INHOUDSOPGAVE Ms Word 2007 Inleiding... 11 Overzicht van de functietoetsen... 12 DEEL 1 Eenvoudige tekstverwerking... 13 1 Ms Word starten... 13 2 De schermonderdelen... 14 3 Opdrachten geven... 16 3.1 Het lint gebruiken... 16 3.2 Een snelmenu gebruiken... 17 3.3 De werkbalk Snelle toegang gebruiken... 18 3.4 Het toetsenbord gebruiken... 18 4 De helpfunctie... 18 4.1 Zoeken met trefwoorden... 19 4.2 De inhoudsopgave raadplegen... 21 4.3 De website Microsoft Office Online gebruiken... 21 4.4 Online- of offline-hulp gebruiken... 23 5 Een document opstellen... 25 5.1 Tekst intypen... 25 5.2 Verplaatsingen binnen een document... 26 5.3 Verbeteringen aan een document... 27 5.4 Een document bekijken met Afdrukvoorbeeld... 28 5.5 Een document afdrukken... 29 5.6 Een document bewaren... 30 5.7 Een document opvragen... 34 5.8 Een document verwijderen... 35 6 Verschillende weergaven gebruiken... 37 6.1 De documentweergaven... 37 6.2 Miniaturen gebruiken... 38 6.3 Opmaakmarkeringen weergeven of verbergen... 38 6.4 In- en uitzoomen op het document... 38 7 Marges instellen... 39 8 Tekst uitlijnen... 41 9 Tekst opmaken... 42 10 Tekst selecteren: werken met tekstdelen... 49 11 Tekst verplaatsen en kopiëren... 53 11.1 Tekst verplaatsen... 53 11.2 Tekst kopiëren... 53 11.3 De opmaak kopiëren... 54
12 Spelling- en grammaticacontrole... 56 12.1 Spelling- en grammaticacontrole tijdens het typen... 56 12.2 De spelling- en grammaticacontrole activeren... 58 12.3 Tekst overslaan tijdens een controle... 60 12.4 De opties van de controle wijzigen... 60 13 Zoek- en vervangopdrachten... 62 13.1 De zoekopdracht... 63 13.2 De vervangopdracht... 65 14 Tabulaties gebruiken... 68 14.1 Soorten tabulaties... 68 14.2 De standaardtabs gebruiken... 68 14.3 Tabulatieposities instellen, wijzigen en verwijderen... 69 15 Alineaopmaak... 73 15.1 Inspringen... 73 15.1.1 Met het lint of de miniwerkbalk... 73 15.1.2 Met het toetsenbord... 73 15.1.3 Met de liniaal... 74 15.1.4 Met het dialoogvenster Alinea... 74 15.2 Hangend inspringen... 74 15.2.1 Met het toetsenbord... 74 15.2.2 Met de liniaal... 75 15.2.3 Met het dialoogvenster Alinea... 75 15.3 De eerste lijn van een alinea laten inspringen... 76 15.3.1 Met de liniaal... 76 15.3.2 Met het dialoogvenster Alinea... 76 15.4 Regelafstand binnen een alinea... 78 15.5 Een afstand vóór of na een alinea ingeven... 80 15.6 Randen en arcering... 80 15.6.1 Het lint gebruiken... 80 15.6.2 Het dialoogvenster Randen en arcering gebruiken... 81 15.7 Genummerde en niet genummerde opsommingen... 84 15.7.1 Een lijst maken... 84 15.7.2 De standaardinstellingen wijzigen... 85 15.7.3 Automatische opsommingen... 88 15.7.4 Een opsomming alfabetisch sorteren... 89 16 Stijlen gebruiken... 90 16.1 De ingebouwde stijlen gebruiken... 91 16.2 Een stijl maken... 93 16.2.1 Het snelmenu gebruiken... 93 16.2.2 Het taakvenster gebruiken... 94 16.3 Een stijl aanpassen... 95 16.4 Een stijl verwijderen... 96 16.5 De opmaak, kleuren of lettertypen van de stijlen wijzigen... 96 16.6 Een stijl vervangen door een andere stijl... 96 16.7 De opmaak weergeven en wijzigen... 97 16.8 Stijlen beheren... 97 16.9 De opmaak verwijderen... 99 16.10 Een lijst met de stijlen afdrukken... 99 16.11 De documentstructuur weergeven... 100
17 Thema s... 100 17.1 Een thema toepassen... 100 17.2 Een thema wijzigen... 101 17.3 Een thema maken... 102 17.4 Een thema verwijderen... 102 18 De paginaopmaak... 105 18.1 De afdrukstand wijzigen... 105 18.2 Het papierformaat en de papierinvoer instellen... 105 18.3 Een pagina toevoegen of verwijderen... 106 18.3.1 Een automatisch of handmatig pagina-einde... 106 18.3.2 Een voorblad toevoegen... 107 18.3.3 Een lege pagina invoegen... 107 18.3.4 De witruimte tussen pagina s weergeven of verbergen... 108 18.3.5 De pagina-overgangen instellen... 108 18.4 Regelnummering... 108 18.5 Woorden afbreken... 109 18.6 De pagina-achtergrond instellen... 111 18.6.1 Een watermerk toevoegen... 111 18.6.2 De paginakleur wijzigen... 111 18.6.3 Een paginarand instellen... 111 18.7 Kop- en voetteksten... 111 18.7.1 Een kop- of voettekst maken... 111 18.7.2 Een kop- of voettekst wijzigen of verwijderen... 113 18.7.3 Een andere kop- of voettekst op de eerste pagina... 113 18.7.4 Een verschillende kop- en/of voettekst op de even en oneven pagina s... 114 18.8 Paginanummering... 114 18.9 Tekst verticaal uitlijnen... 116 18.10 Voetnoten en eindnoten... 117 18.10.1 Voet- en eindnoten maken... 117 18.10.2 De nummering en plaats van de noten instellen... 118 18.10.3 Voet- en eindnoten toevoegen of verwijderen... 119 18.10.4 Een voet- of eindnoot bekijken en eventueel wijzigen... 119 18.10.5 De scheidingslijnen aanpassen... 119 18.10.6 De opmaak van voet- en eindnoten... 120 18.10.7 Bladeren tussen voet- of eindnoten... 120 DEEL 2 Gevorderde tekstverwerking... 122 1 Secties gebruiken... 122 1.1 Een sectie-einde invoegen... 122 1.1.1 Automatische sectie-einden... 122 1.1.2 Zelf een sectie-einde invoegen... 123 1.2 Een sectie verticaal uitlijnen... 124 1.3 De afdrukstand van een sectie wijzigen... 124 1.4 Een tekstdeel op een pagina nummeren... 125 1.5 Verschillende kop- en/of voetteksten per sectie... 125 2 Tabellen... 127 2.1 Een tabel maken... 127 2.2 Tekst selecteren in een tabel... 130 2.3 Tabellen, rijen, kolommen en cellen toevoegen of verwijderen... 130 2.3.1 Tabellen, rijen, kolommen en cellen toevoegen... 130 2.3.2 Tabellen, rijen, kolommen en cellen verwijderen... 131
2.4 Cellen samenvoegen en splitsen... 132 2.5 Een tabel opsplitsen... 132 2.6 Tabellen samenvoegen... 132 2.7 De tabeleigenschappen instellen... 133 2.7.1 Instellingen voor de hele tabel maken... 133 2.7.2 Instellingen voor de rijen maken... 134 2.7.3 Instellingen voor de kolommen maken... 135 2.7.4 Instellingen voor individuele cellen maken... 136 2.8 Tekst in een cel draaien... 137 2.9 Een tabel opmaken met stijlen... 137 2.10 Tabellen sorteren... 139 2.11 Rekenen in tabellen... 140 2.12 Tekst converteren naar een tabel... 143 2.13 Een tabel converteren naar tekst... 145 3 Kolommen... 149 3.1 Kolommen instellen... 149 3.2 Tekst intypen... 151 3.3 Kolommen met een gelijke lengte... 151 3.4 De indeling in kolommen uitschakelen... 151 4 Bouwstenen gebruiken... 153 4.1 Een bouwsteen maken... 153 4.2 Een bouwsteen gebruiken... 154 4.3 Bouwstenen beheren... 154 4.4 Een bouwsteen wijzigen... 155 4.5 Een lijst met bouwstenen afdrukken... 155 5 De Overzichtsweergave... 156 5.1 De Overzichtsweergave toepassen op ongestructureerde tekst... 156 5.2 De Overzichtsweergave gebruiken om structuur aan te brengen... 158 5.3 Tekst in- en uitklappen... 159 6 Multimedia mogelijkheden... 161 6.1 Multimedia-elementen gebruiken... 161 6.1.1 Een illustratie, foto, film of geluidsfragment uit de Microsoft Mediagalerie inlezen... 161 6.1.2 Een illustratie vanuit een bestand inlezen... 162 6.1.3 Een figuur wijzigen... 163 6.2 Vormen gebruiken... 165 6.2.1 Een vorm toevoegen... 166 6.2.2 Een vorm wijzigen... 166 6.3 SmartArt-afbeeldingen toevoegen... 168 6.3.1 Een organigram maken... 168 6.3.2 Een organigram wijzigen... 169 6.4 WordArt-objecten toevoegen... 170 6.4.1 Een WordArt-object maken... 170 6.4.2 Een WordArt-object wijzigen... 171 6.5 Een bijschrift maken... 172 7 Velden... 176 7.1 Datum- en tijdvelden... 176 7.2 Automatische verwijzing... 176 7.3 Andere velden invoegen... 178 7.4 Velden weergeven... 179
7.5 Velden bijwerken... 180 7.6 Velden vergrendelen en ontgrendelen... 180 7.7 Velden verwijderen en ontkoppelen... 181 7.8 Bladeren tussen velden... 181 8 Een inhoudsopgave, lijst of index maken... 181 8.1 Een inhoudsopgave maken... 181 8.1.1 Inhoudsopgave maken van titels, opgemaakt met stijlen... 182 8.1.2 Inhoudsopgave maken van titels, niet opgemaakt met stijlen... 183 8.1.3 De opmaak van de inhoudsopgave instellen... 183 8.1.4 Een inhoudsopgave bijwerken... 184 8.2 Een index maken... 184 8.2.1 Geen concordantiebestand gebruiken (eerste methode)... 185 8.2.2 Een concordantiebestand gebruiken (tweede methode)... 187 8.3 Een lijst maken... 188 9 Formules maken... 189 DEEL 3 Standaardbrieven maken... 192 1 Sjablonen... 192 1.1 Sjablonen gebruiken... 192 1.2 Een sjabloon maken... 195 1.3 Een sjabloon wijzigen... 195 1.4 Een sjabloon verwijderen... 195 2 Formulieren... 196 2.1 Een formulier maken... 196 2.2 Een formulier gebruiken... 201 3 De mailmerge... 205 3.1 Terminologie... 205 3.2 Een hoofddocument met een gegevensbestand samenvoegen... 205 3.3 Een nieuw hoofddocument met een bestaand gegevensbestand samenvoegen: een adreslijst maken... 213 3.4 Het gegevensbestand wijzigen... 215 3.5 Gegevens sorteren en selecteren... 216 3.6 De gegevens afdrukken op etiketten... 218 DEEL 4 Supplementaire functies... 221 1 Het taakvenster Onderzoeken... 221 2 Taalwisseling... 222 3 Woorden tellen... 223 4 Opmerkingen toevoegen of verwijderen... 223 5 Wijzigingen bijhouden... 224 5.1 De wijzigingen markeren... 224 5.2 De weergave van de wijzigingen instellen... 224 5.3 De aangebrachte wijzigingen aanvaarden of verwerpen... 225
5.4 Een lijst met wijzigingen in het document afdrukken... 225 6 Documenten vergelijken... 226 7 Een document beveiligen met een wachtwoord... 226 8 Enveloppen en etiketten... 228 8.1 Adressen op een envelop plaatsen... 228 8.2 Adressen op een etiket plaatsen... 229 9 Macro s... 229 9.1 Een macro opnemen... 230 9.2 Een macro uitvoeren... 231 9.3 Een macro verwijderen... 231 9.4 Beveiliging tegen macrovirussen... 232 10 De functie AutoCorrectie... 233 11 Documenten naast elkaar vergelijken... 235 12 De koppeling met het internet... 235 12.1 Wat is internet?... 235 12.2 Verbinding maken via de Office-knop... 236 12.3 Een e-mail vanuit Ms Word versturen... 236 12.3.1 Het actieve document als e-mailbericht versturen... 236 12.3.2 Het actieve document als bijlage versturen... 237 12.4 Tekst en figuren van het internet in uw document gebruiken... 237 12.5 Webpagina s maken met Ms Word... 238 12.6 Een Word-document als webpagina bekijken... 239 12.7 Een webpagina opslaan en in Ms Word openen... 239 13 De standaardinstellingen ( Opties ) wijzigen... 240 Het boek bevat 80 oefeningen. Het merendeel van de oefeningen vertrekt van een beginsituatie (die u GRATIS kunt downloaden op onze site ), waardoor het typewerk tot een minimum wordt beperkt. Op dezelfde tijd kunt u dus meer oefeningen maken.