Bewijzen en toegiften

Vergelijkbare documenten
Bewijzen en toegiften

Relativiteitstheorie met de computer

Speciale relativiteitstheorie

Speciale relativiteitstheorie

Docentencursus relativiteitstheorie

Speciale Relativiteitstheorie. Oefeningen. Prof. Dr J.J. Engelen, Drs. B. Mooij, Dr E. de Wolf, Drs. A. Heijboer

MODULE GLIESE 667 RELATIVITEIT GLIESE 667. Naam: Klas: Datum:

Gravitatie en kosmologie

Oefeningen. Speciale Relativiteitstheorie

Stevin vwo Uitwerkingen Speciale relativiteitstheorie ( ) Pagina 1 van 8

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Formuleblad relativiteit (deel 1)

Elementaire Deeltjesfysica

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

wiskunde B pilot vwo 2017-II

opdrachten bij hoofdstuk 7 Lijnen cirkels als PDF

5.1 Lineaire formules [1]

De Speciale Relativiteits Theorie (SRT) en Klok- en Tweelingparadox. Metius Werkgroep Theoretische Weer- en Sterrenkunde

Gravitatie en kosmologie

Tentamen - uitwerkingen

Examen VWO. Wiskunde B Profi

Opgave 1 Een inertiaalstelsel is een referentiestelsel waarin de eerste wet van Newton geldt.

Einstein s Relativiteits theorie Een uitleg met middelbare school wiskunde Andrré van der Hoeven Docent natuurkunde Emmauscollege Rotterdam

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 21 juni uur

Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Voorkennis Stelling van

Naam: Klas: Repetitie Relativiteit (versie A)

Oefeningen Speciale Relativiteitstheorie

Per nieuwe hoofdvraag een nieuwe bladzijde gebruiken. De vragen hoeven niet in de juiste volgorde te worden opgelost.

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2004-I

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni uur

K4 Relativiteitstheorie

Paragraaf 7.1 : Lijnen en Hoeken

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 18 mei uur

De speciale relativiteitstheorie. 1. Inleiding

Opgave 1 Een inertiaalstelsel is een referentiestelsel waarin de eerste wet van Newton geldt.

Docentencursus relativiteitstheorie

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni uur. Achter dit examen is een erratum opgenomen.

Oefentoets Versie A. Vak: Wiskunde Onderwerp: Meetkunde Leerjaar: 1 (2017/2018) Periode: 3

PROBLEEMOPLOSSEND DENKEN MET

META-kaart vwo3 - domein Getallen en variabelen

Speciale relativiteitstheorie

1 Leerlingproject: Relativiteit 28 februari 2002

Speciale relativiteitstheorie

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

Speciale relativiteitstheorie

Lengte van een pad in de twee dimensionale Euclidische ruimte

Einstein (6) v(=3/4c) + u(=1/2c) = 5/4c en... dat kan niet!

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

Antwoorden Tekscvragen T.1 T.4. - lijd. T.2 A is een gebeurtenis. B geeft een tijdsduur aan die op één plaats verlopen is. T.5

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Relativiteit. Bijlagen

Algemene relativiteitstheorie

wiskunde B vwo 2016-I

Speciale relativiteitstheorie

Hoogtepunten uit de Speciale Rela2viteit theorie van Einstein Stan Bentvelsen

1 Cartesische coördinaten

Relativiteit (deel 1)

Verbanden en functies

vwo wiskunde b Baanversnelling de Wageningse Methode

Formule afleiding opgaven bij de cursus Speciale relativiteitstheorie Docent: Dr. H. (Harm) van der Lek

wiskunde B pilot havo 2016-I

wiskunde B havo 2015-II

Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2014-I

sin( α + π) = sin( α) O (sin( x ) cos( x )) = sin ( x ) 2sin( x )cos( x ) + cos ( x ) = sin ( x ) + cos ( x ) 2sin( x )cos( x ) = 1 2sin( x )cos( x )

Bewerkingen met krachten

Opgaven bij de cursus Relativiteitstheorie wiskunde voorkennis Najaar 2018 Docent: Dr. H. (Harm) van der Lek

Uitwerkingen voorbeeldtentamen 1 Wiskunde B 2018

Algemene relativiteitstheorie

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 maandag 23 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

m 2. De berekening terug uitvoeren met die P en r = 100 m i.p.v. 224 m levert L = 57 db.

Massa. Energie. E = m c 2. (licht-) Snelheid. en hoe u het zelf had kunnen bedenken. Dr. Harm van der Lek. Natuurkunde hobbyist

VIDEO 4 4. MODULUSVERGELIJKINGEN

Equivalentie en tijddilatatie bij plaatsbepaling met het Global Positioning System

De n-dimensionale ruimte Arjen Stolk

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Relativiteit. Bijlagen

Correctievoorschrift HAVO. wiskunde B1,2

Calculus I, 19/10/2015

10.0 Voorkennis. Herhaling van rekenregels voor machten: a als a a 1 0[5] [6] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a:

Opgave 1 Een inertiaalstelsel is een referentiestelsel waarin de eerste wet van Newton geldt.

2 maximumscore 4 10 km komt overeen met cm cm heeft ( =) 6666,66 seconden nodig

Bal in de sloot. Hierbij zijn x en f ( x ) in centimeters. Zie figuur 2.

E = m c 2. Massa. Energie. (licht-) Snelheid. Wetenschappers en denkers. E=mc 2 HOVO. Hoe u het zelf had kunnen bedenken 1.

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Afstanden en roodverschuiving in een Stabiel Heelal Inleiding.

6. Toon aan dat voor alle 2]0; ß [ geldt dat sin <<tan Onderstel dat de functie f afleidbaar in ]a; +1[ is en dat Toon aan dat!+1 f ) = A.!+1 f

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 13 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

10.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

Speciale relativiteitstheorie: de basisconcepten in een notedop

wiskunde B vwo 2015-II

AFSTANDEN IN PERSPECTIEF

V Kegelsneden en Kwadratische Vormen in R. IV.0 Inleiding

Transcriptie:

Bewijzen en toegiften 1 Het bewijs van Mermin voor het optellen van snelheden W op een perron ziet W in een treinwagon passeren met snelheid v. W schiet een kogel af met snelheid u en stuurt tegelijkertijd een lichtflits die aan de voorkant weerkaatst en de kogel even later treft. W en W zijn het alleen eens over de plaats in de trein waar kogel en lichtstraal elkaar treffen. De afstand tussen de voorkant en die trefplaats is een fractie, f, van de lengte L. Over de waarde van f zijn ze het eens. Over alle afstanden en tijden zijn ze het vanwege tijdrek en lengtekrimp oneens, maar omdat die aan het eind allemaal zullen wegvallen geven we daar geen verschillende namen aan. Het gaat om f. W ziet een kogel met onbekende snelheid w en een ruimteschip met bekende snelheid v. Hij wil weten hoe groot w is. Volgens W geldt voor de trefplaats: via de kogel: x = w (t 1 + t ) en via het licht: x = c (t 1 t ) Combineren leidt tot: t c w (c + w) t = (c w) t 1 t1 c w Voor het licht geldt volgens hem ook: L + v t 1 = c t 1 L = (c v) t 1 en f L v t = c t f L = (c + v) t Delen leidt tot: c v t c v c w f c v t c v c w 1 Volgens W geldt voor de trefplaats: via de kogel: x = u (t 1 + t ) en via het licht: x = c (t 1 t ) Combineren leidt tot: t c u (c + u) t = (c u) t 1 t1 c u Voor het licht geldt volgens hem ook: L = c t 1 en f L = c t Delen leidt tot: t c u f t c u 1 Stel de twee formules voor f aan elkaar gelijk c v c w c u ( c v)( c w)( c u) ( c v)( c w)( c u) c v c w c u Werk alle haken weg w(c + uv) = c u v (u + v) w 1 uv c Bewijzen en toegiften 1 / 9

De ct -as en de ct(x)-grafiek van de raket. We kunnen de stelsels S voor W en S voor W combineren door de lijnen voor een lichtstraal op elkaar te leggen. We moeten dan wel de richting van de ct -as gelijk maken aan die van de ct(x)-grafiek van de raket. De ct-as is de lijn met x = 0. Op dezelfde manier is de ct -as is de lijn met x = 0. Combineer je dat laatste met de lorentz-transformatie, dan krijg je vanzelf de vergelijking van de raket in stelsel S: x = 0 en x = (x ct) x ct = 0 x = ct Beide rode assen maken dezelfde hoek met de zwarte assen; tan =. Bewijzen en toegiften / 9

3 De afleiding van Einstein voor de lorentz-transformatie De manier waarop Einstein de lorentz-transformatie afleidt gaat zo. In beide stelsels geldt voor het licht: in positieve richting: x ct = 0 en x ct = 0 in negatieve richting: x + ct = 0 en x + ct = 0 0 = 0 dus ook 0 = 0 en 0 = 0 Pas dat toe op de regels hierboven: x ct = (x ct) x ct = x ct x + ct = (x + ct) x + ct = x + ct) Via optellen en aftrekken van de regels en met ( + )/ = a en ( )/ = b krijg je: x = a x b ct en ct = a ct b x xʹ = p (x q ct) en ctʹ = p (ct q x) Dit lijkt al op de formule die in het katern genoemd wordt. Nu moet alleen nog bewezen worden dat p = en q =. Vul xʹ = 0 in 0 = p (x q ct) x q ct = 0 ofwel: x = q ct xʹ = 0 is de oorsprong van stelsel Sʹ. Dit punt beweegt in stelsel S volgens: x = ct Maar dat betekent dat q =. We hebben nu gevonden: xʹ = p (x ct) en ctʹ = p (ct x) (1) Om p te pakken te krijgen maak je gebruik van de eis dat voor de inverse transformatie geldt: x = p (xʹ + ctʹ) en ct = p (ctʹ + xʹ) () Deze eis volgt direct uit het eerste postulaat: voor verschillende inertiaalstelsels moeten dezelfde soort formules gelden; wordt vervangen door omdat stelsel S voor de reizigers in S naar links beweegt. Vul x en ct van (1) in bij de formule van x bij (): x = p {p (x ct)} + {p (ct x)} x = p x p ct + p ct p x x = x (p p ) + 0 p (1 ) = 1 p 1 Bewijzen en toegiften 3 / 9

4 De eenheden op de assen Als je bij wikipedia Minkowski intikt, vind je daar dat de lengtes van de eenheden op de assen als volgt in elkaar kunnen worden omgerekend: e e Het bewijs gaat met behulp van de lorentz-transformatie erg makkelijk. De afstand [0 1] op de x-as heeft de lengte e 1 ; de verticale afstand [1 A] heeft daarom de lengte e 1. De blauw omcirkelde waarden zijn dus lengtes die je in cm kunt meten waarop je Pythagoras mag toepassen. Pas de lorentz-transformatie toe om de rode coördinaten van A te berekenen: x = (1 ) = (1 ) = 1/ = ct = ( 1) = 0 Voor de lengte [0 A] op de x -as kunnen we dus schrijven: OA e e 1 Hiermee is het bewijs voor de formule geleverd. Bewijzen en toegiften 4 / 9

5 Het dopplereffect bij licht Een astronaut zendt radio(licht!)signalen uit met een periode T. Op t = 0 de signalen 1 en en op t = T de signalen 3 en 4. Op t = 0 bevindt hij zich bij waarnemer W 1 en op t = T bij waarnemer W. W 1 ontvangt (met periode T 1 ) signalen vanuit een bron die zich verwijdert en W ontvangt (met periode T ) signalen vanuit een bron die nadert. In grafiek zit dat er zo uit: Bij de berekeningen hierna heb je nodig: 1 1 en γ (1 ) (1 ) Uit de figuur volgt voor W 1 : ct 1 = ct + ct T 1 = (1 + ) T (1 ) 1 T1 T T en voor W : T 1 > T en f 1 < f ct = ct ct T = (1 ) T (1 ) 1 T T T T < T en f > f Bewijzen en toegiften 5 / 9

6 Boeiende plaatjes Deze plaatjes vond Ruud op internet. http://www.phys.vt.edu/~takeuchi/relativity/notes/index.html Dit zijn klokken in stelsel S; ze lopen allemaal gelijk. De verticale lijnen evenwijdig aan de ct-as zijn de wereldlijnen van de klokken die in stelsel S gelijk lopen. De x-as betekent: ct = 0. Bewijzen en toegiften 6 / 9

Dit zijn klokken in stelsel S ; ook die lopen allemaal gelijk. De scheve lijnen evenwijdig aan de ct -as zijn de wereldlijnen van de klokken die in stelsel S gelijk lopen. De x -as betekent: ct = 0. Bewijzen en toegiften 7 / 9

Tijdrek Leuk plaatje, maar wel dubieus, want er worden twee soorten klokken door elkaar gehaald: de zwarte van S en de rode van S. Daarom heb ik het plaatje aangepast. Het tweede zwarte mannetje links kan niet op de rode klok naast hem kijken. Het kleine zwarte mannetje naast het kleine zwarte klokje kan dat wel. Maar die kijkt naar een rode klok op een vroeger tijdstip. Het rode mannetje in de grote auto bovenaan kan niet op de zwarte klok links onder hem kijken. Het kleine rode mannetje in het kleine autootje naast het kleine rode klokje kan dat wel. Dat kleine mannetje zit achterin de auto. Hij kijkt naar een zwarte klok op een vroeger tijdstip. Bewijzen en toegiften 8 / 9

Lengtekrimp Pas op: je mag niet zomaar de lengtes L en L vergelijken. Houd rekening met de eenheidslengtes e 1 en e op de assen. Zie 4 hierboven.. Bewijzen en toegiften 9 / 9