Eerste Hulp bij Hoogbegaafdheid Praktisch handboek voor leerkrachten en ouders om vaardig te worden in het begeleiden van (hoog)begaafde kinderen Marian viel in onze opleiding al op als een bijzonder toegewijde en breed onderbouwde student die van aanpakken weet. Dit blijkt ook nu weer uit dit bijzonder complete toepasbare boek. Een waardevolle handleiding voor de praktijk! Tijl Koenderink - Novilo Marian levert met haar handboek "Eerste hulp bij hoogbegaafdheid" een zeer waardevolle bijdrage aan de gereedschapskist van de leerkracht die werkt met hoogbegaafde leerlingen. Eerst herkennen en erkennen, daarna lekker aan de slag. Een mooie mix van het aanleren van vaardigheden en inhoud. Helemaal in de geest van de Novilo-filosofie van lekker in je vel zitten en goed tot je recht komen! Roland Louwerse Novilo/VO op Niveau Het boek "Eerste hulp bij hoogbegaafdheid" is een complete bron van informatie waarmee iedere leerkracht van hoogbegaafde kinderen direct aan het werk kan. Marian is een warme persoonlijkheid, die met haar bedrijf SlimVaardig passende hulp biedt bij kinderen die dit nodig hebben. Pauline Groeneveld Talentbegeleider Joy4Talent Dit boek geeft een heldere en brede helicopterview van de meest voorkomende thema s rondom hoogbegaafde kinderen. Het is met voorbeelden uit de praktijk toegelicht en biedt tips voor leerkrachten. Ook gaat het boek in op de kwetsbare kant van het thema hoogbegaafdheid, want niet alleen de hoge intelligentie maar juist het intense gevoelsleven van deze kinderen is zo essentieel om kennis van te nemen. Thuis en in het onderwijs. Sonja Morbé Specialist Hoogbegaafdheid WijsSein
ISBN: ISBN/EAN 9789491942006 Copyright 2016 Marian Plat Grafische vormgeving Cynthia Schoorl Productie Hollandridderkerk Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgenomen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Dit is een uitgave van www.slimvaardig.nl Werkbladen zijn op de website beschikbaar. 2
Voorwoord Voor je ligt het boekje Eerste hulp bij hoogbegaafdheid. Tijdens mijn opleiding tot talentbegeleider bij Novilo kreeg ik van een basisschooldirecteur het verzoek om iets te schrijven waar zijn leerkrachten in de klas ook echt iets mee kunnen doen. Hij gaf aan dat ze graag iets wilden doen voor hoogbegaafde leerlingen, maar hier nog niet vaardig genoeg in waren. Mijn docent Tijl Koenderink stimuleerde mij om dit doel te verwezenlijken. Het idee was geboren en ik ben ermee aan de slag gegaan. De Nicolaasschool in Volendam heeft het boek als eerste in gebruik genomen en van hen kreeg ik tips en tops waarmee ik mijn verhaal kon aanscherpen. Het boek is een praktisch handboek geworden voor leerkrachten vol ideeën en tips. Het is ook bedoeld voor mensen die al een cursus over hoogbegaafdheid hebben gevolgd, want de kennis toepassen in de praktijk blijkt niet altijd eenvoudig. Ik ben in dit boek uitgegaan van vijf elementen die ik belangrijk vind bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen: verbinding, groeigericht leren, cognitieve uitdaging, leerdoelen en uitvoerende vaardigheden. Sommige onderwerpen komen maar kort aan bod, terwijl er veel meer over valt te vertellen. Ik heb geprobeerd om het boek niet te lang te maken. Als je geprikkeld bent door een onderwerp en er graag meer over wilt weten, kun je mijn website raadplegen voor een workshop, een opleiding of een literatuurtip (zie ook de literatuurlijst). Bij sommige onderwerpen staan tips voor in de praktijk. Deze bladzijden kun je herkennen aan het puzzelstukje rechts bovenin de pagina: De werkbladen in het boek kunnen op A4-formaat worden gedownload op de website www.slimvaardig.nl Dit boek kan een bijdrage leveren aan het begrijpen en begeleiden van hoogbegaafde leerlingen. Veel onderwerpen zijn niet alleen van toepassing op hen, maar ook op andere leerlingen. Als je een opmerking of aanvulling hebt, hoor ik dit altijd graag. Dit kun je doorgeven via info@slimvaardig.nl. Veel leesplezier. Marian Plat 3
Inhoud 1 Theoretische basis 1.1 Wat is hoogbegaafdheid. 8 1.2 Zijnsluik 12 1.3 Sociaal-emotioneel. 15 1.4 A-synchrone ontwikkeling. 16 1.5 Verhaal Cheetah!. 17 1.6 Verschillende profielen 18 1.7 Karakteristieken van hoogbegaafde leerlingen..23 1.8 Tools om te signaleren. 26 1.8.1 Intake. 26 1.8.2 Menstekening.. 26 1.8.3 Protocollen. 27 1.8.4 Leerlingvolgsysteem... 28 1.8.5 Signaleren door te observeren. 28 1.8.6 Iq-test... 29 1.9 Misdiagnoses... 30 Samenvatting Theoretische basis.... 32 2 Verbinding 2.1 Erkenning en herkenning... 33 2.2 Hooggevoeligheid. 34 2.2.1 2.2.1 Intellectuele hooggevoeligheid. 34 2.2.2 Verbeeldende hooggevoeligheid 35 2.2.3 Emotionele hooggevoeligheid.. 36 2.2.4 Zintuiglijke hooggevoeligheid 37 2.2.5 Psychomotorische hooggevoeligheid.. 38 2.3 Relatie leerkracht leerling.. 39 2.4 Ontwikkelingsgelijken 40 4
2 Verbinding 2.5 Plusklas...... 41 2.5.1 Draagvlak en randvoorwaarden.. 42 2.5.2 Visie en beleid.. 42 2.5.3 Criteria leerkracht en leerling 43 2.5.4 Doel en inhoud... 44 2.5.5 Evaluatie en communicatie... 45 2.6 Versnellen.... 46 Samenvatting Verbinding..... 48 3 Groeigericht leren 3.1 Mindset leerling en leerkracht... 49 3.2 Attributiestijlen en eigenaarschap... 56 3.2.1 Attributiestijlen.. 56 3.2.2 Eigenaarschap. 57 3.3 Autonomie 62 3.4 Perfectionisme en faalangst... 66 3.5 Motivatie.. 70 Samenvatting Groeigericht leren. 74 4 Cognitieve uitdaging 4.1 Differentiëren.... 75 4.2 Compacten.. 76 4.2.1 Waarom compacten... 76 4.2.2 Wie komt er in aanmerking voor compacten... 76 4.3 Verrijken verdiepen verbreden.... 77 4.3.1 Verrijkingswerk..... 77 4.3.2 Verdiepen..... 77 4.3.3 Verbreden.. 78 4.4 Taxonomie van Bloom.... 82 4.5 Top down leren.... 84 4.6 Kleuters.. 85 4.7 Materialen... 85 Samenvatting Cognitieve uitdaging... 88 5
5 Leerdoelen 5.1 Altijd een leerdoel kiezen.. 89 5.2 Leerdoelen kiezen met behulp van de Vaardighedenlijst... 90 5.3 Onderpresteren niets doen geen optie 93 5.4 Zelfstandig werken.... 94 5.5 Handelingsformulier leerling van probleem naar vaardigheid.. 96 5.6 Evaluatieformulier leerling van probleem naar vaardigheid.. 98 5.7 Leer- en werkstrategieën met TASC. 99 5.8 Planformulier voor leerlingen werken met TASC. 103 Samenvatting Leerdoelen. 106 6 Uitvoerende vaardigheden 6.1 Wat zijn executieve functies (uitvoerende vaardigheden)?. 107 6.2 Waarom het trainen van de executieve functies voor alle kinderen belangrijk is.... 108 6.3 De executieve functies in relatie tot de 7 uitdagingen van Tijl Koenderink.... 109 6.4 Relatie tussen executieve functies en de schoolprestaties. 112 6.5 De sociale en emotionele vaardigheden, de zelfsturende vaardigheden en de leervaardigheden. 112 6.6 Vragenlijst executieve functies. 114 6.7 Sociale en emotionele vaardigheden 6.7.1 Emotieregulatie. 115 6.7.2 Flexibiliteit. 115 6.7.3 Reactie inhibitie. 116 6
6.8 Zelfsturende vaardigheden 6.8.1 Taakinitiatie.... 123 6.8.2 Timemanagement 123 6.8.3 Planning en prioritiseren. 123 6.8.4 Organiseren.. 124 6.8.5 Metacognitie... 124 6.9 Leervaardigheden 6.9.1 Werkgeheugen.. 132 6.9.2 Volgehouden aandacht 132 6.9.3 Doelgericht doorzettingsvermogen... 133 Samenvatting Uitvoerende vaardigheden. 138 Vragenlijst executieve functies voor kinderen 139 Bijlage menstekening 143 Literatuurlijst.. 146 7
1 Theoretische basis 1.1 Wat is hoogbegaafdheid? Als je deze vraag aan een willekeurig persoon zal stellen, zal het antwoord vaak zijn: een kind dat heel erg intelligent is en er op school met kop en schouders bovenuit steekt. Regelmatig wordt aan de genieën uit onze samenleving gedacht bij wie het leren vanzelf gaat. Een Amerikaanse wetenschapper, Lewis Terman, had dezelfde gedachte. Hij was in de ban van de iq-test en besloot in 1920 om een groep kinderen te volgen die allemaal hoog scoorden op die test. Hij beschouwde deze kinderen als de elite van de toekomst. De groep bestond uit ongeveer 800 jongens en 700 meisjes en zij werden hun hele leven gevolgd. In 1957, toen de kinderen tussen de 45 en 50 jaar oud waren, moest hij concluderen dat zijn hypothese van gegarandeerd succes op lange termijn niet kon worden bevestigd. De deelnemers aan het onderzoek hadden lang niet allemaal een goede opleiding afgrond, waren niet allemaal rijk en waren niet allemaal gelukkig, zoals Terman van tevoren had gedacht. Een hoog iq garandeert dus niet dat je een succesvol leven zult leiden. Helaas hebben de meeste mensen dit idee over hoogbegaafde kinderen vandaag de dag nog steeds. Als een hoogbegaafd kind niet goed scoort op school, rijst al snel de vraag of het wel écht een hoogbegaafd kind is. Van hoogbegaafde kinderen verwacht je toch immers goede resultaten? Hieronder wordt een tabel weergegeven met de verdeling van iq-scores. Tegenwoordig wordt ervan uitgegaan dat iemand hoogbegaafd is als zijn iq boven de 130 ligt. Dit is zo bij 2,3% van de bevolking. Dat staat gelijk aan 1 op de 44 mensen. 8
Als het iq van iemand boven de 130 ligt, betekent dit dus niet automatisch dat deze persoon ook altijd uitzonderlijke prestaties laat zien. Het potentieel zit erin, maar zal er niet altijd vanzelf uitkomen. Voor het tot uiting komen van succes bij hoogbegaafde kinderen zijn meerdere factoren van belang. Er wordt wel gesteld dat er zoiets bestaat als de optimale intelligentie: Iemand met een iq van tussen de 120 en 130 is bijvoorbeeld slim genoeg om de taken op school of op het werk met gemak te kunnen uitvoeren, maar niet zó slim dat hij of zij daardoor moeite krijgt met de communicatie met anderen. De meeste leiders in onze cultuur komen uit deze groep met optimale intelligentie. Mensen met een iq hoger dan 130 voelen zich vaak anders dan anderen, en als volwassenen hebben ze meestal maar een kleine groep vrienden bij wie ze zich begrepen, geaccepteerd, gewaardeerd en op hun gemak voelen (Webb, 2013, 5). De wetenschapper Renzuli (1997) stelde het volgende: Begaafd gedrag wordt gezien bij bepaalde mensen, op bepaalde tijden en onder bepaalde omstandigheden. Hij spreekt over begaafd gedrag in plaats van hoogbegaafdheid. De interactie en overlap tussen meer dan gemiddeld vermogen (dus niet per se iq 130), taakgerichtheid en creativiteit, creëert de omstandigheden waarin begaafd gedrag naar voren komt. Het bovengemiddelde vermogen is vrij constant, maar creativiteit en taakgerichtheid komen naar voren in een bepaalde situatie, context en tijd. Hij richt zich dus bewust op het begaafd gedrag dat naar voren kan komen door stimulerende omgevingsfactoren zoals onderwijs, gezin en peers. Model van Renzulli 9
Model van Gardner Gardner (1983) geeft aan dat er meerdere gebieden zijn waarin intelligentie zich kan openbaren. Hij maakt onderscheid tussen acht verschillende intelligenties. Heller en Gagné (2010) vullen deze acht intelligenties van Gardner aan met niet-cognitieve persoonlijkheidskenmerken en omgevingsfactoren. Heller (2010) heeft het beeld compleet gemaakt met zijn multifactorenmodel. In dit model is goed te zien dat er diverse gebieden zijn waar iemand begaafd in kan zijn. Het laat eveneens zien dat diverse factoren invloed hebben op de ontplooiing van het talent van een hoogbegaafd kind. Model Heller 10
Tot slot is er nog het Delphi-model hoogbegaafdheid. In 2007 zijn twintig experts op het gebied van hoogbegaafdheid tot een gezamenlijke omschrijving van hoogbegaafdheid gekomen: Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren. Mijn visie: Een kind wordt hoogbegaafd geboren en vaak is één of zijn beide ouders ook hoogbegaafd. Er zijn maar weinig hoogbegaafde leerlingen die je direct herkent door hun goede prestaties. Toch kun je hoogbegaafde leerlingen leren herkennen door hun zijnskenmerken (zie 1.2 zijnsluik). Als de school, vrienden en het gezin geen positieve invloed uitoefenen kan het zijn dat er geen sprake is van hoogbegaafd gedrag in de leeromgeving, en dat je het hoogbegaafde kind niet zult herkennen. Zelfs als een kind hoogbegaafd is, hoeft het niet zo te zijn dat het overal goed in is. Het kan ook excelleren op één gebied. Een kind kan echter wel voelen dat het anders is dan andere kinderen en daardoor minder aansluiting hebben of zich proberen aan te passen. Het kan er dan vaak niet de vinger op leggen waarom dit zo is. Dit kan leiden tot een laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen en zelfs depressiviteit. 11
Het is voor het kind belangrijk dat de hoogbegaafdheid erkend wordt en dat het kind als persoon gezien wordt. Als dit gebeurt, krijgt het de motivatie om beter te presteren en voelt het zich ook beter. Het is belangrijk voor deze kinderen dat er gekeken wordt naar welke vaardigheden ze nog zouden kunnen leren, en dat ze hierbij geholpen worden. Het normale aanbod lesprogramma leert ze niet de vaardigheden die ze in de toekomst nodig zullen hebben. Als een kind niet wordt herkend als hoogbegaafd, zal er toch in de thuissituatie en in een eventuele werkomgeving wel sprake zijn van hoogbegaafd gedrag, dat tot uiting zal komen als de genoemde zijnskenmerken. Voor ouders en leerkrachten kan dit verwarrend zijn en het kan moeilijk zijn om hiermee om te gaan. Regelmatig gebeurt het dat er een verkeerde diagnose wordt gesteld, met alle gevolgen van dien. Door de aangeboren gedrevenheid en nieuwsgierigheid kan het wel zijn dat er op latere leeftijd toch rusteloosheid ontstaat, en dat het kind/de volwassene op zijn eigen wijze nieuwe dingen gaat leren, op zijn eigen manier. 1.2 Zijnsluik Hoogbegaafdheid bestaat niet alleen uit het cognitieve deel dat in het voorgaande werd beschreven. Naast het cognitieve deel is er ook nog het zijnsdeel. Dr. Tessa Kieboom van het CBO Antwerpen noemt dit het zijnsluik (model: Dineke Sinke). De manier van zijn kan niet worden gemeten door een intelligentietest, maar dit deel bepaalt wel mede het functioneren van een leerling. Bij hoogbegaafde kinderen zijn dit overeenkomstige karaktereigenschappen. Er zijn vier zijnskenmerken: perfectionisme, rechtvaardigheidsgevoel, hypergevoeligheid en een kritische instelling. 12
Model zijnsluik Perfectionisme faalangst Perfectionisme is een van de meest ingrijpende eigenschappen bij hoogbegaafdheid. Hoogbegaafden leggen de lat heel hoog voor zichzelf. Ze zijn pas tevreden over de eigen prestaties als deze aan hun eigen eisen voldoen. Ze willen geen fouten maken. Dit wordt door henzelf als falen beschouwd. Wanneer iets niet lukt, ontstaat er een sterke vorm van faalangst. Dit kan leiden tot vluchtgedrag waardoor ze een opdracht helemaal niet meer willen maken. Voor een leerkracht kunnen de eisen die kinderen aan zichzelf stellen moeilijk te achterhalen zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld denken dat de taak die gegeven is te moeilijk voor ze is. 13
Het is voor deze kinderen erg belangrijk om frequent op het hart gedrukt te krijgen dat fouten maken menselijk is en dat het positieve van fouten maken is dat je ervan kunt leren. Het aanbieden van complexere taken is noodzakelijk om het perfectionisme enigszins in goede banen te leiden. En dan nog blijft het moeilijk omdat het perfectionisme niet makkelijk verandert. Hoogbegaafde kinderen zullen moeten leren om hiermee om te gaan door kleine stapjes te maken. Rechtvaardigheid Hoogbegaafde kinderen hechten vaak veel waarde aan eerlijkheid en rechtvaardigheid. Dit komt niet alleen voor in het eigen voordeel maar ook in dat van anderen. Voor deze kinderen zijn regels en gemaakte afspraken erg belangrijk. Op dit gebied is er veel raakvlak met autisme. Ook gemaakte beloftes zijn erg belangrijk. Als deze verbroken worden, willen ze hiervoor een goede reden hebben en kunnen ze dit niet zo snel loslaten. Als dit gebeurt, kun je het beste de reden voor het verbreken van de belofte op een duidelijke en volwassen manier uitleggen, om te voorkomen dat er lange discussies ontstaan met leerkrachten of ouders over wat wel of niet eerlijk en rechtvaardig is. Een hoogbegaafd kind neemt het niet voor lief als een situatie een ene keer anders wordt ingeschat dan een andere keer. Hij vindt het bijvoorbeeld niet eerlijk als hij nu wel straf krijgt, terwijl een ander kind de vorige keer geen straf kreeg voor dezelfde overtreding van een regel. Het constant in discussie willen gaan kan leiden tot botsingen met leerkrachten. Het rechtsvaardigheidsgevoel kan mede tot uiting komen in idealisme. Hoogbegaafde kinderen zijn dikwijls erg begaan met wereldgebeurtenissen of rampen. Ze kunnen bijvoorbeeld erg van slag zijn door een item over oorlog of terrorisme op het nieuws, omdat ze niet kunnen begrijpen dat volwassenen tot dit soort dingen in staat zijn. Hypergevoeligheid Door de hypergevoeligheid hebben hoogbegaafde kinderen veel intensere indrukken en waarnemingen dan andere leeftijdsgenoten. Ze lijken een extra emotionele sensor of speciale vorm van bewustzijn te hebben waardoor ze zelfs de kleinste emoties van anderen oppikken. Door de hypergevoeligheid en het complexere denken ervaren ze een veel grotere emotionele intensiteit. Dit kan op verschillende manieren tot uiting komen en leiden tot grote angsten. Hoogbegaafde kinderen zijn vaak banger en ongeruster dan anderen kinderen. Ze zijn zich sterk bewust van wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Ze maken sneller van een mug een olifant en ze kunnen een kleine afwijzing zwaar opnemen. Het kan voor deze kinderen een uitkomst bieden om een training te volgen waarin ze leren om beter om te gaan met alle indrukken. 14
Intensiteit hoort bij hoogbegaafdheid en veel kinderen hebben een levendige fantasie. Ze kunnen hierdoor ook wel stress ervaren. Als ze uit het raam zitten te staren in plaats van te werken kunnen ze in hun eigen fantasiewereld zijn. Het is belangrijk deze hypergevoeligheid niet te verwarren met jonger of ouder zijn op sociaal-emotioneel vlak. Als kinderen snel huilen betekent het niet dat ze nog niet toe zijn aan het spelen met grotere kinderen. Het kan betekenen dat alles hen intenser raakt. Het is gewoon anders. Hoogbegaafde kinderen kun je mede herkennen aan de intensiteit die ze thuis of op school laten zien. Het is goed om deze kinderen te laten praten over hun angsten en gevoelens, zodat je kunt uitleggen dat dit bij hen hoort. Het is hierdoor voor veel van deze kinderen veel intensiever om mee te doen aan grootschalige evenementen op school. Ze kunnen hierdoor overweldigd raken, ook als ze ouder zijn. Ga er dus niet van uit dat alle kinderen schoolreisjes, evenementen etc. leuk vinden. Hypergevoelige kinderen kunnen de vele prikkels soms niet verwerken en soms is het beter voor ze om niet deel te nemen aan deze activiteiten. Betrek de leerling altijd bij deze beslissing. Kritische instelling Hoogbegaafde kinderen zijn vaak erg kritisch ingesteld. Ze zijn kritisch naar zichzelf toe, maar ook naar anderen. Ze merken de kleine dingen op en kunnen dit dan ook zeggen tegen anderen op een directe, eerlijke manier. Dit komt niet altijd goed over. Ze moeten leren om boodschappen beter te verpakken, en dat ze niet botweg alles kunnen zeggen. Ze moeten ook leren dat het op sommige momenten beter is om te zwijgen. Door hun kritische instelling kunnen ze erg rigide overkomen in de interpretatie van een situatie. Als een leerkracht op de eerste dag een situatie niet goed heeft afgehandeld, dan wordt dit niet vergeten en kan het zijn dat de leerkracht voor de rest van het jaar niets meer goed doen in de ogen van het kind. De leerling zal zich niet snel gewonnen geven en de discussie steeds blijven aangaan met de leerkracht. Het is belangrijk om in zo n situatie een oplossingsgericht gesprek te voeren, eventueel met de ouders erbij, om de relatie tussen de leerkracht en de leerling te herstellen. 1.3 Sociaal-emotioneel Over de sociaal-emotionele kant van hoogbegaafde kinderen kunnen nogal wat misverstanden zijn. Regelmatig wordt nog gedacht dat, omdat ze intellectueel zeer begaafd zijn, ze slechter om kunnen gaan met emoties. Het is inderdaad zo dat deze kinderen meer belemmeringen tegenkomen in het leren omgaan met andere kinderen en in het leren omgaan met emoties. Dit heeft echter een andere oorzaak dan en beperkte sociaalemotionele ontwikkeling. 15