Aspecifieke lage rugpijn: is een nieuw model voor behandeling een revolutie of herhaling van de geschiedenis?

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aspecifieke lage rugpijn: is een nieuw model voor behandeling een revolutie of herhaling van de geschiedenis?"

Transcriptie

1 Beroepsopdracht Fysiotherapie Aspecifieke lage rugpijn: is een nieuw model voor behandeling een revolutie of herhaling van de geschiedenis? Opdrachtgever: Dhr. W.T.F. Schoemans, Stichting Geschiedenis Fysiotherapie Coach: Dr. Martin van der Esch Projectgroep: Fatima Kissami, Martijn Spigt & Beau Altena 1

2 Voorwoord Vanuit de Stichting Geschiedenis Fysiotherapie (SGF) is er een opdracht gegeven om een historische scriptie te schrijven. De vraag van de SGF was om over een onderwerp naar keuze de historie en de ontwikkelingen in kaart te brengen. Als onderwerp is ervoor gekozen om onderzoek te doen naar de ontwikkeling van de behandeling van chronische aspecifieke lage rugpijn. Aspecifieke lage rugpijn is een van de meest voorkomende klachten aan het bewegingsapparaat. Hierdoor leidt dit probleem ook tot hoge kosten, als gevolg van medische zorg, werkverzuim en arbeidsongeschiktheid. Aan de hand van een gekozen vraag doen wij een studie naar de behandeling van aspecifieke lage rugpijn. De uitkomst van deze studie is weergegeven in deze scriptie. 2

3 Inhoudsopgave Voorwoord...2 Inhoudsopgave...3 Introductie...4 Hypothese:...4 Hoofdvraag:...5 Deelvraag:...5 Methode...6 Databases & Trefwoorden...6 Inclusiecriteria...7 Exclusiecriteria...7 Zoekstrategie...7 Aantal gevonden artikelen...7 Aantal bruikbare artikelen...7 Resultaten Discussie: Literatuur

4 Introductie Patiënten met aspecifieke lage rugpijn vormen een grote groep in de eerstelijns fysiotherapie. Veel van deze patiënten hebben al een lange tijd klachten en worden chronisch genoemd als de klachten langer dan 12 weken aanhouden. Dat chronische aspecifieke lage rugpijn een probleem van grote omvang is, wordt ook duidelijk uit de statistieken. In 1991 bedroegen de directe kosten (zorggebruik etc.) voor lage rugpijn 306 miljoen 1. In 2000 werden de directe kosten voor chronische aspecifieke rugklachten geschat op 337,7 miljoen 2 (Tabel 1). In 2000 hadden circa 2,4 miljoen volwassenen chronische aspecifieke rugpijn. Geschat werd dat bijna 9% van alle verzuimdagen toe te wijzen waren aan lage rugpijn en in 14% van de arbeidsongeschikten was dat door lage rugpijn. Deze cijfers laten zien dat chronische aspecifieke lage rugpijn niet alleen een groot gezondheidsprobleem is, maar ook een sociaaleconomisch probleem. Zorgwekkend is ook de voorspelling die er in dit onderzoek gedaan wordt. Er wordt gesteld dat in de jaren tussen 2000 en 2020 het aantal mensen met klachten aan rug en nek toe zullen nemen met 14%! Tabel Kosten voor lage rugpijn in miljoenen schatting voor 2020 in miljoenen Tijdens de behandeling van deze patiënten, rijst de vraag welke behandeling het meest geschikt zou zijn. In de eerstelijns fysiotherapiepraktijk worden verschillende behandelingen toegepast waaronder verschillende vormen van oefentherapie. Tegenwoordig wordt in veel richtlijnen aangegeven dat er aandacht moet zijn voor mogelijke psychosociale factoren die een rol spelen bij de klachten 3. Daarom is een groot aantal behandelmethodes hier op gericht. Het doel is patiënten te activeren en zelfstandig te maken. Toch blijft een grote groep chronische aspecifieke lage rugpijnpatiënten langdurig bij de fysiotherapeut onder behandeling. Met bovenstaande wordt niet alleen duidelijk dat chronische aspecifieke lage rugpijn een grote groep mensen omvat en dat het een zeer actueel probleem is. Maar rijzen er ook de vragen: zijn deze patiënten op hun plek bij de fysiotherapeut?, moet de fysiotherapeut deze patiënten iedere week blijven behandelen, ook al is er weinig vooruitgang? en hoe komt het dat fysiotherapeuten deze groep patiënten blijven zien in de praktijk? Aan de hand van deze vragen is een hypothese, een hoofdvraag en een deelvraag opgesteld. Hypothese: Het grote aanbod aan fysiotherapeutische zorg heeft er toe geleid dat patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn één van de grootste groepen van patiënten is geworden in de fysiotherapie. 4

5 Hoofdvraag: Welke factoren hebben er toe geleid dat patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn onder fysiotherapeutische behandeling zijn gekomen? Deelvraag: Is er een toename in patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn, of is een toename in aanbod van fysiotherapeutische zorg verklarend voor het grote aantal behandelingen in de fysiotherapie? Met het beantwoorden van deze vragen verwacht de werkgroep een beter en completer beeld te krijgen van het probleem; het grote aantal chronische aspecifieke lage rugpijn patiënten in de eerstelijns fysiotherapiepraktijk. In het hoofdstuk Methode wordt toegelicht hoe de werkgroep te werk is gegaan. In het daaropvolgende hoofdstuk Resultaten worden de uitkomsten van de literatuurstudie beschreven en worden de hoofd- en deelvraag beantwoord. De hypothese komt aan bod in het hoofdstuk Discussie. Ook zal de werkgroep in dit hoofdstuk de resultaten ter discussie stellen en op basis van deze discussie doet de werkgroep een aanbeveling voor de behandeling van chronische aspecifieke lage rugpijn. Bovendien zullen de beperkingen van de studie besproken worden in het hoofdstuk Discussie. 5

6 Methode Om antwoord te krijgen op de hoofd en deelvraag is de groep systematisch te werk gegaan. We hebben een literatuurstudie gedaan waarbij niet alleen gebruik gemaakt is van artikelen, maar ook van literatuur. In de mediatheek van de Hogeschool van Amsterdam zijn boeken geraadpleegd voor de cijfers over de incidentie en kosten van lage rugpijn. Ook is er telefonisch contact geweest met het NIVEL. Tevens heeft de werkgroep ook van een aantal rapporten gebruik gemaakt voor de cijfers. De volgende boeken en rapporten zijn hiervoor gebruikt; Tulder van M.W, Koes B.W, Bouter L.M Low Back Pain in Primary Care. Effectiveness of diagnostic and therapeutic interventions. Amsterdam: Faculteit der Geneeskunde VU, EMGO-instituut 4 Waddell G The Back Pain Revolution. Philadelphia: Churchill Livingstone 5 Tulder M.W, Koes B.W Evidence-based handelen bij lage rugpijn, epidemiologie, preventie, diagnostiek, behandeling en richtlijnen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum 6 D Orazio B Back Pain Rehabilitation. Stonehan: Butterworth Heineman. 7 Vlaeyen J.W.S, Heuts P.H.T.G Gedragsgeoriënteerde behandelingsstrategieën bij rugpijn. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum 8 Poter R.W Management of Back Pain. London/Essex: Longman Group UK Limited 9 Picavet H.S.J., Chronische ziekten; Aspecifieke lage rugklachten: omvang en gevolgen, Centrum voor Preventie- en Zorgonderzoek PZO 2005, beschikbaar via: 2 Picavet H.S.J., Schouten J.S.A.G, Smit H.A, Prevalenties en consequenties van lage rugklachten in het MORGEN-project 1993, beschikbaar via: 10 Databases & Trefwoorden Om de hoofdvraag te beantwoorden is de werkgroep in databases artikelen gaan zoeken om te onderzoeken welke factoren ertoe geleid hebben dat patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn onder fysiotherapeutische behandeling zijn gekomen. Wij hebben hiervoor trefwoorden gebruikt. Hieronder staan de databanken en zoektermen vermeld die zijn gebruikt bij de uitvoering hiervan: o Databanken: Pubmed Cochrane Collaboration DocOnline Scholar Google o Zoektermen: Physiotherapy/ Physical therapy Back pain Low back pain Aspecific Chronic Discus Facet Muscle History Effect 6

7 Therapy Treatment Cognition Psychosocial Biomechanic Coping (strategy) Inclusiecriteria Exclusiecriteria Artikelen betreffen een Review, een Randomized Clinical Trial (RCT) of een Essay. Studie betreft patiënten met aspecifieke chronische lage rugpijn. (Of tenminste waarbij een subgroep bestaat uit chronische aspecifieke lage rug pijn patiënten en waarbij de resultaten apart zijn beschreven.) Artikelen die geschreven zijn in het Engels of Nederlands Studie betreft alleen patiënten met aspecifieke lage rugpijn in acute fase. Studie betreft patiënten met aspecifieke lage rugpijn in subacute fase. Studie betreft alleen patiënten met specifieke lage rugpijn. Zoekstrategie In de databases is gezocht naar artikelen met behulp van bovenstaande genoemde trefwoorden. Aantal gevonden artikelen De werkgroep heeft in de databases gezocht met de zoekterm chronic low back pain, dit resulteerde in 5337 hits. De zoekterm history of chronic low back pain leverde 459 hits op. De werkgroep heeft gebruik gemaakt van een leading article. Dit is het artikel Newest Knowledge of Low Back Pain; A critical look. (ALF L. Nachemson) Aantal bruikbare artikelen De artikelen zijn daarna geselecteerd op basis van relevantie om uit te sluiten welke wel en niet gebruikt kunnen worden. De criteria hiervoor waren dat de artikelen een denkbeeld over het ontstaan van chronische aspecifieke lage rugpijn beschreven. Hierbij werd specifieke lage rugpijn en (sub)acute aspecifieke lage rugpijn uitgesloten. Een ander criterium was dat het een artikel een behandelmethode voor chronische aspecifieke lage rugpijn onderzocht of tenminste waarbij een subgroep uit chronische aspecifieke lage rugpijn patiënten bestond en waarbij de resultaten apart werden beschreven. 7

8 Uiteindelijk heeft de werkgroep besloten om de belangrijkste behandelmethodes te bestuderen die zijn gebruikt van 1935 tot heden. Deze belangrijkste behandelmethodes zijn methodes die in de literatuur uitgebreid zijn beschreven of ze worden bijvoorbeeld aanbevolen in een richtlijn. Deze behandelmethodes hebben in de literatuur geen eigen namen. Om het overzicht te behouden tijdens de literatuurstudie, heeft de werkgroep ervoor gekozen om de litertuur waar in een behandelmethode wordt beschreven in te delen in groepen. In onderstaand overzicht worden deze benamingen weergegeven. De bestudeerde behandelmethodes zijn: Een op de discus gerichte behandelmethode; discus model Een behandelmethode waarbij men de facet gewrichten als oorzaak zag van de rugpijn; facet model Een op de Zweedse rugschool gebaseerd, intramuraal interventie programma; rugschool Een behandelmethode die bestond uit oefentherapie; spier model Een behandelmethode waarbij er met een gedragsmatige aanpak gewerkt werd; gedragsmatig model Een behandelmethode die uit een multidisciplinaire behandeling bestond; multidisciplinair model De werkgroep heeft uiteindelijk tien artikelen gekozen (tabel 2) die voldeden aan de bovengenoemde criteria. Acht van de tien artikelen betreffen een Review. In de Reviews zijn RCT s beschreven die een bepaalde behandelmethode hebben onderzocht. Aan de artikelen zijn in eerste instantie geen eisen aan het jaar van publicatie gesteld. Deze keuze is gemaakt, omdat het een historische scriptie betreft. Hierbij is het vooral belangrijk hoe de denkbeelden waren over de oorzaken en behandeling van chronische aspecifieke lage rugpijn. De artikelen waren van 1935 tot

9 Tabel 2 Artikel Review RCT Essay Model 1. Henscke N et al, 2011 Gedragsmatig Behavioural treatment for chronic low-back pain. 2. Jill A et al, 2005 Exercise Therapy for Nonspecific LBP. 3. Guzmán J et al, 2001 Multidisciplinary rehabilitation for chronic low back pain. Spiermodel Multidisiciplinair model 4. Mixter WJ et al, 1935 Herniation or rupture of the intevertrebal disc into the spinal canal. Discus model 5. Alan B et al, 1983 The Facet joint and its role in spine pain. 6. Koes BW et al, 1994 The Efficacy of back schools. 7. Acta Orthop Scand, 1989 Understanding and management of low back pain. 8. Hilde G et al, 1998 Effect of exercise in the treatment of chronic low back pain. Facet model Rugschool Discus en Facetmodel Spiermodel 9. Tulder MW van et al, 1999 Oefentherapie bij acute en chronische lage rugpijn. Spiermodel 10. Alf L et al, 1992 Newest knowledge of LBP. Discus, Facet, en Rugschool 9

10 Resultaten De werkgroep heeft zich gericht op de belangrijkste modellen van de twintigste eeuw (tabel 3). Er is voor gekozen om de studie te richten op de modellen vanaf Het eerste model dat uitgebreid beschreven wordt in de literatuur is het discus model 11. De behandeling bij dit model bestond uit een laminectomie of een arthrodese. Daarnaast werd bedrust geadviseerd. Vanaf de jaren 50 was er een ware explosie van discus operaties. Door deze snelle toename van operaties kwamen ook al snel de nadelen van deze techniek naar voren. Het was een zeer ingrijpende ingreep, die gepaard ging met veel risico s. Niet zelden ging de operatie verkeerd en waren de gevolgen voor de patiënt groot Er werd gezegd dat de operatie meer slachtoffers op zijn naam had dan welke andere operatie. Tegelijkertijd met het discus model, kwam ook het facet model 14 naar voren. In dit model bestond de behandeling uit het injecteren van de facet gewrichten. Aan het gebruik van beide modellen kwam een eind toen duidelijk werd dat de facet gewrichten niet de oorzaak van de lage rugpijn bleek te zijn en de operatie aan de discus meer kwaad dan goed bleek te doen. Vanaf de jaren 70 deed de rugschool 15 zijn intrede. Het van origine uit Zweden afkomstige model behandelde patiënten met aspecifieke lage rugpijn in een gespecialiseerd behandelcentrum, waar de patiënten drie tot vijf weken verbleven. Er werd vooral informatie gegeven, houdingen aangeleerd en ook werd er geadviseerd om actief te worden /blijven. De resultaten die de rugschool boekte, wisselden sterk. De hoge kosten en de hoge intensiteit waren redenen waardoor de rugschool in populariteit afnam. Ook waren de studies die de effecten van de rugschool onderzochten van lage kwaliteit. Vanaf de jaren 90 deed het spiermodel 16,17,18 zijn intrede. In dit model werd er vanuit gegaan dat patiënten met aspecifieke lage rugpijn baat hadden bij oefentherapie. Drie werkingen kunnen onderscheiden worden voor oefentherapie: 1) het vergroten van de lichamelijke fitheid, zoals uithoudingsvermogen, spierkracht, lenigheid en bewegingscoördinatie. 2) het verhogen van de pijndrempel door fysiologische adaptaties en 3) het beïnvloeden van cognities en gedrag. Bij chronische aspecifieke lage rugpijn blijkt oefentherapie effectiever dan geen of andere behandelingen. Ondanks het overtuigende bewijs dat oefentherapie effectief is, is het nog steeds onduidelijk welk vorm van oefentherapie het meest effect heeft. In de huidige KNGF richtlijn lage rugpijn wordt het spiermodel gecombineerd met gedragsmatige therapie. De gedragsmatige therapie is voor het eerst beschreven in de jaren 70 door Fordyce en heeft drie onderdelen; de operante benaderingswijze, het cognitief-gedragsmatig denkkader en de respondente therapie. Uit recent onderzoek (Henschke et al.) 19 blijkt dat er voor patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn redelijk bewijs is dat operante gedragstherapie op korte termijn effectiever is voor pijnvermindering, dan wachtlijsten (geen interventie). Echter is er geen verschil in effectiviteit van verschillende vormen van gedragstherapie. Over de lange termijn effecten van gedragstherapie bij chronische aspecifieke lage rugpijn is nog weinig bekend. Uit onderzoek van Guzmán 20 blijkt dat een multidisciplinair model voor patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn het meest effectief blijkt. Deze aanpak heeft echter het beste resultaat als er intensief (>100 uren therapie) wordt behandeld. Nadeel van deze behandelmethode is dat de kosten erg hoog zijn door het gebruik van vele disciplines en de hoge intensiteit. Dit leidt tot de discussie of de effecten van de behandelmethode opwegen tegen de hoge kosten. 10

11 Dit brengt ons bij de beantwoording van de hoofdvraag, Welke factoren hebben er voor gezorgd dat patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn onder fysiotherapeutische behandeling zijn gekomen?. Er zijn door de jaren heen veel verschillende modellen ontstaan die tot doel hadden om de chronische aspecifieke lage rugpijn te verklaren. In de beginjaren waren deze modellen en de behandeling voornamelijk medisch van aard. Later, toen de meer holistische denkbeelden en de daarbij behorende modellen (rugschool, spiermodel, gedragsmatig model en het multidisciplinair model) op kwamen, verschoof de behandeling van een medische naar een paramedische benadering. Vanaf dat moment werd de fysiotherapeut meer betrokken bij de behandeling van deze patiënten categorie. De behandeling was sindsdien meer gericht op de behandelgrootheden die behoren tot het vakgebied van de fysiotherapeut. Het RIVM dossier 21 beschrijft dat in 2000 circa 2.4 miljoen volwassen Nederlanders chronische aspecifieke lage rugpijn hadden. Hiervan werden de directe kosten (zorggebruik etc.) in 2000 geschat op miljoen euro. Uit de gegevens van Van Tulder 22 blijkt dat de directe kosten voor chronische aspecifieke lage rugpijn in 1991 geschat werden op 306 miljoen euro. De patiënten aantallen zijn van 1991 niet bekend. Het antwoord op de deelvraag Is er een toename in patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn, of is een toename in aanbod van fysiotherapeutische zorg verklarend voor het grote aantal behandelingen in de fysiotherapie is dat er, uit de vele onderzoeken is gebleken dat er, tegen de verwachtingen in, geen toename te zien is in de incidentie en prevalentie van lage rugpijn 1. Er is in de loop der tijd wel een grote toename waar te nemen in het aantal arbeidsongeschiktheidsaanvragen en uitkeringen ten gevolgen van chronische aspecifieke lage rugpijn 1,25, dit zorgt voor een groot deel van de indirecte kosten die chronische aspecifieke lage rugpijn met zich mee brengen. Deze toename is waar te nemen vanaf het begin van de vijftiger jaren tot zeker halverwege de jaren negentig 1,5. Ook is er een toename in het aantal mensen dat hulp zoekt bij lage rugklachten 5. Cijfers over de groei van het aanbod in fysiotherapeutische zorg zijn beschikbaar van 1985 tot en met ,24. In 1985 waren er in totaal geregistreerde fysiotherapeuten in Nederland. In 2008 waren dat er Dat komt neer op een toename van bijna 37% in een periode van 23 jaar. 11

12 Discussie: In deze studie is de vraag gesteld Welke factoren hebben er toe geleid dat patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn onder behandeling van de fysiotherapie zijn gekomen? De werkgroep heeft hiervoor de volgende factoren gevonden. De eerste is een verandering in de behandelstrategie. De behandelstrategie was medisch (chirurgisch) en is vanaf de jaren 70 over gegaan in een meer actieve aanpak door middel van oefentherapie in combinatie met het geven van voorlichting. Vanaf dat moment is de fysiotherapie steeds meer betrokken bij de behandeling van deze patiënten. De tweede mogelijke factor die de werkgroep heeft gevonden, is dat er een toename is waar te nemen in het aantal mensen dat hulp zoekt voor hun lage rugpijn 5. Mensen met aspecifieke lage rugpijn vormen het grootste deel van deze groep. Het is aannemelijk dat dit niet de enige factoren zijn die een rol gespeeld hebben in de ontwikkeling van dit probleem, de werkgroep heeft echter geen andere aanwijsbare factoren kunnen vinden in de literatuur. Het antwoord op de deelvraag: Is er een toename in patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn, of is een toename in aanbod van fysiotherapeutische zorg verklarend voor het grote aantal behandelingen in de fysiotherapie? bestaat uit twee delen. Uit de vele onderzoeken blijkt dat er geen toename is van het aantal patiënten met rugklachten 1. Er is wel een dramatische toename van het aantal arbeidsongeschiktheidsaanvragen en uitkeringen voor mensen met chronische aspecifieke lage rugpijn 1,5,25. Ook is het aantal mensen dat hulp zoekt voor hun lage rugklachten toegenomen. Er is een toename in aanbod van fysiotherapeutische zorg, in 1985 waren er in Nederland eerstelijns fysiotherapeuten en in 2008 waren dat er In een periode van 23 jaar is het aantal eerstelijns fysiotherapeuten dus toegenomen met 37 % 23,24. Op basis van deze gegevens kan de werkgroep geen verklaring geven voor het grote aantal behandelingen. De werkgroep vermoed dat door het toenemende aantal fysiotherapeuten de toegankelijkheid is verbetert. En samen met het feit dat mensen vaker hulp zoeken voor hun klachten kan een mogelijke verklaring zijn voor het grote aantal behandelingen in de fysiotherapie. De werkgroep heeft in de bestudeerde literatuur geen bewijs gevonden voor de hypothese Het grote aanbod aan fysiotherapeutische zorg heeft er toe geleid dat patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn één van de grootste groepen van patiënten is geworden in de fysiotherapie. Uit de literatuurstudie is wel gebleken dat er een forse toename is geweest in het aanbod van fysiotherapeutische zorg, maar dit wordt in de literatuur niet gekoppeld aan het aantal patiënten. De werkgroep heeft echter wel een vermoeden dat door de toename in het aanbod van fysiotherapeutische zorg de toegankelijkheid is verbeterd. En dat dit, in combinatie met het feit dat mensen in de loop der jaren meer hulp zijn gaan zoeken voor hun klachten 5 een verklaring kan zijn voor het grote aantal patiënten in de fysiotherapie. De kosten die lage rugklachten met zich mee brengen zijn hoog. Veruit het grootste gedeelte van deze kosten komt op rekening van de groep chronische patiënten, deze zorgen voor ongeveer 75 % 12

13 van de gemaakte kosten. Het is vooral het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van chronische aspecifieke lage rugpijn, die de kosten zo hoog maken 1, 5. De druk om wat te doen aan dit probleem wordt extra opgevoerd door de aangekondigde bezuinigingen op het gebied van de gezondheidszorg vanuit de politiek. Om de kosten van de sociale zekerheidsvoorzieningen omlaag te brengen heeft de regering vergaande bezuinigen aangekondigd. Ook wil de overheid met aanpassingen in de wet er voor zorgen dat mensen gestimuleerd worden om (weer) te gaan werken voor zover dat mogelijk is. En op deze manier wil de politiek de druk op het sociale stelsel doen verminderen. Er is ook een hervorming aangekondigd betreffende fysiotherapie. Deze hervorming houd in dat de eerste 20 behandelingen door de patiënt zelf betaald worden. Pas na deze 20 behandelingen wordt fysiotherapie vergoed voor aandoeningen die op Lijst Borst staan. Ook zal het eigen risico omhoog gaan met 40 euro per jaar. De werkgroep heeft voor dit onderwerp gekozen omdat het met de huidige politieke ontwikkelingen erg actueel is geworden. Van te voren is er onvoldoende gerealiseerd hoe complex het probleem chronische aspecifieke lage rugpijn is. Tijdens de oriëntatie op het probleem is er onvoldoende rekening gehouden met de betrokken factoren en bij het opstellen van de hoofd- en deel vraag is er onvoldoende afgebakend. Hierdoor was het lastig om een duidelijke richting aan de studie te geven. Er is in de loop der jaren veel onderzoek gedaan naar het ontstaan en het behandelen van chronische aspecifieke lage rugpijn. En er is dan ook ontzettend veel informatie te vinden en te bestuderen. Vanwege de onervarenheid van de werkgroep op het gebied van een dergelijke literatuur studie, was het moeilijk om voldoende diepgang te krijgen in het onderwerp. De werkgroep adviseert dat er meer aandacht moet worden besteedt aan preventie van chronische aspecifieke lage rugpijn. Ook zou er meer onderzoek gedaan moeten worden naar het ontstaan van chronische aandoeningen. Chronische aspecifiek lage rugpijn zorgt voor 75 % 1 van de totale kosten die rugklachten met zich mee brengen. De werkgroep heeft uit haar literatuurstudie gevonden dat er in de loop der jaren meerdere behandelmethodes gebruikt zijn voor de behandeling van chronische aspecifieke lage rugpijn, maar geen van deze behandelmethodes heeft voldoende bewijslast om te kunnen stellen dat zij daadwerkelijk effectief zijn. De groep mensen met chronische aspecifieke lage rugpijn is volgens de werkgroep een te heterogene groep om als een geheel te worden gezien. Er is meer onderzoek nodig om een beter onderscheid in de aspecifieke lage rugpijn groep te maken, de huidige classificatie is niet voldoende. Ook in de onderzoeken van Nachemson 14 en Koes 19 wordt aangegeven dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen de patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn onderling. Dit zorgt ervoor dat de patiënten doorgaans worden onderworpen aan dezelfde behandeling. 13

14 Literatuur 1 Tulder M.W. van, Koes B.W. Evidence based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; Picavet H.S.J. Chronische ziekten; Aspecifieke lage rugklachten: omvang en gevolgen, Centrum voor Preventieen Zorgonderzoek PZO 2005, beschikbaar via: 3 Bekkering G.E., Hendriks H.J.M., Koes B.W., Oostendorp R.A.B., Ostelo R.W.J.G., Thomassen J., Tulder M.W. van. KNGFrichtlijn Lage-rugpijn. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie Jaargang 115 Nummer Tulder van M.W, Koes B.W, Bouter L.M Low Back Pain in Primary Care. Effectiveness of diagnostic and therapeutic interventions. Amsterdam: Faculteit der Geneeskunde VU, EMGO-instituut 5 Waddell G The Back Pain Revolution. Philadelphia: Churchill Livingstone 6 Tulder M.W, Koes B.W Evidence-based handelen bij lage rugpijn, epidemiologie, preventie, diagnostiek, behandeling en richtlijnen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum 7 D Orazio B Back Pain Rehabilitation. Stonehan: Butterworth Heineman. 8 Vlaeyen J.W.S, Heuts P.H.T.G Gedragsgeoriënteerde behandelingsstrategieën bij rugpijn. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum 9 Poter R.W Management of Back Pain. London/Essex: Longman Group UK Limited 10 Picavet H.S.J., Schouten J.S.A.G, Smit H.A, Prevalenties en consequenties van lage rugklachten in het MORGEN-project 1993, beschikbaar via: 11 Allan D B, Waddel G An historical perspective on low back pain and disability. Acta Orthopeadica Scandinavica 1989 (suppl. 234) 60: Allan D B, Waddell G 1989 An historical perspective on low back pain and disability. Acta Orthopeadica Scandinavica (suppl. 234) 60: Mixter WJ, Ayer JB. Hemiation or rupture of the intervertebral disc into the spinal canal. New Eng J Med 1935;213: Lippit A.B. The facet joint and its role in spine pain management with facet joint injections. Spine :7. 15 Koes BW, Tulder MW van, Windt DAWM van der, Bouter LM, Clin J. The efficay of back schools: a review of randomised clinical trials. Epidemiol 1994; 47: Hilde G, Bo K. Effect of exercise in the treatment of chronic low back pain: a systematic review, emphasising type and dose of exercise. Phys Ther Rev 1998;3: Van Tulder MW. Oefentherapie bij acute en chronische lage rugpijn: een systematisch literatuuronderzoek. Tijdschr Oefenther Mensendieck;1999b: Hayden J A., Tulder M W van., Malmivaara A V., Koes B W. Meta-Analysis: Exercise Therapy for Nonspecific Low Back Pain. Annals of Internal Medicine :

15 19 Henschke N, Ostelo RWJG, van Tulder MW, Vlaeyen JWS, Morley S, Assendelft WJJ, Main CJ. Behavioural treatment for chronic low-back pain. The Cochrane Library 2011 Issue 2 20 Guzmán J., Esmail R., Karjalainen K., Malmivaara A., Irvin E., Bombardier C. Multidisciplinary rehabilitation for chronic low back pain: systematic review. British medical journal : Picavet H.S.J., Chronische ziekten; Aspecifieke lage rugklachten: omvang en gevolgen, Centrum voor Preventie- en Zorgonderzoek PZO 2005, beschikbaar via: 22 Tulder M.W. van, Koes B.W., Evidence based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2004, p NIVEL, Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg; Cijfers over fysiotherapeuten in de eerste lijn 2001, beschikbaar via: 24 NIVEL, Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg; Cijfers uit de registratie van fysiotherapeuten, peiling Utrecht: NIVEL, mei beschikbaar via 25 Einerhand MGK, Knol G, Prins R, Veerman TJ. Sickness and invalidity arrangements. Facts and figures from six European countries. s-gravenhage: VUGA:

Huisarts of hometrainer?

Huisarts of hometrainer? Huisarts of hometrainer? In het literatuuroverzicht werden zes studies opgenomen. Vier studies onderzochten het effect van training op ziekteverzuim, drie daarvan bestudeerden tevens de effecten op klachten

Nadere informatie

Paramedisch OnderzoekCentrum

Paramedisch OnderzoekCentrum Manueeltherapeutische classificaties voor lage-rugpijn: uitdaging voor de toekomst. Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Prof.dr. Janusz Bromboszcz Opbouw Relevantie van classificaties voor MT Profielen KNGF-richtlijn

Nadere informatie

KNGF-richtlijnen bij Lage-rugpijn: Fysiotherapie of Manuele therapie? Dr. Erik J.M. Hendriks Prof. Dr. Rob A.B. Oostendorp

KNGF-richtlijnen bij Lage-rugpijn: Fysiotherapie of Manuele therapie? Dr. Erik J.M. Hendriks Prof. Dr. Rob A.B. Oostendorp KNGF-richtlijnen bij Lage-rugpijn: Fysiotherapie of Manuele therapie? Dr. Erik J.M. Hendriks Prof. Dr. Rob A.B. Oostendorp 1 2 Met dank aan de auteurs KNGF-richtlijn Manuele therapie (2003) Heijmans M,

Nadere informatie

Fysiotherapie en Benigne Pijn: Welke vraag?

Fysiotherapie en Benigne Pijn: Welke vraag? Fysiotherapie en Benigne Pijn: Welke vraag? Prof. dr. Rob A.B. Oostendorp Nederlands Paramedisch Instituut Amersfoort UMC St Radboud, Nijmegen Werkgroep Onderzoek Kwaliteit AANDACHTSPUNTEN doel conventionele

Nadere informatie

behandeling volgens de KNGF-richtlijn bij mensen met artrose aan de heup en/of knie.

behandeling volgens de KNGF-richtlijn bij mensen met artrose aan de heup en/of knie. Samenvatting De primaire doelstelling van het onderzoek was het onderzoeken van de lange termijn effectiviteit van oefentherapie en de rol die therapietrouw hierbij speelt bij patiënten met artrose aan

Nadere informatie

Epidurale en periradiculaire injecties bij chronische rugklachten is geen te verzekeren prestatie

Epidurale en periradiculaire injecties bij chronische rugklachten is geen te verzekeren prestatie Onderwerp: Epidurale en periradiculaire injecties bij chronische rugklachten is geen te verzekeren prestatie Samenvatting: Soort uitspraak: Datum: 10 juli 2007 Uitgebracht aan: Er is onvoldoende evidence

Nadere informatie

Gaan patiënten met chronische lage rugpijn na een multidisciplinaire behandeling weer aan het werk?

Gaan patiënten met chronische lage rugpijn na een multidisciplinaire behandeling weer aan het werk? Gaan patiënten met chronische lage rugpijn na een multidisciplinaire behandeling weer aan het werk? M.B.A. van Leeuwaarde1, B.J. Roubos2, Drs. J.C. Hirschfeld3, H..PLM. Vossen4, 1. Student Hogeschool van

Nadere informatie

Acute Low Back Pain Screening Questionnaire (ALBPSQ) S.J. Linton & K. Halldén (1996)

Acute Low Back Pain Screening Questionnaire (ALBPSQ) S.J. Linton & K. Halldén (1996) Acute Low Back Pain Screening Questionnaire (ALBPSQ) S.J. Linton & K. Halldén (1996) DOEL(GROEP): Inventariserende vragenlijst De Acute Low Back Pain Screening Questionnaire (ALBPSQ) is een biopsychosociaal

Nadere informatie

Fysius werkt samen met u aan een leven zonder rugpijn.

Fysius werkt samen met u aan een leven zonder rugpijn. Rugpijn? Rugpijn is niet vanzelfsprekend Volgens het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) heeft 1 op de 5 volwassenen last van terugkerende rugklachten. Dit zijn 2,6 miljoen mensen die

Nadere informatie

Paramedisch OnderzoekCentrum

Paramedisch OnderzoekCentrum Hoorcollege 3 maart 2006 Thema: lage-rugpijn Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Opbouw Langdurige lage-rugpijn (profiel 3a) versus (lage-rugpijn met chronisch pijngedrag (profiel 3b) Relevantie van classificaties

Nadere informatie

16 Tulder MW van, Koes BW, Bouter LM. Conservative treatment of

16 Tulder MW van, Koes BW, Bouter LM. Conservative treatment of 8 Assendelft WJJ, Tulder MW van, Scholten RJPM, Bouter LM. De praktijk van systematische reviews. II. Zoeken en selecteren van literatuur. Ned Tijdschr Geneeskd 1999;143:656-61. 9 Assendelft WJJ, Scholten

Nadere informatie

Acute Low Back Pain Screenings Questionnaire (ALBPSQ)

Acute Low Back Pain Screenings Questionnaire (ALBPSQ) Acute Low Back Pain Screenings Questionnaire (ALBPSQ) S.J. Linton en K. Halldén, 1996 Instructie DOEL(GROEP): Prognostische en inventariserende vragenlijst De Acute Low Back Pain Screening Questionnaire

Nadere informatie

Mobilisaties en/of Manipulaties bij acute aspecifieke lage rugklachten. Samenvatting

Mobilisaties en/of Manipulaties bij acute aspecifieke lage rugklachten. Samenvatting Mobilisaties en/of Manipulaties bij acute aspecifieke lage rugklachten Afstudeeropdracht opleiding Fysiotherapie Hogeschool Utrecht Daniëlle van Beusekom 1532385 Begeleider: Joost van der Flier Samenvatting

Nadere informatie

Bij gebrek aan bewijs

Bij gebrek aan bewijs Bij gebrek aan bewijs kennis is macht! internet in de spreekkamer P.A. Flach Bedrijfsarts Arbo- en milieudienst RuG 09-10-2006 1 3 onderdelen 1. Wat is EBM 2. Zoeken in PubMed 3. Beoordelen van de resultaten

Nadere informatie

KNGF-richtlijn Lage-rugpijn

KNGF-richtlijn Lage-rugpijn KNGF-richtlijn Lage-rugpijn Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie Jaargang 115 Nummer 1 2005 KNGF-richtlijn Lage-rugpijn G.E. Bekkering H.J.M. Hendriks B.W. Koes R.A.B. Oostendorp

Nadere informatie

LAGE-RUGPIJN EN FYSIOTHERAPIE IN EEN NIEUW PARADIGMA

LAGE-RUGPIJN EN FYSIOTHERAPIE IN EEN NIEUW PARADIGMA LAGE-RUGPIJN EN FYSIOTHERAPIE IN EEN NIEUW PARADIGMA Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp drs. Trudy E. Bekkering dr. Erik J.M. Hendriks Nederlands Paramedisch Instituut UMC St Radboud WOK EMGO Instituut Kennismanagement,

Nadere informatie

Fysieke fitheid, vermoeidheid en fysieke training bij sarcoïdose patiënten

Fysieke fitheid, vermoeidheid en fysieke training bij sarcoïdose patiënten Fysieke fitheid, vermoeidheid en fysieke training bij sarcoïdose patiënten 5 april 2017 Sarcoïdose ontsporing afweersyteem ophoping afweercellen: granulomen overal in lichaam: longen, lymfesysteem, huid,

Nadere informatie

Zoeken naar evidence

Zoeken naar evidence Zoeken naar evidence Faridi van Etten-Jamaludin Clinical librarian Medische Bibliotheek AMC 2 december 2008 Evidence Based Practice? Bij EBP worden klinische beslissingen genomen op basis van het best

Nadere informatie

VAN KLINISCHE ONZEKERHEID NAAR EEN ZOEKSTRATEGIE

VAN KLINISCHE ONZEKERHEID NAAR EEN ZOEKSTRATEGIE VAN KLINISCHE ONZEKERHEID NAAR EEN ZOEKSTRATEGIE Drs. Willemke Stilma Docent verpleegkunde HvA Mede met dank aan dr. Anne Eskes 1 INHOUD 5 stappen EBP Formuleren van een klinische vraagstelling PICO Zoekstrategie

Nadere informatie

Welkom op de implementatie cursus KNGF-richtlijn Manuele Therapie bij Lage-rugpijn

Welkom op de implementatie cursus KNGF-richtlijn Manuele Therapie bij Lage-rugpijn Welkom op de implementatie cursus KNGF-richtlijn Manuele Therapie bij Lage-rugpijn Samengesteld door: Marcel Heijmans, MSc Leo Hagenaars Dr. Erik Hendriks Prof.dr. Rob Oostendorp 2 Opzet van de cursus

Nadere informatie

Onderzoek naar de oorzaak van (chronische) lage rugpijn

Onderzoek naar de oorzaak van (chronische) lage rugpijn Onderzoek naar de oorzaak van (chronische) lage rugpijn In de laatste 13 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de oorzaak van lage rugpijn. Voornamelijk het veelvuldig voorkomen van lage rugpijn en het

Nadere informatie

Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015

Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015 Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015 Wat is de invloed van tractie op een lumbale

Nadere informatie

Waarom richtlijnen lage-rugpijn? - Sociale Geneeskunde - Radboud Universiteit Nijmegen

Waarom richtlijnen lage-rugpijn? - Sociale Geneeskunde - Radboud Universiteit Nijmegen Waarom richtlijnen lage-rugpijn? - Sociale Geneeskunde - Radboud Universiteit Nijmegen - 2012 1. Documenten Waarom richtlijnen lage-rugpijn - Sociale Geneeskunde - Radboud Unive.. Pag. 2 INTRODUCTIE WAAROM

Nadere informatie

HET WERKEN met GEZONDHEIDSPROFIELEN in de MANUELE THERAPIE

HET WERKEN met GEZONDHEIDSPROFIELEN in de MANUELE THERAPIE HET WERKEN met GEZONDHEIDSPROFIELEN in de MANUELE THERAPIE Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Vrije Universiteit Brussel UMC St Radboud, Nijmegen NPi, Amersfoort 1 NVMT 4e LUSTRUM VAN HARTE PROFICIAT 2 WAAROM

Nadere informatie

Evidence zoeken @ WWW

Evidence zoeken @ WWW Evidence zoeken @ WWW Dirk Ubbink Evidence Based Surgery 2011 Informatie Jaarlijks: >20.000 tijdschriften en boeken MEDLINE: >6.700 tijdschriften Jaarlijks 2 miljoen artikelen gepubliceerd 5500 publicaties

Nadere informatie

Preventie van rugklachten: van kind tot volwassene

Preventie van rugklachten: van kind tot volwassene Preventie van rugklachten: van kind tot volwassene Raf Maiori Kinesitherapeut/Bewegingsconsulent raf.maiori@zol.be Multidisciplinair PijnCentrum Ziekenhuis Oost-Limburg Stalenstraat 2 3600 Genk 089/32

Nadere informatie

MINDFULNESS EN ACT INTERVENTIES ALS E-HEALTH: EEN META-ANALYSE

MINDFULNESS EN ACT INTERVENTIES ALS E-HEALTH: EEN META-ANALYSE MINDFULNESS EN ACT INTERVENTIES ALS E-HEALTH: EEN META-ANALYSE MARION SPIJKERMAN VGCT CONGRES, 13 NOVEMBER 2015 OVERZICHT Introductie Methode Resultaten Discussie Mindfulness en ACT interventies als ehealth:

Nadere informatie

Mogelijke knelpunten bij de implementatie van de CBO-richtlijn aspecifieke lage rugklachten

Mogelijke knelpunten bij de implementatie van de CBO-richtlijn aspecifieke lage rugklachten Mogelijke knelpunten bij de implementatie van de CBO-richtlijn aspecifieke lage rugklachten A.J. ENGERS, M. WENSING, B.W. KOES EN M.W. VAN TULDER Universitair Medisch Centrum St Radboud. Werkgroep Onderzoek

Nadere informatie

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL De gegevens mogen met bronvermelding (Margit K Kooijman, Ilse CS Swinkels, Chantal J Leemrijse. Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing.

Nadere informatie

'HSDWLsQWPHWGHYHUZLM]LQJODJHUXJSLMQ]RQGHUXLWVWUDOLQJ LQGHSUDNWLMNYRRURHIHQWKHUDSLH&HVDU

'HSDWLsQWPHWGHYHUZLM]LQJODJHUXJSLMQ]RQGHUXLWVWUDOLQJ LQGHSUDNWLMNYRRURHIHQWKHUDSLH&HVDU 'HSDWLsQWPHWGHYHUZLM]LQJODJHUXJSLMQ]RQGHUXLWVWUDOLQJ LQGHSUDNWLMNYRRURHIHQWKHUDSLH&HVDU Drs. I.C.S. Swinkels Junior onderzoeker NIVEL, Utrecht Dr. R.H. Wimmers Projectleider LiPZ NIVEL, Utrecht Dr. C.H.M.

Nadere informatie

Samenvatting Samenvatting

Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting Binnen het domein van hart- en vaatziekten is een bypassoperatie de meest uitgevoerde chirurgische ingreep. Omdat bij een hartoperatie het borstbeen wordt doorgesneden en er meestal

Nadere informatie

Richtlijn fysiotherapeutische behandeling lumbale kanaalstenose

Richtlijn fysiotherapeutische behandeling lumbale kanaalstenose Richtlijn fysiotherapeutische behandeling lumbale kanaalstenose Een wetenschappelijk onderzoek naar de (kosten) effectiviteit van operatie vergeleken met een voortgezet conservatief beleid bij de behandeling

Nadere informatie

Inhoud. inleiding de schouder 1 9. Redactie 1 0. Auteurs 1 1. Voorwoord 1 6

Inhoud. inleiding de schouder 1 9. Redactie 1 0. Auteurs 1 1. Voorwoord 1 6 Redactie 1 0 Auteurs 1 1 Voorwoord 1 6 inleiding de schouder 1 9 1 Patiënten met schoudersyndromen in de huisarts- en fysiotherapiepraktijk 2 1 Inleiding 2 2 Patiënten met schoudersyndromen in de huisartspraktijk

Nadere informatie

KOSTEN EN BATEN ANALYSES BIJ

KOSTEN EN BATEN ANALYSES BIJ Auteurs, Pureveen J en Moes M (studenten fysiotherapie) Coach, van der Esch M (onderzoeker Reade, Docent hogeschool van Amsterdam) Opdrachtgever, de Rooij M (onderzoeker Reade) BEROEPSOPDRACHT 2013 KOSTEN

Nadere informatie

Internationale week van de pijn : Rugpijn : wat werkt er? Oefenen of prikjes? Dr. K. Van Boxem, pijncentrum (SJK) Opereren?

Internationale week van de pijn : Rugpijn : wat werkt er? Oefenen of prikjes? Dr. K. Van Boxem, pijncentrum (SJK) Opereren? Internationale week van de pijn : Rugpijn : wat werkt er? Oefenen of prikjes? Dr. K. Van Boxem, pijncentrum (SJK) Opereren? Dr. R. Rasschaert, neurochirurgie (UZA) of er mee leven? Mevr Batens, pijncentrum

Nadere informatie

Rob Heerdink Universitair Hoofddocent Klinische Farmacoepidemiologie Universiteit Utrecht

Rob Heerdink Universitair Hoofddocent Klinische Farmacoepidemiologie Universiteit Utrecht Hoe vertaal ik resultaten uit de medische literatuur en richtlijnen naar de dagelijkse praktijk? Interpretatie van resultaten van geneesmiddelenonderzoek Rob Heerdink Universitair Hoofddocent Klinische

Nadere informatie

Zwaar werk lichter maken: een hele klus Preventie van beroepsziekten bij bewegingsapparaat en psyche

Zwaar werk lichter maken: een hele klus Preventie van beroepsziekten bij bewegingsapparaat en psyche Zwaar werk lichter maken: een hele klus Preventie van beroepsziekten bij bewegingsapparaat en psyche Dr Karen Nieuwenhuijsen Dr Paul Kuijer Coronel Instituut, Academisch Medisch Centrum Amsterdam Programma

Nadere informatie

Behandeling van een trigger finger. Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar

Behandeling van een trigger finger. Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar Behandeling van een trigger finger Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar Overzicht Inleiding PICO Zoekstrategie & Flowchart Artikelen Chirurgie Anatomie Open vs percutaan Conclusie Inleiding Klinische symptomen

Nadere informatie

Evidence based richtlijnontwikkeling (EBRO) training voor patiënten. Ton Kuijpers, Epidemioloog

Evidence based richtlijnontwikkeling (EBRO) training voor patiënten. Ton Kuijpers, Epidemioloog Evidence based richtlijnontwikkeling (EBRO) training voor patiënten Ton Kuijpers, Epidemioloog Guru based medicine Inhoud Voorbeeld van een wetenschappelijk onderzoeksdesign (RCT) Mate van bewijs Conclusies

Nadere informatie

Drs. Nathan Hutting Dr. Sarah Detaille

Drs. Nathan Hutting Dr. Sarah Detaille Drs. Nathan Hutting Dr. Sarah Detaille Inhoud presentatie Aspecifieke KANS Project GRIP op KANS Ontwikkeling GRIP op KANS Inhoud programma Voorlopige resultaten A-specifieke KANS Aan werk of activiteiten

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

MULTIDISCIPLINAIRE VISIE op DIAGNOSTIEK en BEHANDELING van het LUMBOSACRAAL RADICULAIR SYNDROOM

MULTIDISCIPLINAIRE VISIE op DIAGNOSTIEK en BEHANDELING van het LUMBOSACRAAL RADICULAIR SYNDROOM MULTIDISCIPLINAIRE VISIE op DIAGNOSTIEK en BEHANDELING van het LUMBOSACRAAL RADICULAIR SYNDROOM 1 HNP-onderzoek UMC St Radboud Evidence-based handelen bij postoperatief LRS: een uitdaging! Prof.dr. Rob

Nadere informatie

Dirk Ubbink. Evidence Based Surgery Workshop 2010

Dirk Ubbink. Evidence Based Surgery Workshop 2010 Dirk Ubbink Evidence Based Surgery Workshop 2010 Jaarlijks: 20.000 tijdschriften 17.000 nieuwe boeken MEDLINE: >6.700 tijdschriften jaarlijks 2 miljoen artikelen gepubliceerd 5500 publicaties per dag!

Nadere informatie

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. Global Perceived Effect (GPE)

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. Global Perceived Effect (GPE) Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Global Perceived Effect (GPE) 31-03-2014 Review: R.A.H.M. Swinkels Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende

Nadere informatie

Literatuuronderzoek. Hoe lang mag een waaknaald blijven zitten?

Literatuuronderzoek. Hoe lang mag een waaknaald blijven zitten? HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM Literatuuronderzoek Hoe lang mag een waaknaald blijven zitten? Michelle Entius 500635128 LV13-3IKZ1 Stagebegeleiders: Anetha van Waveren Samantha Carrot Literatuuronderzoek Inhoudsopgave

Nadere informatie

De patiënt met de verwijzing lage rugpijn zonder uitstraling in de praktijk voor oefentherapie-mensendieck

De patiënt met de verwijzing lage rugpijn zonder uitstraling in de praktijk voor oefentherapie-mensendieck De patiënt met de verwijzing lage rugpijn zonder uitstraling in de praktijk voor oefentherapie-mensendieck Door I.C.S. Swinkels, R.H. Wimmers en C.H.M. van den Ende Inleiding Lage rugpijn is een veel voorkomend

Nadere informatie

Kennis in Beweging. 30/10/14 MTP Fysiotherapie/KBC Haaglanden 1

Kennis in Beweging. 30/10/14 MTP Fysiotherapie/KBC Haaglanden 1 Kennis in Beweging 30/10/14 MTP Fysiotherapie/KBC Haaglanden 1 Eisen en doelen overheid Opdracht Kwaliteitsinstituut: maak kwaliteit transparant. Kwaliteitsstandaarden & Meetinstrumenten Tripartiet (patiënten,

Nadere informatie

Gemaakt door: Maarten van den Bedem Marcel van den Berg Wouter van den Berg. Opleiding: Fysiotherapie

Gemaakt door: Maarten van den Bedem Marcel van den Berg Wouter van den Berg. Opleiding: Fysiotherapie Gemaakt door: Maarten van den Bedem Marcel van den Berg Wouter van den Berg Opleiding: Fysiotherapie Opdrachtgever: Fysiotherapie Diemen Dhr. D de Jong Begeleider: Dhr. M van der Esch 20-06-2007 Amsterdam

Nadere informatie

Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Aspecifieke lagerugpijn

Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Aspecifieke lagerugpijn LESA VvOCM Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Aspecifieke lagerugpijn Faber E, Custers JWH, Van Ederen C, Bout J, Cinjee G, Kolnaar BGM, Schotsman R, Spinnewijn WEM, Staal JB, Ten Cate A, Wildervanck-Dekker

Nadere informatie

Het effect van gedragsmatige oefentherapie bij patiënten met artrose van heup of knie

Het effect van gedragsmatige oefentherapie bij patiënten met artrose van heup of knie Het effect van gedragsmatige oefentherapie bij patiënten met artrose van heup of knie C. Veenhof¹, J. Dekker², JWJ Bijlsma³, CHM van den Ende 4 ¹NIVEL (Nederlands Instituut voor onderzoek in de gezondheidszorg),

Nadere informatie

Het effect van acupunctuur en dry needling op pijn en functie bij myofasciale triggerpoints bij patiënten met chronische lage rugklachten

Het effect van acupunctuur en dry needling op pijn en functie bij myofasciale triggerpoints bij patiënten met chronische lage rugklachten Het effect van acupunctuur en dry needling op pijn en functie bij myofasciale triggerpoints bij patiënten met chronische lage rugklachten Carlien den Uil Afstudeeropdracht fysiotherapie Hogeschool Utrecht

Nadere informatie

Ruggespraak. Ruggespraak. Presentatie Ariette Sanders - Netwerkbijeenkomst Platform Gedeelde Besluitvorming - Maart 2013 RUGPIJN? agenda.

Ruggespraak. Ruggespraak. Presentatie Ariette Sanders - Netwerkbijeenkomst Platform Gedeelde Besluitvorming - Maart 2013 RUGPIJN? agenda. agenda Ruggespraak Kennismaking Achtergrond van het onderzoek Methode Resultaten Discussie Conclusie A.R.J. Sanders1, W.Verheul2, T.Magneé2, H.M.Pieters, P. Verhaak2, N.J. de Wit1,, J.M. Bensing2 RUGPIJN?

Nadere informatie

Theoretische Onderbouwing

Theoretische Onderbouwing Theoretische Onderbouwing Samenwerkingsovereenkomst van de partijen: Junioronderzoekers: Bianca van de Wetering, 426929 Judith Quernhorst, 429056 Stephanie Schwan, 414402 Opdrachtgever: Locatie: Senioradviseur:

Nadere informatie

Cochrane Netherlands. Cursus Evidence-Based Practice voor zorgprofessionals

Cochrane Netherlands. Cursus Evidence-Based Practice voor zorgprofessionals Cochrane Netherlands Cursus Evidence-Based Practice voor zorgprofessionals Utrecht, 6 en 7 oktober 2016 Achtergrond Iedere zorgprofessional neemt gedurende een werkdag continu beslissingen, bijvoorbeeld

Nadere informatie

LAGE-RUGPIJN: parade van richtlijnen. Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp

LAGE-RUGPIJN: parade van richtlijnen. Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp LAGE-RUGPIJN: parade van richtlijnen Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp PARADE van RICHTLIJNEN KNGF-richtlijn MT en Lage-rugpijn, in druk Richtlijn Aspecifieke lage-rugklachten, 2003 KNGF-richtlijn Lage-rugpijn,

Nadere informatie

Cursus Evidence-Based Practice voor zorgprofessionals. Utrecht, 14 en 15 oktober 2015. Cochrane

Cursus Evidence-Based Practice voor zorgprofessionals. Utrecht, 14 en 15 oktober 2015. Cochrane Cursus Evidence-Based Practice voor zorgprofessionals Utrecht, 14 en 15 oktober 2015 Cochrane Achtergrond Iedere zorgprofessional neemt gedurende een werkdag continu beslissingen, bijvoorbeeld over welke

Nadere informatie

COMPRESSIE- of TRACTIETHERAPIE bij ASPECIFIEKE NEKPIJN: WAT HELPT?

COMPRESSIE- of TRACTIETHERAPIE bij ASPECIFIEKE NEKPIJN: WAT HELPT? Paramedisch OnderzoekCentrum POC COMPRESSIE- of TRACTIETHERAPIE bij ASPECIFIEKE NEKPIJN: WAT HELPT? Prof.dr. Rob Oostendorp Ann Pattyn MSc Dr. Wendy Scholten-Peeters Prof.dr. William Duquet Fysiotherapie

Nadere informatie

Peer review EBM. Ontwikkeld door WVVK in opdracht van Pro-Q-Kine

Peer review EBM. Ontwikkeld door WVVK in opdracht van Pro-Q-Kine Peer review EBM Inleiding Doelstellingen? Attitude: bereid zijn om evidence based te handelen, om expertise te delen, om evidentie te bespreken Kennis: wat is EBM, wat is evidentie, wat is een richtlijn,

Nadere informatie

FYSIOTHERAPIE, OP Z N KOP?

FYSIOTHERAPIE, OP Z N KOP? FYSIOTHERAPIE, OP Z N KOP? Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Kwaliteitsavond RGF West Brabant 1 2 3 4 5 6 OPBOUW van de LEZING waarom ja tegen West-Brabant evidence based practice (EBP) ketenzorg: wat betekent

Nadere informatie

Ontwikkelen van een Cochrane Systematic Review over interventies

Ontwikkelen van een Cochrane Systematic Review over interventies Ontwikkelen van een Cochrane Systematic Review over interventies 22 en 23 Maart 2016 Bestemd voor personen die in het kader van de Cochrane Collaboration een systematische review over interventies gaan

Nadere informatie

FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met LAGE RUGPIJN. Mei 2014, blok 3, Gerard Koel.

FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met LAGE RUGPIJN. Mei 2014, blok 3, Gerard Koel. FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met LAGE RUGPIJN. Mei 2014, blok 3, Gerard Koel. Inhoud blok 2. Over gekleurde vlaggen. DTF & gekleurde vlaggen. Richtlijnen KNGF & NVMT. Over welke effectiviteit

Nadere informatie

hoofdstuk 1 doelstellingen hoofdstuk 2 diagnosen

hoofdstuk 1 doelstellingen hoofdstuk 2 diagnosen Dit proefschrift gaat over moeheid bij mensen die dit als belangrijkste klacht presenteren tijdens een bezoek aan de huisarts. In hoofdstuk 1 wordt het onderwerp moeheid in de huisartspraktijk kort geïntroduceerd,

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

HOOFDSTUK 1: INLEIDING 168 Samenvatting 169 HOOFDSTUK 1: INLEIDING Bij circa 13.5% van de ouderen komen depressieve klachten voor. Met de term depressieve klachten worden klachten bedoeld die klinisch relevant zijn, maar niet

Nadere informatie

Whiplash en duizeligheid: een paar apart Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp

Whiplash en duizeligheid: een paar apart Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Whiplash en duizeligheid: een paar apart Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Wat te vewachten? 1. Praktijkervaring en registratie 2. Whiplash-trial 3. Prognostische factoren 1. Patiëntgegevens 1998 2003 Praktijk

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/29800 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Moojen, Wouter Anton Title: Introducing new implants and imaging techniques for

Nadere informatie

Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen

Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen Amsterdam School of Health Professionals / HvA Amsterdam Kwaliteit en Proces Innovatie / AMC Amsterdam Goede zorg Effectief Doelmatig Veilig Tijdig Toegankelijk

Nadere informatie

Biopsychosociaal model

Biopsychosociaal model Biopsychosociaal model binnen de behandeling van whiplash-patiënten Wendy Peeters, MScMT Dr. Arianne Verhagen Prof. dr. Rob Oostendorp 1 23-03-2001 Doel presentatie State of the art wetenschappelijke evidentie

Nadere informatie

NVMT - kaderdag 25 april

NVMT - kaderdag 25 april NVMT - kaderdag 25 april 2002 1 RICHTLIJNEN MANUELE THERAPIE en LAGE-RUGPIJN een huwelijk uit liefde of een gedwongen huwelijk? NVMT - kaderdag 25 april 2002 2 Inhoud Algemene inleiding richtlijnen NVMT-richtlijn

Nadere informatie

Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk. Definitie EBP 16-4-2015

Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk. Definitie EBP 16-4-2015 Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk Lies Braam, verpleegkundig specialist neurologie 26 maart 2015 V &VN neurocongres Definitie EBP Bij EBP gaat het om klinische beslissingen op basis van

Nadere informatie

Evidence based medicine proof oefentherapie voor lage rugpijn Prof. Dr. Ulrike Van Daele Vakgroep Movant opleiding Revaki

Evidence based medicine proof oefentherapie voor lage rugpijn Prof. Dr. Ulrike Van Daele Vakgroep Movant opleiding Revaki 24 oktober 2015 Evidence based medicine proof oefentherapie voor lage rugpijn Prof. Dr. Ulrike Van Daele Vakgroep Movant opleiding Revaki 2 Lifetime prevalentie LRP: 84% Prevalentie chronische LRP: 23%

Nadere informatie

Fysiotherapeutisch en oefentherapeutisch zorggebruik door patiënten met een chronische aandoening in de periode

Fysiotherapeutisch en oefentherapeutisch zorggebruik door patiënten met een chronische aandoening in de periode Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (ICS Swinkels, CJ Leemrijse en C Veenhof. Fysiotherapeutisch en oefentherapeutisch zorggebruik door patiënten met een chronische

Nadere informatie

e-exercise bij knie en heup artrose

e-exercise bij knie en heup artrose e-exercise bij knie en heup artrose Ontwikkeling, evaluatie en implementatie Corelien Kloek (TiU, NIVEL, UMCU, HU) Daniël Bossen (HvA), Joost Dekker (VUmc), Dinny de Bakker (TiU, NIVEL), Cindy Veenhof

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/43013 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Hofstede, S.N. Title: Optimization of care in orthopaedics and neurosurgery Issue

Nadere informatie

De pijn gaat niet over!

De pijn gaat niet over! 01-10-16 De pijn gaat niet over! Dr. Doeke Keizer, huisarts 1 01-10-16 Chronische pijn: Wat is het probleem? 2,2 miljoen Nederlanders Jaarlijkse kosten: 20 miljard euro Pijn: meest voorkomende klacht Vaker

Nadere informatie

Op 25 maart 2011 vastgesteld en uitgebracht aan de minister van VWS

Op 25 maart 2011 vastgesteld en uitgebracht aan de minister van VWS Rapport Behandeling van chronische aspecifieke lage rugklachten: kortdurende conservatieve interventies complementaire en alternatieve interventies injectie- en denervatietechnieken Op 25 maart 2011 vastgesteld

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

MOBILISEREN OF MANIPULEREN?

MOBILISEREN OF MANIPULEREN? Marian Paauw en Karlijn in t Veld Beroepsopdracht opleiding Fysiotherapie, Hogeschool van Amsterdam, Amsterdam School of Health Professions, Amsterdam, Nederland. MOBILISEREN OF MANIPULEREN? Opdrachtgever:

Nadere informatie

Jaarcijfers 2012 en trendcijfers 2008-2012 Fysiotherapie

Jaarcijfers 2012 en trendcijfers 2008-2012 Fysiotherapie Jaarcijfers 2012 en trendcijfers 2008-2012 Fysiotherapie Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ) NIVEL Zorgregistraties eerste lijn Gegevens in deze publicatie kunnen gebruikt worden

Nadere informatie

Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen

Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen Amsterdam School of Health Professionals / HvA Amsterdam Kwaliteit en Proces Innovatie / AMC Amsterdam Systematisch literatuur onderzoek RCT s worden gemaakt om

Nadere informatie

Samenvatting. Effectiviteit van ergotherapie: stand van zaken

Samenvatting. Effectiviteit van ergotherapie: stand van zaken Samenvatting Effectiviteit van ergotherapie: stand van zaken Ergotherapie is een paramedisch beroep dat gericht is op het verbeteren van het zelfstandig functioneren door het individu in de voor die persoon

Nadere informatie

EVIDENCE-BASED ALLIED HEALTH CARE. Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp

EVIDENCE-BASED ALLIED HEALTH CARE. Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp EVIDENCE-BASED ALLIED HEALTH CARE Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Nederlands Paramedisch Instituut UMC St Radboud Hogeschool van Arnhem en Nijmegen NVLF 1 ORIËNTATIE op LOGOPEDIE NVLF Visie 2000-2005 NVLF

Nadere informatie

Stage-opdracht deskundigheidsbevordering

Stage-opdracht deskundigheidsbevordering Stage-opdracht deskundigheidsbevordering Naam: Marthe Verwater Studentnummer:09011129 Klas: HDT 2 Inhoudsopgave: 1.Voorbereiding... Blz.3 2.Literatuurstudie...... Blz.4 3.Verslag... Blz.8 2 Stage opdracht

Nadere informatie

Paramedisch OnderzoekCentrum

Paramedisch OnderzoekCentrum Kinesiofobie bij lage-rugpijn: een eenvoudige manier Prof.dr. Rob Oostendorp Nancy Demolon, MSc Olaf van der Zanden, MSc Prof.dr. William Duquet Wat te verwachten? Interagerende factoren van acute naar

Nadere informatie

EBM. Domein arts. Overwegingen bij domein arts

EBM. Domein arts. Overwegingen bij domein arts EBM Wetenschappelijke uitkomsten uit klinisch relevant prognostisch, diagnostisch en therapeutisch onderzoek. Kennis, ervaring, persoonlijke waarden en verwachtingen van de dokter zelf. De individuele

Nadere informatie

)DFWVKHHW- +HWDDQGHHOYDQFKURQLVFKH]RUJLQGHH[WUDPXUDOHI\VLRWKHUDSLH

)DFWVKHHW- +HWDDQGHHOYDQFKURQLVFKH]RUJLQGHH[WUDPXUDOHI\VLRWKHUDSLH )DFWVKHHW- +HWDDGHHOYDFKURLVFKH]RUJLGHH[WUDPXUDOHI\VLRWKHUDSLH De huidige regering heeft het voornemen om de aanspraken op fysiotherapeutische zorg (verder) te beperken. Verschillende maatregelen worden

Nadere informatie

Veranderingen op de Arbeidsmarkt van oefentherapeuten

Veranderingen op de Arbeidsmarkt van oefentherapeuten Postprint 1.0 Version Journal website Pubmed link DOI http://www.vvocm.nl/algemeen/vakblad-beweegreden Veranderingen op de Arbeidsmarkt van oefentherapeuten D.T.P. VAN HASSEL; R.J. KENENS Marktwerking

Nadere informatie

Minder last van uw rug

Minder last van uw rug Minder last van uw rug Hoe kunt u pijn onderin uw rug verminderen en nieuwe klachten voorkomen Rugklachten zelf onder controle Pijn in uw rug is lastig en vervelend. Om vele redenen. Uw humeur kan eronder

Nadere informatie

Het effect van oefentherapie op pijn en gewrichtsfunctie bij patiënten met Artrose aan knie en/of heup

Het effect van oefentherapie op pijn en gewrichtsfunctie bij patiënten met Artrose aan knie en/of heup Het effect van oefentherapie op pijn en gewrichtsfunctie bij patiënten met Artrose aan knie en/of heup Alexander Baas Samenvatting Doel. Te bepalen wat het effect is van bewegingstherapie op pijn en gewrichtsfunctie

Nadere informatie

Voorwoord 1 0. Inleiding 1 1

Voorwoord 1 0. Inleiding 1 1 Inhoud Voorwoord 1 0 Inleiding 1 1 1 Evidence-based diëtetiek: principes en werkwijze 1 3 Inleiding 1 3 1.1 Evidence-based diëtetiek 1 3 1.2 Het ontstaan van evidence-based handelen 1 5 1.3 Evidence-based

Nadere informatie

ACT TO MOVE het belang van activatie

ACT TO MOVE het belang van activatie ACT TO MOVE het belang van activatie 1. INLEIDING Chronische pijn verandert je hele leven Zorgt voor verminderde activiteit & vermindering van zinvolle dag invulling Patiënten doorlopen vele onderzoeken

Nadere informatie

De indeling van de sector Gezondheidszorg

De indeling van de sector Gezondheidszorg De indeling van de sector Gezondheidszorg Elke sector is opgedeeld in vijf tot acht subsectoren. Deze sector is ingedeeld in zeven subsectoren: 1 Geneeskunde 2 Verlos- en verpleegkunde 3 Tandheelkunde

Nadere informatie

Meer informatie over fysiotherapie of een registerfysiotherapeut bij u in de buurt vindt u op www.defysiotherapeut.com

Meer informatie over fysiotherapie of een registerfysiotherapeut bij u in de buurt vindt u op www.defysiotherapeut.com Meer informatie over fysiotherapie of een registerfysiotherapeut bij u in de buurt vindt u op www.defysiotherapeut.com Uitgave: Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, Amersfoort Met de fysiotherapeut

Nadere informatie

Samenvatting voor niet-ingewijden

Samenvatting voor niet-ingewijden voor niet-ingewijden Type 2 diabetes Diabetes is een ernstige chronische ziekte, die wordt gekenmerkt door te hoge glucosespiegels (de suikers ) in het bloed. Er zijn verschillende typen diabetes, waarvan

Nadere informatie

Hoe uiten klachten waarmee patiënten bij de fysiotherapeut komen zich? Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, 2011

Hoe uiten klachten waarmee patiënten bij de fysiotherapeut komen zich? Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, 2011 Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL De gegevens mogen met bronvermelding worden gebruikt (Factsheet Hoe uiten klachten waarmee patiënten bij de fysiotherapeut komen zich? JA Barten, ICS Swinkels,

Nadere informatie

A-specifieke lage rugpijn

A-specifieke lage rugpijn A-specifieke lage rugpijn A-specifieke lage rugpijn Veel mensen hebben rugklachten. In verreweg de meeste gevallen wordt er geen lichamelijke afwijking gevonden: er is dan sprake van a-specifieke lage

Nadere informatie

Evidence-based Practice voor de dagelijkse praktijk. Nationaal Congres GGZ-verpleegkunde 16 juni 2016

Evidence-based Practice voor de dagelijkse praktijk. Nationaal Congres GGZ-verpleegkunde 16 juni 2016 Evidence-based Practice voor de dagelijkse praktijk Nationaal Congres GGZ-verpleegkunde 16 juni 2016 100% meer? Of 2x zoveel?!? Resultaten >20% minder tandplak

Nadere informatie

Deskundigheidsbevorderingpakket KNGF-richtlijn Manuele Therapie bij Lagerugpijn

Deskundigheidsbevorderingpakket KNGF-richtlijn Manuele Therapie bij Lagerugpijn Deskundigheidsbevorderingpakket KNGF-richtlijn Manuele Therapie bij Lagerugpijn In opdracht van NVMT 8 juni 00 WFGJ Heijmans MSc LHA Hagenaars Dr. HJM Hendriks Prof.dr. RAB Oostendorp Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

ZELFMANAGEMENTONDERSTEUNING IN DE CHRONISCHE ZORG COMPETENTIES BIJ (STUDENT)VERPLEEGKUNDIGEN

ZELFMANAGEMENTONDERSTEUNING IN DE CHRONISCHE ZORG COMPETENTIES BIJ (STUDENT)VERPLEEGKUNDIGEN ZELFMANAGEMENTONDERSTEUNING IN DE CHRONISCHE ZORG COMPETENTIES BIJ (STUDENT)VERPLEEGKUNDIGEN Veerle Duprez Prof. dr. Ann Van Hecke AANLEIDING Beroeps- & opleidingsprofiel Mensen met chronische aandoening

Nadere informatie