Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Vergelijkbare documenten
Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

DE SCHOOL ALS SCHRIJFPALEIS! HOE LEERLINGEN LIEVER EN BETER LEREN SCHRIJVEN?

Uitgeschreven interviews van groep tien

Bijlage. Uitgetypte interviews opdracht schrijven. Groep 2

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Hoe leerlingen liever en beter leren schrijven?

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Bijlage interview jongen

Bedoeling infoavond. Wegwijs maken in het programma en de werkwijze van het 3 de leerjaar

BIJLAGEN DOCENTENHANDLEIDING. Doel van de lessenserie

Interviews. 3 de Bachelor Pedagogische Wetenschappen: Pedagogiek en Onderwijskunde Taaldidactiek

Huistaken in Vrije Basisschool DE KIEVIT Een zorg van de school, de ouders en de kinderen Versie

Bijlage interview meisje

Biekorfstraat Heist-op-den-Berg website: hhc-basis.be. Huiswerkbrochure voor ouders

DE ENERGIEKOFFER EN ONDERZOEKSVRAGEN VERZINNEN

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling

Perspectief leerlingen. Het schrijfleven van de leerling. Schrijven tijdens het lesgebeuren

Instructie taakspecifieke vragenlijst + observatie

WAT LEREN de KINDEREN DIT JAAR?

Hier wat meer informatie over en voor het komende schooljaar. Gelieve dit aandachtig te lezen. Alvast bedankt.

Beroepsgerichte Vorming, opleiding handel en administratie of Project Algemene Vakken

SAMEN SCHOOL MAKEN. Huiswerkbeleid van VIA Basisschool Onze-Lieve-Vrouw

Je eigen nieuwjaarsbrief

Taken en lessen bij de duizendpoten

HUISWERKBELEID VAN t NIEUWLAND: Sint-Michiel, Regina Pacis en Heilig hart.

-getallen blad (3) - getallen 2 websites - bruto, tarra, netto (4) unité 10 oefenen unité 10 herhalen

werkbladen, telefoons en opnametoestel

Wat verstaan we onder huiswerk?

3 Hoogbegaafdheid op school

Huiswerk in onze school

Voordoen (modelen, hardop denken)

Module eerste leerjaar Leertaak

Huiswerk op de Sint Josephschool.

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Bevindingen huiswerkenquête schooljaar

HUISWERKBELEID in MAATJES

Alleen rekenen, ahja ok. Euh, en zijn er dan dagen dat je wel thuis iets schrijft?

Zandakkerlaan Heusden Tel.: Sticordi-maatregelen

Sessie 2: Hoe werk je aan de eindtermen Nederlands, ook in andere vakken?

Onze schooleigenvisie op huiswerk

Nieuwsbrief. Interactieve werkvormen in de klaspraktijk. Onderzoeksresultaten en tips voor de praktijk

Model om schoolse taalvaardigheden te observeren en te reflecteren

Brochure infoavond

Van één naar zes. een groeiproces.

Beste ouder(s), Mocht u verder nog vragen en/of bedenkingen hebben, aarzel dan niet om contact op te nemen. We staan u graag te woord.

Leren (kan je ) leren!

Naam:. Namen groepsleden:... Begeleider:

Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

DE INFOBEURS. Beroepsopleiding, werk, werkervaring, stage. Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. Materialen. Doelen STERKE SCHAKELS

STAGEBOEKJE 2016 / 2017

Hoe kan je breed en permanent evalueren?

Infobrochure. Zesde leerjaar juf Evelien Vrije Basisschool De Wingerd Terhagen

Het leefgroepboekje van de KIKKERS. Ontwerp: A. Rosseel. Leefgroep 3

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwerty uiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasd fghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzx cvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq Huiswerkplan

TOETSTAAK 27: HET GEHEIME LAND

Paragraaf 9.7 Opdracht 15

Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen?

Eerst en vooral. heet ik jullie. van harte. Welkom. in het. leerjaar

Stappenplan voor het maken van een presentatie

Leerlingboekje Les 1 en 2 Schrijfopdracht 1 Afscheid van de basisschool

Eerst en vooral. heet ik jullie. van harte. Welkom. in het. leerjaar

WERKBLADEN & HANDLEIDING Maak samen een glossy voor groep 8

WAT STAAT ER IN JE AGENDA?

Type 1: De Docent TEST LEERKRACHTSTIJL LAGER. Centrum voor Taal en Onderwijs MIJN PROFIEL

Lesonderwerp: De spelregels schrijven voor een zelfverzonnen spel.

basistekst opgesteld door de zorgteams van de scholengemeenschap

DE INFOBEURS. School, regels, wonen, drugs, Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. Materialen. Doelen STERKE SCHAKELS 1

De zomer van Atlas 2018

Huistakenbeleid. 1. Visie op huistaken/lessen. 2. Concrete afspraken binnen de school. Samengesteld door WG Leren Leren, in samenwerking met het team.

2 > Kerndoelen > Aan de slag > Introductie van de manier van werken > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

Rapport dagelijks werk

Cosis Begeleid Leren

Anne Frank. Lezen & schrijven. met. Laat het ons weten! Handleiding voor de docent en de bibliotheekmedewerker

Zo verstuurt u een WhatsApp! Opdracht: Analyseren, evalueren

Bijlage 6 uit het schoolreglement

Uitgeverij Schoolsupport ww.schoolsupport.nl

Monitor de Bibliotheek op school vmbo

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?

HUISWERK IN VBSH. Huiswerk in VBSH 1

Vakonderdeel: TAALBESCHOUWING: NADENKEN OVER TEKSTEN

Huiswerkbeleidsplan. 1 BSGO! De Klaver huiswerkbeleidsplan

Voordoen (modelen, hardop denken)

Startbijeenkomst ptaak jaar 2. Ontwerpen en innoveren

H u i s w e r k b e l e i d

Enquête COMPUTERGEBRUIK THUIS. 1. Heb jij een computer thuis? Bijlage 30

WELKOM INFORMATIEAVOND VAN GROEP 7 14 SEPTEMBER 2017

Verwerkingsopdrachten bijhet hoofdstuk Mondelinge opdrachten geven Doelstelling 3.

Mijn doelen voor dit jaar

Ons huiswerkbeleid. Wij vinden huiswerk belangrijk, omdat het

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën:

Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO

MAGDA? REGELS OP SCHOOL EN DE WERKVLOER. Magda op school? Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. materialen. Doelen STERKE SCHAKELS

Lesleidraad. Beste docent

Transcriptie:

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen Data verzameld in de derde graad van de basisschool de Schakel en verslag opgesteld door Charlotte Mertens & Gwen Moens Opleiding: professionele bacheloropleiding leraar lager onderwijs Instelling: Odisee, campus Waas Opleidingsonderdeel: Communicatieve vaardigheden 5 Academiejaar 2014-2015 Begeleider: Elke Van Nieuwenhuyze

TITEL Het project schrijfvaardigheid van de Nederlandse Taalunie Wat schrijven de leerlingen van de derde graad van de lagere school en hoe ondersteunt de school de leerlingen in het schrijven van teksten INLEIDING In het laatste jaar van onze opleiding, bachelor in het onderwijs: Lager onderwijs, kregen we de opdracht om data te verzamelen over schrijfdidactiek in de derde graad van de lagere school aan de hand van de onderwijsleertaak van de NTU. Met dit project wil de Nederlandse Taalunie kennis over effectieve schrijfdidactiek bijeen brengen en verspreiden; handreikingen bieden voor de implementatie van effectieve schrijfdidactiek in de onderwijspraktijk; en de aandacht vestigen op het belang van schrijfvaardigheid. In deze paper zullen achtereenvolgende volgende zaken besproken worden: Als eerste de probleemstelling waarin volgende vragen verduidelijkt zullen worden: Wat is de aanleiding voor dit onderzoek en wat willen we onderzoeken? Als tweede de aanpak waarbij we verduidelijking trachten te brengen over: Hoe zijn we tot de resultaten gekomen? En ten slotte de resultaten en de conclusies waarbij we een antwoord proberen te geven op de vraag: Wat kunnen we hieruit besluiten? PROBLEEMSTELLING (ZIE OPDRACHT) Alvorens we begonnen aan het verzamelen van data, over schrijfdidactiek in de derde graad van de lagere school, hebben we het document Onderwijsleertaak bij project schrijfvaardigheid van de Nederlandse Taalunie geraadpleegd. 1 Daarnaast hebben we ook het deelleerplan schrijven van het VVKBaO 2 en het artikel Leren schrijven met peer response en instructie in genrekennis van Mariette Hoogeveen in Tijdschrift taal (jg. 4, nr. 6, 2013) geraadpleegd. 3 Naast deze twee artikelen hebben we nog een derde bijkomende relevante en recente bron over schrijfdidactiek/schrijfvaardigheid in het lager onderwijs gezocht. Deze derde bron De school als schrijfpaleis! Hoe leerlingen liever en beter leren schrijven? Het Schrijfpaleis. Motiverende schrijftaken voor de lagere school. Van M. Geerts in VONK (jg. 34, nr. 3, 2005) heeft ons nog meer inzicht gegeven over schrijfdidactiek in de derde graad van de lagere school. 4 1 De Nederlands Taalunie. 5 december 2014. Gezocht: leraren in spe die schrijfvaardigheid in het basis- en voortgezet / secundair onderwijs willen onderzoeken (en lectoren / docenten die dat willen begeleiden). (http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/onderzoeksleertaak%20bij%20project%20schrijfvaardigheid.pdf) 2 VVKBaO, Van Royen, I. (ill.) (1998). Nederlands. Schrift, DOKO, Brussel. 3 Hoogeveen, M. 5 december 2014. Leren schrijven met peer response en instructie in genrekennis. Tijdschrift Taal. 4 (6). p. 16-26. (http://www.slo.nl/primair/nieuwsbrieven/taal/tt4-6/leren-schrijven-met-peer-response-tt6.pdf/) 4 Geerts, M. 6 december 2014. De school als schrijfpaleis! Hoe leerlingen liever en beter leren schrijven? Het Schrijfpaleis. Motiverende schrijftaken voor de lagere school. 34 (3). p. 19-25. (http://www.cteno.be/downloads/publicaties/geerts_2005_school_als_schrijfpaleis.pdf) 2

Ter voorbereiding, op de bevraging van de 5 geselecteerde leerlingen van 1 klas (van de derde graad) en van hun leerkracht, hebben we aan de hand van deze 3 bronnen de interviewvragen in het document van de NTU verder uitgediept. Daarna hebben we de directie van een stageschool gecontacteerd en daar de leerlingen en hun leerkrachten geselecteerd in samenspraak met de directie van die school. Na het selecteren van de leerlingen en hun leerkracht, verzamelen we data op basis van de interviewvragen en brengen we verslag uit van de kern van deze interviews. Daarna rapporteren we over dit mini-onderzoek. Hierbij gaan we ten allen tijde discreet om met verkregen data. We verwerken namen en dergelijke altijd anoniem. Het doel van deze paper is het krijgen van een beeld van wat deze leerlingen, van de derde graad lager onderwijs, zoal schrijven en hoe de leerlingen de school volgens hen ondersteunt in het schrijven van teksten. PROBLEEMSTELLING Wat schrijven leerlingen zoal, welke problemen ondervinden zij bij het schrijven en welke didactische interventies zijn geschrikt om het schrijven van leerlingen te verbeteren? ONDERZOEKSVRAGEN De onderzoeksvraag voor deze paper is de volgende vraag: hoe ziet het schrijfleven van de leerlingen eruit? AANPAK Zoals hierboven beschreven staat hebben we een interview afgenomen bij 5 geselecteerde leerlingen van 1 klas (van de derde graad) en van hun leerkracht. De gebruikte interviewvragen vindt u terug in bijlage 1 en het lessenrooster van deze klas vindt u terug in bijlage 2. Bij het interviewen zelf zijn we begonnen bij de klasleerkracht. Dit om de eenvoudige reden dat aan de hand van deze volgorde wij, als interviewers, een duidelijk beeld kregen op de schrijftaken en de beginsituatie van de leerlingen. Bij deze volgorde was nog een ander groot voordeel verbonden. Wanneer je vragen stelde aan de leerlingen, kon je inspelen op de voorkennis die de klasleerkracht ervoor had meegedeeld. Dit bood ook een steun aan de verbaal zwakkere leerlingen die we geïnterviewd hebben. 3

RESULTATEN (KORTE SAMENVATTING) LEERKRACHT DE LEERLINGEN HEBBEN VOORBIJE WEEK SCHRIJFTAKEN GEMAAKT VOOR 4 ONDERWIJSVAKKEN. Als eerste bespreken we wiskunde. In het eerste semester van het vijfde leerjaar is het de bedoeling dat, bij onder andere dit onderwijsvak, de leerlingen een schriftelijke voorbereiding maken op toetsen. Op deze manier kan de leerkracht controleren of de leerlingen geoefend hebben voor onder andere hun toets wiskunde. Naar aanloop van het tweede semester is het echter de bedoeling dat ze zelf deze schriftelijke voorbereiding maken, zonder dat deze een opgedragen opdracht is. Een tweede vak waarvoor ze deze week een schrijftaak hadden was het taalvak Frans. Tijdens alle Franse lessen oefenen de leerlingen op de Franse vocabulaire en grammaire. Op deze manier hoopt de leerkracht een positieve evolutie te zien, bij de leerlingen, in het gebruik van de reeds geziene vocabulaire en grammaire. Ook thuis moeten ze minsten tweemaal per week de reeds geziene vocabulaire oefenen. Dit doen ze aan de hand van het overschrijven van de woorden uit hun leesboek op een apart blad met kolommen. Onderaan dit blad kunnen ze noteren welke woorden er nog moeilijk waren. Op deze manier kan de leerkracht leerlingen specifiek gaan begeleiden of klassikaal ingrijpen indien er een veelvoorkomende fout is. Ook werkt ze zowel op klassikaal als individueel niveau. Ook binnen het taalvak Nederlands diende de leerlingen deze week te werken aan hun schijfvaardigheid. Tijdens de lessen taal (Nederlands) werkten de leerlingen rond het thema Roald Dahl. Alvorens de leerlingen konden beginnen aan hun schrijftaak, dienden ze een fragment uit het boek Mathilda te lezen. De schrijftaak die hoorde bij dit fragment luidde als volgt: Lees het fragment uit het boek Mathilda van Roald Dahl. Hoe zou dit verhaal verder gaan? Bedenk een passend einde. Bij deze taak werd er dus ook beroep gedaan op de leesvaardigheid van de leerlingen. Zoals de leerkracht vermeldde in het interview, een combinatie die vaak voorkomt in de taallessen (Nederlands). Tevens vermeldde de leerkracht dat een leerling deze week een schriftelijke voorbereiding diende te maken voor een actuapresentatie. Ook hierbij werd er gewerkt aan meerdere taalvaardigheden. Tot slot raadpleegde de leerkracht haar agenda van de voorbije maand om zo de grotere schrijftaken te kunnen overlopen. Bij deze grotere schrijftaken krijgen de leerlingen een duidelijke planning en opsomming van de doelen die bereikt moeten worden in die taak. Zoals de leerkracht zelf aanhaalde, leren ze een planning te volgen en dienen ze hun eindproduct te toetsen aan de te bereiken doelen. Een voorbeeld van een grotere schrijftaak was het schrijven over het thema Planeten voor het onderwijs vak WERO. SCHRIJFTAKEN IN HET ALGEMEEN. Als voorbereiding op een schrijftaak maakt ze, de leerkracht, samen met de leerlingen een klassikale brainstorm aan bord, die de leerlingen ook noteren in hun kladschrift. Op deze manier biedt ik als leerkracht de leerlingen een helpende hand bij het concretiseren van informatie, aldus de leerkracht. Na deze klassikale brainstorm overloopt de leerkracht de schrijfstappen alvorens overgang naar het zelfstandig werken aan de schrijftaak. Deze begeleiding vermindert naar aanleiding van het tweede deel van het tweede semester. Zo is het de bedoeling dat de leerlingen, op het einde van het tweede semester, zelfstandig een schrijftaak kunnen maken die voldoet een de schrijfstappen. 4

FUNCTIONEEL GEBRUIK VAN EEN SCHRIJFTAAK Hierover vermeldde de leerkracht dat het uitermate van belang is om de leerlingen te stimuleren in het schrijven van een schijftaak. Dit kan je onder andere doen door de schrijftaak functioneel te gaan maken. Als voorbeeld van een schrijftaak gericht op het functioneel gebruik was enerzijds het schrijven van een uitnodiging voor het grootouderfeest als anderzijds een interview dat de leerlingen dienden af te nemen op dit grootouderfeest. Als voorbereiding op het interview moesten de leerlingen hun interviewvragen aan elkaar stellen. Op deze manier controleerden ze hun eigen taalgebruik en zinsconstructies. HOE EEN SCHRIJFTAAK MOTIVEREND MAKEN? Zoals hierboven beschreven staat kan het functioneel inzetten van een schrijftaak zeer motiverend werken naar de leerlingen toe. Het inzetten van meerdere vaardigheden kan ook motiverend werken. Een voorbeeld hiervan is het maken van een boekbespreking. Hierbij spreekt de leerkracht de leesvaardigheid, de schrijfvaardigheid en de spreekvaardigheid aan. Op deze manier werkt de leerkracht met 3 differente taaltalenten of vaardigheden. Bij het dieper bespreken van een boekbespreking kwam ook naar voor dat de leerlingen zelf hun te lezen/bespreken boek mogen kiezen. Op deze manier zijn de leerlingen betrokken en werkt zo n boekbespreking heel motiverend. Ook sluit dit nauw aan bij de leefwereld in interesses van de leerlingen. Bij de keuze van een boek hebben ze de keuze uit enerzijds boeken van de klasbibliotheek (gericht op deze bepaalde leeftijdscategorie) als anderzijds boeken die ze thuis hebben en willen gebruiken voor hun boekbespreking. De enige voorwaarde bij de boeken van thuis, is dat de leerkracht deze eerst dient na te kijken op leeftijd en inhoud alvorens de leerlingen ermee aan de slag mogen. Het kiezen van motiverende werkvormen bij een schrijftaak kan ook helpen bij het stimuleren van de leerlingen. In deze klas gebruikt de leerkracht verschillende werkvormen bij een schrijftaak. Zo hebben de leerlingen reeds gewerkt met volgende werkvormen: partnerwerk, individueel, op de computer tijdens een hoekenwerk, contractwerk, Tijdens de lessen ICT mogen de leerlingen ook tekstjes schrijven op de computer. Eén van de meest begeerde lessen van de week, aldus de leerkracht. IS DE SCHRIJFTAAK RELEVANT? Bij het opstellen van een schrijftaak houdt de leerkracht steeds rekening met de bereiken eindtermen. Wanneer de leerlingen een reeds opgestelde schrijftaak krijgen, uit de handleiding of werkboek, gaat de leerkracht steeds na of deze relevant is naar de eindtermen toe. 5

TE BESTEDEN TIJD EN ZORG AAN EEN SCHRIJFTAAK Op dit gebied scoorde deze leerkracht zeer goed. In de kolom Dit pas ik toe ( ) / dit pas ik niet toe (X) konden we steeds de van dit pas ik toe noteren. Ik plan schrijfopdrachten niet vlak voor een pauze of op het einde van de klasdag. Ik ga flexibel met de tijd om: leerlingen die vroeger klaar zijn, kunnen bijvoorbeeld een boek lezen of iets anders doen. Ik neem een schrijftaak op in contractwerk (bv. in een duo contract), zodat de leerlingen zelf kunnen bepalen wanneer ze de schrijfopdracht precies uitvoeren. Ik geef de leerlingen geregeld tijd om hun schrijfproduct te herschrijven. (Dit is natuurlijk niet nodig voor élk schrijfproduct.). Dit is een belangrijk leermoment: leerlingen reflecteren over hun eigen schrijfproduct. Leerlingen kunnen ook ingezet worden als nalezers: de leerlingen lezen schrijfproducten van klasgenoten na aan de hand van een aantal aandachtspunten die de leerkracht op het bord schrijft of op een werkblaadje aanbiedt. Feedback tijdens de schrijfopdracht Kruip in de rol van de lezer/het doelpubliek: wat zou voor de lezer onduidelijk of verwarrend kunnen zijn? Welke informatie ontbreekt?,... Stel vanuit die rol denkstimulerende vragen: - Wat bedoel je met (...)? - Hoe zit dat precies? - Wie deed dat? - Waarom (..)? Dit pas ik toe ( ) / dit pas ik niet toe (X) Als slot van het interview overliepen we alle leerlingen om zo een betere voorkennis te krijgen over deze leerlingen. LEERLINGEN Wanneer we vroegen welke schrijftaken ze de week ervoor geschreven hadden, werden de leerlingen zenuwachtig. We vroegen hun hoe dat juist kwam. Hierop antwoordden ze dat ze het moeilijk vonden om zich te herinneren welke dingen, zoals ze het zelf noemden, geschreven hadden. Op dit moment konden we teruggrijpen naar de informatie die de leerkracht ons meegedeeld had tijdens het interview met haar. Om de leerlingen verder gerust te stellen grepen we terug naar het bevragen van het verloop van de toets die ze vlak voor het interview dienden te maken. Door te tonen dat je je betrokken voelt, voelen de leerlingen zich meer op hun gemak. Ook het vermelden dat dit geen toets was en er geen foute antwoorden waren stelden de leerlingen gerust en dit uitte zich in het spontaan antwoorden op de vragen. Leerling 1 De eerste leerling die we geïnterviewd hebben, was de verantwoordelijke voor de actualiteit deze week. De bedoeling van deze taak is het volgen van de actualiteit voor een periode van 7 dagen. Hierbij hebben ze enerzijds de keuze uit het volgen van het nieuws hetzij via Karrewiet (kindernieuws) of op één of VTM (nieuws op volwassenniveau) en anderzijds het lezen van artikels op het internet of in de krant. 6

Verder greep hij terug naar de grotere schrijftaken die afgelopen maand gepland stonden. Een voorbeeld dat hij aanhaalde, was het schrijven van een verslag over een boek, een schriftelijke voorbereiding op een boekbespreking. Hierbij had hij het boek De reptielen roof gekozen uit de klasbibliotheek. Zoals hij zelf vermeldde, is hij dol op het thema dino s en reptielen. Ook de taak over het WERO thema de planeten vond hij zeer leuk om te doen. Bij deze opdracht haalde hij spontaan aan dat hij het zelf kiezen van de planeet zeer fijn vond. Bij het bevragen welke schrijftaken hij thuis maakt al dan niet voor school somde hij het volgende op: voorbereidingen voor toetsen en taken en mijn huiswerk. Zelf vermeldde hij dat zijn grote zus een dagboek bij hield, maar dat vond hij iets voor meisjes. Hierna bevroegen we met welke middelen hij het liefst een schrijftaak maakt. Zoals de juf hierbij voorspelde, koos hij voor de computer. Wanneer we vroegen waarom hij voor dit middel koos kregen we volgend antwoord: De computer controleert of ik geen woorden fout geschreven heb en je kan er een prentje bij zetten. Wanneer we bevroegen welke onderwerpen moeilijk waren, om over te schrijven, antwoordde hij meteen met: Het afmaken van een verhaal. Ik weet nooit wat ik dan moet schrijven! Wanneer we hier verder op ingingen werd ons duidelijk dat hij in het algemeen korte zinnen schrijft en moeilijk op woorden komt. Uit onze observaties voor het interview was ons al duidelijk geworden dat deze leerling voldoende fantasie bezit. Bij de klassikale brainstorm in de voormiddag stak hij regelmatig zijn hand in de lucht om ideeën mee te delen aan de rest van de klas, i.v.m. het indienen van een voorstel aan een lokale kunstenaar. Een onderwerp waar hij gemakkelijk over kan schrijven is de jeugdbeweging waar hij lid van is sinds dit jaar. Zoals hij zelf vertelt: Scouts Baasrode, een plaats waar ik elke week weer een nieuw avontuur beleef! Op de vraag: Zou het helpen mochten andere klasgenoten je tekst lezen en je tips kunnen geven, zodat jij je tekst kan verbeteren? : antwoordde hij dat hij dit een goed idee vindt als de juf dit ook OKEY vindt. LEERLING 2 Het interview met de tweede leerling verliep reeds vlotter. Dit meisje was verbaal zeer sterk, wat ons na de eerste vraag meteen duidelijk werd. Als eerste haalde ze de toets Frans aan die gepland stond de week ervoor. Bij deze toets was het de bedoeling dat ze korte woordjes en zinnen noteerden die de juf dicteerde. Hierbij bevroegen we haar wat ze hier moeilijk en gemakkelijk aan vond. Volgens haar is een dictee steeds moeilijk. Ze is zoals de juf eerder vermeldde, visueel ingesteld. Bij een dictee wordt eerder beroep gedaan op de auditieve vaardigheden. Ook zij vermeldde meteen een grotere schrijftaak. De schriftelijke voorbereiding op de boekbesprekingen liet duidelijk zijn sporen na. Trots vertelde ze het volgende: Ik heb mijn boekbespreking gedaan over het boek Mathilda van Roald Dall en dit zonder spiekbriefje! Ook de taak voor het onderwijsvak WERO kwam hier aan bod. Deze leerling had gekozen voor de planeet Venus. Dit onderwerp lag haar zeer nauw aan het hart. Dit werd ons duidelijk door het, zo goed als volledig, kunnen herhalen van alle beschrijvingen over deze planeet. Bij de vraag: Wat schrijf je wanneer je van school naar huis gaat?, vermeldde ze spontaan de voorbereidingen die de eerste leerling reeds vermeldde. Wanneer we hierop verder ging verdiepen en een overgang maakte naar de niet schoolgerelateerde schrijftaken, besprak ze haar dagboek. Zoals ze zelf vermeldde was dit zeer belangrijk voor haar. Al haar geheimen stonden hierin genoteerd en enkel zij mocht dit boek lezen. Hierna bevroegen we met welke middelen zij het liefst een schrijftaak maakt. Zoals de juf hierbij voorspelde, koos zij voor de maken van een schrijftaak met pen en papier. Wanneer we naar de reden vroegen, was het omdat ze thuis geen computer had en ze taken op de computer op school diende te maken. Hierbij vermeldde de leerkracht dat ze steeds de klascomputers ter beschikking stelt voor de leerlingen. 7

Wanneer we bevroegen welke onderwerpen moeilijk waren, om over te schrijven, antwoordde ze meteen met: Broers en zussen. Ik heb een broer, een zus en twee halfbroers. Wanneer ik hierover moet schrijven moet ik van de juf altijd kiezen over wie ik schrijf. En ik kies niet graag tussen hun. Ook vermeldde ze het volgende: De juf heeft waarschijnlijk zelf geen halfbroer of halfzus. Als toekomstige leerkrachten willen wij hierbij aanhalen dat de schrijftaken up to date dienen te zijn. Een samengesteld gezin komt als maar meer voor in de leefwereld van de leerlingen. Een onderwerp waar ze gemakkelijker een schrijftaak kan over maken is van het thema WERO over de tijdslijnen. Hierbij mag ik ook tekenen, aldus het meisje. Op de vraag: Zou het helpen mochten andere klasgenoten je tekst lezen en je tips kunnen geven, zodat jij je tekst kan verbeteren? : antwoordde zij dat ze het liever door de juf eerst laat lezen en dan pas door haar klasgenoten. Dit om de eenvoudige reden dat de juf de tekst kan na kijken op schrijffouten en daarna de leerlingen mogen beoordelen op Waarover het verhaal gaat, zoals ze zelf vertelt. LEERLING 3 Ook hij haalde de actuataak en de boekbesprekingen aan. Ookal was hij niet de leerling die zich vorige week diende te ontfermen over de actua, maar van deze week. Hierbij bevroegen we wat hij reeds gevonden en geschreven had. Hij had al een korte samenvatting gemaakt van de artikel van het weekend ervoor. De actuaopvolging loopt van vrijdag tot donderdag. In verband met de boekbesprekingen vond hij het zeer leuk dat hij een boek van thuis mocht lezen. Hij dat dit voor zijn verjaardag gekregen en zoals hij zelf vertelde: Mama zei dat ik het moest gebruiken voor een boekbespreking. Zelf vermeldde hij de taak voor WERO over de planeten. Hij had gekozen voor de planeet Jupiter. Hij zei hierover het volgende: Ik wou supergraag Jupiter als planeet en ik heb ze ook gekregen van de juf. Over onze planeet moesten we informatie opzoeken. Ik heb dit op de computer gedaan. Bij de vraag: Wat schrijf je wanneer je van school naar huis gaat? vermeldde hij spontaan de voorbereidingen op de toetsen en taken. Hierna bevroegen we met welke middelen hij het liefst een schrijftaak maakt. Bij deze vraag was zijn antwoord zeer duidelijk: Met de computer, want ik kan al snel typen en dan kan ik er prentjes bij zetten! Over de schrijfmiddelen vermeldde de juf reeds in haar interview dat deze leerling moeilijkheden heeft met het schrijven en daardoor zeker voor de computer als schrijfmiddel zou kiezen. Wanneer we bevroegen welke onderwerpen moeilijk waren, om over te schrijven antwoordde hij meteen met: Niets, ik schrijf heel graag hoor. Om deze reden vroegen we specifiek waarover hij dan het liefst schrijft? Over deze vraag diende hij even na te denken. Tot slot antwoordde hij: Spelletjes en de oorlog, weet alleen niet welke? Op de vraag: Zou het helpen mochten andere klasgenoten je tekst lezen en je tips kunnen geven, zodat jij je tekst kan verbeteren? : antwoordde hij dat hij het verbeteren en nalezen liever overliet aan de juf. Dit om de reden dat hij de klasgenoten liever in de spanning houdt. 8

LEERLING 4 De vierde geïnterviewde leerling had reeds een overleg kunnen voeren met de eerste twee geïnterviewde leerlingen. Op deze manier wist hij wat hij moest antwoorden op onze vragen. Hij besprak vooral de boekbesprekingen. Hierover vertelde hij het volgende: Duivelsduister is mijn lievelingsboek en ik mocht van de juf dit gebruiken voor mijn boekbespreking. Ook bij deze leerlingen viel de taak van WERO over de planeten in goede aarde. Hij vond het leuk om zelfstandig informatie op te zoeken en hierover een tekstje te schrijven. Het opzoeken deed hij op de computer, omdat hij op deze manier er enkele prentjes bij kon kleven, aldus de leerling. Net als zijn voorgangers had hij enkel voorbereidingen voor toetsen en taken als schrijftaak thuis. Zoals hierboven reeds vermeld staat, gebruikt deze leerling het liefst de computer als middel om zijn schrijftaak te maken. Moeilijke onderwerpen om over te schrijven waren schrijftaken over vroeger, waarbij hij het volgende vertelde: Hoe moet ik nu weten hoe het vroeger was? De juf vertelt soms verhalen over vroeger, maar daarmee weet je het toch niet? Een onderwerp waar hij gemakkelijker over schrijft is dan de toekomst. Dit thema wordt door vele kinderen als gemakkelijk beschouwd, omdat op deze manier de fantasie wordt geprikkeld, aldus de leerkracht. Wanneer we de vraag stelden wie zijn schrijftaken diende te controleren of na te kijken, zei hij spontaan de juf. Wanneer we vroegen of hij het niet leuker zou vinden als een klasgenootje de tekst eerst las antwoordde hij hierop het volgende: Dat mag toch niet van de juf. Mijn buur mag niet spieken. Hij moet zelf zijn tekst maar verzinnen en schrijven! Na deze uitspraak verduidelijkten we de vraag als volgt: Als je van de juf mag samenwerken met je buur, zou hij of zij dan jouw tekst mogen lezen voor dat je die aan de juf geeft? Hierop antwoordde hij: Natuurlijk, hij kan me helpen. LEERLING 5 Net als zijn vier voorgangers vond hij het een beetje moeilijk om zich duidelijk te herinneren welke schrijftaken ze voorbije week gemaakt hadden. De taken die na een kort geruststellend gesprekje naar voor kwamen waren dezelfde als hierboven beschreven. Wat verschillend was met de andere vier leerlingen was dat hij in verband met de schrijftaken na schooltijd vertelde dat hij deze maakte in de HBK. Hierop was de vraag natuurlijk: Wat is de HBK? Hierop antwoordde hij: De huiswerk begeleidingsklas. Hier moet ik na school blijven tot mama of papa me komt halen. In deze klas mogen we onze taken voor school maken en onze lessen leren tegen de volgende dag. Het is wel gemakkelijk, omdat ik soms iets niet versta en dan kan ik het meteen aan een juf of meester vragen. Tevens vermeldde hij dat hij voeger naar de logopedie ging en daar ook moest schrijven, maar nu heeft hij dit niet meer nodig, vermeldt hij trots. Bij de keuze van middel om een schrijftaak te voltooien koos deze leerling voor de computer. Dit om de eenvoudige reden dat hij hierdoor geen pijn aan zijn hand krijgt en omdat hij zelf een computer heeft. Een moeilijk onderwerp volgens deze leerling is het schrijven over de klas naar bijvoorbeeld een nieuweling. Volgens het is het toch evident dat deze leerling al een klas heeft gezien. Verder vertelt hij: Wat moet ik tegen die nieuweling zeggen? Bij het ondervragen over het controleren door een klasgenoot antwoordde hij spontaan het volgende: Ik heb liever dat mijn buur het eerst nakijkt. We komen heel goed overeen en hij gaat me zeker helpen. Hij kent mijn zotte fantasie ook al en kan mijn geschrift lezen. 9

BIBLIOGRAFIE BOEKEN van Lanen, B. & Van der Donk, C (2009). Praktijkonderzoek in de school. Uitgeverij Coutinho. Bussem. VVKBaO, Van Royen, I. (ill.) (1998). Nederlands. Schrift, DOKO, Brussel. Van Nieuwenhuyze, E. (2014). Communicatieve vaardigheden 5. z.u. Sint-Niklaas. p. 67-69 INTERNET De Nederlands Taalunie. 5 december 2014. Gezocht: leraren in spe die schrijfvaardigheid in het basis- en voortgezet / secundair onderwijs willen onderzoeken (en lectoren / docenten die dat willen begeleiden). (http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/onderzoeksleertaak%20bij%20project%20schrijfvaardigh eid.pdf) Geerts, M. 6 december 2014. De school als schrijfpaleis! Hoe leerlingen liever en beter leren schrijven? Het Schrijfpaleis. Motiverende schrijftaken voor de lagere school. 34 (3). p. 19-25. (http://www.cteno.be/downloads/publicaties/geerts_2005_school_als_schrijfpaleis.pdf) Hoogeveen, M. 5 december 2014. Leren schrijven met peer response en instructie in genrekennis. Tijdschrift Taal. 4 (6). p. 16-26. (http://www.slo.nl/primair/nieuwsbrieven/taal/tt4-6/leren-schrijven-met-peer-response- TT6.pdf/) 10

Bijlagen 11

BIJLAGE 1: DE INTERVIEWS INTERVIEW MET DE LEERKRACHT. 1. Welke schrijftaken hebben de leerlingen voorbije week op school gekregen? (zie lessenplanning) 2. Voor welke vakken waren deze schrijftaken? IS DE SCHRIJFTAAK COMPLEET? 3. Wanneer uw de leerlingen een schrijftaak geeft, krijgen zij dan enkel een onderwerp om over te schrijven (zoals 'Mijn lievelingsdier'), of schrijven ze ook voor een bepaalde lezer/doelpubliek en met een duidelijk doel voor ogen? Zoja, komen deze schrijftaken dan ook weldegelijk bij het doelpubliek terecht? (grootouders, medeleerlingen, ouders, ) functioneel gebruik IS DE SCHRIJFTAAK MOTIVEREND? 2. Doet de schrijftaak een schrijfdrang ontstaan bij de leerlingen? 3. Sluit het onderwerp enerzijds aan bij de interesses en de leefwereld van de leerlingen en daagt het hen anderzijds ook voldoende uit? 4. Wordt er een motiverende werkvorm gekozen? (partnerwerk, individueel, aan de computer tijdens een hoekenwerk, ) 5. Staat de schrijfopdracht niet los, maar is ingebed in een motiverend kader? ( thema WERO, MUZO, ) IS DE SCHRIJFTAAK RELEVANT? 6. Sluit de schrijftaak enigszins aan bij de eindtermen schrijven? De leerlingen schrijven bijvoorbeeld een oproep, uitnodiging of instructie voor leeftijdsgenoten (ET 4.2). De leerlingen schrijven een brief aan een bekende om een persoonlijke boodschap of belevenis over te brengen (ET 4.3). De leerlingen schrijven een verslag van een gebeurtenis, een verhaal of een informatieve tekst voor een gekend persoon (ET 4.4) HOE HOUDT U REKENING MET DE TIJD VOOR EEN SCHRIJFTAAK EN WELKE ZORG BIEDT U AAN? Ik plan schrijfopdrachten niet vlak voor een pauze of op het einde van de klasdag. Ik ga flexibel met de tijd om: leerlingen die vroeger klaar zijn, kunnen bijvoorbeeld een boek lezen of iets anders doen. Ik neem een schrijftaak op in contractwerk (bv. in een duo contract), zodat de leerlingen zelf kunnen bepalen wanneer ze de schrijfopdracht precies uitvoeren. Ik geef de leerlingen geregeld tijd om hun schrijfproduct te herschrijven. (Dit is natuurlijk niet nodig voor élk schrijfproduct.). Dit is een belangrijk leermoment: leerlingen reflecteren over hun eigen schrijfproduct. Leerlingen kunnen ook ingezet worden als nalezers: de leerlingen lezen schrijfproducten van klasgenoten na aan de hand van een aantal aandachtspunten die de leerkracht op het bord schrijft of op een werkblaadje aanbiedt. Feedback tijdens de schrijfopdracht Kruip in de rol van de lezer/het doelpubliek: wat zou voor de lezer onduidelijk of verwarrend kunnen zijn? Welke informatie ontbreekt?,... Stel vanuit die rol denkstimulerende vragen: - Wat bedoel je met (...)? - Hoe zit dat precies? - Wie deed dat? - Waarom (..)? Dit pas ik toe ( ) / dit pas ik niet toe (X) 12

INTERVIEW MET DE LEERLINGEN WAT HEB JE VORIGE WEEK ALLEMAAL GESCHREVEN OP SCHOOL? (ZIE LESSENROOSTER) 1. Wat heb je de laatste week allemaal bij taal of bij Nederlands aan grotere teksten geschreven? 2. Wat heb je de laatste week allemaal bij andere vakken aan grotere teksten geschreven? INDIEN NIETS GESCHREVEN 3. Wat was de laatste grotere tekst die je schreef bij taal of Nederlands? 4. Wat was de laatste grote tekst die je schreef bij een ander vak? 5. Wat heb je vorige week allemaal thuis geschreven? 6. Zijn er dagen dat je meer schrijft thuis? Zoja, wat schrijf je dan zoal? 7. Schrijf je liever een tekst met de hand (pen) of via de computer? 8. Wat zijn volgens jou moeilijke onderwerpen om over te schrijven. Over welk onderwerp schrijf jij het liefst? 9. Zou het helpen mochten andere klasgenoten je tekst mogen lezen en je tips kunnen geven, zodat jij je tekst kan verbeteren? BIJLAGE 2: DE LESSENROOSTER LESSENROOSTER 5 e LEERJAAR: 24/11/2014-28/11/2014 Uren Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag 08u25 09u15 wiskunde wiskunde wiskunde Frans taal: tandemlezen + 2L 09u15 10u05 Turnen taal taal taal taal: spelling 10u05 10u20 speeltijd zwemmen / 10u20 11u10 Frans Frans vrije ruimte wiskunde LBV zwemmen / 11u10 12u00 wiskunde MUZO + 6L wiskunde wiskunde 12u00-13u30 middag 13u30 14u20 taal WERO / MUZO + 6L WERO 14u20 14u35 Speeltijd 14u35 15u25 WERO WERO / MUZO + 6L WERO LBV (= levensbeschouwing): godsdienst, zedenleer, 13