Psychologische begeleiding van personen met een leestoornis

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Psychologische begeleiding van personen met een leestoornis"

Transcriptie

1 Psychologische begeleiding van personen met een leestoornis Hoofdstuk 1: Algemene Inleiding Overzicht van de cursus Leerproblemen: Omschrijving: - Problemen die personen ondervinden bij het leren van cognitieve schoolse vaardigheden: lezen, spellen, rekenen, vreemde talen, - ADHD, dyspraxie, dysfasie,... zijn dus geen leerproblemen Leerstoornissen is een subgroep van leerproblemen: 1

2 Buiten school, thuis, etc. School, klas, etc. Visueel, motorisch, sociaal, emotioneel welzijn, etc. Fonologische vaardigheden, etc.!! Enkel wanneer leerproblemen veroorzaakt worden door specifieke beperkingen, zijn dit leerstoornissen (=primaire leerproblemen) Secundaire leerproblemen: gebreken zijn het gevolg van andere oorzaken (leeromgeving, algemene beperkingen,..) MAAR: de één is niet meer belangrijk dan de ander! Leerstoornissen: definitie Klassieke benadering: - Discrepantiecriterium (eventueel in combinatie: Potentieel>actueel succes / onverwacht onderpresteren Potentieel schoolsucces / onverwacht onderpresteren Intelligentie Wordt weergegeven door - Hoe wordt dit gemeten? Verschil tussen de z-scores van een schoolvorderingstest en een intelligentietest Vb: IQ = 120 (z=1,33) en leestest SS 7 (z= bv. IQ = 120 (z=1,33) en leestest SS 7 (z=--1) Dit is discrepant Per land spreekt met af hoeveel SD (standaarddeviaties) de z-scores van elkaar verwijderd moeten zijn om discrepant te zijn (1;1,5;2; ). In België is dit <PC 10 2

3 Regressie: het verschil tussen de voorspelde score op de schoolvorderingstest (op basis van IQ) en de werkelijke score (mate van correlatie) ^SVT = a + b * IQ B staat voor: hoe goed SVT correleert met IQ hier zijn 3 kritieken op: 1) IQ is een statische maat, lezen is dynamisch: hoe kan een statische maat iets voorspellen wat zo dynamisch is? 2) Te hoge psychometrische eisen 3) Er is helemaal geen hoge correlatie tussen IQ en schoolse vorming! DUS: IQ is (op lange termijn) helemaal geen goede voorspeller van schoolsucces! Nieuwe benadering: Combinatie van 3 criteria: - Achterstandscriterium Er zijn duidelijke problemen bij het verwerven van schoolse of cognitieve vaardigheden o Adequate vergeljkingsgroep: leeftijd en scholing o Probleem van cut-off Score < pc 3 / 10 / 15 z-score < -1/ -1,5 / -2 Beschrijvend (voorkeur!) Ernstige achterstand bij automatisering van specifieke basisvaardigheden: lezen/spellen/rekenen Verklarend Er zijn problemen met de cognitieve vaardigheid die als oorzaak wordt verondersteld: Vb: fonologische vaardigheid bij dyslexie Vb: hoeveelheidrepresentatie bij dyscalculie 3

4 - Hardnekkigheidscriterium: De problemen blijven bestaan ook wanneer voorzien wordt in adequate remediërende instructie en oefening. Respons op Instructie (RTI) modellen: o Vereist een adequate en systematische aanpak: van basistechnieken, over differentiatie tot en met individuele leerhulp o Vereist meedere betrouwbare metingen Wanneer is een probleem onvoldoende vooruitgegaan? o Als er sprake is van een duidelijke inhaalbeweging o Momenteel is er nog geen kwantitatief criterium Dus: zorgverbreding is gegarandeerd door invoering van het hardnekkigheidscriterium, want men moet eerst 6 maanden met het kind werken, daarna kan men pas een diagnose stellen. - Exclusiviteitscriterium Andere oorzaken (vb: slechtziend, etc.) moeten uitgesloten worden. Enge interpretatie (vroeger): als er andere problemen aanwezig zijn, is er geen sprake van een leerstoornis Ruime interpretatie (nu): o andere problemen mogen de vastgestelde hardnekkige achterstand niet volledig verklaren o vaststellen van comorbiditeiten Welke problemen? verstandelijke beperkingen: hierbij zijn leerstoornissen zeer moeilijk te bepalen, we stellen er geen leerstoornis diagnoses bij. 4

5 DUS: er is een leerstoornis als: 1) Er een achterstand is 2) Deze hardnekkig is, niet wordt ingehaald 3) Er geen andere verklaring voor is We zijn nooit 100% zeker, maar we gaan er vanuit! - DSM-IV criteria (APA, 1994): Het...niveau ligt, gemeten met een individueel afgenomen gestandaardiseerde test voor...vaardigheid, aanzienlijk onder het te verwachten niveau dat hoort bij de leeftijd, de gemeten intelligentie en de bij de leeftijd passende opleiding van de betrokkene. (= achterstandscriterium + beetje discrepantie) De stoornis interfereert in significante mate met de schoolresultaten of dagelijkse bezigheden. (= ge moet er last van hebben) Indien een zintuiglijk defect aanwezig is, zijn de...problemen ernstiger dan die die hier gewoonlijk bijhoren. (= exclusiviteitcriterium t.a.v. sensorische beperkingen) Leesstoornis Rekenstoornis Stoornis in de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid Leerstoornis niet anderszins omschreven wordt niet zo vaak meer gebruikt (in herwerking!) Leerstoornissen: classificatie Beschrijvende indeling: - leesstoornis (dyslexie) leesstoornis (dyslexie) 5

6 meestal in combinatie met spellingstoornis meestal in combinatie met spellingstoornis - spellingstoornis (dysorthografie) spellingstoornis (dysorthografie) - rekenstoornis (dyscalculie) Causale indeling: - verbale leerstoornis (dyslexie) verbale leerstoornis (dyslexie) - niet niet--verbale leerstoornis (NLD) verbale leerstoornis (NLD)!! voorkeur voor de beschrijvende indeling/definitie want oorzaken onvoldoende zeker en NLD-syndroom niet gevalideerd (zie later) Leerstoornissen: prevalentie - Dyslexie: 5 à 10 % 60-80% mannelijk MAAR: sekseverschil ter discussie: gebaseerd op steekproefbias: jongens komen sneller in aanmerking voor onderzoek naar mogelijke leerproblemen. - Rekenstoornissen 1 à 6 % prevalentie ter discussie Leerstoornissen: comorbide stoornissen Gedrags- en emotionele problemen ADHD Aandachtstekortstoornissen Depressie 6

7 Motorische problemen DCD - coördinatie-ontwikkelingsstoornis (motorische onhandigheid) (clumsy child syndrome, dyspraxie, een ontwikkelingsstoornis in de automatisatie van basismotoriek) Dysgrafie = stoornis bij het mooi schrijven soms is bij dyslectici het lelijk geschrift een overlevingsstrategie Communicatiestoornissen SLI Specifieke Taalstoornissen Vb: Fonologische stoornis (articulatiestoornis) <-> morfologische stoornis Dyslexie: een beschrijvende definitie Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. (Stichting Dyslexie Nederland, 2003, woordniveau. (Stichting Dyslexie Nederland, 2003, p. 7) p. 7) Verklarende aard, lees en spellingsproblemen zijn hier HET GEVOLG van dyslexie (= fonologisch probleem) Onderkenning van dyslexie: o Achterstand Het vaardigheidsniveau van lezen op woordniveau en/of spelling ligt significant onder hetgeen van het individu, gegeven diens leeftijd en omstandigheden, gevraagd wordt. o Didactische resistentie het probleem in het aanleren en het toepassen van lezen en/of spellen op woordniveau blijft bestaan, ook wanneer voorzien wordt in adequate remediërende instructie en oefening o Uitsluiten van alternatieve verklaringen/ vaststellen van comorbiditeiten 7

8 Dyslexie: een verklarende definitie Braams (1996): Dyslexie is een specifiek probleem met de fonologische verwerking van taal door de hersenen, dat doorgaans leidt tot lees- en spellingsproblemen en vaak ook tot meer of minder duidelijke problemen bij andere taken waarbij taal een rol speelt. Cognitieve oorzaken van dyslexie Centrale theorie: dyslexie als fonologische deficit Dyslexie is een gevolg van problemen bij het aanleren en bewustzijn van de klankstructuur van de taal. Fonologische vaardigheden: o Fonologische bewustzijn o Rapid automatised naming (seriële benoemssnelheid) o Verbaal korte termijn geheugen Het Fonologische deficit: Fonologische bewustzijn: o Rijmbewustzijn o Syllabelbewustzijn o Foneenbewustzijn (alleen nodig om te leren lezen en schrijven: P OE S) Belangrijke fonologische bewustzijnstaken: o Rijm (passief (wat hoort er niet thuis: kat - wat hek) en actief (rijm op kat)) o auditieve discriminatie (horen van veschillen) o auditieve synthese (aan elkaar plakken) o auditieve analyse (wat is het kopje van de kat? En het staartje? P en S uit elkaar houden) o foneemdeletie ( s in kast wordt weggelaten) o foneemsubstitutie ( s in kast wordt vervangen door m ) o spoonerisms (Piet Jansen wordt Jiet Pansen) 8

9 Fonologisch bewustzijn en dyslexie o Fonologisch bewustzijn is een lees- en spellingvoorwaarde o Fonologisch bewustzijn is een gevolg van lezen en spellen o Er is interactie tussen fonologisch bewustzijn en lezen/spellen Rapid naming defecit: Rapid naming taak: als eerst alle dingen benoemen, dan de kaart lezen fonologische taak (vb: namen van mensen onthouden is ook een fonologische taak) dit kan ook met cijfers en kleuren: 9

10 Dyslexie is een gevolg van moeilijkheden met het snel serieel benoemen o RAN als fonologische vaardigheid o RAN als specifiek tekort dual deficit theory (sommige sommige kinderen hebben enkel problemen met het seieel benoemen, maar als men beide problemen heeft dan is het het moeilijkste op te lossen Werkgeheugen deficit: Werkgeheugen o cognitief systeem dat instaat voor het tijdelijk opslaan én manipuleren van informatie Model van Baddeley & Hitch o 2 slaafsystemen voor tijdelijk bijhouden van informatie (KTG) Fonologische lus = verbale informatie Visuo-spatieel schetsboek = visuele & spatiale informatie o Centrale verwerkingseenheid (Central Executive WG) Aandachtscontrolesysteem Coördineren en integratie van informatie uit de slaafsystemen én het lange termijn geheugen Wisselen tussen oplossingsstrategieën 10

11 Werkgeheugentaken: Fonologische lus (FL) o Non-woord repetitie o Cijferreeksen voorwaarts (een volwassene kan er 7-9 onthouden) o Cijferreeksen achterwaarts (executieve taak: info wordt niet enkel opgeslagen maar ook verwerkt) Visuo-spatieel schetsboek (VSS) o Corsi blokken test Patroon span (! Als je ergens in een taak het woord span ziet, heeft dit met het werkgeheugen temaken) Centrale verwerkingseenheid (CV) o Luisterspan Je bakt een ei in een hoed vals Uit een schoorsteen komt er rook waar Op de middag schijnt de maan vals vals waar vals o Cijferreeksen achterwaarts o Telspan Dyslexie is een gevolg van moeilijkheden bij het tijdelijk opslaan en manipuleren van informatie o fonologische lus hangt samen met verbaal korte termijn geheugen nogal wat wetenschappelijke evidentie o onderzoek naar executieve functies neemt toe voorlopig geen consensus 11

12 Alternatieve verklaringen: Dyslexie is een gevolg van moeilijkheden met het snel verwerken van nieuwe informatie o bv. substitutie van WISC / selectieve reactiesnelheid Dyscalculie: beschrijvende definitie: Dyscalculie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van tel- en rekenvaardigheden. Onderkenning van dyscalculie o Achterstand het vaardigheidsniveau ligt significant onder hetgeen van het individu, gegeven diens leeftijd en omstandigheden, gevraagd wordt o Didactische resistentie het probleem blijft bestaan, ook wanneer voorzien wordt in adequate remediërende instructie en oefening o Uitsluiten van alternatieve verklaringen / vaststellen van comorbiditeiten 12

13 Niet-verbale leerstoornissen (NLD): Neuropsychologisch subtype-onderzoek bij kinderenmet leerproblemen Twee profielen bij kinderen met rekenproblemen: o zwak bij auditief-verbale informatieverwerking o zwak bij visueel ruimtelijke informatieverwerking NLD NLD-model: opsomming van sterke en zwakke elementen in de verschillende neurospychologische ontwikkelingsstadia o positief: auditieve en technische vaardigheden o negatief: visueel-ruimtelijk / tactiel o negatief: inzicht / begrip o negatief: socio-emotionele ontwikkeling 13

14 NLD onder kritiek: o definitie van NLD concept het niet onderscheiden van stoornis en oorzaak (beschrijven versus verklaren) o validiteit van NLD concept statistische samenhang van symptomen ontbreekt o specificiteit van NLD concept hoe typisch zijn de constituerende kenmerken PIQ < VIQ discrepanties zijn normaal verschijnsel socio-emotionele kenmerken zijn algemener o noodzakelijkheid van NLD concept mogelijkheid van comorbiditeit (ASS) 14

15 Hoofdstuk 2: Lezen Cognitieve modellen: Ontwikkelingspsychologische benadering o Leren als proces van verwerving Taakanalytische modellen Informatieverwerkingsbenadering o Leren als proces van verwerking Procesmodellen Lezen: Taakanalytisch leesmodel (1) (2) m-u-s // r-aa-k (3) a z l d b (kijken of alle letters gekend zijn) (4) kip huis tas // man roos bij hoofd (na elkaar herhalen) (5) e-i niet hetzelfde // n-h niet hetzelfde // a-a wel hetzelfde (6) hetzelfde als hierboven maar dan visueel Basale vaardigheden: eerst verwerven, daarna de rest 15

16 Om te testen gaat men van 1 6 Opbouwhypothese Opbouwhypothese: het één bouwt verder op het ander Wordt gebruikt in het onderwijs: schoolrijpheid Is ongeveer hetzelfde als de leervoorwaardenbenadering Kritiek o relativiteit van een ontwikkelingsbenadering interactie-effecten: sommige vaardigheden ontwikkelen door te leren lezen dus veeleer deelvaardigheden dan leervoorwaarden dus men moet niet volledige letterherkenning hebben om te leren lezen, leren lezen kan ook helpen bij letterherkenning dus nu zegt men deelvaardigheden ipv leesvoorwaarden Behandelingsconsequenties o belang voor preventie (vroegtijdig trainen) wel opletten voor het Matthëus-effect: bij iemand die sterk is, is het effect NOG groter, zo wordt de kloof tussen sterke en zwakke kinderen nog groter o belang voor vroegtijdige behandeling bij jonge kinderen met leesproblemen Informatieverwerkingsmodel 16

17 Computer als metafoor, werkgeheugen maakt gebruik van de kennis van het lange termijn geheugen. Aandacht is zeer belangrijk. Componenten: o Structurele component beschikbare geheugen- en verwerkingscapaciteit (capaciteit is bij iedereen anders) o Strategie component bewerkingen op de informatie in de verschillende fasen geheugen- en leerstrategieën (= software bij pc, werkgeheugen werkt prioritair met klanken, waardoor verbaliseren helpt) o Sturende component (monitor) (= aandacht, anti-virusschild) programmering en bewaking van de informatieverwerking geheugen- en leerstrategieën: Werkgeheugen _ herhalen _ groeperen _ visualiseren _ verbaliseren Lange termijn geheugen _ betekenis geven _ in context plaatsen _ groeperen / categoriseren _ regels ontdekken, formuleren en toepassen _ probleemoplossend / creatief denken 17

18 Procesmodellen Bottom-up model (lezen vertrekt vanuit woordherkenning) opbouwmodel o lezen wordt stap per stap opgebouwd (assemblagestrategie (assemblage: lezen is het samenzetten van klanken, belang van het taakanalytisch model: p-oe-s) / indirecte route) o belang van deelvaardigheden (cfr. taakanalytisch model) inprentingsmodel (lezen is het inprenten van woorden) o lezen gebeurt via directe herkenning (adresseringsstrategie / directe route) o Belang van automatisering (automatisering: lezen zonder dat je weet dat je leest, vb: reclame. Accuratesse en reactiesnelheid zijn indicaties van automatisatie) kwantitatief kwalitatief Automatisering kwantitatief: 18

19 Automatisering kwalitatief: uitvoering verloopt onbewust uitvoering zonder controle van de persoon (autonoom) gebruikt geen verwerkingscapaciteit niet beïnvloed door bemoeilijking(interferentie) stimulus in directe verbinding met het lange termijn geheugen (Dus bij bottem-up hebben we het opbouwmodel en het inprentingsmodel, en als laatste hebben we het:) Dual-route model o indirecte en directe route in competitie (horse-race model) bij Pjodorovitsh indirecte route is nodig, zelfs een geoefende lezer moet constant de keuze maken tussen direct <> indirect snel, roekeloos, jong paard traag, oud, efficiënt paard beter als men ervaring heeft beter als jong kind Top-down model (lezen wordt gestuurd vanuit betekenis, reading as a guessing game ) 19

20 Lezen wordt gestuurd door betekenis guessing game van het moment dat we denken te weten wat er staat, lezen we het. Vb in de aula: deuzen. Interactief-compensatoire modellen (als je moeite hebt met één van de twee wegen, kan je er via een andere weg toch komen) bottom-up processen en top-down processen staan in voortdurende wisselwerking je kan op verschillende manieren door het model gaan bepaalde onderdelen kunnen fout zijn, maar toch lezen als gevolg hebben o integratiemodel van Van der Ley o model van Ruijssenaars & Ghesquière (vb als uitleg van model model: begrijpend lezen is technisch lezen en luistervaardigheden, dus het één bouwt verder op het ander) 20

21 Decoderen= bottem-up Wereldkennis: helpt bij top-down, hoe meer ge weet van de wereld, hoe beter men kan anticiperen. Metacognitieve kennis: weten dat wat ge weet en wat ge niet weet bepaald hoeveel men gebruik maakt van top-down. 21

22 Leesontwikkeling Decoderend lezen o verklanken teken-klank-koppeling auditieve synthese Herkennend lezen/directe herkenning o lezen in delen van woorden o lezen van kleine losse woorden o lezen zonder intonatie (heel monotoon) o lezen met verlengde klankwaarden o vlot lezen van gestructureerde rijen Anticiperend lezen/verkorte directe herkenning o benutten van betekenisinformatie o benutten van woordvorming / zinsvorming o lezen met intonatie (!! maar een goede lezer gebruikt nog steeds de twee strategieën door elkaar) 22

23 Diagnostiek technisch lezen: Inhoud: 1) Niveaubepaling (waar zit het kind t.o.v. anderen.) 2) Foutenclassificatie (waar, welke,..) 3) Kwalitatieve analyse van het leesproces (waarom worden de fouten gemaakt?) Diagnostiek technisch lezen: woordniveau 1) Niveaubepaling Woordleestests o Eén Minuut Test (Brus & Voeten, 1972) (snelheid & accuratesse) 116 reële woorden in stijgende moeilijkheidsgraad snelheid & accuratesse vanaf 2 leerjaar standaardscores (gem. 10 / sd. 3) (standaardnormaal verdeeld) 23

24 Het begint met MKM-woorden: medeklinker-klinker-medeklinker o Drie-Minuten-Toets (Verhoeven, CITO, 1995) 3 leeskaarten met verschillende moeilijkheidsgraad snelheid & accuratesse kaart 1 vanaf kerstmis 1 leerjaar vergelijkbare vaardigheidsscores voor de 3 kaarten CITO-scores (percentielklassen) A= pc B= pc C= pc D= pc E= pc (Om aan het achterstandcriterium te voldoen moet men op een cito-test in zone E zitten) 24

25 Pseudowoordleestest o De Klepel (Van den Bos, e.a., 1994) (zelfde structuur als de Brus maar dan in 2min) 116 onbestaande woorden in stijgende moeilijkheidsgraad structuur vergelijkbaar met de EMT Brus snelheid & accuratesse vanaf 2 leerjaar standaardscores (gem. 10 / sd. 3) 25

26 Diagnostiek technisch lezen: zinsniveau AVI-leeskaarten o Project Analyse van Individualiseringsvormen o Zoeken naar gedifferentieerd leesonderwijs o Indeling van technisch leesniveau van zinnen 9 niveaus, uitgedrukt in parameters (vb: lengte van woorden) De bedoeling was dat er per jaar 3niveaus werden afgelegd tegenwoordig halen we dit niet meer. 26

27 o beheersingsniveau voldoende / goed o instructieniveau onvoldoende o frustratieniveau onvoldoende gebaseerd op tijd en fouten Instructieniveau om te oefenen beheersingsniveau om thuis te lezen Neem je bijvoorbeeld kaart 4 af en hij zit op frustratieniveau, dan neem je kaart 3 af 27

28 Diagnostiek technisch lezen: fouten o BASISFOUTEN (fout in het omzetten van tekens naar klanken, vb: zien lezen in plaats van zijn fout bij verklanking) Niveau grafeem (klinkers, medeklinkers, vaste groepen) (vb: ei-sch-a) medeklinkerclusters binnen één morfeem (morfeem=woorddeel) syllaben (lettergrepen, voor- en achtervoegsels) woordniveau (vervangingen en ruïnes) zinsniveau Foutsoorten Weglatingen Toevoegingen Vervangingen verwisselingen / volgorde-fouten o REGELFOUTEN open/gesloten lettergreep woordtekens (bv. trema) sjwa-fouten (sjwa= de doffe e ) o FOUTEN TEGEN WEETWOORDEN vreemde woorden (vb: bureau, weekend,..) keuzetekens (c-k-s) 28

29 Diagnostiek technisch lezen: kwalitatieve analyse Woordniveau o leesstrategie (woord- of woordsoortgebonden) (vergt interpretatie: welke strategie gebruikt het kind en is dit afhankelijk van de woorden?) o vergelijking leesniveau en leesstrategie bij woordleestests en pseudowoordleestests kwaliteit van de recoderende strategie kwaliteit van de automatisering / directe herkenning (inprenting of decoderend? Zinsniveau o Situering in de leesontwikkeling decoderend lezen herkennend lezen anticiperend lezen 3 manieren om een kind te leren lezen: 1) Opbouwmethodiek: (het kind kan niet decoderend lezen) 2) Interpretatiemethodiek (het kind kan niet herkennend lezen) 3) Begripsstrategiemethodiek (het kind kan niet anticiperend lezen) o Analyse van de kwaliteit van de fonologische recodering o Analyse van de kwaliteit van het gebruik van contextinformatie (anticipatiefouten/intonatie) o Analyse van compensatoire processen (proberen te compenseren door bvb top down processen) o analyse van de taakspecifieke voorkennis (en de kwaliteit ervan) klank-tekenkoppelingen leesregels aparte schrijfwijzen Leesrichting 29

30 o analyse van de deelvaardigheden visuele synthese / auditieve synthese basale visuele deelvaardigheden basale auditieve deelvaardigheden o analyse van de niet-taakspecifieke voorkennis 30

31 Hoofdstuk 3: Spellen De spelling van het Nederlands: Er zijn 3 basis-principes: 1) Fonologisch principe 2) Morfologisch principe 3) Etymologisch principe 1) Fonologisch principe foneem-grafeem correspondentieregels (foneem: kleinste betekenisdragende onderdeel van de taal) geen fonetisch schrift, wel fonemisch digrafen : o homegeen : aa ee oo uu o heterogeen : oe ie ui eu ch ng één grafeem voor meer fonemen bv. : wet / benen / de abstractie van verbindingsklanken bv. : melk (melluk) / januari (januwarie)/ tweeën (twejen) invloed van klankpositie klinkerverenkeling / medeklinkerverdubbeling 31

32 2) Morfologisch principe Vormleer o leer over vormverschillen tussen woorden die samenhangen met de syntaxis en de semantiek o vrije morfemen = woordstam (vrij morfeem: het woord kan op zichzelf bestaan, vb: ijzer) o gebonden morfemen = affix syntactisch: bv. isch semantisch: bv on- flexie o toekennen van een grammaticaal kenmerk aan een woordstam o verbuiging en vervoeging woordvorming o afleiding (toevoegen van een affix) o samenstelling Regel van de gelijkvormigheid morfemen worden zoveel mogelijk op dezelfde wijze geschreven (toch is er een ander klank, het woord wordt op dezelfde manier geschreven. Vb: bed en niet bet want het is bedden. Uitzondering: duif duiven / muis muizen Regel van de analogie woorden die op dezelfde wijze zijn gevormd, worden op overeenkomstige wijze geschreven (vb: de DT-regel) 3) Etymologisch principe bij een keuze tussen twee schrijfmogelijkheden beslist de vroegere vorm van het woord 32

33 keuzetekens o ei ij o ou au leenwoorden o hockey o weekend o synthese Taakanalytisch spellingsmodel:!! overeenkomst met het taakanalytisch leesmodel: buiten het vakje auditieve analyse en weglating van het vakje visuele synthese is alles hetzelfde. Opbouwhypothese Kritiek 33

34 o relativiteit van een ontwikkelingsbenadering interactie-effecten: sommige vaardigheden ontwikkelen door te leren spellen dus veeleer deelvaardigheden dan leervoorwaarden Behandelingsconsequenties o belang voor preventie o belang voor vroegtijdige behandeling bij jonge kinderen met spellingproblemen vroegtijdige behandeling: dit kan een probleem vormen in ons onderwijssysteem want als men iedereen een behandeling geeft, de kloof tussen zwak en sterk NOG groter wordt door het matheus-effect en dit past niet in ons jaarklassensysteem. Spellingsmodellen: Procesmodellen o belang van de manier waarop de leerling leert en taken uitvoert (leerprocesanalyse) o analyse van de spellingstrategieën interactief-compensatoir Spellingstrategieën auditieve strategie regelstrategie analogiestrategie inprentingsstrategie mnemotechische strategie hulpmiddelenstrategie visueel-motorische strategie controlestrategie (zie practicum voor uitleg) zijn niet bij alle regels van het nedelands toe te passen o aandacht voor aspecten van informatieverwerking (KTG, LTG) taakspecifieke voorkennis niet-taakspecifieke voorkennis 34

35 Diagnostiek spellen: Inhoud: Niveaubepaling Foutenclassificatie Kwalitatieve analyse van het spellingproces Niveaubepaling Vormen o Woorddictee (en toen was het gebeurd, schrijf op gebeurd ) o Zinnendictee (schrijf op en toen was het gebeurd ) o Invuldictee ( en toen was het (gebeuren) ) Normtoetsen o Praxis 35: Spellingtoetsen lager onderwijs o Studietoetsen van P. Dudal (PMS-Torhout) o LSPVO-dictee (1 & 4 secundair) o AT-GSN-dictee (hoger onderwijs) Leerlingvolgsystemen (L.V.S.) o VCLB o CITO Foutenclassificatie Criteria voor een goed systeem o duidelijke terminologie o beperkt aantal mekaar uitsluitende categorieën o kleine restcategorie o overzichtelijk scoreformulier o eenvoudig scoorbaar o interpretatievrij 35

36 voorbeeld van een classificatiesysteem: V-UCS (zie practicum) o Taakanalytisch en linguistisch Duidelijke band met de spellingleerstof Categorieën linguistisch onderbouwd o Drie versies (intussen 4, in leuven eigen versie gemaakt met aparte categorie voor werkwoordfouten) Versie A : 2 leerjaar Versie B : 3-5 leerjaar Versie C : 6 leerjaar + 1 S.O. o Beschikbaarheid van normen Vijf niveaugroepen Gemiddelden en grenswaarden (< pc10) per spellingcategorie 1) basisleerstof je moet het woord schrijven zoals het klinkt 2) regels je moet het woord niet schrijven zoals het klinkt je moet eerst een regel toepassen 3) keuzetekens je kunt het woord op meer dan één manier schrijven je moet kiezen 4) weetwoorden je moet het woord niet schrijven zoals het klinkt je moet het gewoon weten 5) overige!! dit is ook de volgorde van de vragen die je moet stellen, voor verdere uitleg over de categorieën: zie slides!! het is belangrijk om in de handleiding te lezen wat er gezegd wordt over de normtabellen, vb: 3 fouten in hetzelfde woord telt hier als 1 fout! 36

37 Kwalitatieve analyse verzameling allerlei spellingprodukten o vrij geschrijf / opstel / klasnota s o overschrijven / auditief dictee o criteriumtoetsen Spowerk (Vanderlocht & Ghesquière, 1998) Spomek bevraging van spellingstrategieën analyse van de taakspecifieke voorkennis (en de kwaliteit ervan) o spellingterminologie (wat is een korte klinker, een lange klinker, ) o auditieve strategie analyse van het klankmateriaal kennis van de lettervormen kennis van de klank-tekenkoppelingen o regelstrategie kennis van de regel identificatie van de toepassingsnood (wanneer toepassen) adequate uitvoering van de regel analyse van de deelvaardigheden o auditieve analyse (woorden, klankgroepen, klanken) o auditieve / visuele disriminatie o auditief sequentieel geheugen o temporele orde waarneming analyse van de niet-taakspecifieke voorkennis 37

38 Hoofdstuk 4: Rekenen Twee modellen: ontwikkelingsmodellen en procesmodellen Rekenmodellen: Ontwikkelingsmodellen (twee soorten:) 1) ontwikkeling van getalbegrip (taakanalytisch model) 2) ontwikkeling van rekenhandelingen (uit de Russische leerpsychologie, over elke rekenhandeling op zich) 1) Ontwikkeling van getalbegrip (inhoud:) Ontwikkeling van logisch denken Piaget-taken Ontwikkeling van tellen Ontwikkeling van rekentaal Ontwikkeling van maatbegrip Ontwikkeling van logisch denken: Piaget-taken: Conservatie: overwinnen van de directe waarneming en omkeerbaar kunnen denken inzien dat een verandering in verschijningsvorm weer ongedaan kan worden gemaakt conservatie van aantal conservatie van volume conservatie van gewicht 38

39 Correspondentie: paarsgewijze vergelijking van hoeveelheden leggen van één één relatie transitieve eigenschap (als er evenveel kopjes als bordjes en er zijn evenveel lepeltjes als bordjes, dan weten we meteen dat er evenveel kopjes zijn als lepeltjes) Classificatie groeperend ordenen in (deel)verzamelingen op basis van overeenkomsten leidt tot het kardinaal aspect van getallen (hoeveelheid) zijn er hier meer tulpen dan bloemen? tot op een bepaalde leeftijd zegt men ja. Maar er zijn 8 bloemen en 5 tulpen 39

40 Seriatie Rangorde op basis van verschil leidt tot ordinaal aspect van getallen (rangorde / hoeveelste) getalbegrip is getallen kennen aan de hand van hun kardinaal en ordinaal begrip. Ontwikkeling van tellen: (ontstaat heel vroeg) herkennen van een hoeveelheidbeeld (in oogopslag) subiteren (baby s kunnen dit tot 3) akoestisch tellen kennen van de telrij (wordt geleerd door: hoedje van papier) asynchroon tellen (proberen te tellen maar de 1-1 correspondentie nog niet toepassen) synchroon tellen (1-1 relatie, niets overslaan, niets twee keer tellen, ) resultatief tellen (kadinaal aspect nodig: mijn laatste cijfer is de hoeveelheid, , het zijn er 4) verkort tellen ( of ,...) 40

41 Ontwikkeling van rekentaal: kennen van algemene en specifieke rekentermen (meer, minder,..) leren van formele rekentaal (optellen, deelteken, is gelijk aan,..) Ontwikkeling van maatbegrip: begrip eenheid relativiteit van eenheden (vb: 6 klompen, 3 paar klompen, 24 eieren, 2 dozijn eieren) begrip meten (gebruik van eenheid tijdens het meten,..) Taakanalytisch rekenmodel: Splitsen: heel belangrijk, eenheden kunnen gesplitst worden in deeleenheden Opbouwhypothese (Piaget-taakjes moeten beheerst zijn) Kritiek o relativiteit van een ontwikkelingsbenadering interactie-effecten: sommige vaardigheden ontwikkelen door te leren rekenen (Piaget-taakjes leert men door het tellen) dus veeleer deelvaardigheden dan leervoorwaarden 41

42 Behandelingsconsequenties o belang voor preventie o belang voor vroegtijdige behandeling bij jonge kinderen met rekenproblemen (dit is hetzelfde voor lezen & spellen) 2) ontwikkeling van rekenhandelingen Handelingsleerpsychologie (vanuit Rusland, elk rekenonderdeel drukt een materiële handeling uit, is dus een verinnerlijk van die handeling:) Handelingsstructuur o Verinnerlijking Materieel (de handeling op zich) Perceptie (kijken naar blokjes, en gebruiken dit om oefeningen op te lossen) Verbaal (geen blokjes meer, maar men doet het luidop) Mentaal (2+2=4) o Verkorting (het gaat sneller, minder tussenstapjes nodig) o Beheersing (nog sneller en accurater) o Wendbaarheid (in diverse situaties toepassen) Sturende rol van de didactiek (instructie aanbieden op de zone van de naaste ontwikkeling) 42

43 Rekenmodellen Procesmodellen belang van de manier waarop de leerling leert en taken uitvoert (leerprocesanalyse) analyse van de rekenstrategieën o backup (procedurele strategieën, een bepaalde strategie toepassen) versus retrieval (meteen oproepen, 2+2=4, weet men meteen) o interactief-compensatoir aandacht voor aspecten van informatieverwerking (KTG, LTG) o taakspecifieke voorkennis o niet-taakspecifieke voorkennis Optellen met brug tot 20 Keuze oplossingsstrategie o Inprentingsstrategie (retrieval strategie, meteen uit het hoofd zeggen) o Splitsstrategie (8+5=8+2+3=13) o Telstrategie (8+5? 8, 9, 10, 11, 12, 13! 8+5=13) o handig rekenen (van gekende feiten gebruik maken om een ander op te lossen) o raadstrategie (voor sommige kinderen de enig mogelijk strategie) Kennis in lange-termijn-geheugen o Declaratieve kennis (bepaalt welke strategie men gebruikt) Telrij Getalbeeld splitsingen tot 10 rekensymbolen... o Procedurele kennis kennis van de oplossingsstrategieën 43

44 Theorie van de overlapping waves Over de tijd worden op elk tijdstip verschillende strategieën gebruikt: interactiefcompensatoir. Er is variabiliteit in strategiegebruik op elk moment in de ontwikkeling o geen fasegewijze ontwikkeling met een 1-1 relatie tussen leeftijd en strategie Strategieontwikkeling als verandering in strategiekenmerken: 1. Repertoire Welke? (welke strategieën kunnen ze allemaal?) 2. Frequentie Hoe vaak? (Hoe vaak gebruiken ze ze?) 3. Efficiëntie Hoe accuraat? Hoe snel? 4. Selectie Hoe adaptief? (switchen kinderen vlot? Gebruiken ze verschillen strategieën aan de hand van de oefening?) 44

45 Probleemoplossingsmodel als specifiek voorbeeld: Vraagstukje Kiezen hoe we het gaan oplossen: (hierin ligt het interactiefcompensatoire: men kan kiezen) Diagnostiek rekenen 1) Niveaubepaling 2) Foutenclassificatie 3) Kwalitatieve analyse van het leesproces 1) Niveaubepaling instrumenten Normtoetsen o T.T.A. (de Vos, 2010) (Tempo Test Automatisering, speedtest: accuratesse en snelheid meten, het test de automatisering van rekenfeiten) o Studietoetsen van P. Dudal (PMS-Torhout) (genormeerd op de leerstof van een bepaald leerjaar) 45

46 Leerlingvolgsystemen (L.V.S.) o VCLB o CITO 2) Ordenen van fouten (elk onderdeel heeft zijn eigen fouten, dit is te uitgebreid om verder op in te gaan. Basisprincipe: objectief ordenen: optelling met brug, 1 te laag uitkomen. De oorzaak kan heel verschillend zijn, nog niet interpreteren) 3) Kwalitatieve analyse (wel interpreteren: waarom?) Technieken o aanbieden van type-opgaven o observatie van waarneembaar gedrag (vb: op de vingers tellen) o vragen naar aanpak (niet suggestief) (hoe heb je dat gedaan?) o bespiegelen (ik heb hier al kinderen gehad, die doen dat zo en ik heb er gehad, die doen dat zo en zo en zo, hoe heb jij het gedaan?) o geven van hulp (met hoeveel hulp lukt het?) materiaal uitleg voorstructurering oplossingsmethode door vragen op weg helpen waarschuwen voor fouten Analyse van de oplossingsstrategie o Keuze oplossingsstrategie Inprentingsstrategie Splitsstrategie 46

47 Telstrategie handig rekenen raadstrategie Analyse van taakspecifieke voorkennis o Declaratieve kennis Telrij Getalbeeld splitsingen tot 10 Rekensymbolen... o Procedurele kennis goede identificatie techniek van de brug goed toepassen - splitsing van 10 gebruiken om te weten hoeveel er toegevoegd moet worden - het resterende deel bij 10 toevoegen o telstrategie goed toepassen kwaliteit van de kennis (gebruik maken van de handelingsleerpsyclogie) Verinnerlijking Verkorting Beheersing Wendbaarheid Analyse van de ontwikkeling van getalbegrip 47

48 Diagnostiek getalbegrip: 1) Utrechtse Getalbegrip Toets 2) Rekenbegrip 3) Ordenen CITO 1) Utrechtse Getalbegrip Toets Individueel af te nemen 1. Vergelijken: Hier zie je mannen. Wijs jij de man eens aan die dikker is dan deze man 48

49 2. Classificeren: Hier zie je mensen. Wijs alle mensen aan die wel een tas hebben, maar geen bril op Twee overeenkomsten 3. Correspontentie leggen: Hier zie je drie plaatjes met kippen en eieren. Kun jij het plaatje vinden waar elke kip een ei heeft? Je mag lijntjes trekken. 1-1 relatie 4. Seriëren: Hier staan boterhammen in een rij van veel naar weinig. Deze boterhammen passen ergens in de rij. Wijs jij eens aan waar. 5. Telwoorden gebruiken: Tel eens verder van negen tot vijftien: zes, zeven, acht, Tel eens tot 14 met telkens één overslaan: twee, vier, zes, 6. Synchroon en verkort tellen Ik laat je een plaatje zien waar je even goed naar moet kijken. Hoeveel stippen staan er op de dobbelstenen automatisering 49

50 7. Resultatief tellen Hier liggen vijf blokjes. Die schuif ik ondermijn hand. Ik schuif er zeven blokjes bij. Hoeveel blokjes liggen er onder mijn hand? 8. Toepassen van kennis van getallen Hier staat een flat. In de flat zitten kleine en grote ramen. Er staan ook bomen voor de flat. Kun jij tellen hoeveel grote ramen de flat heeft? 2) Rekenbegrip BK3 en EK3 Vergelijking van hoeveelheden teken een kruis door de vijver met de minste eendjes teken een kruis door de paddestoel met de meeste stippen Zoek in de rij een doos met evenveel ballen Zoek jij de kever met minder stippen op zijn rug (ook veel wiskund-gerelateerde taal) Ruimtelijke oriëntatie: plaats en rangorde teken een kruis door de voorlaatste vis welke boot vaart er juist na de zwarte boot welke poes komt er tussen de tweede en de vierde Welk eendje is het middelste van de rij Welke man stapt er juist voor de tiende man 50

51 Meten en rekentaal met welke kan moet je het minst keer gieten op welke vloer kan ik het meest zwarte tegels bijleggen welke tak heeft het grootste aantal blaadjes In de rij is er nog een driehoekige figuur. Duid aan! Zoek in de rij een vloer waarop je precies evenveel zwarte tegels kunt leggen Resultatief tellen teken in de ballon twee rondjes teken in de paddestoel negen rondjes we tekenen in de vlag rondjes erbij tot er drie rondjes zijn in de vlag We tekenen in het aquarium rondjes erbij tot er tien rondjes zijn Kilian heeft vier knikkers. Hij krijgt nog één knikker van Kim en ook nog één van Alex. Hoeveel knikkers heeft Kilian nu samen? De konijnen van boer Toon zijn ontsnapt. Eerst vangt hij er drie en daarna nog eens twee. Hoeveel konijnen heeft hij opnieuw kunnen vangen? 51

52 Hoofdstuk 5: leerproblemen orthopedagogisch bekeken Leerproblemen als opvoedingsproblemen kinderen met leerproblemen hebben verhoogd risico op gedrags- en emotionele problemen op verschillende domeinen o comorbide stoornissen (ADHD/depressie) (komen vaker voor bij kinderen met leerproblemen o sociale competentie (kinderen met leerproblemen hebben een verhoogd risico op minder goede sociale competentie) o zowel internaliserend en externaliserend 52

53 Leerproblemen en Gedragsproblemen (hoe komt het dat er meer gedragsproblemen zijn bij kinderen met leerproblemen?) Opvattingen over de relatie tussen leerproblemen en gedragsproblemen leerproblemen gedragsproblemen (liever lui dan dom) gedragsproblemen leerproblemen (dit zijn dan secundaire leerproblemen) (vb: ADHD, depressie, stemmingsstoornis) derde factor leer-/gedragsproblemen o genetische factoren (genetische syndromen die gekenmerkt worden door zowel leerpoblemen als gedragsproblemen, vb: VCFS, NF ( zeer veel dyslexie) o medisch-neuro(psycho)logische constitutie (als bepaalde hersenlobben niet goed functioneren kunnen er zowel problemen zijn met gedrag als leren) o verstoorde opvoedingsinteracties (vb: verwaarlozing, mishandeling, langdurige opvoedingsproblemen) leerproblemen gedragsproblemen (loskomen van de vraag van de kip en het ei, leren en gedrag staan in een voortdurende wisselwerking) o belang van mediërende factoren (mechanismen die ervoor zorgen die de spiraal naar beneden gaat, of dat de spiraal naar omhoog gaat! (protectieve factoren)) één van de meest protectieve factoren is het socio-emotioneel welbevinden. Motivatie en interesse hoog houden is zeer belangrijk. Teksten laten lezen die aansluiten bij de motivatie en interesse van het kind. Boekjes met lage AVI-niveaus maar hoge inhoud qua ontwikkelingsniveau. Teksten aanpassen aan het avi-niveau door moeilijke woorden te onderstrepen, de begeleider leest de onderstreepte woorden. 53

54 Zelfbeeld bestaat uit het zelfconcept (objectief) en de zelfwaardering (affectief). Kinderen maken een onderscheid binnen de aspecten van zichzelf, schools zelfconcept vs. Sociaal zelfconcept vs. Fysiek zelfconcept vs. plus dit splitst nog verder op: schools zelfconcept = wiskundig zelfconcept + taalkundig zelfconcept +. Dit schools zelfconcept is bij kinderen met leerproblemen lager, maar dit is dan ook normaal. Maar dit helpt bij goede keuzes maken: men gaat bvb geen tolk worden. Dit schools zelfconcept besmet de andere vormen van zelfconcept. Hierbij stijgt drastisch het risico op gedrags- en emotionele problemen. hier rekening mee houden!! Kinderen hebben minder tijd voor hobby s (en hierbij succeservaringen die zorgen voor een goed zelfconcept) omdat ze veel tijd moeten steken in hun huiswerk. Hiermee rekening houden, meer complimentjes geven over andere aspecten dan het cognitieve. Vb: je hebt die ruzie op de speelplaats goed opgelost, proficiat! problem solving: hoe pakken we problemen aan? onderscheid tussen passieve oplossingsstijl (vb: niks doen, enkel klagen) en actieve oplossingsstijl (vb: kijken wat er aan de hand is, plan maken, uitvoeren, nieuw plan maken,..). kinderen met leerstoornissen die een actieve copingsstyle hebben, hebben veel minder gedrags en emotionele problemen. In onderwijs kinderen actieve probleemoplossers maken door beertjes-methode. Dit werkt prentief! Dus deze actieve prombleemoplossings methode als opvoeder voordoen, en dit verbaliseren. Het kind gaat dit dan overnemen en verinnerlijken. De attributietheorie dat als wij in ons leven geconfronteerd worden met falen en succes, wij daar dan een oorzaak voor zoeken. Bij falen leggen we de oorzaak eerder extern en bij succes leggen wij de oorzaak intern. Naarmate dat het falen op school langer duurt, plaats je dit meer en meer intern. Dit is op zich niet zo erg, zorgt voor een adequaat zelfbeeld. Maar men legt de oorzaak van succes dan ook extern, en hier is wel een probleem mee! Dit is slecht voor het zelfbeeld, het wordt niet gevoed. Heeft een slechte invloed op de andere aspecten van socio-emotioneel welbevinden. Het belangrijkste principe: LAAT HEN SUCCES-ERVARINGEN OPDOEN. Maar dit volstaat meestal niet. Wij moeten bij deze succeservaringen hen erop wijzen dat dit uit henzelf komt, we moeten ze leren dit aan zichzelf toe te schrijven. Feedback geven op die strategie blijkt hierbij te helpen! Socio-emotioneel welbevinden bij kinderen is een factor die zeer sterk onderhevig is aan beïnvloeding van de pedagogische omgeving. psychologische basisbehoeften: behoefte aan autonomie: behoefte aan zelfbepaling, zelf ons leven kunnen bepalen. Uit zich in het 3 de levensjaar: heel erg de behoefte om autonomie te krijgen, die neen -fase. Ook in de pubertijd. Kinderen met leerproblemen hebben veel hulp nodig van volwassenen: minder autonomie. Oplossing: oefeningen op de computer, de kinderen zijn zelf aan het werk. 54

55 Behoefte aan sociale ondersteuning, hier mag ik zijn zoals ik ben, hier wordt ik niet uitgesloten. Geconfronteerd worden met het leerprobleem van uw kind, is voor ouders en leraren meestal een schok. Tijdens deze periode van verwerking kan het kind het gevoel krijgen dat men zo te zien geen wiskunde problemen mag hebben, mijn ouders en leerkracht accepteren het niet. Belangrijk om hier van bewust te zijn! Behoefte aan competentiebeleving, we moeten succeservaringen hebben. Dit gaat moeilijker voor kinderen met een leerstoornis. Kinderen met dyslexie: alles is lezen: lezen is lezen, aardrijkskunde is lezen, godsdienst is lezen, geschiedenis is lezen,.. die competentiebeleving gaat in andere vakken ook weg School: verwachtingspatroon bepaalt hoe het resultaat is: self fulfilling prophecy. hiervan bewust zijn, verwachtingen bijsturen. Bvb: (nep-)relatine slikken, leerkracht verwacht dat het beter gaat gaan, het verbetert ook door een ander soort interactie. Verwachtingspatronen zijn zeer sturend voor menselijk gedrag. Strategiegerichte feedback is het beste. Gezin: aanvaarding: hoe sneller ze aanvaarden in het gezin dat het kind een leerstoornis heeft, hoe beter er wordt ingespeeld op de sociaal-emotionele behoeften. Dit heb je als hulpverlener in de hand: best onmiddellijk zoveel als mogelijk informatie geven, en dan ondersteunen. Niet het slechte nieuws in hapjes en brokjes vertellen, directe info dit helpt bij het aanvaardingsproces. sociale steun: heel belangrijk dat ouders sociale steun geven, heel protectief zijn t.o.v. de kinderen, zonder de autonomie weg te nemen. Vb: vaak tegen de leerkracht zeggen dat er rekening moet mee gehouden worden. Peergroep: vergelijking: kinderen vergelijken zich met mekaar, beseffen waar ze staan in de groep. Vergelijking heeft een impact, zeker als je steeds laatste bent. waarden/normen: in verschillende vriendengroepen, verschillende waarden en normen. Bij meisjes zijn schoolresultaten meestal meer belangrijk dan bij jongens. Dus de subcultuur van de jongens is protectief. Impact op de opvoedingsrelatie de eerste signalen en vermoedens o vroeg of later / vaag en onduidelijk (en verwijzen vaak niet naar leerproblemen, vb: ge moet uw kind pushen om naar school te gaan: misschien heeft hij geen vrienden, is ie lui, wordt ie gepest? Men denkt niet meteen aan leerproblemen. Maar: ouders merken de signalen eerder op dan professionals zoals leerkrachten) ouders kunnen hierbij niet neutraal blijven: negatieve gevoelens duiken op o ongerustheid, ontgoocheling, verdriet, irritatie, agressie, hulpeloosheid, Ouders zijn hier ongelofelijk gevoelig over. De manier waarop deze gevoelens zich uiten is zeer verschillend. 55

56 ouders zoeken een verklaring (wat is er aan de hand en waarom?) o er is wat mis met ons kind (dit soort ouders gaan meestal naar de huisarts) o de school heeft er schuld aan o wij hebben het niet zo goed gedaan (geven zichzelf de schuld) de vanzelfsprekendheid valt weg o onzekerheid, schuldgevoelens, o meer of minder aandacht, hulp, grenzen, sancties (gaan experimenteren met gedrag, omdat ze het zelf niet meer weten) o meer aandacht voor school / leren dan voorontspanning, spelen, spreken, samen eten, (ze leggen een vergrootglas op hun gezin over alles wat met school te maken heeft, alles gaat ineens over school) het dagelijks samenleven verandert Impact op de persoon van de ouders alle ouders reageren anders o aanvaarding en verwerking verschilt o sommige ouders kunnen het beter aan sommige ouders hebben zelf een leerstoornis en hadden het misschien wel verwacht door de hoge overervingsgraad. spanning kan de fysieke gesteldheid beïnvloeden vb: piekeren, wakker liggen, de eigen opvoeding kan een rol spelen (in de opvoeding van je eigen kinderen, bij kinderen met een leerstoornis komt dit heel erg naar voren) o imiteren van de eigen ouders of zich ertegen afzetten o projectie van eigen falen (derde leerjaar is onmogelijk moeilijk, ik weet het nog van bij mij..) 56

57 o aanvaarding van de eigen leerstoornis (ouders beseften zelf niet dat ze zelf een leerstoornis hebben, soms geven ze ook zichzelf de schuld ik heb het hem gegeven ofwa? Tis dus mijn schuld dat hij dat heeft? hierbij hebben ze begeleiding nodig) hoe die impact (op de ouders) beperken? o durf ook aan jezelf te denken (dus uzelf niet wegcijferen, kinderen baten het meeste uit fitte ouders) o met twee kun je meer dan alleen (huiswerk overnemen vanelkaar) o vraag op tijd hulp (positieve invloed op aanvaarding, zie eerder) Impact op de partnerrelatie de relatie is onderhevig aan diverse bronnen van spanning o verschillen tussen ouders komen boven onderkenning of ontkenning Verklaringsmodel Visie op aanpak Hulpzoekgedrag o er is minder tijd voor elkaar: het kind gaat voor (typisch voor mannen: jaloers zijn op het kind, missen die aandacht) de fundamenten van de relatie bepalen het effect van die spanning (vergelijking met een aardbeving, hier en daar wat duidelijke barstjes in de muur, die negatieve kenmerken worden meer geprononceerd. Maar de fundamenten kunnen ook sterker worden, het gezin wordt hechter) o versterking van positieve en/of negatieve relatiekenmerken o ouderlijk front kan worden doorbroken (dit moeten we proberen te vermijden, ouders mogen elkaar niet diskwalificeren, laat elkaar ouder zijn!) o rolverdeling kan scherper ter discussie staan o zorgen om het kind kunnen de seksuele relatie aantasten 57

58 hoe die impact beperken? o herverdeling van de gezinstaken kan helpen (wel heel voorzichtig mee omgaan, want vrouwelijke hulpverleners hebben nog al eens de neiging om een emancipatorische strijd uit te vechten via iemand anders hun huwelijk. Dus doe dit met kleine stapjes, met respect voor de verhoudingen en evidenties is de relatie) o open communicatie voorkomt onoplosbare conflicten (gesloten communicatie: oude koeien uit de gracht halen, verwijzen naar het verleden, voor anderen spreken, vaag spreken. Dus ze moeten open zijn, voor zichzelf spreken, concreet spreken) o één lijn trekken bij het opvoeden (aan dezelfde kant staan) Impact op broers en zussen ook voor de broers en zussen is de opvoedingssituatie veranderd (de meest verwaarloosde groep in dit soort situaties) o kinderen voelen de spanning bij ouders aan o de sfeer in het gezin is veranderd o de aandachtsverdeling komt in het gedrang (veel aandacht gaat naar sibling met leerstoornis) o zij moeten meer zelfstandig, groot en flink zijn, eventueel zelfs ook zorg opnemen o statusverhoging (we hebben hier tenminste nog ne goeie) of statusverlaging (minder aandacht, als ge geen probleem hebt thuis, telt ge precies ni mee) o beleven schaamte, angst of schuldgevoelens (onzekerheid, ga ik dat ook krijgen, moeilijk te begrijpen, het op zichzelf betrekken van schuld ik heb ens op Zenne kop geslagen, is het daardoor? ) gedragsproblemen: geen uitzondering (vooral bij aandachtstekort) 58

59 hoe die impact beperken? o goede informatie voor broers en zussen (antwoorden op schuldvraag, op de angst om het ook te krijgen,..) o geef alle kinderen voldoende positieve aandacht (emmertje moet vol met aandacht, gaat het niet met positieve aandacht, doen ze het met negatieve aandacht) o niet te veel problematiseren o samen problemen bespreken en oplossen (open communicatie) Impact op de sociale context sociale beïnvloeding werkt extra spanning in de hand (ouders hebben het gevoel van commentaar te krijgen, dat er achter hun rug wordt gepraat, bekeken te worden) o commentaren / goede raad / controle het sociale leven verschrompelt o er is minder tijd voor sociale contacten waardoor men vrienden verliest o anderen worden gemeden omwille van schaamte of gevoelens van onbegrip (het gevoel zich de hele tijd te moeten verantwoorden, daarom zijn organisaties zoals sprankel goed, iedereen begrijpt mekaar) wederzijdse verwijten met de schoolse omgeving (gezin school) o leerkracht / school o CLB hoe die impact beperken? o herstel tijd voor sociale contacten o professionele communicatie tussen school en gezin 59

60 Leerproblemen orthopedagogisch bekeken leerproblemen zijn opvoedingsproblemen leerprobleem is nooit alleen een kind-probleem leerprobleem niet puur cognitief benaderen kindgericht onderzoek kan niet volstaan kindgerichte behandeling kan niet volstaan contacten met de ouders kan men niet beperken tot het leren Preventieve maatregelen betrek beide ouders bij de hulp (van groot belang! Zodat niets doorverteld en zo vervormd wordt) o zeker bij de eerste intake, bij diagnosestelling en bij behandelingsvoorstellen o herstel of behoud het ouderlijk front (zodat ze elkaar niet gaan diskwalificeren als ouder) op één lijn komen qua verklaring, ernst, hulp, optimaliseer communicatie in het gezin - concreet praten / voor zichzelf praten - het verleden niet misbruiken herstel evenwicht in de opvoeding o beperk de impact van de huiswerksituatie, therapiessessies, thuisopdrachten op het gezin (vergrootglas op alles wat met school temaken heeft, probeer de impact hiervan te beperken, niet enkel schooltje spelen) o evenwicht tussen verzorgen, ontspannen, werken, leren, spreken, o evenwicht tussen ontwikkelingsdomeinen: cognitief, affectief, conatief o bevorder een positief pedagogisch klimaat o herstel de aandachtsverdeling tussen de kinderen o vermijd prins en zondebok posities 60

61 beklemtoon goede samenwerking tussen school en gezin (want school-ouder conflicten heeft een nefaste invloed op de leersituatie van het kind, ouders reageren soms negatief op de leerkracht, maar de leerkracht moet hier professioneel mee omgaan) Hoofdstuk 6: diagnostiek leerproblemen (nu gaan we dezelfde stof brengen, maar op een andere manier ordenen: de chronologie van de hulpverlening volgen) Signalen van leerproblemen: Ouders (vaak komen de eerste signalen naar voren in het gezin) signalen kunnen heel divers zijn o niet graag naar school gaan o problemen met huiswerk (duur, zelfstandigheid,...) o zwak in vergelijking met anderen o wisselende resultaten o probleemgedrag dat in de vakantie verdwijnt o... informatie is relevant en dient ernstig genomen te worden moeilijk om ernst in te schatten (rapportcijfers zijn niet genoeg) o leerprobleem is ernstig als een kind de vaardigheden die verwacht worden in een bepaald leerjaar helemaal niet aankan beter te vroeg dan te laat (blangrijk!) School systematisch werk maken van het vroegtijdig signaleren van problemen (signaaldetectie inbouwen) o gebruik van een leerlingvolgsysteem 61

62 regelmatige informatie-uitwisseling met de ouders (weten wat er thuis gebeurt wat leren betreft, leerkracht ziet enkel dat huiswerk netjes gemaakt is, weet niet dat er samen met de ouder 2-3 uur aan gewerkt heeft. Ouders kunnen ook tips geven over hoe om te gaan met hun zoon met ADHD) attent zijn voor signalen van leerlingen zelf regelmatig overleg met collega s (op een professionele manier) aanleggen van informatie over de schoolloopbaan (leerlingvolgsystemen) coördinatie garanderen Leerlingvolgsystemen: COMPONENTEN 1) Signaleren (op een systematische manier de huidige situatie analyseren t.o.v. het doel) een L.V.S. is een concreet hulpmiddel voor het signaleren van het achterblijven van de vorderingen t.o.v. de door de school nagestreefde doelen en tussendoelen (ARBO) planmatige aanpak vergelijking mogelijk maken 2) Analyseren handelingsgerichte diagnostiek (zie verder) 3) Remediëren (aanpak-, handelinstrumenten) geven van taakgerichte leerhulp (zie verder) SIGNALEREN Inhoud o concreet toetsinstrumentarium (2 à 3 maal / jaar) o registratiesysteem voor de vorderingen 62

63 o normen voor de beoordeling van de vorderingen Functies o in hoeverre de onderwijsdoelen bereikt o interindividuele vorderingen o intra-individuele vorderingen o afstemming van de leerstof o aanwijzingen voor (orthodidactische) aanpassingen o relatief sterke en zwakke kanten van een leerling LVS-VCLB: Foutenclassificatie (men ziet perfect op welk onderdeel van de leerstof de klas of de leeling uitvalt) Op klasniveau (deelscores) o vaststellingen die kunnen leiden tot herhaalde of verlengde instructie in de klas (differentiatie) Op individueel niveau o voorbereiding van specifieke interventies LVS-VCLB: Analyse en Handelen Individueel foutenclassificatieblad van de signaleringstoets o verwijst bij moeilijkheden naar FICHES (helpt om er iets aan te doen) Hulpfiche: vast stramien o wanneer gebruik van deze fiche? situering binnen leerplan (VVKBaO en OVSG) o criteriumtoets o handelend onderzoek en hulp: hypotheses o analyse van remediëringsmaterialen o materialen: eigen materiaal + kopieerbundel 63

64 Aanmelding en intake Aanmelding o Wie meldt aan? o Wie heeft een probleem? o Wat is het probleem? (vb: aan ouders vragen wat is het probleem en dan zeggen de ouders ah ja weet ik niet wij moesten van de school eens langskomen ) Aandachtspunten o probeer de vraag concreet te krijgen o laat U niet voor de kar spannen o hou alle hypothesen open o laat de personen met het probleem aanmelden Analyse van de klacht Analyse van de hulpvraag o vanuit diverse perspectieven (kind / ouder / school) stel je krijgt een toverstokje, je mag 1 ding thuis veranderen, wat is dat dan? dat papa niet meer zo snel kwaad is als we huiswerk maken dus dan moeten we de link tussen tekstjes lezen en oefenen en de verbetering huiswerksituatie duidelijk maken aan het kind om zo te motiveren Ligt zeer dicht bij elkaar maar de klacht is bvb: men zoon leest niet goed. De hulpvraag: dat dat huiswerk iets vlotter zou verlopen Hypothesevorming (welk probleem is het?, hou het zolang mogelijk breed en open, niet te snel dingen uitsluiten) Kindprobleem Leerprobleem Gedragsprobleem Ontwikkelingsprobleem 64

65 opvoeder / leerkrachtprobleem (vb: legt het niet goed uit) primair pedagogisch interactieprobleem (vb: de fit niet vinden) Identificatie en classificatie van leerproblemen Identificatie van leerproblemen leerproblemen zijn problemen bij het leren van de cognitieve schoolse vaardigheden (is er hier sprake van een leerprobleem?) operationalisering o het niet bereiken van de vooropgestelde doelen (school) instrumentarium o didactische evaluaties (toetsen opvragen) o signaleringstoetsen van het leerlingvolgsysteem Classificatie van leerproblemen primaire leerproblemen / leerstoornissen secundaire leerproblemen Classificerende diagnostiek leerstoornissen Niveaubepaling Gegevens van het leerlingvolgsysteem Genormeerde toetsen Probleemgeschiedenis Ontwikkelingsanamnese (vooral op het domein waarin het leerprobleem zich bevindt) 65

66 o fonologische vaardigheden o getalbegrip / getalbeeld Verloop van de schoolloopbaan Vroegere indicaties van leerproblemen Eerder aangeboden hulp (kijken of het een leerstoornis is via volgende criteria, is dit niet het geval, is er sprake van een leerprobleem) Achterstandscriterium ernstige achterstand bij de automatisering vanspecifieke basisvaardigheden: lezen / spellen /rekenen o adequate vergelijkingsgroep: leeftijd en scholing o 10% zwakste Hardnekkigheidscriterium de problemen blijven bestaan ook wanneer voorzien wordt in adequate remediërende instructie en oefening o minstens 2 meetmomenten nodig (6 maanden interval) o er is geen duidelijke inhaalbeweging Exclusiviteitscriterium Zijn er afdoende alternatieve verklaringen voor de (specifieke) problemen? o problemen met de algemene intelligentie o fysieke of sensoriële problemen o ernstige gedragsproblemen o inadequaat onderwijsaanbod o langdurige afwezigheid op school o Bijkomende evidentie voor leerlingen in de grijze zone Stellen we de problemen vast overeenkomstig de verklaringstheorieën? 66

67 o Dyslexie: fonologische vaardigheden/benoemingssnelheid/werkgeheugen/ o Dyscalculie: getalbegrip / getalbeeld / Is er sprake van familiale erfelijkheid? (hoe jonger u bent, en hoe minder de ervaring met een bepaalde problematiek, hoe meer je bij de protocollaire richtlijnen moet blijven) Handelingsgerichte diagnostiek leerproblemen Analyse op taakniveau verzamelen van diverse taakproducten ordening van fouten o interpretatievrije classificatie (objectief) o leerstofgebonden analyse van fouten o strategie-analyse op basis van de interactief-compensatoire modellen criteriumtoetsen / klinisch interview / o taakspecifieke voorkennis declaratief / procedureel o deelvaardigheden (eventueel bij relatief jonge kinderen) Analyse op pedagogisch niveau pedagogische vraag van het kind (kijken naar de noden van het kind, vb: heeft hij veel behoefte aan structuur tijden de test (bij ADHD/ASS kinderen)) o aandacht / hulp / grenzen / sancties o onderwijsbelemmeringen pedagogisch aanbod o opvoedingsaanbod op school (hoe pakt de leraar het aan,..) o opvoedingsaanbod thuis 67

68 o gehanteerde instructiemethoden (men moet daarmee rekening houden, continu zijn met de manieren, begrippen van de school om verwarring te voorkomen) Analyse op psychologisch niveau (allemaal hypothesegestuurd om een techniek te vinden om het kind te helpen op een manier die het meeste aansluit aan zijn eigenheid) indien aangewezen op basis van hypothesevorming belemmerende en bevorderende factoren o Cognitief intelligentieniveau / intelligentiestructuur (enkel als het nodig is, bij hoogbegaafde kinderen (kan protectief zijn tijdens behandeling) of laagbegaafde kinderen (kan belemmerd zijn tijdens de behandeling)) cognitieve stijl (kan men gebruiken of rekening mee houden, vb: als iemand visueel ruimtelijk sterk of zwak is, visueel of verbaal ingesteld..) taalvaardigheid metacognitieve vaardigheden / zelfsturing neuropsychologische functies (perceptie, aandacht, geheugen, ) o Emotioneel Zelfbeeld motivatie / interesse attributies / verwachtingen Faalangst Analyse op fysiek niveau medisch-neurologisch en/of genetisch onderzoek indien aangewezen op basis van hypothesevorming o belemmerende en bevorderende factoren!! Om dit soort diagnostiek te doen is het belangrijk dat je veel ervaring hebt en kennis over alles wat er kan mis gaan in de ontwikkeling van een kind. Zodat je hiermee kan rekening houden of eventueel kan doorverwijzen. 68

69 Hoofdstuk 7: Behandeling van leerproblemen Pedagogische begeleiding van gezin en school o hulp bij onderkennen en aanvaarden van het leerprobleem (blijven openstaan voor vragen, ) o bijdragen aan het herstel van het gewone leven o bijsturen van het opvoedproces (info en tips overdragen aan ouders) o bijsturen van het onderwijsleerproces (info en tips geven aan de leekracht) Taakgerichte leerhulp o op basis van een concreet handelingsplan orthodidactisch handelingsplan als onderdeel van het orthopedagogisch handelingsplan o expliciet gestuurd door orthodidactische leerprincipes o rekening houdend en in samenwerking met de context van het kind school / klas / leerkracht (methode aanpassen aan de school!! Zelfde terminologie etc..) ouders / gezin Aanvullende behandelingen Orthodidactisch handelingsplan Onderdelen GLOBAAL Beginsituatie Doelstellingen Leerinhouden Leermiddelen (komt iets minder aan bod) Organisatie (wie doet wat? School/ouders/praktijk) Evaluatie (op het begin doelen stellen om daarna eventueel aanpak bij te stellen) 69

70 PER SESSIE beginsituatie (komt iets minder aan bod) Doelstellingen (komt iets minder aan bod) Leerinhouden Leermiddelen Organisatie (komt iets minder aan bod) evaluatie/observatie (slaat mijn oefening aan? moet ik bijsturen?) Orthodidactische behandelprincipes Directe instructie: strategie/voorkennis aanleren (meest efficiënte techniek: Op een zeer systematische manier een strategie aanleren) o Isoleren (in kleine stapjes opdelen, alle stukje apart) aanleren herhalen verkorten AUTOMATISME Versnellen identificeren o Integreren (de stukjes terug aan mekaar plakken tot groter geheel) o Generaliseren (transfer is zeer belangrijk, bvb ook in vraagstukjes, hoe pakken we dit in de klas aan..) Strategie-instructie: reflectie op strategiekennis en gebruik kennis van eigen strategieën doeltreffendheid ervan economie ervan adequaat gebruik ervan (!! directe instructie is het beste, maar het effect wordt vergroot wanneer men ook strategie-instructie doet tijdens of na afloop van de directe instructie) 70

71 Hulpmaatregelen (sticordi) Remediëren directe instructie Leren leren (metacognitief) strategie-instructie Motiveren / Stimuleren Compenseren (vb: voorleessoftware, rekenmachine, tellen op de vingers, men zoekt een weg om de beperking heen)!! Maar ook al compenseer men, men mag niet stoppen met remediëren!! (blijven oefenen met vaardigheden of ge raakt ze kwijt het gevaar van compensatie) Dispenseren (weglaten, vrijstellen voor bepaalde dingen, vb: geen schriftelijk examen Frans meer moeten afleggen) Taakgerichte leerhulp: lezen De fase bepaald welke methodiek je gebruikt: Opbouwmethodiek o sluit aan bij problemen met decoderend lezen Inprentingsmethodiek o sluit aan bij problemen met herkennend lezen Begripsstrategiemethodiek o sluit aan bij problemen met anticiperend lezen Opbouwmethodiek Problemen met de decoderende leesstrategie (accuraat lezen) (we denken nog niet aan snelheid, het loopt fout in de accuratesse) o onvoldoende beheersing van de deelvaardigheden o niet flexibel toepassen van decodeerstrategieën o hardnekkig spellend of radend lezen o onvoldoende integratie van de deelvaardigheden 71

72 Basisprincipe o vertrekkend van de deelvaardigheden de leesvaardigheid stap voor stap opbouwen Deelprincipes o aanleren van de deelvaardigheden o aanleren van decodeerstrategieën o afleren van hardnekkig spellen/raden o feedback over accuratesse Aanleren van deelvaardigheden o Fonologische deelvaardigheden belang van foneembewustzijn en letterkennis - categoriseren van begin- en eindrijm - categoriseren van begin- en eindklank - auditieve discriminatie - letter bij klank zoeken - woord naleggen o Teken-klankkoppelingen gebruik van staakwoord of sleutelzin vb: de v van voet / in de boom zit een beer refereren naar voorwerpen die op de letter gelijken vb de S van slang / de oo van oog (willekeur weghalen, letter(combinaties) een zin geven.) multi-sensorieel oefenen (letter in scheurpapier, letter int groot uitbeelden) systematische inprentingsmethode (SIP) (de letters waarmee het kind moeilijkheden heeft op kaartjes zetten en gewoon oefenen, saai maar werkt wel) 72

73 covariate training (impliciet leren) (letters leren op een indirecte manier) snel willekeurig aanbieden van korte woorden die alleen in cruciale letters verschillen (cfr. wisselrijtjes) Aanleren van decodeerstrategieën o Volledige verklanking spellende woordaanpak (p-oe-s, poes) o Visuele synthese Wisselrijtjes Visuele structuur ondersteunen Jan is erg stil. Hij rust in de hoek op een stoel. Hij leest een boek. Moeder kuist. Ze veegt het stof van de kast. Ze niest en hoest. Ze kan niet goed tegen stof. Afleren hardnekkig spellen/raden o Hardnekkig spellen analogie-woordaanpak (aan welk woord doet het u denken dat je wel al kent?) o Hardnekkig raden tempo verlagen door zelfinstructie, eerst stil dan hardop lezen, perceptuele verzwaring,... 73

Leerstoornissen: Onderzoeksmodellen en hun behandelingsconsequenties. Prof. Dr. Pol Ghesquière. KU Leuven Gezins- en Orthopedagogiek

Leerstoornissen: Onderzoeksmodellen en hun behandelingsconsequenties. Prof. Dr. Pol Ghesquière. KU Leuven Gezins- en Orthopedagogiek Leerstoornissen: Onderzoeksmodellen en hun behandelingsconsequenties Prof. Dr. Pol Ghesquière KU Leuven Gezins- en Orthopedagogiek Leerproblemen Omschrijving problemen die personen ondervinden bij het

Nadere informatie

Actuele cognitieve theorieën over dyslexie. Prof. Dr. Pol Ghesquière Gezins- en Orthopedagogiek

Actuele cognitieve theorieën over dyslexie. Prof. Dr. Pol Ghesquière Gezins- en Orthopedagogiek Actuele cognitieve theorieën over dyslexie Prof. Dr. Pol Ghesquière Gezins- en Orthopedagogiek Wat is dyslexie? Specifiek probleem met het leren lezen en/of spellen = leerstoornis Manifesteert specifiek

Nadere informatie

Cognitieve verklaringsmodellen van dyslexie: een overzicht van recente wetenschappelijke bevindingen

Cognitieve verklaringsmodellen van dyslexie: een overzicht van recente wetenschappelijke bevindingen Cognitieve verklaringsmodellen van dyslexie: een overzicht van recente wetenschappelijke bevindingen Prof. Dr. Pol Ghesquière Gezins- en Orthopedagogiek Wat is dyslexie? Specifiek probleem met het leren

Nadere informatie

Dr. Bert De Smedt - KULeuven 1

Dr. Bert De Smedt - KULeuven 1 Kinderen met rekenproblemen of dyscalculie Dr. Bert De Smedt Overzicht Inleiding Definitie + Prevalentie Recente wetenschappelijke inzichten Cognitieve kenmerken van kinderen met dyscalculie Neurobiologische

Nadere informatie

Het ABC van de leerstoornissen

Het ABC van de leerstoornissen Het ABC van de leerstoornissen 23 oktober 2012 K.A. Redingenhof Leuven Nadia Gielen Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek PraxisP Inhoud Leerstoornissen, dyslexie, dyscalculie een beknopt overzicht

Nadere informatie

Flitsend Spellen en Lezen 1

Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend

Nadere informatie

Flitsend Spellen en Lezen 1

Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend

Nadere informatie

Dyslexie en dyscalculie in het hoger secundair onderwijs

Dyslexie en dyscalculie in het hoger secundair onderwijs Dyslexie en dyscalculie in het hoger secundair onderwijs Prof. dr. Wim Tops (Rijksuniversiteit Groningen) Dr. Frauke De Weerdt (IVV Sint-Vincentius Gent) Overzicht deel I 1. Definities dyslexie en dyscalculie

Nadere informatie

VCLB De Wissel Antwerpen Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding www.vclbdewisselantwerpen.be

VCLB De Wissel Antwerpen Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding www.vclbdewisselantwerpen.be VCLB De Wissel Antwerpen Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding www.vclbdewisselantwerpen.be Campus Centrum Hallershofstraat 7 2100 Deurne Tel. (03) 285 34 50 Fax (03) 285 34 51 Campus Noord Markt 3 2180

Nadere informatie

Adviesburo Comenius bestaat al ruim 20 jaar en is in Midden Nederland bij ouders, scholen en huisartsen inmiddels een begrip.

Adviesburo Comenius bestaat al ruim 20 jaar en is in Midden Nederland bij ouders, scholen en huisartsen inmiddels een begrip. 1 2 INFORMATIE OVER COMENIUS Adviesburo Comenius bestaat al ruim 20 jaar en is in Midden Nederland bij ouders, scholen en huisartsen inmiddels een begrip. Wij mogen daarom met recht zeggen een ruime ervaring

Nadere informatie

Vertrouwelijk Individueel Rapport

Vertrouwelijk Individueel Rapport Vertrouwelijk Individueel Rapport Casus Anoniem Casus Anoniem Datum: 19-08-2014 1 Afname gegevens Naam: Casus Anoniem Geslacht: meisje Naam School: OBS De Vlinder Groep/Klas: 6 Testleider: Testdatum: 19-08-2014

Nadere informatie

Studiesucces met dyslexie en dyscalculie mbo. Juni 2012

Studiesucces met dyslexie en dyscalculie mbo. Juni 2012 Studiesucces met dyslexie en dyscalculie mbo Bert de Vos Marga Kemper - b.devos@aps.nl - mkemper@cinop.nl Juni 2012 Vraag bij binnenkomst Wat zie je in de klas, waarbij je denkt: dit zou door dyslexie

Nadere informatie

RID, daar kom je verder mee. Jelle wil net als zijn vriendjes naar de havo. Dyscalculie houdt hem niet tegen. Dyscalculiebehandeling

RID, daar kom je verder mee. Jelle wil net als zijn vriendjes naar de havo. Dyscalculie houdt hem niet tegen. Dyscalculiebehandeling RID, daar kom je verder mee Jelle wil net als zijn vriendjes naar de havo. Dyscalculie houdt hem niet tegen. Dyscalculiebehandeling Waarom het RID? Wat is dyscalculie? Een gestructureerde aanpak Ruim 25

Nadere informatie

Als het leren lezen niet zo soepel gaat

Als het leren lezen niet zo soepel gaat Als het leren lezen niet zo soepel gaat In de onderbouw leert een kind de eerste beginselen van het lezen. Wij letten bij het aanleren van de letters gelijk al op de signalen van leesproblemen. Het aanleren

Nadere informatie

Tips voor het diagnostische gesprek. Marisca Milikowski Rob Milikowski

Tips voor het diagnostische gesprek. Marisca Milikowski Rob Milikowski Tips voor het diagnostische gesprek Marisca Milikowski Rob Milikowski Herkent u deze leerling? Zwakke automatisering, Tellend rekenen vaak op de vingers Nieuwe kennis zakt snel weg Eenvoudige bewerkingen

Nadere informatie

Leerproblemen in het VO Dag 1. Doel van de cursus. Programma

Leerproblemen in het VO Dag 1. Doel van de cursus. Programma Leerproblemen in het VO Dag 1 Elzemiek van der Bom MSc. Orthopedagoog NVO e.vanderbom@testkabinet.nl Doel van de cursus Kennis van het stoplichtmodel /HGW voor het signaleren en identificeren van zorgleerlingen

Nadere informatie

Voorwoord. Letters uitspreken zoals de leerkracht dat doet.

Voorwoord. Letters uitspreken zoals de leerkracht dat doet. Voorwoord In groep 3 leert uw kind lezen en schrijven. Uw kind begint niet vanaf nul, want tegenwoordig wordt in groep 1 en 2 al veel gedaan aan voorbereiding. Sommige leren als kleuter al lezen en schrijven.

Nadere informatie

Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider

Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider Gegevens leerling Naam leerling :.. 0 jongen 0 meisje Geboortedatum Groep

Nadere informatie

Leerstoornissen in een notendop

Leerstoornissen in een notendop Leerstoornissen in een notendop Sprankel Vlaams-Brabant 21/09/2015 Nadia Gielen Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek PraxisP Inhoud een inleiding in het domein van de leerstoornissen Leerstoornissen,

Nadere informatie

TOELICHTING OUDERS BIJ DE DYSLEXIERAPPORTAGE

TOELICHTING OUDERS BIJ DE DYSLEXIERAPPORTAGE TOELICHTING OUDERS BIJ DE DYSLEXIERAPPORTAGE In het dyslexierapport worden een aantal afkortingen en begrippen gebruikt die nadere uitleg behoeven. In de lijst die volgt worden deze in het kort uitgelegd.

Nadere informatie

Achtergrondinformatie en aanwijzingen voor interpretatie van de Wintersignalering PLD groep 3:

Achtergrondinformatie en aanwijzingen voor interpretatie van de Wintersignalering PLD groep 3: Achtergrondinformatie en aanwijzingen voor interpretatie van de Wintersignalering PLD groep 3: In het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 3, kortweg PLD 3, wordt in het hoofdstuk Signaleren een

Nadere informatie

Draaiboek voor de begeleiding van leerlingen met DYSORTHOGRAFIE of SPELLINGSproblemen en dyslexie (schrijven)

Draaiboek voor de begeleiding van leerlingen met DYSORTHOGRAFIE of SPELLINGSproblemen en dyslexie (schrijven) Draaiboek voor de begeleiding van leerlingen met DYSORTHOGRAFIE of SPELLINGSproblemen en dyslexie (schrijven) Naam leerling: Klas:.. Wat is het? DYSORTHOGRAFIE Moeizame automatisatie aan de klank-tekenkoppeling.

Nadere informatie

Studiesucces met dyslexie mbo

Studiesucces met dyslexie mbo Studiesucces met dyslexie mbo Karin Lukassen, APS Marga Kemper, Cinop Oktober 2012 Wat is dyslexie? Wat is dyslexie? Definitie en kenmerken Vaardigheidsniveau Criterium van de didactische resistentie Criterium

Nadere informatie

9-10-2013. voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs. Dolf Janson. www.jansonadvies.nl 1

9-10-2013. voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs. Dolf Janson. www.jansonadvies.nl 1 voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs Dolf Janson www.jansonadvies.nl 1 energie 9-10-2013 Teken eens het verloop van het energieniveau van je leerlingen tijdens een ochtend. tijd Hoe komen

Nadere informatie

Stichting Haagsche Schoolvereeniging

Stichting Haagsche Schoolvereeniging Stichting Haagsche Schoolvereeniging Toelatingsrichtlijnen Preambule: 1. De Stichting Haagsche Schoolvereeniging kent diverse scholen en afdelingen. De leerling wordt ingeschreven als leerling van één

Nadere informatie

Flitsend Spellen en Lezen 3

Flitsend Spellen en Lezen 3 Flitsend Spellen en Lezen 3 Flitsend Spellen en Lezen 3 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden. Het programma heet Flitsend spellen en Lezen omdat veelvuldig gebruik

Nadere informatie

Dyslexie. Beatrijs Brand

Dyslexie. Beatrijs Brand Dyslexie Beatrijs Brand Hoe lezen wij? T s errassend oeveel ekst r emist an orden Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het neit uit in wlkee vloogdre de lttres in een wrood saatn (c)

Nadere informatie

Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas

Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas 18.1. Voorleessoftware compenserend inzetten voor leerlingen met een ernstige beperking 235 18.2. Voorleessoftware leerondersteunend inzetten

Nadere informatie

Informatie over het werkgeheugen

Informatie over het werkgeheugen Informatie over het werkgeheugen Wat is het Werkgeheugen? De mogelijkheid om informatie van verschillende aard vast te houden en deze informatie te gebruiken in een denkproces waarbij nieuwe en reeds aanwezige

Nadere informatie

TULE inhouden & activiteiten Nederlands - Technisch lezen. Kerndoel 4 - Technisch lezen. Toelichting en verantwoording

TULE inhouden & activiteiten Nederlands - Technisch lezen. Kerndoel 4 - Technisch lezen. Toelichting en verantwoording TULE - NEDERLANDS KERNDOEL 4 - TECHNISCH LEZEN 82 TULE inhouden & activiteiten Nederlands - Technisch lezen Kerndoel 4 - Technisch lezen Bij kerndoel 4 - De leestechniek. Toelichting en verantwoording

Nadere informatie

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 Groep 7 en 8 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 85-95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 90% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen richten

Nadere informatie

Dyscalculie. Linette van Oijen

Dyscalculie. Linette van Oijen Dyscalculie Linette van Oijen In deze workshop Korte ervaring met rekenen Diagnose dyscalculie Protocol (ernstige) rekenproblemen en dyscalculie Tips voor in de les Evt. regelgeving omtrent de rekentoets

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken en spelling

Opbrengstgericht werken en spelling WORKSHOP Opbrengstgericht werken en spelling Programma en doelen Is spelling moeilijk? Het waarom en wat Effectief spellingonderwijs Spellingbewustzijn Tips Afsluiting. Schema spellingsproces Gesproken

Nadere informatie

Adaptieve toets: na basiswoorden poes en ei

Adaptieve toets: na basiswoorden poes en ei LEESLIJN HERZIENE VERSIE Adaptieve toets: na basiswoorden poes en ei Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters tot en met poes en

Nadere informatie

Preventie rekenproblemen door effectief rekenonderwijs in de groepen 1-2 28 januari 2015

Preventie rekenproblemen door effectief rekenonderwijs in de groepen 1-2 28 januari 2015 Preventie rekenproblemen door effectief rekenonderwijs in de groepen 1-2 28 januari 2015 Arlette Buter info@rekenadviesbuter.nl 1 Goede rekenstart Beredeneerd aanbod Inhoud Rekenactiviteiten in de (kleine)

Nadere informatie

Adaptieve toets: na basiswoorden lat en zak

Adaptieve toets: na basiswoorden lat en zak LEESLIJN HERZIENE VERSIE Adaptieve toets: na basiswoorden lat en zak Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters tot en met lat en

Nadere informatie

Exam s digitale testen voor dyscalculie.

Exam s digitale testen voor dyscalculie. Exam s digitale testen voor dyscalculie. Er wordt in de Nederlandse literatuur over dyscalculie een gemeenschappelijk standpunt aangetroffen in de overtuiging dat iets basaals de oorzaak is en dat een

Nadere informatie

Fonemisch Bewustzijn

Fonemisch Bewustzijn Fonemisch Bewustzijn Ellen van der Veen Welkom en Agenda 1. Introductie 2. Fonemisch Bewustzijn 3. Vragen en praktijkervaringen Doelstellingen van vandaag 1. De deelnemers kennen de begrippen taalbewustzijn,

Nadere informatie

Ergotherapie bij Parkinsonpatiënten ALGEMENE AANDACHTSPUNTEN BIJ DE BEHANDELING

Ergotherapie bij Parkinsonpatiënten ALGEMENE AANDACHTSPUNTEN BIJ DE BEHANDELING Ergotherapie bij Parkinsonpatiënten ALGEMENE AANDACHTSPUNTEN BIJ DE BEHANDELING Observatie Beperkingen komen vaak voor bij volgende motorische activiteiten: Transfers Houding Reiken en grijpen Balans Stappen

Nadere informatie

Format Leerlingdossier Dyslexie

Format Leerlingdossier Dyslexie Format Leerlingdossier Dyslexie Aanmeldformulier in te vullen door de school voor dyslexieonderzoek Gelieve een complete uitdraai van het Leerlingvolgsysteem,de AVI-gegevens, eventuele entreetoetsen, het

Nadere informatie

Dyslexieprotocol 0 Hooghuis Heesch

Dyslexieprotocol 0 Hooghuis Heesch Dyslexieprotocol 0 Hooghuis Heesch Inhoudsopgave 1.1 Uitgangspunten pag. 2 2.1 Definitie dyslexie pag. 3 2.2 Kenmerken van dyslexie pag. 3 2.2.1 Problemen bij lezen pag. 3 2.2.2 Problemen bij spellen pag.

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

Het trainen van leesvloeiendheid. Patrick Snellings, Universiteit van Amsterdam, Rudolf Berlin Center voor leerproblemen

Het trainen van leesvloeiendheid. Patrick Snellings, Universiteit van Amsterdam, Rudolf Berlin Center voor leerproblemen Het trainen van leesvloeiendheid Patrick Snellings, Universiteit van Amsterdam, Rudolf Berlin Center voor leerproblemen D. (8 jaar) Ik ga het niet doen, want ik kan het toch niet H. (7 jaar) Ben ik al

Nadere informatie

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 1

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 1 VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 1 1 Grafementoets aangeboden letters kern 1 : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat uit letters die tot en met kern

Nadere informatie

Uitgedaagd! De verveling voorbij.

Uitgedaagd! De verveling voorbij. Uitgedaagd! De verveling voorbij. E V A V E R L I N D E N L I E F V A N D U F F E L Inhoud 1. Theoretisch gedeelte Wat is hoogbegaafdheid? Kenmerken van hoogbegaafde leerlingen Niet elke hoogbegaafde is

Nadere informatie

Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen. Rob Neyens 22.10.2009

Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen. Rob Neyens 22.10.2009 Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen Rob Neyens 22.10.2009 Programma 1. Theorie: wat is autisme? 1.1 Buitenkant 1.2 Binnenkant 2. Praktijk: hoe omgaan met autisme? 2.1 Remediëren 2.2 Compenseren

Nadere informatie

Op stap naar het 1 e leerjaar

Op stap naar het 1 e leerjaar Op stap naar het 1 e leerjaar Schoolrijpheid? Ook de ouders doen er toe! Zwevegem, 26 november 2009 Lieven Coppens Inleiding Uit de kindermond Ik wil niet naar het eerste leerjaar want daar mag ik niet

Nadere informatie

Begeleidingswijzer Dyslexie

Begeleidingswijzer Dyslexie Begeleidingswijzer Dyslexie Dyslexie Ongeveer 5% van de studenten in het mbo heeft dyslexie. Dit is één op de twintig studenten. Iedereen die bij Rijn IJssel werkt, kan dus te maken krijgen met studenten

Nadere informatie

Connect in de groep? Achtergronden Connect Hoe moet dat in de groep? Anneke Smits Tom Braams

Connect in de groep? Achtergronden Connect Hoe moet dat in de groep? Anneke Smits Tom Braams Connect in de groep? Achtergronden Connect Hoe moet dat in de groep? Drs. Sonja Hotho-Toppers, Seminarium voor Orthopedagogiek Drs. Herman Hotho, remedial teacher o.b.s. De Elsweiden Anneke Smits Tom Braams

Nadere informatie

Dyscalculie een diagnose alleen maar zinvol om leerlingen te helpen

Dyscalculie een diagnose alleen maar zinvol om leerlingen te helpen Dyscalculie een diagnose alleen maar zinvol om leerlingen te helpen Annemie Desoete 2.12.2010 Ugent, Arteveldehogeschool & Sig Inhoud lezing Inleiding : DC, hoe vaak? Begrippen/ oorzaken Varianten DC -

Nadere informatie

Taaljournaal, tweede versie

Taaljournaal, tweede versie SPELLING Taaljournaal, tweede versie Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en

Nadere informatie

Wat is een dyslecticus? Dyslexie zal altijd wel hebben bestaan. Een oogafwijking?

Wat is een dyslecticus? Dyslexie zal altijd wel hebben bestaan. Een oogafwijking? Wat is een dyslecticus? Dat is iemand met dyslexie. Dyslexie is een woord uit het Grieks dat slecht lezen betekent. Dyslectici, dat is het meervoud van dyslecticus, hebben niet alleen moeite met lezen,

Nadere informatie

LESSTOF. Rekenen op maat 1

LESSTOF. Rekenen op maat 1 LESSTOF Rekenen op maat 1 2 Lesstof Rekenen op maat 1 INHOUD INLEIDING... 4 DOELGROEP... 4 STRUCTUUR... 5 OVERZICHT OEFENINGEN EN TOETSEN... 16 Lesstof Rekenen op maat 1 3 INLEIDING Muiswerkprogramma s

Nadere informatie

De rol van orthografisch leren en seriële orde verwerking bij dyslexie. Eva Staels

De rol van orthografisch leren en seriële orde verwerking bij dyslexie. Eva Staels De rol van orthografisch leren en seriële orde verwerking bij dyslexie Eva Staels 1 Verklarende theorieën Specificiteitsparadox Specifiek Algemeen Pag. 2 Verklarende theorieën Specifiek Achterliggend defect

Nadere informatie

U kunt met uw kind thuis de volgende oefeningen oefenen.

U kunt met uw kind thuis de volgende oefeningen oefenen. Dit informatieboekje is bedoeld om u als ouder te informeren over welke taalactiviteiten en rekenactiviteiten er in groep 2 aan bod komen. Maar ook om u handvatten te geven om zelf met uw kind thuis te

Nadere informatie

Dyslexiebeleid van Openbare basisschool voor Daltononderwijs. De Meent

Dyslexiebeleid van Openbare basisschool voor Daltononderwijs. De Meent DE DE DE DE MEENT MEENT MEENT MEENT MAARN MAARN MAARN MAARN Dyslexiebeleid van Openbare basisschool voor Daltononderwijs De Meent Inhoud 1. Inleiding... 1 2. Wat is dyslexie... 1 3. Van signaleren tot

Nadere informatie

Groep 4. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4

Groep 4. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4 Groep 4 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4 75% van de leerlingen beheerst niveau AVI-E4 (teksten lezen) 90 % beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot twee- en drielettergrepige

Nadere informatie

Nationale Dyslexie Conferentie 2010

Nationale Dyslexie Conferentie 2010 Nationale Dyslexie Conferentie 2010 De samenhang tussen dyscalculie en dyslexie 13 oktober 2010 Sui Lin Goei Lector Onderwijs en Zorg Hogeschool Windesheim Universitair docent Onderwijscentrum VU Orthopedagoog/GZ-psycholoog

Nadere informatie

Het Fundament voor goed rekenonderwijs

Het Fundament voor goed rekenonderwijs Het Fundament voor goed rekenonderwijs september 2011 Ina Cijvat Door vroegtijdige interventies kunnen alle kinderen getalbegrip ontwikkelen. Preventie van rekenproblemen Leerlijnen / tussendoelen kennen

Nadere informatie

Gegevens thuissituatie Hoe is de gezinssamenstelling?

Gegevens thuissituatie Hoe is de gezinssamenstelling? Deel I: Ouderformulier Deze vragenlijst bestaat uit twee delen. Een deel vult u als ouder in, het tweede deel is bestemd voor school. Heeft u vragen? Neemt u dan gerust contact met ons op. Alvast hartelijk

Nadere informatie

FICHE 5: Ga auditieve informatieverwerking

FICHE 5: Ga auditieve informatieverwerking 2015 1 FICHE 5: Ga auditieve informatieverwerking KENMERKEN EN AANBEVELINGEN [Typ hier] UIT: Intelligentiemeting in nieuwe banen: de integratie van het CHC-model in de psychodiagnostische praktijk. Walter

Nadere informatie

Stappenplan Dyslexietraject

Stappenplan Dyslexietraject Stappenplan Dyslexietraject Een leerling komt in aanmerking voor dyslexie-onderzoek wanneer: Criterium van de achterstand: er sprake is van een significante achterstand op het gebied van lezen en/of spelling

Nadere informatie

Juf ik weet het niet meer

Juf ik weet het niet meer Juf ik weet het niet meer Voorbeelden uit de praktijk Wijnand Dekker Praktijk Dekker & Dooyeweerd, Ede www.dekkerdooyeweerd.nl info@dekkerdooyeweerd.nl Wat vertellen kinderen ons?! Je eigen naam schrijven,

Nadere informatie

Aandacht.. graag! Elly Kok Marianne van Etten Expertiseteam Fritz Redlschool/UMCU

Aandacht.. graag! Elly Kok Marianne van Etten Expertiseteam Fritz Redlschool/UMCU Aandacht.. graag! Elly Kok Marianne van Etten Expertiseteam Fritz Redlschool/UMCU VOORSTELLEN DOELEN IN DEZE KORTE TIJD Meer kennis over mogelijke achtergronden en oorzaken van niettaakgericht gedrag

Nadere informatie

Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) http://hdl.handle.net/11245/2.62578

Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) http://hdl.handle.net/11245/2.62578 Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) http://hdl.handle.net/11245/2.62578 File ID Filename Version uvapub:62578 Belangrijke begrippen final SOURCE

Nadere informatie

Leerlingdossier Vergoedingsregeling Dyslexie

Leerlingdossier Vergoedingsregeling Dyslexie Leerlingdossier Vergoedingsregeling Dyslexie dekroon,diagnostiek enbehandelcentrum Koningin Wilhelminalaan 9 7415 KPDeventer Tel:06-81285377 info@centrumdekroon.nl Leerlingdossier Vergoedingsregeling Dyslexie

Nadere informatie

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 95% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen

Nadere informatie

Lienke de Kroon Testadvies. - Afnameduur: 30-45 minuten (individueel) - 12 subtests verschillende deelvaardigheden van rekenen

Lienke de Kroon Testadvies. - Afnameduur: 30-45 minuten (individueel) - 12 subtests verschillende deelvaardigheden van rekenen ZAREKI-R-NL Lienke de Kroon Testadvies ZAREKI-R-NL Wat is de ZAREKI-R-NL? 1. Wat is de ZAREKI-R-NL? 2. Subtests 3. Scoring en percentielrange 4. Psychometrische eigenschappen 5. Casus uit de handleiding

Nadere informatie

Gecijferd bewustzijn door middel van rekenconflicten bij kleuters

Gecijferd bewustzijn door middel van rekenconflicten bij kleuters Gecijferd bewustzijn door middel van rekenconflicten bij kleuters 25 januari 2012 Marije Bakker Welkom en programma Leerlijnen,domeinen, organisatie en praktische toepassing van gecijferd bewustzijn. 2

Nadere informatie

Zorgplan Dyslexie, CBS de Duif. Wat is dyslexie?

Zorgplan Dyslexie, CBS de Duif. Wat is dyslexie? Zorgplan Dyslexie, CBS de Duif Wat is dyslexie? Uitgaande van algemeen aanvaarde wetenschappelijke afspraken hierover nemen wij aan dat een dyslecticus altijd problemen heeft met: Het verwerken van lettertekens

Nadere informatie

Leesontwikkeling op de Casimirschool

Leesontwikkeling op de Casimirschool Leesontwikkeling op de Casimirschool Waarom veel aandacht voor leesontwikkeling? Als kinderen lezen worden allerlei onderdelen van het brein aangesproken Veel aandacht voor leesontwikkeling 1. Als kinderen

Nadere informatie

Overgangscriteria doubleren versnelde doorgang

Overgangscriteria doubleren versnelde doorgang Overgangscriteria doubleren versnelde doorgang Bij het vaststellen of een leerling door kan gaan naar de volgende groep of doubleert, houden we rekening met het volgende: Uitgangspunten: - De school beslist

Nadere informatie

Nationale Dyslexie Conferentie 3 april 2013. Dyslexie, Emotioneel welbevinden en Schoolverzuim handvatten voor signalering, diagnostiek en begeleiding

Nationale Dyslexie Conferentie 3 april 2013. Dyslexie, Emotioneel welbevinden en Schoolverzuim handvatten voor signalering, diagnostiek en begeleiding Nationale Dyslexie Conferentie 3 april 2013 Dyslexie, Emotioneel welbevinden en Schoolverzuim handvatten voor signalering, diagnostiek en begeleiding Nouchka Tick 1 Thea Vogelaar 2 1 Senior Onderzoeker,

Nadere informatie

Format Leerlingdossier Dyslexie

Format Leerlingdossier Dyslexie Format Leerlingdossier Dyslexie Aanmeldformulier in te vullen door de school voor dyslexieonderzoek Gelieve een complete uitdraai van het Leerlingvolgsysteem,de AVI-gegevens, eventuele entreetoetsen, het

Nadere informatie

Samen naar woorden zoeken

Samen naar woorden zoeken Samen naar woorden zoeken Diagnostiek en behandeling van woordvindingsproblemen in de logopedische praktijk Lieke Cools Amsterdam, 7 november 2014 Symposium Stichting dysfatische ontwikkeling Praktijk

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij autisme

Cognitieve gedragstherapie bij autisme Cognitieve gedragstherapie bij autisme Caroline Schuurman, gz-psycholoog Centrum Autisme Rivierduinen Nieuwe ontwikkelingen in de behandeling van autisme bij volwassenen Utrecht, 14 juni 2011 CGT bij autisme

Nadere informatie

Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken.

Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken. Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken. Daarom hechten wij er dan ook veel belang aan dat dit op een

Nadere informatie

Naar herziening van het dyslexie typerende profiel. Peter F. de Jong Universiteit van Amsterdam

Naar herziening van het dyslexie typerende profiel. Peter F. de Jong Universiteit van Amsterdam Naar herziening van het dyslexie typerende profiel Peter F. de Jong Universiteit van Amsterdam Het huidige dyslexie typerende profiel (DTP) Argumenten voor het gebruik van het DTP Wisseling van perspectief

Nadere informatie

TOETSEN AUDITIEVE - EN VISUELE VAARDIGHEDEN TBV DE LEESVOORWAARDEN. groep 2. Marianne Verweij

TOETSEN AUDITIEVE - EN VISUELE VAARDIGHEDEN TBV DE LEESVOORWAARDEN. groep 2. Marianne Verweij TOETSEN AUDITIEVE - EN VISUELE VAARDIGHEDEN TBV DE LEESVOORWAARDEN groep 2 Marianne Verweij pag Inhoud: afname in december 2 1 Passief rijmen 2 2 Actief rijmen 3 3 Visuele discriminatie toets afname in

Nadere informatie

Dyscalculie gediagnostiseerd. En dan? MBO conferentie Dyscalculie

Dyscalculie gediagnostiseerd. En dan? MBO conferentie Dyscalculie Niet alle rekenproblemen zijn dyscalculie 2 1 T O M B R A A M S Dyscalculie gediagnostiseerd. En dan? MBO conferentie Dyscalculie PPON 2004 en 2011 De onderzoeken van PPON 2004 en 2011 laten zien dat routinematige

Nadere informatie

Lees Interventie Programma

Lees Interventie Programma Lees Interventie Programma BROCHURE Giralis, partners in onderwijs Locatie Ede Argonstraat 30 6718 WT EDE telefoon (0318) 619 049 fax (0318) 651 123 mail: bestellingen@giralis.nl website: www.remediering.nl

Nadere informatie

Beste ouder(s)/verzorger(s),

Beste ouder(s)/verzorger(s), Beste ouder(s)/verzorger(s), U vraagt zich soms af wat uw kind in groep 1 en 2 leert m.b.t. het vak rekenen. Rekenen is één van de basisvaardigheden die jonge kinderen goed onder de knie moeten krijgen.

Nadere informatie

Passend onderwijs Verdieping Ontwikkelingsperspectief & Technisch lezen 26-11-2014

Passend onderwijs Verdieping Ontwikkelingsperspectief & Technisch lezen 26-11-2014 Passend onderwijs Verdieping Ontwikkelingsperspectief & Technisch lezen 26-11-2014 Annemarie Vink avink@hetabc.nl Dianne Roerdink droerdink@hetabc.nl Technisch lezen 8-10-2014 www.hetabc.nl 2 Programma

Nadere informatie

Checklist Rekenen Groep 3. 1. Tellen tot 20. 2. Getallen splitsen. Hoe kun je zelf het tellen controleren?

Checklist Rekenen Groep 3. 1. Tellen tot 20. 2. Getallen splitsen. Hoe kun je zelf het tellen controleren? Checklist Rekenen Groep 3 1. Tellen tot 20 Als kleuters, in groep 1 en groep 2, zijn de kinderen bezig met de zogenaamde voorbereidende rekenvaardigheid. Onderdelen hiervan zijn ordenen en seriatie. Dit

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1 veilig leren lezen Letterkennis Aanpak b/d-probleem Auteur: Susan van der Linden De letters b en d zijn voor veel kinderen een bron van verwarring. Dit komt door hun gelijke vorm. Toch kunt u dit probleem

Nadere informatie

Dyslexie. Ingrid van de Meerendonk Jeffrey ter Meulen

Dyslexie. Ingrid van de Meerendonk Jeffrey ter Meulen Dyslexie Ingrid van de Meerendonk Jeffrey ter Meulen Dyslexie is een stoornis in het voldoende snel koppelen van codes b = de klank b En niet p, d, q Boom = Snel moeten handelen, vooral in sociale of

Nadere informatie

Kinderen met een leerstoornis - MAnaMA JGZ

Kinderen met een leerstoornis - MAnaMA JGZ Kinderen en jongeren met een leerstoornis Overzicht Inleiding Definitie + Classificatie Prevalentie + Comorbiditeit Modellen van leerstoornissen Aanpak van leerproblemen Dr. Bert De Smedt MAnaMA, 30 Januari

Nadere informatie

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 3 + h, e, w, o

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 3 + h, e, w, o VEILIG LEREN LEZEN 1 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 3 + h, e, w, o 1 Grafementoets aangeboden letters kern 3+ h, e, w, o : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat uit

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden zelfstandig leren Leren leren is veel meer dan leren studeren, veel meer dan sneller lijstjes blokken of betere schema s maken. Zelfstandig leren houdt in: informatie kunnen verwerven, verwerken en toepassen

Nadere informatie

LEESHUIS. Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten www.expertisecentrumnederlands.nl

LEESHUIS. Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten www.expertisecentrumnederlands.nl LEESHUIS Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na eenheid 1 (Heks Snuifiepuifie)

Nadere informatie

Autisme en rekenproblemen 6 december 2011. Anke Van Acker

Autisme en rekenproblemen 6 december 2011. Anke Van Acker Autisme en rekenproblemen 6 december 2011 Anke Van Acker Onderzoekpiet heeft een onderzoek afgenomen over chocolade Aan 100 kindjes vroeg hij of ze graag bruine of witte chocolade kregen. Op de vraag of

Nadere informatie

2014 Protocol dyslexie

2014 Protocol dyslexie Protocol dyslexie 2014 Protocol dyslexie Inleiding Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen 1. De term komt uit het latijn, want dys = niet goed functioneren, lexis = taal of woorden. Bij dyslexie

Nadere informatie

Protocol leesproblemen en dyslexie

Protocol leesproblemen en dyslexie 1 KC Den Krommen Hoek Protocol leesproblemen en dyslexie Verantwoording: Het protocol leesproblemen en dyslexie van kindcentrum Den Krommen Hoek is opgesteld op basis van het Protocol Leesproblemen en

Nadere informatie

Hoofdstuk 2. Project Leerzorg. Achtergrond

Hoofdstuk 2. Project Leerzorg. Achtergrond Hoofdstuk Project Leerzorg Achtergrond 3 . Project Leerzorg - Achtergrond ONTSTAAN Het Project Leerzorg werd ingediend in antwoord op de oproep tot voorstellen voor netoverschrijdende en multidisciplinaire

Nadere informatie

Ontdek je kracht voor de leerkracht

Ontdek je kracht voor de leerkracht Handleiding les 1 Ontdek je kracht voor de leerkracht Voor je ligt de handleiding voor de cursus Ontdek je kracht voor kinderen van groep 7/8. Waarom deze cursus? Om kinderen te leren beter in balans te

Nadere informatie

Executieve Functies en Werkgeheugen. Dr. Dorine Slaats Klinisch neuropsycholoog

Executieve Functies en Werkgeheugen. Dr. Dorine Slaats Klinisch neuropsycholoog Executieve Functies en Werkgeheugen Dr. Dorine Slaats Klinisch neuropsycholoog U krijgt antwoord op: 1. Wat is het werkgeheugen? 2. Hoe belangrijk is het werkgeheugen? 3. En wat als het werkgeheugen faalt?

Nadere informatie

Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen

Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen KB BB GL/TL Een handreiking voor leerkrachten van groep 7 en 8 in het basisonderwijs, leerkrachten in het speciaal basisonderwijs en de docenten vmbo onderbouw

Nadere informatie