel 71,1 %, en is er dus

Nadere informatie

Update parameters Warmteregeling. Datum 27 juni 2014 Status Definitief

Update parameters Warmteregeling. Datum 27 juni 2014 Status Definitief Update parameters Warmteregeling Datum 27 juni 2014 Status Definitief Colofon Opdrachtnemer Opdrachtgever Nationaal Expertise Centrum Warmte, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) Contactpersoon:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 29 048 Voorstel van wet van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)

Nadere informatie

Achtergrond Warmtewet

Achtergrond Warmtewet Achtergrond Warmtewet Bron: AEDES Handreiking Warmtewet voor Woningcorporaties (VERSIE 1, dd 21 oktober) 1. Achtergrond: De Warmtewet is ontstaan als initiatiefwet vanuit de Tweede Kamer. Het heeft tien

Nadere informatie

Themabijeenkomst Warmtewet

Themabijeenkomst Warmtewet Themabijeenkomst Warmtewet Bas de Zwart Even voorstellen: Adviseur bij IF Technology Adviesbureau op het gebied van hernieuwbare warmte en koude en marktleider advies bodemenergie 60 mensen in Arnhem Beleid

Nadere informatie

Vraag en Antwoord over de Warmtewet

Vraag en Antwoord over de Warmtewet Vraag en Antwoord over de Warmtewet Vraag Antwoord 1 Wat is de Warmtewet? De Warmtewet is er om huurders te beschermen tegen het betalen van te hoge kosten voor energieverbruik en meer inzicht te geven

Nadere informatie

Warmtewet vervolg. implementatie proces

Warmtewet vervolg. implementatie proces Warmtewet vervolg implementatie proces Indien Verhuurder ook Warmte-leverancier is, verandert de structuur /afwikkeling van de gemaakte kosten naar de huurder! => Advies- e/o Instemmings-plichtig! Landelijke

Nadere informatie

Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM. 22 maart 2010 stookkosten Eneco. Geachte bestuursleden,

Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM. 22 maart 2010 stookkosten Eneco. Geachte bestuursleden, Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM Datum Onderwerp 22 maart 2010 stookkosten Eneco Geachte bestuursleden, In het informatieboekje dat u aan alle bewoners

Nadere informatie

Ontwikkeling van een Gelijk-Als-Anders (GAA) rekenmodel voor de berekening van de integrale kosten van warmte ten behoeve van de Warmtewet

Ontwikkeling van een Gelijk-Als-Anders (GAA) rekenmodel voor de berekening van de integrale kosten van warmte ten behoeve van de Warmtewet Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research TNO-rapport 034-APD-2009-00415 Ontwikkeling van een Gelijk-Als-Anders

Nadere informatie

Consultatie warmtebesluit en warmteregeling

Consultatie warmtebesluit en warmteregeling Consultatie warmtebesluit en warmteregeling Op 1 december 2009 zijn concepten van het warmtebesluit en de warmteregeling ter consultatie openbaar gemaakt. De consultatie is gesloten op 26 januari 2010.

Nadere informatie

Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014. Albert Koedam

Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014. Albert Koedam Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014 Albert Koedam Tariefcomponenten voor Vanaf 1-1-2014 warmtelevering Plafond = Maximumprijs: Gebruiksonafhankelijk deel in (vastrecht, max 254) Gebruiksafhankelijk deel

Nadere informatie

Berekeningsgrondslagen voor warmtelevering

Berekeningsgrondslagen voor warmtelevering verwarming ir. J.B. de Wit, ing. A.A.L.Traversari mba De verrekening van warmtelevering (deel 2) Berekeningsgrondslagen voor warmtelevering Het niet-meer-dan-anders-principe wordt al jaren op verschillende

Nadere informatie

De Warmtewet, gaan we nu echt voor besparing en verduurzaming of hebben we een bureaucratisch monster?

De Warmtewet, gaan we nu echt voor besparing en verduurzaming of hebben we een bureaucratisch monster? De Warmtewet, gaan we nu echt voor besparing en verduurzaming of hebben we een bureaucratisch monster? Drs ing Teus van Eck Biomassabijeenkomst Bodegraven, 7 mei 2009 Warmte is de grootste post in de

Nadere informatie

Ons kenmerk G610/07.0006665. Datum uw brief 13-2-07

Ons kenmerk G610/07.0006665. Datum uw brief 13-2-07 Aan de SP-fractie Nijmegen t.a.v. de heer J.J.M. van Rens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen Telefoon (024) 329 91 11 Telefax (024) 360 67 49 E-mail gemeente@nijmegen.nl

Nadere informatie

Aanleiding. Waarom de Warmtewet

Aanleiding. Waarom de Warmtewet Warmtewet Inhoud Aanleiding Algemeen Status Leverancier, toezicht, systeem Tarief Bemetering Leveringsovereenkomst, geschillen Storingen Handhaving Inventarisatie en dilemma s Aanleiding Waarom de Warmtewet

Nadere informatie

28 december 2004. Notitie Anders dan niet meer dan anders

28 december 2004. Notitie Anders dan niet meer dan anders 28 december 2004 Notitie Anders dan niet meer dan anders Niet-meer-dan-anders (NMDA) Begin jaren tachtig is voor warmtelevering via stadsverwarming het NMDA-principe ingevoerd. Het principe is indertijd

Nadere informatie

- Vastrecht In Hengelo wordt één vastrecht gehanteerd, uitgaande van een HR-combiketel (dus zowel voor ruimteverwarming als warm tapwater).

- Vastrecht In Hengelo wordt één vastrecht gehanteerd, uitgaande van een HR-combiketel (dus zowel voor ruimteverwarming als warm tapwater). Dienst / Sector: PZ/COM Hengelo, 5 december 2006 Registratienummer: 121679 Raadsvergadering d.d. 12 december 2006 Agendanummer: C.3. Portefeuillehouder: We Onderwerp: Tariefstelling Warmtenet Hengelo WIJ

Nadere informatie

Stichting Niet Meer Dan De Specerij 44 1313 NG Almere

Stichting Niet Meer Dan De Specerij 44 1313 NG Almere RvB v.d. Nma / Energiekamer Projectnummer 103308_1 Postbus 16326 2500 BH Den Haag Almere, 24 december 2009 Geachte Raad, Wij, als Stichting Niet Meer Dan, maken graag gebruik van de mogelijkheid om als

Nadere informatie

Rapport Tariefadvies voor de levering van warmte aan kleinverbruikers 2013

Rapport Tariefadvies voor de levering van warmte aan kleinverbruikers 2013 Rapport Tariefadvies voor de levering van warmte aan kleinverbruikers 2013 December 2012 Vereniging Energie-Nederland Vereniging van Energieproducenten, -handelaren en -retailbedrijven in Nederland De

Nadere informatie

Betreft: Wetsvoorstel Warmtewet 15 februari 2012

Betreft: Wetsvoorstel Warmtewet 15 februari 2012 Tweede Kamer der Staten-Generaal Aan de leden van de Commissie EL&I Betreft: Wetsvoorstel Warmtewet 15 februari 2012 Geachte commissieleden, Op 5 oktober 2011 hebben Aedes vereniging van woningcorporaties

Nadere informatie

Voor wie geldt de Warmtewet eigenlijk? Waarom wordt de Warmtewet ingevoerd? Waarom komt de informatie zo laat? Wie is mijn warmteleverancier?

Voor wie geldt de Warmtewet eigenlijk? Waarom wordt de Warmtewet ingevoerd? Waarom komt de informatie zo laat? Wie is mijn warmteleverancier? Sinds 1 januari 2014 is de Warmtewet van kracht. De Warmtewet heeft voor iedereen die geen eigen cv-installatie heeft gevolgen in de afrekening van de servicekosten. De invoering van de Warmtewet is veel

Nadere informatie

Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014

Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014 Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014 1. Warmtewet algemeen Het waarom van de Warmtewet Als een huurder is aangesloten op stadsverwarming of blokverwarming (1 grote installatie voor

Nadere informatie

Energiekosten van een huishouden in Nederland

Energiekosten van een huishouden in Nederland Energiekosten van een huishouden in Nederland Veel consumenten hebben problemen om te bepalen hoe hoog hun energiekosten werkelijk zijn en hoe deze te controleren. De nota van het energiebedrijf is niet

Nadere informatie

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar Referentienummer Datum Kenmerk 336723.01.N001 1 september 2014 336723 Betreft Indicatieve berekening exploitatie warmtenet Westland 1 Inleiding Om een globale

Nadere informatie

De cijfers worden in GJ (GigaJoule) uitgedrukt. Dit is de eenheid van Warmte. Ter vergelijk, 1 GJ komt overeen met 278 kwh of +/- 32 m3 gas.

De cijfers worden in GJ (GigaJoule) uitgedrukt. Dit is de eenheid van Warmte. Ter vergelijk, 1 GJ komt overeen met 278 kwh of +/- 32 m3 gas. Project: woningen Maasbommel Datum: april 2014 Onderwerp: jaarrapportage nr. 4 Inleiding Eind februari 2013 zijn de drie woning in Maasbommel opgeleverd aan de huurders van Woonstichting De Kernen. Deze

Nadere informatie

Concept NOTA VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN. 1. Doel en inhoud van het besluit

Concept NOTA VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN. 1. Doel en inhoud van het besluit Concept NOTA VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN 1. Doel en inhoud van het besluit Deze algemene maatregel van bestuur strekt tot uitvoering van de Warmtewet (hierna: de wet). De wet richt zich op de bevordering

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Warmtewet

Informatiebijeenkomst Warmtewet Informatiebijeenkomst Warmtewet Remko Bos, Femke Heine en Mahir Sari New Babylon, 26 november 2013 #warmtewet Agenda Remko Bos inleiding Femke Heine verplichtingen warmteleverancier vergunningen relatie

Nadere informatie

Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding

Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven Datum Referentie Behandeld door 13 december 2011 20111278-07 P. Smoor/LSC 1 Inleiding

Nadere informatie

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies 2013 Inleiding In het kader van de CO 2 prestatieladder is een ketenanalyse uitgevoerd naar de CO 2 productie door verwarming

Nadere informatie

Collectieve verwarming versus Individuele (centrale) verwarming

Collectieve verwarming versus Individuele (centrale) verwarming Collectieve verwarming versus Individuele (centrale) verwarming Dit document is geschreven door een Technische VvE commissie. In dit document wordt een vergelijking gemaakt tussen een collectief verwarmingssysteem

Nadere informatie

Wat voor welke warmte?

Wat voor welke warmte? Wat voor welke warmte? Eindrapport Delft, augustus 2009 Opgesteld door: C. (Cor) Leguijt D. (Dorien) Bennink F.J. (Frans) Rooijers B.L. (Benno) Schepers Colofon Bibliotheekgegevens rapport: C. (Cor) Leguijt,

Nadere informatie

Tariefstelling stadsverwarming. 24 april 2007

Tariefstelling stadsverwarming. 24 april 2007 Tariefstelling stadsverwarming 24 april 2007 Tariefstelling stadsverwarming Inhoud Deel I Conclusies, aanbevelingen en bestuurlijke reacties Deel II Onderzoeksbevindingen Tariefstelling stadsverwarming

Nadere informatie

Beoordeling van de tariefsaanbeveling van Vestin en EnergieNed met betrekking tot Niet Meer Dan principe

Beoordeling van de tariefsaanbeveling van Vestin en EnergieNed met betrekking tot Niet Meer Dan principe Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport 034-APD-2009-00241

Nadere informatie

Warmtewet. Enkele juridische aspecten voor woningcorporaties. mr. drs. J.Chr. Rube Gaastra advocaten

Warmtewet. Enkele juridische aspecten voor woningcorporaties. mr. drs. J.Chr. Rube Gaastra advocaten Warmtewet Enkele juridische aspecten voor woningcorporaties mr. drs. J.Chr. Rube Gaastra advocaten Even voorstellen mr.drs. J.Chr. (Jan) Rube 2006: Nederlands recht (UvA) 2008: Politicologie (UvA) 2004-2005:

Nadere informatie

Presentatie Warmtewet. Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51

Presentatie Warmtewet. Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51 1 Presentatie Warmtewet Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51 Beschermingsinstrumenten Warmtewet 2 Maximumprijs Leveringsovereenkomst Verplichting tot zo nauwkeurig mogelijk

Nadere informatie

Leiden, 13 april 2015. Geacht raadslid van de gemeente Leiden,

Leiden, 13 april 2015. Geacht raadslid van de gemeente Leiden, Leiden, 13 april 2015 Geacht raadslid van de gemeente Leiden, Onze wijken Stevenshof en Roomburg zijn de twee grootste wijken in Leiden waar woningen zijn aangesloten op stadsverwarming. Uit een persbericht

Nadere informatie

Tarievenonderzoek energie

Tarievenonderzoek energie 2013 Tarievenonderzoek energie Vereniging de Vastelastenbond Onderzoek naar het verschil in tarieven voor onbepaalde tijd (slaperstarieven) in de energiemarkt Vereniging de Vastelastenbond 21-5-2013 Inhoudsopgave

Nadere informatie

armtewet: : meer vragen dan antwoorden 1 Warmtewet

armtewet: : meer vragen dan antwoorden 1 Warmtewet Warmtewet armtewet: : meer vragen dan antwoorden 1 Onderwerp Warmtewet: meer vragen dan antwoorden Het eerste voorstel is alweer bijna tien jaar oud. Ook de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2013 staat

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Regiobijeenkomst Warmtewet. 29 januari 2015

Regiobijeenkomst Warmtewet. 29 januari 2015 Regiobijeenkomst Warmtewet 29 januari 2015 Inhoud Doel Warmtewet Wat en wie vallen onder de Warmtewet Gevolgen Praktisch Risico s Grootste uitdagingen Wat kan Hellemans Consultancy voor u doen? Doel Warmtewet

Nadere informatie

1 Heeft u kennisgenomen van het artikel De problematiek van blokverwarming; invoering per 1 januari 2014? 1

1 Heeft u kennisgenomen van het artikel De problematiek van blokverwarming; invoering per 1 januari 2014? 1 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Warmteopwekking in de Muziekwijk. Duurzame warmte door houtsnippers 10 december 2014 M. Gehrels

Warmteopwekking in de Muziekwijk. Duurzame warmte door houtsnippers 10 december 2014 M. Gehrels Warmteopwekking in de Muziekwijk Duurzame warmte door houtsnippers 10 december 2014 M. Gehrels Artikelen 2 Muziekwijk Wijk met 333 woningen Gefaseerde bouw Duurzaam verwarmen Opdrachtgever: SWZ Opdracht

Nadere informatie

RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 1

RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 1 RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 1 Datum: 28 september 2010. Deelsessie: 19.00 20.00 uur Kamer van Lelystad. Doel: Beeldvorming. Onderwerp: Tarieven stadsverwarming. Toelichting: In Lelystad zijn ca. 5.000

Nadere informatie

Betreft Beantwoording vragen van het lid Spies (CDA) over energieprijzen en - contractsvoorwaarden voor consumenten

Betreft Beantwoording vragen van het lid Spies (CDA) over energieprijzen en - contractsvoorwaarden voor consumenten > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal voor Bezuidenhoutseweg 30 Postbus 20101 2500 EC

Nadere informatie

NMDA, een redelijke prijs voor warmte

NMDA, een redelijke prijs voor warmte energie ir. J.B. de Wit, ing. A.A.L.Traversari mba De verrekening van warmtelevering (deel 1) NMDA, een redelijke prijs voor warmte Bij de verrekening van warmtelevering wordt uitgegaan van het nietmeer-dan-anders

Nadere informatie

Pagina 1/11. Openbaar Besluit. Ons kenmerk: ACM/DJZ/2014/207355 Zaaknummers: 14.0631.52.1.01 t/m 31 Datum: 18 december 2014

Pagina 1/11. Openbaar Besluit. Ons kenmerk: ACM/DJZ/2014/207355 Zaaknummers: 14.0631.52.1.01 t/m 31 Datum: 18 december 2014 Ons kenmerk: ACM/DJZ/2014/207355 Zaaknummers: 14.0631.52.1.01 t/m 31 Datum: 18 december 2014 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt op het bezwaar van de bewoners van Hoogeland Naaldwijk tegen het

Nadere informatie

Eindexamen vwo m&o 2012 - I

Eindexamen vwo m&o 2012 - I Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Projectontwikkelaar Bouwfonds ontwikkelt, bouwt en verkoopt het appartementencomplex

Nadere informatie

Dienst uitvoering en toezicht Energie

Dienst uitvoering en toezicht Energie Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: 101750_5-12 Betreft: Besluit tot vaststelling van de maximum nettarieven elektriciteit voor het jaar 2005 zoals bedoeld in artikel 41c, eerste lid

Nadere informatie

Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013

Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013 Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013 Onderwerpen ista Nederland B.V. Achtergrond Warmtewet en de EED NL.V.V.E. Basisvarianten Installatie Noodzakelijke

Nadere informatie

Datum Referentie E-mail Behandeld door 26 maart 2015 20140737-02 peter-paul.smoor@dpa.nl P. Smoor/CVr

Datum Referentie E-mail Behandeld door 26 maart 2015 20140737-02 peter-paul.smoor@dpa.nl P. Smoor/CVr Gatwickstraat 11 1043 GL AMSTERDAM Postbus 9396 1006 AJ AMSTERDAM T +31 (0)20-6967181 F +31 (0)20-6634962 E amsterdam.ch@dpa.nl www.chri.nl MEMO T.a.v. Van Mevrouw C. Bouwens ir. P.M. Smoor K.v.K 58792562

Nadere informatie

Warmtelevering: toekomstgericht en consumentgericht?

Warmtelevering: toekomstgericht en consumentgericht? Warmtelevering: toekomstgericht en consumentgericht? Kaderstelling Door Claudia Bouwens, NEPROM Programmabegeleider Energie & Duurzaamheid NEPROM Programmaleider kennis en stimulering Lente-akkoord Uitgangspunten

Nadere informatie

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998.

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998. Ons kenmerk: ACM/DE/2015/207110 Zaaknummer: 15.0655.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998. 1 Inleiding 1. Met dit besluit

Nadere informatie

Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit

Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit Doel leeswijzer TarievenCode... 2 Aansluittarieven (hoofdstuk 2 TarievenCode)... 2 2. Twee soorten aansluittarieven... 2 2.. Eenmalig aansluittarief afhankelijk van

Nadere informatie

Warmtewet. Wat houd dit nu in? Maart 2014

Warmtewet. Wat houd dit nu in? Maart 2014 Warmtewet Wat houd dit nu in? Maart 2014 1 Inleiding Per 1 januari 2014 is de Warmtewet van kracht. Vanaf deze datum is de invulling van het Niet Meer Dan Anders beginsel (NMDA) gereguleerd door de overheid.

Nadere informatie

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet.

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet. Ons kenmerk: ACM/DE/2015/207112 Zaaknummer: 15.0656.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet. 1 Inleiding 1. Met dit besluit geeft

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal T.a.v. Vaste Kamercommissie EZ Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Geachte Tweede Kamerleden van de commissie EZ,

Tweede Kamer der Staten-Generaal T.a.v. Vaste Kamercommissie EZ Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Geachte Tweede Kamerleden van de commissie EZ, Tweede Kamer der Staten-Generaal T.a.v. Vaste Kamercommissie EZ Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum Uw kenmerk 141112CU Contactpersoon Claudia Umlauf 1/12 Geachte Tweede Kamerleden van de commissie EZ,

Nadere informatie

Toetsing van het NMDA principe in de wijk Ypenburg te Den Haag

Toetsing van het NMDA principe in de wijk Ypenburg te Den Haag Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport 2006-A-R0249-B

Nadere informatie

BELANG VAN WARMTENETTEN AANBOD AAN BEWONERS

BELANG VAN WARMTENETTEN AANBOD AAN BEWONERS BELANG VAN WARMTENETTEN AANBOD AAN BEWONERS Knack, 27-10 FD, 26-10 Volkskrant, 26-10 Telegraaf, 8-10 NRC, 16-9 3 AANBOD AAN BEWONERS 4 EssenJe van het aanbod Aantrekkelijk voor de bewoner, kostenneutraal

Nadere informatie

Vastgoed Belang. vereniging VOOI paiticulieie beleggers in vastgoed

Vastgoed Belang. vereniging VOOI paiticulieie beleggers in vastgoed VOOI paiticulieie beleggers Ministerie van Economische Zaken T.a.v. Mevrouw drs. L.N. den Ouden Postbus 20101 2500 EC Den Haag Amsterdam, 29 januari 2010 Betreft: reactie Warmtebesluit (WB) en Warmteregeling

Nadere informatie

EEN DUURZAME ENERGIEVOORZIENING VOOR IEDEREEN

EEN DUURZAME ENERGIEVOORZIENING VOOR IEDEREEN A SUSTAINABLE ENERGY SUPPLY FOR EVERYONE A SUSTAINABLE ENERGY SUPPLY FOR EVERYONE o o o o Portaal (6x) Bo-Ex Stanleylaan Bo-Ex Livingstonelaan Isolatie Geen Wel Wel Glas enkel Dubbel Dubbel

Nadere informatie

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie,

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie, M~KB Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag Briefnummer 15/10.625/WG/Abr Onderwerp Marktverstorende werking van de Warmtewet Den Haag 23 apri12015 Telefoonnummer

Nadere informatie

Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond

Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond Frank Kersloot & Alex Kaat 21 april 2016 Inhoud presentatie 1. Stadswarmte in Nieuwegein 2. Het equivalent opwek rendement (EOR) 3. Tarieven voor klanten 4. Afsluitkosten

Nadere informatie

Notitie. Gemeente Utrecht. Georg Huith en Robin Aerts. Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn. 1 Inleiding

Notitie. Gemeente Utrecht. Georg Huith en Robin Aerts. Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn. 1 Inleiding Notitie voor Gemeente Utrecht cc van Georg Huith en Robin Aerts datum 10 maart 2016 betreft Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn zaaknr 11002455 1 Inleiding 1.1 U verzocht ons een second opinion

Nadere informatie

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof.

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Dit document zal u helpen een beter inzicht te krijgen in de verbruikskosten, in een huishoudelijke omgeving, voor de verschillende energiebronnen.

Nadere informatie

Begripsomschrijving en het van toepassing zijn van de tariefregeling

Begripsomschrijving en het van toepassing zijn van de tariefregeling agina 1 van 5 TARIEVEN- EN VERGOEDINGSREGELING STADSWARMTE OF STADSWARMTE EN WARM TAWATER t.b.v. de verwarmingsinstallatie groter dan 40 kwth en een jaarverbruik onder de 4.633 Gigajoule Artikel 1. Begripsomschrijving

Nadere informatie

Visie op de Warmtewet

Visie op de Warmtewet Visie op de Warmtewet De impact op Warmtebedrijven Creating Business Excellence. Together. Copyright Zest Utilities BV Aanleiding en doel Aanleiding In 2004 is de kleinverbruikersmarkt voor elektriciteit

Nadere informatie

Beleidsvoorstel Warmtewet

Beleidsvoorstel Warmtewet Beleidsvoorstel Warmtewet Aan : Stichting Huurdersalliantie De Brug Betreft : Beleidsvoorstel Warmtewet Opdrachtgever : Peter van Lieshout Opsteller : Werkgroep Warmtewet: Havensteder: Vera Beuzenberg,

Nadere informatie

Kentallen warmtevraag woningen

Kentallen warmtevraag woningen Kentallen warmtevraag woningen Colofon Dit rapport is opgesteld door Marijke Menkveld (ECN) Datum 26-01-2009 Status definitief Inhoudsopgave Inleiding...3 Ketels en andere verwarmingssystemen...3 Verschillen

Nadere informatie