HOOFDSTUK 16: DE ARBEIDSMARKT

Vergelijkbare documenten
1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november

Oefeningen: Soorten marktvormen + Vraag en Aanbod + Marktevenwicht bij volkomen concurrentie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11

Macro-economie examenvragen

5.2 Wie is er werkloos?

Hoofdstuk 8: Volmaakte mededinging

UIT De Phillips curve in het kort

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m Dit boekje elke les meenemen! t/m t/m 2.

5.1 Wie is er werkloos?

Hoofdstuk 2: Wat produceert een onderneming?

Hoofdstuk 2: Prijsvorming door vraag en aanbod

Vraag 1: PRIJSVORMING

HOOFDSTUK 2: DE WERKING VAN DE MARKT HET PRIJSMECHANISME

UIT theorie ASAD

Arbeid = arbeiders = mensen

Samenvatting Economie Lesbrief werk H1 t/m 6

Samenvatting Economie Hoofdstuk 3/7 samenvatting

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en arbeidsmarkt? (openstaande)vacatures. 2)Noem een ander woord voor Werkenden werkgelegenheid.

Samenvatting Economie Werk hoofstuk 1 t/m 3

LOONVORMING BIJ VOLKOMEN CONCURRENTIE. Els Jacobs

UIT De Philips curve in het kort

7,5. Samenvatting door een scholier 1363 woorden 7 februari keer beoordeeld. Lesbrief: Arbeidsmarkt. Hoofdstuk 1: De arbeidsmarkt op

Hoofdstuk 1: Vraag en aanbod

De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn.

Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn:

Oefeningen Producentengedrag

6,9. Samenvatting door een scholier 1762 woorden 21 februari keer beoordeeld. Arbeidsmarkt

Arbeidsmarkt: begrippenlijst

Hoofdstuk 3: Vraag en Aanbod

Oefeningen vraag en aanbod

Hoofdstuk 1: Vraag en aanbod

Errata Economie: oefeningen

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

8,2. Samenvatting door een scholier 1686 woorden 10 februari keer beoordeeld

Proefexamen Macro-economie: verbetering

H3 Hoe werken markten

Herhalingsoefeningen Thema 1: Perfect competitieve markten

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4.1 t/m 4.6

12.2. Afleiding van de globale-aanbodcurve op korte termijn: de visies van Keynes en Friedman

6,9. Samenvatting door Larissa 659 woorden 18 januari keer beoordeeld. Samenvatting Economie Werk & Inkomen H1. Actieven en inactieven:

Werken of vrije tijd?

Domein D: markt (module 3) havo 5

Dé arbeidsmarkt bestaat niet. Het bestaat uit een groot aantal deelmarkten die min of meer met elkaar in verbinding staan.

20.1 Wat is economische groei?!

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 6 (6 vragen van 3 punten = 18 punten)

Categoriale inkomensverdeling

Net omdat het nettoloon verschilt, wordt er in loonsonderhandelingen altijd over brutolonen gesproken.

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en (openstaande)vacatures. arbeidsmarkt? Werkenden 2)Noem een ander woord voor

5,7. Samenvatting door een scholier 1664 woorden 2 januari keer beoordeeld 4.1

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Samenvatting Economie Hoofdstuk 1 t/m 5, Arbeidsmarkt

Samenvatting door een scholier 1905 woorden 16 maart keer beoordeeld. Economie Hoofdstuk 4

Grafieken Economie Hoofdstuk 7

Samenvatting UWV Arbeidsmarktprognose Met een doorkijk naar 2018

Extra opgaven hoofdstuk 17

HT1: Vraag en aanbod - marktevenwicht

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

Indexcijfer productie= indexcijfer werkgelegenheid x indexcijfer arbeidsproductiviteit 100

Eindexamen economie vwo I

Samenvatting Economie Arbeidsmarkt hoofdstuk 1,2,3,4,5

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4

5. Van werkloosheid gesproken

Domein markt: volkomen concurrentie

Dit is het overzicht van de studiestof van het vak Grondslagen Micro-Economie. Het betreft hier een overzicht van de verplichte literatuur.

Uitleg theorie AS-AD model. MEV Wat betekent AS-AD. Aggregated demand: de macro-economische vraag.

Oefeningen op monopolie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel)

Samenvatting Werk & Werkloosheid

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten)

arbeidsparticipatiegraad: de participatiegraad geeft aan welk percentage van de potentiële beroepsbevolking deelneemt aan het

Samenvatting Economie Arbeidsmarkt

Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

1 De bepaling van de optimale productiegrootte

7,2. Samenvatting door een scholier 1510 woorden 30 maart keer beoordeeld

HOOFDSTUK 2: OEFENINGEN

Samenvatting Economie Vervoer

UIT loonruimte en AIQ v1.1

4. Werkloosheid in historisch perspectief

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Transcriptie:

HOOFDSTUK 16: DE ARBEIDSMARKT 1. BEGRIPPE Brutoloon (w b ): contractueel overeengekomen bezoldiging voor het uitvoeren van een bepaalde arbeidsprestatie ettoloon (w n ): loon dat werknemer uiteindelijk overhoudt na betalen van zijn bijdrage aan de sociale zekerheid en de inkomensbelasting. Loonkosten (w g ): kosten voor werkgever bestaande uit het brutoloon vermeerderd met de werkgeversbijdrage aan de sociale zekerheid en andere kosten verbonden met een arbeidscontract. ominale loon (w): het bedrag in geld. Reële loon (w/p): de koopkracht van dat bedrag. 2. HET EVEWICHT OP EE PERFECT COMPETITIEVE ARBEIDSMARKT.B.: De sociale zekerheidsbijdragen en de belastingen worden voorlopig buiten beschouwing gelaten w b = w g = w n = w. 2.1. Het individuele aanbod van arbeid Individuele arbeidsaanbod = f(reële loon (+), niet-arbeidsinkomen (-)) Het effect van het reële loon op het individuele arbeidsaanbod vloeit voort uit de keuze van de gezinnen tussen vrije tijd en arbeid.

Invloed van niet-arbeidsinkomen op het individuele arbeidsaanbod: w/p A 1 niet-arb ink A 0 0 hoeveelheid arbeid 2.2. De individuele vraag naar arbeid Veronderstel: onderneming maximaliseert haar winst en is prijsnemer op zowel de output- als de arbeidsmarkt Winst maximaal als: w/p MFP A MK A = MWP A w = p. MFP A w/p = MFP A (w/p) 1 E 1 (w/p) 0 E 0 MFP A 0 1 0 hoeveelheid arbeid Vraagcurve van arbeid komt overeen met de MFP A -curve Factoren die ligging van de individuele vraagcurve van arbeid beïnvloeden: kapitaalvoorraad ( ) MFP A ( ) en dus verschuift vraagcurve van arbeid naar boven (naar beneden) technologische vooruitgang MFP A of en dus verschuift vraagcurve van arbeid naar boven of naar beneden

2.3. Het evenwicht op de arbeidsmarkt V : marktvraag naar arbeid = som van de vraag van alle ondernemingen : marktaanbod van arbeid = som van het aanbod van alle gezinnen : globale hoeveelheid arbeid Veronderstel: volmaakte mededinging op de arbeidsmarkt, dus individuele gezinnen en bedrijven hebben geen invloed op w/p vrije toe- en uittreding op de arbeidsmarkt perfecte informatie over w/p arbeid is homogene dienst Evenwicht op arbeidsmarkt als V = w/p V (w/p) 1 (w/p)* E 0 * 1 2 Factoren die de ligging van beïnvloeden: niet-arbeidsinkomen (zie slide 1) bevolking op werkbekwame leeftijd participatiegraad bijdrage aan sociale zekerheid (zie slides 4-7) Factoren die de ligging van V beïnvloeden: kapitaalvoorraad(zie slide 2) technologische vooruitgang (zie slide 2) bijdrage sociale zekerheid (zie slides 4-7).B.: Als de arbeidsmarkt perfect concurrentieel is, bestaat er geen onvrijwillige werkloosheid in het globale arbeidsmarktevenwicht. Onvrijwillige werkloosheid is dan alleen mogelijk als (w/p) > (w/p)*. Bijvoorbeeld (w/p) 1 in figuur met onvrijwillige werkloosheid gelijk aan 1 2.

3. HET EFFECT VA DE SOCIALE ZEKERHEID 3.1. Inleiding Veronderstel een perfect competitieve arbeidsmarkt. Aanpak analoog met belasting op producent/consument. Model: V = f(w g /p) = g(w n /p) w g /p = (1 + τ g ) w b /p w n /p = (1 - τ n ) w b /p Voor invoering verplichte werknemersbijdrage en verplichte werkgeversbijdrage: evenwicht = V berekenen geen probleem, want τ n = τ g = 0 en dus w n /p = w g /p = w b /p. 3.2. Verplichte werknemersbijdrage (τ n > 0 en τ g = 0) Evenwicht = V berekenen nu wel een probleem want w n /p w g /p. Oplossing: druk en V uit in termen van w b /p (de marktprijs): A = g((1 - τ n ) w b /p) aanbodcurve wentelt omhoog (want w b /p > w n /p) V = f(w b /p), want w g /p = w b /p A = V oplossen geeft: (w b /p) 1 = (w g /p) 1 en (w n /p) 1 = (1 - τ n ) (w b /p) 1 (af te lezen op oude aanbodcurve)

(w b /p) E 1 (w b /p) 1 = (w g /p) 1 (w g /p) 0 = (w n /p) 0 = (w b /p) 0 E 0 (w n /p) 1 V 0 1 0 Interpretatie: De aanbodcurve wentelt omhoog van naar omdat de werknemers, om eenzelfde reëel nettoloon te krijgen, nu een hoger reëel brutoloon nodig hebben

3.3. Verplichte werkgeversbijdrage (τ n = 0 en τ g > 0) Evenwicht = V berekenen nu wel een probleem want w n /p w g /p. Oplossing: druk en V uit in termen van w b /p (de marktprijs): = g(w b /p), want w n /p = w b /p V = f((1 + τ g ) w b /p) vraagcurve wentelt omlaag (want w b /p < w g /p) = V oplossen geeft: (w b /p) 1 = (w n /p) 1 en (w g /p) 1 = (1 + τ g ) (w b /p) 1 (af te lezen op oude vraagcurve) W b /p (w g /p) 1 (w g /p) 0 = (w n /p) 0 = (w b /p) 0 (w b /p) 1 = (w n /p) 1 E 1 E 0 V V 0 1 0 Interpretatie: De vraagcurve wentelt omlaag van V naar V omdat de werkgever bij elke hoeveelheid arbeid en gelijke loonkosten slechts een lager reëel brutoloon bereid is te betalen.

3.4. Verplichte werknemers- én werkgeversbijdrage tegelijkertijd (τ n > 0 en τ g > 0) Evenwicht = V berekenen nu wel een probleem want w n /p w g /p Oplossing: druk en V uit in termen van w b /p (de marktprijs): V = f((1 + τ g ) w b /p) vraagcurve wentelt omlaag A = g((1 - τ n ) w b /p) aanbodcurve wentelt omhoog A = V oplossen geeft: (w b /p) 1 en (w n /p) 1 = (1 - τ n ) (w b /p) 1 (af te lezen op oude aanbodcurve ) (w g /p) 1 = (1 + τ g ) (w b /p) 1 (af te lezen op oude vraagcurve V ) W b /p (w g /p) 1 (w b /p) 1 E 1 (w g /p) 0 = (w n /p) 0 = (w b /p) 0 E 0 (w n /p) 1 V V 0 1 0

4. DE ATUURLIJKE WERKLOOSHEID 4.1. Definities Arbeidsmarkt is in werkelijkheid géén perfect competitieve markt: vakbonden en werkgeversorganisaties hebben invloed op loon geringe arbeidsmobiliteit werkgevers en werkzoekenden hebben geen perfecte informatie arbeid is niet homogeen Een globaal arbeidsmarktevenwicht kan nu samengaan met onvrijwillige werkloosheid (= evenwichtswerkloosheid). natuurlijke werkloosheid in ruime zin = evenwichtswerkloosheid + onevenwichtswerkloosheid evenwichtswerkloosheid (= natuurlijke werkloosheid in enge zin): de werkloosheid waarbij voor iedere werkloze een vacature voorradig is (er is een macro-economisch arbeidsmarktevenwicht, maar niet alle deelmarkten zijn in evenwicht) = frictionele werkloosheid: ontstaat a.g.v. het feit dat het tijd vraagt om een succesvolle koppeling tussen een werkzoekende en een vacature te bewerkstelligen + structurele werkloosheid: ontstaat a.g.v. feit dat in bepaalde sectoren de tewerkstelling afneemt en in andere sectoren toeneemt, maar vraag en aanbod van arbeid niet op elkaar zijn afgestemd. onevenwichtswerkloosheid: ontstaat a.g.v. het feit dat de lonen door wettelijke bepalingen en het gedrag van werkgevers en werknemers, te hoog kunnen zijn om een globaal evenwicht op de arbeidsmarkt mogelijk te maken.

Conjuncturele werkloosheid: de bijkomende werkloosheid die resulteert uit een vertraging of een teruggang van de economische activiteit (zie H 21-23) 4.2. Mogelijke verklaring voor evenwichtswerkloosheid (w/p) (w/p) (w/p) (w/p) 2 (w/p) 0 (w/p) 1 V 1 V 0 V 1 V 0 V O D C B O B E F O H G sector 1 sector 2 alle sectoren Veronderstel: Ligging en helling van zowel vraag- als aanbodcurve van arbeid zijn identiek in beide sectoren. Initiële evenwicht bij (w/p) 0 met tewerkstelling in sector 1 = tewerkstelling in sector 2 = OB. Totale tewerkstelling = OG = 2 OB. A.g.v. verschuiving van de vraagcurve van V 0 naar V 1 in beide sectoren daalt, bij reële loon (w/p) 0, de arbeidsvraag in sector 1 met DB en in sector 2 stijgt de arbeidsvraag met BF en DB = BF globale arbeidsmarktevenwicht onveranderd Drie scenario s: A. Perfecte loonflexibiliteit sector 1: reële loon tot (w/p) 1 tewerkstelling met CB tot OC gemiddelde reële loon = (w/p) 0 CB = BE dus totale tewerkstelling = OG géén werkloosheid sector 2: reële loon tot (w/p) 2 tewerkstelling met BE tot OE

B. Reële loonrigiditeit en perfecte intersectoriële arbeidsmobiliteit Reële loon = vast = (w/p) 0 sector 1: sector 2: werkloosheid = DB aantal vacatures = BF = DB werknemers in beide sectoren vormen homogene groep en perfecte arbeidsmobiliteit sector 1: tewerkstelling tot OD totale tewerkstelling = OG sector 2: tewerkstelling tot OF géén werkloosheid C. Reële loonrigiditeit en geen intersectoriële arbeidsmobiliteit Reële loon = vast = (w/p) 0 sector 1: sector 2: werkloosheid = DB aantal vacatures = BF = DB werknemers in beide sectoren vormen geen homogene groep en/of geen arbeidsmobiliteit er is een globaal arbeidsmarkt evenwicht, maar dit verbergt een evenwichtswerkloosheid (=natuurlijke werkloosheid in enge zin) gelijk aan HG = BD